Perioperatief Vochtbeleid Bij Kinderen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Perioperatief Vochtbeleid Bij Kinderen"

Transcriptie

1 DISCLAIMER Protocollen geven aan hoe lokaal uitvoering wordt gegeven aan beroepskaders, -normen, standpunten en richtlijnen. Protocollen worden lokaal/plaatselijk vastgesteld, rekening houdend met de typische omstandigheden van de eigen praktijk en het ziekenhuis. Het opstellen van protocollen is een eigen verantwoordelijkheid van afdelingen en maatschappen anesthesiologie. De protocollen van de Sectie Kinderanesthesiologie van de NVA zijn een handvat om hieraan lokaal invulling te geven. Perioperatief Vochtbeleid Bij Kinderen Inhoud 1. Vooraf 1 2. Theoretische achtergronden 2 A. Vochtbehoefte 2 B. Elektrolytbehoefte 3 C. Energiebehoefte 3 D. Neonaten 4 3. Praktische uitvoering 4 4. Bijzonderheden en complicaties 5 5. Stroomdiagram Vooraf Techniek Perioperatief vochtbeleid bij kinderen Omschrijving Perioperatief vochtbeleid heeft tot doel om voor, tijdens en direct na een operatie homeostase en cardiovasculaire stabiliteit te handhaven, rekening houdend met de invloeden van chirurgische stress en anesthetica. Het voorziet in de onderhoudsbehoefte, compensatie van tekorten en vocht om het intravasculaire volume en de perfusie van de weefsels te handhaven (1, 2). Behoeftes kunnen opgesplitst worden in vocht-, elektrolyt- en energiebehoefte. Trefwoorden Perioperatief, vocht, kind, zuigeling, neonaat Glucose, hyperglykemie, hypoglykemie, hyponatriëmie, colloïd, isotone vloeistof Indicatie Alle kinderen voor een ingreep of onderzoek onder algehele anesthesie of sedatie. Aandachtspunten Deze optie omvat het vochtbeleid bij kinderen van alle leeftijden. Transfusie van bloed en bloedproducten valt buiten het bestek van deze optie (zie Optie Transfusie). Het verdient de voorkeur het uitgerekende volume aan vocht per uur via een ingestelde volumetrische pomp toe te dienen. Indien een zak infuusvloeistof zonder volumetrische pomp wordt aangesloten, mag deze niet meer vocht bevatten dan 20 ml/kg.

2 2. Theoretische achtergronden A. Vochtbehoefte De onderhoudsbehoefte, of basale behoefte, is het vocht (water) dat een gemiddeld niet-ziek kind met zowel een normale intracellulaire als een normale extracellulaire vochtbalans nodig heeft. Dit vocht is nodig voor het metabolisme en omvat de perspiratio insensibilis (ademhaling, zweten) en de obligate urineproductie. De onderhoudsbehoefte aan water wordt berekend met de regel (zie tabel 1) (3). Tabel 1: de regel Gewicht Onderhoudsvocht/uur 5-10 kg 4 ml/kg kg 40 ml + 2ml/kg voor elke kg van kg > 20 kg ml + 1ml/kg voor elke kg boven de 20 kg Op dag 1 na de geboorte bedraagt de vochtbehoefte van de à terme neonaat slechts 70 ml/kg/dag en neemt toe tot 150 ml/kg/dag ( 6 ml/kg/u) vanaf de leeftijd van een week. Zuigelingen tot 5 kg hebben ongeveer 5-6 ml/kg/u nodig. Bij prematuren is de vochtbehoefte hoger (50-100%) vanwege een verhoogde perspiratio insensibilis (zie tabel 2). Tabel 2: vochtbehoefte (ml/kg/u) premature en à terme neonaat Levensdag < 28 weken postconceptioneel weken postconceptioneel > 36 weken postconceptioneel Naast de basale behoefte bestaat ook een vochtbehoefte ten gevolge van tekorten. We onderscheiden pre-, per- en postoperatieve tekorten. - Preoperatieve tekorten: - Vasten: aantal uren nuchter x onderhoudsbehoefte/uur - Koorts: + 10% per C boven 37 C - Gastro-intestinale verliezen: braken, diarree, darmvoorbereiding - Bloedingen - Peroperatieve tekorten: - Bloedverlies: voor het bereiken van de transfusietrigger te compenseren met 3 ml kristalloïde of 1 ml colloïdale vloeistof per ml bloedverlies - Interstitiële vochtverplaatsing - Postoperatieve tekorten: - Aanhoudend bloedverlies - Interstitiële vochtverplaatsing - Beperkte orale intake - Koorts - Gastro-intestinale verliezen Tekenen van acuut vochttekort staan in tabel 3 (4). Als deze tekenen niet reageren op 20 ml/kg isotoon vocht als bolus, dient afgewogen te worden of meer vocht gegeven moet worden, een bloedtransfusie aangewezen is of een vasopressor/inotropicum moet worden gestart (bij de opvang van kritiek zieke kinderen volgens de APLS overweegt men voornoemde na 2x 20 ml/kg isotoon vocht). Tekorten door braken vangt men het beste op met NaCl 0.9% en tekorten door diarree idealiter met Ringer lactaat/acetaat of een andere gebalanceerde elektrolytoplossing. 2

3 Tabel 3: tekenen van acuut vochttekort Teken Tachycardie Vertraagde capillaire refill time (> 3 sec) Centraal veneuze druk Perifeer koud, bleke kleur Ingevallen fontanel Afgenomen urineproductie Hypotensie Over basislijn dansend plethysmogram, hoge pulse variability index Verhoogde ademfrequentie, verhoogd lactaat Opmerking Vooral als > 5 sec, afhankelijk van (omgevings-)temperatuur Invasief, nuttig als trend Bij neonaten en jonge zuigelingen Pas duidelijk na enige uren, normaal 1-2 ml/kg/u Laat teken Als teken van verminderde weefselperfusie Colloïdale vloeistoffen hebben een plaats bij de behandeling van hypovolemie. Met albumine is veel ervaring opgedaan en het wordt goed verdragen. Allergische reacties op albumine zijn beschreven. Theoretisch zou risico op overdracht van prion-ziekten als Creutzfeldt-Jacob bestaan, maar dit is nog nooit aangetoond. Albumine is een humaan bloedproduct en erg kostbaar (5). Ook de derde generatie hydroxyethylzetmeeloplossingen (medium molecuulgewicht, molaire substitutieratio , hoge C2:C6 ratio) zijn toegelaten voor gebruik bij kinderen met een normale nierfunctie en stolling (Voluven, Venofundin, Tetraspan, Volulyte ). Bij prematuren en neonaten uitsluitend na ernstige afweging van voor- en nadelen. De maximale dosering is 50 ml/kg/24 uur (5).Overigens noemt de fabrikant van Voluven een dosis van 16 ml/kg/dag voor neonaten en kinderen tot 2 jaar en 33 ml/kg/dag voor volwassenen. Hydroxyethylzetmeeloplossingen en albumine zijn gelijkwaardig in effect en verdraagbaarheid. Bij sepsis (capillary leak) staat het geven van hydroxyethylzetmeeloplossingen ter discussie. Bij (ernstig zieke) neonaten en jonge zuigelingen is het geven van fresh frozen plasma een alternatief. Hierbij bestaat een risico op de aan transfusie inherente complicaties. Bij kinderen met slechte hartspier- of nierfunctie kan een restrictiever vochtbeleid te verkiezen zijn met bijvoorbeeld 75% van de met de regel berekende hoeveelheid. Het valt aan te raden dit op individuele basis en in overleg met de behandelaar af te spreken. B. Elektrolytbehoefte Het is van eminent belang om pre-, per- en postoperatief isotone infuusvloeistoffen te gebruiken (6). Het toedienen van hypotone infuusvloeistoffen kan leiden tot hyponatriëmie (zie bij Bijzonderheden en Complicaties) (7). Het toedienen van grote hoeveelheden NaCl 0.9% ( >30 ml/kg) kan leiden tot verdunningsacidose (toedienen van fors volume van een vloeistof die geen bicarbonaat bevat) en hyperchloremische acidose. Gebalanceerde zoutoplossingen (Ringer lactaat/acetaat, Ionolyte, Sterofundin ) lijken dan een betere keus. De metaboliseerbare anionen lactaat of acetaat in deze oplossingen zijn een bron van HCO3. C. Energiebehoefte Met de moderne nuchterheidsvoorschriften is de incidentie van hypoglykemie bij gezonde kinderen nihil, mits glucosehoudende heldere vloeistoffen tot 2-4 uur preoperatief worden gedronken (8). Ook zuigelingen zijn in staat hun glucosespiegel op peil te houden zonder intraveneuze glucosetoediening (9, 10). De glycogeenvoorraad is bij jonge zuigelingen beperkt. Tijdens anesthesie is de glucosebehoefte sterk afgenomen en de respons op chirurgische stress leidt tot een stijging van de glucosespiegel (11). De meerderheid van de kinderen kan direct postoperatief orale intake hervatten. Het routinematig gebruik van glucosehoudende infuusvloeistoffen (10%, 5%, 2.5%) als enige peroperatieve infuusvloeistof leidt gemakkelijk tot hyperglykemieën (12-14). De volgende kinderen zijn at risk voor hypoglykemie en dienen peroperatief nauwkeurig gedoseerd glucose te krijgen toegediend (6): - kinderen met cachexie - kinderen met metabole stoornissen 3

4 - kinderen met ernstige infecties of sepsis - à terme of prematuur geboren neonaten - ex-prematuren met een postconceptionele leeftijd < 60 weken - kinderen die lang hebben gevast - kinderen die een lange operatie ondergaan (bijvoorbeeld > 180 min, geen evidence voor bepaalde duur) Bij kinderen met preoperatieve infusie van glucosehoudende infuusvloeistoffen of totale parenterale nutritie (TPN) moet deze infuusvloeistof onveranderd worden doorgegeven, omdat bij staken een rebound-hypoglykemie kan optreden (6). In sommige centra wordt TPN vervangen voor een infuusvloeistof met een gelijke hoeveelheid glucose. De peroperatieve glucosedosis is 2-3 mg/kg/min bij gezonde kinderen, 3-5 mg/kg/min voor à terme neonaten en 5-6 mg/kg/min voor prematuren. Bij neonatale sepsis of infectie en bij neonaten met diabetische moeders kan de glucosebehoefte nog hoger liggen. Glucoseconcentraties tot 10% kunnen perifeer worden gegeven. Hogere concentraties bij voorkeur via een centraal veneuze catheter. Bij toediening van glucose-vrije vloeistof peroperatief is bij zuigelingen, maar niet bij oudere kinderen, een lichte stijging in het bloed van ketonen en vrije vetzuren gezien (15, 16). Dit leidde echter niet tot ketoacidose en de auteurs betwijfelen de klinische relevantie van deze stijging. Postoperatief kan het langer geven van suikervrije vloeistoffen aan kinderen zonder enterale intake wel leiden tot ketoacidose en hypoglykemie (17). Kinderen met epidurale analgesie, of anderszins een extensief regionaal block, hebben een minder uitgesproken endogene glucose productie bij een enigermate onderdrukte chirurgische stressrespons. Bij deze kinderen is monitoren van het glucosegehalte aangewezen, zeker bij langdurige ingrepen, en moet glucosetoediening worden overwogen (6, 18-20). D. Neonaten De vochtbehoefte van de neonaat is in de eerste week kleiner (zie bladzijde 2, tabel 2). Fysiologisch is een verlies tot 10% van het lichaamsgewicht als gevolg van een afname van de extracellulaire component. Prematuren hebben een nog groter lichaamsoppervlak per kg lichaamsgewicht in vergelijking met à terme neonaten en daarnaast is de huid van de prematuur een nog onrijp orgaan. Dit zijn de twee redenen dat de perspiratio insensibilis en dus de vochtbehoefte van de premature neonaat hoger zijn. Deels wordt dit gecompenseerd door de hoge luchtvochtigheid in de couveuse, maar in principe heeft de prematuur ongeveer 20 ml/kg/dag extra vocht nodig. Fototherapie, gebruik van warmtestralers (warmtehemel op de operatiekamer tijdens de inleiding) of een gastroschisis zijn factoren die de vochtbehoefte verder doen toenemen. De nier van de prematuur is onrijp en heeft een beperkt concentrerend vermogen. Waterverlies leidt tot hypernatriëmie en beperkte HCO3 reabsorptie leidt gemakkelijk tot metabole acidose. De prematuur heeft de eerste dagen weinig natrium nodig, maar na enkele weken behoeven deze patiënten vaak natriumsuppletie en bestaat de neiging tot hyponatriëmie. De moedermelk is een beperkte bron van natrium. Neonaten zijn ook at risk voor hypocalciëmie. Bij hypotensie is suppletie van calcium (0,13 mmol/kg CaCl) aan te raden, zelfs bij relatief normale geïoniseerd plasma calciumconcentraties. Zie onder C. voor glucosebehoefte. Bij sepsis kunnen zowel hypo- als hyperglykemie optreden. Nauwkeurige monitoring is dan vereist. Perioperatieve verliezen zijn isotoon van samenstelling en deze tekorten dienen dan ook met isotone vloeistoffen te worden gecompenseerd. 4

5 3. Praktische uitvoering Onderstaande aanbevelingen vormen een startpunt. Het vochtbeleid bij kinderen is maatwerk, zeker bij zieke kinderen en langduriger toediening. - Uitgangspunt is dat pre-, per- en postoperatief vocht isotoon moet zijn. Ringer lactaat/acetaat, NaCl 0.9% (in beperkte volumina in verband met kans op dilutionele acidose en hyperchloremische acidose) en de nieuwere gebalanceerde zoutoplossingen zijn een goede keuze. - De basale vochtbehoefte wordt berekend met de regel. Daarnaast wordt een inschatting gemaakt van de compensatie voor aanwezige tekorten, bloedverlies en wondverdamping/interstitiële vochtverplaatsing. Dit volume wordt dan bij de basale behoefte opgeteld. - Een tekort ontstaan door nuchterheid (aantal uren nuchter x onderhoudsbehoefte) dient peroperatief gecompenseerd te worden. Men kan in het eerste uur 50% van het tekort geven en in de navolgende twee uren de andere 50%. Een alternatief is de snelheid van het basisinfuus te verhogen naar ml/kg/u. - Acuut bloedverlies met een Hb boven de transfusietrigger (4-5-6 Flexinorm, bij neonaten wordt naar een Hb van 7-8 mmol/l gestreefd) kan opgevangen worden met albumine (4-5% oplossing) of hydroxyethylzetmeeloplossingen (6% oplossing). Bolus van 10 ml/kg. - Neonaten, ex-prematuren tot 60 weken postconceptionele leeftijd, kinderen met cachexie, kinderen met metabole stoornissen, kinderen met ernstige infecties of sepsis, kinderen die lang hebben gevast, kinderen die een lange operatie ondergaan krijgen ook continue glucose toegediend. De startdosering van glucose is 2-3 mg/kg/min bij kinderen, 3-5 mg/kg/min bij neonaten en 5-6 mg/kg/min bij prematuren. Het verdient aanbeveling de glucosespiegel te monitoren. - Bij hypoglykemie (< 3.5 mmol/l, bij neonaten <2.6 mmol/l) geve men 2 ml/kg glucose 10% bolus en wordt de onderhoudsdosering glucose verhoogd. Bij hyperglykemie wordt de onderhoudsdosering verlaagd. - Streef ernaar het kind tot 2 uur preoperatief glucosehoudende heldere vloeistof te laten drinken. Bij een lange nuchterheidsperiode, een lange ingreep en als postoperatief orale intake niet is toegestaan valt peroperatieve glucosetoediening te overwegen en is monitoren van de glucosespiegel aangewezen. - Als gekozen wordt voor het gebruik van een glucosehoudende infuusvloeistof dient de concentratie peroperatief beperkt te blijven tot 1-2% (21, 22). In de toekomst komen wellicht infuusvloeistoffen beschikbaar met een glucosegehalte van 1%. Ook kan men zelf een vloeistof met 1% glucose maken door 10 ml glucose 50% toe te voegen aan 500 ml isotone infuusvloeistof (cave doseringsfouten en contaminatie). - Als vochtbolus in verband met hypovolemie dient altijd een suikervrije isotone vloeistof te worden gebruikt. Een bolus bedraagt ml/kg. - De infuusvloeistof NaCl 0.45% / glucose 2.5% (of NaCl 0.225% / glucose 3.75%) bevat voor routinematig peroperatief gebruik te weinig Na en teveel glucose. Bij jonge neonaten kan voor deze infuusvloeistof worden gekozen (bereken de glucosebehoefte!), maar bij hen is Ringer lactaat en een apart glucose-infuus met berekende uurdosis een nauwkeuriger alternatief. - De keuze voor een vloeistof in de initiële postoperatieve fase hangt af van de enterale intake. Is enterale intake niet mogelijk en is er geen TPN gestart is een onderhoud volgens de regel met een isotone vloeistof met glucose 5% aangewezen. NaCl 0.9% /glucose 5% is dan een goede keus (17), omdat NaCl 0.45% / glucose 2.5% in deze situatie te weinig Na en te weinig glucose bevat (17). - Bij kinderen die postoperatief uitsluitend infuusvloeistof krijgen dienen bloedconcentraties van glucose en elektrolyten te worden gemonitord. - Postoperatief aanhoudende verliezen worden met isotone vloeistof gecompenseerd. 5

6 5. Bijzonderheden en Complicaties - Over- en ondervulling Bij foutieve berekeningen van de behoefte, bij over-/onderschatting van de behoefte. - Hyponatriëmie (<135 mmol/l) Is de meest voorkomende postoperatieve elektrolytstoornis bij kinderen (7). Hierbij ontstaat perifeer en cerebraal oedeem. Kinderen hebben, in vergelijking met volwassenen, bij een hogere plasmaconcentratie al symptomen (hogere hersenvolume : intracranieel volume ratio, beperkt natriumuitscheidend vermogen prepuberale brein) en een verhoogd risico op het ontwikkelen van hyponatriëmie vanwege de postoperatief verhoogde ADH secretie met waterretentie (7). Zeker in combinatie met het gebruik van hypotone vloeistoffen is de kans hierop hoog (20-35%), ook bij verder gezonde kinderen voor electieve routine ingrepen. In extremis leidend tot postoperatieve acute hyponatriëmische encefalopathie (onrust, lethargie, braken, verminderd bewustzijn, epileptische insulten, inklemming) met een incidentie van 0.5% en een mortaliteit van 8% (7). Bij kinderen die postoperatief infuusvloeistoffen krijgen toegediend dienen de elektrolyten in het bloed (dagelijks) te worden bepaald. - Hypoglykemie (< 3.5 mmol/l, bij neonaten <2.6 mmol/l) De exacte incidentie van hypoglykemie bij kinderen is onbekend. Bij kinderen die tot 2 uur voor de ingreep glucosehoudende heldere vloeistoffen drinken ligt dit waarschijnlijk tussen de 0-0.4% (8). Bij zeer lange nuchterheidsperiodes/zeer lange ingrepen is, afgezien van de allerjongsten, het risico waarschijnlijk nog heel klein, maar kan een gedoseerde toediening van glucose dit risico uitbannen. Monitoren van de glucosespiegel is van belang om deze complicatie te voorkomen. - Hyperglykemie (>10 mmol/l) Veroorzaakt osmotische diurese met water en elektrolytverlies en eventueel zelfs dehydratie. De schade van ischemische incidenten van het CZS (luchtwegproblematiek, reanimatie, cardiopulmonale bypass en/of diep hypotherm circulatoir arrest, ischemie myelum bij wervelkolomchirurgie) is groter als er gelijktijdig hyperglykemie bestaat (1, 2). Er zijn aanwijzingen dat perioperatieve hyperglykemie de kans op postoperatieve (wond-)infecties verhoogt. Bij hyperglykemie tijdens glucose-toediening dient de dosis te worden verlaagd (niet gestopt) en de glucose-spiegel te worden gemonitord. - Intracerebrale bloedingen Deze kunnen optreden bij neonaten bij snelle wisselingen in intravasculair volume en bloeddruk. - Hypocalciëmie Premature neonaten hebben vaak hypocalciëmie en daarom vaak calciumsuppletie nodig. Geef 0,13 mmol/kg CaCl of 0.1 mmol/kg Ca-gluconaat langzaam iv. - Hyperkaliëmie Bij toediening van kalium-houdende vloeistoffen bij nierinsufficiëntie. Geef 0,13 mmol/kg CaCl of 0.1 mmol/kg Ca-gluconaat langzaam iv, evenals Resonium 1g/kg als klysma. Verder 2,5 ml/kg/u glucose 20% met Actrapid 0.05 IE/kg/u. Bij acidose tevens 2,5 mmol/kg NaHCO3. - Hypokaliëmie Bij zieke kinderen, bij langdurige toediening van kalium-vrije infuusvloeistoffen. Suppleer, bijvoorbeeld: (4-0 actueel K) x 0.3 mmol/kg over 1-2 uur. - Stollingsstoornissen door dilutie van stollingsfactoren Bij zowel (grotere) hoeveelheden kristalloïde als colloïdale vloeistoffen. - Allergische reacties Op toediening van albumine en hydroxyethylzetmeeloplossingen zijn allergische reacties beschreven (zie Optie Perioperatieve anafylaxie SKA). - Subcutane toediening Bij gedisloceerde infusen. 6

7 6. Stroomdiagram 7

8 Dankzegging Dankbaar is bij de totstandkoming van deze Optie gebruik gemaakt van de lokale protocollen Vochtbeleid van het Sophia Kinderziekenhuis/Erasmus MC, Peroperatief infusiebeleid; basisregels voor berekeningen van het UMCG en Peroperatief vochtbeleid kind van het Wilhelmina kinderziekenhuis/umcu. Tevens gaat dank uit naar de leden van de leesgroep voor hun bruikbare feedback. Literatuur & bronnen 1. Leelanukrom R, Cunliffe M. Intraoperative fluid and glucose management in children. Paediatr Anaesth 2000; Paut O, Lacroix F. Recent developments in the perioperative fluid management for the paediatric patient. Curr Opin Anaesthesiol 2006; 19: Holliday MA, Segar WE. The maintenance need for water in parenteral fluid therapy. Pediatrics 1957; 19: Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Richtlijn Volumesuppletie bij kritiek zieke pasgeborenen en kinderen tot 18 jaar Bailey AG, McNaull PP, Jooste E et al. Perioperative crystalloid and colloid fluid management in children: where are we and how did we get here? Anesth Analg 2010; 110: APA Consensus Guideline on Perioperative Fluid Management in Children. APAGBI Moritz ML, Ayus JC. New aspects in the pathogenesis, prevention, and treatment of hyponatraemic encephalopathy in children. Pediatr Nephrol 2010; 25: Welborn LG, Norden JM, Seiden N, Hannallah RS, Patel RI, Broadman L et al. Effect of minimizing preoperative fasting on perioperative blood glucose homeostasis in children. Paediatr Anaesth 1993; 3: Larsson LE, Nilsson K, Niklasson A, Andreasson S, Ekstrom-Jodal B. The influence of fluid regimes on perioperative blood-glucose concentration in neonates. Br J Anaesth 1990; 64: Sandström K, Nilsson K, Andreasson S, Niklasson A, Larsson LE. Metabolic consequence of different perioperative fluid therapies in the neonatal period. Acta Anaesthesiol Scand 1993; 37: Lipshutz AKM, Gropper MA. Perioperative glycemic control. An evidence-based review. Anesthesiology 2009: 110: Welborn LG, McGill WA, Hannallah RS, Nisselson CL, Ruttimann UE, Hicks JM. Perioperative blood glucose concentrations in pediatric outpatients. Anesthesiology 1986; 65: Welborn LG, Hannallah RS, McGill WA, Ruttimann UE, Hicks JM. Glucose concentrations for routine intravenous infusion in pediatric outpatient surgery. Anesthesiology 1987; 67: Srinivasan G, Jain R, Pildes RS, Kannan CR. Glucose homeostasis during anesthesia and surgery in infants. J Pediatr Surg 1986; 21: Mikawa K, Maekawa N, Goto R, Tanaka O, Yaku H, Obara H. Effects of exogenous intravenous glucose on plasma glucose and lipid homeostasis in anesthetized children. Anesthesiology 1991; 74: Nishina K, Mikawa K, Maekawa N, Asano M, Obara H. Effects of exogenous intravenous glucose on plasma glucose and lipid homeostasis in anesthetized infants. Anesthesiology 1995; 83: Neville KA, Sandeman DJ, Rubinstein A et al. Prevention of hyponatremia during maintenance intravenous fluid administration: a prospective randomized study of fluid type versus fluid rate. J Pediatr 2010; 156:

9 18. Gouyet L, Dubois M.-C., Murat I. Blood glucose and insulin levels during epidural anaesthesia in children receiving dextrose-free solutions. Paediatric Anaesthesia 1994; 4: Wolf AR, Doyle E, Thomas E. Modifying infant stress responses to major surgery: spinal vs extradural vs opioid analgesia. Paediatr Anaesth 1998; 8: Wolf AR, Doyle E, Thomas E. Modifying infant stress responses to major surgery: spinal vs extradural vs opioid analgesia. Paediatr Anaesth 1998; 8: Lattermann R, Carli F, Wykes L, Schricker T. Perioperative glucose infusion and the catabolic response to surgery: the effect of epidural block. Anesth Analg 2003; 96: Sümpelmann R, Mader T, Eich C, Witt L, Osthaus WA. A novel isotonic-balanced electrolyte solution with 1% glucose for intraoperative fluid therapy in children: results of a prospective multicentre observational post-authorization safety study (PASS). Pediatr Anesth 2010; 20: Sümpelmann R, Mader T, Dennhardt N, Witt L, Eich C, Osthaus WA. A novel isotonic balanced electrolyte solution with 1% glucose for intraoperative fluid therapy in neonates: results of a prospective multicentre observational postauthorisation safety study (PASS). Pediatr Anesth 2011; 21: Links - NVK Direct toegang tot de Richtlijn Volumesuppletie (4) van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde: - APAGBI De Brits-Ierse kinderanesthesiologische consensus richtlijn over vochtbeleid: - NPSA De National Patient Safety Agency vaardigde in 2007 een waarschuwing uit tegen het gebruik van hypotone vloeistoffen in de perioperatieve fase, nadat enkele kinderen waren overleden als gevolg van het gebruik van deze vloeistoffen rondom electieve chirurgische ingrepen: Auteur, functie, ziekenhuis Drs G. Jonker, anesthesioloog, Wilhelmina Kinderziekenhuis/Universitair Medisch Centrum Utrecht Medebeoordelaars Nicky J. Smeulers, anesthesioloog, Franciscus Ziekenhuis, Roosendaal Sibylla M.H.J. Nooijen, anesthesioloog, Deventer Ziekenhuis, Deventer Jacqueline Vernooij, anesthesioloog / simulatietrainer ASAP, Rijnstate, Arnhem Hannie Megens, anesthesioloog, Wilhelmina Kinderziekenhuis UMCU, Utrecht Bouwe Molenbuur, anesthesioloog, Beatrix Kinderziekenhuis - UMCG, Groningen Datum accordering SKA Augustus

Protocol vochtbeleid kinderen < 40 kg IC kinderen

Protocol vochtbeleid kinderen < 40 kg IC kinderen Protocol vochtbeleid kinderen < 40 kg IC kinderen Datum vaststelling: 15 okt 2015 Auteurs Kinder IC Versie: 1.1 Datum revisie: 15 okt 2018 Verantwoording: Medische protocollencommissie Kinder IC Brondocument:

Nadere informatie

Infuusbeleid op recovery

Infuusbeleid op recovery Infuusbeleid op recovery Is vullen in of uit?? Sander van den Heuvel Anesthesioloog Stellingen Dagbehandelingspatiënten mogen best wat meer vocht krijgen Een krap vochtbeleid verbetert de resultaten bij

Nadere informatie

Vullingsbeleid volwassenen en kinderen

Vullingsbeleid volwassenen en kinderen Vullingsbeleid volwassenen en kinderen WES Rotterdam symposium Transport: Van A naar Beter 27 maart 2015 Patricia Kalkman Kinderarts Jelmer Alsma Internist Leerdoelen! Reden om infuus te starten / stoppen!

Nadere informatie

Presentatie Casus 1b. Victoria Janes & Yvonne Poel

Presentatie Casus 1b. Victoria Janes & Yvonne Poel Presentatie Casus 1b Victoria Janes & Yvonne Poel Casusbeschrijving Vrouw: 55 jaar wordt door de ambulance naar de SEH gebracht, waar u als arts-assistent assistent werkzaam bent. Dezelfde ochtend heeft

Nadere informatie

Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten

Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten 2015 Agenda Historie Ondervoeding en oncologie Refeeding Casus tijdens de presentatie 1ste lijn Refeeding? Historie Belegeringen

Nadere informatie

Rapid Recovery. Anesthesiologische mogelijkheden. Xander Eijsbouts Xeijsbouts@fzr.nl Anesthesioloog Franciscus Ziekenhuis Roosendaal

Rapid Recovery. Anesthesiologische mogelijkheden. Xander Eijsbouts Xeijsbouts@fzr.nl Anesthesioloog Franciscus Ziekenhuis Roosendaal Rapid Recovery Anesthesiologische mogelijkheden Original in the Royal College of Surgeons of England, London. 18th Century Surgery October 17, 1846: First public demonstration of the use of ether in anesthesia

Nadere informatie

Hyperglycemie Keto-acidose

Hyperglycemie Keto-acidose Hyperglycemie Keto-acidose Klinische les Marco van Meer SJG 20 06 2007 (acute) ontregeling van diabetes Doel Op het einde van mijn presentatie is jullie kennis over glucose huishouding en ketoacidose weer

Nadere informatie

Een ieder betrokken bij de toediening van remifentanil PCA (arts en klinisch verloskundige) is opgeleid en heeft kennis van:

Een ieder betrokken bij de toediening van remifentanil PCA (arts en klinisch verloskundige) is opgeleid en heeft kennis van: DISCLAIMER Protocollen geven aan hoe lokaal uitvoering wordt gegeven aan beroepskaders, -normen, standpunten en richtlijnen. Protocollen worden lokaal/plaatselijk vastgesteld, rekening houdend met de typische

Nadere informatie

Overview. Niels Van Regenmortel ZNA Campus Stuivenberg Universitair Ziekenhuis Antwerpen

Overview. Niels Van Regenmortel ZNA Campus Stuivenberg Universitair Ziekenhuis Antwerpen Niels Van Regenmortel ZNA Campus Stuivenberg Universitair Ziekenhuis Antwerpen Overview Basisconcepten Vochtgerelateerde morbiditeit Indicaties voor vochttherapie Het crystalloiden-colloidendebat 1 Types

Nadere informatie

Dr. Jenny Buijtels, specialist interne geneeskunde

Dr. Jenny Buijtels, specialist interne geneeskunde Dr. Jenny Buijtels, specialist interne geneeskunde Presentatie Dia s en casussen die ook voorkomen in de workshop vloeistoftherapie en dwangvoeding Zo indruk van hoe de workshop is opgebouwd Verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Bloedgassen. Homeostase. Ronald Broek

Bloedgassen. Homeostase. Ronald Broek Bloedgassen Homeostase Ronald Broek Verstoring Homeostase Ziekte/Trauma/vergiftiging. Geeft zuur-base en bloedgasstoornissen. Oorzaken zuur-base verschuiving Longemfyseem. Nierinsufficientie Grote chirurgische

Nadere informatie

Glucose regulatie bij volwassen IC en MC-patiënten bij continue toediening van voeding

Glucose regulatie bij volwassen IC en MC-patiënten bij continue toediening van voeding regulatie bij volwassen IC en MC-patiënten bij continue toediening van voeding Doel: Bereiken en handhaven van een glucose waarde tussen 4,4 6,1 mmol/l Indicaties: - Patiënten met Diabetes Mellitus - Patiënten

Nadere informatie

Brandwonden en voedingstherapie

Brandwonden en voedingstherapie Brandwonden en voedingstherapie Auteur: A. Meijer Vertaald/bijgewerkt: Nieuwsbrief: 1989 Pagina: 31-33 Jaargang: 5 Nummer: 1 Toestemming: Illustraties: Bijzonderheden: Kernwoorden: voeding brandwonden

Nadere informatie

Osmo- en volumeregulatie

Osmo- en volumeregulatie Osmo- en volumeregulatie De water- en zouthuishouding van het lichaam Anne Lohuis - 7 Februari 2013 Doelstelling Het verduidelijken van twee belangrijke functies van het menselijk lichaam, met daar aan

Nadere informatie

Anatomie / fysiologie

Anatomie / fysiologie Anatomie / fysiologie Eliminatie en regulatie Nieren 3 FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3 1 Elektrolytenbalans Mineralen worden in het lichaam opgenomen door middel van voeding en drank.

Nadere informatie

Elektrolytstoornis tijdens ALS. samenstelling: Pim Keurlings, arts SEH

Elektrolytstoornis tijdens ALS. samenstelling: Pim Keurlings, arts SEH Elektrolytstoornis tijdens ALS samenstelling: Pim Keurlings, arts SEH Inhoudsopgave Doelstelling Context: 4 H s en 4 T s Kalium Hyperkaliëmie Hypokaliëmie Samenvatting Vragen/discussie Doelstelling Inzicht

Nadere informatie

DIABETESPATIENTEN IN DAGZIEKENHUIS. DR. K. Vermeulen Anesthesie, chirurgisch dagcentrum UZLeuven

DIABETESPATIENTEN IN DAGZIEKENHUIS. DR. K. Vermeulen Anesthesie, chirurgisch dagcentrum UZLeuven DIABETESPATIENTEN IN DAGZIEKENHUIS DR. K. Vermeulen Anesthesie, chirurgisch dagcentrum UZLeuven Doelstelling van diabetesbeleid Kwaliteit: veilig medisch beleid voor diabetespatienten in dagziekenhuis:

Nadere informatie

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Glucose 5% B. Braun, oplossing voor infusie Glucose 20% B. Braun, oplossing voor infusie Glucose 30% B. Braun, oplossing voor infusie Glucose

Nadere informatie

Acute electrolytstoornissen. Hyperkalemie. Hyperkalemie assessment. Intake 17/04/2013. K + 3.5-5.0 meq/l

Acute electrolytstoornissen. Hyperkalemie. Hyperkalemie assessment. Intake 17/04/2013. K + 3.5-5.0 meq/l Acute electrolytstoornissen Prof. dr. Koen Van Hoeck Hyperkalemie Referentiecentrum Kindernefrologie UZA 03/ 821 3481 Prof. dr. D.Trouet S. Eerens RN expertverpleegkundige Marjan De Wulf,J ulie de Muynck

Nadere informatie

Richtlijn behandeling van ernstige sepsis en septische shock. Medische protocollencommissie Intensive Care

Richtlijn behandeling van ernstige sepsis en septische shock. Medische protocollencommissie Intensive Care Titel Richtlijn behandeling van ernstige sepsis en septische shock Datum vaststelling: 04-2008 Datum revisie: 04-2010 Verantwoording: Bron document: Medische protocollencommissie Intensive Care Surviving

Nadere informatie

Levensbedreigende hyponatriëmie. J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen

Levensbedreigende hyponatriëmie. J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen Levensbedreigende hyponatriëmie J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen 1 U meet een lage plasma [Na + ] - waarom? Concentratie = Totaal Na + in extracellulaire ruimte 2 U meet een lage plasma [Na

Nadere informatie

11/01/2013. Een minuutje geduld. Geboorte.. De mens. Afklemmen van de navelstreng anno 2012 Controversieel? . andere zoogdieren

11/01/2013. Een minuutje geduld. Geboorte.. De mens. Afklemmen van de navelstreng anno 2012 Controversieel? . andere zoogdieren Geboorte.. De mens Een minuutje geduld Vroeg- of Laattijdig afnavelen Dr. David Van Laere Neonatoloog UZ Antwerpen. andere zoogdieren Afklemmen van de navelstreng anno 2012 Controversieel? Zoek de verschillen?

Nadere informatie

Vulling. Hoeveel water heeft een mens en waar zit het?

Vulling. Hoeveel water heeft een mens en waar zit het? Vulling Hoeveel water heeft een mens en waar zit het? Vulling Lichaamswater Bij mannen 60%; vrouwen 50% ECV: iets minder dan de helft ICV: iets meer dan de helft Intravasculair (plasma): onderdeel van

Nadere informatie

Richtlijn behandeling van ernstige sepsis en septische shock volwassenen. Medische protocollencommissie Intensive Care

Richtlijn behandeling van ernstige sepsis en septische shock volwassenen. Medische protocollencommissie Intensive Care Titel Richtlijn behandeling van ernstige sepsis en septische shock volwassenen Datum vaststelling: 02-2013 Datum revisie: 02-2015 Verantwoording: Bron document: Medische protocollencommissie Intensive

Nadere informatie

Diabe&sche ketoacidose. Diana Jansen, ANIOS IC 6 maart 2015

Diabe&sche ketoacidose. Diana Jansen, ANIOS IC 6 maart 2015 Diabe&sche ketoacidose Diana Jansen, ANIOS IC 6 maart 2015 Casus 38- jarige man VG: blanco Buiten bewustzijn aangetroffen, onduidelijk of hij voordien klachten had Bij verdenking hypoglycemie in ambulance

Nadere informatie

Operatieve zorg bij diabetes. Jan Kraak - verpleegkundig specialist diabetes Noordelijke Nascholing De lat ligt Hoog in het Veen 28-05-2015

Operatieve zorg bij diabetes. Jan Kraak - verpleegkundig specialist diabetes Noordelijke Nascholing De lat ligt Hoog in het Veen 28-05-2015 Operatieve zorg bij diabetes Jan Kraak - verpleegkundig specialist diabetes Noordelijke Nascholing De lat ligt Hoog in het Veen 28-05-2015 Waar wil ik het met u over hebben? en hopelijk u met mij q organisatie

Nadere informatie

Hoofdstuk 3 Samenstellen dialysevloeistof in de AK 200U S

Hoofdstuk 3 Samenstellen dialysevloeistof in de AK 200U S Hoofdstuk 3 Samenstellen dialysevloeistof in de AK 200U S Dit principe geldt voor de AK100, AK100 Ultra, AK200, AK200 Ultra, AK200S en AK200S Ultra. (Verder AK s genoemd) In de AK200 en AK200S serie is

Nadere informatie

Anesthesie en Ouderen

Anesthesie en Ouderen Dr B T Veering Afd Anesthesiologie LEIDS UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM Rembrandt 1606-1669 1890 2005 I. Inleiding II. Peri-operatief risico III. Intraoperatief IV. Postoperatieve periode verkoeverkamer

Nadere informatie

Bloedgasanalyse. Doelstelling. Bloedgasanalyse. 4 mei 2004 Blad 1. Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht. Zuur base evenwicht Oxygenatie

Bloedgasanalyse. Doelstelling. Bloedgasanalyse. 4 mei 2004 Blad 1. Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht. Zuur base evenwicht Oxygenatie Bloedgasanalyse Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht Doelstelling De student kan de 4 stoornissen in het zuurbase evenwicht benoemen. De student kan compensatiemechanismen herkennen en benoemen. De

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER NATRICLO 585 mg/10ml NATRICLO 1g/10ml NATRICLO 2g/10ml NATRICLO 3g/10ml NATRICLO 4g/20ml NATRICLO 6g/20ml Concentraat voor oplossing voor infusie Natriumchloride

Nadere informatie

Van sportdrank tot napilsen

Van sportdrank tot napilsen Van sportdrank tot napilsen vochtbalans rondom inspanning Marco Mensink & Jora Steennis marco.mensink@wur.nl Marco Jora indeling Waarom is de vochtbalans zo belangrijk Hoeveel vocht verlies ik Wat moet

Nadere informatie

Hemodynamische op/malisa/e op de IC. Jasper van Bommel Intensive Care - Erasmus MC Rotterdam

Hemodynamische op/malisa/e op de IC. Jasper van Bommel Intensive Care - Erasmus MC Rotterdam Hemodynamische op/malisa/e op de IC Jasper van Bommel Intensive Care - Erasmus MC Rotterdam Circulatoir falen Definitie SHOCK! Levensbedreigende toestand waarin te weinig bloed met zuurstof naar de organen

Nadere informatie

Juridische aspecten postoperatieve zorg, Postoperatieve pijnbehandeling, Nieuwe technieken. G.M. Woerlee, Anesthesioloog

Juridische aspecten postoperatieve zorg, Postoperatieve pijnbehandeling, Nieuwe technieken. G.M. Woerlee, Anesthesioloog Juridische aspecten postoperatieve zorg, Postoperatieve pijnbehandeling, Nieuwe technieken G.M. Woerlee, Anesthesioloog NIEUWERE ANESTHESIE TECHNIEKEN?? POSTOPERATIEVE PIJN VERMINDERING Lokale anesthetica

Nadere informatie

Overview. Osmolaliteit 29/05/2013 28L. Extracellulair 1/3. Intracellulair 2/3. 14u00 14u45 Basisconcepten Vochtgerelateerde morbiditeit

Overview. Osmolaliteit 29/05/2013 28L. Extracellulair 1/3. Intracellulair 2/3. 14u00 14u45 Basisconcepten Vochtgerelateerde morbiditeit Overview Niels Van Regenmortel ZNA Campus Stuivenberg 14u00 14u45 Basisconcepten Vochtgerelateerde morbiditeit 14u45 15u30 Indicaties voor vochttherapie Het crystalloiden-colloidendebat Vochtbeleid in

Nadere informatie

Hypoglycemie. < 60 mg/dl = hypo Symptomen: Beven Zweten Duizelig Vlekken zien Honger Hoofdpijn, moeheid Bleek zien Karakterveranderingen.

Hypoglycemie. < 60 mg/dl = hypo Symptomen: Beven Zweten Duizelig Vlekken zien Honger Hoofdpijn, moeheid Bleek zien Karakterveranderingen. Hypoglycemie < 60 mg/dl = hypo Symptomen: Beven Zweten Duizelig Vlekken zien Honger Hoofdpijn, moeheid Bleek zien Karakterveranderingen. Hypoglycemie Behandeling: 1. Bij twijfel glycemiecontrole. 2. Indien

Nadere informatie

Urine en hydratiestatus: Een gewichtige zaak?

Urine en hydratiestatus: Een gewichtige zaak? Urine en hydratiestatus: Een gewichtige zaak? Jan-Willem van Dijk Conferentie Sportvoeding 2015 Vochtbalans Water in lichaam Intracellulair vs Extracellulair Intracellulair vocht vocht in lichaamscellen

Nadere informatie

CVVH, hoe doen we het nu. Heleen Oudemans-van Straaten Intensive Care

CVVH, hoe doen we het nu. Heleen Oudemans-van Straaten Intensive Care CVVH, hoe doen we het nu Heleen Oudemans-van Straaten Intensive Care CVVH Dosis Antistolling Wat is de dosis van CVVH? Wat is de aanbevolen dosis? CVVH dosering Hoeveelheid ultrafiltraat CVVH dosering

Nadere informatie

Vergroting van het circulerend volume bij dehydratie

Vergroting van het circulerend volume bij dehydratie 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Glucose 3,75% en natriumchloride 0,225%, infusievloeistof 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Bevat per 1000 ml: Glucose monohydraat, 41,25 g overeenkomend met Glucose

Nadere informatie

Voorbeelden informatiepakketten

Voorbeelden informatiepakketten Bijlage 1 Voorbeelden informatiepakketten 4.3 Overdracht OK-verkoeverafdeling Hieronder wordt de overdracht van de operatiekamer naar de verkoeverafdeling besproken. De overdracht van de operatiekamer

Nadere informatie

Glucophage 500 bijsluiter 21-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6

Glucophage 500 bijsluiter 21-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6 Glucophage 500 bijsluiter 21-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6 Glucophage 500, omhulde tabletten 500 mg Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. Bewaar deze bijsluiter,

Nadere informatie

De incidentie van chylothorax post cardiochirurgie ligt tussen 0,9 en 4,7%. Er zijn ook andere

De incidentie van chylothorax post cardiochirurgie ligt tussen 0,9 en 4,7%. Er zijn ook andere Titel Chylothorax Datum vaststelling: Datum revisie: Verantwoording: maart 2013 maart 2015 Staf Kinder Intensive Care Inleiding De incidentie van chylothorax post cardiochirurgie ligt tussen 0,9 en 4,7%.

Nadere informatie

Morgen gezond weer op? Peri-operative complicaties bij de bariatrische patient

Morgen gezond weer op? Peri-operative complicaties bij de bariatrische patient Morgen gezond weer op? Peri-operative complicaties bij de bariatrische patient Serge J.C. Verbrugge Afdeling Intensive Care-Anesthesiologie Sint Franciscus Gasthuis Rotterdam Guiness Book of Records Maart

Nadere informatie

Flexbumin 200 g/l Bijsluiter 1/5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Flexbumin 200 g/l, oplossing voor infusie Humane albumine

Flexbumin 200 g/l Bijsluiter 1/5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Flexbumin 200 g/l, oplossing voor infusie Humane albumine Bijsluiter 1/5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER Flexbumin 200 g/l, oplossing voor infusie Humane albumine Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat

Nadere informatie

Femke Gresnigt SEH-arts KNMG OLVG Amsterdam Lid sectie toxicologie NVSHA Bestuurslid NVSHA portefeuille Opleiding & Onderwijs

Femke Gresnigt SEH-arts KNMG OLVG Amsterdam Lid sectie toxicologie NVSHA Bestuurslid NVSHA portefeuille Opleiding & Onderwijs Femke Gresnigt SEH-arts KNMG OLVG Amsterdam Lid sectie toxicologie NVSHA Bestuurslid NVSHA portefeuille Opleiding & Onderwijs Ecstasy in het OLVG Cijfers OLVG Casuïstiek ernstige complicaties Hyperthermie

Nadere informatie

SAMENVATTING RICHTLIJN NEURAXISBLOKKADE EN ANTISTOLLING

SAMENVATTING RICHTLIJN NEURAXISBLOKKADE EN ANTISTOLLING SAMENVATTING RICHTLIJN NEURAXISBLOKKADE EN ANTISTOLLING Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie 1 INLEIDING Een neuraxiaal hematoom na neuraxisblokkade is een zeldzame, maar ernstige complicatie. Onder

Nadere informatie

Beademen: kan het nog beter? De rol van voeding

Beademen: kan het nog beter? De rol van voeding Refereeravond Multidisciplinaire route naar detubatie Beademen: kan het nog beter? De rol van voeding 17 juni 2014, Geertje Raemakers-van Driel, diëtist Inleiding doel voeden op IC eiwitstofwisseling,

Nadere informatie

MDO september 2014 CAT: bewijs voor nimodipine bij SAB

MDO september 2014 CAT: bewijs voor nimodipine bij SAB MDO september 2014 CAT: bewijs voor nimodipine bij SAB B. J. Snel AIOS anesthesiologie Rowland MJ, Hadjipavlou G. Delayed cerebral ischemia after subarachnoid haemorrage: looking beyond vasospasm. Br J

Nadere informatie

Glucophage 850 bijsluiter 12-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6

Glucophage 850 bijsluiter 12-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6 Glucophage 850 bijsluiter 12-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6 Glucophage 850, omhulde tabletten 850 mg Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. Bewaar deze bijsluiter,

Nadere informatie

Bloedtransfusie Informatie voor patiënten

Bloedtransfusie Informatie voor patiënten Bloedtransfusie Informatie voor patiënten Klinisch laboratorium Een bloedtransfusie wordt door uw arts voorgeschreven. Dit gebeurt met uw toestemming, tenzij er sprake is van een acute levensbedreigende

Nadere informatie

De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding.

De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding. Casus 19A Fase A Titel Diarree! Onderwerp Acute gastro-enteritis met dehydratie en dreigende nierinsufficiëntie. Inhoudsdeskundige Dr. S.L. Ploos van Amstel, kinderarts. Technisch verantwoordelijke Drs.

Nadere informatie

Publieksbijsluiter Fentanyl-Janssen

Publieksbijsluiter Fentanyl-Janssen Publieksbijsluiter Fentanyl-Janssen Lees deze bijsluiter zorgvuldig vóór u dit geneesmiddel gaat gebruiken. Doe dat ook als u Fentanyl-Janssen al vaker hebt gebruikt; er kan immers belangrijke nieuwe informatie

Nadere informatie

Citraat, meer dan een anticoagulans. Heleen M Oudemans-van Straaten Intensive Care VUmc

Citraat, meer dan een anticoagulans. Heleen M Oudemans-van Straaten Intensive Care VUmc Citraat, meer dan een anticoagulans Heleen M Oudemans-van Straaten Intensive Care VUmc Citraat Stolling citrate Zuur-base Brandstof Biocompatibiliteit Anti-oxidant Gebruiken jullie citraat? Citraat als

Nadere informatie

Bloedvolume. Biofeedback Systeem HEMO CONTROL. Bloedvolume meting. Bloedvolume meting. Het totaal aan circulerend volume in de vaten

Bloedvolume. Biofeedback Systeem HEMO CONTROL. Bloedvolume meting. Bloedvolume meting. Het totaal aan circulerend volume in de vaten Biofeedback Systeem HEMO CONTROL Bloedvolume Het totaal aan circulerend volume in de vaten Gemiddeld zo n 5-6 liter voor een volwassene René van Hoek & Ad van Berkel Het bestaat voor 45% uit cellen en

Nadere informatie

Een verhit postoperatief beloop

Een verhit postoperatief beloop Een verhit postoperatief beloop Centraal anticholinerg syndroom? R Verhage C Hofhuizen Casus Dhr V, 31-1-1952 Voorgeschiedenis: - dilatatie aorta ascendens. - AF, thrombus linker hartoor (verdwenen na

Nadere informatie

Behandeling van hemangiomen met bètablokkers (propranolol en timolol) bij uw kind

Behandeling van hemangiomen met bètablokkers (propranolol en timolol) bij uw kind UMC St Radboud Behandeling van hemangiomen met bètablokkers (propranolol en timolol) bij uw kind Patiënteninformatie Bij uw kind is besloten of wordt overwogen om te starten met propranolol als behandeling

Nadere informatie

Behandeling van hemangiomen met bètablokkers (propranolol en timolol) bij uw kind

Behandeling van hemangiomen met bètablokkers (propranolol en timolol) bij uw kind Behandeling van hemangiomen met bètablokkers (propranolol en timolol) bij uw kind Bij uw kind is besloten of wordt overwogen om te starten met propranolol als behandeling voor het hemangioom. Deze behandeling

Nadere informatie

Anesthesie Gelrebreed

Anesthesie Gelrebreed Trefwoord Pijnbestrijding Epidurale pijnbestrijding PCA (Patiënt Controlled Analgesia) PCA pomp (Numeric Rating Scale) Sedatiescore Bestemd voor Verpleegkundigen van de verpleegafdelingen waar patiënten

Nadere informatie

Bijsluiter: informatie voor de patiënt. Mannitol 100 mg/ml, oplossing voor infusie Mannitol

Bijsluiter: informatie voor de patiënt. Mannitol 100 mg/ml, oplossing voor infusie Mannitol Bijsluiter: informatie voor de patiënt Mannitol 100 mg/ml, oplossing voor infusie Mannitol Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in

Nadere informatie

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL Glucose 40 g/100 ml B. Braun Vet Care oplossing voor infusie voor runderen, paarden, schapen, geiten, varkens, honden en katten 2.

Nadere informatie

ERAS & GASTROINTESTINALE HEELKUNDE

ERAS & GASTROINTESTINALE HEELKUNDE ERAS & GASTROINTESTINALE HEELKUNDE q COLORECTALE HEELKUNDE q IMPACT LAPAROSCOPIE DR. RIK VERROKEN, DIENSTHOOFD ABDOMINALE HEELKUNDE AZ NIKOLAAS 21 NOVEMBER 2015 COLORECTALE HEELKUNDE IMPACT OP FAST TRACK

Nadere informatie

De ervaringen uit de praktijk bij gebruik van Bellovac ABT en Eprex bij THP en TKP.

De ervaringen uit de praktijk bij gebruik van Bellovac ABT en Eprex bij THP en TKP. De ervaringen uit de praktijk bij gebruik van Bellovac ABT en Eprex bij THP en TKP. Hemovigilantie: Mw. A.M. van den Boogaard van de Maat Mw. R. Geelen Geboers Klinische chemie: Dr. J.L.P. van Duijnhoven

Nadere informatie

Informatie over een bloedtransfusie

Informatie over een bloedtransfusie Informatie over een bloedtransfusie Bij het tot stand komen van deze folder is gebruik gemaakt van de volgende folders: Bloedtransfusie voor patiënten - Stichting Sanquin Bloedvoorziening. Bloedtransfusie

Nadere informatie

Bij een metabole acidose is er een daling van de ph en het bicarbonaatgehalte. Compensatoir kan het CO2 gehalte in het bloed dalen.

Bij een metabole acidose is er een daling van de ph en het bicarbonaatgehalte. Compensatoir kan het CO2 gehalte in het bloed dalen. ZUUR BASE EVENWICHT Afwijkingen in het zuur base evenwicht worden onderverdeeld in respiratoire en metabole acidose, respiratoire en metabole alkalose en gemengde aandoeningen. 1.1 Respiratoire acidose

Nadere informatie

Majeure bloeding wat nu?

Majeure bloeding wat nu? Majeure bloeding wat nu? Jan J. De Waele MD PhD Surgical ICU Ghent University Hospital Ghent, Belgium. Jan.DeWaele@UGent.be @CriticCareDoc Inleiding Stolling is een complex gebeuren Falen van de stolling

Nadere informatie

Richtlijn wisseltransfusie 1

Richtlijn wisseltransfusie 1 RICHTLIJN WISSELTRANSFUSIE BARTrial Inhoud Aanbevelingen wisseltransfusie Wisseltransfusie achtergrond informatie 1. Inleiding 1.1 wisseltransfusie 2. Bloedproduct 3. Werkwijze 3.1 push en pull of isovolumetrisch

Nadere informatie

Bloedtransfusies op PICU : Wanneer wel? Wanneer niet? 2014 Universitair Ziekenhuis Gent

Bloedtransfusies op PICU : Wanneer wel? Wanneer niet? 2014 Universitair Ziekenhuis Gent Bloedtransfusies op PICU : Dr. Evelyn Dhont Intensieve Zorgen Pediatrie UZ Gent Inleiding Eerste bloedtransfusies beschreven rond 1600 Van dier naar dier / dier naar mens /mens naar mens Vanaf 1900 succesvolle,

Nadere informatie

Functie van de nieren en wat kan fout gaan

Functie van de nieren en wat kan fout gaan Functie van de nieren en wat kan fout gaan Dr Lucien Hoekx Kliniekhoofd oncologische urologie Universitair Ziekenhuis Antwerpen 1 staalname MIDSTREAM urine Renogram 1. reinigen met chloramine 2. steriel

Nadere informatie

bloedgassen Snelle interpretatie

bloedgassen Snelle interpretatie bloedgassen Snelle interpretatie Wat is de Ph Het aantal waterstofionen (H+) geteld per ml water. Hoeveel waterstofionen komen er bij een reactie vrij of gaan er verloren en/of hoeveel waterstofionen worden

Nadere informatie

(n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar)

(n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Koorts bij kinderen van 0 tot 1 maand (0-28 dagen) (n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Betreft: kinderen (jonger dan 1 maand) met koorts, verdacht van een

Nadere informatie

Ernstig traumatisch schedel-hersenletsel op de IC Aspecten van monitoring en behandeling

Ernstig traumatisch schedel-hersenletsel op de IC Aspecten van monitoring en behandeling Ernstig traumatisch schedel-hersenletsel op de IC Aspecten van monitoring en behandeling Mathieu van der Jagt Neuroloog-intensivist IC volwassenen m.vanderjagt@erasmusmc.nl Traumatisch schedel-hersenletsel

Nadere informatie

Zuurbase evenwicht. dr Bart Bohy http://www.medics4medics.com

Zuurbase evenwicht. dr Bart Bohy http://www.medics4medics.com Zuurbase evenwicht 1 Zuren 2 Base 3 4 5 6 7 oxygenatie / ventilatie 8 9 Arteriële bloedgaswaarden Oxygenatie PaO2: 80-100mmH2O SaO2: 95-100% Ventilatie: PaCO2: 35-45mmHg Zuur-base status ph: 7.35-7.45

Nadere informatie

CVVH(DF): Continue Veno-Veneuze Hemo (DiaFiltratie)

CVVH(DF): Continue Veno-Veneuze Hemo (DiaFiltratie) CVVH(DF): Continue Veno-Veneuze Hemo (DiaFiltratie) Uw kind is opgenomen op de Intensive Care (IC) kinderen en krijgt een behandeling die zijn of haar nierfunctie gaat vervangen, genaamd Continue Veno-Veneuze

Nadere informatie

Literatuuronderzoek. Hoe lang mag een waaknaald blijven zitten?

Literatuuronderzoek. Hoe lang mag een waaknaald blijven zitten? HOGESCHOOL VAN AMSTERDAM Literatuuronderzoek Hoe lang mag een waaknaald blijven zitten? Michelle Entius 500635128 LV13-3IKZ1 Stagebegeleiders: Anetha van Waveren Samantha Carrot Literatuuronderzoek Inhoudsopgave

Nadere informatie

hoofdstuk één hoofdstuk twee

hoofdstuk één hoofdstuk twee Dit proefschrift beschrijft onderzoek naar hemolytische foetale bloedarmoede en foetale hydrops. Hemolytische foetale bloedarmoede ontstaat door afbraak van rode bloedcellen. Foetale hydrops betreft het

Nadere informatie

Ery transfusies Hoe minder, hoe beter?

Ery transfusies Hoe minder, hoe beter? Ery transfusies Hoe minder, hoe beter? TRIP Symposium 29 november 2007 Cynthia So, internist Sanquin Bloedbank ZW Inhoud presentatie Waarom bloed besparen? Wat is er aan evidence? Lopende studies Waarom

Nadere informatie

Voor overleg met het Diabetesteam kunt u op werkdagen contact opnemen met: Tussen uur en uur en uur en uur

Voor overleg met het Diabetesteam kunt u op werkdagen contact opnemen met: Tussen uur en uur en uur en uur DIABETES DAGBOEK E I G E N A A R D I A B E T E S D A G B O E K Naam Adres Contactpersoon Telefoon E-mail O V E R L E G Voor overleg met het Diabetesteam kunt u op werkdagen contact opnemen met: Naam huisarts

Nadere informatie

Betreft: kinderen (1 tot 3 maanden) met koorts, verdacht van een infectie, met uitsluiting van de gehospitaliseerde neonaat.

Betreft: kinderen (1 tot 3 maanden) met koorts, verdacht van een infectie, met uitsluiting van de gehospitaliseerde neonaat. Koorts bij kinderen van 1 tot 3 maanden (28 dagen tot en met 12 weken) (n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Betreft: kinderen (1 tot 3 maanden) met koorts,

Nadere informatie

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Voluven, 10% (100 mg/ml) oplossing voor infusie 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING 1000 ml oplossing voor infusie bevat: Poly(O-2-hydroxyethyl)zetmeel 100 g - Molaire

Nadere informatie

Bloedmanagement bij Orthopedische ingrepen. Tergooi ziekenhuis Hilversum 10 november 2007

Bloedmanagement bij Orthopedische ingrepen. Tergooi ziekenhuis Hilversum 10 november 2007 Bloedmanagement bij Orthopedische ingrepen Tergooi ziekenhuis Hilversum 10 november 2007 Agenda Anemie Transfusies Ervaring Epoëtine alfa in orthopedie Conclusies Is er een probleem met anemie? Anemie

Nadere informatie

Aanbevelingen Perioperatieve zorg voor neonaten.. Leden van de task force:

Aanbevelingen Perioperatieve zorg voor neonaten.. Leden van de task force: DISCLAIMER Protocollen geven aan hoe lokaal uitvoering wordt gegeven aan beroepskaders, -normen, standpunten en richtlijnen. Protocollen worden lokaal/plaatselijk vastgesteld, rekening houdend met de typische

Nadere informatie

Voedingbijhoofdhals-en slokdarmkanker: Wanneer aanvullende voeding opstarten?

Voedingbijhoofdhals-en slokdarmkanker: Wanneer aanvullende voeding opstarten? Voedingbijhoofdhals-en slokdarmkanker: Wanneer aanvullende voeding opstarten? Peter Schepens Diëtist Oncologie AZ Sint-Lucas Brugge Inhoud 1. Belang van screening op de voedingstoestand van de patiënt

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Behandeling met APD. Gebruik en bijwerkingen. 1234567890-terTER_

Patiënteninformatie. Behandeling met APD. Gebruik en bijwerkingen. 1234567890-terTER_ Patiënteninformatie Behandeling met APD Gebruik en bijwerkingen 1234567890-terTER_ Behandeling met APD U heeft een afspraak in Tergooi voor een behandeling APD. Onze artsen en medewerkers doen er alles

Nadere informatie

Insulinepomptherapie Adviezen bij ontregeling

Insulinepomptherapie Adviezen bij ontregeling In deze brochure worden punten beschreven waarop u moet letten als u een insulinepomp gebruikt. De diabetesverpleegkundige heeft dit met u besproken. In deze brochure kunt u de informatie nalezen. Hoge

Nadere informatie

Abatacept (Orencia ) bij reumatische aandoeningen

Abatacept (Orencia ) bij reumatische aandoeningen Abatacept (Orencia ) bij reumatische aandoeningen Uw behandelend arts heeft aangegeven u met het geneesmiddel abatacept te willen gaan behandelen. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel. Heeft

Nadere informatie

Erytrocytentransfusie: van literatuur naar praktijk.

Erytrocytentransfusie: van literatuur naar praktijk. Erytrocytentransfusie: van literatuur naar praktijk. Amerik de Mol Kinderarts-neonatoloog Albert Schweitzer ziekenhuis 1 e Symposium Regionale Neonatologie Inhoud Cochrane review Eén review, één richtlijn?

Nadere informatie

Verkorte SKP - MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak - Juni 2013

Verkorte SKP - MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak - Juni 2013 Verkorte SKP - MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak - Juni 2013 Naam van het geneesmiddel: MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak, concentraat voor drank Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling: Elke 25

Nadere informatie

Acute gastro-enteritis met dehydratie en dreigende nierinsufficiëntie bij een 4 jarig meisje

Acute gastro-enteritis met dehydratie en dreigende nierinsufficiëntie bij een 4 jarig meisje Casus 12 fase B Titel casus Poepeldepee, Sophie heeft diarree! Docent SL Ploos van Amstel, kinderarts Technisch verantwoordelijken WK Posthumus Roel Sijsterman Ziektebeeld Acute gastroenteritis met dehydratie

Nadere informatie

10-12-2012. Diabetes en het ziekenhuis. Diabetesregulatie op de afdeling en in het ziekenhuis. Diabetes en het ziekenhuis. Waarom goede regulatie?

10-12-2012. Diabetes en het ziekenhuis. Diabetesregulatie op de afdeling en in het ziekenhuis. Diabetes en het ziekenhuis. Waarom goede regulatie? Diabetes en het ziekenhuis Diabetesregulatie op de afdeling en in het ziekenhuis 30% van de patienten opgenomen in het ziekenhuis heeft (een) diabetes (gerelateerd) probleem) Henk Bilo Kontakt der Kontinenten,

Nadere informatie

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Albuman 200 g/l oplossing voor infusie 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Albuman 200 g/l is een oplossing die in totaal 200

Nadere informatie

Gastro-enteritis bij kinderen

Gastro-enteritis bij kinderen Gastro-enteritis bij kinderen Acute ontsteking van maag- en darmwand Albert Schweitzer ziekenhuis colofon Kinderafdeling februari 2015 pavo 0489 Inleiding U heeft van de arts gehoord dat uw kind opgenomen

Nadere informatie

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn? BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Vancomycine CNP 500 mg, poeder voor oplossing voor infusie Vancomycine CNP 1000 mg, poeder voor oplossing voor infusie Vancomycine Lees goed de hele bijsluiter

Nadere informatie

perinatologie Perinatologie is de derde lijns zorg rondom zwangerschap en bevalling naast de neonatale zorg voor de pasgeborene

perinatologie Perinatologie is de derde lijns zorg rondom zwangerschap en bevalling naast de neonatale zorg voor de pasgeborene OHC+ Waarom OHC en OHC+ Uit onderzoek van de gezondheidraad is gebleken dat de zorg aangepast moest worden op de toegenomen complexe zorg Ieder perinatologisch centrum dient een OHC en OHC+ unit te hebben.

Nadere informatie

DRBR0699. Bloedtransfusie

DRBR0699. Bloedtransfusie DRBR0699 Bloedtransfusie Inhoudsverantwoordelijke: H. Stremersch Publicatiedatum: januari 2014 Inhoud Inleiding... 4 1. Waarom een bloedtransfusie?... 5 2. Hoe veilig is een bloedtransfusie?... 6 3. Waarom

Nadere informatie

METFORMINE HCl RATIOPHARM MG filmomhulde tabletten. MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS Datum 16 oktober : Bijsluiter Bladzijde : 1

METFORMINE HCl RATIOPHARM MG filmomhulde tabletten. MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS Datum 16 oktober : Bijsluiter Bladzijde : 1 1.3.3 : Bijsluiter Bladzijde : 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Metformine HCl ratiopharm 500 mg, Metformine HCl ratiopharm 850 mg, Metformine HCl ratiopharm 1000 mg, metforminehydrochloride

Nadere informatie

7. BEHANDELING IN STRESSSITUATIES

7. BEHANDELING IN STRESSSITUATIES 7. BEHANDELING IN STRESSSITUATIES Kinderen met een bijnierinsufficiëntie hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een Addisonse crise met kans op ernstige morbiditeit en mortaliteit. Daarom is

Nadere informatie