1 Handleiding Computerprogramma woordenschat zin in taal versie 1.0 - augustus 2011
2 Stappenplan Aan de slag met Woordenschat Zin in taal Als uw school een licentie heeft voor een of meer jaargroepen van Woordenschat Zin in taal dan moeten de volgende stappen doorlopen zijn voordat leerlingen met het programma kunnen werken. De meeste stappen die de beheerder moet nemen, zijn vaak al een keer gedaan voor een ander Zwijsenprogramma. Deze stappen hoeven in dat geval niet nog een keer genomen worden. Er zijn ook stappen die elk schooljaar opnieuw doorlopen moeten worden, u dient hier alert op te zijn. Wie Stap Taak Hoe vaak? Opmerking Waar toelichting? 1 Beheerder start de Zwijsen Leerkrachtmodule via Onbepaald http://leerkrachtmodule.zwijsen.nl en logt in met zijn account. 2 Beheerder importeert Edex-bestand om Eens per jaar Behalve als er door leerlingen in te voeren. het jaar heen leerlingmutaties zijn. 3 Beheerder maakt uitdraai van groep met Eenmalig leerlingnamen en hun pincodes en geeft die door aan leerkracht/leerlingen. Beheerder 4 Beheerder voert leerkrachten in en wijst ze toe Eenmalig Behalve als de leerkracht Zie beheerdershandleiding aan hun groep(en). van een groep verandert. Zwijsen Leerkrachtmodule. 5 Beheerder koppelt leerlingen van een groep aan Eens per jaar Let op, elk volgend jaar Zin in taal Leerlingprogramma - Jaargroep X dient men de leerlingen Woordenschat. ook te ontkoppelen. 6 Beheerder geeft IP-adres van de school door. Eenmalig 7 Beheerder maakt een snelkoppeling/favoriet Eenmalig Per computer. naar Zwijsen Leerlingmenu. Leerkracht 8 Leerkracht/Beheerder geeft leerlingen Wisselend Als de standaardinstellingen Zie deze handleiding specifieke instellingen mee voor worden gebruikt, is het maken hoofdstuk 4. Woordenschat Zin in taal. van instellingen niet nodig. 9 Leerling start het Zwijsen leerlingmenu via Elke sessie snelkoppeling/favoriet. Leerling 10 Leerling klikt op zijn groep en naam en Elke sessie Zie leerkrachtenhandleiding voert zijn pincode in. Zwijsen Leerkrachtmodule. 11 Leerling klikt op Woordenschat Zin in taal - Elke sessie jaargroep X en het programma begint.
3 Inhoud Voorwoord 4 1. Opbouw van het programma Woordenschat Zin in taal 5 2. Organisatie van het werken met Woordenschat Zin in taal 6 2.1 Wanneer laten oefenen? 6 2.2 Hoe vaak en hoe lang oefenen? 6 2.3 Hoe te leren werken met het programma? 7 3. Werken met het programma 8 3.1 Leerlingmenu 8 3.2 Themascherm 8 3.3 Sorteerscherm 10 3.4 Leerroute van elk woord 10 3.5 OK -woorden en moppen 12 3.6 Woordenhulp 12 3.7 De spellen 13 4. Leerkrachtmodule 17 4.1 Instellingen aanpassen 17 4.2 Sessies bekijken 19 4.3 Groepsresultaten bekijken 20 4.4 Individueel leerlingoverzicht 21 4.5 Uitleg Zin in taal 23
4 Voorwoord Een goede woordenschat wordt hoe langer hoe meer gezien als essentieel voor de ontwikkeling van kinderen in het primair onderwijs. Naast een goede technische leesvaardigheid is het hebben van een ruime woordenschat een van de basisvoorwaarden om teksten met begrip te kunnen lezen. Vandaar dat Uitgeverij Zwijsen in al haar taal- en leesmethodes uitdrukkelijk aandacht besteedt aan de ontwikkeling van de woordenschat van leerlingen. Dit geldt ook voor de taalmethode Zin in taal. Het lastige van methodisch woordenschatonderwijs is echter dat je nooit exact weet welke woorden leerlingen al kennen en welke nog niet. Bovendien verschilt dit natuurlijk van leerling tot leerling. Hierdoor bestaat het risico dat leerlingen onnodig veel tijd bezig zijn met woorden die ze al kennen. Dit gaat dan ten koste van de tijd die ze hadden kunnen besteden aan woorden die ze nog niet kennen of aan andere vaardigheden. Ook is het zo dat de ene leerling meer behoefte heeft aan herhaling van woorden dan de andere. Juist voor dergelijke problemen kan software een oplossing bieden. De rol van de methode bij woordenschatonderwijs is het aanbieden van de woorden in een aansprekende context (bijvoorbeeld een voorleesverhaal, een groepsgesprek, of een andere thematische activiteit). Daarnaast worden de leerlingen strategieën aangeleerd om de betekenis van woorden zelfstandig te kunnen achterhalen. Met de software Woordenschat Zin in taal kunnen de leerlingen diezelfde woorden en de aangeleerde strategieën op een intensieve en interactieve wijze oefenen, herhalen en toetsen. De woorden kunnen daarbij ondersteund worden door animaties, afbeeldingen, geluiden, contextzinnen en gesproken informatie, wat een extra dimensie geeft aan het leren van de betekenis van woorden. Het computerprogramma Woordenschat Zin in taal creëert de mogelijkheid om leerlingen, naast de methode, individueel en op hun eigen niveau aan de woordenschat te laten werken. Elke leerling oefent daarbij vooral met de woorden die hij of zij nog niet of onvoldoende kent en krijgt herhaling aangeboden in een mate die aansluit bij de eigen behoefte aan herhaling. Voor de leerkracht biedt het programma de mogelijkheid om op een goede manier aan te sluiten bij de behoeften van elke leerling. Bovendien kan de leerkracht precies zien welke vorderingen de leerlingen maken. Daartoe is het programma gekoppeld aan de Zwijsen Leerkrachtmodule, het overkoepelende leerkrachtprogramma voor online software van Uitgeverij Zwijsen. Via de Zwijsen Leerkrachtmodule kunt u de voortgang van elke leerling op de voet volgen.
5 1. Opbouw van het programma Woordenschat Zin in taal Het computerprogramma Woordenschat Zin in taal bestaat uit vijf delen voor de jaargroepen 4 tot en met 8. Voor elke jaargroep is er één deel. Elk deel bevat methodegebonden software voor woordenschat die aansluit bij de taalmethode Zin in taal. Per jaargroep komen er 10 thema s aan bod: de thema s bevatten de jaargroepgebonden eenheden van Zin in taal. In elk thema worden honderd woorden aangeboden, te weten: 80 doelwoorden die in de methode Zin in taal expliciet worden aangeleerd. Deze 80 woorden worden aangevuld met 20 hoogfrequente themagebonden woorden. Het programma biedt dus per jaargroep in totaal 1000 woorden aan. Bijzonder aan dit woordenschatprogramma is dat elk woord zijn eigen leerroute volgt voordat het programma het woord als bekend beschouwt. Elke leerroute bestaat uit een aantal stappen. In elke stap wordt een andere semantische context rond een woord geoefend/gesemantiseerd of getoetst. Meer over de leerroute kunt u lezen in paragraaf 3.4 Leerroute van elk woord. Elke jaargroep heeft dezelfde opzet en geeft toegang tot dezelfde 42 spellen verdeeld over drie werelden*, alleen de aangeboden woorden verschillen. * Momenteel is slechts 1 wereld beschikbaar, vanaf najaar 2011 kunnen de leerlingen ook de spellen van de andere 2 werelden spelen.
6 2. Organisatie van het werken met Woordenschat Zin in taal Het computerprogramma kan op verschillende manieren worden ingezet. In dit hoofdstuk treft u hierover de nodige informatie aan. De volgende onderwerpen komen aan de orde: wanneer, hoe vaak en hoe lang een leerling laten oefenen, en hoe leert een leerling werken met het programma. 2.1 Wanneer laten oefenen? Het computerprogramma Woordenschat Zin in taal is vooral een oefenprogramma. Het is het meest zinvol en effectief om het computerprogramma parallel aan de gebruikte taal- en/of leesmethode in te zetten. Dat wil zeggen dat in de periode waarin een klas werkt aan een thema van de methode, de leerlingen ook op de computer aan dat thema werken. De woorden worden in het computerprogramma in dezelfde volgorde aangeboden als in de lessen in de methode. Op deze manier komen de leerlingen in korte tijd een aantal keren dezelfde woorden tegen en wordt er gezorgd voor voldoende herhaling van de aangeboden woorden. Het maakt binnen een thema niet uit of een leerling een woord voor het eerst op de computer tegenkomt of in de methode. De leerlingen kunnen dus gerust doorwerken in het computerprogramma, ook als nog niet alle lessen van de methode met de klas zijn behandeld. Uiteindelijk worden de woorden toch ingebed in het thema en in verhalen. Vooruitwerken in een volgend thema kan geen kwaad, maar het is voor de leerling minder betekenisvol en daarom minder wenselijk. De woorden uit het computerprogramma staan dan immers losser van de context van de methode. Het herhalen van thema s die al behandeld zijn, is een goede optie voor leerlingen die dat nodig hebben, zoals leerlingen die een lage score hebben behaald op de controletaak voor woordenschat in de methode. De leerlingen dienen daarvoor dan wel extra computertijd te krijgen, zodat ze ook voldoende tijd hebben om te oefenen met de woorden van het thema dat op dat moment aan de orde is in de methode. Er moet immers worden voorkomen dat deze leerlingen opnieuw een achterstand oplopen. De leerkracht moet per leerling bekijken of het herhalen van eerdere thema s haalbaar is. 2.2 Hoe vaak en hoe lang oefenen? Regelmatig in korte sessies oefenen met het computerprogramma Woordenschat Zin in taal is het meest effectief. Ideaal is het als een leerling drie keer per week telkens twintig minuten met het programma kan werken. Met die hoeveelheid oefentijd kan een leerling in een periode van drie of vier weken in principe alle woorden van een thema verwerken. Maar de benodigde oefentijd is natuurlijk mede afhankelijk van het woordenschatniveau van de betreffende leerling. Het kan nodig zijn een bepaalde leerling meer oefentijd te geven, omdat hij vooraf nog maar weinig woorden van dat thema kent. Of juist minder oefentijd, omdat hij veel woorden van het betreffende thema al wel kent. Ook is de oefentijd afhankelijk van de intensiteit waarmee in de klas met de methode gewerkt wordt aan woordenschatontwikkeling. Bij het bepalen van de hoeveelheid oefen tijd zal dus, zeker in het begin, bekeken moeten worden of de ingeroosterde oefentijd voldoende is voor uw leerlingengroep.
7 2.3 Hoe te leren werken met het programma? Voordat u de werking van het programma aan de leerlingen uitlegt, kunt u als leerkracht eerst zelf het programma bekijken. U doet dat als volgt: - start de Zwijsen leerkrachtmodule via: http://leerkrachtmodule.zwijsen.nl; - log in met uw Zwijsen gebruikersnaam en wachtwoord; - klik in de witte balk bovenaan op Mijn gegevens & programma s; - klik onder Mijn programma s op Overzicht; - klik onder Methodes - Programma s op Zin in taal Leerlingprogramma Jaargroep X - Woordenschat. Het programma start nu. U kunt vervolgens oefenen met het programma zonder dat er resultaten worden opgeslagen. Als u voldoende bekend bent met de werking van het programma, kunt u daarna Woordenschat Zin in taal introduceren bij een klein groepje kinderen. Vervolgens laat u de kinderen die bekend zijn met het programma samenwerken met andere kinderen. Doordat de kinderen de kennis aan elkaar doorgeven, zal het niet lang duren voordat iedereen in de groep met Woordenschat Zin in taal kan werken. Tip! Extra en actuele informatie over het programma is ook h terug te vinden op de website van Uitgeverij Zwijsen via www.zinintaal.nl/woordenschatzinintaal.
8 3 Werken met het programma 3.1 Leerlingmenu De leerling start Woordenschat Zin in taal via het Leerlingmenu. (Hoe u het leerlingmenu start, vindt u in de leerkrachtenhandleiding van de Zwijsen Leerkrachtmodule.) De leerling kiest in het leerlingmenu zijn groep, vervolgens zijn naam en voert zijn pincode in. Vervolgens ziet hij de programma s waarmee hij mag werken. Hij klikt op het pictogram van Woordenschat Zin in taal. Hierna start het programma Woordenschat Zin in taal op met de instellingen van de betreffende leerling. Als de leerling klaar is met zijn oefensessie, komt hij terug in het leerlingmenu. h Tip! Om met het programma te kunnen werken, moeten de namen van de leerlingen in de Leerkrachtmodule zijn ingevoerd en aan het programma Woordenschat Zin in taal zijn gekoppeld. Meer informatie over het Leerlingmenu en het koppelen van leerlingen aan programma s vindt u in de beheerdershandleiding van de Zwijsen Leerkrachtmodule. Afbeelding 1 Het Zwijsen Leerlingmenu. 3.2 Themascherm Als de leerling het programma start, verschijnt eerst het themakeuze -scherm. In dit scherm wordt het thema getoond waaraan de leerling is toegewezen of waarmee hij de laatste keer heeft gewerkt. Op de scoremeter is te zien hoeveel woorden van dat thema de leerling in de OK -categorie heeft gespeeld. Afhankelijk van de instelling kan de leerling hier wel of niet kiezen voor een ander thema. Om verder te gaan in het programma klikt de leerling op het pictogram van het thema (zie Afbeelding 2).
9 Afbeelding 2 Het themakeuzescherm. De leerling bedient het programma volledig met de muis. Elk scherm kent standaard de volgende knoppen: Als de leerling op de knop HELP klikt, verschijnt de coach van het programma: een pinguïn. De coach geeft aan de leerling uitleg over het betreffende scherm of uitleg over het spel dat de leerling gestart heeft. Ook kan de leerling op deze wijze de instructie herhalen. Klikt de leerling in een oefening op UIT, dan keert hij terug naar het sorteerscherm. Klikt hij in het sorteerscherm op UIT, dan stopt het programma. Afbeelding 3 Het sorteerscherm bij de start van een thema.
10 Afbeelding 4 Bal in bek van de vis als teken dat er woorden buitenspel staan. 3.3 Sorteerscherm Als de leerling de eerste keer met een thema gaat oefenen, komt hij in een leeg sorteerscherm (zie Afbeelding 3 op pagina 9). Vanuit dit scherm gaat de leerling concreet aan de slag met de te leren woorden. De woorden sorteren Om een spel te kunnen spelen, moet de leerling eerst woorden sorteren. Dat gaat als volgt. De leerling klikt op de meer -bel. Er verschijnen links in het scherm zes woordkaartjes. Op ieder kaartje staat een doelwoord. Een doelwoord kan ook een uitdrukking zijn. Binnen een thema zijn er 100 woordkaartjes beschikbaar. Het getal naast de bel geeft aan hoeveel woordkaartjes er nog over zijn. De leerling bepaalt zelf of hij een doelwoord al dan niet kent. Hij sleept het gegeven woord naar het gat van de ken ik niet -hoepel links of naar het gat van de ken ik al -hoepel rechts. Zo verdeelt de leerling de gegeven woorden in twee categorieën: bekende en onbekende woorden. De woordkaartjes veranderen in ballen en verschijnen in de eerste rij links of in de eerste rij rechts op de evenwichtsstok. Een spel starten Als er in een rij voldoende woorden aanwezig zijn, kan met die woorden een spel worden gespeeld. Onder aan het podium verschijnen één of meer ballonnen met een spelicoon. Aan het spelicoon kan de leerling zien welk spel kan worden gespeeld. De leerling start dit spel door op de ballon te klikken. Resterende woorden Als een spel klaar is, keert de leerling terug naar het sorteerscherm en kan hij een ander spel kiezen of nieuwe woorden sorteren, voor zover er nog themawoorden beschikbaar zijn. Het resterende aantal themawoorden wordt altijd weergegeven naast de meer -bel. Buitenspel Woorden waarbij de leerling te vaak fouten maakt, worden tijdelijk buitenspel gezet. Ook dit is in het sorteerscherm te zien: de ballen gaan van de rij op de evenwichtsstok naar de vis links boven het podium. Woorden die Buitenspel zijn gezet, komen voorlopig niet meer aan de orde. Zij komen pas weer aan de beurt als alle overige themawoorden zijn gesorteerd en daarmee in het spel zijn gebracht. Hiervoor is gekozen om frustrerende leerervaringen voor de leerling zoveel mogelijk te vermijden. 3.4 Leerroute van elk woord Bijzonder aan dit woordenschatprogramma is dat elk woord zijn eigen leerroute volgt voordat het programma het woord als bekend beschouwt. Elke leerroute bestaat uit een aantal stappen. In elke stap wordt een andere semantische context rond een woord geoefend/gesemantiseerd of getoetst. De leerling moet laten zien dat hij het woord in meerdere semantische contexten (her-)kent. Hij moet: 1. de omschrijving van het woord en/of een afbeelding, een geluid of animatie kunnen (her-)kennen; 2. het woord in een contextzin kunnen plaatsen; 3. het woord ten opzichte van andere woorden kunnen plaatsen (woordrelaties).
11 Afbeelding 5 De leerroute in het sorteerscherm. Deze leerroute ziet u terug in het centrale scherm van dit programma: het sorteerscherm (zie Afbeelding 5). De evenwichtsstok die de pinguïn vasthoudt, staat voor de leerroute die elk woord moet volgen om bij het kanon met OK -woorden uit te komen. Elke rij ballen op de evenwichtstok geeft een stap in de leerroute van het woord aan. De leerling brengt het woord een stap verder in de leerroute door met dit woord een spel te doen. Is er een spel gespeeld dan worden de woorden (de ballen) waarmee geoefend is, opnieuw verdeeld over de rijen op de evenwichtsstok. Maakt de leerling een opgave met een bepaald woord goed, dan komt dat woord in de volgende rij op de stok. De leerling heeft met dat woord dan een stap gezet in de leerroute. Maakt de leerling een opgave met een bepaald woord fout, dan wordt het woord binnen dezelfde stap in de leerroute opnieuw aangeboden en stroomt het woord dus niet door in het rijenstelsel. Het betreffende woord kan zelfs een rij terug worden gezet. De spellen onder de ken ik niet -hoepel zijn semantiserende spellen. Door middel van deze spellen wordt aan de woorden betekenis verleend. Woorden die een kind niet kent, worden eerst via dergelijke spellen gesemantiseerd. De spellen onder de ken ik al -hoepel zijn toetsende spellen. Van de woorden onder deze hoepel wordt getoetst of de leerling de betekenis ook daadwerkelijk kent. Woorden waarmee de laatste stap is gezet binnen de semantiserende ken ik niet -fase stromen door naar de toetsende fase: de ken ik al -hoepel. In deze fase wordt de woordenschatkennis getoetst. Woorden waarmee de laatste stap is gezet in de toetsende fase vliegen naar het kanon met OK -woorden. Als een woord in de OK -kanon belandt, registreert het programma dat woord als bekend. Het woord wordt dan niet meer als doelwoord in de oefeningen aangeboden. Met een woord dat door de leerling in de ken ik al -hoepel is gestopt, hoeft de leerling minder stappen af te leggen in de leerroute. Echter, als in het eerste toetsende spel met dit woord blijkt dat de leerling het woord niet kent, valt het terug naar de eerste rij van de ken ik niet -hoepel en komt het woord alsnog beschikbaar in de semantiserende spelvormen.
12 3.5 OK -woorden en moppen Bij het programma Woordenschat Zin in taal gaat het erom dat de leerlingen van zoveel mogelijk woorden de betekenis leren. Of anders uitgedrukt: dat zij erin slagen om zoveel mogelijk woorden in het OK -kanon te laten belanden. Een belangrijke motivator daarbij zijn de moppen of taalgrapjes die een leerling als beloning kan verdienen in dit programma. Hij krijgt een mop te horen als er weer tien nieuwe woorden in het OK -kanon zijn beland. Dit zijn moppen als: - Twee vissers zitten naast elkaar te vissen. Plots zegt een van hen: Mag ik uw dobber even lenen? De mijne gaat steeds onder. - Twee lucifers liggen in het ziekenhuis. Vraagt de ene lucifer aan de andere: Waarom lig jij hier? Waarop de andere antwoordt: Ik heb m n kop verbrand! Het aantal woorden in het OK -kanon wordt bijgehouden door de scoremeter. De scoremeter laat zien hoeveel woorden er al in het OK -kanon zitten. De vordering van de leerling is ook te zien door het toenemende aantal witte rondjes rondom het getal in de scoremeter. Deze scoremeter is niet alleen zichtbaar in het sorteerscherm, maar ook in het themakeuzescherm. Op die manier kan de leerling voordat hij een thema kiest (bij de instelling vrije themakeuze) al zien, hoeveel woorden er nog OK te spelen zijn voor dat thema. 3.6 Woordenhulp In het computerprogramma Woordenschat Zin in taal is een woordenhulp beschikbaar. De leerling kan deze woordenhulp gebruiken om informatie over een bepaald woord te verkrijgen. De woordenhulp kan zowel in het sorteerscherm als bij de spellen worden geraadpleegd. De woordenhulp verschijnt als de leerling met de muis links op het opengeschoven deel van het woordkaartje klikt. Hij komt dan in de woordenhulp terecht bij een omschrijving van het woord. Afbeelding 6 Woordenhulp tabblad 1: de omschrijving. Afbeelding 7 Woordenhulp tabblad 2: de contextzin. Als er een afbeelding van het woord beschikbaar is, wordt die afbeelding hier getoond. Staat er een luidsprekerboxje, dan betekent dit dat er ook een geluid beschikbaar is. De leerling kan de uitleg over de woordenhulp herhalen door op het vraagteken te klikken. Hij sluit de woordenhulp via het kruisje. Bij elk woord is ook een contextzin gegeven, waarin het woord in een duidelijke context gebruikt wordt De meeste woorden zijn toebedeeld aan een woordschema. We onderscheiden de volgende schema s: - Verzameltermen (parasol, zie Afbeelding 8) - Categorieën (ladekast)
13 - Gradaties (trap) - Woordweb (spinnenweb) - Tegenstellingen (wegwijzer) - Synoniemen (wegwijzer) - Homoniemen (vlaggenstok) Door op een onderstreept woord te klikken, komt de leerling in de woordenhulp bij het betreffende woord uit. Afbeelding 8 Woordenhulp tabblad 3: het woordschema 3.7 De spellen Het programma kent voor elke jaargroep dezelfde opzet en geeft daarmee toegang tot dezelfde 42 spellen. Uiteraard verschillen de aangeboden woorden en de moppen wel per jaargroep. De 42 spellen zijn verdeeld over drie werelden*, per wereld kan een leerling dus in elke jaargroep 14 verschillende spellen spelen. Uitzondering hierop is jaargroep 4: in deze jaargroep is het uitdrukkingenspel niet beschikbaar. Ook zijn er voor deze jaargroep geen woordschema s met homoniemen beschikbaar. Beide komen pas vanaf jaargroep 5 aan bod. h Tip! De wereld* waarin de leerling de eerste keer terechtkomt, verschilt per jaargroep, maar de leerling kan in het sorteerscherm zelf overstappen naar de wereld van zijn voorkeur door op een van de knoppen aan de rechterkant van het podium te klikken. Tijdens de sessie kan de leerling na een spel weer van wereld wisselen. Als de leerling een nieuwe sessie start, komt hij in de wereld terecht waarmee de voorgaande sessie is afgesloten. Elk spel in een wereld semantiseert of toetst bepaalde woorden uit het betreffende thema. Een spel bestaat uit 1 tot 6 opgaven. Semantiserende spellen Via semantiserende spellen wordt aan onbekende woorden betekenis verleend. Denk daarbij aan spellen waarin een omschrijving van een woord wordt gegeven of waarbij de leerling een plaatje bij het woord te zien krijgt (combinatie van een woord met een afbeelding). Hieronder volgen enkele voorbeelden van semantiserende oefeningen. Afbeelding 9 Semantiserend spel Woordenhulp * Momenteel is slechts 1 wereld beschikbaar, vanaf najaar 2011 kunnen de leerlingen ook de spellen van de andere 2 werelden spelen.
14 Het spel Woordenhulp (bijvoorbeeld het zeepaardje) Als een leerling begint met een nieuw thema wordt de leerling uitgenodigd het spel Woordenhulp te spelen (zie Afbeelding 9). Woordenhulp is een semantiserende oefening met semantische informatie over de woorden in de vorm van een afbeelding, een geluid of een omschrijving. Bij deze oefening wordt de leerling uitgenodigd om de woordenhulp te raadplegen om zo de oefening goed te kunnen maken. Dit spel wijst de leerling erop dat de woordenhulp een handig hulpmiddel is, dat altijd bij de hand is. Het semantiserende koppelspel (bijvoorbeeld het vlinderspel) De semantische informatie bestaat uit een plaatje, een geluid of een omschrijving. De leerling moet deze informatie koppelen aan het bijbehorende woord. Lukt het hem niet meteen de juiste koppeling te maken, dan krijgt hij een herkansing. Als er nog extra semantische informatie bij het woord beschikbaar is (bijvoorbeeld een geluid), dan wordt die extra semantische informatie als hint gegeven (zie Afbeelding 10). Afbeelding 10 Semantiserend spel met beschrijving. Het contextzinspel (bijvoorbeeld het mollenspel) Op basis van een contextzin moet de leerling op zoek gaan naar de afbeelding of de omschrijving die bij het doelwoord past (zie Afbeelding 11). Afbeelding 11 Semantiserend spel met contextzin.
15 Het woordrelatiespel In dit spel moet de leerling de juiste woorden (waaronder het doelwoord) onder een verzamelterm plaatsen. Door een woordkaartje naar het lampje te slepen wordt het bijbehorende woordplaatje zichtbaar; als er geen plaatje is, krijgt de leerling de bijbehorende omschrijving te horen (zie Afbeelding 12). Afbeelding 12 Semantiserend woordrelatiespel met woordschema verzameltermen Toetsende spellen Met toetsende spellen wordt nagegaan of de leerling de woorden kent en of hij de woord relaties geleerd heeft. Hieronder volgen voorbeelden van deze toetsende oefeningen. Het afbeeldingenspel (bijvoorbeeld het flamingospel) In dit spel wordt getoetst of de leerling de juiste afbeelding bij het doelwoord weet te plaatsen. Als de leerling dit kan, toont hij aan bepaalde kennis te hebben omtrent de betekenis van het getoetste woord (zie Afbeelding 13). Afbeelding 13 Toetsend spel afbeeldingen.
16 Het contextzinspel (bijvoorbeeld het mierenspel) In dit spel toetsen we of de leerling het juiste woord in de contextzin kan plaatsen. De zin wordt voor gelezen, maar op de plek van het gat klinkt een korte piep. Om het juiste woord te kunnen kiezen, moet de leerling ook weten wat de aangeboden alternatieven betekenen (zie Afbeelding 14). Afbeelding 14 Toetsend spel met conxtextzin. Het woordrelatiespel In dit spel toetsen we of de leerling de juiste woorden bij het gegeven categoriewoord kan plaatsen. Een leerling die dit kan, is in staat relaties te leggen tussen het getoetste woord en de andere gegeven woorden (zie Afbeelding 15). Afbeelding 15 Toetsend woordrelatiespel met woordschema tegenstellingen.
17 4 Leerkrachtmodule Woordenschat Zin in taal behoort tot de nieuwe generatie online software van Zwijsen. Het beheer van deze software loopt via één centraal programma: de Zwijsen Leerkrachtmodule. In dit hoofdstuk staat het programmaspecifieke deel van de Leerkrachtmodule beschreven voor het programma Woordenschat Zin in taal. Voor algemene informatie over: - het beheer van de Leerkrachtmodule verwijzen wij u naar de beheerdershandleiding Zwijsen Leerkrachtmodule. - het werken in de klas met de Leerkrachtmodule verwijzen wij u naar de leerkrachtenhandleiding Zwijsen Leerkrachtmodule. De Leerkrachtmodule geeft informatie over de voortgang van uw leerlingen bij het oefenen van hun woordenschat op de computer. Daarnaast kunt u in de Leerkrachtmodule aangeven met welk thema u de leerlingen wilt laten werken en hoe lang. Zorg ervoor dat u in de Leerkrachtmodule bent ingelogd en dat het tabblad Zin in taal is aangeklikt (zie Afbeelding 16). In het menu van de Leerkrachtmodule kunt u kiezen uit vijf onderdelen: - Instellingen aanpassen - Sessies bekijken - Groepsresultaten bekijken - Individueel leerlingoverzicht - Uitleg Woordenschat Zin in taal Afbeelding 16 Leerkrachtmodule: tabblad Zin in taal. 4.1 Instellingen aanpassen In dit onderdeel kunt u de instellingen bij het leerlingprogramma aanpassen voor iedere leerling afzonderlijk, maar ook voor groepen leerlingen tegelijk, zoals
18 bijvoorbeeld de sessieduur of de keuze voor een eenheid. - Klik in de linkerkolom op Instellingen aanpassen. - Klik op de groep waarvoor u de instellingen wilt aanpassen. U komt nu automatisch bij Leerlingen kiezen. - Vink de leerlingen aan voor wie u de instellingen wilt aanpassen. Klik op de knop Bevestigen. U komt automatisch bij Programma kiezen. - In de linkerkolom van het scherm Programma kiezen staan de namen van de leerlingen voor wie u de instellingen wilt aanpassen. Klik in de rechterkolom op Leerlingprogramma. Kies de jaargroep en het leerlingprogramma waarvoor u de instellingen wilt aanpassen (zie Afbeelding 17). Pas de instellingen van het programma aan en sla deze instellingen op. Afbeelding 17 Het scherm Programma kiezen. Voor het programma Woordenschat Zin in taal kunt u de volgende groeps- en leerlinginstellingen vastleggen (zie Afbeelding 18). Eenheidkeuze Achter de listbox Leerling werkt met geeft u aan met welk blok de leerling moet werken. U kunt de leerling ook de vrije keuze geven met welke eenheid hij wil oefenen. Standaard staat het programma ingesteld op Vrije eenheidkeuze. h Tip! Als u voor de leerling een nieuwe eenheid instelt, worden de detailgegevens van de voorgaande eenheid door het programma bewaard, zodat de leerling later eventueel met de oude eenheid verder kan gaan waar hij gebleven was. Afbeelding 18 Groeps- en leerlinginstellingen Woordenschat.
19 Sessieduur Achter de listbox Sessieduur geeft u aan hoelang de leerling met het programma mag werken. Standaard staat het programma ingesteld op 20 minuten. U kunt deze instelling wijzigen door een andere waarde te kiezen. 4.2 Sessies bekijken U kunt een overzicht van sessies opvragen voor een groep, een leerling of een aantal leerlingen gedurende een bepaalde periode (zie Afbeelding 19). - Klik op in de linkerkolom op Sessies bekijken. - Klik op de groep waarvan u een sessieoverzicht wilt opvragen. U komt nu automatisch bij Leerlingen kiezen. - Vink de leerlingen aan van wie u een sessieoverzicht wilt opvragen. Klik op de knop Bevestigen. U komt automatisch bij Overzicht sessies. Toelichting op het sessieoverzicht In het sessieoverzicht ziet u verschillende kolommen: - Leerlingen. De door u geselecteerde leerlingen staan in alfabetische volgorde. - Start sessie. De datum van de sessie en de starttijd. De meest recente sessie staat bovenaan. - Programma. Het programma waarmee de leerling heeft gewerkt. - Tijd. De tijdsduur waarbinnen de leerling heeft geoefend, aangeduid in uren:minuten:seconden. - Opmerking. Het nummer van de eenheid of de eenheden waarin de leerling heeft gewerkt en eventueel de vermelding klaar als de leerling de eenheid heeft afgerond. h Tip! Standaard sorteert het programma het sessieoverzicht op alfabetische volgorde van de naam van de leerlingen. Door op de kop van een van de andere kolommen te klikken, kunt u kiezen voor een andere sorteringsmethode. Afbeelding 19 Overzicht sessies Woordenschat Zin in taal. Bovenaan het sessieoverzicht kunt u aangeven binnen welke periode u de sessies wilt bekijken. Standaard staat daar de periode ingevuld van de afgelopen week. U kunt die periode aanpassen. U kunt het sessieoverzicht printen en/of opslaan als pdf-bestand. Rechts bovenaan de pagina ziet u een link. Wanneer u hierop klikt, komt u in een nieuw venster waarin u kunt kiezen tussen het openen of het opslaan van de pdf.
20 4.3 Groepsresultaten bekijken U kunt voor een groep leerlingen de resultaten opvragen voor Woordenschat Zin in taal. In dit overzicht zijn de voortgangsresultaten en de instellingen van de hele groep leerlingen overzichtelijk weergegeven in een tabel (zie Afbeelding 20). Afbeelding 20 Overzicht groepsresultaten Woordenschat Zin in taal. - Klik in de linkerkolom op Groepsresultaten bekijken. - Klik op de groep waarvan u de resultaten wilt bekijken. U komt automatisch bij Programma kiezen. - Klik in de rechterkolom op Leerlingprogramma. Kies de jaargroep, het leerlingprogramma en de eenheid waarvan u de resultaten wilt zien. Alleen de eenheden waarop leerlingresultaten te zien zijn, worden hier door het programma gegeven. U komt nu in het resultatenoverzicht van de groep. Toelichting op het groepsoverzicht In het groepsoverzicht ziet u verschillende kolommen: - Leerlingen. De leerlingen van de gekozen groep staan in alfabetische volgorde. Door op de naam van de leerling te klikken, verschijnt het Individueel leerlingoverzicht van deze leerling. - Eenheid. De door u geselecteerde eenheid wordt hier weergegeven. - Woorden in OK -categorie. Het aantal woorden dat door de leerling goed gespeeld is en door het programma voor deze leerling als bekend wordt aangemerkt. Deze woorden worden niet meer als doelwoorden in het programma aangeboden. - Woorden in Buitenspel. Het aantal woorden dat door de leerling te vaak fout is gespeeld en door het programma tijdelijk buiten het spel zijn gezet. - Aantal sessies. Het aantal sessies dat een leerling binnen dit thema heeft gespeeld. - Bestede tijd. De totale bestede tijd van alle sessies bij elkaar opgeteld. - Werkt nu met. De eenheid die voor de leerling is ingesteld. - Ingestelde sessieduur. De maximale duur voor een sessie die voor de leerling is ingesteld.
21 De leerlinginstellingen en de voortgang die u hier ziet, kunnen aanleiding geven deze leerlingen misschien meer oefentijd te geven of aan een andere eenheid te koppelen. Deze instellingen wijzigt u via de link instellingen aanpassen. U komt dan direct in het scherm Instellingen aanpassen waar u de huidige instellingen van de groep leerlingen kunt wijzigen. Via de link printen en/of opslaan als pdf kunt u het overzicht Groepsresultaten printen en/of opslaan als pdf-bestand. Wanneer u op deze link klikt, komt u in een nieuw venster waarin u kunt kiezen tussen het openen of het opslaan van de pdf. h Tip! Groepsresultaten zijn alleen in het lopende schooljaar in te zien. Daarna verdwijnen de gegevens van de groep. Het is dus noodzakelijk om voor 31-07 de groepsresultaten die u wilt bewaren op te slaan en/of uit te printen. De resultaten van de leerlingen blijven wel in te zien via de Individuele leerlingoverzichten. Overzicht minst bekende woorden Onder het groepsoverzicht ziet u de knop Bekijk de minst bekende woorden. Als u op deze knop klikt, krijgt u de top 10 van minst bekende woorden van deze eenheid binnen de groep. Het aantal keren dat een woord uit deze eenheid bij de leerlingen van deze groep de status ken ik niet heeft of buitenspel wordt bij elkaar opgeteld. Afbeelding 21 Overzicht Top 10 groepsresultaten Woordenschat Naast de top 10 verschijnt de knop Top 100. Klikt u hierop dat ziet u ook de overige 90 woorden op volgorde van bekendheid staan. 4.4 Individueel leerlingoverzicht In het individueel leerlingoverzicht ziet u de voortgang van de leerling op alle thema s waaraan hij gewerkt heeft. De voortgangsresultaten zijn per leerling overzichtelijk weergegeven in een tabel. - Stap 1. Klik in de linkerkolom op Individueel leerlingoverzicht. - Stap 2. Klik op de groep waarvan u de resultaten wilt bekijken. U komt nu automatisch bij Leerlingen kiezen.
22 - Stap 3. Klik op de leerling waarvan u de resultaten wilt bekijken. U komt nu in het resultatenoverzicht van deze leerling (zie Afbeelding 22). Afbeelding 22 Individueel leerlingoverzicht Woordenschat Zin in taal. Toelichting op het individueel leerlingoverzicht In het leerlingoverzicht ziet u verschillende kolommen: - Eenheid. Alle eenheden van de jaargroep worden hier weergegeven. - Woorden in OK -categorie. Het aantal woorden dat door de leerling goed gespeeld is en door het programma voor deze leerling als bekend wordt aangemerkt. Deze woorden worden niet meer als doelwoorden in het programma aangeboden. - Woorden in Buitenspel. Het aantal woorden dat door de leerling te vaak fout is gespeeld en door het programma tijdelijk buiten het spel zijn gezet. - Aantal sessies. Het aantal sessies dat een leerling binnen deze eenheid heeft gespeeld. - Bestede tijd. De totale bestede tijd van alles sessies bij elkaar opgeteld. - Laatste sessie. Datum van de laatste sessie van die eenheid. De huidige leerlinginstellingen (links boven de tabel) en de voortgang die u hier ziet, kunnen aanleiding geven de instellingen van deze leerling te wijzigen. Klik daartoe op de link instellingen aanpassen. U komt dan direct in het Instellingenscherm van deze leerling waar u de huidige instellingen van de leerling kunt wijzigen. Via de link printen en/of opslaan als pdf kunt u het Individueel leerlingoverzicht printen en/of opslaan als pdf-bestand. Wanneer u op deze link klikt, komt u in een nieuw venster waarin u kunt kiezen tussen het openen of het opslaan van de pdf. Meerdere overzichten printen en/of opslaan U kunt met het programma ook meerdere overzichten tegelijk printen en/of opslaan, zodat u niet voor iedere leerling apart dezelfde handelingen moet verrichten. - Stap 1. Klik op Individueel leerlingoverzicht. - Stap 2. Klik op de groep waarvan u de resultaten wilt bekijken. - Stap 3. Klik in het scherm Leerlingen kiezen rechtsboven op de link meerdere resultaten printen/opslaan als pdf (zie afbeelding 23). - Stap 4. Vink de leerlingen aan van wie u een resultatenoverzicht wilt genereren.
23 Klik op de knop Bevestigen. U komt automatisch bij Overzicht kiezen. - Stap 5. Vink de programma s aan die u in het resultatenoverzicht wilt zien. Klik op de knop Bevestigen. U komt automatisch bij Meerdere overzichten in een keer downloaden. - Stap 6. Klik op de link Download van onderstaande leerlingen de onderstaande individuele overzichten in een ZIP-bestand. Het programma maakt een ZIPbestand waarin alle pdf s van de resultatenoverzichten in zitten. Per leerling en per programma is er een aparte pdf. Afbeelding 23 Meerdere Individuele leerlingoverzichten printen. 4.5 Uitleg Zin in taal Hier vindt u achtergrondinformatie bij Woordenschat Zin in taal. De meest recente versie van de Handleiding computerprogramma Woordenschat Zin in taal is via de link te downloaden. Daarnaast is er informatie te vinden over de systeemeisen van het programma, de colofongegevens en de Algemene voorwaarden digitale producten en diensten. h Tip! Op www.zinintaal.nl/faqswoordenschatzinintaal vindt u de meest gestelde vragen en oplossingen over het programma Woordenschat Zin in taal. Mocht u hier geen antwoord vinden op uw technische vragen, vul dan het (helpdesk)formulier in dat u op die pagina kunt opvragen. Hebt u inhoudelijke vragen, bel dan naar de Zwijsen klantenservice 013-583 88 88.
24 Systeemeisen Internetverbinding Breedband. Browser Internet Explorer 7.0 en hoger of Firefox 3 en hoger; de browser dient JavaScript te ondersteunen; de pop-up blokkeren dient uit te staan; de browser dient cookies te accepteren. Schermresolutie Minimaal 1024 x 768. Plug-in Flash Player 9 en hoger. Colofon Woordenschat Zin in taal Woordenschat Zin in taal is een product van Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg. Op het gebruik van Woordenschat Zin in taal zijn de Algemene voorwaarden digitale producten en online diensten van Uitgeverij Zwijsen B.V. van toepassing. Auteurs Carry van de Guchte, Anne Vermeer Tekstredactie Maril Rijks (A t/m E), Ben Verschuren (D en E) Bureauredactie Goswin van den Assem, Drie redactie & communicatie, Liesbeth Eugelink.txt Projectgroep Zwijsen Jos Cöp (fondseditor), Monique van Dam (interaction designer), Sjors Heezemans (redactie), Martin de Jong (interaction designer), Huub Lucas (uitgever), Tony Riboch (vormgeving), Anita van Son (deskeditor) Vormgeving Oscar Casander Illustraties Hans Dekker (woordanimaties), Anjo Mutsaars (woordillustraties) Audio Klanktank Utrecht Stemmen Hans Kuyper, Ben Maasdam, Barbara Tiggeler Productrealisatie in samenwerking met Radarsoft Educatieve Software. De inhoud van deze site is bestemd voor persoonlijk, niet-commercieel, gebruik. Voor elk ander gebruik is vooraf toestemming van Uitgeverij Zwijsen vereist. Bij het samenstellen van bovenstaande lijst is door de uitgever de uiterste zorg besteed. Zou desondanks blijken dat een rechthebbende over het hoofd is gezien, dan verzoeken wij deze contact op te nemen met Uitgeverij Zwijsen. Uitgeverij Zwijsen B.V. Postbus 805 5000 AV Tilburg Telefoon klantenservice: 013 583 88 88 E-mail: klantenservice@zwijsen.nl