2.7 In de supermarkt ** Je hoort. Ze gaat naar de supermarkt. In de supermarkt zoekt ze alle boodschappen. Maar ze kan de koffie niet vinden. Ze vraagt het aan iemand die in de supermarkt werkt. verkoper verkoper Sorry, mag ik wat vragen? Natuurlijk. Waar staat de koffie? Ik kan het niet vinden. Ik zal het u laten zien. Loop maar mee Hier staat de koffie. Dank u wel! Daarna gaat naar de kassa om te betalen. Goedemiddag. verkoopster Goedemiddag. Heeft u een kortingskaart? Ja, alstublieft. verkoopster Dank u wel. Dan wordt het vijftien euro, alstublieft. Ik wil graag pinnen. verkoopster Dat kan. U mag uw pas erin doen. Wilt u de bon nog? Nee, dank u. verkoopster Spaart u zegeltjes? Nog niet, maar ik wil er graag mee beginnen. verkoopster Dan geef ik u meteen een spaarkaart. Alstublieft. Dank u wel. Tot ziens! verkoopster Prettige middag, tot ziens!
3.4 Reizen met de trein ** Je hoort en een conducteur. is op het station. Ze wil met de trein naar Rotterdam en weer terug. Bij de ingang van het station praat ze met de conducteur. Goedemorgen! conducteur Goedemorgen! Mag ik u iets vragen? conducteur Natuurlijk. Hoe laat vertrekt de trein naar Rotterdam? conducteur Die trein heeft u net gemist. Welke trein moet ik dan nemen? conducteur De trein van half negen. Die vertrekt van spoor 3. Hoe laat is het nu? conducteur Het is nu kwart over acht. Moet ik ook overstappen als ik naar Rotterdam ga? conducteur Ja, u moet in Utrecht overstappen. Daar vertrekt de trein van spoor 5. Stopt de trein overal? conducteur Nee, dit is een sneltrein. Die stopt alleen in de grote steden. De sneltrein is dus sneller dan de stoptrein? conducteur Ja, dat klopt. Oké, dank u wel. conducteur Graag gedaan. Goede reis. Dag! Dag!
3.7 Reizen met de auto ** Je hoort en zijn. vertrekt iedere ochtend om 7.00 uur met de auto naar zijn werk. Hij woont in Almere en hij werkt in Amsterdam. Vandaag komt pas om 9.00 uur op zijn werk. Goedemorgen! Goedemorgen! Wat ben jij laat! Er stond twintig kilometer file op de snelweg. Er was een ongeluk gebeurd. En het was heel erg druk. Ik hoorde het al op de radio. Twintig kilometer is een lange afstand. Ja, al die files iedere dag Ik vind het maar vervelend. Inderdaad.
4.3 Lang niet gezien ** Je hoort en Lütfiye. Ze hebben elkaar al heel lang niet gezien. Hallo! Dat is lang geleden! Hoe gaat het met jou? Lütfiye Met mij gaat het goed. Met jou ook? Met mij gaat het ook goed, dankjewel. Waar woon je nu? Lütfiye Ik woon in Amersfoort. Ik heb daar pas een huis gekocht. Ik ben vorige week verhuisd. Wat leuk! Wat voor een huis is het? Lütfiye Het is een appartement op de eerste verdieping. Er zijn drie slaapkamers. Er is ook een groot balkon. Dat klinkt mooi. Lütfiye Wil je een keer komen kijken? Dat lijkt me leuk. Wat is het adres? Lütfiye Dat is Kerkstraat 2. De postcode is 6221 BC in Amersfoort. Wat was het huisnummer ook al weer? Lütfiye 2. Oké. Wanneer zal ik komen? Lütfiye Zaterdagmiddag? Dat is goed. Tot dan! Lütfiye Tot dan!
4.9 Het dak is kapot. ** Je hoort en iemand van de. heeft een huurhuis. Het dak is kapot. Nu lekt het water naar binnen. Daarom belt hij de. Goedemorgen. Met Woonvereniging Prettig Wonen. Goedemorgen. Met de Vries. Mijn dak is kapot. Wat vervelend. Hoelang is dat al zo? Ik zag het net pas. Er komt zo snel mogelijk iemand om het te repareren. Bent u vandaag thuis? Nee, vandaag moet ik werken, maar morgen ben ik vrij. Oké. Dan komt er morgenochtend iemand naar u toe. Dat is goed. Dank u wel! Graag gedaan!