Hoofdstuk 1 - Eigenschappen

Vergelijkbare documenten
Hoofdstuk 1 - Eigenschappen

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde

Uitwerkingen Rekenen met cijfers en letters

Rekenen met cijfers en letters

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

3.1 Haakjes wegwerken [1]

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

Willem van Ravenstein

5.1 Herleiden [1] Herhaling haakjes wegwerken: a(b + c) = ab + ac (a + b)(c + d) = ac + ad + bc + bd (ab) 2 = a 2 b 2

1 Rekenen met gehele getallen

Wiskunde klas 3. Vaardigheden. Inhoudsopgave. 1. Breuken Gelijksoortige termen samennemen Rekenen met machten Rekenen met wortels 4

1.1 Rekenen met letters [1]

Tussenhoofdstuk - oplossen tweedegraads vergelijkingen

Rekenen met letters deel 2

Producten, machten en ontbinden in factoren

Rekenen met letters- Uitwerkingen

De wissel-eigenschap voor vermenigvuldigen Vermenigvuldigen kan in omgekeerde volgorde gebeuren, want voor ieder paar getallen a enbgeldt: a b=b a.

kwadratische vergelijkingen

Basisvaardigheden algebra. Willem van Ravenstein Den Haag

2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen ( 15 x 3 = 45

inhoudsopgave juni 2005 handleiding haakjes 2

Wortels met getallen en letters. 2 Voorbeeldenen met de (vierkants)wortel (Tweedemachts wortel)

Rekenvaardigheden voor klas 3 en 4 VWO

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12

Kernbegrippen Handig met getallen 1, onderdeel Bewerkingen

3.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.

14.1 Vergelijkingen en herleidingen [1]

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen ( 15 x 3 = 45

ProefToelatingstoets Wiskunde B

Veeltermen. Module Definitie en voorbeelden. Een veelterm met reële coëfficiënten in één veranderlijke x is een uitdrukking van de vorm

Rekenen aan wortels Werkblad =

Extra oefeningen hoofdstuk 2: Natuurlijke getallen

handleiding formules

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

Tips Wiskunde Kwadratische vergelijkingen: een uitgebreid stappenplan

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

Ontbinden in factoren. Wisnet-HBO update sept. 2008

breuken 1.0 Inleiding 1.1 Natuurlijke getallen

WISNET-HBO. update aug. 2011

2 Noordhoff Uitgevers bv

Kameel 1 basiskennis algebra

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

Dossier 4 VECTOREN. Dr. Luc Gheysens. bouwstenen van de lineaire algebra

inhoudsopgave januari 2005 handleiding algebra 2

Hoofdstuk 11 - formules en vergelijkingen. HAVO wiskunde A hoofdstuk 11

logaritmen WISNET-HBO update jan Zorg dat je het lijstje met rekenregels hebt klaarliggen als je met deze training begint.

1.3 Rekenen met pijlen

Algebra, Les 18 Nadruk verboden 35

Zomercursus Wiskunde. Module 1 Algebraïsch rekenen (versie 22 augustus 2011)

Vector-en matrixvergelijkingen. Figuur: Vectoren, optellen

Hoofdstuk 1 - Inleiding hogere machtsverbanden

Hoofdstuk 1. Inleiding. Lichamen

1 Hele getallen. Rekenen en wiskunde uitgelegd Kennisbasis voor leerkrachten basisonderwijs. Uitwerkingen van de opgaven bij de basisvaardigheden

Afbeelding 12-1: Een voorbeeld van een schaakbord met een zwart paard op a4 en een wit paard op e6.

Basiskennis van machten WISNET-HBO. update juli 2007

Kerstvakantiecursus. wiskunde B. Voorbereidende opgaven VWO. Haakjes. Machten

Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar

Breuken met letters WISNET-HBO. update juli 2013

Hieronder zie je hoe dat gaat. Opgave 3. Tel het aantal routes in de volgende onvolledige roosters van linksboven naar rechtsonder.

2. Optellen en aftrekken van gelijknamige breuken

Wortels met getallen. 2 Voorbeeldenen met de vierkantswortel (Tweedemachts wortel)

7 De getallenlijn = -1 = Nee = 0 = = = 7 -7 C. -2 a 1 b 4 = a b -77 = -10

Min maal min is plus

Breuken in de breuk. 1 Breuken vermenigvuldigen en delen (breuken in de breuk)

Voorkennis getallenverzamelingen en algebra. Introductie 213. Leerkern 214

Noorderpoortcollege school voor MBO Stadskanaal. Reader. Wiskunde MBO Niveau 4 periode 3. M. van der Pijl. Transfer Database

Getallen 2. Doelgroep Rekenen en Wiskunde Getallen 2

H1 Haakjes wegwerken, ontbinden in factoren

7.1 Grafieken en vergelijkingen [1]

16.2 TREK AF VAN. Hoofdstuk 16 HAAKJES VWO. 8 a 16.0 INTRO. 1 b De uitkomsten zijn allemaal 3. c (n + 1)(n 1) (n + 2)(n 2) = 3

16.2 TREK AF VAN. Hoofdstuk 16 HAAKJES VWO. 8 a 16.0 INTRO. 1 b De uitkomsten zijn allemaal 3. c (n + 1)(n 1) (n + 2)(n 2) = 3

3.2 Basiskennis De getallenlijn Symbolen, tekens en getallen. 92 Algebra. Inhoofdstuk1zijnaandeordegeweest: Het=teken. =staat.

VAKANTIEWERK WISKUNDE

Hoofdstuk 2 - Gebroken functies

Kernbegrippen Kennisbasis wiskunde Onderdeel breuken

3.1 Kwadratische functies[1]

Antwoordmodel - Kwadraten en wortels

LES: Getallenmuurtje 2

Hoofdstuk 2 - Gebroken functies

Getallen 2. Doelgroep Rekenen en Wiskunde Getallen 2. Omschrijving Rekenen en Wiskunde Getallen 2

LES: Getallenmuurtje. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Kies twee blokjes (zie p. 5) potlood en gum AFBEELDING SPELLETJE

INHOUDSTABEL. 1. BEWERKINGEN MET RATIONALE GETALLEN (fiche 1) a. TEKENREGELS (fiche 2a)... 5

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules

Vergelijkingen met breuken

Goed aan wiskunde doen

OPLOSSINGEN VAN DE OEFENINGEN

9 a met: 100 (a+b) ; zonder: 100 a b b 100 (a+b) = 100 a b. 10 a met: 24 (a b) ; zonder: 24 a + b b 24 (a b) = 24 a + b. 11 a 90 a b 90 + a

Transformaties Grafieken verschuiven en vervormen

Algebra groep 2 & 3: Standaardtechnieken kwadratische functies

Statistiek: Het sommatieteken. 25 oktober dr. Brenda Casteleyn

Te kennen leerstof wiskunde voor het toelatingsexamen graduaten. Lea De Bie

Noordhoff Uitgevers bv

Matrixoperaties. Definitie. Voorbeelden. Een matrix is een rechthoekig array van getallen, die kentallen of elementen heten.

handleiding vergelijkingen

Transcriptie:

Wiskunde Leerjaar 2 - periode 2 Rekenen met letters Hoofdstuk - Eigenschappen De commutatieve eigenschap. Tel de volgende getallen bij elkaar op: Maakt het uit in welke volgorde je twee getallen bij elkaar optelt? Kun je nu zeggen dat in het algemeen geldt: a + b = b + a? 2. Trek de volgende getallen van elkaar af: Maakt het uit in welke volgorde je twee getallen van elkaar acrekt? Kun je nu zeggen dat in het algemeen geldt: a b = b a? 3. Vermenigvuldig de volgende getallen met elkaar: 2 + 3 =... 3+ 2 =... 6 + 8 =... 8 + 6 =... 5+ 20 =... 20 +5 =... 2 3 =... 3 2 =... 6 8 =... 8 6 =... 5 20 =... 20 5 =... 2 3 =... 3 2 =... 6 8 =... 8 6 =... 208 H.J. Riksen! Maakt het uit in welke volgorde je twee getallen met elkaar vermenigvuldigt? Kun je nu zeggen dat in het algemeen geldt: a b = b a? 4. Deel de volgende getallen door elkaar: 0 20 =... 20 0 =... 0 2 =... 2 0 =... 2 4 =... 4 2 =... 00 20 =... 20 00 =... Maakt het uit in welke volgorde je twee getallen door elkaar deelt? Kun je nu zeggen dat in het algemeen geldt: a b = b a? 5. Als de volgorde van de getallen in de bewerking NIET uitmaakt, dan is de bewerking commutaoef. Geef hieronder aan of de bewerkingen wel/niet commutaoef zijn. De bewerking optellen is wel/niet commutaoef. De bewerking acrekken is wel/niet commutaoef. De bewerking vermenigvuldigen is wel/niet commutaoef. De bewerking delen is wel/niet commutaoef. a + b = b + a a b = b a De commuta*eve eigenschap

De associatieve eigenschap 6. Reken deze opgaven uit: ( 2 + 3) + 4 =... 2 + ( 3+ 4) =... ( 6 + 8) + 9 =... 6 + ( 8 + 9) =... Maakt het uit waar je de haakjes plaatst in een optelling van drie getallen? Kun je nu zeggen dat in het algemeen geldt: a + b? ( ) + c = a + ( b + 7. Reken deze opgaven uit: ( 2 6) 4 =... 2 ( 6 4) =... ( 6 5) 3 =... 6 ( 5 3) =... Maakt het uit waar je de haakjes plaatst in een acreksom van drie getallen? Kun je nu zeggen dat in het algemeen geldt: a b? ( ) c = a ( b 8. Reken deze opgaven uit: ( 2 3) 4 =... 2 ( 3 4) =... ( 6 8) 9 =... 6 ( 8 9) =... Maakt het uit waar je de haakjes plaatst in een vermenigvuldiging van drie getallen? Kun je nu zeggen dat in het algemeen geldt: a b? ( ) c = a ( b 9. Reken deze opgaven uit: ( 2 6) 2 =... 2 ( 6 2) =... ( 00 0) 5 =... 00 ( 0 5) =... Maakt het uit waar je de haakjes plaatst in een deelsom van drie getallen? Kun je nu zeggen dat in het algemeen geldt: a b? ( ) c = a ( b 0. Als het NIET uitmaakt waar de haakjes staan in een bewerking van meerdere getallen, dan is de bewerking associaoef. Geef hieronder aan of de bewerkingen wel/niet commutaoef zijn. De bewerking optellen is wel/niet associaoef. De bewerking acrekken is wel/niet associaoef. De bewerking vermenigvuldigen is wel/niet associaoef. De bewerking delen is wel/niet associaoef. ( a c = a ( b ( a + + c = a + ( b + De associa*eve eigenschap 208 H.J. Riksen!2

De distributieve eigenschap. Reken deze opgaven uit: Als je een getal vermenigvuldigt met een optelling tussen haakjes, krijg je dezelfde uitkomst als wanneer je dat getal vermenigvuldigt met de afzonderlijke getallen in die optelling. In het algemeen kun je stellen: Dit noemen we de distribuoeve eigenschap. De eigenschap is ook van toepassing als één of meer getallen negaoef zijn. 2. Schrijf de volgende opgaven eerst zonder haakjes en reken daarna uit. 2 (3+ 4) =... 2 3+ 2 4 =... 5 (2 + 7) =... 5 2 + 5 7 =... 0 (4 + 3) =... 0 4 +0 3 =... a (b + = a b + a c Voorbeeld: 4 3+ 4 5 = 2 + 20 = 32 4 3+ 5 6 2 + 8 7 4 + 6 2 2 + 4 5 0 2 3 7 5 4 5+ 4 8 4 3. Schrijf de volgende opgaven eerst met haakjes en reken daarna uit. Voorbeeld: 6 2 + 6 4 = 6 2 + 4 5 3 + 5 = 4 + 6 = 7 2 + 7 5 = 4 6 + 4 8 = 0 3 + 0 4 = 8 2 + 8 9 = 2 + 2 5 = a (b + = a b + a c De distribu*eve eigenschap 6 6 = 36 208 H.J. Riksen!3

Hoofdstuk 2 - Letters Schrijfwijze I. Als a, b en c getallen voorstellen, wordt bij vermenigvuldiging het vermenigvuldigingsteken meestal weggelaten. Voorbeelden: 2 a b c wordt geschreven als 2abc en 5 a + b wordt geschreven als. ( ) 5( a + II. Het is gebruikelijk de letters in alfabetische volgorde te zetten, met de getallen daarvoor. Getal wordt als factor weggelaten. Voorbeelden: a wordt geschreven als a b a wordt geschreven als ab b a wordt geschreven als ab III. Een optelling van termen met letters kun je korter schrijven als de letters, of de lettergroepjes, gelijk zijn. Voorbeelden: 7x + 4x = x 2ab + 5ab = 7ab 8x + 5y 2x = 6x + 5y 2ab 5ab + 7ac +6ab = 3ab + 7ac. Schrijf korter/werk uit: i) 2. Schrijf korter/werk uit: 2a + 5a = 3xy 4xy = 2a 3c 5b = 2a 3c 5b = 2 3 6 a = 2 3c 6c = 5 7x 4y = y 3x 4 = 2a c 3b = 3a 4a = xy 2yz = 2a + 3ab 3a 4ab = 5a 2b + 7c 5a = 5a + 3a b 8a + b = 3. Schrijf korter/werk uit. Denk daarbij goed om de volgorde; eerst haakjes, dan kwadraten/wortels, dan dan vermenigvuldigen/delen, dan optellen/ acrekken: 4 2a + 5 a = 3 x + 0 2x = 0x + 2y y 8x + z = x + x y + 5x = 2ab 3ab + 5ab 7ab = 2x 3y + y 2x + 5y 2z 3z 8y = 3p 4q + 6q p = TIP: kijk op www.wiskundeacademie.nl voor filmpjes met uitleg. h8ps://wiskundeacademie.nl/onderwerpen/ le8errekenen-de-basis 208 H.J. Riksen!4

Hoofdstuk 3 - Haakjes wegwerken Regel K ( a + = Ka + Kb Vermenigvuldig term K één voor één met de termen a en b die tussen haakjes staan. Cijfers vóór de letters plaatsen en letters altijd op alfabetische volgorde. Voorbeeld 2( 3+ 4) = 2 7 = 4 2( 3+ 4) = 2 3 + 2 4 = 6 + 8 = 4 Voorbeeld 2 2 a + 4 Voorbeeld 3 2 a + 2 4 = 2a + 8 2 a + 2 b = 2a + 2b 2 a + b Voorbeeld 4 2a a + 2a b = 2a 2 + 2ab 2a a + b. Werk de haakjes weg: 2b a + b a 3b + a b 4 + 2b 3a a + 2b x 6 + 3y xy x + y 2y 3xy + 5y p 4 p + 6q 2 Let nu op het min-teken ( ) ( want 2 3 = 6) ( want 2 3 = 6) ( ) a b = ab want 2 3 = 6 a b = ab a b = ab a b = ab want 2 3 = 6 2. Werk de haakjes weg: 2b a b a 3b + a b 4 + 2b 3a a 2b x 6 + 3y xy x y 2y 3xy + 5y p 4 p 6q 2 208 H.J. Riksen!5

Nog een stapje verder 3. Werk de haakjes weg: 3ab + a 3b + a 2x + y 2 ( x + y) = 2x 2 x 2x + x 2 2 p( 6 2q) + pq = ( ) + 4xz + xy = ( x y) + ax + a 2 y = ( ) 2 x2 y = x y + 4z a 2 8a + b + 2a 4 + b 2 x2 2 + y Regel 2 ( a + ( c + = ac + ad + bc + bd Vermenigvuldig eerst a met c en d. Vermenigvuldig dan b met c en d. Je krijgt dus 4 vermenigvuldigingen. Cijfers weer vóór de letters plaatsen en letters altijd op alfabetische volgorde. ( 2 + 3) ( 4 + 5) = 5 9 = 45 Voorbeeld ( 2 + 3) ( 4 + 5) = 2 4 + 2 5 + 3 4 + 3 5 = 8 +0 +2 +5 = 45 Voorbeeld 2 Voorbeeld 3 Voorbeeld 4 ( a + 3) ( b + 5) = a b + a 5 + 3 b + 3 5 = ab + 5a + 3b + 5 ( a 3) ( a + 5) = a a + a 5 3 a 3 5 = a 2 + 5a 3a 5 = a 2 + 2a 5 ( x + y) ( x y) = x x x y + x y y y = x 2 xy + xy y 2 = x 2 y 2 4. Werk de haakjes weg: ( a + 7) ( b + 5) = ( x 2y) ( x + y) = ( x 2y) ( 2x + y) = x y ( )( y x) = ( x 3y) ( x + y) = y 2 + ( y 2x) ( x 2y) = ( 3p + 7) ( 2q + 5) = ( )( 3a 3 = 2a 2b 208 H.J. Riksen!6

Regel 3 Merkwaardige producten Er zijn drie combinaoes met een vaste uitkomst, die we merkwaardige producten noemen. Merkwaardig product ( x + y) ( x y) = x 2 y 2 xy en +xy vallen tegen elkaar weg. Merkwaardig product 2 ( x + y) 2 = ( x + y) ( x + y) = x 2 + 2xy + y 2 +xy +xy +2xy en wordt. Merkwaardig product 3 ( x y) 2 = ( x y) ( x y) = x 2 2xy + y 2 xy xy 2xy en wordt. 5. Werk de haakjes weg: 2x y ( )( 2x + y) = 2xy + ( 3x + 2y) 2 = ( x 2y) 2 = ( 0x + 6) 2 = ( x ) ( x +) ( x 2 +) = ( x 2 + 2) x 2 2 ( 2x + 3) 2 = ( )( 3x +) = 3x + Extra oefeningen ( ) + Let nu goed op de volgorde: Eerst, dan en dan. Voeg gelijksoortige termen samen. 6. Werk uit: 3x + 4x 5x = 3x 2 + 4x 5x = 3x + 4x ( ) 5x = ( ) 4x 3 = 4x 2 4x x ab + a b = a b + a b = ( a + a b ( a + ( a + = 208 H.J. Riksen!7

Hoofdstuk 4 - Buiten haakjes brengen Bij het vorige hoofdstuk hebben jullie geleerd om haakjes weg te werken. We gaan het nu andersom doen, namelijk haakjes toevoegen. Dit heec verschillende namen in de wiskunde: buiten haakjes brengen, buiten haakjes halen of ontbinden in factoren. Voorbeeld We hebben de uitdrukking: We zoeken naar een gemeenschappelijke factor in beide termen. Dat is 2, want die zit in de eerste term en ook (drie keer) in de tweede term. We brengen de 2 buiten haakjes: 2x + 6 2( x + 3) Ter controle kunnen we de haakjes wegwerken en dat staat er weer 2x + 6. Voorbeeld 2 We hebben de uitdrukking: We zoeken naar een gemeenschappelijke factor in beide termen. Dat is x, want die zit (twee keer) in de eerste term en ook (vijf keer) in de tweede term. We brengen de x buiten haakjes: x 2 + 5x x( x + 5) Ter controle kunnen we de haakjes wegwerken en dat staat er weer x 2 + 5x. Voorbeeld 3 We hebben de uitdrukking: We zoeken naar een gemeenschappelijke factor in beide termen. Dat is 2x, want die zit in de eerste term en ook in de tweede term. We brengen de 2x buiten haakjes: 4x 2 + 6x 2x( 2x + 3) Ter controle kunnen we de haakjes wegwerken en dat staat er weer 4x 2 + 6x. Opdrachten. Breng een zo groot mogelijke gemeenschappelijke factor buiten haakjes: 4x +2 3x 2 2x + 24 5x + 30 6x +6 7x 9 9x + 36 4x 2 208 H.J. Riksen!8

2. Breng een zo groot mogelijke gemeenschappelijke factor buiten haakjes: x 2 + 4x x 2 6x x 2 +7x x 2 2x x 3 + 6x x 4 + 4x 2 x 3 + 4x 2 5x x 3 8x 3. Breng een zo groot mogelijke gemeenschappelijke factor buiten haakjes: 2x 2 + 4x 2x 3 + 6x 2 2x 3x 2 6x 4x 2 + 32x + 8 3x 2 39x 3x 5 +2x 2 6x 2 x2 + 6x 2x 4 x3 + 8 x2 x 2 4. Breng een zo groot mogelijke gemeenschappelijke factor buiten haakjes: 24a + 8b 3p 2 +2 pq 3 9 p 3 r 56xy + 2xz xy 2x 2 y + 8xy 2 2 4 x2 y + 2 xy2 3p 2 q 2 + 247 pq 2 22p 2 q 2ab + 4bc + 6ac Dubbele haakjes Het ontbinden in factoren van tweedegraads vergelijkingen. We hebben al eerder gezien dat we dubbele haakjes kunnen wegwerken op de volgende manier: Voorbeeld ( x + 2) ( x + 6) = x 2 + 6x + 2x + 2 = x 2 + 8x + 2 Stel nu dat we andersom willen werken. We beginnen met: y = x 2 + 8x +2 en willen deze vergelijking ontbinden in twee factoren, dus we willen deze vergelijking schrijven als twee paar haakjes. Kijk nog eens goed naar dit voorbeeld: ( x + 2) ( x + 6) = x 2 + 8x +2. Merk op dat het getal 8 (van 8x ) is ontstaan uit 6 + 2. 2. Merk op dat het getal 2 is ontstaan uit 6 2. Met andere woorden: als je de vergelijking y = x 2 + 8x +2 wilt ontbinden, ben je op zoek naar twee getallen a en b die het volgende opleveren:. a + b = 8. 2. a b = 2 Om deze getallen te vinden is het handig om eerst alle mogelijkheden op te schrijven van getallen die keer elkaar 2 opleveren: 208 H.J. Riksen!9

2 = 2 2 6 = 2 3 4 = 2 Nu kijk je of hier een combinaoe bij zit die plus elkaar 8 opleveren. Dat zijn 2 en 6. Het antwoord wordt dan: ( x + 2) ( x + 6). Voorbeeld 2 Ontbind y = x 2 + 9x +4 in twee factoren.. Schrijf eerst alle keersommen op die 4 opleveren: 4 = 4 2 7 = 4 2. Welke combinaoe levert plus elkaar 9 op? Dat zijn 2 en 7. 3. Het antwoord is: ( x + 2) ( x + 7). Voorbeeld 3 Ontbind y = x 2 +x + 24 in twee factoren.. Schrijf eerst alle keersommen op die 24 opleveren: 24 = 24 2 2 = 24 3 8 = 24 4 6 = 24 2. Welke combinaoe levert plus elkaar op? Dat zijn 3 en 8. 3. Het antwoord is: ( x + 3) ( x + 8). Opdrachten 5. Ontbind in twee factoren y = x 2 + 4x + 4 y = x 2 + 5x + 6 y = x 2 + 7x +2 y = x 2 + 7x + 6 y = x 2 + 6x + 9 y = x 2 +2x + 32 y = x 2 + 7x +0 y = x 2 +6x + 48 208 H.J. Riksen!0

Als de laatste term negatief is Als de laatste term van de vergelijking negaoef is, wordt één van beide getallen in de factoren ook negaoef. Je moet dan goed opleeen welke van de twee negaoef moet zijn, om het geheel te laten kloppen. Voorbeeld Ontbind y = x 2 5x 4 in twee factoren.. Schrijf eerst alle keersommen op die 4 opleveren: 4 = 4 2 7 = 4 4 = 4 2 7 = 4 2. Welke combinaoe levert plus elkaar 5 op? Dat zijn 2 en 7. 3. Het antwoord is: ( x + 2) ( x 7). Voorbeeld 2 Ontbind y = x 2 + 5x 6 in twee factoren.. Schrijf eerst alle keersommen op die 6 opleveren: 6 = 6 2 3 = 6 6 = 6 2 3 = 6 2. Welke combinaoe levert plus elkaar 5 op? Dat zijn en 6. 3. Het antwoord is: ( x ) ( x + 6). Opdrachten 6. Ontbind in twee factoren y = x 2 + 3x 4 y = x 2 x 6 y = x 2 + x 2 y = x 2 + 3x 70 y = x 2 + 8x 9 y = x 2 x 56 y = x 2 3x 0 y = x 2 4x 32 208 H.J. Riksen!