STUDIEVAARDIGHEDEN. Handleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "STUDIEVAARDIGHEDEN. Handleiding"

Transcriptie

1 STUDIEVAARDIGHEDEN Handleiding 5

2 U ziet hier voorbeeldbladen uit de methode BLITS Studievaardigheden. De methode BLITS werkt met thema s. Elk deel bestaat uit vier thema s. In elk thema van BLITS komen alle onderdelen van Studievaardigheden aan bod. Deze pdf bevat: - Een leerstofoverzicht. - Een aantal lessen uit deel 5: een instructieles, een herhalingsles en een toets. - Een instructie- en een herhalingsles uit deel 6. Deze voorbeeldpagina s zijn afkomstig uit de handleidingen, waarin pagina s uit de bronnen- en antwoordenboeken staan afgebeeld. Blits biedt een programma voor Studievaardigheden voor leerjaar 5 t/m 8. Elk leerjaar van BLITS bestaat uit een handleiding voor de leerkracht, een bronnenboek en werkboek voor de kinderen en een antwoordenboek.

3 begrijpend lezen van informatieve teksten en andere studievaardigheden studieteksten informatiebronnen kaarten schema s tabellen grafieken In elk thema van BLITS komen alle onderdelen van Studievaardigheden aan bod.

4 III BLITS in schema In dit overzicht kunt u zien hoe de delen van BLITS zijn opgebouwd. Studievaardigheid Groep 5 Thema Groep 6 1 Studieteksten Titel, hoofdonderwerp en grote lijn Centrale vraag 3 Informatiebronnen Alfabetiseren Alfabetiseren 5 Kaartlezen Wat is een kaart? Schaallijn, vakkenstelsel en register 7 Schema s, tabellen en grafieken Tussentoets A Het schema Tabel, pijlenschema en beeldgrafiek 9 Studieteksten Tabellen De dierentuin Stroom- en boomdiagram 11 Informatiebronnen Het kiezen van een geschikte informatiebron De dierentuin Ingangen 13 Kaartlezen Selecteren De dierentuin Selecteren 15 Schema s, tabellen en grafieken De tabel De dierentuin Trein- en busverbindingen Tussentoets B 17 Studieteksten Bruikbaarheid voor een doel Sprookjes Feiten, meningen, oorzaak en gevolg 19 Informatiebronnen Ingang Sprookjes Woordenboek, encyclopedie, informatieve boeken en internet 21 Kaartlezen Het analyseren van kaarten Sprookjes Analyseren 23 Schema s, tabellen en grafieken Tussentoets C De beeldgrafiek Sprookjes Beeldgrafiek, staafgrafiek en kolomgrafiek 25 Studieteksten Hoofd- en bijzaken, de samenvatting Kamperen Samenvatten 27 Informatiebronnen Trefwoord kiezen Kamperen Zoeken op het internet 29 Kaartlezen Interpreteren Kamperen Interpreteren 31 Schema s, tabellen en grafieken Eindtoets De staafgrafiek Kamperen Lijngrafiek en cirkelgrafiek 6

5 Ook kunt u hier de thema s van elk deel vinden. Na elk thema volgt een toets. Deel 8 verschijnt zodra de beslissing over het afnamemoment van de Cito-toets genomen is. Thema Groep 7 Thema Groep 8 / lesnummer Muziek Centrale vraag Olympische Spelen 1 Hoofdonderwerp en centrale vraag Muziek Ingangen: het register Olympische Spelen 2 Hanteren van informatiebronnen Muziek Schaalverdeling en legenda Olympische Spelen 3 Selecteren en identificeren Muziek Verschil schema en tabel Olympische Spelen 4 Schema en tabel Wintersport Grafieken Dieren 5 Kritisch lezen, feiten en meningen Wintersport Woordenboek Dieren 6 Specifieke naslagwerken Wintersport Soorten kaarten Dieren 7 Analyseren en interpreteren Wintersport Staafgrafiek, kolomgrafiek en beeldgrafiek Dieren 8 Pijlenschema, stroomdiagram en boomdiagram Pretpark Feiten, meningen en conclusies Museum 9 Tabellen en diagrammen Pretpark Zoeken en gebruiken van de juiste bron Museum 10 Hanteren van informatiebronnen Pretpark Analyseren Museum 11 Selecteren en identificeren Pretpark Cirkelgrafiek Museum 12 Beeldgrafiek, staafgrafiek en kolomgrafiek Ridders Samenvatten Naar de stad 13 Hoofdzaken, bijzaken, kernwoorden, kernzinnen en samenvatten Ridders Zoeken op het internet of in een encyclopedie Naar de stad 14 Specifieke naslagwerken Ridders Interpreteren Naar de stad 15 Analyseren en interpreteren Ridders Lijngrafiek Naar de stad 16 Lijngrafiek en cirkelgrafiek 7

6 7 Bronnenboek WAT LEREN DE KINDEREN IN DEZE LES? De kinderen leren dat een schema een overzichtelijke en korte weergave van informatie is, het lezen en begrijpen van schema s, het invullen van een schema. Dit is een instructieles uit de handleiding van deel 5. U ziet dat in de handleiding twee instructiepagina s uit het bronnenboek zijn afgebeeld. Ernaast ziet u de tekst van de handleiding. GEZAMENLIJK 7 Schema s, tabellen en grafieken Het schema Introductie Bord U maakt op het bord twee kolommen. In de ene kolom schrijft u enkele namen van meisjes uit de groep, in de andere namen van jongens. Vraag: Hoe zou je deze rijen verder invullen? U vertelt dat die twee kolommen een schema zijn van jongens- en meisjesnamen. Vraag: Zijn er nog andere schema s van de groep te maken? Antwoorden (bijvoorbeeld): op kleur van het haar; op lengte; op de straat waar je woont; enzovoorts. Bespreek zo nodig nog een onderwerp waarvan schema s gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld: het verkeer (voetgangers, fietsers, auto s en motoren); dieren (huisdieren wilde dieren, met daaronder voorbeelden van iedere groep). Tekst lezen en bespreken Lees samen met de kinderen blz. 14 en 15. Om na te gaan of ze de schema s begrijpen vraagt u een of twee kinderen om die in eigen woorden uit te leggen. Je wilt ergens graag iets over weten. Dan kun je daar iets over lezen. Soms is dat veel werk. Het kost veel tijd. Het kan ook duidelijk gemaakt worden in een schema. Eigenlijk is dat een kort lijstje met punten. Een rijtje met woorden of namen. Een schema is een kort overzicht. De belangrijkste dingen staan erin. De mannen sjouwen de zware kist de grot uit. Bij het strand zetten ze hem neer. Kapitein Eenoog strekt zijn handen uit. Zijn hart bonst van opwinding. Zijn vingers krommen zich om het deksel. Het slot geeft mee. Krakend gaat de kist open. Kapitein Eenoog bekijkt de schat aandachtig. Hij ontdekt diamanten en gouden munten. Juwelen. Prachtige opalen. Goudstukjes glijden door zijn vingers. Een zilveren kroon, armbanden, ringen en halssnoeren. Te veel om op te noemen. Als je wilt weten wat er in de schatkist zit, kun je dit stukje lezen. Je had het sneller kunnen weten als er gewoon een schema van was gemaakt. Dat zou er bijvoorbeeld zo uit kunnen zien: inhoud schatkist sieraden kroon, armbanden, ringen, halssnoeren goud munten, goudstukjes juwelen diamanten, opalen Zo had je de informatie veel sneller gekregen. Een schema is dus overzichtelijk en kort. Een pijlenschema helpt je ook om ergens een overzicht van te geven. Je hebt bijvoorbeeld een grote groep van iets. Met een pijlenschema verdeel je de grote groep in kleine groepjes. Van die kleinere groepjes geef je met pijlen allerlei extra informatie. Zo krijg je een mooi, duidelijk overzicht

7 MATERIAAL blz. 14 t/m 16 blz. 8 Antwoordenboek blz. 8 EXTRA MATERIAAL Bord KIES VOOR GEZAMENLIJK OF ZELFSTANDIG WERKEN Bij elke les bepaalt u of u de kinderen de les zelfstandig wilt laten verwerken, of dat u de les gezamenlijk met hen doorneemt. Afhankelijk van uw keuze kiest u voor de tekst onder GEZAMENLIJK of onder ZELFSTANDIG. U kunt natuurlijk ook een deel van de kinderen de les zelfstandig laten maken, en met een groepje de les samen doornemen. Bij het geven van een les uit de handleiding maakt u een keuze. Als u gezamenlijk met de kinderen werkt, gebruikt u de tekst op de linkerpagina. Als u de kinderen zelfstandig laat werken, kiest u de tekst op de rechterpagina. ZELFSTANDIG Bijvoorbeeld: Kapitein Eenoog vindt in de kist een paar onbekende munten. Zouden die veel waard zijn? vraagt hij zich af. Hij bekijkt ze eens goed! munten geel wit rood waarvan gemaakt? waarvan gemaakt? waarvan gemaakt? goud zilver koper hoeveel waard? hoeveel waard? hoeveel waard? veel waard! minder waard dan goud nog minder waard Korte introductie, tekst lezen Bord U schrijft op het bord: auto - fiets - vliegtuig - zeilschip - trein - luchtballon - vrachtauto - kruiwagen - koets - roeiboot. Vraag de kinderen of ze van deze woorden drie groepjes kunnen maken. Er komen drie groepen vervoermiddelen: in de lucht, op het land, op het water. U schrijft erboven: vervoermiddelen. U vertelt dat dit een schema is: een kort overzicht, en dat de kinderen in de les met schema s gaan werken. De kinderen lezen de tekst in het bronnenboek zelfstandig door

8 7 Bronnenboek Werkboek Antwoordenboek Na twee instructiepagina s volgt hier een pagina met bronnen uit het bronnenboek. Als de kinderen een opgave uit het werkboek maken, zien ze direct of ze een bron moeten lezen voor deze opgave. GEZAMENLIJK Opgaven doornemen en maken Vertel de kinderen dat ze in opgave 1 en 3 schema s gaan aanvullen en bij opgaven 2 en 4 schema s goed moeten lezen. Bespreek de eerste opgave gezamenlijk. Laat daarna de overige opgaven maken, individueel of in tweetallen. 7 Schema s, tabellen en grafieken Het schema gebruik hierbij werkboek blz. 8 Bron 1 (opgave 1) Piraat Scheurbuik is gek op fruit. Volgens hem blijf je gezond als je veel fruit eet. De andere piraten lachen hem uit. Ze geloven hem niet. Maar Scheurbuik heeft wel gelijk. Als je genoeg fruit eet krijg je geen last van de ziekte die veel zeelui vroeger hadden. Die ziekte heet scheurbuik! Op het eiland groeit veel fruit. Aan de bomen groeien citroenen en sinaasappelen. Aardbeien, bessen, frambozen en ananassen groeien aan planten of struiken. Piraat Scheurbuik heeft het fruit getekend voor de andere piraten. Zo kunnen ze hem helpen zoeken. Nabespreking Antwoordenboek Kijk de antwoorden samen na en bespreek ze. Besteed aandacht aan de manieren waarop kinderen tot antwoorden zijn gekomen. Ga na of ze het begrip schema en het schematiseren beheersen. Bron 2 (opgave 2) Kapitein Eenoog gaat iedere dag van de week een deel van de schat ophalen. dag maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag opbrengst schelpen drie tonnen en vijf kisten acht tonnen en één kist vier tonnen en vier kisten één ton en zes kisten drie kisten Bron 3 (opgave 3) Op het strand verzamelt piraat Dekzwabber graag schelpen. Aan boord van het piratenschip heeft hij er al een heleboel. Toch wil hij er graag nog meer verzamelen. Daarom gaat hij op zoek naar nieuwe soorten. Al snel vindt hij de volgende schelpen: een tere platschelp van twee centimeter, een wulk van wel tien centimeter, een wenteltrap van vier centimeter, een ruwe boormossel van negen centimeter en een gedoornde hartschelp van zeven en een halve centimeter. Dekzwabber stopt ze gauw in zijn zak

9 TIP Als u niet regelmatig gezamenlijk nakijkt of nabespreekt, kijk dan regelmatig de werkboeken na. U krijgt er dan toch een indruk van hoe de kinderen te werk gaan. Hier ziet u de bijbehorende pagina met opgaven uit het antwoordenboek (werkboek met de antwoorden ingevuld). 7 Schema s, tabellen en grafieken Het schema gebruik hierbij bronnenboek blz. 16 Opgave 1 Lees bron 1. Kun jij er een schema van maken? Vul in: fruit aan bomen citroenen sinaasappelen fruit aan planten/struiken aardbeien bessen frambozen ananassen Opgave 3 Lees bron 3. Piraat Dekzwabber wil een mooi schema van zijn schelpen maken. Het woord centimeter kort hij af met cm. Kun jij hem helpen het schema af te maken? schelp cm tere platschelp 2 wulk 10 wenteltrap 4 ruwe boormossel 9 gedoornde hartschelp 7 1 / 2 ZELFSTANDIG Opgaven maken en nakijken Antwoordenboek De kinderen maken de opgaven (individueel of in tweetallen) en kijken zelf hun antwoorden na met het antwoordenboek. Opgave 2 Bekijk het schema van bron 2. Piraat Mankepoot gaat op dinsdag en donderdag met kapitein Eenoog mee. Hij moet dan de kisten en tonnen versjouwen. Hoeveel zijn er dat bij elkaar? 9 tonnen. 7 kisten. Opgave 4 Piraat Dekzwabber vindt nog veel meer aan het strand. Hij bewaart alles in een houten kistje. In totaal vindt hij 21 schelpen, 36 stenen, 7 stukken glas, 9 stukken afval en 13 stukken hout. Volg het pijlenschema hieronder en trek de juiste lijn. Hoe vol zit de kist van Dekzwabber? Bijna vol. Hoe vol zou de kist zijn geweest als hij 10 schelpen, 25 stenen, 7 stukken glas, 2 stukken afval en 3 stukken hout had gevonden? Bijna leeg. strandschatten 10 schelpen + 25 stenen 7 glas + 2 afval + 3 hout de kist is bijna leeg 7 glas + 6 afval + 9 hout de kist is halfvol 8 21 schelpen + 36 stenen 7 glas + 9 afval + 13 hout de kist is bijna vol 7 glas + 13 afval + 18 hout de kist is vol 31

10 8 Bronnenboek Werkboek Antwoordenboek WAT HERHALEN DE KINDEREN IN DEZE LES? Ze herhalen alfabetiseren en gebruiken alfabetisch geordende bron, een titel geven, schematiseren, kaartlezen. Dit is een herhalingsles uit de handleiding van deel 5. Na elke instructieles volgt zo n herhalingsles. Ook bij deze les kiest u weer uit: gezamenlijk of zelfstandig. GEZAMENLIJK Introductie, opgaven doornemen en maken U vertelt de kinderen dat ze opgaven maken waarin ze gaan alfabetiseren, een titel bedenken, schematiseren en kaartlezen. Lees en maak samen opgave 4. Bespreek zo nodig de andere opgaven. Daarna maken de kinderen de overige opgaven, individueel of in tweetallen. Nabespreking Antwoordenboek 8 Schema s, tabellen en grafieken Herhaling GEBRUIK HIERBIJ WERKBOEK BLZ. 9 Bron 1 (opgave 2) De grotten zijn donker en koud. Er loopt een onderaards gangenstelsel. De piraten hebben geluk. Ze vinden snel de juiste gang. Met een fakkel zoeken ze de weg in het donker. Bron 2 (opgave 3) Logboek van Kapitein Eenoog. Donderdag 25 mei Het is eindelijk gelukt! We hebben de geheime grot gevonden. Via een nauwe doorgang kwamen we bij een kruispunt. De mannen wilden rechtdoor. Bij een splitsing gingen we links. Die gang bleven we volgen. Toen vonden we rechts een ondergrondse kamer. Daar lag de schat! In de rechter gang zagen we licht aan het eind. Zo kwamen we de grotten weer uit. Ik ben trots op de mannen! Kijk samen de antwoorden na en bespreek ze. Ga na of de kinderen de vaardigheden van deze les beheersen. Bron 3 (opgave 5) Schilders Aardoom Schildersbedrijf, Reyerwg 199, 2983 AR RIDDERKERK Aardoom Schildersbedrijf, Oranjestr AK HEINENOORD Aartsen Schilderwerken Behangen en Wandafwerking, Het Klooster 4, 2871 BJ SCHOONHOVEN Admiraal, Burg Brandtstr 44, 2841 XD MOORDRECHT Admiraal Schilderwerken, Molenwg AP OUDE TONGE AJK Schildersbedrijf, Zuidhoek 230, 3082 PS ROTTERDAM Alblas Schildersbedrijf D W, Mauritsweg 44, 2988 AL RIDDERKERK Alblas Schilders- en afwerkingsbedrijf, vof C J, Tjotter 22, 3123 BW SCHIEDAM Alers Schildersbedrijf Brielle, t Woud 47, 3232 LN BRIELLE All Painting Rotterdam BV, Bovendk 197, 3045 PD ROTTERDAM

11 MATERIAAL blz. 17 blz. 9 Antwoordenboek blz. 9 De kinderen maken de opgaven uit het werkboek. Bij elke opgave staat weer vermeld of ze een bron moeten lezen voor het maken van deze opgave. 8 Schema s, tabellen en grafieken Herhaling GEBRUIK HIERBIJ BRONNENBOEK BLZ. 17 Opgave 1 Bedenk 4 woorden die met dezelfde letter beginnen. laat je antwoord nakijken door je juf of meester. Zet die woorden nu in alfabetische volgorde. laat je antwoord nakijken door je juf of meester. Opgave 2 Lees bron 1. De piraten gaan in de grotten op zoek naar de schat. Waarmee maken ze licht in de donkere gangen? Met een fakkel. Bedenk een titel bij dit stukje tekst. Tocht door het donker. Opgave 3 Lees bron 2. Vul het schema van deze route van de piraten verder in. nauwe doorgang kruispunt rechtdoor bij splitsing linksaf rechtsaf ondergrondse kamer met schat rechter gang weer buiten Opgave 4 Hier zie je een plattegrond van het onderaardse gangenstelsel. Kapitein Eenoog komt vanaf het pad (zie pijltje). Bij de eerste splitsing gaat hij linksaf. Bij de volgende splitsing gaat hij weer linksaf. Een eindje verder ontdekt hij een schat! Zet daar een kruisje op de kaart. De volgende keer komt hij weer vanaf het pad de grotten in (zie pijltje). Bij de eerste splitsing gaat hij rechtdoor. Bij de volgende splitsing gaat hij linksaf. Bij de volgende splitsing gaat hij weer linksaf. Bij de volgende splitsing gaat hij rechtdoor. Bij het laatste kruispunt gaat hij rechtsaf. Waar komt hij uit? Weer bij het pad (bij het pijltje). ZELFSTANDIG Opgaven maken en nakijken Antwoordenboek U vertelt de kinderen dat ze opgaven maken waarin ze gaan alfabetiseren, een titel bedenken, schematiseren en kaartlezen. De kinderen maken de opgaven, individueel of in tweetallen. Ze kijken zelf hun antwoorden na met het antwoordenboek. Opgave 5 Bekijk bron 3. Het piratenschip moet nodig geverfd worden. In de Gouden Gids zoekt kapitein Eenoog een schildersbedrijf. In welk dorp kan hij de schilder Admiraal vinden? In Oude Tonge. Wat is het telefoonnummer van het bedrijf Alers?

12 A Bronnenboek Dit is de eerste toets uit het bronnenboek. Elk van de vier thema s wordt afgesloten met een toets. Hieronder vindt u de instructiepagina om samen met de kinderen door te lezen. WAT TOETST U IN DEZE LES? Met de tussen- en eindtoetsen van BLITS kunt u nagaan of de kinderen de studievaardigheden uit voorgaande lessen wel of niet beheersen. Met de resultaten kunt u zien: welke vaardigheden (nog) niet beheerst worden, en waar u dus nog extra aandacht aan moet besteden. of de kinderen de stof zo goed beheersen dat zij zelfstandig verder kunnen werken. A Tussentoets Tussentoets gebruik hierbij werkboek blz DE INHOUD VAN DE TOETSEN Na de lessen 8, 16 en 24 is er een tussentoets, na les 32 een eindtoets. In deze toetsen worden alle vaardigheden uit de voorgaande lessen herhaald. De toetsen zijn niet gekoppeld aan de thema s en bestaan uit open vragen en meerkeuzevragen. CITO De inhoud van BLITS sluit aan bij de toetsen voor studievaardigheid en het leerlingvolgsysteem van het Cito (zie hiervoor de Algemene Informatie). De toetsen van BLITS hebben voor een deel de vorm van meerkeuzevragen zoals in de Cito-toetsen. Omdat de toetsen ook bedoeld zijn als oefenopgaven, worden ook open vragen gebruikt. Citotoets? Kom maar op! Een Citotoets toetst wat je begrepen hebt van de lessen. Er zijn verschillende Citotoetsen. Voor taal en rekenen bijvoorbeeld. En voor studievaardigheden. Dat onderdeel leer en oefen je met dit boek. Met de Citotoets wordt bekeken of je het gesnapt hebt. De vragen van de Citotoets zijn meerkeuzevragen. Onder de vraag staan een paar verschillende antwoorden. Meestal zijn dat er vier. Er is maar één antwoord goed. Jij moet proberen dat antwoord te kiezen. Je mag maar één antwoord invullen of aankruisen. Voorbeeldvraag: Hoeveel poten heeft een spin? A 2 B 4 C 6 D 8 Heb je de vraag goed gelezen? Weet je direct het goede antwoord? Dat is mooi. Kruis het maar aan. Weet je niet gelijk het juiste antwoord? Weet je wel welk antwoord echt fout is? Streep dat antwoord in gedachten weg. Welk antwoord is waarschijnlijk ook niet goed? Streep dat ook weg. Nu houd je twee antwoorden over. Daaruit moet je kiezen. Denk goed na. Kies nu het antwoord dat jou het beste lijkt. Een spin heeft veel poten, dus antwoord A en B vallen gelijk af. Heeft een spin 6 poten of 8? Weet je het? Wat denk je? Dan vul je dat antwoord in. Het goede antwoord is D, een spin heeft 8 poten

13 MATERIAAL blz. 18 en 19 blz. 10 t/m 13 Antwoordenboek blz. 10 t/m 13 HOE TOETST U? De toetsen worden altijd zelfstandig, individueel gemaakt. Hoewel de introductie en de nabespreking gezamenlijk verlopen, vindt u de toetsles toch onder ZELFSTANDIG. Bij een toets ligt de nadruk immers op de prestatie van de kinderen zelf. Ook een toets heeft bronnen, hoewel er niet bij elke toetsopgave een bron hoort. Als de kinderen een opgave maken, zien ze weer direct of ze een bron moeten lezen voor deze opgave. ZELFSTANDIG Bron 1 (opgave 1) Het is een warme zomerdag. Je ligt lekker onder een grote boom in de schaduw. Je droomt een beetje. Je kijkt omhoog en je kijkt naar de kroon van de boom. Je ziet de bladeren ritselen in de wind. Als het gaat regenen, kun je heerlijk blijven liggen. Bomen beschutten ons tegen de zon en de regen. Ze zijn sterk. We kunnen er in klimmen of een hut in maken. Met wat losse takken zouden we een kampvuur kunnen maken. En wat te denken van bomen, die helemaal vol hangen met glimmende appels en peren! Bron 3 (opgave 3) Als je langs het strand loopt, is er heel wat te ontdekken. Je ziet prachtig gekleurde schelpen en slakkenhuizen. Ook zie je meerschuim op het strand liggen. Dat is eigenlijk het rugschild van de inktvis. In het voor- en najaar zie je langs de kust grote hoeveelheden vogels vliegen. Ze zijn op zoek naar broedplaatsen of trekken naar warmere landen. In de zee zwemmen allerlei vissen. Veel vissen hebben een prima schutkleur. Ze zijn daardoor beschermd tegen vijanden. Bron 4 (opgave 4) Bron 2 (opgave 2) Iedereen kent de paardenbloem. Ze heeft gele bloemen en lange bladeren. De gele bloemen worden later witgrijze pluisjes. In het pluis zitten de zaadjes van de bloem. Als de zaadjes rijp zijn, worden ze door de wind weggeblazen. In de zomer zien we in het grasveld vaak madeliefjes bloeien. Elk bloemetje heeft een krans van witte blaadjes. In het midden van het bloempje zien we een geel hartje. Sommige kinderen vinden het leuk om een ketting van de madeliefjes te maken. Die bloemenketting doen ze dan in hun haar of om hun nek. Het vergeet-mij-nietje is een plantje met helderblauwe bloemetjes. In het midden van het bloemetje heeft ze een heel klein geel hartje. Het vergeet-mij-nietje houdt van veel licht. Ze groeit goed als de grond een beetje vochtig is. Korte introductie, tekst lezen U vertelt dat de kinderen na acht lessen een tussentoets gaan maken. Daarmee kunnen zij en u zien of ze alles wat ze in die lessen geleerd hebben ook beheersen en kunnen gebruiken. Lees samen blz. 18. Neem het voorbeeld van de opgave met de spin uitgebreid door. Vertel de kinderen dat ze een deel van de opgaven op deze manier kunnen gaan maken. Er zijn ook opgaven bij waar ze gewoon antwoord op kunnen geven. Bij het voorbeeld met de spin is er alleen een vraag. Maar bij veel van de opgaven die ze gaan maken hoort er een bron bij de vraag. Zoals ze al gewend zijn in de voorafgaande taken. Als er bovenaan een opgave staat: lees bron, lees die bron dan altijd heel goed door en lees dan pas de opgave. Lees de bron daarna nog een keer door op zoek naar het juiste antwoord. Heb je wel eens walvissen en dolfijnen gezien? Vast wel. Misschien niet met je eigen ogen, maar wel op de tv. Veel kinderen vinden walvissen en vooral dolfijnen erg interessant. Walvissen en dolfijnen zijn geen vissen. Ze lijken er wel veel op. Vissen halen onder water adem. Walvissen en dolfijnen moeten telkens boven water komen om adem te halen. Maar ze komen nooit aan land. Walvissen zijn zo groot dat de mensen er vroeger bang voor waren. Toch eten walvissen geen mensen. Dolfijnen zijn veel kleiner. Ze komen vaak vlak bij de kust of zwemmen om de boten heen. Ze zijn niet bang voor mensen

14 A Bronnenboek Werkboek Antwoordenboek NORMERINGSADVIES Als een goed antwoord 2 (of 3 of 4) punten waard is, dan kunt u bij een gedeeltelijk goed antwoord 1 punt (of 2 of 3 punten) toekennen. U verdeelt dus de punten over het gehele antwoord. Soms staan daar extra aanwijzingen voor, maar in de meeste gevallen maakt u die verdeling zelf. Hier ziet u de opgaven van de toets uit het antwoordenboek (het werkboek met de antwoorden ingevuld). A Tussentoets GEBRUIK HIERBIJ BRONNENBOEK BLZ. 18 EN 19 Opgave 1 Lees bron 1. Wat is het hoofdonderwerp van de tekst? A bomen B dromen C het weer D spelen Opgave 2 Lees bron 2. De tekst heeft één hoofdonderwerp. Wat is het hoofdonderwerp? A bladeren B bloemen C gele hartjes D zaadjes Opgave 3 Lees bron 3. Wat is de beste titel voor deze tekst? A allerlei kleuren B langs het strand C vakantie D vissen E vogels Opgave 4 Lees bron 4. In welke zin staat waar het in de tekst vooral om gaat? A Veel kinderen vinden walvissen en vooral dolfi jnen erg interessant. B Vissen halen onder water adem. C Walvissen en dolfi jnen zijn geen vissen. D Ze komen vaak vlak bij de kust of zwemmen om de boten heen. Opgave 5 Toos, Marian, Lucy, Coby en Gerie zijn vriendinnen. Schrijf hun namen in alfabetische volgorde. Coby - Gerie - Lucie - Marian - Toos Opgave 6 Deventer, Driebergen, Purmerend, Soest en Dordrecht zijn vijf plaatsen in Nederland. Schrijf de plaatsnamen in alfabetische volgorde. Deventer - Dordrecht - Driebergen - Purmerend - Soest Opgave 7 Fred is het weekend de natuur in geweest. Hij heeft verschillende dieren gezien. Hij heeft de namen van de dieren in alfabetische volgorde gezet. Maar hij heeft een fout gemaakt. eekhoorn - hert - haas - konijn - muis - wild zwijn Zet een streep onder de namen die niet op de goede plaats staan. Opgave 8 Op de Brinkschool hebben de leerlingen van groep 5 allerlei woorden bedacht die niet bestaan. Daarom noemen ze die woorden verzinwoorden. Ze staan in geen enkel woordenboek. De leerlingen hebben de woorden in alfabetische volgorde gezet. flidder - frocht - jorp - jupper - loeker - nol Het woord habbab hebben ze vergeten in de rij te plaatsen. Zet een kruisje op de plaats waar habbab moet staan. Denk wel aan de alfabetische volgorde

15 NORMERINGSADVIES Opgave 1 t/m 14: 1 punt Opgave 15: 4 punten (eerste opgave: 2 punten, extra opgave woorden bedenken 2 punten) Voor de gehele toets kun je dus maximaal 18 punten halen. NORMERINGSADVIES punten: zeer goed punten: goed punten: voldoende 9-10 punten: matig < 9 punten: onvoldoende ZELFSTANDIG Opgave 9 Hieronder zie je drie plaatjes. Een van de drie plaatjes is een plattegrond. Welk plaatje is de plattegrond? A B C A B Opgave 11 Hier zie je de kaart van Nederland. Schrijf op de stippellijntjes een N in het noorden, een Z in het zuiden, een O in het oosten, een W in het westen. W N O Opgaven maken De kinderen maken zelfstandig en individueel de opgaven van de toets. Wijs de kinderen erop dat ze bij een meerkeuzevraag antwoord A t/m D even helemaal moeten doorlezen. Ook als ze denken dat ze het goede antwoord direct zien, toch even alle mogelijke antwoorden lezen en rustig een keuze maken. C Opgave 10 Hieronder staan twee keer vier woorden. Beide keren hoort er één woord niet in het rijtje. Zet daar een kruisje. hak armband sok handtas veter ketting zool oorbel Opgave 12 Hieronder staan zes woorden. Twee woorden horen niet in het rijtje. 1 autoband 2 middenberm 3 nummerbord 4 politie 5 stuur 6 stoel Niet in het rijtje horen: middenberm en politie Z 11 Nabespreking Antwoordenboek U kunt de antwoorden van de kinderen eerst zelf nakijken om een nauwkeurig beeld te krijgen welke vaardigheden (nog) niet voldoende beheerst worden en of de kinderen (nog) problemen hebben met sommige onderdelen. Op een later moment kunt u de opgaven en antwoorden dan nabespreken. Laat dan steeds vertellen hoe de kinderen tot hun antwoord kwamen. Zo kunnen de kinderen ook leren van hun fouten. U kunt er ook voor kiezen de antwoorden meteen gezamenlijk te bespreken. In dat geval is het aan te bevelen voor uzelf bij te houden welke opgaven de kinderen moeilijk vonden. 37

16 11 Bronnenboek WAT LEREN DE KINDEREN IN DEZE LES? De kinderen kennen de ingangen titelblad, inhoudsopgave en register, kunnen deze ingangen lezen en gebruiken. Dit is een instructieles uit de handleiding van deel 6. U ziet dat in de handleiding twee instructiepagina s uit het bronnenboek zijn afgebeeld. Ernaast ziet u de tekst van de handleiding. GEZAMENLIJK 11 Informatiebronnen Ingangen Wintersport Introductie Een jeugdboek en een schoolboek (voor natuuronderwijs, aardrijkskunde of geschiedenis) Voor de wintersportvakantie gaat beginnen leest Sacha nog enkele boeken over skiën. In de bibliotheek staan er een heleboel. Hij kan bijna niet kiezen. Ik kijk eerst naar het titelblad, denkt hij bij zichzelf. Dat maakt het kiezen al veel makkelijker. Zo gaat hij uiteindelijk met een stapeltje van drie boeken naar huis. U laat de voorzijde van een bekend jeugdboek zien en vraagt: Wie kent dit boek? Kun je kort vertellen waar het over gaat? Wie heeft het geschreven? Staan er ook tekeningen in? Wie heeft die gemaakt? Waar kan ik het boek bestellen? U bladert door naar het titelblad en laat zien dat daar al deze gegevens staan. Vervolgens pakken de kinderen een boek dat de groep gebruikt voor (naar keuze) aardrijkskunde, geschiedenis of natuuronderwijs. Lees samen de inhoudsopgave. De inhoudsopgave vertelt waar een boek over gaat. U bladert door naar het register en laat enkele woorden daarin opzoeken. Skiën kun je leren Een handleiding van Kees Glijgraag met illustraties van Heidi Bigfoot Uitgeverij Het Heuveltje [illustratie] Hierboven zie je een titelblad van een van de boeken van Sacha. Het titelblad is de eerste bladzijde van een boek. Hierop staat de naam van het boek, de titel. En meestal ook de naam van de schrijver, de illustrator en de uitgever. Thuis wil Sacha eerst iets lezen over de spullen die hij nodig heeft. Gaan we binnenkort skispullen kopen mam? vraagt hij. We zullen skipakken kopen, maar volgens mij kunnen we de rest beter huren, antwoordt zijn moeder. Wat ze verder nog nodig hebben, zoekt Sacha op in zijn boeken. Tekst lezen en bespreken U leest samen met de kinderen blz. 26 en

17 MATERIAAL blz. 26 t/m 28 blz. 16 Antwoordenboek blz. 16 EXTRA MATERIAAL Een bekend jeugdboek en een schoolboek (voor natuuronderwijs, aardrijkskunde of geschiedenis) KIES VOOR GEZAMENLIJK OF ZELFSTANDIG WERKEN Bij elke les bepaalt u of u de kinderen de les zelfstandig wilt laten verwerken, of dat u de les gezamenlijk met hen doorneemt. Afhankelijk van uw keuze kiest u voor de tekst onder GEZAMENLIJK of onder ZELFSTANDIG. U kunt natuurlijk ook een deel van de kinderen de les zelfstandig laten maken, en met een groepje de les samen doornemen. Bij het geven van een les uit de handleiding maakt u een keuze. Als u gezamenlijk met de kinderen werkt, gebruikt u de tekst op de linkerpagina. Als u de kinderen zelfstandig laat werken, kiest u de tekst op de rechterpagina. ZELFSTANDIG Om snel het juiste hoofdstuk te vinden, kijkt Sacha eerst in de inhoudsopgave. De inhoudsopgave is een lijst met hoofdstukken die in het boek voorkomen. Daaraan kun je al goed zien over welke hoofdonderwerpen je in het boek iets kunt vinden. Inhoud 4 Welke kleding kiezen we? 6 De juiste houding 9 Eerst leren remmen 11 Voorzichtig glijden 13 Het oefenweitje 14 Met de lift 17 Bochten draaien 21 De eerste afdaling Register Bindingen 5 Bochten 18 Handschoenen 4 Houding 6 Lift 14 Oefenweide 13 Pflug 10 Remmen 9 Ski s 4 Skibril 4 Korte introductie, tekst lezen Een jeugdboek en een schoolboek (voor natuuronderwijs, aardrijkskunde of geschiedenis) U laat de kinderen een jeugdboek zien en wijst hen op het titelblad: daarop staat informatie over de auteur, de uitgever en de illustrator van het boek. U laat een informatief boek zien, bijvoorbeeld een boek dat de groep gebruikt voor aardrijkskunde of geschiedenis. U wijst op de inhoudsopgave en het register. U vat samen: Het titelblad vertelt over de makers en de uitgever van het boek, de inhoudsopgave en het register vertellen je over de inhoud. Daarna lezen de kinderen zelfstandig blz. 26 en 27 van het bronnenboek. Sacha heeft al in de inhoudsopgave gezocht naar een hoofdstuk over verschillende soorten ski s. Toch kan hij niet zo gauw vinden wat hij zoekt. Opeens valt zijn oog op een lange lijst woorden achter in het boek. Daar! Daar staat het! Deze lijst noemen we het register. Het register is een lijst met belangrijke woorden of namen achterin een boek. Deze woorden staan in alfabetische volgorde. We noemen ze trefwoorden. In een register kun je opzoeken waar iets over een bepaald onderwerp staat. Achter het trefwoord staat het nummer van de bladzijde waar je de informatie kunt vinden. Sacha zocht bijvoorbeeld iets over verschillende soorten ski s. Zie je het in het register staan? Achter ski s staat 4. Hij moet dus op bladzijde 4 van het boek kijken

18 11 Bronnenboek Werkboek Antwoordenboek Na twee instructiepagina s volgt hier een pagina met bronnen uit het bronnenboek. Als de kinderen een opgave uit het werkboek maken, zien ze direct of ze een bron moeten lezen voor deze opgave. GEZAMENLIJK Opgaven doornemen en maken 11 Informatiebronnen Ingangen Wintersport GEBRUIK HIERBIJ WERKBOEK BLZ. 16 Bron 1 (opgave 1) U verkent met de kinderen de bronnen op blz. 28 van het bronnenboek. De kinderen benoemen de ingangen die ze daar zien. U licht zo nodig toe. U vertelt dat de opgaven gaan over die ingangen. De kinderen maken de opgaven in tweetallen of individueel. Nabespreking Antwoordenboek Kijk de antwoorden samen na en bespreek ze. Zo ziet u of de kinderen een register en een inhoudsopgave goed kunnen gebruiken. Skigebieden in Europa Hein Reismakker Illustraties: Joost Inktpot Uitgeverij De Boekmaker Bron 3 (opgave 3 en 4) Register Alpen 28 Beijerse Alpen 12 Duitsland 4 Eiffel 4 Frankrijk 23 Harz 8 Jura 26 Karintië 21 Oostenrijk 14 Salzkammergut 19 Sauerland 6 Tirol 15 Vogezen 24 Vorarlberg 17 Zwarte woud 10 Bron 2 (opgave 2 en 4) Inhoudsopgave 1. Duitsland Eiffel 4 Sauerland 6 Zwarte Woud 10 Beijerse Alpen Oostenrijk Tirol 15 Vorarlberg 17 Salzkammergut 19 Karintië Frankrijk Vogezen 24 Jura 26 Alpen 28 Register

19 TIP Probeer er tijdens het nakijken altijd achter te komen of de kinderen de stof ook werkelijk begrijpen. Kijk ook altijd hoe ze gewerkt hebben en hoe ze verbeteren. En als de kinderen vaak zelf nakijken, controleer dan regelmatig de werkboeken. Hier ziet u de bijbehorende pagina met opgaven uit het antwoordenboek (werkboek met de antwoorden ingevuld) Informatiebronnen Ingangen Wintersport gebruik hierbij bronnenboek blz. 28 Opgave 1 Bekijk bron 1. Hoe noemen we deze bladzijde van een boek? Het titelblad. Wie is de schrijver van dit boek? Hein Reismakker. Wat is de titel van dit boek? Skigebieden in Europa. Wat is de naam van de uitgever? De Boekmaker. Wie heeft de tekeningen gemaakt voor dit boek? Joost Inktpot. Opgave 2 Bekijk bron 2. Hoe noemen we deze bladzijde in een boek? De inhoudsopgave. Waar vind je deze bladzijde in het boek? Voorin het boek. Sacha wil iets lezen over skigebieden in Tirol. In welk hoofdstuk zou dat staan? Hoofdstuk 2. Daarna zoekt hij iets over de Jura. Op welke bladzijde staat dat? Blz. 26. Opgave 3 Bekijk bron 3. Hoe noemen we dit? Het register. Waar vind je dit in een boek? Achterin. Sacha zoekt informatie over Oostenrijk. Op welke bladzijde kan hij er meer over lezen? Blz. 14. En hij zoekt informatie over de Alpen. Waar kijkt hij dan? Blz. 28. Opgave 4 Bekijk bron 2 en 3. Over Frankrijk staat in dit boek informatie in hoofdstuk 3. Welke informatie staat er op bladzijde 24? Informatie over de Vogezen. Sacha zoekt iets over Karintië, maar hij kan in de inhoudsopgave niet zo gauw iets vinden. Waar zou hij dan kunnen zoeken? Op welk bladzijde staat dat? In het register, op blz. 21. Sacha zoekt informatie over de Harz. Hij zoekt in de inhoudsopgave, maar daar vindt hij het niet. Naar welke bladzijde moet hij gaan? Blz. 31. Wat vindt hij op die bladzijde? Het register. Daarin vindt hij wel waar informatie over de Harz staat, namelijk op: blz. 8. ZELFSTANDIG Opgaven maken en nakijken Antwoordenboek De kinderen maken de opgaven in het werkboek. Ze kijken de antwoorden zelfstandig na met het antwoordenboek. 51

20 12 Bronnenboek Werkboek Antwoordenboek WAT HERHALEN DE KINDEREN IN DEZE LES? In deze les komt aan de orde: alfabetiseren, het gebruik van een alfabetisch geordende bron: woordenboek, bepalen van hoofdonderwerp en centrale vraag, kaartlezen met gebruik van schaal en vakkenindeling, tabel lezen en interpreteren. Dit is een herhalingsles uit de handleiding van deel 6. Na elke instructieles volgt zo n herhalingsles. Ook bij deze les kiest u weer uit: gezamenlijk of zelfstandig. GEZAMENLIJK Introductie, opgaven doornemen en maken U verkent met de kinderen de bronnen 2, 3 en 4 op blz. 29 van het bronnenboek. Lees bron 2 samen. Ga na of de kinderen alle woorden kennen (structuur bijvoorbeeld). U licht zo nodig toe. Stel bij bron 3 enkele vragen om na te gaan of ze de kaart goed interpreteren, bijvoorbeeld: In welke vakken ligt Portugal? Hoeveel kilometer is het van Amsterdam naar Portugal? De kinderen maken de opgaven, individueel of in tweetallen. Nabespreking Antwoordenboek Kijk de antwoorden samen na en bespreek ze. 12 Informatiebronnen Herhaling Wintersport gebruik hierbij werkboek blz Bron 1 (opgave 1) Bron 3 (opgave 4) A B C D E F G H I J K L M N O P Q Bron 2 (opgave 2) Lawines ontstaan doordat de verschillende sneeuwlagen op een helling niet goed aan elkaar vastkleven. De meeste lawines ontstaan op steile hellingen. Een pak sneeuw bestaat uit meerdere lagen. Elke laag heeft zijn eigen structuur en eigenschappen. Het kan dan ook gebeuren dat een onderliggende laag sneller inzakt dan een daarboven liggende laag. Op die manier ontstaat er een holle ruimte in het sneeuwdek. Door die holle ruimte kan het bovenliggende pak sneeuw breken en vervolgens gaan glijden. Bron 4 (opgave 5) vader kleding Sacha sokken onderbroeken hemden T-shirts broeken 29 52

21 MATERIAAL blz. 29 blz. 17 Antwoordenboek blz. 17 De kinderen maken de opgaven uit het werkboek. Bij elke opgave staat weer vermeld of ze een bron moeten lezen voor het maken van deze opgave. 12 Informatiebronnen Herhaling Wintersport gebruik hierbij bronnenboek blz. 29 Opgave 1 Bekijk bron 1. In Oostenrijk leven veel gemzen. Je wilt weten wat het woord gems betekent. In welk deel van deze woordenboeken kun je dat vinden? Deel 1. Je zoekt de betekenis van het woord lawine. In welk deel kijk je nu? Deel 2. Opgave 2 Lees bron 2. Wat is het hoofdonderwerp? Lawines. Welke centrale vraag past hierbij? Hoe ontstaan lawines? Opgave 3 Sacha leest in een boek nog meer over wintersport. Hij komt de volgende woorden tegen: skilift - cabinelift - skipiste - helling - stoeltjeslift - gebergte - sleeplift - sleeën. Zet deze wintersportwoorden in de juiste alfabetische volgorde. cabinelift - gebergte - helling - skilift - skipiste - sleeën - sleeplift - stoeltjeslift Opgave 4 Bekijk bron 3. Welke schaal heeft deze kaart? 1 cm = 250 km. Zoek Amsterdam op de kaart. Hoever is het hemelsbreed van Amsterdam naar Wenen? (Leg je liniaal langs de twee plaatsen.) ± 1000 km. In welk vak ligt Brussel? Vak H4. Hoeveel kilometer is het ongeveer van Parijs naar Berlijn? ± 870 km. Opgave 5 Bekijk bron 4. Vader en Sacha pakken hun koffer voor de skivakantie. Van welk kledingstuk nemen ze evenveel mee? Sokken. Hoeveel kledingstukken neemt vader in totaal mee? 30 Van welke kledingstukken neemt Sacha er één meer mee dan vader? Broeken, shirts, onderbroeken. ZELFSTANDIG Opgaven maken en nakijken Antwoordenboek U vertelt de kinderen dat in deze les bekende vaardigheden herhaald worden. Zij lezen en bekijken de bronnen en maken de opgaven, individueel of in tweetallen. Ze kijken zelf hun antwoorden na met het antwoordenboek. Hoeveel T-shirts nemen vader en Sacha mee?

Leerlijn Blits groep 5

Leerlijn Blits groep 5 Leerlijn Blits groep 5 Thema les Studievaardigheid Leerdoel (1 ste kennismaking) Leerdoel () Introductie 0 - krijgen inzicht in de lesstof van Blits studievaardigheden maken kennis met de materialen en

Nadere informatie

Alles over. Blits. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Blits. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken - 2 - Weer huiswerk? Nee, deze keer geen huiswerk, maar een boekje óver huiswerk! Wij (de meesters en juffrouws) horen jullie wel eens mopperen als je huiswerk opkrijgt.

Nadere informatie

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk Antoniusschool Groep 5/6 Let op: deze heb je het hele schooljaar nodig! Hoe maak je een spreekbeurt? Mijn voorbereiding: 1. Je kiest

Nadere informatie

Help, ik moet een werkstuk maken!

Help, ik moet een werkstuk maken! Help, ik moet een werkstuk maken! Je gaat de komende tijd bezig met het maken van een werkstuk. Maar hoe zit een werkstuk nou eigenlijk in elkaar? Hoe moet je beginnen? En hoe kies je nou een onderwerp?

Nadere informatie

Melkweg. Wat leert je kind? Lezen van Alfa A naar Alfa B. Taal en ouders: de basisschool

Melkweg. Wat leert je kind? Lezen van Alfa A naar Alfa B. Taal en ouders: de basisschool Melkweg Lezen van Alfa A naar Alfa B Wat leert je kind? Taal en ouders: de basisschool Colofon Melkweg Lezen van Alfa A naar Alfa B: Wat leert je kind?, 2013 Auteurs: Merel Borgesius Kaatje Dalderop Willemijn

Nadere informatie

Jouw werkstuk lever je uiterlijk in op donderdag 20 maart 2014!!

Jouw werkstuk lever je uiterlijk in op donderdag 20 maart 2014!! Hoe maak ik in groep 8 een werkstuk? Jij gaat de komende weken thuis een werkstuk maken. Een werkstuk is een lange weettekst. Het wordt geschreven om iemand iets te leren of te laten weten. Net als in

Nadere informatie

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 Inhoud 1 > Uitgangspunten 9 2 > Kerndoelen 11 3 > Materialen 12 4 > Aan de slag 15 5 > Introductie van de manier van werken 22 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 7 > Waarom samenwerkend

Nadere informatie

Muiswerk Studievaardigheid richt zich op de belangrijkste deelvaardigheden die nodig zijn voor studievaardigheid.

Muiswerk Studievaardigheid richt zich op de belangrijkste deelvaardigheden die nodig zijn voor studievaardigheid. Studievaardigheid Muiswerk Studievaardigheid richt zich op de belangrijkste deelvaardigheden die nodig zijn voor studievaardigheid. Doelgroep Studievaardigheid Muiswerk Studievaardigheid is bedoeld voor

Nadere informatie

Hoe maak ik een werkstuk?

Hoe maak ik een werkstuk? Hoe maak ik een werkstuk? Je gaat, misschien wel voor de eerste keer, een eigen werkstuk maken. Dat is leuk, maar ook best moeilijk. Je moet er namelijk een heleboel voor doen. Heb je al eens een eigen

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

Naam: Groep: Willem Teellinckschool 15 juni 2016

Naam: Groep: Willem Teellinckschool 15 juni 2016 AMSTERDAM Naam: Groep: Willem Teellinckschool 15 juni 2016 1 Hoe maak ik in groep 8 een werkstuk? Jij gaat de komende weken op school en thuis een werkstuk maken. Een werkstuk is een lange weettekst. Het

Nadere informatie

Werkblad Meander Thema 1: Onderweg

Werkblad Meander Thema 1: Onderweg Werkblad Meander Thema 1: Onderweg 1.1 Vakantiebestemmingen Schrijf 1, 2, 3, 4, 5, en 6 1. De reis start in Nederland 2. België is klein, dat gaat snel 3. Frankrijk is groot, pffff.wat duurt het lang!!

Nadere informatie

Werkstukken maken op PCBO-Het Mozaiek Groep 6

Werkstukken maken op PCBO-Het Mozaiek Groep 6 We gaan een werkstuk maken en je mag het helemaal zelf doen. Het is helemaal jouw eigen werkstuk. Maar om je even goed op weg te helpen hebben we hieronder alle stapjes even op een rij gezet. Wat moet

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen Spreekopdrachten thema 3 Kinderen Opdracht 1 bij 3.2 Jullie zijn bij het consultatiebureau. Cursist A: je bent arts bij het consultatiebureau. Cursist B: je bent met je baby van twee maanden bij het consultatiebureau.

Nadere informatie

RV 07 R.K. Basisschool de Vlinder groep 8 Stockholm 3 / 8 3124 SG Schiedam Tel.: 010-4717036 / 010-2470164

RV 07 R.K. Basisschool de Vlinder groep 8 Stockholm 3 / 8 3124 SG Schiedam Tel.: 010-4717036 / 010-2470164 R.K. Basisschool De Vlinder RV 07 R.K. Basisschool de Vlinder groep 8 Stockholm 3 / 8 3124 SG Schiedam Tel.: 010-4717036 / 010-2470164 GOEDE STUDIEGEWOONTEN Bij goed studeren (leren) of huiswerk maken

Nadere informatie

Spijbelaars de Windroos

Spijbelaars de Windroos Grafieken maken Aantal Grafieken maken Als je op de administratie van een bedrijf werkt, krijg je veel met cijfers en getallen te maken. Om snel en duidelijk overzicht van deze gegevens te krijgen, wordt

Nadere informatie

Volg de aanwijzingen en ontdek met de cijfercode wat de naam van de boom is. Onze boom heet :...

Volg de aanwijzingen en ontdek met de cijfercode wat de naam van de boom is. Onze boom heet :... Rode opdracht: bomen Pak de boomzoeker 1, 2 en 3 uit de werkmap Volg de aanwijzingen en ontdek met de cijfercode wat de naam van de boom is. Onze boom heet :... Kijk goed naar deze boom om te zien of het

Nadere informatie

Lesdoelen De kinderen herkennen voorzetsels in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal. Lesduur 25 minuten

Lesdoelen De kinderen herkennen voorzetsels in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal. Lesduur 25 minuten groep 6 vakantie instaples 1 taal Lesdoelen De kinderen herkennen voorzetsels in een zin. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal Lesduur 25 minuten Aanwijzingen bij de les Algemene

Nadere informatie

HUISWERKGIDS SCHOOLJAAR 2011-2012

HUISWERKGIDS SCHOOLJAAR 2011-2012 HUISWERKGIDS SCHOOLJAAR 2011-2012 1 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk bladzijde 1. Inleiding De huiswerkgids 3 2. Hoe maak en leer je huiswerk? 4 3. Het leren van woorden (spelling/engels) 5 4. Het leren van topografie

Nadere informatie

Gebruiken en begrijpen van de formele breuknotatie.

Gebruiken en begrijpen van de formele breuknotatie. Titel Vruchtentaart Groep / niveau Groep 5/6 Leerstofaspecten Benodigdheden Organisatie Bedoeling Voorwaardelijke vaardigheden Lesactiviteit Gebruiken en begrijpen van de formele breuknotatie. Leerkracht:

Nadere informatie

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * website * voorlezen

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * website * voorlezen Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * website * voorlezen Antoniusschool Groep 7/8 Let op: deze heb je het hele schooljaar nodig! Hoe maak je een spreekbeurt? Mijn voorbereiding:

Nadere informatie

Hier vertel je wat je hebt gedaan om informatie te vinden. Wat en waar gezocht? Wie geïnterviewd, enz.

Hier vertel je wat je hebt gedaan om informatie te vinden. Wat en waar gezocht? Wie geïnterviewd, enz. Onderzoeksverslag Omslag en titelpagina Op het omslag staan in elk geval de titel van het onderzoek en de namen van de schrijvers. Op de titelpagina opnieuw de titel en de namen van de schrijvers. Nu uitgebreid

Nadere informatie

Uitleg boekverslag en boekbespreking

Uitleg boekverslag en boekbespreking Uitleg boekverslag en boekbespreking groep 7 schooljaar 2014-2015 Inhoudsopgave: Blz. 3 Blz. 3 Blz. 3 Blz. 4 Blz. 6 Blz. 7 Blz. 7 Stap 1: Het lezen van je boek Stap 2: Titelpagina Stap 3: Inhoudsopgave

Nadere informatie

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk?

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk? Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk? Je gaat de komende weken thuis een werkstuk maken. Een werkstuk is een lange weettekst. Het wordt geschreven om iemand iets te leren of te laten weten. Net als in een

Nadere informatie

Van meizoentje tot liefkruid

Van meizoentje tot liefkruid Van meizoentje tot liefkruid Madeliefje Het madeliefje groeit in made landen (made = gras). Het madeliefje hoort bij de familie der composieten of samengesteld bloemige. Wat bij de eerste oogopslag één

Nadere informatie

Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk

Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk Lesbrief: Beroepenmagazine Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk Copyright Stichting Vakcollege Groep 2015. Alle rechten voorbehouden. Inleiding In de lesbrieven van het thema Aan het werk hebben jullie

Nadere informatie

ONDERZOEKERS:...(vul je naam in)

ONDERZOEKERS:...(vul je naam in) Rode opdracht: bomen Pak de Boomzoeker 1,2 en 3 uit de werkmap Volg de aanwijzingen en ontdek met de cijfercode wat de naam van de boom is. Onze boom heet :... Staat deze boom in bloei? 0 - Ja 0 - Nee

Nadere informatie

Thema: Wat gebeurt er in 2014? Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Wat gebeurt er in 2014? Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen Handleiding en opgaven niveau AA Thema: Wat gebeurt er in 2014? Een uitgebreide uitgeschreven aanpak vindt u in de Instapmodules: www.nieuwsbegrip.nl Download & prints Instapmodules Nieuwsrekenen. Benodigd

Nadere informatie

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk?

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk? Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk? Jij gaat de komende weken thuis een werkstuk maken. Een werkstuk is een lange weettekst. Het wordt geschreven om iemand iets te leren of te laten weten. Net als in

Nadere informatie

Tijdsplanning werkstuk groep 5

Tijdsplanning werkstuk groep 5 Naam: Groep 5 Tijdsplanning werkstuk groep 5 Wat wanneer Aan de juf het onderwerp van maandag 21 januari 2013 mijn werkstuk doorgeven inleveren opdracht 1 maandag 28 januari 2013 inleveren opdracht 2 donderdag

Nadere informatie

Hoe maak je een werkstuk?

Hoe maak je een werkstuk? Hoe maak je een werkstuk? Je gaat een werkstuk maken. Maar hoe zit een werkstuk nou eigenlijk in elkaar? Hoe moet je beginnen? En hoe kies je nou een onderwerp? Op deze vragen en nog vele anderen krijg

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Opdracht 1 bij 1.2 * Doe de opdracht met de groep. Uitleg voor de docent: De cursisten lopen door elkaar door het lokaal. Laat de cursisten elkaar in tweetallen begroeten,

Nadere informatie

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK 6 Meander Aardrijkskunde WERKBOEK 6 Meander Aardrijkskunde WERKBOEK THEMA 4 Eindredactie: Carla Wiechers Leerlijnen: Mark van Heck Auteurs: Marc ter Horst, Meie Kiel, Dianne Manders, Jacques van der Pijl

Nadere informatie

BOER IN DE BUURT DIT IS HET WERKBOEK VAN:...

BOER IN DE BUURT DIT IS HET WERKBOEK VAN:... BOER IN DE BUURT DIT IS HET WERKBOEK VAN:..................... INLEIDING Dit werkboek hoort bij de website Boer in de buurt (www.boerindebuurt.nl). Op deze website vind je filmpjes, illustraties en opdrachten

Nadere informatie

Auditieve oefeningen thema het bos

Auditieve oefeningen thema het bos Auditieve oefeningen thema het bos Boek van de week: 1; In het bos 2; 3; 4; Verhaalbegrip: Bij elk boek stel ik de volgende vragen: Wat staat er op de voorkant Hoe zou het boek heten Waarom denk je dat?

Nadere informatie

Hoe maak ik een werkstuk?

Hoe maak ik een werkstuk? Hoe maak ik een werkstuk? Stap 1: Onderwerp en vraag Voordat je kunt beginnen met het maken van een werkstuk, moet je natuurlijk een onderwerp kiezen. Als je een onderwerp hebt gekozen ga je bedenken wat

Nadere informatie

Werkstuk. En natuurlijk ook spreekbeurt. Gemaakt door: Dimanida Kemkievelden Groep 7abcd

Werkstuk. En natuurlijk ook spreekbeurt. Gemaakt door: Dimanida Kemkievelden Groep 7abcd Werkstuk En natuurlijk ook spreekbeurt Gemaakt door: Dimanida Kemkievelden Groep 7abcd (Op het voorblad komt de titel van je werkstuk, een foto of een plaatje van je onderwerp, je naam en je klas.) Inhoudsopgave

Nadere informatie

Taalklas.nl Plus Cursistenmateriaal

Taalklas.nl Plus Cursistenmateriaal Opdracht 1 Nieuwe woorden Lees het woord Bedek het woord Schrijf het woord in de zin Klopt het? de computer Bart speelt vaak spelletjes op de In de leer ik hoe internet en e-mail werken de computerles

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

Wielewoelewool, ik ga naar school! Toelichting

Wielewoelewool, ik ga naar school! Toelichting Zwijsen Wielewoelewool, ik ga naar school! Toelichting Inhoud Inleiding 3 Materialen 3 Voor het eerst naar school 4 Doelstelling 4 Opbouw prentenboek en plakboek 4 Werkwijze 5 Ouders 5 2 Inleiding Voor

Nadere informatie

Volgorde in goede de (In de goede volgorde)

Volgorde in goede de (In de goede volgorde) Volgorde in goede de (In de goede volgorde) Wat ga je leren? Je leert dat de delen van een verhaal een eigen plek hebben. Hoe lang ben je bezig? Ongeveer 1 uur Wat heb je nodig? pen/potlood lijntjespapier

Nadere informatie

4 In de tekst staat: Dit is een recept voor een toetje. Weet jij wat een recept is? Kruis de goede zin aan.

4 In de tekst staat: Dit is een recept voor een toetje. Weet jij wat een recept is? Kruis de goede zin aan. Blok 2 LB 16-17 LES 1 MAAK EEN TOETJE Lees de tekst in het leesboek nog niet. 1 Kijk naar de plaatjes. Nu weet je al heel veel. 1 Hier staat hoe je een toetje maakt. Hier staat hoe je een pop maakt. 2

Nadere informatie

Inhoud van deze lesbrief

Inhoud van deze lesbrief Lesbrief bij Krokodillen in het gras van Ingrid Bilardie de Boer Voor groep 7 en 8 Inhoud van deze lesbrief - Thema s in het boek - Lesopzet - Doel van de les - Uitwerking - Bijlage: opdrachtenblad Thema

Nadere informatie

Hoe maak je een werkstuk?

Hoe maak je een werkstuk? Hoe maak je een werkstuk? Je gaat een werkstuk maken. Maar hoe zit een werkstuk nou eigenlijk in elkaar? Hoe moet je beginnen? En hoe kies je nou een onderwerp? Op deze vragen en nog vele anderen krijg

Nadere informatie

Beoordeling power-point groep 5

Beoordeling power-point groep 5 Beoordeling power-point groep 5 Leerkracht: Leerling: Onderdeel 2 4 6 8 10 Opmerkingen Titeldia: Duidelijke titel met onderwerp/naam/groep Inhoudsopgave: Puntsgewijs wat ga je behandelen. Plaatjes: Functioneel

Nadere informatie

Studievaardigheid op maat

Studievaardigheid op maat Studievaardigheid op maat Muiswerk Studievaardigheid op maat richt zich op de belangrijkste deelvaardigheden die nodig zijn voor het studeren. Doelgroepen Studievaardigheid op maat Muiswerk Studievaardigheid

Nadere informatie

Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke

Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke Spinners Een nieuwe rage: spinners! Heb jij ze al gespot in jouw klas? Vervelend, al dat speelgoed op school, of handig! spinners in de klas, daar kun je leuke, leerzame activiteiten mee doen! Wij bedachten

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen Spreekopdrachten thema 3 Kinderen Opdracht 1 bij 3.2 Jullie zijn bij het consultatiebureau. Cursist A: je bent arts bij het consultatiebureau. Cursist B: je bent met je baby van twee maanden bij het consultatiebureau.

Nadere informatie

Leergebied: West Nederland. Besturing

Leergebied: West Nederland. Besturing Techniekkit: Domein: Competentie: Leergebied: West Nederland Besturing Ontwerpen Aardrijkskunde Toepassen Reflectie In het westen van Nederland ligt de randstad. In de randstad zijn veel steden en er wonen

Nadere informatie

Beverbadges Steven Stroom

Beverbadges Steven Stroom Beverbadges Steven Stroom Het favoriete activiteitengebied van Steven Stroom is Uitdagende Scoutingtechnieken. Steven is misschien soms wel wat bang in het donker, maar hij verdwaalt nooit! Hij weet namelijk

Nadere informatie

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken Skiën Inhoud De geschiedenis van het skiën Inleiding Benodigdheden Sturen en vallen + aan en uit doen van de ski s Skiles Skiliften Verschillende sneeuwsporten Wedstrijd skiën Dingen die handig zijn om

Nadere informatie

HALLO WERELD WERKSTUK

HALLO WERELD WERKSTUK HALLO WERELD WERKSTUK Opdracht Maak een werkstuk over China, het onderwerp van het boek De Parel en De Draak. Beschrijf verschillende aspecten van het land en maak je werkstuk zo afwisselend mogelijk.

Nadere informatie

Werkbladen Wereldoriëntatie

Werkbladen Wereldoriëntatie Werkbladen Wereldoriëntatie 12 opdrachten 1. Je eigen project 2. Je eigen les 3. Bloemen 4. Een project met meer vakken 5. Een veilige route 6. Een les verbeteren 7. Op kamp 8. Grafieken lezen 9. Grafieken

Nadere informatie

Tafels bloemlezing. Inhoud 1

Tafels bloemlezing.   Inhoud 1 Tafels bloemlezing Leer- en oefenboek 49 bladzijden. Hier zie je de hele pdf, waarin veel geschrapt is, maar waarin je een prima indruk krijgt hoe deze methode is opgebouwd. Dit is een methode die niet

Nadere informatie

Het onderzoek van de burgemeester 5/6

Het onderzoek van de burgemeester 5/6 Het onderzoek van de burgemeester De burgemeester hoorde dat kinderen ongerust zijn. Nee, ze zijn niet bang voor onweer of harde geluiden. Ze maken zich zorgen over de natuur. Dieren krijgen steeds minder

Nadere informatie

LESBRIEF LES 1 DE VOEDSELKETENLES SAMENVATTING LES 1 VOORBEREIDING BENODIGDHEDEN DUUR LESDOELEN LINK ZAAKVAKKENINHOUD. Wat is voedselverspilling?

LESBRIEF LES 1 DE VOEDSELKETENLES SAMENVATTING LES 1 VOORBEREIDING BENODIGDHEDEN DUUR LESDOELEN LINK ZAAKVAKKENINHOUD. Wat is voedselverspilling? SAMENVATTING In deze les wordt het begrip voedselverspilling geïntroduceerd. De leerlingen maken kennis met een voedselketen en ontdekken welke partijen daarbij betrokken zijn (de schakels in de voedselketen:

Nadere informatie

Opzet onderwijsexperiment

Opzet onderwijsexperiment Opzet onderwijsexperiment Huub de Beer Eindhoven, 27 maart 2011 Inhoudsopgave 1 Introductie 1 2 Smal longdrink glas 3 2.1 Maak een maatbeker....................... 3 2.2 Lees de grafiek..........................

Nadere informatie

Naam:...

Naam:... Naam:... Wil je meer over paddestoelen weten? Vul de woorden in op de goede plaats. Kies uit: hoed herfst eetbaar steel giftig grotten In de... vind je in het bos veel paddestoelen. Ze groeien op dode

Nadere informatie

De ontwikkelde materialen per unit.

De ontwikkelde materialen per unit. Handleiding. Dit is de handleiding voor het remediërende programma voor de leeszwakke leerling bij het vak Engels. De hulpmiddelen zijn ontwikkeld voor leerlingen die bij de toetsen technisch lezen uitvallen

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 7. Eindverslag 86. Extra opdrachten 90. Tips voor op school 94

Inhoud. Inleiding 7. Eindverslag 86. Extra opdrachten 90. Tips voor op school 94 Inhoud Inleiding 7 deel 1 lees- en kijkbio Hoofdstuk 1 Verhalen vertellen 10 Hoofdstuk 2 Zelf verhalen vertellen 12 Hoofdstuk 3 Voorlezen 16 Hoofdstuk 4 Verhalen lezen 18 Hoofdstuk 5 Verhalen in boeken

Nadere informatie

Wie ben jij? HANDLEIDING

Wie ben jij? HANDLEIDING HANDLEIDING Wie ben jij? Korte omschrijving lesactiviteit Iedereen legt vijf vingers op tafel. Om de beurt vertel je iets over jezelf, waarvan je denkt dat het uniek is. Als het inderdaad uniek is, dan

Nadere informatie

Op het strand. Ben jij ook wel eens aan zee geweest? En heb je toen ook schelpen gezocht? Waar was jij in de vakantie? Ik was. mesheft.

Op het strand. Ben jij ook wel eens aan zee geweest? En heb je toen ook schelpen gezocht? Waar was jij in de vakantie? Ik was. mesheft. Op het strand Els en Tim zijn terug. Ze zijn op vakantie geweest. Helemaal naar Frankrijk. Ze hebben daar gespeeld met nieuwe vriendjes. Ook hebben ze gezwommen in zee. Op het strand lagen mooie schelpen.

Nadere informatie

Thema: Verdwenen vliegtuig Maleisië. Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Verdwenen vliegtuig Maleisië. Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen Handleiding en opgaven niveau AA Thema: Verdwenen vliegtuig Maleisië Een uitgebreide uitgeschreven aanpak vindt u in de Instapmodules: www.nieuwsbegrip.nl Download & prints Instapmodules Nieuwsrekenen.

Nadere informatie

Leerstofoverzicht Lezen in beeld

Leerstofoverzicht Lezen in beeld Vaardigheden die bij één passen, worden in Lezen in beeld steeds bij elkaar, in één blok aangeboden. Voor Lezen in beeld a geldt het linker. Voor Lezen in beeld b t/m e geldt het rechter. In jaargroep

Nadere informatie

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design Woord voor Woord is een programma mondelinge vaardigheden NT2 voor analfabete beginners. Het omvat 12 lessen. De ontwikkeling van het programma en de daarbij behorende video s is mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

Boekje voor: spreekbeurt, boekenkring en werkstuk

Boekje voor: spreekbeurt, boekenkring en werkstuk Boekje voor: spreekbeurt, boekenkring en werkstuk Dit boekje is van: Datum spreekbeurt Datum boekenkring Inleverdatum werkstukken (groep 6 t/m 8) Werkstuk 1: woensdag 22 november Werkstuk 2: woensdag 18

Nadere informatie

Zorg dat je een onderwerp kiest, waarvan je echt meer wilt weten. Dat is interessanter, leuker en makkelijker om mee bezig te zijn.

Zorg dat je een onderwerp kiest, waarvan je echt meer wilt weten. Dat is interessanter, leuker en makkelijker om mee bezig te zijn. Werkstukwijzer Deze werkstukwijzer helpt je om een werkstuk in elkaar te zetten. Je vult eerst een formulier in. Op dit formulier komt te staan waar je werkstuk over gaat en hoe je het aanpakt. Met behulp

Nadere informatie

Speklappen en rookworsten

Speklappen en rookworsten Opdracht 1 Deze opdracht doe je in een groepje van vier. Nodig: A3-papier, zwarte stift. Om vlees te kunnen eten, worden er dieren geslacht. In jouw gemeente waren er vanaf 1850 veel slachterijen en vleesfabrieken

Nadere informatie

Lesbrief Beestjes tekenen naar verhaal

Lesbrief Beestjes tekenen naar verhaal Lesbrief Beestjes tekenen naar verhaal Doelgroep: Groep 5 t/m 8 Lesduur: ± 45 minuten Leerstofgebied: Wereldoriëntatie, Kunstzinnige oriëntatie Werkvorm: Zelfstandig Doel van de opdracht: Het leren hoe

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein brengt zijn dochter Ama naar school. Hij praat met een moeder van een ander kind op het schoolplein. De moeder heet. Waar werkt? Wat leert u in

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 3 Vervoer

Spreekopdrachten thema 3 Vervoer Spreekopdrachten thema 3 Vervoer Opdracht 1 bij 3.1 Jullie zijn op straat. Cursist A: je wilt met de taxi reizen. Cursist B: je bent taxichauffeur. Klaar? Dan begint cursist B het gesprek. Cursist A 1.

Nadere informatie

ACTIVITEITEN GROEP 3 en 4

ACTIVITEITEN GROEP 3 en 4 ACTIVITEITEN GROEP 3 en 4 Wat zegt die grafiek? De indeling van de ochtend is als volgt: Schoolbrede start (15 minuten) Zie hoofdstuk Schoolbrede start. Deel 1 Tellen in een plaatje (20 minuten) De kinderen

Nadere informatie

Techniekkit: Oost Nederland. Domein: Overbrengingen. Competentie: Ontwerpen Toepassen Reflectie. Leergebied: Aardrijkskunde

Techniekkit: Oost Nederland. Domein: Overbrengingen. Competentie: Ontwerpen Toepassen Reflectie. Leergebied: Aardrijkskunde Techniekkit: Oost Nederland Domein: Overbrengingen Competentie: Ontwerpen Toepassen Reflectie Leergebied: Aardrijkskunde 1. Mensen zijn vaak onderweg. Naar school, het werk, de sportclub, opa en oma of

Nadere informatie

Stappenplan: maken van een beloningskaart Je kind stimuleren door aanmoediging

Stappenplan: maken van een beloningskaart Je kind stimuleren door aanmoediging [email protected] www.piresearch.nl Stappenplan: maken van een beloningskaart Je kind stimuleren door aanmoediging Een beloningskaart helpt ouders gericht aandacht te besteden aan gewenst gedrag van hun

Nadere informatie

5.1 De kaart van Nederland

5.1 De kaart van Nederland LB 0-5. De kaart van Nederland Wat betekent dit bord, denk je? Welke zin hoort bij welk woord? Trek lijnen. Een schaalstok...... geeft de vier windrichtingen op de kaart aan. Een legenda...... geeft aan

Nadere informatie

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Zwijsen jaargroep 7 naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Waar staat deze paddenstoel ongeveer? Teken op de kaart. Welke afstand of welke route fietsen de kinderen? naam route afstand Janna

Nadere informatie

Melkweg. Een dagje ouder. Lezen van Alfa A naar Alfa B. Ouder worden

Melkweg. Een dagje ouder. Lezen van Alfa A naar Alfa B. Ouder worden Melkweg Lezen van Alfa A naar Alfa B Een dagje ouder Ouder worden Colofon Melkweg Lezen van Alfa A naar Alfa B: Een dagje ouder, 2013 Auteurs: Merel Borgesius Kaatje Dalderop Willemijn Stockmann Dit katern

Nadere informatie

Materiaal Groen. Deel 3: Groen groeit

Materiaal Groen. Deel 3: Groen groeit Materiaal Groen Deel 3: Groen groeit Colofon Deel 3: Groen groeit Onderdeel van het materiaal Groen, met de thema s: Seizoenen (dl. 1), Groen in de stad (dl. 2), Groen groeit (dl. 3), Thuis tuinieren (dl.

Nadere informatie

Je gaat in het kort vertellen over jouw verslag. Waar gaat jouw verslag over, hoe heb je het opgebouwd en hoe ben je te werk gegaan.

Je gaat in het kort vertellen over jouw verslag. Waar gaat jouw verslag over, hoe heb je het opgebouwd en hoe ben je te werk gegaan. Meesterstuk leerjaar 6 Versie A (2017-2018) Wat is het onderwerp van het meesterstuk en wanneer moet het klaar zijn? Je gaat een verslag maken waarin je ons meeneemt in jouw wereld. Het Meesterstuk moet

Nadere informatie

Lesopbouw: instructie. 2 Instructie. 1 Start. Blok 4 Week 2 Les 1

Lesopbouw: instructie. 2 Instructie. 1 Start. Blok 4 Week 2 Les 1 Blok Week 2 Les 1 0 70 30 0 35 5 20 10 1 36 2 11 12 1 0 739 00 96 325 10 71 02 9 327 330 69 56 1 210 332 700 566 20 212 59 29 3 599 76 551 300 5 1 770 99 0 00 109 3 991 10 02 111 350 70 270 96 596 150

Nadere informatie

Opdrachten thema. Veluwe

Opdrachten thema. Veluwe en thema Schema groepjes en opdrachten bij vorm 2: elke opdracht vaste begeleider Groepje 1: spechten Groepje 2: muizen Groepje 3: vossen Groepje 4: eekhoorns Groepje 5: egels Kleine beestjes + voedselketens

Nadere informatie

NAAM: Instructies in de klas Voer de opdrachten uit. 1. Zet een kruisje op de olifant. 2. Kleur het haar van de juf bruin.

NAAM: Instructies in de klas Voer de opdrachten uit. 1. Zet een kruisje op de olifant. 2. Kleur het haar van de juf bruin. Werkbundel Instructies in de klas 1. Zet een kruisje op de olifant. 2. Kleur het haar van de juf bruin. 3. Kleur de boeken op de onderste plank rood. 4. Zet een kring rond het meisje. 5. Doorstreep het

Nadere informatie

Verklaren hoe planten groeien

Verklaren hoe planten groeien Verklaren hoe planten groeien De Nieuwsbegrip schrijflessen werken met één handleiding voor A en B. Aanwijzingen voor verschillen tussen A en B en voor werken met zwakke en sterke leerlingen vindt u in

Nadere informatie

Bij elke opdracht moet je de informatie uit de opdracht in een staafgrafiek zetten. Achterin dit werkblad kun je de staafgrafieken tekenen.

Bij elke opdracht moet je de informatie uit de opdracht in een staafgrafiek zetten. Achterin dit werkblad kun je de staafgrafieken tekenen. Tabellen en Grafieken 002 Eiland : Doel : Staafgrafieken tekenen Tekenen van een staafgrafiek op basis van een situatie. Liniaal Potlood Bij elke opdracht moet je de informatie uit de opdracht in een staafgrafiek

Nadere informatie

Introductieles. Vogels in de klas. groep 5/6. Handleiding leerkracht. Inhoud in het kort. Kerndoelen. Lesdoelen

Introductieles. Vogels in de klas. groep 5/6. Handleiding leerkracht. Inhoud in het kort. Kerndoelen. Lesdoelen Handleiding leerkracht Vogels in de klas Introductieles Inhoud in het kort Voor de groepen 5-6 bieden we, naast verbale activiteiten, een werkblad aan waarmee de leerlingen aan de slag gaan. In deze les

Nadere informatie

Testboekje voor groep 4

Testboekje voor groep 4 Testboekje voor groep 4 Niet Schoolse Cognitieve Capaciteiten Test GION Gronings Instituut voor Onderzoek van onderwijs, Opvoeding en ontwikkeling Rijksuniversiteit Groningen Vul eerst op het antwoordformulier

Nadere informatie

Thema 3 Vervoer. Inhoudsopgave

Thema 3 Vervoer. Inhoudsopgave Thema 3 Vervoer Inhoudsopgave 3.1 Met de taxi 155 3.2 Regels in het verkeer 156 3.3 De tijd 157 3.4 Reizen met de trein 160 3.5 Wie, wat, waar? 161 3.6 Komen en gaan 163 3.7 Reizen met de auto 165 3.8

Nadere informatie

Begrijpend lezen Strategie 6 & 7. Extra oefenen Niveau B

Begrijpend lezen Strategie 6 & 7. Extra oefenen Niveau B Begrijpend lezen Strategie 6 & 7 Extra oefenen Niveau B Remediëringsbladen - strategie 6 en 7 Niveau B 2 Je gaat leren om je leesdoel bij een tekst te bepalen en je leert om te controleren of je je leesdoel

Nadere informatie

Handleiding. UNICEF Handleiding lessuggestie Gedicht groep 7-8. Gedicht

Handleiding. UNICEF Handleiding lessuggestie Gedicht groep 7-8. Gedicht UNICEF Handleiding lessuggestie Gedicht groep 7-8 Handleiding Gedicht In het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties zijn de rechten voor het kind opgenomen. U maakt deze rechten concreet en zichtbaar,

Nadere informatie

16. En nu vakantie! Vakantie. Waar ga jij het liefst naar toe op vakantie? Schrijf dat op. Wat doe jij het liefste in de vakantie? Schrijf dat ook op.

16. En nu vakantie! Vakantie. Waar ga jij het liefst naar toe op vakantie? Schrijf dat op. Wat doe jij het liefste in de vakantie? Schrijf dat ook op. Les 1 16. En nu vakantie! 1 Waar ga jij het liefst naar toe op vakantie? Schrijf dat op. Wat doe jij het liefste in de vakantie? Schrijf dat ook op. Les 2 Les 2. 1. Leuk! We gaan kamperen Vul in de zinnen

Nadere informatie

Met welk werk kunnen kinderen uit groep 5-6 thuiskomen en hoe kunt u uw kind thuis helpen?

Met welk werk kunnen kinderen uit groep 5-6 thuiskomen en hoe kunt u uw kind thuis helpen? Met welk werk kunnen kinderen uit groep 5-6 thuiskomen en hoe kunt u uw kind thuis helpen? In groep 5-6 nemen kinderen steeds vaker werk mee naar huis. Vaak vinden kinderen het leuk om thuis aan schooldingen

Nadere informatie

Breng je. Talent kaart

Breng je. Talent kaart 2 Breng je Talent kaart 3 Inhoud 6 7 9 23 33 37 39 47 57 65 67 80 Inleiding Even iets anders Ontdekken Dromen Doen! Even iets anders Waardenkaarten Talentenkaarten Voorwaardenkaarten Even iets anders Notities

Nadere informatie

Jeugd Verkeerskrant 5 Zoveel borden en tekens?!

Jeugd Verkeerskrant 5 Zoveel borden en tekens?! Jeugd Verkeerskrant 5 Zoveel borden en tekens?! Een uitgave van Veilig Verkeer Nederland, schooljaar 2016-2017 groep 7/8 Verkeersborden op jouw route Welke verkeersborden kom je tegen op jouw route van

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Spreekopdrachten thema 4 Wonen Spreekopdrachten thema 4 Wonen Opdracht 1 bij 4.1 ** Uitleg voor de docent: Op de volgende pagina vind je een blad met plaatjes. Knip de plaatjes uit en doe ze in een envelop. Geef elk tweetal een envelop.

Nadere informatie

werkblad Scheldeberoep verkennen Veel beroepen hebben met de Schelde te maken. Welk beroep zou jij verder willen verkennen?

werkblad Scheldeberoep verkennen Veel beroepen hebben met de Schelde te maken. Welk beroep zou jij verder willen verkennen? werkblad Scheldeberoep verkennen Veel beroepen hebben met de Schelde te maken. Welk beroep zou jij verder willen verkennen? Noteer ook 2 reservekeuzen: 1. 2. 1. Wat weet je al van dit beroep? Schrijf het

Nadere informatie