Ontwerp Vlaams verkiezingsprogramma. Economie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ontwerp Vlaams verkiezingsprogramma. Economie"

Transcriptie

1 Ontwerp Vlaams verkiezingsprogramma Economie Een strategisch plan duurzame ontwikkeling 1. Het Vlaamse beleid dient integraal afgestemd te worden op het internationale project duurzame ontwikkeling. Toename van welvaart en welzijn mag een doelstelling blijven, maar belangrijker is de rechtvaardige verdeling. Die economische groei mag ook geen hypotheek leggen op de toekomst van mens en milieu. Een groeiende economie die de behoeften van de huidige generaties bevredigt ten koste van de kinderen en de kleinkinderen is niet duurzaam. Zo n economie wensen wij niet. 2. De Vlaamse regering moet samen met het parlement en de adviesraden een strategisch plan duurzame ontwikkeling opstellen. In alle beleidsdomeinen moet men ook rekening houden met de objectieven van andere beleidsdomeinen. Tegelijk is samenwerking nodig tussen verschillende bestuurlijke niveaus: gemeenten, provincies, gewest, federaal, Europa, 3. Het plan moet gebaseerd zijn op een visie voor de lange termijn. Het milieu is economisch kapitaal en economie kan enkel welzijn voor iedereen als finaliteit hebben. Het plan mag dus geen opsomming zijn van acties op het vlak van milieu, welzijn en andere beleidsthema s, maar moet wel degelijk concentreren op de beleidsprocessen die de spanning tussen milieu, sociaal en economie opheffen. Integrale effectbeoordeling van het beleid 4. In de verschillende beleidsdomeinen moeten niet alleen milieu-effectenrapporten gemaakt worden, maar evenzeer een armoede-effectenrapport. Naast de effecten voor kansarmen, moeten ook de effecten voor vrouwen, mensen met een handicap, en jongeren geëvalueerd worden. Het wordt dus tijd dat de overheid deze terechte vragen naar effecten-reportage samenbrengt in een geïntegreerd evaluatiekader. 5. sp.a wenst dat bedrijven niet alleen rekening houden met de belangen van werkgever en aandeelhouder (shareholder), maar evenzeer met die van werknemer, klant, omwonenden, toeleverancier en andere stakeholders. Dat is het uitgangspunt van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap. Maar de overheid moet dan het goede voorbeeld geven. De politieke besluitvorming moet eveneens rekening houden met alle stakeholders inclusief de toekomstige generaties en de mensen in de Derde Wereld. 6. De overheid moet erover waken dat effectenrapporten geen doel op zich worden, maar dat ze een instrument zijn voor de verbetering van het beleid, dat ze effectief meer kansen creëren voor de diverse stakeholders en dat ze een leerinstrument worden voor beleidsvoerders. Bovendien moet men waken over de efficiëntie van de effectenrapportage. Men moet dan ook evaluatiemethoden ontwikkelen die voldoende snel en doeltreffend zijn Alle kansen voor talent 7. Elke overheid moet talent alle kansen bieden, zodat zich een dynamische, duurzame en democratische economie kan ontwikkelen. Zonder gezonde en groeiende bedrijven zijn er geen jobs, is er geen welvaart. Veel instrumenten liggen weliswaar op internationaal, Europees en federaal vlak. Maar ook de Vlaamse regering heeft een aantal mogelijkheden om een gezond omgevingskader voor de economie te creëren. En om tegelijk de grenzen af te bakenen waarin een bedrijf zich mag ontplooien. Dat zijn de grenzen van wat ons leefmilieu kan verdragen, de grenzen van wat de mensen kan gevraagd worden. We willen immers jobs en véél jobs, maar niet tegen élke prijs. 8. We kiezen voor activiteiten die in dit dichtbevolkte land een plaats kunnen vinden zonder te milieubelastend te zijn. We kiezen voor bedrijven die hun werknemers toelaten arbeid en gezinsleven zo goed mogelijk te combineren en voor ondernemingen die hun maatschappelijke rol op langere termijn willen invullen. Anderzijds willen we ondernemingen die goed aansluiten bij de Vlaamse troeven inzake talent, kennis en ervaring mee helpen ontwikkelen. 9. Dit vergt een aanpak op alle beleidsdomeinen, van onderwijs tot mobiliteit, van ruimtelijke ordening tot cultuur. Een investering gebeurt immers niet enkel op basis van een vergelijking van loonkosten en investeringssteun, maar hangt ook af van de omgeving waarin het bedrijf zich kan vestigen. In steeds meer internationale vergelijkingen voor bedrijfsvestigingen wordt ook nagegaan of het er goed leven is, of er voldoende culturele activiteiten zijn, of er een degelijke kinderopvang is. 1

2 Risicokapitaal 10. We willen acties om méér ondernemingen te laten starten. Er moet een volledig palet van risicokapitaal komen voor alle levensfasen van een onderneming, van pril idee, over het opstellen van een businessplan tot de latere doorgroei. 11. Nieuwe en innovatieve ondernemingsinitiatieven zullen de bron moeten zijn van nieuwe werkgelegenheid en welvaart. Innovatie is ook nodig om het productengamma binnen bestaande ondernemingen grondig te veranderen en te moderniseren. Nieuwe plantjes moeten daarom met de nodige zorg levenskansen krijgen vooraleer te kunnen uitgroeien tot bomen en bossen. Met andere woorden nieuwe talenten moeten voldoende begeleiding en toegang tot financiële middelen verkrijgen, om te kunnen uitmonden in nieuwe innovatieve ondernemingen met groeipotentieel. 12. De Talentenbank moet nieuwe ondernemingen opleveren door aan alle vormen van talent, ruimte, tijd en middelen te geven om zich te ontwikkelen. Veel van de grootste bedrijven zijn ooit zeer klein en bescheiden begonnen. Maar er moeten mensen zijn die geloven in het talent van een ander en mee willen helpen om daar iets van te maken. We zitten echter méér en méér in een situatie waarin geen enkele bank nog dat soort risico s durft te nemen. De Talentenbank moet als een couveuse dienen om een initiatief te laten groeien tot het op eigen benen kan vertrekken. We geven geld, maar zorgen ook voor advies, begeleiding, netwerken om een bedrijf succesvol te laten starten. Het is een financieringsloket waar een kandidaat starter een pakket ondersteuning op maat kan krijgen, maar tegelijk moet de Talentenbank ook zelf op zoek kunnen naar talent en stimuleren tot ondernemerschap. Ook werkzoekenden komen in aanmerking. Falen is geen ramp 13. Wie risico neemt, heeft zeker geen garantie op succes. Mislukkingen horen er bij. Maar we moeten in Vlaanderen af van het bijzonder negatieve imago van iemand die failliet gaat. En van de enorme inkomensonzekerheid die op dat moment ontstaat voor een ondernemer en zijn gezin. Op de Ondernemersconferentie is al afgesproken dat een starter gedurende het eerste jaar een inkomen krijgt om op terug te vallen. 14. Onheilspellende berichten komen op de meest onverwachte momenten. De overheid moet permanent klaarstaan als een bedrijf dan toch over kop gaat of herstructureert. Wij willen een als het ware een MUG in elke provincie als interventieteam voor problemen van herstructurering en faling of collectief ontslag. Dit urgentieteam moet zowel preventief werken als de eerste zorgen toedienen. 15. Ontslagen werknemers hebben recht op de beste begeleiding. Wij willen dan ook vanaf dag 1 begeleiding op maat van ALLE werknemers die ontslagen worden. Alle werknemers die vermoeden dat er een probleem is in hun bedrijf, moeten recht hebben op gratis advies en bijstand vanuit één loket per provincie. Wetenschappelijk onderzoek en innovatie 16. De laatste jaren is een Vlaamse inhaalbeweging ingezet op het vlak van investeringen voor wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling. Via een gezamenlijke inspanning van de private en de publieke sector moeten de uitgaven voor wetenschappelijk onderzoek geleidelijk worden opgetild tot 3% van het bruto binnenlands product. De overheid moet één derde, de privé twee derde van de vereiste inspanning doen. 17. Het wetenschapsbeleid van de overheid moet garanderen dat fundamenteel onderzoek over de ganse breedte van de wetenschapsdomeinen kan gedaan worden. Innovatie met economische finaliteit is gebaat bij de interactie met een bestaande of nog te creëren markt. 18. De academische vrijheid aan de universiteiten moet gevrijwaard blijven. Universiteiten mogen niet te afhankelijk worden van een private contractfinanciering. Academici moeten onafhankelijk onderzoek kunnen verrichten en in staat zijn afstand te houden van weinig vernieuwende economische initiatieven met enkel perspectief op korte termijn. De hogescholen en universiteiten zijn en blijven onderwijs- en onderzoeksinstellingen, geen ondernemingen. 19. Hoogwaardig onderzoek vergt uitstekende onderzoekers. Daarom moet de overheid ervoor zorgen dat er uitstekend universitair onderwijs aangeboden wordt. We moeten durven onder ogen zien dat de concurrentie om studenten en financiering ertoe leidt dat de middelen te versnipperd worden. Studenten in masters-na-masters en doctorandi hebben recht op topkwaliteit, met het breed uitspreiden van de financiering van het toponderzoek dat nodig is voor deze niveau s is niemand 2

3 gebaat. Onderzoekers en academici moeten met goede arbeidsvoorwaarden (zowel materiele als qua kennisinfrastructuur als qua loonvoorwaarden) hier kunnen gehouden of aangetrokken kunnen worden. Wanneer onderzoekers en academici effectief bewijzen dat ze tot een internationaal excellentieniveau behoren en het cruciaal is voor Vlaanderen dat wij hen hier kunnen houden, mag een gedifferentieerde bezoldiging geen taboe meer zijn. 20. Onderzoek en ontwikkeling kunnen een belangrijk economisch potentieel in zich dragen, als de opgeleiden en de resultaten van het onderzoek doorstromen naar het economisch weefsel. Recent werd een toenemende verantwoordelijkheid bij de universiteiten gelegd om hun kennis via patenten en licenties en via spin-offs te gelde de maken. Een recent Europees rapport pleit voor een andere aanpak: niet de universiteit zelf moet krampachtig een economische return willen halen uit haar onderzoek, maar het doel moet zijn om kennis zo interessant en gunstig mogelijk ter beschikking te stellen aan het economisch weefsel. Nieuwe uitvindingen voor nieuwe bedrijven 21. De kenniseconomie zet niet enkel kenniswerkers aan werk maar creëert ook talrijke andere jobs. De overheid moet veelbelovende initiatieven zo sterk mogelijk ondersteunen. De projecten rond Breedband en Digitale Televisie zijn voorbeelden die goed aansluiten bij sterke punten van de bestaande bedrijven en onderzoekscentra, maar die tegelijk perspectieven bieden op nieuwe ondernemingen. 22. Vlaanderen is een van de meest bekabelde landen ter wereld. We hebben dus een sterke uitgangspositie om nieuwe toepassingen uit te denken voor dat breedbandnetwerk dat via de tv-kabel of de telefoonlijn in elke huiskamer komt. Toepassingen in transport en mobiliteit, gezondheidszorg en ouderenzorg en nieuwe interactieve media bieden talrijke mogelijkheden. De Vlaamse regering kan alvast het denkwerk hierover steunen. Hierbij moeten alle aspecten aan bod komen die de ontwikkeling en exploitatie van breedbanddiensten mogelijk maken en dit zowel op technologisch, juridisch als sociaal vlak. Dit verhoogt de kansen op een succesvolle introductie van nieuwe producten en diensten. 23. Alle Vlaamse TV-omroepen ontwikkelen samen met Telenet interactieve televisie (IDTV). Vlaanderen is met zijn dicht kabelnet een ideale regio om in deze sector zowel technologisch als inhoudelijk innovatieve ontwikkelingen te realiseren. Het brengt een revolutie teweeg in de manier waarop mensen TV kijken en waarop programmamakers TV maken. Het opent nieuwe mogelijkheden van informatie opvragen bij de gemeente of over de dienstregeling van De Lijn, chatten en SMS-jes versturen, of via je afstandbediening stemmen voor favorieten of deelnemen aan een quiz. Maar, zoals voor de mobiele telefonie, is de brede verspreiding van dit medium cruciaal voor het welslagen ervan. Op zich zal de bij de mensen zichtbare technologische ingreep beperkt zijn: een set top box bovenop je TV zorgt ervoor dat je de nodige signalen van de kabel op je TV krijgt. Maar zolang je niet ervaart wat je met zo n set top box kan aanvangen, zal je er geen kopen Terwijl nieuwe programma s maken, interactieve diensten aanbieden of interactieve televerkoop pas economisch interessant wordt als je het naar een groot publiek kan richten. Dit dilemma moeten we doorbreken. 24. Privaat-publieke samenwerking is een optie, bijvoorbeeld door de aanbieders (verkopers) van commerciële diensten mee te laten betalen voor de set up box. Zo bieden televisieprogramma s, naast de informatie over de reisbestemming, vaak ook interactieve reisboekings aan. Het reisagentschap zou dan kunnen mee investeren in het aan goedkope prijs verkopen van de set top box. De overheid zou een extra zetje kunnen geven in een bijzondere vorm van expansiesteun door het cofinancieren van dat doosje. Eens het uitrollen van idtv start, zullen talrijke bedrijven zich ontwikkelen en jobs genereren, in het verzinnen, ontwikkelen, aanbieden, en opvolgen van de talrijke nieuwe toepassingen voor idtv. En deze idtv ondersteunende en faciliterende Vlaamse bedrijven kunnen vervolgens hun expertise en diensten ook aanbieden op de Europese- en wereldmarkt. Administratieve snelheid 25. De ontwikkeling van de economie houdt niet alleen verband met winsten en investeringen, maar ook met de omgeving waarin de economie evolueert. Traditioneel luidt het dat de administratieve omkadering in ons land gebrekkig is en dat zij de economische ontwikkeling hindert. 26. De problemen stellen zich op verschillende niveaus. Een eerste is de directe relatie tussen overheid en ondernemingen, die onderling informatie moeten uitwisselen (BTW-aangifte, bijdragen sociale zekerheid, DIMONA, ). De eerste stappen zijn al gezet, inzake sociale zekerheid is een ware revolutie op gang gebracht. Deze projecten moeten verder gaan en moeten worden aangevuld met de Kruispuntbank voor ondernemingen en het uniek identificatienummer voor ondernemingen. 3

4 27. Particulieren hebben reeds langer een eigen identificatienummer bij het rijksregister. Bedrijven niet. Voor de ene administratie hebben ze een ander nummer dan voor de andere. Dit maakt informatieuitwisseling moeilijker, duurder en minder betrouwbaar. De regering vatte de moeilijke klus aan een kruispuntbank voor ondernemingen met een uniek identificatienummer uit te bouwen. Deze hervorming moet de komende jaren volledig worden uitgevoerd, zodat binnen vijf jaar ieder bedrijf zo n uniek nummer gebruikt. 28. Bedrijven worden echter overbevraagd. Vaak moeten zij dezelfde gegevens meermaals geven. De overheid mag dezelfde informatie niet nog eens opvragen. The government never rings twice moet het motto zijn. We willen dat motto ook wettelijk verankeren. 29. Vaak zijn vergunningen nodig om met ondernemen te beginnen. De noodzaak noch de inhoud worden betwist, maar ondernemingen die er recht op hebben moeten ze wel snel krijgen. Dat is nu niet het geval. Zo vergt vandaag een bouw- of exploitatievergunning talloze adviezen van instanties voor leefmilieu (AMINAL, OVAM, ), industriële archeologie en Monumenten en Landschappen. Dit vertraagt niet alleen de start en de werking van bedrijven, maar schept soms ook tegenstrijdigheden in de vergunningseisen. 30. Er moet een team van regiomanagers komen, die zelf binnen vooropgestelde termijnen de nodige adviezen inwint en die bonussen krijgt als zij vlugger werken. De regiomanagers worden bevoegd om één eindadvies op te stellen op basis van de diverse ingewonnen adviezen. (Digitaal) kenniscentrum Maatschappelijk verantwoord ondernemen 31. Op het vlak van MVO werd er de laatste 4 jaar in Vlaanderen heel wat kennis ontwikkeld en competentie en praktijkervaring opgebouwd. Het is belangrijk dat Vlaanderen op dit vlak blijft investeren in leer- en innovatieprocessen. In eerste instantie wordt gedacht aan een digitaal kenniscentrum die fungeert als een soort draaischijf die geïnteresseerden toegang geeft tot alle mogelijke informatie. Op deze manier moet de reeds bestaande informatie en kennis rond MVO transparanter en toegankelijker worden. De eerste doelgroep van het kenniscentrum zijn de Vlaamse ondernemers, vooral de groep van de KMO s. Activiteitencoöperatieve 32. De activiteitencoöperatieve is een boeiend initiatief in de sociale economie. Aan werkzoekenden of leefloners of pas afgestudeerde jongeren wordt de mogelijkheid geboden om een zelfstandige activiteit op te starten in dienstverband. Deze starters krijgen een maandelijkse inkomensgarantie, ze worden intensief begeleid door de coöperatieve en wanneer het niet lukt kunnen ze terugvallen op een sociale bescherming. Na een bepaalde testperiode, waarbij de ondernemers in dienstverband hun idee kunnen aftoetsen en waarbij ze de tijd krijgen om hun klantenbestand uit te bouwen, kunnen zij doorstromen hetzij door zich als zelfstandige te vestigen, hetzij als werknemer in een bedrijf, hetzij als mede-ondernemer in de coöperatieve. Ethisch beleggen 33. Fondsen in beheer van de Vlaamse Overheid moeten voor minimaal 25% worden belegd in ethische producten. Dit zijn beleggingsvormen die voldoen aan een aantal sociale en ecologische criteria. 4

5 Werk Werk is cruciaal 34. Voor sp.a is werk een belangrijk thema. Werk geeft recht op een inkomen. Maar werk is ook een belangrijk middel om zich in een maatschappij te ontplooien, om in die maatschappij aanvaard te worden. Werk is bovendien een belangrijke, zo niet essentiële factor om maatschappelijk isolement te vermijden. Het arbeidsmilieu is een venster op de maatschappij, een opening naar collega's, vrienden,... Daarom moet het recht op werk het uitgangspunt blijven. 35. Overigens komt er een vergrijzingsprobleem op ons af. Na de Tweede Wereldoorlog werden op korte tijd heel wat kinderen geboren die binnenkort massaal op pensioen gaan. Er moeten dus meer pensioenen betaald worden, maar ook langer. Het geld komt echter van de werkende bevolking en die zijn met steeds minder. Bovendien zullen de kosten voor gezondheidszorg ook sterk stijgen door de langere levensverwachting en door de technische vooruitgang in de geneeskunde. Kortom: er moeten meer mensen aan het werk, willen we de basis van ons sociaal systeem niet ondergraven. 36. De mensen maken zich zorgen om hun werk. Dit is niet verwonderlijk, gelet op de economische recessie met tientallen bedrijfssluitingen, collectieve ontslagen en faillissementen. Vele gezinnen werden met werkloosheid geconfronteerd. Nu de eerste tekenen van een heropleving zich aankondigen, mogen we niet stilletjes langs de zijlijn blijven zitten maar moeten we een pro-actief arbeidsmarktbeleid voeren. Beter werk voor iedereen om beter te kunnen leven 37. Voor sp.a is werk niet louter een economisch begrip. Onze visie vertrekt vanuit een progressief opgebouwde slogan die de kern van het werkgelegenheidsbeleid moet dekken: beter werk voor iedereen om beter te kunnen leven. Werk is voor socialisten namelijk veel meer dan meer mensen aan het werk. Onze arbeidsmarkt mag niet louter op economische principes gebouwd worden. Wij streven naar ontspannen arbeidsmarkt op mensenmaat. Het gaat ons dus niet alleen om 'meer werken', of 'langer werken' maar om 'anders werken'. Werk voor iedereen 38. Werk voor iedereen betekent dat alle werkzoekenden echt aan de bak komen op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt mag geen groepen uitsluiten. Tegen 2010 moeten we een werkzaamheidsgraad hebben die zo dicht mogelijk de 70% benadert. 39. Vandaag zijn nog steeds bepaalde groepen ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt (ouderen, allochtonen, laaggeschoolde vrouwen, laaggeschoolde jongeren, personen met een handicap, ). Dit is een gevolg van allerlei rechtstreekse en/of onrechtstreekse uitsluitings- of discriminatiemechanismes. Daarom willen wij gelijke kanen op werk. Dit houdt niet alleen in dat ondervertegenwoordigde groepen evenredig kunnen deelnemen aan het arbeidsproces (én dat op alle niveaus) maar ook dat bijkomende werkgelegenheidsvoorzieningen worden getroffen om voor bepaalde groepen aangepast werk te creëren (sociale en beschermde werkplaatsen, sociale economie, ). Beter werk voor iedereen 40. Niet alleen werk maar ook beter werk. Onder het Belgisch Voorzitterschap van de EU werden mede dankzij sp.a de Europese Werkgelegenheidsrichtsnoeren uitgebreid met een luik kwaliteit van de arbeid. Kwaliteit van de arbeid slaat niet alleen op de inhoud en de arbeidsvoorwaarden van het werk, maar ook op de nieuwe dimensies van welzijn op het werk: stress, pesten op het werk, 41. Beter werk houdt evenwel ook in dat de werknemer zich goed voelt omdat hij wordt ingezet op grond van zijn echte competenties; dit veronderstelt voldoende opleidings- en vormingskansen op het werk, competentiemanagement, Centrale thema's voor de komende legislatuur Kleurrijk werken 42. De werkloosheid bij migranten overschrijdt vaak de 30 procent. Wie hier niets aan wil doen, kiest voor een samenleving waarin niet iedereen gelijke kansen krijgt en kiest dus voor een samenleving waarin mensen uitgesloten worden. Het is onaanvaardbaar dat iemand een job niet krijgt alleen omdat hij Mohammed heet. 5

6 43. De samenleving en dus ook het bedrijfsleven zijn multicultureel. In plaats van dit als een probleem te benaderen, moet dit als een kans worden beschouwd: de diversiteit op de werkvloer moet aangemoedigd worden zodat ondernemingen een afspiegeling zijn van de samenleving (én dus ook van hun consumenten!). Het beleid inzake evenwaardige participatie moet dus versterkt worden verder gezet, niet alleen in het belang van de arbeidsmarkt maar ook in het belang van een democratische samenleving. 44. We willen bedrijven aanzetten tot een evenredig participatiebeleid. Concreet willen we dat bedrijven hun personeelsbeleid evalueren en via een actieplan met een concreet groei- en tijdspad bijsturen opdat kansengroepen meer aan de bak zouden komen. Het gaat dus niet om quota! We willen aandringen op een personeelsbeleid waarbij vooroordelen worden vermeden. De Vlaamse overheid moet ondernemingen en sectoren daarbij ten volle ondersteunen. 45. We willen ons verregaand engageren en concrete kwantitatieve doelstellingen naar voren schuiven. Momenteel is minder dan 40% van de bevolking van niet-eu nationaliteit tussen 25 en 64 jaar aan het werk, tegenover 70% bij de Belgen. Om deze 'nationaliteitskloof' tegen 2010 weg te werken of substantieel te verminderen is een jaarlijkse toename met tot werknemers van niet-eu nationaliteit noodzakelijk. Op die manier moeten we de achterstand van allochtonen tegen 2010 dusdanig wegwerken zodat zij niet langer oververtegenwoordigd zijn in de werkloosheid. Bovendien moeten we streven naar een evenredige kans om aangeworven te worden bij de invulling van vacatures. Gratis werkwinkelen 46. Tijdens de afgelopen legislatuur werden in zowat alle gemeentes werkwinkels opgericht die instaan voor de basisdienstverlening (universele dienstverlening) op de arbeidsmarkt. Zowel werkzoekenden als ondernemingen kunnen er gratis beroep op doen. De bedoeling is vraag en aanbod op elkaar af te stemmen onder een éénloket-formule. 47. Voor de werkzoekenden betekent deze gratis basisdienstverlening dat zij een gewaarborgde trajectbepaling van de VDAB krijgen. Een traject naar werk voor elke werkzoekende moet het ultieme doel worden. Opleidingen moeten zoveel mogelijk gratis worden voor werklozen en de opleidingspremies moeten veralgemeend worden. 48. Een moderne set van individuele rechten van de werkzoekende moet erkend worden: het recht op kosteloos zoeken van een job, het recht op informatie, het recht op persoonlijke begeleiding en op aangepaste trajecten inzake opleiding en werkervaring, enz Verschillende van die rechten moeten ook kunnen worden ingeroepen ten aanzien van de werkgevers bij recrutering en selectie. Vlaanderen kan het voortouw nemen om gestalte te geven aan het geheel van rechten ten aanzien van de arbeidsmarktvoorzieningen, zowel van publieke als van private aard. Daarnaast kan op Vlaams vlak ook regelgevend worden opgetreden voor het overheidspersoneel en het onderwijzend personeel van wie de rechtspositie autonoom door de Vlaamse overheid kan worden bepaald. Ondernemen is niet ondergaan 50. De economie moet verder van binnenuit worden herijkt. Een economie die mensen uitstoot of uitput, het milieu vervuilt, geen rekening houdt met haar omgeving is op lange termijn niet houdbaar en vooral niet wenselijk. Daarom moet op een creatieve manier verder gewerkt worden aan een economie die een positieve kracht betekent voor de samenleving. De overheid heeft de belangrijke opdracht om de dynamische krachten in de samenleving verder te ondersteunen en te stimuleren. De bedrijfswereld is hierin een zeer belangrijke partner, maar ook de onderwijswereld, Ngo s, vakbonden, financiers, e.a. hebben hierin een belangrijke rol. 51. De laatste jaren werden heel wat initiatieven opgestart of kregen meer elan. Deze vertonen een grote verscheidenheid, wat eigen is aan een dynamische economie. Zo kunnen we denken aan de grote verscheidenheid van initiatieven in de sociale economie (sociale werkplaatsen, buurtdiensten, coöperatieven,...) maar ook aan de initiatieven vanuit de reguliere bedrijfswereld op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). 52. De overheid kan hierbij een scala van ondersteuningstechnieken gebruiken. Meer concreet moeten komende legislatuur volgende maatregelen worden genomen: uitbreiding van de kringloopcentra en groen jobs via een gezamenlijke ondersteuning vanuit werkgelegenheid en leefmilieu; erkenning van buurtdiensten; 6

7 oprichting van een horizontaal fonds (samenbrengen van middelen uit welzijn, leefmilieu, jeugd, cultuur, mobiliteit, werkgelegenheid) voor de financiering van maatschappelijk nuttige activiteiten in het kader van de buurtdiensten; kenniscentrum MVO (i.s.m. met alle partijen die op dit vlak actief zijn); decretale verankering invoegbedrijven en afdelingen, startcentra, activiteitencoöperatieve, participatiefonds, overlegplatform meerwaardeneconomie; uitbreiding van de sociale werkplaatsen; creatie arbeidsplaatsen voor kansengroepen door groei invoegbedrijven en afdelingen;... Onderwijs moet rekening houden met de arbeidsmarkt 53. Recht op werk is een oude eis. In de huidige situatie betekent dit ook het recht op opleiding. Want wie opgeleid is, heeft niet alleen meer kans op werk, maar kan ook meer kiezen. Het is een open deur intrappen als we zeggen dat ongelijkheid inzake opleiding de komende decennia een belangrijk sociaal probleem wordt. 54. We willen er daarom voor zorgen dat iedereen sleutelcompetenties kan aanleren. Alle mannen en vrouwen moeten kunnen 'lezen, schrijven en rekenen'. Indien dit niet het geval is, moeten ze hiervoor terecht kunnen in een centrum voor basiseducatie. Wij willen de bestaande netwerken van dergelijke centra meer uitbouwen. 55. Maar in deze 21 ste eeuw moeten we sleutelcompetenties ook ruimer interpreteren. Ook 'leren leren', ICT-basisvaardigheden en loopbaancompetenties (de competentie om je loopbaan zelf in handen te nemen in functie van je persoonlijke ontwikkeling en sociale promotie) horen er vandaag bij. 56. In elk geval mogen we geen digitale kloof creëren waarbij vooral oudere mensen totaal niet meer mee zijn. Iedereen moet daarom met ICT overweg kunnen. Grootschalige acties moeten alle mensen daarvan bewust maken. Op termijn willen we dat iedereen over ICT-vaardigheden beschikt. Alle bevolkingsgroepen krijgen best gratis computerklassen. Sommige gemeenten voeren op dat vlak een actief beleid. De Vlaamse regering kan via een overzicht van de 'beste praktijken' de gemeenten uitleggen wat ze extra kunnen doen. 57. Van belang zal zijn te streven naar een betere aansluiting tussen onderwijs en intrede op de arbeidsmarkt. Ter ondersteuning van een gemotiveerde studiekeuze moeten we aan jongeren betere arbeidsmarktinformatie geven. Specifiek voor jongeren uit het deeltijds beroepsonderwijs moeten we goede stageplaatsen creëren. Zowel de privé-sector als de overheid moeten daarvoor zorgen. Het is van groot belang deze jongeren een goede deeltijdse job aan te bieden zodat ze échte startkansen krijgen. Laten we ook structurele samenwerkingsverbanden promoten tussen scholen en het bedrijfsleven (ter beschikking stellen van stageplaatsen aan leerlingen, infrastructuur, samenwerking, enz...). LLL is lang (of leuk) leren leven 58. De problemen inzake opleiding en vorming op de bedrijfsvloer blijven groot. Zo zien we dat de inspanningen van de bedrijven in Vlaanderen dalen. Om het tij te keren moeten we dringend optreden. Op de werkgelegenheidsconferentie hebben de bedrijven zich geëngageerd om 1,9 % van de loonmassa aan opleiding en vorming te spenderen. De Europese richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid bepalen dat tegen ,5% van de volwassen beroepsbevolking participeert aan levenslang leren. Bedrijven moeten daarom in hun werknemers investeren. 59. Om dergelijke theorie in praktijk om te zetten moeten we actief optreden. Binnen het educatief verlof moet de mogelijkheid geopend worden om gedurende twee dagen in een erkend centrum je talenten te laten onderzoeken. Iedereen moet systematisch gescreend worden en ontdekken hoe hij best aan het werk kan, maar ook in welke sector dit best kan. Een soort talentenjacht dus, waar de werknemer niet moet om vragen. Want als hij dit moet doen, krijgt hij van de werkgever vaak nul op het rekwest. Talenten kunnen omschreven worden in een talentenpas. Met zo n pas kunnen sollicitanten zwart op wit bewijzen over welke kwaliteiten ze beschikken. 60. We moeten daarnaast streven naar een veralgemeend systeem van 'individuele leerrekeningen'. Werknemers krijgen een budget voor het inkopen van scholing. Een belangrijke kenmerk is de keuzevrijheid van het individu: men is in staat zelf een eigen opleidingstraject uit te stippelen en vorming in te kopen. De projecten rond de bijblijfrekening moeten versterkt voortgezet worden. 61. Net zoals werknemers, hebben werklozen het recht om de evoluties te kunnen volgen, hebben ze een bijblijfrecht. Dat bijblijfrecht concretiseert zich als een trekkingsrecht aan opleiding door de VDAB. De VDAB moet dan wel meer middelen krijgen, zal niet alle opleidingen zelf uitvoeren, en moet voor laaggeschoolden een groter trekkingsrecht garanderen. 7

8 62. Niet alleen een diploma mag een rol spelen bij het verkrijgen van een job. Ook capaciteiten die je doorheen je beroepscarrière verworven hebt, moeten ten volle erkend worden. Competenties moeten optimaal op de arbeidsmarkt ingezet worden. Verborgen en sluimerende competenties van individuen moeten zichtbaar worden gemaakt en moeten aan een passende beroepsuitoefening gekoppeld worden. Door het verlenen van een titel van beroepsbekwaamheid kunnen individuen onmiddellijk aantonen dat ze in staat zijn een welbepaald beroep aan te vatten. Het levert voor individuen concreet een versterkte positie en verruimde toegang op de interne en externe arbeidsmarkt op. Geen banen die gaan lopen, wel loopbanen 63. Bij sluitingen en herstructureringen worden niet alleen ouderen (bijvoorbeeld via brugpensioen ), maar ook jongeren op straat gezet zonder competenties die elders gevaloriseerd kunnen worden. De gemiddelde arbeidsloopbaan is bovendien gekenmerkt door een (te) hoge productiviteit tussen 25 en 45 jaar. Stress, welzijn op het werk, pesterijen, hopen zich op. Daarom is er nood aan een echt loopbaanbeleid met structurele aandacht voor opleiding én vorming (ook buiten de bedrijfscontext), competentie-ontwikkeling en uitvlakking van de spitsuurloopbaan tussen 25 en 45 j. 64. De federale overheid voorziet verschillende formules voor wie meer aandacht aan zijn gezin wil besteden. Tijdskrediet en ouderschapsverlof zijn de belangrijkste, maar lang niet de enige. De voorbije jaren zijn de premies voor deze regelingen sterk verhoogd. Langs Vlaamse kant willen we deze federale systemen structureel ondersteunen door het beleid van de aanmoedigingspremies versterkt verder te zetten. Een aanmoedigingspremie krijg je als je een tijdskrediet opneemt om een opleiding te volgen of te zorgen voor je kinderen, zieke ouders, enz We mogen natuurlijk geen systeem creëren dat enkel toegankelijk is voor welgestelde tweeverdieners. Daarom moeten we extra inspanningen doen naar alleenstaande moeders of vaders zodat het inkomensverlies zoveel mogelijk beperkt wordt. Iedereen moet zo tijdelijk in onderbreking kunnen gaan. 66. Voor werknemers van een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering komt de Vlaamse overheid ook tussen. Om hun inkomensverlies te compenseren en tegelijk zoveel mogelijk banen te redden, verstrekt de Vlaamse overheid immers premies. Deze premies moeten attractiever gemaakt worden. Lokale diensten voor de mensen 67. Een belangrijke uitdaging voor een ontspannen arbeidsmarkt is de nieuwe diensteneconomie, zoals poetsdiensten, groendiensten, strijkdiensten, thuishulp en boodschappendiensten. Deze nieuwe diensten verhogen de levenskwaliteit van mensen en vergroten de sociale cohesie in buurten. 68. Door de vergrijzing zal de nood aan nieuwe diensten voor senioren toenemen. Diensten aan huis, want senioren willen liefst zo lang mogelijk en in de beste omstandigheden in de eigen vertrouwde omgeving vertoeven. Door resoluut te kiezen voor de seniorenzorg aan huis ontstaat bovendien een enorm potentieel aan jobs voor vooral lager geschoolden. Door de erkenning van lokale sociale economiebedrijfjes in de seniorenzorg kan er voorzien worden in een noodzakelijke omkadering voor deze zogenaamde 'zilverjobs'. 69. Ook vanuit het bedrijfsleven zelf moeten er inspanningen gebeuren. Enkele werkgevers hebben dit al opgemerkt en bieden hun werknemers specifieke diensten aan: wassen, strijken, carwash, boodschappen doen, kinderopvang voor zieke kinderen Wij willen dat deze diensten aan werknemers worden veralgemeend. Dit kan door de lokale dienstenbedrijven volop in te schakelen en gelijktijdig de werkgevers die dit aanbieden extra te ondersteunen. Op deze manier ontstaat er structurele werkgelegenheid voor laaggeschoolden én wordt de kwaliteit van het leven van de werknemers verhoogd. 70. De lokale werkwinkel is het instrument om de nieuwe diensten bij de mensen te brengen. Naast arbeidsbemiddeling moeten de lokale werkwinkels immers instaan voor de uitbouw van de nieuwe diensteneconomie. Daar willen wij verder werk van maken. De uitbouw van de lokale diensteneconomie moet gebeuren onder regie van het lokaal bestuur. De lokale overheden moeten daartoe bijkomende financiële middelen krijgen. Oud of out? 71. De arbeidsmarkt werkt ongenadig. Mensen worden bij plotse herstructureringen van vandaag op morgen in het brugpensioen gedumpt of gewoon botweg afgedankt. Oudere werkzoekenden krijgen nauwelijks nog een kans om te werken. Daardoor is de werkgelegenheidsgraad van 55- tot 64-jarigen nergens zo laag als in ons land. Dat is fout. De competenties van oudere werknemers moeten 8

9 maximaal ingezet worden. Bedrijven moeten komen tot een leeftijdsbewust personeelsbeleid. Dat impliceert aandacht voor de loopbaanontwikkeling en opleiding voor ouderen, het (h)erkennen en valoriseren van de competenties van ouderen en de mogelijkheden voorzien voor een 'zachte' loopbaanlanding. 72. Vooral de peterschapsformules openen interessante denkpistes. De bedoeling is de inschakeling van de jongeren in de ondernemingen te optimaliseren. Een peter of mentor op de werkvloer kan daarvoor zorgen. Zo wordt de jarenlange ervaring van de oudere werknemers gevaloriseerd. De peterschapsformules tonen aldus aan dat het hoegenaamd niet nodig is om oudere werknemers te ontslaan maar dat ze integendeel, omwille van hun ervaring, een grote meerwaarde kunnen betekenen voor de onderneming. 73. Het begin van de loopbaan wordt zo gekoppeld aan het einde van de loopbaan: jongeren een goede start geven en ouderen tegelijkertijd langer laten werken maar hen geleidelijk laten landen in hun verdiende pensioen. We vragen dan ook aan de bedrijven om het HR-beleid hierop af te stemmen. De bedrijfswereld moet zo overtuigd worden om te blijven investeren in oudere werknemers. 74. In elk geval moet de bedrijfsvloer een afspiegeling zijn van de samenleving, dus ook ouderen moeten meer en meer hun plaats krijgen. Positieve actieplannen op de bedrijfsvloer ter bevordering van de evenredige participatie moeten daartoe een middel zijn. Hinderpalen wegwerken 75. Er blijven talloze vacatures openstaan, terwijl de werkloosheidscijfers zo hoog zijn. In een hoogconjunctuur blijven te veel mensen werkloos, in laagconjunctuur blijven te veel vacatures open staan. De arbeidsmarkt werkt duidelijk niet optimaal. De lage werkzaamheidgraad is daar een aanwijzing van. We moeten dus zo veel mogelijk hinderpalen wegwerken die mensen ervan weerhouden hun plaats op de arbeidsmarkt in te nemen. 76. De eerste barrière is financieel. Als werken nauwelijks meer opbrengt dan niet-werken is de motivatie niet erg groot. De problematiek van de kinderopvang is hiermee nauw verbonden. Gaan werken betekent dat mensen met kinderen extra organisatorische problemen krijgen. Financieel zijn er ook implicaties, maar in elk geval moet er extra kinderopvang komen. 77. Werken betekent echter ook mobiel zijn, zeker als werk- en woonplaats niet samenvallen. Het is niet altijd vanzelfsprekend om voor uw werk te verhuizen. Het komt er dus op aan om de mobiliteitsproblemen op te lossen: de verplaatsing van thuis naar het werk mag voor niemand nog een probleem zijn. Daarbij kiezen we resoluut voor het collectief vervoer. Op termijn moet het openbaar vervoer van en naar het werk voor de werknemer gratis zijn 78. Maar voor mensen met flexibele uren zijn verplaatsingen met trein, tram en bus vaak niet mogelijk. Op sommige plaatsen wordt geëxperimenteerd met quasi collectief vervoer. Zo brengen sociale economiebedrijven werknemers met minibussen gratis naar hun werk. Werkgevers en uitzendbedrijven betalen de kosten. Mensen die anders tijdens die specifieke uren niet naar hun werk konden, slagen daar nu wel in. Maar werkgevers blijven wel terughoudend voor de kosten. Ook in het verleden werden projecten opgesteld en opnieuw gestopt. Toch moeten we keuzes maken. Als we mobiliteit niet langer als een rem op de inzetbaarheid willen meeslepen, is een engagement om collectief vervoer niet meer ten laste van de werknemer te leggen een dure maar noodzakelijke investering, die overigens ecologisch zeer positief werkt. 79. Het sociaal overleg in bedrijven moet gepaste formules vinden om 'autosolisme' tegen te gaan. Daarom moeten alle bedrijven met meer dan 50 werknemers bedrijfsvervoerplannen opstellen. KMO's kunnen samenwerkingsverbanden aangaan en clusters vormen, zodat verschillende bedrijfjes samen één bedrijfsvervoerplan kunnen opstellen. Een bedrijfsvervoerplan kan de organisatie van het vervoer van en naar het werk drastisch verbeteren en het individueel autogebruik in een bedrijf of in een groep nabijgelegen bedrijven ernstig terugdringen. Ook voor werkzoekenden zijn de voordelen legio. De overheid moet het uitwerken van geïntegreerde bedrijfsvervoersplannen ondersteunen. Tegelijk moeten we absoluut vermijden nieuwe administratieve rompslomp te creëren. 80. Voor vervoersarme werkzoekenden is een kleine steun vaak voldoende om veel mobieler te worden en een job te kunnen aannemen. Het snorfietsenproject van de Vlaamse regering laat werkzoekenden gedurende maximaal drie maanden gratis gebruik maken van een snorfiets. We moeten dit project via de Lokale Werkwinkels verder uitbreiden. 81. Daarnaast moeten we ook formules van telewerk (thuis of op telewerkplaatsen) ondersteunen zodat werknemers minder met mobiliteitsproblemen geconfronteerd worden. Van sociale en beschermde werkplaatsen naar maatwerkbedrijven 9

10 82. Grote groepen van mensen worden systematisch uitgestoten en gesloten. De langdurige werkloosheid blijkt bijzonder hardnekkig te zijn en personen met één of andere handicap blijven structureel ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt. Daarom moet werk worden gemaakt van een (her)inrichting van het arbeidsbestel zodat de volwaardige participatie maximaal gewaarborgd wordt voor alle mensen. 83. De sociale en beschutte werkplaatsen dienen een nadrukkelijke plaats te hebben in het Vlaams werkgelegenheidsbeleid. De uitdaging is om ze te doen groeien naar maatwerkbedrijven, waarbij het accent ligt op de bevordering van de individuele ontwikkelingsmogelijkheden. In zo'n maatwerkbedrijven moet er plaats zijn voor opleidingsplaatsen, werkervaringsmogelijkheden, stages en individuele enclave -mogelijkheden, uitwisselformules met sociale economie-bedrijven of bedrijven die op dit vlak een maatschappelijke rol willen vervullen. In zo'n benadering schuiven de sociale en beschutte werkplaatsen op van het uiteinde van het spectrum van de 'meerwaardeneconomie' naar de kern ervan als maatwerkbedrijven. 84. Dit veronderstelt niet alleen een aangepast organisatiemodel, maar evenzeer een HR-beleid dat steunt op individuele loopbaanplanning en een competentiebilan-aanpak. Dit noodzaakt ook een consequent overheidsbeleid. De overheid moet haar rol als sociaal investeerder ten volle opnemen en het voorwaardenscheppend kader bewerkstelligen, zodat deze maatwerkbedrijven zich binnen een leefbare context kunnen ontwikkelen. Dit betekent noodzakelijkerwijze dat er een ommekeer komt in de subsidiëringsinvalshoek van vandaag. De participatiedoelstelling primeert immers op de doelstelling van economische ontwikkeling. 85. In de praktijk verloopt de (her-)inschakeling voor personen met een handicap of na een ziekteperiode vaak zeer moeilijk. Deze wederinschakeling is zeker niet evident wanneer het doel betaalde arbeid is. Het lukt slechts een beperkt aantal van deze mensen om zonder begeleiding werk te vinden en nog te behouden. Als mensen op hun zoektocht naar werk allerlei hindernissen moeten overwinnen, spreekt men van inactiviteitvallen. sp.a wil deze in de komende legislatuur wegwerken. 86. Voor de tewerkstelling van kansengroepen binnen de sociale en beschermde werkgelegenheid mogen we best ambitieus zijn. Anno 2003 is minder dan 46% van de personen met een handicap tussen 15 en 64 jaar aan het werk, tegenover 63,5% op de totale bevolking. Om deze aanzienlijke kloof tegen 2010 substantieel te verminderen is een jaarlijkse toename van minstens tot jobs voor arbeidspersonen met een handicap noodzakelijk. Daar engageren wij ons voor. 10

11 Welzijn Mensen hebben nood aan diensten 87. Wie gehandicapt is of een gehandicapt kind heeft, moet opvang en bijstand krijgen, flexibel (voltijds, deeltijds, overdag, s nachts, tijdens de week of in het weekend) en aangepast aan de zorgvraag. Ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen. Ze moeten daarom een beroep kunnen doen op diensten zoals gezinshulp, thuiszorg, poetshulp, klusjesdiensten,. Wie het thuis niet meer kan of wil redden, moet kunnen uitwijken naar een bejaardenwoning, serviceflat of rustoord. Gezinnen met jonge kinderen hebben behoefte aan diverse vormen van opvangmogelijkheden: gewone kinderopvang, buitenschoolse opvang en flexibele opvangmogelijkheden. Jongeren met een hulpvraag moeten opgevangen en begeleid worden: zo min mogelijk gedwongen opvang maar liever via een herstelgerichte benadering. Chronisch zieken hebben nood aan een goed georganiseerde en betaalbare eerstelijnszorg. Mensen hebben nood aan laagdrempelige informatie en ondersteuning bij het kiezen van gezondere leefgewoonten: gezonde voeding, stoppen met roken, veilige seks 88. Professionele zorg is duur en er dient dus zorgvuldig mee omgesprongen. Daarom is er voor de zeer intensieve residentiële opvang (bijvoorbeeld van personen met een handicap, van jongeren in de bijzondere jeugdzorg, ) nood aan onafhankelijke procedures van diagnose, indicatiestelling en zorgvraagverduidelijking, waarbij niet alleen professionals betrokken zijn, maar waarbij ook ervaringsdeskundigen de hulp- of zorgvrager kunnen bijstaan in het uitstippelen van zijn of haar zorgpad. 89. Gezien het bestaan van wachtlijsten zullen transparante en objectieve toewijzingscriteria moeten worden ontwikkeld en nageleefd, waarbij een zekere mate van overheidssturing nodig zal zijn. De overheid als zorgregisseur. 90. De meeste Vlamingen maken geregeld gebruik van de diensten en voorzieningen in de welzijns- en gezondheidssector, zoals kinderopvang, rusthuis, ziekenhuis of thuiszorg. Ze moeten er vandaag wel rekening mee houden dat ze eerst op een wachtlijst kunnen terechtkomen. Er is inderdaad een tekort aan opvangplaatsen (in de gehandicaptensector, kinderopvang, ), aan middelen voor nieuwe infrastructuur (rusthuizen, serviceflats) en aan begeleidingsmogelijkheden (in de bijzondere jeugdbijstand, jeugdpsychiatrie, thuiszorg ). 91. De dienstverlening moet op maat van de gebruiker zijn, met respect voor zijn autonomie en keuzevrijheid. Daartoe moet de dienstverlening zich aanpassen aan de vraag van de cliënt, niet omgekeerd. De persoonsgebonden financiering (de gebruiker krijgt een rugzakje om zorg in te kopen ) is een interessante methode om het zorgsysteem meer behoeftegestuurd te maken. De zorgvrager moet zich dan niet meer inpassen in de bestaande structuren, maar kan op basis van zijn eigen behoeften, vragen en wensen een persoonlijk zorgpakket in elkaar steken. Het persoonlijk assistentiebudget voor personen met een handicap, de zorgverzekering en de dienstencheques voor poetshulp en kinderopvang zijn voorbeelden van persoonsgebonden financiering. 92. In de Werkgelegenheidsconferentie engageerde de federale regering zich ertoe via de dienstencheques tegen het einde van de legislatuur extra buurt- en nabijheidbanen te scheppen in de sector van thuishulp voor huishoudelijke activiteiten. Deze worden gesubsidieerd door de federale overheid. Vlaanderen moet de dienstencheques aanvullend inzetten voor andere sectoren van de persoonlijke dienstverlening, zoals kinderopvang en thuishulp aan ouderen, zieken en personen met een handicap. 93. De zorg en bijstand moeten efficiënt zijn. Dit veronderstelt dat de overheid aan de instellingen en diensten resultaatsverbintenissen kan opleggen in ruil voor erkenning en subsidies. We moeten ook meer aan prestatiemeting doen zodat we kunnen inschatten of er voldoende positieve resultaten zijn voor de beoogde doelgroep. 94. De kwaliteit van een dienstverlening is in de eerste plaats een opdracht voor de voorzieningen zelf. De overheid legt vast hoe de voorziening aan kwaliteit moet werken en controleert vervolgens of ze dat ook doet. Kwaliteit is een vanzelfsprekende eis: de klant heeft recht op waar voor zijn geld. 95. Het welzijn op het werk in de zorgsector moet voldoende aandacht krijgen. Zoals in andere bedrijfssectoren moeten werkgevers verplicht worden maatregelen te nemen om arbeidsongevallen en beroepsziekten te voorkomen. Nu zijn er in de zorgsector te weinig voorzieningen om bijvoorbeeld rugaandoeningen en het verergeren ervan te voorkomen. Wij vragen meer onderzoek naar de preventie van dergelijke klachten. Ook moet er een aanbod van aangepaste taken uitgewerkt worden voor personen met een rugaandoening die het werk hervatten. Zo kan men vermijden dat deze dikwijls 11

12 hoogopgeleide en deskundige werkkrachten de sector definitief vaarwel zeggen. Rugaandoeningen erkennen als beroepsziekte moet minder moeilijk worden. 96. Toegankelijkheid van de dienstverlening houdt in dat ze beschikbaar, bereikbaar, flexibel, betaalbaar en gekend is. De hulp- en dienstverlening in de welzijn- en gezondheidssector moet een overzichtelijk en toegankelijk geheel worden, geen versnipperd aanbod met lacunes en overlappingen. Alle hulpvragers, ook de kansarmen, moeten weten waar ze recht op hebben en hoe ze dit recht verkrijgen. 97. Mensen moeten zeker zijn dat ze een beroep kunnen doen op de zorg die ze nodig hebben. Ze moeten weten dat ze daarbij een zo groot mogelijke eigen zorgkeuze hebben. Zorgzekerheid geeft de mensen het recht op zorg en de kans op een verantwoorde keuze. Hiertoe moet de autonomie van de mensen permanent gevrijwaard worden. De informele zorg moet ondersteund en gestimuleerd worden. Er moet een betere afstemming komen met de professionele voorzieningen. Dit geldt ook voor het vrijwilligerswerk. Zorgzekerheid betekent ook tariefzekerheid: de mensen moeten ook zeker zijn dat ze de zorg die ze nodig hebben kunnen betalen! Ouderen 98. De periode dat ouderen ernstige lichamelijke klachten hebben en afhankelijk zijn van anderen, is doorgaans beperkt. Het is daarom fout het ouderenbeleid volledig toe te spitsen op deze relatief beperkte periode, door een zorgbeleid dat voorbijgaat aan de woonnoden. Beter voert men een actief woonbeleid, dat erop voorzien is dat ouderen vanaf een zekere leeftijd zorgen nodig zullen hebben. Dit komt overeen met de wens van ouderen om zo lang mogelijk in hun eigen woning te kunnen blijven en zo maximaal hun zelfstandigheid en privacy te bewaren. 99. Iedere oudere moet vrij kunnen kiezen waar hij woont en op welke zorgverstrekkers hij een beroep doet. Een bepaald zorgpakket mag niet meer automatisch gekoppeld zijn aan de woonplaats (eigen woning, sociale woning, serviceflat, rusthuis ) Om ouderen zo lang mogelijk in de vertrouwde woonomgeving te laten blijven, moet de woning aangepast zijn aan een mogelijke verminderde zelfredzaamheid. De principes van aanpasbaar bouwen moeten dus veralgemeend toegepast en gepromoot worden en dit zowel in de privé- als in de sociale sector. Bouwers moeten overtuigd worden hiermee al rekening te houden bij het uittekenen van hun woning. Jonge senioren moeten overtuigd worden hun woning tijdig te verbouwen. Concrete steunmaatregelen zoals voordelige leningen en verbouwingspremies zullen de sensibiliseringscampagnes begeleiden en ondersteunen Traditioneel heeft de zorgsector ook een huisvestingsopdracht. Ze huisvest ouderen, personen met een handicap, psychiatrische patiënten enzovoort. We willen de mogelijkheden onderzoeken om alles wat met wonen te maken heeft zoveel mogelijk over te hevelen naar de sociale woningbouw. Zo komt de verantwoordelijkheid voor huisvesting daar te liggen waar de meeste competentie is. Dit leidt tot kwaliteitsverhoging en werkt op termijn kostenbesparend. Voor de bewoners-patiënten zal de woonkost afgestemd zijn op hun inkomen. Uiteindelijk moet elke sector doen waar ze het best in is: de huisvestingssector zorgt voor de bouw en het beheer van de infrastructuur, de welzijnssector neemt het aspect zorg en welzijn van de bewoners voor zijn rekening. Elke sector betaalt wel zijn eigen facturen. Hierover moeten duidelijke afspraken gemaakt worden, er moeten samenwerkingsverbanden opgezet worden en de regelgeving moet onderling op elkaar afgestemd worden Lokale besturen kunnen een enorme bijdrage leveren om, samen met de senioren, te zorgen voor een prettige oude dag. Zo kunnen gemeentebesturen ouder wordende mensen op een heel praktische manier raad geven en ondersteunen bij het aanpassen van hun woningen. Kranen die moeilijk opendraaien, gasvuren die moeilijk te bedienen zijn en stopcontacten waarvoor je diep moet bukken, kunnen het leven heel moeilijk maken. Kleine gebreken in woningen kunnen ook grote gevolgen hebben: een losliggend tapijt kan de oorzaak van heupfracturen en vele maanden revalidatie zijn. Gemeentebesturen moeten daarom mensen die zeventig geworden zijn, stelselmatig opzoeken, en advies en hulp aanbieden over dergelijke kleine en grote ongemakken We willen dat elke gemeente samen met de senioren een eigen gemeentelijk Zilverplan opstelt. Daarin moet alles wat voor senioren belangrijk is, zoals vrijwilligerswerk, mobiliteit, verkeersveiligheid, aanpassing van woningen, aanwezigheid van winkels en diensten, cultuur en ontspanning, thuiszorg en diverse vormen van opvang voor wie zorg behoeft, de nodige aandacht krijgen. De Vlaamse overheid moet dit actief ondersteunen In de gemeente moeten onafhankelijke ouderenconsulenten aan de slag. Zij helpen ouderen met info, advies, ondersteuning en bemiddelen op individuele vraag bij het vinden van een passend zorgaanbod. Ze bieden ook ondersteuning aan mantelzorgers. 12

13 105. Bij ouderen is eenzaamheid een groot probleem. De voornaamste oorzaak is een gebrekkig sociaal weefsel. Mensen moeten meer kansen krijgen om elkaar te ontmoeten. Een gemeente kan daarvoor een stimulerend beleid voeren in het kader van het Zilverplan. Via samenwerkingsverbanden binnen verschillende buurten en wijken tussen vrijwilligerswerk, buurtwerking, bejaardenbonden wordt de betrokkenheid in de buurt vergroot Ook heb je plekken nodig in de buurten en wijken waar oud en jong elkaar, soms apart en soms samen, ontmoeten. Dit is vooral een zaak van stads- en buurtontwikkeling: uitbouwen van een centrumfunctie met administratieve, socio-culturele en zorgdiensten en het creëren van gemoedelijke ontmoetingsplaatsen, bijvoorbeeld op pleinen en in parken. Er moeten betaalbare eet- en drankgelegenheden te vinden zijn. Vooral buiten de grote centra ontbreken overdekte plaatsen (bijv. een winkelgalerij) die voor iedereen toegankelijk zijn Een druk verenigingsleven in de gemeente is een absoluut pluspunt. De lokale dienstencentra zijn in Vlaanderen speciaal voor bejaarden opgericht. Ze bieden ontmoetingsmogelijkheden, sociaalculturele en bewegingsactiviteiten, educatieve activiteiten, zelfstandigheidtraining, sociale hulp en vrijwilligerswerk. Het netwerk van dienstencentra moet verder worden uitgebouwd tot de programmatie volledig ingevuld is. Dit betekent een verviervoudiging van het aantal centra Om de veroudering en de toename van de vraag naar thuiszorg het hoofd te bieden, moet het aantal uren gezinszorg verder toenemen. De mantelzorg én de gezinszorg moeten ontlast worden door de uitbouw van diensten voor assistentie (oppas, vervoer, boodschappen ). Ook voorzieningen voor dagopvang en kortverblijf spelen een belangrijke rol in de thuiszorg. Meer residentiële plaatsen zijn in de toekomst zeker nodig. Vroegtijdige opname in het rusthuis kan voorkomen worden door woningaanpassing, een voldoende aanbod aan sociale woningen, buurtconciërges en wijkwerking, weerbaarheidstraining. Bovendien is er nood aan een betere zorgbemiddeling (informatie, zorgcoördinatie, wachtlijstwerking) en een meer accurate toewijzing van rusthuisbedden Betuttelen en beslissen in de plaats van ouderen is niet meer van deze tijd. Ouderen willen actief betrokken worden bij alle beleidsdaden die hen aangaan, zeker in hun eigen leefomgeving. De werking van lokale seniorenraden moet daarom verder uitgediept worden. Beleidsinitiatieven moeten steeds rekening houden met mogelijke gevolgen voor senioren In rusthuizen moet het aangenaam wonen zijn en moet hoogstaande zorg worden geboden. Betaalbare eenpersoonskamers worden best zo snel mogelijk de norm. We willen commerciële wanpraktijken uitbannen. Supplementen mogen maar beperkt aangerekend worden. Instellingen moeten bovendien doorzichtigere facturen voorleggen Door voldoende te investeren in ouderenzorg, moet het mogelijk zijn de dagprijs van de instellingen die door de ouderen zelf betaald wordt tijdens de komende jaren niet sterker te laten stijgen dan de inflatie. Tegelijkertijd moeten de oudste pensioenen regelmatig aangepast worden aan de gestegen welvaart, boven op de index. Zo zal de kloof tussen het gemiddelde pensioen van de rusthuisbewoner en de gemiddelde dagprijs verkleinen. Samen met een degelijke uitbouw van de Vlaamse zorgverzekering moet dit rusthuizen en andere voorzieningen voor ouderen voor iedereen betaalbaar maken. De onderhoudsplicht moet afgeschaft worden Tegen 2010 zal het aantal dementerenden in ons land bijna verdubbelen. Twee derde van hen woont thuis. Maar naargelang de dementie voortschrijdt moeten deze patiënten uiteindelijk toch opgenomen worden. Ook dan is het mogelijk hen een huiselijke omgeving aan te bieden waar ze waardig verder kunnen leven. We willen dat daarvoor in heel Vlaanderen rijhuizen of een aantal appartementen in een hoogbouw als kleinschalige zorgeenheid voor vijf tot acht dementerenden worden ingericht. Demente mensen voelen het rusthuis of RVT aan als een vijandige omgeving: teveel gangen, teveel vreemde mensen In een gewoon huis voelen ze zich veilig, ze hebben hun eigen spullen en het personeel draagt gewone kleren. Ze dwalen veel minder en het medicijngebruik daalt. Een ander voordeel is dat in een gewoon huis in de straat familieleden en buurtbewoners gewoon kunnen binnenspringen en meehelpen. Gezinnen 113. Ouders die kinderopvang nodig hebben, moeten vaak lang vooraf op zoek. Er zijn te weinig plaatsen en de huidige opvangmogelijkheden zijn te weinig flexibel, bijvoorbeeld inzake openingsuren. Daarom willen we een decretaal recht op kinderopvang. In het beleid moet ook aandacht gaan naar de kwaliteit van de opvanginitiatieven en het toezicht erop. Ouders moeten absoluut gerust zijn dat hun kinderen op een kwaliteitsvolle en professionele wijze opgevangen en begeleid worden. Alle nieuwe initiatieven en experimenten inzake kinderopvang moeten aan de kwaliteitsnormen voldoen. 13

14 114. Kinderopvang moet een basisvoorziening worden. Kinderopvang met twee snelheden kan niet. Zoals voor het onderwijs willen we dat kinderopvangplaatsen openstaan en betaalbaar zijn voor iedereen, ongeacht het opleidingsniveau, de herkomst, het inkomen of de gezinssituatie van de ouders. Kinderopvang moet veel goedkoper worden, ook voor de middeninkomens. De basis van de financiering blijft een structurele subsidie door de overheid, samen met inkomensafhankelijke bijdragen van de ouders De fiscale aftrekbaarheid moet uitgebreid worden naar alle formele kinderopvangvormen. Zo moet ze ook gelden voor de opvang van zieke kinderen, voor thuishulp, kindervakanties, speelpleinwerking en jeugdwerking tijdens de schoolvakanties. En dit mag niet langer beperkt worden tot alleen de sectoren die onder toezicht staan van Kind en Gezin. Wij pleiten voor een 100% fiscale aftrekbaarheid voor alle vormen van kinderopvang tot de leeftijd van 12 jaar op basis van een formeel onkostenattest Er moet voldoende aanbod zijn en de opvang moet flexibel zijn. We vragen een volwaardige uitbouw van atypische opvangvormen zoals flexibele opvang, urgentieopvang, crisisopvang, dag- en nachtopvang, opvang zieke kinderen, opvang gehandicapte kinderen. Ook hiervoor moeten voldoende middelen, en plaatsen voorzien worden. Zo kan ze een antwoord vormen op de wijzigende maatschappelijke ontwikkelingen en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Maar de kinderopvang kan de opvoedende taak van de ouders niet vervangen. Elk kind heeft recht op zijn ouders en omgekeerd. Alle mensen moeten de nodige aandacht kunnen geven aan hun kinderen De vraag naar flexibele kinderopvang buiten de klassieke uren kan ten dele opgevangen worden door de dienstencheque, maar alleen als aanvulling op de klassieke opvang. Tieneropvang is geen kinderopvang maar ook jongeren tussen 13 en 16 jaar hebben 3,5 maand schoolvakanties. Voor deze leeftijdsgroep daalt het aanbod van aangepaste en betaalbare opvangactiviteiten snel. Waarom geen initiatieven opzetten waarbij deze jongeren ingeschakeld worden voor sociaal nuttige taken waarmee ze tegelijkertijd een beetje zakgeld kunnen verdienen? Te organiseren op gemeentelijk niveau! 118. Ook op het lokaal niveau kunnen stappen gezet worden om de kinderopvang te verbeteren: Uittekenen van een lokaal kinderopvangbeleidsplan. Uitbouwen van een gemeentelijk overleg kinderopvang. Oprichten van een gemeentelijk aanspreekpunt kinderopvang, dat een overzicht heeft van het opvangaanbod, van het aantal vrije plaatsen, van de ouderbijdragen Samenbrengen van opvangvoorzieningen in een geïntegreerd netwerk, waardoor het voor de ouders heel simpel wordt om de opvang van hun kinderen flexibel te realiseren Kinderen hebben recht op aandacht, rust, veiligheid en op de geborgenheid van een gezin. Kinderen hebben het recht om gehoord te worden. Niet alleen het verkeersbeleid, het gezondheidsbeleid, de jeugdhulpverlening en het jeugdrecht moeten van die internationaal erkende principes vertrekken, maar de héle organisatie van onze samenleving moet vanuit dit standpunt herbekeken worden Alle mensen moeten hun kinderwens, zo veel mogelijk kunnen waarmaken. Medische oplossingen op het vlak van vruchtbaarheid, flexibele tijdssystemen voor werk en opleiding, kinderopvang, opvoedingsondersteuning enz. moeten er toe leiden dat mensen zoveel kinderen hebben als ze zelf wensen Holebi s mogen niet gediscrimineerd worden inzake adoptie en de rechten van hun kinderen Geen enkel kind mag uitgesloten worden omdat zijn ouders het niet breed hebben. Alle kinderen moeten deel kunnen nemen aan alle activiteiten op school. Ze moeten lid kunnen worden van de sportclubs en jeugdbewegingen in hun buurt. Ze moeten toegang krijgen tot de beste tandpreventie. Kinderen met bijzondere leermoeilijkheden moeten hun weg vinden naar logopedie, revalidatiecentra, enzovoort. Daarover zijn goede afspraken nodig tussen de federale ziekteverzekering en het Vlaamse onderwijs. Ouders met gehandicapte kinderen hebben ook recht op inclusief onderwijs! Thuiszorg en mantelzorg 123. De uitbouw van de thuiszorg is een absolute prioriteit. We willen komen tot integrale thuiszorg. Dit is vooral belangrijk voor gezinnen met zwaar zorgbehoevende gezinsleden (gehandicapte of zieke kinderen, zorgafhankelijke grootouders ). Deze kunnen de zware zorglast onmogelijk alleen dragen. De huidige hulpverlening biedt hen te weinig actieve ondersteuning. De hulp moet immers steeds op voorhand geregeld worden, moet zelf bij elkaar gezocht worden 124. De Vlaamse overheid moet netwerken voor thuiszorg bevorderen. Dit zijn geïntegreerde netwerken van hulpverleningsteams die gezinnen ontlasten, door continue en flexibele hulpverlening 14

15 (overdag, s nachts, bij crisismomenten, ). De diensten moeten ook meer verscheiden worden. Zo kunnen oppasdiensten de mantelzorgers aflossen zodat ze bijvoorbeeld boodschappen kunnen doen Samenwerkingsplatforms tussen rusthuizen en thuiszorg creëren de mogelijkheid voor dagopvang, nachtopvang en kortverblijf, zodat mantelzorgers een rustperiode krijgen. Personen met een handicap 126. We opteren voor de verdere uitbouw van het persoonsgebonden budget. Zo krijgen mensen met een handicap de financiële middelen om de bijstand die ze nodig hebben zelf te organiseren of te kopen. Hierdoor worden ze minder afhankelijk van de keuzen die anderen maken of niet maken. Door een persoonsgeboden financiering wijzigt het zorgsysteem van aanbodgestuurd naar behoeftegestuurd. Uitgaande van de behoeften, de vragen en de wensen van de zorgvrager komt men tot een dienstverlening-op-maat Meer personen met een handicap moeten kunnen overstappen op een persoonlijke assistentiebudget. Daarmee mag natuurlijk de mantelzorg niet betaald worden Een deconcentratieplan in elke regio moet zorgen voor een uitgebreid aanbod van kleinere woonen verzorgingseenheden. Vanuit de gehandicaptenzorg, de thuiszorg, de mindermobielencentrales enzovoort wordt begeleidend personeel ingezet. De inbedding in de buurten wordt nauwgezet bekeken, zodat mantelzorgers en vrijwilligers volop kunnen inspringen. De overblijvende centrumvoorzieningen worden prioritair ingezet voor de opvang van personen met een zware mentale of fysieke handicap, die zeer intensieve verzorging nodig hebben Private werkgevers kunnen nu al een inschakelingpremie krijgen. Die laat toe werknemers met een handicap die een rendementsverlies hebben, toch een volwaardig loon uit te betalen. Wij willen dat openbare besturen, zoals gemeenten, ook een inschakelingpremie ontvangen voor elke bijkomend aangeworven gehandicapte werknemer. Voorwaarde is dat zij een convenant afsluiten met het Vlaams Fonds. Daarin zijn de inspanningen opgenomen die zij zullen leveren om personen met een handicap te werk te stellen Ook personen met een handicap die als zelfstandige aan de slag zijn, hebben recht op ondersteuning. Voor deze groep moet er een aanbod komen van start-, uitbreidings- en herstructureringspremies en startleningen Het ouderenbeleid en het gehandicaptenbeleid dienen vanaf de leeftijd van 65 jaar op elkaar afgestemd te worden. Voor hulpmiddelen en de eigen bijdrage in rusthuizen en tehuizen zijn sluitende afspraken nodig tussen de federale en Vlaamse overheid. We willen dat de beste wijze wordt bepaald om te komen tot de officiële erkenning van de gebarentaal Voor rolstoelen en andere hulpmiddelen voor personen met een handicap moet er één enkel gebruikersloket komen. Het Vlaams Fonds moet haar rol blijven spelen in het garanderen van de betaalbaarheid We willen een netwerk van speel-o-theken waar ouders en hun kinderen met een handicap, evenals de scholen en gehandicapteninstellingen spel- en bezigheidsmateriaal kunnen ontlenen. Een lokaal in de gemeentelijke bibliotheek is bijzonder geschikt om de speel-o-theek te huisvesten. Er kan ook een speel- en snoezelruimte ingericht worden. Bijzondere jeugdbijstand 134. In de jeugdhulpverlening is er vooral een groot gebrek aan coördinatie tussen de verschillende voorzieningen en diensten die met jongeren bezig zijn. Jongeren die in de jeugdhulpverlening terecht komen, hebben meestal een lange reeks van mislukte interventies doorlopen van school, CLB (centrum voor leerlingenbegeleiding), huisarts, psychiatrische hulpverlening, pleeggezin enzovoort. Eerst belanden ze als probleemjongere in een instelling van bijzondere jeugdzorg. Door de negatieve spiraal waarin ze terechtkomen is hun gedragspatroon erg explosief en wordt een succesrijke herintegratie in de samenleving zeer moeilijk. Op dit ogenblik zijn er experimenten integrale jeugdhulp aan de gang in een aantal pilootregio s in Vlaanderen. Zij bieden gunstige perspectieven voor een vroegtijdige en gecoördineerde aanpak van de problemen van jongeren We willen dat er één decreet voor jeugdbeleid komt. Dit gaat in de eerste plaats uit van een algemeen en preventief jeugdbeleid (opvoedingsondersteuning, creatie van voldoende vrijetijdsmogelijkheden, een veilige speel- en woonomgeving, voorkomen van pesten op school, vroegtijdige aanpak van schoolmoeheid ). De bijzondere jeugdzorg mag niet de eindfase vormen van een neerwaarts proces, maar moet volledig geïntegreerd worden in de hulpverlening Om de jeugdcriminaliteit aan te pakken, moet gedacht worden aan samenwerkingsinitiatieven die individuele trajectplannen opmaken, om jongeren uit de justitiële sfeer weg te houden en hun 15

16 maatschappelijke positie te verbeteren. De coördinatieplatforms laten toe zeer snel en soepel te reageren en de problemen ten gronde aan te pakken Er lopen momenteel succesvolle experimenten voor integrale jeugdhulp, die streven naar een kwalitatieve verbetering van de jeugdhulpverlening. Deze moeten verder uitgebreid worden en uitgroeien tot de norm in dit beleidsdomein. Het belang van de jongere moet vooropstaan. Daarom is het vanzelfsprekend dat er een volledig geïntegreerde interactie is tussen de minderjarige, zijn onmiddellijke leefomgeving én de hulpverleners en de daarmee samenhangende werkstructuren. Slechts op die manier kan de jeugdhulp transparant worden en maximaal aansluiten bij de vraag en de behoefte van de jongere Actieve reïntegratiestrategieën die proberen jongeren te laten terugkeren naar hun gezin, dienen een kwaliteitscriterium te worden van alle erkende voorzieningen Bemiddeling en gemeenschapsdiensten moeten zoveel mogelijk de plaatsing van een minderjarige in een instelling vervangen. Een jongere die de schade zelf moet herstellen, wordt geconfronteerd met het slachtoffer en met de gevolgen van zijn daden en hij krijgt de mogelijkheid om zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Dader-slachtofferbemiddeling, herstelbemiddeling, gemeenschapsdiensten en leerprojecten waar jongeren leren om te gaan met agressie en drugs enzovoort verdienen verdere uitbouw en ondersteuning. Ook voor het slachtoffer is dit een win-win situatie: het slachtoffer wordt erkend en betrokken en dader en slachtoffer kunnen samen op zoek gaan hoe de schade hersteld kan worden. Het betrekken van ouders, leraar, voetbaltrainer, bij dit proces versterkt het netwerk van de jongere en zal hem helpen terug op het rechte pad te komen en te blijven De vertrouwenscentra kindermishandeling Vlaanderen verrichten prachtig werk in de strijd tegen kindermishandeling, een probleem dat een steeds grotere omvang aanneemt. Willen ze dat werk volhouden en nog intensiever maken, dan moeten zij dringend bijkomende middelen krijgen. Forensisch welzijnswerk 141. Het welzijnswerk vervult een belangrijke rol op het vlak van justitie en veiligheid. Slachtofferhulp en bemiddeling in strafzaken zijn belangrijke instrumenten om de gevolgen van misdrijven dragelijker te maken. De meerwaarde van bemiddeling voor zowel slachtoffer als dader zijn aangetoond. De dader is zelf verantwoordelijk voor het herstel van de schade. Het slachtoffer kan buiten de strakke procedures van justitie met de dader communiceren. Het is tijd dat de praktijk voldoende ondersteuning krijgt zodat het aanbod verbreed wordt Soms zijn vrijheidsberovende straffen de enige oplossing om de samenleving tegen een delinquent te beschermen. Zo n straf heeft enkel zin als alles in het werk wordt gesteld om te voorkomen dat de gedetineerde nadien opnieuw misdrijven pleegt. Het is essentieel dat de gedetineerde voldoende voorbereid wordt op een terugkeer in de samenleving. Psychologische begeleiding, sollicitatietraining, arbeidsbemiddeling op maat van de gedetineerde zijn essentieel om herhaling van crimineel gedrag te voorkomen. Ook bij het elektronisch toezicht is de tussenkomst van maatschappelijk assistenten onmisbaar om de alternatieve bestraffing te doen slagen en om recidive te voorkomen. Het sociaal huis 143. In het Sociaal Huis wordt een coherent, gecoördineerd en inclusief lokaal gezondheids- en welzijnsbeleid gevoerd. Centraal staan een kwalitatief hoogstaand aanbod van dienstverlening en een optimale sociale toegankelijkheid voor alle mensen. Het Sociaal Huis schept orde in het versnipperde en onoverzichtelijke aanbod van diensten en voorzieningen. Het stuurt en regisseert het lokaal welzijns- en gezondheidszorgaanbod. Dit moet een overaanbod vermijden, een onderaanbod invullen, bestaande initiatieven op elkaar afstemmen, informatie verstrekken en doorverwijzen naar de juiste instantie. Het Sociaal Huis brengt het huidige aanbod in kaart, stemt het onderling af, stimuleert samenwerking (via netwerkvorming) en moedigt nieuwe initiatieven aan. Het signaleert knelpunten aan de centrale overheden Het Sociaal Huis is een gemeentelijk basisloket. Senioren, personen met een handicap, ouders op zoek naar kinderopvang, mantelzorgers en vele andere betrokkenen hebben behoefte aan een centraal aanspreekpunt. Nu moeten ze de broodnodige informatie her en der samensprokkelen en moeten ze zelf de voorzieningen aflopen. Bij het basisloket kan men terecht voor alle informatie over beschikbare plaatsen en diensten, prijzen, premies, tegemoetkomingen... Je krijgt er hulp bij het invullen van aanvragen en andere administratieve formaliteiten. Het Sociaal Huis heeft ook een draaischijffunctie: doorverwijzen naar mutualiteit, Kind & Gezin, sociale huisvestingsmaatschappij, lokale werkwinkel, 16

17 Zorginfrastructuur 145. Innovatief zorgbeleid vraagt een aangepast bouwbeleid. Daarom moet de komende jaren gebouwd worden op basis van de grote beleidskeuzen die vastgelegd zijn in meerjarenplannen. We moeten kiezen voor wijkzorg en voor kleine leefeenheden, niet voor campussen ver van de bewoonde wereld. De gebouwen moeten aanpasbaar zijn aan toekomstige ontwikkelingen. Dit betekent: geen rigide bouwstructuren maar flexibele, veranderlijke volumes Door aangepaste bouwconcepten kunnen zonodig huisvestingsprojecten (rusthuizen, psychiatrische verzorgingstehuizen ) zonder veel kosten voor andere doeleinden ingezet worden, bijvoorbeeld als studentenhuis of hotel. Er moet ook werk gemaakt worden van mengvormen waarbij zorgvoorzieningen onder één dak gehuisvest worden met commerciële diensten (winkels, restaurant, sauna ) In de huidige wetgeving komen de bouwsubsidies van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA). Dit gebeurt volledig gescheiden van de werkingssubsidies, die afkomstig zijn van het RIZIV (voor de ziekenhuizen en rusthuizen), het Vlaams Fonds (gehandicaptenvoorzieningen), Kind en Gezin (kinderopvang) het Fonds voor Bijzondere Jeugdbijstand... Dit is een onderscheid dat de samenhang ontkent tussen bijvoorbeeld de keuze voor goedkoper bouwen en hogere exploitatiekosten achteraf. Daarom kan men beter de globale huisvestingskost tot grondslag nemen. Gezondheid 148. Belgische kinderen hebben, op één land na, de slechtste tanden van Europa. Daarom moeten de kinderen met een verhoogd risico op tandbederf kunnen deelnemen aan begeleide tandartsbezoeken die de school organiseert. Voorbeelden in het buitenland bewijzen dat deze aanpak goede resultaten oplevert, ook voor de sociaal zwakkere gezinnen Om gezond te blijven is gezond eten van groot belang. Daarom willen we voedingsproducenten ertoe aanzetten, onder meer fiscaal, om minder vette voedingsmiddelen op de markt te brengen. Veel mensen, vooral jongeren, eten geregeld of altijd vegetarisch. Zij moeten op school of het werk, in ziekenhuizen en instellingen een volwaardige vegetarische maaltijd kunnen krijgen. Geestelijke gezondheidszorg 150. De centra voor geestelijke gezondheidszorg moeten uit de taboesfeer komen. Ze moeten beter toegankelijk gemaakt worden. Dit is onder meer essentieel voor de aanpak van het toenemende probleem van depressieve aandoeningen Binnen de centra voor geestelijke gezondheidszorg moeten absoluut meer aandacht en middelen besteed worden aan de opvang van kinderen en jongeren. Wachtlijsten leiden tot onomkeerbare drama s en zijn onaanvaardbaar Binnen de geestelijke gezondheidszorg vormen zeker de ouderen met psychische problemen een bijzondere doelgroep waarvoor specifieke aandacht vereist is Er moeten dringend meer middelen komen voor palliatieve zorg Zelfdoding komt in Vlaanderen veel meer voor dan in andere landen. Het is de belangrijkste doodsoorzaak voor dertigers en voor mannelijke veertigers. Vele mensen kunnen niet meer mee. Er is teveel stress op school, op het werk, in het gezin. Ook vele ouderen zien in zelfdoding een uitweg voor hun eenzaamheid, vertwijfeling en toenemende zorgafhankelijkheid en mentale ontreddering. Zelfmoordpreventie moet een belangrijk aandachtspunt van het beleid worden. Daarnaast is het dringend nodig begeleidingsmogelijkheden te creëren voor de nabestaanden. Momenteel bestaat deze begeleiding haast volledig uit vrijwilligerswerk 17

18 Armoede Gecoördineerde aanpak 155. Om er te wonen is ons land officieel het zesde beste ter wereld. Toch leeft 7% van de Vlamingen en Belgen permanent in armoede. 13% van de bevolking loopt het risico om in de armoede terecht te komen. Zowat 1 miljoen Belgen voelt dus aan den lijve wat armoede betekent. Daarvan zijn de tienduizenden dak- of thuislozen de meest schrijnende uitwassen. Deze cijfers zijn anno 2004 schrijnend, beschamend en een smet op het imago van welvarend Vlaanderen. Ook Vlaanderen ontsnapt dus niet aan de kloof tussen de wenselijkheid van welvaart voor iedereen en de werkelijkheid van uitsluiting van velen. Deze hardnekkige kloof moet dan ook zo snel mogelijk gedicht worden Armoede bestrijden is niet alleen een kwestie van een inkomenspolitiek. Het is vooral zaak om structurele maatregelen te nemen in het onderwijs, in de (sociale) huisvesting, de zorgsector, de arbeidsmarkt, het cultuur- en sportbeleid, de vrijetijdsbesteding, Op elk beleidsdomein, op elk departement moet armoedebestrijding dan ook een prioriteit zijn Voor elke maatregel moet een armoede-effectenrapport opgemaakt worden. Dit voorkomt maatregelen die uitsluitend werken. Het huidige beleid van planning door middel van het jaarlijks actieplan en het overleg met de lokale en federale overheden moet worden verdergezet en geïntensifieerd Het is dan ook belangrijk dat er een coördinerend minister blijft die zijn of haar collega s op de andere beleidsterreinen kan aanspreken. Dit moet onderbouwd worden door interdepartementaal overleg binnen de Administratie en een geïntegreerde planning. Tenslotte moet het Vlaams armoedebeleid zich ook inschrijven in een gecoördineerde aanpak met de andere overheden, onder andere in het kader van het Steunpunt tot Bestrijding van Armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. Participatie 159. Participatie is de tegenhanger van uitsluiting. De armen zelf betrekken in de samenleving en het beleid moet dan ook het speerpunt zijn van een armoedebeleid. Tijdens de vorige legislatuur werd het Armoededecreet goedgekeurd. De uitvoering moet op volle kracht doorgaan. Dat betekent dat er voldoende middelen worden voorzien en het vooropgestelde groeiscenario wordt gevolgd. De financiering moet mee evolueren met de groei van het aantal verenigingen waar armen het woord nemen Tijdens de afgelopen legislatuur studeerden ook de eerste 19 ervaringsdeskundigen in de armoede en de sociale uitsluiting af. Ze moeten een brug slaan tussen twee totaal verschillende leefwerelden, die decennialang van elkaar zijn gescheiden door onwetendheid, onverschilligheid en diep gewortelde vooroordelen. Deze ervaringsdeskundigen moeten in alle segmenten van de samenleving worden betrokken: in het beleid, in het wetenschappelijk onderzoek, in het onderwijs, in de hulpverlening, in de arbeidsbemiddeling, in de justitie De ervaringen van armen zijn immers voor de hele samenleving een enorme verrijking. Om de verdere opleiding en volwaardige tewerkstelling van ervaringsdeskundigen te garanderen, moet de overheidsfinanciering mee evolueren met het aantal deelnemers. sp.a engageert zich ook om actief ervaringsdeskundigen bij beleidsacties te betrekken. Armen en hun verenigingen zullen onder andere via het Vlaams Netwerk en de Interparlementaire Werkgroep Vierde Wereld structureel bij de beleidsvoorbereiding en -opvolging betrokken worden. Plaatsing 161. Plaatsing van kinderen of jongeren in instellingen heeft het uiteenvallen van de gezinnen tot gevolg, waardoor menselijke drama s vergroten. Bovendien durft een jeugdige plaatsing in een instelling wel eens met zich meebrengen dat deze jongeren onvoldoende bagage meekrijgen voor het opbouwen van een pedagogische relatie met hun eigen kinderen. Voor sp.a is plaatsing in een instelling dan ook de laatste oplossing. Thuisbegeleiding kan daarentegen veel plaatsing voorkomen. De bestaande thuisbegeleidingsdiensten moeten dan ook verder ondersteund worden en het aanbod moet veralgemeend worden over het hele grondgebied Op preventief vlak wil sp.a steun geven aan initiatieven die opvoedingsondersteunend werken. Ook is een belangrijke preventieve rol weggelegd voor schoolopbouwwerk. Deze werkvorm legt de link tussen ouders, de buurt en de school. Het voorkomt dat mensen onopgemerkt uitgesloten worden en dat reeds op vroege leeftijd kansen worden ontnomen. Bovendien moet het vragen van 18

19 (opvoedings)hulp uit de taboesfeer gehaald worden. Hulp vragen is geen schande, maar getuigt van verantwoordelijkheidszin en het erkennen van de eigen (on)mogelijkheden. Thuis- of daklozen 163. Gezien de complexiteit moet thuisloosheid via een globale strategie op verschillende terreinen tegelijk worden aangepakt. Er moet werk worden gemaakt van meer en betere opvangstructuren. Daarnaast is samenwerking tussen welzijn en aanpalende sectoren cruciaal. Om een integraal zorgaanbod uit te werken moet op maat van de thuisloze gewerkt worden. Veel belang moet dan ook gehecht worden aan cliëntparticipatie en zelfbeschikkingsrecht. De lokale overheden moeten bij deze globale aanpak worden betrokken. Maatschappelijke dienstverlening 164. Binnen de hulp- en dienstverlening is er vaak een tekort aan de nodige middelen en personeel, wat de kwaliteit van het hulpaanbod schaadt. Onder druk van wachtlijsten treedt soms zelfs afroming op van het cliënteel: probleemsituaties waarbij men op korte termijn positieve resultaten verwacht, krijgen wel eens voorrang. Deze wachtlijsten moeten zo snel mogelijk worden afgebouwd. Schulden 165. Op elke tussenkomst van de deurwaarder worden allerlei indirecte taksen geheven ten koste van de schuldenaar. Innings- en kwijtingsrechten maken de schulden van kansarme mensen nog zwaarder. Deze onrechtvaardige belastingen moeten afschaft worden. Ook verdienen de schuldbemiddelaars een betere ondersteuning en financiering. Omwille van de wachtlijsten, groeien de schulden immers nog. 19

20 Wonen Wat we willen 166. Wat we willen, is eenvoudig: voor iedereen een goed en betaalbaar dak boven het hoofd. We willen een woonbeleid voor àlle Vlamingen. We pleiten voor maatregelen voor huurders én eigenaars. Ons verhaal is géén of of verhaal. Het is een én én verhaal want er zijn 1001 wegen om het recht op wonen in Vlaanderen te realiseren, als eigenaar of als huurder. We vertrekken hierbij resoluut vanuit de woonnoden van de Vlaming en niet vanuit de bestaande structuren. We willen de mensen een maximale keuzevrijheid geven, tussen kopen, bouwen of huren. Gemeentelijke woonbureau s moeten hem of haar daarbij begeleiden. Sociale woningen bijkomende sociale huurwoningen 167. De middelen voor de bouw van sociale huurwoningen zijn de voorbije regeerperiode verdrievoudigd. We willen het budget in de komende periode met nog eens 50 % verhogen zodat er jaarlijks zeker 4000 sociale huurwoningen bijkomen, in totaal. Op termijn moeten in elke gemeente minstens 5 % van de woningen sociale huurwoningen zijn De Vlaamse overheid en de gemeenten sluiten daarvoor wooncontracten af, in nauwe samenwerking met de woonmaatschappijen, de OCMW s én de privé. Woonmaatschappijen die het wooncontract willen uitvoeren, worden financieel beloond. Gemeenten met minder dan 2.5 % sociale woningen en die elke medewerking weigeren, zien hun aandeel in het Gemeentefonds verminderd De verkoop van sociale huurwoningen komt de huurder die wil kopen, ten goede. Omdat woningen betaalbaar moeten blijven, zal de opbrengst maar volstaan voor een half nieuw huis. Natuurlijk moet het uiteindelijk resultaat zijn dat er meer huizen staan voor minder huurders. De maatschappijen die sociale woningen verkopen moeten prioritair trekkingsrecht krijgen op een op te richten compensatiefonds. Na vijf jaar, op het einde van de rit, moeten de maatschappijen die huizen verkopen méér woningen hebben in plaats van minder. Sociaal woningplan 170. Met een meerjarenplan, een sociaal wonenplan, willen we de toekomst én het draagvlak van de sociale huisvesting veilig stellen, zodat de sector ook op langere termijn nieuwe woningen kan bouwen. Nieuwe projecten zijn immers voor meer en meer maatschappijen een probleem. We zijn wel van oordeel dat de Vlaamse overheid eerst zelf samen met de sociale huisvestingsmaatschappijen orde op zaken moet stellen In afwachting van de uitvoering van het meerjarenplan moeten huurverhogingen geblokkeerd worden. De huurders mogen niet opdraaien voor de financiële problemen bij sommige sociale huisvestingsmaatschappijen. De overheid moet voldoende middelen voorzien om alle maatschappijen die veel lage inkomens huisvesten en daardoor hun sociale rol naar behoren vervullen en dus minder huur ontvangen, financieel bij te springen door een subsidie te geven die dat verlies compenseert. Deze huursubsidie moet een blijvende maatregel zijn, niet een voor een of twee jaar De structurele gezondmaking van de sector hangt ook af van een evenwichtigere samenstelling van de huurderspopulatie. Daarom moeten de inkomensgrenzen drastisch versoepeld worden. Tweeverdieners met een gewoon inkomen moeten er ook terecht kunnen. Dat komt het imago van de sociale huisvesting ten goede en brengt nieuw leven in de wijken. Hierdoor is er terug meer financiële en andere solidariteit. Uiteraard is dit slechts aanvaardbaar als we blijven investeren in meer sociale woningen Maatschappijen moeten hun kerntaak het huisvesten van lage inkomens - kunnen blijven waarmaken. Daarom reserveren we altijd een derde van de woningen in een woonproject voor de lagere inkomens. En een ander derde moet gaan naar de echt lage inkomens. Aan de maatschappijen die hun sociale opdracht naar behoren vervullen, geven we een woonbonus voor elk gezin met een erg laag inkomen dat een woning toegewezen krijgt De woonmaatschappijen krijgen meer ruimte om in samenspraak met de gemeenten - een eigen toewijzingsbeleid te voeren. Zo kunnen ze beter de leefbaarheid van de woonprojecten bewaken en rekening houden met plaatselijke omstandigheden. De toewijzingen moeten eerlijk verlopen en daarom moet de Vlaamse overheid er op toezien. 20

Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen?

Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen? Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen? Cascade van beleidsniveaus en beleidsteksten Beleid EU Strategie Europa 2020 Europees werkgelegenheidsbeleid Richtsnoeren

Nadere informatie

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3 17 SOCIALE ECONOMIE 18 Sociale economie Iedereen heeft recht op een job, ook de mensen die steeds weer door de mazen van het net vallen. De groep werkzoekenden die vaak om persoonlijke en/of maatschappelijke

Nadere informatie

Figure 1 logo vrouwenraad. De Vrouwenraad wil voor elk kind betaalbare, toegankelijke en kwaliteitsvolle kinderopvang

Figure 1 logo vrouwenraad. De Vrouwenraad wil voor elk kind betaalbare, toegankelijke en kwaliteitsvolle kinderopvang Figure 1 logo vrouwenraad De Vrouwenraad wil voor elk kind betaalbare, toegankelijke en kwaliteitsvolle kinderopvang INHOUDSTAFEL kinderopvang... 1 Een kaderdecreet kinderopvang... 2 Kwaliteitsvolle kinderopvang...

Nadere informatie

Bisconceptnota. Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen

Bisconceptnota. Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Bisconceptnota Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen 1. Situering 1.1. Vlaams Regeerakkoord

Nadere informatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie DEEL ARMOEDEBESTRIJDING Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie Actie 1 : Het OCMW zorgt er, zelfstandig of

Nadere informatie

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis; 1/5 Sectoraal comité van het Rijksregister Beraadslaging RR nr 78/2013 van 11 december 2013 Betreft: aanvraag van het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie om een netwerkverbinding tot

Nadere informatie

Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen

Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen Conceptnota Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen 1. Situering Deze conceptnota heeft tot doel om, binnen de contouren van het Vlaams Regeerakkoord

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

WERK MAKEN VAN WERK IN DE ZORGSECTOR HASSELT EXPERTENSTUURGROEP SPEERPUNT ZORGECONOMIE

WERK MAKEN VAN WERK IN DE ZORGSECTOR HASSELT EXPERTENSTUURGROEP SPEERPUNT ZORGECONOMIE WERK MAKEN VAN WERK IN DE ZORGSECTOR HASSELT EXPERTENSTUURGROEP SPEERPUNT ZORGECONOMIE Filip Van Laecke Raadgever Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen Situatieschets social

Nadere informatie

De arbeidsmarktsituatie in regio Waas & Dender: 1. beroepsbevolking: 74,0% (Vlaams gewest: 74,0%) activiteitsgraad: 70,7% (Vlaams gewest: 70,5%)

De arbeidsmarktsituatie in regio Waas & Dender: 1. beroepsbevolking: 74,0% (Vlaams gewest: 74,0%) activiteitsgraad: 70,7% (Vlaams gewest: 70,5%) ARBEIDSMARKT 9 10 Arbeidsmarkt Economische groei, verhoging van de arbeidsparticipatie, verlaging van de werkloosheid en vergroting van het draagvlak onder ons sociaal zekerheidsstelsel vragen om een open

Nadere informatie

Onze vraag: CD&V antwoordde ons:

Onze vraag: CD&V antwoordde ons: Onze vraag: Een resultaat gebonden interculturalisering moet de regel zijn in zowel overheidsorganisaties als organisaties die subsidies krijgen. Dat betekent meetbare doelstellingen op het vlak van etnisch-culturele

Nadere informatie

Nieuw loopbaanakkoord zet de stap naar maatwerk

Nieuw loopbaanakkoord zet de stap naar maatwerk PERSBERICHT VLAAMS MINISTER-PRESIDENT KRIS PEETERS VLAAMS VICE-MINISTER-PRESIDENT INGRID LIETEN VLAAMS MINISTER VAN WERK PHILIPPE MUYTERS SERV-voorzitter KAREL VAN EETVELT SERV-ondervoorzitter ANN VERMORGEN

Nadere informatie

Enkele cijfers Vaststellingen en antwoorden. Focus op. Jobkanaal Diversiteitsplannen Jobcoaching IBO Financiële tewerkstellingsmaatregelen

Enkele cijfers Vaststellingen en antwoorden. Focus op. Jobkanaal Diversiteitsplannen Jobcoaching IBO Financiële tewerkstellingsmaatregelen Kunnen kansengroepen de krapte doen vergeten? Steve Vanhorebeek. Enkele cijfers Vaststellingen en antwoorden Jobkanaal Diversiteitsplannen Jobcoaching IBO Financiële tewerkstellingsmaatregelen Focus op

Nadere informatie

I B O. Een werknemer op maat gemaakt. 1. IBO = training-on-the-job. IBO = 'werkplekleren' IBO = 'een werknemer op maat'

I B O. Een werknemer op maat gemaakt. 1. IBO = training-on-the-job. IBO = 'werkplekleren' IBO = 'een werknemer op maat' I B O Een werknemer op maat gemaakt Eén van de kernopdrachten van de VDAB bestaat uit het verstrekken van opleiding. Het tekort aan specifiek geschoold personeel en de versnelde veranderingen in de werkomgeving

Nadere informatie

Via de wijk aan het werk

Via de wijk aan het werk Via de wijk aan het werk Focus op de arbeidsmarkt Naast het erkennen van leerbedrijven is Calibris verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van kwalificaties in de sectoren zorg, welzijn en sport.

Nadere informatie

Per 1.000 kinderen onder de 3 jaar telde Limburg eind 2008 68 opvangplaatsen minder dan het Vlaamse gemiddelde.

Per 1.000 kinderen onder de 3 jaar telde Limburg eind 2008 68 opvangplaatsen minder dan het Vlaamse gemiddelde. Limburgse kinderopvang misdeeld door huidige Vlaamse Regering. Uit het antwoord vanwege Vlaams minister van Welzijn Heeren op een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Els Robeyns blijkt

Nadere informatie

Waar staat Ondernemers voor Ondernemers voor?

Waar staat Ondernemers voor Ondernemers voor? 8 Ondernemers voor Ondernemers Jaarverslag 2014 9 Waar staat Ondernemers voor Ondernemers voor? Missie De missie van de vzw Ondernemers voor Ondernemers (opgericht in 2000) is het bevorderen van duurzame

Nadere informatie

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker Samen Sterker Samenleven > niet gelijk, maar gelijkwaardig > aantrekkelijke, ecologische woonstad > iedereen een eerlijke kans op de arbeidsmarkt Samenleven Mensen zijn niet allemaal gelijk, maar wel gelijkwaardig.

Nadere informatie

Jong zijn zonder zorgen. Dit is Leon. www.s-p-a.be. tijdenveranderen.be. PNA-9985 PRODUCTIE EN MEDIA verkiezingen 2014_148x105_16pag_VERSIE SPA.

Jong zijn zonder zorgen. Dit is Leon. www.s-p-a.be. tijdenveranderen.be. PNA-9985 PRODUCTIE EN MEDIA verkiezingen 2014_148x105_16pag_VERSIE SPA. Jong zijn zonder zorgen. Dit is Leon. tijdenveranderen.be www.s-p-a.be PNA-9985 PRODUCTIE EN MEDIA verkiezingen 2014_148x105_16pag_VERSIE SPA.indd 1 24/02/14 11 NA-9985 PRODUCTIE EN MEDIA verkiezingen

Nadere informatie

Aandachtspunten t.a.v. de PROVINCIES. 2. Mobiliteit Ouderen willen zich overal kunnen verplaatsen, ook bij beperking van de persoonlijke mobiliteit.

Aandachtspunten t.a.v. de PROVINCIES. 2. Mobiliteit Ouderen willen zich overal kunnen verplaatsen, ook bij beperking van de persoonlijke mobiliteit. OOK Vlaams OUDEREN OVERLEG KOMITEE vzw - Vlaamse OUDERENRAAD Aandachtspunten t.a.v. de PROVINCIES 1. Informatie en communicatie Ouderen willen de diensten en taken van de provincie beter kennen. 2. Mobiliteit

Nadere informatie

Onze vraag: Waarom deze vraag?

Onze vraag: Waarom deze vraag? Onze vraag: Elke overheidsaanbesteding bevat een non-discriminatieclausule. Diversiteits- en opleidingsclausules worden verplicht bij overheidsopdrachten vanaf een zekere omvang. Tegen 2020 moet 100% van

Nadere informatie

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013 DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013 1 De arbeidsmarkt wordt krapper: alle talent is nodig Evolutie van de vervangingsgraad (verhouding 15-24-jarigen

Nadere informatie

Voka: Doelgroepenbeleid schiet doel voorbij

Voka: Doelgroepenbeleid schiet doel voorbij Koningsstraat 154-158 1000 Brussel tel. 02 229 81 11 www.voka.be Persbericht Datum 10 oktober 2013 aantal pagina s 1/6 meer informatie bij Sonja Teughels Senior adviseur arbeidsmarktbeleid tel. 02 229

Nadere informatie

ONS ENGAGEMENT VOOR UW TOEKOMST ONTCIJFERD

ONS ENGAGEMENT VOOR UW TOEKOMST ONTCIJFERD ONS ENGAGEMENT VOOR UW TOEKOMST ONTCIJFERD UW TOEKOMST ONTCIJFERD we creëren sociale welvaart met vier bouwstenen 1 meer jobs 2 stijgende koopkracht 3 sociale zekerheid voor iedereen 4 een toekomst voor

Nadere informatie

Thema 2: Kwaliteit van de arbeid

Thema 2: Kwaliteit van de arbeid Thema 2: Kwaliteit van de arbeid Het hebben van een baan is nog geen garantie op sociale integratie indien deze baan niet kwaliteitsvol is en slecht betaald. Ongeveer een vierde van de werkende Europeanen

Nadere informatie

WERK redacteur : Philippe Muyters, Vlaamse minister van Werk

WERK redacteur : Philippe Muyters, Vlaamse minister van Werk WERKEN AAN m a g a z i n e over m e t goesting werken WERK redacteur : Philippe Muyters, Vlaamse minister van Werk Fluitend naar je werk! De Juiste Stoel Waarom talent en competentie even belangrijk zijn

Nadere informatie

AFKORTINGEN EN BEGRIPPENKADER Ervaringsbewijs begeleider buitenschoolse kinderopvang

AFKORTINGEN EN BEGRIPPENKADER Ervaringsbewijs begeleider buitenschoolse kinderopvang AFKORTINGEN EN BEGRIPPENKADER Ervaringsbewijs begeleider buitenschoolse kinderopvang BKO BSO CVO CVS ERSV ESF EVC EVK IBO K&G PLOT POP RESOC SERR SERV VBJK VCOK VDAB VDKO VLOR VSPW VZW Buitenschoolse Kinderopvang

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN RESOLUTIE

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN RESOLUTIE Stuk 818 (2000-2001) Nr. 1 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2000-2001 23 augustus 2001 VOORSTEL VAN RESOLUTIE van mevrouw Trees Merckx-Van Goey, mevrouw Riet Van Cleuvenbergen, mevrouw Sonja Becq, mevrouw Ingrid

Nadere informatie

2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan?

2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan? 2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan? Om de strijd tegen discriminatie op de werkvloer aan te gaan, kan je als militant beroep doen op een breed wettelijk kader. Je vindt hieronder de belangrijkste

Nadere informatie

Groeiend potentieel voor laaggeschoolde jobs

Groeiend potentieel voor laaggeschoolde jobs Groeiend potentieel voor Tanja Termote sociaaleconomisch beleid, WES Meer en meer krijgen we te horen dat de technologische ontwikkeling en de toenemende concurrentie van lagelonenlanden de vraag naar

Nadere informatie

VOSEC Memorandum Gemeente- en provincieraadsverkiezingen 8 oktober 2006.

VOSEC Memorandum Gemeente- en provincieraadsverkiezingen 8 oktober 2006. . Kiest u ook voor sociale economie in uw gemeente? Op 8 oktober 2006 zijn er gemeente- en provincieraadsverkiezingen in België. Het Vlaams Overleg Sociale Economie (VOSEC) wil lokale beleidsvoerders in

Nadere informatie

GROEN LICHT, ACV STEUNT DEZE VISIE. PAS OP, GEVAAR VOOR KWALITEITSVOLLE, STOP! STOP! DUIDELIJK GEVAAR VOOR KWALITEITSVOLLE,

GROEN LICHT, ACV STEUNT DEZE VISIE. PAS OP, GEVAAR VOOR KWALITEITSVOLLE, STOP! STOP! DUIDELIJK GEVAAR VOOR KWALITEITSVOLLE, Kinder pvang De Vlaamse Regering presenteerde in juli 2010 haar visie op de nieuwe structuur van de voorschoolse kinderopvang. Deze visie zal tegen 2012 uitgewerkt worden in een kaderdecreet voorschoolse

Nadere informatie

Samen voor een sociale stad

Samen voor een sociale stad Samen voor een sociale stad 2015-2018 Samen werken we aan een sociaal en leefbaar Almere waar iedereen naar vermogen meedoet 2015 Visie VMCA 2015 1 Almere in beweging We staan in Almere voor de uitdaging

Nadere informatie

VLAAMSE OUDERENRAAD Advies 2013/3 over de overdracht van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) naar Vlaanderen

VLAAMSE OUDERENRAAD Advies 2013/3 over de overdracht van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) naar Vlaanderen VLAAMSE OUDERENRAAD Advies 2013/3 over de overdracht van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) naar Vlaanderen Vlaamse Ouderenraad vzw 18 december 2013 Koloniënstraat 18-24 bus 7 1000 Brussel

Nadere informatie

Op weg naar een nieuw MAATWERKDECREET

Op weg naar een nieuw MAATWERKDECREET Op weg naar een nieuw MAATWERKDECREET Kader - situering Vlaams Regeerakkoord Sociale Economie => 2 pijlers: Lokale Diensteneconomie Maatwerk Beschutte werkplaatsen Sociale werkplaatsen Invoegmaatregel

Nadere informatie

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker Samen Sterker Werk > flexibelere arbeidsmarkt > verminderen bureaucratie > betere kansen voor startende (jonge) ondernemers Werk Algemeen Op dit moment hebben mensen die langs de kant staan te weinig kans

Nadere informatie

Uw netwerk voor succesvol ondernemen in de Brusselse metropool. Metropolitan

Uw netwerk voor succesvol ondernemen in de Brusselse metropool. Metropolitan Uw netwerk voor succesvol ondernemen in de Brusselse metropool Metropolitan Voka Metropolitan bouwt aan de Brusselse metropool Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen, bundelt zijn werking in de Brusselse

Nadere informatie

3.2 De omvang van de werkgelegenheid

3.2 De omvang van de werkgelegenheid 3.2 De omvang van de werkgelegenheid Particuliere bedrijven en overheidsbedrijven nemen mensen in dienst. Collectieve sector = Semicollectieve sector = De overheden op landelijk, provinciaal en lokaal

Nadere informatie

Armoedebarometer 2012

Armoedebarometer 2012 Armoedebarometer 2012 Jill Coene An Van Haarlem Danielle Dierckx In opdracht van Decenniumdoelen 2017 Armoede in cijfers Kinderen geboren in een kansarm gezin verdubbeld tot 8,6% op tien jaar tijd - Kwalijke

Nadere informatie

AMSTERDAMMERS AAN HET WERK. Gemeentelijk werk voor tenminste het minimumloon

AMSTERDAMMERS AAN HET WERK. Gemeentelijk werk voor tenminste het minimumloon AMSTERDAMMERS AAN HET WERK Gemeentelijk werk voor tenminste het minimumloon 1 Samenvatting De weg uit armoede is werk. De vraag hoe mensen weer aan het werk geholpen kunnen worden is actueel. De flinke

Nadere informatie

opdrachtsverklaring centrum voor volwassen personen met handicap MOZAÏEK

opdrachtsverklaring centrum voor volwassen personen met handicap MOZAÏEK opdrachtsverklaring centrum voor volwassen personen met handicap MOZAÏEK Bij het begin van de jaren 70 zoeken enkele ouders een dagcentrum voor hun volwassen gehandicapt kind. Voordien was het bijna evident

Nadere informatie

Sociale rechten en handicap POSITIENOTA

Sociale rechten en handicap POSITIENOTA Sociale rechten en handicap POSITIENOTA FEBRUARI 2015 1. INLEIDING Onder sociale rechten verstaan wij rechten die toegekend worden door het socialezekerheidssysteem, zoals de geneeskundige verzorging,

Nadere informatie

MAAR WEL IN UW BEDRIJF. Vind gratis uw geschikte medewerker WWW.JOBKANAAL.BE. Jobkanaal geeft ook advies over steunmaatregelen, subsidies en HRM.

MAAR WEL IN UW BEDRIJF. Vind gratis uw geschikte medewerker WWW.JOBKANAAL.BE. Jobkanaal geeft ook advies over steunmaatregelen, subsidies en HRM. ze passen NIET altijd IN HET PLAATJE MAAR WEL IN UW BEDRIJF Vind gratis uw geschikte medewerker WWW.JOBKANAAL.BE Jobkanaal geeft ook advies over steunmaatregelen, subsidies en HRM. dirk vekemans Beroep:

Nadere informatie

Wat willen we in Pegode VZW bereiken?

Wat willen we in Pegode VZW bereiken? Niel, 15 november 2012 Wat willen we in Pegode VZW bereiken? Doelstelling Pegode VZW zoals vermeld in de statuten: De vereniging heeft als doel, met uitsluiting van elk winstoogmerk, de maatschappelijke

Nadere informatie

We zijn op ontdekkingsreis, in een gebied waar de huidige systemen leidend zijn maar onvoldoende werken. Bij een ontdekkingsreis hoort ruimte.

We zijn op ontdekkingsreis, in een gebied waar de huidige systemen leidend zijn maar onvoldoende werken. Bij een ontdekkingsreis hoort ruimte. Het speelveld De wereld om ons heen verandert razend snel. De richting is duidelijk, de sociale zekerheid wordt geprivatiseerd. Samen bouwen we aan een vernieuwende structuur om de arbeidsmarkt essentieel

Nadere informatie

Nieuwe kans op extra instroom

Nieuwe kans op extra instroom Nieuwe kans op extra instroom Focus op de arbeidsmarkt Naast het erkennen van leerbedrijven is Calibris verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van kwalificaties in de sectoren zorg, welzijn en

Nadere informatie

Subsidies inclusieve opvang

Subsidies inclusieve opvang Subsidies inclusieve opvang Om de ouders binnen een redelijke afstand een opvangplaats aan te bieden, voorziet de Vlaamse overheid 3 soorten subsidies. INHOUD SUBSIDIE VOOR INDIVIDUELE INCLUSIEVE OPVANG

Nadere informatie

Vlaamse Regering. Addendum. bij het. Protocol van samenwerking

Vlaamse Regering. Addendum. bij het. Protocol van samenwerking Vlaamse Regering Addendum bij het Protocol van samenwerking In het kader van het economisch impulsplan herstel het vertrouwen van de Vlaamse regering goedgekeurd op 14 november 2008 Tussen de Vlaamse Regering

Nadere informatie

De Punt broedplaats voor ondernemers met aandacht voor mens en milieu. Willem Lutjeharms 16 februari 2011

De Punt broedplaats voor ondernemers met aandacht voor mens en milieu. Willem Lutjeharms 16 februari 2011 De Punt broedplaats voor ondernemers met aandacht voor mens en milieu. Willem Lutjeharms 16 februari 2011 1 Publiek-private samenwerking 1.1 Ontstaan en evolutie - Faillissement Trefil-Arbed 1993 - Oprichting

Nadere informatie

Kinderarmoede in het Brussels Gewest

Kinderarmoede in het Brussels Gewest OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL Senaat hoorzitting 11 mei 2015 Kinderarmoede in het Brussels Gewest www.observatbru.be DIMENSIES VAN ARMOEDE

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN RESOLUTIE. van mevrouw Ria Van Den Heuvel en de heren Jan Roegiers, Carlo Daelman en Koen Helsen

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN RESOLUTIE. van mevrouw Ria Van Den Heuvel en de heren Jan Roegiers, Carlo Daelman en Koen Helsen Stuk 2223 (2003-2004) Nr. 1 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2003-2004 5 maart 2004 VOORSTEL VAN RESOLUTIE van mevrouw Ria Van Den Heuvel en de heren Jan Roegiers, Carlo Daelman en Koen Helsen betreffende een

Nadere informatie

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking Brussel, 5 juli 2006 050706_Advies_kaderdecreet_Vlaamse_ontwikkelingssamenwerking Advies over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking 1. Inleiding Op 24 mei 2006 heeft Vlaams minister

Nadere informatie

Waarom geen woningen bouwen. zoals Ecopower stroom verkoopt?

Waarom geen woningen bouwen. zoals Ecopower stroom verkoopt? Waarom geen woningen bouwen zoals Ecopower stroom verkoopt? Betaalbaar en duurzaam wonen Peter Van Cleemput Teammanager Lokaal Woonbeleid IGEMO Intergemeentelijk project Wonen langs Dijle en Nete Aanleiding

Nadere informatie

Uitdagingen ICT markt

Uitdagingen ICT markt Uitdagingen ICT markt Kwalitatieve verstoring arbeidsmarkt Kwantitatieve verstoring arbeidsmarkt Sociaal-Maatschappelijke frictie door veranderende visie op arbeid Traditionele organisatie modellen zijn

Nadere informatie

Kansen voor jongeren bij u op de werkvloer Menukaart voor werkgevers

Kansen voor jongeren bij u op de werkvloer Menukaart voor werkgevers Kansen voor jongeren bij u op de werkvloer Menukaart voor werkgevers Voorwoord Een wereld van verschil maken voor jong talent én voor uzelf. Wie wil dat nu niet? Niet iedereen heeft hiertoe de mogelijkheid.

Nadere informatie

R E C R U I T M E N T R E S O U R C E S R E S U L T S DE DRIJVENDE KRACHT ACHTER DYNAMISCHE ICT RECRUITMENT OPLOSSINGEN

R E C R U I T M E N T R E S O U R C E S R E S U L T S DE DRIJVENDE KRACHT ACHTER DYNAMISCHE ICT RECRUITMENT OPLOSSINGEN R E C R U I T M E N T R E S O U R C E S R E S U L T S DE DRIJVENDE KRACHT ACHTER DYNAMISCHE ICT RECRUITMENT OPLOSSINGEN VERDER KIJKEN HumanR is dé specialist bij uitstek op het gebied van werving, selectie

Nadere informatie

Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking

Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland Brussel, april 2014 CVN heeft

Nadere informatie

monitor begeleider sociale economie V E R R A S S E N D T E C H N IS C H

monitor begeleider sociale economie V E R R A S S E N D T E C H N IS C H De monitor/begeleider is naast de doelgroepwerknemer één van de belangrijkste personen in sociale economie bedrijven. Vandaag vindt de sociale economie steeds moeilijker monitoren/ begeleiders. Nochtans

Nadere informatie

Toespraak van Vlaams minister Lieten op eindcongres The Missing Link - woensdag 21 september 2011

Toespraak van Vlaams minister Lieten op eindcongres The Missing Link - woensdag 21 september 2011 Toespraak van Vlaams minister Lieten op eindcongres The Missing Link - woensdag 21 september 2011 Geachte heer Commissaris Andor, Geachte mensen van De Link, mensen van de Europese partnerorganisaties,

Nadere informatie

PROGRAMMA WORKSHOP ZOEKEN EN VINDEN

PROGRAMMA WORKSHOP ZOEKEN EN VINDEN LANCERING ACTIEMAP BA[L]AN S WORKSHOP MYRIAM HEEREMANS PROJECTONTWIKKELAAR DUURZAAM PERSONEELSBELEID EN DIVERSITEIT - RESOC MECHELEN LUDO COOLS STAFMEDEWERKER PERSONEELSZAKEN PSYCHIATRISCH CENTRUM DUFFEL

Nadere informatie

Alle kinderen kunnen Roefelen Stichting Roefelen zoekt partners 2013-2017

Alle kinderen kunnen Roefelen Stichting Roefelen zoekt partners 2013-2017 Alle kinderen kunnen Roefelen Stichting Roefelen zoekt partners 2013-2017 Het is belangrijk dat kinderen al jong kennis maken met bedrijven en beroepen. Roefelen maakt dat mogelijk. De in 2011 opgerichte

Nadere informatie

Ik verlaat de school wat nu?

Ik verlaat de school wat nu? Ik verlaat de school wat nu? Je hebt geen werk? Schrijf je in bij de VDAB: Hoe? Via de website www.vdab.be Via het gratis nummer 0800/ 30 700 Via een kantoor in de buurt Wanneer? Voor 1 augustus Als je

Nadere informatie

UITDAGINGEN IN DE SOCIAL-PROFIT. Jo Vandeurzen Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

UITDAGINGEN IN DE SOCIAL-PROFIT. Jo Vandeurzen Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin UITDAGINGEN IN DE SOCIAL-PROFIT Jo Vandeurzen Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 2050: 3x zoveel tachtigjarigen en 10x zoveel honderdjarigen Sector Gezondheidszorg en maatschappelijke

Nadere informatie

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker Samen Sterker Internationalisering > wegnemen barrières grensoverschrijdend vervoer > werken waar je wilt > meer innovatie over de grenzen heen Internationalisering Maastricht is de meest internationale

Nadere informatie

MEMORANDUM. voor het beleid op politiek en academisch vlak

MEMORANDUM. voor het beleid op politiek en academisch vlak MEMORANDUM voor het beleid op politiek en academisch vlak Academiseren? Laat het ons dadelijk goed doen! VIK-memorandum voor het beleid op politiek en academisch vlak. - 2 - De graad en het diploma van

Nadere informatie

PARTICIPATIE: ÓÓK IN OOST-GRONINGEN!

PARTICIPATIE: ÓÓK IN OOST-GRONINGEN! PARTICIPATIE: ÓÓK IN OOST-GRONINGEN! DOELEN VAN PARTICIPATIEWET ALLEEN TE HALEN ALS RIJK, PROVINCIE, GEMEENTEN, ONDERWIJS EN SOCIALE PARTNERS GEZAMENLIJK AAN DE SLAG GAAN! DE PARTICIPATIEWET IN OOST-GRONINGEN:

Nadere informatie

5.2 Wie is er werkloos?

5.2 Wie is er werkloos? 5.2 Wie is er werkloos? Volgens het CBS behoren mensen tot de werkloze beroepsbevolking als ze een leeftijd hebben van 15 tot en met 64 jaar, minder dan 12 uur werken, actief op zoek zijn naar betaald

Nadere informatie

BELEID OP VLAK VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: IN BELGIË EN DAARBUITEN

BELEID OP VLAK VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: IN BELGIË EN DAARBUITEN BELEID OP VLAK VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: IN BELGIË EN DAARBUITEN KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 1. Het landbouwdossier Het feit dat Westerse landbouwproducten de lokale markten in het Zuiden verstoren.

Nadere informatie

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil, onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-ondernemers MKB-Nederland

Nadere informatie

Uitdagingen ICT markt

Uitdagingen ICT markt Uitdagingen ICT markt Kwalitatieve verstoring arbeidsmarkt Kwantitatieve verstoring arbeidsmarkt Sociaal-Maatschappelijke frictie door veranderende perceptie van arbeid Traditionele organisatie modellen

Nadere informatie

De Vlaamse regering heeft op 25 juni 2010 een besluit goedgekeurd betreffende de beleids- en beheerscyclus (BBC)van de provincies, de gemeenten en de

De Vlaamse regering heeft op 25 juni 2010 een besluit goedgekeurd betreffende de beleids- en beheerscyclus (BBC)van de provincies, de gemeenten en de De Vlaamse regering heeft op 25 juni 2010 een besluit goedgekeurd betreffende de beleids- en beheerscyclus (BBC)van de provincies, de gemeenten en de OCMW s met regels voor de financiële aspecten van de

Nadere informatie

Blijvend beter inzetbaar. Levensfasegericht personeelsmanagement: een praktische uitwerking

Blijvend beter inzetbaar. Levensfasegericht personeelsmanagement: een praktische uitwerking Blijvend beter inzetbaar Levensfasegericht personeelsmanagement: een praktische uitwerking mogelijkheden Aanleiding Door vergrijzing en ontgroening kan in de nabije toekomst het aantal mensen dat met pensioen

Nadere informatie

VOORSTEL VAN DECREET VAN MEVROUW SONJA BECQ EN MEVROUW VEERLE HEEREN C.S HOUDENDE REGELING VAN DE THUISOPVANG VAN ZIEKE KINDEREN

VOORSTEL VAN DECREET VAN MEVROUW SONJA BECQ EN MEVROUW VEERLE HEEREN C.S HOUDENDE REGELING VAN DE THUISOPVANG VAN ZIEKE KINDEREN ADVIES VOORSTEL VAN DECREET VAN MEVROUW SONJA BECQ EN MEVROUW VEERLE HEEREN C.S HOUDENDE REGELING VAN DE THUISOPVANG VAN ZIEKE KINDEREN Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen. Voorstel

Nadere informatie

Wie jong is, wordt getroffen. Wie kinderen heeft, wordt getroffen

Wie jong is, wordt getroffen. Wie kinderen heeft, wordt getroffen Naast de federale besparingen mogen we natuurlijk niet vergeten wat er op Vlaams niveau op ons af komt. Wie verwacht dat de Vlaamse regering Bourgeois I de wonden van de federale besparingen zalft, komt

Nadere informatie

Alternatief voor Regeerakkoord Regie in eigen hand door persoonsgebonden en persoonsvolgende bekostiging

Alternatief voor Regeerakkoord Regie in eigen hand door persoonsgebonden en persoonsvolgende bekostiging 13-0010/mh/rs/ph Alternatief voor Regeerakkoord Regie in eigen hand door persoonsgebonden en persoonsvolgende bekostiging Gevraagde actie: - Deelt u de filosofie van Regie in eigen hand? - Bent u bereid

Nadere informatie

BIJLAGE BIJ DE CAO NR. 38 VAN 6 DECEMBER 1983 BETREFFENDE DE WERVING EN SELECTIE VAN WERKNEMERS -------------------------

BIJLAGE BIJ DE CAO NR. 38 VAN 6 DECEMBER 1983 BETREFFENDE DE WERVING EN SELECTIE VAN WERKNEMERS ------------------------- BIJLAGE BIJ DE CAO NR. 38 VAN 6 DECEMBER 1983 BETREFFENDE DE WERVING EN SELECTIE VAN WERKNEMERS ------------------------- Zitting van vrijdag 10 oktober 2008 ---------------------------------------------

Nadere informatie

Wat is ESF? ESF financiert organisaties die:

Wat is ESF? ESF financiert organisaties die: MEDIAKIT Wat is ESF? 2 ESF staat voor Europees Sociaal Fonds. Dit fonds heeft als doel de werkgelegenheid te bevorderen en de arbeidmarkt te verstevigen. Hiervoor krijgt het ESF-Agentschap Vlaanderen subsidies

Nadere informatie

Kansen voor iedereen

Kansen voor iedereen Kansen voor iedereen Ik wil thuis blijven wonen maar heb ondersteuning nodig voor mijn persoonlijke verzorging. Hoe pak ik dat aan? Kan ik beroep doen op een persoonlijk assistent voor het organiseren

Nadere informatie

Verkiezingsprogramma PvdA Feijenoord

Verkiezingsprogramma PvdA Feijenoord Verkiezingsprogramma PvdA Feijenoord Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van de Partij van de Arbeid. Wij staan voor een spreiding van kennis, macht

Nadere informatie

Advies. Krijtlijnen voor de hervorming van het stelsel van de opleidingscheques

Advies. Krijtlijnen voor de hervorming van het stelsel van de opleidingscheques Brussel, 9 juni 2010 SERV_ADV_20100609_Krijtlijnen_stelsel_opleidingscheques.doc Advies Krijtlijnen voor de hervorming van het stelsel van de opleidingscheques Advies De SERV formuleerde op 14 oktober

Nadere informatie

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kansengroepen op de arbeidsmarkt Faiza Djait

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kansengroepen op de arbeidsmarkt Faiza Djait DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE Kansengroepen op de arbeidsmarkt Faiza Djait Voor drie kansengroepen: ouderen, allochtonen en personen met een arbeidshandicap 1. Overzicht van de belangrijkste arbeidsmarktindicatoren

Nadere informatie

De ouderwordende verpleegkundige, waardevol in de zorg?! Anita Wassink 2010-2011

De ouderwordende verpleegkundige, waardevol in de zorg?! Anita Wassink 2010-2011 De ouderwordende verpleegkundige, waardevol in de zorg?! Anita Wassink 2010-2011 Inhoud Situering Onderzoek Resultaten Eigen onderzoek Vergelijking resultaten met ander onderzoek Interpretatie - besluit

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

Van belang. Het verhaal van de Nederlandse Vereniging van Banken

Van belang. Het verhaal van de Nederlandse Vereniging van Banken Van belang Het verhaal van de Nederlandse Vereniging van Banken De som der delen De uitdagingen van de sector Door de NVB Van belang De nieuwe realiteit In Nederland zijn ruim tachtig Nederlandse en buitenlandse

Nadere informatie

Instroom Doorstroom - Uitstroom

Instroom Doorstroom - Uitstroom Infofiche Instroom Doorstroom - Uitstroom De Vlaamse overheid wil inzetten op instroom, doorstroom en uitstroom van studenten in het hoger onderwijs en dit vooral wat betreft studenten die onevenredig

Nadere informatie

1. De detailhandel in Nederland

1. De detailhandel in Nederland 1 2 1. De detailhandel in Nederland De detailhandel is een belangrijke economische sector die wordt gekenmerkt door een zeer arbeidsintensief karakter. Er werken ongeveer 750.000 mensen. Het belang voor

Nadere informatie

Huis Sofia 22 november 2011

Huis Sofia 22 november 2011 Huis Sofia 22 november 2011 Overzicht presentatie Antwerpen in cijfers OCMW Antwerpen in cijfers Studenten in Antwerpen Strategische visie en doelstelling Visie en uitgangspunten Wie woont er? Wat betekent

Nadere informatie

Onze visie op cliënten, medewerkers en organisatie vertrekt vanuit 6 waarden: Cliëntgestuurd, Integer, Inclusief, Open, Participatief, Professioneel.

Onze visie op cliënten, medewerkers en organisatie vertrekt vanuit 6 waarden: Cliëntgestuurd, Integer, Inclusief, Open, Participatief, Professioneel. missie en VISIE Het GielsBos wil een veilige en geborgen thuis bieden aan volwassenen en kinderen met een beperking. We bieden deze mensen en hun leefomgeving een brede ondersteuning vanuit ervaring en

Nadere informatie

Socioprofessionele reïntegratie. Conny Daens, GTB

Socioprofessionele reïntegratie. Conny Daens, GTB Socioprofessionele reïntegratie Conny Daens, GTB GTB - dienst, vzw die vanuit de werkwinkels heel nauw samenwerkt met VDAB binnen een samenwerkingsakkoord voor personen met een werkvraag. - Onderscheidt

Nadere informatie

DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER

DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER UTRECHT MIDDEN DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER Doel van de Participatiewet De Participatiewet vervangt de bijstandswet, de Wet sociale werkvoorziening en een deel van de Wajong. Het doel van de

Nadere informatie

Voorstel van resolutie. betreffende een harmonisatie in de sociale kredietsector

Voorstel van resolutie. betreffende een harmonisatie in de sociale kredietsector stuk ingediend op 548 (2009-2010) Nr. 1 20 mei 2010 (2009-2010) Voorstel van resolutie van mevrouw Mercedes Van Volcem, de heer Filip Anthuenis, de dames Irina De Knop en Vera Van der Borght en de heer

Nadere informatie

ernationale - Advocaten gespecialiseerd in sociaal recht - Dis Individueel arbeidsrecht - Collectieve arbeidsrelaties - Alternatief loon en

ernationale - Advocaten gespecialiseerd in sociaal recht - Dis Individueel arbeidsrecht - Collectieve arbeidsrelaties - Alternatief loon en ernationale - Advocaten gespecialiseerd in sociaal recht - Dis Individueel arbeidsrecht - Collectieve arbeidsrelaties - Alternatief loon en fiscaliteit - Herstructureringen en overgang van ondernemingen

Nadere informatie

Percentage geboortes in kansarme gezinnen t.o.v. het totaal aantal 18

Percentage geboortes in kansarme gezinnen t.o.v. het totaal aantal 18 79 WELZIJN ENZORG 80 Welzijn en zorg Welzijn is een beleidsmaterie die zich niet in vakjes laat opdelen. Of mensen zich goed voelen, heeft te maken met hun gezondheid, hun leef- en woonomgeving, hun inkomen,

Nadere informatie

VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD

VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD STUK 459 (2011-2012) Nr. 1 VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD ZIT TING 2011-2012 17 NOVEMBER 2011 VOORSTEL VAN RESOLUTIE van mevrouw Elke ROEX betreffende het waarborgen van het recht op kinderopvang

Nadere informatie

Alternatieve en innoverende vormen van huisvesting, dienstverlening en zorg voor ouderen: een algemene inleiding

Alternatieve en innoverende vormen van huisvesting, dienstverlening en zorg voor ouderen: een algemene inleiding Opvangmogelijkheden in de zorg Alternatieve en innoverende vormen van huisvesting, dienstverlening en zorg voor ouderen: een algemene inleiding Rebekka Verniest Departement Onderzoek en Ontwikkeling Landsbond

Nadere informatie

Naar een optimale relatie tussen mens en werk

Naar een optimale relatie tussen mens en werk Naar een optimale relatie tussen mens en werk Wij optimaliseren de mens-werkrelatie In een veranderende omgeving kan uw bedrijf of organisatie niet achterblijven. Meer dan ooit wordt u uitgedaagd om de

Nadere informatie

Stafmobiliteit gewikt en gewogen

Stafmobiliteit gewikt en gewogen Stafmobiliteit gewikt en gewogen Isabelle De Ridder Vlaamse Onderwijsraad Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) Strategische adviesraad voor het beleidsdomein onderwijs en vorming - Opdracht: o Adviezen op vraag

Nadere informatie

betreffende sensibilisering, preventie en handhaving inzake discriminatie op de arbeidsmarkt van personen met een migratieachtergrond

betreffende sensibilisering, preventie en handhaving inzake discriminatie op de arbeidsmarkt van personen met een migratieachtergrond ingediend op 415 (2014-2015) Nr. 1 30 juni 2015 (2014-2015) Voorstel van resolutie van Jan Hofkens, Sonja Claes, Emmily Talpe, Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne en Miranda Van Eetvelde betreffende sensibilisering,

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Initiatiefvoorstel Lokaal Investeringsfonds behoud en bevorderen werkgelegenheid Inleiding

gemeente Eindhoven Initiatiefvoorstel Lokaal Investeringsfonds behoud en bevorderen werkgelegenheid Inleiding gemeente Eindhoven Raadsnummer 12R5074 Inboeknummer Dossiernummer Initiatiefvoorstel Lokaal Investeringsfonds behoud en bevorderen werkgelegenheid Inleiding Het tafelzilver is op, de tijd dat we ruim in

Nadere informatie