50 vragen rekentoets



Vergelijkbare documenten
Toets gecijferdheid augustus 2005

Blok 1 Herhalingstoets

Determinatietoets Rekenen 2F Deze toets bestaat in totaal uit 50 opgaven verdeeld over twee onderdelen.

Verhoudingen - Voorbeeldtoets bij 'Handig met getallen, 2', hoofdstuk 1

Duizend 3 getallen achter de komma 230 duizend duizend Andersom ,6 duizend ,5 duizend

Eindexamen wiskunde b 1-2 havo II

Cito-trainer groep 8. opgave 1. Hoeveel weegt de koffer? Breng leren tot leven. 5 kilogram 15 kilogram 30 kilogram

TOETS REKENEN / WISKUNDE. Naam:... School:...

Routeboekje. bij Rekenrijk. Groep 7 Blok 6. Van...

2 REKENEN MET BREUKEN Optellen van breuken Aftrekken van breuken Vermenigvuldigen van breuken Delen van breuken 13

Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE

Hoe maak je nu van breuken procenten? Voorbeeld: Opgave: hoeveel procent van de onderstaande tekening is zwart gekleurd?

Bereken hoeveel liter benzine de auto verbruikt voor de heen- en terugreis samen. Schrijf hieronder de berekening op

Naam:... Datum: =. 2 x 15 = =. 4 x 12 = =. 6 x 7 = =. 100 : 4 = =. 36 : 6 =.

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Toets gecijferdheid december 2004

Vragen Rekenvaardigheid Pabo

Examen VBO-MAVO-D. Wiskunde

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen

deel B Vergroten en oppervlakte

Examenopgaven VMBO-BB 2003

Examen VMBO-BB 2005 WISKUNDE CSE BB. tijdvak 2 maandag 20 juni uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer

DEZE VRAGEN MAAK JE ZONDER REKENMACHINE. JE MAG WEL KLADPAPIER GEBRUIKEN. vraag 1: 5 1,65 = vraag 2: 60% van 450 is. vraag 3: = vraag 4:

/595\

1. Hoeveel per stuk? a. Hiernaast zie je vier aanbiedingen uit de supermarkt. Hoeveel moet je per stuk ongeveer betalen?...

Rekenboek 3 havo/vwo. Antwoorden NOORDHOFF UITGEVERS 2014 REKENBOEK 3 HAVO/VWO ANTWOORDEN 1

BLAD 16: HAM EN KAAS. b. Bij de maatbeker horen verschillende inhoudsmaten. Hiernaast staan ze op een rij. Schrijf op de stippeltjes wat het betekent.

9.1 Oppervlakte-eenheden [1]

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

Vastgesteld: naam... datum... Paraaf... cijfer = score x 0, ,8588 (met een minimum van 1).

Hoeveel kinderen zitten er in elke groep van de Kameleonschool? Kleur het goede aantal hokjes. b 28 =

SAMENVATTING BASIS & KADER

Blok 6A - Vaardigheden

Examen VBO-MAVO-C. Wiskunde

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2002-II

Toets gecijferdheid maart 2004

Voorbeeldtoets 2F vmbo, voor veldraadpleging

Toelatingsexamen. Vakcode: Wiskunde basis onderbouw. Tijdsduur: 2 uur en 30 minuten

2.1 Kennismaken met breuken Deel van geheel. Opdracht 1 Welk deel van deze cirkel is zwart ingekleurd?

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 2 woensdag 18 juni uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Toets gecijferdheid april 2006 versie 3

REKENEN Hfst 1-3 PROCENTEN. Procenten betekent per honderd.

Opdracht 2.1 a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde grootte te krijgen.

Overstapprogramma 6-7

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 donderdag 27 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 woensdag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen Rekenen en Wiskunde

Opgave 2. ( 4 punten) Bereken de breedte van de tafel, afgerond op hele centimeters. Schrijf de berekening op.

Strategiekaarten. Deze strategiekaarten horen bij de ThiemeMeulenhoff-uitgave (ISBN ): Rekenen: een hele opgave, deel 2

Het metriek stelsel. Grootheden en eenheden.

Toets gecijferdheid mei 2004

Toets gecijferdheid april 2006 versie 1

Maak deze opgaven zonder rekenmachine. Je mag kladpapier gebruiken. Bij decimale getallen, rond je af op 2 cijfers na de komma.

Wat doen we ermee? Een gesprek over de aanloop naar de moeilijke opgaven Fokke Munk 1

a a Leg 3 getallen van 2 cijfers en tel ze op. b d Bedenk sommen waar 180 uitkomt. Meer antwoorden. b Uit welke som komt 103?

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 dinsdag 19 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

DOBBELSTENEN STAPELEN

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN

Examen VBO-MAVO-C. Wiskunde

REKENTECHNIEKEN - OPLOSSINGEN

Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2003

Examen VBO-MAVO-D Voorbereidend

Examen Rekenen en Wiskunde

WISKUNDE: HERHALINGSOEFENINGEN EINDE ZESDE LEERJAAR

TVE TIEN VRAGEN EXTENSIE LVS - VCLB WISKUNDE Begin 1 ste leerjaar

Antwoordblad Rekentoets 3F

Rekendidactiek van contextopgaven

REFERENTIETOETS 2F. Maak deze opgaven zonder de rekenmachine. Je mag kladpapier gebruiken. 12 3,75 = 60% van 450 = = DEEL 1. 1 Bereken.

: 7 VAK : REDACTIEREKENEN EN CIJFEREN DATUM : VRIJDAG 4 APRIL 2014 TIJD : UUR

Hoofdstuk 6 Inhoud uitwerkingen

bijlagen bij vmbo VMBO ruimte voor leerlingen

2 BBL. Oppervlakte. 5.1 Eenheden van oppervlakte

Procenten 75% 33% 10% 50% 40% 25% 50% 100%

Derde domein: gebroken getallen. 1 Kennismaking met breuken. 1.1 De breuk als deel van een geheel. Opdracht 1. Opdracht 2. blaadje 1.

BLAD 21: AAN DE OPPERVLAKTE

Verhoudingstabellen. Linda ik wil dezelfde lekkere ranja hebben. Als ik 5 glazen water heb, hoeveel glazen siroop moet ik daar dan bij doen?

8.1 Inhoud prisma en cilinder [1]

Startrekenen 2F vo. Leerwerkboek rekenen deel A SARI WOLTERS IRENE LUGTEN CYRIEL KLUITERS MARLOES KRAMER PASCAL DE WIT

SMART-finale Ronde 1: 5-keuzevragen

rekentrainer jaargroep 8 Hoeveel kilometer na 10 minuten? Kleur. Zwijsen naam: na 1 minuut: 0,200 km na 1 minuut: 0,040 km na 1 minuut: 0,008 km

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 donderdag 22 mei uur

Bereken hoeveel populieren hiervoor gebruikt zijn. Schrijf je berekening op.

1 Inleiding 2 Lengte en zijn eenheden 3 Omtrek 4 Oppervlakte 5 Inhoud. Meten is weten. Joke Braaksma. November 2010

Probeer de vragen bij Verkennen zo goed mogelijk te beantwoorden.

klas "Eenheden"

Bij het meten van breedte, dikte, diepte, hoogte en afstand bepaal je de lengte. De eenheid van lengte is de meter.

STADSBOERDERIJ PAARDEN

1. Bereken. 2. Bereken. Oefenopgaven. F. 2 km = cm G. 3 dm = mm H. 4,5 cm = m I. 250 dm = dam J. 3,12 hm = dm

Bereken hoeveel er voor de patat betaald moest worden. Schrijf je berekening op

Toets bij 2F Opgavenboekje rekenen 1

Je kunt in de grafiek aflezen wat de gewichtstoename is van schapen die zwanger zijn van één, twee of drie lammetjes.

RekenWijzer, uitwerkingen hoofdstuk 2 Gebroken getallen

sfeerlichthouders. Daarnaast staat een tekening van het bovenaanzicht van deze figuur.

Je wilt lege dvds's bestellen via internet. Er zijn verschillende aanbiedingen:

Opgave 1. a = =994. b = = c. 37,5 x 64 = 75x32=150x16=300x8=2400. d.

Uitwerking toets rekenvaardigheid. Opgave 1 a. 7125, ,99 = Tip: Bij kommagetallen is het eenvoudiger om aan geld te denken.

Transcriptie:

50 vragen rekentoets In de PP vind je 50 rekenopdrachten, waarvan de eerste 15 uit het hoofd moeten. De volgende 35 mag je op papier uitrekenen en sommige (zelfs) met de rekenmachine. Je hebt 15 minuten voor de eerste 15 hoofrekensommen (zet een kookwekker). Voor de rest heb je nog 75 minuten. Succes. De antwoorden (dus niet de uitwerkingen) lever je in bij de rekendocent.

Na deze dia start de toets Leg alvast een rekenmachine klaar en zorg voor uitrekenpapier voor na de 15 e opgave. Na de laatste opgave schrijf je alleen de antwoorden op een apart vel en dat lever je in bij je docent. SUCCES ERMEE

Hoofdrekenen 15 vragen, 15 minuten Geen kladpapier

Som 1 24 x 125 =

Som 2 3 halen, 2 betalen Hoeveel procent korting betekent dit als je 3 tubes tandpasta van 2,97 per stuk koopt?

Som 3 De klas van Patrick gaat op kamp. Ze worden gebracht met auto s. Er zijn 17 kinderen en er gaan 4 kinderen in een auto. Hoeveel auto s zijn er nodig?

Som 4 Een pak papier met 500 vellen is 5,5 cm dik. Hoe dik is één vel papier in mm?

Som 5 1449 : 7 =

Som 6 Een producent stopt zijn producten in kubusvormige blikken met ribben van 6, 12 en 24 cm lang. Voor de export bestelt hij kisten van 1,20x0,72x0,96 m. Hoeveel kubussen van 24 cm kan hij met één kist vervoeren

Som 7 Esli rijdt in een auto 9 uur lang 729 kilometer. Hij gebruikt hierbij een tank van 50 liter benzine. Wat is de gemiddelde snelheid?

Som 8 Zie vraag 7. Esli rijdt op gemiddelde snelheid verder. Hoe lang doet hij over 1296 kilometer?

Som 9 De zondagkrant weegt 350 gram. De krantenjongen laadt 40 kranten op zijn fiets. Hoeveel kilo kranten is dat?

Som 10 Een kampeerboerderij kost 456, per week. Een groep van 38 personen huurt de boerderij een week. Hoeveel betaalt ieder?

Som 11 Levi kreeg bij de meubelzaak 10% korting. Zijn bankstel kostte toen nog maar 540,. Hoeveel kostte zijn bankstel zonder korting?

Som 12 Voor het burgemeesterreferendum in Utrecht kwam 1 op de 3 inwoners zijn stem uitbrengen. Van degenen die hun stem uitbrachten stemde 55% op kandidaat A, en 45% stemde op kandidaat B. Hoeveel procent van de totale Utrechtse bevolking stemde op kandidaat B?

Som 13 Ongeveer 70% van de Nederlanders gaat op vakantie. Daarvan blijft 40% in Nederland. Hoeveel procent van de Nederlanders gaat op vakantie in eigen land?

Som 14 Klaas en Hendrik gaan een vloertje leggen. Ze hebben zeven dozen vloerstukken nodig. Iedere doos kost 13,98. Hebben ze genoeg aan 100,?

Som 15 29,95 : 5 =

Overige Rekensommen 35 vragen, 45 minuten Kladpapier mag Rekenmachine mag alleen bij de schuingedrukte opgaven

Som 16 De afstand op de getallenlijn tussen 3/4 en 4/5 is gelijk aan de afstand tussen 4/5 en 0,85. Is deze uitspraak juist? Licht je antwoord duidelijk toe!

Som 17 Iris schaatst een tocht van 60 km in 5,5 uur. Inge schaatst 40 km in 3,5 uur. Wie van de twee heeft gemiddeld het snelst gereden?

Som 18 Moeder snijdt een taart in 7 eerlijke delen. Eén van die delen wordt verdeeld tussen Dennis en Riekelt. Welk deel van de hele taart krijgt Dennis?

Som 19 Een olijfboer perst zijn olijven uit en doet de olijfolie in een vat van 1500 liter. Hoeveel flessen van 1,3 liter kan hij hiermee vullen?

Som 20 Zet de volgende wasmiddelen op volorde van goedkoop naar duur: Sunil 4,5 kg; 8,25 Robijn 0,75 kg; 1,85 Witte Reus 3 kg; 6, Color Reus 2,25 kg; 5, Vanish 1,5 kg; 3,30

Som 21 Een aardappelveld is 340 meter lang en 270 meter breed. Per ha. wordt er gemiddeld 35 ton aardappelen geoogst. Hoeveel is de oogst van dit veld?

Som 22 Een stapel van 8 bordjes heeft een hoogte van 5 cm. Een stapel van 20 bordjes heeft een hoogte van 12,5 cm. Alle borden zijn hetzelfde. Wat is de hoogte van één bord in cm? Antw. Afronden op 1 decimaal.

Som 23 Bij windkracht tien is de windsnelheid ongeveer 27 meter per seconde. Hoeveel kilometer per uur is dat? Antwoord afronden op 1 decimaal.

Som 24 In de supermarkt staat een kopieermachine die kan vergroten en verkleinen. De vergrotingsfactor is 1,3. De verkleiningsfactor is 0,7. Hendrik wil een plaatje maken waarvan de afmetingen ongeveer de helft van het origineel zijn. Hoe kan hij dat doen op deze machine? A. verkleinen verkleinen B. verkleinen vergroten verkleinen C. vergroten verkleinen vergroten D. vergroten verkleinen

Som 25 De auto van Wilfried gebruikt 22 liter voor een afstand van 290 km. De auto van Harry gebruikt voor 170 km 14 liter benzine. Harry beweert dat zijn auto zuiniger is. Klopt deze uitspraak?

Som 26 Jan verdient 13, per uur, overuren worden anderhalf keer zoveel uitbetaald. Deze week werkte Jan 32 uur, daarnaast maakte hij nog 12 overuren. Hoeveel krijgt Jan deze week uitbetaald?

Som 27 In het clubje van Marina zitten negen kinderen. Marina is de kleinste met haar 1,42. De andere kinderen zijn 1,49; 1,52; 1,53; 1,55; 1,59; 161; 1,63; 1,66. Alle maten zijn in meters. Wat is de gemiddelde lengte van de negen kinderen? Antwoord afronden op cm.

Som 28 Op deze kubus is rondom een band geschilderd. De band bestaat uit 4 rechte lijnen. Je ziet er twee. Neem de tekeningen over en teken de andere twee lijnen op de uitslagen hieronder:

Som 29 Vul het juiste getal in bij elk van de drie pijlen. Licht je antwoord duidelijk toe.

Som 30 Een vliegtuig vertrekt met een volle tank en vliegt 1320 kilometer. Tijdens de vlucht gebruikt het 70% van zijn brandstof. Hoeveel verder zou het vliegtuig nog kunnen vliegen? Antwoord afronden op 1 decimaal.

Som 31 Er is een berekening om te berekenen of je overgewicht G hebt: Q = Hierbij is G gewicht in kilo s en L is de LxL lengte in meters. Als Q tussen de 19 en 25 ligt, is je gewicht normaal. Daaronder ben je te licht, daarboven te zwaar. Bereken Q voor iemand die 78 kg weegt en 1,78 meter lang is op één decimaal.

Som 32 4 1/6 + 2 6/7 =

Som 33 De snelheid van een fietser is afhankelijk van het aantal omwentelingen van zijn trappers, en de gekozen versnelling. Daarbij hoort de volgende formule: S=(210 * x * 65 * y)/100 000 Hierbij is S de snelheid in meter per seconde, x het aantal omwentelingen per minuut en y de versnelling. Bereken de snelheid in meter per seconde voor iemand die 15 keer in een minuut trapt met een versnelling van 3,9. Geef je antwoord in twee decimalen nauwkeurig.

Som 34 Je hebt de cijfers 2, 3, 4 en 5. Daarmee ga je vermenigvuldigingsopdrachten maken. Je mag ieder cijfer maar één keer gebruiken. Maak eerst de vermenigvuldiging met de grootste uitkomst, daarna de vermenigvuldiging met de kleinste uitkomst.

Som 35 Sonja gebruikt zeven schepjes koffie voor zes kopjes; Mascha gebruikt vier schepjes voor drie kopjes. Wie zet de sterkste koffie?

Som 36 In een autorally houdt de bijrijder de afstand en de tijd bij, door middel van een stopwatch en hectometerpaaltjes. Zo komt hij erachter dat ze over een afstand van 4 kilometer 1 50 (1 minuut; 50 seconden) deden. Wat was de gemiddelde snelheid van de auto in km/u op dat traject? Geef je antwoord in één decimaal nauwkeurig.

Som 37 Een schoenendoosje is 29 bij 17 bij 7 cm. Wat is de inhoud van dit doosje in kubieke centimeters? En in liters?

De volgende tekening is gemaakt op hokjes van 1 cm bij 1 cm. Bereken de oppervlakte van het grijze figuur in cm². Licht je antwoord duidelijk toe! Som 38

Som 39 8 1/2 4 3/5 =

Som 40 2 1/3 x 3 6/7 =

Som 41 Een schaatser rijdt de 3 000 meter in 5 minuten. Wat is zijn snelheid in kilometers per uur?

Som 42 Een treinwagon kan maximaal 10 ton dragen. Hoeveel platen aluminium kan een wagon vervoeren, als de platen 8 meter lang, 2 meter breed en 0,5 cm dik zijn? Aluminium weegt 6 kg per dm³

Som 43 De raad van bestuur moet stemmen over een zeer belangrijke kwestie. Om de stemming geldig te laten zijn, moeten zes van de zeven bestuursleden aanwezig zijn. Er zijn 23 van de 28 bestuursleden aanwezig. Is de stemming geldig?

Som 44 Voor een taart heb ik nog een halve liter slagroom nodig. In de winkel blijkt dat er alleen nog maar flesjes van 1/8 liter zijn. Hoeveel flesjes moet ik mee nemen?

Som 45 1/3 deel van 14 1/4 =

Som 46 De kat van Ome Willem gaat mee naar Parijs, voor 11 dagen. Ome Willem neemt blikvoer mee. Iedere dag eet de kat twee derde blikje leeg. Hoeveel blikjes moet Ome Willem mee nemen?

Som 47 (109 x 46) (46 x 8) =

Som 48 1383 198 384 =

Som 49 De dakdekker koopt 7 afdekplaten van 4 bij 0,75 meter. Een vierkante meter kost 12,50. Hoeveel moet de dakdekker betalen?

Som 50 15 : 3 1/3 =

Hè hè, dat was veel! Zorg dat je de 50 antwoorden netjes op een vel papier schrijft, met je naam en klas. Die lever je de eerstvolgende les in.