proefkatern groep 8 - blok 4
|
|
|
- Elias Vos
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 proefkatern groep 8 - blok In dit katern vind je onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 8: 1. Handleiding 8A: algemene gedeelte en lesbeschrijvingen bij blok 2. Werkboek 8A: introductiepagina s en blok 3. Uitlegkaarten 8: uitlegkaarten bij blok. Kopieerboek 8: kopieerbladen bij blok Met dit katern krijg je zicht op hoe Spelling in beeld werkt. De materialen stellen je in staat lessen van blok uit te proberen in je groep. Blok bestaat uit 9 lessen. Zwijsen geeft je toestemming om voor het uitproberen kopieën te maken uit dit katern. Heb je nog vragen, neem dan contact op met Zwijsen Klantenservice: of [email protected]. Voor meer informatie kun je ook kijken op taalinbeeld.nl. Wij wensen jou en jouw leerlingen veel (leer) plezier met Spelling in beeld!
2 handleiding 8a
3 Aan de slag met Spelling in beeld Een overzicht van alles wat u moet weten U gaat werken met Spelling in beeld 2, de tweede versie van de methode Spelling in beeld. Dat de methode succesvol is, weten taties. Wensen en opmerkingen van gebruikers om de methode via onze website Zo is de methode met Spelling in beeld 1 als stevige basis doorgegroeid naar de nieuwe versie: Spelling in beeld 2. Deze versie zullen we op dezelfde manier actueel houden. Werken met handleiding en weblog Deze handleiding helpt u om snel en praktisch met de methode weblog, waarin veel onderwerpen uitgediept worden. In tekst artikelen kunt u reageren en u kunt ook vragen stellen aan de makers van Spelling in beeld. Methode invoeren Spelling in beeld kunt u in één keer in alle groepen invoeren. instapblok waarin eerder aangeboden leerstof wordt opgefrist. Daarmee wordt opnieuw de basis gelegd voor de leerstof van de orde is geweest. Mocht u hiervan een samenvatting willen hebben, dan vindt u op een uitgebreid leerstofoverzicht. Overzicht werkt u dus met deel 8a en deel 8b. Werkt u op een ander type (basis)school, dan kunt u ervoor kiezen de leerstof op een andere manier te verdelen. Dit is Spelling in beeld ontwikkeld en vormgegeven. Die komen tot uitdrukking in de Complete methode Spelling in beeld is een complete methode: het programma biedt alle leerstof aan die u op basis van de referentieniveaus tieniveaus, de kerndoelen en de tussendoelen. De opzet van Spelling in beeld werkt dus gegarandeerd met een methode die voldoet aan alle eisen die de overheid stelt. Compact programma, compacte materialenset Spelling in beeld is een compacte methode. Zowel het aantal te nemen en toe te passen. Verder is ook in de hoeveelheid materialen terug te zien dat de methode compact is. Er is een Opbrengstgericht werken Spelling in beeld staat voor het werken aan goede leeropbrengsten ren, analyseren en interpreteren en beslissingen nemen. Dit helpt u de leerstof op een haalbare manier af te stemmen op dat wat individuele leerlingen nodig hebben. De methode houdt (niveaudifferentiatie) en tempo (tempodifferentiatie). U kunt de instructie, de feedback, het niveau van de opdrachten én het aantal opdrachten aanpassen aan het individuele kind. Flexibele organisatievorm Spelling in beeld is een flexibele digheden verschillen. Spelling in beeld houdt rekening met maken. Zo kunt u interactief met de hele groep aan de slag gaan, maar u kunt ook alle onderdelen van het programma door de leerlingen zelfstandig laten uitvoeren. U kunt de leerlingen individueel laten werken of laten samenwerken. Doordat de best kunt behalen. Uiteraard kunt u ook eenvoudig de kracht van verschillende organisatievormen combineren. U bepaalt in 3
4 welke mate u de leerlingen direct begeleidt of meer zelfstandig dezelfde basisleerstof, waardoor de organisatie van de lessen Digitaal of papier ledig via papieren werkboeken aanbieden. Maar u kunt ook besluiten veel zaken digitaal te doen door gebruik te maken beeld biedt u hiervoor de leerkrachtassistent voor het digitale site en digitale taken. In principe is Spelling in beeld daardoor klaar om als compleet digitale methode gebruikt te worden, maar de keuze is aan u. De opbouw van Spelling in beeld teren. De breekweken kunt u gebruiken als uitloopweken, herhalingsweken of als weken om op een andere manier met kunt u de leerstof op een goede en haalbare manier inplannen, waardoor u een goede afstemming hebt met de vakantieweken Basislessen, herhaling en verdieping Een blok van Spelling in beeld bestaat uit vier weken. In de één spellingcategorie aangeboden en ingeoefend. Die nieuwe leerstof wordt in week 3 in een aparte les herhaald. Na drie weken volgt een controledictee. Daarmee stelt u vast welke leerlingen de doelen van het blok bereikt hebben en welke nog niet. De leerlingen die de doelen bereikt hebben, gaan in week aan de slag met plustaken (verdiepingsstof), waarin en strategieën op het gebied van taal en spelling toepassen en uitbouwen. De andere leerlingen maken dan een of meer beheersen nogmaals aangeboden. Extra instructie en begeleide Herhaling eerder aangeboden leerstof de eerste twee lessen van de week. De derde les is in principe steeds een herhalingsles. Daarin worden spellingcategorieën steeds te laten maken. Maar in drukke weken, waarin u ook lingsles uit te stellen naar een geschikter moment. Zo kunt u herhalingslessen laten maken. De opbouw van deel 8a en 8b Deel 8a linglessen. Dat is exclusief het facultatieve signaaldictee na onvoldoende beheersing taken. De andere leerlingen gaan aan de slag met plustaken. 8 wordt de kennis over spellingtermen die de leerlingen in Deel 8b gramma. Dit deel heeft dezelfde opbouw als deel 8a. Blok 8 is een afsluitend blok. In enkele lessen wordt nog nieuwe leerstof aangeboden. Daarnaast is er veel aandacht voor het integreren, Week Dag 1 Dag 2 Dag 3 Dag Dag 5 1 les 1 i les 2 i les 3 h 2 les i les 5 i les 6 h 3 les 7 i signaaldictee (facultatief) les 8 h blok controledictee h/p h/p les 9 h i = instructie en verwerking spellingcategorieën h h blok = herhaling stof uit dit blok h/p = herhalingstaken/plustaken na het controledictee GROEP 8
5 is aangeboden. De leeractiviteiten in Spelling in beeld Een uitgangspunt van Spelling in beeld is dat de methode hoe u wilt werken. Leerlingen kunnen met Spelling in beeld uw leiding) aan de slag. Welke organisatievorm u ook kiest, alle kinderen doorlopen dezelfde basisopdrachten en gebruiken Alle activiteiten in werkboek en op uitlegkaarten De methode is zo opgezet dat leerlingen zelfstandig kunnen onderdelen (lesdoel, introductie, instructie, verwerking en evaluatie/reflectie Wat ga je leren?, Op verkenning, Uitleg, Aan de slag en Terugkijken. Ook als u niet voor zelfstandig leren kiest, profiteert u van deze opzet, niet toekomt aan de begeleiding van leerlingen. Soorten lessen en herhalingslessen (les 3, 6, 8 en 9). van één spellingcategorie aangeboden. onthoudwoorden die de leerlingen door inprenting moeten onthouden. De term woorden van de week geeft aan om welke woorden dat gaat. In les 1, en 7 van elk blok worden klankwoorden, regelwoorden of werkwoorden aangeboden. De woorden die in de les gorie herkennen zodat ze deze voorbeeldwoorden, maar ook de uitlegkaart dus niet uit het hoofd te leren. die aan het eind van het blok nog één keer aan de orde wordt gesteld. In les 3, 6 en 9 gaat het steeds om leerstof die in Didactische fasering vier vaste lesfasen. Samen vormen ze de lesroute die leerlingen samenwerkend of begeleid kunnen doorlopen. Fase 1 Op verkenning en introducerende opdracht. Fase 2 Uitleg gebruik van een uitlegkaart. Die bestaat uit een uitlegpagina de uitlegpagina en de woordenpagina zelfstandig of onder begeleiding van de leerkracht doornemen. Fase 3 Aan de slag opdracht is een plusopdracht: een opdracht op een hoger niveau. Deze opdracht is te herkennen aan. De plusopdracht gemaakt te worden. Fase Terugkijken De leerlingen reflecteren op de les. De centrale vraag is: Wat lesdoel en is steeds een geschikt aanknopingspunt voor een standig hebben gewerkt. vindt u op pagina 10 en op Extra oefenen hebben betrekking op de spellingcategorieën die in die week of op dagen waarop geen spellinglessen gepland staan. U kunt ook extra oefenen met de woorden op de woorden pagina s van een bepaalde spellingkwestie is weggezakt. Daarnaast kunt u extra oefenmateriaal inzetten via worden beschreven, maar daar wel op aansluiten. 5
6 Tijdsindicaties Een les in Spelling in beeld op papier (Taalmaker, met taken op verschillende niveaus) of digitaal (online software Spelling in beeld, online plustaken). Spelling buiten de spellinglessen gend werkt als u in geschreven teksten steeds alle spelfouten C.F., categoriefouten). Nummer deze fouten. Laat de leerling de genummerde fouten (C.F.) onder het werk verbeteren. andere fouten, fouten in die andere woorden (A.F., andere fouten) onder het werk correct op. rieën: C.F. fouten in eerder geleerde categorieën (C.F.) leerstof die is aangeboden, maar ook naar de individuele Wanneer u op deze manier één keer per week de spelfouten controleert, bouwt u een spellingbewuste werkhouding op. De leerlingen zullen er in het begin aan denken dat een les op de spelling moeten doen. Gaandeweg zullen ze minder aan zorgde spelling. Opbrengstgericht werken met Spelling in beeld Spelling in beeld is volledig afgestemd op het opbrengstgericht melen, registreren, analyseren en interpreteren, en beslissingen in de methode is effectief en haalbaar. Differentiëren is in Spelling in beeld geen doel op zichzelf, maar een middel om niveau. Met de differentiatieaanpak van Spelling in beeld geeft behoeften, zonder dat de organisatie complex wordt. Basisleerlijn: hoge verwachtingen op de nieuwste versies van de kerndoelen, de tussendoelen en de referentieniveaus. Meer hierover leest u op pagina 11. in beeld 2 begint opbrengstgericht en haalbaar differentiëren tegemoet met niveaudifferentiatie en tempodifferentiatie. Niveaudifferentiatie: het werken met drie instructiegroepen Leerlingen verschillen in de mate waarin ze instructie en feedback nodig hebben om de leerdoelen te bereiken. Daarom (instructiedifferentiatie). dere blokken en uw eigen observaties. dig de doelen te bereiken. Spelling in beeld is zo opgezet dat standig, individueel of samenwerkend met anderen uit kunnen voeren. Omdat de volledige lesinhoud inclusief de introductie in leerlingtaal in het leerlingmateriaal staat, is dit voor deze Aanpak 2 is bedoeld voor leerlingen die na een basisinstructie Aanpak 1 is bedoeld voor leerlingen die aan een basisinstructie niet genoeg hebben. Voor hen vult u de basisinstructie aan met verlengde instructie en extra feedback. Na dit instructiemoment bespreekt en maakt u als leerkracht enkele opdrachten met wordt direct feedback gegeven. De fase duurt tot het moment dat de leerlingen de leerstof voldoende ingeoefend hebben en doelgericht en succesvol zelfstandig verder kunnen gaan. Per les geeft een organisatieschema aan hoe u haalbaar en groepsplan op te baseren. 6 GROEP 8
7 Organisatieschema 1 leren? Op verkenning Uitleg Aan de slag Aanpak 3 Aanpak 2 Aanpak 1 doel bespreken en taakinstructie opdrachten maken en uitleg lezen introductie en uitleg opdrachten maken verlengde instructie en feedback opdrachten maken opdracht maken les(doel) evalueren Werkvormen: begeleid zelfstandig (individueel/samenwerkend) Om deze gedifferentieerde manier van werken geordend te laten lesdoel en het proces te evalueren. Dit kan gebeuren aan de In de lessen 3, 6, 8 en 9 biedt Spelling in beeld geen nieuwe lessen loopt de verlengde instructiefase af op het moment dat deze leerlingen de leerstof en de bedoeling van de opdrachten Organisatieschema 2 leren? Op verkenning Uitleg Aan de slag Aanpak 3 Aanpak 2 Aanpak 1 doel bespreken en taakinstructie opdrachten maken (uitleg lezen) opdrachten maken (uitleg lezen) (eventueel) verlengde instructie opdrachten maken (uitleg lezen) opdracht maken les(doel) evalueren Werkvormen: begeleid zelfstandig (individueel/samenwerkend) Niveaudifferentiatie: opdrachten op niveau Behalve in instructiegroepen differentieert Spelling in beeld materiaal geven de pictogrammen aan hoe het niveau van de opdracht zich verhoudt tot het lesdoel. De opdrachten met één stip staan voor het basisniveau van de les. Ze worden gemaakt door alle leerlingen. Daarnaast staat in de les niet halen. Voor de meeste leerlingen van aanpak 2 en niveau. Voor sommige leerlingen zal dit verhoogd niveau te hoog weg naar het fundamentele niveau 1F én het streefniveau 2F van de referentieniveaus. Pictogram Niveau-indicatie t.o.v. lesdoel basisniveau verhoogd niveau Niveaudifferentiatie: voorinstructie (preteaching) Onder differentiatie naar begeleidingsbehoeften valt ook voorinstructie groepen leerlingen: leerlingen met een beperkte woordenschat en leerlingen die door een diepere oorzaak structureel moeite hebben met spelling. over de betekenis van de woorden op de woordenpagina van de uitlegkaart. Andere leerlingen hebben door een diepere oorzaak, zoals dyslexie of dysorthografie, moeite met spelling. U kunt deze leerlingen voorinstructie geven. Bespreek met hen vooraf een of meer uitlegkaarten van de volgende lessen. Zo bereikt u dat Niveaudifferentiatie na het controledictee Na les 9 maken de kinderen een controle dictee. Dit is bedoeld Is dit niet het geval, dan biedt de methode in de vierde week de leerlingen ze na een korte herhalingsinstructie zelfstandig zouden kunnen maken. Maar als u daarvoor de gelegenheid Zo kunt u hen steeds directe, gerichte feedback geven. 7
8 Niveaudifferentiatie en spellingsoftware Spelling in beeld ontwikkeld. De software bevat instructie en oefenstof voor de spellingcategorieën in de methode. U kunt het computerprogramma op tal van manieren inzetten. U kunt leerlingen laten oefenen met leerstof die op hetzelfde moment ook in de lessen aan bod komt of stof uit eerdere blokken laten herhalen. U kunt leerlingen die dat nodig hebben de stof van een blok in de vierde week laten herhalen. Maar u kunt de software ook gebruiken om nieuwe stof alvast verkennend te laten oefenen. Zie verder Niveaudifferentiatie en samenwerkend leren volwaardige werkvorm die leerlingen goede voorwaarden biedt om met elkaar en van elkaar te leren. Spelling in beeld houdt de organisatie haalbaar door het samenwerkend leren toe te spitsen op het werken in duo s. Wanneer u binnen de duo s bewust een betere leerling al werkend uitleg en feedback kan geven. De mindere speller profiteert van die uitleg, ook al is die misschien minder gestructureerd dan de uitleg van een leerkracht. Maar ook de betere speller profiteert van de samenwerking: omdat kernpunten, haken en ogen van spellingkwesties. Alleen dan Tempodifferentiatie Behalve in niveau verschillen leerlingen in het tempo waarmee instructieles suggesties. Leerlingen die snel werken, kunnen bovendien aan de slag met de extra taken. Op papier kunnen ze verder met Taalmaker. Ook digitaal kunnen leerlingen die sneller werken aan de slag: met de online software of online plustaken via Samenwerkend leren met Spelling in beeld dat ze prima in duo s kunnen worden gemaakt. U kunt ervoor kiezen om de duo s samen te stellen en de taakuitvoering en taakverdeling over te laten aan de duo s zelf. U kunt er ook voor - Voorkennis activeren Elkaar om de beurt bevragen over de spelling van de woorden beheersing die woorden nog eens doornemen; daarna opnieuw bevragen. - Uitleg samenvatten extra voorbeelden bedenken.) - Woordbetekenissen verduidelijken Individueel bepalen van welke woorden op de woordenpagina van met elkaar bespreken; eventueel opzoeken. - Opdrachten bespreken ten individueel maken. Na afloop het werk bespreken; het eigen werk eventueel aanpassen of verbeteren. - Voortgang bespreken Na de uitleg en na de verwerking de voortgang bespreken aan de hand van vragen als: Wat heb je geleerd? Wat vond je moeilijk? Wat viel mee of juist tegen? Toetsing en evaluatie in Spelling in beeld Spelling in beeld kent verschillende manieren om de resultaten Korte termijn: elke les aan het eind van elke les is een in deze les hebben geleerd. Dat kunt u doen als afronding van is ook een geschikt aanknopingspunt om te reflecteren op een les die door de leerlingen zelfstandig is verwerkt. De reflectie kunt u zowel richten op de leerstof als op het leerproces. Middellange termijn: elk blok soorten dictees opgenomen: controledictee neemt u af na les 9, aan het eind van week resultaten op het registratieblad uit het kopieerboek of de voldoende of goede beheersing tonen, maken in de vierde week een plustaak, de andere leerlingen maken eerst een of twee herhalingstaken. 8 GROEP 8
9 Digitaal toetsen De controledictees van Spelling in beeld kunt u behalve op maakt van digitale toetsing, maken leerlingen de dictees op de den, want de resultaten worden automatisch geregistreerd en geanalyseerd. Op basis van deze analyse geeft de computer aan welke spellingcategorieën de leerling nog niet goed beheerst werkbladen voor de herhalingstaken kunt u vervolgens met één klik printen op leerlingnaam. Behalve het controledictee kunt u ook een aantal facultatieve dictees afnemen: signaaldictee na les 7 neemt u af als u de leerlingen wilt nadat alle maar voordat de beheersing daarvan wordt getoetst met het controledictee. laten aangeven of ze zelf denken de woorden goed geschreven verbeteren hun fouten. Adviseer leerlingen die fouten hebben gemaakt de betreffende de resultaten van de signaaldictees te registreren. spellingcategorieën veel leerlingen nog fouten maken. Aan die voorbeeld door in herhalingsles 8 te kiezen voor begeleid leren. de leerkrachtassistent voor het digitale schoolbord. Als u de behoefte hebt om de vinger nog regelmatiger aan de pols te houden, kunt u aan het einde van week 1 en week 2 een facultatief weekdictee afnemen. Aan de hand daarvan kunt u zien of de twee spellingcategorieën die in die week aan bod telkens twee eerder aangeboden spellingcategorieën bevraagd. U vindt de weekdictees in de handleiding, na de lessen 3 en teeschrift. Naar aanleiding van de resultaten kunt u in de klas extra aandacht besteden aan bepaalde leerstof. Evaluatie op lange termijn afhankelijk. Ze toetsen de beheersing van de leerstof die in Spelling in beeld boden. Op basis van de resultaten van de controletoetsen kunt u dus geen uitspraak doen over het algemene spellingniveau compleet beeld van de spellingvorderingen van de leerlingen methodeonafhankelijke Spelling in beeld in combinatiegroepen Leerkrachtonafhankelijk leren te leren (individueel of samenwerkend). Daardoor is Spelling eigen leerlingmateriaal attent gemaakt op de doelstelling van van beschreven tekstblokken, maken verwerkingsopdrachten en reflecteren op wat ze geleerd hebben. Doordat uw leerlingen zich volledig zelf kunnen redden, kunt u zich richten op de leerlingen die uw hulp het hardst nodig hebben. U bepaalt Lessen omwisselen één groep naar voren halen als u de andere groep begeleide instructie wilt geven. Verschillend begintijdstip na elkaar plaats en niet op hetzelfde moment. De materialen van Spelling in beeld Deel 8a van Spelling in beeld 2 bestaat uit de volgende ma terialen: 9
10 Werkboek 8a 1 tot en met opgenomen. Antwoordenboek 8a In het antwoordenboek antwoord om aan te geven dat meer antwoorden goed kunnen of u laat de leerlingen dat zelf doen. Uitlegkaarten groep 8 De leerlingen gebruiken de uitlegkaarten om de instructie over raadplegen. pagina en een woordenpagina. Op de uitlegpagina wordt instructie over de spellingcategorie gegeven. Op de meeste een woord. onthoudwoorden staan op de woordenpagina woorden van de houden. De uitlegkaarten W (werkwoordspelling) bestaan steeds uit één deel. Ze hebben geen aparte woordenpagina met voorbeelden. Met het digitale werkwoordschema kunt u de werkwoordvormen van heel veel werkwoorden laten zien. Handleiding 8a In de handleiding staat het volledige lesprogramma voor de tees, het signaaldictee en het controledictee opgenomen. U Kopieerboek groep 8 dictees bevraagd wordt een kopieerblad extra oefening. Taalmaker groep 8 Taalmaker is een verzameling plustaken op drie niveaus. U kunt week na de toets. Taalmaker laat leerlingen eigen taalproducten maken, zoals een reclameposter of een advertentietekst. Leerkrachtassistent Spelling in beeld groep 8 gramma dat de leerkracht assisteert door leerlingen te volgen en op maat te bedienen met gerichte instructie en oefenstof. nisatie, de lesinstructie op het digibord en de lesevaluatie. De heid snel te schakelen tussen alle materialen van de methode. U vindt er alle spellingcategorieën die in de methode in dat les waarin een bepaalde spellingcategorie wordt behandeld. Daardoor kunt u ook schakelen naar de uitleg van een andere bord tonen, zodat de leerlingen hun werk meteen zelf kunnen één plaats gebonden. Als u ook gebruikmaakt van de toetssite Spelling in beeld en de leerlingen de controledictees digitaal laat maken, koppelt het digimenu in de leerkrachtassistent het toetsresultatenoverzicht slag moeten met herhalingstaken. Die taken kunt u vervolgens Toetssite Spelling in beeld groep 8 De toetssite is een compleet programma voor digitale toetsen, lingplannen. De toetssite is ook een waardevol hulpmiddel als u de leerlingen niet digitaal maar op papier toetst. U dient dan wel handmatig de toetsresultaten in te voeren. Via de toetssite worden allerlei gegevens gekoppeld. Vanuit het digimenu in de zicht van uw groep opvragen en groepsplannen maken. Of u kunt direct zien welke leerlingen op basis van de toetsresultaten aan de slag moeten met herhalingstaken (die dan rechtstreeks vanuit digitale toetsen, het leerkrachtdeel de resultatenoverzichten, 10 GROEP 8
11 Groep Referentieniveau en 5 Accent op 1F instructie en inoefening leerstof 1F 6 Accent op 1F en 2F instructie en inoefening leerstof 1F en onderdelen 2F 7 Accent op 2F en 1F instructie en inoefening leerstof 2F en leerstof 1F 8 Accent op 2F, 1F en 3F instructie en inoefening leerstof 2F, leerstof 1F, onderdelen leerstof 3F Online software Spelling in beeld groep 8 hoort ook online software: het programma Spellingspeurder. U kunt het programma zowel voor als na ledictee dient het als extra oefenstof die aansluit op de leerstof. als plustaak. Zo kunt u leerlingen zelfstandig spellingcategorieën laten verkennen die pas in latere blokken aan de orde komen. Online taken taken vindt u op De leerstof in Spelling in beeld Referentieniveaus 2F (ook wel 1S/2F) fundamenteel niveau mbo 1, 2, 3 3F fundamenteel niveau voor mbo en eind havo stofaanbod voor alle leerlingen en sluit de lesstof naadloos aan Leerstoflijnen begrippenlijst en taalverzorging beschreven in beeld komt alle leerstof die in die brochure genoemd wordt, aan de orde. Daarnaast is er nog extra leerstof opgenomen. Ons is gebleken dat de aanduiding 2F (of: 1S/2F) soms voor verwarring zorgt. Die kan ten onrechte de indruk wekken dat deze dat het toch reëel is om te verwachten dat de meeste leerlingen deze stof aan het eind van de basisschool beheersen. gaan we uit van het didactische principe dat het goed is om hoge verwachtingen van leerlingen te hebben. Afstemmen op basisschoolstof niet meer zou hoeven te beheersen. Dan zou de Enkele spellingonderdelen die als 2F worden aangemerkt, zullen en stellingen. De ervaring leert dat niet alle leerlingen die kwestie van het referentieniveau een aanvullende opmerking. beeld betekenen dat u leerlingen voor wie de beheersing van het referentieniveau van de leerstof vermeld: 1F, 2F of 3F. Alle leerstof 1F is dus bedoeld voor alle leerlingen, leerstof 2F in beginsel ook. opmerking: Deze leerstof is ingedeeld als 2F. De ervaring leert dat sommige leerlingen er veel moeite mee zullen houden, ook als zij er vaak en gericht mee oefenen. opmerking: Deze leerstof is ingedeeld als 3F. De ervaring leert dat veel leerlingen er moeite mee zullen houden, ook als zij er vaak en gericht mee oefenen. structurele oorzaken zo veel moeite met spelling hebben, dat leerde doelstellingen. 11
12 Het Nederlandse spellingsysteem De Nederlandse taal kent een alfabetisch schriftsysteem. Dat op het Nederlandse spellingsysteem. De spelling van woorden fonologisch beginsel, maar ook door andere beginselen. Zo heeft het morfologisch beginsel (dat de vorm van woorden betreft) een woord steeds op dezelfde manier geschreven (honden met een d leidt tot hond met een d). De regel van de overeenkomst (breedte wordt gevormd als lengte, dorpsstraat als dorpsweg). etymologisch beginsel den uitgesproken, zoals rauw en rouw beginsel van de taal van herkomst regels voor de verdubbeling en verenkeling van kracht. den uitgesproken) op een lange klinker of een korte klinker eindigen, geldt de regel van de verenkeling of de regel van de Directe strategie en indirecte strategieën Spelling in beeld richt zich zowel op het spellingproduct (het lingproces komen tot de spellingstrategieën veel nadruk. Een spellingstrategie is een woorden de directe strategie informatie over de klank, de uitspraak, de vorm, de betekenis combineren (syntactische informatie). Van verreweg de meeste woorden is zulke informatie al in het mentale lexicon aanwezig leert het kind deze informatie te koppelen aan de zogenaamde orthografische informatie, de informatie over hoe een woord hoort, wordt de overige informatie over dat woord geactiveerd. Zo kunnen leerlingen woorden ophalen uit hun geheugen. Wanneer ervaren spellers het woord bomen orthografische informatie over woorden wordt niet zomaar toegevoegd aan het mentale lexicon. Dat vergt instructie en van indirecte strategieën. Omdat gebleken is dat veel leerlingen moeite hebben om meerdere strategieën efficiënt toe te passen, is ervoor gekozen om het aantal hoofdstrategieën te beperken: - klankstrategie; - regelstrategie; - onthoudstrategie. Elke strategie is gekoppeld aan een kleur, die terugkomt op de Klankstrategie drukt dat er een vaste relatie bestaat tussen een klank en de /oe oe klank /ooj ooi geschreven. De klankstrategie bouwt Regelstrategie Met de regelstrategie leren de leerlingen regels toe te passen is: Hoor je aan het eind van een woord de klank /t/? Maak het woord dan langer om te weten of je een d of een t schrijft. Je kunt het woord strand (strant). Onthoudstrategie (woordbeeldstrategie) ei klinkt hetzelfde als de ij. De leerlingen leren dat ze deze woorden moeten onthouden door den die beginnen met f~, v~, s~ en z~ ondergebracht. woorden van de week gebruikt. In groep leren de leerlingen in de lessen over onthoudwoorden steeds acht nieuwe woorden die ze moeten 12 GROEP 8
13 steeds twaalf woorden. In de opdrachten van het werkboek wordt ervan uitgegaan dat de leerlingen die woorden vanaf woorden van de week moeten die spellingkwestie herkennen en toepassen in alle NB: In Spelling in beeld 1 werd niet over onthoudwoorden, maar over weetwoorden gesproken. Voor de term onthoudwoorden is gekozen omdat leerlingen het werkwoord weten vaak gebruiken aanpak die een leerling heeft toegepast, kan een leerling ook Daardoor kan de betekenis van de term weetwoorden enigszins vervagen. Als u van Spelling in beeld 1 overstapt naar Spelling in beeld 2, is het geen enkel bezwaar om de term weetwoorden tueel naast de term onthoudwoorden. Spellingcategorieën drie strategieën deeld in spellingcategorieën (groepen woorden met hetzelfde spellingprobleem). Spelling in beeld woorden met ng en nk (klankstrategie), R5: woorden met open en gesloten lettergrepen (regelstrategie) en O1: woorden met ei en ij (onthoudstrategie). geclusterd. Zo hadden in Spelling in beeld rieën (met meerdere uitlegkaarten) betrekking op de spelling van woorden met meer lettergrepen of klankgroepen. In de huidige versie van Spelling in beeld is dat één categorie: R5. In de lagere de uitleg over die kwestie samengevat op één uitlegkaart R5. categorie R: meervouden in groep met meervouden op ~en en ~s Leerlijn werkwoordspelling Aan het eind van Spelling in beeld 7b hebben de leerlingen In Spelling in beeld 8a en 8b wordt veel geoefend met het spelling wordt in Spelling in beeld 8b afgerond. In dat deel komt nog de spelling aan de orde van een aantal werkwoorden de gewone spellingregels. Vijf persoonsvormen vormen leveren problemen op: ~den, zoals vinden en worden, voor veel problemen. Voor leerlingen is het verwarrend om twee woorden die hetzelfde klinken de ene keer als vind, de andere keer als vindt vormen als ik praatte en wij wachtten. De leerlingen leren: als in het hele werkwoord vóór ~en een medeklinker van t kof schip te of ten te staan. Staat vóór ~en een andere letter, dan is de uitgang de of den. tt hetzelfde klinkt als de deelwoordvorm (gebeurt gebeurd, vertelt verteld). Geen persoonsvorm? Dan gelden de gewone spellingregels Als een werkwoordvorm geen persoonsvorm is, gelden de woord (de gemelde schade, de geredde zwemmer). Die woorden naamwoorden en voor woorden met meer lettergrepen. (Alleen voltooid deelwoord op ~en geldt een aparte regel: anders dan n woord staan: de gesloten deur.) Opbouw leerlijn werkwoordspelling ~den t kofschip; 13
14 ~ten en ~den tt hetzelfde klinkt als het voltooid deelwoord (gebeurt gebeurd, vertelt verteld); Schema werkwoordspelling De verschillende werkwoordvormen worden ook in een schema geheel is. Dat gebeurt door steeds de persoonsvormen (drie in de tt, twee in de vt) centraal te stellen en daarnaast informatie te geven over de andere werkwoordvormen. dat u wilt behandelen. De rest van het schema is dan niet of niet lingen dat hij wordt niet gevormd wordt door dt achter hij wor te ik word een t komt, net ook achter in het werkboek een werkwoordschema afgebeeld. Met de leerkrachtassistent kunt u de schema s van bestaande ingevoerd en dat aantal zal nog uitgebreid worden. Daardoor werkwoord; u kunt dan gewoon het schema van dat werkwoord laten zien. Op de uitlegkaarten over werkwoorden staan steeds delen van het schema weergegeven, meestal alleen de persoonsvormen waarover uitleg wordt gegeven. In de werkwoordschema s worden de volgende kleuren gebruikt: beeld de d van werkwoorden op ~den, of de letter van het t kofschip. persoonsvormen. In de tt de t uitgangen te, ten, de en den. Werkwoordspelling in groep 8 In groep 6 is veel instructie gegeven over de persoonsvormen t. Werkwoorden worden verdeeld in twee groepen: de sterke (of: onregelmatige) en de zwakke (of: regelmatige) werkwoorden. Van de sterke werkwoorden verandert in de vt de klinker: vinden ik vond. De vt van zwakke werkwoorden wordt gevormd door te, ten, de of den regel van t kofschip: staat vóór de uitgang ~en van het hele werkwoord een medeklinker van t kofschip te en ten, anders de en den. In de tweede helft van groep 7 hebben de leerlingen geleerd woordvormen die hetzelfde klinken, maar anders geschreven worden, zoals het gebeurt en het is gebeurd. In groep 8 wordt de leerstof van groep 7 herhaald. Omdat niet alle leerlingen deze leerstof aan het begin van groep 8 (nog) woorden, in blok 3 werkwoordvormen die hetzelfde klinken, waaronder de vormen van werkwoorden met ge~, be~, ver~, her~ en ont~ Les 6 van de blokken 2 tot en met 7 is steeds een herhalingsles over werkwoordspelling. In de blokken 2, 3 en wordt daarin specifieke leerstof herhaald, vanaf blok 5 is les 6 steeds een algemene herhalingsles over werkwoordspelling. Verder is ook in groep 8 opdracht 5 van iedere les een algemene opdracht over werkwoordspelling. Dat is al zo vanaf blok 2 in groep 6. Achter in het werkboek staat een werkwoordschema. U vindt vormen de gewone spellingregels gelden. krachtassistent Spelling in beeld. Met die digibordsoftware kunt 1 GROEP 8
15 hele werkwoord: zingen hele werkwoord: kneden persoonsvormen andere vormen persoonsvormen andere vormen ik zing nu zingt nu zingen nu voltooid deelwoord: ik heb gezongen afgeleid bijv. naamwoord: de gezongen ik kneed nu kneedt nu kneden nu voltooid deelwoord: ik heb gekneed afgeleid bijv. naamwoord: het geknede deeg zong toen zongen toen bijvoorbeeld in: zingend aan het werk gaan kneedde toen kneedden toen bijvoorbeeld in: knedend het deeg bereiden Werkwoordschema zingen Werkwoordschema kneden beslisvragen werkwoordspelling pv of geen pv? gewone spellingregels tt of vt? sterk of zwak? of? t hele werkwoord gewone spellingregels te ten de den Beslisvragen werkwoordspelling deze beslisvragen aan de orde te stellen. Analogiebeginsel om die impliciete overeenkomst voor zichzelf te benoemen en te gebruiken. Daarom wordt de analogiestrategie niet gebruikt toepassingsfase gebruik van te maken. van bord handje, het woord bordje wordt op dezelfde manier gevormd. Hulpstrategie (opzoekstrategie) drachten. Aan de hand daarvan leren de leerlingen dat ook het een volwaardige spellingstrategie is. 15
16 Leerstofoverzicht Spelling in beeld groep 8 Spelling in beeld 8a blok 1 Les 1 spellingtermen s/ = c Les 3 herhaling K: klankwoorden k/ = c en /kt/ = ct Les 6 herhaling O: onthoudwoorden Les 8 herhaling blok 1 Les 9 herhaling R: regelwoorden blok 2 Les 2 O9: woorden met /t/ = th en met wr~ Les 3 herhaling K11: woorden met de tussenklank /j/ of /w/ die niet geschreven wordt y werkwoorden op ~gen, ~chen, ~ven, ~zen, ~ten en ~den Les 7 R: meervouden Les 8 herhaling blok 2 Les 9 herhaling woorden met meer lettergrepen blok 3 Les 1 R10: woorden met een trema x Les 3 herhaling R9: woorden met s ge~, be~, ver~, her~ en ont~ Les 5 O6: struikelblokken Les 8 herhaling blok 3 Les 9 herhaling woorden met meer lettergrepen blok tussenletter s Les 2 O11: Franse leenwoorden tussenletters en Les 5 O12: Engelse leenwoorden vormen, waaronder werkwoorden met ge~, be~, ver~, her~ en ont~ Les 8 herhaling blok Les 9 herhaling woorden met meer lettergrepen Spelling in beeld 8b blok 5 Les 1 K5: woorden met een stomme e Les 2 O1: woorden met ei en ij Les R2: verkleinwoorden Les 5 O2: woorden met ou en au Les 6 herhaling werkwoorden algemeen Les 7 R1: woorden met /t/ = d en /p/ = b Les 8 herhaling blok 5 Les 9 herhaling woorden met meer lettergrepen blok 6 Les 1 R7: hoofdletters en leestekens Les 2 O5: woorden met /g/ = ch, /zj/ = g en /sj/ = ch s/ = c, /k/ = c en /kt/ = ct een koppelteken ie/ = ie, /ie/ = i en /ie/ = y Les 6 herhaling werkwoorden algemeen Les 7 W7: werkwoordvormen van uit het Engels afkomstige werkwoorden Les 8 herhaling blok 6 Les 9 herhaling woorden met meer lettergrepen blok 7 Les 1 R11: lastige voornaamwoorden Les 2 R5: lettergrepen; woorden afbreken Les 3 herhaling R10: woorden met een trema en en uitzonderingen daarop q Les 6 herhaling werkwoorden algemeen Les 7 R6: woorden op ~a, ~i, ~o, ~u en ~ee Les 8 herhaling blok 7 Les 9 herhaling woorden met meer lettergrepen blok 8 Les 2 O11: Franse leenwoorden Les 3 herhaling K: klankwoorden Les herhaling W1 tot en met W, W7: persoonsvormen tt en vt Les 5 O12: Engelse leenwoorden Les 6 herhaling O: onthoudwoorden Les 7 herhaling W5, W6: voltooide deelwoorden, daarvan afgeleide klinken Les 8 herhaling blok 8 Les 9 herhaling R: regelwoorden K = klankwoorden R = regelwoorden O = onthoudwoorden W = werkwoorden Een compleet leerstofoverzicht van de methode Spelling in beeld vindt u op de website 16 GROEP 8
17 BLOK GEVOEL Week 1 Les 1 R3-a regelwoorden: samenstellingen, waaronder samenstellingen met de tussenletter s 3F Les 2 O11 onthoudwoorden: Franse leenwoorden 1F Les 3 Week 2 K10-b klankwoorden: zelfstandige naamwoorden met achtervoegsels (vaste stukjes achteraan) (herhalingsles) Les R3-b regelwoorden: samenstellingen, waaronder samenstellingen met de tussenletters en 3F Les 5 O12 onthoudwoorden: Engelse leenwoorden 1F Les 6 W6-a, b werkwoorden met gelijkklinkende vormen, waaronder werkwoorden met ge~, be~, ver~, her~ en ont~ (herhalingsles) 1F 3F Week 3 Les 7 R3-c regelwoorden: samenstellingen met een koppelteken 3F Eventueel signaaldictee Les 8 herhaling blok 1F/3F Les 9 woorden met meer lettergrepen (herhalingsles) 1F/2F/3F Week Controledictee Vervolgactiviteiten: - herhalingstaken - plustaken 89
18 BLOK GEVOEL LES 1 BLOK LES 1 90 Doel De leerlingen leren regelwoorden: samen stellingen, waaronder samenstellingen met de tussenletter s Materialen Basisstof Op het digibord Leerkrachtassistent Spelling in beeld Extra stof Didactische achtergrond R3-a: samenstellingen, waaronder samenstellingen met de tussenletter s - De leerlingen kennen de term samenstelling als je de twee delen van een samenstelling goed schrijft, schrijf je de samenstelling - In dit blok komt een aantal speciale samenstellingen aan de orde: in les 1 samenstellingen met de tussenletter s (zoals stationsklok), in les samenstellingen met en zonder de tussenletters en (zoals kuddedier en pannenkoek) en in les 7 samenstellingen met botsende klinkers (zoals na-apen - De meeste samenstellingen met de tussenletter s zorgen niet voor problemen, omdat je de klank /s/ duidelijk hoort: dorps als het tweede woorddeel met een sisklank begint, zodat je de tussenletter s niet meer hoort: dorpsstraat, stationschef s schrijft? Vervang het tweede woorddeel dan door een ander woord: stationsklok, dus stationschef met de tussenletter s; roltrap, dus rolschaats zonder tussenletter s GROEP 8 Lesorganisatie Op verkenning opdrachten maken en uitleg lezen doel bespreken en taakinstructie introductie en uitleg opdrachten maken opdracht maken 9 les(doel) evalueren Werkvormen: begeleid zelfstandig (individueel/samenwerkend) Lesactiviteiten Wat ga je leren? verlengde instructie en feedback opdrachten maken Op verkenning 1 Van samenstellingen het tweede woord omcirkelen; de samenstellingen met Uitleg 2 s Aan de slag 3 Bij gegeven woorddelen de goede samenstelling opschrijven; de samenstellingen met de tussenletter s De samenstellingen met de tussenletter s Samenstellingen in zinnen afmaken met s, ss of sz 8 Met een (keuze)woord negen samenstellingen met de tussenletter s Terugkijken 9 De woorden omcirkelen waarmee samenstellingen met de tussenletter s Klaar? Tips voor na de les zonder ook op samenstellingen met onduidelijk uitgesproken letters (zoals kunstschilder) of dubbele medeklinkers (zoals zolderraam
19 Werkvormen Zelfstandig leren: aanpak 3 en 2 Individueel leren Samenwerkend leren Leerlingen kunnen tijdens de les ook samenwerken, bijvoorbeeld Uitleg samenvatten Bij elke witregel in de uitleg op de uitlegkaart pauzeren; om De woordenpagina doornemen; bij elke rij extra voorbeelden Begeleid leren: aanpak 1 en 2 Bij deze werkvorm behandelt u de les klassikaal of begeleidt u van de leerkrachtassistent voor het digibord en de volgende Extra bij Op verkenning blok komen samenstellingen aan de orde met tussen het - Laat de leerlingen meer samenstellingen bedenken met dorps~, groeps~ en beroeps~ dorpsstraat, dorpsschool, dorpsdokter; groepsleider, groepswerk, groepsgedrag; beroepsvoetballer, beroepskeuze, beroepskosten Extra bij Uitleg - Leg uit dat achter sommige woorden een s komt als dokter (doktersassistente), leven (levenswerk), afscheid (afscheidsbrief), veiligheid (veiligheidsknop - Maak duidelijk dat er geen vaste regels zijn om te bepalen de tussenletter s s met name lastig is bij het spellen van samenstellingen waarvan het tweede deel met een s, een z In de woorden dorpsstraat, koningszoon, stadscentrum en stationschef kun je de tussenletter s - Leg uit dat je in geval van twijfel in gedachten een andere samenstelling moet maken met het eerste woorddeel: het is dorpsplein, dus ook dorpsstraat; een koningskind, dus ook een koningszoon; een stadspark, dus ook een stadscentrum; een stationsklok, dus ook een stationschef betekenis van het woord schildersezel Extra bij Aan de slag Extra bij Terugkijken - Gebruik de leerkrachtassistent (blok, les 1) om te laten zien hoe deze categorie past in de leerstofopbouw van het Omgaan met verschillen Niveaudifferentiatie begeleid en daarna zelfstandig en maken de opdrachten met les onder uw begeleiding en maken alleen de opdrachten met Tempodifferentiatie Leerlingen die sneller werken taken op drie niveaus), zet de online software Spelling in beeld Leerlingen die langzamer werken Laat voor deze leerlingen eventueel de volgende opgaven 91
20 BLOK GEVOEL LES 2 BLOK LES Doel De leerlingen leren onthoudwoorden: Franse leenwoorden correct te referentieniveau: 1F Materialen Basisstof Op het digibord Leerkrachtassistent Spelling in beeld Extra stof Didactische achtergrond O11: Franse leenwoorden - Veel Franse leenwoorden zijn al lang in groep 7 hebben de leerlingen twaalf Franse - Bij sommige klanken horen andere letters, al is de koppeling van klanken en tekens /oo/ in veel Franse leenwoorden als au, eau of ot - De uitlegkaart met Franse leenwoorden bestaat niet uit een uitlegpagina en een groepjes woorden met klanken die in het Frans anders geschreven worden dan in het - Enkele letters e worden met een accent geschreven, zoals cliché, scène en enquête De accenten heten officieel: accent aigu (é), accent grave (è) en accent circonflexe (ê In het leerlingmateriaal worden deze - Bij elk woord van de week staan enkele andere woorden met dezelfde klank, waaronder de woorden die de leerlingen in Lesorganisatie Op verkenning opdrachten maken en uitleg lezen doel bespreken en taakinstructie introductie en uitleg opdrachten maken opdracht maken 9 les(doel) evalueren Werkvormen: begeleid zelfstandig (individueel/samenwerkend) Lesactiviteiten Wat ga je leren? verlengde instructie en feedback opdrachten maken Op verkenning 1 Eerder geleerde Franse leenwoorden in het goede vak schrijven; aangeven Uitleg 2 Aan de slag Bij gegeven woorden een keuzewoord met dezelfde klank in een puzzel 7 é, è, ê, ai of ier 8 Bij omschrijvingen Franse leenwoorden opschrijven die te maken hebben Terugkijken 9 Klaar? Tips voor na de les e klank te verduidelijken: de é, zoals in privé, de è zoals in scène, de ê, zoals in enquête 92 GROEP 8
21 Werkvormen Zelfstandig leren: aanpak 3 en 2 Individueel leren Samenwerkend leren Leerlingen kunnen tijdens de les ook samenwerken, bijvoorbeeld Voorkennis activeren Elkaar om de beurt bevragen over de spelling van de woorden die bij de eerder geleerde woorden en extra woorden op de Begeleid leren: aanpak 1 en 2 Bij deze werkvorm behandelt u de les klassikaal of begeleidt u van de leerkrachtassistent voor het digibord en de volgende Extra bij Op verkenning stonden de volgende woorden op uitlegkaart O11: douche, route, enthousiast, courgette, coureur, boulevard, journalist, douane, aubergine, chauffeur, restaurant, cadeau, niveau, bureau, controle, record, roze, toilet, trottoir, dressoir, reservoir, detail, medaille, taille, populair, militair, miljonair, colbert, dessert, expert, biscuit, circuit en etui woorden met /zj/ = g en /sj/ = ch - Laat de leerlingen woorden voor stemmingen en gevoelens Extra bij Uitleg - Laat de woorden van de week en de extra woorden steeds door leerlingen hardop uitspreken, zodat de leerlingen vertrouwd wordt de klank /e/ bijvoorbeeld soms als è, soms als ê en soms als ai geschreven en de klank /oo/ soms als au en soms als eau - Bespreek de term accent accent op de letter e é (cliché, café, privé) klinkt als /ee/, de letters è (scène, crème) en ê (enquête, crêpepapier) lijken qua klank op de (iets verlengde) /e/ van bel d en t aan - Bespreek de betekenis van de woorden zone, decor, comfort, failliet, maillot, brailleschrift, fouilleren, bouillon, cliché, atelier, premier, scène, enquête en crème - Laat de leerlingen de betekenis van een aantal eerder geleerde Extra bij Aan de slag Extra bij Terugkijken Omgaan met verschillen Niveaudifferentiatie begeleid en daarna zelfstandig en maken de opdrachten met les onder uw begeleiding en maken alleen de opdrachten met Tempodifferentiatie Leerlingen die sneller werken taken op drie niveaus), zet de online software Spelling in beeld Leerlingen die langzamer werken Laat voor deze leerlingen eventueel de volgende opgaven 93
22 BLOK GEVOEL LES 3 BLOK LES Doel De leerlingen herhalen klankwoorden: zelfstandige naamwoorden met achtervoegsels (vaste referentieniveau: 1F Materialen Lesorganisatie Op verkenning opdrachten maken (uitleg lezen) doel bespreken en taakinstructie opdrachten maken (uitleg lezen) (eventueel) verlengde instructie opdrachten maken (uitleg lezen) Basisstof Op het digibord Leerkrachtassistent Spelling in beeld Extra stof Didactische achtergrond Herhaling K10-b: zelfstandige naamwoorden met achtervoegsels (vaste stukjes achteraan) - De leerstof in deze les is eerder aan de orde gekomen in de volgende les: voegsels aangeboden als woorden met vaste stukjes achteraan achtervoegsels op dezelfde manier schrijft, is het handig om zelfstandige naamwoorden bijvoeglijke naamwoorden woorden op ~isme, ~utie en een aantal - Het stukje ~(i)teit staat los van het begrip tijd puberteit betekent dan ook niet: de tijd dat je puber bent, maar: het puber zijn - Op de uitlegpagina wordt aandacht besteed aan bekende struikelblokken, zoals elektriciteit, verrassing, grootte en breedte opdracht maken 9 les(doel) evalueren Werkvormen: begeleid zelfstandig (individueel/samenwerkend) Lesactiviteiten Wat ga je leren? Op verkenning 1 Uitleg 2 Korte (herhalings)uitleg over klankwoorden: zelfstandige naamwoorden Aan de slag 3 Bij werkwoorden zelfstandige naamwoorden schrijven die op gegeven 5 De paarse woorden in zinnen kleuren met twee kleuren: persoonsvormen tt 6 Bij gegeven woorden passende beroepen op ~er, ~aar, ~eur en ~ist 7 ~heid, ~teit, ~atie of ~tie 8 Een keuzeonderwerp aankruisen en daarbij acht woorden bedenken die op Terugkijken 9 Klaar? Zelfstandig of begeleid leren? 9 GROEP 8
23 BLOK GEVOEL WEEKTIPS BLOK 1 Weektips Tips voor tussendoor - Gebruik tussendoormomenten om de spellingcategorieën van deze week op een andere manier aan de orde te stellen: > Samenstellingen bedenken waarvan het tweede woorddeel met s begint: Laat de leerlingen in tweetallen samenstellingen bedenken waarvan het tweede woorddeel met s om daarbij ook samenstellingen te bedenken met de tussenletter s? Laat elk groepje een samenstellingen met de tussenletter s op het dorpsstraat, varkensstal, vrijheidsstrijd, oorlogsschip, veiligheidsspeld, opleidingsschool, geluksspel, fabrieksstad, gezelschapsspel > Welk woord wordt anders geschreven? Laat de leerlingen in tweetallen groepjes van vier woorden opschrijven, waarvan één of staan drie Nederlandse woorden en één het leenwoord opschrijven waarvan de klank groep, voeten, route en snoer; ziezo, niveau, kilo, judo; braille, oranje, kastanje, anjer; wielen, etui, wiebelen, zeewier > Vijf op een rij met achtervoegsels: Laat de leerlingen in een vaste volgorde zelfstandige naamwoorden noemen met een achtervoegsel noemt een achtervoegsel, bijvoorbeeld ~teit De volgende vijf leerlingen noemen vlot een zelfstandig naamwoord op ~teit leerling noemt meteen na zijn woord een bijvoorbeeld ~ing of ~atie vijf leerlingen noemen daar weer een woord Weekdictee R3-a: samenstellingen met de tussenletter s stadspark fietssleutel appelsap? kapperszaak oorlogsschip O11: Franse leenwoorden diner scène bureau zone mayonaise bij de gebakken aardappelen? K6: voorvoegsels (vaste stukjes vooraan) geheimzinnig belofte herinneren verlegen ontdekking W-a: persoonsvormen vt van sterke werkwoorden Vond jij ook dat die jongen zich gisteren erg aanstelde? hij reed De meester verbood jij stond? Het kleine meisje hield - Laat leerlingen met meer dan één fout in een categorie de betreffende met de vijf persoonsvormen en de beslisvragen werkwoordspelling achter GROEP 8 95
24 BLOK GEVOEL LES BLOK LES Doel De leerlingen leren regelwoorden: samenstellingen, waaronder samenstellingen met de tussenletters en, Materialen Basisstof Op het digibord Leerkrachtassistent Spelling in beeld Extra stof Didactische achtergrond R3-b: samenstellingen, waaronder samenstellingen met de tussenletters en - In deze les gaat het om de samenstellingen waarin je in het midden, dus vóór het tweede woorddeel, /u/ of /un Voor de meeste samenstellingen geldt: dan schrijf je en de samenstelling aan een meervoud denkt, speelt geen rol: paardenstaart, kippenei, regenjas - Bij vijf groepen woorden schrijf je geen en maar e ~e én is geen persoon (secondewijzer werkwoord of een bijvoeglijk naamwoord (lachebek zon of maan (zonnebril een bijvoeglijk naamwoord (reuzeleuk onthoudwoord met een e, zoals ooievaar - In blok 7 wordt nog meer aandacht besteed Lesorganisatie Op verkenning opdrachten maken en uitleg lezen doel bespreken en taakinstructie introductie en uitleg opdrachten maken opdracht maken 9 les(doel) evalueren Werkvormen: begeleid zelfstandig (individueel/samenwerkend) Lesactiviteiten Wat ga je leren? verlengde instructie en feedback opdrachten maken Op verkenning 1 De woorden onderstrepen waarvan het enkelvoud op ~e eindigt; van de onderstreepte woorden de woorden kleuren waarvan het enkelvoud een Uitleg 2 de tussenletters en Aan de slag 3 Samenstellingen afmaken met e of en 5 6 en, maar e schrijft 7 Samenstellingen in zinnen afmaken met e of en 8 Samenstellingen bedenken met vóór het tweede woorddeel en; het eerste Terugkijken 9 Klaar? Tips voor na de les - Laat de leerlingen bij het bespreken van uiteenlopende teksten regelmatig toelichten waarom in samenstellingen en of juist e 96 GROEP 8
25 Werkvormen Zelfstandig leren: aanpak 3 en 2 Individueel leren Samenwerkend leren Leerlingen kunnen tijdens de les ook samenwerken, bijvoorbeeld Opdrachten bespreken Begeleid leren: aanpak 1 en 2 Bij deze werkvorm behandelt u de les klassikaal of begeleidt u van de leerkrachtassistent voor het digibord en de volgende Extra bij Op verkenning - Laat de leerlingen met enkele woorden van opdracht 1 in - Noem woorden op ~e keuze, dove, hitte, getuige, chocolade, invalide, tarwe ~e voor personen meisje, bejaarde, geleerde, zieke, blinde, postbode, bediende, gewonde, pianiste, lieverdje Extra bij Uitleg - Bespreek de samenstellingen waarbij je in het midden, dus vóór het tweede woorddeel, /u/ of /un het merendeel daarvan met en en soms al in het eerste woord staan (regen + jas automatisch goed, maar ook voor die woorden geldt: hoor je in het midden /u/ of /un/, dan schrijf je en kippenhok niet uitmaakt heeft geen enkelvoud op ~e, dus: kippenhok, kippenei secondewijzer moet je niet denken of een secondewijzer meer dan één seconde ~e n De nummers van de uitzonderingen komen overeen met de - Benadruk dat je het merendeel van de samenstellingen met in het midden /u/ of /un/ met en Extra bij Aan de slag Extra bij Terugkijken - Gebruik de leerkrachtassistent (blok, les ) om te laten Omgaan met verschillen Niveaudifferentiatie begeleid en daarna zelfstandig en maken de opdrachten met les onder uw begeleiding en maken alleen de opdrachten met Tempodifferentiatie Leerlingen die sneller werken taken op drie niveaus), zet de online software Spelling in beeld Leerlingen die langzamer werken Laat voor deze leerlingen eventueel de volgende opgaven 97
26 BLOK GEVOEL LES 5 BLOK LES Doel De leerlingen leren onthoudwoorden: Engelse leenwoorden correct te referentieniveau: 1F Materialen Basisstof Op het digibord Leerkrachtassistent Spelling in beeld Extra stof Didactische achtergrond O12: Engelse leenwoorden - Door popmuziek, Engelstalige televisie- is het Engels in Nederland een vertrouwde - De meeste Engelse leenwoorden worden klanken horen andere letters, al is die koppeling van klank en tekens niet altijd wordt de klank /ie/ in het Engels (en dus ook in Engelse leenwoorden) als ee of ea geschreven (weekend, team), de klank /ee/ als a of ai (gamen, trainen - Ook de uitlegkaart met Engelse leenwoorden bestaat niet uit een uitlegpagina en een groepjes woorden met klanken die in het Engels anders geschreven worden dan in het - Bij elk woord van de week staan enkele andere woorden waarvan de klanken op leerlingen hoeven alleen de woorden van de Lesorganisatie Op verkenning opdrachten maken en uitleg lezen doel bespreken en taakinstructie introductie en uitleg opdrachten maken opdracht maken 9 les(doel) evalueren Werkvormen: begeleid zelfstandig (individueel/samenwerkend) Lesactiviteiten Wat ga je leren? verlengde instructie en feedback opdrachten maken Op verkenning 1 Uitleg 2 Aan de slag 3 De woorden omcirkelen waarin de a als /e 5 Van Engelse werkwoorden de persoonsvorm tt en het voltooid Met vier kleuren een legenda van vier onderwerpen kleuren en Engelse leenwoorden de kleur van het bijpassende onderwerp geven; bij elk Terugkijken 9 Klaar? Tips voor na de les Bespreek de afwijkende klanken en de letters waarmee die klanken worden 98 GROEP 8
27 Werkvormen Zelfstandig leren: aanpak 3 en 2 Individueel leren Samenwerkend leren Leerlingen kunnen tijdens de les ook samenwerken, bijvoorbeeld Woordbetekenissen verduidelijken Begeleid leren: aanpak 1 en 2 Bij deze werkvorm behandelt u de les klassikaal of begeleidt u van de leerkrachtassistent voor het digibord en de volgende Extra bij Op verkenning stopwatch en finish staan in groep 8 voor het eerst op de - Vraag de leerlingen die een sport beoefenen nog meer Engelse termen te noemen die bij hun sport gebruikt hands, pushen, dunken, free-kick, shuttle, basket, service, backhand, smash, ace Extra bij uitleg - Laat de woorden van de week en de extra woorden hardop uitspreken, zodat de leerlingen vertrouwd raken met de ee/ soms als a (game), soms als ai (trainen) geschreven en de klank /ie/ soms als ee (keeper), soms als ea (team a soms als /e/ (tram), soms als /ee/ (game - Vertel de leerlingen dat ze de woorden van de week eerder geleerde woorden en extra woorden staan, hebben ze in groep 7 al als woorden van de week geleerd: jam, flat, cake, make-up, trainer (trainen), website, weekend, team, musical, interview, talkshow en vliegtickets - Laat de leerlingen bij elk groepje woorden nog meer Engelse - Bespreek de betekenis van de woorden airbag, soap, inzoomen, smash, speech en sandwich Extra bij Aan de slag Extra bij Terugkijken zien hoe deze categorie past in de leerstofopbouw van het Omgaan met verschillen Niveaudifferentiatie begeleid en daarna zelfstandig en maken de opdrachten met les onder uw begeleiding en maken alleen de opdrachten met Tempodifferentiatie Leerlingen die sneller werken taken op drie niveaus), zet de online software Spelling in beeld Leerlingen die langzamer werken Laat voor deze leerlingen eventueel de volgende opgaven 99
28 BLOK GEVOEL LES 6 BLOK LES 6 Doel De leerlingen herhalen werkwoorden met gelijkklinkende vormen, waaronder werkwoorden met ge~, be~, ver~, her~ en ont~ Materialen Basisstof Op het digibord Leerkrachtassistent Spelling in beeld Extra stof Lesorganisatie Op verkenning opdrachten maken (uitleg lezen) doel bespreken en taakinstructie opdrachten maken (uitleg lezen) opdracht maken 9 les(doel) evalueren Werkvormen: begeleid zelfstandig (individueel/samenwerkend) Lesactiviteiten Wat ga je leren? (eventueel) verlengde instructie opdrachten maken (uitleg lezen) Op verkenning 1 De werkwoordvormen omcirkelen die alleen een hij-vorm tt kunnen zijn en de werkwoordvormen onderstrepen die alleen een voltooid deelwoord kunnen Didactische achtergrond Herhaling W6-a, W6-b: werkwoorden met gelijkklinkende vormen, waaronder werkwoorden met ge~, be~, ver~, her~ en ont~ - De leerstof in deze les is eerder aan de orde gekomen in de volgende lessen: - In groep 6 hebben leerlingen kennisgemaakt met gelijkklinkende persoonsvormen tt van werkwoorden op ~den daarbij aan lopen te denken: jij wordt (want: jij loopt); word je (want: loop je); vindt je vader dat goed? (want: loopt je vader? - In groep 7 zijn daar de persoonsvormen vt van zwakke werkwoorden op ~den en ~ten bijgekomen: tt: wij branden vt: wij brandden; tt wij heten vt wij heetten - Bij werkwoorden met ge~, be~, ver~, her~ en ont~ wordt het voltooid deelwoord gevormd zonder het (extra) stukje ge~ het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden bedenken waarom je soms verdeelt en soms verdeeld Uitleg 2 Korte (herhalings)uitleg over werkwoordvormen die hetzelfde klinken, Aan de slag 3 Persoonsvormen tt van worden Terugkijken 9 Klaar? Zelfstandig of begeleid leren? 100 GROEP 8
29 BLOK GEVOEL WEEKTIPS BLOK Weektips Tips voor tussendoor - Gebruik tussendoormomenten om de spellingcategorieën van deze week op een andere manier aan de orde te stellen: > Woorden wisselen: Maak op het bord twee kolommen: enkelvoud op ~e, geen persoon en enkelvoud op ~e, persoon Dat zullen vooral woorden in de eerste kolom zijn, omdat het aantal woorden dat in de in de eerste kolom dagelijks vervangen door andere woorden op ~e samenstellingen met woorden uit de eerste kolom geschreven worden met e > Zitten of staan: Laat de leerlingen gaan klank /e eerder geleerde woorden en extra woorden), plus samenstellingen en afleidingen van tank, jam, flat, plastic, airbag a? ai daarna hetzelfde met woorden met de klank /ee/ (a of ai game, mailen, cake, paperclip, > Gelijkklinkende werkwoordvormen bedenken: Laat de leerlingen in tweetallen werkwoorden bedenken waarvan de wij-vorm tt hetzelfde klinkt als de wij-vorm vt, maar anders vormen (mét het onderwerp wij) opschrijven opgeschreven werkwoordvormen in gedachten zinnen bedenken, met een tijdsbepaling (zoals nu of toen) die duidelijk maakt of in de zin tweetal twee gelijkklinkende werkwoordvormen Weekdictee R3-b: samenstellingen met en zonder de tussenletters en hondenhok ruimtevaart samenwerking klassenfoto zonnebril O12: Engelse leenwoorden tank keeper scooter show airbag K10-b: zelfstandige naamwoorden met achtervoegsels specialiteit breedte contributie vergissing! directeur W-b: persoonsvormen vt van zwakke werkwoorden Ze danste De agenten betrapten We merkten krabde hij Ze plofte neer - Laat leerlingen met meer dan één fout per categorie de betreffende met de vijf persoonsvormen en de beslisvragen werkwoordspelling achter GROEP 8 101
30 BLOK GEVOEL LES 7 BLOK LES Doel De leerlingen leren regelwoorden: samenstellingen met een koppelteken correct te Materialen Basisstof Op het digibord Leerkrachtassistent Spelling in beeld Extra stof Didactische achtergrond R3-c: samenstellingen met een koppelteken - In dit blok zijn eerder samenstellingen met de tussenletter s en samenstellingen met in het midden e of en In deze les komen samenstellingen met een koppelteken - Soms is er sprake van klinkerbotsing: klinkers achter elkaar die verkeerd kunnen worden je dan geen trema, maar een koppelteken: auto-ongeluk - Een tweede groep wordt gevormd door woorddelen een windrichting: Zuid-Holland Maar je schrijft ook Nieuw-Zeeland en Midden-Amerika het koppelteken en de hoofdletters staan: Nieuw-Zeelandse van twee windstreken, zonder specifieke aardrijkskundige naam, schrijf je geen koppelteken: het noordwesten - Een laatste groep zijn samenstellingen, waarvan één van de delen gevormd wordt door een afkorting of cijfer: dvd-speler, 30-jarige GROEP 8 Lesorganisatie Op verkenning opdrachten maken en uitleg lezen doel bespreken en taakinstructie introductie en uitleg opdrachten maken opdracht maken 9 les(doel) evalueren Werkvormen: begeleid zelfstandig (individueel/samenwerkend) Lesactiviteiten Wat ga je leren? verlengde instructie en feedback opdrachten maken Op verkenning 1 Uitleg 2 Aan de slag 3 In woorden waarbij dat nodig is koppeltekens plaatsen en die woorden Terugkijken 9 Klaar? Tips voor na de les kundige gebieden (zoals Zuid-Afrika) met twee hoofdletters en een koppelteken schrijft, maar ook de afgeleide woorden: Zuid-Afrikaans(e)
31 Werkvormen Zelfstandig leren: aanpak 3 en 2 Individueel leren Samenwerkend leren Leerlingen kunnen tijdens de les ook samenwerken, bijvoorbeeld Voortgang bespreken Na de uitleg en na de verwerking de voortgang bespreken aan de hand van vragen als: Wat heb je geleerd? Wat vond je moeilijk? Wat viel mee of juist tegen? Begeleid leren: aanpak 1 en 2 Bij deze werkvorm behandelt u de les klassikaal of begeleidt u van de leerkrachtassistent voor het digibord en de volgende Extra bij Op verkenning - Laat de leerlingen afkortingen en de betekenis daarvan noemen, ook afkortingen die niets met opdracht 1 te maken vmbo voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, a.s. aanstaande, enz enzovoort - Laat de leerlingen samenstellingen noemen met dvd Bijvoorbeeld: dvd-speler, dvd-verzameling, dvd-box, dvd-schijfje, dvd-verkoop, dvd-lade dvd s en dvd tje zijn geen samenstellingen; die schrijf je niet met een Extra bij Uitleg - Bespreek het stukje over botsende klinkers, klinkers na samenstellingen wordt dan geen trema geplaatst, maar een koppelteken: na-apen, mee-eten dat deze uitleg geldt voor namen die met Noord-, Zuid-, Oost- en West- beginnen, maar ook voor aardrijkskundige begrippen die beginnen met Midden-, Nieuw-, enzovoort: het Midden-Oosten, Nieuw-Zeeland aan elkaar worden geschreven, zonder koppelteken en zonder hoofdletters: het noordwesten - Bespreek de groep samenstellingen, waarvan één deel een afkorting of een cijfer is en de voorbeeldwoorden daarbij T-shirt met een Maar in andere samenstellingen mag je een koppelteken suikerrietplantage hoeft geen koppelteken te staan, maar dat mag wel: suikerriet-plantage Extra bij Aan de slag Extra bij Terugkijken - Gebruik de leerkrachtassistent (blok, les 7) om te laten Omgaan met verschillen Niveaudifferentiatie begeleid en daarna zelfstandig en maken de opdrachten met les onder uw begeleiding en maken alleen de opdrachten met Tempodifferentiatie Leerlingen die sneller werken taken op drie niveaus), zet de online software Spelling in beeld Leerlingen die langzamer werken Laat voor deze leerlingen eventueel de volgende opgaven 103
32 BLOK GEVOEL SIGNAALDICTEE BLOK Signaaldictee Doel De leerlingen tonen hun (voorlopige) beheersing van de volgende spellingcategorieën: tussenletter s zonder de tussenletters en koppelteken O11: Franse leenwoorden Materialen Leerlingblad signaaldictee groep 8 Signaaldictee afnemen - Het signaaldictee is in de eerste plaats opgezet om de leerlingen zelf zicht te geven op hun werk niet zelf nakijkt, zult u constateren welke categorieën in de groep nog voor problemen Woorddictee dorpsstraatje paardenbloem Noord-Amerika cliché airbag noordoosten muisstil croissant roggebrood scooter ziekenhuis gala-avond verkeerssituatie coach failliet etenstijd paddenstoel mee-eten bureau goal Nakijken en vervolgacties - Het signaaldictee is vooral bedoeld om de leerlingen te laten beseffen welke bevraagde dan een tussenstand van hun beheersing, waar ze nog aan kunnen werken in de aanloop naar het - Laat leerlingen die in een categorie meer dan één fout hebben gemaakt, de betreffende uitlegkaart - Kies in herhalingsles 8 voor een vorm van begeleid leren als uit de fouten blijkt dat veel leerlingen 10 GROEP 8
33 BLOK LES 8 BLOK GEVOEL LES 8 Doel De leerlingen herhalen de Materialen Basisstof Op het digibord Leerkrachtassistent Spelling in beeld Extra stof Didactische achtergrond Herhaling R3-a, R3-b, R3-c, O11, O12 In deze les maken de leerlingen herhalings- uitleg wordt niet verwezen naar een specifieke elke opdracht het nummer van de betreffende hebben met een bepaalde opdracht de bij- Lesorganisatie Op verkenning opdrachten maken (uitleg lezen) doel bespreken en taakinstructie opdrachten maken (uitleg lezen) opdracht maken 9 les(doel) evalueren Werkvormen: begeleid zelfstandig (individueel/samenwerkend) Lesactiviteiten Wat ga je leren? (eventueel) verlengde instructie opdrachten maken (uitleg lezen) Op verkenning 1 Een legenda over klanken kleuren en de woorden met die klanken dezelfde Uitleg 2 Aan de slag Samenstellingen bedenken met een Frans leenwoord op ~e Terugkijken 9 Klaar? Zelfstandig of begeleid leren? - Blijkt uit het signaaldictee dat meer leerlingen moeite hebben met bepaalde GROEP 8 105
34 BLOK GEVOEL LES 9 BLOK LES Doel De leerlingen herhalen woorden met meer referentieniveau: Materialen Lesorganisatie Op verkenning opdrachten maken (uitleg lezen) doel bespreken en taakinstructie opdrachten maken (uitleg lezen) (eventueel) verlengde instructie opdrachten maken (uitleg lezen) Basisstof Op het digibord Leerkrachtassistent Spelling in beeld Extra stof Didactische achtergrond Herhaling woorden met meer lettergrepen - In deze les maken de leerlingen opdrachten rond de verschillende spellingcategorieën Leerlingen passen toe wat ze hebben regels, maar ook om het toepassen van kennis over klankcombinaties, vaste stukjes - Bij de uitleg worden de leerlingen in het kunnen ze bij twijfel altijd gebruiken als opdracht maken 9 les(doel) evalueren Werkvormen: begeleid zelfstandig (individueel/samenwerkend) Lesactiviteiten Wat ga je leren? Op verkenning 1 Van woorden met dezelfde beginstukjes de samenstellingen aankruisen; aangeven welke zin over de spelling van vruchteloos klopt en het woord Uitleg 2 Aan de slag 3 Van woorden alle voor- en achtervoegsels omcirkelen; opschrijven hoeveel woord met een voorvoegsel, een samenstelling en een woord met een Terugkijken 9 In vakjes met woorden steeds het ene woord omcirkelen dat anders moet Klaar? Zelfstandig of begeleid leren? 106 GROEP 8
35 BLOK GEVOEL WEEKTIPS BLOK Weektips Tips voor tussendoor - Gebruik tussendoormomenten om de spellingcategorieën van deze week op een andere manier aan de orde te stellen: > Woordenbingo: Laat de leerlingen acht samenstellingen met zon woord zon woorddelen kunnen komen, maar dat dat zonlicht, zondag; zonsopgang, zonsondergang; zonnebril, zonnebloem, zonnebaden; zonne-energie Laat de leerlingen om de beurt een woord leerlingen dat woord ook? Dan mogen ze heeft, roept Bingo! > De ketting zo lang mogelijk maken: Laat iedere leerling een samenstelling noemen waarbij je in het midden /u/ of /un Een woord met en in het midden wordt steeds gevolgd door een woord met e in bloemenvaas douchecabine regenbui aardewerk koekenpan schadevergoeding Hoe lang wordt de ketting? > Rijmende werkwoordvormen bedenken: Schrijf op het bord hij telt (pv) en daaronder opgebeld (vd) de persoonsvormen een persoonlijk voornaamwoord (zoals hij achter elk woord ook (pv) of (vd) Bijvoorbeeld: hij belt (pv), hij meldt (pv), afgemeld (vd), hij bestelt (pv), hij vermeldt (pv), opgeteld (vd), hij snelt (pv), ik vermeld (pv), vermeld (vd), gepeld (vd), hij speldt (pv), verteld (vd), (Ander) schriftelijk werk controleren op spelling Kies daarvoor werk van uiteenlopende vakken, niet alleen spelling- of daarbij C.F. (categoriefouten, - Onderstreep in het werk ook de andere fouten, fouten in woorden die de A.F., andere fouten het begrip fouten in eerder geleerde categorieën voor individuele leerlingen beperkt houden en daardoor vermijden dat die werk controleert, maakt u duidelijk dat leerlingen hun spellingvaardigheid Woorden opzoeken in een woordenboek of woordenlijst - Laat de leerlingen regelmatig woorden opzoeken in een woordenboek of in een woordenlijst, zoals het Groene Boekje of de Basisspellinggids Nederlands Pas de opdrachten aan de (gedrukte of digitale) lijst aan waarover de Geef regelmatig opdrachten over: > De alfabetische volgorde van woorden, bijvoorbeeld van woorden met Geef regelmatig opdrachten zoals: reguliere meervouden, zoals: basis bases, edelman edellieden, collega collegae, neerlandicus neerlandici > De vervoeging van weinig frequente, verouderde sterke werkwoorden opzoeken, zoals dingen dong gedongen, krijten kreet gekreten - Benadruk bij opzoekopdrachten regelmatig dat ook volwassen spellers die de spelling uitstekend beheersen, de spelling van sommige woorden opzoeken, omdat het nu eenmaal onmogelijk is om de spelling van alle GROEP 8 107
36 BLOK GEVOEL CONTROLEDICTEE BLOK Controledictee Doel De leerlingen tonen hun beheersing van de volgende spellingcategorieën: tussenletter s zonder de tussenletters en koppelteken O11: Franse leenwoorden Materialen groep 8 groep 8, blok Controledictee afnemen - Vertel de leerlingen waarom het controledictee wordt afgenomen: zo wordt duidelijk of zij de Woorddictee (en zinsdictee) Door de leerlingen hele zinnen te laten opschrijven, onderstreept u dat een verzorgde spelling Digitale afname Nakijken zet u achter ieder verkeerd gespeld doelwoord de categorie (bijvoorbeeld: R3-b of O12 - Maakt een leerling bij het schrijven van een doelwoord een fout die past bij een eerder aangeboden categorie die niet in de doelstelling van dit dictee voorkomt? Dan kunt u ervoor categoriefout - Hebben uw leerlingen ook het zinsdictee gemaakt? De spellingmoeilijkheden die in de woorden categoriefout, fout in een eerder aangeboden Registreren - Registreer de resultaten van het controledictee op het registratieblad controledictees groep 8, u, door de blokken heen, een goed beeld van de spellingcategorieën waarmee individuele kunt u zo in één oogopslag zien welke categorieën op groepsniveau voor veel V (goede/voldoende beheersing) of O 108 GROEP 8
37 Nabespreken - Bespreek fouten die meerdere leerlingen gemaakt - Bespreek met individuele leerlingen de fouten die - Bewaar de gemaakte dictees, zodat u die kunt gebruiken bij de rapportage aan ouders, en bijvoorbeeld ook om te overleggen over extra hulp Beoordelen - De doelstelling van het controledictee is om na te gaan of de in dit blok aangeboden leerstof wordt in de vierde week van het blok nog extra herhaald - Een leerling toont bij een categorie goede/voldoende beheersing (V) als hij van die categorie vier of vijf één fout maakt, dan beheerst hij die categorie onvoldoende (0 Meer informatie daarover vindt u op de volgende - Gebruik kleur om de resultaten per categorie op het onvoldoende zijn bijvoorbeeld met een rode pen ziet u ook meteen welke categorieën door meerdere - Gebruik de resultaten van het controledictee om het vervolgprogramma voor de vierde week van vindt u op de volgende pagina bij het onderdeel Woorddictee stationsklok gebarentaal tv-serie record game auto-ongeluk fietszadel chocoladereep downloaden Mayonaise Zuid-Limburg secondewijzer varkensstal atelier stopwatch bejaardentehuis gezelschapsspel finish zee-egel enquête Vervolg woorddictee of zinsdictee stadscentrum koekenpan mede-eigenaar vanille coach 109
38 BLOK GEVOEL HERHALINGS- EN PLUSTAKEN Activiteiten Op basis van de resultaten bij het controledictee gaan de leerlingen de komende lesmomenten aan de slag één of meer spellingcategorieën van het controledictee onvoldoende beheersing scoren, maken één of meer Herhalingstaken Spelling in beeld biedt voor iedere spellingcategorie een leerling die vijf spellingcategorieën onvoldoende zeker voor leerlingen die structureel moeite met spelling Houd in gedachten dat het maken van een herhalingstaak tot doel heeft een kleine leemte in de spellingvaardigheid doel door het maken van één of twee herhalingstaken niet dichterbij komt, kunt u voor die leerling beter een andere oplossing zoeken, zoals individuele herinstructie of Iedere herhalingstaak is in beginsel door de leerlingen u de mogelijkheid hebt om leerlingen bij het maken van herhalingstaken te begeleiden, zal dat een positief Dat vergroot de kans dat de leerlingen de betreffende Herhalingstaak: online software Spelling in beeld Doel Materialen Online software Spelling in beeld Werkwijze Met de online software Spelling in beeld herhalen de uitleg in geschreven en gesproken vorm, ze oefenen met aantrekkelijke spellen, maken dictees en krijgen een over het computerprogramma Spelling in beeld vindt u op Herhalingstaak: kopieerblad extra oefening Doel Materialen Werkwijze Zelfstandig werken het kopieerblad extra oefening nemen zij de instructie Begeleid werken - Begeleid de leerlingen die met de kopieerbladen extra Er zijn verschillende mogelijkheden: - Met behulp van de leerkrachtassistent: plaats de leerlingen die oefenen met dezelfde spellingcategorie in een kleine - Begeleidingssuggesties: > Gebruik opdracht 1 van het kopieerblad om de leerlingen voorbeelden bedenken van woorden met Neem met de leerlingen de woorden op de woorden- > Bespreek de bedoeling van de opdrachten op het > Rond de herhalingstaak af door de gemaakte opdrachten Hebt u behoefte aan meer oefenstof? Kijk dan op GROEP 8
39 Plustaken Plustaak: online software Spelling in beeld Doel De leerlingen herhalen spellingproblemen uit eerdere blokken en verkennen de spellingproblemen uit volgende Materialen Online software Spelling in beeld Werkwijze Bij deze plustaak kunnen de leerlingen met behulp van de de leerstof uit eerdere blokken nog eens doornemen met die geen directe herhaling nodig hebben, verdergaan met de Plustaak: Doel De leerlingen passen de geleerde vaardigheden op het Materialen Werkwijze De leerlingen die aan de slag kunnen met de plustaken hebben laten zien dat ze de spellingdoelen van het blok Plustaak: Taalmaker Doel De leerlingen passen de geleerde vaardigheden op het Materialen Werkwijze De leerlingen die de doelen van het blok beheersen, kunnen verdergaan met activiteiten waarbij ze de geleerde vaardig- bewust niet gekozen voor een directe koppeling aan de algemene toepassing van de taal- en spellingvaardigheden Hierbij zijn diverse uitingsvormen op het gebied van taal het de vorm van geschreven taal als in de vorm van gesproken 111
40 werkboek 8a Wat moet je doen? Maak de opdrachten. Kom je tekens tegen? Doe dan dit. Schrijf je antwoord op. Kruis het goede antwoord aan. Trek lijnen. Kleur het goede antwoord. Omcirkel het goede antwoord. Teken je antwoord. Onderstreep het goede antwoord. R10 u Gebruik de uitlegkaarten. Gebruik uitlegkaart R10. Als je klaar bent, ga je verder met een extra opdracht. Kies een taak op de computer: Of een taak uit Taalmaker: geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg
41 Uitlegkaarten Weet je iets niet meer? Of weet je iets niet meer zeker? Gebruik de uitlegkaarten om dingen op te zoeken. O12 onthoudwoorden Engelse leenwoorden Veel Nederlandse woorden die uit het Engels komen, worden net zo gespeld als in het Engels. In die taal horen bij sommige klanken andere letters dan in het Nederlands. De woorden van de week staan steeds in de eerste woordenrij ( ). eerder geleerde woorden klanken en letters woorden van de week en extra woorden het team groep 8 je hoort /e/, je schrijft a of ai de tank de airbag de jam de flat de fanclub plastic Klinkers, medeklinkers en tweetekenklinkers De klinkers zijn a, e, i, o, u. Ze kunnen lang (molen) of kort (mollen) klinken. Dit zijn de tweetekenklinkers: ie, oe, ui, eu, ei, ij, ou, au. Er zijn twintig medeklinkers: b, c, d, f, g, h, j, k, l, m, n, p, q, r, s, t, v, w, x, z. je hoort /ee/, je schrijft a of ai je hoort /aj/, je schrijft i je hoort /ie/, je schrijft ee of ea de game (gamen) mailen de keeper de cake de paperclip de make-up de race de de trainer de website de timing online het weekend beachvolleybal de frisbee het team 2 Klankwoorden, regelwoorden, onthoudwoorden, werkwoorden De woorden die je bij spelling leert, zijn ingedeeld in vier groepen. - Klankwoorden: In klankwoorden passen bij de klanken vaste letters. - Regelwoorden: Soms is er een regel, die gaat vóór. Regelwoorden zijn woorden waarvan de spelling door een regel wordt bepaald. - Onthoudwoorden: Schrijf je ei of ij? Soms passen bij een klank geen vaste letters. Is er ook geen regel voor zo n woord? Dan is het een onthoudwoord. Lange woorden zijn soms voor een deel klankwoorden, voor een deel regelwoorden en voor een deel onthoudwoorden. - Werkwoorden: Werkwoorden gaan over alles wat je kunt doen: spelen, duwen, begrijpen, slapen. Voor werkwoorden gelden speciale regels. Samenstellingen Een samenstelling is gemaakt van twee woorden met een eigen betekenis. De woorden spoorlijn en voetspoor zijn samenstellingen, het woord spoorloos niet. Vaste stukjes (voor- en achtervoegsels) In woorden staan vaak vaste stukjes. Die schrijf je altijd hetzelfde. Ze kunnen vooraan staan: voorvoegsels. Bijvoorbeeld: on~, ont~, ge~, be~, ver~, her~. Ze kunnen achteraan staan: achtervoegsels. Bijvoorbeeld: ~ig(e), ~lijk(e), ~ing, ~sel, ~te, ~heid. Trema Soms staan er meer klinkers na elkaar, waardoor je een woord verkeerd kunt uitspreken. Een trema op een klinker betekent: hier begint een nieuwe klankgroep/lettergreep: ruïne, skiën, officiële Klemtoon Als je een woord uitspreekt, valt de klemtoon op één lettergreep: ko-pie, bac-te-rie. Bij woorden op ~ie is de klemtoon belangrijk. Hoe schrijf je het meervoud? Bij kopie komt er een extra e bij: kopieën; bij bacterie niet: bacteriën. Bijvoeglijke naamwoorden de gele ballon een dik boek een geverfde deur De paarse woorden zijn bijvoeglijke naamwoorden. Ze vertellen iets over het zelfstandige naamwoord dat erbij staat. Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden vertellen waar iets van is gemaakt: een wollen trui, een houten vloer, een katoenen broek, een plastic tas. Sommige bijvoeglijke naamwoorden zijn gemaakt van het voltooid deelwoord van een werkwoord: de verwachte storm, de verloren sleutel. BLOK 1 OMGEVING LES 1 WOORDENSCHAT geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg
42 Enkelvoud en meervoud Is er één van? Dat noem je enkelvoud: de hond, de zebra, ik ren. Zijn er twee van, of meer? Dat noem je meervoud: de honden, de zebra s, wij rennen. Klankgroepen en lettergrepen Klankgroepen zijn de stukjes van gesproken woorden. Lettergrepen zijn de stukjes van geschreven woorden. De lettergrepen van een woord zijn niet altijd hetzelfde als de klankgroepen. De klankgroepen van vissen zijn: /vi/ /sen/, de lettergrepen zijn: vis sen. Open en gesloten lettergrepen Een open lettergreep eindigt op een klinker. Die klinkt lang. mo len Een gesloten lettergreep eindigt op een medeklinker. Vóór die medeklinker kan een korte klinker, maar ook een lange klinker staan: mol len win ter paar den Werkwoorden Werkwoorden gaan over alles wat je kunt doen: spelen, begrijpen, slapen. Kun je nu achter een zin denken? Dan staat de zin in de tegenwoordige tijd (tt). In de tt hebben werkwoorden drie persoonsvormen: de ik-vorm, de hij-vorm en de wij-vorm. Kun je toen achter een zin denken? Dan staat de zin in de verleden tijd (vt). In de vt hebben werkwoorden twee persoonsvormen: de ik-vorm en de wij-vorm. hele werkwoord: zingen hele werkwoord: kneden persoonsvormen andere vormen persoonsvormen andere vormen ik zing nu hij zingt nu wij zingen nu ik, hij zong toen wij zongen toen voltooid deelwoord: ik heb gezongen afgeleid bijv. naamwoord: de gezongen liedjes bijvoorbeeld in: zingend aan het werk gaan ik kneed nu hij kneedt nu wij kneden nu ik, hij kneedde toen wij kneedden toen voltooid deelwoord: ik heb gekneed afgeleid bijv. naamwoord: het geknede deeg bijvoorbeeld in: knedend het deeg bereiden beslisvragen werkwoordspelling tt of vt? ik-vorm tt ik-vorm tt + t hele werkwoord sterk of zwak? gewone spellingregels pv of geen pv? ik-vorm tt + te ik-vorm tt + ten gewone spellingregels of? ik-vorm tt + de ik-vorm tt + den Tip: twijfel je in de tegenwoordige tijd, bijvoorbeeld bij het onderwerp jij? Denk dan aan lopen: jij loopt, dus ook: jij vindt; loop jij? dus ook: vind jij? geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg 3
43 Wat ga je leren? Je leert regelwoorden: samenstellingen met de tussenletter s. BLOK LES 1 1 Op verkenning Elke samenstelling is gemaakt van twee woorden. Omcirkel van elke samenstelling het tweede woord. Bij vier samenstellingen staat er tussen de twee woorddelen een extra letter. Onderstreep die samenstellingen. klapstoel soepstengel dorpsplein kopspijkers opstarten piepstem groepsfoto kropsla stopsein pompstation beroepsgroep dropsmaak gereedschapskist hulpstukken zeepsop 2 u 3 Welke samenstelling hierboven past bij de foto? Schrijf op. Uitleg In sommige samenstellingen schrijf je de tussenletter s. Twijfel je? Bedenk dan een andere samenstelling met het eerste woord. Lees uitlegkaart R3-a. Schrijf de samenstelling op. Aan de slag kok + muts = varken + vlees = tijd + schrift = varken + staart = fiets + zadel = huis + sleutel = dorp + plein = station + klok = dorp + straat = station + chef = Bij zeven samenstellingen komt er een tussenletter s bij. Kruis die aan. 58 In welke samenstellingen staat een tussenletter s? Omcirkel er nog negen. ijssalon stadspark glasscherf zonsondergang lievelingskleur autostoel knoopsgat bewakingscamera veiligheidsspeld voorrangsweg herdershond dansschoenen jongensnaam huiswerk muisstil verkeersexamen BLOK BLOK 1 OMGEVING GEVOEL LES 1 WOORDENSCHAT geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg
44 5 Schrijf de goede persoonsvorm op. Alle zinnen staan in de verleden tijd. huilen De baby vannacht. luiden Gisteren de kerkklok. rusten Opa even op de bank. durven Ik niet te kijken. lachen Hij toen hij me zag. wachten Hij op de trein. praten De vrouw maar door. grazen De koe in de wei. opspatten Het water hoog op. krassen Hij in het hout. 6 Maak steeds een samenstelling van de twee zelfstandige naamwoorden in de zin. Vul in. 1. Deze fiets is voor een meisje. 2. Deze bril draag je voor de veiligheid. 3. Deze schuiver schuift de sneeuw weg.. Dit is het centrum van de stad. 5. In deze straat zijn veel winkels. 1 m 2 v 3 s s 5 w 7 Maak de samenstellingen af met s, ss of sz. Schrijf ze op. 8 9 Toen oma weer naar huis ging, gaf ik haar een afscheid...oen. In die vruchtenyoghurt zitten geen kunstmatige smaak...toffen. In de haven ligt een oorlog...chip uit de zeventiende eeuw. In de dan...aal van de balletschool ligt een houten vloer. Na de inbraak in de juwelier...aak is de dader opgepakt. Ik kan mijn fiet...leutel nergens vinden. Heb jij hem gezien? Kies één van deze woorden. Bedenk daarmee negen samenstellingen. In alle samenstellingen moet een tussenletter s staan. Het keuzewoord is steeds het eerste deel van de samenstelling. Kies uit: afscheid dorp stad koning station. Zelf een woord bedenken mag ook Maak in gedachten samenstellingen met deze woorden door er woorden achter te zetten. Welke zes woorden krijgen een tussen-s? Omcirkel die. jongen dorp fiets motor bakker winkel berg film schilder meisje school oorlog Terugkijken geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg Klaar? Kies of 59
45 Wat ga je leren? Je leert onthoudwoorden: Franse leenwoorden. BLOK LES 2 1 Op verkenning Schrijf deze woorden in het goede vak. Kies uit: circuit journalist etui niveau chauffeur trottoir route biscuit toilet aubergine enthousiast dressoir. je hoort /oo/ je hoort /oe/ je hoort /waa/ je hoort /wie/ Eén van de woorden hierboven past bij één van deze foto s. Kruis aan. 2 u 3 Uitleg Bij Franse leenwoorden horen bij sommige klanken andere letters dan in het Nederlands. Sommige letters krijgen een accent (é, è, ê). Lees uitlegkaart O11. Vul woorden van de week van de uitlegkaart in. Aan de slag De computer staat op het b. Welke smaak wil je? Chocolade of v? Céline eet een c als ontbijt. De kunstschilder werkt in zijn a. 60 De tafel is gedekt voor het d. Léon houdt van frietjes met m. Die s in de film is erg mooi. De e bestaat uit tien vragen. Die autofabriek is f gegaan. In die tijdz is het zes uur later dan hier. In elk vak hoor je in vier woorden dezelfde klank. Eén woord hoort daar niet bij. Omcirkel dat woord. punaise crêpepapier medaille mayonaise crème champignon echo parachute charmant brochure BLOK BLOK 1 OMGEVING GEVOEL LES 21 WOORDENSCHAT retour douche boulevard coureur scouting maillot trottoir bouillon fouilleren detail geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg
46 5 Schrijf in de eerste zin de persoonsvorm tt, in de tweede zin de persoonsvorm vt. tt vt vinden jij het hier ook zo koud? jij dat boek ook zo mooi? houden Hij niet van zoete dingen. Hij een bal in zijn hand. rijden Die oude auto nog wekelijks. Die oude auto nog prima. verstaan Ik het omroepbericht niet. Ik niet wat hij zei. 6 Schrijf naast elk woord het keuzewoord waarin je dezelfde klank hoort. Kies uit: niveau record privé braille trottoir bagage biscuit populair. medaille circuit cadeau reservoir dessert decor etage diner Welke Franse leenwoorden staan er onder de pijlen? en 7 Maak de woorden af met é, è, ê, ai of ier. Schrijf ze op. Lara houdt niet van mayon...se, maar wel van ketchup. In de laatste sc...ne van de film komt alles weer goed. We zijn er voor u!, roept de folder. Maar dat is een clich.... In het atel... van de kunstenaar is het een enorme chaos. 8 Veel Franse leenwoorden hebben te maken met eten en drinken. Schrijf deze woorden op. Hier kun je iets drinken of eten: c, r avondeten: d maanvormig broodje: c koekje: b groenten: au, c basis voor soep: b 9 frietsaus: m toetje: d ijssmaak: v Bij welke woorden denk je: lekker!? Kruis die woorden aan. In welke rij ( ) zijn alle woorden goed gespeld? Kruis aan. atelier bureaustoel croissantjes wereldrecoor diner cliché mayonaise enquêtevragen scène atelier scène kaascroissant bureau failliet majonaise diner wereldrecord failliet enquète vanillestokje Streep de drie verkeerd gespelde woorden door. Terugkijken geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg Klaar? Kies of 61
47 Wat ga je leren? Je herhaalt klankwoorden: zelfstandige naamwoorden met achtervoegsels (vaste stukjes achteraan). BLOK LES 3 1 Op verkenning Maak elk zelfstandig naamwoord af met één van deze vaste stukjes. Streep de gebruikte stukjes door. Kies uit: ~iteit ~heid ~ing ~sel ~te ~er ~ster ~aar ~eur ~ist ~atie ~itie ~tie ~ier ~iër. vakan geboor chauff plechtig toneelspeel tenniss passag cond elektric prest aarzel final raad vegetar twijfel 2 u 3 Omcirkel de vier woorden die het best bij dit krantenknipsel passen. Uitleg Weet je het nog? Veel zelfstandige naamwoorden eindigen op een vast stukje. Een vast stukje achteraan noem je een achtervoegsel. Lees uitlegkaart K10-b nog eens. Aan de slag Schrijf bij de werkwoorden zelfstandige naamwoorden op. Die eindigen op de achtervoegsels ~ing, ~atie of ~tie. repareren adverteren beslissen feliciteren selecteren inspecteren trakteren verrassen De twee woorden hebben steeds hetzelfde achtervoegsel. Schrijf dat op. } } } } } } } } } } regiss beleefd raad leng brutal chauff gezond kap groot special koer revol pian eigen aanbied winkel contrib gitar teken begroet geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg 62 BLOK BLOK 1 OMGEVING GEVOEL LES 31 WOORDENSCHAT
48 5 Kijk in de zinnen naar de paarse woorden. Kleur van die woorden de persoonsvormen tt en de voltooide deelwoorden met twee kleuren. Dat gebeurt wel vaker. Wat heb je ontdekt? Kylian bezorgt de krant. Heeft papa al betaald? Hij belooft van alles. Lianne heeft thee besteld. Dat is al vaker gebeurd. Ilse herhaalt de zin. Armin bedenkt een plan. Amy ontvangt een pakje. De schade is hersteld. Ik heb haar hier ontmoet. De ijsjes zijn ontdooid. Hij verveelt zich nooit. Waarom heb je dat bewaard? 6 Welk beroep past erbij? Schrijf woorden op met ~er, ~aar, ~eur en ~ist. drumstel d acteren a kunstwerk k directie d viool v journaal j drukwerk d zingen z inspectie i lesgeven l handel h specialiteit s redactie r metselen m machine m 7 Maak de woorden af met heid, iteit, atie of tie. Schrijf ze op. De politie vraagt om assisten... van de brandweer. Gisteravond viel in de hele stad de elektric... uit. Vind jij de illustr...s van die tekenaar ook zo mooi? Mijn opa en oma staan bekend om hun gastvrij.... Duurdere spullen hebben niet altijd meer kwal.... Bij de plechtig... was iedereen heel netjes gekleed. 8 Kies één van deze onderwerpen en kruis dat aan. Bedenk acht woorden die bij dat onderwerp passen. Alle woorden moeten eindigen op achtervoegsels van kaart K10-b. Je mag de achtervoegsels meerdere keren gebruiken. 9 muziek sport school winkelcentrum boerderij In welke rij ( ) hebben alle woorden een achtervoegsel? Kruis aan. tekenaar schakelaar conducteur handelaar schrikkeljaar monteur ademhaling voorstelling grootte dikte wisseling breedte operatie emigratie installatie spatie informatie demonstratie eerlijkheid afscheid aanwezigheid activiteit puberteit helderheid Omcirkel de drie woorden zonder achtervoegsel. Terugkijken geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg Klaar? Kies of 63
49 Wat ga je leren? Je leert regelwoorden: samenstellingen met en zonder de tussenletters en. BLOK LES 1 Op verkenning Hieronder staan meervouden van zelfstandige naamwoorden. Onderstreep de dertien woorden waarvan het enkelvoud op ~e eindigt. methoden lampen zieken kippen getuigen beloften honden opnamen groenten planten seconden fietsen dorpen waarden blinden vossen gemeenten scholen potloden gebergten schilderijen gedachten wegen hoogten 2 u 3 Kijk naar de onderstreepte woorden. Kleur de drie woorden waarvan het enkelvoud een persoon (een mens) is. Omcirkel de tien onderstreepte woorden waarvan het enkelvoud geen persoon is. Uitleg Hoor je in een samenstelling /u/ of /un/ vóór het tweede woord? Dan schrijf je meestal en. Maar er zijn ook uitzonderingen. Lees uitlegkaart R3-b. Aan de slag Schrijf de goede samenstellingen op. In drie samenstellingen komt vóór het tweede woord een n te staan. mode + show hoogte + vrees zieke + auto etalage + pop race + fiets groente + soep bejaarde + woning ruimte + schip horloge + bandje invalide + toilet Maak de samenstellingen af met e of en. Twee samenstellingen maak je af met e, de rest met en. popp kast meid groep plank koorts leeuw temmer strat maker bagag rek muiz val reg kleding monnik werk krant bezorger hond brokken reclam folder tand borstel krent bol plant bak glaz wasser 6 BLOK BLOK 1 OMGEVING GEVOEL LES 1 WOORDENSCHAT
50 5 Schrijf de hij-vorm tt, het voltooid deelwoord en het daarvan afgeleide bijvoeglijk naamwoord op. hij-vorm tt voltooid deelwoord bijvoeglijk naamwoord verven hij v gev de gev muren schudden hij sch ges de ges kaarten beloven hij bel bel het bel uitstapje 6 Kies vier kleuren. Kleur daarmee de legenda. In de samenstellingen hieronder staat voor het tweede woorddeel e. Welke zin past bij het woord? Geef die samenstellingen dezelfde kleur. Het enkelvoud van het eerste woord eindigt op ~e en is geen persoon. Het eerste woorddeel is afgeleid van een werkwoord. Het eerste woorddeel is afgeleid van een bijvoeglijk naamwoord. Het eerste woorddeel is zon of maan. plattegrond hoogtevrees zonnebaden secondewijzer jongeman kuddedier huilebalk limonadesiroop kastanjeboom douchegordijn verrekijker lachebek maneschijn goedemorgen schadevergoeding 7 Maak samenstellingen met e of en. Schrijf ze op. 8 9 Jasper draagt een (zon+bril) met spiegelende glazen. Die dove mensen spreken met elkaar via (gebaar+taal). Laat mij dat maar doen, want dat is echt (man+werk)! Door de (zwaarte+kracht) word je naar de aarde getrokken. Weet jij waarom een (kip+ei) soms bruin is en soms wit? Bedenk negen samenstellingen. Voor alle woorden geldt: Vóór het tweede woorddeel hoor je /u/ of /un/, je schrijft en. Het eerste woorddeel is geen persoon Welke zinnen kloppen? Kruis aan. Je schrijft gedachtegang: het enkelvoud gedachte eindigt op ~e en is geen persoon. Je schrijft gedachtengang: je schrijft de woorden gedachten en gang aan elkaar. Je schrijft koekepan: het enkelvoud koeke eindigt op ~e en is geen persoon. Je schrijft koekenpan: het enkelvoud koek eindigt niet op ~e. Het is geen uitzondering. Terugkijken geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg Klaar? Kies of 65
51 Wat ga je leren? Je leert onthoudwoorden: Engelse leenwoorden. BLOK LES 5 1 Op verkenning Welke Engelse leenwoorden uit groep 7 passen bij deze foto s? Schrijf ze op. De woorden staan ook op kaart O12 van groep 8. 2 u 3 f h k t t Welke woorden van uitlegkaart O12 passen bij deze zinnen over Errol? Schrijf op. Errol is trots. Hij zit op atletiek. Hij oefent heel vaak en doet regelmatig mee aan wedstrijden. Nu heeft hij een nieuw persoonlijk record gelopen! tijd opnemen s wedstrijd wie het snelst is r eindstreep f op het goede moment presteren t Uitleg Bij Engelse leenwoorden horen bij sommige klanken andere letters dan in het Nederlands. Lees uitlegkaart O12. Vul woorden van de week van de uitlegkaart in. Aan de slag Mijn zus kwam als tweede over de f. De k duikt en tikt de bal uit het doel. Hoeveel liter benzine gaat er in de t? 66 s c BLOK 1 OMGEVING GEVOEL LES LES 51 WOORDENSCHAT Nu gaan we naar een s In deze Engelse leenwoorden klinkt de a als /e/ of /ee/. Omcirkel de veertien woorden waarbij de a klinkt als /e/. met dolfijnen. In het stuur van de auto zit een a. jam fanclub gamen plastic paperclips sandwich flat race smashen make-up jack baby tram cracker snacks camping cake racket relaxen milkshake laptop geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg
52 5 Deze oorspronkelijk Engelse werkwoorden volgen gewoon de regel van t kofschip. Schrijf in de eerste zin de persoonsvorm tt op. Schrijf in de tweede zin het voltooid deelwoord op. trainen Hij twee keer per week. Hij heeft gisteren hard. scoren Hij bijna elke week. Wie heeft dat doelpunt? tanken Mijn vader benzine. Mijn tante heeft diesel. mailen Anna met een vriendin. Quirine heeft mij ook. 6 Maak samenstellingen. Het eerste woorddeel is steeds een woord uit het eerste vak. Schrijf de samenstellingen op. Gebruik elk woord maar één keer. T- schuim vang weekend mode flat gebouw tas show stick rail shirt T-shirt hockey soft ijs plastic 7 Maak de Engelse leenwoorden af met de goede klinkers. Schrijf ze op. De keeper duikt naar de hoek en pakt de bal: geen g...l! Hij speelt een g...me waarbij hij heel hard moet racen. Bij een botsing blaast de...rb...g in de auto zichzelf op. De nieuwe auto staat in de sh...wr...m van de garage. Onze c...ch geeft aanwijzingen tijdens de wedstrijd. 8 Kies vier kleuren. Kleur daarmee de legenda. Geef de woorden die erbij passen dezelfde kleur. lichaamsverzorging sport vervoer eten en drinken smash cheeseburger gel badminton intercity make-up picknick aftershave stewardess scoren tractor skeeleren rails barbecue shampoo grapefruit 9 Bedenk bij elk onderwerp nog twee Engelse leenwoorden. Schrijf die woorden op en kleur ze. Weet je geen woorden? Kies dan woorden van uitlegkaart O In welke zin zijn de twee gekleurde woorden goed gespeld? Kruis aan. De trainer drukt de stopwatsh in zodra de atleet over de finihs komt. De trainer drukt de stopwatsh in zodra de atleet over de finish komt. De trainer drukt de stopwatch in zodra de atleet over de finish komt. De trainer drukt de stopwatch in zodra de atleet over de finihs komt. Terugkijken geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg Klaar? Kies of 67
53 Wat ga je leren? Je herhaalt werkwoorden met ge~, be~, ver~, her~ en ont~ en werkwoordvormen die hetzelfde klinken. BLOK LES 6 1 Op verkenning Omcirkel de acht werkwoordvormen die alleen een hij-vorm tt kunnen zijn. Onderstreep de acht werkwoordvormen die alleen een voltooid deelwoord kunnen zijn. betaalt verteld bewaart verstopt gebeurt bewaard gebruikt gehoorzaamd betaald gebeurd herstelt geloofd gelooft vertelt beheerst gehoorzaamt ontdekt hersteld verbaast verbaasd 2 u Welke zinnen kloppen voor de vier werkwoordvormen die niet omcirkeld of onderstreept zijn? Kruis aan. Die vormen kunnen zowel een hij-vorm tt als een voltooid deelwoord zijn. Dat zijn vormen van sterke werkwoorden. Dat zijn vormen van zwakke werkwoorden met vóór ~en een letter van t kofschip. Dat zijn vormen van zwakke werkwoorden met vóór ~en geen letter van t kofschip. Uitleg Weet je het nog? Sommige werkwoordvormen klinken hetzelfde, maar worden anders geschreven. Lees de uitlegkaarten W6-a en W6-b nog eens. Twijfel je? Gebruik de beslisvragen achter in het werkboek. Aan de slag 3 Vul persoonsvormen tt van worden in. 68 Je daar steeds handiger in! je zus daarvan de voorzitter? Waarom je daar nerveus van? Vul persoonsvormen vt van het werkwoord in. heten Dat toen nog anders. spellen We alle woorden. rusten Toen we een uurtje. BLOK 1 OMGEVING GEVOEL LES LES 61 WOORDENSCHAT Hoe oud je oma morgen? En daar je natuurlijk blij van! Maar je toch niet weggestuurd? inladen We eerst alles in. troosten Mijn zusjes me. rijden We een andere route. geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg
54 5 Vul de schema s in. Schrijf ook het voltooid deelwoord op. verbouwen tt ik verb hij verb wij verb vt ik, hij verb wij verb vd ik heb verb besteden ik best hij best wij best ik, hij best wij best ik heb best ontmoeten ik ontm hij ontm wij ontm ik, hij ontm wij ontm ik heb ontm 6 Allebei de werkwoordvormen bestaan. Eén vorm past in de zin. Omcirkel die vorm. Je word / wordt morgen opgehaald. De eend broed / broedde het ei uit. Hij gelooft / geloofd er niets van. Wat is er met hem gebeurt / gebeurd? Alle schade is herstelt / hersteld. Zij bemoeit / bemoeid zich overal mee. Vind / Vindt jij dat ook zo vreemd? Ik heb me vreselijk verveelt / verveeld. Zij vermoed / vermoedt dat hij ziek is. Toen kosten / kostten die schoenen nog 100! 7 Schrijf de goede werkwoordvorm in de zin. besteden Hij nu bijna al zijn zakgeld aan games. veranderen Er is al jaren niets in dat dorpje. uitrusten Gisteren de wielrenners een dagje uit. onthouden Ik hoop dat je nu wat ik gezegd heb. verzorgen De vrouw heeft haar oude tante lang. 8 Maak de woorden af. De woorden van elke rij ( ) rijmen. Niet alle woorden zijn werkwoordvormen. Na hij komt altijd een persoonsvorm. 9 hij best acrob eensgez kokendh afgem hij verr kleurenbl een atl geen gew bloemenz hij versl aangekl hij versn na veel gepr uitgepr slangenb Welke zinnen kloppen? Kruis aan. De werkwoordvorm zetten kan de wij-vorm tt, maar ook de wij-vorm vt zijn. De werkwoordvorm bloeden kan de wij-vorm tt, maar ook de wij-vorm vt zijn. De werkwoordvorm beloofd kan het voltooid deelwoord, maar ook de hij-vorm tt zijn. De werkwoordvorm praatten kan de wij-vorm tt, maar ook de wij-vorm vt zijn. De werkwoordvorm schudden kan de wij-vorm tt, maar ook de wij-vorm vt zijn. Terugkijken geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg Klaar? Kies of 69
55 Wat ga je leren? Je leert regelwoorden: samenstellingen met een koppelteken. BLOK LES u 3 Op verkenning Door de komst van de computer zijn er woorden en begrippen in de taal bijgekomen. Sommige daarvan zijn ook alweer verdwenen. In sommige van die begrippen staan afkortingen. Verbind wat bij elkaar hoort. e vermogen: GB sms tweedehands pc usb dvd www In de eerste kolom staan vier samenstellingen. Kruis die aan. Welke zin hieronder klopt? Kruis aan. Bij al deze samenstellingen staat tussen de afkorting en het andere deel een streepje. Bij al deze samenstellingen staat de afkorting los van het andere deel. Bij al deze samenstellingen is een afkorting gekoppeld aan een Engels leenwoord. Uitleg Kunnen klinkers na elkaar verkeerd gelezen worden? Bij samenstellingen schrijf je dan geen trema, maar een koppelteken: - (streepje). Dat doe je ook bij aardrijkskundige namen of als één woorddeel een afkorting is. Lees uitlegkaart R3-c. Schrijf de samenstellingen goed op. Gebruik daarvoor bij zeven samenstellingen een koppelteken. Aan de slag vanille + ijs A + formaat zo + even thema + week vanille + smaak tv + toestel noord + oosten Noord + Amerika sms + bericht tosti + ijzer 70 Kruis aan. Kun je twee of meer klinkers na elkaar verkeerd uitspreken? Dan schrijf je een koppelteken bij samenstellingen. andere woorden. Welke van deze woorden schrijf je met een koppelteken? Schrijf koppeltekens op de goede plaats en kleur die woorden. radio opname idee en chocolade ijs ru ine ski instructeur solo optreden inge ent zonne energie kopie en onderzee er ge interesseerd mee eten be invloeden zee eend auto industrie BLOK 1 OMGEVING GEVOEL LES LES 71 WOORDENSCHAT geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg
56 5 Maak het voltooid deelwoord af. Twee werkwoorden zijn sterk. ik heb het ik heb het ik heb me betalen bet versieren vers zich bewegen bew bestellen best bewijzen bew zich vergissen verg gebruiken gebr ontdekken ontd zich vervelen verv 6 Met het eerste woord kun je drie samenstellingen maken. Eén van die samenstellingen schrijf je altijd met een koppelteken. Schrijf alleen die samenstelling op. optreden } schip solo zangeres zee egel spel dijk } } } blijven uurtje na kijken koffie bonen apen broodje 7 Schrijf de goede samenstellingen op. De plaats Terneuzen ligt in (Zeeuws+Vlaanderen). Mijn favoriete (tv+programma) begint om half acht. In het (zuid+westen) van Nederland schijnt de zon. Bij de (diploma+uitreiking) was iedereen opgewonden. Die (vwo+leerling) moet elke dag huiswerk maken. In (Midden+Amerika) wordt een orkaan verwacht. 8 Maak het weerbericht af. Bedenk verschillende soorten weer. Vul vóór Nederland twee keer een windrichting (noord, zuid, oost, west) in. Vul twee keer een combinatie van windrichtingen in. 9 In Nederland blijft het. In Nederland krijgen we. In het blijft het, in het gaat het. In één rij ( ) zijn alle samenstellingen goed gespeld. Kruis aan. Zuid-Holland dvd-speler Nieuw-Zeeland T-shirt co-ouder PSVspeler usb-stick Westeuropees Zuid-Holland foto-opname sms-bericht toe-eigenen Streep de vier verkeerd gespelde samenstellingen door. zoëven Tilburg-West de Noordzee radio-omroep Terugkijken solo-optreden Noord-Brabant wcpapier zonne-energie geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg Klaar? Kies of 71
57 PB Wat ga je leren? Je herhaalt de woorden van blok. BLOK LES 8 1 Op verkenning Kies vier kleuren. Kleur daarmee eerst de legenda. Kleur dan de woorden waarin je die klanken hoort, met de goede kleur. je hoort /ee/ je hoort /è/ je hoort /oo/ je hoort /oe/ colbert trainer route jam goal enquête atelier musical gamen cadeau diner scooter coach militair cool scène chauffeur Schrijf Franse en Engelse leenwoorden bij de foto s. 2 u 3 jeans m T- j c Uitleg De woorden van deze les heb je al eerder geleerd. Weet je iets niet meer goed? Lees dan de uitlegkaart nog een keer. Het nummer van de kaart staat bij de opdracht. Schrijf de samenstellingen in de goede kolom. R3-a R3-b R3-c Aan de slag verkeer+bord hoogte+vrees tv+programma oorlog+schip roos+struik kip+ei Noord+Holland stad+centrum rogge+brood zon+energie klas+boek plat+grond met tussenletter s met e voor het tweede woorddeel met en voor het tweede woorddeel met koppelteken Maak de Franse leenwoorden af met de goede letters. O11 é of er? è, ê of ai? au of eau? oi of ui? het caf de mayon se de ch ffeur een et het din de enqu te het bur een cr ssant het clich de sc ne het rest rant het t let 72 dit is priv de miljon r de bergine het circ t BLOK 1 OMGEVING GEVOEL LES LES 81 WOORDENSCHAT
58 gelse leenwoorden nse leenwoorden menstellingen met een koppelteken 8 ES menstellingen met de tussenletters en menstellingen met de tussenletter s woorddeel woorddeel Je herhaalt de woorden van blok. K GEVOEL LES 8 OK ns met tussenletter s met e voor het tweede met en voor het tweede met koppelteken en antwoord leren? je ga croissantje een van 5 Welk woord past in de zin? Omcirkel dat woord. Waarom gelooft / geloofd ze dat niet? Ze heeft de opdracht herhaalt / herhaald. De politie ontruimt / ontruimd het pand. Is er vandaag nog iets gebeurt / gebeurd? Onthoud / onthoudt je vader dat adres? Hij heeft een avontuur beleeft / beleefd. Raad / Raadt jij het goede antwoord? Heb je mij direct herkent / herkend? De meester vertelt / verteld een verhaal. De taken zijn eerlijk verdeelt / verdeeld. 6 Schrijf Engelse leenwoorden van de uitlegkaart in de vakjes. O12 1. Automatisch opblaaskussen bij botsingen. 2. Iets binnenhalen op de computer. 3. Klemmetje om papieren bij elkaar te houden.. Kaartje voor een vliegreis. 5. Soort bromfiets. 6. Tijdmeter die je stil kunt zetten. Welk woord lees je onder de pijl? Maak samenstellingen van de woorden. Schrijf ze op. R3-a R3-b R3-c Ik was mijn (huis+sleutel) kwijt, maar hij zat nog in mijn jaszak. De prins droeg een witte anjer in het (knoop+gat) van zijn jasje. Door de vele regen staan er erg veel (pad+stoel) in het bos. 8 Als toetje kregen we een bolletje (vanille+ijs) met slagroom. Ik zie een (etalage+pop) met een zwarte jurk en een paars jasje. De man kijkt door zijn (ver+kijker) naar een vlucht wilde ganzen. Bedenk negen samenstellingen. Het eerste woord moet steeds een Frans leenwoord op ~e zijn. Kijk ook op kaart O5 bij woorden met /zj/ = g en /sj/ = ch O Hoe goed kun jij deze groepen woorden schrijven? Zet een kruisje op elke lijn. samenstellingen met de tussenletter s samenstellingen met de tussenletters en samenstellingen met een koppelteken Franse en Engelse leenwoorden Terugkijken Dat kan ik nog helemaal niet. Dat vind ik vaak nog lastig. Dat kan ik heel goed Dat kan ik nog helemaal niet. Dat vind ik vaak nog lastig. Dat kan ik heel goed Dat kan ik nog helemaal niet. Dat vind ik vaak nog lastig. Dat kan ik heel goed Dat kan ik nog helemaal niet. Dat vind ik vaak nog lastig. Dat kan ik heel goed. geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg Klaar? Kies of 73
59 Wat ga je leren? Je herhaalt woorden met meer lettergrepen. BLOK 1 Op verkenning In elk vak staan één of twee samenstellingen. Kruis die aan. LES 9 eetkamer eetbaar eethoek winkelier winkelwagen winkeltje ademloos ademhalen adempauze hoogbouw hoogte hoogheid leerzaam leerboek leerkracht vruchtbaar vruchtensap vruchteloos oefenwedstrijd oefeningen oefenboek rusteloos rustig rustpunt zenuwachtig zenuwarts zenuwontsteking Waarom schrijf je vruchteloos met e en niet met en, zoals vruchtensap? Kruis aan. Een vrucht is geen persoon, daarom schrijf je vruchteloos. Vruchteloos is geen samenstelling, dus gelden de regels voor samenstellingen niet. Welk gevoel hebben veel kinderen als ze voor het eerst een zaal vol publiek moeten toespreken? Omcirkel het woord dat daarbij past. Uitleg 2 u Weet je het nog? In deze les oefen je met woorden met meer lettergrepen. Weet je iets niet meer? Zoek dan de goede uitlegkaart nog eens op. Aan de slag 3 Omcirkel alle voorvoegsels en achtervoegsels (vaste stukjes). Sommige woorden hebben meer dan één voor- of achtervoegsel. ontdekking onbereikbaar telefonisch ondankbaarheid benodigdheden berekening onafhankelijkheid geheimzinnig gehoorzaam herkansing verstrooidheid besluiteloos onbeweeglijk specialiteit verstaanbaarheid Vul in. Er staan woorden met twee verschillende voorvoegsels achter elkaar. Er staan woorden met twee verschillende achtervoegsels achter elkaar. 7 Maak samenstellingen. Schrijf ze in het goede vak. veiligheid+speld uit+trekken tv+serie zon+steek noord+westen auto+ongeluk West+Europa pan+koek hand+tekening gewoon aan elkaar met extra letters met koppelteken BLOK 1 OMGEVING GEVOEL LES LES 9 1 WOORDENSCHAT geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg
60 5 Maak de schema's af. Schrijf ook het voltooid deelwoord op. tt feliciteren ik feliciteer hij feliciteert wij feliciteren bereiden ik hij wij bereid bereidt bereiden verscheuren ik verscheur hij verscheurt wij verscheuren vt ik, hij ik, hij ik, hij wij wij wij vd ik heb ik heb ik heb 6 Maak de woorden af met één of twee medeklinkers. d of dd han oek schan alig pu ing onmi ellijk k of kk pa etje ra etten perzi en mislu en n of nn a oniem ka aal overwi ing vriendi en 7 Schrijf van de woorden tussen haakjes het meervoud op. Wij lopen met z n (drie) door het winkelcentrum. Sommige (bacterie) kunnen ziektes veroorzaken. Voor de veiligheid zijn daar (camera) opgehangen. Die twee (familie) vieren de kerstdagen met elkaar. Toen ik de karaf liet vallen, lagen overal (glasscherf). 8 Kies twee woorden. Maak met elk woord een woord met een voorvoegsel, een samenstelling en een woord met een achtervoegsel. Kies uit: macht weer vrij dek zorg kans houd bak moed. woord met voorvoegsel samenstelling woord met achtervoegsel 9 In elk vak ( ) worden vier woorden met dezelfde letter(s) afgemaakt. Omcirkel in elk vak het ene woord dat anders wordt afgemaakt. opkna en eindra ort ka itein tra elen da ere Terugkijken p of pp k of kk n of nn b of bb l of ll houtha er verpa ing banketba erij gema elijke ra etten pa enkoek zijka alen ka onnen ka ariepiet pla eten sa elen kna elen ka eljauw terugkra elen wolkenkra er luchtba on pingpongba etje a ergrootste natuurta ent ba etuitvoering geen kopieermateriaal Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg Klaar? Kies of 75
61 uitlegkaarten 8
62 klankwoorden achtervoegsels: vaste stukjes achteraan (zelfstandige naamwoorden) K10-b groep 8 Veel zelfstandige naamwoorden eindigen op een achtervoegsel (een vast stukje achteraan). Zo n woord is geen samenstelling. De woorden op ~er, ~aar, ~eur, ~ier en ~ist horen bij mensen en beroepen. Soms wordt bij vrouwen de vrouwelijke vorm (bijvoorbeeld op ~es, ~in, ~ster, ~e, ~iste, ~euse of ~ice) gebruikt, maar lang niet altijd: de directeur is vaak een vrouw. Veel zelfstandige naamwoorden met achtervoegsels zijn afgeleid van werkwoorden: verrassen verrassing, voeden voedsel, noteren notitie. Andere zelfstandige naamwoorden zijn afgeleid van bijvoeglijke naamwoorden: beleefd beleefdheid, hoog hoogte, actief activiteit. Het meervoud van woorden op ~heid eindigt op ~heden: hoeveelheden. Het meervoud van woorden op ~te, ~atie, ~itie, ~utie en ~tie schrijf je gewoon met ~s. Bij de uitspraak is immers geen verwarring mogelijk: lengtes, prestaties, notities, vakanties. Onthoud: elektriciteit Je hoort /k/, je schrijft k. verrassing Je schrijft twee r s en twee s en. grootte, breedte Je schrijft groot + te en breed + te. de bakker de buiging de politie
63 de bakker de loodgieter de tekenaar de directeur de koerier de toerist de machinist de zangeres de vriendin toneelspeelster de studente de pian iste de regisseuse de actrice de buiging de vergissing de verrassing de gezondheid de beleefdheid de gastvrijheid de grootte de breedte het zaagsel het voed sel het toerisme het egoïsme het vandalisme de specialiteit de puberteit de illustratie de combinatie de politie de expeditie de revolutie de contributie de vakantie de advertentie de reactie de sele ctie
64 regelwoorden samenstellingen, waaronder samenstellingen met de tussenletter s R3-a groep 8 Samenstellingen zijn lange woorden, gemaakt van twee woorden met een eigen betekenis. Zo is handbal (hand + bal) een samenstelling, handig (hand + ig) niet. Het eerste woorddeel van een samenstelling kan een voorzetsel zijn: optellen, inpakken, voorstellen, uittrekken, achterblijven, afwassen. Soms hoor je de laatste letter van het eerste woorddeel niet duidelijk. Maar je schrijft hem wel: postzegel, hoofdpijn, schildpad, uittrekken. In sommige samenstellingen schrijf je een tussenletter s. Als je die s duidelijk hoort, is er geen probleem: dorpsplein, stationsklok. Begint het tweede deel met een s, z of c? Dan hoor je de tussenletter s niet. Maar je schrijft hem wel: dorpsstraat. Tussenletter s of niet? Gebruik het eerste woord in een andere samenstelling: verkeersituatie of verkeerssituatie? Verkeersbord, dus ook verskeerssituatie. Appelsap of appelssap? Appelmoes, dus ook: appelsap. de handdoek de dorpsstraat
65 de stof zuiger de handtekening het beeldscherm het tijdschrift het luchtbed de postzegel de schildpad de licht straal het klad blok de aard beving de kerstvakantie uittrekken doorzetten oversteken tegenhouden samenstellingen het clubblad de hand doek de verffabriek het vraaggesprek de melkkoe het rol luik de film muziek de loop plank de voorrang acht tien de huissleutel de basisschool de tennis schoen de glasscherven de jas zak muisstil samenstellingen met de tussenletter s het knoopsgat de gebruiksaanwijzing de schildersezel het dorpsplein de dorpsstraat de stationsklok de stationschef de veiligheidsbril de veiligheidsspeld de verkeerssituatie het oorlogsschip het gezelschapsspel de vrijheidsstrijd de koningszoon het stadscentrum
66 regelwoorden R3-b groep 8 samenstellingen, waaronder samenstellingen met de tussenletters en Hoor je in een samenstelling vóór het tweede woorddeel de klank /u/ of /un/? Dan schrijf je de meeste samenstellingen met en. Of het eerste woord enkelvoud of meervoud is, maakt niet uit: boeken + kast = boekenkast; paard + staart = paardenstaart; regen + jas = regenjas. Uitzonderingen: bij vijf groepen woorden schrijf je niet en, maar e. Bij uitzondering 1 passen vrij veel woorden, bij de andere uitzonderingen maar enkele. 1 Het enkelvoud van het eerste woord eindigt op ~e, en dat is geen persoon: kudde + dier = kuddedier (het enkelvoud kudde eindigt op ~e), seconden + wijzer = secondewijzer (het enkelvoud seconde eindigt op ~e). (Maar: zieke + huis = ziekenhuis, want een zieke is een persoon.) 2 Het eerste woord is een werkwoord of een bijvoeglijk naamwoord: lachebek (van lachen), huilebalk (van huilen), plattegrond (van plat). 3 Het eerste woord is zon of maan: zonnebril, maneschijn. Het eerste woord versterkt een bijvoeglijk naamwoord: reuzeleuk, apetrots. 5 Het woord is een onthoudwoord met een e, zoals ooievaar. Zie uitlegkaart K5. Let op: de regels op deze uitlegkaart gelden alleen voor samenstellingen! de paardenstaart de regenjas de secondewijzer
67 in het midden van de samenstelling hoor je /u/ of /un/ je schrijft en uitzonderingen: je schrijft e het eerste woord heeft al een enkelvoud op ~en de regenjas de samenwerking de molenwiek binnenkort de torenspits tegenhouden het eerste woord heeft geen enkelvoud op ~e of ~en 1 de secondewijzer de modeshow de hoogtevrees het roggebrood de etalagepop de ruimtevaart de gedachtegang de paardenstaart het kippenei de gebarentaal de wegenkaart de pannenkoek de paddenstoel het hondenhok de kattenbak de boekenlegger de koekenpan 2 3 knarsetanden de verrekijker de zonnebril de maneschijn het eerste woord heeft een enkelvoud op ~e én is een persoon het ziekenhuis het bejaardentehuis het getuigenverhoor het jongerencentrum 5 apetrots reuzeleuk de ooievaar
68 regelwoorden samenstellingen met een koppelteken R3-c groep 8 Bij sommige samenstellingen moet je tussen de woorddelen een koppelteken (-) schrijven: auto-ongeluk, Noord-Brabant, tv-programma. Twee of drie klinkers na elkaar kunnen soms verkeerd gelezen worden. Meestal schrijf je dan een trema: zeeën, ruïne, geëindigd (zie uitlegkaart R10). Bij samenstellingen schrijf je dan geen trema, maar een koppelteken tussen de woorddelen: autoongeluk wordt auto-ongeluk, naapen wordt na-apen. In een samenstelling met een aardrijkskundige naam (zoals Brabant) schrijf je ook een koppelteken: Noord-Brabant, Noord-Brabantse en Noord-Brabander. Noordzee en zuidoosten zijn samenstellingen zonder aardrijkskundige naam, dus schrijf je geen koppelteken. Windstreken zijn geen aardrijkskundige namen. Staat in een samenstelling een afkorting of een cijfer, dan schrijf je ook een koppelteken: tv-programma, breedbeeld-tv, mijn 60-jarige opa. Woorden als tv tje en sms en zijn geen samenstellingen. Je schrijft ze daarom niet met een koppelteken, maar met een apostrof: wc s, dvd tje. het auto-ongeluk
69 samenstellingen met botsende klinkers het auto-ongeluk de auto -industrie de zee -eend de mede -eigenaar na -apen mee-eten toe -eigenen de diploma-uitreiking het vanille -ijs het radio-interview de zonne -energie het tosti -ijzer zo -even het solo -optreden de gala -avond de video -opname samenstellingen met aardrijkskundige naam Noord -Brabant Noord -Brabantse Oost -Nederland Zuid-Limburg Rotterdam -Zuid Amsterdam -Centrum West -Europa Zeeuws -Vlaanderen Nieuw-Zeeland Midden-Amerika samenstellingen zonder aardrijkskundige naam de Noordzee het noordoosten noordwestelijk samenstellingen met afkorting of cijfer het tv-programma de breedbeeld-tv e -mailen het sms -bericht de vwo-leerling de usb-aansluiting het T -shirt het EHBO-diploma het PSV-stadion de 100-jarige man afkorting of cijfer, geen samenstelling het tv tje het sms je sms en de wc s
70 onthoudwoorden O11 groep 8 Franse leenwoorden Veel Nederlandse woorden die uit het Frans komen, worden net zo gespeld als in het Frans. In die taal horen bij sommige klanken andere letters dan in het Nederlands. De woorden van de week staan steeds in de eerste woordenrij ( ). eerder geleerde woorden klanken en letters woorden van de week en extra woorden je hoort /oe/, je schrijft ou de douche de route enthousiast de courgette de coureur de journalist de aubergine je hoort /oo/, je schrijft au of eau het bureau het cadeau het niveau de chauffeur het restaurant je hoort de lange klank /o/ (zoals in oor), je schrijft o de zone het record de controle het decor roze het comfort je hoort /j/ of /je/, je schrijft il, ill, lle of ille vanille failliet het detail de ma illot de medaille fouilleren het brailleschrift de bouillon
71 je hoort /waa/, je schrijft oi de croissant het toilet het trottoir het dressoir het reservoir je hoort /èr/, je schrijft air of ert populair een colbert de miljonair het dessert je hoort /wie/, je schrijft ui de biscuit het etui het circuit je hoort /ee/, je schrijft é of er het cliché het diner het café privé de logé je hoort /jee/, je schrijft ier het atelier de premier je hoort /è/, je schrijft è, ê of ai de scène de enquête de mayonaise de cr ème het cr êpepapier de punaise Soms moet je boven de e dus een accent schrijven: é, è of ê. Een t of een d aan het eind van een Frans woord wordt meestal niet uitgesproken. Dat geldt voor colbert, dessert, expert, biscuit, circuit, comfort en maillot, en ook voor boulevard, record en brancard. Ook woorden met /zj/ = g en /sj/ = ch zijn Franse leenwoorden: giraf, charmant. Zie uitlegkaart O5.
72 onthoudwoorden O12 groep 8 Engelse leenwoorden Veel Nederlandse woorden die uit het Engels komen, worden net zo gespeld als in het Engels. In die taal horen bij sommige klanken andere letters dan in het Nederlands. De woorden van de week staan steeds in de eerste woordenrij ( ). eerder geleerde woorden klanken en letters woorden van de week en extra woorden je hoort /e/, je schrijft a of ai de tank de airbag de jam de flat de fanclub plastic het team je hoort /ee/, je schrijft a of ai de game (gamen) mailen de cake de make-up de de paperclip de race de trainer je hoort /aj/, je schrijft i de website online de timing je hoort /ie/, je schrijft ee of ea de keeper het weekend de frisbee beachvolleybal het team
73 je hoort /joe/, je schrijft u of iew je hoort /k/, je schrijft ck de musical het interview de vliegtickets de hockeystick de computer het jack het tennisracket je hoort /oo/, je schrijft oa de goal downloaden de soap de coach je hoort /oe/, je schrijft oo de scooter cool de showroom een nieuwe look inzoomen je hoort /sj/, je schrijft sh de finish de show de smash het shirt je hoort /tsj/, je schrijft ch of tch de coach de stopwatch de speech de lunch de match de sandwich de chips checken Ook de woorden op ~y die je eerder hebt geleerd, zijn Engelse leenwoorden: sorry, baby, lolly. Zie uitlegkaart O10-a.
74 werkwoorden W6-a groep 8 werkwoorden met ge~, be~, ver~, her~ en ont~ Sommige werkwoorden beginnen met ge~, be~, ver~, her~ of ont~. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor andere werkwoorden. Er is één verschil: het voltooid deelwoord krijgt geen extra beginstukje ge~. Daardoor klinkt bij zwakke werkwoorden de hij-vorm tt hetzelfde als het voltooid deelwoord: hij verstopt (tt) hij heeft verstopt (vd). Ook voor deze werkwoorden is de regel: de hij-vorm tt eindigt op ~t. Zit het zwakke werkwoord in t kofschip? Dan eindigt het voltooid deelwoord ook op ~t. Dat is niet verwarrend: hij-vorm tt: hij ontdekt voltooid deelwoord: hij heeft ontdekt. Zit het zwakke werkwoord niet in t kofschip? Dan eindigt het voltooid deelwoord op ~d. Dat is wel verwarrend: hij-vorm tt: hij betaalt voltooid deelwoord: hij heeft betaald. Let dan goed op wat je schrijft: de hij-vorm tt of het voltooid deelwoord! hij-vorm tt: hij belooft vd: hij heeft beloofd hij-vorm tt: hij verdient vd: hij heeft verdiend hij-vorm tt: hij herhaalt vd: hij heeft herhaald hij-vorm tt: hij ontkent vd: hij heeft ontkend betalen ik betaal nu hij betaalt nu wij betalen nu ik, hij betaalde toen wij betaalden toen voltooid deelwoord: ik heb betaald gebeuren het gebeurt nu het gebeurde toen voltooid deelwoord: het is gebeurd
75 W6-b groep 8 werkwoordvormen die hetzelfde klinken Sommige werkwoordvormen klinken hetzelfde, maar worden verschillend geschreven. - Persoonsvormen tt van werkwoorden op ~den: een t erbij of niet? Twijfel je? Denk dan aan lopen met hetzelfde onderwerp. jij loopt (met een t) dus ook: jij vindt (met een t) loop jij? (zonder t) dus ook: antwoord jij? (zonder t) loopt je broer? (met een t) dus ook: wordt je broer? (met een t) - Persoonsvormen vt van zwakke werkwoorden op ~ten en ~den. wij-vorm tt: wij praten ik-vorm vt: ik praatte wij-vorm vt: wij praatten wij-vorm tt: wij raden ik-vorm vt: ik raadde wij-vorm vt: wij raadden - Vormen van zwakke werkwoorden met ge~, be~, ver~, her~ en ont~. Het voltooid deelwoord krijgt geen (extra) stukje ge~. Daardoor klinkt het voltooid deelwoord hetzelfde als de hij-vorm tt. hij-vorm tt: hij betaalt vd: hij heeft betaald hij-vorm tt: hij ontdekt vd: hij heeft ontdekt raden ik raad nu hij raadt nu wij raden nu ik, hij raadde toen wij raadden toen voltooid deelwoord: ik heb geraden vertellen ik vertel nu hij vertelt nu wij vertellen nu ik, hij vertelde toen wij vertelden toen voltooid deelwoord: ik heb verteld
76 beslisvragen werkwoordspelling W pv of geen pv? groep 8 tt of vt? gewone spellingregels sterk of zwak? of? ik-vorm tt ik-vorm tt + t hele werkwoord gewone spellingregels ik-vorm tt + te ik-vorm tt + ten ik-vorm tt + de ik-vorm tt + den
77 klankwoorden regelwoorden onthoudwoorden werkwoorden Wat moet je doen? Wat moet je doen? Wat moet je doen? Wat moet je doen? 1. Zeg het woord in je hoofd. 2. Hak het woord in klanken. 3. Schrijf de letters bij de klanken, in de goede volgorde.. Controleer het woord. 1. Zeg het woord in je hoofd. 2. Past er een regel bij? Een regel gaat vóór. 3. Pas de regel toe. Schrijf het woord op.. Controleer het woord. 1. Zeg het woord in je hoofd. 2. Hoort bij iedere klank een vaste letter? Nee? Hoort er een regel bij dit woord? Nee? 3. Dan is het een onthoudwoord. Weet je nog hoe je dat schrijft? Schrijf het woord op.. Controleer het woord. 1. Bedenk: bij welk hele werkwoord hoort het woord? 2. Is het een pv van dat werkwoord? Werkwoorden hebben drie verschillende pv s in de tt en twee verschillende pv s in de vt. 3. Is het geen persoonsvorm, maar een andere vorm? Dan gelden de gewone spellingregels.. Controleer het woord. 1e druk, Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg, auteur: Paul Stapel, illustraties: Mieke Driessen en Paula Gerritsen Kijk ook naar de beslisvragen.
78 kopieerboek 8
79 Samenstellingen, waaronder samenstellingen met de tussenletter s naam: datum: 1 Elke samenstelling is gemaakt van twee woorden. Omcirkel van elke samenstelling het tweede woord. Bij acht samenstellingen staat tussen de twee woorddelen een extra letter. Kleur die samenstellingen. dorpswinkel fietssleutel stadsbus stadscentrum plaatsnaam stationshal stationsstraat bergschoen gelukspoppetje geluksspel danszaal zonsondergang 2 u 3 In sommige samenstellingen schrijf je de tussenletter s. Twijfel je? Bedenk dan een andere samenstelling met het eerste woord. Lees uitlegkaart R3-a goed. Wat voor bord is het? Wat voor zadel? Wat voor muts? Wat voor speld? Schrijf de samenstellingen op. v f k v Maak samenstellingen. Schrijf ze in het goede vak. aanwijzing + gebruik stem + jongen zak + jas soep + stengel schip + oorlog fabriek + terrein. zonder tussenletter s met hoorbare tussenletter s met niet-hoorbare tussenletter s 5 Maak samenstellingen van de woorden die tussen haakjes staan. Schrijf ze op. Ik trek een blauw T-shirt aan. Blauw is mijn (lieveling + kleur). Door die nieuwe rotonde is de (verkeer + situatie) veranderd. Mijn (tennis + schoenen) zijn te klein! Ik heb nieuwe nodig. De (vrijheid + strijders) komen in opstand tegen de dictator. In het laboratorium heeft iedereen een (veiligheid + bril) op. 6 Bedenk nog drie samenstellingen met de tussenletter s. 8 KOPIEERBLAD EXTRA OEFENING R3-A Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg 9
80 Samenstellingen, waaronder samenstellingen met de tussenletters en naam: datum: 1 Bekijk de losse woorden en de samenstellingen. Vijf samenstellingen schrijf je met de tussenletters en. Omcirkel die samenstellingen. hond + mand = hondenmand klas + boek = klassenboek hoogte + vrees = hoogtevrees spin + web = spinnenweb limonade + fles = limonadefles geit + melk = geitenmelk vrouw + stem = vrouwenstem asperge + soep = aspergesoep Bij drie woorden komen er geen letters bij. Daarvan eindigt het eerste woord steeds op:. 2 u 3 Hoor je in een samenstelling voor het tweede woorddeel de klank /u/ of /un/? Dan schrijf je de meeste samenstellingen met en. Eindigt het enkelvoud van het eerste woord op ~e en is het geen persoon? Dan schrijf je de samenstelling met e. Let op: er zijn ook uitzonderingen. Lees uitlegkaart R3-b goed. Maak samenstellingen bij de tekeningen. Schrijf ze op. p p h Schrijf de samenstellingen in het goede vak. Kies uit: molenwiek garagedeur kersenpit keukenkastje groentesoep muggenbult. het enkelvoud van het eerste woord eindigt op ~e (en is geen persoon) het enkelvoud van het eerste woord eindigt op ~en het enkelvoud van het eerste woord eindigt niet op ~e en niet op ~en 5 Maak samenstellingen van de woorden die tussen haakjes staan. Schrijf ze op. Op het plein bij het stadhuis staat een hoge (vlag + stok). De hoofdpersoon glijdt uit over een (banaan + schil). Ik was mijn (zon + bril) kwijt. Gisteren vond ik hem weer. Hij brengt op woensdagmiddag (reclame + folders) rond. De (ruit + wissers) van de auto gaan snel heen en weer. 6 Bedenk twee samenstellingen waarbij je in het midden e schrijft en twee samenstellingen waarbij je en schrijft. e in het midden: en in het midden: 8 KOPIEERBLAD EXTRA OEFENING R3-B (1) Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg 11
81 Samenstellingen met een koppelteken naam: datum: 1 Omcirkel alle aardrijkskundige namen. Kleur de namen met een koppelteken. Een kanovaarder uit Frankrijk maakt een trektocht over de Maas. Hij begint in Noord-Frankrijk en vaart dagenlang door Oost-België. Hij peddelt stevig door en komt dan door Maastricht in Zuid-Limburg. Een weekje later vaart hij op de grens van Noord-Brabant en Gelderland. Ten slotte komt hij in Zuid-Holland bij Rotterdam op de Noordzee uit. Volgend jaar gaat hij weer. Dan kiest hij een andere rivier in West-Europa. 2 u 3 Kunnen klinkers bij elkaar verkeerd gelezen worden? Bij samenstellingen schrijf je dan geen trema, maar een koppelteken: - (streepje). Dat doe je ook bij aardrijkskundige namen of als één woorddeel een afkorting is. Lees uitlegkaart R3-c goed. Wat voor ijzer is het? Wat voor ijs? Wat voor energie? Wat voor toestel? Schrijf samenstellingen bij de tekeningen. t v z t Maak samenstellingen met een woord uit het eerste vak en een woord uit het tweede vak. De laatste letter van het eerste woord is hetzelfde als de eerste letter van het tweede woord. café sproei onderdeel egel auto na installatie aanval astma zee apen eigenaar 5 Maak samenstellingen van de woorden die tussen haakjes staan. Schrijf ze met of zonder koppelteken op. Toen viel de hele rij fietsen om. Het was een (domino + effect). Ik zet alle vuile borden en (koffie + kopjes) in de afwasmachine. In (Amsterdam + Noord) staat het nieuwe filmmuseum. De kopieermachine maakt kopieën op (A + formaat)? Jesse kijkt graag naar (tv + programma s) die over sport gaan. In de werkplaats van de garage liggen twee oude (auto + banden). 6 Bedenk met elk woord twee samenstellingen. De ene samenstelling heeft een koppelteken, de andere niet. met koppelteken: mee- eten zee- chocolade- radio- zonder koppelteken: mee doen zee chocolade radio 8 KOPIEERBLAD EXTRA OEFENING R3-C (1) Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg 15
82 Franse leenwoorden naam: datum: 1 In zeven woorden hoor je de klank /e/ zoals in mes. In de andere woorden hoor je de klank /ee/ zoals in zee. Kleur de woorden met twee kleuren. café diner mayonaise crème etage crêpepapier privé punaise logé coupé cliché crèche scène enquête In deze woorden zijn de klanken /e/ en /ee/ op verschillende manieren geschreven. Kruis aan. de klank /e/ is geschreven als: ai e é ê è er de klank /ee/ is geschreven als: ai e é ê è er 2 u 3 Bij Franse leenwoorden horen bij sommige klanken andere letters dan in het Nederlands. Sommige letters krijgen een accent (é, è, ê). Lees uitlegkaart O11 goed. Onthoud de woorden van de week. Schrijf woorden van de uitlegkaart bij de tekeningen. b m c ch 5 Vul woorden van de uitlegkaart in. 1 afgezaagde, soms flauwe, uitdrukking 2 bepaalde smaak, bijvoorbeeld van ijs 3 ander woord voor toetje werkruimte van een kunstenaar 5 als je je schulden niet meer kunt betalen 6 verslaggever van het nieuws Onder de pijl staat: Maak de woorden af met de goede letters. Schrijf ze op. é of er De serveerster dekt alle tafels voor het din c 2 v 3 d a 5 f 6 j ê of è é of è o of oo o of oo Die enqu...te gaat over gamen en buitenspelen. De eerste sc...ne van de film is meteen erg spannend. De sporter traint hard, want hij wil een rec...rd halen. In de blauwe z...ne mogen auto s alleen kort parkeren. 6 In elk Frans leenwoord zijn een paar letters dikgedrukt. Schrijf een ander Frans leenwoord op met diezelfde letters. braille niveau circuit expert populair reservoir 8 KOPIEERBLAD EXTRA OEFENING O11 (1) Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg 59
83 Engelse leenwoorden naam: datum: 1 In de Engelse leenwoorden hieronder hoor je in vier woorden de klank /oo/ en in vier woorden de klank /oe/. Kleur die woorden met twee kleuren. goal game scooter finish stopwatch soap cake downloaden lolly online hockey inzoomen show computer bodywarmer cool sandwich hobby 2 u 3 Bij Engelse leenwoorden horen bij sommige klanken andere letters dan in het Nederlands. Lees uitlegkaart O12 goed. Onthoud de woorden van de week. Schrijf woorden van de uitlegkaart bij de tekeningen. f k t c In elk rijtje hebben de woorden dezelfde klinker(s). In één woord spreek je die klinker anders uit. Omcirkel dat woord. plastic fanclub tanken paperclip tennisracket a ee a ai u frisbee keeper entree weekend speech cake make-up milkshake game café container details vangrail en trainen computer musical luxe producer tune 5 Maak de woorden af met de goede letters. Schrijf ze op. sh of ch sj of sh Bo roept Klaar, af! en drukt de stopwat... in. De acrobaten in het circus voeren een...ow op. a, ai of e Op het moment van de botsing werd de...rbag opgeblazen. oo of oa e of a Dat programma kun je gratis downl...den. Die twee jongens g...men fanatiek tegen elkaar. 6 Wat zijn de Engelse leenwoorden voor deze woorden? Schrijf op. eindstreep toespraak opeisen doelpunt leider dubbele boterham 8 KOPIEERBLAD EXTRA OEFENING O12 (1) Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg 63
84 Signaaldictee groep 8 blok: naam: datum: Dicteewoorden Is het Fout? Verbeter dan het woord. goed of fout? G F LEERLINGBLAD SIGNAALDICTEE Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg 85
85 Controledictee groep 8 blok: naam: datum: Dicteewoorden 1 2 Fouten in categorie Beoordeling per categorie Categorie Aantal fouten Beoordeling Fouten in categorie LEERLINGBLAD CONTROLEDICTEE Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg 86
86 BLOK Antwoorden controledictee groep 8 Spellingcategorie R3-a: samenstellingen met tussenletter s R3-b: samenstellingen met tussenletters en R3-c: samenstellingen met koppelteken O11: Franse leenwoorden O12: Engelse leenwoorden 1 stationsklok 2 gebarentaal 3 tv-serie record 5 game 6 auto-ongeluk 7 fietszadel 8 chocoladereep 9 downloaden 10 mayonaise 11 Zuid-Limburg 12 secondewijzer 13 varkensstal 1 atelier 15 stopwatch 16 bejaardentehuis 17 gezelschapsspel 18 finish 19 zee-egel 20 enquête 21 stadscentrum 22 koekenpan 23 mede-eigenaar 2 vanille 25 coach Beoordeling per categorie 0 of 1 fout: goede/voldoende beheersing (V), 2 fouten of meer: onvoldoende beheersing (O) 8 ANTWOORDBLAD CONTROLEDICTEE BLOK Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg 90
87 BLOK 3- Registratieblad controledictees groep 8 Blok 3 Blok Beoordeling per categorie (V/O) Beoordeling per categorie (V/O) Opmerkingen O12: Engelse leenwoorden O11: Franse leenwoorden R3-c: samenstellingen met koppelteken R3-b: samenstellingen met tussenletters en R3-a: samenstellingen met tussenletter s W6-b: gelijkklinkende werkwoordvormen W6-a: ww met ge~, be~, ver~, her~ en ~ont O10-b: x O6: struikelblokken R10: trema Naam 3F 1F/ 2F 1F 3F 3F 3F 3F 3F 1F 1F referentieniveau 8 REGISTRATIEBLAD CONTROLEDICTEES BLOK 3- Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg 96
88
proefkatern groep 8 - blok 6
proefkatern groep 8 - blok 6 In dit katern vind je onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 8: 1. Handleiding 8B: algemene gedeelte en lesbeschrijvingen bij blok 6 2. Werkboek 8: blok
Paul Stapel handleiding e1
Zwijsen Paul Stapel handleiding e1 hl algemene handleiding Aan de slag met Spelling in beeld Een overzicht van alles wat u moet weten U gaat werken met Spelling in beeld. Deze handleiding helpt u om snel
Proefkatern Spelling in beeld
Proefkatern Spelling in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 8: 1 handleiding E2: het algemene gedeelte en blok 7 2 werkboek E2: de introductiepagina s
Proefkatern Spelling in beeld
Proefkatern Spelling in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 4: 1 handleiding A2: het algemene gedeelte en blok 7 2 werkboek A2: de introductiepagina s
Proefkatern Spelling in beeld
Proefkatern Spelling in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 5: 1 Handleiding b1: algemene gedeelte en lesbeschrijvingen bij blok 4 2 Werkboek b1: introductiepagina
Proefkatern Spelling in beeld
Proefkatern Spelling in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Spelling in beeld, groep 4: 1 handleiding A1: het algemene gedeelte en blok 4 2 werkboek A1: de introductiepagina s
Alles over. Taal in beeld. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve
Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten
Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Taal in beeld Beschrijvingsgegevens en toelichting bij het compacten November 2009
Inleiding 7. Deel 1 BASISVAARDIGHEDEN SPELLING 9
INHOUD Inleiding 7 Deel 1 BASISVAARDIGHEDEN SPELLING 9 Les 1 Stap voor stap op weg naar minder spellingfouten 11 1.1 Juist spellen is... 11 1.2 Stappenplan goed spellen 13 1.3 Hardnekkige spellingproblemen
Visuele Leerlijn Spelling
Visuele Leerlijn Spelling www.gynzy.com Versie: 15-08-2018 Begrippen Klanken & Letters Klank (begrip) Klinker of medeklinker (begrip) Korte of lange klank (begrip) Tweetekenklank (begrip) Lange-, korte-,
Taaljournaal, tweede versie
SPELLING Taaljournaal, tweede versie Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl en
Lees U laat uw kind de eerste set woorden van de week voorlezen. Deze woorden staan rechtsboven op iedere uitlegkaart.
Snel aan de slag! Wat heeft u nodig? Het juiste Spelling in beeld-oefenboekje Een schriftje waar uw kind in kan werken Een pen waarmee uw kind prettig werkt Een markeerstift of een aantal kleurpotloden
Alles over. Lezen in beeld. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve
Voor welke groepen? Voor het onderdeel spelling is er materiaal voor de groepen 4 t/m 8.
KWALITEITSKAART Spellen en stellen PO Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs zoals deze Kwaliteitskaart Opbrengstgericht Werken zijn te vinden op www.schoolaanzet.nl. Deze website bevat
Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica.
Basisspelling Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica. Het Muiswerkprogramma Basisspelling bestrijkt de basisregels van
Basisspelling. Doelgroepen Basisspelling. Omschrijving Basisspelling
Basisspelling Het Muiswerkprogramma Basisspelling bestrijkt de basisregels van de Nederlandse spelling; regels die op de basisschool worden aangeleerd en waarmee in het voortgezet onderwijs nog wordt geoefend.
Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands.
Gevarieerde Spelling Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands. Doelgroep Gevarieerde Spelling Gevarieerde Spelling is bedoeld voor leerlingen
Slimme en aantrekkelijke software voor taal en spelling
Slimme en aantrekkelijke software voor taal en spelling Met de software van en Spelling in beeld haalt u meer uit élke leerling! Leerkrachtassistent: digibordsoftware voor optimale voorbereiding en aantrekkelijke
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.
Spelling op maat 3 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 3 is het derde deel van
Uitprobeerpakket. Handleiding 4a groep 4 blok 4
Uitprobeerpakket Handleiding 4a groep 4 blok 4 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd
Opbrengstgericht werken en spelling
WORKSHOP Opbrengstgericht werken en spelling Programma en doelen Is spelling moeilijk? Het waarom en wat Effectief spellingonderwijs Spellingbewustzijn Tips Afsluiting. Schema spellingsproces Gesproken
Leerdoelen groep 7. Pluspunt rekenen
Leerdoelen groep 7 Pluspunt rekenen NB. De leerdoelen van deze rekenmethode bieden wij de kinderen aan middels Denken in Doelen. Dat betekent dat we niet exact de blokken van de methode volgen, maar dat
BLOK 2: les 1 en 2. groep 4) en leren de woorden correct te schrijven (cat. 14) REGEL: 14: Lange klanken aan het eind van een klankgroep:
BLOK 1: les 1 en 2 Het voorvoegsel be-, ge-, ver-, me-, te- in een woord hetkennen en het woord correct teschrijven (cat. 11c) 11c: Wooden met een stomme e vooraan: In woorden die beginnen met be-, ge-,
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 4 en 5 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.
Spelling op maat 1 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 1 is het eerste deel van
Leerdoelen groep 8. Pluspunt rekenen
Leerdoelen groep 8 Pluspunt rekenen NB. De leerdoelen van deze rekenmethode bieden wij de kinderen aan middels Denken in Doelen. Dat betekent dat we niet exact de blokken van de methode volgen, maar dat
Voor welke groepen? Voor het onderdeel spelling is er materiaal voor de groepen 4 t/m 8.
KWALITEITSKAART Spellen en stellen SPELLING PO Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl
Leerstofaanbod groep 4
Leerstofaanbod groep 4 Rekenen Rekenen Methode: RekenZeker De lessen zijn onderverdeeld in een aantal domeinen: getallen, bewerkingen (optellen, aftrekken en tafels en meten van tijd en geld. Optellen
Spelling 1F. Doelgroepen Spelling 1F. Omschrijving Spelling 1F
Spelling 1F Spelling 1F bestrijkt de basisregels van de Nederlandse spelling die op de basisschool worden aangeleerd en waarmee leerlingen in het voortgezet onderwijs meestal verder oefenen. Doelgroepen
Tien eenheden per jaar, voor dertig weken spellingonderwijs (exclusief
SPELLING Zin in taal (oude versie) Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl en www.schoolaanzet.nl/opbrengstgerichtwerken.
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 5 en 6 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.
Spelling op maat 2 De programma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 2 is het tweede deel van deze leerlijn.
Alles over. Grip op lezen. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve
Informatie. vakgebieden. Groep 6
Informatie vakgebieden Groep 6 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 4 en 5 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.
Spelling op maat 1 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 1 is het eerste deel van
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 5 en 6 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.
Spelling op maat 2 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 2 is het tweede deel van
Spelling Werkwoorden. Doelgroep Spelling Werkwoorden. Omschrijving Spelling Werkwoorden
Spelling Werkwoorden Spelling Werkwoorden is een programma voor het leren schrijven van de werkwoordsvormen. Deze module behandelt de spelling van infinitief, tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid
LESBOEK b. Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN
LESBOEK b Zwijsen BEGRIJPEND EN STUDEREND LEZEN Zwijsen Paul Stapel Dianne Manders Maril Rijks Jos Cöp HAnDlEIDInG b Hl InHoUD Algemene handleiding Aan de slag met Lezen in beeld 3 Kenmerken 3 Uitgangspunten
Totaaloverzicht kant-en-klare sjablonen Nederlands Cito spelling 3.0 Cito spelling 2.0 Begrijpend lezen Grammatica Studievaardigheid
Totaaloverzicht kant-en-klare sjablonen Nederlands Cito spelling 3.0 Cito spelling 2.0 Begrijpend lezen Grammatica Studievaardigheid Werkwoordspelling Woordenschat en uitdrukkingen Naam takenmap Cito Spelling
Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen
Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Van elk kaartje wordt in deze toelichting kort beschreven wat erop staat. Een spellingregel wordt extra
Inhoud De inhoud van het computerprogramma is hetzelfde als die van het foliomateriaal.
Titel Taalverhaal, software bij, spelling Vak/onderwerp Nederlandse taal/spelling Hardware-eisen Beeldschermformaat: 800 x 600, aantal kleuren 256, audio: 48 kbps, 22/44.1 khz, Processor minimaal Pentium
Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Effectief spellingonderwijs WWW.CPS.NL
Nationaal congres Taal en Lezen 15 oktober 2015 Effectief spellingonderwijs WWW.CPS.NL Contactgegevens Tseard Veenstra [email protected] 06 55168626 Is spellingonderwijs nog relevant als we met behulp
Proefkatern Taal in beeld
Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 4: 1 handleiding A2: het algemene gedeelte en blok 7 2 taalboek A2: de introductiepagina s en blok
Uitprobeerpakket. Handleiding 5a groep 5 blok 4
Uitprobeerpakket Handleiding 5a groep 5 blok 4 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van eind groep 3 en groep 4 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.
Spelling op maat 1 De programma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 1 is het eerste deel van deze leerlijn.
Dit programma is gemaakt voor leerlingen vanaf groep 6 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.
Werkwoordspelling op maat Werkwoordspelling op maat besteedt aandacht aan het hele algoritme van de spelling van regelmatige werkwoorden en ook aan de verleden tijd van onregelmatige werkwoorden. Doelgroepen
UITNEEMVEL > Alle taalmethoden in 1 overzicht!
UITNEEMVEL > Alle taalmethoden in 1 overzicht! Informatie: er is maar één juiste keuze! In onze informatiecentra in Rijssen en Ede vindt u de materialen uit de verschillende methoden, zodat u zich goed
Spelling 2F. Doelgroepen Spelling 2F. Omschrijving Spelling 2F
Spelling 2F De spellingstof die in het Spelling 2F behandeld wordt, is de stof van de basisschool die ook in lagere vo-opleidingen nog aan de orde komt, plus de door Meijering en de SLO aangegeven nieuwe
Taal actief (oud, versie 2) - Woordspel
SPELLING Taal actief (oud, versie 2) - Woordspel Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op www.taalpilots.nl, www.rekenpilots.nl
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.
Spelling op maat 3 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 3 is het derde deel van
Richtlijn Het Activerende Directe Instructie Model
Richtlijn Het Activerende Directe Instructie Model Omschrijving Verwijzing naar Doelgroep Opsteller Intern document die uitleg geeft over het activerende directe instructiemodel. Vaardigheidsmeter Betrokken
op zoek naar letters
voor wie JA zegt tegen actief en inspirerend onderwijs op zoek naar letters de àndere spellingdidactiek Dolf Janson taalkundige basis leerpsychologische principes doorlopende leerstoflijn rolverdeling
LESSTOF. Basis Werkwoordspelling
LESSTOF Basis Werkwoordspelling INHOUD INLEIDING... 3 DOELGROEP... 3 STRUCTUUR... 3 OMVANG... 4 INHOUD... 6 Lesstof Basis Werkwoordspelling 2 INLEIDING Muiswerkprogramma s zijn computerprogramma s voor
Inhoudsopgave. Blok 5 Verhalen 15 lesbeschrijvingen toetsing informatie over de herhalings- en plustaken
Inhoudsopgave Algemene handleiding met Taal in beeld 3 Kenmerken 3 Opbouw van de methode 4 Leeractiviteiten 5 Opbrengstgericht werken 6 Samenwerkend leren 7 Toetsing en evaluatie 8 Combinatiegroepen 8
Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016
Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016 Inleiding Waarom klopt het niet als je werdt schrijft? Is het kookte of kookde? Als je onvoldoende Nederlands spreekt als tweede
Proefkatern Taal in beeld
Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 4: 1 handleiding A1: het algemene gedeelte en blok 4 2 taalboek A1: de introductiepagina s en blok
Ezel- en kikkerwoorden Groep 7 Week 1
Ezel- en kikkerwoorden Groep 7 Week 1 Als ik aan het eind van een klankgroep een lange klank hoor, dan gebruik ik daar maar één letter voor. Als ik aan het eind van een klankgroep een korte klank hoor,
LESSTOF. Basis Werkwoordspelling
LESSTOF Basis Werkwoordspelling 2 Lesstof Basis Werkwoordspelling INHOUD INLEIDING... 4 DOELGROEP... 4 STRUCTUUR... 5 OMVANG... 5 INHOUD... 8 Lesstof Basis Werkwoordspelling 3 INLEIDING Muiswerkprogramma
Alles over. Rekenrijk. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve
Optimaal zicht op spelling
Cito Spelling LVS Team Werken met de LVS-toetsen en hulpboeken Optimaal zicht op spelling Kim heeft midden groep 5 bij de LVS-toets Spelling een vaardigheidsscore gehaald van 122. Haar leerkracht weet
Alles over. Leeslink. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking met de educatieve
Wat is Digi-Spelling?
Digi - Spelling Digi-Spelling is een webbased remediërend spellingprogramma van de Zuid-Vallei. Het programma behoort tot de reeks remediërende programma s van De Zuid-Vallei. Voor informatie over het
Lesbrief groep 5/6. Beste ouders,
Lesbrief groep 5/6 Beste ouders, Het is al weer een tijdje geleden dat we een lesbrief aan jullie hebben gestuurd. Maar met de start op onze prachtige nieuwe school, ook gelijk maar een doorstart met de
1. poes Luisterweg Ik luister goed naar het woord, Dan schrijf ik het zoals het hoort.
1. poes 2. draak 3. muts 4. wolk Duo betekent twee De /u/ doet dus niet mee 5. krant 6. schaap Hoor je na een s een /g/? Dan schrijf je ch en nooit een g! 7. feest / vier Ik verdeel het woord in klankgroepen.
Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.
Grammatica op maat Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Grammatica op maat Dit programma is
Leerlijn Spreken & luisteren groep 5
Leerlijn Spreken & luisteren groep 5 Spreken (individueel / gesprekken voeren): Luisteren: Een monoloog houden in een kleine groep, duidelijk verwoorden wat ze bedoelen. Een gesprek (overleg) voeren in
Alles over. Wijzer! Geschiedenis. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Wijzer! Geschiedenis Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In
schrijf je meestal ch, behalve bij hij ligt, hij legt en hij zegt dan schrijf je ij dan schrijf je ij
Groep 8 Spelling Thema 1 Je zit op mijn lip woorden met ng (tong) woorden met cht (lucht) woorden met ei (reis) woorden met ij (ijs) hoor je de zingende /n/, dan schrijf je -ng hoor je na een korte klank
Effectief spellingonderwijs
Effectief spellingonderwijs Foutloos kunnen spellen is een belangrijke vaardigheid om je goed en correct te kunnen uitdrukken op papier en in de digitale wereld. Maar hoe maakt u van alle leerlingen goede
Alles over. Wijzer! Natuur en techniek. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Wijzer! Natuur en techniek Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken.
Informatie. vakgebieden. Groep 4
Informatie vakgebieden Groep 4 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode
Nieuwe generatie rekenmethodes vergeleken
Nieuwe generatie rekenmethodes vergeleken Ruud Janssen Alles telt (2e editie - ThiemeMeulenhoff) De methode biedt een doorgaande lijn vanuit de kleuterbouw. De leerlijnen zijn digitaal beschikbaar. Het
De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette
De Leerkrachtassistent Estafette geeft de leerkracht ondersteuning bij de basislessen van Estafette Wanneer zet u de Leerkrachtassistent Estafette in? De Leerkrachtassistent Estafette volgt de handleiding
Dyslexiebehandeling. Informatiepakket leerkracht:
Dyslexiebehandeling Informatiepakket leerkracht: - Werkwijze bij Onderwijszorg Nederland (ONL) - Klankenschema - Stappenplan - Kopie overzichts-steunkaart - Uitleg losse steunkaarten - Uitleg steunkaart
werkwoordspelling brochure
werkwoordspelling brochure Uitgangspunten Voordat kinderen met de werkwoordspelling beginnen, hebben ze al veel kennis opgedaan met betrekking tot: spelling van de onveranderlijke woorden het mondeling
Alles over. Wijzer! Natuur en techniek. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Wijzer! Natuur en techniek Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken.
Toelichting Leerkrachtassistent
estafette Nieuw Toelichting Leerkrachtassistent De Leerkrachtassistent Estafette geeft ondersteuning bij de lessen van Estafette Wanneer zet u de Leerkrachtassistent Estafette in? Technische uitgangspunten
Basisarrangement. Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal. 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen
Basis Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen Deviant methode leer/werkboek VIA vooraf op weg naar 1F. De 8 thema s in het boek hebben terugkerende
Onthoudschrift spelling groep 8:
Onthoudschrift spelling groep 8: THEMA 1 Categorie basiswoord woordgroep 9A -ng tong weet/ 13B -ch lucht weet als je acht, echt, ucht of icht hoort schrijf je ch behalve bij hij ligt, hij legt, hij zegt
LESSTOF. Spelling Werkwoorden
LESSTOF Spelling Werkwoorden 2 Lesstof Spelling Werkwoorden INHOUD INLEIDING... 4 DOELGROEP... 5 STRUCTUUR... 5 INHOUD... 9 Lesstof Spelling Werkwoorden 3 INLEIDING Muiswerkprogramma s zijn computerprogramma
Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I
Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I Grammatica I Rubriek Oefening Type Opgaven Uitleg Alle onderwerpen Totaaltoets Grammatica I (*) 42 1 Klanken/letters Deeltoets 1 (*) Naamwoorden Deeltoets 2
Informatie over groep 4
Informatie over groep 4 Godsdienst Wij volgen de methode Trefwoord. Dit is een godsdienstmethode met lesmateriaal voor de hele basisschool. Er wordt gewerkt aan de hand van verschillende thema s.dit zijn
mollen -> de o wordt uitgesproken als o. Dit noemen wij een woord met een woord met een gesloten lettergreep: mol len.
Komende week starten wij alweer aan kern 11 van Veilig Leren Lezen. U zult zien dat er in deze kern veel terugkomt wat er in kern 10 is aangeboden. In deze kern staan de volgende onderwerpen (weer) centraal:
D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen
DIDACTISCHE BEKWAAMHEID D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen Resultaat De leraar motiveert leerlingen om actief aan de slag te gaan. De leraar maakt doel en verwachting van de les duidelijk zorgt
Proefkatern Taal in beeld
Proefkatern Taal in beeld In dit katern vindt u onderdelen uit de materialen van Taal in beeld, groep 8: 1 handleiding E2: het algemene gedeelte en blok 7 2 taalboek E2: de introductiepagina s en blok
Overzicht categorieën Taal actief groep 7
Overzicht categorieën Taal actief groep Introductie Onderstaand treft u in de eerste kolom het nummer van de categorie aan zoals die voorkomt in Taal actief, in de tweede kolom de omschrijving, in de derde
2 leerde ze op school. 3 haar met haar. 4 leest boeken uit de. van de stad en gaat graag. 5 zich bij opa en oma. in de, dat is in. 6 Met hun dan over
Naam Datum Klas Ik luister goed. Ik vul de woorden in. 1 in een 2 leerde ze op school 3 haar met haar 4 leest boeken uit de van de stad en gaat graag naar het zich bij opa en oma in de, dat is in 6 Met
Wij willen u vragen niet vooruit te gaan werken/oefenen. Er kan dan verwarring ontstaan bij het kind. Wij willen dit graag voorkomen!
In dit document kunt u lezen wat de kinderen leren in elke kern. In de eerste zes kernen zal dit voornamelijk ingaan op het aanleren van woorden en letters. In de laatste kernen komt het lezen al wat meer
Alles over. Alles telt. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Alles telt Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking
LESSTOF. Grammatica op maat
LESSTOF Grammatica op maat INHOUD INLEIDING... 3 STRUCTUUR... 4 INHOUD... 6 DIDACTIEK... 13 TOT SLOT... 13 Lesstof Grammatica op maat 2 INLEIDING Muiswerkprogramma s zijn computerprogramma s voor het onderwijs.
Benodigde voorkennis spelling groep 5
Taal actief 4 spelling groep 5-8 spelling groep 5 In dit document is een overzicht opgenomen van de benodigde voor de lessen spelling groep 5. Deze kennis maakt onderdeel uit van de leerlijn groep 4. Hebben
Hoe volgt en begeleidt Montessori-Zuid de leerlingen?
Hoe volgt en begeleidt Montessori-Zuid de leerlingen? Opbrengstgericht onderwijs, een verzamelnaam voor het doelgericht werken aan het optimaliseren van leerlingprestaties. systeem van effectieve schoolontwikkeling
Werkwoordspelling op maat
Werkwoordspelling op maat Muiswerk Werkwoordspelling op maat besteedt aandacht aan het hele algoritme van de spelling van regelmatige werkwoorden en ook aan de verleden tijd van onregelmatige werkwoorden.
Afspraak 31 weetwoord. Afspraak 30 regelwoord. liniaal, actueel. thermometer. Afspraak 32a weetwoord. Afspraak 32b weetwoord. team.
Afspraak 30 regelwoord liniaal, actueel je een j of een w, maar die schrijf je niet Afspraak 31 weetwoord thermometer je een t, maar je schrijft th Afspraak 32a weetwoord team Leenwoorden uit het Engels
Alles over. Rekenrijk. Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen
Alles over Rekenrijk Achtergrondinformatie, bestellijsten en additionele materialen Wij vinden het belangrijk dat u goed geïnformeerd wordt om vervolgens de juiste keuze te kunnen maken. In samenwerking
Informatie. vakgebieden. Groep 5
Informatie vakgebieden Groep 5 Taal Gehanteerde methode: Taal in beeld - Spelling in beeld Uitgever: Zwijsen Taal in beeld is een taalmethode voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode
Lesstof groep 8 Wat leert uw kind de komende maanden.
Nummer 1 oktober 2015 Lesstof groep 8 Wat leert uw kind de komende maanden. In groep 8 vindt de afronding plaats van de basisschool. Dit betekent dat alle stof herhaald wordt en vooral door elkaar wordt
Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.
Basis Werkwoordspelling Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica. Basis Werkwoordspelling is een programma voor het leren
Groep 3: twee blokken per jaar, start is na de kerst (80 lessen, waaronder
KWALITEITSKAART Spellen en stellen SPELLING Woordbouw nieuw Woordbouw nieuw PO Praktische handvatten voor het taallees- en rekenonderwijs en opbrengstgericht werken zoals deze methode zijn te vinden op
Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen.
Vaktips Frans 1. D O E L S T E L L I N G E N De Franse taal leren verstaan, lezen, spreken en schrijven. Om dit te bereiken, moet je: Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en
