Appendix: Zwaartepunten

Vergelijkbare documenten
college 2: partiële integratie

1a Laat x variëren van 0 tot 2; kies een willekeurige maar wel vaste x tussen 0 en 2; de bijbehorende y varieert van 0 tot

Het opstellen van een lineaire formule.

2010-I. A heeft de coördinaten (4 a, 4a a 2 ). Vraag 1. Toon dit aan. Gelijkstellen: y= 4x x 2 A. y= ax

Een symmetrische gebroken functie

Hertentamen WISN102 Wiskundige Technieken 2 Di 17 april 13:30 16:30

Centrale Commissie Voortentamen Wiskunde Uitwerkingen Voortentamen Wiskunde B 28 januari 2013

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 22 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Technische Universiteit Delft Tentamen Calculus TI1106M - Uitwerkingen. 2. Geef berekeningen en beargumenteer je antwoorden.

CALCULUS 2. najaar Wieb Bosma (naar aantekeningen van Arno van den Essen) Radboud Universiteit Nijmegen

F3 Formules: Formule rechte lijn opstellen 1/3

Uitgewerkte oefeningen

Eindopdracht Wiskunde en Cultuur 2-4: Geostationaire satellieten Door: Yoeri Groffen en Mohamed El Majoudi Datum: 20 juni 2011

Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Hertentamen 2 januari 2014

Eindexamen wiskunde B vwo II

Paragraaf 11.0 : Voorkennis

dx; (ii) * Bewijs dat voor elke f, continu ondersteld in [0, a]: dx te berekenen.(oef cursus) Gegeven is de bepaalde integraal I n = π

2E HUISWERKOPDRACHT CONTINUE WISKUNDE 2

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 24 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Eindexamen wiskunde B vwo I

1. rechthoek. 2. vierkant. 3. driehoek.

Opgave 4. Opgave 5. Opgave 6. (5) a) Isoleer de variabele B uit de formule P A B P B. (6) b) Isoleer de variabele B uit de formule

Tentamen Functies en Reeksen

Math D2 Gauss (Wiskunde leerlijn TOM) Deelnemende Modules: /FMHT/ / A. Oefententamen #2 Uitwerking

29 Parabolen en hyperbolen

Analytische Meetkunde

Wiskundige taal. Symbolen om mee te rekenen + optelling - aftrekking. vermenigvuldiging : deling

wiskunde B Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Eindexamen vwo wiskunde B pilot 2014-I

Inhoud college 5 Basiswiskunde Taylorpolynomen

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Uitwerking van het tentamen Functietheorie (2Y480) op ,

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde B. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Tentamen 3 november 2014

Bal in de sloot. Hierbij zijn x en f ( x ) in centimeters. Zie figuur 2.

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules

Examen VWO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

vwo: Het maken van een natuurkunde-verslag vs

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 dinsdag 25 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Samenvatting Wiskunde B

Correcties en verbeteringen Wiskunde voor het Hoger Onderwijs, deel A.

Examen VWO. wiskunde B1,2

Verbanden en functies

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2006-I

Eindexamen havo wiskunde B 2013-I

d. Met de dy/dx knop vind je dat op tijdstip t =2π 6,28 het water daalt met snelheid van 0,55 m/uur. Dat is hetzelfde als 0,917 cm per minuut.

ICT in de lessen wiskunde van de 3de graad: een overzicht

2 Kromming van een geparametriseerde kromme in het vlak. Veronderstel dat een kromme in het vlak gegeven is door een parametervoorstelling

Paragraaf 8.1 : Eenheidscirkel

12.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los de vergelijking sin(a) = 0 op. We zoeken nu de punten op de eenheidscirkel met y-coördinaat 0.

1.3 Rekenen met pijlen

Integratie voor meerdere variabelen

Paragraaf 7.1 : Eenheidscirkel en radiaal

3.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica

Toegepaste wiskunde. voor het hoger beroepsonderwijs. Deel 2 Derde, herziene druk. Uitwerking herhalingsopgaven hoofdstuk 6

15.1 Oppervlakten en afstanden bij grafieken [1]

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

Breuken met letters WISNET-HBO. update juli 2013

Aanvulling bij de cursus Calculus 1. Complexe getallen

8.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Bereken het snijpunt van 3x + 2y = 6 en -2x + y = 3

Examen VWO. wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Eindexamen wiskunde B1 vwo 2001-II

2 1 e x. Vraag 1. Bereken exact voor welke x geldt: f (x) < 0,01. De vergelijking oplossen:

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2008-II

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2008-II

Voorbeeldtentamen Wiskunde B

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 22 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Trillingen en geluid wiskundig. 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude

snelheid in m/s Fig. 2

Functies en symmetrie

Actief gedeelte - Maken van oefeningen

Voorbereidende sessie toelatingsexamen

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: goniometrie en meetkunde. 22 juli dr. Brenda Casteleyn

Eenvoud bij tekenen en rekenen

1.1 Lineaire vergelijkingen [1]

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Uitwerking Tentamen Calculus, 2DM10, maandag 22 januari 2007

Samenvatting wiskunde havo 4 hoofdstuk 5,7,8 en vaardigheden 3 en 4 en havo 5 hoofdstuk 3 en 5 Hoofdstuk 5 afstanden en hoeken Voorkennis Stelling van

H. 8 Kwadratische vergelijking / kwadratische functie

De parabool en de cirkel raken elkaar in de oorsprong; bepaal ook de coördinaten van de overige snijpunten A 1 en A 2.

Driehoeken. Enkele speciale topics. Arne Smeets. Trainingsweekend Februari 2008

Eindexamen vwo wiskunde B 2014-I

9.1 Recursieve en directe formules [1]

Examen VWO. wiskunde B1. tijdvak 2 woensdag 18 juni uur

11 De hoed van Napoleon

Speciale functies. 2.1 Exponentiële functie en natuurlijke logaritme

Studiewijzer Calculus 2 voor Bouwkunde (2DB90), cursus 2011/2012

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

P is nu het punt waarvan de x-coördinaat gelijk is aan die van het punt X en waarvan de y-coördinaat gelijk is aan AB (inclusief het teken).

Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Hertentamen 23 december 2014

Reeksnr.: Naam: t 2. arcsin x f(t) = 2 dx. 1 x


Transformaties van grafieken HAVO wiskunde B deel 2. Willem van Ravenstein Haags Montessori Lyceum (c) 2016

Exacte waarden bij sinus en cosinus

Transcriptie:

Appendi: Zwaartepunten Enkele opmerkingen vooraf: Maak altijd eerst een schets van het betreffende gebied (en dat hoeft heus niet zo precies te zijn als de grafieken die ik hier door de computer kan laten tekenen). Ik schrijf sin zonder haakjes omdat het mag, maar sin() mèt haakjes omdat het moet. Anders (bij de notatie sin zonder haakjes) zou je kunnen denken dat er sin() bedoeld wordt. Bij sin bestaat die verwarring niet: dat kan alleen maar sin() betekenen, dus mag je zelf kiezen of je de haakjes wel of niet opschrijft. Ik schrijf [f()] i.p.v. f () om verwarring te voorkomen. Bij de notatie f () zou je nl. ook kunnen denken dat er f(f()) bedoeld wordt (dus: invullen in f en dat resultaat weer opnieuw invullen in f). [f()] betekent: invullen in f en dat resultaat kwadrateren). Wel gebruik ik de notatie sin () = (sin ) omdat haast iedereen dat doet. Ik bereken niet direct de coördinaten en y van het zwaartepunt, maar bereken eerst als tussenstap A (dit wordt ook wel het totale moment t.o.v. de y-as genoemd) en Ay (dit is gelijk aan twee keer het totale moment Ay t.o.v. de -as). Doordat je zo niet steeds de breuken A en A op hoeft te schrijven, maak je minder snel rekenfouten bij het uitwerken van de integralen. Denk erom dat je soms één of beide coördinaten van het zwaartepunt al direct kunt aflezen uit de grafiek, nl. als het gebied symmetrisch is. Dit kan veel rekenwerk schelen. Omschrijf dit inzicht altijd wel in woorden, anders weet iemand anders (die je werk nakijkt) niet hoe je op je antwoord bent gekomen. door Jan-Jaap Oosterwijk Opgaven Bepaal van elk van de volgende gebieden de coördinaten van het zwaartepunt.. Het gebied begrensd door de -as, de grafiek van f() = sin en π. f 6 6 Het gebied ligt rechts van de lijn =, links van de lijn = π, onder de grafiek van f() = sin en boven de -as g() =, dus de oppervlakte ervan is sin d = cos π = cos π = cos cos π = ( ) =.

sin d = cos π ( ) cos d = cos π + cos d = cos π + sin π = (π ) + ( ) = π (je gebruikt hier partiële integratie), dus het -coördinaat van het zwaartepunt is = A π = π. Op zich had je dit ook al direct kunnen aflezen uit de grafiek, want het gebied is spiegelsymmetrisch t.o.v. de lijn = π. Het zwaartepunt ligt altijd op een symmetrie-as, als die er is. Twee keer het totale moment t.o.v. de -as is Ay = sin d = ( cos()) d = [ sin()] π = π (je gebruikt hier de verdubbelingsformule cos() = sin in omgekeerde vorm: deze truc is besproken in de laatste week van Calculus en staat in het boek beschreven in 6.), dus het y-coördinaat van het zwaartepunt is y = A π = π. Het zwaartepunt van het gebied is dus ( π, π). NB: Je had de spiegelsymmetrie ook al kunnen gebruiken bij het berekenen van de oppervlakte A, door op te merken dat de oppervlakte van het totale gebied gelijk is aan twee keer de oppervlakte van het gebied aan slechts één kant van de symmetrie-as, oftewel π sin d =... = (cos cos( π)) = ( ) =. In deze opgave maakt het weinig uit welke van de twee methodes je gebruikt: ze kosten beiden evenveel moeite (maar vaak kan zulk meetkundig inzicht erg veel werk schelen: dit wordt duidelijk in de volgende opgaven).. Het gebied dat gegeven wordt door y. f

Het gebied ligt onder de grafiek van f() = en boven de -as g() =. De grafiek van f() snijdt de -as daar waar =. Dat gebeurt bij = en bij =. De oppervlakte van het gebied is dus ( )d = [ ] = ( ) = =. = ( ) ( + ) Je ziet dat je hier eigenlijk twee keer hetzelfde berekent. Dit wijst erop dat er al direct een makkelijkere methode was: merk nl. op dat het gebied spiegelsymmetrisch is t.o.v. de y-as =. Je had de oppervlakte dus ook als volgt kunnen berekenen: ( )d = [ ] = ( ) =... =. ( )d = Je had ook kunnen herkennen dat ( )d = [ ] = =. ( )d = [ ( ) ] = = (het integreren doe je hier via een substitutie, alhoewel ik de details ervan niet heb opgeschreven). Het -coördinaat van het zwaartepunt is dus =. Je had dit ook al direct kunnen aflezen uit de grafiek, want het gebied is spiegelsymmetrisch t.o.v. de y-as =. Twee keer het totale moment t.o.v. de -as is Ay = ( ) d = =... = ( + ) = 6 dus het y-coördinaat van het zwaartepunt is y = is dus (, ). ( + )d = [ + ] A 6 =. Het zwaartepunt van het gebied. Het gebied dat begrensd wordt door de -as, de grafiek van f() = en. f

wordt een parameter genoemd: een willekeurige constante. In dit geval mag elke positieve waarde aannemen die je maar kunt bedenken. Het gebied ligt onder de grafiek van f() = (een halve cirkel (met positieve y-coördinaat) van een cirkel met straal en met de oorsprong als middelpunt) en boven de -as g() =. De cirkelboog snijdt de -as bij = en bij =. De oppervlakte van het gebied is dus d = d. (we hebben het hier ons alvast iets makkelijker gemaakt door de spiegelsymmetrie rond de y-as = te gebruiken). Als je deze integraal wil uitrekenen zit er helaas niets anders op (dat is niet helemaal waar; als je dit te moeilijk vindt om te volgen, sla dit stuk dan eerst over en kijk alvast naar de volgende alinea) dan de goniometrische substitutie = sin θ te gebruiken waarbij θ π (ook deze truc is besproken in de laatste week van Calculus en staat in het boek beschreven in 6..) De grenzen = en = komen overeen met θ = en θ = π. De integrand wordt = sin θ = ( sin θ) = cos θ = cos θ en op het interval θ d π is cos θ = cos θ. Verder is dθ = cos θ, dus d = cos θdθ, dus d = π cos θ cos θdθ = π cos θdθ. Gebruik hier weer een omgekeerde verdubbelingsformule en vind tenslotte dat π ( + cos(θ))dθ = π ( + cos(θ))dθ = [θ + sin(θ)] π = π. (Lees hier verder) Deze opgave is een goed voorbeeld van hoe meetkundig inzicht je soms een hoop werk kan besparen. Er is nl. gelukkig ook een makkelijkere manier om A te bepalen. In plaats van deze ingewikkelde berekening had je ook direct kunnen opschrijven dat A de helft is van de oppervlakte van een cirkel met straal, waar je de formule al voor uit je hoofd kent. Zo had je direct ingezien dat inderdaad π. d = = =. (het integreren doe je hier via een substitutie, alhoewel ik de details ervan niet heb opgeschreven). Dit had je ook af kunnen lezen uit de grafiek, want het gebied is spiegelsymmetrisch t.o.v. de y-as =. Twee keer het totale moment t.o.v. de -as is Ay = ( ) d = ( )d = = [ ] = ( ) =. ( )d Dit lijkt trouwens erg op de berekening van de oppervlakte in de vorige opgave, waar =. Dus het y-coördinaat van het zwaartepunt is y = A = π. Het zwaartepunt van de halve cirkel is dus (, π ).. Het gebied dat begrensd wordt door de grafieken van f() = en g() =, waarbij.

y 9 9 Het gebied ligt rechts van de lijn =, links van de lijn =, onder de grafiek van f() = en boven de grafiek van g() =, dus de oppervlakte ervan is ( )d = [ ] =. ( )d = ( )d = [ ] = =, dus het -coördinaat van het zwaartepunt is = A = 9. Twee keer het totale moment t.o.v. de -as is Ay = ( ) ( ) d = dus het y-coördinaat van het zwaartepunt is y = dus ( 9, 9 ). ( )d = [ ] = =, A = 9. Het zwaartepunt van het gebied is Merk op dat in deze opgave = y. Op zich had je dit ook al direct kunnen aflezen uit de grafiek (en dus slechts één van de twee coördinaten van het zwaartepunt hoeven te berekenen), want het gebied is spiegelsymmetrisch t.o.v. de lijn y =. Het zwaartepunt ligt altijd op een symmetrie-as, als die er is. NB: Je had de spiegelsymmetrie ook al kunnen gebruiken bij het berekenen van de oppervlakte A, door op te merken dat de oppervlakte van het totale gebied gelijk is aan twee keer de oppervlakte van het gebied aan slechts één kant van de symmetrie-as, oftewel ( )d = [ ] = ( ) =.