handleiding leerjaar 3 blok 4

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "handleiding leerjaar 3 blok 4"

Transcriptie

1 blok 4

2 handleiding leerjaar 3 blok 4 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Redactie: Fundamentaal, Culemborg Ontwerp: Criterium, Arnhem Opmaak: Grafi Data, Deventer Voor de illustratieverantwoording van alle beelden in de Handleiding verwijzen wij naar de bijbehorende leerlingenboeken van de groep. ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Onderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: of via onze klantenservice (088) ISBN Tweede druk, tweede oplage, 2012 ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012 De 2e editie van Alles telt is een volledige herziening van de 1e editie ThiemeMeulenhoff, Amersfoort De 1e editie van Alles telt is gebaseerd op Das Zahlenbuch Ernst Klett Verlag GmbH, Stuttgart, Federal Republic of Germany Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp ( Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, fi lm en het maken van kopieën in het onderwijs zie De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC -keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

3 2 blok 4 overzicht van de leerdoelen Leerlijn Leerdoelen Getalrelaties en getalbegrip De leerlingen leren aantallen t/m 20 herkennen, aflezen, tellen en tekenen met behulp van de vijf-structuur. Met behulp van de eierdoos-structuur leren zij dubbelen. Ook leren zij dubbelen en bijna-dubbelen herkennen en aflezen, opzetten of tekenen op het rekenrek. Zij kunnen tellen t/m 30 met nadruk op vijftallen en tientallen. De leerlingen leren aantallen turven. Maatschrift De leerlingen leren aantallen t/m 20 herkennen, aflezen en tellen met behulp van de vijf-structuur. Met behulp van de eierdoos-structuur leren zij dubbelen. Ook leren zij dubbelen en bijna-dubbelen herkennen en aflezen, opzetten of tekenen op het rekenrek. Zij kunnen tellen t/m 30. De leerlingen leren aantallen turven. Basisvaardigheden optellen en aftrekken De leerlingen leren optellen t/m 10 op het rekenrek. Zij kunnen de relatie leggen tussen 1 meer en 1 minder met het volgende en vorige getal in de telrij. Zij kunnen splits-sommen maken van 8, 9 en 10. De leerlingen moeten kunnen optellen in een context met 2 en 3 getallen. Zij hebben kennis gemaakt met het (herhaald) optellen t/m 10. De leerlingen kunnen aftrekken t/m 10 m.b.v. het rekenrek. Ook kunnen zij in een context aftrekken t/m 10. Zij moeten kunnen aftrekken t/m 10 in kale sommen. Zij hebben het verband leren zien tussen optellen en aftrekken. Maatschrift De leerlingen leren optellen t/m 10 op het rekenrek. Zij kunnen getallen t/m 10 splitsen op het rekenrek. Zij hebben geleerd op te tellen in een context. De leerlingen hebben kennis gemaakt met het optellen t/m 10. De leerlingen moeten aftreksommen t/m 10 herkennen op het rekenrek. Zij kunnen eenvoudige aftreksommen halen en maken uit een context. Oppervlakte De leerlingen hebben kennis gemaakt met oppervlakteberekening met een natuurlijke maat (postzegels). Maatschrift De leerlingen hebben kennis gemaakt met oppervlakteberekening met een natuurlijke maat (postzegels).

4 Alles telt Handleiding 3 3 Leerlijn Leerdoelen Meetkunde De leerlingen hebben vlakvullingen leren maken m.b.v. meetkundige basispatronen. Maatschrift De leerlingen hebben vlakvullingen leren maken m.b.v. meetkundige basispatronen. Tijd De kinderen leren klokkijken met hele en halve uren. Ook kunnen ze het dagritme koppelen aan kloktijden. Maatschrift De kinderen leren klokkijken met hele en halve uren. Ook kunnen ze het dagritme koppelen aan kloktijden. Geld De leerlingen moeten kennis gemaakt hebben met optellen en aftrekken t/m 20 in geldcontext. Zij kunnen betalen met munten en biljetten. Zij kunnen zelf geldbedragen samenstellen. Maatschrift De leerlingen moeten kennis gemaakt hebben met optellen en aftrekken t/m 20 in geldcontext. Zij kunnen betalen met munten en biljetten. Zij kunnen zelf geldbedragen samenstellen.

5 4 blok 4 les 1 en 2 Leerlijn Getalrelaties en getalbegrip Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Aantallen t/m 10 en t/m 20 herkennen, aflezen, tellen en tekenen met behulp van de vijfstructuur Oefenen Dobbelsteenpatronen snel herkennen Rekenen met geld Nieuwe stof Aantallen t/m 20 herkennen, aflezen en tellen met behulp van de vijfstructuur Oefenen Tellen op de getallenrij t/m 20 Klokkijken Materiaal Leerlingenboek 3b blz. 2 en 3 Werkschrift 3b1 blz. 2 en 3 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 32 en 33 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware 2 eierdozen van 10, 20 pingpongballen Klassikaal rekenrek Rekenrekjes Het boek Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft 1 Getal van de week Het getal van de week is 10. Spoor de kinderen aan zoveel mogelijk opdrachtjes te bedenken, sommen en figuren te maken, voorwerpen te tellen en getallen te zoeken die met 10 te maken hebben. Denk aan 10 tekenen, 10 in het midden van een getallenspin, de plaats van 10 ten opzichte van andere getallen of getalreeksen. Het is allemaal bedoeld om de plaats, waarde, structuur en betekenis van 10 te verduidelijken. Voorbeelden: 10 als 10 vingers, 10 tenen, 5 + 5, 10 in het versje bij verstoppertje spelen, 10 als munt, 10 als biljet, 10 als nummer van een tijdschrift, 10 kralen op een rij van het rekenrek, 10 jaar, 10 weken, lijn 10 met de bus, 10 meter, enzovoort. Door de uiteenlopende belangstelling en mogelijkheden van kinderen, kunnen hierbij makkelijke en moeilijke opgaven en gedachten genoemd worden. 2 Terugtellen Laat de kinderen eerst terugtellen vanaf 10, zowel om de beurt als met z n allen. Probeer later vanaf 20 terug te laten tellen. 3 Getallen benoemen Schrijf een aantal getallen (tot 40) op het bord. Laat ze door de kinderen benoemen. Let op de omkeringen. Noem nu zelf een aantal getallen die de kinderen moeten opschrijven. Maatschrift 1 Getal van de week Het getal van de week is 10. Spoor de kinderen aan zoveel mogelijk opdrachtjes te bedenken. Doe dit in dezelfde vorm als bij suggestie 1 hierboven. 2 Terugtellen Laat de kinderen terugtellen vanaf een getal kleiner dan 10, zowel om de beurt als met z n allen. Wie durft al vanaf 10 en hoger terug te tellen? 3 Getallenrij Schrijf op het bord: 3? 5. Welk getal staat op de plaats van het vraagteken? Doe dat ook met: 6? 8, 7? 9, 4? 5, 8? 10.

6 Alles telt Handleiding 3 5 Waar gaat deze les over? In deze les gebruiken de kinderen het rekenrek om getallen t/m 20 op te zetten, te herkennen en te benoemen en later ook zelf te tekenen. De vijfstructuur speelt daarbij een belangrijke rol omdat die in één keer te overzien is door de rode of witte kleur. Ook getallen rond de 10 kun je in één keer zien. Taal en rekenen Taaltip Besteed dit keer aandacht aan het begrip hoeveel. Hoewel er veel staat hoeft het niet veel te zijn. Leg de kinderen een paar zinnetjes voor waarin hoeveel in de betekenis van weinig voorkomt: Hoeveel kost dit? ( 2) Hoeveel kralen zijn dit? (2 kralen) Hoeveel tijd heb je nodig? (2 minuten) Hoeveel eieren? (2 eieren) Hoeveel weegt dit veertje? (weinig) Stel daarna dezelfde vragen met een antwoord dat een groot getal (bijvoorbeeld 20) heeft, zodat de kinderen duidelijk wordt dat hoeveel niet direct aan veel gekoppeld is. Het woord vraagt naar een hoeveelheid en dat betekent een aantal dat veel of weinig kan zijn. Rekenwoorden Aantal Getal Lastige woorden Hoeveel

7 6 Blok 4 Les 1 en 2 Lesverloop van les 1 C1 C2 C3 hoeveel eieren samen? Gebruik maken van de vijfstructuur Bespreek met de kinderen wat ze zien op de afbeelding in het leerlingenboek. Laat ook echte eierdozen (van 10) zien en laat die vullen met pingpongballetjes op dezelfde manier zoals ze in het leerlingenboek gevuld zijn met eieren. Overzien de kinderen het aantal 5 al? hoeveel kralen op het rek? Gebruik maken van de vijfstructuur Ook op het rekenrek is de vijfstructuur duidelijk zichtbaar. Hoe zie je direct dat er 5 zijn? Wijs er op dat het gaat om de kralen die links staan. Laat dat op het echte rekenrek uitvoeren: eerst alles naar rechts en dan schuiven naar links (liefst zonder te tellen). zet elk aantal in 1 keer op het rek. Gebruik maken van de vijfstructuur Het gaat hier om het opzetten van getallen op de bovenste rij. De dubbelen en bijna-dubbelen komen later pas aan de orde. C4-5 hoeveel eieren samen? Gebruik maken van de vijfstructuur Bespreek samen met de kinderen de afbeelding van de eierdozen in het leerlingenboek. Vertel hen dat het ook nu gaat om alle eieren samen. Hoeveel eieren in de dozen? Hoe zie je dat snel? C6 C7 C8 hoeveel kralen op het rek? Gebruik maken van de vijfstructuur Benoem de aantallen op de rekken in willekeurige volgorde (12, 14, 18, 20, 13, 15, 16, 11). De kinderen wijzen het rekje aan dat erbij hoort. Oefen snel. Observeer welke kinderen uitvallen. Hoe zie je het snel? zet elk aantal in 2 keer op het rek. Gebruik maken van de vijfstructuur Laat de kinderen de getallen op hun rekenrekje opzetten. geef elkaar opdrachten getallen op het rek te zetten. Zelfstandig werken De kinderen werken in tweetallen en geven elkaar opdrachten om getallen in 1 of 2 bewegingen op het rek te zetten.

8 Alles telt Handleiding 3 7 Aandachtspunten bij les 2 (zelfstandig werken) werkschrift blz. 2 en 3 1 Ga na wie nog één voor één telt en wie het getalbeeld ineens ziet en gebruikmaakt van de 5 als steunpunt. 2 Tekenen de kinderen de eerste 5 kralen dicht en van 6 tot 10 open? Hoe tekenen de kinderen de kralen? Er zijn 2 oplossingsmethoden: alle kralen op de bovenste rij of met dubbelen en bijna-dubbelen, verdeeld over 2 rijen. 3 Ga na wie nog één voor één telt en wie het getalbeeld ineens ziet en gebruikmaakt van de 5 als steunpunt. 4 Er zijn 2 oplossingsmethoden: alle getallen boven 10 door de eerste rij vol te maken, of met dubbelen en bijna-dubbelen, verdeeld over 2 rijen. 5 Wie herkent de dobbelsteenpatronen nog niet meteen, maar telt de ogen afzonderlijk? 6 Wie telt nog aantallen munten in plaats van de waarde per munt? maatschrift blz. 32 en 33 1 Het overzien van aantallen kralen op het rekenrek. Hoe tellen de kinderen het totaal? 2 Gebruiken de kinderen de vijfstructuur? 3 Zachtjes hardop meetellen helpt. 4 Geef de kinderen een klokje (de grote wijzer draait dan een hele slag!). 5 De kleine wijzer is belangrijk. Observatie en extra hulp Tijdens de les hebt u bijgehouden welke kinderen uitvielen bij het overzien van aantallen van 2, 3, 4 en 5. Oefen dit nog eens op het rekenrek maar ook met fiches en vingerbeelden. Stap even uit de les Lees het boek Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft van Werner Holzwarth (ISBN of mini-editie ISBN ) voor. Daarin komen heel veel wiskundige aanzetten voor. Na het voorlezen kunt u vragen: Welke vorm had de poep van de koe? (Rond en plat als een pizza.) En van het paard? (Rond als een bal.) En van de geit? (Rond als een knikker). Enzovoort. Hoeveel keuteltjes had de geit? (Minder dan 10) En de haas? (Meer dan 10.) En de koe? (1) En het paard? (5). Enzovoort. Afronding Bespreek de opgaven die de kinderen nog moeilijk vonden. Ga ook na hoe de kinderen tellen. Tellen ze één voor één of maken ze gebruik van getalbeelden zoals op de dobbelsteen? Bij opgave 5 van het werkschrift kunt u dat nagaan. Bij maatschrift opgave 1 en 2 zouden de kinderen al hele groepjes in een keer kunnen overzien. Oefen dat nog eens met het rekenrek. Ga na hoe de kinderen tellen en stimuleer het tellen in groepjes van 2, 3 en 5. Hebben de kinderen nog moeite met het klokkijken?

9 8 blok 4 les 3 en 4 Leerlijn Getalrelaties en getalbegrip Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Optellen met behulp van de eierdoosstructuur (ook dubbelen) Dubbelen en bijna-dubbelen t/m 20 herkennen en aflezen, opzetten of tekenen op het rekenrek Oefenen Klokkijken Nieuwe stof Optellen met behulp van de eierdoosstructuur Dubbelen en bijna-dubbelen t/m 20 herkennen en aflezen, opzetten of tekenen op het rekenrek Oefenen N.v.t. Materiaal Leerlingenboek 3b blz. 4 en 5 Werkschrift 3b1 blz. 4 en 5 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 34 en 35 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware Rekenrekjes Klassikaal rekenrek Getalkaarten 1 t/m 6 (1 kaart per kind) 2 eierdozen, 20 pingpongballen Getalkaartjes of volgnummers 1 Getallen opzetten tot 10 De kinderen nemen hun rekenrekje. U noemt een getal onder de 10 en de kinderen zetten het getal op. Vraag steeds aan een kind hoe het getal er op zijn rekenrekje uitziet (bijvoorbeeld 5 rood, 2 wit) en vraag (zeker bij dubbelen en bijna dubbelen) of iemand het anders heeft gedaan. 2 Getalbeelden herkennen Zet op het klassikale rekenrek in één beweging een getal op. De kinderen noemen het getal. Vraag af en toe hoe ze het getal snel herkennen (bijvoorbeeld bij 6: 5 rood en 1 wit en bij 9: er blijft nog 1 kraal over). 3 Tellen met sprongen Laat de kinderen tellen met sprongen. Wijs om beurten een kind aan om een getal te tellen. De oneven getallen worden geteld, de even getallen worden getjoept, dus: 1, tjoep, 3, tjoep, 5, tjoep, enzovoort. Tjoep daarna ook de oneven getallen. In principe kan er met alle sprongen getjoept worden (1, 2, tjoep, 4, 5, tjoep, enzovoort). Maatschrift 1 Splitsen Schrijf het getal 9 op het bord. Hoe kan ik 9 splitsen? Schrijf de genoemde splitsingen onder de 9. Zijn er nog meer splitsingen? Doe dit ook met andere getallen. Laat hiermee zien dat een getal op verschillende manieren opgebouwd kan worden. 2 Samenvoegen Geef elk kind in de kring een getalkaart (verdeel getalkaarten t/m 6 gelijk over de groep). Geef een aantal opdrachten. Steeds kunnen enkele kinderen overblijven. Ga bij de kinderen staan die hetzelfde getal hebben. Wie zijn samen 7? Wie zijn samen 8? Maak groepjes van getallen die samen minder dan 7 zijn (minimaal 2 kinderen per groepje). Maak groepjes van getallen die samen meer dan 9 zijn (maximaal 3 kinderen per groepje). Laat de kinderen met elkaar overleggen hoe de groepjes handig gemaakt kunnen worden. Laat iedere keer de resultaten verwoorden. 3 Dubbelen Maak met de kinderen op het bord een lijst van alle bekende dubbelen. Noteer deze zo: Getal Het dubbele Lukt het al tot 20?

10 Alles telt Handleiding 3 9 Waar gaat deze les over? In deze les staat weer het rekenrek centraal. Getallen t/m 20 worden opgezet, benoemd en afgelezen met behulp van de vijfstructuur en met dubbelen en bijna-dubbelen. Het aflezen zal steeds vlotter gaan zonder tellen. Taal en rekenen Taaltip In deze les komt het woord dubbelen regelmatig voor en daarom is het goed er uitgebreid aandacht aan te besteden. Laat de kinderen de volgende uitdrukkingen naspelen of verklaren. Hij lag dubbel van het lachen. Dat heb je dubbel en dwars verdiend. Dat is een dubbeldekker. Ik heb vandaag met tennissen gedubbeld. Geef mij maar een dubbeldrank. Dat zijn ramen met dubbel glas. Jij gooit wel heel vaak dubbel zes! Die postzegel heb ik dubbel. Weet je dat ik een dubbelganger heb? Zij heeft een dubbele longontsteking. 6 is het dubbele van 3. Rekenwoorden Dubbelen Bijna-dubbelen Lastige woorden Evenveel

11 10 Blok 4 Les 3 en 4 Lesverloop van les 3 C1 C2 C3 C4 C5 hoeveel eieren? Dubbelen tot 20 Vraag hoeveel eieren er in elke doos zitten. Hoe zie je dat snel? In de eerste doos zitten 10 eieren. Dat zie je snel omdat er geen lege plekken zijn, maar ook omdat er 2 rijen van 5 eieren zijn. Dat heet het dubbele van 5 = samen 10. Welke dubbele zie je in de tweede doos? (Dubbele van 2. Samen 4.) Neem een eierdoos met pingpongballen en zet alle dubbelen tot 10 op. Vraag steeds: Welke dubbele zie je hier? Hoeveel samen? Richt dan de aandacht op het klassikale rekenrek. Hoe kun je snel 8 pakken? 8 = dubbel 4. Schuif in één greep dubbel 4 naar links. hoeveel kralen op het rek? Dubbelen tot 20 Bespreek alle afgebeelde rekenrekjes. De kinderen zetten steeds het aantal kralen op hun eigen rekje. Hoeveel kralen? Welke dubbelen zie je? Dan gaat u een stapje verder. Zet 3 kralen op. Hoe maak je er handig 6 van? Oefen zo het opzetten van dubbelen. Bespreek alle manieren waarop 6 kralen kunnen worden opgezet. Welke manier vinden jullie handiger? Laat zo ook andere even getallen t/m 10 opzetten. zet elk aantal in 1 keer op het rek. Dubbelen en bijna-dubbelen tot 20 Het gaat hier om het in 1 keer opzetten van dubbelen en bijna-dubbelen. hoeveel eieren samen? Dubbelen en bijna-dubbelen tot 20 Vraag de kinderen hoe je snel ziet hoeveel eieren er samen in de 2 dozen zitten. Welke dubbelen zitten er in de eerste doos? En in de tweede? Een kind mag even getallen tot 20 met pingpongballen opzetten in 2 eierdozen. Bespreek steeds of het nog anders kan. De andere kinderen zetten dezelfde getallen op hun rekenrekje. Ga nu een stapje verder. Laat dubbel 3 opzetten. Wie kan hier makkelijk 7 van maken? Hoe? hoeveel kralen op het rek? Dubbelen en bijna-dubbelen tot 20 Noem de aantallen in willekeurige volgorde (19, 14, 17, 20, 13, 15, 16, 18), terwijl de kinderen het juiste rekje aanwijzen. Oefen snel. Observeer welke kinderen uitvallen. C6-7 zet elk aantal op het rek. Dubbelen en bijna-dubbelen tot 20 Bij opgave 6 eerst de bovenste rij volmaken en verder gaan op de onderste rij. Eigenlijk wordt elk getal gesplitst in 10 + Bij opgave 7 werken met dubbelen en bijna-dubbelen. C8 wat is evenveel? Dubbelen en bijna-dubbelen tot 20 Een combinatie van opgave 6 en opgave 7.

12 Alles telt Handleiding 3 11 Aandachtspunten bij les 4 (zelfstandig werken) werkschrift blz. 4 en 5 Bespreek de bedoeling van de opgaven met de kinderen. Daag de kinderen uit om de kralen niet te tellen maar de aantallen in één keer te zien en in 1 of 2 keer te pakken. Wijs de kinderen erop dat ze, wanneer ze een hoeveelheid kralen tekenen, eerst bedenken hoe een getal eruitziet en dan pas gaan tekenen. Vertel hun dat ze zich duidelijk moeten richten op dubbelen en bijna-dubbelen. 1 Ga na wie de kralen stuk voor stuk telt en wie groepjes van 2, 3, en 5 direct ziet. 2 Wie tekent dubbelen en wie vult aan via de vijfstructuur? 3 Dubbelen en bijna-dubbelen. Lukt het om ze in één keer te zien? 4 Maken de kinderen gebruik van de dubbelen? 5 Let op verwisseling van 4 en 8 uur, 2 en 10 uur (spiegelbeeld!) 6 De kinderen zetten mentaal de klok een uur vooruit en verbinden die tijd met het juiste vakje. maatschrift blz. 34 en 35 1 De kinderen moeten dubbelen herkennen op het rekenrek. Gaat dit al vlot? 2 Vraag ook aan de kinderen hoe een volle doos eieren er op het rekenrek uitziet. Het gaat om het optellen van dubbelen. Rekenen de kinderen al vanaf 10? 3 Nu moeten de kinderen zelf dubbelen op het rekenrek tekenen. 4 Als de kinderen de dubbelen goed kunnen herkennen, kunnen ze dan ook al vlot aflezen hoeveel de bijna-dubbelen zijn? 5 Laat de kinderen oefenen op hun rekenrek om eenzelfde getal op 2 manieren op te zetten. Observatie en extra hulp Tijdens de les hebt u bijgehouden welke kinderen uitvielen bij bepaalde activiteiten. Bouw met deze kinderen het opzetten van dubbelen en bijna-dubbelen op het rekenrek nog eens vanaf het begin op. Begin met getallen tot 10. Oefen elke dag 5 minuten. Stap even uit de les Geef een groepje kinderen een aantal getalkaartjes of volgnummertjes (zoals bij de bakker) en stel vragen als: Wie is het eerst aan de beurt? Wie het laatst? Welk nummer is vóór je aan de beurt? Laat één kind 4 kinderen met een nummer (getalkaartje) op volgorde in een rij te zetten van klein naar groot. Geef vervolgens aan nog 2 andere kinderen (fluister zacht) een nummer. Laat ze zelf hun plek kiezen tussen de andere kinderen en vraag aan de groep te bedenken welk nummer deze 2 kinderen hebben. Afronding De kinderen nemen hun rekenrek voor zich. Geef een getallendictee van dubbelen en bijna-dubbelen. De kinderen zetten de aantallen in 1 of hooguit 2 bewegingen (bij de hogere getallen) op het rek. Observeer welke kinderen er nog moeite mee hebben. Doe het ook andersom. Zet achtereenvolgens enkele getallen in dubbelen en bijna-dubbelen op het klassikale rekenrek op en laat de kinderen steeds de getallen benoemen. Bij maatschrift opgave 1 (en ook werkschrift opgave 1) gaat het over dubbelen. Welke dubbelen onder de 10 kennen de kinderen al uit het hoofd? En welke dubbelen boven de 10? Laat de kinderen oefenen op het rekenrek om getallen op 2 manieren op te zetten.

13 12 blok 4 les 5 herhalen en oefenen Leerlijn Getalrelaties en getalbegrip Leerdoelen Nieuwe stof Aantallen t/m 20 herkennen, aflezen, tellen en tekenen met behulp van de vijfstructuur Dubbelen en bijna-dubbelen t/m 20 herkennen en aflezen, opzetten of tekenen op het rekenrek Oefenen Splitsen van getallen t/m 10 Splitsen van getallen t/m 20 op 2 manieren Nieuwe stof Aantallen t/m 20 herkennen, aflezen en tellen met behulp van de vijfstructuur Dubbelen en bijna-dubbelen t/m 20 herkennen en aflezen, opzetten of tekenen op het rekenrek Oefenen Tellen met dobbelsteenpatronen Splitsingen van 10 Materiaal Werkschrift 3b1 blz. 6 en 7 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 36 en 37 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware Klassikaal rekenrek Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. 1 Akoestisch tellen De kinderen tellen hardop, zowel om de beurt als met z n allen. Laat ze ook bij willekeurige getallen beginnen. Een kind begint met tellen. Wanneer u in de handen klapt, neemt een ander kind van het tafelgroepje het over. Daarna een andere tafelgroep. Oefen het ritmisch tellen door zachtjes en hardop (elk tweede of derde getal) de getallen te noemen, waardoor het tellen met sprongen voorbereid wordt. 2 Vlot optellen Laat kinderen kriskras de volgende sommen vlot beantwoorden = (6) = (8) = ( 8) = (7) = (7) = (9) = (10) = (9) 3 Doordenkertjes Welk getal komt eerst: 15 of 17, 28 of 26, 30 of 40, 23 of 32? Welke getallen op de getallenlijn zijn groter dan 5, maar kleiner dan 10, groter dan 7,maar kleiner dan 12, groter dan 13, maar kleiner dan 17? Welk getal is 2 kleiner dan 5, 9, 14, 17 en welk getal is 2 groter dan 5, 9, 14, 17? Wat is het minst: 25 of 23, 31 of 29, 12 of 21, 20 of 30? Wat is het vroegst: 5 of 7 uur, 2 of 12 uur, 8 of 6 uur, 10 of 11 uur? Wie is het langst van de groep? Zet de kinderen voor de klas en laat hen de goede volgorde van klein naar groot bepalen. Maatschrift 1 Getalbeelden op het rekenrek Zet een getal op en laat de kinderen zeggen welk getal er op het rek staat. Herhaal dit een aantal keren. Zet daarna een getal op, laat dit even staan en haal het weer weg. Vraag aan de kinderen welk getal er op het rek stond. Herhaal ook dit enkele malen. 2 Optellen Laat de kinderen kriskras de volgende sommen vlot beantwoorden = (3) = (5) = (2) = (6) = (3) = (5) = (4) = (8) 3 Tellen vanaf een willekeurig punt Noem een getal en laat een kind verder tellen. Herhaal dit een aantal malen. Herhaal dit ook met terugtellen. Laat een kind bij 1 beginnen met tellen. Wanneer u in de handen klapt, neemt een ander kind van dezelfde tafelgroep het over. Doe het daarna met een andere tafelgroep. Tel zover de kinderen kunnen komen. Doe hetzelfde met terugtellen, begin bij 20. Herhaal het bovenstaande, maar noem (in plaats van het klappen met de handen) de naam van het kind dat verder gaat tellen.

14 Alles telt Handleiding 3 13 Aandachtspunten bij les 5 (herhalen en oefenen) werkschrift blz. 6 en 7 1 Maak de kinderen attent op de splitsing van een getal via de vijfstructuur en als dubbele. Wijs ook op de bijna-dubbele 13 met 6 of 7 op de bovenste kralenrij. 2 Praat voorlopig over dubbelen en nog niet over even getallen. 3 Niet alleen de uitkomst, maar ook de som erbij is belangrijk: 4 erbij 3 is samen 7. 4 De kinderen hebben de splitsingen onder de 5 nu wel geautomatiseerd. De splitsingen onder de 10 moet u regelmatig blijven oefenen. 5 Even getallen boven de 10 splitsen in 10 en en in dubbelen. maatschrift blz. 36 en 37 1 Het herkennen van getalbeelden op het rekenrek via de vijfstructuur en als dubbele en aan elkaar koppelen. 2 Het herkennen van dubbelen op het rekenrek. 3 Het herkennen van bijna-dubbelen op het rekenrek. 4 Het gebruikmaken van dobbelsteenpatronen. 5 Alle splitsingen van 10 vinden (mist iemand ook 0 10?). Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 1 6 < Opgave 2 6 < Opgave 3 4 < Opgave 4 14 < Opgave 5 4 < Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 1 8 < Opgave 2 6 < Opgave 3 4 < Opgave 4 10 < Opgave 5 9 < 6 6-9

15 14 blok 4 les 6 en 7 Leerlijn Basisvaardigheid optellen Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Optellen t/m 10 met het rekenrek De relatie leggen tussen 1 meer en 1 minder met het volgende en vorige getal in de telrij Splitssommen van 8, 9 en 10 Oefenen Van dubbelen naar bijna-dubbelen Klokkijken Nieuwe stof Optellen t/m 10 met het rekenrek Van dubbelen naar bijna-dubbelen Splitsen t/m 10 op het rekenrek Oefenen Klokkijken Materiaal Leerlingenboek 3b blz. 6 en 7 Werkschrift 3b1 blz. 8 en 9 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 38 en 39 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware Slimme handpop Getalkaarten (per kind 1 t/m 15) Klassikaal rekenrek Rekenrekjes Flitskaarten t/m 20 Klokjes Blokken, meetlinten 1 Getal van de week Het getal van de week is 5. Spoor de kinderen aan om opnieuw zoveel mogelijk opdrachtjes te bedenken, die met dit getal te maken hebben. Het is allemaal bedoeld om de plaats, waarde, structuur en betekenis van 5 te verduidelijken. Voorbeelden: 1 hand heeft 5 vingers, 1 voet heeft 5 tenen. Hoeveel vingers en tenen heb je? 2 munten van 5 eurocent zijn samen 10 eurocent. Op het rekenrek zie je steeds 5 kralen van dezelfde kleur (vijfstructuur). Sommen met 5 als uitkomst, zoals Op een getallenlijn tot 20 kun je 4 sprongen van 5 maken. De klok heeft streepjes/getallen bij elke 5 minuten. U noemt een getal en vraagt wat er moet gebeuren om op 5 te komen. Door de uiteenlopende belangstelling en mogelijkheden van kinderen kunnen hierbij makkelijke en moeilijke opgaven en gedachten genoemd worden. 2 Makkelijke sommen Laat enkele kinderen vertellen welke sommen t/m 20 ze makkelijk vinden. Schrijf ze op het bord. Vinden andere kinderen deze sommen ook makkelijk en kunnen ze uitleggen waarom? 3 Sommen bedenken met 2 van de 3 getallen Noem 3 getallen, bijvoorbeeld 2, 4 en 6 en laat zoveel mogelijk sommen bedenken waarin minstens 2 van de getallen voorkomen =, =, 4 2 =, 6 4 =, =, =, enzovoort. Doe dit ook met andere getallen. Misschien zijn er kinderen die sommen bedenken waarbij alledrie de termen voorkomen. Maatschrift 1 Getal van de week Het getal van de week is 5. Zie suggestie 1 hierboven. 2 Rekenen met een slimme handpop Naar een idee van Julie Menne, uit het boek Met sprongen vooruit (ISBN ): introduceer de naam van een pratende handpop, die heel slim is. Dit is en hij kan heel goed rekenen. Wie weet een som waar 6 uitkomt? Luuk? (4 + 2.) De pratende handpop zegt: 6. Ahmed? (2 + 4) Dat is slim, je hebt de som omgekeerd! De pop zegt: 6. Enzovoort. Bij een foute som zegt de slimme handpop niets en schudt hij met zijn hoofd. 3 Wat gaat er fout? Schrijf op het bord deze rij getallen: 1, 2, 3, 5, 4, 6, 7, 8, 9, 10. De kinderen leggen dit na met getalkaartjes. Wat is er fout? Leg de rij goed neer. Idem met: 1, 3, 5, 6, 8, 11, 13, 15. Wat is er fout? Leg de rij goed neer. Idem met: 2, 4, 6, 8, 9, 10, 12. Wat is er fout? Leg de rij goed neer. Laat de kinderen verwoorden wat er precies fout is.

16 Alles telt Handleiding 3 15 Waar gaat deze les over? In deze les wordt een begin gemaakt met het gestructureerd rekenen. Dit houdt in dat de kinderen niet tellend, maar denkend in structuren tot een antwoord komen. Hierbij is het rekenrek het hulpmiddel. Het is van belang dat de kinderen de getalbeelden op het rek inmiddels kennen, gebruikmakend van de vijfstructuur in dezelfde kleur. Het gebruik van het rekenrek wordt op termijn afgebouwd. Dat gaat in fasen: 1 De kinderen schuiven beide termen van een opgave over 1 of 2 staven en vatten het antwoord in één keer op via het bekende getalbeeld. 2 De kinderen schuiven één term op de staaf en denken de tweede term erbij en stellen zich het getalbeeld voor dat zal ontstaan. 3 De kinderen kijken alleen naar het rekenrek en stellen zich de gehele procedure voor. Eerst met kleine getallen en later ook met grotere. De bedoeling is dat de kinderen het rekenrek steeds minder gaan gebruiken en ten slotte optellingen en aftrekkingen kunnen maken zonder het rekenrek. Taal en rekenen Taaltip Wijs op het verband tussen de volgorde van getallen in de telrij en de begrippen vroeger en later. 2 uur is vroeger dan 4 uur, want 2 komt voor 4; 4 uur is later dan 2 uur, want 4 komt na 2. Bedenk met de kinderen een paar zinnetjes met vroeger en later en schrijf die op het bord. Voorbeelden: Het wordt steeds vroeger licht. Vroeger was ik verlegen. Kom morgen maar wat later. Later wil ik piloot worden. Rekenwoorden Getal Lastige woorden Vroeger Later

17 16 Blok 4 Les 6 en 7 Lesverloop van les 6 C1 C2 sommen op het rekenrek. Rekenen met het rekenrek, van tellend rekenen naar gestructureerd rekenen Er wordt een begin gemaakt met het gestructureerd rekenen met het rekenrek. Telhandelingen moeten niet blijven steken door op de vingers te tellen, streepjes te zetten of op een liniaal te tellen. Het is beter dat kinderen werken in structuren. Wees niet verbaasd als kinderen een antwoord direct zien, dat vervolgens niet vertrouwen en dan alsnog gaan tellen. Als dit het zelfvertrouwen gunstig beïnvloedt, dan is dat voorlopig geen probleem. Bespreek de foto in het leerlingenboek. Welke som zien we de kinderen maken? Hoe doen ze dat? Mag dat op beide manieren? Laat beide manieren verwoorden = 7 (5 + 2) en = 7 (1 minder dan dubbel 4). Uiteindelijk gaat het erom dat de kinderen de hoeveelheid 5 direct zien en van daaruit verder rekenen en dat ze een bekende dubbele som: 3 + 3, direct benoemen zonder te hoeven tellen. welke som hoort erbij? Van tellend rekenen naar gestructureerd rekenen Laat deze opgaven stuk voor stuk uitvoeren op het rekenrek. Bespreek ze klassikaal. Maak daarbij gebruik van het rek en laat de manieren zien waarop je kunt rekenen. Maak expliciet welke manieren handig zijn en welke niet. Voor sommige opgaven is een bijzondere aanpak handig. Help de kinderen hierbij. Voorbeelden: = en =. In het laatste geval moet er veel meer bijgeteld worden; het is handig om de som om te keren. Gebruik van dubbelen en bijna-dubbelen. C3-5 Welke som hoort erbij? Rekenen met het rekenrek Bespreek met de kinderen welke sommen zijn afgebeeld. Er is een getal opgezet en er komt een aantal bij. Schrijf de sommen die erbij horen op het bord. Bespreek daarna of je het ook anders kunt uitrekenen met het rekenrek. C4-6 nu jij reken uit maak de sommen. Rekenen met het rekenrek Diverse opgaven waarbij het rekenrek kan worden gebruikt. C7 C8 van dubbelen naar bijna-dubbelen. Rekenen met het rekenrek De dubbelen zijn op de 2 staven opgezet. Wijs de kinderen daar eventueel op. nu jij reken uit Rekenen met het rekenrek Opgaven waarbij het rekenrek kan worden gebruikt.

18 Alles telt Handleiding 3 17 Aandachtspunten bij les 7 (zelfstandig werken) werkschrift blz. 8 en 9 1 Ga na of de opgave duidelijk is. Laat eventueel enkele kinderen de bedoeling uitleggen of leg zelf uit. Bij deze opgave tekenen de kinderen de manier waarop zij de sommen oplossen. Een deel van de kralen is al opgezet. Ze tekenen alleen het tweede lid uit de som erbij. Wijs hen erop dat ze ook het antwoord op de som invullen. 2 Laat de kinderen onderling vergelijken welke sommen ze hebben gevonden. Is hetzelfde als 1 + 7? Welke kun je omkeren en blijft dan dezelfde som? (4 + 4, 5 + 5) 3 Dubbelen en bijna-dubbelen zijn bekend, maar hier komt een splitsing bij. 4 Let erop dat de kleine wijzer echt korter wordt getekend dan de grote wijzer. Waar staat de grote wijzer bij hele uren? maatschrift blz. 38 en 39 1 Begin voor het maken van de opgave met het flitsen van kaarten met getalbeelden t/m 20. Benoem wanneer het om dubbelen of bijnadubbelen gaat en laat de kinderen dit vervolgens zelf ook zeggen. 2 Laat dit verwoorden en zo nodig ook uitvoeren op het rekenrek. 3 Vraag de kinderen: Wat zijn de dubbelen of bijna-dubbelen? Het gaat hier vooral om getalbeelden: de kinderen mogen niet tellen. Wijs de kinderen er eventueel op dat beide staven gebruikt worden. 4 Zien de kinderen dit al zonder het rekenrek te hanteren? 5 Let erop dat de kleine wijzer echt korter wordt getekend dan de grote wijzer. Vraag de kinderen: Waar staat de grote wijzer bij hele uren? Observatie en extra hulp Houd in de gaten welke kinderen maatschrift opgave 1 niet kunnen maken. Neem hen apart en herhaal de uitleg nog eens. Doe hetzelfde met de kinderen die falen bij maatschrift opgave 4. Oefen ook met de begrippen vroeger en later. Laat de kinderen op hun klokje de tijd 12 uur opzetten en daarna 2 uur later en 2 uur vroeger zetten. Stap even uit de les Laat de kinderen torens bouwen van een klein aantal blokken en dan meten hoe hoog die zijn. Daarna kunt u ze de opdracht geven een toren te bouwen van een ander aantal blokken en dan laten voorspellen hoe hoog de toren zal worden. Laat de kinderen hun voorspelling verklaren. Afronding Ga bij maatschrift opgave 1 na of de kinderen de dubbelen en bijnadubbelen er vlot kunnen uithalen. Welke sommen blijven over? Kies een aantal van die sommen uit en laat de kinderen deze opzetten op het rekenrek. Gebruiken ze verschillende manieren? Welke manieren vinden ze het gemakkelijkst? Raken ze ook in de war? Stimuleer ze om eenvoudig te werken. Laat zien dat bij een som als de uitkomst in één oogopslag te zien is, onafhankelijk van op welke staaf/staven wordt opgezet. Hoe is dat bij sommen als 1 + 8? Bij niet-dubbelen heeft het de voorkeur de som op de bovenste staaf uit te voeren. Dat geldt ook voor kinderen die nogal twijfelen. Laat bij opgave 3 de kinderen verwoorden wat ze zien. Bijvoorbeeld: 4 rode kralen op de bovenste staaf en 4 rode kralen op de onderste staaf. Bespreek bij opgave 5 welke klok de vroegste tijd aangeeft en welke de laatste. Bedenk bij ieder tijdstip een activiteit die dan plaatsvindt. Vragen de kinderen zich ook af hoe het zit met dag en nacht?

19 18 blok 4 les 8 en 9 Leerlijn Tijd Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Klokkijken: hele en halve uren Dagritme koppelen aan kloktijden Oefenen Buurgetallen Samen 10 Optelsommen t/m 10 Nieuwe stof Klokkijken: hele en halve uren Dagritme koppelen aan kloktijden Oefenen Splitsingen van 10 Getallen aflezen op het rekenrek Optelsommen t/m 10 Materiaal Leerlingenboek 3b blz. 8 en 9 Werkschrift 3b1 blz. 10 en 11 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 40 en 41 Plusschrift 3 blok 4 Kopieerblad 3.32 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware Fiches Klassikale klok Klokjes Tekenpapier, kleurpotloden Rekenrekjes Kluwen touw, schaar, getalkaarten t/m 21 1 Tellen Laat de kinderen vlot vanaf een wisselend vertrekpunt tellen, zowel heen als terug. Let vooral op de getallen rond de tientallen. 2 Getallen benoemen Wijs willekeurige getallen (t/m 20) aan op de getallenlijn. Laat de kinderen de getallen benoemen. Let op de getallen rond de 10 en op de omkeringen. 3 Een uur later Hoe laat is het als het een uur later is dan: 3 uur, 5 uur, half 2, half 4, 7 uur, 12 uur? Als dit problemen oplevert, geef de kinderen er dan een klokje bij. Maatschrift 1 Tellen Laat de kinderen tellen van 1 t/m 20 en weer terug. Een kind begint te tellen en te lopen. Bij elke stap noemt het kind een getal. Na een aantal geeft het kind de beurt door aan een ander kind dat verder telt en loopt, enzovoort. Herhaal dit een paar keer. 2 Tellen van groepjes Teken groepjes van 3, 4 en 5 fiches op het bord. De kinderen leggen de groepjes na op hun bank. Observeer welke kinderen het aantal in één keer overzien. Laat hen uitleggen hoe ze te werk zijn gegaan. Wijs nu telkens een van de groepjes aan en laat andere kinderen de aantallen benoemen. Sta hier niet te lang bij stil; houd de vaart erin. 3 Splitsingen Schrijf de getallen 1 t/m 4 op het bord. We gaan kijken welke splitsingen van 5 we zo uit ons hoofd kennen. U wijst een getal aan op het bord en de kinderen noemen het aanvullende getal van de splitsing van 5. Geef snelle beurten. Vraag de kinderen om het antwoord direct te geven, zonder te rekenen of te tellen.

20 Alles telt Handleiding 3 19 Waar gaat deze les over? In deze les gaan de kinderen verder met het leren klokkijken. De halve uren komen voor het eerst aan de orde. De juiste tijd moet bij de juiste klok worden gezocht en de klokken moeten een halfuur later of eerder worden gezet. Gebruik hierbij ook steeds een klassikale instructieklok om het verschil tussen een heel uur en een halfuur goed te demonstreren. De kinderen oefenen mee op kleine klokjes. De kinderen leren ook het verloop van een hele dag. Verder wordt er geoefend in het sommen maken t/m 10. Taal en rekenen Taaltip Bij het klokkijken komen veel speciale termen en woorden voor. Bespreek met de kinderen de woorden grote wijzer en kleine wijzer, heel uur, halfuur, (de) tijd. Daarna de uitdrukkingen: met de klok mee, tegen de klok in, de klok staat stil, de klok loopt voor, wat vliegt de tijd, ik heb weinig tijd, ik heb geen tijd, de tijd is om, mijn tijd komt nog wel, wij gaan met de tijd mee. Oefen in deze les nog eens met de begrippen vroeger en later. Hoe laat sta jij op? Wat doe je 1 uur later? Enzovoort. Halve uren zijn lastig, zeker voor wie het Nederlands niet als moedertaal heeft. Niet in alle talen wordt immers het volgende uur genoemd zoals in het Nederlands. (Bijvoorbeeld: in het Turks werkt het als in het Engels: half vier is üç buçuk. Letterlijk: drie een half.) Rekenwoorden Heel uur Halfuur Lastige woorden Grote en kleine wijzer Tijd

21 20 Blok 4 Les 8 en 9 Lesverloop van les 8 C1 C2 C3 C4 C5 allemaal klokken. Klokkijken Stel de kinderen de volgende vragen. Wie kan iets vertellen bij al die klokken? Waarin verschillen ze? En wat is hetzelfde? Ga niet speciaal in op de Romeinse cijfers; daar gaat het hier niet om. De kinderen moeten zich ervan bewust worden dat het niet per se nodig is dat er cijfers op de klok staan om te kunnen zien hoe laat het is. Het is 8 uur op de klok, de wijzers gaan verder; het wordt later. Nu is het een halfuur later. Wat is er gebeurd met de grote wijzer? En met de kleine? Nu is het een uur later. Hoe laat is het nu? Wat kun je zeggen over de wijzers? Laat dit zien op de klassikale klok. Halve uren zijn lastig, zie Taaltip. Blijf er daarom veel mee oefenen. hoe laat is het? Klokkijken Half 2 is een halfuur later dan 1 uur en een halfuur vroeger dan 2 uur, enzovoort. Waar staat de grote wijzer? Waar de kleine wijzer? Tussen welke getallen (uren)? hoe laat is het? Klokkijken Bespreek opgave 3 eerst klassikaal. De kinderen proberen zelf de tijden van de klokken af te lezen en te vergelijken met de groene klok. Op kopieerblad 3.32 kunnen ze de wijzers intekenen en de tijd noteren. Laat enkele kinderen na afloop de tijden benoemen. een hele dag. Tijd: een hele dag van 24 uur Demonstreer tijden op de grote klok vanaf 7 uur s morgens, via het ontbijt en naar school gaan naar 12 uur in de nacht en dan opnieuw naar 7 uur in de morgen. Sta iets langer stil bij tijden die een houvast kunnen betekenen, zoals het Jeugdjournaal om 7 uur of om 7 uur opstaan. Hoeveel keer komt dezelfde tijd voor? Is dat voor alle tijden zo? Hoeveel uren heeft een dag? U kunt laten tellen op de klassikale klok als tweemaal tot 12 of met doortellen tot 24. De kinderen hoeven nog niet te werken met de 24-uurstijd. Zij komen deze tijden natuurlijk wel tegen, dus het is goed om er even aandacht aan te besteden. Verken dan de plaatjes met de kinderen. Welke tijden horen erbij? Wat is ontbijt, lunch, enzovoort? Waarom zie je een wekker, denk je? Als je om 7 uur opstaat, hoe schrijf je dat met getallen? Laat doortellen, terwijl u op de klok de tijden demonstreert. Welke dag is het als kinderen om 2 uur in de middag al aan het skeeleren zijn, denk je? Waarom denk je dat? wat doe jij op een dag? Zelfstandig werken Geef elk kind kopieerblad 3.32 en tekenpapier. De kinderen maken tekeningen van hun activiteiten gedurende een schooldag (opstaan, naar school gaan, pauze, eten, gym, enzovoort). Uit het kopieerblad knippen ze klokken die ze bij de activiteiten plakken. Bespreek dit naderhand met de kinderen.

22 Alles telt Handleiding 3 21 Aandachtspunten bij les 9 (zelfstandig werken) werkschrift blz. 10 en 11 1 Vraag de kinderen: Waar staat de grote wijzer altijd bij een half uur? Wijs erop dat bij half 8 de kleine wijzer nog vóór de 8 staat en niet daarna. Weten alle kinderen in welke richting de wijzers van de klok draaien? 2 Beide wijzers veranderen van plaats. 3 Dit is één van de eerste keren dat de kinderen de woorden uur en half zelfstandig moeten schrijven. 4 Ga na of de kinderen de bedoeling van de opdracht begrijpen. Als er veel fouten worden gemaakt, laat de kinderen dan elke dag even tellen tot 20, heen en terug. Begrijpen de kinderen de woorden: vorige en volgende (getal)? 5 Laat eventueel het rekenrek gebruiken. 6 Ga na of de kinderen handig rekenen. maatschrift blz. 40 en 41 1 Bespreek de afbeelding met de kinderen. Vraag ter voorbereiding van opgave 2 ook hoe de klok staat als het een halfuur later is. Demonstreer dit met een klassikale instructieklok. 2 Ga na of de kinderen begrijpen dat ze een halfuur met een heel uur moeten verbinden en andersom. 3 De kinderen oefenen het aflezen van klokken. 4 Splitsingen van 10 zichtbaar gemaakt op het rekenrek. 5 Ga na of de kinderen direct het aantal overzien of dat ze nog tellen. 6 Vraag hoeveel sommen de kinderen al uit het hoofd kennen. Observatie en extra hulp Ga na welke kinderen nog moeite hebben met het klokkijken en de woorden die daarbij gebruikt worden. Oefen met die kinderen met het klokje in de hand nog eens opgave 4. Koppel tijden aan (vaste) gebeurtenissen op zo n dag. Vergelijk dat ook met een speciale dag zoals zondag. Stap even uit de les Ster maken Neem nogmaals een kluwen (vlieger)touw en een schaar mee naar het schoolplein om een ster te maken. Laat op het schoolplein 21 kinderen in een kring staan. Elk kind wordt genummerd van 1 t/m 21 met een getalkaartje. De kinderen die over zijn, delen de kaartjes uit. Ook spannen zij met behulp van de kluwen touw een lijn van 1 naar 9. Daarna van 9 naar 17, van 17 naar 4, van 4 naar 12, enzovoort. Er worden dus steeds 7 kinderen overgeslagen. Ga door tot ieder kind het touw in handen heeft. Het stervormige figuur dat ontstaat kan in de klas worden nagetekend. Afronding Gaat u bij werkschrift opgave 1 en maatschrift opgave 1 na of de kinderen weten in welke richting de wijzers van de klok draaien. Bespreek de formuleringen: met de klok mee of tegen de klok in. Waar staat de grote wijzer altijd bij een halfuur? Hebben de kinderen de woorden vorige en volgende getal begrepen? Laat bij maatschrift opgave 2 op een klassikale klok 11 uur zien en zeg: 11 uur. Hoe laat is het over een halfuur? Doe dat ook met een kloktijd van half 5 en half 1. Oplossing:

23 22 blok 4 les 10 herhalen en oefenen Leerlijn Basisvaardigheid optellen Tijd Leerdoelen Nieuwe stof De relatie leggen tussen 1 meer en 1 minder met het volgende en vorige getal in de telrij Klokkijken met hele en halve uren Oefenen Splitsen t/m 10 op het rekenrek Van dubbelen naar bijna-dubbelen De telrij t/m 21 Samen 10 Nieuwe stof Optellen t/m 10 met het rekenrek Klokkijken met hele en halve uren Oefenen Even grote hoeveelheden herkennen 1 minder en 2 meer De telrij t/m 20 Materiaal Werkschrift 3b blz. 12 en 13 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 42 en 43 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware Flitskaarten getalbeelden Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. 1 Volgorde en plaats van getallen Welk getal komt na 29, 48, 61, 52? Laat die getallen op het bord schrijven en vraag ten slotte de getallen in de goede volgorde te zetten. Welk getal komt vóór 60, 44, 32, 57? Laat die getallen op het bord schrijven en vraag ook deze getallen in de goede volgorde te zetten. Doe dit ook met andere getallen. U kunt ook 4 kinderen een getal laten noemen en een ander kind vragen deze getallen te noteren op het bord en ze in de goede volgorde te zetten. 2 Optellen en aftrekken Laat de kinderen de volgende sommen vlot beantwoorden = ( 7) = ( 8) = (17) = (18) = ( 7) = (17) = ( 9) = (19) 7 5 = ( 2) 9 5 = ( 4) 16 5 = (11) 18 5 = (13) = ( 6) = (16) 9 6 = ( 3) 19 6 = (13) = (18) = (16) = (14) = (12) 10 2 = ( 8) = (12) = (11) 8 3 = ( 5) 12 2 = (10) 14 4 = (10) 16 6 = (10) 18 8 = (10) 16 4 = (12) = (20) = (18) 15 3 = (12) 3 Zelfde antwoord Laat de kinderen sommen bedenken die allemaal als antwoord 10 hebben. Laat ze ook sommen met andere antwoorden bedenken. Maatschrift 1 Plaats van de getallen Gebruik de getallenrij t/m 20. Stel vragen als: Wat komt voor? Wat komt na? 2 Tellen met sprongetjes Zet de getallenlijn tot 20 op het bord en doe dat door elk kind een stukje te laten tellen. Stel vragen als: Wie kan met sprongetjes tellen: 1, 3? Wie kan met sprongetjes tellen: 2, 4? Laat de tussenliggende getallen eventueel fluisteren. 3 Getalbeelden herkennen Neem de flitskaarten t/m 10. Laat heel kort een getal zien en laat een kind het getal benoemen. Doe dit vervolgens ook met de getallen t/m 20.

24 Alles telt Handleiding 3 23 Aandachtspunten bij les 10 (herhalen en oefenen) werkschrift blz. 12 en 13 1 Wijs eventueel op de samenhang tussen de sommen, zowel binnen eenzelfde rijtje als tussen de rijtjes onderling. 2 Geef de kinderen als het niet lukt, een klokje in de hand. 3 Laat de kinderen eventueel een rekenrek gebruiken. 4 De kinderen oefenen met de telrij t/m Laat de kinderen eventueel een rekenrek gebruiken. maatschrift blz. 42 en 43 1 Tellen de kinderen de overige kralen nog of overzien ze gelijk het aantal? 2 De kinderen oefenen met het herkennen van wijzerbeelden op de klok. 3 Als tip kunt u de kinderen meegeven dat de paperclips en de kopjesverzameling niet meedoen. 4 De kinderen moet hier 1 minder of 2 meer tekenen. 5 Zachtjes meetellen kan de kinderen helpen met het invullen van de telrij. 6 Zachtjes meetellen kan de kinderen helpen. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 1 18 < Opgave 2 12 < Opgave 3 6 < Opgave 4 6 < Opgave 5 4 < Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 1 7 < Opgave 2 5 < Opgave 3 9 < Opgave 4 5 < Opgave 5 7 < Opgave 6 10 <

25 24 blok 4 les 11 en 12 Leerlijn Basisvaardigheid optellen Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Optellen in een context met 2 en 3 getallen (Herhaald) optellen t/m 10 Oefenen Optelsommen vergelijken Getallen ordenen De telrij t/m 20 Nieuwe stof Optellen in een context Sommen maken rondom 10 Oefenen Optellen in een context Getallen ordenen Splitsflats van 6 t/m 9 Materiaal Leerlingenboek 3b blz. 10 en 11 Werkschrift 3b1 blz. 14 en 15 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 44 en 45 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware Klassikaal rekenrek Rekenrekjes Fiches 2 dobbelstenen, 12 fiches, flitskaarten t/m 12 (per tweetal) 10 kaartjes met sommen tot 6, fiches Lucifers 1 Getal van de week Het getal van de week is 6. Spoor de kinderen aan zoveel mogelijk opdrachtjes te bedenken en sommen te maken die met 6 te maken hebben. Voorbeelden: Met het rekenrek: 6 is 5 rood en 1 wit of als dubbele (boven 3, onder 3). 6 op de klok is onderaan. Bedenken hoe je op 6 kunt uitkomen (getallenlijn tot 10). Hoe kun je 6 gooien met 2 dobbelstenen? (1 en 5, 2 en 4, 3 en 3, 4 en 2, 5 en 1) Wie woont er op huisnummer 6? Wie is er 6 jaar? 2 Getallen benoemen en getallen ordenen Schrijf 4 of 5 getallen onder de 40 op het bord en laat ze benoemen. Let op de omkeringen. Vraag welk getal het kleinst is en welk getal het grootst. Waar horen de andere getallen? 3 Aanvullen tot 10 U noemt een getal en de kinderen bedenken hoeveel er nog bij moet om er 10 van te maken. Doe dit met de rekenrekken erbij. Geef ook enkele kinderen de gelegenheid een getal op te zetten op het klassikale rek dat aangevuld moet worden tot 10. Aanvullen, een belangrijk onderdeel van de rijgstrategie, is een zinvolle oefening. U observeert in hoeverre de kinderen in staat zijn getallen in één beweging of met de vijfstructuur op te zetten. U kunt deze oefening ook doen door het getal niet te noemen, maar op het bord te schrijven. Maatschrift 1 Getal van de week Het getal van de week is 6. Zie suggestie 1 hierboven. 2 Samenvoegen Tel zichtbaar 7 fiches af in de hand. Verdeel ze dan achter uw rug over 2 handen. Open vervolgens (zichtbaar) één hand. Vraag hoeveel fiches er nog in de andere hand zitten. Herhaal dit een aantal malen (ook met andere aantallen fiches). 3 Dobbelstenen Geef de kinderen per tweetal 2 dobbelstenen, 12 fiches en een set flitskaarten t/m 12. Laat de kinderen om de beurt gooien en het aantal ogen leggen met fiches. Daarna zoeken ze er de goede flitskaart (getalkant) bij.

26 Alles telt Handleiding 3 25 Waar gaat deze les over? De kinderen krijgen contexten aangeboden waaruit ze een optelsom t/m 10 moeten destilleren. De contexten zijn dobbelstenen, getalkaartjes, geld, een balspel en een gemengde opgave met ballonnen, torens van blikken, puzzelstukjes en een getallenlijn. Hierbij komen sommen voor met 3 of 4 termen. Let op de kinderen die moeite hebben met de steeds wisselende situaties. Het maakt nogal verschil of je moet nagaan hoeveel puzzelstukjes je nog moet doen (hoeveelheidsgetal), of je de getalkaartjes moet ordenen (telgetal) of kale optelsommen moet maken (rekengetal). Kale sommen met 2 of 3 termen worden ook geoefend. Taal en rekenen Taaltip Sta stil bij het woord punt. In opgave 3 van het leerlingenboek wordt gevraagd: Hoeveel punten? Vergelijk dat eens met: Op dat punt heb je een mooi uitzicht. Dit potlood heeft geen scherpe punt. Het puntje van je neus is rood. Het ligt op het puntje van mijn tong. Op dat punt ben ik het niet met je eens. Daar heb je een punt. Dat is geen punt. Dat is een teer punt. We zetten er een punt achter. U ziet dat punt concreet en abstract gebruikt wordt en dat het in de spelwereld als score wordt gebruikt. Aandachtspunt is ook dat het stipje de punt wordt genoemd en dat het bij de puntentelling om het punt gaat. Rekenwoorden Optelsom Lastige woorden Punten Score

27 26 Blok 4 Les 11 en 12 C 1 Lesverloop van les 11 welke som hoort erbij? Splitsen van getallen vanuit context Het is van groot belang dat de opdrachten begrepen worden en dat de context bekend is, zodat de kinderen zich kunnen inleven in de situatie. Let op de kinderen die moeite hebben met de steeds wisselende situaties. Sta bij elke situatie even stil en stel vragen over de context. U kunt bij alle contextopgaven de vraag 2 keer voorlezen en daarna het antwoord laten opschrijven. U kunt de kinderen ook eerst zelf de afbeeldingen laten bekijken en afwachten of ze zelf ontdekken wat het rekenprobleem is. Bij deze opgave kunt u vragen: a An heeft 8 gegooid met 2 dobbelstenen. Hoeveel heeft ze gegooid met de dobbelsteen die onder het kopje zit? Idem bij b maar met een ander getal. c Hier liggen 3 kaartjes. Als je de getallen optelt, moet je 10 krijgen. Welk getal moet op het lege kaartje staan? Een soortgelijke vraagstelling bij d. C2 C3 C4 C5 C6 welke som hoort erbij? Optellen met 3 getallen vanuit context Vraag de kinderen hoeveel euro dit samen is. hoeveel punten? Optellen met meer getallen vanuit context Het gaat om het aantal ballen of pijltjes op het bord. Hoeveel punten gooien ze? maak de sommen. Optellen met 3 getallen Maken de kinderen gebruik van de samenhang tussen de sommen? welke som hoort erbij? Optellen met meer getallen vanuit context Stel de volgende vragen bij de verschillende onderdelen van deze opgaven: a Noor heeft 5 ballonnen en Bas 3. Hoeveel ballonnen hebben ze samen? Hoeveel ballonnen heeft Noor er meer dan Bas? b Hier staan 2 torens van blikken. Hoeveel blikken in de eerste toren en hoeveel in de tweede? Hoeveel blikken meer is de tweede toren? c Roos wil de beer kopen. Hoeveel euro heeft ze te weinig in haar portemonnee? d Hoeveel stukjes heeft Fatima nog nodig om haar puzzel af te maken? e Als je de getallen optelt, moet je 10 krijgen. Welk getal staat er op het lege kaartje? f Welk getal ligt precies in het midden tussen 0 en 8 op de getallenlijn? maak de sommen. Optellen tot 10 Zijn er al kinderen die een aantal van deze sommen zonder rekenrek kunnen uitrekenen?

28 Alles telt Handleiding 3 27 Aandachtspunten bij les 12 (zelfstandig werken) De manier waarop een kind de optelling uitrekent, is nog niet zo belangrijk. Sommige kinderen zullen 2 keer tellen, anderen zullen doortellen. Bepaalde kinderen zien het direct en enkelen zullen de optelling meer of minder bewust zien als het omgekeerde van de splitsing en zullen het antwoord ook vlot weten. Besteed hier nog niet te veel aandacht aan. Besteed wel aandacht aan het verwoorden van de som en van de notatie ervan. Ga na of de kinderen de bedoeling van de opgaven doorzien. Leg eventueel nog eens uit. werkschrift blz. 14 en 15 1 Leg uit dat de opgave verwoord kan worden als: Ik heb 5 witte damschijven. Er komen er 3 zwarte bij. Hoeveel samen? Help de kinderen met de notatie. Welke som maak je? 2-3 Zie opgave 1. In dit geval gaat het om pionnen. 4-5 Zie opgave 1. In dit geval gaat het om stippen op een dobbelsteen. 6 Dit is moeilijk direct te zien. Eerst de sommen uitrekenen dus. 7 Ordenen van getallen terwijl er ook getallen ontbreken. 8-9 Deze opgaven doen een beroep op kennis van de volgorde van de getallen. maatschrift blz. 44 en 45 1 Laat de kinderen eerst naar de plaatjes kijken. Zijn er kinderen die er aftreksommen van maken? 2 Een complexe opdracht: eerst de som van de worp bepalen en dan aanvullen t/m Nu is het aanvullen tot een getal naar keuze. Wie maakt al wat moeilijkere sommen? 4 Tellen de kinderen de kralen, tellen ze door of kunnen ze al aantallen overzien? 5 Begrijpen de kinderen dat ze een optelsom moeten maken? De kinderen mogen de sprongen ook intekenen. 6 Stimuleer de kinderen systematisch te werken. Observatie en extra hulp Observeer welke kinderen moeite hebben met het verwoorden en noteren van een som. Help hen aan de instructietafel. Maak 10 kaartjes met sommen tot 6. Schets de volgende situatie: Er lopen 2 dieren in de wei. Er komen 3 dieren bij. Welke som kies je uit? De kinderen leggen dit met behulp van fiches op tafel. Schets ook nog een andere situatie: Op een schaal liggen 4 appels. Er komt nog 1 appel bij. Welke som kies je uit? Stap even uit de les Lucifers leggen a Laat de kinderen met 3 lucifers een driehoek leggen. Teken deze na op papier. Laat de kinderen daarna met 6 lucifers een driehoek leggen. Hoeveel kleine driehoeken passen er in de grote? (4) b Laat de kinderen van 4 lucifers een vierkant leggen. Teken deze na op papier. Laat de kinderen daarna met 8 lucifers een vierkant leggen. Hoeveel van het kleine vierkant passen er in het grote? (4) Afronding Ga bij werkschrift opgave 1 na of de kinderen de opgaven kunnen verwoorden. Schrijf de som op het bord en vergelijk. Wie had nog moeite met opgave 7, 8 of 9? Telt u samen nog eens hardop tot 20 en terug. Bespreek maatschrift opgave 1 uitvoerig. Niet alleen zijn er veel antwoorden mogelijk maar ook de manier van denken kan heel verschillend zijn. Laat de kinderen hun vondsten op het bord schrijven. Welke variant vinden de kinderen zelf het gemakkelijkst? Waarom? Hebben de kinderen bij opgave 6 alle splitsingen gevonden? Kunnen ze ook bewijzen dat ze alle splitsingen hebben gevonden?

29 28 blok 4 les 13 en 14 Leerlijn Geld Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Optellen t/m 20 in geldcontext Betalen met munten en biljetten Oefenen Optellen t/m 10 met kale sommen Dubbelen en bijna-dubbelen De relatie tussen 1 meer en 1 minder met het volgende en vorige getal in de telrij Samen 9 Nieuwe stof Optellen t/m 20 in geldcontext Betalen met munten en biljetten Geldbedragen zelf samenstellen Oefenen Geldbedragen herkennen Optellen t/m 10 in context Bijna-dubbelen Materiaal Leerlingenboek 3b blz. 12 en 13 Werkschrift 3b1 blz. 16 en 17 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 46 en 47 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware 4 boeken, 4 krijtjes, 4 doosjes, 4 schoenen (verschillende diktes/hoogtes/lengtes) Flitskaarten t/m 12 Namaakgeld (munten van 1 en 2 euro, biljetten van 5 en 10 euro) Klassikaal rekenrek Symmetrisch fruit om door te snijden en te spiegelen (bijv. appels) Spiegeltjes 1 Het verbeelden van het aftreksommen Zet 10 kinderen voor de klas. Vraag een ander kind de volgende som te laten zien: Doe dit ook met andere sommen als: 9 3, 8 4, 7 3, enzovoort. Laat een kind ook zelf een som bedenken, op de achterkant van het bord schrijven en vervolgens uitvoeren. Hij mag daarvoor het benodigde aantal kinderen eerst voor de klas zetten en daarna terugsturen naar hun plaats. De groep mag raden welke som is uitgebeeld. 2 Optellen en aftrekken als omgekeerde bewerkingen Laat de sommen vlot door de kinderen beantwoorden. 8 2 = (6) = (8) = (9) 9 5 = (4) 8 6 = (2) = (8) = (9) 9 4 = (5) 3 Rangorde Laat voorwerpen uit de klas op rangorde leggen, bijvoorbeeld 4 boeken op dikte (of hoogte), 4 krijtjes op lengte, 4 doosjes op hoogte (of lengte of breedte), 4 schoenen op lengte, enzovoort. Maatschrift 1 Groeperen Teken 30 fiches kriskras op het bord. Laat een kind voor de klas komen en geef het de volgende opgave. Zet een kring om een groepje van 6. Kan dat nog een keer? Hoeveel groepjes kun je maken? Laat daarna een ander kind voor de klas komen. Zet een kring om een groepje van 10. Kun je nog een groepje van 10 maken? En nog één? Als er fiches hergebruikt worden, laat dan een andere kleur krijt gebruiken. 2 Volgorde op de getallenlijn Deel flitskaartjes t/m 12 uit aan 12 verschillende kinderen. Noem vervolgens de namen van deze kinderen op in willekeurige volgorde. Zodra een kind bij de naam wordt genoemd, komt het naar voren en stelt zich op voor de groep. De kinderen die naar voren komen stellen zich zo op dat de getallen op volgorde komen te staan. Herhaal dit met 12 andere kinderen. 3 Dubbelen Wat is het dubbele van: 1, 3, 7, 2, 9, 6, 5 en 4? Let op of de kinderen de antwoorden spontaan geven of dat ze nog rekenen.

30 Alles telt Handleiding 3 29 Waar gaat deze les over? In deze les vindt de formele introductie plaats van het euroteken:. Zet als voorbereiding de prijslijsten uit het leerlingenboek op het bord, zodat u er later gemakkelijk naar kunt verwijzen. Taal en rekenen Taaltip In deze les wordt het euroteken formeel geïntroduceerd, hoewel het in de afbeeldingen in het leerlingenboek 3a al wel eerder te zien is geweest. Sinds de invoering van de euro op 1 januari 2002 zien de kinderen dit symbool elke dag. In groep 4 wordt uitgebreid ingegaan op de geschiedenis en het verspreidingsgebied. Nu kunt u zich beperken tot het euroteken op zich en vragen over het gemak van betalen met vakantie in het buitenland. Wie heeft wel eens een ijsje gekocht in het buitenland? Kon je toen met euro s betalen? Zet het euroteken ( ) groot op het bord. Op welke letter lijkt het euroteken? (de E.) Waarom de E? (Europa). Waarom die 2 streepjes? (Om de euro te onderscheiden van de dollar en het pond die elk één streepje hebben.) Zet een cirkel om het euroteken en maak een woordveld met de kinderen. Zet om het euroteken woorden en zinnetjes die de kinderen associëren met. Zoals euro, geld, munten, biljetten, betalen, kosten, wisselen, terugbetalen, kassa, sparen, zakgeld, enzovoort. Bespreek kort elke term en laat de kinderen er een zinnetje bij bedenken. Rekenwoorden Optellen Lastige woorden Betalen Kosten

31 30 Blok 4 Les 13 en 14 Lesverloop van les 13 C1 hoeveel moet je betalen? Invoering van het euroteken: Naast een algemene oefening kunt u ook alvast de munten laten verkennen en laten tellen. Door de structuur in het geldsysteem, kunt u kijken welke kinderen snel diverse munten kunnen samennemen en het eindbedrag kunnen noemen en wie daarmee nog moeite heeft. Ga in op het euroteken: zie Taaltip. De kinderen hoeven het nog niet zelf te schrijven, maar wel kunnen herkennen. Ga in op de beide afbeeldingen in het leerlingenboek. Waarvoor dienen de prijslijsten? Wat kun je allemaal kopen? Wat zou jij willen kopen? Hoeveel moet je dan betalen? Laat een kind 3 dingen noemen en de andere kinderen rekenen/tellen mee hoeveel hij moet betalen. Zou je dat ook kunnen als je 4 dingen wilt kopen? Hoe kun je dat opschrijven? Op het bord komt bijvoorbeeld = 6; dus 6. Het laatste is belangrijk. De kinderen moeten zich steeds weer bewust worden waarom ze zijn gaan rekenen. Geef de kinderen namaakgeld (munten van 1 en 2 en biljetten van 5 en 10). Welke munten gebruik je om het bedrag van 6 te betalen? Leg die munten maar eens op de tafel. Aan kinderen die meteen een biljet van 5 neerleggen en een munt van 1 laat u natuurlijk weten dat het bedrag goed is, maar dat u vroeg om munten. De kinderen kijken naar de prijslijsten van opgave 1 of naar de lijsten op het bord. De sommen kunnen uit het hoofd worden gemaakt. Het gaat om het feit dat er gerekend wordt om te weten hoeveel je moet betalen. Probeer steeds om eerst de berekening te laten verwoorden en dan de conclusie: Dus moet ik... euro betalen. Kinderen die er hoofdrekenend niet uitkomen, kunnen gebruik maken van namaakgeld. Let op de schrijfwijze van eurobedragen: euroteken met een getal erachter, zonder komma, punt, streepjes of nullen. C2 C3 hoeveel moet je betalen? Invoering van het euroteken: De kinderen kijken naar de prijslijst en rekenen uit wat de artikelen uit de groentewinkel kosten. Extra moeilijkheid bij deze opgave is het feit dat ook de biljetten van 5 en van 10 gebruikt worden. Ook moet worden gerekend met de 3 halen - 2 betalen aanbieding van de komkommers! wat koop jij? Invoering van het euroteken: Laat de kinderen zelf combinaties van artikelen bedenken en daarvan de totaalprijs uitrekenen. De kinderen tekenen de artikelen in hun schrift en schrijven de prijs erbij. Hoever komen de kinderen? Tot 10, tot 20 of nog verder?

32 Alles telt Handleiding 3 31 Aandachtspunten bij les 14 (zelfstandig werken) werkschrift blz. 16 en De kinderen noteren de sommen en voeren de berekening uit. 3 Let op of de kinderen doortellen en zo tot het eindbedrag komen of dat ze eerst de lange som opschrijven. 4 Welke sommen worden al uit het hoofd berekend? 5 Gebruiken de kinderen de dubbelen bij de bijna-dubbelen? 6 Ontdekken alle kinderen de regelmaat? (Steeds 1 meer erbij.) 7 Let op of de kinderen hierbij denken aan hoeveelheden en doortellen. Hebben ze het rekenrekje nodig? maatschrift blz. 46 en 47 1 Eerst de prijs opzoeken op de lijst en daarna optellen. 2 Geef de kinderen eventueel namaakgeld. Je werkt van rechts naar links. 3 Eerst het bedrag uitrekenen en dan vastmaken. 4 Deze oefenvorm is nieuw, maar met een kleine toelichting kunnen de kinderen deze zeker maken. In feite gaat het om een splitsing van Deze opgave is identiek aan de vorige, maar hier gaat het om een splitsing die de kinderen zelf mogen bedenken. 6 Voor de bijna-dubbelen moet je wel eerst de voorgaande dubbele weten. Afronding Bespreekt u werkschrift opgave 1 en 2. Welke kinderen konden deze opgaven al zonder namaakgeld uitrekenen? Bij opgave 3 is het gemakkelijker om met het grote geld te beginnen. Doen de kinderen dat ook? Houd een korte nabespreking van maatschrift opgave 2, 4, 5 en 6. Noteer van opgave 2 de goede berekeningen op het bord en van opgave 4 verschillende goede berekeningen. Bij opgave 6 schrijft u de gevonden nieuwe sommen op het bord. Zien de kinderen de regelmaat? Observatie en extra hulp Let op welke kinderen bij maatschrift opgave 6 niet in staat zijn een oplossing te vinden vanuit een vorige som. Het is belangrijk dat de kinderen in ieder geval de dubbelsommen en de bijnadubbelsommen herkennen en dat ze niet iedere opgave tellend uitrekenen. Laat de kinderen op een rekenrek alle dubbelen nog eens opzetten. Daarna een kraal weghalen van de onderste staaf. Elke keer moet het dubbelgetal genoemd worden en dan de bijna-dubbele. Stap even uit de les Spiegelbeelden Neem mee: een aantal appels of peren of tomaten (of sinaasappels of ander fruit) dat gemakkelijk is door te snijden. Laat de kinderen het fruit zo doorsnijden zodat er 2 precies gelijke helften ontstaan. Laat beide helften zo tekenen dat er een spiegel tussen de tekeningen kan worden gezet en het spiegelbeeld gelijk is aan het stuk aan de andere kant van de cirkel. Laat ten slotte de lijn tekenen waarop de spiegel stond.

33 32 blok 4 les 15 herhalen en oefenen Leerlijn Basisvaardigheid optellen Geld Leerdoelen Nieuwe stof Optellen in een (geld)context met 2 en 3 getallen Oefenen De relatie tussen 1 meer en 1 minder met het volgende en vorige getal in de telrij Van dubbelen naar bijna-dubbelen Splitsen van getallen Nieuwe stof Optellen in een context De relatie tussen 1 meer en 1 minder met het volgende en vorige getal in de telrij Optellen t/m 10 in geldcontext Oefenen Getalbeelden op het rekenrek, inclusief dubbelen en bijna-dubbelen Splitsen van getallen op het rekenrek Materiaal Werkschrift 3b1 blz. 18 en 19 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 48 en 49 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware Fiches Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. 1 Geef de som door Schrijf een getal op het bord (bijvoorbeeld 4). Geef de beurt aan een kind en laat een som maken waarvan het begingetal 4 is, bijvoorbeeld = 5. Vervolgens geeft dit kind de beurt aan een ander kind dat een som maakt waarvan het begingetal 5 is, bijvoorbeeld = 15, enzovoort. Spreek af dat de rij stopt als 20 het begingetal moet worden. Erbij en eraf mag door elkaar. Het is een sport om zo lang mogelijk bezig te zijn. 2 Doordenkertjes Wat is langer: een pen of een schrift? een bed of een tafel? een slang of een rups? 3 Doordenkertjes Wat is zwaarder: een olifant of een hond? ons langste kind of de juf? een tafel of een stoel? Maatschrift Wat duurt langer: een uur of een kwartier? een maand of een week? een maand of een jaar? Wat heeft meer armen: een mens of een inktvis? een ligstoel of een kandelaar? een rivier of de politie? 1 Tellen van groepjes Teken groepjes van 10, 11 en 12 fiches op het bord. De kinderen leggen de groepjes met fiches na op hun tafel. Observeer welke kinderen het aantal in één keer overzien. Laat deze kinderen uitleggen hoe ze te werk zijn gegaan. Hebben ze ook gestructureerd? Bijvoorbeeld in groepjes van 5? Wijs nu telkens een van de groepjes aan en laat andere kinderen de aantallen benoemen. Sta hier niet te lang bij stil; houd de vaart erin. 2 Doordenkertjes Zie suggestie 2 hierboven. 3 Doordenkertjes Wat is zwaarder: een olifant of een hond? ons langste kind of de juf? een tafel of een stoel? Wat heeft meer poten: een tafel of een schemerlamp? een poes of een kip? een spin of een bij?

34 Alles telt Handleiding 3 33 Aandachtspunten bij les 15 (herhalen en oefenen) werkschrift blz. 18 en 19 1 Tellen de kinderen door of rekenen ze? 2 De kinderen kunnen zelf combinaties bedenken en de berekeningen met munten maken. 3 Zijn er kinderen die gelijke bedragen al in één keer optellen? 4 Berekenen de kinderen alles al uit het hoofd? 5 De kinderen splitsen (en tekenen) de aantallen met behulp van het rekenrek. Daarbij gaan ze uit van dubbelen en bijna-dubbelen. Ze beginnen in de linkerkolom met de afbeelding in de middelste rij. Van daaruit werken ze naar boven en naar beneden. Op die manier gaan ze van dubbelen naar bijnadubbelen. Hetzelfde geldt voor de splitsing in de rechterkolom. 6 Wie eerst de tweede splitsing doet, is slim. maatschrift blz. 48 en 49 1 Stimuleer dat de kinderen het zonder tellen oplossen. 2 Dit zijn eigenlijk splitsingen van 4, 5 en 6. 3 Hebben de kinderen nog namaakgeld nodig? 4 Gebruiken de kinderen de vijfstructuur? Overzien ze de dubbelen en bijna-dubbelen in de rechterkolom al? 5 Ook hier kan de vijfstructuur van het rekenrek helpen. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 1 7 < Opgave 2 4 < Opgave 3 3 < Opgave 4 16 < Opgave 5 6 < Opgave 6 2 < Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 1 7 < Opgave 2 12 < Opgave 3 3 < Opgave 4 10 < Opgave 5 12 <

35 34 blok 4 les 16 en 17 Leerlijn Basisvaardigheid aftrekken Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Aftrekken t/m 10 met behulp van het rekenrek Aftrekken t/m 10 in een context Aftrekken t/m 20 in geldcontext Oefenen Hoogtes meten met de kralenliniaal Hoogtes meten en tekenen met behulp van een hokjesstramien Nieuwe stof Aftrekken t/m 10 met behulp van het rekenrek Aftrekken t/m 10 in een context Aftrekken t/m 20 in geldcontext Oefenen Hoogtes meten en vergelijken met de kralenliniaal Dubbelen en bijna-dubbelen als kale sommen Materiaal Leerlingenboek 3b blz. 14 en 15 Werkschrift 3b1 blz. 20 en 21 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 50 en 51 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware Rekenrekjes Klassikaal rekenrek 1 Getal van de week Het getal van de week is deze keer 12. Bedenk opnieuw zoveel mogelijk opdrachtjes, waarvan de bedoeling is om de plaats, waarde, structuur en betekenis van 12 te verduidelijken. Begin met het maken van een woordspin met 12 in het midden. Andere voorbeelden: Op de klok staan getallen tot 12. Je kunt 12 eurocent leggen met verschillende munten. Op het rekenrek is 12 een volle staaf en 2 rood of de dubbele van 6. Er zijn diverse sommen met 12 als uitkomst. Door de uiteenlopende belangstelling en mogelijkheden van kinderen kunnen hierbij makkelijke en moeilijke opgaven en gedachten genoemd worden. 2 Tellen in blokken Laat de kinderen tellen, het eerste kind tot 5, het tweede tot 10, enzovoort. Doe dit ook met terugtellen. 3 Geef de som door Schrijf een getal op het bord (bijvoorbeeld 5). Geef daarna de beurt aan een kind dat een som maakt waarvan het begingetal 5 is, bijvoorbeeld = 6. Vervolgens geeft dit kind de beurt aan een ander kind dat een som maakt waarvan het begingetal 6 is, bijvoorbeeld = 16, enzovoort. Spreek af dat de rij stopt als 20 het begingetal moet worden. Erbij en eraf mag door elkaar. Het is een sport om zo lang mogelijk bezig te zijn. Maatschrift 1 Getal van de week Het getal van de week is 12. Zie suggestie 1 hierboven. 2 Tellen in blokken Laat de kinderen tellen, het eerste kind tot 3, het tweede tot 6, enzovoort. Doe dit ook met terugtellen. Hoe ver komen de kinderen al met tellen? 3 Even/oneven Zet de volgende getallen op het bord: 12, 3, 4, 7, 13, 9, 1, 6, 14, 8. Wat zijn de even getallen? Wat zijn de oneven getallen? Hoe zie je dat?

36 Alles telt Handleiding 3 35 Waar gaat deze les over? Aftrekken (het verschil bepalen) heeft 2 verschijningsvormen: een statische (bijvoorbeeld een verschil in hoogte of grootte van getallen) en een dynamische (er gaat iets weg, er verdwijnt iets). Voor kinderen is dit laatste gemakkelijker te begrijpen. Deze aftrekking geeft een antwoord op de vraag: hoeveel over? Taal en rekenen Taaltip Na het begrip optellen komt nu het begrip aftrekken Het zou goed zijn als de kinderen deze begrippen direct associeerden met meer en minder, met erbij en eraf, maar ook met samen (nemen) en verschil (bepalen). Dit ook om te benadrukken dat optellen en aftrekken tegengestelde bewerkingen zijn. Laat als oefening de kinderen kiezen wat de belangrijke begrippen in deze les waren. Ze kunnen kiezen uit de lijst die op het bord staat: pakjes, aftrekken, eraf, kralen, dominospel, geld overhouden, minder, aftreksommen, vloeistof, minteken, kralenliniaal. Rekenwoorden Aftrekken Verschil Minteken Verdwijnsommen Lastige woorden Meer Minder Dominospel

37 36 Blok 4 Les 16 en 17 Lesverloop van les 16 C1 C2 C3 C4 C5 C6 10 pakjes. Aftrekken/gebruik van het minteken Voor kinderen is de dynamische vorm van aftrekken gemakkelijker te begrijpen dan de statische vorm. De dynamische aftrekking geeft een antwoord op de vraag: hoeveel over? In les 6 en 7 hebben de kinderen hier al mee kennisgemaakt. De andere aftrekking (verschil) komt in groep 4 aan de orde. Bespreek de foto. Wat gebeurt er? Probeer het rekenverhaaltje erbij te bedenken. Hoeveel volle pakjes waren er eerst? Zouden er nu meer zijn of minder? Waarom? Welke som hoort daarbij? Wat voor soort som? (Eraf-som.) Hoe schrijf je dat op? reken uit. Aftrekken/gebruik van het minteken Laat de opdrachten uitvoeren en herhalen op het klassikale rekenrek. Hoeveel zet je op? Hoe doe je dat? Hoe ziet het getal eruit? Hoeveel haal je eraf? Wat heb je over? Hoeveel is dat samen? Probeer een vaste routine aan te brengen, waarbij de kinderen zeggen wat ze zien, zodat ze het getalbeeld leren inprenten en attendeer de kinderen erop hoe dat in rekentaal wordt weergegeven. maak de sommen. Aftrekken/gebruik van het minteken Vraag naar de samenhang tussen de sommen. Rijtje 3 zijn zogenoemde verdwijnsommen ; rijtje 4 zijn allemaal bijna-verdwijnsommen. Oefen deze speciale sommen in een korte hoofdrekensessie van 5 minuten. maak de sommen. Optellen t/m 10 Vraag naar het bijzondere binnen de rijtjes, alleen het laatste rijtje is willekeurig. roos koopt een dominospel. Aftrekken in geldcontext Laat de kinderen sommen bedenken bij het kopen van het dominospel. Welke sommen kun je bedenken? (Voorbeelden bij b: = 7; 7 4 = 3; of Je betaalt met = 4 euro en je houdt = 3 euro over. ) hoeveel meer of minder? Aftrekken/gebruik van het minteken Vraag niet alleen naar de hoogte van de vloeistof in de afzonderlijke buisjes, maar vraag hoeveel er in het ene meer of minder zit dan in het andere. Welke som hoort daar dan bij? Dit kan zowel een optelsom (5 + 2) als een aftreksom (7 2) zijn.

38 Alles telt Handleiding 3 37 Aandachtspunten bij les 17 (zelfstandig werken) werkschrift blz. 20 en Een korte uitleg over de bedoeling en de aanpak van de som blijft nog nodig. Om moeilijkheden te voorkomen kunt u voorafgaand aan het werk opgave 1 bekijken en vragen hoe de situatie nu is. Wat zie je op het plaatje? (Er staan 10 blikken.) Wat gebeurt er? (Het jongetje gooit blikken om.) Wat verandert er? (Sommige blikken vallen om en er blijven nog blikken staan.) Wat voor rekenverhaaltje kun je daarbij bedenken? (Er staan 10 blikken, het jongetje gooit er 4 om. Daarna zijn er nog 6 over.) Welke som hoort erbij?(10 4 = 6) Stimuleer de kinderen bij twijfel een rekenverhaaltje te bedenken over hoe het eerst was, wat er is gebeurd en hoe het is afgelopen. 5 6 Meten is tellen met eenheden van dezelfde grootte. Let erop dat de kinderen bij de 0 beginnen en de maat van de (getekende) torens noteren. maatschrift blz. 50 en 51 1 Laat de kinderen alle pakjes tellen die op de foto staan. Hoeveel pakjes zijn er gepakt? Hoeveel zijn er over? 2 Begrijpt ieder kind dat wegstrepen en weghalen hetzelfde is? 3 De schaar symboliseert weghalen, de lijmstift symboliseert erbij doen. 4 De kralen zijn hier de maat. 5 Dubbelen en bijna-dubbelen op het rekenrek. Kennen de kinderen er al een aantal uit hun hoofd? Afronding Zet bij werkschrift opgave 1-4 de som 8 3 =... op het bord. Wie kan hier een rekenverhaaltje bij bedenken? Als het niet lukt, geef dan stapsgewijs een suggestie door op het bord een appel te tekenen: Het gaat over appels. Wie kan er nu een rekenverhaaltje bij de som bedenken? Teken vervolgens als steun 8 appels op het bord en streep er 3 door. Wie kan het rekenverhaaltje vertellen? Wat is de uitkomst van de som? Zo nodig vertelt u het verhaaltje zelf. Begrijpen de kinderen dat het doorstrepen betekent: opeten of wegnemen? Wie kan er op het bord een som schrijven en er een rekenverhaaltje bij bedenken? Bekijk met de leerlingen opgave 2. Bij welke som is het best gegooid? En waarom? Stel dezelfde vragen ook bij de sommen van opgave 3 en 4. Bij maatschrift opgave 1 en 2 moeten de kinderen een goed beeld hebben wat er gebeurt. Laat ze dat nog eens onder woorden brengen. Voer het daarna uit op het rekenrek. Werk bij het wegstrepen van de kralen van rechts naar links. Observatie en extra hulp Er zullen waarschijnlijk kinderen zijn die de situatie waarin ze 5 blikjes zien staan en 3 blikjes zien liggen, weergeven in een som als 5 3 = en niet als 8 3 =... Daarom is het van belang steeds te vragen: Hoeveel stonden er eerst? Wat is er toen gebeurd, denk je? Hoeveel staan er nog? Welke som past hierbij? Vraag of de kinderen, terugkijkend naar 5 3 =, dit kunnen verwoorden (er stonden eerst 5 blikjes en er zijn er 3 omgegooid). Stap even uit de les De halfdove patiënt Speel het spel van de halfdove patiënt. De spelers zijn een dokter en een patiënt die elk in een hoek van de klas staan. De dokter zegt een getal (bijvoorbeeld 8) en de patiënt die immers half doof is zegt 4. Let op: de dokter mag alleen maar even getallen noemen. Laat na een paar minuten andere kinderen de rollen overnemen. Daarna wordt het spel andersom gespeeld. Wat zou de dokter hebben gezegd? Nu zegt de patiënt eerst een getal (onder de 10). (Naar een idee van Leen Streefland.)

39 38 blok 4 les 18 en 19 Leerlijn Basisvaardigheden optellen en aftrekken Leerdoelen Nieuwe stof Aftrekken t/m 10 in contexten Aftrekken met kale sommen Optellen in context van instappen trein Aftrekken in context van uitstappen trein Oefenen Optellen en aftrekken als elkaars omgekeerde Nieuwe stof Aftreksommen halen uit context Eenvoudige aftreksommen maken Aftreksommen herkennen op het rekenrek Oefenen Optelsommen herkennen op het rekenrek Materiaal Leerlingenboek 3b blz. 16 en 17 Werkschrift 3b1 blz. 22 en 23 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 52 en 53 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware 10 stoelen Klassikale rekenrek Rekenrekjes Namaakgeld Een pet, een fluitje, enkele gebruikte treinkaartjes, evt een kniptang of stempel. Rekenrekjes Fiches Dominostenen Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. 1 Aftrekken Laat de kinderen de volgende sommen vlot beantwoorden = (9) 10 3 = (7) 10 4 = (6) 10 6 = (4) 9 1 = (8) 9 3 = (6) 9 4 = (5) 9 6 = (3) 3 3 = (0) 5 5 = (0) 7 7 = (0) 9 9 = (0) 3 2 = (1) 5 4 = (1) 7 6 = (1) 9 8 = (1) 2 In- en uitstappen Zet 10 stoelen 2 aan 2 achter elkaar voor de klas (zoals in een bus). Beeld met de kinderen de volgende verhaaltjes uit : Er zitten 3 mensen in de bus, bij de halte stappen er 5 in en 2 uit. Er zitten 8 mensen in de bus, bij de halte stappen er 6 uit en 3 in. Laat enkele kinderen ook zulke situaties bedenken. 3 Wisselgeld Laat de kinderen de volgende verhaaltjes omzetten in sommen en deze beantwoorden. Schrijf de opties van de kinderen op het bord. Jaap moet 6 betalen. Hij geeft een briefje van 10. Ismael moet 4 betalen. Hij geeft een briefje van 10. Daan moet 3 en 2 betalen. Hij geeft 5. Karim moet 4 en 3 betalen. Hij geeft 10. Noor moet 2 en 2 en 2 betalen. Ze geeft 10. Maatschrift 1 1 en 2 meer Noem een getal en vraag: Wat is 1 meer? Herhaal dit een aantal malen. Vraag ook: Wat is 2 meer dan? 2 Getalbeelden op het rekenrek Zet een getal op het klassikale rekenrek en laat de kinderen dat op hun eigen rekje zetten. Laat de kinderen daarna zeggen welk getal er op het rek staat. Herhaal dit een aantal keren. Zet daarna een getal op, laat dit even staan en haal het weer weg. Herhaal ook dit enkele keren. 3 Geldrekenen Geef de kinderen namaakgeld en laat ze de volgende bedragen samenstellen 4, 7, 9, 11, 14, 15, 17, 19.

40 Alles telt Handleiding 3 39 Waar gaat deze les over? In deze les worden nog meer situaties aangeboden die met aftreksommen kunnen worden opgelost. Eén zo n situatie is het in- en uitstappen in een trein. Als voorbereiding kunt u het volgende doen. Vorm een trein door 5 rijen stoeltjes neer te zetten, 2 aan 2 achter elkaar, zodat u in totaal 10 plaatsen hebt. Gebruik daarbij enkele (speelgoed)attributen die betrekking hebben op het reizen met de trein, zoals een pet, een fluitje, een kniptang, enkele gebruikte treinkaartjes. Beeld in dit treinspel het instappen (optellen) en uitstappen (aftrekken) van passagiers uit zoals omschreven bij opgave 3 en 4. Taal en rekenen Taaltip Instappen en (bij opgave 4) uitstappen zijn voor de meeste kinderen moeilijke woorden. Wijs hen erop dat ze bij opgave 3 en 4 goed op het eerste stukje moeten letten: in of uit. Tijdens het treinspel laat u bij elke nieuwe situatie de kinderen vertellen wat er gebeurd is. Komen er passagiers bij? Hoeveel mensen stappen er uit? Wat is het nieuwe aantal passagiers? Rekenwoorden Erbij Eraf Optellen Aftrekken Lastige woorden Instappen Uitstappen Passagiers

41 40 Blok 4 Les 18 en 19 Lesverloop van les 18 C1 C2 C3 C4 C 5 welke som hoort erbij? Aftrekken t/m 10 a Hoeveel pinguïns zitten er achter de heuvel? b Wie heeft de meeste ballonnen? Hoeveel meer dan de ander? c In een zak zitten 10 knikkers. Er zijn 4 zwarte knikkers. Hoeveel witte? d 9 kinderen zijn aan het voetballen. Hoeveel kinderen zie je niet? welke som hoort erbij? Aftrekken t/m 10 a Hoe oud is het meisje? Hoeveel kaarsjes moeten er nog op de taart bijgeplaatst worden? (2) b Hoeveel euro houd je over als je de beer koopt? (2 euro) c Met welke 2 kaartjes kun je een som maken waar 7 uit komt? (3 en 4) d Hoeveel kleurpotloden zijn er weg uit de doos? (4) e Hoeveel jaar is de ene kat ouder dan de ander? Hoeveel jaar jonger is de andere kat? (4) f Hoeveel kegels zijn er? Hoeveel staan er rechtop? Hoeveel zijn er omgegooid? Hoeveel meer staan er overeind dan er omgegooid zijn? (8, 3, 2) wat zie je? Het optellen in context van in de trein stappen Speel het treinspel en vertel dat enkele kinderen vandaag een treinreis gaan maken in een sommentrein. Telkens als de trein stopt bij een station, wil de conducteur weten wat er allemaal gebeurt in zijn trein. Daarvan maakt hij een som. U geeft een kind pet, fluit, enzovoort. De conducteur wordt niet meegeteld; hij maakt de rekensom. Wijs 2 kinderen aan die instappen. Vraag de conducteur: Welke som kun je daarbij bedenken? (0 + 2 = 2) Hij neemt de kaartjes in ontvangst (of knipt ze). De kinderen sluiten aan en vormen een trein die door de klas rijdt. Wijs steeds kinderen aan. Als de trein bij het station aankomt, stappen de aangewezen kinderen in (optelsom). Het omzetten van de actie in de tabel met getallen wordt eerst geoefend. welke som hoort erbij? Het aftrekken in context van uit de trein stappen Wat gebeurt er? Er stappen mensen uit. Kun je daar ook een som bij bedenken? De aftreksituatie is moeilijker omdat de kinderen direct de personen die zijn uitgestapt in hun denken moeten betrekken. Begin dan ook met de vraag: Wat is er gebeurd? Hoeveel mensen zaten er eerst in de trein? Dat zijn de mensen die zijn uitgestapt én de mensen die er nog in zitten. U bespreekt 2 opgaven. Ook hier de tabelvorm oefenen. maak de sommen. Aftrekken t/m 10 Het eerste getal (aftrektal) is steeds groter dan 5 en daardoor wat moeilijk.

42 Alles telt Handleiding 3 41 Aandachtspunten bij les 19 (zelfstandig werken) werkschrift blz. 22 en 23 1 Bespreek deze treinsommen van tevoren. Herhaal daarbij de vragen en maak de kinderen attent op wat er gebeurt bij het station. Hoeveel mensen zaten er eerst in de trein? Wat gebeurde er bij het station? Hoeveel mensen zaten er daarna in de trein? 2 Geef de kinderen eventueel fiches om het na te leggen. 3 Zie opgave 1. 4 Geef de kinderen eventueel fiches om het na te leggen. 5-6 Het is de bedoeling dat de kinderen zich bewust worden van de samenhang tussen de omgekeerde bewerkingen optellen en aftrekken.. maatschrift blz. 52 en 53 1 Vraag aan de kinderen bij elk plaatje een verhaal te verzinnen. Zien de kinderen dat er pinguïns en ballonnen weg gaan? 2 Laat de kinderen eerst elk plaatje verwoorden. 3 Welke sommen kunnen de kinderen zo al maken? 4 Laat de kinderen eerst verwoorden wat ze zien gebeuren op het rekenrek. 5 Idem als opgave 4. Afronding Kijk bij werkschrift opgave 2 en 4 of de kinderen de sommen (vlot) konden maken. Maak een aantal sommen op het rekenrek en laat verwoorden wat er gebeurt. Bij opgave 5 en 6 worden de optelsommen verbonden met de bijbehorende aftreksommen. Zien de kinderen dat verband? Ga bij maatschrift opgave 1 nog eens na of de kinderen de symboliek van het weggaan hebben begrepen. Het is hier meer wegdenken. Dat geldt ook voor de plaatjes van het rekenrek van opgave 4 en 5. Observatie en extra hulp In leerlingenboek opgave 1 komen aftreksommen voor waarbij dingen onzichtbaar zijn. Oefen dat nog eens met fiches in de gesloten hand. Leg eerst 10 fiches op tafel en pak er dan snel 4 weg. Vraag dan hoeveel er weggepakt zijn. Doe dat een paar keer met andere aantallen. Daarna met 9 fiches op tafel enzovoort. Tellen de kinderen nog of maken ze al een aftreksom? Stap even uit de les Domino Laat de kinderen een dominospel zien. Mochten er nog kinderen zijn die het spel niet kennen, laat dan een kind vertellen wat je met de stenen doet. Stel dan de volgende vragen: Hoeveel stenen zijn er met 6 stippen op een kant? (Misschien zijn er een paar kinderen die 6 zeggen, omdat kinderen nog niet gewend zijn vanaf 0 te tellen, maar het zijn er 7 ) Hoeveel stenen zijn er met 5 stippen op een kant? (ook 7) Hoeveel zijn dat er samen? (Een strikvraag, want 6-5 is dubbel geteld, dus zijn het er samen 13) Welke stenen hebben TOTAAL 5 stippen? (5-0, 4-1, 3-2) Zijn er kinderen die 2-3, 1-4 en 0-5 ook meetellen? Hoeveel stenen hebben totaal 2 stippen? (alleen 1-1 en 2-0)

43 42 blok 4 les 20 herhalen en oefenen Leerlijn Basisvaardigheden optellen en aftrekken Leerdoelen Nieuwe stof Aftrekken t/m 10 in een context Optellen in context van instappen trein Oefenen Hoogtes meten en tekenen met behulp van een hokjesstramien Optellen en aftrekken als elkaars omgekeerde Nieuwe stof Aftrekken t/m 10 in een context Aftrekken t/m 10 met behulp van het rekenrek Oefenen Hoogtes meten en vergelijken met de kralenliniaal Optelsommen herkennen op het rekenrek De getallenrij t/m 20 Materiaal Werkschrift 3b1 blz. 24 en 25 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 54 en 55 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware Namaakgeld Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. 1 Wisselen Laat de kinderen geld wisselen: een briefje van 10 in briefjes van 5 of in munten van 2; een briefje van 5 in 3 munten; een briefje van 10 in 7 munten. 2 Doordenkertjes Wie heeft het meeste geld? Bas heeft 3 munten van 2 en Sem heeft 1 briefje van 5. Puk heeft 6 munten van 1 en 1 van 2, Luuk heeft 1 briefje van 10. Lot heeft 4 munten van 2 en Samir heeft 7 munten van 1. Pim heeft 1 briefje van 5 en 1 munt van 2, Sam heeft 8 munten van 1. 3 Getal raden Schrijf een getal t/m 20 aan de achterkant van het bord. De kinderen mogen raden welk getal het is door een vraag te stellen waarop u alleen met hoger/lager kunt antwoorden. Sommige kinderen gokken, maar anderen gaan planmatig te werk. Maatschrift 1 Wisselen Laat de kinderen geldbiljetten wisselen: 10 in briefjes van 5 (2) 5 in munten van 1 (5) 10 in munten van 2 (5) 10 in munten van 1 (10) 2 Doordenkertjes Wie heeft het meeste geld? Maak een rijtje van arm naar rijk: Abdul heeft 2 en Jip heeft 3 munten van 1. Mel heeft 5 en Kim heeft 2 munten van 2. Fatima heeft 10 en Tim heeft 2 briefjes van 5. 3 Getal raden Zie suggestie 3 hierboven.

44 Alles telt Handleiding 3 43 Aandachtspunten bij les 20 (herhalen en oefenen) werkschrift blz. 24 en 25 1 Vraag welk verhaaltje er bij de som hoort. Kan het ook 10 8 = 2 zijn? Welk verhaaltje hoort er dan bij? (Er waren eerst 10 lege glazen, nu zijn er 8 gevuld.) Kan dat bij de beide andere sommen ook? 2 Vraag naar de verhaaltjes bij de sommen. Kan 7 3 ook? (Ja, eerst 10 lege bakjes, daarna er 3 vullen en dan vragen hoeveel bakjes er nog gevuld moeten worden.) Bij de laatste 2 kan de omkering niet. Je kunt lege bananenschillen niet meer vol maken! 3 Laat de kinderen de situatie verwoorden. 4 Geef aan dat 1 blokje de maat is. 5 Vraag of de kinderen het verband zien tussen de sommen. maatschrift blz. 54 en 55 1 Schrappen de kinderen de bovenste blikken? 2 Laat de kinderen verwoorden wat er weggeschoven wordt. 3 Het eerste aantal (getal) links opzetten op de bovenste staaf. 4 Geef aan dat de kralen de maat zijn. 5 Laat de kinderen verwoorden wat er bijgeschoven wordt. 6 Zachtjes meetellen helpt de kinderen om de getalrij te maken. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 1 3 < Opgave 2 3 < Opgave 3 5 < Opgave 4 5 < Opgave 5 26 < Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 1 4 < Opgave 2 6 < Opgave 3 12 < Opgave 4 4 < Opgave 5 4 < Opgave 6 17 <

45 44 blok 4 les 21 en 22 Leerlijn Getalrelaties en getalbegrip Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Uitbreiding van de getalrij t/m 30 Tellen t/m 30 met nadruk op vijftallen en tientallen Leren turven van aantallen Oefenen Aftrekken t/m 10 in contexten Optellen vanuit context instappen trein Aftrekken vanuit context uitstappen trein De getallenrij t/m 20 Nieuwe stof Uitbreiding van de getaltij t/m 30 Leren turven van aantallen Oefenen Klokkijken Materiaal Leerlingenboek 3b blz. 18 en 19 Werkschrift 3b1 blz. 26 en 27 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 56 en 57 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware Dobbelsteen Getalkaarten t/m 30 1 Getal van de week Het getal van de week is dit keer 20. Spoor opnieuw de kinderen aan zoveel mogelijk opdrachtjes te bedenken, waarvan de bedoeling is om de plaats, waarde, structuur en betekenis van 20 te verduidelijken. Voorbeelden: 20 als , 2 munten van 10 eurocent, 20 kralen op het rekenrek, 20 staat tussen 19 en 21 in de getalrij, aan het eind van de getallenlijn tot 20. Door de uiteenlopende belangstelling en mogelijkheden van kinderen, kunnen hierbij gemakkelijke en moeilijke opgaven en gedachten genoemd worden. 2 Tellen Laat een kind met een dobbelsteen gooien, daarna telt een ander kind vanaf dat punt. Herhaal dit een aantal malen. 3 Getal raden U schrijft een getal onder de 20 aan de achterkant van het bord. De kinderen mogen raden welk getal het is door een vraag te stellen waarop u alleen met hoger/lager kunt antwoorden. Veel kinderen zullen gokken, maar er zullen er ook zijn die planmatig te werk gaan. Maatschrift 1 Getal van de week Het getal van de week is 20. Zie suggestie 1 hierboven. 2 Terugtellen Laat de kinderen eerst terugtellen vanaf 10, zowel om de beurt als met z n allen. Probeer later vanaf 20 terug te laten tellen. 3 Getallen benoemen Schrijf een aantal getallen (tot 20) op het bord. Laat ze door de kinderen benoemen. Noem nu zelf een aantal getallen (tot 20) die de kinderen moeten opschrijven.

46 Alles telt Handleiding 3 45 Waar gaat deze les over? In deze les wordt de telrij uitgebreid t/m 30. Hardop tellen is een manier om dat te leren onthouden, maar visueel is de getallenlijn ook heel belangrijk. Breid daarom de bestaande getallenlijn verder uit t/m 30. Het stippenpatroon dat overeenkwam met het rekenrek, laat u na de 20 weg. U kunt nu gaan turven, want dat wordt in deze les ook geïntroduceerd. Wat dat turven betreft ziet u in het leerlingenboek, bladzijde 19 opgave 5 dat het turven hier anders geïntroduceerd wordt dan gewoonlijk. In plaats van een schuine streep door 4 streepjes wordt hier een kringetje om 5 streepjes gezet. Kinderen die het turven op de andere manier doen, moeten hier op gewezen worden. Taal en rekenen Taaltip Bij leerlingenboek opgave 2 is sprake van ordenen van klein naar groot. Dit kan problemen opleveren als niet expliciet vermeld wordt dat klein hier betekent vooraan in de telrij en groot achteraan in de telrij. Vergelijk dat eens met rangtelwoorden: in rang is de 1 e prijs hoger dan de 3 e prijs en dus ook groter in de beleving. U kunt een proef doen door de getallen 1, 2 en 3 heel groot op bord te schrijven, daarna steeds kleiner en vragen: Wat is het grootste getal? Wat is het kleinste getal? Zet ze nu eens van klein naar groot? Rekenwoorden Tellen Telrij Getalrij Getallenlijn Lastige woorden Groot Klein Turven

47 46 Blok 4 Les 21 en 22 Lesverloop van les 21 C1 tellen tot 30. Uitbreiding van de telrij t/m 30 Tel met de kinderen van 1 t/m 30 en weer terug. Als dat vlot en zonder fouten gaat, tel dan vanaf 1 met sprongen van 2 (oneven getallen) of vanaf 2 (even getallen). Tel daarna verder vanaf een willekeurig getal onder 30 en tel terug. Vraag hierbij: Welk getal ligt precies tussen 26 en 28? Wijs aan op de getallenlijn en op de kralenketting. Wat betekent de nul op de getallenlijn? Waar zou je de nul op de kralenketting moeten zoeken? Laat dat aanwijzen. Wie kan al verder tellen dan 30? C2 C3 C4 C5 zet van klein naar groot. Uitbreiding van de telrij t/m 30 Bespreek hoe je kijkt naar de getallen als je ze van klein naar groot moet zetten. Bij getallen met evenveel cijfers is het voorste cijfer belangrijk: getallen met een 1 ervoor zijn kleiner dan getallen met een 2 ervoor. Daarna kijk je naar het achterste cijfer. Kijkt u eens of de kinderen zo handelen en zo niet hoe doen ze het dan? Gebruiken ze bijvoorbeeld de getallenlijn? welk getal is het? Uitbreiding van de telrij t/m 30 Doortellen met aanwijzen van de kralen. welke bladzijden zijn weg? Uitbreiding van de telrij t/m 30 Laat eventueel een echt boek zien. turven. Een ander getalbeeld Turven doe je in speciale gevallen: bijvoorbeeld om binnenkomende kinderen te tellen of het aantal keren dat iemand klapt of tikt te tellen. In dit geval gaat het om vallende knikkers te tellen. De turf bestaat uit 5 rechtopstaande streepjes met een kring eromheen. Bij het turven is het tellen met vijftallen belangrijk. Laat tellen met vijftallen: 5, 10, tot 30. C6-7 welk getal is het? schrijf met turven Een ander getalbeeld Het gaat bij opgave 6 om het herkennen van getalbeelden met turven en bij opgave 7 om het zelf weergeven van aantallen met turven. C 8 welke som hoort erbij? Optellen vanuit context Laat in de nabespreking vertellen wat er te zien is. Wat kun je over dit plaatje vertellen? Wie kan de som ontdekken? Of: Er hangen 6 ballonnen aan een lijn. Eén is er kapot. Hoeveel ballonnen zijn nog heel? Aan welke som denk je?

48 Alles telt Handleiding 3 47 Aandachtspunten bij les 22 (zelfstandig werken) werkschrift blz. 26 en 27 1 Wijs eventueel op de getallenlijn die in de klas hangt. 2 Ook hier kan de getallenlijn helpen. 3 Zachtjes meetellen kan helpen. 4 Gebruiken de kinderen de vijfstructuur van de volle turven? 5 Turven is hier nog met een kring om de 5 (en niet met een streepje door de 4). 6-7 Deze treinsommen zijn in les 19 aan de orde geweest. Hoeveel mensen zaten er eerst in de trein? Hoeveel mensen zaten er daarna in de trein? 8 Welke slimmerik begint bij 6 te tellen? maatschrift blz. 56 en 57 1 Laat de kinderen eventueel de getallen die ze gebruikt hebben wegstrepen. 2-3 De getallenlijn kan helpen. 4 Zachtjes tellen maakt het gemakkelijker. 5-6 Turven is een manier om vijftallen gemakkelijker te kunnen overzien. 7 Nog een oefening in het klokkijken. Afronding Controleer bij werkschrift opgave 1 of de kinderen de getallen goed hebben ingevuld. Laat ze de rijen hardop voorlezen. Laat ook van rechts naar links lezen als oefening in het terugtellen. Wie kan dit al uit het hoofd? Overzien de kinderen bij opgave 4 al de groepjes van 10 (2 van 5)? Hoe hebben de kinderen maatschrift opgave 1 aangepakt? Doen ze het van klein naar groot of via de afgedrukte volgorde? Kunnen de kinderen alle getallen lezen/uitspreken, ook al staan ze door elkaar? Geef naar aanleiding van opgaven 5 en 6 (nogmaals) een korte uitleg over het nut van turven. Is het zo gemakkelijker om vijftallen in een keer te overzien? Observatie en extra hulp Kinderen die veel fouten hebben in de opgaven 1, 2 en 3 (van zowel werkschrift als maatschrift) kunt u helpen door ze nogmaals de telrij te laten schrijven of de volgorde te oefenen met getalkaartjes t/m 30, waarbij u de kaartjes ook laat schudden. U kunt ook kaartjes t/m 30 schudden, er 4 kaartjes uitnemen en die kaartjes vervolgens van klein naar groot laten leggen. Als hulpmiddel kunnen kinderen hierbij zachtjes de telrij opzeggen. Stap even uit de les Vlaggen kleuren Teken op het bord de Nederlandse vlag. Laat de vlag natekenen en kleuren door de kinderen. Wie kan er een andere vlag maken? De vlag moet ook uit 3 banen bestaan (in tegenstelling tot bijvoorbeeld driehoeken of een blokpatroon) en je moet steeds de 3 kleuren uit de Nederlandse vlag gebruiken. Teken de andere vlaggen ook op het bord en laat natekenen. Ga hiermee door tot alle 6 vlaggen met horizontale banen zijn gevonden. Natuurlijk zijn er ook nog 6 vlaggen met verticale banen mogelijk. Probeer de kinderen te laten beredeneren waarom er precies 6 (of 12) mogelijkheden zijn en niet meer en niet minder.

49 48 blok 4 les 23 en 24 Leerlijn Meetkunde Oppervlakte Leerdoelen Nieuwe stof Vlakvullingen maken met meetkundige basispatronen Oppervlakte bepalen met natuurlijke maten (postzegels) Oefenen Optellen met dobbelstenen Splitsen met dobbelsteenpatronen Nieuwe stof Vlakvullingen maken met meetkundige basispatronen Oppervlakte bepalen met natuurlijke maten (postzegels) Oefenen Getalbeelden herkennen op het rekenrek Optellen en aftrekken met behulp van het rekenrek Materiaal Leerlingenboek 3b blz. 20 en 21 Werkschrift 3b1 blz. 28 en 29 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 58 en 59 Plusschrift 3 blok 4 Kopieerblad 3.38 (vlaggen) Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware 2 dobbelstenen Getalkaartjes t/m 10 Vouwblaadjes van verschillende kleuren, scharen, lijm, grote vellen papier Rekenrekjes Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. 1 Maak een som Maak 2 teams van 3 of 4 kinderen. Schrijf 2 getallen t/m 10 (later t/m 20) op het bord. Laat 2 kinderen van elk team proberen tegelijkertijd zoveel mogelijk sommen te bedenken, waar die getallen in voorkomen. Na een halve minuut is de tijd om. Sommen die door beide kinderen zijn gemaakt, tellen voor 1 punt. Is er een som bij die de ander niet heeft, dan krijgt hij daarvoor 2 punten. Doe het opnieuw met 2 nieuwe getallen en 2 andere kinderen. Per dag kunt u een winnend team aanwijzen. U maakt het extra spannend door pas te tellen aan het eind van de week, zodat er nog veel kan veranderen. 2 Dobbelstenen Laat een kind met 2 dobbelstenen gooien en vertellen hoeveel ogen het heeft gegooid. (het kind gooit bijvoorbeeld 7).Vraag vervolgens hoeveel het met een derde dobbelsteen moet gooien om 10 ogen te gooien. Herhaal dit een aantal malen met verschillende kinderen. Laat hen uitleggen hoe ze aan hun antwoord komen. 3 Plaats van de getallen Welk getallen liggen even ver van 15? (14 en 16, 13 en 17, 12 en 18, enzovoort) Doe dit ook met andere getallen. Als u een getallenlijn hebt met losse kaartjes, haal dan enkele kaartjes weg. Maatschrift 1 Tellen Noem een aantal keren willekeurig getal en laat een kind verder tellen. Doe dit ook met terugtellen. Laat dan een kind bij 1 beginnen met tellen. Als u in de handen klapt, dan neemt een ander kind het over. Tel zover als de kinderen kunnen komen. Doe hetzelfde met terugtellen, begin bij Dobbelstenen Laat de kinderen om de beurt met 2 dobbelstenen gooien en vertellen hoeveel ogen ze hebben gegooid. Wat is het hoogste wat je kunt gooien? Wat is het laagste? Laat de kinderen alle sommen opschrijven die je met 2 dobbelstenen kunt krijgen. 3 Plaats van de getallen Welke getallen liggen even ver van 5? (4 en 6), en van 3, 7, 2 en 8? Laat de kinderen de getalkaartjes t/m 10 neerleggen op volgorde en haal er 1 weg. Welk getal is weg? Enzovoort.

50 Alles telt Handleiding 3 49 Waar gaat deze les over? Rechthoeken, vierkanten en driehoeken zijn geometrische basisvormen. De kinderen hebben in groep 1 en 2 ervaring opgedaan met vouwblaadjes en de vormen die daarmee gemaakt kunnen worden. Het hoofdonderwerp van deze les is (opnieuw) ervaringen opdoen met de rechthoek, vierkant en driehoek. Het uitgangspunt voor alle opdrachten is dat gewone vierkante vouwblaadjes op een bepaalde manier worden gevouwen en op de vouwlijn worden doorgeknipt. Ook wordt geoefend met handig tellen via de vijfstructuur en met dubbelen/ bijna-dubbelen. Dit in de context van postzegelvelletjes als eerste aanzet tot oppervlaktemeting. Taal en rekenen Taaltip Om de begrippen vierkant, driehoek en rechthoek te oefenen, kunt u de kinderen een (strip)verhaal laten maken waarin deze vormen als poppetjes worden getekend en aan elkaar vertellen hoe ze eruit zien. Zo komen spelenderwijs, vanuit niet-wiskundige hoek, de eigenschappen van deze vormen naar voren en worden ze benoemd. Laat deze verhalen voorlezen of het stripverhaal ophangen ter lering ende vermaak. Rekenwoorden Rechthoek Vierkant Driehoek Lastige woorden Vouwen Doorknippen

51 50 Blok 4 Les 23 en 24 Lesverloop van les 23 C1 C2 C3 C4 C5 vouwen en knippen. Ervaringen opdoen met de rechthoek, vierkant en driehoek Het uitgangspunt voor alle opdrachten van opgave 1 is dat gewone vierkante vouwblaadjes op een bepaalde manier worden gevouwen en op de vouwlijn worden doorgeknipt. Wie kan zeggen welke vorm een vouwblaadje heeft? Hoe vouw je hiermee een driehoek? En een rechthoek? Probeer de kinderen bij iedere bespreking te laten voorspellen welke vorm eruit zal komen. Ga na welke begrippen de kinderen hier zelf gebruiken (helft, schuin, diagonaal) en sluit daar zeker in het begin bij aan. Van de verkregen vormen worden nieuwe patronen (na)gelegd. Als het kind tevreden is over het resultaat, kan het dit op een groter vel papier plakken. De gele en paarse blaadjes: vouwblaadjes van 2 verschillende kleuren worden volgens de tekening gevouwen en geknipt. Van de rechthoeken in verschillende kleuren worden nieuwe patronen gelegd en geplakt. De paarse en zwarte blaadjes: de vouwblaadjes worden 2 keer gevouwen en geknipt. Er ontstaan nu kleine vierkantjes die op verschillende manieren gelegd/geplakt kunnen worden. Kunnen de kinderen iets zeggen over de grootte (de helft van de helft, kwart)? De oranje en blauwe blaadjes: de vouwblaadjes worden diagonaal gevouwen, geknipt en gelegd. Zo ontstaan grote driehoeken die op verschillende manieren gelegd kunnen worden. Nodig de kinderen uit ten minste de figuren te leggen die in het boek gegeven zijn. De beige en de zwarte blaadjes: de vouwblaadjes worden 2 keer gevouwen en geknipt. Er ontstaan nu kleine driehoekjes om patronen mee (na) te leggen. maak de sommen. Aftrekken t/m 10 Een mooi observatiemoment: Wie rekent al helemaal uit het hoofd? Wie rekent handig en maakt gebruik van de samenhang in de sommen? Wie gebruikt het rekenrek? Zijn er ook nog kinderen die met fiches werken? hoeveel? Oppervlakte bepalen Handig tellen van de postzegels via vijfstructuur en dubbelen/bijna-dubbelen. meer, minder of evenveel? Oppervlakte bepalen Oppervlakten vergelijken door met natuurlijke maten (postzegels) te tellen. Benadruk het ineens zien van een aantal: bijvoorbeeld bij b: 5 en nog eens 5 en 3 stroken van 3. maak de sommen. Optellen t/m 12 Idem als opgave 2. Een mooi observatiemoment.

52 Alles telt Handleiding 3 51 Aandachtspunten bij les 24 (zelfstandig werken) werkschrift blz. 28 en 29 1 Houd die kinderen in de gaten die het patroon niet kunnen voortzetten (visueel of motorisch). Bij het benoemen van de vormen binnen de patronen komen naast vierkant, rechthoek en driehoek ook cirkel en achthoek aan de orde. Verder wordt er binnen de patronen gebruik gemaakt van 4 lijnen in de vorm van een ster en een lijn als handvat van de kar. 2 Optellen met de inmiddels bekende dobbelsteenpatronen, zowel 2 als 3 termen. 3-5 Maak de kinderen attent op het totale aantal en het maximale aantal per dobbelsteen. De kinderen moeten alle dobbelstenen gebruiken. Hoeveel stippen? Hoe weet je dat? maatschrift blz. 58 en 59 In deze maatschriftles krijgen de kinderen extra oefeningen in het rekenen op het rekenrek. Wel kunnen ze gewoon meedoen met opgave 1 van les 23 uit het leerlingenboek. 1 Tellen de kinderen nog of overzien ze de vijfstructuur en de (bijna) dubbelen? 2 Kennen de kinderen de getalbeelden op het kralenrek al? 3 Sommen opzetten op het rekenrek. Wie kan het al zonder? 4 Optelsommen op het rekenrek opzetten. Lukt het samennemen van de beide termen misschien al uit het hoofd? 5 Nu aftreksommen op het rekenrek zetten. Of gaat het al uit het hoofd? Observatie en extra hulp Oefen met de kinderen die nog moeite hebben de vijfstructuur te gebruiken op het rekenrek met het opzetten van getallen als 5, 6, 4, 10, 11 en 9. Probeer het in één keer te laten opzetten. Als dat vlot gaat, dan gaat u verder met 15, 16 en 14. Stap even uit de les Vlaggen kleuren 2 Refereer nog even aan het vlaggen kleuren in les 22. Teken dan de vlag van Mauritius op het bord (4 even grote, horizontale banen onder elkaar, van boven naar beneden rood, blauw, geel, groen gekleurd) Geef de kinderen kopieerblad 3.38 en laat nieuwe vlaggen kleuren met dezelfde kleuren. Met de kleuren van de Nederlandse vlag waren maar 6 combinatiemogelijkheden mogelijk (horizontaal). Door een extra, vierde baan in de vlag zijn de combinatiemogelijkheden gestegen naar 24 (horizontaal). Wie vindt alle 24 verschillende vlaggen? Welke kinderen gaan planmatig te werk? Afronding Ga bij werkschrift opgave 3, 4 en 5 na welke mogelijkheden de kinderen kunnen bedenken. Waarom kan niet? Of 7 + 1? Hebben de kinderen ook handig gerekend? Bespreek bij maatschrift opgave 1 het handig tellen van de postzegels via de vijfstructuur en de (bijna)dubbelen. Verder stond in de maatschriftopgaven het rekenrek centraal. Wie van de kinderen maakt daar nog fouten mee? Wie kan de sommen al zonder rekenrek maken?

53 52 blok 4 les 25 herhalen en oefenen Leerlijn Getalrelaties en getalbegrip Meetkunde Leerdoelen Nieuwe stof Uitbreiding van de getalrij t/m 30 Leren turven van aantallen Vlakvullingen maken met meetkundige basispatronen Oefenen Herkennen van geldbedragen Optellen en aftrekken t/m 10, eventueel met behulp van rekenrek Aftrekken vanuit context uitstappen uit een trein Optellen met dobbelstenen Nieuwe stof Uitbreiding van de getalrij t/m 30 Leren turven van aantallen Oefenen Geldrekenen Optellen met dobbelstenen Aftrekken t/m 10 met behulp van het rekenrek Materiaal Werkschrift 3b1 blz. 30 en 31 Maatschrift 3 blok 3+4 blz. 60 en 61 Plusschrift 3 blok 4 Kwismeester 3b blok 4 Oefensoftware Klassikale instructieklok Namaakgeld Rekenrekjes Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 10 minuten. 1 Optellen en aftrekken Laat de kinderen de volgende sommen vlot beantwoorden = (8) 8 5 = (3) = (6) 6 2 = (4) = (9) 9 7 = (2) = (8) 8 2 = (6) 2 Klokkijken Zet de grote instructieklok op een bepaalde tijd (hele uren) en laat de kinderen de juiste tijd benoemen. Herhaal dit een aantal malen met verschillende tijden. Laat vervolgens bedenken hoe laat het over een halfuur is en hoe laat het een halfuur geleden was. 3 Doordenkertjes Welk getal heb ik in gedachten? een getal tussen 9 en 11 een getal groter dan 16, maar kleiner dan 18 een getal met 2 dezelfde cijfers, groter dan 10, kleiner dan 20 een getal dat het dubbele is van 4 een getal dat 1 meer is dan 11 een getal dat 10 meer is dan 11 Maatschrift 1 Tellen met sprongen Laat de kinderen nog eens tellen van 1 t/m 20, met sprongen van 2, beginnend bij 1 (oneven getallen). Daarna beginnend bij 2 (even getallen). 2 Klokkijken Zet de grote instructieklok op een bepaalde tijd (hele uren) en laat de kinderen de juiste tijd benoemen. Herhaal dit een aantal malen met verschillende tijden. 3 Doordenkertjes Welk getal heb ik in gedachten? een getal tussen 9 en 11 een getal groter dan 8, maar kleiner dan 10 een getal met 2 dezelfde cijfers, groter dan 10, kleiner dan 12 een getal dat het dubbele is van 4 een getal dat 1 meer is dan 7 een getal dat 10 meer is dan 7

54 Alles telt Handleiding 3 53 Aandachtspunten bij les 25 (herhalen en oefenen) werkschrift blz. 30 en 31 1 Deze opdracht kan eigenlijk geen problemen meer opleveren. 2 Door de turfjes worden de kinderen nu wel gedwongen om met 5 te rekenen. 3 Hebben de kinderen nog namaakgeld nodig? 4 Worden de patronen vlot getekend? 5-6 Observeer en noteer welke kinderen deze sommen al uit het hoofd maken en geen rekenrek meer nodig hebben. 7 Vinden de kinderen het logisch dat bij uitstappen aftreksommen horen? 8 Herinner de kinderen even aan de vorige les, zonder de som uit te leggen. maatschrift blz. 60 en 61 1 Zachtjes meetellen kan steun bieden. 2-3 Hebben de kinderen de klassikale getallenlijn t/m 30 nodig? 4 Maken de kinderen al gebruik van de overduidelijke vijfstructuur en tellen ze verder vanaf de 5 in een turfje of tellen ze nog steeds helemaal opnieuw? 5 Gebruiken alle kinderen de bovenste staaf? 6 Hebben de kinderen nog namaakgeld nodig? 7 Voorkom het tellen van de stippen. 8 Overzien de kinderen direct wat er overblijft? Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 1 19 < Opgave 2 6 < Opgave 3 6 < Opgave 4 3 < Opgave 5 12 < Opgave 6 12 < Opgave 7 6 < Opgave 8 6 < Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 1 8 < Opgave 2 18 < Opgave 3 6 < Opgave 4 4 < Opgave 5 8 < Opgave 6 4 < Opgave 7 8 < Opgave 8 6 < 4 4-6

55 54 Blok 4 Plus plusopgaven werkschrift blz. 36 en 37 1 Het dubbele van het dubbele. 2 Een rij met even en een rij met oneven getallen. 3-4 Zijn er kinderen die alle mogelijke sommen opschrijven? 5 Door de aanbieding kosten 3 broden dus net zoveel als 2 broden. 6 Hoe wordt gerekend? (7 3) + 2 = = 6, of: 3 eruit en 2 erin is 1 eruit: 7 1 = 6? 7 Tellen met sprongen van 5 en van 2. 8 Het is de bedoeling dat de kinderen zelf met erbij en eraf getallen invullen, zodanig dat 12, respectievelijk 21 bereikt wordt. plusschrift blz. 26 t/m 33 1 Spiegelen is een mooie ervaring, het is prima als kinderen eerst zelf met een spiegel experimenteren. De bedoeling van deze opdracht is om al redenerend tot een oplossing te komen. Als kinderen weinig ervaring hebben met spiegelen, dan kunt u ze eerst met allerlei andere figuren en voorwerpen laten oefenen. De kinderen kunnen ook zelf patronen tekenen en dan met de spiegel kijken wat er gebeurt. 2 Snabbelen lijkt op het 24-spel. Bij dit spel moet het getal worden gemaakt door de 4 gegeven getallen te combineren door op te tellen en af te trekken. De getallen (inclusief de uitkomsten) moeten allemaal één keer worden gebruikt. 3 U kunt de kinderen de volgende tip geven: Schrijf onder de getalkaartjes wat de verandering is. Dan zie je al gauw de regelmaat. 4 Eerst uitzoeken waar je moet beginnen. 5 Aftrekken of aanvullen? 6 Geef de kinderen de volgende tip: Probeer bij het uitrekenen van de tweede som de eerste som te gebruiken. Kijk telkens naar de vorige som. 7 Laat eventueel het patroon verwoorden. 8 Sommige combinaties zijn direct te zien! 9 Eigenlijk is dit niet echt flipperen. De antwoorden staan al vast. 10 U kunt de kinderen een beetje op weg helpen: Schrijf bij de rekenrups steeds alle antwoorden op. Dus eerst de helft van 10. Dat is 5; je schrijft 5 op. De helft van 5 lukt niet, dus moet je volgens de aanwijzing er eerst 1 bij doen. Dat is 6; je schrijft 6 op. Zo ga je verder. Je doet er alleen 1 bij als je niet kunt halveren. 11 Laat eventueel de tussenantwoorden opschrijven. Het is wel een goede geheugenoefening. 12 Bij het invullen van deze getallenlijnen is het van belang eerst te weten hoe groot de sprongen zijn tussen de streepjes. Laat de kinderen dit zelf ontdekken en controleren of de hele rij dan klopt. 13 Een gesprek over tijdsduur kan helpen bij deze opdracht. Stel vragen als: Hoe lang denk je dat je doet over het pauzehapje? Waarvan weet je heel goed hoe lang het duurt? Bedenk samen met de kinderen een aantal voorbeelden. 14 U kunt de kinderen de volgende tip geven: Tel eerst alle vijven bij elkaar op en daarna alle drieën. 15 Er zijn natuurlijk nog meer combinaties te maken. 16 Geef eventueel een spiegeltje ter controle. 17 Een goede oefening in even en oneven. 18 Het tovervierkant op 3 manieren. Wie kan er nog een maken? 19 Leg uit dat de kinderen hun eigen 2 figuren mogen maken, waarbij ze alleen gebruik maken van de vormen die er staan: vierkant en driehoek. 20 De getallen moeten allemaal één keer worden gebruikt. 21 Sommige combinaties zijn te zien zonder het antwoord uit te rekenen. 22 Is de oppervlakte ook 2 keer zo groot? 23 U kunt de kinderen de volgende tip geven: Doe het net zo als in opdracht 14. Tel eerst alle vieren (drieën, zessen) bij elkaar op en daarna alle enen (tweeën, vieren).

56

42 blok 6. Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees?

42 blok 6. Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees? 42 blok 6 C1 Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. C2 Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees? Hoeveel pakken brokken? Hoeveel bakjes water? Fido 3 2 1 4

Nadere informatie

Zelfstandig werken. Ajodakt. Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie

Zelfstandig werken. Ajodakt. Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie Zelfstandig werken Ajodakt Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie 9 789074 080705 Informatieverwerking Groep 7 Antwoorden Auteur P. Nagtegaal ajodakt COLOFON Illustraties

Nadere informatie

h a n d l e i d i n g

h a n d l e i d i n g Zwijsen jaargroep 4 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g g e t a l l e n e n g e t a l b e g r i p 5 10 Inleiding Middels het programma maken de leerlingen kennis

Nadere informatie

C 1 C 2 C 3. les 1. 2 blok 4. Leg de figuren. Samen bespreken. a b c

C 1 C 2 C 3. les 1. 2 blok 4. Leg de figuren. Samen bespreken. a b c 2 blok 4 les 1 C 1 Leg de figuren. Samen bespreken. a b c d C 2 Leg de figuren. Samen bespreken. a b c C 3 Leg nog meer figuren. Samen bespreken. a Maak een huis. b Maak een boot. c Bedenk zelf een figuur.

Nadere informatie

Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden

Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden COLOFON Auteurs Frank Pollet Illustraties Liza-Beth Valkema Basisvormgeving LS Ontwerpers bno, Groningen Omslag illustratie Metamorfose ontwerpen BNO, Deventer

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 4 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs voor over 11 uur k l o k k i j k e n i n s t a p h a n d l e i d i n g Inleiding Middels het programma maken de leerlingen kennis met vernieuwende

Nadere informatie

Stenvert. Rekenmeesters 5. Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Rekenen Rekenmeesters 5 Antwoorden Groep 7

Stenvert. Rekenmeesters 5. Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Rekenen Rekenmeesters 5 Antwoorden Groep 7 Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden Stenvert maakt deel uit van ThiemeMeulenhoff Zelfstandig werken (Z). Dit bestaat uit een groot assor ment leermiddelen voor alle leerjaren. Op onze Z-site vindt

Nadere informatie

Diagnostisch rekenonderzoek

Diagnostisch rekenonderzoek Doel: Zicht krijgen op het niveau van tellen, kennis van cijfers en getalbegrip, vergelijken van hoeveelheden en bewerkingen tot 10 en tot 20 (splitsen, aanvullen, koppeling materiaal som en vv, sommen

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 5 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k l o k k i j k e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen uit de

Nadere informatie

BLOKMENU BLOKLESSEN. halfslagsymmetrie. 2 De wereld in getallen groep 4 Handleiding Malmberg 's-hertogenbosch. toetsboek. werkboek

BLOKMENU BLOKLESSEN. halfslagsymmetrie. 2 De wereld in getallen groep 4 Handleiding Malmberg 's-hertogenbosch. toetsboek. werkboek BLOKMENU BLOKLESSEN werkboek toetsboek les inhoud domein lesdoel 1 x 2 x doel 1 Eureka De kinderen gaan aan de slag met keerkunst. Dit is kunst die je een halve slag kunt draaien zonder dat je het ziet.

Nadere informatie

Stenvert. Taalmeesters 6. Zelfstandig werken Taal Groep 8 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Taal Taalmeesters 6 Antwoorden Groep 8

Stenvert. Taalmeesters 6. Zelfstandig werken Taal Groep 8 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Taal Taalmeesters 6 Antwoorden Groep 8 Zelfstandig werken Taal Groep 8 Antwoorden Stenvert maakt deel uit van ThiemeMeulenhoff Zelfstandig werken (Z). Dit bestaat uit een groot assor ment leermiddelen voor alle leerjaren. Op onze Z-site vindt

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s d e l e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s o p t e l l e n e n a f t r e k k e n Jaargroep instap Inleiding Het instapprogramma

Nadere informatie

11. Hele en halve uren met klokkaartjes. - dagelijkse activiteiten aan de halve uren koppelen

11. Hele en halve uren met klokkaartjes. - dagelijkse activiteiten aan de halve uren koppelen 11. Hele en halve uren met klokkaartjes Leeftijdsgroep 8-12 jaar Kerndoel 3 De leerlingen leren omgaan met tijd in alledaagse situaties Leerstofonderdeel Kerndoel 3.1/3.2, niveau 7 Doel van de les - halve

Nadere informatie

Routeboekje. bij Alles telt. Groep 3 Blok 1. Van...

Routeboekje. bij Alles telt. Groep 3 Blok 1. Van... Routeboekje bij Alles telt Groep 3 Blok 1 Van... Groep 3 Blok 1 Les 1 Leerkrachtgebonden LB 3A 2 1 Weer naar school. meedoen JJ LB 3A 2 2 Kijk en vertel. meedoen JJ GM 3 3.1 GM 3 3.2 LB 3A 3 3 Hoeveel

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s v e r m e n i g v u l d i g e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken

Nadere informatie

Leerroutes Passende Perspectieven Alles telt groep 5 blok 1

Leerroutes Passende Perspectieven Alles telt groep 5 blok 1 Leerroutes Passende Perspectieven Alles telt groep 5 blok Legenda kleuren Getalbegrip Optellen en aftrekken Vermenigvuldigen en delen Verhoudingen Meten Meten Tijd Meten Geld Meetkunde Verbanden Legenda

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 5 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g d e g e t a l l e n k a a r t Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

Lesopbouw: instructie. 2 Instructie. 1 Start. Blok 4 Week 2 Les 1

Lesopbouw: instructie. 2 Instructie. 1 Start. Blok 4 Week 2 Les 1 Blok Week 2 Les 1 0 70 30 0 35 5 20 10 1 36 2 11 12 1 0 739 00 96 325 10 71 02 9 327 330 69 56 1 210 332 700 566 20 212 59 29 3 599 76 551 300 5 1 770 99 0 00 109 3 991 10 02 111 350 70 270 96 596 150

Nadere informatie

Spelend leren, leren spelen

Spelend leren, leren spelen Spelend leren, leren spelen een werkboek voor kinderen en ouders Rudy Reenders, Wil Spijker & Nathalie van der Vlugt Spelend leren, een werkboek voor kinderen en ouders leren spelen Rudy Reenders, Wil

Nadere informatie

Tussendoelen domein GETALLEN, subdomein Getalbegrip

Tussendoelen domein GETALLEN, subdomein Getalbegrip Tussendoelen domein GETALLEN, subdomein Getalbegrip HELE GETALLEN kan de telrij opzeggen tot ten minste 20. kan vanuit elk getal tot 20 verder tellen en vanuit elk getal onder 10 terugtellen. herkent en

Nadere informatie

Omtrek en oppervlakte meten van vijvers

Omtrek en oppervlakte meten van vijvers toets maatschrift 6 Overzicht van de leerdoelen Leerlijn Leerdoelen Leeractiviteit toets Toets Getallen en getal relaties Auto mat i- se ren Getallen en getal relaties Basis vaardig heden Meten Telrij

Nadere informatie

Stenvert. Taalmeesters 2. Antwoorden. Taalmeesters 2. Zelfstandig werken. Antwoorden. Groep 4. Taal COLOFON COLOFON

Stenvert. Taalmeesters 2. Antwoorden. Taalmeesters 2. Zelfstandig werken. Antwoorden. Groep 4. Taal COLOFON COLOFON Taalmeesters 2 Antwoorden COLOFON Taalmeesters 2 Stenvert Zelfstandig werken Taal Groep 4 Antwoorden Auteurs Evelien Klok, Michelle Kraak, Hans Vermeer Conceptontwerp omslag: Metamorfose ontwerpers BNO,

Nadere informatie

Getallen. 1 Doel: getallen plaatsen op de getallenlijn. 2 Doel: getallen invullen op het 60-veld. 3 Doel: 5-structuur aangeven.

Getallen. 1 Doel: getallen plaatsen op de getallenlijn. 2 Doel: getallen invullen op het 60-veld. 3 Doel: 5-structuur aangeven. 1 Getallen Basisstof getallenstructuur t/m 60 Lesdoelen De kinderen: kunnen tellen/doortellen t/m 60; kunnen de getallen in het 60-veld schrijven; kunnen werken met de begrippen 2 en meer en 2 en minder

Nadere informatie

Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke

Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke Spinners Een nieuwe rage: spinners! Heb jij ze al gespot in jouw klas? Vervelend, al dat speelgoed op school, of handig! spinners in de klas, daar kun je leuke, leerzame activiteiten mee doen! Wij bedachten

Nadere informatie

Optellen van twee getallen onder de 10

Optellen van twee getallen onder de 10 Splitsen tot 0 uit het hoofd 2 Optellen 2 7 6 2 5 3 4 Splitsen tot 20 3 2 8 7 2 6 3 5 4 4 4 3 2 2 9 8 2 7 3 6 4 5 5 4 2 3 0 9 2 8 3 7 4 6 5 5 6 5 2 4 3 3 Bij een aantal iets erbij doen heet optellen. Je

Nadere informatie

Rekenen op maat 3 is bedoeld voor groep 3 van het basisonderwijs en vergelijkbaar niveau van het speciaal basisonderwijs.

Rekenen op maat 3 is bedoeld voor groep 3 van het basisonderwijs en vergelijkbaar niveau van het speciaal basisonderwijs. REKENEN OP MAAT 3 Rekenen op maat 3 richt zich op de belangrijkste vaardigheden die nodig zijn voor het rekenwiskundeonderwijs. Er wordt nauw aangesloten bij de oefenstof van de verschillende blokken van

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 6 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k l o k k i j k e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen uit de

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Wet van Ohm. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Wet van Ohm. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Wet van Ohm J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs

Nadere informatie

Rekenzeker. Weet binnen een context wat bedoeld wordt met bij elkaar doen, erbij doen, eraf halen en dit vertalen naar een handeling

Rekenzeker. Weet binnen een context wat bedoeld wordt met bij elkaar doen, erbij doen, eraf halen en dit vertalen naar een handeling Groepsplan groep Vakgebied Rekenen Rekenzeker Tijdsvak Namen Evaluatie Niveau leerlijn 1 2 3 Functioneringsniveau

Nadere informatie

Leerlijnen groep 3 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 3 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 3 Wereld in Getallen 1 2 3 4 REKENEN Boek 3a: Blok 1 - week 1 - tellen van hoeveelheden tot - introductie van de getallenlijn tot en met - tellen t/m (ook rangtelwoorden) - erbij- en erafsituaties

Nadere informatie

Mijn tafelboek 1 Werkboek

Mijn tafelboek 1 Werkboek Mijn tafelboek 1 Werkboek Mijn tafelboek 1 Werkboek COLOFON Auteur A. Pleysier Conceptontwerp omslag: Metamorfose ontwerpers BNO, Deventer Ontwerp omslag: Eduardo Media Illustraties Els Vermeltfoort Opmaak

Nadere informatie

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter. 70 blok 5 les 23 C 1 Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 60 981 540 C 2 Welke maten horen erbij? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Spanning. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Spanning. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Spanning J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en

Nadere informatie

Lesopbouw: instructie. 1 Start. 2 Instructie. Blok 4 Week 2 Les 1

Lesopbouw: instructie. 1 Start. 2 Instructie. Blok 4 Week 2 Les 1 Blok 4 Week Les 1 40 40 70 80 0 70 0 40 5 1 4 3 33 3 73 4 8 9 7 37 17 57 47 34 4 3 1 17 5 4 5 35 37 43 8 33 57 81 4 55 39 3 4 74 8 4 44 41 31 34 74 4 47 37 Lesinhoud Bewerkingen: aftrekken vanaf een tiental

Nadere informatie

Routeboekje. bij Pluspunt. Groep 4 Blok 1. Van...

Routeboekje. bij Pluspunt. Groep 4 Blok 1. Van... Routeboekje bij Pluspunt Groep 4 Blok 1 Van... Groep 4 Blok 1 Les 1 Leerkrachtgebonden KB 4 1 1 Reken uit. Kun je het snel? maken KB 4 1 2 Kleur je antwoorden in maken naar keuze LB 4 2 1 Getallen in de

Nadere informatie

handleiding leerjaar 4 blok 5

handleiding leerjaar 4 blok 5 handleiding leerjaar 4 blok 5 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Redactie: Fundamentaal,

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 6 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g e i g e n s c h a p p e n v a n b e w e r k i n g e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken

Nadere informatie

Vragen. Terugkomcursus Met Sprongen Vooruit groep 3 en 4

Vragen. Terugkomcursus Met Sprongen Vooruit groep 3 en 4 Vragen Terugkomcursus Met Sprongen Vooruit groep 3 en 4 Inhoudsopgave blz. Oefenonderdelen Leren tellen 2 Ordenen en lokaliseren 3 Springen naar getallen 4 Aanvullen tot 10 5 Splitsingen 6 Sprong van 10

Nadere informatie

optellen 1 Doel: plaats bepalen op de getallenlijn 2 Doel: optellen met de rekentekens + en 3 Doel: optellen van concreet naar abstract Herhalen

optellen 1 Doel: plaats bepalen op de getallenlijn 2 Doel: optellen met de rekentekens + en 3 Doel: optellen van concreet naar abstract Herhalen 1 Basisstof t/m 10 Lesdoelen De kinderen: kunnen hoeveelheden t/m ; kunnen een optelsom met voorwerpen t/m in de abstracte vorm noteren; kunnen werken met de rekentekens en. Materialen Klassikaal: Per

Nadere informatie

Aandachtspunten. blok 1, les 3 blok 2, les 3 blok 2, les 6 blok 3, les 3 blok 3, les 6

Aandachtspunten. blok 1, les 3 blok 2, les 3 blok 2, les 6 blok 3, les 3 blok 3, les 6 Aandachtspunten 307 Aandachtspuntenlijst 1, bij blok 1, 2 en 3 1 Verkennen en benoemen van verschillende betekenissen en functies van getallen t/m 1000. Het kind begrijpt nog niet dat er een verband bestaat

Nadere informatie

Begeleide interne stage

Begeleide interne stage Ik, leren en werken Begeleide interne stage Deel 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Marian van der Meijs Inhoudelijke redactie: Titel: Ik, leren

Nadere informatie

Checklist Rekenen Groep 3. 1. Tellen tot 20. 2. Getallen splitsen. Hoe kun je zelf het tellen controleren?

Checklist Rekenen Groep 3. 1. Tellen tot 20. 2. Getallen splitsen. Hoe kun je zelf het tellen controleren? Checklist Rekenen Groep 3 1. Tellen tot 20 Als kleuters, in groep 1 en groep 2, zijn de kinderen bezig met de zogenaamde voorbereidende rekenvaardigheid. Onderdelen hiervan zijn ordenen en seriatie. Dit

Nadere informatie

Aandachtspunten. blok 1, les 3 blok 3, les 11. blok 1, les 1 blok 1, les 6 blok 1, les 11 blok 2, les 1

Aandachtspunten. blok 1, les 3 blok 3, les 11. blok 1, les 1 blok 1, les 6 blok 1, les 11 blok 2, les 1 Aandachtspunten 291 Aandachtspuntenlijst 1, bij blok 1, 2 en 3 1 Herkennen van kleine hoeveelheden: zonder tellen kleine hoeveelheden t/m 4 benoemen. Het kind reageert niet op de vraag, bv. hoeveel knopen?

Nadere informatie

Schoolbrede start (15 min) Zie hoofdstuk Schoolbrede start.

Schoolbrede start (15 min) Zie hoofdstuk Schoolbrede start. EERLIJK DELEN EN OPRUIMEN In dit hoofdstuk zijn de activiteiten voor beschreven. Voor begint de Grote Rekendag met een gesprek over de meubels en materialen die in iedere kleutergroep te vinden zijn. Iedere

Nadere informatie

getallen Klassikale instructie Introductie getallenlijn tot en met 20. 1 Doel: de getallen op de getallenlijn t/m 20 plaatsen

getallen Klassikale instructie Introductie getallenlijn tot en met 20. 1 Doel: de getallen op de getallenlijn t/m 20 plaatsen getallen Basisstof getallenstructuur tot Lesdoelen De kinderen: kunnen een- en terugtellen van t/m ; kunnen de getallen van t/m plaatsen op de getallenlijn; kunnen doortellen en terugtellen vanaf een willekeurig

Nadere informatie

Tellen 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10. 1. Hoeveel blokjes tel je? 1 2 3 4 5 6 Wijs het juiste cijfer aan

Tellen 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10. 1. Hoeveel blokjes tel je? 1 2 3 4 5 6 Wijs het juiste cijfer aan 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10 Tellen 1. Hoeveel blokjes tel je? 1 2 3 4 5 6 Wijs het juiste cijfer aan 2. Tel hardop de blauwe blokjes 3. Welk getal hoort daarbij en wijs dat aan. Meer, minder, evenveel 1. Tel

Nadere informatie

Aandachtspunten. blok 9, les 1 blok 9, les 6. blok 7, les 6. blok 9, les 1 Zie punt 1. blok 7, les 1 blok 7, les 6 blok 7, les 8 blok 7, les 11

Aandachtspunten. blok 9, les 1 blok 9, les 6. blok 7, les 6. blok 9, les 1 Zie punt 1. blok 7, les 1 blok 7, les 6 blok 7, les 8 blok 7, les 11 Aandachtspunten 273 Aandachtspuntenlijst 3, bij blok 7, 8 en 9 aandachtspunten/ observaties 1 Akoestisch tellen: kinderen kunnen telrij opzeggen t/m 100. Het kind vergeet steeds getallen. Het kind hapert

Nadere informatie

REKENEN. Kerndoel 1: De leerlingen herkennen hoeveelheden en kunnen deze vergelijken. 1.1. Ordeningsbegrippen kennen 1.2. Ordenen van hoeveelheden

REKENEN. Kerndoel 1: De leerlingen herkennen hoeveelheden en kunnen deze vergelijken. 1.1. Ordeningsbegrippen kennen 1.2. Ordenen van hoeveelheden REKENEN Kerndoel 1: De leerlingen herkennen hoeveelheden en kunnen deze vergelijken. 1.1. Ordeningsbegrippen kennen 1.2. Ordenen van hoeveelheden Kerndoel 2: De leerlingen kunnen in alledaagse situaties

Nadere informatie

handleiding groep 3 blok 8

handleiding groep 3 blok 8 handleiding groep blok en handleiding groep blok Inhoud Inleiding Les Les Les Les Les Les Les Les Les Les Les Les Les Les en Remediëring Remediëring Remediëring Remediëring Malmberg s-hertogenbosch blok

Nadere informatie

1. Tellen. b. Getalrijen voortzetten Laat de volgende opgaven maken: Maak de rijen af:

1. Tellen. b. Getalrijen voortzetten Laat de volgende opgaven maken: Maak de rijen af: 1. Tellen a. Akoestisch tellen Laat het kind de telrij vanaf een willekeurig getal (bijvoorbeeld 36) opzeggen. Laat het tien verder tellen: zes-en-dertig, zeven-en-dertig, acht-en-dertig, Doe dit enkele

Nadere informatie

Rekenfolder o.b.s. Henri Dunant groep 3

Rekenfolder o.b.s. Henri Dunant groep 3 Extra informatie blok 1 In groep 1 en 2 hebben de leerlingen al veel ervaring opgedaan met rekenactiviteiten, zoals het ordenen, vergelijken, sorteren, tellen en groeperen. Ook hebben ze kennisgemaakt

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Stroom. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Stroom. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Stroom J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie

Nadere informatie

Leerlijnen groep 4 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 4 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 4 Wereld in Getallen 1 REKENEN Boek 4a: Blok 1 - week 1 - optellen en aftrekken t/m 10 (3 getallen, 4 sommen) 5 + 4 = / 4 + 5 = 9 5 = / 9 4 = - getallen tot 100 Telrij oefenen met kralenstang

Nadere informatie

Overig nieuws Hulp ouders bij rekenen deel 3.

Overig nieuws Hulp ouders bij rekenen deel 3. Overig nieuws Hulp ouders bij rekenen deel 3. Het rekenonderwijs van tegenwoordig ziet er anders uit dan vroeger. Dat komt omdat er nieuwe inzichten zijn over hoe kinderen het beste leren. Vroeger lag

Nadere informatie

C 1 C 2 C 3. 42 blok 6. Romeinse cijfers.

C 1 C 2 C 3. 42 blok 6. Romeinse cijfers. 42 blok 6 C 1 Romeinse cijfers. Amsterdam Dordrecht Nijmegen Gouda a Welk huis is ouder, het huis uit Dordrecht of het huis uit Amsterdam? b Hoelang staat het huis uit Nijmegen er al? c Het huis waar Sam

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 5 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs 20 d e l e n i n s t a p h a n d l e i d i n g Inleiding Middels het programma maken de leerlingen kennis met vernieuwende elementen uit de methode

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k l o k k i j k e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen uit de

Nadere informatie

Groep 5 Leerroute 3< 1F Leerroute 2= 1F (maatschrift) Leerroute 1 = 1S Periode 1

Groep 5 Leerroute 3< 1F Leerroute 2= 1F (maatschrift) Leerroute 1 = 1S Periode 1 Groep 5 Leerroute 3< 1F Leerroute 2= 1F (maatschrift) Leerroute 1 = 1S Periode 1 Normgerichte doelen: De kinderen behalen op de methodegebonden toetsen Maatschrift een 60% score. Blok 1: De kinderen kennen/kunnen/beheersen:

Nadere informatie

w e r k b o e k a n t w o o r d e n blok Hoeveel keer moet ik 15 gooien? 60 punten Matz wil 60 punten halen met blikgooien. Maak sommen.

w e r k b o e k a n t w o o r d e n blok Hoeveel keer moet ik 15 gooien? 60 punten Matz wil 60 punten halen met blikgooien. Maak sommen. jaargroep a n t w o o r d e n Zwijsen reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs blok 6 punten keer moet ik w e r k b o e k Matz wil 6 punten halen met blikgooien. Maak sommen. Les Overal getallen Maak

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g d e r e k e n m a c h i n e Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g h e t t a f e l m o d e l Jaargroep instap Inleiding Middels het instapprogramma maken de leerlingen kennis met

Nadere informatie

Arrangementen dagbesteding VSO Oriëntatiefase Verdiepingsfase Integratiefase Leerjaar 1 (de

Arrangementen dagbesteding VSO Oriëntatiefase Verdiepingsfase Integratiefase Leerjaar 1 (de ARRANGEMENTKAART REKENEN maart 2013 VSO- AFDELING Standaarden VSO Leeftijd à 13 14 15 16 17 18 19 Gevorderd 25% 10 10 11 11 11 12 12 Voldoende 75% 7 7 8 8 9 9 10 Minimum 90% 3 4 4 4 5 5 5 Arrangementen

Nadere informatie

06950181_voorw 01-03-2005 15:47 Pagina I. Een Goed. Feedbackgesprek. Tussen kritiek en compliment. Wilma Menko

06950181_voorw 01-03-2005 15:47 Pagina I. Een Goed. Feedbackgesprek. Tussen kritiek en compliment. Wilma Menko 06950181_voorw 01-03-2005 15:47 Pagina I Een Goed Feedbackgesprek Tussen kritiek en compliment Wilma Menko 06950181_voorw 01-03-2005 15:47 Pagina II Een goede reeks ISBN Een goede vergadering 90 06 95017

Nadere informatie

Hardware-eisen MS-DOS vanaf versie 4.0, VGA-kleurenscherm, muis (actief in DOS), minimaal 286-computer met 2 Mb ruimte op de vaste schijf

Hardware-eisen MS-DOS vanaf versie 4.0, VGA-kleurenscherm, muis (actief in DOS), minimaal 286-computer met 2 Mb ruimte op de vaste schijf Ik reken slim Vak/onderwerp rekenen Hardware-eisen MS-DOS vanaf versie 4.0, VGA-kleurenscherm, muis (actief in DOS), minimaal 286-computer met 2 Mb ruimte op de vaste schijf Algemeen 'Ik reken slim' is

Nadere informatie

Schooljaar 2015-2016: Spelletjes in je taal- en rekenles

Schooljaar 2015-2016: Spelletjes in je taal- en rekenles Schooljaar 2015-2016: Spelletjes in je taal- en rekenles Workshop 2: Spelletjes in je rekenles 25 november 2015 14.45 17.00 uur Willeke Beuker Elselien Boekeloo Spelletjes in je taal- en rekenles 7 oktober

Nadere informatie

Tussendoelen rekenen-wiskunde voor eind groep 3

Tussendoelen rekenen-wiskunde voor eind groep 3 Domein GETALLEN, subdomein Getalbegrip beheerst de doelen van groep 2, ook op het niveau van groep 3 en HELE GETALLEN kan de telrij opzeggen tot ten minste 100 en kan vanuit elk getal verder tellen en

Nadere informatie

Met sprongen vooruit!

Met sprongen vooruit! Een verkenning in het getallengebied tot 1000 4 6 rekenen en wiskunde & didactiek Met sprongen vooruit! Dr. Julie Menne Menne-instituut, Baarn In dit artikel wordt aan de hand van een aantal opeenvolgende,

Nadere informatie

Stenvert. Taalmeesters 3. Zelfstandig werken Taal Groep 5-6 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Taal Taalmeesters 3 Antwoorden Groep 5-6

Stenvert. Taalmeesters 3. Zelfstandig werken Taal Groep 5-6 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Taal Taalmeesters 3 Antwoorden Groep 5-6 Zelfstandig werken Taal Groep 5-6 Antwoorden Zelfstandig werken Stenvert Taal Taalmeesters 3 Antwoorden Groep 5-6 Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek uit de serie Taalmeesters van

Nadere informatie

tussendoelen: Hoeveelheden & getallen: Koppelen van hoeveelheden aan getallen (tot en met 20) Hoeveelheden d.m.v. getallen (tot en met 20) noteren

tussendoelen: Hoeveelheden & getallen: Koppelen van hoeveelheden aan getallen (tot en met 20) Hoeveelheden d.m.v. getallen (tot en met 20) noteren Kerndoel: 1. De leerlingen leren hoeveelheidbegrippen gebruiken en herkennen. 1.1. ze leren begrippen toepassen voor het aangeven van aantallen en het uitvoeren van bewerkingen. 1.2. ze leren hoeveelheden

Nadere informatie

Rekenen week 1 & 2. WEEK 1 Leerdoel Ik gebruik Maat *Namen* Plus *Namen*

Rekenen week 1 & 2. WEEK 1 Leerdoel Ik gebruik Maat *Namen* Plus *Namen* Rekenen & 2 1. getallen weten 2. Akoestisch, synchroon en resultatief tellen tot 20 en terug 3. Buurgetallen vinden van getallen tot 20 4. Begrippen één meer, één minder toepassen 5. Begrippen genoeg,

Nadere informatie

Groepsplan groep Vakgebied Rekenen Tijdsvak

Groepsplan groep Vakgebied Rekenen Tijdsvak Groepsplan groep Vakgebied Rekenen Tijdsvak Namen Evaluatie Niveau leerlijn 1 2 3 Functioneringsniveau

Nadere informatie

9. Aftrekken met de kralenketting

9. Aftrekken met de kralenketting 9. Aftrekken met de kralenketting Leeftijdsgroep Kerndoel 8-12 jaar Deze les levert een bijdrage aan de kerndoelen: 1 De leerlingen leren hoeveelheidbegrippen gebruiken en herkennen 2 De leerlingen leren

Nadere informatie

Spelenderwijs rijmen. Linda Willemsen. www.klasvanjuflinda.nl. www.klasvanjuflinda.nl

Spelenderwijs rijmen. Linda Willemsen. www.klasvanjuflinda.nl. www.klasvanjuflinda.nl Spelenderwijs rijmen Linda Willemsen www.klasvanjuflinda.nl www.klasvanjuflinda.nl Spelenderwijs rijmen Spelenderwijs rijmen Tekst & vormgeving: Linda Willemsen 2014 www.klasvanjuflinda.nl Linda Willemsen

Nadere informatie

Routeboekje. bij Alles telt. Groep 4 Blok 2. Van...

Routeboekje. bij Alles telt. Groep 4 Blok 2. Van... Routeboekje bij Alles telt Groep 4 Blok 2 Van... Groep 4 Blok 2 Les 1 Leerkrachtgebonden LB 4A 30 1 Pak de appels handig in. meedoen LB 4A 30 2 Hoeveel? meedoen LB 4A 30 3 Hoeveel? maken WS 4A 22 1 Maak

Nadere informatie

Het stappenplan om snel en goed iets nieuws in te studeren

Het stappenplan om snel en goed iets nieuws in te studeren Studieschema voor goed en zelfverzekerd spelen Page 1 of 5 Het stappenplan om snel en goed iets nieuws in te studeren Taak Een nieuw stuk leren zonder instrument Noten instuderen Opname beluisteren Notenbeeld

Nadere informatie

DIT IS HET DiKiBO-ZAKBOEK VAN

DIT IS HET DiKiBO-ZAKBOEK VAN Groep 3 4 & 2 2 DIT IS HET DiKiBO-ZAKBOEK VAN HOE WAT PAS OP TIP 3 COLOFON DiKiBO presenteert het complete reken-zakboek voor groep 3 & 4 3 Auteur: Nicolette de Boer Vanderwel B.V. www.nicolettedeboer.com

Nadere informatie

oefenboek antwoorden 425 cent 390 cent blok jaargroep 4 Zwijsen Hoeveel samen? Kun je daar de helikopter mee kopen? En het paard?

oefenboek antwoorden 425 cent 390 cent blok jaargroep 4 Zwijsen Hoeveel samen? Kun je daar de helikopter mee kopen? En het paard? jaargroep Zwijsen reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs cent blok 7 euro en 9 cent cent oefenboek Hoeveel samen? Kun je daar de helikopter mee kopen? En het paard? Les Overal getallen Tienen en

Nadere informatie

7. Getalkaartjes bij de kralenketting

7. Getalkaartjes bij de kralenketting Leeftijdsgroep Kerndoel 7. Getalkaartjes bij de kralenketting 8-12 jaar Deze les levert een bijdrage aan de kerndoelen: 1 De leerlingen leren hoeveelheidbegrippen gebruiken en herkennen 2 De leerlingen

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 8 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k l o k k i j k e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen uit de

Nadere informatie

Ideeën om spelenderwijs thuis de rekenvaardigheid te stimuleren

Ideeën om spelenderwijs thuis de rekenvaardigheid te stimuleren Ideeën om spelenderwijs thuis de rekenvaardigheid te stimuleren voor groep 3-4-5 Opgesteld door Marjolein Berkhout rekencoördinator obs Letterland November 2009 Tel en getalrij spelletjes Van klein naar

Nadere informatie

REKENEN OP MAAT GROEP 4

REKENEN OP MAAT GROEP 4 REKENEN OP MAAT GROEP 4 REKENEN OP MAAT GROEP 4 RICHT ZICH OP DE BELANGRIJKSTE VAARDIGHEDEN DIE NODIG ZIJN VOOR HET REKEN-WISKUNDEONDERWIJS. ER WORDT NAUW AANGESLOTEN BIJ DE OEFENSTOF VAN DE VERSCHILLENDE

Nadere informatie

Rekenactiviteiten voor de onderbouw

Rekenactiviteiten voor de onderbouw Rekenactiviteiten voor de onderbouw IJsselgroep Basisschool de Kolkstede 1. bingo 2. duo en trio 3. de hoogste kaart 4. wie het meeste gooit 5. het bakjesspel 6. de buschauffeur 1. Bingo Doel: koppeling

Nadere informatie

Passende perspectieven met Maatwerk rekenen

Passende perspectieven met Maatwerk rekenen Maatwerk rekenen Passende perspectieven MALMBERG Passende perspectieven met Maatwerk rekenen Jiska van Hall en Bronja Versteeg 2013/2014 Malmberg, s-hertogenbosch blz. 1 van 117 Maatwerk rekenen Passende

Nadere informatie

Leerstofoverzicht groep 3

Leerstofoverzicht groep 3 Leerstofoverzicht groep 3 Getallen en relaties Basisbewerkingen Verhoudingen Leerlijn Groep 3 uitspraak, schrijfwijze, kenmerken begrippen evenveel, minder/meer cijfer 1 t/m 10, groepjes aanvullen tot

Nadere informatie

REKENEN. Kerndoel 1: De leerlingen herkennen hoeveelheden en kunnen deze vergelijken. 1.1. Ordeningsbegrippen kennen 1.2. Ordenen van hoeveelheden

REKENEN. Kerndoel 1: De leerlingen herkennen hoeveelheden en kunnen deze vergelijken. 1.1. Ordeningsbegrippen kennen 1.2. Ordenen van hoeveelheden REKENEN Kerndoel 1: De leerlingen herkennen hoeveelheden en kunnen deze vergelijken. 1.1. Ordeningsbegrippen kennen 1.2. Ordenen van hoeveelheden Kerndoel 2: De leerlingen kunnen in alledaagse situaties

Nadere informatie

Tussendoelen Ontluikende gecijferdheid (inclusief logisch denken vanaf 3;6 jaar)

Tussendoelen Ontluikende gecijferdheid (inclusief logisch denken vanaf 3;6 jaar) Tussendoelen Ontluikende gecijferdheid (inclusief logisch denken vanaf 3;6 jaar) 0 1;6 2 2;6 3 3,6 4 4;6 1. Ontwikkelt een besef van getalsnamen door rijmpjes en versjes. (bijvoorbeeld: een- twee..klaar

Nadere informatie

Leerlijnenpakket STAP incl. WIG. Rekenen Rekenen. Datum: 08-05-2014. Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200

Leerlijnenpakket STAP incl. WIG. Rekenen Rekenen. Datum: 08-05-2014. Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200 Leerlijnenpakket STAP incl. WIG Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200 Rekenen Rekenen 1.1 Getallen - Optellen en aftrekken tot 10 - Groep 3 BB/ KB GL + PRO 1.1.1 zegt de telrij

Nadere informatie

Preventie rekenproblemen door effectief rekenonderwijs in de groepen 1-2 28 januari 2015

Preventie rekenproblemen door effectief rekenonderwijs in de groepen 1-2 28 januari 2015 Preventie rekenproblemen door effectief rekenonderwijs in de groepen 1-2 28 januari 2015 Arlette Buter [email protected] 1 Goede rekenstart Beredeneerd aanbod Inhoud Rekenactiviteiten in de (kleine)

Nadere informatie

Training. Coachend begeleiden

Training. Coachend begeleiden Training Coachend begeleiden Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteurs: Bertine Pruim Inhoudelijke redactie: Napona Smid Titel: Factor-E Coachend begeleiden

Nadere informatie

Deel A. Breuken vergelijken

Deel A. Breuken vergelijken Deel A Breuken vergelijken - - 0 Breuken en brokken (). Kleur van elke figuur deel. Doe het zo nauwkeurig mogelijk.. Kleur van elke figuur deel. Doe het telkens anders.. Kleur steeds het deel dat is aangegeven.

Nadere informatie

Kleuren. Meten en wegen. Tellen en getalbegrip. Vormen. Doel: Bouw een kasteel voor Ridder Ruighart. Doel: Kleuren herkennen op het ridderschild

Kleuren. Meten en wegen. Tellen en getalbegrip. Vormen. Doel: Bouw een kasteel voor Ridder Ruighart. Doel: Kleuren herkennen op het ridderschild Opdrachten rekenkastje Thema: Ridders en kastelen Meten en wegen Doel: Bouw een kasteel voor Ridder Ruighart Kleuren Doel: Kleuren herkennen op het ridderschild Bob de bouwer en Wendy: Ridder Ruighart

Nadere informatie

Aandachtspunten. Aandachtspuntenlijst 3, bij blok 7, 8 en 9. Specifieke aandachtspunten/observaties. Leerinhoud/ Observatie

Aandachtspunten. Aandachtspuntenlijst 3, bij blok 7, 8 en 9. Specifieke aandachtspunten/observaties. Leerinhoud/ Observatie Aandachtspunten 291 Aandachtspuntenlijst 3, bij blok 7, 8 en 9 1 Doortellen en terugtellen onder 100. Het kind vergeet steeds getallen. Het kind hapert bij bepaalde getallen. Het kind heeft moeite met

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 8 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s o p t e l l e n e n a f t r e k k e n Jaargroep instap Inleiding Het instapprogramma

Nadere informatie

Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2.

Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2. Rekenrijk doelen groep 1 en 2 De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2. Aantallen kunnen tellen De kinderen kunnen kleine aantallen tellen. De kinderen kunnen eenvoudige

Nadere informatie

handleiding leerjaar 6 blok 1

handleiding leerjaar 6 blok 1 handleiding leerjaar 6 blok 1 Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Redactie: Fundamentaal,

Nadere informatie

- een lege verpakking van drie ijsjes - eventueel zes ijsstokjes en vijf poppetjes

- een lege verpakking van drie ijsjes - eventueel zes ijsstokjes en vijf poppetjes Titel van de les Leeftijdsgroep Kerndoel Leerstofonderdeel IJsjes kopen Ongeveer 6 tot 8 jaar Deze les levert een bijdrage aan kerndoel 1: de leerlingen leren hoeveelheidbegrippen gebruiken en herkennen

Nadere informatie

handleiding leerjaar 6 blok 6

handleiding leerjaar 6 blok 6 handleiding leerjaar 6 blok 6 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

Juf ik weet het niet meer

Juf ik weet het niet meer Juf ik weet het niet meer Voorbeelden uit de praktijk Wijnand Dekker Praktijk Dekker & Dooyeweerd, Ede www.dekkerdooyeweerd.nl [email protected] Wat vertellen kinderen ons?! Je eigen naam schrijven,

Nadere informatie

handleiding leerjaar 7 blok 5

handleiding leerjaar 7 blok 5 handleiding leerjaar 7 blok 5 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie