ORGANISATIESTRUCTUREN

Vergelijkbare documenten
MANAGEMENT 09. HBO / University of Applied Sciences. Raymond Reinhardt 3R Business Development. 3R STRUCTURERING

woensdag 16 november 2011 Hoofdstuk 9 Structurering

Klassieke scholen: de organisatie is de machine en het management de bestuurder

Hiërarchische structuur platte structuur - piramideachtig: smal aan de top, breed van onderen - horizontale organisatie

Thema 2. Bedrijfsstructuur

Handout PTO bedrijfsorganisatie les 4 nr 1 van 8. Aantal personen om aan te sturen (omspanningsvermogen, spanwijdte, wat kun je nog aan)

Hoofdstuk 3 Bedrijfs- en afdelingsorganisatie

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel. Organisatie & Management. donderdag 23 juni uur uur

Samenvatting Management

Managen: alle activiteiten die nodig zijn om een organisatie te besturen en in verandering te brengen.

Elobase Detailhandel Organisatiebeleid

Samenvatting Management & Organisatie Hoofdstuk 1 t/m 5

Verantwoording bij de zevende druk V Over de auteurs VII Inleiding 1

Samenvatting M&O Hoofdstukken 1,2,4,5

Proefexamen MANAGEMENT

Oefenvragen Ondernemerskunde A - Bedrijfsmatige en persoonlijke organisatie

Organisatiestructuren. Organisatieschema of organogram. Voorbeeld van een organisatieschema. Lijnorganisatie

Implementeren en formuleren van het personeels- en organisatiebeleid en het adviseren hierin.

Samenvatting Management & Organisatie Domein B

Organisatie met zelfsturende teams. Ben Wenting

Inleiding Hoofdstuk 2: Positie van de leidinggevenden op middenkaderniveau

Leiding en organisatie

Management/ Mintzberg H1 Kennen voor tentamen H1, H2, H3 en de aantekeningen en de sheets.

De strategische keuzes die moeten gemaakt worden zijn als volgt: Interne controle of zelfcontrole/sociale controle

De organisatie draait om het toedelen van

Checklist Audit voor Shared Service Centers SSC Evidence/brondocument Opmerkingen Wel of niet een SSC? Evidence/brondocument Opmerkingen

Projectmanagement De rol van een stuurgroep

Mintzberg Organisatiestructuren / modellen Geschreven door Chris Stapper op 17 mei :00 Categorie: Strategische HRM

Organisatie van ziekenhuizen en medische staven. Pieter Wijnsma, Directeur Academie voor Medisch Specialisten

Organisatie van ziekenhuizen en medische staven. Ton de Goeij, De Kort & Partners

Functiebeschrijving Manager Kwaliteitsbeleid

Domein 7 Management en organisatie

Audit Flexibiliteit Hogeschool van Amsterdam Flexibilisering

SPD Bedrijfsadministratie. Antwoordmodel ORGANISATIE & MANAGEMENT MAANDAG 14 DECEMBER UUR

Functiebeschrijving Manager Personeelsbeleid

Samenvatting Management & Organisatie Organisatie en personeel

Hoofdstructuur fusieorganisatie WML en ISD-ML

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ORGANISATIE EN MANAGEMENT DONDERDAG 18 JUNI UUR UUR

Bijlage A Governance

URGERSCHAP ORGANISATIES. AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgde brief schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen.

Naar een Raad van Toezicht. Vereniging voor Gereformeerd Voortgezet Onderwijs voor Westelijk Nederland

voorbeeldexamen I-Tracks IT and Management Foundation voorbeeldexamen ITMF uitgave september 2006

M&O Samenvatting Organisatie & Personeel

7,7. Samenvatting door een scholier 1976 woorden 13 juni keer beoordeeld

Samenvatting Informatica Module 6 & 7

Commissie van Advies Bezwaren Functiewaardering Politie

Projectmanagement. Hoofdstuk 1 en 2. Roel Grit. Het project Mensen en projecten

Besluitvorming in kleinschalige zelfstandige teams: een kort en praktisch overzicht

Bedrijfseconomie. DC methode Omzet:... Variabele kosten...+ Dekkingsbijdrage... Constante kosten...-- Resultaat

Functieprofiel Beleidsadviseur Functieprofiel titel Functiecode 00

Medisch specialist 2015 Positie medisch specialisten in dienstverband

MBO+ / Intermediate vocational education. Raymond Reinhardt. 3R Business Development 3R DYNAMIEK & CULTUUR

Thema 4. Leiding geven, plannen en controleren

Elobase Detailhandel Organisatiebeleid

Inhoud Organisaties en soorten instellingen Kenmerken van een organisatie Profit: winst als doel Non-profit en not-for-profit: ideëel doel

BESTUURSOPDRACHT MAJEURPROJECT VOORTGEZET ONDERWIJS Gemeenteraad

VRAGENLIJST LERENDE ORGANISATIE (op basis van Nelson & Burns) 1

Voorbeelden van organisatieschema s

DE VAKBEKWAME MANAGER

Samenvatting Informatica Module VI en VII

Projectmanagement. Hoofdstuk 1 en 2. Roel Grit. Het project Mensen en projecten

Organisatieverordening gemeente Harlingen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harlingen maakt bekend:

Functieprofiel: Senior Managementassistent Functiecode: 0305

Kadernota xteme inhuur

Management en organisatie Examennummer: Datum: 10 december 2011 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement

FUWASYS Algemene Karakteristieken

Oefenopgaven contextuele competenties deel 2, level C en D

Zorgcoördinator, psycholoog, orthopedagoog

Slim organiseren De organisatie van de organisatie. Jac Christis, 29 mei 2013

Checklist voor interviews en workshops

Organisatie principes

Planning & control cyclus

Doel. Context VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE MANAGEMENT & BESTUURSONDERSTEUNING DIRECTEUR BEDRIJFSVOERING VERSIE 3 APRIL 2017

Functieprofiel: Projectleider Functiecode: 0302

SOORTEN ORGANISATIES

ICT alignment en ICT governance: theorie en praktijk

Procesmodel in de High Level Structure

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ORGANISATIE & MANAGEMENT DINSDAG 8 MAART UUR. SPD Bedrijfsadministratie B / 6

BEN IK EEN ENTREPRENEUR/MANAGER?

Samenvatting Management & Organisatie Hoofdstuk 3

Inhoud. Deel 1 Wat is een bedrijf? 17. Inleiding 14

Bedrijfsoriëntatie 3 BEDRIJFSORIËNTATIE 3 (CAL01.3/CREBO:50195)

Informatiemanager. Doel. Context

Medisch specialist 2015 Een werkbaar samenwerkingsmodel

Transcriptie:

MBO+ / Intermediate vocational education Raymond Reinhardt 3R Business Development raymond.reinhardt@3r-bdc.com 3R 1 M Aandachtspunten bij inrichting van organisaties: F toedeling van werkzaamheden aan functies en afdelingen, kortom verbijzondering: G naar functie (F-indeling: inkoop, productie, enz.) G naar product (P-indeling: product A, product B, enz) G naar geografie (G-indeling: regio, land, enz.) G naar markt (M-indeling: consumenten, zakelijk, enz) F toekenning van bevoegdheden: veel op afdelingsniveau (decentralisatie), of juist veel aan de top (centralisatie)? F regeling van interne coördinatie en communicatie tussen afdelingen en medewerkers. 2 M Aandachtspunten bij inrichting van organisaties: F toedeling van werkzaamheden: taakverdeling: Elk van de verbijzonderingstypen kent eigen voor- en nadelen. De F-indeling komt vaak voor, vooral bij kleine organisaties met maar 1 product, en werkt heel efficiënt door de arbeidsspecialisatie. Nadelen hiervan zijn de geringe flexibiliteit en coördinatieproblemen doordat de afdelingen teveel in zichzelf keren en minder betrokken zijn bij het totaalproces. Bij grotere organisaties wordt F-indeling vaak gecombineerd met andere indelingstypen. 3

M Aandachtspunten bij inrichting van organisaties: F bevoegdheden: centralisatie of decentrali-satie: Centralisatie van bevoegdheden komt veelal voor binnen organisaties waar formele procedures en methoden van belang zijn, zoals binnen overheidsorganisaties. Organisaties die snel moeten kunnen reageren op de veranderende omgeving, zullen meestal meer decentraal zijn ingericht. Afdelingen of divisies kunnen hierdoor sneller inspelen op de wijzigingen in de omstandigheden. 4 M Aandachtspunten bij inrichting van organisaties: F interne coördinatie en communicatie: Dit zal veelal bereikt worden door: G het maken van functie- en taakbeschrijvingen G het opstellen van planningen G het instellen van werkgroepen G het aanstellen van coördinatoren G het inrichten van projectgroepen G het toekennen van budgetten. 5 M Aandachtspunten bij inrichting van organisaties: F interne coördinatie en communicatie: Een andere manier om dit te bereiken kan door het instellen van een task force: een groep personen die op basis van hun deskundigheid bijeen worden gebracht om binnen korte tijd een acuut probleem op te lossen. 6

M Gepoolde, seriële en wederzijdse afhankelijkheid: F gepoolde afhankelijkheid: dit doet zich voor binnen organisaties waar hogere en lagere niveau s van elkaar afhankelijk zijn, maar waarbij op horizontaal niveau afdelingen e.d. niet van elkaar afhankelijk zijn. Bijv. rederijen, vliegtuigmaatschappijen, e.d. 7 M Gepoolde, seriële en wederzijdse afhankelijkheid: F seriële afhankelijkheid: dit doet zich voor binnen organisaties waar op horizontaal niveau afdelingen sterk van elkaar afhankelijk zijn, zoals bij F-ingedeelde organisaties. 8 M Gepoolde, seriële en wederzijdse afhankelijkheid: F wederzijdse afhankelijkheid: hierbij is geen sprake van één proceslijn van onderling afhankelijke afdelingen, maar van een wirwar van diverse proceslijnen tussen afdelingen, waarbij overleg (werkgroepen, projectgroepen) van groot belang is. 9

Organisatieschema s M Organogram, organieke en personele structuur: F In een organogram worden divisies, afdelingen en functies schematisch weergegeven. Het geeft de hiërarchie weer en laat zien wie aan het hoofd staat van welke afdeling en aan wie verantwoordelijkheid moet worden afgelegd. F de organieke structuur betreft de vorm van organisatie-eenheden (hoofd- en subafdelingen, werkgroepen, functies) binnen een organisatie. F De personele structuur betreft de personele bezetting van functies door bepaalde mensen of afdelingen. 10 Organisatieschema s M Organogram, organieke en personele structuur: Doelen van organisatieschema s kunnen o.a. zijn: F inzicht geven in formele taakverdeling (wie doet wat) F inzicht geven in de formele gezagsverhouding binnen de organisatie (wie is de baas van wie). 11 M Lijnrelatie (of: verticale relatie): De lijnrelatie betreft de gezagsverhouding (hiërarchische verhouding) tussen leidinggevende(n) en ondergeschikte(n). Langs deze lijn lopen opdrachten van de leidinggevende, en andersom gaan verantwoordingen en rapportages van de ondergeschikten langs deze lijn naar boven. 12

M Stafrelatie: Adviserende en ondersteunende specialisten, bijv. op het terrein van personeelsbeleid, marktonderzoek, juridische zaken, e.d., hebben een stafrelatie met de leidinggevende(n) voor wie zij werken. 13 M Stafrelatie: De functie van stafpersoneel (of een staforgaan) is: G informatie verstrekken ten behoeve van de besluitvorming van de betreffende leider voor wie zij werken; G de leider gevraagd en ongevraagd adviseren. Een staforgaan heeft: G geen bevoegdheden t.o.v. niveaus onder de betreffende leiding (vormt geen onderdeel van de lijn); G geen verantwoordelijkheid voor de besluitvorming van de betreffende leider, wel voor de adviezen. 14 M Functionele relatie: Dit betreft een formele relatie in de organisatie tussen staforganen (en ook hulpdiensten) en de lijnmanagers en hun ondergeschikten. Hulpdiensten kunnen afdelingen zijn, zoals bijv. een afdeling Kwaliteitscontrole, die specialistische diensten met een dwingend karakter (dus met dwingende aanwijzingen) aan andere afdelingen of functionarissen verlenen. Voor stafdiensten geldt dit dwingend karakter (meestal) niet; de door stafdiensten verstrekte informatie en adviezen kunnen evt. genegeerd worden. 15

M Functionele relatie: 16 M Horizontale relatie: Naast verticale relaties (lijnrelaties) kennen organisaties ook horizontale relaties: overlegrelaties tussen functionarissen op eenzelfde hiërarchisch niveau, dit voor goede afstemming en coördinatie van taken: 17 M Passerelle: Een nadeel van de lijnorganisatie is dat formeel alle communicatie via de lijnen dient te verlopen, wat vaak inefficiëntie in de hand werkt. Daarom kan worden afgesproken dat bijv. ondergeschikten van verschillende afdelingen rechtstreeks contact met elkaar kunnen hebben, zonder dat hun chefs daarvan vooraf op de hoogte hoeven te zijn. Deze vorm van horizontaal overleg heet een passerelle. M Laterale of diagonale relatie: Dit gebeurt wanneer wordt afgesproken dat functionarissen van verschillende niveau s en verschillende afdelingen met elkaar overleggen. 18

M Overlegstructuren: 19 M Lijnorganisatie: F Kenmerkend bij lijnorganisaties is dat de bevelvoering uitsluitend plaats vindt langs verticale weg en dat er sprake is van strict hiërarchische relaties tussen de leider en de medewerkers. Iedere medewerker heeft slechts 1 leidinggevende boven zich: eenheid van bevel. De lijnorganisatie komt vooral voor in tamelijk kleine bedrijven. Ook in grote, meer complexe organisaties komt deze vorm als basis voor, meestal dan aangevuld met stafdiensten en projectgroepen. 20 21

M Lijnorganisatie: F Voordelen: O eenheid van bevel; O taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn duidelijk af te bakenen en toe te delen; O eenvoud, duidelijk controlemechanisme; O duidelijke informatie- en communicatiestructuur; O snelle besluitvorming en uitvoering mogelijk. F Nadelen: O leidt veelal tot steile organisatiestructuur; O lange communicatielijnen; O steeds meer (complexe) zaken worden naar boven verwezen: overbelasting van de top; O deskundigheid van leiding kan tekortschieten, waardoor afnemende achting voor het gezag. 22 M Lijn-staforganisatie: 23 M Lijn-staforganisatie: F Voordelen: O meer deskundigheid leidt tot betere beslissingen; O inschakeling van stafdiensten zorgt voor tijdsbesparing en efficiëntie bij lijnmanagement; waardoor meer tijd voor overige managementtaken; O eenheid van bevel blijft van kracht. F Nadelen: O teveel staf is duur, en mogelijk te theoretisch; O stafdiensten kunnen te veel macht verwerven waardoor lijnfunctionarissen worden overheerst; O stafafdelingen neigen tot uitdijen, en het is niet altijd duidelijk wat het effect is van hun bijdragen; O mogelijk teveel afhankelijk zijn van stafafdelingen. 24

M Lijn-staforganisatie met hulpdiensten: F Hulpdiensten zoals Facilitaire dienst, Bewaking, Netwerkbeheer, e.d. hebben een verplichtend karakter. Lijnmanagement kan adviezen van stafdiensten negeren, maar dienen aanwijzingen van hulpdiensten op te volgen. F Voordelen: O door meer vakdeskundigen, betere kwaliteit O betere coördinatie, consistentie en uniformiteit (bijv. alle afdelingen dezelfde ICT-standaarden) F Nadelen: O de eenheid van bevel wordt doorbroken; O hulpdiensten kunnen een eigen leven gaan leiden en vergeten dat ze deel van de organisatie vormen. 25 M Ententestructuur: Bij organisaties van professionals (accountants, artsen, advocaten, consultants, e.d.) wordt vaak gebruik gemaakt van de ententestructuur. Onder de leiders (professionals) is geen sprake van hiërarchie en hebben zij ieder gelijke invloed op de gang van zaken in de organisatie. Hier is sprake van meerhoofdige leiding en gemeenschappelijke besluitvorming. Omdat een duidelijke hiërarchische besluitvormingsstructuur ontbreekt, moet wel vooraf duidelijkheid bestaan over ieders werkterrein, en welke besluiten individueel of collectief genomen zullen worden. 26 M Ententestructuur: 27

De divisieorganisatie M Divisieorganisatie: F Bij toename van de aangeboden producten (en merken en markten) zullen bedrijven uiteindelijk problemen krijgen met de coördinatie van het totale productenpakket en product-marktcombinaties. Hierdoor ontstaat de noodzaak tot horizontale taakverdeling naar product, direct onder de top, waardoor een divisiestructuur ontstaat. 28 De divisieorganisatie M Divisieorganisatie: F Divisiemanagers zijn verantwoordelijk voor hun output (omzet, winst) en kunnen in grote mate van vrijheid handelen. De topleiding zal zich in deze structuur vooral richten op overall strategisch management. 29 M Divisieorganisatie: De divisieorganisatie 30

De divisieorganisatie M Divisieorganisatie: F Voordelen: O slagvaardigheid: de topleiding houdt zich met grote lijnen bezig; betere uitvoering bij businessunits; O divisies kunnen gebruikmaken van kennis van concernstafdiensten, zonder deze zelf op te zetten; O divisies kunnen beroep doen op mensen en middelen binnen het concern; synergetische voordelen; O risicospreiding door diversiteit aan activiteiten F Nadelen: O divisiemanagement kan voor slechtere communicatie tussen top en de basis zorgen; O niet altijd duidelijke taakafbakening tussen RvB, concerndiensten, divisieleiding en BU s ; O imagoproblemen bij fouten van een divisie of BU. 31 Linking pin structuur M Linking pin (vertegenwoordigend overleg): F de Amerikaanse psycholoog/socioloog Rensis Likert beschouwde afdelingen en hiërarchische lagen van een organisatie als een samenstel van bevelgroepen. De managers van deze afdelingen zijn dan linking pins -verbindingsschakels- tussen elkaar overlappende bevelgroepen: 32 Projectorganisatie, matrixorganisatie M Wat is een project?: F Een project is een geheel van activiteiten om in een tijdelijk samenwerkingsverband binnen gestelde condities een vooraf bepaald resultaat te bereiken. F Een project wordt geleid door een projectleider. Gaat het om meerdere projecten, dan worden deze meestal gecoördineerd door een projectmanager. F Vaak worden mensen en materialen door verschillende organisatieonderdelen ter beschikking gesteld. 33

Projectorganisatie, matrixorganisatie 34 Projectorganisatie, matrixorganisatie 35 Projectorganisatie, matrixorganisatie M Project-, matrixorganisatie: F Voordelen: O afdelingsoverschrijdende taken zijn mogelijk; O door instandhouding lijnorganisatiestructuur kan slagvaardig op specifieke wensen van de leiding worden ingespeeld; F Nadelen: O duaal-management probleem: conflicten en problemen doordat tegengestelde belangen kunnen ontstaan tussen leiding en projectmanagement; O medewerkers kunnen misbruik maken van hun dubbele rollen: afdelingsmedewerker / projectmedewerker; O langdurige betrokkenheid bij een project kan leiden tot verwatering van kennis op de eigen afdeling. 36