Motor en randorganen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Motor en randorganen"

Transcriptie

1 Motor en randorganen INSPUITSYSTEEM SIM 32 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 13 Diagnose - Vervangen van organen - 17 Diagnose - Configuratie en inlezen - 19 Diagnose - Overzicht van de storingen - 22 Diagnose - Betekenis van de storingen - 26 Diagnose - Conformiteitscontrole - 88 Diagnose - Overzicht van de staten Diagnose - Betekenis van de staten Diagnose - Overzicht van de parameters Diagnose - Betekenis van de parameters Diagnose - Behandeling van de commando's Diagnose - Betekenis van de commando's Diagnose - Klachten Diagnose - Zoekschema's Edition néerlandaise "De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht". MR-390-X90-050$000_nelTOC.mif Renault s.a.s. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan Renault s.a.s. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van Renault s.a.s.

2 1 INSPUITSYSTEEM SIM 32 Diagnose - Inleiding 1. GELDIGHEID VAN HET DOCUMENT In dit document staat de diagnose die geldig is voor alle volgende rekeneenheden: Model(len): Clio II phase 2 en 3 HI-FLEX Logan HI-FLEX Betreffende functie: Benzine-inspuitsysteem Betreffende motor: D4D 752 HI-FLEX D4D 760 HI-FLEX Naam van de rekeneenheid: SIEMENS SIM ONMISBARE ELEMENTEN VOOR DE DIAGNOSE Type documentatie: Methodes van de diagnose (dit document): Ondersteunende diagnose (geïntegreerd in het diagnoseapparaat), Dialogys. Elektrische schema's: Visu-Schéma (cd-rom), papier. Type diagnoseapparaat: CLIP + sonde Type onmisbaar gereedschap: Onmisbaar speciaal gereedschap Multimeter Elé Universeel verlengblok 3. TER HERINNERING Werkwijze Voor het controleren van de rekeneenheden van de auto zet u het contact aan. SIM32_V08_PRELI MR-390-X90-050$055_nel.mif - 2

3 INSPUITSYSTEEM SIM 32 Diagnose - Inleiding Storingen De storingen worden aanwezig verklaard of staan in het geheugen (verschenen in een bepaalde context en sindsdien verdwenen of nog altijd aanwezig maar niet geconstateerd onder de huidige omstandigheden). De staat aanwezig of in het geheugen van de storingen moet bekeken worden bij het starten van het diagnoseapparaat na het aanzetten van + na contact (+ APC) (zonder de elementen van het systeem te bedienen). Een storing die aanwezig is, behandelt u zoals is aangegeven in het hoofdstuk Betekenis van de storingen. Bij een storing in het geheugen, noteert u de storingen die aangegeven zijn en volgt u de aanwijzingen van het deel Adviezen. Als de storing bevestigd is na het opvolgen van de adviezen, is de storing aanwezig. Behandel de storing. Als de storing niet bevestigd wordt, controleer: de elektrische lijnen die bij de storing horen, de stekkers van deze lijnen (oxydatie, verbogen pennetjes, enz.), de weerstand van het als defect aangegeven orgaan, de ligging en de staat van de draden (isolatie gesmolten of gescheurd, doorschuren). Conformiteitscontrole Bij de conformiteitscontrole worden de gegevens gecontroleerd die door het diagnoseapparaat niet als defect worden aangegeven als zij niet goed zijn. Hiermee kunt u: afwijkingen vinden welke verband houden met de klacht maar die niet als defect worden aangegeven, De werking van het systeem controleren om te voorkomen dat een storing na de reparatie snel weer terugkomt. In dit hoofdstuk vindt u een diagnose van de staten en de parameters, met de omstandigheden van de controle. Als een staat niet goed is of als een parameter buiten de tolerantie is, raadpleeg dan de met de overeenkomstige methode voor het storing zoeken. Klachten - Zoekschema's Als de controle met behulp van het diagnoseapparaat correct is, terwijl de klacht van de klant nog steeds aanwezig is, behandelt u het probleem uitgaande van de klacht. Een samenvatting van de globale werkwijze ziet u in het diagram op de volgende bladzijde. MR-390-X90-050$055_nel.mif - 3

4 INSPUITSYSTEEM SIM 32 Diagnose - Inleiding 4. WERKWIJZE BIJ HET STORING ZOEKEN Voer een voor-diagnose van het systeem uit Druk de diagnosekaart af van het systeem (van de CLIP en in het Werkplaatshandboek of Service Mededeling) Sluit de CLIP aan Communicatie met rekeneenheid? Nee Zie zoekschema n 1 Ja Lezen van de storingen Bestaan van storingen Nee Conformiteitscontrole Ja Behandeling van de aanwezige storingen De verschijnselen blijven Storing opgelost Behandeling van de storingen in het geheugen Ja Gebruik de zoekschema's De verschijnselen blijven Nee Storing opgelost De verschijnselen blijven Nee Storing opgelost Ja Ja Neem contact op met de techline met ingevulde diagnosekaart MR-390-X90-050$055_nel.mif - 4

5 INSPUITSYSTEEM SIM 32 Diagnose - Inleiding 4. WERKWIJZE BIJ HET STORING ZOEKEN (vervolg) Controle van de kabelbundels Moeilijkheden bij de diagnose Het aansluiten van de stekkers en/of het werken aan de kabelbundel kan, tijdelijk, de oorzaak van de storing wegnemen. De gemeten waarden van de spanningen, de weerstand en de isolatie zijn meestal correct, vooral als de storing niet aanwezig is op het moment van de analyse (storing in het geheugen). Controle op het oog Zoeken van beschadigingen, onder de motorkap en in het interieur. Voer een nauwgezette controle uit van de beschermingen, van de isolaties en van de correcte ligging van de kabelbundels. Zoek oxydatiesporen. Manuele controle Gebruik, tijdens de werkzaamheden aan de kabelbundels, het diagnoseapparaat op zo'n manier dat het een verandering aangeeft van de staat van de storingen van "in het geheugen" naar "aanwezig". Controleer of de stekkers correct zijn vergrendeld. Zet de stekkers lichtjes onder mechanische spanning. Verdraai de kabelbundel. Als er zich een verandering in de staat voordoet, probeer dan de oorzaak van het incident te lokaliseren. Onderzoek van elk element Maak de stekkers los en controleer het uiterlijk van de klemmetjes en van de pennetjes evenals het felsen (niet gefelst op de isolatie). Controleer of de klemmetjes en de pennetjes goed in de stekkerbehuizing vergrendeld zijn. Controleer of de klemmetjes of pennetjes tijdens het aansluiten niet worden teruggedrukt. Controleer de contactdruk van de klemmetjes met behulp van een pennetje van het juiste model. Controle van de weerstand Controleer de geleiding van de complete lijnen, daarna sectie voor sectie. Zoek een kortsluiting aan massa, aan + 12 V of met een andere draad. Als een storing is gedetecteerd, repareer of vervang dan de kabelbundel. MR-390-X90-050$055_nel.mif - 5

6 INSPUITSYSTEEM SIM 32 Diagnose - Inleiding 5. DIAGNOSEKAART LET OP! LET OP Bij alle incidenten van een complex systeem moet een complete diagnose worden uitgevoerd met het juiste gereedschap. Met de DIAGNOSEKAART, die tijdens de diagnose wordt ingevuld, krijgt en houdt u een overzicht van de uitgevoerde diagnose. Het is een essentieel element in de communicatie met de fabrikant. BIJ IEDERE DIAGNOSE MOET DAAROM EEN DIAGNOSEKAART WORDEN INGEVULD Er zal altijd naar deze kaart worden gevraagd: bij verzoeken om technische bijstand door de techline, bij het vragen om goedkeuring, voor het vervangen van onderdelen waarvoor goedkeuring nodig is, om bij te voegen bij onderdelen die "onder controle" staan en die retour gezonden moeten worden. Het is daarmee een voorwaarde voor het vergoeden van de garantie, en is een hulp bij het analyseren van de uitgebouwde onderdelen. 6. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Bij alle werkzaamheden moeten de veiligheidsvoorschriften worden nageleefd om materiële schade en lichamelijk letsel te voorkomen: controleer de laadtoestand van de accu om beschadiging van de rekeneenheden te voorkomen door een te geringe lading, gebruik geschikt gereedschap. MR-390-X90-050$055_nel.mif - 6

7 Diagnose - Werking van het systeem 1. WERKING VAN HET SYSTEEM Het inspuitsysteem is van het type Hi-Flex. De specificiteit van Hi-Flex auto's bestaat uit het vermogen te functioneren op een brandstof waarvan de samenstelling wisselt van benzine naar ethanol. Het systeem herkent het alcoholgehalte in de brandstof en past de werking van de motor daaraan aan. Hiervoor heeft de auto: een rekeneenheid van het inspuitsysteem van het merk SIEMENS, type SIM 32, een aanvullend systeem type Hi-Flex. Samenstelling Het inspuitsysteem bestaat uit: opname element gaspedaal, opname element vliegwiel, opname element atmosferische druk, opname element luchttemperatuur, opname element koelvloeistoftemperatuur, opname element aircodruk, voorste lambda sonde, remlichtschakelaar, benzinedampabsorptievat, rekeneenheid inspuitsysteem, gemotoriseerd smoorklephuis, 4 inspuitstukken, pingeldetector, Bobine. Het systeem Hi-Flex : Het systeem kan het alcoholpercentage van de benzine in het hoofdtank controleren. Met een hoog alcoholpercentage, bij een lage omgevingstemperatuur, kan de motor goed starten zonder toevoer van benzine (over het algemeen benzine met 24 % alcohol). Hiervoor bestaat het systeem Hi-Flex uit: wat betreft het materiaal: extra benzinepomp, extra reservoir (1 L), relais extra benzinepomp, elektroklep van extra benzinecircuit. wat betreft de sotware: herkenning van de Hi-Flex auto's, herkenning van de brandstof door bewaking van de menselafwijking, commando van het extra systeem voor het starten van de motor afhankelijk van het alcoholpercentage. MR-390-X90-050$110_nel.mif - 7

8 Diagnose - Werking van het systeem Rekeneenheid Rekeneenheid 112-polig merk SIEMENS type SIM 32 voor het aansturen van het inspuitsysteem en de ontsteking. Sequentieel werkend multipunt inspuitsysteem. Verbindingen met de andere rekeneenheden: Huis met hulporganen interieur (UCH) Instrumentenpaneel (TDB) Radionavigatie (afhankelijk uitrustingsniveau van de auto) Airbag ABS (afhankelijk uitrustingsniveau van de auto) Startvergrendeling De rekeneenheid SIM 32 beheert twee strategieën van de startvergrendeling: de startvergrendeling (verrou logiciel) 2 per draadverbinding, op auto's met conventionele bedrading (export), de startvergrendeling (verrou logiciel) 3, op auto's met multiplexbedrading (Europa). De startvergrendeling wordt beheerd door het huis met hulporganen interieur en de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Voordat de bestuurder de auto start, wisselen de rekeneenheid van het inspuitsysteem en het huis met hulporganen interieur CAN-frames van herkenning uit die toestemming geven voor het wel of niet starten van de motor. Als meer dan vijf pogingen van herkenning zonder resultaat achter elkaar zijn uitgevoerd, gaat de rekeneenheid van het inspuitsysteem over in de veiligheidstand (antiscan) en probeert niet meer de rekeneenheid huis met hulporganen interieur te herkennen. Hij verlaat deze stand pas als de volgende handelingen worden uitgevoerd: het contact blijft minstens 20 secondes aan, het einde van de zelfvoeding van de rekeneenheid van het inspuitsysteem gerespecteerd wordt (deze tijd is variabel afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof in de motor). Hierna is een enkele poging van herkenning toegestaan. Als het dan weer niet lukt, voert u opnieuw bovenstaande handelingen uit. In het geval dat de rekeneenheid van het inspuitsysteem nog steeds niet ontgrendeld wordt, moet u contact op nemen met de Technische Helpdesk. Botsing gedetecteerd Als een botsing in het geheugen staat in de rekeneenheid van het inspuitsysteem ( ET139 Botsing gedetecteerd ), zet dan het contact gedurende 10 secondes uit, en zet daarna het contact weer aan om de motor te kunnen starten. Wis de storingen met het commando RZ007 Storingsgeheugen. Brandstofaanvoer De brandstofaanvoer wordt verzorgd door de benzinepomp. Deze wordt bij ieder aanzetten van het contact gevoed voor de duur van een seconde, zodat er een zekere druk in het circuit heerst om correct te kunnen starten, met name na een lange stilstand van de auto. Bij draaiende motor wordt het benzinepomprelais altijd aangestuurd. Inspuitsysteem De inspuitstukken worden op verschillende manieren aangestuurd. Het starten gebeurt in semi-fullgroup (inspuitstukken 1 en 4, daarna inspuitstukken 2 en 3 tegelijk), voor een correcte start, daarna vindt sequentiële aansturing plaats, in fase of niet. In zeldzame gevallen start de motor uit fase. In dat geval, na de overgang op sequentiële inspuiting en zolang cilinder 1 nog niet is herkend, zijn de inspuitstukken twee cilinders verzet: de inspuitvolgorde is dan , terwijl normaal is. De inspuitduur wordt permanent berekend en kan nul zijn, bij afremmen op de motor of bij overtoeren bijvoorbeeld. MR-390-X90-050$110_nel.mif - 8

9 Diagnose - Werking van het systeem Fasering van de motor Op de auto's zonder opname element nokkenas, gebeurt de fasering van de motor softwarematig: een eerste zogenaamde Memofasering wordt gebruikt om de controle van de motor bij het starten te faseren naargelang de bij het voorafgaande stilzetten opgeslagen gegevens. Wacht tot het einde van de powerlatch (opslaan van de gegevens in de rekeneenheid = 30 s) voordat de rekeneenheid wordt losgemaakt. Daarna bevestigt een tweede strategie de eerdere beslissing. Deze is gebaseerd op de analyse van het koppel. Luchtaanvoer De stationair toerental regelaar voert alle berekeningen uit voor het aansturen van de gemotoriseerde smoorklep. Als aan de voorwaarden voor de stationair toerental regeling is voldaan, zet de stationair toerental regelaar de gemotoriseerde smoorklep voortdurend in de juiste stand om het toerental van de motor op het berekende stationair toerental te houden. Stationair toerental Het berekende stationair toerental is afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur, de antiluchtverontreinigingsstrategieën, de behoefte van de airconditioning, de actie op de stuurbekrachtiging, de RCH, de olietemperatuur (bescherming motor), het elektrisch evenwicht (het toerental wordt met maximum 160 tr/min verhoogd als de accuspanning lager dan 12,7 V blijft). Ontsteking De vervroeging wordt berekend voor iedere cilinder, deze ligt tussen - 23 en + 72 (krukas), en omvat de eventuele correcties vanwege pingelen. De pingelcorrectie is de maximale vervroeging die wordt afgetrokken van de vervroeging van een van de cilinders. Als geen enkele cilinder pingelt, is deze correctie nul. Mengsel Voor een optimale werking van de katalysator, zorgt de mengselregeling die door de voorste lambda sonde wordt aangestuurd rond de waarde 1. De voorste lambda sonde levert een spanning naargelang het gemiddelde mengselbeeld van de motor: de spanning naar de rekeneenheid geeft arm-rijk informatie. Om de voorste lambda sonde snel operationeel te laten zijn, wordt deze verwarmd. De verwarming werkt alleen bij draaiende motor. Hij wordt uitgeschakeld boven 140 km/u of als de motor belast wordt. Extra benzinepomp: De extra benzinepomp heeft als rol om benzine in te spuiten, afkomstig uit een extra reservoir (ongeveer 1 L) met benzine met een laag alcoholpercentage (E 24 %), naast de ingespoten benzine van het hoofdreservoir (E 0 % E 100 %). De extra benzinepomp werkt alleen gedurende de startfase bij koude motor afhankelijk van de parameters van de samenstelling van de benzine in het hoofdreservoir en van de temperatuur van de koelvloeistof in de motor. Koppelbeheer De koppelstructuur is het systeem waarmee het motorkoppel beheerst kan worden. Dit is nodig bij bepaalde omstandigheden van de motor of de auto. Centrale koelvloeistoftemperatuurregeling De koeling van de motor gebeurt met 1 of 2 ventilateurmotoren (naargelang de uitrusting van de auto). Voor de koeling bij draaiende motor, wordt GMV1 aangestuurd als de koelvloeistoftemperatuur hoger is dan 99 C en wordt weer uitgeschakeld zodra de temperatuur lager is dan 96 C. MR-390-X90-050$110_nel.mif - 9

10 Diagnose - Werking van het systeem De GM wordt aangestuurd als de koelvloeistoftemperatuur hoger is dan 102 C en wordt weer uitgeschakeld zodra de temperatuur lager is dan 99 C. Bij stilstaande motor kan alleen GMV1 wordt geactiveerd voor het antidampbelsysteem (zeer warme stilstaande motor). Het antidampbelsysteem is actief met contact uit gedurende een bepaalde tijd. In deze periode wordt de GMV1 aangestuurd als de koelvloeistoftemperatuur hoger is dan 100 C en wordt weer uitgeschakeld zodra de temperatuur lager is dan 95 C. Als een storing in het circuit van het opname element koelvloeistoftemperatuur is gedetecteerd, dan wordt GMV1 permanent aangestuurd. Als de temperatuur van de koelvloeistof in de motor boven de waarschuwingsdrempel van 118 C is, stuurt de rekeneenheid van het inspuitsysteem direct aan of verzoekt het branden van het waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur via het multiplexnetwerk bij de rekeneenheid van het instrumentenpaneel tot de koelvloeistoftemperatuur weer lager is dan 115 C. Behalve de behoefte van de motor, centraliseert de rekeneenheid van het inspuitsysteem de behoefte aan koeling voor de functies airconditioning. FUNCTIE AIRCONDITIONING De rekeneenheid SIM32 beheert een airconditioning type Koude kringloop : verzoek airconditioning via logische verbinding, inlezen van de druk in het airconditioningscircuit, rijsnelheid, commando van de aircocompressor, commando van de ventilateurmotor als dit nodig is voor deze functie. De rekeneenheid van het inspuitsysteem reconstrueert het door de aircocompressor opgenomen vermogen en de verzoeken voor het verhoogd stationair toerental met behulp van de druk die het ziet in het aircocircuit. Deze informatie is nodig voor het aanpassen van de motorregeling (verhoging van het stationair toerental, correctie van de luchtdoorstroming:..), voor een aantal redenen: effectiviteit van de aircocompressor, meer robuustheid van de motor bij de stoten in het koppel door het koppelen/ontkoppelen van de compressor, de dynamo helpen. De verzoeken GMV1 en/of GM worden gereconstrueerd naargelang de druk in het aircocircuit en de rijsnelheid. Samengevat, de GMV wordt meer gevraagd naarmate de auto langzamer rijdt en de druk hoog is. OBD De OBD-strategieën zijn de volgende: de diagnose van de katalysator, de diagnose van werking van de voorste sonde, de diagnose van de ontstekingsuitval, de diagnose van het systeem van de benzineaanvoer. De diagnoses van de ontstekingsuitval en van het systeem van de benzineaanvoer gebeuren continu. De diagnoses van de werking van de voorste sonde en van de katalysator worden maar één keer per rit en nooit gelijktijdig uitgevoerd. Het EOBD-storingsbeheerprogramma is geen vervanging voor, en verandert niet, het traditionele storingsbeheerprogramma. Het is een aanvulling om te beantwoorden aan de EOBD-norm. De behoeften zijn: de OBD-storingen in het geheugen opslaan, het OBD-lampje laten branden bij alle storingen die leiden tot een overschrijding van de EOBD-emissiedrempels, het OBD-lampje laten knipperen bij alle storingen van onstekingsuitval die schakelijk zijn voor de katalysator. MR-390-X90-050$110_nel.mif - 10

11 Diagnose - Werking van het systeem 2. BEVEILIGING VAN DE WERKING Oplichten van waarschuwingslampjes Het SIM 32 inspuitsysteem beheert de werking van drie waarschuwingslampjes afhankelijk van de prioriteit van de storingen, om de klant te waarschuwen en de diagnose te vergemakkelijken. Deze lampjes branden tijdens de startfase, bij een storing aan het inspuitsysteem of als te motor te warm is. Werkingsprincipe van de lampjes Bij het aanzetten van het contact, brandt het OBD -lampje (On Board Diagnostic) ongeveer 3 s en gaat daarna uit. Bij een storing van het inspuitsysteem (prioriteit 1), brandt het waarschuwingslampje SERVICE. De prestaties zijn minder en net niveau van de beveiliging is beperkt. De gebruiker moet het systeem zo snel mogelijk laten herstellen. Betreffende elementen: gemotoriseerd smoorklephuis, opname element gaspedaal, opname element inlaatdruk, rekeneenheid, voeding van de actuators, voeding van de rekeneenheid. Bij een ernstige storing van het inspuitsysteem (prioriteit 2), waarschuwt het rode symbool van de motor gevolgd door het branden van het waarschuwingslampje STOP voor een veiligheidsprobleem in de werking van het inspuitsysteem. In dit geval moet de motor direct stilgezet worden. Bij een storing waardoor de uitlaatgassen te veel luchtverontreiniging produceren, brandt het oranje OBD-lampje met een motorsymbool: knipperend bij een storing waardoor schade kan ontstaan aan de katalysator (schadelijke ontstekingsuitval). In dit geval moet de motor direct stilgezet worden. vast als er te veel schadelijke uitlaatgassen zijn (vervuilende ontstekingsuitval, storing van de katalysator, storing van de lambda sonde, storing van het benzineaanvoercircuit, geen samenhang tussen de lambda sondes en storing van het dampabsorptievat). Teller afgelegde kilometers met storing Met de parameter PR204 KM-teller waarschuwingslampje brandt, kan de afgelegde afstand gezien worden waarbij een waarschuwingslampje van het inspuitsysteem brandt: waarschuwingslampje prioriteit 1 (oranje) en 2 (rood). Met de parameter PR181 KM-teller waarschuwingslampje OBD brandt kan de afgelegde afstand gezien worden waarbij het OBD-lampje brandt. Deze teller wordt teruggezet op 0 met behulp van het diagnoseapparaat door het commando RZ007 Storingsgeheugen. MR-390-X90-050$110_nel.mif - 11

12 Diagnose - Werking van het systeem Noodprogramma's: Gemotoriseerd smoorklephuis In het noodprogramma kan het gemotoriseerd smoorklephuis 6 verschillende staten aannemen. ET055 Noodprogramma type 1 Deze staat omvat de storingen die het aansturen van de smoorklep onmogelijk maken. De smoorklep wordt niet langer aangestuurd: de smoorklep staat in de noodstand. Via het pedaal kan het koppel worden veranderd door het uitschakelen van cilinders en vervroeging om de auto nog enigszins te kunnen gebruiken.' De systemen ESP, snelheidsregelaar/begrenzer en de automatische transmissie of robotversnellingsbak zijn gedeactiveerd. Dit type is altijd vergezeld van het noodprogramma type 2. ET056 Noodprogramma type 2 Deze staat omvat de storingen waardoor het systeem de controle over de regeling van de luchtdoorstroming kwijt is. Het noodprogramma begrenst het toerental door inspuitonderbreking (toerental van de motor begrensd op 2400 tr/min bij stationair draaien en 3500 tr/min in de andere versnellingen. ET057 Noodprogramma type 3 Deze staat omvat de storingen waardoor het systeem de informatie van het gaspedaal kwijt is, maar controleert nog wel de regeling van de luchtdoorstroming (bekrachtiging van de gemotoriseerde smoorklep is operationeel). Het noodprogramma is gekoppeld aan een reconstructie van de berekende pedaalstand (berekende pedaalstand constant afhankelijk van de versnelling). De snelheid kan worden geregeld door in een andere versnelling te schakelen. Snelheidsindicaties op vlakke weg: 20 km/u max in 1 e 35 km/u max in 2 e 45 km/u max in 3 e 65 km/u max in 4 e Lager dan 90 km/u in 5 e en 6 e ET058 Noodprogramma type 4 Deze staat omvat de storingen van het bewakingssysteem van de gemotoriseerde smoorklep en van het pedaal, of voor de storingen waarbij er een veilige oplossing is voor het systeem. Het noodprogramma beperkt de opening van de smoorklep naargelang het toerental van de motor. Dit vertaalt zich door een beperking van de snelheid tot minder dan 90 km/u in de 5 e versnelling en het gevoel van een slap gaspedaal. ET059 Noodprogramma type 5 Deze staat omvat de storingen die invloed hebben op de druk en de controle van de smoorklep door de koppelstructuur. Hierdoor komt het pedaalkopie programma in werking in plaats van de permanente koppelstructuur. MR-390-X90-050$110_nel.mif - 12

13 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid STEKKER A, 32-POLIG Aansl. Omschrijving A1 Niet gebruikt A2 Niet gebruikt A3 Multiplexverbinding CAN L1 (interieur) A4 Multiplexverbinding CAN H1 (interieur) B1 Commando aircocompressor B2 Signaal opname element vliegwiel B3 Startvergrendeling B4 Diagnosesignaal lijn K C1 Niet gebruikt C2 Niet gebruikt C3 Niet gebruikt C4 Koppelingscontact D1 + ACCU na contact: VBC D2 Niet gebruikt D3 Niet gebruikt D4 Niet gebruikt E1 Niet gebruikt E2 Signaal airconditioning in koude kringloop E3 Remlichtschakelaar sluitcontact E4 Remlichtschakelaar openingscontact F1 Niet gebruikt F2 Voeding 5 V opname element pedaal 2 F3 Signaal opname element pedaal 2 F4 Massa opname element pedaal 2 G1 Niet gebruikt G2 Voeding 5 V opname element pedaal 1 G3 Niet gebruikt G4 Massa vermogen 1 H1 Massa vermogen 3 H2 Signaal opname element pedaal 1 H3 Massa opname element gaspedaal 1 H4 Massa vermogen 2 MR-390-X90-050$165_nel.mif - 13

14 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid STEKKER B, 48-POLIG Aansl. Omschrijving A1 Commando waarschuwingslampje prioriteit 2 A2 Niet gebruikt A3 Niet gebruikt A4 Niet gebruikt B1 Commando waarschuwingslampje prioriteit 1 B2 Niet gebruikt B3 Niet gebruikt B4 Massa opname element (reserve) C1 Commando elektroklep extra brandstoftank C2 Niet gebruikt C3 Niet gebruikt C4 Niet gebruikt D1 Commando relais ventilateurmotor 1 D2 Niet gebruikt D3 Niet gebruikt D4 Voeding druk koudemiddel E1 Commando relais pomp en bobines E2 Niet gebruikt E3 Signaal opname element aircodruk E4 Massa druk koudemiddel F1 Commando relais ventilateurmotor 2 F2 Niet gebruikt F3 Niet gebruikt F4 Massa opname element (reserve) G1 Commando relais power latch G2 Niet gebruikt G3 Niet gebruikt G4 Voeding opname element (reserve) MR-390-X90-050$165_nel.mif - 14

15 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid STEKKER B, 48-POLIG (VERVOLG) Aansl. H1 Signaal opname element vliegwiel H2 Niet gebruikt H3 Rijsnelheid H4 Signaal drukcontact stuurbekrachtiging J1 + VOOR CONTACT Direct: VBD J2 Niet gebruikt J3 Niet gebruikt J4 Niet gebruikt K1 Commando relais extra brandstofpomp K2 Niet gebruikt K3 Multiplexsysteem CAN H2 (motor) K4 Multiplexsysteem CAN L2 (motor) L1 Niet gebruikt L2 Commando koelvloeistofthermostaat L3 Niet gebruikt L4 Massa vermogen 4 M1 Niet gebruikt M2 Commando waarschuwingslampje OBD M3 Commando elektroklep dampafzuiging M4 Massa vermogen 5 Omschrijving MR-390-X90-050$165_nel.mif - 15

16 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid STEKKER C, 32-POLIG Aansl. Omschrijving A1 Massa opname element inlaatdruk A2 Voeding opname element inlaatdruk A3 Signaal opname element inlaatdruk A4 Signaal + opname element vliegwiel B1 Voeding 5 V standen gemotoriseerde smoorklep B2 Ingang stand 1 van de gemotoriseerde smoorklep B3 Massa signaal voorste lambda sonde B4 Signaal - opname element vliegwiel C1 Massa van de opname elementen stand smoorklep motor C2 Ingang stand 2 van de gemotoriseerde smoorklep C3 Ingang signaal voorste lambda sonde C4 Signaal pingeldetector D1 Signaal opname element koelvloeistoftemperatuur D2 Signaal opname element luchttemperatuur D3 Afscherming pingeldetector D4 Massa pingeldetector E1 Massa opname element koelvloeistoftemperatuur E2 Massa opname element luchttemperatuur E3 Commando inspuitstuk 4 E4 Commando inspuitstuk 2 F1 Niet gebruikt F2 Niet gebruikt F3 Commando inspuitstuk 1 F4 Commando inspuitstuk 3 G1 + accu na relais G2 Uitgang verwarming voorste lambda sonde G3 Uitgang (+) Commando motor smoorklep G4 Commando bobine cilinders 1 en 4 H1 Massa vermogen 6 H2 Niet gebruikt H3 Uitgang (-) Commando motor smoorklep H4 Commando bobine cilinders 2 en 3 MR-390-X90-050$165_nel.mif - 16

17 INSPUITSYSTEEM SIM 32 Diagnose - Vervangen van organen 1. VERVANGEN, PROGRAMMEREN, OF HERPROGRAMMEREN VAN DE REKENEENHEID Het systeem kan worden ge(her)programmeerd via de diagnoseaansluiting met behulp van het diagnoseapparaat RENAULT CLIP (zie SM 3585A of volg de instructies van het diagnoseapparaat). LET OP Sluit de spanning (voeding vanuit het lichtnet of de aansteker) aan op het diagnoseapparaat. Sluit een acculader aan (tijdens het (her)programmeren van de rekeneenheid worden de ventilateurmotors automatisch ingeschakeld). Houd u aan de door het diagnoseapparaat voorgeschreven motortemperaturen voor het (her)programmeren. Na het programmeren, herprogrammeren of vervangen van de rekeneenheid: Zet het contact uit. Start de motor en zet deze weer stil (voor het initialiseren van de rekeneenheid) en wacht 30 secondes. Zet het contact weer aan en gebruik het diagnoseapparaat voor de volgende stappen: Gebruik het commando VP001 "Schrijven van het VIN". Na het (her)programmeren van de inspuiting, kunnen storingen verschijnen in het geheugen van andere rekeneenheden. Wis het geheugen van deze rekeneenheden. Geef het commando RZ008 "Herinitialisatie van de inlezingen". Lees de tandschijf van het vliegwiel en de smoorklepaanslagen in. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. 2. VERVANGEN OF UITBOUWEN VAN HET OPNAME-ELEMENT VLIEGWIEL Na het vervangen of uitbouwen-inbouwen van het opname-element vliegwiel, moet u de tandschijf van het vliegwiel inlezen (zie Configuratie en inlezen). LET OP De rekeneenheid van de inspuiting behoudt levenslang zijn startvergrendelingscode. Het systeem heeft geen noodcode. Het is daarom verboden tests uit te voeren met een uit een andere auto of uit het magazijn geleende rekeneenheid. Deze rekeneenheden zijn voor altijd gecodeerd. 3. VERVANGEN VAN HET GEMOTORISEERD SMOORKLEPHUIS Na het vervangen van het smoorklephuis, moet u de smoorklepaanslagen inlezen (zie Configuratie en inlezen). LET OP Rijd nooit met een auto zonder de smoorklepaanslagen ingelezen te hebben. MR-390-X90-050$220_nel.mif - 17

18 INSPUITSYSTEEM SIM 32 Diagnose - Vervangen van organen 4. VERVANGEN VAN EEN RESERVOIR Bij het vervangen van een reservoir (hoofd of extra), controleer het type benzine en het alcoholpercentage ervan. Voer, na het vervangen van het reservoir, de inlezingen "Configuratie Hi-Flex" en "Alcoholpercentage" uit (zie Configuratie en inlezen). LET OP Controleer van te voren de benzine in het te vervangen reservoir want de auto kan startproblemen en ontstekingsuitval krijgen. MR-390-X90-050$220_nel.mif - 18

19 Diagnose - Configuratie en inlezen 1. CONFIGURATIE Configuratie van de rekeneenheid door automatische detectie De rekeneenheid configureert zich automatisch overeenkomstig de aanwezige opname elementen en opties. LC019 Voorste lambda sonde Met Zonder LC059 Verbinding airconditioning Inspuitsysteem Multiplex Draad Zonder LC090 Type verbinding rijsnelheid Multiplex Draad LC100 Airconditioning Met Zonder MR-390-X90-050$275_nel.mif - 19

20 Diagnose - Configuratie en inlezen 2. INLEZEN Inlezen tandschijf vliegwiel Uit te voeren na het vervangen of uitbouwen van het opname element vliegwiel, het herprogrammeren van de rekeneenheid of na het commando RZ008 Herinitialisatie van de inlezingen. De temperatuur van de koelvloeistof moet hoger zijn dan 35 C. Voer een eerste afremming op de motor met inspuitonderbreking uit (dat wil zeggen gas-, koppelings- en rempedalen niet ingedrukt) tussen 3500 en 3000 tr/min, in een versnelling hoger dan de 2e gedurende ten minste 5 s. Voer een tweede afremming op de motor met inspuitonderbreking uit (dat wil zeggen gas-, koppelings- en rempedalen niet ingedrukt) tussen 2400 en 2000 tr/min, in een versnelling hoger dan de 2e gedurende ten minste 5 s. Controle van het inlezen: ET231 Inlezen tandschijf is Uitgevoerd. Inlezen van de smoorklepaanslagen Uit te voeren na het vervangen of uitbouwen van het gemotoriseerd smoorklephuis, het herprogrammeren van de rekeneenheid of na het commando RZ008 Herinitialisatie van de inlezingen. Contact aan, wacht 30 s zodat de rekeneenheid de aanslagen kan inlezen, zet daarna het contact uit en wacht 30 s tot het einde van de Power Lacht zodat de rekeneenheid de ingelezen onderste en bovenste aanslagen in het geheugen kan opslaan. Controle van het inlezen: ET111 Inlezen smoorklepaanslagen is Uitgevoerd. Inlezen van de configuratie Hi-Flex Een nieuwe rekeneenheid is geconfigueerd als NIET Hi-Flex. Zet het contact aan, zonder de motor te starten: het inlezen van de configuratie Hi-flex gebeurt automatisch door het detecteren van de elektroklep en de extra pomp. Als het inlezen niet uitgevoerd is, is het starten mogelijk maar het wegrijden met de auto is verboden. Controleer het inlezen met behulp van de staat ET387 Configuratie Hi-flex. Omstandigheden voor het inlezen van de adaptieve correcties van de motor: accuspanning hoger dan 10 V voor de extra benzinepomp, accuspanning hoger dan 6 V voor de elektroklep van de extra benzinepomp. Belangrijke opmerking Bij het aanzetten van het contact, voert de rekeneenheid de detectie uit van het relais en niet van de extra pomp. De Hi-Flex detectie garandeert niet dat de pomp aangesloten en operationeel is. MR-390-X90-050$275_nel.mif - 20

21 Diagnose - Configuratie en inlezen Inlezen van het alchoholpercentage De herkenning van de brandstof wordt uitgevoerd door het bewaken van de afwijking van de mengselcontroleur. Dit is dus niet mogelik als de mengselregelkring gesloten is (ET037 Mengselregeling en ET027 Dubbele mengselregelkring ACTIEF ). Inleesprocedure: start de motor, laat de koelvloeistoftemperatuur 75 C worden, controleer dit met behulp van de parameter PR002 Koelvloeistoftemperatuur, houd de motor op 1500 tr/min gedurende minstens 5 min, controleer of het inlezen is uitgevoerd met behulp van de staat ET383 Inlezen alcoholpercentage en de parameter PR284 correctie inspuitduur, (deze parameter geeft de correctiefactor van de inspuitduur naargelang het gemeten alcoholpercentage in de tank), de ingelezen waarde wordt opgeslagen bij het uitzetten van het contact. Opmerking Zolang de rekeneenheid van het inspuitsysteem de samentelling van de brandstof niet herkend heeft, is de werking beperkt. MR-390-X90-050$275_nel.mif - 21

22 Diagnose - Overzicht van de storingen Storing Code Bijbehorende DTC Omschrijving in diagnoseapparaat Waarschuwingslampje prioriteit 1 Waarschuwingslampje prioriteit 2 Waarschuwingslampje OBD DF DF Circuit opname element luchttemperatuur Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur 1.DEF 1.DEF DF Circuit pingeldetector DF DF DF DF Commandocircuit benzinepomprelais Commandocircuit actuatorrelais Circuit ventilateurmotor lage snelheid Circuit waarschuwingslampje CC.1 met contact uit/ CC.0 brandt permanent DF DF Circuit elektroklep dampafzuiging Circuit verwarming voorste lambda sonde CO/CC.1 CO/CC.0/CC.1 DF Startvergrendeling DF Rekeneenheid DF DF Circuit opname element vliegwiel Circuit ventilateurmotor hoge snelheid MR-390-X90-050$330_nel.mif - 22

23 Diagnose - Overzicht van de storingen Storing Code Bijbehorende DTC Omschrijving in diagnoseapparaat Waarschuwingslampje prioriteit 1 Waarschuwingslampje prioriteit 2 Waarschuwingslampje OBD DF Circuit opname element spruitstukdruk 1.DEF/2.DEF 1.DEF/2.DEF DF Circuit inspuitstuk cilinder 1 CO/CC.0/CC.1 DF Circuit inspuitstuk cilinder 2 CO/CC.0/CC.1 DF Circuit inspuitstuk cilinder 3 CO/CC.0/CC.1 DF Circuit inspuitstuk cilinder 4 CO/CC.0/CC.1 DF Circuit voorste lambda sonde CO/CC.0/ CC.1/1.DEF DF Circuit bobine 1-4 CC.0/CC.1 DF Circuit bobine 2-3 CC.0/CC.1 DF Informatie snelheid DF Ontstekingsuitval minimum brandstofpeil 1.DEF/2.DEF DF Informatie remmen DF DF Voedingsspanning n 1 van de opname elementen Voedingsspanning n 2 van de opname elementen 1.DEF 1.DEF DF Storing werking katalysator 1.DEF MR-390-X90-050$330_nel.mif - 23

24 Diagnose - Overzicht van de storingen Storing Code Bijbehorende DTC Omschrijving in diagnoseapparaat Waarschuwingslampje prioriteit 1 Waarschuwingslampje prioriteit 2 Waarschuwingslampje OBD DF DF DF DF DF DF Ontstekingsuitval op cilinder 1 Ontstekingsuitval op cilinder 2 Ontstekingsuitval op cilinder 3 Ontstekingsuitval op cilinder 4 Storing werking brandstofcircuit Circuit opname element aircodruk 1.DEF/2.DEF 1.DEF/2.DEF 1.DEF/2.DEF 1.DEF/2.DEF DF DF DF DF DF Circuit waarschuwingslampje OBD Circuit smoorklepweerstand baan 1 Circuit smoorklepweerstand baan 2 Circuit opname element gaspedaal baan 1 Circuit opname element gaspedaal baan 2 CC.1 met contact uit/ CC.0 brandt permanent CO/CC.0/ CC.1/1.DEF/ 2.DEF CO/CC.0/CC.1 CC.0/CC.1/ 1.DEF/2.DEF CC.0/CC.1 DF Accuspanning MR-390-X90-050$330_nel.mif - 24

25 Diagnose - Overzicht van de storingen Storing Code Bijbehorende DTC Omschrijving in diagnoseapparaat Waarschuwingslampje prioriteit 1 Waarschuwingslampje prioriteit 2 Waarschuwingslampje OBD DF DF Detectie ontstekingsuitval Informatie minimum brandstofpeil 1.DEF/2.DEF DF Tandschijf vliegwiel 1.DEF DF DF Relais extra benzinepompcircuit Elektroklep extra benzinecircuit CO/CC.0/CC.1 DF DF DF Bekrachtiging smoorklephuis Commando aircocompressor Stuursignaal smoorklep 2.DEF/3.DEF/ 4.DEF/6.DEF CC.0/CC.1 DF Circuit waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur CC.1 met contact uit/ CC.0 brandt permanent DF344 C155 Verbinding inspuitsysteem Instrumentenpaneel Brandt niet 3 s bij het aanzetten van het contact MR-390-X90-050$330_nel.mif - 25

26 Diagnose - Betekenis van de storingen DF003 AANWEZIG CIRCUIT OPNAME ELEMENT LUCHTTEMPERATUUR 1.DEF: onderbreking of kortsluiting Bijzonderheden: Raadpleeg de parameter PR003 Luchttemperatuur : Als het gereedschap 120 C toont, is er een kortsluiting aan 12 V of een onderbreking. Als het gereedschap toont - 40 C, is er een kortsluiting aan massa. Het OBD-lampje brandt. Controleer de reinheid en de staat van het opname element luchttemperatuur en van de stekker ervan. Meet de weerstand van het opname element luchttemperatuur tussen aansl. 1 en 2: bij 10 C 9500 Ω ± 950 Ω bij 25 C 2050 Ω ± 125 Ω Als de waarden niet goed zijn, vervang het opname luchttemperatuur. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid aansl. E2, stekker C Rekeneenheid aansl. D2, stekker C Aansl. 2 van het opname element luchttemperatuur Aansl. 1 van het opname element luchttemperatuur Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF003 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 26

27 Diagnose - Betekenis van de storingen DF004 AANWEZIG CIRCUIT OPNAME ELEMENT KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR 1.DEF: onderbreking of kortsluiting Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is, brandt het lampje OBD en de GMV lage snelheid is permanent ingeschakeld. Raadpleeg de parameter PR002 Koelvloeistoftemperatuur: Als het gereedschap 120 C toont, is er een kortsluiting aan 12 V of een onderbreking. Als het gereedschap toont - 40 C, is er een kortsluiting aan massa. Controleer de reinheid en de staat van het opname element koelvloeistoftemperatuur en van de stekker ervan. Meet de weerstand van het opname element koelvloeistoftemperatuur tussen aansl. 1 en 2: Bij - 10 C: Ω ± 1000 Ω Bij 25 C: 2250 Ω ± 110 Ω Als de waarden niet goed zijn, vervang het opname koelvloeistoftemperatuur. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid aansl. E1, stekker C Rekeneenheid aansl. D1, stekker C Aansl. B1 van het opname element koelvloeistoftemperatuur Aansl. B2 van het opname element koelvloeistoftemperatuur Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF004 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 27

28 Diagnose - Betekenis van de storingen DF006 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT PINGELDETECTOR 1.DEF: onderbreking of kortsluiting Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard met draaiende motor met een temperatuur van de koelvloeistof hoger dan 75 C en een toerental van de motor hoger dan 1500 tr/min. Bijzonderheden: De bedrading tussen de rekeneenheid van het inspuitsysteem en de pingeldetector is afgeschermd, daardoor is een kortsluiting aan + 12 V onwaarschijnlijk. Controleer de reinheid en de staat van de pingeldetector en van de stekker ervan. Controleer het aantrekkoppel van de pingeldetector (20 N.m). Meet de weerstand van de isolatie van de pingeldetector tussen aansl. 1 en 2. Als de waarde niet hoger dan 20 MΩ is, vervang de pingeldetector. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid aansl. C4, stekker C Rekeneenheid aansl. D4, stekker C Aansl. 2 van de pingeldetector Aansl. 1 van de pingeldetector Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF006 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 28

29 Diagnose - Betekenis van de storingen DF008 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT STUURSIGNAAL BENZINEPOMPRELAIS CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard met draaiende motor of tijdens het commando AC010 Benzinepomprelais. Bijzonderheden: CO/CC.1: De effecten zijn dezelfde als van een lege benzinetank. De auto slaat af en herstart niet meer. Er is geen ontsteking. CC.0: Er is brandgevaar bij een ongeval met benzinelekkage. CO kortstondig: Gevaar van kortstondige onderbreking van de ontsteking en gevaar van het vervangen van de accu, gevaar van ontstekingsuitval. Controleer de voeding + 12 V Na contact op aansl. B1 van het benzinepomprelais. controleer de zekering F5 15A van de vermogensvoeding van dit relais, op de vermogensvoedingsplaat. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid aansl. E1, stekker B Plaat van het benzinepomprelais, aansl. B2 Bij draaiende startmotor of tijdens het commando AC010 Benzinepomprelais, controleer de massa op aansl. J2 van het benzinepomprelais. Als bij draaiende startmotor, de rekeneenheid het benzinepomprelais niet met een massa aanstuurt op aansl. J2, neem contact op met de technische helpdesk. Als de storing aanhoudt, vervang het benzinepomprelais. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF008 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 29

30 Diagnose - Betekenis van de storingen DF009 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT STUURSIGNAAL ACTUATORRELAIS CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Bijzonderheden: Dit relais voedt de volgende actuators: de inspuitstukken, het commando van de smoorklep, de verwarmingen van de lambda sondes, het dampabsorptievat, de aansluiting G1 van stekker C van de rekeneenheid van het inspuitsysteem en de relais van de GMV 1 en 2. CO/CC.1: Geen voeding van de actuators: identieke effecten als bij een lege tank, de auto slaat af en herstart niet meer. CC.0: De actuators worden permanent gevoed: groot stroomverbruik bij stilstaande motor. CO af en toe: Af en toe onderbreking van het relais: stoten tijdens het rijden. Controleer de voeding + 12 V voor contact op aansl. J1 van het actuatorrelais. controleer de zekering F1 30A van de vermogensvoeding van dit relais, op de vermogensvoedingsplaat. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid aansl. G1, stekker B Plaat van het actuatorrelais, aansl. J2 Controleer, met contact aan, de massa op aansl. J2 van het actuatorrelais. Als met contact aan, de rekeneenheid het actuatorrelais niet met een massa aanstuurt op aansl. J2, neem contact op met de technische helpdesk. Als de storing aanhoudt, vervang het actuatorrelais. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF009 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 30

31 Diagnose - Betekenis van de storingen DF010 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VENTILATEURMOTOR LAGE SNELHEID CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF009 Commandocircuit actuatorrelais en DF157 Accuspanning als die aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard met contact aan of tijdens het commando AC271 Ventilateurmotor lage snelheid. Bijzonderheden: CO/CC.1: Geen werking van de GMV1. CC.0: Permanente werking van de GMV1. Controleer de voeding + 12 V na contact op aansl. E1 van het relais ventilateurmotor lage snelheid Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, controleer de zekering 30 A, op de vermogensvoedingsplaat, en de geleiding tussen de zekering en aansl. J3 van de plaat van het actuatorrelais, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Aansl. J5 van de houder van het actuatorrelais (Relais J van de zekeringen-/relaisplaat in de motorruimte) Aansl. E1 van de houder van het relais GMV lage snelheid (Relais E van de zekeringen-/relaisplaat in de motorruimte) Maak de stekker los van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. D1 Aansl. E2 van de houder van het relais GMV lage snelheid Controleer de massa op aansl. E2 van de houder van het relais GMV lage snelheid tijdens het commando AC271 Relais GMV lage snelheid. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF010 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 31

32 Diagnose - Betekenis van de storingen DF011 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT WAARSCHUWINGSLAMPJE CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Bijzonderheden: CC.1: Gevaar van noodprogramma zonder signalering en niet branden gedurende 3 s bij het contact aanzetten, het lampje brandt permanent met contact uit. CO: Gevaar van noodprogramma zonder signalering en niet branden gedurende 3 s bij het contact aanzetten, het lampje is permanent uit. CC.0: Het lampje brandt permanent behalve met contact uit. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van het lampje. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van stekker B van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B aansl. B1 Waarschuwingslampje prioriteit 1 (zie het nummer van de aansluiting van de stekker in het elektrisch schema van het instrumentenpaneel) Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF011 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 32

33 Diagnose - Betekenis van de storingen DF014 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT ELEKTROKLEP DAMPAFZUIGING CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF009 Commandocircuit actuatorrelais en DF157 Accuspanning als die aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard met draaiende motor of tijdens het commando AC016 Elektroklep dampafzuiging. Bijzonderheden: CO/CC.1: De klep blijft gesloten geblokkeerd: er is benzine te ruiken. Het OBD-lampje brandt. CC.0: De klep blijft open geblokkeerd: stoten tijdens het rijden, kans op afslaan en moeilijk herstarten. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de elektroklep van het dampabsorptievat. Meet de weerstand van de elektroklep van het dampabsorptievat tussen aansl. 1 en 2: bij + 23 C: 26 Ω ± 4 Ω bij - 40 C: 20 Ω ± 3 Ω Als de waarden niet goed zijn, Vervang de elektroklep van de dampafzuiging. Controleer, met contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van de elektroklep van de afzuiging van het dampabsorptievat. Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, controleer de zekering 30A, op de vermogensvoedingsplaat, en de geleiding tussen de zekering en aansl. J3 van de plaat van het actuatorrelais, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Aansl. J5 van de houder van het actuatorrelais Aansl. 1 Elektroklep dampafzuiging (Relais J van de zekeringen-/relaisplaat motor) Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF014 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 33

34 Diagnose - Betekenis van de storingen DF014 VERVOLG Maak de massakabel van de accu los. Maak de stekker los van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. M3 Aansl. 2 elektroklep afzuiging benzinedampabsorptievat Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-050$385_nel.mif - 34

35 Diagnose - Betekenis van de storingen DF018 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VERWARMING VOORSTE LAMBDA SONDE CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF009 Commandocircuit actuatorrelais en DF157 Accuspanning als die aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor of tijdens het commando AC261 Verwarming voorste lambda sonde. Bijzonderheden: CO/CC.1: Geen verwarming van de voorste sonde: de auto vervuilt en het lampje OBD brandt. CC.0: Permanente verwarming van de voorste sonde vanaf het aanzetten van het contact: kan op beschadiging van sonde. Controleer de reinheid en de staat van de voorste lambda sonde en van de stekker ervan. Meet de weerstand van de verwarming van de voorste lambda sonde tussen aansl. A en B. Als de waarde niet 9,6 Ω ± 1,5 Ω bij 21 C is, vervang de voorste lambda sonde. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. A van de stekker van de voorste lambda sonde. Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, controleer de staat van de zekering F1 van 30A op de zekeringplaat vermogensvoeding, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen, Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Actuatorrelais, Aansl. J5 Voorste lambda sonde, Aansl. A Sluit de zekering F1 van 30 A en de accu weer aan. Als er, met contact aan, nog steeds geen + 12 V is op de stekker van de voorste lambda sonde, is er een storing in het actuatorrelais op de zekeringen-/relaisplaat in de motorruimte. Controleer het relais en vervang het indien nodig. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF018 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 35

36 Diagnose - Betekenis van de storingen DF018 VERVOLG Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, Aansl. G2 Voorste lambda sonde, Aansl. B Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-050$385_nel.mif - 36

37 Diagnose - Betekenis van de storingen DF021 AANWEZIG STARTVERGRENDELING Geen bijzonderheden Auto's met multiplexsysteem: Raadpleeg de staat ET099 Startvergrendelingscode ingelezen. De staat moet JA zijn. Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B, Multiplexsysteem). Als het probleem aanhoudt, voer een diagnose uit van het systeem Startvergrendeling (zie 82A, Startvergrendeling). Auto zonder multiplexsysteem: Controleer de aansluiting en de staat van de 32-polige stekker A van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de UCH. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbinding: Rekeneenheid, stekker A, aansl. B3 UCH Zie elektrisch schema van de auto. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF021P MR-390-X90-050$385_nel.mif - 37

38 Diagnose - Betekenis van de storingen DF022 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN REKENEENHEID 1.DEF t/m 5.DEF: inwendige elektronische storing Bijzonderheden: 1.DEF: noodprogramma, 2.DEF: noodprogramma, 3.DEF: noodprogramma, 4.DEF: geen herstart, 5.DEF: noodprogramma. Controleer de voedingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Sluit de accu weer aan. Controleer met het Universele verlengblok de 12 V voeding op de volgende aansluitingen: Aansl. D1, stekker A. Aansl. J1, stekker B. Aansl. G1, stekker C. Controleer de massa's van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Sluit de accu weer aan. Controleer met het Universele verlengblok de massa's op de volgende aansluitingen: Aansl. G4, stekker A. Aansl. H4, stekker A. Aansl. L4, stekker B. Aansl. M4, stekker B. Aansl. H1, stekker C. Als alle voedingen en massa's 'goed zijn, voer dan een herprogrammering van de rekeneenheid uit (zie Vervangen van de organen). Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF022 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 38

39 Diagnose - Betekenis van de storingen DF025 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT VLIEGWIEL 1.DEF: onderbreking of kortsluiting 2.DEF: tand verdwenen Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard met draaiende startmotor of met draaiende motor. Bijzonderheden: Als er geen signaal van het vliegwiel is, zijn de inspuiting en de ontsteking uitgeschakeld: de motor slaat af en start niet meer. Indien kortstondig CO, 2 mogelijkheden: tandverlies < 2 tanden, automatische herinstelling bij de volgende lange tand, tandverlies > 2 taden, hersynchronisatie na 1 omwenteling, gevaar van haperen en afslaan bij stationair draaien. Controleer de bevestiging en de stand va het opname element vliegwiel. Beweeg de kabelbundel tussen de rekeneenheid van het inspuitsysteem en het opname element vliegwiel om de status te veranderen van aanwezig naar in geheugen. Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de aansluiting en de staat van het opname element vliegwiel en de stekkers. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. A4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. B4 Aansl. A van het opname element vliegwiel Aansl. B van het opname element vliegwiel Meet de weerstand van het opname element vliegwiel tussen aansl. A en B. Als de waarde niet tussen 200 Ω en 270 Ω bij 23 C is, vervang het opname element vliegwiel. Maak de rekeneenheid los, controleer met het universele verlengblok het signaal van het opname element vliegwiel. Gebruik, indien aanwezig, de oscilloscoop van de Clip en controleer of het bloksignaal van het opname element niet defect is (storingen, ontbrekende tand...). Als het signaal gestoord is, controleer de afstand van het opname element vliegwiel. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF025 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 39

40 Diagnose - Betekenis van de storingen DF030 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VENTILATEURMOTOR HOGE SNELHEID CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF009 Commandocircuit actuatorrelais en DF157 Accuspanning als die aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard met draaiende motor of tijdens het commando AC272 Relais ventilateurmotor hoge snelheid. Bijzonderheden: CO/CC.1: Geen werking van GM: Gevaar van oververhitting van de motor. CC.0: Permanente werking van de GM. Controleer de voeding + 12 V na contact op aansl. E1 van het relais ventilateurmotor hoge snelheid Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, controleer de zekering 30 A, op de vermogensvoedingsplaat, en de geleiding tussen de zekering en aansl. J3 van de plaat van het actuatorrelais, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Aansl. J5 van de houder van het actuatorrelais (Relais J van de zekeringen-/relaisplaat in de motorruimte) Aansl. A1 van de houder van het relais GMV hoge snelheid (Relais A van de zekeringen-/relaisplaat in de motorruimte) Maak de massakabel van de accu los. Maak de stekker los van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. F1 Aansl. A2 van de houder van het relais GMV hoge snelheid Controleer de massa op aansl. A2 van de houder van het relais GMV hoge snelheid tijdens het commando AC272 Relais GMV hoge snelheid. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF030 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 40

41 Diagnose - Betekenis van de storingen DF045 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT SPRUITSTUKDRUK 1.DEF: onsamenhangend signaal 2.DEF: onderbreking of kortsluiting Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor na enkele secondes. Bijzonderheden: Het inspuitsysteem gaat over in het noodprogramma 5. De auto slaat af bij stationair draaien. De waarschuwingsampjes prioriteit 1 en OBD branden (stationair toerental van minimaal 900 tr/min). 2.DEF: C0 of CC Indien C0 of CC aan massa: het signaal van het opname element spruitstukdruk is ongeveer 0. Indien CC aan + 12 V: het signaal van het opname element spruitstukdruk is ongeveer 5 V. Controleer de reinheid en de staat van het opname element spruitstukdruk en van de stekker ervan. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. A1 Rekeneenheid, stekker C, aansl. A2 Rekeneenheid, stekker C, aansl. A3 Opname element spruitstukdruk, aansl. A Opname element spruitstukdruk, aansl. C Opname element spruitstukdruk, aansl. B Als de storing aanhoudt, voer de volgende controles uit: De afdichting van het inlaatsysteem tussen het smoorklephuis en de cilinderkop moet perfect zijn. Controleer: de staat van het luchtfilter, of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt, de afdichting tussen het smoorklephuis en het inlaatspruitstuk, de afdichting van het opname element spruitstukdruk, de afzuiging van het dampabsorptievat, deze mag niet open blijven staan, de afdichting van circuit van de dampafzuiging, de afdichting van het rembekrachtigercircuit, de afdichting van de carterventilatie op de cilinderkop, de afdichting tussen het inlaatspruitstuk en de cilinderkop, de afdichting van het uitlaatsysteem, van de cilinderkop tot de katalysator. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF045 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 41

42 Diagnose - Betekenis van de storingen DF052 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT INSPUITSTUK CILINDER 1 CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF009 Commandocircuit actuatorrelais en DF157 Accuspanning als die aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Bijzonderheden: CO/CC.1: Geen inspuiting op cilinder 1. Sterk verminderde prestaties. Branden van het lampje OBD. CC.0: Het inspuitstuk staat altijd open: kans op afslaan of motorschade bij het starten. Sterk verminderde prestaties. Branden van het lampje OBD. Controleer de reinheid en de staat van het inspuitstuk van cilinder 1 en van de stekker ervan (de nummering van de cilinders begint aan de kant van het vliegwiel). Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van inspuitstuk cilinder 1. Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, controleer de zekering 30 A, op de vermogensvoedingsplaat, en de geleiding tussen de zekering en aansl. J3 van de plaat van het actuatorrelais, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Aansl. J5 van de houder van het actuatorrelais (Relais J van de zekeringen-/relaisplaat in de motorruimte) Aansl. 1 inspuitstuk cilinder 1 Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF052 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 42

43 Diagnose - Betekenis van de storingen DF052 VERVOLG Als er, met contact aan, nog steeds geen + 12 V is op aansl. 1 van de stekker van het inspuitstuk van cilinder 1, vervang het actuatorrelais. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem aansl. F3, stekker C Aansl. 2 inspuitstuk cilinder 1 Meet de weerstand van het inspuitstuk 1 tussen aansl. 1 en 2: Als de waarde niet 12 Ω ± 0,6 Ω bij 20 C is, vervang het inspuitstuk. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-050$385_nel.mif - 43

44 Diagnose - Betekenis van de storingen DF053 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT INSPUITSTUK CILINDER 2 CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF009 Commandocircuit actuatorrelais en DF157 Accuspanning als die aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Bijzonderheden: CO/CC.1: Geen inspuiting op cilinder 2. Sterk verminderde prestaties. Branden van het lampje OBD. CC.0: Het inspuitstuk staat altijd open: kans op afslaan of motorschade bij het starten. Sterk verminderde prestaties. Branden van het lampje OBD. Controleer de reinheid en de staat van het inspuitstuk van cilinder 2 en van de stekker ervan (de nummering van de cilinders begint aan de kant van het vliegwiel). Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van inspuitstuk cilinder 2. Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, controleer de zekering 30 A, op de vermogensvoedingsplaat, en de geleiding tussen de zekering en aansl. J3 van de plaat van het actuatorrelais, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Aansl. J5 van de houder van het actuatorrelais (Relais J van de zekeringen-/relaisplaat in de motorruimte) Aansl. 1 inspuitstuk cilinder 2 Als er, met contact aan, nog steeds geen + 12 V is op aansl. 1 van de stekker van het inspuitstuk van cilinder 2, vervang het actuatorrelais. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF053 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 44

45 Diagnose - Betekenis van de storingen DF053 VERVOLG Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem aansl. E4, stekker C Aansl. 2 inspuitstuk cilinder 2 Meet de weerstand van het inspuitstuk 2 tussen aansl. 1 en 2: Als de waarde niet 12 Ω ± 5 % bij 20 C is, vervang het inspuitstuk. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-050$385_nel.mif - 45

46 Diagnose - Betekenis van de storingen DF054 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT INSPUITSTUK CILINDER 3 CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF009 Commandocircuit actuatorrelais en DF157 Accuspanning als die aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Bijzonderheden: CO/CC.1: Geen inspuiting op cilinder 3. Sterk verminderde prestaties. Branden van het lampje OBD. CC.0: Het inspuitstuk staat altijd open: kans op afslaan of motorschade bij het starten. Sterk verminderde prestaties. Branden van het lampje OBD. Controleer de reinheid en de staat van het inspuitstuk van cilinder 3 en van de stekker ervan (de nummering van de cilinders begint aan de kant van het vliegwiel). Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van inspuitstuk cilinder 3. Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, controleer de zekering 30 A, op de vermogensvoedingsplaat, en de geleiding tussen de zekering en aansl. J3 van de plaat van het actuatorrelais, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Aansl. J5 van de houder van het actuatorrelais (Relais J van de zekeringen-/relaisplaat in de motorruimte) Aansl. 1 inspuitstuk cilinder 3 Als er, met contact aan, nog steeds geen + 12 V is op aansl. 1 van de stekker van het inspuitstuk van cilinder 3, vervang het actuatorrelais. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF054 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 46

47 Diagnose - Betekenis van de storingen DF054 VERVOLG Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsyeteem aansl. F4, stekker C Aansl. 2 inspuitstuk cilinder 3 Meet de weerstand van het inspuitstuk 3 tussen aansl. 1 en 2: Als de waarde niet 12 Ω ± 0,6 Ω bij 20 C is, vervang het inspuitstuk. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-050$385_nel.mif - 47

48 Diagnose - Betekenis van de storingen DF055 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT INSPUITSTUK CILINDER 4 CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF009 Commandocircuit actuatorrelais en DF157 Accuspanning als die aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Bijzonderheden: CO/CC.1: Geen inspuiting op cilinder 4. Sterk verminderde prestaties. Branden van het lampje OBD. CC.0: Het inspuitstuk staat altijd open: kans op afslaan of motorschade bij het starten. Sterk verminderde prestaties. Branden van het lampje OBD. Controleer de reinheid en de staat van het inspuitstuk van cilinder 4 en van de stekker ervan (de nummering van de cilinders begint aan de kant van het vliegwiel). Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van inspuitstuk cilinder 4. Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, controleer de zekering 30 A, op de vermogensvoedingsplaat, en de geleiding tussen de zekering en aansl. J3 van de plaat van het actuatorrelais, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Aansl. J5 van de houder van het actuatorrelais (Relais J van de zekeringen-/relaisplaat in de motorruimte) Aansl. 1 inspuitstuk cilinder 4 Als er, met contact aan, nog steeds geen + 12 V is op aansl. 1 van de stekker van het inspuitstuk van cilinder 4, vervang het actuatorrelais. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF055 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 48

49 Diagnose - Betekenis van de storingen DF055 VERVOLG Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsystem aansl. E3, stekker C Aansl. 2 inspuitstuk cilinder 4 Meet de weerstand van het inspuitstuk 4 tussen aansl. 1 en 2: Als de waarde niet 12 Ω ± 0,6 Ω bij 20 C is, vervang het inspuitstuk. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-050$385_nel.mif - 49

50 Diagnose - Betekenis van de storingen DF057 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VOORSTE LAMBDA SONDE CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 volt 1.DEF : component in slechte staat Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF009 Commandocircuit actuatorrelais en DF157 Accuspanning als die aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de voorste lambda sonde. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid aansl. B3, stekker C Rekeneenheid aansl. C3, stekker C Aansl. D van de voorste lambda sonde Aansl. C van de voorste lambda sonde Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF057 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 50

51 Diagnose - Betekenis van de storingen DF061 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT BOBINE 1-4 CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 volt Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF157 Accuspanning, DF009 Commandocircuit actuatorrelais of DF008 Commandocircuit benzinepomprelais als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na draaien van de startmotor gedurende 10 secondes of een vertraging van 10 secondes met draaiende motor. Bijzonderheden: CO.0: bobine permanent gevoed, kans op beschadiging van de bobine. CC.1: bobine nooit gevoed, inspuitonderbreking op het defecte cilinderpaar, beschadiging van de katalysator mogelijk. Maak de stekker los van de viervoudige bobinemodule en controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid aansl. G4, stekker C Aansl. D van de viervoudige bobinemodule Als het probleem aanhoudt, vervang de viervoudige bobinemodule. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF061 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 51

52 Diagnose - Betekenis van de storingen DF061 VERVOLG Controleer met contact aan de + 12 V na contact op aansl. B van de stekker van de viervoudige bobinemodule. Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, maak het benzinepomprelais los op de relaisplaat in de motorruimte, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen, controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Aansl. B3 van de houder van het benzinepomprelais Aansl. B van de stekker van de viervoudige bobinemodule Sluit het benzinepomprelais en de accu weer aan. Als er, met contact aan, nog steeds geen + 12 V is op aansl. B van de stekker van de viervoudige bobinemodule, vervang het benzinepomprelais. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-050$385_nel.mif - 52

53 Diagnose - Betekenis van de storingen DF062 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT BOBINE 2-3 CO.0: onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF157 Accuspanning, DF009 Commandocircuit actuatorrelais of DF008 Commandocircuit benzinepomprelais als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na draaien van de startmotor gedurende 10 secondes of een vertraging van 10 secondes met draaiende motor. Bijzonderheden: CO.0: bobine permanent gevoed, kans op beschadiging van de bobine. CC.1: bobine nooit gevoed, inspuitonderbreking op het defecte cilinderpaar, beschadiging van de katalysator mogelijk. Maak de stekker los van de viervoudige bobinemodule en controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid aansl. H4, stekker C Aansl. A van de viervoudige bobinemodule Als het probleem aanhoudt, vervang de viervoudige bobinemodule. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF062 MR-390-X90-050$385_nel.mif - 53

54 Diagnose - Betekenis van de storingen DF062 VERVOLG Controleer met contact aan de + 12 V na contact op aansl. B van de stekker van de viervoudige bobinemodule. Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, maak het benzinepomprelais los op de relaisplaat in de motorruimte, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen, controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Aansl. B3 van de houder van het benzinepomprelais Aansl. B van de stekker van de viervoudige bobinemodule Sluit het benzinepomprelais en de accu weer aan. Als er, met contact aan, nog steeds geen + 12 V is op aansl. B van de stekker van de viervoudige bobinemodule, vervang het benzinepomprelais. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-050$385_nel.mif - 54

55 Diagnose - Betekenis van de storingen DF064 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN SIGNAAL RIJSNELHEID 1.DEF: onderbreking of kortsluiting Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Voor de auto's met multiplexsysteem: Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B, Multiplexsysteem). Als het probleem aanhoudt, voer een diagnose uit van het Instrumentenpaneel (zie 83A, Instrumenten - dashboard). Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid aansl. A3, stekker A Rekeneenheid aansl. A4, stekker A Instrumentenpaneel Instrumentenpaneel (zie de nummers van de aansluitingen van de stekker in het betreffende elektrische schema) Als de storing aanhoudt, behandel de andere storingen en neem contact op met de technische helpdesk indien nodig. Voor de auto's zonder multiplexsysteem: Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer de reinheid en de staat van het opname element. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid aansl. H3, stekker B Opname element snelheid Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF064 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 55

56 Diagnose - Betekenis van de storingen DF079 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ONTSTEKINGSUITVAL MINIMUM BRANDSTOFPEIL 1.DEF: schadelijke ontstekingsuitval 2.DEF: vervuilende ontstekingsuitval Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen: DF008 Commandocircuit benzinepomprelais, DF052 Circuit inspuitstuk cilinder 1, DF053 Circuit inspuitstuk cilinder 2, DF054 Circuit inspuitstuk cilinder 3, DF055 Circuit inspuitstuk cilinder 4, DF111 Ontstekingsuitval op cilinder 1, DF112 Ontstekingsuitval op cilinder 2, DF113 Ontstekingsuitval op cilinder 3, DF114 Ontstekingsuitval op cilinder 4, DF165 Detectie ontstekingsuitval. Controleer of die aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: 1.DEF: De storing wordt aanwezig verklaard als het percentage ontstekingsuitval hoger is dan 15 % gedurende ten minste 1 min 30 s. 2.DEF: De storing wordt aanwezig verklaard als het percentage ontstekingsuitval hoger is dan 4 % gedurende ten minste 15 min. Bijzonderheden: 1.DEF: Vanaf de detectie van de storing, wordt de inspuiting onderbroken op de cilinder(s) met de storing om te voorkomen dat de katalysator te heet wordt. Het lampje OBD knippert zolang de storing aanwezig is. 2.DEF: Het lampje OBD brandt continu. Controleer: het brandstofpeil in de tank, of de juiste brandstof in de tank zit, het brandstoffilter, de brandstofpomp, de brandstofleidingen, de brandstofdruk. Als er geen storing ontstekingsuitval aanwezig of in geheugen is, dan is het lage benzinepeil de oorzaak van de ontstekingsuitval. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF079 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 56

57 Diagnose - Betekenis van de storingen DF095 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN INFORMATIE REMMEN 1.DEF: opname element defect Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een aantal keren drukken op het rempedaal. Controleer de staat van de pedalen. Controleer de reinheid en de staat van het dubbele remcontact en van de stekker ervan. Controleer, met contact aan, de + 12 V op aansl. A1 en B1 van het rempedaalcontact. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. E4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. E3 Rempedaal, aansl. B3 Rempedaal, aansl. A3 Als de storing aanhoudt, vervang de schakelaar. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF095P MR-390-X90-050$440_nel.mif - 57

58 Diagnose - Betekenis van de storingen DF096 AANWEZIG VOEDINGSSPANNING N 1 VAN DE OPNAME ELEMENTEN 1.DEF: spanning buiten de tolerantie Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF009 Commandocircuit actuatorrelais en DF157 Accuspanning als die aanwezig of in het geheugen zijn. Bijzonderheden: De storing wordt aanwezig verklaard, contact aan, als de spanning van het signaal hoger dan 5,52 V of lager dan 4,47 V is. Bij een kortsluiting aan massa of aan + 12 V, brandt het lampje prioriteit 1. Het inspuitsysteem gaat over op het noodprogramma 4 nt 5 waardoor de snelheid is begrensd tot 90 km/u, en vermogensverlies bij het accelereren (gevoel van slap pedaal), uitval van de intersystemen. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van het opname element spruitstukdruk en de weerstand (raadpleeg DF045 Circuit opname element inlaatspruitstukdruk ). Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen van het opname element gaspedaal (baan 2) end e weerstand (raadpleeg DF126 Circuit opname element pedaal baan 2 ). Controleer de reinheid en de staat van de stekker van het opname element aircodruk en de weerstand. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los (raadpleeg DF118 Circuit opname element aircodruk ). Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie van de volgende verbindingen: Aansl. 3 van het opname element gaspedaal Aansl. C van het opname element spruitstukdruk Aansl. B van het opname element aircodruk Rekeneenheid, stekker A, aansl. F2 Rekeneenheid, stekker C, aansl. A2 Rekeneenheid, stekker B, aansl. D4 Als het probleem aanhoudt, controleer met contact aan, de voeding van 5 V op de aansluitingen van de bovenstaande opname elementen. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF096 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 58

59 Diagnose - Betekenis van de storingen DF097 AANWEZIG VOEDINGSSPANNING N 2 VAN DE OPNAME ELEMENTEN 1.DEF: spanning buiten de tolerantie Bijzonderheden: De storing wordt aanwezig verklaard, contact aan, als de spanning van het signaal hoger dan 5,52 V of lager dan 4,47 V is. Bij een kortsluiting aan massa of aan + 12 V, brandt het lampje prioriteit 1. Het inspuitsysteem gaat over op het noodprogramma 1 en 2 waardoor het toerental en de snelheid beperkt zijn. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van het smoorklephuis en de weerstand. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van het opname element pedaal en de weerstand. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie van de volgende verbindingen: Aansl. 6 van het opname element gaspedaal Aansl. 2 van het gemotoriseerd smoorklephuis Rekeneenheid, stekker A, aansl. G2 Rekeneenheid, stekker C, aansl. B1 Maak de 6-polige stekker los van het opname element gaspedaal en controleer, contact aan, de spanning van 5 V op aansl. 2 van de stekker aan de kant van de bedrading. Maak de 6-polige stekker los van het gemotoriseerd smoorklephuis en controleer, contact aan, de spanning van 5 V op aansl. 2 van de stekker aan de kant van de bedrading. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF097 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 59

60 Diagnose - Betekenis van de storingen DF106 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN STORING WERKING KATALYSATOR 1.DEF: component in slechte staat Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst alle andere storingen. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: Het OBD-lampje brandt. Controleer eest het uiterlijk en de staat van de katalysator en het ontbreken van: luchtaanzuiging, thermische schok, ontstekingsuitval, koelvloeistofverbruik, olieverbruik. Controleer alle elektrische storingen en wis het geheugen, controleer of de storing DF165 detectie ontstekingsuitval niet aanwezig noch in het geheugen is. Controleer of de staat ET231 Inlezen tandschijf uitgevoerd is. Controleer of het inlezen van de tandschijf van het vliegwiel is gebeurd en geef daarna het commando SC009 Test katalysator. Lees na deze test het resultaat via de staat ET214 Resultaat van de test, er zijn 4 resultaten mogelijk: Staat 1: Diagnose niet uitgevoerd/de noodzakelijke voorwaarden zijn niet haalbaar. Staat 2: Component in matige staat. Staat 3: Component in goede staat. Straat 4: Component in slechte staat. Na afloop van de diagnose en na het lezen van het resultaat, stopt u de motor en start u deze opnieuw om de normale werkomstandigheden te herstellen. Als de storing aanhoudt, neem contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF106 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 60

61 Diagnose - Betekenis van de storingen DF111 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ONTSTEKINGSUITVAL OP CILINDER 1 1.DEF: schadelijke ontstekingsuitval 2.DEF: vervuilende ontstekingsuitval Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen van de ontsteking: DF061 Circuit bobine 1-4, DF062 Circuit bobine 2-3, de storingen van het brandstofaanvoercircuit DF052 Circuit inspuitstuk cilinder 1, DF053 Circuit inspuitstuk cilinder 2, DF054 Circuit inspuitstuk cilinder 3, DF055 Circuit inspuitstuk cilinder 4, DF008 Commandocircuit benzinepomprelais, de storingen van het signaal van het vliegwiel DF025 Circuit opname element vliegwiel, DF189 Tandschijf vliegwiel. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: 1.DEF: Vanaf de detectie van de storing, wordt de inspuiting onderbroken op de cilinder(s) met de storing om te voorkomen dat de katalysator te heet wordt. Het lampje OBD knippert zolang de storing aanwezig is. De storing wordt aanwezig verklaard als het percentage ontstekingsuitval hoger is dan 15 % gedurende ten minste 1 min 30 s. 2.DEF: Het lampje OBD brandt continu. De storing wordt aanwezig verklaard als het percentage ontstekingsuitval hoger is dan 4 % gedurende ten minste 15 min. Ontstekingsuitval alleen op cilinder 1 Het probleem wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een onderdeel dat alleen invloed heeft op deze cilinder: controleer de klepspeling, controleer het inspuitstuk van cilinder 1, controleer de staat en het juiste type van bougie 1, meet de compressie van cilinder 1. SIM32_V08_DF111 MR-390-X90-050$440_nel.mif Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: Geen elektrische storing meer aanwezig zijn. De inlezingen zijn uitgevoerd. De motor warm zijn (minimum 75 C). Laat de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende 15 minuten. - 61

62 Diagnose - Betekenis van de storingen DF111 VERVOLG Ontstekingsuitval op de cilinders 1 en 4 (zie DF111 Ontstekingsuitval op cilinder 1 en DF114 Ontstekingsuitval op cilinder 4 ) Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op een cilinderpaar: controleer het circuit van de betreffende bobine (raadpleeg de diagnose DF061 Circuit bobine 1-4 of DF062 Circuit bobine 2-3 ), controleer de staat en het juiste type van de bougies. Ontstekingsuitval op de vier cilinders (zie DF112 Ontstekingsuitval op cilinder 2, DF113 Ontstekingsuitval op cilinder 3 en DF114 Ontstekingsuitval op cilinder 4 ) Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op alle cilinders: controleer het juiste type van de benzine, controleer de staat en het juiste type van de bougies. Als de storing aanhoudt, voer dan de volgende controles uit: controleer het opname element vliegwiel, controleer de reinheid en de staat van de tandschijf van het vliegwiel, controleer de bevestiging van het opname element vliegwiel, controleer de afstand opname element - vliegwiel, controleer de compressies van de cilinders, controleer het complete benzineaanvoercircuit, controleer het complete ontstekingssysteem, controleer de pingeldetector (stand, aantrekkoppel). Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: Geen elektrische storing meer aanwezig zijn. De inlezingen zijn uitgevoerd. De motor warm zijn (minimum 75 C). Laat de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende 15 minuten. MR-390-X90-050$440_nel.mif - 62

63 Diagnose - Betekenis van de storingen DF112 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ONTSTEKINGSUITVAL OP CILINDER 2 1.DEF: schadelijke ontstekingsuitval 2.DEF: vervuilende ontstekingsuitval Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen van de ontsteking: DF061 Circuit bobine 1-4, DF062 Circuit bobine 2-3, de storingen van het brandstofaanvoercircuit DF052 Circuit inspuitstuk cilinder 1, DF053 Circuit inspuitstuk cilinder 2, DF054 Circuit inspuitstuk cilinder 3, DF055 Circuit inspuitstuk cilinder 4, DF008 Commandocircuit benzinepomprelais, de storingen van het signaal van het vliegwiel DF025 Circuit opname element vliegwiel, DF189 Tandschijf vliegwiel. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: 1.DEF: Vanaf de detectie van de storing, wordt de inspuiting onderbroken op de cilinder(s) met de storing om te voorkomen dat de katalysator te heet wordt. Het lampje OBD knippert zolang de storing aanwezig is. De storing wordt aanwezig verklaard als het percentage ontstekingsuitval hoger is dan 15 % gedurende ten minste 1 min 30 s. 2.DEF: Het lampje OBD brandt continu. De storing wordt aanwezig verklaard als het percentage ontstekingsuitval hoger is dan 4 % gedurende ten minste 15 min. Ontstekingsuitval alleen op cilinder 2 Het probleem wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een onderdeel dat alleen invloed heeft op deze cilinder: controleer de klepspeling, controleer het inspuitstuk van cilinder 2, controleer de staat en het juiste type van bougie 2, meet de compressie van cilinder 2. SIM32_V08_DF112 MR-390-X90-050$440_nel.mif Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: Geen elektrische storing meer aanwezig zijn. De inlezingen zijn uitgevoerd. De motor warm zijn (minimum 75 C). Laat de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende 15 minuten. - 63

64 Diagnose - Betekenis van de storingen DF112 VERVOLG Ontstekingsuitval op de cilinders 2 en 3 (zie DF112 Ontstekingsuitval op cilinder 2 en DF113 Ontstekingsuitval op cilinder 3 ) Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op een cilinderpaar: controleer het circuit van de betreffende bobine (raadpleeg de diagnose DF061 Circuit bobine 1-4 of DF062 Circuit bobine 2-3 ), controleer de staat en het juiste type van de bougies. Ontstekingsuitval op de vier cilinders (zie DF111 Ontstekingsuitval op cilinder 1, DF113 Ontstekingsuitval op cilinder 3 en DF114 Ontstekingsuitval op cilinder 4 ) Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op alle cilinders: controleer het juiste type van de benzine, controleer de staat en het juiste type van de bougies. Als de storing aanhoudt, voer dan de volgende controles uit: controleer het opname element vliegwiel, controleer de reinheid en de staat van de tandschijf van het vliegwiel, controleer de bevestiging van het opname element vliegwiel, controleer de afstand opname element - vliegwiel, controleer de compressies van de cilinders, controleer het complete benzineaanvoercircuit, controleer het complete ontstekingssysteem, controleer de pingeldetector (stand, aantrekkoppel). Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: Geen elektrische storing meer aanwezig zijn. De inlezingen zijn uitgevoerd. De motor warm zijn (minimum 75 C). Laat de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende 15 minuten. MR-390-X90-050$440_nel.mif - 64

65 Diagnose - Betekenis van de storingen DF113 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ONTSTEKINGSUITVAL OP CILINDER 3 1.DEF: schadelijke ontstekingsuitval 2.DEF: vervuilende ontstekingsuitval Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen van de ontsteking: DF061 Circuit bobine 1-4, DF062 Circuit bobine 2-3, de storingen van het brandstofaanvoercircuit DF052 Circuit inspuitstuk cilinder 1, DF053 Circuit inspuitstuk cilinder 2, DF054 Circuit inspuitstuk cilinder 3, DF055 Circuit inspuitstuk cilinder 4, DF008 Commandocircuit benzinepomprelais, de storingen van het signaal van het vliegwiel DF025 Circuit opname element vliegwiel, DF189 Tandschijf vliegwiel. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: 1.DEF: Vanaf de detectie van de storing, wordt de inspuiting onderbroken op de cilinder(s) met de storing om te voorkomen dat de katalysator te heet wordt. Het lampje OBD knippert zolang de storing aanwezig is. De storing wordt aanwezig verklaard als het percentage ontstekingsuitval hoger is dan 15 % gedurende ten minste 1 min 30 s. 2.DEF: Het lampje OBD brandt continu. De storing wordt aanwezig verklaard als het percentage ontstekingsuitval hoger is dan 4 % gedurende ten minste 15 min. Ontstekingsuitval alleen op cilinder 3 Het probleem wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een onderdeel dat alleen invloed heeft op deze cilinder: controleer de klepspeling, controleer het inspuitstuk van de cilinder 3, controleer de staat en het juiste type van bougie 3, meet de compressie van cilinder 3. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: Geen elektrische storing meer aanwezig zijn. De inlezingen zijn uitgevoerd. De motor warm zijn (minimum 75 C). Laat de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende 15 minuten. SIM32_V08_DF113 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 65

66 Diagnose - Betekenis van de storingen DF113 VERVOLG Ontstekingsuitval op de cilinders 2 en 3 (zie DF112 Ontstekingsuitval op cilinder 2 en DF113 Ontstekingsuitval op cilinder 3 ) Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op een cilinderpaar: controleer het circuit van de betreffende bobine (raadpleeg de diagnose DF061 Circuit bobine 1-4 of DF062 Circuit bobine 2-3 ), controleer de staat en het juiste type van de bougies. Ontstekingsuitval op de vier cilinders (zie DF111 Ontstekingsuitval op cilinder 1, DF112 Ontstekingsuitval op cilinder 2 en DF114 Ontstekingsuitval op cilinder 4 ) Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op alle cilinders: controleer het juiste type van de benzine, controleer de staat en het juiste type van de bougies. Als de storing aanhoudt, voer dan de volgende controles uit: controleer het opname element vliegwiel, controleer de reinheid en de staat van de tandschijf van het vliegwiel, controleer de bevestiging van het opname element vliegwiel, controleer de afstand opname element - vliegwiel, controleer de compressies van de cilinders, controleer het complete benzineaanvoercircuit, controleer het complete ontstekingssysteem, controleer de pingeldetector (stand, aantrekkoppel). Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: Geen elektrische storing meer aanwezig zijn. De inlezingen zijn uitgevoerd. De motor warm zijn (minimum 75 C). Laat de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende 15 minuten. MR-390-X90-050$440_nel.mif - 66

67 Diagnose - Betekenis van de storingen DF114 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ONTSTEKINGSUITVAL OP CILINDER 4 1.DEF: schadelijke ontstekingsuitval 2.DEF: vervuilende ontstekingsuitval Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen van de ontsteking: DF061 Circuit bobine 1-4, DF062 Circuit bobine 2-3, de storingen van het brandstofaanvoercircuit DF052 Circuit inspuitstuk cilinder 1, DF053 Circuit inspuitstuk cilinder 2, DF054 Circuit inspuitstuk cilinder 3, DF055 Circuit inspuitstuk cilinder 4, DF008 Commandocircuit benzinepomprelais, de storingen van het signaal van het vliegwiel DF025 Circuit opname element vliegwiel, DF189 Tandschijf vliegwiel. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: 1.DEF: Vanaf de detectie van de storing, wordt de inspuiting onderbroken op de cilinder(s) met de storing om te voorkomen dat de katalysator te heet wordt. Het lampje OBD knippert zolang de storing aanwezig is. De storing wordt aanwezig verklaard als het percentage ontstekingsuitval hoger is dan 15 % gedurende ten minste 1 min 30 s. 2.DEF: Het lampje OBD brandt continu. De storing wordt aanwezig verklaard als het percentage ontstekingsuitval hoger is dan 4 % gedurende ten minste 15 min. Ontstekingsuitval alleen op cilinder 4 Het probleem wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een onderdeel dat alleen invloed heeft op deze cilinder: controleer de klepspeling, controleer het inspuitstuk cilinder 4, controleer de staat en het juiste type van bougie 4, meet de compressie van cilinder 4. SIM32_V08_DF114 MR-390-X90-050$440_nel.mif Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: Geen elektrische storing meer aanwezig zijn. De inlezingen zijn uitgevoerd. De motor warm zijn (minimum 75 C). Laat de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende 15 minuten. - 67

68 Diagnose - Betekenis van de storingen DF114 VERVOLG Ontstekingsuitval op de cilinders 1 en 4 (zie DF111 Ontstekingsuitval op cilinder 1 en DF114 Ontstekingsuitval op cilinder 4 ) Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op een cilinderpaar: controleer het circuit van de betreffende bobine (raadpleeg de diagnose DF061 Circuit bobine 1-4 of DF062 Circuit bobine 2-3 ), controleer de staat en het juiste type van de bougies. Ontstekingsuitval op de vier cilinders (zie DF111 Ontstekingsuitval op cilinder 1, DF112 Ontstekingsuitval op cilinder 2 en DF113 Ontstekingsuitval op cilinder 3 ) Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op alle cilinders: controleer het juiste type van de benzine, controleer de staat en het juiste type van de bougies. Als de storing aanhoudt, voer dan de volgende controles uit: controleer het opname element vliegwiel, controleer de reinheid en de staat van de tandschijf van het vliegwiel, controleer de bevestiging van het opname element vliegwiel, controleer de afstand opname element - vliegwiel, controleer de compressies van de cilinders, controleer het complete benzineaanvoercircuit, controleer het complete ontstekingssysteem, controleer de pingeldetector (stand, aantrekkoppel). Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: Geen elektrische storing meer aanwezig zijn. De inlezingen zijn uitgevoerd. De motor warm zijn (minimum 75 C). Laat de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende 15 minuten. MR-390-X90-050$440_nel.mif - 68

69 Diagnose - Betekenis van de storingen DF116 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN STORING WERKING BRANDSTOFCIRCUIT Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storing DF008 Commandocircuit benzinepomprelais. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Startproblemen, minder comfort, vermogensverlies. De diagnose van de werking van het benzineaanvoercircuit detecteert een storing in het benzineaanvoercircuit waardoor de EOBD-emissiedrempels worden overschreden. De diagnose kan detecteren: een vervuiling of afwijkende opbrengst van de inspuitstukken, een storing in de brandstofaanvoer (drukregelaar, benzinepomp, filter), een slechte stekkerverbinding in de benzine- en inspuitcircuits, Controleer: de benzinedruk, het benzinefilter, de benzineleidingen, de vervuiling of afwijkende opbrengst van de inspuitstukken, het ontbreken van benzinelekkage. (Zie MR 392 Mechanisch, 13A, Brandstofaanvoer). Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF116 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 69

70 Diagnose - Betekenis van de storingen DF118 AANWEZIG CIRCUIT OPNAME ELEMENT AIRCODRUK 1.DEF: onderbreking of kortsluiting Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst storing DF096 Voedingsspanning n 1 van de opname elementen als die aanwezig of in het geheugen is. Bijzonderheden: De storing wordt aanwezig verklaard, contact aan, als de spanning van het signaal hoger dan 4,985 V of lager dan 0,024 V is. Als de storing aanwezig en in het geheugen is, is de parameter PR027 Druk koudemiddel een vervangende waarde van 0 bar, de airconditioning werkt niet meer. Controleer de reinheid en de staat van het opname element aircodruk en van de stekker ervan. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. D4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. E3 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. E4 Opname element aircodruk, aansl. B Opname element aircodruk, aansl. C Opname element aircodruk, aansl. A Als de storing aanhoudt, vervang het opname element aircodruk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF118 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 70

71 Diagnose - Betekenis van de storingen DF120 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT WAARSCHUWINGSLAMPJE OBD CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Bijzonderheden: CC.1: Gevaar van noodprogramma zonder signalering en niet branden gedurende 3 s bij het contact aanzetten, het lampje brandt permanent met contact uit. CO: Gevaar van noodprogramma zonder signalering en niet branden gedurende 3 s bij het contact aanzetten, het lampje is permanent uit. CC.0: Het lampje brandt permanent behalve met contact uit. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van het lampje. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van stekker B van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 Waarschuwingslampje OBD (zie het nummer van de aansluiting van de stekker in het elektrisch schema van het instrumentenpaneel) Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF120 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 71

72 Diagnose - Betekenis van de storingen DF123 AANWEZIG CIRCUIT SMOORKLEPWEERSTAND BAAN 1 CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 volt 1.DEF: geen samenhang tussen smoorklepweerstand baan 1 en baan 2 2.DEF: component in slechte staat BELANGRIJK Ga nooit met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis. Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storing DF097 Voedingsspanning n 2 van de opname elementen als die aanwezig of in het geheugen is. Bijzonderheden: CO/CC.0/CC.1/1.DEF: Het smoorklephuis gaat in noodprogramma 1 en 2, waardoor snelheid en toerental begrensd zijn, het ESP en de snelheidsregelaar-begrenzer zijn geactiveerd. 2.DEF: Het waarschuwingslampje prioriteit 1 brandt, het inspuitsysteem gaat in noodprogramma 4, waardoor de snelheid is begrensd tot 90 km/u en vermogensverlies bij het accelereren (gevoel van slap pedaal). Controleer de reinheid van het smoorklephuis en het draaien van de smoorklep (geen zwaar punt). Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het smoorklephuis. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. B2 Smoorklepweerstand, aansl. 1 Rekeneenheid, stekker C, aansl. C1 Smoorklepweerstand, aansl. 4 Rekeneenheid, stekker C, aansl. B1 Smoorklepweerstand, aansl. 2 Rekeneenheid, stekker A, aansl. H2 Opname element pedaal, aansl. 4 Als de storing aanhoudt, vervang het gemotoriseerd smoorklephuis. SIM32_V08_DF123P MR-390-X90-050$440_nel.mif Als het smoorklephuis is vervangen, voer de inlezing van de smoorklepaanslagen uit, RZ008 Herinitialisatie van de inlezingen. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. - 72

73 Diagnose - Betekenis van de storingen DF124 AANWEZIG CIRCUIT SMOORKLEPWEERSTAND BAAN 2 CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt BELANGRIJK Ga nooit met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis. Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storing DF097 Voedingsspanning van de opname elementen n 2 als die aanwezig of in het geheugen is. Bijzonderheden: Het waarschuwingslampje prioriteit 1 brandt, het inspuitsysteem gaat in noodprogramma 4, waardoor de snelheid is begrensd tot 90 km/u en vermogensverlies bij het accelereren (gevoel van slap pedaal). Controleer de reinheid van het smoorklephuis en het draaien van de smoorklep (geen zwaar punt). Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het smoorklephuis. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. C2 Smoorklepweerstand, aansl. 3 Rekeneenheid, stekker C, aansl. B1 Smoorklepweerstand, aansl. 2 Rekeneenheid, stekker C, aansl. C1 Smoorklepweerstand, aansl. 4 Rekeneenheid, stekker A, aansl. F3 Opname element pedaal, aansl. 4 Als de storing aanhoudt, vervang het gemotoriseerd smoorklephuis. Als het smoorklephuis is vervangen, voer de inlezing van de smoorklepaanslagen uit, RZ008 Herinitialisatie van de inlezingen. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF124P MR-390-X90-050$440_nel.mif - 73

74 Diagnose - Betekenis van de storingen DF125 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT PEDAAL BAAN 1 CC.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 volt 1.DEF: geen samenhang tussen pedaal baan 1 en baan 2 2.DEF: opname element defect Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storing DF097 Voedingsspanning n 2 van de opname elementen als die aanwezig of in het geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een aantal keren drukken op het gaspedaal. Bijzonderheden: CC.0/CC.1/1.DEF: Het waarschuwingslampje prioriteit 1 brandt, het smoorklephuis gaat in noodprogramma 4, waardoor de snelheid is begrensd tot 90 km/u en vermogensverlies bij het accelereren (gevoel van slap pedaal). 2.DEF: Het smoorklephuis gaat in noodprogramma 3, waardoor de wens van de bestuurder verdwijnt (geen werking van het gaspedaal). Controleer of het pedaal niet mechanisch klemt. Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het opname element pedaal. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid aansl. H3, stekker A Rekeneenheid aansl. G2, stekker A Rekeneenheid aansl. H2, stekker A Aansl. 4 van het opname element pedaal baan 1 Aansl. 6 van het opname element pedaal baan 1 Aansl. 2 van het opname element pedaal baan 1 Gas los, meet de weerstand van het opname element pedaal baan 1 tussen aansl. 6 en 4. Als de waarde niet 1,7 kω ± 0,9 is, vervang het gaspedaal. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF125 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 74

75 Diagnose - Betekenis van de storingen DF126 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT PEDAAL BAAN 2 CC.0: onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst storing DF096 Voedingsspanning n 1 van de opname elementen als die aanwezig of in het geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een aantal keren drukken op het gaspedaal. Bijzonderheden: De auto kan mogelijk met schokken rijden. Het waarschuwingslampje prioriteit 1 brandt, het smoorklephuis gaat in noodprogramma 4, waardoor de snelheid is begrensd tot 90 km/u en vermogensverlies bij het accelereren (gevoel van slap pedaal). Controleer of het pedaal niet mechanisch klemt. Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het opname element pedaal. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid aansl. F4, stekker A Rekeneenheid aansl. F2, stekker A Rekeneenheid aansl. F3, stekker A Aansl. 1 van het opname element pedaal baan 2 Aansl. 5 van het opname element pedaal baan 2 Aansl. 6 van het opname element pedaal baan 2 Gas los, meet de weerstand van het opname element pedaal baan 2 tussen aansl. 3 en 5. Als de waarde niet 3 kω ± 2,2 is, vervang het gaspedaal. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF126 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 75

76 Diagnose - Betekenis van de storingen DF157 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ACCUSPANNING 1.DEF: spanning buiten de tolerantie Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storing DF009 Commandocircuit actuatorrelais als die aanwezig of in geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Bijzonderheden: Het inspuitsysteem gaat over op het noodprogramma 1 en 2 als de spanning te laag is, waardoor de snelheid en het toerental beperkt zijn. De storing wordt aanwezig verklaard als de voedingsspanning na actuatorrelais lager is dan 7 V met een motortoerental hoger dan 2000 tr/min of als de voedingsspanning na actuatorrelais hoger is dan 16 V met een motortoerental lager dan 480 tr/min. Controleer de accuspanning bij het aanzetten van het contact. Als de accuspanning < 10 V, laad de accu op. Controleer de staat van de polen en de klemmen van de accu. Controleer het laadcircuit van de auto. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de rekeneenheid. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen : Rekeneenheid inspuitsysteem Stekker C, Aansl. G1 Stekker B, Aansl. G1 Actuatorrelais inspuitsysteem Aansl. J5 aansl. J2 Controleer, met contact aan, de + 12 V op aansl. G1 van de stekkers B en C van de rekeneenheid. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF157 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 76

77 Diagnose - Betekenis van de storingen DF165 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN DETECTIE ONTSTEKINGSUITVAL 1.DEF: schadelijke ontstekingsuitval 2.DEF: vervuilende ontstekingsuitval Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen van de ontsteking, DF061 Circuit bobine 1-4, DF062 Circuit bobine 2-3, de storingen van het brandstofaanvoercircuit, DF052 Circuit inspuitstuk cilinder 1, DF053 Circuit inspuitstuk cilinder 2, DF054 Circuit inspuitstuk cilinder 3, DF055 Circuit inspuitstuk cilinder 4, DF008 Commandocircuit benzinepomprelais, de storingen van het signaal van het vliegwiel, DF025 Circuit opname element vliegwiel, DF189 Tandschijf vliegwiel. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard met draaiende motor gedurende ten minste 15 min (zie Bijzonderheden). Bijzonderheden: 1.DEF: Vanaf de detectie van de storing, wordt de inspuiting onderbroken op de cilinder(s) met de storing om te voorkomen dat de katalysator te heet wordt. Het lampje OBD knippert zolang de storing aanwezig is. De storing wordt aanwezig verklaard als het percentage ontstekingsuitval hoger is dan 15 % gedurende ten minste 1 min 30 s. 2.DEF: Het lampje OBD brandt continu. De storing wordt aanwezig verklaard als het percentage ontstekingsuitval hoger is dan 4 % gedurende ten minste 15 min. Als de storing aanhoudt, voer dan de volgende controles uit: controleer het opname element vliegwiel, controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel, controleer de bevestiging van het opname element vliegwiel, controleer de afstand opname element - vliegwiel, controleer de compressies van de cilinders, controleer het complete benzineaanvoercircuit (zie MR 392 Mechanisch, 13A, Brandstofaanvoer), controleer het complete ontstekingssysteem (zie MR 392 Mechanisch, 17A, Ontsteking), controleer de pingeldetector (stand, aantrekkoppel), controleer de klepspelingen. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: Geen elektrische storing meer aanwezig zijn. De inlezingen zijn uitgevoerd. De motor warm zijn (minimum 75 C). Laat de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende 15 minuten. SIM32_V08_DF165 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 77

78 Diagnose - Betekenis van de storingen DF187 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN INFORMATIE MINIMUM BRANDSTOFPEIL 1.DEF: geen multiplexframes of waarde ongeldig (storing in de rekeneenheid die de informatie levert of storing in de verbinding van het CAN) Geen bijzonderheden Maak de accu en de stekker van het tankelement los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Tankelement, zwarte stekker, aansl. B1 Tankelement, zwarte stekker, aansl. A1 Instrumentenpaneel, heldere stekker, aansl. 27 Instrumentenpaneel, heldere stekker, aansl. 26 Als de storing aanhoudt, voer dan de diagnose uit van het systeem Instrumentenpaneel. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF187 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 78

79 Diagnose - Betekenis van de storingen DF189 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN TANDSCHIJF VLIEGWIEL 1.DEF: storing tandschijf vliegwiel Tand ontbreekt Tandlengte buiten de tolerantie Onrondheid op de tandschijf Afstand buiten de tolerantie Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Bijzonderheden: Het OBD-lampje brandt. Als het vliegwiel is vervangen of gedemonteerd, moet het inlezen van de tandschijf opnieuw worden geïnitialiseerd en daarna worden ingelezen. Initialisatie van de inlezingen: Geef het commando RZ008 Herinitialisatie van de inlezingen. Voer het inlezen uit van het signaal van het vliegwiel: De motor moet warm zijn. Voer een eerste afremming op de motor met inspuitonderbreking uit (dat wil zeggen gas-, koppelings- en rempedalen niet ingedrukt) tussen 3500 en 3000 tr/min, in een versnelling hoger dan de 2e gedurende ten minste 5 s. Voer een tweede afremming op de motor met inspuitonderbreking uit (dat wil zeggen gas-, koppelings- en rempedalen niet ingedrukt) tussen 2400 en 2000 tr/min, in een versnelling hoger dan de 2e gedurende ten minste 5 s. Als de storing aanhoudt: Controleer de bevestiging en de staat van het opname element vliegwiel. Controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel. Controleer de staat en tel het aantal tanden van de tandschijf. Herstel of vervang indien nodig het vliegwiel. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF189 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 79

80 Diagnose - Betekenis van de storingen DF213 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN RELAIS EXTRA BENZINEPOMPCIRCUIT CO : Onderbreking CC.1 : Kortsluiting aan + 12 volt CC.0 : Kortsluiting aan massa Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een koude start (gebruik van Hi-Flex systeem) of bij gebruik van het commando AC009 Relais pomp extra benzinecircuit. Bijzonderheden: C.O of CC.1: geen activering meer van de extra benzinepomp. CC.0: extra benzinepomp altijd gevoed, geen onderbreking mogelijk van de pomp en van de bobines door de rekeneenheid. Beweeg de kabelbundel tussen de rekeneenheid van het benzine-inspuitsysteem en het relais van de extra benzinepomp om de staat te veranderen (aanwezig of in geheugen). Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het relais van de extra benzinepomp. Vervang de stekker indien nodig. Maak het relais los. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van het relais van de extra benzinepomp. Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbinding tussen: Rekeneenheid benzine stekker B, aansl. k1 aansl. 2 van de stekker van het relais van de extra benzinepomp Meet de weerstand van de spoel tussen aansl. 1 en 2 van het relais van de extra benzinepomp. Vervang het relais van de extra benzinepomp als de weerstand niet 330 Ω ± 10 % is. Varieer het toerental van de motor om de reparatie te controleren. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF213 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 80

81 Diagnose - Betekenis van de storingen DF214 AANWEZIG ELEKTROKLEP EXTRA BENZINECIRCUIT CO : Onderbreking CC.1: Kortsluiting aan + 12 volt CC.0: Kortsluiting aan massa Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een koude start (gebruik van Hi-Flex systeem) of bij gebruik van het commando AC013 Elektroklep extra benzinecircuit. Bijzonderheden: C.O of CC.1: elektroklep dicht geblokkeerd, brandend waarschuwingslampje OBD. CC.0: klep altijd open, gevaar van afslaan. Beweeg de kabelbundel tussen de rekeneenheid van het benzine-inspuitsysteem en het relais van de extra benzinepomp om de staat te veranderen (aanwezig in geheugen). Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de aansluiting en de staat van de stekker van elektroklep van het extra benzinecircuit. Vervang de stekker indien nodig. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van de elektroklep van het extra benzinecircuit. Controleer, met behulp van het universele verlengblok, de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbinding tussen: Rekeneenheid benzine stekker B, aansl. G1 aansl. 1 van de elektroklep van het extra benzinecircuit Hoofdrelais aansl. 5 Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbinding tussen: Rekeneenheid benzine stekker B, aansl. C1 aansl. 2 van de elektroklep van het extra benzinecircuit Meet de weerstand tussen aansl. 1 en 2 van de elektroklep van het extra benzinecircuit. Vervang de elektroklep van het extra benzinecircuit als de weerstand niet ongeveer: 24,6 Ω ± 3 Ω bij - 10 C 28,5 Ω ± 3 Ω bij 24 C 29,8 Ω ± 3 Ω bij 45 C Varieer het toerental van de motor om de reparatie te controleren. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF214P MR-390-X90-050$440_nel.mif - 81

82 Diagnose - Betekenis van de storingen DF216 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN BEKRACHTIGING GEMOTORISEERD SMOORKLEPHUIS 1.DEF: detectie van micro-onderbrekingen 2.DEF: storing vinden van de aanslagen van de gemotoriseerde smoorklep 3.DEF: terugtrekveer van de klep defect 4.DEF: slechte stand van de smoorklep in noodprogramma 5.DEF: schommelingen van de klep van het gemotoriseerd smoorklephuis 6.DEF: storing bekrachtiging van de gemotoriseerde smoorklep 7.DEF: circuit voeding inlaat Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Als de storingen: DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1, DF124 Circuit smoorklepweerstand baan 2, DF096 Voedingsspanning N 1 van de opname elementen, aanwezig of in het geheugen zijn, moeten die eerst behandeld worden. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: DEF: De storing wordt aanwezig verklaard contact aan of draaiende motor of tijdens het activeren van het commando AC621 Gemotoriseerde smoorklep. 2.DEF: De storing wordt aanwezig verklaard tijdens het inlezen van de smoorklepaanslagen RZ008 Herinitialisatie van de inlezingen. 7.DEF: De storing wordt aanwezig verklaard zodra het inspuitsysteem in noodprogramma 2 t/m 6 gaat. Bijzonderheden: 2.6.DEF: Als deze storing aanwezig is, brandt het lampje prioriteit 1. Het inspuitsysteem gaat over op het noodprogramma 1 en 2 waardoor het toerental en de snelheid beperkt zijn. 3.4.DEF: Als deze storing aanwezig is, brandt het lampje prioriteit 1. Het inspuitsysteem gaat in noodprogramma 4, waardoor de snelheid is begrensd tot 90 km/u en vermogensverlies bij het accelereren (gevoel van slap pedaal). Controleer de reinheid, de staat en de montage van het smoorklephuis. Als de storing aanhoudt, controleer met de hand het draaien van de smoorklep. Als de storing aanhoudt, beweeg dan de kabelbundel heen en weer om een verandering van de status van de storing op te sporen. Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de staat en de aansluiting van de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als het smoorklephuis is vervangen, moet u de smoorklepaanslagen inlezen (zie Configuratie en inlezen). Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF216 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 82

83 Diagnose - Betekenis van de storingen DF216 VERVOLG Als de storing aanhoudt, maak dan de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid stekker C aansl. G3 Rekeneenheid stekker C aansl. H3 Rekeneenheid stekker C aansl. B2 Rekeneenheid stekker C aansl. B1 Rekeneenheid stekker C aansl. C2 Rekeneenheid stekker C aansl. C1 Rekeneenheid, stekker A, aansl. G2 Rekeneenheid, stekker A, aansl. H2 Rekeneenheid stekker A aansl. H3 Rekeneenheid stekker A aansl. F2 Rekeneenheid stekker A aansl. F3 Rekeneenheid stekker A aansl. F4 Aansl. 3 van het gemotoriseerd smoorklephuis Aansl. 5 van het gemotoriseerd smoorklephuis Aansl. 1 van het gemotoriseerd smoorklephuis Aansl. 2 van het gemotoriseerd smoorklephuis Aansl. 4 van het gemotoriseerd smoorklephuis Aansl. 6 van het gemotoriseerd smoorklephuis Aansl. 4 van het opname element pedaal Aansl. 3 van het opname element pedaal Aansl. 2 van het opname element pedaal Aansl. 5 van het opname element pedaal Aansl. 6 van het opname element pedaal Aansl. 1 van het opname element pedaal Als de storing aanhoudt, controleer de weerstand van de motor van het smoorklephuis tussen aansl. 5 en 6. Als de waarde niet 1000 Ω ± 250 is, vervang het smoorklephuis. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Als het smoorklephuis is vervangen, moet u de smoorklepaanslagen inlezen (zie Configuratie en inlezen). Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. MR-390-X90-050$440_nel.mif - 83

84 Diagnose - Betekenis van de storingen DF228 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDO AIRCOCOMPRESSOR CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard met draaiende motor met een druk op de toets van de schakelaar van de airconditioning. Bijzonderheden: CO/CC.1: De airconditioning kan niet worden ingeschakeld. CC.0: De airconditioning is permanent ingeschakeld. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de rekeneenheid. Controleer de geleiding, de isolatie en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem Stekker A, Aansl. B1 Relais commando aircocompressor Aansl. D2 Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF228 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 84

85 Diagnose - Betekenis van de storingen DF254 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN STUURSIGNAAL GEMOTORISEERD SMOORKLEPHUIS 1.DEF: component in slechte staat BELANGRIJK Ga nooit met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis. Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1 of DF124 Circuit smoorklepweerstand baan 2 als die aanwezig zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard tijdens het commando AC621 Gemotoriseerde smoorklep. Bijzonderheden: Bij storingen brandt het lampje prioriteit 1. Het inspuitsysteem gaat over op het noodprogramma 1 en 2 waardoor het toerental en de snelheid beperkt zijn. Controleer de reinheid en de staat van het smoorklephuis en van de stekkers ervan. Controleer met de hand of de smoorklep goed draait. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid aansl. G3, stekker C Rekeneenheid aansl. H3, stekker C Aansl. 5 van de gemotoriseerde smoorklep Aansl. 6 van de gemotoriseerde smoorklep Meet de weerstand van de motor van het smoorklephuis tussen aansl. 5 en 6. Als de waarde niet 1000 Ω ± 250 is, vervang het smoorklephuis. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Als het smoorklephuis is vervangen, moet u de smoorklepaanslagen inlezen (zie Configuratie en inlezen). Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF254 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 85

86 Diagnose - Betekenis van de storingen DF342 AANWEZIG CIRCUIT WAARSCHUWINGSLAMPJE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR CO : onderbreking CC.0: kortsluiting aan massa CC.1: kortsluiting aan + 12 volt Bijzonderheden: CC.1: Gevaar van noodprogramma zonder signalering en niet branden gedurende 3 s bij het contact aanzetten, het lampje brandt permanent met contact uit. CO: Gevaar van noodprogramma zonder signalering en niet branden gedurende 3 s bij het contact aanzetten, het lampje is permanent uit. CC.0: Het lampje brandt permanent behalve met contact uit. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van het lampje. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van stekker B van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. A1 Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur (zie het nummer van de aansluiting van de stekker in het elektrisch schema van het instrumentenpaneel) Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF342P MR-390-X90-050$440_nel.mif - 86

87 Diagnose - Betekenis van de storingen DF344 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VERBINDING INSPUITSYSTEEM INSTRUMENTENPANEEL 1 DEF: storing verbinding CAN Geen bijzonderheden Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B, Multiplexsysteem). Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de rekeneenheid. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem Stekker A, Aansl. A3 Instrumentenpaneel Stekker A, Aansl. A4 Instrumentenpaneel (zie de nummers van de aansluitingen van de stekker in het betreffende elektrische schema) Als de storing aanhoudt, voer dan de diagnose uit van het systeem Instrumentenpaneel. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole uit om de reparatie te bevestigen: Als de storing aanwezig is, ga dan verder met de behandeling van de storing. Als de storing in het geheugen is, let er dan niet meer op. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. SIM32_V08_DF344 MR-390-X90-050$440_nel.mif - 87

88 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE: LUCHTCIRCUIT (TURBO/INLAAT) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. 0 tr/min. raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 2 PR041: Luchtcircuit Berekend stationair toerental Het berekende stationair toerentalregeling is afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof en van de olie, van de stand van de versnellingshendel en van de werking van de elektrische stroomverbruikers. PR041 = 752 tr/min. Bij een storing van het opname element spruitstukdruk die aanwezig of in het geheugen is, wordt het berekende stationair toerental 832 tr/min. raadpleeg de betekenis van ET039 Stationair toerentalregeling. 3 PR003: Luchttemperatuur Koude motor, deze parameter moet gelijk zijn aan PR002 Koelvloeistoftempe ratuur Vervangende waarde: - 40 C Vervangende waarde: 120 C raadpleeg de betekenis van DF003 Circuit opname element luchttemperatuur. 4 PR001: Druk spruitstuk Spruitstukdruk = Patmo raadpleeg de betekenis van DF045 Circuit opname element spruitstukdruk. SIM32_V08_CCONF MR-390-X90-050$495_nel.mif - 88

89 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE: BRANDSTOFCIRCUIT Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. 0 tr/min. raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 2 ET387: Configuratie HI-FLEX JA ZONDER 3 ET383: Inlezen van het alchoholpercentage NIET UITGEVOERD ZONDER Brandstofcircuit 3 PR041: Berekend stationair toerental Het berekende stationair toerentalregeling is afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof en van de olie, van de stand van de versnellingshendel en van de werking van de elektrische stroomverbruikers. PR041 = 752 tr/min. Bij een storing van het opname element spruitstukdruk die aanwezig of in het geheugen is, wordt het berekende stationair toerental 832 tr/min. raadpleeg de betekenis van ET039 Stationair toerentalregeling. 4 ET001: + na contact rekeneenheid Aanwezig behandel zoekschema 1. 5 PR004: Voedingsspanning van de rekeneenheid 11 V < PR004 < 15 V raadpleeg de betekenis van DF157 Accuspanning. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 89

90 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE: BRANDSTOFCIRCUIT (VERVOLG 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 6 ET020: Commando benzinepomprelais INACTIEF Bij een probleem raadpleeg de betekenis van DF008 Commandocircuit benzinepomprelais. 7 PR050: Inspuitduur 0 ms ZONDER 8 ET386: Commando extra benzinepomprelais INACTIEF ZONDER 9 PR282: Brandstofcircuit RCO elektroklep extra benzinecircuit 0 % ZONDER 10 PR284: Correctie inspuitduur Deze varieert tussen 0 en 1 ms 0: geen correctie van de inspuitduur, 1: sterke vergroting van de inspuitduur, 0,1: standaardwaarde bij niet HI-FLEX werking raadpleeg de betekenis van de parameter PR284 correctie inspuitduur. 11 ET039: Stationair toerentalregeling INACTIEF ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 90

91 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE: BRANDSTOFCIRCUIT (VERVOLG 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 12 PR250: RCO theoretisch stationair toerentalregeling Ongeveer 23 % ZONDER 13 PR267: Waarde inlezing stationair toerentalregeling Ongeveer 7 % ZONDER 14 ET037: Mengselregeling INACTIEF ZONDER 15 Brandstofcircuit PR035: 16 PR030: Correctiewaarde mengselregeling Adaptieve mengselcorrectie belast 0 < PR035 < 255 Ongeveer 128 Ongeveer 10 % Met deze parameters kan de tendens voor de verrijking of de verarming van het mengsel worden gezien. 17 PR125: 18 PR124: Adaptieve mengselverschuiving. Adaptieve mengselverrijking 0 < PR125 < 255 Ongeveer < PR124 < 255 Ongeveer 128 Met deze parameters kan de tendens voor de verrijking of de verarming van het mengsel worden gezien. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 91

92 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE: PARAMETERS BESTUURDER Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. 0 tr/min. raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 2 PR041: Berekend stationair toerental Het berekend stationair toerental is ongeveer 832 tr/min. raadpleeg de betekenis van ET039 Stationair toerentalregeling. 3 ET366: Pedaal gas los en smoorklep gesloten JA ZONDER 4 ET079: 5 Parameters bestuurder PR017: Stand gemotoriseerde smoorklep Gemeten stand smoorklep DICHT 14% raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1. 6 PR110: 7 PR111: 8 PR166: Gemeten smoorklepstand baan 1 Gemeten smoorklepstand baan 2 Gemeten spanning smoorklep baan 1 14% 14% Ongeveer 0,70 V raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1 en DF124 Circuit smoorklepweerstand baan 2. 9 PR165: Gemeten spanning smoorklep baan 2 Ongeveer 0,70 V MR-390-X90-050$495_nel.mif - 92

93 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE PARAMETER BESTUURDER (VERVOLG) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 10 ET108: Stand gaspedaal GAS LOS raadpleeg de betekenis van PR126 Stand gaspedaal. 11 PR008: Inleeswaarde stand gas los 14% ZONDER 12 PR126: Stand gaspedaal 14% raadpleeg de betekenis van PR126 Stand gaspedaal. 13 Parameters PR206: bestuurder stand pedaal baan 1 14% raadpleeg de betekenis van DF125 Circuit opname element pedaal baan PR207: stand pedaal baan 2 14% raadpleeg de betekenis van DF126 Circuit opname element pedaal baan PR150: Gemeten spanning hoek pedaal 1 Ongeveer 0,72 V raadpleeg de betekenis van DF125 Circuit opname element pedaal baan PR151: Gemeten spanning hoek pedaal 2 Ongeveer 0,72 V raadpleeg de betekenis van DF126 Circuit opname element pedaal baan 2. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 93

94 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE GEMOTORISEERDE SMOORKLEP Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. 0 tr/min. raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 2 ET366: Pedaal gas los en smoorklep gesloten JA ZONDER 3 ET111: Inlezen aanslagen smoorklep UITGEVOERD of NIET UITGEVOERD zie Configuratie en inlezen. 4 ET079: 5 PR017: Gemotoriseerde smoorklep 6 PR110: Stand gemotoriseerde smoorklep Gemeten stand smoorklep Gemeten smoorklepstand baan 1 DICHT 14% 14% raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1 en DF124 Circuit smoorklepweerstand baan 2. raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1. 7 PR111: Gemeten smoorklepstand baan 2 14% raadpleeg de betekenis van DF124 Circuit smoorklepweerstand baan 2. 8 PR166: Gemeten spanning smoorklep baan 1 Ongeveer 0,70 V raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1 en DF PR165: Gemeten spanning smoorklep baan 2 Ongeveer 0,70 V Circuit smoorklepweerstand baan 2. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 94

95 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE GEMOTORISEERDE SMOORKLEP (VERVOLG) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 10 PR273: 11 PR274: Ingelezen waarde onderste aanslag gemotoriseerde smoorklep Ingelezen waarde bovenste aanslag gemotoriseerde smoorklep 10 % 20 % raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1 en DF124 Circuit smoorklepweerstand baan PR227: Onderste aanslag gemotoriseerde smoorklep baan 1 Ongeveer 0,50 V raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1. Gemotoriseerde 13 PR228: smoorklep Onderste aanslag gemotoriseerde smoorklep baan 2 Ongeveer 4,50 V raadpleeg de betekenis van DF124 Circuit smoorklepweerstand baan PR229: Bovenste aanslag gemotoriseerde smoorklep baan 1 Ongeveer 1 V raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan PR230: Bovenste aanslag gemotoriseerde smoorklep baan 2 Ongeveer 4 V raadpleeg de betekenis van DF124 Circuit smoorklepweerstand baan PR028: Gecorrigeerde stand gemotoriseerde smoorklep 50% raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 95

96 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE NOODPROGRAMMA Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. 0 tr/min. raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 2 ET111: Inlezen aanslagen smoorklep UITGEVOERD of NIET UITGEVOERD ga te werk zoals is beschreven in hoofdstuk Configuratie en inlezen. 3 ET055: Noodprogramma type 1 INACTIEF 4 ET056: 5 Noodprogramma ET057: 6 ET058: Noodprogramma type 2 Noodprogramma type 3 Noodprogramma type 4 INACTIEF INACTIEF INACTIEF behandel de betekenis van de noodprogramma's (zie Werking van het systeem ). 7 ET059: Noodprogramma type 5 INACTIEF 8 PR204: Km-teller waarschuwingsla mpje brandt 0 km raadpleeg de betekenis van DF064 Informatie rijsnelheid. 9 PR181: Km-teller waarschuwingsla mpje OBD brandt 0 km raadpleeg de betekenis van DF064 Informatie rijsnelheid. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 96

97 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE ONTSTEKINGSVERVROEGING Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental 2 ET186: Signaal vliegwiel Geeft het toerental van de motor in tr/min. 0 tr/min. NIET GEDETECTEERD raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 3 ET014: Herkennen cilinder 1 NIET UITGEVOERD ZONDER UITGEVOERD of NIET UITGEVOERD 5 PR209: Pingelsignaal 0 zie Configuratie en inlezen. raadpleeg de betekenis van DF006 Circuit pingeldetector. 6 PR015: Pingelcorrectie 0 krukas ZONDER 7 PR051: 4 ET231: Inlezen tandschijf Ontstekingsvervroeging Ontstekingsvervroeging - 24 krukas ZONDER 8 ET368: Diagnose ontstekingsuitval INACTIEF ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 97

98 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE ANTILUCHTVERONTREINIGING/OBD Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 ET037: Mengselregeling INACTIEF ZONDER 2 ET027: Dubbele mengselregelkring INACTIEF ZONDER 3 ET369: Diagnose katalysator INACTIEF raadpleeg de betekenis van DF057 Circuit voorste lambda sonde. 4 ET367: Antiluchtverontreiniging/OBD 5 ET368: Diagnose voorste sonde Diagnose ontstekingsuitval INACTIEF INACTIEF raadpleeg de betekenis van DF057 Circuit voorste lambda sonde. raadpleeg de betekenis van DF165 Detectie ontstekingsuitval. 6 ET233: Diagnose OBD brandstofcircuit INACTIEF ZONDER 7 ET231: Inlezen tandschijf UITGEVOERD of NIET UITGEVOERD lees de tandschijf in (Configuratie en inlezen). 8 PR035: Correctiewaarde mengselregeling Ongeveer 128 ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 98

99 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE ANTILUCHTVERONTREINIGING/OBD (vervolg) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 17 PR125: 18 PR124: Adaptieve mengselverschuiving. Adaptieve mengselverrijking 0 < PR125 < 255 Ongeveer < PR124 < 255 Ongeveer 128 Met deze parameters kan de tendens voor de verrijking of de verarming van het mengsel worden gezien. 9 PR009: spanning voorste lambda sonde 0 mv < PR009 < 1000 mv Ongeveer 500 mv raadpleeg de betekenis van DF057 Circuit voorste lambda sonde. 10 ET030: Antiluchtverontreiniging/OBD 11 ET117: Verwarming voorste lambda sonde Commando elektroklep dampabsorptievat INACTIEF INACTIEF raadpleeg de betekenis van DF018 Circuit verwarming voorste lambda sonde. raadpleeg de betekenis van de storing DF014 Circuit elektroklep dampafzuiging. 12 PR023: Commando elektroklep dampafzuiging 0 % raadpleeg de betekenis van de storing DF014 Circuit elektroklep dampafzuiging. 13 PR181: Km-teller waarschuwingsla mpje OBD brandt 0 Km ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 99

100 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE AIRCONDITIONING Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. 0 tr/min. raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 2 PR002: Koelvloeistoftem peratuur Geeft de koelvloeistoftemper atuur aan raadpleeg de betekenis van DF004 Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur. Airconditioning 3 PR041: Berekend stationair toerental Het berekende stationair toerentalregeling is afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof en van de olie, van de stand van de versnellingshendel en van de werking van de elektrische stroomverbruikers. PR041 = 752 tr/min. Bij een storing van het opname element spruitstukdruk die aanwezig of in het geheugen is wordt het berekende stationair toerental 832 tr/min. raadpleeg de betekenis van ET039 Stationair toerentalregeling. 4 ET038: Verhoogd stationair INACTIEF ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 100

101 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE: AIRCONDITIONING (vervolg) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 ET070: Aircocompressor INACTIEF ZONDER 6 PR027: Aircodruk Ongeveer 8 bar raadpleeg de betekenis van PR027 Druk koudemiddel. 7 ET035: Airconditioning 8 ET036: Ventilateurmotor lage snelheid Ventilateurmotor hoge snelheid INACTIEF INACTIEF raadpleeg de betekenis van de storing DF010 Circuit ventilateurmotor lage snelheid. raadpleeg de betekenis van de storing DF030 Circuit ventilateurmotor hoge snelheid. 9 PR044: Opgenomen vermogen door aircocompressor Ongeveer 360 W raadpleeg de betekenis van ET070 Aircocompressor. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 101

102 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan FUNCTIE STARTEN Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 ET139: Botsing gedetecteerd NEE raadpleeg de betekenis van ET139 Botsing gedetecteerd. 2 ET002: Starten Startvergrendeling INACTIEF ZONDER 3 ET001: 4 PR004: + na contact rekeneenheid Voedingsspanning van de rekeneenheid AANWEZIG 11 V < PR004 < 15 V raadpleeg de betekenis van DF157 Accuspanning. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 102

103 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE: LUCHTCIRCUIT (TURBO/INLAAT) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. Ongeveer 750 tr/min raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 2 PR041: Circuit luchtinlaat Berekend stationair toerental Het berekende stationair toerentalregeling is afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof en van de olie, van de stand van de versnellingshendel en van de werking van de elektrische stroomverbruikers. PR041 = 752 tr/min. (ongeveer) Bij een storing van het opname element spruitstukdruk die aanwezig of in het geheugen is, wordt het berekende stationair toerental 836 tr/min. raadpleeg de betekenis van ET039 Stationair toerentalregeling. 3 PR003: Luchttemperatuur Deze parameter moet gelijk zijn aan de omgevingstemperatuur. Vervangende waarde: - 40 C Vervangende waarde: 120 C 4 PR001: Druk spruitstuk Ongeveer 500 mb raadpleeg de betekenis van DF003 Circuit opname element luchttemperatuur. raadpleeg de betekenis van DF045 Circuit opname element spruitstukdruk. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 103

104 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE BRANDSTOFCIRCUIT Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. Ongeveer 750 tr/min raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 2 PR387: Configuratie Hi- Flex JA ZONDER 3 ET383: Inlezen van het alchoholpercenta ge NIET UITGEVOERD De staat ET037 mengselregeling moet ACTIEF zijn opdat het inlezen UITGEVOERD wordt. 4 Brandstofcircuit Berekend PR041: Stationair toerental Het berekende stationair toerentalregeling is afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof en van de olie, van de stand van de versnellingshendel en van de werking van de elektrische stroomverbruikers. PR041 = 752 tr/min. Bij een storing van het opname element spruitstukdruk die aanwezig of in het geheugen is, wordt het berekende stationair toerental 836 tr/min. raadpleeg de betekenis van ET039 Stationair toerentalregeling. 5 ET001: + na contact rekeneenheid Aanwezig De motor draait behandel zoekschema 1. 6 PR004: Voedingsspannin g van de rekeneenheid 11 V < PR004 < 15 V raadpleeg de betekenis van DF157 Accuspanning. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 104

105 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE: BRANDSTOFCIRCUIT (VERVOLG 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 7 ET020: Commando benzinepomprelais ACTIEF Bij een probleem raadpleeg de betekenis van DF008 Commandocircuit benzinepomprelais. 8 PR050: Inspuitduur 3 ms < RR050 < 4 ms ZONDER 9 ET386: Commando extra benzinepomprelais INACTIEF (behalve koude start) ZONDER 10 PR282: Brandstofcircuit RCO elektroklep extra benzinecircuit 0 % ZONDER 11 PR284: Correctie inspuitduur Deze varieert tussen 0 en 1 ms 0: geen correctie van de inspuitduur, 1: sterke vergroting van de inspuitduur, 0,1: standaardwaarde bij niet HI-FLEX werking raadpleeg de betekenis van de parameter PR284 correctie inspuitduur. 12 ET039: Stationair toerentalregeling ACTIEF ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 105

106 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE: BRANDSTOFCIRCUIT (VERVOLG 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 13 PR250: RCO theoretisch stationair toerentalregeling Ongeveer 27 % ZONDER 14 PR267: Waarde inlezing stationair toerentalregeling Ongeveer 7 % ZONDER 15 ET037: Mengselregeling ACTIEF ZONDER 16 Brandstofcircuit PR035: Correctiewaarde mengselregeling PR030: 18 PR125: Adaptieve mengselcorrectie belast Adaptieve mengselverschuiving. Ongeveer 10 % 0 < PR125 < 255 ongeveer 128 Met deze parameters kan de tendens voor de verrijking of de verarming van het mengsel worden gezien. 19 PR124: Adaptieve mengselverrijking 0 < PR124 < 255 ongeveer 128 MR-390-X90-050$495_nel.mif - 106

107 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE PARAMETERS BESTUURDER Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. Ongeveer 750 tr/min raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 2 PR041: Parameters bestuurder Berekend stationair toerental Het berekende stationair toerentalregeling is afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof en van de olie, van de stand van de versnellingshendel en van de werking van de elektrische stroomverbruikers. PR041 = 752 tr/min Bij een storing van het opname element spruitstukdruk die aanwezig of in het geheugen is, wordt het berekende stationair toerental 836 tr/min. raadpleeg de betekenis van ET039 Stationair toerentalregeling. 3 ET366: Pedaal gas los en smoorklep gesloten JA Indien NEE, raadpleeg de betekenis van PR126 Stand gaspedaal. 4 ET079: Stand gemotoriseerde smoorklep DICHT raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 107

108 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE PARAMETERS BESTUURDER (VERVOLG 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 PR017: Gemeten stand smoorklep Ongeveer 14 % 6 PR110: 7 PR111: 8 Parameters PR166: bestuurder Gemeten smoorklepstand baan 1 Gemeten smoorklepstand baan 2 Gemeten spanning smoorklep baan 1 Ongeveer 14 % Ongeveer 14 % Ongeveer 0,70 V raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1 en DF124 Circuit smoorklepweerstand baan 2. 9 PR165: Gemeten spanning smoorklep baan 2 Ongeveer 0,70 V 10 ET108: Stand gaspedaal GAS LOS raadpleeg de betekenis van PR126 Stand gaspedaal. 11 PR008: Inleeswaarde stand gas los Ongeveer 14 % ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 108

109 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE PARAMETERS BESTUURDER (VERVOLG 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 12 PR126: Stand gaspedaal Ongeveer 14 % raadpleeg de betekenis van PR126 Stand gaspedaal. 13 PR206: stand pedaal baan 1 Ongeveer 14 % raadpleeg de betekenis van DF125 Circuit opname element pedaal baan 1. Parameters 14 PR207: bestuurder stand pedaal baan 2 Ongeveer 14 % raadpleeg de betekenis van DF126 Circuit opname element pedaal baan PR150: Gemeten spanning hoek pedaal 1 Ongeveer 0,70 V raadpleeg de betekenis van DF125 Circuit opname element pedaal baan PR151: Gemeten spanning hoek pedaal 2 Ongeveer 0,70 V raadpleeg de betekenis van DF126 Circuit opname element pedaal baan 2. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 109

110 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE GEMOTORISEERDE SMOORKLEP Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. Ongeveer 725 tr/min. raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 2 ET366: Pedaal gas los en smoorklep gesloten JA ZONDER 3 ET111: Inlezen aanslagen smoorklep UITGEVOERD of NIET UITGEVOERD zie Configuratie en inlezen. 4 ET079: 5 PR017: Stand gemotoriseerde smoorklep Gemeten stand smoorklep DICHT 14% raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1 en DF124 Circuit smoorklepweerstand baan 2. Gemotoriseerde smoorklep 6 PR110: Gemeten smoorklepstand baan 1 14% raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1. 7 PR111: Gemeten smoorklepstand baan 2 14% raadpleeg de betekenis van DF124 Circuit smoorklepweerstand baan 2. 8 PR166: Gemeten spanning smoorklep baan 1 0,70 V raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1 en DF124 Circuit smoorklepweerstand baan 2. 9 PR165: Gemeten spanning smoorklep baan 2 0,70 V Circuit smoorklepweerstand baan 2. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 110

111 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE GEMOTORISEERDE SMOORKLEP (VERVOLG) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 10 PR273: 11 PR274: Ingelezen waarde onderste aanslag gemotoriseerde smoorklep Ingelezen waarde bovenste aanslag gemotoriseerde smoorklep Ongeveer 10 % Ongeveer 20 % raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1 en DF124 Circuit smoorklepweerstand baan PR227: Onderste aanslag gemotoriseerde smoorklep baan 1 Ongeveer 0,50 V raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1. Gemotoriseerde 13 PR228: smoorklep Onderste aanslag gemotoriseerde smoorklep baan 2 Ongeveer 4,5 V raadpleeg de betekenis van DF124 Circuit smoorklepweerstand baan PR229: Bovenste aanslag gemotoriseerde smoorklep baan 1 Ongeveer 1 V raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan PR230: Bovenste aanslag gemotoriseerde smoorklep baan 2 Ongeveer 4 V raadpleeg de betekenis van DF124 Circuit smoorklepweerstand baan PR028: Gecorrigeerde stand gemotoriseerde smoorklep Ongeveer 0 % raadpleeg de betekenis van DF123 Circuit smoorklepweerstand baan 1. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 111

112 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE NOODPROGRAMMA Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. 745 tr/min. raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 2 ET111: Inlezen aanslagen smoorklep UITGEVOERD of NIET UITGEVOERD ga te werk zoals is beschreven in hoofdstuk Configuratie en inlezen. 3 ET055: Noodprogramma type 1 INACTIEF 4 ET056: 5 Noodprogramma ET057: 6 ET058: Noodprogramma type 2 Noodprogramma type 3 Noodprogramma type 4 INACTIEF INACTIEF INACTIEF behandel de betekenis van de noodprogramma's (zie Werking van het systeem ). 7 ET059: Noodprogramma type 5 INACTIEF 9 PR204: 10 PR181: Km-teller waarschuwingslampje brandt Km-teller waarschuwingslampje OBD brandt 0 km ZONDER 0 km ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 112

113 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE ONTSTEKINGSVERVROEGING Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. Ongeveer 750 tr/min 2 ET186: Signaal vliegwiel GEDETECTEERD raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 3 ET014: Herkennen cilinder 1 NIET UITGEVOERD ZONDER UITGEVOERD of NIET UITGEVOERD 5 PR209: Pingelsignaal Ongeveer zie Configuratie en inlezen. raadpleeg de betekenis van DF006 Circuit pingeldetector. 6 PR015: Pingelcorrectie 0 V ZONDER 7 PR051: 4 ET231: Inlezen tandschijf Ontstekingsvervroeging Ontstekingsvervroeging - 1 V < PR051 < 1 V ZONDER 8 ET368: Diagnose ontstekingsuitval UITGEVOERD ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 113

114 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE ANTILUCHTVERONTREINIGING/OBD Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 ET037: Mengselregeling ACTIEF ZONDER 2 ET027: Dubbele mengselregelkring INACTIEF ZONDER 3 ET369: Diagnose katalysator INACTIEF raadpleeg de betekenis van DF057 Circuit voorste lambda sonde. 4 ET367: Diagnose voorste sonde INACTIEF raadpleeg de betekenis van DF057 Circuit voorste lambda sonde. Antiluchtverontreiniging/OBD 5 ET368: Diagnose ontstekingsuitval UITGEVOERD raadpleeg de betekenis van DF165 Detectie ontstekingsuitval. 6 ET233: Diagnose OBD brandstofcircuit INACTIEF ZONDER 7 ET231: Inlezen tandschijf UITGEVOERD moet u de tandschijf inlezen (zie, Benzineinspuitsysteem, Configuratie en inlezen). 8 PR035: Correctiewaarde mengselregeling Ongeveer 100 ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 114

115 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE ANTILUCHTVERONTREINIGING/OBD (vervolg) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 9 PR125: Adaptieve mengselverschuiving. 128 Met deze parameters kan de tendens voor de verrijking of de verarming van het mengsel worden gezien. 10 PR124: Adaptieve mengselverschuiving. 128 Met deze parameters kan de tendens voor de verrijking of de verarming van het mengsel worden gezien. 11 PR009: spanning voorste lambda sonde SCHOMMELT tussen 0 mv < en 1000 mv raadpleeg de betekenis van DF057 Circuit voorste lambda sonde. Antiluchtverontreiniging/OBD 12 ET030: Verwarming voorste lambda sonde ACTIEF/ INACTIEF raadpleeg de betekenis van DF018 Circuit verwarming voorste lambda sonde. 13 ET117: Commando elektroklep dampabsorptievat INACTIEF raadpleeg de betekenis van de storing DF014 Circuit elektroklep dampafzuiging. 14 PR023: Commando elektroklep dampafzuiging 0 % raadpleeg de betekenis van de storing DF014 Circuit elektroklep dampafzuiging. 15 PR181: Km-teller waarschuwingsla mpje OBD brandt 0 Km ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 115

116 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE AIRCONDITIONING Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR006: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. Ongeveer 750 tr/min raadpleeg de betekenis van DF025 Circuit opname element vliegwiel 2 PR002: Koelvloeistofte mperatuur Geeft de koelvloeistoftemperat uur aan raadpleeg de betekenis van DF004 Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur. Airconditioning 3 PR041: Berekend stationair toerental Het berekende stationair toerentalregeling is afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof en van de olie, van de stand van de versnellingshendel en van de werking van de elektrische stroomverbruikers. PR041 = 752 tr/min Bij een storing van het opname element spruitstukdruk die aanwezig of in het geheugen is, wordt het berekende stationair toerental 836 tr/min. raadpleeg de betekenis van ET039 Stationair toerentalregeling. 4 ET038: Verhoogd stationair ACTIEF/INACTIEF ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 116

117 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE: AIRCONDITIONING (vervolg) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 ET070: Aircocompressor INACTIEF ZONDER 6 PR027: Aircodruk Ongeveer 10 bar raadpleeg de betekenis van PR027 Druk koudemiddel. 7 ET035: Airconditioning Ventilateurmotor lage snelheid INACTIEF raadpleeg de betekenis van de storing DF010 Circuit ventilateurmotor lage snelheid. 8 ET036: Ventilateurmotor hoge snelheid INACTIEF raadpleeg de betekenis van de storing DF030 Circuit ventilateurmotor hoge snelheid. 9 PR044: Opgenomen vermogen door aircocompressor Ongeveer 300 W ZONDER MR-390-X90-050$495_nel.mif - 117

118 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. FUNCTIE STARTEN Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 ET139: Botsing gedetecteerd NEE raadpleeg de betekenis van ET139 Botsing gedetecteerd. 2 ET002: Starten Startvergrendeling INACTIEF ZONDER 3 ET001: 4 PR004: + na contact rekeneenheid Voedingsspanning van de rekeneenheid AANWEZIG 11 V < PR004 < 15 V raadpleeg de betekenis van DF157 Accuspanning. MR-390-X90-050$495_nel.mif - 118

119 Diagnose - Overzicht van de staten Staat gereedschap Omschrijving in diagnoseapparaat ET001 ET002 + na contact rekeneenheid Startvergrendeling ET014 Herkennen cilinder 1 ET020 ET027 ET030 ET035 ET036 ET037 ET038 ET039 Commando benzinepomprelais Dubbele mengselregelkring Verwarming voorste lambda sonde Ventilateurmotor lage snelheid Ventilateurmotor hoge snelheid Mengselregeling Verhoogd stationair Stationair toerentalregeling ET055 Noodprogramma type 1 ET056 Noodprogramma type 2 ET057 Noodprogramma type 3 ET058 Noodprogramma type 4 ET059 Noodprogramma type 5 ET070 ET079 ET099 ET108 ET111 ET117 ET139 ET186 ET231 ET233 ET366 ET367 ET368 ET369 ET383 ET386 ET387 Aircocompressor Stand gemotoriseerde smoorklep Code startvergrendeling ingelezen Stand gaspedaal Inlezen aanslagen smoorklep Commando elektroklep dampabsorptievat Botsing gedetecteerd Signaal vliegwiel Inlezen tandschijf Diagnose OBD brandstofcircuit Pedaal gas los en smoorklep gesloten Diagnose voorste sonde Diagnose ontstekingsuitval Diagnose katalysator Inlezen van het alchoholpercentage Commando extra benzinepomprelais Configuratie Hi-Flex MR-390-X90-050$550_nel.mif - 119

120 Diagnose - Betekenis van de staten ET014 HERKENNEN CILINDER 1 Uitgevoerd Niet uitgevoerd Bijzonderheden: Voer de controles alleen uit als de staten UITGEVOERD en NIET UITGEVOERD niet overeenkomen. Fasering van de motor: Op de auto's zonder opname element nokkenas, gebeurt de fasering van de motor softwarematig. Een eerste zogenaamde Memofasering wordt gebruikt om de controle van de motor bij het starten te faseren naargelang de bij het voorafgaande stilzetten opgeslagen gegevens. Daarom moet 30 s worden gewacht (tijd voor het opslaan van de gegevens) voordat de rekeneenheid wordt losgemaakt. Daarna bevestigt een tweede strategie de eerdere beslissing. Deze is gebaseerd op de analyse van het koppel. De berekening van het koppel is gebaseerd op de analyse van de duur van het passeren van de tanden van de tandschijf van het vliegwiel. Het toerental van de motor moet liggen tussen 320 tr/min en 5000 tr/min. Daar is het commando RZ008 Herinitialisatie van de inlezingen voor nodig, en het inlezen van de tandschijf van het vliegwiel. (Zie Configuratie en inlezen). Controleer het inlezen via ET231 Inlezen tandschijf. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_ET014 MR-390-X90-050$605_nel.mif - 120

121 Diagnose - Betekenis van de staten ET039 STATIONAIR TOERENREGELING Actief INACTIEF Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer: het peil van de motorolie (te hoog = klutsen), of de uitlaatlijn niet is verstopt (katalysator beschadigd), de reinheid en het juiste type luchtfilter, of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt, of het smoorklephuis niet is vervuild, de staat en het juiste type van de bougies, de afdichting van het gehele benzinecircuit, de benzinedruk en -opbrengst (zie SM 3522A,, Benzine-inspuitsysteem), de staat en de reinheid van de inspuitstukken, de compressies van de motor, de afstelling van de distributie, Herstel de defecte elementen indien nodig. Controleer: het peil van de motorolie (te hoog klutsen), de doseurs van de carterventilatie, de afdichting tussen het smoorklephuis en het inlaatspruitstuk, de afdichting van het opname element spruitstukdruk, de afzuiging van het dampabsorptievat, deze mag niet open blijven staan, de afdichting van circuit van de dampafzuiging, de afdichting van het rembekrachtigercircuit, het ontbreken van lekkage tussen het inlaatspruitstuk en de cilinderkop, De afdichting van de carterventilatie tussen het inlaatspruitstuk en de cilinderkop, de benzinedruk en -opbrengst (zie SM 3522A,, Benzine-inspuitsysteem), de staat en de reinheid van de inspuitstukken, de compressies van de motor, de afstelling van de distributie, Herstel de defecte elementen indien nodig. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_ET039 MR-390-X90-050$605_nel.mif - 121

122 Diagnose - Betekenis van de staten ET139 BOTSING GEDETECTEERD Ja Nee Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Bijzonderheden: Deze storing verschijnt als het huis met hulporganen via het multiplexnetwerk informatie krijgt van de rekeneenheid van de airbag over een frontale botsing. Zodra de UCH deze informatie ontvangt, wordt de motor uitgeschakeld. Als de auto een aanrijding heeft gehad: voer alle benodigde reparaties uit, zet het contact uit gedurende 10 secondes, zet het contact weer aan. Als ET139 Botsing gedetecteerd Ja blijft, voer dan een diagnose uit van de rekeneenheid van de airbag. Als de auto geen aanrijding heeft gehad, voer een diagnose uit van de rekeneenheid van de airbag. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_ET139 MR-390-X90-050$605_nel.mif - 122

123 Diagnose - Betekenis van de staten ET231 INLEZEN TANDSCHIJF Niet uitgevoerd Uitgevoerd Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn De storingen van de tandschijf van het vliegwiel moeten worden gecorrigeerd. Lees de tandschijf in door: een eerste afremming op de motor met inspuitonderbreking (dat wil zeggen gas-, koppelings- en rempedalen niet ingedrukt) tussen 3500 en 3000 tr/min, in een versnelling hoger dan de 2e gedurende ten minste 5 s. een tweede afremming op de motor met inspuitonderbreking (dat wil zeggen gas-, koppelings- en rempedalen niet ingedrukt) tussen 2400 en 2000 tr/min, in een versnelling hoger dan de 2e gedurende ten minste 5 s. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_ET231 MR-390-X90-050$605_nel.mif - 123

124 Diagnose - Betekenis van de staten ET383 INLEZEN VAN HET ALCHOHOLPERCENTAGE Uitgevoerd Niet uitgevoerd Bezig Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn De staat ET383 Inlezen van alcoholpercentage moet UITGEVOERD zijn als het systeem Hi-Flex op de auto aanwezig is en gedetecteerd is door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als de staat ET383 Inlezen van het alcoholpercentage NIET KLAAR is, volg dan onderstaande methode. Lees het alcoholpercentage opnieuw in (zie hoofdstuk Configuratie en inlezen, Inlezen alcoholpercentage): start de motor, laat de koelvloeistoftemperatuur 75 C worden, controleer dit met behulp van de parameter PR002 Koelvloeistoftemperatuur, laat de motor met 1500 tr/min draaien gedurende minstens 5 min, controleer of het inlezen is uitgevoerd is met behulp van de staat ET383 Inlezen van het alcoholpercentage en de parameter PR283 Geschat alcoholpercentage, de ingelezen waarde wordt opgeslagen bij het uitzetten van het contact. Als het probleem aanhoudt, neem contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_ET383 MR-390-X90-050$605_nel.mif - 124

125 Diagnose - Betekenis van de staten ET386 COMMANDO EXTRA BENZINEPOMPRELAIS Inactief Actief Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn De staat ET386 commando extra benzinepomprelais moet ACTIEF zijn tijdens de koude start als het systeem Hi-Flex aanwezig is op de auto en is gedetetcteerd door de rekeneenheid van het benzinesysteeem. De staat ET386 commando extrs benzinepomprelais blijft INACTIEF als het alcoholpercentage in het reservoir laag is en de koelvloeistoftemperatuur hoog is (het systeem Hi-Flex schakelt niet in). Als de staat ET386 commando extra benzinepomprelais INACTIEF is tijdens de koude start, volg dan de diagnose hieronder. Controleer de werking van het relais door het activeren van het commando AC009 Relais pomp extra benzinecircuit. Vervang het relais indien nodig. Maak het relais los. Controleer, met contact aan, de + 12 V op aansl. 1 en 3 van de stekker van het relais van de extra benzinepomp. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_ET386 MR-390-X90-050$605_nel.mif - 125

126 Diagnose - Betekenis van de staten ET387 CONFIGURATIE HI-FLEX Ja Nee Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn De staat ET387 Configuratie Hi-flex is JA tijdens het aanzetten van het contact, als het systeem Hi-Flex aanwezig is op de auto. Als de staat ET387 Configuratie Hi-flex NEE is als het systeem Hi-Flex niet aanwezig is op de auto, volg dan onderstaande diagnose. Lees de configuratie Hi-Flex in (zie Configuratie en inlezen, Configuratie Hi-Flex): Zet het contact aan, zonder de motor te starten: het inlezen van de configuratie Hi-flex gebeurt automatisch door het detecteren van de elektroklep en de extra pomp. Als de staat ET387 Configuratie Hi-flex NEE blijft, controleer dan de accuspanning en de massa's van de auto. Controleer de werking van het relais van de pomp en de elektroklep van het extra benzinereservoir met behulp van de commando's AC009 Relais pomp extra benzinecircuit en AC013 Elektroklep extra benzinecircuit. Behandel de geconstateerde storing indien nodig (zie DF213 Relais pomp extra benzinecircuit of DF214 Elektroklep extra benzinecircuit ). Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_ET387 MR-390-X90-050$605_nel.mif - 126

127 Diagnose - Overzicht van de parameters Parameter gereedschap Omschrijving in diagnoseapparaat PR001 PR002 PR003 PR004 PR006 PR008 PR009 PR015 PR017 PR023 PR027 PR028 PR030 PR035 PR041 PR044 PR050 PR051 Druk spruitstuk Koelvloeistoftemperatuur Luchttemperatuur Voedingsspanning van de rekeneenheid Motortoerental Inleeswaarde stand gas los spanning voorste lambda sonde Pingelcorrectie Gemeten stand smoorklep Commando elektroklep dampafzuiging Aircodruk Gecorrigeerde stand gemotoriseerde smoorklep Adaptieve mengselcorrectie belast Correctiewaarde mengselregeling Berekend stationair toerental Opgenomen vermogen door aircocompressor Inspuitduur Ontstekingsvervroeging PR110 Gemeten smoorklepstand baan 1 PR111 Gemeten smoorklepstand baan 2 PR124 PR125 PR126 Adaptieve mengselverrijking Adaptieve mengselverschuiving. Stand gaspedaal MR-390-X90-050$660_nel.mif - 127

128 Diagnose - Overzicht van de parameters Parameter gereedschap Omschrijving in diagnoseapparaat PR150 Gemeten spanning hoek pedaal 1 PR151 Gemeten spanning hoek pedaal 2 PR165 Gemeten spanning smoorklep baan 2 PR166 Gemeten spanning smoorklep baan 1 PR181 PR204 Km-teller waarschuwingslampje OBD brandt Km-teller waarschuwingslampje brandt PR206 stand pedaal baan 1 PR207 stand pedaal baan 2 PR209 Pingelsignaal PR227 Onderste aanslag gemotoriseerde smoorklep baan 1 PR228 Onderste aanslag gemotoriseerde smoorklep baan 2 PR229 Bovenste aanslag gemotoriseerde smoorklep baan 1 PR230 Bovenste aanslag gemotoriseerde smoorklep baan 2 PR250 PR267 PR273 PR274 PR282 PR284 RCO theoretisch stationair toerentalregeling Waarde inlezing stationair toerentalregeling Ingelezen waarde onderste aanslag gemotoriseerde smoorklep Ingelezen waarde bovenste aanslag gemotoriseerde smoorklep RCO elektroklep extra benzinecircuit Correctie inspuitduur MR-390-X90-050$660_nel.mif - 128

129 Diagnose - Betekenis van de parameters PR015 PINGELCORRECTIE Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn De pingeldetector moet een signaal ongelijk nul geven, wat bewijst dat hij de trillingen van de motor opvangt. Als PR015 Pingelcorrectie niet tussen 0 V en 8 V is: Controleer of de juiste brandstof in de tank zit. Controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer het aantrekkoppel van de pingeldetector. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de pingeldetector. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. C4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. D4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. D3 Pingeldetector, aansl. 2 Pingeldetector, aansl. 1 Afscherming pingeldetector Als de storing aanhoudt, vervang de pingeldetector. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_PR015 MR-390-X90-050$715_nel.mif - 129

130 Diagnose - Betekenis van de parameters PR126 STAND GASPEDAAL Bijzonderheden: Voer de controles alleen uit als: met gas los PR126 > 15 % of als met vol gas : PR126 < 90 %. Controleer of het pedaal niet mechanisch klemt. Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het opname element pedaal. Als de storing aanhoudt: vervang het opname element pedaal. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_PR126 MR-390-X90-050$715_nel.mif - 130

131 Diagnose - Betekenis van de parameters PR282 RCO ELEKTROKLEP EXTRA BENZINECIRCUIT Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van de elektroklep van het extra benzinecircuit. Meet de weerstand tussen aansl. 1 en 2 van de elektroklep van het extra benzinecircuit. Vervang de elektroklep van het extra benzinecircuit als de weerstand niet ongeveer: 24,6 Ω ± 3 Ω bij - 10 C 28,5 Ω ± 3 Ω bij 25 C 29,8 Ω ± 3 Ω bij 45 C Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van de elektroklep van het extra benzinecircuit. Controleer, met behulp van het universele verlengblok, de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbinding tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C aansl. G1 aansl. 1 van de elektroklep van de pomp van het extra reservoir Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbinding tussen: Rekeneenheid benzine stekker B aansl. C1 aansl. 2 van de elektroklep van de pomp van het extra reservoir Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_PR282 MR-390-X90-050$715_nel.mif - 131

132 Diagnose - Betekenis van de parameters PR284 CORRECTIE INSPUITDUUR Bijzonderheden: De storing DF057 Circuit voorste lambda sonde mag niet aanwezig en niet in geheugen zijn. De correctie van de inspuitduur is afhankelijk van het geschatte alcoholpercentage in het hoofdreservoir, en daarom het wel of niet uitvoeren vand e procedure voor de koude start van de motor met het systeem Hi-Flex. De staat ET383 Inlezen van het alcoholpercentage moet KLAAR zijn. Dit betekent dat het alcoholpercentage in het reservoir gedetecteerd is. Dit percentage varieert van 0 tot 100 %. Als de staat ET383 Inlezen van alcoholpercentage Niet uitgevoerd is, voer dan het inlezen opnieuw uit (zie Configuratie en inlezen, Inlezen alcoholpercentage). Beweeg de kabelbundel tussen de rekeneenheid van het benzine-inspuitsysteem en de voorste lambda sonde om de staat te veranderen (aanwezig of in geheugen). Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de voorste lambda sonde. Vervang de stekker indien nodig. In het geval van een sonde met 3 dradien, controleer met behulp van het universele verlengblok, de isolatie, de geleiding, en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbindingen tussen: Rekeneenheid benzine stekker C aansl. B3 Rekeneenheid benzine stekker C aansl. C3 Aansl. D van de voorste lambda sonde Aansl. C van de voorste lambda sonde Als de storing aanhoudt, vervang de voorste lambda sonde. Als de storing aanhoudt: neem contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_PR284 MR-390-X90-050$715_nel.mif - 132

133 Diagnose - Behandeling van de commando's Commando gereedschap SC009 SC010 PZ007 PZ008 AC009 AC010 AC013 AC016 AC211 AC212 AC213 AC261 AC271 AC272 AC591 AC592 AC621 AC656 VP001 VP003 VP004 Omschrijving in diagnoseapparaat Test katalysator Test lamba sonde Storingsgeheugen Initialisatie van de inlezingen Relais extra benzinepompcircuit Benzinepomprelais Elektroklep extra benzinecircuit Elektroklep dampafzuiging Waarschuwingslampje Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur Waarschuwingslampje OBD Verwarming voorste lambda sonde Relais ventilateurmotor lage snelheid Relais ventilateurmotor hoge snelheid Vergrendelen commando inspuitstukken Ontgrendelen commando inspuitstukken Gemotoriseerde smoorklep Commando aircocompressor Schrijven van het VIN Verhogen van het stationair toerental Verlagen van het stationair toerental MR-390-X90-050$770_nel.mif - 133

134 Diagnose - Betekenis van de commando's AC010 BENZINEPOMPRELAIS Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn CONTROLE VAN HET BENZINEPOMPRELAIS, Controleer de staat, de reinheid en de werking van het benzinepomprelais. Controleer de voeding + 12 V na contact op aansl. B1 van het benzinepomprelais. Als er geen + 12 V is: controleer de zekering F5 15A van de vermogensvoedingsplaat. Geef het commando AC010 Benzinepomprelais. Als het relais niet klikt: maak de massakabel van de accu los, maak de stekker B van de rekeneenheid van het inspuitsysteem los, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen, Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B aansl. E1 Plaat van het benzinepomprelais, aansl. B2 Als het probleem aanhoudt, vervang het relais na controle van de spoel. CONTROLE VAN DE BENZINEPOMP, Controleer de staat, de reinheid en de werking van de benzinepom. Maak de stekker los van de benzinepomp. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Geef het commando AC010 Benzinepomprelais : Controleer, met contact aan de + 12 V op aansl. C1 van de 6-polige stekker van de benzinepomp. Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, maak het benzinepomprelais los, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen, controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Benzinepomp 6-polige stekker, aansl. C1 Plaat van het benzinepomprelais, aansl. B5 Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. MR-390-X90-050$825_nel.mif - 134

135 Diagnose - Betekenis van de commando's AC010 VERVOLG ALS DE POMP NIET WERKT, Controleer, met contact aan de massa op de 6-polige stekker van de benzinepomp (aansl. C2). Sluit het benzinepomprelais en de accu weer aan. Geef het commando AC010 Benzinepomprelais. Controleer, met contact, aan de + 12 V op aansl. C1 van de 6-polige stekker van de benzinepomp. Als de pomp nog steeds niet draait, vervang de benzinepomp. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. MR-390-X90-050$825_nel.mif - 135

136 Diagnose - Betekenis van de commando's AC016 COMMANDO ELEKTROKLEP DAMPAFZUIGING Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de elektroklep van het dampabsorptievat. Meet de weerstand van de elektroklep van het dampabsorptievat tussen aansl. 1 en 2 bij 23 C: 26 Ω ± 4 Ω bij - 40 C: 20 Ω ± 3 Ω Als de waarden niet goed zijn, Vervang de elektroklep van de dampafzuiging. Controleer, met contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de 2-polige stekker van de elektroklep van de afzuiging van het dampabsorptievat. Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen, Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Actuatorrelais aansl. J5 Dampabsorptievat aansl. 1 Maak de massakabel van de accu los. Maak de stekker los van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het universele verlengblok de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B aansl. M3 Elektroklep afzuiging benzinedampabsorptievat aansl. 2 Als de storing aanhoudt, vervang de elektroklep. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. MR-390-X90-050$825_nel.mif - 136

137 Diagnose - Betekenis van de commando's AC621 GEMOTORISEERDE SMOORKLEP Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn BELANGRIJK ga niet met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis Geef het commando AC621 Gemotoriseerde smoorklep. De smoorklep moet 15 keer openen en sluiten. Als de gemotoriseerde smoorklep niet werkt, raadpleeg de betekenis van DF216 Bekrachtiging gemotoriseerd smoorklephuis. Als het smoorklephuis is vervangen, initialiseer de inlezingen ( RZ008 ). Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. MR-390-X90-050$825_nel.mif - 137

138 Diagnose - Klachten Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. BELANGRIJK ga niet met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis GEEN COMMUNICATIE MET DE REKENEENHEID ZOEKSCHEMA 1 MOTOR START MOEILIJK OF GEHEEL NIET ZOEKSCHEMA 2 PROBLEMEN TIJDENS HET STATIONAIR DRAAIEN ZOEKSCHEMA 3 PROBLEMEN TIJDENS HET RIJDEN ZOEKSCHEMA 4 Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. MR-390-X90-050$880_nel.mif - 138

139 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 1 Geen communicatie met de rekeneenheid Probeer het diagnoseapparaat op een auto die geen enkele storing heeft. Controleer of het groene lampje van de sonde brandt. Als er geen communicatie mogelijk is met de tweede auto, ga dan naar de paragraaf Controle van het diagnoseapparaat CLIP. Open de communicatie met de tweede auto, ga naar de paragraaf Controle van de auto. CONTROLE VAN HET DIAGNOSE- APPARAAT CLIP Controleer de reinheid en de staat van de contacten van de diagnoseaansluiting die wordt aangesloten op de auto. Controleer de staat van de kabel van de diagnoseaansluiting naar de sonde en de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer de aansluitingen van de sonde. Controleer de staat van de kabel van de sonde naar de CLIP en de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer de reinheid en de staat van de aansluiting van de CLIP. Als de storing aanhoudt: neem contact op met de technische helpdesk. CONTROLE OP DE AUTO Controleer de spanning van de accu. Controleer de staat en de reinheid van de accuklemmen. Controleer de staat van de massakabel van de accu en de elektrische verbinding met de carrosserie. Controleer de reinheid en de verbinding van de massa-aansluiting van de rekeneenheid van het inspuitsysteem met de carrosserie. Controleer de zekering 30 A van de algemene voeding van de veiligheids- en schakeleenheid en de staat en de reinheid van de contacten (zie de diagnose van de veiligheids- en schakeleenheid). Controleer de zekering 5 A van de voeding na contact van de rekeneenheid van het inspuitsysteem en de staat en de reinheid van de contacten. (Vervolg volgende bladzijde.) Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_ALP01 MR-390-X90-050$935_nel.mif - 139

140 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 1 VERVOLG CONTROLE OP DE AUTO (VERVOLG) Controleer met het universele verlengblok op de diagnoseaansluiting van de auto de volgende aansluitingen: Aansl. 1 + na contact Aansl voor contact Aansl. 4 en 5 Massa Controleer de geleiding van de communicatielijn K : Rekeneenheid inspuitsysteem aansl. B4 stekker A Diagnoseaansluiting van de auto aansl. 7 Maak de kabelschoen van de Massa van de rekeneenheid los van de negatieve accupool. Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende aansluitingen: Rekeneenheid inspuitsysteem aansl. H1 stekker C Rekeneenheid inspuitsysteem aansl. L4 stekker B Rekeneenheid inspuitsysteem aansl. M4 stekker B Rekeneenheid inspuitsysteem aansl. G4 stekker A Rekeneenheid inspuitsysteem aansl. H4 stekker A Rekeneenheid inspuitsysteem aansl. H1 stekker A Massakabelschoen Massakabelschoen Massakabelschoen Massakabelschoen Massakabelschoen Massakabelschoen Maak de kabelschoen van de + van de rekeneenheid los van de positieve accupool. Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende aansluitingen: Rekeneenheid inspuitsysteem aansl. H1 stekker B Kabelschoen + Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. MR-390-X90-050$935_nel.mif - 140

141 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 2 Motor start moeilijk of geheel niet Voer zoekschema 2 uit na een complete controle met het diagnoseapparaat. Als de startmotor niet inschakelt, kan er een probleem zijn met de startvergrendeling. doe de diagnose het huis met hulporganen interieur. Controleer de staat van de accu. Controleer de reinheid, de staat en het vastzitten van de accuklemmen. Controleer de verbinding van de massa van de accu met de carrosserie. Controleer de verbindingen van de + accukabels. Controleer de aansluitingen van de startmotor. Controleer de werking van de startmotor (zie MR 385 Mechanisch, 16A, Starten - laden). Controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer de bevestiging, de reinheid, en de staat van het opname element vliegwiel. Controleer de afstand van het opname element vliegwiel. Controleer de staat van het vliegwiel. Controleer of het luchtfilter niet is vervuild. Controleer of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt. Controleer of er wel benzine in de tank zit (tankelement defect). Controleer of de tankventilatie niet verstopt is. Controleer of de brandstof van de juiste soort is. Controleer of het benzinecircuit niet lekt, van de tank tot aan de inspuitstukken. Controleer of er geen slang is dichtgeknepen (vooral na een demontage). Controleer de benzinedruk en -opbrengst. Controleer de werking en de afdichting van de inspuitstukken. Controleer of het uitlaatsysteem en de katalysator niet verstopt zijn. Controleer de afstelling van de distributie. Controleer de compressies van de motor. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_ALP02 MR-390-X90-050$935_nel.mif - 141

142 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 3 Probleem tijdens stationair draaien Voer zoekschema 3 uit na een complete controle met het diagnoseapparaat. BELANGRIJK ga niet met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis Controleer, met de oliepeilstaaf, of het oliepeil niet te hoog is. Controleer de afdichting van het inlaatsysteem, van de smoorklep tot de cilinder. Controleer of de afzuiging van de dampafzuiging goed is aangesloten en niet blijft open staan. Controleer of het circuit van de dampafzuiging niet lekt. Controleer of het circuit naar de rembekrachtiger niet lekt. Controleer of het circuit van de carterventilatie niet lekt (spruitstuk/cilinderkop). Controleer of er geen lekkage is bij het opname element spruitstukdruk. Controleer of er geen lekkage is bij het opname element luchttemperatuur. Controleer of het luchtfilter niet is vervuild. Controleer of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt. Controleer of het smoorklephuis niet is vervuild. Controleer de elektrische weerstand van de secondaire circuits van de bobines. Controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer de bevestiging, de reinheid, en de staat van het opname element vliegwiel. Controleer de afstand van het opname element vliegwiel. Controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel. Controleer of de tankventilatie niet verstopt is. Controleer of de brandstof van de juiste soort is. Controleer of het benzinecircuit niet lekt, van de tank tot aan de inspuitstukken. Controleer of er geen slang is dichtgeknepen (vooral na een demontage). Controleer de benzinedruk en -opbrengst. Controleer de werking van de inspuitstukken. Controleer of het uitlaatsysteem en de katalysator niet verstopt zijn. Controleer de afstelling van de distributie. Controleer de compressies van de motor. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_ALP03 MR-390-X90-050$935_nel.mif - 142

143 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 4 Probleem tijdens het rijden Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna zoekschema 4. BELANGRIJK ga niet met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis Controleer, met de oliepeilstaaf, of het oliepeil niet te hoog is. Controleer de elektrische weerstand van de secondaire circuits van de bobines. Controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer de bevestiging, de reinheid, en de staat van het opname element vliegwiel. Controleer de afstand van het opname element vliegwiel. Controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel. Controleer of het luchtfilter niet is vervuild. Controleer of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt. Controleer of het smoorklephuis niet is vervuild. Controleer de afdichting van het inlaatsysteem, van de smoorklep tot de cilinder. Controleer of de afzuiging van de dampafzuiging goed is aangesloten en niet blijft open staan. Controleer of het circuit van de dampafzuiging niet lekt. Controleer of het circuit naar de rembekrachtiger niet lekt. Controleer of het circuit van de carterventilatie niet lekt (spruitstuk/cilinderkop). Controleer of er geen lekkage is bij het opname element spruitstukdruk. Controleer of er geen lekkage is bij het opname element luchttemperatuur. Controleer of de tankventilatie niet verstopt is. Controleer of de brandstof van de juiste soort is. Controleer of het benzinecircuit niet lekt, van de tank tot aan de inspuitstukken. Controleer of er geen slang is dichtgeknepen (vooral na een demontage). Controleer de benzinedruk en -opbrengst. Controleer de werking van de inspuitstukken. Controleer of het uitlaatsysteem en de katalysator niet verstopt zijn. Controleer de afstelling van de distributie. Controleer de compressies van de motor. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. SIM32_V08_ALP04 MR-390-X90-050$935_nel.mif - 143

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie Vdiagnr.: 09, 08 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Configuratie en inleren - 7 Diagnose - Conformiteitscontrole - 8 Diagnose - Overzicht van de staten - 9 Diagnose - Betekenis

Nadere informatie

Chassis 36B ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING

Chassis 36B ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING Chassis DAE Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 9 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose

Nadere informatie

Motor en randorganen

Motor en randorganen Motor en randorganen EMS 3134 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Lijst en plaats van de elementen - 8 Diagnose - Rol van de elementen - 13 Diagnose - Prestatie - 15 Diagnose- noodprogramma's - 21 Diagnose

Nadere informatie

Motor en randorganen

Motor en randorganen Motor en randorganen GAS 3000 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Vervangen van organen - 12 Diagnose - Configuratie en inleren - 13 Diagnose - Overzicht van de storingen

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie Vdiagnr. : 08-09 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose - Overzicht van de storingen - 16 Diagnose - Betekenis

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie INSTRUMENTEN - DASHBOARD Diagnose - Inleiding - 1 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 13 Diagnose - Vervangen van organen - 15 Diagnose

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Vervangen van organen - 8 Diagnose - Configuratie en inlezen - 9 Diagnose - Overzicht van de storingen - 10-11 Diagnose - Behandeling van de

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie Programmanr.: 522 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 10 Diagnose - Configuratie

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie XENONLAMPEN STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SNELHEIDSREGELAAR ZEKERINGPLAAT INTERIEUR REGELING VAN DE PORTIEREN ELEKTRISCHE RUITBEDIENING - OPEN DAK PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM

Nadere informatie

Motor en randorganen

Motor en randorganen Motor en randorganen Injection EMS 31.32 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Conformiteitscontrole - 22 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 23 Diagnose - Vervangen

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie VERLICHTING VOORZIJDE INSTRUMENTEN - DASHBOARD TELEFOON MULTIMEDIA ZEKERINGPLAAT INTERIEUR PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM AIRBAG EN GORDELSPANNERS JANUARI 2005 EDITION NEERLANDAISE

Nadere informatie

Chassis 38C ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN

Chassis 38C ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN Chassis ABS BOSCH 8.0 Diagnose - Inleiding - 1 Diagnose - Werking van het systeem - 8 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 9 Diagnose - Vervangen van organen - 10 Diagnose - Configuratie en inlezen -

Nadere informatie

Airconditioning GEREGELDE AIRCONDITIONING FEBRUARI 2005 EDITION NÉERLANDAISE

Airconditioning GEREGELDE AIRCONDITIONING FEBRUARI 2005 EDITION NÉERLANDAISE Airconditioning FEBRUARI 2005 EDITION NÉERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op

Nadere informatie

Airconditioning GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING JANUARI 2005 EDITION NEERLANDAISE

Airconditioning GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING JANUARI 2005 EDITION NEERLANDAISE Airconditioning HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING NUARI 2005 EDITION RLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische

Nadere informatie

MOTORMANAGEMENT BENZINEMOTOREN

MOTORMANAGEMENT BENZINEMOTOREN Elektrische functie printen MOTORMANAGEMENT BENZINEMOTOREN 147 MOTORMANAGEMENT BENZINEMOTOREN - Beschrijving Een elektronisch systeem bewaakt en regelt alle parameters van de motor voor optimale prestaties

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie Programmanr.: 522 Afkortingen - 1 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 12 Diagnose - Vervangen van organen - 13

Nadere informatie

Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2001

Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2001 Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V 77 11 311 204 DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,

Nadere informatie

6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 62A

6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 62A 6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen

Nadere informatie

0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 01A 01D 02A 04A 04B

0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 01A 01D 02A 04A 04B 0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 01D MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN 04A SMEERMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G05 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE CENTRALE VERGRENDELING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076)

Nadere informatie

Airconditioning STANDKACHEL GEREGELDE AIRCONDITIONING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0P - BJ0V - BJ0M JUNI 2005 EDITION NEERLANDAISE. Renault s.a.s.

Airconditioning STANDKACHEL GEREGELDE AIRCONDITIONING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0P - BJ0V - BJ0M JUNI 2005 EDITION NEERLANDAISE. Renault s.a.s. Airconditioning STANDKACHEL BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0P - BJ0V - BJ0M 77 11 311 284 JUNI 2005 EDITION RLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,

Nadere informatie

CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING STUURBEKRACHTIGING AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V

CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING STUURBEKRACHTIGING AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V Chassis CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING STUURBEKRACHTIGING AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V 77 11 311 264 Editie 2 - DECEMBER 2001 EDITION

Nadere informatie

Motor en randorganen

Motor en randorganen Motor en randorganen Inspuitsysteem DCM 1.2 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Reinheidsvoorschriften - 7 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 17 Diagnose - Vervangen

Nadere informatie

Prakticum Veiligheid

Prakticum Veiligheid Prakticum Veiligheid 1 Opdracht: Airbagsysteem controleren met de VAG 1551 (Deze opdracht is gemaakt voor een Seat Leon, uitgevoerd met een TDI 1.9 AHF motor, zoals deze op het Mondriaan College aanwezig

Nadere informatie

0 Algemeen HEFMIDDELEN CARROSSERIE INNOVATIES X91 02A 02B

0 Algemeen HEFMIDDELEN CARROSSERIE INNOVATIES X91 02A 02B 0 Algemeen HEFMIDDELEN 02B CARROSSERIE INNOVATIES X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de

Nadere informatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G10 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE RUITENWISSERS Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf

Nadere informatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G12 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE AIRCONDITIONING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

Controleer achtereenvolgens: of er geen storingen in het CODE-systeem aanwezig zijn of de traagheidsschakelaar in de 'onderbroken' stand staat

Controleer achtereenvolgens: of er geen storingen in het CODE-systeem aanwezig zijn of de traagheidsschakelaar in de 'onderbroken' stand staat Controleer achtereenvolgens: of er geen storingen in het CODE-systeem aanwezig zijn of de traagheidsschakelaar in de 'onderbroken' stand staat Ga door naar Fase 1 Storing in CODE Ga verder met de beschrijvingen

Nadere informatie

OVERZICHT VAN DE ORGANEN

OVERZICHT VAN DE ORGANEN 101 AANSTEKER 103 DYNAMO 104 STARTSCHAKELAAR 105 ELEKTROMAGNETISCHE CLAXON 107 ACCU 118 REKENEENHEID ABS 120 REKENEENHEID INSPUITSYSTEEM 123 SCHAKELAAR PORTIERVERGRENDELING 125 SCHAKELAAR ALARMKNIPPERLICHTEN

Nadere informatie

INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41

INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41 INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41 MKR41 HI-SEC DEZE KIT BESTAAT UIT: 1. Elektronische module met een startonderbrekingssysteem, knipperlichtsignalering, aansluitingen voor alle typen deurvergrendeling en

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

INTELLISTART 4 INSTALLATIE

INTELLISTART 4 INSTALLATIE Standaard mogelijkheden van de IntelliStart 4. INTELLISTART 4 INSTALLATIE Op afstand starten voor automaten en handgeschakelde auto's tevens ook geschikt voor diesels Automatisch starten bij lage accu

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager

Nadere informatie

Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889.

Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889. COBRA 889 INLEIDING Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889. De belangrijkste vernieuwing in deze 889-serie bestaat uit het systeem, dat de herkenningscode van de afstandsbediening

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G08 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE MOTOROLIENIVEAUMETER Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager

Nadere informatie

Integratie van Net2 met een inbraakalarmsysteem

Integratie van Net2 met een inbraakalarmsysteem Integratie van met een inbraakalarm Overzicht kan controleren of het inbraakalarm in of uit geschakeld is. Als het alarm aan staat zal alleen toegang verlenen aan gebruikers die gemachtigd zijn om het

Nadere informatie

INITIALISATIEPROCEDURE ACCUTOESTAND (i-stop-instelling) [SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5]

INITIALISATIEPROCEDURE ACCUTOESTAND (i-stop-instelling) [SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5] INITIALISATIEPROCEDURE ACCUTOESTAND (i-stop-instelling) [SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5] id0117i0801000 Controleer het onderdeelnummer (de suffix) van de PCM met behulp van het M-MDS. De initialisatieprocedure

Nadere informatie

Lezen meetwaardenblokken Tdi motoren

Lezen meetwaardenblokken Tdi motoren VG Lezen meetwaardenblokken Tdi motoren Meetwaardenblokken lezen pagina 000, motorcode GR,HF,LH, SV Motor loopt stationair Displayveld Omschrijving Weergegeven waarde Komt overeen met 1 Motortoerental

Nadere informatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G01 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE VERLICHTING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager

Nadere informatie

GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding

GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding Rho-Delta b.v. Escudostraat 2 2991 XV Barendrecht Tel. +03110-4795755 Fax. +03110-2927461 www.rhodelta.nl [email protected] - OMSCHRIJVING De GT-912 /GT-913/GT-914

Nadere informatie

2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 23A 29A

2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 23A 29A 2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens

Nadere informatie

Montagehandleiding ZT-50 N Vacuum Cruise Control

Montagehandleiding ZT-50 N Vacuum Cruise Control Montagehandleiding ZT-50 N Vacuum Cruise Control ZT-50N Cruise Control Bedieningsfuncties Aanzetten : Snelheid verlagen : Zet de On/Off knop op On. Inschakelen : Let op! Zodra de Cruise Control niet gebruikt

Nadere informatie

Motor Scooter Alarm Systeem. Installatie handleiding

Motor Scooter Alarm Systeem. Installatie handleiding Motor Scooter Alarm Systeem Installatie handleiding Aansluiten van draden en stekkers Stap 1 Basisunit.Basis unit aansluiten (speaker, sirene, antenne) en tijdelijk een plaats zoeken voor bevestiging (pas

Nadere informatie

0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH HEFMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 01A 02A 04B 05A

0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH HEFMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 01A 02A 04B 05A 0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 02A HEFMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN 05A OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 DECEMBER 2004 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven

Nadere informatie

HELP, DE ACCU LOOPT LEEG. Technische Avond van Old-Timers Oirschot, Oirschot, 17 juni 2005 INHOUDSOPGAVE

HELP, DE ACCU LOOPT LEEG. Technische Avond van Old-Timers Oirschot, Oirschot, 17 juni 2005 INHOUDSOPGAVE HELP, DE ACCU LOOPT LEEG Technische Avond van Old-Timers Oirschot, Oirschot, 17 juni 2005 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2. Werking van het laadcircuit 3. Controle van het laadcircuit 4. Reparaties en afregeling

Nadere informatie

X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht brandt (met waarschuwingstoon) bij ingeschakelde ontsteking: Gordel omdoen, zie pagina 33.

X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht brandt (met waarschuwingstoon) bij ingeschakelde ontsteking: Gordel omdoen, zie pagina 33. Instrumenten verklikkerlichten De verklikkerlichten die hier staan vermeld, zijn niet in alle auto s aanwezig. Deze beschrijving geldt voor alle instrumentenuitvoeringen. X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht

Nadere informatie

Auto Advies J.Speksnijder

Auto Advies J.Speksnijder www.apk2.nl Auto Advies J.Speksnijder www.autoadviezen.nl Altijd Praktijkgerichte Kennis 1 Uitleg EOBD en Readiness V_10 17-03-2012 2 1 Welke voertuigen kunnen via EOBD uitgelezen worden Benzine: vanaf

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 35 AFTER SALES SERVICE CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AC / QCAV / MTD FILIALEN / IMPORTEURS / DR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND

Nadere informatie

Accu en oplader instructies: Eigen bedrijfsgegevens

Accu en oplader instructies: Eigen bedrijfsgegevens Accu en oplader instructies: Eigen bedrijfsgegevens 1. Als u de accu helemaal leeg hebt gereden, zorg er dan voor dat u uw accu kort hierna weer aan de lader zet (binnen enkele uren). 2. Laat de accu nooit

Nadere informatie

BEDIENINGSINSTRUCTIE BLUSCENTRALE TYPE 8010

BEDIENINGSINSTRUCTIE BLUSCENTRALE TYPE 8010 INHOUDSOPGAVE EN INLEIDING Blz Onderwerp 1 leiding 2 Algemene signaleringen 3 3 Signalering van storingen 4 stoetsen 5 - en inschakelen van een meldergroep 6 - en inschakelen van een relais dicatie van

Nadere informatie

Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI

Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI I. Functies FM 2-weg autoalarm. 2. Alarm aan (stil) Druk nogmaals 1x op de knop van de afstandbediening om alarm in AUTO Localiseren status te activeren, indien

Nadere informatie

Duurzaam rijden, samen met ECOdrive

Duurzaam rijden, samen met ECOdrive Duurzaam rijden, samen met ECOdrive Beknopte gebruiksaanwijzing Algemene versie 07-2014 Introductie Het duurzaam ondernemen wordt steeds belangrijker. Veel bedrijven zijn verplicht CO 2 -doelstellingen

Nadere informatie

Beschrijving 2. Plaatsing componenten. 2-polige stelmotor. A = Luchtstroom. 1. Aansluitingen 2. Huis 3. Permanente magneet 4. Anker 5.

Beschrijving 2. Plaatsing componenten. 2-polige stelmotor. A = Luchtstroom. 1. Aansluitingen 2. Huis 3. Permanente magneet 4. Anker 5. Beschrijving 3 4 5 Plaatsing componenten. ansluitingen. Huis 3. Permanente magneet 4. nker 5. Klep = Luchtstroom -polige stelmotor Universele informatie Sensoren en stelelementen 6 V 8 4 8 6 4 = Uit; =

Nadere informatie

Zekeringen en Relais

Zekeringen en Relais INHOUD ZEKERINGPLAAT INTERIEUR (1016) 2 ZEKERINGHOUDERMODULES 1 en 2 (1792-1793) 6 RELAISPLAAT INTERIEUR (602-805-2375) 8 RELAIS NA CONTACT (853) 10 REKENEENHEID INTERIEUR (645) 11 TRACTIEBATTERIJ (938)

Nadere informatie

Kit code: KT XTI 9980. Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor:

Kit code: KT XTI 9980. Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor: Kit code: KT XTI 9980 Configuratie: 751 Kit inhoud: Aantal Code Omschrijving 1 FO8RAPID XTI Module Rapid XTI 1 FRCT04D Draadboom Rapid XTI Geschikt voor: Fabrikant Model LET OP!! Case NewHolland Maxxum

Nadere informatie

Starten en rijden STUURSLOT

Starten en rijden STUURSLOT Rijden en bedienen Starten en rijden STUURSLOT H3584 Stuurslot loszetten Steek de contactsleutel GEHEEL in het contactslot en draai die naar stand 'I'. Het is mogelijk dat het stuurwiel iets moet worden

Nadere informatie

Montagevoorschriften

Montagevoorschriften Montagevoorschriften BCU Mont_BCU1_NL.Doc 1/9 Inhoudsopgave 1. Montage van de onderdelen... 3 2. Aansluitingen van de 8 polige stekker... 3 3. Aansluitingen van de 10 polige stekker... 4 4. Opstarten...

Nadere informatie

Verwarming en ventilatie

Verwarming en ventilatie Verwarming en ventilatie BEDIENINGSELEMENTEN 1. Temperatuurregeling. Afzonderlijk instelbaar voor de bestuurder en de passagier voorin. 2. Programma voor maximaal ontdooien. 3. Luchtverdeling. In de geselecteerde

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Vloeistof stand kachels BINAR-5S BINAR-5S diesel BINAR-5S.24 diesel

Gebruiksaanwijzing Vloeistof stand kachels BINAR-5S BINAR-5S diesel BINAR-5S.24 diesel NL Gebruiksaanwijzing Vloeistof stand kachels BINAR-5S BINAR-5S diesel BINAR-5S.24 diesel 1 Beste klanten, Bedankt voor uw keuze! We hebben alles gedaan om te zorgen dat dit product voldoet aan uw eisen

Nadere informatie

RUKRA REMOTE PSTN IO_04_NL ARTIKELNUMMER: RK-3000

RUKRA REMOTE PSTN IO_04_NL ARTIKELNUMMER: RK-3000 ARTIKELNUMMER: RK-3000 Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u start met de montage of programmering RUKRA EUROPE B.V. WWW.RUKRA.EU [email protected] ALGEMEEN Remote PSTN IO_04 heeft 4 uitgangsrelais.

Nadere informatie

Gebruikersinstructies LED display, accu en lader voor handbikes uitgevoerd met elektrische ondersteuning

Gebruikersinstructies LED display, accu en lader voor handbikes uitgevoerd met elektrische ondersteuning Gebruikersinstructies Led Display, accu en lader V2.4 Double Performance BV Antwerpseweg 13/1 2803 PB Gouda Tel: 0182-573833 Gebruikersinstructies LED display, accu en lader voor handbikes uitgevoerd met

Nadere informatie

X C D X C D. voertuigentechniek CSPE KB 2009. minitoets bij opdracht 8

X C D X C D. voertuigentechniek CSPE KB 2009. minitoets bij opdracht 8 voertuigentechniek CSPE KB 2009 minitoets bij opdracht 8 variant d Naam kandidaat Kandidaatnummer Meerkeuzevragen Omcirkel het goede antwoord (voorbeeld 1). Geef verbeteringen aan volgens voorbeeld 2 of

Nadere informatie

RUITENWISSERS/-SPROEIERS

RUITENWISSERS/-SPROEIERS Elektrische functie printen RUITENWISSERS/-SPROEIERS RUITENWISSERS/-SPROEIERS - BESCHRIJVING De ruitenwissers/-sproeiers worden bediend via de hendel rechts naast het stuur: de hendel kan - door omhoog

Nadere informatie

Lambdasondes. Beschrijving

Lambdasondes. Beschrijving Lambdasondes Beschrijving B 12 11 10 9 A = Aansluitingen verwarmingselement; B = Lambda-sigaalaansluiting 1. Aansluitlip A 2. Luchtopening 3. Behuizing 4. Contactbus 5. Huis (massa) 6. Wand van uitlaat

Nadere informatie

Kit code: KT XTI Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor:

Kit code: KT XTI Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor: Kit code: KT XTI 9580 Configuratie: 750 Kit inhoud: Aantal Code Omschrijving 1 FO8RAPID XTI Module Rapid XTI 1 FRCT06D Draadboom Rapid XTI Geschikt voor: Fabrikant Fendt Fendt LET OP!! Model 714, 716,

Nadere informatie

TREVLER AIR Model GL300

TREVLER AIR Model GL300 HANDLEIDING TREVLER AIR Model GL300 WAARSCHUWING: Stel de Trevler niet bloot aan: - water - andere vloeibare substanties - extreme hitte of kou Open de behuizing van de Trevler nooit, om gevaar voor elektrische

Nadere informatie

ROAM Special Cycles B.V. Haarstraat 19b 5324 AM Ammerzoden Tel.nr

ROAM Special Cycles B.V. Haarstraat 19b 5324 AM Ammerzoden Tel.nr ROAM Special Cycles B.V. Haarstraat 19b 5324 AM Ammerzoden Tel.nr. 073-5997042 Accu en oplader instructies: 1. Als u de accu helemaal leeg hebt gereden, zorg er dan voor dat u uw accu kort hierna weer

Nadere informatie

Instructiehandleiding

Instructiehandleiding NL Instructiehandleiding Bedieningspaneel PU-5 Voor de luchtverwarmer PLANAR Ver.1.0.0.1/24 Inleiding. Deze handleiding is een onderdeel voor de luchtverwarmer PLANAR.deze bevat de informatie voor gebruikers

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AC / QCAV / MTD FILIALEN / IMPORTEURS / DR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND

Nadere informatie

TOMA. De TOMA regelaar is gebouwd volgens de strenge Europese veiligheidseisen en voorzien van een CE keurmerk.

TOMA. De TOMA regelaar is gebouwd volgens de strenge Europese veiligheidseisen en voorzien van een CE keurmerk. Inleiding. Deze regelaar is in samenwerking met een Nederlands elektronica bedrijf door TOMA ontwikkeld. Daarbij is gebruik gemaakt van de nieuwste technieken, en gedacht aan bedieningsgemak en mogelijkheden.

Nadere informatie

Verkorte gebruiksaanwijzing

Verkorte gebruiksaanwijzing Verkorte gebruiksaanwijzing Fun2Go Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06

Nadere informatie

MK99 NL AUTOMATISCH IN WERKING TREDENDE STARTONDERBREKER MET ELEKTRONISCHE SLEUTEL EN OVERRIDE NOODCODE

MK99 NL AUTOMATISCH IN WERKING TREDENDE STARTONDERBREKER MET ELEKTRONISCHE SLEUTEL EN OVERRIDE NOODCODE MK99 NL AUTOMATISCH IN WERKING TREDENDE STARTONDERBREKER MET ELEKTRONISCHE SLEUTEL EN OVERRIDE NOODCODE Met de startonderbreker MK99 kunnen twee automatisch in werking tredende startonderbrekingen plaatsvinden

Nadere informatie

Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A

Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A SERVICE MEDEDELING Edition néerlandaise (wit) SAFRANE JANUARI 1997 77 11 192 134 Type B 54 L, F 2697A Service 0422 S/Chapitre 29 Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A 29 BIJZONDERHEDEN

Nadere informatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G02 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE CLAXON Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf DAM-nr.

Nadere informatie

Handleiding Motronic diagnose apparaat MDD

Handleiding Motronic diagnose apparaat MDD Handleiding Motronic diagnose apparaat MDD Wij danken u voor de aanschaf van dit eenvoudige maar waardevolle apparaatje waarmee u belangrijke diagnose controles kunt uitvoeren aan het Motronic motormanagement

Nadere informatie

INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844)

INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844) 1 INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844) Hartelijk dank voor het kiezen van een GT produkt. Onze materialen zijn met uiterste zorg gefabriceerd en getest. Mocht U vragen over onze produkten hebben, dan

Nadere informatie

Probleemoplossingsgids

Probleemoplossingsgids NL Probleemoplossingsgids BF115D, BF135A, BF150A Inhoud *Tik of klik op de relevante uitgave. - Controlelampje gaat aan / uit - Motor start niet - Motor stopt na te zijn gestart / Motor stopt terwijl deze

Nadere informatie

Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote

Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote Alarmsysteem met afstandsbediening leidraad bij het instellen - Dutch Geachte klant, In deze handleiding vindt u de informatie en bedieningen die nodig

Nadere informatie

Handleiding. Bijlage LCD Display. +32 (0)

Handleiding. Bijlage LCD Display. +32 (0) Handleiding Bijlage LCD Display +32 (0) 485 68 25 62 [email protected] www.turbobike.be LCD-Display handleiding Functies 01 Omhoog knop 06 Tijd indicator 02 Aan/uit knop 07 Wandel-assistentie 03 Omlaag

Nadere informatie

Inleiding. Inhoudsopgave: Omschrijving. 1.1 Het toetsenbord 1. 1.2 De displays 1. 1.3 Lampjes 1. 2.0 Vaste programma's 2. 3.0 Vrije programma's 3.

Inleiding. Inhoudsopgave: Omschrijving. 1.1 Het toetsenbord 1. 1.2 De displays 1. 1.3 Lampjes 1. 2.0 Vaste programma's 2. 3.0 Vrije programma's 3. Inleiding. Deze regelaar is in samenwerking met een Nederlands elektronica bedrijf door TOMA ontwikkeld. Daarbij is gebruik gemaakt van de nieuwste technieken, en gedacht aan bedieningsgemak en mogelijkheden.

Nadere informatie

MC 885 HL CMP Hoog/Laag Brander Thermostaat

MC 885 HL CMP Hoog/Laag Brander Thermostaat MC 885 HL CMP Hoog/Laag Brander Thermostaat VDH doc: 9675 Versie: v. Datum: 7729 Software: 9668 MC885HLCMP File: Do9675.wpd Regelbereik: 5/+7 C per, C * Werking De MC 885 HL CMP is een brander thermostaat

Nadere informatie

AIRCONDITIONING - Beschrijving

AIRCONDITIONING - Beschrijving AIRCONDITIONING 166 AIRCONDITIONING - Beschrijving Een automatisch systeem verzorgt de klimaatregeling in het interieur, d.w.z. de temperatuur, de ventilatie, de luchtrecirculatie en de luchtverdeling.

Nadere informatie

1. Lader Onderdelen. Lader Contactpunt. Bedieningsdisplay. Groen indicatielampje Stekker

1. Lader Onderdelen. Lader Contactpunt. Bedieningsdisplay. Groen indicatielampje Stekker Inhoud 1. Lader...4 1.1. Onderdelen...4 1.2. Batterijpakket opladen...5 1.2.1. Opladen bij normaal gebruik... 5 1.2.2. Volledig leeg batterijpakket opladen... 6 1.2.3. Opmerkingen opladen van het batterijpakket...

Nadere informatie

Het Keypad (met segmenten)

Het Keypad (met segmenten) Het Keypad (met segmenten) Het JABLOTRON 100 systeem kan worden gebruikt met verschillende type keypads waarmee het systeem kan worden bediend, en die informatie geven omtrent de status van het systeem

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding EXCLUSIV COMPACT THERMOSTAAT Dit product heeft de volgende eigenschappen: 1) Regeling van de verwarming 2) Eenvoudig te programmeren 3) Twee programma's: programma ingesteld af fabriek

Nadere informatie

code Foutmelding Omschijving en Mogelijke oplossingen

code Foutmelding Omschijving en Mogelijke oplossingen 2 en 3-Way systems ECOi-VRF code Foutmelding Omschijving en Mogelijke oplossingen E06 Communicatie fout Buitenunit ontvangt geen communicatie signaal van de binnenunit. Controleer de voeding en stuurstroom

Nadere informatie

HANDLEIDING - LEVEL INDICATOR M A N U A L

HANDLEIDING - LEVEL INDICATOR M A N U A L HANDLEIDING - LEVEL INDICATOR M A N U A L Ondanks de grootst mogelijke zorgvuldigheid die Tasseron Electronics B.V. aan haar producten en de bijbehorende handleidingen besteedt, kunnen er onvolkomenheden

Nadere informatie

TYBOX NL Installatie-instructies

TYBOX NL Installatie-instructies TYBOX 5000 Installatie-instructies TECHNISCHE KENMERKEN INHOUDSOPGAVE Contact uitgang A (30V)-Actie type.c (korte spanningsval) Proef met kogel van 5 C Nominale spanning shock: 4000V Voeding via,5v lithiumbatterijen,

Nadere informatie

Zekeringen en Relais

Zekeringen en Relais HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR (64) plaats Deze plaat bevindt zich in de linker bovenkant van het dashboard. Zekeringsymbolen 0 A 0 A 0 A 0 A A 0 A A 7, A A 0 A 0 A A A A 0 A 0 A 0 A 0 A A 7, A 0 A 0 A

Nadere informatie

GT909NL. Gebruikershandleiding

GT909NL. Gebruikershandleiding GT909NL Gebruikershandleiding Rhodelta b.v. Escudostraat 2 2991 XV Barendrecht Tel. +31 102927461 Fax + 31 104795755 www.rhodelta.nl [email protected] 1.0 HANDZENDER OMSCHRIJVING GT889 GT969CH GT889: handzender

Nadere informatie