Begeleidingsstructuur:



Vergelijkbare documenten
HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD. ILS Nijmegen

SAMENWERKINGSGROEP OPLEIDINGSSCHOLEN NOORD-HOLLAND - FLEVOLAND SONF

Aanstellingsbeleid en honorering van studenten, duale studenten, LiO s, studenten educatieve minoren en zij-instromers

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN ILO EN SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS (inzake het praktijkdeel van Bachelor-Minor-studenten met een aanstelling)

Profiel schoolopleider en schoolcoördinator 1

Tweejarig plan en m.b.t. het opleiden

BEKWAAMHEIDSEISEN leraren VO met niveau-indicatoren jaar 3

Eindbeoordeling van het assessment Startbekwaam (op grond van portfolio, presentatie en criterium gericht interview)

Aantekenformulier van het assessment PDG

Bijlage 5: Formulier tussenevaluatie

De begeleidings- en beoordelingstrajecten zijn schriftelijk vastgelegd en te raadplegen door anderen. ILS en Radboud Docenten Academie.

Samenwerkingsovereenkomst ILO - School

Rollen, verantwoordelijkheden en taken docent-praktijkopleider-werkbegeleider-teamleider (leerafdelingen)

Deze bijlage maakt deel uit van de hierboven genoemde Leerarbeidsovereenkomst.

kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7

Randvoorwaarden ontwikkeltrajecten beginnende beroepsbeoefenaren

Competentievenster 2015

Leerarbeidsovereenkomst voor tweedegraads duale studenten van jaar 1 t/m 4 met een aanstelling als onderwijsassistent

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie.

Informatiebrief voor scholen

Competentieprofiel Trajectbegeleider Duaal Leren

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

OPLEIDER IN DE SCHOOL, COACH en OPLEIDINGSCOÖRDINATOR Post-HBO opleidingen

Rollen en taken in Opleidingsschool Boss po. Bijlage 11. Kenniscentrum Talentontwikkeling

4. Criteria Opleidingsschool voor de St. Josephschool 4.1 Algemene aspecten

Deel 1 Evaluatie opleider: checklist tussentijds evaluatiemoment versie 2017

Pedagogisch Didactisch Getuigschrift

Beoordeling werkplekleren jaar 2 DEELTIJD

Competentieprofiel Mentor Duaal Leren

COMPETENTIEPROFIEL ONDERSTEUNER PASSEND ONDERWIJS. Resultaatgebieden 1. Ondersteuning en advisering aan IB en leraren

Competentieprofiel van de opleider CHVG

Proeve van Bekwaamheid. kerntaak 2. Uitvoeren van taken ten behoeve van het jongerenwerk, de organisatie en het beroep

Competentieprofiel praktijkopleider verpleegkundig specialist

WERKPLEKLEREN OPLEIDINGSFASE 3 ACADEMIEJAAR Geachte stagementor, vakmentor(en)

Beleidsnotitie beginnende leraar

Lijst met de zeven SBL-competenties, de bijbehorende bekwaamheidseisen en gedragsindicatoren voor docenten

Breidt netwerk min of meer bij toeval uit. Verneemt bij bedrijven wensen voor nieuwe

De rol van het leerwerkplan en weekreflectie tijdens het werkplekleren Advies EG Opleiden Alliantie VO & Notre Dame de Anges

Opleiden op school. nieuw denken. nieuw doen?

ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk Fase 3 (jaar 3)

LEERCOACH IN DE NETWERKSCHOOL. Verantwoordelijkheden

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan

SWOT-ANALYSE. 1 Interpersoonlijk competent. 1.1 Eisen. 1.2 Mijn ontwikkelpunten. 1.3 Mijn leerdoelen

FUNCTIEBESCHRIJVING EN -WAARDERING. Herman Broerenstichting Leraar LB

Bekwaamheidseisen of competenties docenten LC

1. Interpersoonlijk competent

Werkplekopleidingsschool

Informatiebulletin voor studenten Bijlage 3

Evaluatie van opleiders door aios LUMC: inleiding voor opleiders versie 2017

Educatieve Hogeschool van Amsterdam, lerarenopleiding vo/bve Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (definitieve versie, november 2007)

Beoordelingsrapport Studie en Werk 1B - voltijd

DEFINITIE VAN DE BEGRIPPEN FUNCTIEPROFIEL EN COMPETENTIEPROFIEL

Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven.

Portfolio. Pro-U assessment centrum. Eigendom van:

Opleiden in de school (OidS) Wat is opleiden in de school? De opleiding

Lesson Study in de Lerarenopleiding RuG. Carien Bakker vakdidactica Nederlands

Avans ontwikkelrichtlijn voor docenten

Beoordelingsformulieren. Aanpassingen

Kinderopvang Dikkertje Dap. BPV Beleidsplan. Document: 3.12 Eigenaar: Gerrie Behet. Versie: Pagina 1 van 8

De PLG-bril. De drie capaciteiten

Voorlichtingsbijeenkomst VO: Handreiking schrijven subsidieaanvraag toetredingsregeling nieuwe en niet-ocwbekostigde.

Samen beoordelen van deeltijdstudenten Bijlage 9

Protocol Werkplekleren Student ESoE. Minor Educatie & Communicatie Variant II

kempelscan K1-fase Eerste semester

Pluspunt Een professioneel voorbeeld zijn voor leerlingen en in gesprek blijven over de vraag hoe gaan we met elkaar om.

Bijlage C behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio

De rol van de beroepsstandaard van lerarenopleiders in het personeelsbeleid. Voorloper Kwaliteit van lerarenopleiders

Informatie opleidingsstandaard voor de EVC procedure. Praktijkopleider

TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE PRAKTIJKGIDS JAAR 3

Gids voor werkplekbegeleiders Masters

Tabel Competenties docentopleiders/-trainers

Basistraject Schoolopleider Informatiebrochure

Succesvol implementeren

Het gekleurde vakje is het vereiste niveau voor het voltooien van de oriënterende stage, het kruisje geeft aan waar ik mezelf zou schalen

Competentieprofiel onderwijsassistent voor de periode

Samen beoordelen met één beoordelingsformulier

Beoordelingsinstrument voor het beoordelen van het portfolio en werkplekleren (rubrics)

Functiebeschrijving schoolcoördinator BO

Begeleiding Startende Leraren

Beoordelingsrapport Studie en Werk 2A

Competentieprofiel Praktijkdocent Duaal Leren

Jaarplanning AAOS - Sopa

Samen beoordelen met één beoordelingsformulier

Informatie opleidingsstandaard voor de EVC procedure. Onderwijsassistent

Nieuwsbrief December 2018

Leraar basisonderwijs LB

Het participeren in een voortgangsgesprek van een stagiaire

Handleiding bij het opstellen van een Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP)

Werkproces 1: Interpersoonlijk competent: De leerkracht is zich bewust van zijn houding en gedrag en de invloed daarvan op de groep.

BPV. Profiel praktijkopleider. Norm. Toelichting. Aanpak. Prestatie

BEROEPSSTANDAARD. Grondslag. Opleidingsdidactisch. Agogisch bekwaam. bekwaam. Organisatorisch en beleidsmatig bekwaam. Ontwikkelings bekwaam

BEROEPSSTANDAARD. Lerarenopleiders. Beroepsregistratie. Grondslag. Opleidingsdidactisch. Agogisch bekwaam. bekwaam

Educatieve Hogeschool van Amsterdam, lerarenopleiding vo/bve Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (definitieve versie, november 2007)

Compentieprofiel Adjunct-directeur AB

Regionaal opleidingsplan. Werkgroep 6

Beoordelingsrapport S&W 3 en S&W4 (LIO-fase) Kopopleiding

Alle competenties moeten met voldoende zijn beoordeeld

WERKEN IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS? je eerste stap is HeT indicatief intakegesprek

Transcriptie:

Dampten 14, 1624 NR Hoorn tel.: 0229-20 60 91 fa: 0229-20 60 10 e-mail: info@rowf.nl www.rowf.nl Begeleidingsstructuur: taken en rollen begeleiders Inhoud toedeling begeleidingsuren Inhoud 1. Inleiding...2 1.1 Doel van de regeling...2 1.2 Totstandkoming van de regeling...2 1.3 Status...2 1.4 Inwerkingtreding...2 1.5 Tussentijdse evaluatie...2 1.6 Reacties...2 2. Taken en rollen begeleiders...2 2.1 Categorieën begeleiders...2 2.2 De instituutsopleider...2 2.3 De schoolopleider...3 2.4 De werkbegeleider/coach...3 2.5 De vakbegeleider...3 2.6 Matri taken en rollen begeleiders...3 3. Categorieën studerenden...5 4. Benodigde begeleidingsuren...6 4.1 Toelichting...6 4.2 Begeleiding (formatief)...6 4.3 Begeleiding (niet formatief)...7 5. Voorwaarden begeleiding...7 Projectbureau ROWF februari 2008

1. Inleiding 1.1 Doel van de regeling In deze regeling zijn belangrijke randvoorwaarden voor de begeleiding van studerenden 1 vastgelegd. Deze hebben met name betrekking op de taken van de begeleiders op de scholen en de uren die voor de uitvoering daarvan nodig zijn. De regeling heeft als doel dat de begeleiding op alle participerende scholen op een overeenkomstige wijze wordt gerealiseerd en gehonoreerd. 1.2 Totstandkoming van de regeling De regeling is opgesteld in het kader van de dieptepilot Regionale Opleidingsschool Oostelijk West-Friesland. Nadat de regeling in verschillende werkgroepen en de projectgroep is besproken, is de stuurgroep in december 2007 akkoord gegaan met de uitgangspunten t.a.v. de benodigde begeleidingsuren, mits dit binnen de afgesproken marges van het begeleidingsbudget blijft. 1.3 Status De voorliggende regeling is kaderstellend. 1.4 Inwerkingtreding De regeling treedt officieel in werking per 1 augustus 2008 of zoveel eerder als nodig is met het oog op de taaktoewijzing. 1.5 Tussentijdse evaluatie Het pakket van rollen en taken van begeleiders zoals beschreven in de matri in hst. 2.6 wordt op twee momenten geëvalueerd. Te weten in februari 2008 en mei 2008. Het doel van deze evaluaties is na te gaan of de gehanteerde beschrijving in de matri van toepassing is en/of overeenkomstig is met wat de begeleiders doen. Zo nodig zal de werkgroep Ontwikkelen begeleidingsstructuur de matri op basis van de uitkomst van deze evaluaties aanpassen. 1.6 Reacties Voor vragen of opmerkingen over de notitie kunt u tot augustus 2008 contact opnemen met de projectmanager, Fons Morsch (e-mail a.s.morsch@rowf.nl). 2. Taken en rollen begeleiders 2.1 Categorieën begeleiders Bij de begeleiding van studerenden zijn vier categorieën begeleiders betrokken, die ieder hun specifieke taak hebben. Onderscheiden worden: instituutsopleiders, schoolopleiders, werkbegeleiders/coaches, vakbegeleiders. 2.2 De instituutsopleider De instituutsopleider (IO) is de contactpersoon tussen het instituut en een opleidingsschool en heeft zicht op hoe studerenden zich ontwikkelen. Hij heeft een organiserende, coördinerende en controlerende taak en werkt nauw samen met de schoolopleider. Samen zijn zij verantwoorde- 1 Met studerenden worden zowel de studenten, de zij-instromers (of personen die aan deze omschrijving voldoen) en docenten bedoeld. ROWF - Begeleidingsstructuur: taken en rollen begeleiders, toedeling begeleidingsuren (februari 2007) 2

lijk voor de inhoud en organisatie van het werkplekleren. De IO levert een bijdrage aan de vernieuwing van het onderwijs en de opleiding van leraren. De IO is eindverantwoordelijk voor de beoordeling, maar de beoordeling komt in nauwe samenwerking met de school tot stand. De IO heeft regelmatig contact met studerenden en werkbegeleiders. De instituutsopleider is tweewekelijks één dag beschikbaar in school. Hij stimuleert en ondersteunt studerenden en daagt hun uit tot het maken van eigen keuzes. De instituutsopleider houdt zijn eigen deskundigheid op peil. 2.3 De schoolopleider De schoolopleider (SO) is op een opleidingsschool een medewerker van de school die samen met de instituutsopleider verantwoordelijk is voor inhoud en organisatie van het opleiden in de school en verantwoordelijk is voor de ontwikkeling, implementatie en het laten uitvoeren van het opleidingstraject van de studerende binnen de school. De schoolopleider begeleidt de studerenden in algemene zin ('op afstand'), de dagelijkse begeleiding berust bij de werkbegeleider op de school. De schoolopleider heeft een ondersteunende rol voor de werkbegeleiders en speelt een rol bij het opzetten van leerwerktaken voor de studerenden. De schoolopleider organiseert themabijeenkomsten en intervisies voor de geformeerde schoolgroep (groep van studerenden binnen de eigen school en/of met studerenden van andere scholen binnen de ROWF). De schoolopleider draagt bij aan de beleids- en visieontwikkeling en beleidsuitvoering binnen de eigen organisatie en houdt zijn eigen deskundigheid op peil. 2.4 De werkbegeleider/coach De werkbegeleider (WB)/coach is een docent in de school die de inhoudelijke, dagelijkse begeleiding van de studerende bij het werkplekleren verzorgt en is de eerste aanspreekpersoon voor de studerende. Dit betekent dat hij deze wegwijs maakt, activiteiten afspreekt, voortgangsgesprekken voert, lessen of andere activiteiten bijwoont en nabespreekt en een belangrijke inbreng heeft bij de tussen- en eindbeoordeling. De werkbegeleider stimuleert het ontwikkelen en uitvoeren van leerwerktaken. De werkbegeleider/coach introduceert studerenden binnen de vaksectie en biedt hen gelegenheid lessen te observeren bij verschillende sectiegenoten; zorgt ervoor dat de studerende over alle schoolboeken en andere noodzakelijke leermiddelen beschikt; informeert de studerende over onderwijsvisies binnen de sectie; biedt de studerende gelegenheid tot het geven van lessen; observeert een deel van die lessen en spreekt die lessen vooraf met de studerende door, en bespreekt de lessen na; helpt de studerende bij het formuleren van diens leerwensen (POP, PAP); helpt de studerende theorie en praktijk te integreren; heeft regelmatig contact met de instituutsopleider en/of vakdidacticus van de studerende; neemt deel aan het kennisnetwerk van de vakdidacticus (van toepassing wanneer het om een studerende gaat van de ILO is) ; is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de praktijkbeoordeling van de studerende en houdt zijn eigen deskundigheid op peil. 2.5 De vakbegeleider In het geval dat de werkbegeleider niet in hetzelfde vakgebied van de studerende werkt, wordt er een vakbegeleider aan de studerende gekoppeld. De vakbegeleider (VB) biedt de studerende een oriëntatie op het vakdidactisch denken, de ontwikkelingen in de vakdidactiek en de vakdidactische bronnen. Hij stelt de studerende fysiek in staat om lessen te geven en verzorgt, in samenspraak met de werkbegeleider lesopdrachten. Ook de vakbegeleider houdt zijn eigen deskundigheid op peil. 2.6 Matri taken en rollen begeleiders In een matri zijn de rollen en taken van de begeleiders neergezet, uitgaande van de zeven competenties van het leraarschap: ROWF - Begeleidingsstructuur: taken en rollen begeleiders, toedeling begeleidingsuren (februari 2007) 3

De begeleider/opleider in de school IO SO WB VB 1. Grondslag voor het begeleiden/opleiden Geeft vorm aan de drieslag: zicht hebben hoe studerenden zich ontwikkelen; begeleiden van de ontwikkeling van (beginnende) leerkrachten; sturen van de eigen ontwikkeling als opleider. Is: initiatiefrijk; motiverend; betrokken; geïnteresseerd; kritisch; open; probleemoplossend; tactvol; fleibel en doet dit in samenhang en op een evenwichtige manier. Stelt de ontwikkeling van de studerenden centraal, stimuleert de studerenden om daarin eigen verantwoordelijkheid te nemen en neemt de inbreng van de studerenden serieus. 2. Interpersoonlijk en (ped)agogisch Creëert een veilige (werk)sfeer en stelt zich open voor en luistert actief naar anderen. Hanteert groepsdynamische processen binnen groepen studerenden en stimuleert de interactie tussen opleider en studerenden en tussen studerenden onderling. Maakt gebruik van de input van studerenden en ontplooit initiatieven met studerenden. Geeft ruimte, neemt leiding en confronteert, en doet dit op een evenwichtige manier. Gaat op een adequate manier om met stimulerende en remmende factoren. Ondersteunt studerenden in hun (beroeps)identiteitsontwikkeling. Ondersteunt studerenden in hun (vakeigen)identiteitsontwikkeling. 3. Opleidingsdidactisch IO SO WB VB Vertaalt nieuwe ontwikkelingen in het eigen deskundigheidsgebied en het onderwijs naar het opleidingsonderwijs. Creëert voor studerenden een krachtige en inspirerende leeromgeving Maakt de gehanteerde vakdidactische aanpak inzichtelijk, reflecteert met de studerenden op de vakdidactische keuzen en daagt hen uit tot het maken van eigen keuzen. Maakt gebruik van de ervaringen van de studerenden, verdiept deze ervaringen en stimuleert dat studerenden deze ervaringen vertalen in praktische werktheorieën. Begeleidt studerenden bij het uitvoeren van (actie)onderzoek. Ontwikkelt instrumenten voor (zelf)beoordeling van professionele be- ROWF - Begeleidingsstructuur: taken en rollen begeleiders, toedeling begeleidingsuren (februari 2007) 4

kwaamheden. Draagt bij aan het beoordelen van studerenden op hun geschiktheid. Stimuleert studerenden tot reflectie op hun ervaringen, tot zelfverantwoordelijkheid voor hun leerproces en tot zelfbeoordeling van hun vorderingen. 4. Organisatorisch Bewaakt de voortgang in het leerproces van de studerenden en legt deze vast. 5. Werken met collega s 2 binnen de organisatie Werkt samen in multidisciplinaire teams 3. Epliciteert de eigen onderwijsvisie. Relateert de eigen onderwijsvisie aan de visie en het concept van collega s en de organisatie en communiceert hierover. Draagt bij aan de beleids- en visieontwikkeling en beleidsuitvoering binnen de eigen organisatie. Geeft met collega s vorm aan ontwikkeling, voorbereiding, uitvoering en bijstelling/vernieuwing van de opleiding. Maakt het opleiden in school zichtbaar binnen de eigen organisatie. 6. Werken in een brede contet IO SO WB VB Onderhoudt een voor de taakuitoefening relevant regionaal of (inter)nationaal netwerk. Levert een bijdrage aan de (discussie over de) vernieuwing van het onderwijs en de opleiding van leraren. Levert een bijdrage aan de kennisproductie over opleiden en onderwijzen. 7. Werken aan de eigen deskundigheidsontwikkeling 3. Categorieën studerenden De werkgroep heeft een indeling gemaakt van studerenden te weten: studerenden met een leerovereenkomst: 2 e graads, bij voorbeeld: EHvA jaar 1, 2 en 3 (niet betaald); 1 e en 2 e graads, bij voorbeeld: EHvA LIO; LIO UVA/VU (niet betaald); 2 e graads duaal (één dag in de week betaald als onderwijsassistent). studerenden met een leerarbeidsovereenkomst ten aanzien van onderwijs geven: 1 e en 2 e graads LIO (betaald); zij-instromer; docenten met aanstelling, nog studerend, bij voorbeeld: 2 Collega s kunnen zowel uit de eigen school of van andere partners van de Regionale Opleidingsschool Westfriesland afkomstig zijn. 3 Met teams worden zowel vaksecties, kernteams, onderwijsontwikkelgroepen als afdelingen bedoeld. ROWF - Begeleidingsstructuur: taken en rollen begeleiders, toedeling begeleidingsuren (februari 2007) 5

3 e jaars EHVA, aanstelling voor -uren; 2 e graads bevoegd, 1 e graads studie; 2 e graads bevoegd, studie etra bevoegdheid. overige studerenden PABO, MBO, BBL, onderwijsassistent, leermeester Praktijkonderwijs, enz. Deze indeling sluit aan bij de regeling Aanstellingsvoorwaarden en honorering studenten, duale studenten, LIO-ers en zij-instromers. (Deze regeling is opgenomen in het digitale dossier op www.rowf.nl.) 4. Benodigde begeleidingsuren 4.1 Toelichting Het begeleiden van studerenden vergt tijd. In onderstaand globaal schema zijn gemiddelden voor begeleidingsuren geformuleerd. De aantallen uren zijn gebaseerd op een inventarisatie bij de deelnemende scholen. Zie voor een specifiekere toelichting de notitie ROWF begeleidingsuren 2007-2008, die binnenkort separaat zal worden opgenomen in het digitale dossier op www.rowf.nl. 4.2 Begeleiding (formatief) Schoolopleider toelichting basis 160 Schoolopleiders spelen voor de hogerejaars studerenden en LIO-ers een beperkte rol door intervisie met een groep studerenden en gesprekken met individuele studerenden indien dat noodzakelijk blijkt. Voor deze begeleidingstaak en voor overleg, scholing en ontwikkelwerk t.a.v. opleiden in de school heeft de schoolopleider een basis in de taakbelasting van 160 uur op jaarbasis. 1 e gr 60 Indien de schoolopleider een schoolgroep van eerstegraads studerenden leidt en aan het schoolopleidersoverleg deelneemt, wordt 60 uur op jaarbasis opgenomen. 1 e jr 40 (groep van 8 studenten) Schoolopleiders spelen de belangrijkste rol bij de begeleiding van eerstejaars studenten van de EHvA. De SO heeft 40 uur nodig om de organisatie, intake en intervisie te regelen en de leerwerktaken en ABV-presentaties te regelen en beoordelen. Werkbegeleider 4 toelichting basis 40 Voor de begeleidingstaak en voor overleg, scholing, beoordeling en intervisie heeft de werkbegeleider een basis in de taakbelasting van 40 uur op jaarbasis. 40 Voor begeleidende taken gekoppeld aan de student. Bij de begeleiding van meer studenten door dezelfde werkbegeleider geldt een aangepast aantal begeleidingsuren. Opmerkingen 4 werkbegeleider/coach/vakbegeleider; wanneer een vakbegeleider een deel van de begeleiding overneemt, gaan daar uren naar toe (wet van de communicerende vaten). ROWF - Begeleidingsstructuur: taken en rollen begeleiders, toedeling begeleidingsuren (februari 2007) 6

Een vakbegeleider heeft minder tijd nodig voor begeleiding dan een werkbegeleider. Begeleiders spelen ook een rol bij eerstegraads studerenden die onderzoek gaan doen. De benodigde ontwikkeltijd en de uren voor het uitvoeren van opleidingsonderdelen op locatie wordt apart van de begeleidingstijd in de taak van de betreffende medewerker opgenomen. 4.3 Begeleiding (niet formatief): De werkbegeleider moet deel kunnen nemen aan intervisie. De werkbegeleider moet wekelijks structureel in staat zijn om minimaal één observatiebezoek en één begeleidingsgesprek te organiseren. De begeleider moet in staat zijn deel te nemen aan de trainingen die ter deskundigheidsbevordering binnen de ROWF worden georganiseerd. 5 De schoolopleider moet in staat zijn deel te nemen aan de overlegstructuren en evt. schoolgroepsbijeenkomsten. 5 5. Voorwaarden begeleiding Iedere school die participeert in dit traject dient de studerenden in ieder geval het onderstaande te bieden: Studerenden moeten aan intervisie deel kunnen nemen. Studerenden moeten wekelijks minimaal één observatiebezoek en één individuele begeleidingsgesprek krijgen met de werkbegeleider (structureel; frequentie hangt af van studerenden, vorderingen en tijd van het studiejaar). De werkbegeleider moet wekelijks structureel in staat zijn om minimaal één observatiebezoek en één begeleidingsgesprek te doen. De vakbegeleider kan tevens werkbegeleider zijn. Er dient een korte verslaglegging met kopie aan de begeleider (van de individuele gesprekken) gemaakt te worden door de studerenden (verantwoordelijk voor eigen leerproces). Studerenden moeten in de gelegenheid zijn om diverse lessen te volgen en te geven bij verschillende docenten (taak schoolopleider). Studerenden moeten in de gelegenheid gesteld worden het proces in de school mee te maken en er aan deel te nemen. Studerenden moeten in de gelegenheid gesteld worden opdrachten voor de school uit te voeren. De schoolopleider coördineert en ziet toe op: het vasthouden van de kwaliteit van de werkbegeleiders e.d. borging), intervisie. 5 Om overleg, trainingen enz. mogelijk te maken is het gewenst om één centraal moment voor alle locaties te plannen te weten: woensdagmiddag na 14.00 uur. ROWF - Begeleidingsstructuur: taken en rollen begeleiders, toedeling begeleidingsuren (februari 2007) 7