VWO Inhoud Formules uitrekenen... 2 Balansmethode... 2 Categorie eenvoudig... 3 Categorie moeilijker... 4 Categorie moeilijkst... 5 Uitgebreidere formules... 7 Balansmethode en abc-formule... 7 1/10
VWO Formules uitrekenen Bij veel opgaven zul je formules moeten uitrekenen. Veel formules bij het vak natuurkunde zijn van de vorm y = a x. De aangewezen methode voor het oplossen van dit soort formules is de balansmethode. Balansmethode De balansmethode, zoals je die bij wiskunde hebt geleerd, zul je bij opgaven voor het vak natuurkunde veelvuldig moeten toepassen. Het grote verschil ten opzichte van de opgaven bij het vak wiskunde zal zijn dat de getallen bij natuurkunde meestal geen mooie gehele getallen zijn. In onderstaande tabel staat een overzicht van vrijwel alle formules die je dit jaar en volgend jaar zult tegenkomen. Afgezien van de betekenis van de letters zijn er drie categorieën te onderscheiden. eenvoudig moeilijker moeilijkst m = ρ V s = 1 2 a t2 R = ρ l A s = v t v = a t E = 1 2 m v2 E = 1 2 C u2 1 = 1 + 1 R v R 1 R 2 1 f = 1 v + 1 b F = m a P = I 2 R T = 2π l g M = F r P = U2 R T = 2π m C P = U I A = 1 4 π d2 N = N o 1 t t½ E = P t V = 1 π 4 d2 l A = A o 1 t t½ U = I R F w = ½ c ρ A v 2 I = I o 1 d d½ F = C u E = h f λ = v T V = l b h E = m g h 2/10
Als je eerst nog eens wilt kijken hoe dat ook al weer bij wiskunde is behandeld kijk dan eens bij een van nevenstaande link: Link naar site 1). Een serie sommetjes (+antwoorden) op de wiskundemanier: Link naar site 2) en link naar bestand 3). Categorie eenvoudig In deze categorie van formules zijn vrijwel alle formules van het type y = a x. Er zijn dan drie soorten van rekenvragen mogelijk namelijk: gegeven a en x, gevraagd y gegeven x en y, gevraag a gegeven y en a, gevraag x VWO Voorbeeld 1a m = ρ V ρ = 2,1 g/cm 3 V = 7,2 cm 3 Bereken m. m = 2,1 7,2 m = 15 g Voorbeeld 1b m = ρ V V = 21,3 cm 3 m = 54,9 g Bereken ρ. 54,9 = ρ 21,3 54,9 21,3 = ρ ρ = 2,58 g/cm 3 Voorbeeld 1c m = ρ V m = 45,6 g ρ = 2,66 g/cm 3 Bereken V. 45,6 = 2,66 V 45,6 2,66 = V V = 17,1 cm 3 Voorbeeld met meer dan drie grootheden V = l b h V = 4,56 cm 3 l = 2,94 cm h = 0,78 cm Bereken b. Methode 1 4,56 = 2,94 b 0,78 4,56 2,94 = b 0,78 1,55102 = b 0,78 1,55102 0,78 = b b = 1,99 cm Bereken b. Methode 2 4,56 = 2,94 b 0,78 4,56 = 2,94 0,78 b 4,56 = (2,94 0,78) b 4,56 (2,94 0,78) = b b = 1,99 cm 1) 2) 3) 3/10
Categorie moeilijker In deze categorie van formules hebben alle formules één grootheid in het kwadraat. Naast het rekenprobleem zoals je dat bij de vorige categorie hebt gezien moet dus nu ook rekening worden gehouden met het kwadraat. Voorbeeld 2a s = 1 2 a t2 a = 6,25 m/s 2 t = 5,23 s Bereken s. s = 1 6,25 5,232 2 s = 85,5 m Voorbeeld 2b s = 1 2 a t2 s = 6,43 m t = 2,15 s Bereken a. 6,43 = 1 2 a 2,15 2 6,43 = 1 2,15 a 2 6,43 1 2 2,15 = a a = 2,78 m/s 2 Voorbeeld 2c s = 1 2 a t2 s = 5,87 m a = 2,11 m/s 2 Bereken t. 5,87 = 1 2,11 t2 2 5,87 1 = t2 2,11 2 5,56398 = t 2 5,56398 = t t = 2,36 s 4/10
Categorie moeilijkst Deze categorie van formules bevat alle formules die niet tot de voorgaande twee behoren. De oplosmethode is vaak een combinatie van de methoden uit voorgaande twee categorieën. Voorbeeld 3a Voorbeeld 3b Voorbeeld 3c R = ρ l A R = 4,40 Ω A = 8,93 10 6 m 2 l = 1,45 m Bereken ρ. 1,45 4,40 = ρ 8,93 10 6 4,40 = ρ 1,45 8,93 10 6 4,40 = ρ 1,45 8,93 10 6 ρ = 2,71 10 5 Ωm R = ρ l A R = 5,67 Ω ρ = 1,7 10 8 Ωm A = 4,56 10 6 m 2 Bereken l. 5,67 = 1,7 10 8 l 4,56 10 6 5,67 1,7 10 8 = l 4,56 10 6 3,335 10 8 l = 4,56 10 6 3,335 10 8 4,56 10 6 = l l = 1,5 10 3 m R = ρ l A R = 2,22 Ω ρ = 1,2 10 8 Ωm l = 2,57 m Bereken A. 2,22 = 1,2 10 8 2,57 A 2,22 2,57 = 1,2 10 8 A 1,85 10 8 = 2,57 A 1,85 10 8 A = 2,57 2,57 A = 1,85 10 8 A = 1,4 10 8 m 2 Voorbeeld 4a 1 = 1 + 1 R v R 1 R 2 R 1 = 4,23 Ω R 2 = 2,65 Ω Bereken Rv. 1 R v = 1 4,23 + 1 2,65 1 R v = 0,6138 1 = 0,6138 R v R v = 1 0,6138 R v = 1,63 Ω Voorbeeld 4b 1 = 1 + 1 R v R 1 R 2 R v = 3,89 Ω R 2 = 8,86 Ω Bereken R1. 1 3,89 = 1 + 1 R 1 8,86 1 3,89 1 8,86 = 1 R 1 0,1442 = 1 R 1 0,1442 R 1 = 1 R 1 = 1 0,1442 R 1 = 6,93 Ω 5/10
Voorbeeld 5a Voorbeeld 5b T = 2π l g l = 2,66 m g = 9,81 m/ss 2 Bereken T. T = 2π 2,66 9,81 T = 3,27 s T = 2π l g T = 0,555 s g = 9,81 m/ss 2 Bereken l. 0,555 = 2π l 9,81 0,555 2π = l 9,81 0,08833 = l 9,81 0,08833 2 = l 9,81 l = 0,08833 2 9,81 l = 0,0765 m Voorbeeld 6a A = A o 1 t t½ A o = 150 Bq t = 160 uur t ½ = 40,0 uur Bereken A. A = 150 1 160 40 A = 150 1 4 1 A = 150 16 A = 9,38 Bq Voorbeeld 6b A = A o 1 t t½ A = 770 Bq t = 90 uur t ½ = 30 uur Bereken Ao. 770 = A o 1 90 30 770 = A o 1 3 770 = A o 1 8 770 8 = A o A o = 6,2 10 3 Bq Voorbeeld 6c A = A o 1 t t½ A = 300 Bq A o = 1200 Bq t ½ = 4,50 uur Bereken t. 300 = 1200 1 t 4,50 300 t 4,50 1200 = 1 1 t 4,50 4 = 1 1 2 = 1 t 4,50 2 = t 4,50 t = 2 4,50 = 9,00 uur 6/10
Uitgebreidere formules Je zult zien dat bij de onderwerpen die in de vierde en vijfde klas aan de orde komen bepaalde gestructureerde manieren van werken leiden tot het opstellen van wiskundige vergelijkingen. Deze vergelijkingen bestaan dan uit formules zoals je die in het overzicht op bladzijde 2 hebt gezien. Om de vergelijkingen te kunnen oplossen heb je niets anders nodig dan de balansmethode en de abc-formule voor kwadratische vergelijkingen. De abcformule komt echter lang niet zo vaak voor als de balansmethode. Balansmethode en abc-formule Voorbeeld 7 Stel je hebt onderstaande vergelijking opgesteld: m g h + E = F s m = 2,34 kg g = 9,81 m/s 2 E = 934 J F = 267 N s = 34,1 m Bereken h. 2,34 9,81 h + 934 = 267 34,1 (2,34 9,81) h = 267 34,1 934 267 34,1 934 h = (2,34 9,81) h = 356 m 7/10
Voorbeeld 8 Stel je hebt onderstaande vergelijking opgesteld: m g h + ½ m v 1 2 = ½ m v 2 2 + F (2 h 30) m = 2,44 kg g = 9,81 m/s 2 v 1 = 20 m/s v 2 = 25 m/s F = 0,055 N Bereken h. 2,44 9,81 h + ½ 2,44 20 2 = ½ 2,44 25 2 + 0,055 (2 h 30) 23,936 h + 488,0 = 762,5 + 0,110 h 1,65 23,936 h 0,110 h + 488,0 = 762,5 1,65 23,936 h 0,110 h = 762,5 1,65 488,0 23,826 h = 272,85 h = 272,85 23,826 h = 11 m 8/10
Voorbeeld 9 Stel je hebt onderstaande vergelijking opgesteld: m g h = ½ m v 2 + F s m = 5,45 kg g = 9,81 m/s 2 h = 200 m F = 289 N s = 24,7 m Bereken v. 5,45 9,81 200 = ½ 5,45 v 2 + 289 24,7 10692,9 = 2,725 v 2 + 7138,3 10692,9 7138,3 = 2,725 v 2 3554,6 = 2,725 v 2 3554,6 2,725 = v2 3554,6 2,725 = v v = 36,1 m/s 9/10
Voorbeeld 10 Stel je hebt onderstaande vergelijking opgesteld: m a = ½ c ρ A v 2 + k v m = 5,45 kg a = 0,56 m/s 2 c = 2,00 ρ = 1,2 kg/m 3 A = 4,47 m 2 k = 1,5 kg/s Bereken v. 5,45 0,56 = ½ 2,00 1,2 4,47 v 2 + 1,5 v 3,052 = 5,364 v 2 + 1,5 v 5,364 v 2 + 1,5 v 3,052 = 0 Deze vergelijking is van de vorm ax 2 + bx + c = 0 en dus kun je de abc formule toepassen. v = b ± b2 4 a c 2 a v = 1,5 ± 1,52 4 5,364 ( 3,052) 2 5,364 1,5 ± 2,25 + 65,4837 v = 10,728 1,5 ± 8,23 v = 10,728 v = 0,91 m/s v = 0,63 m/s 10/10