Aan de slag met DaadWerkt

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Aan de slag met DaadWerkt"

Transcriptie

1 Aan de slag met DaadWerkt Een groepsgewijs re-integratieprogramma voor aanvragers van bijstand onderzocht Paul van der Aa

2 Aan de slag met DaadWerkt Een groepsgewijs re-integratieprogramma voor aanvragers van bijstand onderzocht Januari 2010 Paul van der Aa

3 2010 dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid [SoZaWe], Sociaal-wetenschappelijke Afdeling, Rotterdam Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de uitgever

4 Inhoudsopgave 0 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Het onderzoek Het programma DaadWerkt Conclusies Aanbevelingen 8 1 Inleiding De aanleiding voor dit onderzoek De opzet en beoogde werking van DaadWerkt Onderzoeksvragen Onderzoekstechnieken Opbouw van dit rapport 19 2 Selectie en bereik van DaadWerkt De selectie van deelnemers De selectieprocedure De selectiecriteria Het bereik van DaadWerkt 25 3 De uitvoering van DaadWerkt in de praktijk Inleiding De setting De invulling van het programma De rol van de begeleiders Beëindiging van het programma DaadWerkt en het vervolg De positie van de deelnemers Aandachtspunten voor de verdere ontwikkeling van de werkwijze 41 4 De resultaten Inleiding Uitkeringsafhankelijkheid Werk en inkomen Algemeen oordeel van deelnemers over DaadWerkt Oordelen over de werking van DaadWerkt in relatie tot de resultaten 51

5 5 Ervaringen in overige gemeenten Inleiding Doelgroep en aanpak op hoofdlijnen Resultaten 61 Bijlage: methodologische verantwoording 63

6 0 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 0.1 Het onderzoek In dit rapport staan de uitkomsten van onderzoek naar de uitvoering en resultaten van het re-integratieprogramma DaadWerkt in de periode tot Het onderzoek bestond uit een combinatie van bestandsanalyses, interviews met uitvoerders en andere betrokkenen, observaties bij de groepen en een internetenquête voor de deelnemers. Tevens zijn globaal ervaringen met vergelijkbare projecten in andere gemeenten in kaart gebracht. De resultaatanalyse werd beperkt door de kwaliteit van de beschikbare gegevens. 0.2 Het programma DaadWerkt DaadWerkt is een groepsgewijs re-integratieprogramma dat beoogt WWB-afhankelijkheid te voorkomen van burgers die een WWB-uitkering aanvragen en die geen onoverkomelijk geachte beperkingen hebben om binnen korte tijd aan het werk te gaan. Daarnaast heeft het programma een diagnosedoel: het verkrijgen van een beeld van re-integratiemogelijkheden en ondersteuningsbehoeften van deelnemers zodat een passend vervolgtraject kan worden geboden als deelnemers na afloop toch een uitkering moeten aanvragen. In dit programma solliciteren deelnemers gedurende acht tot twaalf weken in groepen van mensen. De groepen worden begeleid door twee of drie begeleiders van SoZaWe, werkgeversservicepunt Daad en UWV. Via Daad kunnen vacatures (vaak met tijdelijke loonkostensubsidie) en opleidingstrajecten met baangarantie worden aangeboden. Een deel van de deelnemers kan een op motivatie en presentatie gerichte NLP-training volgen. Vanaf najaar 2009 is deelname aan het See-Me-project verplicht, waarin deelnemers een video van zichzelf laten opnemen ten behoeve van een internetsite voor werkgevers. Deelnemers krijgen een stagevergoeding ter hoogte van een WWBuitkering. Bij voldoende inzet kunnen ze daarnaast een bonus van 10% krijgen. Op de stagevergoedingen is geen maatregelenbeleid van toepassing zoals bij de WWB wel het geval is. 5

7 0.3 Conclusies In deze paragraaf worden puntsgewijs de belangrijkste resultaten uit het onderzoek samengevat. Voor een nadere toelichting op deze punten wordt verwezen naar de hoofdtekst. Voor DaadWerkt zijn vooral klanten geselecteerd die volgens de selecteurs grote kans hadden om binnen acht weken een baan te vinden. Dit is een selectievere groep dan de oorspronkelijk beoogde groep, namelijk alle nieuwe klanten zonder evidente beperkingen om te kunnen gaan werken. De criteria om kansrijkheid te bepalen en de selectieprocedure varieerden deels per werkplein en per medewerker. Naast kansrijkheid speelden geschiktheid voor de groepsaanpak en organisatorische overwegingen een rol bij de selectie. DaadWerkt lijkt selectiever te zijn ingezet dan bij de vergelijkbare aanpak in andere gemeenten. Ongeveer 16% van de nieuwe instroom in de bijstand heeft in de onderzochte periode deelgenomen aan DaadWerkt. Deze groep was relatief beter opgeleid en jonger dan de overige instroom in de bijstand. Door de gehanteerde selectiewijze heeft een (waarschijnlijk kleine) groep deelnemers aan DaadWerkt meegedaan die waarschijnlijk geen WWB-recht hadden gehad. Dit hangt samen met de beperkte toets op mogelijk WWB-recht. De begeleiding van de groepen werd vooral geboden door de klantmanagers van SoZaWe en medewerkers van Daad. De bijdrage vanuit UWV was beperkt. Bij geobserveerde groepen waren doorgaans een of twee begeleiders in plaats van de beoogde drie begeleiders. Deelname aan DaadWerkt bestond merendeels uit het zelfstandig solliciteren achter beschikbare pc s, aangevuld met meer incidentele activiteiten zoals voorlichting door werkgevers. Van een gestructureerd programma met vaste opbouw was geen sprake. Op twee werkpleinen vonden regelmatig groepsgesprekken plaats die vooral over de vorderingen van deelnemers met solliciteren gingen. Een klein deel van de deelnemers volgde de NLP-training. Deelname aan het maken van een video via See Me werd verplicht gesteld, maar in overleg met de begeleiders werd daar bij bepaalde deelnemers van afgezien. Begeleiders hadden een adviserende en coachende rol die per deelnemer anders invulling kreeg. De beschikbare tijd per deelnemer was beperkt. Daarnaast hadden 6

8 begeleiders een controlerende rol in verband met de aanwezigheidsplicht en de mogelijkheid om een bonus te krijgen. Naar schatting 20%-40% van de deelnemers kreeg geen bonus wegens als onvoldoende beoordeelde inzet of ongeoorloofde afwezigheid. De aandacht van begeleiders voor de groepsdynamiek was weinig gericht. Begeleiders vonden het groepsgewijze werken desalniettemin van belang, in tegenstelling tot veel deelnemers die hier minder waarde aan hechtten. Deelnemers kregen doorgaans enkele weken de ruimte om werk te zoeken in de eigen wensrichting, mits deze niet als te onrealistisch werd beschouwd. Gaande het programma werden deelnemers meer onder druk gezet om zo breed mogelijk te solliciteren op algemeen geaccepteerde arbeid, ook onder het eigen niveau of buiten de eigen beroepsrichting. Uitstroom naar een gesubsidieerde baan bij Roteb werd in de loop van 2009 een steeds belangrijkere optie. Met het aanbieden van Daadvacatures werd verschillend omgegaan door begeleiders. De overdracht van deelnemers naar het werkplein verliep met uitzondering van één werkplein niet zoals beoogd. Er werden niet standaard vervolgadviezen gegeven en evenmin waren werkpleinen standaard bekend met het DaadWerkt-verleden van klanten. De beoogde diagnosefunctie van het programma werd hierdoor niet waargemaakt. De positie van deelnemers in het programma was onduidelijk. Deze werd in algemene bewoordingen vastgelegd in de stageovereenkomst met het administratiebureau dat de vergoeding uitkeerde en in een algemeen geformuleerd trajectplan dat niet voor iedereen beschikbaar was. Dit betekende vooral dat voor deelnemers onduidelijk was of en hoe ze invloed konden uitoefenen op de specifieke invulling van het programma door de begeleiders. Evenmin was duidelijk hoe ze eventueel bezwaar konden aantekenen of klachten konden indienen tegen beslissingen van de begeleiders omtrent deelname en het verstrekken van de bonus. Uit de resultaatanalyse is gebleken dat DaadWerkt betere resultaten boekte dan de reguliere werkwijze van de werkpleinen in termen van uitstroom uit de stagevergoeding cq. de uitkering. 65% van de DaadWerkt-deelnemers kreeg na deelname geen bijstandsuitkering tegenover 16% uitstroom uit de uitkering vanuit het reguliere werkproces (bij een min of meer vergelijkbare klantengroep en een vergelijkbare doorlooptijd). Jongeren en hoogopgeleiden stroomden relatief het vaakst uit via 7

9 DaadWerkt. Ook in andere gemeenten is een vergelijkbare groepsaanpak succesvol gebleken, zelfs bij minder selectieve toeleiding. De resultaten van DaadWerkt verschilden aanzienlijk tussen de werkpleinen, wat voor uitstroomresultaten in het reguliere proces nauwelijks gold. Op basis van het onderzoek kunnen we deze verschillen niet nader verklaren. Het voorkomen van instroom WWB door DaadWerkt is niet zonder meer het zelfde als het realiseren van (her-)instroom in werk. De gegevens geven geen duidelijk beeld van de re-integratieresultaten in termen van werkhervatting. Naar schatting 40%-50% van de uitstromers DaadWerkt ging waarschijnlijk betaald werk verrichten. Van de overige deelnemers was merendeels onbekend of zij gingen werken en hoe zij in hun inkomen gingen voorzien. Het aandeel van deels gesubsidieerde banen in de uitstroom was niet te bepalen. Klanten oordeelden wisselend over de methode van DaadWerkt en de verwachte resultaten. Hoger opgeleiden beoordeelden de meerwaarde van DaadWerkt aanzienlijk negatiever dan lager opgeleiden. Ongeveer 75% van de lager opgeleide deelnemers was positief over hun grotere kansen om werk te vinden en hun toegenomen sollicitatievaardigheden. Ruim de helft verwachtte ook daadwerkelijk aan het werk te kunnen gaan dankzij DaadWerkt. Bij de hoger opgeleide deelnemers gaf de helft aan door DaadWerkt wel harder naar werk te zijn gaan zoeken, maar de meerderheid vond niet door DaadWerkt beter te hebben leren solliciteren en werk te zoeken. Vooral de dwingende structuur van het programma, de snelle start, de stagevergoeding en de ondersteunende rol van begeleiders werden door zowel begeleiders als de meeste deelnemers als belangrijke werkende bestanddelen beschouwd. Of de stagevergoeding écht een toegevoegde waarde heeft is lastig te bepalen, omdat de vergoeding aantrekkelijker wordt gevonden dan een uitkering: dat kan uitstroom ook vertragen. Vooral het groepsgewijze karakter lijkt voor de resultaten minder van belang dan de opzet suggereert, mogelijk mede doordat daar weinig aandacht voor is in de methode van werken. De meerwaarde van de bonus lijkt minimaal. 0.4 Aanbevelingen De geboekte resultaten ondersteunen de al genomen beslissing om de methode van DaadWerkt op de werkpleinen te implementeren. De resultaten zijn zelfs met inachtneming van de selectieve inzet van het programma immers beter dan van de reguliere 8

10 aanpak van nieuwe instromers, althans in termen van het voorkomen van instroom in de uitkering. Over de re-integratieresultaten kunnen op basis van het onderzoek geen uitspraken worden gedaan. De eerste aanbeveling betreft daarom om middels betere registratie zicht te geven op resultaten van DaadWerkt ten aanzien van re-integratie in werk en de rol die deels gesubsidieerde banen daarbij spelen. Het eenvoudig kunnen verkrijgen van resultaatgegevens is van groot belang voor zowel de uitvoerders zelf als voor het management. Mogelijk zal dit probleem door het gebruik van Raak door DaadWerkt gaan verminderen, maar uit andere onderzoeken weten we dat Raak in het reguliere proces nog niet wordt gebruikt op een wijze die eenvoudige analyse van resultaten mogelijk maakt. Aparte sturing hierop met aandacht voor het (informatie-)belang van de uitvoerders lijkt dan ook wenselijk. In de tweede plaats verdient de (beoogde) diagnosefunctie en de wijze van follow-up meer aandacht. De overdracht van DaadWerkt naar klantmanagers verliep niet goed waardoor de diagnosefunctie niet werd waargemaakt en er geen adequaat vervolg was. Terwijl juist de klanten die niet in twee maanden aan het werk komen verdere ondersteuning nodig kunnen hebben. Dit betekent dat meer aandacht nodig is voor de wijze waarop begeleiders tijdens DaadWerkt diagnosticeren, hoe ze dit vertalen in adviezen voor het vervolg en hoe deze adviezen zonder vertraging bij de klantmanager komen die de regie over het vervolg krijgt. Dit vereist betere samenwerking tussen DaadWerkt en de overige klantmanagers van de werkpleinen. Ten derde lijkt het raadzaam om duidelijker keuzes te maken ten aanzien van de gewenste selectiviteit bij de aanmelding voor DaadWerkt. Enerzijds kan zoals oorspronkelijk werd beoogd gekozen worden voor een lichte selectiemethode waarbij DaadWerkt breed als diagnosetraject wordt ingezet om de meest kansrijke klanten uit te filteren (die gaan namelijk weer aan het werk). Dit betekent dus dat de meeste nieuwe klanten aan dit traject zouden gaan meedoen voor zover de capaciteit dat toelaat. Van de klanten die niet gaan werken bestaat na twee maanden een beter beeld dan op basis van een eenmalig intakegesprek kan worden verkregen, wat de basis biedt voor een intensiever vervolgtraject. Anderzijds kan worden gekozen voor selectie van kansrijke klanten, om de uitstroomresultaten van de deelnemersgroep te maximaliseren. Dit was de feitelijke praktijk. DaadWerkt richt zich dan vooral op het snel re-integreren van toch al relatief kansrijke klanten. 9

11 Op basis van het onderzoek lijkt het zinvol om te experimenteren met een bredere inzet van DaadWerkt, dus zonder de selectie op kansrijkheid die in 2009 is gehanteerd. Alleen klanten die zeer evident kansarm zijn (vanwege beperkingen die werken op korte termijn onmogelijk maken) of evident kansrijk om op eigen kracht werk te vinden (bijvoorbeeld vanwege vergevorderde lopende sollicitaties) zouden dan het reguliere proces in kunnen gaan van individuele begeleiding of geen begeleiding. Dit veronderstelt wel dat de follow-up goed geregeld is (zie de vorige aanbeveling). Een focus op de meest kansrijke klanten vermindert in theorie de effectiviteit omdat zij ook zelfstandig aan het werk kunnen komen. Bovendien wordt hierdoor relatief minder geïnvesteerd in klanten die het mogelijk harder nodig hebben. Bij een brede inzet kan waarschijnlijk de diagnosefunctie voor een groter deel van het nieuwe bestand beter worden waargemaakt dan op basis van eenmalige werkintakes. In de reguliere aanpak lijkt het langer te duren voordat duidelijk is of klanten ondersteuning nodig hebben en of ze deze ook daadwerkelijk krijgen. Uiteraard dalen door een bredere inzet de uitstroompercentages van DaadWerkt, maar de impact op de totale nieuwe instroom kan hierdoor verbeteren. Een verbreding van de doelgroep zou wel gevolgen kunnen hebben voor de benodigde capaciteit van DaadWerkt: een groter deel dan de huidige 16% van de instroom zou dan immers moeten kunnen deelnemen aan het programma. Ten vierde zou de aanpak van DaadWerkt mogelijk verder kunnen ontwikkeld. Verschillende respondenten vonden dat er te weinig werd gedaan met de groepsdynamiek, dat er weinig opbouw in het programma zat en dat werkgevers te weinig bij het programma betrokken waren. Hoewel het programma inderdaad vrij leeg is gebleken, zijn daarmee wel resultaten geboekt. De vraag is dus wat intensivering nog aan extra resultaat zou opleveren. Ook dit punt kan niet los worden gezien van de beoogde deelnemersgroep: voor zeer kansrijke klanten kan het programma niet leeg genoeg zijn, omdat het niet efficiënt is een intensief programma voor hen in te zetten. Dat zou zelfs vertragend op de uitstroom kunnen werken. Maar als er minder selectief zou gaan worden aangemeld, zal er waarschijnlijk ook meer gedifferentieerde ondersteuning moeten worden geboden, omdat de behoeften van deelnemers dan ook verder gaan variëren. Welke vormen van ondersteuning dat dan zouden moeten zijn valt niet op voorhand te bepalen. Vooral de rol van de begeleiders verdient dan meer aandacht, aangezien die nu al als belangrijk werkend bestanddeel werd beschouwd. Of meer aandacht voor de groepsdynamica daarbij ook 10

12 zinvol is kunnen we op basis van dit onderzoek niet beoordelen. Aandacht voor de inhoud is ook van belang vanwege de verschillen tussen de werkpleinen: betreffen deze slechts lokale inkleuring, of zijn ze van invloed op de verschillende resultaten? Specifieke aandacht vraagt verder de benadering van de hoger opgeleiden in het programma. Hoewel zij relatief het vaakst uitstromen, zijn zij zelf negatiever over de meerwaarde van het programma dan lager opgeleiden. Mogelijk kunnen programmaonderdelen worden aangeboden die specifieker aansluiten bij competenties van hoger opgeleiden en de wijze waarop zij werk zoeken. Of vanuit de gemeente ook specifiek vacatureaanbod voor hoger opgeleiden kan worden gedaan kunnen we niet beoordelen, maar het zou interessant kunnen zijn de mogelijkheden hiervoor nader te verkennen zolang de arbeidsmarkt zich nog niet heeft hersteld. Voor de verdere methodische ontwikkeling is het raadzaam om door te gaan met coaching en intervisie die in 2009 beschikbaar was. Uit onder andere ervaringen van ExIT-Feijenoord is bekend dat systematische uitwisseling tussen uitvoerders, al dan niet onder begeleiding, goed werkt om uitvoerders kritisch te houden over hun eigen manier van werken. Mogelijk is DaadWerkt een geschikt programma om middels de methodiek van Het Gilde 1 verder te ontwikkelen. Ten vijfde roept het onderzoek de vraag op hoe relevant de stagevergoeding en bonus zijn voor de methode, ook al hebben ze boekhoudkundige voordelen (minder belasting van het I-deel) en vinden deelnemers de vergoeding prettig. De bonus heeft blijkens het onderzoek nauwelijks of geen aantoonbare meerwaarde en past in feite ook niet bij de filosofie achter de methode die uitgaat van intrinsieke motivatie van deelnemers. De vergoeding leidt tot een onduidelijke positie van deelnemers en bevordert de selectiviteit van de methode omdat bepaalde groepen geen vergoeding konden krijgen. Bovendien maakt er een groep deelnemers van gebruik die anders geen WWB hadden gehad. Het is ook denkbaar dat de vergoeding voor kansrijke klanten uitstroom belemmert, juist omdat het een prettiger inkomensvoorziening is dan een uitkering. Het belangrijkste voordeel van de vergoeding is dat hierdoor in de Rotterdamse context snel met het programma kan worden gestart. Maar in andere gemeenten kon het programma tijdens de aanvraagprocedure worden gestart en was snelle start dus ook mogelijk zonder stagevergoeding. Bovendien werden in andere gemeenten ook zonder stagevergoeding resultaten geboekt. De suggestie is overigens niet om de stagevergoeding zonder meer 1 Het Gilde is een landelijk project gericht op professionalisering van klantmanagers uitgaande van hun eigen (impliciete) theorieën en opvattingen over effectiviteit. SoZaWe-Rotterdam voert mede de regie over dit project. 11

13 weer af te schaffen. De mogelijke negatieve effecten op uitstroom zijn niet feitelijk vastgesteld en afschaffing zou waarschijnlijk ook (tijdelijk) negatief uitpakken voor de snelheid van het programma. Het onderzoek biedt echter weinig basis om deze constructie van alternatief inkomen voor de bijstand in de vorm van een vergoeding verder uit te breiden. Ten zesde verdient het aanbeveling om de positie van deelnemers beter te regelen, vooral ten aanzien van de mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de beslissingen van de begeleiders die relatief veel ongecontroleerde beslisruimte hebben. De stageovereenkomsten en trajectplannen zijn zo algemeen geformuleerd dat deze weinig houvast bieden. Dit probleem speelt vooral door het verplicht stellen van specifieke programmaonderdelen. Als deelnemers geacht worden hun eigen verantwoordelijkheid te nemen, ligt het voor de hand dat ze invloed kunnen uitoefenen op de invulling van het programma en de mogelijkheid krijgen om (formeel) de beslissingen van de uitvoerders te kunnen aanvechten. Ook kan overwogen worden om af te stappen van de verplichte programma-onderdelen en extra modules facultatief aan te bieden, met voldoende overtuigende informatie over de potentiële meerwaarde voor deelnemers. Tenslotte roept de inzet van deels gesubsidieerde banen voor kansrijke klanten de vraag op of dit de meest efficiënte inzet van middelen is. Hierdoor ontstaat verdringing van klanten die subsidie mogelijk harder nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze al jaren in de bijstand zitten en niet aan de slag komen in regulier werk. Er lijkt een spanning te zitten tussen het doel om (gesubsidieerde) vacatures van Daad of Roteb snel te willen vullen en het doel om WWB-klanten effectief te re-integreren met beperkte re-integratiemiddelen. Het lijkt daarom raadzaam om op een algemener niveau dan DaadWerkt een beleidsvisie te formuleren op de inzet van loonkostensubsidies voor verschillende klantgroepen. 12

14 1 Inleiding 1.1 De aanleiding voor dit onderzoek In dit rapport worden de uitkomsten gepresenteerd van onderzoek door de Sociaalwetenschappelijke Afdeling naar de werkwijze en resultaten van DaadWerkt. Dit re-integratieprogramma richt zich op klanten die bij de gemeente Rotterdam een bijstandsuitkering aanvragen. Hen wordt gedurende acht tot maximaal twaalf weken groepsgewijze begeleiding geboden bij het solliciteren naar werk. Deelnemers dienen hiervoor vier dagdelen per week (12-16 uur) verplicht aanwezig te zijn. Sinds 2009 ontvangen deelnemers aan dit programma een zogenoemde stagevergoeding in plaats van een uitkering. De hoofddoelstelling is het voorkomen van instroom in de uitkering door het vinden van werk binnen de periode van DaadWerkt. De methode is mede gebaseerd op ervaringen elders in het land en ervaringen in New York waar met een vergelijkbare aanpak wordt gewerkt. Het programma is in 2007 gestart op enkele werkpleinen in Rotterdam en gaandeweg uitgebreid. In september 2009 is het laatste werkplein met dit programma begonnen. Het programma is oorspronkelijk vanuit het werkgeversservicepunt Daad georganiseerd en uitgevoerd op de werkpleinen, met ondersteuning van een externe adviseur. Sinds de zomer 2009 is de overdracht naar werkpleinen gestart onder leiding van de afdeling Productontwikkeling. Vanaf 2010 vindt uitvoering geheel plaats onder verantwoordelijkheid van de werkpleinen. Hoewel het programma nu ruim twee jaar draait is er nog weinig systematisch zicht op de uitvoering van het programma en de voorlopige resultaten. De managementinformatie is nog beperkt, mede door het ontbreken van systematische registratie in Raak. Voor de verdere ontwikkeling van het programma bestond behoefte aan geobjectiveerd zicht op de voortgang en voorlopige uitkomsten van het programma. Om die reden is aan de SWA gevraagd om een onderzoek uit te voeren naar werkwijze en uitkomsten. 13

15 1.2 De opzet en beoogde werking van DaadWerkt DaadWerkt richt zich in principe op alle aanvragers van een WWB-uitkering waarvan wordt vastgesteld dat ze geen beperkingen hebben om meteen (weer) aan het werk te gaan. Daarnaast kunnen niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden aan het programma deelnemen die geen WWB aanvraag indienen. De doelstelling van DaadWerkt is volgens de stukken vierledig: 1. een hogere en snellere uitstroom naar werk van klanten die een WWB-uitkering aanvragen in vergelijking met de werkwijze waarbij klanten een uitkering krijgen; 2. een preventie-effect doordat klanten de aanvraag niet doorzetten na het aanbod van DaadWerkt, geschat op 10% van de klanten die dit aanbod krijgen; 3. een besparingseffect op het I-deel, doordat klanten door de stagevergoeding gedurende maximaal twee maanden uit het participatiefonds worden betaald in plaats van het I-deel; 4. voor de klanten die niet uitstromen binnen twee maanden: het kunnen stellen van een goede diagnose gedurende DaadWerkt op basis waarvan een goed beredeneerd vervolgtraject kan worden bepaald. Het hoofddoel is snelle uitstroom naar werk van de deelnemers. Het programma is aanvankelijk mede opgezet als kweekvijver voor het vervullen van vacatures die Daad beschikbaar heeft. Deze vacatures worden deels vervuld middels inzet van tijdelijke loonkostensubsidies voor de werkgevers of aanvullende werkgerelateerde opleidingen voor de kandidaten (de zgn. Daadarrangementen). Het programma heeft een aantal algemene kenmerken, die overigens per werkplein een eigen invulling kunnen krijgen. Belangrijke stappen in de beoogde uitvoering zijn: 1. De diagnose/selectie voor wel/niet deelnemen aan dit programma. Deze diagnose vindt binnen een paar dagen plaats na de e-intake van de aanvraag bij UWV. Deze diagnose dient zo licht mogelijk te zijn, min of meer gebaseerd op de vraag of de klant meteen kan gaan werken. Bij twijfel dient het antwoord ja te zijn. Bij zwaarwegende problemen die eerst aandacht vragen is het antwoord nee. Deze diagnose kan door een klantmanager worden uitgevoerd of door een medewerker van DaadWerkt of UWV. Uit de diagnose kan ook komen dat een ander instrument dan DaadWerkt geschikter wordt geacht voor de begeleiding naar werk. 14

16 2. Als de klant doorgaat naar DaadWerkt wordt de aanvraag WWB niet verder in behandeling genomen, omdat DaadWerkt als een voorliggende voorziening geldt. Wel moet een controle plaatsvinden of de klant tot de kring der rechthebbenden WWB hoort (toets op inkomen, woonsituatie en werk op basis van systemen). Als hier twijfel over bestaat, wordt de aanvraag toch eerst afgehandeld om misbruik van de vergoeding te voorkomen. Als de klant niet doorgaat, start de reguliere aanvraagprocedure en wordt een klant verder begeleid door één van de teams uit domein Werk. 3. De klant dient vervolgens binnen vijf werkdagen te starten met het programma. Volgens de opzet zouden de groepen worden begeleid door drie medewerkers, die afkomstig zijn van Daad, het Werkplein en UWV. Klanten krijgen geen uitkering maar een stagevergoeding ter hoogte van de norm alleenstaanden of eenoudergezin 2. Deze vergoeding kan niet zoals de bijstand gekort worden middels maatregelen. Bij goed functioneren in dit programma (ter beoordeling aan de begeleiders) kunnen klanten wel een bonus van 10% krijgen waarmee zij boven de bijstandsnorm komen: dit moet een extra stimulans vormen om niet na twee maanden terug te willen vallen naar de bijstandsnorm. Het betalen van de stagevergoeding wordt door een extern administratiekantoor (Multiflex, een onderdeel van Roteb) verzorgd. Bij structurele tegenwerking van klanten wordt het programma beëindigd en kan de klant een uitkering aanvragen, maar wel met een korting op de uitkering in de 1e maand en mogelijk directe aanmelding voor Werk- Direct, het WorkFirst-programma van de gemeente Rotterdam. Bij ziekteverzuim wordt een Arbodienst ingeschakeld. 4. Als de klant binnen twee maanden aan het werk gaat, is er formeel geen sprake geweest van instroom in de uitkering. Als de klant niet aan het werk is, wordt alsnog de aanvraagprocedure gestart en wordt de klant verder begeleid bij het zoeken naar werk door een klantmanager uit een team van het domein werk. DaadWerkt geeft daarbij een advies voor het vervolg gebaseerd op de ervaringen tijdens het programma. Het vervolgtraject moet naadloos op DaadWerkt aansluiten. Om deze werkwijze mogelijk te maken zijn zowel de gemeentelijke re-integratie als afstemmingsverordening aangepast. 2 Als leden van echtparen beiden meedoen krijgen zij tweemaal de vergoeding. Als een echtgenoot deelneemt dient het gezin aanvullende bijstand aan te vragen om op de norm te komen. 15

17 Onder werkzame bestanddelen verstaan we de specifieke onderdelen van re-integratiemethoden die de kans op het (sneller) bereiken van het doel vergroten. De verwachting van SoZaWe is dat de methode van DaadWerkt tot snellere (en hogere) uitstroom naar werk leidt dan de reguliere werkwijze. In de reguliere werkwijze vragen klanten een uitkering aan en worden doorgaans individueel begeleid bij het zoeken van werk of aangemeld bij re-integratiebedrijven. In de reguliere werkwijze is de begeleiding minder intensief en kan het langer duren voordat er aandacht aan uitstroom van nieuwe klanten wordt besteed. Meer concreet zouden de volgende werkzame bestanddelen een rol moeten spelen bij het bereiken van de beoogde resultaten: - de beperkte diagnose waarmee de snelle werkhervattingmogelijkheid van aanmelders wordt beoordeeld; - de snelle start van het programma; - de intensiteit van het programma; - het groepsgewijze karakter; - het individuele maatwerk binnen de groepsgewijze aanpak; - de coachende rol van de aanwezige begeleiders bij het solliciteren en benaderen van werkgevers; - de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid en het eigen belang van de deelnemers om aan het werk te gaan; - het scheppen van een werksetting waarin mensen verplicht actief moeten worden; - de inzet van verzuimbegeleiding door AOB-Compaz; - de mogelijkheid om motivatie middels een NLP-training 3 extra te vergroten; - het instrument van de stagevergoeding (als een soort loon) in plaats van een uitkering; - systeem van belonen middels bonussen; - de sluitende overdracht inclusief advies naar klantmanagers voor het vervolg van de dienstverlening aan klanten die geen werk vinden binnen twee maanden. - de beschikbaarheid van concrete vacatures voor deelnemers via Daad. 3 Neuronlinguïstisch programmeren. Dit is kort gezegd een gedragstraining waarin aandacht wordt besteed aan het bewuster omgaan met en veranderen van de relatie tussen gedachten, emoties en gedrag, ten einde effectiever gedrag te ontwikkelen (www.mindacacemy.nl). Het gewenste effectieve gedrag in dit kader betreft het zoeken en vinden van werk. 16

18 1.3 Onderzoeksvragen In dit onderzoek is gekeken naar de vraag hoe dit beoogde programma feitelijk in de praktijk is uitgevoerd en in hoeverre de genoemde werkzame bestanddelen zichtbaar waren en volgens betrokkenen een rol spelen in de resultaten. Daarnaast zijn de bereikte resultaten in kaart gebracht. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een uitgebreide (netto-)effectevaluatie gegeven de grote dynamiek in de uitvoeringspraktijk en het ontbreken van voldoende gegevens over de deelnemers niet mogelijk was. Een effectevaluatie vereist een min of meer uitgekristalliseerde manier van werken gedurende een langere periode, voor een relatief stabiele deelnemersgroep. Aan deze voorwaarde is in de uitvoering van DaadWerkt niet voldaan. Zo is niet gedurende de hele periode met de stagevergoeding gewerkt, konden jongeren aanvankelijk wel en later niet meedoen en is een aantal groepen aangevuld met klanten die al een uitkering ontvingen. Omdat de uitstromers uit DaadWerkt geen uitkering hebben ontvangen waren van hen bovendien slechts beperkt gegevens beschikbaar. De registratie door DaadWerkt zelf betrof alleen deelnamegegevens en geen achtergrondkenmerken die voor een gedegen resultaatevaluatie wel noodzakelijk zijn. Het onderzoek heeft zich daarom vooral gericht op het systematisch zicht krijgen van de ontwikkeling van de aanpak in de praktijk, de bereikte klanten en de globale resultaten voor zover daarover gegevens beschikbaar waren. De volgende vragen stonden daarmee centraal in dit onderzoek: 1. Op welke wijze en met welke criteria selecteren werkpleinen klanten voor Daad- Werkt? 2. Hoeveel klanten melden zich in de onderzoeksperiode bij UWV om een WWBuitkering aan te vragen? (aanmelders WWB) 3. Hoeveel klanten starten met het programma DaadWerkt (deelnemers DaadWerkt) 4. Hoeveel klanten starten niet met het programma DaadWerkt en krijgen een WWBuitkering aan toegekend? (reguliere WWB-klanten) 5. Wat zijn de kenmerken van de groepen deelnemers en reguliere WWB-klanten? 6. Hoe worden programma- en methodiekkenmerken in de praktijk van DaadWerkt toegepast? 7. In hoeverre dragen programmakenmerken van DaadWerkt volgens uitvoerders en klanten bij aan de resultaten? 17

19 8. Wat zijn de bruto-uitstroomresultaten van DaadWerkt-trajecten in termen van uitstroom naar werk, uitstroomsnelheid, doorstroom naar WWB en vervolgtraject en uitval (geen werk, geen WWB)? 9. Wat zijn in dezelfde periode bruto-uitstroomresultaten van de groep reguliere WWB-klanten van de teams Werk? 10. Welke gegevens over resultaten en uitvoering zijn bekend over met DaadWerkt vergelijkbare projecten uit andere steden? 1.4 Onderzoekstechnieken Voor de beantwoording van de vragen is een combinatie van onderzoekstechnieken ingezet: - op alle werkpleinen groepsinterviews met begeleiders van DaadWerkt en klantmanagers over selectie voor en uitvoering van het programma; - op alle werkpleinen twee uur observatie van de Daadwerktgroepen; - interviews met teamchefs van de teams werk en centraal betrokkenen (Daad, afdeling RWI, Productontwikkeling); - telefonische interviews met sleutelinformanten uit andere gemeenten met vergelijkbare projecten en voor zover beschikbaar secundaire analyse van documentatie daarover; - bestandsanalyse van gegevens afkomstig uit het uitkeringensysteem Socrates, Excelregistratie door DaadWerkt en gegevens van UWV-werkbedrijf; - een internetenquête onder deelnemers aan DaadWerkt, ingevuld rondom afronding van het groepsprogramma. De onderzoeksperiode voor dit onderzoek betreft de periode 1 januari 2009 tot en met 1 november Het eerste jaar DaadWerkt valt dus buiten dit onderzoek. Het onderzoek heeft te kampen gehad met enkele tegenslagen ten aanzien van de kwantitatieve analyses. De aangeleverde bestanden van DaadWerkt hadden betrouwbaarheidsproblemen en veel ontbrekende waarden. De internetenquête had lagere respons dan verwacht. In de bijlage wordt aangegeven hoe met deze beperkingen is omgegaan. Ze zijn niet van invloed op de hoofdconclusies van het onderzoek ten aanzien van uitstroomresultaten, aangezien deze hard konden worden vastgesteld door koppeling aan het uitkeringensysteem. Ze hebben wel consequenties voor de diepgang van de analyse (bereik en resultaten) en de betrouwbaarheid van de enquête-uitkomsten. 18

20 1.5 Opbouw van dit rapport Dit rapport is als volgt opgebouwd. In het volgende hoofdstuk wordt de in de praktijk gehanteerde selectieprocedure beschreven en het daaruit resulterende bereik van DaadWerkt tussen januari en november In hoofdstuk drie wordt de uitvoering van het programma in de praktijk beschreven. In hoofdstuk vier worden de resultaten beschreven vanuit het perspectief van uitstroom en klanttevredenheid. In dit hoofdstuk zal ook worden stil gestaan bij de relatie tussen onderdelen van het programma en resultaten vanuit het perspectief van medewerkers en klanten. In het laatste hoofdstuk worden de resultaten van DaadWerkt vergeleken met gegevens van vergelijkbare aanpakken uit enkele andere gemeenten. 19

Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer

Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer Inleiding Op 1 februari 2007 is de gemeente Boxmeer, in samenwerking met IBN Arbeidsintegratie gestart met het zogenaamde Groenproject. Dit project, waarbij

Nadere informatie

Aan de raad. No. 5 en 5A Wissenkerke, 5 januari 2015

Aan de raad. No. 5 en 5A Wissenkerke, 5 januari 2015 Raadsvergadering d.d. 15 januari 2015 Aan de raad Voorstraat 31, 4491 EV Wissenkerke Postbus 3, 4490 AA Wissenkerke Tel (0113) 377377 Fax (0113) 377300 No. 5 en 5A Wissenkerke, 5 januari 2015 Onderwerp:

Nadere informatie

Onderzoek Jongeren in de Wet werk en bijstand (WWB).

Onderzoek Jongeren in de Wet werk en bijstand (WWB). Raadsmemo Datum: 16 juni 2015 Aan: Gemeenteraad van Kopie aan: Van: Voor informatie: Onderwerp: P. van Zwanenburg Hans Tadema, Ontwikkeling Onderzoek Jongeren in de Wet werk en bijstand (WWB). 1. Aanleiding

Nadere informatie

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Gepubliceerd in: Maandblad Reïntegratie nr. 9, 2007, p. 6-10 KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Drs. Maikel Groenewoud 2007 Regioplan Beleidsonderzoek Nieuwezijds Voorburgwal 35 1012 RD Amsterdam

Nadere informatie

Tevredenheid WWB-klanten 2013. Dienst SoZaWe NW Fryslân

Tevredenheid WWB-klanten 2013. Dienst SoZaWe NW Fryslân Tevredenheid WWB-klanten 2013 Dienst SoZaWe NW Fryslân COLOFON Samenstelling Andrew Britt Annelieke van den Heuvel Naomi Meys Vormgeving binnenwerk SGBO Benchmarking Druk SGBO Benchmarking Maart 2014 SGBO

Nadere informatie

Vraaggestuurde re-integratie: methode of mythe? Arjan Heyma (SEO Economisch Onderzoek) 27 mei 2011

Vraaggestuurde re-integratie: methode of mythe? Arjan Heyma (SEO Economisch Onderzoek) 27 mei 2011 Vraaggestuurde re-integratie: methode of mythe? Arjan Heyma (SEO Economisch Onderzoek) 27 mei 2011 Onderwerpen presentatie Definitie vraaggestuurde re-integratie Aanleiding onderzoek en onderzoeksvraag

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Richtlijn 3.2 WORK FIRST (SPORENMODEL)

Afdeling Samenleving Richtlijn 3.2 WORK FIRST (SPORENMODEL) Afdeling Samenleving Richtlijn 3.2 WORK FIRST (SPORENMODEL) Algemeen Met ingang van 1 januari 2004 is de Wet Werk en Bijstand (WWB) in werking getreden. In de WWB staat de eigen verantwoordelijkheid van

Nadere informatie

Wet stimulering arbeidsparticipatie

Wet stimulering arbeidsparticipatie Wet stimulering arbeidsparticipatie Op 1 januari 2009 is de Wet stimulering arbeidsparticipatie (STAP) in werking getreden (Stb. 2008, 590 en 591). In deze wet wordt een aantal wijzigingen met betrekking

Nadere informatie

Document2 HET REINTEGRATIEPALET VAN DE GEMEENTE AMERSFOORT

Document2 HET REINTEGRATIEPALET VAN DE GEMEENTE AMERSFOORT HET REINTEGRATIEPALET VAN DE GEMEENTE AMERSFOORT INHOUDSOPGAVE bladzijde 1. Inleiding 3 2. Doelstelling... 3 3. Onze cliënten. 4 4. Het reïntegratiepalet.. 5 5. Werktrajecten 6 6. Overige trajecten...

Nadere informatie

Wat Vraagt de Klant Samenvatting en conclusies

Wat Vraagt de Klant Samenvatting en conclusies Wat Vraagt de Klant Samenvatting en conclusies Het onderzoek in het kort In opdracht van de Stuurgroep Arbeidsadviseur heeft TNO onderzoek verricht naar de informatie- en adviesbehoefte van (potentiële)

Nadere informatie

Quick scan re-integratiebeleid. Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie

Quick scan re-integratiebeleid. Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie Quick scan re-integratiebeleid Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie Doetinchem, 16 december 2011 1 1. Inleiding De gemeenteraad van Doetinchem heeft op 18 december 2008 het beleidsplan

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Raadsbesluit De raad van de gemeente Heerde; gelezen het voorstel van het college d.d. 31 maart en 14 april 2009; gelet op artikel 7 en 8, lid 1 onderdeel a van de Wet werk en bijstand; besluit vast te

Nadere informatie

Vragen en antwoorden. Antwoord: Leeftijdsopbouw WWB-bestand: 27 tot 45 jaar 67 personen 45 tot 60 jaar 82 personen 60 tot 65 jaar 22 personen

Vragen en antwoorden. Antwoord: Leeftijdsopbouw WWB-bestand: 27 tot 45 jaar 67 personen 45 tot 60 jaar 82 personen 60 tot 65 jaar 22 personen Aanvullende vragen burgerraadslid mw. A. van Esch (fractie PK) betreffende plan van aanpak re-integratie van uitkeringsgerechtigden (n.a.v. Politieke avond d.d. 12 maart 2009) en beantwoording. Politieke

Nadere informatie

Startnotitie Werken naar Vermogen

Startnotitie Werken naar Vermogen Startnotitie Werken naar Vermogen 1. ACHTERGROND 1.1. Aanleiding Voor u ligt de Startnotitie Werken naar Vermogen. Concrete aanleiding voor deze Startnotitie is de aangenomen motie van het CDA van 15 november

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Richtlijn 170 WET INVESTEREN IN JONGEREN (WIJ)

Afdeling Samenleving Richtlijn 170 WET INVESTEREN IN JONGEREN (WIJ) Afdeling Samenleving Richtlijn 170 WET INVESTEREN IN JONGEREN (WIJ) Algemeen De Wet investeren in jongeren (WIJ) verplicht gemeenten om jongeren van 18 tot 27 jaar die zich melden voor een uitkering een

Nadere informatie

Wat werkt? Wat weten we over effectiviteit

Wat werkt? Wat weten we over effectiviteit Opdrachtgever DWI Amsterdam Wat werkt? Wat weten we over effectiviteit Opdrachtnemer Amir Nazar Onderzoek Einddatum 1 november 2010 Categorie Profilings-, diagnose en targetinginstrumenten Conclusie Hoewel

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND RIJSWIJK 2005

REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND RIJSWIJK 2005 -1.833.52 REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND RIJSWIJK 2005 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet : de WWB b. WWB:

Nadere informatie

Wmo-raad gemeente Oss - Postbus 5-5340 BA Oss - telefoon 06-25274240 - email: wmoraad@oss.nl

Wmo-raad gemeente Oss - Postbus 5-5340 BA Oss - telefoon 06-25274240 - email: wmoraad@oss.nl Wmo-raad gemeente Oss - Postbus 5-5340 BA Oss - telefoon 06-25274240 - email: wmoraad@oss.nl Datum 23 november 2014 Kenmerk WMOR14016 /AvO/DvL/BN/JG Aan het college van B en W van de Gemeente Oss Betreft

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 3772 12 februari 2014 Beleidsregels Protocol Scholing 2014 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, Besluit:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 729 Evaluatie Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren d.d.

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren d.d. De raad van de gemeente Echt-Susteren, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren d.d. Gelet op het bepaalde in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere

Nadere informatie

BESTANDSANALYSE SAMENLOPERS ZWOLLE. Resumé bevindingen

BESTANDSANALYSE SAMENLOPERS ZWOLLE. Resumé bevindingen BESTANDSANALYSE SAMENLOPERS ZWOLLE Resumé bevindingen Inleiding Ekdé werk&mobiliteit BV is juli 07 gestart met een screening van samenlopers ingeschreven bij de gemeente Zwolle. Over elke kandidaat is

Nadere informatie

vast te stellen de Re-integratieverordening gemeente Doetinchem 2012.

vast te stellen de Re-integratieverordening gemeente Doetinchem 2012. RE-INTEGRATIEVERORDENING GEMEENTE DOETINCHEM 2012 De raad van de gemeente Doetinchem; gezien het advies van de sociale raad; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 maart 2012; gelet

Nadere informatie

Bijlagen. Tevredenheid van potentiële werknemers

Bijlagen. Tevredenheid van potentiële werknemers Bijlagen Tevredenheid van potentiële werknemers Evaluatie Pastiel Bijlagen Tevredenheid van potentiële werknemers Pastiel Drs. Jan Dirk Gardenier MBA Erik Geerlink, MSc Lotte Piekema, MSc Februari 2014

Nadere informatie

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL!

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! Aanleiding Het Vervangingsfonds voert regelmatig grootschalige projecten of programma s uit om een extra impuls te geven aan de aanpak van het ziekteverzuim in

Nadere informatie

Feiten en cijfers Wajong

Feiten en cijfers Wajong Feiten en cijfers Wajong Deze notitie bestaat uit drie hoofdstukken: 1. De wettelijke regeling en de kabinetsplannen 2. Cijfers over de doelgroep 3. Belangrijke rapporten over de Wajong 1. De wettelijke

Nadere informatie

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf December 2011 Auteurs: Leonie Oosterwaal, beleidsmedewerker ABU Judith Huitenga en Marit Hoffer, medewerkers Servicepunt

Nadere informatie

Hoe zit het met de Re-integratie?

Hoe zit het met de Re-integratie? Hoe zit het met de Re-integratie? Afdeling Samenleving Bezoekadres: 1 e bezoek: Publiekscentrum Raadhuisplein 2 Krimpen aan den IJssel Openingstijden: Maandag; 08.30 12.30 uur Dinsdag; 08.30 12.30 uur

Nadere informatie

Nadere regels Re-integratieverordening 2015

Nadere regels Re-integratieverordening 2015 Nadere regels Re-integratieverordening 2015 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel; overwegende dat het wenselijk is het beleid omtrent de re-integratievoorzieningen

Nadere informatie

Beleidsverslag 2013 Werk en inkomen

Beleidsverslag 2013 Werk en inkomen Beleidsverslag 2013 Werk en inkomen Beleidsverslag Werk en inkomen 2013 1/11 Inhoud Beleidsverslag 2013...1 Werk en inkomen...1 Inhoud...2 1 Inleiding...2 2.1 Ontwikkeling van de omvang van het uitkeringsbestand...3

Nadere informatie

Deelplan Participatiewet Beleidsplan sociaal domein 2015-2018

Deelplan Participatiewet Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Deelplan Participatiewet Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Gemeente Noordoostpolder 19 augustus 2014 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding... 3 2. groep... 4 3. en en uitgangspunten... 5 3.1.

Nadere informatie

Een loonkostensubsidie kan worden ingezet ten behoeve van de re-integratie van:

Een loonkostensubsidie kan worden ingezet ten behoeve van de re-integratie van: Richtlijn Loonkostensubsidie Gemeente Doetinchem Inleiding Het bieden van ondersteuning bij arbeidsinschakeling is voor bepaalde doelgroepen als taak voor het college vastgelegd in de Wet Werk en Bijstand.

Nadere informatie

Het belang van begeleiding

Het belang van begeleiding Het belang van begeleiding Langdurig zieke werknemers 9 en 18 maanden na ziekmelding vergeleken Lone von Meyenfeldt Philip de Jong Carlien Schrijvershof Dit onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

Ik ben ziek Wat nu? Informatiebrochure voor werknemers November 2007

Ik ben ziek Wat nu? Informatiebrochure voor werknemers November 2007 Ik ben ziek Wat nu? Informatiebrochure voor werknemers November 2007 Inhoudsopgave Inleiding... 3 De Wet Verbetering Poortwachter (WVP).. 4 Contact met de arbodienst 4 Opstellen Plan van Aanpak 5 Uitvoeren

Nadere informatie

enprestatie Inventarisatie Verordeningen Inventarisatie ventarisatie Verordeningen tegenprestatie Inventarisatie Verordeningen

enprestatie Inventarisatie Verordeningen Inventarisatie ventarisatie Verordeningen tegenprestatie Inventarisatie Verordeningen ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie

Nadere informatie

Robert Capel Tom de Haas Martin Heekelaar Implementatiedag 12 december, Utrecht

Robert Capel Tom de Haas Martin Heekelaar Implementatiedag 12 december, Utrecht Robert Capel Tom de Haas Martin Heekelaar Implementatiedag 12 december, Utrecht Inhoudsopgave 1. Welkom 2. De opdracht: de optimale weg 3. Het analysemodel en uitvoeringsvarianten 4. Verdieping naar diverse

Nadere informatie

Bijlage bij visiedocument. Overzicht re-integratieactiviteiten en projecten. Gemeente Barneveld

Bijlage bij visiedocument. Overzicht re-integratieactiviteiten en projecten. Gemeente Barneveld Bijlage bij visiedocument Overzicht re-integratieactiviteiten en projecten Gemeente Barneveld 1. Inleiding Om het visiedocument in het juiste perspectief te plaatsen, is het van belang een duidelijk overzicht

Nadere informatie

De Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand

De Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand De Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Artikel 1. Begrippen 1. de belanghebbende: het lid van de doelgroep dat aanspraak maakt op ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt geboden; 2. jongere:

Nadere informatie

Project Ontsluiting werkzoekendenbestand Handreiking voor gemeenten over het werkproces werkzoekenden

Project Ontsluiting werkzoekendenbestand Handreiking voor gemeenten over het werkproces werkzoekenden Project Ontsluiting Handreiking voor gemeenten over het werkproces werkzoekenden UWV WERKbedrijf Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 10 december 2008. Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011

Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 10 december 2008. Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011 Aan de raad AGENDAPUNT 3 Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011 Voorstel: 1. De kaders uit het beleidsplan 'Werken werkt!' vaststellen, zijnde: a. als doelstellingen: - het bevorderen van de mogelijkheden

Nadere informatie

Discussienota Naar een socialere bijstand GroenLinks Den Haag November 2015

Discussienota Naar een socialere bijstand GroenLinks Den Haag November 2015 Discussienota Naar een socialere bijstand GroenLinks Den Haag November 2015 Inleiding Er is veel in beweging rond de bijstand. Sommige gemeenten experimenteren met een andere uitvoeringspraktijk, met minder

Nadere informatie

Bij deze bieden wij u de resultaten aan van het onderzoek naar de eerste effecten van de decentralisaties in de gemeente Barneveld.

Bij deze bieden wij u de resultaten aan van het onderzoek naar de eerste effecten van de decentralisaties in de gemeente Barneveld. rriercoj Gemeenteraad Barneveld Postbus 63 3770 AB BARNEVELD Barneveld, 27 augustus 2015 f Ons kenmerk: Ö^OOJcfc Behandelend ambtenaar: I.M.T. Spoor Doorkiesnummer: 0342-495 830 Uw brief van: Bijlage(n):

Nadere informatie

Toevoeging beleidsplan WWB 2009-2011

Toevoeging beleidsplan WWB 2009-2011 Toevoeging beleidsplan WWB 2009-2011 beleidsbepalingen WIJ Bepalingen participatiebudget september 2009 Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 2 Uitgangspunten 5 2.1 Wet WIJ 5 2.2 Particpatiebudget 5 3 Wet investeren

Nadere informatie

Aan: Het College van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Leiden Postbus 9100 2300 PC Leiden

Aan: Het College van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Leiden Postbus 9100 2300 PC Leiden Aan: Het College van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Leiden Postbus 9100 2300 PC Leiden Betreft: In spraakreactie Stichting ZON t.a.v.: Beleidsplan Participatiewet B&W 14.0684 d.d. 15 juli 2014

Nadere informatie

Tegenprestatie naar Vermogen

Tegenprestatie naar Vermogen Tegenprestatie naar Vermogen Beleidsplan Tegenprestatie in het kader van de Participatiewet 2015 Hof van Twente, oktober 2014-1 - De Tegenprestatie naar Vermogen Inleiding Al vanaf 1 januari 2012 kunnen

Nadere informatie

Quick scan sollicitatieplicht ouderen

Quick scan sollicitatieplicht ouderen Quick scan sollicitatieplicht ouderen Eindrapport Een onderzoek in opdracht van de Raad voor Werk en Inkomen Ellen Verveen Marco Zuidam Mirjam Engelen B2991 Leiden, 3 februari 2005 Voorwoord Sinds 1 januari

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober, nr. ;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober, nr. ; DE RAAD DER GEMEENTE HAREN, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober, nr. ; gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7 en 8 en 10, tweede

Nadere informatie

Businesscase WAO. 1. Inleiding. 2. Pilot en uitvoerbaarheid

Businesscase WAO. 1. Inleiding. 2. Pilot en uitvoerbaarheid Businesscase WAO 1. Inleiding In de begrotingsafspraken 2014 van de regeringspartijen met D66, CU en SGP is het volgende afgesproken: Het UWV maakt een businesscase over hoe en voor welke groepen de kansen

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Sociale Zaken

Voortgangsrapportage Sociale Zaken Voortgangsrapportage Sociale Zaken 2e e half 2013 gemeente Landsmeer [Geef tekst op] [Geef tekst op] [Geef tekst op] Afdeling Zorg en Welzijn April 2014 1. Inleiding Voor u ligt de voortgangsrapportage

Nadere informatie

Raad. gfedc OR. gfedc. Besluitenlijst d.d. d.d. gfedcb Akkoordstukken. (paraaf adjunct-secretaris) Bijlagen

Raad. gfedc OR. gfedc. Besluitenlijst d.d. d.d. gfedcb Akkoordstukken. (paraaf adjunct-secretaris) Bijlagen Nota voor burgemeester en wethouders Onderwerp Eenheid/Cluster/Team ST/PZ/KZ Iinkomstenvrijlating langdurigheidstoeslag WWB 1- Notagegevens Notanummer 2007.00896 Datum 24-1-2007 Portefeuillehouder Weth.

Nadere informatie

Begrippenbijsluiter It takes two to tango

Begrippenbijsluiter It takes two to tango Begrippenbijsluiter It takes two to tango Over reïntegratie op de arbeidsmarkt In deze begrippenlijst staan in alfabetische volgorde begrippen uitgelegd die te maken hebben met reïntegratie. De begrippenbijsluiter

Nadere informatie

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. InterLuceo

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. InterLuceo Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van InterLuceo Juni 2008 1 Bedrijfsnaam: InterLuceo Inleiding Voor u ligt de definitieve rapportage van het tevredenheidsonderzoek van

Nadere informatie

Aan de gemeenteraad. Geachte leden van de Raad,

Aan de gemeenteraad. Geachte leden van de Raad, POSTADRES Postbus 20 7500 AA Enschede BEZOEKADRES Langestraat 24 Aan de gemeenteraad TELEFOON 14 0 53 DATUM ONS KENMERK BEHANDELD DOOR 10 juli 2014 H. Teussink UW BRIEF VAN UW KENMERK DOORKIESNUMMER (053)

Nadere informatie

Onderwerp: inzicht in uitgaven en bereik re-integratiemiddelen gemeenten Onze ref.: 100211

Onderwerp: inzicht in uitgaven en bereik re-integratiemiddelen gemeenten Onze ref.: 100211 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid T.a.v. de minister mr J.P.H. Donner Postbus 90801 2509 LV DEN HAAG Utrecht, 10 mei 2010 Onderwerp: inzicht in uitgaven en bereik re-integratiemiddelen gemeenten

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015 De raad van de gemeente Castricum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober [nummer]; gelet op

Nadere informatie

Schuldhulpverlening gemeente Gouda Nota van Conclusies en Aanbevelingen

Schuldhulpverlening gemeente Gouda Nota van Conclusies en Aanbevelingen Schuldhulpverlening gemeente Gouda Nota van Conclusies en Aanbevelingen Rekenkamer Gouda - CONCEPT EN VERTROUWELIJK - Versie d.d. 12 mei 2012 Inhoudsopgave 1. Onderzoekskader schuldhulpverlening in Gouda

Nadere informatie

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Artemis Coaching

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Artemis Coaching Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Artemis Coaching Juni 2008 1 Bedrijfsnaam: Artemis Coaching Inleiding Voor u ligt het rapport van het tevredenheidsonderzoek van Blik

Nadere informatie

2. Het beleid ten aanzien van ontheffing van de arbeidsverplichting wijzigen en aan

2. Het beleid ten aanzien van ontheffing van de arbeidsverplichting wijzigen en aan Aan de gemeenteraad 26 juni 2007 Onderwerp: Ontheffingen arbeidsverplichting WWB 1. Voorstel 1. Het beleid ten aanzien van ontheffing van de arbeidsverplichting wijzigen en aan alleenstaande ouders met

Nadere informatie

Beleidsregels Tegenprestatie in de Participatiewet ingaande 1 januari 2015 concept

Beleidsregels Tegenprestatie in de Participatiewet ingaande 1 januari 2015 concept Beleidsregels Tegenprestatie in de Participatiewet ingaande 1 januari 2015 concept Sinds 1 januari 2012 beschikken gemeenten op basis van art.9, lid 1 sub c van de WWB over de mogelijkheid om een Tegenprestatie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

Beleidsregels activeringspremies gemeente Best. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Artikel 1 Begripsbepalingen

Beleidsregels activeringspremies gemeente Best. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Artikel 1 Begripsbepalingen Beleidsregels activeringspremies gemeente Best Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in

Nadere informatie

Analyse Wajong en werk

Analyse Wajong en werk Opdrachtgever RWI Analyse Wajong en werk Conclusie Onderzoek Analyse Wajong en werk Einddatum 1 april 2008 Categorie Kenmerken van klanten In opdracht van de RWI heeft het onderzoeksbureau SEO voor Economisch

Nadere informatie

Nulmeting 60%-doelstelling Uitstroom naar ar werk (voorlopige cijfers)06

Nulmeting 60%-doelstelling Uitstroom naar ar werk (voorlopige cijfers)06 07 Nulmeting 60%-doelstelling Uitstroom naar ar werk (voorlopige cijfers)06 Maaike Hersevoort, Daniëlle ter Haar en Luuk Schreven Centrum voor Beleidsstatistiek (paper 08010) Den Haag/Heerlen Verklaring

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg BESLUIT

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg BESLUIT Uitvoeringsbesluit re-integratie/werkleeraanbod voor de nadere invulling van de artikelen 12, derde lid, 17, tweede lid, 18, derde lid, 20, tweede lid en 24 derde lid van de Verordening werk en bijstand,

Nadere informatie

Het traceren en ontwikkelen van potentieel leidinggevenden rechtbank Amsterdam 2013.

Het traceren en ontwikkelen van potentieel leidinggevenden rechtbank Amsterdam 2013. Het traceren en ontwikkelen van potentieel leidinggevenden rechtbank Amsterdam. 1. Doel Door het formeren van een managementpool wil de rechtbank: - medewerkers binnen de rechtbank, die zich onderscheiden

Nadere informatie

CPB Achtergronddocument. Follow-up evaluatie wijkscholen Rotterdam. Roel van Elk, Marc van der Steeg, Dinand Webbink

CPB Achtergronddocument. Follow-up evaluatie wijkscholen Rotterdam. Roel van Elk, Marc van der Steeg, Dinand Webbink CPB Achtergronddocument Follow-up evaluatie wijkscholen Rotterdam Roel van Elk, Marc van der Steeg, Dinand Webbink 1. Introductie Dit document dient ter achtergrond bij het CPB Discussion Paper The effect

Nadere informatie

Sturen op effectiviteit re-integratie Opzet:

Sturen op effectiviteit re-integratie Opzet: Sturen op effectiviteit re-integratie Opzet: 1) Context 2) Drie niveaus van sturing: - bestuurlijk niveau - managementteam niveau - operationeel niveau 3) Vragen en verdiepen Context: maatschappelijke

Nadere informatie

samen werken aan werk

samen werken aan werk samen werken aan werk Wat is baanbrekend? Baanbrekend Nieuwe Waterweg Noord (NWN) is een bijzondere samenwerking tussen Randstad Nederland en de gemeenten Maassluis, Schiedam en Vlaardingen. Ons doel

Nadere informatie

Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag

Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag Agendanr. : Doc.nr : B2003 14372 Afdeling: : Sociale Zaken en Werkgelegenheid B&W-VOORSTEL Onderwerp : Langdurigheidstoeslag 2003 Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag Algemeen:

Nadere informatie

Nieuwe kans op extra instroom

Nieuwe kans op extra instroom Nieuwe kans op extra instroom Focus op de arbeidsmarkt Naast het erkennen van leerbedrijven is Calibris verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van kwalificaties in de sectoren zorg, welzijn en

Nadere informatie

Wajongers aan het werk met loondispensatie

Wajongers aan het werk met loondispensatie Wajongers aan het werk met loondispensatie UWV, Directie Strategie, Beleid en Kenniscentrum Dit memo gaat in op de inzet van loondispensatie bij Wajongers en op werkbehoud en loonontwikkeling. De belangrijkste

Nadere informatie

Beleidsplan Participatiewet. Berkelland 2 0 1 5-2 0 1 8

Beleidsplan Participatiewet. Berkelland 2 0 1 5-2 0 1 8 Beleidsplan Participatiewet Berkelland 1 2 0 1 5-2 0 1 8 Meer doen met minder geld 2 Dienstverlening van binnen naar buiten 1. Eigen kracht (sociaal netwerk) 2. Algemene voorzieningen 3. Maatwerkvoorzieningen

Nadere informatie

(als reorganisatie de aanleiding is) 15 november 2014. Karin Boelens

(als reorganisatie de aanleiding is) 15 november 2014. Karin Boelens Werk naar werk (als reorganisatie de aanleiding is) 15 november 2014 Karin Boelens Inhoud 1 Inleiding... 2 2 Mobiliteit: Werk naar werk... 3 2.1 Voorlichting... 3 2.2 Intakegesprek... 4 2.2.1 Portal Werkinzicht...

Nadere informatie

Ons kenmerk MO10/140011800. Datum uw brief 21 oktober 2014

Ons kenmerk MO10/140011800. Datum uw brief 21 oktober 2014 Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Schriftelijke raadsvragen SP-fractie over Workfast Programma / Programmanummer Werk & Inkomen / 1061 Portefeuillehouder T. Tankir Samenvatting De fractie van de SP van

Nadere informatie

Wij analyseren de situatie en vervolgens werken we met een eenvoudig categoriemodel:

Wij analyseren de situatie en vervolgens werken we met een eenvoudig categoriemodel: Re-integratiebegeleiding (2 e en 3 e spoor) Doel 1. Duidelijkheid! Wij analyseren de situatie en vervolgens werken we met een eenvoudig categoriemodel: 2. Werk! * Ruime arbeidsmogelijkheden * Beperkte

Nadere informatie

Gemiddelde van grootteklasse 1734 Overbetuwe. aantal uitkeringen einde kwartaal 3 4 1 2 laatste kwartaal afgerond op tientallen abs. perc. abs. perc.

Gemiddelde van grootteklasse 1734 Overbetuwe. aantal uitkeringen einde kwartaal 3 4 1 2 laatste kwartaal afgerond op tientallen abs. perc. abs. perc. : Sociale Zekerheid-Op-Maat Gemeente Gemiddelde van grootteklasse 1734 Overbetuwe 20.000 tot 50.000 inwoners 2014 2014 2015 2015 ontwikkeling 2014 2014 2015 2015 ontwikkeling aantal uitkeringen einde kwartaal

Nadere informatie

RE-INTEGRATIEVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ 2012

RE-INTEGRATIEVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ 2012 RE-INTEGRATIEVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ 2012 Verordening, vastgesteld bij Raadsbesluit van 29 maart 2012, nummer R2012.0012 A, gepubliceerd 18 april 2012, in werking getreden met ingang van 19 april

Nadere informatie

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 Wetstechnische informatie 1. Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Officiële naam regeling Verordening tegenprestatie participatiewet

Nadere informatie

Wijzigingen in de Bijzondere Bijstand en LDT per 1-1-2015

Wijzigingen in de Bijzondere Bijstand en LDT per 1-1-2015 Wijzigingen in de Bijzondere Bijstand en LDT per 1-1-2015 Met ingang van 1 januari 2015 wordt een aantal wijzigingen in de WWB doorgevoerd, op grond van de Wet maatregelen Wet werk en bijstand en de Wet

Nadere informatie

Gemeente Breda. Afdeling Economie, Cultuur en Onderwijs. Evaluatie Baan Bonus

Gemeente Breda. Afdeling Economie, Cultuur en Onderwijs. Evaluatie Baan Bonus Gemeente Breda Afdeling Economie, Cultuur en Onderwijs Evaluatie Baan Bonus Datum: februari 2013 Uitgave: Gemeente Breda Directie Ontwikkeling Afdeling Economie, Cultuur en Onderwijs Michiel Luigjes Beleidsadviseur

Nadere informatie

Nadere regels Individuele inkomenstoeslag 2015

Nadere regels Individuele inkomenstoeslag 2015 Nadere regels Individuele inkomenstoeslag 2015 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel; overwegende dat het wenselijk is het beleid omtrent de individuele inkomenstoeslag

Nadere informatie

Inventarisatie medewerkers met een arbeidsbeperking in openbare bibliotheken

Inventarisatie medewerkers met een arbeidsbeperking in openbare bibliotheken Inventarisatie medewerkers met een arbeidsbeperking in openbare bibliotheken Januari 2015 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 5 1.1 Opzet... 5 1.2 Leeswijzer... 6 2. Inventarisatie medewerkers arbeidsbeperking...

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2005 658 Besluit van 12 december 2005 tot wijziging van het Besluit SUWI betreffende het gegevensverkeer met verzekeraars en overheidswerkgevers Wij

Nadere informatie

onderzoeksopzet beheersing bijstandsvolume

onderzoeksopzet beheersing bijstandsvolume onderzoeksopzet beheersing bijstandsvolume 2 beheersing bijstandsvolume 1 inleiding aanleiding Op 4 september 2014 heeft de Rekenkamer Capelle aan den IJssel een zogenaamde stemkastsessie georganiseerd

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Commissie WPA Gemeentelijke ombudsman, UP en RS Datum 14 februari 2012 Betreft zorg over DWI, Update / actuele stand van zaken februari 2012

Commissie WPA Gemeentelijke ombudsman, UP en RS Datum 14 februari 2012 Betreft zorg over DWI, Update / actuele stand van zaken februari 2012 Memo Aan Commissie WPA Van Gemeentelijke ombudsman, UP en RS Betreft zorg over DWI, Update / actuele stand van zaken februari 2012 Algemeen 1.) In de periode jan-okt 2011 ontving de ombudsman (Go) 205

Nadere informatie

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Heerhugowaard Officiële naam regeling verordening tegenprestatie gemeente Heerhugowaard 2015 Citeertitel Verordening Tegenprestatie

Nadere informatie

Stuknummer: blo8.00054. Managementinformatie. Afdeling Werk, Inkomen en Zorg (WIZ) Derde kwartaal 2007

Stuknummer: blo8.00054. Managementinformatie. Afdeling Werk, Inkomen en Zorg (WIZ) Derde kwartaal 2007 Stuknummer: blo. Managementinformatie Afdeling Werk, Inkomen en Zorg (WIZ) Derde kwartaal Tabel 1. Aantal uitkeringen op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB) WWB-uitkeringen Aantal uitkeringen Instroom

Nadere informatie

De raad van de gemeente Schiermonnikoog,

De raad van de gemeente Schiermonnikoog, De raad van de gemeente Schiermonnikoog, Gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet, artikel 35, eerste lid, onderdeel e van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk

Nadere informatie

RE-INTEGRATIEBELEID GEMEENTE DALFSEN

RE-INTEGRATIEBELEID GEMEENTE DALFSEN RE-INTEGRATIEBELEID GEMEENTE DALFSEN Beleidsgegevens Vastgesteld door: de Raad Vastgesteld in: Gemeentelijk re-integratie beleid Vastgesteld op: Inwerking getreden op:1 januari 2006 Het volgende besluit

Nadere informatie

Ingekomen stuk D5. Datum uw brief N.v.t.

Ingekomen stuk D5. Datum uw brief N.v.t. Directie Inwoners Beleid & Realisatie Beleidsontwikkeling Ingekomen stuk D5 Aan de gemeenteraad van Nijmegen Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen Telefoon (024) 329 90 00 Telefax (024) 329 29 81 E-mail

Nadere informatie

Bedrijfspresentatie. Euroforce B.V.

Bedrijfspresentatie. Euroforce B.V. Bedrijfspresentatie Algemeen is opgericht in 2001 en is begonnen als uitzendorganisatie, inmiddels heeft Euroforce zich ontwikkeld tot een breder dienstverlenende organisatie en hebben we veel ervaring

Nadere informatie

VOORSTEL INHOUD. Portefeuille: P. van Bergen. No. B15.000681. Dronten, 28 april 2015. maatregelen ter voorkoming voorlopig tekort BUIG

VOORSTEL INHOUD. Portefeuille: P. van Bergen. No. B15.000681. Dronten, 28 april 2015. maatregelen ter voorkoming voorlopig tekort BUIG Portefeuille: P. van Bergen No. B15.000681 Dronten, 28 april 2015 maatregelen ter voorkoming voorlopig tekort BUIG Aan de gemeenteraad VOORSTEL Wij stellen u voor: 1. Kennis te nemen van de consequenties

Nadere informatie

Vragen Re-integratie beleid

Vragen Re-integratie beleid Vragen Re-integratie beleid Algemeen uitgangspunt (gegevens SCP). Sinds 2003 is de WWB van kracht, met als uitgangspunt werk boven inkomen. Gemeente kunnen instrumenten inzetten als scholing, loonkostensubsidie,

Nadere informatie