Proefkatern Spelling in beeld

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Proefkatern Spelling in beeld"

Transcriptie

1 Proefkatern Spelling in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 4: 1 handleiding A1: het algemene gedeelte en blok 4 2 werkboek A1: de introductiepagina s en blok 4 3 uitlegkaarten A 4 kopieerboek: kopieerbladen blok 4 Met dit katern krijgt u zicht op hoe Spelling in beeld werkt. De materialen stellen u in staat lessen van blok 4 uit te proberen in uw groep. Blok 4 bestaat uit 6 lessen die aan het einde van het eerste halfjaar van groep 4 worden aangeboden. Zwijsen geeft u toestemming om voor het uitproberen kopieën te maken uit dit katern. Herhalingstaak 1 (Spellingspoor) en 2 (Computerprogramma Spelling in beeld) zijn niet bijgevoegd. Spellingspoor is een leerspel dat als herhalingstaak elk blok terugkomt. Met het Computerprogramma Spelling in beeld kunnen leerlingen spellingcategorieën oefenen die aan de orde zijn in de blokken. Meer informatie over Spellingspoor en het Computerprogramma Spelling in beeld vindt u op: Heeft u nog vragen, neem dan contact op met Zwijsen Klantenservice: of [email protected]. Wij wensen u en uw leerlingen veel (leer)plezier met Spelling in beeld!

2 handleiding A1 1

3 Zwijsen Paul Stapel handleiding a1

4 hl inhoud algemene handleiding Aan de slag met Spelling in beeld 3 Uitgangspunten 3 Kenmerken 4 Opbouw methode 4 Activiteiten 5 Organisatie 6 Differentiatie en zorgverbreding 7 Toetsing en evaluatie 8 Materialen 8 Leerstof 9 Leerstofoverzicht 12 Handleiding online 12 blok 1 omgeving Overzicht spellingcategorieën blok 1 14 Basislessen Signaaldictee 21 Herhalingsles (les 6) 22 Controledictee 23 Herhalingstaken en plustaken 24 blok 2 natuur Overzicht spellingcategorieën blok 2 26 Basislessen Signaaldictee 33 Herhalingsles (les 6) 34 Controledictee 35 Herhalingstaken en plustaken 36 blok 3 reizen Overzicht spellingcategorieën blok 3 38 Basislessen Signaaldictee 45 Herhalingsles (les 6) 46 Controledictee 47 Herhalingstaken en plustaken 48 blok 4 gevoel Overzicht spellingcategorieën blok 4 50 Basislessen Signaaldictee 57 Herhalingsles (les 6) 58 Controledictee 59 Herhalingstaken en plustaken 60 Colofon 62 pelling- 2 Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1

5 hl algemene handleiding Aan de slag met Spelling in beeld Een overzicht van alles wat u moet weten U gaat werken met Spelling in beeld. Deze handleiding helpt u om snel met de methode aan de slag te gaan. Daartoe wordt in een beperkt aantal pagina s de belangrijkste informatie gegeven die u nodig heeft. Alle overige gegevens over de methode, waaronder meer uitgebreide onderdelen die bij deze handleiding horen, vindt u op de website Hebt u vragen, opmerkingen of suggesties, dan kunt u hiermee ook terecht op de website. Hoe meer informatie wij van u krijgen, hoe beter wij in staat zijn om de methode mee te laten groeien met uw wensen en verwachtingen. Overzicht Spelling in beeld bestaat uit vijf delen. Het onderstaande schema geeft aan welk deel bestemd is voor welke jaargroep van het reguliere basisonderwijs. Op andere typen (basis)scholen kunt u ervoor kiezen de leerstof op een andere manier te verdelen. Deel Jaargroep a (a1 en a2) 4 b (b1 en b2) 5 c (c1 en c2) 6 d (d1 en d2) 7 e (e1 en e2) 8 De uitgangspunten van Spelling in beeld Bij de samenstelling van Spelling in beeld zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Spelling is een vaardigheid die ten dienste staat van de schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid. Spelling is een belangrijke voorwaarde voor de schrijfvaardigheid. Hoe minder aandacht de verzorging van spelling en interpunctie kost, hoe meer tijd en aandacht mensen kunnen besteden aan de inhoud en het formuleren van teksten. Daarbij kan voldoende spelvaardigheid mensen het zelfvertrouwen verschaffen dat ze nodig hebben wanneer ze zich schriftelijk uitdrukken. Goede spellers zien meestal het verschil tussen taal en spelling en kunnen daarmee het belang van een goede spelvaardigheid in het juiste, relatieve perspectief plaatsen. Zwakke spellers hebben echter vaak de neiging om spelling als het belangrijkste onderdeel van taal te zien. Zij verwarren spelling zelfs vaak met taal. Een slechte spelvaardigheid kan leiden tot gevoelens van tekortschieten. Ook in dat opzicht is het van belang dat alle leerlingen op de basisschool de gelegenheid krijgen een goede spelvaardigheid te ontwikkelen. Bij het samenstellen van de spellingcategorieën is ernaar gestreefd zo veel mogelijk frequente woorden te kiezen, die de leerlingen gebruiken in eigen taaluitingen en schriftelijk schoolwerk. Zo wordt spelling een functionele activiteit. Het Nederlandse spellingsysteem is voor leerlingen niet eenvoudig te doorgronden. Toch heeft het een beperkte omvang. Daarom kan het spellingonderwijs gestalte krijgen in een relatief beperkte lestijd. Bij de samenstelling van Spelling in beeld zijn daarom per week twee lessen van ongeveer 30 minuten ingepland. Daarbij komt eens per vier weken de afnametijd voor het controledictee en eventueel de tijd voor facultatieve onderdelen als Activiteiten voor tussendoor en eens per vier weken een signaaldictee. Het Nederlandse spellingsysteem is in beginsel een overzichtelijk systeem. Daardoor is het mogelijk het onderwijs in dat spellingsysteem te baseren op de organisatievorm zelfstandig leren. De meeste leerlingen kunnen zich zo een goede spelvaardigheid eigen maken. Maar niet voor alle leerlingen is zelfstandig leren de meest geschikte manier om te leren spellen. Voor leerlingen voor wie zelfstandig leren minder geschikt is, staan daarom in de lesbeschrijvingen voldoende aanwijzingen om begeleid leren mogelijk te maken. Voor de meeste leerlingen is de organisatievorm zelfstandig leren geschikt. Leerlingen nemen zelfstandig de instructie door en verwerken die ook zelfstandig. Ze kijken in week 3 van ieder blok het eigen signaaldictee na, zodat zij zich ervan bewust worden met welke spellingcategorieën zij nog moeite hebben. Hoewel de leerlingen hierdoor een gevoel van verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces ontwikkelen, blijft u de vinger aan de pols houden. Aan de hand van het controledictee aan het eind van ieder blok, kunt u makkelijk constateren welke leerlingen onvoldoende profiteren van zelfstandig leren en op basis daarvan maatregelen nemen. In de spellinglessen van Spelling in beeld kunnen verschillende organisatievormen gehanteerd worden. Het is mogelijk dat leerlingen (individueel of in tweetallen) zelfstandig leren. Maar Spelling in beeld is ook geschikt voor begeleid leren. Doordat de organisatievorm zelfstandig leren met Spelling in beeld mogelijk is, is de methode zeer geschikt voor het gebruik in combinatiegroepen. Spelling in beeld spreekt geen voorkeur uit voor een organisatievorm van de spellinglessen. Het streven is verschillende organisatievormen mogelijk te maken. Zo hebben leerkrachten de vrijheid de organisatie van de lessen af te stemmen op hun eigen situatie. Leerkrachten die de voorkeur geven aan begeleid leren kunnen met de methode goed uit de voeten. Maar ook zij profiteren van de mogelijkheden voor zelfstandig leren, bijvoor- -Spelli Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 3 i

6 hl algemene handleiding beeld in situaties waarin door onvoorziene omstandigheden een begeleide les geen doorgang kan vinden. Spelling in beeld is cursorisch opgezet. De opklimmende moeilijkheidsgraad van de aangeboden woorden is het uitgangspunt geweest voor de samenstelling van de lessen. In de lessen zit een thematisch aspect, dat vooral in de introductieopdracht van elke les zichtbaar wordt. Het gaat hierbij om tien overkoepelende thema s die elk jaar op hetzelfde moment terugkeren. Spelling in beeld richt zich zowel op het spellingproduct als op het spellingproces. Het is belangrijk dat de leerlingen zo veel mogelijk woorden correct kunnen spellen. Maar het is evenzeer belangrijk dat zij een goede aanpak (strategie) leren om tot de juiste spelling van woorden te komen. Zo werkt de methode aan het spellingbewustzijn van de leerlingen. Daarnaast is het ook essentieel om aan het zogenaamde spellinggeweten te werken. Daarbij gaat het niet alleen om de spelvaardigheid zelf, maar ook om de wil die spelvaardigheid in teksten en ander schriftelijk werk toe te passen. Een bekende manier om het spellinggeweten van leerlingen te bevorderen, is hen regelmatig teksten te laten schrijven die door anderen gelezen zullen worden. Spelling in beeld speelt in op verschillen tussen leerlingen. Voor goede spellers zijn er mogelijkheden aan de slag te gaan met differentiatiemateriaal. Voor de begeleiding van zwakke spellers worden in iedere les handvatten geboden. Naast Spelling in beeld verschijnt Taal in beeld. Ook met deze taalmethode is de organisatievorm zelfstandig leren mogelijk. De thema s van Spelling in beeld komen overeen met de thema s van Taal in beeld. Spelling in beeld is uitstekend los van de methode Taal in beeld te gebruiken. Leerlingen die aan het eind van een blok in het controledictee voldoende scoren, gaan aan de slag met differentiatiemateriaal uit Taalmaker a. Taalmaker a past zowel bij Spelling in beeld als bij Taal in beeld. U kunt Taalmaker a ook inzetten wanneer u met een andere taalmethode werkt. De kenmerken van Spelling in beeld Spelling in beeld heeft drie belangrijke kenmerken. Het pakket is compleet, compact en flexibel. Compleet Spelling in beeld is een complete methode omdat het programma alle leerstof aanbiedt die u als school op basis van de kerndoelen geacht wordt aan te bieden. Bij de ontwikkeling van Spelling in beeld is uitdrukkelijk rekening gehouden met de kerndoelen Nederlandse taal, zoals die door de overheid zijn vastgesteld. Een school die werkt met Spelling in beeld is er dus van verzekerd dat het onderwijsaanbod van de methode correspondeert met de spellingleerstof die genoemd wordt in de kerndoelen Nederlandse Taal. Compact Spelling in beeld is een compacte methode. Zowel het aantal lessen als het aantal schoolweken dat nodig is om het programma uit te voeren, is beperkt gehouden. Hierdoor hoeft u als leerkracht geen tijdsdruk te ervaren. Voor de leerlingen is er voldoende tijd beschikbaar om de leerstof goed op te nemen en toe te passen. Verder is ook in de hoeveelheid materialen terug te zien dat de methode compact is. Er is een duidelijke keuze gemaakt voor een overzichtelijk pakket. Flexibele organisatievorm Spelling in beeld is een flexibele methode. Leerlingen verschillen, leerkrachten verschillen, scholen verschillen en omstandigheden verschillen. Spelling in beeld houdt rekening met deze verschillen door diverse organisatievormen mogelijk te maken. Zo kunt u interactief met de hele groep aan de slag gaan, maar u kunt ook alle onderdelen van het programma door de leerlingen zelfstandig laten uitvoeren. U kunt de leerlingen daarbij individueel laten werken of laten samenwerken met andere leerlingen. Doordat de spellingactiviteiten geschikt zijn voor diverse organisatievormen, hoeft u niet te kiezen tussen interactief onderwijs of zelfstandig leren. U kunt met Spelling in beeld de kracht van beide vormen combineren. U bepaalt in welke mate u de leerlingen direct begeleidt of meer zelfstandig aan de slag laat gaan. Maar uiteindelijk werken de leerlingen wel aan dezelfde lessen. De organisatie van de lessen blijft daardoor overzichtelijk en uitvoerbaar. De opbouw van Spelling in beeld Jaarprogramma Spelling in beeld biedt een jaarprogramma voor 34 schoolweken, opgebouwd uit acht blokken van vier weken. Na de blokken 4 en 8 is er een zogenaamde breekweek. Deze weken kunnen gebruikt worden als uitloopweken en als weken om op een andere manier met spelling bezig te zijn. Algemene opbouw van een eenheid Een blok bestaat uit vier weken. Per week zijn er twee lessen. De eerste drie weken van ieder blok bestaan uit de basislessen. Deze zes lessen zijn opgenomen in het werkboek. In de eerste vijf lessen wordt telkens één spellingcategorie aangeboden en ingeoefend. Les 6 van ieder blok is een herhalingsles. Daarin wordt de leerstof van het blok herhaald. Ook wordt aandacht besteed aan spellingcategorieën uit voorgaande blokken. Aan het einde van de derde week of in het begin van de vierde week neemt u een controledictee af. 4 Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 pelling-

7 algemene handleiding Aan de hand daarvan kunt u vaststellen welke leerlingen de doelen van het blok bereikt hebben en welke nog niet. De leerlingen die de doelen wel bereikt hebben, gaan in week 4 aan de slag met plustaken (verdiepingsstof), waarin ze leerkrachtonafhankelijk hun geleerde kennis, vaardigheden en strategieën op het gebied van taal en spelling toepassen en uitbouwen. De leerlingen die de doelen van het blok nog niet bereikt hebben, krijgen in de vierde week herhalingstaken waarin ze de leerstof die ze nog niet beheersen, nogmaals aangeboden krijgen. Extra instructie en begeleide verwerking zijn hierbij het uitgangspunt. De opbouw van deel a1 en a2 Het schema onder aan deze pagina geeft de opbouw van het programma van de delen a1 en a2 weer. In dit voorbeeld geeft u uw spellinglessen op dinsdag en vrijdag. Deel a1 bestaat uit blok 1 tot en met 4 van het jaarprogramma. Ieder blok bestaat uit acht lessen. Per week zijn er twee spellinglessen. Dat is exclusief het facultatieve signaaldictee na les 5 en het controledictee na les 6. Tijdens de twee spellinglessen in week 4 week deel blok weekprogramma dag 1 dag 2 dag 3 dag 4 dag 5 1 a1 blok 1 sp sp 2 blok 1 sp sp 3 blok 1 sp signaaldictee sp (facultatief) 4 blok 1 controledictee h / p h / p 5 blok 2 sp sp 6 blok 2 sp sp 7 blok 2 sp signaaldictee sp (facultatief) 8 blok 2 controledictee h / p h / p 9 blok 3 sp sp 10 blok 3 sp sp 11 blok 3 sp signaaldictee sp (facultatief) 12 blok 3 controledictee h / p h / p 13 blok 4 sp sp 14 blok 4 sp sp 15 blok 4 sp signaaldictee sp (facultatief) 16 blok 4 controledictee h / p h / p 17 breekweek gaan de leerlingen die onvoldoende scoren op het controledictee aan de slag met de herhalingstaken. De overige leerlingen gaan aan de slag met plustaken. Deel a2 bevat de blokken 5 tot en met 8 van het jaarprogramma. Dit deel heeft dezelfde opbouw als deel a1. De activiteiten in Spelling in beeld Woorden van de week en Extra woorden Boven iedere les staat de doelstelling geformuleerd. In iedere les krijgen de leerlingen zes woorden aangeboden. In les 2 en les 4 van ieder blok gaat het daarbij om zes weetwoorden die de leerlingen door inprenting moeten onthouden. In les 1, 3 en 5 van ieder blok worden ook zes woorden (klankwoorden of regelwoorden) aangeboden. Maar de les is er niet op gericht dat de leerlingen deze zes woorden uit hun hoofd leren. De woorden zijn voorbeeldwoorden voor een bepaalde spellingcategorie. 18 a2 blok 5 sp sp 19 blok 5 sp sp 20 blok 5 sp signaaldictee sp (facultatief) 21 blok 5 controledictee h / p h / p 22 blok 6 sp sp 23 blok 6 sp sp 24 blok 6 sp signaaldictee sp (facultatief) 25 blok 6 controledictee h / p h / p 26 blok 7 sp sp 27 blok 7 sp sp 28 blok 7 sp signaaldictee sp (facultatief) 29 blok 7 controledictee h / p h / p 30 blok 8 sp sp 31 blok 8 sp sp 32 blok 8 sp signaaldictee sp (facultatief) 33 blok 8 controledictee h / p h / p 34 breekweek sp = instructie in een spellingcategorie h/p = herhalingstaken/ plustaken jaarplanning deel a1 en a2 -Spelli Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 5 i

8 hl algemene handleiding De instructie is erop gericht dat de leerlingen het spellingprobleem van die categorie herkennen zodat ze deze zes woorden, maar ook andere woorden van die categorie correct kunnen schrijven. Het oefenen van deze toepassingsvaardigheid gebeurt onder andere tijdens de Activiteiten voor tussendoor. Dat zijn korte klassikale oefenmomenten buiten de spellinglessen. Daarin vervangen de leerlingen de woorden van de week op het bord door woorden van dezelfde categorie. Deze Activiteiten voor tussendoor nemen niet meer dan enkele minuten in beslag. Didactische fasering De lessen in Spelling in beeld hebben een vaste opbouw. De lesfasen zijn: introductie, instructie, verwerking en evaluatie/ reflectie. Deze onderdelen zijn voor de leerlingen vertaald in de volgende begrippen: Wat gaan we doen?, Op verkenning, Uitleg, Aan de slag en Terugkijken. Deze begrippen geven de leerlingen greep op hun eigen leerproces. Aan de hand daarvan kunnen zij op een effectieve en efficiënte manier de leerstof zelfstandig doorwerken. De verschillende lesfasen worden hieronder toegelicht. Op verkenning Hierin wordt het spellingprobleem dat in de les aan de orde is, geplaatst in een herkenbare, alledaagse context. Het is een verkennende en introducerende opdracht. Uitleg De fase Uitleg is het instructiemoment in de les. Hierbij maken de leerlingen gebruik van een uitlegkaart, waarop de instructie is weergegeven. Ze kunnen zelfstandig de uitleg op de kaart doornemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat ze de uitlegkaart onder uw begeleiding doornemen. Bij de uitleg wordt vanaf het begin de klanknotatie /aa/ gebruikt. Aan de slag In de fase Aan de slag verwerken de leerlingen de instructie. De leerlingen maken opdrachten op: fonologisch niveau: opdrachten met de klanken van woorden, waaronder rijmopdrachten; morfologisch niveau: opdrachten over samenstellingen, voor- en achtervoegsels van afleidingen, werkwoorduitgangen; syntactisch niveau: opdrachten binnen het zinsverband, bijvoorbeeld met woorden die op twee manieren geschreven kunnen worden; orthografisch niveau: opdrachten gericht op het inprenten van de schrijfwijze van woorden, waaronder invuloefeningen en rubriceeroefeningen. Daarnaast zijn in de fase Aan de slag meestal speelse werkvormen opgenomen, zoals rebussen, puzzels en opdrachten met geheimschrift. Terugkijken De vierde fase is Terugkijken. Hierbij reflecteren de leerlingen op de les. De centrale vraag hierbij is: Wat heb ik geleerd? De opdracht houdt altijd verband met het lesdoel dat boven de les staat vermeld. De opdracht is steeds een geschikt aanknopingspunt voor een mondelinge evaluatie van de les, ook als de leerlingen zelfstandig hebben gewerkt. In deze fase wordt de leerlingen regelmatig gevraagd verkeerd gespelde woorden door te strepen. Wanneer verkeerd gespelde woorden zijn afgedrukt, zijn ook steeds de correct gespelde woorden opgenomen. Activiteiten voor tussendoor In de handleiding wordt de suggestie gegeven op dagen waarop u geen spellinglessen geeft regelmatig enkele minuten met de woorden van de week te oefenen. Schrijf de woorden van de week op het bord. Laat de leerlingen die woorden in een kort mondeling lesmoment vervangen door andere woorden van dezelfde spellingcategorie. Laat enkele leerlingen daarbij hun keuze toelichten. Zo werkt u aan transfer: het toepassen van de leerstof op andere woorden. De organisatie van Spelling in beeld Zelfstandig leren, samenwerkend leren en begeleid leren Spelling in beeld maakt verschillende organisatievormen gelijktijdig mogelijk. De methode is namelijk zo opgezet dat u als leerkracht kunt bepalen welke leerlingen zelfstandig (individueel of op basis van samenwerkend leren) aan de slag gaan en welke leerlingen onder begeleiding (klassikaal of in een groepje onder uw leiding) aan de opdrachten gaan werken. U kunt alle leerlingen zelfstandig laten werken, alle leerlingen begeleid laten werken of een tussenvorm kiezen. Alle lessen zijn zo opgezet dat ze geschikt zijn voor zelfstandig leren. Leerlingen kunnen daardoor zelfstandig alle introductie-, instructie-, verwerkings- en reflectieopdrachten maken. Maar niets verplicht u om de leerlingen de les zelfstandig te laten doorlopen. U kunt er op basis van dezelfde leeractiviteiten ook voor kiezen om de les gezamenlijk op een interactieve manier door te werken. Alle leerlingen doorlopen dezelfde opdrachten en gebruiken dezelfde materialen, ongeacht de organisatievorm. Dit betekent dat de lessen voor u als leerkracht makkelijk te organiseren zijn. U bepaalt zelf in welke mate er sprake is van mondelinge interactie tijdens de les en u kunt er per les voor kiezen om die te beperken. Omdat alle leerlingen aan dezelfde opdrachten werken, kunt u bij de introductie van de les en de reflectie op de les de hele groep aanspreken, ook als de meeste leerlingen bezig zijn met zelfstandig leren. Omdat alle antwoorden in de antwoordenboekjes staan, heeft u de mogelijkheid om de leerlingen hun eigen werk na te laten kijken. 6 Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 pelling-

9 algemene handleiding Tijdsindicaties Een les in Spelling in beeld zal ongeveer 30 minuten duren. De tijdsduur zal afhankelijk zijn van de organisatievorm waarin de les wordt aangeboden. Voor leerlingen die eerder klaar zijn met de opdrachten, bevat iedere les een verwijzing naar extra keuzeopdrachten. Spelling in beeld in combinatiegroepen Alle lessen in Spelling in beeld zijn in beginsel geschikt voor zelfstandig leren. Hierdoor is de methode zeer geschikt voor het gebruik in combinatiegroepen of stamgroepen. De leerlingen kunnen leerkrachtonafhankelijk aan de opdrachten werken. Daardoor kunt u bepalen welke leerlingen u op welk moment intensiever begeleidt. U kunt zich richten op die leerlingen die uw hulp het hardst nodig hebben, onafhankelijk van de jaargroep waarin ze zitten. Differentiatie en zorgverbreding in Spelling in beeld Met Spelling in beeld heeft u veel mogelijkheden om te differentiëren. Met de differentiatiematerialen Taalmaker a, Spellingspoor en het computerprogramma Spelling in beeld a heeft u volop mogelijkheden om te differentiëren en iedere leerling adaptief onderwijs te bieden. Hieronder staan de belangrijkste mogelijkheden. Differentiatie naar begeleidingsbehoeften Bij alle lessen kunt u differentiëren in de intensiteit van de begeleiding die u geeft. Veel leerlingen kunt u met een gerust hart zelfstandig laten werken, terwijl u andere leerlingen juist veel instructie en begeleiding wilt bieden. In de handleiding worden onder het kopje Begeleid leren steeds suggesties gegeven voor interactieve begeleiding. De leerlingen die hier minder behoefte aan hebben, laat u zelfstandig werken. Dit kan in de vorm van individueel of samenwerkend leren. Voorinstructie (preteaching) Onder differentiatie naar begeleidingsbehoeften valt ook voorinstructie (preteaching). Die is voornamelijk geschikt voor twee groepen leerlingen: leerlingen met een beperkte woordenschat en leerlingen die door een diepere oorzaak structureel moeite hebben met spelling. Leerlingen met een beperkte woordenschat profiteren ervan als zij voorafgaand aan de les instructie krijgen over de betekenis van de woorden van de week en de extra woorden. Sommige leerlingen hebben door een diepere oorzaak moeite met spelling. De oorzaak kan dyslexie of dysorthografie zijn. Door deze leerlingen voorinstructie te geven, bereikt u dat zij de uitleg tijdens de lessen herkennen en de stof daardoor gemakkelijker opnemen en verwerken. Hiervoor kunt u de kopieerbladen extra oefening in Kopieerboek a gebruiken. Tempodifferentiatie: extra stof Tijdens de lessen zullen sommige leerlingen eerder klaar zijn dan andere. In eerste instantie kunnen deze leerlingen een extra opdracht gaan maken. In het werkboek wordt hiernaar aan het einde van iedere les verwezen. De extra opdrachten staan achterin het werkboek. Mocht er daarna nog behoefte zijn aan meer stof, dan kunt u de leerlingen verder laten gaan met plustaken. Zij kunnen dan verder werken met het computerprogramma Spelling in beeld, of aan taken uit Taalmaker. Taalmaker is de naam van de set extra opdrachten bij Taal in beeld en Spelling in beeld. Die set extra taaltaken bestaat uit kaarten, werkbladen (kopieerbladen) en elektronische werkbladen (software). Spelling komt hierbij in toepassende vorm aan de orde. Niveaudifferentiatie in week 4: herhalingstaken en plustaken In het begin van de vierde week van ieder blok maken de leerlingen een controledictee. Aan de hand daarvan stelt u vast welke leerlingen de doelen van de eenheid bereikt hebben. Leerlingen die de doelen nog niet bereikt hebben, krijgen in de vierde week herhalingstaken. De andere leerlingen gaan aan de slag met plustaken. Herhalingstaken Herhalingstaken bieden instructie en verwerking, gericht op één spellingcategorie. Leerlingen die tijdens de controletoets een spellingcategorie nog niet blijken te beheersen komen hiervoor in aanmerking. U kunt deze leerlingen zelfstandig of interactief met de spellingcategorie laten oefenen. Met het computerprogramma Spelling in beeld a kunt u leerlingen zelfstandig laten oefenen met de woorden van één spellingcategorie. De oefenstof wordt op de computer ingeleid door een korte instructieanimatie. Met Spellingspoor kunt u een groepje leerlingen over een spellingcategorie interactieve herinstructie geven en begeleide verwerking bieden. De leerlingen voeren daarbij op een spelbord een aantal instructieactiviteiten uit, die ze vervolgens verwerken. De herhalingstaak Spellingspoor is in beginsel een begeleide activiteit. U kunt leerlingen met het computerprogramma Spelling in beeld a zelfstandig aan herhalingstaken laten werken of met Spellingspoor interactief herinstructie en begeleiding geven. U kunt ook voor een combinatie van beide vormen kiezen. U laat dan bijvoorbeeld de leerlingen eerst zelfstandig op de computer aan de herhalingstaak werken en u geeft alleen interactieve herinstructie aan de leerlingen die dat daarna nog nodig hebben. In de handleiding vindt u in ieder blok een verwijzing naar de herhalingstaken bij de verschillende spellingcategorieën. Plustaken (verdiepingsstof) Plustaken zijn taalactiviteiten vanuit een andere invalshoek, meestal gericht op toepassing van geleerde kennis en vaardig heden. Alle -Spelli Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 7 i

10 hl algemene handleiding plustaken vindt u in het onderdeel Taalmaker a. Taalmaker bestaat uit een kaartenset, werkbladen (kopieerbladen) en elektronische werkbladen (software). Periodiek zullen de plus taken in Taalmaker aangevuld en vernieuwd worden, waardoor de uitdaging voor de leerlingen groot blijft. Zorgverbreding Spelling in beeld is er in beginsel op gericht dat alle leerlingen de leerstof in dezelfde tijd doorlopen. Wij raden u aan deze doelstelling ook voor zwakke spellers zo veel mogelijk aan te houden. Dit kunt u realiseren door zwakke spellers tijdens de lessen begeleide instructie en verwerking te bieden. Daarnaast kunt u voor deze leerlingen eventueel extra instructie- en inoefentijd inroosteren. Deze benadering waarbij u zwakke leerlingen ondersteunt, blijkt effectiever te zijn dan de aanpak waarbij u de doelstellingen voor groepjes leerlingen aanpast (en dus verlaagt). Een bijkomend voordeel van deze benadering is dat u bij de introductie van de les en de reflectie op de les de hele groep kunt aanspreken, ook als de meeste leerlingen bezig zijn met zelfstandig leren. Uiteraard kan het daarnaast noodzakelijk zijn voor individuele leerlingen de doelstellingen wel aan te passen. Daarbij gaat het om leerlingen die door een diepere oorzaak structureel moeite met spellen hebben en het tempo van de groep daardoor niet kunnen volgen. Toetsing en evaluatie in Spelling in beeld Spelling in beeld kent verschillende manieren om de resultaten van de leerlingen te evalueren. Het gaat hierbij om evaluatie op korte, middellange en lange termijn. Reflectie per les De opdracht Terugkijken aan het eind van iedere les is een geschikt handvat om met de leerlingen te bespreken wat zij in deze les hebben geleerd. Dat kunt u doen als afronding van een interactieve les, maar de opdracht Terugkijken is ook een geschikt aanknopingspunt om te reflecteren op een les die door de leerlingen zelfstandig is verwerkt. De reflectie kunt u zowel richten op de leerstof als op het leerproces. Evaluatie per blok Voor de evaluatie van de vorderingen zijn in ieder blok twee dictees opgenomen: een signaaldictee na les 5 van ieder blok; een controledictee na les 6 van ieder blok. Het signaaldictee is facultatief. U neemt het af om de leerlingen te betrekken bij hun eigen leerproces. Dat doet u nadat alle spellingcategorieën van het blok aan de orde zijn gekomen, maar voordat de beheersing daarvan wordt getoetst met het controledictee. De leerlingen schrijven de woorden van het signaaldictee op. Ze kiezen bij ieder woord de bijpassende strategie. Ze geven aan of ze denken het woord goed te hebben geschreven. De leerlingen kijken hun eigen signaaldictee na en verbeteren hun fouten. U adviseert leerlingen die fouten hebben gemaakt de betreffende uitlegkaarten nog eens door te nemen. De resultaten van de signaaldictees worden niet geregistreerd. U kunt het signaaldictee ook gebruiken om te kijken in welke spellingcategorie veel leerlingen nog fouten maken. Aan die categorieën kunt u vervolgens klassikaal aandacht besteden. Als blijkt dat veel leerlingen in verschillende categorieën nog fouten maken, raden we u aan in herhalingsles 6 van het blok te kiezen voor begeleid leren. Het controledictee neemt u af na les 6, dus aan het eind van week 3 of aan het begin van week 4. Aan de hand van de resultaten kunt u vaststellen welke leerlingen de doelen van het blok bereikt hebben. De resultaten van het controledictee noteert u op het registratieblad bij de toets. Dat registratieblad vindt u in het kopieerboek. Op basis van de score per spellingcategorie krijgt u een advies over de gewenste vervolgactiviteiten. Enkele leerlingen zullen herhalingstaken moeten gaan uitvoeren. De meeste leerlingen zullen worden verwezen naar de plustaken. In het laatste geval vindt u een verwijzing naar Taalmaker, het onderdeel van de methode waarin alle plustaken zijn verzameld. Methodeonafhankelijke toetsen De controletoetsen zijn methodeafhankelijk. Ze toetsen de beheersing van de leerstof die in Spelling in beeld is aangeboden. Op basis van de resultaten van de controletoetsen kunt u dus geen uitspraak doen over het algemene spellingniveau van een leerling in vergelijking tot leeftijdgenoten. Om een compleet beeld van de spellingvorderingen van de leerlingen te krijgen, raden wij u aan om naast de controletoetsen ook methodeonafhankelijke toetsen af te nemen. Die zijn speciaal voor dit doel ontwikkeld. Een bekend voorbeeld is de Cito-SVS toets. De materialen van Spelling in beeld Het materialenoverzicht Het a1-gedeelte van Spelling in beeld bestaat uit de volgende materialen: Basismaterialen: Werkboek a1 Antwoordenboek a1 Handleiding a1 Kopieerboek a Uitlegkaarten a 8 Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 pelling-

11 algemene handleiding Differentiatiematerialen: Spellingspoor Computerprogramma Spelling in beeld a Taalmaker a Basismaterialen In Werkboek a1 zijn de lessen 1 tot en met 6 van ieder blok opgenomen. Naast dit werkboek werken de leerlingen niet in een ander schrift. In Antwoordenboek a1 zijn de antwoorden bij de opdrachten terug te vinden. Bij open vragen staat een suggestie voor een goed antwoord. U gebruikt het antwoordenboek om het werk na te kijken, of u laat de leerlingen dat zelf doen. De leerlingen gebruiken de Uitlegkaarten a om de instructie over een spellingcategorie door te nemen. De ringband met uitlegkaarten fungeert tevens als naslagwerk dat leerlingen bij twijfel kunnen raadplegen. In Handleiding a1 is het volledige lesprogramma voor de leerkracht beschreven. Bij iedere les zijn suggesties voor begeleid leren opgenomen. U vindt hier ook de activiteitenbeschrijvingen bij de toetstaken, de herhalingstaken en de verwijzingen naar de plustaken. Differentiatiematerialen Met Spellingspoor kunt u met een groepje leerlingen op een interactieve manier een herhalingstaak uitvoeren. U geeft aan de hand van opdrachten op een spelbord (her)instructie over een spellingcategorie waarmee een aantal leerlingen volgens het controledictee nog moeite heeft. Bij de instructie gebruiken de leerlingen de betreffende uitlegkaart. Bij deel a van Spelling in beeld hoort het Computerprogramma Spelling in beeld a. Met dit programma kunnen de leerlingen de spellingcategorieën oefenen die aan de orde zijn. Daardoor kunt u na het controledictee het programma inzetten als herhalingstaak. Hiernaar wordt in de handleiding na ieder controledictee verwezen. U kunt het computerprogramma ook inzetten als plustaak. Zo kunt u de leerlingen laten oefenen met de woorden van één spelling categorie, maar ook met de woorden van verschillende spelling categorieën die eerder geleerd zijn. Bovendien bevat het programma nog een groot aantal woorden dat niet in de lessen aan de orde gekomen is. Taalmaker a is de set waarin alle overige plustaken zijn verzameld. Taalmaker hoort bij de methodes Taal in beeld en Spelling in beeld. Taalmaker a bestaat uit een doos met kaarten, werkbladen en computerbladen. U kunt de plustaken op twee momenten inzetten. U kunt plustaken gebruiken in de basislessen. Als leerlingen eerder klaar zijn met de opdrachten en een extra opdracht, kunt u ze laten werken aan plustaken. In week 4 spelen de plustaken een grotere rol. Na het controledictee zijn de meeste leerlingen hiermee aan de slag. Wat wordt wanneer gebruikt? Een blok in Spelling in beeld bestaat uit vier lesweken. Tijdens de eerste drie weken wordt de basisleerstof aangeboden. In de eerste les van de week gaat het daarbij steeds om klankwoorden of regelwoorden, in de tweede les van week 1 en 2 om weetwoorden. Les 6 heeft een algemeen herhalingskarakter. Daarin wordt de leerstof van het blok herhaald en wordt teruggegrepen op eerder aangeleerde spellingcategorieën. Deze lessen staan in het werkboek. In de handleiding worden de lessen toegelicht. Na het controledictee werkt een deel van de leerlingen in week 4 aan herhalingstaken. Zij doen dat interactief aan de hand van Spellingspoor of zelfstandig met het computerprogramma Spelling in beeld a. De overige leerlingen gaan zelfstandig aan de slag met plustaken van Taalmaker a en het Computerprogramma Spelling in beeld a. Hieronder zijn de activiteiten en de te gebruiken materialen in een schema geplaatst. Week 1, 2 en 3 Week 4 Basisstof Lessen (werkboek en Controledictee uitlegkaarten) Signaaldictee (handleiding en kopieerboek) (handleiding en kopieerboek) Herhalingstaken Geen Spellingspoor Computerprogramma Spelling in beeld Plustaken Taalmaker Computerprogramma Spelling in beeld De leerstof in Spelling in beeld Taalmaker Computerprogramma Spelling in beeld Het Nederlandse Spellingsysteem De Nederlandse taal kent een alfabetisch schriftsysteem. Dat betekent dat afzonderlijke klanken van een woord (fonemen) door een beperkt aantal tekens (grafemen) worden weergegeven. Door dit fonologisch beginsel zou het Nederlandse spellingsysteem ook voor kinderen doorzichtig moeten zijn. Maar de spelling van woorden in het Nederlands wordt niet alleen bepaald door het fonologisch beginsel, maar ook nog door andere beginselen, die met dat fonologisch beginsel in strijd zijn. Het morfologisch beginsel heeft betrekking op de vorm van de woorden. Van dat beginsel zijn de volgende twee regels afgeleid: de regel van de gelijkvormigheid en de regel van de overeenkomst. -Spelli Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 9 i

12 hl algemene handleiding De regel van de gelijkvormigheid houdt in dat een woord steeds op dezelfde manier geschreven wordt. Omdat honden geschreven wordt met een d, wordt ook hond met een d geschreven. De regel van de overeenkomst houdt in dat de opbouw van een woord in de schrijfwijze zichtbaar wordt. Om die reden wordt breedte gevormd als lengte, dorpsstraat als dorpsweg. Het derde beginsel is het etymologisch beginsel. Dat houdt in dat de oorspronkelijke schrijfwijze bepalend is voor de schrijfwijze. Dit beginsel geldt bijvoorbeeld voor woorden die in het verleden verschillend werden uitgesproken, zoals rauw en rouw. Het beginsel van de taal van herkomst bepaalt de schrijfwijze van de vele woorden in de Nederlandse taal die uit andere talen afkomstig zijn. Daarnaast zijn de regels voor de verdubbeling en verenkeling van kracht. Al naar gelang klankgroepen (de stukjes waarin woorden worden uitgesproken) op een lange klinker of een korte klinker eindigen, geldt de regel van de verenkeling of de regel van de verdubbeling. Al deze beginselen en regels, die ook weer uitzonderingen kennen, zijn van invloed op de spelling. Daardoor is het voor kinderen niet eenvoudig greep te krijgen op het Nederlandse spellingsysteem. Doelstelling spellingonderwijs De doelstelling van het spellingonderwijs is: De leerlingen zijn in staat spelling als functionele taalactiviteit te hanteren. In gewone schriftelijke uitingen kunnen ze zonder fouten spellen. Spellingstrategieën Spelling in beeld richt zich zowel op het spellingsproduct (het juist spellen van zo veel mogelijk woorden), als op het spellingsproces (het kunnen bepalen van de juiste denkwijze om te komen tot de juiste spelling van een woord). Daarom krijgen spellingstrategieën veel nadruk. Een spellingstrategie is een aanpak. Hoe gaat iemand die woorden spelt te werk? Directe spellingstrategie Geoefende spellers passen bij het schrijven van de meeste woorden de directe strategie toe. Daarbij speelt het geheugen een belangrijke rol. Van elk woord is bepaalde informatie vastgelegd in het zogenaamde mentale lexicon. Daarbij gaat het om informatie over de klank, de uitspraak, de vorm, de betekenis en over de mogelijkheid het woord met andere woorden te combineren (syntactische informatie). Van verreweg de meeste woorden is zulke informatie al in het mentale lexicon aanwezig, voordat een kind deze woorden leert spellen. Bij het spellen leert het kind zulke informatie te koppelen aan de zogenaamde orthografische informatie, de informatie over hoe een woord gespeld wordt. Volgens recente theorieën zou daarbij sprake zijn van versmelting: wanneer een kind een bepaald woord hoort, wordt de overige informatie over dat woord geactiveerd. Zo kunnen leerlingen woorden ophalen uit hun geheugen. Wanneer ervaren spellers het woord bomen schrijven, passen zij de directe strategie toe, dat wil zeggen: zij hoeven er niet meer over na te denken hoe zij dat woord schrijven, zij kunnen dat woord ophalen uit hun geheugen. Het spellingonderwijs is erop gericht dat de leerlingen zo veel mogelijk woorden kunnen schrijven door toepassing van deze directe strategie, dus door de woorden uit het mentale lexicon op te halen. Maar de orthografische informatie over woorden wordt niet zomaar toegevoegd aan het mentale lexicon. Dat vergt instructie en oefening. Pas na een aantal jaren spellingonderwijs kan een kind een behoorlijk aantal frequente woorden foutloos volgens de directe strategie schrijven. Indirecte spellingstrategieën Zolang leerlingen niet de vaardigheid hebben om woorden volgens de directe strategie te schrijven, leren zij gebruik te maken van indirecte strategieën. Die zijn gericht op het herkennen van de spellingmoeilijkheid van de aan te leren woorden. Leerlingen leren deze strategieën bewust toe te passen. De aan te leren woorden zijn ingedeeld in spellingcategorieën. Voorbeelden daarvan zijn: woorden met sch~, woorden met ei en woorden op ~ee. Spelling in beeld onderscheidt bij de onveranderlijke woorden (de niet-werkwoorden) ongeveer 90 categorieën. Omdat gebleken is dat veel leerlingen moeite hebben om meerdere strategieën efficiënt toe te passen, is er is voor gekozen om het aantal hoofdstrategieën te beperken. Het is mogelijk de instructie over de verschillende spellingcategorieën te baseren op slechts drie strategieën: - klankstrategie - regelstrategie - weetstrategie Daarnaast wordt als hulpstrategie de opzoekstrategie aangeleerd. Klankstrategie Bij de klankstrategie (fonologische strategie) wordt benadrukt dat er een vaste relatie bestaat tussen een klank en de schrijfwijze daarvan. Dat kan gaan om losse klanken: de klank /oe/ schrijf je als oe. Maar ook bij clusters van klanken is er een vaste relatie tussen klank en schrijfwijze. Zo wordt de klank /ooj/ altijd als ooi geschreven. De klankstrategie bouwt voort op het spellen in groep 3. Daarin schrijven de leerlingen woorden op door ze eerst in klanken te hakken (auditieve discriminatie) en de letters bij die klanken in de goede volgorde op te schrijven. Regelstrategie Met de regelstrategie leren de leerlingen regels toe te passen om woorden goed te schrijven. Een voorbeeld van een regel is: Hoor je aan het eind van een klankgroep een /aa/, dan schrijf je a. Je kunt het woord water niet goed schrijven door het woord in klanken te hakken en vervolgens de letters bij de klanken in de goede volgorde op te schrijven (waater). 10 Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 pelling-

13 algemene handleiding Weetstrategie (woordbeeldstrategie) Bij veel woorden bestaat er geen eenduidige koppeling van klanken en schrijfwijze. De ei klinkt hetzelfde als de ij. De leerlingen leren dat ze deze woorden moeten onthouden door inprenting. Bij andere woorden bestaat officieel wel een klankverschil, maar dat klankverschil is niet altijd duidelijk hoorbaar, onder meer door regionale verschillen. Daarom zijn woorden die beginnen met f~, v~, s~ en z~ ook bij de weetwoorden ondergebracht. Voor weer andere woorden gelden wel regels, maar die zijn omslachtig uit te leggen. Zo eindigen in het Nederlands niet veel woorden op ~b. Je kunt op die woorden wel een regelstrategie toepassen (langer maken), maar je kunt de belangrijkste woorden op ~b net zo goed leren door inprenting. Hulpstrategie (opzoekstrategie) De leerlingen leren ook woorden op te zoeken in een woordenlijst of woordenboek. Het spellingonderwijs is erop gericht dat de leerlingen over de kennis en de vaardigheid beschikken om de meeste frequente woorden foutloos te schrijven. Daarnaast zullen er altijd woorden zijn waarvan de juiste spelling voor twijfels zorgt. Het oefenen met de opzoekstrategie is erop gericht dat leerlingen ook deze spellingstrategie gaan beheersen. Strategie bepalen De leerlingen wordt regelmatig gevraagd om aan te geven welke strategie bij een woord past. In groep 4 en 5 gebeurt dat door één van de drie rondjes K _ w _ R te kleuren. Elke strategie is gekoppeld aan een kleur, die terugkomt in de uitlegkaarten. De klankwoorden zijn groen, de regelwoorden zijn oranje en de weetwoorden blauw. Iedere week leren de leerlingen zes klank- of regelwoorden van de week. De leerkrachten wordt aangeraden om die woorden op het bord te schrijven en dagelijks door de leerlingen te laten omwisselen voor woorden uit dezelfde spellingcategorie (zie Activiteiten voor tussendoor). Zo wordt het analogiebeginsel dus niet toegepast om woorden te leren, maar wel om kennis over aangeleerde woorden uit te breiden naar andere woorden. Werkwoordspelling De leerlingen krijgen instructie in werkwoordspelling vanaf groep 6. Instructie en oefening is gericht op de volgende stappen: 1 werkwoord herkennen; 2 de drie mogelijke persoonvormen in de o.t.t., naar analogie van lopen: ik loop, hij loopt, wij lopen; 3 persoonsvorm herkennen, tegenwoordige en verleden tijd herkennen; 4 de vijf mogelijke persoonsvormen in o.t.t. en o.v.t. schrijven; 5 benadrukken dat voor werkwoordsvormen die geen persoonsvorm zijn (zoals het voltooid deelwoord), de gewone spellingregels gelden. Bij het aanleren van de o.t.t. wordt de analogiestrategie dus wel toegepast. Een meer gedetailleerde leerstofopbouw van alle onderdelen die in Spelling in beeld aan bod komen, vindt u op de website Klankspoor, regelspoor, weetspoor Woorden worden aangeboden als klankwoord, regelwoord of weetwoord. In veel langere woorden moeten echter verschillende strategieën na elkaar worden toegepast. Spelling in beeld spreekt daarbij van een klankspoor, een regelspoor en een weetspoor. Leerlingen leren te denken in klankgroepen. Ze nemen per klankgroep een beslissing over welk spoor ze toepassen. Zo moeten ze bij het woord koudwaterkraan achtereenvolgens het weetspoor (ou of au), het regelspoor (d of t), het regelspoor (a of aa), het klankspoor (er of ur) en het klankspoor (kraan) volgen. In de hogere leerjaren krijgen de langere woorden met gemengde sporen meer aandacht. Analogiestrategie Bij de onveranderlijke woorden wordt de analogiestrategie niet gebruikt om woorden aan te leren. Het analogiebeginsel gaat ervan uit dat leerlingen zelf de overeenkomst ontdekken in een rijtje net als-woorden. Veel zwakke spellers hebben er moeite mee om die impliciete overeenkomst voor zichzelf te benoemen en te gebruiken. Daarom worden zo veel mogelijk woorden aangeleerd volgens de expliciete klankstrategie. -Spelli Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 11 i

14 hl algemene handleiding Leerstofoverzicht groep 4: Spelling in beeld deel a1 blok 1 K1: mkm-, mmkm-woorden K2: woorden met sch~ K3: woorden met tweetekenklanken oe, eu, ui W1a: woorden met ei W2a: woorden met ij herhaling blok 2 K4: woorden met ng K5: woorden met nk K6: woorden met aai, ooi, oei W3a: woorden met ou W4a: woorden met au herhaling blok 3 K7: woorden op ~en, ~el, ~er, ~e K8: woorden met ge~, be~, ver~ R1: hoorbare verkleinwoorden W5a: woorden met f~ W6a: woorden met v~ herhaling blok 4 K9: woorden op ~lf, ~lg, ~lk, ~lm, ~lp K10: woorden op ~rf, ~rg, ~rk, ~rm, ~rp R2: hoorbare samenstellingen W7a: woorden met s~ W8a: woorden met z~ herhaling K= klankwoorden R= regelwoorden W= weetwoorden groep 4: Spelling in beeld deel a2 blok 5 K11: woorden met eer, eur, oor K12: woorden met meer medeklinkers R3: eind ~d, eind ~t W1b: woorden met ei W2b: woorden met ij herhaling blok 6 K13: woorden met schr~ K14: woorden op ~cht K15: woorden met twee klankzuivere klankgroepen W9a: woorden met ch W3b: woorden met ou herhaling blok 7 R4: woorden op ~a, ~o, ~u R5: klankgroepen op /aa/, /oo/, /uu/ (open lettergreep) R5: klankgroepen op /aa/, /oo/, /uu/ (open lettergreep) (herh.) W5b: woorden met f~ W6b: woorden met v~ herhaling blok 8 R6: woorden eindigend op ~ee R7: klankgroepen op /ee/ (open lettergreep) R8: overzicht woorden met twee klankgroepen W7b: woorden met s~ W8b: woorden met z~ herhaling Een compleet leerstofoverzicht van de hele methode Spelling in beeld vindt u op de website in het onderdeel handleiding online Handleiding online Deze handleiding is bedoeld om u zo effectief en prettig mogelijk met Spelling in beeld te laten werken. Om deze reden is er ook voor gekozen om dit algemene gedeelte van de handleiding zo compact mogelijk te houden. Mocht u behoefte hebben aan meer of meer gedetailleerde informatie over Spelling in beeld, dan kunt u hiervoor terecht op de website Hier vindt u het onlinegedeelte van de handleiding met alle aanvullende informatie die u zoekt. 12 Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 pelling-

15 materiaal w a1: pagina 40 en 41 u K9 hl a1: pagina 52 w a1: pagina 42 en 43 u W7 hl a1: pagina 53 w a1: pagina 44 en 45 u K10 hl a1: pagina 54 w a1: pagina 46 en 47 u W8 hl a1: pagina 55 w a1: pagina 48 en 49 u R2 hl a1: pagina 56 hl a1: pagina 57 k leerlingblad signaaldictee a w a1: pagina 50 en 51 hl a1: pagina 57 Voorinstructie (preteaching) voor leer lingen met een beperkte woordenschat Bespreek met deze leerlingen de betekenis van de woorden die de komende lessen aan de orde komen. Zo voorkomt u dat deze leerlingen tijdens de lessen te veel aandacht moeten besteden aan de betekenis van de woorden. Voorinstructie (preteaching) voor leer lingen die moeite hebben met spelling Geef leerlingen die structureel moeite hebben met spelling voorinstructie. Zo bevordert u dat deze leerlingen de uitleg tijdens de lessen makkelijker opnemen en verwerken. Gebruik daarbij de kopieerbladen extra oefening. Voor iedere spellingcategorie is een kopieerblad extra oefening opgenomen in het kopieerboek. Bespreek, voorafgaand aan de lessen, met deze leerlingen de opdrachten op het kopieerblad en de uitleg op de uitlegkaart. Bespreek eventueel ook alvast een aantal opdrachten in het werkboek. Laat de leerlingen de opdrachten op het kopieerblad extra oefening maken. Op de achterkant van elk kopieerblad vindt u de antwoorden. blok 4 gevoel hl a1: pagina 59 k leerlingblad controledictee a k antwoordblad contr. dictee a1 blok 4 plustaken Spellingspoor u K9, K10, W7, W8, R2 Computerprogramma Spelling in beeld Spelfouten in ander werk Besteed aandacht aan spelfouten in ander werk. Beperkt u zich daarbij tot woorden die in de spellingmethode aan de orde zijn geweest. Let deze weken in ander werk vooral op de spellingcategorieën van dit blok. Schrijf bij fouten zo mogelijk de spellingcategorie. Laat een leerling die regelmatig fouten in een bepaalde categorie maakt, daarmee extra oefenen. Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 51

16 hl blok 4 gevoel les 1 Doel De leerlingen kunnen klankwoorden op ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp correct schrijven. Materialen/lesstof basisstof w a1, pagina 40 en 41 u K9 extra stof w a1, pagina 52 t/m 55 Taalmaker plustaken Computerprogramma Spelling in beeld Tips Lesactiviteiten Op verkenning De leerlingen maken kennis met woorden op ~lf. Ze schrijven tijden bij bezigheden van Rob. Uitleg De leerlingen krijgen uitleg over klankwoorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp op uitlegkaart K9. Vervolgens kleuren ze in het werkboek het rondje van de klankwoorden. Aan de slag Bij opdracht 3 bedenken de leerlingen vier woorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Eventueel kunnen ze deze woorden halen uit het rijtje extra woorden op de uitlegkaart. Bij opdracht 4 geven de leerlingen de woorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp elk een andere kleur. Vervolgens schrijven ze bij opdracht 5 woorden (onder meer op ~lk, ~lf en ~lp) bij afgebeelde begrippen. Bij opdracht 6 zoeken ze in een puzzel acht woorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Ten slotte maken ze bij opdracht 7 klankwoorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Terugkijken Als evaluatieopdracht geven de leerlingen aan welk spellingvoorschrift past bij een aantal woorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Activiteiten voor tussendoor Schrijf de zes woorden van de week op het bord. Neem deze de volgende dag kort door. Laat ze vervangen door andere klankwoorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Wissel de bordwoorden dagelijks om. Laat de leerlingen regelmatig uitleggen waarom je voor de laatste letter geen u of stomme e schrijft, ook als je die wel hoort. Organisatie en differentiatie Individueel leren De leerlingen kunnen alle opdrachten van deze les individueel doornemen en verwerken. Het is belangrijk dat ze de klanken van de klankwoorden zacht voor zichzelf uitspreken. Samenwerkend leren De leerlingen kunnen alle opdrachten van deze les in tweetallen doornemen, bespreken en verwerken. Wijs hen er op dat ze de klanken van de klankwoorden hardop met elkaar bespreken. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje leerlingen de opdrachten door. U kunt de les hierbij verrijken met extra activiteiten. Extra bij Op verkenning Bespreek de opdracht. Maak duidelijk dat de leerlingen de woorden moeten opschrijven, niet alleen de getallen. Laat de leerlingen nog meer woorden noemen op ~lf, zoals: zalf, zelf, golf en wolf. Extra bij Uitleg Spreek de woorden van de week op twee manieren uit: met en zonder tussen-u na de l. Maak duidelijk dat beide manieren van uitspreken juist zijn: je mag zowel /half/ als /halluf/ zeggen. Maar er is maar één juiste schrijfwijze: zonder tussen-u. Het is belangrijk dat de leerlingen inzien dat bij een aantal lettercombinaties de stomme e niet geschreven wordt. Gebruik voor lettercombinaties als ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp op het eind van een woord de term kleefletters. Ze kleven aan elkaar, daar komt geen u tussen. Laat de leerlingen andere voorbeelden noemen van woorden met ~lg, ~lk, ~lm en ~lp, zoals galg, Belg, velg, balk, kalk, valk, elk, kelk, welk, tolk, zulk, kalm, palm en hulp. Extra bij Terugkijken Bespreek met de leerlingen wat zij in deze les geleerd hebben. Gedifferentieerd leren Begeleid bepaalde leerlingen intensief. Neem met leerlingen die moeite hebben met spelling de oefeningen stap voor stap door en bespreek ook de extra woorden. Laat de andere leerlingen individueel of samenwerkend aan de slag gaan. pelling- 52 Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1

17 hl blok 4 gevoel les 2 Doelen De leerlingen kunnen zes weetwoorden met s~ correct schrijven. De leerlingen oefenen met klankwoorden op ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Materialen/lesstof basisstof w a1, pagina 42 en 43 u W7 (Woorden van de week A) u K9, W5 en W6 extra stof w a1, pagina 52 t/m 55 Taalmaker plustaken Computerprogramma Spelling in beeld Tips Lesactiviteiten Op verkenning De leerlingen maken kennis met woorden met s~. Bij vier plaatjes waarop gevoelens zijn afgebeeld, schrijven ze of ze die vaak, soms of nooit hebben. Uitleg De leerlingen krijgen uitleg over weetwoorden met s~ op uitlegkaart W7. Wijs hen erop dat ze alleen de woorden van week A moeten lezen. De woorden van de week B mogen ze wel lezen, maar hoeven ze nog niet te onthouden. Aan de slag Bij opdracht 3 schrijven de leerlingen weetwoorden met s~ bij afbeeldingen of in zinnen. Vervolgens zetten ze bij opdracht 4 streepjes tussen de woorden van een woordslang. Daarin staan vijf woorden met s~. Die schrijven ze op. Bij opdracht 5 schrijven ze weetwoorden met s~ bij een aantal afbeeldingen. Bij opdracht 6 kleuren de leerlingen in woordwielen steeds twee woorden op ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Verwijs de leerlingen naar uitlegkaart K9 voor de klankwoorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Ten slotte maken ze bij opdracht 8 woorden met s~, f~ en v~. Verwijs hen naar uitlegkaart W5 en W6 voor de weetwoorden met f~ en v~. Terugkijken Als evaluatieopdracht kruisen de leerlingen de kolom aan waarin alle woorden goed geschreven zijn. Daarnaast strepen ze de foute woorden in de andere kolommen door. Activiteiten voor tussendoor Laat de leerlingen andere woorden noemen die beginnen met s~ of z~. Maak daarmee twee kolommen: een met s-woorden en een met z-woorden. Laat de leerlingen die woorden dagelijks vervangen door andere woorden met s~ en z~. Organisatie en differentiatie Individueel leren De leerlingen kunnen alle opdrachten van deze les individueel doornemen en verwerken. Samenwerkend leren De leerlingen kunnen alle opdrachten van deze les in tweetallen doornemen, bespreken en verwerken. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje leerlingen de opdrachten door. U kunt de les hierbij verrijken met extra activiteiten. Extra bij Op verkenning Laat de leerlingen enkele situaties noemen waarin ze zich voelen zoals de kinderen op de afbeeldingen. Maak op het bord twee kolommen: een voor woorden met s~ en een voor woorden met z~. De leerlingen noemen woorden met s~ en z~ en geven aan in welke kolom die moeten staan. Benadruk dat de s en de z verschillend klinken, maar dat het verschil in uitspraak vaak moeilijk te horen is. Daarom is het beter te onthouden welke woorden met s~ en welke woorden met z~ geschreven worden. Spreek de s in woorden met s~ aanvankelijk overdreven stemloos uit: /sssss/. Spreek de z in woorden met z~ overdreven stemhebbend uit: /zzzzz/. Achtergrondinformatie De s en de z worden verschillend uitgesproken: de z is een stemhebbende medeklinker waarbij de stembanden meetrillen, de s is een stemloze medeklinker. Door assimilatie van klanken klinkt de z echter regelmatig als /s/, ook bij beschaafde uitspraak. Zo klinkt de z in ik zie door de voorafgaande /k/ meer als /s/ dan de z in jij ziet. Voor het aanleren van de spelling van woorden met s~ en z~ is het daarom goed de leerlingen te leren niet alleen te vertrouwen op de uitspraak van de klanken. Extra bij Uitleg Wijs op het betekenisverschil tussen saai en zaai. De leerlingen onthouden de woorden van de week het beste in de context van een verhaaltje. Laat hen daarvoor suggesties geven. Werk toe naar één verhaaltje, bijvoorbeeld: Soms vind ik rekenen saai. Maar vandaag hadden we leuke sommen. Eén som ging over een winkel. Een jongen moest pakken sap en blikken soep in de winkel neerzetten. Een andere som ging over sokken en kousen. Er was één sok weg. Extra bij Terugkijken Bespreek met de leerlingen wat zij in deze les geleerd hebben. -Spelli Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 53 i

18 hl blok 4 gevoel les 3 Organisatie en differentiatie Individueel leren De leerlingen kunnen alle opdrachten van deze les individueel doornemen en verwerken. Het is belangrijk dat ze de klanken van de klankwoorden zacht voor zichzelf uitspreken. Lesactiviteiten Samenwerkend leren De leerlingen kunnen alle opdrachten van deze les in tweetallen doornemen, bespreken en verwerken. Wijs hen er wel op dat ze de klanken van klankwoorden hardop met elkaar bespreken. Doel De leerlingen kunnen klankwoorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp correct schrijven. Materialen/lesstof basisstof w a1, pagina 44 en 45 u K10 extra stof w a1, pagina 52 t/m 55 Taalmaker plustaken Computerprogramma Spelling in beeld Tips Op verkenning De leerlingen maken kennis met woorden op ~rg, ~rf en ~rk. Ze vullen in tekstwolken bij twee afbeeldingen vier woorden in. Uitleg De leerlingen krijgen uitleg over klankwoorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp op uitlegkaart K10. Vervolgens kleuren ze in het werkboek het rondje van de klank woorden. Aan de slag Bij opdracht 3 bedenken de leerlingen vier woorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. Eventueel kunnen ze deze woorden halen uit het rijtje extra woorden op de uitlegkaart. Bij opdracht 4 geven de leerlingen de woorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp elk een andere kleur. Vervolgens schrijven ze bij opdracht 5 woorden op ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp bij afgebeelde begrippen. Ten slotte maken ze bij opdracht 6 klankwoorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. Terugkijken Als evaluatieopdracht kleuren de leerlingen de woorden die bij een spellingvoorschrift passen. Activiteiten voor tussendoor: Schrijf de zes woorden van de week op het bord. Neem deze de volgende dag kort door. Laat ze vervangen door andere klankwoorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. Wissel de bordwoorden dagelijks om. Laat de leerlingen regelmatig uitleggen waarom je voor de laatste letter geen u of stomme e schrijft, ook als je die wel hoort. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje leerlingen de opdrachten door. U kunt de les hierbij verrijken met extra activiteiten. Extra bij Op verkenning Op de tekening zien de leerlingen een stoere knul die uitstraalt hoeveel hij durft en hoe sterk hij is. Laat de leerlingen daarop reageren. Laat de leerlingen nog meer woorden noemen die eindigen op /rf/, /rg/ en /rk/, zoals erf, bederf, scherf, nerf, sterf, verf, werf, korf, slurf, smurf, surf, dwerg, zorg, Limburg, hark, park, kwark, kerk, merk, werk, vork, augurk, jurk, kurk, Turk. Extra bij Uitleg Spreek de zes woorden van de week op twee manieren uit: met en zonder tussen-u na de r. Maak duidelijk dat beide manieren van uitspreken juist zijn, je mag zowel /durf/ als /durruf/ zeggen. Maar er is maar één juiste schrijfwijze: zonder tussen-u. N.B. Bij woorden met de r ligt een uitspraak zonder tussen- /u/ overigens minder voor de hand dan bij woorden met de l; vergelijk bijvoorbeeld de uitspraak van melk en merk. Het is belangrijk dat de leerlingen inzien dat bij een aantal lettercombinaties de stomme e niet geschreven wordt. Gebruik voor lettercombinaties als ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp op het eind van een woord de term kleefletters. Ze kleven aan elkaar, daar komt geen u tussen. Laat de leerlingen andere voorbeelden noemen van woorden met ~rm en ~rp, zoals: warm, berm, worm, alarm, werp en slurp. Extra bij Terugkijken Bespreek met de leerlingen wat zij in deze les geleerd hebben. Gedifferentieerd leren Begeleid bepaalde leerlingen intensief. Neem met leerlingen die moeite hebben met spelling de oefeningen stap voor stap door en bespreek ook de extra woorden. Laat de andere leerlingen individueel of samenwerkend aan de slag gaan. pelling- 54 Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1

19 hl blok 4 gevoel les 4 Organisatie en differentiatie Doelen De leerlingen kunnen zes weetwoorden met z~ correct schrijven. De leerlingen oefenen met klankwoorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. Materialen/lesstof basisstof w a1, pagina 46 en 47 u W8 (Woorden van de week A) extra stof w a1, pagina 52 t/m 55 Taalmaker plustaken Computerprogramma Spelling in beeld Tips Lesactiviteiten Op verkenning De leerlingen maken kennis met woorden met z~. Ze schrijven een z bij woorden die passen bij ziek zijn. Uitleg De leerlingen krijgen uitleg over weetwoorden met z~ op uitlegkaart W8. Wijs hen erop dat ze alleen de woorden van week A moeten lezen. De woorden van de week B mogen ze wel lezen, maar hoeven ze nog niet te onthouden. Aan de slag Bij opdracht 3 schrijven de leerlingen weetwoorden met z~ bij afbeeldingen of in zinnen. Vervolgens kleuren ze bij opdracht 4 de woorden die beginnen met zw. Bij opdracht 5 schrijven ze woorden met z~ bij een afbeelding. Bij opdracht 6 lossen de leerlingen rebussen op met woorden met ~rf, ~rk en ~rm. Verwijs hen naar uitlegkaart K10 voor de klankwoorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. Ten slotte maken ze bij opdracht 7 weetwoorden met s~ of z~. Terugkijken Als evaluatieopdracht kruisen de leerlingen de rij aan waarin alle woorden goed zijn geschreven. Ze strepen de fouten door. Activiteiten voor tussendoor Schrijf de zes weetwoorden op het bord. Zet er een kader omheen. Besteed er dagelijks aandacht aan. Laat de leerlingen andere woorden noemen die beginnen met s of z. Maak daarmee twee kolommen: woorden met s~ en woorden met z~. Laat de leerlingen die woorden zo dagelijks vervangen door andere woorden met s~ en z~. Individueel leren De leerlingen kunnen alle opdrachten van deze les individueel doornemen en verwerken. Samenwerkend leren De leerlingen kunnen alle opdrachten van deze les in tweetallen doornemen, bespreken en verwerken. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje leerlingen de opdrachten door. U kunt de les hierbij verrijken met extra activiteiten. Extra bij Op verkenning Bespreek de afbeelding. Laat de leerlingen woorden noemen die passen bij ziek zijn. Maak op het bord twee kolommen: een voor woorden met z~ en een voor woorden met s~ (waaronder de weetwoorden van les 2: sap, sok, som, soms, soep, saai). De leerlingen noemen woorden met z~ en s~ en geven aan in welke kolom die moeten staan. Benadruk dat de z en de s verschillend klinken, maar dat het verschil in uitspraak vaak moeilijk te horen is. Daarom is het beter te onthouden welke woorden met z~ en welke woorden met s~ geschreven worden. Spreek de z in woorden met z~ aanvankelijk overdreven stemhebbend uit (met trillende stembanden: /zzzzz/). Spreek de s in woorden met s~ overdreven stemloos uit (zonder trillende stembanden: /sssss/). Achtergrondinformatie De s en de z worden verschillend uitgesproken: de z is een stemhebbende medeklinker waarbij de stembanden meetrillen, de s is een stemloze medeklinker. Door assimilatie van klanken klinkt de z echter regelmatig als /s/, ook bij beschaafde uitspraak. Zo klinkt de z in ik zie door de voorafgaande /k/ meer als /s/ dan de z in jij ziet. Voor het aanleren van de spelling van woorden met s~ en z~ is het daarom goed de leerlingen te leren niet alleen te vertrouwen op de uitspraak van de klanken. Extra bij Uitleg Op de uitlegkaart staat: Er zijn veel woorden met zw~. Laat de leerlingen daarvan voorbeelden noemen, zoals zwaaien, zwaard, zwak, zweep, zweet, zwemmen, zwerven, zweven, zwijgen. De leerlingen onthouden de woorden van de week het beste in de context van een verhaaltje. Laat hen daarvoor suggesties geven. Werk toe naar één verhaaltje, bijvoorbeeld: We gingen naar zee. Mijn zus van zes droeg de tas. Wat zwaar! zei ze. Mama zei: Pas op, niet te lang in de zon, want anders word je ziek! -Spelli Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 55 i

20 hl blok 4 gevoel les 5 Organisatie en differentiatie Individueel leren De leerlingen kunnen alle opdrachten van deze les individueel doornemen en verwerken. Doelen De leerlingen kennen de term samenstelling. De leerlingen kunnen eenvoudige samenstellingen correct schrijven. Materialen/lesstof basisstof w a1, pagina 48 en 49 u R2 extra stof w a1, pagina 52 t/m 55 Taalmaker plustaken Computerprogramma Spelling in beeld Lesactiviteiten Op verkenning De leerlingen maken kennis met samenstellingen. Van acht samenstellingen geven ze aan of die voor hen een positieve of negatieve gevoelswaarde hebben. Uitleg De leerlingen krijgen uitleg over samenstellingen en de spelling daarvan op uitlegkaart R2. Vervolgens kleuren ze in het werkboek het rondje van de regelwoorden. Aan de slag Bij opdracht 3 bedenken de leerlingen drie samenstellingen. Eventueel kunnen ze deze woorden halen uit het rijtje extra woorden op de uitlegkaart. Vervolgens geven ze bij opdracht 4 aan welke woorden samenstellingen zijn. Bovendien zetten ze een streepje tussen de delen van de samenstellingen. Bij opdracht 5 maken ze samenstellingen door twee woorden juist te combineren. Bij opdracht 6 maken ze samenstellingen door woorden en afbeeldingen te combineren. Ten slotte splitsen ze in opdracht 7 samenstellingen op in twee delen. Terugkijken Als evaluatieopdracht bepalen de leerlingen welke samenstellingen juist zijn gespeld. Samenwerkend leren De leerlingen kunnen alle opdrachten van deze les in tweetallen doornemen, bespreken en verwerken. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje leerlingen de opdrachten door. U kunt de les hierbij verrijken met extra activiteiten. Extra bij Op verkenning Maak de leerlingen aan de hand van de opdracht duidelijk dat kinderen verschillend over hetzelfde begrip kunnen denken. Laat de leerlingen voorbeelden van samenstellingen noemen. Mogelijk noemen ze ook afleidingen: woorden die gevormd zijn door bij een woord een voor- of achtervoegsel te plaatsen (ontdekken, waardeloos). Leg niet te veel nadruk op dat verschil. Het is voor de juiste spelling niet van belang. Extra bij Uitleg Bespreek het begrip samenstelling. Voor sommige leerlingen zal dit lastig te lezen zijn. Benadruk dat het een nieuw begrip is voor een verschijnsel dat iedereen kent: een woord wordt gevormd door twee woorden aan elkaar te plakken. Zo zijn veel woorden in het Nederlands ontstaan en zo ontstaan nog steeds veel nieuwe woorden. Laat de woorden van de week in stukjes verdelen. Bespreek dat samenstellingen regelwoorden zijn, net als de verkleinwoorden die in blok 3 aan de orde zijn gekomen. Besteed kort aandacht aan samenstellingen van woorden met een d. Die komen in blok 5 aan de orde. Vertel dat de leerlingen veel woorden kunnen schrijven als ze de regel toepassen. De regel geldt ook voor samenstellingen van woorden die in eerdere spellinglessen aan de orde zijn gekomen, zoals: sportschoen, ijsbaan, duikbril, gangkast, sportvrouw, spaarbank, sauskom, zeeziek, enzovoort. Extra bij Terugkijken Bespreek met de leerlingen wat zij in deze les geleerd hebben. Tips Activiteiten voor tussendoor: Schrijf de zes woorden van de week op het bord. Neem deze de volgende dag kort door. Laat de leerlingen andere samenstellingen noemen. Schrijf daarvan een aantal makkelijke op het bord. Wissel de bordwoorden dagelijks om. Gedifferentieerd leren Begeleid bepaalde leerlingen intensief. Neem met leerlingen die moeite hebben met spelling de oefeningen stap voor stap door. Laat de andere leerlingen individueel of samenwerkend aan de slag gaan. pelling- 56 Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1

21 hl blok 4 signaaldictee Signaaldictee afnemen Neem na les 5 eventueel een signaaldictee af over de woorden die in dit blok zijn behandeld. Het signaaldictee bestaat uit twintig woorden. Alle spellingcategorieën van blok 4 worden vier keer bevraagd. Lees de zinnen voor. Laat de leerlingen de cursieve woorden bij de goede nummers opschrijven op het leerlingblad signaaldictee. Laat vervolgens de leerlingen het juiste rondje kleuren. Welke strategie hoort bij het dicteewoord? Doel De leerlingen worden zich ervan bewust of zij de volgende spellingcategorieën beheersen: klankwoorden: K9: ~lf, ~lg, ~lk, ~lm, ~lp K10: ~rf, ~rg, ~rk, ~rm, ~rp regelwoorden: R2: samenstellingen weetwoorden: W7: s~ W8: z~ Materiaal k leerlingblad signaaldictee a Woorddictee 1. Gaan we straks op het klimrek spelen? R 2. De olifant gebruikt zijn slurf. K 3. Er zit een wolk voor de zon. K 4. Dit is een spannend leesboek. R 5. Wij wonen in een dorp. K 6. Het is bijna twaalf uur. K 7. Dat zit in mijn fietstas. R 8. Heb je al je werk af? K 9. Pas op voor de boze wolf! K 10. Ik krijg misschien een duikbril. R 11. Het heeft precies dezelfde vorm. K 12. Welk boek heb je daar? K 13. Wie wil nog een kom soep? W 14. Gelukkig schijnt de zon. W 15. Deze koffer is zwaar. W 16. Dit is sap van sinaasappels. W 17. Zij komt niet, ze is ziek. W 18. Heb je die andere sok gezien? W 19. Dat is een moeilijke som. W 20. Er waren hoge golven in de zee. W Nakijken en verbeteren Schrijf de dicteewoorden op het bord. Laat de leerlingen aan de hand daarvan hun eigen signaaldictee nakijken. Laat de leerlingen hun fouten aankruisen en verbeteren. Raad leerlingen die fouten hebben gemaakt aan de betreffende uitlegkaarten nog eens door te nemen. Laat hen die eventueel gebruiken bij het verbeteren van hun fouten. Loop rond om te kijken of in een bepaalde categorie veel fouten zijn gemaakt. Besteed daar klassikaal aandacht aan. Kies in herhalingsles 6 voor begeleid leren, als uit de fouten blijkt dat veel leerlingen een bepaalde categorie nog niet beheersen. Aantekeningen -Spelli Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 57 i

22 hl blok 4 gevoel les 6 Doel Lesactiviteiten De leerlingen oefenen met klankwoorden (woorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm, ~lp, ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp), weetwoorden (woorden met s~ en z~) en regelwoorden (samenstellingen). Materialen/lesstof Aan de slag Alle oefeningen in deze les zijn herhalingsopdrachten. Wijs de leerlingen erop dat hier geen nieuwe woorden aan de orde komen. Als ze willen, kunnen ze de uitlegkaarten raadplegen. In opdracht 1 t/m 3 maken de leerlingen klank-, weet- en regelwoorden in zinnen af en schrijven die nogmaals op. Organisatie en differentiatie basisstof w a1, pagina 50 en 51 extra stof w a1, pagina 52 t/m 55 Taalmaker plustaken Computerprogramma Spelling in beeld Tips Terugkijken Als evaluatieopdracht sorteren de leerlingen woorden uit verschillende spellingscategorieën in vijf kolommen. Bovendien bedenken ze zelf bij elke categorie twee woorden. Ze kleuren boven iedere kolom het juiste rondje (klankwoorden, weetwoorden, regelwoorden). Laat de leerlingen die moeite hebben met opdracht 1, 2 en 3 nogmaals de volgende uitlegkaarten lezen: K9: woorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm, ~lp K10: woorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm, ~rp W7: woorden met s~ W8: woorden met z~ R2: samenstellingen Laat de leerlingen die moeite hebben met herhalingsopdracht 4 nogmaals de volgende uitlegkaarten lezen: K6: woorden met aai, oei, ooi K8: woorden met ge~, be~, ver~ W4: woorden met au R1: verkleinwoorden Individueel leren In deze les wordt de leerstof van blok 4 herhaald. De leerlingen kunnen alle opdrachten van deze les individueel doornemen en verwerken. Samenwerkend leren In deze les wordt de leerstof van blok 4 herhaald. De leerlingen kunnen alle opdrachten van deze les in tweetallen doornemen, bespreken en verwerken. Begeleid leren In deze les wordt de leerstof van blok 4 herhaald. Geef daarom alleen een korte werkinstructie over de bedoeling van de opdrachten. Gedifferentieerd leren In deze les wordt de leerstof van blok 4 herhaald. Begeleid alleen de leerlingen die moeite hebben met spelling en zonder uw hulp niet vooruit kunnen. Neem met hen de opdrachten stap voor stap door. Laat de andere leerlingen individueel of samenwerkend aan de slag gaan. pelling- 58 Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1

23 hl blok 4 controledictee Controledictee afnemen Wij raden u aan om het controledictee aan het begin van week 4 af te nemen. Zo zit er enige tijd tussen de laatste instructieles van week 3 en het controledictee. De leerlingen maken het controle dictee op het leerlingblad controledictee. U vindt dit blad in het kopieerboek. Het gebruik van dit blad maakt het nakijken en registreren voor u eenvoudiger. Vertel de leerlingen waarom het controledictee wordt afgenomen: zo wordt duidelijk of zij de spellingcategorieën van dit blok beheersen. Maak met de leerlingen afspraken zodat zij individueel, rustig en ongestoord kunnen werken. Het woorddictee bestaat uit 21 woorden. Lees de zinnen voor. Laat de leerlingen alleen de cursief gedrukte woorden op - schrijven. Laat de leerlingen na de afname van het dictee hun werk goed nalezen om fouten die hen direct opvallen te verbeteren. Doel De leerlingen tonen hun beheersing van de volgende spellingcategorieën: klankwoorden: K9: ~lf, ~lg, ~lk, ~lm, ~lp K10: ~rf, ~rg, ~rk, ~rm, ~rp regelwoorden: R2: samenstellingen weetwoorden: W6: s~ W6: z~ Materialen k leerlingblad controledictee k antwoordblad controledictee a1 blok 4 k registratieblad controledictees a1 Woorddictee 1. Dat durf ik echt niet! 2. Hebben jullie een huisdier? 3. Ik help je daar wel even mee. 4. Daar heb ik soms trek in. 5. In het kookboek staat hoe je pannenkoeken bakt. 6. Het is al half elf. 7. Het huisje stond boven op een berg. 8. Pas op! Deze doos is zwaar! 9. De sneltrein reed de stations voorbij zonder te stoppen. 10. Ik volg het spoor van een dier. 11. Mijn zus zit op judo. 12. Dat poppetje is van kurk gemaakt. 13. Drink jij altijd melk tussen de middag? 14. Spelen jullie vaak bij het klimrek? 15. We eten vanavond soep met stokbrood. 16. Bij de kachel is het lekker warm. 17. Ik vond die film eigenlijk saai. 18. Op een bromfiets moet je een helm dragen. 19. Gooi het klokhuis meteen weg. 20. Ik heb zes gegooid! 21. Dat vinden we helemaal niet erg. Nakijken en registreren Kijk het controledictee na. Gebruik hierbij het antwoordblad controledictee. Dit maakt het voor u makkelijk om na te gaan in welke spellingcategorie de leerlingen fouten maken. Op het leerlingblad controledictee zet u achter ieder fout gespeld woord het nummer van de spellingcategorie (bijvoorbeeld K1 of W1). Registreer de resultaten. Vermeld in het resultaatgedeelte van het leerlingblad het aantal fouten per categorie en het totale aantal fouten. Neem deze gegevens over op het registratieblad controledictees. Zo krijgt u, over de blokken heen, een goed beeld van de spellingcategorieën waarmee individuele leerlingen moeite hebben. Verder kunt u zo in een oogopslag zien welke categorieën op groepsniveau voor veel problemen zorgen. Iedere categorie klankwoorden en regelwoorden wordt vijf keer bevraagd. Een leerling scoort een categorie voldoende als hij van die categorie vier woorden goed schrijft (beheersingscriterium: 80 %). Van de weetwoorden wordt iedere categorie drie keer bevraagd. Een leerling scoort een categorie alleen voldoende als hij daarin geen fouten maakt. Gebruik de resultaten van het controledictee om het vervolgprogramma voor de vierde week van het blok vast te stellen. Aantekeningen -Spelli Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 59 i

24 hl blok 4 gevoel herhalings- en plustaken Activiteiten Op basis van de resultaten bij het controledictee gaan de leerlingen de komende lesmomenten aan de slag met herhalingstaken en/of plustaken. De leerlingen die in één of meer spellingcategorieën van het controledictee onvoldoende scoorden maken herhalingstaken. De andere leerlingen gaan zelfstandig aan de slag met de plustaken. De onderstaande voortgangsplanner helpt u de vervolgactiviteiten te bepalen. Spelling in beeld biedt voor iedere spellingcategorie een herhalingstaak. Dit betekent niet dat het verstandig is om een leerling die in vijf spellingcategorieën onvoldoende scoort ook vijf herhalingstaken te laten maken. Wij adviseren u om het aantal herhalingstaken per kind beperkt te houden. U kunt in dit opzicht beter kiezen voor de kwaliteit dan voor de kwantiteit. Herhalingstaken U kunt de herhalingstaken remediërend inzetten. Ze bieden de leerlingen verlengde instructie en extra mogelijkheden voor het verwerken van de leerstof. De leerlingen kunnen de herhalingstaken zelfstandig uitvoeren, maar het verdient de voorkeur om hen hierbij te begeleiden. Gerichte mondelinge interactie komt de kwaliteit van de instructie en de (in)oefening ten goede. Dat vergroot de kans dat de leerlingen de betreffende spellingcategorieën alsnog gaan beheersen. Herhalingstaak 1: Spellingspoor Doelen Spellingspoor K9: De leerlingen beheersen klankwoorden op ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Spellingspoor K10: De leerlingen beheersen klankwoorden woorden op ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. Spellingspoor R2: De leerlingen beheersen samenstellingen (regelwoorden). Spellingspoor W7: De leerlingen beheersen weetwoorden met s~. Spellingspoor W8: De leerlingen beheersen weetwoorden met z~. Materialen Spelbord en categoriekaartje Spellingspoor: K9, K10, R2, W7, W8. Werkbladen Spellingspoor: K9, K10, R2, W7, W8. Uitlegkaarten: K9, K10, R2, W7, W8. Organisatie Op basis van de resultaten op het controledictee (zie het registratieblad controledictees a1) formeert u een groepje met leerlingen die onvoldoende scoorden op de spellingcategorie die u gaat behandelen. U groepeert de leerlingen rond het spelbord. Wanneer de groep leerlingen te groot is om rond het spelbord te plaatsen, kunt u er incidenteel voor kiezen het bord niet te gebruiken en het voorbeeldwoord bij de spellingcategorie op het bord te schrijven. Maak in dat geval wel gebruik van het Spellingspoorwerkblad en de uitlegkaart bij de spellingcategorie. Voorbereiding Leg het spelbord Spellingspoor klaar. Leg de uitlegkaart bij de spellingcategorie klaar. Laat leerlingen eventueel hun eigen set uitlegkaarten gebruiken. Leg het categoriekaartje dat hoort bij de betreffende spellingcategorie klaar. Leg per leerling een Spellingspoorwerkblad klaar. Werkwijze Neem het categoriekaartje (met de afbeelding van een trein) met daarop het voorbeeldwoord bij de spellingcategorie. Voortgangsplanner week 4 blok 4 Spellingcategorieën Resultaat controledictee K9: woorden op ~lf, ~lg, ~lk, -> 2 fouten of meer: ~lm en ~lp onvoldoende K10: woorden op ~rf, ~rg, -> 2 fouten of meer: ~rk, ~rm en ~rp onvoldoende R2: samenstellingen -> 2 fouten of meer: onvoldoende W7: woorden met s~ -> 1 fout of meer: onvoldoende W8: woorden met z~ -> 1 fout of meer: onvoldoende Alle spellingcategorieën -> Geen onvoldoendes Vervolgactiviteit -> Herhalingstaak 1 (Spellingspoor K9) en/of Herhalingstaak 2 (computerprogramma Spelling in beeld) -> Herhalingstaak 1 (Spellingspoor K10) en/of Herhalingstaak 2 (computerprogramma Spelling in beeld) -> Herhalingstaak 1 (Spellingspoor R2) en/of Herhalingstaak 2 (computerprogramma Spelling in beeld) -> Herhalingstaak 1 (Spellingspoor W7) en/of Herhalingstaak 2 (computerprogramma Spelling in beeld) -> Herhalingstaak 1 (Spellingspoor W8) en/of Herhalingstaak 2 (computerprogramma Spelling in beeld) -> Plustaak 1 (Taalmaker) en/of Plustaak 2 (computerprogramma Spelling in beeld, herhaling eerdere eenheden of verkenning volgende eenheden) pelling- 60 Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1

25 hl blok 4 gevoel herhalings- en plustaken Plaats dit kaartje in de plastic houder(s) zodat het rechtop kan staan. Plaats het woordkaartje in het startvak op het spelbord. De trein is nu klaar om te vertrekken. Op weg naar het eindstation zal hij stoppen bij alle tussenliggende stations. Laat de leerlingen bij ieder station een activiteit uitvoeren. De activiteiten staan beschreven op het spelbord en het Spellingspoorwerkblad. In principe gaat het om begeleide activiteiten. U bespreekt met de leerlingen de knelpunten van de spellingcategorie en licht de opdrachten toe. Het uitvoeren van de activiteiten leidt ertoe dat de kinderen meer zicht krijgen op het spellingprobleem en de spellingstrategie die ze kunnen toepassen om de woorden correct te schrijven. Maak bij de uitlegactiviteit gebruik van de uitlegkaart. Laat de schriftelijke activiteiten uitvoeren op het Spellingspoorwerkblad. Verplaats de trein naar het volgende station wanneer een activiteit is uitgevoerd. Daar wacht een nieuwe activiteit. De herhalingstaak over één spellingcategorie is afgerond op het moment dat de trein het eindstation heeft bereikt en de leerlingen alle activiteiten hebben uitgevoerd. Op dezelfde manier kunt u, bijvoorbeeld op een ander moment, herhalingstaken over andere categorieën uitvoeren. Meer informatie over Spellingspoor kunt u vinden in de toelichting bij het leerspel Spellingspoor. Deze vindt u in de speldoos. Herhalingstaak 2: Computerprogramma Spelling in beeld Doel De leerlingen oefenen met de spellingproblemen uit blok 4. Materialen Computerprogramma Spelling in beeld Werkwijze Met het computerprogramma Spelling in beeld kunnen de leerlingen oefenen met de spellingproblemen uit het blok. Het programma bevat oefenopdrachten voor iedere spellingcategorie van het blok. Hierin komen de woorden die in het blok aan de orde zijn geweest, nogmaals terug. Ze worden aangevuld met andere woorden. Het programma bevat een korte uitleg en veel oefeningen. Er is per blok een evaluatieopdracht om na te gaan of de kinderen de leerstof beheersen. Meer informatie over het computerprogramma Spelling in beeld vindt u in de handleiding bij de cd-rom. Plustaak 1: Taalmaker Doel De leerlingen passen de geleerde vaardigheden op het gebied van taal en spelling toe in alledaagse contexten. Materialen Taalmaker Werkwijze De leerlingen die de doelen van het blok beheersen, kunnen verder gaan met activiteiten waarbij ze de geleerde vaardigheden op het gebied van taal en spelling toepassen. Er is bewust niet gekozen voor een directe koppeling aan de lesdoelen van het basisprogramma. Het gaat dus om de algemene toepassing van de taal- en spellingvaardigheden die de leerlingen beheersen. De leerlingen doen dit in alledaagse, voor kinderen herkenbare contexten. Hierbij zijn diverse uitingsvormen op het gebied van taal het uitgangspunt. Dit kunnen allerlei verschillende tekstsoorten zijn, zowel in de vorm van geschreven taal als in de vorm van gesproken taal. Bij deze opdrachten maken de leerlingen na een introductie en uitleg zelf taalproducten. Meer informatie vindt u bij de materialen van Taalmaker. Plustaak 2: Computerprogramma Spelling in beeld Doel De leerlingen herhalen de spellingproblemen uit eerdere blokken. De leerlingen verkennen de spellingproblemen van de nog volgende blokken. Materialen Computerprogramma Spelling in beeld Werkwijze Met het computerprogramma Spelling in beeld kunnen de leerlingen de leerstof verder oefenen. Bij herhalingstaak 2 gaat het om de leerstof uit het blok dat aan de orde is. Als plustaak kunnen de leerlingen ook breder herhalen. Ze kunnen de leerstof uit eerdere blokken nog eens doornemen met behulp van de computer. Ook is het mogelijk dat de leerlingen die geen (directe) herhaling nodig hebben, de oefeningen van de nog volgende eenheden gaan doen. Ze verkennen hiermee de leerstof van de volgende blokken. Het programma bevat per blok een korte uitleg, veel oefeningen en er is ook een evaluatieopdracht om na te gaan of de kinderen de aangeboden leerstof beheersen. Meer informatie over het computerprogramma Spelling in beeld vindt u in de handleiding bij de cd-rom. -Spelli Spelling in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 61 i

26 werkboek A1 2

27 werkboek a1 Zwijsen

28 Dit ga je doen in de les. Je ziet over welk probleem het gaat. Spelling kom je overal tegen. Je maakt de eerste opdracht bij het probleem. Je krijgt uitleg over het probleem. Je gebruikt ook de uitlegkaarten. Vergeet je niet het goede rondje te kleuren? Klankwoorden kleur je groen. Regelwoorden kleur je oranje. Weetwoorden kleur je blauw. Nu ga je zelf opdrachten maken. Denk goed aan de uitleg op de kaart.

29 Wat heb je gedaan deze les? Heb je het gesnapt? Ben je klaar? Kies een extra opdracht. Kom je tekens tegen? Doe dan dit. K R W Kleur het goede rondje. u Pak en lees je uitlegkaart. Kruis het goede antwoord aan. Schrijf je antwoord op. Kleur het goede antwoord. Omcirkel het goede antwoord.» Maak een extra opdracht.

30 w blok 4 gevoel les 1 Wat ga je doen? Je leert klankwoorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Op verkenning 1 Wat doet Rob vandaag? Half elf: Rob gaat buiten spelen. Elf uur: Rob maakt ruzie. Half twaalf: Rob heeft straf. Hoe laat is het op de plaatjes? Schrijf het op. elf uur Uitleg 2 Klankwoorden met lf, lg, lk, lm en lp aan het eind van een woord. Je hoort /u/ na de l, maar die schrijf je niet. u Lees verder op kaart K9. Kleur het goede rondje. K R W Aan de slag 3 Je hebt de woorden van de week gelezen. Schrijf vier andere woorden op met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm of ~lp Kies vijf kleuren. Kleur de woorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. help volk film palm golf wolf tulp zalm welk elf schelp elk zelf Belg kalm twaalf helm volg melk kalf

31 Kijk naar de tekening. Schrijf de woorden bij de cijfers w 2 z 3 g 4 s 5 s 6 m g 8 b 7. 6 Kleur acht woorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. De woorden staan en. Van elk woord is al één letter gekleurd. s c h e l p s a h b c w k p t o w j f e x r n t s e p v o l g f o o u r l z t w f i l m v l p r e x l n g m h v f r w p u t f v m e l k 7 Vul in: lf, lg, lk, lm of lp. Schrijf dan de woorden helemaal op. Geen wo in de lucht! Het is bijna twaa uur. Trek in een glas me. Dat duurt een ha uur. Ik vo de rode pijlen. Een he op zijn hoofd. We boek lees jij? He me! Ik zit vast! Samen naar de fi. Dat is een hoge go! Terugkijken 8 Lees de woorden hiernaast. Welke zin past daarbij? zalf Je hoort /u/, maar die schrijf je niet. Je hoort /u/, maar je schrijft e. film volg welk melk volk wilg half zalm» Klaar? Kies een extra opdracht op pagina 52 t/m

32 w blok 4 gevoel les 2 Wat ga je doen? Je leert zes weetwoorden met s~. Op verkenning 1 Heb jij dat gevoel ook wel eens? Schrijf onder het plaatje: vaak, soms of nooit. Uitleg 2 u Weetwoorden: je schrijft s aan het begin van een woord. Lees verder op kaart W7. Lees de woorden van de week A. Aan de slag 3 Schrijf woorden met s~ op. Niet spannend, maar. Niet vaak, maar. 4 Zet strepen tussen de woorden in de slang. z w a r t z o u t z o e k s o k z w a a r s a a i z w a a i z i e k s o m z o e t s o e p s a p z a g Schrijf de vijf woorden in de slang met s~ op. 42

33 5 Welke woorden passen bij het plaatjes? In ieder wiel staan twee klankwoorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm of ~lp. Kleur die woorden. m k b r l p v g l m z o s l v o k w l e e z p l i h a o h a l g l f h f l f s k a s f u t r d l 7 Vul in: s, f of v. Schrijf dan de woorden helemaal op. oms heb ik geen trek. Zij luit een liedje. Ik vond het een aai boek. De oep is veel te heet. Er zit blauwe erf op je trui. We hebben ier katten. Wie wil een glaasje ap? De kleuren van de lag. Samen naar het eest. Van wie is deze ok? Terugkijken 8» In één rij zijn alle woorden goed. Kruis aan. Streep de vijf foute woorden door. sap saai soms sap sap sap soep soms soep soep soep soep sok sap sab soms soms saai saai seop saai siaa sok somz zom sok sok sok som sok soms som som som saai som Klaar? Kies een extra opdracht op pagina 52 t/m

34 w blok 4 gevoel les 3 Wat ga je doen? Je leert klankwoorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. 1 Op verkenning Vul woorden in. Kies uit: durf - sterk - berg - erg. Die Geen probleem! Dat beklimmen? ik best! Vechten met de beer? Geen probleem! Ik ben hoor! Uitleg 2 Klankwoorden met rf, rg, rk, rm en rp aan het eind van een woord. Je hoort /u/ na de r, maar die schrijf je niet. u Lees verder op kaart K10. Kleur het goede rondje. K R W Aan de slag 3 Je hebt de woorden van de week gelezen. Schrijf vier andere woorden op met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm of ~rp. 4 Kies vijf kleuren. Kleur de woorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. scherp arm park worm verf jurk drum harp kruk zorg slurf brug 44 scherf berg dorp storm dwerg vork

35 5 Schrijf de woorden op. Je hoort /u/, maar die schrijf je niet. Alle woorden eindigen op lf, lg, lk, lm, lp, rf, rg, rk, rm of rp. zalm 6 Vul in: lf, lg, lk, lm, lp, rf, rg, rk, rm of rp. Schrijf dan de woorden helemaal op. We lopen in het pa. Heb je dat ze bedacht? Niet slap, maar ste. Dat is de boze wo. Oma woont in een do. Bij sto waait het hard. Die fi gaat over paarden. Vo jij het spoor? Dat du ik best! Het is erg wa buiten. Terugkijken 7 Je hoort /u/, maar je schrijft geen letter. Voor welke zes woorden klopt dat? Kleur die woorden. kasten scherp korf stempel koude werk vorm voeten winkel dwerg moeder jurk» Klaar? Kies een extra opdracht op pagina 52 t/m

36 w blok 4 gevoel les 4 Wat ga je doen? Je leert zes weetwoorden met z~. Op verkenning 1 Mijn zusje ligt in bed. Ze is ziek. Welke woorden passen bij ziek zijn? Schrijf er een z achter. koorts Z sport buikpijn griep bed hoestdrankje hoofdstuk fietsen dokter rekstok Uitleg 2 u Weetwoorden: je schrijft z aan het begin van een woord. Lees verder op kaart W8. Lees de woorden van de week A. Aan de slag 3 Schrijf woorden met z~ op. Ik heb een broer en een. De tas is niet licht, maar Al deze woorden beginnen met z. Kleur alleen de woorden die met zw beginnen. zoen zuig zwaar zweep zaag zak zus ziek zwem zwart zes zwaai zwak zing zit zoet zee zweef zwaan zuur

37 Kijk naar de tekening. Je ziet woorden met z~. Schrijf de woorden bij de cijfers. 1 het zand 2 de 3 de 4 ik 5 ik 6 ik Welke woorden staan hier? rf = el o = a sl = d e = o a = wo + en r = e 7 Vul in: s of z. Schrijf dan de woorden helemaal op. Ik vind deze film aai! Hij ligt iek in bed. Ga niet te ver de ee in! Is er nog oep? Hij doet oms raar. Is die tas waar? Mijn us is al elf. Het ap is erg zoet. Terugkijken 8» In één rij zijn alle woorden goed. Kruis aan. Streep de drie foute woorden door. zee sok ziek zoep sap zus zee zok ziek soep sap zus zee sok ziek soep sap zus zee sok ziek soep sap sus Klaar? Kies een extra opdracht op pagina 52 t/m

38 w blok 4 gevoel les 5 Wat ga je doen? Je leert regelwoorden: samenstellingen. 1 Op verkenning De woorden hieronder hebben met school te maken. Denk je bij een woord aan iets leuks? Kleur het groen. Niet leuk? Kleur dan het woord rood. schoolreis klimrek schoolfeest pestkop voetbal strafwerk taalwerk rekenboek Uitleg 2 u Regelwoorden: samenstellingen. Schrijf de woorden van de samenstelling achter elkaar. Lees verder op kaart R2. Kleur het goede rondje. K R W 3 Je hebt de woorden van de week gelezen. Schrijf drie andere samenstellingen op. Aan de slag 4 Kleur vijf samenstellingen. Zet dan een streep tussen de twee woorden. spijkerbroek groep sneltrein jongen beeldscherm winkel stripboek frisdrank buikpijn 48

39 5 Maak goede samenstellingen. kwast en verf kies en pijn mes en zak fiets en tas licht en kaars pen en vul 6 Schrijf samenstellingen op. sch 7 Lees de samenstellingen. Schrijf daarna de twee woorden op. Kijk goed naar het voorbeeld. samenstelling woordstukjes samenstelling woordstukjes slaapmuts slaap - muts fietsbel doelpunt slagroom roeiboot donkerblauw zakdoek schoolplein ijsbeer naaidoos Terugkijken 8 Welke samenstellingen zijn goed geschreven? Kruis aan.» buurvrouw stoptrijn muurferf veestneus hoojberg buurfrouw stoptrien muurferv feestneus hooiberug buurvrauw stoptrein muurverf feestnues hooiberg Klaar? Kies een extra opdracht op pagina 52 t/m

40 w blok 4 gevoel les 6 Wat ga je doen? Je oefent met de woorden van blok 4. Aan de slag Vul in: lf, lg, lk, lm, lp, rf, rg, rk, rm of rp. Schrijf dan de woorden helemaal op. Een sche op het strand. Dat du ik echt niet. Eén wo in de lucht. Hij draagt een he. Ben je ste? Help dan mee! De be is hoog. Ik begin om ha negen. Dat mes is sche. De ku blijft drijven. Ik vo de pijlen. Vul in: s of z. Schrijf dan de woorden helemaal op. Eerst eten we oep. De ee had hoge golven. Die kist is heel waar. Ik speel oms alleen. Er zit een gat in mijn ok. Hij is al een week iek. Mijn us heeft een geheim. Het ap is te zuur. Die om snap ik niet. Morgen schijnt de on. Maak de samenstellingen af. Schrijf dan de woorden helemaal op. K R W K R W K R W We varen met een roe boot. We spelen op het schoolpl n. Ik kleur de trein donkerbl w. Ik spring van de hoge duikpla. Mijn broer maakt elke dag huiswe. 50

41 Terugkijken 4 Welke woorden horen bij elkaar? Schrijf ze in het goede vak. Bedenk er in elk vak nog twee. Zijn het klankwoorden of weetwoorden? Kleur het rondje. melkboer kopje betaal blauw au toernooi bestaan kiespijn wijnfles koelkast kooi flauw beroep saus prooi beloof zoentje miertje koekje strooi K R W melkboer K R W kooi K R W blauw K R W betaal K R W kopje» Klaar? Kies een extra opdracht op pagina 52 t/m

42 uitlegkaarten A 3

43 u K 9 K R W klankwoorden woorden op ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp Aan het eind van een woord staat soms ~lf. Bijvoorbeeld: wolf. Je hoort /u/ na de l. Maar die /u/ schrijf je niet. Dat is ook zo met ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Klankwoorden 1. Zeg het woord in je hoofd. 2. Hak het woord in klanken. 3. Schrijf de letters bij de klanken op. 4. Controleer het woord. ~lf, ~lg, ~lk, ~lm, ~lp Deze letters worden kleefletters genoemd. Ze kleven aan elkaar. Er komt niets tussen. half volg wolk helm tulp woorden van de week extra woorden twaalf half ik volg de wolk de helm de schelp elf de wolf de wilg de melk het volk de film de zalm ik help de tulp

44 u K 10 K R W klankwoorden woorden op ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp Aan het eind van een woord staat soms ~rf. Bijvoorbeeld: slurf. Je hoort /u/ na de r. Maar die /u/ schrijf je niet. Dat is ook zo met ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. Klankwoorden 1. Zeg het woord in je hoofd. 2. Hak het woord in klanken. 3. Schrijf de letters bij de klanken op. 4. Controleer het woord. ~rf, ~rg, ~rk, ~rm, ~rp Deze letters worden kleefletters genoemd. Ze kleven aan elkaar. Er komt niets tussen. slurf berg werk arm dorp woorden van de week extra woorden de slurf ik durf de berg de kurk de arm het dorp de scherf erg ik zorg het werk het park de storm de vorm scherp de harp

45 u R 2 K R W samenstellingen regelwoorden Samenstellingen zijn lange woorden. Ze zijn gemaakt van twee andere woorden. klimrek (klim en rek) Schrijf je een samenstelling? Schrijf de woorden achter elkaar. schoolklas (school en klas) Regelwoorden 1. Zeg het woord in je hoofd. 2. Bedenk welke regel bij dat woord past. 3. Pas de regel toe. Schrijf het woord op. 4. Controleer het woord. Ken je de stukjes (woorden) van een samenstelling? Dan kun je ook de samenstelling goed schrijven. hoofdpijn is pijn in je hoofd De d van hoofd blijft gewoon staan. Ook al hoor je die niet altijd. woorden van de week extra woorden het klimrek de schoolklas het leesboek het wijnglas de kiespijn de sneltrein het vliegtuig de zakdoek de snelweg de vulpen het huisdier de zwembroek de slagroom de voetbal de sportschoen

46 u W 7 woorden met s~ Weetwoorden 1. Onthoud het woord. 2. Bedenk een verhaaltje met de zes woorden van de week. Dan onthoud je ze het beste. weetwoorden Begint een woord met een s of een z? Dat kun je vaak moeilijk horen. Onthoud die woorden. Is de tweede letter een klinker? Er zijn meer woorden die beginnen met een z dan met een s. Is de tweede letter een medeklinker? Er zijn veel woorden met sch~, sj~, sl~, sm~, sn~, sp~, en st~. Woorden met zch~, zj~, zl~, zm~, zn~, zp~ en zt~ bestaan niet. A woorden van de week B woorden van de week het sap de sok de som soms de soep saai de salto de sjaal sjouwen samen de sandaal de suiker K R W

47 u W 8 woorden met z~ Weetwoorden 1. Onthoud het woord. 2. Bedenk een verhaaltje met de zes woorden van de week. Dan onthoud je ze het beste. weetwoorden Begint een woord met een s of een z? Dat kun je vaak moeilijk horen. Onthoud die woorden. Is de tweede letter een klinker? Er zijn meer woorden die beginnen met een z dan met een s. Is de tweede letter een medeklinker? Er zijn veel woorden met sch~, sj~, sl~, sm~, sn~, sp~, en st~. Woorden met zch~, zj~, zl~, zm~, zn~, zp~ en zt~ bestaan niet. Er zijn wel veel woorden met zw~. zwaan, zwart. Er zijn geen woorden met sw~. A woorden van de week B woorden van de week de zus zwaar zes de zee de zon ziek de zeep de zak zelf de zoen zoeken zo K R W

48

49 k signaaldictee groep 4 blok: naam: Woord Kleur het Ik denk dat Is het Fout? Verbeter dan goederondje. hetgoedis. goedoffout? hetwoord. G F 1 K R W 2 K R W 3 K R W 4 K R W 5 K R W 6 K R W 7 K R W 8 K R W 9 K R W 10 K R W 11 K R W 12 K R W 13 K R W 14 K R W 15 K R W 16 K R W 17 K R W 18 K R W 19 K R W 20 K R W

50 k controledictee groep 4 blok: naam: Dicteewoorden Spellingcategorie* * alleen invullen bij fouten Resultaat 13 Spelling- Aantal 14 categorie fouten Totaal

51 k controledictee A1 blok 4 antwoorden Spellingcategorie K9: ~lf, ~lg, ~lk, K10: ~rf, ~rg, ~rk, R2: hoorbare W7: s~ W8: z~ ~lm, ~lp ~rm, ~rp samenstellingen Norm herhaling 4 (van 5) goed 4 (van 5) goed 4 (van 5) goed 3 (van 3) goed 3 (van 3) goed 1 durf 2 huisdier 3 help 4 soms 5 kookboek 6 half 7 berg 8 zwaar 9 sneltrein 10 volg 11 zus 12 kurk 13 melk 14 klimrek 15 soep 16 warm 17 saai 18 helm 19 klokhuis 20 zes 21 erg

52 k foutenoverzicht Naam blok 1 blok 2 blok 3 blok 4 totaal fouten W6: z~ W5: s~ R2: samenstellingen K10: ~rf, ~rg, ~rk, ~rm, ~rp K9: ~lf, ~lg, ~lk, ~lm, ~lp totaal fouten W6a: v~ W5a: f~ R1: verkleinwoorden K8: ge~, be~, ver~ K7: ~en, ~er, ~el, ~e totaal fouten W4a: au W3a: ou K6: aai, oei, ooi K5: nk K4: ng totaal fouten W2a: ij W1a: ei K3: oe, ui, eu K2: sch~ K1: mkm, mmkm

53 k woorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp naam: 1 Zet een kring om de woorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Om half elf ga je melk drinken en wat eten. Dan gaan we tot elf uur buiten spelen. Daarna ga je kalm aan het werk. Help elkaar. Om twaalf uur ga je naar huis. 2 u 3 Klankwoorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Je hoort /u/ na de l, maar die schrijf je niet. Lees kaart K9 goed. Waar hoor je /luf/, /luk/, /lum/ of /lup/? Schrijf lf, lk, lm of lp onder die plaatjes. 4 Maak de woorden af met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm of ~lp. Schrijf ze daarna helemaal op. Ik vo het spoor. We moeten ka blijven! Ik he met de afwas. We gaan morgen naar de fi. Wil je een glas me? Ik heb het ze gezien! 5 Schrijf andere woorden op met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm of ~lp kopieerblad extra oefening K9 Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

54 k woorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp antwoorden 1 Zet een kring om de woorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Om half elf ga je melk drinken en wat eten. Dan gaan we tot elf uur buiten spelen. Daarna ga je kalm aan het werk. Help elkaar. Om twaalf uur ga je naar huis. 2 u 3 Klankwoorden met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm en ~lp. Je hoort /u/ na de l, maar die schrijf je niet. Lees kaart K9 goed. Waar hoor je /luf/, /luk/, /lum/ of /lup/? Schrijf lf, lk, lm of lp onder die plaatjes. lm lk lf lk lp 4 5 Maak de woorden af met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm of ~lp. Schrijf ze daarna helemaal op. Ik vo lg We moeten ka Ik he lp Bijvoorbeeld: zalf elk welp het spoor. lf lm blijven! met de afwas. lk lm We gaan morgen naar de fi. Wil je een glas me? Ik heb het ze gezien! volg kalm help film melk zelf Schrijf andere woorden op met ~lf, ~lg, ~lk, ~lm of ~lp walm kalk alg kopieerblad extra oefening K9 Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

55 k woorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm, ~rp naam: 1 Zet een kring om de woorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. Een olifant is erg sterk. Hij kan met zijn slurf een boom optillen. In Nederland leven olifanten niet in het wild. Vinden ze het hier niet warm genoeg? 2 u 3 Klankwoorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. Je hoort /u/ na de r, maar die schrijf je niet. Lees kaart K10 goed. Waar hoor je /ruf/, /ruk/ of /rum/? Schrijf rf, rk of rm onder die plaatjes. 4 Maak de woorden af met rf, rg, rk, rm of rp. Schrijf ze daarna helemaal op. De soep is nog wa. Hij klimt op een be zand. Ben jij ste Dat du genoeg? ik best. Wij wonen in een do. Heb jij je we helemaal af? 5 Schrijf andere woorden op met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm of ~rp kopieerblad extra oefening K10 Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

56 k woorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm, ~rp antwoorden 1 Zet een kring om de woorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. Een olifant is erg sterk. Hij kan met zijn slurf een boom optillen. In Nederland leven olifanten niet in het wild. Vinden ze het hier niet warm genoeg? 2 u 3 Klankwoorden met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm en ~rp. Je hoort /u/ na de r, maar die schrijf je niet. Lees kaart K10 goed. Waar hoor je /ruf/, /ruk/ of /rum/? Schrijf rf, rk of rm onder die plaatjes. rk rf rk rm rf 4 5 Maak de woorden af met rf, rg, rk, rm of rp. Schrijf ze daarna helemaal op. rf Bijvoorbeeld: kerk harp erf rk rk rm De soep is nog wa. Hij klimt op een be Ben jij ste Dat du rg genoeg? ik best. rp Wij wonen in een do. Heb jij je we zand. helemaal af? warm berg sterk durf dorp werk Schrijf andere woorden op met ~rf, ~rg, ~rk, ~rm of ~rp dwerg merk zorg kopieerblad extra oefening K10 Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

57 k samenstellingen naam: 1 Zet een kring om de samenstellingen (twee woorden aan elkaar geplakt). 1. LOOP NAAR DE BRIEVENBUS. 2. LEES DAAR DE OPDRACHTKAART. 3. WANDEL DAN NAAR HET KLIMREK. 4. ZOEK EEN DONKERBLAUW TOUWTJE. 2 u Regelwoorden: in een samenstelling schrijf je de stukjes (woorden) achter elkaar. Lees kaart R2 goed. 3 Kleur alleen de samenstellingen. schilder duikboot dagboek springen heuvel ziekenhuis plakband kabouter brievenbus zakdoek sportschoen stoomboot 4 Maak met deze woorden goede samenstellingen. Schrijf ze op. boek en kleur kleurboek bus en post broek en zwem room en slag doel en punt bal en voet as en bak tas en fiets dier en huis kop en lamp 5 Schrijf andere samenstellingen op kopieerblad extra oefening R2 Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

58 k samenstellingen antwoorden 1 Zet een kring om de samenstellingen (twee woorden aan elkaar geplakt). 1. LOOP NAAR DE BRIEVENBUS. 2. LEES DAAR DE OPDRACHTKAART. 3. WANDEL DAN NAAR HET KLIMREK. 4. ZOEK EEN DONKERBLAUW TOUWTJE. 2 u Regelwoorden: in een samenstelling schrijf je de stukjes (woorden) achter elkaar. Lees kaart R2 goed. 3 Kleur alleen de samenstellingen. schilder duikboot dagboek springen heuvel ziekenhuis plakband kabouter brievenbus zakdoek sportschoen stoomboot 4 Maak met deze woorden goede samenstellingen. Schrijf ze op. boek en kleur kleurboek bus en post broek en zwem room en slag doel en punt bal en voet zwembroek slagroom doelpunt voetbal as en bak tas en fiets dier en huis kop en lamp postbus asbak fietstas huisdier koplamp 5 Schrijf andere samenstellingen op. Bijvoorbeeld: winterjas 1 2 konijnenhok plantenbak badjas kopieerblad extra oefening R2 Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

59 k woorden met s~ naam: 1 Zet een kring om de woorden met s~. Laat de soep nog zes minuten koken. Geef stukjes stokbrood bij de soep. Pers drie sinaasappels. Schenk het sap in de glazen. Eet smakelijk! 2 u 3 Weetwoorden: je schrijft s aan het begin van het woord. Lees kaart W7 goed. Maak de zinnen af. Vul een woord van de week (A) in. Het is erg zoet. Ik heb geen zin in spelen. Dit spelletje is een beetje. Daar ligt een blauwe van jou. Dit vind ik een moeilijke. Wie heeft trek in een kom? 4 Maak de woorden af met s of f. Schrijf ze daarna helemaal op. Gooi die ok meteen in de was! Je kon ook een ilm bekijken. Heb jij je iets op slot gezet? Zit er ook vlees in deze Ik hoef nog maar één oep? om te maken. 5 Maak lange woorden met s~. (bijvoorbeeld: sommetje, komkommersoep) kopieerblad extra oefening W7a Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

60 k woorden met s~ antwoorden 1 Zet een kring om de woorden met s~. Laat de soep nog zes minuten koken. Geef stukjes stokbrood bij de soep. Pers drie sinaasappels. Schenk het sap in de glazen. Eet smakelijk! 2 u 3 Weetwoorden: je schrijft s aan het begin van het woord. Lees kaart W7 goed. Maak de zinnen af. Vul een woord van de week (A) in. sap saai som soms Het is erg zoet. Ik heb geen zin in spelen. sok Dit spelletje is een beetje. Daar ligt een blauwe van jou. soep Dit vind ik een moeilijke. Wie heeft trek in een kom? 4 Maak de woorden af met s of f. Schrijf ze daarna helemaal op. Gooi die s ok meteen in de was! sok Je kon ook een f ilm bekijken. film Heb jij je f iets op slot gezet? fiets Zit er ook vlees in deze Ik hoef nog maar één s s oep? om te maken. soep som 5 Maak lange woorden met s~. (bijvoorbeeld: sommetje, komkommersoep) kopieerblad extra oefening W7a Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

61 k woorden met z~ naam: 1 Zet een kring om de woorden met z~. Het was zondag druk aan zee. Veel mensen zochten het strand op. Je kon bijna niet meer op het zand zitten. Pas om zes uur werd het stiller. 2 u 3 Weetwoorden: je schrijft z~ aan het begin van het woord. Lees kaart W8 goed. Maak de zinnen af. Vul een woord van de week (A) in. Mijn wil later dokter worden. Deze kist is heel. Morgen zal de schijnen. Het strand ligt bij de. Jos ligt vandaag in bed. Heb je woorden ingevuld? 4 Maak de woorden af met z of s. Schrijf ze daarna helemaal op. Vorige week was Jacob iek. Hoe laat komt de on vandaag op? Heb jij je oep al opgegeten? Die tas is echt te waar. Wij eten meestal om es uur. 5 Maak lange woorden met z~. (bijvoorbeeld: zonnetje, ziekenhuis) kopieerblad extra oefening W8a Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

62 k woorden met z~ antwoorden 1 Zet een kring om de woorden met z~. Het was zondag druk aan zee. Veel mensen zochten het strand op. Je kon bijna niet meer op het zand zitten. Pas om zes uur werd het stiller. 2 u Weetwoorden: je schrijft z~ aan het begin van het woord. Lees kaart W8 goed. Maak de zinnen af. Vul een woord van de week (A) in. zus zwaar Mijn wil later dokter worden. Deze kist is heel. s z zon z ziek z z ziek zon soep zwaar zes zes zee Morgen zal de schijnen. Het strand ligt bij de. Jos ligt vandaag in bed. Heb je woorden ingevuld? Maak de woorden af met z of s. Schrijf ze daarna helemaal op. Vorige week was Jacob Hoe laat komt de Heb jij je Die tas is echt te Wij eten meestal om iek. on vandaag op? oep al opgegeten? waar. es uur. Maak lange woorden met z~. (bijvoorbeeld: zonnetje, ziekenhuis) kopieerblad extra oefening W8a Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

Proefkatern Spelling in beeld

Proefkatern Spelling in beeld Proefkatern Spelling in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 4: 1 handleiding A2: het algemene gedeelte en blok 7 2 werkboek A2: de introductiepagina s

Nadere informatie

Proefkatern Spelling in beeld

Proefkatern Spelling in beeld Proefkatern Spelling in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 5: 1 Handleiding b1: algemene gedeelte en lesbeschrijvingen bij blok 4 2 Werkboek b1: introductiepagina

Nadere informatie

Proefkatern Spelling in beeld

Proefkatern Spelling in beeld Proefkatern Spelling in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 8: 1 handleiding E2: het algemene gedeelte en blok 7 2 werkboek E2: de introductiepagina s

Nadere informatie

Paul Stapel handleiding e1

Paul Stapel handleiding e1 Zwijsen Paul Stapel handleiding e1 hl algemene handleiding Aan de slag met Spelling in beeld Een overzicht van alles wat u moet weten U gaat werken met Spelling in beeld. Deze handleiding helpt u om snel

Nadere informatie

Taaljournaal, tweede versie

Taaljournaal, tweede versie SPELLING Taaljournaal, tweede versie Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl en

Nadere informatie

Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten

Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten November 2009

Nadere informatie

LESBOEK b. Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN

LESBOEK b. Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN LESBOEK b Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN Zwijsen Paul Stapel Dianne Manders Maril Rijks Jos Cöp HAnDlEIDInG b Hl InHoUD Algemene handleiding Aan de slag met Lezen in beeld 3 Kenmerken 3 Uitgangspunten

Nadere informatie

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 4: 1 handleiding A2: het algemene gedeelte en blok 7 2 taalboek A2: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

Leerstofaanbod groep 4

Leerstofaanbod groep 4 Leerstofaanbod groep 4 Rekenen Rekenen Methode: RekenZeker De lessen zijn onderverdeeld in een aantal domeinen: getallen, bewerkingen (optellen, aftrekken en tafels en meten van tijd en geld. Optellen

Nadere informatie

Voor welke groepen? Voor het onderdeel spelling is er materiaal voor de groepen 4 t/m 8.

Voor welke groepen? Voor het onderdeel spelling is er materiaal voor de groepen 4 t/m 8. KWALITEITSKAART Spellen en stellen PO Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteitskaart Opbrengstgericht Werken zijn te vinden op www.schoolaanzet.nl. Deze website bevat

Nadere informatie

Informatie. vakgebieden. Groep 6

Informatie. vakgebieden. Groep 6 Informatie vakgebieden Groep 6 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode

Nadere informatie

Alles over. Lezen in beeld. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Lezen in beeld. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

mollen -> de o wordt uitgesproken als o. Dit noemen wij een woord met een woord met een gesloten lettergreep: mol len.

mollen -> de o wordt uitgesproken als o. Dit noemen wij een woord met een woord met een gesloten lettergreep: mol len. Komende week starten wij alweer aan kern 11 van Veilig Leren Lezen. U zult zien dat er in deze kern veel terugkomt wat er in kern 10 is aangeboden. In deze kern staan de volgende onderwerpen (weer) centraal:

Nadere informatie

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 4: 1 handleiding A1: het algemene gedeelte en blok 4 2 taalboek A1: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

Voor welke groepen? Voor het onderdeel spelling is er materiaal voor de groepen 4 t/m 8.

Voor welke groepen? Voor het onderdeel spelling is er materiaal voor de groepen 4 t/m 8. KWALITEITSKAART Spellen en stellen SPELLING PO Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl

Nadere informatie

Informatie. vakgebieden. Groep 4

Informatie. vakgebieden. Groep 4 Informatie vakgebieden Groep 4 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode

Nadere informatie

Lees U laat uw kind de eerste set woorden van de week voorlezen. Deze woorden staan rechtsboven op iedere uitlegkaart.

Lees U laat uw kind de eerste set woorden van de week voorlezen. Deze woorden staan rechtsboven op iedere uitlegkaart. Snel aan de slag! Wat heeft u nodig? Het juiste Spelling in beeld-oefenboekje Een schriftje waar uw kind in kan werken Een pen waarmee uw kind prettig werkt Een markeerstift of een aantal kleurpotloden

Nadere informatie

Opbrengstgericht werken en spelling

Opbrengstgericht werken en spelling WORKSHOP Opbrengstgericht werken en spelling Programma en doelen Is spelling moeilijk? Het waarom en wat Effectief spellingonderwijs Spellingbewustzijn Tips Afsluiting. Schema spellingsproces Gesproken

Nadere informatie

mollen -> de o wordt uitgesproken als o. Dit noemen wij een woord met een woord met een gesloten lettergreep: mol len.

mollen -> de o wordt uitgesproken als o. Dit noemen wij een woord met een woord met een gesloten lettergreep: mol len. Komende week starten wij alweer aan kern 11 van Veilig Leren Lezen. U zult zien dat er in deze kern veel terugkomt wat er in kern 10 is aangeboden. In deze kern staan de volgende onderwerpen (weer) centraal:

Nadere informatie

Tien eenheden per jaar, voor dertig weken spellingonderwijs (exclusief

Tien eenheden per jaar, voor dertig weken spellingonderwijs (exclusief SPELLING Zin in taal (oude versie) Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl en www.schoolaanzet.nl/opbrengstgerichtwerken.

Nadere informatie

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 4 en 5 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 4 en 5 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1. Spelling op maat 1 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 1 is het eerste deel van

Nadere informatie

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 8: 1 handleiding E2: het algemene gedeelte en blok 7 2 taalboek E2: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van eind groep 3 en groep 4 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van eind groep 3 en groep 4 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1. Spelling op maat 1 De programma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 1 is het eerste deel van deze leerlijn.

Nadere informatie

Taal actief (oud, versie 2) - Woordspel

Taal actief (oud, versie 2) - Woordspel SPELLING Taal actief (oud, versie 2) - Woordspel Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl

Nadere informatie

Informatie. vakgebieden. Groep 5

Informatie. vakgebieden. Groep 5 Informatie vakgebieden Groep 5 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode

Nadere informatie

Optimaal zicht op spelling

Optimaal zicht op spelling Cito Spelling LVS Team Werken met de LVS-toetsen en hulpboeken Optimaal zicht op spelling Kim heeft midden groep 5 bij de LVS-toets Spelling een vaardigheidsscore gehaald van 122. Haar leerkracht weet

Nadere informatie

proefkatern groep 8 - blok 6

proefkatern groep 8 - blok 6 proefkatern groep 8 - blok 6 In dit katern vind je onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 8: 1. Handleiding 8B: algemene gedeelte en lesbeschrijvingen bij blok 6 2. Werkboek 8: blok

Nadere informatie

LESBOEK d. Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN

LESBOEK d. Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN LESBOEK d Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN Zwijsen Paul Stapel Dianne Manders Maril Rijks Jos Cöp HANDLEIDING d HL INHOUD Algemene handleiding Aan de slag met Lezen in beeld 3 Kenmerken 3 Uitgangspunten

Nadere informatie

Na de herhaling volgt het aanbieden van een nieuwe letter. De nieuwe letter staat in de taalles centraal.

Na de herhaling volgt het aanbieden van een nieuwe letter. De nieuwe letter staat in de taalles centraal. Zo leren kinderen lezen en spellen Op onze school werken we met de lees- en spellingsmethodiek Zo leren kinderen lezen en spellen van José Schraven (ZLKLS). Een methodiek kan worden toegepast bij iedere

Nadere informatie

Nieuws vanuit groep 4

Nieuws vanuit groep 4 Nieuws vanuit groep 4 De afgelopen weken zijn we druk bezig geweest met de winter. Tijdens de natuurlessen hebben we gesproken over verschillende weersoorten en de vorming van sneeuw en ijs. We hebben

Nadere informatie

Alles over. Taal in beeld. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Taal in beeld. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Klassikale opstelling:

Klassikale opstelling: Klassikale opstelling: We maken gebruik van een flexibele opstelling. De kinderen zitten bij de leervakken: taal, lezen, spelling en rekenen allemaal frontaal. Hierdoor kan de leerkracht snel monitoren

Nadere informatie

Dyslexiebehandeling. Informatiepakket leerkracht:

Dyslexiebehandeling. Informatiepakket leerkracht: Dyslexiebehandeling Informatiepakket leerkracht: - Werkwijze bij Onderwijszorg Nederland (ONL) - Klankenschema - Stappenplan - Kopie overzichts-steunkaart - Uitleg losse steunkaarten - Uitleg steunkaart

Nadere informatie

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 4 en 5 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 4 en 5 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1. Spelling op maat 1 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 1 is het eerste deel van

Nadere informatie

Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Effectief spellingonderwijs WWW.CPS.NL

Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Effectief spellingonderwijs WWW.CPS.NL Nationaal congres Taal en Lezen 15 oktober 2015 Effectief spellingonderwijs WWW.CPS.NL Contactgegevens Tseard Veenstra [email protected] 06 55168626 Is spellingonderwijs nog relevant als we met behulp

Nadere informatie

TAALLEESONDERWIJS - 19 tips voor betere spellingresultaten

TAALLEESONDERWIJS - 19 tips voor betere spellingresultaten TAALLEESONDERWIJS - 19 tips voor betere spellingresultaten Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze kwaliteits zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl. De

Nadere informatie

Wat is Digi-Spelling?

Wat is Digi-Spelling? Digi - Spelling Digi-Spelling is een webbased remediërend spellingprogramma van de Zuid-Vallei. Het programma behoort tot de reeks remediërende programma s van De Zuid-Vallei. Voor informatie over het

Nadere informatie

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 7: 1 handleiding D2: het algemene gedeelte en blok 7 2 taalboek D2: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

Effectief spellingonderwijs

Effectief spellingonderwijs Effectief spellingonderwijs Foutloos kunnen spellen is een belangrijke vaardigheid om je goed en correct te kunnen uitdrukken op papier en in de digitale wereld. Maar hoe maakt u van alle leerlingen goede

Nadere informatie

Informatie. vakgebieden. Groep 7

Informatie. vakgebieden. Groep 7 Informatie vakgebieden Groep 7 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode

Nadere informatie

Wij willen u vragen niet vooruit te gaan werken/oefenen. Er kan dan verwarring ontstaan bij het kind. Wij willen dit graag voorkomen!

Wij willen u vragen niet vooruit te gaan werken/oefenen. Er kan dan verwarring ontstaan bij het kind. Wij willen dit graag voorkomen! In dit document kunt u lezen wat de kinderen leren in elke kern. In de eerste zes kernen zal dit voornamelijk ingaan op het aanleren van woorden en letters. In de laatste kernen komt het lezen al wat meer

Nadere informatie

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 5: 1 handleiding B1: het algemene gedeelte en blok 4 2 taalboek B1: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

Format groepsplan. HOE bied ik dit aan? -instructie -leeromgeving AANPAK METHODIEK. Automatiseren Modelen. Automatiseren Modelen Begeleid inoefenen

Format groepsplan. HOE bied ik dit aan? -instructie -leeromgeving AANPAK METHODIEK. Automatiseren Modelen. Automatiseren Modelen Begeleid inoefenen Format groepsplan Groep namen WAT wil ik bereiken? WAT bied ik aan om dit doel te bereiken? HOE bied ik dit aan? -instructie -leeromgeving HOEveel tijd? Zelfstandig of met de leerkracht? HOE volg ik de

Nadere informatie

Taaljournaal (tweede editie) Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten

Taaljournaal (tweede editie) Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten Taaljournaal (tweede editie) Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Taaljournaal (tweede editie) Beschrijvingsgegevens en toelichting

Nadere informatie

Flitsend Spellen en Lezen 1

Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 is gericht op het geven van ondersteuning bij het leren van Nederlandse woorden, om te beginnen bij de klanklettercombinaties. Doelgroep Flitsend

Nadere informatie

Alles over. Grip op lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Grip op lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Informatie. vakgebieden. Groep 8

Informatie. vakgebieden. Groep 8 Informatie vakgebieden Groep 8 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode

Nadere informatie

Kim A. H. Cordewener Variatie in de Spellingvaardigheid van Kinderen: Voorspellers, Verwerving en Instructie 2014 Radboud Universiteit

Kim A. H. Cordewener Variatie in de Spellingvaardigheid van Kinderen: Voorspellers, Verwerving en Instructie 2014 Radboud Universiteit Kim A. H. Cordewener Variatie in de Spellingvaardigheid van Kinderen: Voorspellers, Verwerving en Instructie 2014 Radboud Universiteit Wanneer kinderen vier, vijf of zes jaar oud zijn, maken ze bewust

Nadere informatie

TAALONTWIKKELING 2. Activiteiten bij leren. Inspiratie:

TAALONTWIKKELING 2. Activiteiten bij leren. Inspiratie: TAALONTWIKKELING 2 Boek: Activiteiten bij leren Inspiratie: Blz. 15 Blz. 18 Blz. 39 Taalactiviteiten bij een boek Leergebieden in samenhang (kerndoelen) linken naar Taalactiviteiten rond een boek Voor

Nadere informatie

Flitsend Spellen en Lezen 1

Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 is gericht op het geven van ondersteuning bij het leren van Nederlandse woorden, om te beginnen bij de klanklettercombinaties. Doelgroep Flitsend

Nadere informatie

Taal actief (derde versie) Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten

Taal actief (derde versie) Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten Taal actief (derde versie) Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Taal actief (derde versie) Beschrijvingsgegevens en toelichting bij

Nadere informatie

Groep 3: twee blokken per jaar, start is na de kerst (80 lessen, waaronder

Groep 3: twee blokken per jaar, start is na de kerst (80 lessen, waaronder KWALITEITSKAART Spellen en stellen SPELLING Woordbouw nieuw Woordbouw nieuw PO Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op

Nadere informatie

Taal in Blokjes software

Taal in Blokjes software Taal in Blokjes software Leermodules Taal in Blokjes is een uitsnede van de F&L methode. De Taal in Blokjes software is gekoppeld aan de 11 leermodules van de Taal in Blokjes workshop. Deze modules bevatten

Nadere informatie

Zet je hersens op scherp en daag je tegenspelers uit voor een spannende RIJMwoordenstrijd!

Zet je hersens op scherp en daag je tegenspelers uit voor een spannende RIJMwoordenstrijd! Speel de RIJMwoordenstrijd! Oefen spelenderwijs met alle verschillende spraakklanken en letters en vergroot daarbij je rijmwoordenschat! Train je auditief onderscheidingsvermogen, je geheugen en alertheid.

Nadere informatie

Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica.

Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica. Basisspelling Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica. Het Muiswerkprogramma Basisspelling bestrijkt de basisregels van

Nadere informatie

Inhoud Doelgericht werken Tijd voor spellingonderwijs Het spellingaanbod

Inhoud Doelgericht werken Tijd voor spellingonderwijs Het spellingaanbod Inhoud Voorwoord 7 1 Doelgericht werken 10 1.1 Twee soorten doelen 11 1.2 Inhoudelijke doelen 12 1.2.1 Schoolniveau 12 1.2.2 Leerjaarniveau 13 1.2.3 Lesniveau 14 1.2.4 Leerlingniveau 15 1.3 Toetsbare doelen

Nadere informatie

Het belangrijkste doel van de studie in hoofdstuk 3 was om onafhankelijke effecten van visuele preview en spellinguitspraak op het leren spellen van

Het belangrijkste doel van de studie in hoofdstuk 3 was om onafhankelijke effecten van visuele preview en spellinguitspraak op het leren spellen van Samenvatting Het is niet eenvoudig om te leren spellen. Om een woord te kunnen spellen moet een ingewikkeld proces worden doorlopen. Als een kind een bepaald woord nooit eerder gelezen of gespeld heeft,

Nadere informatie

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Van elk kaartje wordt in deze toelichting kort beschreven wat erop staat. Een spellingregel wordt extra

Nadere informatie

werkwoordspelling brochure

werkwoordspelling brochure werkwoordspelling brochure Uitgangspunten Voordat kinderen met de werkwoordspelling beginnen, hebben ze al veel kennis opgedaan met betrekking tot: spelling van de onveranderlijke woorden het mondeling

Nadere informatie

Alfabetisering. ~de versnelde versie~

Alfabetisering. ~de versnelde versie~ Alfabetisering ~de versnelde versie~ Introductie pilot versnelde alfabetisering Waarom gekozen voor een versnelde manier van alfabetisering? - het trage tempo + ballast (bij de start van geletterdheid

Nadere informatie

Tips bij het bestellen van nieuwe boeken

Tips bij het bestellen van nieuwe boeken Tips bij het bestellen van nieuwe boeken Versie: juni 2015 Leidseveer 2, 3511 SB Utrecht Telefoon: 088-999 0 444 Email: [email protected] Nieuwe methode aanschaffen? Dat kan nu veel voordeliger. Snappet

Nadere informatie

je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort

je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort Groep 4 Spelling Thema 1 Een nieuw huis aan het begin (klas) aan het eind (tent) met st aan het eind (kist) met ts aan het eind (muts) aan het begin en aan het eind (krant) Thema 2 Wat word jij later?

Nadere informatie

Nieuwe generatie rekenmethodes vergeleken

Nieuwe generatie rekenmethodes vergeleken Nieuwe generatie rekenmethodes vergeleken Ruud Janssen Alles telt (2e editie - ThiemeMeulenhoff) De methode biedt een doorgaande lijn vanuit de kleuterbouw. De leerlijnen zijn digitaal beschikbaar. Het

Nadere informatie

Voorwoord. Letters uitspreken zoals de leerkracht dat doet.

Voorwoord. Letters uitspreken zoals de leerkracht dat doet. Voorwoord In groep 3 leert uw kind lezen en schrijven. Uw kind begint niet vanaf nul, want tegenwoordig wordt in groep 1 en 2 al veel gedaan aan voorbereiding. Sommige leren als kleuter al lezen en schrijven.

Nadere informatie

Slimme en aantrekkelijke software voor taal en spelling

Slimme en aantrekkelijke software voor taal en spelling Slimme en aantrekkelijke software voor taal en spelling Met de software van en Spelling in beeld haalt u meer uit élke leerling! Leerkrachtassistent: digibordsoftware voor optimale voorbereiding en aantrekkelijke

Nadere informatie

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 5: 1 handleiding B2: het algemene gedeelte en blok 7 2 taalboek B2: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 6: 1 handleiding C1: het algemene gedeelte en blok 4 2 taalboek C1: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

uaïjee> 69iim n o o 9"789027"665768

uaïjee> 69iim n o o 9789027665768 aïjee> 69iim n 9"789027"665768 8e druk ISBN 978. 90. 276. 6576.8 Uitgeverij Zwijsen B.V" Tilburg Illustraties: Fleur van der Weel, Els van Egeraat Auteur: Paul Stapel u.f3 c ^ o u o o Veel woorden zijn

Nadere informatie

Inleiding 7. Deel 1 BASISVAARDIGHEDEN SPELLING 9

Inleiding 7. Deel 1 BASISVAARDIGHEDEN SPELLING 9 INHOUD Inleiding 7 Deel 1 BASISVAARDIGHEDEN SPELLING 9 Les 1 Stap voor stap op weg naar minder spellingfouten 11 1.1 Juist spellen is... 11 1.2 Stappenplan goed spellen 13 1.3 Hardnekkige spellingproblemen

Nadere informatie

UITNEEMVEL > Alle taalmethoden in 1 overzicht!

UITNEEMVEL > Alle taalmethoden in 1 overzicht! UITNEEMVEL > Alle taalmethoden in 1 overzicht! Informatie: er is maar één juiste keuze! In onze informatiecentra in Rijssen en Ede vindt u de materialen uit de verschillende methoden, zodat u zich goed

Nadere informatie

kt! 2 Leren lezen en spellen, een aanpak periode in groep 3 en de hogere

kt! 2 Leren lezen en spellen, een aanpak periode in groep 3 en de hogere Leren lezen en spellen, een aanpak kt! 2 In het vorige artikel- Instructie werkt! (r), opgenomen in Praxis~ bulletin, nummer 7 - zijn een " aantal algemene tips beschreven én speciale tips voor de klankzuiuere

Nadere informatie

Informatieavond groep 3/4 september 2014

Informatieavond groep 3/4 september 2014 Informatieavond groep 3/4 september 2014 Welkom Voorstellen juf Marjolein meester Wim Doel van de avond Werkwijze in de klas Dagritme Zelfstandig werken Computer Hulp vragen Taakje in de klas Een aantal

Nadere informatie

Draaiboek voor de begeleiding van leerlingen met DYSORTHOGRAFIE of SPELLINGSproblemen en dyslexie (schrijven)

Draaiboek voor de begeleiding van leerlingen met DYSORTHOGRAFIE of SPELLINGSproblemen en dyslexie (schrijven) Draaiboek voor de begeleiding van leerlingen met DYSORTHOGRAFIE of SPELLINGSproblemen en dyslexie (schrijven) Naam leerling: Klas:.. Wat is het? DYSORTHOGRAFIE Moeizame automatisatie aan de klank-tekenkoppeling.

Nadere informatie

Flitsend Spellen en Lezen 1

Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 is gericht op het geven van ondersteuning bij het leren van Nederlandse woorden, om te beginnen bij de klanklettercombinaties. Doelgroep Flitsend

Nadere informatie

Alles over. Reken zeker. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Reken zeker. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Alles over. Reken zeker. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Reken zeker. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Reken zeker Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Onderwijskundige Verantwoording Spelling & Grammatica

Onderwijskundige Verantwoording Spelling & Grammatica Onderwijskundige Verantwoording Spelling & Grammatica www.gynzy.com Versie: 30-07-2018 Inhoud Inleiding...2 Introductie 2 Structuur...3 Werelden 3 Eilanden 4 Leerdoelen 4 6-fasenmodel 4 Elementen...5 Flitsen

Nadere informatie

Overzicht AmbraSoft: Taalbende, Taal en Rekenen

Overzicht AmbraSoft: Taalbende, Taal en Rekenen Overzicht AmbraSoft: Taalbende, Taal en Rekenen AmbraSoft is een methode-onafhankelijk oefenplatform voor Taal en Rekenen. Voor gebruikers van de taalmethode De Taalbende van uitgeverij Plantyn bevat het

Nadere informatie

Overzicht AmbraSoft: De Taalbende, Taal en Rekenen

Overzicht AmbraSoft: De Taalbende, Taal en Rekenen : De Taalbende, Taal en Rekenen AmbraSoft is een methode-onafhankelijk oefenplatform voor Taal en Rekenen. Voor gebruikers van de taalmethode De Taalbende van uitgeverij Plantyn bevat het platform ook

Nadere informatie

spellingvaardigheid van droom naar daad

spellingvaardigheid van droom naar daad 1 spellingvaardigheid van droom naar daad 2 Het is de vraag Het is (...) de vraag of niet betere instrumenten dan de huidige ontwikkeld moeten en kunnen worden. Frans Daems e.a.: Letters en punten, 2010.

Nadere informatie

proefkatern groep 8 - blok 4

proefkatern groep 8 - blok 4 proefkatern groep 8 - blok In dit katern vind je onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 8: 1. Handleiding 8A: algemene gedeelte en lesbeschrijvingen bij blok 2. Werkboek 8A: introductiepagina

Nadere informatie

Richtlijn Het Activerende Directe Instructie Model

Richtlijn Het Activerende Directe Instructie Model Richtlijn Het Activerende Directe Instructie Model Omschrijving Verwijzing naar Doelgroep Opsteller Intern document die uitleg geeft over het activerende directe instructiemodel. Vaardigheidsmeter Betrokken

Nadere informatie

Van leesplankje naar digitaal leren lezen en spellen

Van leesplankje naar digitaal leren lezen en spellen Van leesplankje naar digitaal leren lezen en spellen Harmen Kooreman Het leesplankje van Hoogeveen begint met de woorden aap, noot, mies. De kinderen leerden lezen door middel van analyse en synthese.

Nadere informatie

Alles over. Taalverhaal.nu. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Taalverhaal.nu. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Taalverhaal.nu Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Alles over. Alles telt. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Alles telt. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Alles telt Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Handleiding Vingerspelling en Letterherkenning.

Handleiding Vingerspelling en Letterherkenning. Handleiding Vingerspelling en Letterherkenning. Inleiding. De module Vingerspelling en Letterherkenning is onderdeel van de methode AAD. Het is de eerste module, speciaal voor degenen die het Nederlands

Nadere informatie

Lesbrief groep 5/6. Beste ouders,

Lesbrief groep 5/6. Beste ouders, Lesbrief groep 5/6 Beste ouders, Het is al weer een tijdje geleden dat we een lesbrief aan jullie hebben gestuurd. Maar met de start op onze prachtige nieuwe school, ook gelijk maar een doorstart met de

Nadere informatie

Mooie woordenmuseum. Beeldende workshop spelling groep 3 Jan & Ko kunsteducatie. EI IJ woorden

Mooie woordenmuseum. Beeldende workshop spelling groep 3 Jan & Ko kunsteducatie. EI IJ woorden Mooie woordenmuseum Beeldende workshop spelling groep 3 Jan & Ko kunsteducatie EI IJ woorden Theoretische verantwoording: Modern taalonderwijs is interactief van aard. 3 uitgangspunten hierbij zijn: Sociaal

Nadere informatie

Tips voor betere spellingresultaten

Tips voor betere spellingresultaten TAALLEESONDERWIJS Tips voor betere spellingresultaten Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze kwaliteits zijn te vinden op www.taalpilots.nl en www.rekenpilots.nl. De rubriek

Nadere informatie

1 De kennisbasis Nederlandse taal

1 De kennisbasis Nederlandse taal Noordhoff Uitgevers bv De kennisbasis Nederlandse taal. De opzet van de kennisbasis. De inhoud van de kennisbasis. Toetsing van de kennisbasis. Hoe gebruik je Basiskennis taalonderwijs? In dit hoofdstuk

Nadere informatie

Online leren lezen - Overzicht van de oefeningen

Online leren lezen - Overzicht van de oefeningen Online leren - Overzicht van oefeningen Cursief = voorbeeld Kern S ik kim sim MKM KM Zoek (sleep) k van kim en -positie letters m (tussen letters uit ze Klik als je i ziet (flitsletters) Zoek /k/ /i/ /m/

Nadere informatie

Blauwe stenen leer je zo

Blauwe stenen leer je zo Handleiding groep 3-8 Blauwe stenen leer je zo Wijzers Jeelo heeft gele wijzers om samen met leerlingen te verkennen hoe je een steen van Jeelo leert. Voor groep 3-4 wijzer 2009 Zo leer je blauwe stenen

Nadere informatie

oefenen met spelling A

oefenen met spelling A oefenen met spelling A Oefenen met spelling A 0 Spellingsproblemen Cd-rom A eenvoudige eenlettergrepige woorden eenvoudige eenlettergrepige woorden woordbegin: sp, sl, st, tr woordeind: twee medeklinkers

Nadere informatie

Hoe leer ik uit... Naam: Klas:

Hoe leer ik uit... Naam: Klas: Hoe leer ik uit... Naam: Klas: 1 Inhoud Woorden... 3 Flashcards... 3 Opschrijven... 3 WRTS... 3 Tekenen... 4 Stones... 5 Flashcards Opschrijven - WRTS... 5 Het thema van de Stone... 5 Stukjes combineren...

Nadere informatie

Basisspelling. Doelgroepen Basisspelling. Omschrijving Basisspelling

Basisspelling. Doelgroepen Basisspelling. Omschrijving Basisspelling Basisspelling Het Muiswerkprogramma Basisspelling bestrijkt de basisregels van de Nederlandse spelling; regels die op de basisschool worden aangeleerd en waarmee in het voortgezet onderwijs nog wordt geoefend.

Nadere informatie

Taal We kunnen nu al echte verhalen schrijven. Daar zien we dan ook echte leuke verhalen van de kinderen.

Taal We kunnen nu al echte verhalen schrijven. Daar zien we dan ook echte leuke verhalen van de kinderen. Vierkantje 4 groep 4 Hallo, De tijd gaat snel, het is alweer voorjaarsvakantie. De komende weken tot de grote vakantie krijgen we nog schoolreis, sportdag etc. kortom voor we het weten zitten we alweer

Nadere informatie

op zoek naar letters

op zoek naar letters voor wie JA zegt tegen actief en inspirerend onderwijs op zoek naar letters de àndere spellingdidactiek Dolf Janson taalkundige basis leerpsychologische principes doorlopende leerstoflijn rolverdeling

Nadere informatie

Arrangementen dagbesteding VSO Oriëntatiefase Verdiepingsfase Integratiefase Leerjaar 1 (de

Arrangementen dagbesteding VSO Oriëntatiefase Verdiepingsfase Integratiefase Leerjaar 1 (de ARRANGEMENTKAART maart 2013 Arbeid schriftelijke taal VSO- AFDELING Standaarden VSO Leeftijd à 13 14 15 16 17 18 19 Gevorderd 25% 10 10 11 11 11 12 12 Voldoende 75% 7 7 8 8 9 9 10 Minimum 90% 3 4 4 4 5

Nadere informatie