Rekenvaardigheden voor het vak natuurkunde

Vergelijkbare documenten
Rekenvaardigheden voor het vak natuurkunde

Rekenvaardigheden voor het vak natuurkunde

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10

vwo: Het maken van een natuurkunde-verslag vs

LOPUC. Een manier om problemen aan te pakken

Titel: De titel moet kort zijn en toch aangeven waar het onderzoek over gaat. Een subtitel kan uitkomst bieden. Een bijpassend plaatje is leuk.

Het oplossen van kwadratische vergelijkingen met de abc-formule

M V. Inleiding opdrachten. Opgave 1. Meetinstrumenten en grootheden. Vul het schema in. stopwatch. liniaal. thermometer. spanning.

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

Significante cijfers en meetonzekerheid

De notatie van een berekening kan ook aangeven welke bewerking eerst moet = = 16

3.1 Kwadratische functies[1]

Lineaire formules.

Inleiding tot de natuurkunde

Vraag Antwoord Scores. methode 1 Omdat de luchtweerstand verwaarloosd wordt, geldt: v( t) = gt. ( ) ( ) 2

Vergelijkingen oplossen met categorieën

Hoofdstuk 1 Beweging in beeld. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

T o e t s p r o g r a m m a w i s k u n d e e e r s t e f a s e s c h o o l j a a r

5.1 Lineaire formules [1]

4 Vergelijkingen. Verkennen. Theorie en Voorbeelden

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

Deel 3 havo. Docentenhandleiding havo deel 3 CB

Leerjaar 1 Periode 2. Grafieken en formules

Escaperoom lineaire algebra

Tussenhoofdstuk - oplossen tweedegraads vergelijkingen

Rekenen aan wortels Werkblad =

De 10 e editie havo-vwo OB

Spanning versus potentiaal

Rekenvaardigheden voor klas 3 en 4 VWO

Trillingen. Welke gegevens heb je nodig om dit diagram exact te kunnen tekenen?

Studiehandleiding Basiswiskunde cursus

opdracht 1 opdracht 2. opdracht 3 1 Parabolen herkennen Algebra Anders Parabolen uitwerkingen 1 Versie DD 2014 x y toename

Impuls en stoot. De grootheid stoot Op basis van de tweede wet van Newton kan onderstaand verband worden afgeleid. F = m a = m Δv Δt.

Paragraaf 1.1 : Lineaire verbanden

Samenvatting Wiskunde Hoofdstuk 1 & 2 wisb

Significante cijfers en meetonzekerheid

Ruitjes vertellen de waarheid

Werkblad havo 4 natuurkunde Basisvaardigheden

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 1

Noordhoff Uitgevers bv

3 Bijzondere functies

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

natuurkunde vwo 2017-I

Paragraaf 11.0 : Voorkennis

Hoofdstuk 1 Beweging in beeld. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Domeinspecifieke probleemoplosstrategieën

Vraag Antwoord Scores

Noorderpoortcollege school voor MBO Stadskanaal. Reader. Wiskunde MBO Niveau 4 periode 3. M. van der Pijl. Transfer Database

Viscositeit. par. 1 Inleiding

Trillingen en geluid wiskundig

Opgave 1 Koolstof-14-methode

1.1 Rekenen met letters [1]

2.1 Lineaire formules [1]

EXACT- Periode 1. Hoofdstuk Grootheden. 1.2 Eenheden.

Werkblad 3 Bewegen antwoorden- Thema 14 (NIVEAU BETA)

Rekenbewust vakonderwijs. Vakoverstijgend rekenonderwijs

b 1 m/s c 2,5 m d 76 m 44 a 4 m/s 45 a 0,5 m/s b 20 m/s c 1,1 m

kwadratische vergelijkingen

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

Wiskundige vaardigheden

Oplossing examenoefening 2 :

NATUURKUNDE KLAS 5. PROEFWERK H8 JUNI 2010 Gebruik eigen rekenmachine en BINAS toegestaan. Totaal 29 p

Inleiding tot de natuurkunde

OP WEG NAAR WISKUNDE. Plusboek uit de serie Het Grote Rekenboek Uitgeverij ScalaLeukerLeren.nl

Syllabus Leren Modelleren

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo I

Wiskunde Basis Onderbouw

Exact periode = 1. h = 0, Js. h= 6, Js 12 * 12 = 1,4.10 2

Eindexamen havo natuurkunde pilot II

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de vragen onderverdeeld in 4 categorieën.

Producten, machten en ontbinden in factoren

Opgaven. Opgave: Polsstokspringen a) m = ρ V

In het internationale eenhedenstelsel, ook wel SI, staan er negen basisgrootheden met bijbehorende grondeenheden. Dit is BINAS tabel 3A.

Wortel en Machten vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Naam:... examennummer:...

H28 VIERKANTSVERGELIJKINGEN


Kwadratische verbanden - Parabolen klas ms

Viscositeit. par. 1 Inleiding

Ombouwen van formules

Eindexamen natuurkunde / scheikunde 1 vmbo gl/tl II

20 De leerling leert alleen en in samenwerking met anderen in praktische situaties wiskunde te herkennen en te gebruiken om problemen op te lossen

Uitwerkingen 1. ω = Opgave 1 a.

5S Simula)e spel Werkplekorganisa)e. Het 5S getallen spel

Wiskunde klas 3. Vaardigheden. Inhoudsopgave. 1. Breuken Gelijksoortige termen samennemen Rekenen met machten Rekenen met wortels 4

JAN Denk aan ALLE letters van FIRES! Geef duidelijke berekeningen. Er zijn 4 opgaven. Totaal 34 punten.

7.1 Ongelijkheden [1]

Hoofdstuk 7 Stoffen en materialen. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

2.0 Voorkennis. Rekenregels machten: 5) a 0 = 1. p p q p q a p q q. p q pq p p p. Willem-Jan van der Zanden

4900 snelheid = = 50 m/s Grootheden en eenheden. Havo 4 Hoofdstuk 1 Uitwerkingen

Willem van Ravenstein

Eindexamen havo natuurkunde pilot 2013-I

Uitwerking examen e tijdvak

Extra oefeningen: vergelijkingen en ongelijkheden

Eindexamen vwo natuurkunde II

Transcriptie:

VWO Inhoud Formules uitrekenen... 2 Balansmethode... 2 Categorie eenvoudig... 3 Categorie moeilijker... 4 Categorie moeilijkst... 5 Uitgebreidere formules... 7 Balansmethode en abc-formule... 7 1/10

VWO Formules uitrekenen Bij veel opgaven zul je formules moeten uitrekenen. Veel formules bij het vak natuurkunde zijn van de vorm y = a x. De aangewezen methode voor het oplossen van dit soort formules is de balansmethode. Balansmethode De balansmethode, zoals je die bij wiskunde hebt geleerd, zul je bij opgaven voor het vak natuurkunde veelvuldig moeten toepassen. Het grote verschil ten opzichte van de opgaven bij het vak wiskunde zal zijn dat de getallen bij natuurkunde meestal geen mooie gehele getallen zijn. In onderstaande tabel staat een overzicht van vrijwel alle formules die je dit jaar en volgend jaar zult tegenkomen. Afgezien van de betekenis van de letters zijn er drie categorieën te onderscheiden. eenvoudig moeilijker moeilijkst m = ρ V s = 1 2 a t2 R = ρ l A s = v t v = a t E = 1 2 m v2 E = 1 2 C u2 1 = 1 + 1 R v R 1 R 2 1 f = 1 v + 1 b F = m a P = I 2 R T = 2π l g M = F r P = U2 R T = 2π m C P = U I A = 1 4 π d2 N = N o 1 t t½ E = P t V = 1 π 4 d2 l A = A o 1 t t½ U = I R F w = ½ c ρ A v 2 I = I o 1 d d½ F = C u E = h f λ = v T V = l b h E = m g h 2/10

Als je eerst nog eens wilt kijken hoe dat ook al weer bij wiskunde is behandeld kijk dan eens bij een van nevenstaande link: Link naar site 1). Een serie sommetjes (+antwoorden) op de wiskundemanier: Link naar site 2) en link naar bestand 3). Categorie eenvoudig In deze categorie van formules zijn vrijwel alle formules van het type y = a x. Er zijn dan drie soorten van rekenvragen mogelijk namelijk: gegeven a en x, gevraagd y gegeven x en y, gevraag a gegeven y en a, gevraag x VWO Voorbeeld 1a m = ρ V ρ = 2,1 g/cm 3 V = 7,2 cm 3 Bereken m. m = 2,1 7,2 m = 15 g Voorbeeld 1b m = ρ V V = 21,3 cm 3 m = 54,9 g Bereken ρ. 54,9 = ρ 21,3 54,9 21,3 = ρ ρ = 2,58 g/cm 3 Voorbeeld 1c m = ρ V m = 45,6 g ρ = 2,66 g/cm 3 Bereken V. 45,6 = 2,66 V 45,6 2,66 = V V = 17,1 cm 3 Voorbeeld met meer dan drie grootheden V = l b h V = 4,56 cm 3 l = 2,94 cm h = 0,78 cm Bereken b. Methode 1 4,56 = 2,94 b 0,78 4,56 2,94 = b 0,78 1,55102 = b 0,78 1,55102 0,78 = b b = 1,99 cm Bereken b. Methode 2 4,56 = 2,94 b 0,78 4,56 = 2,94 0,78 b 4,56 = (2,94 0,78) b 4,56 (2,94 0,78) = b b = 1,99 cm 1) 2) 3) 3/10

Categorie moeilijker In deze categorie van formules hebben alle formules één grootheid in het kwadraat. Naast het rekenprobleem zoals je dat bij de vorige categorie hebt gezien moet dus nu ook rekening worden gehouden met het kwadraat. Voorbeeld 2a s = 1 2 a t2 a = 6,25 m/s 2 t = 5,23 s Bereken s. s = 1 6,25 5,232 2 s = 85,5 m Voorbeeld 2b s = 1 2 a t2 s = 6,43 m t = 2,15 s Bereken a. 6,43 = 1 2 a 2,15 2 6,43 = 1 2,15 a 2 6,43 1 2 2,15 = a a = 2,78 m/s 2 Voorbeeld 2c s = 1 2 a t2 s = 5,87 m a = 2,11 m/s 2 Bereken t. 5,87 = 1 2,11 t2 2 5,87 1 = t2 2,11 2 5,56398 = t 2 5,56398 = t t = 2,36 s 4/10

Categorie moeilijkst Deze categorie van formules bevat alle formules die niet tot de voorgaande twee behoren. De oplosmethode is vaak een combinatie van de methoden uit voorgaande twee categorieën. Voorbeeld 3a Voorbeeld 3b Voorbeeld 3c R = ρ l A R = 4,40 Ω A = 8,93 10 6 m 2 l = 1,45 m Bereken ρ. 1,45 4,40 = ρ 8,93 10 6 4,40 = ρ 1,45 8,93 10 6 4,40 = ρ 1,45 8,93 10 6 ρ = 2,71 10 5 Ωm R = ρ l A R = 5,67 Ω ρ = 1,7 10 8 Ωm A = 4,56 10 6 m 2 Bereken l. 5,67 = 1,7 10 8 l 4,56 10 6 5,67 1,7 10 8 = l 4,56 10 6 3,335 10 8 l = 4,56 10 6 3,335 10 8 4,56 10 6 = l l = 1,5 10 3 m R = ρ l A R = 2,22 Ω ρ = 1,2 10 8 Ωm l = 2,57 m Bereken A. 2,22 = 1,2 10 8 2,57 A 2,22 2,57 = 1,2 10 8 A 1,85 10 8 = 2,57 A 1,85 10 8 A = 2,57 2,57 A = 1,85 10 8 A = 1,4 10 8 m 2 Voorbeeld 4a 1 = 1 + 1 R v R 1 R 2 R 1 = 4,23 Ω R 2 = 2,65 Ω Bereken Rv. 1 R v = 1 4,23 + 1 2,65 1 R v = 0,6138 1 = 0,6138 R v R v = 1 0,6138 R v = 1,63 Ω Voorbeeld 4b 1 = 1 + 1 R v R 1 R 2 R v = 3,89 Ω R 2 = 8,86 Ω Bereken R1. 1 3,89 = 1 + 1 R 1 8,86 1 3,89 1 8,86 = 1 R 1 0,1442 = 1 R 1 0,1442 R 1 = 1 R 1 = 1 0,1442 R 1 = 6,93 Ω 5/10

Voorbeeld 5a Voorbeeld 5b T = 2π l g l = 2,66 m g = 9,81 m/ss 2 Bereken T. T = 2π 2,66 9,81 T = 3,27 s T = 2π l g T = 0,555 s g = 9,81 m/ss 2 Bereken l. 0,555 = 2π l 9,81 0,555 2π = l 9,81 0,08833 = l 9,81 0,08833 2 = l 9,81 l = 0,08833 2 9,81 l = 0,0765 m Voorbeeld 6a A = A o 1 t t½ A o = 150 Bq t = 160 uur t ½ = 40,0 uur Bereken A. A = 150 1 160 40 A = 150 1 4 1 A = 150 16 A = 9,38 Bq Voorbeeld 6b A = A o 1 t t½ A = 770 Bq t = 90 uur t ½ = 30 uur Bereken Ao. 770 = A o 1 90 30 770 = A o 1 3 770 = A o 1 8 770 8 = A o A o = 6,2 10 3 Bq Voorbeeld 6c A = A o 1 t t½ A = 300 Bq A o = 1200 Bq t ½ = 4,50 uur Bereken t. 300 = 1200 1 t 4,50 300 t 4,50 1200 = 1 1 t 4,50 4 = 1 1 2 = 1 t 4,50 2 = t 4,50 t = 2 4,50 = 9,00 uur 6/10

Uitgebreidere formules Je zult zien dat bij de onderwerpen die in de vierde en vijfde klas aan de orde komen bepaalde gestructureerde manieren van werken leiden tot het opstellen van wiskundige vergelijkingen. Deze vergelijkingen bestaan dan uit formules zoals je die in het overzicht op bladzijde 2 hebt gezien. Om de vergelijkingen te kunnen oplossen heb je niets anders nodig dan de balansmethode en de abc-formule voor kwadratische vergelijkingen. De abcformule komt echter lang niet zo vaak voor als de balansmethode. Balansmethode en abc-formule Voorbeeld 7 Stel je hebt onderstaande vergelijking opgesteld: m g h + E = F s m = 2,34 kg g = 9,81 m/s 2 E = 934 J F = 267 N s = 34,1 m Bereken h. 2,34 9,81 h + 934 = 267 34,1 (2,34 9,81) h = 267 34,1 934 267 34,1 934 h = (2,34 9,81) h = 356 m 7/10

Voorbeeld 8 Stel je hebt onderstaande vergelijking opgesteld: m g h + ½ m v 1 2 = ½ m v 2 2 + F (2 h 30) m = 2,44 kg g = 9,81 m/s 2 v 1 = 20 m/s v 2 = 25 m/s F = 0,055 N Bereken h. 2,44 9,81 h + ½ 2,44 20 2 = ½ 2,44 25 2 + 0,055 (2 h 30) 23,936 h + 488,0 = 762,5 + 0,110 h 1,65 23,936 h 0,110 h + 488,0 = 762,5 1,65 23,936 h 0,110 h = 762,5 1,65 488,0 23,826 h = 272,85 h = 272,85 23,826 h = 11 m 8/10

Voorbeeld 9 Stel je hebt onderstaande vergelijking opgesteld: m g h = ½ m v 2 + F s m = 5,45 kg g = 9,81 m/s 2 h = 200 m F = 289 N s = 24,7 m Bereken v. 5,45 9,81 200 = ½ 5,45 v 2 + 289 24,7 10692,9 = 2,725 v 2 + 7138,3 10692,9 7138,3 = 2,725 v 2 3554,6 = 2,725 v 2 3554,6 2,725 = v2 3554,6 2,725 = v v = 36,1 m/s 9/10

Voorbeeld 10 Stel je hebt onderstaande vergelijking opgesteld: m a = ½ c ρ A v 2 + k v m = 5,45 kg a = 0,56 m/s 2 c = 2,00 ρ = 1,2 kg/m 3 A = 4,47 m 2 k = 1,5 kg/s Bereken v. 5,45 0,56 = ½ 2,00 1,2 4,47 v 2 + 1,5 v 3,052 = 5,364 v 2 + 1,5 v 5,364 v 2 + 1,5 v 3,052 = 0 Deze vergelijking is van de vorm ax 2 + bx + c = 0 en dus kun je de abc formule toepassen. v = b ± b2 4 a c 2 a v = 1,5 ± 1,52 4 5,364 ( 3,052) 2 5,364 1,5 ± 2,25 + 65,4837 v = 10,728 1,5 ± 8,23 v = 10,728 v = 0,91 m/s v = 0,63 m/s 10/10