Motor en randorganen
|
|
|
- Guido Kok
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Motor en randorganen BENZINE-INSPUITSYSTEEM FEBRUARI 2005 EDITION NÉERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan RENAULT s.a.s. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van RENAULT s.a.s. Renault s.a.s. 2005
2 Motor en Randorganen Inhoud Blz. Blz. Inspuitsysteem EDC16 Inleiding -EDC-16-Vd08,10,14-1 Diagnosekaart -EDC-16-Vd08,10,14-6 Reinheidsvoorschriften -EDC-16-Vd08,10,14-8 Werking van het systeem -EDC-16-Vd08,10,14-10 Aansluitingen van de rekeneenheid -EDC-16-Vd08,10,14-18 Vervangen van organen -EDC-16-Vd08,10,14-20 Overzicht van de storingen -EDC-16-Vd08,10,14-23 Betekenis van de staten -EDC-16-Vd08,10,14-27 Conformiteitscontrole Overzicht van de staten Betekenis van de staten Overzicht van de parameters Overzicht van de commando's Betekenis van de commando's Klachten Zoekschema Test -EDC-16-Vd08,10, EDC-16-Vd08,10, EDC-16-Vd08,10, EDC-16-Vd08,10, EDC-16-Vd08,10, EDC-16-Vd08,10, EDC-16-Vd08,10, EDC-16-Vd08,10, EDC-16-Vd08,10, B BENZINE-INSPUITSYSTEEM Inspuitsysteem Sagem 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 Inleiding 17B-S Diagnosekaart 17B-S Werking van het systeem 17B-S Aansluitingen rekeneenheid 17B-S Vervangen van organen 17B-S Configuratie en inlezen 17B-S Overzicht van de storingen 17B-S Betekenis van de storingen 17B-S Conformiteitscontrole 17B-S Overzicht van de staten 17B-S Betekenis van de staten 17B-S Overzicht van de parameters 17B-S Betekenis van de parameters 17B-S Overzicht van de commando's 17B-S Betekenis van de commando's 17B-S Klacht 17B-S Zoekschema 17B-S
3 AFKORTINGEN AFKORTINGEN ABS ZOEKSCHEMA APC AVC BVA BVM BVR CAN CA CD DA DAE DVD DTC EGR ESP GMV CNG LPG HLE MAG MIG MR NT OBD SER SSPP THLE TM UCH UPC UCT UHLE VIN VERKLARING VAN DE AFKORTING Antiblokkeersysteem van de wielen Zoekschema Na contact Voor contact Automatische transmissie Handgeschakelde versnellingsbak Robotversnellingsbak Controller area network Airconditioning Compact disc Stuurbekrachtiging (hydraulisch) Elektrische stuurbekrachtiging Digital video disc Diagnostic trouble code Uitlaatgasrecirculatie (exhaust gaz recycling) Elektronisch stabiliteits programma (Electronic stability program) Ventilateurmotor Gecomprimeerd aardgas Vloeibaar petroleum gas Hoge elasticiteitslimiet Metal activ gaz (voor lassen van staal) Metal inert gaz (voor lassen van aluminium) Werkplaatshandboek Service Mededeling On Board Diagnostic Elektrisch weerstandslassen Controlesysteem van de bandenspanning Zeer hoge elasticiteitslimiet Arbeidstijd Huis met hulporganen Veiligheids- en schakeleenheid Dakcontrole eenheid Ultra hoge elasticiteitslimiet Voertuig identificatie nummer
4 EDC16 1 Diagnose - Inleiding 1. GELDIGHEID VAN HET DOCUMENT In dit document staat de diagnose die geldig is voor alle volgende rekeneenheden: Model: Laguna II phase 1 en phase 2, VELSATIS phase 1 en phase 2 Betreffende functie: Dieselinspuitsysteem Naam van de rekeneenheid: BOSCH EDC16 C3 PROGRAMMANR.: C1 2. ONMISBARE ELEMENTEN VOOR DE DIAGNOSE Type documentatie Methodes van de diagnose (dit document): Ondersteunende diagnose (geïntegreerd in het diagnoseapparaat), Dialogys. Elektrische schema's: Visu-Schéma (cd-rom), papier. Type diagnoseapparaat CLIP + CAN-sonde Type onmisbaar gereedschap Onmisbaar speciaal gereedschap multimeter Elé Elé of Elé Clip + CAN-sonde Verlengblok verbinding rekeneenheid Universeel verlengblok 3. TER HERINNERING Werkwijze Om energie te besparen onderbreekt het huis met hulporganen interieur van de LAGUNA II phase 2 en de VELSATIS phase 2 de + na contact na 3 min. Voor een diagnose van een rekeneenheid, is het mogelijk de + na contact gedurende 1 uur te forceren met behulp van de volgende procedure: druk op de ontgrendeltoets van de kaart, steek de kaart in de kaartlezer, druk op de startknop (onderbreking van de "tijdgeschakelde + na contact"), druk langer dan 5 secondes op de startknop tot het startvergrendelingslampje snel knippert (4 Hz). Deze functie "+ na contact geforceerd" is 1 uur lang actief. Een druk op de startknop of het verwijderen van de kaart uit de kaartlezer onderbreekt de voeding + na contact geforceerd maar onderbreekt niet de tijdschakeling van de functie "+ na contact geforceerd". Zolang het uur nog niet voorbij is, zorgt het aanzetten van het + na contact opnieuw voor voeding + na contact geforceerd voor de resterende tijd. EDC16_V08_PRELI/EDC16_V10_PRELI/EDC16_V14_PRELI -EDC16-Vd08,10,14-1
5 EDC16 Diagnose - Inleiding Storingen De storingen worden aanwezig verklaard of staan in het geheugen (verschenen in een bepaalde context en sindsdien verdwenen of nog altijd aanwezig maar niet geconstateerd onder de huidige omstandigheden). De staat aanwezig of in geheugen van de storingen moet bekeken worden bij het opstarten van het diagnoseapparaat na het aanzetten van + na contact (zonder iets aan de elementen van het systeem te doen). Een storing die aanwezig is, behandelt u zoals is aangegeven in het hoofdstuk Betekenis van de storingen. Bij een storing geheugen, noteert u de storingen die aangegeven zijn en volgt u de aanwijzingen van het deel adviezen. Als de storing bevestigd is na het opvolgen van de adviezen, is de storing aanwezig. Behandel de storing. Als de storing niet bevestigd wordt, controleer: de elektrische lijnen die bij de storing horen, de stekkers van deze lijnen (oxidatie, verbogen pennetjes enz.). de weerstand van het als defect aangegeven orgaan, de ligging en de staat van de draden (isolatie gesmolten of gescheurd, doorschuren). Conformiteitscontrole Bij de conformiteitscontrole worden de gegevens gecontroleerd die door het diagnoseapparaat niet als defect worden aangegeven als zij niet goed zijn. Hiermee kunt u: afwijkingen vinden welke verband houden met de klacht maar die niet als defect worden aangegeven, de werking van het systeem controleren om te voorkomen dat een storing na de reparatie snel weer terugkomt. In dit hoofdstuk vindt u een diagnose van de staten en de parameters, met de omstandigheden van de controle. Als een staat niet goed is of als een parameter buiten de tolerantie is, raadpleeg dan de met de overeenkomstige methode voor het storing zoeken. Klachten - Zoekschema' Als de controle met behulp van het diagnoseapparaat correct is, terwijl de klacht van de klant nog steeds aanwezig is, behandelt u het probleem uitgaande van de klacht. Een samenvatting van de globale werkwijze ziet u in het diagram op de volgende bladzijde -EDC16-Vd08,10,14-2
6 EDC16 Diagnose - Inleiding 4. WERKWIJZE BIJ HET STORING ZOEKEN Voer een voor-diagnose van het systeem uit* * Controleer de laadtoestand van de accu, de staat van de zekeringen en het peil in de tank. Druk de diagnosekaart af van het systeem (van de CLIP en in het Werkplaatshandboek of Service Mededeling) Sluit de CLIP aan Communicatie met rekeneenheid? nee Zie zoekschema n 1 ja Lezen van de storingen Bestaan van storingen nee Conformiteitscontrole ja Behandeling van de aanwezige storingen De verschijnselen blijven nee Storing opgelost Behandeling van de storingen in het geheugen Gebruik de zoekschema's De verschijnselen blijven nee Storing opgelost De verschijnselen blijven nee Storing opgelost ja Neem contact op met de technische helpdesk met ingevulde diagnosekaart -EDC16-Vd08,10,14-3
7 EDC16 Diagnose - Inleiding 4. WERKWIJZE BIJ HET STORING ZOEKEN (vervolg) Controle van de kabelbundels Moeilijkheden bij de diagnose Het aansluiten van de stekkers en/of het werken aan de kabelbundel kan, tijdelijk, de oorzaak van de storing wegnemen. De gemeten waarden van de spanningen, de weerstand en de isolatie zijn meestal correct, vooral als de storing niet aanwezig is op het moment van de analyse (storing in het geheugen). Controle op het oog Zoeken van beschadigingen, onder de motorkap en in het interieur. Voer een nauwgezette controle uit van de beschermingen, van de isolaties en van de correcte ligging van de kabelbundels. Zoek oxydatiesporen. Manuele controle Gebruik, tijdens de werkzaamheden aan de kabelbundels, het diagnoseapparaat op zo'n manier dat het een verandering aangeeft van de staat van de storingen van "in het geheugen" naar "aanwezig". Controleer of de stekkers correct zijn vergrendeld. Zet de stekkers lichtjes onder mechanische spanning. Verdraai de kabelbundel. Als er zich een verandering in de staat voordoet, probeer dan de oorzaak van het incident te lokaliseren. Onderzoek van elk element Maak de stekkers los en controleer het uiterlijk van de klemmetjes en van de pennetjes evenals het felsen (niet gefelst op de isolatie). Controleer of de klemmetjes en de pennetjes goed in de stekkerbehuizing vergrendeld zijn. Controleer of de klemmetjes of pennetjes tijdens het aansluiten niet worden teruggedrukt. Controleer de contactdruk van de klemmetjes met behulp van een pennetje van het juiste model. Controle van de weerstand: Controleer de geleiding van de complete lijnen, daarna sectie voor sectie. Zoek een kortsluiting aan massa, aan + 12 V of met een andere draad. Als een storing is gedetecteerd, repareer of vervang dan de kabelbundel. -EDC16-Vd08,10,14-4
8 EDC16 Diagnose - Inleiding 5. DIAGNOSEKAART LET OP! LET OP Bij alle incidenten van een complex systeem moet een complete diagnose worden uitgevoerd met het juiste gereedschap. Met de DIAGNOSEKAART, die tijdens de diagnose wordt ingevuld, krijgt en houdt u een overzicht van de uitgevoerde diagnose. Het is een essentieel element in de communicatie met de fabrikant. BIJ IEDERE DIAGNOSE MOET DAAROM EEN DIAGNOSEKAART WORDEN INGEVULD Er zal altijd naar deze kaart worden gevraagd: bij verzoeken om technische bijstand door de technische helpdesk, bij het vragen om goedkeuring, voor het vervangen van onderdelen waarvoor goedkeuring nodig is, om bij te voegen bij onderdelen die "onder controle" staan en die retour gezonden moeten worden. Het is daarmee een voorwaarde voor het vergoeden van de garantie, en is een hulp bij het analyseren van de uitgebouwde onderdelen. 6. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Bij alle werkzaamheden moeten de veiligheidsvoorschriften worden nageleefd om materiële schade en lichamelijk letsel te voorkomen: controleer de laadtoestand van de accu om beschadiging van de rekeneenheden te voorkomen door een te geringe lading, gebruik geschikt gereedschap. 7. VOORSCHRIFTEN INZAKE EEN SCHONE WERKOMGEVING BIJ WERKZAAMHEDEN AAN HET DIRECTE HOGEDRUK INSPUITSYSTEEM De gevaren van een vuile omgeving Het hogedruk inspuitsysteem is bijzonder gevoelig voor vuildeeltjes. Door vuil bestaat gevaar voor: ernstige schade aan de hogedruk inspuiting en de motor, klemmen of niet goed afdichten van een onderdeel. Bij alle werkzaamheden is een schone werkomgeving van het grootste belang. Door het goed opvolgen van de voorschriften zal er tijdens demontage geen vuil (deeltjes ter grote van enkele microns zijn al funest) in het systeem of in de leidingen binnendringen. De voorschriften gelden vanaf het filter tot en met de verstuivers. -EDC16-Vd08,10,14-5
9 Systeem: Inspuitsysteem Lijst van de onderdelen onder controle: Rekeneenheid Administratieve identificatie DIAGNOSEKAART Blz. 1 / 2 Datum 2 0 Ingevuld door VIN: Motor Diagnoseapparaat CLIP Versie van de update Klacht 579 Start niet - pech 570 Afslaan - slechte koude start 571 Afslaan - slechte warme start 586 Brandend waarschuwingslampje inspuitsysteem/ voorverwarming 572 Stationair - toerental onregelmatig 574 Stoten - inhouden 573 Onvoldoende vermogen 520 Abnormaal geluid, trillen 576 Rook - uitlaatstank 569 Slecht starten Ander Uw toelichting: Omstandigheden van de klacht 001 Koud 005 Rijdend 008 Bij afremmen op de motor 002 Warm 006 Bij het schakelen 009 Plotselinge storing 003 Stilstaand 007 Bij optrekken 010 Geleidelijke verslechtering 004 Af en toe Ander Uw toelichting: Gebruikte documentatie voor de diagnose Gebruikte diagnosemethode Type diagnosehandboek: N diagnosehandboek: N van de Service Mededeling Elektrisch schema: Titel en / of nummer: Werkplaatshandboek Service Ondersteunende Mededeling diagnose Gebruikt elektrisch schema Andere documentatie FD 01 Diagnosekaart bladzijde printen of fotokopiëren - bladzijde printen of fotokopiëren - bladzijde printen of fotokopiëren
10 Systeem: Inspuitsysteem DIAGNOSEKAART Blz. 2 / 2 Identificatie van de rekeneenheid en van de vervangen onderdelen voor het systeem Nummer onderdeel 1 Nummer onderdeel 2 Nummer onderdeel 3 Nummer onderdeel 4 Nummer onderdeel 5 Lezen met het diagnoseapparaat (Identificatiescherm): Rekeneenheid nummer Leverancier nummer Programma nummer Programmaversie Kalibratienummer: VDIAG Storingen aangegeven op het diagnoseapparaat Storingsnummer Aanwezig In geheugen Omschrijving van de storing Bijzonderheid Context van de storing bij zijn verschijnen Staat of parameter nummer Titel van de parameter Waarde Eenheid Specifieke informatie van het systeem Beschrijving: Aanvullende informatie Waarom heeft u de rekeneenheid vervangen? Welke andere onderdelen zijn vervangen? Andere defecte functies? Uw toelichting: FD 01 Diagnosekaart bladzijde printen of fotokopiëren - bladzijde printen of fotokopiëren - bladzijde printen of fotokopiëren
11 Diagnose - Reinheidsvoorschriften I - GEVAREN VAN VUIL Het hogedruk inspuitsysteem is bijzonder gevoelig voor vuildeeltjes. Door vuil bestaat gevaar voor: onherstelbare beschadigingen aan het hogedruk inspuitsysteem, het vastlopen van een onderdeel, het lekken van een onderdeel. Bij alle werkzaamheden is een schone werkomgeving van het grootste belang. Door het goed opvolgen van de voorschriften zal er tijdens demontage geen vuil (deeltjes ter grote van enkele microns zijn al funest) in het systeem binnendringen. De voorschriften gelden vanaf het filter tot en met de verstuivers. Waaruit bestaan vuildeeltjes? metaaldeeltjes of plastic deeltjes, lak, vezels: van karton, van kwasten, van papier, van kleding, van doeken, kleine objecten als haren, de omgevingslucht enz. LET OP De motor mag niet met een hogedrukspuit worden schoongespoten omdat dit de stekkerverbindingen beschadigt. Bovendien kan het vocht in het stekkerblok achterblijven en storingen veroorzaken. II - VOORSCHRIFTEN VÓÓR DE WERKZAAMHEDEN LET OP Voordat met de werkzaamheden aan het hogedruk inspuitsysteem wordt begonnen beschermt u: de aandrijfriem hulporganen en de distributieriem, de elektrische hulporganen (startmotor, dynamo, elektrische stuurbekrachtigingspomp), het vlak van het vliegwiel, zodat er geen dieselbrandstof op het frictievlak van de koppeling kan komen. Zorg dat u beschikt over de doppen voor de te openen wartels (set met doppen te koop in het magazijn). Deze doppen zijn slechts geschikt voor eenmalig gebruik. Na gebruik moet u deze doppen weggooien (goed schoonmaken is niet voldoende). Doppen die u overhoudt, moet u ook weggooien. -EDC16-Vd08,10,14-8
12 Diagnose - Reinheidsvoorschriften Zorg dat u beschikt over plastic zakken voor het bewaren van onderdelen, die meer dan eens hermetisch kunnen worden afgesloten. Door onderdelen hierin te bewaren bestaat er minder kans dat zij vuil worden. Deze zakken mogen vervolgens niet meer worden gebruikt en moeten na gebruik worden weggegooid. Bestel pluisvrije schoonmaakdoekjes (doekjes met nummer ). Het is niet toegestaan papier of gewone doeken te gebruiken. Deze gaan pluizen en kunnen het brandstofcircuit vervuilen. De schoonmaakdoekjes zijn slechts geschikt voor eenmalig gebruik. Gebruik nieuw schoonmaakmiddel bij alle werkzaamheden (een gebruikt schoonmaakmiddel is vuil). Giet dit in een schone bak. Gebruik bij elke ingreep een nieuw en in goede staat verkerend penseel/borsteltje (dit mag geen haren verliezen). Maak de te openen aansluitingen met een kwastje met schoonmaakmiddel schoon. Blaas gereedschap, werkblad en onderdelen, wartels en omgeving van het inspuitsysteem droog met perslucht. Let op dat er geen haartjes van de kwast achterblijven. Was uw handen voor en indien nodig tijdens de werkzaamheden. Draag latex handschoenen over leren werkhandschoenen ter bescherming en om vervuiling te voorkomen. III - VOORSCHRIFTEN TIJDENS DE WERKZAAMHEDEN Na het openen van het circuit moeten de openingen, waardoor vuil kan binnendringen, meteen met doppen worden afgesloten. De doppen zijn verkrijgbaar in het magazijn. De doppen mogen in geen enkel geval opnieuw gebruikt worden. Sluit de te gebruiken plastic opbergzakken altijd hermetisch af, zelfs indien u deze even later weer moet openmaken. Ook de omgevingslucht is een bron van verontreiniging. Uitgebouwde onderdelen moeten, na met doppen te zijn afgesloten, in de hiervoor bestemde hermetisch afsluitbare plastic zakken worden opgeborgen. Na het openen van het circuit is het streng verboden kwasten, schoonmaakmiddel, perslucht of doeken te gebruiken. Hierdoor kunnen vuildeeltjes in het circuit komen. Indien een nieuw onderdeel wordt gemonteerd, haal dit dan pas op het allerlaatste moment uit de verpakking. -EDC16-Vd08,10,14-9
13 EDC16 Diagnose - Werking van het systeem Overzicht van het systeem Het "Common Rail" brandstofsysteem met hogedruk inspuiting levert de motor op ieder moment de juiste hoeveelheid brandstof. Het is uitgerust met een 112-polige rekeneenheid van het merk BOSCH en type EDC16 C3. Het systeem bestaat uit: een peervormige opvoerpomp in het lagedrukcircuit, een brandstoffilter, een hogedrukpomp met ingebouwde opvoerpomp (perspomp), een hogedrukregelaar op de pomp, een hoofdinspuitbuis, een opname element brandstofdruk verbonden met de hoofdinspuitbuis, vier elektromagnetische verstuivers, een opname element brandstoftemperatuur, een opname element koelvloeistoftemperatuur, een opname element luchttemperatuur voor, een opname element referentie cilinder, een opname element toerental, een opname element turbodruk, een opname element gaspedaal, een EGR-elektroklep, een opname element atmosferische druk ingebouwd in de rekeneenheid van het inspuitsysteem, een luchtdoorstroommeter, een de elektroklep voor de turbodrukbegrenzing, een elektroklep inlaatluchtklep, een roetfilter, sondes voor de druk en de temperatuur van het roetfilter. Het "Common Rail" brandstofsysteem met directe hogedruk inspuiting is een inspuitsysteem met sequentiële inspuiting van dieselbrandstof (afgeleid van de sequentiële multipunt inspuiting van benzinemotoren). Dankzij dit systeem, dat gebruik maakt van een voorinspuiting, maakt de motor minder lawaai, stoot hij minder roet en schadelijke uitlaatgassen uit en levert hij reeds bij lage toerentallen een aanzienlijk koppel. De hogedrukpomp levert brandstof met een hoge druk voor de hoofdinspuitbuis. De actuator op de pomp controleert de hoeveelheid geleverde brandstof afhankelijk van de door de rekeneenheid bepaalde vraag. De hoofdinspuitbuis voedt iedere verstuiver via een stalen leiding. -EDC16-Vd08,10,14-10
14 EDC16 Diagnose - Werking van het systeem a) De rekeneenheid: Hij bepaalt bij welke druk de motor het beste functioneert en stuurt de drukregelaar. Via de informatie die de rekeneenheid ontvangt van het opname element brandstofdruk controleert de rekeneenheid de druk. Hij bepaalt de inspuitduur die nodig is om de juiste hoeveelheid brandstof in te spuiten en het moment waarop met de inspuiting moet worden begonnen. Hij stuurt iedere verstuiver apart elektrisch aan na het bepalen van deze twee waarden. De hoeveelheid ingespoten brandstof is afhankelijk van: de duur van de bekrachtiging van de verstuiver, de druk in de hoofdinspuitbuis (door de rekeneenheid geregeld), de snelheid waarmee de verstuiver opent en sluit, de slag van de naald (bepaald door een constante voor een type verstuiver), de hydraulische nominale opbrengst van de verstuiver (uniek voor elke verstuiver). De rekeneenheid regelt: de stationair toerentalregeling, de hoeveel uitlaatgassen die wordt teruggevoerd naar de inlaat, de controle van de brandstofaanvoer (vervroeging, opbrengst en druk van de hoofdinspuitbuis), de bediening van de ventilateurmotor, de airconditioning (functie koude kringloop), de functie snelheidsregelaar / begrenzer, het aansturen van de voor-naverwarming, het aansturen van de waarschuwingslampjes via het multiplexnetwerk. De hogedrukpomp wordt met lage druk gevoed door een ingebouwde opvoerpomp (perspomp). Hij voedt de hoofdinspuitbuis waarvan de druk wordt gecontroleerd voor de vulling door de opbrengstactuator en voor de afvoer door de ventielen van de verstuivers. Drukverliezen kunnen op deze manier worden gecompenseerd. Dankzij de opbrengstactuator hoeft de hogedrukpomp niet meer brandstof te leveren dan nodig is voor het in stand houden van de druk in de hoofdinspuitbuis. Hierdoor is er minder warmte-ontwikkeling en heeft de motor een beter rendement. Voor het ontlasten van de hoofdinspuitbuis met de ventielen van de verstuivers, worden de ventielen aangestuurd door middel van kleine elektrische impulsen: kort genoeg om de verstuiver niet te openen (via het retourcircuit van de verstuivers), lang genoeg om de ventielen te openen en de hoofdinspuitbuis te ontlasten. -EDC16-Vd08,10,14-11
15 EDC16 Diagnose - Werking van het systeem b) Multiplexverbinding tussen de verschillende rekeneenheden van de auto. Het elektronische systeem in deze auto gebruikt multiplextechiek. Deze verzorgt de communicatie tussen de verschillende rekeneenheden van de auto. Hierdoor: branden de waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel via het multiplexnetwerk, het doorgeven van de storingen van de auto gebeurt via het multiplexnetwerk, geen opname element snelheid op de versnellingsbak. De informatie rijsnelheid op het instrumentenpaneel wordt doorgegeven door de ABS-rekeneenheid via een draadverbinding, en daarna uitgezonden op het multiplexnetwerk door het instrumentenpaneel. De belangrijkste gebruikers van de snelheidsinformatie zijn de rekeneenheid van het inspuitsysteem en de airbagrekeneenheid. Bepaalde uitvoeringen hebben een opname element voor de detectie van water in de brandstof, in het filter. Als de brandstof water bevat, gaat het oranje waarschuwingslampje "inspuitsysteem en voor/naverwarming" branden. BELANGRIJK De motor mag niet werken met: Een dieselbrandstof die meer dan 10 % diester bevat, benzine, zelfs in een hele kleine hoeveelheid. De maximale brandstofdruk in het systeem is 1600 bar. Controleer voor iedere reparatie of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat en of de brandstoftemperatuur niet te hoog is. Bij alle werkzaamheden aan het hogedruk inspuitsysteem moet u de voorschriften inzake reinheid en veiligheid stipt opvolgen die in dit document staan. Het is niet toegestaan het inwendige van de pomp en van de verstuivers te demonteren. Alleen de opbrengstactuator, het opname element van de brandstoftemperatuur en de venturi kunnen worden vervangen. Om veiligheidsredenen is het streng verboden om een wartel van een hogedrukleiding los te draaien als de motor draait. Om vervuiling van het circuit te voorkomen is het verboden om het opname element druk van de hoofdinspuitbuis uit te bouwen. In geval van storing van het opname element druk, is het noodzakelijk om het opname element druk, de hoofdinspuitbuis en de hogedrukleidingen te vervangen. Het uitbouwen van een pomppoelie met nummer is ten strengste verboden. Vervang als u de pomp vervangt ook de poelie. Geen enkel onderdeel van het systeem mag rechtstreeks met + 12 V worden gevoed. Ontkolen en ultrasoon reinigen zijn verboden. Start nooit de motor als de accu niet correct is aangesloten. Maak de stekker los van de rekeneenheid van het inspuitsysteem bij laswerkzaamheden aan de auto. -EDC16-Vd08,10,14-12
16 EDC16 Diagnose - Werking van het systeem c) Ingebouwde functies: Hulp bij beheer airconditioning: Bij de modellen met airconditioning, biedt het systeem EDC16 de mogelijkheid de airco uit te schakelen via de UCH, bij bepaalde gebruiksomstandigheden: uitschakeling door de bestuurder, tijdens het starten, bij oververhitting (om het door de motor te leveren vermogen te verminderen), bij zeer hoog toerental (bescherming van de compressor), bij bepaalde kortstondige situaties (zoals sterk accelereren om in te halen, om afslaan te voorkomen en bij het wegrijden). Met deze omstandigheden wordt alleen rekening gehouden als ze niet steeds terugkomen, om een instabiele werking van het systeem te voorkomen (onverwacht uitschakelen). Bij het opheffen van bepaalde storingen. Beheer van de airconditioning bij koude cyclus: Het airconditioning, is van het koude kringsysteem en verdeeld over verschillende rekeneenheden. De rekeneenheid van het inspuitsysteem is belast met het: toestaan van de vraag om kou afhankelijk van: de druk van het koudemiddel, de koelvloeistoftemperatuur, het motortoerental. berekenen van het geabsorbeerde vermogen door de compressor (uitgaande van de druk van het koudemiddel), vragen om het aansturen van de ventilateurmotors afhankelijk van de rijsnelheid, de druk van het koudemiddel en de temperatuur van de koelvloeistof in de motor. De bestuurder vraagt het inschakelen van de airconditioning via de keuzeschakelaar van de ventilatie die is gekoppeld aan een schakelaar. Dit verzoek om koude lucht wordt toegestaan of niet, dit is afhankelijk van de gemeten druk. Als deze druk buiten de grenzen van het werkgebied liggen, wordt de koude kringloop niet geactiveerd. -EDC16-Vd08,10,14-13
17 EDC16 Diagnose - Werking van het systeem Beheer van de koelvloeistofverwarmingselementen: Voor het verbeteren van de koude start, heeft de auto koelvloeistofverwarmingselementen. Deze koelvloeistofverwarmingselementen worden beheerd en aangestuurd door de UCH. De rekeneenheid van het inspuitsysteem staat het aansturen van de koelvloeistofverwarmingselementen wel of niet toe, naargelang de werkomstandigheden en de vermogensbehoefte van de motor. Er kunnen maximaal drie koelvloeistofverwarmingselementen worden aangestuurd, dit is hoofdzakelijk afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur (< 15 C) en van de luchttemperatuur (< 5 C). Beheer van de snelheidsregelaar/begrenzer: De functie snelheidsregelaar maakt het mogelijk, als hij ingeschakeld is, om de rijsnelheid vast te houden op een vooraf ingestelde waarde en dit ongeacht de omstandigheden tijdens het rijden. De bestuurder kan met behulp van insteltoetsen de rijsnelheid verhogen of verlagen. Als de bestuurder sneller wil rijden dan de ingestelde snelheid, kan hij: het gaspedaal indrukken om sneller te gaan rijden (de auto gaat terug naar de eerder ingestelde snelheid als de bestuurder het gaspedaal loslaat), op de schakelaars van het systeem drukken. De snelheidsregelaar kan worden uitgeschakeld door: de schakelaars van het systeem, uitschakeling met de schakelaar van de snelheidsregelaar, de detectie door het systeem van bepaalde gebeurtenissen, zoals het indrukken van het rempedaal of het koppelingspedaal, de detectie door het systeem van fouten, zoals een verkeerde rijsnelheid. De regeling kan ook tijdelijk worden uitgeschakeld als de bestuurder het gaspedaal indrukt om sneller te rijden. De ingestelde snelheid wordt weer aangehouden als de bestuurder het gaspedaal loslaat. De auto zal op gecontroleerde wijze de ingestelde snelheid weer bereiken. De regeling van de rijsnelheid kan weer worden ingeschakeld en de ingestelde snelheid kan weer worden hervat als de functie om welke reden dan ook onderbroken is geweest (voeding van de rekeneenheid niet onderbroken). De snelheidsbegrenzer begrenst, als hij is ingeschakeld (via de keuzeschakelaar), de rijsnelheid op een vooraf ingestelde waarde. e bestuurder controleert de auto normaal met behulp van het gaspedaal tot de ingestelde snelheid. Als hij probeert deze snelheid te overschrijden, houdt het systeem geen rekening met het indrukken van het pedaal en controleert de rijsnelheid zoals de snelheidsregelaar dit zou doen onder voorbehoud dat het gaspedaal genoeg ingedrukt is. Net als bij de snelheidsregelaar kan de ingestelde snelheid worden verandert met de insteltoetsen door deze kort of continu in te drukken. Om veiligheidsredenen, kan sneller gereden worden dan de ingestelde snelheid als het gaspedaal voorbij een bepaalde stand wordt ingedrukt. De controle verloopt dan geheel hiermee, tot de rijsnelheid weer lager is dan de ingestelde snelheid, en de begrenzing wordt weer actief. Als de bestuurder sneller wil rijden dan de ingestelde snelheid, kan hij: voorbij het "zware punt" op het gaspedaal drukken, de ingestelde snelheid verhogen met een korte of lange druk. De snelheidsbegrenzer kan worden uitgeschakeld door: de schakelaars van het systeem, uitschakeling met de schakelaar van de snelheidsbegrenzer, de detectie door het systeem van bepaalde gebeurtenissen, zoals het indrukken van het rempedaal of het koppelingspedaal, de detectie door het systeem van fouten, zoals een verkeerde rijsnelheid. -EDC16-Vd08,10,14-14
18 EDC16 Diagnose - Werking van het systeem Beheer van het EGR-systeem Het EGR-systeem bestaat uit een gelijkstroom EGR-elektroklep die wordt aangestuurd door een H-brug in de rekeneenheid. Dit systeem heeft ook een potentiometer die de stand van de klep controleert. De EGR-klep wordt gecontroleerd door een regelkring op de verandering van de luchtstroom die wordt gemeten door de doorstroommeter. De potentiometer wordt gebruikt voor de diagnose van de stand van de EGR-klep. Een by-pass van de EGR koelt de uitlaatgassen voordat zij naar de inlaat worden gevoerd, als de temperatuur van de koelvloeistof in de motor dat toelaat. Beheer van het roetfilter Door het roetfilter (FAP) is er geen uitstoot van roetdeeltjes meer in de uitlaatgassen. Het FAP heeft een poreuze structuur bestaande uit kanalen voor het filtreren van de uitlaatgassen. Het FAP bestaat uit een aantal onderdelen: een oxydatie voorkatalysator na de turbo om de hoeveelheden CH/CO binnen de geldende normen te brengen, het roetfilter onder de carrosserie, opname element drukverschil om de rekeneenheid te informeren over de drukken voor en achter het FAP, opname element temperatuur voor en achter het FAP. Tijdens het rijden vult het roetfilter zich geleidelijk met roet en vanaf een bepaalde massa roet, wordt het gereinigd via het principe van de regeneratie. Deze regeneratie bestaat uit het verbranden van het in het filter verzamelde roet. Het opname element drukverschil informeert de rekeneenheid over de hoeveelheid roet in het FAP. De rekeneenheid geeft dan opdracht voor het regenereren. De verbranding van de motor wordt verlaat om de temperatuur van de uitlaatgassen te verhogen tussen 550 en 650 Ω. Bij deze temperatuur kan het roet verbranden en het roetfilter regenereren. Het regenereren kan alleen automatisch tijdens het rijden gebeuren als de roetmassa minder is dan 45 g. Als de roetmassa groter is dan 45 g of als het regenereren tijdens het rijden niet mogelijk was, moet de gebruiker vragen om een regeneratie in de werkplaats. Deze regeneratie moet in de werkplaats gebeuren. Volg stipt de instructies die staan in de betekenis van de commando's in dit document voor een veilige regeneratie. Het roetfilter moet elke km worden vervangen, en na het vervangen is een herconfiguratie nodig. -EDC16-Vd08,10,14-15
19 EDC16 Diagnose - Werking van het systeem Beheer van de waarschuwingslampjes: Weergave op het instrumentenpaneel De rekeneenheid regelt de weergave op het instrumentenpaneel van bepaalde informatie over de werking van de motor. Dit betreft zes functies: het controlelampje voor/naverwarming, het waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur, het waarschuwingslampje prioriteit 1 (niet kritieke storing), het waarschuwingslampje prioriteit 2 (direct stoppen), het waarschuwingslampje OBD van het EOBD (European On Board Diagnostic), het waarschuwingslampje roetfilter. Deze zes functies wordt weergegeven door 4 lampjes en/of berichten via de boordcomputer. Oranje controlelampje voor-naverwarming / niet kritieke storing "SERVICE" (prioriteit 1) Dit lampje is tegelijk controlelampje voor de werking en waarschuwingslampje voor storingen van het systeem: Continu branden met + na contact: Geeft de voorverwarming van de voorverwarmingsstiften aan. Continu branden met boodschap "inspuitsysteem controleren": Geeft een storing met prioriteit 1 aan (werking volgens noodprogramma van het inspuitsysteem). De gebruiker moet het systeem zo snel mogelijk laten herstellen. Rood waarschuwingslampje temperatuur / direct stoppen "STOP" (prioriteit 2) Dit lampje is tegelijk controlelampje voor de werking en waarschuwingslampje voor storingen van het systeem. Het brandt gedurende 3 secondes bij het inschakelen van het contact (automatische testprocedure beheerd door het instrumentenpaneel): Continu branden: Geeft een oververhitting aan (het blijft de bestuurder vrij de auto stil te zetten of niet). Continu branden met boodschap "inspuitsysteem defect": Geeft een probleem met prioriteit 2 aan (de inspuiting wordt hierbij automatisch onderbroken na enkele secondes). De gebruiker moet het systeem zo snel mogelijk laten herstellen. Oranje waarschuwingslampje luchtverontreiniging "OBD": Weergegeven door een motorsymbool, het licht bij het aanzetten van het contact op gedurende ongeveer 3 secondes. Dit waarschuwingslampje brandt als het systeem een of meer OBD storingen heeft. Dit lampje waarschuwt de bestuurder voor storingen in het inspuitsysteem waardoor te veel luchtverontreiniging ontstaat of dat het systeem van het EOBD is gedeactiveerd. De rekeneenheid van het inspuitsysteem vraagt om het oplichten van het waarschuwingslampje OBD voor een storing die sinds drie opeenvolgende rijcycli aanwezig is. De visuele controle van 3 secondes bij het aanzetten van het contact (automatische testprocedure beheerd door het instrumentenpaneel) wordt uitgevoerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. "ORANJE" WAARSCHUWINGSLAMPJE ROETFILTER (ALLEEN LAGUNA II phase 2 en VELSATIS phase 2) Het waarschuwingslampje roetfilter wordt gebruik voor het waarschuwen van de bestuurder dat het roetfilter gevuld is (roetmassa groter dan 40 g of aantal mislukte regeneraties groter dan 8 door ongunstige rijomstandigheden voor een regeneratie). De bestuurder moet dan zo snel mogelijk gaan rijden met een gemiddelde snelheid van 80 km/u als de verkeersomstandigheden en de toegestane snelheid dat toelaten. BELANGRIJK De LAGUNA II phase 1 en VELSATIS phase 1 hebben dit lampje niet. De boordcomputer geeft de boodschap "Roetfilter regenereren" in de plaats van dit lampje. -EDC16-Vd08,10,14-16
20 EDC16 Diagnose - Werking van het systeem Beheer van het EOBD: Met het OBD (On Board Diagnostic) systeem kunnen storingen worden gedetecteerd die de luchtverontreiniging door de auto verhogen (overschrijding van de emissienormen OBD EURO IV). Dit systeem moet gedurende de gehele levensduur van de auto actief zijn. 1. Voorwaarden voor het verschijnen van een OBD storing Een OBD storing wordt gedetecteerd na 3 rijcycli, en de volgende parameters worden in de rekeneenheid opgeslagen: motorbelasting, rijsnelheid, luchttemperatuur, koelvloeistoftemperatuur, turbodruk, druk hoofdinspuitbuis, luchtdoorstroming, afgelegde afstand in Km met brandend "OBD" lampje. Hiermee kan bestuurder weten of zijn auto een storing heeft die direct invloed heeft op de luchtverontreiniging. 2. Systeemstoringen gedetecteerd door het OBD Het OBD systeem signaleert maar een paar storingen: DF010 "Circuit opname element stand EGR-klep". DF012 "Voedingsspanning n 2 van de opname elementen". DF016 "Commandocircuit EGR-klep". DF038 "Rekeneenheid". DF040 "Circuit verstuiver cilinder 1". DF041 "Circuit verstuiver cilinder 2" DF042 "Circuit verstuiver cilinder 3". DF043 "Circuit verstuiver cilinder 4". DF621 "EGR-klep open geblokkeerd". Na sommige reparaties zijn inlezingen nodig om de goede werking van de organen van de motor te garanderen. Volg de inleesprocedures stip op (zie "Vervangen van organen"), wanneer de EGR-klep of een verstuiver wordt vervangen. 3. Voorwaarden voor het wissen van een OBD storing Het wissen van een OBD storing gebeurt in een aantal fases. De aanwezige storing op het diagnoseapparaat gaat pas over naar het geheugen (na een reparatie) als er 3 keer met de auto is gereden. Het waarschuwingslampje OBD dooft pas na deze 3 ritten. Het lampje op het instrumentenpaneel betekent niet altijd dat het systeem een storing heeft. Voordat de OBD storing en de verschijningsparameters zijn gewist uit de rekeneenheid, moet de motor 40 keer warm zijn geweest. De motor is warm als tijdens het rijden: de temperatuur van de koelvloeistof in de motor ten minste 71,1 C is geweest, de temperatuur van de koelvloeistof in de motor 22,2 C warmer is geweest dan de starttemperatuur van de motor. Als aan één van deze voorwaarden niet is voldaan, blijft de OBD storing aanwezig of in het geheugen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. -EDC16-Vd08,10,14-17
21 EDC16 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid 1 - zwarte stekker A, 32-polig 2 - bruine stekker B, 48-polig Aansl. Omschrijving Aansl. Omschrijving A1 A2 A3 A4 B1 B2 B3 B4 C1 C2 C3 C4 D1 D2 D3 D4 E1 E2 E3 E4 F1 F2 F3 F4 G1 G2 G3 G4 H1 H2 H3 H4 Niet in gebruik Massa schakelaar snelheidsregelaar Signaal netwerk CAN L Signaal netwerk CAN H Commando onderbreken airconditioning Signaal opname element vliegwiel Niet in gebruik Uitgang diagnoseaansluiting lijn K Niet in gebruik Niet in gebruik Massa schakelaar snelheidsbegrenzer Uitgang signaal voeding ontkoppeling Voeding + na contact Commando programmering snelheidsregelaar Signaal retour programmering snelheidsregelaar Signaal brandstofopbrengst Niet in gebruik Commando cyclus airconditioning Signaal inschakelen verwarmde voorruit Uitgang signaal voeding rempedaalcontact Niet in gebruik Voeding opname element gaspedaal baan 2 Signaal opname element gaspedaal baan 2 Massa opname element gaspedaal baan 2 Voeding + na relais (UPC) Voeding opname element gaspedaal baan 1 Niet in gebruik Accumassa Accumassa Signaal opname element gaspedaal baan 1 Massa opname element gaspedaal baan 1 Accumassa A1 A2 A3 A4 B1 B2 B3 B4 C1 C2 C3 C4 D1 D2 D3 D4 E1 E2 E3 E4 F1 F2 F3 F4 G1 G2 G3 G4 H1 H2 H3 H4 Massa opname element nokkenas en temperatuur voor roetfilter Diagnosesignaal extra verwarming Niet in gebruik Voeding opname element druk hoofdinspuitbuis Signaal voeding opname element vliegwiel Diagnose inlaatluchtklep Niet in gebruik Voeding luchtdoorstroommeter Signaal massa opname element vliegwiel Signaal voeding motor EGR-klep Signaal CAN H motor Massa opname element druk hoofdinspuitbuis Signaal opname element nokkenas (referentie cilinder 1) Signaal massa motor EGR-klep Signaal CAN L motor Massa opname element turbodruk Commando massa relaisspoel vergrendeling inspuiting Signaal massa luchtdoorstroommeter en luchttemperatuur Niet in gebruik Niet in gebruik Signaal opname element aircodruk Signaal voeding opname element koelvloeistoftemperatuur Voeding opname element aircodruk Voeding opname element stand EGRklep Signaal voeding luchtdoorstroommeter Signaal luchttemperatuur Signaal opname element rail brandstofdruk Voeding opname element turbodruk en opname element drukverschil roetfilter Massa opname element koelvloeistoftemperatuur Signaal brandstoftemperatuur Signaal opname element temperatuur voor roetfilter Niet in gebruik -EDC16-Vd08,10,14-18
22 EDC16 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid 2 - bruine stekker B, 48-polig (vervolg) 3 - grijze stekker C, 32-polig Aansl. Omschrijving Aansl. Omschrijving J1 J2 J3 J4 K1 K2 K3 K4 L1 L2 L3 L4 M 1 M 2 M 3 M 4 Niet in gebruik Signaal opname element EGR-klep Niet in gebruik Commando - elektroklep inlaatluchtklep Niet in gebruik Signaal opname element turbodruk Signaal opname roetfilter Commando relais koelvloeistofverwarmingselement N 1. Niet in gebruik Niet in gebruik Commando elektroklep by-pass EGR Massa doorstroommeter Commando - turbulentieklep Voeding + na contact Commando relais koelvloeistofverwarmingselement n 3. Commando elektroklep brandstofdrukregeling (opbrengstactuator) A1 A2 A3 A4 B1 B2 B3 B4 C1 C2 C3 C4 D1 D2 D3 D4 E1 E2 E3 E4 F1 F2 F3 F4 G1 G2 G3 G4 H1 H2 H3 H4 Commando relais koelvloeistofverwarmingselement N 2. Signaal detectiesonde water in dieselbrandstof Signaal dynamo Diagnosesignaal rekeneenheid voornaverwarming Commando - relais koelventilateur 1 Signaal opname element drukverschil roetfilter Commando voeding remlichten Niet in gebruik Commando - relais lagedruk brandstofpomp Massa EGR-klep Massa opname element aircodruk Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Commando elektroklep turbodruk Commando rekeneenheid voorverwarming Massa opname element temperatuur achter roetfilter Voeding opname element temperatuur voor turbocompressor Massa brandstoftemperatuur Commando - relais koelventilateur 2 Massa opname element drukverschil roetfilter Niet in gebruik Voeding verstuiver 4 Voeding verstuiver 2 Commando verstuiver 1 Commando verstuiver 2 Voeding verstuiver 1 Voeding verstuiver 3 Commando verstuiver 4 Commando verstuiver 3 -EDC16-Vd08,10,14-19
23 Diagnose - Vervangen van organen VERVANGEN OF HERPROGRAMMEREN VAN DE REKENEENHEID Het systeem kan via de diagnoseaansluiting geprogrammeerd en geherprogrammeerd worden met behulp van het diagnoseapparaat RENAULT CLIP (zie SM 3585A). Tijdens de gehele duur van het (her) programmeren van de rekeneenheid draaien de koelventilateurs automatisch. LET OP Schakel het diagnoseapparaat in (voeding via lichtnet of aansteker). Sluit een acculader aan. Schakel alle elektrische stroomverbruikers uit (koplampen, binnenlichten, airconditioning, radio CD...). Wacht tot de motor is afgekoeld (temperatuur van de koelvloeistof in de motor < 60 en luchttemperatuur < 50 ). Voor het programmeren, herprogrammeren of vervangen van de rekeneenheid, moeten in het diagnoseapparaat de volgende gegevens opgeslagen worden: de IMA-codes (individuele verstuivercorrectie), de adaptieve waarden van de motor (motortoerental, en aanwezige opties op de auto) door het commando SC003 "Opslaan gegevens rekeneenheid". BELANGRIJK Een rekeneenheid zonder optie IMA kan worden vervangen door een rekeneenheid met deze optie. De codes zijn dus niet opgeslagen tijdens het commando SC003. In dit geval wordt de staat ET104 "Gebruik van de verstuivercodes" "JA", de storing DF276 "Inlezen verstuivercodes" is aanwezig, en de motor werkt in het noodprogramma. Gebruik het commando SC002 "Invoeren van de verstuivercodes" volgens de procedure die is beschreven bij de betekenis van dit commando. Na het programmeren, herprogrammeren of vervangen van de rekeneenheid: zet het contact uit en weer aan, start de motor en zet deze weer stil (voor het initialiseren van de rekeneenheid) en wacht 30 secondes, gebruik het diagnoseapparaat voor de volgende stappen: gebruik het commando SC001 "Schrijven opgeslagen gegevens", om de verstuivercodes en de adaptieve waarden van de motor te herstellen. gebruik het commando VP010 "Schrijven van het VIN", behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid, Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. N.B.: Als de commando's SC001 en SC003 niet werken of zijn vergeten, moeten na het vervangen of (her)programmeren van de rekeneenheid, de IMA codes van elke verstuiver met de hand worden ingevoerd, lees de code af op elke verstuiver (zie Vervangen van de verstuivers). LET OP De rekeneenheid van de inspuiting behoudt levenslang zijn startvergrendelingscode. Het systeem heeft geen noodcode. Het testen met een rekeneenheid uit het magazijn, of uit een andere auto, die na de test moet worden teruggegeven, is verboden. Deze rekeneenheden zijn voor altijd gecodeerd. Als de rekeneenheid van het inspuitsysteem defect is, vul dan de "Diagnosekaart" in en neem contact op met de technische helpdesk. -EDC16-Vd08,10,14-20
24 Diagnose - Vervangen van organen VERVANGEN VAN DE VERSTUIVERS N.B.: De "IMA" codering (individuele verstuivercorrectie) is een kalibratie die in de fabriek is uitgevoerd op iedere verstuiver om de opbrengst ervan nauwkeurig af te stemmen. Deze correctiewaarden staan gegraveerd op het bakelieten huis iedere verstuiver (6 alfanumerieke tekens) en worden ingevoerd in de rekeneenheid die hierdoor bij het aansturen van iedere verstuiver rekening kan houden met de fabricageverschillen. Na het vervangen van één of meer verstuivers moeten de IMA-codes opnieuw worden ingevoerd. Het systeem kan worden geparametreerd via de diagnoseaansluiting met behulp van het diagnoseapparaat RENAULT CLIP. Noteer hiervoor de "IMA" code(s) die zijn gegraveerd op het huis van de verstuiver, en voer deze codes in de rekeneenheid in met behulp van het commando SC002 "Invoeren van de verstuivercodes", en volg de instructies van het diagnoseapparaat. LET OP Zet, na beëindiging van het commando het contact uit en verlaat het diagnoseprogramma. Wacht 40 secondes. Start het diagnoseprogramma opnieuw. Selecteer de functie "Identificatie rekeneenheid" van het hoofdscherm. Controleer of de ingevoerde verstuivercodes in de rekeneenheid overeenkomen met de op de verstuivers genoteerde codes. Als de codes niet overeenkomen, begin de procedure opnieuw via het commando SC002 "Invoeren verstuivercodes". Controleer vervolgens de storingen van het systeem, en wis de eventuele storingen in het geheugen. Als de rekeneenheid geen storingen heeft, bent u klaar. Behandel anders de eventueel aanwezige storingen. -EDC16-Vd08,10,14-21
25 Diagnose - Vervangen van organen VERVANGEN VAN DE EGR-KLEP Na het vervangen van de EGR-klep, moet de rekeneenheid de offset van de nieuwe klep (bij 0 km) in het geheugen opslaan evenals de gemeten waarde bij het laatste uitzetten van het contact (in de power latch* fase), wat overeenkomt met het sluiten van de klep. Met deze gegevens, kan de rekeneenheid het vervuilen en blokkeren van de klep detecteren. 1. Ga als volgt te werk na het vervangen van de EGR-klep: zet het contact aan, selecteer het menu "WISSEN", geef het wiscommando RZ002 "Adaptieve waarden EGR", bekijk de parameters van het EGR-circuit: PR128 = PR129 = 0 %, zet het contact uit, wacht 40 secondes, de herinitialisatie van de offset van de nieuwe EGR-klep gebeurt automatisch zodra het contact wordt aangezet, bekijk de parameters van het EGR-circuit: 5 % < PR128 < 30 % start de auto voor het inlezen van de laatste offset van de EGR-klep, zet het contact uit, wacht 40 secondes, bekijk de parameters van het EGR-circuit: 5 % < PR128 = PR129 = PR051 < 30 % Wis de eventuele storingen. 2. Statische test: Sluit het diagnoseprogramma af en zet het contact uit: wacht 40 secondes en zet het contact weer aan, wis de eventuele storingen, start de motor, laat de motor 1 minuut stationair draaien, accelereer gedurende 5 secondes tot 2500 tr/min, en ga terug naar het stationair toerental, herhaal bovenstaande handelingen 5 keer. Controleer de storingen. Als de storing niet terugkomt, diagnose klaar. Als de storing terugkomt, maak dan de EGR-klep los, sluit hem weer aan en begin de procedure opnieuw. Als de storing aanhoudt, vervang de EGR-klep. *Standby rekeneenheid na uitzetten van het contact: ongeveer 40 s. -EDC16-Vd08,10,14-22
26 Diagnose - Overzicht van de storingen REGELING VAN DE WAARSCHUWINGSLAMPJES: Regeling van het oplichten van de waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel al naar gelang de opgetreden storingen. Storing Code DF001 DF003 DF004 DF005 DF007 DF008 DF009 DF011 DF012 DF013 DF015 DF017 Omschrijving Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur Circuit opname element atmosferische druk Circuit opname element turbodruk Circuit opname element vliegwiel Circuit opname element druk rail Circuit opname element gaspedaal baan 1 Circuit opname element gaspedaal baan 2 Voedingsspanning n 1 van de opname elementen Voedingsspanning n 2 van de opname elementen Voedingsspanning n 3 van de opname elementen Commandocircuit hoofdrelais Commandocircuit rekeneenheid voor-naverwarming Bijbehorende DTC WAARSCHUWINGS- LAMPJE PRIORITEIT 1 (Voorverwarmingslampje oranje) WAARSCHUWINGS- LAMPJE PRIORITEIT 2 (Voorverwarmingslampje rood) WAARSCHUWINGS- LAMPJE BRANDT NIET WAAR- SCHU- WINGSLAM PJE OBD BRANDT 115 CO.1/CC of DEF/2.DEF/3.DEF CO.0/CC DEF DEF/2.DEF CO.1/1.DEF/2.DEF CC CO.0/CC.1/1.DEF CO.0/CC.1/1.DEF DEF/2.DEF DEF/2.DEF DEF/ 2.DEF DEF/2.DEF DEF/2.DEF CC.0... CC1./CO/1.DEF... DF025 Verbinding diagnose rekeneenheid 670 X voor-naverwarming DF037 Startvergrendeling C X... DF038 Rekeneenheid DEF/13.DEF 1.DEF/2.DEF/3.DEF/ 4.DEF/6.DEF/7.DEF/ 8.DEF/10.DEF/ 11.DEF/12.DEF/ 14.DEF EDC16-Vd08,10,14-23
27 Diagnose - Overzicht van de storingen Storing Code DF039 DF040 DF041 DF042 DF043 Omschrijving Circuit opname element inlaat luchttemperatuur Circuit verstuiver cilinder 1 Circuit verstuiver cilinder 2 Circuit verstuiver cilinder 3 Circuit verstuiver cilinder 4 Bijbehorende DTC WAARSCHUWINGS- LAMPJE PRIORITEIT 1 (Voorverwarmingslampje oranje) WAARSCHUWINGS- LAMPJE PRIORITEIT 2 (Voorverwarmingslampje rood) WAARSCHU- WINGSLAMPJE BRANDT NIET WAAR- SCHU- WINGSLAM PJE OBD BRANDT CC.0/CO CO CC.1/CC/1.DEF... CO 202 CO CC.1/CC/1.DEF... CO 203 CO CC.1/CC/1.DEF... CO 204 CO CC.1/CC/1.DEF... CO DF046 Accuspanning DF047 DF050 DF051 DF053 DF054 DF055 DF056 DF057 DF069 DF070 Voedingsspanning van de rekeneenheid Circuit rempedaalcontact Functie snelheidsregelaar/ -begrenzer Functie drukregeling rail Commandocircuit elektroklep turbodruk Circuit regeling turbodruk Circuit luchtdoorstroommeter Circuit detector water in brandstof Informatie botsing gedetecteerd Circuit contact koppelingspedaal 1.DEF/2.DEF/ 3.DEF DEF DEF/2.DEF DEF 33 C0/CC.1/CC.0/ 1.DEF CC.0/CC.1/CO/ 1.DEF/ 2.DEF/ 5.DEF/6.DEF/ 7.DEF 1.DEF/2.DEF/ 3.DEF DEF DEF/2.DEF DEF/4.DEF... CO.0/CC.1/ 1.DEF/2.DEF X X DEF/2.DEF... DF091 Informatie snelheid DEF/2.DEF/ 3.DEF/4.DEF EDC16-Vd08,10,14-24
28 Diagnose - Overzicht van de storingen Storing Code DF097 DF098 DF114 DF118 DF176 DF177 DF195 DF209 Omschrijving Circuit opname element nokkenas Circuit opname element brandstoftemperatuur Circuit EGRelektroklep Sturing EGRelektroklep Circuit ventilateurmotor lage snelheid Circuit ventilateurmotor hoge snelheid Samenhang opname element nokkenas / motortoerental Circuit opname element stand EGR-systeem Bijbehorende DTC WAARSCHUWINGS- LAMPJE PRIORITEIT 1 (Voorverwarmingslampje oranje) WAARSCHUWINGS- LAMPJE PRIORITEIT 2 (Voorverwarmingslampje rood) WAARSCHU- WINGSLAMPJE BRANDT NIET WAAR- SCHU- WINGSLAM PJE OBD BRANDT DEF/2.DEF CC.0/CO DEF DEF/2.DEF DF226 Circuit inlaatklep 638 CO/CC.0/CC.1/ 1.DEF CO/CC.0/CC.1/ 1.DEF DEF CC.1/CO.0 CO/CC.0/CC.1/CC/ 1.DEF/2.DEF/ 3.DEF/4.DEF CC.1/ CO DF227 Turbulentieklep 660 CC.0 / CC DF238 DF239 DF240 Circuit relais koelvloeistofverwarmingselement n 3. Circuit relais koelvloeistofverwarmingselement n 2. Circuit relais koelvloeistofverwarmingselement n CO/CC.0/CC.1/ 1.DEF CO/CC.0/CC.1/ 1.DEF CO/CC.0/CC.1/ 1.DEF DF250 Functie ESP C DEF/2.DEF... DF272 Commandocircuit EGR DEF/2.DEF DF276 Inlezen verstuivercodes DEF/2.DEF DF304 Circuit by-pass EGR 2169 CO/CC.0/CC.1/ 1.DEF DF306 Roetfilter lek DEF/2.DEF... -EDC16-Vd08,10,14-25
29 Diagnose - Overzicht van de storingen Storing Code Omschrijving Bijbehorende DTC WAARSCHUWINGS- LAMPJE PRIORITEIT 1 (Voorverwarmingslampje oranje) WAARSCHUWINGS- LAMPJE PRIORITEIT 2 (Voorverwarmingslampje rood) WAARSCHU- WINGSLAMPJE BRANDT NIET WAAR- SCHU- WINGSLAM PJE OBD BRANDT DF308 Roetfilter verstopt 1431 X DF309 DF310 Circuit opname element temperatuur na roetfilter Circuit opname element temperatuur voor roetfilter 544 CO.1/CC.0/1.DEF CC.0/CO.1/1.DEF DF311 Te veel regeneraties 1435 X DF312 DF315 Regeneratie FAP onmogelijk Circuit opname element drukverschil FAP X C0/CO.0/CC.1/ 1.DEF/2.DEF DF619 EGR-klep open geblokkeerd X... DF620 EGR-klep vervuild 2141 X DF621 EGR-klep open geblokkeerd (storing OBD) X X DF717 Druk voor FAP DEF EDC16-Vd08,10,14-26
30 Diagnose - Betekenis van de storingen DF001 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR CC.0 : kortsluiting aan massa CO.1 : onderbreking of kortsluiting aan + 12 V Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor of na een proefrit. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: de koelvloeistoftemperatuur PR064 "Koelvloeistoftemperatuur" staat vast op 119 C, de voorverwarmingstijd is langer dan 10 secondes, de ventilateurmotor wordt permanent aangestuurd. het lampje prioriteit 1 brandt. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid. CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de staat van de stekker van het opname element koelvloeistoftemperatuur. Meet de weerstand van het opname element koelvloeistoftemperatuur tussen de aansluitingen 2 en 3 van zijn zwarte stekker. Vervang het opname element als de weerstand niet ongeveer: ± 7000 Ω bij - 40 C ± 1128 Ω bij - 10 C 2252 ± 112 Ω bij 25 C 811,4 ± 39 Ω bij 50 C 283 ± 8 Ω bij 80 C 115 ± 3 Ω bij 110 C 87 ± 2 Ω bij 120 C Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem 48-polige bruine stekker B, aansl. F2 Aansl. 3 opname element koelvloeistoftemperatuur Rekeneenheid inspuitsysteem 48-polige bruine stekker B, aansl. H1 aansl. 2 opname element koelvloeistoftemperatuur Als de storing aanhoudt: vervang het opname element koelvloeistoftemperatuur. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF001/EDC16_V10_DF001/EDC16_V14_DF001 -EDC16-Vd08,10,14-27
31 Diagnose - Betekenis van de storingen DF001 VERVOLG CO.1 Geen bijzonderheden Controleer de staat van de stekker van het opname element koelvloeistoftemperatuur. Meet de weerstand van het opname element koelvloeistoftemperatuur tussen de aansluitingen 2 en 3 van zijn zwarte stekker. Vervang het opname element als de weerstand niet ongeveer: ± 7000 Ω bij - 40 C ± 1128 Ω bij - 10 C 2252 ± 112 Ω bij 25 C 811,4 ± 39 Ω bij 50 C 283 ± 8 Ω bij 80 C 115 ± 3 Ω bij 110 C 87 ± 2 Ω bij 120 C Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem 48-polige bruine stekker B, aansl. H1 Aansl. 2 opname element koelvloeistoftemperatuur Rekeneenheid inspuitsysteem 48-polige bruine stekker B, aansl. F2 Aansl. 3 opname element koelvloeistoftemperatuur Als de storing aanhoudt: vervang het opname element koelvloeistoftemperatuur. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-28
32 Diagnose - Betekenis van de storingen DF003 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT ATMOSFERISCHE DRUK 1.DEF : signaal buiten bovenlimiet 2.DEF : signaal buiten onderlimiet 3.DEF : onsamenhangend signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor of een proefrit. Bijzonderheden: Het opname element atmosferische druk is geïntegreerd in de rekeneenheid van het inspuitsysteem, deze zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Als de storing aanwezig is: is er een lichte rook, de waarde van de atmosferische druk krijgt de vervangende waarde, PR035 "Atmosferische druk" = 750 mbar. het lampje prioriteit 1 brandt. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid. Maak de stekker van de rekeneenheid van het inspuitsysteem los en controleer de staat van de contacten van de stekker. Bekijk de parameter PR041 "Turbodruk". Als deze waarde is geblokkeerd op 750 mbar, raadpleeg de betekenis van de storing DF004 "Circuit opname element turbodruk". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF003/EDC16_V10_DF003/EDC16_V14_DF003 -EDC16-Vd08,10,14-29
33 Diagnose - Betekenis van de storingen DF004 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT TURBODRUK CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : onsamenhangend signaal Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Als de storingen DF004 en DF011 "voedingsspanning n 1 van de opname elementen", aanwezig zijn, behandel dan eerst DF011. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten of een proefrit. Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als de storing aanwezig is: de EGR-functie is uitgeschakeld, de turbodruk heeft de vervangende waarde, PR041 = 750 mbar. Als CO.0 of CC.1 aanwezig is, brandt het waarschuwingslampje prioriteit 1. CO.0 Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van het opname element turbodruk. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. K2 Aansl. 3 stekker opname element turbodruk Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. G4 Aansl. 1 stekker het opname element turbodruk Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. D4 Aansl. 2 stekker opname element turbodruk Als de storing aanhoudt: vervang het opname element turbodruk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF004/EDC16_V10_DF004/EDC16_V14_DF004 -EDC16-Vd08,10,14-30
34 Diagnose - Betekenis van de storingen DF004 VERVOLG CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van het opname element turbodruk. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. D4 Aansl. 2 stekker opname element turbodruk Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. K2 Aansl. 3 stekker opname element turbodruk Als de storing aanhoudt: vervang het opname element turbodruk. 1.DEF Geen bijzonderheden Als ook de storing DF003 aanwezig is, voer dan de diagnose uit van parameter PR041 "Turbodruk". Als het opname element turbodruk conform is, neem contact op met de technische helpdesk Controleer de stekkerverbindingen van het opname element turbodruk. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. G4 Aansl. 1 stekker het opname element turbodruk Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. D4 Aansl. 2 stekker opname element turbodruk Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. K2 Aansl. 3 stekker opname element turbodruk Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-31
35 Diagnose - Betekenis van de storingen DF005 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT VLIEGWIEL 1.DEF : geen signaal 2.DEF : onsamenhangend signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard: tijdens een startpoging van de motor, draaiende motor. Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid. Het signaal van Het opname element toerental is in samenhang met het signaal opname element nokkenas. Als de storing aanwezig is, is starten onmogelijk of de motor stopt en het lampje prioriteit 2 brandt. Controleer de stekkerverbindingen van het opname element vliegwiel. Controleer of het opname element goed vastzit en de tandschijf vliegwiel niet beschadigd is. Controleer of de afstand tussen het opname element en het vliegwiel correct is: 0,5 tot 1,8 mm. Meet de weerstand van het opname element vliegwiel tussen de aansluitingen 1 en 2 van zijn zwarte stekker. Vervang het opname element vliegwiel als de weerstand van de wikkeling niet 250 ± 50 Ω is bij een motortemperatuur van 20 C. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. B1 Aansl. 1 opname element vliegwiel Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. C1 Aansl. 2 van het opname element vliegwiel Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF005/EDC16_V10_DF005/EDC16_V14_DF005 -EDC16-Vd08,10,14-32
36 Diagnose - Betekenis van de storingen DF007 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT DRUK RAIL CC.0 : kortsluiting aan massa CO.1 : onderbreking of kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : offset op minimumdrempel 2.DEF : offset op maximumdrempel Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst storing DF013 "Voedingsspanning n 3 van de opname elementen" als die aanwezig of in het geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij meerdere keren achter elkaar starten of bij draaiende motor. Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid. Als de storing aanwezig is, stopt de motor direct. Als CO.1, 1.DEF aanwezig zijn, brandt het waarschuwingslampje prioriteit 2. CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van het opname element druk rail. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: 48-polige bruine stekker B rekeneenheid van het inspuitsysteem aansl. G3 Aansl. 2 opname element druk rail 48-polige bruine stekker B rekeneenheid van het inspuitsysteem aansl. A4 Aansl. 3 opname element druk rail Als het probleem aanhoudt, vervang het opname element druk van de hoofdinspuitbuis en zet het vast met 35 ± 5 N.m. Houd u aan de veiligheidsvoorschriften in het hoofdstuk "Inleiding". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF007/EDC16_V10_DF007/EDC16_V14_DF007 -EDC16-Vd08,10,14-33
37 Diagnose - Betekenis van de storingen DF007 VERVOLG CO.1 Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van het opname element druk rail. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B, 48-polig aansl. G3 Aansl. 2 opname element druk rail Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B, 48-polig aansl. C4 Aansl. 1 opname element druk rail Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B, 48-polig aansl. A4 Aansl. 3 opname element druk rail Als het probleem aanhoudt, vervang het opname element druk van de hoofdinspuitbuis en zet het vast met 35 ± 5 N.m. Houd u aan de veiligheidsvoorschriften in het hoofdstuk "Inleiding". 1.DEF 2.DEF Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van het opname element druk rail. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B, 48-polig aansl. G3 Aansl. 2 opname element druk rail Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B, 48-polig aansl. A4 Aansl. 3 opname element druk rail Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B, 48-polig aansl. C4 Aansl. 1 opname element druk rail Contact aan, stilstaande motor langer dan 1 minuut: Bekijk de parameter PR038 "Druk rail" in het tabblad "Brandstofcircuit, Functie controle van de motor" Als de druk lager is dan 50 bar, is het opname element goed. In dit geval, neem contact op met de technische helpdesk. Als de druk hoger is dan 50 bar, vervang het opname element druk rail en zet het vast met 35 ± 5 N.m. Houd u aan de veiligheidsvoorschriften in het hoofdstuk "Inleiding". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-34
38 Diagnose - Betekenis van de storingen DF008 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT PEDAAL BAAN 1 CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : onsamenhangend signaal Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst storing DF011: "Voedingsspanning n 1 van de opname elementen" als die aanwezig of in het geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: Als de storing wordt aanwezig verklaard na een aantal keren het gaspedaal geheel indrukken en loslaten. Bijzonderheden: De drukvulling, de koelvloeistofverwarmingselementen, en de snelheidsregelaar werken niet. het lampje prioriteit 1 brandt. Het motortoerental is vast 1400 tr/min als er een storing is op de banen 1 en 2 van het opname element pedaal en het koppel van de motor is beperkt. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de "Inleiding" onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF008/EDC16_V10_DF008/EDC16_V14_DF008 -EDC16-Vd08,10,14-35
39 Diagnose - Betekenis van de storingen DF008 VERVOLG 1 CO.0 Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige aanwezigheid van storing DF009 "Circuit opname element pedaal baan 2", controleer of de stekker van het opname element pedaal goed is aangesloten. Controleer de stekker van het opname element pedaal. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. G2 Aansl. 4 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. H2 Aansl. 3 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. H3 Aansl. 2 stekker opname element pedaal Meet de weerstand van het opname element pedaal baan 1 tussen aansl. 5 en 3. Vervang het opname element pedaal als de weerstand niet ongeveer 1,2 ± 0,1 kω is. CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de stekker van het opname element pedaal. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B, 48-polig aansl. G2 Aansl. 3 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B, 48-polig aansl. H3 Aansl. 2 stekker opname element pedaal Meet de weerstand van het opname element pedaal baan 1 tussen aansl. 4 en 2. Vervang het opname element pedaal als de weerstand niet ongeveer 1,2 ± 0,1 kω is. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-36
40 Diagnose - Betekenis van de storingen DF008 VERVOLG 2 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de stekker van het opname element pedaal. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. H2 Aansl. 3 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. G2 Aansl. 4 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. H3 Aansl. 2 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. F3 Aansl. 6 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. F2 Aansl. 5 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. F4 Aansl. 1 stekker opname element pedaal Als de storing aanhoudt, vervang de potentiometer van het pedaal. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-37
41 Diagnose - Betekenis van de storingen DF009 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT PEDAAL BAAN 2 CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : onsamenhangend signaal Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst storing DF011: "Voedingsspanning n 1 van de opname elementen" als die aanwezig of in het geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: Als de storing wordt aanwezig verklaard na een aantal keren het gaspedaal geheel indrukken en loslaten. Bijzonderheden: De drukvulling, de koelvloeistofverwarmingselementen, en de snelheidsregelaar werken niet. het lampje prioriteit 1 brandt. Het motortoerental is vast 1400 tr/min als er een storing is op de banen 1 en 2 van het opname element pedaal en het koppel van de motor is beperkt. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de "Inleiding" onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF009/EDC16_V10_DF009/EDC16_V14_DF009 -EDC16-Vd08,10,14-38
42 Diagnose - Betekenis van de storingen DF009 VERVOLG 1 CO.0 Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige aanwezigheid van storing DF008 "Circuit opname element pedaal baan 1", controleer of de stekker van het opname element pedaal goed is aangesloten. Controleer de stekker van het opname element pedaal. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. F3 Aansl. 6 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. F2 Aansl. 5 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. F4 Aansl. 1 stekker opname element pedaal Meet de weerstand van het opname element pedaal baan 2 tussen aansl. 1 en 5. Vervang het opname element pedaal als de weerstand niet ongeveer 1,7 ± 0,9 kω is. CC.1 Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst storing DF012 "Voedingsspanning n 2 van de opname elementen" als die aanwezig of in het geheugen is. Controleer de stekker van het opname element pedaal. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B, 48-polig aansl. F3 Aansl. 6 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B, 48-polig aansl. F4 Aansl. 1 stekker opname element pedaal Meet de weerstand van het opname element pedaal baan 2 tussen aansl. 2 en 6. Vervang het opname element pedaal als de weerstand niet ongeveer 1,7 ± 0,9 kω is. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-39
43 Diagnose - Betekenis van de storingen DF009 VERVOLG 2 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van het opname element druk rail. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. F3 Aansl. 6 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. F2 Aansl. 5 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. F4 Aansl. 1 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. H2 Aansl. 3 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. G2 Aansl. 4 stekker opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, zwarte stekker A, 32-polig aansl. H3 Aansl. 2 stekker opname element pedaal Als de storing aanhoudt, vervang de potentiometer van het pedaal. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-40
44 Diagnose - Betekenis van de storingen DF011 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VOEDINGSSPANNING N 1 VAN DE OPNAME ELEMENTEN 1.DEF : referentiespanning van de opname elementen te laag 2.DEF : referentiespanning van de opname elementen te hoog Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een proefrit of een aantal startpogingen van de motor. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: de snelheidsregeling en de koelvloeistofverwarmingselementen zijn uitgeschakeld, de drukvulling is niet mogelijk, het motortoerental is beperkt, het lampje prioriteit 1 brandt. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de Inleiding onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. 1.DEF 2.DEF Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Bij gelijktijdige aanwezigheid van storing DF008 "Circuit opname element pedaal baan 1", controleer of de stekker van het opname element pedaal goed is aangesloten. De opname elementen verbonden met de voeding n 1 zijn: Opname element turbodruk, Opname element baan 1 opname element gaspedaal, Opname element drukverschil roetfilter. Om het eventuele verdachte opname element en/of de verbinding te lokaliseren, neemt u een van deze opname elementen los en controleert u daarna of de storing in het geheugen gaat. Als de storing aanwezig blijft, doet u hetzelfde met het andere opname element (wacht enkele secondes tussen ieder losmaken zodat de rekeneenheid zijn meting kan uitvoeren). Als na een losmaken de storing in het geheugen komt, vervang dan het betreffende opname element of herstel de verbinding. Wis de storingen die door de verschillende loskoppelingen ontstaan zijn. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF011/EDC16_V10_DF011/EDC16_V14_DF011 -EDC16-Vd08,10,14-41
45 Diagnose - Betekenis van de storingen DF011 VERVOLG Als met deze twee losgenomen opname elementen de storing nog steeds aanwezig is: 1. Controleer de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. G4 Aansl. 1 opname element turbodruk Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. D4 Aansl. 2 stekker opname element turbodruk Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart 32-polig, aansl. H3 Aansl. 2 van het opname element gaspedaal baan 1 Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart 32-polig, aansl. G2 Aansl. 4 van het opname element gaspedaal baan 1 Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. G4 Aansl. 1 van het opname element drukverschil roetfilter Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C grijs 32-polig, aansl. F3 Aansl. 2 van het opname element drukverschil roetfilter 2. Controleer de isolatie ten opzichte van + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. G4 Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. D4 Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart 32-polig, aansl. H3 Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart 32-polig, aansl. G2 Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. G4 Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C grijs 32-polig, aansl. F3 Aansl. 1 opname element turbodruk Aansl. 2 stekker opname element turbodruk Aansl. 2 van het opname element gaspedaal baan 1 Aansl. 4 van het opname element gaspedaal baan 1 Aansl. 1 van het opname element drukverschil roetfilter Aansl. 2 van het opname element drukverschil roetfilter 3. Controleer de isolatie tussen de volgende verbindingen na losmaken van de opname elementen en de rekeneenheid van het inspuitsysteem: aansl. 2 en 4 van de stekker van het opname element pedaal baan 1, aansl. 1 en 2 van de stekker van het opname element van de turbodruk. Als deze controles niet conform zijn, vervang het/de defecte opname element(en). Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-42
46 Diagnose - Betekenis van de storingen DF012 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VOEDINGSSPANNING N 2 VAN DE OPNAME ELEMENTEN 1.DEF : referentiespanning van de opname elementen te laag 2.DEF : referentiespanning van de opname elementen te hoog Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een proefrit of een aantal startpogingen van de motor. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: de functies inlezen offset EGR en de koelvloeistofverwarmingselementen zijn uitgeschakeld, snelheidsregelaar is uitgeschakeld. het motortoerental is beperkt, het lampje prioriteit 1 brandt, Het OBD lampje gaat branden na drie cycli (starten + 5 secondes + contact uitzetten en 40 s wachten) achter elkaar. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de Inleiding onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. De opname elementen verbonden met de voeding n 2 zijn: Opname element stand EGR-klep, Opname element baan 2 opname element gaspedaal. Om het eventuele verdachte opname element en/of de verbinding te lokaliseren, neemt u een van deze opname elementen los en controleert u daarna of de storing in het geheugen gaat. Als de storing aanwezig blijft, doet u hetzelfde met de andere opname elementen (wacht enkele secondes tussen ieder losmaken zodat de rekeneenheid zijn meting kan uitvoeren). Als na een losmaken de storing in het geheugen komt, vervang dan het betreffende opname element of herstel de verbinding. Wis de storingen die door de verschillende loskoppelingen ontstaan zijn. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF012/EDC16_V10_DF012/EDC16_V14_DF012 -EDC16-Vd08,10,14-43
47 Diagnose - Betekenis van de storingen DF012 VERVOLG Als met deze twee losgenomen opname elementen de storing nog steeds aanwezig is: 1. Controleer de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. F4 Aansl. 6 stekker van de EGR-klep Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. J2 Aansl. 4 stekker van de EGR-klep Rekeneenheid inspuitsysteem grijze 32-polige stekker C, aansl. C2 Aansl. 5 stekker van de EGR-klep Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart 32-polig, aansl. F2 Aansl. 2 van het opname element gaspedaal baan 2 Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart 32-polig, aansl. F3 Aansl. 1 van het opname element gaspedaal baan 2 2. Controleer de isolatie ten opzichte van + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. F4 Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. J2 Rekeneenheid inspuitsysteem grijze 32-polige stekker C, aansl. C2 Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart aansl. F2 Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart aansl. F3 Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart aansl. F4 Aansl. 6 stekker van de EGR-klep Aansl. 4 stekker van de EGR-klep Aansl. 5 stekker van de EGR-klep Aansl. 5 van het opname element gaspedaal baan 2 Aansl. 6 van het opname element gaspedaal baan 2 Aansl. 1 van het opname element gaspedaal baan 2 3. Controleer de isolatie tussen de volgende verbindingen na losmaken van de opname elementen en de rekeneenheid van het inspuitsysteem: aansl. 1 en 5 van de stekker van het opname element pedaal baan 2, aansl. 5 en 6 van de stekker van het opname element stand EGR-klep. Als deze controles niet conform zijn, vervang het/de defecte opname element(en). Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-44
48 Diagnose - Betekenis van de storingen DF013 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VOEDINGSSPANNING N 3 VAN DE OPNAME ELEMENTEN 1.DEF : referentiespanning van de opname elementen te laag 2.DEF : referentiespanning van de opname elementen te hoog Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een proefrit of een aantal startpogingen van de motor. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: de functie EGR is uitgeschakeld, het motortoerental is beperkt, stopt de motor. het lampje prioriteit 2 brandt. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de Inleiding onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. De opname elementen verbonden met de voeding n 3 zijn: opname element druk rail, luchtdoorstroommeter, Om het eventuele verdachte opname element en/of de verbinding te lokaliseren, neemt u een van deze opname elementen los en controleert u daarna of de storing in het geheugen gaat. Als de storing aanwezig blijft, doet u hetzelfde met de andere opname elementen (wacht enkele secondes tussen ieder losmaken zodat de rekeneenheid zijn meting kan uitvoeren). Als na een losmaken de storing in het geheugen komt, vervang dan het betreffende opname element of herstel de verbinding. Wis de storingen die door de verschillende loskoppelingen ontstaan zijn. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF013/EDC16_V10_DF013/EDC16_V14_DF013 -EDC16-Vd08,10,14-45
49 Diagnose - Betekenis van de storingen DF013 VERVOLG Als met deze twee losgenomen opname elementen de storing nog steeds aanwezig is: 1. Controleer de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. G3 Aansl. 2 opname element druk rail Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. A4 Aansl. 3 opname element druk rail Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. C4 Aansl. 1 opname element druk rail Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. G1 Aansl. 5 luchtdoorstroommeter Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. B4 Aansl. 3 luchtdoorstroommeter Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. E2 Aansl. 2 luchtdoorstroommeter 2. Controleer de isolatie ten opzichte van + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin aansl. G3 Aansl. 2 opname element druk rail Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin aansl. A4 Aansl. 3 opname element druk rail Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin aansl. C4 Aansl. 1 opname element druk rail Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin aansl. G1 Aansl. 5 luchtdoorstroommeter Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin aansl. B4 Aansl. 3 luchtdoorstroommeter Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin aansl. E2 Aansl. 2 luchtdoorstroommeter 3. Controleer de isolatie tussen de volgende verbindingen na losmaken van de opname elementen en de rekeneenheid van het inspuitsysteem: aansl. 1 en 3 van het opname element druk rail, aansl. 2 en 3 van de stekker van de luchtdoorstroommeter. Als deze controles niet conform zijn, vervang het/de defecte opname element(en). Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-46
50 Diagnose - Betekenis van de storingen DF015 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT HOOFDRELAIS 1.DEF : relais onderbreekt te vroeg. 2.DEF : relais onderbreekt te laat. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: Behandel deze storing alleen als de storing in het geheugen is. Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als de storing aanwezig is, licht het waarschuwingslampje prioriteit 1 op. Controleer de zekering FM3 30A van de voeding van het hoofdrelais. Vervang de zekering indien nodig. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem en van het voedingsrelais van de rekeneenheid van het inspuitsysteem R8. Bouw het relais R8 uit en controleer de werking ervan. Als dit relais defect is, vervang het en wis de storingen. Controleer de staat en het vastzitten van de accuklemmen en het goed aan massa liggen van de motor. Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B bruin 48-polig, aansl. E1 Houder van het relais R8 aansl. 15 Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF015/EDC16_V10_DF015/EDC16_V14_DF015 -EDC16-Vd08,10,14-47
51 Diagnose - Betekenis van de storingen DF017 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT COMMANDO REKENEENHEID VOOR-NAVERWARMING CC.1 : kortsluiting aan + 12 V CC.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CO : onderbreking 1.DEF : Interne elektronische storing Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na startpogingen van de motor. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: het starten is moeilijk, koud zelfs onmogelijk. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid voor-naverwarming en van de kabels van de voeding van de voorverwarmingsstiften. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de staat van de voedingszekering F2 (70A) op de zekeringplaat van de vermogensvoeding. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C, aansl. E2 Aansl. 8 rekeneenheid voorverwarming Rekeneenheid inspuitsysteem grijze 32-polige stekker C, aansl. A4 Aansl. 3 rekeneenheid voorverwarming Als de storing aanhoudt, vervang de rekeneenheid voorverwarming. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF017/EDC16_V10_DF017/EDC16_V14_DF017 -EDC16-Vd08,10,14-48
52 Diagnose - Betekenis van de storingen DF017 VERVOLG CC.0 CO Bijzonderheden: Als de rekeneenheid van de voorverwarming kortsluiting aan massa heeft, bestaat het risico dat de voorverwarmingsstiften permanent worden aangestuurd. De voorverwarmingsstiften en de motor kunnen beschadigen. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid voor-naverwarming en van de kabels van de voeding van de voorverwarmingsstiften. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de staat van de voedingszekering F2 (70A) op de zekeringplaat van de vermogensvoeding. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C, aansl. A4 Aansl. 3 rekeneenheid voorverwarming Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C, aansl. E2 Aansl. 8 rekeneenheid voorverwarming Als de storing aanhoudt, vervang de rekeneenheid voorverwarming. 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid voor-naverwarming en van de kabels van de voeding van de voorverwarmingsstiften. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de staat van de voedingszekering F2 (70A) op de zekeringplaat van de vermogensvoeding. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem grijze 32-polige stekker C, aansl. A4 Aansl. 3 rekeneenheid voorverwarming Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C, grijs 32-polig aansl. E2 Aansl. 8 rekeneenheid voorverwarming Als de storing aanhoudt, vervang de rekeneenheid voorverwarming. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-49
53 Diagnose - Betekenis van de storingen DF025 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VERBINDING DIAGNOSE REKENEENHEID VOOR- NAVERWARMING Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een aantal startpogingen van de motor. Bijzonderheden: Het starten gaat moeilijk, of is zelfs onmogelijk als de motor koud is. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid voorverwarming. Controleer de stekkerverbindingen van alle voorverwarmingsstiften. Controleer de weerstand van de voorverwarmingsstiften: Vervang de voorverwarmingsstift waarvan de weerstand hoger is dan 2 Ω bij + 20 C. Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen: rekeneenheid voorverwarming aansl. 1 voorverwarmingsstift van cilinder 3 rekeneenheid voorverwarming aansl. 2 voorverwarmingsstift van cilinder 1 rekeneenheid voorverwarming aansl. 6 voorverwarmingsstift van cilinder 4 rekeneenheid voorverwarming aansl. 7 voorverwarmingsstift van cilinder 2 Controleer de + 12 V op aansl. 4 van de rekeneenheid voorverwarming (via zekering F2, 70A). Als de storing aanhoudt. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem grijze 32-polige stekker C, aansl. A4 Aansl. 3 stekker rekeneenheid voorverwarming Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C, grijs 32-polig aansl. E2 Aansl. 8 stekker van de rekeneenheid voorverwarming Als de storing aanhoudt, vervang de rekeneenheid voorverwarming. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF025/EDC16_V10_DF025/EDC16_V14_DF025 -EDC16-Vd08,10,14-50
54 Diagnose - Betekenis van de storingen DF037 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN STARTVERGRENDELING Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een startpoging van de motor. Bijzonderheden: De motor wil niet starten. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de aansluitingen van de UCH. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Voer een test uit van het multiplexnetwerk en een complete diagnose van de UCH. Raadpleeg Service Mededeling van het huis met hulporganen interieur als een storing aanwezig wordt verklaard. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF037/EDC16_V10_DF037/EDC16_V14_DF037 -EDC16-Vd08,10,14-51
55 Diagnose - Betekenis van de storingen DF038 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN REKENEENHEID 1.DEF : permanent hoog niveau 2.DEF : permanent laag niveau 3.DEF : geen of verkeerde configuratie 4.DEF : afwijking analoog/digitaal omvormer 5.DEF : verstoorde communicatie 6.DEF : afwijking in EEPROM 7.DEF : activering watchdog 8.DEF : signaal buiten bovenlimiet 10.DEF : aansturing verstuivers 11.DEF : afwijking stuurcondensator van de verstuivers 12.DEF : storing inspuiting bij snelheidsvermindering 13.DEF : fout bij initialisatie 14.DEF : onderbreking of interne elektronische storing Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een startpoging of bij draaiende motor. Bijzonderheden: Het waarschuwingslampje prioriteit 1 brandt als er kan worden doorgereden. Het waarschuwingslampje prioriteit 2 brandt als de motor moet worden stilgezet. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst storing DF046: "Accuspanning" als die aanwezig of in het geheugen is. 1.DEF t/m 8.DEF 10.DEF 12.DEF 13.DEF Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem en de geleiding van alle voedingen. Wis de storingen. Zet het contact uit, wacht 40 secondes en zet het contact weer aan. Als de storing nog steeds aanwezig is, neem contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF038/EDC16_V10_DF038/EDC16_V14_DF038 -EDC16-Vd08,10,14-52
56 Diagnose - Betekenis van de storingen DF038 VERVOLG 11.DEF LET OP: Betreft alleen de LAGUNA II ph1 en VELSATIS ph1 en ph2. Behandel eerst alle andere storingen van het systeem. Noteer de omstandigheden in het geheugen van de storing DF038. PR142 "Storing rekeneenheid" = 10 NEE neem contact op met de technische helpdesk Parameters van het hoofdscherm PR071 "Voedingsspanning rekeneenheid" > 10 V JA Omstandigheden in geheugen van DF038 PR071 "Voedingsspanning rekeneenheid" > 10 V JA NEE Controleer het laadstroomcircuit en voer de nodige reparaties uit: Controleer de staat van de accuklemmen, Voer de diagnose uit van de dynamo. Laad de accu op of vervang deze. JA Controleer de staat van de kabelbundel tussen de rekeneenheid en de accu, voer de nodige reparaties uit. Start de motor Wis de storingen van het systeem Controleer de storingen Als DF038 afwezig, einde diagnose Als DF038 aanwezig, neem contact op met de technische helpdesk Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-53
57 Diagnose - Betekenis van de storingen DF039 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT INLAATLUCHTTEMPERATUUR CO.1 : onderbreking of kortsluiting aan + 12 V CC.0 : kortsluiting aan massa Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een startpoging of bij draaiende motor. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: de luchttemperatuur heeft de vervangende waarde, te weten PR058 "Luchttemperatuur inlaat" = 20 C, De EGR-functie is uitgeschakeld. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. CO.1 Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de luchtdoorstroommeter. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding van de volgende verbinding: Doorstroommeter aansl. 4 Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid van het inspuitsysteem 48-polige bruine stekker B, aansl. G2 Rekeneenheid van het inspuitsysteem 48-polige bruine stekker B, aansl. E2 Aansl. 5 houder relais inspuitsysteem (huis met hulporganen motorruimte) Aansl. 1 stekker luchtdoorstroommeter Aansl. 2 stekker luchtdoorstroommeter Meet de weerstand van het opname element luchttemperatuur tussen aansl. 1 en 2 van de luchtdoorstroommeter: Vervang de luchtdoorstroommeter als de weerstand niet: 3714 Ω ± 161 bij 10 C 2488 Ω ± 90 bij 20 C 1671 Ω ± 59 bij 30 C Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF039/EDC16_V10_DF039/EDC16_V14_DF039 -EDC16-Vd08,10,14-54
58 Diagnose - Betekenis van de storingen DF039 VERVOLG CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de luchtdoorstroommeter. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. G2 Aansl. 1 Luchtdoorstroommeter zwarte stekker 6-polig aansl. 4 luchtdoorstroommeter Aansl. 5 houder relais inspuitsysteem (huis met hulporganen motorruimte) Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. B4 Aansl. 3 luchtdoorstroommeter Meet de weerstand van het opname element van de luchttemperatuur geïntegreerd in de doorstroommeter tussen de aansl. 1 en 2. Vervang de luchtdoorstroommeter als de weerstand niet ongeveer: 3714 Ω ± 161 bij 10 C 2488 Ω ± 90 bij 20 C 1671 Ω ± 59 bij 30 C Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-55
59 Diagnose - Betekenis van de storingen DF040 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VERSTUIVER CILINDER 1 CC.1 : kortsluiting aan + 12 V CO : onderbreking CC : kortsluiting 1.DEF : commando verstuivers Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: Als CC.1, CC, of 1.DEF aanwezig is, brandt het waarschuwingslampje prioriteit 2. Als CO aanwezig is, brandt het waarschuwingslampje prioriteit 1. Als CO nog steeds aanwezig is na drie startcycli, brandt het waarschuwingslampje OBD. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als DF040 aanwezig is, is de inspuiting op cilinder 1 uitgeschakeld. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de "Inleiding" onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. CC.1 CO Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de verstuiver n 1. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de stekker van de verstuiver n 1 los. Meet de weerstand van de verstuiver n 1 tussen aansl. 1 en 2. Vervang de verstuiver als deze kortsluiting (R = 0 Ω) of een onderbreking heeft (de weerstand is oneindig). Sluit anders de verstuiver n 1 weer aan. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. G3 Aansl. 2 verstuiver n 1 Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. H1 Aansl. 1 verstuiver n 1 Als de storing aanhoudt: doe test 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF040/EDC16_V10_DF040/EDC16_V14_DF040 -EDC16-Vd08,10,14-56
60 Diagnose - Betekenis van de storingen DF040 VERVOLG CC Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de verstuiver n 1. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de stekker van de verstuiver n 1 los. Meet de weerstand van de verstuiver n 1 tussen aansl. 1 en 2. Vervang de verstuiver als deze kortsluiting (R = 0 Ω) of een onderbreking heeft (de weerstand is oneindig). Sluit anders de verstuiver n 1 weer aan. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. G3 Aansl. 2 verstuiver n 1 Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. H1 Aansl. 1 verstuiver n 1 Als de storing aanhoudt: doe test 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de verstuiver n 1. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de stekker van de verstuiver n 1 los. Meet de weerstand van de verstuiver n 1 tussen aansl. 1 en 2. Vervang de verstuiver als deze kortsluiting (R = 0 Ω) of een onderbreking heeft (de weerstand is oneindig). Sluit anders de verstuiver n 1 weer aan. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. G3 Aansl. 2 verstuiver n 1 Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. H1 Aansl. 1 verstuiver n 1 Als de storing aanhoudt: doe test 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-57
61 Diagnose - Betekenis van de storingen DF041 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VERSTUIVER CILINDER 2 CC.1 : kortsluiting aan + 12 V CO : onderbreking CC : kortsluiting 1.DEF : commando verstuivers Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: Als CC.1, CC, of 1.DEF aanwezig is, brandt het waarschuwingslampje prioriteit 2. Als CO aanwezig is, brandt het waarschuwingslampje prioriteit 1. Als CO nog steeds aanwezig is na drie startcycli, brandt het waarschuwingslampje OBD. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als DF041 aanwezig is, is de inspuiting op cilinder 2 uitgeschakeld. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de "Inleiding" onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. CC.1 CO Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de verstuiver n 2. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de stekker van de verstuiver n 2 los. Meet de weerstand van de verstuiver n 2 tussen aansl. 1 en 2. Vervang de verstuiver als deze kortsluiting (R = 0 Ω) of een onderbreking heeft (de weerstand is oneindig). Sluit anders de verstuiver n 2 weer aan. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. G4 Aansl. 2 verstuiver n 2 Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. G2 Aansl. 1 verstuiver n 2 Als de storing aanhoudt: doe test 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF041/EDC16_V10_DF041/EDC16_V14_DF041 -EDC16-Vd08,10,14-58
62 Diagnose - Betekenis van de storingen DF041 VERVOLG CC Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de verstuiver n 2. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de stekker van de verstuiver n 2 los. Meet de weerstand van de verstuiver n 2 tussen aansl. 1 en 2. Vervang de verstuiver als deze kortsluiting (R = 0 Ω) of een onderbreking heeft (de weerstand is oneindig). Sluit anders de verstuiver n 2 weer aan. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. G4 Aansl. 2 verstuiver n 2 Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. G2 Aansl. 1 verstuiver n 2 Als de storing aanhoudt: doe test 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de verstuiver n 2. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de stekker van de verstuiver n 2 los. Meet de weerstand van de verstuiver n 2 tussen aansl. 1 en 2. Vervang de verstuiver als deze kortsluiting (R = 0 Ω) of een onderbreking heeft (de weerstand is oneindig). Sluit anders de verstuiver n 2 weer aan. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. G4 Aansl. 2 verstuiver n 2 Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. G2 Aansl. 1 verstuiver n 2 Als de storing aanhoudt: doe test 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-59
63 Diagnose - Betekenis van de storingen DF042 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VERSTUIVER CILINDER 3 CC.1 : kortsluiting aan + 12 V CO : onderbreking CC : kortsluiting 1.DEF : commando verstuivers Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: Als CC.1, CC, of 1.DEF aanwezig is, brandt het waarschuwingslampje prioriteit 2. Als CO aanwezig is, brandt het waarschuwingslampje prioriteit 1. Als CO nog steeds aanwezig is na drie startcycli, brandt het waarschuwingslampje OBD. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als DF042 aanwezig is, is de inspuiting op cilinder 3 uitgeschakeld. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de "Inleiding" onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. CC.1 CO Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de verstuiver n 3. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de stekker van de verstuiver n 3 los. Meet de weerstand van de verstuiver n 3 tussen aansl. 1 en 2. Vervang de verstuiver als deze kortsluiting (R = 0 Ω) of een onderbreking heeft (de weerstand is oneindig). Sluit anders de verstuiver n 3 weer aan. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. H4 Aansl. 2 verstuiver n 3 Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. H2 Aansl. 1 verstuiver n 3 Als de storing aanhoudt: doe test 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF042/EDC16_V10_DF042/EDC16_V14_DF042 -EDC16-Vd08,10,14-60
64 Diagnose - Betekenis van de storingen DF042 VERVOLG CC Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de verstuiver n 3. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de stekker van de verstuiver n 3 los. Meet de weerstand van de verstuiver n 3 tussen aansl. 1 en 2. Vervang de verstuiver als deze kortsluiting (R = 0 Ω) of een onderbreking heeft (de weerstand is oneindig). Sluit anders de verstuiver n 3 weer aan. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. H4 Aansl. 2 verstuiver n 3 Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. H2 Aansl. 1 verstuiver n 3 Als de storing aanhoudt: doe test 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de verstuiver n 3. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de stekker van de verstuiver n 3 los. Meet de weerstand van de verstuiver n 3 tussen aansl. 1 en 2. Vervang de verstuiver als deze kortsluiting (R = 0 Ω) of een onderbreking heeft (de weerstand is oneindig). Sluit anders de verstuiver n 3 weer aan. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. H4 Aansl. 2 verstuiver n 3 Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. H2 Aansl. 1 verstuiver n 3 Als de storing aanhoudt: doe test 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-61
65 Diagnose - Betekenis van de storingen DF043 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VERSTUIVER CILINDER 4 CC.1 : kortsluiting aan + 12 V CO : onderbreking CC : kortsluiting 1.DEF : commando verstuivers Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: Als CC.1, CC, of 1.DEF aanwezig is, brandt het waarschuwingslampje prioriteit 2. Als CO aanwezig is, brandt het waarschuwingslampje prioriteit 1. Als CO nog steeds aanwezig is na drie startcycli, brandt het waarschuwingslampje OBD. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als DF043 aanwezig is, is de inspuiting op cilinder 4 uitgeschakeld. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de Inleiding onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. CC.1 CO Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de verstuiver n 4. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de stekker van de verstuiver n 4 los. Meet de weerstand van de verstuiver n 4 tussen aansl. 1 en 2. Vervang de verstuiver als deze kortsluiting (R = 0 Ω) of een onderbreking heeft (de weerstand is oneindig). Sluit anders de verstuiver n 4 weer aan. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. H3 Aansl. 2 verstuiver n 4 Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. G1 Aansl. 1 verstuiver n 4 Als de storing aanhoudt: doe test 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF043/EDC16_V10_DF043/EDC16_V14_DF043 -EDC16-Vd08,10,14-62
66 Diagnose - Betekenis van de storingen DF043 VERVOLG CC Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de verstuiver n 4. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de stekker van de verstuiver n 4 los. Meet de weerstand van de verstuiver n 4 tussen aansl. 1 en 2. Vervang de verstuiver als deze kortsluiting (R = 0 Ω) of een onderbreking heeft (de weerstand is oneindig). Sluit anders de verstuiver n 4 weer aan. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. H3 Aansl. 2 verstuiver n 4 Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. G1 Aansl. 1 verstuiver n 4 Als de storing aanhoudt: doe test 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de verstuiver n 4. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Maak de stekker van de verstuiver n 4 los. Meet de weerstand van de verstuiver n 4 tussen aansl. 1 en 2. Vervang de verstuiver als deze kortsluiting (R = 0 Ω) of een onderbreking heeft (de weerstand is oneindig). Sluit anders de verstuiver n 4 weer aan. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. H3 Aansl. 2 verstuiver n 4 Rekeneenheid inspuitsysteem 32-polige grijze stekker C aansl. G1 Aansl. 1 verstuiver n 4 Als de storing aanhoudt: doe test 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS". Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-63
67 Diagnose - Betekenis van de storingen DF046 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ACCUSPANNING 1.DEF : te hoge spanning 2.DEF : te lage spanning 3.DEF : spanning buiten de tolerantie Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een startpoging of een proefrit. Bijzonderheden: Werkspanning van de rekeneenheid: 9 V < werkspanning < 16 V. Door een te lage accuspanning kan het waarschuwingslampje prioriteit 1 gaan branden. De motor start niet meer. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer het laadstroomcircuit: Staat van de accu Staat van dynamo (complete diagnose) Voer de nodige reparaties uit. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF046/EDC16_V10_DF046/EDC16_V14_DF046 -EDC16-Vd08,10,14-64
68 Diagnose - Betekenis van de storingen DF046 VERVOLG 2.DEF 3.DEF Gebruik de Service Mededeling "Elektrische schema's". Meet met contact uit, de spanning op de accupolen: Als de spanning lager dan 11,5 V is, laad dan de accu op en test hem: Vervang indien nodig de accu en controleer daarna het laadstroomcircuit. Contact aan en met draaiende startmotor, meet de spanning op de accupolen. Controleer als de spanning terugvalt onder 9,6 V, het vastzitten en de staat van de accuklemmen. Laad de accu op en test hem. Vervang indien nodig de accu en controleer daarna het laadstroomcircuit. Als de startmotor de motor correct rond draait en de storing aanhoudt: Controleer de + 12 V na contact: Aansl. G1 van de zwarte stekker A van de rekeneenheid van het inspuitsysteem Aansl. E1 van de bruine stekker B van de rekeneenheid van het inspuitsysteem Als er geen voeding is op deze aansluitingen, controleer de staat van de zekering FM3 30A op de zekeringenplaat. Vervang deze indien nodig. Controleer daarna de staat van het relais R8 van de voeding van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Herstel of vervang de defecte contacten indien nodig. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Aansl. 15 van het relais R8 Aansl. E1 van de bruine stekker B van de rekeneenheid van het inspuitsysteem Aansl. 13 van het relais R8 Aansl. G1 van de zwarte stekker A van de rekeneenheid van het inspuitsysteem Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-65
69 Diagnose - Betekenis van de storingen DF047 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VOEDINGSSPANNING VAN DE REKENEENHEID 1.DEF : spanning buiten de tolerantie Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een startpoging of bij draaiende motor. Bijzonderheden: Werkspanning van de rekeneenheid: 9 V < werkspanning < 16 V. Door een te lage accuspanning kan het waarschuwingslampje prioriteit 1 gaan branden. De motor start niet meer. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de staat van de zekeringen FM3 30A en FM6 10A. Vervang deze indien nodig. Bouw het relais R8 van de voeding van de rekeneenheid uit en controleer de werking ervan. Als dit defect is, vervang het. Controleer de voeding + 12 V na contact van de volgende aansluitingen: Aansl. G1 van de zwarte stekker A van de rekeneenheid van het inspuitsysteem Aansl. D1 van de zwarte stekker A van de rekeneenheid van het inspuitsysteem Als er geen voeding is op aansl. G1 van de zwarte stekker A van de rekeneenheid van het inspuitsysteem, controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Aansl. G1 Houder van het relais R8 aansl. 13 Als er geen voeding is op aansl. D1 van de zwarte stekker A van de rekeneenheid van het inspuitsysteem, controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Aansl. D1 Zekering- en relaisplaat motorruimte aansl. 28 Als alle controles zijn uitgevoerd en geen enkel onderdeel defect is, controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B aansl. E1 Houder van het relais R8 aansl. 15 Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF047/EDC16_V10_DF047/EDC16_V14_DF047 -EDC16-Vd08,10,14-66
70 Diagnose - Betekenis van de storingen DF050 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT REMPEDAALCONTACT 1.DEF : onsamenhangend signaal 2.DEF : geen signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het indrukken van het rempedaal of een proefrit. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is, is de snelheidsregeling uitgeschakeld. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de Inleiding onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. 1.DEF * LET OP : Er worden twee types schakelaars gebruikt. Alleen de bestemming van de aansluitingen verandert: De eerste gebruikt de aansluitingen A1, B3, A3 en B1, De tweede gebruikt de aansluitingen 1, 2, 3 en 4. Controleer de stekkerverbindingen van het rempedaalcontact. Controleer de staat en de afstelling van het rempedaalcontact. Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem zwarte 32-polige stekker A, aansl. E4 Aansl. 3 of A3* van het rempedaalcontact Controleer de conformiteit van de schakelaar door het raadplegen van de staten ET122 "Informatie contact rem n 1" en ET123 "Informatie contact rem n 2". Als de storing aanhoudt, voer een diagnose uit van de rekeneenheid van het ABS. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF050/EDC16_V10_DF050/EDC16_V14_DF050 -EDC16-Vd08,10,14-67
71 Diagnose - Betekenis van de storingen DF050 VERVOLG 2.DEF * LET OP : Er worden twee types schakelaars gebruikt. Alleen de bestemming van de aansluitingen verandert: De eerste gebruikt de aansluitingen A1, B3, A3 en B1, De tweede gebruikt de aansluitingen 1, 2, 3 en 4. Controleer de stekkerverbindingen van het rempedaalcontact. Controleer de staat en de afstelling van het rempedaalcontact. Controleer de juistheid van het rempedaalcontact: Rempedaal los: Rempedaal ingedrukt: geleiding tussen aansl. 3 en 4 of A3 en B1* oneindige weerstand tussen aansl. 1 en 2 of A1 en B3* oneindige weerstand tussen aansl. 3 en 4 of A3 en B1* geleiding tussen aansl. 1 en 2 of A1 en B3* Vervang de schakelaar indien nodig. Controleer de zekering 1H 15A van de zekering/relaisplaat in het interieur. Vervang de zekering indien nodig. Controleer de voedingen van de schakelaar: + 12 V na contact Aansl. 2 of B3* van de stekker van rempedaalcontact + 12 V accu Aansl. 4 of B1* van de stekker van het rempedaalcontact (afkomstig van de UCH) Vervang de schakelaar indien nodig. Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem zwarte 32-polige stekker A, aansl. E4 Aansl. 3 of A3* stekker van het rempedaalcontact Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-68
72 Diagnose - Betekenis van de storingen DF051 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN FUNCTIE SNELHEIDSREGELAAR 1.DEF : onsamenhangend signaal 2.DEF : onsamenhangende rijsnelheid 3.DEF : stuurwieltoetsen Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor of een proefrit. Bijzonderheden: De functie snelheidsregelaar/-begrenzer is uitgeschakeld. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de Inleiding onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. Als de storing DF051 aanwezig is, raadpleeg dan de conformiteitscontrole deel "Snelheidsregelaar/begrenzer", en de betekenis van de staten ET042 "Snelheidsregelaar/begrenzer" en ET415 "Uitschakelen snelheidsregelaar". Controleer of met het indrukken van de knoppen alle veranderingen van de staten worden verkregen, en controleer of de waarden met contact aan correct zijn. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF051/EDC16_V10_DF051/EDC16_V14_DF051 -EDC16-Vd08,10,14-69
73 Diagnose - Betekenis van de storingen DF053 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN FUNCTIE REGELING DRUK HOOFDINSPUITBUIS CC.1 : kortsluiting aan + 12 V CC.0 : kortsluiting aan massa CO : onderbreking 1.DEF : Interne elektronische storing 2.DEF : gemeten druk te laag 3.DEF : gemeten druk te hoog. 4.DEF : onvoldoende druk 5.DEF : druk < minimum 6.DEF : druk > maximum 7.DEF : commando pomp belangrijk Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een startpoging van de motor of een proefrit. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: De motor start niet. het lampje prioriteit 2 brandt. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de aansluitingen van de drukregelaar van de rail. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van de opbrengstactuator tussen aansl. 1 en 2. Als de weerstand niet 3 Ω ± 0,1 bij 20 C is, vervang de brandstofopbrengstactuator. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. M4 Aansl. 2 van de brandstofopbrengstactuator Als de storing aanhoudt: vervang de drukregelaar van de rail. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF053/EDC16_V10_DF053/EDC16_V14_DF053 -EDC16-Vd08,10,14-70
74 Diagnose - Betekenis van de storingen DF053 VERVOLG 1 CC.0 CO Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de brandstofopbrengstregelaar. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van de opbrengstregelaar tussen zijn aansl. 1 en 2. Als de weerstand niet 3 Ω ± 0,1 bij 20 C is, vervang de brandstofopbrengstregelaar. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. M4 Aansl. 2 van de brandstofopbrengstregelaar Contact aan, controleer de + 12 V na relais op aansl. 1 van de brandstofopbrengstregelaar. Als de storing aanhoudt: vervang het brandstofopbrengstregelaar. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-71
75 Diagnose - Betekenis van de storingen DF053 VERVOLG 2 1.DEF Geen bijzonderheden Meet de weerstand van de opbrengstregelaar tussen zijn aansl. 1 en 2. Als de weerstand niet 3 Ω ± 0,1 bij 20 C is, vervang de brandstofopbrengstregelaar. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. M4 Aansl. 2 van de brandstofopbrengstregelaar Contact aan, controleer de + 12 V na relais op aansl. 1 van de brandstofopbrengstregelaar. Als de storing aanhoudt, controleer de werking van de uitgangstrap van de rekeneenheid. Of met de ampèremeter: Elektroklep aangesloten, verbind de ampèremeterklem op de verbinding van aansl. 1 van de elektroklep (let op de stroomrichting): Wis een eventuele storing van de elektroklep van de brandstofdruk en geef het commando AC624 "Drukregelaar rail": De ampèremeter moet tien keer twee opeenvolgende stroomsterktes aangeven: ~ 0,6 A, daarna ~ 2 A Met een voltmeter: Elektroklep aangesloten, verbind de massa van de voltmeter met aansl. 2 van de elektroklep van de brandstofdruk en de positieve draad met aansluiting aansl. 1. Wis een eventuele storing van de elektroklep van de brandstofdruk en geef het commando AC624 "Drukregelaar rail": De voltmeter moet tien keer twee opeenvolgende spanningen aangeven ~ = accuspanning X actueel RCO*. Te weten achtereenvolgens: ~ 3,15 V bij een RCO van 25 % daarna ~ 9,45 V bij een RCO van 75 % (tien keer) Of met de oscilloscoop (op kaliber 5 V/verdeling en tijdbasis 1 ms/verdeling): Elektroklep aangesloten, verbind de massadraad van de oscilloscoop met de massa van de accu en de meetstift met aansl. 2 van de elektroklep brandstofdruk, wis een eventuele storing van de elektroklep brandstofdruk en geef het commando AC624 "Drukregelaar rail": De oscilloscoop moet een bloksignaal aangeven van 12,5 V met een frequentie van 185 Hz (met een RCO dat opeenvolgend gaat van 25 naar 75%). * Cyclisch stuursignaal * Cyclisch stuursignaal Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-72
76 Diagnose - Betekenis van de storingen DF053 VERVOLG 3 2.DEF t/m 7.DEF Geen bijzonderheden In het geval van een te hoge druk in de hoofdinspuitbuis: Controleer de werking van de verstuivers: zie, "Test van de organen", Test 1 "Test van de verstuivers". Controleer de werking van het opname element druk van de rail met behulp van het commando AC035 "Elektroklep brandstofdruk". Bekijk de parameter PR038 "Druk rail", en raadpleeg de conformiteitscontrole voor het controleren van de conformiteit van de waarden van de werking. Als deze controles geen afwijking aangeven, en als de storing aanhoudt, vervang de drukregelaar van de rail. In het geval van een te lage druk in de hoofdinspuitbuis: Controleer de werking van het opname element druk van de rail met behulp van het commando AC011 "Drukregelaar rail". Bekijk de parameter PR038 "Druk rail", en raadpleeg de conformiteitscontrole voor het controleren van de conformiteit van de waarden van de werking. Controleer de brandstofaanvoer van het lagedrukcircuit. Controleer de aansluitingen van het brandstoffilter. Controleer de staat van het filter (verstopt of verzadigd met water). Controleer het ontbreken van luchtbellen tussen het filter en de hogedrukpomp. Controleer de afdichting van het lagedruk- en hogedrukcircuit (visueel, reuk, enz.): pomphuis, overdrukklep, slangen, verbindingen hoofdinspuitbuis en verstuivers, verstuiverschachten enz. Controleer de juistheid van de montage van de afdichting op de drukregelaar. Controleer de werking van de verstuivers: zie, "Test van de organen", Test 1 "Test van de verstuivers". Voer de nodige werkzaamheden uit. Als de storing aanhoudt: vervang de drukregelaar van de rail. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-73
77 Diagnose - Betekenis van de storingen DF054 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT COMMANDO ELEKTROKLEP TURBODRUK CC.1 : kortsluiting aan + 12 V CC.0 : kortsluiting aan massa CO : onderbreking 1.DEF : interne elektronische storing 2.DEF : onsamenhangend signaal 3.DEF : signaal buiten onderlimiet 4.DEF : signaal buiten bovenlimiet 5.DEF: permanent hoog niveau Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: het starten van de motor een proefrit, een actuatorcommando AC004 "Elektroklep turbodruk". Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: de turbodruk is niet langer toegestaan, de EGR-functie is uitgeschakeld, het lampje prioriteit 1 brandt, de auto heeft te weinig vermogen. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de elektroklep van de turbodruk. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van de elektroklep van de turbodruk tussen aansl. 1 en 2. Als de weerstand niet 15,4 Ω ± 0,7 bij 20 C is, vervang de elektroklep turbodruk Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, grijs 48-polig, aansl. G4 Aansl. 1 elektroklep turbodruk Als de storing aanhoudt: vervang de elektroklep van de turbodruk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF054/EDC16_V10_DF054/EDC16_V14_DF054 -EDC16-Vd08,10,14-74
78 Diagnose - Betekenis van de storingen DF054 VERVOLG 1 CC.0 CO Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de elektroklep van de turbodruk. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van de elektroklep van de turbodruk tussen aansl. 1 en 2. Als de weerstand niet 15,4 Ω ± 0,7 bij 20 C is, vervang de elektroklep turbodruk. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. G4 Aansl. 1 elektroklep turbodruk Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. D4 Aansl. 2 elektroklep turbodruk Als de storing aanhoudt: vervang de elektroklep van de turbodruk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-75
79 Diagnose - Betekenis van de storingen DF054 VERVOLG 2 1.DEF t/m 5.DEF Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de elektroklep van de turbodruk. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van de elektroklep van de turbodruk tussen aansl. 1 en 2. Als de weerstand niet 15,4 Ω ± 0,7 bij 20 C is, vervang de elektroklep turbodruk. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. G4 Aansl. 1 elektroklep turbodruk Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. G1 Aansl. 2 elektroklep turbodruk Als de storing aanhoudt, controleer de werking van de uitgangstrap van de rekeneenheid. Elektroklep turbodruk aangesloten: Met een voltmeter: Verbind de positieve aansluiting van de voltmeter met aansl. 1 van de elektroklep en de negatieve met aansl. 2, Wis een eventuele storing en geef het commando AC004 "Elektroklep turbodruk". De voltmeter moet tien keer twee opeenvolgende spanningen aangeven: ~ 2,5 V (RCO van 20 %) daarna ~ 8,75 V (RCO* van 70 %). Of met de oscilloscoop (op kaliber 5 V/verdeling en tijdbasis 1 ms/verdeling): Verbind de negatieve aansluiting van de oscilloscoop met de massa van de accu en de positieve aansluiting met aansl. 2 van de elektroklep. Wis een eventuele storing en geef het commando AC004 "Elektroklep turbodruk". De oscilloscoop moet een bloksignaal aangeven met een amplitude van 12,5 V (accuspanning) met een frequentie van 140 Hz (met een RCO* dat verandert van ~20 naar ~70 %). Als de meting conform is, vervang dan de elektroklep. Als de meting geen aansturing aangeeft, of een gelijkspanning, neem dan contact op met de technische helpdesk. * Cyclisch stuursignaal Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-76
80 Diagnose - Betekenis van de storingen DF055 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT REGELING TURBODRUK 1.DEF : druk te laag 2.DEF : druk te hoog Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: het starten van de motor een proefrit. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: de turbodruk is niet langer toegestaan, de EGR-functie is uitgeschakeld, het lampje prioriteit 1 brandt. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van het opname element turbodruk. Controleer de stekkerverbindingen van de elektroklep van de turbodrukbegrenzing. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de afdichting van het turboluchtcircuit: slangen losgeschoten of lek, opname element druk los of niet goed gemonteerd (aanwezigheid van de afdichting), tussenkoeler lek (controleer de tussenkoeler als volgt: stilstaande auto, stabiel toerental tussen 3500 en 4000 tr/min en er mag geen luchtlekkage zijn). Controleer de conformiteit van het signaal van de turbodruk. (Raadpleeg de betekenis van parameter PR041 "Turbodruk"). Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF055/EDC16_V10_DF055/EDC16_V14_DF055 -EDC16-Vd08,10,14-77
81 Diagnose - Betekenis van de storingen DF055 VERVOLG 1 Controleer de werking van turbocompressor en zijn commandocircuit : Stilstaande motor, controleer of de bedieningssteel in de ruststand staat. Start de motor en controleer of de bedieningssteel naar de bovenste aanslag gaat. (bij stilstaande motor moet de bedieningssteel teruggaan naar de ruststand). Als de bewegingen van de bedieningssteel niet goed zijn, voer dan de volgende controles uit: 1) Controle van het bedieningsvacuüm: maak de slang los op de ingang van de elektroklep en sluit er een manometer op aan, start de motor en laat deze stabiel met stationair toerental draaien, als de onderdruk geen 800 mbar ± 100 wordt: controleer het vacuümcircuit vanaf de vacuümpomp, zet de motor stil, sluit de slang weer aan op de ingang en ga naar stap n 2. 2) Controle van de aansturing van de elektroklep: maak de slang los op de uitgang van de elektroklep, start de motor en laat hem stabiel met stationair toerental draaien, houd de elektroklep met de hand vast en sluit de uitgang met de duim af, als u de elektroklep niet voelt trillen, controleer dan de werking van de uitgangstrap van de rekeneenheid (zie DF054 "Commandocircuit elektroklep turbodruk" 1.DEF). 3) Controle van de werking van de elektroklep: sluit de manometer aan op de uitgang van de elektroklep, start de motor en laat deze stabiel met stationair toerental draaien, Als de onderdruk geen 800 mbar ± 100 wordt, vervang de elektroklep. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-78
82 Diagnose - Betekenis van de storingen DF055 VERVOLG 2 2.DEF Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst storing DF004 "Circuit opname element turbodruk" als die aanwezig of in het geheugen is. Controleer de stekkerverbindingen van het opname element turbodruk, Controleer de stekkerverbindingen van de elektroklep van de turbodrukbegrenzing, Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de conformiteit van het signaal va de turbodruk (raadpleeg de betekenis van parameter PR041 "Turbodruk"). Controleer of de begrenzingselektroklep van de turbodruk niet open geblokkeerd is: stilstaande motor, maak de slangen op de ingang en de uitgang van de elektroklep los, sluit een vacuümpomp aan op de ingang en pomp onderdruk, als de onderdruk niet blijft: vervang de elektroklep. Controleer of de bedieningssteel van turbocompressor gangbaar is: stilstaande motor, controleer of de bedieningssteel van de turbocompressor in de ruststand staat, zet een onderdruk van 800 mbar ± 100 op de slang naar de bedieningsbalg van de turbocompressor. als de balg de onderdruk vasthoudt, controleer dan de verplaatsing en de afstelling van de bedieningssteel van de turbocompressor (zie MR 364, 12B, Drukvulling). Als de bedieningssteel is vastgelopen, vervang de turbocompressor. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-79
83 Diagnose - Betekenis van de storingen DF056 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT LUCHTDOORSTROOMMETER CC.1 : kortsluiting aan + 12 V CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa 1.DEF : offset op minimumdrempel 2.DEF : offset op maximumdrempel 3.DEF : parameter op maximumwaarde 4.DEF : parameter op minimumwaarde Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een proefrit. Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de luchtdoorstroommeter. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. G2 Aansl. 1 luchtdoorstroommeter Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig aansl. E2 Aansl. 2 luchtdoorstroommeter Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. G1 Aansl. 5 luchtdoorstroommeter Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. B4 Aansl. 3 luchtdoorstroommeter Massa motor Aansl. 6 luchtdoorstroommeter Als de storing aanhoudt, vervang de luchtdoorstroommeter. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF056/EDC16_V10_DF056/EDC16_V14_DF056 -EDC16-Vd08,10,14-80
84 Diagnose - Betekenis van de storingen DF056 VERVOLG 1 CO.0 Geen bijzonderheden Controleer de voeding van + 5 V op aansl. 3 van de luchtdoorstroommeter. Controleer de stekkerverbindingen van de luchtdoorstroommeter. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig aansl. E2 Aansl. 2 luchtdoorstroommeter Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. B4 Aansl. 3 luchtdoorstroommeter Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. G1 Aansl. 5 luchtdoorstroommeter Controleer de + 12 V "na relais" op aansl. 4 van de stekker van de luchtdoorstroommeter. Als de storing aanhoudt en aanwezig blijft, vervangt u het opname element luchtdoorstroommeter. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-81
85 Diagnose - Betekenis van de storingen DF056 VERVOLG 2 Geen bijzonderheden. 1.DEF t/m 4.DEF Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het uitzetten van het contact en een vertraging van 15 secondes. Controleer de stekkerverbindingen van de luchtdoorstroommeter. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. B4 Aansl. 3 luchtdoorstroommeter Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. G1 Aansl. 5 luchtdoorstroommeter Massa Aansl. 6 luchtdoorstroommeter Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig aansl. E2 Aansl. 2 luchtdoorstroommeter Controleer de + 12 V "na relais" op aansl. 4 van de stekker van de luchtdoorstroommeter. Controleer het gehele luchtinlaatcircuit: Ingang van het luchtfilterhuis niet verstopt en geen verstopt filterelement, geen vuil op het rooster van de luchtdoorstroommeter is (alleen visuele controle), Als dit niet zo is: vervang de luchtdoorstroommeter. conformiteit van de aansluiting van het circuit van de carterventilatie, afdichting en geen verstopping van het lage en hoge druk luchtcircuit: slangen, aanwezigheid en vastzitten van de slangklemmen, montage van het opname element turbodruk, tussenkoeler, etc. controleer of de klep van de luchtinlaat open is (de klepbediening rust op het verdelerhuis) doorstroommeter aangesloten, contact aan en stilstaande motor: controleer de spanning tussen aansl. 2 en 5 van de doorstroommeter: Als de waarde niet ongeveer 0,6 V ± 0,1 is, vervang de luchtdoorstroommeter. Controleer of de EGR-klep niet in open stand geblokkeerd is: bouw de EGR-klep uit: Controleer of de klep in goede staat verkeert: Als uit deze controles een blokkering of onherstelbaar vastlopen blijkt, vervang de EGR-klep. Als geen afwijking is geconstateerd, en als de storing aanhoudt, vervang de luchtdoorstroommeter. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-82
86 Diagnose - Betekenis van de storingen DF057 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT DETECTOR WATER IN BRANDSTOF Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor of een proefrit. A) Controleer of de detectiesonde voor het water in de brandstof correct is aangesloten. Als dit niet zo is: wis de storing. Maak een proefrit (snelheid > 20 km/u en toerental > 1200 tr/min) gedurende meer dan 30 secondes. Als de storing niet terugkomt, diagnose klaar. Als de storing terugkomt, ga dan naar stap B. B) Als de sonde correct is aangesloten: Tap het brandstoffilter af (zie MR 364, 13A, brandstofaanvoer). Wis de storing. Maak een proefrit (snelheid > 20 km/u en toerental > 1200 tr/min) gedurende meer dan 30 secondes. Als de storing niet terugkomt, diagnose klaar. C) Als de storing terugkomt: Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid van het inspuitsysteem stekker C, grijze 32-polig, aansl. A2 Aansl. 3 van de waterdetectiesonde Controleer de voeding van de waterdetectiesonde: + 12 V na relais Aansl. 1 van de waterdetectiesonde massa Aansl. 2 van de waterdetectiesonde Voer de nodige reparaties uit. Als al deze controles geen enkele storing aangeven: Vervang de waterdetectiesonde zie MR 364, 13A, brandstofaanvoer). Wis de storing. Maak een proefrit (snelheid > 20 km/u en toerental > 1200 tr/min) gedurende meer dan 30 secondes, om de reparatie te bevestigen. N.B.: Als het waterpeil in het brandstoffilter onder de elektrodes van de sonde staat, kan bij bepaalde rijomstandigheden (bocht, helling) het waarschuwingslampje inspuitsysteem oplichten. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF057/EDC16_V10_DF057/EDC16_V14_DF057 -EDC16-Vd08,10,14-83
87 Diagnose - Betekenis van de storingen DF069 AANWEZIG INFORMATIE BOTSING GEDETECTEERD Voorwaarden voor het storing zoeken: Deze betekenis geldt alleen als de storing aanwezig is en de auto niet wil starten. Bijzonderheden: Deze storing verschijnt als de rekeneenheid van het inspuitsysteem informatie krijgt, van de rekeneenheid van de airbag via het multiplexnetwerk, over een frontale aanrijding. Zodra de rekeneenheid van het inspuitsysteem deze informatie ontvangt, wordt de werking van de motor verboden en gaat het waarschuwingslampje prioriteit 2 branden. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als de auto een aanrijding heeft gehad: Voer alle benodigde reparaties uit, wis de storing, zet het contact uit en wacht 40 s, wacht tot het waarschuwingslampje van de startvergrendeling knippert, zet het contact aan, Als de storing niet terugkomt, diagnose klaar. Als de storing terugkomt, voer een diagnose uit van de rekeneenheid van de airbag. Als de auto geen aanrijding heeft gehad, voer een diagnose uit van de rekeneenheid van de airbag. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF069P/EDC16_V10_DF069P/EDC16_V14_DF069P -EDC16-Vd08,10,14-84
88 Diagnose - Betekenis van de storingen DF070 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT CONTACT KOPPELINGSPEDAAL 1.DEF : geen signaal 2.DEF : onsamenhangend signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het indrukken van het koppelingspedaal of een proefrit. Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. * LET OP: Er worden twee types schakelaars gebruikt. Alleen de bestemming van de aansluitingen verandert: de eerste gebruikt de aansluitingen A1 en B3, de tweede de aansluitingen 1 en 2. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de "Inleiding" onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. Controleer de conformiteit en de afstelling van het de koppelingspedaalcontact (plaats, aansluiting). bekijk de staat ET233 "koppelingspedaal": koppelingspedaal niet ingedrukt, de staat ET233 moet zijn "LOS" koppelingspedaal ingedrukt, de staat ET233 moet zijn "INGEDRUKT". Als deze controles niet correct zijn, vervang het koppelingspedaalcontact. Als deze controles goed zijn: Controleer de stekkerverbindingen van het koppelingscontact. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem zwarte 32-polige stekker A, aansl. C4 Aansl. 2 of A1* koppelingspedaalcontact Massa Aansl. 1 of B3* koppelingspedaalcontact Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF070/EDC16_V10_DF070/EDC16_V14_DF070 -EDC16-Vd08,10,14-85
89 Diagnose - Betekenis van de storingen DF091 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN INFORMATIE RIJSNELHEID 1.DEF : onsamenhangend signaal 2.DEF : signaal buiten bovenlimiet 3.DEF : geen of verkeerde configuratie 4.DEF : storing verbinding CAN Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een proefrit. Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het ABS. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Doe de diagnose van het multiplexnetwerk en van het ABS. Raadpleeg de diagnose van de betreffende auto voor het behandelen van de eventuele storingen. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF091/EDC16_V10_DF091/EDC16_V14_DF091 -EDC16-Vd08,10,14-86
90 Diagnose - Betekenis van de storingen DF097 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT NOKKENAS 1.DEF : geen signaal 2.DEF : onsamenhangend signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig na het starten van de motor of een proefrit. Een daling van het motortoerental gevolgd door normaal gedrag is mogelijk. Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. 1.DEF 2.DEF Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst storing DF046: "Accuspanning" als die aanwezig of in het geheugen is. Controleer de stekkerverbindingen van het opname element nokkenas. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de stand en de bevestiging van het opname element nokkenas. Controleer ook de algemene staat ervan (beschadiging, verhitting...). Voer de nodige reparaties uit. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig aansl. D1 Aansl. 2 Opname element nokkenas Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig aansl. A1 Aansl. 1 Opname element nokkenas Contact aan, opname element nokkenas aangesloten: Meet met een voltmeter de spanning tussen aansl. 1 en 3 van het opname element nokkenas: De gemeten spanning moet de accuspanning ± 0,08 V zijn. Als de spanning buiten de tolerantie is, herhaal de meting dan met losgenomen stekker van het opname element nokkenas, Als de spanning met losgenomen opname element nog steeds buiten de tolerantie is, controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbinding tussen: Opname element nokkenas, aansl. 3 + APC na relais Als de gemeten spanning correct is met losgenomen opname element, meet dan de weerstand van het opname element nokkenas tussen aansl. 2 en 3. Vervang het opname element als de weerstand niet ± 500 Ω bij 20 C is. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF097/EDC16_V10_DF097/EDC16_V14_DF097 -EDC16-Vd08,10,14-87
91 Diagnose - Betekenis van de storingen DF098 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT BRANDSTOFTEMPERATUUR CC.0 : kortsluiting aan massa CO.1 : kortsluiting aan + 12 V Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een startpoging van de motor. Bijzonderheden: gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. de vervangende waarde is 40 C. CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van het opname element brandstoftemperatuur. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van het opname element brandstoftemperatuur tussen aansl. 1 en 2: Vervang het opname element brandstoftemperatuur als de weerstand niet ongeveer: 3820 Ω ± 282 Ω bij 20 C 2050 Ω ± 100 Ω bij 25 C 810 Ω ± 47 Ω bij 50 C Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. H2 Aansl. 1 opname element brandstoftemperatuur Controleer ook de isolatie van bovenstaande verbinding ten opzichte van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C, grijs 32-polig, aansl. F1 Als de storing aanhoudt, vervang het opname element brandstoftemperatuur. Aansl. 2 opname element brandstoftemperatuur Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF098/EDC16_V10_DF098/EDC16_V14_DF098 -EDC16-Vd08,10,14-88
92 Diagnose - Betekenis van de storingen DF098 VERVOLG CO.1 Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van het opname element brandstoftemperatuur. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van het opname element brandstoftemperatuur tussen aansl. 1 en 2: Vervang het opname element brandstoftemperatuur als de weerstand niet ongeveer: 3820 Ω ± 282 Ω bij 20 C 2050 Ω ± 100 Ω bij 25 C 810 Ω ± 47 Ω bij 50 C Controleer de geleiding, het ontbreken van overgangsweerstanden en de isolatie tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig, aansl. H2 Aansl. 1 opname element brandstoftemperatuur Als de storing aanhoudt, vervang het opname element brandstoftemperatuur. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-89
93 Diagnose - Betekenis van de storingen DF114 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT EGR-ELEKTROKLEP 1.DEF : opbrengst EGR-klep te hoog Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: het starten van de motor een proefrit. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: De EGR-functie is uitgeschakeld. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de stekkerverbindingen van de EGR-klep. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van de motor van de EGR-klep tussen aansl. 1 en 5. Als de weerstand niet 2,96 Ω ± 0,3 bij 20 C is, vervang de EGR-klep. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, bruin 48-polig aansl. C2 Aansl. 1 EGR-elektroklep Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, bruin 48-polig aansl. D2 Aansl. 5 EGR-elektroklep Controleer het ontbreken van lekkage van het EGR-circuit: leiding lek of beschadigd, vastzitten van de klembanden. Controle van de werking van de EGR-klep: sluit het diagnoseprogramma van het gereedschap Clip, zet het contact van de auto uit, maak de stekker van de EGR-klep los, bouw de EGR-klep uit, Controleer of de verplaatsing van de plunjer niet door vuil wordt geblokkeerd. Als de beweging van de zuiger niet door vuil wordt belemmerd, gebruik dan het commando RZ002 "Adaptieve waarden EGR" voor het herinitialiseren van de waarden van de werking van de klep en start de inleesprocedure van de offsets van de EGR (zie hoofdstuk "Vervangen van organen"). Als de klep onherstelbaar geblokkeerd of vastgelopen is, vervang de EGR-klep. Belangrijk: Na het vervangen van de EGR-klep moet deze altijd worden ingelezen. Herinitialiseer de parameters "eerste offset EGR-klep" en "laatste offset EGR-klep". Voor dit inlezen, raadpleeg het hoofdstuk "Vervangen van organen". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF114/EDC16_V10_DF114/EDC16_V14_DF114 -EDC16-Vd08,10,14-90
94 Diagnose - Betekenis van de storingen DF118 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN STURING EGR-ELEKTROKLEP 1.DEF : opbrengst EGR-klep te laag 2.DEF : opbrengst EGR-klep te hoog Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: het starten van de motor een proefrit. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: de EGR-functie is uitgeschakeld, rook uit de uitlaat mogelijk. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de stekkerverbindingen van de EGR-klep. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van de motor van de EGR-klep tussen aansl. 1 en 5. Als de weerstand niet 2,96 Ω ± 0,3 bij 20 C is, vervang de EGR-klep. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, bruin 48-polig aansl. C2 Aansl. 1 stekker van de EGR-klep Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, bruin 48-polig aansl. D2 Aansl. 5 stekker van de EGR-klep Controleer het ontbreken van lekkage van het EGR-circuit: leiding lek of beschadigd, vastzitten van de klembanden. Controle van de werking van de EGR-klep: sluit het diagnoseprogramma van het gereedschap Clip, zet het contact van de auto uit, maak de stekker van de EGR-klep los, bouw de EGR-klep uit, Controleer of de verplaatsing van de plunjer niet door vuil wordt geblokkeerd. Als de beweging van de zuiger niet door vuil wordt belemmerd, gebruik dan het commando RZ002 "Adaptieve waarden EGR" voor het herinitialiseren van de waarden van de werking van de klep en start de inleesprocedure van de offsets van de EGR (zie hoofdstuk "Vervangen van organen"). Als de klep onherstelbaar geblokkeerd of vastgelopen is, vervang de EGR-klep. BELANGRIJK: Na het vervangen van de EGR-klep moet deze altijd worden ingelezen. Herinitialiseer de parameters "eerste offset EGR-klep" en "laatste offset EGR-klep". Voor dit inlezen, raadpleeg het hoofdstuk "Vervangen van organen". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF118/EDC16_V10_DF118/EDC16_V14_DF118 -EDC16-Vd08,10,14-91
95 Diagnose - Betekenis van de storingen DF176 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VENTILATEURMOTOR LAGE SNELHEID CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : onsamenhangend signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: een startpoging of draaiende motor, het commando AC038 "Relais ventilateurmotor lage snelheid". Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid. CO Geen bijzonderheden. Controleer de + 12 V na relais op de houder van het relais R09 aansl. 10. Controleer de staat van de aansluitingen en de werking van het relais R09. Vervang deze indien nodig. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem grijze stekker C aansl. B1 Houder van het relais R09 aansl. 11 CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: Houder van het voedingsrelais rekeneenheid inspuitsysteem R8 aansl. 13 Houder van het relais ventilateurmotor lage snelheid R09 aansl. 10 Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF176/EDC16_V10_DF176/EDC16_V14_DF176 -EDC16-Vd08,10,14-92
96 Diagnose - Betekenis van de storingen DF176 VERVOLG CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem grijze stekker C aansl. B1 Houder van het relais R09 aansl DEF Geen bijzonderheden Controleer de staat van de stekkers: de stekker van het relais ventilateurmotor lage snelheid, de grijze stekker G van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem grijze stekker C aansl. B1 Houder van het voedingsrelais rekeneenheid inspuitsysteem R8 aansl. 13 Houder van het relais R09 aansl. 11 Houder van het relais ventilateurmotor lage snelheid R09 aansl. 10 Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-93
97 Diagnose - Betekenis van de storingen DF177 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VENTILATEURMOTOR HOGE SNELHEID CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : onsamenhangend signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: een startpoging of draaiende motor, het commando AC039 "Relais ventilateurmotor hoge snelheid". Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid. CO Geen bijzonderheden Controleer de + 12 V na relais op de houder van het relais ventilateurmotor R10 aansl. 6. Controleer de staat van de aansluitingen en de werking van het relais R10. Vervang deze indien nodig. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid van het inspuitsysteem grijze stekker C aansl. F2 Houder van het relais R10 aansl. 7 CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: Houder van het voedingsrelais rekeneenheid inspuitsysteem R8 aansl. 13 Houder van het relais ventilateurmotor lage snelheid R10 aansl. 6 Herstellen indien nodig Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF177/EDC16_V10_DF177/EDC16_V14_DF177 -EDC16-Vd08,10,14-94
98 Diagnose - Betekenis van de storingen DF177 VERVOLG CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem grijze stekker C aansl. B1 Houder van het relais R10 aansl. 7 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de staat van de stekkers: de stekker van het relais R10 van de ventilateurmotor, de grijze stekker G van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid van het inspuitsysteem grijze stekker C aansl. F2 Houder van het voedingsrelais rekeneenheid inspuitsysteem R8 aansl. 13 Houder van het relais R10 aansl. 7 Houder van het relais ventilateurmotor lage snelheid R10 aansl. 6 Herstellen indien nodig Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-95
99 Diagnose - Betekenis van de storingen DF195 IN GEHEUGEN SAMENHANG OPNAME ELEMENT NOKKENAS / MOTORTOERENTAL 1.DEF : onsamenhangend signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig na een startpoging. Bijzonderheden: Als de storing in het geheugen is geregistreerd, wist u de storing uit het geheugen van de rekeneenheid. Zet het contact af, start de motor en controleer of de storing niet terugkomt. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de stekkerverbindingen van het opname element vliegwiel en van het opname element nokkenas. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleding van de volgende verbindingen: rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B aansl. A1 Aansl. 1 van het opname element nokkenas. rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B aansl. D1 Aansl. 2 van het opname element nokkenas. rekeneenheid motor, stekker B aansl. B1 Aansl. 1 van het opname element vliegwiel. rekeneenheid motor, stekker B aansl. C1 Aansl. 2 van het opname element vliegwiel. Contact aan, opname element nokkenas aangesloten: Meet met een voltmeter de spanning tussen aansl. 1 en 3 van het opname element nokkenas: De gemeten spanning moet de accuspanning ± 0,08 V zijn. Als de spanning buiten de tolerantie is, herhaal de meting dan met losgenomen stekker van het opname element nokkenas. Als de spanning nog steeds buiten de tolerantie is met losgenomen opname element. Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Opname element nokkenas, aansl. 3 + APC na relais Als de gemeten spanning correct is met losgenomen opname element. Meet de weerstand van het opname element nokkenas tussen aansl. 2 en 3. Vervang het opname element als de weerstand niet ± 500 Ω bij 20 C is. Controleer of het opname element vliegwiel goed vastzit en de tandschijf vliegwiel niet beschadigd is. Controleer of de afstand tussen het opname element en het vliegwiel correct is: 0,5 tot 1,8 mm. Meet de weerstand van het opname element vliegwiel tussen aansl. 1 en 2. Vervang het opname element als de weerstand niet 250 ± 50 Ω bij 20 C is. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF195M/EDC16_V10_DF195M/EDC16_V14_DF195M -EDC16-Vd08,10,14-96
100 Diagnose - Betekenis van de storingen DF209 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT STAND EGR-SYSTEEM CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: het starten van de motor een proefrit. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: rook aanwezig bij de uitlaat, de functie diagnose van de offset van de EGR is gedeactiveerd en het waarschuwingslampje OBD brandt na drie opeenvolgende rijcycli (starten + 5 s + uitzetten van het contact en 40 s wachten) Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. BELANGRIJK Deze storing kan verschijnen na een beschadiging van de kabelbundel. Ga te werk zoals is aangegeven in de Inleiding onder "Controle van de kabelbundels". Met deze controle kunnen de staat en de conformiteit van de kabelbundel van de motor worden gecontroleerd. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF209/EDC16_V10_DF209/EDC16_V14_DF209 -EDC16-Vd08,10,14-97
101 Diagnose - Betekenis van de storingen DF209 VERVOLG 1 CO.0 Geen bijzonderheden. Controleer de stekkerverbindingen van de EGR-klep. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, bruin 48-polig aansl. J2 Aansl. 6 EGR-klep Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, bruin 48-polig aansl. F4 Aansl. 2 EGR-klep. Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C, grijs 32-polig aansl. C2 Aansl. 4 EGR-klep Controle van de werking van de EGR-klep: sluit het diagnoseprogramma van het gereedschap Clip, zet het contact van de auto uit, maak de stekker van de EGR-klep los, bouw de EGR-klep uit, Controleer of de verplaatsing van de plunjer niet door vuil wordt geblokkeerd. Als de beweging van de zuiger niet door vuil wordt belemmerd, gebruik dan het commando RZ002 "Adaptieve waarden EGR" voor het herinitialiseren van de waarden van de werking van de klep en start de inleesprocedure van de offsets van de EGR (zie hoofdstuk "Vervangen van organen"). Als de klep onherstelbaar geblokkeerd of vastgelopen is, vervang de EGR-klep. Belangrijk: Na het vervangen van de EGR-klep moet deze altijd worden ingelezen. Herinitialiseer de parameters "eerste offset EGR-klep" en "laatste offset EGR-klep". Voor dit inlezen, raadpleeg het hoofdstuk "Vervangen van organen". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-98
102 Diagnose - Betekenis van de storingen DF209 VERVOLG 2 CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de EGR-klep. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, bruin 48-polig aansl. J2 Aansl. 6 EGR-klep Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C, grijs 32-polig aansl. C2 Aansl. 4 EGR-klep Controle van de werking van de EGR-klep: sluit het diagnoseprogramma van het gereedschap Clip, zet het contact van de auto uit, maak de stekker van de EGR-klep los, bouw de EGR-klep uit, Controleer of de verplaatsing van de plunjer niet door vuil wordt geblokkeerd. Als de beweging van de zuiger niet door vuil wordt belemmerd, gebruik dan het commando RZ002 "Adaptieve waarden EGR" voor het herinitialiseren van de waarden van de werking van de klep en start de inleesprocedure van de offsets van de EGR (zie hoofdstuk "Vervangen van organen"). Als de klep onherstelbaar geblokkeerd of vastgelopen is, vervang de EGR-klep. Belangrijk: Na het vervangen van de EGR-klep moet deze altijd worden ingelezen. Herinitialiseer de parameters "eerste offset EGR-klep" en "laatste offset EGR-klep". Voor dit inlezen, raadpleeg het hoofdstuk "Vervangen van organen". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-99
103 Diagnose - Betekenis van de storingen DF226 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT INLAATLUCHTKLEP CC.1 : kortsluiting aan + 12 V CC.0 : kortsluiting aan massa CO : onderbreking CC : kortsluiting 1.DEF : interne elektrische storing 2.DEF : niet herkende elektrische storing 3.DEF : waarde buiten tolerantie Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: het starten van de motor een proefrit een actuatorcommando AC012 "Inlaatluchtklep" Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: de auto start moeilijk of start niet of maakt lawaai bij stilzetten van de motor, het lampje prioriteit 2 brandt. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. CC.1 CC Deze storing verschijnt na een complete rijcylus (starten + 5 s + uitzetten van het contact en 40 s wachten.) LET OP: Na werkzaamheden aan de luchtklep, moet RZ014 "Adaptieve waarden inlaatluchtklep standaard" worden gedaan. Zet daarna het contact uit en wacht 40 s. Controleer de stekkerverbindingen van de elektroklep van de inlaatluchtklep. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van de elektroklep van de inlaatklep tussen aansl. 1 en 2: De weerstand moet liggen tussen 43 en 49 Ω bij 25 C. Vervang de elektroklep als de weerstand buiten de tolerantie is. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF226/EDC16_V10_DF226/EDC16_V14_DF226 -EDC16-Vd08,10,14-100
104 Diagnose - Betekenis van de storingen DF226 VERVOLG 1 Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbinding: Accumassa Aansl. 1 van de inlaatluchtklep Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig aansl. J4 Aansl. 3 van de inlaatluchtklep Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. B2 Aansl. 4 van de inlaatluchtklep Als de storing aanhoudt: vervang de elektroklep van de inlaatluchtklep. CC.0 Deze storing verschijnt na een + APC of draaiende motor met stilzetten van de motor. LET OP: Na werkzaamheden aan de luchtklep, moet RZ014 "Adaptieve waarden inlaatluchtklep standaard" worden gedaan. Zet daarna het contact uit en wacht 40 s. Controleer de stekkerverbindingen van de elektroklep van de inlaatluchtklep. Meet de weerstand van de elektroklep van de inlaatklep tussen aansl. 1 en 2: De weerstand moet liggen tussen 43 en 49 Ω bij 25 C. Vervang de elektroklep als de weerstand buiten de tolerantie is. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig aansl. J4 Aansl. 3 elektroklep luchtinlaat Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. B2 Aansl. 4 van de inlaatluchtklep Controleer de 12 V na relais op aansl. 2 van de stekker van de elektroklep van de inlaatluchtklep. Als de storing aanhoudt: vervang de elektroklep van de inlaatluchtklep. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-101
105 Diagnose - Betekenis van de storingen DF226 VERVOLG 2 CO Deze storingen verschijnen na een complete rijcylus (starten + 5 s + uitzetten van het contact en 40 s wachten.) LET OP: Na werkzaamheden aan de luchtklep, moet RZ014 "Adaptieve waarden inlaatluchtklep standaard" worden gedaan. Zet daarna het contact uit en wacht 40 s. Controleer de stekkerverbindingen van de elektroklep van de inlaatluchtklep. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van de elektroklep van de inlaatluchtklep tussen aansl. 1 en 2: De weerstand moet liggen tussen 43 en 49 Ω bij 25 C. Vervang de elektroklep als de weerstand buiten de tolerantie is. Controleer de geleiding, het ontbreken van overgangsweerstanden en de isolatie tussen: Accumassa Aansl. 1 van de inlaatluchtklep Controleer de 12 V na relais op aansl. 2 van de stekker van de elektroklep van de inlaatluchtklep. Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B, bruin 48-polig aansl. J4 Aansl. 3 van de inlaatluchtklep Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. B2 Aansl. 4 van de inlaatluchtklep Als de storing aanhoudt: vervang de elektroklep van de inlaatluchtklep. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-102
106 Diagnose - Betekenis van de storingen DF226 VERVOLG 3 1.DEF 2.DEF 3.DEF LET OP: Na werkzaamheden aan de luchtklep, moet RZ014 "Adaptieve waarden inlaatluchtklep standaard" worden gedaan. Zet daarna het contact uit en wacht 40 s. Controleer de stekkerverbindingen van de elektroklep van de inlaatluchtklep. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van de elektroklep van de inlaatluchtklep tussen aansl. 1 en 2: De weerstand moet liggen tussen 43 en 49 Ω bij 25 C. Vervang de elektroklep als de weerstand buiten de tolerantie is. Controleer de geleiding, het ontbreken van overgangsweerstanden en de isolatie tussen: Accumassa Aansl. 1 elektroklep van de inlaatluchtklep Als de storing aanhoudt, controleer de werking van de uitgangstrap van de rekeneenheid. Elektroklep afslagklep aangesloten: verbind de negatieve aansluiting van de voltmeter met aansl. 1 van de elektroklep, verbind de positieve aansluiting van de voltmeter met aansl. 2 van de elektroklep, gebruik het commando AC012 "Inlaatluchtklep": De voltmeter moet tien keer twee opeenvolgende spanningen aangeven: ~ 2,5 V (RCO van 20 %) daarna ~ 8,75 V (RCO* van 70 %). Als de voltmeter niet de accuspanning aangeeft gedurende de gehele duur van het commando (tien keer 1 seconde), neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-103
107 Diagnose - Betekenis van de storingen DF227 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN TURBULENTIEKLEP CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid. BELANGRIJK De turbulentieklep is aanwezig maar wordt nooit aangestuurd. Vervang nooit de turbulentieklep. CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de staat van de aansluiting van de turbulentieklep, herstellen indien nodig. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte + 12 V van de volgende verbinding: 2-polige stekker van de turbulentieklep aansl. 1 Stekker B bruin aansl. M1 van de rekeneenheid inspuitsysteem CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de staat van de aansluiting van de turbulentieklep, herstellen indien nodig. Controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: 2-polige stekker van de turbulentieklep aansl. 2 + APC na relais Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF227/EDC16_V10_DF227/EDC16_V14_DF227 -EDC16-Vd08,10,14-104
108 Diagnose - Betekenis van de storingen DF238 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT RELAIS KOELVLOEISTOFVERWARMINGSELEMENTEN N 3. CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : onsamenhangend signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor of na het actuatorcommando AC031 "Relais koelvloeistofverwarmingselement n 3". Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid. 1.DEF CO Geen bijzonderheden Controleer de + 12 V na contact op de houder van het relais R5 aansl. 37. Indien er geen + 12 V is, raadpleeg de betekenis van de storing DF015 "Commandocircuit hoofdrelais". Controleer de staat van de stekkers van het relais koelvloeistofverwarmingselement n 3 (R5) en van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de staat en de werking van het relais R5. Vervang het indien defect. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid van het inspuitsysteem stekker B aansl. M3 Houder van het relais R5 aansl. 35 CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de staat en de werking van het relais R5. Vervang het indien defect. Controleer de geleiding, het ontbreken van overgangsweerstanden en de isolatie ten opzichte van massa van de volgende verbinding: Houder van het relais R5 aansl. 37 Houder van het relais R8 aansl. 13 Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF238/EDC16_V10_DF238/EDC16_V14_DF238 -EDC16-Vd08,10,14-105
109 Diagnose - Betekenis van de storingen DF238 VERVOLG CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de staat en de werking van het relais R5. Vervang het indien defect. Controleer de isolatie ten opzichte van + 12 V van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B aansl. M3 Houder van het relais R5 aansl. 35 Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-106
110 Diagnose - Betekenis van de storingen DF239 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT RELAIS KOELVLOEISTOFVERWARMINGSELEMENTEN N 2. CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : onsamenhangend signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor of na het actuatorcommando AC064 "Relais koelvloeistofverwarmingselement n 2". Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid. 1.DEF CO Geen bijzonderheden Controleer de + 12 V na contact op de houder van het relais R11 aansl. 63. Indien er geen + 12 V is, raadpleeg de betekenis van de storing DF125 "Commandocircuit hoofdrelais". Controleer de staat van de stekkers van het relais koelvloeistofverwarmingselement n 2 (R11) en van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de staat en de werking van het relais R11. Vervang het indien defect. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker C aansl. A1 Houder van het relais R11 aansl. 3 CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de staat en de werking van het relais R1. Controleer de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: Houder van het relais R11 aansl. 2 Houder van het relais R8 (voedingsrelais van de rekeneenheid van het inspuitsysteem) aansl. 13 Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF239/EDC16_V10_DF239/EDC16_V14_DF239 -EDC16-Vd08,10,14-107
111 Diagnose - Betekenis van de storingen DF239 VERVOLG CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de staat en de werking van het relais R11. Vervang het indien defect. Controleer de isolatie ten opzichte van + 12 V van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem grijze stekker C aansl. A1 Houder van het relais R11 aansl. 3 Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-108
112 Diagnose - Betekenis van de storingen DF240 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT RELAIS KOELVLOEISTOFVERWARMINGSELEMENTEN N 1. CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : onsamenhangend signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor of na het actuatorcommando AC063 "Relais koelvloeistofverwarmingselement n 1". Bijzonderheden: Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid. 1.DEF CO Geen bijzonderheden Controleer de + 12 V na contact op de houder van het relais R1 aansl. 63. Indien er geen + 12 V is, raadpleeg de betekenis van de storing DF015 "Commandocircuit hoofdrelais". Controleer de staat van de stekkers van het relais koelvloeistofverwarmingselement n 1 (R1) en van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de staat en de werking van het relais R1. Vervang deze indien nodig. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B aansl. K4 Houder van het relais R1 aansl. 65 CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de staat en de werking van het relais R1. Vervang het indien defect. Controleer de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding: Houder van het relais R1 aansl. 63 Houder van het relais R8 (voedingsrelais van de rekeneenheid van het inspuitsysteem) aansl. 13 Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF240/EDC16_V10_DF240/EDC16_V14_DF240 -EDC16-Vd08,10,14-109
113 Diagnose - Betekenis van de storingen DF240 VERVOLG CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de staat en de werking van het relais R1. Vervang het indien defect. Controleer de isolatie ten opzichte van + 12 V van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem bruine stekker B aansl. K4 Houder van het relais R1 aansl. 65 Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-110
114 Diagnose - Betekenis van de storingen DF250 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN FUNCTIE STABILITEITS PROGRAMMA 1.DEF : storing verbinding CAN 2.DEF : onsamenhangend signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een proefrit. 1.DEF 2.DEF Geen bijzonderheden Voer de diagnose uit van de ABS-rekeneenheid. Voer een test uit van het multiplexnetwerk en een complete diagnose van de eventuele storingen. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF250/EDC16_V10_DF250/EDC16_V14_DF250 -EDC16-Vd08,10,14-111
115 Diagnose - Betekenis van de storingen DF272 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT EGR 1.DEF : klep open geblokkeerd 2.DEF : klep dicht geblokkeerd Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een proefrit. Bijzonderheden: De EGR-functie is uitgeschakeld. Rook uit de uitlaat. Minder prestaties als 1.DEF aanwezig. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. 1.DEF 2.DEF Geen bijzonderheden Controleer de stekkerverbindingen van de EGR-klep. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van de motor van de EGR-klep tussen aansl. 1 en 5. Als de weerstand niet 2,96 Ω ± 0,3 bij 20 C is, vervang de EGR-klep. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, bruin 48-polig, aansl. C2 Aansl. 1 stekker van de EGR-klep Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, bruin 48-polig, aansl. D2 Aansl. 5 stekker van de EGR-klep Controleer het ontbreken van lekkage van het EGR-circuit: leiding lek of beschadigd, vastzitten van de klembanden. Controle van de werking van de EGR-klep: sluit het diagnoseprogramma van het gereedschap Clip, zet het contact van de auto uit, maak de stekker van de EGR-klep los, bouw de EGR-klep uit, Controleer of de verplaatsing van de plunjer niet door vuil wordt geblokkeerd. Als de beweging van de zuiger niet door vuil wordt belemmerd, gebruik dan het commando RZ002 "Adaptieve waarden EGR" voor het herinitialiseren van de waarden van de werking van de klep en start de inleesprocedure van de offsets van de EGR (zie hoofdstuk "Vervangen van organen"). Als de klep onherstelbaar geblokkeerd of vastgelopen is, vervang de EGR-klep. Belangrijk: Na het vervangen van de EGR-klep moet deze altijd worden ingelezen. Herinitialiseer de parameters "eerste offset EGR-klep" en "laatste offset EGR-klep". Voor dit inlezen, raadpleeg het hoofdstuk "Vervangen van organen". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF272/EDC16_V10_DF272/EDC16_V14_DF272 -EDC16-Vd08,10,14-112
116 Diagnose - Betekenis van de storingen DF276 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN INLEZEN VERSTUIVERCODES 1.DEF : interne elektronische storing tijdens het schrijven 2.DEF : geen code in geheugen Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: het vervangen van de verstuiver(s), het vervangen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: het motortoerental is beperkt, het lampje prioriteit 1 brandt. 1.DEF Geen bijzonderheden. Lees de verstuivercodes in met het commando SC002 "Invoeren verstuivercodes". Ga te werk volgens de procedures in het deel "Betekenis van de commando's". Als de storing nog steeds aanwezig is na uitzetten van het contact en opnieuw openen van de communicatie, neem contact op met de technische helpdesk. 2.DEF Deze storing is aanwezig op iedere lege rekeneenheid (nieuw of na herprogrammeren). BELANGRIJK Een rekeneenheid zonder optie IMA kan worden vervangen door een rekeneenheid met deze optie. De codes zijn dus niet opgeslagen tijdens het commando SC003 "Opslaan gegevens rekeneenheid". In dit geval wordt de staat ET104 "Gebruik van de verstuivercodes" "JA", de storing DF276 "Inlezen verstuivercode(s)" is aanwezig, en de motor werkt in het noodprogramma. Programmeer de verstuivercodes met: het commando SC002 "Invoeren van de verstuivercodes", (volgens de procedure die is beschreven in het deel "Betekenis van de commando's"). Als het schrijven van de codes zijn uitgevoerd: Zet het contact uit. Wacht 40 secondes en zet het contact weer aan. Start de communicatie en wis het storingsgeheugen. Einde van de werkzaamheden. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF276/EDC16_V10_DF276/EDC16_V14_DF276 -EDC16-Vd08,10,14-113
117 Diagnose - Betekenis van de storingen DF304 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT BY-PASS EGR CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : signaal buiten onderlimiet Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: de uitlaatgassen naar de inlaat worden niet gekoeld, geen enkele klacht. CO 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de stekkers van de elektroklep van de EGR by-pass en de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B bruin 48-polig, aansl. L3 Aansl. 1 stekker van de elektroklep by-pass Aansl. 2 van de stekker van de elektroklep by-pass EGR + APC na relais CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding, het ontbreken van overgangsweerstanden en de isolatie ten opzichte van massa van de volgende verbinding: Aansl. 2 stekker van de elektroklep by-pass + APC na relais CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding, het ontbreken van overgangsweerstanden en de isolatie ten opzichte van 12 V van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B bruin 48-polig, aansl. L3 Aansl. 1 stekker van de elektroklep by-pass Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF304/EDC16_V10_DF304/EDC16_V14_DF304 -EDC16-Vd08,10,14-114
118 Diagnose - Betekenis van de storingen DF306 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ROETFILTER LEK 1.DEF : defect 2.DEF : signaal buiten onderlimiet Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig na het wissen van het storingsgeheugen of na het starten van de motor. 1.DEF 2.DEF Geen bijzonderheden Controleer het roetfilter visueel. Controleer of er een gat in zit of dat het beschadigd is. Start indien nodig de motor en controleer of het filter op een of meer plaatsen lekt. Als het roetfilter niet goed is: vervang het. BELANGRIJK Na het vervangen van het roetfilter, moet u de parameters opnieuw initialiseren. Gebruik het commando SC030 "Adaptieve waarden roetfilter", en "Vervangen roetfilter". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF306/EDC16_V10_DF306/EDC16_V14_DF306 -EDC16-Vd08,10,14-115
119 Diagnose - Betekenis van de storingen DF308 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ROETFILTER VERSTOPT Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig wordt na het starten van de motor. Bijzonderheden: Het regenereren van het roetfilter is uitgeschakeld. Het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel prioriteit 1 brandt. Demonteer het roetfilter. Controleer of dit niet is verstopt bij de ingang en de uitgang van de uitlaatgassen. Controleer vervolgens de uitlaatlijn bij de ingang en de uitgang van het roetfilter om te zien of de buizen niet verstopt zijn. Als het roetfilter verstopt is of niet werkt: vervang het. BELANGRIJK Na het vervangen van het roetfilter, moet u de parameters opnieuw initialiseren. Gebruik het commando SC030 "Adaptieve waarden roetfilter", en "Vervangen roetfilter". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF308/EDC16_V10_DF308/EDC16_V14_DF308 -EDC16-Vd08,10,14-116
120 Diagnose - Betekenis van de storingen DF309 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT TEMPERATUUR NA ROETFILTER CO.1 : onderbreking of kortsluiting aan + 12 V CC.0 : kortsluiting aan massa 1.DEF : signaal buiten bovenlimiet Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig wordt na het starten van de motor. Bijzonderheden: Het regenereren van het roetfilter is uitgeschakeld. Het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel prioriteit 1 brandt. CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding, het ontbreken van overgangsweerstanden en de isolatie ten opzichte van massa van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B bruin 48-polig, aansl. K3 Aansl. 2 stekker opname element temperatuur achter roetfilter CO.1 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding, het ontbreken van overgangsweerstanden en de isolatie ten opzichte van + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B bruin 48-polig, aansl. K3 Rekeneenheid van het inspuitsysteem grijze stekker C, aansl. E3 Aansl. 2 stekker opname element temperatuur achter roetfilter Aansl. 1 stekker opname element temperatuur achter roetfilter Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF309/EDC16_V10_DF309/EDC16_V14_DF309 -EDC16-Vd08,10,14-117
121 Diagnose - Betekenis van de storingen DF309 VERVOLG 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B bruin 48-polig, aansl. K3 Aansl. 2 stekker opname element temperatuur achter roetfilter Rekeneenheid van het inspuitsysteem grijze stekker C, aansl. E3 Aansl. 1 stekker opname element temperatuur achter roetfilter Controleer de weerstand van het opname element tussen aansl. 1 en 2 van de stekker naargelang de parameter PR381 "Temperatuur na roetfilter": PR C: Ω PR C: Ω PR C: Ω PR C: Ω PR C: 3530 Ω PR C: 1380 Ω PR C: 638 Ω PR C: 342 Ω Als de gemeten waarden niet overeenkomen met de waarden hierboven, vervang dan het opname element van de temperatuur achter het roetfilter. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-118
122 Diagnose - Betekenis van de storingen DF310 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT TEMPERATUUR VOOR ROETFILTER CO.1 : onderbreking of kortsluiting aan + 12 V CC.0 : kortsluiting aan massa 1.DEF : signaal buiten bovenlimiet Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig wordt na het starten van de motor. Bijzonderheden: Het regenereren van het roetfilter is uitgeschakeld. Het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel prioriteit 1 brandt. CC.0 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding, het ontbreken van overgangsweerstanden en de isolatie ten opzichte van massa van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B bruin 48-polig, aansl. H3 Aansl. 2 stekker opname element temperatuur voor roetfilter CO.1 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding, het ontbreken van overgangsweerstanden en de isolatie ten opzichte van + 12 V van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B bruin 48-polig, aansl. H3 Aansl. 2 stekker opname element temperatuur voor roetfilter Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. A1 Aansl. 1 stekker opname element temperatuur voor roetfilter Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF310/EDC16_V10_DF310/EDC16_V14_DF310 -EDC16-Vd08,10,14-119
123 Diagnose - Betekenis van de storingen DF310 VERVOLG 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B bruin 48-polig, aansl. H3 Aansl. 2 stekker opname element temperatuur voor roetfilter Rekeneenheid inspuitsysteem bruine 48-polige stekker B, aansl. A1 Aansl. 1 stekker opname element temperatuur voor roetfilter Controleer de weerstand van het opname element tussen aansl. 1 en 2 van de stekker naargelang de parameter PR382 "Temperatuur voor roetfilter" : PR C: Ω PR C: Ω PR C: 6896 Ω PR C: 2575 Ω PR C: 1202 Ω PR C: 673 Ω PR C: 424 Ω Als de gemeten waarden niet overeenkomen met de waarden hierboven, vervang dan het opname element van de temperatuur voor het roetfilter. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-120
124 Diagnose - Betekenis van de storingen DF311 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN TE VEEL REGENERATIES Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig wordt na het starten van de motor. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: het waarschuwingslampje prioriteit 1 op het instrumentenpaneel brandt, het aanvragen van de regeneraties is uitgeschakeld. De storing DF311 verschijnt na 11 mislukte regeneratiepogingen tijdens de werking, of als de roetmassa in het filter groter is dan 45 g. Voer een regeneratie in de werkplaats uit. Volg de procedure van het commando SC017 "Regeneratie roetfilter" in het hoofdstuk "Betekenis van de commando's". Als de regeneratie nog steeds niet mogelijk is of geen effect heeft, en het roetfilter vervangen moet worden, voer dan de procedure SC030 "Adaptieve waarden roetfilter" uit. Deze procedure is beschreven in het hoofdstuk "Betekenis van de commando's". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF311/EDC16_V10_DF311/EDC16_V14_DF311 -EDC16-Vd08,10,14-121
125 Diagnose - Betekenis van de storingen DF312 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN REGENERATIE ROETFILTER ONMOGELIJK Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig wordt na het starten van de motor. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: het instrumentenpaneel toont "Roetfilter regenereren" (ALLEEN LAGUNA II ph. 1 en VELSATIS ph. 1). of het waarschuwingslampje roetfilter brandt (ALLEEN LAGUNA II ph. 2 en VELSATIS ph. 2). De storing DF312 verschijnt na 8 mislukte regeneratiepogingen tijdens de werking, of als de roetmassa in het filter groter is dan 45 g. Voer een regeneratie in de werkplaats uit. Volg de procedure van het commando SC017 "Regeneratie roetfilter" in het hoofdstuk "Betekenis van de commando's". Als de regeneratie nog steeds niet mogelijk is of geen effect heeft, en het roetfilter vervangen moet worden, voer dan de procedure SC030 "Adaptieve waarden roetfilter" uit. Deze procedure is beschreven in het hoofdstuk "Betekenis van de commando's". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF312/EDC16_V10_DF312/EDC16_V14_DF312 -EDC16-Vd08,10,14-122
126 Diagnose - Betekenis van de storingen DF315 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT DRUKVERSCHIL ROETFILTER CO : onderbreking CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : onsamenhangend signaal 2.DEF : signaal buiten onderlimiet Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig wordt na het starten van de motor. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: het waarschuwingslampje prioriteit 1 op het instrumentenpaneel brandt, de diagnose van het roetfilter is uitgeschakeld. CO CC.1 Geen bijzonderheden Controleer de staat van de stekkers van het opname element drukverschil en van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding, het ontbreken van overgangsweerstanden en de isolatie tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C aansl. F3 Aansl. 2 stekker van het opname element drukverschil roetfilter Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C aansl. B2 Aansl. 3 stekker van het opname element drukverschil roetfilter Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B aansl. G4 Aansl. 1 stekker van het opname element drukverschil roetfilter CO.0 Geen bijzonderheden Controleer de geleiding, het ontbreken van overgangsweerstanden en de isolatie ten opzichte van massa van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C aansl. B2 Aansl. 3 stekker van het opname element drukverschil roetfilter Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B aansl. G4 Aansl. 1 stekker van het opname element drukverschil roetfilter Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF315/EDC16_V10_DF315/EDC16_V14_DF315 -EDC16-Vd08,10,14-123
127 Diagnose - Betekenis van de storingen DF315 VERVOLG 1.DEF 2.DEF Geen bijzonderheden Controleer de staat van de drukleidingen van het opname element drukverschil. Controleer hun afdichting en hun correcte ligging. Vervang deze indien nodig. Controleer de staat van de stekkers van het opname element drukverschil en van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C aansl. B2 Aansl. 3 stekker van het opname element Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B aansl. G4 Als de storing aanhoudt: vervang het opname element drukverschil. drukverschil roetfilter Aansl. 1 stekker van het opname element drukverschil roetfilter Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-124
128 Diagnose - Betekenis van de storingen DF619 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN EGR-KLEP OPEN GEBLOKKEERD Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: Een proefrit. Bijzonderheden: De functie EGR en drukvulling zijn uitgeschakeld. het lampje prioriteit 1 brandt. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de aansluitingen van de EGR-klep. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controle van de werking van de EGR-klep: sluit het diagnoseprogramma van het gereedschap Clip, zet het contact van de auto uit, maak de stekker van de EGR-klep los, bouw de EGR-klep uit, Controleer of de verplaatsing van de plunjer niet door vuil wordt geblokkeerd. Als de beweging van de zuiger niet door vuil wordt belemmerd, gebruik dan het commando RZ002 "Adaptieve waarden EGR" voor het herinitialiseren van de waarden van de werking van de klep en start de inleesprocedure van de offsets van de EGR (zie "Vervangen van organen"). Als de klep onherstelbaar geblokkeerd of vastgelopen is, vervang de EGR-klep. Belangrijk: Na het vervangen van de EGR-klep moet deze altijd worden ingelezen. Herinitialiseer de parameters "eerste offset EGR-klep" en "laatste offset EGR-klep". Voor dit inlezen, raadpleeg het hoofdstuk "Vervangen van organen". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF619/EDC16_V10_DF619/EDC16_V14_DF619 -EDC16-Vd08,10,14-125
129 Diagnose - Betekenis van de storingen DF620 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN EGR-KLEP VERVUILD Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een proefrit. Bijzonderheden: De functies EGR, regeneratie en drukvulling zijn uitgeschakeld. het lampje prioriteit 1 brandt. Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de aansluitingen van de EGR-klep. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de werking van de EGR-klep: sluit het diagnoseprogramma van het gereedschap Clip, zet het contact van de auto uit, maak de stekker van de EGR-klep los, bouw de EGR-klep uit, Controleer of de verplaatsing van de plunjer niet door vuil wordt geblokkeerd. Als de beweging van de zuiger niet door vuil wordt belemmerd, gebruik dan het commando RZ002 "Adaptieve waarden EGR" voor het herinitialiseren van de waarden van de werking van de klep en start de inleesprocedure van de offsets van de EGR (zie "Vervangen van organen"). Als de klep onherstelbaar geblokkeerd of vastgelopen is, vervang de EGR-klep. Belangrijk: Na het vervangen van de EGR-klep moet deze altijd worden ingelezen. Herinitialiseer de parameters "eerste offset EGR-klep" en "laatste offset EGR-klep". Voor dit inlezen, raadpleeg het hoofdstuk "Vervangen van organen". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF620/EDC16_V10_DF620/EDC16_V14_DF620 -EDC16-Vd08,10,14-126
130 Diagnose - Betekenis van de storingen DF621 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN EGR-KLEP OPEN GEBLOKKEERD (STORING OBD) Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: Een proefrit. Bijzonderheden: De functie EGR en drukvulling zijn uitgeschakeld. Het waarschuwingslampje OBD brandt na drie complete rijcycli (starten + 5 s + uitzetten van het contact en 40 s wachten.). Gebruik het verlengblok Elé voor metingen aan de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de aansluitingen van de EGR-klep. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controle van de werking van de EGR-klep: sluit het diagnoseprogramma van het gereedschap Clip, zet het contact van de auto uit, maak de stekker van de EGR-klep los, bouw de EGR-klep uit, Controleer of de verplaatsing van de plunjer niet door vuil wordt geblokkeerd. Als de beweging van de zuiger niet door vuil wordt belemmerd, gebruik dan het commando RZ002 "Adaptieve waarden EGR" voor het herinitialiseren van de waarden van de werking van de klep en start de inleesprocedure van de offsets van de EGR (zie hoofdstuk "Vervangen van organen"). Als de klep onherstelbaar geblokkeerd of vastgelopen is, vervang de EGR-klep. Belangrijk: Na het vervangen van de EGR-klep moet deze altijd worden ingelezen. Herinitialiseer de parameters "eerste offset EGR-klep" en "laatste offset EGR-klep". Voor dit inlezen, raadpleeg het hoofdstuk "Vervangen van organen". Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF621/EDC16_V10_DF621/EDC16_V14_DF621 -EDC16-Vd08,10,14-127
131 Diagnose - Betekenis van de storingen DF717 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN DRUK VOOR FAP 1.DEF : onsamenhangend signaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig na het starten van de motor of een proefrit. Bijzonderheden: Als de storing aanwezig is: het waarschuwingslampje prioriteit 1 op het instrumentenpaneel brandt, de diagnose van het roetfilter is uitgeschakeld. 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de staat van de volgende drukleiding: Opname element druk voor roetfilter Opname element drukverschil Controleer of de leiding niet afgeknepen, verstopt of lek is. Controleer de correcte ligging en de aansluiting op het opname element drukverschil. Vervang de drukleiding indien nodig. Behandel eventueel aanwezige storingen. Maak een proefrit, gevolgd door een nieuwe controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_DF717/EDC16_V10_DF717/EDC16_V14_DF717 -EDC16-Vd08,10,14-128
132 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. BELANGRIJKSTE STATEN EN PARAMETERS VAN DE REKENEENHEID Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Botsing auto ET077: Botsing gedetecteerd NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF069 "Informatie botsing gedetecteerd". ET001: + na contact rekeneenheid AANWEZIG Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF015 "Commandocircuit hoofdrelais". 2 Voeding PR071: Voedingsspanning van de rekeneenheid 9 V < X < 16 V Bij een probleem, voer een diagnose uit van het laadstroomcircuit en raadpleeg de betekenis van DF047 "voedingsspanning rekeneenheid". 3 Draaiende motor PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. Contact aan: 0 tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". 4 Configuratie inspuitsysteem ET104: Gebruik van de verstuivercodes JA Deze staat geeft aan of de IMA functie actief is. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van storing DF276 "inlezen verstuivercodes ". 5 Druk PR035: Atmosferische druk Geeft de atmosferische druk in mbar. Het opname element is ingebouwd in de rekeneenheid. Vervangende waarde: 750 mbar. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF003 "Circuit opname element atmosferische druk". PR038: Druk hoofdinspuitbuis 0 < X < 30 bar Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF007 "Circuit opname element druk rail" EDC16_V08_CCONF/EDC16_V10_CCONF/EDC16_V14_CCONF -EDC16-Vd08,10,14-129
133 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. BELANGRIJKSTE STATEN EN PARAMETERS VAN DE REKENEENHEID (vervolg) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 6 Temperatuur PR058: PR064: Luchttemperatuur Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF039 "Circuit opname element inlaatluchttemperatuur". Koelvloeistoftemperatuur Geeft de temperatuur van de inlaatlucht. Vervangende waarde: 20 C Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C Vervangende waarde: 119 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 7 Voorverwarming ET007: Commando rekeneenheid voorverwarming "ACTIEF" enkele secondes na het aanzetten van het contact, en bij de naverwarming Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF017 "Commandocircuit rekeneenheid voornaverwarming". 8 Koppel PR015: Motorkoppel N.A. Deze parameter geldt alleen als de motor is gestart 9 Informatie snelheid PR089: Rijsnelheid Geeft de rijsnelheid in Km/u. Deze parameter is afkomstig van de rekeneenheid van het ABS. Deze informatie wordt naar het inspuitsysteem gestuurd via het multiplexnetwerk. Bij een probleem, doe een test van het multiplexnetwerk (zie 38C, ABS). -EDC16-Vd08,10,14-130
134 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. LUCHTCIRCULATIE (DRUKVULLING / INLAAT) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Draaiende motor PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. Contact aan: 0 tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". 2 Temperatuur PR058: Inlaatluchttemperatuur Geeft de temperatuur van de inlaatlucht Vervangende waarde: 20 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF039 "Circuit opname element inlaatluchttemperatuur". PR009: Berekende turbodruk 790 < X < 1010 mbar Geen PR041: Turbodruk PR041 = PR035 ± 10 mbar Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF004 "Circuit opname element turbodruk". 3 Drukvulling PR209: PR047: Verschil regelkring turbodruk Cyclisch stuursignaal turbodruk X = PR009 - PR041 = ~ 0 X = 5 % Als PR209 groot is, raadpleeg de betekenis van het commando AC004 "Elektroklep turbodruk". PR011: Correctie stand elektroklep drukvulling X < 5 % Geen -EDC16-Vd08,10,14-131
135 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. LUCHTCIRCULATIE (DRUKVULLING / INLAAT) (vervolg 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose PR035: Atmosferische druk Geeft de atmosferische druk in mbar. Het opname element is ingebouwd in de rekeneenheid. Vervangende waarde: 750 mbar. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF003 "Circuit opname element atmosferische druk". PR132: Luchtdoorstroming 0 < X < 10 kg/u Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF056 "Circuit luchtdoorstroommeter". 4 Luchtcirculatie PR049: RCO turbulentieklep 100 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF227 "Circuit turbulentieklep". PR013: Correctie stand turbulentieklep X < 5 % Geen PR672: PR417: PR420: Berekende stand inlaatluchtklep RCO inlaatluchtklep Foutenteller inlaatluchtklep X = 0 % X < 5 % X = 0 Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF226 "Circuit inlaatluchtklep". -EDC16-Vd08,10,14-132
136 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. LUCHTCIRCULATIE (DRUKVULLING / INLAAT) (vervolg 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose PR083: Spanning opname element luchttemperatuur 1,90 < X < 3,10 V Vervangende waarde: 5 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF039 "Circuit opname element inlaatluchttemperatuur" 5 Voeding van de opname elementen PR079: Spanning opname element atmosferische druk 3,80 < X < 4 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF003 "Circuit opname element atmosferische druk". PR073: Voedingsspanning luchtdoorstroommeter 0,5 < X < 1 V waarde: 0 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF013 "voedingsspanning n 3 van de opname elementen". -EDC16-Vd08,10,14-133
137 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. BRANDSTOFCIRCUIT Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Motortoerental PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. Contact aan: 0 tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". 2 Verstuivercodes ET104: Gebruik van de verstuivercodes "JA" Geeft aan of de verstuivercodes zijn ingelezen Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van storing DF276 "inlezen verstuivercodes". 3 Temperatuur PR063: Brandstoftemperatuur Geeft de temperatuur van de brandstof Vervangende waarde: 100 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF098 "Circuit opname element brandstoftemperatuur". PR008: Berekende druk hoofdinspuitbuis Geeft de theoretische druk voor een optimale werking van de motor. X = 250 ± 50 bar Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF053 "Functie drukregeling rail". 4 Druk PR038: PR048: Druk hoofdinspuitbuis Cyclisch stuursignaal drukregelklep hoofdinspuitbuis X = 0 bar Vervangende waarde: 250 bar X = 15 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF007 "Circuit opname element druk rail" PR213: Verschil regelkring druk rail X = PR008 - PR038 Het brandstofdrukverschil is het verschil tussen de werkelijke druk in de rail en de berekende druk in de rail. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF007 "Circuit opname element druk rail" -EDC16-Vd08,10,14-134
138 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. BRANDSTOFCIRCUIT (Vervolg) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose PR157: Berekende brandstofopbrengst X = 0 < X < 60 mg/ slag Geen PR017: Brandstofopbrengst PR017 = PR157 Geen PR364: Correctie brandstofopbrengst cilinder n 1 5 Opbrengst PR405: PR406: Correctie brandstofopbrengst cilinder n 2 Correctie brandstofopbrengst cilinder n mg/slag Bij een probleem, raadpleeg de TEST 1 "Test van de verstuivers" PR365: Correctie brandstofopbrengst cilinder n 4 6 Intensiteit rail PR007: PR006: Berekende stroomregelaar druk rail Stroom drukregelaar rail X = 400 ± 5 ma Vervangende waarde: 1600 ma PR006 = PR007 ± 5 ma Vervangende waarde: 1600 ma Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF007 "Circuit opname element druk rail" 7 Spanning opname elementen PR082: PR080: Spanning opname element brandstoftemperatuur Spanning opname element druk hoofdinspuitbuis 1,8 < X < 3,5 V Vervangende waarde: 5 V 0.5 < X < 1 V Vervangende waarde: 5 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF011 "Voedingsspanning n 1 van de opname elementen", DF012 "Voedingsspanning n 2 van de opname elementen", DF013 "Voedingsspanning n 3 van de opname elementen". -EDC16-Vd08,10,14-135
139 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. ANTILUCHTVERONTREINIGING/OBD Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Motortoerental PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". PR220: Stuursignaal EGR-elektroklep X = - 10 % Geen PR005: Berekende opening EGR-klep Geeft de theoretische waarde van de opening van de EGR-klep voor een optimale werking van de motor < X < 0 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF272 "Commandocircuit EGR". 2 EGR-systeem PR051: PR022: Opname element stand EGR-klep Afwijking stand EGR-klep - 10 < X < 0 % PR022 = PR005 - PR051 Bij een probleem raadpleeg de betekenis van DF118 "Bekrachtiging EGR-elektroklep". Het verschil van de kring van de controlewaarde van de stand van de EGR-klep moet gelijk zijn aan het verschil tussen de stand van de EGR-klep en de controlewaarde van deze stand. PR128: PR129: Eerste offset EGR-klep Laatste offset EGR-klep 5 % < X < 30 % (gemiddelde waarde) 5 % < X < 30 % (gemiddelde waarde) Bij een probleem, geef het commando RZ002 "Adaptieve waarden EGR". -EDC16-Vd08,10,14-136
140 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. ANTILUCHTVERONTREINIGING/OBD (vervolg 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose PR171: Berekende luchtdoorstroming voor de EGR 750 ± 200 mg/slag Geen PR132: Luchtdoorstroming X = 0 kg/u 3 Luchtregeling PR131: Afwijking luchtdoorstroming EGR PR131 = PR132 - PR171 Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF056 "Circuit luchtdoorstroommeter". ET078: Luchtregeling ACTIEF Indien "INACTIEF", zet het contact uit en wacht 40 s voor u het opnieuw probeert. 4 Voeding opname elementen PR077: Spanning opname element stand EGR-klep 0,5 < X < 1,5 V Vervangende waarde: 0 V Bij een probleem raadpleeg de betekenis van DF118 "Bekrachtiging EGR-elektroklep". 5 PR064: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C Vervangende waarde: 119 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". -EDC16-Vd08,10,14-137
141 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. ANTILUCHTVERONTREINIGING/OBD (vervolg 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 6 Roetfilter PR383: Massa roet in roetfilter X < 45 g. Vanaf 45 g regeneratie in de werkplaats verplicht en verschijnen storingen: Als de massa groter is dan 45 g, gebruik SC017 "Regeneratie roetfilter". PR414: Drukverschil FAP X = 0 ± 1 mbar Bij een probleem, raadpleeg de betekenis PR384: PR385: PR382: PR381: PR412: PR415: PR391: ET612: Druk achter roetfilter Doorstroming uitlaatlijn Temperatuur voor roetfilter Temperatuur achter roetfilter Km afgelegd sinds regeneratie Tijd sinds de laatste regeneratie Km afgelegd sinds vervangen roetfilter Dynamische regeneratie PR384 = PR035 ± 10 mbar (Atmosferische druk) Stilstaand 0 m 3 /u Minimale temperatuur van de werking 50 C Minimale temperatuur van de werking 200 C Waarde sinds de laatste regeneratie tijdens het rijden Km afgelegd sinds de laatste vervanging van het roetfilter INACTIEF van DF315 "Circuit opname element drukverschil roetfilter" of DF717 "Druk voor roetfilter". Geen Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF310 "Circuit opname element temperatuur voor roetfilter". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF309 "Circuit opname element temperatuur achter roetfilter". Na werkzaamheden aan het roetfilter, gebruik SC030 "Adaptieve waarden roetfilter". Indien herhaaldelijk DF311 "Te vee regeneraties", neem contact op met de technische helpdesk -EDC16-Vd08,10,14-138
142 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. KOUDE KRING Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Motor PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". 2 Bedieningspaneel bestuurder ET088: ET004: Verzoek inschakelen compressor Vrijgave airconditioning INACTIEF NEE Als de airconditioning is toegestaan of als de compressor wordt aangestuurd (zie 62A airconditioning). 3 Toerental airconditioning PR053: Gevraagde toerental door airconditioning N.A. Deze parameter geldt alleen als de motor is gestart 4 Vermogen PR125: Opgenomen vermogen door aircocompressor 0 W Geen 5 Koeling van de motor ET143: ET144: ET014: ET015: Commando relais ventilateurmotor lage snelheid Commando relais ventilateurmotor hoge snelheid Controle van ventilateurmotor 1 Controle van ventilateurmotor 2 Contact aan, motor < 80 INACTIEF Contact aan, motor < 80 UIT Als de ventilateurmotors voeding hebben met contact aan, kan het inspuitsysteem in het noodprogramma zijn. Doe een test van de systeemstoringen, raadpleeg de betekenis van de eventuele storingen. -EDC16-Vd08,10,14-139
143 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. KOUDE KRING (vervolg) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 6 PR064: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C Vervangende waarde: 119 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 7 Rijsnelheid PR089: Rijsnelheid Geeft de rijsnelheid in Km/u. Deze parameter is afkomstig van de rekeneenheid van het ABS. Deze informatie wordt naar het inspuitsysteem gestuurd via het multiplexnetwerk. Bij een probleem, doe een test van het multiplexnetwerk. Voor de betekenis van eventuele storingen (zie 38C, ABS). -EDC16-Vd08,10,14-140
144 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. PARAMETERS BESTUURDER Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Motor PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". PR190: Berekend stationair toerental X = 0 ± 50 tr/min Geen 2 Stand gaspedaal* PR030: Stand gaspedaal Geeft de stand van het gaspedaal. Als het pedaal niet is ingedrukt: PR030 = 0 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van storing DF008 "Circuit opname element pedaal baan 1" of DF009 "Circuit opname element pedaal baan 2". 3 Voeding opname element PR147: PR148: Spanning opname element pedaal baan 1 Spanning opname element pedaal baan 2 Gaspedaal niet ingedrukt 0,70 < X < 0,40 V Gaspedaal niet ingedrukt 0,35 < X < 0,40 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van storing DF008 "Spanning opname element pedaal baan 1" of DF009 "Spanning opname element pedaal baan 2". -EDC16-Vd08,10,14-141
145 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. PARAMETERS BESTUURDER (Vervolg) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 4 Remcontact ET122: ET123: Informatie contact rem n 1 Informatie contact rem n 2 Geeft de herkenning van de contacten van het rempedaal INACTIEF Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET122 "Informatie contact rem n 1". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET142 "Informatie contact rem n 2". 5 ET233: Koppelingspedaal Koppelingspedaal Geeft de herkenning van de contacten van het koppelingspedaal. LOS Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET233 "Koppelingspedaal". (*) Spanningen pedaal - koud contact aan (gemiddeld waarden ter indicatie). Gaspedaalwaarde 0 % 25 % 50 % 100 % 120 % Spanning baan 1 0,76 V 1,52 V 2,09 V 3,23 V 3,68 V Spanning baan 2 0,37 V 0,74 V 1,02 V 1,56 V 1,79 V -EDC16-Vd08,10,14-142
146 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. VERWARMING Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Motor 2 1 Stationair toerental gevraagd door koelvloeistofverwarmingselementen Koelvloeistofverwarmingselementen ET038: Motor Contact aan "UIT" zonder PR055: PR064: PR403: ET205: ET206: ET207: PR401: Motortoerental Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Commando relais koelvloeistofverwarmingselement N 1. Commando relais koelvloeistofverwarmingselement N 2. Commando relais koelvloeistofverwarmingselement n 3. Gevraagd vermogen koelvloeistofverwarmingselementen Geeft het toerental van de motor in tr/min Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C Vervangende waarde: 119 C N.A ACTIEF of INACTIEF afhankelijk strategie rekeneenheid Geeft het door de koelvloeistofverwarmingselementen opgenomen vermogen in W Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". Deze parameter geldt alleen als de motor is gestart Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF240 "Circuit relais koelvloeistofverwarmingselement n 1". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF239 "Circuit relais koelvloeistofverwarmingselement n 2". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF238 "Circuit relais koelvloeistofverwarmingselement n 3". Geen -EDC16-Vd08,10,14-143
147 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. SNELHEIDSREGELAAR / -BEGRENZER Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose PR089: Rijsnelheid Geeft de rijsnelheid in km/u. Deze parameter is afkomstig van de rekeneenheid van het ABS. Deze informatie wordt naar het inspuitsysteem gestuurd via het multiplexnetwerk. Bij een probleem, doe een test van het multiplexnetwerk. Voor de betekenis van eventuele storingen (zie 38C, ABS). 1 Snelheidsregelaar / -begrenzer PR130: Ingestelde snelheid Geeft de ingestelde snelheid voor de regeling aan Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staten ET042 "Snelheidsregelaar/ begrenzer" en ET415 "Deactiveren snelheidsregelaar/ begrenzer". INACTIEF: als geen enkele knop ingeschakeld is. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET042. ET042: Snelheidsregelaar / -begrenzer REGELING: knop AAN/UIT snelheidsbegrenzer ingedrukt Activeert het groene lampje van het instrumentenpaneel. BEGRENZING: knop AAN/UIT snelheidsbegrenzer ingedrukt Activeert het oranje lampje van het instrumentenpaneel. -EDC16-Vd08,10,14-144
148 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER (vervolg 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose ET413: Functie snelheidsregelaar/-begrenzer INACTIEF: als geen enkele knop ingeschakeld is. PLUS: knop verhoging ingedrukt MIN: knop verlaging ingedrukt OPSCHORTEN: knop "0" ingedrukt HERVATTEN: knop "R" ingedrukt Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staten ET042 "Snelheidsregelaar/ begrenzer", ET413 "Deactiveren snelheidsregelaar/begrenzer" en ET415 "Deactiveren snelheidsregelaar/ begrenzer". INACTIEF: als geen enkele knop ingeschakeld is. STAAT 1: aanvraag tractiecontrole 1 Snelheidsregelaar / -begrenzer (vervolg) ET415: STAAT 2: rempedaal ingedrukt STAAT 3: storing snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzer STAAT 4: ontkoppeling motor bak STAAT 5: probleem gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem STAAT 6: rijsnelheid ongeldig STAAT 7: druk op toets opschorten STAAT 8: versnellingshendel in neutraal STAAT 9: geen samenhang tussen de aanvraag en de rijsnelheid De snelheidsregelaar/- begrenzer kunnen op verschillende manieren zijn uitgeschakeld. LET OP: Sommige deactiveringen worden in het geheugen opgeslagen, om deze staat te herinitialiseren, gebruikt u RZ007 "Storingsgeheugen" Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staten ET042 "Snelheidsregelaar/ begrenzer", ET413 "Deactiveren snelheidsregelaar/ begrenzer" en ET415 "Deactiveren snelheidsregelaar/ begrenzer". -EDC16-Vd08,10,14-145
149 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. SNELHEIDSREGELAAR / -BEGRENZER (vervolg 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 2 Remcontact ET122: ET123: Informatie contact rem n 1 Informatie contact rem n 2 Rempedaal los INACTIEF Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staten ET122 en ET ET233: Contact koppelingspedaal Koppelingspedaal Rempedaal los LOS Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF070 "Circuit koppelingscontact". -EDC16-Vd08,10,14-146
150 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. KOELSYSTEEM Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR064: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C Vervangende waarde: 119 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 2 Ventilateurmotors ET143: ET144: ET014: ET015: Commando relais ventilateurmotor lage snelheid Commando relais ventilateurmotor lage snelheid Contact aan, motor < 80 INACTIEF Controle van ventilateurmotor 1 Contact aan, Controle van ventilateurmotor 2 motor < 80 STILSTAAND Als de ventilateurmotors voeding hebben met contact aan, kan het inspuitsysteem in het noodprogramma zijn. Doe een test van de systeemstoringen, raadpleeg de betekenis van de eventuele storingen. 3 Voeding opname element PR084: Spanning opname element koelvloeistoftemperatuur X = 3 V ± 0,5 Vervangende waarde: 5 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". -EDC16-Vd08,10,14-147
151 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. ONTSTEKING / VOORVERWARMING Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Voeding ET001: + na contact rekeneenheid AANWEZIG Bij een probleem, voer de diagnose uit van het laadstroomcircuit. ET038: Motor STILSTAAND Geen 2 Motor PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". 3 Temperatuur PR058: Luchttemperatuur Geeft de temperatuur van de inlaatlucht in C Vervangende waarde: 20 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF039 "Circuit opname element inlaatluchttemperatuur". PR064: Koelvloeistoftemperatuur Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C Vervangende waarde: 119 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 4 Voorverwarming ET007: Commando rekeneenheid voorverwarming De staat ET007 is "ACTIEF" enkele secondes na het aanzetten van het contact, en bij de naverwarming Bij een probleem, (ET007 geblokkeerd op "ACTIEF"), raadpleeg de betekenis van de storing DF017 "Commandocircuit rekeneenheid voor-naverwarming". 5 Voeding PR071: Voedingsspanning van de rekeneenheid 9 V < U < 16 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF047 "Voedingsspanning van de rekeneenheid". -EDC16-Vd08,10,14-148
152 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. STARTEN: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Voeding ET001: + na contact rekeneenheid AANWEZIG Bij een probleem, voer de diagnose uit van het laadstroomcircuit. 2 Starten ET238: Synchronisatie NIET UITGEVOERD ET076: Starten VRIJGAVE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van storing DF195 "Samenhang opname element nokkenas / motortoerental". Als de staat ET076 "VERBODEN" is, voer een complete diagnose uit van het multiplexnetwerk. 3 Werking van de motor ET038: Motor STILSTAAND Geen 4 Voeding PR071: Voedingsspanning van de rekeneenheid 9 V < U < 16 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF047 "Voedingsspanning van de rekeneenheid". PR358: Referentiespanning van de opname elementen 3,4 V < U < 3,8 V Geen -EDC16-Vd08,10,14-149
153 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: STILSTAANDE MOTOR, CONTACT AAN. BESCHERMING Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Startvergrendeling ET341: ET003: Code startvergrendeling ingelezen Startvergrendeling JA INACTIEF Als de staat ET341 is geblokkeerd op "NEE" (zie 87B, Huis met hulporganen) Als de staat ET003 is geblokkeerd op "ACTIEF" (zie 87B, Huis met hulporganen) 2 Botsing auto ET077: Botsing gedetecteerd NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF069 "Informatie botsing gedetecteerd". 3 Starten ET076: Starten TOEGESTAAN: het inspuitsysteem staat het inschakelen van de compressor toe Als de staat ET076 is "VERBODEN" (zie 87B, Huis met hulporganen) -EDC16-Vd08,10,14-150
154 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. BELANGRIJKSTE STATEN EN PARAMETERS VAN DE REKENEENHEID Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 6 Botsing auto ET077: Botsing gedetecteerd NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF069 "Informatie botsing gedetecteerd". ET001: + na contact rekeneenheid AANWEZIG Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF015 "Commandocircuit hoofdrelais". 7 Voeding PR071: Voedingsspanning van de rekeneenheid 9 V < X < 16 V Bij een probleem, voer een diagnose uit van het laadstroomcircuit en raadpleeg de betekenis van DF047 "voedingsspanning rekeneenheid". 8 Draaiende motor PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. 800 tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". 9 Configuratie inspuitsysteem ET104: Gebruik van de verstuivercodes JA Deze staat geeft aan of de IMA functie actief is. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van storing DF276 "inlezen verstuivercodes ". 10 Druk PR035: Atmosferische druk Geeft de atmosferische druk in mbar. Het opname element is ingebouwd in de rekeneenheid. Vervangende waarde: 750 mbar. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF003 "Circuit opname element atmosferische druk". PR038: Druk hoofdinspuitbuis 250 < X < 350 bar Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF007 "Circuit opname element druk rail" -EDC16-Vd08,10,14-151
155 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. BELANGRIJKSTE STATEN EN PARAMETERS VAN DE REKENEENHEID (vervolg) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 10 Temperatuur PR058: PR064: Luchttemperatuur Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF039 "Circuit opname element inlaatluchttemperatuur". Koelvloeistoftemperatuur Geeft de temperatuur van de inlaatlucht. Vervangende waarde: 20 C Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C Vervangende waarde: 119 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 11 Voorverwarming ET007: Commando rekeneenheid voorverwarming "ACTIEF" enkele secondes na het aanzetten van het contact, en bij de naverwarming Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF017 "Commandocircuit rekeneenheid voor-naverwarming". 12 Koppel PR015: Motorkoppel 20 < X < 30 N.m bij stationair toerental Deze parameter geldt alleen als de motor is gestart 13 Informatie snelheid PR089: Rijsnelheid Geeft de rijsnelheid in Km/u. Deze parameter is afkomstig van de rekeneenheid van het ABS. Deze informatie wordt naar het inspuitsysteem gestuurd via het multiplexnetwerk. Bij een probleem, doe een test van het multiplexnetwerk (zie 38C, ABS). -EDC16-Vd08,10,14-152
156 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. LUCHTCIRCULATIE (DRUKVULLING / INLAAT) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 6 Draaiende motor PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". 7 Temperatuur PR058: Inlaatluchttemperatuur Geeft de temperatuur van de inlaatlucht Vervangende waarde: 20 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF039 "Circuit opname element inlaatluchttemperatuur". PR041: Turbodruk PR041 = PR035 ± 10 mbar Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF004 "Circuit opname element turbodruk". PR009: Berekende turbodruk 790 < X < 1010 mbar Geen 8 Drukvulling PR209: PR047: Verschil regelkring turbodruk Cyclisch stuursignaal turbodruk X = PR009 - PR041 = ~ 0 60 < X < 90 % Als PR209 groot is, raadpleeg de betekenis van het commando AC004 "Elektroklep turbodruk". PR011: Correctie stand elektroklep drukvulling 60 < X < 90 % Geen -EDC16-Vd08,10,14-153
157 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. LUCHTCIRCULATIE (DRUKVULLING / INLAAT) (vervolg 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose PR035: Atmosferische druk Geeft de atmosferische druk in mbar. Het opname element is ingebouwd in de rekeneenheid. Vervangende waarde: 750 mbar Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF003 "Circuit opname element atmosferische druk". 9 Luchtcirculatie PR132: Luchtdoorstroming 25 < X < 50 kg/u Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF056 "Circuit luchtdoorstroommeter". PR049: RCO turbulentieklep 100 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF227 "Circuit turbulentieklep". PR013: Correctie stand turbulentieklep X < 5 % Geen 4 Luchtcirculatie PR672: PR417: PR420: Berekende stand inlaatluchtklep RCO inlaatluchtklep Foutenteller inlaatluchtklep X = 0 % X < 5 % X = 0 Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF226 "Circuit inlaatluchtklep". -EDC16-Vd08,10,14-154
158 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. LUCHTCIRCULATIE (DRUKVULLING / INLAAT) (vervolg 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose PR083: Spanning opname element luchttemperatuur 1,90 < X < 3,10 V Vervangende waarde: 5 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF039 "Circuit opname element inlaatluchttemperatuur" 10 Voeding van de opname elementen PR079: Spanning opname element atmosferische druk 3,80 < X < 4 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF003 "Circuit opname element atmosferische druk". PR073: Voedingsspanning luchtdoorstroommeter 1,5 < X < 2,5 V Vervangende waarde: 0 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF013 "voedingsspanning n 3 van de opname elementen". -EDC16-Vd08,10,14-155
159 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. BRANDSTOFCIRCUIT Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 8 Motortoerental PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. Contact aan: 0 tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". 9 Verstuivercodes ET104: Gebruik van de verstuivercodes "JA" Geeft aan of de verstuivercodes zijn ingelezen Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van storing DF276 "inlezen verstuivercodes". 10 Temperatuur PR063: Brandstoftemperatuur Geeft de temperatuur van de brandstof Vervangende waarde: 100 C. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF098 "Circuit opname element brandstoftemperatuur". PR008: Berekende druk hoofdinspuitbuis Geeft de theoretische druk voor een optimale werking van de motor. X = 250 ± 50 bar Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF053 "Functie drukregeling rail". 11 Druk PR038: PR048: Druk hoofdinspuitbuis Cyclisch stuursignaal drukregelklep hoofdinspuitbuis X = ~ 300 bar Vervangende waarde: 250 bar. 35 < X < 45 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF007 "Circuit opname element druk rail" PR213: Verschil regelkring druk rail X = PR008 - PR038 Het brandstofdrukverschil is het verschil tussen de werkelijke druk in de rail en de berekende druk in de rail. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF007 "Circuit opname element druk rail" -EDC16-Vd08,10,14-156
160 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. BRANDSTOFCIRCUIT (Vervolg) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose PR157: Berekende brandstofopbrengst X = 0 < X < 60 mg/ slag Geen PR017: Brandstofopbrengst PR017 = PR157 Geen PR364: Correctie brandstofopbrengst cilinder n 1 12 Opbrengst PR405: PR406: Correctie brandstofopbrengst cilinder n 2 Correctie brandstofopbrengst cilinder n 3 ± 1 mg/slag Bij een probleem, raadpleeg de TEST 1 "Test van de verstuivers". PR365: Correctie brandstofopbrengst cilinder n 4 13 Intensiteit rail PR007: PR006: Berekende stroomregelaar druk rail Stroom drukregelaar rail X = 1400 ± 50 ma Vervangende waarde: 1600 ma PR006 = PR007 ± 5 ma Vervangende waarde: 1600 ma Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF007 "Circuit opname element druk rail" 14 Spanning opname elementen PR082: PR080: Spanning opname element brandstoftemperatuur Spanning opname element druk hoofdinspuitbuis 1,8 < X < 3,5 V Vervangende waarde: 5 V 1 < X < 1,5 V Vervangende waarde: 5 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF011 "Voedingsspanning n 1 van de opname elementen", DF012 "Voedingsspanning n 2 van de opname elementen", DF013 "Voedingsspanning n 3 van de opname elementen". -EDC16-Vd08,10,14-157
161 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. ANTILUCHTVERONTREINIGING/OBD Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 Motortoerental PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". PR220: Stuursignaal EGR-elektroklep - 10 < X < 10 % Geen PR005: Berekende opening EGR-klep Geeft de theoretische waarde van de opening van de EGR-klep voor een optimale werking van de motor. 20 < X < 40 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF272 "Commandocircuit EGR". 6 EGR-systeem PR051: PR022: Opname element stand EGR-klep Afwijking stand EGR-klep 20 < X < 40 % PR022 = PR005 - PR051 moet dichtbij 0 zijn bij stationair toerental Bij een probleem raadpleeg de betekenis van DF118 "Bekrachtiging EGR-elektroklep". Het verschil van de kring van de controlewaarde van de stand van de EGR-klep moet gelijk zijn aan het verschil tussen de stand van de EGR-klep en de controlewaarde van deze stand. PR128: PR129: Eerste offset EGR-klep Laatste offset EGR-klep 5 % < X < 30 % (gemiddelde waarde) 5 % < X < 30 % (gemiddelde waarde) Bij een probleem, geef het commando RZ002 "Adaptieve waarden EGR". -EDC16-Vd08,10,14-158
162 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. ANTILUCHTVERONTREINIGING/OBD (vervolg 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose PR171: Berekende luchtdoorstroming voor de EGR 750 ± 200 mg/slag Geen PR132: Luchtdoorstroming Ongeveer 250 mg/ slag warme stationair draaiende motor 7 Luchtregeling PR131: Afwijking luchtdoorstroming EGR PR131 = PR132 - PR171 moet dichtbij 0 zijn bij stationair toerental Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF056 "Circuit luchtdoorstroommeter". ET078: Luchtregeling ACTIEF Indien "INACTIEF", zet het contact uit en wacht 40 s voor u het opnieuw probeert. 8 Voeding opname elementen PR077: Spanning opname element stand EGR-klep 1,5 < X < 2,5 V Vervangende waarde: 0 V Bij een probleem raadpleeg de betekenis van DF118 "Bekrachtiging EGR-elektroklep". 5 PR064: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C Vervangende waarde: 119 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". -EDC16-Vd08,10,14-159
163 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. ANTILUCHTVERONTREINIGING/OBD (vervolg 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 6 Roetfilter PR383: Massa roet in roetfilter X < 45 g. Vanaf 45 g regeneratie in de werkplaats verplicht en verschijnen storingen: Als de massa groter is dan 45 g, gebruik SC017 "Regeneratie roetfilter". PR414: Drukverschil FAP X = 0 ± 1 mbar Bij een probleem, raadpleeg de betekenis PR384: PR385: PR382: PR381: PR412: PR415: PR391: ET612: Druk achter roetfilter Doorstroming uitlaatlijn Temperatuur voor roetfilter Temperatuur achter roetfilter Km afgelegd sinds regeneratie Tijd sinds de laatste regeneratie Km afgelegd sinds vervangen roetfilter Dynamische regeneratie PR384 = PR035 ± 10 mbar bij stationair toerental (Atmosferische druk) van DF315 "Circuit opname element drukverschil roetfilter" of DF717 "Druk voor roetfilter". 30 < X < 80 m 3 /u Geen 150 < X < 200 C warme stationair draaiende motor Minimale temperatuur van de werking 200 C Waarde sinds de laatste regeneratie tijdens het rijden Km afgelegd sinds de laatste vervanging van het roetfilter INACTIEF Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF310 "Circuit opname element temperatuur voor roetfilter". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF309 "Circuit opname element temperatuur achter roetfilter". Na werkzaamheden aan het roetfilter, gebruik SC030 "Adaptieve waarden roetfilter". Indien herhaaldelijk DF311 "Te vee regeneraties", neem contact op met de technische helpdesk -EDC16-Vd08,10,14-160
164 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. KOUDE KRING Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 8 Motor PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". 9 Bedieningspaneel bestuurder ET088: ET004: Verzoek inschakelen compressor Vrijgave airconditioning ACTIEF indien airconditioning gevraagd Ja indien airconditioning gevraagd Als de airconditioning is toegestaan of als de compressor wordt aangestuurd (zie 62A airconditioning). 10 Toerental airconditioning PR053: Gevraagde toerental door airconditioning 875 tr/min afhankelijk strategie rekeneenheid Deze parameter geldt alleen als de motor is gestart 11 Vermogen PR125: Opgenomen vermogen door aircocompressor Geeft het door de aircocompressor opgenomen vermogen Deze parameter geldt alleen als de motor is gestart 12 Koeling van de motor ET143: ET144: ET014: ET015: Commando relais ventilateurmotor lage snelheid Commando relais ventilateurmotor hoge snelheid Controle van ventilateurmotor 1 Controle van ventilateurmotor 2 ACTIEF indien airconditioning gevraagd INACTIEF DRAAIEND indien airconditioning gevraagd STILSTAAND Als de ventilateurmotors voeding hebben met contact aan, kan het inspuitsysteem in het noodprogramma zijn. Doe een test van de systeemstoringen, raadpleeg de betekenis van de eventuele storingen. -EDC16-Vd08,10,14-161
165 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. KOUDE KRING (vervolg) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 13 PR064: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C Vervangende waarde: 119 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 14 Rijsnelheid PR089: Rijsnelheid Geeft de rijsnelheid in Km/u. Deze parameter is afkomstig van de rekeneenheid van het ABS. Deze informatie wordt naar het inspuitsysteem gestuurd via het multiplexnetwerk. Bij een probleem, doe een test van het multiplexnetwerk. Voor de betekenis van eventuele storingen (zie 38C, ABS). -EDC16-Vd08,10,14-162
166 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. PARAMETERS BESTUURDER Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 4 Motor PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". PR190: Berekend stationair toerental X = 0 ± 50 tr/min Geen 5 Stand gaspedaal* PR030: Stand gaspedaal Geeft de stand van het gaspedaal. Als het pedaal niet is ingedrukt: PR030 = 0 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van storing DF008 "Circuit opname element pedaal baan 1" of DF009 "Circuit opname element pedaal baan 2". 6 Voeding opname element PR147: PR148: Spanning opname element pedaal baan 1 Spanning opname element pedaal baan 2 Gaspedaal niet ingedrukt 0,70 < X < 0,40 V Gaspedaal niet ingedrukt 0,35 < X < 0,40 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van storing DF008 "Spanning opname element pedaal baan 1" of DF009 "Spanning opname element pedaal baan 2". -EDC16-Vd08,10,14-163
167 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. PARAMETERS BESTUURDER (Vervolg) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 4 Remcontact ET122: ET123: Informatie contact rem n 1 Informatie contact rem n 2 Geeft de herkenning van de contacten van het rempedaal INACTIEF Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET122 "Informatie contact rem n 1". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET142 "Informatie contact rem n 2". 5 ET233: Koppelingspedaal Koppelingspedaal Geeft de herkenning van de contacten van het koppelingspedaal. LOS Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET233 "Koppelingspedaal". (*) Spanningen pedaal - koud contact aan (gemiddeld waarden ter indicatie). Gaspedaalwaarde 0 % 25 % 50 % 100 % 120 % Spanning baan 1 0,76 V 1,52 V 2,09 V 3,23 V 3,68 V Spanning baan 2 0,37 V 0,74 V 1,02 V 1,56 V 1,79 V -EDC16-Vd08,10,14-164
168 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. VERWARMING Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 3 Motor 4 2 Koelvloeistofverw armingselementen ET038: Motor DRAAIEND zonder PR055: PR064: PR403: ET205: ET206: ET207: PR401: Motortoerental Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Stationair toerental gevraagd door koelvloeistofverwarmingselementen Commando relais koelvloeistofverwa rmingselement n 1 Commando relais koelvloeistofverwa rmingselement n 2 Commando relais koelvloeistofverwa rmingselement n 3 Gevraagd vermogen koelvloeistofverwa rmingselementen Geeft het toerental van de motor in tr/min Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C Vervangende waarde: 119 C 875 tr/min als een van de drie koelvloeistofverwarmingselementen ACTIEF is ACTIEF of INACTIEF afhankelijk strategie rekeneenheid Geeft het door de koelvloeistofverwarmin gselementen opgenomen vermogen in W Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". Geen Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF240 "Circuit relais koelvloeistofverwarming selement n 1". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF239 "Circuit relais koelvloeistofverwarming selement n 2". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF238 "Circuit relais koelvloeistofverwarming selement n 3". Geen -EDC16-Vd08,10,14-165
169 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. SNELHEIDSREGELAAR / -BEGRENZER Volgo rde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose PR089: Rijsnelheid Geeft de rijsnelheid in km/u. Deze parameter is afkomstig van de rekeneenheid van het ABS. Deze informatie wordt naar het inspuitsysteem gestuurd via het multiplexnetwerk. Bij een probleem, doe een test van het multiplexnetwerk. Voor de betekenis van eventuele storingen (zie 38C, ABS). 2 Snelheidsrege laar / - begrenzer PR130: Ingestelde snelheid Geeft de ingestelde snelheid voor de regeling aan Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staten ET042 "Snelheidsregelaar/ begrenzer" en ET415 "Deactiveren snelheidsregelaar/ begrenzer". INACTIEF: als geen enkele knop ingeschakeld is. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staat ET042. ET042: Snelheidsregelaar / -begrenzer REGELING: knop AAN/UIT snelheidsbegrenzer ingedrukt Activeert het groene lampje van het instrumentenpaneel. BEGRENZING: knop AAN/UIT snelheidsbegrenzer ingedrukt Activeert het oranje lampje van het instrumentenpaneel. -EDC16-Vd08,10,14-166
170 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER (vervolg 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose ET413: Functie snelheidsregelaar/-begrenzer INACTIEF: als geen enkele knop ingeschakeld is. PLUS: knop verhoging ingedrukt MIN: knop verlaging ingedrukt OPSCHORTEN: knop "0" ingedrukt HERVATTEN: knop "R" ingedrukt Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staten ET042 "Snelheidsregelaar/begrenzer", ET413 "Deactiveren snelheidsregelaar/begrenzer" en ET415 "Deactiveren snelheidsregelaar/begrenzer". INACTIEF: als geen enkele knop ingeschakeld is. STAAT 1: aanvraag tractiecontrole 2 Snelheidsregelaar / -begrenzer (vervolg) ET415: STAAT 2: rempedaal ingedrukt STAAT 3: storing snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzer STAAT 4: ontkoppeling motor bak STAAT 5: probleem gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem STAAT 6: rijsnelheid ongeldig STAAT 7: druk op toets opschorten STAAT 8: versnellingshendel in neutraal STAAT 9: geen samenhang tussen de aanvraag en de rijsnelheid De snelheidsregelaar/- begrenzer kunnen op verschillende manieren zijn uitgeschakeld. LET OP: Sommige deactiveringen worden in het geheugen opgeslagen, om deze staat te herinitialiseren, gebruikt u RZ007 "Storingsgeheugen" Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staten ET042 "Snelheidsregelaar/ begrenzer", ET413 "Deactiveren snelheidsregelaar/begrenzer" en ET415 "Deactiveren snelheidsregelaar/begrenzer". -EDC16-Vd08,10,14-167
171 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. SNELHEIDSREGELAAR / -BEGRENZER (vervolg 2) Volgo rde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 Remcontact ET122: ET123: Informatie contact rem n 1 Informatie contact rem n 2 Rempedaal los INACTIEF Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de staten ET122 en ET Contact koppelingspedaal ET233: Koppelingspedaal Rempedaal los LOS Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF070 "Circuit koppelingscontact". -EDC16-Vd08,10,14-168
172 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. KOELSYSTEEM Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 4 PR064: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C Vervangende waarde: 119 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 5 Ventilateurmotors ET143: ET144: ET014: ET015: Commando relais ventilateurmotor lage snelheid Commando relais ventilateurmotor lage snelheid Controle van ventilateurmotor 1 Controle van ventilateurmotor 2 ACTIEF indien airconditioning gevraagd INACTIEF DRAAIEND indien airconditioning gevraagd STILSTAAND Als de ventilateurmotors voeding hebben met contact aan, kan het inspuitsysteem in het noodprogramma zijn. Doe een test van de systeemstoringen, raadpleeg de betekenis van de eventuele storingen. 6 Voeding opname element PR084: Spanning opname element koelvloeistoftemperatuur X = 3 V ± 0,5 Vervangende waarde: 5 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". -EDC16-Vd08,10,14-169
173 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. ONTSTEKING / VOORVERWARMING Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 6 Voeding ET001: + na contact rekeneenheid AANWEZIG Bij een probleem, voer de diagnose uit van het laadstroomcircuit. ET038: Motor DRAAIEND Geen 7 Motor PR055: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF005 "Circuit opname element vliegwiel". 8 Temperatuur PR058: PR064: Luchttemperatuur Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF039 "Circuit opname element inlaatluchttemperatuur". Koelvloeistoftemperatuur Geeft de temperatuur van de inlaatlucht in C Vervangende waarde: 20 C Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor in C Vervangende waarde: 119 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 9 Voorverwarming ET007: Commando rekeneenheid voorverwarming De staat ET007 is "ACTIEF" enkele secondes na het aanzetten van het contact, en bij de naverwarming Bij een probleem, (ET007 geblokkeerd op "ACTIEF"), raadpleeg de betekenis van de storing DF017 "Commandocircuit rekeneenheid voor-naverwarming". 10 Voeding PR071: Voedingsspanning van de rekeneenheid 9 V < U < 16 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF047 "Voedingsspanning van de rekeneenheid". -EDC16-Vd08,10,14-170
174 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. STARTEN Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 Voeding ET001: + na contact rekeneenheid AANWEZIG Bij een probleem, voer de diagnose uit van het laadstroomcircuit. 6 Starten ET238: Synchronisatie UITGEVOERD ET076: Starten VRIJGAVE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van storing DF195 "Samenhang opname element nokkenas / motortoerental". Als de staat ET076 "VERBODEN" is, voer een complete diagnose uit van het multiplexnetwerk. 7 Werking van de motor ET038: Motor DRAAIEND Geen 8 Voeding PR071: Voedingsspanning van de rekeneenheid 9 V < U < 16 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF047 "Voedingsspanning van de rekeneenheid". PR358: Referentiespanning van de opname elementen 3,4 V < U < 3,8 V Geen -EDC16-Vd08,10,14-171
175 Diagnose - Conformiteitscontrole Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Stationair draaiende motor: koelvloeistoftemperatuur > 80. BESCHERMING Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 4 Startvergrendeling ET341: ET003: Code startvergrendeling ingelezen Startvergrendeling JA INACTIEF Als de staat ET341 is geblokkeerd op "NEE" (zie 87B, Huis met hulporganen) Als de staat ET003 is geblokkeerd op "ACTIEF" (zie 87B, Huis met hulporganen) 5 Botsing auto ET077: Botsing gedetecteerd NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF069 "Informatie botsing gedetecteerd". 6 Starten ET076: Starten TOEGESTAAN: het inspuitsysteem staat het inschakelen van de compressor toe Als de staat ET076 is "VERBODEN" (zie 87B, Huis met hulporganen) -EDC16-Vd08,10,14-172
176 Diagnose - Overzicht van de staten Staat gereedschap Omschrijving in diagnoseapparaat ET001 ET003 ET004 ET007 + na contact rekeneenheid Startvergrendeling Vrijgave airconditioning Commando rekeneenheid voorverwarming ET014 Controle van ventilateurmotor 1 ET015 Controle van ventilateurmotor 2 ET038 ET042 ET076 ET077 ET078 ET088 ET104 Motor Snelheidsregelaar / -begrenzer Starten Botsing gedetecteerd Luchtregeling Verzoek inschakelen compressor Gebruik van de verstuivercodes ET122 Informatie contact rem n 1 ET123 Informatie contact rem n 2 ET143 ET144 Commando relais ventilateurmotor lage snelheid Commando relais ventilateurmotor hoge snelheid ET205 Commando relais koelvloeistofverwarmingselement n 1 ET206 Commando relais koelvloeistofverwarmingselement n 2 ET207 Commando relais koelvloeistofverwarmingselement n 3 ET233 ET238 ET341 ET413 ET415 ET612 Koppelingspedaal Synchronisatie Code startvergrendeling ingelezen Functie snelheidsregelaar/-begrenzer Uitschakelen snelheidsregelaar / -begrenzer Dynamische regeneratie -EDC16-Vd08,10,14-173
177 Diagnose - Betekenis van de staten + NA CONTACT REKENEENHEID ET001 Bijzonderheden: Doe deze controles alleen als de staten "AFWEZIG" en "AANWEZIG" niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. AFWEZIG Contact aan controleer de staat en de conformiteit van de voedingszekering F5D (5A) van de veiligheids- en schakeleenheid. Herstellen indien nodig Controleer de massa op de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A zwart 32-polig aansl. G4 Accumassa Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A zwart 32-polig aansl. H4 Accumassa Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A zwart 32-polig aansl. H1 Accumassa Controleer de + 12 V op aansl. D1 van de stekker A van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als er geen spanning is, controleer de geleiding en de isolatie ten opzichte van de massa van de volgende verbinding : Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A zwart 32-polig aansl. D V na contact AANWEZIG Contact aan Normale werking. Controleer of er geen + 12 V na contact is na het uitzetten van het contact. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET001/EDC16_V10_ET001/EDC16_V14_ET001 -EDC16-Vd08,10,14-174
178 Diagnose - Betekenis van de staten STARTVERGRENDELING ET003 Bijzonderheden: Doe deze controles alleen als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. ACTIEF Als de staat ET003 is geblokkeerd op "ACTIEF", raadpleeg de diagnose van het huis met hulporganen interieur. INACTIEF Na het aanzetten van het contact, en tijdens het rijden, moet de staat ET003 "INACTIEF" zijn. Als dit niet zo is, raadpleeg dan de Service Mededeling van de diagnose van het huis met hulporganen interieur. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET003/EDC16_V10_ET003/EDC16_V14_ET003 -EDC16-Vd08,10,14-175
179 Diagnose - Betekenis van de staten VRIJGAVE AIRCONDITIONING ET004 Bijzonderheden: Doe deze controles alleen als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. JA De toestemming van de airconditioning wordt alleen "JA" als: de airconditioning is gevraagd door de bestuurder (schakelaar airconditioning op stand AC of AUTO met ventilatie), de motor niet vol belast is, de airconditioning geen storing heeft. NEE De staat ET004 blijft "NEE" in de volgende omstandigheden: stilstaande auto contact aan, storingen in de aircocircuit, geen airconditioning gevraagd door de bestuurder, motor vol belast. Als de staat ET004 "NEE" blijft terwijl de airconditioning toegestaan zou moeten zijn, controleer: of de aircocompressor ingeschakeld wordt, de zekeringen van de voeding van de airconditioning, de aanwezigheid van koudemiddel in het circuit van de airconditioning, of de druk van het koudemiddel bij stationair toerental in orde is. Als het probleem aanhoudt, controleer de storingen van de rekeneenheid van de airconditioning (zie, 62A, "Airconditioning"). Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET004/EDC16_V10_ET004/EDC16_V14_ET004 -EDC16-Vd08,10,14-176
180 Diagnose - Betekenis van de staten COMMANDO REKENEENHEID VOORVERWARMING ET007 Bijzonderheden: Doe deze controles alleen als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. JA Tijdens de koude start stuurt de rekeneenheid van het inspuitsysteem de rekeneenheid van de voor/naverwarming aan zodat de motor kan starten. De staat ET007 wordt "JA" enkele secondes na het aanzetten van het contact en tijdens de voor/naverwarming. Als de auto niet start en de staat ET007 wel "JA" wordt, controleer: de voedingszekering F2 (70A) van de rekeneenheid voor-naverwarming. de weerstand van de voorverwarmingsstiften. Vervang de voorverwarmingsstift(en) waarvan de weerstand niet ongeveer 0,6 Ω is. Als de auto start en de staat ET007 "JA" blijft als de motor werkt, raadpleeg de betekenis van de storingen: DF017 "Commandocircuit rekeneenheid voor-naverwarming". DF025 "Verbinding diagnose rekeneenheid voor-naverwarming". NEE Na het starten van de motor en de naverwarming, moet de rekeneenheid van het inspuitsysteem de aansturing van de rekeneenheid voor-naverwarming stoppen. De staat ET007 moet "NEE" worden. Indien de motor niet start en de staat ET007 "NEE" blijft, controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem Aansl. A4 32-polige, grijze stekker C Rekeneenheid inspuitsysteem Aansl. E2 32-polige, grijze stekker C Als het probleem aanhoudt, raadpleeg de betekenis van de storingen: DF017 "Commandocircuit rekeneenheid voor-naverwarming". DF025 "Verbinding diagnose rekeneenheid voor-naverwarming". Aansl. 9 rekeneenheid voorverwarming Aansl. 8 rekeneenheid voorverwarming Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET007/EDC16_V10_ET007/EDC16_V14_ET007 -EDC16-Vd08,10,14-177
181 Diagnose - Betekenis van de staten CONTROLE VAN VENTILATEURMOTOR 1 ET014 Bijzonderheden: Doe deze controles als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. Opmerking: De staat ET014 "Controle van ventilateurmotor 1" en de staat ET143 "Commando relais ventilateurmotor lage snelheid" veranderen tegelijk van status. DRAAIEND De ventilateurmotor lage snelheid wordt in drie gevallen gevoed: de temperatuur van de koelvloeistof is hoger dan 89 C, de airconditioning is in werking, de rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft systeemstoringen waardoor de motor te heet zou kunnen worden. Als de ventilateurmotor lage snelheid wordt aangestuurd: de staat ET014 wordt "DRAAIEND". de staat ET143 "Commando relais ventilateurmotor lage snelheid" wordt "ACTIEF". Indien de ventilateurmotor lage snelheid niet werkt, raadpleeg de diagnose van de veiligheids- en schakeleenheid. STILSTAAND De ventilateurmotor lage snelheid stopt als: de temperatuur van de koelvloeistof lager is dan 89 C, de airconditioning niet is gevraagd door de bestuurder. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET014/EDC16_V10_ET014/EDC16_V14_ET014 -EDC16-Vd08,10,14-178
182 Diagnose - Betekenis van de staten CONTROLE VAN VENTILATEURMOTOR 2 ET015 Bijzonderheden: Doe deze controles als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. Opmerking: De staat ET015 "Controle van ventilateurmotor 2" en de staat ET144 "Commando relais ventilateurmotor hoge snelheid" veranderen tegelijk van status. DRAAIEND De ventilateurmotor kan worden aangestuurd als: de temperatuur van de koelvloeistof hoger is dan 99 C, de rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft systeemstoringen waardoor de motor te heet zou kunnen worden. Als de ventilateurmotor lage snelheid wordt aangestuurd: de staat ET015 wordt DRAAIEND". de staat ET144 "Commando relais ventilateurmotor hoge snelheid" wordt "ACTIEF". Indien de ventilateurmotor hoge snelheid niet werkt, raadpleeg de diagnose van de veiligheids- en schakeleenheid. STILSTAAND De ventilateurmotor lage snelheid stopt als: de temperatuur van de koelvloeistof lager is dan 99 C, Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET015/EDC16_V10_ET015/EDC16_V14_ET015 -EDC16-Vd08,10,14-179
183 Diagnose - Betekenis van de staten MOTOR ET038 STILSTAAND De staat ET038 is "uit" als de motor contact aan heeft zonder actie van de startmotor. AFGESLAGEN De staat ET038 is "afgeslagen" als de motor is afgeslagen. De auto heeft nog steeds + na contact. DRAAIEND De staat ET038 is "draaiend" als de motor is gestart. STARTMOTOR De staat ET038 is "startmotor" als de motor in de startfase is. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET038/EDC16_V10_ET038/EDC16_V14_ET038 -EDC16-Vd08,10,14-180
184 Diagnose - Betekenis van de staten SNELHEIDSREGELAAR / -BEGRENZER ET042 Bijzonderheden: Doe deze controles als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. REGELING De staat ET042 wordt "REGELAAR" als de knop voor het inschakelen van de snelheidsregelaar is ingedrukt. Deze knop bevindt zich op het instrumentenpaneel of op de middenconsole van de auto. Een groen lampje op het instrumentenpaneel brandt als de staat ET042 "REGELAAR" is. Als de staat ET042 niet "REGELAAR" wordt, controleer de staat van de "AAN/UIT" knop van de snelheidsregelaar, en de stekker ervan. Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A zwart 32-polig aansl. A2 Knop aan/uit snelheidsregelaar stekker 6-polig aansl. A3 BEGRENZING De staat ET042 wordt "BEGRENZER" als de knop voor het inschakelen van de snelheidsbegrenzer is ingedrukt. Deze knop bevindt zich op het instrumentenpaneel of op de middenconsole van de auto. Een geel lampje op het instrumentenpaneel brandt als de staat ET042 "REGELAAR" is. Als de staat ET042 niet "BEGRENZER" wordt, controleer de staat van de "AAN/UIT" knop van de snelheidsbegrenzer, en de stekker ervan. Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A zwart 32-polig aansl. C3 Knop aan/uit snelheidsregelaar stekker 6-polig aansl. B1 Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET042/EDC16_V10_ET042/EDC16_V14_ET042 -EDC16-Vd08,10,14-181
185 Diagnose - Betekenis van de staten STARTEN ET076 Bijzonderheden: Doe deze controles alleen als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. VRIJGAVE Het starten is toegestaan als de UCH het starten vrijgeeft. De staat ET076 wordt "TOEGESTAAN" als de kaarten van de auto zijn herkend en de startvergrendeling niet actief is. VERBODEN Als de kaart niet is herkend door de UCH, is het starten verboden. De staat ET076 is "VERBODEN" en de auto kan niet starten. Voer een diagnose uit van de UCH, en raadpleeg de service mededeling met de diagnose van de auto voor het behandelen van de eventuele storingen. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET076/EDC16_V10_ET076/EDC16_V14_ET076 -EDC16-Vd08,10,14-182
186 Diagnose - Betekenis van de staten BOTSING GEDETECTEERD ET077 Bijzonderheden: Doe deze controles als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. JA Bij een aanrijding ontvangt de rekeneenheid van het inspuitsysteem de informatie van de botsing via het multiplexnetwerk, en kan deze zo de inspuiting onderbreken. De staat ET077 is "JA". Zet het contact uit gedurende 10 secondes en zet het daarna weer aan om de motor te kunnen starten. Doe een test van het multiplexnetwerk, en behandel de eventuele storingen; NEE Bij normale werking, is de staat ET077 "NEE" als de rekeneenheid geen botsinformatie heeft ontvangen. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET077/EDC16_V10_ET077/EDC16_V14_ET077 -EDC16-Vd08,10,14-183
187 Diagnose - Betekenis van de staten VERZOEK INSCHAKELEN VAN DE COMPRESSOR ET088 ACTIEF De airconditioning is gevraagd door de bestuurder door het indrukken van de schakelaars van de airconditioning (Auto of AC). De staat ET088 wordt "ACTIEF" en de rekeneenheid staat de werking van de airconditioning wel of niet toe naargelang de werkomstandigheden. Als de staat ET088 niet "ACTIEF" wordt na actie op de bedieningsknop, raadpleeg de diagnose van de airconditioning van de auto. INACTIEF Als de bestuurder de airconditioning uitschakelt, moet de staat ET088 "INACTIEF" worden. Als dit niet zo is, raadpleeg de Service Mededeling van de diagnose "airconditioning" van de auto. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET088/EDC16_V10_ET088/EDC16_V14_ET088 -EDC16-Vd08,10,14-184
188 Diagnose - Betekenis van de staten GEBRUIK VAN DE VERSTUIVERCODES ET104 Bijzonderheden: Doe deze controles alleen als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. JA De staat ET104 is "JA" als de IMA-optie (individuele verstuivercorrectie) is geactiveerd in de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Alle verstuivers hebben een IMA-code gegraveerd op het bakelieten huis, maar niet alle rekeneenheden maken er gebruik van. Als een rekeneenheid is geconfigureerd met de IMA-optie, moeten de verstuivercodes in de volgende gevallen worden ingevoerd in de rekeneenheid van het inspuitsysteem: vervangen van een of meer verstuivers, vervangen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem, herprogrammeren van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als het inlezen van de verstuivercodes niet is gebeurd na deze werkzaamheden, is de storing DF276 "Inlezen verstuivercodes" aanwezig, en werkt de motor met het noodprogramma. Gebruik het commando SC002 "Invoeren van de verstuivercodes" volgens de procedure die is beschreven bij de betekenis van dit commando. NEE De staat ET104 is "NEE" als de rekeneenheid niet is geconfigureerd voor het werken met IMA-codes (individuele verstuivercorrectie). BELANGRIJK: Een rekeneenheid zonder optie IMA kan worden vervangen door een rekeneenheid met deze optie. In dit geval wordt de staat ET104 "JA" na het vervangen van de rekeneenheid. De storing DF276 "Inlezen verstuivercodes" is aanwezig, en de motor werkt in het noodprogramma. Gebruik dan het commando SC002 "Invoeren van de verstuivercodes" volgens de procedure die is beschreven bij de betekenis van dit commando. DEFECT De staat ET104 is "DEFECT" als de rekeneenheid geen IMA-codes in het geheugen heeft. De storing DF276 "Inlezen verstuivercodes" is aanwezig, en de motor werkt in het noodprogramma. Gebruik dan het commando SC002 "Invoeren van de verstuivercodes" volgens de procedure die is beschreven bij de betekenis van dit commando. Als aan het eind van de procedure de staat ET104 "DEFECT" blijft, neem contact op met de technische helpdesk. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET104/EDC16_V10_ET104/EDC16_V14_ET104 -EDC16-Vd08,10,14-185
189 Diagnose - Betekenis van de staten ET122 ET123 INFORMATIE CONTACT REM N 1 INFORMATIE CONTACT REM N 2 Bijzonderheden: Doe deze controles alleen als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. Opmerking: De staten ET122 en ET123 moeten tegelijk van status veranderen. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF050 "Circuit remcontact". * LET OP: Er worden twee types schakelaars gebruikt. Alleen de bestemming van de aansluitingen verandert: De eerste gebruikt de aansluitingen A1, B3, A3 en B1, De tweede gebruikt de aansluitingen 1, 2, 3 en 4. INACTIEF (rempedaal ingedrukt) Als de remlichten branden: Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem zwarte 32-polige stekker A, aansl. E4 Aansl. 3 of A3* Rempedaalcontact Als de remlichten niet branden, controleer: de staat en de montage van de remlichtschakelaar, de staat en de conformiteit van de zekering 1H (15A), de conformiteit van de waarden van de volgende tabel: Schakelaar ingedrukt (Rempedaal niet ingedrukt) Schakelaar niet ingedrukt (Rempedaal ingedrukt) Geleiding tussen de aansluitingen 3 en 4 of A3 en B1 1 en 2 of A1 en B3 Isolatie tussen de aansluitingen 1 en 2 of A1 en B3 3 en 4 of A3 en B1 Vervang de schakelaar als de gemeten waarden niet correct zijn. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET122/EDC16_V10_ET122/EDC16_V14_ET122 -EDC16-Vd08,10,14-186
190 Diagnose - Betekenis van de staten ET122 ET123 VERVOLG * LET OP: Er worden twee types schakelaars gebruikt. Alleen de bestemming van de aansluitingen verandert: De eerste gebruikt de aansluitingen A1, B3, A3 en B1, De tweede gebruikt de aansluitingen 1, 2, 3 en 4. ACTIEF (rempedaal niet ingedrukt) Als de remlichten branden: Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem zwarte 32-polige stekker A, aansl. E4 Aansl. 3 of A3* Rempedaalcontact Als de remlichten niet werken. controleer de staat en de montage van de remlichtschakelaar en de zekering van de remlichten. bouw de remlichtschakelaar uit en test de werking ervan: Schakelaar ingedrukt (Rempedaal niet ingedrukt) Schakelaar niet ingedrukt (Rempedaal ingedrukt) Geleiding tussen de aansluitingen 3 en 4 of A3 en B1 1 en 2 of A1 en B3 Isolatie tussen de aansluitingen 1 en 2 of A1 en B3 3 en 4 of A3 en B1 Vervang de schakelaar als de gemeten waarden niet correct zijn. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-187
191 Diagnose - Betekenis van de staten COMMANDO RELAIS VENTILATEURMOTOR LAGE SNELHEID ET143 Bijzonderheden: Doe deze controles als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. Opmerking: De staat ET014 "Controle van ventilateurmotor 1" en de staat ET143 "Commando relais ventilateurmotor lage snelheid" veranderen tegelijk van status. ACTIEF De rekeneenheid van het inspuitsysteem vraagt om het activeren van de ventilateurmotor lage snelheid als: de temperatuur van de koelvloeistof is hoger dan 89 C, de rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft systeemstoringen waardoor de motor te heet zou kunnen worden, de airconditioning is gevraagd door de bestuurder. Als de ventilateurmotor hoge snelheid wordt aangestuurd: de staat ET143 "Commando relais ventilateurmotor lage snelheid" wordt "ACTIEF", de staat ET014 wordt DRAAIEND". Indien de ventilateurmotor lage snelheid niet werkt, raadpleeg de diagnose van de veiligheids- en schakeleenheid. STILSTAAND De ventilateurmotor lage snelheid stopt als: de temperatuur van de koelvloeistof lager is dan 89 C, het inspuitsysteem geen storingen heeft waardoor de motor te heet zou kunnen worden, de airconditioning niet is gevraagd door de bestuurder. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET143/EDC16_V10_ET143/EDC16_V14_ET143 -EDC16-Vd08,10,14-188
192 Diagnose - Betekenis van de staten COMMANDO RELAIS VENTILATEURMOTOR HOGE SNELHEID ET144 Bijzonderheden: Doe deze controles als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. Opmerking: De staat ET015 "Controle van ventilateurmotor 2" en de staat ET144 "Commando relais ventilateurmotor hoge snelheid" veranderen tegelijk van status. DRAAIEND De rekeneenheid van het inspuitsysteem vraagt om het activeren van de ventilateurmotor hoge snelheid als: de temperatuur van de koelvloeistof hoger is dan 99 C, de rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft systeemstoringen waardoor de motor te heet zou kunnen worden. Als de ventilateurmotor hoge snelheid wordt aangestuurd: de staat ET144 "Commando relais ventilateurmotor hoge snelheid" wordt "ACTIEF". de staat ET015 wordt DRAAIEND". Indien de ventilateurmotor hoge snelheid niet werkt, raadpleeg de diagnose van de veiligheids- en schakeleenheid. STILSTAAND De ventilateurmotor hoge snelheid stopt als: de temperatuur van de koelvloeistof lager is dan 99 C, het inspuitsysteem geen storingen heeft waardoor de motor te heet zou kunnen worden. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET144/EDC16_V10_ET144/EDC16_V14_ET144 -EDC16-Vd08,10,14-189
193 Diagnose - Betekenis van de staten ET205 ET206 ET207 COMMANDO RELAIS KOELVLOEISTOFVERWARMINGSELEMENT N 1, 2, 3 INACTIEF De staten ET205, ET206, ET207 zijn "INACTIEF" bij stilstaande motor met contact aan, of als de motor warm is. ACTIEF De staten ET205, ET206, ET207 zijn "ACTIEF" als: de motor is gestart, en de temperatuur van de koelvloeistof in de motor laag is < 15 ), en de temperatuur van de lucht laag is < 5 ). Met deze strategie wordt de koelvloeistof verwarmd en verbetert daarmee de verwarming van het interieur. Voor het controleren van de werking van de relais van de koelvloeistofverwarmingselementen, geeft u de commando's: AC063 "Relais koelvloeistofverwarmingselement n 1" AC064 "Relais koelvloeistofverwarmingselement n 2" AC031 "Relais koelvloeistofverwarmingselement n 3" Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen: DF238 "Circuit relais koelvloeistofverwarmingselementen n 3" DF239 "Circuit relais koelvloeistofverwarmingselementen n 2" DF240 "Circuit relais koelvloeistofverwarmingselementen n 1" Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET205/EDC16_V10_ET205/EDC16_V14_ET205/ EDC16_V08_ET206/EDC16_V10_ET206/EDC16_V14_ET206/ EDC16_V08_ET207/EDC16_V10_ET207/EDC16_V14_ET207 -EDC16-Vd08,10,14-190
194 Diagnose - Betekenis van de staten ET233 KOPPELINGSPEDAAL Bijzonderheden: Doe deze controles als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. * LET OP: Er worden twee types schakelaars gebruikt. Alleen de bestemming van de aansluitingen verandert: De eerste gebruikt de aansluitingen A1 en B3, De tweede gebruikt de aansluitingen 1 en 2. LOS en koppelingspedaal ingedrukt Controleer de staat en de montage van het koppelingspedaalcontact. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem zwarte 32-polige stekker A, aansl. C4 Aansl. 2 of A1* koppelingspedaalcontact Controleer de massa op aansl. 1 of B3* van de stekker van het koppelingscontact. Bouw het koppelingspedaalcontact uit en test de werking ervan. Schakelaar ingedrukt (Rempedaal niet ingedrukt) Schakelaar niet ingedrukt (Rempedaal ingedrukt) Geleiding tussen de aansluitingen 1 en 2 of A1 en B3* Vervang het koppelingspedaalcontact indien nodig. Isolatie tussen de aansluitingen 1 en 2 of A1 en B3* INGEDRUKT en koppelingspedaal niet ingedrukt Controleer de staat en de montage van het koppelingspedaalcontact. Bouw het koppelingspedaalcontact uit en test de werking ervan. Geleiding tussen de aansluitingen Isolatie tussen de aansluitingen Schakelaar ingedrukt (Rempedaal niet ingedrukt) 1 en 2 of A1 en B3* Schakelaar niet ingedrukt (Rempedaal ingedrukt) 1 en 2 of A1 en B3* Vervang de schakelaar indien nodig. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET233/EDC16_V10_ET233/EDC16_V14_ET233 -EDC16-Vd08,10,14-191
195 Diagnose - Betekenis van de staten SYNCHRONISATIE ET238 Bijzonderheden: Do deze controles alleen als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. BELANGRIJK De synchronisatie gebeurt tijdens de startfase van de motor. Deze komt tot stand tussen het opname element nokkenas en het opname element vliegwiel. Als deze synchronisatie is uitgevoerd kan de rekeneenheid cilinder n 1 en de exacte plaats van het BDP van deze cilinder herkennen. INACTIEF Als het contact aan is met stilstaande motor, is cilinder n 1 nog niet herkend. De staat ET238 is "INACTIEF", er is geen synchronisatie tussen de krukas en de nokkenas uitgevoerd. UITGEVOERD De synchronisatie gebeurt tijdens de startfase van de motor. De cilinder n 1 wordt herkend en de synchronisatie is gebeurd zodra de motor is gestart. De staat ET238 is "UITGEVOERD". Als tijdens een aantal startpogingen de staat ET238 "INACTIEF" blijft, raadpleeg de betekenis van de volgende storingen: DF005 "Circuit opname element vliegwiel" DF097 "Circuit opname element nokkenas" Als de motor nog steeds niet start, raadpleeg zoekschema 2 "Probleem tijdens het starten" (zie "Klachten"). Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET238/EDC16_V10_ET238/EDC16_V14_ET238 -EDC16-Vd08,10,14-192
196 Diagnose - Betekenis van de staten ET341 STARTVERGRENDELINGSCODE INGELEZEN Bijzonderheden: Doe deze controles alleen als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. JA De staat ET341 wordt "JA" als de communicatie tussen de rekeneenheid van het huis met hulporganen interieur en de rekeneenheid van het inspuitsysteem mogelijk is en de code van de kaart herkend is. De vrijgave van het starten van de motor wordt alleen gegeven als de code herkend is door de rekeneenheid van het huis met hulporganen interieur en als de staat ET003"Startvergrendeling" "INACTIEF" is. NEE De code blijft "NEE" als de communicatie tussen het huis met hulporganen interieur en de rekeneenheid van het inspuitsysteem niet mogelijk is. De staat ET003 "Startvergrendeling" is "ACTIEF". De oorzaak van de storing kan een verkeerd inlezen van de zijn, (zie In dit geval de diagnose van het huis met hulporganen interieur en volg de inleesprocedure van de kaarten). Als dit niet komt door de codes van de kaarten, voer dan een test uit van het multiplexnetwerk (in het geval van een diagnose per functie) en controleer of er communicatie is tussen het huis met hulporganen interieur, de veiligheids- en schakeleenheid en de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als de communicatie niet plaatsvindt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET341/EDC16_V10_ET341/EDC16_V14_ET341 -EDC16-Vd08,10,14-193
197 Diagnose - Betekenis van de staten ET413 FUNCTIE SNELHEIDSREGELAAR / BEGRENZER Bijzonderheden: Doe deze controles als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. PLUS De staat ET413 wordt "PLUS" als de knop "+" van de snelheidsregelaar is ingedrukt. Deze knop bevindt zich links van het stuurwiel. Als de staat ET413 niet "PLUS" wordt, controleer de staat van de "±" knop van de snelheidsregelaar, en de stekker ervan. Om het uitbouwen van de bestuurdersairbag en de metingen in alle veiligheid te kunnen uitvoeren raadpleeg (zie 88C, Airbag en gordelspanners). Meet de weerstand van de volgende verbinding na een impuls op de knop "+" Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart, 32-polig aansl. D2 Knop "±" Aansl. A1 Als de weerstand niet ongeveer 300 Ω is, controleer de geleiding van de verbinding, knop in rust. Indien geleiding, vervang de bedieningsknop "+-". Als de verbinding onderbroken is, herstel deze. MIN De staat ET413 wordt "MIN" als de knop "-" van de snelheidsregelaar is ingedrukt. Deze knop bevindt zich links van het stuurwiel. Als de staat ET413 niet "MIN" wordt, controleer de staat van de "±" knop van de snelheidsregelaar, en de stekker ervan. Om het uitbouwen van de bestuurdersairbag en de metingen in alle veiligheid te kunnen uitvoeren raadpleeg (zie 88C, Airbag en gordelspanners). Meet de weerstand van de volgende verbinding na een impuls op de knop "-" Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart, 32-polig aansl. D2 Knop "±" Aansl. A2 Als de weerstand niet ongeveer 100 Ω is, controleer de geleiding van de verbinding, knop in rust. Indien geleiding, vervang de bedieningsknop "±". Als de verbinding onderbroken is, herstel deze. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET413/EDC16_V10_ET413/EDC16_V14_ET413 -EDC16-Vd08,10,14-194
198 Diagnose - Betekenis van de staten ET413 VERVOLG OPSCHORTEN De staat ET413 wordt "OPSCHORTEN" als de knop "0" van de snelheidsregelaar is ingedrukt. Deze knop bevindt zich rechts van het stuurwiel. Als de staat ET413 niet "OPSCHORTEN" wordt, controleer de staat van de "R/0" knop van de snelheidsregelaar, en de stekker ervan. Om het uitbouwen van de bestuurdersairbag en de metingen in alle veiligheid te kunnen uitvoeren raadpleeg (zie 88C, Airbag en gordelspanners). Meet de weerstand van de volgende verbinding na een impuls op de knop "0" : Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart, 32-polig aansl. D2 Knop "R/0" Aansl. A2 Als de weerstand niet ongeveer 0 Ω is, vervang de bedieningsknop "R/0". Als de verbinding onderbroken is, herstel deze. HERVATTEN De staat ET413 wordt "HERVATTEN" als de knop "R" van de snelheidsregelaar is ingedrukt. Deze knop bevindt zich rechts van het stuurwiel. Als de staat ET413 niet "HERVATTEN" wordt, controleer de staat van de "R/0" knop van de snelheidsregelaar, en de stekker ervan. Om het uitbouwen van de bestuurdersairbag en de metingen in alle veiligheid te kunnen uitvoeren raadpleeg (zie 88C, Airbag en gordelspanners). Meet de weerstand van de volgende verbinding na een impuls op de knop "R": Rekeneenheid inspuitsysteem stekker A, zwart, 32-polig aansl. D2 Knop "R/0" Aansl. A2 Als de weerstand niet ongeveer 900 Ω is, controleer de geleiding van de verbinding, knop in rust. Indien geleiding, vervang de bedieningsknop "R/0". Als de verbinding onderbroken is, herstel deze. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-195
199 Diagnose - Betekenis van de staten ET415 DEACTIVEREN SNELHEIDSREGELAAR / BEGRENZER Bijzonderheden: Doe deze controles als de staten niet overeenkomen met de strategie van de werking van het systeem. Opmerking: De snelheidsregelaar blijft uitgeschakeld zolang de auto niet sneller rijdt dan 30 km/u. De staat ET415 geeft 9 oorzaken voor het deactiveren van de snelheidsregelaar. LET OP: Voor het herinitialiseren van de deactiveringen in het geheugen door de rekeneenheid van het inspuitsysteem, gebruikt u het commando RZ007 "Storingsgeheugen". STAAT 1 Aanvraag tractiecontrole Als de auto het tractiecontrolesysteem heeft, wordt de snelheidsregelaar/begrenzer uitgeschakeld als de tractiecontrole actief is. De staat ET415 wordt alleen "STAAT 1" tijdens het rijden. Als deze staat verschijnt met contact aan en stilstaande auto, raadpleeg dan de Service Mededeling van de diagnose van het tractiecontrolesysteem. STAAT 2 Rempedaal ingedrukt Als de bestuurder het rempedaal indrukt, wordt de snelheidsregelaar/begrenzer inactief. De staat ET415 wordt "STAAT 2" tijdens het rijden of tijdens een test van de snelheidsregelaar bij stilstaande auto. Als de staat ET415 geblokkeerd blijft op "STAAT 2", raadpleeg de betekenis van de staten ET122 en ET123 "Informatie contact rem n 1 en n 2". STAAT 3 Storing snelheidsregelaar of -begrenzer Als de staat ET415 "STAAT 3" is, raadpleeg de betekenis van de staat ET042 "Snelheidsregelaar/begrenzer" en ET413 "Functie snelheidsregelaar/begrenzer", voor het testen van de componenten van het systeem van de snelheidsregeling en het vinden van het defecte orgaan. Als de staat ET415 geblokkeerd is op "STAAT 3", neem dan contact op met de technische helpdesk. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ET415/EDC16_V10_ET415/EDC16_V14_ET415 -EDC16-Vd08,10,14-196
200 Diagnose - Betekenis van de staten ET415 VERVOLG 1 STAAT 4 Ontkoppeling motor/bak De snelheidsregelaar/begrenzer wordt uitgeschakeld als de versnellingsbak ontkoppeld is van de motor (koppelingspedaal ingedrukt of versnellingsbak in neutraal). Als de staat ET415 geblokkeerd is op "STAAT 4" bij stilstaande auto, neem dan contact op met de technische helpdesk. STAAT 5 Probleem gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem De staat ET415 wordt "STAAT 5" als de rekeneenheid van het inspuitsysteem een storing in het inspuitsysteem detecteert: Storingen opname element vliegwiel of nokkenas. Storingen op het gaspedaal. Motortoerental hoger dan 4700 tr/min. Motortoerental lager dan 1000 tr/min. Doe een test van het multiplexnetwerk, daarna een test van het inspuitsysteem, en voer de diagnose uit van de eventuele storingen. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. STAAT 6 Rijsnelheid ongeldig De staat ET415 wordt "STAAT 6" als de rijsnelheid die de rekeneenheid ontvangt ongeldig is. Raadpleeg de betekenis van de storing DF091 "Informatie rijsnelheid", en voer de diagnose uit van de rekeneenheid van het ABS. Als storingen aanwezig zijn (zie 38C, ABS). Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. STAAT 7 DRUK OP TOETS OPSCHORTEN De staat ET415 wordt "STAAT 7" als: de bestuurder drukt op de knop "0" van de snelheidsregelaar, de schakelaar van de koppeling defect is (geen informatie over de stand van het koppelingspedaal naar de rekeneenheid van het inspuitsysteem). Als de staat ET415 geblokkeerd blijft op "STAAT 7", raadpleeg de betekenis van de staat ET413 "Functie snelheidsregelaar/begrenzer" en controleer de bedieningsknop "R/0" van de snelheidsregelaar. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-197
201 Diagnose - Betekenis van de staten ET415 VERVOLG 2 STAAT 8 VERSNELLINGSHENDEL IN STAND NEUTRAAL De staat ET415 wordt "STAAT 8" als de bestuurder de versnellingshendel tijdens het rijden in de stand neutraal zet. Hierdoor schakelt de snelheidsregelaar/begrenzer uit. Als de staat ET415 geblokkeerd blijft op "STAAT 8" tijdens het rijden na het inschakelen van een versnelling, neem contact op met de technische helpdesk. STAAT 9 Geen samenhang tussen de aanvraag en de snelheid De staat ET415 wordt STAAT 9" als de rekeneenheid een afwijking detecteert tussen de door de bestuurder gevraagde snelheid en die van de auto. De informatie van de auto is dus gestoord of verkeerd. Raadpleeg de betekenis van de storing DF091 "informatie rijsnelheid". Voor de diagnose uit van het circuit ABS (zie 38C, ABS). Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met behulp van het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-198
202 Diagnose - Overzicht van de parameters Parameter gereedschap PR005 PR006 PR007 PR008 PR009 PR011 PR013 PR015 PR016 PR017 PR022 PR024 PR030 PR035 PR038 PR041 PR046 PR047 PR048 PR049 PR051 PR053 PR055 PR058 PR063 PR064 PR071 PR073 PR076 Omschrijving in diagnoseapparaat Berekende opening EGR-klep Stroom drukregelaar rail Berekende stroomregelaar druk rail Berekende druk hoofdinspuitbuis Berekende turbodruk Correctie stand elektroklep drukvulling Correctie stand turbulentieklep Motorkoppel Opbrengst dynamo Brandstofopbrengst Afwijking stand EGR-klep Verschil brandstofdruk Stand gaspedaal Atmosferische druk Druk hoofdinspuitbuis Turbodruk Stuursignaal EGR-elektroklep Cyclisch stuursignaal turbodruk Cyclisch stuursignaal drukregelklep hoofdinspuitbuis RCO turbulentieklep Opname element stand EGR-klep Gevraagde toerental door airconditioning Motortoerental Luchttemperatuur Brandstoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Voedingsspanning van de rekeneenheid Voedingsspanning luchtdoorstroommeter Spanning opname element aircodruk -EDC16-Vd08,10,14-199
203 Diagnose - Overzicht van de parameters Parameter gereedschap PR077 PR079 PR080 PR082 PR083 PR084 PR089 PR125 PR127 PR128 PR129 PR130 PR131 Omschrijving in diagnoseapparaat Spanning opname element stand EGR-klep Spanning opname element atmosferische druk Spanning opname element druk hoofdinspuitbuis Spanning opname element brandstofdruk Spanning opname element luchttemperatuur Spanning opname element koelvloeistoftemperatuur Rijsnelheid Opgenomen vermogen door aircocompressor Max. toegestaan vermogen verwarmingsweerstand Eerste offset EGR-klep Laatste offset EGR-klep Ingestelde snelheid Afwijking luchtdoorstroming EGR PR146 Spanning opname element pedaal baan 1 PR147 Spanning opname element pedaal baan 2 PR132 PR157 PR171 PR190 PR209 PR213 PR220 PR358 Luchtdoorstroming Berekende brandstofopbrengst Berekende luchtdoorstroming voor de EGR Berekend stationair toerental Verschil regelkring turbodruk Verschil regelkring druk rail Cyclisch stuursignaal EGR-klep Referentiespanning van de opname elementen PR364 Correctie brandstofopbrengst cilinder 1 PR365 Correctie brandstofopbrengst cilinder 4 PR381 PR382 Temperatuur achter roetfilter Temperatuur voor roetfilter -EDC16-Vd08,10,14-200
204 Diagnose - Overzicht van de parameters Parameter gereedschap PR383 PR384 PR385 PR391 PR401 PR403 Omschrijving in diagnoseapparaat Massa roet in roetfilter Druk achter roetfilter Doorstroming uitlaatlijn Km afgelegd sinds vervangen roetfilter Gevraagd vermogen koelvloeistofverwarmingselementen Stationair toerental gevraagd door koelvloeistofverwarmingselementen PR405 Correctie brandstofopbrengst cilinder 2 PR406 Correctie brandstofopbrengst cilinder 3 PR412 PR414 PR415 PR417 PR420 PR672 Km afgelegd sinds regeneratie Drukverschil FAP Tijd sinds de laatste regeneratie RCO inlaatluchtklep Foutenteller inlaatluchtklep Berekende stand inlaatluchtklep -EDC16-Vd08,10,14-201
205 Diagnose - Overzicht van de commando's Commando gereedschap SC001 SC002 SC003 SC017 SC030 Omschrijving in diagnoseapparaat Schrijven opgeslagen gegevens Invoeren van de verstuivercodes Opslaan gegevens rekeneenheid. Regeneratie van het roetfilter Adaptieve roetfilter RZ002 RZ005 RZ007 RZ014 Adaptieve EGR Inlezen Storingsgeheugen Adaptieve waarden inlaatluchtklep standaard LC009 LC056 Airconditioning Koelvloeistofverwarmingselementen VP010 VP036 VP037 Schrijven V.I.N. Uitschakelen brandstofaanvoer Uitschakelen brandstofaanvoer stoppen -EDC16-Vd08,10,14-202
206 Diagnose - Overzicht van de commando's Commando gereedschap AC004 AC012 AC013 Omschrijving in diagnoseapparaat Elektroklep turbodruk Inlaatluchtklep Turbulentieklep AC031 Relais koelvloeistofverwarmingselement n 3 AC035 AC037 AC038 AC039 Elektroklep brandstofdruk Relais voorverwarming Relais ventilateurmotor lage snelheid Ventilateurmotor hoge snelheid AC063 Relais koelvloeistofverwarmingselementen n 1 AC064 Relais koelvloeistofverwarmingselementen n 2 AC103 By-pass EGR -EDC16-Vd08,10,14-203
207 Diagnose - Betekenis van de commando's SC001 SCHRIJVEN OPGESLAGEN GEGEVENS Om dit commando mogelijk te maken de gegevens moeten zijn opgeslagen met het commando SC003 "Opslaan gegevens rekeneenheid". Dit schrijven gebeurt na het herprogrammeren of vervangen van een rekeneenheid. Na het bevestigen van dit commando worden de gegevens geschreven die waren opgeslagen met het commando SC003 "Opslaan gegevens rekeneenheid". Dit zijn de volgende gegevens: specifiek stationair toerental, aanwezige opties die beheerd worden door de rekeneenheid (bijv.: Airconditioning), kalibratiecodes van de verstuivers (als de auto IMA heeft), het inlezen van de gegevens van de EGR-klep, de informatie voor de werking en het onderhoud van het roetfilter. Zij configureren de rekeneenheid en voorkomen: een slecht werkende motor na het herprogrammeren of vervangen van een rekeneenheid, een verkeerde interpretatie van de informatie afkomstig van het diagnoseapparaat CLIP. EDC16_V08_SC001/EDC16_V10_SC001/EDC16_V14_SC001 -EDC16-Vd08,10,14-204
208 Diagnose - Betekenis van de commando's SC002 INVOEREN VAN DE VERSTUIVERCODES Dit commando is nodig na het vervangen van de verstuivers en alleen als de auto is geconfigureerd met IMA (ET104 "Gebruik verstuivercodes" is "JA"). Als dit commando niet wordt gegeven, is de storing DF276 "Inlezen verstuivercodes" aanwezig. BELANGRIJK: De letters Q en J en de cijfers 0 en 9 worden niet gebruikt bij de IMA-codering. Het invoeren van deze tekens is dus ongeldig. Cilinder n 1 is de cilinder aan vliegwielzijde. Ga als volgt te werk: Noteer de alfanumerieke codes van 6 tekens die gegraveerd zijn op de bovenkant van de verstuiverlichamen. Selecteer het nummer van de betreffende cilinder in de kolom "Gewenst", en bevestig. Voer de afgelezen verstuivercode in die bij de cilinder hoort. Voer de nieuwe codes in voor iedere cilinder, en bevestig. Zodra het commando ia beëindigd, staan de gewijzigde codes in de kolom "Actueel". Controleer of de codes overeenkomen met de door u genoteerde. Als de ingevoerde codes noch in de kolom actueel, noch in de kolom gewenst verschijnen, controleer dan de conformiteit van de genoteerde codes en de correcte invoer van de informatie. Verlaat het diagnoseprogramma. Zet het contact uit en wacht tot het einde van de power latch*. Zet het contact weer aan en controleer de storingen. De DF276 "inlezen verstuivercode" moet "in geheugen" zijn. Als de storing DF276 nog steeds aanwezig is, is het commando niet correct uitgevoerd. Herhaal de procedure en volg de instructies. Als de codes nog steeds niet zijn verwerkt, controleer of de power latch* correct is verlopen: Zet het contact uit en controleer of het waarschuwingslampje startvergrendeling 2 secondes na het uitzetten van het contact gaat knipperen. Als het waarschuwingslampje al knippert direct na het uitzetten van het contact, is de power latch* niet uitgevoerd, en is het commando niet verwerkt. Als na al deze controles het commando nog steeds niet bevestigd kan worden, neem dan contact op met de technische helpdesk. * Standby rekeneenheid na uitzetten van het contact: ongeveer 40 s. EDC16_V08_SC002/EDC16_V10_SC002/EDC16_V14_SC002 -EDC16-Vd08,10,14-205
209 Diagnose - Betekenis van de commando's SC003 OPSLAAN GEGEVENS REKENEENHEID Dit opslaan gebeurt voor het herprogrammeren of vervangen van de rekeneenheid. Na het bevestigen van dit commando worden de volgende specifieke gegevens van de auto veiliggesteld: Stationair toerental van de auto. Kalibratiecodes van de verstuivers (als de auto IMA heeft). Het inlezen van de gegevens van de EGR-klep. Aanwezige opties die beheerd worden door de rekeneenheid (bijv.: Airconditioning). De informatie voor de werking en het onderhoud van het roetfilter. Deze informatie wordt opgeslagen in de CLIP. Na het opslaan gebruikt u het commando SC001 "Schrijven opgeslagen gegevens" om de rekeneenheid te configureren. EDC16_V08_SC003/EDC16_V10_SC003/EDC16_V14_SC003 -EDC16-Vd08,10,14-206
210 Diagnose - Betekenis van de commando's SC017 REGENERATIE VAN HET ROETFILTER Geef dit commando alleen onder de volgende omstandigheden: DF311 "Te veel regeneratie" "AANWEZIG" of DF312 "Regeneratie roetfilter onmogelijk" "AANWEZIG" of PR383 "Roetmassa in roetfilter" > 45 g. BELANGRIJK Houd u stipt aan de volgende procedure en de veiligheids- en hygiënevoorschriften. Selecteer "commando's" in het diagnoseapparaat clip en kies het commando SC017. Houd u aan de veiligheidsvoorschriften: Wij adviseren de regeneratie buiten uit te voeren. De regeneratie veroorzaakt rook en hoge temperaturen. Er mag zich niets in de nabijheid van de uitlaatlijn bevinden. Controleer het peil van de motorolie voordat u het commando geeft om te voorkomen dat de motor op hol slaat. Het peil mag niet onder het minimum of boven het maximum zijn. Indien nodig: De regeneratie stopt door een druk op de startknop van de auto. Ga als volgt te werk: Geef het commando SC017. Tijdens de regeneratie, is het toerental van de motor vast 1500 tr/min., en verandert het geluid van de motor (nainspuiting). De uitlaatgassen worden heter en verbranden het roet in het roetfilter. Het commando duurt ongeveer 30 minuten. Als het toerental van de motor terugkomt op het stationair toerental is het commando afgelopen. Controleer de roetmassa in het roetfilter (PR383 < 10 g). LET OP Ververs altijd de motorolie na iedere regeneratie. Gebruik het commando SC030 "Adaptieve roetfilter" en selecteer als type werkzaamheden "Regeneratie roetfilter met diagnoseapparaat". EDC16_V08_SC017/EDC16_V10_SC017/EDC16_V14_SC017 -EDC16-Vd08,10,14-207
211 Diagnose - Betekenis van de commando's RZ002 ADAPTIEVE EGR Dit commando is nodig na het vervangen van de verstuivers en alleen als de auto is geconfigureerd met IMA (ET104 "Gebruik verstuivercodes" is "JA"). Geef dit commando uitsluitend na het vervangen van de EGR-klep. Behandel alle storingen die geen betrekking hebben op de EGR-klep voordat u de klep inleest. Na het vervangen van de EGR-klep, wist u de offsets van de klep in het geheugen. 1. Ga als volgt te werk na het vervangen van de EGR-klep: zet het contact aan, selecteer het menu "WISSEN", geef het wiscommando RZ002 "Adaptieve waarden EGR", bekijk de parameters van het EGR-circuit: PR128 = PR129 = 0 %, zet het contact uit, wacht 40 secondes, de herinitialisatie van de offset van de nieuwe EGR-klep gebeurt automatisch zodra het contact wordt aangezet, bekijk de parameter van het EGR-circuit: 5 % < PR128 < 30 % start de auto voor het inlezen van de laatste offset van de EGR-klep, - zet het contact uit. wacht 40 secondes, bekijk de parameters van het EGR-circuit: 5 % < PR128 = PR129 = PR051 < 30 % Wis de eventuele storingen. 2. Statische test: Sluit het diagnoseprogramma af en zet het contact uit: wacht 40 secondes en zet het contact weer aan, wis de eventuele storingen, start de motor, laat de motor 1 minuut stationair draaien, accelereer gedurende 5 secondes tot 2500 tr/min, en ga terug naar het stationair toerental, herhaal bovenstaande handelingen 5 keer. Controleer of er storingen zijn. Als de storing niet terugkomt, diagnose klaar. Als de storing terugkomt, maak dan de EGR-klep los, sluit hem weer aan en begin de procedure opnieuw. Als de storing aanhoudt, vervang de EGR-klep. EDC16_V08_RZ002/EDC16_V10_RZ002/EDC16_V14_RZ002 -EDC16-Vd08,10,14-208
212 Diagnose - Betekenis van de commando's RZ005 INLEZINGEN Dit commando wordt alleen gegeven na het vervangen van de rekeneenheid. Met het commando RZ005 kan de rekeneenheid opnieuw worden geconfigureerd. Als de rekeneenheid geen enkele configuratie bevat, gebruik dan het commando RZ005 voor het invoeren van de opties van de auto: airconditioning, koelvloeistofverwarmingselement, snelheidsregelaar. Deze opties worden door de rekeneenheid gedetecteerd, zelfs als het commando RZ005 niet is gebruikt. Het instellen van de rekeneenheid gebeurt zodra een element van deze opties wordt aangestuurd. EDC16_V08_RZ005/EDC16_V10_RZ005/EDC16_V14_RZ005 -EDC16-Vd08,10,14-209
213 Diagnose - Betekenis van de commando's ADAPTIEVE WAARDEN INLAATLUCHTKLEP STANDAARD RZ014 Geef dit commando alleen na het vervangen van de inlaatluchtklep of als de storing DF226 "Circuit inlaatklep" aanwezig of in geheugen is. Met het commando RZ014 wordt de inlaatluchtklep gekalibreerd na het vervangen, of geherkalibreerd. Kies het menu commando's, daarna wissen. Geef het commando RZ014. Ha afloop van het commando, wist u de storingen en controleert u of de storing DF226 "Inlaatluchtklep" nog aanwezig is. EDC16_V08_RZ014/EDC16_V10_RZ014/EDC16_V14_RZ014 -EDC16-Vd08,10,14-210
214 Diagnose - Betekenis van de commando's AC004 ELEKTROKLEP TURBODRUK Dit commando wordt gebruikt als er een storing is gedetecteerd in het turbodrukcircuit. Met dit commando kan de werking worden gecontroleerd van de turbocompressor en van zijn stuurcircuit. Inleiding 1 - Controle van de afdichting van het turboluchtcircuit: Slangen los of lek, opname element druk los of niet goed gemonteerd (aanwezigheid van de afdichting), tussenkoeler lek. Controleer de tussenkoeler als volgt: stilstaande auto, stabiel toerental tussen 3500 en 4000 tr/min: er mag geen luchtlekkage zijn. Meet de weerstand van de turbodrukbegrenzingsklep tussen aansl. 1 en 2. Vervang de elektroklep als de weerstand niet ongeveer 15,4 Ω ± 0,7 bij 20 C is. Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker C, grijs 32-polig, aansl. E1 Aansl. 1 elektroklep turbodruk Controleer de + 12 V na relais op aansl. 2 van de elektroklep turbodruk. 2 - Controle van het stuurcircuit van de turbocompressor Stilstaande motor, controleer of de bedieningssteel in de ruststand staat, Start de motor en controleer of de bedieningssteel naar de bovenste aanslag gaat. (bij stilstaande motor moet de bedieningssteel teruggaan naar de ruststand) Als de bewegingen van de bedieningssteel niet goed zijn, voer dan de volgende controles uit: 1) Controle van het bedieningsvacuüm: Maak de slang los op de ingang van de elektroklep en sluit er een manometer op aan, Start de motor en laat het stabiel met stationair toerental draaien, Als de onderdruk geen 800 mbar ± 100 wordt: controleer het vacuümcircuit vanaf de vacuümpomp. Zet de motor stil, sluit de slang weer aan op de ingang en ga naar stap n 2. 2) Controle van de aansturing van de elektroklep: Maak de slang los op de uitgang van de elektroklep, Start de motor en laat het stabiel met stationair toerental draaien, Houd de elektroklep met de hand vast en sluit de uitgang met de duim af, Als u de elektroklep niet voelt trillen, controleer dan de werking van de uitgangstrap van de rekeneenheid (stap 5). 3) Controle van de werking van de elektroklep: Sluit de manometer aan op de uitgang van de elektroklep, Start de motor en laat het stabiel met stationair toerental draaien, Als de onderdruk geen 800 mbar ± 100 wordt, vervang de elektroklep. EDC16_V08_AC004/EDC16_V10_AC004/EDC16_V14_AC004 -EDC16-Vd08,10,14-211
215 Diagnose - Betekenis van de commando's AC004 (VERVOLG) Controle van het commandocircuit van de turbocompressor (vervolg) 4) Controle van de werking van de turbocompressor: a) Sluit een vacuümpomp aan op de slang op de bedieningsbalg van de turbocompressor, Pomp een onderdruk van 800 ± 100 mbar: In geval van lekkage: vervang de turbo (balg onlosmakelijk verbonden met de turbo). b) Controleer de verplaatsing en de afstelling van de bedieningssteel (zie 12B, drukvulling). Als de bedieningssteel is vastgelopen, vervang de turbo. c) Koude, stilstaande motor: Verwijder de luchtinlaatslang van de turbocompressor en controleer of de compressor vrij op zijn as draait. d) Als de storing aanhoudt: Controleer of er geen lekkage is bij het uitlaatspruitstuk. Controleer of de uitlaat niet verstopt is. Voer de nodige reparaties uit. 5) Controle van de uitgangstrap van de rekeneenheid (elektroklep aangesloten). Dit is alleen nodig als de controles van stap n 2 geen oplossing hebben geboden. Met de voltmeter: verbind de massa van de voltmeter met aansl. 2 van de elektroklep van de brandstofdruk en de positieve draad met aansluiting aansl. 1, Wis een eventuele storing van de elektroklep en geef het commando AC004 : De voltmeter moet tien keer twee opeenvolgende spanningen aangeven ~ = accuspanning X actueel RCO*. te weten: ~ 2,5 V (RCO van 20 %) daarna ~ 8,7 V (RCO van 70 %). Met de oscilloscoop (op kaliber 5 V/verdeling en tijdbasis 1 ms/verdeling): Verbind de massadraad van de oscilloscoop met de accumassa en de positieve meetpen met aansl. 2 van de elektroklep, Wis een eventuele storing van de elektroklep en geef het commando AC004: de oscilloscoop moet een bloksignaal aangeven van 12,5 V met een frequentie van 140 Hz (met een RCO dat opeenvolgend gaat van ~ 20 naar ~ 70 %). Als de meting conform is, vervang dan de elektroklep. Als de meting geen aansturing aangeeft, of een gelijkspanning, neem dan contact op met de technische helpdesk. *Cyclisch stuursignaal: -EDC16-Vd08,10,14-212
216 Diagnose - Betekenis van de commando's AC012 INLAATLUCHTKLEP Meet de weerstand van de elektroklep van de inlaatklep tussen 'aansl. 1 en 2. Vervang de elektroklep als de weerstand niet ongeveer 46 ± 3 Ω bij + 25 C is. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B bruin 48-polig, aansl. M1 Aansl. 1 stekker van de elektroklep van de inlaatluchtklep + 12 V na relais Aansl. 2 stekker van de elektroklep van de inlaatluchtklep A) Stationair draaiende motor Controleer of er een druk is van ~ 900 mbar bij de ingang van de elektroklep. Voer de nodige reparaties uit (conformiteitscontrole en afdichting van het drukcircuit, enz.). B) Contact aan, stilstaande motor Controleer of de inlaatluchtklep open is. Als dit niet zo is, reinig of vervang het verdeelhuis. Maak de slangen van de ingang en de uitgang van de elektroklep los. Zet met een vacuümpomp een druk van ~ 900 mbar op de ingang. Vervang in geval van lekkage de elektroklep. Geef het commando AC012. Als de elektroklep opent (terug naar de atmosferische druk op de manometer van de vacuümpomp), ga dan naar stap C. Als dat niet zo is controleer dan, elektroklep aangesloten, de werking van de uitgangstrap van de rekeneenheid met behulp van een voltmeter: Massadraad van de voltmeter Aansl. 1 van de elektroklep Positieve draad van de voltmeter Aansl. 2 van de elektroklep Wis een eventuele storing van de elektroklep. Geef het commando AC012. De voltmeter moet tien keer "AAN-UIT" aangeven (8,75 V, daarna 2,5 V). Als de meting conform is, vervang dan de elektroklep. Als de meting geen aansturing aangeeft, neem dan contact op met de technische helpdesk. C) Contact uit Zet met een vacuümpomp een druk van ~ 900 mb op de bedieningsbalg van de klep: Als de balg de onderdruk niet vasthoudt, vervang het verdeelhuis (balg is er vast mee verbonden). Als de balg de onderdruk vasthoudt en als de klep niet beweegt, reinig of vervang het verdeelhuis. Als de balg de onderdruk vasthoudt en als de klep beweegt, geef dan een paar keer het commando om te controleren of de klep niet is geblokkeerd. Controleer of het verdeelhuis en de klep vervuild zijn en reinig deze indien nodig. EDC16_V08_AC012/EDC16_V10_AC012/EDC16_V14_AC012 -EDC16-Vd08,10,14-213
217 Diagnose - Betekenis van de commando's AC031 RELAIS KOELVLOEISTOFVERWARMINGSEMENTEN N 3 (controleer of de rekeneenheid correct is geconfigureerd) Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Voer deze diagnose uit als de functie niet goed werkt, te constateren via het menu commando, of bij een probleem in de verwarming-ontwaseming van het interieur. Raadpleeg de Service Mededeling "Elektrische schema's" van de auto om de betreffende zekeringen en relais te lokaliseren. Als het relais "extra verwarming 3" niet werkt tijdens het commando AC031 : Controleer de houder van het relais "extra verwarming 3". Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als het probleem aanhoudt, controleer de aansturing van dit relais door de rekeneenheid van de motor als volgt: Maak het "relais extra verwarming 3" los, plaats een weerstand van 50 tot 100 Ω op de houder in plaats van de spoel en sluit als volgt een voltmeter aan: Positieve aansluiting op + 12 V voor contact Negatieve aansluiting op aansl. 2 van de houder van het relais "extra verwarming 3" Wis de storing en stuur het relais aan door het commando AC031. Als de voltmeter de accuspanning aangeeft (twee keer 2 secondes AAN/UIT): vervang het relais extra verwarming 3. Als de voltmeter niet de accuspanning aangeeft (twee keer 2 secondes AAN/UIT), neem dan contact op met de technische helpdesk. Als het relais "extra verwarming 3" voeding krijgt door het commando AC031, maar er een probleem blijft met de verwarming-ontwaseming van het interieur, controleer dan met behulp van het elektrisch schema: de conformiteit van de maxi-zekering van de koelvloeistofverwarmingselementen, de + 12 V accu op aansl. 3 van de houder van het relais "extra verwarming 3", de conformiteit van het relais extra verwarming 3, de geleiding tussen aansl. 5 van de houder van het relais "extra verwarming 3" en de kabelschoenen van het koelvloeistofverwarmingselement 3, de conformiteit van de weerstand van het koelvloeistofverwarmingselement: 0,45 ± 0,05 Ω bij 20 C, de massa op het koelvloeistofhuis (houder koelvloeistofverwarmingselementen). Controleer ook het peil en de afdichting van het koelsysteem. Voer de nodige reparaties uit. EDC16_V08_AC031/EDC16_V10_AC031/EDC16_V14_AC031 -EDC16-Vd08,10,14-214
218 Diagnose - Betekenis van de commando's AC035 ELEKTROKLEP BRANDSTOFDRUK Met dit commando worden de werking van de drukregelaar en het hogedrukcircuit van het inspuitsysteem gecontroleerd. Stap 1 Meet de weerstand van de drukregelaar tussen aansl. 1 en 2: Vervang de regelaar als de weerstand niet 3 Ω ± 0,5 bij 20 C is. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, bruin 48-polig, aansl. M4 Aansl. 2 van de stekker van de drukregelaar van de hoofdinspuitbuis V na relais Aansl. 1 van de stekker van de drukregelaar van de hoofdinspuitbuis. Als na het commando AC035 een licht gefluit en een geklapper van de drukregelaar hoorbaar zijn, ga dan naar stap 2, als dit niet zo is, controleer de werking van de uitgangstrap van de rekeneenheid: Met een voltmeter: Elektroklep aangesloten, verbind de massa van de voltmeter met aansl. 2 van de elektroklep van de brandstofdruk en de positieve draad met aansluiting aansl. 1. Wis een eventuele storing van de elektroklep van de brandstofdruk en geef het commando AC035: De voltmeter moet tien keer twee opeenvolgende spanningen aangeven: ~ 2,5 V bij een RCO van 20 % daarna ~ 8,75 V bij een RCO van 70 %. Of met de oscilloscoop (op gevoeligheid 5 V/verdeling en tijdbasis 1 ms/verdeling): Elektroklep aangesloten, verbind de massadraad van de oscilloscoop met de massa van de accu en de meetstift met aansl. 2 van de elektroklep brandstofdruk, wis een eventuele storing van de elektroklep brandstofdruk en geef het commando AC035: de oscilloscoop moet een bloksignaal aangeven van 12,5 V met een frequentie van 185 Hz (met een RCO* dat opeenvolgend gaat van ~ 20 naar ~ 70 %). Als de meting conform is, vervang dan de regelaar. Als de meting niet goed is, neem dan contact op met de technische helpdesk. Volgende bladzijde- *Cyclisch stuursignaal: Stap 2 EDC16_V08_AC035/EDC16_V10_AC035/EDC16_V14_AC035 -EDC16-Vd08,10,14-215
219 Diagnose - Betekenis van de commando's AC035 VERVOLG Stap 2 In geval van te hoge druk in de hoofdinspuitbuis, controleer de werking van de verstuivers (zie deel "Test van de organen", Test 1 "Test van de verstuivers"). Controleer de werking van het opname element druk hoofdinspuitbuis (Betekenis van storing DF007 "Circuit opname element druk rail"). Als deze controles geen afwijking aangeven, vervang de drukregelaar van de rail. In het geval van een te lage druk in de hoofdinspuitbuis: Controleer de werking van het opname element druk hoofdinspuitbuis: Betekenis van de storing DF007 "Circuit opname element druk rail". Controleer de brandstofaanvoer van het lagedrukcircuit. Controleer de aansluitingen van het brandstoffilter. Controleer de staat van het filter (verstopt of verzadigd met water). Controleer het ontbreken van luchtbellen tussen het filter en de hogedrukpomp. Controleer de afdichting van het lagedruk- en hogedrukcircuit (visueel, reuk, enz.): pomphuis, overdrukklep, slangen, verbindingen hoofdinspuitbuis en verstuivers, verstuiverschachten enz. Controleer de montage van de afdichting op de drukregelaar. Controleer de werking van de verstuivers (zie "Test van de organen", Test 1 "Test van de verstuivers"). Voer de nodige reparaties uit. -EDC16-Vd08,10,14-216
220 Diagnose - Betekenis van de commando's AC037 RELAIS VOORVERWARMING Dit commando wordt alleen gegeven als de storing DF017 "Commandocircuit voorverwarmingsstiften" of DF025 "Diagnoseverbinding rekeneenheid voorverwarming" aanwezig of in het geheugen is en er geen enkele andere storing aanwezig is. Raadpleeg de Service Mededeling "Elektrische schema's" van de auto om de betreffende zekeringen en relais te lokaliseren. Voordat u de volgende diagnose uitvoert, controleert u of de accuspanning niet lager is dan 12 V. Stap 1: Groepeer met een multimeter met een ampèremeterklem, de 4 draden van de voeding van de voorverwarmingsstiften bij elkaar. Stuur het voorverwarmingsrelais aan door het commando AC037 en meet de stroomsterkte door de 4 voorverwarmingsstiften. Als de stroom niet tussen 60 en 80A is, ga dan naar stap 2, anders bent u klaar met de diagnose. Stap 2: Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid voor-naverwarming, van de voorverwarmingsstiften en van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Meet de weerstand van de voorverwarmingsstiften. Als deze weerstand hoger is dan 2 Ω vervang de defecte voorverwarmingsstift(en). Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid voorverwarming aansl. 1 voorverwarmingsstift van cilinder 3 Rekeneenheid voorverwarming aansl. 2 voorverwarmingsstift van cilinder 4 Rekeneenheid voorverwarming aansl. 6 voorverwarmingsstift van cilinder 1 Rekeneenheid voorverwarming aansl. 7 voorverwarmingsstift van cilinder 2 Controleer de voedingszekering F01 (70A) van de rekeneenheid voor-naverwarming. Vervang deze indien nodig. Controleer vervolgens de + 12 V op aansl. 3 van de stekker van het relais van de voorverwarming. Controleer de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B aansl. B3 Aansl. 9 van de stekker van de rekeneenheid voorverwarming Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B aansl. C3 Aansl. 8 van de stekker van de rekeneenheid voorverwarming Als de storing aanhoudt, vervang de rekeneenheid voorverwarming. EDC16_V08_AC037/EDC16_V10_AC037/EDC16_V14_AC037 -EDC16-Vd08,10,14-217
221 Diagnose - Betekenis van de commando's AC038 RELAIS VENTILATEURMOTOR LAGE SNELHEID Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Voer deze diagnose als er een onregelmatigheid is geconstateerd in het menu commando of als er een probleem is met de koeling van de motor of de airconditioning.. Raadpleeg de Service Mededeling "Elektrische schema's" van de auto om de betreffende zekeringen en relais te lokaliseren. Als tijdens het commando AC038, het relais "ventilateurmotor lage snelheid" niet werkt: Controleer de houder van het relais "ventilateurmotor lage snelheid" en de stekkerverbinding van de rekeneenheid van de motor. Als het probleem aanhoudt: controleer op de volgende manier de aansturing van het relais door de rekeneenheid van de motor: Maak het relais "ventilateurmotor lage snelheid" los, plaats een weerstand van 50 tot 100 Ω op de houder van het relais, op de plaats van de relaisspoel en sluit als volgt een voltmeter aan: Positieve aansluiting op + 12 V voor contact Negatieve aansluiting op aansl. 2 van de houder van het relais "ventilateurmotor lage snelheid" Wis de storing, geef het commando AC038. Als de voltmeter de accuspanning aangeeft (drie keer 2 secondes AAN/UIT), vervang het relais. Als de voltmeter niet de accuspanning aangeeft (drie keer 2 secondes AAN/UIT), neem dan contact op met de technische helpdesk. Als het relais "ventilateurmotor lage snelheid" voeding krijgt door het commando AC038, maar de ventilateurmotor niet inschakelt, controleer dan met behulp van het elektrisch schema: de maxi-zekering van de ventilateurmotor, het relais van de "ventilateurmotor lage snelheid", de geleiding van de verbinding tussen aansl. 5 van de houder van het relais "ventilateurmotor lage snelheid" en aansl. 1 van de weerstand van de ventilateurmotor. de weerstand lage snelheid (weerstand en stekkerverbindingen). de geleiding van de verbinding tussen aansl. 2 van de stekker van de weerstand lage snelheid en aansl. 1 van de stekker van de ventilateurmotor. de ventilateurmotor en de geleiding tussen aansl. 2 en de massa. Voer de nodige reparaties uit. EDC16_V08_AC038/EDC16_V10_AC038/EDC16_V14_AC038 -EDC16-Vd08,10,14-218
222 Diagnose - Betekenis van de commando's AC039 VENTILATEURMOTOR HOGE SNELHEID Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Voer deze diagnose als er een onregelmatigheid is geconstateerd in het commandomenu of als er een probleem is met de koeling van de motor. Raadpleeg de Service Mededeling "Elektrische schema's" van de auto om de betreffende zekeringen en relais te lokaliseren. Als tijdens het commando AC039, het relais "ventilateurmotor hoge snelheid" niet werkt : Controleer de houder van het relais "ventilateurmotor hoge snelheid" en de stekkerverbinding van de rekeneenheid van de motor. Als het probleem aanhoudt, controleer de aansturing van dit relais door de rekeneenheid van de motor als volgt: Maak het relais "ventilateurmotor hoge snelheid" los, plaats een weerstand van 50 tot 100 Ω op de houder in plaats van de spoel en sluit als volgt een voltmeter aan: Positieve aansluiting op + 12 V voor contact Negatieve aansluiting op aansl. 2 van de houder van het relais "ventilateurmotor hoge snelheid" Wis de storing, geef het commando "AC039". Als de voltmeter de accuspanning aangeeft (drie keer 2 secondes AAN/UIT), vervang het relais. Als de voltmeter niet de accuspanning aangeeft (drie keer 2 secondes AAN/UIT), neem dan contact op met de technische helpdesk. Als het relais "ventilateurmotor hoge snelheid" voeding krijgt door het commando AC039, maar de ventilateurmotor niet inschakelt. Controleer met behulp van het elektrisch schema: de maxi-zekering van de ventilateurmotor, de + voeding voor contact op aansl. 3 van de houder van het relais ventilateurmotor hoge snelheid", het relais van de "ventilateurmotor hoge snelheid", de geleiding van de verbinding tussen aansl. 5 van de houder van het relais "ventilateurmotor hoge snelheid" en aansl. 1 van de stekker van de ventilateurmotor. de ventilateurmotor, de geleiding tussen aansl. 2 van de stekker van de ventilateurmotor en de massa. Voer de nodige reparaties uit. EDC16_V08_AC039/EDC16_V10_AC039/EDC16_V14_AC039 -EDC16-Vd08,10,14-219
223 Diagnose - Betekenis van de commando's AC063 RELAIS KOELVLOEISTOFVERWARMINGSEMENTEN N 1 (controleer of de rekeneenheid correct is geconfigureerd) Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Voer deze diagnose uit als de functie niet goed werkt, te constateren via het menu commando, of bij een probleem in de verwarming-ontwaseming van het interieur. Raadpleeg de Service Mededeling "Elektrische schema's" van de auto om de betreffende zekeringen en relais te lokaliseren. Als het relais "extra verwarming 1" niet werkt tijdens het commando AC063 : Controleer de steun van het relais "extra verwarming 1". Controleer de stekkerverbindingen op de stekker van de rekeneenheid van de motor. Als het probleem aanhoudt: controleer op de volgende manier de aansturing van dit relais door de rekeneenheid van de motor: Maak het relais "extra verwarming 1" los, plaats een weerstand van 50 tot 100 Ω op de houder van het relais, op de plaats van de relaisspoel en sluit als volgt een voltmeter aan: Positieve aansluiting op + 12 V voor contact Negatieve aansluiting op aansl. 2 van de houder van het relais "extra verwarming 1" Wis de storing en stuur het relais aan door het commando AC063. Als de voltmeter de accuspanning aangeeft (twee keer 2 secondes AAN/UIT): vervang het relais extra verwarming 1. Als de voltmeter niet de accuspanning aangeeft (twee keer 2 secondes AAN/UIT), neem dan contact op met de technische helpdesk. Als het relais "extra verwarming 1" voeding krijgt door het commando AC063, maar er een probleem blijft met de verwarming-ontwaseming van het interieur, controleer dan met behulp van het elektrisch schema: de conformiteit van da maxi-zekering van de koelvloeistofverwarmingselementen, de + 12 V accu op aansl. 3 van de houder van het relais "extra verwarming 1", de conformiteit van het relais extra verwarming 1, de geleiding tussen aansl. 5 van de houder van het relais "extra verwarming 1 en de kabelschoen van het koelvloeistofverwarmingselement 1. de weerstand van het koelvloeistofverwarmingselement: 0,45 ± 0,05 Ω bij + 20 C. de massa op het koelvloeistofhuis (houder koelvloeistofverwarmingselementen). Controleer ook het peil en de afdichting van het koelsysteem. Voer de nodige reparaties uit. EDC16_V08_AC063/EDC16_V10_AC063/EDC16_V14_AC063 -EDC16-Vd08,10,14-220
224 Diagnose - Betekenis van de commando's AC064 RELAIS KOELVLOEISTOFVERWARMINGSEMENTEN N 2 (controleer of de rekeneenheid correct is geconfigureerd) Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Voer deze diagnose uit als de functie niet goed werkt, te constateren via het menu commando, of bij een probleem in de verwarming-ontwaseming van het interieur. Raadpleeg de Service Mededeling "Elektrische schema's" van de auto om de betreffende zekeringen en relais te lokaliseren. Als het relais "extra verwarming 2" niet werkt tijdens het commando AC064: Controleer de houder van het relais "extra verwarming 2", Controleer de stekkerverbindingen van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als het probleem aanhoudt: controleer op de volgende manier de aansturing van dit relais door de rekeneenheid van de motor: Maak het relais "extra verwarming 2" los, plaats een weerstand van 50 tot 100 Ω op de houder van het relais, op de plaats van de relaisspoel en sluit als volgt een voltmeter aan: Positieve aansluiting op + 12 V voor contact Negatieve aansluiting op aansl. 2 van de houder van het relais "extra verwarming 2" Wis de storing en stuur het relais aan door het commando AC064. Als de voltmeter de accuspanning aangeeft (twee keer 2 secondes AAN/UIT): vervang het relais extra verwarming 1. Als de voltmeter niet de accuspanning aangeeft (twee keer 2 secondes AAN/UIT), neem dan contact op met de technische helpdesk. Als het relais "extra verwarming 2" voeding krijgt door het commando AC064, maar er een probleem blijft met de verwarming-ontwaseming van het interieur, controleer dan met behulp van het elektrisch schema: de conformiteit van da maxi-zekering van de koelvloeistofverwarmingselementen, de + 12 V accu op aansl. 3 van de houder van het relais "extra verwarming 2", de conformiteit van het relais extra verwarming 2, De geleiding tussen aansl. 5 van de houder van het relais "extra verwarming 2 en de kabelschoenen van het koelvloeistofverwarmingselement 2. de weerstand van het koelvloeistofverwarmingselement: 0,45 ± 0,05 Ω bij + 20 C. de massa op het koelvloeistofhuis (houder koelvloeistofverwarmingselementen). Controleer ook het peil en de afdichting van het koelsysteem. Voer de nodige reparaties uit. EDC16_V08_AC064/EDC16_V10_AC064/EDC16_V14_AC064 -EDC16-Vd08,10,14-221
225 Diagnose - Betekenis van de commando's AC103 BY-PASS EGR Dit commando wordt alleen gegeven als een storing van het EGR-systeem aanwezig of in het geheugen is. Met dit commando kan de werking van de elektroklep van de by-pass van de EGR worden gecontroleerd. Geef het commando AC103. De elektroklep moet 10 keer in werking komen. Leg een hand op de elektroklep om de verplaatsing te controleren. Als geen enkele beweging wordt gedetecteerd: Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid motor stekker B aansl. L3 Aansl. 1 van de elektroklep + 12 V na relais Aansl. 2 van de elektroklep Meet de weerstand tussen aansl. 1 en 2 van de elektroklep. Vervang de elektroklep als de weerstand niet tussen 43 en 49 Ω is. EDC16_V08_AC103/EDC16_V10_AC103/EDC16_V14_AC103 -EDC16-Vd08,10,14-222
226 Diagnose - Betekenis van de commando's VP036 UITSCHAKELEN BRANDSTOFAANVOER Met dit commando kan de voeding van de verstuivers worden hersteld. Dit commando wordt gegeven bij stilstaande motor met contact aan. Met dit commando wordt de voeding van de verstuivers vergrendeld zodat starten niet mogelijk is. Met commando VP036 kan in alle veiligheid een controle van de compressies van de motor worden uitgevoerd. Geef het commando VP036 en probeer de auto te starten. Als de auto niet start, controleer de compressies van de motor en herstel het aansturen van de verstuivers met behulp van het commando VP037 "Stop uitschakelen brandstofaanvoer". EDC16_V08_VP036/EDC16_V10_VP036/EDC16_V14_VP036 -EDC16-Vd08,10,14-223
227 Diagnose - Betekenis van de commando's VP037 STOP UITSCHAKELEN BRANDSTOFAANVOER Met dit commando kan de voeding van de verstuivers worden hersteld. Dit commando wordt gegeven bij stilstaande motor met contact aan. Met dit commando wordt de voeding van de verstuivers hersteld na het meten van de compressies van de motor. Geef het commando VP037 en probeer de auto te starten. Als de motor niet start, begin de procedure dan opnieuw. EDC16_V08_VP037/EDC16_V10_VP037/EDC16_V14_VP037 -EDC16-Vd08,10,14-224
228 Diagnose - Klachten GEEN COMMUNICATIE MET DE ABS-REKENEENHEID ZOEKS CHEMA 1 PROBLEEM TIJDENS HET STARTEN OF STARTEN ONMOGELIJK ZOEKS CHEMA 2 LAWAAI VAN HET INSPUITSYSTEEM TE WEINIG VERMOGEN ZOEKS CHEMA 3 ZOEKS CHEMA 4 MOTOR WERKT ONREGELMATIG ZOEKS CHEMA 5 TEST VAN DE VERSTUIVERS TEST 1 -EDC16-Vd08,10,14-225
229 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 1 Geen communicatie met de rekeneenheid van de motor Voordat u deze klacht behandelt, moet u met het diagnoseapparaat controleren of er geen storingen zijn en of de "parameters" en "staten" goed zijn (of niet). Als de klacht niet verdwenen is, voer dan de volgende controles uit. Controleer of het juiste autotype en systeem zijn geselecteerd op het gereedschap. Controleer het diagnoseapparaat door dit aan te sluiten op en te laten communiceren met een rekeneenheid van een andere auto. Controleer de zekering M3 30A van de voeding van het hoofdrelais. Vervang deze indien nodig. Demonteer het relais R8 en controleer de werking ervan. Als dit relais defect is, vervang het en probeer of de communicatie tot stand komt. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem stekker B 48-polig aansl. E1 Houder van het relais R8 aansl. 15 Controleer de voeding van de diagnoseaansluiting: + voor contact op aansl. 16 / + na contact op aansl. 1 / Massa op aansl. 4 en 5 Controleer (afhankelijk elektrisch schema en uitrusting): de zekering + na contact, de voedingen van de houder van het relais van het inspuitsysteem, De conformiteit van het relais van het inspuitsysteem: 65 Ω ± 5 Ω tussen aansl. 1 en 2 weerstand oneindig tussen de aansl. 3 en 5 (contact open) weerstand < 0,2 tussen aansl. 3 en 5 (contact gesloten) Maak de rekeneenheid van het inspuitsysteem los en controleer of er geen kortsluiting is op de pennen van de rekeneenheid. Als u enige onregelmatigheid constateert, herstel dan de goede staat en start opnieuw de communicatie. Als de storing aanhoudt: Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A aansl. B4 Diagnoseaansluiting aansl. 7 (lijn K) Controleer de voedingen: Rekeneenheid motor, stekker A aansl. D1 + na contact Rekeneenheid motor, stekker B aansl. L3, L4 en M4 Massa Door overbruggen van het contact "normaal open" van het relais van het inspuitsysteem, te weten aansl. 3 en 5 van de relaishouder: Rekeneenheid motor, stekker B aansl. M3 en M2 Controleer de geleiding van de verbinding tussen: Rekeneenheid motor, stekker B aansl. E V voor contact (via testshunt) Aansl. 2 van de houder van het voedingsrelais van de rekeneenheid van het inspuitsysteem Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ALP1/EDC16_V10_ALP1/EDC16_V14_ALP1 -EDC16-Vd08,10,14-226
230 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 1 (VERVOLG) Als het diagnoseapparaat in orde is, probeer het dan te laten communiceren met een andere rekeneenheid van dezelfde auto. Als er communicatie mogelijk is met een andere rekeneenheid van dezelfde auto, neem contact op met de technische helpdesk. Als er met geen enkele andere rekeneenheid van dezelfde auto communicatie mogelijk is, kan mogelijk een defecte rekeneenheid het multiplexnetwerk verstoren. Voor het lokaliseren werkt u volgens de methode van eliminatie door één voor één alle rekeneenheden los te maken van het multiplexnetwerk (volgens het elektrisch schema en de uitrusting van de auto): airbag, ABS, huis met hulporganen interieur, instrumentenpaneel... Probeer na ieder losmaken of de communicatie mogelijk is: Als na losmaken van een rekeneenheid communicatie mogelijk is, voer dan de diagnose uit van die rekeneenheid. Als het probleem aanhoudt, sluit dan alle bovengenoemde rekeneenheden weer aan en maak de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Probeer de communicatie te starten met een andere rekeneenheid. Als er communicatie mogelijk is, ga dan naar stap 2. Als er nog steeds geen communicatie mogelijk is, maak dan alle rekeneenheden los die aangesloten zijn op lijn K en/of L en controleer de isolatie ten opzichte van + 12 V en ten opzichte van massa van aansl. 7 en van aansl. 15 van de diagnoseaansluiting. Voer de nodige reparaties uit. Als de storing aanhoudt: neem contact op met de technische helpdesk. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-227
231 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 2 Probleem tijdens het starten (of starten onmogelijk) Voordat u deze klacht behandelt, moet u met het diagnoseapparaat controleren of er geen storingen zijn en of de "parameters" en "staten" goed zijn (of niet). Als de klacht niet verdwenen is, voer dan de volgende controles uit. onmogelijk Is het starten van de motor moeilijk of onmogelijk? moeilijk Controleer de massa's van de motor. controleer of het toerental 250 tr/min wordt met de startmotor, te zien in het parameterscherm, controleer of de correcte brandstof is gebruikt, controleer de aansluitingen van het brandstoffilter, controleer of het brandstoffilter niet vol water is, controleer of er geen luchtbellen zijn tussen het filter en de hogedrukpomp, controleer de werking van de rekeneenheid van de voorverwarming en de stiften door het commando AC037 "Relais voorverwarming", controleer de staat van het luchtfilter (vervuild), controleer de afdichting van het hogedrukcircuit: pomp, slangen, wartel (visuele en geurcontroles), controleer de stand van de EGR-klep (vervuild, geblokkeerd, vastgelopen), controleer de samenhang van het signaal van het opname element koelvloeistoftemperatuur, controleer de werking van de drukregelaar (zie de betekenis van het commando AC035 "Elektroklep brandstofdruk", controleer de werking van de verstuivers (te grote lekretour, vervuiling, vastklemmen), raadpleeg Test 1 (zie test van de organen, Test 1 "test van de verstuivers", controleer de cilinderbalans, door het vergelijken van het stroomverbruik tijdens de starten (menu "compressietest" op het gereedschap CLIP). Bij onbalans, gebruik een compressiemeter voor een nauwkeuriger meting. Na de werkzaamheden: wis de storingen die veroorzaakt zijn door het losmaken van de regelaar en van de voorverwarmingsstiften. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ALP2/EDC16_V10_ALP2/EDC16_V14_ALP2 -EDC16-Vd08,10,14-228
232 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 2 (VERVOLG 1) Raadpleeg de diagnose van de startvergrendeling (zie huis met hulporganen interieur) ET003 niet goed of permanent branden van het waarschuwingslampje startvergrendeling In het menu "STAAT" van het diagnoseapparaat, controleer de conformiteit van de startvergrendeling: ET003 "Startvergrendeling" moet "INACTIEF" zijn. ET003 goed (waarschuwingslampje startvergrendelingscode uit) Controleer de laadtoestand van de accu en het vastzitten van de accupolen. Controleer of het toerental 250 tr/min wordt met de startmotor, te zien in het parameterscherm. Controleer de massa's van de motor. Controleer de crash sensor (afhankelijk uitvoering). Controleer of de juiste brandstof in de tank zit. Controleer de 12 V na relais op aansl. G1 en M2 van de stekker B van de rekeneenheid van het inspuitsysteem (via relais inspuitsysteem). Controleer de zekeringen van de motor (en hun houders, draden en kabelschoenen). Controleer de afstelling van de distributie en de stand van het tandwiel van de hogedrukpomp. Controleer de compressies van de motor. Controleer de cilinderbalans met behulp van de Clip, icoon fysieke meting "Compressietest". NEE Test Schakel de startmotor in: Stijgt de druk in de hoofdinspuitbuis: Druk hoofdinspuitbuis = ~ 170 bar bij ~ 250 tr/min? NEE Voer de diagnose uit van de regelaar en van de hogedrukpomp, raadpleeg de betekenis van het commando AC035 "Elektroklep brandstofdruk". Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-229
233 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 3 Lawaai van het inspuitsysteem Voordat u deze klacht behandelt, moet u controleren of er geen storingen zijn en of de "parameters" en "staten" goed zijn (of niet) met het diagnoseapparaat. Als de klacht niet verdwenen is, voer dan de volgende controles uit. Als de geluiden van het inspuitsysteem klinken bij een koude start: Controleer de brandstofaanvoer van het lagedrukcircuit. Controleer de voeding van de brandstofverwarming. Controleer de werking van de voorverwarming. Controleer de samenhang van de temperaturen van de brandstof en van de motor. Als de storing aanhoudt, controleer de druk in de hoofdinspuitbuis (PR038), raadpleeg de betekenis van het commando: AC035 "Elektroklep brandstofdruk". Als de geluiden van het inspuitsysteem klinken bij stationair draaien: Controleer de staat van de stekkers van de verstuivers en van de drukregelaar. Controleer de juistheid van de informatie van de luchtdoorstroommeter (raadpleeg de parameter PR132 "Luchtdoorstroming"). Controleer de staat van de EGR-klep (vervuild, geblokkeerd, vastgelopen). Als de storing aanhoudt, voer de diagnose uit van de verstuivers via TEST 1 "Test van de verstuivers". Als de geluiden van het inspuitsysteem klinken bij alle toerentallen: Voer een diagnose uit van de verstuivers (raadpleeg Test 1 "test van de verstuivers"). Controleer de staat van de stekkers van de verstuivers en van de drukregelaar. Controleer of de correcte brandstof is gebruikt: Vervang de brandstof als deze niet goed is en ontlucht het lagedruk en hogedruk brandstofcircuit. Controleer de juistheid van de informatie van de luchtdoorstroommeter (raadpleeg de diagnose PR132 "Luchtdoorstroming"). Als de storing aanhoudt, controleer de druk in de hoofdinspuitbuis (menu "parameter"), raadpleeg de betekenis van het commando: AC035 "Elektroklep brandstofdruk". Als de geluiden van het inspuitsysteem klinken bij tussenliggende toerentallen: Als de motor op hol slaat tijdens het schakelen, controleer of er geen vloerbedekking het gaspedaal blokkeert, daarna de conformiteit van de schakelaar van de koppeling en de conformiteit van het opname element gaspedaal als het pedaal wordt losgelaten. Controleer met een proefrit, tijdens het overschakelen, de parameter: PR017 "Brandstofopbrengst". Als deze varieert, zonder merkbare invloed op de druk in de hoofdinspuitbuis, raadpleeg de betekenis van het commando AC035 "Elektroklep brandstofdruk". Als de storing aanhoudt, voer de diagnose uit van de verstuivers (raadpleeg het zoekschema van TEST 1 "TEST VAN DE VERSTUIVERS"). Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ALP3/EDC16_V10_ALP3/EDC16_V14_ALP3 -EDC16-Vd08,10,14-230
234 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 4 Te weinig vermogen Voordat u deze klacht behandelt, moet u met het diagnoseapparaat controleren of er geen storingen zijn en of de "parameters" en "staten" goed zijn (of niet). Als de klacht niet verdwenen is, voer dan de volgende controles uit. LET OP: In geval van oververhitting van de motor boven 110 C, beperkt de rekeneenheid opzettelijk de brandstofopbrengst en wordt de ventilateurmotor aangestuurd tot de accu geheel ontladen is. Is er bij het lage vermogen ook Rookontwikkeling? Controleer: Of de EGR-klep niet in open stand geblokkeerd is. Of de verstuivers goed zijn gemonteerd (aanwezigheid en juistheid van de afdichtring). JA NEE JA Draait de motor op al zijn cilinders? NEE Controleer de werking van de verstuivers (zie TEST 1). Als de storing aanhoudt Voer een conformiteitscontrole uit van de volgende onderdelen: opname element gaspedaal, opname element rempedaal, regelaar atmosferische druk, EGR-klep. Controleer de staat van het luchtfilter, Controleer de samenhang van het signaal: van de doorstroommeter of van het opname element druk/luchttemperatuur, van het opname element koelvloeistoftemperatuur, van het opname element brandstoftemperatuur, van het toerental van de motor, van de turbulentieklep (afhankelijk uitrusting). Controleer of er geen vuil op het rooster van de luchtdoorstroommeter is (alleen visuele controle). Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ALP4/EDC16_V10_ALP4/EDC16_V14_ALP4 -EDC16-Vd08,10,14-231
235 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 4 VERVOLG Controleer: het niet verstopt zijn van het brandstoffilter, de afdichting van het lagedruk en hogedruk brandstofcircuit, het complete luchtinlaatcircuit (staat en afdichting), de aansluiting van de carterventilatie, de opbrengstregelaar (geblokkeerd/vastgelopen, raadpleeg de betekenis van het commando AC035 "Elektroklep brandstofdruk", het commando van de turbo (geblokkeerd-vastgelopen), raadpleeg de betekenis van het commando AC004 "Elektroklep turbodruk", controleer de compressies van de motor (cilinderbalanstest met de functie "Compressietest" van het diagnoseapparaat CLIP), controleer of de uitlaatlijn niet verstopt is. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-232
236 Diagnose - Zoekschema's ZOEKSCHEMA 5 Motor werkt onregelmatig Voordat u deze klacht behandelt, moet u controleren of er geen storingen zijn en of de "parameters" en "staten" goed zijn (of niet) met het diagnoseapparaat. Als de klacht niet verdwenen is, voer dan de volgende controles uit. Bij schokken of doorschieten van de motor tijdens het schakelen, controleer het koppelingscontact. Als de klacht aanhoudt: controleer of de correcte brandstof is gebruikt, controleer de brandstofaanvoer van het lagedrukcircuit, controleer de conformiteit van de aansluitingen van het lagedrukcircuit, controleer de conformiteit van het brandstoffilter, en controleer of het niet vol water is (vervang het filter indien nodig), controleer het ontbreken van luchtbellen tussen het filter en de hogedrukpomp. controleer de juistheid van de druk in de hoofdinspuitbuis (warme motor): ± 25 bar rond de druk in de hoofdinspuitbuis bij stationair toerental, (de variaties "MINI naar MAXI" van de druk in de hoofdinspuitbuis bij stationair toerental mogen niet groter zijn dan 50 bar). ~ 1600 bar belast met vol gas. Bij een afwijking, raadpleeg de betekenis van het commando AC035 "Elektroklep brandstofdruk". Controleer de conformiteit van de luchtdoorstroommeter, raadpleeg de betekenis van de parameter PR132 "Luchtdoorstroming". Als de klacht aanhoudt: Controleer de werking van de verstuivers (zie TEST 1). Controleer de cilinderbalans met behulp van de Clip, icoon fysieke meting "Compressietest". Controleer de compressies van de motor indien nodig met het speciaal gereedschap. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_ALP5/EDC16_V10_ALP5/EDC16_V14_ALP5 -EDC16-Vd08,10,14-233
237 Diagnose - Tests TEST 1 Test van de verstuivers Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. De test van de verstuivers heeft pas zin als alle tests van het lagedruk brandstofcircuit zijn uitgevoerd. A) Controles vooraf: Meet de weerstand tussen aansl. 1 en 2 van iedere verstuiver: max. 0,33 Ω bij 20 C / 2 Ω. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid motor, stekker C aansl. G3 Aansl. 2 van de stekker van verstuiver n 1 Rekeneenheid motor, stekker C aansl. H1 Aansl. 1 van de stekker van verstuiver n 1 Rekeneenheid motor, stekker C aansl. G4 Aansl. 2 van de stekker van verstuiver n 2 Rekeneenheid motor, stekker C aansl. G2 Aansl. 1 van de stekker van verstuiver n 2 Rekeneenheid motor, stekker C aansl. H4 Aansl. 2 van de stekker van verstuiver n 3 Rekeneenheid motor, stekker C aansl. H2 Aansl. 1 van de stekker van verstuiver n 3 Rekeneenheid motor, stekker C aansl. H3 Aansl. 2 van de stekker van verstuiver n 4 Rekeneenheid motor, stekker C aansl. G1 Aansl. 1 van de stekker van verstuiver n 4 Controleer zorgvuldig de klemmetjes en pennetjes van de stekker van iedere verstuiver. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met het diagnoseapparaat. EDC16_V08_TEST1/EDC16_V10_TEST1/EDC16_V14_TEST1 -EDC16-Vd08,10,14-234
238 Diagnose - Tests TEST 1 (VERVOLG) B) Controle van de opbrengstcorrectie van iedere verstuiver Start de motor, en bekijk de volgende parameters: PR364 "Correctie brandstofopbrengst cilinder n 1" PR405 "Correctie brandstofopbrengst cilinder n 2" PR406 "Correctie brandstofopbrengst cilinder n 3" PR365 "Correctie brandstofopbrengst cilinder n 4" De normale waarde van de opbrengstcorrectie voor een verstuiver is ongeveer 1 mm 3 (negatief of positief naargelang de behoefte van de verstuiver). Controleer de correctiewaarden voor iedere verstuiver. Als minstens één van deze waarden gelijk is aan - 5 mm 3 Voer een compressietest uit. Als de compressie van een cilinder duidelijk lager is dan die van de andere, voer dan de nodige reparaties uit. Als de 4 cilinders dezelfde compressie hebben, vervang dan de verstuiver die de grootste opbrengstcorrectie heeft. Start, na de reparaties, de motor, en controleer de waarden van de opbrengstcorrectie per cilinder. Als de 4 waarden conform zijn, einde diagnose. Als één of meer waarden buiten de tolerantie zijn, raadpleeg de volgende "klachten": Zoekschema 2 "Probleem tijdens het starten of starten onmogelijk". Zoekschema 3 "Geluiden inspuiting". Zoekschema 4 "Onvoldoende vermogen". Zoekschema 5 "Motor werkt onregelmatig".. N.B.: Voordat u verstuiver vervangt, moet u de afdichtring controleren. Na het vervangen van een verstuiver, en als IMA in werking is, voert u de procedure voor het programmeren van de verstuivercodes uit. LET OP Voor het uit- en inbouwen van de verstuivers, moet u de veiligheids- en Reinheidsvoorschriften opvolgen die staan in de Inleiding. Maak een proefrit gevolgd door een complete controle met het diagnoseapparaat. -EDC16-Vd08,10,14-235
239 117B SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Inleiding 17B 1. GELDIGHEID VAN HET DOCUMENT In dit document staat de diagnose die geldig is voor alle volgende rekeneenheden: Model(len): Velsatis 2 phase 2 Motoren: F4R-T 766/767 Betreffende functie: Benzine-inspuitsysteem Naam van de rekeneenheid: Sagem S3000 Programmanummer: AC52 VDIAGNR: ONMISBARE ELEMENTEN VOOR DE DIAGNOSE Type documentatie Methodes van de diagnose (dit document): Ondersteunende diagnose (geïntegreerd in het diagnoseapparaat), Dialogys. Elektrische schema's: Visu-Schéma (cd-rom), papier. Type diagnoseapparaat CLIP Type onmisbaar gereedschap Onmisbaar speciaal gereedschap Multimeter Elé Elé Verlengblok Universeel verlengblok 3. TER HERINNERING Werkwijze: Om energie te besparen onderbreekt het huis met hulporganen interieur van de Laguna II Phase 2 de voeding + na contact na 3 min. Voor een diagnose van een rekeneenheid, is het mogelijk de + na contact gedurende 1 uur te forceren met behulp van de volgende procedure: druk op de ontgrendeltoets van de kaart, steek de kaart in de kaartlezer, als het contact is ingeschakeld, druk op de startknop (onderbreking van de "tijdgeschakelde + na contact"), druk langer dan 5 secondes op de startknop tot het startvergrendelingslampje snel knippert (4 Hz). Deze functie "+ na contact geforceerd" is 1 uur lang actief. Een druk op de startknop of het verwijderen van de kaart uit de kaartlezer onderbreekt de voeding + na contact geforceerd maar onderbreekt niet de tijdschakeling van de functie "+ na contact geforceerd". Zolang het uur nog niet voorbij is, zorgt het aanzetten van het + na contact opnieuw voor voeding + na contact geforceerd voor de resterende tijd. S3000_V08_PRELI 17B-S3000-1
240 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Inleiding 17B Storingen Er bestaan storingen die aanwezig verklaard worden en storingen die in het geheugen staan (verschenen in een bepaalde context en sindsdien verdwenen of nog altijd aanwezig maar niet gediagnosticeerd volgend de huidige context). De staat aanwezig of in geheugen van de storingen moet bekeken worden bij het starten van het diagnoseapparaat na het aanzetten van + na contact (+APC) (zonder de elementen van het systeem te bedienen). Een storing die aanwezig is, behandelt u zoals is aangegeven in het hoofdstuk Betekenis van de storingen. Bij een storing geheugen, noteert u de storingen die aangegeven zijn en volgt u de aanwijzingen van het deel adviezen. Als de storing bevestigd is na het opvolgen van de adviezen, is de storing aanwezig. Behandel de storing. Als de storing niet bevestigd wordt, controleer: de elektrische lijnen die bij de storing horen, de stekkers van deze lijnen (oxidatie, verbogen pennetjes enz.), de weerstand van het als defect aangegeven orgaan, De ligging en de staat van de draden (isolatie gesmolten of gescheurd, doorschuren). Conformiteitscontrole Bij de conformiteitscontrole worden de gegevens gecontroleerd die door het diagnoseapparaat niet als defect worden aangegeven als zij niet goed zijn. Hiermee kunt u: Afwijkingen vinden welke verband houden met de klacht maar die niet als defect worden aangegeven, de werking van het systeem controleren om te voorkomen dat een storing na de reparatie snel weer terugkomt. In dit hoofdstuk vindt u een diagnose van de staten en de parameters, met de omstandigheden van de controle. Als een staat niet goed is of als een parameter buiten de tolerantie is, raadpleeg dan de met de overeenkomstige methode voor het storing zoeken. Klachten - Zoekschema Als de controle met behulp van het diagnoseapparaat correct is, terwijl de klacht van de klant nog steeds aanwezig is, behandelt u het probleem uitgaande van de klacht. Een samenvatting van de globale werkwijze ziet u in het diagram op de volgende bladzijde 17B-S3000-2
241 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Inleiding 17B 4. WERKWIJZE BIJ HET STORING ZOEKEN Controleer de laadtoestand van de accu en de staat van de zekeringen Druk de diagnosekaart af van het systeem (van de CLIP en in het Werkplaatshandboek of Service Mededeling) Sluit de CLIP aan Communicatie met de rekeneenheid? nee Zie zoekschema 1 ja Lezen van de storingen Bestaan van storingen nee Conformiteitscontrole ja Behandeling van de aanwezige storingen De verschijnselen blijven nee Storing opgelost Behandeling van de storingen in het geheugen ja Gebruik de zoekschema's De verschijnselen blijven nee Storing opgelost De verschijnselen blijven nee Storing opgelost ja ja Neem contact op met de technische helpdesk met ingevulde diagnosekaart 17B-S3000-3
242 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Inleiding 17B 4. WERKWIJZE BIJ HET STORING ZOEKEN (vervolg) Controle van de kabelbundels: Moeilijkheden bij de diagnose: Het aansluiten van de stekkers en/of het werken aan de kabelbundel kan, tijdelijk, de oorzaak van de storing wegnemen. De elektrische metingen van de spanning, de weerstand en de isolatie zijn meestal correct, vooral als de storing niet aanwezig is op het moment van de analyse (storing in het geheugen). Visuele controle: Zoeken van beschadigingen, onder de motorkap en in het interieur. Voer een nauwgezette controle uit van de beschermingen, van de isolaties en van de correcte ligging van de kabelbundels. Zoek oxydatiesporen. Controle door aanraking: Gebruik, tijdens de werkzaamheden aan de kabelbundels, het diagnoseapparaat op zo'n manier dat het een verandering aangeeft van de staat van de storingen van "in het geheugen" naar "aanwezig". Controleer of de stekkers correct zijn vergrendeld, zet een lichte kracht op de stekkers, verdraai de kabelbundel. Als er zich een verandering in de staat voordoet, probeer dan de oorzaak van het incident te lokaliseren. Onderzoek van elk element: Maak de stekkers los en controleer het uiterlijk van de klemmetjes en van de pennetjes evenals het felsen (niet gefelst op de isolatie). Controleer of de klemmetjes en de pennetjes goed in de stekkerbehuizing vergrendeld zijn. Controleer of de klemmetjes of pennetjes tijdens het aansluiten niet worden teruggedrukt. Controleer de contactdruk van de klemmetjes met behulp van een pennetje van het juiste model. Controle van de weerstand: Controleer de geleiding van de complete lijnen, daarna sectie voor sectie. Zoek een kortsluiting aan massa, aan + 12 V of met een andere draad. Als een storing is gedetecteerd, repareer of vervang dan de kabelbundel. 17B-S3000-4
243 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Inleiding 17B 5. DIAGNOSEKAART LET OP! LET OP: Bij alle incidenten van een complex systeem moet een complete diagnose worden uitgevoerd met het juiste gereedschap. Met de DIAGNOSEKAART, die tijdens de diagnose wordt ingevuld, krijgt en houdt u een overzicht van de uitgevoerde diagnose. Het is een essentieel element in de communicatie met de fabrikant. BIJ IEDERE DIAGNOSE MOET DAAROM EEN DIAGNOSEKAART WORDEN INGEVULD Er zal altijd naar deze kaart worden gevraagd: bij verzoeken om technische bijstand door de technische helpdesk, voor het vragen van toestemming voor het vervangen van onderdelen met verplichte toestemming, om bij de onderdelen "onder controle", die retour gevraagd worden, te voegen. Het is daarmee een voorwaarde voor het vergoeden van de garantie, en is een hulp bij het analyseren van de uitgebouwde onderdelen. 6. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Bij alle werkzaamheden moeten de veiligheidsvoorschriften worden nageleefd om materiële schade en lichamelijk letsel te voorkomen controleer de laadtoestand van de accu om beschadiging van de rekeneenheden te voorkomen door een te geringe lading, gebruik geschikt gereedschap. 7. DIAGNOSE Beheer van de in het geheugen opgeslagen storingen is hetzelfde voor alle opname elementen en actuators. Een storing verdwijnt uit het geheugen na 128 keer starten als hij niet meer is teruggekomen. 17B-S3000-5
244 Systeem: Inspuitsysteem Lijst van de onderdelen onder controle: Rekeneenheid Administratieve identificatie DIAGNOSEKAART Blz. 1 / 2 Datum 2 0 Ingevuld door VIN: Motor Diagnoseapparaat CLIP Versie van de update Klacht 579 Start niet - pech 570 Afslaan - slechte koude start 571 Afslaan - slechte warme start 586 Brandend waarschuwingslampje inspuitsysteem/ voorverwarming 572 Stationair - toerental onregelmatig 574 Stoten - inhouden 573 Onvoldoende vermogen 520 Abnormaal geluid, trillen 576 Rook - uitlaatstank 569 Slecht starten Ander Uw toelichting: Omstandigheden van de klacht 001 Koud 005 rijdend 008 bij afremmen op de motor 002 Warm 006 Bij het schakelen 009 plotselinge storing 003 Stilstaand 007 bij optrekken 010 Geleidelijke verslechtering 004 af en toe Ander Uw toelichting: Gebruikte documentatie voor de diagnose Gebruikte diagnosemethode Type diagnosehandboek: N diagnosehandboek: N van de Service Mededeling Elektrisch schema: Titel en / of nummer: Werkplaatshandboek Service Mededeling Ondersteunende diagnose Gebruikt elektrisch schema Andere documentatie FD 01 Diagnosekaart bladzijde printen of fotokopiëren - bladzijde printen of fotokopiëren - bladzijde printen of fotokopiëren
245 Systeem: Inspuitsysteem DIAGNOSEKAART Blz. 2 / 2 Identificatie van de rekeneenheid en van de vervangen onderdelen voor het systeem Nummer onderdeel 1 Nummer onderdeel 2 Nummer onderdeel 3 Nummer onderdeel 4 Nummer onderdeel 5 Lezen met het diagnoseapparaat (Identificatiescherm): Rekeneenheid nummer Leverancier nummer Programma nummer Programmaversie Kalibratienummer: VDIAG Storingen aangegeven op het diagnoseapparaat Storingsnummer Aanwezig In geheugen Omschrijving van de storing Bijzonderheid Context van de storing bij zijn verschijnen Staat of parameter nummer Titel van de parameter Waarde Eenheid Specifieke informatie van het systeem Beschrijving: Aanvullende informatie Waarom heeft u de rekeneenheid vervangen? Welke andere onderdelen zijn vervangen? Andere defecte functies? Uw toelichting: FD 01 Diagnosekaart bladzijde printen of fotokopiëren - bladzijde printen of fotokopiëren - bladzijde printen of fotokopiëren
246 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B 1. WERKING VAN HET SYSTEEM Samenstelling Het inspuitsysteem bestaat uit: opname element gaspedaal, koppelingspedaalcontact, opname element vliegwiel, opname element atmosferische druk, opname element luchttemperatuur, opname element koelvloeistoftemperatuur, voorste lambda sonde, achterste lambda sonde, commando snelheidsregelaar, stuurkolomschakelaar, schakelaar aan / uit snelheidsregelaar, benzinedampabsorptievat, rekeneenheid inspuitsysteem, gemotoriseerd smoorklephuis, 4 inspuitstukken, 4 penbobines, pingeldetector, nokkenasversteller, opname element nokkenas (alleen op K4M), opname element turbodruk (alleen op F4R Turbo), waterpomp (alleen op F4R Turbo), elektroklep wastegate (alleen op F4R Turbo), elektroklep turbodruk (alleen op F4R met Turbo). luchtpomp (alleen op F4R Turbo met automatische transmissie), vacuümpomp (alleen op F4R Turbo met automatische transmissie), drukcontact (alleen op F4R Turbo met automatische transmissie). Rekeneenheid Rekeneenheid met 128 aansluitingen merk SAGEM type "S3000" FLASH EEPROM voor het aansturen van de inspuiting en de ontsteking. Sequentieel werkend multipunt inspuitsysteem. Verbindingen met de andere rekeneenheden: airconditioning, Huis met hulporganen interieur (UCH), rekeneenheid automatische transmissie (UCE BVA), airbag, ABS/ESP, instrumentenpaneel. S3000_V08_ 17B-S3000-8
247 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B 2. Taak van de onderdelen, strategie van de werking Startvergrendeling De startvergrendeling van het type verlog 3 wordt beheerd door de rekeneenheid huis met hulporganen interieur en de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Voor ieder startverzoek, is de rekeneenheid van het inspuitsysteem beveiligd. Bij het startverzoek, wisselen de rekeneenheid van het inspuitsysteem en het huis met hulporganen interieur via het multiplexnetwerk herkenningsgegevens uit die toestemming geven voor het wel of niet starten van de motor. Als meer dan 5 pogingen van herkenning zonder resultaat achter elkaar zijn uitgevoerd, gaat de rekeneenheid van het inspuitsysteem over in de veiligheidsstand (antiscan) en probeert niet meer de rekeneenheid huis met hulporganen interieur te herkennen. Hij verlaat deze stand pas als de volgende handelingen worden uitgevoerd: het contact blijft minstens 60 secondes aan, het bericht is afgebroken, het einde van de zelfvoeding van de rekeneenheid van het inspuitsysteem gerespecteerd wordt (deze tijd is variabel afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof in de motor). Hierna is een enkele poging van herkenning toegestaan. Als het dan weer niet lukt, voert u opnieuw bovenstaande handelingen uit. In het geval dat de rekeneenheid van het inspuitsysteem nog steeds niet ontgrendeld wordt, moet u contact op nemen met de Technische Helpdesk. Botsing gedetecteerd Als een botsing in het geheugen staat in de rekeneenheid van het inspuitsysteem, zet dan het contact gedurende 10 secondes uit, en zet daarna het contact weer aan om de motor te kunnen starten. Wis de storingen. BELANGRIJK Maak de stekker los van de rekeneenheid van het inspuitsysteem bij laswerkzaamheden aan de auto. Koppelbeheer De koppelstructuur is het systeem waarmee het motorkoppel beheerst kan worden. Dit is nodig bij bepaalde functies zoals het stabiliteitsprogramma ESP, de automatische transmissie (BVA) of robotversnellingsbak (BVR). Ieder intersysteem (ESP, BVA, BVR) stuurt via het multiplexnetwerk een koppelverzoek naar de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Deze bemiddelt tussen de koppelverzoeken van het intersysteem en het verzoek van de bestuurder (via het pedaal of de functie RV/LV). Het resultaat van de bemiddeling geeft het berekende te leveren koppel. Vanuit het berekende koppel, berekent de koppelstructuur de stand van de smoorklep, de vervroeging en in geval van drukvulling, de berekende stand van de turbodrukregelklep (waste gate). 17B-S3000-9
248 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B Nokkenasversteller Hiermee kan het kleppendiagram worden veranderd. De nokkenasversteller werkt continu variabel. Op de auto's zonder opname element nokkenas, gebeurt de fasering van de motor softwarematig. Dit is het geval op de motoren zonder nokkenasversteller. Deze informatie is te zien via de staat ET084 "Nokkenasversteller". Een eerste zogenaamde "Memofasering" wordt gebruikt om de controle van de motor bij het starten te faseren naargelang de bij het voorafgaande stilzetten opgeslagen gegevens. Wacht tot het einde van de zelfvoeding (powerlatch en dus het opslaan van deze gegevens) voordat de rekeneenheid wordt losgemaakt. Daarna bevestigt een tweede strategie de eerdere beslissing. Deze is gebaseerd op de analyse van het koppel. De rekeneenheid van het inspuitsysteem bestuurt een nokkenasversteller die verschilt afhankelijk van het motortype: Motor K4M Inlaatnokkenasversteller continu variabel van 0 tot 43 (krukas), aangestuurd door een elektroklep die wordt gevoed met een variabel RCO circuit van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Motor F4R en F4R-T Inlaatnokkenasversteller aangestuurd door een elektroklep die alles of niets wordt gevoed door de rekeneenheid van het inspuitsysteem Opname element nokkenas (alleen op K4M) Het opname element nokkenas heeft als taak: de cilinders te herkennen zodat de rekeneenheid correct het sequentiële inspuitsysteem kan synchroniseren, de stand van de inlaatnokkenassen van de motor te controleren. Gemotoriseerd smoorklephuis Het smoorklephuis verzorgt de regeling van het stationair toerental en van de luchttoevoer naar de motor. Het bestaat uit een elektromotor en twee potentiometers voor het meten van de smoorklepstand. Als de motor stationair draait, wordt de stand van de smoorklep geregeld afhankelijk van het berekende toerental. Voor de berekening wordt rekening gehouden met belangrijke verbruikers (airconditioning) en de werkomstandigheden (lucht- en koelvloeistoftemperatuur). 17B-S
249 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B Beheer van de brandstofaanvoer: De brandstofaanvoer wordt verzorgd door de benzinepomp. Deze wordt bij ieder aanzetten van het contact gevoed voor de duur van een seconde, zodat er een zekere druk in het circuit heerst om correct te kunnen starten, met name na een lange stilstand van de auto. Bij draaiende motor wordt het benzinepomprelais altijd aangestuurd. Het commando van het benzinepomprelais is te zien via de staat ET047 "Commandocircuit benzinepomp". De ventilatie van de benzinetank gebeurt via een dampabsorptievat gevuld met actieve koolstof die de benzinedamp opvangt. Het afzuigen van dit dampabsorptievat gebeurt door het motorvacuüm. Dit is afkomstig van het inlaatsysteem via een slang waarvan de doorlaat wordt geregeld door een afzuigklep. Deze wordt aangestuurd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem via een cyclisch stuursignaal. Om onregelmatig draaien van de motor of geluid van de elektroklep van de dampafzuiging in de auto te voorkomen, zijn er twee frequenties voor het aansturen van de elektroklep van de dampafzuiging: een lage frequentie van 8 Hz een hoge frequentie 20 Hz De frequentie van het cyclisch stuursignaal is afhankelijk van het motortoerental. Afzuigen van het dampabsorptievat om het leeg te maken naarmate het zich vult om uitstoot van damp in de atmosfeer tegen te gaan, bijvoorbeeld als het dampabsorptievat is verzadigd. Beheer van de luchtaanvoer: De stationair toerental regelaar voert alle berekeningen uit voor het aansturen van de gemotoriseerde smoorklep. Dit is een regelaar die volledig adaptief werkt (inlezen van de veranderingen en van de veroudering). Als aan de voorwaarden voor de stationair toerental regeling is voldaan, ET054 "Stationair toerentalregeling" is "ACTIEF", zet de stationair toerental regelaar de gemotoriseerde smoorklep voortdurend in de juiste stand om het toerental van de motor op het berekende stationair toerental te houden. Het openingspercentage van de gemotoriseerde smoorklep dat nodig is om het toerental op de berekende waarde te houden wordt gegeven door de parameter PR091 "RCO theoretisch stationair toerentalregeling". Opmerking over parameter PR091: Deze parameter gebruikt met name 2 parameters die te zien zijn in het diagnoseprogramma: PR444 "Integrale correctie stationair toerentalregeling", en PR090 "Waarde inlezen stationair toerentalregeling", die de gehele adaptieve actie vormt. de PR090 "Waarde inlezen stationair toerentalregeling" is een opgeslagen parameter voor het "leren" van de veranderingen en de veroudering van de motor voor de stationair toerental regelaar. Dit inlezen gebeurt alleen bij stationair draaien, als de motor warm is en als geen enkele verbruiker ( airconditioning, ventilateurmotor, stuurbekrachtiging) is ingeschakeld. Hij verandert daarom langzaam. de PR444 "Integrale correctie stationair toerentalregeling" wordt permanent berekend om rekening te houden met de behoefte aan lucht van de verbruikers. 17B-S
250 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B Adaptieve correctie stationair toerental: Onder normale warme bedrijfsomstandigheden, varieert de waarde van het RCO-signaal van het stationair toerental PR091 "RCO theoretisch stationair toerentalregeling" tussen een hoge en een lage waarde om het gewenste stationair toerental te krijgen. Door veranderingen tijdens het gebruik (inrijden, vervuiling in de motor, enz.) kan de waarde van het cyclisch stuursignaal (RCO) dicht bij de hoogste of laagste waarde komen. De adaptieve correctie PR090 "Waarde inlezen stationair toerentalregeling" op het RCO-signaal corrigeert de langzame variaties van de luchtbehoefte van de motor, om het RCO-signaal op een gemiddelde waarde te houden. Deze correctie is alleen effectief als de koelvloeistof warmer is dan 75 C en 1 minuut na het starten van de motor en in de regelfase van het stationair toerental. Berekening van het stationair toerental: Het berekende stationair toerental wordt gegeven met de parameter PR536 "Berekende stationair toerentalregeling". Het berekende stationair toerental is afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur, van de antiluchtverontreinigingstrategieën, van de behoefte van de airconditioning, van de stand van de selecteur van de versnellingsbak, eventueel van de werking van de stuurbekrachtiging, van de verwarmingsweerstanden van het interieur, van de olietemperatuur (bescherming van de motor) en van de elektrische balans die door het inspuitsysteem is berekend (het toerental wordt met maximaal 160 tr/min verhoogd als de accuspanning lager dan 12,7 V blijft). Beheer van het mengsel Voor een optimale werking van de katalysator, moet de waarde van het mengsel rond 1 worden geregeld. De mengselregeling wordt aangestuurd door de voorste sonde. De sonde levert en spanning afhankelijk van het verschil tussen de partiële zuurstofdrukken in de uitlaat en in een holte met een referentiemengsel (atmosfeer). Doordat de partiële zuurstofdruk in de uitlaat representatief is voor het mengsel, geeft de spanning naar de rekeneenheid een "arm-rijk" informatie. Adaptieve mengselcorrectie: In de regelfase, corrigeert de mengselregeling de inspuitduur om een dosering te krijgen zo dicht mogelijk bij 1. De correctiewaarde PR138 "Mengselcorrectie" is rond 50 %, met als uiterste waarden 0 en 100 %. De adaptieve mengselcorrectie PR143 "Adaptieve mengselverrijking" en PR144 "Adaptieve mengselverschuiving" zorgen ervoor dat de kenvelden van het inspuitsysteem zo verschoven wordt dat de mengselregeling gecentreerd blijft rond 50 %. Als het geheugen van de rekeneenheid schoon is (na het wissen van het geheugen), zijn de adaptieve correctiewaarden gemiddeld 50 % met uiterste waarden. 17B-S
251 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B Een auto heeft een voorste sonde als het lezen van de configuratie LC003 "Voorste lambda sonde" is "MET". Om de voorste lambda sonde snel operationeel te laten zijn, wordt deze verwarmd. De verwarming van de sonde ET052 "Verwarming voorste lambda sonde" is alleen "ACTIEF" bij draaiende motor. Hij wordt uitgeschakeld boven 140 km/u of als de motor belast wordt. De achterste sonde wordt ook gebruikt voor de mengselregeling, via de strategie van de dubbele regelkring. Het principe is het bepalen van de staat van de voorste sonde en een eventuele afwijking van de dynamische mengselregeling van de voorste sonde te compenseren. De auto heeft een achterste sonde als het lezen van de configuratie LC004 "Achterste lambda sonde" is "MET". Voordat de dubbele regelkring ET056 "Dubbele mengselregelkring" "ACTIEF" is, met warme motor ongeveer 1 min 30 s worden gereden zonder gas los. De achterste sonde wordt ook verwarmd. De bekrachtiging gebeurt niet direct na het starten van de motor. De ET053 "Verwarming achterste lambda sonde" is "ACTIEF" na een startvertraging die afhankelijk is van de koelvloeistoftemperatuur bij draaiende motor en zonder gas los. De verwarming van de achterste sonde wordt uitgeschakeld boven 140 km/u of als de motor belast wordt. Er zijn verschillende commando's naargelang het type van de sonde: BOSCH LSH25/NTK 6L (6 Ω)/DELPHI AFS128 (3 draden): Continu commando, BOSCH LSF 4.7 (zogenaamd "PLANAR"): Na ieder starten van de motor, is het commando eerst een RCO-signaal met een frequentie van 20 Hz gedurende ongeveer 20 s en wordt daarna continu, BOSCH NTK 6 L (3,3 Ω): na ieder starten van de motor, is het commando eerst continu gedurende 15 s en daarna een RCO-signaal met een frequentie van 20 Hz. Beheer van de turbodruk (alleen op F4R Turbo) De turbodruk wordt geregeld door de stand van de drukregelklep (wastegate). Principe Deze drukregelklep, die via een steel is verbonden met de balg van de wastegate, wordt aangestuurd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem via een elektroklep. Deze elektroklep, geopend in de ruststand, is geplaatst op de inlaatslang tussen het luchtfilter en de ingang van de turbocompressor. In de ruststand (geopend), verbindt deze elektroklep de uitgang van de turbocompressor (de turbodruk) en de bedieningsbalg van de drukregelklep. Hierdoor werkt de turbodruk rechtstreeks op de balg, de drukregelklep (wastegate) opent zich en de maximaal mogelijke druk is ongeveer 1350 mbar/400 mbar, ongeacht het toerental van de motor (dit is de minimale drukvulling van de motor). Als de elektroklep wordt aangestuurd, wordt de informatie van de turbodruk (bij de uitgang van de turbocompressor) omgeleid naar de ingang van de turbocompressor. Hierdoor werkt de turbodruk niet op de balg, de drukregelklep (wastegate) sluit zich tot een stand die wordt bepaald door het regelsysteem. 17B-S
252 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B Behalve de regeling van de turbodruk, stuurt de rekeneenheid de motor aan voor een gelijkblijvend koppel bij volle belasting. Dat wil zeggen dat, ongeacht de omstandigheden van de motor (luchttemperatuur, atmosferische druk...) het maximale koppel altijd 275 N.m is en het vermogen 125 kw. Hierdoor is bij een luchttemperatuur van 20 C, de turbodruk bij volle belasting lager dan bij 50 C. Ondanks de koppelregeling, kan de turbodruk nooit hoger worden dan 1800 mbar. Beheer van de ontsteking De vervroeging wordt voor iedere cilinder berekend. Deze kan negatieve waarden hebben en ligt tussen - 23,625 en + 72, en omvat de eventuele correcties vanwege pingelen. De langzame pingelcorrectie is de maximale vervroeging die wordt afgetrokken van de vervroeging van een van de cilinders. Als geen enkele cilinder pingelt, is deze correctie nul. Inspuitstukken De inspuitstukken worden op verschillende manieren aangestuurd. Het starten gebeurt in "semi-fullgroup" (inspuitstukken 1 en 4, daarna inspuitstukken 2 en 3 tegelijk), voor een correcte start, daarna vindt sequentiële aansturing plaats, in fase of niet. In zeldzame gevallen kan de motor uit fase aanslaan als de zogenaamde "Memofasering" bij het laatste stilzetten van de motor mislukt is. In dat geval, na de overgang op sequentiële inspuiting en zolang cilinder 1 nog niet is herkend, zijn de inspuitstukken 2 cilinders verzet: de inspuitvolgorde is dan , terwijl normaal is. De inspuitduur wordt permanent berekend en kan nul zijn, bij afremmen op de motor of bij overtoeren bijvoorbeeld. Systeem vacuümpomp / drukcontact De elektrische vacuümpomp (op benzinemotor) zorgt voor extra vacuüm als er niet voldoende onderdruk is in het inlaatspruitstuk bij laag toerental (minder dan tr/min, minder vermogen). 17B-S
253 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B 3. Beheer OBD De OBD-strategieën zijn de volgende: de diagnose van de werking van de katalysator, de diagnose van werking van de voorste lambda sonde, de diagnose van de ontstekingsuitval met twee detectieniveaus:vervuilende ontstekingsuitval en voor de katalysator schadelijke ontstekingsuitval, de diagnose van het systeem van de benzineaanvoer. De diagnoses van de ontstekingsuitval en van het systeem van de benzineaanvoer gebeuren continu. De diagnoses van de werking van de voorste sonde en van de katalysator worden maar één keer per rit en nooit gelijktijdig uitgevoerd. Storingsbeheerprogramma OBD: Het OBD-storingsbeheerprogramma is geen vervanging voor, en verandert niet, het traditionele storingsbeheerprogramma. Aanvulling om te voldoen aan de OBD norm. De behoeften zijn: de OBD-storingen in het geheugen opslaan, het OBD-lampje laten branden bij alle storingen die leiden tot een overschrijding van de EOBDemissiedrempels, het OBD-lampje laten knipperen bij alle storingen van onstekingsuitval die schakelijk zijn voor de katalysator. Werkingsprincipe Als een storing aanwezig is gedurende 3 opeenvolgende ritten, dan: een OBD-storing wordt in geheugen aangegeven. het continu branden van het OBD-lampje wordt gevraagd. Dit verzoek wordt alleen verwerkt als de storing ernstig genoeg wordt geacht om het OBD-lampje te laten branden. Het lampje gaat weer uit als de OBD-storing gedurende 3 opeenvolgende ritten niet meer aanwezig is geweest. De elektrische diagnoses die het OBD storingsbeheerprogramma verwerkt zijn: druk, turbodruk, koelvloeistoftemperatuur, luchttemperatuur, rijsnelheid, voorste sonde, achterste sonde, ontbrekende tand op tandschijf van het vliegwiel, geen tandsignaal, storing tandschijf vliegwiel, verwarming voorste sonde verwarming achterste sonde inspuitstuk 1, inspuitstuk 2, inspuitstuk 3, inspuitstuk 4, bobine 1, bobine 2, bobine 3, bobine 4, benzinepomp, wastegate, dampafzuiging, luchtsysteem, circuit turbodruk, samenhang druk, pingeldetector, nokkenasversteller. 17B-S
254 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B Katalysator: Doel Principe Bij de diagnose van de werking van de katalysator wordt gezocht naar storingen waardoor de drempelwaarde wordt overschreden van het EOBD-diagnosesysteem voor de uitstoot van koolwaterstoffen. De zuurstofopslagcapaciteit van de katalysator is een indicatie voor de staat van de katalysator. Met het ouder worden van de katalysator neemt de zuurstofopslagcapaciteit af, tegelijk met zijn vermogen om schadelijke uitlaatgassen te verwerken. Het principe wordt gebruikt voor het verband tussen de zuurstofopslagcapaciteit en de CH-emissie. Als de beginvoorwaarden voor het uitvoeren van de diagnose aanwezig zijn, treden onderbrekingen in de mengselregeling op, die als gevolg hebben dat er zuurstofstootjes in de katalysator worden gestuurd. Als de katalysator in orde is, absorbeert hij de zuurstof en blijft de spanning van de achterste lambda sonde op een gemiddelde waarde. Als hij minder goed werkt, stoot hij de zuurstof uit die hij niet kan opslaan en de achterste sonde begint te schommelen. Hoe ouder de katalysator, hoe meer de achterste sonde oscilleert. Verwarming van de katalysator door luchtpomp Met de nieuwe OBD-normen de katalysator sneller op temperatuur brengen bij de werking van de koude motor. Bij deze werkomstandigheden is het benzine-lucht mengsel rijk en bevat het veel kooldioxyde (CO) en koolwaterstoffen (CH). Voor een beter werking, wordt zuurstof toegevoegd voor het oxyderen van de CO en CH, en daardoor de katalysator te verwarmen. De luchtpomp dient dus om lucht (zuurstof) in het uitlaatspruitstuk in te spuiten voor het verwarmen van de katalysator. Sondes: Doel Bij de diagnose van de werking van de sonde wordt gezocht naar storingen waardoor de drempelwaarde wordt overschreden van het EOBD-diagnosesysteem voor de uitstoot van luchtverontreiniging (CH). Lambda sondes kunnen op 2 manieren achteruit gaan: mechanisch: draadbreuk die vertaald wordt als een elektrische storing, chemisch en/of thermische: waardoor de reactietijd van de sonde toeneemt en daardoor de gemiddelde kantelperiode toeneemt. Beschrijving van de strategie Als de beginvoorwaarden voor het uitvoeren van de diagnose aanwezig zijn, worden de periodes van het signaal van de voorste sonde genoteerd en daar de "glitchs" (storingen) van afgetrokken, het gemiddelde berekend, en vergeleken met een gemiddeld EOBD-grensperiode. DE diagnose kan in delen gebeuren, dat wil zeggen op verschillende opeenvolgende stabiele fases van de motor en een duur die varieert naargelang de staat van de sonde. 17B-S
255 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B 4: Beheer van de koelvloeistoftemperatuur De koeling van de motor gebeurt met 1 of 2 ventilateurmotoren (naargelang de uitrusting van de auto). De rekeneenheid van het inspuitsysteem vraagt het inschakelen van de rekeneenheid van de airconditioning via het multiplexnetwerk. Voor de koeling: Draaiende motor, de GMV1 wordt gevraagd als de koelvloeistoftemperatuur hoger is dan 99 C en wordt weer uitgeschakeld zodra de temperatuur lager is dan 96 C. De GMV2 wordt gevraagd als de koelvloeistoftemperatuur hoger is dan 102 C en wordt weer uitgeschakeld zodra de temperatuur lager is dan 99 C. Stilstaande motor, alleen GMV1 kan worden geactiveerd voor het antidampbelsysteem (zeer warme stilstaande motor). Het antidampbelsysteem is actief met contact uit gedurende een bepaalde tijd. In deze periode wordt de GMV1 aangestuurd als de koelvloeistoftemperatuur hoger is dan 100 C en wordt weer uitgeschakeld zodra de temperatuur lager is dan ongeveer 95 C. Als een storing in het circuit van het opname element koelvloeistoftemperatuur is gedetecteerd, dan wordt GMV1 permanent aangestuurd. Als de temperatuur van de koelvloeistof in de motor boven de waarschuwingsdrempel van 118 C is, stuurt de rekeneenheid van het inspuitsysteem direct aan of verzoekt het branden van het waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur via het multiplexnetwerk bij de rekeneenheid van het instrumentenpaneel tot de koelvloeistoftemperatuur weer lager is dan 115 C. Behalve de behoefte van de motor, centraliseert de rekeneenheid van het inspuitsysteem de behoefte aan koeling voor de functies airconditioning en BVA/BVR. 5. Functie airconditioning De rekeneenheid S3000 beheert een airconditioning type "koude kringloop". verzoek airconditioning via logische verbinding, inlezen van de druk van het airconditioningscircuit, rijsnelheid, commando van de aircocompressor, commando van de GMV als dit nodig is voor deze functie. De rekeneenheid van het inspuitsysteem reconstrueert het door de aircocompressor opgenomen vermogen en het verzoek voor het verhoogd stationair toerental met behulp van de druk die het ziet in het aircocircuit. Deze informatie is nodig voor het aanpassen van de motorregeling (verhoging van het stationair toerental, correctie van de luchtdoorstroming...), voor een aantal redenen: effectiviteit van de aircocompressor, meer robuustheid van de motor bij de "stoten" in het koppel door het inschakelen van de compressor, de dynamo helpen. De verzoeken GMV1 en/of GMV2 worden gereconstrueerd naargelang de druk in het aircocircuit en de rijsnelheid. Samengevat, de GMV wordt meer gevraagd naarmate de auto langzamer rijdt en de druk hoog is. 17B-S
256 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B 6. Noodprogramma' Gemotoriseerd smoorklephuis In het noodprogramma kan het gemotoriseerd smoorklephuis 6 verschillende staten aannemen. Type 1 Type 2 Type 3 Type 4 Type 5 Type 6 De opening van de smoorklep is kleiner dan de stand "Noodprogramma". De smoorklep wordt niet meer aangestuurd en bevindt zich automatisch in het "Noodprogramma". Het ESP, de afstandsregelaar en de snelheidsregelaar/begrenzer zijn uitgeschakeld. De automatische transmissie werkt in het "noodprogramma". Het openen van de smoorklep wordt niet meer gecontroleerd. Het toerental van de motor is begrensd door het onderbreken van de inspuiting. Het noodprogramma is gekoppeld aan een reconstructie van de berekende pedaalstand (berekende pedaalstand constant afhankelijk van de versnelling). Het noodprogramma is gekoppeld aan een beperking van de smoorklepopening. Door de maximumdrempel van de opening van het smoorklephuis rijdt de auto niet sneller dan 90 km/u. De rekeneenheid behandelt niet meer de wijzigingen van het koppel die gevraagd worden door het ESP, de afstandsregelaar, de snelheidsregelaar/-begrenzer en de automatische transmissie. Het noodprogramma komt in werking door een defect van de rekeneenheid of een probleem met het opname element spruitstukdruk of het opname element turbodruk. Het systeem gebruikt de informatie gaspedaal niet meer. Het ESP, de afstandsregelaar en de snelheidsregelaar/begrenzer zijn uitgeschakeld. De automatische transmissie werkt in het "noodprogramma". De turbodrukregelklep werkt niet meer. Ieder noodprogramma type 1 t/m 5 neemt altijd "noodprogramma type 6" mee. 17B-S
257 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B Overzicht van de noodprogramma's: Type 1 Type 2 Type 3 Type 4 Type 5 Type 6 DF003 Circuit opname element atmosferische druk 1.DEF 2.DEF 3.DEF DF011 Voedingsspanning n 1 van de opname elementen DF012 Voedingsspanning n 2 van de opname elementen 1.DEF 2.DEF 1.DEF 2.DEF DF079 Bekrachtiging gemotoriseerd smoorklephuis 1.DEF 2.DEF 3.DEF 4.DEF 5.DEF 6.DEF 7.DEF 1.DEF 2.DEF 4.DEF 5.DEF 6.DEF 7.DEF DF095 Circuit smoorklepweerstand baan 1 DF096 Circuit smoorklepweerstand baan 2 CO.0/ CC.1 1.DEF CO.0/ CC.1 CO.0/ CC.1 DF196 Circuit opname element pedaal baan 1 DF198 Circuit opname element pedaal baan 2 CO.0/ CC.1 1.DEF CO.0/ CC.1 1.DEF CO.0/ CC.1 DF508 Commando gemotoriseerde smoorklep CC.1 1.DEF CC.1 1.DEF Nokkenasversteller: De nokkenasversteller ET083 "Nokkenasversteller in noodprogramma" kan twee verschillende staten aannemen. Staat 1 Het noodprogramma omvat alle storingen die betrekking hebben op het meten van de stand van de nokkenasversteller. De versteller wordt aangestuurd op de lage aanslag en de hoek van de nokkenas is geforceerd 0. Storing tandsignaal. Diagnose samenhang tand / signaal nokkenas. Staat 2 Het noodprogramma omvat alle storingen die betrekking hebben op de nokkenasversteller (poelie en elektroklep). De versteller wordt aangestuurd op de lage aanslag. Elektrische diagnose op de elektroklep. Diagnose op de stand van de versteller. 17B-S
258 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B 7. BEVEILIGING VAN DE WERKING Oplichten van waarschuwingslampjes Het S3000 inspuitsysteem beheert de werking van drie waarschuwingslampjes en waarschuwingsboodschappen afhankelijk van de prioriteit van de storingen, om de klant te waarschuwen en de diagnose te vergemakkelijken. De rekeneenheid van het inspuitsysteem beheert het oplichten van de waarschuwingslampjes en het verschijnen van de waarschuwingsboodschappen op het instrumentenpaneel. Deze lampjes branden tijdens de startfase, bij een storing aan het inspuitsysteem of als te motor te warm is. De informatie voor het oplichten van de waarschuwingslampjes gaat naar het instrumentenpaneel via het multiplexnetwerk. Werkingsprincipe van de lampjes Tijdens de startfase (druk op de "START" knop) brandt het waarschuwingslampje "OBD" "On Board Diagnostic" gedurende ongeveer 3 secondes en dooft daarna. Bij een storing in het inspuitsysteem (prioriteit 1), licht het tekstbericht "INSPUITING CONTROLEREN" gevolgd door het waarschuwingsbericht "SERVICE" op. De prestaties zijn minder en net niveau van de beveiliging is beperkt. De gebruiker moet het systeem zo snel mogelijk laten herstellen. Betreffende elementen: gemotoriseerd smoorklephuis, opname element gaspedaal, opname element inlaatdruk, rekeneenheid, voeding van de actuators, voeding van de rekeneenheid. Bij een ernstige storing van het inspuitsysteem (prioriteit 2), verschijnen het rode motorsymbool en de waarschuwing "STOP" (alleen display met infoscherm), met het tekstbericht "OVERVERHITTING VAN DE MOTOR" gevolgd door het waarschuwingslampje "STOP" en een akoestische waarschuwing. In dit geval moet de motor direct stilgezet worden. Bij een storing waardoor de uitlaatgassen te veel luchtverontreiniging produceren, brandt het oranje OBD-lampje met een motorsymbool: knipperend bij een storing waardoor schade kan ontstaan aan de katalysator (schadelijke ontstekingsuitval) In dit geval moet de motor direct stilgezet worden, continu als er te veel schadelijke uitlaatgassen zijn (vervuilende ontstekingsuitval, storing van de katalysator, storing van de lambda sondes, geen samenhang tussen de lambda sondes en storing van het dampabsorptievat). Teller afgelegde kilometers met storing Met deze parameter kan de afgelegde afstand gezien worden waarbij een waarschuwingslampje van het inspuitsysteem brandt: waarschuwingslampje prioriteit 1 (oranje), waarschuwingslampje oververhitting temperatuur koelvloeistof of OBD-lampje. Deze teller kan op 0 gezet worden door middel van het diagnoseapparaat. Bijzonderheden Tijdens een actuatorcommando van het inspuitsysteem, toont het infoscherm van het instrumentenpaneel "STORING OLIEDRUK". Let niet op deze boodschap en behandel hem ook niet (deze is alleen aanwezig tijdens een actuatorcommando van het inspuitsysteem en is een normaal effect van het systeem). 17B-S
259 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Werking van het systeem 17B 8. Tellers afgelegde kilometers met storing Deze twee parameters PR105 "km-teller waarschuwingslampje OBD brandt" en PR106 "km-teller waarschuwingslampje brandt" geven het aantal kilometers die zijn gereden met een van de brandende lampjes van het inspuitsysteem: waarschuwingslampje prioriteit 1 (oranje) het OBD-lampje. Deze tellers kunnen worden teruggezet op 0 met behulp van het diagnoseapparaat (commando wissen van de storingen). 9. Motorfuncties intersystemen De intersysteemverbindingen voor de controle van de motor zijn de volgende: verzoek branden OBD-lampje door rekeneenheid instrumentenpaneel om te waarschuwen voor een emissieprobleem, verzoek branden waarschuwingslampje prioriteit 1 om te waarschuwen voor een veiligheidsprobleem in de werking van het inspuitsysteem, verzoek branden waarschuwingslampje prioriteit 2 om te waarschuwen voor een veiligheidsprobleem in de werking van het inspuitsysteem of voor een oververhitting van de motor, Verzoek inschakelen van de GMV voor de behoefte aan koeling van de motor, maar ook voor de airconditioning en BVA/BVR, verzoek onderbreking van de aircocompressor volgens de strategieën van de motor zoals wegrijden, vermogen, anti-afslag, overtoeren..., verzoek onderbreking of vastzetten van de verwarmingsweerstanden van het interieur volgens de strategieën van de motor zoals wegrijden, vermogen, anti-afslag, overtoeren... 17B-S
260 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Aansluiting rekeneenheid 17B Stekker (A), 32-polig: Aansl. A1 A2 A3 A4 B1 B2 B3 B4 C1 C2 C3 C4 D1 D2 D3 D4 E1 E2 E3 E4 F1 F2 F3 F4 G1 G2 G3 G4 H1 H2 H3 H4 Omschrijving Niet in gebruik Niet in gebruik Multiplexverbinding CAN L1 interieur Multiplexverbinding CAN H1 interieur Niet in gebruik Signaal - opname element vliegwiel Niet in gebruik Diagnoselijn K OBD Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Signaal + koppelingscontact + na contact via UPC Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Signaal rempedaalcontact n 1 openen Niet in gebruik Voeding + 5 V opname element gaspedaal baan 2 Signaal opname element gaspedaal baan 2 Massa opname element gaspedaal baan 2 Niet in gebruik Voeding + 5 V opname element gaspedaal baan 1 Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Signaal opname element gaspedaal baan 1 Massa opname element gaspedaal baan 1 Niet in gebruik S3000_V08_ 17B-S
261 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Aansluiting rekeneenheid 17B Stekker (B), 48-polig: Aansl. A1 A2 A3 A4 B1 B2 B3 B4 C1 C2 C3 C4 D1 D2 D3 D4 E1 E2 E3 E4 F1 F2 F3 F4 G1 G2 G3 G4 H1 H2 H3 H4 J1 J2 J3 J4 K1 K2 K3 K4 L1 L2 L3 L4 M1 M2 M3 M4 Omschrijving Commando - inspuitstuk 1 Commando - inspuitstuk 2 Commando - inspuitstuk 3 Commando - inspuitstuk 4 Niet in gebruik Afscherming pingeldetector Signaal + pingeldetector Signaal - pingeldetector Niet in gebruik Niet in gebruik Signaal - opname element vliegwiel (LPG) Signaal + drukcontact stuurbekrachtiging Niet in gebruik Niet in gebruik Signaal opname element gemotoriseerd smoorklephuis baan n 2 Uitgang + relais van power latch Massa opname element turbodruk Signaal opname element luchttemperatuur Massa opname element luchttemperatuur Signaal - opname element vliegwiel (Tandsignaal) Signaal + opname element turbodruk Signaal + opname element koelvloeistoftemperatuur Signaal + opname element vliegwiel (Tandsignaal) Massa opname element koelvloeistoftemperatuur + 5 V opname element turbodruk Signaal + 5 V opname element gemotoriseerd smoorklephuis Signaal opname element gemotoriseerd smoorklephuis baan n 1 Gemeenschappelijke massa opname element gemotoriseerd smoorklephuis Niet in gebruik Voeding + 5 V opname element spruitstukdruk Signaal + opname element spruitstukdruk Massa opname element spruitstukdruk Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Massa afscherming opname element vliegwiel Niet in gebruik Niet in gebruik Multiplexverbinding CAN L2 motor (LPG) Multiplexverbinding CAN H2 motor (LPG) Massa vermogen 1 Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Massa vermogen 2 Voeding + voor contact Signaal + motor van gemotoriseerd smoorklephuis Signaal - motor van gemotoriseerd smoorklephuis 17B-S
262 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Aansluiting rekeneenheid 17B Stekker (C), 48-polig: Aansl. A1 A2 A3 A4 B1 B2 B3 B4 C1 C2 C3 C4 D1 D2 D3 D4 E1 E2 E3 E4 G1 G2 G3 G4 H1 H2 H3 H4 J1 J2 J3 J4 K1 K2 K3 K4 L1 L2 L3 L4 M1 M2 M3 M4 Omschrijving Mechanische massa Signaal + achterste lambda sonde Niet in gebruik Niet in gebruik Signaal + voorste lambda sonde Signaal - achterste lambda sonde Niet in gebruik Niet in gebruik Signaal - voorste lambda sonde Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Commando relais benzinepomp en bobines Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Massa opname element stand inlaatnokkenas (alleen op K4M) Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Signaal - Relais GMV2 Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Niet in gebruik Massa vermogen 3 Commando - verwarming voorste lambda sonde Commando - verwarming achterste lambda sonde Niet in gebruik Massa vermogen 4 Niet in gebruik Commando - bobine 2-3 Commando - bobine B-S
263 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Vervangen van organen 17B 1. VERVANGEN EN PROGRAMMEREN VAN DE REKENEENHEID Het systeem kan worden ge(her)programmeerd via de diagnoseaansluiting met behulp van het diagnoseapparaat 'RENAULT CLIP (raadpleeg SM 3585A of volg de instructies van het diagnoseapparaat). LET OP: schakel het diagnoseapparaat in (voeding via lichtnet of aansteker), sluit een acculader aan (tijdens het (her)programmeren van de rekeneenheid worden de ventilateurmotors automatisch ingeschakeld), Houd u aan de door het diagnoseapparaat voorgeschreven motortemperaturen voor het (her)programmeren. Na het programmeren, herprogrammeren of vervangen van de rekeneenheid Zet het contact uit. Start de motor en zet deze weer stil (voor het initialiseren van de rekeneenheid) en wacht 30 secondes. Zet het contact weer aan en gebruik het diagnoseapparaat voor de volgende stappen: gebruik het commando VP010 "Schrijven van het VIN", behandel de door het diagnoseapparaat aangegeven storingen. Wis het geheugen van de rekeneenheid, lees de tandschijf van het vliegwiel en de smoorklepaanslagen in, Maak een proefrit gevolgd door een nieuwe controle met behulp van het diagnoseapparaat. LET OP Het is niet mogelijk een rekeneenheid van het inspuitsysteem uit het magazijn te proberen, want die kan daarna in geen enkele auto meer gebruikt worden. 2. VERVANGEN OF UITBOUWEN VAN HET OPNAME ELEMENT VLIEGWIEL Na het vervangen of uitbouwen van het opname element vliegwiel, moet u de tandschijf van het vliegwiel inlezen. LET OP de rekeneenheid van het inspuitsysteem behoudt levenslang de startvergrendelingscode, het systeem heeft geen noodcode, Het is daarom verboden tests uit te voeren met een uit een andere auto of uit het magazijn geleende rekeneenheid. Deze rekeneenheden zijn voor altijd gecodeerd. 17B-S
264 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Vervangen van organen 17B 3. VERVANGEN VAN HET GEMOTORISEERD SMOORKLEPHUIS Na het vervangen van het smoorklephuis, moet u de smoorklepaanslagen inlezen met behulp van het commando RZ005 "Inlezen". LET OP Rijd nooit met een auto zonder de smoorklepaanslagen ingelezen te hebben. 4. VERVANGEN VAN DE KATALYSATOR LET OP Voer nooit een diagnose van de katalysator uit voordat u het volgende heeft gedaan Houd u bij het vervangen van de katalysator altijd aan de volgende voorschriften: draaiende motor, zorg dat de ventilateurmotor 2 keer is ingeschakeld zodat de katalysator de normale werkomstandigheden heeft. Na dat dit is gebeurd, geeft u het commando SC006 "Starten test OBD: katalysator" met behulp van het diagnoseapparaat. 17B-S
265 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Configuratie en inlezen 17B 1. CONFIGURATIE Configuratie van de rekeneenheid door automatische detectie LC001 Type verbinding rijsnelheid Multiplex Draad LC003 Voorste lambda sonde MET ZONDER LC004 Achterste lambda sonde MET ZONDER LC005 Type versnellingsbak AANGESLOTEN NIET AANGESLOTEN LC009 Airconditioning AANGESLOTEN NIET AANGESLOTEN LC010 ESP AANGESLOTEN NIET AANGESLOTEN LC016 Beheer van het signaal aircodruk MET ZONDER LC018 Remlichtschakelaar draad AANGESLOTEN NIET AANGESLOTEN 17B-S
266 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Configuratie en inlezen 17B LC021 Sequencer OBD diag. katalysator MET ZONDER LC022 Sequencer OBD diag. Ontstekingsuitval MET ZONDER LC023 Sequencer OBD diag. sondes MET ZONDER LC024 Waarschuwingslampje OBD MET ZONDER LC025 Verwarmingsweerstand MET ZONDER LC106 Luchtpomp MET ZONDER 2. INLEZEN Inlezen tandschijf vliegwiel Geef gas tot 4000 tr/min in de derde versnelling en laat het toerental weer terugzakken tot het opnametoerental*. Doe dit twee keer achter elkaar. Controleer het inlezen door middel van ET089 "Inlezen tandschijf vliegwiel". Inlezen van de smoorklepaanslagen Na het vervangen van de rekeneenheid of het gemotoriseerd smoorklephuis, wacht u met contact aan 30 secondes zodat de rekeneenheid de MAXI en MINI aanslagen in zijn geheugen opneemt. Controleer het inlezen door middel van ET051 "Inlezen aanslagen smoorklep". * Dit is het moment waarop, bij het afremmen op de motor met gas los, de motor het stationair toerental heeft weer bereikt en weer koppel krijgt 17B-S
267 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Overzicht van de storingen 17B Storing Code Bijbehorende Code DTC Omschrijving Waarschuwingslampje prioriteit 2 (Voorverwarmingslampje rood) Waarschuwingslampje prioriteit 1 (Voorverwarmingslampje oranje) Waarschuwingslampje brandt niet Waarschuwingslampje OBD DF Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur 1.DEF 2.DEF 3.DEF DF Circuit opname element luchttemperatuur 1.DEF 2.DEF DF Circuit opname element atmosferische druk 1.DEF 2.DEF 3.DEF 1.DEF 2.DEF 3.DEF DF Circuit opname element turbodruk 1.DEF 2.DEF 3.DEF DF Voedingsspanning n 1 van de opname elementen 1.DEF DF Voedingsspanning n 2 van de opname elementen 1.DEF DF DF Commandocircuit ventilateurmotor lage snelheid Commandocircuit ventilateurmotor hoge snelheid CC.0/CC.1 CC.0/CC.1 DF DF DF DF Circuit commando inspuitstuk cilinder 1 Circuit commando inspuitstuk cilinder 2 Circuit commando inspuitstuk cilinder 3 Circuit commando inspuitstuk cilinder 4 CO/CC.0 CC.1/1.DEF CO/CC.0 CC.1/1.DEF CO/CC.0 CC.1/1.DEF CO/CC.0 CC.1/1.DEF DF Rekeneenheid 1.DEF 2.DEF/3.DEF 4.DEF/5.DEF DF Accuspanning 1.DEF DF DF Circuit commando elektroklep turbodruk Ontstekingsuitval op cilinder 1 CO/CC.0 CC.1 1.DEF/ 2.DEF/ 3.DEF 17B-S
268 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Overzicht van de storingen 17B Storing Code Bijbehorende Code DTC Omschrijving Waarschuwingslampje prioriteit 2 (Voorverwarmingslampje rood) Waarschuwingslampje prioriteit 1 (Voorverwarmingslampje oranje) Waarschuwingslampje brandt niet Waarschuwingslampje OBD DF Ontstekingsuitval op cilinder 2 1.DEF/ 2.DEF/ 3.DEF DF Ontstekingsuitval op cilinder 3 1.DEF/ 2.DEF/ 3.DEF DF Ontstekingsuitval op cilinder 4 1.DEF/ 2.DEF/ 3.DEF DF Bekrachtiging gemotoriseerd smoorklephuis 6.DEF 7.DEF 1.DEF/2.DEF 3.DEF/4.DEF 5.DEF DF Circuit elektroklep dampafzuiging CO/CC.0 CC.1/1.DEF DF Circuit verwarming voorste lambda sonde CO/CC.0/ CC.1/1.DEF DF Circuit verwarming achterste lambda sonde CO/CC.0/ CC.1/1.DEF DF Commandocircuit actuatorrelais 1.DEF DF Commandocircuit benzinepomprelais CO/CC.0 CC.1/1.DEF DF Commandocircuit relais luchtpomp CO/CC.0 CC.1/1.DEF DF Informatie snelheid 1.DEF/2.DEF DF DF Circuit voorste lambda sonde Circuit achterste lambda sonde CO/CC.0 CC.1/1.DEF 2.DEF CO/CC.0 CC.1/1.DEF DF Circuit smoorklepweerstand baan 1 CO.0/CC.1 1.DEF 17B-S
269 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Overzicht van de storingen 17B Storing Code Bijbehorende Code DTC Omschrijving Waarschuwingslampje prioriteit 2 (Voorverwarmingslampje rood) Waarschuwingslampje prioriteit 1 (Voorverwarmingslampje oranje) Waarschuwingslampje brandt niet Waarschuwingslampje OBD DF Circuit smoorklepweerstand baan 2 CO.0/CC.1 DF Circuit opname elementen nokkenassen 1.DEF/2.DEF 3.DEF/4.DEF DF101 C122 Multiplexverbinding ESP 1.DEF DF Circuit aan-uit RV/LV 1.DEF DF Keuzeschakelaars RV/LV op stuurwiel 1.DEF DF Ontstekingsuitval minimum brandstofpeil 1.DEF/2.DEF 3.DEF DF DF DF DF Verwarmingsweerstand interieur Circuit rempedaalcontact 1 Circuit rempedaalcontact 2 Koppelingspedaalcontact 1.DEF 1.DEF 1.DEF 1.DEF/2.DEF DF Circuit opname element vliegwiel 1.DEF/2.DEF 3.DEF DF Circuit relais koelvloeistofverwarmingselementen CO.0/CC.1 DF DF Circuit opname element pedaal baan 1 Circuit opname element pedaal baan 2 CO.0/CC.1 1.DEF CO.0/CC.1 DF228 C121 Informatie remmen 1.DEF DF Circuit pingeldetector 1.DEF/2.DEF DF Nokkenasversteller CO/CC.0 CC.1/1.DEF 2.DEF/3.DEF 4.DEF/5.DEF 17B-S
270 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Overzicht van de storingen 17B Storing Code Bijbehorende Code DTC Omschrijving Waarschuwingslampje prioriteit 2 (Voorverwarmingslampje rood) Waarschuwingslampje prioriteit 1 (Voorverwarmingslampje oranje) Waarschuwingslampje brandt niet Waarschuwingslampje OBD DF Circuit pingeldetector 1.DEF/2.DEF DF Nokkenasversteller CO/CC.0 CC.1/1.DEF 2.DEF/3.DEF 4.DEF/5.DEF DF369 C166 Verbinding inspuitsysteem/ Voorruitverwarming 1.DEF DF DF DF Storing werking katalysator Storing werking brandstofcircuit Detectie ontstekingsuitval 1.DEF/2.DEF 1.DEF/2.DEF 1.DEF/2.DEF 3.DEF DF Informatie minimum brandstofpeil 1.DEF/2.DEF DF DF DF DF DF Tandschijf vliegwiel Commando bobine cilinder 1 Commando bobine cilinder 2 Commando bobine cilinder 3 Commando bobine cilinder 4 1.DEF/2.DEF CO.0/CC.1 1.DEF CO.0/CC.1 1.DEF CO.0/CC.1 1.DEF CO.0/CC.1 1.DEF 17B-S
271 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Overzicht van de storingen 17B Storing Code Bijbehorende Code DTC Omschrijving Waarschuwingslampje prioriteit 2 (Voorverwarmingslampje rood) Waarschuwingslampje prioriteit 1 (Voorverwarmingslampje oranje) Waarschuwingslampje brandt niet Waarschuwingslampje OBD DF Commando smoorklep 1.DEF/2.DEF DF573 C164 Verbindingen inspuitsysteem airconditioning 1.DEF DF586 C155 Verbinding inspuitsysteem instrumentenpaneel 1.DEF DF DF DF Circuit verwarmingsweerstand carterventilatie Circuit relais vacuümpomp Systeem vacuümpomp/ drukcontact CO.0/CC.1 1.DEF CO.0/CC.1 17B-S
272 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF001 AANWEZIG CIRCUIT OPNAME ELEMENT KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR 1.DEF : onsamenhangend signaal 2.DEF : spanning buiten de tolerantie 3.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storing DF011: "Voedingsspanning n 1 van de opname elementen" als die aanwezig of in het geheugen is. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje, continu draaiende ventilateurmotor lage snelheid. Controleer de reinheid en de staat van het opname element koelvloeistoftemperatuur en van de stekker ervan. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Alleen voor motor F4R en F4R Turbo: Rekeneenheid, stekker B, aansl. F2 aansl. B2 van het opname element koelvloeistoftemperatuur Rekeneenheid, stekker B, aansl. F4 aansl. B1 van het opname element koelvloeistoftemperatuur Alleen voor K4M: Rekeneenheid, stekker B, aansl. F2 aansl. 3 van het opname element koelvloeistoftemperatuur Rekeneenheid, stekker B, aansl. F4 aansl. 2 van het opname element koelvloeistoftemperatuur Meet de weerstand van het opname element koelvloeistoftemperatuur tussen aansl. B1 en B2 (alleen voor F4R en F4R Turbo) en tussen aansl. 2 en 3 (alleen voor K4M). Vervang het opname element koelvloeistoftemperatuur als de weerstand niet is: 12,6 kω ± 1,1 kω bij - 10 C koelvloeistoftemperatuur 2,2 kω ± 112 Ω bij 25 C koelvloeistoftemperatuur 810 Ω ± 39 Ω bij 50 C koelvloeistoftemperatuur 282,6 Ω ± 7,8 Ω bij 80 C koelvloeistoftemperatuur 114,6 Ω ± 2,6 Ω bij 110 C koelvloeistoftemperatuur 87,7 Ω ± 1,9 Ω bij 120 C koelvloeistoftemperatuur Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten, Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort, voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF001P 17B-S
273 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF002 AANWEZIG CIRCUIT OPNAME ELEMENT LUCHTTEMPERATUUR 1.DEF : spanning buiten de tolerantie 2.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storing DF012 "Voedingsspanning n 2 van de opname elementen" als die aanwezig of in het geheugen is. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de reinheid en de staat van het opname element luchttemperatuur en van de stekker ervan. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker B, aansl. E3 aansl. 2 van het opname element luchttemperatuur Rekeneenheid, stekker B, aansl. E2 aansl. 1 van het opname element luchttemperatuur Meet de weerstand van het opname element luchttemperatuur tussen aansl. 1 en 2. Vervang het opname element luchttemperatuur als de weerstand niet 9,6 kω ± 1 kω bij - 10 C luchttemperatuur 2 kω ± 0,12 kω bij 25 C luchttemperatuur 810 Ω ± 47 Ω bij 50 C luchttemperatuur 309 Ω ± 17 Ω bij 80 C luchttemperatuur Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort, voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF002P 17B-S
274 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF003 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT ATMOSFERISCHE DRUK 1.DEF : onsamenhangend signaal 2.DEF : spanning buiten de tolerantie 3.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storing DF012 "Voedingsspanning n 2 van de opname elementen" als die aanwezig of in het geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard als: zet het contact uit, zet het contact weer aan, wacht 10 s draaiende motor met stationair toerental. Bijzonderheden: brandend waarschuwingslampje prioriteit 1 en OBD-lampje, Noodprogramma type 2: Geen controle van de modulatie van de luchtdoorstroming, Op F4R Turbo, na de diagnose van DF003, controleer de DF004 "Circuit opname element turbodruk". Controleer de reinheid en de staat van het opname element spruitstukdruk en van de stekker ervan. Als de storing aanhoudt, controleer de + 5 V op aansl. H2 en de massa op aansl. H4 van de stekker B van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als dit niet goed is, neem contact op met de technische helpdesk. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF003 17B-S
275 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF003 VERVOLG Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Alleen voor motor K4M en F4R: Rekeneenheid, stekker B, aansl. H2 aansl. C van het opname element atmosferische druk Rekeneenheid, stekker B, aansl. H3 aansl. B van het opname element atmosferische druk Rekeneenheid, stekker B, aansl. H4 aansl. A van het opname element atmosferische druk Alleen voor F4R Turbo: Rekeneenheid, stekker B, aansl. H2 aansl. 1 van het opname element atmosferische druk Rekeneenheid, stekker B, aansl. H3 aansl. 3 van het opname element atmosferische druk Rekeneenheid, stekker B, aansl. H4 aansl. 2 van het opname element atmosferische druk Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort, voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". 17B-S
276 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF004 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN Circuit opname element turbodruk 1.DEF : spanning buiten de tolerantie 2.DEF : Onsamenhangende gegevens 3.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storing DF012 "Voedingsspanning n 2 van de opname elementen" als die aanwezig of in het geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het aanzetten van het contact of bij draaiende motor met een toerental hoger dan 600 tr/min. Bijzonderheden: alleen voor F4R-T, brandend OBD-lampje, noodprogramma types 5 en 6 van het smoorklephuis. Controleer de reinheid, de staat en de montage van het opname element turbodruk. Beweeg als de storing aanhoudt, de kabelbundel om een verandering van de staat van de storing (aanwezig in geheugen) te constateren. Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de staat en de aansluiting van de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem en van het opname element turbodruk. Als de storing aanhoudt, controleer de + 5 V op aansl. G1 en de massa op aansl. E1 van de stekker B van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als dit niet goed is, neem contact op met de technische helpdesk. Als de storing aanhoudt, maak dan de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbindingen: Rekeneenheid stekker B, aansl. E1 aansl. A van het opname element druk Rekeneenheid stekker B, aansl. F1 aansl. B van het opname element druk Rekeneenheid stekker B, aansl. G1 aansl. C van het opname element druk Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort, voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF004 17B-S
277 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF011 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VOEDINGSSPANNING Nº 1 VAN DE OPNAME ELEMENTEN 1.DEF : spanning buiten de tolerantie 2.DEF : Interne elektronische storing. Bijzonderheden: brandend waarschuwingslampje prioriteit 1, noodprogramma type 4 van het smoorklephuis. Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het smoorklephuis. Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het opname element pedaal. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Voeding n 1 van de opname elementen is bestemd voor de volgende organen: gemotoriseerd smoorklephuis, opname element pedaal baan 1, smoorklepweerstand banen 1 en 2. Voor het lokaliseren van een mogelijk defect in een van de opname elementen met + 5 V voeding (kortsluiting), maakt u één voor één de bovengenoemde opname elementen los en controleert u na ieder losnemen of de storing overgaat van "aanwezig" naar "in geheugen". Als het defecte opname element is gelokaliseerd, controleert u de stekkerverbindingen en de conformiteit. Vervang het defecte opname element indien nodig. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid stekker B aansl. G3 aansl. 2 van het gemotoriseerd smoorklephuis baan 1 Rekeneenheid, stekker B, aansl. D3 aansl. 6 van het gemotoriseerd smoorklephuis baan 2 Rekeneenheid stekker B aansl. G2 aansl. 5 van het smoorklephuis Rekeneenheid, stekker A, aansl. G2 aansl. 4 van het opname element pedaal baan 1 Als de storing aanhoudt, is er een storing van de rekeneenheid, neem contact op met de technische helpdesk. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF011 17B-S
278 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF012 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VOEDINGSSPANNING Nº 2 VAN DE OPNAME ELEMENTEN 1.DEF : spanning buiten de tolerantie 2.DEF : Interne elektronische storing. Bijzonderheden: brandend waarschuwingslampje prioriteit 1, noodprogramma type 4 van het smoorklephuis. Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het smoorklephuis. Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het opname element pedaal. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Voeding n 2 van de opname elementen is bestemd voor de volgende organen: opname element pedaal baan 2, opname element spruitstukdruk. Voor het lokaliseren van een mogelijk defect in een van de opname elementen met + 5 V voeding (kortsluiting), maakt u één voor één de bovengenoemde opname elementen los en controleert u na ieder losnemen of de storing overgaat van "aanwezig" naar "in geheugen". Als het defecte opname element is gelokaliseerd, controleert u de stekkerverbindingen en de conformiteit. Vervang het defecte opname element indien nodig. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Alleen voor motor K4M en F4R: Rekeneenheid, stekker A, aansl. F2 aansl. 5 van het opname element pedaal baan 2 Rekeneenheid, stekker B, aansl. H2 aansl. C van het opname element spruitstukdruk Alleen voor F4R Turbo: Rekeneenheid, stekker A, aansl. F2 aansl. 5 van het opname element pedaal baan 2 Rekeneenheid, stekker B, aansl. H2 aansl. 1 van het opname element spruitstukdruk Als de storing aanhoudt, neem contact op met de technische helpdesk. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF012 17B-S
279 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF018 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT VENTILATEURMOTOR LAGE SNELHEID CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storing DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur" en DF084 "Circuit actuatorrelais" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor of bij het activeren van het commando AC038 "Relais ventilateurmotor lage snelheid". Bijzonderheden: De staat ET143 "Commando relais ventilateurmotor lage snelheid" kan helpen bij het behandelen van deze storing. Brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Beweeg de kabelbundel tussen de rekeneenheid van het inspuitsysteem en het relais ventilateurmotor lage snelheid om de status te veranderen (aanwezig in geheugen). Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het relais van de lage snelheid van de ventilateurmotor. Vervang de stekker indien nodig. Maak het relais los. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van het relais ventilateurmotor lage snelheid. Als er geen + 12 V is, controleer met het "universele verlengblok", de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. 1 van het relais ventilateurmotor lage snelheid Hoofdrelais aansl. 5 Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbinding tussen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. G2 aansl. 2 van het relais ventilateurmotor lage snelheid Contact aan, controleer de massa op aansl. 2 van het relais ventilateurmotor lage snelheid. Als met contact aan, de rekeneenheid het relais ventilateurmotor lage snelheid niet met een massa aanstuurt op aansl. 2, neem contact op met de technische helpdesk. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF018 17B-S
280 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF019 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT VENTILATEURMOTOR HOGE SNELHEID CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storing DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" als die aanwezig of in geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor of bij het activeren van het commando AC039 "Relais ventilateurmotor hoge snelheid". Bijzonderheden: De staat ET144 "Commando relais ventilateurmotor hoge snelheid" kan helpen bij het behandelen van deze storing. Brandend waarschuwingslampje prioriteit 2. Beweeg de kabelbundel tussen de rekeneenheid van het inspuitsysteem en het relais ventilateurmotor hoge snelheid om de status te veranderen (aanwezig in geheugen). Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het relais van de hoge snelheid van de ventilateurmotor. Vervang de stekker indien nodig. Maak het relais los. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van het relais ventilateurmotor hoge snelheid. Als er geen + 12 V is, controleer met het "universele verlengblok", de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. 1 van het relais ventilateurmotor hoge snelheid Hoofdrelais aansl. 5 Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbinding tussen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. J2 aansl. 2 van het relais ventilateurmotor hoge snelheid Contact aan, controleer de massa op aansl. 2 van het relais ventilateurmotor hoge snelheid. Als met contact aan, de rekeneenheid het relais ventilateurmotor hoge snelheid niet met een massa aanstuurt op aansl. 2, neem contact op met de technische helpdesk. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF019 17B-S
281 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF026 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT INSPUITSTUK CILINDER 1 CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" of DF046 "Accuspanning" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: een vertraging van 10 secondes met draaiende motor. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de reinheid en de staat van het inspuitstuk van cilinder 1 en de stekkerverbindingen. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van het inspuitstuk van cilinder 1. Als er geen + 12 V is, controleer met het "universele verlengblok", de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. 1 van het inspuitstuk van cilinder 1 Hoofdrelais aansl. 5 Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. A1 aansl. 2 van het inspuitstuk van cilinder 1 Meet de weerstand van het inspuitstuk van cilinder 1 tussen aansl. 1 en 2. Vervang het inspuitstuk van cilinder 1 als de weerstand niet 12 Ω ± 0,6 Ω bij 20 C (alleen voor F4R Turbo) en 14,5 Ω ± 0,75 Ω bij 20 C (alleen voor K4M en F4R) is. Als het probleem aanhoudt, vervangt u het inspuitstuk van cilinder 1. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF026 17B-S
282 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF027 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT INSPUITSTUK CILINDER 2 CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" of DF046 "Accuspanning" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: een vertraging van 10 secondes met draaiende motor. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de reinheid en de staat van het inspuitstuk van cilinder 2 en de stekkerverbindingen. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van het inspuitstuk van cilinder 2. Als er geen + 12 V is, controleer met het "universele verlengblok", de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 Aansl. 1 van het inspuitstuk van cilinder 2 Hoofdrelais aansl. 5 Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. A2 aansl. 2 van het inspuitstuk van cilinder 2 Meet de weerstand van het inspuitstuk van cilinder 2 tussen aansl. 1 en 2. Vervang het inspuitstuk van cilinder 2 als de weerstand niet 12 Ω ± 0,6 Ω bij 20 C (alleen voor F4R Turbo) en 14,5 Ω ± 0,75 Ω bij 20 C (alleen voor K4M en F4R) is. Als het probleem aanhoudt, vervangt u het inspuitstuk van cilinder 2. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF027 17B-S
283 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF028 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT INSPUITSTUK CILINDER 3 CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" of DF046 "Accuspanning" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: een vertraging van 10 secondes met draaiende motor. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de reinheid en de staat van het inspuitstuk van cilinder 3 en de stekkerverbindingen. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van het inspuitstuk van cilinder 3. Als er geen + 12 V is, controleer met het "universele verlengblok", de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 Aansl. 1 van het inspuitstuk van cilinder 3 Hoofdrelais aansl. 5 Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. A3 Aansl. 2 van het inspuitstuk van cilinder 3 Meet de weerstand van het inspuitstuk van cilinder 3 tussen aansl. 1 en 2. Vervang het inspuitstuk van cilinder 3 als de weerstand niet 12 Ω ± 0,6 Ω bij 20 C (alleen voor F4R Turbo) en 14,5 Ω ± 0,75 Ω bij 20 C (alleen voor K4M en F4R) is. Als het probleem aanhoudt, vervangt u het inspuitstuk van cilinder 3. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF028 17B-S
284 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF029 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT INSPUITSTUK CILINDER 4 CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" of DF046 "Accuspanning" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: een vertraging van 10 secondes met draaiende motor. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de reinheid en de staat van het inspuitstuk van cilinder 4 en de stekkerverbindingen. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van het inspuitstuk van cilinder 4. Als er geen + 12 V is, controleer met het "universele verlengblok", de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 Aansl. 1 van het inspuitstuk van cilinder 4 Hoofdrelais aansl. 5 Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. A4 Aansl. 2 van het inspuitstuk van cilinder 3 Meet de weerstand van het inspuitstuk van cilinder 4 tussen aansl. 1 en 2. Vervang het inspuitstuk van cilinder 4 als de weerstand niet 12 Ω ± 0,6 Ω bij 20 C (alleen voor F4R Turbo) en 14,5 Ω ± 0,75 Ω bij 20 C (alleen voor K4M en F4R) is. Als het probleem aanhoudt, vervangt u het inspuitstuk van cilinder 4. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF029 17B-S
285 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF038 AANWEZIG REKENEENHEID 1.DEF : inwendige elektronische storing in de rekeneenheid 2.DEF : storing circuit opname element gaspedaal 3.DEF : koppelverzwakking 4.DEF : activiteit van de achterste sonde 5.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de andere storingen. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje, noodprogramma types 1 t/m 6 van het smoorklephuis. Neem contact op met de technische helpdesk. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF038P 17B-S
286 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF046 AANWEZIG ACCUSPANNING 1.DEF : spanning buiten de tolerantie Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storing DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" als die aanwezig of in geheugen is. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de rekeneenheid. Controleer met het "universele verlengblok" de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker B, aansl. M2 aansl. 5 van het hoofdrelais Rekeneenheid, stekker B, aansl. D4 aansl. 2 van het hoofdrelais Reinig de accupolen en alle aansluitingen op de "+" en op de "Massa". Controleer de accuspanning, controleer het laadstroomcircuit (zie MR 395 Mechanisch, 16A, Starten/Laden), Herstel de defecte elementen indien nodig. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF046P 17B-S
287 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF054 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT COMMANDO ELEKTROKLEP TURBODRUK CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het aanzetten van het contact of bij draaiende motor met een toerental hoger dan 600 tr/min. Bijzonderheden: alleen voor F4R Turbo, brandend OBD-lampje, noodprogramma type 6 van het smoorklephuis. Controleer de reinheid, de staat en de montage van de elektroklep turbodruk. Beweeg als de storing aanhoudt, de kabelbundel om een verandering van de staat van de storing (aanwezig in geheugen) te constateren. Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de staat en de aansluiting van de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem en van de elektroklep turbodruk. Als de storing aanhoudt, controleer met contact aan, de + 12 V op aansl. 2 van de elektroklep turbodruk. Als er geen + 12 V is, controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. 2 van de elektroklep turbodruk Hoofdrelais aansl. 5 Als de storing aanhoudt, maak dan de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. G4 aansl. 1 van de elektroklep turbodruk Als de storing aanhoudt, meet de weerstand van de elektroklep turbodruk tussen aansl. 1 en 2. Vervang de elektroklep van de turbodruk als de weerstand niet 30 Ω ± 2 Ω bij 23 C is. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF054 17B-S
288 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF059 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ONTSTEKINGSUITVAL OP CILINDER 1 1.DEF : schadelijke ontstekingsuitval 2.DEF : vervuilende ontstekingsuitval 3.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: ontsteking: DF460, DF461, DF462 en DF463, brandstofaanvoercircuit: DF026, DF027, DF028, DF029 en DF085, signaal vliegwiel: DF154 en DF457. Controleer of andere cilinders een storing "Ontstekingsuitval" hebben volgens het gereedschap voordat u met de volgden diagnose begint. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij de volgende omstandigheden: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 ), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Ontstekingsuitval alleen op cilinder 1 Het probleem wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een onderdeel dat alleen invloed heeft op deze cilinder: controleer het inspuitstuk van cilinder 1, controleer de staat en het juiste type van de bougies, controleer de penbobine van cilinder 1, Als alles goed is, controleert u dezelfde elementen van cilinder 4 (voor het geval er een eventuele herkenningsfout van de cilinder is). Ontstekingsuitval op de cilinders 1 en 4 (zie DF059 "Ontstekingsuitval op cilinder 1"en DF062 "Ontstekingsuitval op cilinder 4") Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op een cilinderpaar: controleer het circuit van de betreffende bobine (raadpleeg de betekenis van de storing DF460 "Commando bobine cilinder n 1" of DF463 "Commando bobine cilinder n 4"), controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF059 17B-S
289 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF059 VERVOLG Ontstekingsuitval op de vier cilinders (zie DF060, DF061 en DF062) Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op alle cilinders: controleer het juiste type van de benzine, controleer de staat en het juiste type van de bougies. Als de storing aanhoudt, voer dan de volgende controles uit: controleer het opname element vliegwiel, controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel, controleer de bevestiging van het opname element vliegwiel, controleer de afstand opname element / vliegwiel, controleer de compressies van de cilinders, controleer het complete benzineaanvoercircuit (zie MR 395 Mechanisch, 13A, Brandstofaanvoer), controleer het complete ontstekingssysteem (zie MR 395 Mechanisch, 17A, Ontsteking), controleer de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt (zie MR 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie). Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". 17B-S
290 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF060 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ONTSTEKINGSUITVAL OP CILINDER 2 1.DEF : schadelijke ontstekingsuitval 2.DEF : vervuilende ontstekingsuitval 3.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: ontsteking: DF460, DF461, DF462 en DF463, brandstofaanvoercircuit: DF026, DF027, DF028, DF029 en DF085, signaal vliegwiel: DF154 en DF457. Controleer of andere cilinders een storing "Ontstekingsuitval" hebben volgens het gereedschap voordat u met de volgden diagnose begint. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij de volgende omstandigheden: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 ), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Ontstekingsuitval alleen op cilinder 2 Het probleem wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een onderdeel dat alleen invloed heeft op deze cilinder: controleer het inspuitstuk van cilinder 2, controleer de staat en het juiste type van de bougies, controleer de penbobine van cilinder 2, Als alles goed is, controleert u dezelfde elementen van cilinder 3 (voor het geval er een eventuele herkenningsfout van de cilinder is). Ontstekingsuitval op de cilinders 2 en 3 (zie DF060 "Ontstekingsuitval op cilinder 2" en DF061 "Ontstekingsuitval op cilinder 3") Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op een cilinderpaar: controleer het circuit van de betreffende bobine (raadpleeg de betekenis van de storing DF461 "Commando bobine cilinder n 2" of DF462 "Commando bobine cilinder n 3"), controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF060 17B-S
291 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF060 VERVOLG Ontstekingsuitval op de vier cilinders (zie DF059, DF060, DF061 en DF062) Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op alle cilinders: controleer het juiste type van de benzine, controleer de staat en het juiste type van de bougies. Als de storing aanhoudt, voer dan de volgende controles uit: controleer het opname element vliegwiel, controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel, controleer de bevestiging van het opname element vliegwiel, controleer de afstand opname element / vliegwiel, controleer de compressies van de cilinders, controleer het complete benzineaanvoercircuit (zie MR 395 Mechanisch, 13A, Brandstofaanvoer), controleer het complete ontstekingssysteem (zie MR 395 Mechanisch, 17A, Ontsteking), controleer de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt (zie MR 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie). Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". 17B-S
292 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF061 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ONTSTEKINGSUITVAL OP CILINDER 3 1.DEF : schadelijke ontstekingsuitval 2.DEF : vervuilende ontstekingsuitval 3.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: ontsteking: DF460, DF461, DF462 en DF463, brandstofaanvoercircuit: DF026, DF027, DF028, DF029 en DF085, signaal vliegwiel: DF154 en DF457. Controleer of andere cilinders een storing "Ontstekingsuitval" hebben volgens het gereedschap voordat u met de volgden diagnose begint. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij de volgende omstandigheden: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 ), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Ontstekingsuitval alleen op cilinder 3 Het probleem wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een onderdeel dat alleen invloed heeft op deze cilinder: controleer het inspuitstuk van de cilinder 3, controleer de staat en het juiste type van de bougies, controleer de penbobine van de betreffende cilinder 3. Als alles goed is, controleert u dezelfde elementen van cilinder 2 (voor het geval er een eventuele herkenningsfout van de cilinder is). Ontstekingsuitval op de cilinders 2 en 3 (zie DF060 "Ontstekingsuitval op cilinder 2" en DF061 "Ontstekingsuitval op cilinder 3") Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op een cilinderpaar: controleer het circuit van de betreffende bobine (raadpleeg de betekenis van de storing DF461 "Commando bobine cilinder n 2" of DF462 "Commando bobine cilinder n 3"), controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF061 17B-S
293 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF061 VERVOLG Ontstekingsuitval op de vier cilinders (zie DF059, DF060, DF061 en DF062) Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op alle cilinders: controleer het juiste type van de benzine, controleer de staat en het juiste type van de bougies. Als de storing aanhoudt, voer dan de volgende controles uit: controleer het opname element vliegwiel, controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel, controleer de bevestiging van het opname element vliegwiel, controleer de afstand opname element - vliegwiel, controleer de compressies van de cilinders, controleer het complete benzineaanvoercircuit (zie MR 395 Mechanisch, 13A, Brandstofaanvoer), controleer het complete ontstekingssysteem (zie MR 395 Mechanisch, 17A, Ontsteking), controleer de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt (zie MR 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie). Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". 17B-S
294 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF062 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ONTSTEKINGSUITVAL OP CILINDER 4 1.DEF : schadelijke ontstekingsuitval 2.DEF : vervuilende ontstekingsuitval 3.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: ontsteking: DF460, DF461, DF462 en DF463, brandstofaanvoercircuit: DF026, DF027, DF028, DF029 en DF085, signaal vliegwiel: DF154 en DF457. Controleer of andere cilinders een storing "Ontstekingsuitval" hebben volgens het gereedschap voordat u met de volgden diagnose begint. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij de volgende omstandigheden: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 ), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Ontstekingsuitval alleen op cilinder 4 Het probleem wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een onderdeel dat alleen invloed heeft op deze cilinder: controleer het inspuitstuk cilinder 4, controleer de staat en het juiste type van de bougies, controleer de penbobine van cilinder 4. Als alles goed is, controleert u dezelfde elementen van cilinder 1 (voor het geval er een eventuele herkenningsfout van de cilinder is). Ontstekingsuitval op de cilinders 1 en 4 (zie DF059 "Ontstekingsuitval op cilinder 1"en DF062 "Ontstekingsuitval op cilinder 4") Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op een cilinderpaar: controleer het circuit van de betreffende bobine (raadpleeg de betekenis van de storing DF460 "Commando bobine cilinder n 1" of DF463 "Commando bobine cilinder n 4"), controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". S3000_V08_DF062 17B-S
295 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF062 VERVOLG Ontstekingsuitval op de vier cilinders (zie DF059, DF060, DF061 en DF062) Het probleem wordt veroorzaakt door een onderdeel dat invloed heeft op alle cilinders: controleer het juiste type van de benzine, controleer de staat en het juiste type van de bougies. Als de storing aanhoudt, voer dan de volgende controles uit: controleer het opname element vliegwiel, controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel, controleer de bevestiging van het opname element vliegwiel, controleer de afstand opname element - vliegwiel, controleer de compressies van de cilinders, controleer het complete benzineaanvoercircuit (zie MR 395 Mechanisch, 13A, Brandstofaanvoer), controleer het complete ontstekingssysteem (zie MR 395 Mechanisch, 17A, Ontsteking), controleer de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt (zie MR 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie). Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Controleer of alle storingen zijn behandeld. Wis het storingsgeheugen. Wis de inlezingen niet. Om te controleren of het systeem is gerepareerd: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Als de storing aanhoudt, zet de diagnose dan voort. voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". 17B-S
296 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF079 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN BEKRACHTIGING GEMOTORISEERD SMOORKLEPHUIS 1.DEF : detectie van micro-onderbrekingen 2.DEF : storing vinden van de aanslagen van de gemotoriseerde smoorklep 3.DEF : noodprogramma 4.DEF : terugtrekveer van de klep defect 5.DEF : schommelingen van de klep van het gemotoriseerd smoorklephuis 6.DEF : storing bekrachtiging van de gemotoriseerde smoorklep 7.DEF : circuit voeding inlaat Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF011 "Voedingsspanning n 1 van de opname elementen", DF508 "Commandocircuit gemotoriseerde smoorklep", DF095 "Circuit smoorklepweerstand baan 1" en DF096 "Circuit smoorklepweerstand baan 2" als die aanwezig of in het geheugen zijn, Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard als: het motortoerental varieert, de luchttemperatuur ligt tussen 5 C en 105 C. Bijzonderheden: Noodprogramma types 1 en 2 van het smoorklephuis. Beperkt toerental Controleer de reinheid, de staat en de montage van het smoorklephuis. Als de storing aanhoudt, controleer met de hand het draaien van de smoorklep. Beweeg als de storing aanhoudt, de kabelbundel om een verandering van de staat (aanwezig in geheugen) te constateren. Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de staat en de aansluiting van de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem en van het gemotoriseerd smoorklephuis. Als de storing aanhoudt, maak dan de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de isolatie,de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbindingen: Rekeneenheid, stekker B, aansl. M3 Aansl. 4 van het gemotoriseerd smoorklephuis Rekeneenheid, stekker B, aansl. M4 Aansl. 3 van het gemotoriseerd smoorklephuis Rekeneenheid stekker B aansl. G4 Aansl. 1 van het gemotoriseerd smoorklephuis Rekeneenheid stekker B aansl. G3 Aansl. 2 van het gemotoriseerd smoorklephuis Rekeneenheid stekker B aansl. G2 aansl. 5 van het gemotoriseerd smoorklephuis Rekeneenheid, stekker B, aansl. D3 Aansl. 6 van het gemotoriseerd smoorklephuis Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF079 17B-S
297 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF079 VERVOLG Als de storing aanhoudt, meet de weerstand van de motor van de smoorklep tussen aansl. 3 en 4. Vervang het smoorklephuis als de weerstand niet 1,57 Ω ± 0,5 Ω bij 23 C (alleen voor F4R en F4R-Turbo) en 2,2 Ω ± 0,5 Ω bij 23 C (alleen voor K4M) is. Als het smoorklephuis is vervangen, initialiseer de inlezingen (RZ005). Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. 17B-S
298 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF081 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT ELEKTROKLEP DAMPAFZUIGING CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" of DF046 "Accuspanning" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: het aanzetten van het contact. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de staat en werking van de zekering F8 (10A). Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de elektroklep van het dampabsorptievat. Meet de weerstand van de elektroklep van het dampabsorptievat. Vervang de elektroklep van het dampabsorptievat als de weerstand niet 26 Ω ± 4 Ω bij 23 C is. Controleer, met contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de stekker van de elektroklep van de afzuiging van het dampabsorptievat. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker B, aansl. M2 aansl. 1 van de elektroklep van het dampabsorptievat Hoofdrelais aansl. 5 Maak de massakabel van de accu los. Maak de stekker los van de rekeneenheid. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker C, aansl. F2 aansl. 2 van de elektroklep van het dampabsorptievat Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF081 17B-S
299 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF082 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VERWARMING VOORSTE LAMBDA SONDE CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" of DF046 "Accuspanning" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: een vertraging van 10 secondes met draaiende motor. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de voorste lambda sonde. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. A van de stekker van de voorste lambda sonde. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. M2 aansl. A van de voorste lambda sonde Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker C, aansl. L2 aansl. B van de voorste lambda sonde Meet de weerstand van de verwarming tussen de aansl. A en B van de voorste lambda sonde. Vervang de voorste lambda sonde als de weerstand niet ongeveer 9 Ω ± 0,5 Ω bij 20 C is. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF082 17B-S
300 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF083 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VERWARMING ACHTERSTE LAMBDA SONDE CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" of DF046 "Accuspanning" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: een vertraging van 10 secondes met draaiende motor. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de achterste lambda sonde. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. A van de stekker van de achterste lambda sonde. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. M2 Aansl. A van de achterste lambda sonde Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker C, aansl. L3 aansl. B van de achterste lambda sonde Meet de weerstand van de verwarming tussen aansl. A en B van de achterste lambda sonde. Vervang de achterste lambda sonde als de weerstand niet ongeveer 9 Ω ± 0,5 Ω bij 20 C is. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF083 17B-S
301 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF084 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT ACTUATORRELAIS 1.DEF: onderbreking of kortsluiting Geen bijzonderheden Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen van de rekeneenheid huis met hulporganen interieur. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. D4 aansl. 2 van het hoofdrelais Als de storing aanhoudt, voer een diagnose uit van het huis met hulporganen interieur (zie 87G, Huis met hulporganen). Neem contact op met de technische helpdesk. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF084 17B-S
302 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF085 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT BENZINEPOMPRELAIS CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: het aanzetten van het contact. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van het relais van de benzinepomp. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker C, aansl. D1 aansl. 2 van het relais van de brandstofpomp Als de storing aanhoudt, neem contact op met de technische helpdesk. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF085 17B-S
303 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF087 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDOCIRCUIT RELAIS LUCHTPOMP CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen LET OP Als de storing in het geheugen is, wis deze dan niet, er kan een OBD-probleem zijn (On Board Diagnostic). Raadpleeg de "Actuele context" op het diagnoseapparaat. Als de staat ET049 "ACTIEF" is, voer dan onderstaande diagnose uit. Volgorde voor het behandelen van meer dan een storing: Behandel eerst de storingen DF198 "Circuit opname element pedaal baan 2" of DF046 "Accuspanning" als zij aanwezig zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: het aanzetten van het contact. Bijzonderheden: Alleen voor de motor F4R-Turbo met een automatische transmissie. Controleer de reinheid, de staat en de montage van het relais van de luchtpomp. Herstel of vervang het relais van de luchtpomp indien nodig. Als de storing aanhoudt, controleer met contact aan, de massa op aansl. 2 van het relais van de luchtpomp. Als met contact aan, de rekeneenheid het relais van de luchtpomp niet met een massa aanstuurt op aansl. 2, neem contact op met de technische helpdesk. Als de storing aanhoudt, controleer met contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van het relais van de luchtpomp. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. 1 van het relais van de luchtpomp Hoofdrelais aansl. 5 Als de storing aanhoudt, maak dan de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. H2 aansl. 2 van het relais van de luchtpomp Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF087 17B-S
304 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF091 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN INFORMATIE RIJSNELHEID 1.DEF : spanningen buiten de tolerantie 2.DEF : overschrijding emissienormen Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij draaiende motor. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B, Multiplexsysteem). Als het probleem aanhoudt, voer een diagnose uit van het systeem "ABS - ESP" (zie 38C, ABS). Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF091 17B-S
305 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF092 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VOORSTE LAMBDA SONDE CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : component in slechte staat 2.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF011 "voedingsspanning n 1 van de opname elementen", DF046 "Accuspanning" of DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een vertraging van 5 minuten met mengselregeling. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de voorste lambda sonde. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. C1 Aansl. D van de voorste lambda sonde Rekeneenheid, stekker C, aansl. B1 Aansl. C van de voorste lambda sonde Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF092 17B-S
306 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF093 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT ACHTERSTE LAMBDA SONDE CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF011 "Voedingsspanning n 1 van de opname elementen", DF046 "Accuspanning", DF082 "Verwarmingscircuit voorste lambda sonde" of DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" als die aanwezig of in geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: Een proefrit met soepele rijstijl na het inschakelen van de ventilateurmotor en de staat ET056 "dubbele mengselregeling" ACTIEF. Een proefrit met soepele rijstijl na het inschakelen van de ventilateurmotor en direct gevolgd door een proefrit op een afdaling met gas los (inspuitonderbreking bij afremmen op de motor). Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de achterste lambda sonde. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. B2 aansl. D van de achterste lambda sonde Rekeneenheid, stekker C, aansl. A2 aansl. C van de achterste lambda sonde Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF093 17B-S
307 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF095 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT SMOORKLEPWEERSTAND BAAN 1 CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : onsamenhangend signaal BELANGRIJK Ga nooit met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis. Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storing DF011 "Voedingsspanning n 1 van de opname elementen" als die aanwezig of in het geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na de verandering van het motortoerental. Bijzonderheden: brandend waarschuwingslampje prioriteit 1, Noodprogramma types 3 en 4: Uitval van het bewakingssysteem Beperkt openen van de smoorklep. Controleer de reinheid van het smoorklephuis en het draaien van de smoorklep (geen zwaar punt). Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het smoorklephuis. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Alleen voor F4R en F4R-T: Rekeneenheid, stekker B aansl. G4 aansl. 1 van de smoorklepweerstand baan 1 Rekeneenheid, stekker B, aansl. G3 aansl. 2 van de smoorklepweerstand baan 1 Rekeneenheid, stekker B, aansl. G2 aansl. 5 van de smoorklepweerstand baan 1 Alleen voor K4M: Rekeneenheid, stekker B, aansl. G4 aansl. 6 van de smoorklepweerstand baan 1 Rekeneenheid, stekker B, aansl. G3 aansl. 1 van de smoorklepweerstand baan 1 Rekeneenheid, stekker B, aansl. G2 aansl. 2 van de smoorklepweerstand baan 1 Als het smoorklephuis is vervangen, initialiseer de inlezingen ( RZ005). Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF095 17B-S
308 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF096 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT SMOORKLEPWEERSTAND BAAN 2 CO.1 : onderbreking of kortsluiting aan + 12 V CC.0 : kortsluiting aan massa BELANGRIJK Ga nooit met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis. Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storing DF011 "Voedingsspanning n 1 van de opname elementen" als die aanwezig of in het geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na de verandering van het motortoerental. Bijzonderheden: brandend waarschuwingslampje prioriteit 1, noodprogramma type 4: Uitval van het bewakingssysteem Beperkt openen van de smoorklep. Controleer de reinheid van het smoorklephuis en het draaien van de smoorklep (geen zwaar punt). Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het smoorklephuis. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Alleen voor F4R en F4R-T: Rekeneenheid, stekker B, aansl. D3 aansl. 6 van de smoorklepweerstand baan 2 Rekeneenheid, stekker B, aansl. G2 aansl. 5 van de smoorklepweerstand baan 2 Rekeneenheid, stekker B, aansl. G4 aansl. 1 van de smoorklepweerstand baan 2 Alleen voor K4M: Rekeneenheid, stekker B, aansl. D3 aansl. 4 van de smoorklepweerstand baan 2 Rekeneenheid stekker B aansl. G2 aansl. 2 van de smoorklepweerstand baan 2 Rekeneenheid stekker B aansl. G4 aansl. 6 van de smoorklepweerstand baan 2 Als het smoorklephuis is vervangen, initialiseer de inlezingen ( RZ005). Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF096 17B-S
309 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF097 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT NOKKENAS 1.DEF : probleem tand nokkenas 2.DEF : meting verstelling buiten bereik 3.DEF : tand verdwenen 4.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" en DF046 "Accuspanning" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een proefrit. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van het opname element nokkenas. Controleer de reinheid en de staat van het opname element nokkenas. Als de storing aanhoudt, controleer met contact aan de + 12 V op aansl. 3 van het opname element nokkenas. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. 3 van het opname element nokkenas Hoofdrelais aansl. 5 Maak de massakabel van de accu los. Maak de stekker los van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. E2 Aansl. 1 van het opname element nokkenas Rekeneenheid, stekker C, aansl. F1 Aansl. 2 van het opname element nokkenas Als de storing nog steeds aanwezig is, dan is er een probleem bij de signaalgever van het opname element nokkenas (zie MR 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie). Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF097 17B-S
310 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF101 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN MULTIPLEXVERBINDING ESP 1.DEF : storing verbinding CAN Geen bijzonderheden Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B, Multiplexsysteem). Als het probleem aanhoudt, voer een diagnose uit van het systeem "ABS - ESP" (zie 38C, ABS). Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF101 17B-S
311 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF105 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT AAN-UIT RV/LV 1.DEF : geen samenhang schakelaar aan/uit snelheidsregelaar/begrenzer Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een proefrit met gebruik van de functie snelheidsregelaar en daarna snelheidsbegrenzer. Controleer de reinheid en de staat van de schakelaar aan/uit van de snelheidsregelaar/begrenzer en de stekkers ervan. Controleer, met contact aan, de + 12 V op aansl. A2 van de stekker van de keuzeschakelaar van de snelheidsregelaar of -begrenzer. Maak de massakabel van de accu los. Maak de stekker los van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker A, aansl. A2 aansl. A3 van de schakelaar aan/uit snelheidsregelaar Rekeneenheid, stekker A, aansl. C3 of -begrenzer aansl. B1 van de schakelaar aan/uit snelheidsregelaar of -begrenzer Als de storing aanhoudt, controleer de tussenstekker R262 op aansl. A6 en op aansl. A7. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF105 17B-S
312 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF106 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN KEUZESCHAKELAARS RV/LV OP STUURWIEL 1.DEF : Onsamenhangende gegevens LET OP Voor de demontage of de controle van de schakelaars van de "Snelheidsregelaar/begrenzer" moet de airbag worden uitgebouwd (zie MR 395 Mechanisch, 88C, Airbag en gordelspanner). Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een proefrit met gebruik van de functie snelheidsregelaar en daarna snelheidsbegrenzer. Controleer de reinheid en de staat van de schakelaars in het stuurwiel en de stekkers ervan. Controleer de massa op aansl. 2 van de schakelaars in het stuurwiel. Maak de massakabel van de accu los. Maak de stekker los van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker A, aansl. D2 Aansl. 2 van de schakelaar in het stuurwiel Rekeneenheid, stekker A, aansl. D3 aansl. 1 van de schakelaar in het stuurwiel Als de storing aanhoudt, controleer de tussenstekker R262 op aansl. A8 en op aansl. A9. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF106 17B-S
313 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF109 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN ONTSTEKINGSUITVAL MINIMUM BRANDSTOFPEIL 1.DEF : schadelijke ontstekingsuitval 2.DEF : vervuilende ontstekingsuitval Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: brandstofaanvoercircuit: DF085, DF379, DF380, DF381 en DF382. ontstekingsuitval: DF059, DF060, DF061, DF062, DF065 met 1.DEF of 2.DEF. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het starten van de motor en bij de volgende omstandigheden: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer of er wel benzine in de tank zit. Controleer het juiste type van de benzine. Als er geen storing ontstekingsuitval aanwezig of in geheugen is, dan is het lage benzinepeil de oorzaak van de ontstekingsuitval. Wis de storing DF109 door middel van het commando RZ007 "Storingsgeheugen". Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF109 17B-S
314 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF126 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VERWARMINGSWEERSTAND INTERIEUR 1.DEF : storing verbinding CAN Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij het aanzetten van het contact. Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B, Multiplexsysteem). Als het probleem aanhoudt, voer een diagnose uit van het systeem "Huis met hulporganen interieur" (zie 87B, Huis met hulporganen). Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF126 17B-S
315 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF127 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT REMPEDAALCONTACT 1 1.DEF : storing in een van de twee contacten van het rempedaal Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard: draaiende motor, rempedaal ingedrukt, schakelaar van snelheidsregelaar op "ON". Controleer de staat van de pedalen. Controleer de reinheid en de staat van het dubbele remcontact en van de stekker ervan. Maak de massakabel van de accu los. Maak de stekker los van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker A, aansl. E4 aansl. B3 van het rempedaalcontact Als de storing nog steeds aanwezig is, controleer de tussenstekker R262 op aansl. C8. Als de storing aanhoudt, vervang de schakelaar. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF127 17B-S
316 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF128 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT REMPEDAALCONTACT 2 1.DEF : storing in de twee contacten van het rempedaal Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storing DF127 "Circuit schakelaar rem 1" als die aanwezig is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard: draaiende motor, rempedaal ingedrukt, schakelaar van de snelheidsregelaar op "ON" met een ingestelde snelheid. Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B, Multiplexsysteem). Als het probleem aanhoudt, voer een diagnose uit van het systeem "Huis met hulporganen interieur" (zie 87G, Huis met hulporganen). Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid, stekker A, aansl. A3 Aansl. 1, witte stekker P101, huis met hulporganen interieur Rekeneenheid, stekker A, aansl. A4 Aansl. 11, witte stekker P101, huis met hulporganen interieur Herstellen indien nodig Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF128 17B-S
317 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF138 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT KOPPELINGSPEDAAL 1.DEF : component in slechte staat 2.DEF : overschrijding emissienormen Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard met draaiende motor na het controleren van het aantal keren indrukken van het koppelingspedaal dat overeenkomt met het aantal keren overschakelen dat is berekend door de rekeneenheid. Bijzonderheden: Het ophalen gebeurt als de auto geen automatische transmissie heeft. In geval van een storing moet, voor een wijziging van een component, met het diagnoseapparaat gecontroleerd worden of het koppelingscontact functioneel is en of de voorgeschreven vrije slag van de koppelingspedaal nog goed is. Controleer de reinheid, de staat en de montage van het koppelingspedaalcontact. Als de storing aanhoudt, maak de schakelaar los. Controleer of met ingedrukt koppelingspedaal, de schakelaar geleidt en met niet ingedrukt koppelingspedaal, de schakelaar niet geleidt. Vervang de schakelaar indien nodig. Als de storing aanhoudt, beweeg dan de kabelbundel heen en weer om een verandering van de staat op te sporen. Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de staat en de aansluiting van de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem en van het koppelingspedaalcontact. Als de storing aanhoudt, controleer dan de massa op aansl. 2 van de schakelaar. Als er geen massa is op aansl. 2, controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbinding: Koppelingspedaalcontact aansl. 1 massa Als de storing aanhoudt: controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de verbinding: Koppelingspedaalcontact aansl. 2 aansl. C4, stekker A, van de rekeneenheid Als de storing nog steeds aanwezig is, controleer de tussenstekker R262 op aansl. A4. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF138 17B-S
318 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF154 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT VLIEGWIEL 1.DEF : spanning buiten de tolerantie 2.DEF : tand verdwenen 3.DEF : overschrijding emissienormen Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na draaien van de startmotor gedurende 10 secondes of een toerental boven 600 tr/min. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. 1.DEF Geen bijzonderheden Controleer de reinheid, de staat en de montage van het vliegwiel. Als het vliegwiel is vervangen of gedemonteerd, moet het inlezen van de tandschijf opnieuw worden geïnitialiseerd en daarna worden ingelezen. Weer initialiseren van het inlezen: Geef het commando RZ005 "Inlezingen". Inlezen van de tandschijf van het vliegwiel: Geef gas tot 4000 tr/min in de derde versnelling en laat het toerental weer terugzakken met gas los en inspuitonderbreking tot het opnametoerental*. Doe dit twee keer achter elkaar. Na de werkzaamheden, controleer of de staat ET089 "Inlezen tandschijf vliegwiel" is "UITGEVOERD". (*Dit is het moment waarop, bij het afremmen op de motor met gas los, de motor het stationair toerental heeft bereikt en weer koppel krijgt) Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF154 17B-S
319 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF154 VERVOLG 2.DEF Geen bijzonderheden Controleer de bevestiging en de stand van het opname element vliegwiel (zie M.R. 395 Mechanisch, 10A, Motorblok en onderzijde). Controleer de reinheid en de staat van het opname element vliegwiel. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Alleen voor F4R Turbo: Rekeneenheid, stekker B, aansl. E4 aansl. 2 van het opname element vliegwiel Rekeneenheid, stekker B, aansl. F3 aansl. 1 van het opname element vliegwiel Alleen voor motor K4M en F4R: Rekeneenheid, stekker B, aansl. E4 aansl. B van het opname element vliegwiel Rekeneenheid, stekker B, aansl. F3 aansl. A van het opname element vliegwiel Meet de weerstand van het opname element vliegwiel tussen aansl. 1 en 2 (alleen voor K4M en F4R) en tussen aansl. 1 en 2 (alleen voor F4R Turbo). vervang het opname element toerental als de weerstand niet 200 tot 270 Ω bij 23 C is. Als het opname element vliegwiel is vervangen moet het inlezen van de tandschijf opnieuw worden geïnitialiseerd en daarna worden ingelezen. Weer initialiseren van het inlezen: Geef het commando "RZ005". Inlezen van de tandschijf van het vliegwiel: Geef gas tot 4000 tr/min in de derde versnelling en laat het toerental weer terugzakken met gas los en inspuitonderbreking tot het opnametoerental*. Doe dit twee keer achter elkaar. Na de werkzaamheden, controleer of de staat ET089 "Inlezen tandschijf vliegwiel" is "UITGEVOERD". (*Dit is het moment waarop, bij het afremmen op de motor met gas los, de motor het stationair toerental heeft bereikt en weer koppel krijgt) Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. 17B-S
320 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF167 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT RELAIS KOELVLOEISTOFVERWARMINGSELEMENTEN CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V Bijzonderheden: Alleen voor de motor F4R en F4R Turbo. Beweeg de kabelbundel tussen de rekeneenheid van het inspuitsysteem naar het relais van de koelvloeistofverwarmingselementen om een verandering te krijgen (In geheugen Aanwezig) Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de staat en de aansluiting van de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem en van het het relais van de koelvloeistofverwarmingselementen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker C, aansl. E1 aansl. 1 interface verwarming Als de storing aanhoudt, controleer de massa op aansl. 3 van de interface verwarming. Controleer de staat van de zekeringen van de relais extra verwarming F18 en F19 (70A). Als de storing aanhoudt, controleer met behulp van het "universele verlengblok", de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Actuatorrelais aansl. 5 aansl. 1 van het relais extra verwarming n 1 aansl. 1 van het relais extra verwarming n 2 aansl. 9 interface verwarming Als de storing aanhoudt, controleer met behulp van het "universele verlengblok", de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Relais extra verwarming n 1 aansl. 2 aansl. 7 interface verwarming Relais extra verwarming n 2 aansl. 2 aansl. 6 interface verwarming Als het probleem aanhoudt, neem contact op met de technische helpdesk. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF167 17B-S
321 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF196 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT PEDAAL BAAN 1 CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : onsamenhangend signaal Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storing DF011: "Voedingsspanning n 1 van de opname elementen" als die aanwezig of in het geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na de verandering van het gaspedaal van gas los naar vol gas. Bijzonderheden: brandend waarschuwingslampje prioriteit 1, noodprogramma type 4: Uitval van het bewakingssysteem Beperkt openen van de smoorklep. Controleer of het pedaal niet mechanisch klemt. Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het smoorklephuis. Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het opname element pedaal. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker A, aansl. H3 aansl. 2 van het opname element pedaal baan 1 Rekeneenheid, stekker A, aansl. G2 aansl. 4 van het opname element pedaal baan 1 Rekeneenheid, stekker A, aansl. H2 Aansl. 3 van het opname element pedaal baan 1 Als de storing nog steeds aanwezig is, controleer de tussenstekker R262 op aansl. C9, C8 en C7. Meet de weerstand van het opname element pedaal n 1 tussen aansl. 4 en 2. Vervang het opname element gaspedaal als de weerstand niet is: 1200 Ω ± 480 Ω. Vervang het opname element indien nodig. Als het probleem aanhoudt, neem contact op met de technische helpdesk. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF196 17B-S
322 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF198 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT OPNAME ELEMENT PEDAAL BAAN 2 CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storing DF012 "Voedingsspanning n 2 van de opname elementen" als die aanwezig of in het geheugen is. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na de verandering van het gaspedaal van gas los naar vol gas. Bijzonderheden: brandend waarschuwingslampje prioriteit 1, noodprogramma type 4: Uitval van het bewakingssysteem Beperkt openen van de smoorklep. Controleer of het pedaal niet mechanisch klemt. Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het smoorklephuis. Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het opname element pedaal. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker A, aansl. F4 aansl. 1 van het opname element pedaal baan 2 Rekeneenheid, stekker A, aansl. F2 aansl. 5 van het opname element pedaal baan 2 Rekeneenheid, stekker A, aansl. F3 aansl. 6 van het opname element pedaal baan 2 Als de storing nog steeds aanwezig is, controleer de tussenstekker R262 op aansl. C6, C5 en C4. Meet de weerstand van het opname element pedaal n 2 tussen aansl. 6 en 1. Vervang het opname element gaspedaal als de weerstand niet is: 1700 Ω ± 680 Ω. Vervang het opname element indien nodig. Als het probleem aanhoudt, neem contact op met de technische helpdesk. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF198 17B-S
323 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF228 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN INFORMATIE REMMEN 1.DEF : onderbreking of kortsluiting 2.DEF : overschrijding emissienormen Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij het aanzetten van het contact. Bijzonderheden: Uitschakelen snelheidsregelaar en -begrenzer Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B, Multiplexsysteem). Als het probleem aanhoudt, voer een diagnose uit van het systeem "ABS - ESP" (zie 38C, ABS). Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF228 17B-S
324 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF330 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT PINGELDETECTOR 1.DEF : storing signaal pingeldetector Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij een proefrit met warme motor en een motortoerental hoger dan 1500 tr/min. Controleer de reinheid en de staat van de pingeldetector en van de stekker ervan. Controleer het aantrekkoppel van de pingeldetector. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker B, aansl. B3 aansl. 2 van de pingeldetector Rekeneenheid, stekker B, aansl. B4 aansl. 1 van de pingeldetector Rekeneenheid, stekker B, aansl. B2 Afscherming van de pingeldetector Controleer of de juiste brandstof in de tank zit. Controleer het juiste type van de bougies. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF330 17B-S
325 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF363 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN NOKKENASVERSTELLER CO : onderbreking CC.0 : kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : afwijking van de inlezingen 2.DEF : geen samenhang van de inlezingen 3.DEF : verkeerde stand van de nokkenasversteller 4.DEF : bekrachtiging van de versteller buiten de limiet 5.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" en DF046 "Accuspanning" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na een proefrit. CO/CC.0/CC.1 Bijzonderheden: Alleen voor K4M en F4R. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de nokkenasversteller. Controleer de reinheid en de staat van de nokkenasversteller. Als de storing aanhoudt, controleer met contact aan de + 12 V op aansl. 1 van de nokkenasversteller. Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. 1 van de nokkenasversteller. Hoofdrelais aansl. 5 Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. L3 aansl. 2 van de nokkenasversteller. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF363 17B-S
326 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF363 VERVOLG 1.DEF/2.DEF/3.DEF 4.DEF Bijzonderheden: Alleen voor K4M. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van het opname element nokkenas. Controleer de reinheid en de staat van het opname element nokkenas. Controleer, met contact aan, de + 12 V op aansl. 3 van de stekker van het opname element nokkenas. Maak de massakabel van de accu los. Maak de stekker los van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. E2 aansl. 1 van het opname element nokkenas Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. F1 aansl. 2 van het opname element nokkenas Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. 3 van het opname element nokkenas Hoofdrelais aansl. 5 Als de storing nog steeds aanwezig is, dan is er een probleem bij de signaalgever van het opname element nokkenas (zie MR 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie). Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. 17B-S
327 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF369 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VERBINDING INSPUITSYSTEEM/VOORRUITVERWARMING 1.DEF : storing verbinding CAN Geen bijzonderheden Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B, Multiplexsysteem). Als de storing aanhoudt, voer een diagnose uit van het Huis met hulporganen interieur. (zie 87G, Huis met hulporganen). Controleer de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden tussen: Rekeneenheid, stekker A, aansl. A3 Aansl. 1, witte stekker, huis met hulporganen interieur Rekeneenheid, stekker A, aansl. A4 Aansl. 11, witte stekker, huis met hulporganen interieur Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF369 17B-S
328 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF394 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN STORING WERKING KATALYSATOR 1.DEF : CH-emissie boven EOBD-drempel Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de andere storingen. Er mag geen andere storing van het inspuitsysteem aanwezig of in het geheugen zijn. ontstekingsuitval: DF059, DF060, DF061, DF062 met 1.DEF of 2.DEF. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard bij de volgende omstandigheden: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C). de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Vervang de katalysator na het behandelen van de oorzaken van de ontstekingsuitval. Als er geen storing ontstekingsuitval aanwezig of in geheugen is, dan is het lage benzinepeil de oorzaak van de ontstekingsuitval. Wis de storing DF109 door middel van het commando RZ007 "Storingsgeheugen". Als de storing aanhoudt, voer de diagnose uit van de katalysator met het gereedschap CLIP door middel van het commando SC006 "Starten test OBD katalysator". Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF394 17B-S
329 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF398 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN STORING WERKING BRANDSTOFCIRCUIT 1.DEF : de diagnose van de werking van het benzineaanvoercircuit detecteert een storing in het benzineaanvoercircuit waardoor de EOBD-emissiedrempels worden overschreden. De diagnose kan detecteren: een vervuiling of afwijkende opbrengst van de inspuitstukken, een storing in de brandstofaanvoer (drukregelaar, benzinepomp, filter), een slechte stekkerverbinding in de benzine- en inspuitcircuits, 2.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF085 "Commandocircuit relais benzinepomp", DF081 "Circuit elektroklep dampafzuiging" en de storingen van de inspuitstukken (DF026, DF027, DF028 en DF029) als die aanwezig of in geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: het aanzetten van het contact. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de reinheid, de staat en de montage van het dampabsorptievat. Controleer de aansluitingen en de werking van de benzinepomp. Controleer de reinheid, de staat en de montage van de inspuitstukken en hun afdichting. Controleer: of de juiste brandstof in de tank zit, de ventilatie van de tank, geen lekkage in het benzinecircuit (van de tank tot en met de inspuitstukken), geen dichtgeknepen slang (vooral na een demontage), de benzinedruk en -opbrengst Herstel de defecte onderdelen indien nodig (zie MR 395 Mechanisch, 13A, Brandstofaanvoer). Als de storing nog steeds aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF398 17B-S
330 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF436 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN DETECTIE ONTSTEKINGSUITVAL 1.DEF : schadelijke ontstekingsuitval 2.DEF : vervuilende ontstekingsuitval Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: ontsteking: DF460, DF461, DF462 en DF463, brandstofaanvoercircuit: DF026, DF027, DF028, DF029 en DF085, signaal vliegwiel: DF154 en DF457, ontstekingsuitval cilinder: DF059, DF060, DF061 en DF062. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen De storing wordt aanwezig verklaard bij de volgende omstandigheden: geen elektrische storing meer aanwezig zijn, de inlezingen zijn uitgevoerd, motor warm zijn (minimum 75 C), de motor stationair draaien met alle verbruikers ingeschakeld gedurende ongeveer 15 minuten. Bijzonderheden: ontstekingsuitval katalysator: knipperend oplichten van het OBD-lampje als de storing aanwezig is en daarna continu branden, vervuilende ontstekingsuitval: continu branden van het OBD-lampje. Controleer de inspuitstukken. Controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer de penbobines. Controleer het juiste type van de benzine. Als de storing aanhoudt, voer dan de volgende controles uit: controleer het opname element vliegwiel, controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel, controleer de bevestiging van het opname element vliegwiel, controleer de afstand opname element / vliegwiel, controleer de compressies van de cilinders, controleer het complete benzineaanvoercircuit (zie MR 395 Mechanisch, 13A, Brandstofaanvoer), controleer het complete ontstekingssysteem (zie MR 395 Mechanisch, 17A, Ontsteking), controleer de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt (zie MR 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie). Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF436 17B-S
331 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF455 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN INFORMATIE MINIMUM BRANDSTOFPEIL 1.DEF: onderbreking of kortsluiting Geen bijzonderheden Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B, Multiplexsysteem). Als het probleem aanhoudt, voer een diagnose uit van het systeem "Instrumentenpaneel" (zie 83A, Instrumenten - dashboard). Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF455 17B-S
332 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF457 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN TANDSCHIJF VLIEGWIEL 1.DEF : storing tandschijf vliegwiel 2.DEF : overschrijding emissienormen Tand ontbreekt Tandlengte buiten de tolerantie Onrondheid op de tandschijf Afstand buiten de tolerantie Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na enkele secondes afremmen op de motor tussen 3500 en 3000 tr/min, daarna tussen 2500 en 2500 tr/min in een versnelling hoger dan de 2e versnelling. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel. Herstel of vervang indien nodig het vliegwiel. Als het vliegwiel is vervangen of gedemonteerd, moet het inlezen van de tandschijf opnieuw worden geinitialiseerd en daarna worden ingelezen. Initialisatie van de inlezingen: Geef het commando RZ005 "Inlezingen". Inlezen van de tandschijf van het vliegwiel: Geef gas tot 4000 tr/min in de derde versnelling en laat het toerental weer terugzakken met gas los en inspuitonderbreking tot het opnametoerental*. Doe dit twee keer achter elkaar. Controleer het inlezen door middel van ET089 "Inlezen tandschijf vliegwiel". (* Dit is het moment waarop, bij het afremmen op de motor met gas los, de motor het stationair toerental heeft bereikt en weer koppel krijgt). Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de technische helpdesk. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF457 17B-S
333 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF460 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN Commando bobine cilinder 1 CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF046 "Accuspanning", DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" of DF085 "Commandocircuit benzinepomprelais" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Als de storing DF463 "Commando bobine cilinder 4" ook aanwezig of in het geheugen is, moet die eerst behandeld worden. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na draaien van de startmotor gedurende 10 secondes of een vertraging van 10 secondes met draaiende motor. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Maak de stekker los van de penbobine van cilinder 1. Controleer de reinheid en de staat van de penbobine en van de stekker ervan. Controleer het juiste type van de benzine. Meet de primaire en secondaire weerstand van de penbobine van cilinder 1. Vervang de penbobine van cilinder 1 als de primaire weerstand niet is: Alleen voor K4M: 0,54 Ω ± 0,1 Ω voor de primaire weerstand 10,7 kω ± 1,6 kω voor de secondaire weerstand Alleen voor motor F4R en F4R Turbo: 0,52 Ω ± 0,1 Ω voor de primaire weerstand 6,7 kω ± 0,7 kω voor de secondaire weerstand Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. M4 Aansl. 2 van bobine 1 Bobine 1 aansl. 1 aansl. 2 van bobine 4 Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Zekeringhouder aansl. 31 aansl. 1 van bobine 4 Relais benzinepomp aansl. 5 Als de storing aanhoudt, vervang de defecte penbobine. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF460 17B-S
334 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF461 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDO BOBINE CILINDER 2 CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF046 "Accuspanning", DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" of DF085 "Commandocircuit benzinepomprelais" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Als de storing DF462 "Commando bobine cilinder 3" ook aanwezig of in het geheugen is, moet die eerst behandeld worden. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na draaien van de startmotor gedurende 10 secondes of een vertraging van 10 secondes met draaiende motor. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Maak de stekker los van de penbobine van cilinder 2. Controleer de reinheid en de staat van de penbobine en van de stekker ervan. Controleer het juiste type van de benzine. Meet de primaire en secondaire weerstand van de penbobine van cilinder 1. Vervang de penbobine van cilinder 1 als de primaire weerstand niet is: Alleen voor K4M: 0,54 Ω ± 0,1 Ω voor de primaire weerstand 10,7 kω ± 1,6 kω voor de secondaire weerstand Alleen voor motor F4R en F4R Turbo: 0,52 Ω ± 0,1 Ω voor de primaire weerstand 6,7 kω ± 0,7 kω voor de secondaire weerstand Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. M3 aansl. 2 van bobine 2 Bobine 2 aansl. 1 Aansl. 2 van bobine 3 Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Zekeringhouder aansl. 31 aansl. 1 van bobine 3 Relais benzinepomp aansl. 5 Als de storing aanhoudt, vervang de defecte penbobine. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF461 17B-S
335 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF462 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDO BOBINE CILINDER 3 CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF046 "Accuspanning", DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" of DF085 "Commandocircuit benzinepomprelais" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na draaien van de startmotor gedurende 10 secondes of een vertraging van 10 secondes met draaiende motor. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de staat en werking van de zekering F8 (10A). Maak de stekker los van de penbobine van cilinder 3. Controleer de reinheid en de staat van de penbobine en van de stekker ervan. Controleer het juiste type van de benzine. Meet de primaire en secondaire weerstand van de penbobine van cilinder 1. Vervang de penbobine van cilinder 1 als de primaire weerstand niet is: Alleen voor K4M: 0,54 Ω ± 0,1 Ω voor de primaire weerstand 10,7 kω ± 1,6 kω voor de secondaire weerstand Alleen voor motor F4R en F4R Turbo: 0,52 Ω ± 0,1 Ω voor de primaire weerstand 6,7 kω ± 0,7 kω voor de secondaire weerstand Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. M3 aansl. 2 van bobine 2 Bobine 3 Aansl. 2 aansl. 1 van bobine 2 Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Zekeringhouder aansl. 31 aansl. 1 van bobine 3 Relais benzinepomp aansl. 5 Als de storing aanhoudt, vervang de defecte penbobine. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF462 17B-S
336 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF463 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDO BOBINE CILINDER 4 CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : overschrijding emissienormen Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF046 "Accuspanning", DF084 "Commandocircuit actuatorrelais" of DF085 "Commandocircuit benzinepomprelais" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na draaien van de startmotor gedurende 10 secondes of een vertraging van 10 secondes met draaiende motor. Bijzonderheden: brandend OBD-lampje. Controleer de staat en werking van de zekering F8 (10A). Maak de stekker los van de penbobine van cilinder 4. Controleer de reinheid en de staat van de penbobine en van de stekker ervan. Controleer het juiste type van de benzine. Meet de primaire en secondaire weerstand van de penbobine van cilinder 1. Vervang de penbobine van cilinder 1 als de primaire weerstand niet is: Alleen voor K4M: 0,54 Ω ± 0,1 Ω voor de primaire weerstand 10,7 kω ± 1,6 kω voor de secondaire weerstand Alleen voor motor F4R en F4R Turbo: 0,52 Ω ± 0,1 Ω voor de primaire weerstand 6,7 kω ± 0,7 kω voor de secondaire weerstand Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker C, aansl. M4 Aansl. 2 van bobine 1 Bobine 4 Aansl. 2 aansl. 1 van bobine 1 Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Zekeringhouder aansl. 31 aansl. 1 van bobine 4 Relais benzinepomp aansl. 5 Als de storing aanhoudt, vervang de defecte penbobine. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF463 17B-S
337 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF508 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN COMMANDO GEMOTORISEERD SMOORKLEPHUIS CC.1 : kortsluiting aan + 12 V 1.DEF : algemene storing in de aansturing gemotoriseerde smoorklep BELANGRIJK Ga nooit met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis. Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF095 "Circuit smoorklepweerstand baan 1" of DF096 "Circuit smoorklepweerstand baan 2" als die aanwezig zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard als: het motortoerental varieert, de luchttemperatuur moet liggen tussen 5 C en 105 C. Bijzonderheden: brandend waarschuwingslampje prioriteit 1, noodprogramma types 1 en 2 van het smoorklephuis. Controleer de reinheid en de staat van het smoorklephuis en van de stekkers ervan. Controleer met de hand of de smoorklep goed draait. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid, stekker B, aansl. M3 aansl. 4 van de gemotoriseerde smoorklep Rekeneenheid, stekker B, aansl. M4 aansl. 3 van de gemotoriseerde smoorklep Als de storing aanhoudt, meet de weerstand van de motor van de smoorklep tussen aansl. M3 en M4. Vervang het smoorklephuis als de weerstand niet 1,57 Ω bij 23 C (alleen voor F4R en F4R-Turbo) en 2,2 Ω bij 23 C (alleen voor K4M) is. Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF508 17B-S
338 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF573 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN VERBINDINGEN INSPUITSYSTEEM / AIRCONDITIONING 1.DEF : storing verbinding CAN Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na het aansluiten van de airconditioning. Bijzonderheden: De staat ET079 "Aanwezigheid airconditioning" kan helpen bij de behandeling van deze storing. Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B, Multiplexsysteem). Als het probleem aanhoudt, voer een diagnose uit van de airconditioning (zie 62A, Airconditioning). Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF573 17B-S
339 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF586 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN MULTIPLEXVERBINDING INSTRUMENTENPANEEL 1.DEF : storing verbinding CAN Geen bijzonderheden Doe een test van het multiplexnetwerk (zie 88B, Multiplexsysteem). Als het probleem aanhoudt, voer een diagnose uit van het systeem "Instrumentenpaneel" (zie 83A, Instrumenten - dashboard). Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF586 17B-S
340 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF612 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VERWARMINGSWEERSTAND CARTERVENTILATIE CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V Volgorde voor het behandelen van meer dan één storing: Behandel eerst de storingen DF002 "Circuit opname element luchttemperatuur", DF004 "Circuit opname element turbodruk", DF196 "Circuit opname element pedaal baan 2" of DF046 "Accuspanning" als zij aanwezig of in het geheugen zijn. Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na: het aanzetten van het contact. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen van het relais verwarmingsweerstand van de carterventilatie. Reinig of vervang wat nodig is. Meet de elektrische weerstand van de verwarmingsweerstand van de carterventilatie tussen aansl. 1 en 2. Vervang het relais als de weerstand niet is: 21 Ω bij - 40 C 9,5 Ω bij 20 C 13,4 Ω bij 120 C Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl 1 van het relais van de verwarmingsweerstand. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. 1 van de verwarmingsweerstand van de carterventilatie Hoofdrelais aansl. 5 Maak de massakabel van de accu los. Maak de stekker los van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer, met behulp van het "universele verlengblok", de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. L2 aansl. 2 van de verwarmingsweerstand van de carterventilatie Als de storing aanhoudt, behandel dan de andere storingen en voer vervolgens een conformiteitscontrole uit. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF612 17B-S
341 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF617 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN CIRCUIT VACUUMPOMPRELAIS 1.DEF : component in slechte staat Bijzonderheden Alleen voor de motor F4R-Turbo met een automatische transmissie. Beweeg de kabelbundel tussen de rekeneenheid van het inspuitsysteem en het relais van de vacuümpomp om de status van de storing te veranderen (aanwezig in geheugen). Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de aansluiting en de staat van het relais van de vacuümpomp en zijn stekkerverbindingen. Controleer de + 12 V op aansl. 1 van het relais van de vacuümpomp. Als er geen + 12 V is, controleer met behulp van het "universele verlengblok", de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. M2 Aansl. 1 van het relais van de vacuümpomp Controleer, met behulp van het "universele verlengblok", de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. L3 Aansl. 2 van het relais van de vacuümpomp Controleer de staat van de zekering van het relais van de vacuümpomp F3 (30A). Als de storing aanhoudt, controleer met behulp van het "universele verlengblok", de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Zekeringhouder aansl. 24 aansl. 3 van het relais van de vacuümpomp Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF617 17B-S
342 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de storingen 17B DF618 AANWEZIG OF IN GEHEUGEN SYSTEEM VACUÜMPOMP/DRUKCONTACT CO.0 : onderbreking of kortsluiting aan massa CC.1 : kortsluiting aan + 12 V Voorwaarden voor het storing zoeken bij storing in geheugen: De storing wordt aanwezig verklaard na detectie van een onderdruk in de rembekrachtiger. Bijzonderheden Alleen voor de motor F4R-Turbo met een automatische transmissie. Beweeg de kabelbundel tussen de rekeneenheid van het inspuitsysteem en het opname element druk rembekrachtiger om de status van de storing te veranderen (aanwezig in geheugen). Zoek naar eventuele beschadigingen van de kabelbundel, controleer de aansluiting en de staat van het opname element druk rembekrachtiger op de gastank en de stekkers. Controleer, met behulp van het "universele verlengblok", de isolatie, de geleiding en het ontbreken van overgangsweerstanden van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker C, aansl. G4 Aansl. 1 van het opname element druk rembekrachtiger Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Hoofdrelais aansl. 5 Aansl. 1 van het opname element druk rembekrachtiger Rekeneenheid, stekker B, aansl. M2 Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Relais vacuümpomp aansl. 5 Aansl. 1 van de vacuümpomp Vacuümpomp aansl. 2 Massa Als de storing aanhoudt: neem contact op met de technische helpdesk. Voer het advies uit om de reparatie te bevestigen. Behandel eventueel aanwezige andere storingen. Wis het storingsgeheugen. S3000_V08_DF618 17B-S
343 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. BELANGRIJKSTE STATEN EN PARAMETERS VAN DE REKENEENHEID Volgorde 1 Functie Accuspanning ET001: Parameter of Staat Controle of actie + na contact rekeneenheid Afleespaneel en opmerkingen Aanwezigheid + na contact 2 PR074: Accuspanning 11 V < PR074 < 15 V Diagnose Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF046 "Accuspanning". 3 Rijsnelheid PR155: snelheid Geeft de rijsnelheid in km/u. Deze parameter krijgt het inspuitsysteem van de ABSrekeneenheid via het multiplexnetwerk. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF091 "Informatie rijsnelheid". 4 ET074: OBD-lampje brandt door TA JA NEE 5 ET064: Storing inspuitsysteem prioriteit 1 AAN UIT 6 ET065: Storingen 7 PR106: Storing inspuitsysteem prioriteit 2 Km-teller waarschuwingslampje brandt AAN UIT Informeert over het aantal afgelegde kilometers met brandend lampje. ZONDER 8 PR105: Km-teller waarschuwingslampje OBD brandt Informeert over het aantal afgelegde kilometers met brandend OBD lampje S3000_V08_CCONF 17B-S
344 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE CIR. LUCHT (TURBO / INLAAT): Volgorde 1 Functie Druk luchtcircuit Parameter of Staat Controle of actie PR035: Atmosferische druk 2 PR421: Druk spruitstuk 3 PR041: Turbodruk Afleespaneel en opmerkingen 200 mb < PR035 < 1047 mb 200 mb < PR421 < 2500 mb 200 mb < PR041 < 2500 mb vervangende waarde = 103 mb Diagnose Bij een probleem, controleer, stilstaande motor en contact aan, of PR035 = PR421 = atmosferische druk ter plaatse. Alleen voor F4R-T PR035 = PR421 = PR041. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van PR421 "Spruitstukdruk". 3 Luchttemperatuur PR058: Luchttemperatuur - 40 C < PR058 < 120 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF002 "Circuit opname element luchttemperatuur". 4 PR064: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur - 40 C < PR064 < 120 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 5 Luchtdoorstroming PR018: geschatte luchtstroom Geeft de luchtdoorstroming geschat door het gemotoriseerd smoorklephuis. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF095 "Circuit smoorklepweerstand baan 1" en DF096 "Circuit smoorklepweerstand baan 2". 17B-S
345 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE CIR. LUCHT (TURBO / INLAAT) (VERVOLG): 6 Functie Parameter of Staat Controle of actie ET083: 7 ET084: Volgorde Nokkenasversteller Nokkenasversteller in noodprogramma nokkenasversteller Afleespaneel en opmerkingen STAAT 1: het noodprogramma omvat alle storingen die betrekking hebben op het meten van de stand van de nokkenasversteller. De versteller wordt aangestuurd op de lage aanslag en de hoek van de nokkenas is geforceerd 0. Storing tandsignaal. STAAT 2: het noodprogramma omvat alle storingen die betrekking hebben op de nokkenasversteller (poelie en elektroklep). De versteller wordt aangestuurd op de lage aanslag. NEE STAAT 1: Geen nokkenasversteller (op F4R-T) STAAT 2: On/off nokkenasversteller (op F4R) STAAT 3: continue nokkenasversteller (op K4M) Diagnose Indien STAAT 1: voer een diagnose uit van de samenhang signaal / tand nokkenas. Indien STAAT 2: voer een diagnose uit van de stand van de nokkenasversteller. ZONDER 8 ET086: Commando nokkenasversteller Alleen K4M en F4R. Geeft de werking of niet van de nokkenasversteller aan. Alleen voor de continue nokkenasversteller: controleer of PR093 = PR PR093: Gemeten stand nokkenasversteller Geeft de gemeten verstelling aan. Alleen op K4M ZONDER 10 PR094: RCO nokkenasversteller Geeft de waarde aan van de gevraagde nokkenasverstelling. Alleen op K4M ZONDER 17B-S
346 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE BRANDSTOFCIRCUIT: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Motortoerental PR145: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. PR145 = 0 tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF154 "Circuit opname element vliegwiel" Geeft de correctiewaarde van het stationair toerental aan. PR014 = 0 tr/min. 2 PR014: Correctie stationair toerental De stationair toerental regelaar voert alle berekeningen uit voor het aansturen van de gemotoriseerde smoorklep. Dit is een regelaar die volledig adaptief werkt (inlezen van de veranderingen en van de veroudering). ZONDER Gemotoriseerde smoorklep 3 PR536: Berekende waarde stationair toerentalregelschuif De berekende waarde van de stationair toerentalregelschuif is afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof en van de olie, van de stand van de versnellingshendel en van de werking van de elektrische stroomverbruikers. 752 tr/min < PR536 < 1216 tr/min. Bij een storing van het opname element spruitstukdruk die aanwezig of in het geheugen is wordt het berekende stationair toerental 896 tr/min. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET054 "Stationair toerentalregeling". 4 ET054: Stationair toerentalregeling INACTIEF Indien ACTIEF raadpleeg de betekenis van ET054 "Stationair toerentalregeling". 17B-S
347 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE BRANDSTOFCIRCUIT: (vervolg 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose - 12 % < PR090 < 12 % 5 Gemotoriseerde smoorklep PR090: Waarde inlezing stationair toerentalregeling PR090 is een volledig adaptieve opgeslagen parameter voor het "leren " van de veranderingen en de veroudering van de motor voor de stationair toerental regelaar. Dit inlezen gebeurt alleen bij stationair draaien, als de motor warm is en als geen enkele verbruiker (voorruitverwarming, airconditioning, ventilateurmotor, stuurbekrachtiging) is ingeschakeld. Hij verandert daarom langzaam. 6 PR444: Integrale correctie stationair toerentalregeling 0 % De integrale correctie wordt permanent berekend om rekening te houden met de luchtbehoefte van de verbruikers. ZONDER 0 % < PR091 < 60 % 7 Gemotoriseerde smoorklep PR091: RCO theoretisch stationair toerentalregeling Als aan de voorwaarden voor de regeling is voldaan, zet de stationair toerental regelaar de gemotoriseerde smoorklep voortdurend in de juiste stand om het toerental van de motor op het berekende stationair toerental te houden. Het openingspercentage van de gemotoriseerde smoorklep dat nodig is voor het berekende toerental wordt gegeven door parameter PR B-S
348 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE BRANDSTOFCIRCUIT: (vervolg 2) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 8 ET055: Mengselregelkring via voorste sonde Regelkring open Regelkring gesloten Indien regelkring gesloten, raadpleeg de betekenis van ET055 "Regelkring door voorste sonde". ET056: Dubbele mengselregelkring ACTIEF INACTIEF Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET056 "Dubbele mengselregelkring" 50 % Lambda 9 PR138: sonde Mengselcorrectie Tijdens de regelfase, corrigeert de mengselregeling de inspuitduur zodat de dosering zo dicht mogelijk bij de mengselverhouding lambda = 1 is. De correctiewaarde ligt rond 50, met als uitersten 0 en PR144: Adaptieve mengselverschuiving. 0 < PR144 < 255 Met deze parameter kan de neiging tot verrijking of tot verarming van het inspuitsysteem worden gemeten. ZONDER 0 < PR143 < PR143: Adaptieve mengselverrijking Met deze parameter kan de neiging tot verrijking of tot verarming van het inspuitsysteem worden gemeten. 17B-S
349 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE BRANDSTOFCIRCUIT (vervolg: 3) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen 12 Inspuitsysteem PR101: Inspuitduur 0 ms 13 Brandstofverbruik PR103: Actueel brandstofverbruik PR103 = 0 l/u Diagnose ZONDER 14 Benzinepomp ET047: Commandocircuit benzinepomp 15 AC015: Benzinepomprelais INACTIEF U moet de benzinepomp horen werken Indien ACTIEF, raadpleeg de betekenis van DF085 "Commandocircuit benzinepomprelais". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van AC015 "Benzinepomprelais". 17B-S
350 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE PARAMETERS BESTUURDER: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 ET051: Inlezen aanslagen smoorklep UITGEVOERD 2 ET082: 3 PR096: Stand gemotoriseerde smoorklep Ingelezen waarde bovenste aanslag gemotoriseerde smoorklep DICHT 80 % < PR096 < 100 % Geef het commando RZ005 "Inlezingen". Als de parameters of staten nog steeds niet conform zijn, neem contact op met de technische helpdesk. 4 PR097: Ingelezen waarde onderste aanslag gemotoriseerde smoorklep 5,96 % < PR097 < 13,96 % 5 ET564: Gemotoriseerde smoorklep 6 ET565: Noodprogramma type 1 Noodprogramma type 2 NEE NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET564 "Noodprogramma type 1". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET565 "Noodprogramma type 2". 7 ET566: Noodprogramma type 3 NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET566 "Noodprogramma type 3". 8 ET567: Noodprogramma type 4 NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET567 "Noodprogramma type 4". 9 ET568: Noodprogramma type 5 NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET568 "Noodprogramma type 5". 10 ET569: Noodprogramma type 6 NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET569 "Noodprogramma type 6". 17B-S
351 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE PARAMETERS BESTUURDER (vervolg: 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 11 ET081: Stand gaspedaal PL: gas los PF: vol gas NIET GEDETECTEERD Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van PR030 "Stand gaspedaal". 12 PR030: Gaspedaal Stand gaspedaal Gas los = < 16 % Vol gas = 85 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF008 en DF009 "Circuit opname element pedaal baan 1 en baan 2" daarna DF011 en DF012 "Voedingsspanning n 1 en 2 van de opname elementen". 13 PR112: Ingelezen waarde gas los 0 % < PR112 < 16 % Geef het commando RZ005 "Inlezingen". Als de parameters of staten niet altijd conform zijn, neem contact op met de technische helpdesk. 14 Gaspedaal en gemotoriseerde smoorklep ET075: Pedaal gas los en smoorklep gesloten GEDETECTEERD Indien NIET GEDETECTEERD, raadpleeg de betekenis van PR030 "Stand gaspedaal", daarna de betekenis van storing DF079 "Bekrachtiging gemotoriseerd smoorklephuis". 15 Gemotoriseerde smoorklep AC027: Gemotoriseerde smoorklep U moet de gemotoriseerde smoorklep horen werken Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van AC027 "Gemotoriseerde smoorklep". 17B-S
352 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE ONTSTEKING / VOORVERWARMING: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Tandschijf vliegwiel ET089: Inlezen tandschijf vliegwiel NIET UITGEVOERD UITGEVOERD ZONDER 2 Vliegwiel ET062: Signaal vliegwiel NIET GEDETECTEERD Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET062 "Signaal vliegwiel". 3 PR001: Vooruit - 23,6 V < PR001 < 72 V 4 Ontsteking PR095: Pingelcorrectie 0 V < PR095 < 8 V 5 PR126: vervroeging na pingelcorrectie - 23,6 V < PR126 < 72 V 6 ET057: Ontstekingsuitval op cilinder 1 NEE ZONDER 7 ET058: Ontstekingsuitval 8 ET059: 9 ET060: Ontstekingsuitval op cilinder 2 Ontstekingsuitval op cilinder 3 Ontstekingsuitval op cilinder 4 NEE NEE NEE 17B-S
353 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE ANTILUCHTVERONTREINIGING / OBD: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 ET052: Voorste lambda sonde INACTIEF Indien ACTIEF raadpleeg de betekenis van ET052 "Verwarming voorste lambda sonde". 2 ET053: Lambda sonde 3 PR098: Verwarming achterste lambda sonde. Spanning voorste lambda sonde INACTIEF 50 mv < PR098 < 800 mv Indien ACTIEF, raadpleeg de betekenis van ET053 "Verwarming achterste lambda sonde". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van PR098 "Spanning voorste lambda sonde". 4 PR099: Spanning achterste lambda sonde 50 mv < PR099 < 800 mv Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van PR099 "Spanning achterste lambda sonde". 5 Dampabsorptievat ET050: 6 PR102: Commando elektroklep dampabsorptievat Commando elektroklep dampafzuiging INACTIEF 0 % < PR102 < 100 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF081 "Circuit elektroklep dampafzuiging". 7 Lambda sonde AC018: 8 AC019: Voorste lambda sonde Verwarming achterste lambda sonde. De voorste lambda sonde moet warm worden De achterste lambda sonde moet warm worden Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF082 "Circuit verwarming voorste lambda sonde". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF083 "Circuit verwarming achterste lambda sonde". 17B-S
354 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE KOUDE KRINGLOOP: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 ET079: Aanwezigheid airconditioning Geeft de aanwezigheid of niet van een airconditioning op de auto aan. JA: De airconditioning is gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. NEE: De airconditioning is niet gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als dit afwijkt van de uitrusting van de auto, voer dan de test van het multiplexnetwerk uit en ga te werk volgens de uitkomst van de test. Airconditioning 2 ET088: Verzoek inschakelen compressor Het inspuitsysteem vraagt aan de UCH (via het multiplexnetwerk) om het inschakelen van de compressor. ACTIEF: Het multiplexnetwerk mag geen storing hebben op de systemen BVA, BFR, UCH. De UCH moet het inschakelen vragen aan het inspuitsysteem. Het opname element aircodruk mag niet defect zijn. De werkomstandigheden van de motor moeten voldoende zijn (koelvloeistoftemperatuur, motorbelasting...). INACTIEF: Aan een van de bovenstaande voorwaarden is niet voldaan. ZONDER 3 Motortoerental PR145: Motortoerental Geeft het toerental in tr/min. PR145 = 0 tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF154 "Circuit opname element vliegwiel". 17B-S
355 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE KOUDE KRINGLOOP (vervolg): Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 6 Gemotoriseerde smoorklep ET023: Aanvraag verhoogd stationair toerental De UCH vraagt aan het inspuitsysteem om het stationair toerental te verhogen. AFWEZIG: De UCH heeft geen vraag gesteld. AANWEZIG: De UCH heeft een vraag gesteld Als ET023 onsamenhangend is, voer dan een test uit van het multiplexnetwerk met behulp van het diagnoseapparaat, als de test correct is, voer dan een diagnose uit van het huis met hulporganen interieur. 7 PR064: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur - 40 C < PR064 < 120 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 8 Rijsnelheid PR155: Rijsnelheid Geeft de rijsnelheid in km/u. Deze parameter krijgt het inspuitsysteem van de ABSrekeneenheid via het multiplexnetwerk. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF091 "Informatie rijsnelheid". 17B-S
356 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE VERWARMING: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR064: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur - 40 C < PR064 < 120 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 2 Aantal actieve koel- Koelvloeistofverwarmingselementen PR372: vloeistofverwar- mingselementen 0 < PR372 < 2 Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF167 "Circuit relais koelvloeistofverwarmingselementen" 17B-S
357 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 ET042: Snelheidsregelaar / -begrenzer REGELAAR BEGRENZER Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET042 "Snelheidsregelaar/ begrenzer". 2 ET413: Functie snelheidsregelaar/-begrenzer MIN PLUS OPSCHORTEN HERVATTEN Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET045 "Schakelaars functie RV/LV op stuurwiel". Snelheidsre gelaar/- begrenzer 3 ET415: uitschakelen snelheidsregelaar / -begrenzer STAAT 1: Aanvraag tractiecontrole STAAT 2: Rempedaal ingedrukt STAAT 3: Storing snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzer STAAT 4: Ontkoppeling motor bak STAAT 5: Probleem gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem STAAT 6: Rijsnelheid ongeldig STAAT 7: Druk op toets opschorten STAAT 8: Versnellingshendel in neutraal STAAT 9: Geen samenhang tussen de aanvraag en de rijsnelheid ZONDER 4 Rijsnelheid PR155: snelheid Geeft de rijsnelheid in km/u. Deze parameter krijgt het inspuitsysteem van de ABS-rekeneenheid via het multiplexnetwerk. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF091 "Informatie auto". 17B-S
358 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER (vervolg): Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 ET233: Koppelingscontact Koppelingspedaal Geeft de herkenning van de contacten van het koppelingspedaal. LOS: Pedaal los INGEDRUKT: Pedaal ingedrukt. Als de auto een automatische transmissie heeft, dan moet ET233 zijn "INGEDRUKT". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET040 "Koppelingspedaal". 6 Automatische transmissie ET063: Stand park / neutraal Alleen automatische transmissie JA: automatische transmissie in stand parkeren/neutraal. NEE: automatische transmissie niet in stand parkeren/neutraal. Als de auto gen automatische transmissie heeft, dan moet ET063 zijn"ja". Bij een probleem, voer een test uit van het multiplexnetwerk, als de test correct is, raadpleeg de automatische transmissie. 17B-S
359 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE STARTEN: Volgorde Functie 1 Accuspanning ET001: Parameter of Staat Controle of actie + na contact rekeneenheid Afleespaneel en opmerkingen Aanwezigheid + na contact Diagnose Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van PR074 "Accuspanning". 2 Commando actuatorrelais ET048: Commando actuatorrelais ACTIEF Indien INACTIEF, raadpleeg de betekenis van DF084 "Commandocircuit actuatorrelais". 3 Accuspanning PR074: Accuspanning 11 V < PR074 < 15 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF046 "Accuspanning". 17B-S
360 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE BEVEILIGING: Volgorde Functie 1 Code ingelezen ET006: Parameter of Staat Controle of actie Code ingelezen Afleespaneel en opmerkingen Geeft aan of de startvergrendelingscode is ingelezen door de rekeneenheid. JA: Code ingelezen NEE: Code niet ingelezen door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Diagnose Indien NEE, neem contact op met de technische helpdesk. 2 ET003: Startvergrendeling Startvergrendeling Geeft de staat van de startvergrendeling. INACTIEF: de rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft de startvergrendelingscode afkomstig van het huis met hulporganen interieur herkend. ACTIEF: de rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft de startvergrendelingscode afkomstig van het huis met hulporganen interieur niet herkend. Als ET003 onsamenhangend is, voer dan een test uit van het multiplexnetwerk met behulp van het diagnoseapparaat, als de test correct is, voer dan een diagnose uit van het huis met hulporganen interieur. 3 Botsing gedetecteerd ET077: Botsing gedetecteerd NEE Indien JA, zet het contact uit gedurende 10 secondes en zet het daarna weer aan om de motor te kunnen starten. Wis daarna de storingen. 17B-S
361 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE KOPPELBEHEER: Volgorde 1 Functie Koppel 2 PR122: Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose PR015: Motorkoppel 0 N.m Bij een probleem, voer een test uit van het Opgenomen koppel door koppelomvormer 0 N.m multiplexnetwerk, als de test correct is, voer een diagnose uit van de automatische transmissie. 17B-S
362 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. BELANGRIJKSTE STATEN EN PARAMETERS VAN DE REKENEENHEID Volgorde 1 Functie Accuspanning ET001: Parameter of Staat Controle of actie + na contact rekeneenheid Afleespaneel en opmerkingen Aanwezigheid + na contact 2 PR074: Accuspanning 11 V < PR071 < 15 V Diagnose Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF046 "Accuspanning". 3 Rijsnelheid PR155: Rijsnelheid Geeft de rijsnelheid in km/u. Deze parameter krijgt het inspuitsysteem van de ABSrekeneenheid via het multiplexnetwerk. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF091 "Informatie rijsnelheid". 4 ET074: OBD-lampje brandt door TA JA NEE 5 ET064: Storing inspuitsysteem prioriteit 1 AAN UIT 6 ET065: Storingen 7 PR106: Storing inspuitsysteem prioriteit 2 Km-teller waarschuwingslampje brandt AAN UIT Informeert over het aantal afgelegde kilometers met brandend lampje. ZONDER 8 PR105: Km-teller waarschuwingslampje OBD brandt Informeert over het aantal afgelegde kilometers met brandend OBD lampje 17B-S
363 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE CIR. LUCHT (TURBO / INLAAT): Volgorde 1 Functie Druk luchtcircuit Parameter of Staat Controle of actie PR035: Atmosferische druk 2 PR421: Druk spruitstuk 3 PR041: Turbodruk Afleespaneel en opmerkingen 200 mb < PR035 < 1047 mb 200 mb < PR421 < 2500 mb 200 mb < PR041 < 2500 mb vervangende waarde = 103 mb Diagnose Bij een probleem, controleer, stilstaande motor en contact aan, of PR035 = PR421 = atmosferische druk ter plaatse. Alleen voor F4R-T PR035 = PR421 = PR041. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van PR421 "Spruitstukdruk". 3 Luchttemperatuur PR058: Luchttemperatuur - 40 C < PR058 < 120 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF002 "Circuit opname element luchttemperatuur". 4 PR064: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur 75 C < PR058 < 120 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 5 Luchtdoorstroming PR018: Geschatte luchtstroom Geeft de luchtdoorstroming geschat door het gemotoriseerd smoorklephuis. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storingen DF095 "Circuit smoorklepweerstand baan 1" en DF096 "Circuit smoorklepweerstand baan 2". 17B-S
364 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE CIR. LUCHT (TURBO / INLAAT) (VERVOLG): Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 6 ET083: Nokkenasversteller in noodprogramma STAAT 1: het noodprogramma omvat alle storingen die betrekking hebben op het meten van de stand van de nokkenasversteller. De versteller wordt aangestuurd op de lage aanslag en de hoek van de nokkenas is geforceerd 0: Storing tandsignaal. STAAT 2: dit noodprogramma omvat alle storingen die betrekking hebben op de nokkenasversteller (poelie en elektroklep). e versteller wordt aangestuurd op de lage aanslag. NEE Indien STAAT 1: voer een diagnose uit van de samenhang signaal / tand nokkenas. Indien STAAT 2: voer een diagnose uit van de stand van de nokkenasversteller. Nokkenasversteller 7 ET084: Nokkenasversteller STAAT 1: Geen nokkenasversteller (op F4R-T) STAAT 2: on/off nokkenasversteller (op F4R) STAAT 3: continue nokkenasversteller (op K4M) ZONDER 8 ET086: Commando nokkenasversteller Alleen op K4M of F4R: Geeft de werking of niet van de nokkenasversteller aan. Alleen voor de continue nokkenasversteller: controleer of PR093 = PR PR093: Gemeten stand nokkenasversteller Geeft de gemeten verstelling aan. Alleen op K4M ZONDER 10 PR094: RCO nokkenasversteller Geeft de waarde aan van de gevraagde nokkenasverstelling. Alleen op K4M ZONDER 17B-S
365 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE BRANDSTOFCIRCUIT: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR145: Motortoerental Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. 700 tr/min < PR145 < 6500 tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF154 "Circuit opname element vliegwiel" Geeft de correctiewaarde van het stationair toerental aan. 0 tr/min < PR014 < 224 tr/min. 2 PR014: Correctie stationair toerental De stationair toerental regelaar voert alle berekeningen uit voor het aansturen van de gemotoriseerde smoorklep. Dit is een regelaar die volledig adaptief werkt (inlezen van de veranderingen en van de veroudering). ZONDER Gemotoriseerde smoorklep 3 PR536: Berekende waarde stationair toerentalregelschuif De berekende waarde van de stationair toerentalregelschuif is afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof en van de olie, van de stand van de versnellingshendel en van de werking van de elektrische stroomverbruikers. 752 tr/min < PR536 < 1216 tr/min. Bij een storing van het opname element spruitstukdruk die aanwezig of in het geheugen is wordt het berekende stationair toerental 896 tr/min. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET054 "Stationair toerentalregeling". 4 ET054: Stationair toerentalregeling ACTIEF Indien INACTIEF raadpleeg de betekenis van ET054 "Stationair toerentalregeling". 17B-S
366 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE BRANDSTOFCIRCUIT: (vervolg 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose - 12 % < PR090 < 12 % 5 Gemotoriseerde smoorklep PR090: Waarde inlezing stationair toerentalregeling PR090 is een volledig adaptieve opgeslagen parameter voor het "leren " van de veranderingen en de veroudering van de motor voor de stationair toerental regelaar. Dit inlezen gebeurt alleen bij stationair draaien, als de motor warm is en als geen enkele verbruiker (voorruitverwarming, airconditioning, ventilateurmotor, stuurbekrachtiging) is ingeschakeld. Hij verandert daarom langzaam. 4,7 % < PR141 < 32 % 6 PR444: Integrale correctie stationair toerentalregeling De integrale correctie wordt permanent berekend om rekening te houden met de luchtbehoefte van de verbruikers. ZONDER 5 % < PR091 < 50 % 7 Gemotoriseerde smoorklep PR091: RCO theoretisch stationair toerentalregeling Als aan de voorwaarden voor de regeling is voldaan, zet de stationair toerental regelaar de gemotoriseerde smoorklep voortdurend in de juiste stand om het toerental van de motor op het berekende stationair toerental te houden. Het openingspercentage van de gemotoriseerde smoorklep dat nodig is voor het berekende toerental wordt gegeven door parameter PR B-S
367 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE BRANDSTOFCIRCUIT: (vervolg 2) 8 Functie Lambda sonde Parameter of Staat Controle of actie ET055: 9 ET056: Volgorde Mengselregelkring via voorste sonde Dubbele mengselregelkring Afleespaneel en opmerkingen Regelkring open ACTIEF Diagnose Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET055 "Mengselregelkring via voorste sonde". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET056 "Dubbele mengselregelkring" 0 % < PR138 < 100 % 10 PR138: Mengselcorrectie Tijdens de regelfase, corrigeert de mengselregeling de inspuitduur zodat de dosering zo dicht mogelijk bij de mengselverhouding lambda = 1 is. De correctiewaarde ligt dan rond PR144: Adaptieve mengselverschuiving. 0 < PR144 < 255 Met deze parameter kan de neiging tot verrijking of tot verarming van het inspuitsysteem worden gemeten. ZONDER 0 < PR143 < PR143: Adaptieve mengselverrijking Met deze parameter kan de neiging tot verrijking of tot verarming van het inspuitsysteem worden gemeten. 17B-S
368 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE BRANDSTOFCIRCUIT (vervolg: 3) Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen 13 Inspuitsysteem PR101: Inspuitduur 0 ms < PR101 < ms 14 Volgorde Brandstofverbruik PR103: Actueel brandstofverbruik 0 l/u < PR103 < 50 l/u Diagnose ZONDER 15 Benzinepomp ET047: Commandocircuit benzinepomp ACTIEF Indien INACTIEF raadpleeg de betekenis van DF085 "Commandocircuit benzinepomprelais". 16 AC015: Benzinepomprelais U moet de benzinepomp horen werken Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van AC015 "Benzinepomprelais". 17B-S
369 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE PARAMETERS BESTUURDER: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 ET051: Inlezen aanslagen smoorklep UITGEVOERD 2 ET082: 3 PR097: Stand gemotoriseerde smoorklep Ingelezen waarde onderste aanslag gemotoriseerde smoorklep DICHT (alleen bij stationair toerental) 5,96 % < PR097 < 13,96 % Geef het commando RZ005 "Inlezingen". Als de parameters of staten nog steeds niet conform zijn, neem contact op met de technische helpdesk. 4 PR096: Ingelezen waarde bovenste aanslag gemotoriseerde smoorklep 80 % < PR096 < 100 % 5 Gemotoriseerde ET564: smoorklep 6 ET565: Noodprogramma type 1 Noodprogramma type 2 NEE NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET564 "Noodprogramma type 1". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET565 "Noodprogramma type 2". 7 ET566: Noodprogramma type 3 NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET566 "Noodprogramma type 3". 8 ET567: Noodprogramma type 4 NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET567 "Noodprogramma type 4". 9 ET568: Noodprogramma type 5 NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET568 "Noodprogramma type 5". 10 ET569: Noodprogramma type 6 NEE Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET569 "Noodprogramma type 6". 17B-S
370 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE PARAMETERS BESTUURDER (vervolg: 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 11 ET081: Stand gaspedaal PL: gas los PF: vol gas NIET GEDETECTEERD Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van PR030 "Stand gaspedaal". Gaspedaal 12 PR030: Stand gaspedaal Gas los = 0 % Vol gas = 100 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF008 en DF009 "Circuit opname element pedaal baan 1 en baan 2" daarna DF011 en DF012 "Voedingsspanning n 1 en 2 van de opname elementen". 13 Gaspedaal PR112: Ingelezen waarde gas los 0 % < PR112 < 15,625 % Geef het commando RZ005 "Inlezingen". Als de parameters of staten nog steeds niet conform zijn, neem contact op met de technische helpdesk. 14 Gaspedaal en gemotoriseerde smoorklep ET075: Pedaal gas los en smoorklep gesloten GEDETECTEERD Indien NIET GEDETECTEERD, raadpleeg de betekenis van PR030 "Stand gaspedaal" daarna de betekenis van ET082 "Stand gemotoriseerde smoorklep". 15 Gemotoriseerde smoorklep AC027: Gemotoriseerde smoorklep U moet de gemotoriseerde smoorklep horen werken Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van AC027 "Gemotoriseerde smoorklep". 17B-S
371 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE ONTSTEKING / VOORVERWARMING: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 Tandschijf vliegwiel ET089: Inlezen tandschijf vliegwiel UITGEVOERD ZONDER 2 Vliegwiel ET062: Signaal vliegwiel GEDETECTEERD Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET062 "Signaal vliegwiel". 3 PR001: Vooruit - 23,6 V < PR001 < 72 V 4 Ontsteking PR095: Pingelcorrectie 0 V < PR095 < 8 V 5 PR126: vervroeging na pingelcorrectie - 23,6 V < PR126 < 72 V 6 ET057: Ontstekingsuitval op cilinder 1 NEE ZONDER 7 ET058: Ontstekingsuitval 8 ET059: 9 ET060: Ontstekingsuitval op cilinder 2 Ontstekingsuitval op cilinder 3 Ontstekingsuitval op cilinder 4 NEE NEE NEE 17B-S
372 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE ANTILUCHTVERONTREINIGING / OBD: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 ET052: Voorste lambda sonde ACTIEF INACTIEF Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET052 "Verwarming voorste lambda sonde". 2 ET053: Lambda sonde 3 PR098: Verwarming achterste lambda sonde. Spanning voorste lambda sonde ACTIEF INACTIEF 50 mv < PR098 < 800 mv Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET053 "Verwarming achterste lambda sonde". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van PR098 "Spanning voorste lambda sonde". 4 PR099: Spanning achterste lambda sonde 50 mv < PR099 < 800 mv Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van PR099 "Spanning achterste lambda sonde". 5 Dampabsorptievat ET050: 6 PR102: Commando elektroklep dampabsorptievat Commando elektroklep dampafzuiging INACTIEF 0 % < PR102 < 100 % Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van de storing DF081 "Circuit elektroklep dampafzuiging". 7 Lambda sonde AC018: 8 AC019: Voorste lambda sonde Verwarming achterste lambda sonde. De voorste lambda sonde moet warm worden De achterste lambda sonde moet warm worden Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF082 "Circuit verwarming voorste lambda sonde". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF083 "Circuit verwarming achterste lambda sonde". 17B-S
373 SAGEM 3000 N Programme: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE KOUDE KRINGLOOP: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 ET079: Aanwezigheid airconditioning Geeft de aanwezigheid of niet van een airconditioning op de auto aan. JA: De airconditioning is gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. NEE: De airconditioning is niet gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Als dit afwijkt van de uitrusting van de auto, voer dan de test van het multiplexnetwerk uit en ga te werk volgens de uitkomst van de test. Airconditioning 2 ET088: Verzoek inschakelen compressor Het inspuitsysteem vraagt aan de UCH (via het multiplexnetwerk) om het inschakelen van de compressor. ACTIEF: Het multiplexnetwerk mag geen storing hebben op de systemen BVA, BFR, UCH. De UCH moet het inschakelen vragen aan het inspuitsysteem. Het opname element aircodruk mag niet defect zijn. De werkomstandigheden van de motor moeten voldoende zijn (koelvloeistoftemperatuur, motorbelasting...). INACTIEF: Aan een van de bovenstaande voorwaarden is niet voldaan. ZONDER 3 Motortoerental PR145: Motortoerental Geeft het toerental van de motor in tr/min. 700 tr/min < PR145 < 6500 tr/min Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF154 "Circuit opname element vliegwiel" 17B-S
374 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE: KOUDE KRINGLOOP (VERVOLG 1) Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 Gemotoriseerde smoorklep ET023: Aanvraag verhoogd stationair toerental De UCH vraagt aan het inspuitsysteem om het stationair toerental te verhogen. AFWEZIG: De UCH heeft geen vraag gesteld. AANWEZIG: De UCH heeft een vraag gesteld Als ET023 onsamenhangend is, voer dan een test uit van het multiplexnetwerk met behulp van het diagnoseapparaat, als de test correct is, voer dan de diagnose uit van de UCH. 6 PR064: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur 75 C < PR064 < 120 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur". 7 Rijsnelheid PR155: Rijsnelheid Geeft de rijsnelheid in km/u. Deze parameter krijgt het inspuitsysteem van de ABSrekeneenheid via het multiplexnetwerk. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF091 "Informatie rijsnelheid". 17B-S
375 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE VERWARMING: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 PR064: Koelvloeistoftemperatuur Koelvloeistoftemperatuur 75 C < PR064 < 120 C Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF001 "Circuit opname element koelvloeistoftemperatuur" 2 Koelvloeistofverwarmingselementen PR372: Aantal actieve koelvloeistofverwarmingselementen 0 < PR372 < 2 Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF167 "Circuit relais koelvloeistofverwarmingselementen" 17B-S
376 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER: Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 1 ET042: Snelheidsregelaar / -begrenzer REGELAAR BEGRENZER Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET042 "Snelheidsregelaar/ begrenzer". 2 ET413: Functie snelheidsregelaar/-begrenzer MIN PLUS OPSCHORTEN HERVATTEN Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET045 "Schakelaars functie RV/LV op stuurwiel". Snelheidsregelaar/-begrenzer 3 ET415: uitschakelen snelheidsregelaar / - begrenzer STAAT 1: Aanvraag tractiecontrole STAAT 2: Rempedaal ingedrukt STAAT 3: Storing snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzer STAAT 4: Ontkoppeling motor bak STAAT 5: Probleem gedetecteerd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem STAAT 6: Rijsnelheid ongeldig STAAT 7: Druk op toets opschorten STAAT 8: Versnellingshendel in neutraal STAAT 9: Geen samenhang tussen de aanvraag en de rijsnelheid ZONDER 4 Rijsnelheid PR155: Rijsnelheid Geeft de rijsnelheid in km/u. Deze parameter krijgt het inspuitsysteem van de ABS-rekeneenheid via het multiplexnetwerk. Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF091 "Informatie auto". 17B-S
377 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE SNELHEIDSREGELAAR/BEGRENZER (vervolg): Volgorde Functie Parameter of Staat Controle of actie Afleespaneel en opmerkingen Diagnose 5 Koppelingscontact ET233: Koppelingspedaal Geeft de herkenning van de contacten van het koppelingspedaal. LOS: Pedaal los INGEDRUKT: Pedaal ingedrukt Als de auto een automatische transmissie heeft, dan moet ET233 zijn "INGEDRUKT". Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van ET040 "Koppelingspedaal". Alleen automatische transmissie. 6 Automatische transmissie ET063: Stand park / neutraal JA: automatische transmissie in stand parkeren/neutraal. NEE: automatische transmissie niet in stand parkeren/neutraal. Als de auto gen automatische transmissie heeft, dan moet ET063 zijn "JA". Bij een probleem, voer een test uit van het multiplexnetwerk, als de test correct is, raadpleeg de automatische transmissie. 17B-S
378 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE STARTEN: Volgorde Functie 1 Accuspanning ET001: Parameter of Staat Controle of actie + na contact rekeneenheid Afleespaneel en opmerkingen Aanwezigheid + na contact Diagnose Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van DF046 "Accuspanning". 2 Commando actuatorrelais ET048: Commando actuatorrelais ACTIEF Indien INACTIEF, raadpleeg de betekenis van DF084 "Commandocircuit actuatorrelais". 3 Accuspanning PR074: Accuspanning 11 V < PR074 < 15 V Bij een probleem, raadpleeg de betekenis van PR074 "Accuspanning". 17B-S
379 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE BEVEILIGING: Volgorde Functie 1 Code ingelezen ET006: Parameter of Staat Controle of actie Code ingelezen Afleespaneel en opmerkingen Geeft aan of de startvergrendelingscode is ingelezen door de rekeneenheid. JA: Code ingelezen NEE: Code niet ingelezen door de rekeneenheid van het inspuitsysteem Diagnose Indien NEE, neem contact op met de technische helpdesk. 2 ET003: Startvergrendeling Startvergrendeling Geeft de staat van de startvergrendeling. INACTIEF: de rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft de startvergrendelingscode afkomstig van het huis met hulporganen interieur herkend. ACTIEF: de rekeneenheid van het inspuitsysteem heeft de startvergrendelingscode afkomstig van het huis met hulporganen interieur niet herkend. Als ET003 onsamenhangend is, voer dan een test uit van het multiplexnetwerk met behulp van het diagnoseapparaat, als de test correct is, voer dan een diagnose uit van het huis met hulporganen interieur. 3 Botsing gedetecteerd ET077: Botsing gedetecteerd NEE Indien JA, zet het contact uit gedurende 10 secondes en zet het daarna weer aan om de motor te kunnen starten. Wis daarna de storingen 17B-S
380 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Conformiteitscontrole 17B Voer een complete controle uit met het diagnoseapparaat en daarna deze conformiteitscontrole. De in deze conformiteitscontrole genoemde waarden gelden ter indicatie. Omstandigheden: Warme motor, stationair draaiend. SUBFUNCTIE KOPPELBEHEER: Volgorde 1 Functie Koppel PR015: 2 PR122: Parameter of Staat Controle of actie Motorkoppel Opgenomen koppel door koppelomvormer Afleespaneel en opmerkingen - 50 N.m < PR015 < 200 N.m 0 N.m Diagnose Bij een probleem, voer een test uit van het multiplexnetwerk, als de test correct is, voer een diagnose uit van de automatische transmissie. 17B-S
381 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Overzicht van de staten 17B Staat gereedschap ET001 ET003 ET006 ET023 ET042 ET047 ET048 ET049 ET050 ET051 ET052 ET053 ET054 ET055 ET056 Omschrijving diagnoseapparaat + na contact rekeneenheid Startvergrendeling Code ingelezen Aanvraag verhoogd stationair toerental Snelheidsregelaar / -begrenzer Commandocircuit benzinepomp Commando actuatorrelais Commando relais luchtpomp Commando elektroklep dampabsorptievat Inlezen smoorklepaanslag Voorste lambda sonde Verwarming achterste lambda sonde. Stationair toerentalregeling Mengselregelkring via voorste sonde Dubbele mengselregelkring ET057 Ontstekingsuitval op cilinder 1 ET058 Ontstekingsuitval op cilinder 2 ET059 Ontstekingsuitval op cilinder 3 ET060 Ontstekingsuitval op cilinder 4 ET062 ET063 Signaal vliegwiel Stand park / neutraal ET064 Storing inspuitsysteem prioriteit 1 ET065 Storing inspuitsysteem prioriteit 2 ET074 ET075 OBD-lampje brandt door TA Pedaal gas los en smoorklep gesloten 17B-S
382 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Overzicht van de staten 17B Staat gereedschap ET077 ET079 ET081 ET082 ET083 ET084 ET086 ET088 ET089 ET143 ET144 ET233 ET413 ET415 ET543 Omschrijving diagnoseapparaat Botsing gedetecteerd Aanwezigheid airconditioning Stand gaspedaal Stand gemotoriseerde smoorklep Nokkenasversteller in noodprogramma Nokkenasversteller Commando nokkenasversteller Verzoek inschakelen compressor Inlezen tandschijf vliegwiel Commando relais ventilateurmotor lage snelheid Commando relais ventilateurmotor hoge snelheid Koppelingspedaal Functie snelheidsregelaar/-begrenzer Uitschakelen snelheidsregelaar/-begrenzer Commando waterpomp ET564 Noodprogramma type 1 ET565 Noodprogramma type 2 ET566 Noodprogramma type 3 ET567 Noodprogramma type 4 ET568 Noodprogramma type 5 ET569 Noodprogramma type 6 17B-S
383 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET040 KOPPELINGSPEDAAL Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de staat van de pedalen. Controleer de reinheid en de staat van het koppelingspedaalcontact en van de stekkers ervan. Controleer de massa op aansl. A1 van het koppelingspedaalcontact. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. C4 aansl. B3 van het koppelingspedaalcontact Als de storing nog steeds aanwezig is, controleer de tussenstekker R262 op aansl. A4. Als de storing aanhoudt, vervang de schakelaar. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET040 17B-S
384 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET042 SNELHEIDSREGELAAR / -BEGRENZER Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn LET OP Voor de demontage of de controle van de schakelaars van de "Snelheidsregelaar/begrenzer" moet de airbag worden uitgebouwd (zie MR 395 Mechanisch, 88C, Airbag en gordelspanner). Controleer, contact aan, de + 12 V op de stekker van de keuzeschakelaar snelheidsregelaar of -begrenzer (zie S.M. Elektrisch schema, LAGUNA II, 1081). Maak de massakabel van de accu los. Maak de stekker los van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. A2 aansl. A3 van de schakelaar aan/uit snelheidsregelaar of -begrenzer Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. C3 aansl. B1 van de schakelaar aan/uit snelheidsregelaar of -begrenzer Als de storing aanhoudt: vervang de schakelaar. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET042 17B-S
385 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET052 VERWARMING VOORSTE SONDE Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de reinheid en de staat van de voorste lambda sonde en van de stekker ervan. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. A van de stekker van de voorste lambda sonde. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. A van de voorste lambda sonde Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. L2 Aansl. B van de voorste lambda sonde Meet de weerstand van de verwarming tussen de aansl. A en B van de voorste lambda sonde. Vervang de voorste lambda sonde als de weerstand niet ongeveer 9 Ω bij 20 C is. Als de storing aanhoudt: vervang de voorste lambda sonde. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET052 17B-S
386 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET053 VERWARMING ACHTERSTE LAMBDA SONDE. Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de reinheid en de staat van de achterste lambda sonde en van de stekker ervan. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. A van de stekker van de achterste lambda sonde. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. A van de achterste lambda sonde Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. L3 Aansl. B van de achterste lambda sonde Meet de weerstand van de verwarming tussen aansl. A en B van de achterste lambda sonde. Vervang de achterste lambda sonde als de weerstand niet ongeveer 9 Ω bij 20 C is. Als de storing aanhoudt: vervang de achterste lambda sonde. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET053 17B-S
387 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET054 STATIONAIR TOERENREGELING Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de parameters PR030, PR064, PR118, PR119, PR421. Controleer of al deze parameter conform zijn. HET STATIONAIR TOERENTAL IS TE LAAG Controleer: het peil van de motorolie (te hoog => klutsen), of de uitlaatlijn niet is verstopt (katalysator beschadigd), de reinheid en het juiste type luchtfilter, of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt, of het smoorklephuis niet is vervuild, de staat en het juiste type van de bougies, de afdichting van het gehele benzinecircuit, de benzinedruk en -opbrengst (zie MR 395 Mechanisch, 13A, Brandstofaanvoer), de staat en de reinheid van de inspuitstukken, de compressies van de motor, de afstelling van de distributie, de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt (zie MR 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie). Herstel het/de defecte element(en) indien nodig. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET054 17B-S
388 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET054 VERVOLG HET STATIONAIR TOERENTAL IS TE HOOG Controleer: het peil van de motorolie (te hoog => verbranding van olie), de doseurs van de carterventilatie, de afdichting tussen het smoorklephuis en het inlaatspruitstuk, de afdichting van het opname element spruitstukdruk, de afzuiging van het dampabsorptievat, deze mag niet open blijven staan, de afdichting van circuit van de dampafzuiging, de afdichting van het rembekrachtigercircuit, het ontbreken van lekkage tussen het inlaatspruitstuk en de cilinderkop, De afdichting van de carterventilatie tussen het inlaatspruitstuk en de cilinderkop, de benzinedruk en -opbrengst (zie MR 395 Mechanisch, 13A, Brandstofaanvoer), de staat en de reinheid van de inspuitstukken, de compressies van de motor, de afstelling van de distributie, de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt (zie MR 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie). Herstel het/de defecte element(en) indien nodig. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. 17B-S
389 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET055 MENGSELREGELKRING VIA VOORSTE SONDE Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de voorste lambda sonde. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. A van de stekker van de voorste lambda sonde. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. A van de voorste lambda sonde Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. C1 Aansl. D van de voorste lambda sonde Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. B1 Aansl. C van de voorste lambda sonde Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. L2 Aansl. B van de voorste lambda sonde Meet de weerstand van de verwarming tussen de aansl. A en B van de voorste lambda sonde. Vervang de voorste lambda sonde als de weerstand niet ongeveer 9 Ω bij 20 C is. Controleer de staat en het aantrekkoppel van de voorste lambda sonde. Als de auto veel in stadsverkeer rijdt, maak dan en rit met hoge snelheid om het uitlaatsysteem schoon te "branden". Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET055 17B-S
390 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET055 VERVOLG Controleer: de staat van het luchtfilter, of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt, de staat en het juiste type van de bougies, de afdichting tussen het smoorklephuis en het inlaatspruitstuk, de afdichting van het opname element spruitstukdruk, de afzuiging van het dampabsorptievat, deze mag niet open blijven staan, de afdichting van circuit van de dampafzuiging, de afdichting van het rembekrachtigercircuit, de afdichting van de turbodrukbegrenzingsklep, de afdichting van de carterventilatie op de cilinderkop, de afdichting tussen het inlaatspruitstuk en de cilinderkop, de afdichting van het uitlaatsysteem, van de cilinderkop tot de katalysator, de benzinedruk en -opbrengst. Als het stationair toerental instabiel is, controleer: de afstelling van de distributie, de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt (zie MR 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie), de compressies van de cilinders. Voer een rijcyclus uit om de reparatie te valideren. Herstel de defecte elementen. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. 17B-S
391 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET056 Dubbele mengselregelkring Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de voorste lambda sonde. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. A van de stekker van de voorste lambda sonde. Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. A van de voorste lambda sonde Neem contact op met de technische helpdesk. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. C1 Aansl. D van de voorste lambda sonde Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. B1 Aansl. C van de voorste lambda sonde Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. L2 Aansl. B van de voorste lambda sonde Meet de weerstand van de verwarming van de voorste lambda sonde tussen aansl. A en B. vervang de sonde als de weerstand niet ongeveer: 9 Ω bij 20 C. Controleer de staat en het aantrekkoppel van de voorste lambda sonde. Als de auto veel in stadsverkeer rijdt, maak dan en rit met hoge snelheid om het uitlaatsysteem schoon te "branden". Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET056 17B-S
392 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET056 VERVOLG 1 Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de achterste lambda sonde. Controleer, met contact aan, de + 12 V op aansl. A van de stekker van de achterste lambda sonde. Als er geen + 12 V is: maak de massakabel van de accu los, Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 Neem contact op met de technische helpdesk. aansl. A van de achterste lambda sonde Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. B2 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. A2 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. L3 Aansl. D van de voorste lambda sonde Aansl. C van de voorste lambda sonde Aansl. B van de voorste lambda sonde Meet de weerstand van de verwarming van de achterste lambda sonde tussen aansl. A en B. vervang de sonde als de weerstand niet ongeveer: 9 Ω bij 20 C. Controleer de staat en het aantrekkoppel van de achterste lambda sonde. Als de auto veel in stadsverkeer rijdt, maak dan en rit met hoge snelheid om het uitlaatsysteem schoon te "branden". Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. 17B-S
393 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET056 VERVOLG 2 Controleer: de staat van het luchtfilter, of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt, de staat en het juiste type van de bougies, de afdichting tussen het smoorklephuis en het inlaatspruitstuk, de afdichting van het opname element spruitstukdruk, de afzuiging van het dampabsorptievat, deze mag niet open blijven staan, de afdichting van circuit van de dampafzuiging, de afdichting van het rembekrachtigercircuit, de afdichting van de turbodrukbegrenzingsklep, de afdichting van de carterventilatie op de cilinderkop, de afdichting tussen het inlaatspruitstuk en de cilinderkop, de afdichting van het uitlaatsysteem, van de cilinderkop tot de katalysator, de benzinedruk en -opbrengst Als het stationair toerental instabiel is, controleer: de afstelling van de distributie, de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt (zie MR 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie). de compressies van de cilinders. Voer een rijcyclus uit om de reparatie te valideren. Herstel de defecte elementen. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. 17B-S
394 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET062 SIGNAAL VLIEGWIEL Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn. Informatie: als het vliegwiel is vervangen of gedemonteerd, moet de tandschijf van het vliegwiel opnieuw worden ingelezen. Controleer de bevestiging en de stand van het opname element vliegwiel (zie M.R. 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie). Controleer de reinheid en de staat van het opname element vliegwiel en van de stekker ervan. Controleer de staat van de bedrading. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Alleen voor F4R Turbo: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. E4 aansl. 2 van het opname element Rekeneenheid van het inspuitsysteem stekker B, aansl. F3 Alleen voor motor K4M en F4R: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. E4 Rekeneenheid van het inspuitsysteem stekker B, aansl. F3 vliegwiel aansl. 1 van het opname element vliegwiel aansl. A van het opname element vliegwiel aansl. B van het opname element vliegwiel Meet de weerstand van het opname element vliegwiel tussen aansl. 1 en 2 (alleen voor F4R Turbo) en tussen aansl. A en B (alleen voor K4M en F4R). vervang het opname element vliegwiel als de weerstand niet 200 tot 270 Ω bij 23 C. Als het opname element is vervangen, moet het signaal van het vliegwiel opnieuw worden ingelezen. Herinitialiseren van het inlezen van het signaal van het vliegwiel: Geef gas tot 4000 tr/min in de derde versnelling en laat het toerental weer terugzakken tot het opnametoerental*. Doe dit twee keer achter elkaar. (* Dit is het moment waarop, bij het afremmen op de motor met gas los, de motor het stationair toerental heeft bereikt en weer koppel krijgt.) Als de storing aanhoudt, controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel. Als het opname element vliegwiel is vervangen, initialiseer de inlezingen ("RZ005"). Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET062 17B-S
395 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET564 NOODPROGRAMMA TYPE 1 Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Deze staat omvat de storingen waardoor het commando van het gemotoriseerd smoorklephuis niet langer mogelijk is. Door dit noodprogramma stopt het commando van de smoorklep (mechanische Limp Home stand). Als het opname element vliegwiel is vervangen, initialiseer de inlezingen ("RZ005"). Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET564 17B-S
396 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET565 NOODPROGRAMMA TYPE 2 Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Deze staat omvat de storingen waardoor het systeem de controle over de regeling van de luchtdoorstroming kwijt is. Het noodprogramma beperkt het toerental door het onderbreken van de inspuiting. Als het opname element vliegwiel is vervangen, initialiseer de inlezingen ("RZ005"). Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET565 17B-S
397 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET566 NOODPROGRAMMA TYPE 3 Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Deze staat omvat de storingen waardoor het systeem de wens van de bestuurder niet meer weet, maar controleert nog wel de regeling van de luchtdoorstroming (bekrachtiging van de smoorklep is operationeel). Het gebruikt de gereconstrueerde pedaalwerking via de kalibratie. Als het opname element vliegwiel is vervangen, initialiseer de inlezingen ("RZ005"). Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET566 17B-S
398 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET567 NOODPROGRAMMA TYPE 4 Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn. Deze staat omvat de storingen van het bewakingssysteem, waarvoor er een veilige werkstand voor het systeem is (terugvallen op de tweede banen van de opname elementen van het pedaal of van de smoorklep als de eerste baan defect is). Het effect is dat de smoorklep is begrensd (beperkte prestaties). Als het opname element vliegwiel is vervangen, initialiseer de inlezingen ("RZ005"). Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET567 17B-S
399 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET568 NOODPROGRAMMA TYPE 5 Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Deze staat omvat de storingen die invloed hebben op de controle van de smoorklep door de koppelstructuur. Het effect is dat het pedaalkopie programma wordt gebruikt, in plaats van de permanente koppelstructuur. Als het opname element vliegwiel is vervangen, initialiseer de inlezingen ("RZ005"). Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET568 17B-S
400 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de staten 17B ET569 NOODPROGRAMMA TYPE 6 Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Deze staat omvat de storingen die effect hebben op de klep van de turbodruk. De klep wordt niet langer bekrachtigd en opent vrijelijk. De auto werkt zonder drukvulling. Als het opname element vliegwiel is vervangen, initialiseer de inlezingen ("RZ005"). Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ET569 17B-S
401 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Overzicht van de parameters 17B Parameter gereedschap Omschrijving diagnoseapparaat PR001 PR014 PR015 PR018 PR030 PR035 PR041 PR058 PR064 PR074 PR090 PR091 PR093 PR094 PR095 PR096 PR097 PR098 PR099 PR101 PR102 PR103 PR105 PR106 PR111 PR112 Vooruit Correctie stationair toerental Motorkoppel Geschatte luchtstroom Stand gaspedaal Atmosferische druk Turbodruk Luchttemperatuur Koelvloeistoftemperatuur Accuspanning Waarde inlezing stationair toerentalregeling RCO theoretisch stationair toerental Gemeten stand nokkenasversteller Berekend RCO nokkenasversteller Pingelcorrectie Ingelezen waarde bovenste aanslag gemotoriseerde smoorklep Ingelezen waarde onderste aanslag gemotoriseerde smoorklep Spanning voorste lambda sonde Spanning achterste lambda sonde Inspuitduur Commando elektroklep dampafzuiging Actueel brandstofverbruik Km-teller waarschuwingslampje OBD brandt Km-teller waarschuwingslampje brandt Gecorrigeerde stand gemotoriseerde smoorklep Ingelezen waarde gas los 17B-S
402 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Overzicht van de parameters 17B Parameter gereedschap Omschrijving diagnoseapparaat PR118 Gemeten smoorklepstand baan 1 PR119 Gemeten smoorklepstand baan 2 PR122 PR123 PR124 PR126 PR138 PR143 PR144 PR145 PR155 PR372 PR421 PR444 PR491 PR536 Opgenomen koppel door koppelomvormer Motor geschat volgens bestuurders wil Weerstandsmotorkoppel overgebracht op CAN Vervroeging na pingelcorrectie Mengselcorrectie Adaptieve mengselverrijking Adaptieve mengselverschuiving. Motortoerental Rijsnelheid Aantal actieve koelvloeistofverwarmingselementen Druk spruitstuk Integrale correctie stationair toerentalregeling Stand pedaal gemeten Berekende waarde stationair toerentalregelschuif PR568 Stand pedaal baan 1 PR569 Stand pedaal baan 2 17B-S
403 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Storing zoeken - Betekenis van de parameters 17B PR030 STAND GASPEDAAL Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn. Controleer of het pedaal niet mechanisch klemt. Controleer de reinheid en de staat van de stekkers van het opname element pedaal. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. H3 aansl. 2 van het opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. G2 aansl. 4 van het opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. H2 aansl. 3 van het opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. F4 aansl. 1 van het opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. F2 aansl. 5 van het opname element pedaal Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker A, aansl. F3 aansl. 6 van het opname element pedaal Als de storing aanhoudt: vervang het opname element pedaal. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_PR030 17B-S
404 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Storing zoeken - Betekenis van de parameters 17B PR074 ACCUSPANNING Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Zonder verbruikers Contact aan Als de spanning minimaal is: Controleer de accu en het laadstroomcircuit (zie MR 395 Mechanisch, 16A, Starten/ Laden). Als de spanning maximaal is: Controleer of de laadspanning correct is met en zonder elektrische stroomverbruikers (zie MR 395 Mechanisch, 16A, Starten - laden). Stationair draaiend Als de spanning minimaal is: Controleer de accu en het laadstroomcircuit (zie MR 395 Mechanisch, 16A, Starten/ Laden). Als de spanning maximaal is: Controleer of de laadspanning correct is met en zonder elektrische stroomverbruikers (zie MR 395 Mechanisch, 16A, Starten - laden). Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_PR074 17B-S
405 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Storing zoeken - Betekenis van de parameters 17B PR095 PINGELCORRECTIE Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn De pingeldetector moet een signaal ongelijk nul geven, wat bewijst dat hij de trillingen van de motor opvangt. Controleer of de juiste brandstof in de tank zit. Controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer het aantrekkoppel van de pingeldetector. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de pingeldetector. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. B3 Aansl. 2 van de pingeldetector Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. B4 Aansl. 1 van de pingeldetector Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. B2 Afscherming pingeldetector Als de storing aanhoudt, vervang de pingeldetector. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_PR095 17B-S
406 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Storing zoeken - Betekenis van de parameters 17B PR098 SPANNING VOORSTE LAMBDA SONDE Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de voorste lambda sonde. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. C1 Aansl. D van de voorste lambda sonde Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. B1 Aansl. C van de voorste lambda sonde Controleer het vastzitten van de voorste lambda sonde. Als de auto veel in stadsverkeer rijdt, maak dan en rit met hoge snelheid om het uitlaatsysteem schoon te "branden". Controleer of er geen lek is in het uitlaatsysteem, van het spruitstuk tot de katalysator. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_PR098 17B-S
407 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Storing zoeken - Betekenis van de parameters 17B PR098 VERVOLG Als de storing aanhoudt: vervang de voorste lambda sonde. Als de storing aanhoudt, voer dan de volgende controles uit. Controleer: de staat van het luchtfilter, of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt, de staat en het juiste type van de bougies, of de katalysator niet is verstopt, de afdichting tussen het smoorklephuis en het inlaatspruitstuk, de afdichting van het opname element spruitstukdruk, de afzuiging van het dampabsorptievat, deze mag niet open blijven staan, de afdichting van circuit van de dampafzuiging, de afdichting van het rembekrachtigercircuit, de afdichting van de carterventilatie op de cilinderkop, de afdichting tussen het inlaatspruitstuk en de cilinderkop, de afdichting van het uitlaatsysteem, van de cilinderkop tot de katalysator, de benzinedruk en -opbrengst.. Als het stationair toerental instabiel is, controleer: de afstelling van de distributie, de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt (zie MR 395 Mechanisch, 11A, Cilinderkop en distributie). de compressies van de cilinders. Voer een rijcyclus uit om de reparatie te valideren. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. 17B-S
408 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Storing zoeken - Betekenis van de parameters 17B PR099 SPANNING ACHTERSTE LAMBDA SONDE Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de achterste lambda sonde. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. A2 aansl. C van de achterste lambda sonde Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. B2 aansl. D van de achterste lambda sonde Controleer het vastzitten van de achterste lambda sonde. Als de auto veel in stadsverkeer rijdt, maak dan een rit met hoge snelheid om de voorste lambda sondes en de katalysator "schoon te branden". Controleer de perfecte afdichting van de complete uitlaatlijn. Vervang de achterste lambda sonde. Als de storing aanhoudt, is de katalysator waarschijnlijk beschadigd. Als de katalysator defect is, moet u de oorzaak van zijn beschadiging vaststellen, want anders zal de nieuwe katalysator ook snel weer defect zijn. Demonteer de katalysator. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_PR099 17B-S
409 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Storing zoeken - Betekenis van de parameters 17B PR099 VERVOLG Hieronder volgen een paar oorzaken waardoor een katalysator defect kan raken: vervorming (deuk), thermische schok (door opspattend koud water tegen de hete katalysator kan deze defect raken), inspuitstuk of ontsteking defect: door het contact met de benzine is de katalysator beschadigd (defecte bobine, storing in de aansturing van de bobine, inspuitstuk open geblokkeerd), lek inspuitstuk, abnormaal hoog olieverbruik of koelvloeistofverbruik (defecte koppakking), gebruik van een toevoegmiddel of soortgelijk product (informeer hiernaar bij de klant, want door dit type producten kan de katalysator op den duur beschadigen en minder effectief worden). Raadpleeg de "reparatiehistorie" van de op de auto uitgevoerde werkzaamheden of, vraag aan de klant of de auto problemen heeft gehad met het inspuitsysteem of de ontsteking. Als de oorzaak van de beschadiging van de katalysator is gevonden en het probleem is opgelost, vervang dan pas de katalysator. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. 17B-S
410 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Storing zoeken - Betekenis van de parameters 17B PR421 SPRUITSTUKDRUK Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Controleer de reinheid en de staat van het opname element spruitstukdruk en van de stekker ervan. Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbindingen: Alleen voor F4R Turbo: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. H2 aansl. 1 van het opname element spruitstukdruk Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. H3 aansl. 3 van het opname element Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. H4 Alleen voor motor K4M en F4R: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. H2 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. H3 Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. H4 Als de storing aanhoudt, vervang het opname element spruitstukdruk. spruitstukdruk aansl. 2 van het opname element spruitstukdruk aansl. C van het opname element spruitstukdruk aansl. B van het opname element spruitstukdruk aansl. A van het opname element spruitstukdruk Als de storing aanhoudt, voer de volgende controles uit: De afdichting van het inlaatsysteem tussen het smoorklephuis en de cilinderkop moet perfect zijn. Controleer: de staat van het luchtfilter, of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt, de afdichting tussen het smoorklephuis en het inlaatspruitstuk, de afdichting van het opname element spruitstukdruk, de afzuiging van het dampabsorptievat, deze mag niet open blijven staan, de afdichting van circuit van de dampafzuiging, de afdichting van het rembekrachtigercircuit, de afdichting van de turbodrukbegrenzingsklep, de afdichting van de carterventilatie op de cilinderkop, de afdichting tussen het inlaatspruitstuk en de cilinderkop, de afdichting van het uitlaatsysteem, van de cilinderkop tot de katalysator. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_PR421 17B-S
411 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Vdiagnr.: 08 Diagnose - Overzicht van de commando's SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 17B Commando gereedschap Omschrijving diagnoseapparaat SC006 SC007 RZ005 RZ007 AC015 AC017 AC018 AC019 AC027 AC038 AC039 VP020 Starten test OBD: katalysator Starten test OBD: lambda sondes Inlezen Storingsgeheugen Benzinepomprelais Elektroklep dampafzuiging Voorste lambda sonde Verwarming achterste lambda sonde. Gemotoriseerde smoorklep Relais ventilateurmotor lage snelheid Relais ventilateurmotor hoge snelheid Schrijven van het VIN 17B-S
412 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Vdiagnr.: 08 Diagnose - Betekenis van de commando's SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 17B BENZINEPOMPRELAIS AC015 Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Bijzonderheden Tijdens het commando, toont het infoscherm van het instrumentenpaneel "STORING OLIEDRUK". Let niet op deze boodschap en behandel hem ook niet (deze is alleen aanwezig tijdens een actuatorcommando van het inspuitsysteem en is een normaal effect van het systeem). ALS HET RELAIS NIET KLIKT Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de rekeneenheid. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. D1 aansl. 2 van het benzinepomprelais Als de storing nog steeds aanwezig is, neem contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_AC015 17B-S
413 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de commando's 17B AC015 VERVOLG ALS DE POMP NIET DRAAIT Maak de stekker los van de benzinepomp. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer, met contact aan de + 12 V op aansl. 1 van het benzinepomprelais. Als er geen + 12 V is, controleer met het "universele verlengblok", de geleiding van de volgende verbindingen: Benzinepomprelais aansl. 5 Relais onderbreking benzinepomp aansl. 4 aansl. 3 van het relais onderbreking benzinepomp aansl. C1 van de brandstofpomp Als de storing nog steeds aanhoudt, controleer de staat van de tussenstekker R262. Als er, met contact aan, nog steeds geen + 12 V is op de stekker van het benzinepomprelais, controleer de zekering F8 (10A) van het benzinepomprelais. Controleer de massa op aansl. C2 van de t benzinepomp. Als de storing aanhoudt, vervang de benzinepomp. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. 17B-S
414 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de commando's 17B AC017 COMMANDO ELEKTROKLEP DAMPAFZUIGING Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn Bijzonderheden Tijdens het commando, toont het infoscherm van het instrumentenpaneel "STORING OLIEDRUK". Let niet op deze boodschap en behandel hem ook niet (deze is alleen aanwezig tijdens een actuatorcommando van het inspuitsysteem en is een normaal effect van het systeem). Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de elektroklep van het dampabsorptievat. Meet de weerstand van de elektroklep van het dampabsorptievat. Vervang de elektroklep van het dampabsorptievat als de weerstand niet 26 Ω ± 4 Ω bij 23 C is. Controleer, met contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van de elektroklep van de afzuiging van het dampabsorptievat. Als er geen + 12 V is: controleer met het "universele verlengblok" de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid benzine, stekker B, aansl. M2 Aansl. 1 van de elektroklep van het dampabsorptievat Hoofdrelais aansl. 5 Aansl. 1 van de elektroklep van het dampabsorptievat Maak de massakabel van de accu los. Maak de stekker los van de rekeneenheid. Controleer de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid benzine, stekker C, aansl. F2 Aansl. 2 van de elektroklep van het dampabsorptievat Als de storing aanhoudt, vervang de elektroklep. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_AC017 17B-S
415 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de commando's 17B AC027 GEMOTORISEERDE SMOORKLEP BELANGRIJK ga niet met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis. Er mag geen enkele storing aanwezig of in het geheugen zijn. Bijzonderheden Tijdens het commando, toont het infoscherm van het instrumentenpaneel "STORING OLIEDRUK". Let niet op deze boodschap en behandel hem ook niet (deze is alleen aanwezig tijdens een actuatorcommando van het inspuitsysteem en is een normaal effect van het systeem). Zet het contact aan en geef het commando AC027 "gemotoriseerde smoorklep". Als de gemotoriseerde smoorklep niet werkt, raadpleeg dan de betekenis van DF079 "Bekrachtiging gemotoriseerd smoorklephuis". Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_AC027 17B-S
416 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de commando's 17B AC038 RELAIS VENTILATEURMOTOR LAGE SNELHEID Stilstaande motor koelvloeistoftemperatuur > 100 C Airconditioning gevraagd en toegestaan Draaiende motor koelvloeistoftemperatuur > 99 C Bijzonderheden Tijdens het commando, toont het infoscherm van het instrumentenpaneel "STORING OLIEDRUK". Let niet op deze boodschap en behandel hem ook niet (deze is alleen aanwezig tijdens een actuatorcommando van het inspuitsysteem en is een normaal effect van het systeem). Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het relais van de lage snelheid van de ventilateurmotor. Maak het relais los. Controleer de + 12 V op aansl. 3 van de stekker van het relais ventilateurmotor lage snelheid. Maak het relais los. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van het relais ventilateurmotor lage snelheid. Als er geen + 12 V is, controleer met het "universele verlengblok", de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. 1 van het relais ventilateurmotor lage snelheid Hoofdrelais aansl. 5 Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbinding tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. G2 aansl. 2 van het relais ventilateurmotor lage snelheid Sluit het relais weer aan. Controleer de + 12 V op aansl. 5 van de stekker van het relais ventilateurmotor lage snelheid, tijdens het commando AC038 "Relais ventilateurmotor lage snelheid". Vervang het relais indien nodig. Als de storing aanhoudt, controleer met contact aan, de massa op aansl. 2 van het relais ventilateurmotor lage snelheid. Als met contact aan, de rekeneenheid het relais ventilateurmotor hoge snelheid niet met een massa aanstuurt op aansl. 2, neem contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_AC038 17B-S
417 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Betekenis van de commando's 17B AC039 RELAIS VENTILATEUR HOGE SNELHEID Aircodruk > 24 bar Aircodruk > 18 bar + rijsnelheid > 20 km/u Draaiende motor koelvloeistoftemperatuur > 102 C Bijzonderheden Tijdens het commando, toont het infoscherm van het instrumentenpaneel "STORING OLIEDRUK". Let niet op deze boodschap en behandel hem ook niet (deze is alleen aanwezig tijdens een actuatorcommando van het inspuitsysteem en is een normaal effect van het systeem). Controleer de aansluiting en de staat van de stekker van het relais van de ventilateurmotor hoge snelheid. Maak het relais los. Controleer de + 12 V op aansl. 3 van de stekker van het relais ventilateurmotor hoge snelheid. Maak het relais los. Controleer, contact aan, de + 12 V op aansl. 1 van het relais ventilateurmotor hoge snelheid. Als er geen + 12 V is, controleer met het "universele verlengblok", de geleiding van de volgende verbindingen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker B, aansl. M2 aansl. 1 van het relais ventilateurmotor hoge snelheid Hoofdrelais aansl. 5 Controleer/herstel de geleiding en de isolatie van de verbinding tussen: Rekeneenheid inspuitsysteem, stekker C, aansl. J2 aansl. 2 van het relais ventilateurmotor hoge snelheid Sluit het relais weer aan. Controleer de + 12 V op aansl. 5 van de stekker van het relais ventilateurmotor hoge snelheid, tijdens het commando AC039 "Relais ventilateurmotor hoge snelheid". Vervang het relais indien nodig. Als de storing aanhoudt, controleer met contact aan, de massa op aansl. 2 van het relais ventilateurmotor hoge snelheid. Als met contact aan, de rekeneenheid het relais ventilateurmotor hoge snelheid niet met een massa aanstuurt op aansl. 2, neem contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_AC039 17B-S
418 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Klachten 17B Voer eerst een complete controle uit met het diagnoseapparaat. BELANGRIJK ga niet met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis GEEN COMMUNICATIE MET DE REKENEENHEID ZOEKSCHEMA 1 DE MOTOR START NIET ZOEKSCHEMA 2 PROBLEMEN TIJDENS HET STATIONAIR DRAAIEN ZOEKSCHEMA 3 PROBLEMEN TIJDENS HET RIJDEN ZOEKSCHEMA 4 17B-S
419 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Zoekschema's 17B ZOEKSCHEMA 1 Geen communicatie met de rekeneenheid Geen bijzonderheden Probeer het diagnoseapparaat op een auto die geen enkele storing heeft. Controleer of het groene lampje van de sonde brandt. Als er geen communicatie mogelijk is met de tweede auto, raadpleeg dan de paragraaf "Controle van het diagnoseapparaat CLIP". Als er communicatie mogelijk is met de tweede auto, ga dan naar de paragraaf "Controle op de auto". CONTROLE VAN HET DIAGNOSE- APPARAAT "CLIP" Controleer de reinheid en de staat van de contacten van de diagnoseaansluiting die wordt aangesloten op de auto. Controleer de staat van de kabel van de diagnoseaansluiting naar de sonde en de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer de aansluitingen van de sonde. Controleer de staat van de kabel van de sonde naar de "CLIP" en de reinheid en de staat van de aansluitingen. Controleer de reinheid en de staat van de aansluiting van de "CLIP". Als de storing aanhoudt: neem contact op met de technische helpdesk. CONTROLE OP DE AUTO Controleer de spanning van de accu. Controleer de staat en de reinheid van de accuklemmen. Controleer de staat en het vastzitten van de kabel van de + accu naar de veiligheidsen schakeleenheid. Controleer de staat van de massakabel van de accu en de elektrische verbinding met de carrosserie. Controleer de reinheid en de verbinding van de massa-aansluiting van de rekeneenheid van het inspuitsysteem met de carrosserie. Controleer de zekering 30 A van de voeding na contact van de rekeneenheid van het inspuitsysteem en de staat en de reinheid van de contacten. (Vervolg volgende bladzijde.) Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ALP1 17B-S
420 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Zoekschema's 17B ZOEKSCHEMA 1 VERVOLG 1 CONTROLE OP DE AUTO (VERVOLG 1) Controleer met het "universele verlengblok" op de diagnoseaansluiting van de auto de volgende aansluitingen: Aansl. 1 + na contact Aansl Voor contact Aansl. 4 en 5 Massa Rekeneenheid benzine, stekker A, aansl. A3 Als de storing aanhoudt, controleer de staat van de tussenstekker R262. Controleer de geleiding van de communicatielijn "K": Rekeneenheid benzine, stekker A, aansl. B4 Maak de accu en de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Controleer de reinheid en de staat van de stekker van de rekeneenheid. Controleer met het "universele verlengblok" de geleiding van de communicatielijnen "CAN": Rekeneenheid benzine, stekker A, aansl. A4 aansl. 6 Diagnoseaansluiting auto aansl. 14 Diagnoseaansluiting auto aansl. 7 Diagnoseaansluiting auto Als de storing nog steeds aanwezig is, controleer de staat van de tussenstekker (R262). Maak de kabelschoen van de Massa van de rekeneenheid los van de negatieve accupool. Controleer de geleiding en de isolatie van de volgende aansluitingen: Rekeneenheid benzine, stekker C, aansl. L1 Massakabelschoen Rekeneenheid benzine, stekker C, aansl. M1 Massakabelschoen Rekeneenheid benzine, stekker B, aansl. M1 Massakabelschoen Rekeneenheid benzine, stekker B, aansl. L1 Massakabelschoen Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. 17B-S
421 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Zoekschema's 17B ZOEKSCHEMA 1 VERVOLG 2 CONTROLE OP DE AUTO "CLIP" (VERVOLG 2) Controleer met het "universele verlengblok" de isolatie en de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. D4 aansl. 2 van het hoofdrelais Controleer met het "universele verlengblok" de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker B, aansl. M2 aansl. 5 van het hoofdrelais Controleer de staat en werking van de zekering F6 (10A). Controleer met het "universele verlengblok" de geleiding van de volgende verbinding: Rekeneenheid, stekker A, aansl. D1 aansl. 8 van de zekeringhouder Zekeringhouder aansl. 8 aansl. 1 van het benzinepomprelais Als het probleem aanhoudt, neem contact op met de technische helpdesk. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. 17B-S
422 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Zoekschema's 17B ZOEKSCHEMA 2 De motor start niet Voer zoekschema 2 uit na een complete controle met het diagnoseapparaat. (Raadpleeg het betreffende hoofdstuk van het werkplaatshandboek voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden). BELANGRIJK Ga niet met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis Als de startmotor niet inschakelt, kan er een probleem zijn met de startvergrendeling. Voer een diagnose uit van het huis met hulporganen interieur (zie 87G, Huis met hulporganen). Controleer de staat van de accu. Controleer de reinheid, de staat en het vastzitten van de accuklemmen. Controleer de verbinding van de massa van de accu met de carrosserie. Controleer de verbindingen van de + accukabels. Controleer de aansluitingen van de startmotor. Controleer de werking van de startmotor (zie MR 395 Mechanisch, 16A, Starten - laden). Controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer de bevestiging, de reinheid, en de staat van het opname element vliegwiel. Controleer de afstand van het opname element vliegwiel. Controleer de staat van het vliegwiel. Controleer of het luchtfilter niet is vervuild. Controleer of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt. Controleer of er wel benzine in de tank zit (tankelement defect). Controleer of de tankventilatie niet verstopt is. Controleer of de brandstof van de juiste soort is. Controleer of het benzinecircuit niet lekt, van de tank tot aan de inspuitstukken. Controleer of er geen slang is dichtgeknepen (vooral na een demontage). de benzinedruk en -opbrengst. Controleer de werking en de afdichting van de inspuitstukken. Controleer of het uitlaatsysteem en de katalysator niet verstopt zijn. Controleer de afstelling van de distributie. Controleer de compressies van de motor. Controleer de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ALP2 17B-S
423 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Zoekschema's 17B ZOEKSCHEMA 3 Probleem tijdens stationair draaien Voer zoekschema 3 uit na een complete controle met het diagnoseapparaat. (Raadpleeg het betreffende hoofdstuk van het werkplaatshandboek voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden). BELANGRIJK ga niet met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis Controleer, met de oliepeilstaaf, of het oliepeil niet te hoog is. Controleer de afdichting van het inlaatsysteem, van de smoorklep tot de cilinder. Controleer of de afzuiging van de dampafzuiging goed is aangesloten en niet blijft open staan. Controleer of het circuit van de dampafzuiging niet lekt. Controleer of het circuit naar de rembekrachtiger niet lekt. Controleer of het circuit van de carterventilatie niet lekt (spruitstuk/cilinderkop). Controleer of er geen lekkage is bij het opname element spruitstukdruk. Controleer of er geen lekkage is bij het opname element luchttemperatuur. Controleer of het luchtfilter niet is vervuild. Controleer of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt. Controleer of het smoorklephuis niet is vervuild. Controleer de reinheid en de staat van de penbobines en van de stekkers ervan. Controleer de elektrische weerstand van de secondaire circuits van de penbobines. Controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer de bevestiging, de reinheid, en de staat van het opname element vliegwiel. Controleer de afstand van het opname element vliegwiel. Controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel. Controleer of de tankventilatie niet verstopt is. Controleer of de brandstof van de juiste soort is. Controleer of het benzinecircuit niet lekt, van de tank tot aan de inspuitstukken. Controleer of er geen slang is dichtgeknepen (vooral na een demontage). de benzinedruk en -opbrengst. Controleer de werking van de inspuitstukken. Controleer of het uitlaatsysteem en de katalysator niet verstopt zijn. Controleer de afstelling van de distributie. Controleer de compressies van de motor. Controleer de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ALP3 17B-S
424 SAGEM 3000 Programmanr.: AC52 Vdiagnr.: 08 BENZINE-INSPUITSYSTEEM Diagnose - Zoekschema's 17B ZOEKSCHEMA 4 Probleem tijdens het rijden Voer zoekschema 4 uit na een complete controle met het diagnoseapparaat. (Raadpleeg het betreffende hoofdstuk van het werkplaatshandboek voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden). BELANGRIJK ga niet met de auto rijden zonder eerst gecontroleerd te hebben of de rekeneenheid geen storing heeft met betrekking tot het smoorklephuis Controleer, met de oliepeilstaaf, of het oliepeil niet te hoog is. Controleer de reinheid en de staat van de penbobines en van de stekkers ervan. Controleer de elektrische weerstand van de secondaire circuits van de penbobines. Controleer de staat en het juiste type van de bougies. Controleer de bevestiging, de reinheid, en de staat van het opname element vliegwiel. Controleer de afstand van het opname element vliegwiel. Controleer de reinheid en de staat van het vliegwiel. Controleer of het luchtfilter niet is vervuild. Controleer of het luchtinlaatcircuit niet is verstopt. Controleer of het smoorklephuis niet is vervuild. Controleer de afdichting van het inlaatsysteem, van de smoorklep tot de cilinder. Controleer of de afzuiging van de dampafzuiging goed is aangesloten en niet blijft open staan. Controleer of het circuit van de dampafzuiging niet lekt. Controleer of het circuit naar de rembekrachtiger niet lekt. Controleer of het circuit van de carterventilatie niet lekt (spruitstuk/cilinderkop). Controleer of er geen lekkage is bij het opname element spruitstukdruk. Controleer of er geen lekkage is bij het opname element luchttemperatuur. Controleer of de tankventilatie niet verstopt is. Controleer of de brandstof van de juiste soort is. Controleer of het benzinecircuit niet lekt, van de tank tot aan de inspuitstukken. Controleer of er geen slang is dichtgeknepen (vooral na een demontage). de benzinedruk en -opbrengst. Controleer de werking van de inspuitstukken. Controleer of het uitlaatsysteem en de katalysator niet verstopt zijn. Controleer de afstelling van de distributie. Controleer de compressies van de motor. Controleer de hydraulische klepstoters als de nokkenas lawaai maakt. Voer de conformiteitscontrole opnieuw uit vanaf het begin. S3000_V08_ALP4 17B-S
Elektrische installatie
Elektrische installatie Vdiagnr.: 09, 08 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Configuratie en inleren - 7 Diagnose - Conformiteitscontrole - 8 Diagnose - Overzicht van de staten - 9 Diagnose - Betekenis
Chassis 36B ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING
Chassis DAE Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 9 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose
Elektrische installatie
Elektrische installatie VERLICHTING VOORZIJDE INSTRUMENTEN - DASHBOARD TELEFOON MULTIMEDIA ZEKERINGPLAAT INTERIEUR PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM AIRBAG EN GORDELSPANNERS JANUARI 2005 EDITION NEERLANDAISE
Airconditioning GEREGELDE AIRCONDITIONING FEBRUARI 2005 EDITION NÉERLANDAISE
Airconditioning FEBRUARI 2005 EDITION NÉERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op
Motor en randorganen
Motor en randorganen GAS 3000 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Vervangen van organen - 12 Diagnose - Configuratie en inleren - 13 Diagnose - Overzicht van de storingen
Elektrische installatie
Elektrische installatie INSTRUMENTEN - DASHBOARD Diagnose - Inleiding - 1 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 13 Diagnose - Vervangen van organen - 15 Diagnose
Chassis 38C ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN
Chassis ABS BOSCH 8.0 Diagnose - Inleiding - 1 Diagnose - Werking van het systeem - 8 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 9 Diagnose - Vervangen van organen - 10 Diagnose - Configuratie en inlezen -
Motor en randorganen
Motor en randorganen INSPUITSYSTEEM SIM 32 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 13 Diagnose - Vervangen van organen - 17 Diagnose - Configuratie
Elektrische installatie
Elektrische installatie Programmanr.: 522 Afkortingen - 1 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 12 Diagnose - Vervangen van organen - 13
Elektrische installatie
Elektrische installatie Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Vervangen van organen - 8 Diagnose - Configuratie en inlezen - 9 Diagnose - Overzicht van de storingen - 10-11 Diagnose - Behandeling van de
Elektrische installatie
Elektrische installatie Vdiagnr. : 08-09 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Configuratie en inleren - 10 Diagnose - Overzicht van de storingen - 16 Diagnose - Betekenis
Motor en randorganen
Motor en randorganen Inspuitsysteem DCM 1.2 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Reinheidsvoorschriften - 7 Diagnose - Werking van het systeem - 9 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 17 Diagnose - Vervangen
Elektrische installatie
Elektrische installatie Programmanr.: 522 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 8 Diagnose - Vervangen van organen - 10 Diagnose - Configuratie
Elektrische installatie
Elektrische installatie XENONLAMPEN STARTVERGRENDELING INSTRUMENTEN - DASHBOARD SNELHEIDSREGELAAR ZEKERINGPLAAT INTERIEUR REGELING VAN DE PORTIEREN ELEKTRISCHE RUITBEDIENING - OPEN DAK PARKEERHULP MULTIPLEXSYSTEEM
Motor en randorganen
Motor en randorganen Injection EMS 31.32 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Werking van het systeem - 7 Diagnose - Conformiteitscontrole - 22 Diagnose - Aansluiting rekeneenheid - 23 Diagnose - Vervangen
6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 62A
6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen
Airconditioning GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING JANUARI 2005 EDITION NEERLANDAISE
Airconditioning HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING NUARI 2005 EDITION RLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische
Motor en randorganen
Motor en randorganen EMS 3134 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Lijst en plaats van de elementen - 8 Diagnose - Rol van de elementen - 13 Diagnose - Prestatie - 15 Diagnose- noodprogramma's - 21 Diagnose
Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2001
Algemeen INTRODUCTIE STORING ZOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V 77 11 311 204 DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,
Airconditioning STANDKACHEL GEREGELDE AIRCONDITIONING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0P - BJ0V - BJ0M JUNI 2005 EDITION NEERLANDAISE. Renault s.a.s.
Airconditioning STANDKACHEL BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0P - BJ0V - BJ0M 77 11 311 284 JUNI 2005 EDITION RLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,
Chassis AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN JULI 2005 EDITION NEERLANDAISE
Chassis AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN JULI 2005 EDITION NEERLANDAISE "De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt
CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING STUURBEKRACHTIGING AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V
Chassis CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING STUURBEKRACHTIGING AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V 77 11 311 264 Editie 2 - DECEMBER 2001 EDITION
MOTORMANAGEMENT BENZINEMOTOREN
Elektrische functie printen MOTORMANAGEMENT BENZINEMOTOREN 147 MOTORMANAGEMENT BENZINEMOTOREN - Beschrijving Een elektronisch systeem bewaakt en regelt alle parameters van de motor voor optimale prestaties
0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 01A 01D 02A 04A 04B
0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 01D MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN 04A SMEERMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
Kit code: KT XTI Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor:
Kit code: KT XTI 9580 Configuratie: 750 Kit inhoud: Aantal Code Omschrijving 1 FO8RAPID XTI Module Rapid XTI 1 FRCT06D Draadboom Rapid XTI Geschikt voor: Fabrikant Fendt Fendt LET OP!! Model 714, 716,
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager - Technisch
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G10 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE RUITENWISSERS Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf
INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41
INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41 MKR41 HI-SEC DEZE KIT BESTAAT UIT: 1. Elektronische module met een startonderbrekingssysteem, knipperlichtsignalering, aansluitingen voor alle typen deurvergrendeling en
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
OVERZICHT VAN DE ORGANEN
101 AANSTEKER 103 DYNAMO 104 STARTSCHAKELAAR 105 ELEKTROMAGNETISCHE CLAXON 107 ACCU 118 REKENEENHEID ABS 120 REKENEENHEID INSPUITSYSTEEM 123 SCHAKELAAR PORTIERVERGRENDELING 125 SCHAKELAAR ALARMKNIPPERLICHTEN
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR FILIALEN / IMPORTEURS CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager,
0 Algemeen HEFMIDDELEN CARROSSERIE INNOVATIES X91 02A 02B
0 Algemeen HEFMIDDELEN 02B CARROSSERIE INNOVATIES X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de
Motor start niet. Startmotor defect Batterij leeg Elektrische aansluiting(en) defect. Startinrichting werkt niet
Motor start niet Startinrichting werkt niet Startmotor defect Batterij leeg Elektrische aansluiting(en) defect Motor draait te langzaam om aan te slaan Motor draait voldoende snel maar slaat niet aan Zie
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 35 AFTER SALES SERVICE CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
Adaptieve cruise control (ACC)
WERKINGSPRINCIPE WAARSCHUWING De adaptieve cruise control is geen systeem ter waarschuwing of preventie van aanrijdingen. Bovendien zal de adaptieve cruise control het volgende niet detecteren: stilstaande
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G05 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE CENTRALE VERGRENDELING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076)
Kit code: KT XTI 9980. Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor:
Kit code: KT XTI 9980 Configuratie: 751 Kit inhoud: Aantal Code Omschrijving 1 FO8RAPID XTI Module Rapid XTI 1 FRCT04D Draadboom Rapid XTI Geschikt voor: Fabrikant Model LET OP!! Case NewHolland Maxxum
Kit code: KT XTI Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor: T7.170_185_200_210_220_235_250_260_270 Tier 4A
Kit code: KT XTI 8480 Configuratie: 742 Kit inhoud: Aantal Code Omschrijving 1 FO8RAPID XTI Module Rapid XTI 1 FRCT06B Draadboom Rapid XTI Geschikt voor: Fabrikant New Holland Model T7.170_185_200_210_220_235_250_260_270
Instructiehandleiding
NL Instructiehandleiding Bedieningspaneel PU-5 Voor de luchtverwarmer PLANAR Ver.1.0.0.1/24 Inleiding. Deze handleiding is een onderdeel voor de luchtverwarmer PLANAR.deze bevat de informatie voor gebruikers
INTELLISTART 4 INSTALLATIE
Standaard mogelijkheden van de IntelliStart 4. INTELLISTART 4 INSTALLATIE Op afstand starten voor automaten en handgeschakelde auto's tevens ook geschikt voor diesels Automatisch starten bij lage accu
1 Motor en randorganen
1 Motor en randorganen 10A MOTORBLOK EN ONDERZIJDE 11A CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE 12A MENSELSAMENSTELLING 13B DIESELINSPUITSYSTEEM 13C VOORVERWARMING 16A STARTEN - LADEN 17A ONTSTEKING 17B BENZINE-INSPUITSYSTEEM
Kit code: KT XTI Configuratie: Kit inhoud: Geschikt voor:
Kit code: KT XTI 9680 Configuratie: 749 Kit inhoud: Aantal Code Omschrijving 1 FO8RAPID XTI Module Rapid XTI 1 FRXTI01 Draadboom Rapid XTI Geschikt voor: Fabrikant Massey Ferguson Valtra LET OP!! Model
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G01 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE VERLICHTING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406 (vanaf
Gebruiksaanwijzing Vloeistof stand kachels BINAR-5S BINAR-5S diesel BINAR-5S.24 diesel
NL Gebruiksaanwijzing Vloeistof stand kachels BINAR-5S BINAR-5S diesel BINAR-5S.24 diesel 1 Beste klanten, Bedankt voor uw keuze! We hebben alles gedaan om te zorgen dat dit product voldoet aan uw eisen
X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht brandt (met waarschuwingstoon) bij ingeschakelde ontsteking: Gordel omdoen, zie pagina 33.
Instrumenten verklikkerlichten De verklikkerlichten die hier staan vermeld, zijn niet in alle auto s aanwezig. Deze beschrijving geldt voor alle instrumentenuitvoeringen. X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht
Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-V4T-01. Tuning-kit voor Tractoren
Tractor Rapid-kit inbouw instructies Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-V4T-01 Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop
Roetdeeltjesfilter. Handleiding 12.07 - 08.10 DFG 316-320. DFG 316s-320s DFG 425-435 DFG 425s-435s
Roetdeeltjesfilter 12.07 - Handleiding H 51098687 DFG 316-320 08.10 DFG 316s-320s DFG 425-435 DFG 425s-435s Voorwoord Voor een veilig gebruik van het interne transportmiddel is kennis nodig, die u in deze
MK99 NL AUTOMATISCH IN WERKING TREDENDE STARTONDERBREKER MET ELEKTRONISCHE SLEUTEL EN OVERRIDE NOODCODE
MK99 NL AUTOMATISCH IN WERKING TREDENDE STARTONDERBREKER MET ELEKTRONISCHE SLEUTEL EN OVERRIDE NOODCODE Met de startonderbreker MK99 kunnen twee automatisch in werking tredende startonderbrekingen plaatsvinden
Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-07. Tuning-kit voor Tractoren
Tractor Rapid-kit inbouw instructies Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-07 Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur
CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager
0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH HEFMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 01A 02A 04B 05A
0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 02A HEFMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN 05A OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 DECEMBER 2004 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven
Montagehandleiding ZT-50 N Vacuum Cruise Control
Montagehandleiding ZT-50 N Vacuum Cruise Control ZT-50N Cruise Control Bedieningsfuncties Aanzetten : Snelheid verlagen : Zet de On/Off knop op On. Inschakelen : Let op! Zodra de Cruise Control niet gebruikt
Prakticum Veiligheid
Prakticum Veiligheid 1 Opdracht: Airbagsysteem controleren met de VAG 1551 (Deze opdracht is gemaakt voor een Seat Leon, uitgevoerd met een TDI 1.9 AHF motor, zoals deze op het Mondriaan College aanwezig
Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-HVD. Tuning-kit voor Tractoren
Tractor Rapid-kit inbouw instructies Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-HVD Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G08 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE MOTOROLIENIVEAUMETER Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307
ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000
INFOTEC AP/TAVG/MMXP/MUX BEVESTIGING DIAGNOSE BSI ELEKTRISCHE INSTALLATIE BI-VAN CAN COM2000 G12 CONTROLEPROCEDURE VAN DE FUNCTIE AIRCONDITIONING Toepassing bij PEUGEOT 206 (vanaf DAM-nr. 9076) 307 406
Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op we
Type I Type II (Inclusief CO ) WERKINGSPRINCIPE CHILLER 0 www.bravilor.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,
Duurzaam rijden, samen met ECOdrive
Duurzaam rijden, samen met ECOdrive Beknopte gebruiksaanwijzing Algemene versie 07-2014 Introductie Het duurzaam ondernemen wordt steeds belangrijker. Veel bedrijven zijn verplicht CO 2 -doelstellingen
2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 23A 29A
2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens
COMPACTE DRAADLOZE SCHAKELAAR
START-LINE ACC-2300 GEBRUIKERSHANDLEIDING Item 70181 Versie 5.0 Op www.klikaanklikuit.nl vindt u altijd de meest recente gebruiksaanwijzingen COMPACTE DRAADLOZE SCHAKELAAR Lees deze eenvoudige instructies.
Bedieningen Dutch - 1
Bedieningen 1. Functieschakelaar Cassette/ Radio/ CD 2. Golfband schakelaar 3. FM antenne 4. CD deur 5. Schakelaar om zender af te stemmen 6. Bass Boost toets 7. CD skip/ voorwaarts toets 8. CD skip/ achterwaarts
I-FLUX 200 INLAATSYSTEEM REINIGER VOOR BENZINE- EN DIESELMOTOREN MET EGR KLEP GEBRUIKSAANWIJZING VOOR PROFESSIONEEL GEBRUIK
I-FLUX 200 INLAATSYSTEEM REINIGER VOOR BENZINE- EN DIESELMOTOREN MET EGR KLEP GEBRUIKSAANWIJZING VOOR PROFESSIONEEL GEBRUIK 2.2018 1. Voorbereiding van de I-FLUX 200 Open de vuldop van het toestel en giet
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur
CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager
De RENAULT ONDERHOUDSBEURT
Pagina 5. De Renault onderhoudsbeurt 6. Motor 7. Benzine en dieselmotor / roetfilter 8. Turbo & intercooler 9. Smeersysteem 10. Koelvloeistof systeem 11. In- & uitlaatsysteem 12. Aandrijflijn 13. Handgeschakelde
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur
CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager
MD35 Aansluitschema Onderdeel nr:
MD35 Aansluitschema Onderdeel nr: 01-01-01-0007 Versie 1.01 1 Inhoud pagina. 1 Pin uitgangen... 4 2 Aansluiting MD35... 6 2.1 Opmerkingen...7 2.2 Specificatie...8 2.2.1 Zekeringen... 8 2.2.2 Kabel diktes...
Naam:.. Klas: Datum:..
Naam:.. Klas: Datum:.. Vragen over motoren: 1 Wat is een rootscompressor? Een Roots type supercharger of Rootsblower vindt zijn toepassing in auto's en vrachtwagens in alternatief van een turbolader. Een
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Servicemanager - Technisch Specialist / Onderhoudstechnicus
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager - Technisch
Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-V4T-00. Tuning-kit voor Tractoren
Tractor Rapid-kit inbouw instructies Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-V4T-00 Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop
COMPACTE DRAADLOZE SCHAKELAAR
START-LINE ACC-3500 GEBRUIKERSHANDLEIDING Item 70198 Versie 1.0 Op www.klikaanklikuit.nl vindt u altijd de meest recente gebruiksaanwijzingen COMPACTE DRAADLOZE SCHAKELAAR Lees deze eenvoudige instructies.
Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-08. Tuning-kit voor Tractoren
Tractor Rapid-kit inbouw instructies Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-08 Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop
GT909NL. Gebruikershandleiding
GT909NL Gebruikershandleiding Rhodelta b.v. Escudostraat 2 2991 XV Barendrecht Tel. +31 102927461 Fax + 31 104795755 www.rhodelta.nl [email protected] 1.0 HANDZENDER OMSCHRIJVING GT889 GT969CH GT889: handzender
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AC / QCAV / MTD FILIALEN / IMPORTEURS / DR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA2-2300R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA2-2300R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS A C B 1 2 1 2 G D E A: LED-indicator B: Kinderbeveiliging C: LED-indicator D: Aan/uit-toetsen E: Groeptoets (kanaal 1 en
Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-09. Tuning-kit voor Tractoren
Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-LPT-09 Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop devolgendepaginavindtu:
De voorkant. De zijkant. De banden
Controlepunten: De voorkant De verlichting moet heel zijn en werken (de werking van de verlichting, remlichten en richtingaanwijzers kan voor je gaat rijden gecontroleerd worden door de examinator) De
Probleemoplossingsgids
NL Probleemoplossingsgids BF115D, BF135A, BF150A Inhoud *Tik of klik op de relevante uitgave. - Controlelampje gaat aan / uit - Motor start niet - Motor stopt na te zijn gestart / Motor stopt terwijl deze
Integratie van Net2 met een inbraakalarmsysteem
Integratie van met een inbraakalarm Overzicht kan controleren of het inbraakalarm in of uit geschakeld is. Als het alarm aan staat zal alleen toegang verlenen aan gebruikers die gemachtigd zijn om het
KIT OVO. De automatisering moet worden onderworpen aan onderhoud op een regelmatige basis om een goede werking te garanderen.
Onderhoud De automatisering moet worden onderworpen aan onderhoud op een regelmatige basis om een goede werking te garanderen. 01. OVO vergt gepland onderhoud om de 6 maanden of 3000 manoeuvres na eerdere
Tractor Rapid-kit inbouw instructies. Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-DSI-00. Tuning-kit voor Tractoren
Tractor Rapid-kit inbouw instructies Handleiding voor het inbouwen en aansluiten van: Rapid KT-DSI-00 Tuning-kit voor Tractoren DezehandleidingvindtuinKLEURop: WWW.TERLOUWTUNING.NL Rechtsstaat.Ditkuntuaanklikkenenop
INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844)
1 INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844) Hartelijk dank voor het kiezen van een GT produkt. Onze materialen zijn met uiterste zorg gefabriceerd en getest. Mocht U vragen over onze produkten hebben, dan
Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A
SERVICE MEDEDELING Edition néerlandaise (wit) SAFRANE JANUARI 1997 77 11 192 134 Type B 54 L, F 2697A Service 0422 S/Chapitre 29 Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A 29 BIJZONDERHEDEN
De voorkant. De zijkant. De banden
Controlepunten: In deze handleiding vind je de specifieke voertuigkenmerken van de Suzuki Swift. Algemene dingen kun je in je Ris praktijkboek vinden. Dus hier kun je b.v. vinden met welk knopje je de
START SET DRAADLOOS SCHAKELEN
START-LINE GEBRUIKERSHANDLEIDING Op www.klikaanklikuit.nl vindt u altijd de meest recente gebruiksaanwijzingen Lees deze eenvoudige instructies. Bij onjuiste installatie vervalt de garantie op dit product.
HANDLEIDING airco diagnose gereedschap A/C Vloeistof Check artikelnummer: 501175 (complete set)
HANDLEIDING airco diagnose gereedschap A/C Vloeistof Check artikelnummer: 501175 (complete set) 1.0 Voorwoord 1) Deze handleiding richt zich tot de airco monteur, die door opleiding, of door speciale training,
Zekeringen en Relais
HUIS MET HULPORGANEN INTERIEUR (64) plaats Deze plaat bevindt zich in de linker bovenkant van het dashboard. Zekeringsymbolen 0 A 0 A 0 A 0 A A 0 A A 7, A A 0 A 0 A A A A 0 A 0 A 0 A 0 A A 7, A 0 A 0 A
Verwarming en ventilatie
Verwarming en ventilatie BEDIENINGSELEMENTEN 1. Temperatuurregeling. Afzonderlijk instelbaar voor de bestuurder en de passagier voorin. 2. Programma voor maximaal ontdooien. 3. Luchtverdeling. In de geselecteerde
GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding
GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding Rho-Delta b.v. Escudostraat 2 2991 XV Barendrecht Tel. +03110-4795755 Fax. +03110-2927461 www.rhodelta.nl [email protected] - OMSCHRIJVING De GT-912 /GT-913/GT-914
Zekeringen en Relais
INHOUD ZEKERINGPLAAT INTERIEUR (1016) 2 ZEKERINGHOUDERMODULES 1 en 2 (1792-1793) 6 RELAISPLAAT INTERIEUR (602-805-2375) 8 RELAIS NA CONTACT (853) 10 REKENEENHEID INTERIEUR (645) 11 TRACTIEBATTERIJ (938)
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR. Citroën Distributeur Nieuwe Auto's. - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties. Citroën Erkend Reparateur
CITROËN INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR LEXIA PROXIA CD 29 AFTER SALES SERVICE Citroën Distributeur Nieuwe Auto's - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties Citroën Erkend Reparateur - Servicemanager
Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889.
COBRA 889 INLEIDING Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889. De belangrijkste vernieuwing in deze 889-serie bestaat uit het systeem, dat de herkenningscode van de afstandsbediening
Montagevoorschriften
Montagevoorschriften BCU Mont_BCU1_NL.Doc 1/9 Inhoudsopgave 1. Montage van de onderdelen... 3 2. Aansluitingen van de 8 polige stekker... 3 3. Aansluitingen van de 10 polige stekker... 4 4. Opstarten...
FP400-serie. Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen. Gebruikershandleiding
FP400-serie Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen Gebruikershandleiding Versie 2.3 / Juni 2004 Aritech is een merknaam van GE Interlogix. http://www.geindustrial.com/ge-interlogix/emea
Hoofdbediening CO 2. RF en Uitbreidingssensor CO 2. RF Handleiding voor de gebruiker. Verwarming Koeling Ventilatie Filtering
Hoofdbediening RF en Uitbreidingssensor RF Handleiding voor de gebruiker In de Kasbah geplaatst in het voorjaar 2015 Verwarming Koeling Ventilatie Filtering www.dekasbah.nl Inhoudsopgave 1. Introductie
Starten en rijden STUURSLOT
Rijden en bedienen Starten en rijden STUURSLOT H3584 Stuurslot loszetten Steek de contactsleutel GEHEEL in het contactslot en draai die naar stand 'I'. Het is mogelijk dat het stuurwiel iets moet worden
InteGra Gebruikershandleiding 1
InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.
LCD scherm va LCD scherm
scherm 1. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica
INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR
CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch
