VALIDATIERAPPORT RAPPORT DE VALIDATION Analysemethode Méthode d analyse Techniek Technique Matrix / matrixgroep Matrice / Groupe de matrices Datum laatste aanpassing / Date du dernière adaption Screening van antibiotica LAB 22 I-MET-052 premi test Vlees en nier 27/07/2010
Overzicht van de prestatiekenmerken : - CCβ: zie bijlage 3 (p.15 tot 20) - Selectiviteit: zie p.8 - Toepasbaarheid/robuustheid/stabiliteit: zie p.8 De validatie voldoet aan de procedure LAB 00 P180 De laboratoria die deze methode willen overnemen, moeten aantonen dat de criteria hieronder aangegeven voldaan zijn: - CCβ MRL voor de toegepaste parameter-matrixcombinatie of de CCβ aangegeven in tabel in bijlage 3 (p.15 tot 20) Inhoud: - Validatierapport van 27/07/2010
VALIDATIERAPPORT RAPPORT DE VALIDATION Analysemethode Méthode d analyse Techniek Technique Matrix / matrixgroep Matrice / Groupe de matrices Type validatie Type de validation Verantwoordelijke (Naam en functie) Responsable (Nom et fonction) Opgesteld door Rédaction par Screening van antibiotica LAB 22 I-MET-052 premi test Vlees en nier Totaalvalidatie Mieke Van de Wiele Sectieverantwoordelijke R&C Ingrid Vermeulen Verantwoordelijke EIA en sneltechnieken 27/07/2010 Handtekeningen - Signatures: Get. Medewerkers (Naam en functie) Collaborateurs (Nom et fonction) Periode van validatie Période de validation Methode goedgekeurd en geschikt bevonden door Méthode approuvée et jugé convenable pour la routine par Analisten: E. Vanneste, M. Boone, C. Ide, J. Raes, K. Vermoesen, E. Verleysen, K. Martens I. Vermeulen (verantwoordelijke EIA en sneltechnieken) Start - Début: 1/03/2006 Einde - Fin: 27/07/2010 Aanpassing van het validatierapport aan de template op 23/04/2012 Mieke Van de Wiele Handtekeningen - Signatures: Sectieverantwoordelijke R&C 09/08/2010 Get. Annick Moerman Handtekeningen - Signatures: Kwaliteitsverantwoordelijke 09/08/2010 Get. Hierna volgt een beschrijving van de resultaten van het validatieonderzoek zoals aangegeven in stap 8 van de procedure LAB 00 P 180. Ce qui suit est une description des résultats de l'étude de validation comme indiqué dans l'étape 8 de la procédure LAB P 00 180. LAB 00 P 180 F 003 Template validatierapport Modèle rapport de validation v.01 2012-03-15 1/20
Te bepalen CCß Selectiviteit Toepasbaarheid/ stabiliteit/ robuuustheid 1 CCß 1.1 Definities CCα en CCβ CCα (=beslissingsgrens): de minimale waarde van waaraf met een foutkans α kan worden beslotendat het monster niet-conform is. (α= 1% voor verboden stoffen en α= 5% voor MRL-verbindingen). CCß (=detectievermogen): de kleinste hoeveelheid van de stof die met een foutkans ß in een monster kan worden aangetoond, geïdentificeerd en/of gekwantificeerd. = de laagste concentratie waarbij een methode met een statistische zekerheid van 95% kan aantonen dat een monster werkelijk verontreinigd is. Op de CCß is de kans op een vals niet-conform resultaat 5%. Volgens beschikking 2002/657/EG, ter uitvoering van de richtlijn 96/23/EG, mag een analysetechniek worden toegepast voor screeningsdoeleinden, wanneer aan de hand van documentatie kan aangetoond worden dat zij gevalideerd is en bij het betrokken concentratieniveau een percentage fout-conforme uitslagen heeft < 5% (ß-fout). Praktisch betekent dit wanneer van 20 monsters met een bepaalde residu concentratie geen enkel monster een conform (negatief) resultaat geeft, de CCß gelijk is aan of kleiner is dan de betrokken residu concentratie. 1.2 Praktijk: bepaling van het detectievermogen (CCß) Opmerking: Interpretatie van de resultaten met de Premi-scan De Premi-scan meet de blauwkleuring van de Premi-test tubes en drukt deze uit in een Z-waarde. Standaard wordt door de Premiscan software een resultaat als verdacht beoordeeld (POS) bij een Z- waarde groter dan nul (=cut-off). Bij de aanvang van de validatie werden de resultaten die bekomen werden na visuele interpretatie, vergeleken met de resultaten van de Premi-scan bij een cut-off instelling gelijk aan nul. LAB 00 P 180 F 003 Template validatierapport Modèle rapport de validation v.01 2012-03-15 2/20
Sommige tubes werden visueel als verdacht beoordeeld, terwijl ze door de Premi-scan-software als conform (NEG) werden beoordeeld (zie gegevens in deze validatiemap). Om de visuele beoordeling meer in overeenstemming te brengen met de gemeten Z-waarde werd de cut-off vast gelegd op -2 i.p.v. nul. Tubes met Z-waarden lager dan of gelijk aan -2 worden hierdoor als conform beoordeeld. Tubes met Z-waarden groter dan -2 worden als verdacht beoordeeld. Het detectievermogen werd bepaald bij een cut-off instelling van de Premi-scan gelijk aan min 2. Dit wil zeggen dat voor de belaste monsters in 95% van de gevallen de monsters een Z-waarde gaven hoger dan min twee en deze monsters dus als verdacht beoordeeld konden worden. 1.2.1 Detectievermogen voor vlees 1.2.1.1 Initiële validatie op vlees (varken) De initiële validatie werd uitgevoerd op varkensvlees. Onderstaande tabel vermeldt volgende gegevens: het aantal verschillende monsters waarop werd belast; het analyt waarmee werd belast; de concentratie waarmee werd belast; het aantal belaste monsters dat als positief werd teruggevonden (Z-waarde > min 2) op het totaal aantal belaste monsters; de β-fout. Aantal monsters Analyt Belast op Teruggevonden β-fout 20 Amoxicilline 5 ppb 20/20 < 5% 20 Penicilline G 25 ppb 20/20 < 5% 20 Sulfamethazine 100 ppb 20/20 < 5% 20 Tetracycline 100 ppb 20/20 < 5% LAB 00 P 180 F 003 Template validatierapport Modèle rapport de validation v.01 2012-03-15 3/20
Besluit: Uit de tabel blijkt dat bij de geteste concentratie, de kans op een fout-conforme uitslag kleiner is dan 5%. Het detectievermogen (CCβ) voor de geteste analyten is bijgevolg lager dan het niveau waarop werd belast: Analyt Matrix MRL Detectievermogen Amoxicilline Varkensvlees 50 ppb < 5 ppb Penicilline G Varkensvlees 50 ppb < 25 ppb Sulfamethazine Varkensvlees 50 ppb < 100 ppb Tetracycline Varkensvlees 100 ppb < 100 ppb 1.2.1.2 Secundaire validatie op vlees Na een initiële validatie van de matrix - varkensvlees werd de methode uitgebreid naar andere types vlees en andere analyten. Hiervoor werd een secundaire validatie uitgevoerd met belaste monsters op verschillende concentraties (bv. MRL; ½ MRL) voor verschillende analyten op verschillende diersoorten (nl. kip, rund, varken). De resultaten worden weergegeven in de tabel in bijlage 1. De tabel vermeldt: het analyt waarmee werd belast; welke diersoort werd belast; de concentratie waarmee werd belast; het aantal belaste monsters dat als positief werd teruggevonden (Z-waarde gemeten met de Premi-Scan > -2) op het totaal aantal belaste monsters. Besluit: Uit de tabel in bijlage 1 blijkt dat alle belaste monsters op het aangeduide niveau per analyt, als verdacht worden teruggevonden door de premi test. Hieruit kan besloten worden dat de CCß lager dan of gelijk is aan het niveau waarop werd belast. Een overzicht van de CCß verkregen door secundaire validatie wordt weergegeven in onderstaande tabel. Tabel. detectievermogen voor enkele antibiotica in vlees bekomen na secundaire validatie CCß vlees Analyt MRL Varken rund kip Tetracyclines Tetracycline 100 ppb 100 ppb 50 ppb 50 ppb Oxytetracycline 100 ppb 100 ppb 100 ppb 75 ppb LAB 00 P 180 F 003 Template validatierapport Modèle rapport de validation v.01 2012-03-15 4/20
CCß vlees Analyt MRL Varken rund kip Chloortetracycline 100 ppb 100 ppb 100 ppb 100 ppb Doxycycline 100 ppb 50 ppb 75 ppb 75 ppb Penicillines Penicilline G 50 ppb 25 ppb 25 ppb 25 ppb Amoxicilline 50 ppb 5 ppb 5 ppb 5 ppb Cefalosporines Cefapirine 50 ppb 25 ppb 25 ppb 25 ppb Ceftiofur 1000 ppb 500 ppb 500 ppb 500 ppb Sulfonamiden Sulfamethazine Σ 100 ppb 100 ppb 100 ppb 100 ppb Sulfapyridine Σ 100 ppb 100 ppb 100 ppb 50 ppb Sulfadimethoxine Σ 100 ppb 100 ppb 100 ppb 50 ppb Macroliden Erythromycine 200 ppb 100 ppb 100 ppb 100 ppb Lincosamiden Lincomycine 100 ppb 100 ppb 100 ppb 100 ppb 1.2.1.3 Secundaire validatie door langetermijnsvalidatie De langetermijnsvalidatie wordt uitgevoerd door het meenemen van belaste monsters tijdens routineanalyses. Een overzicht van de CCβ van verschillende antibiotica in vlees en nier wordt weergegeven in LAB 22-L-26 (zie bijlage 3). Opmerking: uit één analyse kan het detectievermogen niet bepaald worden. Echter, als het belast monster kan worden aangetoond en de literatuur vermeldt een lager detectievermogen dan de concentratie waarop werd belast, kan logischerwijze besloten worden dat de CCβ zal overeenkomen met deze of een lagere concentratie. Het detectievermogen bepaald op basis van één analyse wordt daarom tussen haakjes vermeld in LAB 22-L-26 (zie bijlage 3). LAB 00 P 180 F 003 Template validatierapport Modèle rapport de validation v.01 2012-03-15 5/20
1.2.2 Detectievermogen voor nier 1.2.2.1 Initiële validatie op nier Onderstaande tabel vermeldt volgende gegevens: het aantal verschillende nieren waarop werd belast, het analyt waarmee werd belast, de concentratie waarmee werd belast, het aantal belaste monsters dat als positief werd teruggevonden (Z-waarde > -2) op het totaal aantal belaste monsters, de β-fout. Tabel. initiële validatieparameters voor nier Aantal monsters Analyt Belast op Teruggevonde n β-fout 20 Peniciline G 25 ppb 20/20 < 5% 20 Sulfamethazine 100 ppb 20/20 < 5% 20 Tetracycline 300 ppb 20/20 < 5% Besluit: Uit de tabel blijkt dat bij de geteste concentratie, de kans op een fout-conforme uitslag kleiner is dan 5%. Het detectievermogen (CCβ) voor de geteste analyten is bijgevolg lager dan het niveau waarop werd belast: Tabel. bepaling van het detectievermogen van enkele antibiotica residu's in varkensnier bepaald op 20 belaste monsters Analyt Matrix MRL Detectievermogen Peniciline G Varkensnier 50 ppb < 25 ppb Sulfamethazine Varkensnier 100 ppb < 100 ppb Tetracycline Varkensnier 600 ppb < 300 ppb 1.2.2.2 Secundaire validatie op nier De secundaire validatie werd uitgevoerd in zesvoud op belaste monsters bij geschikte concentraties (bv. MRL, ½ MRL) voor verschillende analyten op verschillende diersoorten. Onderstaande tabel vermeldt: het analyt waarmee werd belast, de MRL, LAB 00 P 180 F 003 Template validatierapport Modèle rapport de validation v.01 2012-03-15 6/20
de concentratie waarmee werd belast, het aantal belaste monsters dat als positief werd teruggevonden (Z-waarde > -2) op het totaal aantal belaste monsters. het detectievermogen (CCß) dat hieruit volgt. Tabel. secundaire validatie op nier en het detectievermogen dat hieruit volgt Analyt MRL Belast op Teruggevonden CCß Tetracyclines Tetracycline 600 ppb 300 ppb 6/6 300 ppb Oxytetracycline 600 ppb 300 ppb 6/6 300 ppb Chloortetracycline 600 ppb 600 ppb 6/6 600 ppb Doxycycline 600 ppb 300 ppb 6/6 300 ppb Penicillines Penicilline G 50 ppb 25 ppb 6/6 25 ppb Amoxicilline 50 ppb 25 ppb 6/6 25 ppb Cephalosporines Cephapirine 100 ppb 100 ppb 6/6 100 ppb Ceftiofur 6000 ppb 1000 ppb 6/6 1000 ppb Sulfonamiden Sulfamethazine Σ 100 ppb 100 ppb 6/6 100 ppb Sulfapyridine Σ 100 ppb 100 ppb 6/6 100 ppb Sulfadimethoxine Σ 100 ppb 100 ppb 6/6 100 ppb Macroliden Erythromycine 200 ppb 200 ppb 6/6 200 ppb Lincosamiden Lincomycine 1500 ppb 750 ppb 6/6 750 ppb Een overzicht van de uitgevoerde validatie in nier is te vinden in bijlage 2. 1.3 Bepaling van de beslissingsgrens (CCα) Volgens de Beschikking 2002/657/EG moet bij de validatie van een screeningsmethode de parameter CCα niet bepaald worden. LAB 00 P 180 F 003 Template validatierapport Modèle rapport de validation v.01 2012-03-15 7/20
2 MRL 2.1 Definitie MRL (maximum Residu Limit): het maximale residugehalte in of op levensmiddelen, dat het gevolg is van het gebruik van een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik, dat de Gemeenschap als wettelijk toegestaan kan aanvaarden of dat als aanvaardbaar wordt erkend. De farmacologisch werkzame substanties die in geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik worden gebruikt en waarvoor MRL s zijn vastgesteld, worden vermeld in Verordening Nr. 37/2010. 2.2 Praktijk Een overzicht van de MRL s van antibiotica in vlees en nier is te vinden in respectievelijk bijlage 3 van dit dossier of in Verordening Nr. 37/2010. 3 Selectiviteit De selectiviteit van deze kwalitatieve screeningsmethode wordt voornamelijk bepaald door de selectiviteit van de gebruikte test-kit en in mindere mate door de selectiviteit van de monsterclean-up. Voor de bepaling van de selectiviteit werden 20 stalen varkensvlees, 20 stalen varkensnier, 20 stalen rundsvlees en 20 stalen kip geanalyseerd. Al de geanalyseerde stalen waren negatief en vertoonden bijgevolg geen cross-over effect van andere verbindingen. De premi-test is niet specifiek. 4 Toepasbaarheid/ stabiliteit/ robuuustheid mogelijk factoren die de resultaten kunnen beïnvloeden: - Monstervoorbereiding - indampen van extract tot ongeveer 100µl - ouderdom standaarden - bewaaromstandigheden van monsters - invloed van licht - invloed van temperatuur van waterbad LAB 00 P 180 F 003 Template validatierapport Modèle rapport de validation v.01 2012-03-15 8/20
- bewaaromstandigheden van Premi-test kits. - invloed van matrix 4.1 Monstervoorbereiding In de praktijk is het mixen van monsters een tijdrovende bezigheid, die bovendien aanleiding kan geven tot contaminatie. Het monster fijn snijden gaat vlugger en is praktischer. Aan de hand van niet-conforme monsters werd daarom nagegaan of de monstervoorbereiding een invloed heeft op het resultaat van de analyse. Volgende werkwijzen werden toegepast op dezelfde vleesmonsters en met elkaar vergeleken: - extractie en analyse van gemixt vlees: een deel van het monster werd gemixt in een moulinette; - extractie en analyse van gesneden vlees: een deel van het monster werd fijngesneden in blokjes van maximum 0,5 cm 3. Deze analyses worden uitgevoerd op volgende niet-conforme monsters: - monsternummer 11893/06: aanwezigheid van 72 µg/kg doxycycline; - monsternummer 10225/06: aanwezigheid van >200 µg/kg sulfadimethoxine; - monsternummer 09361/06: aanwezigheid van 91 µg/kg doxycycline; - monsternummer 10522/06: aanwezigheid van <200 µg/kg sulfadimethoxine. Resultaten: Onderstaande tabel vermeldt: monsternummers met het niet-conforme resultaat dat verkregen werd met LC-MS; Z-waarden in duplo van de niet-conforme monsters na extractie van gemixt vlees; Z-waarden in duplo van de niet-conforme monsters na extractie van fijngesneden vlees; Z-waarde Monsternr. Diersoort Bevat Gehalte Gemixt Gesneden 11893/06 varken Doxycycline 72 ppb 5,12 5,53 4,91 4,61 10225/06 varken sulfamethazine > 200 ppb 4,91 4,52 4,13 4,72 9361/06 kip Doxycycline 91 ppb 4,95 3,02 5,27 4,15 10522/06 kip sulfaquinoxaline > 200 ppb 4,88 5,37 5,31 4,81 Bespreking: LAB 00 P 180 F 003 Template validatierapport Modèle rapport de validation v.01 2012-03-15 9/20
De resultaten werden onderworpen aan een gepaarde t-test. Deze test gaat na of de nul hypothese, waarbij we vooropstellen dat het gemiddelde van de verschillen tussen 2 metingen nul is, mag aanvaard worden. De bekomen P-waarde voor de test is 0,29997. Deze waarde is groter dan 0,05, wat betekent dat de nul hypothese wordt aanvaard. Besluit: Er is geen significant verschil tussen de werkwijze op gemixt vlees en de werkwijze op gesneden vlees. 4.2 Indampen van extract tot ongeveer 100µl uitgetest met robuustheidstest, waarbij extracten ingedampt werden tot 50µl, 100µl en 200µl. Alle blanco monsters gaven bij de verschillende volumes een conform resultaat en de belaste monsters gaven bij de verschillende volumes een niet conform resultaat. 4.3 Ouderdom standaarden Een stabiliteitsstudie werd uitgevoerd voor tetracyclines. Hieruit is gebleken dat tetracyclines lichtgevoelig zijn en de houdbaarheid sterk achteruit gaat bij kamertemperatuur. Tetracyclinestandaarden worden bewaard bij 20 C. De houdbaarheid van stockoplossingen (1mg/ml) wordt vastgelegd op 6 maand. Gegevens stabiliteitsstudie: zie zwarte kaft, lokaal 1.19. Een stabiliteitsstudie is in uitvoering voor penicillines, meer bepaald voor amoxicilline. Gegevens stabiliteitsstudie: zie zwarte kaft, lokaal 1.19. 4.4 Bewaaromstandigheden van monsters Monsters moeten zo vlug mogelijk ontleed worden en indien dit niet dezelfde dag kan gebeuren, worden ze bewaard bij 20 C. 4.5 Invloed van licht Tetracyclines zijn lichtgevoelig. Bij de extractie en opzuivering directe lichtinval vermijden en gebruikte standaarden na gebruik onmiddellijk terug in de diepvries plaatsen. LAB 00 P 180 F 003 Template validatierapport Modèle rapport de validation v.01 2012-03-15 10/20
4.6 Invloed van temperatuur van het waterbad De fabrikant van de Premi-test garandeert een goede incubatie bij een waterbad temperatuur van 64 C ± 0.5 C. 4.7 Bewaaromstandigheden van Premi-test kits Het is belangrijk dat de kits bewaard worden tussen 6-10 C. Lagere temperaturen veroorzaken condens in de tubes. Bij hogere temperaturen kunnen de sporen beginnen groeien. 4.8 Invloed van matrix en diersoort Bepaalde matrices, zoals nier en vis bevatten lysosymen die de incubatieduur doen verhogen. Ook tussen diersoorten onderling bestaat een verschil in gevoeligheid. Het is daarom belangrijk om per matrix en per diersoort een blanco controlemonster mee te nemen om de omslagtijd te kunnen bepalen. 4.9 Invloed ultracentrifugeren van extract na toevoegen van Lab Lemco Broth Na toevoegen van Lab Lemco Broth kan men de extracten ultracentrifugeren alvorens in de Premitest tube te brengen of de extracten rechtstreeks in de Premi-test tubes brengen (zoals beschreven volgens S. Stead). Dit werd nagegaan door uit de antibioticagroepen tetracyclines, penicillines, sulfonamiden en macroliden minstens één vertegenwoordiger te nemen en op de CCß van het desbetreffende analyt na te gaan of het toegevoegde antibioticum teruggevonden wordt. 5 Post-screening met de Premi test Wanneer een monster na screening met de Premi test verdacht is, wordt op het monster een postscreening uitgevoerd met LC-MS (zie LAB 22 I-MET-176). LAB 00 P 180 F 003 Template validatierapport Modèle rapport de validation v.01 2012-03-15 11/20
6 Bijlagen Bijlage 1: overzicht validatie van antibiotica in vlees Bijlage 2: overzicht validatie van antibiotica in nier Bijlage 3: LAB 22-L-26: overzicht MRL en CCß van verschillende antibiotica in vlees en nier met de Premi test Bijlage 4: methode visueel LAB 00 P 180 F 003 Template validatierapport Modèle rapport de validation v.01 2012-03-15 12/20
Bijlage 1: Overzicht validatie van antibiotica in vlees varken rund kip ANTIBIOTICUM validatie * datum gehalte blanco validatie * datum gehalte blanco validatie * datum gehalte blanco Tetracycline 20/20 6/6 25/10/2005 05/09/2005 100ppb 50ppb Ok ok 6/6 11/08/2005 50ppb ok 6/6 05/09/2005 50ppb ok Oxytetracycline 6/6 05/09/2005 100ppb ok 6/6 11/08/2005 100ppb ok 6/6 18/08/2005 75ppb ok Chloortetracycline 6/6 05/10/2005 100ppb ok 6/6 05/09/2005 100ppb ok 6/6 18/08/2005 100ppb ok Doxycycline 6/6 24/08/2005 50ppb ok 6/6 18/08/2005 75ppb ok 6/6 05/09/2005 75ppb ok Penicilline G 20/20 12/10/2005 25ppb ok 6/6 19/09/2005 25ppb ok 6/6 20/09/2005 25ppb ok Amoxicilline 20/20 07/11/2005 5ppb ok 6/6 01/03/2005 5ppb ok 6/6 1/03/2006 5ppb ok Cephaperine 6/6 06/09/2005 25ppb ok 6/6 19/09/2005 25ppb ok 6/6 20/09/2005 25ppb ok Ceftiofur 6/6 27/09/2005 500ppb ok 6/6 03/10/2005 500ppb ok 6/6 03/10/2005 500ppb ok Sulfamethazine 6/6 06/09/2005 100ppb ok 6/6 19/09/2005 100ppb ok 6/6 20/09/2005 100ppb ok Sulfapyridine 6/6 24/10/2005 100ppb ok 6/6 12/10/2005 100ppb ok 6/6 03/10/2005 50ppb ok Sulfadimethoxine 6/6 27/09/2005 100ppb ok 6/6 12/10/2005 100ppb ok 6/6 03/10/2005 50ppb ok Erythromycine 6/6 07/09/2005 100ppb ok 6/6 19/09/2005 100ppb ok 6/6 03/10/2005 100ppb ok Lincomycine 6/6 14/09/2005 100ppb ok 6/6 03/10/2005 100ppb ok 6/6 20/09/2005 100ppb ok 13/20
Bijlage 2: Overzicht validatie van antibiotica in nier nier ANTIBIOTICUM validatie * datum gehalte blanco Tetracycline 20/20 08/11/2005 300ppb ok Oxytetracycline 6/6 05/09/2005 300ppb ok Chloortetracycline 6/6 08/11/2005 600ppb ok Doxycycline 6/6 05/09/2005 300ppb ok Penicilline G 20/20 08/11/2005 25ppb ok Amoxicilline 6/6 06/09/2005 25ppb ok Cephaperine 6/6 06/09/2005 100ppb ok Sulfamethazine 6/6 06/09/2005 100ppb ok Erythromycine 6/6 07/09/2005 200ppb ok Lincomycine 6/6 06/09/2005 750ppb ok Ceftiofur 6/6 27/09/2005 1000ppb ok Sulfapyridine 6/6 05/10/2005 100ppb ok Sulfadimethoxine 6/6 27/09/2005 100ppb ok * : aantal verdachte monsters op aantal belaste monsters 14/20
Bijlage 3 Overzicht MRL van de verschillende antibiotica in vlees en nier en de CCß met de Premi test Vlees Antibioticum MRL CCβ (µg/kg) Kip Varken Rund Kalf Konijn Schaap Paard Tetracyclines Oxytetracycline 100 (1) 75 100 100 150 100 ( 100) 150 Doxycycline 100 (1) 75 50 100 100 100 100 100 Chloortetracycline 100 (1) 100 100 100 100 ( 100) 100 100 Tetracycline 100 (1) 50 100 50 100 ( 100) 100 100 100 β-lactams Penicillines Penicilline G 50 < 25 < 25 < 25 ( 50) ( 50) ( 50) ( 2,5) ( 2,5) ( 2,5) Penicilline V 25 25 25 25 25 ( 25) Amoxicilline 50 5 5 5 50 ( 50) ( 50) ( 50) Ampicilline 50 < 50 < 50 < 50 25 50 ( 25) 50 ( 25) ( 25) ( 25) Nafcilline 300 < 300 < 300 < 300 300 ( 300) 300 ( 300) Oxacilline 300 < 300 < 300 < 300 300 ( 150) ( 150) 150 (< 150) (< 150) (< 150) Cloxacilline 300 300 300 300 300 ( 300) ( 300) ( 300) Dicloxacilline 300 300 300 300 1500 ( 300) ( 300) ( 300) 150 Cefalosporines Ceftiofur 1000 (2 1000 1000 1000 ( 1000) ( 1000) ( 1000) ( 1000) ) Cefquinome 50 50 50 75 ( 50) 50 50 50 Cefapirine 50 (3) 25 25 25 50 Cefazoline Cefacetrille Cefalon(ium) Cefoperazone (4) (5) (6) (4) 50 50 50 ( 50) 100 100 100 100 ( 100) 100 100 Cefalexine 200 (7) 100 100 100 200 ( 200) 100 200 200 Sulfonamiden Sulfadimethoxine 100 50 100 100 100 ( 100) ( 100) ( 100) 15/20
Vlees Antibioticum MRL CCβ (µg/kg) Sulfathiazole 100 100 100 100 100 100 ( 100) ( 100) Sulfamethazine 100 100 100 100 100 ( 100) ( 100) 100 Sulfamerazine 100 < 100 < 100 < 100 100 ( 100) ( 100) ( 100) Sulfachloorpyridazin 100 100 100 100 100 ( 100) ( 100) ( 100) e Sulfadiazine 100 < 100 < 100 < 100 100 ( 100) ( 100) ( 100) Sulfaguanidine 100 200 200 200 200 200 200 Sulfapyridine 100 100 100 100 100 ( 100) ( 100) ( 100) Sulfamethizole 100 100 100 100 ( 100) ( 100) ( 120) ( 100) ( 50) ( 50) Sulfisoxazole 100 100 100 100 ( 100) ( 100) 100 100 Sulfamethoxypyrida 100 100 100 100 100 ( 100) 100 100 zine Sulfanilamide 100 150 150 150 ( 120) ( 150) ( 150) ( 150) Sulfaquinoxaline 100 100 100 100 100 ( 100) ( 50) ( 50) Sulfadoxine 100 100 100 120 120 ( 120) 120 120 120 Dapsone Verbo ( 5) ( 5) den Diaminopyrimidines Trimethoprim 50 14 (50) 500 ( 500) ( 500) ( 500) ( 500) (50) 100: paard achtig en 50: ander e 500 Kip Varken Rund Kalf Konijn Schaap Paard Macroliden Erythromycine A 200 100 100 100 ( 200) ( 200) ( 200) ( 200) Tilmycosine 50 (8) ( 50) (< 50) 50 50 ( 75) ( 50) Tylosine A 100 100 100 100 100 ( 100) 100 100 Spiramycine (9) 200: 200 ( 200) 200 200 ( 250) ( 200) 250 16/20
Vlees Antibioticum MRL CCβ (µg/kg) rund+ 250 kip 250: varke n Lincosamides Lincomysine 100 100 100 100 100 ( 100) ( 100) ( 100) Aminoglycosiden Neomycin B 500 (> 500) (> 500) Gentamycine 50 50 500 ( 500) Streptomycine 500 (> 3000) Polypeptiden Bacitracine 150 10 Colistine 150 Andere Florfenicol 100 (11) Quinolones Flumequine 200 12 >500 >500 >500 Enrofloxacine 100 13 (< 600) ( 600) Opmerking:CCß tussen haakjes wil zeggen: n < 6 17/20
Nier Antibioticum MRL CCβ (µg/kg) Tetracyclines Oxytetracycline 600 1 300 Doxycycline 600 1 300 Chloortetracycline 600 1 600 Tetracycline 600 1 300 β-lactams Penicillines Penicilline G 50 < 25 Penicilline V 25 Amoxicilline 50 < 25 Ampicilline 50 Nafcilline 300 Oxacilline 300 Cloxacilline 300 Dicloxacilline Cefalosporines Ceftiofur 6000 2 1000 Cefquinome Cefapirine 100 3 100 Cefazoline - 4 Cefacetrille - 5 Cefalon(ium) - 6 Cefoperazone - 4 Cefalexine 1000 7 Sulfonamiden Sulfadimethoxine 100 100 Sulfathiazole 100 Sulfamethazine 100 100 Sulfamerazine 100 Sulfachloorpyridazin 100 e Sulfadiazine 100 Sulfaguanidine 100 Sulfapyridine 100 100 Sulfamethizole 100 18/20
Nier Antibioticum MRL CCβ (µg/kg) Sulfisoxazole 100 Sulfamethoxypyridaz 100 ine Sulfanilamide 100 Sulfaquinoxaline 100 Sulfadoxine 100 Diaminopyrimidines Trimethoprim 50 Macroliden Erythromycine A 200 200 Tilmycosine 1000 8 Tylosine A 100 Spiramycine (9) Lincosamides 300: rund 1000: varken Lincomysine 1500 Aminoglycosiden Neomycin B 5000 Gentamycine Streptomycine Polypeptiden Bacitracine Colistine Andere Florfenicol Quinolones Flumequine Enrofloxacine (1) : som van parent drug en zijn 4-epimeer (2) : som van de residuen die betalactamstructuur bevatten, uitgedrukt als desfuroylceftiofur (3) : som van cephapirine en desacetylcephapirine (4) : MRL 50 ppb in melk (5) : MRL 125 ppb in melk, enkel voor intramammaire toediening (6) : MRL 20 ppb in melk (7) : MRL 100 ppb in melk (8) : MRL in kip 75 ppb, niet gegeven aan dieren waarvan de eieren gebruikt worden voor menselijke consumptie (9) : voor rund en kip: som van spiramycine en neospiramycine (10) : som van Bacitracin A, Bacitracin B en Bacitracin C 19/20
(11) : voor alle voedselproducerende diersoorten met uitzondering van runderen, geiten en schapen (200 µg/kg), varken (300 µg/kg) en vinvis (1000 µg/kg (12) : MRL 400 ppb in gevogelte (13) : som van enrofloxacine en ciprofloxacine (14) : MRL 100 ppb voor paardachtigen Bijlage 4: methode visueel 20/20
Afwegen van vleesmonster Vleesextract: bevat eventueel aanwezige antibiotica Premi Test tubes bevatten een voedingsbodem waaraan bacteriën (Bacillus stearothermophilus ) en een indicator zijn toegevoegd Toevoegen van vleesextract aan de tubes Incuberen gedurende 3 uur bij 64 C: zonder antibiotica in het extract kunnen de bacteriën beginnen groeien GEEL: bij afwezigheid van antibiotica in het extract kunnen de bacteriën groeien zuurproductie RESULTAAT PAARS: bij aanwezigheid van antibiotica in het extract groeien de bacteriën niet Geen zuurproductie Kleuromslag van paars naar geel Kleur blijft paars CONFORM (negatief) VERDACHT (POSITIEF?)