Overeenkomst inzake RISK & BENEFIT, EXPLOITATIESUBSIDIE, ACTIVA-INVESTERINGEN en enige daarmee samenhangende onderwerpen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Overeenkomst inzake RISK & BENEFIT, EXPLOITATIESUBSIDIE, ACTIVA-INVESTERINGEN en enige daarmee samenhangende onderwerpen"

Transcriptie

1 1 Overeenkomst inzake RISK & BENEFIT, EXPLOITATIESUBSIDIE, ACTIVA-INVESTERINGEN en enige daarmee samenhangende onderwerpen SRA en GVB hebben tijdens de Herijking 2015 (het zgn conclusiedocument 2.0) samen geconstateerd dat de afspraken gemaakt in 2013, in het kader van de inbesteding van de concessie Amsterdam aanpassing behoeven. Reden daarvoor betreft de groei van het aantal reizigers in het OV in Amsterdam. Deze groei is hoger dan de aangenomen groei in de concessie-afspraken. De concessie-afspraken die gericht zijn op groei van reizigers en opbrengsten en het zo efficiënt mogelijk omgaan met subsidie werpen dus hun vruchten af. Deze groei betekent echter ook dat kosten gemaakt worden om de reiziger zo comfortabel mogelijk te vervoeren en dat extra investeringen nodig zijn in o.a. rollend materieel. In de hier voorliggende overeenkomst worden deze nadere afspraken op het gebied van reizigersopbrengsten, risk&benefit sharing, het aanpassen van de exploitatiesubsidie, de financiering van extra investeringen in rollend materieel en daarmee samenhangende onderwerpen vastgelegd. Deze afspraken zijn onder voorbehoud van goedkeuring door het dagelijks bestuur van de Stadsregio en de Raad van Commissarissen van GVB en specifiek voor punt 20 onder voorwaarde van goedkeuring door de Regioraad; OVERWEGINGEN Bij het maken van hun afspraken hebben partijen overwogen dat: a. Er over een aantal onderwerpen discussie is tussen beide partijen, die deels principieel van aard zijn en die (aanzienlijke) financiële consequenties kunnen hebben: toepassing van de risk & benefit-systematiek verwerken gevolgen sterke groei aantal reizigers het aanpassen van de exploitatiesubsidie financiering en bekostiging van de extra investeringen in rollend materieel ( de 92,9 miljoen ) verwerken herfinanciering activa-lening in de exploitatiesubsidie-reeks restpunt beschikking overige activa dividendbeleid implementatiekosten Noord/Zuidlijn invoeringskosten Wet Lokaalspoor financiële gevolgen van de vertraagde instroom M5/M6 financiering van de reserveonderdelen M5/M6 financiële afhandeling parallelliteit Amsterdam-west financiële afhandeling van de investering in het spoor in Diemen naar de kuilwielendraaibank financiële afhandeling van de boekwaarde metrowasstraat emplacement Amstel business case Noord/Zuidlijn reizigersgroei, risk & benefit, kosten groei van het aantal reizigers, verminderen van de exploitatiesubsidie b. Het aantal reizigers, en daarmee samenhangend de reizigersopbrengsten, hoger is geweest dan verwacht ten tijde van de concessieverlening; c. GVB deze groei heeft weten te realiseren zonder extra kapitaalkosten en zonder de productie te verhogen maar door efficiënter te werken;

2 2 d. De groei van de reizigersopbrengsten niet evenredig over de jaren verdeeld is, namelijk: ,7 mln / ,7 mln / ,3 mln (ten opzichte van de oorspronkelijke concessiereeks); e. Hierdoor aanleiding is ontstaan om uitvoering te geven aan de eerdere afspraken over risk&benefit-sharing; f. Hierdoor tevens aanleiding ontstaat om aanvullende afspraken te maken over de spilkoers van de risk & benefit-sharing en het verlagen van de exploitatiesubsidie; g. Tegelijkertijd heeft GVB aangegeven dat de groei van het aantal reizigers ook tot extra kosten heeft geleid, waar geen extra subsidie voor is voorzien; h. GVB aan de Stadsregio heeft verzocht om bij een eventuele nieuwe invulling van de afspraken over de spilkoers voor de risk & benefit-sharing en het aanpassen van de exploitatiesubsidie rekening te houden met deze extra kosten; i. In reactie hierop door de Stadsregio is aangegeven dat wat Stadsregio betreft (a) het sturen op kosten een verantwoordelijkheid is van de directie van GVB (b) er in de overeengekomen subsidiereeks reeds rekening gehouden is met additionele kosten in lijn met de in de concessieovereenkomst veronderstelde groei van het aantal reizigers, (c) eventuele meerkosten moeten worden gedekt door steeds efficiënter te werken; en (d) daarnaast in het kader van de risk & benefit-sharing- GVB een groot deel van de extra reizigersinkomsten (namelijk 15 mln) zelf kan behouden; j. Dat er onduidelijkheid was of de compensatie die GVB van Stadsregio of andere partijen ontvangt voor derving van reizigersopbrengsten zijn meegerekend in de reizigersopbrengsten rollend materieel en activa k. In het meerjarenplan Activa BV is door GVB aangegeven dat er een aanvullende investering van circa 92,9 mln zou moeten worden gedaan in het rollend materieel; l. In 2015 heeft GVB aan de Stadsregio verzocht om 3,6 mln extra beschikbaar te stellen ten behoeve van een extra investering in 9 gelede bussen; m. GVB aan Stadsregio heeft verzocht een aanzienlijke bijdrage te leveren aan deze extra investeringen in rollend materieel. GVB heeft zelf een voorziening getroffen van 11,8 mln voor de instandhouding van de combinotrams (deze investering maakt deel uit van de 92,9 mln) en geeft 7,3 mln. terug aan de Stadsregio van de subsidie 2015; n. Door een andere manier van financieren de kapitaallasten op de reeds gedane investeringen in rollend materieel komen te vervallen (de Stadsregio heeft aan GVB een investeringssubsidie verstrekt in het kader van de zgn. directe financiering ) o. Dat de Stadsregio bereid is te onderzoeken of de besparing op de rentelasten die hierdoor wordt bereikt, kan worden ingezet ten behoeve van het openbaar vervoer in het concessiegebied Amsterdam; financiering van de extra investering van rollend materieel wordt hierbij nadrukkelijk niet uitgesloten; p. Dat deze besparing op de rentelasten echter onvoldoende is om de extra investeringen in rollend materieel te financieren en dat ook andere financieringsbronnen noodzakelijk zijn; q. Stadsregio hierbij ook nadrukkelijk naar GVB kijkt om, naast de reservering van 11,8 mln, additionele middelen beschikbaar te stellen; r. Dat GVB ten behoeve van tijdelijke verkeersmaatregelen, evenementen (beurzen) en opleidingen meer tram materieel nodig heeft voor de exploitatie dan noodzakelijk is op basis van de afspraken over beschikbaarheid trammaterieel uit de concessie overeenkomst; dividendbeleid s. In het kader van de in house-constructie door het dagelijks bestuur van de Stadsregio is aangegeven dat de dividend-uitkering aan de gemeente Amsterdam (a) heroverwogen zou moeten worden en (b) beschikbaar zou moeten blijven ten

3 3 behoeve van het openbaar vervoer in het concessiegebied Amsterdam; financiering van de extra investering van rollend materieel wordt hierbij nadrukkelijk niet uitgesloten; overige onderwerpen t. De overige genoemde onderwerpen betrekking hebben op grotere en kleinere claims over en weer, waarover reeds langere tijd wordt gesproken zonder dat hier overeenstemming over is bereikt. Stadsregio en GVB wensen te onderzoeken in hoeverre deze claims tegen elkaar kunnen worden afgeruild, zodat de discussie over deze onderwerpen kan worden afgesloten. Het betreft hier de onderwerpen: implementatiekosten Noord/Zuidlijn invoeringskosten Wet Lokaalspoor financiële gevolgen van de vertraagde instroom M5/M6 financiering van de reserveonderdelen M5/M6 financiële afhandeling parallelliteit Amsterdam-west financiële afhandeling van de investering in het spoor in Diemen naar de kuilwielendraaibank financiële afhandeling van de boekwaarde metrowasstraat emplacement Amstel gewenst eindresultaat u. Partijen de wens hebben om overeenstemming te bereiken over: A. nieuwe financiële reeksen ten aanzien van de reizigersopbrengsten en de exploitatiesubsidie en aanpassing van het productieniveau B. afruil van de claims over en weer AFSPRAKEN risk & benefit, aanpassen exploitatiesubsidie, aanpassen van het productieniveau 1. Partijen stellen vast dat de opbrengsten als gevolg van de missing check in/check outs in zijn geheel worden meegerekend als reizigersopbrengsten; 2. Partijen stellen vast dat de compensatie die GVB van Stadsregio of andere partijen ontvangt voor derving van reizigersopbrengsten met ingang van 1 januari 2016 in zijn geheel wordt meegerekend in de reizigersopbrengsten; 3. Partijen spreken af dat de inkomsten uit de SOV worden geïndexeerd met de SOV index en meegenomen wordt in de zogenaamde spilkoers van de reizigersopbrengsten. 4. Partijen spreken af dat de reizigersopbrengsten (met terugwerkende kracht) vanaf 1 januari 2013 met inachtneming van bovenstaande afspraken worden bepaald; 5. Partijen stellen vast dat de hogere reizigersopbrengsten door toepassing van de risk & benefit-afspraak resulteert in een eenmalig lagere vaststelling van de exploitatiesubsidie (2015) en een structureel lagere exploitatiesubsidie vanaf 2016; 6. De eenmalige lagere vaststelling van de exploitatiesubsidie (2015) bedraagt 3,5 mln. (formeel 18,65 mln. - 15,19 mln = 3,46 mln.); 7. De structureel hogere vaststelling van de target voor reizigersinkomsten (dit is tevens de spilkoers voor de risk & benefit-systematiek, 2016 en volgende jaren) bedraagt 13,1 mln per jaar;. 8. De structurele lagere vaststelling van de exploitatiesubsidie (2016 en daaropvolgende jaren) bedraagt 13,1 mln; 9. Voor 2016 is de opbrengstentarget daarmee vastgesteld op 270,1 mln (pp 2016). Voor 2017 en volgende jaren wordt de spilkoers steeds verhoogd met het percentage van de oorspronkelijke concessieovereenkomst;. 10. GVB krijgt in het jaar 2016 een extra exploitatiesubsidie van maximaal 4,0 mln als tegemoetkoming in de extra kosten die GVB maakt vanwege de hogere reizigersaantallen. In het jaar 2017 ontvangt GVB maximaal 2,5 mln extra

4 4 exploitatiesubsidie en in het jaar 2018 ontvangt GVB maximaal 3,0 mln extra exploitatiesubsidie om deze reden. Met ingang van het jaar 2019 krijgt GVB geen extra exploitatiesubsidie meer om deze reden. 11. GVB krijgt in de jaren 2016, 2017 en 2018 ieder jaar maximaal 1,0 mln extra exploitatiesubsidie in verband met de kosten die GVB maakt vanwege de Wet Lokaalspoor. Partijen onderzoeken in 2018 de hoogte van de kosten van de uitvoering van de Wet Lokaalspoor en een eventueel vervolg van deze subsidie tot maximaal 1,0 mln. per jaar; 12. GVB optimaliseert de dienstregeling waardoor op totaalniveau niet meer productie geleverd hoeft te worden dan in de oorspronkelijke concessieovereenkomst is vastgelegd (zoals beschreven in de bijlage bij het Conclusiedocument). Dit komt ten goede aan de efficiency van het openbaar vervoer. Hierbij is het noodzakelijk dat GVB de materieelbeschikbaarheid tram verbetert. Stadsregio verstrekt hiertoe in de jaren 2016, 2017 en 2018 een extra exploitatiesubsidie van in totaal maximaal 4,0 mln, waarbij de volgende voorwaarden gelden: a) De eis die geldt voor de dagelijkse beschikbaarheid van rollend materieel tram wordt voor Q vastgesteld op 177 trams (in plaats van 176); b) De eis die geldt voor de dagelijkse beschikbaarheid van rollend materieel tram wordt voor 2017 vastgesteld op 178 trams; c) De eis die geldt voor de dagelijkse beschikbaarheid van rollend materieel tram wordt voor 2018 vastgesteld op 180 trams; d) Dagelijkse beschikbaarheid is gedefinieerd als het aantal voertuigen dat beschikbaar is voor de dienstregeling en wordt elke dag gemeten om uur. e) De Stadsregio stelt elk jaar een vergoeding beschikbaar aan GVB voor haar inspanningen en betaalt GVB daarom in Q ,0 mln, in ,0 mln en in 2018 ook 1,0 mln; f) GVB betaalt een malus van per dag voor iedere dag in Q4 2016, in 2017 of in 2018 dat de afgesproken doelstellingen dagelijkse beschikbaarheid tram zoals genoemd onder a), b) of c) niet gerealiseerd wordt; g) GVB past het interieur van het M4 CAF materieel aan door de interne kleurstelling in R-net stijl te brengen en de stoelzittingen te vervangen door een M6 equivalent, zoals in de huidige interieurbeurt S3M4 voorzien. De Stadsregio stelt hiervoor in mln. beschikbaar; h) GVB rapporteert vanaf 1 januari 2017 over de dagelijkse, wekelijkse, maandelijkse, drie maandelijkse en jaarlijkse beschikbaarheid van al het rollend materieel, uitgesplitst naar materieel type. De rapportage geschiedt zowel door middel van data als door middel van duidelijke info graphics. i) GVB maakt elke week de gemiddelde gerealiseerde beschikbaarheid over die week openbaar op haar website, per materieelsoort (tram, metro en sneltram) en presenteert dit ten opzichte van de behoefte aan materieel nodig voor het rijden van de dienstregeling. Met ingang van het jaar 2019 krijgt GVB geen extra subsidie meer om deze reden. 13. De totale exploitatiesubsidie-vermindering bedraagt hierdoor in 2016: 7,1 mln, in 2017: 7,6 mln en in 2018: 8,1 mln ten opzichte van de in het conclusiedocument vastgelegde reeks. 14. De overeengekomen risk & benefit-systematiek met een bandbreedte van (cumulatief) plus of min 15 mln (wordt geïndexeerd; zie punt 6) ten opzichte van de spilkoers over drie jaar, blijft ongewijzigd in stand. rollend materieel en activa 15. GVB levert een bijdrage van 7,3 mln. uit het resultaat van 2015 onder andere voor activa investeringen. Dit zal geschieden door een lagere vaststelling van de Stadsregio van de exploitatiesubsidie Stadsregio verstrekt op aanvraag van GVB een subsidie van max 3,6 mln uit de eigen bijdrage van GVB ten behoeve van de aanschaf van 9 bussen. Deze bussen zijn bedoeld

5 5 om in de komende jaren de reizigersgroei bij het busvervoer op te vangen. SRA vestigt een pandrecht op deze bussen. 17. Stadsregio zal de resterende ,- van de investeringssubsidie van 237 mln in het vierde kwartaal van 2016 aan GVB beschikbaar stellen. 18. De exploitatiesubsidie aan GVB zal met ingang van 1 januari 2016 geen vergoeding meer kennen voor kapitaallasten (rente en aflossing) voor rollend materieel of andere activa; de exploitatiesubsidie-reeks zal overeenkomstig worden aangepast 19. GVB en Stadsregio zullen zich gezamenlijk inspannen om het dividendbeleid van de gemeente Amsterdam aan te passen, zodanig dat eventuele (super-)dividenduitkeringen beschikbaar blijven voor het openbaar vervoer in het concessiegebied Amsterdam. 20. Partijen starten een gezamenlijk onderzoek naar de omvang en financiering van de investeringen in rollend materieel en een eigen bijdrage van GVB aan de bekostiging van deze investeringen, conform het besluit van het dagelijks bestuur van 3 november Het dagelijks bestuur wil binnen drie maanden geïnformeerd worden over de uitkomsten van het onderzoek. 21. Stadsregio is bereid het rentevoordeel dat is ontstaan door de directe financiering /investeringssubsidie voor een bedrag van maximaal 35 mln in te zetten voor de financiering van de extra investeringen in rollend materieel ( de 92,9 mln ). SRA kan nadere voorwaarden stellen aan deze subsidiebijdrage. 22. Stadsregio verkrijgt of behoudt het pandrecht op alle rollend materieel en overige activa die (mede) door de Stadregio zijn gefinancierd. overige onderwerpen 23. Stadsregio vermindert de exploitatiesubsidie met ingang van 2016 in verband met de opbrengsten van het aangepaste buslijnennet in West ( parallelliteiten West ) met (in 2016 en 2017) 0,35 mln per jaar en met ingang van 2018 structureel met 0,7 mln per jaar 24. Stadsregio vermindert de exploitatiesubsidie met ingang van 2016 in verband met de opbrengsten van het efficiëntere gebruik van de kuilwielendraaibank met structureel met 0,15 mln per jaar 25. Over de bijdrage die Stadsregio kan leveren aan de implementatiekosten van de NoordZuidlijn zullen nadere afspraken worden gemaakt; Stadsregio heeft hiervoor niet meer dan 10,2 mln gereserveerd. 26. Over de kosten en opbrengsten van het nieuwe lijnennet en de Noord/Zuidlijn, de businesscase NoordZuidlijn en de eventuele subsidiegevolgen van het nieuwe lijnennet en de Noord/Zuidlijn zullen nadere afspraken worden gemaakt. Stadsregio en GVB zullen gezamenlijk analyses uit voeren om de (financiële) effecten in beeld te brengen. Deze gezamenlijke analyses kunnen aanleiding zijn om de hoogte van de subsidie aan te passen. 27. Voor de overige in deze overeenkomst benoemde onderwerpen stelt Stadsregio geen aanvullende exploitatie- of andere subsidie aan GVB beschikbaar 28. Stadsregio zal geen vergoeding aan GVB vragen voor de reeds gefinancierde reserveonderdelen van de M5/M De afspraak over de marges van vergoeding van de productiereeks worden met ingang van 2016 aangepast van 97% - 103% naar 98% - 103%. Dit alles leidt tot de volgende aangepaste subsidiereeks: tabel 1: maximale Exploitatie Subsidie Jaar Exploitatiesubsidie 39,4 39,3 35,3 23,3 22,3 19,5 16,9 14,3 11,1 prijspeil 2016, bedragen in mln. Bedragen zijn inclusief schoonmaak en exclusief, Sociale veiligheid

6 6 Aldus afgesproken, 5 december 2016 te Amsterdam, namens namens namens Stadsregio Amsterdam GVB GVB N. van Paridon drs. A. C. van Huffelen T.A.M. Middelkoop Hoofd Openbaar Vervoer Algemeen Directeur Financieel Directeur

7 7 Bijlage 1 Financieel overzicht herijking Beragen in mln nrs komen overeen met het afsprakendocument indexatie 2,400% 0,430% 1,675% Basis meerjarige reeks prijspeil ,00 85,00 80,00 76,00 72,00 66,50 58,00 55,00 48,00 43,00 40,00 36,00 Vervallen kapitaallasten vanaf 2016 (pp 2013) -29,94-28,85-26,29-24,02-21,74-17,41-14,82-14,36-13,40 Basis meerjarige reeks prijspeil ,16 74,05 68,39 59,65 56,56 49,36 44,22 41,14 37,02 Vervallen kapitaallasten vanaf ,94-28,85-26,29-24,40-22,36-17,91-15,24-14,77-13,78 Subsidie exclusief kapitaallasten pp ,22 45,20 42,09 35,25 34,21 31,46 28,98 26,37 23,24 Subsidie exclusief kapitaallasten pp ,02 45,95 42,80 35,84 34,78 31,98 29,46 26,81 23,63 Schoonmaak j 1,37 1,40 1,41 1,43 1,43 1,43 1,43 1,43 1,43 1,43 1,43 1,43 Extrapolatie prijspeil ,37 1,40 1,41 50,46 47,39 44,23 37,27 36,21 33,42 30,90 28,24 25,06 Effecten risk benefit, verminderen expl.subs. Aanp. productieniveau 6. Risk benefit eenmalig (realisatie ) n -3,46 7. Risk benefit structureel j -13,10-13,10-13,10-13,10-13,10-13,10-13,10-13,10-13,10 9. subsidie hogere reizigersaantallen n 4,00 2,50 3, Extra kosten Wet Lokaalspoor n 1,00 1,00 1, Materieel beschikbaarheid o.b.v. resultaatverplichting n 1,00 2,00 1,00 Overige onderwerpen 23. Paralleliteit Nieuw West j -0,35-0,35-0,70-0,70-0,70-0,70-0,70-0,70-0, Efficientere gebruik Kuilwielendraaibank j -0,15-0,15-0,15-0,15-0,15-0,15-0,15-0,15-0,15 Nieuwe meerjarige reeks 88,37 1,40 1,41 39,39 39,29 35,28 23,32 22,26 19,47 16,95 14,29 11,11 Sociale veiligheid j 17,80 18,23 18,31 18,61 18,61 18,61 18,61 18,61 18,61 18,61 18,61 18,61 Effecten rollend materieel en vaste activa 15. Bijdrage GVB investeringen middels lagere vaststelling 2015 n -7, Aanschaf 9 bussen 2016 n 3, Investeringsubsidie conform afstemming GVB n 73, Zie startregel "vervallen kapitaallasten vanaf 2016" Nieuwe subsidie bedragen 127,92 57,90 53,89 41,94 40,87 38,08 35,56 32,90 29,73