in opdracht van het Huis van het Nederlands Antwerpen TAALGERICHT NAAR WERK EEN KADER VOOR DE INTEGRALE AANPAK VAN TAAL & VAK IN CENTRA VOOR VOLWASSENENONDERWIJS EN IN 4 E GRAAD SECUNDAIR ONDERWIJS KORTE INLEIDING voor directies en docenten Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 1
Inhoudstafel 1 Inleiding 2 Huidige situatie 2.1 Probleemstelling 2.2 Gewenste situatie 3 Oplossing: geïntegreerd vakonderwijs 4 Voorwaarden voor een succesvolle implementatie van geïntegreerd vakonderwijs Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 2
1 INLEIDING uitval van taalzwakke cursisten als aanleiding De aanleiding voor het project Van Geïntegreerd Onderwijs naar Werk is het alarmerende signaal van CVO en het secundair onderwijs dat ze steeds meer worden geconfronteerd met taalzwakke cursisten 1 die door een beperkte kennis van het Nederlands problemen ondervinden om een opleiding gericht op werk te volgen. Problemen die door tal van centra worden aangehaald, zijn dat de cursisten de uitleg en de instructies van de vakdocent niet begrijpen, een beperkte woordenschat hebben, geen heldere antwoorden op toetsen of examens kunnen formuleren, weinig participeren aan gesprekken in de klas, niet volwaardig aan groepswerk met Nederlandstalige cursisten kunnen deelnemen. Bijkomende vragen die directies en vakdocenten zich stellen, zijn of taalzwakke cursisten geen gevaar op de stagevloer en later op de werkvloer vormen en of ze niet beter eerst goed Nederlands zouden leren voor ze met een opleiding beginnen. Dit zijn begrijpelijke reacties van directies en vakdocenten die worden geconfronteerd met een nieuw fenomeen in onze maatschappij: een doorstroom van laagtaalvaardige of anderstalige cursisten die geen perfect Nederlands spreken. Nochtans hebben alle cursisten al een basiskennis 2 Nederlands verworven en velen zelfs meer dan enkel dit basisniveau. schooltaal en tekort aan ondersteuning als oorzaken Dat het voor cursisten die slechts een basiskennis Nederlands hebben verworven moeilijk is om een opleiding te volgen, lijkt aannemelijk. Maar hoe komt het dat cursisten die een redelijke kennis van het Nederlands hebben er niet in slagen om een beroepsgerichte opleiding te volgen? Eén van de reeds bekende oorzaken is de schooltaal. De taal die op school wordt gehanteerd in instructies en teksten is veel abstracter dan de alledaagse taal waarmee cursisten in het gewone leven worden geconfronteerd. Dit kan echter niet de enige oorzaak zijn. Als we het probleem van naderbij bekijken dan blijkt dat taalzwakke cursisten nauwelijks de nodige taalondersteuning van vakdocenten krijgen. Terwijl het als een paal boven water staat dat laagtaalvaardige cursisten zonder de nodige taalondersteuning van de vakdocent niet op een volwaardige manier aan het onderwijs kunnen deelnemen. Men kan ervan uitgaan dat het de taak is van élke docent om aan cursisten de nodige taalondersteuning aan te bieden en hen te begeleiden bij het bevorderen van hun taalontwikkeling. Taal leren is immers een proces van levenslang leren en moet ook verder worden geoefend en begeleid na de NT2 3 -klas. In de praktijk blijkt echter 1 Om de communicatie te vergemakkelijken wordt in dit document de benaming cursist gebruikt om cursisten én leerlingen aan te duiden. 2 A2/Waystage (1.2). Zie bijlage Vergelijkend overzicht niveaus Nederlands Tweede Taal. 3 Nederlands als Tweede Taal Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 3
dat veel vakdocenten tijdens de lerarenopleiding niet de handvatten hebben aangereikt gekregen om de nodige ondersteuning te geven bij het taalverwervingsproces van taalzwakke cursisten. Ze weten niet hoe ze met taalzwakke cursisten moeten omgaan en beschikken niet over geschikte taalinstrumenten die vereist zijn om taalzwakke cursisten hun einddoel - het behalen van een beroepskwalificatie - te doen bereiken. opzet project Deze twee hoofdproblemen - een deficiënte taalvaardigheid en het gebrek aan voldoende taalondersteuning - leiden ertoe dat veel cursisten vroegtijdig afhaken, anderen net de eindmeet niet halen en/of na het afstuderen blijvende taalproblemen ondervinden in de reële werkcontext. De uitdaging is Hoe kunnen we ervoor zorgen dat taalzwakke cursisten op een volwaardige en succesvolle manier aan onderwijs en later aan de arbeidsmarkt kunnen deelnemen? Concreet: Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de taalontwikkeling van taalzwakke cursisten tijdens de vakopleiding vooruitgaat? en Hoe kunnen we directies en vakdocenten ondersteunen om de noodzakelijke taalondersteuning aan taalzwakke cursisten te geven?. Het Huis van het Nederlands Antwerpen start in 2006 (november 2006 oktober 2007) met het project Van Geïntegreerd Onderwijs naar Werk om schooldirecties, docenten en cursisten hierin tegemoet te komen. Onder geïntegreerd vakonderwijs verstaan we onderwijs waarbij zowel taal- als vakkennis vanuit de beroepscontext wordt aangeleerd. In geïntegreerd vakonderwijs wordt taal meteen geleerd en toegepast in de beroepscontext. Hierdoor blijft het geleerde beter hangen en kan het beter worden geconsolideerd. Het project bestaat uit een samenwerkingsverband tussen het Huis van het Nederlands Antwerpen, SCVO Sité, SCVO SIVO, Leonardo Lyceum, VDAB en Linguapolis. doelgroep project De doelstellingen van het project zijn op 3 niveaus gericht: op het niveau van de directie - een kader voor geïntegreerde trajecten ontwikkelen dat toepasbaar en implementeerbaar is in verschillende centra - een draaiboek/stappenplan ontwikkelen voor directies/coördinatoren om hen op weg te zetten bij de implementatie van een taalbeleid op school - een exemplarisch taalbeleidsplan uitwerken op het niveau van de vakdocenten een draaiboek/stappenplan ontwikkelen voor vakdocenten om hen op weg te zetten bij de implementatie van geïntegreerd vakonderwijs op school op het niveau van de cursisten - beroepsgerichte opleidingen toegankelijker maken voor taalzwakke cursisten Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 4
- de taalontwikkeling van deze cursisten stimuleren en de taalvaardigheid verhogen - de slaagkansen van deze cursisten verhogen door de kwaliteit van het taalbeleid in beroepsgerichte opleidingen te verbeteren partners project Er nemen twee pilootcentra 4 deel aan het project: SCVO SIVO afdeling Haartooi Hulpkapper en het Leonardo Lyceum vierde graad secundair onderwijs opleiding Gediplomeerde Verpleegkunde. Tijdens het project krijgen zij respectievelijk taalondersteuning van SCVO Sité en VDAB in de vorm van Nederlands op de Opleidingsvloer voor de cursisten. Verder krijgen de centra organisatorische en didactische ondersteuning bij de implementatie van geïntegreerd vakonderwijs van SCVO Sité, VDAB, het Huis van het Nederlands Antwerpen en Linguapolis. De twee centra bevinden zich qua taalbeleid in een verschillende fase. SCVO SIVO is al enkele jaren bezig met acties rond taalbeleid. Het Leonardo Lyceum staat nog in de prille beginfase. projectresultaten Het project resulteert in een kader voor de integrale aanpak van taal en vak in beroepsgerichte opleidingen. De publicatie geeft handvatten aan directies/coördinatoren en de taal- en vakdocenten om taalbeleid en geïntegreerd vakonderwijs binnen de eigen school te implementeren. De publicatie bestaat uit drie luiken: - Het eerste luik biedt een beschrijving van de beginsituatie en geïntegreerd vakonderwijs als oplossing. - Het tweede luik bevat stappenplannen voor directies/coördinatoren om geïntegreerd vakonderwijs organisatorisch en didactisch te implementeren en een stappenplan voor het schrijven van een taalbeleidsplan. - Het derde luik bestaat uit stappenplannen voor de vakdocenten om geïntegreerd vakonderwijs organisatorisch en didactisch te implementeren. Hierbij hoort ook een aantal instrumenten die kunnen worden ingezet en beschrijvingen van verschillende voorbeelden van good practice. Toch is het voor alle actoren interessant om de drie delen door te nemen om een totaalbeeld van de implementatie van geïntegreerd vakonderwijs te krijgen. In het hoofdstuk twee wordt de huidige situatie toegelicht om de problematiek van taaldeficiëntie en het tekort aan ondersteuning van vakdocenten beter te kunnen plaatsen. In het derde hoofdstuk worden de principes en de voordelen van geïntegreerd vakonderwijs uiteengezet. 4 In dit document worden de term centrum gehanteerd als verzamelnaam voor CVO en de 4 de graad secundair onderwijs. Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 5
2 HUIDIGE SITUATIE 2.1 Probleemstelling problemen op het niveau van de cursisten De talige problemen van taalzwakke cursisten die zich in de klas én op stage voordoen zijn begripsproblemen bij mondelinge instructies en mondelinge uitleg, problemen om zich zowel mondeling als schriftelijk helder uit te drukken, een beperkte woordenschat, moeilijkheden om concrete maar vooral beschouwelijke teksten te lezen, problemen bij deelname aan groepswerk, begripsproblemen bij toets- en examenvragen, het helder verwoorden van antwoorden op toetsen en examens, enzovoorts. Door een combinatie van deze problemen kunnen cursisten niet functioneren in de schoolse context en is het zeer moeilijk om een opleiding in het volwassenen- of secundair onderwijs te volgen. De oorzaken van de taaldeficiëntie zijn van velerlei aard. - Op de eerste plaats is er een groot verschil tussen de schooltaal die in opleidingen wordt gehanteerd tegenover de alledaagse taal die cursisten buiten de opleiding gebruiken. Schooltaal is veel abstracter dan de taal die we in het gewone leven buiten de school gebruiken. Woorden als weergeven, toelichten, vergelijken, leer je niet in alledaagse gesprekken. Ook in gewone NT2-trajecten worden cursisten niet expliciet getraind in schooltaal. Voor alle taalzwakke cursisten ongeacht hun herkomst kan schooltaal een struikelblok vormen. - Een tweede belangrijke oorzaak is dat het taalgebruik in vakopleidingen niet altijd is aangepast aan laagtaalvaardige of anderstalige cursisten. De vakdocent en de medecursisten spreken te snel, ze gebruiken dialectwoorden, het taalgebruik dat ze hanteren is moeilijk, enzovoorts. Een bijkomende oorzaak is dat anderstalige cursisten in de veilige omgeving van de NT2-klas voortdurend ondersteuning krijgen van de taaldocent. In het vakonderwijs is dit meestal veel minder het geval. - Een derde oorzaak kan zijn dat de taalvereisten om met een opleiding te starten veel hoger liggen dan het behaalde niveau Nederlands van de cursist. Bijvoorbeeld: voor een cursist met het basisniveau 5 Nederlands zal het zeer moeilijk zijn - zoniet onmogelijk - om met de opleiding Gediplomeerde Verpleegkunde te starten. Centra mogen officieel geen cursisten weigeren die een te laag taalvaardigheidsniveau hebben. Ze mogen wél cursisten advies geven om eerst nog extra Nederlands te volgen, bij voorkeur in een talig beroepsgericht voortraject. Momenteel zien we dat sommige centra nog niet hebben gereflecteerd over de taalvaardigheidsvereisten en/of dit advies niet geven óf dat er cursisten zijn die ondanks het advies toch met de vakopleiding willen starten. 5 Het basisniveau is A2/Waystage. Zie bijlage Vergelijkend Overzicht niveaus Nederlands Tweede Taal. Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 6
problemen op het niveau van de vakdocenten Momenteel wordt er door de meeste vakdocenten nauwelijks de nodige taalondersteuning gegeven. Toch zijn er veel vakdocenten die taalzwakke cursisten deze ondersteuning willen geven. In de praktijk blijkt echter dat vakdocenten zich vaak onzeker voelen. De oorzaak van hun onzekerheid is dat ze tijdens hun lerarenopleiding niet de knowhow hebben meegekregen om met taalzwakke cursisten om te gaan en om binnen de vaklessen aan het taalverwervingsproces van cursisten te werken. Of omdat ze hierover geen extra nascholing hebben gevolgd. Vakdocenten voelen zich hierdoor onbekwaam om deze taalproblematiek eigenhandig en zonder ondersteuning aan te pakken. Ze vragen om de nodige ondersteuning. problemen op het niveau van de directie Sommige centra beseffen dat taalzwakke cursisten problemen hebben om het onderwijs te volgen, maar ze zien niet in hoe zij ertoe zouden kunnen bijdragen om dit probleem op te lossen. Ze leggen de verantwoordelijkheid volledig bij de cursist en gaan ervan uit dat de taalzwakke cursist eerst zijn taalvaardigheid zelf moet verhogen door extra taalcursussen te volgen en dan pas met de vakopleiding te starten. De gevolgen hiervan zijn een grote uitval bij het begin van de eerste module of zelfs later in de opleiding. Andere centra gaan hun taalvaardigheidsvereisten lager leggen. Ze zien taalproblemen door de vingers zodat cursisten afstuderen met een te laag taalniveau en het probleem naar de werkvloer verschuift. problemen op macroniveau Een negatief gevolg van de beperkte taalvaardigheid van taalzwakke cursisten en het gebrek aan gepaste en structurele ondersteuning van vakdocenten is een vroegtijdige uitval op de opleidingsvloer. Cursisten starten met een opleiding, maar beseffen onderweg dat ze absoluut niet kunnen volgen en haken af. Taaldeficiëntie leidt ook op de stagevloer en op het werk tot problematische situaties. Hoe gaat men op de werkvloer om met collega s die instructies niet of onvoldoende begrijpen? Hoe gaat men in kapperszaken om met kappers die de wensen van het cliënteel onvoldoende of verkeerd begrijpen? Hoe gaat een kinderdagverblijf om met een verzorger die de ouders van een kind onvoldoende begrijpt? Hoe gaat een ziekenhuis om met stagiairs die door talige problemen de instructies of de uitleg van het ziekenhuispersoneel onvoldoende begrijpen en hierdoor verkeerde medicatie toedienen? Taaldeficiëntie kan vergaande gevolgen hebben. Het verstoort de sociale communicatie op het werk waardoor taalzwakke stagiairs of werknemers niet worden aanvaard met als gevolg uitsluiting. Een tekort aan taalvaardigheid kan zelfs leiden tot onveiligheid op het werk. Denk maar aan de verpleger die omwille van begripsproblemen verkeerde medicatie toedient. Ook op het werk is goede functionele taalvaardigheid dus een noodzaak en een vereiste. Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 7
Als centra geen stappen ondernemen om cursisten te ondersteunen in hun taalontwikkeling tijdens de opleiding, dan komen cursisten vaak in een vicieuze cirkel terecht. Na een eerste mislukking gaan cursisten meestal op zoek naar een andere opleiding, waar ze opnieuw worden geconfronteerd met dezelfde problemen, met als gevolg dat ze opnieuw uitvallen, enzovoorts. Hierdoor komen ook nieuwkomers in een watervalsysteem terecht. Het watervalsysteem zorgt voor demotivatie en frustratie bij cursisten, maar erger is dat ze nooit het beroep leren waarvoor ze over de Elders Verworven Kwalificaties (EVK) of de Elders Verworven Competenties (EVC) beschikken. Of nog erger dat ze op de arbeidsmarkt nergens worden aangenomen en in de werkloosheid terechtkomen. De regering stelt nochtans alles in het werk om meer mensen toe te leiden naar jobs en meer bepaald naar knelpuntberoepen. Veel taalzwakke en/of anderstalige cursisten met de juiste capaciteiten en relevante werkervaring kiezen voor een opleiding die leidt tot deze knelpuntberoepen, maar slagen er niet in om hun eindperspectief tewerkstelling te behalen omwille van taalproblemen en onvoldoende taalbegeleiding tijdens een opleiding in CVO. 2.2 Gewenste situatie doelstellingen Betekent dit dat we taalzwakke cursisten omwille van de vele problemen op de opleidingsvloer en de veiligheid op het werk moeten mijden in het onderwijs of dat we hen moeten afrekenen op basis van hun gebrekkige taalvaardigheid? Of betekent dit dat we ons flexibel moeten opstellen en taalproblemen door de vingers moeten zien? Integendeel, we moeten de oorzaken van de taalzwakheid uitschakelen. - Allereerst dienen centra te worden gesensibiliseerd om aan taalvaardigheid van álle cursisten te werken. Voorbeelden van good practice moeten in de kijker worden gezet. Momenteel zien we dat tal van centra in het volwassenen- en secundair onderwijs reeds met veel enthousiasme het initiatief hebben genomen om te werken aan de taalvaardigheid van hun cursisten én zelf een taalbeleid op poten hebben gezet. Dit zijn voorbeelden van good practice voor centra die de stap naar taalvaardigheidsonderwijs in de toekomst willen ze zetten. Zij zijn rolmodellen en kunnen een voortrekkersrol vervullen voor alle Vlaamse centra. - Na het sensibiliseren is het noodzakelijk om organisatorische en didactische ondersteuning en instrumenten aan directies, coördinatoren, vakdocenten aan te bieden zodat ze binnen de vakles aan taalontwikkeling kunnen werken. Ook taaldocenten hebben specifieke ondersteuning nodig. Ze moeten bijvoorbeeld leren hoe ze makkelijker kunnen worden opgenomen in het beroepsgericht centrum en hoe ze op een voorzichtige manier opbouwende manier feedback kunnen geven aan vakdocenten. Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 8
- Een derde doelstelling die gepaard gaat met de twee vorige en zeker niet minder belangrijk is, is dat docenten cursisten strategieën aanreiken om taal te leren, hen stimuleren en activeren om binnen én buiten de opleiding zelfstandig en met verantwoordelijkheidszin aan hun eigen taalontwikkeling te werken. - Een vierde doelstelling is dat beroepsgerichte centra en centra die NT2 aanbieden de handen in elkaar slaan en nauw samenwerken om taalondersteuning aan te bieden. In de eerste plaats gaat het dan om het aanbieden van talige trajecten binnen de beroepscontext en vakopleiding, maar ook om didactische uitwisseling en ondersteuning. Door al deze acties kan het doel op lange termijn worden bereikt, namelijk dat cursisten worden opgeleid tot zelfstandige werknemers en geëmancipeerde burgers die talig sterk genoeg zijn om zowel op professioneel áls op maatschappelijk vlak goed te kunnen functioneren en hun taalproblemen zelf te kunnen oplossen. geïntegreerd vakonderwijs als oplossing Een les die goede en minder goede praktijkvoorbeelden ons leren, is dat er op voorhand goed moet worden nagedacht over de vorm waarin taalondersteuning wordt aangeboden. Bij centra die pas beginnen met taalvaardiger onderwijs zien we dat ze geneigd zijn om te kiezen voor extra taalcursussen en taalondersteuning naast de vakopleiding. Dit gebeurt vanuit de optiek ze moeten eerst goed Nederlands leren. Hierdoor blijft taalondersteuning vaak aan de zijlijn van de opleiding staan. Het wordt verengd tot een zaak van de taaldocent en de taalzwakke cursisten. Vakdocenten bekijken taalvaardigheid als iets dat buiten hun bevoegdheid en takenpakket valt. Taalondersteuning wordt bij wijze van spreken een cursus Eerste Hulp bij Taalproblemen, wat regelrecht ingaat tegen de aard van taalverwerving. Het verwerven van taal is een proces van levenslang leren dat door het hele centrum en alle docenten op een structurele manier moet worden aangepakt. Een centrum kan dit door gedurende de hele vakopleiding geïntegreerd vakonderwijs aan te bieden. Dit betekent onderwijs waarbij taal en vak vanuit de beroepscontext worden aangeleerd en toegepast waardoor een betere consolidering wordt gegarandeerd. In het volgende hoofdstuk gaan we dieper in op de verschillende vormen van geïntegreerd vakonderwijs. Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 9
3 OPLOSSING: GEÏNTEGREERD VAKONDERWIJS Op basis van de ervaringen van de twee pilootcentra en op basis van gesprekken met andere centra die geïntegreerd vakonderwijs implementeren, werd duidelijk dat centra op knelpunten stoten die ze zelf niet kunnen oplossen. Zij willen structurele oplossingen voor deze specifieke problemen en een invulling van specifieke voorwaarden bij de implementatie van geïntegreerd vakonderwijs. Enkel het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Onderwijs kan deze noodzakelijke voorwaarden invullen. Eerst wordt geïntegreerd vakonderwijs in kaart gebracht om de voordelen van geïntegreerd vakonderwijs, de praktische organisatie ervan, de knelpunten en de voorwaarden die moeten worden ingevuld beter toe te lichten. geïntegreerd vakonderwijs Vele centra zijn zich bewust van de taalproblematiek in hun centrum en zijn gemotiveerd om er iets aan te doen. Het probleem is dat ze vaak niet precies weten hoe ze taaldeficiëntie moeten aanpakken. In eerste instantie denken ze bij taalondersteuning van laataalvaardige cursisten aan een algemene extra taalcursus buiten het centrum of aan extra taallessen binnen het centrum maar wel ná de lesuren. Centra doen dit vanuit de denkpiste dat de taalsterkere cursisten zeker geen nadelen of last mogen ondervinden van de talige maatregelen. Taalzwakke cursisten worden verder geholpen en de lessen worden niet te veel onderbroken. Deze visie is begrijpelijk, maar het is zeker niet de ultieme oplossing om structureel aan taalvaardigheid te werken. Taal en vak blijven op die manier als aparte vakken of disciplines naast mekaar staan, waardoor er geen of weinig transfer van de taalles naar de vakles en vice versa plaatsvindt. Bovendien is taalleren een proces van levenslang leren dat ook buiten de taallessen moet worden gevoed en ondersteund. Om de transfer mogelijk te maken is er nood aan geïntegreerd vakonderwijs. Voor nieuwe Vlamingen is het Nederlands belangrijk om in verschillende situaties te kunnen participeren. Taalopleidingen dienen daarom zeer doelgericht en functioneel te zijn. Ze moeten ervoor zorgen dat nieuwe Vlamingen zeer snel zelfstandig kunnen functioneren in die situaties die voor hen belangrijk zijn. Een van de contexten die voor hen van belang is, is de context opleiding en werk. Om een opleiding te kunnen volgen en werk te vinden hebben zij taal nodig. Taal is voor nieuwe Vlamingen binnen deze context een middel om een ander doel te bereiken, namelijk het volgen van een opleiding die leidt tot tewerkstelling. Taallessen voor deze doelgroep dienen daar dan ook op te worden afgestemd. Dit kan via de inhouden van taallessen die voorbereiden op het volgen van een specifieke vakopleiding. Dit kan ook via geïntegreerd vakonderwijs waarbij nieuwe Vlamingen worden ondergedompeld in het taalbad dat een vakopleiding biedt. Starten met de vakopleiding wordt het best niet te lang uitgesteld. Ervaring leert ons dat ze anders hun opleidingstraject vroegtijdig stopzetten. Cursisten snel toelaten tot een vakopleiding én de taalrijke omgeving als een taalrijke leeromgeving gebruiken, vraagt vaardigheden van de betrokken vakdocenten. Daarom moeten zij een vormingsaanbod krijgen dat hen in deze vaardigheden traint. Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 10
Geïntegreerd vakonderwijs is geïntegreerd Bij de integrale aanpak van taal en vak leren cursisten zowel taal-, sociale en studievaardigheden áls vakkennis en beroepsvaardigheden vanuit de beroepscontext. Het centrum biedt vak, taal en praktijkervaring als een harmonisch geheel gedurende het gehele leertraject aan. Taal wordt niet langer in een apart taaltraject naast de opleiding aangeboden, maar de cursisten leren de taal tijdens de opleiding én vanuit het vak. praktijkervaring vak leren taal leren Figuur 1 In geïntegreerd vakonderwijs worden vak, taal en praktijkervaring als een harmonisch geheel in de opleiding aangeboden. motiverend Het einddoel van het volledige leertraject is het behalen van een beroepskwalificatie wat zorgt voor intrinsieke motivatie om taal te leren. doeltreffend Geïntegreerde trajecten hebben ten opzichte van trajecten waar eerst een algemene NT2-cursus en dan pas een vakopleiding wordt aangeboden heel wat voordelen. Het traject duurt doorgaans minder lang als het centrum vak en taal samen in één programma worden aanbiedt. Het eindperspectief het behalen van een beroepsdiploma is meteen zichtbaar. Er is veel geschikte talige input vanuit de vakcontext en er vindt interactie plaats in échte authentieke werksituaties, zodat het taalonderwijs in een betekenisvolle context kadert. De motivatie om taal te leren is groter omdat taal is ingebed in de beroepscontext met minder uitval als gevolg. verzelfstandigend Centra en scholen hebben de volgende verantwoordelijkheden: - ze focussen op taalontwikkelend onderwijs in plaats van op het afstraffen van taaldeficiëntie - ze vertrekken vanuit de talige startcompetenties van de beroepsgerichte opleiding en de einddoelen van de opleiding - ze creëren de mogelijkheid dat (nieuwe) Vlamingen tijdens de vakopleiding een taalvaardigheid kunnen ontwikkelen die voldoende is als beginnende beroepsbeoefenaar Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 11
- ze bieden (nieuwe) Vlamingen een taalrijke beroepsgerichte studiecontext aan - ze creëren bij (nieuwe) Vlamingen een succesvolle houding en leervaardigheid voor de verdere taalontwikkeling en taalredzaamheid tijdens het beroep - ze stimuleren (nieuwe) Vlamingen tot een zelfgestuurd proces van taalverwerving zodat deze niet langer docentafhankelijk zijn - ze responsabiliseren en verzelfstandigen (nieuwe) Vlamingen inzake de eigen studie- en levensloopbaan communicerende vaten Geïntegreerd vakonderwijs kan zich aandienen in verschillende vormen: taalgericht vakonderwijs, Nederlands op de Opleidingsvloer, talig beroepsgerichte neventrajecten en talig beroepsgerichte voortrajecten. We kunnen geïntegreerd vakonderwijs voorstellen als het principe van communicerende vaten. Niet alle vaten hoeven gevuld te zijn, niet alle trajecten hoeven aangeboden te worden om geïntegreerd te werk te gaan. De keuze van de trajecten die een centrum aanbiedt en de dosis hangt af van de noden van het doelpubliek en de mogelijkheden van het centrum. taalgericht vakonderwijs Nederlands op de opleidingsvloer talig beroepsgericht neventraject talig beroepsgericht voortraject geïntegreerd vakonderwijs Figuur 2 Geïntegreerd vakonderwijs werkt zoals het principe van communicerende vaten Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 12
taalgericht vakonderwijs Zoals we reeds zagen uit taaldeficiëntie zich in begripsproblemen bij mondelinge en schriftelijke instructies en de uitleg van de vakdocent, een tekort aan woordenschat en schooltaal, problemen om antwoorden helder te verwoorden, moeilijkheden om concrete en/ of beschouwelijke teksten te lezen, enzovoorts. Om deze kwestie aan te pakken, wordt er in het secundair onderwijs met succes volop geëxperimenteerd met de principes van taalgericht vakonderwijs. In het volwassenenonderwijs gebeurt dit momenteel nog te weinig. Het uitgangspunt van taalgericht vakonderwijs is dat taal, leren en denken volledig met mekaar zijn verbonden. Taalgericht vakonderwijs zoekt naar de mogelijkheden om zowel het leren van het vak áls taal de nodige aandacht te geven in de vaklessen. Doordat de cursist tijdens de vaklessen de nodige taalsteun van de vakdocent krijgt aangeboden, begrijpt de cursist de lessen veel beter en hoeft de vakdocent de lat op inhoudelijk vlak niet lager te leggen. De drie pijlers van taalgericht vakonderwijs zijn het aanbieden van voldoende interactie, taalsteun en context in de vakles 6. interactie context LEREN IN INTERACTIE Wat? De cursisten worden aangezet om in interactie met de vakdocent en medecursisten te praten en schrijven over de leerstof door op een actieve manier veronderstellingen, vragen en bevindingen uit te wisselen. Waarom? Interactie geeft cursisten de kans om te praten over vakinhouden en op die manier de leerstof te verwerken. LEREN IN CONTEXT Wat? De taal wordt geleerd in voor de cursisten betekenisvolle contexten. Waarom? De context is uiterst belangrijk voor cursisten omdat eigen ervaringen of leerstof die ze ervoor al hebben geleerd als kapstok kunnen dienen om er nieuwe informatie aan vast te hangen. taalsteun LEREN MET TAALSTEUN Wat? De vakdocent biedt de cursisten talige ondersteuning bij het begrijpen van de vaklessen en bij het produceren van taal. Waarom? Om de vaklessen voor taalzwakke cursisten talig toegankelijker te maken. Figuur 3 De drie pijlers van taalgericht vakonderwijs zijn interactie, context en taalsteun 6 De principes van taalgericht vakonderwijs komen volledig overeen met de uitgangspunten van het referentiekader Dertien Doelen in een dozijn 6 (2006). Dit kader beschrijft over welke talige competenties élke docent moet beschikken. Een greep uit de taalcompetenties van dit kader zijn het aanbieden van begrijpelijk en interactief taalaanbod, het geven van voldoende feedback, het begrijpelijk formuleren van opdrachten en het toegankelijk maken van lessen door voldoende context aan te bieden. Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 13
Taalgericht vakonderwijs is een vaste pijler die alle centra voor honderd procent zouden moeten aanbieden aan álle cursisten - zowel taalzwak als taalsterk. De talige ondersteuning van vakdocenten gedurende de volledige vakopleiding is immers primordiaal om het taalvaardigheidsniveau van cursisten te verhogen, alleen op die manier kan een cursist taalgericht naar werk. Hoe de vakdocent taalgericht vakonderwijs concreet kan verwezenlijken, wordt uitgebreid beschreven in het docentenluik van de publicatie. Nederlands op de opleidingsvloer Aan de pijler taalsteun kunnen we Nederlands op de opleidingsvloer (Nodo) koppelen. VDAB heeft al een grote expertise op vlak van Nodo opgebouwd. In de twee pilootscholen van dit project wordt op een succesvolle manier met Nederlands op de opleidingsvloer geëxperimenteerd. doorgaans op praktijk- of stagevloer teamspirit vak- en taaldocent samen voor de klas structureel overleg Nederlands op de opleidingsvloer duidelijke taakverdeling docenten ondersteuning van cursisten én vakdocenten remediëring en geïndividualiseerde aanpak Figuur 4 Kenmerken van Nederlands op de opleidingsvloer verschillende organisatievormen In de opleiding Hulpkapper vindt Nederlands op de opleidingsvloer plaats op de opleidings- of praktijkvloer. De vak- en taaldocent staan samen voor de klas tijdens de vakles. De vakdocent geeft de vakles en de taaldocent onderbreekt wanneer hij denkt dat cursisten begripsproblemen (kunnen) hebben. Hij onderbreekt dus enkel als het taaltekort een probleem vormt voor het volgen van de les en bijvoorbeeld niet om aan vormcorrectheid te werken. Een andere organisatievorm is Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 14
dat cursisten in het practicumlokaal tegenover de taaldocent de handelingen die ze uitvoeren verwoorden, het materiaal dat ze hanteren benoemen, vertellen waarom ze een handeling hebben gedaan, enzovoorts. Indien nodig neemt de taaldocent taalzwakkere cursisten ook apart om bepaalde lesonderdelen eerst op maat van de cursisten aan te brengen of in te oefenen. In de opleiding Gediplomeerde Verpleegkunde vindt Nodo soms plaats tijdens aparte taallessen. Zo krijgen cursisten bijvoorbeeld extra schrijftraining bij het maken van stageverslagen. De organisatie van Nederlands op de opleidingsvloer is afhankelijk van de aard van de vaklessen praktisch versus theoretisch -, de heterogeniteit qua taal en taalniveau, de beschikbare tijd voor Nodo, enzovoorts. Nederlands op de opleidingsvloer kan hierdoor verschillende organisatievormen aannemen. In de bijlage lichten we de meest voorkomende vormen van Nodo toe die in de praktijk worden toegepast. remediërend en niet certificerend Nodo is remediërend van aard. De taaldocent gaat in principe enkel in op taalproblemen die zich tijdens de vakles stellen. Aangezien het gaat om specifieke taalproblemen van individuele cursisten tijdens een bepaalde vakles, leent Nodo zich er niet toe om te worden georganiseerd als een gewone module NT2 waar docenten gebonden zijn aan de eindtermen. Bij Nodo is het niet de bedoeling dat de cursisten een hoger taalniveau op de ERK 7 -schaal bereiken. Het doel is dat ze voldoende ondersteuning krijgen om de vaklessen te kunnen volgen. snelle en directe feedback Omdat Nodo tijdens de vakles, direct voor of na de vakles plaatsvindt, is er sprake van een snelle en directe feedback en ondersteuning van de cursisten. structureel overleg De inhoud van Nederlands op de opleidingsvloer is gebaseerd op de inhoud van de vaklessen en op zeer cursistgebonden taalproblemen. Hierdoor verschilt de inhoud en de vorm van Nederlands op de opleidingsvloer in principe elk semester opnieuw. Dit impliceert telkens weer structureel overleg tussen vak- en taaldocent en de nodige vrijstellingen om samen de vak- en taallessen in te vullen, voor te bereiden en natuurlijk ook na te bespreken. duidelijke taakverdeling en teamspirit Als vak- en taaldocent samen op de opleidings- of praktijkvloer staan, is er bovendien een zeer duidelijke taakverdeling tussen vak- en taaldocent én teamspirit noodzakelijk. Ook hier is structureel overleg nodig. Het is vanzelfsprekend dat tijdens de vakles het vak primeert en niet de taal. De taaldocent mag de vakles niet overnemen, maar hij moet wel de kans krijgen om voldoende taalsteun te geven. Goede afspraken, taakafbakening en een prima verstandhouding is dus de boodschap. 7 Europees Referentiekader. Zie bijlage Vergelijkend Overzicht niveau Nederlands Tweede Taal. Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 15
didactische ondersteuning van de vakdocent Nederlands op de opleidingsvloer bestaat enerzijds uit taalondersteuning voor taalzwakke cursisten en anderzijds didactische ondersteuning voor de vakdocent. Het geven van didactische NT2-tips aan de vakdocent behoort tot het takenpakket van de taaldocent en is een essentieel onderdeel van overleg. Er wordt vaak aangenomen dat Nederlands op de opleidingsvloer op lange termijn uitdovend werkt. De vakdocent zou na een lange periode van intense coaching door de taaldocent in staat moeten zijn om zelf de nodige taalsteun te geven. Maar de praktijk leert anders: de expertise en aanwezigheid van de taaldocent blijft noodzakelijk. Het is wel zo dat het evenwicht verschuift. talig beroepsgericht neventraject Een andere vorm van geïntegreerd vakonderwijs dat de opleiding Haartooi van SCVO SIVO met succes toepast is een talig beroepsgericht neventraject. tijdens de vakopleiding Dit is een NT2-traject dat in aparte taallessen door de taaldocent wordt gegeven, maar dat wél gelijktijdig met en op de locatie van de vakopleiding plaatsvindt. certificerend Een neventraject kan op verschillende manieren worden georganiseerd 8. Het doel van een neventraject bestaat erin een hoger taalniveau te bereiken op de ERKschaal. De cursisten kunnen een (deel)certificaat behalen. motiverend De inhoud van een talig beroepsgericht neventraject wordt volledig bepaald door de context van de vakopleiding. Taal wordt in een voor de cursisten betekenisvolle en functionele context gegeven, wat ze leren is meteen bruikbaar in de vakles. Hierdoor werkt een geïntegreerd neventraject doorgaans meer motiverend voor cursisten dan een gewone NT2-cursus. nauwe samenwerking en wisselwerking Door de betekenisvolle context hebben de cursisten het gevoel dat taal leren deel uitmaakt van de vakopleiding. Dit gevoel wordt versterkt door het feit dat het talig beroepsgericht neventraject en de vakopleiding op één en dezelfde locatie worden gegeven en door de nauwe samenwerking en wisselwerking tussen taal- en vakdocent. 8 Zie bijlage XXXXX Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 16
wisselwerking VAK OPLEIDING inhoud taalproblemen i t NEVEN TRAJECT didactiek Figuur 5 Talig beroepsgerichte neventrajecten steunen op een wisselwerking tussen vak- en taaldocent Tijdens structureel overleg wordt besproken welke thema s of lesonderdelen zeker in het neventraject aan bod moeten komen, welke cursisten met welke aspecten taalproblemen hebben, de taaldocent geeft NT2-tips aan de vakdocent en de vakdocent licht inhoudelijke aspecten van het vak toe. Er is dus een uitwisseling en wisselwerking op drie terreinen: inhoud, taalproblemen van individuele cursisten en didactiek. talig beroepsgericht voortraject Een andere vorm van geïntegreerd onderwijs is de organisatie van een talig beroepsgericht voortraject. Het is een talige voorbereiding op de vakopleiding. voorbereidend op de vakopleiding Dit traject vindt plaats vóór de vakopleiding en wordt door de taaldocent als voorbereiding op de vakopleiding gegeven. Een voortraject hoeft niet per se door het beroepsgericht centrum te worden georganiseerd. VDAB organiseert tal van voortrajecten. Zo kunnen aspirant-studenten Gediplomeerde Verpleegkunde eerst het voortraject Social Profit voor anderstaligen bij VDAB volgen. certificerend Een voortraject is doorgaans niveauverhogend en cursisten kunnen er een certificaat NT2 mee behalen. motiverend Een onderscheid met een algemene cursus NT2 is dat een talig beroepsgericht voortraject sterk is ingebed in de beroepsgerichte context. De cursisten leren geen algemeen Nederlands, maar taal die onmiddellijk kadert in de context van de latere vakopleiding. Door taal en context te integreren leren cursisten functionele taal die ze later tijdens de vakopleiding kunnen gebruiken, wat de motivatie om de taal te leren verhoogt. Qua lengte van het voortraject moeten we een onderscheid maken tussen trajecten voor laaggeschoolden en hogergeschoolden. Voor laaggeschoolden mag het voortraject niet te lang zijn, want dit zou demotivatie betekenen. Ze leren gemakkelijker taal als dit gepaard gaat met een sterke dosis visualisering en het Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 17
uitvoeren van handelingen. Vandaar dat het vaak is aangewezen dat zij na het overlevingsniveau 9 Nederlands meteen instromen in een vakopleiding die Nederlands op de opleidingsvloer aanbiedt. Voor de hogergeschoolden kan het voortraject het best langer zijn, zolang de taal sterk blijft ingebed in de beroepscontext. samenwerking en wisselwerking Belangrijk is dat er bij de organisatie en invulling van een voortraject een goede samenwerking en wisselwerking is tussen de taaldocent, vakdocenten én de stagevloer. De input van de vakopleiding en de stagevloer is onontbeerlijk. vakopleiding talig beroepsgericht voortraject inhoudelijke en didactische input stagevloer Figuur 6 Er is een wisselwerking tussen het voortraject, de vakopleiding en de stagevloer De stagevloer zeer relevante contexten aanreiken en aangeven met welke talige problemen taalzwakke kandidaten worstelen. Omgekeerd kan de taaldocent didactische NT2-tips aan de vakdocenten geven. 9 A1/Breakthrough (1.1). Zie bijlage Vergelijkend Overzicht niveau Nederlands Tweede Taal. Universiteit Antwerpen Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie work in progress juli 2007 18