Van bewegen naar trainen Charles Heus Sportfysiotherapeut J&C Sportrevalidatie
Geblesseerd Trainingsfit Wedstrijdfit Arts / Fysio??? Trainer
Pat 0% Fysio 100% Pijn en of Functionele beperking 1e fase: ruimte maken pijn - flexibiliteit + 2e fase: ruimte onderhouden pijn - flexibiliteit + stabiliteit 3e fase: ruimte invullen A)stabiliteit => functionaliteit B) functionaliteit => specificiteit 100% 0% Pijnvrij en geen Functionele beperking
Trainingsleer * Training = het regelmatig en systematisch toedienen van prikkels om de prestatie te verhogen.
Welke factoren bepalen het prestatievermogen? 1. Fysieke factoren, 2. Mentale factoren, 3. Biochemische Processen, 4. Vegetatieve Tuning 5. Technisch Aspecten, 6. Tactische Aspecten.
Biochemische Processen Vegetatieve tuning Prestatie Mentale Factoren Fysieke Factoren
Fysieke Factoren Kracht Snelheid Uithoudingsvermogen Lenigheid Coordinatie
Maximale Kracht Snelkracht Kracht Explosieve Kracht Kracht UHV
Snelheid Als natuurkundig begrip Als motorische eigenschap
Uithoudingsvermogen Anaëroob Aëroob A-lactisch Lactisch
Vorm van botten en gewrichten Vorm van banden en kapsels Lenigheid (ROM) Lengte en bouw van spieren en pezen Aansturing Zenuwstelsel
Coördinatie Organisatie vd besturing vh motorische systeem Motorische controle en motorisch leren
Coördinatie Lenigheid Grondmotorische eigenschappen van bewegen Kracht UHV Snelheid
Basisprincipes van training - Overload - Supercompensatie -Specificiteit - Reversibiliteit - Afnemende meeropbrengst
1. Principe van Overload * Trainen is het opleggen van overbelasting = overload. * Deze overload moet gedoceerd zijn. *De belasting moet minimaal 50% van de maximale belasting zijn. * Overload leidt tot aanpassingen in cellen, weefsels en systemen.
* Een te grote overload kan leiden tot: - Verminderde aanpassing, - Negatieve aanpassing: blessures en/of overtraining (overtraining als under recovery ) - Bij optimaal trainen: perfecte balans tussen (over)belasting (overload) en herstel voor aanpassingen.
* Overload heeft tijdelijk negatieve effecten op het belastte systeem. * De grootte van het negatieve effect is afhankelijk van - Belasting: type, intensiteit, duur. - Belastbaarheid: persoon * De tijdelijke negatieve effecten zijn daardoor verschillend per weefsel en systeem.
Daarna treedt herstel op. De snelheid van herstel is afhankelijk van: De diepte van het tijdelijke negatieve effect, de sporter, de fysieke en psychische omstandigheden, weefsel of systeem, eventueel herstelbevorderende maatregelen Hersteltijd: enkele uren tot 3 dagen
*Na het eerste herstel tot 100% waarde, treedt er een extra herstel op. * Er wordt een wapening tegen de overbelasting aangelegd: Supercompensatie
2. Principe van Supercompensatie
Herstel- en supercompensatietijden Het is erg moeilijk hier exacte tijden te geven, wel richtlijnen: * Intensieve krachttraining: 48-96 uur * Lange intensieve duurtraining: 48 uur * Minder intensieve duurtraining: 24 uur * Anaerobe training: 48 uur
* Training na maximaal herstel kan leiden tot een herhaling van de cyclus. * Van training tot training kan zo een stijgende lijn ontstaan.
3. Principe van Specificiteit Men wordt vooral beter in de opgelegde belasting. Specificiteit in: * Activiteiten, * Gebruikte spiergroepen en Motor Units * Energiesystemen, * Coordinatiepatronen
4. Principe van de reversibiliteit * Lichaam past zich aan de geboden belasting aan, * Het lichaam zal geen energie steken in onderhoud van niet (intensief) gebruikte systemen, (use it or loose it) * Gevolg: belastbaarheid van een system neemt af.
5. Principe van de verminderde meeropbrengst * Trainingseffect neemt af op het prestatievermogen, * Naarmate de belastbaarheid toeneemt zal de prikkel ook steeds sterker moeten worden voor eenzelfde effect, * Uiteindelijk wordt zelfs met zeer sterke prikkels geen effect meer behaald, * Sleutel: VARIATIE AAN TRAININGSPRIKKELS
Training tools * Oefenstof * Periodiseren * Tapering-off
Overtraining * Overload in trainingsvariabelen met te weinig herstel en/of variatie kan op langer termijn leiden tot een prestatie afname * Dus essentieel: Arbeids - Rust verhouding
Belasting voor volledig herstel kan leiden tot afname prestatie van het belastte systeem. Ook algehele prestatieafname is mogelijk.
2 types overtraining * Sympatische vorm (hyperactieve overtraining) - anaërobe / explosieve sporters, - een langdurige toestand van hyperactiviteit of stress, - vaak na te korte voorbereiding of snel terug willen keren na blessureperiodes, - jonge sporters.
* Parasympatische vorm (geremde overtraining) - aërobe duursporters, - langdurige periode van verminderde prestatie en vermoeidheid, - een te hoge trainingsintensiteit met een te grote trainingsomvang, - komt vaker bij de oudere sporter voor.
Sympatische overtraining Parasympatische overtraining - prikkelbaar - onverschillig - anaërobe sporten - aërobe sporten - verstoorde nachtrust - normale nachtrust - onvoldoende eetlust - normale eetlust - gewichtsverlies - gewicht blijft gelijk - verhoogde rustpols - lage rustpols - RR in rust gestegen - RR in rust laag - verminderde motivatie - gemotiveerd - negatieve gedachten - onverstoorbaar - zweetproductie verhoogd - zweetproductie normaal
Voorkomen van overtraining * Stapsgewijs verhogen trainingsprikkel binnen trainingsschema, * Middels periodiseren training - herstel verhouding optimaliseren, * Met behulp van vragenlijsten de gemoedstoestand vd sporter meten, * Uitgebalanceerde voeding, * Bijhouden van een trainingslogboek voor dagelijkse monitoring, * Voldoende nachtrust.
Behandeling overtrainde sporter * Individuele benadering, * Bij korte-termijn overtraining +/- 5 dagen niet trainen, * Nadruk training ligt op therapeutisch vlak en niet op trainingstechnisch, *Bij langdurige overtraining is absolute rust de basis (zo n 3-8 weken), * Verlies van fitheid is onvermijdelijk.
Conclusie: * Overtraining kan alleen ontstaan als er sprake is van zware belasting tijdens trainingen, * Onvoldoende hersteltijd na activiteit, * De vorm en mate van overtraindheid bepalen de tijdsduur van herstel.