Reader spreken Havo 4. Het betoog

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Reader spreken Havo 4. Het betoog"

Transcriptie

1 Reader spreken Havo 4 Het betoog 1

2 Inhoudsopgave Les 1: Het betoog 4 Les 2: Toetsanalyse en spreekangst 6 Les 3: Het onderwerp 9 Les 4: Het spreekplan 14 Les 5: Verschillende bronnen van informatie 18 Les 6: De documentatiemap 22 Les 7: De documentatiemap 22 Les 8: Overtuigen 24 Les 9: Argumenteren 28 Les 10: Structuur 31 Les 11: Presentatiehulpmiddelen 33 Les 12: Presentatietechnieken 39 Les 13: Voorbereiden toetsbetoog 47 2

3 Inleiding Voor je ligt de reader spreken voor havo 4. Aan het eind van deze periode houd je een mondeling betoog. Dit betoog houd je voor je docent en voor een aantal klasgenoten. Je hebt de vorige periode al veel geleerd over de tekstsoort betoog. Die kennis kun je deze periode ook inzetten voor je mondelinge betoog. Spreken is een vaardigheid en om goed te worden in een vaardigheid, moet je oefenen. Daarom zullen we in de lessen verschillende spreekoefeningen doen. Het is de bedoeling dat iedereen minstens eenmaal voor de klas een spreekoefening doet. Natuurlijk krijg je feedback op je spreken, die je kunt gebruiken om je spreekvaardigheid te verbeteren. De spreekoefeningen in het begin zijn wat minder uitgebreid, maar je kan ze vaak ook minder goed voorbereiden. Je moet improviseren. Spreekoefeningen aan het einde van de periode kun je beter voorbereiden, maar je moet dan ook op meer dingen letten. Je docent bepaalt of je een spreekoefening voldoende hebt afgerond. Naast de mondelinge toets moet je deze periode ook een handelingsdeel inleveren. Je maakt een documentatiemap. Dit heb je in de vierde klas ook al eens gedaan. Het onderwerp van je documentatiemap is ook het onderwerp van je betoog. Veel succes deze periode! 3

4 Les 1 Het betoog Opdracht 1 Verschil schriftelijk en mondeling betoog Veel theorie over het betoog is al bekend uit de vorige periode. Wat weet je nog van onderstaande onderdelen? Noteer in de tweede kolom. tekstdoel Stijl Inhoud Opbouw Inleiding: Kern: Slot: Toch is een mondeling betoog weer net even anders. Wat zou er anders zijn bij spreken? Noem minimaal drie factoren. Denk aan structuur, inhoud en presentatie

5 Opdracht 2 Een voorbeeld Je gaat nu kijken naar leerlingen uit havo 5 die een betoog houden. Beantwoord tijdens het kijken de vragen hieronder. 1. Waarom is dit een betoog? 2. Wat is de hoofdgedachte? 3. Welke argumenten gebruikt de spreker? 4. Worden er tegenargumenten weerlegd, welke? 5. Wanneer komt de conclusie? 6. Wat is de conclusie? 7. Wat vind je van het gebruik van de presentatiemiddelen? 8. Wat in de houding of lichaamstaal van de spreker komt overtuigend over? 9. Wat in het stemgebruik of het taalgebruik van de spreker komt overtuigend over? 10. Kon je het betoog makkelijk volgen? Hoe komt dat? Noteer de antwoorden hieronder: 5

6 Les 2 Toetsanalyse en spreekangst Opdracht 1 Analyseren van je fouten op de toets De toets leesvaardigheid en argumenteren is een belangrijke toets in havo 4. Hij heeft voorspellende waarde voor je eindexamen. Daarom is het belangrijk dat je goed oplet tijdens de bespreking van je toets en de tabel hieronder invult. Je krijgt dan inzicht in waar je nog meer aandacht aan moet besteden voor je eindexamen en eventueel voor je herkansing. Soort vragen Te behalen punten Door jou behaalde punten Theorievragen Toepassingsvragen Open vragen Multiple Choice vragen Vragen die je fout had: Waarom had je die vraag fout? A. Ik snapte woorden/uitdrukkingen in de vraagstelling niet. B. Ik kende de theorie niet, waardoor ik de vraag/antwoordmogelijkheden niet begreep. C. Ik heb niet goed gekeken waar het antwoord moest staan in de tekst. D. Anders, namelijk. Nr. foute vraag Soort fout (A,B,C,D) Toelichting 6

7 Opdracht 2 Sprekerstest Wat voor soort spreker ben jij? 1. Geef bij elk van de onderstaande punten aan of je het ermee eens bent of niet mee eens bent. Omcirkel je keuze. 2. Bespreek je antwoorden met klasgenoten. Je docent beslist of jullie in groepen overleggen of met de hele klas. Noteer van elk punt dat is genoemd bij opdracht 1a hoeveel mensen uit je groep het ermee eens of oneens zijn. 3. Bespreek met elkaar de genoemde punten waarover de meningen verschillen. 4. Je docent geeft je nu de typering die bij jou zou moeten passen. Klopt het? TEST A Een spreekbeurt moet je goed voorbereiden, als je niet wilt afgaan voor de klas. Mee eens / niet mee eens B Als ik een spreekbeurt moet houden, ben ik erg zenuwachtig. Mee eens / niet mee eens C Spreken voor de klas: dat kun je of dat kun je niet. Daar valt niets aan te leren. Mee eens / niet mee eens D Als je zenuwachtig bent, kun je nooit een hoog cijfer scoren voor een spreekbeurt. Mee eens / niet mee eens E Als je een leuke klas hebt, is het gemakkelijker om een spreekbeurt te houden. Mee eens / niet mee eens Opdracht 2 Bekijk het filmpje Ga er allemaal maar eens lekker voor zitten van Cabaretier Hans Teeuwen. In deze sketch heeft de cabaretier last van spreekangst. Noem minstens drie zaken waaraan je kunt merken dat de spreker bang is. Opdracht 3 Lees op de volgende bladzijde de tekst over spreekangst en beantwoord de volgende vragen. 1. Wat is het ergste dat je kan overkomen? 2. Hoe groot is die kans (kan je die kans zelf verkleinen)? 3. Hoe erg is dat eigenlijk als dat dan toch gebeurt? 4. Wat zou je kunnen doen om het te voorkomen? 5. Hoe los je het op als het toch gebeurt? 7

8 Spreekangst Trillende handen, een rood hoofd en niet meer uit je woorden kunnen komen. Overkomt je dat als je een presentatie moet houden? Of bij een sollicitatiegesprek of belangrijke vergadering? Waarschijnlijk heb je dan last van spreekangst. Je kunt natuurlijk deze situaties zoveel mogelijk vermijden, maar beter en effectiever is het om je spreekangst proberen te verminderen. Wat is spreekangst? Bijna iedereen vindt het eng om te spreken in het openbaar. En zenuwachtig zijn voor een sollicitatiegesprek is meer dan normaal. Een beetje spreekangst of plankenkoorts kan er zelfs voor zorgen dat je beter presteert. Maar als je spreekangst te groot wordt, kan dit leiden tot concentratieverlies en zelfs een black-out. Spreekangst is vaak een vorm van faalangst. Misschien is een presentatie of spreekbeurt een keer niet zo goed gegaan. Die herinnering blijft hangen. Een vervelende opmerking van een docent of klasgenoot kan ervoor zorgen dat je bij een volgende spreekopdracht extra zenuwachtig wordt. Verminderen van spreekangst Bedenk dat er met een goede voorbereiding eigenlijk niets mis kan gaan. Als je je tekst kwijt bent, pak je je tekst erbij. Als je begint met stotteren, neem je even een slokje water en begin je weer opnieuw. Als je toch nog allerlei rampscenario's voor je ziet, stel jezelf dan de volgende vragen: Wat is het ergste wat me kan overkomen? Probeer te achterhalen waar je eigenlijk bang voor bent. Wat is het ergste rampscenario dat je kan overkomen? Dat je een black-out krijgt? Dat je je tekst kwijt bent of dat je geen enkele vraag kunt beantwoorden? Hoe groot is de kans dat dat gebeurt? Heb je zo'n ramp al eens meegemaakt in het verleden? Zo ja, hoe lang geleden was dat? Was dat een vergelijkbare situatie? Had je je toen ook al goed voorbereid? Zijn er dingen die je nu anders zou kunnen doen? Als die ramp' toch gebeurt, hoe erg is dat eigenlijk? Wat vind je zelf van mensen die een black-out krijgen tijdens een spreekopdracht? Of mensen die stotteren tijdens een vergadering? Dom, of juist dapper dat ze het toch proberen? Waarschijnlijk dat laatste. Bedenk dat de meeste mensen helemaal niet zo streng over je zullen oordelen. Tips Veel oefenen Hoe vaker je je presentatie of belangrijk gesprek oefent, hoe zekerder je je zult voelen. Ontspanningstechnieken Ga voor je presentatie even rustig zitten en let goed op je ademhaling. Adem langzaam en diep, vanuit je buik. Na een tijdje zul je je rustiger voelen, je hartslag gaat bijvoorbeeld langzamer. Relativeren Relativeer het belang van je presentatie. In het algemeen, maar vooral ook voor je publiek. Bedenk dat je presentatie niet ineens een grote omslag in hun leven zal betekenen. Onze manier van denken en fantaseren bepaalt hoe we ons voelen en hoe we ons opstellen en gedragen. Hierover kun je meer lezen in het volgende boek: IJzermans. Theo, e.a. (2005). Beren op de Weg, spinsels in je hoofd. Zaltbommel: Thema. 8

9 Les 3 Het onderwerp Opdracht 1 onderwerp en stelling Het is nu zaak om zo snel mogelijk een onderwerp te bedenken waar je je betoog over wil doen. Bedenk dat je een betoog moet houden, dus je moet een onderwerp verzinnen waar je een stelling bij kan maken. De ervaring leert dat het het beste werkt, als je een onderwerp kiest waar je je persoonlijk bij betrokken voelt. Om een idee te krijgen is het verstandig om bijvoorbeeld eens een krant door te bladeren of op de website van een krant te kijken. Kijk dan ook vooral naar de opiniepagina s. Ook op kun je verschillende stellingen vinden, of op vakkenweb. Heb je een onderwerp gevonden? Lees dan hieronder hoe je er een goede stelling van maakt. Laat je stelling keuren door je docent. Het is zonde als je er bij je toets pas achter komt dat je stelling niet in orde is. Werkwijze om stellingen te maken Het is goed om te weten aan welke voorwaarden een goede stelling moet voldoen. Hieronder volgen tips voor het formuleren van stellingen. 1. Voor een goede stelling geldt de gulden regel: een stelling bestaat uit één zin, zonder bijzinnen. 2. Een stelling is nooit in vraagvorm (moeten harddrugs gelegaliseerd worden?), maar kan wel weer een citaat zijn (Bolkestein: 'Het smoel is belangrijker dan het doel!'). 3. Een belangrijke eis is dat de stelling in beginsel gelijke kansen aan voor- en tegenstanders biedt. Er zijn gewichtige argumenten voor én tegen de stelling te bedenken. De stelling is - in vaktermen - debatable. 4. Om verwarring te voorkomen is het raadzaam om een ontkenning (niet, nooit en dergelijke) in de stelling te vermijden (bijvoorbeeld: Nederland moet niet meer investeren in alternatieve energiebronnen). De kans is namelijk groot dat de tegenstanders zich ontpoppen als voorstanders en andersom. De stelling wordt dan: Nederland moet meer investeren in alternatieve energiebronnen. Concretiseringen Het is aan de bedenker van de stelling of en hoeveel nuances in de stelling worden aangebracht. Een voorbeeld van gradatie in concreetheid: 1. Nederland moet een sociale dienstplicht invoeren. 2. Nederland moet een sociale dienstplicht invoeren voor werklozen. 3. Nederland moet een sociale dienstplicht invoeren voor langdurig werklozen. 9

10 Ludiek? Het is niet gezegd dat een betoog alleen over serieuze stellingen gaat. Een serieus onderwerp kan ludiek ('Een echte vent strijkt zijn eigen overhemd') verwoord zijn. Een ludieke stelling is misschien wat gewaagd voor je echte betoog, maar kan wel prima dienen om bijvoorbeeld te gebruiken in een oefenbetoog. Voorbeelden van stellingen De Arabische nieuwszender Aljazeera is gevaarlijk voor de publieke opinie. Middelbare scholieren moeten gratis openbaar vervoer krijgen. Genetische manipulatie is een zegen voor de mensheid. Internet doet meer kwaad dan goed voor je opvoeding. Het onderscheid tussen zwarte en witte scholen moet worden bestreden. Voorbeelden van ludieke stellingen De mobiele telefoon is een dieptepunt voor de mensheid. Eén week per jaar moeten scholieren het land regeren. Willem-Alexander moet afstand doen van de troon. Actuele stellingen Het illegaal downloaden van muziek en films moet harder worden aangepakt Ouders moeten zelf betalen voor schoolboeken Nederland moet weg uit Uruzgan De basisbeurs voor studenten moet afgeschaft worden Nederland moet haar ontwikkelingshulp terugbrengen naar het Europees gemiddelde Er moet een internettaks komen om kranten te helpen De pensioengerechtigde leeftijd moet omhoog Vrijheid van meningsuiting moet onbegrensd zijn voor politici Eenvoudige stellingen Plastic tasjes in supermarkten moeten worden verboden Lantaarnpalen moeten s nachts uit worden gezet Milieugroeperingen die de wet overtreden moeten worden verboden Nederland moet opnieuw de autovrije zondag invoeren Schiphol mag niet groter worden als dat ten koste gaat van het milieu Jongeren moeten verplicht een deel van hun middelbare schooltijd in een andere lidstaat doorbrengen Alle lidstaten van de EU moeten het homohuwelijk legaliseren Er moet een Europese belasting komen op kerosine De EU moet lidstaten verplichten om een minimum aan onderwijs uit te geven Europa moet een direct door het volk gekozen president krijgen Nederland moet een gekozen premier krijgen De stemgerechtigde leeftijd moet omlaag naar 16 jaar Of: Je moet kunnen stemmen als je 16 bent 10

11 Nederland moet een stemplicht invoeren Of: Iedereen moet verplicht stemmen Mensen die veel belasting betalen, moeten meer stemrecht krijgen Nederland moet stemmen per internet of sms mogelijk maken Uitdagende stellingen Om ontwikkelingshulp te krijgen moet een ontwikkelingsland milieuvriendelijk beleid voeren Het ontkennen van de klimaatcrisis moet strafbaar worden gesteld Nederland moet meer kerncentrales bouwen Patenten op klimaattechnologie moeten worden vrijgegeven De handel in emissierechten moet worden vervangen door een forse uitstoottaks Europa moet alleen nog subsidie geven aan boeren als ze milieu- en diervriendelijk werken De EU moet een verbod afkondigen op generaal-pardonregelingen Griekenland moet uit de Euro worden gezet Er moet een Europees leger komen Inwoners van de EU moeten in elk ander land kunnen werken Het volk moet de mogelijkheid krijgen om nieuwe verkiezingen af te dwingen Nederland moet een tweepartijenstelsel invoeren Nederland moet het onmogelijk maken de democratie af te schaffen, zelfs als een overgrote meerderheid dit steunt Nederland moet bij de Tweede-Kamerverkiezingen een kiesdrempel van vijf zetels invoeren Democratie is voor ieder land de beste staatsvorm (waardestelling) Klassieke clichés: Het testen van cosmetische producten op dieren moet verboden worden Iedereen moet verplicht DNA-materiaal afstaan Gewelddadige games moeten verboden worden Nederland moet juryrechtspraak invoeren Nederland moet meer kerncentrales bouwen Bij concrete terroristische dreigingen is martelen geoorloofd Ontwikkelingshulp moet afgeschaft worden Alle Nederlanders moeten verplicht orgaandonor worden Veroordeelde pedofielen mogen pas vrijgelaten worden na chemische castratie Er moet een volledig verbod op prostitutie komen Nederland moet de doodstraf herinvoeren De publieke omroep moet afgeschaft worden Nederland moet vaker referendums organiseren Nederland moet een republiek worden Er moet een stakingsverbod komen voor noodhulpdiensten De overheid moet topinkomens harder aanpakken Turkije mag geen lid worden van de Europese Unie Kinderen moeten verplicht gevaccineerd worden Wietteelt moet gelegaliseerd worden Wie ongezond leeft, moet meer zorgpremie betalen De overheid moet een minimum stellen voor vrouwen aan de top 11

12 Gewelddadige dictators vermoorden is geoorloofd Westerse landen hebben de morele plicht om democratie te verspreiden Criminelen die levenslang hebben gekregen moeten kunnen kiezen voor euthanasie Kinderen moeten recht krijgen op een rookvrije thuisomgeving Uitkeringsfrauders moeten tien jaar lang het recht op alle uitkeringen verliezen Verplicht euthanasie moet worden toegepast op langdurige comapatiënten Het auteursrecht moet beperkt worden tot 10 jaar Ook harddrugs moeten worden gelegaliseerd Alcoholreclame moet verboden worden Bij ernstig huiselijk geweld moet een huwelijk verplicht ontbonden worden Actiegroeperingen die de wet overtreden moeten verboden worden Het Suikerfeest moet een nationale feestdag worden Er moet een verplichte abortus komen bij jeugdzwangerschappen Hoofddoekjes moeten op school verboden worden Alleen democratieën mogen voortaan de Olympische Spelen organiseren Vrouwen moeten het recht krijgen op pepperspray Wedstrijdstellingen van het Lagerhuis 1. Het salaris van een docent moet afhankelijk worden van zijn kwaliteit 2. Nederland moet terug naar één publieke zender 3. Kernenergie is een goed alternatief voor het gebruik van fossiele brandstoffen 4. Geld voor ontwikkelingssamenwerking moet alleen bij vrouwen terecht komen 5. Social media als Hyves, Facebook en MSN zijn een groot gevaar voor jongeren 6. Op alle basis - en middelbare scholen moet het schooluniform worden ingevoerd 7. IVF-behandelingen moeten geheel voor eigen kosten zijn 8. Het "ja, tenzij" donorsysteem moet worden ingevoerd 9. De toenemende macht van China is goed voor de wereld 10. Religieuze uitingen als keppeltjes en hoofddoekjes op scholen moeten verboden worden 12

13 Opdracht 2 SPREEKOPDRACHT: Luchtballon Voordat je aan deze spreekopdracht gaat beginnen lees je eerst de tekst evalueren hieronder. Voor de spreekopdracht vorm je een groep van vijf personen. Stel je voor dat je met z n vijven in een luchtballon boven zee zweeft. De ballon dreigt neer te storten en kan alleen blijven zweven als er vier mensen uitspringen. Ieder van jullie moet straks betogen waarom jij moet overleven. 1. Kies een karakter dat je aanspreekt: een persoon uit het nieuws of een popzanger, je vader of desnoods Sinterklaas of Donald Duck. (Je neemt jezelf in deze opdracht niet als voorbeeld.) 2. Bedenk in drie minuten hoe je gaat beargumenteren dat jij in de mand moet blijven. 3. Ieder van jullie krijgt één minuut om te vertellen welke persoon je bent en waarom je moet blijven. 4. De klas jureert: de twee verliezende ballonvaarders moeten springen. 5. De drie achterblijvers beargumenteren elk in één minuut waarom de andere twee juist wel moeten springen. Je valt ze dus aan op hun eigen argumenten. 6. De klas wijst de winnaar aan. 7. Evalueer de sprekers en geef ze commentaar op hun spreekbeurt. Evalueren Van fouten kan je leren. Het is een cliché maar wel waar. Om te kunnen leren van fouten is er één belangrijke voorwaarde: je moet niet alleen gewezen worden op je fouten, maar vooral ook gestimuleerd worden om het beter te doen. Commentaar krijgen is niet altijd even gemakkelijk, sterker nog het is wellicht een stuk moeilijker dan commentaar geven. Belangrijk is dat je niet direct in de verdediging gaat. Het moeilijkste aspect van commentaar krijgen, is goed luisteren. Luister dus naar wat er wordt verteld en probeer er je voordeel mee te doen. Hieronder een paar aandachtspunten voor commentaar krijgen en geven: Commentaar geven: - Geef opbouwende kritiek, zodat je de ander verder helpt; - Noem positieve en negatieve punten; formuleer deze als tops en tips. - Wees objectief; wees dus niet te mild omdat het om een goede vriend gaat; - Geef serieuze kritiek; maak geen flauwe opmerking Commentaar krijgen: - Neem commentaar en commentator serieus en doe er je voordeel mee, leer er iets van; - Leg commentaar alleen naast je neer als kunt uitleggen waarom. 13

14 Les 4 Het spreekplan Als het goed is heb je nu een stelling voor je betoog. Opdracht 1 SPREEKOPDRACHT: Lullepot 1. Voor je liggen twee witte papiertjes. 2. Bedenk wat je stelling is voor het toetsdebat. Schrijf nu op ieder briefje een kernwoord uit de stelling op. Bijvoorbeeld, je stelling is: een de vergoeding voor een diëtist moet in het basispakket. Dan schrijf je op je eerste briefje diëtist en op het andere briefje basispakket. Lever de briefjes in bij je docent. Deze opdracht wordt vaak gebruikt in het debating-onderwijs. Je oefent met spreken in het openbaar. Het is een soort spel, waarbij je geen hoogwaardige prestatie hoeft te leveren. Een goede oefening om je spreekangst te overwinnen. 3. De eerste leerling komt naar voren en pakt twee briefjes. De leerling leest de woorden voor zichzelf en krijgt één minuut bedenktijd. In deze minuut moet een logisch, fictief en boeiend verhaal worden voorbereid, dat begint met het ene woord en eindigt met het andere. Het verhaal moet ongeveer één minuut duren. 4. Nadat de bedenktijd is verstreken vertelt de leerling het verhaal aan de klas. Intussen is een tweede leerling naar voren gekomen die twee woorden heeft getrokken en zich voorbereidt in een hoek van het lokaal. 5. Bespreek na afloop (met de hele klas of in kleinere groepen) welk verhaal inhoudelijk het beste was en welke presentatie het meest boeide. Leg ook uit waarom je dat vindt. 14

15 Opdracht 2 Het spreekplan Voor een mondeling betoog maak je een spreekplan. Dat is een plan waarin je vastlegt wat je gaat zeggen en welke argumenten je gaat gebruiken. Lees hieronder uit welke onderdelen het spreekplan is opgebouwd. Kijk vervolgens nog eens naar een voorbeeldbetoog uit havo 5. Maak nu naar aanleiding van dat betoog het spreekplan. Je kan het plan op de volgende bladzijde gebruiken om in te vullen. Spreekdoel Stel ten eerste vast wat het doel is van je betoog. Het doel is natuurlijk overtuigen, maar we willen dat je preciezer bent. Noteer je doel zo concreet mogelijk. Schrijf bijvoorbeeld niet: Het doel is een overtuigend betoog houden voor donorregistratie. Maar: Ik hoop dat aan het eind van mijn betoog een aantal klasgenoten zich laat registeren als donor. Formuleer je spreekdoel als volgt: Na mijn betoog wil ik dat mijn luisteraars Hoofdgedachte De volgende staf in je voorbereiding is het vaststellen van de hoofdgedachte. De hoofdgedachte is het belangrijkste wat je over je onderwerp wil vertellen. Bij een betoog komt dit overeen met jouw stelling / mening. Bijvoorbeeld: Ik vind dat iedere scholier na zijn examen een jaar vrijwilligerswerk moet doen. Formuleer de hoofdgedachte voor jouw betoog. Publiek Formuleer je publiek zodat je de toon en inhoud aan je publiek kan aanpassen. Inleiding Bedenk hoe je je betoog wil inleiden. Geef dit in een aantal steekwoorden weer. Misschien heb je bronnen nodig om je verhaal goed in te leiden. Noteer dan achter de steekwoorden een sterretje. Kern Welke argumenten ga je gebruiken om je stelling te onderbouwen? Zorg voor minimaal drie argumenten. Je kan ook gebruik maken van een tegenargument met weerlegging. Misschien heb je hier en daar nog meer informatie nodig. Noteer dan een sterretje achter het argument. Slot Bedenk hoe je in je betoog kan aansluiten op de inleiding. Geef dit in een aantal steekwoorden weer. Wat wordt jouw conclusie? Hoe ga je het betoog afsluiten. Misschien heb je bronnen nodig om je verhaal goed in te leiden. Noteer dan achter de steekwoorden een sterretje. Opdracht 3 Je eigen spreekplan Je gaat nu al beginnen aan je eigen spreekplan. Je kan alles natuurlijk nog maar heel globaal invullen. Je moet immers nog informatie zoeken en je zult nog het een en ander leren over hoe je een goede inleiding en een goed slot maakt. Dit is niet erg. Het is een eerste plan. Dit plan kun je gedurende deze periode nog aanpassen. Gebruik het schema om je spreekplan in te vullen. Uiteindelijk is het wel de bedoeling dat iemand anders met jouw spreekplan jouw betoog zou kunnen houden, zo duidelijk moet het worden. 15

16 Spreekplan voorbeeldbetoog Stelling Spreekdoel Hoofdgedachte Publiek Inleiding Kern Argument 1 Argument 2 Argument 3 Argument 4 Argument 5 Slot 16

17 Je eigen spreekplan eerste versie Stelling Spreekdoel Hoofdgedachte Publiek Inleiding Kern Argument 1 Argument 2 Argument 3 Argument 4 Argument 5 Slot 17

18 Les 5 Verschillende bronnen van informatie Voordat we ons spreekplan verder kunnen invullen, moeten we eerst op zoek gaan naar informatie. Je hebt vast wel eens op internet gezocht naar bronnen voor een spreekbeurt of een onderzoekje. Je vindt dan vaak schriftelijke bronnen, bijvoorbeeld artikelen. Het is echter ook mogelijk dat je een filmpje, een interview of een televisieprogramma als bron wil gebruiken. In deze les ga je leren hoe je een dergelijke bron moet verwerken. Daarnaast zal je ook vaak een website als bron willen gebruiken. Je moet dan wel nagaan of die website betrouwbaar genoeg is om als bron te gebruiken. Hoe je dat doet, leer je ook in deze les. Wat is goed luisteren? Als je wat zit te zappen langs de tv-zenders, maakt het niet zoveel uit wat je ziet en hoort. Maar er zijn momenten waarop je veel gerichter kijkt en luistert. Naar een documentaire die je kunt gebruiken voor je profielwerkstuk, bijvoorbeeld. Of als een klasgenoot een voordracht houdt. In die gevallen kijk en luister je met een duidelijk doel. Als je voorafgaand aan het luisteren precies opschrijft wat je te weten wilt komen, kun je tijdens het luisteren proberen deze luistervragen te beantwoorden. Informatieve vragen zijn de beste luistervragen. Overigens is de vraag: Welke argumenten voert de spreker aan? ook informatief. Het is niet erg zinvol om in luistervragen naar details te vragen. Sprekers helpen hun luisteraars vaak met allerlei opbouwsignalen: ze kondigen aan wat ze gaan vertellen, ze geven samenvattingen en gebruiken signalen voor opsommingen, oorzaken of argumenten. Daardoor kun je je optimaal concentreren op de passages die van belang zijn. Verder zal een goede spreker belangrijke woorden nadrukkelijk uitspreken of herhalen. Ook met armgebaren en mimiek ondersteunt een spreker de opbouw. Soms zal blijken dat jouw luistervragen niet (volledig) zijn beantwoord. Misschien was de informatiebron minder geschikt dan je vermoedde. Als je hebt geluisterd naar een levende spreker, kun je gelukkig vragen stellen. Natuurlijk stel je oprechte vragen en probeer je niet de spreker belachelijk te maken. Opdracht 1 Gericht kijken en luisteren Op school maak je al heel wat jaren aantekeningen. Je hebt een eigen manier ontwikkeld om hoofdzaken te noteren en inhoudelijke verbanden weer te geven. Hierna test je je eigen methode en bekijk je of die methode misschien nog verbeterd kan worden. Je gaat straks een aflevering van het televisieprogramma Puberruil bekijken. In deze KRO-serie ruilen steeds twee pubers voor een week hun leven met elkaar. Op deze manier leren ze elkaars leven beter begrijpen. 1. Wat tekstdoel verwacht je bij dit programma? Licht je antwoord toe. 18

19 In de aflevering Velp-Kaapstad van Puberruil XTRA ruilen de Nederlandse Kiki en de Zuid-Afrikaanse Melissa. Het eerste deel werd uitgezonden op 27 november Je ziet straks het tweede en laatste deel, dat werd uitgezonden op 4 december De aflevering duurt ongeveer 35 minuten. Kiki en Melissa zetten zich allebei in voor de bestrijding van aids. Je zou de uitzending als bron kunnen gebruiken voor documentatiemateriaal bij een betoog over de rol van jongeren in de strijd tegen aids. Bekijk het tekstvak hieronder. AANTEKENINGEN MAKEN Stappenplan 1. Bedenk wat je al weet over het onderwerp en noteer luistervragen. 2. Noteer de datum, naam enz. 3. Bepaal de hoofdzaken. - Noteer opbouwsignalen en nummer de verschillende onderdelen. - Noteer de deelonderwerpen met een korte uitwerking. - Houd je luistervragen goed voor ogen. 4. Controleer je aantekeningen als de spreker samenvat. 2. Voor stap 1 en 2 uit. Noteer je antwoorden bovenaan een leg vel. 5. Stel vragen ter aanvulling of verduidelijking. 3. Bekijk het lijstje met symbolen hieronder. Maak op dezelfde manier een lijst met symbolen 6. die Werk jij gebruikt de aantekeningen je aantekeningen. binnen enkele Misschien dagen is uit. jouw lijst korter of juist langer dan het voorbeeld. Als je deze lijst op de laatste pagina van je schrift noteert, kun je hem in de loop van het jaar aanvullen als je nieuwe symbolen gaat gebruiken. 4. Bekijk nu de aflevering van Puberruil. De uitzending begint met een korte samenvatting van het eerste deel. Maak aantekeningen aan de hand van de luistervragen die je bij vraag 2 hebt genoteerd. Enkele symbolen Gevolg 1,2,3, opsomming tegenstelling a,b,c, opsomming is niet gelijk aan is ongeveer gelijk aan > verandert in vb voorbeeld conclusie [ ] terzijde, eigen commentaar : verklaring? nog een vraag over stellen 19

20 Opdracht 2 Aantekeningen beoordelen 1. Controleer je aantekeningen. 2. Geef jezelf een score (--,-, +/-, +, ++) op de volgende vijf onderdelen: - Mijn luistervragen waren gericht op hoofdzaken. - Ik kan mij goed concentreren tijdens het kijken en luisteren. - Mijn aantekeningen bevatten hoofdzaken en geen onnodige details. - In mijn aantekeningen gebruik ik symbolen om verbanden overzichtelijk weer te geven. - Mijn aantekeningen zien er overzichtelijk uit. - Mijn aantekeningen zijn ook voor anderen en ook na enkele weken voor mijzelf achteraf goed te begrijpen. 3. Als je jezelf bij de vorige vraag ergens een matige of onvoldoende score hebt toegekend, noteer er dan meteen een verbetertip bij. 4. Maak nu een groepje van vier. Vergelijk jullie aantekeningen. Wie heeft de beste aantekeningen gemaakt? Hoe komt dat? Betrouwbaarheid van bronnen Er is natuurlijk niets mis met documenteren via internet; internet is een uitgebreid venster op de wereld. Maar leerlingen zijn vaak te snel tevreden. Of ze weten niet goed hoe ze websites moeten beoordelen. Als je wilt bepalen of een website een geschikte en betrouwbare bron is, moet je op dezelfde dingen letten als bij een schriftelijke bron: Autoriteit - Autoriteit - Objectiviteit - Actualiteit Het medium zegt veel over de waarde van de informatie. Kwaliteitskranten als NRC Handelsblad, de Volkskrant, Het Parool en Trouw hebben een naam hoog te houden. Hetzelfde geldt voor opiniebladen als HP/De Tijd, Vrij Nederland en Elsevier. Artikelen in de Telegraaf, het Algemeen Dagblad en regionale kranten zijn vaak leesbaarder, maar graven minder diep. Regionale bladen, radio en tv kun je vooral goed gebruiken als je een lokaal onderwerp onderzoekt. Bladen als Story of Nieuwe Revue en op sensatie beluste tv-programma s geven onvolledige of zelfs partijdige informatie. Gebruik zulke bronnen alleen als je er andere tegenover kunt zetten. Naast het medium moet je ook de auteur beoordelen op autoriteit. Is de schrijver van een aanklacht tegen het belastingstelsel econoom van beroep? Is hij een veelgevraagd deskundige op tv? Dan stijgt de geloofwaardigheid. Schrijvers die met behulp van bronvermeldingen vertellen hoe ze aan informatie komen, mag je ook serieus nemen. Ze zeggen eigenlijk: kijk het zelf maar na als je me niet gelooft. 20

21 Objectiviteit Je kunt de auteur ook beoordelen op objectiviteit. Politici belichten vaak maar één kant van de zaak, namelijk het standpunt van hun partij. Ook kun je soms te maken hebben met verkapte reclameboodschappen. Je moet extra alert zijn als je beschouwingen leest. Daarin presenteren journalisten vaak visies zonder er kritisch commentaar op te geven. Ze informeren de lezer immers vooral over een standpunt of visie en geven soms geen kritische opmerkingen. Je hebt er dan niet zoveel aan om de schrijver van het stuk te beoordelen. Wees in zulke gevallen vooral alert op de vragen: Wie is hier aan het woord? En wat wil die persoon? Beschouwingen waarin verschillende visies op een onderwerp worden gepresenteerd zijn uiteraard ideaal als bron. Actualiteit Tot slot is het van belang hoe recent de gegevens zijn. Wat oud is, hangt af van het onderwerp. Kijkcijfers worden elke maand ververst. Een onderzoek naar alcoholconsumptie onder jongeren mag niet veel ouder zijn dan drie tot vier jaar. Maar een enquête over het leesgedrag van jongeren kun je na tien jaar nog prima gebruiken: er zal weinig veranderd zijn. Meerdere bronnen gebruiken Over de site Wikipedia bestaan gaan veel verhalen de ronde. Sommige leerlingen vinden deze site volstrekt onbetrouwbaar, omdat iedereen er alles op kan zetten en kan verwijderen. Anderen vinden de site overzichtelijk en je kan er alles op vinden. Je kan Wikipedia prima gebruiken als bron, maar zoek dan wel een andere bron die hetzelfde beweert. Voor alle beweringen geldt: als je een bewering in meerdere bronnen aantreft, stijgt de betrouwbaarheid. Opdracht 3 Websites beoordelen op betrouwbaarheid eventueel mee beginnen in de eerste les van het leerplein Wat hierboven geschreven staat over het beoordelen van schriftelijke bronnen, geldt ook voor websites. Waar je dan precies op moet letten wordt uitgelegd in de cursus op 1. Je gaat naar deze site en je klikt steeds op verder totdat je de cursus hebt voldoende hebt afgerond. Het cijfer dat je hebt behaald, vul je hier in: 2. In het submenu vind je het woord Checklist. Ga daar eens naartoe. Waartoe dient de checklist? Lijkt je dat handig om te gebruiken? 21

22 Les 6 en 7 Leerpleinopdracht De documentatiemap In een documentatiemap verzamel je artikelen of andere bronnen, documentatie, over jouw onderwerp. In deze les ga je bedenken welke informatie jij nodig hebt om je argumenten te ondersteunen. Bovendien leer je hoe een documentatiemap eruit moet zien. Een documentatiemap kun je voor ieder onderzoek maken. Of dat nu een betoog is, mondeling of schriftelijk, een debat een PO voor geschiedenis of je profielwerkstuk. Het maken van een documentatiemap zorgt ervoor dat je de gevonden informatie ordent, zodat je het kan gebruiken voor je eindproduct. Opdracht 1 De documentatievragen Bij het maken van je spreekplan heb je wellicht gemerkt dat je informatie nodig hebt. Je gaat echter niet lukraak op zoek naar informatie door je stelling in te typen in Google. Je gaat je eerst afvragen welke informatie je nodig hebt. Stel, je hebt als stelling dat de vergoeding voor een diëtist in het basispakket moet worden opgenomen. Dan wil je misschien wel gegevens zoeken die bewijzen dat mensen met overgewicht die bij een diëtist komen blijvend gewicht verliezen. Bovendien wil je een kostenplaatje maken. Hoeveel kost een diëtist en hoeveel kost een persoon met overgewicht aan zorg? Oftewel, je formuleert vragen waarop je antwoorden wil vinden. Dit noem je documentatievragen. Bij het voorbeeld zouden de documentatievragen kunnen zijn: 1. Hoe succesvol zijn diëtisten? 2. Wat kost een behandeling bij een diëtist? 3. Welke gezondheidsklachten hebben mensen met overgewicht? 4. Wat kost het om de klachten van mensen met overgewicht te behandelen? Kijk eens terug naar je spreekplan. Waar heb je meer informatie voor nodig? Bedenk minimaal vier documentatievragen. Opdracht 2 De documentatiemap 1. Je bent inmiddels een echte webdetective. Heb je de cursus nog niet af, dan moet je dat nu eerst alsnog doen. Ga naar en klik steeds op verder, totdat je de cursus hebt afgerond met een cijfer. (zie opdracht 3 van de vorige les) 2. Nu je vragen hebt geformuleerd kan je op zoek gaan naar de antwoorden. Natuurlijk kun je hierbij gebruik maken van internet. Denk ook aan de krantenbank. Op school heb je gratis toegang tot de krantenbank. Thuis heb je dat niet. Je kan op de krantenbank komen door gebruik te maken van de link op vakkenweb. Zorg dat je minimaal vijf betrouwbare artikelen hebt gevonden en noteer zorgvuldig de bron. Let op: scholieren.com is niet toegestaan als bron. Gebruik de checklist op om een website te controleren op betrouwbaarheid. 3. Copy-paste de geschikt bevonden artikelen naar een Word-document. 22

23 4. Vervolgens moet je de informatie ordenen. Dat doe je door iedere documentatievraag een kleur te geven. Vraag 1 is geel, vraag 2 is rood etc. Lees de artikelen goed door. Als je een antwoord op je vraag vindt, dan markeer je de regels in de kleur van de vraag. Je kan in een artikel dus makkelijk het antwoord op meerdere vragen vinden. Maar het kan ook andersom. Je hebt verschillende artikelen waarin het antwoord wordt gegeven op vraag 1 bijvoorbeeld. 5. Als je klaar bent met markeren, ga je de informatie per vraag ordenen. Je neemt voor iedere documentatievraag een nieuw A4-tje. Je noteert de vraag bovenaan de pagina. Vervolgens verzamel je alle antwoorden op die vraag onder elkaar. Bij vraag 1 zijn dat dus alle gele antwoorden. Bij vraag 2 alle rode antwoorden etc. 6. Tot slot maak je een voorblad en doe je alles in een snelhechter. Je docent heeft enkele voorbeelden van goede documentatiemappen. Hierin kan je zien hoe het moet. 7. In het kort is de documentatiemap als volgt: - Bedenk minimaal 4 documentatievragen en geef ze een kleur. - Zoek minimaal 5 artikelen en noteer de bron. - Zoek in de teksten naar de antwoorden op de vragen en markeer deze (per vraag kunnen er meerdere antwoorden zijn) - Zet alle antwoorden per vraag onder elkaar. - Pak een snelhechter en doe erin: a. een voorblad met je naam, klas, docent, datum, stelling en documentatievragen. b. De A4-tjes met vragen en antwoorden c. De volledige teksten met kleurmarkeringen en bronvermelding (zie boven) Je werkt aan je documentatiemap in het leerplein. Spreek met je docent af wanneer de documentatiemap ingeleverd moet zijn. Het is een handelingsdeel. 23

24 Les 8 Overtuigen In de jaren 90 van de twintigste eeuw was het Westen in de ban van een geruchtmakende zaak tegen een van de populairste presidenten van de Verenigde Staten, Bill Clinton. Uiteindelijk gaf hij in een televisietoespraak (17 augustus 1998) toe dat hij seksueel contact had ehad met zijn stagiaire Monica Lewinsky. Clinton keek recht in de camera en zei: I know that my public comments and my silence about this matter gave a false impression. I misled peaple, including even my wife. En met brekende stem: I deeply regret that. De uitglijder kostte de president net niet zijn baan. Hij slaagde er zelfs in het vertrouwen van vele Amerikanen te (her) winnen, zo bleek uit de peilingen. Hij stelde zich kwetsbaar op en toonde gevoelens: hij liet zijn menselijke kant zien. Betogen is meer dan argumenteren. Dat geldt zeker voor het mondelinge betoog, waarin sprekers contact hebben (of via televisie lijken te hebben) met hun publiek. Ze moeten een band opbouwen met hun toehoorders, opdat ze geloofd worden. Betogende sprekers zullen zich daarom minder zakelijk opstellen dan tijdens een informatieve voordracht. Als je zelf een betoog voorbereidt, kun je daar tijdens het selecteren en formuleren van je argumenten al rekening mee houden. De volgorde van de argumenten, hangt af van je publiek: hoe denken zij waarschijnlijk over jouw stelling? Het is een goed idee om dicht bij de belevingswereld van je toehoorders te beginnen. Als je verwacht dat men het met je oneens is, kun je bijvoorbeeld beter beginnen met het weerleggen van tegenargumenten. Hieronder zie je nog eens de twee typen argumenten die je kent. Objectieve argumenten (bewijzen) Feiten Wetenschappelijke gegevens Algemeen geldende waardeoordelen Subjectieve argumenten Geloof Vermoedens, persoonlijke indrukken, voorspellingen Gevoelens, emoties Niet algemeen aanvaarde waardeoordelen Als je iemand wilt overtuigen, moet je eerst jezelf verkopen voor je je boodschap verkoopt. Als mensen voelen dat je niet redelijk bent of rationeel, heb je geen enkele kans. Je moet betrokken zijn bij/overtuigd zijn van de doelstelling, de idee en de doelen van je toespraak en de woorden die je uitspreekt. Zeg nooit dingen als misschien, wellicht, eventueel gebruik positieve woorden als zal en moet en zeker. Als je wilt overtuigen, en dat wil je, besef dan dat jij daar staat als autoriteit. Zorg er dus voor dat je beschikt over meer dan genoeg achtergrond informatie om je punten te onderbouwen. Je publiek heeft het snel door als je niet volledig in je onderwerp zit. Zorg daarnaast ervoor dat je geloofwaardig overkomt zelfs als je een pijnlijk of ingewikkeld onderwerp aansnijdt. Als je niet geloofwaardig overkomt, ook al is je boodschap voor 100% waar, zal je publiek twijfelen aan je woorden. 24

25 Opdracht 1 Aanpassen spreekplan Je hebt nu een documentatiemap gemaakt en je hebt iets gelezen over hoe je moet overtuigen. Pak nog eens de eerste versie van je spreekplan erbij. Beantwoord dan de volgende vragen: 1. Welke type argumenten heb je? Vooral objectief of vooral subjectief? Is het verstandig om daar nog iets aan te veranderen? 2. Heb je voldoende informatie in je documentatiemap verzameld over het onderwerp? 3. Hoe denk je dat je publiek tegen jouw stelling aankijkt? 4. In welke volgorde kan je de argumenten het beste aanbieden? 5. Kun je de inleiding gebruiken om jezelf te verkopen? 6. Sta je 100% achter je spreekdoel of moet je daar nog iets aan veranderen? Maak nu een tweede versie van je spreekplan. Je kunt argumenten verplaatsen, aanvullen, schrappen etc. Je kan natuurlijk ook je spreekdoel, je inleiding of andere onderdelen aanpassen. 25

26 Opdracht 2 Kijken en leren Je docent laat je drie filmpjes zien. Door goed te observeren wat anderen doen, kun je veel leren. Het zijn sprekers op een congres genaamd Tedxyouth. Je docent kan de filmpjes vinden op Youtube. Zoekterm: tedxyouth amsterdam Thijl Klerkx (1), Jip Maathuis (2), Robert van Hoesel (3) 1. Noteer bij ieder filmpje wat ervoor zorgt dat de spreker overtuigend is. Als je vindt dat de spreker juist niet overtuigend is, noteer dan waar dat volgens jou door komt. 2. Maak een groepje van 4. Drie personen bespreken met elkaar wat ze vinden en maken een top 3 van de filmpjes. 3. De vierde persoon is verslaglegger. Hij of zij doet niet mee aan de bespreking, maar probeert te ontdekken wat de criteria zijn die de andere drie hanteren. 4. De verslaglegger noteert aan de hand van de criteria minimaal drie tips waar iedereen bij zijn of haar betoog op zou moeten letten en schrijft deze op het bord. Opdracht 3 SPREEKOPDRACHT: De overtuigende verkoper Je docent heeft een aantal voorwerpen bij zich. 1. Een aantal leerlingen krijgt een voorwerp. Op de gang hebben de leerlingen een paar minuten de tijd om zich voor te bereiden. 2. Iedereen in de klas heeft een euro gekregen. Daar kan je iets van kopen. 3. De leerlingen komen terug en proberen hun product zo overtuigend mogelijk te verkopen. Elk voorwerp kost precies één euro. 4. De rest van de klas levert zijn euro in bij de verkoper van het product dat ze willen hebben. 5. De verkoper met de meeste euro s heeft gewonnen. 6. Bespreek met de klas waarom deze verkoper zo goed was. Heeft hij/zij gebruik gemaakt van de tips die op het bord stonden? 26

27 Spreekplan tweede versie Stelling Spreekdoel Hoofdgedachte Publiek Inleiding Kern Argument 1 Argument 2 Argument 3 Argument 4 Argument 5 Slot 27

28 Les 9 Argumenteren Je krijgt van je docent de documentatiemap in deze les terug. Misschien moet je nog wat verbeteren? Maak een goede afspraak over wanneer je de verbeterde versie weer inlevert. Deze les gaan we wat dieper in op de theorie achter het argumenteren. Je hebt nagedacht over de argumenten. Je hebt minimaal drie argumenten geformuleerd en je hebt ook weerleggingen bedacht bij tegenargumenten. Je gaat nu kijken hoe goed jouw argumentatie is. Aanvaardbaarheid argumentatie Waar let je op bij de beoordeling van je argumentatie? 1. Controleer of argumenten inhoudelijk correct zijn. 2. Beoordeel of argumenten inhoudelijk voldoende zijn uitgewerkt. 3. Ga na of de argumenten daadwerkelijk het standpunt ondersteunen. Voorbeelden beoordelen aanvaardbaarheid a) Is de argumentatie inhoudelijk correct? Niet zo: Maar: Nederland is te vol, want er wonen dertig miljoen mensen. Nederland is te vol, want er wonen ruim zestien miljoen mensen. b) Is de argumentatie inhoudelijk voldoende uitgewerkt? Niet zo: Maar: Het is zeer aannemelijk dat het Zelfportret met ringkraag in het Mauritshuis niet niet van Rembrandts hand is, omdat de stijl afwijkt van zijn andere werk. Het is zeer aannemelijk dat het Zelfportret met ringkraag in het Mauritshuis niet van Rembrandts hand is, omdat de stijl afwijkt van zijn andere werk. Zo is het lichtaccent in de iris laag gepositioneerd, zijn de ogen van de geportretteerde te dicht bij elkaar geplaatst en is de overgang tussen ooglid en schaduw te abrupt. c) Ondersteunen de argumenten het standpunt? Niet zo: Maar: De proefpersoon heeft een hekel aan roken. Ze begon te huilen toen ze haar vader een sigaret op zag steken. De proefpersoon heeft een hekel aan roken. Dit heeft zij benadrukt in ons gesprek. 28

29 Drogredenen Onjuist beroep op causaliteit Er wordt gedaan alsof A altijd B tot gevolg heeft. Maar wellicht zijn er ook andere oorzaken te noemen voor het vervelende gevolg. Voorbeeld: Het was veel te onrustig in het lokaal, daardoor zal ik wel weer een onvoldoende voor Frans gehaald hebben. Verkeerde vergelijking De vergelijking blijkt bij nader inzien toch op belangrijke punten te verschillen. Voorbeeld: Ik vind het veel te gevaarlijk jou alleen te laten beslissen. Kleine kinderen laat je ook niet alleen oversteken. Vals autoriteitsargument De aangehaalde autoriteit is geen autoriteit op dit gebied, of is partijdig, of wordt door anderen niet gezien als een autoriteit. Voorbeeld: Morgen wordt het slecht weer. Mijn opa, die het aan zijn likdoorns kan voelen, heeft het zelf gezegd. Overhaaste generalisatie Bijna alle vooroordelen berusten op de drogreden overhaaste generalisatie. Op grond van één (of enkele) trek je een conclusie. Voorbeeld: Freddy heeft weer een onvoldoende gehaald. Die Valken zijn ook geen studiehoofden. Cirkelredenering Bij een cirkelredenering is het argument inhoudelijk gezien hetzelfde als het standpunt. Voorbeeld: Dit is een saai boek, want ik vind er niks aan. Ontduiken van bewijslast De spreker weigert argumenten bij een standpunt te geven. Vaak legt men dan de bewijslast bij de tegenpartij: die moet bewijzen dat het standpunt niet klopt. Voorbeeld: Ik mag thuiskomen wanneer ik wil. Moet ik daar nog een reden voor geven? Opdracht 1 Wissel je spreekplan uit met een klasgenoot. Beoordeel de aanvaardbaarheid van zijn argumenten en controleer of er geen drogredenen in staan. Begrijp je het argument niet? Vraag dan aan je klasgenoot of hij het spreekplan aanpast, zodat je weet wat het argument is. 29

30 Opdracht 2 Werk in groepjes. Iemand leest de stelling voor. De volgende noemt een signaalwoord en een argument. De leerling die daarnaast zit noemt een signaalwoord en een tegenargument. De anderen luisteren of de toevoegingen kloppen. Daarna gaan jullie door met de volgende stelling, enzovoort. Voorbeeld: Invoeren van statiegeld op plastic flesjes en blikjes is nodig, want het voorkomt dat er in Nederland jaarlijks 50 miljoen blikjes en flesjes op straat belanden. Helaas kost de invoering van statiegeld wel veel geld. 1. Tieners moeten elke dag minimaal een half uur intensief bewegen. 2. Een verbod op ritueel slachten is niet effectief. 3. Online communiceren bevordert je sociale ontwikkeling. 4. Gamen beïnvloedt je oplossingsvaardigheid op een positieve manier. 5. Leerlingen vinden de schoolexamens gemakkelijker dan het eindexamen. 6. ADHD is een verzinsel van de farmaceutische industrie om medicijnen te kunnen verkopen. 7. Maatschappelijke stage verruimt je blik op de samenleving. 8. De prijs van een kaartje voor de schouwburg is voor jongeren te hoog. 9. Bezuinigingen op het middelbaar onderwijs zijn een vorm van kortetermijndenken. 10. Via een roman leer je niets over het echte leven. Opdracht 3 SPREEKOPDRACHT: Engel en Duivel Maak drietallen. Discussieer over onderstaande stellingen. Iedere leerling speelt een rol. Engel, Duivel en Rechter. De engel is voor de stelling, de duivel is tegen de stelling. De engel en duivel gaan over de stelling discussiëren, Als de rechter echter in zijn handen klapt, dan wisselen engel en duivel van rol. Je moet je dus in een keer inleven in de ander. Bij de volgende stelling is iemand anders Rechter. Stellingen 1. Docenten zijn niet in staat om les te geven aan de jeugd van tegenwoordig. 2. Klikken op school moet beloond worden. 3. Zwakbegaafden mogen geen kinderen krijgen. 4. Alle dierentuinen moeten dicht. 5. Geld maakt niet gelukkig. 30

31 Les 10 Structuur Er zijn belangrijke verschillen tussen lezers en luisteraars. Als lezer kies jezelf wat je wel leest, wat je overslaat en wat je nog een keer leest. Als luisteraar ben je afhankelijk van hetgeen er gepresenteerd wordt. Dat betekent dat jij als presentator bepaalt wat die luisteraar hoort en je moet ervoor zorgen dat de luisteraar alles in één keer begrijpt. Om dit makkelijker te maken, maak je gebruik van herhalingen: je bepaalt wat het belangrijkste is van je presentatie en komt daar verschillende keren op terug, zodat je zeker weet dat de kern van je presentatie overkomt en blijft hangen bij je publiek. Met de indeling inleiding-kern-slot geef je je betoog een structuur die jou steun biedt bij het opbouwen van je betoog. Deze structuur wordt ook wel de kop-romp-staartstructuur genoemd. En die structuur is ook onmisbaar voor je luisteraar. Meer dan een lezer heeft de luisteraar behoefte aan structuur Een lezer kan immers vooruit bladeren en terugkijken, een luisteraar niet. Dus is het belangrijk dat jij vertelt wat komen gaat en nu en dan samenvat wat er al geweest is. Zo geef je de voordracht structuur: KOP Inleiding Zeg wat je gaat zeggen Trek de aandacht van de lezer Introduceer het onderwerp. Label je argumenten (geef ze een of twee kernwoorden) Nummer je argumenten (ten eerste, ten tweede, ten derde) ROMP Kern Zeg wat je te zeggen hebt Gebruik je labels om aan te geven bij welk argument je bent. Gebruik signaalwoorden en structurerende zinnen als markering van de deelonderwerpen. Vat zo nu en dan samen. STAART Slot Zeg wat je hebt gezegd Herhaal je labels. Geef een conclusie. Sluit aan bij je inleiding. Opdracht 1 SPREEKOEFENING: structuurmonoloog Doel van de oefening: Oefenen structuur en labelen Iedere leerling schrijft een willekeurige stelling op een papiertje. Deze worden verzameld en vervolgens in willekeurige volgorde weer uitgedeeld. Iedereen krijgt 15 minuten om een monoloog van 3 minuten voor te bereiden waarin je de stelling verdedigt. De bedoeling is dat je de kop-rompstaart structuur gebruikt en je argumenten goed labelt. In groepen van 5 leerlingen houdt iedereen zijn presentatie. Na afloop van een groep oordeelt de groep welke van de sprekers de beste structuur en labels had. Deze persoon gaat door naar de finale waarin de beste sprekers van alle groepen het tegen elkaar opnemen. Voor deze sprekers worden door de rest van de klas nieuwe stellingen bedacht. 31

32 De opening van je presentatie Het is nodig dat het publiek weet dat je gaat beginnen. De aandacht van het publiek moet op het onderwerp gericht worden. Denk maar aan de dirigent: door zijn armen te heffen maakt hij duidelijk te willen beginnen. Het geroezemoes van het publiek verstomt terstond, de aandacht van iedereen gaat naar het podium. Ook jij kunt de aandacht van het publiek dirigeren, door gebruik te maken van een goede aandachtstrekker, die aansluit bij het doel van je toespraak of bij je publiek. Neem niet zomaar iets. Met een goede opening heb je namelijk meteen de aandacht van het publiek op je gevestigd. Het is dus belangrijk om veel aandacht te besteden aan de opening van je presentatie. Je kan kiezen uit drie verschillende soorten openingen. Zo is er bijvoorbeeld: De actuele opening Je sluit aan bij een recente gebeurtenis waarvan je bijna zeker weet dat je publiek er ook van op de hoogte is. Dit kan een krantenbericht zijn, een gebeurtenis die aan bod is gekomen op het nieuws op televisie, etc. De anekdotische opening Je begint met een illustratief verhaal. Dat verhaal kan gebaseerd zijn op iets wat jij zelf of iemand anders heeft meegemaakt, maar het mag ook verzonnen zijn. De geciteerde opening Waarom zelf een geweldige openingszin bedenken als er in het verleden al genoeg wijze uitspraken zijn gedaan? Zoek een citaat van een bekend persoon en leg een link naar het onderwerp van je presentatie. Je kunt ook een heel kort stukje tekst van niet meer dan 1 à 2 alinea s voorlezen. Opdracht 2 Je docent geeft een kort hoorcollege over de essentiële eerste minuut. Bekijk het stappenplan voor het maken van aantekeningen nog eens op blz. 19. Noteer luistervragen en maak aantekeningen bij het college van je docent. De afsluiting van je presentatie Wat je het laatste vertelt, blijft het langst hangen bij het publiek. Daarom is het van belang om ook over de afsluiting van je presentatie goed na te denken. Voor de luisteraar moet aan het eind van de kern al duidelijk worden dat je naar de afsluiting gaat. Geef aan dat je gaat afronden. Geef een duidelijke samenvatting en trek je conclusies. Kom eventueel nog met aansprekende bewijzen, argumenten, voordelen of nadelen. Het is meestal verstandig om de aandacht nog eens op de hoofdgedachte te vestigen. Vraag je bijvoorbeeld af: waar moet mijn publiek nog even over nadenken? Probeer kernachtig en speels te eindigen, waarbij je zo mogelijk terugkomt op de inleiding, bijvoorbeeld door terug te grijpen op het daar gebruikte beeld of anekdote. Bedenk je slotzin net zoals je een pakkende opening hebt bedacht. En gebruik geen clichés als: Ik storp er nu maar mee of Dit was het of: Mijn tijd is op dus Dat is heel slecht! Opdracht 3 Je docent geeft een kort hoorcollege over de kunst van het afronden. Maak aantekeningen. Gebruik het stappenplan. 32

33 Les 11 Presentatiehulpmiddelen Je gaat presenteren met behulp van een presentatieprogramma. Hoewel we vroeger alleen bekend waren met het programma Powerpoint, heeft een nieuw presentatieprogramma aan terrein gewonnen. Het programma heet Prezi. Je docent laat je een voorbeeld zien van een presentatie die ondersteunt wordt door Prezi. Hieronder staan drie bronnen over het gebruik van Powerpoint versus Prezi. Opdracht 1 Prezi of PowerPoint Maak een drietal. Ieder leest één van de drie onderstaande bronnen. Vervolgens ga je met elkaar strijden, door middel van argumenten. Ben je voor Prezi of voor PowerPoint? Het gaat om ondersteuning van je toets, je betoog! Bepaal aan het eind of je je betoog gaat ondersteunen met PowerPoint of Prezi. BRON 1: 15 redenen om te presenteren met Prezi Ben jij toe aan een vernieuwende manier van presenteren? Wil jij niet altijd standaard een presentatie maken in PowerPoint? Dan is Prezi de tool voor jou. Prezi wordt ook wel de PowerPoint-killer genoemd en dat is niets voor niets! Waarom Prezi? Dat lees je in dit artikel. Prezi is vernieuwend, innovatief en interactief. Waarom Prezi? Dit zijn mijn 15 redenen om je presentaties te maken in Prezi. 1. Prezi is GRATIS. De meeste ondernemers worden daar erg blij van. :-) PowerPoint daarentegen is onderdeel van het Microsoft Office-pakket en kost toch algauw 300 euro (Microsoft Office-pakket voor Zelfstandigen). 2. Prezi is ONLINE. Dat betekent dat waar ik ook ben, ik kan werken aan mijn presentatie. 3. Een ander groot voordeel t.o.v. PowerPoint is - doordat Prezi online is - dat er met meerdere mensen aan de Prezi-presentatie gewerkt kan worden. Zelfs op HETZELFDE moment! Je zou het eigenlijk eens moeten zien en ervaren om hier een groot voordeel in te zien. Maar dat het een reden is om Prezi te gaan inzetten mag duidelijk zijn. 4. Je kunt je Prezi-presentatie downloaden op je pc, zodat je deze offline kunt presenteren. 5. Prezi is eenvoudig te leren. Ook wanneer je niet zoveel ervaring hebt met computers. Met slechts een aantal basistools kun je meest indrukwekkende en interactieve presentaties maken. Al doende word je er steeds handiger in. 6. Sommigen zien het als nadeel van Prezi t.o.v. PowerPoint maar ik zie het als enorm groot voordeel. In Prezi heb je namelijk de beschikking over een aantal basistools en een beperkt aantal lettertypen. In mijn ogen is het nadeel van het gebruik van PowerPoint dat het meer om de opmaak gaat dan om de inhoud van je presentatie. Veel mensen gebruiken verschillende lettertypen door elkaar heen, laten woorden en beelden al draaiend en met (geluid)effecten binnenvliegen en zetten grote lappen tekst en opsommingen neer op het scherm. De basistools 33

34 van Prezi laten je vanaf het eerste moment nadenken over de inhoud van je presentatie om je boodschap te ondersteunen en te versterken! 7. PowerPoint kent een vaste volgorde van dia's. Je hebt het vast wel eens meegemaakt dat iemand uit het publiek je een vraag stelde en dat het onderwerp van die vraag pas verderop in je presentatie aan de orde komt. Wat doe je dan? 1. Je geeft antwoordt en moet later in je presentatie bij de betreffende dia vertellen dat je het hier al over hebt gehad. 2. Je laat weten dat de vraag op een later moment beantwoord wordt. In Prezi kun je een (onzichtbaar) pad aanbrengen en daarmee behoud je een verhaallijn in je presentatie. Maar je kunt ook eenvoudig schakelen tussen onderwerpen. En dit geeft mogelijkheid tot interactie met je publiek. 8. Prezi is VISUEEL en biedt overzicht. De beelden en de woorden versterken en ondersteunen je presentatie. Je hebt geen programma of inhoudsopgave nodig om te laten weten waar je het over gaat hebben. Je verhaal staat visueel op een canvas. 9. Prezi is een oneindig groot canvas waarop je tekst, afbeeldingen, hyperlinks, grafieken, PDF's en zelfs eenvoudig (YouTube) video's kunt plaatsen. Je presentatie kun je zo groot en zo klein maken als wenselijk is. 10. Je herkent vast wel dat je zelf een presentatie bijwoont en dat je je aanvraagt: Hoe lang duurt dit nog? Hoeveel dia's gaan er nog komen? Wij hebben behoefte aan overzicht. Ook jouw publiek heeft behoefte aan overzicht. Een Prezi biedt overzicht! Je werkt namelijk op een groot canvas. Je hele verhaal staat visueel op het canvas. Vanaf het begin van je presentatie is het voor je publiek duidelijk wat er op het programma staat en wat de verhaallijn is. 11. Met Prezi kun je (ook handmatig) in- en uitzoomen. Je kunt woorden of beelden die echt belangrijk zijn onder de aandacht brengen door deze heel groot te maken. Dit kun je vooraf in je verhaallijn vastleggen of tijdens je presentatie handmatig met je muis doen. 12. Prezi geeft je creatieve vrijheid. Je kunt je presentatie ontwerpen zoals jij dat wenst. 13. Als je wel eens aan MindMappen doet voelt Prezi heel natuurlijk. Door de inzet van Prezi begrijpt je publiek de context en de relatie tussen onderwerpen. Prezi biedt de mogelijkheid om te communiceren wie je bent (gedachten/ ideeën / visie). Dat is meer dan alleen maar de inhoud die je wilt overbrengen. Een Prezi zet je publiek in beweging. Je neemt ze mee in je verhaal en je laat ze onderdeel zijn van het verhaal en je presentatie. 14. Je kunt je Prezi op je website plaatsen waarin je bijvoorbeeld je product of dienst presenteert op een dynamische wijze. Het is toegankelijker dan een video en je websitebezoekers kunnen er in hun eigen tempo naar kijken. 15. Deelbaar. Het voordeel van Prezi is dat het online te bekijken is. Je hoeft deze dus niet apart te uploaden. Je kunt de link gewoon delen en mensen kunnen op hun manier jouw presentatie terug kijken. PowerPoint nu passé? Nee, PowerPoint is niet per definitie nu passé. Ook PowerPoint is een geweldige tool om presentaties mee te maken. Prezi biedt wel meer mogelijkheden tot interactie met je publiek en is vernieuwend. Maar in de kern gaat het erom dat je een dergelijke presentatie-tool ziet als hulpmiddel. Wanneer je een presentatie geeft gaat het om je publiek, je onderwerp en om jou! Zowel PowerPoint als Prezi is slechts een hulpmiddel. Wil je eens zien hoe een Prezi-presentatie eruit ziet? Bekijk dan onderstaande Prezi door op de pijl naar rechts te klikken onder het beeld. Ook kun je Prezi in volledige schermgroote bekijken door op 'more fullscreen' te klikken. Door op 'more autoplay' te klikken zal de Prezi automatisch afspelen en zal der verhaallijn doorlopen zoals deze door de maker is bedacht. Bron: 34

35 BRON 2: 3 Redenen waarom Prezi absoluut geen PowerPoint-Killer is Prezi wordt alom geprezen als dé tool voor Het Nieuwe Presenteren en als de PowerPoint-killer. Prezi-fanatici roepen om het hardst dat Prezi the only way to go is als je serieus met presentaties bezig bent. Het is de hoogste tijd om korte metten te maken met die beweringen. Prezi is nieuw, in zekere mate innovatief, maar voor een goede presentatie is het absoluut niet hét aangewezen middel. Sterker nog: het werkt vaak averechts.er zijn minstens drie redenen om niet met Prezi aan de slag te gaan. 1. Prezi en de onzin van non-lineair presenteren Een krachtige presentatie die je publiek in beweging zet, kent een perfecte spanningsboog, zoals een high-budget Hollywood-film. Een constant puntje-van-je-stoel-gevoel dat het publiek van begin tot eind doet snakken naar meer. Het publiek hangt aan je lippen en praat nog weken na over jouw boodschap.dat kan alleen bij een verhaal met opbouw. Lineair dus. Prezi-aanhangers prijzen het non-lineair presenteren dat Prezi mogelijk maakt: bespreken wat er op dat moment in iemand opkomt. Meestal vroeger of later gevolgd door opmerkingen als Maar nu moeten we echt weer verder, anders zijn we niet op tijd klaar! Non-lineair presenteren is vraaggestuurd informeren. En dat is een gemiste kans. Want je informeert je publiek wel, maar enthousiasmeren en aanzetten tot actie? Ho maar! Als je je publiek wilt overtuigen, motiveren of beïnvloeden heb je timing en opbouw nodig. Leidend tot een snaarstrakke spanningsboog. Lineair presenteren. Bovendien kun je alleen bij een lineaire presentatie een afstandsbediening gebruiken. Bij non-lineair presenteren sta je onherroepelijk te prutsen met een muis terwijl je naar je laptop staart. Weg contact met je publiek! Overigens is non-lineair presenteren niets nieuws van Prezi. Met PowerPoint kun je ook non-lineair presenteren. Via hyperlinks tussen dia s kun je naar subonderdelen springen en terug. Kortom: Laat je niets wijs maken. Prezi is verre van uniek in het non-lineair presenteren en daarnaast wil je waarschijnlijk juist wel lineair presenteren. Wantrouw een ieder die anders beweert. 2: Prezi spreker: 1 0 Prezi kent een grote valkuil. En dat is nu net datgene wat Prezi zo hip en nieuw maakt: de zoomende en draaiende effecten. Met deze typische Prezi-effecten staat jouw presentatie in het middelpunt van de belangstelling. Ze trekt alle aandacht naar zich toe. Met als gevolg dat jouw publiek zich aan de glijdende en draaiende Prezi-presentatie zit te vergapen en jou een vervelende stoorzender vindt. Maar draait een presentatie niet in eerste instantie om de boodschap van de spreker aan zijn of haar publiek? Het contact tussen spreker en publiek moet daarvoor optimaal zijn. Prezi concurreert met jou om de aandacht van je publiek en hindert zo de effectiviteit van je presentatie. Je hebt op voorhand verloren: je publiek praat wel na over je presentatie, maar niet over de inhoud ervan. 3: Prezi opmaak? Een kleitablet in het digitale tijdperk! Prezi s opmaakmogelijkheden staan nog in de kinderschoenen. Lettertypes, verduidelijkende 35

36 animaties, gebruik van afbeeldingen en video s, het is allemaal nog verschrikkelijk beperkt. Voor creativiteit en een eigen stempel is (nog) bitter weinig ruimte. Conclusie Ja, Prezi is nieuw en innovatief. Maar het wordt helaas maar lukraak toegepast. Prezi-evangelisten lopen voorop in het roepen dat je als jezelf respecterend spreker niet meer zonder Prezi kunt. Onzin. Je kunt prima zonder Prezi. Sterker nog, als je echt effect wilt bereiken ben je zeer waarschijnlijk beter af zonder Prezi maar met good old PowerPoint. Doe jezelf en ons een plezier: presenteer, maar Prezi met mate. Bron: BRON 3: Wanneer gebruik je Prezi, wanneer PowerPoint? Op 25 mei ben ik naar PreziDay van Via Milia geweest. Een erg leuke en leerzame dag die helemaal in het teken van, je raadt het al, Prezi stond. De organisatrice, Hedwyg van Groenendaal, geeft o.a. Prezi-workshops en heeft er zelfs een boek over geschreven. kwijt. Dan moet het wel een heel bijzonder programma zijn, zou je zeggen. En dat is het ook. Ik ben zelf ook een Prezi-fan. Het werkt totaal anders dan een lineair programma als PowerPoint en je kunt er veel creativiteit in Toch hebben beide presentatie-programma s voor- en nadelen. De keuze van je programma is afhankelijk van het doel en het publiek van je presentatie. De volgende vragen kunnen je wellicht helpen om een keuze te maken tussen Prezi en PowerPoint. De antwoorden zijn mijn mening, uiteraard kun jij er anders over denken. Wil je je publiek verrassen en blijven boeien door bewegende beelden? Kies dan Prezi. Is je presentatie puur en alleen bedoeld voor informatie-overdracht d.m.v. veel tekst? Ga dan voor PowerPoint. Wil je tijdens je presentatie de kijker een overzicht geven van wat er nog gaat komen? Dat kan met Prezi. Maak je veel gebruik van bulletpoints? Kies dan PowerPoint. Wil je tijdens een presentatie naar een ander onderwerp in je presentatie kunnen springen? Gebruik dan Prezi. Wil je kunnen kiezen uit veel verschillende lettertypes? Dan kun je het beste PowerPoint gebruiken. Wil je online op afstand kunnen presenteren? Dat kan met Prezi-Meeting van Prezi. Deel je vaak hand-outs van je presentatie uit voor notities? Dat kan het gemakkelijkst in Powerpoint. Gebruik je filmpjes in je presentatie? Dat kan heel gemakkelijk in Prezi. Wil je dat elk beeld van je presentatie dezelfde achtergrond heeft? Gebruik dan PowerPoint. Wil je flash-animaties toevoegen in je presentatie? Kies dan voor Prezi. 36

37 En zo kan ik nog wel even doorgaan.als jij andere redenen hebt om voor Prezi of PowerPoint te kiezen lees ik dat graag in een reactie hieronder. Ik ben benieuwd naar jouw mening! Bron: onlinesuccesmetjuist.wordpress.com Kijk het filmpje Life after Death by powerpoint en Death by Prezi op Youtube. Opdracht 2 Bedenk naar aanleiding van het filmpje een aantal regels waar jouw presentatie aan moet voldoen om een goede presentatie te zijn. Bespreek met je docent Opdracht 3 Maak nu een ontwerp voor jouw eigen presentatie. Let op. Het moet wel een hulpmiddel blijven bij je betoog. Het moet niet de overhand nemen. Op de volgende pagina zie je een aantal lege slides. Die kan je gebruiken voor je ontwerp. Let op de regels die je bij opdracht 2 hebt bedacht. Opdracht 4 SPREEKOPDRACHT: De powerpointpresentatie Bij deze opdracht moet je improviseren en je presentatie voortzetten bij slides die je nooit eerder hebt gezien. 1. Vier leerlingen komen naar voren. 2. Je docent geeft alle leerlingen een stift twee lege A4-vellen. 3. De leerlingen tekenen iets op de blaadjes, maar laten dit nog niet zien aan de spreker. 4. De spreker komt naar voren. Hij begint met zijn presentatie. 5. Telkens draait nu een leerling een blaadje om, alsof het een slide van de Powerpointpresentatie is. 6. De spreker voor de klas moet nu een lopend verhaal maken en de slides hierin verwerken. 37

38 38

39 Les 12 Presentatietechnieken Bij een mondeling betoog moet je natuurlijk niet alleen weten aan welke eisen een betoog moet voldoen, maar ook hoe je het betoog het beste overbrengt, het beste presenteert aan het publiek. Opdracht 1 Bekijk op Youtube het filmpje van Phil Davison, de Stark County Treasurer Speech. Wat vind je van zijn lichaamstaal en stemgebruik? Opdracht 2 Werk in tweetallen. Hieronder staan twee teksten. De ene leerling leest De stem als betrouwbaar instrument en de andere leerling leest Waar laat ik mijn handen?. Als je klaar bent, presenteer je de inhoud van het artikel aan elkaar. De persoon die luistert maakt aantekeningen en geeft feedback op de presentatie. Opdracht 3 Noteer hieronder welke tips jij meeneemt voor je eigen betoog Opdracht 4 Op internet zijn heel veel sites te vinden die tips geven over hoe je moet presenteren. Zoek een site met goede tips. En noteer hieronder drie tips die je nog niet eerder hebt gehoord, maar die je wel heel nuttig vindt

40 Opdracht 4 SPREEKOEFENING: Goede doelen betoog Neem een goed doel in gedachten waarvan je vindt dat iedereen voor dit doel geld zou moeten geven. Het kan van alles zijn, als je er maar wat over kunt vertellen. Bereid een kort betoog voor om leerlingen over te halen dit goede doel te steunen. Je docent vraagt je om je korte betoog voor de klas te houden. Ben jij nog niet aan de beurt geweest, dan is dit je kans! De klas wordt in drie groepen verdeeld. Groep 1 let vooral op inhoud, Groep 2 op stemgebruik en Groep 3 op houding en non-verbale communicatie. Vervolgens geeft de klas feedback aan de spreker. 40

41 DE STEM ALS BETROUWBAAR INSTRUMENT C est le ton qui fait la musique. Hoewel deze uitdrukking door veelvuldig citeren bijna versleten is, lijken sprekers zich van deze wijsheid weinig aan te trekken. Schaars zijn dan ook de toespraken met een overtuigende toon, met een stem die de boodschap tot zijn recht laat komen. Talrijk zijn de presentaties waarin een inhoudelijk aardig verhaal verpakt wordt in eentonig gemompel. Dat is jammer, want we luisteren graag naar een duidelijke, enthousiaste stem waaruit zelfvertrouwen spreekt. Naar een natuurlijk geluid dat niet te verkrampt is. Waarom worden bezoekers van studiedagen, conferenties en colleges dan toch zo vaak op rantsoen gesteld? Voor de schaarsheid van goed klinkende, muzikale sprekers zijn minstens vier oorzaken aan te wijzen. - Spanning op de stem: veel sprekers voelen zich nu eenmaal niet op hun gemak tijdens een presentatie voor een groter publiek, en dat is aan hun stem te horen. - Eenzijdige voorbereiding: bij veel sprekers speelt de stem geen rol in de voorbereiding van hun toespraak. Alle aandacht gaat uit naar de inhoud van de presentatie. - Fysieke oorzaken: sommige mensen hebben nu eenmaal een bouw waardoor de stem neuzig of zacht klinkt, of hoog zoals bijvoorbeeld bij Maarten t Hart. De een heeft korte, de ander lange stembanden. Ook de grootte van de longen en van de bouw van de keel-, neus- en mondholte beïnvloeden het geluid. Vaak is er weinig te doen aan stemproblemen ten gevolge van die fysieke oorzaken, hoewel langdurige stemtherapie verbeteringen kan opleveren. Stemproblemen Het belangrijkste stemprobleem is ongetwijfeld te zacht praten. Het publiek denkt al snel dat fluisteraars en mompelaars niet in hun eigen boodschap geloven en verliest snel de aandacht. Zelfs de beste tekst wordt om zeep gebracht als die onverstaanbaar wordt uitgesproken. Te zacht spreken is veel schadelijker dan te luid spreken, wat ook veel minder voorkomt. Een te groot volume schept wel afstand tussen spreker en publiek: het gehoor voelt zich beschreeuwd en niet serieus genomen. Menig spreker heeft last van een koude start. Zodra hij begint te spreken hapert en kraakt de stem. Met een paar keer krachtig de keel schrapen hoopt de spreker de stem op gang te brengen. Het duurt vaak enkele zinnen voordat de stem goed klinkt. Zo n valse start maakt geen sterke eerste indruk. Sommigen spreken met een snelheid alsof ze in het Guinness Book of Records terecht willen komen. De aanvangsspanning die elke spreker voelt wordt voornamelijk omgezet in een hoog spreektempo, dat vaak gepaard gaat met een vlakke intonatie en dus eentonigheid. Het gevolg is dat het publiek onrustig wordt en de informatie minder geconcentreerd verwerkt. Overigens wordt ook een slepend spreektempo, zoals dat van de resident van Bantam in Multatuli s Max Havelaar, niet gewaardeerd: M nheer. Havelaar. Heeft. Gezegd. Dat. Het. Goed. Was. Voetballer Frank de Boer lijdt aan de vorm van stemmalaise die slecht articuleren heet. De precisie 41

42 en souplesse die hij in zijn voetbalspel legt, zijn niet echt terug te horen in zijn stemgebruik. Hij spreekt met luie tong en mondhoeken, waardoor klanken te onprecies worden gemaakt. Sprekers kunnen lettergrepen uitspreken met te weinig, maar ook met te veel nadruk. Maanpulaasreestensie: als de lettergrepen te veel in elkaar geschoven of ingeslikt worden, is een spreker moeilijker te verstaan. Ma-ni-pu-la-tie-re-sis-ten-tie: Als alle lettergrepen los van elkaar uitgesproken worden neemt de verstaanbaarheid toe, maar klinkt de test gemaakt, onnatuurlijk, keurig. Er bestaan nog lastiger spreekstoornissen, zoals stotteren en geknepen of nasaal (neuzig) spreken. Deze kunnen meestal slechts verbeteren onder langdurige begeleiding van een stempedagoog of logopedist. Bij minder ernstige stemproblemen kunnen cursussen stemvorming en zingen hun nut bewijzen. Adviezen voor de voorbereiding De onderstaande adviezen kunnen u helpen over uw stem te beschikken als over een betrouwbaar instrument. - Weet wat u wilt zeggen. Een zwakke stem wordt soms veroorzaakt door een zwak verhaal. Een goed doortimmerd betoog waar u echt achter staat, lokt eerder overtuigend stemgebruik uit dan een matig voorbereid verplicht nummer. - Rook en drink weinig. Als u de voorbereiding op uw toespraak echt serieus wilt aanpakken, is het raadzaam zo min mogelijk te roken en (alcohol) te drinken. Alcohol en nicotine geven ontspanning, maar ook irritatie van het slijmvlies en ze veroorzaken heesheid. Andere geheide stemverpesters zijn: hard fluisteren, gillen, conversatie in een discotheek en helaas zoute drop eten. - Maak uw stem los. Wie een sportieve prestatie wil leveren, begint altijd met een warmingup. Hiermee kunnen blessures worden voorkomen. Met de stem is het niet anders: zorg dat het spraakorgaan een beetje opgewarmd is, voordat u onder spanning uw stem een tijd lang gaat belasten. Zo kunt u voorkomen dat uw stem al in de eerste minuut van de toespraak hees wordt. Drie beproefde oefeningen zijn: briesen, uitrekken en spreekzingen. Briesen als een paard is een mooie oefening om het hele stemgebied los te maken: klapper met uw lippen. Bries eerst zonder toon; daarna met toon ook van hoog naar laag en andersom. Uitrekken: rek uzelf uit, zet uw mond goed open en laat al doende het geluid naar binnen komen: aaaaaah. Geen kracht zetten. - Spreekzingen ofwel uw vaste Pavarotti-act onder de douche. Probeer bijvoorbeeld de beginzin van uw presentatie ( Drinkt u, dames en heren, wel genoeg? ) met verschillende emoties uit te spreken en te zingen: boos, vrolijk, verdrietig, licht geamuseerd. Deze oefening brengt de dynamiek en variatie van de stem op peil. - Probeer de akoestiek van de zaal even uit. Het is prettig om uw eigen stem even te laten klinken in de zaal, zodat u enigszins een idee hebt hoe luid, nadrukkelijk en snel u moet spreken. Stel u alvast voor hoe het publiek er straks zit. - Zoek ontspanning. Ontspan uw spieren (vooral de kaken, schouders en nek). Wees bewust dat u zit (of staat). Voel uw eigen gewicht, zodat uw adem laag in de buik zakt. 42

43 Adviezen voor tijdens de toespraak - Zorg voor een goede houding: stevig en ontspannen. Wandel rustig naar de plaats waar u zult spreken. Geef dan even aandacht aan uw houding. Verdeel het lichaamsgewicht over beide voeten, ga rechtop staan maar blijf ontspannen. - Adem laag en rustig. Hap niet van tevoren naar adem, neem een rustig tempo. Het tempo moet lager liggen dan bij een gemiddeld gesprek, ook al lijkt dat misschien voor uzelf wat overdreven. Als de zaal wat meer nagalm heeft, is het beter rustiger en met nadruk te spreken. - Spreek zo luid dat u achterin de zaal goed te horen bent. Varieer uw stemgeluid als er belangrijke of minder belangrijke passages in uw verhaal zijn, maar laat uw stem nooit zover wegzakken dat u nauwelijks meer verstaanbaar bent. Zet geen kracht. Vul niet de zaal, maar uzelf met klank. - Breng variatie aan in de zinsmelodie. Voorkom slaapverwekkende eentonigheid door verschillen in toonhoogte te maken en die verschillen vaak toe te passen. Iets meer drama maakt een voordracht levendiger. Ook het inlassen van spraakpauzes valk na belangrijke uitspraken, of om aan te geven dat u een nieuw punt aansnijdt, kan effectief zijn. Probeer tussenvoegsels, stopwoorden en stereotypen te vermijden (eh, a, dus, nou, zeg maar, zalkmaarzeggen ) Overigens, uw eigen stemgeluid hoort bij u. en als u het al zou willen, u kunt dat niet met een paar oefeningen veranderen. Een eigenaardig geluid hoeft ook helemaal niet erg te zijn: denk aan Bob Dylan met zijn neuzel- en raspklank. Niemand zou die toch anders wensen? En Drs. P? Jacques Klöters heeft de stem van deze vermaarde zanger en spreker ooit getypeerd als een stem als oud en kostbaar parket. Maar de stemeigenaardigheid kan mensen ook in de weg staan bij het luisteren naar de inhoud van uw verhaal. Dan doet u er zeker goed aan werk van uw stemgeluid te maken, zodat het een bruikbaar instrument wordt, waar u blindelings op kunt vertrouwen. WAAR LAAT IK MIJN HANDEN? Ik heb géén seksuele relatie gehad met die vrouw, miss Lewinsky! Toen Clinton deze roemruchte en op tv eindeloos herhaalde woorden voor de camera s uitsprak, volgde hij een media-advies op. Zijn vriend Harry Thomasson, producent in Hollywood, had hem geïnstrueerd hierbij een geforceerde beweging met de kaak te maken. Daarmee zou Clinton innerlijke woede suggereren. Het media-advies was effectief, want heel veel mensen vonden Clintons ontkenning eind januari overtuigend. Dat de openbare aanklager het daar niet bij liet en dat er vervolgens toch een zipper-gate is ontstaan, heeft andere oorzaken. Feit is dat de manier waarop een mededeling wordt gedaan, van doorslaggeven belang kan zijn voor het effect ervan. Een ander feit is dat de meeste onervaren sprekers zo in beslag genomen zijn door de inhoud van hun verhaal, dat ze te weinig aandacht besteden aan de presentatie ervan: hun oogcontact, houding en gebaren. 43

44 De suggestie van eerlijkheid De spreekleraren in de klassieke oudheid doceerden het al: wil je een voorstel overtuigend maken dan moet je zekerheid en vertrouwen uitstralen. Quintilianus waarschuwde dan ook tegen onbeheerst schreeuwen, wild om je heen zwaaien, spuwen, om jezelf grinniken en het publiek niet aankijken. Demosthenes en Cicero adviseerden zelfs als leermeester een goede acteur te nemen. Maar zij zagen ook dat dat niet zonder risico was. Immers, de spreker zou in de verleiding kunnen komen zijn betoog theatraal en kunstmatig te presenteren, wat natuurlijk schadelijk is voor de geloofwaardigheid. Het kwam daarom aan op ars artem celare de kunst om de kunstgrepen te verbergen. Quintilianus beschrijft hoe je natuurlijkheid kunt leren presenteren: Al is de rede helemaal uitgeschreven en geoefend, door trucs moet de spreker de indruk wekken te improviseren: door te pauzeren als om na te denken, te aarzelen, licht te stotteren. Improvisatie doet eerlijker aan dan de duidelijk voorbereide toespraak en eerlijkheid, of de suggestie daarvan, is het beste middel tot overtuiging. Tot ongeveer 1800 bestond er een grote verzameling van in detail wel wisselende maar hoofdzakelijk gelijkblijvende adviezen, gebaseerd op het idee dat bij een bepaalde emotie altijd een bepaald gebaar hoort. Gebaren mochten bovendien niet te wijd, maar ook niet te eng zijn, niet boven de ogen, niet beneden de maag, niet te vaak en niet te zelden gemaakt worden. In die adviescultuur is vorige eeuw de klad gekomen. Vanaf 1800, met de opkomst van de Romantiek, groeide de afkeer van het oververzorgde, gecoiffeerde gebaar. Bewondering voor de ongekunstelde welsprekendheid van het gewone volk en de behoefte aan persoonlijke expressie plaveiden de weg voor het natuurlijke gebaar. Sprekers moesten volgens de handboeken hun eigen intuïtie volgen. Dit leidde onder meer tot de opkomst van gebalde vuisten en uitgestoken wijsvingers en het einde van de verfijnde conventionele gesticulaties. Afleren In moderne cursussen presentatietechniek worden dus geen elegante vingerballetten meer aangeleerd. Toch bevat het hoofdstuk non-verbaal gedrag wel meer dan het romantische adagium: Volg je intuïtie. De meeste trainers maken een video-opname van hun cursisten en wijzen hen op hun sterke kanten en vooral op de persoonlijke tics en het afleidende non-verbale gedrag. In mijn trainingen aan TU-studenten (maar ook elders) kom ik de volgende tien houdingen tegen: Te statisch: - de leuner: het spreken lijkt zoveel moeite te kosten dat de spreker het evenwicht bij het staan alleen lijkt te behouden door met een of twee handen op de tafel voor zich te leunen; - de stayer: twee handen op de rug, de houding voor de langeafstandsschaatser; - het muurtje: zoals een voetballer zijn edele delen beschermt als hij zich bij een vrije trap in een muurtje de bal probeert tegen te houden; - het Zeeuws meisje: twee handen in de zij geplant; - de boer: twee handen stevig in de broekzak gestoken; 44

45 - de kozak: de armen gekruist over elkaar. Een stevige houding maar op den duur nogal eenzijdig defensief. - de onthande: deze houding werkt het best met een slobbertrui aan. De spreker laat de handen tot aan de vingertoppen in de lange mouw verdwijnen. Te beweeglijk: - de wroeter: de spreker lijkt voortdurend jeuk te hebben op onhandige plaatsen; - de controleur: neus, oor, haar, kin: de spreker heeft tijdens de toespraak de behoefte voortdurend met de hand te controleren of alles er nog zit; - de ijsbeer: rustig staan is voor deze spreker een lastige opgave, hij probeert wat energie kwijt te raken met rusteloos heen en weer lopen. Door gericht te oefenen zijn deze houdingen meestal wel af te zwakken of helemaal af te leren. Aanleren Oogcontact. Met goed oogcontact kunt u duidelijk maken dat u uw verhaal wilt delen met de individuele luisteraars en dat u benieuwd bent naar hun persoonlijke reactie. Het gaat u beter af als u uw verhaal goed kent en het echt graag wilt vertellen. Probeer mensen verspreid over de hele zal aan te kijken, niet te schichtig, niet te lang en te strak. Laat uw blik drie seconden rusten op een persoon en verleg uw blik dan langzaam naar een andere hoek van de zaal. Kijk daarbij niet te somber: een glimlach helpt u om contact te leggen. Meer gebaren. In een ontspannen dagelijkse conversatie maken mensen allerlei gebaren: drie tot vier per honderd woorden, zo bleek dit jaar uit een onderzoek van Jan-Pieter de Ruiter onder 35 proefpersonen. Maar de spanning maakt de meeste beginnende sprekers tot houten klazen. Waar moet ik mijn handen laten? Belangrijk is te leren ontspannen. Demosthenes leed aan het krampachtig omhoogkomen van de schouders. Hij bestreed dit vrij drastisch door tijdens het oefenen een speer op minieme afstand boven zijn schouder te hangen zodat hij gewaarschuwd werd als het weer eens fout ging. Een iets minder omslachtige manier is om vlak voor en aan het begin van de presentatie bewust even de nek en armspieren aan te spannen en het daarna ontstane gevoel van ontspanning proberen te blijven behouden. Verder helpt het om de armen los naast het lichaam te laten hangen. Dan zijn ze vrij om er allerlei gebaren mee te maken. Van al die soorten gebaren maakte de Amerikaanse psycholinguïst McNeill de volgende indeling: - Wijsgebaren die een bepaalde plaats of richting aangeven (boven, links, hier); - Emblemen, deze gebaren hebben een voor de gebruikers van een taal bekende betekenis. De hand achter een vooruitgestoken oor brengen, betekent: Harder, ik versta je niet. Dat deze emblemen taal- en cultuurgebonden zijn blijkt bijvoorbeeld uit onze OK-duim; in Griekenland is dit namelijk een obsceen gebaar. - Iconische gebaren. De spreker geeft uitleg bij wat hij zegt door het in de lucht uit te tekenen. Hij maakt met de wijsvinger een spiraalvormige beweging als hij praat over een wenteltrap. - Beats of ritmische bewegingen van de hand, zonder duidelijk betekenis. Deze gebaren komen het meest voor. Ze lijken de spreker te helpen bij het produceren van zijn tekst; daarnaast kunnen ze helpen nadruk te leggen op bepaalde delen van de tekst. 45

46 Hoewel deze gebaren (en zeker de beats) doorgaans onbewust gemaakt worden, kan het bewust plannen van gebaren in een voordracht de statische sprekers helpen meer dynamiek in hun presentatie te brengen. In uw aantekeningen voor uw toespraak kunt u passages markeren waar u ter verduidelijking wijsgebaren, emblemen en iconische gebaren kunt maken. Oefening al of niet voor de spiegel baart in het begin voornamelijk ongemak en frustratie. Pas na een tijdje lijkt er ook kunst van te komen. Bedenk dat ook acteurs vaak heel lang oefenen op bepaalde gebaren of houdingen voordat die er natuurlijk uit gaan zien. Het kan nuttig zijn om uzelf te dwingen van uw plaats af te komen door met een pen bepaalde punten op de overhead projector aan te wijzen en dit af te wisselen met een tok op het scherm. Als u daarnaast de flip-over gebruikt om iets op te schrijven en een voorwerp of model meeneemt om aan het publiek te tonen, dan is er in ieder geval een minimum aan beweging en gebaren. Wees in het begin tevreden met een paar gebaren die goed uit de verf komen. Meestal ontspant u in de loop van de presentatie zodanig dat u ontdooit en uw natuurlijke gebaren weer terug komen. Minder gebaren. Sprekers kunnen ook te bewegelijk zijn. Zij zetten hun nerveuze energie om in allerlei ongecontroleerde gebaren en bewegingen die de luisteraars afleiden van het verhaal. Zij kunnen baat hebben bij het oefenen van een stevige basishouding. Ga rechtop staan, met uw voeten recht onder u: niet tegen elkaar aan en niet te wijd uit elkaar. Als u de knieën ontspant, zult u minder de neiging hebben uw gewicht van de ene naar de andere voet te bewegen. Houd de armen en handen kalm door enkele rustige uitgangsposities te oefenen: twee handen in elkaar op de buik; wee handen losjes aan het katheder; een hand aan het katheder en de andere langs het lichaam; beide armen langs het lichaam. Door ze veel te oefenen voelt u vanzelf welke houdingen het beste bij u passen. Probeer vele snelle kleine bewegingen te vervangen door enkele langzame grote. Zeker als u voor grote zalen spreekt, is dat wenselijk. Achterin zien kleine bewegingen eruit als onmachtig gewriemel; rustige grote gebaren komen daar beter tot hun recht. Beperk het maken van gebaren tot passages waarbij ze inhoudelijk op hun plaats zijn. Hebt u zojuist een groot gebaar gemaakt of betrapt u uzelf op loze gebaren, breng uw handen dan tot rust door een van de uitgangsposities aan te nemen. Doe dit wel zo onopvallend mogelijk, want het blijft de kunst om kunstgrepen voor uw publiek verborgen te houden. - 46

47 Les 13 Voorbereiden toetsbetoog De afgelopen lessen heb je al veel nagedacht over je toetsbetoog. Je hebt de inhoud bepaalt, je hebt nagedacht over je structuur, over en inleiding, een slot. Je hebt tips meegenomen voor het gebruik van je stem en over welke houding je het beste kan aannemen. Ook heb je al een idee voor het gebruik van PowerPoint of Prezi bij je presentatie. Het is nu tijd voor de laatste proef op de som. In het eerste deel van de les ga je je betoog zo goed mogelijk voorbereiden, zonder PowerPoint of Prezi. In het tweede deel van de les ga je je betoog houden voor je groepje. Jullie houden om de beurt je betoog en geven elkaar dan commentaar. Wat zou jouw klasgenoot nog kunnen verbeteren? Opdracht 1 SPREEKOEFENING: Oefenen met betoog Houd je betoog voor je groepje. Spreek met je docent af waar en hoe je dat gaat doen. De rest beoordeelt jou met het beoordelingsformulier dat je krijgt van je docent. Houd rekening met bovenstaande bij je beoordeling en zorg voor bruikbare feedback. DE TOETS De toets is het houden van een mondeling betoog. Je onderwerp moet zijn goedgekeurd door je docent en er moet een documentatiemap van zijn gemaakt. Het publiek zijn enkele klasgenoten en je docent. Je maakt groepjes van 5 en daarmee probeer je met je docent een afspraak te maken over een datum en tijd van je betoog. Je krijgt natuurlijk een individueel cijfer. Denk na over de volgende punten: 1. Heb je alle materialen geregeld die je nodig hebt? Denk aan beamer, video/dvd, cd-speler, Powerpoint of Prezi etc. Je bent hier zelf verantwoordelijk voor. Je docent kan natuurlijk wel het een en ander reserveren, maar daarmee moet je wel op tijd zijn. 2. Je toets gaat altijd door, dus bedenk wat je doet als blijkt dat je de presentatie toch niet helemaal goed hebt opgeslagen en andere problemen. 3. Voor het mondeling betoog gelden dezelfde regels als voor een schriftelijke toets. Denk dus aan het PTA en de examenreglementen voor wat betreft ziekmelden bijvoorbeeld. 47

Reader Voordracht Havo 5

Reader Voordracht Havo 5 Reader Voordracht Havo 5 Spreekvaardigheid en Examenteksten In deze periode gaan we aan de slag met spreekvaardigheid. De toets aan het eind van de periode is dan ook een voordracht. Je voordracht gaat

Nadere informatie

De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan

De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan 1. Globaal lezen a. Lees eerst altijd een tekst globaal. Dus: titel, inleiding, tussenkopjes, slot en bron. b. Denk na over het onderwerp,

Nadere informatie

Uitleg boekverslag en boekbespreking

Uitleg boekverslag en boekbespreking Uitleg boekverslag en boekbespreking groep 7 schooljaar 2014-2015 Inhoudsopgave: Blz. 3 Blz. 3 Blz. 3 Blz. 4 Blz. 6 Blz. 7 Blz. 7 Stap 1: Het lezen van je boek Stap 2: Titelpagina Stap 3: Inhoudsopgave

Nadere informatie

onthouden. Schrijfdoelen Schrijfdoel Inhoud schrijfdoel Voorbeeld vermaakt door een leuk, spannen, aangrijpend of interessante tekst.

onthouden. Schrijfdoelen Schrijfdoel Inhoud schrijfdoel Voorbeeld vermaakt door een leuk, spannen, aangrijpend of interessante tekst. Nederlands Leesvaardigheid Leesstrategieën Oriënterend lezen Globaal lezen Intensief lezen Zoekend lezen Kritisch lezen Studerend lezen Om het onderwerp vast te stellen en te bepalen of de tekst bruikbaar

Nadere informatie

20 tips voor een goed debat!

20 tips voor een goed debat! 20 tips voor een goed debat! Moedig elkaar aan tijdens jullie voorbereidingen en de wedstrijd. Geef elkaar tips en zoek samen de sterktes en zwaktes van de argumenten. Je kan veel leren van elkaar, ook

Nadere informatie

Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek

Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek Ontdek de Bibliotheek Ontdek de Bibliotheek Ontdek de Bibliotheek Welkom in de bibliotheek. Je gaat op ontdekking in de bibliotheek. Hierbij doe je een onderzoek naar verschillende soorten media; zoals

Nadere informatie

Spreekbeurt, en werkstuk

Spreekbeurt, en werkstuk Spreekbeurt, krantenkring en werkstuk Dit boekje is van: Datum spreekbeurt Datum krantenkring Inleverdatum werkstukken Werkstuk 1: 11 november 2015 Werkstuk 2: 6 april 2016 Bewaar dit goed! Hoe bereid

Nadere informatie

Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie

Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie Leerkrachtinformatie (dubbele les) Lesduur: 2 x 50 minuten (klassikaal) Introductie van de activiteit 1. Deze klassikale les bestaat uit twee delen: Voorbereiding Uitvoering voorbereiding Lesduur: 50 minuten

Nadere informatie

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgde brief schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen. - Schrijf je op een juiste manier in meervoud. - Gebruik je hoofdletters op een

Nadere informatie

HAVO 4 presenteren + debat + betoog periode

HAVO 4 presenteren + debat + betoog periode HAVO 4 presenteren + debat + betoog periode 3 2018-2019 In deze periode kies je in groepjes een onderwerp, houd je een presentatie, debatteer je tegen andere groepen en schrijf je een betoog over je eigen

Nadere informatie

BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN

BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN 0 AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je het onderwerp uit een zin bepalen. - Kun je het onderwerp van een tekst bepalen. - Kun je een soort tekst

Nadere informatie

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken - 2 - Weer huiswerk? Nee, deze keer geen huiswerk, maar een boekje óver huiswerk! Wij (de meesters en juffrouws) horen jullie wel eens mopperen als je huiswerk opkrijgt.

Nadere informatie

Inspirerend Presenteren

Inspirerend Presenteren Inspirerend Presenteren Door Kai Vermaas & Charis Heising Bla bla bla bla bla bla bla bla bla bla bla bla Inleiding Wil je leren hoe jij een presentatie kunt geven waar je zeker bent van je verhaal? En

Nadere informatie

Sectorwerkstuk 2010-2011

Sectorwerkstuk 2010-2011 Sectorwerkstuk 2010-2011 Namen: ---------------------------------------------------------------------------------------- Klas: -------------------- Sector: --------------------------------------------

Nadere informatie

Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding

Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding Inleiding De checklist Gesprek voeren 2F is ontwikkeld voor leerlingen die een gesprek moeten kunnen voeren op 2F. In deze handleiding wordt toegelicht hoe de

Nadere informatie

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me.

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me. 1. Kijk naar de titel en de tussenkopjes van de tekst. Kijk ook naar het plaatje. Waar gaat de tekst over? 2. Tijdens deze les let je extra op moeilijke woorden in de tekst. Kies of je opdracht 1 met hulp

Nadere informatie

ONDERZOEK VOOR JE PROFIELWERKSTUK HOE DOE JE DAT?

ONDERZOEK VOOR JE PROFIELWERKSTUK HOE DOE JE DAT? ONDERZOEK VOOR JE PROFIELWERKSTUK HOE DOE JE DAT? Wim Biemans Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Economie & Bedrijfswetenschappen 4 juni, 2014 2 Het doen van wetenschappelijk onderzoek Verschillende

Nadere informatie

Oefenen 1 punt verdienen Onderwerpen van de presentaties

Oefenen 1 punt verdienen Onderwerpen van de presentaties Presenteren vmbo-4 Presenteren is aan de ene kant een kunst de één is er beter in dan de ander maar aan de andere kant valt of staat elke presentatie met een goede voorbereiding en veel oefening. Bij presenteren

Nadere informatie

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk Antoniusschool Groep 5/6 Let op: deze heb je het hele schooljaar nodig! Hoe maak je een spreekbeurt? Mijn voorbereiding: 1. Je kiest

Nadere informatie

Zorg dat je een onderwerp kiest, waarvan je echt meer wilt weten. Dat is interessanter, leuker en makkelijker om mee bezig te zijn.

Zorg dat je een onderwerp kiest, waarvan je echt meer wilt weten. Dat is interessanter, leuker en makkelijker om mee bezig te zijn. Werkstukwijzer Deze werkstukwijzer helpt je om een werkstuk in elkaar te zetten. Je vult eerst een formulier in. Op dit formulier komt te staan waar je werkstuk over gaat en hoe je het aanpakt. Met behulp

Nadere informatie

Hujo - Humanistische Jongeren VZW presenteert in samenwerking met dehuizenvandemens en demens.nu 20 TIPS HANDLEIDING

Hujo - Humanistische Jongeren VZW presenteert in samenwerking met dehuizenvandemens en demens.nu 20 TIPS HANDLEIDING Hujo - Humanistische Jongeren VZW presenteert in samenwerking met dehuizenvandemens en demens.nu 20 TIPS HANDLEIDING 2017 DE VOORRONDES 6 DIGIMORES DEBATWEDSTRIJD BIBLIOGRAFIE *Van Looy, L.; Coninx, M.;

Nadere informatie

PeerEducatie Handboek voor Peers

PeerEducatie Handboek voor Peers PeerEducatie Handboek voor Peers Handboek voor Peers 1 Colofon PeerEducatie Handboek voor Peers december 2007 Work-Wise Dit is een uitgave van: Work-Wise [email protected] www.work-wise.nl Contactpersoon:

Nadere informatie

De presentatie: basisprincipes

De presentatie: basisprincipes De presentatie: basisprincipes Een presentatie is eigenlijk een voordracht of spreekbeurt. De belangrijkste soorten: a Een uiteenzetting: je verklaart bv. hoe taal ontstaan is, behandelt het probleem van

Nadere informatie

Tuesday, February 8, 2011. Opleiding Interactieve Media

Tuesday, February 8, 2011. Opleiding Interactieve Media Opleiding Interactieve Media Inhoud Inleiding presenteren 1. Voorwerk 2. Middenstuk 3. Begin presentatie 4. Einde presentatie 5. Visuele middelen 6. Non-verbale communicatie 7. Opdracht 8. Criteria 1.

Nadere informatie

4. Controleer na het lezen van de tekst jullie voorspelling. Klopte de voorspelling met de inhoud van de tekst?

4. Controleer na het lezen van de tekst jullie voorspelling. Klopte de voorspelling met de inhoud van de tekst? Tekst lezen 1. Lees de uitleg. Als je een tekst gaat lezen, dan kun je de volgende leesstrategieën inzetten: De buitenkant van de tekst bekijken, voorspellen waar het over kan gaan en je voorkennis activeren.

Nadere informatie

1 Kies je onderwerp Samen met je buurman of buurvrouw. Ons onderwerp: Voorbeeld: Michael Jackson was de beste artiest ooit! Nu jullie!

1 Kies je onderwerp Samen met je buurman of buurvrouw. Ons onderwerp: Voorbeeld: Michael Jackson was de beste artiest ooit! Nu jullie! Na deze les kun je presenteren in vijf stappen: 1. Kies een onderwerp 2. Bedenk een goede opbouw 3. Verzamel informatie 4. Oefen je presentatie 5. Presenteren maar! 8 Vertel je verhaal Regelmatig moet

Nadere informatie

Beroepenwerkstuk 3 MAVO

Beroepenwerkstuk 3 MAVO Beroepenwerkstuk 3 MAVO 2015 2016 1 INLEIDING Het beroepenwerkstuk: Een van de onderdelen van het programma beroepenoriëntatie in 3 mavo is het maken van een beroepenwerkstuk en het presenteren hiervan

Nadere informatie

Koopkracht: de waarde van geld

Koopkracht: de waarde van geld Koopkracht: de waarde van geld 1. Leerlingenblad Inleiding Wat is het doel? Wat is het onderwerp? Wat is het middel? Inzicht krijgen in de waarde van geld Koopkracht: de waarde van geld Een presentatie

Nadere informatie

SAI Leopoldlaan 9 9300 Aalst. Debatteren. Een documentatiemap

SAI Leopoldlaan 9 9300 Aalst. Debatteren. Een documentatiemap SAI Leopoldlaan 9 9300 Aalst Debatteren Een documentatiemap Naam: Klas: Vak: Nederlands Schooljaar 2013 2014 Debatteren: instructieblad 1. Oriëntatie van de opdracht Er zijn drie debatten waarbij je telkens

Nadere informatie

Het houden van een spreekbeurt

Het houden van een spreekbeurt Het houden van een spreekbeurt In deze handleiding staan tips over hoe je een spreekbeurt kunt houden. Waar moet je op letten? Wat moet je wel doen? En wat moet je juist niet doen? We hopen dat je wat

Nadere informatie

Tekst lezen zonder hulp: samenvatten

Tekst lezen zonder hulp: samenvatten 1. Bekijk de buitenkant van de tekst: de titel, de tussenkopjes en het plaatje. De tekst gaat over de laatste speelgoedrage: de fidget spinner. Wat gaat de tekst je hierover vertellen, denk je? 2. Welke

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands Module 9

Samenvatting Nederlands Module 9 Samenvatting Nederlands Module 9 Samenvatting door een scholier 1519 woorden 26 juni 2004 7,5 55 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Kiliaan Module 9: A3 Tekstsoorten A4 Structuur van de boodschap C4

Nadere informatie

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W 1 Naam student: Studentnummer: Datum: Naam leercoach: Inleiding Voor jou ligt het meetinstrument ondernemende houding. Met dit meetinstrument

Nadere informatie

Ontdek de Bibliotheek

Ontdek de Bibliotheek Ontdek de Bibliotheek Welkom in de bibliotheek. Je gaat op ontdekking in de bibliotheek. Hierbij doe je een onderzoek naar verschillende soorten media; zoals boeken, tijdschriften, video, audio etc. Zo

Nadere informatie

Samenvatting door een scholier 1141 woorden 26 januari keer beoordeeld. Nederlands. Nederlands Proefwerk Schrijven H.3.

Samenvatting door een scholier 1141 woorden 26 januari keer beoordeeld. Nederlands. Nederlands Proefwerk Schrijven H.3. Samenvatting door een scholier 1141 woorden 26 januari 2011 6 13 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Op niveau Nederlands Proefwerk Schrijven H.3. 1. Omgaan met informatie. 1.1 Een onderwerp kiezen.

Nadere informatie

werkblad Scheldeberoep verkennen Veel beroepen hebben met de Schelde te maken. Welk beroep zou jij verder willen verkennen?

werkblad Scheldeberoep verkennen Veel beroepen hebben met de Schelde te maken. Welk beroep zou jij verder willen verkennen? werkblad Scheldeberoep verkennen Veel beroepen hebben met de Schelde te maken. Welk beroep zou jij verder willen verkennen? Noteer ook 2 reservekeuzen: 1. 2. 1. Wat weet je al van dit beroep? Schrijf het

Nadere informatie

Werkstuk. En natuurlijk ook spreekbeurt. Gemaakt door: Dimanida Kemkievelden Groep 7abcd

Werkstuk. En natuurlijk ook spreekbeurt. Gemaakt door: Dimanida Kemkievelden Groep 7abcd Werkstuk En natuurlijk ook spreekbeurt Gemaakt door: Dimanida Kemkievelden Groep 7abcd (Op het voorblad komt de titel van je werkstuk, een foto of een plaatje van je onderwerp, je naam en je klas.) Inhoudsopgave

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

Sectorwerkstuk 2012-2013

Sectorwerkstuk 2012-2013 Sectorwerkstuk 2012-2013 Namen: ---------------------------------------------------------------------------------------- Klas: -------------------- Sector: --------------------------------------------

Nadere informatie

september 2013 Huygens College Kernuur Leesles Muziek Engels Dans PROJECT TITEL Werkboek First ID

september 2013 Huygens College Kernuur Leesles Muziek Engels Dans PROJECT TITEL Werkboek First ID september 2013 Huygens College Kernuur NAAM JAAR KLAS VAK PROJECT TITEL Leesles Muziek Engels Dans Werkboek First ID Inhoud Werkboek First ID 4 Het gebruik van de Powerpoint 7 Instructie voor het gebruik

Nadere informatie

Sooo! Sooo! viral! viral! toch? toch? In 7 stappen debatteren in de klas over media

Sooo! Sooo! viral! viral! toch? toch? In 7 stappen debatteren in de klas over media Sooo! Sooo! Die post Die post over onze over onze leraar gaat leraar gaat viral! viral! Dan moet Dan moet het wel het wel waar zijn, waar zijn, toch? toch? In 7 stappen debatteren in de klas over media

Nadere informatie

Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift -

Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift - Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift - I Oefenen met observeren 1. Het woordenschilderij A Kijk 60 seconden heel goed

Nadere informatie

2.4 Tekstopbouw In deze paragraaf oefen je in het schrijven van een tekst met een indeling in inleiding, kern en slot.

2.4 Tekstopbouw In deze paragraaf oefen je in het schrijven van een tekst met een indeling in inleiding, kern en slot. Fase.4 Tekstopbouw In deze paragraaf oefen je in het schrijven van een tekst met een indeling in inleiding, kern en slot. 1 1 Lees onderstaande tekst. Daarna ga je zelf een soortgelijke tekst schrijven.

Nadere informatie

Tekst lezen en vragen stellen

Tekst lezen en vragen stellen 1. Lees de uitleg. Tekst lezen en vragen stellen Als je een tekst leest, kunnen er allerlei vragen bij je opkomen. Bijvoorbeeld: Welke leerwegen zijn er binnen het vmbo? Waarom moet je kritisch zijn bij

Nadere informatie

Het Sectorwerkstuk 2015-2016

Het Sectorwerkstuk 2015-2016 Het Sectorwerkstuk 2015-2016 Inhoud Inleiding... 3 Het Sectorwerkstuk... 4 De opbouw... 4 De voorbereiding... 5 Het onderzoek... 6 De verwerking... 7 De presentatie... 7 Het filmpje... 7 Het werkstuk...

Nadere informatie

Hoe bereid ik een spreekbeurt voor?

Hoe bereid ik een spreekbeurt voor? Hoe bereid ik een spreekbeurt voor? Het maken van een spreekbeurt is eigenlijk niets anders dan het schrijven van een informatieve tekst (weettekst). Het is daarom handig om net zo te werk te gaan als

Nadere informatie

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag De probleemstelling is eigenlijk het centrum waar het werkstuk om draait. Het is een precieze formulering van het onderwerp dat je onderzoekt. Omdat de probleemstelling

Nadere informatie

Werkstuk. En natuurlijk ook spreekbeurt. Gemaakt door: Anmami Verhulvelrij Groep 7abcd

Werkstuk. En natuurlijk ook spreekbeurt. Gemaakt door: Anmami Verhulvelrij Groep 7abcd Werkstuk En natuurlijk ook spreekbeurt Gemaakt door: Anmami Verhulvelrij Groep 7abcd (Op het voorblad komt de titel van je werkstuk, een foto of een plaatje van je onderwerp, je naam en je klas.) Inhoudsopgave

Nadere informatie

Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk

Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk Copyright Stichting Vakcollege Groep 2015. Alle rechten voorbehouden. Inleiding In de lesbrieven van het thema Aan het werk hebben jullie

Nadere informatie

Werkstuk. En natuurlijk ook spreekbeurt. Gemaakt door: Anmami Verhulvelrij Groep 7abcd

Werkstuk. En natuurlijk ook spreekbeurt. Gemaakt door: Anmami Verhulvelrij Groep 7abcd Werkstuk En natuurlijk ook spreekbeurt Gemaakt door: Anmami Verhulvelrij Groep 7abcd (Op het voorblad komt de titel van je werkstuk, een foto of een plaatje van je onderwerp, je naam en je klas.) Inhoudsopgave

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands Lezen en Argumenteren

Samenvatting Nederlands Lezen en Argumenteren Samenvatting Nederlands Lezen en Argumenteren Samenvatting door B. 1258 woorden 29 oktober 2014 4,3 4 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands Betrouwbaarheid controle 1.auteur 2.publicatieplaats

Nadere informatie

Films kijken op internet: verboden of niet?

Films kijken op internet: verboden of niet? Les over auteursrecht tekst niveau A Films kijken op internet: verboden of niet? Veel mensen kijken graag naar films. Jij ook? Als je zin hebt om een film te zien, kun je natuurlijk naar de bioscoop gaan.

Nadere informatie

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 Inhoud 1 > Uitgangspunten 9 2 > Kerndoelen 11 3 > Materialen 12 4 > Aan de slag 15 5 > Introductie van de manier van werken 22 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 7 > Waarom samenwerkend

Nadere informatie

MONDELINGE TAALVAARDIGHEID BK 3 WAT ZEG JE? Wat ga je doen?

MONDELINGE TAALVAARDIGHEID BK 3 WAT ZEG JE? Wat ga je doen? Wat zeg je? Net als in voorgaande jaren krijg je ook nu een module over spreken, gesprekken voeren en luisteren. Een module waarin je lekker actief met elkaar aan de slag gaat. Je geniet van presentaties

Nadere informatie

Kan dat? Ook als je het van huis uit niet zo hebt meegekregen?

Kan dat? Ook als je het van huis uit niet zo hebt meegekregen? Omdat je je kennis wilt delen, nieuwe klanten wilt werven, politiek of maatschappelijk gezien een boodschap wilt overbrengen, je onderneming wilt promoten. Redenen genoeg om een sterke spreker te willen

Nadere informatie

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * website * voorlezen

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * website * voorlezen Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * website * voorlezen Antoniusschool Groep 7/8 Let op: deze heb je het hele schooljaar nodig! Hoe maak je een spreekbeurt? Mijn voorbereiding:

Nadere informatie

Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding

Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding Inleiding De checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F is ontwikkeld voor leerlingen die moeten leren schrijven op 2F. In deze handleiding wordt toegelicht

Nadere informatie

Handleiding voor de leerling

Handleiding voor de leerling Handleiding voor de leerling Inhoudopgave Inleiding blz. 3 Hoe pak je het aan? blz. 4 Taken blz. 5 t/m 9 Invulblad taak 1 blz. 10 Invulblad hoofd- en deelvragen blz. 11 Plan van aanpak blz. 12 Logboek

Nadere informatie

3 Hoogbegaafdheid op school

3 Hoogbegaafdheid op school 3 Hoogbegaafdheid op school Ik laat op school zien wat ik kan ja soms nee Ik vind de lessen op school interessant meestal soms nooit Veel hoogbegaafde kinderen laten niet altijd zien wat ze kunnen. Dit

Nadere informatie

OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID

OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID Beleid is alleen nodig als je iets gaat veranderen. INLEIDING Het beleid van een organisatie bepaalt hoe je moet werken en wat de bestuurders belangrijk vinden. Dat beleid

Nadere informatie

Workshop C Waarom is stemmen belangrijk en hoe maak ik mijn keuze?

Workshop C Waarom is stemmen belangrijk en hoe maak ik mijn keuze? Workshop C Waarom is stemmen belangrijk en hoe maak ik mijn keuze? Workshop C Waarom is stemmen belangrijk en hoe maak ik mijn keuze? Korte omschrijving workshop In deze workshop ontdekken de deelnemers

Nadere informatie

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf Ideeën presenteren aan sceptische mensen Inleiding Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat het moeilijk kan zijn om gehoor te vinden voor informatie of een voorstel. Sommige mensen lijken er uisluitend

Nadere informatie

Met welk werk kunnen kinderen uit groep 5-6 thuiskomen en hoe kunt u uw kind thuis helpen?

Met welk werk kunnen kinderen uit groep 5-6 thuiskomen en hoe kunt u uw kind thuis helpen? Met welk werk kunnen kinderen uit groep 5-6 thuiskomen en hoe kunt u uw kind thuis helpen? In groep 5-6 nemen kinderen steeds vaker werk mee naar huis. Vaak vinden kinderen het leuk om thuis aan schooldingen

Nadere informatie

Onderhandelen en afspraken maken

Onderhandelen en afspraken maken OPDRACHTFORMULIER Onderhandelen en afspraken maken Naam student: Datum: 1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en noteer vragen en opmerkingen. Bespreek deze met medestudenten of je docent.

Nadere informatie

Dwerggras 30, Rotterdam. 1. Schrijf tijdens het kijken dingen op die jou belangrijk lijken. Je hebt dit later nodig.

Dwerggras 30, Rotterdam. 1. Schrijf tijdens het kijken dingen op die jou belangrijk lijken. Je hebt dit later nodig. Les 1: Een Wikitekst schrijven Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken Bekijk met de klas het Jeugdjournaalfilmpje over koningin Beatrix op www.nieuwsbegrip.nl 1. Schrijf tijdens het

Nadere informatie

Bekijk de Leerdoelen die bij deze casus horen. Beantwoord daarna de vraag.

Bekijk de Leerdoelen die bij deze casus horen. Beantwoord daarna de vraag. Feedbackvragen Overtuigen en presenteren Vraag 1 Bekijk de Leerdoelen die bij deze casus horen. Beantwoord daarna de vraag. Geef per doel aan of je die al beheerst, waarbij N = nee, O = om verder te ontwikkelen

Nadere informatie

PRESENTEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

PRESENTEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgde brief schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen. - Schrijf je op een juiste manier PRESENTEREN in meervoud. - Gebruik je hoofdletters

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen week 17 20 april 2015 - Schrijfopdrachten niveau B, les 1 Les 1: Een overtuigende tekst schrijven Beantwoord deze vragen: Een mooie manier om te herdenken 1. Waarom is het volgens jou belangrijk om de

Nadere informatie

Checklist Presentatie geven 2F - handleiding

Checklist Presentatie geven 2F - handleiding Checklist Presentatie geven 2F - handleiding Inleiding De checklist Presentatie geven 2F is ontwikkeld voor leerlingen die een presentatie moeten kunnen geven op 2F. In deze handleiding wordt toegelicht

Nadere informatie

Boekje voor: spreekbeurt, boekenkring en werkstuk

Boekje voor: spreekbeurt, boekenkring en werkstuk Boekje voor: spreekbeurt, boekenkring en werkstuk Dit boekje is van: Datum spreekbeurt Datum boekenkring Inleverdatum werkstukken (groep 6 t/m 8) Werkstuk 1: woensdag 22 november Werkstuk 2: woensdag 18

Nadere informatie

Werkstukken maken op PCBO-Het Mozaiek Groep 6

Werkstukken maken op PCBO-Het Mozaiek Groep 6 We gaan een werkstuk maken en je mag het helemaal zelf doen. Het is helemaal jouw eigen werkstuk. Maar om je even goed op weg te helpen hebben we hieronder alle stapjes even op een rij gezet. Wat moet

Nadere informatie

Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk?

Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk? Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk? Verantwoordelijkheid. Ja, ook heel belangrijk voor school!!! Het lijkt veel op zelfstandigheid, maar toch is het net iets anders. Verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands H2 Argumentatie

Samenvatting Nederlands H2 Argumentatie Samenvatting Nederlands H2 Argumentatie Samenvatting door S. 873 woorden 26 november 2016 5,8 5 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands H2 Argumentatie Par 1 Standpunten Als je een standpunt

Nadere informatie

Teksverklaringen!!!!! Samenvattingen!! - Meerkeuzevragen! - Open! !!!! Nederlands! 1. Spellen! 2. Samenvatting schrijven

Teksverklaringen!!!!! Samenvattingen!! - Meerkeuzevragen! - Open! !!!! Nederlands! 1. Spellen! 2. Samenvatting schrijven NEDERLANDS Nederlands Teksverklaringen Samenvattingen 1. Hoofdgedachte 2. Meerkeuzevragen 3. Tekstverbanden 4. Open vragen 5. Argumentatie 6. Mening en doel van de schrijver 1. Spellen 2. Samenvatting

Nadere informatie

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me.

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me. Zonder hulp: onduidelijkheden ophelderen 1. Lees de tekst actief. Schrijf de volgende tekens in de kantlijn bij de tekst om te laten zien dat je actief leest. X Dit klopt niet met wat ik al wist/dacht.

Nadere informatie

Waarom een samenvatting maken?

Waarom een samenvatting maken? Waarom een samenvatting maken? Er zijn verschillende manieren om actief bezig te zijn met de leerstof. Het maken van huiswerk is een begin. De leerstof is al eens doorgenomen; de stof is gelezen en opdrachten

Nadere informatie

Welke meningen over reclame staan tegenover elkaar? Teken een verbindingslijn tussen de 2 zinnen die bij elkaar horen:

Welke meningen over reclame staan tegenover elkaar? Teken een verbindingslijn tussen de 2 zinnen die bij elkaar horen: Welke meningen over reclame staan tegenover elkaar? Teken een verbindingslijn tussen de 2 zinnen die bij elkaar horen: Reclame is cool en gaaf! Reclame geeft nuttige informatie Reclame laat zien hoe het

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Lisa Westerman Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Lisa Westerman... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Lisa,

Nadere informatie

(Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding

(Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding (Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding Aan de slag met lezen in beroepsgerichte vakken Voor de verbetering van leesvaardigheid is het belangrijk dat leerlingen regelmatig en veel lezen. Hoe krijg

Nadere informatie

Lesbrief: Mediawijs Thema: Mens & Dienstverlenen in de toekomst

Lesbrief: Mediawijs Thema: Mens & Dienstverlenen in de toekomst Lesbrief: Mediawijs Thema: Mens & Dienstverlenen in de toekomst Copyright Stichting Vakcollege Groep 2015. Alle rechten voorbehouden. Inleiding Dat mensen gebruik maken van media is niet nieuw. Er zijn

Nadere informatie

Wereldgodsdiensten. Project Levensbeschouwing 2 e klas St. Nicolaaslyceum. Naam:

Wereldgodsdiensten. Project Levensbeschouwing 2 e klas St. Nicolaaslyceum. Naam: Wereldgodsdiensten Project Levensbeschouwing 2 e klas St. Nicolaaslyceum Naam: Inhoudsopgave Inleiding Schema Beoordeling Deel 1 Test jezelf! Deel 2 Kies je onderwerp en aan de slag! Deel 3 Het ervaren

Nadere informatie

Met hulp: ophelderen van onduidelijkheden

Met hulp: ophelderen van onduidelijkheden 1. Kijk naar de titel, de tussenkopjes en de afbeelding bij de tekst. Waar gaat de tekst over? 2. Bespreek met de klas: wie heeft er thuis een hond? Waar komen deze honden vandaan? Let op: je maakt Opdracht

Nadere informatie

Aantekeningen die je moet leren voor het SE Leesvaardig voor Eldeweek 2 en je eindexamen!! Goed bewaren dus!!!! Naam: Leesvaardig Blok 1

Aantekeningen die je moet leren voor het SE Leesvaardig voor Eldeweek 2 en je eindexamen!! Goed bewaren dus!!!! Naam: Leesvaardig Blok 1 Aantekeningen die je moet leren voor het SE Leesvaardig voor Eldeweek 2 en je eindexamen!! Goed bewaren dus!!!! Naam: Leesvaardig Blok 1 Tekstverband Signaalwoord Voorbeeld Reden Omdat, want, daarom Ik

Nadere informatie

Introductie. Lesinstructie. Lesinstructie. Leerdoelen. Introductie. Opzet. Bronnen

Introductie. Lesinstructie. Lesinstructie. Leerdoelen. Introductie. Opzet. Bronnen Introductie Introductie Gamen, Hyven, informatie zoeken, filmpjes kijken, muziek luisteren, spullen kopen of verkopen. Internetten doen we allemaal. Soms voor de lol, soms serieus, soms thuis, soms op

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands Blok 8 en 9

Samenvatting Nederlands Blok 8 en 9 Samenvatting Nederlands Blok 8 en 9 Samenvatting door een scholier 1705 woorden 14 januari 2006 6,5 11 keer beoordeeld Vak Nederlands Blok 8 We onderscheiden de volgende tekstdoelen (wat de schrijver met

Nadere informatie

Nieuwsbrief 3 De Vreedzame School

Nieuwsbrief 3 De Vreedzame School Nieuwsbrief 3 De Vreedzame School Blok 3 Blok 3: We hebben oor voor elkaar Blok 3: Algemeen: In dit blok stimuleren we de kinderen om oor voor elkaar te hebben. De lessen gaan over communicatie, over praten

Nadere informatie

DE BIBLIOTHEEK VAN JE DROMEN? groep A

DE BIBLIOTHEEK VAN JE DROMEN? groep A DE BIBLIOTHEEK VAN JE DROMEN? groep A 4 opdrachten! 60 minuten! Bij iedere opdracht zet iemand zijn wekker/ chronometer (op gsm of uurwerk), zodat je zeker niet veel langer dan een kwartier bezig bent.

Nadere informatie

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk?

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk? Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk? Jij gaat de komende weken thuis een werkstuk maken. Een werkstuk is een lange weettekst. Het wordt geschreven om iemand iets te leren of te laten weten. Net als in

Nadere informatie

1 Lezen. 1.1 Lezen wat er staat. Lees eerst de tekst goed door en probeer dan de vragen hieronder te beantwoorden.

1 Lezen. 1.1 Lezen wat er staat. Lees eerst de tekst goed door en probeer dan de vragen hieronder te beantwoorden. 1 Lezen 1.1 Lezen wat er staat Lees eerst de tekst goed door en probeer dan de vragen hieronder te beantwoorden. Leren kun je op allerlei manieren doen. Je kunt een opleiding of cursus volgen, maar je

Nadere informatie

Een overtuigende tekst schrijven

Een overtuigende tekst schrijven Een overtuigende tekst schrijven Taalhandeling: Betogen Betogen ervaarles Schrijftaak: Je mening geven over een andere manier van herdenken op school instructieles oefenlesles Lesdoel: Leerlingen kennen

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen week 17 20 april 2015 - Schrijfopdrachten niveau A, les 1 Les 1: Een overtuigende tekst schrijven Beantwoord deze vragen: Een mooie manier om te herdenken 1. Waarom is het volgens jou belangrijk om de

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 2013-2014

SECTORWERKSTUK 2013-2014 SECTORWERKSTUK 2013-2014 1 HET SECTORWERKSTUK Het sectorwerkstuk is een verplicht onderdeel voor alle leerlingen uit het Mavo. Het maken van een sectorwerkstuk is een manier waarop je, als eindexamenkandidaat,

Nadere informatie

Dag 15 - natuurlijk speechen met mind mapping

Dag 15 - natuurlijk speechen met mind mapping Dag 15 - natuurlijk speechen met mind mapping Zodra je er op gaat letten zie je dat veel toespraken eigenlijk heel onnatuurlijk overkomen. De spreker staat kaarsrecht achter zijn spreekgestoelte. Hij duikt

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Johan Vosbergen Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Johan Vosbergen... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Johan,

Nadere informatie

VOLLEDIGE INSTRUCTIES LEESVAARDIGHEID

VOLLEDIGE INSTRUCTIES LEESVAARDIGHEID VOLLEDIGE INSTRUCTIES LEESVAARDIGHEID Maak een mindmap of schema van een tekst ga je dan doen? Naar aanleiding van een titel, ondertitel, plaatjes en of de bron van de tekst ga je eerst individueel (en

Nadere informatie

Tekst 1 Richtlijnen voor leraren op Facebook en Twitter

Tekst 1 Richtlijnen voor leraren op Facebook en Twitter Actuele opdracht leesvaardigheid Social media februari 2012 2 vmbo-th / 2 havo Opdracht 1 Lees tekst 1 verkennend. a Uit welke krant komt tekst 1? b Uit welke gegevens uit tekst 1 kun je afleiden in welke

Nadere informatie

DE NATIONALE WETENSCHAPSAGENDA VOOR SCHOLIEREN - DEEL 1 HAVO

DE NATIONALE WETENSCHAPSAGENDA VOOR SCHOLIEREN - DEEL 1 HAVO DEEL 1 DE NATIONALE WETENSCHAPSAGENDA VOOR SCHOLIEREN - DEEL 1 In Nederland wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. Maar wie bepaalt wat er onderzocht wordt? In het voorjaar van 2015 hebben Nederlanders

Nadere informatie

Project Alcohol 2014

Project Alcohol 2014 Project Alcohol 2014 Naam: Jong geleerd is oud gedaan!!!! Laat je niet Naam: F L s E s E N Klas:!!! 1 Inleiding De carnaval komt eraan. Een feest dat gevierd moet worden. Maar is het feestje van plezier

Nadere informatie

Museum De Buitenplaats Kijken is een kunst

Museum De Buitenplaats Kijken is een kunst Museum De Buitenplaats Kijken is een kunst Groep 5 Les 1 Ik en mijn selfie Les 1 Ik en mijn selfie Samenvatting van de les De kinderen kijken naar een selectie portretten waaronder selfies. Ze analyseren

Nadere informatie

ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN

ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN De meeste mensen, en dus ook leerlingen, praten niet alleen met anderen, maar voeren ook gesprekken met en in zichzelf. De manier waarop leerlingen over, tegen en in zichzelf

Nadere informatie