Motor en randorganen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Motor en randorganen"

Transcriptie

1 Motor en randorganen Inspuitsysteem DCM 1.2 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Reinheidsvoorschriften - 7 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 17 Diagnose - Vervangen van organen - 20 Diagnose - Configuratie en inlezen - 23 Diagnose - Overzicht van de storingen - 24 Diagnose - Betekenis van de storingen - 27 Diagnose - Conformiteitscontrole Diagnose - Overzicht van de staten Diagnose - Betekenis van de staten Diagnose - Overzicht van de parameters Diagnose - Betekenis van de parameters Diagnose - Behandeling van de commando's Diagnose - Tests Diagnose - Klachten Diagnose - Zoekschema's Edition néerlandaise "De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht". MR-390-X90-000$000_nelTOC.mif Renault s.a.s. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan Renault s.a.s. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van Renault s.a.s.

2 1 Inspuitsysteem DCM 1.2 Diagnose - Inleiding 1. GELDIGHEID VAN HET DOCUMENT In dit document staat de diagnose die geldig is voor alle volgende rekeneenheden: Model(len): KANGOO, CLIO II, LOGAN Voor de motortypes: K9K 714, 716, 718, 740, 790, 792, 794, 796 Betreffende functie: DIRECT COMMON RAIL K9 DELPHI (DCM 1.2) Naam van de rekeneenheid: Inspuitsysteem DCM ONMISBARE ELEMENTEN VOOR DE DIAGNOSE Type documentatie: Methodes van de diagnose (dit document): Ondersteunende diagnose (geïntegreerd in het diagnoseapparaat), Dialogys. Elektrische schema's: Visu-Schéma (cd-rom). Type diagnoseapparaat: CLIP + sonde Type onmisbaar gereedschap: 3. TER HERINNERING Werkwijze Onmisbaar speciaal gereedschap Multimeter Elé Verlengblok rekeneenheid 112- polig Elé Universeel verlengblok Mot Verstuiveropbrengstmeetset Voor het controleren van de rekeneenheden van de auto zet u het contact aan. Afhankelijk van de uitrusting van de auto gaat u als volgt te werk: Voor auto's met sleutel/afstandsbediening met radiofrequentie, zet het contact aan met behulp van de sleutel. Voor het uitschakelen van de + na contact gaat u als volgt te werk: Voor auto's met sleutel/afstandsbediening met radiofrequentie, zet het contact uit met behulp van de sleutel. DCM1.2_V08_PRELI MR-390-X90-000$045_nel.mif - 2

3 Diagnose - Inleiding Storingen De storingen worden aanwezig verklaard of staan in het geheugen (verschenen in een bepaalde context en sindsdien verdwenen of nog altijd aanwezig maar niet geconstateerd onder de huidige omstandigheden). De staat aanwezig of in geheugen van de storingen moet bekeken worden bij het opstarten van het diagnoseapparaat na het aanzetten van + na contact (zonder iets aan de elementen van het systeem te doen). Een storing die aanwezig is, behandelt u zoals is aangegeven in het hoofdstuk "Betekenis van de storingen". Bij een storing in het geheugen, noteert u de storingen die aangegeven zijn en volgt u de aanwijzingen van het hoofdstuk "Adviezen". Als de storing bevestigd is na het opvolgen van de adviezen, is de storing aanwezig. Behandel de storing. Als de storing niet bevestigd wordt, controleer: de elektrische lijnen die bij de storing horen, de stekkers van deze lijnen (oxidatie, verbogen pennetjes enz.). de weerstand van het als defect aangegeven orgaan, de ligging en de staat van de draden (isolatie gesmolten of gescheurd, doorschuren). Conformiteitscontrole Bij de conformiteitscontrole worden de staten en parameters gecontroleerd die door het diagnoseapparaat niet als defect worden aangegeven als zij geen samenhang hebben. Hiermee kunt u: afwijkingen vinden welke verband houden met de klacht maar die niet als defect worden aangegeven, de werking van het systeem controleren om te voorkomen dat een storing na de reparatie snel weer terugkomt. In dit hoofdstuk vindt u een diagnose van de staten en de parameters, met de omstandigheden van de controle. Als een staat niet goed is of als een parameter buiten de tolerantie is, moet u de bladzijde raadplegen met de overeenkomstige methode voor het storing zoeken. Klachten - Zoekschema's Als de controle met behulp van het diagnoseapparaat correct is, terwijl de klacht van de klant nog steeds aanwezig is, behandelt u het probleem uitgaande van de "klacht". Een samenvatting van de globale werkwijze ziet u in het diagram op de volgende bladzijde. MR-390-X90-000$045_nel.mif - 3

4 Diagnose - Inleiding 4. WERKWIJZE BIJ HET STORING ZOEKEN Controleer de laadtoestand van de accu en de staat van de zekeringen Print de diagnosekaart van het systeem (in de CLIP en in het Werkplaatshandboek of Service Mededeling) Sluit het diagnoseapparaat aan Communicatie met rekeneenheid? nee Zie zoekschema 1 ja Lezen van de storingen Bestaan van storingen? nee Conformiteitscontrole ja Behandeling van de aanwezige storingen De verschijnselen blijven nee Storing opgelost Behandeling van de storingen in het geheugen ja Gebruik de zoekschema's De verschijnselen blijven nee Storing opgelost De verschijnselen blijven? nee Storing opgelost ja ja neem contact op met de techline MR-390-X90-000$045_nel.mif - 4

5 Diagnose - Inleiding 4. WERKWIJZE BIJ HET STORING ZOEKEN (vervolg) Controle van de kabelbundels Moeilijkheden bij de diagnose Het aansluiten van de stekkers en/of het werken aan de kabelbundel kan, tijdelijk, de oorzaak van de storing wegnemen. De gemeten waarden van de spanningen, de weerstand en de isolatie zijn meestal correct, vooral als de storing niet aanwezig is op het moment van de analyse (storing in het geheugen). Controle op het oog Zoeken van beschadigingen, onder de motorkap en in het interieur. Voer een nauwgezette controle uit van de beschermingen, van de isolaties en van de correcte ligging van de kabelbundels. Zoek oxydatiesporen. Manuele controle Gebruik, tijdens de werkzaamheden aan de kabelbundels, het diagnoseapparaat op zo'n manier dat het een verandering aangeeft van de staat van de storingen van "in het geheugen" naar "aanwezig". Controleer of de stekkers correct zijn vergrendeld. Zet de stekkers lichtjes onder mechanische spanning. Verdraai de kabelbundel. Als er zich een verandering in de staat voordoet, probeer dan de oorzaak van het incident te lokaliseren. Onderzoek van elk element Maak de stekkers los en controleer het uiterlijk van de klemmetjes en van de pennetjes evenals het felsen (niet gefelst op de isolatie). Controleer of de klemmetjes en de pennetjes goed in de stekkerbehuizing vergrendeld zijn. Controleer of de klemmetjes of pennetjes tijdens het aansluiten niet worden teruggedrukt. Controleer de contactdruk van de klemmetjes met behulp van een pennetje van het juiste model. Controle van de weerstand Controleer de geleiding van de complete lijnen, daarna sectie voor sectie. Zoek een kortsluiting aan massa, aan + 12 V of met een andere draad. Als een storing is gedetecteerd, repareer of vervang dan de kabelbundel. MR-390-X90-000$045_nel.mif - 5

6 Diagnose - Inleiding 5. DIAGNOSEKAART LET OP! LET OP Bij alle incidenten van een complex systeem moet een complete diagnose worden uitgevoerd met het juiste gereedschap. Met de DIAGNOSEKAART kan de uitgevoerde diagnose gevolgd worden. Het is een essentieel element in de communicatie met de fabrikant. DE DIAGNOSEKAART MOET ALTIJD INGEVULD WORDEN ALS DE TECHLINE OF DE GARANTIE- AFDELING EROM VRAAGT. Er zal altijd naar deze kaart worden gevraagd: bij verzoeken om technische bijstand door de techline, bij het vragen om goedkeuring, voor het vervangen van onderdelen waarvoor goedkeuring nodig is, om bij te voegen bij onderdelen die "onder controle" staan en die retour gezonden moeten worden. Het is daarmee een voorwaarde voor het vergoeden van de garantie, en is een hulp bij het analyseren van de uitgebouwde onderdelen. 6. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Bij alle werkzaamheden moeten de veiligheidsvoorschriften worden nageleefd om materiële schade en lichamelijk letsel te voorkomen: controleer de laadtoestand van de accu om beschadiging van de rekeneenheden te voorkomen door een te geringe lading, gebruik geschikt gereedschap. MR-390-X90-000$045_nel.mif - 6

7 Diagnose - Reinheidsvoorschriften 7. VOORSCHRIFTEN INZAKE EEN SCHONE WERKOMGEVING BIJ WERKZAAMHEDEN AAN DE DIRECTE HOGEDRUK INSPUITSYSTEEM De gevaren van een vuile omgeving: Het hogedruk inspuitsysteem is bijzonder gevoelig voor vuildeeltjes. Door vuil bestaat gevaar voor: onherstelbare beschadigingen aan het hogedruk inspuitsysteem, het vastlopen van een onderdeel, het lekken van een onderdeel. Bij alle werkzaamheden is een schone werkomgeving van het grootste belang. Door het goed opvolgen van de voorschriften zal er tijdens demontage geen vuil (deeltjes ter grote van enkele microns zijn al funest) in het systeem binnendringen. De voorschriften gelden vanaf het filter tot en met de verstuivers. BELANGRIJK Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem met behulp van het diagnoseapparaat: of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, of de temperatuur van de brandstof niet te hoog is. Schadelijke vuildeeltjes zijn: metaaldeeltjes of plastic deeltjes, lak, vezels: van karton, van kwasten, van papier, van kleding, van doeken, kleine objecten als haren, (vervuilde) omgevingslucht, enz. LET OP De motor mag niet met een hogedrukspuit worden schoongespoten omdat dit de stekkerverbindingen beschadigt. Bovendien kan het vocht in het stekkerblok achterblijven en storingen veroorzaken. MR-390-X90-000$090_nel.mif - 7

8 Diagnose - Reinheidsvoorschriften Voorschriften vóór de werkzaamheden Bescherm de aandrijfriem hulporganen en de distributieriem, de elektrische hulporganen (startmotor, dynamo, elektrische stuurbekrachtigingspomp) en het koppelingshuis om te voorkomen dat er dieselbrandstof op de koppelingsplaat terechtkomt. Zorg dat u beschikt over de doppen voor de te openen wartels (set met doppen te koop in het magazijn). Deze doppen zijn slechts geschikt voor eenmalig gebruik. Na gebruik moet u deze doppen weggooien (goed schoonmaken is niet voldoende). Doppen die u overhoudt, moet u ook weggooien. Zorg dat u beschikt over plastic zakken voor het bewaren van onderdelen, die meer dan eens hermetisch kunnen worden afgesloten. Door onderdelen hierin te bewaren bestaat er minder kans dat zij vuil worden. Deze zakken mogen vervolgens niet meer worden gebruikt en moeten na gebruik worden weggegooid. Bestel pluisvrije schoonmaakdoekjes (doekjes met nummer ). Het is niet toegestaan papier of gewone doeken te gebruiken. Deze gaan pluizen en kunnen het brandstofcircuit vervuilen. De schoonmaakdoekjes zijn slechts geschikt voor eenmalig gebruik. Gebruik nieuw schoonmaakmiddel bij alle werkzaamheden (een gebruikt schoonmaakmiddel is vuil). Giet dit in een schone bak. Gebruik bij elke ingreep een nieuw en in goede staat verkerend penseel/borsteltje (dit mag geen haren verliezen). Maak de te openen aansluitingen met een kwastje met schoonmaakmiddel schoon. Blaas gereedschap, werkblad en onderdelen, wartels en omgeving van het inspuitsysteem droog met perslucht. Let op dat er geen haartjes van de kwast achterblijven. Was uw handen voor en indien nodig tijdens de werkzaamheden. Draag latex handschoenen over leren werkhandschoenen ter bescherming en om vervuiling te voorkomen. Voorschriften tijdens de werkzaamheden Na het openen van het circuit moeten de openingen, waardoor vuil kan binnendringen, meteen met doppen worden afgesloten. De doppen zijn verkrijgbaar in het magazijn. De doppen mogen in geen enkel geval opnieuw gebruikt worden. Sluit de te gebruiken plastic opbergzakken altijd hermetisch af, zelfs indien u deze even later weer moet openmaken. Ook de omgevingslucht is een bron van verontreiniging. Uitgebouwde onderdelen moeten, na met doppen te zijn afgesloten, in de hiervoor bestemde hermetisch afsluitbare plastic zakken worden opgeborgen. Na het openen van het circuit is het streng verboden kwasten, schoonmaakmiddel, perslucht of doeken te gebruiken. Hierdoor kunnen vuildeeltjes in het circuit komen. Indien een nieuw onderdeel wordt gemonteerd, haal dit dan pas op het allerlaatste moment uit de verpakking. MR-390-X90-000$090_nel.mif - 8

9 Diagnose - Werking van het systeem Overzicht van het systeem Het DCM 1.2 inspuitsysteem van de motor K9K is een elektronische geregeld hogedruk inspuitsysteem. De brandstof wordt samengeperst door een hogedrukpomp en verzameld in een rail die de verstuivers voedt. De inspuiting gebeurt door een elektrische impuls op de verstuiverhouders. De ingespoten hoeveelheid is evenredig met de druk van de rail en de lengte van de impuls, en het begin van de inspuiting is in fase met het begin van de impuls. Het circuit heeft twee subsystemen, die verschillen op basis van de druk van de brandstof: het lagedrukcircuit omvat de tank, het brandstoffilter, de opvoerpomp en de retourleidingen van de verstuiverhouders, het hogedrukcircuit omvat de hogedrukpomp, de rail, de verstuiverhouders en de hogedrukleidingen. Het inspuitsysteem heft een aantal opname-elementen en actuators voor de regeling waarmee het gehele systeem wordt aangestuurd en gecontroleerd. De functies Functie: Beheer van de brandstofaanvoer (vervroeging, opbrengst en druk). Hoeveelheid ingespoten brandstof en regeling van de inspuitvervroeging De parameters voor de controle van de inspuiting zijn de inspuithoeveelheden en de -vervroeging. Deze berekent de rekeneenheid uitgaande van de informatie van de volgende opname-elementen: Toerental van de motor (Krukas + Nokkenas voor de synchronisatie). Gaspedaal. Druk en luchttemperatuur van de drukvulling (turbodruk). Koelvloeistoftemperatuur. Luchttemperatuur. Vulling van de lucht (Doorstroming en Druk). Druk in de rail. De inspuithoeveelheden en de -vervroeging worden omgezet in: een referentiepiek, de tijd tussen deze piek en het begin van de activering, de tijd gedurende welke de verstuiverhouder wordt gevoed. Een elektrische stroom wordt gestuurd naar iedere verstuiverhouder aan de hand van de voorafgaand berekende gegevens. Het systeem zorgt voor één of twee inspuitingen (een voorinspuiting, een hoofdinspuiting). Het algemene principe is de totale in te spuiten hoeveelheid te berekenen, die wordt verdeeld in een hoeveelheid voor de hoofdinspuiting en een hoeveelheid voor de voorinspuiting, waardoor de verbranding beter verloopt en minder luchtverontreiniging wordt uitgestoten. Een klopsensor wordt gebruikt voor het controleren van een deel van de afwijkingen van de brandstofinspuiting. Deze heeft verschillende taken: Beschermen van de motor door detectie van inspuitlekken (uitgeschakeld op de basisuitvoering). Controleren van de aangestuurde hoeveelheid door meten van de afwijkingen en onderlinge verschillen. Door enerzijds de duur en anderzijds de vervroeging van de inspuiting te veranderen, worden de ingespoten hoeveelheid brandstof en het ontbrandingsmoment van het mengsel aangepast. MR-390-X90-000$135_nel.mif - 9

10 Diagnose - Werking van het systeem Controle van de druk van de rail De kwaliteit van de verbranding wordt beïnvloedt door de grootte van de in de cilinder vernevelde druppels. In de verbrandingskamer hebben kleinere brandstofdruppels de tijd om geheel te verbranden zonder rook of onverbrande deeltjes te produceren. Om te voldoen aan de milieu-eisen, moeten de druppels kleiner worden en daarmee de inspuitgaten. Doordat deze gaten kleiner zijn, kan er bij een gegeven druk minder brandstof worden ingespoten, waardoor het vermogen beperkt wordt. Om dit nadeel op te heffen, moet de hoeveelheid ingespoten brandstof groter worden, wat gebeurt door een verhoging van de druk (en van het aantal openingen in de verstuiverbuizen). In het geval van het DCM 1.2 inspuitsysteem bereikt de druk een waarde van bar in de rail en moet deze permanent worden geregeld. Het meetcircuit bestaat uit een actief opname-element van de druk op de rail dat verbonden is met een analoge poort van de rekeneenheid. De hogedrukpomp wordt met lage druk (5 bar) gevoed door een ingebouwde perspomp. Hijzelf voedt de rail waarvan de druk wordt gecontroleerd voor de vulling door de opbrengstactuator (IMV) en voor de afvoer door de ventielen van de verstuivers. Drukverliezen kunnen op deze manier worden gecompenseerd. Dankzij de opbrengstactuator hoeft de hogedrukpomp niet meer brandstof te leveren dan nodig is voor het in stand houden van de druk in de rail. Hierdoor is er minder warmte-ontwikkeling en heeft de motor een beter rendement. Voor het ontlasten van de rail met de ventielen van de verstuivers, worden de ventielen aangestuurd door middel van kleine elektrische impulsen: klein genoeg in amplitude om de verstuiver niet te openen (en gaat via het retourcircuit van de verstuivers), lang genoeg in tijdsduur om de ventielen te openen en de rail te ontlasten. Het teveel aan brandstof wordt teruggevoerd naar het brandstoffilter of naar de tank naargelang de hoeveelheid. Als de opbrengstactuator niet wordt aangestuurd, wordt de druk in de rail begrensd door een ontlastklep op de pomp. Strategie van het "vullen van de nieuwe pomp" ("ontluchten van de pomp") De smering van de pomp verloopt via een opvoercyclus waarin de pomp wordt gevuld en de druk hoger wordt, voordat de brandstof wordt "overgepompt" naar de rail. Deze smering gebeurt door een strategie genaamd "vullen van de nieuwe pomp", die het starten verbiedt gedurende ongeveer 10 s, de tijd die nodig is voor het vullen van de pomp en voor het starten als de sleutel wordt losgelaten voor het einde van deze fase van "eerste start", een "power latch" is niet nodig om opnieuw de auto te kunnen starten. Deze strategie komt in na het vervangen van de rekeneenheid als de parameters van de druk in de rail nog niet zijn gekopieerd in de nieuwe rekeneenheid, of na het herprogrammeren van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. MR-390-X90-000$135_nel.mif - 10

11 Diagnose - Werking van het systeem Stationair toerentalregeling De rekeneenheid is belast met het berekenen van het stationair toerental. Hierbij wordt rekening gehouden met het te leveren vermogen, afhankelijk van de staat van de volgende elementen: koelvloeistoftemperatuur, ingeschakelde versnelling, laadtoestand van de accu, elektrische stroomverbruikers (extra verwarming, airconditioning, ventilateurmotor, elektrische ruitbediening...) actief of niet, gedetecteerde storingen in het systeem. Individuele verstuivercorrectie (C2I) De verstuivers van het systeem DMC 1.2 moeten worden gekalibreerd met correctiewaarden voor een nauwkeurige opbrengstbepaling. De kalibratie van iedere verstuiver gebeurt bij verschillende drukken op een testbank en de gegevens staan op een etiket op het huis van de verstuiverhouder. Deze individuele correctiewaarden worden vervolgens in de EEPROM van de rekeneenheid geschreven, die daarmee de verstuivers kan aansturen, rekening houdend met hun fabricageafwijkingen. Meten van de hoekpositie (Opname-element cilinderherkenning) De hoekpositie wordt gemeten door middel van een magneto-inductief opname-element dat wordt bekrachtigd door tanden op het vliegwiel van de motor. Dit vliegwiel heeft zestig tanden om de zes graden, minus twee ontbrekende tanden die een uitsparing vormen. Een tweede opname-element (met Hall-effect), bekrachtigd door een tand op de aandrijfpoelie van de hogedrukpomp (synchroon met de nokkenas) die draait met de halve snelheid van de krukas, levert de informatie over het verloop van de inspuitcyclus. Door de signalen van deze twee opname-elementen te vergelijken, levert de APS module (Angular Position Subsystem) van de rekeneenheid aan het systeem de volgende informatie over de synchronisatie geven: de hoekpositie van het vliegwiel het toerental, het nummer van de actieve verstuiver de vervroeging van de inspuitcyclus. Deze module geeft ook de informatie over het toerental aan het systeem. Functie opbrengscapaciteit (VLC) Door de combinatie van verschillende parameters, zoals de brandstoftemperatuur, de slijtage van de onderdelen, het vervuilen van het brandstoffilter, enz., kan het systeem aan zijn grenzen komen. In dit geval kan de druk in de rail niet gehandhaafd worden doordat de capaciteit van de pomp onvoldoende is. Deze strategie, voor een gebrek aan capaciteit van de pomp, gaat daarom de gevraagde opbrengst beperken tot een waarde waarmee de druk weer door het systeem kan worden gecontroleerd. De klant kan dit waarnemen doordat de prestaties van de auto afnemen bij het inschakelen van deze strategie (bevestigd door de staat "Functie opbrengscapaciteit"). Dit is een normale werking. MR-390-X90-000$135_nel.mif - 11

12 Diagnose - Werking van het systeem Functie: Beheer van de luchtdoorstroming Commando van de EGR-klep Het EGR-systeem bestaat uit een proportionele EGR-klep met een potentiometer die de stand van de klep controleert. DE EGR-klep wordt gecontroleerd met een regelkring op de stand via de potentiometer en/of op evolutie van de schatting van de luchtdoorstroming. Berekening van de luchtdoorstroming De motoren K9K en 794 hebben geen luchtdoorstroommeter. In dit geval wordt de hoeveelheid verse ingelaten lucht berekend aan de hand van de informatie die van andere randorganen afkomstig is. De (theoretische) luchtvulling wordt berekend door middel van een model met de volgende rekenparameters: de temperatuur van de lucht bij de inlaat gemeten door een sonde achter de turbocompressor en/of achter de tussenkoeler (indien aanwezig), de turbodruk, de atmosferische druk (buitenlucht), de stand van de EGR-klep, de brandstofopbrengst, het toerental. Het opname-element atmosferische druk is optioneel. Als dit aanwezig is, stuurt het een signaal met betrekking tot de atmosferische druk naar een analoge poort van de microcontroleur. In het tegenovergestelde geval, wordt de atmosferische druk gereconstrueerd aan de hand van de druk van de turbocompressor en het motorveld. Voor de motoren K9K 714, 716, 718, 792 en 796 wordt de verse luchtdoorstroming in de motor gegeven door een ratiometrisch opname-element met warme draad. Met deze doorstroommeter kan de hoeveelheid EGR worden beheerd voor een optimale recirculatie van de uitlaatgassen. In de doorstroommeter is een opname-element voor de temperatuur van de verse lucht ingebouwd. Door de meting van de luchtdoorstroming is een regelkring mogelijk via de EGR-klep. Commando van de turbo motoren K9K 718, 796: Het turbosysteem bestaat uit een elektroklep voor het aansturen van de wastegate, om de absolute druk in het inlaatcircuit te veranderen. motoren K9K 714, 716, 740, 790, : Het systeem van de turbocompressor wordt bestuurd door de inlaatdruk en heeft de rekeneenheid niet nodig. Aansturing van de voor-naverwarming Het aansturen van de voor/naverwarming bestaat uit het aansturen van de voorverwarmingsstiften en het controlelampje van de voorverwarming op het instrumentenpaneel. De voorverwarmingsstiften worden geactiveerd door een rekeneenheid voor de voorverwarming (die wordt aangestuurd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem) en het vermogen wordt geleverd door de accu. Na het aanzetten van het contact wordt een tijdschakeling voor de voorverwarming geactiveerd. Het controlelampje brandt gedurende een tijd die afhankelijk is van de accuspanning, de atmosferische druk en de koelvloeistoftemperatuur. Wanneer de temperatuur lager is dan een bepaalde waarde, verbetert een naverwarming de stabiliteit van de verbranding en daarmee van de werking van de motor (minder onverbrande deeltjes en luchtverontreiniging). MR-390-X90-000$135_nel.mif - 12

13 Diagnose - Werking van het systeem Ondergebrachte functies Hulp bij het beheer van de airconditioning Bij auto's met airconditioning biedt het DCM 1.2 inspuitsysteem de mogelijkheid de airco uit te schakelen via het huis met hulporganen interieur onder bepaalde gebruiksomstandigheden: uitschakeling door de bestuurder, tijdens het starten, bij oververhitting (om het door de motor te leveren vermogen te verminderen), bij zeer hoog toerental (bescherming van de compressor), bij bepaalde kortstondige situaties (zoals sterk accelereren om in te halen, om afslaan te voorkomen en bij het wegrijden). Met deze omstandigheden wordt alleen rekening gehouden als ze niet steeds terugkomen, om een instabiele werking van het systeem te voorkomen (onverwacht uitschakelen). Bij sommige storingen. Beheer van de airconditioning met koude kring De airconditioning is van het type koude kring en wordt beheerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem, voor het: beheren van het verzoek om koude lucht afhankelijk van de commando's van het interieur en van de waarde van de druk in het aircocircuit, berekenen van het geabsorbeerde vermogen door de compressor uitgaande van de druk van het koudemiddel, bepalen van de commando's van de ventilateurmotor naargelang de rijsnelheid en de druk van het koudemiddel. De bestuurder vraagt het inschakelen van de airconditioning via de keuzeschakelaar van de ventilatie die is gekoppeld aan een schakelaar. Deze vraag van koude wordt toegestaan of niet naargelang de gemeten druk van het koudemiddel. Als deze druk buiten de grenzen van het werkgebied liggen, wordt de koude kringloop niet geactiveerd. N.B.: De verzoeken voor het aansturen van de ventilateurmotor gebeurt via een draadverbinding vanaf de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Dit verzoek is niet alleen afhankelijk van de airconditioning maar ook van de koelvloeistoftemperatuur en van de rijsnelheid. MR-390-X90-000$135_nel.mif - 13

14 Diagnose - Werking van het systeem Beheer van de snelheidsregelaar/-begrenzer (RV/LV) (Kangoo en Clio II alleen) De functie snelheidsregelaar maakt het mogelijk als hij ingeschakeld is om de rijsnelheid vast te houden op een vooraf ingestelde waarde en dit ongeacht de omstandigheden tijdens het rijden. De bestuurder kan met behulp van insteltoetsen de rijsnelheid verhogen of verlagen. De snelheidsregelaar kan ook tijdelijk uitgeschakeld worden als de bestuurder door het indrukken van het pedaal door een geregelde opbrengst de controle van de auto wil overnemen en de ingestelde snelheid wil overschrijden. De ingestelde snelheid wordt weer aangehouden als de bestuurder het gaspedaal loslaat. Het is mogelijk om de controle van de rijsnelheid weer te activeren en de laatst ingestelde snelheid aan te houden na het uitschakelen van de functie, om welke reden dan ook, tijdens dezelfde gebruikscyclus van de auto (voeding van de rekeneenheid niet onderbroken). De auto zal op gecontroleerde wijze de ingestelde snelheid weer bereiken. De snelheidsbegrenzer begrenst, als hij is ingeschakeld (via de keuzeschakelaar), de rijsnelheid op een vooraf ingestelde waarde. De bestuurder controleert de auto normaal met behulp van het gaspedaal tot de ingestelde snelheid. Als hij probeert deze snelheid te overschrijden, houdt het systeem geen rekening met het indrukken van het pedaal en controleert de rijsnelheid zoals de snelheidsregelaar dit zou doen onder voorbehoud dat het gaspedaal genoeg ingedrukt is. Net als bij de snelheidsregelaar kan de ingestelde snelheid worden veranderd met de insteltoetsen door deze kort of continu in te drukken. Om veiligheidsredenen, kan sneller gereden worden dan de ingestelde snelheid als het gaspedaal voorbij een bepaalde stand wordt ingedrukt. De controle verloopt geheel hiermee, tot de rijsnelheid weer lager is dan de ingestelde snelheid, en de begrenzing wordt weer actief. De bestuurder beschikt over de volgende commando's voor de controle van de snelheidsregelaar/begrenzer: gaspedaal, rempedaal, koppelingspedaal,... keuzeschakelaar voor het kiezen van de werking als snelheidsregelaar of als snelheidsbegrenzer. MR-390-X90-000$135_nel.mif - 14

15 Diagnose - Werking van het systeem Regeling van het verwarmingscircuit van het interieur Bij een motor met directe inspuiting wordt de brandstof rechtstreeks in de verbrandingskamer ingespoten. Hierdoor zijn er minder thermische verliezen in de bovenkant van de motor en als gevolg daarvan, is het koelcircuit van de cilinderkop kleiner. Door deze verkleining stijgt de temperatuur van de koelvloeistof die erdoorheen stroomt langzamer. Deze koelvloeistof wordt gebruikt door het systeem voor de verwarming van het interieur. Als het buiten koud is, duurt het dus langer om een comfortabele temperatuur in het interieur te bereiken. Om de verwarming te versnellen zijn er in het circuit van de verwarming van het interieur weerstandselementen toegepast, de zogenaamde verwarmingsweerstanden van het interieur (RCH). De rekeneenheid van het inspuitsysteem DCM 1.2 bepaalt de noodzaak van het commando en zorgt voor het fysieke commando van de verwarmingsweerstanden van het interieur. De rekeneenheid van het inspuitsysteem bepaalt enerzijds, naargelang de belasting van de dynamo, de begrenzing van het vermogen van de verwarmingsweerstanden voor het interieur en anderzijds het verbieden van de verwarmingsweerstanden voor het interieur naargelang het toerental, de belasting en de snelheid van de auto. Weergave op het instrumentenpaneel De rekeneenheid regelt de weergave op het instrumentenpaneel van bepaalde informatie over de werking van de motor. De zes betreffende functies zijn: de MIL (Malfunction Indicator Lamp) van het OBD, de voor/naverwarming, de koelvloeistoftemperatuur, de motorproblemen met Prioriteit 1 (niet-kritieke storing) en Prioriteit 2 (direct stoppen), de detectie van water in de brandstof (naargelang het instrumentenpaneel). Deze zes functies worden weergegeven door vier waarschuwingslampjes. Waarschuwingslampje voor/naverwarming en elektronische storing (prioriteit 1) Dit lampje is tegelijk controlelampje voor de werking van de voorverwarmingsstiften en waarschuwingslampje voor storingen van het systeem.: Continu branden met + na contact, geeft de voorverwarming aan. Als het lampje, na de voorverwarming en het automatisch doven na 3 secondes, gaat knipperen is er een probleem met prioriteit 1. (dit betekent verminderde prestaties en een verlaagd veiligheidsniveau. De gebruiker moet het systeem zo snel mogelijk laten herstellen). Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur (prioriteit 2) Dit lampje is tegelijk controlelampje voor de werking en waarschuwingslampje voor storingen van het systeem. Het brandt gedurende 3 secondes bij het aanzetten van het contact (automatische test). Continu oplichten bij + na contact: geeft een oververhitting van de motor of een probleem met prioriteit 2 aan. In het geval van een kritiek probleem, wordt de inspuiting automatisch na enkele secondes onderbroken. MR-390-X90-000$135_nel.mif - 15

16 Diagnose - Werking van het systeem Waarschuwingslampje OBD Dit waarschuwingslampje wordt gebruikt om de bestuurder te waarschuwen over het bestaan van inspuitstoringen die extreme verontreiniging tot gevolg heeft of als het OBD systeem is uitgeschakeld. De rekeneenheid van het inspuitsysteem vraagt om het oplichten van het waarschuwingslampje OBD voor een storing die sinds drie opeenvolgende rijcycli aanwezig is. De visuele controle van 3 secondes bij het aanzetten van het contact (automatische testprocedure beheerd door het instrumentenpaneel) wordt uitgevoerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Storingen waarbij het OBD-lampje gaat branden Storing Code Omschrijving in diagnoseapparaat Bijzonderheid DF084 Circuit opname-element stand EGR-klep CC.1-CO.0 DF163 Commandocircuit EGR-klep CO CO.0 CC.1 1.DEF DF099 Circuit verstuiver cilinder 1 CO - CC DF100 Circuit verstuiver cilinder 2 CO - CC DF101 Circuit verstuiver cilinder 3 CO - CC DF102 Circuit verstuiver cilinder 4 CO - CC DF001 Rekeneenheid 3.DEF DF253 bekrachtiging EGR-klep 4.DEF DF062 Geheugen opgeslagen 2.DEF Waarschuwingslampje water in de brandstof (naargelang het instrumentenpaneel) Dit waarschuwingslampje waarschuwt de bestuurder dat water aanwezigheid is in het brandstoffilter, dat de motor kan beschadigen. Het brandt gedurende 3 secondes bij het aanzetten van het contact (automatische test). Als de auto dit waarschuwingslampje niet heeft of als dit niet geconfigureerd is, wordt deze functie verzorgd door het waarschuwingslampje van prioriteit 1. MR-390-X90-000$135_nel.mif - 16

17 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid ZWARTE STEKKER A 32-POLIG Omschrijving Aansl. Aansl. Omschrijving Niet gebruikt A1 E1 Niet gebruikt Niet gebruikt A2 E2 Niet gebruikt CAN L A3 E3 Niet gebruikt CAN H A4 E4 Informatie rempedaal openingscontact Commando - relais ventilateurmotor 1 B1 F1 Niet gebruikt Signaal toerenteller B2 F2 Voeding + 5 V potentiometer pedaal baan 2 Signaal snelheid 0 ventilateurmotor B3 F3 Signaal opname-element pedaal baan 2 Diagnosesignaal K B4 F4 Massa opname-element pedaal baan 2 Commando - relais ventilateurmotor 2 C1 G V na relais (1) Niet gebruikt C2 G2 Voeding + 5 V opname-element pedaal baan 1 Niet gebruikt C3 G3 Niet gebruikt Niet gebruikt C4 G4 Massa Voeding + na contact D1 H1 Massa Niet gebruikt D2 H2 Signaal opname-element pedaal baan 1 Niet gebruikt D3 H3 Massa opname-element pedaal baan 1 Niet gebruikt D4 H4 Massa MR-390-X90-000$180_nel.mif - 17

18 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid BRUINE STEKKER B 48-POLIG Omschrijving Aansl. Aansl. Omschrijving Voeding + 5 V luchtdoorstroommeter A1 G1 Signaal klopsensor Signaal luchtdoorstroommeter A2 G2 Signaal brandstoftemperatuur Massa luchtdoorstroommeter A3 G3 Massa opname-element brandstoftemperatuur Commando + verstuiver cilinder 1 A4 G4 Commando + verstuiver cilinder 2 Voeding + 5 V opname-element stand EGR B1 H1 Niet gebruikt Signaal opname-element stand EGR B2 H2 Signaal koelvloeistoftemperatuur Massa opname-element stand EGR B3 H3 Massa opname-element koelvloeistoftemperatuur Commando - verstuiver cilinder 1 B4 H4 Commando - verstuiver cilinder 2 Voeding + 5 V opname-element turbodruk C1 J1 Niet gebruikt Signaal opname-element turbodruk C2 J2 Signaal inlaatluchttemperatuur Massa opname-element turbodruk C3 J3 Massa inlaatluchttemperatuur Commando + verstuiver cilinder 3 C4 J4 Signaal belasting dynamo (aansluiting DF) Voeding + 5 V opname-element druk rail D1 K1 Afscherming klopsensor Signaal opname-element druk rail D2 K2 Signaal inlaatluchttemperatuur Massa opname-element druk rail D3 K3 Niet gebruikt Commando - verstuiver cilinder 3 D4 K4 Niet gebruikt Niet gebruikt E1 L1 Niet gebruikt Signaal opname-element fase (cilinder) E2 L2 Niet gebruikt Massa opname-element fase (cilinder) E3 L3 Commando EGR-elektroklep Commando + verstuiver cilinder 4 E4 L4 Commando - motor EGR Massa klopsensor F1 M1 Niet gebruikt Signaal + opname-element vliegwiel (BDP) F2 M2 Niet gebruikt Signaal - opname-element vliegwiel (BDP) F3 M3 Commando + motor EGR Commando - verstuiver cilinder 4 F4 M4 Commando opbrengstactuator MR-390-X90-000$180_nel.mif - 18

19 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid GRIJZE STEKKER C 32-POLIG Omschrijving Aansl. Aansl. Omschrijving Niet gebruikt A1 E1 Signaal rijsnelheid Niet gebruikt A2 E2 (optie) massa water-in-dieseloliedetector Niet gebruikt A3 E3 Signaal airconditioning Niet gebruikt A4 E4 Niet gebruikt Commando - waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur Commando - controlelampje voorverwarming B1 F1 Commando - relais voeding B2 F2 Commando - relais voorverwarming Niet gebruikt B3 F3 (optie) signaal sonde water in dieselbrandstof Signaal startvergrendeling B4 F4 Niet gebruikt Commando relais airconditioning C1 G1 Niet gebruikt Commando spoel relais RCH1 C2 G V na relais (2) Signaal opname-element aircodruk C3 G3 Massa opname-element aircodruk Voeding opname-element aircodruk C4 G4 Commando waarschuwingslampje OBD Commando - waarschuwingslampje water in brandstof (naargelang het instrumentenpaneel) of Commando spoel relais RCH3 D1 H1 Niet gebruikt Commando spoel relais RCH2 D2 H V na relais (2) Diagnosesignaal voorverwarmingsstiften D3 H3 Niet gebruikt Niet gebruikt D4 H4 Signaal brandstofopbrengst N.B.: De voedingsspanning op aansl. G2 en H2 is niet meetbaar met losgenomen stekker van de rekeneenheid. MR-390-X90-000$180_nel.mif - 19

20 Diagnose - Vervangen van organen VERVANGEN, PROGRAMMEREN, OF HERPROGRAMMEREN VAN DE REKENEENHEID Het systeem kan worden geprogrammeerd via de diagnoseaansluiting met behulp van het diagnoseapparaat (zie de SM 3585A "Programmeren en herprogrammeren van de rekeneenheid" en SM 9869A "Programmeren en herprogrammeren van de rekeneenheid" en volg de instructies van het diagnoseapparaat). LET OP Schakel het diagnoseapparaat in (voeding via lichtnet of aansteker). Sluit een acculader aan. Schakel alle elektrische stroomverbruikers uit (koplampen, binnenlichten, airconditioning, radio CD, enz.). Wacht tot de motor is afgekoeld (temperatuur van de koelvloeistof in de motor lager dan 60 C en luchttemperatuur lager dan 50 C). Voor ieder uitbouwen van de rekeneenheid in de werkplaats, moeten met behulp van het diagnoseapparaat de gegevens van de rekeneenheid worden opgeslagen met behulp van het commando SC005 "Opslaan gegevens voor vervangen rekeneenheid", met dit commando worden de volgende gegevens opgeslagen: de parameters van de C2I (individuele verstuivercorrectie) en de parameters van de motor, de informatie van de meetgroep, de informatie van de verschuiving van het inspuitsysteem. BELANGRIJK Vóór het herprogrammeren van de rekeneenheid van het inspuitsysteem, moet u de hoofdschakelaar RL/LV in de ruststand zetten. De informatie over de snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzer op het instrumentenpaneel verdwijnt. In het tegenovergestelde geval, als de hoofdschakelaar in de stand snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzer blijft staan gedurende en na het herprogrammeren, dan zal de functie RV/LV niet langer werken. Ga als volgt te wek om de functie te resetten: Auto met contact aan. Hoofdschakelaar in de ruststand (de rekeneenheid detecteert op dat moment de ruststand). Schakelaar op Regelaar voor het activeren van de functie Snelheidsregelaar. Schakelaar op Begrenzer voor het activeren van de functie Snelheidsbegrenzer. Na het programmeren van de rekeneenheid: Zet het contact uit. Zet het contact weer aan en gebruik het diagnoseapparaat voor de volgende stappen: Gebruik het commando SC008 "Schrijven van de gegevens in het geheugen" om de C2I en de adaptieve waarden van de motor te herstellen. Gebruik het commando VP001 "Schrijven van het VIN". Geef het commando AC615 "Statische test van de actuators". Gebruik het commando AC011 "Relais ventilateurmotor lage snelheid" voor het testen van de werking van de 1 e snelheid van de ventilateurmotor. Gebruik het commando AC012 "Relais ventilateurmotor hoge snelheid" voor het testen van de werking van de 2 e snelheid van de ventilateurmotor. Gebruik het commando AC008 "Relais verwarmingsweerstand 1" voor het testen van de werking van de verwarmingsweerstand van het interieur 1. Gebruik het commando AC009 "Relais verwarmingsweerstand 2" voor het testen van de werking van de verwarmingsweerstand van het interieur 2. Gebruik het commando AC640 "Stoppen verbieden elektrische stroomverbruikers". Gebruik het commando AC028 "Vullen nieuwe pomp". Laat de startmotor draaien zonder de sleutel los te laten tot het starten van de motor (de tijd voor het vullen tot het starten van de motor kan 20 s zijn). Raadpleeg, na het starten van de motor, de ET259 "Vullen nieuwe pomp" en controleer of deze "Uitgevoerd" is, als dit niet zo is, herhaal de startprocedure. Stop de motor, zet het contact uit (om de rekeneenheid te resetten) en wacht 30 secondes. Na het programmeren van de rekeneenheid van het inspuitsysteem, kunnen storingen verschijnen in het geheugen van andere rekeneenheden. MR-390-X90-000$225_nel.mif - 20

21 Diagnose - Vervangen van organen Als DF264 "Circuit waarschuwingslampje water in dieselbrandstof" verschijnt in de rekeneenheid van het inspuitsysteem: op een auto met het waarschuwingslampje voor de aanwezigheid van water in de dieselbrandstof, voert u de diagnose uit van DF264 en geeft u daarna het commando AC615 "Statische test van de actuators"; op de andere auto's behandelt u de storing niet. Wis het geheugen van de rekeneenheid RZ001 "Storingsgeheugen". LET OP NA HET (HER)PROGRAMMEREN MAG U DE ACCUPOLEN NIET BINNEN 30 MINUTEN LOSMAKEN (om andere werkzaamheden op de auto uit te voeren). N.B.: Als de commando's SC005 "Opslaan gegevens voor vervangen rekeneenheid" en SC008 "Schrijven van de gegevens in het geheugen" zijn vergeten of niet hebben gewerkt, moet u na het programmeren van de rekeneenheid, de C2I van elke verstuiver handmatig schrijven door de C2I af te lezen op elke verstuiver (zie Vervangen van de verstuivers). LET OP Het is niet mogelijk een rekeneenheid van het inspuitsysteem uit het magazijn te proberen, want die kan daarna in geen enkele auto meer gebruikt worden. VERVANGEN VAN DE VERSTUIVERS N.B.: De C2I (individuele correctie van de verstuiver) is een kalibratie die in de fabriek is uitgevoerd op iedere verstuiver voor een nauwkeurige fijnafstelling van de opbrengst van elk van de verstuivers. Deze correctiewaarden staan op een etiket op iedere verstuiver en worden ingevoerd in de rekeneenheid die hierdoor bij het aansturen van iedere verstuiver rekening kan houden met de fabricageverschillen. Het systeem kan worden geparametreerd via de diagnoseaansluiting met behulp van het diagnoseapparaat. Bij het vervangen van de verstuivers, moeten de C2I-parameters worden vervangen. Hiertoe schrijft u de C2I via de volgende commando's in de rekeneenheid van het inspuitsysteem: VP021 "Verstuiver cilinder 1" voor de verstuiver van cilinder 1 (cilinder aan vliegwielzijde), VP022 "Verstuiver cilinder 2" voor de verstuiver van cilinder 2, VP023 "Verstuiver cilinder 3" voor de verstuiver van cilinder 3, VP024 "Verstuiver cilinder 4" voor de verstuiver van cilinder 4. Het is ook mogelijk de vier C2I's in te voeren via het commando SC004 "Invoeren kalibratiegegevens verstuivers". Alleen na het gelijktijdig vervangen van ten minste drie verstuivers, zet u de adaptieve waarden van de verstuivers terug op nul met het commando RZ003 "Adaptieve waarden motorparameters". MR-390-X90-000$225_nel.mif - 21

22 Diagnose - Vervangen van organen VERVANGEN VAN DE HOGEDRUKPOMP LET OP Bij het herprogrammeren van de rekeneenheid, voert u de volgende procedure pas uit na het commando AC615 "Statische test van de actuators" (zie het herprogrammeren van de rekeneenheid). PROCEDURE Zet het contact aan, sluit het diagnoseapparaat aan en communiceer met de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Gebruik het commando AC028 "Vullen nieuwe pomp". Schakel de startmotor in. (Let op, na het starten van de motor kan het vullen 20 s duren). Raadpleeg, na het starten van de motor, de ET259 "Vullen nieuwe pomp" en controleer of deze "Uitgevoerd" is, als dit niet zo is, herhaal de startprocedure. VERVANGEN VAN DE EGR-KLEP Als de EGR-klep wordt vervangen, moet de offset van de stand van de nieuwe klep worden ingelezen. Zet het contact aan en gebruik het diagnoseapparaat voor de volgende stap: gebruik het commando RZ002 "Adaptieve waarden EGR" voor het wissen van de oude offset met het wisprogramma van de ingeleerde waarden van de EGR. LET OP Geef dit commando alleen als het een nieuwe klep betreft. MR-390-X90-000$225_nel.mif - 22

23 Diagnose - Configuratie en inlezen PARAMETERS INSTELLEN VP021: Verstuiver cilinder 1 VP022: Verstuiver cilinder 2 VP023: Verstuiver cilinder 3 VP024: Verstuiver cilinder 4 Met deze commando's kunnen de kalibratiecodes, die op de verstuiver staan, met de hand worden ingevoerd. Gebruik deze commando's na het vervangen van de verstuiver, na het vervangen of (her)programmeren van de rekeneenheid als het commando SC008 niet werkt. VP001: VP005: Schrijven van het VIN. Dit commando maakt het mogelijk om handmatig het VIN van de auto in de rekeneenheid in te voeren. Gebruik dit commando na ieder vervangen of (her)programmeren van de rekeneenheid. Uitschakelen van de inspuiting. Dit commando verbiedt het elektrisch aansturen van de verstuivers voor het uitvoeren van de compressietest. SPECIFIEKE COMMANDO'S SC004: SC005: SC008: Invoeren van de kalibratiegegevens van de verstuivers. Met dit commando kan de kalibratiecode, die op de verstuiver staat, met de hand worden ingevoerd. Gebruik dit commando na het vervangen van de verstuivers. Opslaan van de gegevens voor het vervangen van de rekeneenheid. Met dit commando kunnen de werkgegevens van de rekeneenheid, de parameters van de C2I (individuele verstuivercorrectie) en de adaptieve waarden van de motor worden opgeslagen. Gebruik dit commando voorafgaand aan het vervangen of (her)programmeren van de rekeneenheid. Schrijven van de opgeslagen gegevens. Gebruik dit commando na het vervangen of (her)programmeren van de rekeneenheid (als de gegevens zijn opgeslagen met het commando SC005). MR-390-X90-000$270_nel.mif - 23

24 Diagnose - Overzicht van de storingen Storing Code Bijbehorende DTC Omschrijving in diagnoseapparaat DF Rekeneenheid DF Circuit opname-element koelvloeistoftemperatuur DF Startvergrendeling DF Circuit luchtdoorstroommeter DF Circuit opname-element brandstoftemperatuur DF Circuit opname-element luchttemperatuur DF Circuit opname-element vliegwiel DF Circuit opname-element atmosferische druk DF Circuit stuursignaal relais stuurbekrachtiging DF Circuits remlichtschakelaar DF Commandocircuit rekeneenheid voor-naverwarming DF Circuit ventilateurmotor lage snelheid DF Circuit ventilateurmotor hoge snelheid DF Circuit voorverwarmingsstiften DF F Geheugen opgeslagen DF Samenhang opname-element nokkenas/motortoerental DF Circuit opname-element pedaal baan 1 DF Circuit opname-element pedaal baan 2 DF Circuit opname-element stand EGR-klep DF Voedingsspanning nr. 1 van de opname-elementen DF Voedingsspanning nr. 2 van de opname-elementen DF Microcontroleur DF Informatie snelheid DF Informatie koppelingscontact DF Circuit verstuiver cilinder 1 DF Circuit verstuiver cilinder 2 DF Circuit verstuiver cilinder 3 DF Circuit verstuiver cilinder 4 DF Informatie remmen MR-390-X90-000$315_nel.mif - 24

25 Diagnose - Overzicht van de storingen Storing Code Bijbehorende DTC Omschrijving in diagnoseapparaat DF Circuit stuursignaal relais airco koude cyclus DF Circuit opname-element aircodruk DF Circuit opname-element inlaatspruitstukdruk DF Circuit opname-element cilinderherkenning DF Circuit opname-element druk rail DF Functie snelheidsregelaar/-begrenzer DF Circuit relais koelvloeistofverwarmingselement nr. 2 DF Circuit relais koelvloeistofverwarmingselement nr. 1 DF Commandocircuit hoofdrelais DF Circuit actuator brandstofopbrengst DF Circuit opname-element inlaat luchttemperatuur DF Uitgang informatie motortoerental DF Verbranding cilinder nr. 1 DF Verbranding cilinder nr. 2 DF Verbranding cilinder nr. 3 DF Verbranding cilinder nr. 4 DF Circuit klopsensor DF Commando verstuivers DF Functie drukregeling rail DF Voedingsspanning van de rekeneenheid DF Circuit actuator turbocompressor DF Commandocircuit EGR-klep DF Circuit detector water in brandstof DF Inlezen verstuivercodes DF Functie opbrengstcapaciteit DF Bekrachtiging EGR-elektroklep DF Informatie belasting dynamo DF Water in dieselbrandstof MR-390-X90-000$315_nel.mif - 25

26 Diagnose - Overzicht van de storingen Storing Code Bijbehorende DTC Omschrijving in diagnoseapparaat DF Circuit relais extra verwarming 1 DF Circuit relais extra verwarming 2 DF Circuit relais extra verwarming 3 DF Stand EGR-klep DF Prestaties turbo DF Circuit detector water in brandstof MR-390-X90-000$315_nel.mif - 26

27 Diagnose - Betekenis van de storingen DF001 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN REKENEENHEID 1.DEF: Omvormer analoog/digitaal 2.DEF: Schrijven EEPROM geheugen 3.DEF: Lezen EEPROM geheugen 4.DEF: Invoeren verstuivercodes 5.DEF: Zelfcontrole van het geheugen 6.DEF: Activering watchdog 7.DEF: Ruis op het commando van de verstuivers 8.DEF: Watchdog niet ververst Bijzonderheden: Bij het verschijnen van deze storing is ofwel het motortoerental vast 1300 tr/min met brandend waarschuwingslampje prioriteit 1 ofwel stopt de motor met brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. 1.DEF 2.DEF 3.DEF 5.DEF 6.DEF 8.DEF Geen bijzonderheden Neem contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF001P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 27

28 Diagnose - Betekenis van de storingen DF001 VERVOLG 4.DEF 7.DEF Geen bijzonderheden Controleer of de individuele verstuivercorrectie (C2I) overeenkomt met de verstuivers, als dit niet zo is, voer dan de C2I opnieuw in (zie "configuratie en inlezen"). Als de C2I overeenkomt met de verstuivers, neem contact op met de techline. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: aansl. A4 aansl. B4 aansl. G4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. H4 aansl. C4 aansl. D4 aansl. E4 aansl. F4 Aansl. 1 verstuiver 1 Aansl. 2 verstuiver 1 Aansl. 1 verstuiver 2 Aansl. 2 verstuiver 2 Aansl. 1 verstuiver 3 Aansl. 2 verstuiver 3 Aansl. 1 verstuiver 4 Aansl. 2 verstuiver 4 Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$360_nel.mif - 28

29 Diagnose - Betekenis van de storingen DF002 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR CO.1: Onderbreking of kortsluiting aan + 12 V CC.0: Kortsluiting aan massa Bijzonderheden: Als de storing DF002 aanwezig is, is de voorverwarmingstijd langer dan 10 s met inschakelen van de lage snelheid van de ventilateurmotor (GMV 1). Als er een storing is van GMV 1, dan schakelt GMV 2 in bij auto's met airconditioning. Controleer de aansluiting en de staat van de 4-polige stekker van het opname-element koelvloeistoftemperatuur. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van het opname-element koelvloeistoftemperatuur tussen aansl. 2 en 3. Vervang het opname-element koelvloeistoftemperatuur als de weerstand niet: 12,5 kω ± 1 kω bij -10 C 2252 Ω ± 112 Ω bij 25 C 812 Ω ± 39 Ω bij 50 C 283 Ω ± 8 Ω bij 80 C 115 Ω ± 3 Ω bij 110 C Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. H2 aansl. H3 Massa Instrumentenpaneel Aansl. 3 Aansl. 2 stekker opname-element koelvloeistoftemperatuur aansl. 1 Aansl. 4 DCM1.2_V08_DF002 MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 29

30 Diagnose - Betekenis van de storingen DF015 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN STARTVERGRENDELING Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het aanzetten van het contact. Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B Multiplexsysteem). Controleer de aansluiting en de staat van de stekker C (32-polig grijs) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Vervang de stekker indien nodig. Sluit het verlengblok aan in plaats van de rekeneenheid en controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. B4 Aansl. B6 van de stekker EH1 van de UCH Als het probleem aanhoudt op de Logan, voer een diagnose uit van de startvergrendeling (zie MR 390, Diagnose, Toegang - beveiliging, 82A, Startvergrendeling). Als het probleem aanhoudt op de Clio, voer een diagnose uit van de startvergrendeling (zie MR 337, Diagnose, Toegang - beveiliging, 82 Startvergrendeling). Als het probleem aanhoudt op de Kangoo, voer een diagnose uit van de startvergrendeling (zie MR 325, Diagnose, Toegang - beveiliging, 82 Startvergrendeling). DCM1.2_V08_DF015 MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 30

31 Diagnose - Betekenis van de storingen DF019 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT LUCHTDOORSTROOMMETER 1.DEF: Permanent laag niveau 2.DEF: Permanent hoog niveau 3.DEF: Op hoogste waarde 4.DEF: Op laagste waarde Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandelen van meer dan een storing:... DF115 "Circuit opname-element druk inlaatspruitstuk". DF019 "Circuit luchtdoorstroommeter", behandel eerst de storing DF115. Bijzonderheden: Als de storing DF019 aanwezig is: de regeling van de luchtdoorstroming stopt en de EGR-klep sluit. Controleer de staat van het luchtfilter en vervang het indien nodig. Controleer of het inlaatspruitstuk niet is verstopt (vervuild). Controleer de werking van de turbocompressor, voer de benodigde reparaties uit. Controleer de aansluiting en de staat van de 6-polige stekker van de luchtdoorstroommeter. Controleer de + 12 V na contact op aansl. 4 van de stekker van de luchtdoorstroommeter. Controleer de + 5 V op aansl. 5 van de stekker van de luchtdoorstroommeter. Controleer de massa op aansl. 2 op de stekker van de luchtdoorstroommeter. Controleer de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. A1 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. A2 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. A3 + na contact Massa Aansl. 5 Aansl. 6 Aansl. 2 luchtdoorstroommeter Aansl. 4 Aansl. 2 Controleer ook de isolatie tussen deze verbindingen. Als de storing aanhoudt, vervang de luchtdoorstroommeter. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF019P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 31

32 Diagnose - Betekenis van de storingen DF021 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT BRANDSTOFTEMPERATUUR CO.1: Onderbreking of kortsluiting aan + 12 V CC.0: Kortsluiting aan massa Geen bijzonderheden Controleer de aansluiting en de staat van de 2-polige stekker van het opname-element brandstoftemperatuur. Controleer de staat en aansluiting van de bruine 48-polige stekker B van de rekeneenheid. Meet de weerstand op de aansluitingen van het opname-element brandstoftemperatuur. Vervang het opname-element brandstoftemperatuur als de weerstand niet ongeveer 2,2 kω bij 25 C is. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. G2 aansl. G3 Aansl. 1 stekker opname-element brandstoftemperatuur Aansl. 2 DCM1.2_V08_DF021P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 32

33 Diagnose - Betekenis van de storingen DF022 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT LUCHTTEMPERATUUR CO.1 : Onderbreking of kortsluiting aan + 12 V CC.0 : Kortsluiting aan massa 1.DEF: Geen samenhang Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF022 en DF091, behandel eerst storing DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opname-elementen". Controleer de aansluiting en de staat van de 6-polige stekker van de luchtdoorstroommeter. Controleer de + 12 V na contact op aansl. 4 van de stekker van de luchtdoorstroommeter. Controleer de massa op aansl. 3 op de stekker van de luchtdoorstroommeter. Controleer de staat van de stekker B (48-polig) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Vervang het opname-element luchttemperatuur als de weerstand niet: bij - 40 C: Ω < Ω < Ω bij - 20 C: Ω < Ω < Ω bij 0 C: 5497 W < Ω < 6050 Ω bij 20 C: 2353 Ω < Ω < 2544 Ω bij 40 C: 1114 Ω < Ω < 1186 Ω bij 60 C: 569 Ω < Ω < 597 Ω bij 80 C: 310 Ω < Ω < 322 Ω bij 100 C: 180 Ω < Ω < 185 Ω Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. K2 + na contact Massa aansl. 1 Aansl. 4 luchtdoorstroommeter Aansl. 3 Als het probleem aanhoudt: vervang de luchtdoorstroommeter. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF022P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 33

34 Diagnose - Betekenis van de storingen DF023 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT VLIEGWIEL 1.DEF: Geen samenhang 2.DEF: Geen samenhang 3.DEF: Te veel extra tanden 4.DEF: Te weinig tanden 5.DEF: Extra tanden 6.DEF: Veel te weinig tanden Bijzonderheden: Als de storing DF023, 1.DEF, 2.DEF, 3.DEF of 6.DEF aanwezig is stopt de motor met brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Als de storing DF023, 4.DEF of 5.DEF aanwezig is: verminderde prestaties van de motor tot 75 %, geen brandend waarschuwingslampje. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende startmotor of stationair draaien. Controleer de correcte aansluiting en staat van de 2-polige stekker van het opname-element vliegwiel. Controleer de correcte montage van het opname-element vliegwiel op de motor. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand op de aansluitingen van het opname-element vliegwiel. Vervang het opname-element vliegwiel als de weerstand niet gelijk is aan: 800 Ω ± 80 Ω bij 20 C (voor de motor K9K 790) 680 Ω ± 68 Ω bij 20 C (voor de motor K9K 792) Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. F2 aansl. F3 Aansl. A stekker opname-element vliegwiel Aansl. B Controleer de tandschijf van het vliegwiel (ontbrekende tanden). DCM1.2_V08_DF023 MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 34

35 Diagnose - Betekenis van de storingen DF024 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT ATMOSFERISCHE DRUK CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1: Kortsluiting aan + 12 V Bijzonderheden: Het opname-element atmosferische druk is ingebouwd in de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Neem contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF024 MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 35

36 Diagnose - Betekenis van de storingen DF029 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT RELAIS STUURBEKRACHTIGING CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1: Kortsluiting aan + 12 V Bijzonderheden: Deze storing is actief als de auto een elektrische stuurbekrachtiging heeft. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: CC.1: de storing wordt aanwezig verklaard na gebruik van het commando AC036 "Relais stuurbekrachtigingspomp". Controleer de aansluiting en de staat van de houder van het relais van de elektrische stuurbekrachtigingspomp. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B van de rekeneenheid. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. L1 Aansl. F2 relais elektrische stuurbekrachtigingspomp Controleer de + na contact tussen aansl. 1 en 3 van het relais. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF024 MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 36

37 Diagnose - Betekenis van de storingen DF037 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUITS REMLICHTSCHAKELAAR CO.0 : Onderbreking of kortsluiting aan massa 1.DEF: Geen signaal Bijzonderheden: De storing wordt aanwezig verklaard bij afremmen op de motor, bij indrukken van het rempedaal. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: Voer onderstaande diagnose uit, als de storing aanwezig of in het geheugen is. Controleer de aansluiting en staat van de stekker van de remlichtschakelaar. Controleer de + 12 V op de voeding van de remlichtschakelaar. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker A (32-polig zwart) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de werking van de remlichtschakelaar. Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende verbindingen: Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, aansl. E4 + na contact Aansl. 1 van de stekker van de remlichtschakelaar Aansl. 2 en 4 van de stekker van de remlichtschakelaar DCM1.2_V08_DF045P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 37

38 Diagnose - Betekenis van de storingen DF045 AANWEZIG COMMANDOCIRCUIT REKENEENHEID VOOR-NAVERWARMING CO.0 : Onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : Kortsluiting aan + 12 V Bijzonderheden: Als de storing DF045 aanwezig is: moeilijk starten (koud zelfs onmogelijk). Als CO.0 aanwezig is: permanent commando van de voorverwarmingsstiften met risico van schade, zelfs ernstige motorschade. Controleer de staat en de aansluiting van de stekker van de rekeneenheid voorverwarming. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker C (32-polig grijs) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: 12 V na contact Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. D3 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. F2 Aansl. 3 rekeneenheid voorverwarming Aansl. 9 rekeneenheid voorverwarming Aansl. 8 rekeneenheid voorverwarming DCM1.2_V08_DF045P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 38

39 Diagnose - Betekenis van de storingen DF048 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VENTILATEURMOTOR LAGE SNELHEID CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1: Kortsluiting aan + 12 V Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een startpoging of draaiende motor of aansturen van het commando AC011 "Relais ventilateur lage snelheid". CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de voeding + 12 V na relais op de houder van het relais 700 aansl. A3. Controleer de staat van de aansluitingen en de werking van het relais 700. Vervang deze indien nodig. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, aansl. B1 aansl. A2, houder van het relais 700 CO.0 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: aansl. 1, houder van het voedingsrelais van de rekeneenheid van het inspuitsysteem 983 aansl. A3, houder van het relais ventilateurmotor lage snelheid 700 DCM1.2_V08_DF048 MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 39

40 Diagnose - Betekenis van de storingen DF049 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VENTILATEURMOTOR HOGE SNELHEID CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1: Kortsluiting aan + 12 V Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een startpoging of draaiende motor of aansturen van het commando AC012 "Relais ventilateur hoge snelheid". CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de voeding + 12 V na relais op de houder van het relais ventilateurmotor 336 aansl. 5. Controleer de staat van de aansluitingen en de werking van het relais 336. Vervang deze indien nodig. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, aansl. C1 aansl. 2, houder van het relais 336 CO.0 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: aansl. 1, houder van het voedingsrelais van de rekeneenheid van het inspuitsysteem 983 aansl. 5, houder van het relais ventilateurmotor 336 DCM1.2_V08_DF049 MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 40

41 Diagnose - Betekenis van de storingen DF061 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VOORVERWARMINGSSTIFTEN CO: Onderbreking Bijzonderheden: Deze storing beheert de diagnose alleen voor een onderbreking. Controleer de zekering 70 A van de vermogensvoeding van de rekeneenheid voor-naverwarming in de motorruimte. Controleer de staat en de aansluiting van de stekkers van de voorverwarmingsstiften. Meet de weerstand van elke voorverwarmingsstift. De weerstand lager dan 0,6 Ω zijn. Vervang de defecte stift(en). Controleer de staat en de aansluiting van de stekker van de rekeneenheid voorverwarming. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker C (32-polig grijs) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. D3 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. F2 Aansl. 9 rekeneenheid voorverwarming Aansl. 8 rekeneenheid voorverwarming DCM1.2_V08_DF061P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 41

42 Diagnose - Betekenis van de storingen DF062 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN GEHEUGEN OPGESLAGEN 1.DEF: Schrijven EEPROM geheugen 2.DEF: Lezen EEPROM geheugen Geen bijzonderheden Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF061P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 42

43 Diagnose - Betekenis van de storingen DF070 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN SAMENHANG OPNAME-ELEMENT NOKKENAS/ MOTORTOERENTAL Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het wissen van het storingsgeheugen of na een startpoging of draaiende motor. Controleer de stekkerverbindingen van het opname-element vliegwiel en van het opname-element nokkenas. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem.. Meet de weerstand van het opname-element vliegwiel tussen aansl. A en B. Vervang het opname-element als de weerstand niet 680 Ω bij 20 C is. Meet de weerstand van het opname-element nokkenas tussen aansl. 1 en 2. Vervang het opname-element nokkenas als de weerstand niet Ω ± 512,5 Ω is. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: aansl. E3 Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, aansl. E2 aansl. F2 aansl. F V Aansl. 1 van het opname-element nokkenas Aansl. 2 van het opname-element nokkenas Aansl. A van het opname-element vliegwiel Aansl. B van het opname-element vliegwiel Aansl. 3 van het opname-element vliegwiel Controleer de massa's van het motorblok (oxydatie, vastzitten...). Controleer de bevestiging, de afstand en de staat van het opname-element vliegwiel (te heet geworden). Vervang deze indien nodig. DCM1.2_V08_DF070 MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 43

44 Diagnose - Betekenis van de storingen DF071 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT PEDAAL BAAN 1 CO.0 : Onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : Kortsluiting aan + 12 V 1.DEF: Geen samenhang tussen pedaal baan 1 en baan 2 2.DEF: Geen signaal 3.DEF: Component geblokkeerd Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF071 en DF091, behandel eerst storing DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opname-elementen". Bijzonderheden: Als DF071: toerental van de motor blijft boven 1000 tr/min (stationair toerental normaal met rempedaal ingedrukt) met brandend waarschuwingslampje prioriteit 1 (behalve 3.DEF). Als de storingen DF071 en DF073 "Circuit opname-element pedaal baan 2" aanwezig zijn: toerental van de motor vast 1300 tr/min, brandend waarschuwingslampje prioriteit 1. 1.DEF - 3.DEF Geen bijzonderheden Maak los: de stekker A van de rekeneenheid van het inspuitsysteem en de stekker van het opname-element pedaal. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. H2 stekker A, aansl. F3 Aansl. 3 stekker opname-element pedaal Aansl. 6 Als de storing aanhoudt, vervang het opname-element van het pedaal. DCM1.2_V08_DF071P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 44

45 Diagnose - Betekenis van de storingen DF071 VERVOLG CO.0 CC.1 2.DEF Geen bijzonderheden Controleer de aansluiting en de staat van de 6-polige stekker van de potentiometer van het pedaal. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker A (32-polig zwart) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand tussen aansl. 2 en 4 van het opname-element van het pedaal. Vervang het opname-element pedaal als de weerstand niet 1200 Ω ± 480 Ω is. Controleer de + 5 V op aansl. 4 van het opname-element pedaal. Controleer de massa op aansl. 2 van het opname-element pedaal. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: aansl. G2 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. H2 aansl. H3 Aansl. 4 Aansl. 3 stekker opname-element pedaal Aansl. 2 Maak stekker A van de rekeneenheid los en de stekker van het opname-element van het pedaal. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. H2 stekker A, aansl. F3 Aansl. 3 stekker opname-element pedaal Aansl. 6 Als de storing aanhoudt, vervang het opname-element van het pedaal. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$360_nel.mif - 45

46 Diagnose - Betekenis van de storingen DF073 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT PEDAAL BAAN 2 CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1: Kortsluiting aan + 12 V Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF073 en DF092, behandel eerst storing DF092 "Voedingsspanning nr. 2 van de opname-elementen". Bijzonderheden: Als de storing DF073 aanwezig is: motortoerental blijft boven 1000 tr/min, verminderde prestaties van de motor op 75 %, brandend waarschuwingslampje prioriteit 1. Als de storingen DF073 en DF071 aanwezig zijn: toerental van de motor vast 1300 tr/min met brandend waarschuwingslampje prioriteit 1. CO.0 Geen bijzonderheden Controleer de aansluiting en de staat van de 6-polige stekker van de potentiometer van het pedaal. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker A (32-polig zwart) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand tussen aansl. 1 en 5 van het opname-element pedaal. Vervang het opname-element pedaal als de weerstand niet is: 1700 Ω ± 680 Ω. Controleer de + 5 V op aansl. 5 van het opname-element pedaal. Controleer de massa op aansl. 1 van het opname-element pedaal. Maak stekker A van de rekeneenheid los en de stekker van het opname-element van het pedaal. Controleer de isolatie ten opzichte van massa van aansl. F3 op de stekker A van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. F3 Aansl. 6 stekker opname-element pedaal DCM1.2_V08_DF073P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 46

47 Diagnose - Betekenis van de storingen DF073 VERVOLG CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de aansluiting en de staat van de 6-polige stekker van de potentiometer van het pedaal. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker A (32-polig zwart) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand tussen aansl. 1 en 5 van het opname-element pedaal. Vervang het opname-element pedaal als de weerstand niet is: 1700 Ω ± 680 Ω. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. F2 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. F4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. F3 Aansl. 5 stekker opname-element pedaal Aansl. 1 stekker opname-element pedaal Aansl. 6 stekker opname-element pedaal Maak stekker A van de rekeneenheid los en de stekker van het opname-element van het pedaal. Controleer de isolatie tussen aansl. F2 en aansl. F3 van de stekker A van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$360_nel.mif - 47

48 Diagnose - Betekenis van de storingen DF084 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT STAND EGR-KLEP CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1: Kortsluiting aan + 12 V Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF084 en DF091, behandel eerst storing DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opname-elementen". MOTOR K9K 714, 716, 718, 740, 792, 796 Controleer de aansluiting en de staat van de 6-polige stekker van de EGR-elektroklep. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand op de aansluitingen van de EGR-elektroklep. Vervang de elektroklep als de weerstand niet is: tussen aansl. 2 en 6: 0,5 Ω tot 50 Ω bij 20 C Controleer de + 5 V op aansl. 1 van de EGR-elektroklep. Controleer de massa op aansl. 3 van de EGR-elektroklep. Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de volgende verbindingen: aansl. B1 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. B2 aansl. B3 aansl. 1 Aansl. 5 stekker van de EGR-elektroklep Aansl. 3 Bij een probleem, vervang de EGR-elektroklep. Als de storing aanwezig is, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF084 MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 48

49 Diagnose - Betekenis van de storingen DF084 VERVOLG MOTOR K9K 790, 794 Controleer de aansluiting en de staat van de 6-polige stekker van de EGR-elektroklep. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand op de aansluitingen van de EGR-elektroklep. Vervang de elektroklep als de weerstand niet is: tussen aansl. 1 en 5: 8 kω ± 0,5 kω bij 20 C tussen aansl. 2 en 4: 4 kω ± 1,6 kω bij 20 C tussen aansl. 4 en 6: 2,2 kω ± 1,4 kω bij 20 C Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de volgende verbindingen: aansl. B1 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. B2 aansl. B3 Aansl. 2 Aansl. 6 stekker van de EGR-elektroklep Aansl. 4 Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$360_nel.mif - 49

50 Diagnose - Betekenis van de storingen DF091 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VOEDINGSSPANNING NR. 1 VAN DE OPNAME-ELEMENTEN 1.DEF: Op laagste waarde 2.DEF: Op hoogste waarde Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandelen van meer dan één storing: DF091 "Voedingsspanning r. 1 van de opname-elementen" en DF117 "Circuit opname-element druk rail" en/of DF071 "Circuit opname-element pedaal baan 1" DF084 "Circuit opname-element stand EGR-klep" DF128 "Circuit opname-element inlaatluchttemperatuur" DF113 "Circuit opname-element aircodruk" DF019 "Circuit luchtdoorstroommeter" DF115 "Circuit opname-element inlaatspruitstukdruk" behandel eerst de storing DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opnameelementen". Bijzonderheden: Als de storing DF091 aanwezig is, slaat de motor direct af en is opnieuw starten onmogelijk. Brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Controleer de staat en de aansluiting van de stekkers van alle opname-elementen die worden gevoed met 5 V: Opname-element aircodruk. Opname-element druk en temperatuur inlaatspruitstuk of opname-element temperatuur alleen en opnameelement turbodruk. Opname-element druk rail. Opname-element pedaal baan 1 en 2. Opname-element stand EGR-klep. Controleer de aansluiting en de staat van de stekkers A, B en C van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Voor het lokaliseren van een mogelijk defect in een van de opname-elementen met 5 V voeding (kortsluiting), maakt u één voor één de bovengenoemde opname-elementen los en controleert u na ieder losnemen of de storing overgaat van "aanwezig" naar "in geheugen". Als het defecte opname-element is gelokaliseerd, controleert u de stekkerverbindingen en de conformiteit. Vervang het opname-element indien nodig. DCM1.2_V08_DF091P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 50

51 Diagnose - Betekenis van de storingen DF091 VERVOLG Sluit het verlengblok in plaats van de rekeneenheid aan en controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen: stekker A, aansl. G2 stekker A, aansl. F2 stekker B, aansl. B1 stekker B, aansl. B1 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. C1 stekker B, aansl. D1 stekker C, aansl. C4 stekker B, aansl. A1 Aansl. 4 opname-element pedaal baan 1 Aansl. 2 opname-element pedaal baan 2 Aansl. 1 opname-element stand EGR-klep Aansl. 2 opname-element stand EGR-klep Aansl. 1 opname-element turbodruk Aansl. 3 opname-element druk rail Aansl. B opname-element aircodruk Aansl. 5 doorstroommeter Als de storing aanhoudt voer de diagnose uit van ieder opname-element dat wordt gevoed met 5 V. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$360_nel.mif - 51

52 Diagnose - Betekenis van de storingen DF092 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VOEDINGSSPANNING NR. 2 VAN DE OPNAME-ELEMENTEN CO.1 : Onderbreking of kortsluiting aan + 12 V CC.0 : Kortsluiting aan massa Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandelen van meer dan één storing: DF092 "Voedingsspanning nr. 2 van de opname-elementen" en DF117 "Circuit opname-element druk rail" en/of DF071 "Circuit opname-element pedaal baan 1" DF084 "Circuit opname-element stand EGR-klep" DF128 "Circuit opname-element inlaatluchttemperatuur" DF113 "Circuit opname-element aircodruk" DF019 "Circuit luchtdoorstroommeter" DF115 "Circuit opname-element inlaatspruitstukdruk" behandel eerst storing DF092 "Voedingsspanning nr. 2 van de opnameelementen". Bijzonderheden: Als de storing DF092 aanwezig is, slaat de motor direct af en is opnieuw starten onmogelijk. Brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het opname-element pedaal. Controleer de aansluiting en de staat van de stekkers A, B en C van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Voor het lokaliseren van een mogelijk defect in een van de opname-elementen met 5 V voeding (kortsluiting), maakt u één voor één de bovengenoemde opname-elementen los en controleert u na ieder losnemen of de storing overgaat van "aanwezig" naar "in geheugen". Als het defecte opname-element is gelokaliseerd, controleert u de stekkerverbindingen en de conformiteit. Vervang het opname-element indien nodig. Sluit het verlengblok in plaats van de rekeneenheid aan en controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. F3 stekker A, aansl. F4 stekker A, aansl. F2 Aansl. 6 opname-element pedaal baan 2 Aansl. 1 opname-element pedaal baan 2 Aansl. 5 opname-element pedaal baan 2 Als de storing aanhoudt voer de diagnose uit van ieder opname-element dat wordt gevoed met 5 V. DCM1.2_V08_DF092P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 52

53 Diagnose - Betekenis van de storingen DF093 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN MICROCONTROLEUR 1.DEF: Integriteit RAM geheugen 2.DEF: Zelfcontrole van het geheugen Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Bijzonderheden: Als de storing DF093 aanwezig is, stopt de motor en is opnieuw starten onmogelijk, brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Voer de individuele verstuivercorrecties (C2I) in met behulp van het diagnoseapparaat (commando SC004 "Invoeren kalibratiegegevens verstuivers"). Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF093M MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 53

54 Diagnose - Betekenis van de storingen INFORMATIE RIJSNELHEID DF095 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN 1.DEF: Geen overeenstemming 2.DEF: Geen signaal 3.DEF: Onder minimumdrempel 4.DEF: De CAN test heeft minstens één afwijiking gedetecteerd 5.DEF: Communicatie gestuurd Geen bijzonderheden MOTOR K9K 714, 716, 718, 740 Voor dit autotype levert het ABS of een extra rekeneenheid (als de auto geen ABS heeft) de rijsnelheid aan het multiplexnetwerk. Doe de test van het multiplexnetwerk om het CAN-netwerk te controleren (Defecte lijnen Can H en Can L tussen het inspuitsysteem en het ABS). Controleer of er geen storing is in de rekeneenheid van het ABS of in het systeem dat de rijsnelheid levert. MOTOR K9K 790, 792, 794, 796 Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het opname-element snelheid. Vervang de stekker indien nodig. Sluit het verlengblok aan op de plaats van de rekeneenheid en controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden op de lijn E1 van de stekker C (32-polig grijs) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als de storing aanhoudt, vervang het opname-element snelheid. DCM1.2_V08_DF095P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 54

55 Diagnose - Betekenis van de storingen DF097 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN INFORMATIE KOPPELINGSCONTACT 1.DEF: Geen samenhang Geen bijzonderheden Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het koppelingspedaalcontact. Controleer de geleiding tussen aansl. 1 en 2 van het koppelingspedaalcontact, pedaal ingedrukt. Vervang het koppelingspedaalcontact als dit niet goed is. Controleer de massa op aansl. 2 van het koppelingspedaalcontact. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker A van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. C4 Aansl. 2 koppelingspedaalcontact Als het probleem aanhoudt, vervang het koppelingspedaalcontact. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF095P MR-390-X90-000$360_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 55

56 Diagnose - Betekenis van de storingen DF099 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VERSTUIVER CILINDER 1 CO : Onderbreking CC : Kortsluiting 1.DEF: Op laagste waarde 2.DEF: Op hoogste waarde Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij stationair draaiende motor. Bijzonderheden: Bij deze storing is het stationair toerental geblokkeerd op 1000 tr/min, maakt de motor lawaai, is het toerental onregelmatig, zijn de prestaties van de motor verminderd tot 75% met brandend waarschuwingslampje prioriteit 1 tot het contact wordt uitgezet. CO - CC Geen bijzonderheden Zet het contact uit en wacht 15 secondes. Controleer de staat en de aansluiting van de stekker van de verstuiver. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Gebruik het commando AC601 "Verstuiver cilinder 1". Als verstuiver 1 niet vijf keer hoorbaar wordt aangestuurd, sluit dan de draad van de verstuiver van cilinder 2 aan op de verstuiver van cilinder 1 en gebruik het commando AC603 "Verstuiver cilinder 2". Werkt de cyclus van het aansturen van de verstuiver? JA Verstuiver 1 is niet defect, er is een probleem met het commandocircuit van verstuiver 1. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. A4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. B4 Aansl. 1 verstuiver 1 Aansl. 2 verstuiver 1 Controleer ook de isolatie tussen deze twee verbindingen. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. NEE Verstuiver 1 defect, vervang de verstuiver van cilinder 1. DCM1.2_V08_DF099 MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 56

57 Diagnose - Betekenis van de storingen DF099 VERVOLG 1.DEF - 2.DEF Geen bijzonderheden Controleer of de juiste verstuivers in de auto zijn gemonteerd, overeenkomstig het motortype en het motornummer (verstuiver voor lage, hoge of zeer hoge druk). Controleer of de C2I correct is ingevoerd in de rekeneenheid. Controleer de afscherming van de klopsensor op aansl. K1 van de bruine 48-polige stekker B van de rekeneenheid. Controleer het aantrekkoppel van de klopsensor op de motor. Na het vastzetten van de klopsensor moet u de adaptieve waarden van de drukregeling wissen met behulp van het commando RZ003 "Adaptieve waarden motorparameters". Als de storing aanhoudt, vervangt u het verstuiver van cilinder 1. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$405_nel.mif - 57

58 Diagnose - Betekenis van de storingen DF100 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VERSTUIVER CILINDER 2 CO : Onderbreking CC : Kortsluiting 1.DEF: Op laagste waarde 2.DEF: Op hoogste waarde Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij stationair draaiende motor. Bijzonderheden: Bij deze storing is het stationair toerental geblokkeerd op 1000 tr/min, maakt de motor lawaai, is het toerental onregelmatig, zijn de prestaties van de motor verminderd tot 75% met brandend waarschuwingslampje prioriteit 1 tot het contact wordt uitgezet. CO - CC Geen bijzonderheden Zet het contact uit en wacht 15 secondes. Controleer de staat en de aansluiting van de stekker van de verstuiver. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Gebruik het commando AC603 "Verstuiver cilinder 2". Als verstuiver 2 niet vijf keer hoorbaar wordt aangestuurd, sluit dan de draad van de verstuiver van cilinder 3 aan op de verstuiver van cilinder 2 en gebruik het commando AC604 "Verstuiver cilinder 3". Werkt de cyclus van het aansturen van de verstuiver? JA Verstuiver 2 is niet defect, er is een probleem met het commandocircuit van verstuiver 2. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. G4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. H4 Aansl. 1 verstuiver 2 Aansl. 2 verstuiver 2 Controleer ook de isolatie tussen deze twee verbindingen. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. NEE Verstuiver 2 defect, vervang de verstuiver van cilinder 2. DCM1.2_V08_DF100 MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 58

59 Diagnose - Betekenis van de storingen DF100 VERVOLG 1.DEF 2.DEF Geen bijzonderheden Controleer of de juiste verstuivers in de auto zijn gemonteerd, overeenkomstig het motortype en het motornummer (verstuiver voor lage, hoge of zeer hoge druk). Controleer of de C2I correct is ingevoerd in de rekeneenheid. Controleer de afscherming van de klopsensor op aansl. K1 van de bruine 48-polige stekker B van de rekeneenheid. Controleer het aantrekkoppel van de klopsensor op de motor. Na het vastzetten van de klopsensor moet u de adaptieve waarden van de drukregeling wissen met behulp van het commando RZ003 "Adaptieve waarden motorparameters". Als de storing aanhoudt, vervangt u het verstuiver van cilinder 2. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$405_nel.mif - 59

60 Diagnose - Betekenis van de storingen DF101 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VERSTUIVER CILINDER 3 CO : Onderbreking CC : Kortsluiting 1.DEF: Op laagste waarde 2.DEF: Op hoogste waarde Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij stationair draaiende motor. Bijzonderheden: Bij deze storing is het stationair toerental geblokkeerd op 1000 tr/min, maakt de motor lawaai, is het toerental onregelmatig, zijn de prestaties van de motor verminderd tot 75 % met brandend waarschuwingslampje prioriteit 1 tot het contact wordt uitgezet. CO - CC Geen bijzonderheden Zet het contact uit en wacht 15 secondes. Controleer de staat en de aansluiting van de stekker van de verstuiver. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Gebruik het commando AC604 "Verstuiver cilinder 3". Als verstuiver 3 niet vijf keer hoorbaar wordt aangestuurd, sluit dan de draad van de verstuiver van cilinder 4 aan op de verstuiver van cilinder 3 en gebruik het commando AC605 "Verstuiver cilinder 4". Werkt de cyclus van het aansturen van de verstuiver? JA Verstuiver 3 is niet defect, er is een probleem met het commandocircuit van verstuiver 3. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. C4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. D4 Aansl. 1 verstuiver 3 Aansl. 2 verstuiver 3 Controleer ook de isolatie tussen deze twee verbindingen. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. NEE Verstuiver 3 defect, vervang de verstuiver van cilinder 3. DCM1.2_V08_DF101 MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 60

61 Diagnose - Betekenis van de storingen DF101 VERVOLG 1.DEF 2.DEF Geen bijzonderheden Controleer of de juiste verstuivers in de auto zijn gemonteerd, overeenkomstig het autotype en het motornummer (verstuiver voor lage, hoge of zeer hoge druk). Controleer of de C2I correct is ingevoerd in de rekeneenheid. Controleer de afscherming van de klopsensor op aansl. K1 van de bruine 48-polige stekker B van de rekeneenheid. Controleer het aantrekkoppel van de klopsensor op de motor. Na het vastzetten van de klopsensor moet u de adaptieve waarden van de drukregeling wissen met behulp van het commando RZ003 "Adaptieve waarden motorparameters". Als de storing aanhoudt, vervangt u het verstuiver van cilinder 3. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$405_nel.mif - 61

62 Diagnose - Betekenis van de storingen DF102 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VERSTUIVER CILINDER 4 CO : Onderbreking CC : Kortsluiting 1.DEF: Op laagste waarde 2.DEF: Op hoogste waarde Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij stationair draaiende motor. Bijzonderheden: Bij deze storing is het stationair toerental geblokkeerd op 1000 tr/min, maakt de motor lawaai, is het toerental onregelmatig, zijn de prestaties van de motor verminderd tot 75 % met brandend waarschuwingslampje prioriteit 1 tot het contact wordt uitgezet. CO - CC Geen bijzonderheden Zet het contact uit en wacht 15 secondes. Controleer de staat en de aansluiting van de stekker van de verstuiver. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Gebruik het commando AC605 "Verstuiver cilinder 4". Als verstuiver 4 niet vijf keer hoorbaar wordt aangestuurd, sluit dan de draad van de verstuiver van cilinder 4 aan op de verstuiver van cilinder 3 en gebruik het commando AC605 "Verstuiver cilinder 4". Werkt de cyclus van het aansturen van de verstuiver? JA De kabelbundel van verstuiver 4 is defect. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. E4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. F4 Aansl. 1 verstuiver 4 Aansl. 2 verstuiver 4 Controleer ook de isolatie tussen deze twee verbindingen. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. NEE Verstuiver 4 defect, vervang de verstuiver van cilinder 4. DCM1.2_V08_DF102 MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 62

63 Diagnose - Betekenis van de storingen DF102 VERVOLG 1.DEF 2.DEF Geen bijzonderheden Controleer of de juiste verstuivers in de auto zijn gemonteerd, overeenkomstig het autotype en het motornummer (verstuiver voor lage, hoge of zeer hoge druk). Controleer of de C2I correct is ingevoerd in de rekeneenheid. Controleer de afscherming van de klopsensor op aansl. K1 van de bruine 48-polige stekker B van de rekeneenheid. Controleer het aantrekkoppel van de klopsensor op de motor. Na het vastzetten van de klopsensor moet u de adaptieve waarden van de drukregeling wissen met behulp van het commando RZ003 "Adaptieve waarden motorparameters". Als de storing aanhoudt, vervangt u het verstuiver van cilinder 4. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$405_nel.mif - 63

64 Diagnose - Betekenis van de storingen DF108 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN INFORMATIE REMMEN 1.DEF: Geen signaal 2.DEF: Geen samenhang Bijzonderheden: De storing wordt aanwezig verklaard bij afremmen op de motor, bij indrukken van het rempedaal. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: Voer onderstaande diagnose uit, als de storing aanwezig of in het geheugen is. Controleer de aansluiting en staat van de stekker van de remlichtschakelaar. Controleer de + 12 V op de voeding van de remlichtschakelaar.. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker A (32-polig zwart) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de werking van de remlichtschakelaar. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, aansl. E4 + na contact Aansl. 3 remlichtschakelaar Aansl. 2 en 4 remlichtschakelaar DCM1.2_V08_DF108 MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 64

65 Diagnose - Betekenis van de storingen DF111 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT RELAIS AIRCO KOUDE CYCLUS CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1: Kortsluiting aan + 12 V Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen. De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor en inschakelen van de airco of het commando AC599 "Aircocompressor". Controleer de staat van de klemmetjes van het relais van de airconditioning/koude kring op de zekeringen- en relaisplaat van de motor (zie het elektrische schema van de relaisplaat van de auto). Vervang de klemmen indien nodig. Controleer, contact aan de + 12 V op de aansl. B1 en B3 van het relais 474 airconditioning/koude kring. Herstellen indien nodig (zie elektrisch schema van de auto). Sluit het verlengblok in plaats van de rekeneenheid aan en controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. C1 aansl. B2 van het relais 474 airconditioning/ koude kring Controleer de weerstand van het relais airconditioning/koude kring tussen aansl. B1 en B2 van het relais. Vervang het relais als de weerstand niet 80 Ω ± 5 Ω bij 25 C is. Als de storing aanhoudt, vervang het relais airconditioning/koude kring. DCM1.2_V08_DF111 MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 65

66 Diagnose - Betekenis van de storingen DF113 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT AIRCODRUK CO.1: Onderbreking of kortsluiting aan + 12 V CC.0: Kortsluiting aan massa Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: Voer onderstaande diagnose uit, als de storing aanwezig of in het geheugen is. Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF0113 en DF091, behandel eerst storing DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opname-elementen". Beweeg de kabelbundel tussen de rekeneenheid en het opname-element aircodruk zodat de staat verandert (aanwezig in geheugen). Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de aansluiting en de staat van het opname-element aircodruk en de stekkers. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het opname-element aircodruk. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker C (32-polig grijs) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de + 5 V op aansl. B op de stekker van het opname-element aircodruk. Controleer de massa op aansl. A op de stekker van het opname-element aircodruk. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: aansl. C3 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. C4 aansl. G3 Aansl. C Aansl. B opname-element aircodruk aansl. A DCM1.2_V08_DF113 MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 66

67 Diagnose - Betekenis van de storingen DF115 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT INLAATSPRUITSTUKDRUK 1.DEF: Permanent laag niveau 2.DEF: Permanent hoog niveau 3.DEF: Onder minimum waarde 4.DEF: Boven maximum waarde 5.DEF: Geen samenhang 6.DEF: Op hoogste waarde 7.DEF: Op laagste waarde Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF115 en DF091, behandel eerst storing DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opname-elementen". Bijzonderheden: Als de storing DF115 aanwezig is: motortoerental blijft 1000 tr/min, verminderde prestaties van de motor op 75 % met brandend waarschuwingslampje prioriteit 1. 1.DEF - 2.DEF - 1.DEF - 2.DEF Geen bijzonderheden Controleer de aansluiting en staat van de 3-polige stekker van het opname-element turbodruk. Controleer de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de + 5 V op aansl. 1 op het opname-element turbodruk. Controleer de massa op aansl. 2 van het opname-element turbodruk. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: aansl. C1 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. C2 aansl. C3 aansl. 1 Aansl. 3 opname-element inlaatspruitstukdruk Aansl. 2 5.DEF Geen bijzonderheden Controleer visueel de afdichting van het turbodrukcircuit. Verwijder de luchtaanvoerslangen en controleer of de slangen niet zijn verstopt. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_DF115P MR-390-X90-000$405_nel.mif - 67

68 Diagnose - Betekenis van de storingen DF115 VERVOLG Controleer de overeenstemming, stilstaande motor, tussen de atmosferische druk en de spruitstukdruk (PR016 "Atmosferische druk" = PR214 "Spruitstukdruk"). Stilstaande motor, de drukken gemeten door beide opname-elementen, moeten ongeveer gelijk zijn.. Vervang het opname-element spruitstukdruk indien nodig. 6.DEF - 7.DEF Geen bijzonderheden Controleer visueel de afdichting van het turbodrukcircuit. Verwijder de luchtaanvoerslangen en controleer of de slangen niet zijn verstopt. Controleer de overeenstemming, stilstaande motor, tussen de atmosferische druk en de spruitstukdruk (PR016 "Atmosferische druk" = PR214 "Spruitstukdruk"). Stilstaande motor, de drukken gemeten door beide opname-elementen, moeten ongeveer gelijk zijn. Vervang het opname-element spruitstukdruk indien nodig. Controleer de turbocompressor (vacuümcircuit voor de aansturing van de wastegate). Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$405_nel.mif - 68

69 Diagnose - Betekenis van de storingen DF116 IN GEHEUGEN OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT CILINDERHERKENNING 1.DEF: Geen signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende startmotor of stationair draaien. Controleer de aansluiting en de staat van de 3-polige stekker van het opname-element druk cilinderherkenning. Controleer de + 12 V na contact op aansl. 3 van de stekker van het opname-element cilinderherkenning. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, aansl. E2 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. E V na contact Aansl. 2 opname-element cilinderherkenning Aansl. 1 opname-element cilinderherkenning Aansl. 3 opname-element cilinderherkenning Vervang het opname-element indien nodig. Controleer de afstelling van de distributie (zie MR 388 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie, Distributieriem: Uitbouwen - Inbouwen). DCM1.2_V08_DF116M MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 69

70 Diagnose - Betekenis van de storingen DF117 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT DRUK RAIL CC.0 : Kortsluiting aan massa CO.1 : Onderbreking of kortsluiting aan + 12 V 1.DEF: Geen samenhang 2.DEF: Onder minimum waarde 3.DEF: Boven maximum waarde 4.DEF: Waarde buiten de tolerantie Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF117 en DF091, behandel eerst storing DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opname-elementen". Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: Als de storing DF117 aanwezig is, slaat de motor af en is opnieuw starten onmogelijk. Brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Controleer de aansluiting en staat van de 3-polige stekker van het opname-element druk hoofdinspuitbuis. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de + 5 V op aansl. 3 van het opname-element druk rail. Controleer de massa op aansl. 2 van het opname-element druk rail. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: aansl. D1 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. D2 aansl. D3 Aansl. 3 Aansl. 1 opname-element druk rail Aansl. 2 Als de storing aanhoudt, is er een defect in het opname-element druk rail, vervang de rail. DCM1.2_V08_DF117 MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 70

71 Diagnose - Betekenis van de storingen DF118 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN FUNCTIE SNELHEIDSREGELAAR 1.DEF: Geen samenhang 2.DEF: Schakelaar aan/uit Bijzonderheden: De functie snelheidsregelaar is uitgeschakeld. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker A (32-polig zwart) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de aansluiting en de staat van de stekkerverbindingen van de aan-uit schakelaar van de snelheidsregelaar/begrenzer. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. A2 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. C3 Aansl. A3 aan/uit schakelaar snelheidsregelaar/-begrenzer Aansl. B1 aan/uit schakelaar snelheidsregelaar/-begrenzer Controleer de werking van de aan/uit schakelaar van de snelheidsregelaar/begrenzer (raadpleeg de betekenis van ET257 "Functie Snelheidsregelaar/begrenzer"). Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF117 MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 71

72 Diagnose - Betekenis van de storingen DF125 IN GEHEUGEN OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT HOOFDRELAIS 1.DEF: Permanent laag niveau 2.DEF: Permanent hoog niveau Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: Voer onderstaande diagnose uit, als de storing aanwezig of in het geheugen is. Controleer de voedingszekering van het hoofdrelais in de motorruimte: (zekering 30A) op de BIM. Vervang de zekering indien nodig. Controleer de aansluiting en de staat van het voedingsrelais van de rekeneenheid op de BIM. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker C (32-polig grijs) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: aansl. F1 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. G2 aansl. H2 Aansl. 2 Aansl. 5 voedingsrelais rekeneenheid inspuitsysteem Aansl. 5 Vervang het relais als de storing aanhoudt. DCM1.2_V08_DF125M MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 72

73 Diagnose - Betekenis van de storingen DF126 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT ACTUATOR BRANDSTOFOPBRENGST CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1: Kortsluiting aan + 12 V Bijzonderheden: Als de storing DF126 aanwezig is met een CO.0 of een CC.1: volle opening van de opbrengstactuator, klapperen en direct stoppen van de motor om het op hol slaan te voorkomen en brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Controleer de staat en de aansluiting van de stekker van de opbrengstactuator. Controleer de 12 V na contact op aansl. 2 op de stekker van de opbrengstactuator. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand tussen aansl. 1 en 2 van de opbrengstactuator. Vervang de opbrengstactuator als de weerstand niet ongeveer 5,3 Ω ± 0,5 Ω bij 20 C is. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M4 Aansl. 1 opbrengstactuator DCM1.2_V08_DF126P MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 73

74 Diagnose - Betekenis van de storingen DF128 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME-ELEMENT INLAATLUCHTTEMPERATUUR CO.1: Onderbreking of kortsluiting aan + 12 V CC.0: Kortsluiting aan massa Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF128 en DF091, behandel eerst storing DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opname-elementen". MOTOR K9K 790, 794 Controleer de staat en de aansluiting van de 2-polige stekker van het opname-element luchttemperatuur. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van het opname-element luchttemperatuur tussen aansl. 1 en 2. Vervang het opname-element luchttemperatuur als de weerstand niet: 9539 Ω ± 916 Ω bij - 10 C 2051 Ω ± 125 Ω bij 25 C 810 Ω ± 47 Ω bij 50 C 309 Ω ± 97 Ω bij 80 C Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. J2 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. J3 Aansl. 1 opname-element luchttemperatuur Aansl. 2 opname-element luchttemperatuur DCM1.2_V08_DF128P MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 74

75 Diagnose - Betekenis van de storingen DF129 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN UITGANG INFORMATIE MOTORTOERENTAL CC.1: Kortsluiting aan + 12 V CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF129 en DF091, behandel eerst storing DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opname-elementen". Controleer de correcte aansluiting en staat van de 2-polige stekker van het opname-element vliegwiel. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van het opname-element vliegwiel tussen aansl. 1 en 2. Meet de weerstand op de aansluitingen van het opname-element vliegwiel. Vervang het opname-element vliegwiel als de weerstand niet gelijk is aan: 800 Ω ± 80 Ω bij 20 C (voor de motor K9K 790) 680 Ω ± 68 Ω op 20 C (voor de motor K9K 792) Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. F2 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. F3 aansl. 1 opname-element vliegwiel aansl. 2 opname-element vliegwiel DCM1.2_V08_DF129 MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 75

76 Diagnose - Betekenis van de storingen DF130 IN GEHEUGEN OF IN GEHEUGEN VERBRANDING CILINDER NR. 1 Bijzonderheden: Als de storing DF130 aanwezig is: motortoerental blijft 1000 tr/min, verminderde prestaties van de motor op 75 % en brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij stationair draaiende motor. Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF099 (CC of CO) en DF130, behandel eerst storing DF099 "Circuit verstuiver cilinder 1" (CC of CO). Bij gelijktijdige storingen DF137 (1.DEF, 2.DEF, 7.DEF) en DF130, behandel eerst storing DF137 "Functie drukregeling rail". Controleer de compressies van de motor Controleer de klepspeling en stel deze af indien nodig. Controleer de inlaatkanalen en de EGR-klep en reinig ze indien nodig. Vervang de verstuiver. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF130M MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 76

77 Diagnose - Betekenis van de storingen DF131 IN GEHEUGEN OF IN GEHEUGEN VERBRANDING CILINDER NR. 2 Bijzonderheden: Als de storing DF131 aanwezig is: motortoerental blijft 1000 tr/min, verminderde prestaties van de motor op 75 % en brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij stationair draaiende motor. Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF100 (CC of CO) en DF131, behandel eerst storing DF100 "Circuit verstuiver cilinder 2" (CC of CO). Bij gelijktijdige storingen DF137 (1.DEF, 2.DEF, 7.DEF) en DF131, behandel eerst storing DF137 "Functie drukregeling rail". Controleer de compressies van de motor Controleer de klepspeling en stel deze af indien nodig. Controleer de inlaatkanalen en de EGR-klep en reinig ze indien nodig. Vervang de verstuiver. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF131M MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 77

78 Diagnose - Betekenis van de storingen DF132 IN GEHEUGEN OF IN GEHEUGEN VERBRANDING CILINDER NR. 3 Bijzonderheden: Als de storing DF132 aanwezig is: motortoerental blijft 1000 tr/min, verminderde prestaties van de motor op 75 % en brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij stationair draaiende motor. Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF101 (CC of CO) en DF132, behandel eerst storing DF101 "Circuit verstuiver cilinder 3" (CC of CO). Bij gelijktijdige storingen DF137 (1.DEF, 2.DEF, 7.DEF) en DF132, behandel eerst storing DF137 "Functie drukregeling rail". Controleer de compressies van de motor Controleer de klepspeling en stel deze af indien nodig. Controleer de inlaatkanalen en de EGR-klep en reinig ze indien nodig. Vervang de verstuiver. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF132M MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 78

79 Diagnose - Betekenis van de storingen DF133 IN GEHEUGEN OF IN GEHEUGEN VERBRANDING CILINDER NR. 4 Bijzonderheden: Als de storing DF133 aanwezig is: motortoerental blijft 1000 tr/min, verminderde prestaties van de motor op 75 % en brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij stationair draaiende motor. Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF102 (CC of CO) en DF133, behandel eerst storing DF102 "Circuit verstuiver cilinder 4" (CC of CO). Bij gelijktijdige storingen DF137 (1.DEF, 2.DEF, 7.DEF) en DF133, behandel eerst storing DF137 "Functie drukregeling rail". Controleer de compressies van de motor Controleer de klepspeling en stel deze af indien nodig. Controleer de inlaatkanalen en de EGR-klep en reinig ze indien nodig. Vervang de verstuiver. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF133M MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 79

80 Diagnose - Betekenis van de storingen DF134 IN GEHEUGEN OF IN GEHEUGEN CIRCUIT KLOPSENSOR 1.DEF: Geen signaal Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandelen van meer dan één storing: DF134 "Circuit klopsensor", DF002 "Circuit opname-element koelvloeistoftemperatuur", DF021 "Circuit opname-element brandstoftemperatuur", DF024 "Circuit opname-element atmosferische druk", behandel eerst de DF002 "Circuit opname-element koelvloeistoftemperatuur", DF022 "Circuit opname-element luchttemperatuur", DF021 "Circuit opname-element brandstoftemperatuur", DF024 "Circuit opname-element atmosferische druk". Een storing op één van deze opname-elementen kan een valse storing veroorzaken in de klopsensor. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Controleer of de juiste verstuivers in de auto zijn gemonteerd, overeenkomstig het autotype en het motornummer (verstuiver voor lage, hoge of zeer hoge druk). Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de klopsensor. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem en de afscherming van het opname-element op aansl. K1. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. F1 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. G1 Aansl. 1 stekker van de klopsensor Aansl. 1 stekker van de klopsensor Controleer of de C2I correct is ingevoerd in de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer het aantrekkoppel van de klopsensor op de motor. Na het vastzetten van de klopsensor moet u de adaptieve waarden van de motor wissen met behulp van het commando RZ003 "Adaptieve parameters van de motor". Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. Als de storing aanhoudt, vervang de klopsensor. DCM1.2_V08_DF134M MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 80

81 Diagnose - Betekenis van de storingen DF136 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDO VERSTUIVERS CO.1: Kortsluiting aan + 12 V CC.0: Kortsluiting aan massa Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandelen van meer dan één storing: DF136 "Commando verstuivers", DF099 "Circuit verstuiver cilinder 1", DF100 "Circuit verstuiver cilinder 2" DF101 "Circuit verstuiver cilinder 3", DF102 "Circuit verstuiver cilinder 4". De diagnose blijft dezelfde en dient voor de identificatie van de defecte verstuiver. Bijzonderheden: Als de storing verschijnt, maakt de motor lawaai, is het toerental instabiel, zijn de prestaties van de motor verminderd en brandt het waarschuwingslampje prioriteit 2. Zet het contact uit, controleer de staat en de aansluiting van de stekkers van de verstuivers. Zet het contact uit, maak de stekkers los van de verstuivers (of de verstuiver die is aangegeven door DF099, DF100, DF101, DF102) en zet het contact weer aan. Controleer met behulp van het diagnoseapparaat hoe DF136 is veranderd. Is DF136 aanwezig of in geheugen? DCM1.2_V08_DF136P MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 81

82 Diagnose - Betekenis van de storingen DF136 VERVOLG DF136 AANWEZIG De verstuivers zijn niet defect. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Aansl. A4 Aansl. B4 Aansl. G4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. H4 Aansl. C4 Aansl. D4 Aansl. E4 Aansl. F4 aansl. 1 (+) van de verstuiver 1 aansl. 2 (massa) van de verstuiver 1 aansl. 1 (+) van de verstuiver 2 aansl. 2 (massa) van de verstuiver 2 aansl. 1 (+) van de verstuiver 3 aansl. 2 (massa) van de verstuiver 3 aansl. 1 (+) van de verstuiver 4 aansl. 2 (massa) van de verstuiver 4 Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DF136 IN GEHEUGEN Defecte verstuiver(s). Vervang de verstuiver die is aangegeven door de storingen DF099 "Circuit verstuiver cilinder 1" t/m DF102 "Circuit verstuiver cilinder 4" indien aanwezig. Als geen enkele van de storingen die het defecte verstuivercircuit aangeven aanwezig is: Zet het contact uit. Sluit een van de vier verstuivers weer aan. Zet het contact weer aan. Als de storing aanwezig terugkomt, vervang de weer aangesloten verstuiver. Ga op dezelfde manier te werk voor de andere verstuivers. MR-390-X90-000$405_nel.mif - 82

83 Diagnose - Betekenis van de storingen DF137 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN FUNCTIE REGELING DRUK HOOFDINSPUITBUIS 1.DEF: Op laagste waarde 2.DEF: Op hoogste waarde 3.DEF: Onder minimum waarde 4.DEF: Boven maximum waarde 5.DEF: Stroom grote opbrengst < minimum 6.DEF: Stroom grote opbrengst > maximum 7.DEF: Stroom kleine opbrengst < minimum 8.DEF: Stroom kleine opbrengst > maximum Bijzonderheden: Als de storing DF137 aanwezig is: de motor stopt mogelijk, het waarschuwingslampje prioriteit 2 brandt met boodschap "Inspuitsysteem defect" op het instrumentenpaneel. Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandelen van meer dan één storing: DF137 "Functie drukregeling rail" en DF021 "Circuit opname-element brandstoftemperatuur" of DF117 "Circuit opname-element druk rail" behandel eerst de storingen DF117 of DF021. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. 4.DEF - 6.DEF - 8.DEF Geen bijzonderheden Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de opbrengstactuator (IMV bruine stekker op pomp). Controleer de + 12 V (na relais) op aansl. 2 op de stekker van de brandstofopbrengstactuator. Meet de weerstand tussen aansl. 1 en 2 van de opbrengstactuator. Vervang de opbrengstactuator als de weerstand niet ongeveer 5,3 Ω ± 0,5 Ω bij 20 C is. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M4 Aansl. 1 opbrengstactuator Controleer of er brandstof in de tank zit. Doe Test 1 "Controle lagedrukcircuit". DCM1.2_V08_DF137 MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 83

84 Diagnose - Betekenis van de storingen DF137 VERVOLG 1.DEF - 2.DEF - 3.DEF - 5.DEF - 7.DEF Geen bijzonderheden Controleer of er brandstof in de tank zit. Doe Test 1 "Controle lagedrukcircuit". Doe Test 7 "Controle hogedruksysteem". Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$405_nel.mif - 84

85 Diagnose - Betekenis van de storingen DF146 IN GEHEUGEN OF IN GEHEUGEN VOEDINGSSPANNING REKENEENHEID 1.DEF: Boven maximum waarde 2.DEF: Onder minimum waarde Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard draaiende motor boven 1000 tr/min. Beweeg de kabelbundel tussen de rekeneenheid van het inspuitsysteem en de accu om de staat te veranderen (Aanwezig In geheugen). Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de aansluiting en de staat van de accu en zijn stekkerverbindingen. Meet de accuspanning bij het aanzetten van het contact. Als de accuspanning lager is dan 11 V, laad de accu op. Controleer de aansluiting en de staat van de accuklemmen en de accupolen. Controleer het laadcircuit van de auto. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker A (32-polig zwart) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: aansl. D1 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. G4 aansl. H1 aansl. H4 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. G2 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. H2 + na contact Massa chassis Massa chassis Massa chassis Voeding + 12 na relais 3 Voeding + 12 na relais 2 DCM1.2_V08_DF146M MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 85

86 Diagnose - Betekenis van de storingen DF150 IN GEHEUGEN OF IN GEHEUGEN CIRCUIT ACTUATOR TURBOCOMPRESSOR CC.1: Kortsluiting aan + 12 V CC.0: Kortsluiting aan massa MOTOR: Alleen op Kangoo K9K 718 Bijzonderheden: Als de storing DF150 aanwezig is, regeling van de luchtdoorstroming uitgeschakeld, EGR-klep dicht, regeling van de turbodruk uitgeschakeld. Boodschap "inspuitsysteem defect" op het instrumentenpaneel en verminderde prestaties. Controleer de werking van de turbo, controleer het luchtcircuit (verstopping, enz.), controleer het signaal van de turbodruk, controleer de versnelling bij het overschakelen. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de elektroklep van de turbodruk. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de voeding van de elektroklep van de turbodruk op aansl. 2 van de stekker. Meet de weerstand tussen aansl. 1 en 2 van de elektroklep van de turbodruk. Vervang de elektroklep van de turbodruk als de weerstand niet 20 Ω ± 2 Ω bij 23 C is. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M V na hoofdrelais aansl. 1 elektroklep turbodruk aansl. 2 elektroklep turbodruk Als het probleem aanhoudt, vervang de elektroklep van de turbodruk. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF146M MR-390-X90-000$405_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 86

87 Diagnose - Betekenis van de storingen DF163 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT COMMANDO EGR-KLEP CO.0 : Onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : Kortsluiting aan + 12 V CO : Onderbreking CC.0 : Kortsluiting aan massa 1.DEF: Detectie oververhitting Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij stationair draaiende motor. Bijzonderheden: Als de storing DF163 aanwezig is: onregelmatig draaiende motor tot afslaan. Koude start moeilijk of onmogelijk. MOTOR K9K 714, 716, 718, 740, 792, 796 Controleer de aansluiting en de staat van de 6-polige stekker van de EGR-elektroklep. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand op de aansluitingen van de EGR-elektroklep. Vervang de elektroklep als de weerstand niet is: tussen aansl. 2 en 6: 0,5 Ω tot 50 Ω bij 20 C Controleer de 13,5 V ± 0,5 V (draaiende motor), 12 V ± 0,5 V (contact aan, motor uit) en aansl. 2 op de stekker van de EGR-elektroklep. Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M3 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. L4 Aansl. 2 stekker EGR Aansl. 6 stekker EGR Bij een probleem, vervang de EGR-elektroklep. Als de storing aanwezig is, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF163 MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 87

88 Diagnose - Betekenis van de storingen DF163 VERVOLG MOTOR K9K 790, 794 Controleer de aansluiting en de staat van de 6-polige stekker van de EGR-elektroklep. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand op de aansluitingen van de EGR-elektroklep. Vervang de elektroklep als de weerstand niet is: tussen aansl. 1 en 5: 8 kω ± 0,5 kω bij 20 C tussen aansl. 2 en 4: 4 kω ± 1,6 kω bij 20 C tussen aansl. 4 en 6: 2,2 kω ± 1,4 kω bij 20 C Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen: + na contact voedingsrelais rekeneenheid inspuitsysteem aansl. 5 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. L3 Aansl. 1 EGR-elektroklep Aansl. 5 EGR-elektroklep Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$450_nel.mif - 88

89 Diagnose - Betekenis van de storingen DF172 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT DETECTOR WATER IN BRANDSTOF CO.1 : Onderbreking of kortsluiting aan + 12 V CC.0 : Kortsluiting aan massa 1.DEF: Boven maximum waarde Bijzonderheden: Als de storing DF172 aanwezig is, brandt het waarschuwingslampje prioriteit 1. Controleer de aanwezigheid van water in het brandstoffilter. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de waterdetectiesonde van de brandstof. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker C (grijs) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de 13,5 V ± 0,5 V (draaiende motor), 12 V ± 0,5 V (contact aan, motor uit) en aansl. 1 op de stekker van de sonde water in dieselbrandstof. Controleer de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C (grijs), aansl. F3 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C (grijs), aansl. E2 + na contact aansl. 2 stekker sonde water in dieselbrandstof aansl. 3 stekker sonde water in dieselbrandstof aansl. 1 Bij een probleem, vervang de sonde water in dieselbrandstof. Als de storing aanwezig is, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF172 MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 89

90 Diagnose - Betekenis van de storingen DF173 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN INLEZEN VERSTUIVERCODES MOTOR K9K 714, 716, 718, 740 Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF173 en DF099, DF100, DF101, DF102, DF136, behandel eerst de volgende storingen:...df136 "Commando verstuivers" DF099 "Circuit verstuiver cilinder 1" DF100 "Circuit verstuiver cilinder 2" DF101 "Circuit verstuiver cilinder 3" DF102 "Circuit verstuiver cilinder 4" Als de storingen DF136, DF099, DF100, DF101, DF102 afwezig zijn; voer de volgende rijcyclus uit: (detectie van de klopsensor):...stilstaande auto,...stationair draaiende motor gedurende 30 s, 20 C < T koelvloeistof < 150 C, - 50 C < T dieselbrandstof < 150 C. (voorwaarden voor de herijking van de verstuivers): Warme motor (65 C < T koelvloeistof < 94 C) In hoge druk zone: Rijsnelheid > 30 km/u, toerental > 1250 tr/min, 0 C < T lucht < 150 C, 10 < Vaccu < 16 V, - 50 C < T dieselbrandstof < 150 C, opbrengst > 17 mg/slag. (voorwaarden voor de herijking van de verstuivers): Warme motor (79 C < T koelvloeistof < 94 C) In lage druk zone:...stilstaande auto, toerental < 1000 tr/min (zonder elektrische stroomverbruiker), 0 C < T lucht < 150 C, 10 < Vaccu < 16 V, 10 C < T dieselbrandstof < 57 C,... opbrengst >10 mg/slag. DCM1.2_V08_DF173 MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 90

91 Diagnose - Betekenis van de storingen DF173 VERVOLG 1 Controleer of de C2I correct is ingevoerd in de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de afscherming van de klopsensor op aansl. K1 van de stekker B (48-polig, bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer het aantrekkoppel van de klopsensor op de motor. Na het vastzetten van de klopsensor moet u de adaptieve waarden van de drukregeling wissen met behulp van het commando RZ003 "Adaptieve waarden motorparameters". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. MOTOR K9K 790, 792, 794, 796 Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing komt aanwezig terug na het herprogrammeren van de verstuivercodes of het vervangen van de verstuivers. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: toerental van de motor begrensd en waarschuwingslampje prioriteit 1 brandt. 1.DEF Geen bijzonderheden Zet het contact uit. Wacht 30 s (einde fase van de power latch, zelfvoeding van de rekeneenheid van het inspuitsysteem), zet daarna het contact weer aan. Voer de diagnose uit van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als de storing in het geheugen is geworden, wis dan tot slot het geheugen. Als de storing nog steeds aanwezig is, kalibreer dan de verstuivers met behulp van het commando SC004 "Invoeren kalibratiegegevens verstuivers". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$450_nel.mif - 91

92 Diagnose - Betekenis van de storingen DF173 VERVOLG 2 Deze storing is aanwezig op iedere lege rekeneenheid (nieuw of na (her)programmeren). Programmeer de verstuivercodes met: ofwel het commando SC004 "Invoeren kalibratiegegevens verstuivers", ofwel het commando SC008 "Schrijven van de gegevens in het geheugen", (zie, Dieselinspuitsysteem, Diagnose - Vervangen van organen). Als het schrijven van de codes is uitgevoerd: zet het contact uit, wacht 30 s (einde fase van de power latch, zelfvoeding van de rekeneenheid van het inspuitsysteem), zet daarna het contact weer aan, start de communicatie en wis het storingsgeheugen, einde van de werkzaamheden. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$450_nel.mif - 92

93 Diagnose - Betekenis van de storingen DF247 IN GEHEUGEN OF IN GEHEUGEN FUNCTIE OPBRENGSTCAPACITEIT 1.DEF: Capaciteit grote opbrengst < minimum 2.DEF: Capaciteit grote opbrengst > maximum Bijzonderheden: Als de storing DF247 aanwezig is, stopt de motor mogelijk met brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de opbrengstactuator (IMV). Meet de weerstand tussen aansl. 1 en 2 van de opbrengstactuator. Vervang de opbrengstactuator als de weerstand niet ongeveer 5,3 Ω ± 0,5 Ω bij 20 C is. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M4 Aansl. 1 opbrengstactuator Controleer of er brandstof in de tank zit. Doe Test 1 "Controle van het lagedrukcircuit" (zie Diagnose - Tests). Als de storing aanhoudt, doe Test 7 "Controle van het hogedruksysteem" (zie Diagnose - Tests). DCM1.2_V08_DF247M MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 93

94 Diagnose - Betekenis van de storingen DF253 IN GEHEUGEN OF IN GEHEUGEN STURING EGR-ELEKTROKLEP 1.DEF: Op laagste waarde 2.DEF: Op hoogste waarde 3.DEF: Geen samenhang 4.DEF: Klep geblokkeerd 5.DEF: Klep vervuild Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Bijzonderheden: Als de storing DF253 aanwezig is: onregelmatig draaiende motor tot afslaan. Koude start moeilijk of onmogelijk. Mogelijk rookontwikkeling en verlies van prestaties. Brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. MOTOR K9K 714, 716, 718, 740, 792, 796 Controleer de aansluiting en de staat van de 6-polige stekker van de EGR-elektroklep. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de + 5 V op aansl. 1 van de EGR-elektroklep. Meet de weerstand op de aansluitingen van de EGR-elektroklep. Vervang de elektroklep als de weerstand niet ligt tussen 0,5 Ω en 50 Ω bij 20 C tussen aansl. 2 en 6. Controleer de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M3 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. L4 aansl. 2 stekker EGR aansl. 6 stekker EGR Bij aanwezigheid van een storing 4.DEF of 5.DEF: Bouw de EGR-klep uit. Controleer of de klep niet door vuil (aanslag, enz.) is geblokkeerd. Verwijder het vuil en reinig de EGR-klep. Monteer de EGR-klep. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. Als het probleem aanhoudt, vervang de EGR-elektroklep. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF253M MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 94

95 Diagnose - Betekenis van de storingen DF253 VERVOLG MOTOR K9K 790, 794 Controleer de aansluiting en de staat van de 6-polige stekker van de EGR-elektroklep. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand op de aansluitingen van de EGR-elektroklep. Vervang de elektroklep als de weerstand niet is: tussen aansl. 1 en 5: 8 kω ± 0,5 kω bij 20 C tussen aansl. 2 en 4: 4 kω ± 1,6 kω bij 20 C tussen aansl. 4 en 6: 2,2 kω ± 1,4 kω bij 20 C Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen: + na contact Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. L3 Aansl. 1 EGR-elektroklep Aansl. 5 EGR-elektroklep Als 3.DEF, 4.DEF, 5.DEF: Bouw de EGR-klep uit. Controleer of de klep niet door vuil (aanslag, enz.) is geblokkeerd. Verwijder het vuil en reinig de EGR-klep. Monteer de EGR-klep. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$450_nel.mif - 95

96 Diagnose - Betekenis van de storingen DF255 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN INFORMATIE BELASTING DYNAMO 1.DEF: Geen samenhang 2.DEF: Geen signaal Voorwaarden voor het storing zoeken: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. N.B.: Negeer deze storing, behandel hem niet en wis hem voor de volgende applicaties (zie het scherm "identificatie rekeneenheid" met behulp van het diagnoseapparaat): softwareversie 61, kalibratienummer 4831, 4832 en 48D0, softwareversie 71, kalibratienummer 4840 en DCM1.2_V08_DF255 MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 96

97 Diagnose - Betekenis van de storingen DF256 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN WATER IN DIESELBRANDSTOF 1.DEF: Onderbreking in de lijn of water in de brandstof Voorwaarden voor het storing zoeken: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is, brandend waarschuwingslampje prioriteit 1 of brandend waarschuwingslampje water in dieselbrandstof (indien aanwezig op het instrumentenpaneel en geconfigureerd in het inspuitsysteem). Controleer de aanwezigheid van water in het brandstoffilter. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de waterdetectiesonde van de brandstof. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker C (grijs) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de 13,5 V ± 0,5 V (draaiende motor), 12 V ± 0,5 V (contact aan, motor uit) en aansl. 1 op de stekker van de sonde water in dieselbrandstof. A) Controleer of de detectiesonde voor het water in de brandstof correct is aangesloten. Als dit niet zo is: wis de storing. Maak een proefrit (snelheid > 20 km/u en toerental > 1200 tr/min) gedurende meer dan 30 secondes. Als de storing niet terugkomt, diagnose klaar. Als de storing terugkomt, ga dan naar stap B. B) Als de sonde correct is aangesloten: Tap het brandstoffilterhuis af (voor de Logan, zie MR 388 Motor en randorganen, 13A, Brandstofaanvoer, Brandstoffilter: Uitbouwen - Inbouwen); (voor de Kangoo, zie MR 380 Motor en randorganen, 13A, Brandstofaanvoer, Brandstoffilter: Uitbouwen - Inbouwen). Wis de storing. Maak een proefrit (snelheid > 20 km/u en toerental > 1200 tr/min) gedurende meer dan 30 secondes. Als de storing niet terugkomt, diagnose klaar. DCM1.2_V08_DF256 MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 97

98 Diagnose - Betekenis van de storingen DF256 VERVOLG C) Als de storing terugkomt: Controleer de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C (grijs), aansl. F3 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C (grijs), aansl. E2 aansl. 2 stekker sonde water in dieselbrandstof aansl. 3 stekker sonde water in dieselbrandstof Als al deze controles geen enkele storing aangeven: Vervang de waterdetectiesonde (voor de Logan, zie MR 388 Motor en randorganen, 13A, Brandstofaanvoer, Brandstoffilter: Uitbouwen - Inbouwen); (voor de Kangoo, zie MR 380 Motor en randorganen, 13A, Brandstofaanvoer, Brandstoffilter: Uitbouwen - Inbouwen). Wis de storing. Maak een proefrit (snelheid > 20 km/u en toerental > 1200 tr/min) gedurende meer dan 30 secondes, om de reparatie te bevestigen. N.B.: Als het water in het brandstoffilter onder de elektrodes van de sonde staat, kunnen bepaalde omstandigheden bij het rijden (bocht, helling) veroorzaken dat het waarschuwingslampje inspuitsysteem gaat branden (de "excentrische" plaatsing van de sonde in het brandstoffilter, gecombineerd met de tijdens het rijden optredende krachten, detecteert het water waardoor het waarschuwingslampje oplicht). Als de storing aanwezig is, neem dan contact op met de techline. Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$450_nel.mif - 98

99 Diagnose - Betekenis van de storingen DF257 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT RELAIS EXTRA VERWARMING 1 CC.1: Kortsluiting aan + 12 V CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa Geen bijzonderheden Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het relais extra verwarming 1. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker C van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. C2 aansl. 2 van het relais extra verwarming 1 Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 en aansl. 3 van het relais extra verwarming 1. Als de storing aanhoudt, controleer het relais en vervang het indien nodig. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF257P MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. - 99

100 Diagnose - Betekenis van de storingen DF258 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT RELAIS EXTRA VERWARMING 2 CC.1: Kortsluiting aan + 12 V CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa Geen bijzonderheden Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het relais extra verwarming 2. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker C van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. D2 aansl. 1 van het relais extra verwarming 2 Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 2 en aansl. 3 van het relais extra verwarming 2. Als de storing aanhoudt, controleer het relais en vervang het indien nodig. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF258P MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat

101 Diagnose - Betekenis van de storingen DF259 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT RELAIS EXTRA VERWARMING 3 CC.1: Kortsluiting aan + 12 V CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa Geen bijzonderheden Bijzonderheden: Dit circuit is niet aanwezig op K9K 790, 792, 794, 796. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het relais extra verwarming 3. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker C van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. D1 Koelvloeistofverwarmingselement 3 Als de storing aanhoudt, controleer het relais en vervang het indien nodig. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF258P MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat

102 Diagnose - Betekenis van de storingen DF262 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN STAND EGR 1.DEF: Op laagste waarde 2.DEF: Op hoogste waarde Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige storingen DF262 en DF091, behandel eerst storing DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opname-elementen". Controleer de aansluiting en de staat van de 6-polige stekker van de EGR-elektroklep. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de + 5 V op aansl. 1 van de EGR-elektroklep. Controleer de massa op aansl. 3 van de EGR-elektroklep. Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. B1 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. B2 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. B3 aansl. 1 stekker EGR aansl. 5 stekker EGR aansl. 3 stekker EGR Als het probleem aanhoudt, vervang de EGR-elektroklep. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF258P MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat

103 Diagnose - Betekenis van de storingen DF263 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN PRESTATIES TURBO 1.DEF: Op laagste waarde 2.DEF: Op hoogste waarde MOTOR: Alleen op Kangoo K9K 718 Bijzonderheden: Als de storing DF263 aanwezig is, regeling van de luchtdoorstroming uitgeschakeld, EGR-klep dicht, regeling van de turbodruk uitgeschakeld. Boodschap "inspuitsysteem defect" op het instrumentenpaneel en verminderde prestaties. Controleer de werking van de turbo, controleer het luchtcircuit (verstopping, enz.), controleer het signaal van de turbodruk, controleer de versnelling bij het overschakelen. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van de elektroklep van de turbodruk. Controleer de voeding van de elektroklep van de turbodruk op aansl. 2 van de stekker. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker B (48-polig bruin) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand tussen aansl. 1 en 2 van de elektroklep van de turbodruk. Vervang de elektroklep van de turbodruk als de weerstand niet 20 Ω ± 2 Ω bij 23 C is. Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M V na contact Aansl. 1 elektroklep turbodruk Aansl. 2 elektroklep turbodruk Als het probleem aanhoudt, vervang de elektroklep van de turbodruk. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF258P MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat

104 Diagnose - Betekenis van de storingen DF264 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT WAARSCHUWINGSLAMPJE WATER IN BRANDSTOF CC.1: Kortsluiting aan + 12 V CO.0: Onderbreking of kortsluiting aan massa Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na gebruik van het commando AC029 "Waarschuwingslampje water in brandstof". Controleer de aansluiting en staat van de 3-polige stekker van het waarschuwingslampje water in dieselbrandstof. Controleer de aansluiting en de staat van de stekker C (32-polig grijs) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. D1 + na contact massa Aansl. 2 waarschuwingslampje water in brandstof Aansl. 3 waarschuwingslampje water in brandstof Aansl. 1 waarschuwingslampje water in brandstof Als de storing aanhoudt, vervang het waarschuwingslampje. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. DCM1.2_V08_DF258P MR-390-X90-000$450_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat

105 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan CONTROLE VAN DE STATEN Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Motor ET152: Motor NIET DRAAIEND ZONDER 2 Startvergrendeling ET003: Startvergrendeling INACTIEF Geeft de staat van de startvergrendeling. INACTIEF: De rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft de startvergrendelingscode afkomstig van het huis met hulporganen interieur herkend. ACTIEF: De rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft de startvergrendelingscode afkomstig van het huis met hulporganen interieur niet herkend. ZONDER 3 Airconditioning ET060: Configuratie met airconditioning JA - NEE Geeft de aanwezigheid of niet van een airconditioning op de auto aan. JA: De airconditioning is gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. NEE: De airconditioning is niet gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als dit afwijkt van de uitrusting van de auto, voer dan de test van het multiplexnetwerk uit en ga te werk volgens de uitkomst van de test. 4 Verhoogd stationair ET145: Aanvraag verhoogd stationair toerental AFWEZIG De UCH vraagt aan het inspuitsysteem om het stationair toerental te verhogen. AFWEZIG: geen verzoek van de UCH. AANWEZIG: verzoek van de UCH. Indien ET145 niet in overeenstemming is, controleer het multiplexnetwerk met behulp van het diagnoseapparaat. Als de test correct is, raadpleeg de diagnose van de UCH. MR-390-X90-000$495_nel.mif - 105

106 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan CONTROLE VAN DE STATEN (vervolg 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 Airconditioning ET007: Vrijgave airconditioning INACTIEF ACTIEF: Het multiplexnetwerk mag geen storing hebben op de systemen BVA, UCH. De UCH moet het inschakelen vragen aan het inspuitsysteem. Het opname-element aircodruk mag niet defect zijn. De werkomstandigheden van de motor moeten voldoende zijn (koelvloeistoftemperatuur, motorbelasting...). INACTIEF: Aan één van de bovenstaande voorwaarden is niet voldaan. ZONDER 6 EGR ET021: Commando EGRelektroklep INACTIEF Geeft de staat van het commando van de EGR-klep. INACTIEF: De klep wordt niet aangestuurd door de rekeneenheid. ACTIEF: De klep wordt aangestuurd door de rekeneenheid. ZONDER 7 Voorverwarming ET239: Commando rekeneenheid voorverwarming ACTIEF - INACTIEF Geeft de staat van het commando van de rekeneenheid voornaverwarming. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF045 "Commandocircuit rekeneenheid voornaverwarming". MR-390-X90-000$495_nel.mif - 106

107 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan CONTROLE VAN DE STATEN (vervolg 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 8 9 ET140: ET141: Snelheidsbegrenzing Snelheidsbegrenzing Snelheidsregelaar Snelheidsregelaar INACTIEF Geeft aan dat de contacten van de schakelaar van de snelheidsregelaar/ begrenzer zijn herkend. INACTIEF: Schakelaar in rust. ACTIEF: Schakelaar actief. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET257 "Functie snelheidsregelaar/ -begrenzer". 10 ET013: Informatie remcontact nr. 1 INACTIEF: Rempedaal niet ingedrukt ACTIEF: Rempedaal ingedrukt. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET013 "Primair remcontact". Remcontact 11 ET014: Informatie remcontact nr. 2 INACTIEF Geeft de herkenning van de contacten van het rempedaal. INACTIEF: Rempedaal niet ingedrukt ACTIEF: Rempedaal ingedrukt. Indien ET014 niet in overeenstemming is, controleer het multiplexnetwerk met behulp van het diagnoseapparaat. 12 ET142: Koppelingspedaal Koppelingspedaal LOS Geeft de herkenning van de contacten van het koppelingspedaal....los: Pedaal niet ingedrukt....ingedrukt: Pedaal ingedrukt. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET142 "Koppelingspedaal". MR-390-X90-000$495_nel.mif - 107

108 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan CONTROLE VAN DE STATEN (vervolg 3) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 13 Snelheidsregelaar/-begrenzer ET257: Functie snelheidsregelaar/ -begrenzer INACTIEF: (Als geen enkele toets ingeschakeld is)...staat 1: Toets aan/uit snelheidsregelaar ingedrukt....staat 2: Toets aan/uit snelheidsbegrenzer ingedrukt....staat 3: Toets verhoging ingedrukt....staat 4: Toets verlaging ingedrukt....staat 5: Toets opschorten ingedrukt....staat 6: Toets hervatten ingedrukt. Geeft de staat van de schakelaars op het stuurwiel en de schakelaar van de snelheidsregelaar/ -begrenzer. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET257 "Functie snelheidsregelaar/ -begrenzer". 14 Vullen van de nieuwe pomp ET259: Vullen van de nieuwe pomp 15 Sleutel ET132: Sleutel NIET UITGEVOERD UITGEVOERD INACTIEF AANWEZIGHEID + NA CONTACT ZONDER MR-390-X90-000$495_nel.mif - 108

109 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan CONTROLE VAN DE PARAMETERS Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Stationair toerentalregeling PR011: Berekend stationair toerentalregeling Geeft het te bereiken toerental bij stationair draaien, ongeveer 825 tr/min. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF117 "Circuit opname-element druk rail", DF126 "Circuit opbrengstactuator", en DF137 "Functie drukregeling rail". 2 Gaspedaal PR240: Stand gaspedaal PR240 = 0 % Geeft de stand van het gaspedaal in %. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF071 "Circuit opname-element pedaal baan 1" DF073 "Circuit opname-element pedaal baan 2" DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opname-elementen" DF092 "Voedingsspanning nr. 2 van de opnameelementen" 3 PR002: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Warm: 90 C Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C. Vervangende waarde: 80 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van parameter PR002 "Koelvloeistoftemperatuur". 4 Rijsnelheid PR018: Rijsnelheid Geeft de rijsnelheid in km/u. Deze parameter is afkomstig van de rekeneenheid van het ABS of van de rekeneenheid van de rijsnelheid. Deze informatie wordt naar het inspuitsysteem gestuurd via het multiplexnetwerk. Voer een diagnose uit van het multiplexnetwerk. Zie de diagnose van het ABS of van de rekeneenheid van de rijsnelheid. MR-390-X90-000$495_nel.mif - 109

110 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan CONTROLE VAN DE PARAMETERS (vervolg 1) Volgo rde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 Luchttemperatuur PR003: Luchttemperatuur Geeft de waarde van de inlaatluchttemperatuur in C. Deze informatie komt van het opnameelement luchttemperatuur in de luchtdoorstroommeter. Vervangende waarde: 20 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF019 "Circuit luchtdoorstroommeter. 6 PR001: 7 PR213: Brandstoftemperatuur Brandstoftemperatuur Spruitstukluchttemperatuur Koud = PR002 Warm: 50 C Geeft de temperatuur van de brandstof in C. Deze waarde komt van het opname-element brandstoftemperatuur. Vervangende waarde: 30 C Als deze parameter 50 C is, betekent dit niet dat er een storing is, let hier niet op bij dit motortype. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF021 "Circuit opnameelement brandstoftemperatuur". MR-390-X90-000$495_nel.mif - 110

111 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan CONTROLE VAN DE PARAMETERS (vervolg 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 8 Atmosferische druk PR016: Atmosferische druk 9 Druk spruitstuk PR214: Druk spruitstuk Geeft de atmosferische druk in mbar. Het opname-element is ingebouwd in de rekeneenheid. Geeft de druk in het inlaatluchtcircuit in mbar. Bij een probleem, controleer, stilstaande motor en contact aan, of de parameter PR016 PR214 atmosferische druk ter plaatse. 10 Accuspanning PR241: Accuspanning 12 V < PR213 < 14,4 V Bij een probleem, voer de diagnose uit van het "Laadstroomcircuit". 11 Luchtdoorstroming PR243: Geschatte luchtstroom in mg/slag Geschatte luchtdoorstroming door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. ZONDER 12 Brandstofopbrengst PR033: Brandstofopbrengst 0,0 mg/slag Geeft de brandstofopbrengst bij de uitgang van de hogedrukpomp in mg/slag. ZONDER 13 PR217: Druk rail Druk rail 14 PR216: Berekende druk rail Stilstaande motor: 1 bar. Geeft de druk in bar van de brandstof in de hoofdinspuitbuis. Deze informatie wordt geleverd van het opname-element op de rail. Vervangende waarde: 2000 bar 375 bar (Berekende druk voor het starten van de motor) Koud: 405 bar Warm: 230 bar Geeft de theoretische druk voor een optimale werking van de motor. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF117 "Circuit opnameelement druk rail" ZONDER MR-390-X90-000$495_nel.mif - 111

112 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan CONTROLE VAN DE PARAMETERS (vervolg 3) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 15 PR088: EGR-klep 16 PR034: Opname-element stand EGR-klep Berekende opening EGR-klep 0 % Geeft de werkelijke waarde van de stand van de EGR-klep. PR088 = PR034 Vervangende waarde: 30 % In % Geeft de theoretische waarde van de opening van de EGRklep voor een optimale werking van de motor. PR034 = PR088 Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF084 "Circuit opname-element stand EGR-klep", DF163 "Regeling stand EGR-klep" en DF253 "Bekrachtiging EGR-klep". 17 PR092: Gaspedaalwaarde 18 PR093: Gaspedaalwaard e (baan 1) Gaspedaalwaard e (baan 2) Geeft het percentage van de voedingsspanning van de banen 1 en 2 van het opnameelement pedaal. 10 % < PR092 < 20 % 5 % < PR093 < 15 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF071 "Circuit opname-element pedaal baan 1" DF073 "Circuit opname-element pedaal baan 2" DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opnameelementen" DF092 "Voedingsspanning nr. 2 van de opnameelementen". 19 PR101: Spanning opname-element stand EGR-klep 0,5 V < PR101 < 4,8 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF084 "Circuit opnameelement stand EGR-klep". 20 Spanning PR372: opnameelement Spanning opname-element spruitstukdruk Geeft de spanning in volt afkomstig van de rekeneenheid voor de voeding van het opname-element inlaatdruk. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF115 "Circuit opnameelement inlaatspruitstukdruk". 21 PR556: Spanning opname-element druk rail 0,5 V < PR556 < 4,5 V Geeft de spanning in Volt die door de rekeneenheid wordt geleverd aan het opnameelement druk rail. Vervangende waarde: 4,5 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF117 "Circuit opnameelement druk rail" MR-390-X90-000$495_nel.mif - 112

113 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stilstaande motor, contact aan CONTROLE VAN DE PARAMETERS (vervolg 4) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 22 Druk PR192: Aircodruk 2 bar < PR192 < 27 bar Geeft de waarde in bar van de druk in het aircosysteem. Vervangende waarde: 0 bar Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF113 "Circuit opname aircodruk". 23 Luchtdoorstroming PR226: Lineaire luchtdoorstroming In g/s Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF019 "Circuit luchtdoorstroommeter". 24 Motortoerental PR006: Motortoerental 0 tr/min ZONDER MR-390-X90-000$495_nel.mif - 113

114 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme stationair draaiende motor. CONTROLE VAN DE STATEN Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Motor ET152: Motor NIET DRAAIEND ZONDER 2 Startvergrendeling ET003: Startvergrendeling INACTIEF Geeft de staat van de startvergrendeling. INACTIEF: De rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft de startvergrendelingscode afkomstig van het huis met hulporganen interieur herkend. ACTIEF: De rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft de startvergrendelingscode afkomstig van het huis met hulporganen interieur niet herkend. Indien ACTIEF, gebruik de "helpfunctie" van ET003 in het diagnoseapparaat. 3 Airconditioning ET060: Configuratie met airconditioning JA - NEE Geeft de aanwezigheid of niet van een airconditioning op de auto aan. JA: De airconditioning is gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. NEE: De airconditioning is niet gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als dit afwijkt van de uitrusting van de auto, voer dan de test van het multiplexnetwerk uit en ga te werk volgens de uitkomst van de test. 4 Verhoogd stationair ET145: Aanvraag verhoogd stationair toerental AFWEZIG De UCH vraagt aan het inspuitsysteem om het stationair toerental te verhogen. AFWEZIG: geen verzoek van de UCH. AANWEZIG: verzoek van de UCH. Indien ET145 niet in overeenstemming is, controleer het multiplexnetwerk met behulp van het diagnoseapparaat. Als de test correct is, raadpleeg de diagnose van de UCH. MR-390-X90-000$495_nel.mif - 114

115 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme stationair draaiende motor. CONTROLE VAN DE STATEN (vervolg 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 Airconditioning ET007: Vrijgave airconditioning INACTIEF ACTIEF: Het multiplexnetwerk mag geen storing hebben op de systemen BVA, UCH. De UCH moet het inschakelen vragen aan het inspuitsysteem. Het opname-element aircodruk mag niet defect zijn. De werkomstandigheden van de motor moeten voldoende zijn (koelvloeistoftemperatuur, motorbelasting...). INACTIEF: Aan één van de bovenstaande voorwaarden is niet voldaan. Voer de test uit van het multiplexnetwerk 6 EGR ET021: Commando EGRelektroklep INACTIEF Geeft de staat van het commando van de EGRklep. INACTIEF: De klep wordt niet aangestuurd door de rekeneenheid. ACTIEF: De klep wordt aangestuurd door de rekeneenheid. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF163 "Commandocircuit EGR-klep" en DF243 "Bekrachtiging EGRklep". 7 Voorverwarming ET239: Commando rekeneenheid voorverwarming ACTIEF - INACTIEF Geeft de staat van het commando van de rekeneenheid voornaverwarming. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF045 "Commandocircuit rekeneenheid voornaverwarming". MR-390-X90-000$495_nel.mif - 115

116 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stationair draaiende motor. CONTROLE VAN DE STATEN (vervolg 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 8 9 ET140: ET141: Snelheidsbegrenzing Snelheidsbegrenzing Snelheidsregelaar Snelheidsregelaar INACTIEF Geeft aan dat de contacten van de schakelaar van de snelheidsregelaar/ begrenzer zijn herkend. INACTIEF: Schakelaar in rust. ACTIEF: Schakelaar actief. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET257 "Functie snelheidsregelaar/- begrenzer". 10 ET013: Informatie remcontact nr. 1 INACTIEF: Rempedaal niet ingedrukt ACTIEF: Rempedaal ingedrukt. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET013 "Primair remcontact". Remcontact 11 ET014: Informatie remcontact nr. 2 INACTIEF Geeft de herkenning van de contacten van het rempedaal. INACTIEF: Rempedaal niet ingedrukt ACTIEF: Rempedaal ingedrukt. Indien ET014 niet in overeenstemming is, controleer het multiplexnetwerk met behulp van het diagnoseapparaat. 12 ET142: Koppelingspedaal Koppelingspedaal LOS Geeft de herkenning van de contacten van het koppelingspedaal....los: Pedaal niet ingedrukt....ingedrukt: Pedaal ingedrukt. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET142 "Koppelingspedaal". MR-390-X90-000$495_nel.mif - 116

117 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stationair draaiende motor. CONTROLE VAN DE STATEN (vervolg 3) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 13 Snelheidsregelaar/-begrenzer ET257: Functie snelheidsregelaar/ -begrenzer INACTIEF: (Als geen enkele toets bediend is)....staat 1: Toets aan/ uit snelheidsregelaar ingedrukt....staat 2: Toets aan/ uit snelheidsbegrenzer ingedrukt....staat 3: Toets verhoging ingedrukt....staat 4: Toets verlaging ingedrukt....staat 5: Toets opschorten ingedrukt....staat 6: Toets hervatten ingedrukt. Geeft de staat van de schakelaars op het stuurwiel en de schakelaar van de snelheidsregelaar/- begrenzer. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET257 "Functie snelheidsregelaar/ -begrenzer". MR-390-X90-000$495_nel.mif - 117

118 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stationair draaiende motor. CONTROLE VAN DE PARAMETERS Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Stationair toerentalregeling PR011: Berekend stationair toerentalregeling Geeft het te bereiken toerental bij stationair draaien, ongeveer 825 tr/min. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF117 "Circuit opname-element druk rail", DF126 "Circuit opbrengstactuator", en DF137 "Functie drukregeling rail". 2 Gaspedaal PR240: Stand gaspedaal PR240 = 0 % Geeft de stand van het gaspedaal in %. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF071 "Circuit opname-element pedaal baan 1" DF073 "Circuit opname-element pedaal baan 2" DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opname-elementen" DF092 "Voedingsspanning nr. 2 van de opnameelementen" 3 PR002: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Warm: 90 C Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C. Vervangende waarde: 80 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van parameter PR002 "Koelvloeistoftemperatuur". 4 Rijsnelheid PR018: Rijsnelheid Geeft de rijsnelheid in km/ u. Deze parameter is afkomstig van de rekeneenheid van het ABS of van de rekeneenheid van de rijsnelheid. Deze informatie wordt naar het inspuitsysteem gestuurd via het multiplexnetwerk. Voer een diagnose uit van het multiplexnetwerk. Zie de diagnose van het ABS of van de rekeneenheid van de rijsnelheid. MR-390-X90-000$495_nel.mif - 118

119 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stationair draaiende motor. CONTROLE VAN DE PARAMETERS (vervolg 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 Luchttemperatuur PR003: Luchttemperatuur Geeft de waarde van de inlaatluchttemperatuur in C. Deze informatie komt van het opname-element luchttemperatuur in de luchtdoorstroommeter. Vervangende waarde: 20 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF019 "Circuit luchtdoorstroommeter. 6 Brandstoftemperatuur PR001: Brandstoftempera tuur Koud = PR002 Warm: 50 C Geeft de temperatuur van de brandstof in C. Deze waarde komt van het opname-element brandstoftemperatuur. Vervangende waarde: 30 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF021 "Circuit opnameelement brandstoftemperatuur". 7 Atmosferische druk PR016: Atmosferische druk 8 Druk spruitstuk PR214: Druk spruitstuk Geeft de atmosferische druk in mbar. Het opname-element is ingebouwd in de rekeneenheid. Geeft de druk in het inlaatluchtcircuit in mbar. Bij een probleem, controleer, stilstaande motor en contact aan, of de parameter PR016 PR214 atmosferische druk ter plaatse. 9 Accuspanning PR241: Accuspanning 12 V < PR213 < 14,4 V Bij een probleem, voer de diagnose uit van het "Laadstroomcircuit". 10 Luchtdoorstroming PR243: Geschatte luchtstroom in mg/slag Geschatte luchtdoorstroming door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. ZONDER 11 PR033: Brandstofopbrengst Brandstofopbrengst in mg/slag Geeft de brandstofopbrengst bij de uitgang van de hogedrukpomp in mg/slag. ZONDER MR-390-X90-000$495_nel.mif - 119

120 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stationair draaiende motor. CONTROLE VAN DE PARAMETERS (vervolg 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 12 PR217: Druk rail 13 PR216: Druk rail Berekende druk rail Geeft de druk in bar van de brandstof in de hoofdinspuitbuis. Deze informatie wordt geleverd van het opname-element op de rail. Vervangende waarde: 2000 bar 375 bar (Berekende druk voor het starten van de motor) Koud: 405 bar Warm: 230 bar Geeft de theoretische druk voor een optimale werking van de motor. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF117 "Circuit opname-element druk rail" ZONDER 14 PR088: EGR-klep 15 PR034: Opnameelement stand EGR-klep Berekende opening EGRklep 0 % Geeft de werkelijke waarde van de stand van de EGRklep. PR088 = PR034 Vervangende waarde: 30 % In % Geeft de theoretische waarde van de opening van de EGR-klep voor een optimale werking van de motor. PR034 = PR088 Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF084 "Circuit opname-element stand EGR-klep", DF163 "Regeling stand EGRklep" en DF253 "Bekrachtiging EGRklep". 16 PR092: Gaspedaalwaarde 17 PR093: Gaspedaalwaarde (baan 1) Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF071 "Circuit opname-element pedaal baan 1" DF073 "Circuit opname-element pedaal baan 2" DF091 "Voedingsspanning nr. 1 van de opnameelementen" DF092 "Voedingsspanning nr. 2 van de opnameelementen". Gaspedaalwaarde (baan 2) Geeft het percentage van de voedingsspanning van de banen 1 en 2 van het opname-element pedaal. 10 % < PR092 < 20 % 5 % < PR093 < 15 % MR-390-X90-000$495_nel.mif - 120

121 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: stationair draaiende motor. CONTROLE VAN DE PARAMETERS (vervolg 3) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 18 PR101: Spanning opnameelement stand EGR-klep 0,5 V < PR101 < 4,8 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF084 "Circuit opname-element stand EGR-klep". 19 Spanning PR372: opnameelement Spanning opnameelement spruitstukdruk Geeft de spanning in volt afkomstig van de rekeneenheid voor de voeding van het opnameelement inlaatdruk. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF115 "Circuit opname-element inlaatspruitstukdruk". 20 PR556: Spanning opnameelement druk rail 0,5 V < PR556 < 4,5 V Geeft de spanning in Volt die door de rekeneenheid wordt geleverd aan het opname-element druk rail. Vervangende waarde: 4,5 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF117 "Circuit opname-element druk rail" 21 Druk PR192: Aircodruk 2 bar < PR192 < 27 bar Geeft de waarde in bar van de druk in het aircosysteem. Vervangende waarde: 0 bar Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF113 "Circuit opname aircodruk". 22 Luchtdoorstroming PR226: Lineaire luchtdoorstroming In g/s Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF019 "Circuit luchtdoorstroommeter". MR-390-X90-000$495_nel.mif - 121

122 Diagnose - Overzicht van de staten Staat gereedschap ET003 ET007 Startvergrendeling Vrijgave airconditioning Omschrijving in diagnoseapparaat ET013 Informatie remcontact nr. 1 ET014 Informatie remcontact nr. 2 ET021 ET060 ET132 ET140 ET141 ET142 ET145 ET152 ET154 ET239 ET257 ET259 ET266 ET267 Commando EGR-elektroklep Configuratie met airconditioning Sleutel Snelheidsbegrenzing Snelheidsregelaar Koppelingspedaal Aanvraag verhoogd stationair toerental Motor Rempedaal Commando rekeneenheid voorverwarming Functie snelheidsregelaar/-begrenzer Vullen van de nieuwe pomp Deactivering RV/LV door actie bestuurder Deactivering door functie RV/LV MR-390-X90-000$540_nel.mif - 122

123 Diagnose - Betekenis van de staten ET013 INFORMATIE REMCONTACT NR. 1 Bijzonderheden: Voer de controles alleen uit als de staten "INACTIEF "en "ACTIEF" niet overeenkomen met de stand van het pedaal. STAAT "INACTIEF" Rempedaal ingedrukt Als de remlichten branden: Controleer en herstel de geleiding van de verbinding tussen aansl. 3 van de stekker van de remlichtschakelaar en aansl. E4 van de 32-polige zwarte stekker A van de rekeneenheid. Als de remlichten niet branden: Controleer de staat en de montage van de remlichtschakelaar en de zekering van het remlicht. Bouw de remlichtschakelaar en test de werking van: Geleiding tussen de aansluitingen Isolatie tussen de aansluitingen Schakelaar ingedrukt (rempedaal los) Schakelaar los (rempedaal ingedrukt) 3 en 4 1 en 2 1 en 2 3 en 4 Vervang de schakelaar indien nodig. Controleer en herstel de + na contact op aansl. 2 en 4 van de stekker van de remlichtschakelaar. STAAT "ACTIEF" Rempedaal niet ingedrukt Controleer de staat en de montage van de remlichtschakelaar, de zekering van de remlichten en de conformiteit van de lampen. Bouw de remlichtschakelaar en test de werking van: Geleiding tussen de aansluitingen Isolatie tussen de aansluitingen Schakelaar ingedrukt (rempedaal los) Schakelaar los (rempedaal ingedrukt) 3 en 4 1 en 2 1 en 2 3 en 4 Vervang de schakelaar indien nodig. Controleer en herstel de isolatie ten opzichte van + 12 V van de verbinding tussen aansl. 3 van de stekker van de remlichtschakelaar en aansl. E4 van de 32-polige zwarte stekker A van de rekeneenheid. MR-390-X90-000$585_nel.mif - 123

124 Diagnose - Betekenis van de staten ET142 KOPPELINGSPEDAAL Bijzonderheden: Voer de controles alleen uit als de staten "LOS" en "INGEDRUKT" niet overeenkomen met de stand van het pedaal. STAAT "LOS" en koppelingspedaal ingedrukt...controleer de staat en de montage van het koppelingspedaalcontact....controleer en herstel de geleiding tussen aansl. 2 van de stekker van het koppelingspedaalcontact en aansl. C4 van de stekker A (zwart 32-polig) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem....controleer en herstel de massa op aansl. 1 van de stekker van het koppelingscontact....herstel indien nodig de aanwezige storingen....bouw het koppelingscontact uit en test de werking: Geleiding tussen de aansluitingen Isolatie tussen de aansluitingen Schakelaar ingedrukt (Koppelingspedaal niet ingedrukt) Schakelaar niet ingedrukt (Koppelingspedaal niet ingedrukt) 1 en en 2...Vervang de schakelaar indien nodig. STAAT "INGEDRUKT" en koppelingspedaal niet ingedrukt...controleer de staat en de montage van het koppelingscontact....bouw het koppelingscontact uit en test de werking: Geleiding tussen de aansluitingen Isolatie tussen de aansluitingen Schakelaar ingedrukt (Koppelingspedaal niet ingedrukt) Schakelaar niet ingedrukt (Koppelingspedaal niet ingedrukt) 1 en en 2...Vervang de schakelaar indien nodig....controleer en herstel de isolatie ten opzichte van massa van de verbinding tussen aansl. 1 van de stekker van het koppelingscontact en aansl. C4 van de stekker A (zwart 32-polig) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. MR-390-X90-000$585_nel.mif - 124

125 Diagnose - Betekenis van de staten ET257 FUNCTIE SNELHEIDSREGELAAR Bijzonderheden: Voer de controles alleen uit als de staten niet overeenkomen met de stand van de toetsen. Als de aan/uit schakelaar is ingedrukt en ET257 is "INACTIEF" (geen STAAT 1, STAAT 2), voer dan de volgende controles uit: Controle van de stekkerverbindingen van de aan/uit schakelaar van de snelheidsregelaar en van de rekeneenheid van het inspuitsysteem (stekker A zwart, 32-polig). Herstel indien nodig de aanwezige storingen. Controleer en herstel de + na contact op aansl. A2 en B2 op de stekker van de schakelaar van de snelheidsregelaar/-begrenzer. Bouw de aan/uit schakelaar van de snelheidsregelaar/begrenzer uit en test de werking: Geleiding tussen de aansluitingen Isolatie tussen de aansluitingen Schakelaar in ruststand - A2 en A3 - A2 en B1 Schakelaar op stand snelheidsregelaar Schakelaar op stand snelheidsbegrenzer A2 en A3 A2 en B1 A2 en B1 A2 en A3...Vervang de schakelaar indien nodig....controleer en herstel de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbinding tussen aansl. A3 (regelaar) of B1 (begrenzer) van de stekker van de schakelaar en aansl. A2 (regelaar) of C3 (begrenzer) van de zwarte 32-polige stekker A van de rekeneenheid. MR-390-X90-000$585_nel.mif - 125

126 Diagnose - Betekenis van de staten ET257 VERVOLG 1 STAAT 1, STAAT 2, schakelaar in rust Controle van de stekkerverbindingen van de aan/uit schakelaar van de snelheidsregelaar en van de rekeneenheid (zwarte 32-polige stekker A). Herstel indien nodig de aanwezige storingen....bouw de aan/uit schakelaar van de snelheidsregelaar/-begrenzer uit en test de werking: Geleiding tussen de aansluitingen Isolatie tussen de aansluitingen Schakelaar in ruststand - A2 en A3 - A2 en B1 Schakelaar op stand snelheidsregelaar Schakelaar op stand snelheidsbegrenzer A2 en A3 A2 en B1 A2 en B1 A2 en A3...Vervang de schakelaar indien nodig....controleer en herstel de isolatie ten opzichte van 12 V van de verbinding tussen aansl. A3 (regelaar) of aansl. B1 (begrenzer) van de stekker van de schakelaar en aansl. A2 (regelaar) of aansl. C3 (begrenzer) van de zwarte 32-polige stekker A van de rekeneenheid. MR-390-X90-000$585_nel.mif - 126

127 Diagnose - Betekenis van de staten ET257 VERVOLG 2 Geen STAAT 3, STAAT 4, STAAT 5, STAAT 6, Toets ingedrukt (ET257 "INACTIEF")...Vergrendel de rekeneenheid van de airbag en bouw de frontale bestuurdersairbag uit (zie MR 345, Mechanisch, 88, airbag en gordelspanners)....controleer de aansluiting en de staat van de 3-polige zwarte stekker onder de frontale bestuurdersairbag. Herstel indien nodig de aanwezige storingen....maak de 3-polige stekker los en controleer, aan de kant van de toetsen, de weerstanden van de volgende toetsen: Toets in rust STAAT 3 (Toets + ingedrukt) STAAT 4 (Toets ingedrukt) STAAT 5 (Toets 0 ingedrukt) STAAT 6 (Toets R ingedrukt) R = ONEINDIG R = 300 Ω ongeveer R = 100 Ω ongeveer R = 0 Ω ongeveer R = 900 Ω ongeveer Als de waarden niet goed zijn, vervang de stuurwieltoetsen. Sluit de 3-polige zwarte stekker weer aan en voer dezelfde metingen uit op de zwarte 32-polige stekker A van de rekeneenheid tussen aansl. D3 en D2....Als de waarden niet goed zijn, controleer de verbinding tussen de rekeneenheid van het inspuitsysteem van de motor en de draaibare doorvoer onder het stuurwiel met behulp van het betreffende elektrische schema (lijnweerstand, kortsluiting...). Voer de nodige reparaties uit....als de waarden correct zijn, neem dan contact op met de techline. MR-390-X90-000$585_nel.mif - 127

128 Diagnose - Betekenis van de staten ET257 VERVOLG 3 STAAT 3, STAAT 4, STAAT 5, STAAT 6, toets niet ingedrukt...vergrendel de rekeneenheid van de airbag en bouw de frontale bestuurdersairbag uit (zie MR 345, Mechanisch, 88, airbag en gordelspanners)....controleer de aansluiting en de staat van de 3-polige zwarte stekker onder de frontale bestuurdersairbag. Herstel indien nodig de aanwezige storingen....maak de 3-polige stekker los en controleer, aan de kant van de toetsen, de weerstanden van de volgende toetsen: Toets in rust STAAT 3 (Toets + ingedrukt) STAAT 4 (Toets ingedrukt) STAAT 5 (Toets 0 ingedrukt) STAAT 6 (Toets R ingedrukt) R = ONEINDIG R = 300 Ω ongeveer R = 100 Ω ongeveer R = 0 Ω ongeveer R = 900 Ω ongeveer Als de waarden niet goed zijn, vervang de stuurwieltoetsen. Sluit de 3-polige zwarte stekker weer aan en voer dezelfde metingen uit op de zwarte 32-polige stekker A van de rekeneenheid tussen aansl. D3 en D2....ls de waarden niet goed zijn, controleer de verbinding tussen de rekeneenheid van het inspuitsysteem van de motor en de draaibare doorvoer onder het stuurwiel met behulp van het betreffende elektrische schema (lijnweerstand, kortsluiting, isolatie ten opzichte van de massa, enz.). Voer de nodige reparaties uit....als de waarden correct zijn, neem dan contact op met de techline. MR-390-X90-000$585_nel.mif - 128

129 Diagnose - Betekenis van de staten ET266 DEACTIVERING RV/LV DOOR ACTIE BESTUURDER Bijzonderheden: Doe deze controles als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. Opmerking: De snelheidsregelaar kan alleen inschakelen als de auto sneller rijdt dan 30 km/u. De staat ET266 geeft 6 oorzaken voor het deactiveren van de snelheidsregelaar. LET OP Voor het resetten van de deactiveringen in het geheugen door de rekeneenheid van het inspuitsysteem, gebruikt u het commando RZ001 "Storingsgeheugen". STAAT 1 Rempedaal ingedrukt De functie snelheidsregelaar wordt gedeactiveerd bij iedere druk op het rempedaal. De staat ET266 wordt "STAAT 1", tijdens het rijden, met actieve snelheidsregeling en een druk op het rempedaal. Als de staat ET266 "STAAT 1" wordt zonder druk op het rempedaal, raadpleeg de betekenis van de staten ET013 "Informatie remcontact 1" en ET014 "Informatie remcontact 2". STAAT 2 Aanvraag tractiecontrole Als de auto het tractiecontrolesysteem heeft, wordt de snelheidsregelaar uitgeschakeld als de tractiecontrole actief is. De staat ET266 wordt "STAAT 2", tijdens het rijden, met actieve snelheidsregeling en een vraag van de tractiecontrole. Als de staat ET266 "STAAT 2" wordt zonder vraag van de tractiecontrole (zie MR 346 diagnose, 38C, ABS (voor de Clio), zie SM 3973A, Diagnose ABS Bosch 8.0 (voor de Kangoo), zie SM 3416A, Diagnose ABS, Tractiecontrole 4x4 (voor de Kangoo 4x4)). STAAT 3 DRUK OP TOETS OPSCHORTEN De staat ET266 wordt "STAAT 3" tijdens het rijden, met actieve snelheidsregeling en als de bestuurder drukt op de knop "0" van de snelheidsregelaar/-begrenzer. Als de staat ET266 wordt "STAAT 3" zonder druk op de knop "0" van de snelheidsregelaar/-begrenzer, raadpleeg de betekenis van de staat ET257 "Functie snelheidsregelaar/-begrenzer" en controleer de bedieningsknop "R/0" van de snelheidsregelaar/-begrenzer. MR-390-X90-000$585_nel.mif - 129

130 Diagnose - Betekenis van de staten ET266 VERVOLG STAAT 4 Rempedaal ingedrukt ALLEEN BVM De snelheidsregelaar wordt uitgeschakeld als de versnellingsbak ontkoppeld is van de motor (koppelingspedaal ingedrukt). De staat ET266 wordt "STAAT 4", tijdens het rijden, met actieve snelheidsregeling en een druk op het koppelingspedaal. Als de staat ET266 "STAAT 4" wordt zonder druk op het koppelingspedaal, raadpleeg de betekenis van de staat ET142 "Koppelingspedaal". STAAT 5 Versnellingshendel in neutraal stand (handgeschakelde versnellingsbak) of N (automatische transmissie) De staat ET266 wordt "STAAT 5", tijdens het rijden, met actieve snelheidsregeling en als de bestuurder de versnellingshendel in de neutraal stand zet op een handgeschakelde versnellingsbak zonder ontkoppelen. Hierdoor schakelt de snelheidsregelaar uit. Als de staat ET266 "STAAT 5" wordt zonder de versnellingshendel in de neutraal stand te zetten op een handgeschakelde versnellingsbak zonder ontkoppelen, neem contact op met de techline. STAAT 6 Geen samenhang tussen de aanvraag en de snelheid De staat ET266 wordt "STAAT 6" als de rekeneenheid een te groot verschil detecteert tussen de door de bestuurder gevraagde snelheid en die van de auto. Dit kan zich voordoen tijdens het rijden, met snelheidsregelaar actief en bij steile helling. Als de staat ET266 "STAAT 6" wordt zonder steile helling, neem contact op met de techline. MR-390-X90-000$585_nel.mif - 130

131 Diagnose - Betekenis van de staten ET267 DEACTIVERING DOOR FUNCTIE RV/LV Bijzonderheden: Doe deze controles als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. Opmerking: De snelheidsregelaar kan alleen inschakelen als de auto sneller rijdt dan 30 km/u. De staat ET267 geeft 4 oorzaken voor het deactiveren van de snelheidsregelaar. LET OP Voor het resetten van de deactiveringen in het geheugen door de rekeneenheid van het inspuitsysteem, gebruikt u het commando RZ001 "Storingsgeheugen". STAAT 1 Bewaking snelheidsregelaar of -begrenzer Als de staat ET267 "STAAT 1" is, raadpleeg de betekenis van de staat ET257 "Functie snelheidsregelaar/-begrenzer", om de componenten van het systeem van de snelheidsregelaar te testen en het defecte orgaan te vinden. Als de staat ET267 "STAAT 1" wordt, behandel de storingen, aanwezig of in geheugen, in de rekeneenheid. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. STAAT 2 Bewaking door de rekeneenheid van het inspuitsysteem De staat ET267 wordt "STAAT 2" als de rekeneenheid van het inspuitsysteem een storing in het inspuitsysteem detecteert: Doe een test van het inspuitsysteem, en voer de diagnose uit van de eventuele storingen. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. MR-390-X90-000$585_nel.mif - 131

132 Diagnose - Betekenis van de staten ET267 VERVOLG STAAT 3 Bewaking van de rijsnelheid De staat ET267 wordt "STAAT 3" als de rijsnelheid die de rekeneenheid ontvangt ongeldig is. Voer de diagnose uit van de rekeneenheid van het ABS. Als storingen aanwezig zijn (zie MR 346 Diagnose, 38C, ABS (voor de Clio), zie SM 3973A, Diagnose ABS Bosch 8.0 (voor de Kangoo), zie SM 3416A, Diagnose ABS, Tractiecontrole 4x4 (voor de Kangoo 4x4)). Als de storing aanhoudt. neem contact op met de techline. STAAT 4 Automatische transmissie in noodprogramma. De staat ET267 wordt "STAAT 4" als de automatische transmissie in het noodprogramma is. Voer de diagnose uit van de rekeneenheid van de automatische transmissie. Als storingen aanwezig zijn (zie MR 346, 23A, Automatische transmissie (voor de Clio)). Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de techline. MR-390-X90-000$585_nel.mif - 132

133 Diagnose - Overzicht van de parameters Parameters gereedschap PR001 PR002 PR003 PR006 PR011 PR016 PR018 PR033 PR034 PR044 PR088 Omschrijving in diagnoseapparaat Brandstoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Luchttemperatuur Motortoerental Berekend stationair toerentalregeling Atmosferische druk Rijsnelheid Brandstofopbrengst Berekende opening EGR-klep Opgenomen vermogen door aircocompressor Opname-element stand EGR-klep PR092 Gaspedaalwaarde (baan 1) PR093 Gaspedaalwaarde (baan 2) PR101 PR192 PR213 PR214 PR216 PR217 PR220 PR221 PR226 PR240 PR241 PR243 PR372 PR431 PR442 PR556 Spanning opname-element stand EGR-klep Aircodruk Spruitstukluchttemperatuur Druk spruitstuk Berekende druk rail Druk rail Spruitstukdruk lineair Druk rail lineair Lineaire luchtdoorstroming Stand gaspedaal Accuspanning Geschatte luchtstroom Spanning opname-element spruitstukdruk Luchtdoorstroming Gevraagde inlaatdruk Spanning opname-element druk rail MR-390-X90-000$630_nel.mif - 133

134 Diagnose - Betekenis van de parameters PR002 KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR Bijzonderheden: Voer de controles uitsluitend uit als de parameter onsamenhangend is. Controleer de staat van de stekker van het opname-element koelvloeistoftemperatuur. Vervang het opname-element indien nodig. Meet de weerstand tussen aansl. 2 en 3 van het opname-element koelvloeistoftemperatuur. Theoretische waarden: 12,5 kω ± 1 KΩ bij -10 C 2252 Ω ± 112 Ω bij 25 C 812 Ω ± 39 Ω bij 50 C 283 Ω ± 8 Ω bij 80 C 115 Ω ± 3 Ω bij 110 C Vervang het opname-element koelvloeistoftemperatuur als dit niet goed is. DCM1.2_V08_PR002 MR-390-X90-000$675_nel.mif - 134

135 Diagnose - Betekenis van de parameters PR003 LUCHTTEMPERATUUR Bijzonderheden: Dit circuit is niet aanwezig op K9K 790, 794. Voer de controles uitsluitend uit als de parameter onsamenhangend is. Controleer de staat van de stekker van de luchtdoorstroommeter. Vervang het opname-element indien nodig. Meet de weerstand tussen aansl. 1 en 2 van de luchtdoorstroommeter of het opname-element. Theoretische waarden: bij - 40 C: Ω < Ω < Ω bij - 20 C: Ω < Ω < Ω bij 0 C: 5497 Ω < Ω < 6050 Ω bij 20 C: 2353 Ω < Ω < 2544 Ω bij 40 C: 1114 Ω < Ω < 1186 Ω bij 60 C: 569 Ω < Ω < 597 Ω bij 80 C: 310 Ω < Ω < 322 Ω bij 100 C: 180 Ω < Ω < 185 Ω Vervang het opname-element luchtdruk/luchttemperatuur als dit niet goed is. DCM1.2_V08_PR213 MR-390-X90-000$675_nel.mif Behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid. Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat

136 Diagnose - Behandeling van de commando's WISSEN RZ001: Storingsgeheugen Met dit commando kunnen de storingen uit het geheugen van de rekeneenheid worden gewist. RZ002: Adaptieve waarden EGR Gebruik dit commando na het vervangen van de EGR-klep. RZ003: Adaptieve waarden van de parameters van de motor Gebruik dit commando bij het gelijktijdig vervangen van de vier verstuivers na het vervangen/vastzetten van de klopsensor. Hiermee worden de adaptieve waarden van de verstuivers op nul gezet. RZ004: Inleren functies auto Met dit commando wordt de gehele configuratie van de rekeneenheid gereset volgens de auto. ACTIVERINGEN AC008: Relais verwarmingsweerstand 1 Met dit commando kan het relais van de verwarmingsweerstand nr. 1 worden aangestuurd voor het testen van de voeding van de verwarmingsweerstand. AC009: Relais verwarmingsweerstand 2 Met dit commando kan het relais van de verwarmingsweerstand nr. 2 worden aangestuurd voor het testen van de voeding van de verwarmingsweerstand. AC011: Relais ventilateurmotor lage snelheid Met dit commando kan het relais ventilateurmotor lage snelheid worden aangestuurd voor het testen van de voeding van de ventilateurmotor lage snelheid. AC012: Relais ventilateurmotor hoge snelheid Met dit commando kan het relais ventilateurmotor hoge snelheid worden aangestuurd voor het testen van de voeding van de ventilateurmotor hoge snelheid. AC013: Relais verwarmingsweerstand 3 (alleen op K9K 714, 716, 718) Met dit commando kan het relais van de verwarmingsweerstand nr. 3 worden aangestuurd voor het testen van de voeding van de verwarmingsweerstand. AC023: EGR-elektroklep Met dit commando is een controle op het gehoor mogelijk van de mechanische werking van de EGRklep. AC028: Vullen nieuwe pomp Gebruik dit commando alleen na het vervangen van de hogedrukpomp (zie Vervangen van organen). Dit commando activeert het programma voor het vullen van de pomp. AC029: Waarschuwingslampje water in brandstof Dit commando bestuurt het waarschuwingslampje water in de brandstof, op het instrumentenpaneel (indien aanwezig). MR-390-X90-000$720_nel.mif - 136

137 Diagnose - Behandeling van de commando's AC036: Relais stuurbekrachtigingspomp Met dit commando kan de stuurbekrachtigingspomp worden aangestuurd. AC212: Controlelampje voorverwarming Met dit commando kan het controlelampje van de voorverwarming worden aangestuurd op het instrumentenpaneel. AC213: Waarschuwingslampje oververhitting Met dit commando kan het waarschuwingslampje van de oververhitting worden aangestuurd op het instrumentenpaneel. AC595: Waarschuwingslampje inspuitsysteem Met dit commando kan het waarschuwingslampje van het inspuitsysteem worden aangestuurd op het instrumentenpaneel. AC598: Hogedrukpomp Met dit commando is een controle op het gehoor mogelijk van de werking van de hogedrukpomp. AC599: Aircocompressor Met dit commando is een controle op het gehoor mogelijk van de werking van de aircocompressor. AC601: Verstuiver cilinder 1 Met dit commando is een controle op het gehoor mogelijk van de verstuiver van de cilinder 1. AC603: Verstuiver cilinder 2 Met dit commando is een controle op het gehoor mogelijk van de verstuiver van de cilinder 2. AC604: Verstuiver cilinder 3 Met dit commando is een controle op het gehoor mogelijk van de verstuiver van de cilinder 3. AC605: Verstuiver cilinder 4 Met dit commando is een controle op het gehoor mogelijk van de verstuiver van de cilinder 4. AC609: Relais voorverwarming Met dit commando kan de rekeneenheid van voorverwarming worden aangestuurd voor het testen van de voeding van de voorverwarmingsstiften. AC615: Statische test van de actuators Dit commando activeert met name de diagnose van de circuits van de EGR, hogedrukpomp en waarschuwingslampje water in de brandstof. AC622: Elektroklep turbodruk Met dit commando is een controle op het gehoor mogelijk van de werking van de elektroklep van de turbodruk. AC626: Test afdichting hogedrukcircuit Met dit commando wordt het inspuitsysteem belast om een lek te kunnen detecteren na werkzaamheden aan het hogedrukcircuit. Het commando wordt bij warme en draaiende motor gegeven, waarna de motor 4 keer onbelast accelereert. AC639: Uitschakelen van de elektrische stroomverbruikers Dit commando schakelt alleen de functie voorverwarming uit. AC640: Stop uitschakelen van de elektrische stroomverbruikers Dit commando laat de voorverwarming weer toe na het (her)programmeren van de rekeneenheid van het inspuitsysteem (zie Vervangen van organen). MR-390-X90-000$720_nel.mif - 137

138 Diagnose - Behandeling van de commando's SCENARIO'S SC004: Invoeren van de kalibratiegegevens van de verstuivers Met dit commando kan de kalibratiecode, die op de verstuiver staat, met de hand worden ingevoerd. Gebruik dit commando na het vervangen van de verstuivers. SC005: Opslaan van gegevens voor het vervangen van de rekeneenheid Met dit commando kunnen de werkgegevens van de rekeneenheid, de parameters van de C2I (individuele verstuivercorrectie) en de adaptieve waarden van de motor worden opgeslagen. Gebruik dit commando voorafgaand aan het vervangen of (her)programmeren van de rekeneenheid. SC008: Schrijven van de opgeslagen gegevens Gebruik dit commando na het vervangen of (her)programmeren van de rekeneenheid (als de gegevens zijn opgeslagen met SC005). MR-390-X90-000$720_nel.mif - 138

139 Diagnose - Tests Behandel eerst het zoekschema of de betekenis van de storingen, en voer daarna pas de tests uit. Bepaalde specifieke controles zijn gegroepeerd in tests en worden indien nodig gebruikt in diverse zoekschema's of voor de betekenis van de storing. TEST 1 : Controle van het lagedrukcircuit TEST 2 : Controle van het elektrische circuit TEST 3 : Controle van de verstuivers TEST 4 : Controle van de parameters TEST 5 : Controle van het inlaatcircuit TEST 6 : Controle van de rekeneenheid TEST 7 : Controle van het hogedruksysteem TEST 8 : Controle afdichting hogedrukcircuit TEST 9 : Controle afdichting verstuivers TEST 10: Retouropbrengst verstuiver tijdens het starten TEST 11: Controle van het brandstoffilter TEST 12: Controle van de elektroklep van het aansturen van de turbocompressor MR-390-X90-000$765_nel.mif - 139

140 Diagnose - Tests TEST 1 Controle van het lagedrukcircuit Controleer de juistheid van de aansluitingen van het lagedrukcircuit. Zijn de aansluitingen van het lagedrukcircuit in orde? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de staat en de werking van de ontluchtingspomp (peer). Zoek lekkage bij wartels. Controleer of er lekkage is bij slangen en wartels. JA Voer de nodige reparaties uit. NEE Controleer of er geen luchtbellen in de brandstof zijn. Controleer of er luchtbellen in het lagedrukcircuit zijn. Lagedrukcircuit correct. NEE JA Ontlucht het lagedrukcircuit. Plaats een opvangbak onder het filter: Maak de lekretourslang los bij het filter en sluit het filter af, Pomp met de handpomp (peer) tot er geen luchtbellen meer zijn. Sluit de retourslang direct weer aan. DCM1.2_V08_TEST01 MR-390-X90-000$765_nel.mif - 140

141 Diagnose - Tests TEST 2 Controle van het elektrische circuit Controleer de laadtoestand van de accu en de werking van de dynamo. Is het laadcircuit in orde? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de zekeringen. Zijn de zekeringen in orde? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de werking van het navoedingsrelais van het inspuitsysteem. Werkt het navoedingsrelais van het inspuitsysteem correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de massa's van de motor. Zijn de massa's van de motor correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Het elektrische circuit is correct. DCM1.2_V08_TEST02 MR-390-X90-000$765_nel.mif - 141

142 Diagnose - Tests TEST 3 Controle van de verstuivers: Controleer visueel de omgeving van de verstuivers. Is er brandstof in de omgeving van de verstuivers? NEE JA Lokaliseer de oorzaak van het lek en voer de noodzakelijke reparaties uit. Stuur de verstuivers aan via de commando's AC601, AC603, AC604, AC605. Is de beweging van het ventiel te horen op 1 meter van de auto? JA NEE Doe test 11. Als test 11 correct is, vervang de defecte verstuiver(s). Start de motor? JA Doe TEST 9. NEE Doe TEST 10. DCM1.2_V08_TEST03 MR-390-X90-000$765_nel.mif - 142

143 Diagnose - Tests TEST 4 Controle van de parameters Controleer met behulp van het diagnoseapparaat of de C2I correct is op het identificatiescherm. Is de C2I goed opgegeven? JA NEE Schrijf de C2I met behulp van het diagnoseapparaat (cilinder 1 aan vliegwielzijde). Komt de staat van de elektrische stroomverbruikers, te zien op het diagnoseapparaat in de verschillende subfuncties van het inspuitsysteem, overeen met de werkelijke staat van de elektrische stroomverbruikers? NEE Voer de diagnose en de nodige reparaties uit. JA Controleer de samenhang van de motorparameters. DCM1.2_V08_TEST04 MR-390-X90-000$765_nel.mif - 143

144 Diagnose - Tests TEST 5 Controle van het inlaatcircuit Controleer of er lekkage of luchtaanzuiging is. Is er lekkage of luchtaanzuiging? JA Voer de nodige reparaties uit. NEE Controleer de staat van het luchtfilter. Luchtfilter correct? NEE Vervang het luchtfilter. JA Controleer of het inlaatspruitstuk niet is verstopt (vervuild). Inlaatspruitstuk verstopt? JA Reinig het inlaatspruitstuk. NEE Luchtcircuit correct. DCM1.2_V08_TEST05 MR-390-X90-000$765_nel.mif - 144

145 Diagnose - Tests TEST 6 Controle van de rekeneenheid Controleer de staat van de stekkerverbindingen op de rekeneenheid (pen gevouwen, sporen van oxydatie, siliconen...). Controleer de correcte vergrendeling van de stekkers van de rekeneenheid. Rekeneenheid correct aangesloten. DCM1.2_V08_TEST08 MR-390-X90-000$765_nel.mif - 145

146 Diagnose - Tests TEST 7 Controle van het hoge druksysteem Bijzonderheden: Sommige storingen kunnen deze test belemmeren, behandel die storingen eerst. BELANGRIJK Het is zinloos en gevaarlijk om de startmotor langer dan 5 secondes te laten draaien. Controleer de capaciteit van de pomp waarmee hogedruk geleverd wordt op de volgende manier: Zet het contact uit. Maak de lagedrukactuator los op de pomp (IMV bruine stekker) en sluit de test-imv of de adapter van MOT.1711 aan. Maak de stekkers los van de vier verstuivers. Zet het contact aan, sluit het diagnoseapparaat aan en communiceer met het inspuitsysteem. Ga naar het scherm "Belangrijkste staten en parameters van de rekeneenheid". Laat de startmotor draaien gedurende 5 secondes. Lees gedurende de test de maximale waarde van de druk van de rail PR217 "Druk rail" op het diagnoseapparaat. Is de druk van de rail hoger dan 1050 bar? NEE JA Is de druk van de rail hoger dan 900 bar? NEE JA Herhaal de test koud, Koelvloeistoftemperatuur = Omgevingstemperatuur. Is de druk van de rail hoger dan 1050 bar? JA De pomp is in staat de werkdruk te leveren. Zet het contact uit, sluit de vier verstuivers en de lagedrukactuator weer aan. Zet het contact weer aan, wis de storingen in het inspuitsysteem met behulp van het diagnoseapparaat. Voer een diagnose uit van de verstuivers en controleer het retourvolume van de vier verstuivers (zie TEST 9 controle afdichting verstuiver). JA NEE Controleer de goede werking van het startcircuit (toerental minimaal 200 tr/min). Zet het contact uit, sluit de vier verstuivers en de lagedrukactuator weer aan. Zet het contact weer aan, wis de storingen in het inspuitsysteem met behulp van het diagnoseapparaat. Doe test 11. Voer een diagnose uit van de verstuivers en controleer de retouropbrengst van de vier verstuivers. Zie TEST 9 of TEST 10 als de motor niet start. Is TEST 9 of TEST 10 correct? JA Vervang de defecte verstuiver(s). NEE Vervang de hogedrukpomp. IMV = opbrengstactuator DCM1.2_V08_TEST08 MR-390-X90-000$765_nel.mif - 146

147 Diagnose - Tests TEST 8 Controle afdichting hogedrukcircuit Bijzonderheden: Sommige storingen kunnen deze test belemmeren, behandel die storingen eerst. Er bestaat een commando om de afdichting van het hogedrukcircuit met draaiende motor te controleren. Met dit commando kan de diagnose worden gesteld van een lek in het hogedrukcircuit als een wartel verkeerd is gemonteerd of niet goed is vastgezet. De test kan niet een klein lek onderscheiden als een wartel niet met het juiste aantrekkoppel is vastgezet. Dit commando is alleen mogelijk als de temperatuur van de motor hoger is dan 60 C. Let op dat er geen losse voorwerpen (gereedschap, onderdelen enz.) in de motorruimte zijn tijdens de 4 acceleraties omdat de motor kan gaan trillen. Gebruik het commando AC626 "Test afdichting hogedrukcircuit", de motor voert automatisch een cyclus van vier keren sneller draaien uit om de druk in de hoofdinspuitbuis te verhogen en controleer of er lekkages zijn in het hogedrukcircuit. DCM1.2_V08_TEST08 MR-390-X90-000$765_nel.mif - 147

148 Diagnose - Tests TEST 9 Controle afdichting verstuivers Bijzonderheden: Sommige storingen kunnen deze test belemmeren, behandel die storingen eerst. Met het commando AC626 "Test afdichting hogedrukcircuit" kan ook het retourvolume van elke verstuiver gecontroleerd worden, om een intern lek in de verstuivers te detecteren. Let op dat er geen losse voorwerpen (gereedschap, onderdelen, enz.) in de motorruimte zijn tijdens de vier cycli omdat de motor kan gaan trillen. Benodigd gereedschap Mot Verstuiveropbrengstmeetset. Of: Gebruik vier slangen met een binnendiameter van 4 mm en een lengte van ongeveer 50 cm en vier maatbekers. Procedure Controleer of de temperatuur van de koelvloeistof hoger is dan 60 C, zet het contact uit, maak de retourslangen los van de vier verstuivers, plaats een dop op de aansluiting van de venturi van de pomp om te voorkomen dat het lagedrukcircuit leegloopt, sluit de transparante slangen aan in plaats van de retourslangen, steek deze vier slangen in vier maatbekers. Na deze voorbereidingen start u de motor en laat u deze gedurende 30 secondes stationair draaien. Geef het commando AC626 "Test afdichting hogedrukcircuit". De motor voert automatisch een cyclus van vier acceleraties uit om de druk in de rail te laten stijgen en meet in deze condities de interne lekken van de verstuivers. Als deze cyclus klaar is, activeer dan een tweede keer het commando AC626 voor de juiste lezing van het retourvolume van iedere verstuiver. Aan het eind van de twee cycli, mag de retouropbrengst van iedere verstuiver maximaal 45 ml zijn. Als de opbrengst van een van de verstuivers meer is dan 45 ml, vervangt u de defecte verstuiver. Maak de 4 transparante slangen los en sluit het retourcircuit van de verstuivers weer aan. Om de reparatie te controleren, moet u de volgende test uitvoeren: Contact uit, maak de lagedrukactuator los op de pomp (IMV bruine stekker) en plaats de testadapter test- IMV, Mot. 1711), maak de stekkers los van de 4 verstuivers, zet het contact aan, sluit het diagnoseapparaat aan en communiceer met de rekeneenheid van het inspuitsysteem, ga naar het scherm "Belangrijkste staten en parameters van de rekeneenheid", laat de startmotor draaien gedurende 5 secondes, lees gedurende de test de maximale waarde van de druk van de rail (PR217 "Druk rail") op het diagnoseapparaat. Als de druk van de rail (PR217) niet hoger is dan 1050 bar, doe test 7. Zet het contact uit, sluit de vier verstuivers aan. maak de test-imv los en sluit de stekker van de lagedrukactuator op de pomp aan, zet het contact weer aan, wis de storingen in het inspuitsysteem met behulp van het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_TEST10 MR-390-X90-000$765_nel.mif - 148

149 Diagnose - Tests TEST 10 Retouropbrengst verstuiver tijdens het starten Bijzonderheden: Sommige storingen kunnen deze test belemmeren, behandel die storingen eerst. BELANGRIJK Het is zinloos en gevaarlijk om de startmotor langer dan 5 secondes te laten draaien. Wanneer de motor niet start, kan alleen de statische lekkage worden gemeten, dat wil zeggen de lekkage van de niet aangestuurde gesloten verstuiver bij een hoge druk. Controleer de goede werking van het startcircuit (toerental minimaal 200 tr/min). Benodigd gereedschap Mot Verstuiveropbrengstmeetset. Of: Gebruik vier slangen met een binnendiameter van 4 mm en een lengte van ongeveer 50 cm en een testadapter (test-imv). Procedure Zet het contact uit, maak de retourslangen los van de vier verstuivers, plaats een dop op de aansluiting van de venturi van de pomp om te voorkomen dat het lagedrukcircuit leegloopt, sluit de vier transparante slangen aan in plaats van de retourslangen (Mot. 1711), maak de lagedrukactuator los op de pomp (IMV bruine stekker) en sluit de test-imv of de adapter van Mot aan, maak de stekkers los van de vier verstuivers, zet het contact aan en laat de startmotor draaien gedurende 5 secondes, meet de hoeveelheid brandstof in elke slang. Vervang de verstuiver(s) waarvan de lekretour meer is dan 10 cm. Zet het contact uit, sluit de stekkers van de vier verstuivers aan Maak de test-imv los en sluit de stekker van de lagedrukactuator op de pomp aan. Maak de vier transparante slangen los en sluit het retourcircuit verstuivers weer aan. Zet het contact weer aan, wis de storingen in het inspuitsysteem met behulp van het diagnoseapparaat. Om de reparatie te controleren, moet u de volgende test uitvoeren: Contact uit, maak de lagedrukactuator los op de pomp (IMV bruine stekker) en sluit de testadapter test-imv, Mot aan, maak de stekkers los van de vier verstuivers, zet het contact aan, sluit het diagnoseapparaat aan en communiceer met het inspuitsysteem, ga naar het scherm "Belangrijkste staten en parameters van de rekeneenheid", laat de startmotor draaien gedurende 5 secondes, lees gedurende de test de maximale waarde van de druk van de rail (PR217 "Druk rail") op het diagnoseapparaat. Als de druk van de rail (PR217) niet hoger is dan 1050 bar, doe test 7. Zet het contact uit, sluit de vier verstuivers aan. maak de test-imv los en sluit de stekker van de lagedrukactuator op de pomp aan, zet het contact weer aan, wis de storingen in het inspuitsysteem met behulp van het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_TEST10 MR-390-X90-000$765_nel.mif - 149

150 Diagnose - Tests TEST 11 Controle van het brandstoffilter Controleer de conformiteit van het brandstoffilter. Is het brandstoffilter conform? JA NEE Vervang het filter door een origineel onderdeel. Zet het contact uit, analyseer de dieselbrandstof in het brandstoffilter. Maak de aanvoer- en de retourslangen los van het brandstoffilter. Sluit de in- en uitgangen van het filter direct met passende doppen af. maak het filter los van zijn steun schud het filter krachtig heen en weer waarbij u de doppen vasthoudt, laat het filter leeglopen in een glazen bakje door een beschermdop los te maken en de aftapbout los te draaien. Controleer de neerslag van zwarte deeltjes op de bodem van het bakje. JA NEE Haal een magneet onder de bak door om alleen de metalen deeltjes bij elkaar te brengen. Haal de magneet bij de opvangbak vandaan. Brandstoffilter correct Is de oppervlakte van de deeltjes die door de magneet bij elkaar gebracht zijn meer dan 1 cm 2? JA NEE Vervang het complete inspuitsysteem. Brandstoffilter correct DCM1.2_V08_TEST11 MR-390-X90-000$765_nel.mif - 150

151 Diagnose - Tests TEST 12 Controle van de elektroklep van het aansturen van de turbocompressor Controleer of alle slangen van het gehele vacuümcircuit zijn aangesloten. Zijn alle slangen aangesloten? NEE Sluit de slangen weer aan. JA Controleer of de aansluitingen van de slangen op de elektroklep correct zijn. Bitron Rapide Nr.: en : vacuümpomp 2: balg turbocompressor 3: filter verbinding met de buitenlucht DCM1.2_V08_TEST11 MR-390-X90-000$765_nel.mif - 151

152 Diagnose - Tests TEST 12 VERVOLG 1 Zijn alle slangen van de elektroklep correct aangesloten? JA NEE Sluit de slangen weer correct aan conform het schema (vacuümpomp en balg). Controleer de aansluitingen op alle componenten van het vacuümcircuit. Ter informatie: aansluiting van de elektroklep on/off (commando van de afslagklep, van de swirlklep of van de bypass van de EGR). 1: vacuümpomp 2: balg turbocompressor 3: filter verbinding met de buitenlucht MR-390-X90-000$765_nel.mif - 152

153 Diagnose - Tests TEST 12 VERVOLG 2 Zijn alle slangen van het circuit aangesloten? JA NEE Sluit alle slangen van het circuit van de vacuümpomp weer correct aan. Controleer of de slangen niet geknikt, lek, verdraaid, verstopt, enz. zijn. Zijn de slangen geknikt, lek, verdraaid, verstopt, enz.? JA Voer de nodige reparaties uit. NEE Controleer de onderdruk van de vacuümpomp, bij stationair draaiende motor, met behulp van een manometer. Geeft de vacuümpomp een correcte onderdruk (van mb tot mb bij stationair draaiende motor)? NEE Vervang de vacuümpomp (EVT). JA Controleer of de stekkers van de elektroklep en van de kabelbundel goed zijn aangesloten en in goede staat zijn (elektrische contacten niet verbogen, niet gecorrodeerd, niet geoxydeerd - aanwezigheid van water/vocht, correct geplaatst, stekkers niet gebroken of vervormd, enz.). MR-390-X90-000$765_nel.mif - 153

154 Diagnose - Tests TEST 12 VERVOLG 3 Is de staat van de kabelbundel correct? JA NEE Vervang de kabelbundel indien nodig. Controleer de voedingsspanning van de elektroklep. Spanning van de elektroklep, bij stationair draaiende motor. Opmerking: er is geen polariteit. Type motor Spanning op de aansluitingen van de elektroklep RCO* K9K alle types behalve 78 kw (THP 100 pk) 12,7 V 95 % 78 kw (THP 100 pk) 10,7 V 70 % Is de voedingsspanning van de elektroklep correct? JA NEE Vervang de kabelbundel indien nodig. Ga door met het volgende zoekschema naargelang de klacht (onvoldoende vermogen, te veel vermogen). RCO*: Cyclisch stuursignaal MR-390-X90-000$765_nel.mif - 154

155 Diagnose - Klachten Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. GEEN COMMUNICATIE MET DE REKENEENHEID ZOEKSCHEMA 1 STARTPROBLEEM DE MOTOR START NIET ZOEKSCHEMA 2 MOTOR START MOEILIJK OF SLAAT AF NA HET STARTEN ZOEKSCHEMA 3 SLECHTE WARME START ZOEKSCHEMA 4 STARTPROBLEEM STATIONAIR TOERENTAL ONREGELMATIG (POMPEN) ZOEKSCHEMA 5 STATIONAIR TOERENTAL TE HOOG OF TE LAAG ZOEKSCHEMA 6 MR-390-X90-000$810_nel.mif - 155

156 Diagnose - Klachten PROBLEMEN TIJDENS HET RIJDEN ACCELERATIE/DECELERATIE OP ONVERWACHT MOMENT EN OP HOL SLAAN VAN DE MOTOR ZOEKSCHEMA 7 INHOUDEN BIJ GAS GEVEN ZOEKSCHEMA 8 MOTOR STOPT (afslaan) ZOEKSCHEMA 9 MOTOR STOOT ZOEKSCHEMA 10 ONVOLDOENDE VERMOGEN ZOEKSCHEMA 11 TE VEEL VERMOGEN ZOEKSCHEMA 12 HOOG VERBRUIK ZOEKSCHEMA 13 TE HOOG TOERENTAL BIJ GAS LOS OF TIJDENS SCHAKELEN ZOEKSCHEMA 14 VERMOGEN VALT WEG BIJ HET WEGRIJDEN ZOEKSCHEMA 15 LAWAAI, STANK OF ROOK KLAPPERENDE MOTOR, MOTOR MAAKT LAWAAI ZOEKSCHEMA 16 BLAUWE, WITTE, ZWARTE ROOK ZOEKSCHEMA 17 ROOK (BLAUW, WIT, ZWART) BIJ GAS GEVEN ZOEKSCHEMA 18 MR-390-X90-000$810_nel.mif - 156

157 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 1 GEEN COMMUNICATIE MET DE REKENEENHEID Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer het diagnoseapparaat door dit aan te sluiten op de rekeneenheid van een andere auto. Als het diagnoseapparaat in orde is en er met een enkele rekeneenheid van de auto gecommuniceerd kan worden, is het mogelijk dat een defecte rekeneenheid het multiplexnetwerk verstoort. Controleer de accuspanning en voer de nodige reparaties uit om de spanning goed te krijgen (9,5 V < Accuspanning < 17,5 V) Controleer het multiplexnetwerk met behulp van het diagnoseapparaat. Controleer de zekeringen van het inspuitsysteem op de UPC, en op de zekeringplaat in de motorruimte. Controleer de aansluiting en de staat van de stekkers van de rekeneenheid en van de verbindingen ervan. Controleer de massa's van de rekeneenheid van het inspuitsysteem (kwaliteit, oxydatie, vastzitten van de massabout op de accupool). Controleer de voeding van de rekeneenheid: Massa's op aansl. H1, G4 en H4 van de zwarte 32-polige stekker A. + na contact op aansl. D1 van de zwarte 32-polige stekker A. Controleer de voeding van de diagnoseaansluiting: + voor contact op aansl na contact op aansl. 1. Massa op aansl. 4 en 5. Als er na deze controles nog steeds geen communicatie is, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 01 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 157

158 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 2 De motor start niet Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer of de brandstoftank correct is gevuld met de juiste brandstof. Controleer de peilen van de motorolie en van de koelvloeistof. Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Is de katalysator verstopt of beschadigd? JA Vervang de katalysator. NEE Controleer het elektrische circuit door middel van TEST 2. Is de distributie goed afgesteld? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer visueel de staat van de kabelbundel van de motor. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 02 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 158

159 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 2 VERVOLG 1 Werkt de startmotor correct (Motortoerental minimaal 200 tr/min)? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Zijn de compressies correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de staat van de voorverwarmingsstiften. Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Is PR217 "Druk rail" lager dan 50 bar met + na contact? JA NEE Voer de diagnose uit van storing DF117 "Circuit opname-element druk rail". Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Controleer de verstuivers door middel van TEST 3. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 159

160 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 2 VERVOLG 2 Controleer visueel of er geen lekkage is van het hogedrukcircuit. Controleer het hogedruksysteem door middel van TEST 7. Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 160

161 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 3 De motor start moeilijk of slaat af na het starten Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer of de brandstoftank correct is gevuld met de juiste brandstof. Controleer de peilen van de motorolie en van de koelvloeistof. Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Is de katalysator verstopt of beschadigd? JA Vervang de katalysator. NEE Is de distributie goed afgesteld? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Zijn de compressies correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de staat van de voorverwarmingsstiften. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 03 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 161

162 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 3 VERVOLG Controleer visueel de staat van de kabelbundel van de motor. Controleer het elektrische circuit door middel van TEST 2. Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Controleer visueel of er geen lekkage is van het hogedrukcircuit. Controleer het hogedruksysteem door middel van TEST 7. Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 162

163 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 4 Slechte warme start Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer of de brandstoftank correct is gevuld met de juiste brandstof. Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Zijn de compressies correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Is de katalysator verstopt of beschadigd? JA Vervang de katalysator. NEE Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Controleer visueel de staat van de kabelbundel van de motor. Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 04 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 163

164 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 4 VERVOLG Stuur de verstuivers aan via de commando's AC601, AC603, AC604, AC605. Is de beweging van het ventiel te horen op 1 meter van de auto? NEE Doe test 11. Als test 11 correct is, vervang de defecte verstuiver(s). JA Controleer het hogedruksysteem door middel van TEST 7. Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 164

165 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 5 Stationair toerental onregelmatig (pompen) Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer of de brandstoftank correct is gevuld met de juiste brandstof. Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Controleer visueel de staat van de kabelbundel van de motor. Controleer visueel of er geen lek is in het hogedrukcircuit door middel van TEST 7. Zijn de compressies correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 05 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 165

166 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 5 VERVOLG Controleer de staat van de voorverwarmingsstiften. Controleer het hogedruksysteem door middel van TEST 7. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 166

167 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 6 Stationair toerental te hoog of te laag Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Controleer het elektrische circuit door middel van TEST 2. Is de vrije slag van de koppeling correct afgesteld? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 06 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 167

168 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 7 Acceleratie/deceleratie op onverwacht moment en op hol slaan van de motor Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer of de motor geen motorolie aanzuigt (op hol slaan van de motor). Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Controleer visueel de staat van de kabelbundel van de motor. Controleer de verstuivers door middel van TEST 3. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 07 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 168

169 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 7 VERVOLG Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 169

170 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 8 Inhouden bij gas geven Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Zijn de compressies correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Controleer de werking van de turbocompressor. Is de turbocompressor correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 08 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 170

171 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 8 VERVOLG Controleer visueel of er geen lekkage is van het hogedrukcircuit. Controleer de verstuivers door middel van TEST 3. Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 171

172 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 9 Motor stopt (afslaan) Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer of de brandstoftank correct is gevuld met de juiste brandstof. Controleer de peilen van de motorolie en van de koelvloeistof. Controleer of de motor geen motorolie aanzuigt (op hol slaan van de motor). Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Is de katalysator verstopt of beschadigd? JA Vervang de katalysator. NEE Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 09 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 172

173 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 9 VERVOLG Controleer visueel de staat van de kabelbundel van de motor. Controleer het elektrische circuit door middel van TEST 2. Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Controleer visueel of er geen lekkage is van het hogedrukcircuit. Controleer de verstuivers door middel van TEST 3. Controleer het hogedruksysteem door middel van TEST 7. Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 173

174 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 10 Motor stoot Bijzonderheden: Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. (Zie werking van het systeem, functie: Beheer van de brandstofaanvoer (vervroeging, opbrengst en druk), paragraaf: functie opbrengstcapaciteit (VLC)). Controleer of de brandstoftank correct is gevuld met de juiste brandstof. Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Is de kabelbundel van de motor onderbroken of afgeklemd? JA Voer de nodige reparaties uit. NEE Zijn de compressies correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Is de klepspeling correct afgesteld? NEE Voer de nodige afstellingen uit. JA Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 10 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 174

175 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 10 VERVOLG Controleer de hogedrukpomp door middel van TEST 7. Is de staat 249 "Functie opbrengstcapaciteit" "Actief"? NEE JA De auto werkt volgens de strategie van de "Functie opbrengscapaciteit". Deze functie wordt gemakkelijker actief naarmate: de buitentemperatuur hoog is, het brandstofpeil in de tank op 1/4 staat, de auto belast is en als de rijsnelheid hoog is. Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Controleer het brandstoffilter. Zit u dicht bij de kilometerstand waarop het vervangen moet worden? JA Vervang het dieselbrandstoffilter. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 175

176 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 11 Onvoldoende vermogen Bijzonderheden: Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Zie de uitleg van de functie opbrengstcapaciteit bij de werking van het systeem. Is de staat 249 "Functie opbrengstcapaciteit" "Actief"? Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. JA NEE Controleer het brandstoffilter. Zit u dicht bij de kilometerstand waarop het vervangen moet worden? JA Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Vervang het dieselbrandstoffilter. Is het peil van de motorolie correct? NEE Herstel het juiste oliepeil. JA Is de katalysator verstopt of beschadigd? JA Vervang de katalysator. NEE Controleer de werking van de turbocompressor. Controleer of de elektrische en pneumatische aansluiting van de elektroklep van het aansturen van de turbocompressor correct zijn. Zie TEST 12 indien nodig. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 11 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 176

177 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 11 VERVOLG 1 Zijn alle elektrische en pneumatische aansluitingen van de elektroklep van het aansturen van de turbocompressor correct? NEE Sluit de slangen en elektrische kabels weer correct aan indien nodig. JA Meet de elektrische weerstand op de aansluitingen van de elektroklep (elektroklep op 23 C). Is de elektrische weerstand op de aansluitingen van de elektroklep (elektroklep op 23 C) correct? Bitron Rapide Nr en Weerstand: van 18 Ω tot 22 Ω. NEE Vervang de elektroklep door een nieuwe. JA Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 177

178 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 11 VERVOLG 2 Controleer de onderdruk tussen de uitgang 2 van de elektroklep en de balg. 1: vacuümpomp 2: balg turbocompressor 3: filter verbinding met de buitenlucht Is de onderdruk tussen de uitgang 2 van de elektroklep en de balg hoger dan de volgende waarden? NEE Vervang de elektroklep door een nieuwe. Type motor Spanning op de aansluitingen van de elektroklep RCO* K9K alle types behalve 78 kw (THP 100 pk) mb 95 % 78 kw (THP 100 pk) mb 70 % JA Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 178

179 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 11 VERVOLG 3 Zijn er te grote variaties op de elektroklep geweest of is hij gedeukt? Voorschriften:...De elektroklep moet correct zijn bevestigd op zijn steun....contact met de omgeving van de motor is verboden. NEE Is er olie in de slangen van het vacuümcircuit? Als dit er is, is het afkomstig van de antiterugslagklep van de vacuümpomp. NEE De elektroklep is niet de oorzaak: Controleer het systeem van de turboregeling (balg, bedieningssteel, wastegate/variabele geometrie). Controleer de turbo (geblokkeerde as bijvoorbeeld). Controleer de staat van de turbodrukslangen (lek, losgeraakt). Controleer de staat van het luchtfilter. Controleer het systeem voor het meten van de turbodruk. Controleer de werking van het gaspedaal en van de doorstroommeter. JA JA Voer de noodzakelijke reparaties uit (zie het voorschrift hiernaast). Zoek de herkomst van het water en voer de noodzakelijke reparaties uit. Vervang de elektroklep, reinig de slangen van het vacuümcircuit. Bovendien: bescherm de elektroklep tegen waterspatten. Voorschriften:...De elektroklep moet 450 mm boven de vloer zijn geplaatst, waar geen water, modder of andere vloeistofspatten kunnen komen....reinigen met een hogedrukreiniger is verboden. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 179

180 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 11 VERVOLG 4 Is de turbo in orde? JA Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Controleer de verstuivers door middel van TEST 3. Controleer de hogedrukpomp door middel van TEST 7. Zijn de compressies correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Is de klepspeling correct afgesteld? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 180

181 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 12 Te veel vermogen Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. In dit geval blokkeert de elektroklep: men kan de onderdruk laten toenemen, maar kan deze daarna niet meer verminderen. Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Controleer of de motor geen motorolie aanzuigt (op hol slaan van de motor). Controleer of de elektrische en pneumatische aansluiting van de elektroklep van het aansturen van de turbocompressor correct zijn. Zie TEST 12 indien nodig. Zijn alle elektrische en pneumatische aansluitingen van de elektroklep van het aansturen van de turbocompressor correct? NEE Sluit de slangen en elektrische kabels weer correct aan indien nodig. JA Zijn de aansluitingen van de slangen op de elektrokleppen verwisseld? JA Sluit de slangen weer correct aan. NEE Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 12 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 181

182 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 12 VERVOLG 1 Controleer de bediening van de turboregeling. Is de bediening van de turboregeling vastgelopen? JA Voer de nodige reparaties uit. NEE Vervang de elektroklep. Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 182

183 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 12 VERVOLG 2 Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. In dit geval is de dynamische eigenschap (tijd voor het herstellen van de atmosferische druk) van de elektroklep mogelijk de oorzaak. De uiteindelijke diagnose gebeurt door het meten van de eigenschap op een speciale testbank. Controleer of er tegen het huis van de elektroklep geen vloeistof is gespat waardoor de opening naar de buitenlucht verstoord is (water, motorolie, versnellingsbakolie, remvloeistof, koelvloeistof, modder, stof, of iets anders). Voorschriften:...De elektroklep moet 450 mm boven de vloer zijn geplaatst, waar geen water, modder of andere vloeistofspatten kunnen komen....reinigen met een hogedrukreiniger is verboden. Is er koelvloeistof aanwezig? NEE JA Houd u aan de hiernaast staande voorschriften. Zijn er te grote trillingen op de elektroklep geweest of is hij gedeukt? Voorschriften:...De elektroklep moet correct zijn bevestigd op zijn steun....contact met de omgeving van de motor is verboden. JA Houd u aan de hiernaast staande voorschriften. NEE Controleer de bediening van de turboregeling (niet gedeeltelijk vastgelopen, enz.). Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 183

184 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 12 VERVOLG 3 Werkt de bediening van de turbo? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Vervang de elektroklep. Als de storing aanhoudt: neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 184

185 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 13 Hoog verbruik Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer of de brandstoftank correct is gevuld met de juiste brandstof. Controleer de peilen van de motorolie en van de koelvloeistof. Lekt het opname-element brandstoftemperatuur? NEE JA Vervang het opname-element brandstoftemperatuur. Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Controleer visueel of er geen lekkage is van het hogedrukcircuit. Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 13 MR-390-X90-000$855_nel.mif - 185

186 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 13 VERVOLG 1 Zijn de compressies correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Is de katalysator verstopt of beschadigd? JA Vervang de katalysator. NEE Controleer de werking van de turbocompressor. Is de turbocompressor correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$855_nel.mif - 186

187 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 14 Te hoog toerental bij gas los of tijdens schakelen Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer of de slag van het gaspedaal niet wordt belemmerd (tapijt, zwaar punt...). Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Controleer visueel de staat van de kabelbundel van de motor. Is de vrije slag van de koppeling correct afgesteld? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer of de motor geen motorolie aanzuigt (op hol slaan van de motor). Controleer de werking van de turbocompressor. Is de turbo in orde? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 14 MR-390-X90-000$900_nel.mif - 187

188 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 14 VERVOLG Controleer de verstuivers door middel van TEST 3. Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$900_nel.mif - 188

189 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 15 Vermogen valt weg bij het wegrijden Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Is de vrije slag van de koppeling correct afgesteld? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Is de katalysator verstopt of beschadigd? JA Vervang de katalysator. NEE Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 15 MR-390-X90-000$900_nel.mif - 189

190 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 15 VERVOLG Controleer visueel de staat van de kabelbundel van de motor. Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$900_nel.mif - 190

191 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 16 Klapperende motor, motor maakt lawaai Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer of de brandstoftank correct is gevuld met de juiste brandstof. Controleer de peilen van de motorolie en van de koelvloeistof. Zijn de compressies correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de staat van de voorverwarmingsstiften. Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 16 MR-390-X90-000$900_nel.mif - 191

192 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 16 VERVOLG Controleer de verstuivers door middel van TEST 3. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$900_nel.mif - 192

193 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 17 Rook (blauw, wit, zwart) Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer of de brandstoftank correct is gevuld met de juiste brandstof. Controleer de peilen van de motorolie en van de koelvloeistof. Controleer of de motor geen motorolie aanzuigt (op hol slaan van de motor). Zijn de compressies correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de staat van de voorverwarmingsstiften. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 17 MR-390-X90-000$900_nel.mif - 193

194 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 17 VERVOLG Is de katalysator verstopt of beschadigd? JA Vervang de katalysator. NEE Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Controleer de verstuivers door middel van TEST 3. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$900_nel.mif - 194

195 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 18 Rook (blauw, wit, zwart) bij gas geven Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. Controleer of de brandstoftank correct is gevuld met de juiste brandstof. Controleer de peilen van de motorolie en van de koelvloeistof. Controleer of de motor geen motorolie aanzuigt (op hol slaan van de motor). Zijn de compressies correct? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer de staat van de voorverwarmingsstiften. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. DCM1.2_V08_ALP 18 MR-390-X90-000$900_nel.mif - 195

196 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 18 VERVOLG 1 Is de katalysator verstopt of beschadigd? JA Vervang de katalysator. NEE Controleer het inlaatluchtcircuit door middel van TEST 5. Controleer de werking van de turbocompressor. Is de turbo in orde? NEE Voer de nodige reparaties uit. JA Controleer visueel de staat van de kabelbundel van de motor. Controleer de parameters van de motor door middel van TEST 4. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$900_nel.mif - 196

197 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 18 VERVOLG 2 Controleer het lagedrukcircuit door middel van TEST 1. Controleer de verstuivers door middel van TEST 3. Controleer de rekeneenheid door middel van TEST 6. Als de klacht aanhoudt, neem contact op met de techline. Maak een proefrit, gevolgd door een controle met het diagnoseapparaat. MR-390-X90-000$900_nel.mif - 197

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie Vdiagnr.: 09, 08 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Configuratie en inleren - 7 Diagnose - Conformiteitscontrole - 8 Diagnose - Overzicht van de staten - 9 Diagnose - Betekenis

Nadere informatie

Chassis 36B ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING

Chassis 36B ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING Chassis DAE Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 9 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Vervangen van organen - 8 Diagnose - Configuratie en inlezen - 9 Diagnose - Overzicht van de storingen - 10-11 Diagnose - Behandeling van de

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie Vdiagnr. : 08-09 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose - Overzicht van de storingen - 16 Diagnose - Betekenis

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie Programmanr.: 522 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 10 Diagnose - Configuratie

Nadere informatie

Motor en randorganen

Motor en randorganen Motor en randorganen INSPUITSYSTEEM SIM 32 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 13 Diagnose - Vervangen van organen - 17 Diagnose - Configuratie

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie INSTRUMENTEN - DASHBOARD Diagnose - Inleiding - 1 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 13 Diagnose - Vervangen van organen - 15 Diagnose

Nadere informatie

Motor en randorganen

Motor en randorganen Motor en randorganen GAS 3000 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Vervangen van organen - 12 Diagnose - Configuratie en inleren - 13 Diagnose - Overzicht van de storingen

Nadere informatie

Chassis 38C ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN

Chassis 38C ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN Chassis ABS BOSCH 8.0 Diagnose - Inleiding - 1 Diagnose - Werking van het systeem - 8 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 9 Diagnose - Vervangen van organen - 10 Diagnose - Configuratie en inlezen -

Nadere informatie

Motor en randorganen

Motor en randorganen Motor en randorganen Injection EMS 31.32 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Conformiteitscontrole - 22 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 23 Diagnose - Vervangen

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie VERLICHTING VOORZIJDE INSTRUMENTEN - DASHBOARD TELEFOON MULTIMEDIA ZEKERINGPLAAT INTERIEUR PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM AIRBAG EN GORDELSPANNERS JANUARI 2005 EDITION NEERLANDAISE

Nadere informatie

Airconditioning GEREGELDE AIRCONDITIONING FEBRUARI 2005 EDITION NÉERLANDAISE

Airconditioning GEREGELDE AIRCONDITIONING FEBRUARI 2005 EDITION NÉERLANDAISE Airconditioning FEBRUARI 2005 EDITION NÉERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op

Nadere informatie

6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 62A

6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 62A 6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie XENONLAMPEN STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SNELHEIDSREGELAAR ZEKERINGPLAAT INTERIEUR REGELING VAN DE PORTIEREN ELEKTRISCHE RUITBEDIENING - OPEN DAK PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM

Nadere informatie

Motor en randorganen

Motor en randorganen Motor en randorganen EMS 3134 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Lijst en plaats van de elementen - 8 Diagnose - Rol van de elementen - 13 Diagnose - Prestatie - 15 Diagnose- noodprogramma's - 21 Diagnose

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie Programmanr.: 522 Afkortingen - 1 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 12 Diagnose - Vervangen van organen - 13

Nadere informatie

Airconditioning GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING JANUARI 2005 EDITION NEERLANDAISE

Airconditioning GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING JANUARI 2005 EDITION NEERLANDAISE Airconditioning HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING NUARI 2005 EDITION RLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische

Nadere informatie

MOTORMANAGEMENT BENZINEMOTOREN

MOTORMANAGEMENT BENZINEMOTOREN Elektrische functie printen MOTORMANAGEMENT BENZINEMOTOREN 147 MOTORMANAGEMENT BENZINEMOTOREN - Beschrijving Een elektronisch systeem bewaakt en regelt alle parameters van de motor voor optimale prestaties

Nadere informatie

Motor en randorganen

Motor en randorganen Motor en randorganen BENZINE-INSPUITSYSTEEM FEBRUARI 2005 EDITION NÉERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische

Nadere informatie

Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2001

Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2001 Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V 77 11 311 204 DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,

Nadere informatie

OVERZICHT VAN DE ORGANEN

OVERZICHT VAN DE ORGANEN 101 AANSTEKER 103 DYNAMO 104 STARTSCHAKELAAR 105 ELEKTROMAGNETISCHE CLAXON 107 ACCU 118 REKENEENHEID ABS 120 REKENEENHEID INSPUITSYSTEEM 123 SCHAKELAAR PORTIERVERGRENDELING 125 SCHAKELAAR ALARMKNIPPERLICHTEN

Nadere informatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G10 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE RUITENWISSERS Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf

Nadere informatie

1 Motor en randorganen

1 Motor en randorganen 1 Motor en randorganen 10A MOTORBLOK EN ONDERZIJDE 11A CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE 12A MENSELSAMENSTELLING 13B DIESELINSPUITSYSTEEM 13C VOORVERWARMING 16A STARTEN - LADEN 17A ONTSTEKING 17B BENZINE-INSPUITSYSTEEM

Nadere informatie

0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 01A 01D 02A 04A 04B

0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 01A 01D 02A 04A 04B 0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 01D MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN 04A SMEERMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven

Nadere informatie

Kit code: KT XTI Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor:

Kit code: KT XTI Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor: Kit code: KT XTI 9580 Configuratie: 750 Kit inhoud: Aantal Code Omschrijving 1 FO8RAPID XTI Module Rapid XTI 1 FRCT06D Draadboom Rapid XTI Geschikt voor: Fabrikant Fendt Fendt LET OP!! Model 714, 716,

Nadere informatie

CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING STUURBEKRACHTIGING AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V

CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING STUURBEKRACHTIGING AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V Chassis CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING STUURBEKRACHTIGING AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V 77 11 311 264 Editie 2 - DECEMBER 2001 EDITION

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 35 AFTER SALES SERVICE CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager

Nadere informatie

Lezen meetwaardenblokken Tdi motoren

Lezen meetwaardenblokken Tdi motoren VG Lezen meetwaardenblokken Tdi motoren Meetwaardenblokken lezen pagina 000, motorcode GR,HF,LH, SV Motor loopt stationair Displayveld Omschrijving Weergegeven waarde Komt overeen met 1 Motortoerental

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G05 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE CENTRALE VERGRENDELING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076)

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

0 Algemeen HEFMIDDELEN CARROSSERIE INNOVATIES X91 02A 02B

0 Algemeen HEFMIDDELEN CARROSSERIE INNOVATIES X91 02A 02B 0 Algemeen HEFMIDDELEN 02B CARROSSERIE INNOVATIES X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de

Nadere informatie

Instructiehandleiding

Instructiehandleiding NL Instructiehandleiding Bedieningspaneel PU-5 Voor de luchtverwarmer PLANAR Ver.1.0.0.1/24 Inleiding. Deze handleiding is een onderdeel voor de luchtverwarmer PLANAR.deze bevat de informatie voor gebruikers

Nadere informatie

INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41

INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41 INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41 MKR41 HI-SEC DEZE KIT BESTAAT UIT: 1. Elektronische module met een startonderbrekingssysteem, knipperlichtsignalering, aansluitingen voor alle typen deurvergrendeling en

Nadere informatie

Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op we

Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op we Type I Type II (Inclusief CO ) WERKINGSPRINCIPE CHILLER 0 www.bravilor.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,

Nadere informatie

Naam:.. Klas: Datum:..

Naam:.. Klas: Datum:.. Naam:.. Klas: Datum:.. Vragen over motoren: 1 Wat is een rootscompressor? Een Roots type supercharger of Rootsblower vindt zijn toepassing in auto's en vrachtwagens in alternatief van een turbolader. Een

Nadere informatie

Kit code: KT XTI Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor: T7.170_185_200_210_220_235_250_260_270 Tier 4A

Kit code: KT XTI Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor: T7.170_185_200_210_220_235_250_260_270 Tier 4A Kit code: KT XTI 8480 Configuratie: 742 Kit inhoud: Aantal Code Omschrijving 1 FO8RAPID XTI Module Rapid XTI 1 FRCT06B Draadboom Rapid XTI Geschikt voor: Fabrikant New Holland Model T7.170_185_200_210_220_235_250_260_270

Nadere informatie

Kit code: KT XTI 9980. Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor:

Kit code: KT XTI 9980. Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor: Kit code: KT XTI 9980 Configuratie: 751 Kit inhoud: Aantal Code Omschrijving 1 FO8RAPID XTI Module Rapid XTI 1 FRCT04D Draadboom Rapid XTI Geschikt voor: Fabrikant Model LET OP!! Case NewHolland Maxxum

Nadere informatie

INTELLISTART 4 INSTALLATIE

INTELLISTART 4 INSTALLATIE Standaard mogelijkheden van de IntelliStart 4. INTELLISTART 4 INSTALLATIE Op afstand starten voor automaten en handgeschakelde auto's tevens ook geschikt voor diesels Automatisch starten bij lage accu

Nadere informatie

Motor start niet. Startmotor defect Batterij leeg Elektrische aansluiting(en) defect. Startinrichting werkt niet

Motor start niet. Startmotor defect Batterij leeg Elektrische aansluiting(en) defect. Startinrichting werkt niet Motor start niet Startinrichting werkt niet Startmotor defect Batterij leeg Elektrische aansluiting(en) defect Motor draait te langzaam om aan te slaan Motor draait voldoende snel maar slaat niet aan Zie

Nadere informatie

Kit code: KT XTI Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor:

Kit code: KT XTI Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor: Kit code: KT XTI 9680 Configuratie: 749 Kit inhoud: Aantal Code Omschrijving 1 FO8RAPID XTI Module Rapid XTI 1 FRXTI01 Draadboom Rapid XTI Geschikt voor: Fabrikant Massey Ferguson Valtra LET OP!! Model

Nadere informatie

Airconditioning STANDKACHEL GEREGELDE AIRCONDITIONING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0P - BJ0V - BJ0M JUNI 2005 EDITION NEERLANDAISE. Renault s.a.s.

Airconditioning STANDKACHEL GEREGELDE AIRCONDITIONING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0P - BJ0V - BJ0M JUNI 2005 EDITION NEERLANDAISE. Renault s.a.s. Airconditioning STANDKACHEL BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0P - BJ0V - BJ0M 77 11 311 284 JUNI 2005 EDITION RLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,

Nadere informatie

X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht brandt (met waarschuwingstoon) bij ingeschakelde ontsteking: Gordel omdoen, zie pagina 33.

X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht brandt (met waarschuwingstoon) bij ingeschakelde ontsteking: Gordel omdoen, zie pagina 33. Instrumenten verklikkerlichten De verklikkerlichten die hier staan vermeld, zijn niet in alle auto s aanwezig. Deze beschrijving geldt voor alle instrumentenuitvoeringen. X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht

Nadere informatie

Prakticum Veiligheid

Prakticum Veiligheid Prakticum Veiligheid 1 Opdracht: Airbagsysteem controleren met de VAG 1551 (Deze opdracht is gemaakt voor een Seat Leon, uitgevoerd met een TDI 1.9 AHF motor, zoals deze op het Mondriaan College aanwezig

Nadere informatie

Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-07. Tuning-kit voor Tractoren

Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-07. Tuning-kit voor Tractoren Tractor Rapid-kit inbouw instructies Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-07 Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop

Nadere informatie

Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-V4T-01. Tuning-kit voor Tractoren

Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-V4T-01. Tuning-kit voor Tractoren Tractor Rapid-kit inbouw instructies Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-V4T-01 Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop

Nadere informatie

Montagevoorschriften

Montagevoorschriften Montagevoorschriften BCU Mont_BCU1_NL.Doc 1/9 Inhoudsopgave 1. Montage van de onderdelen... 3 2. Aansluitingen van de 8 polige stekker... 3 3. Aansluitingen van de 10 polige stekker... 4 4. Opstarten...

Nadere informatie

Storing indicatie van LED binnen/buiten en eerste oordeel

Storing indicatie van LED binnen/buiten en eerste oordeel indicatie van binnen/buiten en eerste oordeel Bestemd voor wand model 18K en 24K (, 0.5s No. 1 2 3 4 5 6 7 8 Hoge druk Invries Hoge persgas Overstroom Communicatie Hoge weerstand Interne ventilator motor

Nadere informatie

Storing indicatie van LED binnen/buiten en eerste oordeel

Storing indicatie van LED binnen/buiten en eerste oordeel indicatie van binnen/buiten en eerste oordeel Bestemd voor wand model 9K en 12K Indicatie binnendeel (, 0.5s AAN, No. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Hoge druk Invries Systeem geblokkeerd of koelmiddel lekkage Hoge

Nadere informatie

HANDLEIDING DIESELTESTKIT

HANDLEIDING DIESELTESTKIT HANDLEIDING DIESELTESTKIT 2 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Gebruik van de koffer... 4 2.1 Controle van de injectoren... 4 2.1.1 Testeenheid aansluiten... 4 2.1.2 Aansluiten van de verstuivers op de testeenheid...

Nadere informatie

Dieselmanagement (5) E. Gernaat (ISBN 978-90-79302-03-1) 1 Unit-injectoren en unitpompen

Dieselmanagement (5) E. Gernaat (ISBN 978-90-79302-03-1) 1 Unit-injectoren en unitpompen Dieselmanagement (5) E. Gernaat (ISBN 978-90-79302-03-1) 1 Unit-injectoren en unitpompen De pompverstuiver ook wel unit-injector genoemd is in feite een brandstofinspuitpomp voorzien van een magneetklep

Nadere informatie

RUITENWISSERS/-SPROEIERS

RUITENWISSERS/-SPROEIERS Elektrische functie printen RUITENWISSERS/-SPROEIERS RUITENWISSERS/-SPROEIERS - BESCHRIJVING De ruitenwissers/-sproeiers worden bediend via de hendel rechts naast het stuur: de hendel kan - door omhoog

Nadere informatie

6 Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING. X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 61A 62A 62B 62C

6 Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING. X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 61A 62A 62B 62C 6 Airconditioning 6A VERWARMING 62A AIRCONDITIONING 62B GEREGELDE AIRCONDITIONING 62C HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 APRIL 2005 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven

Nadere informatie

Montagehandleiding ZT-50 N Vacuum Cruise Control

Montagehandleiding ZT-50 N Vacuum Cruise Control Montagehandleiding ZT-50 N Vacuum Cruise Control ZT-50N Cruise Control Bedieningsfuncties Aanzetten : Snelheid verlagen : Zet de On/Off knop op On. Inschakelen : Let op! Zodra de Cruise Control niet gebruikt

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing SDMO. Nexys 2

Gebruiksaanwijzing SDMO. Nexys 2 Gebruiksaanwijzing SDMO Nexys 2 1 / 22 Réf. constructeur : V 20/09/2004 Réf. GPAO : 33502017601_2_1 1. Presentatie van de MICS Nexys...3 2. Beschrijving...3 2.1. Standaardconfiguratie...3 2.1.1 Presentatie

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

HELP, DE ACCU LOOPT LEEG. Technische Avond van Old-Timers Oirschot, Oirschot, 17 juni 2005 INHOUDSOPGAVE

HELP, DE ACCU LOOPT LEEG. Technische Avond van Old-Timers Oirschot, Oirschot, 17 juni 2005 INHOUDSOPGAVE HELP, DE ACCU LOOPT LEEG Technische Avond van Old-Timers Oirschot, Oirschot, 17 juni 2005 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2. Werking van het laadcircuit 3. Controle van het laadcircuit 4. Reparaties en afregeling

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Vloeistof stand kachels BINAR-5S BINAR-5S diesel BINAR-5S.24 diesel

Gebruiksaanwijzing Vloeistof stand kachels BINAR-5S BINAR-5S diesel BINAR-5S.24 diesel NL Gebruiksaanwijzing Vloeistof stand kachels BINAR-5S BINAR-5S diesel BINAR-5S.24 diesel 1 Beste klanten, Bedankt voor uw keuze! We hebben alles gedaan om te zorgen dat dit product voldoet aan uw eisen

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

Zekeringen en Relais

Zekeringen en Relais INHOUD ZEKERINGPLAAT INTERIEUR (1016) 2 ZEKERINGHOUDERMODULES 1 en 2 (1792-1793) 6 RELAISPLAAT INTERIEUR (602-805-2375) 8 RELAIS NA CONTACT (853) 10 REKENEENHEID INTERIEUR (645) 11 TRACTIEBATTERIJ (938)

Nadere informatie

INITIALISATIEPROCEDURE ACCUTOESTAND (i-stop-instelling) [SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5]

INITIALISATIEPROCEDURE ACCUTOESTAND (i-stop-instelling) [SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5] INITIALISATIEPROCEDURE ACCUTOESTAND (i-stop-instelling) [SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5] id0117i0801000 Controleer het onderdeelnummer (de suffix) van de PCM met behulp van het M-MDS. De initialisatieprocedure

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

Inhoud. 95042 AST3 - Opdrachten en benodigdheden Proeve 2.doc Pagina 1 van 8

Inhoud. 95042 AST3 - Opdrachten en benodigdheden Proeve 2.doc Pagina 1 van 8 Alle opdrachten proeve Inhoud Opdracht AST3-1: Fase 1 schade analyseren (Opel Astra)... 2 Opdracht AST3-2: Fase 2 diagnose stellen aan voertuigsystemen (VW Polo)... 4 Opdracht AST3-3: Fase 3 inleren van

Nadere informatie

Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-08. Tuning-kit voor Tractoren

Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-08. Tuning-kit voor Tractoren Tractor Rapid-kit inbouw instructies Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-08 Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop

Nadere informatie

Probleemoplossingsgids

Probleemoplossingsgids NL Probleemoplossingsgids BF115D, BF135A, BF150A Inhoud *Tik of klik op de relevante uitgave. - Controlelampje gaat aan / uit - Motor start niet - Motor stopt na te zijn gestart / Motor stopt terwijl deze

Nadere informatie

Werkplaatshandboek voor het rangeersysteem. Type Mammut AMS 1

Werkplaatshandboek voor het rangeersysteem. Type Mammut AMS 1 Werkplaatshandboek voor het rangeersysteem Type Mammut AMS 1 Testvoorwaarden > Aandrijvingen zijn volledig aan het chassis gemonteerd (automatische positiebepaling) > de voedingsleidingen (rood en zwart)

Nadere informatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G12 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE AIRCONDITIONING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406

Nadere informatie

Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-HVD. Tuning-kit voor Tractoren

Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-HVD. Tuning-kit voor Tractoren Tractor Rapid-kit inbouw instructies Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-HVD Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop

Nadere informatie

Roetdeeltjesfilter. Handleiding 12.07 - 08.10 DFG 316-320. DFG 316s-320s DFG 425-435 DFG 425s-435s

Roetdeeltjesfilter. Handleiding 12.07 - 08.10 DFG 316-320. DFG 316s-320s DFG 425-435 DFG 425s-435s Roetdeeltjesfilter 12.07 - Handleiding H 51098687 DFG 316-320 08.10 DFG 316s-320s DFG 425-435 DFG 425s-435s Voorwoord Voor een veilig gebruik van het interne transportmiddel is kennis nodig, die u in deze

Nadere informatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G01 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE VERLICHTING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf

Nadere informatie

EAT-242 Diagnose Laad- en startsystemen

EAT-242 Diagnose Laad- en startsystemen EAT-242 Diagnose Laad- en startsystemen Zelfstudie en huiswerk 10-08 2 Inhoud INTRODUCTIE 3 DOELSTELLINGEN 4 LAADSYSTEEM 5 DIAGNOSE STELLEN AAN HET LAADSYSTEEM 5 LAADSTROOMCONTROLELAMPJE 6 MULTIMETER 7

Nadere informatie

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000

ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G08 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE MOTOROLIENIVEAUMETER Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307

Nadere informatie

E. Gernaat (ISBN ), uitgave Overzicht meest toegepaste CR-hogedrukpompen

E. Gernaat (ISBN ), uitgave Overzicht meest toegepaste CR-hogedrukpompen Dieselmanagement (7) E. Gernaat (ISBN 978-90-79302-03-1), uitgave 2012 1 Overzicht meest toegepaste CR-hogedrukpompen 1.1 De Denso HP2-hogedrukpomp In het jaar 2000 komt de hogedrukpomp HP2 van Denso op

Nadere informatie

HANDLEIDING airco diagnose gereedschap A/C Vloeistof Check artikelnummer: 501175 (complete set)

HANDLEIDING airco diagnose gereedschap A/C Vloeistof Check artikelnummer: 501175 (complete set) HANDLEIDING airco diagnose gereedschap A/C Vloeistof Check artikelnummer: 501175 (complete set) 1.0 Voorwoord 1) Deze handleiding richt zich tot de airco monteur, die door opleiding, of door speciale training,

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager

Nadere informatie

Inleiding. Inhoudsopgave: Omschrijving. 1.1 Het toetsenbord 1. 1.2 De displays 1. 1.3 Lampjes 1. 2.0 Vaste programma's 2. 3.0 Vrije programma's 3.

Inleiding. Inhoudsopgave: Omschrijving. 1.1 Het toetsenbord 1. 1.2 De displays 1. 1.3 Lampjes 1. 2.0 Vaste programma's 2. 3.0 Vrije programma's 3. Inleiding. Deze regelaar is in samenwerking met een Nederlands elektronica bedrijf door TOMA ontwikkeld. Daarbij is gebruik gemaakt van de nieuwste technieken, en gedacht aan bedieningsgemak en mogelijkheden.

Nadere informatie

Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-09. Tuning-kit voor Tractoren

Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-09. Tuning-kit voor Tractoren Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-09 Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop devolgendepaginavindtu:

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA2-2300R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA2-2300R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA2-2300R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS A C B 1 2 1 2 G D E A: LED-indicator B: Kinderbeveiliging C: LED-indicator D: Aan/uit-toetsen E: Groeptoets (kanaal 1 en

Nadere informatie

MK99 NL AUTOMATISCH IN WERKING TREDENDE STARTONDERBREKER MET ELEKTRONISCHE SLEUTEL EN OVERRIDE NOODCODE

MK99 NL AUTOMATISCH IN WERKING TREDENDE STARTONDERBREKER MET ELEKTRONISCHE SLEUTEL EN OVERRIDE NOODCODE MK99 NL AUTOMATISCH IN WERKING TREDENDE STARTONDERBREKER MET ELEKTRONISCHE SLEUTEL EN OVERRIDE NOODCODE Met de startonderbreker MK99 kunnen twee automatisch in werking tredende startonderbrekingen plaatsvinden

Nadere informatie

2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 23A 29A

2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 23A 29A 2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens

Nadere informatie

Duurzaam rijden, samen met ECOdrive

Duurzaam rijden, samen met ECOdrive Duurzaam rijden, samen met ECOdrive Beknopte gebruiksaanwijzing Algemene versie 07-2014 Introductie Het duurzaam ondernemen wordt steeds belangrijker. Veel bedrijven zijn verplicht CO 2 -doelstellingen

Nadere informatie

Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-V4T-00. Tuning-kit voor Tractoren

Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-V4T-00. Tuning-kit voor Tractoren Tractor Rapid-kit inbouw instructies Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-V4T-00 Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop

Nadere informatie

KIT OVO. De automatisering moet worden onderworpen aan onderhoud op een regelmatige basis om een goede werking te garanderen.

KIT OVO. De automatisering moet worden onderworpen aan onderhoud op een regelmatige basis om een goede werking te garanderen. Onderhoud De automatisering moet worden onderworpen aan onderhoud op een regelmatige basis om een goede werking te garanderen. 01. OVO vergt gepland onderhoud om de 6 maanden of 3000 manoeuvres na eerdere

Nadere informatie

XFoam-technologie. 1 x Premium 926 1 x MF973 of MF983

XFoam-technologie. 1 x Premium 926 1 x MF973 of MF983 (1) EGR Kleppenreiniger De innovatieve XFoam technologie lost hardnekkige verontreinigingen in het inlaat- en uitlaatsysteem van de motor zeer snel op. De uitstekende schuim- en bevochtigingseigenschappen

Nadere informatie

Sinthesi Deuropenermodule

Sinthesi Deuropenermodule Sinthesi Deuropenermodule 1105/3 met numeriek toetsenbord Elbo Technology b.v. Versie 1.1 - juni 2009 Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. Wijzigingen voorbehouden. Handleiding Sinthesi

Nadere informatie

Hoofdbediening CO 2. RF en Uitbreidingssensor CO 2. RF Handleiding voor de gebruiker. Verwarming Koeling Ventilatie Filtering

Hoofdbediening CO 2. RF en Uitbreidingssensor CO 2. RF Handleiding voor de gebruiker.  Verwarming Koeling Ventilatie Filtering Hoofdbediening RF en Uitbreidingssensor RF Handleiding voor de gebruiker In de Kasbah geplaatst in het voorjaar 2015 Verwarming Koeling Ventilatie Filtering www.dekasbah.nl Inhoudsopgave 1. Introductie

Nadere informatie

CCE-200, 201, 202, 203, 204 & 206 NL Elektronisch bedieningspaneel Installatie-, Montage- en Gebruikshandleiding Voor de Installateur

CCE-200, 201, 202, 203, 204 & 206 NL Elektronisch bedieningspaneel Installatie-, Montage- en Gebruikshandleiding Voor de Installateur CCE-200, 201, 202, 203, 204 & 206 NL Elektronisch bedieningspaneel Installatie-, Montage- en Gebruikshandleiding Voor de Installateur Inhoudsopgave Overzicht van elektronische ketelpanelen en bedieningen...

Nadere informatie

De voorkant. De zijkant. De banden

De voorkant. De zijkant. De banden Controlepunten: De voorkant De verlichting moet heel zijn en werken (de werking van de verlichting, remlichten en richtingaanwijzers kan voor je gaat rijden gecontroleerd worden door de examinator) De

Nadere informatie

Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A

Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A SERVICE MEDEDELING Edition néerlandaise (wit) SAFRANE JANUARI 1997 77 11 192 134 Type B 54 L, F 2697A Service 0422 S/Chapitre 29 Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A 29 BIJZONDERHEDEN

Nadere informatie

Afstandsbediening PU-5

Afstandsbediening PU-5 NL Afstandsbediening PU-5 Voor de luchtverwarmers PLANAR Ver.1.0.0.1 Inleiding. Deze gebruiksaanwijzing is een deel voor de documenten voor de luchtverwarmers PLANAR type. Bevat de informatie voor gebruikers

Nadere informatie

INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844)

INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844) 1 INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844) Hartelijk dank voor het kiezen van een GT produkt. Onze materialen zijn met uiterste zorg gefabriceerd en getest. Mocht U vragen over onze produkten hebben, dan

Nadere informatie

Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-VPD-02. Tuning-kit voor Tractoren

Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-VPD-02. Tuning-kit voor Tractoren Tractor Rapid-kit inbouw instructies Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-VPD-02 Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop

Nadere informatie

Geschreven door Eric Leijten vrijdag, 01 oktober :12 - Laatst aangepast dinsdag, 25 oktober :05

Geschreven door Eric Leijten vrijdag, 01 oktober :12 - Laatst aangepast dinsdag, 25 oktober :05 // D-Jetronic van Bosch (beschrijving van Robert Bosch GMBH) 1 Inleiding Het D-Jetronic-inspuitsysteem van Bosch is een intermitterend werkend systeem. De D-Jetronic bestaat uit drie samenwerkende systemen:

Nadere informatie

Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI

Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI Auto Alarm FM5000 FM500 FM600 FM700 LCD MINI I. Functies FM 2-weg autoalarm. 2. Alarm aan (stil) Druk nogmaals 1x op de knop van de afstandbediening om alarm in AUTO Localiseren status te activeren, indien

Nadere informatie

Heteluchtkanon HP18 / HP 30 / HP 45 RVS BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN

Heteluchtkanon HP18 / HP 30 / HP 45 RVS BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN Heteluchtkanon HP18 / HP 30 / HP 45 RVS BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN 1G:\002 Leverancier\030 Producten\005 Onderhoudsinstructies\TECHNISCHE GEGEVENS EN ONDERDELEN BOEKJES\BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN Belangrijk Alvorens

Nadere informatie

HANDLEIDING PROGRAMMAREGELAAR 40/16 SE

HANDLEIDING PROGRAMMAREGELAAR 40/16 SE Handleiding Programmaregelaar 40/16 SE rev. 01 blad 1 van 11 HANDLEIDING PROGRAMMAREGELAAR 40/16 SE WESTENENG OVENBOUW B.V. Elektrische- en gas- industrie-ovens Wielweg 46 3785 KR ZWARTEBROEK Telefoon

Nadere informatie

Cruisecontrol GC90 montagevoorschrift

Cruisecontrol GC90 montagevoorschrift Cruisecontrol GC90 montagevoorschrift Vanaf software versie F17.06D Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Voorwoord... 3 1.0 Doel, opbouw en werking van de GC90... 4 1.1 Doel van de GC90... 4 1.2 Opbouw...

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager

Nadere informatie

Henks Reparatie Werkplaats - Van IJsendijkstraat 152-1442LC - Purmerend - www.hksservices.nl. Bedienings display

Henks Reparatie Werkplaats - Van IJsendijkstraat 152-1442LC - Purmerend - www.hksservices.nl. Bedienings display Bedienings display T4 koelkast storing zoeken Dit artikel omschrijft het fout zoeken en om de juiste diagnose te stellen als de koelkast problemen geeft. Het betreft de volgende modellen. Compressor type

Nadere informatie