Een Step 7 project aanmaken
|
|
|
- Albert van Dijk
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Een Step 7 project aanmaken 1 Het geheugenconcept van de S7 300 Een Hardware configuratie aanmaken Programmastructuur van de S7 300 Diagnose mogelijkheden pagina 1
2 Geheugenconcept van de S7-300 Laadgeheugen Commentaren Bouwstenen: Programma-bouwstenen (OB,FC,FB) Databouwstenen (DB) Supplementaire info RAM Flash- EPROM Mnemonics Bouwstenen: Programmabouwstenen (OB,FC,FB) Databouwstenen (DB) Bouwstenen: Programmabouwstenen (OB,FC,FB) Databouwstenen (DB) Supplementaire info Memory card Flash EPROM in het PG (wordt vervolgens in de CPU gestoken) bij spanningsterugkeer zonder bufferbatterij Werkgeheugen OB,FC,FB DB niet rem. remanent Systeemgeheugen PII,PIQ, L M, T, C niet rem. remanent Remanent geheugen Remanente M, T, C Reman. databouwstenen bij spanningsonderbreking zonder bufferbatterij 2 Laadgeheugen Werkgeheugen Systeemgeheugen Het laadgeheugen maakt integraal deel uit van een programmeerbare module. Het bevat de te laden objecten, die met het programmeertoestel aangemaakt zijn (codebouwstenen, databouwstenen, supplementaire informatie). Het laadgeheugen kan worden uitgebreid met een plug-in-geheugenkaart (Memory- Card) of een geïntegreerd RAM. Het werkgeheugen bevat enkel de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het programma. Het werkgeheugen is als RAM geïntegreerd in de CPU en wordt gebufferd door de batterij. Het systeemgeheugen bevat de geheugenbereiken voor: het ingangs- en uitgangsregister (PII, PIQ) de merkers (M) de timers (T) de tellers (C) de lokale-data-stack (L) Remanent geheugen Het remanente geheugen is een niet vluchtig geheugen (niet vluchtig RAM, nv-ram) om remanente timers, tellers, merkers en databouwstenen op te slaan, zelfs zonder bufferbatterij. Om in de CPU aan te geven, welke bereiken remanent zijn, gebruiken we de configuratie-tool en editeren we de CPU-parameters. Geheugenmodule plaatsen Wanneer er een geheugenmodule geplaatst wordt, vraagt het operating system een overall reset (de LED STOP knippert langzaam). De bedrijfsmoduskeuzeschakelaar moet op MRES gezet worden om de procedure voor het volledig wissen te starten. De programma-sequences die noodzakelijk zijn voor de uitvoering, worden van de geheugenmodule (laadgeheugen) overgebracht naar het werkgeheugen. De geheugenmodule moet geplaatst blijven zolang het programma uitgevoerd wordt. pagina 2
3 Compact CPU s Batterijloos On-board periferie Vanaf CPU313 verkrijgbaar met extra interface 3 De S7-300 CPU-familie werd uitgebreid met 6 nieuwe compact CPU s. Afmetingen On board periferie Extra interface De compact CPU s hebben een standaard breedte van slechts 40mm in plaats van standaard 80mm. Alle compact CPU s beschikken over een aantal in- en uitgangen op de CPU zelf. Behalve de kleinste CPU, kunnen alle CPU s verkregen worden met een extra interface onboard. Mogelijkheden : Een profibus DP interface te configureren als DP master of als DP slave Een extra seriele interface (RS422/485) voor punt tot punt communicatie. Batterijloos Extra functies De nieuwe Micro Memory Card (MMC) voor data en geheugenopslag maakt een bufferbatterij overbodig. Dit betekent dus eveneens een reductie op de onderhoudskost. Het complete project, inclusief symboliek en commentaar, kan op deze MMC geplaatst worden. In runmode kan deze MMC uitgelezen worden en eveneens beschreven worden. De compact CPU s beschikken over extra geïntegreerde functies zoals bijvoorbeeld tellen, positioneren, loop control,... pagina 3
4 Bouwstenen laden in / vanuit de memory card Flash EPROM Laden in EPROM" Laadgeheugen Flash EPROM Laden" Laden in PG" Laadgeheugen interne RAM Voor de uitvoering noodzakelijke sequences Nadat de memory card is gestoken: verzoek totale reset en kopie op het werkgeheugen Werkgeheugen RAM 4 Inleiding Wanneer we een Flash EPROM-module gebruiken, kan de CPU zonder bufferbatterij werken. Het gebruikersprogramma wordt op niet vluchtige wijze op deze geheugenmodule opgeslagen. Met de tool Hardware Configuration kunnen we de remanente bereiken definiëren. De remanente gegevens (timers, tellers, merkers, DB gegevensbereiken) worden in een remanent geheugenbereik van de CPU (niet vluchtig RAM) op de S7-300 opgeslagen. Verwijderen / Wanneer er een geheugenmodule geplaatst of verwijderd wordt, vraagt de CPU plaatsen om een overall reset. Na het plaatsen van een RAM-module moet het gebruikersprogramma opnieuw vanuit het PG geladen worden. Wanneer er een Flash EPROM-module geplaatst wordt, moet de inhoud hiervan naar het werkgeheugen gekopieerd worden. Stroomonderbreking Na een stroomonderbreking zonder bufferbatterij, worden de bouwstenen, zodra de geheugenmodule onder spanning wordt gezet, naar het werkgeheugen gekopieerd en, in het geval van de S7-300, blijven de remanente gegevens beschikbaar op het niet vluchtige RAM. De gegevensbereiken in de DB s die als remanent waren gedefinieerd (enkel op de S7-300), hernemen hun laatste toestand. De nietremanente gegevensbereiken worden geparametreerd met de beginwaarden, die op de geheugenmodule opgeslagen zijn. Programmawijziging Bij bouwsteencorrecties worden de veranderde bouwstenen opgeslagen in het werkgeheugen. Wanneer de bouwstenen in het PG geladen worden, worden deze bouwstenen uit het werkgeheugen gehaald. Na een stroomonderbreking (zonder batterij) is het werkgeheugen (RAM) gewist. Om de gecorrigeerde bouwstenen na het terugkeren van de spanning opnieuw beschikbaar te hebben, moeten ze opgeslagen geweest zijn: 1. op de harddisk, in geval van gebruik zonder EPROM-module, 2. op de harddisk of op de geheugenmodule in geval van gebruik met een EPROM-module. Laden van de geheugenmodule We kunnen de bouwstenen die zich in de SIMATIC Manager bevinden, naar de geheugenmodule (in het PG geplaatst) overbrengen met drag&drop of ook, bij bepaalde CPU s (van het type IFM), ze direct in de CPU schrijven met het menu PLC -> Download User Program to Memory Card. De geheugenmodule moet eerst gewist worden. Bepaalde bouwstenen kunnen opnieuw geladen, maar niet gewist of overschreven worden. pagina 4
5 Configuratie en parametrering van de hardware Configuratie Samenstelling van de racks, de modules en de gedecentraliseerde periferie in het venster Station in Hardware configuration. De componenten kunnen gekozen worden in een hardwarecatalogus. Parametrering Definitie van het gedrag van de parametreerbare modules, bijvoorbeeld: aanloopgedrag, remanentiebereiken, etc. Setpoint config. Setpoint configuratie en parametrering van de hardware. Reële config. Effectieve configuratie en parametrering van een bestaande hardware. 5 Hardware configuratie Setpoint configuratie Bestaande configuratie Nota De modules worden vanuit de fabriek met vooringestelde parameters geleverd. Als deze default-parameters aan de behoeften voldoen, is het niet nodig, een hardwareconfiguratie uit te voeren. Een configuratie is noodzakelijk: als u de vooringestelde parameters of adressen van een module wil veranderen (bijvoorbeeld: validering van een procesalarm van een module). als u de communicatieverbindingen wil configureren. op stations met gedecentraliseerde periferie (PROFIBUS-DP). op S7-400-stations met verschillende CPU s (multiprocessorenbedrijf) of uitbreidingsracks. op de failsafe PLC s (optiepakket). Bij het configureren van een installatie creëert men eigenlijk een gepersonaliseerde configuratie (setpoint configuratie). Deze configuratie omvat een hardwarestation met modules en parameters. De PLC wordt op basis van deze parameters geconfigureerd en de setpoint configuratie wordt in de CPU geladen bij de inbedrijfname. In een geautomatiseerde installatie kunnen de bestaande configuratie en parametrering van de modules in de CPU gelezen worden. Er wordt dan een nieuw hardwarestation in het project geconfigureerd. Dit is noodzakelijk, bijvoorbeeld wanneer de projectstructuur niet lokaal op het programmeertoestel beschikbaar is. Na het uitlezen van de bestaande configuratie kunnen de ingestelde parameters gecontroleerd en vervolgens in een project opgeslagen worden. De CPU kan zo geparametreerd worden, dat het opstarten onderbroken wordt, wanneer er verschillen zijn tussen de setpoint configuratie en de bestaande configuratie. Om de tool Hardware Configuration te kunnen oproepen, moet er al een hardwarestation gecreëerd zijn in de SIMATIC Manager. pagina 5
6 Een station toevoegen 6 Een station Met het menu Insert -> Station -> SIMATIC 300 Station of SIMATIC 400 toevoegen Station kan er een nieuw station aan het actuele project toegevoegd worden. De naam SIMATIC 300 (1), die automatisch aan dit station gegeven wordt, kan vervolgens door de gebruiker veranderd worden. pagina 6
7 Hardwareconfiguratie starten 7 Hardware Configuration Hardware Configuration starten Hardware Configuration" Hardware Catalog" Deze tool dient om de hardware te configureren, te parametreren en te diagnosticeren. De tool Hardware Configuration wordt gestart door: een hardwarestation in de SIMATIC Manager te selecteren en het menu Edit -> Open object te kiezen, of door een dubbele klik op het object hardware. Venster van de toepassing Hardware Configuration waarin er componenten van het venster Hardware Catalog staan. De titelbalk van dit venster bevat de naam van het project en de naam van het station. De catalogus wordt geopend: met het menu View -> Catalog of met een muisklik op de knop in de knoppenbalk. Als het profiel van de catalogus is ingesteld op Standard, worden alle racks, modules en interfacekaarten voorgesteld voor selectie in het venster Hardware Catalog". Met het menu Options -> Edit Catalog Profiles kan de gebruiker zijn eigen catalogusprofielen met vaak gebruikte elementen creëren. Profibus-slaves die niet in de catalogus staan, kunnen achteraf toegevoegd worden. Hiertoe gebruiken we de zogenaamde GSD-files die door de fabricant van het slavetoestel in kwestie geleverd worden. De GSD-file bevat een beschrijving van het toestel. Om de slave aan de hardwarecatalogus toe te voegen, gebruiken we het menu Options -> Install New GSD Files... en daarna Options -> Update Catalog. De nieuwe toestellen staan in de catalogus onder Profibus DP -> Additional field devices. pagina 7
8 Een setpoint configuratie creëren 8 Setpoint configuratie Dit wil zeggen: de schikking van de modules in het rack bepalen. creëren Deze configuratie, die de gebruiker zelf maakt, wordt de gepersonaliseerde configuratie of setpoint configuratie genoemd. Rack In de hardware catalog openen we bijvoorbeeld een station SIMATIC 300. De catalogus van het rack RACK-300" bevat een profielrail. Deze kan met een dubbele klik (of met drag&drop) in het venster Hardware Configuration ingevoegd worden. Er verschijnen dan twee rackcomponentenlijsten in het tweedelige venster: bovenaan een eenvoudige lijst, onderaan een gedetailleerde voorstelling met bestelnummers, MPI-adressen en I/O-adressen. Voeding CPU Positie n 3 Signaalmodules Als er een voedingsmodule nodig is, steken we de gepaste module PS-300 vanuit de catalogus met een dubbele klik of met drag&drop op de positie n 1 in de lijst. De CPU wordt bijvoorbeeld uit de catalogus CPU-300 geselecteerd en op de positie n 2 gestoken. De positie n 3 is gereserveerd als logisch adres voor een interfacemodule (in een multi-racks-configuratie). Als deze positie in de huidige configuratie gereserveerd moet blijven voor een latere montage van een IM-kaart, moet er een dummy module DM 370 in gestoken worden. Vanaf de positie n 4 kunnen er naar keuze maximum 8 signaalmodules (SM), communicatieprocessoren (CP) of functiemodules (FM) gemonteerd worden. Modules in de lijst plaatsen, doet u door eerst de positie te selecteren en vervolgens te dubbelklikken op de gewenste module. De modules kunnen gelijk waar in de lijst ingevoegd worden met drag&drop. pagina 8
9 Adressenlijst van de modules Address Overview 9 Type R S DP IF PPI Signaaltype Racknummer (Rack). Steekplaatsnummer van de overeenkomstige module (Slot). Enkel van toepassing in geval van gedecentraliseerde periferie. Attribuut van de interfacemodules (Interface) bij de programmering (in C++) van het systeem M7. N van het partiële geheugen (enkel voor de S7-400 CPU s). pagina 9
10 De setpoint configuratie registreren en in de module laden Laden (enkel met de CPU in stop) 10 Registreren Registreren en compileren Coherentie testen Met het menu Station -> Save kunnen we de bestaande configuratie in het actuele project registreren (zonder systeemdatabouwstenen aan te maken). De configuratie- en parametreringsdata worden eveneens geregistreerd in systeemdatabouwstenen via het menu Station -> Save and Compile of door een muisklik op de knop in de knoppenbalk. Met het menu Station -> Consistency Check kunnen we nagaan of het mogelijk is, configuratiedata aan te maken op grond van de ingevoerde elementen. Module laden De geselecteerde configuratie wordt in de PLC geladen met het menu PLC -> Download of met een muisklik op de knop in de knoppenbalk. De PLC moet in stop staan. Systeemdatabouwstenen De systeemdatabouwstenen (SDB) worden aangemaakt en aangepast in de hardwareconfiguratie. De SDB s bevatten configuratiegegevens en moduleparameters en worden bij het downloaden in het werkgeheugen van de CPU opgeslagen. Dit vergemakkelijkt de vervanging van modules, aangezien de parametreringsgegevens bij het opstarten vanuit de systeemdatabouwstenen in de nieuwe module worden geladen. In het programmeertoestel worden de systeemdatabouwstenen geregistreerd onder: Project \ Station \ CPU \ S7 Program \ Blocks \ System Data. Een dubbeleklik op het icoontje My Briefcase opent de lijst met de systeemdatabouwstenen. Wanneer we een memory card als Flash-EPROM gebruiken, moeten we de SDB s hier ook bewaren. Zo gaat de configuratie niet verloren wanneer we zonder batterij werken en er zich een spanningsonderbreking voordoet. pagina 10
11 Het station in het PG laden 11 Inleiding Reële configuratie In het PG laden In het PG opslaan Nota Een configuratie is alleen nodig in de volgende gevallen: als u de basisparameters van de modules wil wijzigen, op stations met gedecentraliseerde periferie, op de S7-400 met verschillende CPU s of met uitbreidingsracks. De reële configuratie kan vanuit de CPU gelezen worden, om de ingestelde parameters van een bestaande installatie te bekijken. Bij de initialisatie genereert de CPU een reële configuratie, dit wil zeggen dat de CPU de schikking van de modules registreert en de adressen toekent volgens een vast algoritme. Als er geen parameters toegekend zijn, gebruikt het systeem de default-parameters die bij de fabricatie zijn ingesteld. Het systeem slaat deze reële configuratie op in systeemdatabouwstenen. Om de reële configuratie in het PG te laden, hebben we in principe twee mogelijkheden: 1. In de SIMATIC Manager: met het menu PLC -> Upload Station. 2. In de tool Hardware Configuration: Met het menu PLC -> Upload of met een muisklik op het icoontje. De uit de hardware afgeleide reële configuratie wordt als een nieuw station in het geselecteerde project in het PG ingevoegd. Het kan gebeuren dat de bestelnummers van de modules niet volledig gedefinieerd zijn bij het uitlezen van de reële configuratie. Het is dus aan te raden, de configuratie te controleren en, indien nodig, het exacte moduletype van de bestaande modules toe te voegen. Om dit te doen, selecteert u de module en kiest u het menu Options - > Specify Module. pagina 11
12 Eventuele problemen bij de configuratie Situatie Lacunes in de uitrusting van de S Verkeerde CPU (bijvoorbeeld CPU 315-2DP in plaats van CPU 314). Analoge module op de verkeerde steekplaats. Verkeerd meetbereik op de analoge module. Andere parametrering van de modules na een totale reset. Oproep van Hardwareconfiguratie onmogelijk. De parameters van de modules kunnen niet veranderd worden. Er zijn online functies (testen...) actief in het PG. Resultaat/Remedie Configuratie niet compileerbaar. De configuratie kan niet geladen worden. De CPU stopt wegens een parametreringsfout. Gegroepeerde foutsignalisatie door de analoge module wegens een verkeerde parametrering. De configuratie opnieuw laden. Het hardwarestation declareren of "het station in het PG laden". Het station offline openen. De configuratie kan niet geladen worden. 12 Algemeen Deze slide toont enkele voorbeelden van fouten die zouden kunnen optreden bij de configuratie. pagina 12
13 Programmastructuur Lineair programma Gesegmenteerd programma Gestructureerd programma Recept A OB1 OB1 Recept B OB1 Pomp Mixer Uitgang Uitgang Alle instructies zitten in één bouwsteen (normaliter in de organisatiebouwsteen OB1) De instructies voor de verschillende functies zitten in afzonderlijke bouwstenen. De OB1 roept deze bouwstenen één voor één op. Herbruikbare functies worden in afzonderlijke bouwstenen geladen. De OB1 (of een andere bouwsteen) roept deze bouwstenen op en levert de bijbehorende data. 13 Lineair programma Gesegmenteerd programma Gestructureerd programma Het gehele programma staat in de organisatiebouwsteen OB1. Deze structuur komt overeen met een hardwarematig bedraad relaiscircuit, maar nu vervangen door een PLC. Het systeem voert de instructies één voor één na elkaar uit. Het programma is onderverdeeld in bouwstenen, waarbij iedere bouwsteen enkel de logica-instructies voor een bepaalde groep taken bevat. Een bouwsteen kan op zijn beurt onderverdeeld zijn in verschillende netwerken. Wanneer we soortgelijke netwerken gebruiken, kunnen we modellen creëren. De organisatiebouwsteen OB1 bevat instructies die andere bouwstenen in een bepaalde volgorde oproepen. Een gestructureerd programma bevat bouwstenen met parameters, parametreerbare bouwstenen genoemd. Deze bouwstenen zijn zo ontworpen, dat ze universeel inzetbaar zijn. Bij het oproepen van een parametreerbare bouwsteen worden de actuele parameters (de actuele adressen van de ingangen en uitgangen, evenals de parameterwaarden) gespecificeerd. pagina 13
14 Programmabouwstenen Operating system Cyclus Tijd Proces OB Organisatiebouwstenen FB FC SFB Error FB FB SFC OB = Organisatiebouwsteen FB = Functiebouwsteen FC = Functie SFB = Systeemfunctiebouwsteen SFC = Systeemfunctie Legende: FB met instantiedatabouwsteen 14 Gebruikersbouwstenen OB, FC, FB, DB De gebruikersbouwstenen bevatten de programmacode en de gegevens van het gebruikersprogramma. In een gestructureerd gebruikersprogramma worden bepaalde bouwstenen cyclisch opgeroepen en bewerkt, terwijl andere bouwstenen alleen opgeroepen en bewerkt worden, wanneer dit nodig is. Systeembouwstenen SFC, SFB, SDB De systeembouwstenen zijn voorgeprogrammeerde functies en functiebouw-stenen die in het operating system van de CPU geïntegreerd zijn. Deze bouw-stenen nemen in het gebruikersgeheugen geen bijkomende plaats in. De systeembouwstenen worden vanuit het gebruikersprogramma opgeroepen. Ze hebben dezelfde interface, dezelfde benaming en hetzelfde nummer in het geheel van het systeem. Het gebruikersprogramma kan dus zonder enig probleem naar verschillende PLC's of CPU's migreren. pagina 14
15 Gebruikersbouwstenen bouwsteen type kenmerken Organisatie (OB) - interface tussen het operating systeem en het programma bouwsteen - oplopende prioriteiten (1 tot 26) - speciale start informatie in de lokale data stack Functiebouwsteen (FB) - parametreerbaar / gebufferd - niet parametreerbaar / gebufferd - niet parametreerbaar / niet gebufferd Functie (FC) - een teruggekoppelde waarde wordt overgegeven. (parameters moeten toegekend zijn voor de sprong.) - niet gebufferd - parametreerbaar Databouwsteen (DB) - gestructureerd, lokale data opslag (instance DB) - gestructureerd, globale data opslag (te gebruiken in het gehele programma) 15 Organisatiebouwstenen OB s zijn de koppeling tussen de S7 CPU en het gebruikersprogramma. U kunt uw complete programma in OB1 opslaan en het cyclisch laten doorlopen. U kunt uw programma ook over meerdere bouwstenen verdelen en OB1 gebruiken om de bouwstenen op te roepen indien dit noodzakelijk is. Naast OB1, kan het operating systeem ook andere OB s oproepen om op bepaalde gebeurtenissen te reageren, zoals: - kloktijd interrupts - cyclustijd interrupts - diagnose interrupts - hardware interrupts - foutafhandeling interrupts Functiebouwstenen(FB) Een functiebouwsteen is een functie of een aantal functies in een bouwsteen waaraan geheugen is gekoppeld. Hierin kunnen variabelen opgeslagen worden. Een FB heeft dit extra geheugen nodig in de vorm van een bijbehorende databouwsteen. Parameters worden naar de FB doorgestuurd, en een deel van de lokale data wordt opgeslagen in de bijbehorende databouwsteen. Andere tijdelijke data wordt opgeslagen in de lokale (L) stack. Data die in de bijbehorende databouwsteen opgeslagen wordt, is gebufferd zodra de functiebouwsteen beëindigd wordt. Data die opgeslagen is in de L stack is niet gebufferd. Functions (FC) Databouwstenen (DB) Een function is een bouwsteen met logica instructies die gelijkwaardig is aan een functiebouwsteen, maar waaraan geen geheugen is gekoppeld. Een FC heeft geen bijbehorende databouwsteen. Tijdelijke variabelen worden in de lokale (L) stack opgeslagen totdat de functie wordt beëindigd, daarna zijn deze variabelen verloren. Een databouwsteen is een permanent toegewezen gebied waarin data of informatie wordt opgeslagen die door een andere functie is verzameld. Databouwstenen zijn schrijf/lees gebieden die in de CPU geladen kunnen worden als gedeelte van uw programma. pagina 15
16 Cyclische programmabewerking Startbouwsteen (OB100), één keer uitgevoerd, bijvoorbeeld bij het inschakelen van de spanning. Start van de cyclustijdbewaking. Het uitgangsregister (PIQ) naar de uitgangsmodules kopiëren. Ingangsmodule Uitgangsmodule CPU-cyclus De signalen van de ingangsmodules inlezen en de data in het ingangsregister (PII) actualiseren. Het programma in de OB1 uitvoeren (cyclische programmabewerking) Bepaalde events (tijdinterrupt, procesinterrupts, etc.) starten andere OB's. A I0.1 A I0.2 = Q8.0 Bouwsteen OB1 16 Opstarten Bewerkingscyclus Wanneer de spanning ingeschakeld wordt of wanneer er van STOP naar RUN omgeschakeld wordt, voert de CPU een complete restart uit (met OB100). Bij een complete restart wist het operating system de niet-remanente merkers, de timers en tellers, de interrupt-stack en de bouwsteen-stack, reset alle opgeslagen proces-interrupts en diagnose-interrupts, en start de cyclustijd-bewaking. Zoals in bovenstaande figuur wordt getoond, bestaat de cyclische CPU-bewerking uit drie hoofdtaken: De CPU schrijft de waarden van het uitgangsregister (PIQ) naar de uitgangsmodules. De CPU vraagt de status van de ingangssignalen af en werkt de informatie in het ingangsregister (PII) bij. De CPU voert de instructies van het gebruikersprogramma uit. pagina 16
17 Ingangs-/uitgangsregisters byte 0 byte 1 byte 2 : : : PII Geheugenbereik van de CPU 1 Gebruikersprogramma : : A I 2.0 = Q 4.3 : : : : byte 0 byte 1 byte 2 : : : PIQ Geheugenbereik van de CPU 1 17 Inleiding PII PIQ Gebruikersprogramma De CPU bewerkt de status van de ingangen en uitgangen in iedere cyclus. Er zijn bepaalde geheugenbereiken waarin de binaire data voor de modules worden opgeslagen: PII en PIQ. Het programma heeft toegang tot deze registers tijdens de programmabewerking. Het ingangsregister ("process image input") is de locatie in de CPU waar de signaaltoestand van alle ingangen (I) is opgeslagen. Het uitgangsregister ("process image output") bevat de uitgangswaarden die het resultaat zijn van programmabewerking. Aan het einde van de cyclus worden deze waarden naar de werkelijke uitgangen (Q) gestuurd. Als u de ingangen afvraagt in het gebruikersprogramma (bijvoorbeeld met A I 2.0), wordt de laatste status in het PII afgevraagd. Dit garandeert altijd dezelfde signaaltoestand, als een ingang tijdens dezelfde cyclus meerdere keren wordt afgevraagd. pagina 17
18 Adressering van de S7-300-modules Slotnummer Modules PS CPU SM SM SM SM SM SM SM Adres 0.0 Adres 0.7 Adres 1.0 Adres Slotnummers Slot 1 De slotnummers in het rack van de S7-300 helpen om het default-adressen-schema binnen de S7-300-omgeving te bepalen. Het eerste adres in de module wordt bepaald door de locatie in het rack. Voeding. Dit is het eerste slot, altijd als default. Een voedingsmodule is niet noodzakelijk verplicht. Een S7-300-systeem kan ook rechtstreeks op 24 V werken. Slot 2 Slot 3 Slots 4 tot 11 Nota Dit is de positie van de CPU. Deze plaats is logischerwijze gereserveerd voor een interfacemodule (IM) voor een configuratie met uitbreidingsracks. Zelfs als er geen IM gemonteerd is, moet er hiermee rekening worden gehouden in het adressenschema. Omdat deze plaats fysisch vrij moet worden gehouden (bijvoorbeeld voor een latere montage van een IM), kunnen we hier een dummy-module DM370 monteren. Het slot 4 is het eerste beschikbare slot voor de ingangs- en uitgangsmodules, communicatiemodules (CP) of functiemodules (FM). Adresseringsvoorbeelden: Een digitale-ingangskaart in slot 4 begint met het byte-adres 0. De bovenste LED op een digitale-uitgangskaart in slot 6 komt overeen met Q8.0. Er zijn 4 byte-adressen gereserveerd voor elk slot. Wanneer er 16-kanalige digitaleingangs-/uitgangskaarten gebruikt worden, "verliezen" we 2 byte-adressen per slot. pagina 18
19 Overzicht van de systeeminformatie 19 Module Information Tab "General" De systeeminformatie kan opgeroepen worden vanuit de SIMATIC Manager of vanuit de LAD/STL/FBD-editor met het menu PLC -> Module Information. De informatie over de status van de module is per thema gegroepeerd terug te vinden onder de volgende tabs: General Diagnostic Buffer Memory Scan Cycle Time Time System Performance Data Communication Stacks Onder deze tab vinden we informatie over: de eigenschappen van de module (versie, bestelnummer) de steekplaats de status van de module pagina 19
20 Informatie over de CPU-module: tab "Memory"... in de SIMATIC Manager: directory Blocks -> Properties 20 Laadgeheugen EPROM Een RAM-laadgeheugen is geïntegreerd in de CPU. Hoeveel geheugenplaats er ingenomen is, wordt aangegeven in de linkerbalk. De eventuele middelste balk toont de geheugenruimte die ingenomen wordt door een EPROM-geheugenmodule die eventueel in de CPU kan worden gestoken. In het laadgeheugen wordt niet enkel de uitvoerbare code opgeslagen, maar ook bijkomende informatie; dus neemt het altijd meer geheugenruimte in dan het werkgeheugen. Werkgeheugen Compress Het werkgeheugen dient enkel om de uitvoerbare code op te slaan, die nodig is bij de programmabewerking in de CPU. Met de knop "Compress" kunnen de gaatjes in het werkgeheugen opgevuld worden. Deze gaatjes komen er door programmacorrecties in de CPU. Wanneer een bouwsteen gecorrigeerd wordt, wordt de oude bouwsteen niet overschreven, maar wel ongeldig verklaard. De veranderde bouwstenen worden op een vrije plaats achteraan in het geheugen geschreven, waardoor elke correctie dus extra geheugenplaats inneemt. Comprimeren is alleen nodig in de S In de S7-300 wordt het werkgeheugen automatisch gecomprimeerd. Toepassing Wanneer de gebruiker de geheugencapaciteit kent, kan hij er op toezien of het offline geschreven programma wel in een bepaalde CPU zal passen, alvorens dit te programma te laden. pagina 20
21 Informatie over de CPU-module: tab "Scan Cycle Time" 21 Algemeen Tab "Scan Cycle Time" De cyclustijd is de tijd die de CPU nodig heeft om de procesregisters te actualiseren, het gebruikersprogramma te bewerken, alle diagnosefuncties uit te voeren en met de programmeertoestellen te communiceren. De tab "Scan Cycle Time" levert de volgende informatie over het cyclische verloop van het programma: Langste cyclustijd sinds de laatste overgang van STOP naar RUN. Kortste cyclustijd sinds de laatste overgang van STOP naar RUN. Lengte van de actuele cyclustijd. Weergave van de cycluscontroletijd (maximale cyclustijd). Weergave van de geparametreerde minimum cyclustijd (S7-400 alleen). Met deze informatie kunnen we erin slagen, constante cyclustijden te verkrijgen. Een nieuwe cyclus begint wanneer de minimum cyclustijd verlopen is. pagina 21
22 Informatie over de CPU-module: tab "Time System"... in de SIMATIC Manager: PLC -> Set Time of Day 22 Time System Correction factor Clock Synchronization Run-time meter Set Time of Day Deze zone bevat de gegevens van de in de CPU geïntegreerde real-time-klok (om de tijd in te stellen, cfr. infra). De correctiefactor om de klok in te stellen, staat in het venster "Hardware Configuration" (zie hoofdstuk "Hardware configuratie"). Er bestaan verschillende mogelijkheden om de klok van alle modules te synchroniseren: in een automatiseringssysteem, bijvoorbeeld multiprocessor. in een MPI-netwerk, tussen master en slave. met een MFI-interface (multifunctional interface) voor de punt-tot-puntkoppeling. De run-time meter meet de werkingsduur van een installatie. Om de werkingsuren te tellen, beschikken we over de volgende systeemfuncties in de CPU: SFC2 De run-time meter initialiseren. SFC3 De run-time meter starten en stoppen. SFC4 De run-time meter lezen. Het maximum aantal run-time meters hangt af van de CPU (nooit meer dan 8). Het toegelaten waardenbereik ligt tussen 0 en uren. Er worden twee mogelijkheden aangeboden om de datum en de tijd in te stellen: 1. Vanuit de SIMATIC Manager, met PLC -> Set Time of Day. 2. Met behulp vande systeemfunctie SFC0 "SET_CLK" (datum en tijd instellen). pagina 22
23 Informatie over de CPU-module: tab "Performance Data" 23 Performance Data Deze tab bevat de volgende informatie: Organization Blocks: de aanwezige organisatiebouwstenen. System Blocks: de aanwezige systeemfunctiebouwstenen en systeem-functies. Address Areas: de ingangen, uitgangen, merkers, timers, tellers, lokale data, FB's, FC's, OB's, DB's, met hun respectieve aantallen, adresbereiken en maximale lengtes. pagina 23
24 Cross reference 24 Cross References De lijst met de cross references wordt in het venster "Display Reference Data" geopend door het menu View -> Cross References te activeren of door op het overeenkomstige icoontje te klikken. De cross reference list is verbonden met een gebruikersprogramma en bevat alle gebruikte operanden: ingangen, uitgangen, merkers, tellers, timers, etc. (zie volgende pagina) Tabel De cross reference list verschijnt in de vorm van een tabel met de volgende kolommen: Kolom Inhoud / Betekenis Address Absoluut adres van de operand Symbol Symboolnaam van de operand Block Bouwsteen waarin de operand gebruikt is Access Toegang: lezend (R) of schrijvend (W) Language Taal waarin de bouwsteen geschreven werd Details Instructie om de operand te activeren Cross references van de operand Als u in de cross reference list een operand selecteert met het menu View -> Cross References for Address, kan u een nieuw venster openen dat enkel de specifieke cross references voor de geselecteerde operand bevat. pagina 24
25 Go to location 1xrechts 25 Inleiding Gebruik Toegang Wanneer er slechts één enkele operand moet worden gevonden, wat meestal het geval is, verdient de functie "Go to Location" de voorkeur boven de cross references. Deze functie wordt onmiddellijk vanuit de programma-editor opgeroepen en levert enkel het uittrekseltje uit de cross reference list dat betrekking heeft op de operand in kwestie. Selecteer een operand in de programma-editor en klik met de rechtermuisknop op Go to Location. Alle plaatsen in het programma, waar deze operand werd gebruikt, worden in het venster "Go to Location" weergegeven. De kolom "Details" geeft aan, of de operand werd afgevraagd of toegewezen. In ons voorbeeld is het belangrijk te weten, op welke plaats in het programma de uitgang Q4.2 geset en gereset werd. Wanneer u de overeenkomstige lijn selecteert en op de knop "Go to" klikt, komt u op deze plaats in het programma terecht. Met de knop Starting Point" kan u terugkeren naar de oorspronkelijke toestand. Default-instelling is "alle soorten toegang tot de operand". Met de knop Selection" kan u de weergave beperken, bijvoorbeeld tot enkel schrijvende toegang (toewijzing, set, reset). Wanneer u de optie Overlapping Access to Memory Areas" aankruist, wordt de toegang via woorden tot deze operand ook weergegeven. pagina 25
26 Toewijzingstabel van de I-, Q-, M-, T-, C-bereiken 26 Toewijzingstabel I/Q/M Toewijzingstabel T/C Filter Om de toewijzingstabel van de zones I/Q/M op te roepen, selecteert u het menu View -> Assignment -> Inputs, Outputs and Memory Bits of klikt u met de muis op het overeenkomstige icoontje. Deze toewijzingstabel geeft u een overzicht van welke bits in welke byte van de geheugenbereiken van de ingangen (I), de uitgangen (Q) en de merkers (M) werden gebruikt. Elke lijn bevat een byte van het geheugenbereik, waarin elk van de 8 bits geïdentificeerd wordt volgens de toegang. Bovendien wordt ook het toegangsformaat (byte, woord, dubbelwoord) aangegeven. Betekenis van de identificatoren van de toewijzingstabel I/Q/M: - de operand is niet geadresseerd, dus nog vrij o toegang per bit x toegang per byte, woord of dubbelwoord Om de toewijzingstabel van de zones T/C op te roepen, selecteert u het menu View -> Assignment -> Timers and Counters of klikt u met de muis op het overeenkomstige icoontje. Deze toewijzingstabel geeft een overzicht van de timers en tellers die in het programma gebruikt werden. Elke lijn bevat 10 timers of tellers. Met de "Filter"-functie kan u de geheugenzones specificeren, die moeten deel uitmaken van de lijst, en kan u de adressenbereiken beperken. Deze functie is exact dezelfde als die in de cross reference list. pagina 26
27 Ontbrekende en ongebruikte symbolen 27 Ongebruikte symbolen Met het menu View -> Unused Symbols of met een klik op het overeenkomstige icoontje kunnen we een lijst laten weergeven met de operanden die in de symbolenlijst gedefinieerd zijn, maar die niet in het S7-gebruikersprogramma gebruikt zijn. Ontbrekende symbolen Met het menu View -> Addresses without Symbols of met een klik op het overeenkomstige icoontje kunnen we een lijst laten weergeven met de operanden die in het S7-gebruikersprogramma gebruikt zijn, maar die niet in de symbolenlijst gedefinieerd zijn. Elke lijn bevat de operand en het aantal keren dat deze gebruikt werd. Filter De "Filter"-functie dient om gedetailleerde informatie te selecteren met betrekking tot de weergave van de vrije operanden (zie figuur). pagina 27
28 Archivering op diskette 28 Inleiding Archive Retrieve De archiveringsfunctie is uitgevonden om die projecten te bewaren, die veel geheugenplaats kunnen innemen en dus niet integraal op een diskette kunnen worden opgeslagen. De data worden in gecomprimeerde vorm bewaard, waardoor er maar 1/8 van de oorspronkelijke geheugenruimte nodig is. Het comprimeren kan gerealiseerd worden met de gebruikelijke comprimeringsprogramma's zoals PKZIP, ARJ, LHARC, JAR of WINZIP. Het volstaat, één van deze programma's op uw PG te installeren. Als uw bestanden lange namen hebben, gebruikt u bij voorkeur PKZIP, WinZip of JAR. De archiveringsprogramma's ARJ en PKZIP zijn in STEP 7 geïntegreerd. Het toegangspad tot het archiveringsprogramma moet in de SIMATIC Manager gedefinieerd worden met Options -> Customize -> Archive. Een project kan pas gearchiveerd worden, als het in de SIMATIC Manager gesloten is. Activeer het menu File -> Archive. Kies in het dialoogvenster het te archiveren project. Geef in het volgende veld een archiefnaam in. In de laatste dialoogbox vinden we de volgende opties: - Disk-crossing archive = het archiefbestand op verschillende diskettes opslaan of niet. - Incremental archiving = enkel de files met het attribuut ACR (STEP7-files) worden gearchiveerd. - Reset archive bit = enkel de files die sinds de laatste archivering nog veranderd zijn, worden gearchiveerd. - Consistency check = vergelijking met de te archiveren files (enkel ARJ). Activeer het menu File -> Retrieve. Selecteer het archiefbestand. Geef in de volgende box de doeldirectory voor het geëxtraheerde project in. De laatste dialoogbox bevat opties voor het overschrijven en het herstellen van het bewaarpad. pagina 28
29 Oproep van de tool "Module Information" 29 Inleiding SIMATIC Manager Programma-editor Alle noodzakelijke informatie voor het fouten zoeken wordt geleverd door de functie Module Information, beschikbaar in alle STEP7-tools. U kan deze functie oproepen via de SIMATIC Manager of de programma-editor, bijvoorbeeld. Als de projectstructuur niet beschikbaar is op het programmeertoestel, klikt u op het icoontje Accessible Nodes en daarna op MPI=x (x = MPI-adres van de aangesloten CPU). Selecteer vervolgens het menu PLC -> Module Information. Een andere manier om dit te realiseren: creëer een nieuw project en selecteer vervolgens het menu PLC -> Upload Station. Zodra het project op de harddisk via de SIMATIC Manager geopend is, selecteert u het S7-programma en activeert u het menu PLC -> Module Information. Zodra er een bouwsteen geopend is, is de noodzakelijke informatie voor het fouten zoeken beschikbaar. pagina 29
30 Module Information: tab "Diagnostic Buffer" 30 Diagnostic Buffer Het diagnosebuffergeheugen is een FIFO-geheugenbereik in de CPU dat niet kan worden gewist, zelfs niet door een overall reset. Het bevat alle diagnose-events in de volgorde waarin ze zich hebben voorgedaan. Al deze events kunnen in chronologische volgorde op het programmeertoestel gevisualiseerd worden. Details on Event De zone "Details on Event" bevat bijkomende informatie over het geselecteerde event: de benaming en het nummer van het event, andere informatie in verband met het event, zoals het adres van de instructie die aan de basis ligt van het event, etc. Help on Event Klik op de knop om de helpfunctie op te roepen voor het geselecteerde event in de lijst. (Voorbeeld: er is een programmeerfout opgetreden, maar de overeenkomstige OB, de OB121, werd niet geladen en niet geactiveerd.) Open Block Met een klik op de knop kan u in de CPU de bouwsteen openen, waarin de fout zich heeft voorgedaan. (in ons voorbeeld: "FC number: 1"). De tool oproepen Vanuit de SIMATIC Manager of de programma-editor met het menu PLC -> Module Information -> tab Diagnostic Buffer. pagina 30
31 Interpretatie van de foutmeldingen 31 Algemeen Het als laatste geregistreerde event wordt op de eerste lijn ingeschreven. Door de weergave van het uur kunnen we te weten komen, welke foutmeldingen met elkaar in verband staan (events n 1 en 2 in de figuur). Interpretatie In ons voorbeeld werd er een restart uitgevoerd vóór het verschijnen van de fout van de fout (events n 3 tot 5). De fout is opgetreden na de restart, waardoor de meldingen n 1 en n 2 ingeschreven werden. Event n 1: Omdat er geen fout-ob geprogrammeerd is, is de CPU in stop gegaan. Het venster "Details" toont het bewerkingsniveau, bijvoorbeeld OB1 (cyclus), en de localisatie van de fout in het programma (FC1, adres van de bouwsteen 2). Event n 2: Werkelijke oorzaak van de fout. Voorbeeld: BCD-conversie-fout. Het venster "Details" informeert ons dat de accumulator 1 een verkeerde waarde bevat en welke OB hiervoor verantwoordelijk is (OB121). Fout-OB Type fout Voorbeeld Fout-OB Programming error Opgeroepen bouwsteen bestaat niet in de CPU OB 121 Access error Directe toegang tot een defecte of onbestaande module OB 122 Time error Overschrijding van de maximale cyclustijd OB 80 Power supply error Platte batterij OB 81 Diagnostic interrupt Draadbreuk bij de ingang van een diagnosemodule OB 82 CPU hardware fault Foutief signaal van de MPI-interface OB 84 1) Program cycle error Rack failure Fout bij de actualisering van het procesregister (defecte module) Defect van het uitbreidingsrack of van een station in de gedecentraliseerde periferie OB 85 OB 86 1) Communication error Slechte telegram-identificator OB 87 1) S7-400 seulement pagina 31
32 Bouwsteen met fouten openen 32 Bouwsteen openen De knop Open Block geeft onmiddellijke toegang tot de defecte bouwsteen, die online wordt geopend. In STL wordt de cursor vóór de instructie die voor de fout verantwoordelijk is, geplaatst. In LAD/FBD wordt het netwerk in kwestie op het scherm getoond. In ons voorbeeld heeft de gebruiker geprobeerd, de hexadecimale waarde 16#A te converteren in een geheel getal. Bijgevolg zat er in de accumulator 1 een ongeldig BCD-getal. Door de I-stack te lezen (cfr. infra), zouden we in staat moeten zijn, een meer precieze analyse van dit geval te verkrijgen. De fout heeft zich voorgedaan in de FC1, in het netwerk 1. pagina 32
INHOUD. KHLim dep IWT MeRa 1/22
INHOUD 1.Aanmaken van een nieuw S7 project... 2 1.1 Openen van een nieuw project.... 2 1.2 invoegen van een S7 station... 2 1.3 openen van de hardware... 3 1.4 Invoegen van een Rack... 3 1.5 Downloaden
Gegevensopslag in databouwstenen
Gegevensopslag in databouwstenen 1 pagina 1 Databouwstenen (DB) OB1 Functie FC10 Functie FC20 Toegang tot alle bouwstenen Globale data DB20 Functiebouwsteen FB1 Instantie-DB van FB1 Instantiedata DB5 2
Gedecentraliseerde I/O
Gedecentraliseerde I/O MPI/DP interface Geintegreerde Profibus DP interface 1 9 pagina 1 Structuur van een PROFIBUS-DP netwerk Masters -400 PS 10A 400 CPU 414-2 DP PS -300-300 CPU 314 CP 342-5 DP -300
De programma-editor LAD FBD STL. 1 Basis PLC. Basis PLC. pagina 1 Hoofdstuk 3 : De programma editor
De programma-editor LAD STL FBD 1 pagina 1 Voorstellingswijze van de programmeertaal STEP7 STL FBD A I0.0 A I0.1 = Q8.0 I0.0 I0.1 & Q8.0 = LAD I0.0 I0.1 Q8.0 2 Inleiding LAD STL FBD De programmeertaal
SI-Profinet. Unidrive M700 en Siemens S7-300 PLC (Step 7)
Omschrijving: In dit document wordt stap voor stap uitgelegd hoe met Simatic Step 7 de communicatie opgezet kan worden tussen een Siemens S7-00 PLC en een Unidrive M700 met V2 module. Dit document behandelt
Handleiding ISaGRAF. Wil men het programma bewaren, dan is het verstandig een back-up te maken: C9 Back-up / Restore
Handleiding ISaGRAF C Handleiding ISaGRAF Deze handleiding beoogt een korte samenvatting te geven van handelingen die verricht moeten worden om met behulp van ISaGRAF een PLC-programma te schrijven en
Indirecte adressering
Indirecte adressering 1 pagina 1 Absolute adressering - Directe adressering Operand Operand- Supplementaire Beschrijving adres toegangsbreedte (voorbeeld) I 37.4 byte, woord, Ingangen dubbelwoord Q 27.7
Introductie : Simatic
Introductie : Simatic PCS 7 software NET PC WinCC HMI S7-300 DP PLC S7-400 1 pagina 1 K1 K2 K3 K4 K5 K6 K7 K8 K9 K10 K11 K12 K13 K14 K1 5 K16 7 8 9 0 D E F 4 5 6. A B C 1 2 3 SHIFT IN S DE L HELP OP17
Getalformaten, timers en tellers
Getalformaten, timers en tellers S_CU CU S PV R CV DEZ CV_BCD S_ODT S TV BI R BCD 1 pagina 1 Getalformaten (16 bits) PG CPU BCD W#16#296 Voorteken (+) 2 9 6 0 0 0 0 0 0 1 0 1 0 0 1 0 1 1 0 Positieve getallen
Deel 2 S7 Graph Ont4 - GA3
Deel 2 S7 Graph Ont4 - GA3 Deel 2 : Graph 09/05 1 Wanneer er in een installatie een sequentiële beweging geprogrammeerd moet worden is het interessant om gebruik te maken van S7 Graph. De progammastructuur
6 Programmastructuren
6 Programmastructuren 6.1 Lineair programmeren Een lineair programma heeft een eenvoudige structuur. Alle instructies worden geprogrammeerd in. Deze bouwsteen wordt continu doorlopen waarbij het gehele
Het koppelen van een FC302 op Profibus met een Siemens PLC
Het koppelen van een FC0 op Profibus met een Siemens PLC Snelle start handleiding Solar Technical Support Inhoudsopgave: Het gebruikte testmateriaal.... Het instellen van de FC0.... Initialisation:...
SI-Profinet. Unidrive M200-M400 en Siemens S PLC (TIA portal)
Omschrijving: In dit document wordt stap voor stap uitgelegd hoe met TIA portal de communicatie opgezet kan worden tussen een Siemens S7-500 PLC en een Unidrive M400 met V2 module. Dit document behandelt
Groep Automatisering KHLim Univ Campus gebouw B Diepenbeek
Simatic OP7 Gebruikershandleiding Groep Automatisering KHLim Univ Campus gebouw B Diepenbeek Nico Bartholomevis 1 Aanmaken van een PLC project in Simatic S7 Zie cursus S7 Nico Bartholomevis 2 Aanmaken
Summa Cutter Tools. 1 Cutter tools. Met dit programma kunnen twee dingen geïnstalleerd worden:
Summa Cutter Tools 1 Cutter tools Met dit programma kunnen twee dingen geïnstalleerd worden: 1. Plug-in voor Corel (vanaf versie 11) en Adobe Illustrator (vanaf versie CS). De plug-in voor Corel installeert
Inrichting Systeem: Locaties & Toegang
Inrichting Systeem: Locaties & Toegang EasySecure International B.V. +31(0)88 0000 083 [email protected] Support.EasySecure.nl v1.0 01-12-2011 In deze handleidingen worden de volgende functies binnen
3 Opbouw en karakteristieken van de PLC
3 Opbouw en karakteristieken van de PLC 3.1 Blokschema Een PLC bestaat uit 3 delen: - een voeding of PS (Power Supply). Deze zet de netspanning van 230V AC om in 24V DC. - een centrale verwerkingseenheid
Het koppelen van Weidmüller u-remote aan een S7-1200 plc.
Het koppelen van Weidmüller u-remote aan een S7-1200 plc. Thema: u-remote Bladzijde 1 Inhoudsopgave Een IP-adres toekennen met de Primary Setup Tool:... 3 Het importeren van het GSDML bestand in de TIA-portal:...
Voeler ingang van de ilog recorder. Stop de temperatuurvoeler
1) Standaard interface (EA-INT) Oud model. 2) Universele interface (EA-INT-U) Nieuw model. Beide interfaces hebben een DB9 (9 pins) connector en uw PC heeft een RS232 seriële poort nodig. Escort ilog Dataloggers
Communicatie. Basis PLC. pagina 1 Hoofdstuk 11: Communicatie. Basis PLC PG 720
Communicatie PG 720 1 pagina 1 Communicatiemidlen Hardware ASI Multipoint-interface (MPI) PROFIBUS (DP en FMS) Industrial Ethernet Punt-tot-punt-communicatieprocessor Software Systeemcommunicaties: PG-functies,
WinCCFlex. WinCC Flex MeRa 1/22
WinCCFlex 1. Invoegen van TP in het S7 project...2 2. Instellen van communicatie HMI...2 3. Aanmaken van tags...4 4. Aanmaken van de schermen...5 5. Invoegen van een objecten...6 5.1. Invoegen van een
(energie) meten via Qbus
(energie) meten via Qbus Voor het bijhouden van groene stroom-certificaten, het optimaliseren van verbruiken of gewoon om te weten wat waar wanneer in uw gebouw gebeurt. Op de SD-kaart van de Qbus controller
Inrichting Systeem: Locaties & Toegang
Inrichting Systeem: Locaties & Toegang EasySecure International B.V. +31(0)88 0000 083 [email protected] Support.EasySecure.nl v2.0.11 22-09-2014 In deze handleidingen worden de volgende functies binnen
iphone app - Rapporten
iphone app - Rapporten Rapporten - iphone App Net2 AN1114-NL Deze Paxton applicatie is gratis verkrijgbaar in de App Store. Deze applicatie is ontwikkeld om gebruikt te worden op elk ios apparaat versie
Movicon 11. Visualisatie op VIPA Touch Screens Van de VIPA PLC: CPU315 & CPU313. F. Rubben Movicon 11 op VIPA Touch Screens 1
Movicon 11 Visualisatie op VIPA Touch Screens Van de VIPA PLC: CPU315 & CPU313 F. Rubben Movicon 11 op VIPA Touch Screens 1 F. Rubben Movicon 11 op VIPA Touch Screens 2 To Do: Installeer het programma.
Net2 kaarten bedrukken
kaarten bedrukken kaarten bedrukken - Welke methode? Er bevinden zich twee pakketen om kaarten te bedrukken in de software. Een basis vast formaat dat al aanwezig is in de software sinds 2003 (V3.16) en
Snel op weg met Solid Edge ST5
Snel op weg met Solid Edge ST5 Dit document helpt u, om na installatie van Solid Edge ST5, snel aan de slag te kunnen met de software. Beschreven staat welke instellingen u kunt aanpassen om een betere
Het koppelen van de FC280 aan Profinet.
Het koppelen van de FC280 aan Profinet. Snelle start handleiding Solar Technical Services Inhoudsopgave: Het gebruikte test materiaal.... 2 Instellingen van de FC280 corrigeren via de MCT10 software....
Voeler ingang van de ilog recorder. Stop de temperatuurvoeler
1) Standaard interface (EA-INT) Oud model. 2) Universele interface (EA-INT-U) Nieuw model. Beide interfaces hebben een DB9 (9 pins) connector en uw PC heeft een RS232 seriële poort nodig. Escort ilog Dataloggers
Intro S7-1200. datum: onderwerp: door: aan: dinsdag 11 juni 2013 Introductie S7-1200 onder TIA Portal Industrial Automation
Intro S7-1200 datum: onderwerp: door: aan: dinsdag 11 juni 2013 Introductie S7-1200 onder TIA Portal Industrial Automation Wat is TIA Portal? Noviteiten 1500 CPU ET200SP remote IO Noviteiten 1200 en 1500
AFO 142 Titel Aanwinsten Geschiedenis
AFO 142 Titel Aanwinsten Geschiedenis 142.1 Inleiding Titel Aanwinsten Geschiedenis wordt gebruikt om toevoegingen en verwijderingen van bepaalde locaties door te geven aan een centrale catalogus instantie.
Galaxy Dimension TOUCHCENTER Handleiding gebruiker
Galaxy Dimension TOUCHCENTER Handleiding gebruiker 1 STARTSCHERM START->Datum/Tijd aanpassen Algemeen Druk op de klok linksonder het scherm om te instellingen van de klok op te roepen. Wijzigingen bevestigen
Het omzetten van VLT2800 Profibus naar FC280 Profibus.
Het omzetten van VLT2800 Profibus naar FC280 Profibus. Snelle start handleiding Solar Technical Services Inhoudsopgave: Het gebruikte test materiaal.... 2 Download en installeer de GSD file voor de FC280...
De Deskline configurator Advanced handleiding
De Deskline configurator Advanced handleiding Deze handleiding is voor versie 1.2.3 en hoger Zorg dat er een USB2LIN is aangesloten op de computer ( Gebruik versie 1.66 en hoger ) Zorg dat er geen andere
13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek (Resource Editor)... 1
13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek 13. Symbool-, Lijnstijlbibliotheek (Resource Editor)... 1 13.1. Inleiding...1 13.2. Icoonomschrijving...2 13.3. Menu Bestand...3 13.3.1. Nieuwe Bibliotheek maken... 3
Handleiding (Windows) Instellen Add-ons:
Handleiding (Windows) Instellen Add-ons: Click-to-dial Click-to-dial outlook / Thunderbird Call pop-up applicatie PBXonline.be De add-ons Click-to-dial, Outlook/Thunderbird/contacts plugin en de Call pop-up
Zorgmail handleiding. Inhoud
Inhoud 1. Beginnen met Zorgmail pag. 2 2. Het instellen van Zorgmail pag. 2 3. Het gebruik van Zorgmail m.b.t. Artsen pag. 3 4. Het aanpassen van de lay-out van Zorgmail pag. 4 5. Werken met Zorgmail pag.
Start de applicatie op om naar het inlogscherm te gaan. Onthoudt mijn gegevens
iphone app - Users Users - iphone App Deze Paxton applicatie is gratis verkrijgbaar in de App Store. Deze applicatie is ontwikkeld om gebruikt te worden op elk ios apparaat versie 5.1 of hoger en is uitgevoerd
Starter SIMATIC S7-1200
Starter SIMATIC S7-1200 Een samenwerking tussen : en Inhoudsopgave 1. Benodigde hardware en software... 3 2. Installatie SIMATIC STEP 7 Basic V10.5 incl.sp1... 3 3. Upgraden van STEP 7 Basic V10.5 met
How To Do Visualisaties met mbconnect24 V2
How To Do Visualisaties met mbconnect24 V2 Inhoud 1. Inleiding... 2 2. Aanmaken Network Component (VIPA PLC) & Tag Server... 3 2.1 Network Component; VIPA PLC... 3 2.2 Tag Server... 4 3. Tags aanmaken...
Welkom bij de S / ET200SP failsafe workshop. Doel van deze oefeningen is om u een indruk te geven van de mogelijkheden van de S F-CPU.
Welkom bij de S7-1500 / ET200SP failsafe workshop. Doel van deze oefeningen is om u een indruk te geven van de mogelijkheden van de S7-1500 F-CPU. Tijdens de oefeningen maken wij gebruik van de ET200SP
Priva Blue ID Network scanner / Syslog Tool
Priva Blue ID Network scanner / Syslog Tool Versie 1.3.15.0 Bladzijde 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Introductie:... 3 Systeemeisen:... 4 Installeren op een SX100:... 5 De Werking:... 6 Scannen van
Elbo Technology BV Versie 1.1 Juni 2012. Gebruikershandleiding PassanSoft
Versie 1.1 Juni 2012 Gebruikershandleiding PassanSoft Versie 1.1 Juni 2012 2 Inhoud: Opstart scherm PassanSoft... 1 Het hoofdmenu van PassanSoft wordt geopend... 4 Verklaring extra knoppen weergegeven
Offective > CRM > Vragenlijst
Offective > CRM > Vragenlijst Onder het menu item CRM is een generieke vragenlijst module beschikbaar, hier kunt u zeer uitgebreide vragenlijst(en) maken, indien gewenst met afhankelijkheden. Om te beginnen
Instructie RFM modules
Instructie RFM module Introductie RFM staat voor Registratie Flow Module. De RFM module vormt de basis voor een aantal nieuwe modules binnen equse Indicate: - Calamiteiten - Klachten - Kindermishandeling
Manual Debug software. VMC next
Manual Debug software VMC next Land: NL Ned Air bv maart 2012 Ver. 0.05 1 Algemeen... 3 2 Opbouw VMC next... 3 3 VMC Next Debugger... 4 4 Status... 7 5 Registers... 8 5.1 Knoppen... 9 5.1.1 Download...
Het koppelen van de u-remote aan de AC500-eco via Modbus TCP. A quick start guide. Jaap Ruiten
Het koppelen van de u-remote aan de AC500-eco via Modbus TCP. A quick start guide Jaap Ruiten Het koppelen van Weidmüller u-remote aan een AC500-eco plc. Thema: u-remote Modbus TCP Bladzijde 1 Inhoudsopgave
8. Module Digitaal Terrein Model (DTM) aanmaken... 1
8. Module Digitaal Terrein Model (DTM) aanmaken... 1 8.1. Inleiding...1 8.2. Icoonomschrijving...2 8.2.1. Nieuw... 3 8.2.2. Herstellen... 3 8.2.3. Wijzig... 3 8.2.4. Aanpassen... 4 8.3. Het Begin...5 8.4.
Tips & Trucs ARCHICAD 117: Programma van Eisen add-on voor KeyMembers
Tips & Trucs ARCHICAD 117: Programma van Eisen add-on voor KeyMembers Met de Programma van Eisen add-on kan eenvoudig een programma van eisen worden ingelezen vanuit een excel bestand, waarbij snel zones
TI-SMARTVIEW. Installeren op Windows PC
TI SmartView 1 TI-SMARTVIEW Installeren op Windows PC De licentie van de school voor TI-SmartView is tot nader bericht een single-user licentie, hetgeen betekent dat deze op één pc mag geïnstalleerd worden,
Algemene basis instructies
Inhoud: Algemene basis instructies... 2 Pictogrammen en knoppen... 2 Overzicht... 3 Navigeren (bladeren)... 3 Gegevens filteren... 4 Getoonde gegevens... 5 Archief... 5 Album... 5 Tabbladen en velden...
Handmatig je lokale mailbox migreren
Handmatig je lokale mailbox migreren Mailbox data locatie opsporen: Start Outlook en ga naar de hoofdmap van de mailbox, klik hier met de rechtermuisknop en kies voor Open File Location of Open bestands
Micro Computer Service Center. Installatie
Micro Computer Service Center Installatie MCSC BDR versie 2.7 van 01/01/2013 2013 Contents I. Uit te voeren bij MCSC voor vertrek naar de klant... 3 1. Bdr opzetten... 3 2. Bdr aanmaken in McscCom... 3
Watcheye AIS op ipad
Watcheye AIS op ipad Deel uw NMEA / AIS informatie met uw ipad met tussenkomst van uw PC/Laptop. Het is mogelijk om de Watcheye AIS applicatie op uw ipad te koppelen met uw AIS, door de NMEA data die de
Workshop Programmeren met STEP 7 op de DeskTop- en EduLabXorter
Workshop Programmeren met STEP 7 op de DeskTop- en EduLabXorter 1. STEP 7 Basis 1.1 Nieuw STEP 7 project Er zijn twee manieren om een nieuw STEP 7 project te maken, via de wizard of handmatig. Wij gaan
1. Open de Bibliotheek verkenner. Dit kunt u in de Lint modus doen via View, de groep Toon, Bibliotheek Verkenner.
Eenvoudige formules Een gedeelte van deze nieuwsbrief gaat over eenvoudige formules. Met behulp van Formules is het mogelijk om Tabelkolommen te bewerken. Een aantal bewerkingen lijken op acties die u
Digi Dossier - Aanmaken en koppelen scans concept_software
In deze handleiding wordt uitgelegd op welke wijze: - het digitale dossier te benaderen is; - het digitale dosier is ingedeeld; - hoe gescande bescheiden gekoppeld kunnen worden aan een - persoon - object
Gebruikers Toevoegen. EasySecure International B.V. +31(0) Support.EasySecure.nl. v
Gebruikers Toevoegen EasySecure International B.V. +31(0)88 0000 083 [email protected] Support.EasySecure.nl v1.0 01-12-2011 In deze handleidingen worden de volgende functies binnen de IdentySoft software
Softphone Installatie Handleiding
Softphone Installatie gids Softphone Installatie Handleiding Specifications subject to change without notice. This manual is based on Softphone version 02.041 and DaVo I en II software version 56.348 or
Beckhoff BC9050 met Twincat
Beckhoff BC9050 met Twincat F. Rubben, Ing. 2011 1 Beckhoff 2 1 Hardware: BC9050 voeding 24Vdc Voor de buscontroller en Voor de K-bus 3 Hardware: netwerk? De bouw van het netwerk zal bepalen hoe het IP-adres
TimeManager Handleiding
TimeManager Handleiding DOT SYS 1997-2012 I TimeManual Inhoudstafel Deel I Gebruikershandleiding TimePlan 1 1 Configuratie... TimePlan 1 2 Verlofaanvraag... invoeren 4 Verlofaanvraag... ASP-Klant 5 Verlofaanvraag...
MyNice Welcome MyNice Welcome app to control your home
MyNice Welcome MyNice Welcome app to control your home NL - Aanwijzingen en aanbevelingen voor installatie en gebruik ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN NEDERLANDS Volledige en originele instructies INHOUDSOPGAVE
Netwerk Interfacing Data Logging.
Handleiding Netwerk Interfacing Data Logging. EduTechSoft.nl 2009-2010 H.O.Boorsma. Pagina - 2 - Netwerk Interfacing Data Logging Pagina - 3 - Inhoud Inleiding.... 4 Beschrijving van het programma....
Gebruikers Toevoegen. EasySecure International B.V. +31(0)88 0000 083 [email protected] Support.EasySecure.nl. v2.0.11 22-09-2014
Gebruikers Toevoegen EasySecure International B.V. +31(0)88 0000 083 [email protected] Support.EasySecure.nl v2.0.11 22-09-2014 In deze handleidingen worden de volgende functies binnen de IdentySoft software
Beschrijving webmail Enterprise Hosting
Beschrijving webmail Enterprise Hosting In dit document is beschreven hoe e-mail accounts te beheren zijn via Enterprise Hosting webmail. Webmail is een manier om gebruik te maken van e-mail functionaliteit
MOTUS- APP: De gebruikersgids
MOTUS- APP: De gebruikersgids 1 Hoe de MOTUS- app gebruiken Een gebruikersgids voor de web tool van MOTUS is beschikbaar via de webpagina s http://www.motus.vub.ac.be en www.motusdemo.com. Wat nu volgt
AN0012-NL. Hoe moet ik rapporten configureren. Overzicht. Een rapport openen. Via Rapporten kunt u de gebeurtenissen terug zien uit het systeem.
Hoe moet ik rapporten configureren Overzicht Via Rapporten kunt u de gebeurtenissen terug zien uit het systeem. Wanneer er een gebeurtenis plaatsvindt, zoals een gebruiker die zijn/haar credential aanbiedt,
Contict Drive Versie 3.0 Laatst herzien: juni 2016
Contict Drive Versie 3.0 Laatst herzien: juni 2016 Inhoudsopgave 1. Welkom bij Contict Drive!... 2 2. Aan de slag met Contict Drive... 3 2.1 Registreren... 3 2.2 Een Vault aanmaken... 4 2.3 Contict Drive
Werking van de Office Connector, en het oplossen van fouten.
Werking van de Office Connector, en het oplossen van fouten. De Office Connector zorgt ervoor dat de Microsoft Officeomgeving gebruikt kan worden als ontwerp en genereeromgeving voor documenten waarbij
Installatie- en gebruikshandleiding Risicoverevening. 11 april 2007 ZorgTTP
Installatie- en gebruikshandleiding Risicoverevening 11 april 2007 ZorgTTP Inleiding In het kader van Risicoverevening wordt gepseudonimiseerd informatie aangeleverd aan het College voor Zorgverzekeringen
Rabo CORPORATE CONNECT. Certificaatvernieuwing
Rabo CORPORATE CONNECT Certificaatvernieuwing Inhoud 1 INLEIDING... 3 2 SYSTEEMVEREISTEN... 4 3 CERTIFICAAT VERNIEUWEN... 6 4 TROUBLESHOOTING... 8 5 ONDERSTEUNING EN SERVICE... 9 BIJLAGE 1 INSTALLATIE
Mobile Connect & Apple
Mobile Connect & Apple Software versie 4.05.01.00 - Always Best Connected - Hoe Installeert U de Vodafone Mobile Broadband software op uw Apple computer. Index van deze handleiding: Inleiding Het installeren
AFO 139 Automatische export
AFO 139 Automatische export 139.1 Inleiding Vubis Smart beschikt over de mogelijkheid om volledig automatisch beschrijvingen te exporteren naar bestanden op de server. Andere bibliotheken (ongeacht of
Technische nota AbiFire Rapporten maken via ODBC
Technische nota AbiFire Rapporten maken via ODBC Laatste revisie: 23 januari 2018 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Systeeminstellingen in AbiFire... 3 2.1 Aanmaken extern profiel... 3 2.2 Toewijzing extern
RIE Vragenlijst Editor
Handleiding RIE Vragenlijst Editor Versie 1.0 Datum: 29 oktober 2015 IT&Care B.V. Inhoudsopgave 1. INLEIDING EN VERANTWOORDING... 3 2. OVERZICHT RIE VRAGENLIJSTEN... 4 3. AANMAKEN VAN EEN NIEUWE VRAGENLIJST...
Inleiding. - Teksten aanpassen - Afbeeldingen toevoegen en verwijderen - Pagina s toevoegen en verwijderen - Pagina s publiceren
Inleiding Voor u ziet u de handleiding van TYPO3 van Wijngaarden AutomatiseringsGroep. De handleiding geeft u antwoord geeft op de meest voorkomende vragen. U krijgt inzicht in het toevoegen van pagina
Deutsche Bank Global Transaction Banking. Internet Bankieren. Betalingen en incasso s invoeren. www.deutschebank.nl
Deutsche Bank Global Transaction Banking Internet Bankieren Betalingen en incasso s invoeren www.deutschebank.nl Internet Bankieren Betalingen en incasso s invoeren 2 Betalingen en incasso s invoeren Betalingen
Hoofdstuk 7 Configuratie Bestanden
Hoofdstuk 7 Configuratie Bestanden Alle ZoomText instellingen kunnen opgeslagen en weer hersteld worden met gebruik van de configuratie bestanden. Configuratie bestanden controleren alle ZoomText functies;
Handleiding Opslag Online Client voor Windows. Versie maart 2015
Handleiding Opslag Online Client voor Windows Versie maart 2015 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 Hoofdstuk 2. Installatie 4 2.1 Systeemeisen 4 2.2 Downloaden van de software 4 2.3 Installeren van
Quick Reference Contact Manager SE
Eddon Software BV Rietveldenweg 82 5222 AS s-hertogenbosch The Netherlands T +31 (0)88-235 66 66 F +31 (0)88-235 66 77 E [email protected] W www.eddon.nl Quick Reference Contact Manager SE Block: Contact Manager
DKO Beheerders. 5 maart WISA helpdesk
DKO Beheerders 5 maart 2012 WISA helpdesk Inhoudsopgave 1 DKO Beheerders 2 1.1 Taken na update WISA-programma...................... 2 1.1.1 Aanmelden als administrator...................... 2 1.1.2 Nieuwe
Central Station Urenregistratie
Central Station Urenregistratie Inhoud 1 Inleiding...3 2 Uren boeken in 4 stappen...4 2.1 Stap 1: Urenregistratie starten... 4 2.1.1 Inloggen... 4 2.1.2 Aanmaken nieuw urenformulier (eenmaal per week)...
Tips en Tricks basis. Microsoft CRM Revisie: versie 1.0
Tips en Tricks basis Microsoft CRM 2016 Revisie: versie 1.0 Datum: 23/03/2016 Inhoud 1. Basisinstellingen... 3 1.1 INSTELLEN STARTPAGINA... 3 1.2 INSTELLEN AANTAL REGELS PER PAGINA... 3 2. Algemene bediening...
Quick Reference Card. Activiteiten
Quick Reference Card Activiteiten 1) Een bestaande pagina bewerken 2) Voeg een vertaling toe 3) Het toevoegen van een afbeelding 4) Het hergebruiken van content 5) Het maken van een nieuws- of agenda-item
Het instellen van de ControlBox 3.0 moet worden uitgevoerd door gekwalificeerde mensen.
Gebruikers handleiding Algemeen De ControlBox 3.0 bedient een standaard High Security Slot (HSS). Er zijn 3 opties om de firmware in te stellen. Zowel het type als de modus moeten worden geselecteerd:
BRICONweb voor de club
BRICONweb voor de club Starten met BW! 3 Aanmelden! 4 Registreren! 4 Club verantwoordelijke! 5 Bestaande club! 5 Nieuwe club aanmaken! 5 Aanmaken wedstrijd! 6 Betekenis icoontjes! 7 Inkorven! 8 Aantallen
De gebruikershandleiding mag in zijn geheel in digitale of gedrukte versie vrij worden verspreid onder alle
Copyright Deze gebruikershandleiding is auteursrechtelijk beschermd. Wijzigingen in de inhoud, of gedeeltelijke overname van de inhoud, is alleen toegestaan na toestemming van de houder van het auteursrecht.
Märklin Decoder Tool 3
NL Märklin Decoder Tool 3 1. Beoogd gebruik 2 2. Voorwaarden voor gebruik 2 2.1 Installatie 2 2.2 Taal instellen 2 2.3 Soundbibliotheek 2 2.4 Aansprakelijkheid 2 3. Decoder 3 3.1 Decoder uitlezen 3 3.2
VERZENDLIJSTEN HANDLEIDING. OTYS Recruiting Technology
VERZENDLIJSTEN HANDLEIDING OTYS Recruiting Technology OTYS RECRUITING TECHNOLOGY WWW.OTYS.NL 29-8-2017 Versie 1.0 2 INHOUD 1 Introductie... 4 1.1 Over verzendlijsten... 4 1.2 Doel van deze instructie...
Palmtop - Aqua-Max Servicehandleiding
Palmtop - Aqua-Max Servicehandleiding Inleiding Deze handleiding geeft een beschrijving van de Aqua-Max Palmtop en de Terminal software die nodig is om software op de Aqua-Max en de Palmtop te installeren.
Siemens Industry Mall. Handleiding. Winkelwagenbeheer
Siemens Industry Mall Handleiding Winkelwagenbeheer Page: 1 of 22 Inhoudstafel 1 VOORWOORD...3 2 CREATIE VAN WINKELWAGENS...4 2.1 Opladen van een bestaande winkelwagen uit de Mall... 4 2.2 Selectie van
iphone app - Roll Call
iphone app - Roll Call Roll Call - iphone App Deze Paxton applicatie is gratis verkrijgbaar in de App Store. Deze applicatie is ontwikkeld om gebruikt te worden op elk ios apparaat versie 5.1 of hoger
Handleiding. Technische Analyse. EXcess RETURN
Handleiding Technische Analyse Technische Analyse EXcess RETURN EXCESS RETURN 2012 [email protected] Handleiding van de Technische Analyse 1. DE ZOEKFUNCTIE 3 2. DE MODULES 3 Diagnose 3 Commentaren 3 Strategieën
Hanwell temperatuur / vocht logger handleiding
Hanwell temperatuur / vocht logger handleiding De Hanwell temperatuur / vochtigheid datalogger Hanwell Hanlog32USB software (W200) USB set up communicatie kabel Y055 Verschillende mogelijkheden: -starten
Aan de slag met AdminView
Aan de slag met AdminView uitgebreide handleiding S for Software B.V. Gildeweg 6 3771 NB Barneveld tel 0342 820 996 fax 0342 820 997 e-mail [email protected] web www.sforsoftware.nl Inhoudsopgave 1.
SECRETZIP HANDLEIDING
SECRETZIP COMPRESSIE & ENCRYPTIE programma (enkel voor Windows). Het programma bevindt zich op de USB Flash-drive. Raadpleeg a.u.b. de handleiding op de USB Flash-drive of bezoek integralmemory.com om
