6_LENGTEMATEN EN SCHAAL



Vergelijkbare documenten
REKENMODULE LENGTE/SCHAAL

REKENMODULE LENGTE/SCHAAL

LEERWERKBOEK. 2F Meten en meetkunde. Les Schaal

Schaal. Met behulp van de werkelijke grootte en de afgebeelde grootte kun je de schaal berekenen.

Colofon RekenGroen. Rekenen voor vmbo- groen en mbo- groen Extra Rekenmodule Oppervlakte Leerlingtekst Versie 1.0. November 2012 Auteurs: Mieke

REKENMODULE INHOUD. Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen

2 BBL. Oppervlakte. 5.1 Eenheden van oppervlakte

kilometer hectometer decameter meter decimeter centimeter milimeter km hm dam m dm cm mm

Antwoorden rekenopdracht OPPERVLAKTE

RekenGroen Titel Rekenmodule Onderdeel Tijd Versie

Naam: Klas:.. Oppervlakte 1/11

Examen VMBO-KB 2005 WISKUNDE CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 21 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

1 Inleiding 2 Lengte en zijn eenheden 3 Omtrek 4 Oppervlakte 5 Inhoud. Meten is weten. Joke Braaksma. November 2010

Bij het meten van breedte, dikte, diepte, hoogte en afstand bepaal je de lengte. De eenheid van lengte is de meter.

TUINCENTRUM KENNISMAKEN

Aanvulling hoofdstuk 1 uitwerkingen

SAMENVATTING BASIS & KADER

Het Metriek Stelsel. Over meten, omtrek, oppervlakte en inhoud

deel B Vergroten en oppervlakte

BLAD 16: HAM EN KAAS. b. Bij de maatbeker horen verschillende inhoudsmaten. Hiernaast staan ze op een rij. Schrijf op de stippeltjes wat het betekent.

Examenopgaven VMBO-BB 2003

TUINCENTRUM VIJVER AANLEGGEN

Inhoud kaartenbak groep 8

groep 8 blok 7 antwoorden Malmberg s-hertogenbosch

BLAD 6: KARWEITJES EN KOZIJNEN

Bloemlezing uit 36 bladzijden voor een eerste indruk. inzicht in het complete metriek stelsel. Op een eenduidige

In een museum staan enkele beelden. Hieronder zie je een gedeelte van de plattegrond van het museum. zaal 3

Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren

Duizend 3 getallen achter de komma 230 duizend duizend Andersom ,6 duizend ,5 duizend

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 maandag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

wiskunde CSE GL en TL

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN

Bereken hoeveel liter benzine de auto verbruikt voor de heen- en terugreis samen. Schrijf hieronder de berekening op

REKENMODULE PROCENTEN VERHOUDINGEN

Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 2 maandag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Meten is weten ANTWOORDENBOEK Meten is weten. Antwoordenboek. = 95 mm 6 cm = 60 mm 10 cm = 100 mm. 1 cm = 15 mm 9 cm

9.1 Oppervlakte-eenheden [1]

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Werkblad bij lesvoorbereiding Breuken. 1. Vereenvoudig de volgende breuken: 2. Maak de volgende sommen: Schrijf de berekening erbij!

handleiding pagina s 678 tot Handleiding 1.2 Huistaken huistaak 20: bladzijde Werkboek 3 Posters 4 Scheurblokken

REKENMODULE GELD. Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

1. Bereken. 2. Bereken. Oefenopgaven. F. 2 km = cm G. 3 dm = mm H. 4,5 cm = m I. 250 dm = dam J. 3,12 hm = dm

Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4

KAPSTOK REKENEN inhoud

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5

RekenGroen Titel Rekenmodule Onderdeel Breuken Versie

Je kunt in de grafiek aflezen wat de gewichtstoename is van schapen die zwanger zijn van één, twee of drie lammetjes.

TOELICHTING METRIEK STELSEL

Hoofdstuk 5 gaat over rekenen. Deel 2 is eigenlijk herhaling van alle stof. Trainen voor het examen.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 woensdag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

spiekboek rekenen beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep

Examen VMBO-BB 2005 WISKUNDE CSE BB. tijdvak 1 dinsdag 31 mei uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 vrijdag 23 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Het Metriek Stelsel. Over meten, omtrek, oppervlakte en inhoud

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10

Op zondag 12 december 2004 werd in Eindhoven het grootste pitabrood ter wereld gebakken.

Examen VMBO-GL en TL 2005

handleiding pagina s 964 tot Handleiding 1.1 Kopieerbladen pagina 915: km Huistaken huistaak 27: bladzijde Werkboek 3 Posters

Eindexamen wiskunde b 1-2 havo II

Reken uit en Leg uit 5 e bijeenkomst woensdag 20 juni 2012 monica wijers en vincent jonker

Ruitjes vertellen de waarheid

TUINCENTRUM NIEUWE VOORTUIN

Examenopgaven VMBO-KB 2003

Examen VBO-MAVO-C. Wiskunde

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 donderdag 22 mei uur

Rekentaalkaart - toelichting

T O E L I C H T I N G R E K E N E N M E T V E R H O U D I N G E N

VAKANTIEWERK WISKUNDE

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 21 donderdag 24 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Meten. Kirsten Nederpel. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Theorie: Het maken van een verslag (Herhaling klas 2)

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2002-II

IJS FABRIEK GEITENMELK

wiskunde CSE GL en TL

klas "Eenheden"

Hoofdstuk 4: Meetkunde

Excellent Rekenen Goede tot zeer goede rekenaars in het vmbo. Bijlage 1 Tuinontwerp Materiaal voor de leerling. Naam:...

LOPUC. Een manier om problemen aan te pakken

M.R. 56 : Overzicht scenario s.

OVERZICHT FORMULES: Eindexamen wiskunde vmbo gl/tl II. omtrek cirkel = π diameter. oppervlakte cirkel = π straal 2

Voor we iets gaan maken moeten we wel het een en ander weten van meten. We zeggen altijd meten is weten. Hoi Leuk dat je er weer bent.

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

De schaal. Plattegrond van een klas.13

Leerlijnen groep 4 Wereld in Getallen

Hoofdstuk 5 Omtrek, oppervlakte en inhoud

De lengtematen. Naam:...

exclusief 19% BTW. Bereken de prijs van de kandelaar inclusief 19% BTW. Schrijf je berekening op.

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 donderdag 27 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 maandag 23 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-GL en TL 2008 wiskunde CSE GL en TL tijdvak 1 donderdag 22 mei uur

Reken uit en Leg uit 5e bijeenkomst 9 december 2014 monica wijers

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 vrijdag 21 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

PROJECT. schaalrekenen. aardrijkskunde en wiskunde 1 vmbo-t/havo. naam. klas

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 23 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Transcriptie:

6_LENGTEMATEN EN SCHAAL SCHAALLIJNEN I Voor het rekenen met schaal moetje een aantal maten kennen. De belangrijkste daarbij zijn: centimeter meter kilometer m In het tuinontwerp hieronder staat geen schaal. Wel is aangegeven dat de rij struiken langs het stenen pad 3 meter lang is.

O Soms zie je bij een l<aart of plattegrond een schaallijn. Je kunt met een schaallijn gewoon meten. 0 1 m a. Onderaan de schaallijn zie je een letter m. Waarvan is dit een afkorting? b. Waarom past deze schaallijn bij de tekening van de tuin uit opdracht 1? L.^.^..'^.p^.fC^.k-..(vx..^.hjj U i^.kj:o^. (u...^ a. Neem een blaadje papier. Leg de rand van het papier op de schaallijn en trek de schaallijn over: b. Gebruik dit papier om in opdracht 1 een vijver te tekenen. De vijver komt in het midden van het gras. De afmetingen van de vijver zijn 2,5 m bij 4 meter. In de vorige opdrachten heb je gewerkt met een schaallijn. Deze schaallijn laat zien dat 1 cm in de tekening in werkelijkheid 5 meter is: 1 = ^ ^ I O 5 10 15 m Hieronder zie je verschillende schaallijnen. Vul de zinnen eronder aan. a. I = ^ 1 = 1 O lom 1 cm in de tekening is in werkelijkheid.q-...vy^ b. O 40 km 1 cm in de tekening is in werkelijkheid [..D. c. 1 = ^ ^ I O 2 m 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 0( 4

LENGTEMATEN, SCHAAL EN SCHAALLIJNEN Bij een kaart of plattegrond staat vaak op een andere manier de schaal aangegeven. Bijvoorbeeld schaal 1: 300 [dit spreek je uit als 'schaal 1 op 300'] Dit betekent dat 1 cm in de tekening in werkelijkheid 300 cm is. Als je hierbij een schaallijn wilt maken, moet je 300 centimeter kunnen omrekenen in meter of kilometer. a. Neem een strook papier. Knip daar een stukje af van precies 1 centimeter. b. Zoek uit hoeveel van deze stukjes samen een lengte hebben van 1 meter. Vul in: centimeter = 1 meter 1^ Vul in: a. 200 centimeter =...r>r... meter b. 250 centimeter = meter c. 50 centimeter =..!0<..5.Q meter d. 1000 cm =...1.0. X 100 cm = 1.0... m e. 10 000 cm =./.oo.. x 100 cm =...im... m Vul in en maak bij elke schaal de schaallijn af: a. Schaal 1: 100 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 100 cm =.( m I I O j m b. Schaal 1: 500 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 500 cm = ^. m 0 ^ m c. Schaal 1: 1000 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 1000 cm =...1.0. m 1 I 0 1-0 m d. Schaal 1: 50 000 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 50 000 cm =..5..C?..Ü... m 1 I 0 5öo m e. Schaal 1: 100 000 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 100 000 cm =...V.9..9..^... m 1 I O m 10 OO

Bij de opdracht 7c l<rijg je dat 1 centimeter in de tel<ening in werkelijkheid 1000 meter is. Voor een schaallijn is het niet handig zulke grote getallen te krijgen. Daarom is het handig als je meter kunt omrekenen in kilometer. Onthoud: 1000 meter = 1 kilometer Vul in: a. 2000 meter =...Xr. kilometer b. 100 000 meter =...fe.ü kilometer c. 500 000 m = 500 X 1000 m =...}^0.a... km d. 1 000 000 m = X 1000 m = km e. 500 m =...O.y.SüÜ km Vul in en maak bij elke schaal de schaallijn af: a. Schaal 1:100 000 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 100 000 cm =...l<i^.9.q... m = km O f km b. Schaal 1: 250 000 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 250 000 cm =...^rsyf O. ni=...l,5. km O 2,5 Schaal 1: 2000 000 1 cm in de tekening is in werkelijkheid 2 000 000 cm = lj)..m>. m=>l.o km c O ^ km In de klas van Esther hangt een grote kaart van Rotterdam. De schaal van de kaart is 1 : 50 000 KOUKKD.AM a. Vul in: 1 cm op deze kaart is in werkelijkheid 5 O cm =.5.9.0 m = km. b. Maak een schaallijn voor deze kaart. 0 I c. Hoeveel centimeter moetje op deze kaart afmeten om in werkelijkheid één kilometer te hebben? 3 cm. 5

d. De afstand van het huis van Esther naar school is op de kaart 15 centimeter. Hoeveel kilometer is dit in werkelijkheid?...l5 )i..oi..^ ^ 3,...S e. De kaart die in de klas aan de muur hangt is 50 bij 60 cm. Bereken hoe groot het gebied is datje op de kaart ziet. 5..Q )^...p,.5 ^?:...2r..5 :^v^ ^"c? ^ c^..,..s rz 2.9...^^ ll.j Op deze kaart zie je de aanduiding 1: 25 000 NEDERLAND 1:2,') 000 Ml J ^. 120 121 4 50 1 - Lange Linsrhoteii KW V'. - Hoeveel centimeter moet je op deze kaart afmeten om in werkelijkheid één kilometer te hebben? Laat zien hoe je aan je antwoord bent gekomen. l.^...ü.c^ CXs ;;;; ^..^...%S... ^ Antwoord: \...(Lk ^ %.:lrb vgi..vs l\ c^w^ ^ I cm op de kaart is in werkelijkheid 1 km. 7

TEKENEN OP SCHAAL EN REKENSCHEMA'S Tekenen op een schaal 1: 100 Alle werkelijke maten worden 100 keer zo klein getekend. Dit kun je met het volgende rekenschema zo opschrijven: : 100 werkelijke maten > maten in de tekening Hoe kun je hiermee rekenen? Bijvoorbeeld, een schutting met een lengte van 12 meter (= 1200 cm! werkelijke lengte 1200 cm 100 lengte tekening 12 cm > De kamer van Paul is 3 bij 5 meter. Hij gaat een schaaltekening van zijn kamer maken. a. Bereken met de rekenschema's de maten van de kamer in de tekening als hij schaal 1 : 10 neemt. werkelijke lengte lengte in tekening S QO cm cm werkelijke breedte cm to breedte in tekening >..Q. cm b. Is schaal 1 :10 handig? Leg uit waarom..^.p.p.c..i).\..^..}^<c. c. Paul kan beter een andere schaal nemen. Welke schaal denk je kan hij het beste nemen? [.A 5...Q ^ LLAJ^ Bereken met deze schaal de afmetingen van zijn kamer in de tekening. werkelijke lengte lengte in tekening..y... cm >..L.Q cm ^ ^ ö i CK [OO -5 S OH.

werkelijke breedte h.o.. cm...50 > breedte in tekening 6. cm 3 'ÜA) Ci^ ^ Een parktuin is 120 meter bij 75 meter. Een hovenier gaat een schaaltekening van de parktuin maken. Hij kiest voor een schaal 1: 1000 Bereken de afmetingen van de parktuin in de tekening. werkelijke lengte lengte in tekening, X ö.00 cm > cm werkelijke breedte, breedte in tekening WO ^ 3 Q..Ö...cm ^ '^^.5. cm 9

SCHAALTEKENINGEN, WERKELIJKE MATEN BEREKENEN De schaal van deze tekening is 1: 100 Hoe kun je nu de werkelijke maten vinden? Mogelijkheid 1: Maak een schaallijn 1 centimeter in de tekening is in werkelijkheid 100 centimeter (= 1 meter). 0 1 2 3 m Mogelijkheid 2: Maak een rekenschema In de tekening is alles 100 keer zo klein getekend, : 100 werkelijke maten > maten in de tekening ofwel De maten in de tekening zijn in werkelijkheid 100 keer zo groot X 100 werkelijke maten < maten in de tekening Mogelijkheid 3: Maak een verhoudingstabel maat in tekening (cm) 1 werkelijke maat (cm) 100 xloo

.4. In deze opdracht ga je met de schaaltekening van de vorige bladzijde werkelijke maten berekenen. Probeer verschillende manieren uit: een schaallijn, een rekenschema, een verhoudingstabel. a. Bereken de lengte en de breedte van het grasveld. ( O i S> - \ O OQ ^ 1 O ^/ 5 \ 00^-, ~ () So CK ^ ^^^^^ K b. Bereken de lengte en de breedte van het terras. c. Bereken de lengte en de breedte van het perk tussen het grasveld en het terras. X 1^ 1 ^ d. Welke manier vind je het makkelijkst? Waarom? ka.o..^^:.l..\^a CD. onil^^ [)ka 11

Niet alleen kaarten zijn op schaal. Er bestaan ook schaalmodellen van bijvoorbeeld auto's of gebouwen. Bij een garage staan schaalmodellen van veel auto's. De schaal van deze auto's is 1: 20. Het grootste model dat er staat is 26 cm lang. Bereken hoe lang de echte auto is. Gebruik hiervoor een schaallijn, of een rekenschema, of een verhoudingstabel. 4^ ^ ^ rfp «55* '2^ Ov^ 16. De Renault Megane is 4,50 m lang. Het schaalmodel is gemaakt op schaal 1 : 20 Bereken hoeveel centimeter het model is. Gebruik hiervoor een schaallijn, of een rekenschema, of een verhoudingstabel. 12

Dit is een foto van Inet Evoluon in Eindhoven. In Madurodam staat een schaalmodel van het Evoluon, schaal 1: 25. De diameter van de schotel is in werkelijkheid 77 m. a. Hoeveel centimeter is diameter van het Evoluon in Madurodam? b. De hoogte van het Evoluon in Madurodam is 160 cm. Hoeveel meter is de hoogte in werkelijkheid? 13

MEER LENGTEMATEN OMREKENEN In de vorige opdrachiten Ineb je gebruil<t dat 100 cm = 1m 1000 m = 1 l<m In de volgende opdrachten ga je ook omrekenen met decimeter en millimeter. Teken hieronder een strook die precies 10 cm lang is. i 4 Je kunt ook zeggen dat de strook die je hebt getekend 1 decimeter lang is. Hoeveel decimeters gaan er in 1 meter? Vul in:.1.9 dm = 1 m Hiernaast zie je op een hand verschillende lijnstukjes getekend. a. Welk lijnstukje is bij jou ongeveer 1 centimeter? 4 b. Welk lijnstukje is bij jou ongeveer 1 decimeter? Vul in: a \/\D^ cm = 1 m f. 2000 cm = m b lo. dm = 1 m g- 450 dm =.-US,. m c. 5 dm =...S.Q. cm h. 1,5 dm...i.s... cm d. 100 dm = io m i. 1,25 m = dm e. 70 cm - 1- dm j- 35 cm...is..... dm

a. Teken hiernaast een lijnstukje van 1 cm. b. Hoeveel millimeter gaan er in 1 centimeter? ( ( Vul in: ID. mm = 1 cm c. Hoeveel millimeter gaan er in 1 decimeter? Vul in: mm = 1 dm Vul in: a. 5 cm b. 70 cm = / mm mm c. 2000 mm = cm d. lo.üo... mm = 1 m Wanneer je millimeter moet omrekenen in meter (of meter in millimeter), is het handig om één of meer tussenstappen te maken. Je gebruikt daarbij dat 10 mm = 1 cm en 100 cm = 1 m. Voorbeeld: 100 cm = 1 m- 2000 mm = 200 x 10 mm = 200 cm = 2 X 100 cm = 2 m Of korter: 2000 mm = 200 cm = 2 m Als je meter moet omrekenen in millimeter is het handig om ook één of meer tussenstappen te maken. Je gebruikt daarbij dat 10 mm = 1 cm ofwel 1 cm = 10 mm en 100 cm = 1 m, ofwel 1 m = 100 cm. Voorbeeld: 7,5x 100 cm = 750 cm = 750x 10 mm= 7500 mm Of korter: 7,5 m = 750 cm = 7500 mm

a. Reken 4000 millimeter om in meter. Laatje berekeningen zien. 4000 mm = b. Reken 1500 millimeter om in meter. Laatje berekeningen zien. 1500 mm = c. Reken 150 millimeter om in meter. Laat je berekeningen zien. 150 mm = O, d. Reken 3 meter om in millimeter. Laatje berekeningen zien. 3m = 3 6 ) 0 0 '^'^ e. Reken 1,25 meter om in millimeter. Laat je berekeningen zien. f. Reken 0,75 meter om in millimeter. Laatje berekeningen zien. 0,75 m

Wanneer je millimeter moet omrekenen in decimeter (of decimeter in millimeter), is het handig om ook één of meer tussenstappen te maken. Je gebruikt daarbij dat 10 mm = 1 cm en 10 cm = 1 dm Vul in: 9000 mm =...^.Ö.Q.. x 10 mm =..^.Q.^... cm =..^J^.^. x 10 cm = dm Of korter: 9000 mm = 3..Ö.0.. cm =...^O dm Vul in: 2,5 dm = 2,5x...Lo cm =...?r.s. cm = %-.::)... x L.Q mm = %Kd. mm Of korter: 2,5 dm = cm =./...\.c\ mm a. Reken 1500 millimeter om in decimeter. Laatje berekeningen zien. 1500 mm = b. Reken 250 mjllimeter om in decimetejr. Laat je berekeningen zien. 250 mm = O»^ ^ ^, 3 c. Reken 1,25 decimeter om in millimeter. Laatje berekeningen zien. 1,25 dm = d. Reken 0,75 decimeter om in millimeter. Laatje berekeningen zien. 0,75dm = ^/ ^5 ^ [ 0 C n, ^ 7,^ ^^-f, S Af- ^ 17

OPDRACHTEN UIT EXAMENS EN DE VOORBEELDREKENTOETS Zie voor liet oefenen met omrel<enen van lengtematen ool< de hoofdstul<ken Oppervlakte (7) en Ininoud (8). 2F 2g I Aardrijkskunde CSE, 2010 KB, le tijdvak Een treinreis in Marokko ^ koningssud «eg K>oorw«g rj7 hoog»»oj»»r Nabila en Chantal willen in de zomer na hun eindexamen een 8-daagse reis door Marokko niaken Ze kieken voor een treinreis langs enkele grote Marokkaanse steden Ze vertrekken uit Fès en reizen via Rabat en Casablanca naar Marrakech (zie bron 9) In de koningssteden, die ze aancjoen, willen ze excursies en rondwandelingen maken om zoveel mogelijk indrukken op te doen 17 Hoeveel kilometer is de treinreis van Casablanca naar Marrakech? 130 km 226 km D 330 km '^^élm^w'^ 3 cspe BB 2010, Landbouw en natuurlijke e omgevme omgeving v > > Een tuintekening is getekend op schaal 1:50. De vijver op de tekening is 6 x 4 cm. Hoe groot is de vijver in werkelijkheid?.c^w- ^ 2>...yy^. ^, 18

cspe BB 2010, Landbouw en natuurlijke omgeving Harry gaat voor een klant houten palen plaatsen om een klimplant te steunen. De palen zijn drie meter lang en moeten voor een kwart de grond in. Hoeveel cm moet Harry de palen in de grond zetten? A 50 cm 75 cm C 100 cm D 125 cm Uitleg: 2i-l^ S^.Ü..Ü Cr.bT>.."^^..o.ö. «\\

Uit: voorbeeldrekentoets vo 2F, voorjaar 2012