Visie Beheer Openbare Ruimte De openbare ruimte bestaat uit de ondergrondse en bovengrondse voorzieningen die in beheer zijn de gemeenten en bestaat uit riolering, plantsoenen, bomen, wegen, straten, pleinen, speelvoorzieningen etc. Gemeente Heumen Gemeente Mook en Middelaar Versie: 1.1 8 januari 2014 Jan Derksen 1
1. Aanleiding De gemeenteraden van de gemeente Heumen en Mook en Middelaar hebben in december 2013 besloten om tot samenwerking over te gaan. De samenwerking op het terrein van de openbare ruimte wordt als één van de terreinen gezien waarin meerwaarde is behalen op het verder verbeteren van de kwaliteit, de verminderen van de kwetsbaarheid en het (op termijn) beheersen van de kosten. Dit inzicht is mede ontstaan door de uitgevoerde Quick scans bij de beide gemeenten. In dit visie document wordt beschreven welke trends zijn te onderscheiden in het beheer van de openbare ruimte en welke uitgangspunten de gemeenten hebben vastgesteld voor het beheer van de openbare ruimte. 2. Trends in het beheer van de openbare ruimte Het oppervlakte van de gemeenten bestaat voor een groot gedeelte uit openbare ruimte (straten, plantsoenen, sportvelden, bermen etc.) Openbare ruimte maakt de leefomgeving leefbaar en aantrekkelijk. Het geeft wijken en kernen identiteit, maakt functies bereikbaar en vormt een plek voor ontmoeting, interactie en sociale cohesie. Een veilige, schone en aantrekkelijke woon- en leefomgeving wordt dan ook belangrijk gevonden. De kwaliteit van de openbare ruimte is een belangrijk goed waar de gemeenten zich verantwoordelijk voor voelt. Tegelijkertijd kan worden gesteld dat de openbare ruimte van ons allemaal is. De positie van het openbaar bestuur wijzigt naar een regisserende en faciliterende rol. De gemeenten staan daarin open voor inbreng en creativiteit van inwoners, ondernemers en het maatschappelijk veld en ontwikkelingen in de markt. De gemeenten zijn beheerder en regisseur van de openbare ruimte maar krijgt dat niet voor elkaar zonder de actieve betrokkenheid van de haar bewoners. De basis hiervoor ligt in wederzijds respect voor elkaars rol en belangen. De gemeente is een speler in het maatschappelijk veld die vanuit haar beleidsbepalende rol marktpartijen faciliteert om effectief met elkaar samen te werken. Ze geeft vertrouwen aan andere deelnemers om vanuit maatschappelijke inzet, zowel structureel als incidenteel, mee te doen in het beheer van de openbare ruimte. De gemeentelijke organisatie zelf levert eveneens een bijdrage aan de maatschappelijke opgave op het gebied van arbeidsparticipatie en re-integratie. Het begrip kwaliteit wordt daarmee in een breder perspectief geplaatst, doordat beheer zich niet meer uitsluitend richt op de technische instandhouding, maar ook gericht is op leefbaarheid, economische vitaliteit en participatie. De betekenis van de openbare ruimte komt steeds meer in het licht te staan van de interactie tussen plek en bewoners. De beperkte middelen van gemeenten staan in toenemende mate op gespannen voet met de wens om de openbare ruimte schoon, heel en veilig te houden. Dat vraagt om creatieve en interactieve oplossingen en samenwerking. Visies op het beheer van de openbare ruimte (zelf doen of uitbesteden) zijn vanaf de jaren negentig bij veel gemeenten in Nederland onderwerp van discussie geweest. 2
De belangrijkste doelstelling hierbij was om door marktwerking te komen tot een meer bedrijfsmatige en efficiënte wijze van werken. In veel gevallen is het zogenaamde bulkwerk op bestekbasis (beeldbestek) in de markt weggezet en de regie en controle op het werk bij de gemeenten is gebleven. Inmiddels is het inzicht ontstaan dat juist deze werkzaamheden zich bij uitstek lenen om hiervoor de kwetsbare groepen zoals WSW-ers en andere groepen met een afstand tot de arbeidsmarkt, in te zetten. Om de regierol goed in te kunnen vullen moet de organisatie over voldoende kennis, kunde en informatie beschikken om te kunnen sturen. Dit vraagt bepaalde competenties en een kwalitatief goede, compacte organisatie die afgestemd is op het te beheren areaal en de (kern) taken en in staat is gegevens over het areaal te beheren. In dit model wordt toe gewerkt naar een organisatie die in staat is om de regierol kwalitatief goed in te vullen en een compacte uitvoerende organisatie die servicetaken uitvoert en dit doet in nauwe samenwerking en interactie met de gebruikers en burgers van de wijken en kernen van de gemeenten. 3. Uitgangspunten De gemeenteraden van de gemeente Heumen en Mook en Middelaar herkennen zich in de beschreven trends en hebben zich de vraag gesteld wat dit betekent voor het gezamenlijk beheer voor de beide gemeenten. Dit heeft geleid tot de uitgangspunten zoals hier beschreven. Het beheer van de openbare ruimte van de gemeenten Heumen en Mook en Middelaar wordt in gezamenlijkheid uitgevoerd waarbij het beleid en het beheer, daar waar mogelijk op elkaar wordt afgestemd en geharmoniseerd. Samenwerking tussen de gemeenten waarbij een effectieve inzet van de middelen wordt gekoppeld aan het bevorderen van de participatie van bewoners en de inzet van de doelgroepen bij het beheer van de openbare ruimte, is het belangrijkste speerpunt voor de komende periode, Dit vraagt om een visie op het integrale beheer van de openbare ruimte voor de lange termijn. In licht van deze opgave geeft deze visie weer hoe de gemeenten Heumen en Mook en Middelaar de kwaliteit, de regierol, de samenwerking en interactie met bewoners en de inzet van sociale doelgroep zien in het beheer van de openbare ruimte. De uitgangspunten voor het beheer van de openbare ruimte in de gemeenten Heumen en Mook en Middelaar worden hierbij omschreven en toegelicht. De gemeenteraden van de beide gemeenten hebben de volgende uitgangspunten vastgesteld bij het beheer van de openbare ruimte: 1. De kwaliteit van de openbare ruimte is door de gemeentebesturen vastgesteld en voldoet in de praktijk aan de uitgangspunten; 2. De burger als gebruiker van de openbare ruimte staat centraal, inclusief burgerparticipatie; 3. Er is een optimale verhouding tussen kosten en kwaliteit; 4. In de uitvoering worden sociale doelgroepen in toenemende mate ingezet; 3
5. De voorbereiding en realisatie zijn zo efficiënt en effectief mogelijk georganiseerd. De invoering c.q. verdere verfijning van de systematiek van beeldkwaliteit is uitgangspunt; 6. De rol van opdrachtgever wordt verder geprofessionaliseerd waarmee vorm wordt gegeven aan een regie gestuurde organisatie 7. De uitvoerende organisatie gaat zich in toenemende mate richten op verlenen van service, het oplossen van klachten en meldingen en faciliteren van burgerparticipatie. De uitwerking van deze uitgangspunten is als volgt: 1. De kwaliteit van de openbare ruimte is door de gemeentebesturen vastgesteld en voldoet in de praktijk aan de uitgangspunten Het vaststellen c.q. herbevestigen van de beeldkwaliteit door de gemeenteraden zal plaats gaan vinden. Hiermee geeft het bestuur richting aan de kwaliteit van de openbare ruimte waarbij de thema s schoon, heel en veilig richtinggevend zijn. Het vaststellen van de beeldkwaliteit zal tevens worden gebruikt in de communicatie naar burgers. Op deze wijze laten de gemeenten zien wat de burgers van de gemeente kunnen verwachten. Het vaststellen van de (beeld) kwaliteit van de openbare ruimte is één ding. Het in de praktijk te kunnen voldoen is essentieel. Om hieraan te kunnen voldoen beschikken de gemeenten over één beheersysteem waarbij de arealen en het vastgestelde beeldkwaliteit is opgenomen. Het beheersysteem vormt de basis van het werk dat in eigen beheer wordt uitgevoerd en is de basis voor het werk dat namens de gemeenten door derden wordt uitgevoerd. Om hiertoe te komen worden de beide beheersystemen van de gemeenten geïntegreerd in één beheersysteem. Dit is nodig om het beheer van de openbare ruimte op een eenduidige wijze aan te sturen. Als de kwaliteit aan gestelde kaders moet voldoen zal er periodiek getoetst worden of dit ook het geval is. Voor de gemeenten betekent dit dat er een systeem ontwikkeld wordt waarbij de openbare ruimte systematisch geschouwd wordt en de resultaten weer input vormen voor nieuwe acties. Schematisch als volgt weergegeven: 4
De gemeente Heumen en Mook en Middelaar werken toe naar één beheerkwaliteitsplan voor het integrale beheer van de openbare ruimte. Hierin worden de beleidskaders beschreven voor het beheer in zowel Heumen als Mook en Middelaar. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de systematiek die reeds in de gemeente Heumen is ontwikkeld. Het streven is om het gezamenlijke kwaliteitsplan voor 1 januari 2015 op te stellen, waarna dit plan voor de periode 2015-2020 zal gaan gelden. Op deze wijze ontstaat er duidelijkheid voor een zekere periode over het beheer van de openbare ruimte. In het beeldkwaliteitsplan wordt het areaal verdeeld in verschillende gebiedstypes waarvoor verschillende beheerniveaus worden vastgesteld. Zo ontstaat er maatwerk in het beheer: in het centrum is bijvoorbeeld behoefte aan een hoger kwaliteitsniveau dan in een buitengebied. 2. De burger als gebruiker van de openbare ruimte staat centraal, inclusief burgerparticipatie Burgerparticipatie gaat allang niet meer alleen over burgers die meepraten over beleid. Het staat in het teken van herziene rol- en taakverdeling tussen de overheid en burgers. Burgers verwachten dat de overheid hen betrekt bij de ontwikkeling van beleid en uitvoering van projecten, de gemeenten wil ook graag dat burgers niet alleen meepraten maar vooral ook meedoen. Om lokale maatschappelijke problemen goed te kunnen oppakken en moderne dienstverlening te kunnen bieden, is intensieve samenwerking met de inwoners nodig. De actieve deelname van burgers in de beleidsontwikkeling en uitvoering van projecten en activiteiten wordt steeds groter. Dit is terug te zien in de betrokkenheid van burgers in de zorgtaken voor het sociale domein maar zal in toenemende mate ook plaatsvinden bij het beheer van de openbare ruimte. Concreet betekent dit dat burgers in toenemende mate betrokken worden bij het verder onderhouden van het groen areaal in de gemeente. Er wordt voor alle duidelijkheid niet van uitgegaan dat burgers een rol kunnen vervullen in het onderhoud van de wegen. De openbare ruimte is van en voor iedereen. De gemeenten hebben een specifieke verantwoordelijkheid voor het vaststellen van de beeldkwaliteit. Dit kan spanningen geven doordat burgers meer verwachten van de gemeente bij het beheer van de openbare ruimte. Bij het vaststellen van de beeldkwaliteit wordt uitgegaan van een zo efficiënt en effectief mogelijk beheer waarbij rekening wordt gehouden met de beperkte middelen. 3. Optimale verhouding kosten en kwaliteit Het duurzaam beheren van de openbare ruimte is kapitaalintensief. Voor het onderhoud aan de wegen is in de gemeente Heumen gebleken dat hiervoor extra middelen nodig zijn. Indien er onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor wegen zal kapitaalvernietiging plaatsvinden waardoor er op termijn weer extra geïnvesteerd moet worden. Binnen de gemeente Mook en Middelaar is het onderhoud aan wegen op een doelmatig maar goed niveau. De keuze voor een optimale verhouding tussen kosten en kwaliteit heeft gevolgen voor de vraag wat in eigen beheer wordt uitgevoerd en wat aan anderen wordt overgelaten. De schaalgrootte van de gemeenten is zodanig dat er werkzaamheden bestaan die incidenteel voorkomen en waarbij specifieke kennis, materialen en tractie nodig is om 5
de werkzaamheden uit te voeren. De gemeenten kiezen in voorkomende gevallen om deze werkzaamheden door derden uit te laten voeren. 4. Uitvoering door sociale doelgroepen Het uitvoerende werk wordt zoveel mogelijk uitgevoerd door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De gemeente Heumen kiest ervoor om het regulier dagelijks groen onderhoud voor het grootste deel uit te laten voeren door de DAR die op haar beurt daarbij de sociale doelgroepen inzet voor de uitvoering van de werkzaamheden. De gemeente Mook en Middelaar bestaat tevens een dergelijke situatie waarbij Intos deze rol gaat vervult. Dit stelt verdergaande eisen aan de rol van opdrachtgever en het houden van toezicht op het werk. 5. De voorbereiding en realisatie zijn zo efficiënt en effectief mogelijk georganiseerd. De invoering c.q. verdere verfijning van de systematiek van beeldkwaliteit is uitgangspunt Zoals reeds gemeld is er veel aandacht voor de voorbereiding van de werkzaamheden die plaatsvinden in de openbare ruimte. De opdracht gevende rol neemt in belang toe en kan ervoor zorgen dat op dit vlak winst is te behalen in de kwaliteit en de kosten. Voorbereiding is niet alleen van toepassing op werkzaamheden die door derden en door de Buitendienst wordt uitgevoerd maar heeft tevens betrekking op de inzet van burgers bij het groenonderhoud in de openbare ruimte. De gemeenten beschikken over voldoende vakkennis om burgers te faciliteren bij de inzet in de openbare ruimte. 6. De rol van opdrachtgever wordt verder geprofessionaliseerd waarmee vorm wordt gegeven aan een regie gestuurde organisatie Voor een optimale verhouding van de kosten en de kwaliteit is het noodzakelijk om inzicht te hebben en te houden in de arealen en het beeldkwaliteit. In het verlengde daarvan wordt de rol van opdrachtgever steeds belangrijker. Juist door het verstrekken van gerichte opdrachten wordt een verdere bijdrage geleverd aan een juiste uitvoering tegen zo laag mogelijke kosten. Daarbij beperkt de opdracht gevende rol zich niet tot het werk van externen maar is deze in gelijke mate ook van toepassing op het werk van de eigen Buitendienst. De rol van opdrachtgever is om regie te voeren op de uitvoering van de werkzaamheden die plaatsvinden in de openbare ruimte. Doordat het onderhoud van de openbare ruimte door verschillende partijen wordt uitgevoerd is het regie voeren en houden van cruciaal belang om uitvoering te geven aan het vastgestelde kwaliteitsniveau. 6
7. De uitvoerende organisatie gaat zich in toenemende mate richten op verlenen van service, het oplossen van klachten en meldingen en faciliteren van burgerparticipatie. De Buitendienst groeit verder naar een servicegerichte organisatie gericht op de dienstverlening aan de burgers, het verhelpen van klachten en meldingen en eventueel specifieke werkzaamheden. Daarbij is het reguliere plantsoenonderhoud zoveel mogelijk uitbesteed aan de Dar en Intos en is de Buitendienst een serviceteam geworden die vraaggerichte service biedt en in wordt gezet voor de begeleiding van burgerparticipatie en voor de uitvoering van de meer specialistische taken. De medewerkers van de Buitendienst zijn dagelijks aan het werk in de openbare ruimte en vervullen een belangrijke rol als aanspreekpunt voor de burgers en zijn de ogen en oren in de dorpen en wijken. De gemeenten Heumen en Mook en Middelaar kiezen ervoor dat zoveel mogelijk regulier groen/plantsoen werk wordt uitbesteed aan DAR/Intos maar dat, gezien de bezetting, het regulier werk ook door de eigen Buitendienst plaatsvindt (geleidelijke overgang). De visie van de gemeenten is hierbij dezelfde, namelijk dat de Buitendienst primair een servicegerichte organisatie is met als taak om dienstverlening aan de burgers te verrichten en het verhelpen van klachten en meldingen. De realisatie hiervan kan in een verschillend tempo bij de gemeenten plaatsvinden. De Buitendiensten hebben tevens een rol in de begeleiding van het werk dat door de sociale doelgroepen wordt verricht. 7