Samenwerking met stakeholders tijdens de ontwikkeling van een monitoring systeem en feedback- en adviessysteem voor thuiswonende ouderen



Vergelijkbare documenten
Nederlandse samenvatting

Vergrijzing van de bevolking in België

Het integraal definiëren en meten van fragiliteit

Tilburg Frailty Indicator

Kwetsbaarheid bij ouderen: een uitdaging Risicofactoren, meetinstrumenten en samenhangende zorg

Symposium Onderzoeksresultaten

Kwetsbaarheid en voorspellende factoren onder 65-plussers Verdiepend onderzoek binnen de Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen

KWETSBARE OUDEREN, EEN HOLISTISCHE BENADERING

Transmurale zorg voor kwetsbare ouderen : geen brug te ver

DE TILBURG FRAILTY INDICATOR (TFI)

! Thema binnen ouderzorg Betere voorspeller voor adverse outcome dan chronologische leeftijd Geen consensus / gouden standaard

Kwetsbaarheid en slapen

Praktische bruikbaarheid van frailty(schalen)

Met Zorg naar Gezondheid!

Triage Risk Screening Tool (TRST)

Function Focused Care in het ziekenhuis Ontwikkeling en eerste ervaringen pilot

FRAILTY : INTEGRAAL DEFINIËREN EN METEN

Why do we treat the elderly cancer patient and how do we assess him? Cindy Kenis, Geriatrisch Oncologisch Verpleegkundige, UZ Leuven

Toolkit Mobiliteit. Screening 1 e lijn. 1. Kunt u 5 minuten buiten lopen?

Workshop Kwetsbaarheid

Oud met functiebehoud! Marjolein E.M. den Ouden MSc. Vereniging voor Bewegingswetenschappen Nederland. 15 September 2011

Berekening energiebehoefte en meting lichaamssamenstelling bij ALS, zinvol? Dea Schröder, Coby Wijnen, Ilse Batten 2016

Multi dimensioneel screenen naar kwetsbaarheid bij thuiswonende ouderen: het Comprehensive Frailty Assessment Instrument (CFAI)

Geriatrische screening / CGA binnen de zorg voor oudere kankerpatiënten: stand van zaken. Cindy Kenis. Geriatrisch Oncologisch Verpleegkundige

Ouderen in beeld, wat te doen? Welkom Wie zijn wij? Wie zitten hier in de zaal? Waar gaat het in deze workshop over?

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Towards a hospitalbroad approach of frail older patients / Senior Friendly Hospital

Fragiele ouderen in woonzorgcentra

Deze test werd ontwikkeld en aangewend om het medicatiemanagement en de verschillende aspecten hiervan te evalueren in de ambulante zorg.

ICHOM en het belang voor de patiënt

Programma. Kwetsbaarheid Fried (geriatrie)fysiotherapie. Geriatriefysiotherapie. Diagnosticeren van en interveniëren bij sarcopenie

Verder is uit onderzoek gebleken dat fysiek actieve personen minder vaak mobiliteitsbeperkingen hebben.(visser 2005)

Gezondheid en welzijn van thuiswonende kwetsbare ouderen. Robbert Gobbens Hogeschool Inholland, Zonnehuisgroep Amstelland

Technologie in de zorg. Een gezamenlijk programma van HsZuyd en UM

Het voorspellen van beperkingen in ADL en IADL door lichamelijke componenten van de Tilburg Frailty Indicator

Verbeteren van gezondheidsvaardigheden van ouderen in Europa EU-FP7-IROHLA. NCVGZ April 2013 Andrea de Winter. Jaap Koot & Menno Reijneveld

Identification of senior at risk (ISAR)

Frailty Screening Tools for Elderly Patients Incident to Dialysis

Dysphagia Risk Assessment for the Community-dwelling Elderly

De patient centraal in de acute zorg

Bevordering van de Lichaamsbeweging Clinical Assessment Protocol (CAP) = 1

In vogelvlucht. Verschillende onderzoeksmethodieken. Gezondheid? Cijfers zeggen niet alles. Of is gezondheid.

Workshop sociale kwetsbaarheid van ouderen. Symposium Geriatrie - Gezond ouder worden of ouder gezond worden 17 november 2015 Drs.

Praktische toepassing in de dagelijkse verpleegkundige praktijk

Hoe meet je prestatie op het werk?

PROMs vanuit perspec1ef zorgverleners

Fysieke Activiteit bij 50-plussers. The Relationship between Self-efficacy, Intrinsic Motivation and. Physical Activity among Adults Aged over 50

Palliatieve zorg bij hartfalen en de nieuwe richtlijn. Nationale Hartfalendag, Zeist, 28 september 2018

Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing

Dr. Hilde Verbeek 15 april Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1

Het revalidatieklimaat van de toekomst

De bruikbaarheid van geriatrisch assessments

KWETSBARE OUDEREN. 16 juni Robbert Gobbens. Kenniscentrum Zorginnovatie, Hogeschool Rotterdam

Eenzaam ben je niet alleen

De kwetsbare oudere aan dialyse

Meer bewegen met uw Smartphone

Het praktijkgerichte onderzoekslandschap

Op naar een dynamische maat voor gezondheid: Universeel criterium van gezondheid. Kritische transitie

SCREENING KWETSBAARHEID

Ferrell, B. A., Artinian, B. M., & Sessing, D. (1995). The Sessing scale for assessment of pressure ulcer healing. J.Am.Geriatr.Soc., 43,

25 jaar whiplash in Nederland

INHOUD WORKSHOP. Introductie Korte informatie over interventies. Interactieve discussie

VALUE ENGINEERING: THE H E G A G ME! E

Intervention Fidelity Matters

Iemand met overzicht die met me meedenkt Ouderenzorgproject Midden Utrecht. Petra Cornelis

De Tilburg Frailty Indicator

Samenvatting. Nieuwe ontwikkelingen in de palliatieve zorg: kwaliteitsindicatoren en het palliatieve zorgcontinuüm.

Helpt het hulpmiddel?

10 jaar CARVASZ: Wat brengt de toekomst? Dr Jita Hoogerduijn Lectoraat Verpleegkundige en Paramedische Zorg voor Mensen met Chronische Aandoeningen

valpreventie Sophia E. de Rooij internist-geriater 03 april 2008

Kwetsbaarheid van geriatrische revalidanten bij de Zonnehuisgroep Amstelland

PROM-toolbox. Wat weten we uit de literatuur over de toepassing van PROMs?

Kwetsbare ouderen in het ziekenhuis. Sophia de Rooij

Systematische review als middel tot synthese van bestaande kennis

Kwetsbaarheid, zorgvraag en welbevinden I. HHM Hegge Internist geriater

MYTHEN EN FEITEN OVER FRAILTY (kwetsbaarheid)

Welke scores zijn voor een patiënt het belangrijkste?

Overzicht publicaties (vanaf 2010) Publicaties 2015

Sport en Bewegingsstimulering voor Gezonde Ouderen

Definities van kwetsbaarheid (theorie)

Fysieke fitheid, vermoeidheid en fysieke training bij sarcoïdose patiënten

De toekomst van ehealth de hype voorbij?

DE KENNIS OVER OUDERE PATIËNTEN QUIZ (KOP-Q)

Katz index of Independance in Activities of daily living

Psychische kwetsbaarheid bij thuiswonende ouderen. dra. Lieve Hoeyberghs promotor: Prof. dr. Nico De Witte

Samenwerking en communicatie binnen de anderhalvelijnszorg

REIN risico score, QxCalc,

Levenseindezorg op maat : Medische indicaties voor vroegtijdige zorgplanning

EEN PROGRAMMA TER VOORKOMING VAN BEPERKINGEN IN ACTIVITEITEN BIJ KWETSBARE THUISWONENDE OUDEREN

Van harte welkom! Dit is een interactieve workshop Wij willen u vragen alvast de Socrative student app te downloaden op u telefoon

HANDLEIDING TILBURG FRAILTY INDICATOR (TFI) Een instrument om de mate van kwetsbaarheid bij oudere mensen vast te stellen

De computerhandleiding bestaat uit de volgende hoofdstukken:

Kwetsbaarheid bij ouderen met een verstandelijke handicap*

Het concept Frailty in de eerste lijn. Prof Dr Jan DE LEPELEIRE Huisarts Academisch Centrum Huisartsgeneeskunde Katholieke Universiteit Leuven

HET ZAL JE MOEDER MAAR ZIJN

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Transcriptie:

Samenwerking met stakeholders tijdens de ontwikkeling van een monitoring systeem en feedback- en adviessysteem voor thuiswonende ouderen Joan Vermeulen, Marieke Spreeuwenberg, Walther Sipers, Jacques Neyens, Erik van Rossum, David Hewson, Luc de Witte Joan Vermeulen is promovenda aan de Universiteit van Maastricht. Marieke Spreeuwenberg is postdoc-onderzoeker aan de Universiteit van Maastricht en projectleider van verschillende onderzoeksprojecten bij de Hogeschool Zuyd te Heerlen. Walther Sipers is klinisch geriater bij het Orbis Medisch Centrum te Sittard. Jacques Neyens is postdoc-onderzoeker aan de Universiteit van Maastricht en geriatriefysiotherapeut bij verpleeghuis De Riethorst te Geertruidenberg. Erik van Rossum is bijzonder lector Zorginnovaties voor kwetsbare ouderen bij de Hogeschool Zuyd en postdoc-onderzoeker aan de Universiteit van Maastricht. David Hewson is professor aan de Technische Universiteit van Troyes in Frankrijk. Luc de Witte is lector en bijzonder hoogleraar Technologie in de zorg bij de Hogeschool Zuyd te Heerlen en de Universiteit van Maastricht. Correspondentie: Joan Vermeulen, j.vermeulen@maastrichtuniversity.nl. Door de dubbele vergrijzing zal het aantal kwetsbare ouderen sterk toenemen. Tegelijkertijd zijn er steeds minder zorgverleners en professionals die zorg kunnen leveren aan deze ouderen. Dit artikel beschrijft de ontwikkeling van een systeem dat fysieke kwetsbaarheid monitort bij thuiswonende ouderen en daarnaast feedback en advies geeft om het fysieke functioneren te handhaven of te verbeteren. Inleiding Naar verwachting zal het aantal kwetsbare ouderen in Nederland tussen 2010 en 2020 toenemen met 300.000. Dit is een stijging van circa 50% (1). Tegelijkertijd daalt het aantal mensen dat de zorg voor deze ouderen moet betalen. Hierdoor zullen er minder zorgverleners en professionals zijn die zorg kunnen bieden aan kwetsbare ouderen (2,3). Het concept kwetsbaarheid werd voor het eerst geïntroduceerd in de jaren 80 en sindsdien zijn er verschillende definities van het concept geïntroduceerd (4). Kwetsbaarheid, in de literatuur meestal frailty genoemd, is een belangrijk en ingrijpend probleem bij ouderen. Sommige auteurs gebruiken een holistische benadering bij het definiëren van kwetsbaarheid. Zij gaan ervan uit dat biologische, psychische, sociale en omgevingsfactoren een rol vakblad NVFG, juni 2011 29

spelen bij het ontstaan van kwetsbaarheid (5-10). Andere auteurs focussen meer op biologische en fysieke factoren bij het definiëren van kwetsbaarheid (11-13). Kwetsbaarheid wordt vaak gedefinieerd als een syndroom dat het gevolg is van een accumulatie van achteruitgang van verschillende fysiologische systemen, die met elkaar zorgen voor een algemene achteruitgang in functioneren en conditie (13). Volgens het phenotype of frailty kan kwetsbaarheid bij ouderen gedefinieerd worden met behulp van vijf indicatoren van fysieke kwetsbaarheid (11). Deze indicatoren zijn gewichtsverlies, moeheid, lage loopsnelheid, krachtsvermindering en lage fysieke activiteit. Volgens het phenotype of frailty zijn ouderen zonder deze indicatoren robuust, ouderen met één of twee van deze indicatoren pre-frail en ouderen met drie of meer van deze indicatoren frail oftewel kwetsbaar. Negatieve uitkomsten die met kwetsbaarheid geassocieerd worden hebben niet alleen een impact op het leven van ouderen, maar ook op zorgverleners, professionals en het zorgsysteem. Kwetsbare ouderen zijn gevoeliger voor acute en chronische ziekten en disfunctioneren op meerdere gebieden. Dit kan eenvoudig tot beperkingen leiden, zowel bij het uitvoeren van activiteiten die noodzakelijk zijn voor zelfzorg en zelfstandig wonen (ADL/ IADL), als belemmeringen in het participeren aan voor hen betekenisvolle sociale activiteiten (14). Daarnaast hebben kwetsbare ouderen een verhoogd risico op beperkingen in het dagelijks leven, valincidenten, ziekenhuisopname, het samenbrengen van de perspectieven en behoeften van de verschillende stakeholders verpleeghuisopname en mortaliteit (15-22). Kwetsbaarheid en de bovengenoemde negatieve uitkomsten ervan ontstaan niet plotseling op één specifiek moment. Vaak treedt eerst een geleidelijke verslechtering op van de vijf fysieke indicatoren van kwetsbaarheid, gevolgd door het ontstaan van beperkingen in het dagelijks leven. Zorgverleners en professionals hebben op dit moment weinig inzicht in het verloop van de fysieke indicatoren van kwetsbaarheid van hun thuiswonende oudere cliënten. Vaak komt men er pas achter dat bepaalde fysieke functies achteruit zijn gegaan als de negatieve gevolgen van kwetsbaarheid al aanwezig zijn. Als zorgverleners een beter inzicht zouden hebben in het verloop van fysieke indicatoren van kwetsbaarheid gedurende de tijd, zouden zij ouderen kunnen identificeren die gebaat zijn bij een interventie die gericht is op het voorkomen van beperkingen in het dagelijks leven. Gewichtsverlies, kracht, loopsnelheid, balans en fysieke activiteit zijn namelijk indicatoren van kwetsbaarheid die het ontstaan van beperkingen in het dagelijks leven kunnen voorspellen (15,23-32). Uit een recent uitgevoerde en ingediende literatuurreview komt naar voren dat lage loopsnelheid de sterkste voorspeller is van beperkingen in de Activiteiten van het Dagelijks Leven (ADL), gevolgd door verminderde fysieke activiteit, gewichtsverlies, lage balans en afname van kracht in de handen. Technologie kan een rol spelen bij het opsporen van kwetsbaarheid bij thuiswonende ouderen in een vroeg stadium. Daarnaast kan technologie feedback en advies geven aan ouderen en zorgverleners over het fysieke functioneren. Technologie kan bijdragen aan gezondheidsbevordering en kan patiënten, zorgverleners en professionals ondersteunen bij zelfmanagement. Hierdoor kunnen patiënten zo lang mogelijk zelfstandig functioneren en maken ze mogelijk minder gebruik van professionele zorg. Als technologie op de juiste manier ingezet wordt, kan dit de traditionele organisatie van gezondheidzorg veranderen en mogelijk verbeteren (33,34). Helaas komt het regelmatig voor dat ontwikkelde technologieën hun beloften niet waarmaken. Een belangrijke reden hiervoor is dat er bij de ontwikkeling van technologie vaak geen rekening wordt gehouden met de voorkeuren en behoeften van potentiële gebruikers (35). Het doel van dit project was daar- 30 fysiotherapie & ouderenzorg

Figuur 1: Betrokken stakeholders om om samen te werken met diverse stakeholders en potentiële gebruikers om een systeem te ontwikkelen dat fysieke kwetsbaarheid kan monitoren bij thuiswonende ouderen. Daarnaast geeft het systeem feedback en advies op maat over het fysieke functioneren. Het Charles Delauney Instituut van de technische universiteit van Troyes (Frankrijk) heeft drie apparaten ontwikkeld die indicatoren van fysieke kwetsbaarheid kunnen meten bij ouderen in de thuissituatie. Deze drie apparaten zijn: een badkamerweegschaal die gewicht en balans meet, een knijpbal die handkracht meet en een mobiele telefoon met een ingebouwde activiteitenmonitor die lichamelijke activiteit en looppatroon meet. De informatie van alle apparaten wordt automatisch doorgestuurd naar de mobiele telefoon. Dit monitoring systeem vormde het uitgangspunt voor de ontwikkeling van het feedbacken adviessysteem. In dit artikel wordt beschreven hoe verschillende stakeholders betrokken zijn geweest bij het ontwikkelingsproces. Daarnaast wordt de eerste versie het systeem dat fysieke kwetsbaarheid monitort en feedback en advies geeft aan thuiswonende ouderen en professionals toegelicht. Methode Het is van groot belang om tijdens de ontwikkeling van nieuwe technologie in de gezondheidszorg tegemoet te komen aan de behoeften van relevante stakeholders en potentiële gebruikers van die technologie. Als hier rekening mee wordt gehouden is de kans groter dat de technologie geaccepteerd wordt door de doelgroep. Daarnaast kan het gebruiksgemak van de technologie vergroot worden door in een vroeg stadium rekening te houden met kenmerken en behoeften van gebruikers. Er zijn verschillende theorieën en auteurs die beschrijven hoe men kan waarborgen dat de behoeften van de gebruikers centraal staan tijdens het ontwikkelingsproces. Helaas blijkt het in de praktijk vaak lastig om de stappen uit deze theorieën precies te volgen. Vaak is men afhankelijk van kenmerken van de doelgroep, heterogeniteit van de doelgroep, de fase waarin het ontwikkelingsproces zich bevindt, financiële mogelijkheden of tijdsbeperkingen. Om er voor te zorgen dat de behoeften en perspectieven van verschillende stakeholders gerespecteerd worden tijdens de ontwikkeling van het monitoring systeem en het feedback- en adviessysteem, is tijdens dit project gebruik gemaakt van principes en methoden uit diverse theoretische kaders (33, 34, 36-38). Eerst werden alle mogelijke stakeholders en gebruikers van het systeem geïdentificeerd. In figuur 1 worden de verschillende partijen die bij het onderzoek betrokken waren weergegeven. De belangrijkste taak van de onderzoeker is het samenbrengen van de perspectieven en behoeften van de verschillende stakeholders die bij het project betrokken zijn. vakblad NVFG, juni 2011 31

Ouderen Via de organisatie Huis voor de Zorg zijn ouderen bij het project betrokken. Het Huis voor de Zorg is een onafhankelijke organisatie, die zich inzet voor de belangen van (potentiële) zorgvragers in Limburg. men richt zich op het vergroten van de verantwoordelijkheid en zeggenschap van gebruikers van zorg. Het Huis voor de Zorg heeft een doelgroeppanel opgericht waarin ouderen samenkomen die actief meedenken met onderzoeksprojecten op het gebied van ouderenzorg in de regio. Een drietal vertegenwoordigers van het doelgroeppanel heeft tijdens vier bijeenkomsten hun input gegeven aan de onderzoekers van het project. Tijdens de eerste bijeenkomst gaven de ouderen hun mening over de drie verschillende apparaten waaruit het systeem bestaat en hoe deze apparaten het best aangepast kunnen worden aan de behoeften van thuiswonende ouderen. Tijdens de tweede bijeenkomst werd samen met de ouderen nagedacht over de lay-out, de inhoud en de frequentie van de feedback en het advies. Tijdens de derde bijeenkomst werd besproken welke zorgverleners en professionals er bij de implementatie van het systeem betrokken moeten worden en wie er inzicht in de gegevens van de ouderen krijgt. Tijdens de vierde bijeenkomst werd de ontwikkelde interface van de mobiele telefoon geëvalueerd. Daarnaast werd er een bijeenkomst georganiseerd met een deel van de achterban van het Huis voor de Zorg. Tijdens deze bijeenkomst werd het project uitgelegd aan 21 ouderen. Zij kregen vervolgens de gelegenheid om hun feedback en input te geven op alle aspecten van het project zoals de technologie, een systeem dat fysieke kwetsbaarheid monitort en feedback en advies geeft aan thuiswonende ouderen en professionals de selectie van deelnemers, de inhoud van feedback en advies, welke professionals inzage mogen hebben in de gegevens van de ouderen etc. In de toekomst zullen tien ouderen die bij de eerste bijeenkomst aanwezig waren hun feedback geven op de interface van de mobiele telefoon en het gebruiksgemak hiervan. Professionals Bij het project zijn verschillende professionals betrokken: een klinisch geriater, een verpleegkundig specialist geriatrie, een verpleeghuisarts, twee huisartsen, vier fysiotherapeuten en een ergotherapeut. Tijdens expert meetings en interviews hebben deze professionals hun input gegeven over de volgende onderwerpen: Welke indicatoren van kwetsbaarheid moeten gemeten worden? Hoe moeten deze indicatoren gemeten worden? Hoe vaak moeten de indicatoren gemeten worden? Hoe kan informatie over de indicatoren gepresenteerd worden aan de ouderen en aan de professionals? Wat moet de inhoud zijn van de feedback en het advies aan de ouderen? Hoe kunnen relevante en haalbare doelen gesteld worden om het fysieke functioneren van thuiswonende ouderen met beginnende kenmerken van kwetsbaarheid te verbeteren? Met behulp van de informatie die door de professionals gegeven werd tijdens de expert meetings en interviews is een werkdocument geschreven door de onderzoeker. In dit werkdocument werden details van het monitoring systeem, het feedback- en adviessysteem en de implementatie hiervan in de praktijk beschreven. Dit document is naar de professionals gestuurd en met behulp van hun commentaar en feedback is het systeem verbeterd. Technici Naast ouderen en professionals hebben ook technici een belangrijke rol in het project. Zij waren verantwoordelijk voor het ontwikkelen van het systeem, de interface voor de mobiele telefoon en de database waarin alle gegeven opgeslagen worden. Door aan te geven wat technisch mogelijk was en te reageren op de wensen en behoeften van de ouderen en professionals hebben de technici 32 fysiotherapie & ouderenzorg

bijgedragen aan het ontwikkelingsproces van het monitoring systeem en het feedback- en adviessysteem. Resultaten Tijdens dit project is in samenwerking met verschillende stakeholders een systeem ontwikkeld met twee functies. Op de eerste plaats monitort het systeem fysieke indicatoren van kwetsbaarheid bij thuiswonende ouderen. Op de tweede plaats geeft het systeem feedback en advies over het fysieke functioneren aan de ouderen zelf en aan eventuele professionals/behandelaars. Hieronder worden het monitoring systeem en het feedback- en adviessysteem apart besproken. Het monitoring systeem De technologie voor het monitoring systeem is ontwikkeld door het Charles Delauney Instituut van de Technische Universiteit van Troyes in Frankrijk (UTT). Daarbij is intensief samengewerkt met ouderenorganisaties ter plaatse. Het systeem bestaat uit drie apparaten. Het eerste apparaat is de zogenaamde Balance Quality Tester (BQT), ontwikkeld als onderdeel van het Franse onderzoeksprogramma PARAChute (39). Dit apparaat bestaat uit een badkamerweegschaal (TEFAL Atlantis) waarin vier krachtsensoren verwerkt zijn. Daardoor is deze weegschaal in staat om naast gewicht ook balans te meten. Het zwaartepunt van de vier krachtsensoren in de weegschaal levert een centre of pressure signaal waar parameters van afgeleid kunnen worden die betrekking hebben op balans. De BQT is gevalideerd in een studie bij dertig ouderen die zichzelf gedurende een jaar dagelijks gewogen hebben. Parameters voor zowel statische als dynamische balans worden automatisch berekend en doorgestuurd via Bluetooth. De combinatie van statische en dynamische balans met hetzelfde instrument is essentieel en levert complementaire informatie waarmee een overall balans index berekend kan worden. Een belangrijk voordeel van deze weegschaal is dat oudere gebruikers regelmatig getest kunnen worden met een zeer gebruiksvriendelijke methode die slechts tien seconden duurt. Er bestaan geen vergelijkbare systemen voor het meten van balans in de thuissituatie. Het tweede apparaat van het systeem is een knijpbal. Deze wordt ontwikkeld door de UTT als onderdeel van het Domo-Grip project (40). Het is als prototype beschikbaar. Het is een bal met een diameter van 8 cm. waarin een druksensor en een communicatiemodule zitten. De communicatiemodule stuurt de meetgegevens door via Bluetooth. De bal meet de door het knijpen opgebouwde druk, die sterk correleert met kracht. Een groot voordeel van een dergelijke, op druk gebaseerde meting is dat het comfortabel is en geen klachten veroorzaakt. Statische dynamometers, zoals de Jamar, veroorzaken namelijk vaak pijnklachten bij het gebruik. Het derde apparaat van het systeem is de Nokia N8 mobiele telefoon met touchscreen. Deze biedt een dubbele functionaliteit. Op de eerste plaats kan hij gebruikt worden als een activiteitenmonitor door de tri-axiale accelerometer (versnellingsmeter) die in het toestel is ingebouwd. De meetresultaten met dit toestel zijn vergelijkbaar met die van andere activiteitenmonitors op basis van versnellingsmeters. Op de tweede plaats kan de telefoon functioneren als communicatieplatform voor het systeem, omdat hij in staat is op korte afstand te communiceren via Bluetooth met de knijpbal en de BQT. Daarnaast kan de mobiele telefoon de verzamelde data doorsturen naar een doelen zullen gericht zijn op het handhaven of verbeteren van het fysieke functioneren waar mogelijk serviceplatform/database. In figuur 2 wordt het monitoring systeem schematisch weergegeven. Een belangrijk kenmerk van de gekozen onderdelen van het systeem is dat ze ingebouwd zijn in alledaagse objecten die in een woning normaal zijn. De BQT oogt als een gewone weegschaal, de knijpbal is een eenvoudige kunststof bal die men op geen enkele manier associeert met hulpmidde- vakblad NVFG, juni 2011 33

len of medische technologie en de gebruikte mobiele telefoon onderscheidt zich uiterlijk niet van een normale telefoon. Het feedback- en adviessysteem Met het monitoring systeem dat hierboven beschreven is kunnen thuiswondende ouderen dagelijks hun eigen gewicht, statische balans, dynamische balans, maximale knijpkracht, fysieke activiteit (aantal stappen, gelopen minuten en afgelegde afstand), loopsnelheid en de regelmaat van hun stappen meten. Ouderen gaven tijdens het ontwikkelingsproces aan dat het te ingewikkeld is om feedback te krijgen over al deze indicatoren. Daarom is er, in samenspraak met ouderen en professionals, voor gekozen om feedback te geven over vier indicatoren namelijk: gewicht, balans (een combinatie van statische en dynamisch balans), maximale knijpkracht en fysieke activiteit (het aantal stappen of gelopen minuten, afhankelijk van de voorkeuren van de gebruiker). Op deze manier blijft het aantal indicatoren waarover men feedback krijgt overzichtelijk voor de gebruiker. Van alle fysieke indicatoren van kwetsbaarheid worden de metingen opgeslagen in de database zodat professionals hier inzage in kunnen hebben. Voordat men feedback en advies kan geven aan de gebruiker over zijn/haar eigen functioneren, zal er eerst een basisprofiel opgesteld worden om te bepalen hoe het fysieke functioneren op het beginpunt is. De thuiswonende ouderen worden verzocht om gedurende twee weken dagelijks gebruikt te maken van de drie apparaten. Wanneer een apparaat niet gebruikt wordt, zal er een herinnering naar de mobiele telefoon gestuurd worden die de gebruiker verzoekt om het betreffende apparaat dezelfde dag toch te gebruiken. Wanneer de meting van één of meerdere indicatoren succesvol is uitgevoerd, krijgt de gebruiker hier een bevestiging van. De gebruiker kan zelf kiezen of hij/ zij hiervoor gesproken berichten, tekstberichten of signaalberichten (trillen of piepen) wil ontvangen. Tijdens de basismeting Figuur 2: Het monitoring systeem 34 fysiotherapie & ouderenzorg

1. 1. 1. 1. Beginscherm 2. 2. 2. 2. Feedback en en en advies advies 3. 3. 3. 3. Geschiedenis Figuur 3: Interface van de mobiele telefoon zal enkel gemeten worden en nog geen feedback en advies gegeven worden. Op die manier kunnen ouderen wennen aan het gebruik van de apparaten en wordt het basisprofiel van fysiek functioneren bepaald voor iedere individuele gebruiker. Dit profiel bestaat uit de gemiddelde waarden voor de verschillende fysieke indicatoren en de natuurlijke fluctuaties die hierin voorkomen. Nadat het basisprofiel met behulp van het systeem is vastgesteld, krijgt de thuiswonende oudere een huisbezoek van een fysiotherapeut die gespecialiseerd is in geriatrie. De fysiotherapeut zal het fysieke functioneren van de ouderen onderzoeken en een omgevingscheck uitvoeren. Aan de hand van het basisprofiel en het onderzoek van de fysiotherapeut zullen doelen opgesteld worden in samenwerking met de ouderen. De doelen zullen gericht zijn op het handhaven of verbeteren van het fysieke functioneren waar mogelijk. Het is hierbij van groot belang dat de oudere en de fysiotherapeut met elkaar samenwerken zodat de gestelde doelen relevant en uitdagend zijn en aansluiten bij de behoeften van de oudere. De gestelde doelen zullen door de fysiotherapeut ingevoerd worden in het systeem zodat ouderen zelf kunnen zien hoe hun eigen fysieke functioneren zich verhoudt tot de gestelde doelen. De fysiotherapeut zal de ouderen adviseren over de manier waarop de doelen behaald kunnen worden. Deze adviezen worden zowel tijdens het huisbezoek als via de mobiele telefoon gegeven. In samenwerking met de ouderen is een interface ontwikkeld voor een Nokia N8. Dit is een mobiele telefoon met een touchscreen. Tijdens het ontwikkelingsproces bleek dat de voorkeur uitging naar een interface waarin ouderen zo min mogelijk stappen hoefden te nemen om adequate feedback en advies te krijgen. De interface die uiteindelijk ontwikkeld is wordt weergegeven in figuur 3. Op het linkerscherm staat het beginmenu aangegeven met vijf knoppen: één voor iedere indicator en een extra knop voor instellingen. Door op vakblad NVFG, juni 2011 35

de gewichtknop op het linkerscherm te drukken, komt de gebruiker bij het middelste scherm, waar feedback en advies gegeven wordt over het gewicht. Door op de geschiedenisknop op het middelste scherm te drukken komt de gebruiker bij het rechterscherm waar men veranderingen in de indicator in de afgelopen weken/ maanden kan volgen. In deze grafiek kan de oudere ook zien hoe ver hij/zij van het gestelde doel voor de specifieke indicator verwijderd is. Door het gebruik van een touchscreen telefoon en een menu met slechts drie lagen is de interface zo overzichtelijk mogelijk gemaakt om het gebruiksgemak voor ouderen te vergroten. Daarnaast wordt in de interface op een slimme manier gebruik gemaakt van kleuren. Als de knop van een indicator op het beginscherm of de achtergrond van het middelste scherm groen gekleurd is, betekent dit dat de meting van die indicator niet afwijkt van het basisprofiel of dat de meting overeenkomt met het gestelde doel. Als de knop van een indicator op het beginscherm of de achtergrond van het middelste scherm oranje gekleurd is, betekent dit dat de meting van die indicator een beetje afwijkt van het basisprofiel of iets achterligt op de gestelde doelen. De oranje kleur symboliseert een waarschuwing en is geen aanleiding voor directe actie. Als de knop van een indicator op het beginscherm of de achtergrond van het middelste scherm rood gekleurd is, betekent dit dat de meting van die indicator sterk afwijkt van het basisprofiel of dat de gebruiker erg achter ligt op de gestelde doelen. Het gevolg van een rode melding kan zijn dat de huisarts of fysiotherapeut een bericht ontvangt en contact opneemt met de gebruiker of dat de gebruiker bijvoorbeeld wordt aangespoord om vandaag nog iets actiever te zijn om zo zijn/haar doel voor fysieke activiteit te bereiken. Via de interface op de mobiele telefoon kunnen ouderen zelf monitoren hoe fysieke indicatoren zich ontwikkelen. Dit ondersteunt de ouderen in hun zelfmanagement. Daarnaast worden alle metingen ook doorgestuurd naar een database waar professionals met een eigen naam en wachtwoord op in kunnen loggen. Op die manier kunnen geriaters, huisartsen, fysiotherapeuten of andere professionals het fysieke functioneren van hun cliënten van een afstand monitoren. Op het moment dat een thuiswonende oudere rode of oranje meldingen krijgt op de mobiele telefoon, worden deze berichten ook doorgestuurd naar de professional. Dit kan een reden zijn om telefonisch contact op te nemen met de oudere of op huisbezoek te gaan. Naar aanleiding hiervan kunnen de doelen bijgesteld worden, kan de feedback en het advies aangepast worden of kan geconstateerd worden dat het baselineprofiel verbeterd of verslechterd is. Op die manier worden professionals in staat gesteld om thuiswonende ouderen te ondersteunen bij het zelfmanagementproces en kan reactieve zorg geboden worden op het moment dat dit nodig is. Conclusie In samenwerking met verschillende stakeholders is een innovatief monitoring systeem en feedbacken adviessysteem ontwikkeld. Tijdens het ontwikkelingsproces hebben de onderzoekers getracht om de verschillende behoeften en voorkeuren van deze stakeholders te respecteren en tot uiting te laten komen in het uiteindelijk ontwikkelde systeem. Door ervoor te zorgen dat zowel ouderen de interface is zo overzichtelijk mogelijk gemaakt om het gebruiksgemak voor ouderen te vergroten als verschillende professionals bij het proces betrokken waren, is de bruikbaarheid en acceptatie van de ontwikkelde technologie geoptimaliseerd. Het resultaat is een uniek systeem dat mogelijk bij kan dragen aan het dichten van het gat dat zal ontstaan tussen de vraag en het aanbod van zorg voor kwetsbare ouderen in Nederland in de toekomst. De volgende stap is om het ontwikkelde systeem te testen in kleinschalige pilotstudies. Voor deze pilotstudies zullen ouderen met beginnende indicatoren van 36 fysiotherapie & ouderenzorg

fysieke kwetsbaarheid benaderd worden via het Expertise Centrum voor Ouderenzorg van het Orbis Medisch Centrum te Sittard. Deze ouderen zullen het systeem gedurende drie maanden dagelijks gebruiken in hun eigen huis. Gedurende deze periode zullen zij eens per maand een consult krijgen met een fysiotherapeut die gespecialiseerd is in geriatrie en eens per maand een bezoek krijgen van de onderzoeker. Deze zal interviews afnemen bij de ouderen om de bruikbaarheid en acceptatie van het systeem te onderzoeken. Aan de hand van de resultaten van de pilotstudies zal het systeem aangepast worden. Daarna zal er een evaluatiestudie plaatsvinden waarbij het technisch functioneren, de bruikbaarheid en de toegevoegde waarde van het systeem volgens ouderen en professionals onderzocht zullen worden. Literatuurlijst 1) Campen C van, Ras M, Draak M den. Raming van het aantal kwetsbare ouderen tot 2030. In: Van Campen C (red). Kwetsbare ouderen. Den Haag, Sociaal Cultureel Planbureau, 2011, 69-81. 2) Brink D van den, Heemskerk F. De vergrijzing leeft. Kansen en keuzen in een verouderde samenleving. Amsterdam, Bert Bakker, 2006. 3) Ewijk C van, Draper N, Rele H ter, Westerhout E. Ageing and the sustainability of Dutch public finances. Den Haag, Centraal Planbureau, 2006, Bijzondere publicatie 61. 4) Hogan DB, MacKnight C, Bergman H. Models, definitions, and criteria of frailty. Aging Clinical and Experimental Research. 2003;15(3):1-29. 5) Bergman H, Béland F, Karunananthan S, Hummel S, Hogan DB, Wolfson C. Developing a working framework for understanding frailty. Gerontology and Society. 2004;109:15-29. 6) Saint-Hubert M de, Swine C. Evolving definitions of frailty. Aging Health. 2007;3(5):1-5. 7) Strawbridge WJ, Shema SJ, Balfour JL, Higby HR, Kaplan GA. Antecedents of frailty over three decades in an older cohort. J Gerontol Series B: Psychological Sciences and Social Sciences. 1998;53(1):9-16. 8) Rockwood K, Song X, MacKnight C, Bergman H, Hogan DB, McDowell I et al. A global clinical measure of fitness and frailty in elderly people. Can Med Assoc J. 2005;173(5):489-95. 9) Slaets JP. Vulnerability in the elderly: frailty. Med Clin North Am. 2006;90(4):593-601. 10) Gobbens RJ, Luijkx KG, Wijnen- Sponselee MT, Schols JM. Toward a conceptual definition of frail community dwelling older people. Nursing Outlook. 2010;58:76-86. 11) Fried LP, Hadley EC, Walston JD, Newman AB, Guralnik JM, Studenski S et al. From bedside to bench: research agenda for frailty. Sciences of Aging Knowledge Environment. 2005;2005(31):24. 12) Brown M, Sinacore DR, Binder EF, Kohrt WM. Physical and performance measures for the identification of mild to moderate frailty. J Gerontol Series A: Biological Science and Medical Science. 2000;55(6):350-5. 13) Walston J, Hadley EC, Ferrucci L, Guralnik JM, Newman AB, Studenski SA et al. Research agenda for frailty in older adults: toward a better understanding of physiology and etiology: summary from the American Geriatrics Society/ National Institute on Aging Research Conference on Frailty in Older Adults. J Am Geriat Soc. 2006;54(6):991-1001. 14) Bilotta C, Bowling A, Case A, Nicolini P, Mauri S, Castelli M et al. Dimensions and correlates of quality of life according to frailty status: a crosssectional study on community-dwelling older adults referred to an outpatient geriatric service in Italy. Health and Quality of Life Outcomes. 2010;8:56. 15) Rothman MD, Leo-Summers L, Gill TM. Prognostic significance of potential frailty criteria. J Am Geriat Soc. 2008;56(12):2211-116. 16) Fried LP, Tangen CM, Walston J, Newman AB, Hirsch C, Gottdiener J et al. Frailty in older adults: evidence for a phenotype. J Geront Series A: Biological Science and Medical Science. 2001;56(3):M146-56. 17) Boyd CM, Xue QL, Simpson CF, Guralnik JM, Fried LP. Frailty, hospitalization, and progression of disability in a cohort of disabled older women. Am J Medic. 2005;118(11):1225-31. 18) Ensrud KE, Ewing SK, Taylor BC, Fink HA, Cawthon PM, Stone KL et al. Comparison of 2 frailty indexes for prediction of falls, disability, fractures, and death in older women. Arch Int Med. 2008;168(4):382-9. 19) Bandeen-Roche K, Xue QL, Ferrucci L, Walston J, Guralnik JM, Chaves P et al. Phenotype of frailty: characterization in the women s health and aging studies. J Geront Series A: Biological Science and Medical Science. 2006;61(3):262-6. 20) Cawthon PM, Marshall LM, Michael Y, Dam TT, Ensrud KE, Barrett-Connor E et al. Frailty in older men: prevalence, progression, and relationship with mortality. J Am Geriat Soc. 2007;55(8):1216-23. 21) Ensrud KE, Ewing SK, Cawthon PM, Fink HA, Taylor BC, Cauley JA et al. A comparison of frailty indexes for the prediction of falls, disability, fractures, and mortality in older men. J Am Geriat vakblad NVFG, juni 2011 37

Soc. 2009;57(3):492-8. 22) Woods NF, LaCroix AZ, Gray SL, Aragaki A, Cochrane BB, Brunner RL et al. Frailty: emergence and consequences in women aged 65 and older in the Women s Health Initiative Observational Study. J Am Geriat Soc. 2005;53(8):1321-30. 23) Ostir GV, Markides KS, Black SA, Goodwin JS. Lower body functioning as a predictor of subsequent disability among older Mexican Americans. J Geront Series A: Biological Science and Medical Science. 1998;53:491-5. 24) Guralnik JM, Ferrucci L, Pieper CF,Leveille SG, Markides KS, Ostir GV et al. Lower extremity function and subsequent disability: consistency across studies, predictive models, and value of gait speed alone compared with the short physical performance battery. J Geront Series A: Biological Science and Medical Science. 2000;55:221-31. 25) Al Snih S, Raji MA, Markides KS, Ottenbacher KJ, Goodwin JS. Weight change and lower body disability in older Mexican Americans. J Am Geriat Soc. 2005;53:1730-7. 26) Al Snih S, Markides KS, Ottenbacher KJ, Raji MA. Hand grip strength and incident ADL disability in elderly Mexican Americans over a seven-year period. Aging Clinical and Experimental Research. 2004;16:481-6. 27) Jacobs JM, Cohen A, Hammerman- Rozenberg R, Azoulay D, Maaravi Y, Stessman J. Going outdoors daily predicts long-term functional and health benefits among ambulatory older people. JAging and Health. 2008;20:259-72. 28) Shinkai S, Kumagai S, Fujiwara Y, Amano H, Yoshida Y, Wanatabe S et al. Predictors for the onset of functional decline among initially non-disabled older people living in a community during a 6-year follow-up. Geriat & Gerontol Int. 2003;3:31-S39. 29) Shinkai S, Watanabe S, Kumagai S, Fujiwara Y, Amano H, Yoshida H et al. Walking speed as a good predictor for the onset of functional dependence in a Japanese rural community population. Age and Ageing. 2000;29:441-6. 30) Ishizaki T, Watanabe S, Suzuki T, Shibata H, Haga H. Predictors for functional decline among nondisabled older Japanese living in a community during a 3-year follow-up. J Am Geriat Soc. 2000;48:1424-9. 31) Arnold AM, Newman AB, Cushman M, Ding J, Kritchevsky S. Body weight dynamics and their association with physical function and mortality in older adults: the Cardiovascular Health Study. J Geront Series A: Biological Science and Medical Science. 2010;65:63-70. 32) Cawthon PM, Fox KM, Gandra SR, Delmonico MJ, Chiou CF, Anthony MS et al. Clustering of strength, physical function, muscle, and adiposity characteristics and risk of disability in older adults. J Am Geriat Soc. 2011; 59:781-787. 33) De Vito-Dabbs A, Myers BA, Mc Curry KR, Dunbar-Jacob J, Hawkins RP, Begey A et al. User-centered design and interactive health technologies for patients. Computer Informatics and Nursing. 2009;27(3):175-83. 34) De Rouck S, Jacobs A, Leys M. A methodology for shifting the focus of e-health support design onto user needs: A case in the homecare field. Int J Med Inform. 2008;77(9):589-601. 35) Teixeira L, Ferreira C, Sousa Santos B. User-centered requirements engineering in health information systems: A study in the hemophilia field. Computer methods and programs in biomedicine. 2010:in press. 36) Sha SGS, Robinson I, AlShawi S. Developing medical device technolgies from users perspectives: a theoretical framework for involving users in the development process. Int J Techn Assess in Health Care. 2009;25:514-521. 37) Abascal J, Arrue M, Garay N, Tomas J. Userfit Tool. A tool to facilitate design for all. Lecture Notes in Computer Science. 2003;2615:141-152. 38) Multidisciplinary Assessment of Technology Centre for Healthcare (MATCH): Programme website, http:// www.match.ac.uk/ 39) Hewson D, Duchene F, Charpillet M, Saboune J, Michel-Pellegrino V, Amoud H, et al. The PARAChute Project: Remote monitoring of posture and gait for falle prevention, EURASIP. J Adv in Signal Processing: Special Issue on Signal Processing Technologies for Ambient Intelligence in Home-Care Applications. 2007; Article ID 27421, 15 pages. 40) Li KD, Hewson D, Duchene J, Hogrel JY. Analysis of maximal grip strength using three types of dynamometer. IASTED Biomed. 2008; Innsbruck, Austria: IASTED. 38 fysiotherapie & ouderenzorg