Aanvulling basiscursus wiskunde. A.C.M. Ran
|
|
|
- Adam Desmet
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Aanvulling basiscursus wiskunde A.C.M. Ran 1
2 In dit dictaat worden twee onderwerpen behandeld die niet in het boek voor de basiscursus (Basisboek wiskunde van Jan van de Craats en Rob Bosch staan. Die onderwerpen zijn: complexe getallen en volledige inductie. Er is geprobeerd zoveel mogelijk de stijl van het boek aan te houden. Bij het maken van dit dictaat heb ik veel gesprekken gevoerd met Jan Los, en die gesprekken zijn zeer waardevol geweest. Ik wil Jan hartelijk danken voor zijn bijdrage aan de totstandkoming van dit dictaat. De website van het vak is ran/basiswiskunde.html. Op die website kun je de uitwerkingen van de vrijwel alle opgaven vinden. Verder staan er ook oude tentamens op de site, met beknopte uitwerkingen. Wel eerst even zelf proberen natuurlijk, niet direct naar de uitwerkingen kijken. 2
3 Complexe getallen 3
4 1. Invoering van complexe getallen De vergelijking x 2 = 2 heeft geen rationale oplossingen. Er is dus geen breuk p q waarvan het kwadraat 2 is. Dat heeft er toe geleid dat we de getallen 2 en 2 invoerden als de oplossingen van de vergelijking x 2 = 2. Getallen als 2, 3 7, 3 37 zijn wel reele getallen, en ons inmiddels zeer vertrouwd, maar het zijn geen rationale getallen. Waarom zouden we dan wel tevreden zijn met de vaststelling dat de vergelijking x 2 = 1 geen reele oplossingen heeft? Merk op dat de situatie geheel analoog is aan de vaststelling dat x 2 = 2 geen rationale oplossingen heeft. We voeren nu twee nieuwe, niet reele getallen in, die we i en i noemen via de definitie i 2 = ( i 2 = 1. Complexe getallen zijn alle getallen van de vorm a + bi, waar a en b reeel zijn. Dit soort getallen kom je op een natuurlijke manier tegen als je kwadratische vergelijkingen wilt oplossen. We noteren de verzameling van de complexe getallen met C. Dus C = {a + bi a, b R}. 2. Rekenen met complexe getallen Een aantal berekeningen met complexe getallen, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, gaan net zoals het gaat bij uitdrukkingen waar wortels in voorkomen. Nog even ter herhaling: als a = en b = dan a + b = a b = a b = ( (1 5 2 = ( 2 2 = a = b = = = Het rekenen met complexe getallen gaat nu op vergelijkbare wijze. Onthoud daarbij wel dat i 2 = 1. Als voorbeeld: als a = 3 + 2i en b = 1 i, dan a + b = 2 + i a b = 4 + 3i a b = (3 + 2i( 1 i = 3 5i 2i 2 = 1 5i a = 3 + 2i (3 + 2i( 1 + i 5 + i = = 5 b 1 i ( 1 i( 1 + i i Merk op: bij het delen geldt in beide gevallen dat om een term x + by uit de noemer weg te halen, we teller en noemer vermenigvuldigen met x by. Daarbij maken we dan gebruik van het feit dat (x + by(x by = x 2 b 2 y 2. Voor het complexe getal z = x + yi noemen we het complexe getal x yi de complex geconjugeerde of complex toegevoegde van het getal z. We noteren dat getal met z met een streepje erboven: z. Voor het complexe getal z = x + yi noemen we de reële getallen x en y, respectievelijk het reële deel en het imaginaire deel van z. Let op hier: het imaginaire deel van een complex getal is dus reëel!!! We noteren het imaginaire deel met Iz, het reële deel met Rz, dus Rz = x, Iz = y. 4
5 1.1 Los op middels kwadraatafsplitsen: a. x 2 8x + 7 = 0 f. x x + 11 = 0 b. x 2 2x 3 = 0 g. x 2 6x + 4 = 0 c. x 2 + 6x + 4 = 0 h. x 2 + 6x + 2 = 0 d. x 2 + 4x + 2 = 0 i. x x = 0 e. x 2 10x + 7 = 0 j. x x + 14 = Los op (eventueel middels kwadraatafsplitsen: a. x 2 = 4 f. x 2 + 2x + 2 = 0 b. x 2 = 17 g. x x + 61 = 0 c. x 2 = 20 h. x 2 4x + 11 = 0 d. (x 2 2 = 4 i. x 2 8x + 36 = 0 e. (x = 8 j. x x = Reken uit: a. ( (1 + 5 f b. ( (6 4 2 g c. ( ( h d. ( ( i e. ( ( j Reken uit: 2+3i 2+i a. (2 + 3i + (1 + 5i f. i + 3i k. 1+5i p. i b. (3 7i (1/2 + πi g. i 2 (2i 2 l. 3 7i 1+i q. i 2+i 3 4i 2+3i c. (3 4i(7 + 2i h. i(2 i m. 7 2i r. 2 3i d. ( 1 + 2i(3 5i i. (2 + 3i 2 n. 1+2i 3+5i s. e. ( 2 + 8i( 2 8i j. (5 i 2 (5 + i 2 o. 2+8i 7 i (4 3i 2 (1+i 2 t. 5 2i 3i 2.3 Bepaal van de volgende complexe getallen de complex geconjugeerde, het reële deel en het imaginaire deel: a i d. 7 i b i e. 11 8i c. π + 2i f. ln 2 + ei 2.4 Als z = 2 3i en w = 1 + 2i bereken dan z a. z z c. 1 w 1 b. w d. w ī z 5
6 3. Het complexe vlak, poolcoördinaten, modulus en argument We identificeren een complex getal met een punt in het platte vlak: x + iy (x, y waarbij we afspreken i 2 = ( i 2 = 1. We identificeren dus 1 met (1,0 en i met (0,1. bi Imaginaire as a + bi i 1 a Reële as We identificeren reële getallen x met (x, 0. Getallen van de vorm iy heten imaginaire getallen, de verzameling {iy : y R} heet de imaginaire as. Punten in het platte vlak kun je ook met poolcoördinaten weergeven: elk punt P wordt eenduidig bepaald door de afstand r tot (0, 0 en de hoek φ die het lijnstuk van P naar O maakt met de positieve x-as. Het paar (r, φ zijn de poolcoördinaten van P, met de afspraak π < φ π. y-as o P r φ x-as De relatie tussen de twee manieren waarop we nu naar een complex getal kunnen kijken is als volgt: wanneer P = x + iy dan is x = r cos φ en y = r sin φ r = x 2 + y 2 cos φ = x x2 + y 2 sin φ = y x2 + y 2 r heet de modulus van het complexe getal z = x + iy. Notatie: r = z. φ heet de hoofdwaarde van het argument van z. Notatie: φ = Argz. Elke hoek waarvoor geldt φ = Argz + 2kπ (k Z geeft in de formule die z uitdrukt in φ en r hetzelfde. We spreken van het argument van z als we ons niet langer beperken tot π < φ π. Notatie: arg z. 6
7 3.1 Bereken modulus en hoofdwaarde van het argument van de volgende getallen: (gebruik zonodig, maar alleen zonodig, je rekenmachine om de hoofdwaarde van het argument te bepalen a. 1 + i e i b. 1 3i f. 7 24i c. 2i g. 4 4i d i h Gegeven zijn de modulus en de hoofdwaarde van het argument van een aantal complexe getallen. Druk die getallen uit in de vorm z = a + bi. a. z = 2, Argz = π 4 e. z = 10, Argz = 2 3 π b. z = 4, Argz = 5 6 π f. z = 5, Argz = π 3 c. z = 1 2, Argz = π g. z = 4, Argz = π 2 d. z = 3Arg = π 2 h. z = Teken in het complexe vlak de beeldpunten van de volgende complexe getallen: a. z 1 = 3 c. z 2 = 1 + i b. z 3 = 2i d. z 4 = 3 i Bepaal van elk van deze getallen z het reële deel, het imaginaire deel, de modulus en de hoofdwaarde van het argument. 3.4 Teken in het complexe vlak de beeldpunten van de complexe getallen z 1 = 2 + i, en z 2 = 1 + 2i. Bereken de volgende getallen en teken hun beeldpunten in het complexe vlak: a. z 1 + z 2 c. z 1 z 2 b. z 1 z 2 d. z 1 z Teken in het complexe vlak het beeldpunt van een willekeurig complex getal z. Geef vervolgens aan waar de beeldpunten liggen van: 1 a. z d. z b. z e. i z c. iz 3.6 Laat zien dat voor elk complex getal z geldt dat: a. z + z = 2Rz, b. z z = 2iIz, c. z z = z Laat zien dat voor twee complexe getallen z en w geldt dat z + w = z + w en z w = z w. 7
8 4. Vermenigvuldigen en delen in termen van modulus en argument Neem twee getallen z 1 en z 2, en schrijf z 1 = r 1 (cos φ 1 +i sin φ 1, z 2 = r 2 (cos φ 2 + i sin φ 2. Dan geldt dus: z 1 = r 1, z 2 = r 2, arg z 1 = φ 1, arg z 2 = φ 2. We rekenen nu het product z 1 z 2 uit: z 1 z 2 = r 1 r 2 (cos φ 1 + i sin φ 1 (cos φ 2 + i sin φ 2 = r 1 r 2 ( (cos φ1 cos φ 2 sin φ 1 sin φ 2 + i(cos φ 1 sin φ 2 + sin φ 1 cos φ 2 = r 1 r 2 (cos(φ 1 + φ 2 + i sin(φ 1 + φ 2 Hieruit concluderen we (met behulp van cos 2 + sin 2 = 1 dat z 1 z 2 = r 1 r 2 = z 1 z 2, arg(z 1 z 2 = φ 1 + φ 2 = arg z 1 + arg z 2. Met andere woorden: bij vermenigvuldigen van complexe getallen moet je de moduli van die complexe getallen met elkaar vermenigvuldigen, en de argumenten bij elkaar optellen. Verder, als z 1 = r 1 (cos φ 1 + i sin φ 1 en z 2 = r 2 (cos φ 2 + i sin φ 2, dan is z 1 z 2 = r 1 r 2 (cos(φ 1 φ 2 + i sin(φ 1 φ 2 (ga na!, zodat het argument van het quotiënt gelijk is aan het verschil van de argumenten (modulo 2π en de modulus van het quotiënt gelijk is aan het quotiënt van de moduli. Notatie We hanteren als notatie e iφ = cos φ + i sin φ. Dan is een complex getal z met modulus r en argument φ dus te schrijven als: z = r cos φ + ir sin φ = r(cos φ + i sin φ = re iφ. Bijvoorbeeld, z = 4 4i heeft als modulus 4 2 en als argument π 4, en dus z = 4 2e i π 4. Omgekeerd, het getal z = 2e i π 3 is gelijk aan z = 2 cos( π 3 + 2i sin( π 3 = 1 + 3i. 8
9 4.1 Gegeven zijn de complexe getallen z 1 = 4 4i, en z 2 = 2 + 2i 3. (i Bereken van beide getallen de modulus en de hoofdwaarde van het argument. (ii Bereken de modulus en de hoofdwaarde van het argument van (iii Bereken z 11 2 en z 8 1. z 1 z 1 2, z2 1 z 3 2 en z 3 1 z Teken in het complexe vlak de beeldpunten van: a. 2 e 1 4 πi c. 2 3 e 5 6 πi b. 2e 1 3 πi d. 2e 1 6 πi 4.3 Schrijf in de vorm re iφ : a. 5 c. 1 + i b i d. 4i 4.4 Teken in het complexe vlak het beeldpunt van een willekeurig complex getal z. Geef vervolgens aan waar de beeldpunten liggen van: a. z e πi b. z e πi 2 c. z e 2πi 3 9
10 Als z = r(cos φ + i sin φ, dan is 5. De Moivre s stelling z 2 = r 2 (cos 2φ + i sin 2φ, z 3 = r 3 (cos 3φ + i sin 3φ, vanwege het feit dat je bij vermenigvuldiging van twee complexe getallen de moduli met elkaar moet vermenigvuldigen en de argumenten bij elkaar moet optellen. In het algemeen: z n = r n (cos nφ + i sin nφ. Dus hebben we in het bijzonder voor r = 1: (cos φ + i sin φ n = (cos nφ + i sin nφ. Dit staat bekend als de stelling van De Moivre. Door z n ook op een andere wijze uit te rekenen krijg je aardige goniometrische identiteiten. Bijvoorbeeld: z 2 = (r cos φ + ri sin φ 2 = r 2 (cos 2 φ sin 2 φ + 2ir 2 cos φ sin φ enerzijds, maar aan de andere kant is z 2 = r 2 (cos 2φ + i sin 2φ. Dus volgt dat r 2 (cos 2 φ sin 2 φ + 2ir 2 cos φ sin φ = r 2 (cos 2φ + i sin 2φ, en dus dat (cos 2 φ sin 2 φ + 2i cos φ sin φ = cos 2φ + i sin 2φ. Omdat de reële delen aan elkaar gelijk moeten zijn, en de complexe delen ook aan elkaar gelijk moeten zijn, concluderen we dat cos 2φ = cos 2 φ sin 2 φ, en sin 2φ = 2 cos φ sin φ, wat inderdaad bekende gonio-regels zijn! 10
11 5.1 Schrijf de volgende getallen in de vorm z = a + bi. In deze som is k steeds een geheel getal. a. 2e 2kπi e. 7e kπ 4 i b. e π 2 i+2kπi f. 3e ( 2 3 +kπi c. 2 3e π 6 i+ kπ 2 i g. e π 6 i+ kπ 3 i d. e kπi h. e ( k 3 πi 5.2 Voor twee reële getallen a en b geldt: Bereken a en b. (1 i 3 8 ( 2 + i 2 6 = a + bi. 5.3 Bereken (1 i 3 30 ( 2 + i
12 6. Oplossen van vergelijkingen Met behulp van de stelling van de Moivre kunnen we nu vergelijkingen oplossen. We beginnen met enkele voorbeelden van simpele vergelijkingen waarbij we rechtstreeks de stelling kunnen toepassen. Bekijk eerst, voor een vast gegeven n, de vergelijking z n = 1. Schrijf z = re iφ. Volgens De Moivre is z n = r n e inφ, dus z n = r n e inφ = 1 = 1 e i(0+2kπ, k Z. Vergelijk nu de moduli en de argumenten: r n = 1, nφ = 2kπ. Het lijkt alsof we hiermee niets winnen. Immers in plaats van z n = 1 moeten we oplossen r n = 1. Bedenk echter dat r een reëel getal is en dat r > 0. Dus r = 1. Verder is φ = 2kπ n, k Z. Het lijkt nu alsof er oneindig veel oplossingen zijn, namelijk z = cos 2kπ 2kπ n + i sin n voor elke k Z. Maar voor k = n staat er hetzelfde als voor k = 0; voor k = n + 1 hetzelfde als voor k = 1, enz. Dus: z = cos 2kπ 2kπ n + i sin n, met k = 0, 1,..., n 1. Als volgend voorbeeld bekijken we de vergelijking Stel z = re iφ. Weer volgt z 4 = 1 + i 3. z 4 = r 4 e i4φ = 1 + i 3 = 2( i1 2 3 = 2 e i π 3. Vergelijk weer modulus en argument: r 4 = 2, 4φ = π + 2kπ, k Z. 3 Er zijn maar vier verschillende oplossingen: z 1 = e π 12 i z 2 = e 7π 12 i z 3 = e πi z 4 = e πi Voor alle andere waarden van k krijg je één van deze vier weer terug. 12
13 6.1 Los de volgende vergelijkingen op: a. z 3 = 8 e. z 3 = i i. (z 2 + i 2 = 9i b. z 2 = i f. (z 2i 3 = i j. z 6 2z = 0 c. z 8 = 1 g. z = 3i k. z 4 + 4z = 0 d. z 6 = 64i h. z 4 = i l. z 4 2iz 2 1 = Gebruik de formules voor cos(2φ (en eventueel sin(2φ om uit cos π 6 = en sin π 6 = 1 2 te concluderen dat cos π 12 = en sin π 12 = Druk daarmee de oplossingen van z 4 = 1 + i 3 uit in de vorm z = a + bi. 6.3* Laat α een vast getal zijn. Los op: a. z 4 2z 2 sin α + 1 = 0 b. z 6 2z 3 cos α + 1 = 0 6.4* Los op: (z (z 1 7 = 0. Aanwijzing: noem z+1 z 1 eerst aan welke complexe waarden w kan hebben. even w, en geef 13
14 7. Tweedegraadsvergelijkingen We beginnen met een simpel voorbeeld: los op in complexe getallen de vergelijking z 2 + 4z + 5 = 0. We gaan eerst kwadraat afsplitsen: (z = 0, ofwel (z = 1. Dat kunnen we oplossen: Noem z + 2 = w. Dan staat er w 2 = 1, ofwel w = ±i, dus z + 2 = ±i, dus z = 2 ± i. Een iets lastiger voorbeeld: los op z 2 2z i = 0. Eerst weer kwadraat afsplitsen: (z i = 0, ofwel (z 1 2 = i. Noem nu z 1 = w. Dan staat er w 2 = i = 25( i waarbij 25 de modulus is van i. Schrijf nu w = re iφ. Dan w 2 = r 2 e i2φ. Dus Dat levert r = 5. Gebruik nu dat r 2 = 25, cos 2φ = 7 24, sin 2φ = cos 2φ = 2 cos 2 φ 1, sin 2φ = 2 cos φ sin φ; dat geeft cos 2 φ = 9 25, ofwel cos φ = ± 3 5 ; cos φ = 3 5 geeft sin φ = 4 5, en cos φ = 3 5 geeft sin φ = 4 5. Dus: w = 5( i = 3 + 4i òf w = 5( i = 3 4i. Voor z levert dat (z 1 = w : z = 4 + 4i òf z = 2 4i. Nog een voorbeeld: los op z 2 + ( 3 + iz + 4 = 0. Kwadraat afsplitsen: met andere woorden (z + ( i2 ( i2 + 4 = 0, (z + ( i2 + 4 (2 3 i = 0, 2 ofwel (z + ( i2 = i = 5 2 ( i. Noem z + ( i = w = reiφ, dan is r 2 = 5 2, dus r = 5 2, en cos 2φ = 2 cos 2 φ 1 = 4 5, sin 2φ = Dat levert cos φ = ± 10. Voor cos φ = 1 10 krijgen we sin φ = 3 10 en cos φ = 1 10 geeft sin φ = 3 Dus: w = ± 5 2 ( i = ±( i, zodat z = 2 2i of z = 1 + i. 14
15 7.1 Los de volgende vergelijkingen op. (In deze serie hoef je alleen maar kwadraat af te splitsen en daarna kun je direct de vergelijking oplossen. a. z 2 2iz + 2 = 0 b. z 3 4z z = 0 c. z 2 + (2 2iz 2 2(1 + 3i = 0 d. z 2 z(2 + 2i + 2i 1 = 0 e. z 2 + (2 2iz + 4 2i = 0 f. z 2 (4 6iz (5 + 10i = 0 g. (1 + 2iz 2 + (12 6iz 13 26i = Los de volgende tweedegraadsvergelijkingen op. a. z 2 (2 + 6iz = 12i b. z 2 (4 + 2iz = 8i c. z 2 2iz 6 12i = 0 d. z 2 2z (2 4i = 0 e. z 2 + ( 2 + 4iz i = a. Laat zien dat z = 1 een oplossing is van z 3 3z 2 + 7z 5 = 0 en bepaal de andere (complexe oplossingen. b. Laat zien dat z = i een oplossing is van de vergelijking z 3 (6 + 3iz 2 + (3 + 16iz + (10 5i = 0, en bepaal de andere oplossingen. c. Laat zien dat z = 1 een oplossing is van (3 + 4iz 2 + 5z + (2 4i = 0 en bepaal de andere oplossing. 15
16 8. Toepassingen Als voorbeeld van hoe verzamelingen van complexe getallen bekende meetkundige figuren kunnen opleveren doen we het volgende voorbeeld: Bepaal in het complexe vlak de getallen z die voldoen aan z (2 + 4i = 9. Oplossing: stel z = x + iy, we gaan nu een vergelijking in x en y opstellen waaraan het punt moet voldoen. We hebben: z (2 + 4i = (x 2 + i(y 4 = (x (y 4 2. Dus, z (2 + 4i = 9 is equivalent met (x (y 4 2 = 81. Zoals bekend stelt dit in het platte vlak een cirkel voor met middelpunt (2, 4 en straal 9. De verzameling van alle complexe punten z waarvoor z (2 + 4i = 9 is dus de cirkel met middelpunt 2 + 4i en straal 9. 16
17 8.1 Meetkundige plaatsen Geef in het complexe vlak aan waar de beeldpunten liggen van de getallen z die voldoen aan: a. z 3i < 5 e. z 3i = 4 + 2i z b. Rz Iz f. R(z 5 + 2i = 1 c. Arg z 1 z+1 = π 2 g. I z 3 z+2i = 0 d. z i = I(z + i h. z 1 i = 2 en z + 2 = z 2 4i. 8.2 Toon aan a. Als z 1 = 2 dan is z+1 z 3 zuiver imaginair (z 3. b. Als z = 2, dan is z2 5z+4 2z reëel. c. Als z = 1, dan is 2z 1 = 1. z 2 d. Als z = 1, dan is z2 1 z zuiver imaginair. e. Zij f(x = z2 z+1 2z. Als z = 1 dan is f(z reëel, en f(z = f( z. 17
18 9a. Goniometrische identiteiten Om verder te komen even een intermezzo over het volgende probleem: hoe reken je (a+b n uit? Het antwoord is inmiddels bekend uit het Binomium van Newton. (a + b n = n ( n i i=0 = a n + a i b n i ( n n 1 a n 1 b + + Voorbeeld: Druk cos 6φ uit in machten van cos φ en sin φ. Oplossing: Volgens De Moivre is cos 6φ + i sin 6φ = (cos φ + i sin φ 6. Volgens het binomium van Newton is ( n ab n 1 + b n. 1 (cos φ + i sin φ 6 = cos 6 φ + 6i cos 5 φ sin φ + 15 cos 4 φ i 2 sin 2 φ + 20 cos 3 φ i 3 sin 3 φ + 15 cos 2 φ i 4 sin 4 φ + 6 cos φ i 5 sin 5 φ + i 6 sin 6 φ. Het reële deel van deze uitdrukking moet dus gelijk zijn aan cos 6φ, ofwel cos 6φ = cos 6 φ 15 cos 4 φ sin 2 φ + 15 cos 2 φ sin 4 φ sin 6 φ. Zo volgt ook sin 6φ = 6 cos 5 φ sin φ 20 cos 3 φ sin 3 φ + 6 cos φ sin 5 φ. Voorbeeld: Om omgekeerd bijvoorbeeld cos 6 φ uit te drukken in cosinussen en sinussen van veelvouden van φ gebruik je de regels: Met z = e iφ wordt dit: e iφ + e iφ = 2 cos φ, en e iφ e iφ = 2i sin φ. z + 1 z z 1 z = 2 cos φ, en = 2i sin φ. Dus: 2 6 cos 6 φ = (z + 1 z 6 Dus : cos 6 φ = a.1 Laat zien dat = z 6 + 6z 5 1 z z4 z z3 z z2 z 4 + 6z 1 z z 6 = z 6 + 6z z z z z 6 = (z z 6 + 6(z4 + 1 z (z2 + 1 z = 2 cos 6φ cos 4φ cos 2φ a. cos 5φ = 16 cos 5 φ 20 cos 3 φ + 5 cos φ, b. cos 4 φ = 1 8 (cos 4φ + 4 cos 2φ cos 6φ + cos 4φ cos 2φ
19 10. Complexe e-macht en logarithme De functie x e x kun je uitbreiden naar de complexe getallen door af te spreken e x+iy = e x e iy = e x (cos y + i sin y. De functie x log x kun je uitbreiden naar de complexe getallen via de volgende afspraak: voor z = x + iy = re iφ is Logz = (log r + iφ, waar log staat voor de e log, dat wil zeggen de natuurlijke logaritme. Met deze definitie is evenwel iets mis, omdat φ slechts bepaald is op een veelvoud van 2π na. Het is dus een zogenaamde meerwaardige functie. Om de functie éénwaardig te maken spreken we dan ook af π < φ π, ofwel we nemen de hoofdwaarde van het argument. Dus: Logz = log r + iφ, met π < φ π en z = re iφ, z 0. De op die manier verkregen functie heet de hoofdwaarde van de logaritme. Je kunt nu ook machtsfuncties definieren. De wortelfunctie kunnen we definieren als een meerwaardige functie via z = exp( 1 2Logz, en de hoofwaarde van de wortel door de hoofdwaarde van de logarithme te gebruiken. Je kunt nagaan dat voor de hoofdwaarde van de wortel het reële deel altijd groter of gelijk aan nul is. Voor het bestek van dit dictaatje voert het netjes invoeren van deze functies eigenlijk al te ver, de liefhebbers verwijzen we naar boeken over complexe functietheorie. 19
20 Volledige inductie 20
21 1. Inleiding Volledige inductie is een methode om beweringen te bewijzen die voor alle natuurlijke getallen n (dus voor n = 1, 2, 3, 4,... waar zijn. De manier waarop je hierbij te werk gaat is als volgt: (i Laat eerst zien dat het waar is voor n = 1 (de zogenaamde basisstap. (ii Laat dan zien dat als het waar is voor een getal m dan is het ook waar voor het getal m + 1 (de zogenaamde inductiestap. Eerst een voorbeeld van hoe je dan te werk gaat: de bewering is dat voor elk natuurlijk getal n geldt n j=1 j = 1 2n(n + 1. Anders geschreven, we beweren dat n = 1 n(n Dat weten we natuurlijk al, en een elegant bewijs is de bekende truc: n = S n + (n = S dus n(n + 1 = 2S. We bewijzen het nu echter met volledige inductie: eerst de basisstap. Voor n = 1 is n j=1 j = 1 j=1 j = 1 = 1 2 2, en dus is de bewering juist voor n = 1. Nu de inductiestap: stel de bewering is waar voor n = m, dus m j=1 j = 1 m(m (Dit is de zogenaamde inductieaanname of inductiehypothese. We willen nu laten zien dat de bewering ook waar is voor n = m + 1, dus we willen laten zien dat m+1 j=1 j = 1 (m + 1(m Dat gaat als volgt. Voor n = m + 1 geldt: = m+1 j=1 j = m + (m + 1 = m j + (m + 1 = ( m + (m + 1. j=1 Tot nu toe is er niets gebeurd, we hebben alleen die ingewikkelde som nu zo herschreven dat we er een stuk in herkennen waarop we de inductieaanname kunnen loslaten. Als we dat doen dan krijgen we: m+1 j=1 j = ( m + (m + 1 = 1 m(m (m
22 Nu zijn we bijna waar we zijn willen, we moeten alleen even wat algebra toepassen om dit te herschrijven in de goede vorm. Dat doen we door m + 1 buiten haakjes te halen. = m+1 j=1 j = 1 m(m (m ( 1 2 m + 1 (m + 1 = 1 (m + 2(m + 1, 2 waarbij we in de laatste stap een factor 1 2 je ziet is dat wat we wilden bewijzen. buiten haakjes hebben gehaald. Zo We beweren nu, dat als je zowel de basistap als de inductiestap gedaan hebt, dat je dan het bewijs voor alle natuurlijke getallen hebt geleverd. Waarom is dat zo? Stel je voor dat je zou willen laten zien dat de bewering uit ons voorbeeld waar is voor n = Welnu, volgens de basistap is de bewering waar voor n = 1. Volgens de inductiestap: als de bewering waar is voor het natuurlijke getal 1 dan is hij ook waar voor het getal 2. Pas nogmaals de inductiestap toe, maar nu met m = 2. Omdat de bewering waar is voor 2 is hij ook waar voor 3. Nu nogmaals de inductiestap: omdat de bewering waar is voor 3 is hij waar voor 4. Enzovoorts, tot je uiteindelijk ook laat zien: de bewering is waar voor Dan de laatste keer de inductiestap: de bewering is waar voor 1081 omdat je al hebt laten zien dat hij waar is voor Vergelijk een bewijs met volledige inductie met traplopen: als je op de eerste tree kunt komen (de basisstap, en je weet hoe je van een willekeurige tree naar één tree hoger kunt komen (de inductiestap, dan kun je elke trap beklimmen, hoe hoog die ook is. Een andere manier om er tegenaan te kijken is het omvallen van dominostenen. Zolang het zo is dat voor elke n na de n de dominosteen de n + 1 ste omvalt (de inductiestap, dan vallen ze allemaal om als we de eerste om doen vallen (de basisstap. 22
23 1.1 Eindige sommen en producten. Bewijs telkens met volledige inductie dat voor iedere n N geldt: n a. k 2 = 1 2n+1 6 n(n + 1(2n + 1 g. (3k 1 = n(6n + 7 b. ( n n 2 k 3 = k h. k=1 k=1 k=1 k=2 2n k=n+1 2n 2k = 3n 2 + n n c. (k + 12 k = n2 n+1 ( 1 k 1 i. = k k=1 k=1 n d. ln(1 + 1 n k = ln(1 + n j. (1 1k 2 e. f. k=1 n k=0 2n+1 k=2 (k + 3! k! Het symbool 1 k(k + 1 = = 1 (n + 4! 4 n! n 2(n + 1 k. k=2 2n k=n+1 = n + 1 2n n (2k 1 = (2n! 2 n n! k=1 n betekent hier dat je het product moet nemen van de getallen k=1 die je krijgt door in de formule achter dit symbool achtereenvolgens k = 1, k = 2 5 tot en met k = n in te vullen. Bijvoorbeeld k 2 = k=1 1.2 Een voorbeeld waaruit blijkt dat de basisstap echt nodig is. n Bekijk de bewering k = 1 8 (2n + 12 voor iedere n N. k=1 a. Laat zien dat de inductiestap bij deze bewering correct is (m.a.w. geef een inductiebewijs zonder de basisstap. b. Is deze bewering waar? 1 k 23
24 2. Deelbaarheid We behandelen nu een paar voorbeelden waarbij een bewijs met volledige inductie goed van pas komt. De bewering is dat voor elke n N het getal 9 n 4 n deelbaar is door 5. We bewijzen dit met volledige inductie. Eerst de basisstap: voor n = 1 staat er de bewering dat 9 4 deelbaar is door 5, en dat is natuurlijk ook zo. Nu de inductiestap. Stel dat 9 m 4 m deelbaar is door 5 (dat is de inductieaanname. We moeten nu laten zien dat daaruit volgt dat 9 m+1 4 m+1 deelbaar is door 5. Dat gaat als volgt. Je moet natuurlijk ergens die inductieaanname gebruiken, dus we herschrijven 9 m+1 4 m+1 = 9 (9 m 4 m m 4 m+1. Nu is het eerste deel mooi deelbaar door 5 vanwege de inductieaanname. Dus hoeven we alleen nog te laten zien dat de laatste twee termen samen deelbaar zijn door 5. Maar 4 m+1 = 4 4 m. Dus, als we alles even samen nemen: 9 m+1 4 m+1 = 9 (9 m 4 m m 4 4 m = = 9 (9 m 4 m + (9 4 4 m = = 9 (9 m 4 m m. Nu zie je dat de eerste term deelbaar is door 5 vanwege de inductieaanname, en de tweede term is ook deelbaar door 5. Dus is het geheel deelbaar door 5, en de inductiestap is voltooid. Nog een voorbeeld om het principe nogmaals te laten zien. Toon aan dat 2 3 2n n deelbaar is door 42 voor iedere n N. Basisstap: = 168 = 4 42, dus de uitspraak is waar voor n = 1. Inductiestap: neem aan dat de uitspraak waar is voor n = m, dus 2 3 2m m is deelbaar door 42. We bewijzen dat de uitspraak dan ook waar is voor n = m + 1: 2 3 2(m m+1 = 2 (2 3 2m m 4 3 2m (m+1+2 = 2 (2 3 2m m 4 3 2m m+2 = 2 (2 3 2m m m+2 = 2 (2 3 2m m m+1. Nu zijn beide termen deelbaar door 42, en dus is de inductiestap voltooid. 24
25 2.1 Deelbaarheid. Bewijs met volledige inductie dat voor iedere n N geldt: a. 7 n 3 n is deelbaar door 4 f. 7 2n 5 2n is deelbaar door 12 b. 7 n + 3 n+1 is deelbaar door 4 g. 9 2n n+1 is deelbaar door 13 c. 3 2n n 1 is deelbaar door 7 h. 4 2n n is deelbaar door 6 d n+1 2 2n is deelbaar door 7 i n + 3 2n+2 is deelbaar door 12 e. 4 2n n is deelbaar door 9 j. 7 n n is deelbaar door Bewijs met volledige inductie dat voor iedere n N geldt: a. 3 2n 1 is deelbaar door 2 n+2 b. 3 2n 1 is niet deelbaar door 2 n+3 c. x n y n is deelbaar door x y (x, y R, x y d. x 2n y 2n is deelbaar door x + y, (x, y R, x y e. x y 2n + y x 2n is deelbaar door x + y, (x, y R, x y 25
26 3. De binomiaalformule van Newton In het boek wordt in hoofdstuk 7 de binomiaalformule van Newton al behandeld. Herinner dat de binomiaalformule er als volgt uitziet: (a + b n = n ( n j j=0 ( n = a n + 1 a n j b j ( n a n 1 b + + n 1 ab n 1 + b n. De formule geldt voor willekeurige reële (of complexe getallen a en b en voor n 0 een geheel ( getal. n De getallen heten de binomiaalcoefficienten, en ze kunnen worden uitgerekend met de formule j ( n n! = j j!(n j!. ( ( n n Je ziet dan onmiddellijk dat geldt =. j n j Minder evident is de volgende gelijkheid: ( ( ( n n n = j j 1 j die geldig is voor 1 j n. Deze gelijkheid zal straks de cruciale stap zijn in een bewijs van de binomiaalformule door middel van volledige inductie. Daarom is het nuttig deze gelijkheid ook echt even te bewijzen. Dat gaat als volgt: ( n j + ( n j 1 = = = n! j!(n j! + n! (j 1!(n j + 1! n!(n j n!j j!(n j + 1! (n + 1n! j!(n + 1 j! = ( n + 1 j Deze formule ken je eigenlijk al wel: het beschrijft precies de manier waarop je de n + 1-ste rij uit de driehoek van Pascal maakt uit de n-de rij: om het j-de getal uit de n + 1-ste rij te krijgen tel je de twee getallen die er schuin boven staan in de n-de rij op. In formulevorm is dat precies wat we net bewezen hebben. Bewijs met volledige inductie van de binomiaalformule Eerst ( doen we, zoals gebruikelijk, de basisstap. Voor n = 0 geldt: (a + b 0 = 0 1 = a 0 0 b 0 = ( 0 0 k=0 a k 0 k b k. Nu de inductiestap. Neem dus aan dat de formule correct is voor n = m. We bewijzen dat de formule dan ook correct is voor n = m + 1. De eerste stap in. 26
27 het onderstaande is nogal voor de hand liggend: (a + b m+1 = (a + b(a + b m = (a + b j=0 = m ( m j j=0 a m j+1 b j + m ( m j j=0 m ( m j j=0 a m j b j a m j b j+1. Merk op dat de term met a m+1 alleen in de eerste sommatie voorkomt (voor j = 0; de term met b m+1 alleen in de tweede sommatie voorkomt, terwijl bijvoorbeeld de term met a m b zowel in de eerste als in de tweede sommatie voorkomt. Om die reden splitsen we het bovenstaande even op (let op de onderen bovengrenzen van de sommaties: m ( m m ( a j m j+1 b j m + a j m j b j+1 = a m+1 + m j=1 ( m j j=0 a m j+1 b j + m 1 j=0 ( m j a m j b j+1 + b m+1. Nu komt er een echte truc. In de eerste sommatie vervangen we de j door een l (daarmee verandert de som natuurlijk niet, en in de tweede vervangen we de j door een l 1. Dat verandert de uitkomst van die optellingen niet, alleen geef je elke term als het ware even een andere naam. Het levert op a m+1 + = a m+1 + m ( m j j=1 m ( m l l=1 l=1 a m j+1 b j + a m l+1 b l + m 1 j=0 m l=1 ( m j ( m l 1 a m j b j+1 + b m+1 a m l+1 b l + b m+1. Nu gaan die twee sommaties plotseling over dezelfde l-en, en het aardige is dat we ze dus samen kunnen nemen: m ( m m ( m a m+1 + a l m l+1 b l + a l 1 m l+1 b l + b m+1 l=1 l=1 m {( ( } = a m+1 m m + + a l l 1 m l+1 b l + b m+1 l=1 m ( = a m+1 m a m l+1 b l + b m+1 l = m+1 l=0 ( m + 1 l a m l+1 b l. In de voorlaatste gelijkheid hebben we daar gebruik gemaakt van de gelijkheid die we eerder bewezen. Concluderend, we hebben nu bewezen dat m+1 ( (a + b m+1 m + 1 = a l m l+1 b l. Daarmee is het bewijs voltooid. l=0 27
28 3.1 Voor een functie h(x noteren we de n-de afgeleide met h (n. Bewijs met volledige inductie de formule van Leibnitz voor de n-de afgeleide van een product van twee functies f en g. Die formule ziet er als volgt uit: (fg (n = n ( n j j=0 f (n j g (j. Aanwijzing: het bewijs volgt precies dezelfde stappen als het bewijs van de binomiaalformule. 3.2 Door in de binomiaalformule geschikte getallen voor a en b in te vullen kun je allerlei interessante formules verkrijgen. Laat zien dat: a. ( n n k=0 = 2 k n b. ( n n k=0 ( 1k = 0 k c. ( n n k=0 x k k = (1 + x n. Bereken d. 25 k=0 e. 30 k=0 ( 25 2 k k ( 3 28 k ( 31 4 k k ( 2 30 k. f. Bewijs de formule in onderdeel a direct met volledige inductie. 3.3 Nog wat formules op basis van afgeleide en primitieve van (1 + x n. x k 1 a. n(1 + x n 1 = n k=0 k ( n k ( 1 b. n+1 (1 + x n+1 1 = n c. ( n n k=0 ( 1k 1 k = 0 k d. ( n n k=0 k = n2 k n 1 e. ( n 1 n k=0 k+1 k k=0 1 k+1 ( n k = 1 n+1 (2n+1 1. x k Deze opgave betreft hogere afgeleiden. a. Zij f(x = sin x. Laat met behulp van volledige inductie zien dat f (n (x = sin (x + 12 nπ. b. Bepaal voor de volgende functies een formule voor de n-de afgeleide en bewijs die formule met volledige inductie: i. f 1 (x = cos x ii. f 2 (x = 1 1+x iii. f 3 (x = ln x. d c. Bewijs dat n dx f(ax = a n f (n (ax. Leid vervolgens hiermee en met de n 28
29 formule uit a een formule af voor dn dx n (sin 2x. d. De functie f : ( 1, 1 R is gegeven door Toon aan, met volledige inductie, f(x = 2 x 2 1. f (n = ( 1 n n! { (x 1 n 1 (x + 1 n 1}. 29
30 4. Nulpunten van polynomen en factorizatie Zoals je misschien weet is het zo dat als we een veelterm (polynoom in x hebben, zeg p(x = a n x n + a n 1 x n a 1 x + a 0, en p(a = 0, dan kunnen we p(x factorizeren als p(x = q(x(x a, waar q(x een polynoom in x is van graad n 1. Als simpel voorbeeld bekijk p(x = x 3 5x 2 2x We rekenen na dat 2 een oplossing is van p(x = 0, door het gewoon in te vullen. Kennelijk is dan p(x = q(x(x + 2 voor een kwadratische veelterm in x. Narekenen door het uit te delen geeft inderdaad dat x 3 5x 2 2x + 24 = (x 2 7x + 12(x + 2. Nog een wat moeilijker voorbeeld: p(x = x en a = i (het complexe getal i, dan is p(i = i = ( = = 0. Dus kunnen we kennelijk schrijven dat p(x = q(x(x i. We kunnen dan natuurlijk q(x vinden door de deling uit te voeren (staartdeling, en we vinden x = (x 2 + 1(x 8 x 6 + x 4 x = (x 8 x 6 + x 4 x 2 + 1(x + i(x i. Doel van deze paragraaf is om de stelling die in de eerste alinea staat te bewijzen met volledige inductie. Stelling. Laat p(x = a n x n + a n 1 x n a 1 x + a 0 een n-de graads polynoom in x zijn. Als p(a = 0 dan is er een polynoom q(x van graad n 1 zo dat p(x = q(x(x a. Bewijs. We bewijzen de stelling met inductie naar de graad van p. Als n = 1 dan is p(x = a 1 x + a 0, en als p(a = 0 dan is a 1 a + a 0 = 0. Met andere woorden a0 a 1 = a. Dus p(x = a 1 (x a, en we kunnen dus voor q(x het constante polynoom q(x = a 1 nemen (en dat is inderdaad van graad nul. Veronderstel nu dat de stelling waar is voor polynomen van graad m 1. Laat nu p een m-de graads polynoom zijn met p(a = 0. Voer in het polynoom h(x = p(x a m x m 1 (x a waar a m de kopcoëfficiënt is van p. Dan is natuurlijk ook h(a = 0, vul maar x = a in. Maar h(x = (a m 1 a m ax m 1 + a m 2 x m a 1 x + a 0. Dus h is van graad m 1. Op h mogen we dan de inductie aanname toepassen. Dus is er een polynoom q 1 (x van graad m 2 zo dat h(x = q 1 (x(x a. Maar dan geldt: p(x a m x m 1 (x a = q 1 (x(x a, en dus p(x = a m x m 1 (x a + q 1 (x(x a = = ( a m x m 1 + q 1 (x (x a. We kunnen dus nemen q(x = a m x m 1 + q 1 (x, dan is p(x = q(x(x a. 30
31 Faculteit der Exacte Wetenschappen Basiswiskunde Vrije Universiteit Dit tentamen bestaat uit 14 sommen. De normering staat onderaan dit vel. Bij dit tentamen mag geen gebruik worden gemaakt van een rekenmachine, van een formuleblad of enig ander hulpmiddel. 1 Schrijf als één breuk (vereenvoudig zo veel mogelijk 9 1. x 4 2 Ontbind in factoren: (x x(x + 4. x 2 +x Laat zien dat x = 0 de enige reële oplossing is van (2x (x = x. Aanwijzing: gebruik het binomium van Newton. 4 Bereken: k= k. 5 Voor welke waarden van x bestaat arcsin(1 2x? Met andere woorden, wat is het domein van arcsin(1 2x? Differentieer arcsin(1 2x. 6 Bepaal de tweede afgeleide van (x 2 +4xe x, en bepaal de waarden van x waarvoor die tweede afgeleide nul is. 7 Primitiveer cos(7x e 3x. 8 Primitiveer sin x cos 5 x. 9 Los op in [0, 2π]: sin 2x cos x = Bereken sin π 8 en cos π Los op in de vorm z = a + bi in C: iz 2 6z + 7i = Los op in de vorm z = a + bi in C: z 3 = 64i. 13 Los op in de vorm z = a + bi in C: z 2 = 7 24i. 14 Bewijs met volledige inductie dat 9 n n deelbaar is door 7 voor alle getallen n = 1, 2, 3,. Normering: Som Totaal Punten Cijfer= aantal punten /
32 Faculteit der Exacte Wetenschappen Basiswiskunde Vrije Universiteit Dit tentamen bestaat uit 15 sommen. De normering staat onderaan dit vel. Bij dit tentamen mag geen gebruik worden gemaakt van een rekenmachine, van een formuleblad of enig ander hulpmiddel. 1 Schrijf als één breuk (vereenvoudig zo veel mogelijk 1 2 3x Ontbind in factoren: x 4 (x 2 x 6 (x 2 x 6. 3 Bepaal de reëele oplossingen van (4x 1 3 = 4x 1. 4 Werk uit met het binomium van Newton (2x Bereken: 20 k=5 ( 1 2 k + 3. x Bepaal het domein van arctan x en differentieer arctan x. 7 Bepaal de tweede afgeleide van ln(x 3 +2, en bepaal de waarden van x waarvoor die tweede afgeleide nul is. 8 Primitiveer 2 x + sin 5x. 9 Primitiveer 3 5x x Los op in [0, 2π]: cos 2x = cos 2 x. 11 Bereken sin( 1 1 π en cos( π Los op in de vorm z = a + bi in C: z 2 10z + 32 = Bepaal de modulus en het argument van 2 + 2i en bereken ( 2 + 2i 5. Schrijf het antwoord in de vorm a + bi. 14 Geef in het complexe vlak aan waar de beeldpunten liggen van de getallen z die voldoen aan z 3i = 4 + i z. 15 Bewijs met volledige inductie: n k=2 k2 = 1 6 n(n+1(2n+1 1. Normering: Som Totaal Punten Cijfer= aantal punten /
Aanvulling basiscursus wiskunde. A.C.M. Ran
Aanvulling basiscursus wiskunde A.C.M. Ran 1 In dit dictaat worden twee onderwerpen behandeld die niet in het boek voor de basiscursus (Basisboek wiskunde van Jan van de Craats en Rob Bosch) staan. Die
Aanvulling aansluitingscursus wiskunde. A.C.M. Ran
Aanvulling aansluitingscursus wiskunde A.C.M. Ran 1 In dit dictaat worden twee onderwerpen behandeld die niet in het boek voor de Aansluitingscursus staan. Die onderwerpen zijn: complexe getallen en volledige
Aanvulling bij de cursus Calculus 1. Complexe getallen
Aanvulling bij de cursus Calculus 1 Complexe getallen A.C.M. Ran In dit dictaat worden complexe getallen behandeld. Ook in het Calculusboek van Adams kun je iets over complexe getallen lezen, namelijk
Complexe e-macht en complexe polynomen
Aanvulling Complexe e-macht en complexe polynomen Dit stuk is een uitbreiding van Appendix I, Complex Numbers De complexe e-macht wordt ingevoerd en het onderwerp polynomen wordt in samenhang met nulpunten
Studiehandleiding Basiswiskunde cursus
Studiehandleiding Basiswiskunde cursus 2008 2009 Materiaal Bij dit college heb je nodig: Het boek Basisboek wiskunde van Jan van de Craats en Rob Bosch Isbn: 90 430 1156 8 De syllabus Aanvulling basiscursus
4 + 3i 4 3i (7 + 24i)(4 3i) 4 + 3i
COMPLEXE GETALLEN Invoering van de complexe getallen Definitie Optellen en vermenigvuldigen Delen De complexe getallen zijn al behoorlijk oud; in de zestiende eeuw doken ze op bij het oplossen van algebraïsche
8.1 Rekenen met complexe getallen [1]
8.1 Rekenen met complexe getallen [1] Natuurlijke getallen: Dit zijn alle positieve gehele getallen en nul. 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6,... Het symbool voor de natuurlijke getallen is Gehele getallen: Dit zijn
Les 1 Kwadraat afsplitsen en Verzamelingen
Vwo 5 / Havo 4 Wis D Hoofdstuk 8 : Complexe getallen Pagina van Les Kwadraat afsplitsen en Verzamelingen Definities Verzamelingen Er zijn verschillende verzamelingen N = Natuurlijke getallen =,2,,.. Z
Hoofdstuk 8 : Complexe getallen
1 Hoofdstuk 8 : Complexe getallen Les 1 Kwadraat afsplitsen en Verzamelingen Definities Verzamelingen Er zijn verschillende verzamelingen getallen : (1) N = Natuurlijke getallen = 1,2,3,.. (2) Z = Gehele
Lineaire algebra 1 najaar Complexe getallen
Lineaire algebra 1 najaar 2008 Complexe getallen Iedereen weet, dat kwadraten van getallen positieve getallen zijn. Dat is vaak erg praktisch, we weten bijvoorbeeld dat de functie f(x) := x 2 + 1 steeds
TW2040: Complexe Functietheorie
TW2040: Complexe Functietheorie week 4.1, maandag K. P. Hart Faculteit EWI TU Delft Delft, 18 april, 2016 K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 1 / 31 Outline 1 Section I.1 Complex numbers K. P. Hart
1E HUISWERKOPDRACHT CONTINUE WISKUNDE
E HUISWERKOPDRACHT CONTINUE WISKUNDE Uiterste inleverdatum dinsdag oktober, voor het begin van het college N.B. Je moet de hele uitwerking opschrijven en niet alleen het antwoord geven. Je moet het huiswerk
16.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op in 2x + 3i = 5x + 6i -3x = 3i x = -i
16.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los op in 2x + 3i = 5x + 6i -3x = 3i x = -i Voorbeeld 2: Los op in 4x 2 + 12x + 15 = 0 4x 2 + 12x + 9 + 6 = 0 (2x + 3) 2 + 6 = 0 (2x + 3) 2 = -6 (2x + 3) 2 = 6i 2 2x + 3 =
Complexe getallen: oefeningen
Complexe getallen: oefeningen Hoofdstuk 2 Praktisch rekenen met complexe getallen 2.1 Optelling en aftrekking (modeloplossing) 1. Gegeven zijn de complexe getallen z 1 = 2 + i en z 2 = 2 3i. Bereken de
10.0 Voorkennis. cos( ) = -cos( ) = -½ 3. [cos is x-coördinaat] sin( ) = -sin( ) = -½ 3. [sin is y-coördinaat] Willem-Jan van der Zanden
10.0 Voorkennis 5 1 6 6 cos( ) = -cos( ) = -½ 3 [cos is x-coördinaat] 5 1 3 3 sin( ) = -sin( ) = -½ 3 [sin is y-coördinaat] 1 Voorbeeld 1: Getekend is de lijn k: y = ½x 1. De richtingshoek α van de lijn
Je moet nu voor jezelf een overzicht zien te krijgen over het onderwerp Complexe getallen. Een eigen samenvatting maken is nuttig.
6 Totaalbeeld Samenvatten Je moet nu voor jezelf een overzicht zien te krijgen over het onderwerp Complexe getallen. Een eigen samenvatting maken is nuttig. Begrippenlijst: 21: complex getal reëel deel
In dit college bekijken we een aantal technieken om integralen te bepalen van trigonometrische functies en van rationale functies.
03 college 5: meer technieken In dit college bekijken we een aantal technieken om integralen te bepalen van trigonometrische functies en van rationale functies. Opmerking over de notatie. Net als in het
Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008
Katholieke Universiteit Leuven September 008 Algebraïsch rekenen (versie 7 juni 008) Inleiding In deze module worden een aantal basisrekentechnieken herhaald. De nadruk ligt vooral op het symbolisch rekenen.
Complexe getallen in context
Complexe getallen in context voor wiskunde D ( 5 VWO) R.A.C. Dames H. van Gendt Versie, november 006 Deze module is ontwikkeld in opdracht van ctwo. Copyright 006 R.Dames en H. van Gendt Inhoud Inhoud...3
6 Complexe getallen. 6.1 Definitie WIS6 1
WIS6 1 6 Complexe getallen 6.1 Definitie Rekenen met paren De vergelijking x 2 + 1 = 0 heeft geen oplossing in de verzameling R der reële getallen (vierkantsvergelijking met negatieve discriminant). We
FORMULARIUM. www.basiswiskunde.be. Inhoudsopgave. 1 Algebra 2. 2 Lineaire algebra 4. 3 Vlakke meetkunde 5. 4 Goniometrie 7. 5 Ruimtemeetkunde 10
FORMULARIUM wwwbasiswiskundebe Inhoudsopgave Algebra 2 2 Lineaire algebra 4 3 Vlakke meetkunde 5 4 Goniometrie 7 5 Ruimtemeetkunde 0 6 Reële functies 2 7 Analyse 3 8 Logica en verzamelingen 6 9 Kansrekening
Zomercursus Wiskunde. Module 1 Algebraïsch rekenen (versie 22 augustus 2011)
Katholieke Universiteit Leuven September 011 Module 1 Algebraïsch rekenen (versie augustus 011) Inhoudsopgave 1 Rekenen met haakjes 1.1 Uitwerken van haakjes en ontbinden in factoren............. 1. De
TW2040: Complexe Functietheorie
TW2040: Complexe Functietheorie week 4.1, donderdag K. P. Hart Faculteit EWI TU Delft Delft, 21 april, 2016 K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 1 / 32 Outline 1 K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie
Op deze manier ligt φ exact vast (als we zouden zeggen 0 φ 2π zouden we de reële getallen dubbelop hebben, en dat willen wij als wiskundigen niet).
Moddergooien n.a.v. 31 augustus Allereerst: hartelijk dank voor de vragen; als dat zo doorgaat en als jullie zo blijven komen en ook nog eens huiswerk maken, dan weet ik zeker dat ik dicht bij 100% ga
1. (a) Gegeven z = 2 2i, w = 1 i 3. Bereken z w. (b) Bepaal alle complexe getallen z die voldoen aan z 3 8i = 0.
Radboud Universiteit Nijmegen Tentamen Calculus NWI-NP003B 4 november 04,.30 5.30 Het gebruik van een rekenmachine/gr, telefoon, boek, aantekeningen e.d. is niet toegestaan. Geef precieze argumenten en
Wiskunde 2 voor kunstmatige intelligentie (BKI 316) Bernd Souvignier
Wiskunde 2 voor kunstmatige intelligentie (BKI 316) Bernd Souvignier najaar 2004 Deel I Voortgezette Analyse Les 1 Complexe getallen Iedereen weet, dat kwadraten van getallen positieve getallen zijn. Dat
5.1 Constructie van de complexe getallen
Les 5 Complexe getallen Iedereen weet, dat kwadraten van getallen positieve getallen zijn. Dat is vaak erg praktisch, we weten bijvoorbeeld dat de functie f(x) := x 2 +1 steeds positief is en in het bijzonder
III.2 De ordening op R en ongelijkheden
III.2 De ordening op R en ongelijkheden In de vorige paragraaf hebben we axioma s gegeven voor de optelling en vermenigvuldiging in R, maar om R vast te leggen moeten we ook ongelijkheden in R beschouwen.
De wortel uit min één. Jaap Top
De wortel uit min één Jaap Top IWI-RuG & DIAMANT [email protected] 20 maart 2007 1 Marten Toonder, verhaal de minionen (1980) 2 3 4 5 Twee manieren om complexe getallen te beschrijven: algebraïsch, als uitdrukkingen
Complexe getallen. 5.1 Constructie van de complexe getallen
Les 5 Complexe getallen Iedereen weet, dat kwadraten van getallen positieve getallen zijn. Dat is vaak erg praktisch, we weten bijvoorbeeld dat de functie f(x) := x 2 +1 steeds positief is en in het bijzonder
1.1 Rekenen met letters [1]
1.1 Rekenen met letters [1] Voorbeeld 1: Een kaars heeft een lengte van 30 centimeter. Per uur brand er 6 centimeter van de kaars op. Hieruit volgt de volgende woordformule: Lengte in cm = -6 aantal branduren
2 Modulus en argument
Modulus en argument Verkennen Modulus en argument Inleiding Verkennen Probeer zelf te bedenken hoe je een complex getal kunt opschrijven vanuit de draaihoek en de lengte van de bijbehorende vector. Uitleg
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Uitwerking Tentamen Calculus, 2DM10, maandag 22 januari 2007
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica Uitwerking Tentamen Calculus, DM, maandag januari 7. (a) Gevraagd is het polynoom f() + f () (x ) + f (x ). Een eenvoudige rekenpartij
Praktische opdracht Wiskunde B Complexe Getallen
Praktische opdracht Wiskunde B Complexe Get Praktische-opdracht door een scholier 1750 woorden 12 mei 2003 5,2 86 keer beoordeeld Vak Wiskunde B Inleiding Deze praktische opdracht wiskunde heeft als onderwerp:
Radboud Universiteit Nijmegen Tentamen Calculus 1 NWI-NP003B 4 januari 2013,
Radboud Universiteit Nijmegen Tentamen Calculus 1 NWI-NP003B 4 januari 013, 8.30 11.30 Het gebruik van een rekenmachine, telefoon en boek(en) is niet toegestaan. Geef precieze argumenten en antwoorden.
1. Een van mijn collega s, liet een mooi verhaal zien: De opgave was: Los op ln(x + 2) ln(x + 1) = 1.
Tentamen-wiskunde?. De basiswiskunde. Een van mijn collega s, liet een mooi verhaal zien: De opgave was: Los op ln(x + 2) ln(x + ) =. Oplossing : ln(x + 2) = + ln(x + ) x + 2 = ln + x + 3 = ln dus x =
2004 Gemeenschappelijke proef Algebra - Analyse - Meetkunde - Driehoeksmeting 14 vragen - 2:30 uur Reeks 1 Notatie: tan x is de tangens van de hoek x, cot x is de cotangens van de hoek x Vraag 1 In een
Uitgewerkte oefeningen
Uitgewerkte oefeningen Algebra Oefening 1 Gegeven is de ongelijkheid: 4 x. Welke waarden voor x voldoen aan deze ongelijkheid? A) x B) x [ ] 4 C) x, [ ] D) x, Oplossing We werken de ongelijkheid uit: 4
3.1 Kwadratische functies[1]
3.1 Kwadratische functies[1] Voorbeeld 1: y = x 2-6 Invullen van x = 2 geeft y = 2 2-6 = -2 In dit voorbeeld is: 2 het origineel; -2 het beeld (of de functiewaarde) y = x 2-6 de formule. Een functie voegt
Voorkennis wiskunde voor Biologie, Chemie, Geografie
Onderstaand overzicht volgt de structuur van het boek Wiskundige basisvaardigheden met bijhorende website. Per hoofdstuk wordt de strikt noodzakelijke voorkennis opgelijst: dit is leerstof die gekend wordt
Kettingbreuken. 20 april 2010 1 K + 1 E + 1 T + 1 T + 1 I + 1 N + 1 G + 1 B + 1 R + 1 E + 1 U + 1 K + E + 1 N 1 2 + 1 0 + 1 A + 1 P + 1 R + 1 I + 1
Kettingbreuken Frédéric Guffens 0 april 00 K + E + T + T + I + N + G + B + R + E + U + K + E + N 0 + A + P + R + I + L + 0 + + 0 Wat zijn Kettingbreuken? Een kettingbreuk is een wiskundige uitdrukking
De wortel uit min één, Cardano, Kepler en Newton
De wortel uit min één, Cardano, Kepler en Newton Van de middelbare school kent iedereen wel de a, b, c-formule (hier en daar ook wel het kanon genoemd) voor de oplossingen van de vierkantsvergelijking
1 Complexe getallen in de vorm a + bi
Paragraaf in de vorm a + bi XX Complex getal Instap Los de vergelijkingen op. a x + = 7 d x + 4 = 3 b 2x = 5 e x 2 = 6 c x 2 = 3 f x 2 = - Welke vergelijkingen hebben een natuurlijk getal als oplossing?...
Oefening 4.3. Zoek een positief natuurlijk getal zodanig dat de helft een kwadraat is, een derde is een derdemacht en een vijfde is een vijfdemacht.
4 Modulair rekenen Oefening 4.1. Merk op dat 2 5 9 2 = 2592. Bestaat er een ander getal van de vorm 25ab dat gelijk is aan 2 5 a b? (Met 25ab bedoelen we een getal waarvan a het cijfer voor de tientallen
Eigenschap (Principe van welordening) Elke niet-lege deelverzameling V N bevat een kleinste element.
Hoofdstuk 2 De regels van het spel 2.1 De gehele getallen Grof gezegd kunnen we de (elementaire) getaltheorie omschrijven als de wiskunde van de getallen 1, 2, 3, 4,... die we ook de natuurlijke getallen
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit der Wiskunde en Informatica Tentamen van Calculus voor het schakelprogramma van B (XB03) op woensdag 0 april 03, 9:00-:00 uur De uitwerkingen van de opgaven
4051CALC1Y Calculus 1
4051CALC1Y Calculus 1 College 1 2 september 2014 1 Even voorstellen Theresia van Essen Docent bij Technische Wiskunde Aanwezig op maandag en donderdag EWI 04.130 [email protected] Slides op http://homepage.tudelft.nl/v9r7r/
Bestaat er dan toch een wortel uit 1?
Bestaat er dan toch een wortel uit 1? Complexe getallen en complexe functies Jan van de Craats Universiteit van Amsterdam, Open Universiteit CWI Vacantiecursus 2007 Wat zijn complexe getallen? Wat zijn
Complexe getallen in context
Complexe getallen in context voor wiskunde D ( 5 VWO) R.A.C. Dames H. van Gendt Versie 4, juni 0 In deze vierde versie zijn alleen een aantal zetfouten verbeterd. Inhoudelijk is deze versie geheel gelijk
Voorkennis wiskunde voor Bio-ingenieurswetenschappen
Onderstaand overzicht volgt de structuur van het boek Wiskundige basisvaardigheden met bijhorende website. Per hoofdstuk wordt de strikt noodzakelijke voorkennis opgelijst: dit is leerstof die gekend wordt
Ringen en Galoistheorie, 1e deel, 19 april 2012
Ringen en Galoistheorie, 1e deel, 19 april 2012 Bij dit tentamen mag het dictaat niet gebruikt worden. Schrijf op elk vel je naam, studnr en naam practicumleider. Laat bij elke opgave zien hoe je aan je
Combinatoriek groep 1
Combinatoriek groep 1 Recursie Trainingsdag 3, 2 april 2009 Getallenrijen We kunnen een rij getallen a 0, a 1, a 2,... op twee manieren definiëren: direct of recursief. Een directe formule geeft a n in
Veeltermen. Module 2. 2.1 Definitie en voorbeelden. Een veelterm met reële coëfficiënten in één veranderlijke x is een uitdrukking van de vorm
Module 2 Veeltermen 2.1 Definitie en voorbeelden Een veelterm met reële coëfficiënten in één veranderlijke x is een uitdrukking van de vorm a 0 +a 1 x+a 2 x 2 + +a n x n met a 0,a 1,a 2,...,a n Ê en n
Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008
Katholieke Universiteit Leuven September 2008 Limieten en asymptoten van rationale functies (versie juli 2008) Rationale functies. Inleiding Functies als f : 5 5, f 2 : 2 3 + 2 f 3 : 32 + 7 4 en f 4 :
Volledige inductie. Hoofdstuk 7. Van een deelverzameling V van de verzameling N van alle natuurlijke getallen veronderstellen.
Hoofdstuk 7 Volledige inductie Van een deelverzameling V van de verzameling N van alle natuurlijke getallen veronderstellen we het volgende: (i) 0 V (ii) k N k V k + 1 V Dan is V = N. Men ziet dit als
Voorbeeldtoets. Het gebruik van een rekenmachine of een formulekaart is niet toegestaan.
Technische Universiteit Delft Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica Mekelweg 4, Delft Voorbeeldtoets Lees zorgvuldig onderstaande punten door Deze toets is bedoeld om een idee te krijgen van
Voorbereidende sessie toelatingsexamen
1/34 Voorbereidende sessie toelatingsexamen Wiskunde 2 - Veeltermen en analytische meetkunde Dr. Koen De Naeghel 1 KU Leuven Kulak, woensdag 29 april 2015 1 Presentatie en opgeloste oefeningen zijn digitaal
Wiskundige Technieken
1ste Bachelor Ingenieurswetenschappen Academiejaar 009-010 1ste semester 7 oktober 009 Wiskundige Technieken 1. Integreer de volgende differentiaalvergelijkingen: (a) y + 3x y = 3x (b) y + 3y + y = xe
TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Uitwerking van het tentamen Functietheorie (2Y480) op ,
1 TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica Uitwerking van het tentamen Functietheorie (2Y480) op 25-11-1998, 9.00-12.00 uur Opgave 1 1. Formuleer de Cauchy-Riemann-vergelijkingen.
3.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.
3.0 Voorkennis y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x. y = -4x + 8 kan herschreven worden als y + 4x = 8 Dit is een lineaire vergelijking met twee variabelen. Als je
Tentamen Calculus 2 25 januari 2010, 9:00-12:00 uur
Tentamen Calculus 5 januari 00, 9:00 -:00 uur Je mag geen rekenapparaat gebruiken. De opgaven t.e.m. 6 tellen allemaal even zwaar. Vermeld op elk papier dat je inlevert je naam en je studentnummer. Geef
De notatie van een berekening kan ook aangeven welke bewerking eerst moet = = 16
Rekenregels De voorrangsregels van de hoofdbewerkingen geven aan wat als eerste moet worden uitgerekend. Voorrangsregels 1. Haakjes 2. Machtsverheffen en Worteltrekken. Vermenigvuldigen en Delen 4. Optellen
Samenvatting Wiskunde B
Bereken: Bereken algebraisch: Bereken eact: De opgave mag berekend worden met de hand of met de GR. Geef bij GR gebruik de ingevoerde formules en gebruikte opties. Kies op een eamen in dit geval voor berekenen
Wiskunde klas 3. Vaardigheden. Inhoudsopgave. 1. Breuken 2. 2. Gelijksoortige termen samennemen 3. 3. Rekenen met machten 3. 4. Rekenen met wortels 4
Vaardigheden Wiskunde klas Inhoudsopgave. Breuken. Gelijksoortige termen samennemen. Rekenen met machten. Rekenen met wortels. Algebraïsche producten 6. Ontbinden in factoren 6 7. Eerstegraads vergelijkingen
TW2040: Complexe Functietheorie
TW2040: Complexe Functietheorie week 4.10, donderdag K. P. Hart Faculteit EWI TU Delft Delft, 23 juni, 2016 K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 1 / 46 Outline 1 2 3 K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie
Inhoud college 4 Basiswiskunde. 2.6 Hogere afgeleiden 2.8 Middelwaardestelling 2.9 Impliciet differentiëren 4.9 Linearisatie
Inhoud college 4 Basiswiskunde 2.6 Hogere afgeleiden 2.8 Middelwaardestelling 2.9 Impliciet differentiëren 4.9 Linearisatie 2 Basiswiskunde_College_4.nb 2.6 Hogere afgeleiden De afgeleide f beschrijft
Zomercursus Wiskunde. Module 4 Limieten en asymptoten van rationale functies (versie 22 augustus 2011)
Katholieke Universiteit Leuven September 20 Module 4 Limieten en asymptoten van rationale functies (versie 22 augustus 20) Inhoudsopgave Rationale functies. Inleiding....................................2
Inhoud college 5 Basiswiskunde Taylorpolynomen
Inhoud college 5 Basiswiskunde 4.10 Taylorpolynomen 2 Basiswiskunde_College_5.nb 4.10 Inleiding Gegeven is een functie f met punt a in domein D f. Gezocht een eenvoudige functie, die rond punt a op f lijkt
Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Hertentamen 2 januari 2014
Wiskundige Technieken Uitwerkingen Hertentamen januari 4 Normering voor 4 pt vragen (andere vragen naar rato): 4pt 3pt pt pt pt goed begrepen én goed uitgevoerd, eventueel met of onbelangrijke rekenfoutjes
Opgaven Sommaties Datastructuren, 8 mei 2019, Werkgroep.
Opgaven Sommaties Datastructuren, 8 mei 019, Werkgroep. Gebruik deze opgaven, naast die uit het boek, om de stof te oefenen op het werkcollege. Cijfer: Op een toets krijg je meestal zes tot acht opgaven.
14.1 Vergelijkingen en herleidingen [1]
4. Vergelijkingen en herleidingen [] Er zijn vier soorten bijzondere vergelijkingen: : AB = 0 => A = 0 of B = 0 ( - 5)( + 7) = 0-5 = 0 of + 7 = 0 = 5 of = -7 : A = B geeft A = B of A = - B ( ) = 5 ( )
Vergelijkingen oplossen met categorieën
Vergelijkingen oplossen met categorieën De bewerkingen die tot de oplossing van een vergelijking leiden zijn niet willekeurig, maar vallen in zes categorieën. Het stappenplan voor het oplossen maakt gebruik
ProefToelatingstoets Wiskunde B
Uitwerking ProefToelatingstoets Wiskunde B Hulpmiddelen :tentamenpapier,kladpapier, een eenvoudige rekenmachine (dus geen grafische of programmeerbare rekenmachine) De te bepalen punten per opgave staan
Bekijk nog een keer het stelsel van twee vergelijkingen met twee onbekenden x en y: { De tweede vergelijking van de eerste aftrekken geeft:
Determinanten Invoeren van het begrip determinant Bekijk nog een keer het stelsel van twee vergelijkingen met twee onbekenden x en y: { a x + b y = c a 2 a 2 x + b 2 y = c 2 a Dit levert op: { a a 2 x
Polynomen. + 5x + 5 \ 3 x 1 = S(x) 2x x. 3x x 3x 2 + 2
Lesbrief 3 Polynomen 1 Polynomen van één variabele Elke functie van de vorm P () = a n n + a n 1 n 1 + + a 1 + a 0, (a n 0), heet een polynoom of veelterm in de variabele. Het getal n heet de graad van
Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Tentamen 4 november 2013
Wiskundige Technieken Uitwerkingen Tentamen 4 november 0 Normering voor 4 pt vragen andere vragen naar rato): 4pt pt pt pt 0pt goed begrepen én goed uitgevoerd, eventueel met of onbelangrijke rekenfoutjes
Examen G0U13 Bewijzen en Redeneren Bachelor 1ste fase Wiskunde. vrijdag 31 januari 2014, 8:30 12:30. Auditorium L.00.07
Examen G0U13 Bewijzen en Redeneren Bachelor 1ste fase Wiskunde vrijdag 31 januari 2014, 8:30 12:30 Auditorium L.00.07 Geef uw antwoorden in volledige, goed lopende zinnen. Het examen bestaat uit 5 vragen.
Algebra, Les 18 Nadruk verboden 35
Algebra, Les 18 Nadruk verboden 35 18,1 Ingeklede vergelijkingen In de vorige lessen hebben we de vergelijkingen met één onbekende behandeld Deze vergelijkingen waren echter reeds opgesteld en behoefden
2 n 1. OPGAVEN 1 Hoeveel cijfers heeft het grootste bekende Mersenne-priemgetal? Met dit getal vult men 320 krantenpagina s.
Hoofdstuk 1 Getallenleer 1.1 Priemgetallen 1.1.1 Definitie en eigenschappen Een priemgetal is een natuurlijk getal groter dan 1 dat slechts deelbaar is door 1 en door zichzelf. Om technische redenen wordt
1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.
1.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 6x + 28 = 30 10x +10x +10x 16x + 28 = 30-28 -28 16x = 2 :16 :16 x = 2 1 16 8 Stappenplan: 1) Zorg dat alles met x links van het = teken komt te staan;
Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Hertentamen 23 december 2014
Wiskundige Technieken Uitwerkingen Hertentamen 3 december 04 Normering voor 4 pt vragen andere vragen naar rato: 4pt 3pt pt pt 0pt goed begrepen én goed uitgevoerd, eventueel met enkele onbelangrijke rekenfoutjes
1.1.2. Wiskundige taal. Symbolen om mee te rekenen + optelling - aftrekking. vermenigvuldiging : deling
Examen Wiskunde: Hoofdstuk 1: Reële getallen: 1.1 Rationale getallen: 1.1.1 Soorten getallen. Een natuurlijk getal is het resultaat van een tellg van een edig aantal dgen. Een geheel getal is het verschil
Getallenleer Inleiding op codeertheorie. Cursus voor de vrije ruimte
Getallenleer Inleiding op codeertheorie Liliane Van Maldeghem Hendrik Van Maldeghem Cursus voor de vrije ruimte 2 Hoofdstuk 1 Getallenleer 1.1 Priemgetallen 1.1.1 Definitie en eigenschappen Een priemgetal
Genererende Functies K. P. Hart
genererende_functies.te 27--205 Z Hoe kun je een rij getallen zo efficiënt mogelijk coderen? Met behulp van functies. Genererende Functies K. P. Hart Je kunt rijen getallen op diverse manieren weergeven
Uitwerkingen van de opgaven uit Pi
Uitwerkingen van de opgaven uit Pi Frits Beukers January 3, 2006 Opgave 2.3. Bedoeling van deze opgave is dat we alleen een schatting geven op grond van de gevonden tabel. Er worden geen bewijzen of precieze
Geldwisselprobleem van Frobenius
Geldwisselprobleem van Frobenius Karin van de Meeberg en Dieuwertje Ewalts 12 december 2001 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Afspraken 3 3 Is er wel zo n g? 3 4 Eén waarde 4 5 Twee waarden 4 6 Lampenalgoritme
1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12
Katern 2 Getaltheorie Inhoudsopgave 1 Delers 1 2 Deelbaarheid door 2, 3, 5, 9 en 11 6 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12 1 Delers In Katern 1 heb je geleerd wat een deler van een getal
College 1. Complexe getallen Tijd en Plaats: Het tijdstip waarop het college gegeven wordt is maandagochtend van 10.45 tot 12.30. De colleges zijn in
College 1. Complexe getallen Tijd en Plaats: Het tijdstip waarop het college gegeven wordt is maandagochtend van 10.45 tot 12.30. De colleges zijn in de weken 37-42 in zaal S 209, in de weken 44-49 in
RINGEN EN LICHAMEN. Aanvullende opgaven met uitwerkingen
RINGEN EN LICHAMEN Aanvullende opgaven met uitwerkingen Hierna volgen een aantal aanvullende opgaven die gaan over kernbegrippen uit de eerste hoofdstukken van Ringen en Lichamen. Probeer deze opgaven
Machten, exponenten en logaritmen
Machten, eponenten en logaritmen Machten, eponenten en logaritmen Macht, eponent en grondtal Eponenten en logaritmen hebben alles met machtsverheffen te maken. Een macht als 4 is niets anders dan de herhaalde
Calculus. P.J.I.M. de Paepe Korteweg de Vries Instituut Universiteit van Amsterdam
Calculus P.J.I.M. de Paepe Korteweg de Vries Instituut Universiteit van Amsterdam 30 november 2006 Hoofdstuk 1 Complexe getallen 1.1 Introductie In dit hoofdstuk gaat het over complexe getallen. We voeren
WolframAlpha gratis op internet
WolframAlpha gratis op internet Jan van de Craats Nog steeds worden leerlingen op havo en vwo verplicht om voor de wiskundelessen een grafische rekenmachine aan te schaffen. Zo n apparaat is duur, zeer
