Oorzaken en symptomen van faillissementen in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Oorzaken en symptomen van faillissementen in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen"

Transcriptie

1 Oorzaken en symptomen van faillissementen in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen Een kwantitatief en kwalitatief beeld Johan Lambrecht, Vincent Molly, Diane Arijs en Wouter Broekaert Studiecentrum voor Ondernemerschap (SVO), Hogeschool-Universiteit Brussel Onderzoek in opdracht van Agentschap Ondernemen Maart 2012

2 2

3 Inhoudstafel Ten geleide In een oogopslag en beleidsaanbeveling Bepaling van de sector Literatuuroverzicht Extern Macro-economisch Sectorspecifiek Andere Intern Strategisch Financieel Menselijk Andere Overzicht Eigen empirie Falingspredictiemodellen Interviews Literatuurlijst... 33

4 Ten geleide Beleidsmakers hebben de voorbije jaren heel wat aandacht besteed aan faillissementen. Denken we maar aan de nieuwe wet op de continuïteit van ondernemingen, de aangepaste faillissementsverzekering, de Vlaamse proactieve aanpak van het Preventief BedrijfsBeleid (PBB), enzovoort. Faillissementen laten ook de onderzoekswereld niet onberoerd. Onderzoekers hebben de oorzaken van faillissementen bestudeerd en modellen ontwikkeld om de kans op bedrijfsfaling te voorspellen. Er mag dan al heel wat beleids- en onderzoeksaandacht zijn voor faillissementen, het komt niet zoveel voor dat faillissementen in één specifieke sector onder de loep worden genomen. Het is de grote verdienste van het Agentschap Ondernemen, in het kader van zijn proactieve aanpak van het PBB, dat het opdracht heeft gegeven om de oorzaken en symptomen van faillissementen in één sector te laten bestuderen. De keuze van de sector is gebaseerd op de economische weerslag van faillissementen in die sector (bijvoorbeeld het effect op de werkgelegenheid). Die economische impact van faillissementen blijkt het grootst te zijn in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen. We lichten dat in hoofdstuk 2 toe. In hoofdstuk 3 en 4 komen respectievelijk de literatuurstudie en onze eigen empirie aan bod. We openen het rapport met een overzichtsfiguur, die de oorzaken en symptomen van faillissementen in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen samenvat, en met een concrete beleidsaanbeveling. We richten een woord van oprechte dank tot iedereen die ons met raad en daad heeft bijgestaan. Een aantal personen en instellingen noemen we graag bij naam. Zonder hen was dit onderzoek niet mogelijk geweest. In de persoon van Bernard De Potter, administrateur-generaal, danken we het Agentschap Ondernemen voor de financiering van dit onderzoek. We vermelden de leden van het begeleidingscomité, die een opbouwend kritisch klankbord waren: Benedicte De Buck, Fons Kemps en Stefaan Piens van het Agentschap Ondernemen. We danken Dirk Verschoore van Efrem en Claudine Van Kerckhove van de rechtbank van koophandel Gent voor het bezorgen van praktijgevallen van faillissementen. Tot slot danken we de geïnterviewde curatoren, de rechtercommissaris, de gefailleerden, de accountant, de ondernemers, en de vertegenwoordigers van sectorfederaties en van instellingen die gefailleerden begeleiden. Zij hebben ons laten delen in hun rijke ervaring met faillissementen in het algemeen en in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen in het bijzonder. Prof. dr. Johan Lambrecht Namens het onderzoeksteam 4

5 5

6 1. In een oogopslag en beleidsaanbeveling Figuur 1 geeft een overzicht van de belangrijkste falingsoorzaken in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen en van de symptomen die eruit voortvloeien. In de volgende hoofdstukken zoomen we in op de oorzaken. Figuur 1. Belangrijkste falingsoorzaken en symptomen Oorzaken Extern Conjunctuurschommelingen/recessies Schommelingen van grondstoffenprijzen Weersomstandigheden Concurrentie Zakelijke conflicten Intern Gebrek aan bedrijfseconomische kennis Slechte prijszetting Te hoge schuldenlast Gebrekkige administratie Wanbetalingen Personeelsproblemen Te grote bouwprojecten Fatale schok Onvoldoende aanpassing aan marktomstandigheden Symptomen Zwakke liquiditeit (jaar t-1) Zwakke solvabiliteit (jaar t-3) Faling 6

7 Beleidsaanbeveling: Organiseer als Agentschap Ondernemen in elke Vlaamse provincie een specifiek strategisch-financiële opleiding voor zelfstandigen en kmo s uit de bouwsector, en maak daarbij een onderscheid tussen startende en bestaande bouwbedrijven Hevige concurrentie, te grote bouwprojecten en onvoldoende aanpassing aan de marktomstandigheden zijn belangrijke oorzaken van faillissementen in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen. Die falingsoorzaken kunnen grotendeels worden vermeden door een goede strategische positionering als bedrijf. Ontoereikende financiële kennis is een andere belangrijke falingsoorzaak bij bouwbedrijven. Die zwakke financiële bagage komt tot uiting in een slechte prijszetting, een te hoge schuldenlast, wanbetalingen, Ook de symptomen, die waarschuwingssignalen uitzenden, zijn van financiële aard. Een stevige financiële kennis kan bijgevolg falingen in de bouwsector deels voorkomen. Daarom bevelen we aan dat het Agentschap Ondernemen, in samenwerking met de professionele organisaties in de bouwsector, een strategisch-financiële vorming organiseert. In die vorming, die specifiek is gericht op bouwbedrijven, moeten zeker volgende onderdelen aan bod komen: formulering, uitvoering en verandering van strategie, interpretatie van de jaarrekening, kostprijsberekening, optimale financiering en debiteurenbeheer. Doordat kandidaat-bouwondernemers en bestaande aannemers een andere ervaring hebben, verdient het aanbeveling om de strategisch-financiële opleiding voor elk van die twee groepen apart te organiseren. De gebruikte praktijkgevallen, voorbeelden en financiële gegevens tijdens de opleiding hebben allemaal betrekking op zelfstandigen en kleine en middelgrote bedrijven uit de bouwsector, zodat de situatie voor de deelnemers zeer herkenbaar en toepasbaar is. Tijdens de strategisch-financiële opleiding kunnen de deelnemers de aangereikte leerstof op hun eigen bedrijf toepassen. Daarom wordt het aantal deelnemers aan de opleiding in elke provincie best beperkt tot een vijftiental deelnemers. 7

8 2. Bepaling van de sector In dit onderzoek richten wij ons op sector (Nace-code in 2008): Algemene bouw van residentiële gebouwen. In de Kruispuntbank van Ondernemingen wordt die sector als volgt omschreven: - Algemene bouw van alle soorten residentiële gebouwen, inclusief volgens de formule "sleutel op de deur" van eengezinswoningen, appartementen en wolkenkrabbers. - Verbouwen of renoveren van bestaande residentiële gebouwen. - Monteren en optrekken van geprefabriceerde residentiële gebouwen. De sector van algemene bouw van residentiële gebouwen is zeer kwetsbaar voor een faillissement en de economische gevolgen van een faillissement zijn er zeer groot. Laten we dat even illustreren. Tabel 1 toont het aandeel van enkele bouwsectoren in het totaal aantal faillissementen. De sectoren met Nace-code 41 en hadden in 2010 een aandeel in het totaal aantal faillissementen van respectievelijk 4,46 procent en 3,97 procent. In 90 procent van de gevallen gaat het om failliete vennootschappen. Tabel 1. Aandeel sector in totaal aantal faillissementen (ondernemingen met en Nace zonder personeel) Aandeel sector in totaal aantal faillissementen Aandeel sector in totaal aantal faillissementen Aandeel sector in totaal aantal faillissementen 41 4,46% 3,70% 4,14% ,97% 2,99% 3,59% Noot: Sector 41: Bouw van gebouwen; Sector 41.20: Burgerlijke en utiliteitsbouw; Sector : Gegevens niet beschikbaar. Bron: FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie. In België gingen er in 2010, 2009 en 2008 respectievelijk 3.654, en ondernemingen met personeel failliet. Het aandeel van de drie sectoren die het hardst werden getroffen, wordt weergegeven in Tabel 2. We merken dat de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen 1,8 procent vertegenwoordigt in het totaal aantal 8

9 ondernemingen, maar een aandeel heeft van 6,76 procent in het aantal gefailleerde ondernemingen met personeel (in 2010). Tabel 2. Aandeel sector in aantal faillissementen en in totaal aantal ondernemingen Nace (top drie) Aandeel sector in totaal aantal ondernemingen (met en zonder personeel) Aandeel sector in aantal faillissementen (ondernemingen met personeel) Aandeel sector in aantal faillissementen (ondernemingen met personeel) Aandeel sector in aantal faillissementen (ondernemingen met personeel) ,09% 10,18% 10,26% 10,57% ,80% 6,76% 7,29% 6,98% ,48% 6,16% 4,93% 5,40% Noot: Sector : Eetgelegenheden met volledige bediening; Sector : Algemene bouw van residentiële gebouwen; Sector : Cafés en bars. Bron: FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie; Fonds Sluiting Ondernemingen. In België gingen er in 2010, 2009 en 2008 respectievelijk , , en banen verloren wegens een faillissement. De sector van algemene bouw van residentiële gebouwen heeft het hoogste aandeel in het totaal aantal verloren banen wegens een faillissement (zie Tabel 3). Dat aandeel ligt beduidend hoger dan het aandeel van de sector in het totaal aantal arbeidsplaatsen. Tabel 3. Aandeel sector in banenverlies (wegens faillissement) en in totaal aantal Nace arbeidsplaatsen (top drie) Aandeel sector in totaal aantal arbeidsplaatsen Aandeel sector in totaal banenverlies Aandeel sector in totaal banenverlies Aandeel sector in totaal banenverlies ,73% 11,65% 11,77% 12,35% ,66% 8,06% 7,91% 7,70% ,06% 4,59% 3,90% 4,26% Noot: Sector : Algemene bouw van residentiële gebouwen; Sector : Eetgelegenheden met volledige bediening; Sector : Goederenvervoer over de weg, met uitzondering van verhuisbedrijven. Bron: FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie; Fonds Sluiting Ondernemingen; Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. 9

10 Figuur 2 leert dat de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen in België een zwakkere bedrijfsdynamiek kent dan de bedrijfsdynamiek over de sectoren heen. Zowel de toetredingsquote (aantal oprichtingen/aantal actieve ondernemingen) als de stopzettingsquote (aantal stopzettingen/aantal actieve ondernemingen) scoort er telkens lager. Figuur 2. Toetredings- en stopzettingsquote in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen en over de sectoren heen % Bron: FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie. 10

11 Uit verschillende studies blijkt de kwetsbaarheid van de bouwsector voor een faillissement. Zo leert een recent Europees onderzoek van Creditreform Economic Research Unit (2011) dat de bouwsector in 2010 was betrokken in één op de vijf bedrijfsfalingen in West-Europa. Verder blijkt uit haar studie dat specifiek in België de algemene stijging van het aantal faillissementen in de periode voornamelijk werd veroorzaakt door de bouwsector. Onderzoek in België van Lambrecht en Ting To (2009) geeft aan dat binnen de faillissementen in de bouwsector het aandeel van de oudste bedrijven (minstens vijftien jaar oud) is gestegen van 22 procent in 1997 naar 32 procent in Sinds 2002 is die categorie van bedrijven verantwoordelijk voor de meeste faillissementen in de bouw. We kunnen de keuze voor een sector in de bouw ook verantwoorden aan de hand van het belang van familiebedrijven. Lambrecht en Molly (2011) observeerden dat 28 procent van de familiebedrijven actief is in de bouwsector tegenover 20 procent van de niet-familiebedrijven. De teloorgang van familiebedrijven, die doorgaans sterk lokaal ingebed zijn, vormt bijgevolg een belangrijke bedreiging voor de regionale economie. 11

12 3. Literatuuroverzicht Er mogen dan al heel wat studies beschikbaar zijn over de oorzaken van faillissementen, onderzoek naar de falingsoorzaken in één specifieke sector is schaars. Dat geldt des te meer voor de oorzaken van bedrijfsfaling in een deelsector. Voor dit literatuuroverzicht hebben we kunnen putten uit een aantal studies over faillissementen in de bouw. We bespreken achtereenvolgens externe oorzaken waar ondernemingen zelf weinig invloed op kunnen uitoefenen en bedrijfsinterne oorzaken. Daarna volgt een overzicht Extern Externe oorzaken kunnen van macro-economische aard zijn, maar er kunnen ook sectorspecifieke of natuurlijke omstandigheden meespelen die vooral een impact hebben op de bouwsector (Wong en Ng, 2010) Macro-economisch Macro-economische omstandigheden vloeien voort uit de algemene gezondheidstoestand van de wereldeconomie of uit de economische toestand waarin een land zich bevindt. Wanneer het slecht gaat met de economie neemt de consumptie af en daarvan ondervinden bedrijven uit verschillende sectoren hinder (Jannadi, 1997). Ook de bouwsector is gevoelig voor conjunctuurschommelingen en recessies. Wanneer de vraag naar zijn diensten afneemt, leidt dat vaak tot hevige concurrentie tussen aannemers. Die voelen zich gedwongen projecten aan te nemen die ze niet aankunnen of waarvan ze achteraf moeten vaststellen dat er geen winst uit te halen valt, waardoor ze uiteindelijk in de problemen raken (Arditi, Koksal en Kale, 2000). Ook veel voorkomende schommelingen van de grondstoffenprijzen kunnen het probleem erger maken doordat grote verschillen ontstaan tussen de offerte en de uiteindelijke kostprijs (KeFiK en Dexia Bank België, 2007) Sectorspecifiek De bouwsector wordt gekenmerkt door lage toetredingsdrempels, waardoor elke geïnteresseerde ondernemer er relatief gemakkelijk aan de slag kan. Gecombineerd met de hoge onzekerheid in de sector zorgt dat voor hevige concurrentie (Kale and Arditi, 1999). In 12

13 een Belgisch onderzoek bij kleine en middelgrote bouwbedrijven omschreef zestig procent van de bedrijfsleiders de druk vanwege de concurrentie als sterk (Maes en Vandoren, 2002). Daardoor hebben aannemers het soms moeilijk om voldoende contracten binnen te halen (Jannadi, 1997), of goed personeel te vinden en te behouden (KeFiK en Dexia Bank België, 2007). Onderzoek heeft aangetoond dat hoe meer ondernemingen er actief zijn in de bouwsector, hoe meer falingen er te noteren vallen. Vooral jonge bouwbedrijven zijn daarvan de dupe (Yang, Chan en Li, 2010). Zij moeten immers concurreren met bestaande bedrijven die loyale klantengroepen hebben. Arditi e.a. (2000) merken verder op dat de contracten binnen de bouwsector doorgaans in een dubbelzinnige taal zijn opgemaakt. Dat zorgt samen met de scherpe concurrentiestrijd voor een relatief hoog aantal zakelijke conflicten Andere Aangezien de werkzaamheden in de bouwsector zich voor een groot deel buiten afspelen, is het een van de sectoren bij uitstek die vatbaar zijn voor problemen van natuurlijke aard. Denken we maar aan natuurrampen (Arditi e.a., 2000) of zelfs eenvoudigweg onverwacht slechte weersomstandigheden (Jannadi, 1997; KeFiK en Dexia Bank België, 2007) Intern De tweede categorie van factoren die bouwondernemingen in de problemen kunnen brengen, zijn van interne aard. We onderscheiden daarbij onder meer strategische, financiële en menselijke factoren Strategisch Het varen van een gericht strategische koers kan een bedrijf helpen om een falingsscenario te vermijden (Koksal en Arditi, 2004). Strategische problemen worden veroorzaakt omdat bedrijven zich niet of onvoldoende aanpassen aan de marktomstandigheden. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aanbod of de prijszetting van de onderneming die niet concurrentieel genoeg zijn. Daardoor kan er onvoldoende omzet gerealiseerd worden om het bedrijf leefbaar te houden (Wong en Ng, 2010). Onderzoek bevestigt dat kleinere bouwondernemingen een hogere stopzettingsgraad kennen, omdat zij moeilijker financiering en medewerkers kunnen bekomen dan hun grotere concurrenten en omdat zij meer 13

14 risicovolle beslissingen nemen. Dat negatieve effect van kleinschaligheid daalt echter wel naarmate een bedrijf ouder wordt (Yang e.a., 2010). Ook het tegenovergestelde geval, waar een bouwonderneming te snel te groot wordt, kan leiden tot problemen en uiteindelijk tot faling (Wong en Ng, 2010). Zowel het aannemen van te veel projecten tegelijkertijd als het in dienst nemen van te veel personeel of materieel brengt voor een bedrijf zware financiële en organisatorische lasten met zich mee. Dat kan op zijn beurt leiden tot een hogere schuldenlast, wat de kans op faling verhoogt (Arditi e.a., 2000) Financieel Een tweede categorie van interne oorzaken heeft betrekking op het financiële plaatje, met name het onvoldoende realiseren van winst, te hoog oplopende kosten of schulden, of ontoereikend bedrijfskapitaal (Jannadi, 1997; Wong en Ng, 2010). Onderzoek van Arditi e.a. (2000) wijst te lage winsten als grootste boosdoener aan, goed voor meer dan een kwart van de falingen in de Amerikaanse bouwsector, gevolgd door te hoge operationele uitgaven die bijna achttien procent van de falingen veroorzaken. Beide oorzaken zijn volgens de auteurs gedeeltelijk te wijten aan de scherpe concurrentie in de bouwsector, waarbij elke aannemer een goedkopere offerte wil indienen dan zijn concurrenten. Bovendien blijken die offertes dan nog vaak gebaseerd te zijn op onjuiste schattingen van kosten, productiviteit en benodigde hoeveelheden. Ook de cultuur van claims kan de lage winstmarges in de bouwsector verklaren (Arditi e.a., 2000). Toch mogen we de situatie niet onnodig dramatiseren. Zo onderzochten KeFiK en Dexia Bank België (2007) de situatie voor Belgische bouwbedrijven in de periode Daaruit blijkt dat de liquiditeit van bouwondernemingen soms een probleem is, maar dat de rendabiliteit en solvabiliteit vaak goed tot zeer goed te noemen zijn. De toegevoegde waarde is doorgaans weliswaar laag, maar wel voldoende om de personeelskosten te kunnen dekken. Een mogelijk bijkomend probleem is dat de betaling door de klanten doorgaans pas gebeurt nadat (een deel van) het werk is afgerond en alle overblijvende mankementen zijn weggewerkt. Dat zorgt voor een langdurig negatieve cashflow bij de aannemers, wat op zijn beurt aanleiding kan geven tot verdere schuldopbouw (Jannadi, 1997; Arditi e.a., 2000). Financiële cijfers kunnen echter slechts een deel van het plaatje schetsen. Zo merkt Hall (1994) terecht op dat eender welke financiële ratio enkel een symptoom is van achterliggende problemen en geen oorzaak ervan. Ook bij andere onderzoekers klinkt het dat financiële analyse niet volstaat om te kunnen voorspellen of een bedrijf al dan niet failliet 14

15 zal gaan. Een analyse van onder andere managementkwaliteiten, van de structuur van de onderneming, van de manier waarop projecten worden aangepakt, is eveneens noodzakelijk (Abidali en Harris, 1995) Menselijk Naast strategische en financiële factoren spelen menselijke factoren een rol bij falingen. Een gebrek aan managementkennis, aan ervaring en aan inzet kunnen een bedrijf de das om doen (Arditi e.a., 2000; Wong en Ng, 2010). Hall (1994) stelde in een onderzoek bij kleine Britse bouwbedrijven vast dat oudere eigenaars meer kans op bedrijfsfaling hebben. Degelijke vakmensen onder het personeel doen de overlevingskans van het bouwbedrijf dan weer stijgen Andere Andere falingsoorzaken die in de literatuur aan bod komen, zijn het gebrek aan knipperlichten, met andere woorden signalen die waarschuwen voor toekomstige problemen (Wong en Ng, 2010), en de leeftijd van het bedrijf. Achter dat laatste gaan vooral andere factoren schuil. Kale en Arditi (1999) vonden bijvoorbeeld dat nieuwe, Amerikaanse bouwbedrijven eerst een periode van wittebroodsweken doormaken. Als starter is het risico op faling relatief laag, omdat het bedrijf nog een veilige buffer bezit van financiële middelen en goodwill. Dat risico stijgt echter snel om na drie tot vier jaar zijn hoogtepunt te bereiken. Daarna neemt de kans op faling weer af vanwege de opgebouwde ervaring, het uitgebouwde klantennetwerk en het grotere vertrouwen van kredietverstrekkers (Yang e.a., 2010) Overzicht Maes en Vandoren (2002) halen het falingsmodel van Argenti uit 1976 aan om de belangrijkste, bedrijfskundige falingsoorzaken niet te verwarren met de symptomen op een rijtje te zetten. Dat levert de volgende rangorde van falingsoorzaken in de bouwsector op: 1. Onnauwkeurige kostprijsberekening. 2. Onvoldoende planning en budgetten. 3. Onvoldoende start- en werkkapitaal. 4. Onvoldoende klantenkennis. 5. Onvoldoende spreiding van het risico. 15

16 6. Weinig zicht op de toestand van het bedrijf. 7. Onvoldoende personeelsbeleid. 8. Onvoldoende marktonderzoek. 9. Geen strikte scheiding van het kapitaal. 10. Onvoldoende openheid voor extern advies. 11. Onvoldoende interne controle. 12. Onvoldoende tijd voor het bedrijfskundige. 16

17 4. Eigen empirie Om de symptomen van faillissementen in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen te achterhalen, schatten we falingspredictiemodellen. Daarna worden de oorzaken van faillissementen ontleed aan de hand van de resultaten van gesprekken met bevoorrechte getuigen Falingspredictiemodellen Voor de schatting van falingspredictiemodellen in de subsector werd informatie uit de jaarrekening verzameld op basis van de Bel-first-databank van Bureau Van Dijk. Eerst werden in de Bel-first-databank de gefailleerde ondernemingen geselecteerd uit sector , en dit voor de periode 2008 tot en met Het betreft 179 ondernemingen die failliet gingen in 2008, 271 ondernemingen die failliet gingen in 2009 en 255 ondernemingen die failliet gingen in Het zijn telkens failliete vennootschappen die hun jaarrekening publiceren hetzij volgens het verkorte of volgens het volledige schema. Nagenoeg alle ondernemingen (uitgezonderd twee) publiceerden volgens het verkorte schema. Vervolgens werden in de Bel-first-databank alle actieve ondernemingen (lopend) geselecteerd uit sector , wat betekent dat zij volgens de laatste informatie beschikbaar in Bel-first niet werden geconfronteerd met een faillissement. Het gaat in totaal om ondernemingen die momenteel nog actief zijn in die subsector. Ook hier publiceert de meerderheid (96 procent) volgens het verkorte schema. Voor beide groepen van ondernemingen (gefailleerde en actieve) werd vanuit Bel-first bedrijfsinformatie geëxporteerd. Het betreft een aantal algemene bedrijfskenmerken zoals ondernemingsgrootte (totaal actief), leeftijd onderneming, aantal werknemers en sectoren waarin de onderneming actief is. Enkele ondernemingen waren behalve in de subsector ook actief in andere sectoren. Op basis van de Bel-first-databank kan worden beoordeeld of subsector al dan niet de voornaamste activiteit van de onderneming is. Daarvoor wordt gecontroleerd in de schatting van de falingspredictiemodellen. Ten slotte werd informatie geëxporteerd uit de balans en de resultatenrekening die toelaat om diverse liquiditeits-, rendabiliteits- en solvabiliteitsratio s te berekenen. Die financiële ratio s zullen worden opgenomen als onafhankelijke variabelen in de falingspredictiemodellen. 17

18 We baseren onze selectie van verklarende en controlevariabelen op de bekende falingspredictiemodellen van Ooghe en Van Wymeersch (2000). De faling in jaar t wordt er telkens voorspeld op basis van financiële data uit jaar t-1 en jaar t- 3. Het falingspredictiemodel om falingen in jaar t op basis van financiële data uit jaar t-1 te voorspellen, steunt op volgende verklarende variabelen (tussen haakjes staat de richting van het theoretisch verwachte effect op failliet gaan): 1. Richting van de financiële hefboom = nettorendabiliteit van het totaal der activa vóór belastingen gemiddelde interestvoet van de schulden (-). Indien dat verschil groter is dan 0, wordt de waarde 1 ingevoerd (anders de waarde 0 als referentiecategorie). 2. (Reserves + overgedragen winst of verlies) / totaal der passiva exclusief overlopende passiva (-). 3. (Overige geldbeleggingen + liquide middelen) / totaal der activa (-). 4. Vervallen belastingschulden + vervallen schulden t.a.v. RSZ (+). Indien die som groter is dan 0, wordt de waarde 1 ingevoerd (anders de waarde 0 als referentiecategorie). 5. (Voorraden + vorderingen op ten hoogste 1 jaar handelsschulden op ten hoogste 1 jaar ontvangen vooruitbetalingen op bestelingen op ten hoogste 1 jaar schulden m.b.t. belastingen, bezoldigingen en sociale lasten) / totaal der activa (-). 6. Nettobedrijfsresultaat / bedrijfsactiva exclusief overlopende activa (-). 7. Schulden op ten hoogste 1 jaar aan kredietinstellingen / schulden op ten hoogste 1 jaar (+). 8. Gewaarborgde schulden / schulden op meer dan en op ten hoogste 1 jaar (-). Het falingspredictiemodel om falingen in jaar t op basis van financiële data uit jaar t-3 te voorspellen, stoelt op volgende verklarende variabelen (tussen haakjes staat de richting van het theoretisch verwachte effect op failliet gaan): 1. (Reserves + overgedragen winst of verlies) / totaal der passiva exclusief overlopende passiva (-). 2. Vervallen belastingschulden + vervallen schulden t.a.v. RSZ (+). Indien die som groter is dan 0, wordt de waarde 1 ingevoerd (anders de waarde 0 als referentiecategorie). 3. (Brutoresultaat investeringen in materiële en financiële vaste activa) / totaal der activa (-). 18

19 4. (Uitstaande vorderingen op verbonden ondernemingen + waarborgen toegestaan in hun voordeel + andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel) / totaal der activa (-). 5. Schulden op meer dan en op ten hoogste 1 jaar / totaal der passiva exclusief overlopende passiva (+). In beide modellen (t-1 en t-3) worden volgende controlevariabelen opgenomen: 1. Totaal der activa (TA). 2. Leeftijd onderneming (Leeftijd). 3. Bouw residentiële woningen (Nace-code ) is de voornaamste sector waarin de onderneming actief is. In het model wordt de waarde 1 opgenomen als dat zo is (anders de waarde 0 als referentiecategorie). 4. Interactie-effect van leeftijd en totaal der activa (Leeftijd*TA). De binaire, logistische regressiemodellen gaan telkens het natuurlijke logaritme (ln) van de kansverhouding van failliet gaan versus actief blijven voorspellen. Tabel 4 toont de geschatte effecten (regressiecoëfficiënten) van elk van de verklarende en controlevariabelen gemeten in jaar t-1 op de ln van de kansverhouding van failliet gaan in jaar t versus actief blijven in jaar t. Voor de actieve bedrijven werd een willekeurige steekproef van 195 bedrijven getrokken teneinde een gebalanceerde dataset te krijgen van actieve en gefailleerde bedrijven in de verschillende modellen. 19

20 Tabel 4. Falingen in 2010, 2009 en 2008 voorspellen op basis van financiële data 1 jaar ervoor (dus o.b.v. respectievelijk 2009, 2008 en 2007) Regressiecoëfficiënten Richting van de financiële hefboom = nettorendabiliteit van het totaal der activa vóór belastingen gemiddelde interestvoet van de schulden (Reserves + overgedragen winst of verlies ) / totaal der passiva exclusief overlopende passiva (Overige geldbeleggingen + liquide middelen) / totaal der activa Ln [p (faling 2010 = 1) / Ln [p (faling 2009 = 1) / Ln [p (faling 2008 = 1) / p (faling 2010 = 0)] p (faling 2009 = 0)] p (faling 2008 = 0)] 0,214-0,430-1,198** -0,201-0,009 0,012-5,807* -6,657*** -6,795** Vervallen belastingschulden + vervallen schulden t.a.v. RSZ 1,678* 0,084-0,783 (Voorraden + vorderingen op ten hoogste 1 jaar handelsschulden op ten hoogste 1 jaar ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen op ten hoogste 1 jaar schulden m.b.t. belastingen, bezoldigingen en sociale lasten) / totaal der activa -0,655-1,224* -3,541*** Nettobedrijfsresultaat / bedrijfsactiva exclusief overlopende -1,743* -1,704** -0,038 activa Schulden op ten hoogste 1 jaar aan kredietinstellingen / -0,030-0,940 2,729* schulden op ten hoogste 1 jaar Gewaarborgde schulden / schulden op meer dan en op ten -4,458-2,343-1,520 hoogste 1 jaar TA 0,000 0,000 0,000 Leeftijd -0,068* -0,040-0,018 Bouw -0,695 0,290-0,250 Leeftijd*TA 0,000 0,000 0,000 Constante 0,437 0,699 1,140 Steekproefgrootte 212 (44 gefaalde en 168 actieve) 240 (66 gefaalde en 174 actieve) 203 (45 gefaalde en 158 actieve) % gefaalde juist geklasseerd 43,2 % 31,8 % 44,4 % % actieve juist geklasseerd 97,6 % 93,1 % 93,7 % -2 log likelihood (model) 151,696*** 217,464*** 150,124*** p < 0,10, *p < 0,05, **p < 0,01, ***p < 0,

21 Tabel 5. Falingen in 2010, 2009 en 2008 voorspellen op basis van financiële data 3 jaar ervoor (dus o.b.v. respectievelijk 2007, 2006 en 2005) Regressiecoëfficiënten Ln [p (faling 2010 = 1) / Ln [p (faling 2009=1) / Ln [p (faling 2008=1) / p (faling 2010 = 0)] p (faling 2009=0)] p (faling 2008=0)] (Reserves + overgedragen winst of verlies ) / totaal der 0,067 0,254-0,047 passiva exclusief overlopende passiva Vervallen belastingschulden + vervallen schulden t.a.v. RSZ 0,979 0,373 1,301* (Brutoresultaat investeringen in materiële en financiële -0,593-0,087-0,297 vaste activa) / totaal der activa (Uitstaande vorderingen op verbonden ondernemingen ,613 11,552 0,931 waarborgen toegestaan in hun voordeel + andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel) / totaal der activa Schulden op meer dan en op ten hoogste 1 jaar / totaal der 0,696* 0,710* 0,521 passiva exclusief overlopende passiva TA 0,000 0,000 0,000 Leeftijd -0,025-0,045** -0,035* Bouw 0,282-0,629* -0,681* Leeftijd*TA 0,000 0,000 0,000 Constante -0,127 0,946* 0,624 Steekproefgrootte 390 (195 gefaalde en 195 actieve) 365 (212 gefaalde en 153 actieve) 291 (143 gefaalde en 148 actieve) % gefaalde juist geklasseerd 65,1 % 81,6 % 59,4 % % actieve juist geklasseerd 65,1 % 41,8 % 68,9 % -2 log likelihood (model) 495,261*** 458,256*** 371,067*** p < 0,10, *p < 0,05, **p < 0,01, ***p < 0,

22 Uit Tabel 4 kunnen we één duidelijk knipperlicht afleiden om faling te voorspellen op basis van (financiële) data uit het voorgaande jaar. In elk jaar zien we dat de kans op faling significant wordt beïnvloed door de liquiditeit, gemeten als de som van overige geldbeleggingen en liquide middelen ten opzichte van het totaal der activa. De falingskans verkleint naarmate de liquiditeitspositie verbetert. De rendabiliteit, gemeten als nettobedrijfsresultaat ten opzichte van de bedrijfsactiva exclusief overlopende activa, speelt ook een belangrijke rol. De kans op faling lag in 2010 en 2009 significant lager bij toename van die rendabiliteitsratio. De richting van de financiële hefboom heeft een significante invloed in Een positief financiële hefboom doet de falingskans significant verkleinen. De voorspelling van de falingen in 2008 hangt ook af van de solvabiliteit, gemeten als de verhouding van de schulden op ten hoogste 1 jaar aan kredietinstellingen ten opzichte van de schulden op ten hoogste 1 jaar. De falingskans stijgt naarmate het aandeel van de schulden op ten hoogste 1 jaar bij kredietinstellingen groeit. Wat de controlevariabelen betreft, hadden de oudere bedrijven in 2010 en 2009 een kleinere falingskans. We onderstrepen dat de statistische significantieniveaus in de geschatte modellen niet vertekend kunnen zijn door de steekproefgrootte, omdat we telkens met een geldig aantal bedrijven werkten (tussen 203 en 240 bedrijven). Een bedrijf werd opgenomen in de analyses, als alle financiële data voor de berekening van de ratio s beschikbaar waren. Gezien het belang van de liquiditeit en de rendabiliteit, gaan we voor die ratio s de falingskansen plotten. We kunnen namelijk op basis van de geschatte modelparameters exact de kansen op faling berekenen bij gegeven waarden voor de verklarende variabelen en controlevariabelen. We passen dat toe voor de berekening van de kans op faling in 2009 op basis van (financiële) data van Figuur 3 toont voor alle 240 bedrijven de voorspelde kans op faling in 2009 op basis van de liquiditeit, gemeten als de som van overige geldbeleggingen en liquide middelen ten opzichte van het totaal der activa (benaming T41_3_2008 in Figuur 3). De LOESS kernel smoothing (paarse lijn) werd toegepast op de datapunten om de trend af te leiden tussen de voorspelde falingskans en de liquiditeitsmaatstaf. Er is een duidelijk versneld dalende trend, wat wijst op een dalende falingskans naarmate de liquiditeit verbetert. We benaderen die trend door een dalend lineair verband (blauwe lijn) en een kwadratisch verband (groene curve). Het kwadratische verband vormt de beste 22

23 benadering voor de dalende trend. De falingskans neemt versneld af wanneer de liquiditeitsratio stijgt van 0 naar 0,4. Figuur 3. Voorspelde falingskans 2009 t.o.v. liquiditeit in 2008 In Figuur 4 wordt de voorspelde kans op faling in 2009 uitgezet tegenover de rendabiliteit, gemeten als nettobedrijfsresultaat ten opzichte van de bedrijfsactiva exclusief overlopende activa (benaming T41_6_2008 in Figuur 4). Figuur 4 toont dat er weinig spreiding is in de waarden van die rendabiliteitsratio. De trend is duidelijk dalend: de kans op faling daalt met een hogere rendabiliteit. 23

24 Figuur 4. Voorspelde falingskans 2009 t.o.v. rendabiliteitsmaatstaf in 2008 Wanneer de falingen worden voorspeld op basis van (financiële) data van 3 jaar ervoor, dan is de solvabiliteit een duidelijk knipperlicht (zie Tabel 5). De solvabiliteit wordt gemeten als het aandeel van de schulden op meer dan en op ten hoogste 1 jaar in het totaal der passiva exclusief overlopende passiva. De falingskans stijgt naarmate het aandeel van de schulden toeneemt. De voorspelling van de falingen in 2008 hangt ook nog af van een andere schuldenpost. De falingskans wordt groter naarmate de vervallen belastingschulden en vervallen RSZ-schulden stijgen. Ook uit Tabel 5 blijkt dat de oudere bouwondernemingen beter gewapend zijn tegen een faillissement. 24

25 Aangezien de falingskans in 2009 op basis van (financiële) data van 3 jaar ervoor het sterkst wordt beïnvloed door de solvabiliteit, plotten we in Figuur 5 de falingskansen. De falingskans stijgt duidelijk naarmate het aandeel van de schulden in het totaal der passiva (benaming T42_6_2006 in Figuur 5) toeneemt. Figuur 5. Voorspelde falingskans 2009 t.o.v. solvabiliteitsmaatstaf in

26 4.2. Interviews Om de oorzaken van faillissementen in kaart te brengen, hebben we interviews gehouden met zeven groepen van personen (tussen haakjes staat het aantal geïnterviewden per groep): curatoren (4), rechters-commissarissen (1), gefailleerden (2), succesvolle ondernemers (2), accountants (1), begeleiders van gefailleerden (2) en vertegenwoordigers van sectororganisaties (2). Door een verscheidenheid van personen te interviewen, horen we verschillende klokken en klanken en kunnen we scherper inzoomen op de oorzaken van falingen in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen. We hebben ernaar gestreefd om per praktijkgeval van een faillissement met verschillende personen te spreken (bijvoorbeeld met de curator, de rechter-commissaris en de gefailleerde). De gegevens van de praktijkgevallen werden verkregen via organisaties die gefailleerden begeleiden en via de rechtbank van koophandel van Gent. Op de rechtbank hebben we de dossiers, met onder meer het verslag van de curator, kunnen bestuderen van vijf praktijkgevallen met een faillissement in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen. Het is een bewuste keuze geweest om ook een gesprek te houden met succesvolle aannemers, die een rijke ervaring hebben in de sector. Op die manier wordt vermeden dat zaken die worden aangetroffen bij een gefailleerde automatisch als een falingsoorzaak worden beschouwd. Die zaken kunnen zich immers ook voordoen bij een succesvol bedrijf en kunnen dan moeilijk als een falingsoorzaak worden bestempeld. We stippen nog aan dat het houden van bijkomende gesprekken overbodig is, omdat we het verzadigingspunt hebben bereikt en bijgevolg herhalingen zouden krijgen. De geïnterviewden hebben ons voldoende inzicht verschaft in de oorzaken van faillissementen in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen. We rapporteren hierna de falingsoorzaken. Op uitdrukkelijk verzoek van enkele gesprekspartners brengen we de resultaten van de interviews anoniem. We illustreren de getuigenissen met citaten van onze gesprekspartners. 26

27 Gebrek aan bedrijfseconomische kennis Veel van onze gesprekspartners wijzen op het gebrek aan bedrijfseconomische kennis bij bouwondernemers als achterliggende oorzaak van veel problemen. Door de lage toetredingsdrempel ontbreekt het nieuwe ondernemers vaak aan een gestructureerde, professionele manier van werken. Het oorspronkelijke ondernemingsplan wordt al zeer snel verlaten, waardoor de financiële structuur van de onderneming niet meer overeenstemt met de realiteit. Ondernemers breiden hun personeelsbestand (hetzij eigen werknemers, hetzij onderaannemers) al te vaak explosief uit, zonder een stevige kapitaalbasis. Dat leidt zowel tot liquiditeits- als tot organisatorische problemen. Slechte prijszetting Slechte prijszetting is een tweede belangrijke oorzaak van faillissementen in de sector van algemene bouw van residentiële gebouwen. Een correcte prijszetting is heel belangrijk in de bouw, omdat de arbeidskost er zwaar doorweegt. De vele aannemers in de sector zorgen evenwel voor zeer scherpe concurrentie waardoor onderaannemers, die vaak maar één opdrachtgever hebben, hun prijzen heel laag zetten. Doordat ze niet zelf de marges kunnen bepalen, werken ze aan te scherpe prijzen. De grote uitbesteder aanvaardt bovendien niet dat de onderaannemer voor meerdere opdrachtgevers werkt. Een curator merkt op dat vooral allochtone onderaannemers onvoldoende nagaan voor wie ze werken. Volgens een begeleider van gefailleerden zijn het vaak de zwaksten die als onderaannemer werken: Bij de zwakste spelers in de sector is er de lokroep van het geld. Na een aantal jaren te hebben gewerkt voor een baas, denken ze dat ze meer kunnen verdienen als zelfstandige. Ze proberen dan klanten te werven, maar dat lukt niet, vaak omdat ze laaggeschoold zijn. Soms duwt hun baas hen in het statuut van schijnzelfstandige. Die vertelt dat ze door de hoge loonkosten niet in dienst kunnen blijven als werknemer, wel als zelfstandige. Maar het statuut van zelfstandige wordt dan veel te rooskleurig voorgesteld, met valse beloften over het inkomen en over de opdrachten. Een andere begeleider merkt op dat ex-werknemers een veel te positief beeld hebben van het inkomen van een zelfstandige; ze houden onvoldoende rekening met alle te betalen kosten. Ook een sectororganisatie onderstreept dat er in elk project steeds onverwachte kosten opduiken. Door de scherpe prijzen is de marge om dergelijke schokken op te vangen echter bijzonder klein. Ook in tijden van crisis zal het gebrek aan reserves zware financiële moeilijkheden met zich meebrengen. 27

28 Niet enkel onderaannemers maken zich schuldig aan slechte prijszetting. Ook hoofdaannemers werken soms aan veel te lage marges, om hun marktpositie veilig te stellen. Op die manier riskeren ze evenwel niet al hun kosten te kunnen betalen. Een accountant stelt het als volgt: Het belangrijkste wat een aannemer moet kunnen, is rekenen. Hij moet de kosten juist kunnen inschatten, en ook systematisch en grondig aan nacalculatie doen. Ook een curator wijst op het belang van nacalculatie: De aannemers zien dat zuiver als een kostenpost, terwijl het zichzelf terugverdient. Wanneer dat niet gebeurt, ligt de schuld bij de aannemer en niet zozeer bij marktschommelingen van grondstoffenprijzen want die kunnen worden opgevangen door contractuele clausules. Een succesvolle ondernemer haalt eveneens het probleem van kostenbewaking en kostprijsberekening aan: De meerderheid weet niet wat zijn kostprijs is. Men denkt enkel maar aan werken, werken, werken, zodat er geen tijd wordt genomen om de financiën te bekijken. Men kijkt vaak gewoon even naar het kasboek en daarmee is de kous af. Te hoge schuldenlast Het aangaan van te veel schulden is een andere oorzaak van faillissementen in de bouw. Dat speelt veeleer nieuwe ondernemingen parten. Enerzijds moeten zij onmiddellijk investeren in een camionette, een aanhangwagen, materieel, Anderzijds kopen zij soms direct het beste en duurste materieel aan. Zelfs een financieringstechniek als leasing veroorzaakt problemen, omdat ook dan te veel moet worden afbetaald. Die hoge afbetalingen worden bemoeilijkt wegens de grote werkkapitaalbehoefte, die voortvloeit uit de voorfinanciering van het aangekochte materieel voor de bouwwerven. Een begeleider wijst naar de boekhouders voor die zware schuldenlast: De boekhouder raadt aan dat de ondernemer kosten maakt, zodat er minder of geen belastingen moeten worden betaald. Hij vergeet evenwel dat de ondernemer ook moet leven en de schulden moet kunnen blijven afbetalen. Door de lage scholing stelt de ondernemer al zijn vertrouwen in de boekhouder. Ook een sectororganisatie klaagt aan dat sommige boekhouders kortzichtige adviezen geven die bedrijfseconomisch weinig steek houden. Een andere kritiek aan het adres van de boekhouder is dat die geen btw-aangifte meer doet wanneer die niet meer wordt betaald. Een begeleider meent dat een deontologische code de boekhouders zou moeten verplichten iets in te dienen bij de BTW: Een ondernemer wordt immers niet beboet voor fouten in de btw-aangifte, maar wel voor het niet indienen van een btwaangifte. Fouten kunnen nadien worden rechtgezet, maar de boetes komen bovenop de schulden. 28

29 Gebrekkige administratie De administratieve rompslomp is een ander weerkerende factor die ondernemers in moeilijkheden kan brengen. Een sectororganisatie hekelt niet alleen de toegenomen complexiteit van de wetgeving, maar ook de wereldvreemdheid van de wetten. Laaggeschoolde aannemers zijn voor hun administratie (facturen opmaken, betalingen opvolgen, ) vaak afhankelijk van hun partner of familie. Dat verklaart waarom het papierwerk en de opvolging van betalingen niet meer behoorlijk worden gedaan ingeval van echtscheiding. De ondernemer kan dan zelfs in een vicieuze cirkel en in een administratieve puinhoop terechtkomen: nog harder werken, nog minder tijd voor administratie, geen betalingontvangsten, nog harder werken, Die gebrekkige administratie leidt tot stuurloos ondernemen, wat wanbetalingen in de hand kan werken. Een begeleider verwoordt het als volgt: Sommige ondernemers zijn slordig in het opstellen en opvolgen van facturen. Klanten merken dat en hebben door dat het een weerloze ondernemer is, waardoor ze laat of niet betalen. Stuurloze ondernemers doen vaak een beroep op de goedkoopste boekhouder, die weinig of niet adviseert. Het is trouwens niet alleen de administratie die tijd en inspanning van de ondernemers vergt. Zij moeten ook constant nieuwe evoluties en technieken opvolgen en er zich zonodig in bijscholen indien zij concurrentieel willen blijven. Wanbetalingen Zelfs een degelijke administratie kan een andere oorzaak van falingen niet steeds verhinderen, namelijk wanbetalingen. Dat illustreert een van de praktijkgevallen: een familiebedrijf met een lange staat van dienst (opgericht in 1985), met vijftien werknemers en met een sterke reputatie. De curator van dat praktijkgeval maakt gewag van een schrijnend faillissement, waar de onderneming en haar bedrijfsleiding geen enkele schuld treft. Het bedrijf is het slachtoffer geworden van twee zware wanbetalers. Eén wanbetaler kreeg een ernstig conflict met zijn architect over onjuist uitgevoerde werken en wilde daarom niemand meer betalen. De aannemer had nochtans de werken correct uitgevoerd volgens de richtlijnen van de architect. De andere wanbetaler had onvoldoende kopers voor zijn bouwproject en kon daarom de aannemer niet meer betalen. Ook andere bestudeerde gefailleerden kregen te kampen met wanbetalers: Particulieren maken er tegenwoordig een sport van om de laatste factuur te betwisten; ze vinden altijd wel iets dat niet goed is uitgevoerd. 29

30 Tijdens mijn eerste jaar als zelfstandige heb ik drie jaar moeten wachten op een bedrag van euro. Naast de slechte weersomstandigheden gedurende drie jaar, waardoor er te weinig inkomsten binnenkwamen, hebben de lange betalingstermijnen mij de das omgedaan. Liquiditeitsproblemen veroorzaken ook negatieve publiciteit. De sectororganisaties merken op dat de combinatie van lage marges in de sector en wanbetalingen vaak nefast is, zeker wanneer een ondernemer afhankelijk is van slechts één of twee opdrachtgevers. Een vertegenwoordiger van een sectororganisatie, die ook nog aannemer is, stelt de lange gerechtelijke procedure voor de invordering van achterstallige betalingen aan de kaak: Rechtbanken werken op dat vlak zeer traag, waardoor je soms jaren moet wachten op je centen. Voornamelijk in een sector met zeer lage marges is dat nefast. Verschillende gesprekspartners stellen dat de bouwsector gebukt gaat onder late betalingen en zware prefinanciering. Tegen dat de vorderingsstaten zijn goedgekeurd, de facturen zijn gemaakt en de betaling op rekening staat, zijn er al snel enkele maanden verstreken. Het personeel en andere werkingskosten dienen evenwel maandelijks te worden betaald. Personeelsproblemen De bouwsector heeft meer en meer te kampen met contractuele geschillen, die veel ellende kunnen veroorzaken. Er wordt vastgesteld dat klanten veeleisender zijn en een uitstekende afwerking wensen. Het is evenwel moeilijker en moeilijker om personeel te vinden dat bekwaam en gemotiveerd is om voor een voortreffelijke afwerking te zorgen. Bovendien stijgt de technische moeilijkheidsgraad van bouwen, waardoor de kans op fouten en op wanbetalingen toeneemt. Voor een geïnterviewde succesvolle ondernemer is personeel de succesfactor; hij somt de kenmerken op waaraan het personeel moet voldoen: - Gedrevenheid: de ingenieurs moeten zeer gedreven zijn door hun werk. Zo moeten ze bereid zijn het werk aan te vatten wanneer de werf opent (soms om 6 u s morgens) tot ongeveer 19 u. - Brede ervaring: de ingenieurs moeten een zo breed mogelijke ervaring hebben, niet alleen op hun eigen werkgebied maar ook op dat van de arbeiders waarmee zij werken. De bedrijfsleider zorgt er daarom voor dat de 30

31 ingenieurs al eens een hamer vasthebben of met de heftruck rijden. Alleen zo kunnen ze volgens hem inschatten hoeveel tijd en moeite iets zal kosten, en kunnen ze ook de arbeiders of onderaannemers controleren en bijstaan. Ze moeten ook zoveel als nodig op de werf actief aanwezig zijn. - Schoolverlaters: de bedrijfsleider heeft een paar keer geprobeerd om ervaren ingenieurs aan te nemen, maar dat werkte nooit goed omdat die zich te weinig lieten vormen. Het is essentieel dat het management en de ingenieurs perfect op elkaar ingespeeld zijn en dat ze perfect weten wat er wordt verwacht. Bij een bedrijf van enige omvang is het trouwens onmogelijk om als baas nog alles perfect te kunnen overzien en te kunnen regelen. Ook een andere succesvolle ondernemer benadrukt het belang van een degelijk personeelsbeleid: De bedrijfsleider moet daar voldoende tijd voor nemen. Bedrijven die zich aantrekkelijk weten voor te stellen, zullen ook goed scoren op het vlak van het aantrekken van goed personeel. Een sterke bedrijfscultuur intern en extern uitdragen, is in die zin zeer belangrijk. Een curator stipt aan dat sommige aannemers met te veel personeel werken. Een accountant getuigt dat een van zijn klanten het faillissement heeft moeten aanvragen wegens een te hoge personeelsbezetting: Er liep al snel heel veel personeel rond, terwijl de kapitaalstructuur nog die van een eenmanszaak was. Naast onbekwaam en te veel personeel kan ziek personeel een zware slag toebrengen, vooral in kleine bedrijven. Een vertegenwoordiger van een sectororganisatie licht toe: Ziek personeel kan een gigantisch negatief effect hebben op een kleine onderneming en haar projecten. Hoewel het patronale fonds tussenkomt in de loonkost voor de periode van afwezigheid wegens ziekte blijft het werk op de werf liggen. Ten slotte stipt een curator het gebrek aan toezicht op de onderaannemers aan, zeker wanneer er met nieuwe partners wordt samengewerkt: Men neemt vaak de goedkoopste onderaannemers aan, maar de problemen komen bij de hoofdaannemer terecht. Te grote bouwprojecten Volgens een vertegenwoordiger van een sectorfederatie is een van de belangrijkste oorzaken van faillissementen dat aannemers te veel hooi op de vork nemen en te grote projecten aannemen: Dat kan leiden tot zware problemen als er onvoldoende liquide middelen zijn. Bovendien rijzen er heel wat moeilijkheden om alles degelijk te plannen en de administratie op te volgen. De financiële structuur van het bedrijf staat niet in verhouding tot die grote bouwprojecten. 31

32 Fatale schok Ten slotte kan een fatale schok een faillissement veroorzaken. Zo heeft een van de geïnterviewde ondernemers een zeer zwaar auto-ongeval gehad, met vijf weken coma, gedeeltelijke verlamming en gezichtsverlies tot gevolg. Hij heeft negen maanden geen inkomen gehad, terwijl de facturen maar bleven binnenstromen. Hij zag zich dan ook genoodzaakt om de boeken neer te leggen. In een ander praktijkgeval gaf het verlies van een rechtszaak, die al tien jaar aansleepte, de genadeslag. De aannemer werd er wegens slecht uitgevoerde tegelwerken veroordeeld tot het betalen van euro. Zijn zaak, opgericht in 1992, was nooit echt winstgevend geweest. Bovendien kampte hij met gezondheidsproblemen. Na de veroordeling door de rechtbank vroeg hij dan ook het faillissement aan. 32

33 Literatuurlijst Abidali, A. F. en Harris, F. (1995). A methodology for predicting company failure in the construction industry. Construction Management and Economics, 13, pp Arditi, D., Koksal, A. en Kale, S. (2000). Business failures in the construction industry. Engineering, Construction and Architectural Management, 7 (2), pp Creditreform Economic Research Unit (2011). Insolvencies in Europe. Neuss. Hall, G. (1994). Factors distinguishing survivors from failures amongst small firms in the UK construction sector. Journal of Management Studies, 31 (5), pp Jannadi, M. O. (1997). Reasons for construction business failures in Saudi Arabia. Project Management Journal, 28 (2), pp Kale, S. en Arditi, D. (1999). Age-dependent business failures in the US construction industry. Construction Management and Economics, 17, pp KeFiK en Dexia Bank België (2007). Studie rond de Belgische bouwsector en zijn kmo s. Koksal, A. en Arditi, D. (2004). Predicting construction company decline. Journal of Construction Engineering and Management, 130 (6), pp Lambrecht, J. en Molly, V. (2011). Het economische belang van familiebedrijven in België. Kortrijk, FBNet Belgium. Lambrecht, J. en Ting To, W. T. (2009). Falingsoorzaken bij zelfstandigen en kmo s. Een kwantitatieve en kwalitatieve analyse. Brussel, Liberaal Verbond voor Zelfstandigen. Maes, J. en Vandoren, C. (2002). Onderzoek naar oorzaken van faillissementen van kleine en middelgrote bouwondernemingen. WTCB, pp Ooghe, H. en Van Wymeersch, C. (2000). Financiële analyse van de onderneming. Diegem, Kluwer, Ced. Samsom. Wong, J. M. W. en Ng, S. T. (2010). Company failure in the construction industry: A critical review and a future research agenda. Australia, FIG Congress Yang, H., Chan, A. P. C. en Li, Q. (2010). Density dependence in the Chinese construction industry. Engineering, Construction and Architectural Management, 17 (6), pp

onderneming : Algemene informatie Naam onderneming Ondernemingsvorm (maak een keuze uit de lijst) Minimum geplaatst kapitaal 18.

onderneming : Algemene informatie Naam onderneming Ondernemingsvorm (maak een keuze uit de lijst) Minimum geplaatst kapitaal 18. bij oprichting Algemene informatie Naam onderneming Ondernemingsvorm (maak een keuze uit de lijst) Minimum geplaatst kapitaal Kapitaal volgens oprichtingsstatuten Minimum inbreng in speciën jaar 1 18.550,00

Nadere informatie

Familiebedrijven en de crisis

Familiebedrijven en de crisis Onderzoeksrapport Oktober 2009 Familiebedrijven en de crisis Prof. Dr. Johan Lambrecht Prof. Dr. Vincent Molly Familiebedrijven en de crisis 1. Inleiding Naar aanleiding van de huidige financiële-economische

Nadere informatie

Inhoud. Lijst van tabellen... Lijst van figuren... Inleiding... HOOFDSTUK 1 FINANCIËLE ANALYSE: INLEIDING... 1

Inhoud. Lijst van tabellen... Lijst van figuren... Inleiding... HOOFDSTUK 1 FINANCIËLE ANALYSE: INLEIDING... 1 Lijst van tabellen... Lijst van figuren... Inleiding... xv xix xxi HOOFDSTUK 1 FINANCIËLE ANALYSE: INLEIDING... 1 1.1. Onderneming, toegevoegde waarde en belanghebbenden... 2 1.2. Rol van de financiële

Nadere informatie

Handboek financiële analyse van de onderneming

Handboek financiële analyse van de onderneming Handboek financiële analyse van de onderneming Theorie en toepassing op de jaarrekening Boekdeel 1 Prof. dr. Hubert OoGHE Emeritus buitengewoon hoogleraar aan de Vlerick Leuven Gent Management School en

Nadere informatie

Inhoud WOORD VOORAF... 1 1. INLEIDING... 3

Inhoud WOORD VOORAF... 1 1. INLEIDING... 3 WOORD VOORAF.......................................................... 1 1. INLEIDING............................................................. 3 2. PUBLICATIEVERPLICHTINGEN...........................................

Nadere informatie

Rentabiliteitsratio s

Rentabiliteitsratio s 18 Rentabiliteitsratio s Nu we de begrippen balans, resultatenrekening en kasstromentabel onder de knie hebben, kunnen we overgaan tot het meer interessante werk, nl. het onderzoek naar de performantie

Nadere informatie

SRA-Bouwscan Uitkomsten 2014 & verwachtingen 2015

SRA-Bouwscan Uitkomsten 2014 & verwachtingen 2015 SRA-Bouwscan Uitkomsten 2014 & verwachtingen 2015 SRA-Bouwscan De Bouwscan 2014 is 430 x ingevuld. 87% van de respondenten is dga of eigenaar. 62% heeft een kleine bouwonderneming met minder dan 10 fte,

Nadere informatie

Bijzondere jeugdbijstand

Bijzondere jeugdbijstand Bijzondere jeugdbijstand Financiële analyse 2009-2011 21 januari 2013 adres Koning Albert II-laan 35 bus 31 1030 Brussel telefoon 02 553 34 34 fax 02 553 34 35 mail contact@zorginspectie.be web www.zorginspectie.be

Nadere informatie

Inhoud WOORD VOORAF... 1 1. INLEIDING... 3

Inhoud WOORD VOORAF... 1 1. INLEIDING... 3 Inhoud WOORD VOORAF.......................................................... 1 1. INLEIDING............................................................. 3 2. PUBLICATIEVERPLICHTINGEN..........................................

Nadere informatie

COUNTRY PAYMENT REPORT 2015

COUNTRY PAYMENT REPORT 2015 COUNTRY PAYMENT REPORT 15 Het Country Payment Report is ontwikkeld door Intrum Justitia Intrum Justitia verzamelt informatie bij duizenden bedrijven in Europa en krijgt op die manier inzicht in het betalingsgedrag

Nadere informatie

DOSSIER N BUDGET/FEDCOM/2015/02 - Annexe 2.4. Balanscentrale. Ondernemingsdossier

DOSSIER N BUDGET/FEDCOM/2015/02 - Annexe 2.4. Balanscentrale. Ondernemingsdossier DOSSIER N BUDGET/FEDCOM/2015/02 - Annexe 2.4 Balanscentrale Ondernemingsdossier Beknopte handleiding Oktober 2008 Inleiding De Balanscentrale van de Nationale Bank van België (NBB) staat in voor de verspreiding

Nadere informatie

Nog teveel ondernemingen kunnen niet inschatten of ze in de problemen zitten

Nog teveel ondernemingen kunnen niet inschatten of ze in de problemen zitten Nog teveel ondernemingen kunnen niet inschatten of ze in de problemen zitten Ruim 11.000 ondernemingen gingen er in 2014 over de kop. Daarmee is 2014 het tweede slechtste jaar ooit qua aantal faillissementen.

Nadere informatie

Kenmerkende gegevens DE 1. Ondernemingsdossier BE 0999.999.999 Brussel, 31 mei 2013. Balanscentrale. Ondernemingsnummer 0999.999.

Kenmerkende gegevens DE 1. Ondernemingsdossier BE 0999.999.999 Brussel, 31 mei 2013. Balanscentrale. Ondernemingsnummer 0999.999. Balanscentrale de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel Tel. +32 2 221 30 01 Fax + 32 2 221 32 66 helpdesk.ba@nbb.be www.nbb.be ondernemingsnummer: 0203.201.340 RPR Brussel Ondernemingsdossier BE 0999.999.999

Nadere informatie

Luca Pacioli. Portret van Luca Paciolis door Jacopo de Barbari, 1495. Luca Bartolomeo de Pacioli was een Italiaans wiskundige.

Luca Pacioli. Portret van Luca Paciolis door Jacopo de Barbari, 1495. Luca Bartolomeo de Pacioli was een Italiaans wiskundige. 33. Dubbele boekhouding. 33.1 Een beetje geschiedenis. De dubbele boekhouding werd uitgevonden door kooplieden uit Venetië en voor het eerst neergeschreven in 1494 door een Italiaanse monnik Luca Pacioli.

Nadere informatie

FAILLISSEMENT = STAKING VAN BETALING

FAILLISSEMENT = STAKING VAN BETALING 4. FAILLISSEMENT: BEGRIP EN GEVOLGEN 4.1.Wat is een faillissement? ---------------------------------- Een faillissement is een in de wet geregelde procedure voor een persoon of onderneming die niet (meer)

Nadere informatie

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 De grafische sector in West-Vlaanderen Foto: : Febelgra Jens Vannieuwenhuyse sociaaleconomisch beleid, WES De grafische sector is zeer divers. Grafische bedrijven

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht in Vlaanderen

Bedrijfsoverdracht in Vlaanderen Bedrijfsoverdracht in Vlaanderen Onderzoek over de planning van de bedrijfsoverdracht uitgevoerd met de steun van Agentschap Ondernemen: Executive summary Prof. dr. Tensie Steijvers drs. Ine Umans Universiteit

Nadere informatie

VERSLAG. van het Rekenhof. over de controle van de rekeningen 2004-2005 van Gimvindus nv

VERSLAG. van het Rekenhof. over de controle van de rekeningen 2004-2005 van Gimvindus nv Stuk 37-K (2007-2008) Nr. 1 Zitting 2007-2008 8 augustus 2008 VERSLAG van het Rekenhof over de controle van de rekeningen 2004-2005 van Gimvindus nv 4596 REK Stuk 37-K (2007-2008) Nr. 1 2 3 Stuk 37-K (2007-2008)

Nadere informatie

HARTELIJK WELKOM. 18 mei 2011 - Startersdag Unizo. BAERT Alfred

HARTELIJK WELKOM. 18 mei 2011 - Startersdag Unizo. BAERT Alfred HARTELIJK WELKOM 18 mei 2011 - Startersdag Unizo BAERT Alfred Het ondernemingsplan is een plan dat wordt opgesteld om vooraf het succes van de onderneming in te schatten. (max.20 blz.) Er zijn veel modellen

Nadere informatie

UITSLAGEN WONEN ENQUÊTE

UITSLAGEN WONEN ENQUÊTE UITSLAGEN WONEN ENQUÊTE 3 E KWARTAAL 211 Gemaakt voor NVM Wonen Gemaakt door NVM Data & Research Inhoudsopgave 1 Introductie enquête... 3 1.1 Periode... 3 1.2 Respons... 3 2 Staat van de woningmarkt...

Nadere informatie

2009-03-24 DISTRIGAZ SA/NV 0476.201.605. Juridische status : Actief. Juridische vorm : SA/NV RUE DE L'INDUSTRIE 10 1000 - BRUXELLES

2009-03-24 DISTRIGAZ SA/NV 0476.201.605. Juridische status : Actief. Juridische vorm : SA/NV RUE DE L'INDUSTRIE 10 1000 - BRUXELLES DISTRIGAZ SA/NV 0476.201.605 Juridische status : Actief Juridische vorm : SA/NV RUE DE L'INDUSTRIE 10 1000 - BRUXELLES NACE code : 35220 - Distributie van gasvormige brandstoffen via leidingen Het bedrijf

Nadere informatie

A COMPANY NV - 999999999-9:07 maandag, 14 oktober 2013

A COMPANY NV - 999999999-9:07 maandag, 14 oktober 2013 44 A COMPANY NV - 999999999-9:07 maandag, 14 oktober 2013 Kredietlimiet Aankooplimiet Status Rechtzaken 0 0 actief nee Ondernemingsnummer 999999999 Bedrijfsnaam A COMPANY NV Adres A STREET 1 1001 A CITY

Nadere informatie

Voor het bedrijf. Climasoft nv. Vertegenwoordigd door Dirk Maartens. Financiële planningen. van januari 2010 tot december 2012

Voor het bedrijf. Climasoft nv. Vertegenwoordigd door Dirk Maartens. Financiële planningen. van januari 2010 tot december 2012 Financieel plan Voor het bedrijf Vertegenwoordigd door Dirk Maartens Financiële planningen van januari 2010 tot december 2012 Studie gerealiseerd op 10 januari 2010 door De Heer Deckers op basis van de

Nadere informatie

West-Vlaamse bedrijven: fit, gezond en crisisbestendig?

West-Vlaamse bedrijven: fit, gezond en crisisbestendig? Bekaert West-Vlaamse bedrijven: fit, gezond en crisisbestendig? Lieselot Denorme sociaaleconomisch beleid, WES Ondanks de recente economische crisis zijn de West-Vlaamse bedrijven er globaal in geslaagd

Nadere informatie

De hoofdelijke aansprakelijkheid voor de sociale schulden. Historiek van het principe van de hoofdelijke aansprakelijkheid

De hoofdelijke aansprakelijkheid voor de sociale schulden. Historiek van het principe van de hoofdelijke aansprakelijkheid De hoofdelijke aansprakelijkheid voor de sociale 1 oktober 2013 Agenda Historiek van het principe van de hoofdelijke aansprakelijkheid 2 verplichtingen (art. 30bis van de wet van 27 juni 1969) Melding

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2014 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

Hfst 6 : Solvabiliteit

Hfst 6 : Solvabiliteit Hfst 6 : Solvabiliteit De financiële draagkracht op LT wordt bekeken. Belangrijk voor de relatie tussen een onderneming en haar financiële instelling(en). 3 aspecten van solvabiliteit: 1. Statische solvabiliteit:

Nadere informatie

Het nieuwe boekhoudrecht Omzetting van de Richtlijn UE 2013/34 in België. Bart Van Coile

Het nieuwe boekhoudrecht Omzetting van de Richtlijn UE 2013/34 in België. Bart Van Coile Het nieuwe boekhoudrecht Omzetting van de Richtlijn UE 2013/34 in België Bart Van Coile Accountant Belastingconsulent Ondervoorzitter IAB KB W.Venn. 30 januari 2001 Gewijzigd door het KB W.Venn. van 18

Nadere informatie

Bent u zelfstandige met vennootschap? Gewaarborgd inkomen Kies voor financiële zekerheid, ook bij arbeidsongeschiktheid!

Bent u zelfstandige met vennootschap? Gewaarborgd inkomen Kies voor financiële zekerheid, ook bij arbeidsongeschiktheid! Bent u zelfstandige met vennootschap? Gewaarborgd inkomen Kies voor financiële zekerheid, ook bij arbeidsongeschiktheid! Niemand kan voorspellen hoe uw professionele toekomst er zal uitzien. Er zijn heel

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2013 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

Thenergo levert sterke groei en stijgende recurrente EBITDA marge in eerste half jaar 2008

Thenergo levert sterke groei en stijgende recurrente EBITDA marge in eerste half jaar 2008 PERSBERICHT Thenergo levert sterke groei en stijgende recurrente EBITDA marge in eerste half jaar 2008 28 augustus 2008 18u00 CET Gereguleerde informatie Antwerpen Thenergo (Euronext Brussels: THEB en

Nadere informatie

Dossier regionale luchthavens. 0. Aanleiding:

Dossier regionale luchthavens. 0. Aanleiding: Dossier regionale luchthavens 0. Aanleiding: In 2004 presenteerde het Vlaams Forum Luchtvaart een rapport en aanbevelingen aan de Vlaamse regering over de luchtvaart in Vlaanderen [2]. Belangrijk onderdeel

Nadere informatie

Opgesteld te Halle op 7 september 2009. De Raad van bestuur, Bijlage: Staat van activa en passiva per 31/07/2009. Piet Colruyt), bestuurder

Opgesteld te Halle op 7 september 2009. De Raad van bestuur, Bijlage: Staat van activa en passiva per 31/07/2009. Piet Colruyt), bestuurder Verslag van de Raad van Bestuur van Etn. Fr. Colruyt NV aan de Buitengewone Algemene Vergadering van de aandeelhouders van 16 oktober 2009 inzake doelwijziging De Raad van Bestuur verklaart te zijn samengekomen

Nadere informatie

Wat zegt uw financiële balans?

Wat zegt uw financiële balans? Wat zegt uw financiële balans? Samen met een door uw accountant opgestelde toelichting vormen de winst- en verliesrekening en de balans gezamenlijk de jaarrekening van uw onderneming. De balans is een

Nadere informatie

Module 4 Inzicht in cijfers

Module 4 Inzicht in cijfers Geleerd in vorige presentaties Module 4 Inzicht in cijfers 1. Balans in detail 2. Kengetallen Les 4. Vergelijk je resultaten op 4 manieren + maak goede investeringsbeslissingen Les 4 Vergelijk je resultaten

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Januari 2012 Jan van Nispen Inleiding Sinds 2008 zijn woorden zoals crisis, financieringsproblemen, waarborgen en bailouts niet meer uit de

Nadere informatie

FINANCIËLE ANALYSE EN RATIO S

FINANCIËLE ANALYSE EN RATIO S FINANCIËLE ANALYSE EN RATIO S 1 CONTACT PARMENTIER GUY MGI BVBA Valkenlaan 31 2900 Schoten Tel: 03/685.40.07 Mail: guy@parmrev.be Guy Parmentier Bedrijfsrevisor Executive professor University of Antwerp

Nadere informatie

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE 1 DOEL VAN REGRESSIE ANALYSE De relatie te bestuderen tussen een response variabele en een verzameling verklarende variabelen 1. LINEAIRE REGRESSIE Veronderstel dat gegevens

Nadere informatie

Analyse van de faillissementen in de bouwsector

Analyse van de faillissementen in de bouwsector UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE ACADEMIEJAAR 2008 2009 Analyse van de faillissementen in de bouwsector Masterproef voorgedragen tot het bekomen van de graad van Master in de Bedrijfseconomie

Nadere informatie

STUDIE FAILLISSEMENTEN. Zomer 2015

STUDIE FAILLISSEMENTEN. Zomer 2015 STUDIE FAILLISSEMENTEN Zomer 2015 01/09/2015 Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd bronvermelding Graydon Belgium. Deze brochure is louter ter informatie opgesteld. De gegevens zijn

Nadere informatie

VZW en financiële rapportering

VZW en financiële rapportering VZW en financiële rapportering Wim Van De Walle 1 (c) 2013 Baker Tilly Belgium Thematiek Behoefte aan degelijke, transparante, coherente en betrouwbare beleids-en beheersrapportering Toezien dat rapportering

Nadere informatie

FISCALE TIPS & BLUNDERS. 2016 1e druk Copyright Finovion

FISCALE TIPS & BLUNDERS. 2016 1e druk Copyright Finovion FISCALE TIPS & BLUNDERS 2016 1e druk Copyright Finovion Wij heten u van harte welkom. WELKOM Dit handzame boekje met financiële blunders en fiscale tips ontvangt u van Finovion. Wij zijn een ondernemend

Nadere informatie

THEMA 10. Resultaatbeoordeling: inleiding tot balans, resultatenrekening en liquiditeitsplan. 0. Introductie: doet de omgeving er iets toe?

THEMA 10. Resultaatbeoordeling: inleiding tot balans, resultatenrekening en liquiditeitsplan. 0. Introductie: doet de omgeving er iets toe? THEMA 10 Resultaatbeoordeling: inleiding tot balans, resultatenrekening en liquiditeitsplan 0. Introductie: doet de omgeving er iets toe? Heeft de strategie van een onderneming een impact op de overlevingskans

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Hfst 5: Liquiditeit. 5.1 Analyse van de liquiditeit binnen de onderneming

Hfst 5: Liquiditeit. 5.1 Analyse van de liquiditeit binnen de onderneming Hfst 5: Liquiditeit Dagelijkse activiteiten staan centraal: - heeft de onderneming genoeg werkkapitaal om haar activiteiten te financieren? - Hoeveel werkmiddelen heeft ze nodig? 5.1 Analyse van de liquiditeit

Nadere informatie

Technische nota. Brussel, december 2011

Technische nota. Brussel, december 2011 Technische nota Werkbaar werk en de inschatting van zelfstandige ondernemers om hun huidige job al dan niet tot hun pensioen verder te kunnen zetten. Resultaten uit de werkbaarheidsmetingen 2007 en 2010

Nadere informatie

Tempo-Team arbeidsmarkt en werkvloer onderzoek

Tempo-Team arbeidsmarkt en werkvloer onderzoek Tempo-Team arbeidsmarkt en werkvloer onderzoek team.xx Methodologie Representatieve steekproef België: 550 werknemers 200 HR managers Duitsland: 529 werknemers 200 HR managers Kwantitatieve peiling naar

Nadere informatie

EDEBEX biedt ondernemingen een alternatief voor bankkrediet. Fonction de l orateur

EDEBEX biedt ondernemingen een alternatief voor bankkrediet. Fonction de l orateur EDEBEX biedt ondernemingen een alternatief voor bankkrediet TITREDavid DE Van LA CONFERENCE der Looven Founder & CCO de - Edebex Prénom & Nom l orateur Fonction de l orateur David Van der Looven Co-founder

Nadere informatie

FINANCIËLE SITUATIE EN EVOLUTIE VAN DE ONDERNEMING

FINANCIËLE SITUATIE EN EVOLUTIE VAN DE ONDERNEMING BEDRIJFSWETENSCHAPPEN Hoofdstuk 6: FINANCIËLE SITUATIE EN EVOLUTIE VAN DE ONDERNEMING Indeling: 1. Beschrijving van de ondernemingssituatie 2. Balansanalyse 3. Omloopsnelheid en -tijd Financiële analyse

Nadere informatie

Bijna 7 Belgische werknemers op 10 hebben een goed evenwicht tussen werk en privéleven

Bijna 7 Belgische werknemers op 10 hebben een goed evenwicht tussen werk en privéleven Bijna 7 Belgische werknemers op 10 hebben een goed evenwicht tussen werk en privéleven Een goed evenwicht tussen werk en privéleven bij werknemers heeft een positieve invloed op de resultaten van het bedrijf.

Nadere informatie

De premies die de tijdelijke handelsvennootschap (THV) DIB-Ethias Lokale Contractanten ontvangt, worden op verscheidene manieren beschermd:

De premies die de tijdelijke handelsvennootschap (THV) DIB-Ethias Lokale Contractanten ontvangt, worden op verscheidene manieren beschermd: Welke zekerheden en garanties werden er ingebouwd in de groepsverzekering van de tweede pijler voor de contractuele personeelsleden van de lokale besturen? De premies die de tijdelijke handelsvennootschap

Nadere informatie

Eindexamen m&o havo 2009 - I

Eindexamen m&o havo 2009 - I Beoordelingsmodel Opgave 1 1 maximumscore 2 625 + 175 = 800 eenheden 2 maximumscore 3 Verkoopresultaat = 2000 800 = 2,50 per stuk 1 Kostprijs = 4 + 1 = 5 1 Verkoopprijs = 5 + 2,50 = 7,50 1 3 maximumscore

Nadere informatie

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Jaarverslag Herplaatsingsfonds 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Het Herplaatsingsfonds financiert de outplacementbegeleiding van alle ontslagen werknemers tewerkgesteld in bedrijven in het Vlaamse

Nadere informatie

Technische nota. Tevredenheid van zelfstandige ondernemers en werkbaar werk. Ria Bourdeaud hui Stephan Vanderhaeghe

Technische nota. Tevredenheid van zelfstandige ondernemers en werkbaar werk. Ria Bourdeaud hui Stephan Vanderhaeghe Brussel, februari 2009 Technische nota Tevredenheid van zelfstandige ondernemers en werkbaar werk Ria Bourdeaud hui Stephan Vanderhaeghe Brussel, SERV - STV Innovatie & Arbeid, februari 2009 Technische

Nadere informatie

LAMPIRIS COOP Coöperatieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid Rue Saint-Laurent, 54 4000 LUIK BTW BE 0846.628.

LAMPIRIS COOP Coöperatieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid Rue Saint-Laurent, 54 4000 LUIK BTW BE 0846.628. LAMPIRIS COOP Coöperatieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid Rue Saint-Laurent, 54 4000 LUIK BTW BE 0846.628.569 RPR Luik Verslag van de raad van bestuur op de gewone algemene vergadering van

Nadere informatie

Externe financiële verslaggeving

Externe financiële verslaggeving Externe financiële verslaggeving Diete Haesendonckx Hfst 1: Inleidende beschouwingen 1. Analyse van de jaarrekening (JR) Tijdens het jaar è boekhouding(registreren van handelsgebeurtenissen) Einde van

Nadere informatie

Nr. 0462.312.589. LIJST VAN DE BESTUURDERS, ZAAKVOERDERS EN COMMISSARISSEN (vervolg van de vorige bladzijde)

Nr. 0462.312.589. LIJST VAN DE BESTUURDERS, ZAAKVOERDERS EN COMMISSARISSEN (vervolg van de vorige bladzijde) 20 1 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. 0462.312.589 Blz. E. D. VKT 1.1 JAARREKENING IN EURO NAAM: KAURI Rechtsvorm: VZW Adres: de Fiennestraat Nr.: 77 Postnummer: 1070 Gemeente: Brussel 7 Land: België Rechtspersonenregister

Nadere informatie

123WatEenSite C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam

123WatEenSite C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam INHOUDSOPGAVE Pagina Accountantsrapportage 3 Voorwoord 4 Resultaten 5 Financiële positie 7 Ondertekening van de accountantsrapportage 9 Jaarstukken 2008 Jaarrekening

Nadere informatie

INHOUD. Lijst van tabellen... Lijst van figuren... Inleiding... xxi

INHOUD. Lijst van tabellen... Lijst van figuren... Inleiding... xxi INHOUD Voor een eerste kennismaking of een inleidende cursus kunnen de delen met * weggelaten worden. Lijst van tabellen.............................................. Lijst van figuren..............................................

Nadere informatie

"Ervaring krijg je wanneer je niet krijgt wat je wilt."

Ervaring krijg je wanneer je niet krijgt wat je wilt. "Ervaring krijg je wanneer je niet krijgt wat je wilt." (Pieter Klaas Jagersma) Belastingen voor veel starters iets waar ze liever niet over nadenken omdat het niet leuker te maken is en zo ingewikkeld

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek bij klanten van interim management (providers)

Tevredenheidsonderzoek bij klanten van interim management (providers) FEDERGON OPDRACHTGEVERS BEOORDELEN INTERIM MANAGEMENT PROVIDERS POSITIEF Tevredenheidsonderzoek bij klanten van interim management (providers) Tevredenheidsonderzoek bij de klanten van interim management

Nadere informatie

Universitair Ziekenhuis Gent Jaarrekening 2014

Universitair Ziekenhuis Gent Jaarrekening 2014 Universitair Ziekenhuis Gent Jaarrekening 2014 Bijlage bij het koninklijk besluit betreffende de jaarrekeningen van de ziekenhuizen Codering Afdeling 1. 2014 2013 BALANS VOOR VERWERKING ACTIVA VASTE ACTIVA

Nadere informatie

SRA-Automotivescan Uitkomsten 2014 & verwachtingen 2015

SRA-Automotivescan Uitkomsten 2014 & verwachtingen 2015 SRA-Automotivescan Uitkomsten 2014 & verwachtingen 2015 SRA-Automotivescan De Automotivescan 2014 is 464 x ingevuld: 4 van de respondenten heeft een merk-garagebedrijf en 5 is universeel. 71% heeft een

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren

Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE ACADEMIEJAAR 2010 2011 Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren Frederik Verplancke onder leiding van Prof. dr. Gerrit

Nadere informatie

Ratioanalyse 2011. Lotus Bakeries

Ratioanalyse 2011. Lotus Bakeries Ratioanalyse 211 Lotus Bakeries Kerncijfers Eigen vermogen 4.6.774, 39.42.233, 41.138.39, 31.919.68, 27.23.119, 4 4 3 3 2 2 1 1 Berekening: 1/1 Omzet 148.47.79, 138.119.71, 141.838.84, 146.339.94, 123.196.137,

Nadere informatie

Ratioanalyse 2010. Lotus Bakeries

Ratioanalyse 2010. Lotus Bakeries Ratioanalyse 21 Lotus Bakeries Kerncijfers Eigen vermogen 39.42.233, 41.138.39, 31.919.68, 27.23.119, 27.78.737, 4 4 3 3 2 2 1 1 Berekening: 1/1 Omzet 138.119.71, 141.838.84, 146.339.94, 123.196.137, 114.962.163,

Nadere informatie

EMBARGO TOT EN MET MAANDAG 19 DECEMBER 2005-17.45 U.

EMBARGO TOT EN MET MAANDAG 19 DECEMBER 2005-17.45 U. EMBARGO TOT EN MET MAANDAG 19 DECEMBER 2005-17.45 U. GROEP COLRUYT - GECONSOLIDEERD Halfjaarlijkse informatie - cijfers onder IFRS-boekhoudnormen Colruyt blijft stevig groeien De omzet van de Groep Colruyt

Nadere informatie

Leidraad tweedepijler pensioenadvisering

Leidraad tweedepijler pensioenadvisering Leidraad tweedepijler pensioenadvisering Aflevering 11: Beoordeling betaalbaarheid pensioenregeling voor werkgever Het adviseren van een werkgever over een tweedepijler pensioenproduct van een verzekeraar

Nadere informatie

UW BEDRIJF FINANCIEREN

UW BEDRIJF FINANCIEREN UW BEDRIJF FINANCIEREN BEDRIJFSFINANCIERING Zonder financiering kan een onderneming niet bestaan. Of het nu gaat om de omvang van het eigen vermogen of de ontwikkeling van uw werkkapitaal: de wijze waarop

Nadere informatie

Samengevoegd College Hageveld en Hageveld Beheer

Samengevoegd College Hageveld en Hageveld Beheer Jaarrekening Grondslagen Deze jaarrekening is in opdracht van het bestuur van de Stichting Hageveld Beheer en de Onderwijsstichting College Hageveld opgesteld door de Stichting Regionaal Onderwijsbureau

Nadere informatie

Module 4 Inzicht in cijfers

Module 4 Inzicht in cijfers Geleerd in vorige presentaties Module 4 Inzicht in cijfers Les 3. Begrijp de balans en stuur op kengetallen 1. Winst- en verliesrekening 2. Balans 3. Kasstroomoverzicht 4. Winst en belasting Les 3 Maak

Nadere informatie

Interne jaarrekening - Beknopt verslag (Vennootschap)

Interne jaarrekening - Beknopt verslag (Vennootschap) vrijdag 3 april 2015 09:20 Bedrijf: 1 - VIA VENETO VZW Pagina 1 van 6 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA 20/28 1.081,00 1.067,87 Oprichtingskosten 20 Immateriële vaste activa (toelichting 5.1.1)

Nadere informatie

Emakina Group keert eerste dividend uit in haar bestaan

Emakina Group keert eerste dividend uit in haar bestaan Jaarlijks communiqué (gereglementeerde informatie) Emakina Group keert eerste dividend uit in haar bestaan BRUSSEL, 18 MAART 2009 (17h50) Emakina Group (Alternext Brussel: ALEMK) stelt vandaag haar jaarresultaten

Nadere informatie

Eindexamen vwo economie 2014-I

Eindexamen vwo economie 2014-I Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat verantwoord autogebruik wordt beloond met premiekorting / onverantwoord gebruik wordt gestraft met premieverhoging, zodat voorzichtig rijgedrag

Nadere informatie

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 30 meerkeuzevragen (maximaal

Nadere informatie

Deel 2: Financiële jaarrekening

Deel 2: Financiële jaarrekening Deel 2: Financiële jaarrekening Nr. 0407.201.941 VOL-VZW 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA Oprichtingskosten..... Immateriële vaste activa. Materiële vaste activa... Terreinen en gebouwen...

Nadere informatie

I B O. Een werknemer op maat gemaakt. 1. IBO = training-on-the-job. IBO = 'werkplekleren' IBO = 'een werknemer op maat'

I B O. Een werknemer op maat gemaakt. 1. IBO = training-on-the-job. IBO = 'werkplekleren' IBO = 'een werknemer op maat' I B O Een werknemer op maat gemaakt Eén van de kernopdrachten van de VDAB bestaat uit het verstrekken van opleiding. Het tekort aan specifiek geschoold personeel en de versnelde veranderingen in de werkomgeving

Nadere informatie

Wettelijke regelingen in verband met de jaarrekening

Wettelijke regelingen in verband met de jaarrekening 16 hoofdstuk Wettelijke regelingen in verband met de jaarrekening 16.1 Onder de werking van boek 2 titel 9 van het burgerlijk wetboek vallen ondernemingen die gedreven worden in de vorm van een NV, BV,

Nadere informatie

Wat u moet weten over schijnzelfstandigheid

Wat u moet weten over schijnzelfstandigheid Wat u moet weten over schijnzelfstandigheid Een recente wet wijzigt de wet over de schijnzelfstandigheid van 27.12.2006. Voor UnieKO de perfecte gelegenheid om de wetgeving over schijnzelfstandigheid eens

Nadere informatie

Prof. dr. Stijn Goeminne, Faculteit Economie & Bedrijfskunde, Universiteit Gent

Prof. dr. Stijn Goeminne, Faculteit Economie & Bedrijfskunde, Universiteit Gent De boekhoudkundige verwerking van uitgestelde belastingen bij gerealiseerde meerwaarden waarvoor de uitgestelde belastingregeling geldt en bij kapitaalsubsidies Prof. dr. Stijn Goeminne, Faculteit Economie

Nadere informatie

Het accountantsrapport en uw onderneming

Het accountantsrapport en uw onderneming Het accountantsrapport en uw onderneming 1. Inleiding Elke onderneming heeft belanghebbenden. Denk bijvoorbeeld aan personeelsleden, crediteuren en de overheid (de fiscus, subsidieverlenende instanties).

Nadere informatie

TA3290 Life-Cycle Modeling and Economic Evaluation 2009-2010

TA3290 Life-Cycle Modeling and Economic Evaluation 2009-2010 TA3290 Life-Cycle Modeling and Economic Evaluation 2009-2010 CiTG, minor Mining and Resource Engineering Economie college 1: Grip op Geldstromen Dr.ir. Gerard P.J. Dijkema Energy & Industry Group December

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

Financieel jaarverslag 2012 DAS Holding NV

Financieel jaarverslag 2012 DAS Holding NV Financieel jaarverslag 2012 DAS Holding NV Profiel Positionering DAS als brede juridische dienstverlener DAS heeft zich in 2012 wederom regelmatig laten zien in de Nederlandse media. Met behulp van televisiecommercials

Nadere informatie

Gender: de ideale mix

Gender: de ideale mix Inleiding 'Zou de financiële crisis even hard hebben toegeslaan als de Lehman Brothers de Lehman Sisters waren geweest?' The Economist wijdde er vorige maand een artikel aan: de toename van vrouwen in

Nadere informatie

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein De Verenigde Staten gaan meestal voorop bij het herstel van de wereldeconomie. Maar terwijl een gerenommeerd onderzoeksburo recent verklaarde dat de Amerikaanse

Nadere informatie

BALANS EN RESULTATENREKENING (VOLLEDIG SCHEMA)

BALANS EN RESULTATENREKENING (VOLLEDIG SCHEMA) Bijlage 3. BALANS EN RESULTATENREKENING (VOLLEDIG SCHEMA) Nr. VOL 2.1 Balans na winstverdeling ACTIVA VASTE ACTIVA 20/28...... Oprichtingskosten... 5.1 20...... Immateriële vaste activa... 5.2 21......

Nadere informatie

EIGEN VERMOGEN, VOORZIENINGEN VOOR RISICO'S EN KOSTEN, SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR

EIGEN VERMOGEN, VOORZIENINGEN VOOR RISICO'S EN KOSTEN, SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR naam :... M.A.R. Uittreksel uit de minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel KLASSE 1 : EIGEN VERMOGEN, VOORZIENINGEN VOOR RISICO'S EN KOSTEN, SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR 10 Kapitaal 100 Geplaatst

Nadere informatie

Halfjaarlijks financieel verslag boekjaar 2014/2015

Halfjaarlijks financieel verslag boekjaar 2014/2015 , Leuven, boekjaar 2014/2015 In het eerste halfjaar van boekjaar 2014/2015 realiseerde KBC Ancora een negatief resultaat van 10,7 miljoen euro. Dit resultaat werd in hoofdzaak bepaald door gebruikelijke

Nadere informatie

COMMISIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. Het gebruik van de verbindingsrekening tussen een buitenlandse vennootschap en haar Belgisch bijkantoor

COMMISIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. Het gebruik van de verbindingsrekening tussen een buitenlandse vennootschap en haar Belgisch bijkantoor COMMISIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN Het gebruik van de verbindingsrekening tussen een buitenlandse vennootschap en haar Belgisch bijkantoor Ontwerpadvies I. Inleiding 1. Wat betreft de boekhoudkundige

Nadere informatie

Halfjaarresultaten per 30 juni 2010 SYSTEMAT N.V.

Halfjaarresultaten per 30 juni 2010 SYSTEMAT N.V. CONTACT Martin Detry SYSTEMAT Tel.: +32 2 352 85 04 martin.detry@systemat.com ONDER EMBARGO TOT DONDERDAG 26 AUGUSTUS 2010, 17U40 Frédérique Jacobs Tel.: +32 479 42 96 36 frederique.jacobs@systemat.com

Nadere informatie

Syllabus. Leerdoelen voor de European Business Competence* Licence, EBC*L Niveau A

Syllabus. Leerdoelen voor de European Business Competence* Licence, EBC*L Niveau A Syllabus en voor de European Business Competence* Licence, EBC*L Niveau A Modules: Bedrijfsdoelstellingen & kengetallen Financiële administratie Kosten & prijzen Bedrijfsvorm & wetgeving EBC*L International,

Nadere informatie

BALANS NA WINSTVERDELING

BALANS NA WINSTVERDELING BE 04.777.660 VOL2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA Oprichtingskosten Immateriële Materiële Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubilair en rollend materieel Leasing

Nadere informatie

Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap

Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap J. Mevissen, L. Heuts en H. van Leenen SAMENVATTING Achtergrond van het onderzoek Het verschijnsel zelfstandige zonder personeel (zzp er) spreekt tot de verbeelding.

Nadere informatie

Starters zien door de wolken toch de zon

Starters zien door de wolken toch de zon M201206 Starters zien door de wolken toch de zon drs. A. Bruins Zoetermeer, mei 2012 Starters zien door de wolken toch de zon Enkele jaren nadat zij met een bedrijf zijn begonnen, en met enkele jaren financieel-economische

Nadere informatie

CBN adviseert over de boekhoudkundige verwerking van de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen

CBN adviseert over de boekhoudkundige verwerking van de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen CBN adviseert over de boekhoudkundige verwerking van de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen dr. Stijn Goeminne, Hogeschool Gent, Departement Handelswetenschappen & Bestuurskunde Wanneer

Nadere informatie

De Pensioenkrant. Wilt u ook uw pensioen veilig stellen? Lees verder in de pensioenkrant...

De Pensioenkrant. Wilt u ook uw pensioen veilig stellen? Lees verder in de pensioenkrant... De Pensioenkrant Wilt u ook uw pensioen veilig stellen? Lees verder in de pensioenkrant... Het probleem Levensstandaard behouden wordt moeilijker Uit cijfers van het nationaal instituut voor statistiek

Nadere informatie

Faillissementsverslag nummer 1 datum: 5 maart 2015

Faillissementsverslag nummer 1 datum: 5 maart 2015 Faillissementsverslag nummer 1 datum: 5 maart 2015 Gegevens onderneming : J. Walraven Schilderwerken B.V. Faillissementsnummer : C/09/15/48F Datum uitspraak : 27 januari 2015 Curator : mr. A.Y. Kroll Rechter-commissaris

Nadere informatie

OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG Zorghulpmiddelen B.V. Nummer: 2 Datum: 1 december 2014

OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG Zorghulpmiddelen B.V. Nummer: 2 Datum: 1 december 2014 Gegevens onderneming : de besloten vennootschap Zorghulpmiddelen B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te Almere aan het adres Lijzijde 5, ingeschreven bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel

Nadere informatie

MKBTR TOPFIT SESSIE HET VERHAAL VAN DE JAARCIJFERS 17 MAART 2016

MKBTR TOPFIT SESSIE HET VERHAAL VAN DE JAARCIJFERS 17 MAART 2016 MKBTR TOPFIT SESSIE HET VERHAAL VAN DE JAARCIJFERS 17 MAART 2016 Wat gaan we doen? Wat zijn je verwachtingen? Stukje theorie Oefencasus Afronding Handel en boekhouding Zo lang er handel wordt gedreven

Nadere informatie