NEONATALE REANIMATIE
|
|
|
- Franciscus Martens
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 NEONATALE REANIMATIE GENT NIZ U Dr. Piet Vanhaesebrouck NIC-dienst 1B1 UZ Gent 1
2 Ongeveer 5 tot 10 % van de pasgeborenen ondervinden problemen bij de geboorte en behoeven adequate hulp in de verloskamer voor een intacte overleving. Voor 1 overlijden tussen 1 en 15 jaar sterven 4 baby 's gedurende de eerste levensdag en 8 tijdens de eerste levensweek. Geen of onaangepaste bijstand wordt daarenboven vaak betaald met een levenslange verworven neuromotore handicap. We kunnen gerust stellen dat na exclusie van de laatste onze eerste levensdag de vitaal meest bedreigde is! Kritische punten bij de overgang van het foetaal leven naar het onafhankelijk buitenbaarmoederlijk leven zijn de longontplooing, de ademhaling zelf en de overgang van foetale naar neonatale circulatie met uitschakeling van de zg. anatomische shunten (ductus arteriosus en foramen ovale). Het doel van de neonatale resuscitatie moet de onmiddellijke omkering zijn van hypoxie, hypercapnie en circulatoire insufficiëntie ter preventie van permanente hersenbeschadiging of letsels aan andere organen. In vele omstandigheden is deze toestand van perinatale asfyxie voorspelbaar. Gegevens over de zwangerschap, arbeid en partus kunnen hierbij zeer nuttig zijn. De verloskundige is veel meer dan voorheen in staat een risikofoetus te onderkennen. Tijdens de zwangerschap is eerst en vooral een accurate kennis van de zwangerschapsduur essentieel, bij voorkeur op anamnestische gronden (laatste menstruele periode), eventueel aangevuld door vroegtijdig (< 20 weken) ultrasonografisch onderzoek. Documenteren van de foetale groei en zijn mogelijke afwijkingen (vnl. echografisch) vormt het tweede luik. Tenslotte kan naast de groei het "foetaal welzijn" beter benaderd worden zowel bij middel van klinische methoden (vb. zg. "Kick charts"), biophysische (non-stress test, oxytocine stresstest) en ultrasonografische (biophysisch profiel, Dopplerflow). Bij hoog risikozwangerschappen (zie verder) zullen vooral tijdens de ontsluitingsfase van de arbeid continue externe of interne cardiotocographie en foetale skalp-ph bepaling bijdragen tot het tijdig herkennen van perpartum asphyxie. 1. ANTICIPATIE Peripartale asphyxie komt voor bij 2 tot 3 % van de pasgeborenen (0.5 % bij ZL 36 weken en 10 % bij ZL < 36 weken). Slechts in iets meer dan de helft van de gevallen kan de nood tot resuscitatie vòòr de partus voorspeld worden bij middel van de identificatiecriteria van hoog risiko zwangerschappen (tabel 1). De term "hoog risiko zwangerschap" (ongeveer 15 % van het totale aantal) impliceert echter niet noodzakelijk de nood tot reanimatie van de pasgeborene. Daarom wordt om organisatorische redenen beter een onderscheid gemaakt tussen een matig risiko verlossing en een hoog risiko verlossing (tabel 2). Voor de eerste groep zal één getraind klinicus aanwezig zijn in de verloskamer; voor de tweede groep is een volledig reanimatieteam onontbeerlijk (minstens 2 getrainde artsen en 1 verpleegkundige). Bij gebrek moet zo mogelijk verwijzing van de moeder naar een perinataal centrum overwogen worden. Tijdige aanwezigheid van een extern neonataal transportteam vòòr de verlossing kan waardevol zijn indien de omstandigheden (gevorderde arbeid of imminente partus) een in utero transfer onmogelijk maken. In elke kraamafdeling moet dus op elk ogenblik iemand beschikbaar zijn (of bereikbaar binnen de 5 minuten) die in staat is een adequate neonatale reanimatie te starten met inbegrip van endotracheale beademing. De verantwoordelijke arts zal - bij voorkeur samen met de verloskundige - het medisch dossier van de moeder doornemen naar bestaande pre- of perinatale risicofactoren. Hij/zij zal zich ook informeren over de eventueel voorgeschreven en/of ingenomen maternale farmaca (oa. pijnbestrijding, sedatie,...). 2
3 TABEL 1 : IDENTIFICATIECRITERIA VOOR HOOG RISIKOZWANGERSCHAP De patiënt Tiener (<16 jaar) Oude primipara (> 40 jaar) Onder- of overgewicht Lage socio-economische status. Anamnese vorige zwangerschap Hoge multipariteit Voorgaande sectio Voorgaande langdurige arbeid (>24 u) Voorgaande foetale sterfte Voorgaande preterme geboorte Voorgaande vroege neonatale sterfte Voorgaand 'beschadigd' kind (geboortetrauma, hersenverlamming, mentale retardatie, etc...) Medische voorgeschiedenis Hypertensie en hartlijden Renovasculaire ziekte Diabetes Schildklierlijden Rh-sensibilisatie Tuberculose Lupus erythematosus Alcohol abususof andere drug abusus Neurologische ziekte Ernstige anemie (sikkelcel, thalassemie) Zwangerschapsverwikkeling Toxicose Meerlingzwangerschap Abnormale presentatie of ligging Poly- of oligohydramnion Algemene anesthesie Anemie (Hb < 8g/dL) Abruptio placentae of previa Navelstrengprolaps PROM en chorioamnionitis Prematuriteit Abnormaal CTG of skalp ph < 7.25 Meconiaal vruchtwater IUGR Immature L/S ratio Hydrops foetalis Prenataal gedetecteerde anomaliën 'Large for gestational age' (LGA) Uteriene anomalie Multipele miskramen TABEL 2 : MATIG VERSUS HOOG RISIKOVERLOSSING Matig risiko Hoog risiko Sectio caesarea Prematuriteit < 34 w of vermoed GG < 1800 g Preëclampsie L/S ratio < 2 Belangrijk vaginaal bloedverlies Diabetische moeder (klasse C of >) Meerlingzwangerschap Oligo- of polyhydramnion IUGR Prematuriteit w of Postmaturiteit > 42 w Meconiaal vruchtwater Abruptio of placenta previa Ernstige (pre-)eclampsie Voorspelde ernstige PPA (CTG en/of skalp ph) Rh-immunisatie met anemie en/of prematuriteit Op indicatie van de verloskundige Abnormaal CTG Abnormale presentatie Diabetische moeder Maternale drug addictie 3
4 A. De ruimte 2. VOORBEREIDING EN ORGANISATIE VAN DE REANIMATIE. Ideaal wordt gezorgd voor een tochtvrij en goed verlicht lokaal met voldoende ruimte (4 x 4 m) onmiddellijk naast de verloskamer(s). De kamertemperatuur moet vlot kunnen opgedreven worden tot C (basis = 24 C). Minstens één reanimatieplatform met een stralingswarmtebron op ideale hoogte (80 cm boven het babykussen) is beschikbaar. Medische gassen (min. O 2 en vacuum) zijn voorzien. Zuurstof flowmeter met debiet 0-15 L/min en reanimatieballon verbonden via een groene O 2 -leiding. Regelbaar wandvacuum ingesteld op een negatieve suctiedruk van max mm Hg druk. B. Het materiaal Het "klein" materiaal moet vast geordend en operationeel beschikbaar zijn in de onmiddellijke nabijheid van het reanimatieplatform. Men kan gebruik maken van een (rollende) ladenkast of eerder de voorkeur geven aan een reanimatiekoffer. Een schriftelijke nota met de exacte inhoud naar hoedanigheid en aantallen moet beschikbaar zijn (zie verder). Alle artsen (kinderartsen, anesthesisten, obstetrici) en verpleegkundigen (M en N*/NIC dienst) betrokken bij de (onverwachte) neonatale reanimatie kennen de samenstelling. Het is aan te bevelen steeds een dubbel exemplaar te voorzien: de eerst gebruikte rolwagen of koffer (in soms nachtelijke urgentiesituaties) kan later op volledigheid nagezien worden en aangevuld. De nageziene rolwagens of koffers worden getekend door de verantwoordelijke verpleegkundige met datum en uur van de laatste revisie (kleefband). Deze werkwijze voorkomt hopeloze paniektoestanden bij plotse urgenties! C. De medikatie Medikatie heeft slechts een heel secundaire plaats in het arsenaal voor neonatale reanimatie: "Haar gebruik is omgekeerd evenredig met de competentie van de reanimator!". Analeptica zoals nikethamide, lobeline, caffeïne zijn van geen enkele waarde en kunnen alleen de oorzaak zijn van convulsies door o.a.vermindering van de hersendoorbloeding. Gebruik van alkali (bicarbonaat) bij (neonatale) reanimatie is sterk controversieel en wellicht zelden noodzakelijk in de eerste minuten van een goed gestuurde resuscitatie. Zij veroorzaken een toename van de acidose door hypercarbie indien niet eerst gezorgd wordt voor een goede gasuitwisseling in de longen: ph = pk + log HCO 3- /CO 2 NaHCO 3 + H + H 2 CO 3 H 2 O + CO 2 Hypotensie door perifere vasodilatatie, toename van de intracellulaire acidose en hun belangrijke osmolaire 'load' (met toegenomen risiko voor hersenbloeding bij preterm geborenen) zijn andere bezwaren tegen hun ongenuanceerd gebruik. Indien bicarbonaattoediening nodig geacht wordt (anaerobe glycolyse bij persisterende hypoxie) zal dit steeds gebeuren NA voorafgaandelijke instelling van endotracheale ventilatie. De concentratie mag niet hoger zijn dan 0.5 meq/ml en de toedieningssnelheid hoogstens 0.5 meq/kg/minuut. Na correctie van de respiratoire (= CO 2 ) componente van de gemengde acidose zal de metabole componente het vaakst berusten op hypovolemie die gecorrigeerd dient te worden met volumeëxpanders (bij voorkeur vers O Rhesus negatief bloed mg/kg of andere oplossingen indien bloed niet beschikbaar is: zie verder ). 4
5 De urgentie medikatie zal overzichtelijk geklasseerd worden in een hiervoor voorziene lade of transportkoffer. "Disposable vials" genieten de voorkeur om zoveel mogelijk herhaald gebruik met contaminatiegevaar te vermijden. De farmaca worden alfabetisch gerangschikt met duidelijke stipulatie van hun concentratie, dosering, toedieningsweg, indikatie(s) en eventueel te nemen bijzondere voorzorgen. Een "checklijst" is aanwezig en nazicht op volledigheid en vervaldatum wordt bv. 3- maandelijks georganiseerd door een met naam aangeduide en geïnstrueerde verantwoordelijke (tabel 3). T A B E L 3 M E D I C A T I E V O O R N E O N A T A L E R E A N I M A T I E MEDICATIE INDICATIE DOSIS TOEDIENINGSWEG Adrenaline 1/1000 (= Levorenine1mg/ml) asystolie 0.1 mg/kg (max. 1 ml) = 0.1 ml/kg van 1/10 dilutie IV, IT (*), (IC) Atropinesulfaat (0.5 mg/ml) bradycardie 0.01 mg/kg = 0.1 ml/kg van 1/5 dilutie IV, IT (*), SC Calciumgluconaat 10 % asystolie 1-2 ml/kg traag IV over 5-10 minuten Glucose 20 % hypoglycaemie 1-2 ml/kg IV Natriumbicarbonaat (1 meq/ml) metabole acidose 1-2 meq/kg = 2-4 ml/kg van 1/1 dilutie met aqua pro inj. traag IV à 1 ml/kg/minuut Narcan Neonatal 0.02 mg/ml narcotische depressie 0.01 mg/kg = 0.5 ml/kg IV,IM,SC (ev. herhalen na 5 ') (*) De dosis wordt verdubbeld bij intratracheale (IT) toediening. 5
6 3. DE EIGENLIJKE REANIMATIE. A. Evaluatie De Apgar score (tabel 4) na 1 minuut is een slechte prognostische indikator voor latere neuromotore handicap maar dient gebruikt te worden als parameter voor het al dan niet instellen van bijzondere reanimatieproceduren. TABEL 4 DE APGAR SCORE TEKEN Hartfrequentie > 100 Ademhaling 0 traag, onregelmatig goede schrei Spiertonus slap matige lidmaatflexie goede beweging Reflexirritabiliteit 0 lichte grimas hoesten, niezen Kleur blauw, bleek roze lichaam, blauwe ledematen geheel roze Bepaling van de Apgar score ook na 10, 15, 20 minuten (tot een score boven de 7) bij persisteren van lage cijfers ( 3) heeft wel een goede prognostische aanwijzing. Het sterfterisiko benadert de 60 % indien na 20 minuten de Apgar 0 tot 3 bedraagt; een even hoog aantal (2/3) van de overlevenden zal hersen-verlamming vertonen. Bij preterme neonati zijn Apgar scores moeilijk interpreteerbaar, gezien hun algemene tonus en reflexirritabiliteit vaak lager liggen dan voor de voldragen pasgeborenen. Het systematisch gebruik van een chronometer bij elke partus met bepaling van de score na 1 minuut blijft een essentiële voorwaarde voor de correcte identificatie van de graad van neonatale depressie en de hieruit voorvloeiende nood tot reanimatie. Een matige peripartale asphyxie wordt gekenmerkt door een score na 1' van 3 tot 6. Een ernstige asphyxie door een 1'-score minder dan 3 (de zg. "witte" asphyxie). Het puntenverlies verloopt volgens een voorspelbare volgorde: eerst kleur en ademhaling, dan tonus en reflexrespons en tenslotte daling van de hartfrequentie. Het hartritme herstelt evenwel het eerst bij een succesvolle reanimatie en is dus "de" ideale parameter voor het volgen van de ingestelde reanimatie. Palpatie van de navelstrengbasis laat een gemakkelijke evaluatie van de hartfrequentie toe zonder gebruik van een stethoscoop (nuttig bij éénpersoonsreanimatie!). 6
7 B. Diagnose Men zal steeds enkele basisregels eerbiedigen: 1. "Primum non nocere"; 2. nutteloze tijdrovende diagnostische of therapeutische proceduren worden vermeden; 3. levensverlengende reanimatie zal niet gestart worden of tijdig gestaakt indien de toestand hopeloos en onomkeerbaar is of wordt. Evaluatie van de leefbaarheid is op dit stadium met beperkte tijdsruimte eveneens essentieel. Een baby met een zekere zwangerschapsleeftijd van minder dan 24 weken en complete ooglidfusie of een pasgeborene met congenitale anomaliën niet verenigbaar met een verlengde levensvatbaarheid zullen actueel geen kandidaat zijn voor "vigoureuse" resuscitatie. Anderzijds zal bij twijfel over de exacte zwangerschapsduur (niet zeldzaam!) - zoveel als mogelijk na een open gesprek met de ouders - alles in het werk gesteld worden voor een correcte reanimatie van de extreem preterme ( 26 weken) baby tot na het ogenblik waarop in de eerste levensuren de levensvatbaarheid beter kan gedefinieerd worden in aanwezigheid van eventueel "meer ervarenen". Intensieve zorgen kunnen na overleg onderbroken worden in goed omschreven toestanden van immaturiteit. A priori beslissingen van niet levensvatbaarheid vòòr de geboorte heeft reeds menig verloskundige voor grote dilemma's geplaatst wegens onverwachte vitaliteit van de boorling. Elke vorm van "tweeslachtige" passieve houding in de eerste levensuren moet ten allen prijze vermeden worden. Een constant kritische ingesteldheid tijdens de neonatale reanimatie heeft reeds vele malen bewezen nuttig te zijn: progressie naar ernstige deterioratie van het kind berust niet zelden op een iatrogene toestand die ontijdig wordt herkend (vb: oesofagale intubatie, defecte zuurstoftoevoer, defecte ballonklep, etc...). C. Behandeling F A S E 1 De pasgeborene wordt onder de stralingswarmtebron geplaatst met het hoofd naar de "reanimator" toe. De oropharynx en vervolgens (de volgorde is belangrijk!) de neusgangen worden "zacht" afgezogen met behulp van een mucusextractor of met een suctiecatheter N 8 aangesloten op het wandvacuum. De suctiediepte bedraagt niet meer dan 8 à 10 cm en de toegepaste negatieve zuigkracht bedraagt hoogstens mmhg druk (100 à 200). Het afzuigen duurt 10 tot maximaal 20 seconden. Koudestress wordt voorkomen door vervolgens de baby goed af te drogen met een zachte warme doek, terwijl alle vochtige lakens rond het kind worden verwijderd. De 1 minuut Apgar score wordt bepaald: deze zal minstens 7 bedragen bij ruim 90 % van de neonati. Op dit stadium - maar pas dan - kan de pasgeborene best eerst bij de ouders (of moeder) terecht. Navelverzorging, "Créderen" en vitamine K toediening kan best later. "Aanleggen" van de baby bij geplande borstvoeding moet mogelijk zijn reeds in de verloskamer. 7
8 F A S E 2 Indien de AS na 1 minuut minder dan 7 bedraagt ondanks de voorafgaande 'maatregels' en eventuele zuurstoftoediening via een masker zonder positieve druk zal naar de tweede fase overgestapt worden (minder dan 10 % van alle neonati). De ademhaling is vaak traag, laborieus en onregelmatig. De hartslag bedraagt minder dan 100 per minuut. Positieve druk beademing bij middel van een BEADEMINGSBALLON wordt toegepast. Hyperextensie van het hoofd moet vermeden worden. De frequentie bedraagt slagen per minuut. Bij aansluiten van een zuurstofreservoir (Laerdal infant resuscitator) of gecorrugeerd (30 cm) verlengstuk (Ambu of Penlon) wordt een F i O 2 concentratie bereikt van % bij een O 2 -debiet van 8-10 liter per minuut. De voorkeur gaat naar een "self-inflating" ballon type "Laerdal" omwille van zijn eenvoud in gebruik (zelfs zonder O 2 -bron) en ingebouwde veiligheidsklep met maximale positieve druk van cm H 2 O. Hij heeft verder het voordeel spontane ademhaling toe te laten zelfs bij extreem preterm baby 's (GG < 1000 g) die voldoende negatieve inspiratiedruk kunnen ontwikkelen voor de opening van het soepel klepsysteem. De keuze voor een bepaald ballontype moet vooral gericht zijn op de eenvormigheid in het ganse ziekenhuis (neonatale dienst, materniteit, pediatrie, spoedopname, ziekenwagen) waarbij elk lid van het reanimatieteam vertrouwd gemaakt werd met de technische karakteristieken van het gekozen "bag and mask" systeem. De inwendige klepsystemen zijn kwetsbaar en hebben een beperkte levensduur: geregeld nazicht is noodzakelijk! Efficiënte ballonbeademing van de pasgeborene vraagt ervaring: praktische instructie van het verzorgend team moet herhaaldelijk georganiseerd worden in functie van de personeelsturnover. Als stelregel kan gelden dat het gebruik van 2 vingers (t.o.v. de duim) voldoende is voor het genereren van een positieve druk van 20 cm H 2 O (à terme baby) en 4 vingers voor een druk van 30 cm H 2 O (preterme baby met verminderde longcompliantie). De overgrote meerderheid van de neonati met matige asphyxie (AS na 1': 3-6) zullen spontaan ademen na 1 tot maximaal 2 minuten geassisteerde ballon-ventilatie met herstel van de hartfunctie. Enkelen (1-2 %) met zeer lage initiële AS (0-2) en baby 's die na 2 minuten maskerventilatie niet tot een normale hart-frequentie komen (>100 / ') worden verondersteld in terminale (secundaire) apnoe te zijn (de zg. "witte" asphyxie). De derde reanimatiefase wordt gestart. F A S E 3 Bij ernstig gedeprimeerde neonati zal (ook soms zonder tussenschakeling van de tweede fase vooral bij preterm geborenen) gestart worden met geassis-teerde endotracheale ventilatie na intubatie (< 2 % van alle neonati). Een grondige voorafgaandelijke nasopharyngeale mucusaspiratie is zeer belangrijk om latere tracheale obstructie boven de carina te voorkomen. Dit wordt al te vaak vergeten! De breedst mogelijke ET-tube die geen neusseptum beschadiging of glottis druknecrose veroorzaakt wordt gebruikt voor het vlot verloop van de endotracheale suctie en een minimale luchtwegenweerstand (tabel 5). Een tube met interne diameter van 2 mm wordt nooit gebruikt (zelfs niet bij een baby van 500 g) tenzij bij zeer zeldzame congenitale misvormingen van de tracheaal boom (congenitale larynxstenose, epulis,...). 8
9 Wij geven de voorkeur aan de nasotracheale plaatsing van een rechte tube type "Murphy" (zonder cuff). De geschouderde "Cole type" ET-tubes kunnen alleen orotracheaal geplaatst worden; zij raken gemakkelijk verstopt ter hoogte van de "hals" en kunnen ernstige laryngeale druknecrose veroorzaken bij te diepe plaatsing. TABEL 5 DIAMETER ET - TUBE en SUCTIECATHETER Lichaamsgewicht (g) Interne diameter ET-tube (mm) Suctiecatheter (FS) < > Het uiteinde van de ET-tube moet halfweg de carina en epiglottis geplaatst worden. Het strikte nazicht voor de juiste diepteplaatsing vooraleer geassisteerde ventilatie wordt toegepast behoort tot de "gulden" basisregels van de endotracheale intubatie (cfr. risiko voor pneumothorax, PIE). Bij nasotracheale insertie kan 1/5 van de lichaamslengte van de baby als standaard gebruikt worden (bvb. 10 cm vanaf de neusgang bij lichaamslengte van 50 cm). De "Tochen-regel" en cm voor respektievelijk oro- en nasotracheale plaatsing bij baby's van - in volgorde , 2000 en 3000 gram is een goede maatstaf (tabel 6). TABEL 6 DE REGEL VAN TOCHEN VOOR MIDTRACHEALE ET-TUBEPLAATSING Lichaamsgewicht (g) nasotracheaal (cm) orotracheaal (cm) Het gebruik van lubrifiërende gels moet afgeraden worden (tenzij eventueel een medicinale siliconespray) omdat zij mede verantwoordelijk zijn voor (partiële) tubeobstructies en anderzijds de intubatieprocedure hierdoor vaak in onsteriele condities wordt toegepast. In een opleidingscentrum wordt de voorkeur gegeven aan een recht laryngoscoop blad met een lengte van 7.5 cm en stompe (niet traumatiserende) randen (bv. laryngoscoop type Dr. Sälung). Geassisteerde beademing wordt toegepast met een F i O 2 van % en een frequentie van 40 tot 80 per minuut. Na de endotracheale intubatie wordt een maagsonde (FS 8) ingebracht (diepte = afstand antihelix-neus + afstand neus-xyphoïd): alle opgestapelde lucht en secreties worden geaspireerd met een 2 ml spuit (groter spuitvolume kan mucosale letsels veroorzaken). 9
10 F A S E 4 Indien verdere resuscitatie nodig blijkt zal de aandacht vooral gericht worden naar de cardiovasculaire ondersteuning en correctie van metabole stoornissen (hypoglycemie, lactaatacidose): Het zg. C-luik van het reanimatie-abc. Aandacht zal gegeven worden aan de ondersteuning van de pulmonale bloedflow en de myocardcontractilieit voor het behoud van de systemische bloeddruk. Het is nuttig op dit stadium eerst opnieuw kritisch na te zien voor technische procedurefouten die de meest frequente oorzaak zijn om tot de vierde fase te komen bij neonatale reanimatie: tube te diep, tube-occlusie, oesofagale intubatie, ontkoppeling van zuurstoftoevoer, defekt ballonklepsysteem of geblokkeerd drukveiligheidsventiel, etc...! Ondertussen zoekt men eveneens systematisch naar de soms subtiele klinische tekenen van een pneumothorax, een hernia diaphragmatica, longhypoplasie (1air of 2air na chronisch amnionlek, Potter 's sequentie of congenitale neuromyopathie) of acuut foetaal bloedverlies (vb. abruptio, navelstrengruptuur, foetoplacentaire transfusie bij strakke omstrengeling,...). Tijdens de vierde fase van de neonatale reanimatie is een tweede reanimator nodig: de eerste zorgt voor de respiratoire ondersteuning en de tweede staat in voor de cardiovasculaire reanimatie met plaatsing van een umbilicale catheter. Het "blind" plaatsen van een veneuse navelcatheter (zonder radiologische controle) in urgentieomstandigheden moet voldoen aan een aantal strikt te volgen regels: 1. Het betreft een steriele procedure. 2. De navelcatheter (FS 5 voor preterm en FS 8 voor voldragen baby) heeft een "luerlock" aanzetstuk. De catheter wordt vooraf gevuld met fysiologisch (NaCl 0.9 %) en geconnecteerd op een 2 ml spuit. 3. Vooraf wordt een geknoopt (maar niet strak aangespannen) steriel navellint rond de navelbasis geplaatst om accidenteel bloedverlies bij verhoogde veneuse druk tijdig te kunnen controleren. 4. De diepteplaatsing van de veneuse catheter zal minder dan 5 cm (= onder de lever) of indien mogelijk cm (= VCI boven het diaphragma) bedragen bij de à terme neonatus. 5. Vocht en/of medicatie worden zeer traag toegediend en hypertone oplossingen worden vermeden (cave: vena porta trombose). 6. Een veilige fixatie met "anti-tractie" lus vraagt de nodige aandacht. Bij problemen met de toegang tot het vaatbed kan de intratracheale toedieningsweg een alternatieve oplossing bieden voor urgente toediening van cardiovasculair actieve farmaca zoals oa. adrenaline, atropine en lidocaine. De dosering bedraagt het dubbele van de aanbevolen intraveneuse dosis (zie tabel 3). Het is nu ook redelijk te veronderstellen dat de baby een belangrijke metabole acidose vertoont met toegenomen pulmonale vasculaire weerstand en verminderd cardiaal slagvolume. Natriumbicarbonaat kan traag IV toegediend worden in een 1 op 1 dilutie met water voor inspuiting (dosis = 1-2 meq/kg à rato van 0.5 meq/kg/minuut). Volumeëxpansie alleen kan meestal de metabole acidose corrigeren zonder basetoediening. In dalende volgorde van voorkeur: vers O Rh negatief bloed ml/kg; Albumine 5 % ml/kg; SOPP; fysiologisch serum ml/kg IV. Het placentaal bloedreservoir kan zo nodig bij acuut foetaal bloedverlies gebruikt worden: foetaal bloed wordt via een veneus geplaatste umbilicale catheter uit de placenta geaspireerd in een 50 ml spuit (+ 1 E heparine/ml bloed) en onmiddellijk toegediend aan de hypovolemische baby. 10
11 Na de initiële volumecorrectie kan een bloedstaal genomen worden voor bloedgasbepaling en berekende acidose correctie (meq NaBic = base deficiet x G (kg) x 0.3). Indien ondanks endotracheale ventilatie, correctie van de metabole acidose en de eventueel aanwezige hypovolemie de bradycardie persisteert zal externe hartmassage geïndiceerd zijn. Dit is uiterst zelden noodzakelijk! Meestal gaat het om een procedurefout bij de voorafgaande resuscitatiemanoeuvers (cfr. supra) of gaat het om de reanimatie van een acuut perpartaal irreversiebel doodgeborene of tenslotte een lethale perinatale toestand. De neonatale thorax wordt met beide handen omvat en de duimen drukken midsternaal aan 100 tot 120 slagen per minuut met een sternumdepressie van 1 à 2 cm. Eén longinsufflatie voor elke 2 tot 3 hartmassages is een goede verhouding. Een synchrone insufflatie en thoraxcompressie is een alternatieve keuze voor een efficiëntere bloedcirculatie (al dan niet ondersteund met een continu adrenalineinfusie). ADRENALINE (Epinephrine 0.1 ml/kg van een 1/10000 dilutie IV of IT) wordt toegediend nà correctie van de acidose en indien de asystolie persisteert na 1 minuut externe hartmassage (tabel 3). CALCIUMGLUCONAAT 10 % 1 tot 2 ml/kg traag IV over 5 à 10 minuten kan toegevoegd worden bij hartstilstand. ATROPINESULFAAT (0.5 mg/ml) aan een dosis van 0.1 ml/kg van de 1/5 verdunning kan subcutaan, IV of intratracheaal toegediend worden bij persisterende bradycardie (te herhalen indien nodig na 5-10 minuten). GLUCOSE 20 % 1 tot 2 ml/kg wordt toegediend ter correctie van hypoglycaemie (< 30 mg/dl) die verwacht kan worden na ernstige peripartale asfyxie. Deze glucosebolus wordt steeds gevolgd door een onderhoudsinfuus met glucose 10 % à rato van 3 ml/kg/uur ter preventie van "rebound" hypoglycemie. NARCAN NEONATAL (Naloxone 0.02 mg/ml) 0.01 mg/kg (= 0.5 ml/kg) kan SC, IM of IV toegediend worden bij narcotische ademhalingsdepressie ten gevolge van maternale analgesie met morfine of analoge preparaten (Dolantine, Dolosal,...) IV of IM toegediend over de laatste 2-3 uren prenataal. Deze dosis mag herhaald worden na 5 minuten. 11
12 F A S E 5 D e n a z o r g Elke neonatus met een belangrijke peripartale asphyxie (Apgar score < 6 na 5 minuten) wordt ongeacht geboortegewicht of zwangerschapsleeftijd best opgenomen ter observatie op de neonatale eenheid. Zuur-base evenwicht, haematocriet, electrolyten, glycemie, calcemie en bloeddruk worden zo snel mogelijk na de reanimatie gecontroleerd. De eventuele gevolgen van ernstige PPA worden opgespoord en desgevallend behandeld of voorkomen: hypoxisch-ischemische encephalopathie (Sarnat stadia I - III), transiënte myocardischemie of persisterende foetale circulatie, acute tubulaire necrose, gastroïntestinale ischemie en necrotiserende enterocolitis, vaatbeschadiging met gedissemineerde intravasculaire stolling, schocklever. Een subaponeurotische of subgaleale bloeding (vnl. na moeilijke vacuumextractie) mag niet onderschat worden naar zijn soms volumineus extravasculair bloedverlies! Als vuistregel geldt dat de toename van de hoofdomtrek met 1 cm gelijk staat aan een extravasatie van 40 ml bloed (bij een baby die slechts beschikt over een totaal bloedvolume van ongeveer 85 ml/kg). Behoud van de normale lichaamstemperatuur en een goede oxygenatie vraagt een onderhouden aandacht ook tijdens de overbrenging naar de neonatale dienst. Een vooraf opgewarmde transportincubator (33-35 C) zal altijd klaar staan. Reanimatiegegevens worden genoteerd in het patiëntendossier met bijzondere aandacht voor de timing (uur en minuten!), het medicatiegebruik en de beschikbare (labo)resultaten (CTG, skalp ph, arteria umbilicalis ph, etc...). Indien tot dan toe onmogelijk wordt nu alle nodige informatie aan beide ouders verschaft over de reanimatie en het verder beleid en de prognose. 4. SLOTBEMERKINGEN Bij verwijzing van een pasgeborene naar een perinataal centrum is de helft van de weg afgelegd indien de REGEL VAN DE VIER HYPO's wordt geëerbiedigd: HYPO-thermie, HYPO-glycemie, HYPO-xie en HYPO-tensie kunnen voorkomen worden door het tijdig plaatsen van een intraveneuse lijn (bij voorkeur perifeer) met glucose 10 % à rato van 3 ml/kg/uur, een aangepaste omgevingstemperatuur (stralingswarmtebron of incubator), voldoende en efficiënte zuurstoftoediening met een zuurstofklok en maagdecompressie door het plaatsen van een maagsonde FS 8. 12
Reanimatie van de pasgeborene
Reanimatie van de pasgeborene Anne Debeer, neonatale intensieve zorgen, UZ Leuven Katleen Plaskie, neonatale intensieve zorgen, St Augustinus Wilrijk Luc Cornette, neonatale intensieve zorgen, AZ St-Jan
REANIMATIE VAN DE PASGEBORENE
REANIMATIE VAN DE PASGEBORENE Annick Cools Hoofdvroedvrouw SA Overzicht Fysiologische veranderingen bij de geboorte Voorbereiding van reanimatie ABC van reanimatie/specifieke situaties Stabilisatie na
Reanimatie van pasgeborenen
Reanimatie van pasgeborenen 88 Nederlandse Reanimatie Raad / Belgische Reanimatieraad Introductie De richtlijn voor reanimatie van pasgeborenen is bedoeld voor het kind direct na de geboorte, ook wel omschreven
Reanimatie van pasgeboren baby s
Reanimatie van pasgeboren baby s Introductie Dit hoofdstuk bevat de richtlijnen reanimatie van pasgeboren baby's. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de uitgave van de European Resuscitation Council, gepubliceerd
Voorwoord 13. Hoofdstuk 1 Fysiologisch en anatomisch rappel 15
Inhoudstafel Voorwoord 13 Hoofdstuk 1 Fysiologisch en anatomisch rappel 15 1.1 Menstruele cyclus 15 1.1.1 Ovulatie 15 1.1.2 Menstruele cyclus ter hoogte van het endometrium 17 1.2 Gametogenese 18 1.3 De
Hyperglycemischeketoacidosebij hoogzwangere.
Hyperglycemischeketoacidosebij hoogzwangere. patient 34 jarige dame G3P1, : 37 wkn2d Voorgeschiedenis: DM type 1 sinds 1983 1 miskraam in 1999 Start insulinepomp 1999 1 ste kindje in 2009 HbA1c 2010: 8.9%,
Een verwittigd klinisch bioloog is er twee waard? Kathleen Deiteren (klinisch bioloog, UZA) Glenn Van Den Bosch (klinisch bioloog, AZ Herentals)
Een verwittigd klinisch bioloog is er twee waard? Kathleen Deiteren (klinisch bioloog, UZA) Glenn Van Den Bosch (klinisch bioloog, AZ Herentals) Kliniek dag 0 Een zwangere vrouw van 36j (A-) wordt opgenomen
Do s and Don ts bij de acute opvang van een prematuur. Odile Frauenfelder MA-ANP Verpleegkundig Specialist Neonatologie
Do s and Don ts bij de acute opvang van een prematuur Odile Frauenfelder MA-ANP Verpleegkundig Specialist Neonatologie Wat kunt u verwachten Verschillen tussen term en preterm Consequenties voor de opvang
Obesitas en zwangerschap
Obesitas en zwangerschap Risico s en beleid Maaike Kloosterman-de Groot, verloskundige UMCG Casus G2P1 Algemene anamnese: BMI 42 (lengte 1.56 m en gewicht 102 kg) Reuma, zonder medicatie Primaire subfertiliteit
11/01/2013. Een minuutje geduld. Geboorte.. De mens. Afklemmen van de navelstreng anno 2012 Controversieel? . andere zoogdieren
Geboorte.. De mens Een minuutje geduld Vroeg- of Laattijdig afnavelen Dr. David Van Laere Neonatoloog UZ Antwerpen. andere zoogdieren Afklemmen van de navelstreng anno 2012 Controversieel? Zoek de verschillen?
REANIMATIE Art. 13 pag. 1 officieuze coördinatie. AFDELING 4. - Reanimatie.
REANIMATIE Art. 13 pag. 1 AFDELING 4. - Reanimatie. "K.B. 17.7.1992" (in werking 1.9.1992) + "K.B. 12.8.1994" (in werking 1.1.1995) + "K.B. 7.10.2011" (in werking 1.1.2012) "Art. 13. 1. Worden beschouwd
VSV Achterhoek Oost Protocol Preventie en behandeling van early-onset neonatale infecties
VSV Achterhoek Oost Protocol Preventie en behandeling van early-onset neonatale infecties Doel Het doel van dit protocol is preventie, herkenning, optimalisering van diagnostiek en behandeling van early-onset
Zuurstof of niet bij reanimatie pasgeborene?
Zuurstof of niet bij reanimatie pasgeborene? 6e Nationale Reanimatie Congres Frank van den Dungen Kinderarts-neonatoloog Afd. IC Neonatologie VU medisch centrum NVK werkgroep Reanimatie Pasgeborenen INHOUD
PP. overeenkomend met epinefrine 5 µg/ml. Marcaine 0,5%-Adrenaline 1: : bevat bupivacaïnehydrochloride-monohydraat,
april 26, 2001 Marca090.B1D -1- Marcaine 7 Injectievloeistof voor perineurale en epidurale toediening 4.3300.3PP Samenstelling Marcaine 0,25%: bevat bupivacaïnehydrochloride-monohydraat, overeenkomend
K.B In werking B.S
Artikel 13 REANIMATIE K.B. 26.10.2011 In werking 1.1.2012 B.S. 25.11.2011 Wijzigen Invoegen Verwijderen 1. Worden beschouwd als verstrekkingen waarvoor de bekwaming is vereist van geneesheer-specialist
Wat is gewoon, ongewoon, abnormaal en levensbedreigend?
Wat is gewoon, ongewoon, abnormaal en levensbedreigend? Eerste ademhaling Klaring van longvocht Overgang van foetale naar volwassen circulatie 1 Verloop van de zwangerschap (Voorafbestaande) ziekten Zwangerschapscomplicaties
10-9-2014. r.ars 2013 1. Leerdoelen. BLS/Assisteren ALS module 1. Vaststellen circulatiestilstand. Circulatiestilstand vastgesteld.
BLS/Assisteren ALS module 1 Volgens de laatste richtlijnen van de ERC en NRR 2010 Leerdoelen Belang van vroegtijdige herkenning verslechterende patiënt/ ABCDE benadering Het ALS algo Belang van goed uitgevoerde
Indeling presentatie. Casus Bas. Vervolg casus Bas. Terminologie. Terminologie Casus
Indeling presentatie Casus Heidi Theeuwen, verpleegkundig specialist neonatologie : Asfyxie + criteria koeltherapie. Hoe werkt het in de praktijk? Ouderbegeleiding. Resultaten. Conclusie Inleiding bij
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Curosurf 80 mg/ml, endotracheopulmonaire instillatie, suspensie Fosfolipidenfractie uit varkenslongen
BIJSLUITER 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER Curosurf 80 mg/ml, endotracheopulmonaire instillatie, suspensie Fosfolipidenfractie uit varkenslongen Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat
Deze procedure beschrijft de medische aanpak bij het optreden van diabetische ketoacidose of hyperglycemische hyperosmolaire ontregeling.
1. Samenvatting Deze medische procedure beschrijft de evaluatie, behandeling en opvolging bij diabetische ketoacidose of hyperglycemische hyperosmolaire ontregeling bij volwassen patiënten. 2. Inleiding/doel
Reanimatie pediatrie. Richtlijnen 2010
Reanimatie pediatrie Richtlijnen 2010 Belangrijkste aandachtspunten : minimaal 1/3 diepte van de borstkas. Tempo minimaal 100 per minuut Zeer sterke focus op minimale onderbreking van de reanimatie! Belangrijkste
Is een goed kind ook een gezond kind, dat blijft altijd een vraag. Dr. P.K. Flu Dr. J.W. de Leeuw Gynaecologen, Ikazia Ziekenhuis
Is een goed kind ook een gezond kind, dat blijft altijd een vraag Dr. P.K. Flu Dr. J.W. de Leeuw Gynaecologen, Ikazia Ziekenhuis Casus U ziet op uw spreekuur een 35 jarige zwangere vrouw, gravida 4, para
Waarom New Born Life Support
Natte zuigelingen reanimatie Postbus 6106 5700 EV Helmond Tel. 06-11 598 558 Tel. 06 52 585 918 [email protected] Waarom New Born Life Support Ongeacht de richtlijnen die gebruikt worden zullen er
Richtlijn behandeling van ernstige sepsis en septische shock. Medische protocollencommissie Intensive Care
Titel Richtlijn behandeling van ernstige sepsis en septische shock Datum vaststelling: 04-2008 Datum revisie: 04-2010 Verantwoording: Bron document: Medische protocollencommissie Intensive Care Surviving
Coordinatie--ZH--KB Regionale-Perinatale-Zorg--P-functie--NORMEN.doc
20 AUGUSTUS 1996. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een functie van regionale perinatale zorg (P*-functie) moet voldoen om te worden erkend. BS 01/10/1996 in voege 01/01/1997
Kraamafdeling. Vroegtijdige weeën. gebroken vliezen en vroeggeboorte
Kraamafdeling Vroegtijdige weeën gebroken vliezen en vroeggeboorte In deze folder leest u over de oorzaak, gevolgen en behandeling van vroegtijdige weeën. Een zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken, maar
CUROSURF 80 mg/ml, endotracheopulmonaire instillatie, suspensie
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL CUROSURF 80 mg/ml, endotracheopulmonaire instillatie, suspensie 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING CUROSURF is een natuurlijk surfactans, bereid uit varkenslongen,
Reanimatie bij hypothermie / verdrinking. Marlies Morsink SEH-arts KNMG Radboudumc
Reanimatie bij hypothermie / verdrinking Marlies Morsink SEH-arts KNMG Radboudumc Hypothermie Na expositie aan kou! Wanneer hypothermie? lichaamstemperatuur < 35 gr. C. Classificatie: Lichte hypothermie
CardioPulmonale Resuscitatie: richtlijnen 2010
CardioPulmonale Resuscitatie: richtlijnen 2010 Ref. Circulation.2010 Nov 2;122(18suppl3) Inhoud: praktische samenvatting voor de co-assistenten 1. BLS: Basic Life Support 2. AED: automated external defibrillation
Specialistische reanimatie van kinderen
Specialistische reanimatie van kinderen Introductie Dit hoofdstuk bevat de richtlijnen specialistische reanimatie van kinderen. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de uitgave van de European Resuscitation
Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte
Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte 1 Deze brochure geeft informatie over de oorzaak, gevolgen en behandeling van vroegtijdige weeën. Een zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken, maar een periode
Model I GEBOORTE VAN EEN LEVEND KIND STROOK C. (Strook in te vullen en onder gesloten omslag te plaatsen door de geneesheer of de vroedvrouw)
STROOK C GEBOORTE VAN EEN LEVEND KIND (Strook in te vullen en onder gesloten omslag te plaatsen door de geneesheer of de vroedvrouw) 1. Vorige geboorten 6.4 Maternale indicaties die het type van bevalling
Notice Version NL Zoletil 100 B. BIJSLUITER
B. BIJSLUITER BIJSLUITER ZOLETIL 100 lyofilisaat en oplosmiddel voor oplossing voor injectie 1. NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK
Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte
Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte Deze brochure geeft informatie over de oorzaak, gevolgen en behandeling van vroegtijdige weeën, een dreigende vroeggeboorte en vroegtijdig gebroken vliezen.
VSV Zoetermeer. Ketenprotocol. Diabetes gravidarum. Auteurs: Esther van Uffelen Ingrid Mourits. Versie 1.0
Ketenprotocol Auteurs: Esther van Uffelen Ingrid Mourits 1 Inleiding Het Verloskundig Samenwerkings Verband Zoetermeer (VSV Zoetermeer ) is in 2012 opgericht ter verbetering van de verloskundige zorg in
Nood rondom de bevalling
Nood rondom de bevalling Gewone bevalling Acuut transport en aandachtspunten Perimortem sectio Liesbeth Scheepers Gynaecoloog MUMC 1 www.youtube.com/ watch?v=ugti2eusjz8 2 gewone bevalling Part of nature
Reanimatie volwassene. Richtlijnen 2010
Reanimatie volwassene Richtlijnen 2010 Inhoud Inleiding Belangrijkste wijzigingen voor de hulpverlener-ambulancier ALS-schema Aandachtspunten Vragen Waarom nieuwe richtlijnen? Reanimatie anno 1767 (richtlijnen
1 FEBRUARI 1991. - Koninklijk besluit betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw.
1 FEBRUARI 1991. - Koninklijk besluit betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw. BS 06/04/1991 in voege 16/04/1991 Gewijzigd door: KB 08/06/2007 gdp 1 / 5 Artikel 1. 1. De houder of houdster
Prostin. Wegverbreding
Prostin Wegverbreding Casus A terme baby, bleek, cyanotisch, lage saturaties, slecht drinken, verhoogde ademarbeid Opname NICU Echo cor Casus Wat zou hier aan de hand kunnen zijn? Back to basic! We gaan
Obesitas. Oktober. Zorgpad Low risk B en High risk A
Obesitas Zorgpad Low risk B en High risk A Oktober Dit document bevat mogelijk vertrouwelijke informatie van JIJWIJ. Het kopiëren en/of verspreiden van dit document zonder voorafgaande schriftelijke toestemming
Groep-B-streptokokken en zwangerschap. Poli Gynaecologie
00 Groep-B-streptokokken en zwangerschap Poli Gynaecologie De inhoud van deze voorlichtingsfolder is samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Deze folder is zeer
BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1/5 1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Werkzame bestanddelen: Per 500 ml: 95,0 g calciumgluconaat 22,5 g calciumgluceptaat
Plasma volume expansie in ernstige hypertensieve aandoeningen van de zwangerschap
Samenvatting Plasma volume expansie in ernstige hypertensieve aandoeningen van de zwangerschap Samenvatting Dit proefschrift beschrijft het effect van plasma volume expansie in de behandeling van ernstige
Reanimatie richtlijnen. 25 mei 2002 Utrecht
Reanimatie richtlijnen 25 mei 2002 Utrecht Reanimatie richtlijnen Marcel Bontje BHV Plus Simpel(er) Noodzakelijke handelingen Hogere retentie Verbeteren uitkomst Evidence Based Niveau van bewijsvoering:
Bloedgasanalyse. Doelstelling. Bloedgasanalyse. 4 mei 2004 Blad 1. Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht. Zuur base evenwicht Oxygenatie
Bloedgasanalyse Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht Doelstelling De student kan de 4 stoornissen in het zuurbase evenwicht benoemen. De student kan compensatiemechanismen herkennen en benoemen. De
NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP
NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP 1. Inleiding 2. Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 3. Hoe vaak komen GBS voor bij zwangeren? 4.
Hoofdstuk 3B Nieuw. Neonatale hypoglycemie. Inleiding. Adaptatiefase. Werkboek voeding pasgeborenen. Anne van Kempen
Werkboek voeding pasgeborenen Hoofdstuk 3B Nieuw Neonatale hypoglycemie Anne van Kempen Inleiding Hypoglycemie is het meest voorkomende metabole probleem in de neonatologie. Door een tekort aan brandstof
VSV Samen Protocol: Langdurig gebroken vliezen a terme
VSV Samen Protocol: Langdurig gebroken vliezen a terme Documentgebied Groep(en) Autorisatie Beoordelaar(s) Documentbeheerder(s) Auteur Verloskunde, kraamzorg, kindergeneeskunde Alle leden aangesloten bij
Een ieder betrokken bij de toediening van remifentanil PCA (arts en klinisch verloskundige) is opgeleid en heeft kennis van:
DISCLAIMER Protocollen geven aan hoe lokaal uitvoering wordt gegeven aan beroepskaders, -normen, standpunten en richtlijnen. Protocollen worden lokaal/plaatselijk vastgesteld, rekening houdend met de typische
NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP
NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP 1. Inleiding 2. Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 3. Hoe vaak komen GBS voor bij zwangeren? 4.
Casus. ! Huidige graviditeit. ! Geen medicatie, geen allergieen! Intoxicaties: roken gestopt in 1e trimester. Sectio. !
Vruchtwater embolie C.H van Westendorp Anaesthesioloog Spaarne Gasthuis Door het oog van de naald Casus! Mw U. 29 jaar! Algemene voorgeschiedenis! 2004 begeleiding psycholoog, slaapmedicatie! 2010 obstipatie,
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. XYLOCAINE 5 %, zalf. Lidocaïne
BIJSLUITER BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS XYLOCAINE 5 %, zalf Lidocaïne Lees goed de hele bijsluiter, want deze bevat belangrijke informatie Dit geneesmiddel kunt u zonder voorschrift krijgen.
perinatologie Perinatologie is de derde lijns zorg rondom zwangerschap en bevalling naast de neonatale zorg voor de pasgeborene
OHC+ Waarom OHC en OHC+ Uit onderzoek van de gezondheidraad is gebleken dat de zorg aangepast moest worden op de toegenomen complexe zorg Ieder perinatologisch centrum dient een OHC en OHC+ unit te hebben.
Juiste antwoord: Juiste antwoord: Juiste antwoord: Juiste antwoord: Juiste antwoord: Hfdst 6
Een vrouw in de 35ste week van de zwangerschap moet in de volgende houding vervoerd worden? A. In rechter zijlig B. In buiklig C. In ruglig met steun onder de rechter heup D. In linker zijlig Welke bewering
Patiënteninformatie. Diabetische ketoacidose
Patiënteninformatie Diabetische ketoacidose Inhoud Inleiding... 3 Informatie over ziektebeeld diabetische ketoacidose... 3 Leer meer over DKA en bloedketonencontrole... 3 Symptomen... 4 Wie riskeert de
Programma. Filmpje. Presentaties nalezen? 7-1-2015. Informatieavond over de bevalling. www.spaarneziekenhuis.nl Gynaecologie en verloskunde Bevallen
Programma 19.30-20.30 Groep 1 Groep 2 Algemene informatie - verloskundige De normale bevalling - verloskundige Pijnstilling anesthesist Praktische tips - verpleegkundige 20.30-20.45 Pauze: Koffie/Thee
Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte
Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te lezen. Vroegtijdige weeën 1 Vroegtijdig gebroken vliezen 1 Oorzaken voor een vroegtijdige bevalling 2 Behandeling
Kent u de cijfers van uw hart?
Kent u de cijfers van uw hart? CHOLESTEROL? GEWICHT/ BUIKOMTREK? UW? BLOEDDRUK? SUIKERGEHALTE? V.U.: Dr Freddy Van de Casseye - Elyzeese-Veldenstraat 63-1050 Brussel Belgische Cardiologische Liga www.cardiologischeliga.be
Obesitas op de recovery
Obesitas op de recovery Marlous Huijzer AIOS anesthesiologie UMC Utrecht Inzichten Toegenomen arbeid hart en longen Verhoogde kans metabool syndroom Verhoogde kans op DVT of longembolie Obesitas hypoventilatie
VROEGTIJDIGE WEEËN EN DREIGENDE VROEGGEBOORTE
VROEGTIJDIGE WEEËN EN DREIGENDE VROEGGEBOORTE 335 Inleiding Deze folder geeft informatie over de oorzaak, gevolgen en behandeling van vroegtijdige weeën. Een zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken, maar
Intra uteriene groeivertraging (IUGR) Maatschap Gynaecologie IJsselland Ziekenhuis
Intra uteriene groeivertraging (IUGR) Maatschap Gynaecologie IJsselland Ziekenhuis Inleiding Deze folder geeft uitleg en informatie over de oorzaak, gevolgen en mogelijke behandeling van een groeiachterstand
PPHN pathofysiologie en ontwikkelingen. Robin van der Lee Kinderarts neonatoloog AMC
PPHN pathofysiologie en ontwikkelingen Robin van der Lee Kinderarts neonatoloog AMC Q s Hoe zit de pathofysiologie in elkaar? Waarom is dit ziektebeeld zo uitdagend? Wat zijn de ontwikkelingen de laatste
zakkaartjes acute verloskunde
zakkaartjes acute verloskunde retentio placentae / fluxus uitgezakte navelstreng abruptio placentae foetale nood vitaal bedreigde neonaat wat, waarom en voor wie wat deze set zakkaartjes is samengesteld
Neonatale screening op aangeboren hartafwijkingen d.m.v. saturatiemeting
Neonatale screening op aangeboren hartafwijkingen d.m.v. saturatiemeting Ilona Narayen Arts-onderzoeker neonatologie LUMC AMSTERDAM SYMPOSIUM 2016 Casus A term meisje, 4 dagen oud SEO: gb Levenloos aangetroffen
Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte. Afdeling Verloskunde/Gynaecologie
Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte Afdeling Verloskunde/Gynaecologie Inleiding Deze brochure geeft informatie over de oorzaak, gevolgen en behandeling van vroegtijdige weeën. Een zwangerschap
Inleiden van de bevalling
Gynaecologie Inleiden van de bevalling Inleiding U heeft van uw gynaecoloog te horen gekregen dat u wordt ingeleid. Het inleiden van de baring betekent dat we de bevalling kunstmatig op gang brengen. In
BLS en ALS bij kinderen. Laatste richtlijnen: ILCOR 2005
BLS en ALS bij kinderen Laatste richtlijnen: ILCOR 2005 ILCOR RICHTLIJNEN 2005 DOELSTELLINGEN Kort en eenvoudig Voor kinderen en volwassenen meer uniformiteit BLS (basic life support) AED (automated external
BIJSLUITER Atosiban Devrimed 6,75 mg/0,9 ml
BIJSLUITER Atosiban Devrimed 6,75 mg/0,9 ml 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Atosiban Devrimed 6,75 mg/0,9 ml oplossing voor injectie Atosiban Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel
BMI protocol. Doel protocol Gezamenlijk protocol van de 1 e en 2 e lijn met als doel een eenduidig beleid voor alle zwangeren met een BMI > 30.
BMI protocol Doel protocol Gezamenlijk protocol van de 1 e en 2 e lijn met als doel een eenduidig beleid voor alle zwangeren met een BMI > 30. BMI onderverdeling (kg/m2) Ondergewicht: BMI
info voor de ouders man, vrouw en kind ROP-screening Oogheelkundig onderzoek
info voor de ouders man, vrouw en kind ROP-screening Oogheelkundig onderzoek ROP-screening Beste ouders, Uw baby is opgenomen op de dienst Neonatale Intensieve Zorgen en komt in aanmerking voor een oogheelkundig
ATLS vs APLS: maar één letter verschil?
ATLS vs APLS: maar één letter verschil? Traumaopvang bij kinderen; niet eng, (soms) wel anders Roel Bakx Kinderchirurg, Kinderchirurgisch Centrum Amsterdam Leerdoelen Leerdoelen Specifieke aandachtspunten
Keizersnede INFORMATIEBROCHURE VOOR DE PATIËNT
Keizersnede INFORMATIEBROCHURE VOOR DE PATIËNT INHOUD 1. INLEIDING...4 1.1 Voorbereiding 1.2 De dag van de keizersnede 1.3 Op de dienst materniteit-verloskamer 2. DE VERDOVING...5 2.1 Plaatselijke verdoving
Aangeboren hartafwijkingen. Ulrike Kraemer kinderarts-intensivist / kindercardioloog Erasmus MC-Sophia, Rotterdam WES symposium
Aangeboren hartafwijkingen Ulrike Kraemer kinderarts-intensivist / kindercardioloog Erasmus MC-Sophia, Rotterdam WES symposium 29.03.2018 Aangeboren hartafwijkingen 0.6-0.8% aller pasgeborenen kinderen
Koninklijk besluit van 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw (officieuze coördinatie).
Koninklijk besluit van 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw (officieuze coördinatie). ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze
Publieksbijsluiter Fentanyl-Janssen
Publieksbijsluiter Fentanyl-Janssen Lees deze bijsluiter zorgvuldig vóór u dit geneesmiddel gaat gebruiken. Doe dat ook als u Fentanyl-Janssen al vaker hebt gebruikt; er kan immers belangrijke nieuwe informatie
CHAPTER 12. Samenvatting
CHAPTER 12 Samenvatting Samenvatting 177 In hoofdstuk 1 wordt een toegenomen overleving gerapporteerd van zeer vroeggeboren kinderen, gerelateerd aan enkele nieuwe interventies in de perinatologie. Uitkomsten
Groep B streptokokken en zwangerschap
Patiënteninformatie Groep B streptokokken en zwangerschap Informatie over een infectie met groep B streptokokken bij zwangerschap Inhoudsopgave Pagina Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 4 Hoe vaak
Verloskunde in beweging III: de kracht van de consensus Aanbevelingen voor het verloskundig handelen bij UTERUSRUPTUUR
Verloskunde in beweging III: de kracht van de consensus Aanbevelingen voor het verloskundig handelen bij UTERUSRUPTUUR 1 December 2016 Griet Vandenberghe BMJ Open2016;6:e010415doi:10.1136/bmjopen-2015-010415
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker. Glucose 5% B. Braun, oplossing voor infusie Glucose.monohydraat
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker Glucose 5% B. Braun, oplossing voor infusie Glucose.monohydraat Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken, want er staat belangrijke
PROTOCOL DREIGENDE PARTUS
PROTOCOL DREIGENDE PARTUS PREMATURUS Definitie We spreken van een dreigende partus prematurus wanneer er sprake is van gebroken vliezen en/of contracties bij een amenorroeduur tussen de 24 en 36+6 weken.
Bloedgassen. Homeostase. Ronald Broek
Bloedgassen Homeostase Ronald Broek Verstoring Homeostase Ziekte/Trauma/vergiftiging. Geeft zuur-base en bloedgasstoornissen. Oorzaken zuur-base verschuiving Longemfyseem. Nierinsufficientie Grote chirurgische
Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm
Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm Inleiding Zwanger worden als je een chronische ontstekingsziekte van de darm (IBD = inflammatory Bowel disease) hebt zoals de ziekte van Crohn
Samenvatting Samenvatting Hoofdstuk 1 bevat een korte inleiding over eeneiige tweelingzwangerschappen en de daarbij voorkomende problemen. Ongeveer 1-2% van alle zwangerschappen zijn tweelingzwangerschappen.
Zwangerschap en bevalling na een eerdere keizersnede
Zwangerschap en bevalling na een eerdere keizersnede 1 van 5 Deze folder is bedoeld voor zwangere vrouwen die eerder via een keizersnede bevallen zijn. In Nederland bevalt 1 op de 5 vrouwen met een keizersnede.
ENQUÊTE COLLEGE MOEDER/PASGEBORENE Materniteit & neonatologie Deel voor gynaecologen
ENQUÊTE COLLEGE MOEDER/PASGEBORENE Materniteit & neonatologie Deel voor gynaecologen LUIK 1. Algemene vragen (kwantitatief luik) Hoeveel bevallingen hadden plaats in uw dienst in de loop van 2004? Aantal
Groep B streptokokken en zwangerschap
1/5 Verloskunde Groep B streptokokken en zwangerschap Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 3. Hoe vaak komen GBS voor bij zwangere vrouwen? 4. Hoeveel kans heeft een pasgeboren
Sectie 15 FARMACOTHERAPIE Protocol : Medicatie bij intubatie van neonaten
Sectie 15 FARMACOTHERAPIE 15.5 Protocol : Medicatie bij intubatie van neonaten Achtergrond Intubatie van neonaten is een stressvolle en pijnlijke procedure. Zonder adequate sedatie en analgesie leidt intubatie
POSTOPERATIEVE VERWIKKELINGEN. Dr. Ives Hubloue Dienst Intensieve Geneeskunde Academisch Ziekenhuis V.U.B.
POSTOPERATIEVE VERWIKKELINGEN Dr. Ives Hubloue Dienst Intensieve Geneeskunde Academisch Ziekenhuis V.U.B. POSTOPERATIEVE VERWIKKELINGEN Pulmonale verwikkelingen Cardiovasculaire verwikkelingen Renale
Samenvatting. Samenvatting
Samenvatting Samenvatting Samenvatting In dit proefschrift getiteld Relatieve bijnierschorsinsufficiëntie in ernstig zieke patiënten De rol van de ACTH-test hebben wij het concept relatieve bijnierschorsinsufficiëntie
Verdenking foetale nood durante partu
Verdenking foetale nood durante partu Foetale nood in 1 e lijn Ambulance bellen A1 rit ¹ Bellen met cockpit (073-5532020) Overdracht volgens SABAR Pte in zijligging/left lateral tilt Eventueel inbrengen
K.B B.S In werking
K.B. 5.9.2017 B.S. 22.9.2017 In werking 1.11.2017 Wijzigen Invoegen Verwijderen Artikel 9 VERLOSSINGEN Worden als verloskundige verstrekkingen aangezien : a) wanneer daarvoor de bekwaming van vroedvrouw
