Toelating Master Design Minimale toelatingseisen voor professionals met een beroepspraktijk (minimaal drie jaar werkzaam in de praktijk) minimaal een HBO diploma (BSc, BDes, BFA, BEng) in een ontwerp of verwante opleiding in de creatieve sector. indien geen geschikt HBO diploma (ontwerpopleiding of vergelijkbaar) dan volgen gesprekken over motivatie en voorgenomen design research. toelating op basis van een startdocument en een gesprek. Praktische informatie deadline toelating 10 november 2016. toelatingsgesprekken vanaf half november, begin december. start 19 januari 2017. tweejarige parttime opleiding. studiebelasting 20 uur per week (30 EC s per jaar). tweewekelijks op donderdagavond en vrijdag overdag les. tweemaandelijks aanvullend op zaterdag. wettelijk collegegeld 1613 per jaar (bij eerste master)* instellingscollegegeld 9800 per jaar (bij tweede master of non EU)* lerarenbeurs mogelijk (DUO). *disclaimer: tarieven kunnen bijgesteld worden.
De toelating Het doel van de toelating is om een goede start te kunnen maken bij de Master Design. Deze Master is een studie waarin de student zijn competenties (zie competenties.pdf) voor een groot gedeelte door zelfstudie behaalt en voor een minder groot gedeelte in contact met docenten en medestudenten. Het toelatingsgesprek fungeert als een nulassessment en daarvoor moet je een startdocument samenstellen. Dit is van groot belang: het ijkt je kennen en kunnen ten opzichte van de competenties voor de Master Design door middel van een reflectie op je startniveau. Het vraagt een reflectie op het verleden - wat heb ik gedaan, wat kan ik al, c.q. welke competenties heb ik al verworven - en de toekomst. Dit zijn de leer-, ontwikkelings- en onderzoeksvragen die je binnen deze Master en je eigen beroepspraktijk hebt. Hoe is de toelating opgebouwd? Je stuurt het startdocument op tijd op zodat de assessoren zich goed kunnen voorbereiden op het toelatingsgesprek. In dit gesprek presenteer je je portfolio en praat je met de assessoren over je competentieniveau, over je motivatie en het onderzoek dat je wilt gaan doen. De assessoren beoordelen op basis van het startdocument en het gesprek of je kunt aantonen te voldoen aan de startkwalificaties zoals deze door de opleiding zijn vastgesteld. Deze staan gelijk aan de eindkwalificaties van een HBO opleiding in het domein van kunst of vormgeving (of iets vergelijkbaars) Je wordt toegelaten als alle 7 competenties voldoende zijn aangetoond. Het gehele startdocument dient uiterlijk 1 november ingeleverd te zijn bij De Kooning Office. Wanneer is het gesprek? Het assessment vindt plaats in november of december en wordt mondeling afgenomen door twee assessoren. Dit assessmentteam bestaat uit ervaren, speciaal getrainde docenten van de WdKA, met kennis van het desbetreffende vakgebied en vertrouwd met het kunst- en ontwerpdomein waarmee jij je profileert.
Het toelatingsgesprek bewijzen niveau van je competenties wat wil je doen bij de master 01_portfolio startdocument document aan te leveren als genummerde pdf 02_motivatie 03_poster pitch over onderzoeksgebied 04_pop 05_cv het toelatingsgesprek _ eerste deel _tweede deel 10 min presentatie van je portfolio 10 min gesprek 5 min nabespreken 10 min feedback 25 min gesprek over onderzoeksgebied en pop uitslag
Wat moet het startdocument bevatten? Dit document is een samenhangende pdf. Het geheel is voorzien van een voorblad met naam, beroep(en) / functie(s) en een inhoudsopgave met de onderstaande genummerde onderdelen. Het geheel is niet kleiner dan 10 en niet groter dan 20 pagina's A4. Zet dit document naar je eigen hand en zoek naar een goede vorm. 01_Portfolio* met sleutelwerken, beschrijvingen en reflectie op competenties. Het toont tussen de vier en zeven sleutelwerken inclusief een STARR s waarin steeds de eigen competenties verhelderd worden. zie uitleg onderaan. (max. 14 pagina's A4) 02_Motivatie Waarom wil je aan de Master Design een onderzoek doen? (max. half A4) 03_Poster pitch Poster over het onderzoeksgebied waarbinnen je design research wilt doen en mogelijke onderzoeksvragen die je daarin zou willen beantwoorden. nb: De afbakening van je onderzoeksgebied is niet definitief maar voortdurend in ontwikkeling. zie uitleg onderaan. (formaat A3 of A2) 04_POP: persoonlijk ontwikkelingsplan Een POP kijkt naar de toekomst. Wat zijn je leervragen en wat wil je uitwerken en verder ontwikkelen? Jij geeft, los van het aanbod van de opleiding, het meest richting aan je studie en dit is van belang voor constructieve coachingsgesprekken en examens. Bij het portfolio reflecteer je op de competenties, bij deze POP benoem je wat je wilt ontwikkelen of meer aandacht aan wilt besteden. nb: Een POP beschrijft je leervragen los van de eigenlijke onderzoeksvraag. Het kan zijn dat je bij sommige competenties meerdere leervragen hebt, bij andere geen of een enkele. Een POP stel je per half jaar vast op basis van de ontwikkeling van je onderzoek. zie uitleg onderaan (max. A4). 05_CV Deze bevat naast de korte opsomming van opleidingen en werkzaamheden een korte beschrijving van de werkzaamheden in je beroepspraktijk en/of thematiek waar je je mee bezighoudt. (max. A4)
Hoe is een portfolio opgebouwd? Het portfolio is een reflectie op je competenties door middel van de opdrachten die je gedaan hebt: Je stelt het portfolio samen met daarin 4 tot 7 sleutelwerken. Dit zijn de genummerde bijlagen. Het zijn belangrijke projecten uit je praktijk of studie. Elk sleutelwerk beschrijf je via een STAR(R) Bij elke competentie kies je twee sleutelwerken die die competentie bewijzen. Je schrijf voor elk een reflectie. Je deelt dit geheel helder in en bereidt een korte presentatie voor t.b.v. het toelatingsgesprek. Wat zijn sleutelwerken? Een sleutelwerk is afkomstig uit je beroepspraktijk. Sleutelwerken zijn projecten, ontwerpen, presentaties, lezingen, publicaties, werkstukken ed. Sleutelwerken illustreren je competentieontwikkeling. Ze geven inzicht in ambitie, capaciteiten, mogelijkheden en onmogelijkheden. Eén van de sleutelwerken moet je affiniteit met design research laten zien. Sleutelwerken kunnen meerdere competenties ondersteunen. Wat is een STARR? Situatie: Het beschrijft de situatie en de context waarin het werk tot stand is gekomen en de opdracht die - eventueel door jouzelf - was geformuleerd. > korte beschrijving Taak: Dit beschijft de taak die uitgevoerd moest worden, en/of de manier waarop je je die hebt toegeëigend en het doel dat je - eventueel met - stakeholders hebt afgestemd. > korte beschrijving Actie: Actie = gedrag: wat heb je concreet gedaan en gemaakt of wat was je aandeel? Resultaat: Wat leverde dat op aan resultaten in het ontwerp of project? > korte beschrijving Reflectie: Hier licht je uitgebreid toe hoe de te bewijzen competentie aan bod is gekomen. Reflecteer op je rolinvulling, op wat goed ging, wat anders kon en tot slot wat je verder wilt ontwikkelen. De doorontwikkeling is de basis voor je POP (zie 04). > uitgebreide beschrijving
Hoe is het portfolio samengesteld? 01_het portfolio sleutelwerk 1 Situatie T aak A ctie Resultaat Reflectie over competentie 5 competentie 3 competentie 6 competentie 1 Competentie 1: Creërend Competentie 2: Vermogen tot kritische reflectie sleutelwerk 2 S T A R competentie 3 competentie 4 competentie 1 Competentie 3: Vermogen tot groei en vernieuwing sleutelwerk 3 S T A R competentie 5 competentie 7 competentie 4 competentie 6 Competentie 4: Organiserend Competentie 5: Communicatief sleutelwerk 4 S T A R competentie 7 competentie 2 competentie 6 Competentie 6: Omgevingsgericht heid Je portfolio bevat minimaal 4 en maximaal 7 sleutelwerken. Ieder sleutelwerk bestaat uit een STAR en beeld(en). Iedere competentie toon je aan door steeds op twee sleutelwerken te reflecteren (R). Het portfolio bevat derhalve 14 reflecties Competentie 7: Vermogen tot samenwerken
Hulp bij het maken van een poster pitch. 03_Poster pitch tbv toelating In de studie zal je deze via deze vier invalshoeken onderzoek doen. In de poster zet je je onderzoeksgebied centraal. Breng in kaart welke zaken relevant zijn voor je onderzoek en de mogelijke onderzoeksvragen die je daarin zou willen beantwoorden. Je mag dit model als hulpmiddel gebruiken, je mag ook je eigen context neerzetten. Probeer in ieder geval de relevantie te benoemen. In welke sociale, culturele of artistieke kennisdomeinen bevindt de opdracht zich? kennisdomeinen wat is de relevantie? > voor jou > de maatschappij > het beroepsveld nieuwe praktijken Is de veranderende beroepspraktijk het onderwerp van je opdracht? Hoe kan je design research helpen bij een (her)positionering van je praktijk? Voor wie is je design research van waarde? onderwerp onderzoeksgebied zelfgeformuleerde opdracht design Is design het onderwerp van je opdracht? Hoe doe je ontwerpend onderzoek? Met welke middelen en media publiceer je je design research? participanten Is participatie het onderwerp van je opdracht? Welke participanten zijn betrokken bij jouw onderwerp? Middels welke methoden kan je expertise van de participanten binnenhalen?
Hulp bij het maken van pop tot samenwerken creërend communicatief tot kritische reflectie *** mijn nieuwe praktijk ** te doen * mijn praktijk ik * De sleutelwerken komen uit je huidige praktijk. Welke competenties heb je ingezet? Is je design research onderwerp al aanwezig? ** Beschrijf wat je (verder) wilt ontwikkelen het eerste semester. *** Dit is je nieuwe praktijk in de toekomst. I.e. het punt op de horizon waar je meer helderheid over wilt krijgen. communicatief organiserend tot groei en vernieuwing