Duurzaamheid en voeding... Harry Aiking & Joop de Boer Jubileumsymposium HMC - Den Haag - 17 juni 2011 1
Hoofdpunten Duurzaamheid als bewegend doelwit Belang van voedselproductie en consumptie Mondiale rol van eiwitvoorziening Unieke positie van Nederland Frames, communicatie en consumenten 2
Duurzaamheid is dynamisch Duurzaamheid: een paar honderd definities Hoofdaspecten: ecologie, economie, maatschappij Gezondheid, fair trade, dierenwelzijn? Afhankelijk van omstandigheden, plaats en tijd! Duurzaamheid is een bewegend doelwit! En de snelheid van verandering is verbijsterend... vrije Universiteit amsterdam Institute for Environmental Studies (IVM) 3
Duurzaamheid en voedselvoorziening Per definitie: milieueffecten alléén door menselijke activiteiten, met name productie van water, voedsel, en energie Deze drie zijn gekoppeld, want voedselproductie gebruikt: land 30%, water 70%, energie 20% - met gevolgen voor hulpbronnen (biodiversiteit, water, fosfaat, brandstof) verontreiniging (pesticiden, eutrofiëring, klimaatverandering) vrije Universiteit amsterdam Institute for Environmental Studies (IVM) 4
Lang geleden: jager-verzamelaars 5
Historische trends Jagers en verzamelaars Ontstaan van de landbouw Middeleeuwen: schaarste en overvloed Plattelandsmaaltijd (calorierijk) Verstedelijking (gemaksvoedsel) Bevolkingsgroei (schaalvergroting) Industriële vervaardiging (afstandelijk) 6
De mondiale uitdaging... In 2050 nog geen 40 jaar! hebben we 70% meer voedsel nodig voor 2,3 miljard extra monden... (FAO, 2009), dus vereist: voedselzekerheid: verdubbeling van opbrengst / ha duurzaamheid: een kwart van de impact per ton! vrije Universiteit amsterdam Institute for Environmental Studies (IVM) 7
world population (billion) De voedselproductie neemt toe... door groei van de wereldbevolking en door... 8 7 6 5 4 3 2 1 0 0 500 1000 1500 2000 year 8
... en door stijging van de welvaart jaar wereldbevolking vleesproductie (miljard) (miljard kg) 1950 2,7 45 2000 6,0 229 2050 9,1 465 9
En dus neemt ook de milieudruk toe Bron: Rockström et al. (2009) Nature 461, 472-475 10
De natuurlijke koolstofkringloop 0,04% kooldioxide in de lucht dier plant mens 11
De koolstofkringloop nu 0,04% kooldioxide in de lucht dier plant mens + 1-2% verbranding kolen en olie 12
De natuurlijke stikstofkringloop 78% stikstof (N 2 ) in de lucht vorming ammoniak (NH 3 ) door bliksem en bacteriën ammoniak emissies afbraak door bacteriën dier eiwitvorming door plant mens 13
De stikstofkringloop nu 78% stikstof (N 2 ) in de lucht + 100-200% vorming ammoniak (NH 3 ) door Haber-Bosch proces vorming ammoniak (NH 3 ) door bliksem en bacteriën afbraak door bacteriën dier ammoniak emissies eiwitvorming door plant mens 14
Stikstof in het kort Menselijke bijdrage C cyclus 1-2%; N 100-200% N = onmisbaar element in eiwitten, DNA,... Stabiele vorm in lucht Bioactieve vorm: ammoniak Planten gebruiken ammoniak - Dieren hebben eiwit nodig (van planten of andere dieren) Snelheidsbepalende omzetting: bliksem + bacteriën Zonder kunstmest: 3 miljard mensen maximaal vrije Universiteit amsterdam Institute for Environmental Studies (IVM) 15
world population (millions) world population (% N-fed), fertiliser input (kg N / ha / yr), meat production (kg / capita / yr) Stikstof en eiwit staan centraal 7000 6000 50 world population 5000 4000 3000 2000 1000 0 1900 1950 2000 40 30 20 10 0 world population (without N fertiliser) world population (% fed by N fertiliser) average fertiliser input (kg N / ha / year) meat production (kg / capita / year) vrije Universiteit amsterdam 16
Biodiversiteit N-cyclus C-cyclus Energieinhoud van stikstofkunstmest = 37% van alle energiegebruik in US landbouw Gewassen nemen 50% van de kunstmest op en het restant veroorzaakt effecten op: landecosystemen (via ammoniakemissies) zee-ecosystemen (via eutrofiëring) vrije Universiteit amsterdam Institute for Environmental Studies (IVM) 17
Prioritering effecten (bovengrens = 1) 1. Biodiversiteitsverlies >10 2. Stikstofkringloop 3,45 3. Klimaatverandering 1,1-1,5 4. Fosfaatkringloop 0,77-0,86 5. Oceaanverzuring 0,81 6. Landgebruikverandering 0,78 7. Zoetwatergebruik 0,65 8. Ozonlaagafname 0,50 vrije Universiteit amsterdam 18
Vlees + zuivel = inefficiënte eiwitbron Voor 1 kg dierlijk eiwit is 6 kg plantaardig eiwit nodig Voor dierlijk eiwit is 50 maal zoveel water nodig Veestapel consumeert 40% van de wereldgraanoogst en 70% van de soja 2004 voedergranen: 800.000.000.000 kg! 85% eiwitverlies Wereldwijd is het areaal voor diervoergewassen 400 Mha (ca. opp. EU-27); maar 25 Mha soja (ca. opp. UK) zou evenveel eiwit voor menselijke consumptie opleveren! 19
NPF s of vleesvervangers Diervoergewassen als soja en mais kunnen beter worden gebruikt als direct niet indirect mensenvoedsel, maar betere vleesvervangers zijn nodig (NPF s); waarom? Klassieke (b.v. tofoe, tempeh) kosten veel energie Moderne (b.v. Quorn, Tivall) bevatten tot 30% kippeneieren Planteneiwitten bevatten reserves voor zaden: bolvormig Vleeseiwitten zijn spiereiwitten: vezelstructuur Eigenschappen beïnvloeden smaak, mondgevoel, bereiding vrije Universiteit amsterdam Institute for Environmental Studies (IVM) 20
FAQ - consuminderen werkt! vrije Universiteit amsterdam 21
Conclusies mondiaal Duurzaamheid is een bewegend doelwit Eiwitvoorziening is cruciaal voor milieu en gezondheid 2050 (39 jaar!): +2,3 miljard mensen, +70% voedsel Eiwittransitie lijkt dus onvermijdelijk (prijs en milieu) Overgang te verzachten door innovatie (NPF s) Reductie diervoergewassen = Winst voor biodiversiteit, klimaat, water, gezondheid, dierenwelzijn, 3 e wereld 22
Nederland distributieland 23
Europese jager-verzamelaars 24
Nederland is uniek in Europa (EU-15) Eiwitbron (g/dag) NL laag land hoog land Rund & kalfsvlees 8,2 4,6 DL 10,4 I Schapen & geitenvlees 0,4 0,1 SU 5,4 GR Varkensvlees 14,9 6,7 UK 22,7 AU Gevogelte 5,7 4,6 SV 11,7 EI Slachtafval 1,0 0,5 DK 9,6 EI Vis & schaaldieren 6,8 2,9 AU 15,7 P Zuivel (incl. kaas) 28,2 13,9 ES 28,2 NL Eieren 4,7 2,1 EI 5,0 F Granen 17,6 17,6 NL 35,5 I Aardappelen 3,8 1,6 I 5,5 P Peulvruchten 1,6 <0,1 4 3,7 ES Groenten 3,2 2,1 SU 7,7 GR Stimulantia (koffie) 2,4 <0,1 GR 2,6 DK Plantaardig eiwit 32,6 32,6 NL 53,3 GR Dierlijk eiwit 70,8 55,3 UK 76,2 F Totaal eiwit 103,4 95,8 DL 118,9 P 25
Conclusies NL Als de NL consument 30% eiwit consumindert 30% dierlijk eiwit vervangt door plantaardig 30% dierlijk eiwit vervangt door scharrel Dan is dat een voordeel voor de volksgezondheid (obesitas en dierziekten als vogelgriep en Q-koorts) èn voor klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn, etc. Communicatie is daarbij cruciaal! 26
Frame duurzame voedselsystemen Strategisch begrip Kritische, mondiale aspecten Aangrijpingspunten reductie honger in de wereld biodiversiteitsbeleid mestbeleid snelheid verlies biodiversiteit Duurzame voedselsystemen verstoring stikstofcyclus veranderingen van het klimaat verzuring en eutrofiering non-co 2 emissies CO 2 emissies kunstmestgebruik omvang watergebruik veranderingen in landgebruik klimaatbeleid fosfaatprobleem onrechtvaardige systemen oneerlijke prijzen welzijnsproblemen 27
Frame voor voedselaankopen Operationeel begrip Kritische, persoonlijke aspecten doel van de aankopen beoogd budget kwaliteit van producten ethische kwaliteit plaats(en) één plaats meer plaatsen voedsel aankopen tijd gehaast rustig benodigde aandacht laag (routine) hoog (iets nieuws) sociale status schade vermijden past bij identiteit gezondheid fair verdelen morele intuïties loyaal handelen gezag respecteren 28 zuiverheid bewaren
Typering van consumenten Relatief veel vis Smaakgerichte eters (17%) Open voor verrassingen Sterk betrokken bij voeding Mixed (24%) Grote eters (9%) Zwak betrokken bij voeding Meest op gemak gericht Weinig geïnteresseerde eters (5%) Bedachtzame eters (14%) Promotiegericht Preventiegericht Laag vleesverbruik Verantwoorde producten (scharrelvlees, vis) Meest gericht op nieuwe informatie Meest kritisch t.a.v. informatiebronnen Gewoonte eters (31%) Nadruk op veiligheid en risicovermijding Niet gericht op nieuwe informatie Minst kritisch t.a.v. informatiebronnen 29
Conclusies duurzaamheid Duurzaamheid is een bewegend doelwit Dus moet worden gewerkt met heldere prioriteiten De complexe verbanden tussen biodiversiteit, klimaat, gezondheid, etc. en voedsel moeten worden uitgelegd De wijze van communicatie moet aansluiten bij de verschillende typen stakeholders en hun denkwerelden De frames benadering kan daarbij helpen 30
Kansen voor innovatie Bioraffinage van gewassen in een cascade : food feed fibre feedstock fuel Betere vleesvervangers (NPF s) Urbane landbouw Waterbesparing Fosfaat terugwinning uit rioolwater Afvalreductie (nu 30%!) vrije Universiteit amsterdam Institute for Environmental Studies (IVM) 31
Conclusies voedsel Voedselprijzen stijgen onvermijdelijk verder Dierlijke producten worden weer luxe Eiwittransitie geeft kansen door innovatie Consumentencommunicatie is cruciaal Winst: biodiversiteit, klimaat, gezondheid, fair trade, dierenwelzijn, zelfvoorziening EU (eiwit & energie) 32
www.profetas.nl Dank u voor uw aandacht! vrije Universiteit amsterdam 33