Factsheet STOP4-7 Schljaar 2014-2015 Tabel 1: Aantallen en respns Instelling /Lcatie Aantal deelnemers Aantal respns start en einde (%) Entréa 23 18 (78%) Nijmegen 9 6 (67%) Tiel 14 12 (86%) t Kabuterhuis 72 47 (65%) West 16 12 (75%) Hfddrp 12 9 (67%) Nrd 11 7 (64%) Zuid 12 4 (33%) Zuid-Ost 12 7 (58%) Amstelveen 9 8 (89%) Yuké 17 12 (71%) Mlenhrst 10 6 (60%) Nijkerk 7 6 (86%) Ttaal 112 77 (69%) In Tabel 1 staan de aantallen en respns weergegeven. De aantallen betreffen het aantal kinderen dat heeft deelgenmen aan STOP4-7 in het schljaar 2014-2015 per instelling, per lcatie en vr STOP4-7 Nederland ttaal. De respns betreft de dr vader f meder ingevulde CBCL vragenlijsten bij de start en bij einde STOP4-7. De grene kleur geeft aan dat de respns ged is (bven de 70%). De ranje kleur vertegenwrdigt een matige respns (60-69%). Rd staat vr een slechte respns (59% f lager). STOP4-7 Nederland als geheel heeft in schljaar 2014-2015 een respns behaald van 69%. Dit is bijna ged te nemen en betekent dat de resultaten vldende generaliseerbaar zijn naar de ttale grep kinderen die STOP4-7 ntvangen heeft in het schljaar 2014-2015. Er zijn wel verschillen tussen lcaties. Resultaten van lcaties met een lage f middelmatige respns (resp. rd f ranje) meten met vrzichtigheid geïnterpreteerd wrden. Rnald De Meyer/ Inge Bastiaanssen nvember 2015 1
Grafiek 1: Gemiddelde vruitgang externaliserend prbleemgedrag ttaal Nederland en per instelling (*sign. verandering) 75 70 65 60 55 Start 2014-15 Einde 2014-15 Uit Grafiek 1 valt af te lezen dat gemiddeld genmen de externaliserende gedragsprblemen van kinderen vlgens uders verminderden na het beëindigen van STOP4-7 (zie blauwe staven in grafiek vr schljaar 2014-2015). Alle verschillen bleken significant na statistische tetsing, zwel vr STOP4-7 Nederland ttaal als vr de deelnemende instellingen. Ok rapprteerden uders gemiddeld genmen geen gedragsprblemen meer na STOP4-7 (nder de klinische grens van 60). Dit is vergelijkbaar met vrgaande rapprtageperides (grijze staven Ttaal NL 2011-2012, 2012-13 en 2013-14). Hiermee zet STOP4-7 een psitieve ntwikkeling vrt. In de tijdsperide tt 2011 rapprteerden uders namelijk gemiddeld genmen ng steeds gedragsprblemen bij het beëindigen van STOP4-7 (grijze staven Ttaal NL 2003-11). Dit geldt in het schljaar 2014-15 k vr Kabuterhuis en Yuké, maar niet vr Entrea: hier liggen de scres bij einde in het grensgebied (brderline). Hierbij dient pgemerkt te wrden dat bij Entrea de scres vr externaliseren bij start STOP4-7 aanzienlijk hger (in het klinisch gebied) waren dan bij de twee andere instellingen. Ondanks de significante verbetering die uders van Entrea rapprteerden, scrden zij gemiddeld genmen bij einde ng steeds in het subklinisch prbleemgebied (tussen 60 en 63). Rnald De Meyer/ Inge Bastiaanssen nvember 2015 2
Grafiek 2: Effectgrttes externaliserend prbleemgedrag ttaal Nederland en per instelling 1,40 1,43 1,10 0,80 0,73 0,70 0,58 0,85 0,63 0,81 0,66 0,94 1,00 0,68 ES 2012-13 ES 2013-14 ES 2014-15 0, 0,43 0,20 Ttaal Entrea Kabuterhuis Yuké In Grafiek 2 staan de effectgrttes van de afgelpen drie schljaren weergegeven vr STOP4-7 Nederland ttaal en per instelling. Een effectgrtte nder de 0. is klein, tussen de 0. en 0.80 middelgrt, en bven de 0.80 grt. De effectgrtte vr STOP4-7 Nederland is dit schljaar middelgrt (0.58). Dit is lager dan vrgaande twee schljaren (resp. 0.73 en 0.70). Er zijn wel verschillen tussen instellingen. Entrea en Yuké haalden afgelpen schljaar grte effectgrttes, t Kabuterhuis haalde een kleine effectgrtte. Let p! De lage aantallen bij Entrea (aantal=18) en Yuké (12) waarmee de effectgrttes zijn berekend hebben de hgte van de ES gunstig beïnvled, bij t Kabuterhuis (47) is de lage scre bij start (in het nrmale gebied) waardr de scre bij einde niet z veel lager meer kan wrden van invled geweest p de wat lagere ES. Rnald De Meyer/ Inge Bastiaanssen nvember 2015 3
Grafiek 3: Gemiddelde vruitgang externaliserend prbleemgedrag per lcatie/team (*sign. verandering) 75 70 65 60 55 Start 2014-15 Einde 2014-15 In Grafiek 3 staan de resultaten van lcaties weergeven. Nijmegen en Tiel zijn lcaties van Entrea. Amsterdam West, Nrd, Zuid, Zuid-Ost, Hfddrp en Amstelveen zijn lcaties van t Kabuterhuis. De Mlenhrst en Nijkerk zijn lcaties van Yuké. Er zijn vijf lcaties waarbij uders gemiddeld genmen een significante verbetering (weergegeven met * achter de lcatie) van externaliserend prbleemgedrag van hun kinderen rapprteerden: Nijmegen, Amsterdam West, Zuid-Ost, Mlenhrst en Nijkerk. Lcatie Zuid-Ost (**) laat k een significante verbetering zien, maar dr de lage respns bij deze lcatie (58% zie Tabel 1) met deze verbetering met vrzichtigheid wrden geïnterpreteerd. Verder valt p dat uders van de lcaties in Amsterdam gemiddeld genmen weinig gedragsprblemen bij hun kinderen erveren tijdens de start van STOP4-7 (in nrmaal gebied: scres < 60). De gemiddelde scres van Hfddrp en de twee lcaties van Yuké (Mlenhrst, Nijkerk) vallen in het subklinische gebied (tussen 60 en 63).de twee lcaties van Entrea (Nijmegen, Tiel) scres bij start in het klinisch gebied (> 63), met name Nijmegen. Rnald De Meyer/ Inge Bastiaanssen nvember 2015 4
Grafiek 4: Individuele verbetering externaliserend prbleemgedrag ttaal en per instelling (%) 80 70 60 40 30 20 10 0 4849 55 51 44 45 39 58 3 1 3 3 44 6 34 64 42 58 2 0 Verbeterd Onveranderd Verslechterd In Grafiek 4 staat het percentage individuele verbetering vr STOP4-7 ttaal en per instelling weergegeven. Percentage individuele verbetering kijkt nauwkeuriger naar verandering dan wanneer het gemiddelde van de ttale grep wrdt gebruikt m de deltreffendheid van een interventie te meten. Per kind wrdt berekend f het kind significant verbeterd is vlgens de uders, f dat de situatie nveranderd gebleven dan wel f er een significante verslechtering heeft plaatsgevnden. Op landelijk niveau is er een significante verbetering pgetreden vr 39% van de kinderen, 58% bleef nveranderd, en 3% van de kinderen ging achteruit. Het percentage kinderen waarvan het prbleemgedrag niet veranderde is hger dan vrgaand schljaar (51%). Entrea haalt afgelpen schljaar het hgst percentage kinderen dat verbeterd is, t Kabuterhuis heeft percentueel de meeste nveranderde kinderen. Deze resultaten zijn mede afhankelijk van de hgte van de scres bij start STOP4-7. Entrea had bijvrbeeld gemiddeld veel hgere startscres (in klinisch gebied) dan t Kabuterhuis (in nrmale gebied), waardr er bij Entrea statistisch gezien meer ruimte vr verbetering in de scres was. Rnald De Meyer/ Inge Bastiaanssen nvember 2015 5
Samenvatting Gemiddeld genmen verbeterde het externaliserend prbleemgedrag van kinderen na het beëindigen van STOP4-7, en viel bij einde STOP4-7 k buiten het prbleemgebied. Het effect was middelgrt (0.58), dit is lager dan vrig jaar (0.70) maar ng steeds een ged resultaat in vergelijking met vergelijkbare interventies (0.42; Lundahl, Risser & Lvejy, 2006). Gemiddeld genmen waren er verschillen tussen instellingen ten aanzien van de ernst van gedragsprblemen bij de start van STOP4-7. Met name uders bij Entrea rapprteerden ernstige prblemen. Bij t Kabuterhuis en Yuké respectievelijk erveren uders gemiddeld nauwelijks en milde gedragsprblemen bij start van STOP4-7. t Kabuterhuis had dit jaar een lager effect dan de andere instellingen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de lagere scres bij start en hgere aantallen kinderen in de analyses. M.b.t. de individuele verbetering van kinderen bleek 39% van de kinderen vlgens hun uders baat te hebben bij STOP4-7. Dit is wat lager dan vrgaand schljaar (51%). Ok dit kan te maken hebben met de lage scres p prbleemgedrag bij start van STOP4-7, met name bij t Kabuterhuis. Cnclusies STOP4-7 was k in het schljaar 2014-2015 deltreffend: de cnsistentie in de resultaten van de afgelpen jaren zijn eerste aanwijzingen vr effectiviteit. Resultaten zijn gemiddeld iets minder dan vrgaande jaren, maar ng steeds ged. De respns p de vragenlijsten is vergeleken met vrig schljaar weer tegenmen: bijna 70% (dus bijna ged). STOP4-7 Nederland verzamelt deze gegevens zdat uitkmsten gebruikt kunnen wrden in besprekingen met instellingen en teams (lcaties), m de kwaliteit van de uitvering van STOP4-7 te evalueren. De cijfers in deze effectsheet kunnen hulpverleners benutten m verklaringen vr verschillen te geven en z ndig verbeteracties in gang te zetten. Rnald De Meyer/ Inge Bastiaanssen nvember 2015 6