Module 1 Zelfkennis en zelfontwikkeling Hoofdstuk 6 Je reflecteert op je werk Inhoud 6.1 Reflecteren Opdracht 1 Spiegeltest Opdracht 2 Reflectieoefening Opdracht 3 Reflectie en PAP 6.2 ABCD- en STARR-methode Opdracht 4 ABCD-oefening Opdracht 5 STARR-oefening Opdracht 6 Je eigen STARR Opdracht 7 Zie jij het verschil? 6.3 Evaluaties Bijlagen Opdracht 8 Evaluatie Opdracht 9 Beoordeling studieaanpak Opdracht 10Evaluatieoefening 1
6.1 Reflecteren De spiegeltest Reflectie begint met een spiegeltest. Je staat voor de spiegel en kijkt wat je gezicht uitstraalt! Je uitstraling zegt iets over je uiterlijk en je gedrag. Reflecteer op je uiterlijk. Kruis aan. Zend je negatieve signalen uit, zoals altijd vaak soms nooit. een vermoeide blik. wallen onder je ogen. een bleke of vlekkerig gezicht. fronsrimpels boven je neus. een ontevreden trek rond je mond. mondhoeken die naar beneden wijzen? Zend je gezicht positieve signalen uit, zoals. een glimlach. ontspanning. een zelfverzekerde blik. een vrolijke blik? Ben jij ook zo n zelfbeeld- killer?. Als je in de spiegel kijkt, kijk je dan altijd het eerst naar een bepaald lichaamsdeel?. Is dit een lichaamsdeel dat je niet mooi vindt?. Is er een deel van je lichaam dat je probeert te verbergen omdat je het niet mooi vindt?. Krijg je wel eens opmerkingen uit je omgeving over dit lichaamsdeel? Zoals je reflecteert op je uiterlijk, kun je ook reflecteren op je gedrag en je (studie) prestaties. Van reflecteren word je wijs. Onderdelen die er niet goed uitzien kun je verbeteren of op een andere manier beoordelen. Je kunt anders tegen jezelf aankijken! Leer trots op je zelf te zijn. Ben je gezakt of geslaagd voor de spiegeltest? Zo ook met taken en prestaties. Wil je jezelf gericht verder ontwikkelen, dan is voortdurend reflectie nodig. Kijk dus wat meer in de spiegel en beoordeel jezelf als persoon en als student. 2
Opdracht 2 Reflectieoefeningen. Je houdt jezelf een spiegel voor en denkt na wat en hoe je iets hebt gedaan. Wat ging goed of wat ging fout? Hoe kan het beter? Wat ga ik doen in het vervolg? Wat ga ik uitproberen? Een aantal suggesties (kies er een uit) A Heb je al autorijlessen (gehad)? Hoe verliep een les? Beschrijf dan hoe je gereflecteerd hebt. B Denk aan een klus of project die je samen met anderen gedaan hebt. Reflecteer daarop. C Je hebt misschien kritiek gehad op je schoolprestaties van een docent of van je ouders. Heb je daarop gereflecteerd? Werk deze reflectie uit. D Denk aan een recente sportprestatie (wedstrijd). Hoe heb je gepresteerd? Hoe zou je een volgende keer nog beter kunnen presteren? Maak een keuze en gebruik onderstaand schema. Activiteit/leersituatie Wat is er gebeurd? Wat deed je? Uitwerking Hoe heb je het aangepakt? Wat ging er goed of minder goed? Hoe en waarom kan ik het beter aanpakken? Waar ga ik op letten? Wat wil ik uitproberen? 3
Opdracht 3 In het vorige hoofdstuk heb je een PAP-formulier ingevuld (zie opdracht 6) over het organiseren van een evenement, in dit geval een feest op school. Je kijkt nu terug op dat feest. Heeft het feest aan de verwachtingen voldaan? Wat ging goed en wat ging minder goed? Gebruik onderstaand schema als reflectiemodel. Begin bij stap 1 en ga vervolgens het proces af. 5 Uitproberen in een nieuwe situatie 1 Kies een ervaring ( bijv. het feest) 2 Kijk terug, Wat gebeurde er precies? 4 Alternatieven ontwikkelen voor de aanpak 3 Bewustwording essentiële aspecten 4
6.2 ABCD - en STARR- methode Opdracht 4 ABCD- oefening. Met de ABCD- methode kun je ook reflecteren, nadenken over je gedrag en je handelen. Blik terug op je ervaringen tot nu toe op school en je opleiding. Dit kunnen zijn: vakken, projecten, stage, maar ook de omgang met medeleerlingen en docenten. Kies een belangrijk leermoment uit. Reflecteer hierop met behulp van de ABCDvragen. A Wat was Aan de orde? B Wat was daarbij Belangrijk voor mij? C Tot welke Conclusies of voornemens voor mijn handelen leidt dit? D Wat ga ik ermee Doen? 5
Opdracht 5 STARR-oefening STARR staat voor: Situatie, Taak, Actie, Resultaat en Reflectie. De methode is bedoeld om inzicht te krijgen in je competenties. Wat kun je? Waar ben je goed in? In een gesprek moet je kunnen aantonen dat je dit ook onder de knie hebt. STARR -methode Kwalificatieprofiel: Beveiliger Competentie: Je biedt service aan bezoekers Stel dat je op sollicitatiebezoek gaat voor de functie van beveiliger. De selecteur stelt je een paar vragen over je vorige baan als beveiligingsmedewerker. Het gesprek gaat over service bieden aan het publiek en lastige situaties die zich kunnen voordoen tijdens je werk. De selecteur vraagt met behulp van STARR of je een voorbeeld kunt geven van zo n lastige situatie en hoe je dat hebt opgelost. STARR-vragen S(ituatie) Je hebt speciaal opdracht om goed op te letten om bezoekers van een evenement de veiligheid te garanderen. Er kunnen mogelijk leden van een actiegroep binnendringen om te protesteren. Je staat op je post en geeft je oren en ogen goed te kost. Opeens komt een bezoeker naar je toe met de vraag waar ze een bepaalde stand kan vinden. Wat doe je, hoe los je een dergelijke situatie op? T(aak) Je hebt een specifieke opdracht gekregen van je baas, waarbij alertheid prioriteit is. Elke afleiding kan grote gevolgen hebben. Veiligheid van de bezoekers staat bovenaan je lijst. A(ctie) Je verwijst het bezoek op een vriendelijke maar resolute manier naar de informatiebalie in de hal verderop. Ze kunnen de bezoeker rustig en gedegen verder helpen. Je blijft ondanks dit intermezzo alert en scherp. R(esultaat) De bezoeker is toch op een vriendelijke manier verder geholpen en de veiligheid van de bezoekers is niet in het geding geweest. R(eflectie) Je hebt er een goed gevoel van over gehouden. Je hebt geleerd een opdracht, ook als je in een lastig parket, zit goed uit te voeren. a. Wat is in dit voorbeeld de lastige situatie? b. Hoe is dit opgelost? 6
Opdracht 6 Je eigen STARR Een alledaags STARR gesprek met jezelf Ga op zoek naar successen in je werk(bijbaan) of studie (projecten, stage). Heb je een lastige situatie meegemaakt? Hoe heb je deze opgelost? S Situatie (waar werkte u?) T Taak ( wat was uw taak?) A Actie (wat was uw persoonlijke bijdragen aan het vervullen van de taak?) R Resultaat (wat was het resultaat?) R Reflectie (hoe kijkt u er nu op terug?) 7
Opdracht 7 Zie jij het verschil? De STARR methode wordt vaak gebruikt bij selectiegesprekken. Als je een sollicitatiegesprek hebt, zal de selecteur je ondervragen met behulp van de STARRmethode. Een kandidaat werd uitgenodigd voor een selectiegesprek bij twee bedrijven. De selecteur vroeg aan de kandidaat het volgende: Noem zes eigenschappen, waarvan drie positieve en drie negatieve eigenschappen. De kandidaat noemde het volgende rijtje:. intelligent. ijverig. impulsief. kritisch. koppig. jaloers a. Welke indruk krijg je van de kandidaat die zichzelf zo beschrijft? Bij het andere bedrijf vroeg de selecteur hetzelfde: Noem zes eigenschappen, drie negatieve en drie positieve eigenschappen. De kandidaat noemde het volgende rijtje:. jaloers. koppig. kritisch. impulsief. ijverig. intelligent b. Welke indruk krijg je als je het rijtje nu leest? c. Wat kun je hiervan leren? 8
6.3 Evaluaties Opdracht 8 Beoordeling Je hebt je taken uitgevoerd in het project en ze ingeleverd bij je begeleider. De taken en het resultaat worden nu beoordeeld. Dit noemen we evaluatie. Je geeft een waardering aan het proces en het product, het resultaat. Vul onderstaande lijst in: Evaluatiepunten Het resultaat Wat heeft het opgeleverd? Ben je tevreden? Geef toelichting De werkwijze Hoe heb je het aangepakt? Hoe verliep de voortgang? De afspraken Heb jij je gehouden aan de afspraken? De tijdsplanning Heb jij je gehouden aan de streefdata? De rolverdeling Hoe verliepen de groepsfuncties? En de taakverdeling? De samenwerking Hoe was de samenwerking? Wat was jouw rol hierin? (zelf)beoordeling Welk cijfer geef jij jezelf voor het product en het proces? Geef toelichting. 9
Opdracht 9 Beoordeling studieaanpak Beoordeel je studieaanpak tot nu toe. Beantwoord de vier in de paragraaf gegeven vragen over het beoordelen van je studieaanpak. Hoe verloopt de samenwerking in de groep? Werk je samen of werk je liever alleen? Waarom? Hoe zijn de toetsen, evaluaties verlopen? Wat zijn mijn resultaten tot nu toe? Hoe was mijn voorbereiding? Ben ik tevreden over mijn studietempo? Loop ik achter met m n portfoliotaken, verslaglegging? Zo ja, hoe komt dat? Ben ik tevreden over de opleiding die ik volg? Geef toelichting Heb ik een planning van taken? Houd ik me vast aan de planning? Moet ik bijstellen? 10
Opdracht 10 Evaluatieoefening Voer onderstaande eenvoudige evaluatieoefeningen uit. A Conclusies en voornemens over je studie Wat ga je het volgende semester/schooljaar anders aanpakken? Hoe? Welk resultaat hoop je hiermee te bereiken? Noem drie ontwikkelpunten en acties die je hiervoor gaat ondernemen. B Conclusies en voornemens over je persoonlijke ontwikkeling Waar wil jij je het volgende semester/schooljaar verder in ontwikkelen? Hoe? Welk doel hoop je hiermee te bereiken? Noem drie ontwikkelpunten en acties die je hiervoor gaat ondernemen. C Conclusies en voornemens over je beroepsbeeld Wat wil je nog meer weten over je toekomstige beroep? Hoe ga je dit aanpakken? Noem drie ontwikkelpunten en de acties die je hiervoor gaat ondernemen. Welke kanten van jezelf wil je ontwikkelen om straks beter voorbereid te zijn op je beroep? 11