COMPETENTIEPROFIEL BACHELOR IN DE VROEDKUNDE GEDRAGSINDICATOREN 2007



Vergelijkbare documenten
Academiejaar Programmagids. Vroedkunde (PBA) 1eBa Vroedkunde

Stagedoelstelling exploratiestage

EXPLORATIESTAGE Learning outcomes met indicatoren PXL HEALTHCARE PROFESSIONELE BACHELOR IN DE VERPLEEGKUNDE

Academiejaar Programmagids. Verpleegkunde (PBA) 1eBa verpleegkunde

Competentieprofiel. kaderlid LGB Beroepsinhoud Zorg

Medewerker aan kwaliteitszorg. Sociaal communicator. bewaker. schriftelijk rapporteren naar het team of naar

DOMEINSPECIFIEKE LEERRESULATEN

ECTS-fiche. Graduaat Sociaal-Cultureel werk Samenwerkingsvaardigheden. Lestijden. Ingeschatte totale studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot

Toelichting De kerncompetentie vakinhoudelijk handelen vormt de rode draad van elke leerweg. De andere kerncompetenties zijn daarbij ondersteunend.

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk

Landelijk Opleidingscompetentieprofiel. Master Physician Assistant

FUNCTIEFAMILIE 1.2 Klantenadviserend (externe klanten)

ECTS-fiche. Graduaat orthopedagogie Gesuperviseerde praktijk

DOMEINSTAGE Learning outcomes met indicatoren PXL HEALTHCARE PROFESSIONELE BACHELOR IN DE VERPLEEGKUNDE

ECTS-fiche. Graduaat Maatschappelijk werk Samenwerkingsvaardigheden. Lestijden. Ingeschatte totale studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot

Evaluatie stage extra muros

Competentieprofiel. Instituut voor Interactieve Media. Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006

TBN - Beroepscode Tarotprofessional

Nota. Generieke leerresultaten van FIIW. 1 Genese van het document

PR V1. Beroepscompetentie- profiel RBCZ therapeuten

Visie op verpleegkundige professionaliteit

ECTS-fiche. Opleiding. Geïntegreerde competentieverwerving 2. Lestijden. Ingeschatte totale studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot

Keuzedeel mbo. Zorg en technologie. gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo. Code K0137

Tabel competentiereferentiesysteem

De 6 Friesland College-competenties.

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.

Feedback. Tussentijdse - of eindevolutie (schrappen wat niet van toepassing is) A. Patiënt-/cliënt- en familiegericht. Tussentijdse- of eindevolutie

TRAINING EN TOETSING BINNEN DE OPLEIDING. Professioneel Handelen

Integrale lichaamsmassage

2. Uitvoeren van organisatie- en professiegebonden taken. Oordeel voldoende / onvoldoende * Instelling: Fase: 1 2 3*

Hoger Beroepsonderwijs STUDIEGEBIED GEZONDHEIDSZORG

Competentie-invullingsmatrix

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.

Competentieprofiel medewerker BAAL

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Module. Lestijden 60

Tijd Doel Werkvorm Benodigdheden

Begeleidingsdocument

Academiejaar 2013/2014. navorming. Mentor Klinisch Onderwijs. Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen

OPLEIDING SOCIAAL WERK REFERENTIEKADER STAGE 1 & STAGE 2

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Module. Lestijden 160

Toekomstbestendige beroepen in de verpleging en verzorging

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen.

Competenties van leerkrachten in scholen met een katholiek geïnspireerd opvoedingsproject

1. Interpersoonlijk competent

Competentie 1 Ondernemerschap Initiëren en/of creëren van producten en/of diensten, zelfstandig en ondernemend.

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s

Kwaliteitsprofiel Verloskundige Echoscopist maart 2011

Het domeinspecifieke referentiekader professioneel gerichte bacheloropleiding Biomedische laboratoriumtechnologie

Competentie-invullingsmatrix

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Graduaat Maatschappelijk werk Module Geïntegreerde competentieverwerving 3. Lestijden 40

Zorginnovaties en technologie

Voor elke competentie dient u ten eerste aan te geven in welke mate deze vereist is om het stageproject succesvol te (kunnen) beëindigen.

1.4. De kinderverpleegkundige organiseert en coördineert de verpleegkundige zorg rond het zieke kind.

STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT

HET NIEUWE CURRICULUM WERKVELD HBO-V 19 NOVEMBER 2015

1 ste graad 2 de graad 3 de graad. Communicatie. Creativiteit. Praatronde - klasraad (Vakoverschijdende eindtermen: Gemeenschappelijke stam)

Identificatiegegevens kandidaat. Identificatiegegevens onderneming. Naam* Adres* Telefoon* adres* Naam. Ondernemingsnummer* Datum van onderzoek

OPLEIDINGSPROGRAMMA ILW. DUUR: 36 maanden 24 maanden indien de competenties Logistieke hulp in de verzorgingssector reeds zijn verworven

Kadernotitie Platform #Onderwijs 2032 SLO, versie 13 januari 2015

Functieprofiel van de Verpleegkundig consulent

ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk Fase 3 (jaar 3)

Competentieprofiel van de opleider CHVG

Evi Knuts projectcoördinator

Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot kinderverpleegkundige

Trajectlijn keuzedeel Zorg en Technologie Code K SBU - niveau 3 Gekoppeld aan Verzorgende- IG (3) en Maatschappelijke Zorg (3)

Opleiding Master in de industriële wetenschappen: bouwkunde. Competenties en gedragsindicatoren

FUNCTIEFAMILIE 5.1 Lager kader

Academiejaar Programmagids. Sociaal werk (PBA) 2eBa sociaal werk

Tot welke nefrologische kennis en kunde leidt de opleiding verpleegkunde? CHRIS VAN LONDERSELE

VERANDERINGEN BINNEN HET

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs

Toetsplan Masteropleiding Midden-Oosten Studies

Competentiegericht Onderwijs

Opleiding. Orthopedagogie. Code + officiële benaming van de module. E2 Samenwerkingsvaardigheden 2. Academiejaar Semester.

1 COMPETENTIEVELD 1: LERAARS BEWEGEN VOOR KINDEREN

Competentiematrix Master Pedagogiek

FUNCTIEPROFIEL. Functie: Zorgcoördinator. A. Functiebeschrijving. 1. Doel van de functie

Professional of niet? Nelleke Rietveld

Eindtermen. Eindtermen Praktijk: Eindtermen Voetreflextherapeut.doc 1

Woonzorgnet Dijleland functiebeschrijving kine Blz 1 van 5

Opleiding: Eerst Verantwoordelijke Verzorgende met plus (EVV met plus)

DLR Domeinspecifieke Leerresultaten (DLR) van de Master in Industriële Wetenschappen: Elektronica ICT

COMPETENTIEPROFIEL ANIMATOR

Competentieprofiel voor coaches

PROFESSIONELE BACHELOR ERGOTHERAPIE Modeltraject eerste jaar Semester 1 OPLEIDINGSONDERDELEN 2015/2016

Competentiemanagement bij de federale overheid

Kennis rond dementie, familierelaties en verlieservaringen is onontbeerlijk.

Domeinspecifiek referentiekader Verpleegkunde

Functiebeschrijving teamverantwoordelijke Ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling

ECTS-fiche. Graduaat Sociaal-cultureel werk

KHLeuven. Internationale competenties. Forum ADINSA, 15 mei Klaas Vansteenhuyse Leen Hellinckx

Functieprofiel. Zorgcoördinator (Pedagoog/Psycholoog)

Functiekaart. Functionele loopbaan: B4 B5

Stagebekwaamheidsgesprek Hoofdfase 1 Feedbackformulier

stafmedewerker Voorjaar 2018

Achtergrond. Missie Onze missie op basis van deze situatie luidt:

Competentiemanagement bij de federale overheid

Academie voor Talent en Leiderschap Veiligheidsregio s. Leiderschapsprofiel strategisch leidinggevende

Transcriptie:

COMPETENTIEPROFIEL BACHELOR IN DE VROEDKUNDE Goedgekeurd op de Raad van Bestuur Associatie KULeuven 30 september 2005 GEDRAGSINDICATOREN 2007

INHOUDSTAFEL 1. VOORWOORD... 1 2. DE ONTWIKKELING VAN HET OPLEIDINGSPROFIEL... 2 2.1 Inleiding... 2 2.2 Situering... 2 2.3 Wie is wie... 4 2.4 Vergaderdata... 4 2.5 De visie... 4 2.6 Het competentieprofiel... 5 3. OPLEIDINGSPROFIEL... 6 3.1 Visie... 6 3.2 Competentieprofiel... 7 4. BAMASTRUCTUUR...19 5. ORGANOGRAM verpleegkunde - vroedkunde Associatie KULeuven...20 Bijlage 1: Vergaderdata...23

1. VOORWOORD Het voorliggende document is het resultaat van meer dan 2 jaren intens overleg tussen de verschillende partners van de opleidingen vroedkunde binnen de associatie K.U.Leuven. Als deelwerkgroep hebben we gepoogd de noodzakelijke basiscompetenties in kaart te brengen tot de ontwikkeling van een opleidingsprofiel voor de bachelor in de vroedkunde. Zoals andere landen zijn ook wij bezig met het ontwikkelen en onderbouwen van een opleidingsprofiel voor de beroepsuitoefening van de vroedvrouw. Het is onze doelstelling om voor Vlaanderen tot een gemeenschappelijk opleidingsprofiel te komen. Naast de wijzigingen op het niveau van het werkveld is ook het vroedkundig onderwijs in evolutie. Het onderwijs staat borg voor het vormen van toekomstige beroepsbeoefenaars. Deze evoluties hebben ondermeer te maken met de evoluties in de betrokken beroepswereld en werkvelden. Alle opleidingen - van bachelor tot master - hanteren een referentiekader waarbij een bepaald opleidingsprofiel voor ogen gehouden wordt. Dit referentiekader houdt rekening met demografische, maatschappelijke, sociale, economische, wetenschappelijke, technologische en existentiële evoluties binnen een globaliserende maatschappij. Ze bepalen mee de identiteit van de vroedvrouw van de 21 ste eeuw. Zorgverlening staat eerder haaks op bepaalde waarden en normen die we vandaag terugvinden in deze maatschappij. De vraag die we ons stellen is of de waarden die de maatschappij naar buiten draagt, overeenstemming vertonen met de waarden en normen die vroedvrouwen verdedigen in hun taak als zorgverlener. Het ontwikkelde opleidingsprofiel wil rekening houden met deze evoluerende context. Om deze reden hebben we een visie ontwikkeld waarbij zorg niet zondermeer kan ingepast worden in een exclusief economisch-technisch model. Mevr. I. Roels Voorzitter deelwerkgroep curriculum vroedkunde Associatie K.U.Leuven 1

2. DE ONTWIKKELING VAN HET COMPETENTIEPROFIEL 2.1 Inleiding Met de oprichting van de associaties en hun decretale opdrachten zijn de ontwikkelingen in de opleidingen vroedkunde binnen de associatie K.U.Leuven in een stroomversnelling terechtgekomen. De opleidingen kennen een lange traditie van samenwerking en overleg. De associatie K.U.Leuven organiseerde in september 2002 een eerste associatieontmoetingsdag, die onder andere resulteerde in de samenstelling van een curriculumwerkgroep vroedkunde met telkens één lid per geassocieerde hogeschool en één lid van de universiteit. De werkgroep wil onder meer: een associatie - competentieprofiel opstellen vanuit een gemeenschappelijke visie van de opleidingen op het beroep van de vroedvrouw. De werkgroep streeft daarom volgende doelstellingen na: inventariseren van de bestaande competenties van de opleidingen; omschrijven van de competenties van de bachelor in de vroedkunde; schrijven van een visie van de opleiding op het beroep van vroedvrouw; omschrijven van de beroepsspecifieke competenties vanuit het bestaande beroepsprofiel; omschrijven van de begincompetenties van het schakelprogramma. 2.2 Situering Het afstemmen van opleidingsprofielen als decretale opdracht, wenst de Associatie K.U.Leuven te realiseren door onder andere opleidingsprofielen uit te werken voor elke opleiding. De beroepsspecifieke competenties vormen de kern van de opleiding vroedkunde. Ze passen in het kader van de door het structuurdecreet (2002) bepaalde competenties. Een werkgroep van de Associatie K.U.Leuven werkte een tekst bamaprofielen uit. Voor de professionele bachelor was het uitgangspunt de bepaling van het structuurdecreet in artikel 12: Professionele gerichtheid houdt in dat de opleidingen gericht zijn op de algemene vorming en de verwerving van professionele kennis en competenties, gestoeld op de toepassing van wetenschappelijke of artistieke kennis, creativiteit en praktijkkennis. 2

Meer in het bijzonder hebben professioneel gerichte bacheloropleidingen tot doel de studenten te brengen tot een niveau van algemene en specifieke kennis en competenties nodig voor de zelfstandige uitoefening van een beroep of groep van beroepen. In het structuurdecreet worden ook de algemene competenties en de algemeen beroepsgerichte competenties nader omschreven (artikel 58). 2. De aanwezigheid van voldoende generieke kwaliteitswaarborgen garandeert dat de instellingen een onderwijs aanbieden dat de studenten bij de afronding van de opleiding brengt tot: het beheersen van algemene competenties als denk- en redeneervaardigheid, het verwerven en verwerken van informatie, het vermogen tot kritische reflectie en projectmatig werken, creativiteit, het kunnen uitvoeren van eenvoudige leidinggevende [taken], het vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen, zowel aan specialisten als aan leken en een ingesteldheid tot levenslang leren; het beheersen van de algemene beroepsgerichte competenties als teamgericht kunnen werken, oplossingsgericht kunnen werken in de zin van het zelfstandig kunnen definiëren en analyseren van complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk en het kunnen ontwikkelen en toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën, en het besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangend met de beroepspraktijk; het beheersen van beroepsspecifieke competenties op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar conform het beroepsprofiel. Het is voor elke opleiding een opdracht om de decretaal vastgelegde competenties te toetsen aan het aangeboden curriculum om te kunnen aantonen dat deze competenties voldoende worden ontwikkeld en geëvalueerd. Naast de algemene competenties die geldend zijn voor alle professionele bachelors is het zeker ook belangrijk om de algemeen beroepsgerichte competenties en de beroepsspecifieke competenties te vertalen naar de opleidingen binnen het studiegebied gezondheidszorg. Dit vraagt nog een grondig overleg met de betrokken partners van de vele opleidingen in de gezondheidszorg binnen de associatie. 3

2.3 Wie is wie De deelwerkgroep curriculum vroedkunde bestaat uit volgende medewerkers: Ingride Roels (KHBO adjunct- departementshoofd Gezondheidszorg) voorzitter Liesbeth Van Kelst (Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap K.U.Leuven) Gemandateerden vanuit de verschillende hogescholen: Gerd Christoffersen (KHK campus Lier) Brigitte De Clercq (KHBO) Katrien De Wilde (KaHo Sint-Lieven) Lut Gees (KHLeuven) Karoline Renaerts (KHK campus Turnhout) Marie-Jeanne Seynaeve (KATHO) Caroline Verheggen (KHLim) 2.4 Vergaderdata Zie bijlage 1. Het opleidingsprofiel bachelor in de vroedkunde bestaat uit een visie van de opleiding op het beroep van de vroedvrouw en uit een competentieprofiel. 2.5 De visie We wilden een visie waarin elke opleiding zich kon vinden. Hiernaast zijn we zeer geïnteresseerd in de mening van het werkveld over deze visie en dit profiel dat heden voorligt. De verschillende opleidingen vroedkunde hebben er zich toe gehouden deze visie van de opleiding op het beroep te gebruiken in opleidings- en studiegidsen met betrekking tot de opleiding. 4

2.6 Het competentieprofiel Het opleidingsprofiel bachelor in de vroedkunde bestaat naast een visie ook uit een competentieprofiel. Het competentieprofiel is opgebouwd rond de kerncompetenties van de vroedvrouw. Hieraan werden de rollen gekoppeld. Daarna werden de competenties per rol uitgewerkt. Na een grondige terugkoppeling in de diverse hogescholen werd de tekst gefinaliseerd. De ontwikkeling van dit competentieprofiel betekent geenszins dat alle opleidingen volledig hetzelfde zullen zijn. Naast dit profiel kan een opleiding eigen accenten toevoegen, waardoor autonomie en creativiteit bewaard blijven. De tekst doet daarom geen uitspraak over de invulling van het concrete curriculum noch uitspraak over de onderwijskundige aanpak. Dit laatste erkent de groep als hogeschool- en opleidingseigen materie. Uitwisseling wordt natuurlijk aangemoedigd. 5

3. OPLEIDINGSPROFIEL 3.1 Visie De vroedvrouwenopleidingen binnen de Associatie Leuven nemen de verantwoordelijkheid om competente en geëngageerde vroedvrouwen 1 op te leiden. Dit impliceert dat deze vroedvrouwen in staat zijn om als professioneel deskundige, op autonome en verantwoordelijke wijze de zorgvraag van de cliënt te beantwoorden. De vroedvrouw dient een centrale rol op te nemen binnen het multidisciplinaire team dat de cliënt begeleidt. In concreto betekent dit dat zij diegene dient te zijn die oog heeft voor alle aspecten van de verloskundige zorg, deze zorg coördineert en dat zij desgevallend verwijst. De vroedvrouw werkt multidisciplinair samen op micro-, meso- en macroniveau waarbij professionaliteit, kwaliteit en continuïteit van de verloskundige zorg centraal staan. De vroedvrouw heeft medische bevoegdheden in het fysiologisch verloskundig proces. Zij zal er bijgevolg mede op toezien dat de medische technologie harmonieus en in evenwicht met de fysiologie benut worden. De vroedvrouw is drager van de wettelijke bevoegdheid om op eigen verantwoordelijkheid de normale zwangerschap te begeleiden, normale bevallingen te verrichten en de zorg voor de gezonde moeder en pasgeborene op zich te nemen. In de pathologische verloskunde, de neonatologie, de gynaecologie en de reproductieve geneeskunde heeft zij verpleegkundige bevoegdheden en werkt zij in opdracht en assistentie van de bevoegde arts. De vroedvrouw respecteert elke mens, ongeacht maatschappelijke status, ras, cultuur of levensvisie. Met het dragen van de titel van vroedvrouw vervult zij een aantal rollen die elkaar aanvullen. In de beroepsuitoefening als vroedvrouw zijn de rol van persoon, coach, zorgverlener, professional en teamlid geïntegreerd. Zij kan deze rollen slechts op een kwaliteitsvolle wijze blijven uitoefenen mits het opnemen van de verantwoordelijkheid de eigen deskundigheid permanent te ontwikkelen via reflectie, vorming en wetenschappelijk onderzoek. 1 Vroedvrouw staat zowel voor man als vrouw. 6

3.2 Competentieprofiel ALGEMENE COMPETENTIES 1. Denk- en redeneervaardigheid Beroepsspecifiek kunnen redeneren. De afgestudeerde kan zelfstandig en in overeenstemming met beroepsspecifieke inzichten, ervaringen, bevindingen en geplogenheden een kwaliteitsvolle redenering opbouwen. 2. Informatie verwerven en verwerken Beroepsspecifieke informatie zelfstandig en kritisch kunnen verwerven en verwerken. De afgestudeerde kan beroepsspecifieke informatie terugvinden en opzoeken, kan beroepsspecifieke informatie analyseren, kan in beroepsspecifieke bronnen het belang van informatie-elementen bepalen en synthetiseren en kan beroepsspecifieke informatie verwerven zodat het voor eigen toekomstig gebruik beschikbaar is. 3. Kritisch reflecteren Kritisch kunnen reflecteren op het beroepsspecifieke functioneren. De afgestudeerde kan het eigen functioneren evalueren, er positieve en negatieve kanten in identificeren en leerpunten formuleren. De kritische reflectie impliceert een constructieve redenering die tot het bijsturen van het handelen kan leiden. De afgestudeerde kan de praktische grenzen van beroepsspecifieke inzichten en gebruiken vatten en is bereid om alternatieve werkwijzen in overweging te willen nemen. 4. Projectmatig en methodisch handelen in functie van creatieve kennisontwikkeling Geconfronteerd met nieuwe beroepsspecifieke problemen door combinatie van bestaande oplossingen planmatig een eigen oplossing kunnen genereren/tot stand brengen of op externe deskundigheid een beroep kunnen/willen doen. De afgestudeerde kan een voor hem/haar nieuw (niet eerder behandeld) probleem analyseren, het relateren aan reeds gekende en opgeloste problemen of een creatieve oplossing genereren. Bij eventuele moeilijkheden wordt gericht naar hulp gevraagd. 7

5. Leiding geven Courante leidinggevende taken kunnen uitvoeren. De afgestudeerde kan een werkplanning opmaken, een vergadering leiden en doelgericht werken bij anderen bevorderen. 6. Beschikken over het vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen, zowel aan specialisten als aan leken In het Nederlands mondeling en schriftelijk over beroepsspecifieke onderwerpen kunnen communiceren met vertegenwoordigers van het eigen beroepenveld en met vertegenwoordigers van andere beroepenvelden. De afgestudeerde kan schriftelijk en mondeling de eigen aanpak verantwoorden. De afgestudeerde kan op een eenvoudige wijze de basisprincipes of de gevolgde werkmethode toelichten zowel schriftelijk als mondeling. 7. Een ingesteldheid tot levenslang leren hebben Inzicht hebben in de beperktheden van de eigen beroepsspecifieke competenties en de bereidheid om deze via het volgen van opleiding weg te werken. De afgestudeerde kan op basis van een kritische reflectie op het eigen functioneren leerpunten identificeren en op zoek gaan naar wegen om de vastgestelde punten weg te werken. De afgestudeerde is bereid om de eigen competenties door zelfstudie en deskundigheidsontwikkeling te verdiepen of te verbreden. 8

ALGEMENE BEROEPSGERICHTE COMPETENTIES 1. Teamgericht kunnen werken Met anderen in een internationale, multiculturele en/of multidisciplinaire beroepsomgeving kunnen samenwerken. De afgestudeerde kan in een multidisciplinair team een eigen constructieve inbreng hebben en kan met respect voor de inbreng van de anderen in het team constructieve oplossingen voorstellen. 2. Oplossingsgericht kunnen werken in de zin van het zelfstandig kunnen definiëren en analyseren van complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk en het kunnen ontwikkelen en toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën Beroepsspecifieke inzichten kunnen gebruiken bij het planmatig oplossen van een grote variëteit aan authentieke (en dus complexe) professionele problemen/het uitvoeren van uiteenlopende en authentieke beroepsopdrachten in overeenstemming met beroepsspecifieke vereisten. De afgestudeerde kan een breed gamma aan concrete beroepsspecifieke problemen oplossen. De afgestudeerde analyseert hierbij methodisch de situatie en integreert (desgevallend interdisciplinair) inzichten om tot een passende oplossing te komen. 3. Besef hebben van maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangend met de beroepspraktijk Begrip en betrokkenheid hebben ontwikkeld m.b.t. ethische, normatieve en maatschappelijke vragen samenhangend met de toepassing van beroepsspecifieke inzichten en gebruiken. De afgestudeerde kan, geconfronteerd met een ethische, normatieve of maatschappelijke vraag, een beredeneerd standpunt innemen. De afgestudeerde is aantoonbaar gevoelig voor het bestaan van ethische, normatieve en maatschappelijke vragen in concrete beroepssituaties. 9

BEROEPSSPECIFIEKE COMPETENTIES PERSOON in de SAMENLEVING Echte, zelfbewuste, empathische, vakbekwame persoon, als symbool van de wijze vrouw voor de samenleving. 1. De vroedvrouw 2 heeft een fundamentele grondhouding van echtheid, empathie en onvoorwaardelijk respect. 2. De vroedvrouw beschikt over het vermogen om, via reflexie, haar eigen identiteit te bewaken en uit te bouwen zowel binnen haar beroepsdomein als lid van de samenleving. 3. De vroedvrouw kan evenwichtig voelen en denken; een evenwichtige persoonlijkheid en een kritisch, analytisch én integrerend denkvermogen vormen een onmiskenbare basis voor adequaat en methodisch verloskundig handelen. 4. De vroedvrouw beschikt over sociale en communicatieve vaardigheden die haar in staat stellen respectvol om te gaan met individuele noden ongeacht de culturele en maatschappelijke achtergronden van de zorgvrager. 5. De vroedvrouw kan denken vanuit een ethisch referentiekader. COACH / BEGELEIDER Met raad en daad bijstaan. 1. De vroedvrouw beschikt over de competentie cliënten 3 op een professionele manier te coachen en te begeleiden. Dit impliceert dat zij hen kan stimuleren, motiveren en feedback kan geven en ontvangen. Zij doet dit met respect voor de persoon binnen het kader van de processen die deze persoon doormaakt. 2. De vroedvrouw heeft expliciete aandacht voor het belang en de betekenis van natuurlijke fysiologische processen tijdens de zwangerschap, de bevalling en de postnatale periode. Het is haar opdracht deze op een adequate wijze te beschermen, te observeren, te analyseren en het verdere verloop ervan in te schatten. 3. De vroedvrouw is in staat de behoeften en verwachtingen van de cliënt in onderlinge dialoog te detecteren en te analyseren. Hierbij aansluitend kan zij de nodige informatie geven zodat de cliënt tot een bewust geïnformeerde keuze komt omtrent de te volgen benaderingswijze. Deze keuze dient door de vroedvrouw respectvol te worden benaderd. 4. De vroedvrouw kan de cliënt de nodige vaardigheden aanleren zodat deze in staat is de gemaakte keuze optimaal te realiseren. 5. Een vroedvrouw die instaat voor de opleiding van studenten, beschikt over de expertise om de competenties van vroedvrouw over te dragen op de student-vroedkunde. 2 De vroedvrouw staat zowel voor man als vrouw. 3 Cliënt staat voor vrouw, partner en/of andere gezinsleden. 10

ZORGVERLENER Zorg verlenen op maat. 1. De vroedvrouw heeft de expertise om, vanuit een holistisch referentiekader, de noodzakelijke, accurate en multidimensionele zorg te verlenen aan de cliënt. Zij is in staat deze zorg aan te passen aan de levensfase van de cliënt. PROFESSIONAL De professionele vroedvrouw draagt de verantwoordelijkheid om de eigen deskundigheid permanent te ontwikkelen. Het ontwikkelen van deze deskundigheid gebeurt met de methoden van wetenschappelijk onderzoek, reflectie en permanente bijscholing. 1. De vroedvrouw kan reflecteren over de eigen praktijk en de bijhorende persoonlijke belevingsaspecten. Zij is in staat deze reflecties actief te integreren in de permanente ontwikkeling van haar beroepsactiviteit. 2. De vroedvrouw beschikt over de competenties om zich via vakliteratuur permanent bij te scholen; daarenboven is zij zich terdege bewust van het belang van wetenschappelijk onderzoek en kan zij de impact hiervan adequaat plaatsen binnen de beroepsuitoefening. 3. De vroedvrouw kent de wetgeving en het beleid met betrekking tot haar beroep en laat haar professionele activiteit door deze bepalingen sturen. 4. De vroedvrouw levert een actieve bijdrage aan kwaliteitsbevorderende processen door de implementatie hiervan te ondersteunen en te bewaken. TEAMLID Een multidisciplinaire samenwerking op micro-, meso- en macroniveau, waarbij professionaliteit, kwaliteit en continuïteit van de zorg centraal staan. 1. De vroedvrouw beschikt over de nodige sociaal-communicatieve competenties om het communiceren en samenwerken met anderen adequaat te realiseren. 2. De vroedvrouw kan overleggen en beschikt over het inschattingsvermogen om de cliënt door te verwijzen wanneer nodig. 3. De vroedvrouw is positief kritisch ingesteld om eigen handelen en dat van het team in vraag te stellen. 4. De vroedvrouw kan zowel aan intra-, extra- als transmurale zorgverlening participeren. 11

ORGANISATOR De zorg op mesoniveau mee ontwikkelen en implementeren. 1. De vroedvrouw beschikt over de nodige managementsvaardigheden om de zorg voor de cliënt te coördineren. 2. De vroedvrouw is in staat vanuit haar managementsvaardigheden de zorg voor een afdeling of een cliëntengroep te coördineren, steunend op de principes van de integrale kwaliteitszorg. 3. De vroedvrouw is competent om een project te organiseren in verband met gezondheid en welzijn. 12

Beroepsspecifieke competenties met toelichting Competentie Deelcompetenties Toelichting De vroedvrouw: 1.1 heeft een fundamentele grondhouding van echtheid, empathie en onvoorwaardelijk respect; 1. De vroedvrouw als persoon in de samenleving Echte, zelfbewuste, empathische, vakbekwame persoon, als symbool van de wijze vrouw voor de samenleving 1.2 beschikt over het vermogen om, via reflectie, haar eigen identiteit te bewaken en uit te bouwen zowel binnen haar beroepsdomein als lid van de samenleving; 1.3 kan evenwichtig voelen en denken; een evenwichtige persoonlijkheid en een kritisch, analytisch én integrerend denkvermogen vormen een onmiskenbare basis voor adequaat en methodisch verloskundig handelen; 1.4 beschikt over sociale en communicatieve vaardigheden die haar in staat stellen respectvol om te gaan met individuele noden ongeacht de culturele en maatschappelijke achtergronden van de zorgvrager; 1.5 kan denken vanuit een ethisch referentiekader. De vroedvrouw toont deze grondhouding in alle aspecten van haar zijn. Ze is zich bewust van haar eigen sterkten en zwakten. De vroedvrouw kan door middel van reflectie haar eigen identiteit bewaken, uitbouwen en bewaren. De vroedvrouw kan een onderscheid maken tussen haar rol van professionele hulpverlener en als lid van de samenleving De vroedvrouw bewaakt eigen grenzen, zowel in tijd als in mentale ruimte, betreffende engagement t.a.v. haar rol als hulpverlener. Als basis voor het methodisch verloskundig handelen bezit ze: een evenwichtige persoonlijkheid; een analytisch en integrerend denkvermogen; kan ze evenwichtig voelen en denken. De vroedvrouw kan voldoende afstand nemen van eigen waarden en normen om respect op te brengen en te tonen voor de persoonlijkheid en het belang van de cliënte ten einde dit belang voorop te stellen. De vroedvrouw kan ethische problemen bespreekbaar maken. 13

Competentie Deelcompetenties Toelichting De vroedvrouw: 2.1 beschikt over de competentie cliënten op een De vroedvrouw coacht en begeleidt cliënten met respect voor de professionele manier te coachen en te begeleiden. persoon binnen het kader van de processen die deze persoon Dit impliceert dat zij hen kan stimuleren, motiveren en doormaakt: feedback kan geven en ontvangen. Zij doet dit met ze kan stimuleren; respect voor de persoon binnen het kader van de ze kan motiveren; processen die deze persoon doormaakt; ze kan feedback geven en ontvangen. 2. De vroedvrouw als coach/begeleider Met raad en daad bijstaan. 2.2 heeft expliciete aandacht voor het belang en de betekenis van natuurlijke fysiologische processen tijdens de zwangerschap, de bevalling en de postnatale periode. Het is haar opdracht deze op een adequate wijze te beschermen, te observeren, te analyseren en het verdere verloop ervan in te schatten; 2.3 is in staat de behoeften en verwachtingen van de cliënt in onderlinge dialoog te detecteren en te analyseren. Hierbij aansluitend kan zij de nodige informatie geven zodat de cliënt tot een bewust geïnformeerde keuze komt omtrent de te volgen benaderingswijze. Deze keuze dient door de vroedvrouw respectvol te worden benaderd; 2.4 kan de cliënt de nodige vaardigheden aanleren zodat deze in staat is de gemaakte keuze optimaal te realiseren; In haar rol als coach/begeleider heeft de vroedvrouw bijzondere aandacht voor het fysiologisch proces. Ze zal dit: beschermen; observeren; analyseren; het verdere verloop inschatten. Bij pathologisch verloop zal ze haar rol van coach/begeleider in samenwerking met de medische professie vervullen. De vroedvrouw kan de cliënt stimuleren en begeleiden bij het vergroten of behouden van de zelfredzaamheid, rekening houden met de specifieke situatie. Door deze begeleiding van de vroedvrouw zal de cliënte de juiste keuze maken. 2.5 die instaat voor de opleiding van studenten, beschikt over de expertise om de competenties van vroedvrouw over te dragen op de studentvroedkunde. Ten aanzien van studenten: bevestigt en moedigt de vroedvrouw positief gedrag aan; versterkt ze de persoonlijke en professionele ontwikkeling van de studenten; onderkent ze beperkingen en kwaliteiten van de student; helpt, ondersteunt en stuurt ze vanuit een open, kritische en constructieve houding. 14

Competentie Deelcompetenties Toelichting De vroedvrouw: 3.1 de vroedvrouw heeft de expertise om, vanuit een De vroedvrouw bouwt een relatie uit welke volgende kenmerken holistisch referentiekader, de noodzakelijke, accurate vertoont: en multidimensionele zorg te verlenen aan de cliënt. empathie; Zij is in staat deze zorg aan te passen. onvoorwaardelijk pleitbezorger; echtheid in handelen. 3. De vroedvrouw als zorgverlener Zorg verlenen op maat. De vroedvrouw handelt vanuit het somatisch, sociaal, psychisch en existentieel welbevinden van de cliënt. De vroedvrouw verleent conform de wet, op basis van wetenschappelijke kennis, met gebruik van klinische expertise en met verantwoordelijkheidszin, cliëntgerichte en -gestuurde zorg op systematische en methodische wijze. De vroedvrouw handelt binnen het wettelijk kader. De specifieke domeinen waarin de vroedvrouw haar rol als zorgverlener opneemt zijn: het normaal functioneren van de mens, met als doel de menselijke reproductie in al zijn aspecten deskundig te kunnen benaderen; het fysiologisch verloop van de zwangerschap, baring en kraambed teneinde dit verloop zelfstandig of in een ondersteunende/aanvullende functie te kunnen begeleiden en bewaken; de pathologie van de voortplanting, zwangerschap, baring en kraambed om risico s te kunnen opsporen en om in een assisterende/aanvullende functie de medische specialisten te ondersteunen in het begeleiden en behandelen van deze patiëntengroep; de gezonde neonaat om deze zelfstandig of in een ondersteunende/aanvullende functie te kunnen bewaken en verzorgen en de ouders te kunnen begeleiden; de risico-neonaat om in samenwerking met de medische specialisten deze te kunnen bewaken en verzorgen en de ouders te kunnen begeleiden; de gynaecologische zorgverlening. De vroedvrouw motiveert en begeleidt gezondheidsbevorderend gedrag, ze kan voorlichting en advies geven over onderwerpen die verband houden met de menselijke voortplanting, door individuele begeleiding en groepsbegeleiding. 15

Competentie Deelcompetenties Toelichting De vroedvrouw: 4.1 kan reflecteren over de eigen praktijk en de bijhorende persoonlijke belevingsaspecten. Zij is in staat deze reflecties actief te integreren in de permanente ontwikkeling van haar beroepsactiviteit; 4. De vroedvrouw als professional De professionele vroedvrouw draagt de verantwoordelijkheid om de eigen deskundigheid permanent te ontwikkelen. Het ontwikkelen van deze deskundigheid gebeurt met de methoden van wetenschappelijk onderzoek, reflectie en permanente bijscholing. 4.2 beschikt over de competenties om zich via vakliteratuur permanent bij te scholen; daarenboven is zij zich terdege bewust van het belang van wetenschappelijk onderzoek en kan zij de impact hiervan adequaat plaatsen binnen de beroepsuitoefening; 4.3 kent de wetgeving en het beleid met betrekking tot haar beroep en laat haar professionele activiteit door deze bepalingen sturen; 4.4 levert een actieve bijdrage aan kwaliteitsbevorderende processen door de implementatie hiervan te ondersteunen en te bewaken. De vroedvrouw heeft een positieve ingesteldheid t.o.v. wetenschappelijk onderzoek. De vroedvrouw krijgt zicht op eigen vormingsbehoefte door reflectie en feedback. De vroedvrouw reflecteert op eigen professioneel handelen en kan het handelen bijsturen op basis van nieuwe inzichten, nieuwe evoluties, ervaringen en feedback. De vroedvrouw maakt een onderscheid tussen wetenschappelijke en andere literatuur. De vroedvrouw analyseert eenvoudige wetenschappelijke literatuur, formuleert de essentie en integreert dit in het eigen vroedkundig handelen. De vroedvrouw beoordeelt de bruikbaarheid van vakliteratuur voor de eigen praktijk. De vroedvrouw is zich ervan bewust dat de resultaten van wetenschappelijk onderzoek verweven zitten in haar dagelijkse praktijk. De vroedvrouw maakt wetenschappelijke ontwikkelingen in de beroepspraktijk bespreekbaar. De vroedvrouw neemt verantwoordelijkheid op voor levenslang leren. De vroedvrouw maakt gebruik van evidence based midwifery. De vroedvrouw heeft een signaalfunctie voor onderwerpen van vroedkundig wetenschappelijk onderzoek. De vroedvrouw verleent medewerking aan deelaspecten van wetenschappelijk onderzoek. De vroedvrouw kent de inhoud van het beroepsprofiel van de Belgische vroedvrouw. De vroedvrouw is in staat de wettelijke bepalingen en de ontwikkelingen in haar professie te actualiseren. De vroedvrouw ondersteunt het kwaliteitsbeleid van de organisatie d.m.v.: een positieve ingesteldheid t.a.v. kwaliteitsdenken; het signaleren van potentiële onderwerpen voor kwaliteitsprojecten; participatie in projecten (plan-fase, do-fase, check fase, act-fase). 16

Competentie Deelcompetenties Toelichting De vroedvrouw: 5.1 beschikt over de nodige sociaal-communicatieve competenties om het communiceren en samenwerken zijn: met anderen adequaat te realiseren; andere vroedvrouwen; 5. De vroedvrouw als teamlid Een multidisciplinaire samenwerking op micro-, meso- en macroniveau, waarbij professionaliteit, kwaliteit en continuïteit van de zorg centraal staan. 5.2 kan overleggen en beschikt over het inschattingsvermogen om de cliënt door te verwijzen wanneer nodig; 5.3 is positief kritisch ingesteld om eigen handelen en dat van het team in vraag te stellen; 5.4 kan zowel aan intra-, extra- als transmurale zorgverlening participeren. Met anderen wordt bedoeld, doch zonder hierin volledig te willen andere zorgverleners die in contact komen met de cliënten ten einde zorgproces te verzekeren zoals daar zijn: gynaecologen, huisartsen, psychologen, verpleegkundigen, kinésisten, diëtisten, studenten De vroedvrouw onderkent de kwaliteiten en eventuele beperkingen van andere zorgverleners. De vroedvrouw kan overleggen. De vroedvrouw is in staat een conflict te analyseren en te hanteren. De vroedvrouw kan professionele informatie en kennis uitwisselen teneinde het continuïteit in het zorgproces te bekomen. De vroedvrouw kan pathologie onderkennen en kan doorverwijzen waar nodig. De vroedvrouw is in staat om op basis van persoonlijke waarden en normen duidelijk aan te geven wanneer een bepaalde handeling, eigen of van het team, buiten de eigen waarden, normen of mogelijkheden valt. De vroedvrouw kent en heeft respect voor de specifieke structuren en culturen van intra-, extra- en transmurale zorgverlening. De vroedvrouw kan binnen ieder domein inter- en intraprofessioneel overleggen en samenwerken met als doel een optimale zorg. 17

Competentie Deelcompetenties Toelichting 6. De vroedvrouw als organisator De zorg op mesoniveau mee ontwikkelen en implementeren. De vroedvrouw: 6.1 beschikt over de nodige managementsvaardigheden om de zorg voor de cliënt te coördineren; 6.2 is in staat vanuit haar managementsvaardigheden de zorg voor een afdeling of een cliëntengroep te coördineren, steunend op de principes van de integrale kwaliteitszorg; 6.3 is competent om een project te organiseren in verband met gezondheid en welzijn. De vroedvrouw coördineert de totaalzorg van de cliënte en haar directe omgeving op doeltreffende en efficiënte wijze; dit behelst zowel directe als indirecte cliëntenzorg. De vroedvrouw is verantwoordelijk voor de continuïteit van de vroedkundige zorg. De vroedvrouw bewaakt de coördinatie van het totale zorgproces waarbij meerdere disciplines betrokken zijn en doet dit met bijzondere aandacht voor infodoorstroming. De vroedvrouw stelt samen met de individuele cliënt prioriteiten, neemt beslissingen, maakt deze uitvoerbaar en evalueert rekening houdend met de zorgbehoeften, de beschikbare tijd en de middelen. De vroedvrouw coördineert de totaalzorg van een cliëntengroep en haar directe omgeving op doeltreffende en efficiënte wijze; dit behelst zowel directe als indirecte cliëntenzorg. De vroedvrouw is verantwoordelijk voor de continuïteit van de vroedkundige zorg. De vroedvrouw bewaakt de coördinatie van het totale zorgproces waarbij meerdere disciplines betrokken kunnen zijn en doet dit met bijzondere aandacht voor infodoorstroming. De vroedvrouw stelt prioriteiten voor de cliëntengroep, neemt beslissingen, maakt deze uitvoerbaar en evalueert rekening houdend met de zorgbehoeften, de beschikbare tijd en de middelen. De vroedvrouw stelt tot doel de gezondheid, de autonomie en de zelfredzaamheid van cliënten te bevorderen. De vroedvrouw organiseert, coördineert en begeleidt bij de implementatie van projecten ter bevordering van de gezondheid waardoor de gezondheid, de autonomie en de zelfredzaamheid van de cliënt wordt bevorderd. 18

4. BAMASTRUCTUUR Bologna maakte de invoering van de bachelor-masterstructuur mogelijk. Na het behalen van de bachelor in de vroedvrouw kan de afgestudeerde bachelor zich verder bekwamen in de wetenschappelijke onderbouwing van het beroep.fout! Geen indexgegevens gevonden. De Master (of Sciences) in verpleegkunde en vroedkunde is een algemene opleiding en bereidt voor op leidinggevende en innovatieve functies in de gezondheidszorg. Het programma legt een sterk accent op wetenschappelijk onderzoek, leiderschap en het verwerven van geavanceerde kennis en inzichten. Het schakelprogramma slaat de brug tussen de Professionele Bachelor in de vroedkunde en de Master in verpleegkunde en vroedkunde. Figuur 1: Traject Bachelor-Master in verpleegkunde en vroedkunde. 19

5. ORGANOGRAM verpleegkunde - vroedkunde Associatie K.U.Leuven In de Associatie K.U.Leuven werd er van bij de oprichting in 2002 voor de opleidingen verpleegkunde/vroedkunde een werkgroep opgericht voor de uitbouw van de bachelormasterstructuur. In de schoot hiervan zijn sindsdien verschillende deelwerkgroepen actief die op geregelde tijdstippen aan de werkgroep rapporteren. Naast een deelwerkgroep curriculum verpleegkunde, is er een deelwerkgroep curriculum vroedkunde, deelwerkgroep professionalisering, deelwerkgroep internationalisering en een deelwerkgroep voortgezette opleidingen en permanente vormingen actief. Sinds de opstart van het schakel- (2004-2005) en masterprogramma (2005-2006) werd vanuit het samenwerkingsverband een stuurgroep opgericht o.l.v. prof. A. Vleugels voor het uitbouwen en opvolgen van de verschillende ontwikkelingen op de verschillende niveaus. Stuurgroep BaMa vpk-vr o.l.v. Prof. A. Vleugels (2004- ) Werkgroep BaMa vpk-vr o.l.v. Prof. W. Sermeus (2002-2004) Deelwerkgroepen Curriculum verpleegkunde o.l.v. L. Van Gorp Curriculum vroedkunde o.l.v. I. Roels Professionalisering docenten o.l.v. B. Dierckx de Casterlé Voortgezette opleidingen en PV o.l.v. A. Goossens Internationalisering o.l.v. B. Vandeputte Figuur 2: Stuur- en werkgroepen bama verpleegkunde en vroedkunde Associatie K.U.Leuven (2004). 20

BRONNEN Grotendorst, A. (2002). Een competentiegerichte curriculumbenadering. Onderwijs en gezondheidszorg, 26 (4), 9-14. Hoogeveen, H. (2002). Competent gekwalificeerd? Onderwijs en gezondheidszorg, 26 (4), 3-8. Nedermeijer, J. & Pilot, A. (2000). Beroepscompetenties en academische vorming in het hoger onderwijs. Groningen: Wolters-Noordhoff. Pool, A., Pool-Tromp C., Veltman-Van Vugt, F. & Vogel S. (2001). Met het oog op de toekomst. Beroepscompetenties van hbo-verpleegkundigen. Hogeschool Rotterdam: NIZW. Voorhorst, W. & Ritzen, H. (2003). Competenties en werkplekleren in het gezondheidszorgonderwijs. Onderwijs en gezondheidszorg, 27 (4), 9-12. Van der Sanden, J. (2003). Naar een competentiegerichte didactiek in het gezondheidszorgonderwijs. Onderwijs en gezondheidszorg, 27 (4), 32-35. Van Poucke, A., Van Riet, C. & Van Hemel, L. (1992). Curriculumwerk: referentiekader en ontwerp vernieuwde driejarige basisopleiding verpleegkunde, hoger onderwijs korte type. Anderlecht: VVKHO. Het competentieprofiel: 1. België: K.B. 78 dd. 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen K.B. dd. 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw E.E.G.-richtlijnen dd. 21 januari 1980-154/155 Hogeschooldecreet dd. 4 april 2003 Nationale Raad: Beroepsprofiel van de Belgische vroedvrouw 2002 KHLimburg: Visie en competenties professionele bachelor (basistekst) Leuven: Visie en uitgangspunten opleiding 2002 St-Niklaas: Eindtermen vroedkunde 2002 Hogeschool Antwerpen: Visie + eindtermen (internet) http://www.ha.be/gezondheidszorg/ KATHO: Opleidingsonderdelen (internet) 2002 http://katho.behivv/opleiding/vroedkunde/ Artevelde: Info opleiding (algemeen) + (vak)modules (internet) 2002 http://www.arteveldehs.be/opl.asp 21

2. UK Nursing & Midwifery Council: Requirements for pre-registration midwifery programmes/midwifery competencies Published by the former United Kingdom Central Council for Nursing, Midwifery and health visiting in November 2000. Reprinted by the Nursing and Midwifery Council in April 2002. Bournemouth University: Care, continuity & caseloads- an innovative approach to midwifery education (2002) Tricia Anderson & Professor Paul Lewis. Birth: WHO Principles of perinatal care: the essential antenatal, perinatal end postpartum care course (2001). Manchester University: Opleidingsprogramma (2002) The School of Nursing, Midwifery and Health Visiting. 3. Nederland Universiteit Amsterdam: Competenties master verloskunde, uitstroomprofiel onderwijs (2003) Faculteit der Bewegingswetenschappen, Amsterdam. Kerkrade Vroedvrouwenopleiding: Opleidingsprogramma + eindtermen (2001-2002). 4. Internationaal International Confederation of Midwives: Background to the evidence-base of the competencies- essential competencies (internet) http://www.internationalmidwives.org/modules.php dan via search: essential competencies. Core Competencies for Midwives: General knowledge and skills (internet) (2002) http://www.midwives.mb.ca/core_competencies.htm 5. Australia Australian College of midwives competency standards- core midwifery competencies (internet) (2002) http://ccnr.ntu.edu.au/smp504/assess.html Queensland: Course structure (internet) (2002) http://www.courses.qut.edu.au Monash: Master of midwifery- programma (internet) (2002) http://www.med.monash.edu.au/nursing/prospective/m_midwif.html Sydney: Master of midwifery - doelstellingen (internet) (2002) http://www.uts.edu.au/div/publications/nmh/pg dan via code C04132 6. Denemarken Bachelor of midwifery degree: Curriculum structure (2002). 7. Canada Quebec: General standards of competence and training for midwives within the framework of pilot projects- standards of competence (internet) (2002) http://www.canlii.org/qc/regu/p16.1r0.1/whole.html 8. China Chinese University- doelstellingen Master of Midwifery (internet) (2002) http://www.cuhk.edu.hk/med/nur/mastermid.htm 9. Ierland Trinity college Dublin: Master in Midwifery- entry requirements- programma (internet) (2002) http://www.tcd.ie/nursing_midwifery/courses/postgrad/mscmdwfry.html 22

Bijlage 1: Vergaderdata 2002-2003 9 september 2002: (installatievergadering te Hasselt) 8 november 2002: Leuven 10 december 2002: Leuven 16 januari 2003: Leuven 3 februari 2003: Leuven 18 februari 2003: Leuven 24 maart 2003: Leuven 22 april 2003: Leuven 2003-2004 8 september 2003: ontmoetingsdag Brugge 4 november 2003: Leuven 27 november 2003: Leuven 16 december 2003: Brugge 20 januari 2004: Brugge 17 februari 2004: Brugge 23 maart 2004: Leuven 26 april 2004: Brugge 13 mei 2004: Leuven 11 juni 2004: Brugge 26 augustus 2004: voorbereiding studiebezoek Manchester te Brugge 2004-2005 6 september 2004: ontmoetingsdag Brussel 1 oktober 2004 14-16 oktober 2004: Bezoek aan Manchester 9 november 2004: Leuven 30 november 2004: Brugge 11 januari 2005: Brugge 4 februari 2005: Leuven 17 maart 2005: Leuven 26 april 2005: Leuven 23

GEDRAGSINDICATOREN BACHELOR IN DE VROEDKUNDE

INHOUDSTAFEL 1. VOORWOORD... 1 2. ONTWIKKELING VAN DE GEDRAGSINDICATOREN... 2 2.1 Gedragsindicatoren... 2 2.2 Interpretatie van de vier niveaus van competentiebeheersing...18 3. WIE IS WIE...19 Bijlage 1: Vergaderdata...20

1. VOORWOORD Na de opbouw van het competentieprofiel was het werk natuurlijk nog niet af. De uiteindelijke bedoeling is tot een sterk onderbouwd opleidingsprofiel en curriculum te komen. Om goed te kunnen kiezen welke leerinhouden essentieel zullen zijn in een curriculum is het belangrijk om naast de competenties de gedragsindicatoren te bepalen. In het kader van toetsing moeten we de competenties vertalen in meetbaar gedrag, dus in gedragindicatoren. Op die manier hebben we zicht op wat we willen toetsen. Dit kan op verschillende manieren. Bij het omzetten van competenties naar gedragsindicatoren opteerden we voor het gebruik van heldere, concrete taal. Om de student te situeren in zijn leerproces kozen we voor de volgende niveaus: verkennend, verdiepend, integratie en expertniveau. Het expertniveau wordt verworven na wekervaring en bijscholing. Het evaluatieformulier is hiervan een mooie toepassing. Voor een aantal competenties wordt duidelijk gemaakt welk gedrag van de student verwacht wordt. Dit hebben we nodig om correct, objectief, en transparant te kunnen evalueren. Deze gedragsindicatoren zijn tot stand gekomen na intensief overleg binnen de werkgroep. De gedragsindicatoren werden als slot voorgelegd aan een groep bevoorrechte getuigen uit het werkveld (23 april 2007). Om het geheel nog meer tastbaar te maken hebben we als toepassing voor hen ook een eerste gemeenschappelijke stage evaluatiefiche voorgelegd. Deze evaluatiefiche zal nu een jaar getoetst worden op alle stageoorden waar studenten Bachelor in de Vroedkunde Associatie K.U.Leuven stage lopen. Er wordt een herevaluatie gepland. Dit is dan de eerste stap naar een concreet ingevuld curriculum, gemaakt vanuit eenzelfde visie van de deelwerkgroep Vroedkunde Associatie K.U.Leuven. 1

2. ONTWIKKELING VAN GEDRAGSINDICATOREN 2.1 Gedragsindicatoren 2.1.1 De vroedvrouw als persoon in de samenleving Echte, zelfbewuste, empatische, vakbekwame persoon, als symbool van de wijze vrouw voor de samenleving 2.1.1.1 De vroedvrouw heeft een fundamentele grondhouding van echtheid, empathie en onvoorwaardelijk respect De vroedvrouw toont deze grondhouding in alle aspecten van haar zijn. Ze is zich bewust van haar eigen sterkten en zwakten. 1 2 3 INDICATOR A. VERKENNEN B. VERDIEPEN C. INTEGREREN D. EXPERT Bewust zijn van eigen opvattingen, waarden en normen. Bewust zijn van verscheidenheid van opvattingen, waarden en normen tussen mensen. Bewust zijn van eigen gevoelens en deze bespreken met anderen. Eigen waarden en normen bespreken met anderen in het kader van praktijkervaringen. Openstaan voor en rekening houden met de opvattingen van de cliënt. Zich inleven in de belevingswereld van de andere door de situatie te analyseren vanuit het perspectief van de andere. De cliënt benaderen vanuit de bekommernis om zijn welzijn, zonder eigen normen te willen opdringen. Eigen keuzes in de vroedkundige zorg verantwoorden i.f.v. de waarden en normen van de cliënt. Zich inleven in anderen zonder het contact met de eigen gevoelens te verliezen. De professionele zorg cliëntgericht sturen en niet in het gedrang laten komen door eigen waarden en normen. Respectvol vroedkundig handelen i.f.v. de waarden en normen van de cliënt rekening houdend met de veiligheid van cliënt. Vanuit een professionele en spontane houding omgaan met gevoelens. 2.1.1.2 De vroedvrouw beschikt over het vermogen om, via reflectie, haar eigen identiteit te bewaken en uit te bouwen zowel binnen haar beroepsdomein als lid van de samenleving De vroedvrouw kan door middel van reflectie haar eigen identiteit bewaken, uitbouwen en bewaren. De vroedvrouw kan een onderscheid maken tussen haar rol van professionele hulpverlener en als lid van de samenleving. De vroedvrouw bewaakt haar eigen grenzen, zowel in tijd als in mentale ruimte, betreffende engagement t.a.v. haar rol als hulpverlener. 2

1 2 3 INDICATOR A. VERKENNEN B. VERDIEPEN C. INTEGREREN D. EXPERT De rollen van de Herkennen van de Reflecteren over het Kritisch reflecteren over vroedvrouw zoals rollen van de beroepsprofiel/ het professioneel beschreven in het vroedvrouw in een professioneel handelen handelen en dit beroepsprofiel en praktijksituatie. als hulpverlener. toepassen als het opleidingsprofiel/wettelijk hulpverlener en als lid van de maatschappij. kader kennen. Bespreekbaar maken van eigen mogelijkheden en grenzen in leersituaties. Bewust zijn dat nietprofessionele rollen eigen vroedkundige activiteiten kunnen beïnvloeden. Afwisseling voorzien tussen de leer-, stage-, zelfzorg- en ontspanningsactiviteiten. De invloed van de praktische bekommernissen uit de persoonlijke levenssfeer op de zorgverlening bespreken met de begeleiders. Praktische bekommernissen vanuit de persoonlijke levensfeer scheiden van de cliëntenzorg. Praktische bekommernissen vanuit persoonlijke levenssfeer scheiden van de cliëntenzorg. Evenwichtige afwisseling voorzien tussen de professionele, navorming-, persoonlijke en zelfzorgactiviteiten. Emotionele en praktische bekommernissen vanuit de persoonlijke levenssfeer scheiden van de vroedkundige opdrachten. 2.1.1.3 De vroedvrouw kan evenwichtig voelen en denken; een evenwichtige persoonlijkheid en een kritisch, analytisch én integrerend denkvermogen vormen een onmiskenbare basis voor adequaat en methodisch verloskundig handelen Als basis voor het methodisch verloskundig handelen bezit ze: een evenwichtige persoonlijkheid; een analytisch en integrerend denkvermogen; evenwichtig voelen en denken. 1 2 INDICATOR A. VERKENNEN B. VERDIEPEN C. INTEGREREN D. EXPERT Verwoorden van Tonen van veerkracht Tonen van veerkracht Tonen van veerkracht emotionele en doorzettingsvermogen en doorzettings- en doorzettings- stabiliteit en om met vermogen om met vermogen bij situaties beschikken over eigen emoties in eigen emoties in van langdurige voldoende eenvoudige wisselende verhoogde druk, draagkracht om omstandigheden om te omstandigheden om te tegenslag en normale emotionele gaan. gaan. complicaties. belasting aan te kunnen. Openstaan voor nieuwe ideeën, oplossingen. Bestaande procedures in vraag stellen. Probleemsituaties vanuit verschillende invalshoeken bekijken en voorstellen maken. Vernieuwende ideeën leveren om een specifiek probleem aan te pakken. 3

2.1.1.4 De vroedvrouw beschikt over sociale en communicatieve vaardigheden die haar in staat stellen respectvol om te gaan met individuele noden ongeacht de culturele en maatschappelijke achtergronden van de zorgvrager De vroedvrouw kan voldoende afstand nemen van eigen waarden en normen om respect op te brengen en te tonen voor de persoonlijkheid en het belang van de cliënte teneinde dit belang voorop te stellen. 1 2 3 INDICATOR A. VERKENNEN B. VERDIEPEN C. INTEGREREN D. EXPERT Een open, Rekening houden met Rustig en respectvol Een open, respectvolle aangename en het verbaal en nonverbaal blijven in de en aangename respectvolle verbale gedrag van de professionele relatie bij professionele relatie en non-verbale andere in de minder aangename behouden met cliënten professionele relatie professionele reacties van de ander. en het multidisciplinair aangaan met de (observeren, team in alle cliënten en het interpreteren en omstandigheden. vroedkundig team. terugkoppelen). Actief luisteren: signalen opnemen; de andere laten uitspreken zonder oordeel. Actief luisteren: de hulpvraag herkennen respectvol en aangepast reageren. Openstaan voor en rekening houden met de opvattingen en de cultuur van de cliënt. Actief luisteren: gericht doorvragen, gepaste feedback geven. Eigen keuzes in de vroedkundige zorg verantwoorden i.f.v. de waarden en normen van de cliënt. Een ondersteunende houding aanbieden aan de cliënt waarin actief luisteren, individuele feedback en respect centraal staan. Respectvol vroedkundig handelen i.f.v. de waarden en normen van de cliënt rekening houdend met de veiligheid van cliënt. 2.1.1.5 De vroedvrouw kan denken vanuit een ethisch referentiekader De vroedvrouw kan ethische problemen bespreekbaar maken. 1 2 INDICATOR A. VERKENNEN B. VERDIEPEN C. INTEGREREN D. EXPERT Een vroedkundig ethisch probleem herkennen. Een vroedkundig ethisch probleem bespreken met de begeleiders. Vanuit een ethisch vroedkundig referentiekader probleemsituaties herkennen in de praktijk. Een ethisch verantwoorde oplossing voorstellen voor probleemsituaties in het vroedkundig team. Ethische vragen en dilemma s erkennen in de vroedkundige praktijk. Een gefundeerde ethische argumentatie geven bij de voorgestelde oplossingen in het multidisciplinair team. Ethische vraagstellingen en dilemma s binnen de vroedkundige praktijk oplossen. Als vroedvrouw een gefundeerde argumentatie geven in het ethisch debat. 4

2.1.2 De vroedvrouw als coach/begeleider Met raad en daad bijstaan 2.1.2.1 De vroedvrouw beschikt over de competentie cliënten op een professionele manier te coachen en te begeleiden. Dit impliceert dat zij hen kan stimuleren, motiveren en feedback kan geven en ontvangen. Zij doet dit met respect voor de persoon binnen het kader van de processen die deze persoon doormaakt Ze kan stimuleren. Ze kan motiveren. Ze kan feedback geven en ontvangen. Ze coacht en begeleidt cliënten met respect. 2.1.2.1.1 De vroedvrouw kan stimuleren, motiveren, feedback geven en ontvangen 1 2 3 4 INDICATOR A. VERKENNEN B. VERDIEPEN C. INTEGREREN D. EXPERT Actief luisteren: Actief luisteren: de Vanuit een empatische Vanuit een empatische signalen opnemen; hulpvraag herkennen grondhouding actief grondhouding de andere laten respectvol en luisteren: gericht ondersteuning bieden uitspreken zonder aangepast reageren. doorvragen, gepaste aan de cliënt waarin oordeel. feedback geven. actief luisteren, individuele feedback en respect centraal staan. Een open, aangename en respectvolle verbale en non-verbale professionele relatie aangaan met de cliënten en het vroedkundig team. De eigenheid van de cliënt binnen de vroedkundige domeinen herkennen. De mogelijke effecten van een normale zwangerschap en normale bevalling op een gezinssituatie benoemen. Rekening houden met het verbaal en nonverbaal gedrag van de andere in de professionele relatie (observeren, interpreteren en terugkoppelen). Erkennen van de eigenheid van de cliënt binnen de vroedkundige domeinen. De mogelijke effecten van een pathologisch verlopende zwangerschap en bevalling op een gezinssituatie herkennen. Rustig en respectvol blijven in de professionele relatie bij minder aangename reacties van de ander. De eigenheid van de cliënt en zijn omgeving binnen de vroedkundige domeinen erkennen en begeleiden. De mogelijke effecten op een gezin inschatten en hiermee rekening houden bij de specifieke hulpvraag. Een open, respectvolle en aangename professionele relatie behouden met cliënten en het multidisciplinair team in alle omstandigheden. De cliënt en zijn omgeving, rekening houdende met hun eigenheid binnen de vroedkundige domeinen coachen en begeleiden. Op de specifieke hulpvraag een professioneel, geïndividualiseerd antwoord geven. 5