Rapportage veranderingen in het beweeggedrag van mbo studenten



Vergelijkbare documenten
Beslissingsondersteunende instrumenten. Criteria September 2015 Stichting Kwaliteit in Basis GGZ

Evaluatierapport Scalda - Groep 3 29 januari 26 maart 2014

Criteria Plusklassen Samenwerkingsverband WSNS Kop van Noord-Holland

EVALUATIE TER STATE. Marion Matthijssen, Marn van Rhee. Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juli In opdracht van Raad van State

Rapport. Bekend maakt bemind Onderzoek naar de bekendheid van en waardering voor het Expertisecentrum Veilige Publieke Taak

IWI. De Gemeenteraad Postbus 11563

LOGBOEK van: klas: 1

Vrijwilligersbeleid voetbalvereniging N.B.S.V.V.

Huiswerk Informatie voor alle ouders

Informatiebrief over deelname aan het onderzoek Food2Learn

Werkblad ontwikkelwijzer Gouden Standaard

Handreiking invulling zorgniveau 2 en 3 bij vermoeden ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) RSV Breda e.o. OOK

Minor Move Your Work Gezondheidsbeleid in organisaties

Cursussen CJG. (samenwerking tussen De Meerpaal en het onderwijs in Dronten) Voortgezet Onderwijs

Boschveld on Tour. Herijking Sociale Visie Boschveld

Duurzaam inzetbaar in een vitale organisatie

Contract gedragsverandering

Beschrijving van de ontwikkeling van een automatische Test Je Leefstijl rapportage per school

DYSCALCULIE. Naam:... Adres:... Postcode:... Woonplaats:... Geboortedatum:... Naam:... Adres:... Postcode:... Woonplaats:... Telefoonnummer:...

Handleiding. Het opstellen van een diaconaal beleidsplan


LOGO Fontys HS xxx DELIVERABLE 1-07 VRAGENLIJST KENNISMAKEN

Beleidsregels voorziening jobcoaching Participatiewet 2015

Meldcode bij een vermoeden van kindermishandeling voor scheidingsbegeleiders [versie ]

Scenario Onderwijstijd. Thuisles

Aan de directies, intern begeleiders en leerkrachten groep 8 van de basisscholen in Schiedam, Vlaardingen, Maassluis en Maasland.

Rietschans College Overgangsnormen

ARBOBELEIDSPLAN. voor de stichting PCBO BAARN SOEST

Begeleidende tekst bij de presentatie Ieder kind heeft recht op Gedifferentieerd RekenOnderwijs.

Beleidsplan 2014 tot en met 2016

VAN OUDERCOMITÉ NAAR OUDERRAAD

VERHOUDINGEN 2. Doelgroep Verhoudingen 2. Omschrijving Verhoudingen 2

Gespreksleidraad WOII geïnteresseerden

Plaatsingsrichtlijnen Dr. Nassau College

NTA 8009:2007. Veiligheidsmanagementsysteem voor ziekenhuizen en instellingen die ziekenhuiszorg verlenen

Beschermd Wonen met een pgb onder verantwoordelijkheid van gemeenten

Start duurzame inzetbaarheid

Kenneth Smit Consulting -1-

Alle secundaire scholen, binnen de regio MidLim, met een klasgroep in de 2de of 3de graad waarin: o o o o o

Voorbehouden en risicovolle handelingen binnen het primair onderwijs. Protocol Medisch Handelen

OVERSTAP 4VMBO- 4HAVO Bertrand Russell College havo en vwo

Bestaat er een economische en/of organisatorische eenheid met andere bedrijven? Zo ja, graag nadere informatie waaronder een organogram.

Helpt de GGZ? Kort verslag van de 2de informatiebijeenkomst over ROM ggz 12 oktober 2010, Amersfoort

Het Grote Geldonderzoek: hoe ga je met je geld om?

MedewerkerMonitor Benchmark in de Zorg

Gezondheidsmonitor Ouderen. Gemeenterapport Kampen

Verandertrajecten voor individuele medewerkers

Les 2. Een open gesprek over psychische gezondheid. Groepsvormingsopdrachten. is een project van Diversion en MIND

VOEL OOK DE MAGIE VAN KINDEROPVANG EN NATUUR!

Plan van aanpak arbeidscapaciteit kraamzorg

De huidige wijze waarop de subsidiegelden worden uitgegeven is een verdeling van de subsidie ten behoeve van:

Advies keuring gezichtsvermogen voor verkeersdeelnemers

Handleiding TechFinder: gebruikers

Verdiepend onderzoek Wmoinkoopproces

Vraag en antwoorden over de volmacht

De leerling thuis en niet naar school!?!?

Resultaten openbare marktconsultatie. Verkoop klooster Groot Bijstervelt Gemeente Oirschot. BIZOB-2011-SK-OIR-010 CONCEPT 19 april 2012

Stappenplan beleidsplan. Sportvereniging

TOEZICHTKADER ACCREDITATIESTELSEL HOGER ONDERWIJS. september 2014

Ekelmans & Meijer Advocaten (Rechten)

Inventarisatie van wensen & verwachtingen over gezondheidsactiviteiten Leefstijl vragenlijst

Transcriptie:

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 Rapprtage veranderingen in het beweeggedrag van mb studenten Behaviural and Scietal Sciences Wassenaarseweg 56 2333 AL Leiden Pstbus 2215 2301 CE Leiden www.tn.nl T +31 88 866 90 00 F +31 88 866 06 10 infdesk@tn.nl Datum 21 juni 2012 Auteur(s) Bernaards CM Buuren S van Aantal pagina's 22 (incl. bijlagen) Aantal bijlagen 2 Opdrachtgever MBO Raad Prjectnaam Veranderingen in het beweeggedrag en vergewicht Prjectnummer 051.02059/01.02 Alle rechten vrbehuden. Niets uit deze uitgave mag wrden vermenigvuldigd en/f penbaar gemaakt dr middel van druk, ft-kpie, micrfilm f p welke andere wijze dan k, znder vrafgaande testemming van TNO. Indien dit rapprt in pdracht werd uitgebracht, wrdt vr de rechten en verplichtingen van pdrachtgever en pdrachtnemer verwezen naar de Algemene Vrwaarden vr pdrachten aan TNO, dan wel de betreffende terzake tussen de partijen geslten vereenkmst. Het ter inzage geven van het TNO-rapprt aan direct belang-hebbenden is tegestaan. 2012 TNO

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 2 / 17 Samenvatting Binnen het middelbaar berepsnderwijs (MBO) wrdt veel aandacht geschnken aan het bevrderen van een geznde leefstijl. Om sprt en bewegen duurzaam te implementeren binnen het mb is eind 2008 het masterplan bewegen en sprt pgesteld dr de mb raad. Dit masterplan sluit nauw aan bij de delstellingen die zijn gefrmuleerd binnen het Beleidskader Sprt, Bewegen en Onderwijs (SBO) waar het platfrm SBO uitvering aan geeft. Het masterplan bewegen en sprt binnen het mb vrmt daarm één van de vijf deelprjecten binnen het platfrm SBO. Het platfrm SBO heeft als delstelling dat in 2012 minimaal 50% van de jngeren (4-23 jaar) vldet aan de beweegnrm (i.e. cmbinrm). Deze delstelling geldt k vr mb studenten. Om te bepalen f deze delstelling binnen het mb is gehaald, is gebruik gemaakt van data die verzameld zijn met Testjeleefstijl.nu (TJL). Dit is een digitale leefstijlscan die mb schlen.a. in staat stelt m de leefstijl van mb studenten te mnitren ver de tijd. De data die verzameld zijn in het studiejaar 2009/2010 dienden hierbij als vrmeting en de data die verzameld zijn in het studiejaar 2011/2012 dienden als nameting. Met behulp van deze data is nderzcht in heverre het beweeggedrag van mb studenten is veranderd gedurende de peride dat het Masterplan bewegen en sprt mb van kracht was. Hierte zijn de veranderingen in kaart gebracht in het percentage mb studenten dat vldeed aan Nederlandse Nrm Geznd Bewegen, (NNGB), de fitnrm en de cmbinrm. Om te bepalen in heverre het beweeggedrag van mb studenten veranderd is tussen de vr- en nameting is primair gekeken naar de verandering in het percentage mb studenten dat vldeed aan de cmbinrm. Tevens is nderzcht in heverre er veranderingen ptraden in het percentage studenten met vergewicht en besitas. De verwachting was dat het percentage mb studenten dat vldet aan de beweegnrm (i.e. cmbinrm) zu tenemen in de peride dat het Masterplan van kracht was en dat het percentage studenten met vergewicht en besitas zu afnemen. Bij de vrmeting namen 20 schlen en 7977 studenten actief deel aan TJL. Bij de nameting waren dit 35 schlen en 15349 studenten. Binnen de ttale grep van deelnemende mb studenten daalde het percentage deelnemende mb studenten dat vldeed aan de NNGB licht van 24 naar 21% en bleef het percentage deelnemers dat vldeed aan de fitnrm en cmbinrm ngewijzigd tussen de vren nameting. Bij zwel de vr- als de nameting vldeed 51% van de respndenten aan de cmbinrm. Binnen de grep 17-jarige respndenten steeg het percentage studenten dat vldeed aan de fitnrm en cmbinrm en binnen de grep respndenten van 18 jaar en uder daalde het percentage studenten dat vldeed aan de NNGB. Daarnaast steeg het percentage deelnemende mb studenten met vergewicht licht van 14 naar 16%. Het percentage deelnemende mb studenten met besitas bleef ngewijzigd. In de peride dat het Masterplan bewegen en sprt binnen het mb van kracht was, is het percentage studenten dat vldende beweegt in de ttale grep TJL deelnemers niet veranderd terwijl de verwachting was dat dit percentage zu tenemen. Desndanks is de delstelling zals gefrmuleerd binnen het Beleidskader Sprt, Bewegen en Onderwijs (i.e. minimaal 50% van de studenten haalt de beweegnrm in 2012) gehaald vr de ttale grep ndervraagde mb studenten. De delstelling is echter niet gehaald vr de mb studenten beneden de 18 jaar maar het beweeggedrag nder de 17 jarige mb studenten is wel

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 3 / 17 significant tegenmen tussen 2010 en 2012. Of deze tename het gevlg is van activiteiten die ntplid zijn in het kader van het Masterplan bewegen en sprt binnen het mb kan niet wrden gecncludeerd. Het percentage studenten met vergewicht is tussen 2010 en 2012 tegenmen in plaats van afgenmen en het percentage studenten met besitas is gelijk gebleven. De activiteiten die zijn uitgeverd in het kader van met Masterplan hebben dus niet geleid tt de preventie van vergewicht.

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 4 / 17 Inhudspgave Samenvatting... 2 1 Inleiding... 5 2 Methde... 7 2.1 Dataverzameling... 7 2.2 Deelnemers aan het nderzek... 7 2.3 Beweeggedrag en beweegnrmen... 7 2.4 Beweegvragen... 8 2.5 Multipele imputatie... 8 2.6 Overgewicht en besitas... 8 2.7 Statistische analyses... 9 3 Resultaten... 10 3.1 Algemeen... 10 3.2 Veranderingen in het beweeggedrag... 10 3.3 Veranderingen in het percentage studenten met vergewicht en besitas... 11 4 Discussie en cnclusie... 13 4.1 Beweeggedrag... 13 4.2 Overgewicht en besitas... 14 4.3 Beperkingen van dit nderzek... 14 4.4 Advies aan mb schlen... 15 4.5 Cnclusie... 16 5 Literatuurlijst... 17 Bijlage(n) A Beweegvragen B Grenzen vr (ernstig) ndergewicht, nrmaal gewicht, vergewicht en (mrbide) besitas

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 5 / 17 1 Inleiding Een geznde leefstijl is van grt belang vr het behud van een gede gezndheid en m als vitale burger te kunnen participeren in de maatschappij. Binnen het middelbaar berepsnderwijs (MBO) wrdt daarm veel aandacht geschnken aan het bevrderen van een geznde leefstijl. Dit kmt mede tt uiting in het pakket van eisen waaraan studenten met een MBO diplma meten vlden. Dit pakket van eisen staat beschreven in het dcument Lpbaan en Burgerschap en mvat verschillende dimensies waarnder de dimensie vitaal burgerschap. Vitaal burgerschap heeft betrekking p de bereidheid en het vermgen m te reflecteren p de eigen leefstijl en zrg te dragen vr de eigen vitaliteit als burger en werknemer. Om zrg te kunnen dragen vr de eigen gezndheid is het ndig dat de student zich bewust is van zijn eigen leefstijl, gezndheidsrisic's van leefstijl en werk in kan schatten, p basis daarvan verantwrde keuzes kan maken en activiteiten nderneemt die bijdragen aan een geznde leefstijl. De aandacht vr geznde leefstijl binnen het MBO kmt k tt uiting in het masterplan bewegen en sprt dat eind 2008 is pgesteld. Het del van dit masterplan is: Het duurzaam implementeren van bewegen en sprt binnen het mb, m de deelnemers vr te bereiden p een plek in de maatschappij als vitale werknemer en vitale burger. Deze delstelling sluit nauw aan bij de delstellingen van het Beleidskader sprt, bewegen en nderwijs (SBO). De hfddelstelling van het Beleidskader SBO is m te bereiken dat in 2012 minimaal 50% van de jeugd (4 tt 23 jarigen) de beweegnrm (i.e. cmbinrm) haalt. Het masterplan bewegen en sprt vrmt daarm één van de vijf deelprjecten binnen het Platfrm sprt, bewegen en nderwijs dat uitvering geeft aan het in 2008 pgestelde Beleidskader SBO van de ministeries van OCW en VWS. Binnen het Masterplan bewegen en sprt in het MBO zijn de vlgende vier hfddelstellingen gefrmuleerd: 1. Het vergrten van de sprtdeelname; 2. De preventie van vergewicht; 3. Het vrkmen van vregtijdige schluitval; 4. Het ntwikkelen van (sprt)talent. Om de sprtdeelname van mb studenten te vergrten is in het kader van het Masterplan vral ingezet p het herinveren van het bewegingsnderwijs binnen het reguliere lesprgramma. Het streven was dat 5% van de minimale cntacttijd per leerjaar (850 uur) die de student binnenschls aanwezig is, zu gaan bestaan uit sprtactieve uren. Daarnaast is ingezet p het realiseren van schlsprt, het vergrten van het aanbd van sprttrainers- en scheidsrechterspleidingen, BRAVO ndersteuning (Bewegen, Rken, Alchl, Veding en Ontspanning) vr medewerkers en het vergrten van draagvlak dr aan te sluiten bij het Olympisch Plan en het Cnvenant Geznd Gewicht. Ter preventie van vergewicht is ingezet p het prmten en uitbuwen van de leefstijlscan (www.testjeleefstijl.nu), ntwikkelen en implementeren van de handleiding geznde schl, het ntwikkelen van het Vignet Geznde schl (deelvignet bewegen), en het beschrijven en ntsluiten van de lessendatabase vr het mb vr de lesthema s bewegen en sprt, bewegen en leefstijl, en bewegen en werk. Om schluitval te vrkmen is ingezet p het zeken naar gd practices en cmmunicatie. Tt slt is vr het ntwikkelen van (sprt)talent ingezet p het schrijven van een handleiding tpsprt

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 6 / 17 binnen het mb en het aanpassen van de uitznderingsregel van de verplichte 850 cntacturen, vr de tpsprters in het mb die geïndiceerd zijn en in de NOC*NSF database staan. Alle deelprjecten binnen het Platfrm SBO wrden in 2012 geëvalueerd. Hierbij zal wrden nagegaan f de delstellingen die bij de start van ieder prject zijn gefrmuleerd behaald zijn. Om te bepalen in heverre de eerste twee delstellingen van het Masterplan bewegen en sprt en de algemene delstelling van het platfrm SBO zijn behaald, zal gebruik wrden gemaakt van gegevens die verzameld zijn met Testjeleefstijl.nu. Testjeleefstijl.nu is een digitale leefstijlscan met vragen ver diverse leefstijlthema s waarnder bewegen. In 2008/2009 is dr 10 MBO schlen vr het eerst gestart met deze digitale leefstijlscan. De leefstijlscan werd ten primair ingezet m MBO studenten bewust te maken van hun huidige leefstijl en m kennis ver te dragen ver een geznde leefstijl. Na het invullen van de leefstijlscan kregen studenten beperkte feedback p basis waarvan zij een actieplan knden schrijven. In de jaren die daarp vlgden is Test Je Leefstijl (TJL) verder uitgebreid en drntwikkeld. In 2011 zijn vier psychsciale thema s tegevegd aan de leefstijlscan mdat hier behefte aan was in het veld. Dit zijn de thema s angst/depressie, agressie en geweld, eenzaamheid en zelfdding. In 2011/2012 is Testjeleefstijl.nu grndig verbeterd en uitgebreid met de mgelijkheid vr schlen m p ieder mment een autmatische schlrapprtage p te vragen waarin de resultaten van de eigen schl wrden vergeleken met de resultaten van alle andere MBO schlen die deelnamen aan de leefstijlscan (Bernaards e.a. 2011). Deze gegevens kunnen dr MBO schlen gebruikt wrden als input vr een verdere systematische planning van het gezndheidsbeleid van de schl. Hierbij kunnen schlen gebruik maken van de interventie-adviezen die vermeld staan in de schlrapprtage. Naast een bewustwrdingsfunctie heeft de leefstijlscan k een mnitr del. Dr jaarlijks de leefstijl van mb studenten te meten, kan in kaart wrden gebracht in heverre de leefstijl van mb studenten ver de jaren heen verandert. Z kan wrden nagegaan f veranderingen in het leefstijlbeleid p mb schlen samengaan met veranderingen in de leefstijl van mb studenten. Deze mnitrfunctie zal in dit rapprt wrden gebruikt m de veranderingen in het beweeggedrag van mb studenten in kaart te brengen en het percentage studenten met vergewicht en besitas in de peride dat het masterplan SBO van kracht was (2009/2010 en 2011/2012). Om te bepalen in heverre het beweeggedrag van mb studenten veranderd is in deze peride, is primair gekeken naar de verandering in het percentage mb studenten dat vldeed aan de cmbinrm. De verwachting is dat dit percentage zal zijn tegenmen en dat het percentage studenten met vergewicht en besitas zal zijn afgenmen. In dit rapprt zullen de vlgende drie nderzeksvragen wrden beantwrd: 1. In heverre is het percentage studenten dat vldende beweegt veranderd tussen het studiejaar 2009/2010 en het studiejaar 2011/2012? 2. Vldet minimaal 50% van de mb studenten aan de beweegnrm (i.e. cmbinrm) in het studiejaar 2011-2012? 3. In heverre is het percentage studenten met vergewicht en besitas veranderd tussen het studiejaar 2009/2010 en het studiejaar 2011/2012?

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 7 / 17 2 Methde 2.1 Dataverzameling Om te kunnen bepalen in heverre het beweeggedrag van mb studenten is veranderd gedurende de peride dat het Masterplan bewegen en sprt mb van kracht was, is gebruik gemaakt van de data die verzameld zijn met Test Je Leefstijl.nu. De data die verzameld zijn in het studiejaar 2009/2010 fungeren hierbij als vrmeting en de data die verzameld zijn in 2011/2012 als nameting. Aangezien de huidige rapprtage gereed mest zijn in mei 2012 knden vr de nameting alleen de data die verzameld waren tt en met februari 2012 wrden meegenmen. 2.2 Deelnemers aan het nderzek Alle deelnemers aan dit nderzek waren studenten aan één van de deelnemende mb schlen die de mdule bewegen invulden in Testjeleefstijl.nu. De studenten knden zich vr de leefstijlscan aanmelden en werden vervlgens gevraagd persnlijke gegevens in te vullen zals geslacht, gebrtedatum en gebrteland, waarna ze de leefstijlvragen per thema (waarnder bewegen) knden invullen. Welke studenten werden uitgendigd m deel te nemen aan Test Je Leefstijl en p welke manier, werd aan de afznderlijke mb schlen vergelaten. Dit is bij TNO nbekend; evenals de mate waarin deelname dr mb schlen verplicht werd gesteld. 2.3 Beweeggedrag en beweegnrmen Zwel p de vr- als p de nameting is bepaald f studenten vldeden aan een drietal beweegnrmen, te weten: de Nederlandse Nrm Geznd Bewegen (NNGB), de Fitnrm en de Cmbinrm (zie verderp vr definities). De cmbinrm wrdt binnen het Platfrm Sprt, Bewegen en Onderwijs gebruikt als uitgangspunt. Indien in dit rapprt wrdt gesprken ver de beweegnrm dan wrdt de cmbinrm bedeld. Vr de evaluatie van het Masterplan bewegen en sprt mb is nderzcht in heverre het percentage studenten dat vldet aan de NNGB, Fitnrm en cmbinrm is veranderd tussen 2009/2010 en 2011/2012. Daarnaast is nderzcht in heverre het percentage mb studenten met ndergewicht, nrmaal gewicht, vergewicht en besitas is veranderd in dezelfde peride. Studenten beneden de 18 jaar vlden aan de Nederlandse Nrm Geznd Bewegen (NNGB) als zij iedere dag ten minste 60 minuten minimaal matig intensief bewegen. Studenten van 18 jaar en uder vlden aan de NNGB als zij p ten minste vijf dagen per week gedurende ten minste 30 minuten minimaal matig intensief bewegen. Studenten (ngeacht hun leeftijd) vlden aan de Fitnrm indien zij p ten minste drie dagen per week gedurende ten minste 20 minuten zwaar intensief bewegen. Studenten vlden aan de Cmbinrm als zij vlden aan de vr hun leeftijd geldende NNGB nrm en/f de Fitnrm.

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 8 / 17 2.4 Beweegvragen De vragen die ten tijde van de vr- en nameting gebruikt zijn m te bepalen f studenten vldeden aan de beweegnrmen zijn vermeld in bijlage 1. Bij de vrmeting ntbrak een vraag ver intensief sprten waarmee bepaald kn wrden f studenten vldeden aan de fitnrm. Om dit prbleem p te lssen is cnfrm de rapprtage De leefstijl van mb studenten in Nederland 2009/2010 (Rijpstra en Bernaards 2011) gebruik gemaakt van de vragen ver sprten (vraag 3 t/m 5, bijlage 1). Studenten vldeden aan de fitnrm indien zij lid waren van een sprtvereniging, ten minste 3 keer per week sprtten gedurende minimaal een half uur tt een uur. Bij de nameting waren een aantal vragen gewijzigd ten pzichte van de vrmeting. Daardr was het niet mgelijk m het percentage studenten dat in 2009/2010 vldeed aan de beweegnrmen zmaar te vergelijken met het percentage studenten dat in 2011/2012 vldeed aan de beweegnrmen. Om het beweeggedrag van mb studenten tch te kunnen vergelijken tussen de vr- en nameting is aanvullend nderzek verricht. In maart 2012 is nder een steekpref van 291 mb studenten een krte vragenlijst uitgezet met zwel de ude vraagstelling (2009/2010) als de nieuwe vraagstelling (2011/2012). Aan de hand van deze aanvullende steekpref kn de relatie tussen de ude en nieuwe versie wrden geschat. Onder de aanname dat deze relatie hetzelfde is in het 2011/2012 nderzek knden we een schatting maken van het percentage studenten dat aan de beweegnrm vldet alsf ze de ude vragen hadden ingevuld. Technisch gebeurt de schatting met behulp van multipele imputatie (Van Buuren, 2012). 2.5 Multipele imputatie Bij de multipele imputatie zijn de gegevens van de 291 persnen uit het aanvullende nderzek tegevegd aan die van de gegevens die verzameld zijn met Test Je Leefstijl (hfdsteekpref). De antwrden van de persnen uit de hfdsteekpref ntbraken p de ude vragen mdat de ude vragen uit 2009/2010 bij de nameting niet meer werden gesteld. Vr elke persn is een trekking gedaan uit de verdeling van antwrden p de ude vraag, gegeven het (bekende) antwrd p de nieuwe vraagfrmulering. Het resultaat hiervan was een cmplete dataset met plausibele waarden wat elke persn geantwrd zu kunnen hebben p de ude vragen. Op basis hiervan is het percentage dat vldet aan de beweegnrm geschat. Vr het verkrijgen van de juiste standard errrs van de schattingen is de prcedure 25 keer uitgeverd, waarbij telkens gestart wrdt met verschillende randm waarden. Omdat de vragen vr vlwassenen en nietvlwassenen verschillen, is het gehele imputatieprces vr deze twee grepen apart uitgeverd. 2.6 Overgewicht en besitas Studenten werden ingedeeld in de leeftijds- en geslachtsafhankelijke BMI klassen ndergewicht, nrmaal gewicht, vergewicht, en besitas p basis van hun bdy mass index (BMI) (Van Buuren, 2004; Cle et al., 2000; Van Buuren en Hira Sing 2006). De BMI werd bepaald p basis van gewicht gedeeld dr lengte (in meters) in het kwadraat. De gebruikte afkapwaarden vr (ernstig) ndergewicht, nrmaal gewicht, vergewicht en (mrbide) besitas staan vermeld in bijlage 2. Vr deze

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 9 / 17 rapprtage zijn de BMI klassen ernstig ndergewicht en ndergewicht samengenmen evenals de BMI klassen besitas en mrbide besitas. 2.7 Statistische analyses Om te bepalen f het percentage mb studenten dat vldet aan de cmbinrm verschilt tussen 2009/2010 en 2011/2012 is gebruik gemaakt van een tets vr prprties. Om te bepalen f het percentage mb studenten met ndergewicht nrmaal gewicht, vergewicht en besitas verschilt tussen 2009/2010 en 2011/2012 is k gebruik gemaakt van een tets vr prprties. Verschillen waren statistisch significant bij een p-waarde < 0,05.

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 10 / 17 3 Resultaten 3.1 Algemeen Bij de vrmeting (studiejaar 2009/2010) namen 20 schlen deel en vulden 7977 studenten de leefstijlscan in. In tabel 1 staat weergegeven heveel studenten de leefstijlscan invulden per leeftijdsgrep en per geslacht. Tabel 1. Aantal mb studenten dat deelnam aan Testjeleefstijl.nu naar leeftijdsgrep en geslacht bij de vrmeting (studiejaar 2009/2010) Leeftijdsgrep Man (%) Vruw (%) Ttaal (%) 15 t/m 16 jaar 1114 (43,8) 1430 (56,2) 2544 (31,9) 17 jaar 1301 (48,9) 1358 (51,1) 2659 (33,3) 18 t/m 28 jaar 1318 (47,5) 1456 (52,5) 2774 (34,8) Ttaal 3733 (46,8) 4244 (53,2) 7977 (100,0) Bij de nameting (studiejaar 2011/2012) hadden 41 schlen zich aangemeld maar namen uiteindelijk maar 35 schlen actief deel. In de peride september 2011 tt en met februari 2012 vulden 15349 studenten de leefstijlscan in. In tabel 2 staat weergegeven heveel studenten de leefstijlscan invulden per leeftijdsgrep en per geslacht. Van 48 studenten was het geslacht nbekend. Het is nbekend heveel studenten de leefstijlscan invulden p zwel de vr- als de nameting. Uit tabel 1 en 2 blijkt dat de verdeling van deelnemers ver de leeftijdsgrepen vrijwel gelijk was bij de nulmeting en de nameting. Dit geldt k vr de man/vruw verdeling. Er is niet getetst f deze kleine verschillen statistisch significant waren. Tabel 2. Aantal mb studenten dat deelnam aan Testjeleefstijl.nu naar leeftijdsgrep en geslacht bij de nameting (studiejaar 2011/2012) Leeftijdsgrep Man (%) Vruw (%) Onbekend (%) Ttaal (%) 15 t/m 16 jaar 2175 (42,6) 2896 (56,7) 33 (0,6) 5104 (33,3) 17 jaar 2327 (46,7) 2649 (53,1) 9 (0,2) 4985 (32,5) 18 t/m 28 jaar 2428 (45,3) 2826 (52,7) 6 (0,1) 5260 (34,3) Ttaal 6930 (45,1) 8371 (54,5) 48 (0,3) 15349 (100,0) 3.2 Veranderingen in het beweeggedrag In tabel 3.1 staat weergegeven heveel prcent van de TJL deelnemers vldeed aan de beweegnrmen bij de vrmeting in het studiejaar 2009/2010 en nameting in het studiejaar 2011/2012. Bij de nameting was het percentage respndenten dat vldeed aan de NNGB significant lager dan bij de vrmeting. Dit verschil was drie prcentpunten lager. Het percentage respndenten dat vldeed aan de fitnrm en de cmbinrm verschilde niet significant tussen de vr- en nameting. Onder de 15-16 jarige respndenten veranderde het beweeggedrag niet maar de 17 jarige respndenten gingen significant vaker vlden aan de fitnrm (vijf prcentpunten mhg) en de cmbinrm (vier prcentpunten mhg). De vlwassen respndenten gingen significant minder vaak vlden aan de NNGB (negen prcentpunten mlaag) maar het percentage vlwassen respndenten dat vldeed aan de fitnrm en cmbinrm bleef gelijk.

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 11 / 17 In 2011-2012 vldeed minimaal 50% van de respndenten aan de cmbinrm maar dit was k het geval in 2009-2010 ten tijde van de vrmeting. De 50% delstelling die gesteld is binnen het Beleidskader SBO is gehaald drdat het percentage mb studenten van 18 jaar en uder relatief hg is. Vr vlwassenen is de cmbinrm minder streng dan vr kinderen en jngeren (zie paragraaf 2.3). Tabel 3.1. Beweeggedrag ttale grep en uitgesplitst per leeftijdsgrep (in percentage leerlingen die vlden aan nrmen): resultaten studiejaar 2009/2010 en 2011/2012 Beweeggedrag N Ttaal 15-16 jaar 17 jaar 18 + (nrm vlwassenen) Vrmeting (2009/2010) 1 NNGB 7.924 24% 10% 10% 50% Fitnrm 7.837 37% 43% 36% 32% Cmbinrm 7.870 51% 47% 42% 63% Nameting (2011/2012) 2 NNGB 15.147 3 21% ( )* 11% 10% 41% ( )* Fitnrm 15.147 38% 42% 41% ( )* 32% Cmbinrm 15.147 51% 47% 46% ( )* 59% 1 Brn: Rijpstra & Bernaards 2011 2 Deze cijfers zijn geschat met behulp van multipele imputatie 3 De effectieve N die gebruikt is m te tetsen is anders drdat gebruik is gemaakt van multipele imputatie. *p<0,05; ( ): significante verlaging t..v. de vrmeting; ( ) significante verhging t..v. de vrmeting 3.3 Veranderingen in het percentage studenten met vergewicht en besitas In tabel 3.2 staat weergegeven heveel prcent van de TJL deelnemers ndergewicht, een nrmaal gewicht, vergewicht f besitas had bij de vrmeting in het studiejaar 2009/2010 en de nameting in het studiejaar 2011/2012. Bij de nameting was het percentage respndenten met vergewicht twee prcentpunten hger dan bij de vrmeting. Deze tename was statistisch significant. Er waren geen verschillen in het percentage respndenten in de andere BMI klassen. Onder de vlwassenen was het percentage respndenten met een nrmaal gewicht twee prcentpunten lager dan bij de vrmeting. Deze afname tussen de vr- en meting was statistisch significant.

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 12 / 17 Tabel 3.2 Bdy mass index (BMI) klassen: ttale grep en uitgesplitst per leeftijdsgrep (in percentages): resultaten studiejaar 2009/2010 en 2011/2012 BMI klassen N Ttaal 15-16 jaar 17 jaar 18 + Vrmeting (2009/2010) 1 7.919 Ondergewicht 8% 7% 8% 7% Nrmaal gewicht 74% 76% 75% 72% Overgewicht 14% 15% 14% 16% Obesitas 4% 4% 3% 5% Nameting (2011/2012) 15.040 Ondergewicht 7% 7% 8% 7% Nrmaal gewicht 73% 76% 73% 70% ( )* Overgewicht 16% ( )* 14% 15% 17% Obesitas 4% 3% 4% 6% 1 Brn: Rijpstra & Bernaards 2011 *p<0,05; ( ): significante verlaging t..v. vrmeting; ( ) significante verhging t..v. vrmeting

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 13 / 17 4 Discussie en cnclusie Het Platfrm sprt, bewegen en nderwijs (SBO) had als delstelling dat in 2012 minimaal 50% van de jngeren (4-23 jaar) zu vlden aan de beweegnrm (i.e. cmbinrm). Vr het deelprject Masterplan bewegen en sprt is nagegaan in heverre er veranderingen zijn pgetreden in het beweeggedrag van mb studenten en in het percentage mb studenten met vergewicht en besitas in de peride dat het Masterplan sprt en bewegen van kracht was. Binnen het masterplan is dr mb schlen vral ingezet p het herinveren van lessen bewegingsnderwijs en gezndheid/leefstijl. Het del hiervan was m studenten te laten vlden aan de zgenaamde vijfprcentennrm. Om hieraan te vlden mest ten minste 5% van de minimale cntacttijd per leerjaar (850 uren) bestaan uit sprtactieve uren. 4.1 Beweeggedrag De verwachting was dat het percentage mb studenten dat vldende beweegt (d.w.z. zu vlden aan de cmbinrm) zu tenemen in de peride dat het Masterplan van kracht was. Uit het nderzek dat beschreven staat in het nderhavige rapprt blijkt dat deze tename binnen de ttale grep respndenten niet is gerealiseerd. Dit wil echter niet zeggen dat de respndenten sinds de intrductie van het masterplan niet méér zijn gaan bewegen. Studenten die vrheen p geen enkele dag in de week ten minste 30 minuten matig intensief bewgen zullen ng steeds niet vlden aan de cmbinrm als zij sindsdien p twee dagen per week zijn gaan sprten f p vier dagen per week met de fiets naar schl kmen in plaats van met de bus. Het wel f niet vlden aan de cmbinrm is een vrij grve maat m het beweeggedrag van studenten in kaart te brengen waardr kleine veranderingen in het beweeggedrag npgemerkt kunnen blijven. Daarnaast is het de vraag f de verwachtingen van het Masterplan niet te hg gespannen waren. Er is binnen het masterplan immers vral is ingezet p het herinveren van het bewegingsnderwijs (5% nrm). Vr de meeste studenten zal dit p de krte termijn nvldende zijn geweest m te gaan vlden aan de beweegnrm. Op de lange termijn zu dit, naast andere initiatieven m het beweeggedrag van mb studenten te bevrderen, naar verwachting wel kunnen leiden tt duurzame gedragsverandering (zie paragraaf 4.4). Ondanks het feit dat het percentage nrmactieve mb studenten niet is gewijzigd in de afgelpen twee jaar, is de algemene delstelling van het Platfrm SBO dat minimaal 50% van de studenten in 2012 zu meten vlden aan de beweegnrm (i.e. cmbinrm) gehaald vr de ttale grep respndenten (alle leeftijdsgrepen samen). Van de ttale grep deelnemende mb studenten vldeed 51% aan de cmbinrm in het studiejaar 2011/2012. Het feit dat deze delstelling al bij de vrmeting was gehaald, geeft aan dat het realiseren van deze delstelling waarschijnlijk niet het gevlg is geweest van het Masterplan bewegen en sprt. Het behalen van de delstelling kmt bvendien vral vr rekening van de vlwassen mb studenten. In deze grep vlden relatief veel studenten aan de cmbinrm mdat de cmbinrm (evenals de NNGB) minder streng is vr vlwassenen dan vr kinderen en adlescenten. Het Masterplan daarentegen is met name gericht p jngeren. Het is dus eigenlijk niet helemaal eerlijk dat de 50% delstelling k wrdt tegepast p de mb studenten mdat ruim een derde van de respndenten 18 jaar f uder was. Binnen de grep ndervraagde mb studenten beneden de

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 14 / 17 18 jaar is de 50% delstelling niet gehaald. Bij de nameting vldeden respectievelijk 47% van de 15-16 jarigen en 46% van de 17-jarigen aan de cmbinrm. Het percentage ndervraagde 17-jarige studenten dat vldeed aan de cmbinrm (en de fitnrm) was bij de nameting wel significant hger dan bij de vrmeting. Deze bevinding zu te verklaren zijn als het Masterplan vral had ingezet p het realiseren van sprt- en beweegmgelijkheden specifiek vr deze leeftijdsgrep. Uit de laatste DSP mnitr blijkt echter dat het sprt en beweegnderwijs vral is gerealiseerd vr de eerstejaars mb studenten en in veel mindere mate vr de tweede, derde en vierdejaars mb studenten (DSP 2012). In 2008 behaalde 17% van de eerstejaars studenten de vijfprcentennrm en in 2012 was dit 46%. Onder de tweedejaars steeg het percentage studenten dat vldeed aan de vijfprcentnrm slechts van 10% naar 21%. Onder de derde en vierdejaars steeg dit percentage ng minder sterk. Hierdr ligt het niet vr de hand m te vernderstellen dat de tename in het beweeggedrag van de 17-jarige studenten het gevlg is geweest van het Masterplan bewegen en sprt. Aangezien de 15- en 16-jarige studenten ged vertegenwrdigd zijn nder de eerstejaars studenten zu k in deze grep een stijging gebserveerd meten zijn in het beweeggedrag. Verder is het pmerkelijk dat het percentage vlwassen studenten dat vldeed aan de NNGB tussen de vr- en nameting aanzienlijk (en significant) is gedaald. Hier is geen verklaring vr gevnden. Het del m de sprtdeelname van mb studenten te vergrten lijkt vr de ttale grep mb studenten niet te zijn gehaald. Indien er sprake was geweest van een relevante tename in de sprtdeelname dan zu dit zichtbaar meten zijn geweest als een tename in het percentage fitnrmactieven. Deze tename was alleen zichtbaar bij de 17-jarige mb studenten. Bvendien lijkt het percentage studenten dat lid was van een sprtvereniging niet te zijn veranderd tussen de vr- en de nameting. Bij de vrmeting was 56% van de respndenten lid van een sprtvereniging (f sprtschl) en bij de nameting 57%. Bij de interpretatie van deze cijfers is pnieuw vrzichtigheid gebden mdat bij de nameting gevraagd is naar het lidmaatschap van een (f meerdere) sprtvereniging(en) f een sprtschl terwijl bij de vrmeting alleen gevraagd is naar het lidmaatschap van een (f meerdere) sprtverenigingen(en). 4.2 Overgewicht en besitas De verwachting was dat het percentage mb studenten met vergewicht en besitas zu dalen in de peride dat het Masterplan van kracht was. Deze daling is niet gerealiseerd. In plaats daarvan is het percentage studenten met vergewicht tussen 2010 en 2012 juist licht gestegen (met twee prcentpunten) en is het percentage studenten met besitas gelijk gebleven. De activiteiten die zijn uitgeverd in het kader van met Masterplan hebben dus niet geleid tt de preventie van vergewicht. 4.3 Beperkingen van dit nderzek Bij de interpretatie van de resultaten van dit nderzek is vrzichtigheid gebden. Het nderzek dat beschreven staat in dit rapprt kende enkele beperkingen t.a.v. de meetmethde en de nderzekspzet. Ten eerste is bij het meten van bewegen geen nderscheid gemaakt tussen bewegen in de zmer en bewegen in de winter. Hierdr is het percentage studenten dat vldet aan de beweegnrmen niet vergelijkbaar met de landelijke beweegcijfers zals beschreven in het Trendrapprt

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 15 / 17 Bewegen en Gezndheid (Hildebrandt e.a. 2010) en k niet met de beweegcijfers in de eindrapprtage van het deelprject VMBO in beweging (Bernaards et al. 2012). Indien dit zmer en winter nderscheid niet wrdt gemaakt, wrdt er sneller vldaan aan de beweegnrm. In het Trendrapprt Bewegen en Gezndheid vlden respndenten pas aan de beweegnrmen indien zij zwel in de zmer als in de winter vldende bewegen. Indien in de leefstijlscan wel nderscheid was gemaakt tussen bewegen in de zmer en de winter dan was de 50% delstelling waarschijnlijk niet gehaald. Ten tweede zijn de resultaten bij de nameting gebaseerd p data die verzameld zijn tussen september 2011 en februari 2012. Bij de vrmeting zijn de cijfers gebaseerd p het hele studiejaar (van september 2009 t/m augustus 2010). Bij de nameting ntbreken dus gegevens ver de peride maart t/m augustus. Aangezien het beweeggedrag seizenafhankelijk is (in de zmer wrdt er meer bewgen dan in de winter), zu dit van invled geweest kunnen zijn p de nderzeksresultaten. Het beweeggedrag zu hierdr bij de nameting zijn nderschat. De verwachting is echter dat het verschil in dataverzamelingsperide weinig invled gehad zal hebben gehad p de nderzeksresultaten mdat in de afgelpen jaren is gebleken dat de meeste studenten TJL invullen in september en ktber. Ten derde zijn er tussen de vren de nameting veranderingen aangebracht in de vragen waarmee het beweeggedrag van mb studenten is gemeten. Daardr mest gebruik wrden gemaakt van data-imputatietechnieken. Ondanks dat het mdel dat ten grndslag heeft gelegen aan de data-imputatie uitgebreid is getetst p rbuustheid, meten de resultaten altijd met vrzichtigheid wrden geïnterpreteerd. Met behulp van de data-imputatietechnieken wrdt het percentage studenten dat bij de nameting vldeed aan de beweegnrmen immers geschat. Ten vierde kan dr het ntbreken van een cntrlegrep niet wrden gecncludeerd f veranderingen gevlg zijn geweest van de activiteiten die ntplid zijn binnen het Masterplan mb. Eventuele veranderingen zuden k het gevlg kunnen zijn van landelijke aandacht vr bewegen f mgevingsveranderingen die dr gemeenten zijn drgeverd (bijvrbeeld aanleg van fietspaden). Ok is niet nderzcht f de veranderingen in (bijvrbeeld) het sprtaanbd p mb-schlen (schlniveau) zijn gerelateerd aan veranderingen in het beweeggedrag van mb-studenten (studentniveau). Tt slt nam slechts een deel van de mb schlen mee aan zwel de vr- als de nameting. Bij de nameting namen immers meer schlen deel dan bij de vrmeting. Indien het vral de actieve schlen waren (met relatief actieve studenten) die deelnamen aan de vrmeting dan zuden de veranderingen in het beweeggedrag van mb studenten mgelijk zijn nderschat. 4.4 Advies aan mb schlen Ondanks dat het percentage studenten dat vldeed aan de cmbinrm in de ttale grep ndervraagde mb studenten niet is gewijzigd, zijn er dr mb schlen sinds de ttstandkming van het masterplan bewegen en sprt vele randvrwaarden gecreëerd m het beweeggedrag van mb studenten in de tekmst te verhgen. Naast het herintrduceren van sprtlessen en het rganiseren van sprtdagen zijn er binnen de deelnemende schlen k samenwerkingsverbanden ntstaan met mliggende betrkken partijen zals gemeenten, verenigingen (inzet trainers en gebruik accmmdatie), reginale sprtservicerganisaties en GGD-en. Daarnaast zijn er p schlen met een nieuw aanbd van bewegen en sprt nieuwe dcenten en sprtcördinatren aangesteld

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 16 / 17 en hebben 45 sprtcördinatren een 8-daagse pleiding gevlgd (DSP rapprt 2012). In de kmende jaren zal het sprt- en beweegaanbd p mb schlen verder meten wrden uitgebreid. Naast de uitdaging m studenten tijdens hun pleiding meer te laten bewegen is er k de belangrijke uitdaging m studenten zdanig te mtiveren dat zij k na hun pleiding vldende blijven bewegen. Of studenten wel f niet vldende blijven bewegen is afhankelijk van vele factren. Het vert te ver m al deze factren hier te nemen. Een belangrijke randvrwaarde vr het vertnen van geznd beweeggedrag is het hebben van vldende kennis ver de vrdelen van bewegen en sprt. Vr het vlhuden van geznd beweeggedrag is het daarnaast van heel grt belang dat studenten intern gemtiveerd zijn. Om intern gemtiveerd te zijn zullen studenten een sprt f beweegvrm meten vinden die zij leuk f prettig vinden m te beefenen. Dr een breed scala aan sprt- en beweegmgelijkheden aan te bieden en keuzemgelijkheden wrdt de kans vergrt dat studenten een dergelijke sprt- f beweegvrm zullen vinden. Daarnaast is het van grt belang dat studenten de verwachting hebben dat zij k na aflp van hun studie in staat zullen zijn de sprt- f beweegvrm te kunnen blijven beefenen. Simpele laagdrempelige en gedkpe vrmen van bewegen zals fietsen en wandelen bieden hierte gede mgelijkheden. Het sprt- en beweegnderwijs zu zich daarm niet alleen meten richten p sprten maar k p bijvrbeeld de vrdelen van actief transprt tijdens wn-werk en wnschl verkeer. Daarnaast is het van belang dat studenten zich gesteund velen dr hun directe mgeving van vrienden en familieleden. Studenten zuden tijdens het sprt- en beweegnderwijs adviezen kunnen krijgen ver he zij hun directe mgeving kunnen betrekken bij hun sprt- en beweegactiviteiten m deze steun te verkrijgen. 4.5 Cnclusie In de peride dat het Masterplan bewegen en sprt binnen het mb van kracht was, is het percentage studenten dat vldende beweegt in de ttale grep Testjeleefstijl deelnemers niet veranderd terwijl de verwachting was dat dit percentage zu tenemen. Desndanks is de delstelling zals gefrmuleerd binnen het Beleidskader Sprt, Bewegen en Onderwijs (i.e. minimaal 50% van de studenten haalt de beweegnrm in 2012) gehaald vr de ttale grep ndervraagde mb studenten. De delstelling is echter niet gehaald vr de mb studenten beneden de 18 jaar maar het beweeggedrag nder de 17 jarige mb studenten is wel significant tegenmen tussen 2010 en 2012. Of deze tename het gevlg is van activiteiten die ntplid zijn in het kader van het Masterplan bewegen en sprt binnen het mb kan niet wrden gecncludeerd. Het percentage studenten met vergewicht is tussen 2010 en 2012 tegenmen in plaats van afgenmen en het percentage studenten met besitas is gelijk gebleven. De activiteiten die zijn uitgeverd in het kader van met Masterplan hebben dus niet geleid tt de preventie van vergewicht.

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 17 / 17 5 Literatuurlijst BERNAARDS CM, KEULEN VAN HM, RIJPSTRA A, PAULUSSEN T. Beschrijving van de ntwikkeling van een autmatische Test Je Leefstijl rapprtage per schl. Leiden: TNO Behaviural and Scietal Sciences, 2011. Publ.nr.11.040. BERNAARDS CM, SLINGER J, KUIPER R. Eindevaluatie van het prject VMBO in beweging. TNO rapprt Leiden 2012. Cle TJ, Bellizzi MC, Flegal KM, Dietz WH. Establishing a standard definitin fr child verweight and besity wrldwide: internatinal survey. BMJ 2000; 6;320(7244):1240-3. DSP, Mnitr sprt en bewegen mb 2008, 2010, 2011, 2012. HILDEBRANDT VH, CHORUS AMJ, STUBBE JH. Trendrapprt Bewegen en Gezndheid 2008/2009. TNO Kwaliteit van Leven, Leiden 2010. Rijpstra A en Bernaards C. De leefstijl van MBO studenten in Nederland 2009/2010. TNO/LS 2011.014. TNO Leiden 2011. van Buuren S. Afkapwaarden van de 'bdy-mass index' (BMI) vr ndergewicht van Nederlandse kinderen. Nederlands Tijdschrift vr Geneeskunde 2004, 148(40):1967-72 van Buuren S, Hira Sing RA. Criteria fr severe besity in children. Ongepubliceerd manuscript 2006 van Buuren S. Flexible Imputatin f Missing Data. Chapman & Hall/CRC, FL: Bca Ratn. 2012.

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 Bijlage A 1/4 A Beweegvragen De vlgende vragen zijn gebruikt in 2009/2010: De vlgende vraag gaat ver lichaamsbeweging. Met lichaamsbeweging bedelen we allerlei activiteiten waardr je hart sneller gaat klppen en waarbij je sms buiten adem raakt. Lichaamsbeweging kan sprt zijn (tijdens f buiten schl f werk), fietsen f lpen naar schl f werk te, skeeleren, maar k in de tuin werken f schnmaken. 1. Heveel dagen per week heb je tenminste 30 minuten per dag zulke lichaamsbeweging (je mag alleen de mmenten tellen van minstens 5 minuten achter elkaar) 0 dagen 1 dag 2 dagen 3 dagen 4 dagen 5 dagen 6 dagen 7 dagen 2. Heveel dagen per week heb je tenminste 60 minuten per dag zulke lichaamsbeweging (je mag alleen de mmenten tellen van minstens 5 minuten achter elkaar) 0 dagen 1 dag 2 dagen 3 dagen 4 dagen 5 dagen 6 dagen 7 dagen

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 Bijlage A 2/4 3. Ben je lid van een (f meerdere) sprtvereniging(en)? ja nee 4. Heveel keer sprt je gemiddeld per week nit f minder dan 1 dag per week 1 keer per week 2 keer per week 3 keer per week 4 keer per week 5 keer per week 6 keer per week elke dag 5. He lang per keer sprt je meestal? Denk hierbij aan de afgelpen week krter dan een half uur per keer een half uur tt 1 uur per keer 1 tt 2 uur per keer 2 tt 3 uur per keer 3 uur f langer per keer

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 Bijlage A 3/4 De vlgende vragen zijn gebruikt in 2011/2012: De vlgende vragen gaan ver lichaamsbeweging, zals bijvrbeeld wandelen f fietsen, tuinieren, sprten f beweging p het werk f p schl. Het gaat m alle lichaamsbeweging die tenminste even inspannend is als stevig drlpen f fietsen. 1. Op heveel dagen had je vrige week ten minste 30 minuten per dag zulke lichaamsbeweging? 0 dagen per week 1 dag per week 2 dagen per week 3 dagen per week 4 dagen per week 5 dagen per week 6 dagen per week 7 dagen per week 2. Op heveel dagen had je vrige week ten minste 60 minuten per dag zulke lichaamsbeweging? 0 dagen per week 1 dag per week 2 dagen per week 3 dagen per week 4 dagen per week 5 dagen per week 6 dagen per week 7 dagen per week De vlgende vragen gaan ver inspannende lichaamsbeweging. Hiernder vallen inspannende sprten f zware lichamelijke activiteiten waarvan je gaat zweten.

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 Bijlage A 4/4 3. He vaak had je vrige week inspannende lichaamsbeweging in je vrije tijd die ten minste 20 minuten per keer duurde? 0 keer per week 1 keer per week 2 keer per week 3 keer per week f vaker

TNO-rapprt TNO/LS 2012 R10185 Bijlage B 1/1 B Grenzen vr (ernstig) ndergewicht, nrmaal gewicht, vergewicht en (mrbide) besitas Tabel 1. Leeftijds- en geslachtsafhankelijke afkapwaarden vr de indeling in bdy mass index (BMI) grepen Leeftijd Geslacht Ernstig Onder Nrmaal Over Obesitas Obesitas Obesitas ndergewicht gewicht gewicht gewicht 1 2 3 15,00 man 15,47 16,84 23,29 28,30 33,02 38,60 38,60 15,50 man 15,74 17,13 23,60 28,60 33,42 38,94 38,94 16,00 man 16,01 17,42 23,90 28,88 33,83 39,29 39,29 16,50 man 16,27 17,70 24,19 29,14 34,15 39,49 39,49 17,00 man 16,52 17,98 24,46 29,41 34,47 39,70 39,70 17,50 man 16,76 18,24 24,73 29,70 34,73 39,85 39,85 18,00 man 17,00 18,50 25,00 30,00 35,00 40,00 40,00 en uder 15,00 vruw 15,85 17,28 23,94 29,11 33,36 38,12 38,12 15,50 vruw 16,07 17,52 24,17 29,29 33,69 38,50 38,50 16,00 vruw 16,29 17,75 24,37 29,43 34,03 38,87 38,87 16,50 vruw 16,48 17,95 24,54 29,56 34,30 39,18 39,18 17,00 vruw 16,67 18,16 24,70 29,69 34,57 39,50 39,50 17,50 vruw 16,84 18,33 24,85 29,84 34,78 39,75 39,75 18,00 en uder vruw 17,00 18,50 25,00 30,00 35,00 40,00 40,00 De afkapwaarden in deze tabel zijn gebaseerd p Van Buuren, NTvG (2004), Cle et al. BMJ (2000) en Van Buuren en Hira Sing (2006). Onderstaand vrbeeld geeft aan he de cijfers in deze tabel meten wrden geïnterpreteerd. Een jngen van 15 jaar zal p basis van zijn BMI ingedeeld wrden in de vlgende categrieën: ernstig ndergewicht bij een BMI beneden de 15,47 kg/m 2 ; ndergewicht bij een BMI van 15,47 kg/m 2 f hger maar beneden de 16,84 kg/m 2 ; nrmaal gewicht bij een BMI van 16,84 kg/m 2 f hger maar beneden de 23,29 kg/m 2 ; vergewicht bij een BMI van 23,29 kg/m 2 f hger maar beneden de 28,30 kg/m 2 ; besitas 1 bij een BMI van 28,30 kg/m 2 f hger maar beneden de 33,02 kg/m 2 ; besitas 2 bij een BMI van 33,02 kg/m 2 f hger maar beneden de 38,60 kg/m 2 ; besitas 3 bij een BMI van 38,60 kg/m 2 f hger