Algemene inleiding Werkwijze van de projectgroep De projectgroep is tevens het ontwerpteam. Dit team bestaat uit 4 opleiders Nederlands van ROC 3, 4 en Pabo, twee opleiders Nederlands en onderzoekers op het gebied van onderwijs aan het jonge kind en SLO-medewerker met expertise op het gebied van de Nederlandse taalkunde en taalonderwijs. De werkwijze van het ontwerpteam is als volgt verlopen: 1. Verkenning van elkaars werkvelden (taalinhoudelijk en opleidingsdidactisch) 2. Vaststellen thema's en doelgroepen 3. Het ontwerpen van doelstellingen en activiteiten 4. Focusgroepraadplegingen en conferentie 5. Samenstelling definitieve map 6. Publicatie en implementatie 1. Verkenning van elkaars werkvelden De opleiders Nederlands van het ROC en van de Pabo kenden elkaars werk niet of nauwelijks. Samenwerken aan één programma betekent ook elkaars werkvelden leren kennen. We hebben alle opdrachten en materialen die met 'taal' te maken hebben bekeken en een eerste selectie gemaakt met het oog op het te ontwikkelen programma. Ook hebben we algemene stukken bestudeerd op basis waarvan de opleidingen zijn ingericht. Met deze verkenningen hebben we een eerste beeld gecreëerd van wat er op het gebied van Nederlandse taal en didactiek aan de orde komt in de programma's op het ROC en de Pabo en hoe dit gebeurt. Dit beeld bood een begin van een gemeenschappelijke basis om elkaars 'taal' te leren verstaan en te leren onderscheiden wat typisch des ROC's is en wat des Pabo's. 2. Vaststellen thema's, doelgroepen en uitgangspunten Thema's Na de eerste verkenningen is op pragmatische en lokale (opleidings)gronden vastgesteld welke thema's aan de orde kunnen komen in het kader van de taalontwikkeling van peuters en kleuters. Er is gekozen voor Taalontwikkeling en taalonderwijs en voor Voorlezen en vertellen omdat die thema's in de programma's van de deelnemende ROC en Pabo gemakkelijk in te passen waren. In de vervolgprojecten hebben de aanvragers de thema's aangegeven en is er gekozen voor: Anderstaligen en meertaligheid en Beginnende geletterdheid. Binnen de lijn 'observeren' was een aantal activiteiten op het ROC en de Pabo al gericht op taalontwikkeling. Op grond hiervan is ervoor gekozen om het thema 'Observeren van taalontwikkeling en taalonderwijs' te noemen. De bestaande activiteiten zijn aangepast en uitgebreid met nieuwe activiteiten op het gebied van observeren van taalontwikkeling en taalaanbod. De vier vastgestelde thema's zijn: - Observeren van taalontwikkeling en taalonderwijs - Voorlezen en vertellen - Anderstaligen en meertaligheid - Beginnende geletterdheid. 7
Doelgroepen Het is de bedoeling dat het te ontwikkelen programma door verschillende doelgroepen kan worden gebruikt, maar voor het uitwerken van het programma is gekozen voor het studentperspectief (zie uitgangspunten), en dan met name: - ROC-3 studenten die een opleiding voor klassenassistent volgen - ROC-4 studenten die een opleiding voor onderwijsassistent volgen - Pabo 1 studenten die de dagopleiding volgen als instromend mbo-er (niveau 4) Uitgangspunten Veel ROC en Pabo-opleidingen baseren hun opleidingscurriculum op landelijke of lokale documenten. De betreffende documenten zijn bestudeerd om recht te doen aan de vigerende visies op het gebied van opleidingsdidactiek. De documenten die we hiervoor hebben geraadpleegd zijn: Eindtermen mbo, Kwalificatiedossier onderwijsassistent (2005), SBL-competenties (2004), Tussendoelen en leerlijnen Nederlands (2006), Chassis voor het onderwijs van de HAN (2003). Binnen de mogelijkheden van het project was het niet mogelijk een diepgaand theoretisch onderzoek te doen naar taalonderwijs aan jonge kinderen. Op basis van (onderzoeks)ervaringen van het ontwerpteam was er al wel veel kennis aanwezig, die gaandeweg het verloop van het project wel verder is uitgediept. Op basis van de diverse documenten, aanwezige kennis en ervaringen is een aantal taalinhoudelijke en leer- en opleidingsdidactische uitgangspunten geformuleerd: - Meer aandacht voor het opbouwen van theoretische en praktische taalinhoudelijke en taaldidactische kennis gericht op het jonge kind; - Het leren van de studenten vatten we op als een actief en sociaal proces; - De opleidingsdidactiek is erop gericht studenten (1) inhoudelijk uit te dagen op een steeds hoger cognitief niveau, (2) waar mogelijk en zinvol samen te laten werken met elkaar, (3) hun persoonlijke en professionele ontwikkeling vast te laten leggen (in veelal schriftelijke producten, hoeft niet, kan ook geluids- of beeldmateriaal zijn!). - De kwaliteit van de opleider (als vakinhoudelijk en vakdidactisch èn opleidingsdidactisch expert) is cruciaal voor de ontwikkeling van de student op mbo of op hbo-niveau. 3. Het ontwerpen van doelstellingen en activiteiten Op basis van de bestaande opdrachten en opleidingsdocumenten is gepoogd doelstellingen te formuleren die de doorgaande leerlijnen beschrijven voor het taalinhoudelijk en taaldidactisch repertoire dat ROC 3, 4 en Pabo 1 studenten dienen te ontwikkelen passend bij het mbo of hbo-niveau. Dat bleek in de praktijk veel moeilijker dan we hadden gedacht. De bestaande 'taalgerichte' opdrachten van het ROC en de Pabo vertoonden onderling grote verschillen en de richtinggevende documenten bleken te algemeen voor het ontwikkelen van doelstellingen voor het ontwikkelen van een taalinhoudelijk en taaldidactisch repertoire. Het eerste jaar van het project is vooral gebruikt om heen en weer te pendelen tussen theorie en praktijk en discussies daarover. Dat leverde veel kennis en inzicht op van de formele lokale en landelijke praktijken van ROC en Pabo en van elkaars zogenoemde geïnterpreteerde en beleefde praktijken (Van de Akker, 2003.; Smits, 2008). 8
Algemene inleiding De gevolgde werkwijze leverde een set voorlopige criteria op waaraan de doelstellingen, de activiteiten en de begeleiding dienen te voldoen. Criteria voor het ontwerpen van de doelstellingen die de doorgaande leerlijnen weergeven van ROC naar Pabo De doelstelling van de activiteit dient zo concreet mogelijk geformuleerd te zijn. De doelstelling dient het redeneer- en reflectieniveau (mbo of hbo) aan te geven. De doelstellingen dienen bruikbaar te zijn binnen elke opleiding, ongeacht de inrichting van het curriculum. Criteria voor het ontwerpen van activiteiten De activiteit dient studentgericht te zijn en mag niet te complex zijn. De activiteiten dienen onderling zoveel mogelijk met elkaar samen te hangen. De evaluatie dient te zijn afgestemd op de doelstelling en dient aan te geven hoe de student het leerrendement zichtbaar moet maken ('bewijsstukken'). Veronderstelde voorkennis moet zo expliciet mogelijk benoemd worden. Welke voorkennis en welke vaardigheden op het gebied van taal en van reflecteren zijn nodig om de activiteiten goed uit te kunnen voeren. Criteria voor het begeleiden van de studenten door de expert De opleider dient de student waar nodig te ondersteunen en inhoudelijk te prikkelen. Daarvoor is regelmatig contact met de studenten belangrijk. Met name om de studenten te leren op een professionele manier te leren praten over de 'vakinhoud' in combinatie met hun (pedagogisch, communicatief, reflecterend en samenwerkend) handelen. Vooral schriftelijk wordt er veel gevraagd van de studenten. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat de opleider ook nog aandacht moet hebben voor de ontwikkeling van mondelinge en schriftelijke taalvaardigheden van de studenten op eigen niveau. Op basis van de bovengenoemde criteria zijn er in het eerste jaar zijn bij de thema's 'Observeren van taalontwikkeling en taalonderwijs en 'Voorlezen en vertellen algemene doelstellingen ontwikkeld. Daarnaast is een conceptstramien ontwikkeld om de activiteiten voor studenten ROC 3, ROC 4 en Pabo 1 zo concreet mogelijk te beschrijven en uit werken in een concept-activiteitenmap. Er is tevens een eerste begin gemaakt met het formuleren van handreikingen voor de opleider die de studenten begeleidt. Deze concept-activiteitenmap is voor zover mogelijk uitgeprobeerd in de praktijk door de leden van het ontwerpteam. 4. Focusgroepraadplegingen en conferentie De concept-activiteitenmap is begin 2006 tijdens een veldadvisering besproken en bijgesteld. Tevens is uit deze veldadviescommissie een nieuwe groep samengesteld die de activiteitenmap heeft uitgeprobeerd in de praktijk. Deze focusgroep van potentiële gebruikers functioneerde als de 'Tweede schil' naast het ontwerpteam (de Eerste schil). Op basis van de ervaringen van de Tweede schil zijn de doelstellingen en bijbehorende activiteiten bijgesteld en aangevuld. Het ontwerpteam (Eerste schil) werkte tussentijds verder aan het formuleren van de algemene doelstellingen en het ontwerpen van activiteiten bij de nieuwe thema's 'Anderstaligen en meertaligheid' en 'Beginnende geletterdheid. 9
Begin 2007 heeft de SLO in samenwerking met LOPON2 (de aanvragers) een werkconferentie georganiseerd voor een nieuwe en uitgebreidere groep potentiële gebruikers en experts (de Derde Schil), te weten: - Vlaamse lectoren Nederlands voor kleuter- en basisonderwijs. In Vlaanderen is het kleuteronderwijs nog apart georganiseerd en gericht op onderwijs aan kinderen van 2 tot 6 jaar. Met name de lectoren Nederlands voor kleuteronderwijs functioneerde tijdens de conferentie ook als experts (Jeurissen & Smits, 2002). Tijdens de betreffende conferentie hebben Vlaamse studenten van de opleiding voor kleuteronderwijs korte interactieve presentaties verzorgd over de wijze waarop zij worden opgeleid. - Nederlandse lerarenopleiders Nederlands ROC's en Pabo's. Het doel van de conferentie was tweeledig: - de deelnemers te informeren over de stand van zaken met betrekking tot het project 'doorgaande leerlijnen ROC-Pabo;' - de deelnemers bij het ontwerpen van (nog ontbrekende) activiteiten bij de verschillende thema's te betrekken. Aan de hand van het gaandeweg ontwikkelde stramien kregen groepen de opdracht een reeks van drie 'doorgaande' activiteiten opklimmend in moeilijkheidsgraad (voor ROC 3, ROC 4 en Pabo) te ontwerpen. De groepen waren vooraf samengesteld met een mix van Vlaamse opleiders, Vlaamse studenten, opleiders Nederlands ROC's en opleiders Nederlands Pabo's. Met de bedoeling met elkaar in gesprek te gaan over taalinhoud, taaldidactiek als doorgaande lijn ROC-Pabo. Het ontwerpteam heeft de ontworpen activiteiten gebruikt voor de definitieve activiteitenmap. Op basis van de op- en aanmerkingen gemaakt tijdens de conferenties is het conceptstramien aangepast en vastgesteld en zijn de doelstellingen die horizontaal en vertikaal de doorgaande leerlijnen vertegenwoordigen preciezer beschreven en vastgesteld. 5. Samenstelling definitieve map Per vastgestelde algemene doelstelling ROC 3, 4, of Pabo 1 is er steeds één voorbeeldactiviteit zo volledig mogelijk uitgewerkt op studentniveau. De opdrachten bij de activiteiten zijn verschillende van aard. Per opdracht is zo precies mogelijk aangegeven hoe het resultaat wordt vastgelegd (schriftelijke aantekeningen, werkstukken, lesvoorbereidingen, lesmaterialen, audio-opnames, video-opnames). De studenten bewaren alle resultaten en materialen in hun portfolio. Per activiteit is ook aangegeven welke acties de opleider kan ondernemen als (vak)expert om de studenten te ondersteunen of inhoudelijk te prikkelen op een steeds hoger niveau. 10
Algemene inleiding Het stramien 1.Waar gaat het over? Onder dit kopje wordt het onderwerp dat aan de orde komt in een pakkend verhaaltje ingeleid. 2.Veronderstelde voorkennis Onder dit kopje moeten de doorgaande lijnen zichtbaar worden op twee niveaus: Op inhoudsniveau (doorgaande lijn van de taalontwikkeling en het taalonderwijs) Op opleidingsniveau (doorgaande lijn op verslagniveau en op reflectieniveau (wordt onder andere zichtbaar in het portfolio). De bedoeling hiervan is ook om het functioneren op mbo-niveau en op hbo-niveau. 3.Doelstelling Doelstellingen zijn zo veel mogelijk in operationeel gedrag beschreven om de doorgaande beroepsontwikkeling ook te kunnen vaststellen. 4.Hoe ga je te werk Onder dit kopje moet duidelijk worden hoe men aan het werk gaat met de activiteiten. Er zijn drie onderdelen in te onderscheiden: - Oriënteren Onder dit kopje staat hoe de studenten zich voorbereiden (thuis of op de opleiding of op de stage) op de activiteit. - Uitvoeren Onder dit kopje staat hoe de studenten aan de activiteiten gaan werken (individueel, in tweetallen of in groepjes) en het plan van aanpak bij de activiteit. - Evalueren Onder dit kopje staat hoe de studenten de activiteit evalueren (schriftelijk verslag, presentatie,...) en hoe ze de gegevens kunnen bewaren (in portfolio). 5. Portfolio Onder dit kopje staat welke 'bewijsstukken' worden bewaard waaraan kan worden gezien dat een doelstelling is bereikt. 6.Bronnen De bronnen die gebruikt moeten worden om de activiteit uit te voeren. 7.Meer informatie over dit onderwerp De informatie onder dit kopje is met name bedoeld voor mensen die zich willen verdiepen in een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld in het kader van differentiatie of specialisatie. (De map kan daardoor ook in andere fasen van de opleiding gebruikt worden.) 8.Aanwijzingen voor de opleiders Nederlands De activiteiten in de map zijn gericht op studenten. Studenten moeten er zoveel mogelijk zelfstandig mee aan de slag kunnen. Daarmee sluiten we aan bij het competentiegericht en vraaggestuurd opleiden. Een wijze van opleiden die momenteel op veel ROC's en Pabo's uitgangspunt is voor de inrichting van het curriculum. Zelfstandig wil in onze visie niet zeggen alleen. De opleider heeft wel degelijk een belangrijke intermediërende rol als vakinhoudelijk en vakdidactisch expert en als faciliteerder van interactie en begeleider van feedback- en reflectiestrategieën. 11
6. Publicatie en implementatie De map is gepubliceerd als ringband. De bedoeling is dat de map in de diverse ROC- en Pabo- opleidingen flexibel gebruikt gaat worden. De algemene doelstellingen brengen de doorgaande leerlijnen voor taal en taalonderwijs gericht op het jonge kind in beeld. Deze doelstellingen bieden een houvast om gaandeweg het gebruik nieuwe activiteiten bij de doelen te ontwerpen, meer toegesneden op de eigen situatie. Het stramien kan behulpzaam zijn om de nieuwe activiteiten te ontwerpen en om de samenwerking tussen ROC en Pabo collega's te bevorderen. De in deze map uitgewerkte activiteiten en de gevolgde werkwijze van het ontwerpteam (de Eerste schil) kunnen daarbij als voorbeeld dienen. De opzet van het project en de werkwijze van het ontwerpteam met de zogenoemde eerste, tweede en derde schil is vooral bedoeld geweest zoveel mogelijk opleiders, experts en studenten bij het project te betrekken. Tijdens de HSN-conferentie 2007 (Het Schoolvak Nederlands) die elk jaar in november plaatsvindt, is de activiteitenmap aangeboden aan de aanvragers en het veld. De inhoud van de map is ook opgenomen op de website van de SLO (www.slo.nl). 12