Toets taalbeschouwing



Vergelijkbare documenten
Robot met gevoel? Bron: Jeugdjournaal.nl. Taalsignaal Anders! 5A Plantyn Kopieerblad 109

" " " " " " " " " " "

Samenvatting Nederlands Hoofdstuk 2: lezen, woordenschat en spelling

TAALBESCHOUWING: STANDAARDTAAL

Toets taalbeschouwing

TAALBESCHOUWING: BEPALINGEN

Hoe bedoel je? Carla Reijners. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar

Basistoetsen Herfstsignalering

Spreekwoorden en gezegden

1 Lees de uitspraken. Vul dan het schema aan.

TAALBESCHOUWING. Vakonderdeel: Doelen. Materiaal. Lesverloop

Melkweg. Hoe gaat het? Lezen Alfa A. De dokter

oefenbundel voor het vierde leerjaar

Vakonderdeel: TAALBESCHOUWING: NADENKEN OVER TEKSTEN

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

Thema dieren. Deze werkbundel is van:

THEMA 14B Toets taalbeschouwing kopieerblad leerlingen

THEMA 14B Toets taalbeschouwing kopieerblad leerlingen

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Zuivel is belangrijk. Melk is goed voor... ELK!

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Loopt vader met moeder in het park?

Contractbundel. Naam:... Klas:. ... Omschrijving van de taak taak of keuzetaak. individueel of in groep. 1. Letterlijk of figuurlijk?

Spreekopdrachten thema 2 Boodschappen

NAAM: Instructies in de klas Voer de opdrachten uit. 1. Zet een kruisje op de olifant. 2. Kleur het haar van de juf bruin.

oefenbundeltje voor het derde leerjaar

Raar is leuk Klein Orkest

Werkblad. Melk is gezond. Opdracht 1 (aansluitend bij infofiche 1) 6 de leerjaar

Lesbrief 3. De fysiotherapeut.

Taakanalytisch Leerlingvolgsysteem. Spelling. Eerste tot en met zesde leerjaar van het lager onderwijs. Gompel&Svacina. Toetsen

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Ann Dauw ISBN DTK_Promo_A4_KO_Spelling.indd 5-6

Spreken. Les 6: Wat zeg je? Telefoon OPDRACHTKAART.

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

KIJKWIJZER MOEILIJKHEID ACTIVITEITEN. 1. Wereld onderwerp. van eenvoudig naar complex

Vakonderdeel: MONDELING TAALGEBRUIK: SPREKEN EN LUISTEREN

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.

Lesbrief 6. Herhaling thema.

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen

Tekst lezen en moeilijke woorden

Les 4. De fysiotherapeut.

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema.

Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort.

Uitprobeerpakket. Kopieerboek 6 groep 6 blok 6

De machinist van de trein. De man die de trein bestuurt. De moeilijkste tekst

Spreken. Les 6: Wat zeg je? Telefoon. SPREKEN NIVEAU A1

Zitten, staan, heffen

Voordat je de toets maakt Je gaat een toets maken. Je krijgt drie teksten met opdrachten. Je krijgt eerst een voorbeeld.

Drie maal taal. Taal beschouwen in realistische situaties

LES. les 1 rap rat, rap! THEMA 5. dit kan ik al! deze les gaat over... de a van rat. aan de slag! man, man, man SPELLINGBOEK

2 leerde ze op school. 3 haar met haar. 4 leest boeken uit de. van de stad en gaat graag. 5 zich bij opa en oma. in de, dat is in. 6 Met hun dan over

oefenbundel voor het eerste leerjaar bij de Help Wibbel-wedstrijd

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Voor jongeren in het praktijkonderwijs. Oekraïners boos op president

Les 6. Herhaling thema.

instapkaarten taal verkennen

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef).

Hoe werk ik een opdracht uit?

KIJKWIJZER MOEILIJKHEIDSGRAAD voor INFORMATIEVERWERKENDE TAKEN

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Krachtig, positief en ontwikkelingsgericht evalueren in het lager onderwijs. Werkinstrumenten. Anders evalueren in wiskunde en Frans

Deel 1: Persoonsvorm tegenwoordige tijd

KIJKER 5 Les 1 en 2, 10

Woordenschat - Uitdrukkingen vmbo-b34

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1. Inleiding. Hoe maakt u de TGN?

Omgaan met een taalstoornis bij hersenbeschadiging

Kloklezen voor GO! bij Rekensprong Plus 4 TOETSEN MAP VAN WIBBEL: REMEDIËREN EN INOEFENEN CORRECTIESLEUTEL

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen

Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen.

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7.

Fonemendictee deel 1 en deel 2

U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen.

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 7. Werk vragen in een winkel

Het verwoorden van de spellingsregel is belangrijk (bewustwording waarom je iets op een bepaalde manier schrijft).

Werkboekje op school. 1. Boerderijen in het Gooi en de Vechtstreek. Opdrachten: lezen, X aankruisen, invullen, doe-opdracht.

TOETSTAAK 5: IK HEB EEN DOKTER NODIG

1 juli Vakantieoefeningen. Lees dit gebed! Dank U Heer voor de zomervakantie. Ik wil U niet vergeten onder de vakantie.

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

9 Durvers. 1 Vergelijk de teksten. Duid de zinnen aan die anders zijn. 2 Breid de zinnen uit.

Wat is een zelfstandig naamwoord?

Onderdeel: Spelling Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Mondeling Nederlands. Cursus 2 Module 4. Dag 1

oefenbundel voor het zesde leerjaar

zelfstandig naamwoord

Auditieve oefeningen. Boek van de week: 1; De boerderij 2; De koe die in het water viel 3; 4;

KIJKER 2 Les 1, 6 en 7

Examen Nederlandse Taal (lezen en schrijven)

Met hulp: ophelderen van onduidelijkheden

32 Taalbeschouwing. 1 Inleiding

Ik kan stukjeswoorden met een korte klank en verdubbelen van de medeklinker juist schrijven. hart kam vriendin worst getal kwast fles brug trap kers

Les 1: Welke breuk hoort bij een gegeven figuur? Opgaven:

HEB JE HUISWERK VANDAAG?

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1

instapkaarten taal verkennen

Transcriptie:

Toets taalbeschouwing Naam: Klas: Datum: 1 Soms mag er iets bij, soms moet er iets bij. Zet een kruisje waar het past. Er moet iets bij Er mag iets bij. /4 Sara gaat hem Oma schenkt in Ratten zijn wel Ze wenen 2 Krantenkoppen: Maak er een volledige zin van (met onderwerp) zodat de lezer de boodschap beter begrijpt.. /4 dieren op bezoek naar de Dokter opgewarmd ijs dagen verliepen eer Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 62

Toets taalbeschouwing Naam: Klas: Datum: 3 Schrijf volgende zinnen waar ze thuis horen. Afwassen is leuk.. /2 Met de hamer slaat vader een nagel in de plank. Dat staat hem niet mooi. De juf keerde zich naar de kinderen. zinnen die zeggen wat iets of iemand doet zinnen die zeggen wat iets of iemand is 4 Kleur in de volgende zinnen het onderwerp geel. Kleur de persoonsvorm groen.. /3 Sharon en Ellen gingen samen een dagje shoppen. Elke ochtend gaat hij om acht uur naar de school. 5 Ranschik de volgende naamwoorden.. /2 gemeentehuis - man - olifant - armoede persoonsnaam diernaam zaaknaam andere 6. Welk woord hoort er thuis bij alleen enkelvoud en bij alleen meervoud. Schrijf ze op.. /1 honger boek goederen varken alleen enkelvoud alleen meervoud Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 63

Toets taalbeschouwing Naam: Klas: Datum: 7 Plechtig en gewoon taalgebruik. Vul in: u of je? Twee jongens na schooltijd. /2 Hé, Piet ga... straks mee naar het verjaardagsfeest van Wim? Mama belt met de dokter Dag dokter, mag ik... vragen even langs te komen, want onze zoon is erg ziek. Jasmine tegen Vera Zet het maar op een lopen, zo hard als... kan. In gesprek met een politieman... vraagt mij mijn identiteitskaart. Sorry, ik ben ze verloren. 8 Logo of pictogram? Verbind met de juiste betekenis: een logo is: een kunstig ontwerp dat een verbod, aanwijzing of inlichting aangeeft. /2 een figuur of ontwerp waarin meestal letters verwerkt zijn, dienend als herkenningsteken van een bedrijf of instelling een pictogram is: een eenvoudige afbeelding, waardoor een verbod, aanwijzing of inlichting tot uiting wordt gebracht een klein beeld van een gebruiksvoorwerp Welk is het logo? Welk is het pictogram? Vul aan. Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 64

Toets taalbeschouwing Naam: Klas: Datum: dit is een dit is een Totaal:. /20 Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 65

Toets Taalbeschouwing correctiesleutel 1 Soms mag er iets bij, soms moet er iets bij. Zet een kruisje waar het past. Sara gaat hem Oma schenkt in Ratten zijn wel Ze wenen Er moet iets bij Er mag iets bij 2 Krantenkopen: Maak er een volledige zin van (met onderwerp) zodat de lezer de boodschap beter begrijpt. Alleen volledige zinnen worden als goed gerekend. dieren op bezoek naar de Dokter opgewarmd ijs dagen verliepen eer Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 66

Toets Taalbeschouwing correctiesleutel 3 Schrijf volgende zinnen waar ze thuis horen. Afwassen is leuk. Met de hamer slaat vader een nagel in de plank. Dat staat hem niet mooi. De juf keerde zich naar de kinderen. zinnen die zeggen wat iets of iemand doet Met de hamer slaat vader een nagel in zinnen die zeggen wat iets of iemand is Afwassen is leuk de plank. De juf keerde zich naar de kinderen. Dat staat hem niet mooi. 4 Kleur in de volgende zinnen het onderwerp geel. Kleur de persoonsvorm groen. Sharon en Ellen gingen samen een dagje shoppen. Elke ochtend gaat hij om acht uur naar de school. 5 Rangschik de volgende naamwoorden. gemeentehuis - man - olifant - armoede persoonsnaam diernaam zaaknaam andere man olifant gemeentehuis armoede 6 Welk woord hoort er thuis bij alleen enkelvoud en bij alleen meervoud. Schrijf ze op. honger boek goederen varkens alleen enkelvoud honger alleen meervoud goederen Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 67

Toets Taalbeschouwing correctiesleutel 7 Plechtig en gewoon taalgebruik. Vul in: u of je? Twee jongens na schooltijd Hé, Piet ga je straks mee naar het verjaardagsfeest van Wim? Mama belt met de dokter Dag dokter, mag ik u vragen even langs te komen, want onze zoon is erg ziek? Jasmine tegen Vera Zet het maar op een lopen, zo hard als je kan. In gesprek met een politieman U vraagt mij mijn identiteitskaart. Sorry, ik ben ze verloren. 8 Logo of pictogram? Verbind met de juiste betekenis: een logo is: een kunstig ontwerp dat een verbod, aanwijzing of inlichting aangeeft een figuur of ontwerp waarin meestal letters verwerkt zijn, dienend als herkenningsteken van een bedrijf of instelling een pictogram is: een eenvoudige afbeelding, waardoor een verbod, aanwijzing of inlichting tot uiting wordt gebracht een klein beeld van een gebruiksvoorwerp Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 68

Toets Taalbeschouwing correctiesleutel Welk is het logo? Welk is het pictogram? Vul aan. dit is een logo dit is een pictogram Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 69

Toets woordenschat Naam: Klas: Datum: 1 Is het een of een zegswijze? Kruis aan. Haast en spoed is zelden goed.. /2 Het hangt me de keel uit. Na regen komt zonneschijn Hij maakt van een mug een olifant 2 Letterlijk of figuurlijk? Welke betekenis is aangegeven? Schrijf: letterlijk of figuurlijk.. /4 De aap komt uit de mouw : De echte bedoeling wordt nu duidelijk. Hij blaast altijd hoog van de toren. : Hij staat op een hoge toren en blaast heel hard. Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 70

Toets woordenschat Naam: Klas: Datum: Ik haal mijn hart op. : Ik kan mijn hart harder doen slaan. Je mag niet op alle slakken zout leggen. : Je moet niet overal fouten zoeken. 3 Verbind de juiste verklaring met het of de zegswijze.. /4 Hij kijkt de kat uit de boom. Als je iemand kwaad wil doen, vind je gemakkelijk een reden. Een kinderhand is gauw gevuld. Ik wil echt mijn best doen. Ik wil mijn beste beentje voorzetten. Hij wacht rustig af. Wie een hond wil slaan, vindt licht een stok. Dolblij zijn met iets kleins. 4 Een woord opzoeken in het woordenboek.. /5 Waar zoek je in het woordenboek het woord bovenarm? Kruis aan: vooraan in het woordenboek middenin het woordenboek achteraan in het woordenboek Noteer de trefwoorden: Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 71

Toets woordenschat Naam: Klas: Datum: Noteer de twee betekenissen: betekenis 1: betekenis 2: 5 Namen afleiden uit een omschrijving. Schrijf bij elk woord het nummer van de passende verklaring:. /5 trekvogels zuivelproducten vuilnisbelt melkveehouder landbouw 1 Een verzamelnaam voor akkerbouw en veeteelt. 2 Iemand die koeien heeft met daarbij een melkinstallatie en een koeltank. 3 Kaas, boter en melk. 4 Stortplaats voor vuilnis. 5 Naar warme landen trekken is in de winter vanzelfsprekend. Totaal:. /20 Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 72

Toets woordenschat verbetersleutel 1 Is het een of een zegswijze? Kruis aan. Haast en spoed is zelden goed. Het hangt me de keel uit. Na regen komt zonneschijn Hij maakt van een mug een olifant 2 Letterlijk of figuurlijk? Welke betekenis is aangegeven? Schrijf: letterlijk of figuurlijk. De aap komt uit de mouw figuurlijk: De echte bedoeling wordt nu duidelijk. Hij blaast altijd hoog van de toren. letterlijk: Hij staat op een hoge toren en blaast heel hard. Ik haal mijn hart op. letterlijk: Ik kan mijn hart harder doen slaan. Je mag niet op alle slakken zout leggen. figuurlijk: Je moet niet overal fouten zoeken. Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 73

Toets woordenschat verbetersleutel 3 Verbind de juiste verklaring met het of de zegswijze. Hij kijkt de kat uit de boom. o i Als je iemand kwaad wil doen, vind je gemakkelijk een reden. Een kinderhand is gauw gevuld. x v Ik wil echt mijn best doen. Ik wil mijn bestje beentje voorzetten. v o Hij wacht rustig af. Wie een hond wil slaan, vindt licht een stok. i x Dolblij zijn met iets kleins. 4 Een woord opzoeken in het woordenboek.. /5 Waar zoek je in het woordenboek het woord bovenarm? Kruis aan: vooraan in het woordenboek middenin het woordenboek achteraan in het woordenboek Noteer de trefwoorden: bovensteen boven Noteer de twee betekenissen: betekenis 1: het bovenste gedeelte van de arm tot aan de elleboog betekenis 2: een tak van een scheepsknie Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 74

Toets woordenschat verbetersleutel 5 Namen afleiden uit een omschrijving. Schrijf bij elk woord het nummer van de passende verklaring: 5 trekvogels 3 zuivelproducten 4 vuilnisbelt 2 melkveehouder. /5 1 landbouw 1 Een verzamelnaam voor akkerbouw en veeteelt. 2 Iemand die koeien heeft met daarbij een melkinstallatie en een koeltank. 3 Kaas, boter en melk. 4 Stortplaats voor vuilnis. 5 Naar warme landen trekken is in de winter vanzelfsprekend. Totaal:. /20 Taalsignaal Anders! 6A Plantyn Kopieerblad 75