In gesprek over de kwaliteit ROHA jaarverslag 2014 ROHA - regionale organisatie huisartsen amsterdam
ROHA in 2014 De ROHA heeft zich ook in 2014 ingezet voor kwaliteitsverbetering van de eerstelijnszorg aan chronisch zieken in Amsterdam. Wij doen dat wijkgericht en regionaal. Daarbij is een belangrijke pijler dat we praktijken zo maximaal mogelijk faciliteren en ondersteunen. In 2014 lag de focus van de ROHA op de vraag: hoe kunnen wij bijdragen aan zinvolle, goed georganiseerde en betaalbare zorg aan patiënten met chronische aandoeningen? Samen met de huisartsenpraktijken en met ketenpartners zijn we het gesprek aangegaan over kwaliteitsverbetering. Hoe meten we kwaliteit? Wat leren we van elkaar? In dit jaarverslag leest u wat de ROHA in 2014 heeft gedaan én bereikt. Dit is de ROHA De ROHA is de grootste zorggroep van Amsterdamse huisartsen. Binnen de ROHA werken 180 huisartsen uit de regio Amsterdam samen. Ze leveren de zorg aan circa 340.000 patiënten. De ROHA maakt in het kader van de ketenzorg afspraken met zorgverleners en zorgverzekeraars om de zorg rondom chronische patiënten te organiseren. Dit levert een bijdrage aan een stevige goed georganiseerde eerstelijnszorg in Amsterdam. De ROHA doet dit voor drie chronische zorgprogramma s: Diabetes (DM), COPD en Astma, Cardiovasculair risicomanagement (CVRM). Informatie (per 31-12-2014) Totaal populatie ROHA-praktijk 343.406 DBC Diabetes 14.400 DBC COPD 1.968 DBC CVRM VVR 6.120 DBC CVRM HVZ 2.649
In gesprek over kwaliteit in 2014 Zinvol bezig zijn met ketenzorg. Focus op de patiënt en alleen zinvolle zaken registreren. Dat is waar zorgverleners en waar de ROHA zich sterk voor maakt. Maar wat is zinvol en hoe verhoudt zich onze opvatting over zinvol ten opzichte van de behoefte aan data bij de zorgverzekeraar? Tijdens bijeenkomsten en bezoeken aan de praktijken, met de expertleden, op de POHdagen en met de zorgverzekeraar gingen wij hierover het afgelopen jaar in gesprek. Wat vinden de huisarts en praktijkondersteuner van kwaliteit? Wanneer vinden zij dat ze kwaliteit leveren? Hoe weet je dat, hoe meet je dat en hoe borg je dat? Eén van de zorgverleners vertelt: Ik lever kwaliteit als ik zoveel mogelijk van mijn DM-patiënten in beeld heb, ze periodiek zie en ze deskundige begeleiding en behandeling kan bieden die het beste bij de aandoening en de specifieke patiënt past. Daarvoor moet ik goed op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op mijn vakgebied en mijn ketenpartners kennen. De ROHA biedt daarvoor met het scholingsaanbod en werkmaterialen de nodige handvatten. Hoe ik dat meet? Dat is te zien aan het percentage DM-patiënten dat ik beeld heb. Maar dat zegt niet alles. Een patiënt kan besluiten af te zien van bepaalde medicatie door bijvoorbeeld ongewenste bijwerkingen. Een andere zorgverlener vertelt: Ik lever kwaliteit als ik merk dat de patiënt vertrouwen in me heeft. Daar is tijd en continuïteit voor nodig. Als de patiënt mij vertrouwt, is er een goede basis om met elkaar te bespreken wat er nodig is om de kwaliteit van leven van de patiënt te verbeteren. We praten dan over wat de patiënt daar zelf aan kan doen en hoe ik kan helpen. Hoe ik dat kan meten? Misschien door te vragen naar de tevredenheid bij de patiënt zelf. Een eenduidige opvatting over wat is kwaliteit is er niet. Wel is duidelijk dat alleen naar data kijken onvoldoende zegt over de geleverde en door de patiënt ervaren kwaliteit van zorg. Hoe nu verder op weg naar de balans tussen zichtbaar maken van kwaliteit en onzinnige registratiedrift? Voor de ROHA blijft het een zoektocht waarin we steeds stappen zetten. Zorgprofessionals die met elkaar in gesprek blijven over wat werkt en wat niet, elkaar scherp houden en leren van elkaar, dat zien we als belangrijke stap in de kwaliteitsontwikkeling. Een kritisch gesprek daarover met de zorgverzekeraar en dit meenemen in de onderhandelingen is cruciaal. Ontmoetingen in de wijkbijeenkomsten en multidisciplinaire scholingen zijn belangrijke instrumenten om het gesprek hierover te blijven voeren. Doel van registeren moet zijn om te kunnen reflecteren op je handelen, ook ten opzichte van je collega s en daarmee verbeterpunten te kunnen formuleren. Mascha Bevers en Marianne Bramson Directie ROHA
In dit jaarverslag Kwaliteit binnen de diabetesketen 4 Kwaliteit van zorg voor COPD-patiënten 6 Kwaliteit van de CVRM-keten 7 Kwaliteit in de wijk 10 Kwaliteit tussen de eerste en tweede lijn 11 Kwaliteit van het contracteringsproces 12 Kwaliteit van praktijkondersteuning 13 Kwaliteit van de ROHA zelf 15
Kwaliteit binnen de diabetesketen Positie diëtist beter De diëtist is een belangrijke partner in de diabetesketen en eigenlijk in alle zorgprogramma s. Toch lijken diëtisten soms ondergesneeuwd in de keten. De ROHA heeft zich in 2014 sterk gemaakt voor een betere positie van de diëtist in Amsterdam. Op 10 december 2014 was er een speciale bijeenkomst voor diëtisten en praktijkondersteuners. Via casuïstiek hebben de twee partijen elkaar beter leren kennen. Er zijn meteen samenwerkingsafspraken gemaakt en afspraken over de kwaliteitseisen van diëtisten. Het verslag van deze bijeenkomst kunt u lezen op onze website. Nieuw: stedelijk diabetesprotocol Primeur: voor het eerst is in Amsterdam een stedelijk diabetesprotocol vastgesteld. De kaderartsen van de ROHA hebben hier flink aan meegewerkt. Het protocol is gebaseerd op de nieuwe NHG-standaard diabetes die in 2013 is uitgebracht. 4
Oogonderzoek op meer locaties In 2014 moest de ROHA op zoek naar een nieuwe leverancier van de fundusgrafie (oogonderzoek), nadat ATAL ermee stopte. Aanvankelijk was het SALT waarmee in zee werd gegaan. Vanaf 2015 neemt SHO de fundusgrafie over. Voordeel voor diabetespatiënten: vanaf december 2014 is het mogelijk om het oogonderzoek op verschillende locaties in de stad te laten doen. Cijfers diabetes 2014 Cijfers zeggen niet alles en de ROHA wil een definitie van kwaliteit niet ophangen aan data. Toch is uit gegevensanalyse- en vergelijking wel een onderbouwing mogelijk van bepaalde keuzes die de ketenzorg nog verder kan verbeteren. Zo gaat de ROHA in 2015 onder andere in de diabetesketen kijken of patiënten weer door hun eigen vertrouwde huisarts/praktijkondersteuner kunnen worden behandeld en of een aantal patiënten dus niet van de tweede lijn weer naar de eerste lijn kunnen. 5
Kwaliteit van zorg voor COPD-patiënten Longartsen om tafel Hoe kunnen we de COPD-zorg met elkaar verbeteren? Dat was het thema van een overleg dat de ROHA met Amsterdamse longartsen organiseerde in het najaar van 2014. Het gaat om de longartsen van BovenIJ, Slotervaart, Lucas Andreas en OLVG. Wat is er aan de hand? De praktijkondersteuners merken dat COPD ers lastig te motiveren zijn om hun leefstijl te verbeteren. Het zijn patiënten die vaak geen reden zien om naar een controle te komen. In Amsterdam werkt minder dan de helft van de praktijken met een COPDketenzorgprogramma. De longartsen zijn enthousiast over beter samenwerken om zo met elkaar de COPD-zorg te verbeteren. Ook binnen de astmazorg zou intensiever moeten worden samengewerkt. Belangrijkste uitkomst: we zijn samen verantwoordelijk voor de longpatiënt en gaan zoeken naar een weg om elkaar beter te vinden. Daarvoor is het opheffen van financiële schotten noodzakelijk en zullen we meer moeten communiceren met elkaar en elkaar vaker moeten consulteren. Cijfers COPD 2014 Het aantal COPD-patiënten is niet zo sterk gestegen als bij de andere ketens. Positief is dat een steeds groter aantal COPD-patiënten bij de huisarts onder behandeling is. Daar staat tegenover dat een groeiend aantal patiënten niet in het zorgprogramma is opgenomen. Praktijken willen waarschijnlijk deze patiënten wel blijven volgen, maar deze groep kan niet voldoen aan de criteria om in het zorgprogramma opgenomen te worden, zoals minimaal één keer per jaar bij de praktijk langsgaan voor een consult. Doel voor 2015: de motivatie zoeken bij de COPD-patiënten. 6
Kwaliteit van de CVRM-keten Vliegende start Het organiseren van een goede CVRM-keten in Amsterdam kostte veel tijd, maar heeft in 2014 ook veel opgeleverd. Allerlei documenten zijn gemaakt, zoals een handkaart, protocollen en een stappenplan voor de praktijken met een CVRM-contract. De helft van de ROHA-praktijken doet eind 2014 mee aan het CVRM-zorgprogramma, overigens met wisselende intensiteit. Goed overleg met cardiologen In 2014 heeft de ROHA drie keer overlegd met cardiologen over hoe gezamenlijk goede CVRM-zorg te leveren. Het gaat om de cardiologen van het OLVG, BovenIJ en SLAZ. Visie wordt geformuleerd hoe we intensiever gaan samenwerken om zo cardiologische patiënten adequate zorg op de juiste plek te kunnen leveren. Cardiologen zijn daarbij zeer gemotiveerd om de deskundigheid in de eerste lijn te vergroten en intensiever samen te werken. Concreet is afgesproken dat er meer gewerkt gaat worden volgens de transmurale afspraken en patiënten terug verwezen gaan worden mits praktijken daarvoor toegerust zijn. Ook de cardiologen van het Slotervaart Ziekenhuis doen mee. Inzet van een cardioloog in de eerste lijn binnen de CVRM keten lijkt een goede motor voor al deze processen. Dit wordt in 2015 verder uitgewerkt. 7
Aanvraag Begin december 2014 is een aanvraag met kostprijsonderbouwing ingediend voor ketenzorg CVRM. In de aanvraag is ook de rol van een cardioloog voor consultatie, actieve terugverwijzing en de mogelijkheid om voldoende praktijkbezoeken af te leggen, meegenomen. Later is hier ook cardiodiagnostiek aan toegevoegd. Er volgt in 2015 een overleg met Achmea en inhoudelijke experts over de substitutiemogelijkheden en relevante indicatoren die dit kunnen aantonen. Cijfers CVRM 2014 Voor het eerst zijn er cijfers beschikbaar over zowel de keten Hart- en Vaatziekten (HVZ, oftewel secundaire preventie) áls de keten Vasculair Risicomanagement (VVR, primaire preventie). Het wisselende beeld dat hierboven is geschetst over CVRM, is in elk geval ook terug te vinden in de cijfers over HVZ. Het lijkt alsof van minder patiënten een aantal noodzakelijke gegevens is geregistreerd. Oorzaak hiervan ligt in de implementatie van een nieuwe module van het KIS dat specifiek in 2014 is ingevoerd voor de CVRM-keten. Hiermee was het voor praktijkondersteuners lastig om goed informatie over hun patiënten vast te leggen. In 2015 is het dus extra van belang om de keten nog beter neer te zetten en praktijken goed te ondersteunen bij het begeleiden van patiënten en het verder opzetten van de keten, juist ook systeemtechnisch. 8
Wat betreft de cijfers over VVR is er nog niet veel te zeggen, in de zin van het trekken van een vergelijking met andere jaren. Aan de cijfers te zien is men hard aan de slag gegaan met de keten. Maar nog niet zijn bij alle praktijken de VVR-patiënten in beeld en is de registratie nog niet gemakkelijk genoeg, om relevante informatie goed vast te kunnen leggen. Dat is een aandachtspunt in 2015. 9
Kwaliteit in de wijk Wijkbijeenkomsten over kwaliteit De ROHA heeft de ROHA-praktijken ingedeeld in 18 wijkgroepen. In deze wijkgroepen werken ROHA-huisartsenpraktijken met elkaar samen. De ROHA ondersteunt de wijkgroepen en maakt zich sterk voor de kwaliteit van zorg. In 2014 zijn in dit kader zeven kwaliteitsbijeenkomsten georganiseerd. Daarbij ging het over de samenwerking onderling maar ook over de samenwerking met andere partners uit de wijk. Dit leverde afgelopen jaar interessante discussies op tussen huisartsen, praktijkondersteuners, diëtisten en specialisten. Opvallend: er werd zeer open met elkaar overlegd over de huidige ketenzorg en wat daarin verbeterd kan worden. Vooral diabetes was in 2014 een populair gespreksonderwerp. 10
Kwaliteit tussen de eerste en tweede lijn Consulteren via KIS Tijdens de diverse kwaliteitsbijeenkomsten kwam in 2014 het consulteren via het KIS aan bod. KIS staat voor ketenzorginformatiesysteem. De praktijken die aangesloten zijn bij de ROHA maken gebruik van het KIS Caresharing. Dit is een digitaal multidisciplinair informatiesysteem waarin gegevens van chronische patiënten worden vastgelegd. Een van de voordelen hiervan is dat de specialist via dit systeem kan worden geconsulteerd. Via deze weg kan expertise van de zorgverleners aangescherpt worden en kunnen we ons samen meer verantwoordelijk voelen voor de patiënt. In 2014 is daarom opnieuw aandacht geweest voor de korte lijn tussen specialist en huisartsenpraktijk via het KIS. Nieuw: Collab Vanuit de Collaboration (oftewel samenwerking) gedachte is Collab de nieuwe naam voor Caresharing 2.0. Vanaf december 2014 is met praktijkondersteuners, huisartsen en kaderartsen geïnventariseerd op welke manier het oude Caresharing optimaler kan functioneren en kan voldoen aan alle wensen en eisen voor de toekomst. Het is een tijdrovend traject geweest maar uiteindelijk moet dit in 2015 een systeem opleveren waarin efficiënt informatie kan worden vastgelegd en effectief met (meerdere) partners digitaal kan worden samengewerkt. OZIS-ketenzorgkoppeling De ROHA heeft in 2014 de OZIS-ketenzorgkoppeling in gebruik genomen zodat gegevens tussen twee systemen (HIS-KIS) automatisch uitgewisseld kunnen worden. Dit voorkomt dubbele invoer bij de zorgverleners. Bij een derde van de praktijken werkt de OZIS-ketenzorgkoppeling. 11
Kwaliteit van het contracteringsproces Overleg met Achmea De ROHA heeft in 2014 elke twee maanden overleg gevoerd met Achmea. Aan het eind van het jaar is dit geïntensiveerd. De ROHA heeft begin van het jaar een uitgewerkt meerjarenplan ingediend. Kern van dit plan is om de totale zorgkosten binnen vijf jaar te laten dalen door juist in te zetten op sturing op kwaliteit van zorg, gezondheidsvraagstukken en kwaliteit van leven bij de populatie aan de ene kant en structureren van netwerkzorg en stimuleren/faciliteren van wijkgerichte zorgverlening aan de andere kant. Achmea is enthousiast over het voorstel van ROHA maar kan, gezien de huidige financieringsstructuur, niet op deze manier inkopen. Mondeling is de intentie uitgesproken om samen te werken aan het op langere termijn realiseren van deze ambities. Vooralsnog beperkt de samenwerking zich tot stevige discussies over de hoogte van de vergoeding aan de huisartsen voor ketenzorg DM. Eind december 2014 was er nog geen duidelijkheid daarover. Wat betreft COPD/Astma dringt Achmea aan op het aantonen van substitutiepotentieel. Er zal waarschijnlijk niet eerder dan 1 juli 2015 overeenstemming zijn over een integrale bekostiging van VRM en COPD/ Astma. 12
Kwaliteit van praktijkondersteuning POH-dagen In 2014 organiseerde de ROHA opnieuw drie speciale POH-dagen voor bijna 50 praktijkondersteuners. In 2014 ging het vooral over kwaliteit en hoe kwaliteitsdenken vanzelfsprekend wordt. De praktijkondersteuners hebben de dagen als zeer positief beoordeeld. Er werd van gedachte gewisseld over de succesfactoren van zelfmanagement, zoals samen met de patiënt zoeken naar oplossingen en aandacht besteden aan voorlichting. Tijdens de dagen werd ook gediscussieerd over de definitie van kwaliteit van de praktijkondersteuning en welke aspecten daarbij van belang zijn. Ook zijn de voor- en nadelen van het KIS de revue gepasseerd. 13
Scholingen in 2014 In 2014 is een groot aantal scholingen georganiseerd voor praktijkondersteuners. De top 3 ziet er zo uit: Ramadan-nascholing en Langerhans basis- en opvolgcursus over diabetespatiënten De puntjes op de i voor spirometrie en longgeluiden (COPD) CVRM: twee scholingen over het opstarten van een spreekuur primaire preventie Praktijkbezoeken In 2014 is begonnen met het minimaal één keer per jaar bezoeken van alle praktijken door een medewerker van het ROHA-bureau. De medewerker bespreekt daarbij kort de benchmarkgegevens van de praktijk, onder andere op indicatoren die de expertgroepen voor iedere keten hebben benoemd. Deze kunnen de zorgprofessional inzicht geven in het functioneren van de ketenzorg in de eigen praktijk. Rapportage per praktijk Vanaf april 2014 ontvangen alle praktijken een kwartaaloverzicht per keten waaraan zij deelnemen, zodat zij zelf inzage hebben in de stand van zaken in hun praktijk. Health Communicator Hoe kun je tijd besparen met de anamnese van anderstalige patiënten? December 2014 vond een bijeenkomst plaats over de Health Communicator. Dit meertalig anamnese en video-voorlichtingssysteem kan ervoor zorgen dat de kwaliteit en doelmatigheid van de ketenzorg toeneemt. Een aanvraag bij Achmea voor een pilot voor implementatie van dit systeem bij twintig praktijken in de komende twee jaar is toegekend. We gaan dus aan de slag! 14
Kwaliteit van ROHA zelf ROHA wordt coöperatieve vereniging In 2014 is de ROHA als maatschap opgeheven en veranderd in een coöperatieve vereniging. Alle leden hebben hier hun fiat aan gegeven. De dagelijkse leiding is gedelegeerd aan de directie van de ROHA BV. Op de Algemene Ledenvergadering van 4 juni 2014 is het huisartsenbestuur van de nieuwe coöperatie ROHA geïnstalleerd en zijn de portefeuilles verdeeld. Nieuws uit de expertgroepen De keuze om de expertgroepen elke maand bij elkaar te roepen, blijkt niet efficiënt. In 2014 werd duidelijk dat de expertgroepen behoefte hebben aan heldere opdrachten en afgeronde taken die door het ROHA-bureau worden uitgezet. In 2014 zijn daarom per keten jaarplannen opgesteld met te behalen doelen en resultaten aan het einde van dat jaar. Deze koers wordt vanaf 2015 ingezet. We hebben afscheid moeten nemen van één kaderarts CVRM, maar er zijn nog steeds twee kaderartsen actief. Op het gebied van COPD kunnen we twee kaderartsen inzetten. Voor de diabetesketen is sinds eind 2014 een nieuwe kaderarts actief betrokken bij de ROHA, naast een huisarts die zich al inzette voor de DM-keten. 15
Bureau groeit In 2014 is het aantal uren van drie medewerkers van het bureau van de ROHA uitgebreid. Daarnaast komt er vanaf 1 januari 2015 een nieuwe medewerker voor CVRM. Op het gebied van de OZIS-ketenzorgkoppeling blijft een externe medewerker bij het bureau betrokken. Alle medewerkers hebben een gecombineerd functionerings- en beoordelingsgesprek gehad in 2014. Nieuwe website ROHA Eind 2014 heeft de ROHA haar nieuwe website gelanceerd. Op deze website is up-to-date informatie beschikbaar over de ketens, scholingen maar ook over ouderenzorg, GGZ, de wijkgroepen en het ketenzorginformatiesysteem. Er worden wekelijks vanuit de site nieuwsberichten verstuurd aan de leden. Heldere P&C-cyclus Begin 2014 zijn afspraken gemaakt over de planning- en control-cyclus. De eerste financiële kwartaalrapportage was aan het einde van het eerste kwartaal gereed. Er is tevens in dat kwartaal een accountant benoemd die voor de eerste algemene ledenvergadering nieuwe stijl in het tweede kwartaal 2014 de liquiditeitsbegroting en balans beoordeelt. Jaarrekening Het verslagjaar 2014 is, in tegenstelling tot 2013, afgesloten met een positief resultaat. Het totale bedrag dat de ROHA heeft uitgegeven aan directe (zorg)kosten voor de drie ketenprogramma s bedroeg meer dan de totale inkomsten, maar werd gecompenseerd door de lager dan begrote overheadkosten. Niet opgevulde vacatures en lagere overige personele lasten dan begroot hebben bijgedragen aan de lagere overheadkosten. Financiële tijdreeksanalyses vanaf 2012 tonen een, weliswaar grillige, maar desondanks gezonde financiële organisatie die over voldoende middelen beschikt om te kunnen voldoen aan toekomstige verplichtingen. De directie van de ROHA stelt zich de komende jaren tot doel de grilligheid in te perken en een stevige verbinding te leggen tussen de korte en langere termijn strategie en de operationele uitwerking daarvan. Voor een meer gedetailleerde analyse van de baten en lasten wordt verwezen naar de jaarrekening 2014 van de ROHA vennootschap. 16
2015 en verder Hoe kan de ROHA blijven bijdragen aan zinvolle zorg aan patiënten met chronische aandoeningen? Wij zijn van mening dat we ons niet langer moeten blijven focussen op de indeling van ziekten in aparte ketens. We willen af van de doorgeslagen focus op registreren. We willen dat de energie gaat naar persoonsgerichte, geïntegreerde zorg. Integreren, niet alleen de ketens met elkaar, maar ook als onderdeel van de totale huisartsenzog. Centraal in de aanpak staat de toegevoegde waarde voor kwaliteit van leven van onze patiënten. Toegevoegde waarde die niet bepaald wordt door de indeling van ziektes in ketens, maar door het vertrouwen dat hij/zij heeft in de zorgprofessional, dat zij samen kunnen kiezen voor de zorg en begeleiding die het beste bij zijn/haar behoefte past. Een forse uitdaging waar de ROHA met haar 180 huisartsen, 80 praktijkondersteuners, vele ketenpartners en de zorgverzekeraar samen aan wil werken. Het is een transitie die vraagt om een flexibel werkproces, een ondersteunend ICTsysteem, het verminderen van de administratieve lasten voor de zorgverleners en meer tijd voor de interactie met de patiënt zelf. De ROHA stelt zich tot doel de praktijken hierbij optimaal te faciliteren door het sluiten van passende contracten met de zorgverzekeraar, een goed werkend ketenzorginformatiesysteem en medisch inhoudelijke tools en scholingen die aansluiten bij de behoefte van onze professionals. Mascha Bevers en Marianne Bramson Directie ROHA 17
ROHA bestuur en medewerkers Bestuur Voorzitter: Penningmeester: Secretaris: Algemeen Lid: Algemeen Lid: Roger Ritz David Koetsier Myra Nods Christian Wicke Aart Medema Directie Algemeen Directeur: Marianne Bramson (vanaf 1-4-2014) Medisch Directeur: Mascha Bevers (vanaf 1-4-2014) Bureau Yvonne de Vries directie-/bestuurssecretaresse Lara Stojanovic bureaucoördinator Isabelle Egter coördinerend praktijkondersteuner Karin ter Borg coördinerend praktijkondersteuner Melanie Uytendaal diabetesverpleegkundige Sylvia van de Watering programmacoördinator Eveline Brand beleidsmedewerker (tot 1-6-2014) Kaderartsen Hart- en vaatziekten Longziekten Diabetes David Koetsier Xavier Hofman Miriam Cohen Barbara van Maanen-Thiel Mascha Bevers Marianne Dekeukeleire Annemarie Hofman 18
ROHA - regionale organisatie huisartsen amsterdam Bezoekadres: Plantage Middenlaan 14-2 1018 DD Amsterdam Postadres: p.a. Postbus 206 1000 AE Amsterdam Telefoon: 020-3445717 Web: www.rohamsterdam.nl Email: info@rohamsterdam.nl