Strategieën uitgelicht Overzicht 1 Algemeen beeld 1 voorwaarts gebogen romp De schoudergordel is niet boven het bekkengordel in het sagittaal vlak. 2 bergop lopen Patiënt moet duwen om over het te komen. 3 bergaf lopen Patiënt valt over het naar voren. 4 breed gangspoor Gang is breder dan de heupbreedte. 5 smal gangspoor Gang is smaller dan de normaalgang. 6 te weinig rotatie van de geen of te weinig armzwaai, en schouders block - zwakte van de heupextensoren - kyfotische houding - te groot extensiemoment op de knie in de voet - te klein extensiemoment op de knie - te weinig kracht in de kuit - te weinig extensiemogelijkheid in de knie van het - te adductiemogelijkheid - verkorting van adductoren - zwakte van abductoren - beperkte mobiliteit van de romp - te trage loopsnelheid 7 te veel rotatie van het bekken te veel rotatie - circumductie - zwakte van de heupflexoren - te weinig actieve afzet - extensietekort van de heup 8 te weinig rotatie van het te weinig rotatie rond de - beperkte mobiliteit bekken craniosacrale as - beperking rotatie van de heup 9 asymmetrie niet-symmetrisch gangpatroon - beperkte mobiliteit - 10 asymmetrische armzwaai De armzwaai is niet symmetrisch. - zoeken naar balans - Bohn Stafleu van Loghum 2017. Uitgave bij Ganganalyse en looptraining, ISBN 978-90-368-1347-1 1
2 Initial contact 11 onvoldoende axiale belasting te weinig indrukken van de hiel - instabiliteit van de knie - beperkte mobiliteit van de enkel - balansprobleem 12 voetplaatsing in exorotatie De voet draait naar buiten bij hielcontact. 13 eerste contact met de voorvoet 14 eerste contact met de hele voet - zwakke adductoren - te harde hak van de schoen - te weinig contactoppervlak met de bodem - te weinig axiale belasting De tip raakt eerst de grond. - onvoldoende dorsiflexie De voet komt plat op de grond. - stabiliteit - krachtsverlies dorsiflexie 15 onvoldoende knie-extensie De knie komt niet tot 0. - quadricepszwakte - te forse afremming van de zwaai - lopen op hoge hakken 3 Loading response 16 voetrotatie na heelstrike De voet draait in exo of endo na - te harde hak een hele strike. - te weinig axiale belasting 17 geen gecontroleerde invering De knie is in overdreven flexie. - te zwakke quadriceps 18 onvoldoende invering te veel extensie - te zwakke quadriceps 19 snelle footflat De voet komt te snel op de - geen exc. dorsiflex grond. 20 trage footflat De voet komt te traag op de - geen plantairflexiemogelijkheid grond. 21 rompneiging naar voren rompflexie - verkorte heupflexoren Bohn Stafleu van Loghum 2017. Uitgave bij Ganganalyse en looptraining, ISBN 978-90-368-1347-1 2
4 Single leg stance (MSt-TSt) 22 onvoldoende kniestabiliteit doorzakken naar knieflexie - afwezigheid, spierzwakte van de kuitmusculatuur - te snelle foot flat (stabiliteit zoeken) - vastzitten van het enkelgewricht - te hoge hak 23 overdreven kniestabiliteit te vroege hyperextensie in de knie 24 valgisering X-stand, naar binnen neigen van het kniegewricht 25 varisering O-stand, naar buiten neigen van het kniegewricht 26 overdreven lordose In de gang een extreme lumbale kromming maken. 27 te weinig heupextensie Het bekken onvoldoende naar voren kunnen brengen. - spierzwakte van de quadriceps - te weinig heupextensie - te weinig dorsaalflexiemogelijkheid - te lage hak - doorzakken mediaal voetgewelf - bij smal gangpatroon meer stabiliteit verkrijgen - uitlijning van de prothese (onderbeen) - te slappe kniebanden - uitlijning van de prothese (onderbeen) - te slappe kniebanden - extensiebeperking van de heup - flexiecontractuur - te weinig dorsaalflexie - extensiebeperking van de knie - flexiecontractuur - spierzwakte van de Glutei - spasticiteit van de kuit - achillespeesverkorting 28 te weinig dorsaalflexie De knie komt onvoldoende naar voren t.o.v. het enkelgewricht. 29 verkorte standfase beperkte steunname /onzekerheid (double support) 30 verlengde standfase langdurige steunname - ontlasten van het aangedane been bij een toegenomen beenlengte aan de aangedane zijde - te weinig dorsaalflexie 31 rompverplaatsing opwaarts opduwen van de schouder en het bekken van de zijde van het 32 rompverplaatsing neerwaarts zakken van de schouder en het bekken van de zijde van het 33 te veel romprotatie Overdreven draaibeweging in de romp maken. 34 rompbeweging naar het aangedane been (Duchenne) lateroflexie in de romp naar de aangedane zijde 35 trendelenburg doorzakken van het bekken van het (de niet-aangedane zijde is langer) - tenengang (de aangedane zijde is korter) - beperkte kniecontrole (ongewild door de knie zakken) - onzekerheid - relatief toegenomen beenlengteverschil aan de tegenovergestelde zijde - spierzwakte van de musculus gluteus medius - instabiele heup - Instabiliteit in de bovenbeenkoker - spierzwakte van de musculus gluteus medius Bohn Stafleu van Loghum 2017. Uitgave bij Ganganalyse en looptraining, ISBN 978-90-368-1347-1 3
5 Preparation to swing 36 te weinig knieflexie de knie onvoldoende kunnen - geen actieve afzet buigen. - stijve knie (flexiecontractuur van de knie) - niet goed aangeleerd door de professional 37 exorotatie Het naar buiten wijken van het onderbeen t.o.v. de knie. 38 geen actieve afzet Niet of onvoldoende kunnen opduwen op voorvoet. - onvoldoende sturing door spierzwakte in de heup - uit extensiemoment komen - spierzwakte van de kuitmusculatuur - mobiliteitsbeperking in het enkelgewricht - lage loopsnelheid 6 Swing phase 39 voetcontact met de vloer Het slepen van de voet in de zwaaifase. - te trage dorsiflexie 40 hanentred Bovenbeen wordt hoog - onvoldoende kracht in de voetheffers opgeheven en voet hangt naar beneden. 41 dropfoot Voet staat niet in neutrale stand, maar heeft te veel plantairflexie. - onvoldoende kracht in de voetheffers 42 rompbeweging naar 43 te weinig knieflexie in midswing De romp helt naar het in de zwaaifase van het aangedane been. 44 overdreven bekkenlift het tillen van het been vanuit het bekken 45 circumductie van het zwaaibeen - te trage dorsiflexie het onvoldoende plooien - te zwakke hamstrings - stijve knie - te zwakke actieve afzet (kuitspieren) het naar buiten zwaaien of maaien van het been 46 tenengang op het voortijdige tenenstand op het, in de zwaaifase van het aangedane been 47 abductie van het zwaaibeen De hiel verder naar buiten zetten dan loodrecht onder de heupas. 48 mediale circumductie van het onderbeen De as van de knie t.o.v. de heup slaat naar binnen, waardoor het - te weinig kracht van de musculus gluteus medius onvoldoende knieflexie in midswing - Duchenne - Trendelenburg - stijf been, te weinig knieflexie - relatief te lang been - ander been: te weinig kracht in de musculus gluteus medius te zwakke romp - relatief te lang ander been - te zwakke adductoren - relatief te lang been - bovenbeenamputatie - fractuur van het femur Bohn Stafleu van Loghum 2017. Uitgave bij Ganganalyse en looptraining, ISBN 978-90-368-1347-1 4
49 laterale circumductie van het onderbeen 50 pas van het aangedane been is langer 51 pas van het aangedane been is korter onderbeen naar buiten draait. Dit is geen strategie maar ontstaat biomechanisch! De as van de knie t.o.v. de heup slaat naar buiten, waardoor het onderbeen naar binnen draait. Dit is geen strategie maar ontstaat biomechanisch! - foute inzet vanuit de heup - bovenbeenamputatie - fractuur van het femur - foute inzet vanuit de heup / na orthopedische ingreep - te weinig controle in de zwaaifase: te beperkte excentrische werking van de hamstrings / - te weinig afzet van de voet - te beperkte weight shift op het andere been 7 Preparation to stance 52 knie niet tijdig gestrekt De knie te laat strekken aan het - te beperkte quadriceps eind van de zwaaifase. - spasticiteit hamstrings - voorovergebogen romp - te forse afremming van de zwaai - zoeken naar een snelle footflat - lopen op hoge hakken 53 onvoldoende sturing onvoldoende controle over de knie - onvoldoende heupmusculatuur - slechte fitting van de koker - onvoldoende coördinatie van de spieren - atactische gang Bohn Stafleu van Loghum 2017. Uitgave bij Ganganalyse en looptraining, ISBN 978-90-368-1347-1 5