Verticale bewegingen ABC ABC



Vergelijkbare documenten
Speciale functies. 2.1 Exponentiële functie en natuurlijke logaritme

Bepaalde Integraal (Training) Wat reken je uit als je een functie integreert

De hoek tussen twee lijnen in Cabri Geometry

TRAAGHEIDSMOMENTEN + OPLOSSINGEN VAN OPGAVEN

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Hoofdstuk 21 Oppervlakte 21.0 INTRO

1. Langere vraag over de theorie

Zomercursus Wiskunde. Module 4 Limieten en asymptoten van rationale functies (versie 22 augustus 2011)

wiskunde B havo 2018-I

Analyse voor de 3 de graad TSO (leerplan 4u) met de TI83 Plus

natuurkunde vwo 2017-I

toelatingsexamen-geneeskunde.be

Lden geluidsberekeningen luchthavens provincie Overijssel

Wiskunde krachten als vectoren oefeningensessie 1 Bron: Wiskunde in de bouw Jos Ariëns, Daniël Baldé

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2004-I

1 Coördinaten in het vlak

Tweepuntsperspectief I

IJkingstoets Industrieel Ingenieur. Wiskundevragen

IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica juli 2018: algemene feedback

PROBLEEMOPLOSSEND DENKEN MET

PROJECT 1: Kinematics of a four-bar mechanism

Hoofdstuk 8 : De Cirkel

2010-I. A heeft de coördinaten (4 a, 4a a 2 ). Vraag 1. Toon dit aan. Gelijkstellen: y= 4x x 2 A. y= ax

REKENTECHNIEKEN - OPLOSSINGEN

Formules en grafieken Hst. 15

Hoofdstuk 1 : Hoeken ( Zie ook : boek pag 1 tot en met pag 33)

1 PLOTHANDLEIDING 1.1

Een bekende eigenschap van de middens van de zijden van een driehoek is de volgende.

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

Vlaamse Wiskunde Olympiade : tweede ronde

Langere vraag over de theorie

25 JAAR VLAAMSE WISKUNDE OLYMPIADE. De slechtst beantwoorde vragen in de eerste ronde per jaar

Vlakke meetkunde. Module Geijkte rechte Afstand tussen twee punten Midden van een lijnstuk

S3 Oefeningen Krachtenleer Hoofdstuk II II-3. II-3 Grafisch: 1cm. II-3 Analytisch. Sinusregel: R F 1

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

Reeksnr.: Naam: t 2. arcsin x f(t) = 2 dx. 1 x

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 dinsdag 25 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Getallen en breuken. /1 Schrijf de helen als breuken, of haal de helen uit de breuk. 2 Verdeel de breuken. 3 Verdeel de breuken.

2.1 Exponentiële functie en natuurlijke logaritme

Theorie windmodellen 15.1

Hoofdstuk 5 : Afgeleiden van veeltermfuncties

Hoofdstuk 1 - Formules en grafieken

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde B. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

Langere vraag over de theorie

= cos245 en y P = sin245.

2 maximumscore 4 10 km komt overeen met cm cm heeft ( =) 6666,66 seconden nodig

1 Cartesische coördinaten

wiskunde B vwo 2017-II

INVOEREN VAN EEN CIRCULATIESYSTEEM MET DEELRINGEN

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: goniometrie en meetkunde. 22 juli dr. Brenda Casteleyn

Examen VWO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

5. Krachtenkoppels Moment van krachten

Antwoordmodel - Vlakke figuren

Analyse: vraagstuk van Kepler

Uitwerking tentamen Stroming 24 juni 2005

Met behulp van deze gegevens kan worden berekend welke maximale totale behoefte aan elektrische energie in Nederland er voor 2050 wordt voorspeld.

Respons van een voertuig bij passage over een verkeersdrempel

Uitwerkingen toets emv

Eindexamen wiskunde B havo 2001-I (oude stijl)

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

Dan is de afstand A B = lengte van lijnstuk [A B]: AB = x x )² + ( y ²

2 maximumscore 4 10 km komt overeen met cm cm heeft ( =) 6666,66 seconden nodig

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Wat is de som van de getallen binnen een cirkel? Geef alle mogelijke sommen!

Tentamen Wiskunde B CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN WISKUNDE. Datum: 19 december Aantal opgaven: 5

9.1 Vergelijkingen van lijnen[1]

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2005-I

Extra oefeningen: de cirkel

MECHANICAII FLUIDO 55

Afsluitende Opdrachten

E = mc². E = mc² E = mc² E = mc². E = mc² E = mc² E = mc²

extra oefeningen HOOFDSTUK 4 VMBO 4

Uitwerkingen Mei Eindexamen HAVO Wiskunde B. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

Eindexamen vwo wiskunde B pilot 2014-II

Eindexamen wiskunde a 1-2 havo I

Meethandleiding. Handleiding meetdefinities en meetmethoden van de zithouding en drukverdeling

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur

Aanvulling hoofdstuk 1 uitwerkingen

Eindexamen havo wiskunde B I

Bijkomende Oefeningen: Les 1

ICT. Meetkunde met GeoGebra. 2.7 deel 1 blz 78

wiskunde B bezem havo 2017-I

Een model voor een lift

Examen HAVO. Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl)

Correcties en verbeteringen Wiskunde voor het Hoger Onderwijs, deel A.

Transcriptie:

Verticale bewegingen Bepaling divergentie J.C. Bellamy eeft een objectieve metode ontwikkeld om de divergentie te berekenen uit drie windwaarnemingen. Hebben we windwaarnemingen op meerdere niveau s (uit ballonoplatingen), dan kunnen we op die niveau,s de divergentie bepalen. Uit de divergentie kunnen we dan weer de verticale windsneleid bepalen. Bescouw de drieoek gevormd door de stations, B en C (Figuur 1). We veronderstellen nu dat de wind tussen deze stations lineair verloopt; we kunnen dan de stations elk apart bescouwen. Bescouw eerst station en neem aan dat et in B en C windstil is. We berekenen nu de bijdrage aan de totale divergentie door de wind in station :. We kunnen zo ook de bijdragen B en C bepalen. De totale divergentie is dan de som van de partiële bijdragen.. Figuur 1 Stationsdrieoek en windvectoren. In de figuur stelt ' de windvector voor in station, dat wil zeggen de afstand die de luct aflegt in één uur tijd. ls et in B en C windstil is en de wind tussen de stations lineair verloopt, dan wordt de uitstroming van de luct voorgesteld door de oppervlakken: 'C + 'B 'BC - BC De partiële orizontale divergentie is gedefinieerd als de uitstroming per volumeeeneid, dus als we een laag van eeneidsdikte bescouwen, door: BC BC (1) BC Definieer de lijnen, ' en a als in de figuur, dan geldt: 1

BC BC en BC BC () zodat we voor de divergentie vinden: a componentvandewindlangsdeloodlijn lengtevandeloodlijn (3) Hierbij wordt de component van de wind langs de loodlijn gegeven in knopen en de lengte van de loodlijn in mijlen. ls de drie posities van de stations bekend zijn, kunnen we de lengte van de loodlijn bepalen. ls de oriëntatie van X bekend is en de wind in bekend is, kan a berekend worden, zodat de partiële bijdrage van station a aan de divergentie berekend kan worden. Zo kunnen we ook de bijdragen van station B en C berekend worden. We vinden tenslotte voor de totale divergentie: a b c D + B+ C + + (4) B Volgens Bellamy geldt de berekende divergentie voor et snijpunt van de middellijnen van de drieoek. C ls we rekening ouden met de ricting van de wind, dan vinden we voor de component van de wind langs de loodlijn: [( dd ) α] a ff.cos 180 (5) waarin ff de windsterkte in m s -1 is, dd de windricting in graden en α de ricting van de loodlijn in graden t.o.v. et noorden. We ebben dan a berekend in m s -1. Bedenk bij et berekenen van de divergentie D dat deze wordt uitgedrukt in s -1. Voor de oefening gebruiken we gegevens van ballonoplatingen van de stations Valencia (Ierland, station 03953), Long-Kes (Noord-Ierland, station 0390) en Camborne (Engeland, station 03808). Bijgevoegd zijn de windgegevens (in m/s) en de al uitgerekende lengtes (in km) en rictingen van de loodlijnen (t.o.v. et noorden) voor de stations, een overzict van de ligging van de stations en een weerkaart van de situatie waarop de gegevens betrekking ebben. Verticale sneleid ω De gewone verticale windsneleid w (in m s -1 ) is gedefinieerd in et (x,y,z)-stelsel met als verticale coördinaat de oogte (in m) en er geldt dus: z w. (6) t

Ecter in et (x,y,p)-stelsel met als verticale coördinaat de druk (in Pa) geldt voor de bijbeorende verticale windsneleid: p ω ρgw, (7) t waarbij de verticale sneleid (ω) dus gegeven wordt in de eeneid Pa s -1. Met beulp van ydrostatisc evenwict is de gegeven relatie tussen ω en w eenvoudig af te leiden. De verticale windsneleid is moeilijk rectstreeks te meten (orde van grootte 10 cm/s). De grootte van de verticale windsneleid moet bepaald worden met beulp van andere meteorologisce grooteden. ls we de divergentie kennen en et verloop ervan met de oogte, dan kunnen we daaruit de verticale windsneleid ω berekenen. Deze kinematisce metode is gebaseerd op de continuïteitsvergelijking in drukcoördinaten: Ofwel: u v ω + + 0. (8) x y p ω u v + x x y D (9) waarbij D de orizontale divergentie (s -1 ) is. Integratie levert: p D( p1) + D( p ω( p) ω( p1) D.dpω( p1) + p p1 ). (10) ls we dus de divergentie op twee drukniveau s kennen, kunnen we de verticale sneleid ω op et bovenste niveau berekenen. We beginnen daarbij op de grond, omdat op dat niveau geldt dat de verticale sneleid gelijk aan nul is. Door successievelijke integratie (sommatie) over opeenvolgende lagen kunnen we de verticale sneleden voor de verscillende niveau s berekenen. Grootteorde van divergentie en verticale beweging Bij actieve synoptisce systemen varieert de divergentie D meestal tussen 1x10-5 en 4x10-5 s -1. Een karakteristieke waarde voor ω is 0-40 Pa/uur (dat is ongeveer 1 Pa s -1 ), overeenkomend met w 10 cm s -1. Het divergentieprofiel van een ontwikkelende depressie ziet er uit als in Figuur. Kenmerkend zijn de convergentie (negatieve divergentie) in de onderste troposfeer en de divergentie in de ogere troposfeer. Op ongeveer 500 Pa zien we dat we een divergentievrij niveau ebben. 3

Figuur Verdeling van convergentie en divergentie. : trog in ogere luctlagen, lagedrukgebied aan de grond. B: ontwikkelend lagedrukgebied. Divergentie en vorticiteit De divergentie is altijd ongeveer een grootteorde kleiner dan de planetaire vorticiteit f (D 10-5 s -1 tegenover f 10-4 s -1 ). Dit is noodzakelijk opdat aan de vorticiteitsvergelijking kan worden voldaan. Deze vergelijking kunnen we na scaalanalyse scrijven als: 1dη ηdt f 1 d( +ζ f +ζ) D. (11) dt Hieruit blijkt dat convergentie- en divergentiepatronen sterk gekoppeld zijn aan veranderingen in absolute vorticiteit. ls bijvoorbeeld D<0 is (convergentie), dan is dη/dt>0 en ebben we te maken met een toename van de cyclonale absolute vorticiteit. Inderdaad is geconstateerd dat een gebied met low-level convergentie gunstig is voor et ontstaan van een lagedrukgebied. Een lagere luctdruk aan de grond betekent ecter minder luct in de luctkolom erboven. dat is niet in strijd met de toestromende luct door de low-level convergentie, want tegelijkertijd is er sprake van een upper-level divergentie. In onderstaande Figuur 3 is de samenang tussen convergentie, divergentie en verticale bewegingen nog eens scematisc weergegeven. 4

Figuur 3 Relatie tussen convergentie, divergentie en verticale bewegingen. 5