Pleegouder-Pleegkind Interventie



Vergelijkbare documenten
Pleegouder-Pleegkind Interventie

Intake en Diagnostiek jaar

Acceptatie en verwerking

Intake en Diagnostiek 6-13 jaar

Even voorstellen. Inhoud. De visual cliff experiment. Pleegzorg voor jonge kinderen, meer dan opvoeden alleen. De aanleiding tot de PPI

Wat beantwoordt. De Pleegouder Pleegkind Interventie. (Over stress en reactie) Door H.W.H. van Andel; GGZ Dimence

Crisisopvang Jongere Jeugd

Er wel/niet zijn voor je pleegkind. Symposium Pleegzorg Waar blijft het kind 19 juni 2014 Ede

Meer zicht op de doelgroepen van Altra met CAP-J

Dagbehandeling 6 tot 13 jaar

Modulebeschrijving. Ambulante Spoedhulp. Spoedeisend

Kenniskring Entree van zorg

Modulebeschrijving. Crisisgezinsopvang. Spoedeisend

Ouder-Kind Interactie Bewegingsspel (OKI-B)

Behoefte aan begeleiding vanwege een lichamelijke beperking.

Modulebeschrijving. Ouderschapsmediation. Ambulante Gezinsinterventies

Helping infants and toddlers in Foster family care van Andel, Hans

Residentiële Zelfstandigheidstrajecten

Modulebeschrijving. Deeltijdvariant. Pleegzorg

Inhoud. Woord vooraf 13. Inleiding 15. Leeswijzer 19

Ambulante Zelfstandigheidstrajecten

De ouder-kindrelatie en jeugdtrauma s. Nr. 2018/11, Den Haag, 22 mei Samenvatting

Handboek preventieve interventie voor pleeg- en adoptieouders bij jonge kinderen met een problematische gehechtheid

Crisisopvang Oudere Jeugd

Hulpverleningsvariant

Het pleegkind in beeld

Hechting en hechtingsproblemen. Risico- en beschermende factoren

GGZ aanpak huiselijk geweld

Modules Jeugdzorg. Gezinsopvang. Centra voor Wonen, Zorg en Welzijn Noord Kwinkenplein 10-A, 9712 GZ Groningen Tel , Fax.

Netwerkonderzoek met en zonder verblijf

Doelgroepenanalyse Rubicon Jeugdzorg. Een analyse van de huidige cliënten binnen het cluster Verblijf

Modulebeschrijving. Make a Move. 24-uurs Oudere Jeugd

Ondersteuningsprofielen

Werkbladen. Wat werkt in de pleegzorg?

Modulebeschrijving. Ouder-kind Groep. Behandel- en Expertisecentrum 0-7 jaar 1. 1 In ontwikkeling

Modulebeschrijving. Jeugdcoach. 24-uurs oudere jeugd

Modulebeschrijving. Opvoedingsvariant. Pleegzorg

Procedure pleegzorg Bestandspleegzorg pleegouderbestand Netwerkpleegzorg

Training van pleegouders en jeugdzorgwerkers

KORTDURENDE VIDEO-HOMETRAINING (K-VHT)

Risico- indicatoren Maart 2014

Strategieën om te werken aan effectieve jeugdzorg

Samenvatting Het draait om het kind

ABC - Ambulant Behandelcentrum

Pleegouder - Pleegkind Interventie

Logopedie Oudercursus Hanen

VIPP-Foster Care. Nikita Schoemaker, MSc. November Discover the world at Leiden University. Centre for Child and Family Studies

MELDCODE HUISELIJK GEWELD EN KINDER MISHANDELING BEELDENBOX BEELDEND JEUGDHULP VERLENEN

Psychisch of Psychiatrie?

Reactieve hechtingsstoornis; een diagnose in beweging. Band Gedrag Interactie Relatie Stoornis Mentale representatie

Safer Caring. 4 november Baukje Maengkom Lysbeth Wijbrandi

Nazorg voor pleeggezin bij uitplaatsing pleegkind

Perspectief in Pleegzorg:

Traumasensitief opvoederschap

PREVENTIE VOOR POH-GGZ

De Basic Trustmethode

Disclosure. Wie doorbreekt de cirkel van mishandeling? Kindermishandeling. Comorbiditeit. Prevalentie in Nederland. Prevalentie in Nederland

Je ziet het pas als je kijkt!! Karakter is een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie Vipp-sd en vipp-auti bij de Zorglijn Infants.

preventie mentale ondersteuning direct en dichtbij

ACTief opvoeden Effect onderzoek naar de cursus voor ouders o.b.v. Acceptance en Commitment therapie.

Op weg naar meer kennis over wat werkt voor multiprobleemgezinnen (MPG) MSc L. (Loraine) Visscher, Universitair Medisch Centrum Groningen

Dia s. Dia 1. Zorgen voor getraumatiseerde kinderen: een training voor opvoeders Welkom. Dia 2

Dialectische Gedrags Therapie Bij volwassenen met een lichte verstandelijke beperkingen

Een innovatief behandelprogramma voor jongeren ( jaar) Aangevuld en verrijkt met evidence en practice based methodieken

Herstel van vertrouwen

DOK! Dimence Ouder Kind!nterventie

Kliniek Ouder & Kind

PLEEGZORG PLEEGZORGPROCES WERKKAART 1

Je vader en/of moeder verslaafd? Transgenerationele overdracht van verslaving

Doelgroepanalyse Centrum voor Trauma en Gezin

Modulebeschrijving. Speltherapie

Onderlinge verbondenheid. begeleiding en zorg voor mensen met een verstandelijke en/of andere beperkingen

HULPVRAAG Doelgroepen Doelstellingen

Inhoud Gehechtheidstheorie: Cees Janssen Gevaar van chronische stress Bewijs: onderzoek Sterkenburg

Hoe gaat het met pleegkinderen in Nederland?

INFORMATIE VOOR VERWIJZERS. Pleegzorg Visie op perspectief

Digitale opvoedondersteuning voor aanstaande ouders

Bijlage 1-3 Bouwstenen Blok C1

Trajecthuis De Vonder

24 uurshulp. Met Cardea kun je verder!

Risico-indicatoren pleegzorg

Wie ben ik? MIJN LEVENSVERHAAL Een ontdekkingsreis naar mezelf. Janny Beernink, GZ-Psycholoog VGGNet In samenwerking met Universiteit Twente

KIND IN CONTEXT. "Successful parenting is a principal key to the mental health of the next generation." John Bowlby

E 1.2 Reguliere pleegzorg, inclusief netwerkpleegzorg E 1.3 Crisispleegzorg E 2 Logeren/kortdurend verblijf

VERWACHTINGEN WORKSHOP

Ouderschap en autisme zorg voor de vroege ouder-kind interactie

Specifieke interventies voor het stoppen van kindermishandeling en voorkomen van herhaling

Multi-compenent model

Reactieve hechtingsstoornis; een diagnose in beweging. Band Gedrag Interactie Relatie Stoornis Mentale representatie

Kortdurende hulpverleningstrajecten Maasland

Hulp voor vluchtelingenkinderen en hun ouders. Wat kan Altra bieden?

Pedagogische omgangscoaching

Jubileumcongres MOC t Kabouterhuis Verstoord gehechtheidsgedrag

Werken met het beste bewijs

Marianne Haspels & Renske van Bemmel Competentiegericht Werken met cliënten met een verstandelijke beperking

Transcriptie:

Modulebeschrijving Pleegouder-Pleegkind Interventie Pleegzorg!

INDE Samenvatting 3 A. Modulebeschrijving: probleem, doelgroep, doel, aanpak, materialen en uitvoering 5 1. Risico- of probleemomschrijving 5 2. Doel van de module 5 3. Doelgroep van de module 6 4. Aanpak van de module 7 5. Materialen en links 8 B. Onderbouwing van de module 9 6. Verantwoording: doelgroep, doelen en aanpak 9 7. Samenvatting onderbouwing 10 8. Randvoorwaarden voor uitvoering en kwaliteitsbewaking 10 9. Onderzoek naar de uitvoering van de module 11 C. Effectiviteit 12 10. Nederlandse effectstudies 12 11. Buitenlandse effectstudies 12 D. Overige informatie 13 12. Toelichting op de naam van de module 13 13. Uitvoering (uitvoerende en/of ondersteunende organisaties en partners) 13 14. Overeenkomsten met andere modules 13 Bijlage CAP-J classificatie-overzicht (assen en rubrieken) Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 2! /! 19

SAMENVATTING Doel Om de relatie tussen pleegouders en hun pleegkind te bevorderen, richt de Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) 1 zich op het vergroten van de emotionele beschikbaarheid van pleegouders ten opzichte van het pleegkind. De sensitiviteit van pleegouders wordt vergroot door middel van het geven van video-feedback. Per videofragment wordt stilgestaan bij de positieve aspecten, daar waar pleegouders een bron van veiligheid zijn en hun pleegkind goed reguleren of door bron van vertrouwen te zijn en pleegouders hun pleegkind goed ondersteunen en adequaat stimuleren. Pleegouders leren eveneens reflecteren over zichzelf en over hun valkuilen in reactie op de stressreactie van hun pleegkind. Procesdoelen van de interventie zijn: 1. Het verbeteren van observatievaardigheden van pleegouders. 2. Het verbeteren van vaardigheden van pleegouders om heftige emoties te hanteren bij het pleegkind en zichzelf (zoals verdriet, boosheid, angst). 3. Het verbeteren van vaardigheden van pleegouders om hun pleegkind leeftijdsadequaat te stimuleren. Resultaatdoelen van de interventie zijn: 1. De emotionele beschikbaarheid van pleegouders is bevorderd. 2. Pleegouders hebben meer ouderschapsvaardigheden tot hun beschikking en hebben meer zelfvertrouwen. 3. Een prettige en plezierige pleegouder-pleegkind relatie, waarin het pleegkind zich begrepen en gerespecteerd voelt, en pleegkind en pleegouders minder stress ervaren. 4. Door de interventie wordt het kind behoed voor voortijdig afbreken van plaatsing (een hernieuwde verlieservaring). Doelgroep De Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI), is opgezet voor pleegouders die problemen/spanning ervaren in de opvoeding van hun pleegkind (in de leeftijd van 0 tot 4 jaar). Aanpak De PPI bestaat uit 6 individuele sessies van 60 tot 90 minuten en twee video-opnames in de leefomgeving van het pleegkind. Bij de sessies zijn de pleegzorgwerker en één, maar bij voorkeur beide pleegouders aanwezig. De sessies vinden wekelijks of tweewekelijks plaats, en hierin vindt psycho-educatie over veiligheid en gehechtheid plaats. De vertaling naar de praktijk gebeurt door bijna elke sessie videofeedback met de ouder te doen van situaties tussen pleegouder en pleegkind en door gesprek over de specifieke thema s. Pleegouders krijgen huiswerk om het geleerde te oefenen in de week die op de sessie volgt. Elke sessie heeft een thema en is gekoppeld aan vaardigheden die aan pleegouders worden geleerd. Materiaal De interventie is uitgebreid omschreven in een handboek voor de interventiemedewerker en een werkboek voor pleegouders. Gebruik van camera met toebehoren is van belang om opnames te kunnen maken en deze terug te kunnen kijken met pleegouders. 1 Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 3! /! 19 Ontwikkeld door drs. H.W.H. van Andel

Onderzoek effectiviteit PPI is opgenomen in de databank effectieve jeugdinterventies als goed onderbouwd en is in april 2014 erkend door de deelcommissie jeugdzorg en psychosociale/pedagogische preventie. Om erachter te komen of en welke bestanddelen er voor zorgen dat PPI werkt vindt een onderzoek plaats met een gerandomiseerd experimenteel design in de praktijk. Jeugdhulp Friesland heeft meegewerkt aan de dataverzameling voor dit onderzoek. De volledige onderzoeksresultaten zijn nog niet gepubliceerd. Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 4! /! 19

A. MODULEBESCHRIJVING: PROBLEEM, DOELGROEP, DOEL, AANPAK, MATERIALEN EN UITVOERING 1. Risico- of probleemomschrijving De Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) richt zich op de sensitiviteit van pleegouders en het bevorderen van emotionele beschikbaarheid om de band tussen pleegouder en pleegkind te versterken. Door pleegouders meer handvatten te bieden tot sturing en versterking van hun opvoedvaardigheden, krijgt de vorming van een veilige en gezonde relatie met het pleegkind meer kans van slagen. Pleegkinderen hebben ervaring wát ouders of volwassenen kunnen doen onder lastige omstandigheden. Vanuit deze ervaringen en verwachtingen, kunnen pleegkinderen onverwacht reageren, wat bij de pleegouder onzekerheid kan geven. Wanneer het gevoel van emotionele veiligheid tussen pleegouder en pleegkind onder druk staat, heeft dit als gevolg dat pleegouder en pleegkind stress ervaren. Het creëren van een emotioneel veilig klimaat is belangrijk voor de ontwikkeling van het pleegkind maar ook voor de pleeouders. Iedereen voelt zich beter in een huis waarin het zich belangrijk en gezien voelt. Dit komt het veiligheidsgevoel van het kind ten goede, wat weer een positief effect heeft op zijn stressbeleving en de gehechtheidsrelatie. Als de veiligheid in de relatie verbetert, dan zal dit ook gevolgen hebben voor het succes van de plaatsing (Brok & De Zeeuw, 2008). De PPI maakt hierbij gebruik van de gehechtheidtheorie zoals deze is ontwikkeld door Mary Ainsworth en Mary Main, gebaseerd op het werk van John Bowlby, Er wordt gebruik gemaakt van de Cirkels van Veiligheid en Vertrouwen, bewerkingen van de Circle of Security (Cooper, Hoffman, Powell, & Marvin. 2005). Deze getekende cirkels leggen de gehechtheidstheorie kort en simpel uit aan opvoeders, en tonen respectievelijk een veilige gehechtheidsrelatie tussen (pleeg-)ouder en kind (Cirkel 1), de Vaardigheden van opvoeders (Cirkel 2), angstig-ambivalente gehechtheidsrelatie tussen (pleeg-)ouder en kind (Cirkel 3), Vermijdende gehechtheidsrelatie tussen (pleeg-)ouder en kind (Cirkel 4) en de Haperende of Verbroken gehechtheidsrelatie tussen (pleeg-)ouder en kind (Cirkel 5). De bedoeling van het bespreken van de Cirkels van Veiligheid van Vertrouwen is om pleegouders meer inzicht te geven in het belang van een veilige relatie, en ook stil te staan bij wat het kind heeft ervaren in het gezin van herkomst. Videofeedback helpt pleegouders te begrijpen welke cirkels voor hun pleegkind en henzelf van toepassing zijn en waar ze dingen kunnen veranderen of uitbouwen in de relatie tussen hen en hun pleegkind (Bakermans-Kranenburg, Van IJzendoorn & Juffer, 2003). Bij de videofeedback wordt gebruik gemaakt van de gestructureerde vragen uit de Clinician Assisted Videofeedback Exposure Session (Schechter et al., 2006). Deze vragen stimuleren de reflectie van pleegouders middels gezamenlijk kijken naar fragmenten van de video met een ondersteunende en reflectieve hulpverlener ernaast (joint attention). Verder maakt de PPI gebruik van een aantal begrippen en technieken uit de derde generatie gedragstherapie (Hayes, Follette & Linehan, 2006). Het gaat om een aandachtoefening uit de Mindfulness Based Cognitive Therapy, en om acceptatie van gevoelens en bewustwording van belangrijke waarden in het ouderschap afkomstig uit de Acceptance and Commitment Therapy. 2. Doel van de module Deze interventie is opgezet om pleegouders te ondersteunen met de bouw van de (nieuwe) relatie met hun pleegkind en het voortijdig afbreken van de pleegzorgplaatsing te voorkomen. Procesdoelen van de interventie zijn: 1. Het verbeteren van observatievaardigheden van pleegouders. 2. Het verbeteren van vaardigheden van pleegouders om heftige emoties te hanteren bij het pleegkind en zichzelf (zoals verdriet, boosheid, angst). 3. Het verbeteren van vaardigheden van pleegouders om hun pleegkind leeftijdsadequaat te stimuleren. Resultaatdoelen Module Pleegouder-Pleegkind van de interventie Interventie zijn: (PPI) Pleegzorg Pagina 5! /! 19 1. De emotionele beschikbaarheid van pleegouders is bevorderd.

2. Pleegouders hebben meer ouderschapsvaardigheden tot hun beschikking en hebben meer zelfvertrouwen. 3. Een prettige en plezierige pleegouder-pleegkind relatie, waarin het pleegkind zich begrepen en gerespecteerd voelt, en pleegkind en pleegouders minder stress ervaren. 4. Door de interventie wordt het kind behoed voor voortijdig afbreken van plaatsing (een hernieuwde verlieservaring). 3. Doelgroep van de module 3.1 Voor wie is de module bedoeld? De Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI), is opgezet voor pleegouders die problemen/spanning ervaren in de opvoeding van hun pleegkind (in de leeftijd van 0 tot 4 jaar). 3.2 Indicatie en contra-indicatiecriteria Jeugdhulp Friesland biedt specialistische jeugdzorg op het gebied van opgroei- en opvoedingsproblemen, in de leeftijdscategorie 0 t/m 18 (met een uitloop tot 23) jaar. Kinderen, jongeren en hun ouders/opvoeders kunnen een beroep doen op Jeugdhulp Friesland. Dit doen zij als de normale ontwikkeling van het kind wordt belemmerd. Mogelijk is er sprake van psychosociale problemen, psychiatrische problemen, gezinsgerelateerde problemen, psychische problemen, gedragsproblemen of een combinatie daarvan. Kinderen en jeugdigen met een psychiatrische, zintuiglijke, lichamelijke en/of verstandelijke beperking die redelijk sociaal redzaam zijn, worden ook behandeld en/of opgevangen, als dit past binnen de behandelprogramma s en mogelijkheden van Jeugdhulp Friesland. We nemen ook jeugdigen op met een civielrechtelijke maatregel. In specifieke situaties worden kinderen met een strafrechtelijke maatregel behandeld (Gedragsbeïnvloedende maatregel). Voor kinderen in pleegzorg geldt dat een helder perspectief bijdraagt aan het creëren van bestaanszekerheid bij het kind. (Choy & Schulze, 2009). Het kind heeft verblijfs- en daarmee bestaanszekerheid; het kind weet waar het aan toe is en kan zich daartoe verhouden (Singer, 2996 in: Landelijke Handreiking Pleegzorg, 2014). Bovenstaande inzichten liggen dan ook ten grondslag aan het uitgangspunt vijf keer gezin (Wielink, 2014), met als volgorde van voorkeur: 1. Het eigen gezin; 2. Een netwerk(pleeg)gezin; 3. Een pleeggezin; 4. Een pleeggezin met pleegzorg extra; 5. Een Gezinshûs. Daar waar dit binnen het eigen gezin (tijdelijk) niet lukt is een pleeggezin dus het eerstvolgende alternatief. Binnen de pleegzorg gaat vervolgens waar mogelijk de voorkeur uit naar een netwerkgezin, aangezien uit verschillende onderzoeken blijk dat de kans op hereniging met ouders groter is als er sprake was van een netwerkplaatsing (Kimberlin, Anthony & Austin, 2009, in: Baat & Bartelink, 2013). Door inzet van de module PPI wordt gewerkt aan het bestendigen van het verblijf van de jeugdige in het pleeggezin. De module PPI draagt bij aan de uitgangspunten van Safer Caring waarin oa het werken aan een veilige leefomgeving voor pleegkinderen als het voorkomen van secundaire traumatisering bij pleegouders (en pleegzorg-begeleiders) centraal staat. De door Jeugdhulp Friesland gehanteerde indicatiecriteria en contra-indicaties zijn uitgebreid beschreven in De Betekenis onder het hoofdstuk Doelgroepenbeleid op pagina 15. Deze folder is te downloaden op www.jeugdhulpfriesland.nl onder het tabblad Jeugdhulp Friesland. Voor de module PPI gelden naast de algemene indicatiecriteria en contra-indicaties de volgende specifieke indicatie- en contra-indicatiecriteria. Indicatiecriteria - In principe alle pleeggezinnen van Jeugdhulp Friesland waar een pleegkind is geplaatst in de leeftijd van 0-4 jaar; - Pleegouders die onvoldoende vaardigheid hebben/ervaren in het herkennen van signalen van Module het Pleegouder-Pleegkind pleegkind, opvoedingsgerelateerde Interventie (PPI) Pleegzorg stress ervaren en/of een gebrek aan positieve Pagina beleving 6! /! 19 hebben over de opvoeding, zodat de ontwikkeling van het natuurlijke contact belemmerd wordt;

- Er is sprake van communicatie-/interactieproblematiek tussen opvoeder en kind; - Pedagogische onmacht bij pleegouders en emotionele en/of gedragsproblemen bij het pleegkind. Contra-indicatiecriteria Het pleegkind kan niet deelnemen, en dus ook de pleegouders niet, als er sprake is van een mentale retardatie, Foetaal Alcohol Syndroom of een Congenitale afwijking. 3.3 Toepassing bij migranten De module is niet speciaal ontwikkeld voor migrantengroepen. Het programma heeft geen speciale faciliteiten (zoals vertaalde schriftelijke instructies of tolken) om migrantengroepen in het bijzonder te kunnen bedienen. 4. Aanpak van de module 4.1 Structuur en opbouw De PPI bestaat uit 6 individuele sessies van 60 tot 90 minuten en twee video-opnames in de leefomgeving van het pleegkind. Bij de sessies zijn de pleegzorgwerker en één, maar bij voorkeur beide pleegouders aanwezig. De sessies vinden wekelijks of tweewekelijks plaats, en hierin vindt psycho-educatie over veiligheid en gehechtheid plaats. De vertaling naar de praktijk gebeurt door bijna elke sessie videofeedback met de ouder te doen van situaties tussen pleegouder en pleegkind en door gesprek over de specifieke thema s. Pleegouders krijgen huiswerk om het geleerde te oefenen in de week die op de sessie volgt. Elke sessie heeft een thema en is gekoppeld aan vaardigheden die aan pleegouders worden geleerd. Sessie 0 Thema: Video-opname Bij aanvang van de interventie wordt ruimte gecreëerd voor kennismaking en er wordt uitleg gegeven m.b.t. de interventie en het maken van video opnames: Sessie 1 Thema: Wie is mijn pleegkind? Vaardigheid: Observeren & Accepteren van gevoelens Sessie 2 Thema: Hoe kun je veilig zijn? Vaardigheid: Aandachtig zijn Sessie 3 Thema: Troosten bij woedebuien en afwezigheid Vaardigheid: Kalmeren en repareren Sessie 4 Thema: Hoe reageert mijn pleegkind? Vaardigheid: Tekenen van onveiligheid observeren Sessie 5 Thema: Hoe kan ik vertrouwen geven? Vaardigheid: Helpen en opletten Sessie 6 Thema: De rest van het gezin en je eigen valkuilen Vaardigheid: samenwerken 4.2 Duur Maximaal 3 maanden. 4.3 Frequentie Tweewekelijks een huisbezoek van 60 tot 90 minuten. 4.4 Intensiteit In totaal 6 huisbezoeken van 60 tot 90 minuten. Totale inzet van de pleegzorgwerker: 6 keer 4 uur (6 huisbezoeken van 60-90 minuten, reistijd, voorbereidingstijd, analyse van videobeelden (met collega s). Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 7! /! 19 4.5 Setting

In de thuissituatie van het pleeggezin. 5. Materialen en links Handboek PPI: Hierin wordt de methodiek voor de PPI beschreven is. Werkboek PPI: Pleegouders krijgen het werkboek van de interventiewerker die de interventie uitvoert. De PPI maakt gebruik van theorie uit het boek Er zijn voor je kind van Brok & De Zeeuw (2008). Dit boek is te bestellen bij Uitgeverij van Gorcum te Assen, ISBN 978 90 232 4401 1. Het boek helpt de psycho-educatie te verduidelijken (maar is niet strikt noodzakelijk voor het uitvoeren van de interventie). Gebruik van camera met toebehoren is van belang om opnames te kunnen maken en deze terug te kunnen kijken met pleegouders. De video opnames dienen van kwalitatief goede aard te zijn, waardoor goed zicht kan worden verkregen op de gezichtsuitdrukking van pleegouder en pleegkind. Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 8! /! 19

B. ONDERBOUWING VAN DE MODULE 6. Verantwoording: doelgroep, doelen en aanpak Probleemanalyse Pleegzorg is er voor jeugdigen die (tijdelijk) niet meer bij hun ouders kunnen wonen en worden opgevangen in een ander gezin. Jeugdigen die worden opgevangen in pleeggezinnen hebben vaak een heftige tijd achter de rug. Het is niet uitzonderlijk dat zij zijn mishandeld, verwaarloosd of anderszins traumatische ervaringen hebben opgedaan (Hazen, Connelly, Kelleher, Landsverk & Barth, 2004). Veel pleegkinderen kampen dan ook met gedrags- en ontwikkelingsproblemen, sociale problemen en onderwijsachterstanden (Farmer, Burns, Chapman, Phillips, Angold & Costello, 2001). Pleegkinderen van wie de biologische ouders niet of in wisselende mate hebben kunnen voldoen aan de vraag om contact en bescherming, ontwikkelen vaak een onveilige hechtingsrelatie met hun opvoeders (Strijker en Knorth, 2009). Het kind neemt een onveilige hechting en de bijbehorende gedragsstrategieën mee naar het pleeggezin. Dit beïnvloedt in sterke mate de relatie met de verzorgende pleegouder. Als de pleegouder niet met deze gedragsstrategieën van het onveilig gehechte kind kan omgaan, mislukt de aanpassing aan het gezin en volgt veelal een beëindiging van de plaatsing (Benedict, Zuravin, Brandt & Abbey, 1994; Sinclair, Baker, Gibbs, & Wilson, 2005). De Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) richt zich op de sensitiviteit van pleegouders en het bevorderen van emotionele beschikbaarheid om de band tussen pleegouder en pleegkind te versterken. Door pleegouders meer handvatten te bieden tot sturing en versterking van hun opvoedvaardigheden, krijgt de vorming van een veilige en gezonde relatie met het pleegkind meer kans van slagen. Pleegkinderen hebben ervaring wát ouders of volwassenen kunnen doen onder lastige omstandigheden. Vanuit deze ervaringen en verwachtingen, kunnen pleegkinderen onverwacht reageren, wat bij de pleegouder onzekerheid kan geven. Wanneer het gevoel van emotionele veiligheid tussen pleegouder en pleegkind onder druk staat, heeft dit als gevolg dat pleegouder en pleegkind stress ervaren. Het creëren van een emotioneel veilig klimaat is belangrijk voor de ontwikkeling van het pleegkind maar ook voor de pleeouders. Iedereen voelt zich beter in een huis waarin het zich belangrijk en gezien voelt. Dit komt het veiligheidsgevoel van het kind ten goede, wat weer een positief effect heeft op zijn stressbeleving en de gehechtheidsrelatie. Als de veiligheid in de relatie verbetert, dan zal dit ook gevolgen hebben voor het succes van de plaatsing (Brok & De Zeeuw, 2008). De PPI maakt hierbij gebruik van de gehechtheidtheorie zoals deze is ontwikkeld door Mary Ainsworth en Mary Main, gebaseerd op het werk van John Bowlby, Er wordt gebruik gemaakt van de Cirkels van Veiligheid en Vertrouwen, bewerkingen van de Circle of Security (Cooper, Hoffman, Powell, & Marvin. 2005). Deze getekende cirkels leggen de gehechtheidstheorie kort en simpel uit aan ouders, en tonen respectievelijk een veilige gehechtheidsrelatie tussen ouder en kind (Cirkel 1), de Vaardigheden van ouders (Cirkel 2), angstig-ambivalente gehechtheidsrelatie tussen ouder en kind (Cirkel 3), Vermijdende gehechtheidsrelatie tussen ouder en kind (Cirkel 4) en de Haperende of Verbroken gehechtheidsrelatie tussen ouder en kind (Cirkel 5). De bedoeling van het bespreken van de Cirkels van Veiligheid van Vertrouwen om pleegouders meer inzicht te geven in het belang van een veilige relatie, en ook stil te staan bij wat het kind heeft ervaren in zijn gezin van herkomst. Videofeedback helpt de pleegouders te begrijpen welke cirkels voor hun pleegkind en henzelf van toepassing zijn en waar ze dingen kunnen veranderen of uitbouwen in de relatie tussen hen en hun pleegkind (Bakermans-Kranenburg, Van IJzendoorn & Juffer, 2003). We maken bij de videofeedback gebruik van de gestructureerde vragen uit de Clinician Assisted Videofeedback Exposure Session (Schechter et al., 2006). Deze vragen stimuleren de reflectie van pleegouders middels gezamenlijk kijken naar fragmenten van de video met een ondersteunende en reflectieve hulpverlener ernaast (joint attention). Verder maakt de PPI gebruik van een aantal begrippen en technieken uit de derde generatiegedragstherapie (Hayes, Follette & Linehan, 2006). Het gaat om een aandachtoefening uit de Mindfulness Based Cognitive Therapy, en om acceptatie van gevoelens en bewustwording van belangrijke waarden in het ouderschap afkomstig uit de Acceptance and Commitment Therapy. Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 9! /! 19 Beïnvloedbare factoren en werkzame factoren/mechanismen

Soortgelijke interventies waarin eveneens gewerkt wordt met video-feedback en die gericht zijn op het vergroten van de sensitiviteit en responsiviteit van de opvoeder, lijken de uitgangspunten en opzet van de PPI te ondersteunen. (Zie ook de onderbouwing van de module K-VHT). Het onderzoek naar het effect van de PPI is nog niet afgerond. Op termijn kan worden gezegd welke factoren van de PPI werkzaam zijn (zie Verantwoording). Verbinding probleemanalyse, doel, doelgroep en aanpak De PPI richt zich op het ondersteunen van de (nieuwe) relatie tussen pleegouder en pleegkind. Deze module zal daardoor in de praktijk met name gekoppeld worden aan de module Opvoedingsvariant. Binnen de opvoedingsvariant van Pleegzorg wordt bij uitstek gewerkt aan het ingroeien van het pleegkind in het pleeggezin, door zoveel mogelijk continuïteit en opvoedingszekerheid te bieden. De verwachting is dat de PPI een positieve bijdrage kan leveren aan het voorkomen van voortijdig afgebroken plaatsingen door in te zetten op het vergroten van de emotionele beschikbaarheid van pleegouders en hun ouderschapsvaardigheden te verbeteren. Uit het onderzoek dat op dit moment wordt uitgevoerd blijkt dat met steeds meer zekerheid al kan worden gezegd dat de PPI werkt, vooral waar het gaat om de sensitiviteit en structureringsmogelijkheden van de pleegouder en de responsiviteit van het kind (brief Dr. Van Andel, 2013). 7. Samenvatting onderbouwing Om de relatie tussen pleegouders en hun pleegkind te bevorderen, richt PPI zich op het vergroten van de emotionele beschikbaarheid van pleegouders ten opzichte van het pleegkind. De sensitiviteit van pleegouders wordt vergroot door middel van het geven van video-feedback. Per video fragment wordt stilgestaan bij de positieve aspecten, daar waar pleegouders een bron van veiligheid zijn en hun pleegkind goed reguleren of door bron van vertrouwen te zijn en pleegouders hun pleegkind goed ondersteunen en adequaat stimuleren. Pleegouders leren eveneens reflecteren over zichzelf en over hun valkuilen in reactie op de stressreactie van hun pleegkind. 8. Randvoorwaarden voor uitvoering en kwaliteitsbewaking 8.1 Eisen ten aanzien van opleiding Op dit moment zijn zes pleegzorgwerkers getraind in het bieden van de interventie. Vijf gedragswetenschappers hebben eveneens de training gevolg om de pleegzorgwerkers te kunnen ondersteunen. Allen zijn geschoold in het kader van het lopende onderzoek naar de effectiviteit van PPI. In de afgelopen jaren is supervisie geboden vanuit het onderzoeksteam. Het supervisietraject is afgerond per 1 augustus 2013. Nu de periode van dataverzameling voor het onderzoek is afgerond, ligt de verantwoordelijkheid voor het volgen van supervisie bij Jeugdhulp Friesland. Jeugdhulp Friesland organiseert 4 keer per jaar een supervisiebijeenkomst om de kwaliteit te waarborgen. Verder is er in de reguliere bijeenkomsten tussen pleegzorgwerkers die PPI uitvoeren naast andere modules- aandacht voor het methodisch blijven handelen door een daartoe aangesteld functionaris 2 8.2 Eisen ten aanzien van overdracht en implementatie Overdracht en implementatie zijn gewaarborgd door de uitgebreide en gedetailleerde handleiding en de training, begeleiding en kwaliteitsbewaking van de uitvoerders. 8.3 Eisen ten aanzien van kwaliteitsbewaking De kwaliteit van de module wordt bewaakt aan de hand van de resultaten uit de prestatieindicatoren: doelrealisatie, cliënttevredenheid, reden beëindiging hulp en afname ernst problematiek. Jeugdhulp Friesland voldoet aan de kwaliteitsnormen HKZ, hetgeen betekent dat de cliënt centraal staat en er continu gewerkt wordt aan het verbeteren van de hulpverlening. 8.4 Kosten van de module De kosten van de module worden in een volgende module-evaluatie beschreven. 2 Module Op dit Pleegouder-Pleegkind moment is nog niet duidelijk Interventie of (PPI) deze methodische Pleegzorg coaching uitgevoerd wordt binnen een nieuwe Pagina 10! /! 19 functie of dat het binnen een uitbreiding op het bestaande takenpakker wordt uitgevoerd, dit conform de memo methodisch ondersteuning van W. ten Brink, 2014.

9. Onderzoek naar de uitvoering van de module Op dit moment wordt door dr. Hans van Andel onderzoek gedaan naar de uitvoering en effectiviteit van de module. Jeugdhulp Friesland heeft samen met andere pleegzorginstellingen deelgenomen aan dit gerandomiseerd experimenteel-design onderzoek. Vraagstelling van het onderzoek is: Verbetert een interventie gericht op sensitiviteit van pleegouders de kwaliteit van de relatie tussen pleegouder en pleegkind en daarmee de ervaren veiligheid? De volgende secundaire hypotheses worden onderzocht: - De verbetering van de relatie tussen pleegouder en pleegkind geeft een reductie van de emotionele en gedragsproblemen bij het kind. - De verbetering van de relatie tussen pleegouder en pleegkind leidt tot vermindering van stress bij het pleegkind, zich onder meer uitend in een normalisering van het diurnale ritme van cortisol in het speeksel. - De interventie draagt ertoe bij dat pleegzorgouders zich beter toegerust voelen voor hun taak als pleegzorgouder (een positief effect op motivatie en competentie). - De interventie leidt tot het minder frequent afbreken van plaatsing. Voorafgaand aan de interventie wordt er een voormeting gedaan door het onderzoeksteam. Hierbij worden vragenlijsten afgenomen, een speekselmonster afgenomen en een video-opname gemaakt. Een bijzonder aspect van het wetenschappelijke deel is dat de onderzoekers ook zicht willen krijgen op de mate van stress van het pleegkind voor en na de PPI of voor of na de gewone pleegzorg. Een maat voor deze stress kan worden gevonden door het speeksel van het pleegkind te onderzoeken op het cortisolprofiel. Van deze video-opname gemaakt door het onderzoeksteam wordt gebruik gemaakt in de eerste en tweede sessie van de PPI. Gedurende het traject wordt er een keer een video-opname gemaakt door de pleegzorgwerker. Na afloop van de PPI wordt er een nameting gedaan door het onderzoeksteam, waarbij ook weer een video opname wordt gemaakt en tevens vragenlijsten worden afgenomen. Als de interventie is afgelopen neemt de pleegzorgwerker contact op met het onderzoeksteam om dit aan te geven. De benodigde materialen en uitleg voor het wetenschappelijk onderzoek worden door het onderzoeksteam aan pleegouders uitgereikt. Het onderzoeksteam bestaat uit Dhr. H. Van Andel en studentes van de Universiteit van Groningen. Zij zijn steeds voor een periode van 1 jaar bij het onderzoek betrokken. Voor het afnemen van het speeksel is toestemming van de biologische ouders of voogd noodzakelijk. Inclusiecriteria voor het onderzoek Pleegouders kunnen deelnemen aan de PPI als hun pleegkind 4 tot 6 weken in hun gezin aanwezig is en 0 tot en met 4 jaar is, onder voorwaarde dat het kind nog 4 jaar is ten tijde van het follow up onderzoek. Tot slot moet er sprake zijn van een perspectief biedende plaatsing. Contra-indicatiecriteria Het pleegkind kan niet deelnemen, en dus ook de pleegouders niet, als er sprake is van een mentale retardatie, Foetaal Alcohol Syndroom of een Congenitale afwijking. Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 11! /! 19

C. EFFECTIVITEIT 10. Nederlandse effectstudies Studies naar de effectiviteit van de module in Nederland In april 2014 is de interventie erkend door de deelcommissie jeugdzorg en psychosociale/ pedagogische preventie met het oordeel dat de interventie goed is onderbouwd. In de toelichting geeft de commissie aan dat de interventie ervoor zorgt dat de pleegouders in het begin wat extra aandacht krijgen. Verder geven ze aan dat het werkboek er aantrekkelijk en praktisch uit ziet. PPI is tevens opgenomen in de databank effectieve jeugdinterventies De volledige onderzoeksresultaten zijn nog niet gepubliceerd. 11. Buitenlandse effectstudies Er zijn geen studies die de effectiviteit van buitenlandse versies van de interventie aantonen. Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 12! /! 19

D. OVERIGE INFORMATIE 12. Toelichting op de naam van de module De naam van de module Pleegouder-Pleegkind Interventie geeft aan dat de interventie zich richt op het contact tussen pleegouder en pleegkind. De module heeft als doel de relatie tussen pleegouders en hun pleegkind te bevorderen. De naam van deze module wordt landelijk gehanteerd binnen de pleegzorgorganisaties die hebben deelgenomen aan het onderzoek. 13. Uitvoering (uitvoerende en/of ondersteunende organisaties en partners) Landelijk nemen naast Jeugdhulp Friesland nog 6 andere pleegzorgorganisaties deel aan het onderzoek naar de effectiviteit van PPI. 14. Overeenkomsten met andere modules Er zijn soortgelijke modules die zich eveneens richten op het verbeteren van de interactie tussen opvoeder en kind. PPI is de enige interventie waar sprake is van de volgende combinatie van factoren: - Psycho-educatie (o.a. cirkel van veiligheid en vertrouwen, signalen van veilige en onveilige gehechtheid.) - Vergroten van emotionele beschikbaarheid van pleegouders (vergroten van sensitiviteit d.m.v. video feedback) - Verbeteren van opvoedvaardigheden (hanteren van emoties, leeftijdsadequaat stimuleren). - Zelfreflectie (Pleegouders leren reflecteren over zichzelf en over hun valkuilen in reactie op de stressreactie van hun pleegkind). Bovendien is dit de eerste interventie die specifiek is beschreven voor de pleegzorgsituatie. De interventie tracht pleegkinderen te behoeden voor voortijdig afgebroken plaatsingen. Er wordt onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de interventie. VIPP-FC (Videofeedback Intervention to promote Positive Parenting- Foster Care) is een methode om de sensitiviteit van pleegouders te verhogen, zoals leren adequaat in te gaan op voor pleegkinderen specifieke aan- of afwezige signalen. VIPP-FC een aanpassing is van de bewezen effectieve methode VIPP-SD (hoogste op de effectladder van het NJI). De methode focust onder meer op emoties waar pleegouders tegen aan kunnen lopen. Stress over het gedrag van hun pleegkind kan sensitiviteit in de weg kan staan. In tegenstelling tot veel andere gebruikte interventies wordt FC niet alleen gewerkt aan het verhogen van de sensitiviteit, maar ook aan het disciplineren. Het bevorderen van veilige gehechtheid en het voorkomen of verminderen van onveilige en gedesorganiseerde gehechtheid heeft namelijk het meeste succes als de interventie gericht is op sensitief disciplineren. Daarbij hebben korte interventies het meeste succes en is videofeedback een effectieve methode om sensitief oudergedrag te bevorderen. Vanwege de uitdagingen die het disciplineren stelt aan ouders vanaf het tweede levensjaar, worden vanaf die ontwikkelingsfase interventies aangeraden die zowel sensitief oudergedrag als adequaat disciplineren tot doel hebben, waarbij niet alleen ouders, maar ook permanente en tijdelijke pleeggezinnen baat hebben bij een dergelijke interventie. Jeugdhulp Friesland participeert in effect-onderzoek naar VIPP-FC vanuit de Universiteit Leiden (o.a. Femmie Juffer) en zal in 2016 een besluit nemen over de in te zetten module(s). Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 13! /! 19

Aangehaalde literatuur - Bakermans-Kranenburg, M.J., Van IJzendoorn, M.H. & Juffer, F. (2003). Less is more:metaanalyses of sensitivity and attachment interventions in early childhood. Psychological Bulletin 129(2), 195-215. - Belsky, J. (1984). The determinants of parenting: a process model. Child development 55, 83-96. - Brok, C. & De Zeeuw, M. (2008). Er zijn voor je kind hoe ouders emotionele beschikbaarheid kunnen bieden. Assen: Van Gorcum. - Brok, C. & De Zeeuw, M. & Van Andel, A. (2012). Handboek Pleegouder-Pleegkind Interventie versie 3. Dimence. - Brok, C. & De Zeeuw, M. & Van Andel, A. (2012). Werkboek Pleegouder-Pleegkind Interventie versie 3. Dimence. - Cooper, G. Hoffman, K. Powell, B. & Marvin, R. (2005), The Circle of Security Intervention. In: Berlin, L. Ziv, Y., Amaya-Jackson, L. & Greenberg, M. (Eds) EnhancingEarly Attachments: Theory, Research, Intervention and Policy. New York: Guilford Press. - Hayes, S.C. & Follette, V.M. & Linehan, M.M. (2006). Mindfulness en Acceptatie de derde generatie gedragstherapie. Amsterdam: Harcourt Book Publishers. - Lyons-Ruth, K., Melnick, S., Bronfman, Sherry, S. & Llanas, L. (2004). Hostile-helpless relational models and disorganized attachment patterns between parents and their Young children: review of research and implications for clinical work. In: Atkinson, L. & Zucker, K. (Eds.). Clinical applications of attachment. In press. New York: Guilford Press. - Schechter, D.S., Myers, M.M., Brunelli, S.A., Coates, S.W., Zeanah, C.H., Davies, M., Grienenberger, J.F., Marshall, R.D., McCaw, J.E., Trabka, K.A. & Liebowitz, M.R. (2006). Infant Mental Health Journal 27(5), 429-447. - Strijker, J. & Knorth, E.J. (2009). Factor associated with the adjustment of foster children in the Netherlands. American Journal of Orthopsychiatry. - Zevalkink, J. (2007). Gehechtheidsdynamiek bij geadopteerde of pleegkinderen: Van gehechtheidsverhalen tot gehechtheidsinterventies. Kinder & Jeugdpsychotherapie 34, 1, 36-50. Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 14! /! 19

Bijlage CAP-J CAP-J classificatieoverzicht (assen en rubrieken): Naam van de module: Onderdeel van het zorgprogramma: Pleegouder- Pleegkind Interventie Pleegzorg Legenda: (probleem waar de module aan werkt),! (probleem waar de module aan werkt, niet genoemd in de modulebeschrijving), C (contra indicaties of belemmerende factoren genoemd in de beschrijving), 0 (kenmerken van de doelgroep, genoemd in de moduleomschrijving maar de module is hier niet op gericht)? (niet duidelijk, discussiepunt) Richt zich op CAP-J Groep As A: Psychosociaal functioneren jeugdige A100 Emotionele problemen A101 Introvert gedrag! A102 Angstproblemen! A103 Stemmingsproblemen! A200 Gedragsproblemen A201 Druk en impulsief gedrag A202 Opstandig gedrag en/of antisociaal gedrag A300 Problemen in de persoonlijkheid(sontwikkeling en identiteit(sontwikkeling) A301 Problemen met de competentiebeleving A302 Problemen in de gewetensvorming/morele ontwikkeling! A303 Identiteitsproblemen! A400 Gebruik van middelen/verslaving A900 Overige psychosociale problemen jeugdige A901 Problemen bij de verwerking van ingrijpende gebeurtenissen A902 Overmatige stress A903 Automutilatie 0 A904 Andere problemen psychosociaal functioneren jeugdige CAP-J groep As B: Lichamelijke gezondheid, aan lichaam gebonden functioneren jeugdige B100 Lichamelijke ziekte, aandoening of handicap B101 Gehooraandoeningen? Module B102 Oogaandoeningen Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina? 15! /! 19

B103 Spraakaandoening? B104 Motorische handicap? B105 (Chronische) lichamelijke ziekte? B200 Gebrekkige zelfverzorging, zelfhygiëne, ongezonde levenswijze B201 Problemen met zelfverzorging en zelfhygiëne? B202 Ongezonde levenswijze? B203 Overgewicht? B300 Aan lichamelijke functies gerelateerde klachten B301 Lichamelijke klachten? B302 Voedings-/eetproblemen! B303 Zindelijkheidsproblemen! B304 Slaapproblemen! B305 Groeiproblemen! B306 Onverklaarbare lichamelijke klachten! B900 Overige problemen lichamelijke gezondheid B901 Andere problemen lichamelijke gezondheid, aan lichaam gebonden functioneren jeugdige? CAP-J Groep As C: Vaardigheden en cognitieve ontwikkeling jeugdige C100 Problemen in de cognitieve ontwikkeling C101 Problemen met schoolprestaties/leerproblemen? C102 Aandachtsproblemen? C103 Problemen verbandhoudend met hoogbegaafdheid? C104 Problemen met het sociaal aanpassingsvermogen? C200 Problemen met vaardigheden C201 Sociale vaardigheidsproblemen? C900 Overige problemen vaardigheden en cognitieve ontwikkeling C901 Andere problemen cognitieve ontwikkeling jeugdige? C902 Andere problemen vaardigheden jeugdige? CAP-J groep AS D: Gezin en opvoeding D100 Ontoereikende kwaliteiten van de opvoeding D101 Ontoereikende opvoedingsvaardigheden D102 Problemen met ondersteuning, verzorging en bescherming kinderen D103 Pedagogische onwil C Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 16! /! 19 D104 Onenigheid tussen ouders over opvoedingsaanpak

D105 Problematische gezinscommunicatie D200 Problemen in de ouder-kindrelatie D201 Gebrek aan warmte in ouder-kindrelatie D202 Symbiotische relatie tussen ouder en jeugdige D203 Jeugdige in de rol van ouder (parentificatie) D204 Vijandigheid tegen of zondebok maken van jeugdige door de ouder D205 Problemen in de loyaliteit van jeugdige naar ouder D206 Problemen in de hechting van jeugdige aan ouder D207 Generatieconflict? D208 Problemen door religieuze en/of culturele verschillen tussen ouder en jeugdige? D209 Mishandeling ouder door jeugdige? D210 Jeugdige weggelopen van huis? D211 Jeugdige weggestuurd door ouders? D300 Verwaarlozing, lichamelijke/psychische mishandeling, incest, seksueel misbruik van de jeugdige in het gezin D301 Jeugdige slachtoffer verwaarlozing D302 Jeugdige slachtoffer mishandeling! D303 Jeugdige slachtoffer seksueel misbruik! D400 Instabiele opvoedingssituatie D401 Problemen bij scheiding ouders 0 D402 Problemen met omgangsregeling 0 D403 Problemen met gezagsrelaties 0 D404 Problemen die gepaard gaan met het samengaan van twee gezinnen/ samengestelde gezinnen 0! D405 Problematische relatie tussen ouders 0 D406 Problematische relatie jeugdige met partner opvoeder 0 D407 Problematische relatie (stief)broers/zussen 0 D500 Problemen van ouder D501 Negatieve jeugdervaring/traumatische ervaring ouder 0 D502 Problemen met werkloosheid ouder 0 D503 Problemen bij zwangerschap of bevalling 0 D504 Moeilijke start ouderschap 0 D505 Gezondheidsproblemen of handicap/invaliditeit ouder 0 D506 Antisociaal gedrag ouder 0 D507 Gebruik van middelen/verslaving ouder 0 D508 Pleger seksueel misbruik 0 D509 Overmatige stress ouder Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 17/! 19 D510 Psychische/psychiatrische problematiek ouder 0

D600 Problemen van ander gezinslid D601 Gezondheidsproblemen of handicap/invaliditeit ander gezinslid 0 D602 Antisociaal gedrag ander gezinslid 0 D603 Gebruik van middelen/verslaving ander gezinslid 0 D604 Psychische/psychiatrische problematiek ander gezinslid? D700 Problemen in het sociaal netwerk gezin D701 Problemen in de familierelaties (niet het gezin) 0 D702 Gebrekkig sociaal netwerk gezin 0 D800 Problemen in omstandigheden gezin D801 Problemen met huisvesting 0 D802 Financiële problemen 0 D803 Problemen met hulpverleners of (vertegenwoordigers van ) instanties 0 D804 Problematische maatschappelijke positie gezin als gevolg van migratie 0 D900 Overige problemen gezin en opvoeding D901 Andere problemen gezin en opvoeding 0 CAP-J Groep As E: Jeugdige en omgeving E100 Problemen op speelzaal, school of werk E101 Problematische relatie met leerkracht, werkgever of leidinggevende/ problemen met hiërarchische relatie 0 E102 Problematische relatie met medeleerlingen, collega s of groepsleden 0 E103 Motivatieproblemen op school of werk (onder andere spijbelen) 0 E104 Van school gestuurd 0 E105 Problemen met school-, studie- of beroepskeuze of vakkenpakket 0 E106 Problemen met werkloosheid jeugdige 0 E107 Problemen met speelzaal, schoolorganisatie of onderwijsstijl, arbeidsorganisatie 0 E200 Problemen met relaties, vrienden, sociaal netwerk en vrije tijd E201 Problemen met vrijetijdsbesteding E202 Problemen met verliefdheid/liefde en relaties? E203 Problematische relatie met leeftijdgenoten (onder andere gepest worden buiten school/werk)!! E204 Gebrekkig sociaal netwerk jeugdige! E205 Risicovolle vriendenkring (antisociaal gedrag, gebruik middelen)? E300 Problemen in omstandigheden jeugdige E301 Problemen met zelfstandige huisvesting jeugdige? Module E302 Financiële Pleegouder-Pleegkind problemen Interventie jeugdige (PPI) Pleegzorg? Pagina 18/! 19

E303 Problemen van jeugdige met hulpverleners of (vertegenwoordigers van) instanties E304 Problematische maatschappelijke positie jeugdige (onder meer als gevolg van migratie)?? E305 Problemen jeugdige met justitiële instanties? E900 Overige problemen omgeving jeugdige E901 Andere problemen jeugdige en omgeving? Module Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) Pleegzorg Pagina 19! /! 19