Elektrische installatie Programmanr.: 522 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 10 Diagnose - Configuratie en inlezen - 11 Diagnose - Overzicht van de storingen - 12 Diagnose - Betekenis van de storingen - 13 Diagnose - Conformiteitscontrole - 19 Diagnose - Overzicht van de staten - 22 Diagnose - Betekenis van de staten - 23 Diagnose - Klachten - 32 Diagnose - Zoekschema's - 33 Edition néerlandaise "De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht". MR-390-X90-000$000_nelTOC.mif Renault s.a.s. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan Renault s.a.s. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van Renault s.a.s.
1 Diagnose - Inleiding 1. GELDIGHEID VAN HET DOCUMENT In dit document staat de diagnose die geldig is voor alle volgende rekeneenheden: Model(len) : LOGAN Betreffende functie: Huis met hulporganen interieur Naam van de rekeneenheid : UCH Programmanr.: 522 VDIAGNR.: 09 2. ONMISBARE ELEMENTEN VOOR DE DIAGNOSE Type documentatie Type diagnoseapparaat Methodes van de diagnose (dit document): Ondersteunende diagnose (geïntegreerd in het diagnoseapparaat), Dialogys. Elektrische schema's: Visu-Schéma (cd-rom), papier. CLIP Type onmisbaar gereedschap Onmisbaar speciaal gereedschap multimeter Elé. 1622 Elé. 1681 Verlengblok 55-polig Universeel verlengblok Indien de controle met het diagnoseapparaat aanleiding geeft tot het controleren van de elektrische bedrading, sluit dan het verlengblok Elé. 1622 of het universele verlengblok Elé. 1681 aan. BELANGRIJK Voor alle controles met Elé. 1622 of Elé. 1681 moet de massakabel van de accu worden losgenomen. Het verlengblok mag alleen worden gebruikt met een multimeter. Voed de controlepunten nooit met 12 V. 3. TER HERINNERING Werkwijze: Voor het controleren van de rekeneenheden van de auto, sluit u het diagnoseapparaat aan en voert u de gewenste werkzaamheden uit. MR-390-X90-000$076_nel.mif - 2
Diagnose - Inleiding Storingen De storingen worden aanwezig verklaard of staan in het geheugen (verschenen in een bepaalde context en sindsdien verdwenen of nog altijd aanwezig maar niet geconstateerd onder de huidige omstandigheden). De staat aanwezig of in geheugen van de storingen moet bekeken worden bij het opstarten van het diagnoseapparaat na het aanzetten van + na contact (zonder iets aan de elementen van het systeem te doen). Een storing die aanwezig is, behandelt u zoals is aangegeven in het hoofdstuk Betekenis van de storingen. Bij een storing geheugen, noteert u de storingen die aangegeven zijn en volgt u de aanwijzingen van het deel adviezen. Als de storing bevestigd is na het opvolgen van de adviezen, is de storing aanwezig. Behandel de storing. Als de storing niet bevestigd wordt, controleer: de elektrische lijnen die bij de storing horen, de stekkers van deze lijnen (oxidatie, verbogen pennetjes enz.). de weerstand van het als defect aangegeven orgaan, De ligging en de staat van de draden (isolatie gesmolten of gescheurd, doorschuren). Conformiteitscontrole Bij de conformiteitscontrole worden de staten en parameters gecontroleerd die door het diagnoseapparaat niet als defect worden aangegeven als zij geen samenhang hebben. Hiermee kunt u: afwijkingen vinden welke verband houden met de klacht maar die niet als defect worden aangegeven, De werking van het systeem controleren om te voorkomen dat een storing na de reparatie snel weer terugkomt. In dit hoofdstuk vindt u een diagnose van de staten en de parameters, met de omstandigheden van de controle. Als een staat niet goed is of als een parameter buiten de tolerantie is, raadpleeg dan de met de overeenkomstige methode voor het storing zoeken. Klachten - Zoekschema' Als de controle met behulp van het diagnoseapparaat correct is, terwijl de klacht van de klant nog steeds aanwezig is, behandelt u het probleem uitgaande van de klacht. Een samenvatting van de globale werkwijze ziet u in het diagram op de volgende bladzijde. MR-390-X90-000$076_nel.mif - 3
Diagnose - Inleiding 4. WERKWIJZE BIJ HET STORING ZOEKEN Controleer de laadtoestand van de accu en de staat van de zekeringen Druk de diagnosekaart af van het systeem (van de CLIP en in het Werkplaatshandboek of Service Mededeling) Sluit de CLIP aan Communicatie met rekeneenheid? nee Zie zoekschema n 1 ja Lezen van de storingen Bestaan van storingen? nee Conformiteitscontrole ja Behandeling van de aanwezige storingen De verschijnselen blijven nee Storing opgelost Behandeling van de storingen in het geheugen Gebruik de zoekschema's De verschijnselen blijven nee Storing opgelost De verschijnselen blijven nee Storing opgelost ja Neem contact op met de technische helpdesk met ingevulde diagnosekaart MR-390-X90-000$076_nel.mif - 4
Diagnose - Inleiding 4. WERKWIJZE BIJ HET STORING ZOEKEN (vervolg) Controle van de kabelbundels Moeilijkheden bij de diagnose Het aansluiten van de stekkers en/of het werken aan de kabelbundel kan, tijdelijk, de oorzaak van de storing wegnemen. De elektrische metingen van de spanningen, de weerstanden en de isolaties zijn meestal correct, vooral als de storing niet aanwezig is op het moment van de analyse (storing in het geheugen). Controle op het oog Zoeken van beschadigingen, onder de motorkap en in het interieur. Voer een nauwgezette controle uit van de beschermingen, van de isolaties en van de correcte ligging van de kabelbundels. Zoek oxydatiesporen. Controle door aanraking Gebruik, tijdens de werkzaamheden aan de kabelbundels, het diagnoseapparaat op zo'n manier dat het een verandering aangeeft van de staat van de storingen van "in het geheugen" naar "aanwezig". Controleer of de stekkers correct zijn vergrendeld. Zet de stekkers lichtjes onder mechanische spanning. Verdraai de kabelbundel. Als er zich een verandering in de staat voordoet, probeer dan de oorzaak van het incident te lokaliseren. Onderzoek van elk element Maak de stekkers los en controleer het uiterlijk van de klemmetjes en van de pennetjes evenals het felsen (niet gefelst op de isolatie). Controleer of de klemmetjes en de pennetjes goed in de stekkerbehuizing vergrendeld zijn. Controleer of de klemmetjes of pennetjes tijdens het aansluiten niet worden teruggedrukt. Controleer de contactdruk van de klemmetjes met behulp van een pennetje van het juiste model. Controle van de weerstand: Controleer de geleiding van de complete lijnen, daarna sectie voor sectie. Zoek een kortsluiting aan massa, aan + 12 V of met een andere draad. Als een storing is gedetecteerd, repareer of vervang dan de kabelbundel. MR-390-X90-000$076_nel.mif - 5
Diagnose - Inleiding 5. DIAGNOSEKAART LET OP! LET OP Bij alle incidenten van een complex systeem moet een complete diagnose worden uitgevoerd met het juiste gereedschap. Met de DIAGNOSEKAART, die tijdens de diagnose wordt ingevuld, krijgt en houdt u een overzicht van de uitgevoerde diagnose. Het is een essentieel element in de communicatie met de fabrikant. DAAROM MOET ALTIJD EEN DIAGNOSEKAART WORDEN INGEVULD ALS DE TECHNISCHE HELPDESK OF GARANTIERETOURAFDELING EROM VRAAGT. Er zal altijd naar deze kaart worden gevraagd: bij verzoeken om technische bijstand door de technische helpdesk, om bij te voegen bij onderdelen die "onder controle" staan en die retour gezonden moeten worden. Het is daarmee een voorwaarde voor het vergoeden van de garantie, en is een hulp bij het analyseren van de uitgebouwde onderdelen. 6. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Bij alle werkzaamheden moeten de veiligheidsvoorschriften worden nageleefd om materiële schade en lichamelijk letsel te voorkomen: controleer de laadtoestand van de accu om beschadiging van de rekeneenheden te voorkomen door een te geringe lading, gebruik geschikt gereedschap. MR-390-X90-000$076_nel.mif - 6
Diagnose - Werking van het systeem Naargelang het uitrustingsniveau, zijn er 5 prestatieniveaus van het huis met hulporganen interieur : Huis met hulporganen interieur (UCH) Prestatie N2 Prestatie N2 Rusland Prestatie N3 Prestatie N4 Prestatie N5 Diagnoseverbinding x x x x x Gecodeerde startvergrendeling (V2) x x x x x Beheer van de knipperlichten en van het controlelampje richtingaanwijzer x x x x x Zoemer (vergeten verlichting) x x x x x Voorruitwisser : regeling rustcontact x x x x x Voorruitwisser met vast interval x x x x x Regeling binnenlicht en bagageverlichting x x x x x Binnenlicht en bagageverlichting met tijdschakeling x x x Elektrische portiervergrendeling via FM-afstandsbediening Beheer controlelampje portiervergrendeling Automatische hervergrendeling van de portieren x x x x Verbinding alarm accessoire x x Beheer achterruitverwarming bij draaiende motor x x x x MR-390-X90-000$152_nel.mif - 7
Diagnose - Aansluiting rekeneenheid AANSLUITINGEN (meest complete uitvoering) Zwarte stekker EH1 (40-polig) Aansl. A1 A2 A3 A4 A5 A6 A7 A8 A9 A10 A11 A12 A13 A14 A15 A16 A17 A18 A19 A20 B21 B22 B23 B24 B25 B26 B27 B28 B29 B30 B31 B32 B33 B34 B35 B36 B37 B38 B39 B40 BRUIN Omschrijving Commando + controlelampje richtingaanwijzer Signaal rijsnelheid Commando + tijdrelais openen portiervergrendeling + markeringslichten links via zekering Signaal antennebus transponder Commando + tijdrelais sluiten portiervergrendeling Signaal - sluitcontact bestuurdersportier GROEN + na contact via zekering remlicht Signaal botsing rekeneenheid airbag Commando + interval ruitenwisser voor Commando inschakelen tijdrelais knipperlicht links Commando inschakelen tijdrelais knipperlicht rechts Commando - binnenlicht > Portiercontact achter Commando - relais achterruitverwarming Commando - controlelampje startvergrendeling Commando - tijdrelais knipperautomaat Diagnosesignaal K Signaal code inspuitsysteem benzine > Diesel > Startvergrendeling Ingang motortoerental Commando + achterruitverwarming Commando - binnenlicht > Portiercontact voor MR-390-X90-000$228_nel.mif - 8
Diagnose - Aansluiting rekeneenheid Witte stekker P1 (15-polig) Aansl. A1 A2 A3 A4 A5 A6 A7 A8 A9 B1 B2 B3 B4 B5 B6 Omschrijving Massa Uitgang binnenlicht dakconsole + voor contact Commando ruitenwisser voor Voeding ruitenwisser voor (na contact) Rustcontact ruitenwisser voor Uitgang knipperlicht rechts Uitgang knipperlicht links Uitgang portiervergrendeling Voeding portiervergrendelingontgrendeling Uitgang portierontgrendeling Uitgang tijdschakeling binnenlicht Voeding binnenlicht MR-390-X90-000$228_nel.mif - 9
Diagnose - Vervangen van organen UITBOUWEN - INBOUWEN BELANGRIJK VERVANGEN VAN HET HUIS MET DE HULPORGANEN INTERIEUR (UCH) Vervolg het vervangen moet u de UCH configureren (Zie Configuratie en inlezen). Voor het uitbouwen van het huis met hulporganen interieur moet de opbergbak links worden uitgebouwd. Het huis met hulporganen interieur is geklemd op zijn steun. BELANGRIJK Verwijder niet de steun van het huis met hulporganen interieur omdat deze dan kan beschadigen. Als hij wordt uitgebouwd moet hij worden vervangen. MR-390-X90-000$304_nel.mif - 10
ZEKERINGPLAAT INTERIEUR Diagnose - Configuratie en inlezen CONFIGURATIES VAN HET De mogelijke configuraties van het huis met hulporganen interieur zijn: Omschrijving en positie op het diagnoseapparaat Configuratie Type huis met hulporganen interieur Tijdgeschakeld binnenlicht (LC021) automatisch N3, N4, N5 Automatische hervergrendeling (LC069) automatisch Alleen N5 Functie radiofrequentie (LC089) automatisch N4, N5 Functie ontdooiing (LC008) CONFIGURATIE VAN HET HUIS MET HULPORGANEN Met behulp van het diagnoseapparaat: Contact aan, start de communicatie met de auto. Selecteer en bevestig het menu "Huis met hulporganen interieur". In het menu "Commando", bevestig de regel "Configuratie". Kies het commando: "CF716: Type N2", "CF717: Type N3", "CF010: Type N4", "CF017: Type N5", "CF021: Type N2 (SPECIFIEK RUSLAND)". Het bericht: "Wilt u doorgaan?" verschijnt, Selecteer "ja" en voer de automatische configuratie uit, Voor het huis met hulporganen interieur type "N2" Configuratie van het tijdgeschakelde binnenlicht ~ Zonder Configuratie van de functie radiofrequentie ~ Zonder Configuratie van de functie ontdooiing ~ Zonder Configuratie van de automatische hervergrendeling ~ Zonder Voor het huis met hulporganen interieur type "N3" Configuratie van het tijdgeschakelde binnenlicht ~ Met Configuratie van de functie radiofrequentie ~ Zonder Configuratie van de functie ontdooiing ~ Met Configuratie van de automatische hervergrendeling ~ Zonder Voor het huis met hulporganen interieur type "N4" Configuratie van het tijdgeschakelde binnenlicht ~ Met Configuratie van de functie radiofrequentie ~ Met Configuratie van de functie ontdooiing ~ Met Configuratie van de automatische hervergrendeling ~ Zonder Voor het huis met hulporganen interieur type "N5" Configuratie van het tijdgeschakelde binnenlicht ~ Met Configuratie van de functie radiofrequentie ~ Met Configuratie van de functie ontdooiing ~ Met Configuratie van de automatische hervergrendeling ~ Met automatisch Voor het huis met hulporganen interieur type "N2 (SPECIFIEK RUSLAND)" Configuratie van het tijdgeschakelde binnenlicht ~ Zonder Configuratie van de functie radiofrequentie ~ Zonder Configuratie van de functie ontdooiing ~ Met Configuratie van de automatische hervergrendeling ~ Zonder Controleer vervolgens de configuraties via het menu "Lezen van de configuratie". N2 Rusland, N3, N4, N5 MR-390-X90-000$380_nel.mif - 11
Diagnose - Overzicht van de storingen Storing Code Omschrijving diagnoseapparaat DF002 DF072 DF119 DF121 DF126 DF175 Commandocircuit achterruitverwarming VERBINDING BOTSING Rustcontact ruitenwisser voor Interne elektronische storing UCH Toets van de portiervergrendeling Informatie botsing gedetecteerd MR-390-X90-000$456_nel.mif - 12
Diagnose - Betekenis van de storingen DF002 IN GEHEUGEN CIRCUIT COMMANDO ACHTERRUITVERWARMING CC.1 : kortsluiting aan + 12 volt CC.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het activeren van de achterruitverwarming, draaiende motor. Controleer de zekeringen F32 (20 A). Klikt het relais? NEE Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende verbindingen: Stekker EH1 40-polig UCH aansl. B31 Aansl. 2 relais achterruitverwarming Zekeringplaat interieur F32 (20 A) Aansl. 5 en 1 relais achterruitverwarming Vervang het relais indien nodig. JA Controleer de + 12 V op aansl. 3 van het relais achterruitverwarming. Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende verbindingen: Relais achterruitverwarming aansl. 3 Achterruitverwarming Massa Achterruitverwarming Voer een conformiteitscontrole uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$532_nel.mif - 13
Diagnose - Betekenis van de storingen DF072 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VERBINDING BOTSING Bijzonderheden: De storing is aanwezig 8 secondes na het aanzetten van het contact en gaat in het geheugen na het uitzetten van het contact. N.B.: Als de storing aanwezig is, is de functie van de automatische portiervergrendeling tijdens het rijden geblokkeerd. Voer de diagnose van de functie airbag uit. Controleer de aansluiting en de staat van de stekkers van het huis met hulporganen interieur en vervang de stekker indien nodig. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: UCH stekker EH1 40-polig aansl. B23 Aansl. 27 airbagrekeneenheid Voer een conformiteitscontrole uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$532_nel.mif - 14
Diagnose - Betekenis van de storingen DF119 IN GEHEUGEN RUSTCONTACT RUITENWISSER VOOR Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na inschakelen van de ruitenwisser. Bijzonderheden: willekeurige werking van de ruitenwisser in de intervalstand (interval niet gerespecteerd). Controleer of de staat rustcontact voor ET005 "ACTIEF" is elke keer als de wisser door de ruststand gaat en daarna weer "INACTIEF" wordt. Controleer de aansluiting en de staat van de stekkers van het huis met hulporganen interieur. Vervang de stekker indien nodig. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: UCH stekker P1 aansl. A6 Aansl. 2 ruitenwissermotor voor Massa Aansl. 1 ruitenwissermotor voor Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de ruitenwissermotor. Controleer de motor. Controleer de montage van de ruitenwisser. Vervang indien nodig de ruitenwissermotor. Voer een conformiteitscontrole uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$532_nel.mif - 15
Diagnose - Betekenis van de storingen DF121 AANWEZIG INTERNE ELEKTRONISCHE STORING UCH Bijzonderheden: als een storing in het geheugen is opgeslagen, controleer dan of er geen andere storingen aanwezig zijn en wis de storingen. De storing wordt aanwezig verklaard bij het uitzetten van het contact. neem contact op met de technische helpdesk Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$532_nel.mif - 16
Diagnose - Betekenis van de storingen DF126 IN GEHEUGEN TOETS VAN DE PORTIERVERGRENDELING CC.0 : kortsluiting aan massa De storing wordt in geheugen verklaard na het activeren van de schakelaar van de portiervergrendeling. Controleer de aansluiting en de staat van de 40-polige stekker EH1 van het huis met hulporganen interieur. Vervang de stekker indien nodig. Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende verbindingen: UCH stekker EH1 40-polig aansl. A8 Aansl. 1 stekker van de knop portiervergrendeling UCH stekker EH1 40-polig aansl. A17 Aansl. 5 stekker van de knop portiervergrendeling Massa Aansl. 2 stekker van de knop portiervergrendeling Voer een conformiteitscontrole uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$532_nel.mif - 17
Diagnose - Betekenis van de storingen DF175 IN GEHEUGEN INFORMATIE BOTSING GEDETECTEERD De storing wordt in geheugen verklaard na de detectie van een botsing. Voer de diagnose van de functie airbag uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$532_nel.mif - 18
Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Voeding 2 Verlichting 3 Ruitenwisser PR002: Accuspanning 12 V < X < 12,5 V Bij een storing: voer een diagnose uit van het laadstroomcircuit. ET002 : + 12 V na contact Aanwezig Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET002. ET242 : Draaiende motor NEE Geen bijzonderheden. ET309 : ET310 : ET291 : ET213 : ET005 : Informatie knipperlicht rechts Informatie knipperlicht links Informatie alarmknipperlichten Interval ruitenwisser voor Rustcontact ruitenwisser voor Actief bij het commando van het knipperlicht rechts Actief bij het commando van het knipperlicht links Actief bij commando van de alarmknipperlichten ACTIEF bij het commando ruitenwisser interval Actief bij het commando van de ruitenwisser met interval bij ieder rustcontact van de ruitenwisser Indien inactief : Raadpleeg de betekenis van de staat ET309. Indien inactief : Raadpleeg de betekenis van de staat ET310. Indien inactief : Raadpleeg de betekenis van de staat ET291. Indien inactief : Raadpleeg de betekenis van de staat ET213. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van het rustcontact ruitenwisser voor DF119. MR-390-X90-000$608_nel.mif - 19
Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 4 Portieren - kleppen ET192 : ET068 : ET010 : ET193 : ET012 : ET105 : Voorportieren Achterportieren of bagageruimte FM-sleutel geldig signaal FMafstandsbediening ontvangen bron laatste commando portieren laatste commando portieren Open bij open voorportieren. Open bij het openen van de achterportieren of bagageruimte Staat JA bij het vergrendelen of ontgrendelen via de afstandsbediening. Staat JA bij het vergrendelen of ontgrendelen via de afstandsbediening. TRF bij het vergrendelen met de afstandsbediening,cpe bij het vergrendelen met de schakelaar van de centrale portiervergrendeling. ONTGRENDELEN VERGRENDELEN 5 Snelheid PR001: Rijsnelheid X in km/u Bij een probleem : Raadpleeg de betekenis van de staat ET192. Bij een probleem : Raadpleeg de betekenis van de staat ET068. Bij een probleem : Raadpleeg de betekenis van de staat ET010. Bij een probleem : Raadpleeg de betekenis van de staat ET193. Geen bijzonderheden Geen bijzonderheden Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de PR001. MR-390-X90-000$608_nel.mif - 20
Diagnose - Conformiteitscontrole Op de huizen met hulporganen interieur "N3", "N4" en "N5" zijn bepaalde staten en parameters alleen zichtbaar in het scherm "test van de functies". Er zijn twee tests van de functies. Test functie RADIOFREQUENTIE ET002 : + 12 V na contact ET010 : sleutel RF geldig ET193 : frame R.F. ontvangen Test functie REGELING VAN DE PORTIEREN ET192 : voorportieren ET068 : achterportieren of bagageruimte ET105: laatste commando portier ET012: bron laatste commando portier MR-390-X90-000$608_nel.mif - 21
Diagnose - Overzicht van de staten Staat gereedschap ET002 ET010 ET291 ET309 ET310 ET213 ET068 ET192 ET193 ET257 Omschrijving diagnoseapparaat + 12 V na contact FM-sleutel geldig Informatie alarmknipperlichten Informatie knipperlicht rechts Informatie knipperlicht links Interval ruitenwisser voor Achterportieren of bagageruimte Voorportieren signaal FM-afstandsbediening ontvangen Informatie markeringslichten MR-390-X90-000$684_nel.mif - 22
Diagnose - Betekenis van de staten ET002 + 12 VOLT NA CONTACT ET002 : "INACTIEF" contact aan Controleer zekering F04 op de zekeringplaat interieur. Controleer met een multimeter de + 12 V na contact op aansl. B22 van de zwarte stekker EH1 van het huis met hulporganen interieur. Controleer met een multimeter de + 12 V op aansl. A3 van de stekker P1 van het huis met hulporganen interieur. Als er geen spanning aanwezig is, controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van massa tussen aansl. 22 van de 40-polige stekker EH1 van het huis met hulporganen interieur en de zekering F04 (10A) op de zekeringplaat interieur. ET002 : "ACTIEF" contact uit Controleer met een multimeter het ontbreken van + 12 V met contact uit op de zekeringhouder interieur. Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$760_nel.mif - 23
Diagnose - Betekenis van de staten ET010 FM-SLEUTEL GELDIG Voor de huizen met hulporganen interieur "N3", "N4" en "N5". Controleer of er geen storing aanwezig is. De staat is "JA" bij indrukken van de afstandsbediening. Als de staat "NEE" is, zet het contact uit en weer aan, probeer een andere sleutel van de auto. ET010: blijft "NEE" bij drukken op de afstandsbediening Synchroniseer de sleutels door het contact (+ na contact) aan te zetten. Als het probleem aanhoudt en als ET193 "FRAME RF ONTVANGEN" is "JA", vervang de sleutels. Als de storing aanhoudt: neem contact op met de technische helpdesk. Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$760_nel.mif - 24
Diagnose - Betekenis van de staten ET068 ACHTERPORTIEREN OF BAGAGERUIMTE Voor de huizen met hulporganen interieur "N3", "N4" en "N5". Controleer of er geen storing aanwezig is. Open de achterportieren één voor één, open daarna de bagageruimte. Controleer met elk achterportier of de bagageruimte open, of de staat ET068 "OPEN" is, en als de achterportieren of bagageruimte dicht zijn, de staat ET068 "DICHT" is. Controleer de verbindingsstekker van de kabelbundel van de achterportieren en van de bagageruimte. Controleer de geleiding en de isolatie van de verbindingen: Portiercontact links achter aansl. 1 Aansl. B30 van de stekker EH1 van de UCH Portiercontact rechts achter aansl. 1 Aansl. B30 van de stekker EH1 van de UCH Portiercontact links achter aansl. 2 Massa Portiercontact rechts achter aansl. 2 Massa Bagageruimtecontact aansl. 1 Massa Bagageruimtecontact aansl. 2 Aansl. B30 van de stekker EH1 van de UCH Herstellen indien nodig (zie elektrisch schema van de auto). Controleer de geleiding tussen de twee aansluitingen van de portier- en bagageruimtecontacten. Trek aan de handgreep om het slot te openen en controleer of er geen geleiding is tussen de twee aansluitingen. Controleer of het slot goed in de slotpen valt. In geval van storing, vervangt u het slot. Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$760_nel.mif - 25
Diagnose - Betekenis van de staten ET192 VOORPORTIEREN Controleer of er geen storing aanwezig is. Open de voorportieren een voor een. Controleer met elk voorportier open, of de staat ET192 "OPEN" is, en als elk voorportier dicht is, de staat "DICHT" is. Controleer de verbindingsstekker van de kabelbundel van de voorportieren. Controleer de geleiding en de isolatie van de verbindingen: Portiercontact links voor aansl. 1 Aansl. B40 van de stekker EH1 van de UCH Portiercontact rechts voor aansl. 1 Aansl. B40 van de stekker EH1 van de UCH Portiercontact links voor aansl. 2 Massa Portiercontact rechts voor aansl. 2 Massa Herstellen indien nodig (zie het elektrische schema van de auto). Controleer de geleiding tussen de twee aansluitingen van de portiercontacten. Trek aan de handgreep om het slot te openen en controleer of er geen geleiding is tussen de twee aansluitingen. Controleer of het slot goed in de slotpen valt. In geval van storing, vervangt u het slot. Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$760_nel.mif - 26
Diagnose - Betekenis van de staten ET193 SIGNAAL FM-AFSTANDSBEDIENING ONTVANGEN Voor de huizen met hulporganen interieur "N3", "N4" en "N5". Controleer of er geen storing aanwezig is. De staat wordt "JA" bij indrukken van de afstandsbediening. Als de staat "NEE" is, zet het contact uit en weer aan, probeer een andere sleutel van de auto. ET193: blijft "NEE" bij drukken op de afstandsbediening Druk op de knop van de afstandsbediening van een andere auto van dezelfde familie of een ongecodeerde sleutel: controleer of de staat "JA" wordt bij het indrukken van de afstandsbediening. Indien "JA", vervang de defecte afstandsbediening van de auto. Indien NEE, neem contact op met de technische helpdesk. Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$760_nel.mif - 27
Diagnose - Betekenis van de staten ET213 INTERVAL RUITENWISSER VOOR Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Zet het contact aan. Zet de ruitenwisserschakelaar in de intervalstand. De staat moet "ACTIEF" zijn. ET213 "INACTIEF" Controleer de zekering van de ruitenwisser voor F01 (20A). Vervang dit indien nodig. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de ruitenwisserschakelaar voor. Herstel de stekker indien nodig. Controleer de werking van de ruitenwisserschakelaar. Controleer de geleiding tussen aansl. A1 en aansl. A7 van de ruitenwisserschakelaar in de stand interval. Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbindingen: Stekker EH1 UCH aansl. B24 Ruitenwisserschakelaar aansl. A1 + na contact Ruitenwisserschakelaar aansl. B4 Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$760_nel.mif - 28
Diagnose - Betekenis van de staten ET257 INFORMATIE MARKERINGSLICHTEN Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Schakel de markeringslichten in. De staat moet "ACTIEF" zijn en de markeringslichten moeten branden. ET257 "INACTIEF" Controleer de zekeringen F18 en F19 van de zekeringplaat interieur. Vervang dit indien nodig. Controleer de aansluiting en de staat van de 40-polige stekker EH1 van het huis met hulporganen interieur. Vervang de stekker indien nodig. Controleer de + 12 V op aansl. B2 van de zwarte stekker van de lichtschakelaar. Herstellen indien nodig Controleer de werking van de schakelaar van de markeringslichten. Controleer de geleiding tussen aansl. B1 en aansl. B2 van de schakelaar in de stand markeringslichten. Lichtschakelaar zwarte stekker aansl. B1 Aansl. E19 zekeringplaat interieur Als het probleem aanhoudt, vervang de lichtschakelaar. Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$760_nel.mif - 29
Diagnose - Betekenis van de staten ET291 INFORMATIE ALARMKNIPPERLICHTEN Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Schakel de alarmknipperlichten in De staat moet "ACTIEF" zijn. ET291 "INACTIEF" Controleer de voedingszekering F18 van de knipperlichten / huis met hulporganen interieur. Vervang dit indien nodig. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de schakelaar van de alarmknipperlichten. Herstel de stekker indien nodig. Controleer de werking van de schakelaar van de alarmknipperlichten. Controleer de geleiding tussen aansl. 8 en aansl. 6 van de schakelaar van de alarmknipperlichten ingedrukt. Controleer de geleiding tussen aansl. 5 en aansl. 2 van de schakelaar van de alarmknipperlichten ingedrukt. Vervang de schakelaar van de alarmknipperlichten indien nodig. Controleer/herstel de geleiding van de verbinding: Schakelaar alarmknipperlichten aansl. 2 Controleer/herstel de geleiding van de verbinding: Schakelaar alarmknipperlichten aansl. 5 en 6 Aansl. A8 witte stekker P1 40-polig Massa Controleer de geleiding, de isolatie en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbinding: Alarmknipperlichten aansl. 8 Aansl. B33 zwarte stekker EH1 40-polig Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$760_nel.mif - 30
Diagnose - Betekenis van de staten ET310 ET309 INFORMATIE KNIPPERLICHT LINKS INFORMATIE KNIPPERLICHT RECHTS Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Zet het contact aan. Schakel de knipperlichten rechts of links in. De staat moet "ACTIEF" zijn. ET310 of ET309 "INACTIEF" Controleer de voedingszekering F18 van de knipperlichten / huis met hulporganen interieur. Vervang dit indien nodig. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de knipperlichtschakelaar. Herstel de stekker indien nodig. Controleer de werking van de schakelaar van de knipperlichten. Controleer de geleiding tussen aansl. A5 en A6 van de schakelaar in stand knipperlicht links. Controleer de geleiding tussen aansl. A7 en A6 van de schakelaar in stand knipperlicht rechts. Vervang de schakelaar van de knipperlichten indien nodig. Controleer/herstel de geleiding van de verbinding: Knipperlichtschakelaar aansl. A6 Massa Maak de stekker EH1 40-polig van het huis met hulporganen interieur en knipperlicht rechts los. Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbindingen: Knipperlichtschakelaar aansl. A5 Aansl. B28 stekker EH1 40-polig UCH Knipperlichtschakelaar aansl. A7 Aansl. B26stekker EH1 40-polig UCH Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$760_nel.mif - 31
Diagnose - Klachten Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. GEEN COMMUNICATIE MET DE REKENEENHEID ZOEKSCHEMA 1 VERLICHTING KNIPPERLICHTEN WERKEN NIET ZOEKSCHEMA 2 markeringslichten werken niet ZOEKSCHEMA 3 WISSEN. ONTDOOIEN LAGE SNELHEID RUITENWISSER VOOR WERKT NIET ZOEKSCHEMA 4 HOGE SNELHEID RUITENWISSER VOOR WERKT NIET ZOEKSCHEMA 5 ACHTERRUITVERWARMING WERKT NIET ZOEKSCHEMA 6 MR-390-X90-000$836_nel.mif - 32
Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 1 Geen communicatie met de rekeneenheid Geen bijzonderheden. Probeer het diagnoseapparaat op een auto die geen enkele storing heeft. Controleer: de verbinding tussen het diagnoseapparaat en de diagnoseaansluiting (staat van de kabel), de zekeringen interieur en motorruimte. Controleer de + 12 V voor contact op aansl. 16, de + 12 V na contact op aansl. 1 en de massa op de aansl. 4 en 5 van de diagnoseaansluiting. Controleer de verbinding rekeneenheid. Sluit het verlengblok aan en controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbindingen: UCH stekker P1 15-polig aansl. A3 Zekeringhouder UCH stekker P1 15-polig aansl. A5 + na contact UCH stekker P1 15-polig aansl. A1 Massa UCH stekker EH1 40-polig aansl. B34 Aansl. 7 van de diagnoseaansluiting (lijn K) Controleer de werking van het systeem. MR-390-X90-000$912_nel.mif - 33
Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 2 Knipperlichten werken niet Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer de lampjes. Controleer de staat van de zekering 10A en vervang hem indien nodig. Schakel de alarmknipperlichten in en controleer of de staat ET291 "Informatie alarmknipperlichten" "ACTIEF" is, als dit niet zo is, raadpleeg de betekenis van deze staat. Activeer het knipperlicht rechts of links en controleer of de staat informatie knipperlicht rechts en informatie knipperlicht links ET309 en ET310 "ACTIEF" is, als dit niet zo is, raadpleeg de betekenis van deze staten. Controleer de staat van de 15-polige stekker P1 van het huis met hulporganen interieur. Vervang deze indien nodig. Controleer/herstel de geleiding van de verbindingen: UCH stekker P1 aansl. A9 Knipperlicht links UCH stekker P1 aansl. A8 Knipperlicht rechts Controleer de werking van het systeem. MR-390-X90-000$912_nel.mif - 34
Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 3 Markeringslichten werken niet Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer de lampjes. Schakel de markeringslichten in en controleer of de staat ET257 "Informatie markeringslichten" "ACTIEF" is, als dit niet zo is, raadpleeg de betekenis van deze staat. Controleer de voedingszekering van de markeringslichten F18 (10A). Vervang dit indien nodig. Controleer de geleiding van de verbinding: Zekering markeringslichten (10A) Markeringslichten voor en achter Controleer de werking van het systeem. MR-390-X90-000$912_nel.mif - 35
Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 4 Lage snelheid ruitenwisser voor werkt niet Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de zekering van de ruitenwisser voor F01 (20A). Vervang de zekering indien nodig. Controleer de voeding + na contact van de schakelaar op aansl. B4. Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbindingen: Schakelaar aansl. A2 Aansl. 5 ruitenwissermotor voor Massa Aansl. 1 ruitenwissermotor voor Controleer de werking van de motor. Controleer of het mechanisme of de motor van de ruitenwisser niet mechanisch is geblokkeerd. Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$912_nel.mif - 36
Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 5 Hoge snelheid ruitenwisser voor werkt niet Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de zekering van de ruitenwisser voor F01 (20A). Vervang de zekering indien nodig. Controleer de voeding + na contact van de schakelaar op aansl. B4. Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbindingen: Schakelaar aansl. A3 Aansl. 4 ruitenwissermotor voor Massa Aansl. 1 ruitenwissermotor voor Controleer de werking van de motor. Controleer of het mechanisme of de motor van de ruitenwisser niet mechanisch is geblokkeerd. Voer opnieuw een diagnose van het systeem uit. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-000$912_nel.mif - 37
Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 6 Achterruitverwarming werkt niet Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer de zekering van de achterruitverwarming F18 (10A). Vervang de zekering indien nodig. Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbinding: Zekeringplaat, zekering achterruit (10A) Schakelaar achterruitverwarming Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbindingen: Schakelaar achterruitverwarming Achterruitverwarming Massa Achterruitverwarming Controleer de werking van het systeem. MR-390-X90-000$912_nel.mif - 38