Proefkatern Taal in beeld

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Proefkatern Taal in beeld"

Transcriptie

1 Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 4: 1 handleiding A1: het algemene gedeelte en blok 4 2 taalboek A1: de introductiepagina s en blok 4 3 werkboek A1: de introductiepagina s en blok 4 4 kopieerboek: kopieerbladen blok 4 (met de toetstaak, het registratieblad en de eerste vier herhalingstaken). Met dit katern krijgt u zicht op hoe Taal in beeld werkt. De materialen stellen u in staat lessen van blok 4 uit te proberen in uw groep. Blok 4 bestaat uit 8 lessen (vanaf blok 5 zijn dit 12 lessen per blok) die aan het einde van het eerste halfjaar van groep 4 worden aangeboden. Zwijsen geeft u toestemming om voor het uitproberen kopieën te maken uit dit katern. Herhalingstaak 5 (Woordkenner) en 6 (Computerprogramma Woordenschat Taal in beeld) zijn niet bijgevoegd. Woordkenner is een leerspel dat als herhalingstaak op het gebied van woordenschat elk blok terugkomt. Met het Computerprogramma Woordenschat Taal in beeld kunnen leerlingen de doelwoorden uit de lessen herhalen en ermee oefenen. Meer informatie over Woordkenner en het Computerprogramma Woordenschat Taal in beeld vindt u op Heeft u nog vragen, neem dan contact op met Zwijsen Klantenservice: of [email protected]. Wij wensen u en uw leerlingen veel (leer)plezier met Taal in beeld!

2 handleiding A1 1

3 Zwijsen Ben Verschuren Hans van Wessel Ingeborg Hendriks Adriaan Maters Maril Rijks handleiding a1

4 hl inhoud algemene handleiding Aan de slag met Taal in beeld 3 Kenmerken 3 Opbouw methode 3 Activiteiten 5 Differentiatie 5 Toetsing en evaluatie 6 Combinatiegroepen 7 Materialen 7 Leerstof 7 Handleiding online 10 blok 1 omgeving Basislessen 12 Toetstaak 20 Herhalingstaken 22 blok 2 natuur Basislessen 27 Toetstaak 35 Herhalingstaken 37 blok 3 reizen Basislessen 42 Toetstaak 50 Herhalingstaken 52 blok 4 gevoel Basislessen 57 Toetstaak 65 Herhalingstaken 67 Colofon 72-2Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 ltaald

5 hl algemene handleiding Aan de slag met Taal in beeld U gaat werken met Taal in beeld. Deze handleiding helpt u om snel en op een prettige manier met de methode te gaan werken. Daartoe wordt in een beperkt aantal pagina s de belangrijkste informatie gegeven die u nodig hebt. Alle overige gegevens over de methode, waaronder meer uitgebreide onderdelen die horen bij deze handleiding, vindt u op de website Heeft u vragen, opmerkingen of suggesties, dan kunt u hiervoor ook terecht op de website. Hoe meer informatie wij van u krijgen, hoe beter wij in staat zijn om de methode mee te laten groeien met uw wensen en verwachtingen. Invoering Taal in beeld kunt u in één keer in alle groepen invoeren. Het eerste blok van ieder jaarprogramma is een instapblok waarin alle eerder aangeboden leerstof die nodig is voor het komende jaarprogramma, wordt opgefrist. De leerlingen raken dus niet het spoor bijster omdat er ineens termen worden gebruikt of specifieke voorkennis wordt verondersteld die ze nooit eerder aangeboden hebben gekregen. Ook u als leerkracht krijgt tijdens het eerste blok een globaal overzicht van wat aan de orde is geweest in vorige jaargroepen, voorzover het van invloed is op de lessen die u dit leerjaar aan gaat bieden. Mocht u verder nog een gedetailleerde samenvatting willen hebben van de eerder aangeboden leerstof in relatie tot de leerstof in uw jaargroep, dan vindt u op een uitgebreid leerstofoverzicht. Overzicht Taal in beeld bestaat uit vijf gedeelten. Het onderstaande schema geeft aan welk deel bestemd is voor welke jaargroep van het reguliere basisonderwijs. Voor andere typen (basis)scholen kan ervoor gekozen worden om de leerstof op een andere manier te verdelen. Deel Jaargroep A (A1 en A2) 4 B (B1 en B2) 5 C (C1 en C2) 6 D (D1 en D2) 7 E (E1 en E2) 8 De kenmerken van Taal in beeld Taal in beeld heeft drie belangrijke kenmerken. Het pakket is compleet, compact en flexibel. Compleet Taal in beeld is een complete methode: het programma biedt alle leerstof aan die u als school op basis van de kerndoelen geacht wordt aan te bieden. Kerndoelen zijn streefdoelen en geven aan wat een leerling globaal moet kennen en kunnen aan het eind van de basisschool. Ze beschrijven in grote lijnen wat in elk geval aan de orde moet komen op de basisschool. Maar niet alles wat op school gebeurt, is voorgeschreven in kerndoelen. Scholen hebben ook ruimte voor een eigen, specifiek onderwijsaanbod. Bij de ontwikkeling van Taal in beeld is uitdrukkelijk rekeninggehouden met de kerndoelen voor taal, zoals die door de overheid zijn vastgesteld. Een school die werkt met Taal in beeld is er dus van verzekerd dat het onderwijsaanbod van de methode voldoet aan de kerndoelen. Compact Taal in beeld is compleet, maar daarnaast ook compact. Zowel het aantal lessen als het aantal schoolweken dat nodig is om het programma uit te voeren, is beperkt gehouden. Hierdoor zult u als leerkracht geen tijdsdruk ervaren omdat er nog zoveel moet. Voor de leerlingen is er voldoende tijd beschikbaar om de leerstof goed op te kunnen nemen en toe te passen. Verder is ook in de hoeveelheid materialen terug te zien dat de methode compact is. Geen grote hoeveelheid materialen die mogelijk gebruikt kunnen worden, maar een duidelijke keuze voor het noodzakelijke en het wenselijke. Op papier en in de vorm van software. Flexibele organisatievorm Taal in beeld is een flexibele methode. Kinderen verschillen, leerkrachten verschillen, scholen verschillen en omstandigheden verschillen. Taal in beeld houdt rekening met deze verschillen door diverse organisatievormen mogelijk te maken. Zo kunt u interactief met de hele groep aan de slag gaan, maar u kunt de leerlingen ook zelfstandig alle onderdelen van het programma laten uitvoeren. Hierbij kunnen ze individueel werken of samen met andere leerlingen. Doordat de taalactiviteiten geschikt zijn voor een geïndividualiseerde, een samenwerkende en klassikale organisatievorm, hoeft u niet te kiezen tussen interactief taalonderwijs of zelfstandig leren. U kunt met Taal in beeld de kracht van beide vormen combineren. U bepaalt in welke mate u de leerlingen direct begeleidt of meer zelfstandig aan de slag laat gaan. Maar uiteindelijk werken ze wel aan dezelfde leerstof, waardoor de organisatie van de lessen overzichtelijk en uitvoerbaar blijft. De opbouw van de methode Taal in beeld Jaarprogramma Taal in beeld biedt een jaarprogramma voor 34 schoolweken en is opgebouwd uit acht blokken van vier weken. Na de blokken 4 en 8 is er een zogenaamde breekweek: een week waarin geen lessen uit de acht blokken aan de orde komen. De breekweken kunnen gebruikt worden als uitloopweken of als weken om op een andere manier met taal bezig te zijn. -Taal Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 3 in

6 hl algemene handleiding Algemene opbouw van een blok De eerste drie weken van ieder blok bestaan uit de basislessen. Aan het einde van de derde week of in het begin van de vierde week is er een toetstaak. Daarmee wordt vastgesteld welke leerlingen de doelen van het blok bereikt hebben en welke (nog) niet. De kinderen die de doelen bereikt hebben, gaan vervolgens aan de slag met plustaken (verdiepingsstof), waarin ze leerkrachtonafhankelijk hun geleerde kennis, vaardigheden en strategieën toepassen en uitbouwen. De kinderen die de doelen van het blok nog niet bereikt hebben, krijgen in de vierde week eerst herhalingstaken waarin ze de leerstof die ze nog niet beheersen, nogmaals aangeboden krijgen. Extra instructie en begeleide verwerking zijn hierbij de uitgangspunten. De opbouw van deel A1 en A2 Het schema hiernaast biedt een overzicht van de opbouw van het programma van de delen A1 en A2. Deel A1 bestaat uit de eerste vier blokken van het jaarprogramma en bevat acht basislessen per blok. Dit betekent dat er in de eerste drie weken van ieder blok drie taallessen per week zijn, inclusief de toetstaak aan het einde van de derde week. Dit is minder dan bij de volgende delen van de methode. De reden hiervoor is dat veel scholen in het begin van groep 4 nog extra tijd en aandacht willen besteden aan het aanvankelijk lezen. Deel A2 bevat de blokken 5 tot en met 8 van het jaarprogramma. Ieder blok bestaat uit twaalf basislessen, die aangeboden worden in de eerste drie weken van het blok. De vierde week start met de toetstaak, gevolgd door herhalingstaken en plustaken. Thema s De verschillende blokken bevatten voor alle jaargroepen op hetzelfde moment dezelfde thema s. De volgende onderwerpen komen aan bod: Blok Thema 1 Omgeving 2 Natuur 3 Reizen 4 Gevoel 5 Verhalen 6 Samen leven 7 Cultuur 8 Andere tijden De thema s komen overeen met die in methoden als Tussen de regels en Ondersteboven van lezen. Hierdoor bent u gemakkelijk in staat om vakoverstijgend en thematisch te werken. Instapblokken Het eerste blok van ieder leerjaar (met uitzondering van deel A1) start met een instapblok. Hierin komen alle leerstofonderdelen aan bod die eerder aangeboden zijn en relevant zijn voor het nog komende leerjaar. In blok 2 tot en met 7 wordt nieuwe leerstof aangeboden. Blok 8 is een afsluitend blok waarin geen nieuwe leerstof wordt aangeboden. Hierin is alle aandacht gericht op het integreren, herhalen en toepassen van de leerstof die gedurende het jaar is aangeboden. week deel blok weekprogramma dag 1 dag 2 dag 3 dag 4 dag 5 1 A1 blok 1 ws sl s 2 blok 1 ws tb s 3 blok 1 sl tb toets 4 blok 1 h / p h / p h / p 5 blok 2 ws sl s 6 blok 2 ws tb s 7 blok 2 sl tb toets 8 blok 2 h / p h / p h / p 9 blok 3 ws sl s 10 blok 3 ws tb s 11 blok 3 sl tb toets 12 blok 3 h / p h / p h / p 13 blok 4 ws sl s 14 blok 4 ws tb s 15 blok 4 sl tb toets 16 blok 4 h / p h / p h / p 17 breekweek 18 A2 blok 5 ws sl tb s 19 blok 5 ws sl tb s 20 blok 5 ws sl tb s 21 blok 5 toets h / p h / p h / p 22 blok 6 ws sl tb s 23 blok 6 ws sl tb s 24 blok 6 ws sl tb s 25 blok 6 toets h / p h / p h / p 26 blok 7 ws sl tb s 27 blok 7 ws sl tb s 28 blok 7 ws sl tb s 29 blok 7 toets h / p h / p h / p 30 blok 8 ws sl tb s 31 blok 8 ws sl tb s 32 blok 8 ws sl tb s 33 blok 8 toets h / p h / p h / p 34 breekweek ws = woordenschat sl = spreken/luisteren h = herhalingstaken s = schrijven tb = taalbeschouwing p = plustaken jaarplanning deel A1 en A2 4 Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 d Taal-

7 algemene handleiding De activiteiten in Taal in beeld Zelfstandig leren, samenwerkend leren en begeleid leren Taal in beeld maakt verschillende organisatievormen gelijktijdig mogelijk. Alle lessen zijn namelijk zo opgezet dat u als leerkracht kunt bepalen of de leerlingen zelfstandig (individueel of in samenwerking met andere kinderen) of begeleid (klassikaal of in een groepje onder uw leiding) aan de slag gaan. Welke organisatievorm u ook kiest, alle kinderen doorlopen altijd dezelfde opdrachten en gebruiken dezelfde materialen. Dit betekent dat de lessen voor u als leerkracht makkelijk te organiseren zijn. U bepaalt zelf in welke mate er sprake is van mondelinge interactie tijdens de les en u kunt ervoor kiezen die te beperken. Wanneer het bereiken van het lesdoel zonder interactie niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij een aantal lessen spreken/luisteren, dan attendeert de methode u hierop. Alle activiteiten in het taalboek en het werkboek De lessen in Taal in beeld zijn opgebouwd uit vaste onderdelen: de doelstelling, de introductie, de instructie, de verwerking en de evaluatie/reflectie. Deze elementen zijn ook terug te vinden in het leerlingmateriaal: Wat ga je doen?, Op verkenning, Uitleg, Aan de slag en Terugkijken. Mede hierdoor ontstaat de mogelijkheid om de leerlingen op een effectieve en efficiënte manier zelfstandig te laten leren. Niets verplicht u echter om kinderen de les zelfstandig te laten doorlopen. U kunt er ook voor kiezen de les gezamenlijk op een interactieve manier door te werken. De verschillende fasen worden hieronder uitvoeriger toegelicht. De didactische fasering en de route door de les Een les in Taal in beeld bestaat uit een viertal fasen die volgen als de doelstelling is aangegeven. Tezamen vormen die fasen de lesroute die de leerlingen aan de hand van de aanwijzingen in het taalboek en het werkboek zelfstandig (individueel of samenwerkend) of begeleid (klassikaal of in een groepje) kunnen doorlopen. Op verkenning De eerste fase is Op verkenning. Hierin gaan kinderen aan de slag met enkele verkennende opdrachten. De bedoeling is dat ze zich hiermee oriënteren of voorbereiden op het onderwerp van de les, of aan de hand van een probleemstelling tot oplossingen proberen te komen. Uitleg De tweede fase is Uitleg. Dit is het instructiemoment in de les. De uitleg is enerzijds een conclusie vanuit de verkenning en anderzijds de inhoudelijke instructie die nodig is om de volgende fase te kunnen doorlopen. De instructie wordt weergegeven in een geschreven blok, maar afhankelijk van de organisatievorm kan ze ook dienen als basis voor mondelinge uitleg. Aan de slag De derde fase is Aan de slag en bevat de verwerkingsopdrachten, die gedeeltelijk in het werkboek en gedeeltelijk in het taalboek staan. Terugkijken De vierde fase is Terugkijken en heeft tot doel om te reflecteren en te evalueren. De centrale vraag hierbij is dan ook: Wat heb je geleerd? De leerlingen maken een evaluerende opdracht, waarin altijd een verband wordt gelegd met het lesdoel. Afhankelijk van de gekozen organisatievorm kan de evaluatie ook mondeling plaatsvinden. Voor kinderen die eerder klaar zijn, bevat iedere les nog een extra opdracht. Tijdsindicaties Een les in Taal in beeld duurt ongeveer 35 tot 50 minuten. De exacte tijdsduur is afhankelijk van de organisatievorm waarin de les wordt aangeboden. Het is een bekend gegeven dat er bij zelfstandig lerende kinderen een aanzienlijk verschil kan zijn in de tijd die ze nodig hebben om tot een resultaat te komen. Organisatorische problemen zullen zich echter niet voordoen, want de snelle kinderen kunnen aan de slag met de extra opdracht. Wanneer de les met de hele groep wordt doorgewerkt, zal deze ongeveer 45 minuten duren. Vanwege verschillen in de benodigde tijd in relatie tot de organisatievorm, is ervoor gekozen de lesonderdelen zelf niet te voorzien van tijdsindicaties. De differentiatie in Taal in beeld Differentiatie naar begeleidingsbehoeften Taal in beeld biedt een breed scala aan differentiatiemogelijkheden. Bij alle lessen kunt u differentiëren naar intensiteit van de begeleiding die u geeft. Sommige leerlingen of groepen kunt u meer loslaten, terwijl u andere juist veel ondersteuning wilt bieden. Om alle kinderen de begeleiding te geven die ze nodig hebben, kunt u groepen in verschillende organisatievormen laten werken. Met de kinderen die veel ondersteuning nodig hebben, doorloopt u de lesroute samen. Binnen deze organisatievariant, eerder benoemd als begeleid leren, is er veel ruimte voor mondelinge interactie en begeleiding. De leerlingen die hier minder behoefte aan hebben, laat u meer leerkrachtonafhankelijk werken, individueel of samen met andere kinderen. Tempodifferentiatie: extra stof Tijdens de lessen zal het vaak zo zijn dat bepaalde leerlingen eerder klaar zijn dan andere. Dit vraagt om tempodifferentiatie, waarbij er extra werk is voor de snelle leerlingen. Allereerst kunnen zij de extra opdracht maken. Deze staat in het taalboek aan -Taal Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 5 in

8 hl algemene handleiding het einde van iedere les. Mochten zij daarna nog behoefte hebben aan meer stof, dan kunt u hun verdiepingsstof geven in de vorm van plustaken uit Taalmaker, of laten werken met het computerprogramma Woordenschat Taal in beeld. Taalmaker is het gedeelte van Taal in beeld dat extra taaltaken bevat in de vorm van kaarten en werkbladen. Niveaudifferentiatie: plustaken (verdiepingsstof) Wat betreft de verdiepingsstof in de vorm van plustaken heeft u een breed scala aan mogelijkheden. Alle plustaken hebben echter één ding gemeen: het is niet meer van hetzelfde, maar het zijn taalactiviteiten vanuit een andere, meer toepassende invalshoek. Alle plustaken die horen bij Taal in beeld vindt u in het onderdeel Taalmaker. Taalmaker bestaat uit een doos met kaarten en werkbladen. Periodiek zullen de plustaken in Taalmaker aangevuld en vernieuwd worden, waardoor de uitdaging voor de leerlingen groot zal blijven. De plustaken kunnen op drie momenten gebruikt worden. Ten eerste als tempodifferentiatie bij de basislessen. Zijn leerlingen eerder klaar, dan kunnen ze, na de extra opdracht, aan de slag met de plustaken. Ten tweede als leerstof voor op de vijfde dag van de week, wanneer er geen basisprogramma is. Wilt u kinderen die dag toch taalopdrachten laten uitvoeren, dan kunnen ze aan de slag gaan met de plustaken. Ten derde als leerstof voor in week 4, na de toets. In eerste instantie geldt dit voor kinderen die geen behoefte hebben aan herhalingstaken. Meer informatie over de plustaken uit Taalmaker vindt u bij De materialen van Taal in beeld. Niveaudifferentiatie op het gebied van woordenschat kunt u realiseren door kinderen te laten werken met het computerprogramma Woordenschat Taal in beeld. Daarin krijgen ze eerst de woorden uit de basislessen aangeboden. Deze worden uitgelegd, geoefend en getoetst. Kennen ze deze woorden, dan biedt het programma extra woorden aan. Deze zijn onderdeel van de verdiepingsstof. Niveaudifferentiatie: herhalingstaken Aan het einde van de derde week of in de vierde week van ieder blok maken de leerlingen een toetstaak. Deze is bedoeld om vast te stellen of ze de doelen van het blok bereikt hebben. Als dit niet het geval is, krijgen ze de vierde week herhalingstaken bij de onderdelen die ze nog niet beheersen. De herhalingstaken worden bij ieder blok beschreven in de handleiding. De leerlingen kunnen ze in principe zelfstandig maken, maar geadviseerd wordt om hen hierbij te begeleiden. Toetsing en evaluatie in Taal in beeld Er bestaan verschillende manieren om de resultaten van de leerlingen te evalueren. Het gaat hierbij om evaluatie op korte, middellange en lange termijn. Korte termijn Evaluatie op korte termijn is gericht op het vaststellen of de lesdoelen wel of niet bereikt zijn. Dit gebeurt op twee manieren. Ten eerste door de leerlingen zelf, via de reflectieopdracht in de fase Terugkijken van de basislessen. Hierbij stellen ze zelf vast wat ze geleerd hebben tijdens de les. Een tweede manier om na te gaan of de doelen bereikt zijn, is door gebruik te maken van de observatiepunten in de handleiding. Deze zijn terug te vinden bij een aantal basislessen. Middellange termijn Evaluatie op middellange termijn is bedoeld om vast te stellen of de leerlingen de doelen van het blok bereikt hebben. Aan het einde van de derde of aan het begin van de vierde week van elk blok is er een toetstaak die bestaat uit een aantal toetsopdrachten. Deze opdrachten zijn gericht op verschillende taaldomeinen. Taalbeschouwing en woordenschat worden na ieder blok getoetst. Schrijven en spreken/luisteren worden daar regelmatig aan toegevoegd. Taal in beeld bevat registratiebladen waarop de toetsresultaten van de leerlingen vastgelegd kunnen worden. Tevens vindt u op deze bladen de adviesnorm bij de verschillende toetsopdrachten. Op basis van de score krijgt u ook een advies over de gewenste vervolgactiviteiten. Zo kunt u direct zien of de leerling herhalingstaken moet gaan uitvoeren en welke dat zijn, of dat hij plustaken kan gaan maken. In het laatste geval vindt u een verwijzing naar Taalmaker, het onderdeel van de methode waarin de plustaken zijn verzameld. De registratiebladen vindt u in de kopieerboek. Evaluatie op lange termijn Taal in beeld legt het accent op methodegebonden toetsen, waarmee uitspraken worden gedaan over de mate waarin leerlingen de doelen van de methode bereiken. Evaluatie op lange termijn staat meer in het teken van het taalniveau van een leerling in het algemeen of in vergelijking met zijn leeftijdsgenoten. Hiervoor zijn toetsen nodig die voldoende betrouwbaar en gevalideerd zijn om een antwoord te geven op deze vraag. Dit overstijgt de mogelijkheden van de toetsing in een taalmethode. Wanneer u behoefte heeft aan een dergelijke evaluatie, dan adviseren we u gebruik te maken van toetsen die speciaal voor dit doel gemaakt zijn. Onder andere de Cito-groep in Arnhem brengt in het kader van haar leerlingvolg systeem een aantal geschikte toetsen op de markt. 6 Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 d Taal-

9 algemene handleiding Taal in beeld in combinatiegroepen Individueel of samen zelfstandig leren Taal in beeld is een methode met veel mogelijkheden om zelfstandig te leren. Alleen in situaties waarin de lesdoelen niet bereikt kunnen worden zonder interactie, zoals bijvoorbeeld bij een aantal lessen spreken/luisteren het geval is, adviseert de methode u bepaalde opdrachten op basis van samenwerkend leren (of klassikaal) te doen. Door de ruime mogelijkheden voor zelfstandig leren (individueel of samenwerkend), is Taal in beeld uitermate geschikt voor het gebruik in combinatiegroepen of stamgroepen. De leerlingen kunnen leerkrachtonafhankelijk aan de opdrachten gaan werken en u kunt bepalen welke kinderen u op welk moment intensiever begeleidt. Op deze manier wordt voorkomen dat u het gevoel krijgt eigenlijk op meerdere plekken tegelijkertijd te moeten zijn. Doordat de lessen in Taal in beeld ook geschreven zijn voor zelfstandig leren, is dit niet meer het geval. Ook kinderen die zelfstandig aan het werk gaan, worden attent gemaakt op de doelstelling van de les, oriënteren zich op de lesstof, krijgen uitleg in de vorm van beschreven tekstblokken, maken de verwerkingsopdrachten en reflecteren op wat ze geleerd hebben. Doordat zij zich volledig zelf kunnen redden, kunt u zich meer richten op die kinderen die uw hulp het hardst nodig hebben, onafhankelijk van de jaargroep waarin ze zitten. Lessen omwisselen in het weekprogramma Mocht er echter toch een situatie ontstaan waarin u twee jaargroepen tegelijkertijd begeleiding wilt geven, bijvoorbeeld omdat beide groepen op hetzelfde moment een interactieve les spreken/ luisteren op het programma hebben staan, dan is het geen enkel probleem om lessen in het weekprogramma om te wisselen. Door een van de jaargroepen met een schrijfles aan de slag te laten gaan terwijl u zelf met de andere jaargroep de les spreken/luisteren doet, hebt u het probleem opgelost. Het weekprogramma kent geen gedwongen volgorde in de lessen. De materialen van Taal in beeld Het materialenoverzicht Het A1-gedeelte van Taal in beeld bestaat uit de volgende materialen. - Een taalboek A1, waarin de basislessen staan uitgewerkt. - Een werkboek A1, waarin een gedeelte van de opdrachten is uitgewerkt. - Een antwoordenboek A1, waarin de antwoorden op de opdrachten (uit taal- en werkboek) zijn te vinden. - Een handleiding A1, waarin het volledige lesprogramma voor de leerkracht is beschreven. Hierbij vindt u ook de activiteitenbeschrijvingen die horen bij de toets- en herhalingstaken. - Een kopieerboek A, waarin alle kopieerbladen opgenomen zijn. Het gaat hierbij om bladen die horen bij de lessen, de toetstaak (inclusief registratiebladen) en de herhalingstaken. - Woordkenner A, een herhalingstaak op het gebied van woordenschat, die ieder blok terugkomt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van bladen en een spelbord dat de activiteit ondersteunt. - Computerprogramma Woordenschat Taal in beeld A. Met dit programma kunnen kinderen de doelwoorden uit de lessen herhalen en ermee oefenen. Naar dit gedeelte van het programma wordt verwezen bij de basislessen en de herhalingstaken van ieder blok. Naast de doelwoorden uit de basislessen bevat het programma een groot aantal nieuwe doelwoorden. Dit gedeelte van het programma kan ingezet worden als plustaak. - Taalmaker A, waarin plustaken zijn ondergebracht. Het bestaat uit een doos met kaarten en werkbladen. Wat wordt wanneer gebruikt? Een blok in Taal in beeld bestaat uit vier lesweken. Tijdens de eerste drie weken worden de basislessen aangeboden. Deze staan in het taalboek en het werkboek en worden toegelicht in de handleiding. Op de vijfde dag van iedere week is geen basisstof gepland. U kunt ervoor kiezen op deze dag geen taalles op het rooster te zetten, maar het is ook mogelijk om deze dag als uitloopmogelijkheid te gebruiken. Een derde optie is op die dag geen basisstof aan te bieden, maar de leerlingen te laten werken aan de plustaken. Aan het einde van week 3 of begin week 4 is er een toetstaak. De kinderen die onvoldoende scoren op (onderdelen van) de toets gaan vervolgens de bijbehorende herhalingstaken doen. In de handleiding en op het registratieblad (te vinden in de kopieerboek), wordt op basis van de score aangegeven welke herhalingstaken aan bod kunnen komen. De overige kinderen kunnen aan de slag gaan met de plustaken uit Taalmaker of met het computerprogramma Woordenschat Taal in beeld. Zowel de herhalings- als de plustaken worden per blok toegelicht in de handleiding. De laatste dag van week 4 zijn er geen herhalingstaken. Alle kinderen kunnen dan eventueel aan de slag met de plustaken uit Taalmaker of met het computerprogramma Woordenschat Taal in beeld. Het schema op de volgende pagina biedt een overzicht van de activiteiten per blok en de te gebruiken materialen. De leerstof in Taal in beeld Vier taaldomeinen Taal in beeld besteedt in elk leerjaar ruime aandacht aan de taaldomeinen woordenschat, spreken/luisteren, schrijven (stellen) en taalbeschouwing. Hiermee voldoet de methode ruimschoots aan alle kerndoelen voor het basisonderwijs en de tussendoelen beginnende en gevorderde geletterdheid. Voor het spellingonderwijs is er een bijbehorende uitgave beschikbaar onder de naam Spelling in beeld. Deze methode vormt een com- -Taal Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 7 in

10 hl algemene handleiding Week 1, 2 en 3 Week 4 Basisstof Lessen (taalboek en werkboek) Toetstaak (kopieerboek) Herhalingstaken Geen - Herhalingstaken (kopieerboek) - Computerprogramma Woordenschat Taal in beeld Plustaken - Taalmaker - Computerprogramma Woordenschat Taal in beeld - Taalmaker - Computerprogramma Woordenschat Taal in beeld plete spellingleergang die werkt volgens dezelfde principes als Taal in beeld. Tevens is er op tal van punten sprake van een afstemming tussen beide methodes. Meer informatie hierover vindt u op onze website, De leerstof van Taal in beeld is sterk gericht op het leren gebruiken van taalstrategieën. De leerlingen leren niet alleen hoe ze taal moeten gebruiken en welke mogelijkheden die biedt, maar ook welke taalvaardigheden hen daarbij kunnen helpen. Hierbij gaat het om taalvaardigheden voor, tijdens en na het communiceren. Ze leren om, afhankelijk van de situatie waarin ze zich bevinden, een adequate keuze te maken uit de taalvaardigheden die ze beheersen. Het kunnen bepalen welke vaardigheden nodig zijn en deze vervolgens op een juiste manier toepassen, vormt de kern van de taalstrategieën die de leerlingen zich met Taal in beeld eigen maken. Daardoor ontwikkelen ze taalcompetenties die hen in staat stellen om actief en bewust om te gaan en te communiceren met de taal. Hieronder zal in grote lijnen per taaldomein aangegeven worden welke leerstof in Taal in beeld aan de orde komt en hoe deze is opgebouwd. Een meer gedetailleerd overzicht van de leerlijnen vindt u op onze website, Woordenschat Het leerstofaanbod op het gebied van woordenschat is gericht op twee zaken: de beheersing van woordenschatstrategieën en -vaardigheden en de kennis van doelwoorden. De woordenschatstrategieën en -vaardigheden In Taal in beeld komen twee soorten woordenschatstrategieën aan de orde: één om de betekenis van woorden te kunnen achterhalen en één om de woordbetekenis beter te kunnen onthouden. Kortom, een woordleerstrategie en een woordonthoudstrategie. De leerlingen beheersen de strategieën als ze uit de bijbehorende taalvaardigheden een adequate keuze kunnen maken en deze op de juiste manier kunnen toepassen. Hierbij gaat het enerzijds om woordleervaardigheden en anderzijds om woordonthoudvaardigheden. Deze komen elk leerjaar op hetzelfde moment terug. De volgende vaardigheden komen in Taal in beeld aan bod. Woordleervaardigheden - de woordbetekenis afleiden uit beeld - de woordbetekenis afleiden uit de tekst (of context) - de woordbetekenis afleiden door woordanalyse - de woordbetekenis opzoeken - de woordbetekenis navragen Woordonthoudvaardigheden - de woordbetekenis onthouden door te associëren (bijvoorbeeld een woordweb maken) - de woordbetekenis onthouden door woorden te groeperen (bijvoorbeeld een woordkast maken) - de woordbetekenis onthouden door woorden te ordenen (bijvoorbeeld een woordparaplu maken) - de woordbetekenis onthouden door woorden toe te passen (bijvoorbeeld door tekenen, schrijven of woordspellen maken) De doelwoorden In de woordenschatlessen in het taalboek en het werkboek ligt het accent op het leren van woordenschatstrategieën en -vaardigheden. Deze worden aangeboden in de verschillende lesfasen (Op verkenning, Uitleg, Aan de slag, Terugkijken). In het verlengde hiervan komen uiteraard ook doelwoorden aan bod in de lessen. Er is voor gekozen om tijdens de basislessen beperkt uitleg te geven over de betekenis van de doelwoorden. Het is een bekend gegeven dat de verschillen tussen kinderen wat betreft hun vocabulaire groot zijn. Alle leerlingen uitgebreid uitleg geven over woordbetekenissen is daarom in veel situaties ongewenst. Een dergelijke uitleg vindt dan ook pas plaats na de toets in de herhalingstaken, waardoor u als leerkracht zich kunt richten op de kinderen die bij de toets onvoldoende woorden kenden. Een van de herhalingstaken is het computerprogramma Woordenschat Taal in beeld. Hierin ligt het accent volledig op kennis van de doelwoorden. De wijze van aanbieden is gebaseerd op het bekende vierfasenmodel: introductie, semantisering (betekenis aanbrengen), consolideren (veelzijdig inoefenen) en evalueren. Wanneer de leerlingen gaan werken met het computerprogramma, krijgen ze in eerste instantie de woorden aangeboden die ook in het taal- en werkboek aan de orde zijn geweest. Als ze die beheersen, krijgen ze 8 Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 d Taal-

11 algemene handleiding nog een groot aantal nieuwe doelwoorden aangeboden. Het totaal aantal doelwoorden dat per blok aangeboden wordt, bedraagt 80. Meer informatie over het computerprogramma Woordenschat Taal in beeld vindt u in de handleiding die hoort bij dit softwarepakket. De doelwoorden die aangeboden worden vallen uiteen in drie categorieën: - algemene dagelijkse woorden; - schooltaalwoorden; - woorden nodig bij het reflecteren op taal. Spreken/luisteren De leerstof in het taaldomein spreken/luisteren is erop gericht de leerlingen adequate strategieën aan te leren om effectief te spreken en te luisteren. Hierbij maakt Taal in beeld onderscheid tussen spreken, luisteren en gesprek voeren. Spreken en luisteren worden aangeboden bij wijze van eenrichtingsverkeer, waarbij zowel voor de spreker als de luisteraar specifieke strategieën aan bod komen. Bij het gesprek gaat het om de gezamenlijke uitwisseling van gedachten over eenzelfde onderwerp. Om de leerlingen spreek-, luister- en gespreksstrategieën aan te leren, komen in Taal in beeld de volgende vaardigheden aan de orde: - communicatiedoel bepalen; - voorkennis activeren (bijvoorbeeld met behulp van een woordweb); - onderzoek doen; - aantekeningen maken; - argumenten gebruiken; - informatie gestructureerd weergeven (bijvoorbeeld door het gebruik van relatieschema s); - beeldmateriaal gebruiken; - tekstsoort en doelgroep bepalen; - onderwerp en hoofdgedachte bepalen; - tussentijds informatie vragen; - letten op houding en lichaamstaal; - letten op stemgebruik en woordkeuze; - verhaalsoort en verhaalverloop bepalen; - teksten presenteren en voordragen; - gesprekstechnieken hanteren; - gespreksdoelen bepalen; - juist gebruiken van moeilijke woorden, verwijswoorden en verbindingswoorden; - informatie verwerven uit gesproken taal; - informatie (kritisch) beoordelen; - eigen spreek- en luistergedrag evalueren en bijsturen. Wanneer de leerlingen deze vaardigheden beheersen en in staat zijn om ze op het juiste moment te gebruiken, beschikken ze over adequate spreek-, luister- en gespreksstrategieën. Ze ontwikkelen zich op deze manier tot competente sprekers, luisteraars en gesprekspartners. Schrijven In het taaldomein schrijven leren kinderen een adequate schrijfstrategie te hanteren. Hiertoe worden de volgende vaardigheden geleerd: - communicatiedoel bepalen; - voorkennis activeren (bijvoorbeeld met behulp van een woordweb); - onderzoek doen; - informatie ordenen (bijvoorbeeld in feiten en meningen); - passende woord/beeldrelatie bepalen; - tekstsoort en doelgroep bepalen; - verhaalsoort en verhaalverloop bepalen; - onderwerp en hoofdgedachte bepalen; - schrijftechnieken hanteren; - grammaticaal juist gebruiken van moeilijke woorden, verwijswoorden en verbindingswoorden; - tekst verzorgen; - eigen schrijfgedrag evalueren en bijsturen. Als de leerlingen deze vaardigheden op het juiste moment en op de juiste wijze kunnen toepassen, beschikken ze over een adequate schrijfstrategie. Dit maakt hen tot competente schrijvers. Taalbeschouwing Het onderdeel taalbeschouwing bestaat in Taal in beeld uit drie onderdelen: woordbouw, zinsbouw en taalgebruik. Woordbouw Bij woordbouw leren de leerlingen alle belangrijke zaken die te maken hebben met de functie, de bouw en de betekenis van woorden. De leerstofonderdelen worden op een kindvriendelijke wijze aangeboden door ze te groeperen rondom het zelfstandig naamwoord en het werkwoord. Bij het zelfstandig naamwoord komen onder andere zaken aan bod als: - lidwoorden; - samenstellingen; - meervoudsvorming; - verkleinwoorden; - voornaamwoorden; - bijvoeglijke naamwoorden; - voor- en achtervoegsels. Bij het werkwoord gaat het onder andere over: - vervoegingen; - tegenwoordige tijd; - verleden tijd; -Taal Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 9 in

12 hl algemene handleiding - hulpwerkwoorden; - koppelwerkwoorden. Zinsbouw Bij zinsbouw leren kinderen alle zaken die belangrijk zijn als het gaat om de functie, de opbouw en betekenis van zinnen. Hierbij komen onder andere de volgende leerstofonderdelen aan de orde: - zinstypen; - samengestelde zinnen; - zinsdelen en interpunctie. Taalgebruik Bij taalgebruik leren de leerlingen allerlei zaken die te maken hebben met de bouw van teksten en het gebruik van taal. Hierbij komen onder andere de volgende taalgebruiksvarianten aan de orde: - bondig en uitvoerig taalgebruik; - beleefde en onbeleefde taal; - formeel en informeel taalgebruik; - creatief en zakelijk taalgebruik; - letterlijk en figuurlijk taalgebruik (inclusief spreekwoorden en gezegden); - ouderwets en modern taalgebruik; - beeldspraak. Daarnaast is er ook ruimschoots aandacht voor onderwerpen die te maken hebben met de wisselwerking tussen taal en media. Voorbeelden hiervan zijn: - tekst en opmaak; - tekst en internet; - beeldgebruik bij teksten; - beeldtaal. Een meer gedetailleerde leerstofopbouw van alle taalonder delen die in Taal in beeld aan bod komen, vindt u op de website Handleiding online Deze handleiding is bedoeld om u zo effectief en prettig mogelijk met Taal in beeld te laten werken. Om deze reden is er ook voor gekozen om dit algemene gedeelte van de handleiding zo compact mogelijk te houden. Mocht u behoefte hebben aan meer of meer gedetailleerde informatie over Taal in beeld, dan kunt u hiervoor terecht op de website Hier vindt u het onlinegedeelte van de handleiding met alle aanvullende informatie die u zoekt. 10 Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 d Taal-

13 hl blok 4 gevoel les 1 woordenschat Doelen De leerlingen leren dat je woorden kunt leren/ onthouden door ze aan elkaar te relateren. Bijvoorbeeld met een woordweb of woordrij. De leerlingen leren tien nieuwe woorden. Doelwoorden droevig, eenzaam, naar (akelig), snikken, somber, treurig, troosten, verdrietig, het verdriet, het verlangen Materialen/lesstof basisstof t a1, pagina 54 en 55 w a1, pagina 50 en 51 a a1, pagina 50 en 51 s extra stof (differentiatie) extra opdracht taalboek computerprogramma Woordenschat Taal in beeld Taalmaker plustaken Tips Lesactiviteiten Op verkenning De leerlingen lezen een verhaal over Wouter die heimwee heeft. Daarna maken ze een woordweb van het woord eenzaam. Vervolgens kiezen ze een woord, zoeken daar andere woorden bij en maken daarmee een woordrij. Uitleg De leerlingen krijgen uitleg over woorden die bij elkaar horen. Die kun je bij elkaar zetten in een woordweb of woordrij. Aan de slag De leerlingen maken verschillende oefeningen met woordwebben en woordrijen. Bij een woord kiezen ze woorden die daarmee te maken hebben. Die woorden schrijven ze op in een woordweb of woordrij. Terugkijken Ter evaluatie kiezen de leerlingen twee woorden die bij elkaar horen. Daar maken ze zinnen mee. Sommige leerlingen kunnen nog moeite hebben met de doelwoorden van deze les. Met het bijbehorende computerprogramma Woordenschat Taal in beeld kunnen ze deze nog extra oefenen. Gebruik momenten tussendoor om de doelwoorden te herhalen. Een eenmalige aanbieding tijdens de les is voor veel leerlingen namelijk onvoldoende om zich de woorden eigen te maken. Als u meer doelwoorden aan wilt bieden bij dit thema dan kunt u dit doen door gebruik te maken van het bijbehorende computerprogramma Woordenschat Taal in beeld. Laat de leerlingen tussendoor ook een woordweb of een woordrij maken rond begrippen die in andere lessen aan de orde komen. Organisatie en differentiatie Individueel leren Bij deze organisatievorm werken kinderen zelfstandig de opdrachten door. Wanneer u hiervoor kiest, dan dient u rekening te houden met de volgende zaken. Het is goed om de leerlingen er tijdens de les op te wijzen dat ze bij opdracht 2 even naar les 2 van blok 2 kunnen kijken. Daar hebben ze geleerd wat een woordweb is en hoe ze dat moeten maken. Het is goed om tussentijds na te gaan of de leerlingen begrijpen wat een woordrij is: een reeks woorden achter elkaar. Samenwerkend leren Bij deze organisatievorm werken de leerlingen samen de opdrachten door. In dit geval is er de volgende aanvullende mogelijkheid. Bij opdracht 6 kunnen de leerlingen samen woorden zoeken die bij de gekozen woorden horen. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje de opdrachten door. Als u hiervoor kiest, dan zijn er bij verschillende lesonderdelen aanvullende mogelijkheden. U kunt de onderdelen Op verkenning en Terugkijken uitsluitend mondeling doen. Dit beperkt het schrijfwerk voor de leerlingen. Bij opdracht 2 en 3 kunt u de leerlingen op het bord een woordweb en een woordrij laten maken. Bij opdracht 5 laat u enkele leerlingen hun verlangens noemen en voorlezen. Uiteraard heeft u de mogelijkheid om de les gedifferentieerd aan te bieden, waarbij u bepaalde leerlingen intensiever begeleidt en andere meer individueel of samenwerkend aan de slag laat gaan. Aantekeningen -Taal Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 57 in

14 hl blok 4 gevoel les 2 spreken/luisteren Lesactiviteiten Doelen De leerlingen leren dat ze kunnen zien en/of horen hoe iemand zich voelt. Materialen/lesstof basisstof t a1, pagina 56 en 57 w a1, pagina 52 en 53 a a1, pagina 52 en 53 s extra stof (differentiatie) extra opdracht taalboek Taalmaker plustaken Tips Op verkenning De leerlingen kijken naar wat kinderen op twee plaatjes doen en hoe ze zich voelen. Ze geven aan waarvan ze dat gevoel kunnen afleiden. In een tekening laten de leerlingen zien hoe ze zich op dit moment zelf voelen. Uitleg Aan de hand van drie voorbeelden krijgen de leerlingen uitleg over het feit dat je vaak aan iemand kunt zien hoe hij zich voelt of wat hij wil zeggen. Aan de slag De leerlingen maken verschillende opdrachten die gericht zijn op lichaamstaal. Ze gaan na wat iemand bedoelt en waaraan ze dat kunnen zien. Ze drukken zelf enkele gemoedstoestanden uit met lichaamstaal. Bovendien spelen ze dat ze ruzie hebben, zonder woorden te gebruiken. Terugkijken Ter evaluatie geven de leerlingen antwoord op de vraag of ze kunnen zien hoe iemand zich voelt en de vraag of ze zelf kunnen laten zien hoe ze zich voelen. Laat de leerlingen de komende week gebruikmaken van lichaamstaal. Doe dat door regelmatig te vragen: kun je laten zien wat je vindt, hoe je je voelt, wat je wilt, wat er aan de hand is, enzovoort. Sprekershoek Let de komende week speciaal op de lichaamstaal van de leerlingen. Organisatie en differentiatie Individueel leren Bij deze organisatievorm werken kinderen zelfstandig de opdrachten door. Wanneer u hiervoor kiest, dan dient u rekening te houden met het volgende. Omdat in deze les spreken en luisteren centraal staan, zijn opdracht 2, 3, 6, 7 en 9 moeilijk individueel uit te voeren. Het ligt voor de hand om deze opdrachten in tweetallen te doen. Samenwerkend leren Bij deze organisatievorm werken de leerlingen samen de opdrachten door. Bij opdracht 2, 3, 6, 7 en 9 verdient dit zelfs de voorkeur. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje de opdrachten door. Als u hiervoor kiest, dan zijn er bij verschillende lesonderdelen aanvullende mogelijkheden. U kunt de onderdelen Op verkenning en Terugkijken uitsluitend mondeling doen. Bij Uitleg kunt u de leerlingen een raadspel laten spelen: een leerling laat een vrolijk, verdrietig of boos gezicht zien. De andere leerlingen raden hoe hij zich voelt. Bij opdracht 7 kunt u verschillende leerlingen voor de klas laten spelen. Uiteraard heeft u de mogelijkheid om de les gedifferentieerd aan te bieden, waarbij u bepaalde leerlingen intensiever begeleidt en andere meer individueel of samenwerkend aan de slag laat gaan. Aantekeningen 58 Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 d Taal-

15 hl blok 4 gevoel les 3 schrijven Doelen De leerlingen leren wat een verhaaltekst is. De leerlingen leren wat een weettekst is. Materialen/lesstof basisstof t a1, pagina 58 en 59 w a1, pagina 54 en 55 a a1, pagina 54 en 55 s extra stof (differentiatie) extra opdracht taalboek Taalmaker plustaken Lesactiviteiten Op verkenning De leerlingen volgen een jongetje dat een tekst wil schrijven. Ze ontdekken dat de twee teksten waaraan hij is begonnen weliswaar over hetzelfde onderwerp gaan, maar ieder een heel ander karakter hebben. De gebeurtenissen in de ene tekst zijn echt gebeurd, terwijl die in de andere tekst verzonnen zijn. Uitleg De leerlingen krijgen uitleg over twee tekstsoorten. Ze leren wat het verschil is tussen een verhaaltekst en een weettekst. Een verhaaltekst is verzonnen, een weettekst gaat over waargebeurde dingen. Aan de slag De leerlingen maken verschillende oefeningen rondom verhaal- en weetteksten. Ze bepalen van drie teksten in het werkboek of het weet- of verhaalteksten zijn. Daarna krijgen ze het begin van een verhaaltekst voorgelegd. Ze moeten dat afmaken en voorzien van een tekening. Vervolgens lezen de leerlingen een weettekst over lachen. Ze bedenken er zelf een zin bij en maken er een tekening bij. Tot slot schrijven ze een verhaal aan de hand van een tekening. Terugkijken Ter evaluatie kiezen de leerlingen uit twee zinnen over weet- en verhaalteksten de zin die waar is. Organisatie en differentiatie Individueel leren Bij deze organisatievorm werken kinderen zelfstandig de opdrachten door. Wanneer u hiervoor kiest, dan dient u rekening te houden met het volgende. Bij opdracht 3 hoeven de leerlingen de termen verhaaltekst en weettekst nog niet te gebruiken. Die komen pas bij Uitleg aan de orde. Samenwerkend leren Bij deze organisatievorm werken de leerlingen samen de opdrachten door. In dit geval is er de volgende aanvullende mogelijkheid. Bij opdracht 5 kunnen de leerlingen afspreken dat de één een happy end bedenkt, terwijl de ander een minder goede afloop voor het verhaal bedenkt. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje de opdrachten door. Als u hiervoor kiest, dan zijn er bij verschillende lesonderdelen aanvullende mogelijkheden. U kunt de onderdelen Op verkenning en Terugkijken mondeling doen. Dit beperkt het schrijfwerk voor de leerlingen. Bij opdracht 1 tot en met 3 staat u uitgebreid stil bij de verschillende teksten die Tim schrijft en bij de vraag waarom het schrijven van de ene tekst zoveel eenvoudiger lijkt dan het schrijven van de andere. Bij opdracht 5 kunt u met de leerlingen een happy end en een minder goede afloop verzinnen. Uiteraard heeft u de mogelijkheid om de les gedifferentieerd aan te bieden, waarbij u bepaalde leerlingen intensiever begeleidt en andere meer individueel of samenwerkend aan de slag laat gaan. Aantekeningen -Taal Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 59 in

16 hl blok 4 gevoel les 4 woordenschat Doelen De leerlingen leren wat een woordkaart is. De leerlingen leren tien nieuwe woorden. Doelwoorden angstig genieten haten jaloers de kwaadheid schateren trots verwaand de woede woedend Materialen/lesstof basisstof t a1, pagina 60 en 61 w a1, pagina 56 en 57 a a1, pagina 56 en 57 s extra stof (differentiatie) extra opdracht taalboek computerprogramma Woordenschat Taal in beeld Taalmaker plustaken Tips Lesactiviteiten Op verkenning De leerlingen lezen het verhaal over Wouter en Grombol en kijken wat voor kaart Wouter maakt. De leerlingen maken een woordkaart over thuis. Als voorbeeld gebruiken ze Wouters kaart: bovenaan staat het woord thuis, daaronder woorden die erbij horen, daaronder een zin met thuis en daarnaast onder een tekening over thuis. Uitleg De kinderen krijgen uitleg over woordkaarten. Daarop staan woorden die bij het thema woord horen, een zin met het themawoord en een tekening over het themawoord. Aan de slag De leerlingen maken verschillende opdrachten over woordkaarten. In opdracht 3 en 4 koppelen ze themawoorden aan zinnen. In opdracht 5 en 6 maken ze een woordkaart. Terugkijken Ter evaluatie kiezen de leerlingen een woord en maken daar een woordkaart van. Sommige leerlingen kunnen nog moeite hebben met de doelwoorden van deze les. Met het bijbehorende computerprogramma Woordenschat Taal in beeld kunnen ze deze nog extra oefenen. Gebruik momenten tussendoor om de doelwoorden te herhalen. Een eenmalige aanbieding tijdens de les is voor veel leerlingen namelijk onvoldoende om zich de woorden eigen te maken. Als u meer doelwoorden aan wilt bieden bij dit thema dan kunt u dit doen door gebruik te maken van het bijbehorende computerprogramma Woordenschat Taal in beeld. Laat de leerlingen in andere lessen woordkaarten maken van moeilijke begrippen. Organisatie en differentiatie Individueel leren Bij deze organisatievorm werken kinderen zelfstandig de opdrachten door. Wanneer u hiervoor kiest, dan dient u rekening te houden met het volgende. Het is goed om tussentijds na te gaan of de leerlingen begrijpen wat een woordkaart is. Wijs hen eventueel op de voorbeelden in het taalboek. Samenwerkend leren Bij deze organisatievorm werken de leerlingen samen de opdrachten door. In dit geval zijn er de volgende aanvullende mogelijkheden. Bij Uitleg kunnen de leerlingen samen de voorbeeldwoordkaart uitbreiden. Laat ze nog meer woorden bedenken en daarmee zinnen maken. Bij opdracht 6 kunnen de leerlingen samen een woordkaart maken. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje de opdrachten door. Als u hiervoor kiest, dan zijn er bij verschillende lesonderdelen aanvullende mogelijkheden. U kunt de onderdelen Op verkenning en Terugkijken uitsluitend mondeling doen. Dit beperkt het schrijfwerk voor de leerlingen. Bij Uitleg kunt u de leerlingen woordkaarten laten maken voor in de klas, eventueel ter uitbreiding van de kaartjes en de tekeningen die ze in blok 1 en 2 hebben gemaakt. Bij opdracht 3 laat u enkele leerlingen voorbeelden geven van trots, jaloers, verwaand en haten. Bij opdracht 7 kunt u samen met de leerlingen een woordkaart op het bord maken. Uiteraard heeft u de mogelijkheid om de les gedifferentieerd aan te bieden, waarbij u bepaalde leerlingen intensiever begeleidt en andere meer individueel of samenwerkend aan de slag laat gaan. Aantekeningen 60 Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 d Taal-

17 hl blok 4 gevoel les 5 taalbeschouwing Lesactiviteiten Doelen De leerlingen leren dat een zin uit woorden bestaat. De leerlingen leren dat je korte en lange zinnen kunt maken. Materialen/lesstof basisstof t a1, pagina 62 en 63 w a1, pagina 58 en 59 a a1, pagina 58 en 59 s extra stof (differentiatie) extra opdracht taalboek Taalmaker plustaken Tips Op verkenning Bij opdracht 1, 2 en 3 zien de leerlingen dat je beter een zin dan een woord kunt gebruiken als je duidelijk wilt maken wat je bedoelt. Bij opdracht 4 zien ze dat zinnen kort of lang kunnen zijn. Lange zinnen bevatten meer informatie. Uitleg De leerlingen krijgen uitleg over de functie van zinnen. Met zinnen kun je beter duidelijk maken wat je bedoelt dan met losse woorden. Aan de slag De leerlingen maken verschillende opdrachten met zinnen. Bij opdracht 5 is er bij een plaatje telkens één woord gegeven. De leerlingen maken hier zinnen mee. Bij opdracht 6 zien de leerlingen in een voorbeeld dat langere zinnen meer informatie bevatten. Op dezelfde manier als in het voorbeeld breiden ze zelf twee zinnen uit. Bij opdracht 7 maken ze zinnen waarin ze een onderwerp, een gezegde en een aanvullende bepaling bij elkaar moeten zoeken. Hierdoor kunnen komische zinnen ontstaan. Terugkijken Bij opdracht 8 wordt herhaald dat je met zinnen duidelijk kunt maken wat je bedoelt of voelt. Ter evaluatie schrijven de leerlingen in twee zinnen op wat ze doen als ze zich eenzaam voelen. U kunt opdracht 1 en 2 wat verlevendigen door baby- of peuteruitspraken te laten noemen van de leerlingen zelf of van broertjes en zusjes. Maak duidelijk dat je vaak wel kunt raden wat er bedoeld wordt als er geen volledige zinnen gebruikt worden, maar dat de communicatie veel beter verloopt als er goede zinnen gemaakt worden. Organisatie en differentiatie Individueel leren Bij deze organisatievorm werken kinderen zelfstandig de opdrachten door. Er zijn geen beperkingen om de leerlingen de les individueel te laten maken. Samenwerkend leren Bij deze organisatievorm werken de leerlingen samen de opdrachten door. In dit geval is er de volgende aanvullende mogelijkheid. Laat bij voorkeur een taalsterke leerling samenwerken met een taalzwakkere leerling. Bij Op verkenning en Aan de slag kunnen ze eerst individueel zinnen bedenken en vervolgens de beste van de twee zinnen uitkiezen en opschrijven. Terugkijken kan op dezelfde manier worden behandeld. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje de opdrachten door. Als u hiervoor kiest, dan zijn er bij verschillende lesonderdelen aanvullende mogelijkheden. U kunt de onderdelen Op verkenning en Terugkijken uitsluitend mondeling doen. Dit beperkt het schrijfwerk voor de leerlingen. Bespreek de eerste zin van opdracht 6. Als alle leerlingen de bedoeling snappen, maken ze zelf de tweede zin langer. Als de leerlingenopdracht (gericht op het productdoel) hebben gemaakt, kunt u nagaan welke aspecten van de lesinhoud nog moeilijk zijn (procesevaluatie) Uiteraard heeft u de mogelijkheid om de les gedifferentieerd aan te bieden, waarbij u bepaalde leerlingen intensiever begeleidt en andere meer individueel of samenwerkend aan de slag laat gaan. Aantekeningen -Taal Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 61 in

18 hl blok 4 gevoel les 6 schrijven Organisatie en differentiatie Doelen De leerlingen leren hoe ze een weettekst kunnen schrijven Materialen/lesstof basisstof t a1, pagina 64 en 65 w a1, pagina 60 en 61 a a1, pagina 60 en 61 s extra stof (differentiatie) extra opdracht taalboek Taalmaker plustaken Lesactiviteiten Op verkenning In een illustratie zien de leerlingen hoe een meisje informatie over konijnen verzamelt voordat ze er een tekst over schrijft. Ze ontdekken dat het woordweb weer een belangrijke rol speelt. Ze schrijven ook zelf een korte weettekst met behulp van een woordweb. Uitleg De leerlingen krijgen uitleg over de wijze waarop ze een weettekst kunnen schrijven. Eerst moeten ze informatie verzamelen. Vervolgens vatten ze die samen in een woordweb. Dan schrijven ze de tekst aan de hand van de drie vaste stappen die ze in blok 3, les 6 hebben geleerd: Stap 1: Maak een woordweb. Stap 2: Maak zinnen met de woorden. Stap 3: Zet de zinnen op de goede plek. Aan de slag De leerlingen maken verschillende opdrachten waarin het schrijven van een weettekst centraal staat. In opdracht 4 moeten ze aangeven welke van de gegeven teksten een weettekst is. In opdracht 5 geven ze aan waar ze informatie kunnen vinden over het thema tennis. In opdracht 6 maken ze een woordweb bij een folder van een auto. In opdracht 7 schrijven de leerlingen zelfstandig een weettekst over de step. Terugkijken Ter evaluatie kiezen de leerlingen een zin die het best weergeeft wat zij van weetteksten vinden of wat ze ermee kunnen. Individueel leren Bij deze organisatievorm werken kinderen zelfstandig de opdrachten door. Wanneer u hiervoor kiest, dan dient u rekening te houden met de volgende zaken. Bij opdracht 1 en 2 staat veel informatie in de tekening. Het is goed de leerlingen hier tussentijds op te wijzen. Het is goed om tussentijds na te gaan of de leerlingen doorhebben dat bij opdracht 5 meerdere antwoorden mogelijk zijn. Samenwerkend leren Bij deze organisatievorm werken de leerlingen samen de opdrachten door. In dit geval is er de volgende aanvullende mogelijkheid. Bij opdracht 3 en 7 zouden leerlingen gebruik kunnen maken van het internet. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje de opdrachten door. Als u hiervoor kiest, dan zijn er bij verschillende lesonderdelen aanvullende mogelijkheden. U kunt de onderdelen Op verkenning en Terugkijken mondeling doen. Dit beperkt het schrijfwerk voor de leerlingen. Bij opdracht 1 en 2 bekijkt u samen de tekening en bespreekt u welke informatiebronnen te zien zijn. Bij opdracht 3 kunt u zelf een dier kiezen en samen met de leerlingen een woordweb maken. Eventueel kunt u ook samen zinnen maken. De leerlingen zetten die vervolgens zelf op de goede plek. Opdracht 4 tot en met 6 kunt u samen maken om vervolgens opdracht 7 zelfstandig te laten uitvoeren. Opdracht 8 is een reflectie-opdracht. Aan de hand van de gekozen zinnen kunt u mondeling verder evalueren. Ga bijvoorbeeld na waarom kinderen voor een bepaalde zin gekozen hebben. Uiteraard heeft u de mogelijkheid om de les gedifferentieerd aan te bieden, waarbij u bepaalde leerlingen intensiever begeleidt en andere meer individueel of samenwerkend aan de slag laat gaan. Aantekeningen 62 Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 d Taal-

19 hl blok 4 gevoel les 7 spreken/luisteren Organisatie en differentiatie Doelen Tips De leerlingen letten bij het spreken op hun lichaam. Materialen/lesstof basisstof t a1, pagina 66 en 67 w a1, pagina 62 a a1, pagina 62 s extra stof (differentiatie) extra opdracht taalboek Taalmaker plustaken Voorbereiding Let op: deze les beslaat één pagina in het werkboek in plaats van twee. Wijs de leerlingen hier zo nodig op. Lesactiviteiten Op verkenning De leerlingen kijken naar vier afbeeldingen van kinderen die iets voor de klas vertellen. Ze noteren in hun werkboek wat de verschillen zijn. Daarna praten ze in tweetallen over de vraag of het lichaam belangrijk is bij het spreken. Daarbij beperken ze zich tot het staan, het kijken en het bewegen. Uitleg De leerlingen krijgen uitleg over lichaamstaal bij spreken. Bij het spreken kun je letten op je houding (staan), je ogen (kijken) en je lichaam (bewegen). Aan de slag De leerlingen maken verschillende opdrachten die gericht zijn op het gebruik van handen, ogen en op de lichaamshouding bij het spreken. Terugkijken Ter evaluatie kiezen de leerlingen welke zin het beste weergeeft hoe zij hun lichaam gebruiken bij het spreken. Of ze schrijven her zelf een zin over. Wijs de leerlingen de komende week op hun lichaamstaal: hoe ze staan, kijken en bewegen. Laat ze daarmee experimenteren door te vragen: hoe kun je het met je lichaam duidelijk maken? Sprekershoek Vestig de aandacht van de leerlingen op de lichaamstaal van de spreker, waarbij u onderscheid maakt tussen kijken, bewegen en staan. Individueel leren Bij deze organisatievorm werken kinderen zelfstandig de opdrachten door. Wanneer u hiervoor kiest, dan dient u rekening te houden met het volgende. Omdat het spreken en luisteren in deze les centraal staan, zijn opdracht 3, 4, 5 en 7 moeilijk individueel uit te voeren. Het ligt voor de hand om deze in tweetallen te doen. Samenwerkend leren Bij deze organisatievorm werken de leerlingen samen de opdrachten door. Bij opdracht 3, 4, 5 en 7 verdient dit zelfs de voorkeur. Bij Terugkijken kunnen de leerlingen aan elkaar vragen hoe ze hun lichaam tijdens de spreekoefeningen gebruikten. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje de opdrachten door. Als u hiervoor kiest, dan zijn er bij verschillende lesonderdelen aanvullende mogelijkheden. U kunt de onderdelen Op verkenning en Terugkijken uitsluitend mondeling doen. Dit beperkt het schrijfwerk voor de leerlingen. Bij Uitleg kunt u de leerlingen laten voordoen hoe je kunt staan, kijken en bewegen. Bij opdracht 5 kunt u de vier situaties voor de klas laten spelen. Opdracht 8 is een reflectie-opdracht. Aan de hand van de gekozen zinnen kunt u mondeling verder evalueren. Ga bijvoorbeeld na waarom kinderen voor een bepaalde zin gekozen hebben. Uiteraard heeft u de mogelijkheid om de les gedifferentieerd aan te bieden, waarbij u bepaalde leerlingen intensiever begeleidt en andere meer individueel of samenwerkend aan de slag laat gaan. Observatie Letten de leerlingen bij het spreken op hoe ze staan, hoe ze kijken en hoe ze bewegen? Aantekeningen -Taal Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 63 in

20 hl blok 4 gevoel les 8 taalbeschouwing Lesactiviteiten Doelen De leerlingen leren wat het verschil is tussen gewone zinnen en vraagzinnen. De leerlingen weten dat een gewone zin met een hoofdletter begint en met een punt eindigt. Materialen/lesstof basisstof t a1, pagina 68 en 69 w a1, pagina 63 en 64 a a1, pagina 63 en 64 s extra stof (differentiatie) extra opdracht taalboek Taalmaker plustaken Voorbereiding Let op dat de les op pagina 64 in het werkboek doorloopt. Wijs de leerlingen hier zo nodig op. Tips Op verkenning Bij opdracht 1 en 2 zien de leerlingen dat een tekst waarin de zinnen niet met een hoofdletter en een punt gemarkeerd zijn, niet goed leesbaar is. Bij opdracht 3 en 4 leren ze onderscheid maken tussen gewone zinnen en vraagzinnen. Uitleg De leerlingen krijgen uitleg over soorten zinnen. Gewone zinnen beginnen met een hoofdletter en eindigen met een punt. Vraagzinnen beginnen ook met een hoofdletter, maar eindigen met een vraagteken. Bovendien kunnen ze met een vraagwoord beginnen. Aan de slag De leerlingen maken verschillende opdrachten met gewone zinnen en vraagzinnen. Bij opdracht 5 zetten ze hoofdletters, punten en vraagtekens op de goede plaats. Bij opdracht 6 schrijven ze zelf een verhaaltje. Aandachtspunt hierbij is het gebruik van hoofdletters, punten en vraagtekens. Bij opdracht 7 bedenken ze bij enkele vraagwoorden een vraagzin. Terugkijken Bij opdracht 8 staan een aantal zinnen, waarvan er één een vraagzin is die begint met een vraagwoord. Ter evaluatie kiezen de leerlingen deze zin. U kunt kunt het spelletje pim-pam-pet met de leerlingen spelen. Bij dit spel wordt telkens gebruikgemaakt van vraagwoorden. Vraag aan de leerlingen welke vraagwoorden ze gehoord hebben. Organisatie en differentiatie Individueel leren Bij deze organisatievorm werken kinderen zelfstandig de opdrachten door. Er zijn geen beperkingen om de leerlingen de les individueel te laten maken. Samenwerkend leren Bij deze organisatievorm werken de leerlingen samen de opdrachten door. In dit geval is er de volgende aanvullende mogelijkheid. Laat bij voorkeur een taalsterke leerling samenwerken met een taalzwakkere leerling. Begeleid leren Bij deze organisatievorm werkt u klassikaal of met een groepje de opdrachten door. Als u hiervoor kiest, dan zijn er bij verschillende lesonderdelen aanvullende mogelijkheden. U kunt de onderdelen Op verkenning en Terug kijken uitsluitend mondeling doen. Hierdoor neemt de hoeveelheid schrijfwerk voor de leerlingen af. Bij Uitleg kunt u een aantal voorbeeldzinnen op het bord schrijven: een gewone zin, een vraagzin zonder vraagwoord en een vraagzin met vraagwoord. De kinderen kunnen vervolgens zelf zinnen bedenken met dezelfde kenmerken. Als de leerlingen opdracht 8 (gericht op het productdoel) hebben gemaakt, kunt u nagaan welke aspecten van de lesinhoud nog moeilijk zijn (procesevaluatie). Uiteraard heeft u de mogelijkheid om de les gedifferentieerd aan te bieden, waarbij u bepaalde leerlingen intensiever begeleidt en andere meer individueel of samenwerkend aan de slag laat gaan. Aantekeningen 64 Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 d Taal-

21 hl blok 4 gevoel toetstaak Toetsactiviteiten Doel Deze toetstaak meet of de leerlingen kernonderdelen van de in blok 2 aangeboden leerstof beheersen. Materialen basisstof k a, blok 4, blad 1 en 2: Toetstaak k a, blok 4, blad 3: Registratieblad extra stof Taalmaker Voorbereiding Kopieer voor alle leer lingen de toetstaak ( kopieerblad 1 en 2 van blok 2). Kopieer voor uzelf het registratieblad ( kopieerblad 3 van blok 4). Zorg ervoor dat de kinderen de toetstaak individueel en zelfstandig maken. Het is belangrijk dat ze ongestoord kunnen werken. 1 Onderdeel: schrijven Doel: De leerlingen weten het verschil tussen een verhaal- en een weettekst Activiteit: De leerlingen zien pagina s uit vier boeken. Ze moeten aankruisen of het om een weet- of verhaaltekst gaat. 2 Onderdeel: schrijven Doel: De leerlingen weten hoe ze een weettekst kunnen schrijven. Activiteit: De leerlingen maken een woordweb. Met de woorden hiervan maken ze zinnen. En van die zinnen maken ze een verhaal. 3 Onderdeel: taalbeschouwing Doel: De leerlingen weten dat je je kunt uitdrukken in zinnen. Activiteit: De leerlingen maken van korte zinnen met weinig informatie langere zinnen. 4 Onderdeel: taalbeschouwing Doel: De leerlingen weten dat zinnen met een hoofdletter beginnen en met een punt of een vraagteken eindigen. Activiteit: De leerlingen zetten hoofdletters, punten en vraagtekens in een aantal zinnen. 5 Onderdeel: woordenschat Doel: De leerlingen weten dat je woorden kunt leren door ze aan elkaar te relateren. Activiteit: De leerlingen zien woorden die in twee betekenissferen liggen: verdriet en blijdschap. De woorden die bij verdriet horen, kleuren ze blauw; de woorden die bij blijdschap horen, kleuren ze geel. 6 Onderdeel: woordenschat Doel: De leerlingen weten wat een woordkaart is. Activiteit: De leerlingen zien een aantal woordkaarten. Op elke kaart staan drie woorden die niet bij het themawoord horen. Die moeten de leerlingen omcirkelen. Aantekeningen -Taal Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 65 in

22 hl blok 4 gevoel toetstaak Organisatie De leerlingen maken de toetstaak individueel en zelfstandig. Het is wel aan te raden om een korte taakinstructie te geven en na te gaan of de leerlingen de opdrachten snappen. Er is geen tijdslimiet voor het afronden van de toetstaak. De kinderen die klaar zijn met de toetstaak kunnen aan de slag met plustaken uit Taalmaker. Signalering en differentiatie Na het afronden van de toetstaak kunt u zelf de resultaten bekijken en registeren op het registratieblad van blok 4. De toetsvragen 1 t/m 4 resulteren elk in een aparte score. Bij opdracht 5 en 6 wordt het aantal items bij elkaar opgeteld en wordt er een gezamenlijke score berekend. Op basis van de adviesnorm kunt u bepalen of het kind de komende lesmomenten aan de slag moet met herhalingslessen of verder kan gaan met plustaken. De adviesnorm staat vermeld op het registratieblad. De herhalingstaken zijn bedoeld voor leerlingen die in onvoldoende mate de doelen van dit blok bereikt hebben. In de herhalingslessen krijgen zij verlengde instructie en begeleide verwerking, waardoor zij alsnog het gewenste beheersingsniveau kunnen bereiken. In principe zijn de vervolgsuggesties bedoeld voor de lesmomenten die op de toetstaak volgen. Daarnaast is het raadzaam kinderen die onvoldoende scoren meer begeleiding te geven tijdens de basislessen van de komende blokken. U kunt dit doen door (gedeelten van) de lessen voor deze kinderen begeleid aan te bieden. Antwoorden 1 weettekst verhaaltekst verhaaltekst weettekst 2 Mogelijke woorden: springen manen hooi verzorging zadel Voorbeeldtekst: Paarden hebben goede verzorging nodig. Hun manen moeten bijvoorbeeld gekamd worden. Paarden lusten graag hooi en wortels. Als je gaat rijden, doe je eerst het zadel op het paard. Paarden kunnen goed springen. 3 Mogelijke zinnen: De ridder zit op het paard. De dokter geeft een recept. Oma s pols is gebroken. Ik huilde toen ik viel. In het boek stond dat spoken bestaan. 4 Koopt mama bloemen? Heb jij het warm? Papa is boos. Wil je broertje niet naar bed? Ik krijg een zoen van opa. 5 Blauw: droevig, naar, somber, treurig, troosten, verdrietig, het verdriet Geel: vrolijk, blij, gelukkig, vriendelijk 6 Kaart 1: trots, jaloers, verstandig Kaart 2: verwaand, snikken, somber Kaart 3: eenzaam, het verlangen, iemand feliciteren Aantekeningen 66 Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 d Taal-

23 hl blok 4 gevoel herhalings- en plustaken Activiteiten Op basis van de toetsresultaten gaan kinderen de komende lesmomenten aan de slag met herhalingstaken en/of plustaken. De leerlingen die onvoldoende scoorden op onderdelen van de toetstaak gaan herhalingstaken maken. De leerlingen die dit niet nodig hebben, gaan zelfstandig aan de slag met de plustaken. De adviesnorm die hoort bij de toetsopdrachten vindt u op het registratieformulier bij de toetstaak. De onderstaande voortgangsplanner helpt u de vervolgactiviteiten te bepalen. Voortgangsplanner week 4 blok 4 Toetsopdrachten Resultaat Vervolgactiviteit Opdracht 1 -> Onvoldoende -> Herhalingstaak 1 Opdracht 2 -> Onvoldoende -> Herhalingstaak 2 Opdracht 3 -> Onvoldoende -> Herhalingstaak 3 Opdracht 4 -> Onvoldoende -> Herhalingstaak 4 Opdracht 5 en 6 -> Onvoldoende Herhalingstaak 5 (Woordkenner) en/of 6 -> (Computerprogramma Woordenschat Taal in beeld, herhaling doelwoorden uit blok) Alle toetsopdrachten -> Voldoende of goed -> Plustaken Taalmaker -> Computerprogramma Woordenschat Taal in beeld (extra doel woorden) Herhalingstaken De herhalingstaken kunnen remediërend ingezet worden en bieden de leerlingen verlengde instructie en extra mogelijkheden voor het verwerken van de leerstof. De kinderen kunnen de herhalingstaken zelfstandig uitvoeren, maar het verdient de voorkeur om hen hierbij, op onderdelen, te begeleiden. Door gerichte mondelinge interactie is de kans groter dat ze de doelen van het blok alsnog bereiken. Herhalingstaak 1: schrijven Doel De leerlingen weten het verschil tussen een verhaal- en een weettekst. Materialen Kopieerblad 4 van blok 4: Herhalingstaak 1 Voorbereiding Kopieer kopieerblad 4 van blok 4 (Herhalingstaak 1) voor leerlingen die onvoldoende scoorden op toetsopdracht 1. Leg schrijfblaadjes klaar voor opdracht 3. Werkwijze Uitleg Het kopieerblad bevat een korte instructie die de leerlingen zelf kunnen lezen. Indien u de leerlingen begeleidt bij deze taak, kunt u dit samen doen. Voordat ze aan deze taak beginnen, kunt u enkele opdrachtjes geven. Neem bijvoorbeeld een stapel boeken uit het documentatiecentrum mee de klas in. U noemt de titels en laat een paar bladzijdes zien. Vraag de leerlingen of het verhaal- of weetboeken zijn. Laat ze hun antwoord beargumenteren. Aan de slag De leerlingen gaan nu de opdrachten maken. Ze sorteren verhaal- en weetboeken. Van twee teksten moeten ze aangeven of het verhaal- of weetteksten zijn. Ten slotte schrijven ze zelf een verhaal- en een weettekst. Antwoorden kopieerblad 4 1 Weetboeken Verhaalboeken Zo leer je schaken Joris en de toverboon Koken voor kinderen Luuk en zijn opa Alles over honden Het geheimzinnige koffertje 2 Tekst 1 is een weettekst. Tekst 2 is een verhaaltekst. 3 Ter beoordeling van de leerkracht. -Taal Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 67 in

24 hl blok 4 gevoel herhalings- en plustaken Herhalingstaak 2: schrijven Doel De leerlingen weten hoe ze een weettekst kunnen schrijven. Materialen Kopieerblad 5 van blok 4: Herhalingstaak 2 Voorbereiding Kopieer kopieerblad 5 van blok 4 (Herhalingstaak 2) voor leerlingen die onvoldoende scoorden op toetsopdracht 2. Leg schrijfblaadjes klaar voor opdracht 1, stap 4. Werkwijze Uitleg Het kopieerblad bevat een korte instructie die de leerlingen zelf kunnen lezen. Indien u de leerlingen begeleidt bij deze taak, kunt u dit samen doen. Voordat ze beginnen aan deze herhalingstaak kunt u samen met de leerlingen een woordweb op het bord laten ontstaan. U vraagt de leerlingen om een onderwerp te bedenken waarover ze iets willen vertellen. U schrijft het themawoord op het bord met een cirkel eromheen en laat de leerlingen woorden noemen die bij dit onderwerp horen. De leerlingen maken zinnen met die woorden. Zien ze daar ook een verband tussen? Waarover kunnen ze het beste het eerste vertellen? Wat sluit daar het beste op aan? Vertel de kinderen dat ze ook zinnen mogen maken met woorden die niet in het woordweb staan. Deze zinnen kunnen voor logische overgangen in het verhaal zorgen. Aan de slag De leerlingen gaan nu de opdrachten maken. Stapsgewijs wordt uitgelegd wat de leerlingen moeten doen om een weettekst te schrijven. Eerst zoeken ze informatie. Dan maken ze een woordweb. Vervolgens maken ze met die woorden zinnen en zetten die in een logische volgorde. Antwoorden kopieerblad 5 Ter beoordeling van de leerkracht. Herhalingstaak 3: taalbeschouwing Voorbereiding Kopieer kopieerblad 6 van blok 4 (Herhalingstaak 3) voor leerlingen die onvoldoende scoorden op toetsopdracht 3. Leg dobbelstenen klaar voor opdracht 3. Werkwijze Uitleg Het kopieerblad bevat een korte instructie die de leerlingen zelf kunnen lezen. Indien u de leerlingen begeleidt bij deze taak, kunt u hier dieper op ingaan. Zeg een heel lange zin. Bijvoorbeeld: - We zijn gisteravond om 7 uur met de hele familie naar een restaurant in het centrum van de stad geweest. Geef daarna de korte variant: - We zijn uit eten geweest. Vraag de leerlingen welke informatie in de laatste zin allemaal achterwege is gebleven. Aan de slag De leerlingen gaan nu de opdrachten maken. Bij opdracht 1 maken de leerlingen zinnen langer met behulp van de woorden wanneer, hoe en waar. Bij opdracht 2 maken ze van lange zinnen korte zinnen. Bij opdracht 3 maken de leerlingen in tweetallen zinnen. Antwoorden kopieerblad 6 1 Bijvoorbeeld: wie + wat wanneer? hoe? waar? Ik ga om 12 uur op de fiets naar de bibliotheek. Omar viel gisteren op zijn knie in de gymzaal. Fleur ging vorige week met de trein naar haar vader. De kikker sprong net met veel gespetter in de sloot. 2 Ik koop morgen een fiets bij de fietsenwinkel. Ik koop morgen een fiets. Ik koop een fiets. Ik koop. 3 Bijvoorbeeld: De kabouter loopt in het bos. De heks is in haar huisje. De fee zit op een paddenstoel. Doel De leerlingen weten dat je je kunt uitdrukken in zinnen. Materialen Kopieerblad 6 van blok 4: Herhalingstaak 3 68 Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 d Taal-

25 hl blok 4 gevoel herhalings- en plustaken Herhalingstaak 4: taalbeschouwing Doel De leerlingen weten dat zinnen met een hoofdletter beginnen en met een punt of een vraagteken eindigen. Materialen Kopieerblad 7 van blok 4: Herhalingstaak 4 Voorbereiding Kopieer kopieerblad 7 van blok 4 (Herhalingstaak 4) voor leerlingen die onvoldoende scoorden op toetsopdracht 4. Leg schrijfblaadjes klaar voor opdracht 1. Werkwijze Uitleg Het kopieerblad bevat een korte instructie die de leerlingen zelf kunnen lezen. Indien u de leerlingen begeleidt bij deze taak, kunt u hier dieper op ingaan. U kunt de les inleiden met een grapje. Schrijf het volgende op het bord. - toentomatentomatentomatentovrat U vraagt een leerling deze zin voor te lezen. Na enige pogingen zet u streepjes tussen de woorden. - to / en / tom / aten / tomaten / tom / at / en / to / vrat Vervolgens zet u hoofdletters en punten, waardoor alles nog duidelijker wordt. - To en Tom aten tomaten. - Tom at en To vrat. U toont hiermee aan dat teksten leesbaarder worden als je de woorden van elkaar scheidt. En dat een tekst veel duidelijker wordt als je hoofdletters en punten gebruikt. Aan de slag Opdracht 1 van deze les moet in tweetallen gedaan worden. De ene leerling schrijft een vraag op, zijn buur zet het antwoord eronder. Na enige tijd wordt er van rol gewisseld. Daarna kijken de tweetallen hun zinnen samen na op het gebruik van hoofdletters, punten en vraagtekens. Laat enkele leerlingen hun vragen en antwoorden voorlezen. Stel daarbij vragen als: - Staat er aan het einde van deze zin een punt of een vraagteken? - Zijn jullie de vraagzin met een vraagwoord begonnen? In opdracht 2 worden de vraagwoorden nog eens geoefend. De leerlingen maken vragen met hoeveel, wie, wat en hoe. Antwoorden kopieerblad 7 1 Ter beoordeling van de leerkracht. 2 Bijvoorbeeld: Hoeveel kinderen nodig ik uit? Wie komen er allemaal? Wat gaan we doen? Hoe laat houdt mijn feestje op? Herhalingstaak 5: woordenschat Doel De leerlingen oefenen de doelwoorden van blok 4. Materialen Woordkenner A (leerspel) Voorbereiding Leg de stukken van het spelbord op de juiste manier tegen elkaar aan zodat het één geheel wordt. Op basis van de resultaten op het onderdeel woordenschat van de toetstaak (zie het registratieblad bij de toetstaak) formeert u een groepje met leerlingen die onvoldoende scoorden. U selecteert op basis van de resultaten op de toetstaak ook de doelwoorden die u met het groepje kinderen nog extra wilt gaan oefenen. U kunt hierbij gebruik maken van het doelwoordenoverzicht (zie pagina 70). U doet dit door deze woorden op de blanco woordkaartjes te schrijven. Voorkom dat het aantal nog te oefenen doelwoorden te groot wordt. Kies meer voor de kwaliteit van de oefening, dan voor de hoeveelheid woorden die aan bod komen. Vier tot acht woorden is een geschikt aantal om mee aan de slag te gaan. Werkwijze In principe is deze herhalingstaak een begeleide activiteit waarbij u samen met de leerlingen die de woorden van dit blok nog niet beheersen, de betekenis van de woorden gaat bespreken en activiteiten gaat doen opdat ze deze beter kunnen onthouden. U maakt hierbij gebruik van het leerspel Woordkenner. Indien noodzakelijk kunnen de leerlingen, als ze eenmaal vertrouwd zijn met de werkvorm, de activiteit ook zelfstandig uitvoeren. Wanneer de groep leerlingen waarmee u de activiteiten uit wilt voeren te groot is, kunt u er ook voor kiezen het spelbord deze keer niet te gebruiken en de te oefenen doelwoorden op het bord te schrijven. In dat geval kunnen de leerlingen toch gebruikmaken van de bladen uit Woordkenner. U groepeert de leerlingen rondom het spelbord. U legt het stapeltje beschreven woordkaartjes boven het spelbord. Vervolgens pakt u het eerste woordkaartje, voorziet het van de steuntjes zodat het -Taal Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 69 in

26 hl blok 4 gevoel herhalings- en plustaken rechtop kan staan en plaatst het geheel in het startvak. Nadat de startopdracht (opdracht 1) is gedaan, wordt de boot verplaatst naar de volgende aanlegsteiger. Hier wordt opdracht 2 gedaan, waarna de vaartocht naar de derde steiger plaats vindt. De woordboot vaart zo om het eiland en legt aan bij alle aanlegsteigers. Bij iedere steiger doen de leerlingen een activiteit met het woord. De activiteiten leiden ertoe dat de kinderen het doelwoord gaan kennen én de woordleer- en woordonthoudvaardigheden die ze in de lessen hebben geleerd, toepassen. De leerlingen voeren de activiteiten uit op het Woordkennerblad. Als de woordboot helemaal om het eiland is gevaren, zet deze weer koers naar het vaste land. Hier wordt het woord nog eens gecontroleerd en vervolgens wordt het kaartje naast het spelbord gelegd. Vanaf het startpunt vertrekt het volgende woord. Hiermee voeren de leerlingen dezelfde activiteiten uit. Het spel is afgelopen op het moment dat alle woorden aan de orde zijn geweest. Het werken met Woordkenner levert een belangrijke bijdrage aan de vergroting van de woordenschat van de leerlingen. U moet zich daarbij wel realiseren dat het belangrijk is de woorden gedurende de week nog een aantal keren te herhalen, zodat de kinderen zich de betekenis ook blijvend eigen maken. Hierbij kan ook her halingstaak 6 een belangrijke rol spelen, waarbij kinderen de woorden oefenen met een computerprogramma. Meer informatie over Woordkenner vind u in de toelichting in de speldoos. Herhalingstaak 6: woordenschat de doelwoorden uit het blok beheersen, gaan ze vanzelf verder met de extra woorden. De overgang van de herhalingstaak naar de plustaak is dus probleemloos geregeld vanuit de software. Meer informatie over het computerprogramma Woordenschat Taal in beeld vindt u in de handleiding bij de cd-rom. Doelwoorden blok 4 angstig droevig eenzaam genieten haten jaloers de kwaadheid naar (akelig) schateren snikken somber treurig trots troosten verdrietig het verlangen verwaand de woede woedend het verdriet Doel De leerlingen oefenen de doelwoorden van blok 4. De leerlingen oefenen de extra woorden van blok 4. Materialen Computerprogramma Woordenschat Taal in beeld Werkwijze Met het computerprogramma Woordenschat Taal in beeld kunnen de leerlingen de doelwoorden die ze nog niet kennen verder oefenen. Het programma bevat tachtig doelwoorden per blok. In eerste instantie gaan de leerlingen aan de slag met de doelwoorden die ook in de taallessen aan de orde zijn geweest. Ze maken een ordening in woorden die ze kennen en woorden die ze nog niet kennen. Met de laatste gaan ze intensief oefenen, waarbij tussendoor ook gecheckt wordt of ze de woorden die ze zeggen te kennen, ook inderdaad beheersen. Is dit niet het geval, dan worden deze woorden toegevoegd aan de oefeningen. Uiteindelijk worden op deze manier alle doelwoorden van het blok nogmaals gecontroleerd en, indien nodig, geoefend. Als kinderen 70 Taal in beeld - jaargroep 4 - handleiding a1 d Taal-

27 taalboek A1 2

28

29 Ben Verschuren Hans van Wessel Ingeborg Hendriks Adriaan Maters Maril Rijks Wat heb je nodig? Wat moet je doen? Taalboek a1 Werkboek a1 Schrift (extra opdracht) Pak je taalboek. Lees wat je gaat doen in de les. Begin bij 1. Volg de nummers door de les. Staat achter een cijfer een W? Schrijf het antwoord in je werkboek. Staat achter een cijfer een S? Schrijf het antwoord in je schrift. Ben je klaar? Maak dan de extra opdracht.

30 Zwijsen taalboek a1 Kom je tekens tegen? Doe dan dit. w Schrijf het antwoord in je werkboek. s Schrijf het antwoord in je schrift. Doe de opdracht met je buur. Spreek samen af wie de spreker is. Spreek samen af wie de luisteraar is.» Extra opdracht. Deze opdracht maak je als je tijd hebt.

31 t blok 4 gevoel les 1 woordenschat Wat ga je doen? Je leert tien nieuwe woorden. Je leert daar andere woorden bij zoeken. Op verkenning 1 Lees de tekst. Stop even bij de gekleurde woorden. Probeer te voelen wat Wouter voelt. 2 w 3 w Wouter is eenzaam Nacht. Donker. Slaap. Wouter is in Grombol Land. Hij voelt zich eenzaam. Hij is helemaal alleen. Hij verlangt naar huis. Hij is verdrietig. Grombol hoort Wouter snikken. Hij wil hem troosten. Bol, bol, grom grom. Niet huilen, Wouter. Je bent niet alleen. Ik ben bij je. Dat helpt. Wouter lacht weer. Zijn heimwee is weg. Hij is niet meer droevig. Niet meer eenzaam. Grombol is bij hem. Welke woorden uit de tekst horen bij eenzaam? Maak er een woordweb van. Bedenk er zelf drie woorden bij. Kies een woord uit de rij: troosten - lachen - snikken - verlangen Schrijf dat woord op. Bedenk een woord dat erbij hoort. Schrijf dat woord erachter. Welk woord hoort er nog meer bij? Schrijf dat er ook achter. Maak zo een rij met woorden. Woorden die bij elkaar horen. 54

32 Uitleg Bij een woord horen vaak andere woorden. Je kunt ze bij elkaar zetten. In een woordweb. Of in een rij met woorden. alleen troosten verdrietig eenzaam huilen droevig snikken eenzaam - alleen angstig - bang - donker troosten - verdrietig - Ach, kom maar. 4 6 w 7 w Maak de opdrachten in je werkboek. Wouter loopt met Grombol naar buiten. Hij kijkt naar de huizen. Hij weet niet wat hij zeggen moet. Hij vindt het... mooi? lelijk? raar? gek? Aan de slag Welke woorden kan Wouter allemaal zeggen? Maak een tekening. Teken Wouter in de bloemenstraat. Teken een grote wolk naast het hoofd van Wouter. Schrijf daarin woorden die hij kan zeggen. 8 w snikken treurig Wat heb je geleerd? Kies twee woorden die bij elkaar horen. verdrietig Maak er twee zinnen mee. verlangen Schrijf de zinnen op. eenzaam Terugkijken naar somber troosten droevig het verdriet» s Verzamel jij wel eens spullen? Maak een tekening van spullen. Spullen die bij elkaar horen. Schrijf erbij wat het is. 55

33 t blok 4 gevoel les 2 spreken/luisteren Wat ga je doen? Hoe voelt iemand zich? Dat kun je soms horen. Vaak kun je het ook zien. Dat leer je in deze les. Op verkenning 1 Kijk naar de plaatjes Kijk wat de kinderen doen. 2 3 Wat doet Jana? Wat wil ze daarmee zeggen? Doe om de beurt Jana na. Vertel elkaar wat Jana wil zeggen. Hoe voelt Kira zich? Waaraan kun je dat zien? Doe om de beurt Kira na. Vertel elkaar waaraan je kunt zien hoe ze zich voelt. 4 w Hoe voel jij je nu? Laat dat zien in een tekening. 56

34 Uitleg Vaak kun je aan iemand zien wat hij voelt. Of wat hij wil zeggen. Kijk maar naar de voorbeelden. boos verdrietig blij 5 8 w Maak de opdrachten in je werkboek. Aan de slag 9 Je hebt ruzie met je vriendje of vriendinnetje. Komt alles weer goed? Speel dat met iemand. Maar... je mag geen woorden gebruiken! 10 w Wat heb je geleerd? Lees de vragen. Schrijf ja of nee op. 1. Kun jij zien hoe iemand zich voelt? Terugkijken 2. Kun jij laten zien hoe je je voelt?» s Teken vijf kinderen. Ze voelen zich allemaal anders. Laat dat zien in de tekeningen. 57

35 t blok 4 gevoel les 3 schrijven Wat ga je doen? Je leert wat een verhaaltekst is. Je leert wat een weettekst is. Op verkenning 1 Tim wil een tekst schrijven. Waarover zal hij schrijven? Over kabouters? Over school? Hij kan niet kiezen. Weet je wat? Hij schrijft een stukje over de marmot. Kijk hoe Tim zijn tekst schrijft. 2 w 3 w Wat heeft Tim eerst gedaan? Schrijf dat op. Doe het zo: Tim heeft eerst Tim begint te schrijven. Over Pluis, zijn marmot. Hij schrijft wat voor dier Pluis is. En wat hij eet. Tim denkt na. Wat weet hij nog meer? Opeens heeft Tim een plan. Hij wil iets anders schrijven over Pluis. Snel pakt hij een nieuw vel papier. Nu vliegen de zinnen uit zijn pen. Tim heeft twee teksten geschreven. Wat is het verschil? Schrijf dat op. Doe het zo: Tekst 1 Tekst 2 58

36 Uitleg Van sommige teksten kun je iets leren. Ze gaan over iets wat echt is gebeurd. Zo n tekst heet een weettekst. Andere teksten zijn verzonnen. Het is een verhaal. Daarom heet zo n tekst een verhaaltekst. 4 6 w 7 w Maak de opdrachten in je werkboek. Bekijk de tekening. Hoort er een grappig verhaal bij? Of denk je aan een eng verhaal? Schrijf jouw verhaal bij de tekening. Aan de slag Terugkijken 8 w Wat heb je geleerd? Welke zin is waar? Schrijf de zin op. Een weettekst gaat over iets wat echt is gebeurd. Een verhaaltekst is altijd grappig.» s Kies een titel. Schrijf er een verhaal over. 59

37 t blok 4 gevoel les 4 woordenschat Wat ga je doen? Je leert wat een woordkaart is. Je leert tien nieuwe woorden. Op verkenning 1 Lees de tekst. Kijk wat voor kaart Wouter maakt. Thuis Wouter slaapt. Wouter droomt. Hij ligt in een vreemd bed. Samen met Grombol. Wouter denkt aan thuis. Aan papa en mama. Aan zijn speelgoed. Aan de tv. Wouter stapt uit bed. En pakt een kaart. Bovenaan schrijft hij thuis. Daaronder schrijft hij vier woorden. Woorden over thuis. Hij schrijft ook een zin. Een zin over thuis. En hij maakt een tekening. Een tekening over thuis. De kaart hangt hij boven het bed. Grombol wordt wakker. Grom? Wat is dat? Een kaart, zegt Wouter. Een kaart over thuis. Als ik de kaart zie, ben ik niet meer zo eenzaam. Bol, bol! zegt Grombol. Slim van jou! thuis papa mama speelgoed tv Ik heb thuis veel speelgoed. 2 w Maak een kaart over thuis. Kijk naar het voorbeeld van Wouter. Wat vind jij fijn bij jou thuis? Schrijf vier woorden op. Schrijf ook een zin op over thuis. Maak er een tekening bij. Net als Wouter. 60

38 Uitleg Dit staat op een woordkaart: - een woord - woorden die bij het woord horen - een zin met het woord - een tekening over het woord woedend heel kwaad heel boos woede kwaadheid boosheid Mijn broer heeft mij in de sloot geduwd. Ik ben woedend! Aan de slag 3 5 w 6 w Maak de opdrachten in je werkboek. Lees de tekst. Thuis Nacht. Donker. Wouter slaapt. Wouter droomt. Hij ligt in zijn bed. Hij is weer thuis. Terug op aarde. Zonder Grombol. Als Wouter wakker wordt, pakt hij een kaart. Hij wil een woordkaart maken. Een woordkaart over Grombol. Die hang ik op, denkt Wouter. Dan denk ik elke dag aan Grombol. Zou hij nog terug komen? Maak een woordkaart over Grombol. Schrijf woorden op die bij Grombol horen. Maak een zin over Grombol. Maak een tekening van Grombol. 7 w Wat heb je geleerd? Kies een woord. Maak er een woordkaart van. genieten de kwaadheid angstig schateren Terugkijken» s Over welk woord weet jij heel veel? Maak daar een woordkaart van. 61

39 t blok 4 gevoel les 5 taalbeschouwing Wat ga je doen? Je leert dat een zin uit woorden bestaat. Je leert dat je korte en lange zinnen kunt maken. Op verkenning 1 Lees de tekst. Je bent als baby geboren. Je leerde toen praten. Je zei eerst alleen woordjes. Je riep bijvoorbeeld: Mama. Je bedoelde dan: Mama, wil je even komen? Of misschien ook wel: Mama, wil je met me spelen? Nu zeg je geen woorden meer, maar zinnen. Je zegt bijvoorbeeld niet: Melk. Maar: Ik wil graag een beker melk. 2 w 3 w 4 w Wat kan een baby bedoelen als hij uit roept? Schrijf dat op. Doe het zo: Hij bedoelt dat Je hoort iemand help roepen. Wat kan er gebeurd zijn? Kies het juiste antwoord. Schrijf de letter op. a. Iemand wil graag gaan helpen. b. Iemand leest een verhaal voor. c. Iemand heeft hulp nodig. Je kunt korte zinnen maken. Bijvoorbeeld: Ik spring. Je kunt lange zinnen maken. Bijvoorbeeld: Ik speel na schooltijd met mijn vriendje op de trampoline. Een lange zin vertelt meer. Schrijf een zin met twee woorden op. Schrijf een zin met minstens acht woorden op. Deze zin heeft vijf woorden. 62

40 Uitleg Weet je het nog? Toen je klein was. Je zei alleen woorden. Nu ben je veel groter. En je maakt hele zinnen. Met zinnen kun je beter zeggen wat je bedoelt. Met losse woorden lukt dat minder goed. Mag ik een snoepje? snoepie? Aan de slag 5 6 w Maak de opdrachten in je werkboek. 7 w Kies een woord uit rij 1, 2 en 3. Schrijf de zin op. Maak zo nog twee zinnen. Rij 1 Rij 2 Rij 3 Mijn broer grinnikt van kwaadheid De juf snikt van woede De ijsbeer geniet van jaloezie De aap danst van verdriet De heks ontploft van geluk De koning schatert van vreugde Terugkijken 8 w Wat heb je geleerd? Met woorden maak je zinnen. Met zinnen kun je duidelijk maken wat je voelt of bedoelt. Wat doe jij als je je eenzaam voelt? Schrijf dat in twee zinnen op.» s De woorden in de zinnen staan op de verkeerde plaats. Maak jij de zinnen weer goed? Schrijf de zinnen op. 1. gaan fietsen Fatma en Freek samen. 2. Freek de sloot in fietst. 3. staat In de sloot water. 4. erg naar Freek vindt het. 5. kijkt Hij verdrietig. 63

41 t blok 4 gevoel les 6 schrijven Wat ga je doen? Je leert hoe je een weettekst schrijft. Op verkenning 1 Sara wil een tekst schrijven over konijnen. Ze leest een boek. Ze kijkt op internet. Wat voor tekst zou Sara schrijven? Kijk naar de tekening. 2 w 3 w Met het woordweb heeft Sara een tekst geschreven. Wat voor tekst heeft Sara geschreven? Schrijf het op. Doe het zo: Sara heeft een tekst geschreven. Van welk dier weet jij veel? Schrijf daar een weettekst over. Met niet meer dan vier zinnen. Maak eerst een woordweb. Net als Sara. 64

42 Uitleg Wil jij een weettekst schrijven? Lees dan een boek. Of kijk op internet. Maak eerst een woordweb. Daarin staat alles wat je weet. Van de woorden maak je zinnen. Die zet je op de goede plek. slurf slagtanden dikke huid de olifant kleine oogjes grote oren douche (zeg: doesj) Een olifant heeft grote slagtanden. Zijn huid is heel erg dik. Met zijn slurf neemt de olifant een douche. Met zijn slurf geeft hij ook kusjes. Aan de slag 4 6 w Maak de opdrachten in je werkboek. 7 w Bekijk de tekening van de step. [ Lees het woordweb over de step. Hoe ziet een step eruit? Wat kun je ermee doen? Vind jij steppen leuk om te doen? Schrijf er een weettekst over. wielen plank bel de step stoep stuur rem één been Terugkijken 8 w Wat heb je geleerd? Kies de zin die het beste bij jou past. Schrijf die op. Ik hou van weetteksten. Ik kan een weettekst schrijven. Ik vind weetteksten meestal saai.» s Bekijk de tekening. Jij hebt dit dier als eerste ontdekt. Hoe noem je het? Waar leeft het? Is het een leuk of een eng dier? Schrijf er een weettekst over. 65

43 t blok 4 gevoel les 7 spreken/luisteren Wat ga je doen? Je let op je lichaam. Wat doe je als je spreekt? Op verkenning 1 Vier kinderen mogen voor de klas vertellen. Kijk naar hun lichaam. 2 w Wat is het verschil tussen de kinderen? Schrijf dat op. Doe het zo: Jesse gebruikt zijn handen. Inka Lon Fer 3 Wat vind je? Is je lichaam belangrijk als je spreekt? Hoe je staat. Hoe je kijkt. Hoe je beweegt. Praat er samen over. 66

44 Uitleg Bij het spreken kun je letten op: - hoe je staat - hoe je kijkt - hoe je beweegt Aan de slag 4 Ben je wel eens boos geweest? Vertel het aan je buur. Laat zien wat je toen voelde. 5 6 w Kijk naar je buur. Let op de handen, de ogen, het lichaam. Maak de opdrachten in je werkboek. 7 Leg elkaar uit waar je woont. Vertel hoe je moet lopen vanaf de school. Let op je handen. Let op je ogen. Let op je lichaam. Terugkijken 8 w Wat heb je geleerd? Kies de zin die bij jou past. Of bedenk er zelf één. Schrijf een zin op. Ik gebruik heel mijn lichaam bij het spreken. Ik gebruik vooral mijn handen bij het spreken. Ik gebruik vooral mijn ogen bij het spreken.» s Teken een strip over een reisleider. Hij leidt mensen rond in een stad. Hij legt alles aan de mensen uit. Hoe doet hij dat? Met zijn handen? Met zijn ogen? Met zijn lichaam? 67

45 t blok 4 gevoel les 8 taalbeschouwing Wat ga je doen? Je leert dat er vraagzinnen zijn. En waaraan je ze kunt herkennen. Op verkenning 1 Lees de verhaaltjes. Verhaal 1 silke eet niet en drinkt niet ze voelt zich naar ze kijkt somber voor zich uit ze is verdrietig haar konijn is doodgegaan silke voelt zich nu eenzaam ze kan nergens meer van genieten Verhaal 2 Silke eet niet en drinkt niet. Ze voelt zich naar. Ze kijkt somber voor zich uit. Ze is verdrietig. Haar konijn is doodgegaan. Silke voelt zich nu eenzaam. Ze kan nergens meer van genieten. 2 w 3 w Welk verhaal kun je het gemakkelijkste lezen? Verhaal 1 of verhaal 2? Hoe komt dat? Schrijf het op. Hieronder staat een verhaal. Er zijn gewone zinnen en vraagzinnen. De nummers van de zinnen staan in je werkboek. Schrijf een V voor een vraagzin. Schrijf een Z voor een gewone zin. 1. Bambi is een hert uit een tekenfilm. 2. In de film krijgt hij een vriendinnetje. 3. Weet je wat er met haar gebeurt? 4. Ze wordt achterna gezeten door wolven. 5. Laat Bambi haar dan in de steek? 6. Nee, hij wordt woedend. 7. Hij gaat haar redden. 4 w Maak af in je werkboek: Achter een vraagzin staat geen punt, maar een 68

46 Uitleg Een zin begint met een hoofdletter. En eindigt met een punt. Je hebt ook vraagzinnen. Die eindigen met een vraagteken. Vraagzinnen kunnen met een vraagwoord beginnen. 5 6 w 7 w Maak de opdrachten in je werkboek. Aan de slag Vraagzinnen kunnen met een vraagwoord beginnen. Schrijf vijf korte vraagzinnen op. Begin telkens met een ander vraagwoord. Gebruik daarvoor deze vraagwoorden: 1. Wie? 2. Wat? 3. Waar? 4. Waarom? 5. Welke? Terugkijken 8 w Wat heb je geleerd? Welke vraagzin begint met een vraagwoord? Schrijf die zin op. Wat ben jij kwaad! Ben jij verdrietig? Jij bent jaloers. Waarom ben jij woedend?» s In de zinnen hieronder staan geen hoofdletters, punten en vraagtekens. Die moet jij er nog in zetten. Schrijf de zinnen goed op. 1. in een verhaal staan zinnen 2. die zinnen beginnen altijd met een hoofdletter 3. ze eindigen met een punt 4. vraagzinnen eindigen met een vraagteken 5. heb je alles goed begrepen 69

47 werkboek A1 3

48 Zwijsen werkboek a1 Wat moet je doen? Maak de opdrachten. Kom je tekens tegen? Doe dan dit. Kruis het goede antwoord aan. Verbind met lijnen. Schrijf je antwoord op. Teken je antwoord. Kleur het goede antwoord. Omcirkel het goede antwoord. Onderstreep het goede antwoord. Doe de opdracht met je buur. Spreek samen af wie de spreker is. Spreek samen af wie de luisteraar is. t Ga terug naar je taalboek. Lees daar verder.

49 w blok 4 gevoel les 1 woordenschat 2 Op verkenning eenzaam t 3 t Aan de slag 4 Lees de zinnen over Wouter en Grombol. Wouter is somber. Hij vindt niets meer leuk. Dat is een naar gevoel. Somber is een naar gevoel. Welke woorden horen nog meer bij naar? leuk huilen boos slecht blij snikken lachen verdrietig droevig mooi goed Wat kijk je treurig, zegt Grombol. Ben je verdrietig? Treurig hoort bij verdrietig. Welke woorden horen nog meer bij treurig? Maak een woordweb. 50

50 Bijvoorbeeld: verdrietig treurig 5 Als je iets verlangt, wil je dat graag. Noem twee dingen die jij graag wilt. Dat zijn jouw verlangens. Maak er een tekening bij. Tekening door leerling gemaakt. 6 Bedenk zelf een woord. Welke woorden horen daarbij? Maak een rij van tien woorden die bij elkaar horen. -: jouw verlangens :- t 7 t Terugkijken 8 51

51 w blok 4 gevoel les 2 spreken/luisteren Op verkenning Aan de slag Terugkijken 4 t Op verkenning Aan de slag Terugkijken 5 Kijk naar de kinderen op de plaatjes. Wat willen ze zeggen? Trek lijnen tussen de plaatjes en de zinnen. Ik wil nooit meer met jou spelen! Ik durf niet van die glijbaan. Mijn konijn is dood. Joepie, de zon schijnt! 52

52 Op verkenning Aan de slag Terugkijken 6 Lees om de beurt een spreekwolk uit opdracht 5 voor. Laat horen hoe het kind zich voelt. Laat het ook zien: - met je ogen - met je mond - met je hoofd - met je handen - met je hele lijf 7 Kies een zin. Speel hoe je je voelt. Je voelt je heel erg alleen. Je bent bang. Je voelt je een beetje ziek. Je bent heel erg blij. Je bent boos. 8 Schrijf op hoe je buur zich voelt. Waaraan kun je dat zien? t Terugkijken

53 w blok 4 gevoel les 3 schrijven 2 Op verkenning Tim heeft eerst t 3 Tekst 1 Tekst 2 t Aan de slag 4 Lees de teksten. Wat voor tekst is het? Pats! Polle krijgt de bal op zijn neus. Mama kon er niets aan doen. Maar Polle schrikt wel erg. Au! Polle zit op de grond. Mama loopt naar hem toe. Het is al over, zegt zij. Sta maar weer op. Tennis vind ik niet leuk, zegt Polle. Er zijn veel soorten drop. Muntdrop, zoute drop, autodrop en nog veel meer. Drop is niet alleen snoep. Drop zit ook in drankjes. weettekst verhaaltekst weettekst verhaaltekst Slapen is nodig. Als je nooit slaapt, ga je dood. Als je slaapt, rust je uit. Van slapen word je fit. Als je slaapt, groei je. 5 Lees het verhaal over Goudvis. Wat is er gebeurd? Maak het verhaal af. Maak ook een tekening. weettekst verhaaltekst 54

54 Terugkijken Joost heeft twee goudvissen. Soms lijkt het of ze tikkertje doen. Dan zwemmen ze heel hard achter elkaar aan. Op een ochtend is één vis zomaar weg. Joost kijkt nog eens goed. In de kom zwemt maar één goudvis rond Waar is de andere? 6 Lees de tekst over lachen. Wat weet jij over lachen? Schrijf er een zin bij. Teken erbij. Lachen is aangeboren. Als je lacht, gaat je hart sneller kloppen. Soms huil je van het lachen. Of je doet het in je broek. t 7 t Terugkijken 8 55

55 w blok 4 gevoel les 4 woordenschat Op verkenning 2 thuis t 3 Lees de zinnen. Ik ben heel kwaad op jou. Ik wil je nooit meer zien. Ik haat je! Aan de slag Papa heeft de eerste prijs gewonnen. Goed hè? Ik ben trots op hem! Jij hebt een nieuwe auto gekregen. Die wil ik ook. Ik ben jaloers op jou. Mijn broer denkt dat hij alles beter kan. Maar dat is niet zo. Hij is verwaand. Welke zinnen horen bij de woorden? trots Ik wil ook een nieuwe step. jaloers Ik kan wel tien meter hoog springen. verwaand Ik vind dat jij het goed gedaan hebt. haten Ik wil jou nooit meer zien! 56

56 Op verkenning Aan de slag Terugkijken 4 Maak de zinnen af. Saida kijkt angstig naar de spin. Ze is Leks geniet van de film. Hij vindt het Pieter schatert om de grap. Hij moet hard 5 Kies een blauw woord. Maak er een woordkaart van. t 6 ijvoorbeeld: Grombol t Terugkijken 7 57

57 w blok 4 gevoel les 5 taalbeschouwing 2 Op verkenning Hij bedoelt dat t t 3 4 t Aan de slag 5 Met woorden kun je zinnen maken. Kijk naar de woorden. Maak er een zin mee. Schrijf de zin onder de tekening. Snuffi e kijkt angstig naar de roofvogel. angstig trots woedend eenzaam 58

58 Op verkenning Aan de slag Terugkijken 6 Een lange zin vertelt meer dan een korte zin. Voorbeeld: Ik kom. Ik kom bij jou. Ik kom straks bij jou. Ik kom straks bij jou spelen. Ik kom straks bij jou met de pop spelen. Maak de zinnen langer. Ik ga. Ik speel. t 7 t Terugkijken 8 59

59 w blok 4 gevoel les 6 schrijven 2 Op verkenning Sara heeft een tekst geschreven. t 3 t Aan de slag 4 Lees de twee teksten. Welke tekst is een weettekst? Schrijf dat onder de weettekst. Tekst 1 Dat spelletje dat jullie doen, zegt hij dan, dat heet toch de rups? Ja, zegt Marieke. Ik zou geen rups willen zijn, zegt Ramón. Ik ben liever een vlinder. Marieke kijkt Ramón verbaasd aan. Je lijkt nog niet op een vlinder, zegt ze. Een vlinder vliegt, kijk zo! Tekst 2 Vlinders kunnen niet eten. Ze hebben geen mond. Ze kunnen wel drinken. Dat doen ze door hun roltong. Die tong is net een rietje. Vlinders drinken nectar. Dat is een zoet drankje uit de bloem. 60

60 Op verkenning Aan de slag Terugkijken 5 6 Je wilt een weettekst schrijven over tennis. Wat ga je doen? zoeken op internet naar een tenniswedstrijd kijken praten met een tennisjuf grapjes over tennis bedenken een sprookjesboek lezen zelf iets over tennis verzinnen een folder over tennis lezen een boek over tennis lezen Bekijk de tekeningen van de auto. Maak er een woordweb bij. auto t 7 t Terugkijken 8 61

61 w blok 4 gevoel les 7 spreken/luisteren Op verkenning 2 Inka Lon Fer t Aan de slag 5 Kies spel 1, 2, 3 of 4. Speel het spel. Let op je handen, je ogen, je lichaam. Kijk naar je buur. Let op de handen, de ogen, het lichaam. Schrijf op wat je ziet Je kleine broertje is gevallen. Je probeert hem te troosten. Je vriend wil iets gevaarlijks doen. Je probeert hem tegen te houden. Je kent een heel leuk spel. Je wilt dat je vriendinnetje meedoet. handen: 4 Je wilt heel graag een ijsje. Je vraagt je moeder om geld. ogen: lichaam: 6 Teken een clown. Hij maakt de mensen aan het lachen. Hoe doet hij dat? Met zijn ogen? Met zijn handen? Met zijn lichaam? Laat dat zien. t Terugkijken 8 Ik gebruik 62

62 w blok 4 gevoel les 8 taalbeschouwing t 2 Op verkenning Aan de slag Terugkijken Verhaal Dat komt door t 4 7. Achter een vraagzin staat geen punt, maar een t 5 Op verkenning Aan de slag Terugkijken Lees het verhaal. De punten, vraagtekens en hoofdletters zijn vergeten. Zet een punt waar het moet. Of een vraagteken. En een streep waar een hoofdletter moet staan. bambi heeft veel vriendjes. weet je wie zijn beste vriendje is dat is stampertje, het konijn ze maken samen veel plezier eens beleven ze een angstig avontuur er komen mensen in het bos het zijn jagers ze horen de geweren angstig duiken ze weg woedend en verdrietig zijn ze waarom doen mensen dit schamen ze zich niet 63

63 Op verkenning Aan de slag Terugkijken 6 Wie is jouw beste vriend of vriendin? Wat doen jullie samen? Schrijf daarover vijf zinnen. Denk erom: Elke zin begint met een hoofdletter. Elke zin eindigt met een punt. Gebruik je een vraagzin? Zet dan een vraagteken aan het einde. t 7 1. Wie 2. Wat 3. Waar 4. Waarom 5. Welke t Terugkijken 8 64

64 kopieerboek 4

65 blok 4 gevoel

66 k blok 4 toetstaak naam: 1 2 Is het een weettekst of een verhaaltekst? Schildpadden Veel schildpadden leven in het water. Maar sommige ook op het land. Ze kunnen wel 3 meter lang worden. En wel 300 jaar oud. Is een schildpad bang? Dan trekt hij zijn kop en poten in. weettekst verhaaltekst Maak het woordweb af. Er was eens een houthakker. Hij ging met zijn bijl naar het bos. Hij wilde een mooie boom omhakken. De houthakker liet zijn bijl vallen. De bijl viel in het water. Opeens zag de man een grote vis. In zijn bek had hij de bijl. weettekst verhaaltekst paarden Schrijf een weettekst over paarden. Gebruik de woorden uit het woordweb. 3 Lange zinnen vertellen vaak meer dan korte. Maak de zinnen langer. De ridder zit De dokter geeft Oma s pols is Ik huilde In het boek stond blok 4 kopieerblad 1 Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

67 k blok 4 toetstaak naam: 4 m Waar moet een hoofdletter staan? Zet onder die letters een streepje. Waar moeten punten en vraagtekens? Schrijf ze achter de zinnen. koopt mama bloemen heb jij het warm papa is boos wil je broertje niet naar bed ik krijg een zoen van opa 5 Lees de woorden in de wolken. Kleur de woorden die bij verdriet horen blauw. Kleur de woorden die bij een blij gevoel horen geel. treurig droevig vrolijk naar gelukkig somber blij verdrietig troosten het verdriet vriendelijk 6 Lees de woorden op de woordkaarten. Drie woorden horen er steeds niet bij. Zet daar een rondje om. 1 2 de angst het plezier angstig bang trots jaloers verstandig niet durven genieten blij schateren verwaand snikken somber 3 eenzaam de woede feliciteren boos het verlangen de kwaadheid woedend Uitgeverij Zwijsen, Tilburg blok 4 kopieerblad 2

68 k registratieblad toetstaak Onderdeel Schrijven Taalbeschouwing Woordenschat Opdrachten Opdracht 1 Opdracht 2 Opdracht 3 Opdracht 4 Opdracht 5 en 6 Naam Adviesnorm 0 fouten: G 0 fouten: G 0 fouten: G 0 fouten: G 0 fouten: G 1, 2 fout: V 1 fout: V 1, 2 fouten: V 1, 2 fouten: V >0 fouten: O >2 fout: O >1 fout: O >2 fouten: O >2 fouten: O Herhalingsstof Onvoldoende: Onvoldoende: Onvoldoende: Onvoldoende: Onvoldoende: ht 1 ht 2 ht 3 ht 4 ht 5/6 (hl a1, p. 67) (hl a1, p. 68) (hl a1, p. 68) (hl a1, p. 69) (hl a1, p. 69) De leerlingen die voldoende of goed scoren op alle onderdelen, kunnen verder gaan met de plustaken. Meer informatie in hl a1, pagina 6. Afkortingen: G = goed, V = voldoende, O = onvoldoende, ht = herhalingstaak, hl = handleiding. blok 4 kopieerblad 3 Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

69 k blok 4 herhalingstaak 1 schrijven naam: Van sommige teksten kun je iets leren. Ze gaan over iets wat echt waar is. Zo n tekst heet een weettekst. Andere teksten zijn verzonnen. Het zijn verhalen. Daarom heet zo n tekst een verhaaltekst. 1 In welke kast moeten deze boeken? Trek lijnen naar de goede kast. 2 3 Lees de teksten hieronder. Zet een rondje om het goede woord. Tekst 1 is een weettekst / verhaaltekst. Tekst 2 is een weettekst / verhaaltekst. Tekst 1 De inktvis heeft acht armen. Hij eet vooral krabben en mosselen. Hij kan zich goed verstoppen. Hij kruipt dan in een holletje onder de stenen. Hij wacht tot hij een krab ziet. Die grijpt hij dan met een van zijn acht armen. Daarna eet hij hem op. Schrijf twee teksten. Een verhaaltekst en een weettekst. Doe dit op een blaadje. Elke tekst heeft vijf regels. Allebei je teksten gaan over een aap. Tekst 2 Luuk loopt in het toverbos. Hij ziet het huis van de tovenaar. Op tafel ligt een toverboek. Luuk kijkt stiekem in het boek. Hij leest een spreuk hardop. En wat gebeurt er? Luuk is in een reus veranderd. Uitgeverij Zwijsen, Tilburg blok 4 kopieerblad 4

70 k blok 4 herhalingstaak 2 schrijven naam: Wil jij een weettekst schrijven? Lees dan een boek. Of kijk op internet. Maak eerst een woordweb. Daarin staat alles wat je weet. Van de woorden maak je zinnen. Die zet je op de goede plek. Je mag er nog extra zinnen bij maken. slagtanden grote oren slurf olifant douche kleine oogjes dikke huid 1 Je maakt een weettekst over honden. Je doet dit stap voor stap. Stap 1 Zoek informatie in een boek. Je kunt ook op internet kijken. Lees niet alles. Stap 2 Maak het woordweb af. honden Stap 3 Maak zinnen met de woorden van het woordweb. Stap 4 Zet de zinnen in de goede volgorde. Maak er een goede tekst van. Zet er ook nog enkele zinnen tussen. Daar wordt je tekst meestal beter van. Doe dit op een blaadje. blok 4 kopieerblad 5 Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

71 k blok 4 herhalingstaak 3 taalbeschouwing naam: Met woorden kun je iets vertellen. Van woorden kun je zinnen maken. Met zinnen kun je beter uitleggen dan met woorden. Melk! Is zijn melk op? Heeft hij de melkbeker laten vallen? Kan hij niet bij zijn melk? 1 Een lange zin geeft veel informatie. Maak de zinnen af. wie + wat? hoe? waar? Ik ga op de fi ets naar de bibliotheek. Omar viel Fleur ging De kikker sprong 2 Maak de zin steeds korter. Je houdt dan minder informatie over. Bijvoorbeeld: Linda fietst na schooltijd met haar vriendin naar de supermarkt. Linda fietst met haar vriendin naar de supermarkt. Linda fietst met haar vriendin. Linda fietst. Nu jij. Ik koop morgen een fiets bij de fietsenwinkel. 3 Gooi met twee dobbelstenen. Gooi je een 3 en een 4? Zoek in het grijze vak woord nummer 3. Zoek in het witte vak woord nummer 4. Bedenk met de twee woorden een zin. Zeg de zin tegen je buur. Daarna is je buur aan de beurt. 1 heks 2 fee 3 kabouter 4 fee 5 reus 6 hert 1 bos 2 toverstok 3 huisje 4 kat 5 paddestoel 6 boom Uitgeverij Zwijsen, Tilburg blok 4 kopieerblad 6

72 k blok 4 herhalingstaak 4 taalbeschouwing naam: Een zin begint met een hoofdletter. En eindigt vaak met een punt. Je hebt ook vraagzinnen. Die eindigen met een vraagteken. Vraagzinnen kunnen met een vraagwoord beginnen. 1 Gebruik samen één blaadje. Jij schrijft op het blaadje: Waar ben jij wel eens bang voor? Je buur schrijft het antwoord op. Jij schrijft er een nieuwe vraag onder. Je buur schrijft er weer een antwoord bij. Doe dit drie keer. Wissel de rollen om. Doe de opdrachten nog een keer. Klaar? Bekijk samen de eerste vraag. Begint hij met een hoofdletter? Staat er op het eind een vraagteken? Bekijk het antwoord. Begint het met een hoofdletter? Staat er een punt achter? Bekijk zo alle zinnen. Verbeter waar dit nodig is. 2 Isa geeft morgen een feestje. Waar moet Isa aan denken? Maak de vragen af. Vergeet de vraagtekens niet. Hoeveel Wie Wat Hoe blok 4 kopieerblad 7 Uitgeverij Zwijsen, Tilburg

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 4: 1 handleiding A2: het algemene gedeelte en blok 7 2 taalboek A2: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 8: 1 handleiding E2: het algemene gedeelte en blok 7 2 taalboek E2: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 5: 1 handleiding B1: het algemene gedeelte en blok 4 2 taalboek B1: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 7: 1 handleiding D2: het algemene gedeelte en blok 7 2 taalboek D2: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 5: 1 handleiding B2: het algemene gedeelte en blok 7 2 taalboek B2: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten

Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten November 2009

Nadere informatie

Proefkatern Taal in beeld

Proefkatern Taal in beeld Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 6: 1 handleiding C1: het algemene gedeelte en blok 4 2 taalboek C1: de introductiepagina s en blok

Nadere informatie

Zwijsen. Ben Verschuren Hans van Wessel. Jos Cöp. Adriaan Maters Maril Rijks. handleiding e1

Zwijsen. Ben Verschuren Hans van Wessel. Jos Cöp. Adriaan Maters Maril Rijks. handleiding e1 Zwijsen Ben Verschuren Hans van Wessel Adriaan Maters Maril Rijks Jos Cöp handleiding e1 hl inhoud algemene handleiding met Taal in beeld 3 Kenmerken 3 Opbouw methode 3 Activiteiten 5 Differentiatie 5

Nadere informatie

Zwijsen. Ben Verschuren Hans van Wessel. Jos Cöp. Adriaan Maters Maril Rijks. handleiding d1

Zwijsen. Ben Verschuren Hans van Wessel. Jos Cöp. Adriaan Maters Maril Rijks. handleiding d1 Zwijsen Ben Verschuren Hans van Wessel Adriaan Maters Maril Rijks Jos Cöp handleiding d1 hl inhoud algemene handleiding met Taal in beeld 3 Kenmerken 3 Opbouw methode 3 Activiteiten 5 Differentiatie 5

Nadere informatie

LESBOEK b. Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN

LESBOEK b. Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN LESBOEK b Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN Zwijsen Paul Stapel Dianne Manders Maril Rijks Jos Cöp HAnDlEIDInG b Hl InHoUD Algemene handleiding Aan de slag met Lezen in beeld 3 Kenmerken 3 Uitgangspunten

Nadere informatie

Alles over. Lezen in beeld. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Lezen in beeld. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Alles over. Taal in beeld. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Taal in beeld. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Informatie. vakgebieden. Groep 6

Informatie. vakgebieden. Groep 6 Informatie vakgebieden Groep 6 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode

Nadere informatie

LESBOEK d. Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN

LESBOEK d. Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN LESBOEK d Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN Zwijsen Paul Stapel Dianne Manders Maril Rijks Jos Cöp HANDLEIDING d HL INHOUD Algemene handleiding Aan de slag met Lezen in beeld 3 Kenmerken 3 Uitgangspunten

Nadere informatie

Informatie. vakgebieden. Groep 4

Informatie. vakgebieden. Groep 4 Informatie vakgebieden Groep 4 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Blok 5 Verhalen 15 lesbeschrijvingen toetsing informatie over de herhalings- en plustaken

Inhoudsopgave. Blok 5 Verhalen 15 lesbeschrijvingen toetsing informatie over de herhalings- en plustaken Inhoudsopgave Algemene handleiding met Taal in beeld 3 Kenmerken 3 Opbouw van de methode 4 Leeractiviteiten 5 Opbrengstgericht werken 6 Samenwerkend leren 7 Toetsing en evaluatie 8 Combinatiegroepen 8

Nadere informatie

Informatie. vakgebieden. Groep 5

Informatie. vakgebieden. Groep 5 Informatie vakgebieden Groep 5 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode

Nadere informatie

Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Effectief spellingonderwijs WWW.CPS.NL

Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Effectief spellingonderwijs WWW.CPS.NL Nationaal congres Taal en Lezen 15 oktober 2015 Effectief spellingonderwijs WWW.CPS.NL Contactgegevens Tseard Veenstra [email protected] 06 55168626 Is spellingonderwijs nog relevant als we met behulp

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Handleiding 4a groep 4 blok 4

Uitprobeerpakket. Handleiding 4a groep 4 blok 4 Uitprobeerpakket Handleiding 4a groep 4 blok 4 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal in Beeld. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal in Beeld. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands Het gebruik van De bovenkamer bij Taal in Beeld Bij verschillende onderdelen van de taalmethode Taal in Beeld, kunt u De bovenkamer

Nadere informatie

Blauwe stenen leer je zo

Blauwe stenen leer je zo Handleiding groep 3-8 Blauwe stenen leer je zo Wijzers Jeelo heeft gele wijzers om samen met leerlingen te verkennen hoe je een steen van Jeelo leert. Voor groep 3-4 wijzer 2009 Zo leer je blauwe stenen

Nadere informatie

Het flexibel inzetten van de taalmethode heeft te maken met de functie van taal.

Het flexibel inzetten van de taalmethode heeft te maken met de functie van taal. Taal: vakspecifieke toelichting en tips Taalverwerving en -onderwijs verlopen als het ware in cirkels: het gaat vaak om dezelfde inhouden, maar de complexiteit en de mate van beheersing nemen toe. Anders

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Handleiding 5a groep 5 blok 4

Uitprobeerpakket. Handleiding 5a groep 5 blok 4 Uitprobeerpakket Handleiding 5a groep 5 blok 4 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

Zin in taal Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten

Zin in taal Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten Zin in taal Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Zin in taal Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten November 2009

Nadere informatie

Informatie. vakgebieden. Groep 7

Informatie. vakgebieden. Groep 7 Informatie vakgebieden Groep 7 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode

Nadere informatie

Proefkatern Spelling in beeld

Proefkatern Spelling in beeld Proefkatern Spelling in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 8: 1 handleiding E2: het algemene gedeelte en blok 7 2 werkboek E2: de introductiepagina s

Nadere informatie

Tips bij het bestellen van nieuwe boeken

Tips bij het bestellen van nieuwe boeken Tips bij het bestellen van nieuwe boeken Versie: juni 2015 Leidseveer 2, 3511 SB Utrecht Telefoon: 088-999 0 444 Email: [email protected] Nieuwe methode aanschaffen? Dat kan nu veel voordeliger. Snappet

Nadere informatie

Richtlijn Het Activerende Directe Instructie Model

Richtlijn Het Activerende Directe Instructie Model Richtlijn Het Activerende Directe Instructie Model Omschrijving Verwijzing naar Doelgroep Opsteller Intern document die uitleg geeft over het activerende directe instructiemodel. Vaardigheidsmeter Betrokken

Nadere informatie

Alles over. Grip op lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Grip op lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Informatie. vakgebieden. Groep 8

Informatie. vakgebieden. Groep 8 Informatie vakgebieden Groep 8 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode

Nadere informatie

Basisarrangement. Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal. 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen

Basisarrangement. Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal. 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen Basis Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen Deviant methode leer/werkboek VIA vooraf op weg naar 1F. De 8 thema s in het boek hebben terugkerende

Nadere informatie

Oranje stappers maak je zo

Oranje stappers maak je zo Handleiding groep 3-8 Oranje stappers maak je zo Wijzers Jeelo heeft gele wijzers om samen met leerlingen te verkennen hoe je een oranje stapper van Jeelo maakt. Voor groep 3-4 wijzer 2008 Zo maak je oranje

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 h/v de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 h/v de betekenis

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing

Programma van Inhoud en Toetsing Onderdeel: Grammatica zinsdelen (RTTI) Lesperiode: 1 Hoofdstuk: 1, 2,3 & 5 Theorie blz 28, 68, 108, 188, 189 De leerling moet de volgende zinsdelen kennen: persoonsvorm onderwerp werkwoordelijk gezegde

Nadere informatie

BIJLAGE bij de Website voor Groep 6, 7, 8

BIJLAGE bij de Website voor Groep 6, 7, 8 Zoals u wellicht weet wordt er ieder jaar in oktober de KINDERBOEKENWEEK georganiseerd. Op de meeste scholen worden er dan ook Voorleeswedstrijden gehouden, en gaat de aandacht speciaal uit naar de PROMOTIE

Nadere informatie

Taaljournaal, tweede versie

Taaljournaal, tweede versie SPELLING Taaljournaal, tweede versie Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl en

Nadere informatie

UITNEEMVEL > Alle taalmethoden in 1 overzicht!

UITNEEMVEL > Alle taalmethoden in 1 overzicht! UITNEEMVEL > Alle taalmethoden in 1 overzicht! Informatie: er is maar één juiste keuze! In onze informatiecentra in Rijssen en Ede vindt u de materialen uit de verschillende methoden, zodat u zich goed

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing

Programma van Inhoud en Toetsing Onderdeel: Grammatica zinsdelen (RTTI) Lesperiode: 1 Aantal lessen per week: 4 Hoofdstuk: 1, 2,3 & 5 Theorie blz 28, 68, 108, 188, 189 De leerling moet de volgende zinsdelen kennen: persoonsvorm onderwerp

Nadere informatie

Slimme en aantrekkelijke software voor taal en spelling

Slimme en aantrekkelijke software voor taal en spelling Slimme en aantrekkelijke software voor taal en spelling Met de software van en Spelling in beeld haalt u meer uit élke leerling! Leerkrachtassistent: digibordsoftware voor optimale voorbereiding en aantrekkelijke

Nadere informatie

Alles over. Wijzer! Geschiedenis. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Wijzer! Geschiedenis. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Wijzer! Geschiedenis Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In

Nadere informatie

De ontwikkelde materialen per unit.

De ontwikkelde materialen per unit. Handleiding. Dit is de handleiding voor het remediërende programma voor de leeszwakke leerling bij het vak Engels. De hulpmiddelen zijn ontwikkeld voor leerlingen die bij de toetsen technisch lezen uitvallen

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen 1.1 Eigen kennis 1.1.1 Kinderen kunnen hun eigen kennis activeren, m.a.w. ze kunnen aangeven wat ze over een bepaald onderwerp al weten en welke ervaringen ze er

Nadere informatie

Lesstof overzicht Station vanaf

Lesstof overzicht Station vanaf Lesstof overzicht Station vanaf 2018 complete methode Nederlands vmbo STATION Mondelinge taalvaardigheid Nederlands vmbo KGT 1 Beter gebekt STATION Nederlands vmbo BK 1 Tussen hoofdletter en punt jaar

Nadere informatie

Ogo en taal van methode naar bronnenboek

Ogo en taal van methode naar bronnenboek Ogo en taal van methode naar bronnenboek Help!! Wat nu?? Niet in 1 keer alles loslaten Gefaseerd invoeren van werken met OGO thema s Gefaseerd invoeren van taal binnen thema s ???Taaltrapeze en OGO???

Nadere informatie

Brochure Begrijpend lezen VMBO 1

Brochure Begrijpend lezen VMBO 1 Brochure Begrijpend lezen VMBO 1 Brochure Begrijpend lezen VMBO 2 Inleiding Het belang van begrijpend lezen kan nauwelijks overschat worden. Het niveau van begrijpend lezen dat kinderen aan het einde van

Nadere informatie

Proefkatern Spelling in beeld

Proefkatern Spelling in beeld Proefkatern Spelling in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 5: 1 Handleiding b1: algemene gedeelte en lesbeschrijvingen bij blok 4 2 Werkboek b1: introductiepagina

Nadere informatie

Ontwerponderzoek paper 2 Geografische informatievaardigheden in 5 VWO

Ontwerponderzoek paper 2 Geografische informatievaardigheden in 5 VWO Ontwerponderzoek paper 2 Geografische informatievaardigheden in 5 VWO Student: Vincent van der Maaden, MSc Studentnummer: 5783070 Opleiding: Interfacultaire lerarenopleiding, UvA Vakgebied: Aardrijkskunde

Nadere informatie

Alles over. Naut. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Naut. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Naut Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met

Nadere informatie

Methodeanalyse. Methodeanalyse van de leerlijn stellen in taalmethode: Taal in beeld PO / SO / SBO. Uitgeverij en website Zwijsen, Tilburg

Methodeanalyse. Methodeanalyse van de leerlijn stellen in taalmethode: Taal in beeld PO / SO / SBO. Uitgeverij en website Zwijsen, Tilburg Methodeanalyse Stelonderwijs; Taal in beeld Methodeanalyse van de leerlijn stellen in taalmethode: Taal in beeld PO / SO / SBO Uitgeverij en website Zwijsen, Tilburg www.zwijsen.nl www.taalinbeeld.nl Eerste

Nadere informatie

Alles over. Wijzer! Natuur en techniek. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Wijzer! Natuur en techniek. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Wijzer! Natuur en techniek Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken.

Nadere informatie

Alles over. Taal actief. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Taal actief. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Taal actief Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Alles over. Wijzer! Natuur en techniek. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Wijzer! Natuur en techniek. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Wijzer! Natuur en techniek Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken.

Nadere informatie

Alles over. Alles telt. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Alles telt. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Alles telt Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Snappet is een alternatief voor...

Snappet is een alternatief voor... Snappet is een alternatief voor... Hulp bij het bestellen van nieuwe boeken. Versie: mei 2014 Leidseveer 2, 3511 SB Utrecht Telefoon: 088-999 0 444 Email: [email protected] Informatie Nieuwe methode aanschaffen?

Nadere informatie

Proefkatern Spelling in beeld

Proefkatern Spelling in beeld Proefkatern Spelling in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 4: 1 handleiding A2: het algemene gedeelte en blok 7 2 werkboek A2: de introductiepagina s

Nadere informatie

Beoordelingsinstrument Digitale Leermiddelen Taalonderwijs

Beoordelingsinstrument Digitale Leermiddelen Taalonderwijs kennisnet.nl Beoordelingsinstrument Digitale Leermiddelen Taalonderwijs Op de volgende pagina s treft u het beoordelingsinstrument Digitale Leermiddelen Taalonderwijs. Het instrument is ingedeeld in acht

Nadere informatie

Syntheseproef kerst 2013 Theoretische richtingen

Syntheseproef kerst 2013 Theoretische richtingen Syntheseproef kerst 2013 Theoretische richtingen Vooraf De syntheseproef bestaat uit een aantal onderdelen. 1. Schriftelijke taalvaardigheid Het verslag dat je maakte van de aidsgetuigenis van Kristof

Nadere informatie

Alles over. Taal actief. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Taal actief. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Taal actief Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Alles over. Blink Wereld Geschiedenis. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Blink Wereld Geschiedenis. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Alles over. Tijdzaken. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Tijdzaken. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Naam leerlingen. Groep BBL 1 Nederlands. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen.

Naam leerlingen. Groep BBL 1 Nederlands. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. Verdiepend Basisarrange ment Naam leerlingen Groep BBL 1 Nederlands Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. - 5 keer per week 45 minuten basisdoelen toepassen in verdiepende contexten.

Nadere informatie

Alles over. Taal actief. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Taal actief. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Taal actief Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Grammatica op maat Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Grammatica op maat Dit programma is

Nadere informatie

Lezen voor Beroep en Studie. 2 e trainingsavond, 13 oktober 2014

Lezen voor Beroep en Studie. 2 e trainingsavond, 13 oktober 2014 Lezen voor Beroep en Studie 2 e trainingsavond, 13 oktober 2014 Doelen van de tweede trainingsdag - Deelnemers kijken terug op de eerste bijeenkomst - Deelnemers maken kennis met de inhoud en opzet van

Nadere informatie

En, wat hebben we deze les geleerd?

En, wat hebben we deze les geleerd? Feedback Evaluatie Team 5 En, wat hebben we deze les geleerd? FEED BACK in de klas En, wat hebben we deze les geleerd? Leerkracht Marnix wijst naar het doel op het bord. De leerlingen antwoorden in koor:

Nadere informatie

Nieuwe generatie rekenmethodes vergeleken

Nieuwe generatie rekenmethodes vergeleken Nieuwe generatie rekenmethodes vergeleken Ruud Janssen Alles telt (2e editie - ThiemeMeulenhoff) De methode biedt een doorgaande lijn vanuit de kleuterbouw. De leerlijnen zijn digitaal beschikbaar. Het

Nadere informatie

Alles over. Alles telt. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Alles telt. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Alles telt Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Onderwijs in een combinatiegroep

Onderwijs in een combinatiegroep KWALITEITSKAART Organisatie Onderwijs in een combinatiegroep PO Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze kwaliteitskaart zijn te vinden op www.schoolaanzet.nl.

Nadere informatie

Alles over. Speurtocht. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Speurtocht. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Speurtocht Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Sabine Sommer is Interne begeleider van de bovenbouw.. Zij gaat vooral over de zorg van de kinderen.

Sabine Sommer is Interne begeleider van de bovenbouw.. Zij gaat vooral over de zorg van de kinderen. Informatie over de gang van zaken in leerjaar 5 Sabine Sommer is Interne begeleider van de bovenbouw.. Zij gaat vooral over de zorg van de kinderen. ALGEMEEN Het allerbelangrijkste vinden wij dat de kinderen

Nadere informatie

Ko observatielijst/ Kern(tussen)doelen TULE SLO Van November 2006

Ko observatielijst/ Kern(tussen)doelen TULE SLO Van November 2006 1 Ko observatielijst/ Kern(tussen)doelen TULE SLO Van November 2006 Mondeling onderwijs Kerndoel 1 Kerndoel 2 Kerndoel 3 Schriftelijk onderwijs Kerndoel 4 Bijlage kerndoel 4 leestechniek Kerndoel 5 Kerndoel

Nadere informatie

SLO-kerndoelanalyse Alles-in-1/Alles apart. Uitgeverij Alles-in-1

SLO-kerndoelanalyse Alles-in-1/Alles apart. Uitgeverij Alles-in-1 SLO-kerndoelanalyse Alles-in-1/Alles apart Uitgeverij Alles-in-1 Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede 2 maart 2010 Alle rechten voorbehouden. Mits de bron wordt vermeld is het toegestaan om zonder

Nadere informatie

SLO-kerndoelanalyse Alles-in-1/Alles apart. Uitgeverij Alles-in-1

SLO-kerndoelanalyse Alles-in-1/Alles apart. Uitgeverij Alles-in-1 SLO-kerndoelanalyse Alles-in-1/Alles apart Uitgeverij Alles-in-1 Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede 2 maart 2010 Alle rechten voorbehouden. Mits de bron wordt vermeld is het toegestaan om zonder

Nadere informatie

Alles over. Blink Wereld geschiedenis. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Blink Wereld geschiedenis. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Kinderen leren schrijven. www.taalvorming.nl

Kinderen leren schrijven. www.taalvorming.nl Kinderen leren schrijven www.taalvorming.nl Uitgangspunten van taalvorming Taalvorming is een lang bestaande werkwijze die je ook kunt zien als schrijfdidactiek werken vanuit eigen ervaringen samenhang

Nadere informatie

Niveau en referentieniveau in Taal op Maat

Niveau en referentieniveau in Taal op Maat Pagina 1 van 7 Niveau en referentieniveau in Taal op Maat Op welk (referentie)niveau krijgen leerlingen taalonderwijs aangeboden in Taal op maat? Tiddo Ekens 1 Oktober 2015 Op welk(e) referentieniveau(s)

Nadere informatie

Alles over. Taalverhaal.nu. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Taalverhaal.nu. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Taalverhaal.nu Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Proefkatern Zin in taal Nieuw

Proefkatern Zin in taal Nieuw Proefkatern Zin in taal Nieuw In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Zin in taal, groep 8: 1. Handleiding e1: het algemene gedeelte en eenheid 4 2. Taalboek e1: eenheid 4 3. Werkboek e1:

Nadere informatie

Alles over. Rekenrijk. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Rekenrijk. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing

Programma van Inhoud en Toetsing Onderdeel: leesvaardigheid Lesperiode: 1 Hoofdstuk: 1 + 2 Theorie blz. 7-8, 50 aantekeningen oefeningen uit het leerboek stappenplan lezen De leerling kent de termen onderwerp, deelonderwerp, hoofdgedachte,

Nadere informatie

Lesplanformulier. Les wordt gegeven in een open ruimte met ronde tafels en een computergedeelte. Een les duurt 50 minuten

Lesplanformulier. Les wordt gegeven in een open ruimte met ronde tafels en een computergedeelte. Een les duurt 50 minuten Lesplanformulier naam student : Aukelien Stalman opleiding : docent GZW jaar : 3 naam school : Gomarus College Assen coach : klas : 1 datum van de les: mei 2017 Lesonderwerp: Biologie stevigheid en beweging

Nadere informatie

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands colofon Dit overzicht is samengesteld door Josée Coenen, auteur van De bovenkamer. Vormgeving Marjo Starink Bazalt 2016 Voor meer

Nadere informatie

2.BESCHRIJVING VAN HET TAALONDERWIJS VAN DE SCHOOL

2.BESCHRIJVING VAN HET TAALONDERWIJS VAN DE SCHOOL Taalbeleid 1.ALGEMEEN 1.1 Woord vooraf 1.2 Visie van de school 1.3 Omschrijving taalbeleid 1.4 Motivering van het belang van taalbeleid onze school 1.5 De populatie van de school 2.BESCHRIJVING VAN HET

Nadere informatie

-Samen meertalig en talentvol de wereld in- GROEP Erik Smit

-Samen meertalig en talentvol de wereld in- GROEP Erik Smit -Samen meertalig en talentvol de wereld in- GROEP 8 2017-2018 Erik Smit [email protected] WAT KUNNEN DE KINDEREN VERWACHTEN DIT SCHOOLJAAR? Schoolkeuze voortgezet onderwijs Kamp van 27 september tot 29

Nadere informatie

Proefkatern Spelling in beeld

Proefkatern Spelling in beeld Proefkatern Spelling in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 4: 1 handleiding A1: het algemene gedeelte en blok 4 2 werkboek A1: de introductiepagina s

Nadere informatie

Alles over. Wijzer! Aardrijkskunde. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Wijzer! Aardrijkskunde. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Wijzer! Aardrijkskunde Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In

Nadere informatie

Alles over. Leesparade. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Leesparade. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Leesparade Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking

Nadere informatie

Alles over. Blink Wereld aardrijkskunde. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Blink Wereld aardrijkskunde. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Proefkatern Zin in taal Nieuw

Proefkatern Zin in taal Nieuw Proefkatern Zin in taal Nieuw In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Zin in taal, groep 4: 1. Handleiding a1: het algemene gedeelte en eenheid 4 2. Taalboek a1: eenheid 4 3. Werkboek a1:

Nadere informatie

Alles over. Leeslink. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Leeslink. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) 2018-2019 Klas: HV1 Lesperiode: 1 + 2 Diploma grammatica Methode: Nieuw Nederlands 5 e editie Hoofdstuk: Grammatica HF 1 t/m 6 Bladzijde: 25 t/m 30, 67 t/m 72, 109 t/m 114, 151 t/m 156, 193 t/m 198, 235

Nadere informatie

Alles over. Blink Wereld Natuur en Techniek. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Blink Wereld Natuur en Techniek. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Blink Wereld Natuur en Techniek Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen

Nadere informatie

Alles over. Staal. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen

Alles over. Staal. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Alles over Staal Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met

Nadere informatie

Naam leerlingen. Groep BBL1 Engels. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 3 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen.

Naam leerlingen. Groep BBL1 Engels. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 3 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. Verdiepend Basisarrange ment Naam leerlingen Groep BBL1 Engels Leertijd; 3 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. - 3 keer per week 45 minuten basisdoelen toepassen in verdiepende contexten.

Nadere informatie

Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent?

Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent? Workshop Handleiding Verhalen schrijven wat is jouw talent? Inhoudsopgave Hoe gebruik je deze workshop? Hoe kun je deze workshop inzetten in je klas? Les 1: Even voorstellen stelt zich kort voor en vertelt

Nadere informatie

Leerstofoverzicht Lezen in beeld

Leerstofoverzicht Lezen in beeld Vaardigheden die bij één passen, worden in Lezen in beeld steeds bij elkaar, in één blok aangeboden. Voor Lezen in beeld a geldt het linker. Voor Lezen in beeld b t/m e geldt het rechter. In jaargroep

Nadere informatie