Blok D Programma Train de trainers KPC Groep
1 PROGRAMMA S 3 2 WERKAFSPRAKEN 6 3 OEFENING KENNISMAKEN 7 4 CONTRACTEN 8 Inhoud 5 FEEDBACK 10 6 OEFENING ALGEMENE INLEIDING 11 7 CASUS INTAKE PAUL 12 8 OEFENSITUATIE INTAKEGESPREK 14 9 SCHEMA VOOR DE OEFENRONDES 15
1 PROGRAMMA S Sociale vaardigheidstraining Trainers: Marco Bosch en Janet Mulder 19 Helvoirt 10:00 Opening en welkom Kennismaken Toelichting op het programma - Werkregels. - Contact en contract. - De schakelbak. Oriëntatie op sociale vaardigheden en sociaal-emotionele ontwikkeling - Blok A. 12:30 Lunchpauze 13:30 Sociale competentiematrix - Blok A. Intakegesprek - Blok B. Signaleren en doelgroep - Blok B. 17:30 Diner 19:30 Voorlichtingsbijeenkomst voor ouders - Blok B. 20:45 Later 21:00 Einde avondprogramma Pagina 3/15
Sociale vaardigheidstraining Trainers: Marco Bosch en Janet Mulder 20 Helvoirt 09:00 Opening - Wake-up. - Programma voor vandaag. Handelingsplannen Thema s, achtergronden en bijeenkomsten - Blok C doornemen. Oefenronde 1 - Thema 1. 12:30 Lunchpauze 13:30 Oefenronde 2 - Thema 2. Oefenronde 3 - Thema 3. Oefenronde 4 - Thema 4. 16:15 Evaluatie en reflectie 16:30 Later Pagina 4/15
Sociale vaardigheidstraining Trainers: Marco Bosch en Janet Mulder 16 december 2008 Helvoirt 10:00 Opening - Programma voor vandaag. Oefenronde 5 - Thema 6. Oefenronde 6 - Thema 6. Inbedding in de schoolorganisatie - Deel 2 Blok A. 12:30 Lunchpauze 13:30 Vervolg Inbedding in de schoolorganisatie Oefenronde 7 - Thema 7. Oefenronde 8 - Thema 7. 16:00 Evaluatie en reflectie - Certificaten. 16:30 Later Pagina 5/15
2 WERKAFSPRAKEN - Ieder is verantwoordelijk voor zijn/haar eigen leerproces en moet ook eigen grenzen aangeven. - K+. - Verschil in expertise: zet je ervaring in ten gunste van de ander. - Er bestaat geen mislukking, alleen feedback. - Je leert meer door te doen dan door te praten. - Storingen gaan voor. - Tijd = kostbaar. -. Pagina 6/15
3 OEFENING KENNISMAKEN - Maak een tweetal. - Spreek af wie A en B is. - A bevraagt B. B bevraagt A. Dit doe je aan de hand van de volgende vragen: - wat is je naam; - waar werk je; - wat is je functie op school; - waarom vind je sociale vaardigheden belangrijk? - Plenair: A stelt B voor door middel van: - naast mij zit (naam noemen); - (naam) vindt sociale vaardigheden belangrijk omdat ; - een kwaliteit van B is. Pagina 7/15
4 CONTRACTEN Een contract kan worden gedefinieerd als een wederzijdse afspraak over het ten uitvoer brengen van een genomen besluit. Het besluit is in dit geval het meedoen aan de training sociale vaardigheden. Zowel in de persoonlijke begeleiding als in een training is het belangrijk om doelen te stellen. Immers, hoe weet je wanneer je klaar bent met de training? Hoe zorg je ervoor dat je kunt werken in een sfeer van gelijkwaardigheid? Hoe weet je dat je op de juiste weg bent in de begeleiding. Hoe bevorder je de zelfwerkzaamheid van de leerling? Dit zijn een aantal redenen om te werken met contracten. Een contract heeft de onderstaande kenmerken. 1 Het is een wederzijdse afspraak. Een contract is nimmer opgelegd, er is sprake van vrije wil. 2 Er wordt een doel geformuleerd. 3 Een stappenplan wordt bepaald (inclusief de tijd die je daarvoor neemt) 4 Ieders bijdrage wordt vastgesteld 5 Sancties worden afgesproken (hoe zal elk van de partijen handelen als een van beide zich niet aan de afspraken houdt). Inhoudelijk contract Belangrijk bij het opstellen van het inhoudelijk contract is dat de leerling verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen aandeel. In het contract is sprake van wederzijdse verantwoordelijkheid. De leerling is verantwoordelijk voor het bereiken van het doel. De trainer is verantwoordelijk voor het scheppen van voorwaarden die nodig zijn om het doel te bereiken. In het omschrijven van de taken wordt duidelijk wat van beide partijen wordt verwacht. De autonomie van beide partijen wordt bewaakt. Controlevragen om deze autonomie te bewaken. 1 Is het een vrijwillige overeenkomst (let hierbij ook op formuleringen vanuit plichtsbesef van de leerling: ik moet of er wordt van mij verwacht dat... ). 2 Is de vraagstelling duidelijk? 3 Wiens probleem is het? 4 Kun jij als trainer de vraagstelling accepteren? 5 Ben je het inhoudelijk eens met de gang van zaken? 6 Voel je je er plezierig bij? Bij de start van de begeleiding wordt vaak een eerste contract gemaakt, wat later tijdens de begeleiding bijgesteld wordt, op basis van andere/diepgaandere thema s die boven tafel komen. Pagina 8/15 Relatiecontract Vanaf het eerste moment van de ontmoeting worden vaak onbewuste afspraken gemaakt over hoe trainer en leerling met elkaar omgaan. Het inhoudelijke contract geeft het wat van de training aan, het relatiecontract geeft het hoe van de training aan, wat van grote invloed is op het inhoudelijk contract. De relatie tussen de trainer en de leerling bepaalt in hoge mate de mogelijkheden van het inhoudelijk contract. Deze (impliciete) afspraken vormen de condities voor het verdere contact. Het relatiecontract behelst: - de verhouding tussen de leerling en de trainer; - afstand/nabijheid; - waar wordt wel en waar wordt geen aandacht aan geschonken (en hoe...); - lichamelijkheid/intimiteit;
- welke onderwerpen mogen wel en niet aan bod komen en wie bepaalt het verloop van een gesprek (machtsstrijd)? Valkuilen Eenzijdig contract - één partij legt de wil op aan de andere partij (machtsstrijd); - één partij miskent de autonomie van de andere partij (bijvoorbeeld als de begeleider het doel voor de cliënt formuleert). Verborgen contract Dit is een contract dat onbewust wordt afgesloten om het doel te dwarsbomen. Dit gebeurt vaak als de leerling iets oproept bij de begeleider vanuit de eigen geschiedenis van de trainer. Als je dit als trainer niet erkent, dan kun je het inhoudelijk contract met de leerling niet halen. Daarnaast heeft de leerling ook vaak een verborgen contract: wat is het verborgene waarin mensen niet willen veranderen? Waarin zit zoveel loyaliteit, liefde, pijn, verlangen, met andere woorden: wat zijn de diepere thema s? Verborgen contracten kunnen onder andere ontstaan als een leerling een contract aangaat om zich aan te passen aan anderen. Of als het (verborgen) doel van het contract is de relatie tussen trainer en leerling te handhaven (hetgeen uit zowel de behoeften van de leerling als de behoeften van de trainer kan voortkomen). Een verborgen contract is dat deel van het relatiecontract dat ervoor zorgt dat (een deel van) het inhoudelijk contract niet gehaald wordt. Pagina 9/15
5 FEEDBACK Feedback Pluimen Vragen Tips Leermomenten Pagina 10/15
6 OEFENING ALGEMENE INLEIDING Neem een leerling in gedachten waarvan je denkt dat deze in aanmerking zou kunnen komen voor deelname aan de sociale vaardigheidstraining. Bespreek deze casus vanuit de onderstaande drie gezichtspunten. 1 In hoeverre heeft de leerling zicht op de volgende vragen: - wie ben ik; - wat kan ik; - wat wil ik; - wat is mijn bijdrage aan de wereld om mij heen; - welke keuzes maak ik hierin? 2 In hoeverre heb je zelf zicht op de volgende vragen (en de mentor en andere collega s?): - wie is de leerling; - wat kan de leerling; - wat wil de leerling; - wat is de bijdrage van de leerling aan de wereld om hem heen; - welke keuzes maakt de leerling hierin? 3 Hoe staat het met de autonomie, verbondenheid en competentie van deze leerling? 4 Welke verwachtingen heeft de leerling ten opzichte van jou, de school, de training sociale vaardigheden? Afsluitende vragen: 5 wat betekent dit/deze informatie voor de leerling; 6 wat betekent dit/deze informatie voor jou, de school, de training sociale vaardigheden? Pagina 11/15
7 CASUS INTAKE PAUL Gegevens voor de sova-trainer De mentor heeft in de leerlingbespreking Paul ingebracht. Paul is een enthousiaste leerling in leerjaar 1 vmbo. Paul fietst iedere dag 15 kilometer naar school. Hij fietst vaak alleen. Soms fietst hij ook wel eens met andere kinderen die ook op school zitten. In de klas heeft hij niet echt vrienden. Niet dat hij echt buiten de groep ligt, maar toch. Je maakt je wel zorgen en dat wordt wel door collega s gedeeld. Het lijkt wel alsof hij geen vrienden wil of zo. Ook al zie je dat hij soms zijn best doet om contact met klasgenoten te maken. Op een of andere manier lukt hem dat niet echt. Het is sociaal niet zo handig. Klasgenoten houden hem wel eens voor de gek. Paul reageert dan net alsof het hem niets doet of hij wordt boos. Bij het maken van groepjes wordt Paul vaak als laatste gekozen. Uit het dossier van Paul weet je dat hij op de lagere school niet zoveel vrienden had. Een leerkracht van de basisschool vermeldde dat Paul ook wel een beetje bijzonder reageert naar kinderen. De mentor heeft al met de ouders gesproken. Zijn ouders vinden het zeer vervelend dat Paul geen vrienden heeft. Op de lagere school was dat ook al niet het geval En als hij een keer een vriendje heeft dat is dat maar voor zeer korte duur. De ouders vinden het oké dat Paul mee gaat doen aan de sova-training. Altijd goed voor hem! Daar leert hij vast iets van. En ja, soms is Paul ook wel een beetje koppig en eigenzinnig. Paul z n ouders hebben een boerderij. Paul helpt graag op de boerderij en rijdt graag op de tractor. Zodra hij uit school is, gaat hij vader helpen op de boerderij. Je hebt dadelijk een intakegesprek met Paul. Gegevens voor de leerling Jij bent Paul en zit in leerjaar 1 van het vmbo. Je bent een enthousiaste jongen en fietst iedere dag 15 kilometer naar school. Je fietst vaak alleen. Soms ook wel eens met andere kinderen die ook op school zitten. Eigenlijk vind je het niet zo erg om alleen te fietsen, maar aan de andere kant ook weer wel. Je wilt ook wel graag vrienden. Op de lagere school had je ook al niet zoveel vrienden. Je probeert zo nu en dan in de klas vrienden te maken, maar dat lukt nog niet. Je weet ook niet echt hoe dat moet, vrienden maken. Soms lukt het wel, maar dan is het maar voor korte duur die vriendschap. Bij het maken van groepjes wordt je vaak als laatste gekozen. Dat vind je niet zo leuk. Je ouders hebben een boerderij. Je helpt graag op de boerderij en rijdt graag op de tractor. Zodra je uit school komt, ga je je vader helpen op de boerderij. Je ouders zijn op school geweest voor een gesprek met de mentor. Je ouders en de mentor vinden dat het goed voor je is om mee te doen aan de sova-training. Je hebt het hier met je mentor ook over gehad. Je snapt nog niet precies wat dit is en waarom het goed voor je is om mee te doen. Nu heb je een intakegesprek met de sociale vaardigheidstrainer. Je kent deze docent wel van het lopen in de gang en de kantinedienst, maar je hebt er geen les van. Maar goed, je ziet wel hoe dat gesprek verloopt. School is tenslotte leuk en er zijn veel leuke docenten! Pagina 12/15
Overige kenmerken van Paul: soms koppig en eigenzinnig. N.B. Je zou best mee willen doen met de sociale vaardigheidstraining, maar wat het precies is, weet je niet. En wanneer moet je daar dan naartoe? De technieklessen wil je niet missen! Pagina 13/15
8 OEFENSITUATIE INTAKEGESPREK Doel Het doel van deze oefensituatie is om het intakegesprek, in setting, te kunnen oefenen. Werkwijze Maak drietallen: A = trainer sociale vaardigheden; B = leerling; C = observator. N.B. Als je een viertal hebt, zijn er twee observatoren! Tijdsduur Je hebt 15 minuten voor het gesprek en 10 minuten voor de nabespreking. Nabespreking A Blaast stoom af. B Geeft zijn ervaringen weer. C Geeft feedback. Aandachtspunten - Het is een oefensituatie en geen toneelstuk. - De sova-trainer is zichzelf. - Verdiep je in het perspectief van de leerling. - Durf de casus ook los te laten. - Leef je in, maar leef je niet uit. Feedback geven - Wat gaat er specifiek goed? En geef één tip. - Beschrijf het gedrag. - Wees concreet. Observator - Geeft feedback op de doelen van het intakegesprek: - is de hulpvraag van de leerling duidelijk; - is de leerling gemotiveerd om mee te doen aan de training; - is er kennisgemaakt; - hoe kan deze leerling baat hebben bij de sova-training; - heeft de leerling voldoende informatie gekregen? - Vraagt of A ook individuele leerpunten heeft waar C op moet letten. - Wat zijn de effecten? - Bewaakt de tijd. Nabespreking - Stoom afblazen door sova-trainer en leerling: hoe verliep het gesprek? - Sova-trainer: wat wilde je bereiken? Heb je dat bereikt? Waar ben je tevreden over? - Leerling: hoe heb jij dit gesprek ervaren? Wat vond je prettig en wat niet? - Observator: geeft feedback. Pagina 14/15
9 SCHEMA VOOR DE OEFENRONDES Thema Les Wie Wat Materialen Thema 1 1.1 Jezelf 4 Kennismaken Geen. Contact en presenteren kennismaken (bijeenkomst 1) 5 Werkafspraken Thema 2 Omgaan met 2.2 En wat doe ik 4 RET Bijlage 3: oefening RET eigen gevoelens dan? (bijeenkomst 4) Thema 3 Omgaan met gevoelens van anderen 3.1 Ik voel, ik voel, wat voel jij dan? 3 Gevoelens herkennen de variatie Bijlage 4: gevoelens 1 Bijlage 5: gevoelens 2 (bijeenkomst 5) 4 Reageren op de gevoelens van de ander Thema 4 Opkomen voor jezelf 4.1 Hier ben ik dan (bijeenkomst 6) 5 Oefening Bijlage 7 Thema 5 Commentaar geven en ontvangen 5 Dat vind ik nou stom (Bijeenkomst 7) 1 Experiment van de deelnemers Flappen Stiften 2 Thema introduceren Thema 6 Complimenten geven en ontvangen 6.1 Jij en ik zijn tof (bijeenkomst 8) 4 Oefening Kwaliteitenspel Thema 7 Afsluiting 7.1 Nog even oefenen (bijeenkomst 9) 2.3 Rad van fortuin Bijlage 11: rad van fortuin Stoffen bal Thema 7 7 Showtime 1 Introductie Harten van Afsluiting (bijeenkomst 10) 3 Cadeautje papier Rad van fortuin Pagina 15/15