Vectoren en zwaartepunten
|
|
|
- Jasper Fedde van de Veen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Vectoen en zwaatepunten 1
2 1 Vectoen Uit: M.C.Esche Caleidocycli doo Dois Schattschneide en Wallace Walke * 1 De Nedelandse gaficus en kunstenaa M.C.Esche ( ) is bekend om zijn vlakvullende tekeningen. Het patoon van vissen en kikkes links is geënt op een vlakvulling van egelmatige diehoeken, de andee twee op een vlakvulling van viekanten. Om het hele vlak te vullen, hoefde hij maa een klein aantal tekeningen te maken en die ove het hele vlak te veplaatsen. a. Hoeveel echt veschillende tekeningen heeft Esche minimaal gemaakt voo de vlakvulling links? En voo die in het midden? En voo de vlakvulling echts? Om de vlakvulling geënt op de egelmatige diehoeken te kijgen, begin je met een tweetal gevulde diehoeken en die veplaats je telkens. Als je het tweetal gevulde diehoeken (1) volgens de pijl veplaatst, kijg je het gevulde tweetal (2). b. Geef op het wekblad de vulling aan die je kijgt doo het tweetal gevulde diehoeken hienaast volgens de pijl te veplaatsen. Een veplaatsing gaat in een bepaalde ichting ove een bepaalde afstand. Een pijl is het geschikte middel om zo'n veplaatsing wee te geven. Hiebij is de lengte van de pijl de afstand waaove veplaatst wodt. In het vevolg noemen we een veplaatsing een vecto. Latijn: vecto is dage, iemand die iets van de ene naa de andee plaats daagt. 2 Vectoen en zwaatepunten
3 Om vectoen van getallen te ondescheiden, noteen we ze als een lette met een pijl eboven, bijvoobeeld v. In het ooste zijn vie vectoen (veplaatsingen) weegegeven doo een pijl. De vecto die punt A naa punt B veplaatst, geven we aan met AB Het is dezelfde veplaatsing als v, dus v = AB. c. Teken het punt D in het ooste op het wekblad zó, dat CD dezelfde vecto voostelt als x. Met - v bedoelen we de veplaatsing ove dezelfde afstand als v, maa dan in tegengestelde ichting. d. Teken op het wekblad een pijl die de vecto - v voostelt en ook een pijl die de vecto - x voostelt. Met 2 v bedoelen we de veplaatsing ove een twee kee zo gote afstand als v, in dezelfde ichting. Met x + v bedoelen we de veplaatsing die je kijgt doo eest ove v te veplaatsen, gevolgd doo de veplaatsing ove x (of andesom). e. Ga na dat x + v = y. f. Teken een pijl die de vecto x + y voostelt. Teken ook pijlen bij x + y, 2 v en x +2 y. Meestal schijven we x y, in plaats van x + y. Vectoen 3
4 E zijn twee manieen om bij twee vectoen x en y de somvecto x + y te tekenen. Als je x en y in hetzelfde punt laat beginnen, dan kijg je x + y als diagonaal van het paallellogam ABDC zoals hieboven. Deze manie noemen we de paallellogammethode. Het kan ook zo. Je laat de staat van y beginnen bij de kop van x. De pijl die wijst van de staat van x naa de kop van y stelt de veplaatsing x + y voo. Deze manie noemen we kop-staatmethode. 2 Teken twee vectoen x en y zoals hienaast. a. Teken met de kop-staatmethode de vectoen x + y, x y en x + 2 y. b. Teken met de paallellogammethode de vectoen 2x + y, -( x + y ) en x 2 y. * 3 Een minde fantasieijk tekenaa wil een vlakvulling met diehoeken maken. Hij heeft e een tweetal gevuld. a. Geef op het wekblad aan welk tweetal diehoeken gevuld wodt bij veplaatsing ove 2x y. b. Is het mogelijk alle diehoeken van het ooste te vullen doo veplaatsingen van de vom k x + m y, waabij k en m gehele getallen zijn? (Doo voo k = 2 en m = -1 te nemen kijg je bijvoobeeld de vecto 2x y uit ondedeel a.) 4 Vectoen en zwaatepunten
5 4 a. Bepaal voo de vecto p in het ooste hienaast de getallen k en m zó, dat p = k u + m v. b. Bepaal voo q in het ooste hienaast de getallen k en m zo dat q = k u + m v 5 Doo vectoen van de vom k u + m v (met k en m geheel) kan de vulling ove alle oostediehoeken veplaatst woden. a. Ga na of dat ook kan met vectoen van de vom: k u + m w. b. Bepaal voo de vecto p in het ooste hienaast de getallen k en m zó, dat p = k u + m w. c. Bepaal voo de vecto q in het ooste hienaast de getallen k en m zó, dat q = k u + m w. * 6 Teken twee vectoen PR en PQ zoals hienaast. a. Teken de vecto 2 PQ +11 PR. (Hoewel we niet afgespoken hebben wat k PR betekent als k niet geheel is, zal wel duidelijk zijn wat e mee bedoeld wodt.) b. Teken de vecto 2 PQ 11 PR. E zijn getallen k en m zó, dat PS = k PQ + m PR. c. Zoek uit welke (gehele) getallen k en m zijn. Tip: teken lijnen doo S evenwijdig aan lijn PR en lijn PQ. In c hebben we de vecto PS ontbonden ten opzichte van het paa vectoen ( PQ, PR ). Vectoen 5
6 7 Neem de figuu die hieboven staat ove. Teken twee vectoen, één op lijn a en één op lijn b, zó dat de som van de vectoen die je getekend hebt de vecto in het plaatje oplevet. De twee vectoen die je getekend hebt in opgave 7, heten de componenten van v ten opzichte van a en b. (In opgave 6 hebben we de componenten van de vecto PS ten opzichte van de lijnen PQ en PR bepaald.) 8 Teken die vectoen en een punt P zoals hienaast. Je kunt het punt P in zes veschillende volgodes ove de die vectoen veplaatsen. Hieonde is e één getekend volgens de kop-staatmethode. Teken de andee vijf. Dat je in opgave 8 in alle zes de gevallen hetzelfde esultaat kijgt, is een gevolg van de volgende egels die voo het optellen van vectoen gelden. Associatiewet Commutatiewet a + (b + c) = (a + b) + c a + b = b + a 6 Vectoen en zwaatepunten
7 9 Teken twee vectoen zoals hieonde. Teken de vecto x zó, dat x + a = b * 10 Het ooste hienaast vind je uitgebeide op het wekblad. Eén hokje in het ooste is gijs. De twee vectoen in het ooste noemen we x en y. Teken het patoon van gijze hokjes dat ontstaat doo dat ene gijze hokje ove alle mogelijke vectoen van de vom k x + m y te veplaatsen, waabij k en m gehele getallen zijn. Als je voo k en m beide 0 neemt, kijg je de vecto met lengte 0. De vecto met lengte 0 geven we aan met 0. E geldt: v + 0 = v voo elke vecto v. 11 Hieonde zijn vie vectoen getekend. Wat kun je ove de som van deze vie vectoen zeggen? * 12 a. Teken het punt waanaa P veplaatst wodt ove x en zet e P 0 bij. b. Teken het punt waanaa P veplaatst wodt ove x + y en zet e P1 bij. Teken ook het punt dat je kijgt doo P te veplaatsen ove x + 2y en zet e P2 bij. c. Het punt P wodt veplaatst ove alle mogelijke vectoen van de vom x + k y waabij k een willekeuig (niet noodzakelijk geheel) getal is. Kleu de punten waanaa P veschoven kan zijn. Vectoen 7
8 13 De ene figuu hieboven is met facto 2 uitvegoot tot de andee. Dus: vecto 1 is 2 a en vecto 2 is 2 b. Vecto 3 kun je op twee manieen schijven, één kee met en één kee zonde haakjes. Doe dat. Voo elk getal k geldt: k (a + b) = k a + k b. Deze egel volgt dus uit gelijkvomigheid. 8 Vectoen en zwaatepunten
9 2 Toepassingen 1 Ollie en Stan duwen een zwae kast. Ollie duwt die kee zo had als Stan. Ollie duwt tegen de linkezijkant en Stan duwt tegen de vookant van de kast. De kachten van Ollie en Stan kun je voostellen doo vectoen. De vecto die bij het duwen van Ollie hoot, is lange dan de vecto die bij het duwen van Stan hoot. a. Hoeveel kee zo lang? b. Teken in een bovenaanzicht heel pecies de ichting waain de kast veschoven wodt. De vecto die je in b getekend hebt, is de esultante van de vectoen bij de kachten van Ollie en Stan. 2 Jaap dobbet in een oeibootje op de Maas. De Maas heeft daa een stoomsnelheid van 3 km/u. a. Teken de stoomvecto van de Maas, dat is een pijl in de stoomichting; maak hem 3 cm lang. Zo wodt het bootje veplaatst als Jaap niet oeit. Jaap gaat met een snelheid van 4 km/u oeien (dat wil zeggen: in stilstaand wate zou de boot een snelheid van 4 km/u hebben). b. Teken de netto -veplaatsingsvecto van het bootje als Jaap met de stoom mee oeit. Toepassingen 9
10 De veplaatsingsvecto die je getekend hebt, is de esultante van de vecto bij de stoomsnelheid en de vecto bij het oeien. c. Hoe lang heb je de vecto gemaakt? d. Teken de veplaatsingsvecto als Jaap tegen de stoom in oeit. Hoe lang is de vecto nu? Hienaast zijn (vekleind) de vectoen getekend die de stoomsnelheid en de oeisnelheid weegeven als Jaap loodecht op de ichting van de stoom oeit. e. Teken de esultante van de twee vectoen, de snelheidsvecto van het bootje. f. Beeken de snelheid van het bootje. g. Beeken de hoek tussen de ichting die het bootje opgaat en de ichting waain de ivie stoomt in gaden nauwkeuig. Als je niet weet hoe dat moet, lees dan eest het volgende. Uit: Nollet, Leçons de Physique Expeimentale, M.DCC.LIII. Intemezzo In de echthoekige diehoek ABC: sin(α) = a b cos(α) = c b tan(α) = a c Voobeeld In de diehoek hienaast is tan(α) = 14 31, met het ekenmachientje vind je dan: α 24,3. 14 shift tan ; zog wel dat het machientje 31 in de stand DEG staat (MODE DEGREE). 10 Vectoen en zwaatepunten
11 3 Veeboot op de Maas Een veeboot vaat loodecht de ivie ove, doodat de veeman de boot schuin tegen de stoom in stuut. De stoomsnelheid van de ivie is wee 3 km/u en wodt weegegeven met een pijl s van 3 cm. De pijl u daa loodecht op is 3,75 cm lang. a. Neem de figuu ove en teken de vecto v zó, dat s + v = u b. Beeken de lengte van v in één decimaal en de hoek die v met s maakt in gaden nauwkeuig. Welke snelheid moet de veeboot uit zichzelf maken? De lengte van een vecto v noteen we met v. In opgave 3 geldt: s = 3. 4 Jaagpad Voege weden schuiten vaak vootgetokken doo een paad (of een mens) op een pad langs het wate, het zogenaamde jaagpad. (Op de voige bladzijde zie je een boot vootgetokken doo twee mensen, elk aan een zijde van het wate.) De kacht waamee een paad op het jaagpad de schuit hienaast voottekt, loopt niet in de ichting waain de schuit zich veplaatst. De tekkacht van het paad geven we wee met de vecto v. Deze maakt een hoek van 30 met de ichting waain de schuit zich veplaatst. a. Ontbind v in een vecto u in de vaaichting en een vecto w in de ichting daa loodecht op. De component w van v daagt niet bij aan de snelheid waamee de schuit beweegt. Hij wodt 'opgevangen'. De component u bepaalt de snelheid van de schuit. b. Bepaal u en w als v = 2. 5 De twee vectoen a en b hienaast zijn beide 2 lang. Neem de figuu ove. a. Teken a b +. Wat is a b +? b. Teken a b. c. Wat is a b? Toepassingen 11
12 6 Mieke laat haa beide hondjes uit, iede hondje netjes aan de lijn. De hondjes tekken even had. De ichtingen waain ze tekken, staan loodecht op elkaa. Mieke tekt even had teug. a. Neem het plaatje ove en geef de kacht waamee Mieke tekt aan met een pijl. b. Hoeveel kee zo goot is de kacht waamee Mieke tekt als die waamee elk van de honden tekt? * 7 Vlootschouw Tijdens een ondedeel van de vlootschouw zijn die schepen in actie. Schip A vaat met een constante snelheid van 5 mijl pe uu, schip B vaat met een constante snelheid van 10 mijl pe uu. Schip C heeft van de leiding de opdacht gekegen op elk moment pecies midden tussen de schepen A en B in te vaen (om esthetische edenen). A 0 en B 0 zijn de statposities van A en B; A 1 en B 1 de posities van A en B na 1 minuut, enzovoot. a. Zoek uit waa schip C zich na 1, 2, 3,... minuten bevindt. Geef die plaatsen op het wekblad aan met C 1, C 2, C 3,.... De plaats C 0 is al aangegeven. Het ziet e naa uit dat schip C zich ove een echte lijn beweegt. We kunnen dit inzien doo gebuik te maken van vectoen. 12 Vectoen en zwaatepunten
13 Gezicht op Venlo vanuit het nooden (anoniem ongevee 1840) 8 In de figuu linksboven zijn de vectoen a en b volgens de paallellogammethode opgeteld. De vecto x echtsboven heeft hetzelfde statpunt als a en b, en wijst naa het midden van het paallellogam. Zoals bekend, delen de diagonalen van een paallellogam elkaa middendoo. Welke uitdukking voo x in a en b volgt hieuit? In diehoek ABC is M het midden van BC. Dan: AM = 1( AB + AC ). 9 Teug naa de vlootschouw. De veplaatsing van schip A in één minuut noteen we met x en de veplaatsing van schip B in één minuut met de vecto y. We schijven kot a voo C 0 A 0 C 0 B 0 = - a. a. Ga na dat C 0 A 1 = a x + en C 0 B1 = - a + y. ; dan is Toepassingen 13
14 b. Duk C 0 C 1 uit in x, y en a. c. Duk vevolgens C 0 C 2, C 0 C 3 y uit...., enzovoot in x en d. Hoe kun je aan de uitdukkingen in c zien dat C ove een echte lijn beweegt? e. Neem aan dat de hoek tussen de outes van de schepen A en B 90 is. Met welke snelheid (exact) moet C dan vaen? (A voe met 5 mijl pe uu en B met 10 mijl pe uu.) * 10 Een ollende knikke Een knikke die op een hellend vlak ligt, olt naa beneden doo weking van de zwaatekacht. Hoe kleine de helling van het vlak, hoe minde snel de knikke olt. De zwaatekacht wekt veticaal. Hieboven zie je dezelfde knikke op twee veschillende hellingen. (De plaatjes staan ook op het wekblad.) De zwaatekacht is weegegeven doo een vecto. a. Ontbind de zwaatekachtvecto in beide gevallen langs de lijnen a en b. Lijn b staat loodecht op het vlak V waalangs de knikke olt. We noemen lijn b een nomaal van V. Een vecto die loodecht op een vlak staat noemen we nomaalvecto van dat vlak. De component langs b die je in a getekend hebt is een nomaalvecto van V. De component in de ichting van b dukt op het vlak. We nemen aan dat deze component geen invloed op de beweging van de knikke heeft. (In de natuukunde zegt men: de olweestand wodt vewaaloosd). De component in de ichting van a zogt voo de beweging van de knikke. Deze component is gote naamate de helling van het vlak gote is. 14 Vectoen en zwaatepunten
15 Hienaast is de helling van het vlak waaop de knikke ligt 37. De lengte van de zwaatekachtvecto is 12. b. Leg uit dat de hoek tussen de zwaatekachtvecto en lijn b ook 37 is en benade de component van de zwaatekachtvecto langs b in twee decimalen. De vecto v in het plaatje hienaast is ontbonden in twee ondeling loodechte componenten x en y. E geldt: x = v sin(α) en y = v cos(α). * 11 Ad wil zijn speelgoedauto een helling op tekken. De kacht waamee hij tekt en de zwaatekacht die op de auto uitgeoefend wodt, zijn weegegeven doo pijlen. a. Ontbind de zwaatekachtvecto in een component in de ichting van het hellend vlak en in de ichting van de nomaalvecto van het vlak. b. Vegelijk de lengte van de pijlen. Kijgt hij de auto de helling op? (De olweestand wodt vewaaloosd.) In de eeste paagaaf zijn we begonnen met een vlakvulling van egelmatige diehoeken. We nemen nu een vlakvulling van viekanten. Na keuze van een oospong en een assenstelsel, kunnen we elk punt in het vlak aangeven doo een tweetal getallen (getallenpaa). We weken dan zogezegd met echthoekscoödinaten. Het getekende punt in het ooste bijvoobeeld heeft echthoekscoödinaten (-2,1). Een veplaatsing in het ooste geven we ook met een getallenpaa. Zo geven we de getekende vecto aan met (3,-1). We noemen het paa (3,-1) de kentallen van de vecto. Dit is vewaend, maa uit de context zal steeds blijken wat bedoeld wodt. Toepassingen 15
16 * 12 In het ooste hienaast zijn een aantal vectoen getekend. Vede is een oostehokje zwat gemaakt. a. Geef de kentallen van de vie vectoen. Het hokje wodt veplaatst ove vectoen van de vom k v + m w, waabij k en m gehele getallen zijn. b. Geef op het wekblad met zwat aan welke hokjes beeikt woden. c. Ontbind de vectoen a en b in componenten in de ichtingen van v en w en geef de getallen k en m zó dat a = k v + m w, espectievelijk b = k v + m w. 13 v = (2,3) en w = (-1,-2) a. Teken in een echthoekig ooste de vectoen v, w en v + w. Wat zijn de kentallen van v + w? b. Teken 2 v. Wat zijn de kentallen van 2 v? c. Beeken v en w. Als v = (a,b) en w = (c,d), dan v + w = (a+c,b+d) en k v = (ka,kb) en v = 2 2 a + b. 14 Hienaast is een echt blok getekend. Voo het gemak noemen we de vectoen OA, OC en OH : x, y en z. a. Ga na: AG = x + y + z. b. Ontbind ook de volgende vectoen ten opzichte van x, y en z : OF, HB, BG, CH en AC. Schijf deze vectoen dus ook als combinatie van x, y en z. Het midden van echthoek ABFE is P en het midden van echthoek BCGF is Q. c. Duk OP en OQ in x, y en z uit. Hoe kun je hiemee ook PQ in x, y en z uitdukken? Doo de ontbindingen van AC en PQ te vegelijken, kun je goed zien dat lijn PQ en lijn AC evenwijdig zijn en dat lijnstuk AC twee kee zo lang is als lijnstuk PQ. d. Leg uit hoe je dat kunt zien. 16 Vectoen en zwaatepunten
17 15 Kubus OABC.DEFG met A(3,0,0), C(0,3,0) en D(0,0,3) is opgebouwd uit 27 kubusjes met ibbe 1. Hieop zijn de punten P(1,1,3) en Q(2,3,1) getekend De lengte van de vecto (a,b,c) is a + b + c In fomule: (a,b,c) = a + b + c. a. Geef de kentallen van vecto PQ. Hoe kun je die vinden uit de coödinaten van de punten P en Q? b. In welk punt kom je als je je vanuit (1,3,1) ove vecto (1,-1,2) veplaatst? 16 Het blok hienaast is 4 hoog, 2 beed en 3 diep. a. Geef de kentallen van AG. b. Beeken AG. * 17 Evenwijdig aan de y-as staat een veticale schutting. Het is hefst. Een hade wind stiemt de egen tegen de schutting. De ichting waain de egen valt, wodt gegeven doo de vecto (1,2,-3). De windichting is evenwijdig met het Oxy-vlak. a. De veplaatsingsvecto van de egenduppels is de esultante van de veticale valvecto en de hoizontale windvecto. Teken de val-, wind- en veplaatsingsvecto in een assenstelsel op het wekblad. Het gaat daabij niet om de lengtes van de vectoen, maa wel om hun ichting. b. Teken op het wekblad de stook gond voo de schutting die doog blijft. c. De schutting is 3,75 m hoog. Beeken de beedte van de stook die doog blijft in cm nauwkeuig. Toepassingen 17
18 d. De egenduppels komen op de gond met een snelheid van 7 m/s. Beeken de windsnelheid in m/s in één decimaal nauwkeuig. 18 In een assenstelsel zijn negen kubussen geplaatst. De kubussen hebben ibbe 2 en ondelinge tussenuimte 1. Die hoekpunten zijn aangegeven: A, B en C. De lijn AB is evenwijdig aan de y-as, de lijn BC is evenwijdig aan de z-as en de lijn CA is evenwijdig aan de x-as. a. Geef de veplaatsingsvectoen AB, BC en CA. b. Leg met behulp van deze die vectoen uit dat we met een onmogelijke figuu te maken hebben. 18 Vectoen en zwaatepunten
19 Wee negen kubussen met de ibben (van lengte 2) evenwijdig aan de assen. Bekijk twee buen: in het midden van het gensvlak van de ene kubus zit een hoekpunt van de andee. c. Ondezoek of dit bouwsel mogelijk is op de manie van a en b. d. Hoe zit het met het bouwsel hieboven? Toepassingen 19
20 3 Op zoek naa evenwicht Iemand heeft zeven blokken op elkaa gestapeld. De stapel helt gevaalijk naa echts ove. Maa hij valt niet om! Hoe dat te begijpen is, daa gaat deze paagaaf ove. 1 Het mobiel hieonde is in evenwicht. De zeven gewichten zijn allemaal even goot. De tweede situatie kijg je doo twee van de gewichten in tegengestelde ichting te veplaatsen. De dede situatie kijg je doo daana twee gewichten tegengesteld aan elkaa te veplaatsen ove dezelfde afstand en dat daana nog eens te doen. In de dede situatie zie je goed dat het mobiel indedaad in evenwicht is. Ga deze twee veplaatsingen na. Schuifpincipe Het evenwicht wodt niet vestood als je twee gewichten tegengesteld aan elkaa veplaatst: of 20 Vectoen en zwaatepunten
21 Het schuifpincipe is ons uitgangspunt. Als je een balans tot je beschikking hebt, kun je expeimenteel vaststellen dat dit juist is. Uitgaande van dit natuukundige pincipe, gaan we wiskundig edeneen. De lengte van de ophangtouwtjes is niet van belang. * 2 Zoek uit waa je de mobielen moet ophangen opdat zij in evenwicht zijn. De mobielen staan ook op het wekblad. In plaats van één gewicht 2 eenheden te veplaatsen, kun je ook twee gewichten 1 eenheid veplaatsen (in dezelfde ichting). In het laatste mobiel van de voige opgave was de afstand tussen de linke en de echte gewichten 10. We veplaatsen elk van de linke gewichten 3 plaatsen naa echts en elk van de die echte gewichten 2 plaatsen naa links. Dan houden we evenwicht. Doen we dat nog een kee dan hangen alle vijf de gewichten op dezelfde plaats. Die plaats vedeelt de oosponkelijke afstand in stukken die zich vehouden als 6 : 4. Op zoek naa evenwicht 21
22 2 a 6 b 3 a. Aan een gewichtloze staaf hangen twee gewichten van gootte 2 en 6. Waa moet de staaf woden opgehangen opdat hij in evenwicht is? b. Aan een gewichtloze staaf hangen twee gewichten van gootte a en b. Waa moet de staaf moet woden opgehangen opdat hij in evenwicht is? Het punt waa de staaf met gewichten moet woden opgehangen om de staaf in evenwicht te kijgen, noemen we het zwaatepunt of massamiddelpunt Aan een gewichtloze staaf hangen die gewichten van gootte 1, 2 en 3 op ondeling gelijke afstand, en in deze volgode. a. Waa ligt het zwaatepunt? b. En waa als je de gewichten 2 en 3 vewisselt? A B 2 3 O Het zwaatepunt van een staaf met gewichten kun je vinden doo te schuiven. Het kan ook met behulp van vectoen. We laten dat zien aan de hand van de situatie: een gewicht van gootte 2 op plek A en een gewicht van gootte 3 op plek B. - Kies een oospong O. - Teken de vectoen a = OA en b = OB Bepaal a en b Teken de vecto a + b, met beginpunt O. 5 5 Het eindpunt van de vecto is het zwaatepunt Z. A O Z B 5 a. Ga na dat je op hetzelfde punt Z uitkomt, als je een andee oospong O kiest. b. Ga na met gelijkvomigheid dat AZ : BZ = 3 : 2. c. Kies ook voo O het punt A. Wodt hetzelfde punt als zwaatepunt aangewezen? In opgave 5b heb je met gelijkvomigheid bewezen dat AZ : BZ = 3 : 2. We geven ook nog een bewijs met vectoen. Dat gaat zo: OZ = + b = a + 3 ( AB a + ) = a + + AB = + AB. a a 5 5 a 5 Dus: AZ = 3. 5 OZ OA = AB 22 Vectoen en zwaatepunten
23 In A en B bevinden zich twee massa's van gootte a en b. Het zwaatepunt Z ligt op lijnstuk AB, zodat AZ : BZ = b : a Aan een gewichtloze staaf hangen twee massa's van gootte 3 en 7. Bepaal de plaats van het zwaatepunt Z op twee manieen: a. doo te schuiven b. doo bovenstaande stelling toe te passen. De volgende beweing zal je niet vebazen. Het zwaatepunt van een homogene bol is zijn middelpunt. Onde homogeen vestaan we dat de bol "oveal hetzelfde is". Pecieze: Als je twee conguente delen neemt van de bol (bijvoobeeld twee kubusjes), dan zijn die even zwaa. Zie ook de volgende paagaaf, bladzijde 28. De beweing is van goot belang. Hij zegt dat we de massa van een homogene bol als in zijn middelpunt geconcenteed mogen denken. Zo kunnen we doen alsof bijvoobeeld de aade een puntmassa is. (Weliswaa is de aade beslist niet pefect homogeen, maa wel bij benadeing.) Je zult het wel niet nodig vinden, maa we gaan toch bewijzen dat het zwaatepunt van een homogene bol zijn middelpunt is. Eest intuïtief. Vedeel de homogene bol in heel veel, heel kleine stukjes, die symmetisch ten opzichte van het middelpunt liggen. We passen het schuifpincipe toe. Twee stukjes die symmetisch ten opzichte van het middelpunt liggen veplaatsen we beide naa het middelpunt: dat is ove twee tegengestelde vectoen. Daadoo veandet het zwaatepunt van de bol niet van plaats. Op die manie doogaand veplaatsen we alle stukjes naa het middelpunt; dáá ligt dus het zwaatepunt. Op zoek naa evenwicht 23
24 A O A' Nu fomele met vectoen. Kies het middelpunt als oospong. Vedeel de homogene bol wee in heel veel, heel kleine stukjes, die symmetisch ten opzichte van het middelpunt liggen. Bij elk stukje A hoot een spiegelbeeld A'. We tellen alle vectoen OA en OA ' op. Omdat voo elke stukje A geldt dat OA + OA ' = 0, is de som van al die vectoen 0. Dus het zwaatepunt is O: het middelpunt van de bol. * 7 We bekijken het systeem van Aade en Maan. Aade heeft massa 5, kg en Maan 7, kg. De staal van Aade is 6371 km en de staal van Maan is 1738 km. Hieonde staat een plaatje op schaal. Voo de afstand Aade-Maan is 100 mm gekozen. In wekelijkheid is die km (tussen de middelpunten van Aade en Maan). Waa ligt het zwaatepunt? Wat valt je op? Je weet nu hoe je het zwaatepunt van twee massa's kunt vinden. Vectoen zijn daabij handig. In de punten A en B bevinden zich de massa's a en b. We kiezen een willekeuig punt O als oospong. Het zwaatepunt Z is het eindpunt van de vecto OZ = a a b OA + OB + a+ b b Voo mee dan twee punten gaat het op net zo'n manie. In paagaaf 5 bewijzen we dat dit juist is. De punten A 1, A 2, A 3, A 4, A 5 liggen op een echte lijn. In deze punten bevinden zich de gewichten a 1, a 2, a 3, a 4, a 5. We kiezen een willekeuig punt O als oospong en beekenen de som van de gewichten: a = a 1 +a 2 +a 3 +a 4 +a 5. Dan vinden we het zwaatepunt Z als volgt: OZ = a a1 a2 OA 1 + a OA 2 + a a 3 3 a4 OA + a OA 4 + a a 5 5 OA. 24 Vectoen en zwaatepunten
25 OZ is een soot gemiddelde vecto van OA 1, OA 2, OA 3, OA 4 en OA 5. Hoe "zwaa" elk van die vectoen in het gemiddelde meetelt, hangt af van de gootte van gewicht op de beteffende plaats O 8 Aan een gewichtloze staaf hangen de gewichten van gootte 1, 2, 3 en 4. a. Bepaal de plaats van het zwaatepunt doo bovenstaande stelling toe te passen met het aangegeven punt O als centum b. Doe dat ook doo als oospong de plaats van het gewicht van gootte 4 te kiezen. 9 Het komt voo dat Satunus, Jupite en Zon nagenoeg op een lijn liggen. Voo die situatie gaan we het zwaatepunt van het systeem bestaande uit deze die bepalen. Satunus Jupite Zon Satunus heeft massa 568, kg, Jupite kg en Zon kg. De stalen van Satunus, Jupite en Zon zijn espectievelijk km, en km Satunus staat km van de Zon en Jupite km, gemeten vanaf hun middelpunten. Ligt het zwaatepunt van deze die binnen Zon? Anneke heeft achteeenvolgens de volgende cijfes voo wiskunde gehaald: 7, 6, 5, 9, 9, 10, 6, 7, 7. Ze heeft de cijfes uitgezet op de getallenlijn. Bepaal haa gemiddelde wiskundecijfe. Mek de analogie op tussen het gemiddelde cijfe en het zwaatepunt. * 11 Op een tafel liggen die gelijke blokken. Ze steken gedeeltelijk ove de tafeland. Het zwaatepunt van elk van de blokken veondestellen we in hun midden. Als het zwaatepunt van de die blokken tezamen maa boven het tafelblad ligt, ligt de stapel stabiel, andes kantelt hij van tafel. Blijft deze stapel liggen? De figuu staat gote op het wekblad. Op zoek naa evenwicht 25
26 Hoe ve kun jij een stapel blokken laten ovehellen, zonde dat de stapel omvalt? Op intenet kun je je talenten testen: Zwaatepunt.htm a 1 a 2 a 3 a 4 a 5 Z ZA 1 is de lengte van de vecto ZA De punten A 1, A 2, A 3, A 4, A 5 liggen op een echte lijn. In deze punten bevinden zich de massa's a 1, a 2, a 3, a 4, a 5. Veondestel dat je het zwaatepunt Z gevonden hebt: het ligt tussen het tweede en dede gewicht van links. Nu kiezen we als oospong het zwaatepunt. a. Wat is dan: a 1 a ZA a ZA a ZA a ZA ZA 5? a a a a a b. Wat weet je dan van a 1 ZA 1 + a 2 ZA 2 in vegelijking met a 3 ZA 3 + a 4 ZA 4 + a 5 ZA 5? Als we de echte lijn als balans beschouwen met als daaipunt Z, dan heet a 1 ZA 1 + a 2 ZA 2 het linke moment en a 3 ZA 3 + a 4 ZA 4 + a 5 ZA 5 het echte moment. Omdat het daaipunt Z is, zijn dus het linke en echte moment gelijk. 13 Hoe goot is x als de balans in evenwicht is? Balansen in evenwicht bengen kan op: 26 Vectoen en zwaatepunten
27 4 Het belang van het zwaatepunt Duf jij ove een stalen kabel te fietsen, vijf mete boven de gond? Geen pobleem in Technopolis te Mechelen. De tuc is dat het zwaatepunt van fiets-met-fietse onde de kabel zit. Foto: Technopolis, het Vlaamse doe-centum voo wetenschap en technologie Toelichting In een stabiele situatie is het zwaatepunt in zijn laagste positie. Bekijk de dwasdoosnede hieonde. kabel zwaatepunt Als de fiets vanuit de veticale (veilige) stand naa links of echts zou bewegen, gaat het zwaatepunt omhoog. De aade zal het zwaatepunt onmiddellijk teugtekken naa het laagste punt. 1 De aend steunt met zijn snavel op de punt van een vinge. Hij kan best tegen een stootje: hij komt steeds wee in de toestand van de foto teug, tenminste. als de stoot niet te heftig is. Waa ongevee vemoed jij het zwaatepunt van de aend? 2 De scheve toen van Pisa is 55 mete hoog en heeft een diamete van 15 mete. Hij staat 5 à 6 gaden uit het lood. Hij mag nog wel wat scheve zakken voodat hij omvalt. Dat gebeut namelijk pas als zijn zwaatepunt buiten de voet van de toen valt. Veondestel dat het zwaatepunt van de toen in zijn middelpunt zit. Hoeveel gaden uit het lood mag de toen dan hoogstens staan om niet om te vallen. In het vlak en in de uimte 27
28 3 Een (nog ongeopende) wijnfles steekt in een standaad. Het geheel is stabiel. Kun je dat veklaen? Het zwaatepunt wodt ook wel massamiddelpunt genoemd; in het Engels: cente of mass. Voo veel beekeningen kun je doen alsof alle massa van het object in dat punt geconcenteed is (en dus kun je de afmetingen van het object vegeten). Als we bijvoobeeld ove de snelheid van een object speken, dan bedoelen we de snelheid waamee het zwaatepunt van dat object beweegt. Binnen het object zelf kan e van alles bewegen of het object kan om zijn as daaien; dat doet e niet toe. In de mechanica passen we de wetten van Newton toe op de zwaatepunten van de objecten. 4 Aan weeszijden van een vee bevinden zich twee gewichten. We dukken de gewichten naa elkaa toe, zodat de vee gespannen wodt. Wat gebeut e met het zwaatepunt als we de gewichten loslaten? 5 Een aket explodeet kot na de stat; de bokstukken vliegen alle kanten op. Wat kun je zeggen van de beweging van het zwaatepunt? In paagaaf 3 hebben we uitgelegd dat het zwaatepunt van een homogene bol zijn middelpunt is. Pecies dezelfde edeneing gaat op voo elk puntsymmetisch lichaam, zoals een balk, een cilinde, een ugbybal, een diabolo, 6 Van een massieve kubus is het middelpunt natuulijk het zwaatepunt. Dat geldt ook voo een holle kubus (waavan de wanden oveal even dik zijn). Maa hoe zit het met een kubusvomig bakje zonde deksel? Dat heeft dus vijf (even dikke) wanden. Waa zit dan het zwaatepunt? 28 Vectoen en zwaatepunten
29 7 Een limonadeglas glas heeft de vom van een cilinde. De diamete van het glas is 8 cm en een hoogte is 12 cm. Deze maten zijn buitenmaten. Het glas is oveal even dik: 0,5 cm. De dichtheid van glas is 3 kg/dm 3. a. Op welke hoogte zit het zwaatepunt? Het glas wodt tot de and toe gevuld met wate (de dichtheid van wate is 1 kg/dm 3 ). b. Op welke hoogte zit het zwaatepunt nu? P P' Hoe je in de paktijk het zwaatepunt vindt Elk voowep (plat of uimtelijk) heeft pecies één zwaatepunt Z. Maak een touwtje vast in een punt P van het voowep en hang het emee op. Het voowep gaat zo hangen, dat het zwaatepunt Z zo laag mogelijk komt. Dus zó dat Z echt onde P komt te liggen. Kies nu een ande punt P' om het touwtje aan vast te maken. Hang het voowep op en Z zal echt onde P' komen. We kennen nu twee lijnen waaop Z moet liggen. Waa je het ophangpunt P ook kiest. Het velengde van het touwtje gaat altijd doo Z! 8 We hangen een houten echthoek van 40 bij 100 cm op aan een touwtje. Het ophangpunt zit 10 cm van twee anden. Teken hoe de echthoek gaat hangen. Homogene puntsymmetische figuen hebben hun zwaatepunt in het symmetiepunt. Nogal logisch! Dit kun je toepassen op een cikel en een echthoek. Maa hoe zit het met een gelijkzijdige diehoek? Het zwaatepunt zit natuulijk in het "midden", maa waa zit dat pecies? Egens op de hoogtelijn natuulijk (zie plaatje). Nu hoeven we alleen nog maa de hoogte (boven de basis) te weten. En daa kom je als volgt gemakkelijk achte. Vedeel de gelijkzijdige diehoek in negen even gote gelijkzijdige diehoeken. 9 Op welke hoogte zit het zwaatepunt? Met andee wooden; wat is de vehouding van de twee stukken waain het zwaatepunt de hoogtelijn vedeeld? In het vlak en in de uimte 29
30 RAADSEL: Zes spijkes in balans Je hebt zeven identieke gote spijkes met een duidelijke kop. Sla een spijke in een plankje. Lukt het je de andee zes spijkes op de kop van die spijke te laten balanceen? 30 Vectoen en zwaatepunten
31 5 In het vlak en de uimte In paagaaf 3 hebben we gewichten op een lijn bekeken: het eendimensionale geval. We stappen nu ove naa twee dimensies. Het pincipe blijft hetzelfde: als je twee gewichten tegengesteld aan elkaa veplaatst, blijft het zwaatepunt op zijn plaats. Op de hoekpunten van een vede gewichtloze diehoek zitten gewichten van gootte 1, 2 en 2. We gaan het zwaatepunt Z op twee manieen vinden. manie 1 manie Ga na hoe het zwaatepunt met het schuifpincipe is gevonden. A Z C D B Het is niet bij voobaat duidelijk dat we op beide manieen hetzelfde zwaatepunt Z vinden. We volgen de linke constuctie. Noem de hoekpunten van de diehoek A, B en C. Het punt D vedeelt BC in stukken die zich vehouden als 1: 2. Z is het zwaatepunt. Kies een willekeuig punt O als oospong. Dan geldt: OZ = 2 OA + OD = OA + OB + OC ) = ( OA + OB 5 OC. 5 5 Natuulijk levet de echte constuctie hetzelfde esultaat. In het vlak en in de uimte 31
32 We zien dat OZ een soot gemiddelde vecto is van OA, OB en OC, waabij hoe zwaa elk van deze vectoen meetelt bepaald wodt doo de gewichten in de beteffende punten. Eigenlijk doet het e niet toe in hoeveel dimensies we weken. De punten A, B en C mogen best op een echte lijn liggen. En als ABC een diehoek in de uimte is, hoeft de gekozen oospong niet in het vlak van de diehoek te liggen. De wekwijze met vectoen is dus algemeen geldig. C 2 Bepaal het zwaatepunt van de gewichtloze diehoek ABC bij de volgende gewichten in de hoekpunten: a. in A: 1, in B: 1, in C: 2 b. in A: 1, in B: 4, in C: 5 c. in A: 1, in B: 1, in C: 1 A B 3 Een mediaan van een viehoek is de vebindingslijn van de middens van twee ovestaande zijden. Op de hoekpunten van een gewichtloze viehoek zitten gelijke gewichten. Bewijs dat het zwaatepunt het snijpunt is van de medianen. 4 Op de hoekpunten van een gewichtloze viehoek ABCD zitten gelijke gewichten. We bepalen (in gedachten) de zwaatepunten van de diehoeken ABC, ABD, ACD en BCD. Bewijs dat het zwaatepunt van deze vie zwaatepunten hetzelfde is als het zwaatepunt van hele viehoek. Opmeking Dit is niet juist, als de gewichten in A, B en C veschillende van gootte zijn. 5 Gegeven zijn vijf gewichten in een vlak (of in de uimte, of op een lijn): 2, 3, 5, 7 en 10, op de plaatsen P 1, P 2, P 3, P 4 en P 5.Om het zwaatepunt te vinden kunnen we (bijvoobeeld) als volgt te wek gaan: - bepaal het zwaatepunt Z 1 van de gewichten 2, 3 en 5, - bepaal het zwaatepunt Z 2 van de gewichten 7 en 10, - bepaal het zwaatepunt van het systeem met gewicht 10 in Z 1 en gewicht 17 in Z 2. Bewijs dat je zo indedaad het zwaatepunt van de vijf gewichten vindt. 32 Vectoen en zwaatepunten
33 In opgave 5 heb je aan de hand van een voobeeld gezien dat je het zwaatepunt kunt vinden doo dat stukje bij beetje te doen. En die stukjes mag je zelf kiezen Bepaal het zwaatepunt van de zes massa s hienaast In elk hoekpunt van een gewichtloos vievlak zit eenzelfde gewicht. a. Bepaal de plaats van het zwaatepunt. b. Hoe hoog zit het zwaatepunt boven het gondvlak? 8 In elk van de hoekpunten van een vijfzijdige piamide zit eenzelfde gewicht. a. Bepaal de plaats van het zwaatepunt. b. Hoe hoog zit het zwaatepunt boven het gondvlak? 9 Een tappiamide bestaat uit vie even dikke plakken van 1x1, 2x2, 3x3 en 4x4. Op welke hoogte zit het zwaatepunt? In het vlak en in de uimte 33
34 10 Vie kee een viezijdige piamide met ibben van lengte 1. De hoogte van de piamide noemen we h (Met de stelling van Pythagoas vind je dat h = ½.) De gewichten zitten in de hoekpunten, in elk hoekpunt hetzelfde gewicht (de ibben zijn gewichtloos). a. Op welke hoogte boven het gondvlak bevindt zich het zwaatepunt? In de staafjespiamide zit het gewicht in de ibben. De acht ibben zijn even zwaa. b. Op welke hoogte boven het gondvlak bevindt zich het zwaatepunt? De piamide is nu gesloten: de vijf gensvlakken bestaan uit plaatwek. Het gewicht van een gensvlak is dus evenedig met de oppevlakte. Vede is de piamide hol. c. Op welke hoogte boven het gondvlak bevindt zich het zwaatepunt? In het viede geval is de piamide massief. En homogeen. Met integaalekening kan de plaats van het zwaatepunt bepaald woden. Dat blijkt op hoogte ¼ van de hoogte boven het gondvlak te zitten. In de appendix staat een afleiding zonde integeen. 34 Vectoen en zwaatepunten
35 Appendix Het zwaatepunt van een homogene diehoek We willen het zwaatepunt van diehoek 1 hebben. Leg e nog die identiek exemplaen bij, zoals hieonde. Kies de oospong O en de vectoen a en b zoals in de tekening. B 2 4 b 1 3 O a A De massa van 1 noemen we 1 en de zwaatepuntsvecto van 1 noemen we z. Dan zijn de zwaatepuntsvectoen van 2, 3 en 4: z + b, z + a en -z + a + b. De zwaatepuntsvecto van de gote diehoek is 2z. E geldt: 2z = 3( z + (z + b) + (z + a) + (-z + a + b)) = 1z + 1a + 1b. Dus z = 2a + 2b. Appendix 35
36 Het zwaatepunt van een homogeen diezijdig pisma We kiezen de oospong in een van de hoekpunten van het pisma, zie plaatje We noteen OA, OB enzovoot met a, b enzovoot. C B A O Het zwaatepunt van het pisma noemen we Z, dan is: z = 2a + 2b + 1c. Het zwaatepunt van een homogene diezijdige piamide De inhoud van een piamide is 1/3 van de inhoud van het pisma met hetzelfde gondvlak en gelijke hoogte. De diezijdige piamide wodt doo vlakken doo de middens van ibben vedeeld in twee kleinee piamides en twee diezijdige pisma's. We nemen de inhoud van zo'n kleine piamide als inhoudseenheid, dan is de inhoud van de gote piamide 8 en de inhoud van elk van de twee pisma's 3. C B A O 36 Vectoen en zwaatepunten
37 We kiezen één van de hoekpunten van de gote piamide als oospong. Het zwaatepunt van de piamide noemen we Z. Het zwaatepunt van de kleine piamide met hoekpunt C noemen we Z 1, het zwaatepunt van de kleine piamide met hoekpunt O noemen we Z 2, het zwaatepunt van het pisma met hoekpunt A noemen Z 3 en het zwaatepunt van het pisma met hoekpunt B noemen we Z 4. C B A 2 E geldt: O z 1 = 1c + 1z z 2 = 1z z 3 = 1a + 2 1a + 2 1b + 1 1(c a) = 5 12 a + 5b + 3c z 4 = 1b + 2 1(a b) + 2 1(c b) + 1 1b = 5a b + 5c E geldt: z = 7z 1 + 7z 2 + Iz 3 + Iz 4 = 7z a b c. Hieuit volgt dat z = 3a + 3b + 3c. Met gelijkvomigheid volgt nu dat het zwaatepunt van een homogene diezijdige piamide op hoogte 3 van de hoogte van de piamide boven het gondvlak ligt. Aangezien elke piamide in diezijdige piamides met dezelfde top kan woden opgedeeld, geldt dit voo elke piamide. Appendix 37
38 Antwooden Paagaaf 1 Vectoen 1 a. 2 ; 2 ; 1 b. c. d. - f. - 2 a. x y x y y x y 2y x x + 2y x x + y b. y (x + y) x 2y 2x + y y 2x x 2y x 38 Vectoen en zwaatepunten
39 3 a. b. Nee 4 a. k = 2, m = 1 b. k = -3, m = 2 5 a. Ja, want v = w u. b. k = 1, m = 1 c. k = -5, m = 2 6 a. b. 2 PQ +11PR 2 PQ 2 PQ 11 2 PR c. 2PQ 11PR S -11PR U T P R Q PUST is een paallellogam. PS = PT + PU. E geldt: PT = 2 PQ en PU = 3 PR, dus k = 2 en m = 3. 7 a O A B v b De componenten zijn OA en OB. Antwooden 39
40 9 a b x De som van de vie vectoen is P 2 P 0 P 1 y y x P De veschoven punten liggen op de stippellijn (a + b) = 2 a + 2 b Paagaaf 2 Toepassingen 1 a. 3 kee b. esultante 3 cm 2 a. b. c. 7 cm d. 1 cm 2 2 f = 5 km / h g. tan(α) = 12 α 53 7 cm 40 Vectoen en zwaatepunten
41 e. α 3 a. u α v s b. v = ,75 4,8 3 tan(α) =, dus α 39 en de hoek tussen v en s is 3,75 dus = 129. De veeboot moet zelf 4,8 km/h vaen. 4 a. u 30 v w b. u = 3 1,73, w = 1 5 a. Voo tekening zie b; 2 3 3,5. b. a b + a b 6 a. c. 2 Mieke b. 2 1,4 kee zo goot Antwooden 41
42 7 a B 0 B 1 C 0 A 3 B 2 C 1 C 2 A 2 C 3 A 1 B 3 A 0 8 x = 1 ( a + b ) 9 b. 1 ( x + y ) 10 a. c. x + y ; 11 ( x + y ) ; enzovoot. d. Omdat je in c steeds veelvouden van dezelfde vecto vindt. e ,6 a a b b b. α + β = 90 β γ β + γ = 90 α = γ α De component langs b heeft lengte 12 cos(37 ) 9, b. Ja, de lengte van de tekkacht-vecto is gote dan de component van de zwaatekacht-vecto. 42 Vectoen en zwaatepunten
43 12 a. a = ( 2,5), b = (1,6), w = ( 3,3), v = (1,0 ) b. c. 2 = 3v + 1 w en b = 7v + 2w a 3 13 a. v v + w w v + w = (1,1) b. 2 v = (4,6) 2 2 c. v = = 13, w = 5 14 b. OF = x + y + z ; HB = x + y z ; BG = z x ; CH = z y AC = y x c. OP x 1 = + y + 1 z 2 2 ; OQ = 1 x + y + 1 z 2 2 ; PQ = OQ OP = 1 x 1 y d. PQ = 1 1 y 1 + = (y x) = 1 AC x a. (1, 2, -2); OQ OP b. (2, 2, 3) 16 a. (-3, 2, 4) b = 29 Antwooden 43
44 17 a. 1 2 egen val 3 wind b. Toelichting bij de tekening hieonde: AQ en BR zijn evenwijdig met de lichaamsdiagonaal van het blok uit a en PQ en SR zijn evenwijdig met de diagonaal van het gondvlak van het blok uit a. A B c. 125 cm P Q c. AP: beedte stook = hoogte blok : diepte blok = 3 : 1, dus de stook is 1,25 m beed. d. In het blok geldt: lengte lichaamsdiagonaal : lengte diagonaal gondvlak = 7 : snelheid, dus snelheid = 5 7 4,2 m/s a. (0,9,0), (0,0,9), (9,0,0) b. De som van de vectoen is niet (0,0,0). c. AB = (-3,6,-3), BC = (-3,-3,6), CA = (6,-3,-3) AB + BC + CA = (0,0,0), dus is de figuu mogelijk. d. AB = (-2,6,-2), BC = (-2,-2,6), CA = (6,-2,-2) AB + BC + CA (0,0,0), dus is de figuu onmogelijk. S R 44 Vectoen en zwaatepunten
Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 maandag 15 mei uur
Eamen VW 07 tijdvak maandag 5 mei.0-6.0 uu wiskunde B (pilot) Dit eamen bestaat uit 5 vagen. Voo dit eamen zijn maimaal 7 punten te behalen. Voo elk vaagnumme staat hoeveel punten met een goed antwood
9. Matrices en vectoren
Computealgeba met Maxima 9. Matices en vectoen 9.1. Vectoen In Maxima is een vecto een datatype bestaande uit een geodende lijst (ij) van gelijksootige elementen welke via een index kunnen woden geselecteed.
wiskunde B pilot vwo 2017-I
wiskunde B pilot vwo 07-I Fomules Goniometie sin( tu) sin( t)cos( u) cos( t)sin( u) sin( tu) sin( t)cos( u) cos( t)sin( u) cos( tu) cos( t)cos( u) sin( t)sin( u) cos( tu) cos( t)cos( u) sin( t)sin( u)
Een eenparige cirkelbeweging is een cirkelbeweging, waarbij de grootte van de snelheid niet verandert.
Cikelbewegingen Gaden adialen Zie bladzijde 135 t/m 137 Baiboek wikunde van de Caat en Boch ISBN 90-430-1156-8 Een aanade voo Sinteklaa! http://taff.cience.uva.nl/~caat/functiene.pdf Eenpaige cikelbeweging
Inclusie en Exclusie groep 2
Inclusie en Exclusie goep Tainingsweek 8 3 juni 009 Venndiagammen Als voo elementen in een vezameling twee veschillende eigenschappen een ol spelen, dan kun je voo deze vezameling een Venndiagam tekenen.
Inclusie en Exclusie groep 1
Inclusie en Exclusie goep 1 Tainingsweek 8 13 juni 2009 Venndiagammen Als voo elementen in een vezameling twee veschillende eigenschappen een ol spelen, dan kun je voo deze vezameling een Venndiagam tekenen.
3 De wetten van Newton
3 De wetten an Newton I Cultuuhistoische achtegond De Giek Aistoteles (384.Ch.-3.Ch.) wodt beschouwd als een an de inloedijkste klassieke filosofen in de westese taditie. Zijn opattingen hebben eeuwenlang
3 De wetten van Newton
3 De wetten van Newton I Cultuuhistoische achtegond Hoe dachten de mensen voege en hoe denken ze nu ove de fysische wekelijkheid? Daaove gaat deze paagaaf De vagen die daain gesteld woden zijn "open" gesteld:
Bekijk in de applet goed wat er onder de componenten van een vector wordt verstaan. Gebruik de applet en beantwoord de vragen.
1 Vecten Vekennen www.math4all.nl MAThADORE-basic HAVO/VWO 4/5 HAVO wi-d Vecten en gnimetie Vecten Inleiding Vekennen Bekijk in de applet ged wat e nde de cmpnenten van een vect wdt vestaan. Gebuik de
5 Algemene oplossing baanvergelijking, r = ξ/(1 + e cos f)
5 Algemene oplossing baanvegelijking, = ξ/(1 + e cos f) De bewegingsvegelijking van een planeet met massa m 2 ond de zon met massa m 1 schijven we als = GM 3, (5.1) waa M = m 1 +m 2. Omdat dit een tweedegaads
TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (8N010)
TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME (8N00) 8 juni 007, 4.00-7.00 uu Opmekingen:. Dit tentamen bestaat uit 4 vagen met in totaal 9 deelvagen.. Het is toegestaan gebuik te maken van bijgeleved fomuleblad en een ekenmachine.
1. Langere vraag over de theorie
1. Langee vaag ove de theoie a) Beschijf in detail het opladingspoces voo een condensato die in seie wodt geschakeld met een gelijkspanningsbon en met een weestand (de inwendige weestand van de gelijkspanningsbon
Eindexamen vwo natuurkunde pilot 2013-I
Eindexamen vwo natuukunde pilot 03-I Beoodelingsmodel Opgave Spint maximumscoe De snelheid is constant omdat het (s,t)-diagam (vanaf 4 seconde) een echte lijn is. De snelheid is gelijk aan de helling van
Tentamen Natuurkunde I uur uur woensdag 12 januari 2005 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs
Tentamen Natuukunde I 09.00 uu -.00 uu woensdag januai 005 Docent Ds.J.. Vijdaghs anwijzingen: Dit tentamen omvat 4 opgaven met totaal 9 deelvagen Maak elke opgave op een apat vel voozien van naam, studieichting
Opgave 1: De oppervlakte van de figuur is precies de oppervlakte van een rechthoek van 7 bij 3, dus
Hoofdstuk : Oppevlakte en inhoud.. Oppevlakte van vlakke figuen Opgave : De oppevlakte van de figuu is pecies de oppevlakte van een echthoek van 7 bij, dus Opp 7 Opgave : a. ABCQPH ) 4 dus lijnstuk PQ
Tentamen Electromagnetisme I, 30 juni 2008, uur
Tentamen Electomagnetisme I, 3 juni 8, 1. - 13. uu Het tentamen estaat uit 6 opgaven.van de vagen 3,4,5,6 woden e slechts die meegenomen voo de eoodeling. Als je alle vie inlevet woden de este die geuikt
7.1 Eenparige cirkelbeweging
Vwo 4 Hoofdstuk 7 Uitwekingen 7.1 Eenpaige cikeleweging Opgave 1 a De aansnelheid eeken je et de foule voo de aansnelheid. π v π,7 1 v 3,6 s 5, Afgeond: v aan = 3,3 s 1 Zie figuu 7.1. Het snoepje kijgt
Uitwerkingen oefenopgaven hoofdstuk 2
Uitwekingen oefenopgaen hoofdstuk Opgae 1 a Met gebuik an de enegiebalans Noem het beginpunt an de al A en het tefpunt met de gond B. De totale enegie in A is gelijk aan de zwaate-enegie in A. Tijdens
Eenparige cirkelbeweging
Inhoud Eenpaige cikelbeweging...2 Middelpuntzoekende kacht...4 Opgave: Looping...5 Opgave: McLaen MP4-22...6 Opgave: Baanwielennen (tack acing)...8 Gavitatie...8 Zwaate-enegie...9 Opgave: Satellietbanen...10
natuurkunde vwo 2016-II
natuukunde vwo 01-II Jupite fl-b Lees het atikel. Een uimtevekenne (m = 1,0 ton) die het zonnestelsel wil velaten, moet voldoende snelheid hebben om aan de aantekkingskacht van de zon te ontsnappen. Daaom
WERKOPDRACHT OVER COMPLEXE GETALLEN Dr. Luc Gheysens. z = r(cos θ + isin θ) r = de modulus van z = mod. z θ = het argument van z = arg. z.
WERKOPDRACHT OVER COMPLEXE GETALLEN D. Luc Gheysens De goniometische schijfwijze van een complex getal Elk complex getal z a + bi kan men schijven onde de vom z (cos θ + isin θ) de modulus van z mod. z
Stevin vwo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 9 Versnellen en afbuigen (augustus 2009) Pagina 1 van 11
Stevin vwo deel 2 Uitwekingen hoofdstuk 9 Vesnellen en afuigen (augustus 2009) Pagina 1 van 11 Opgaven 9.1 Statische elekticiteit 1 a Jij ent positief gewoden. E stoen elektonen doo je voeten vanuit de
Visualisatie van het Objectgeoriënteerde Paradigma. Arend Rensink Faculteit der Informatica, Universiteit Twente e-mail: [email protected].
Visualisatie van het Objectgeoiënteede Paadigma. Aend Rensink Faculteit de Infomatica, Univesiteit Twente e-mail: [email protected] Samenvatting Pogammeeondewijs maakt een wezenlijk deel uit van elke
Voor de warmteoverdracht Q van punt A naar punt B geldt de formule:
Wamteovedacht 6. Wamteovedacht Onde wamteovedacht wodt bedoeld de ovegang van enegie onde invloed van een tempeatuuveschil. Zolang een tempeatuuveschil aanwezig is zal wamte in een bepaalde ichting stomen,
EXAMEN CONCEPTUELE NATUURKUNDE MET TECHNISCHE TOEPASSINGEN
HIR-Leuven-Oef-Jan0708_opl.doc IN DRUKLEERS: NAAM... VOORNAAM... SUDIEJAAR... EXAMEN CONCEPUELE NAUURKUNDE ME ECHNISCHE OEPASSINGEN Deel oefeningen 1ste examenpeiode 2007-2008 Algemene instucties Naam
O = 3 4 3 1 3 2 1 4 = 12 1 3 2 = 12 6 = 5 cm. (teken over roosterlijnen een rechthoek er omheen)
G& havo deel Oevlakte en inhoud von Schwatzenbeg /9 e oevlakte van figuu is de oevlakte van een echthoek van 7 bij O = 7 = (de halve cikel aan de bovenkant ast ecies in de inham aan de ondekant a O ( QP
Stevin vwo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kromme banen ( ) Pagina 1 van 13
Stevin vwo deel Uitwekingen hoofdstuk 4 Komme anen (15-10-013) Pagina 1 van 13 Opgaven 4.1 De kogelaan 1 1 1 3,5 = 9,81 t t = 0,713.. t = 0,844.. = 0,84 s x 7,0 vx = = = 8,8.. = 8,3 m/s t 0,844.. Hoe lang
Afleiding Kepler s eerste wet, op basis van Newton s wetten
Keple s eeste wet Afleiding Keple s eeste wet, op basis van Newton s wetten 1 Inleiding Johannes Keple leefde van 1571 tot 1630 en was een Duitse wiskundige. Afwijkend van wat tot die tijd gedacht wed,
Uitwerkingen bij de opgaven van. De Ster van de dag gaat op en onder
Uitwekingen bij de opgaven van De Ste van de dag gaat op en onde Statopgave Google Maps geeft bijvoobeeld 52.382306, 6.644897. Mocht je niet bekend zijn met de begippen Noodebeedte en Oostelengte, zoek
Q l = 22ste Vlaamse Fysica Olympiade. R s. ρ water = 1, kg/m 3 ( ϑ = 4 C ) Eerste ronde - 22ste Vlaamse Fysica Olympiade 1
Eeste onde - ste Vlaamse Fysica Olympiade 1 1 ste Vlaamse Fysica Olympiade Eeste onde 1. De eeste onde van deze Vlaamse Fysica Olympiade bestaat uit 5 vagen met vie mogelijke antwooden. E is telkens één
1. INLEIDING: DE KOERS VAN EEN BOOT
KLAS 4N VECTOREN . INLEIDING: DE KOERS VAN EEN BOOT. Boot vaart van Roe naar Tui via Rul. De koersgegevens zijn: van Roe naar Rul: 0, 5 km van Rul naar Tui: 40, 5 km a. Wat zijn de koersgegevens als de
Rotatie in 2D. Modeltransformaties. Translatie in 2D. Rotatie van een punt tov rotatiepunt (pivot) over een rotatiehoek:
23 24 Modeltansfomaties Opbouwen van een tafeeel met gafische pimitieven Objecten in een tafeeel laten evolueen. met een tussentijd t de fsische positie van alle coödinaten van een tafeeel hebeekenen en
Kun je me de kortste weg vertellen?
Kun je me de kotste weg vetellen? Inhoudsopgave 1 Gafen 2 1.1 Wat is een gaaf?........................... 2 1.2 Opgaven................................ 4 2 Kotste bomen 6 2.1 Het 'Geedy' lgoitme.......................
Tentamen DYNAMICA (4A240) 11 april 2011. 9.00-12.00 uur
Tentamen DYNMIC (440) apil 0 9.00-.00 uu Lees het onestaane zogvulig oo vooat u aan e opgaven begint! lgemene opmekingen: egin ieee opgave op een nieuw bla. Vemel op iee bla uielijk uw naam en ientiteitsnumme.
1 Coördinaten in het vlak
Coördinaten in het vlak Verkennen Meetkunde Coördinaten in het vlak Inleiding Verkennen Beantwoord de vragen bij Verkennen. (Als je er niet uitkomt, ga je gewoon naar de Uitleg, maar bekijk het probleem
Ter info. a m/s² a = Δv/Δt Toetsvraag 1. v m/s v = 2πr/T Toetsvraag 4
Te info Deze toets geeft je een idee van je kennis ove de begippen uit de tabel hieonde. Dit zijn de voonaamste begippen die in de leeplannen van het middelbaa ondewijs aan bod komen. Je mag de vagen oplossen
Oefenopgaven Elektriciteit
Oefenopgaven Elekticiteit Uitwekingen 1 a De aadlekschakelaa eageet. E vloeit een stoo via het kind naa de aade, de aadlekschakelaa detecteet dat en sluit de stoo af. a b Dit gaatje is vebonden et de nuldaad.
v v I I I 10 P I 316, 10
GELUDSSNELHED Het bijkt dat de gemiddede kinetische enegie van de moecuen evenedig is met de absoute tempeatuu. De sneheid van de moecuen van een gas is evenedig met de vootpantingssneheid van geuid. eeken
1 Cartesische coördinaten
Cartesische coördinaten Verkennen www.math4all.nl MAThADORE-basic HAVO/VWO 4/5/6 VWO wi-d Analytische Meetkunde Cartesische coördinaten Inleiding Verkennen Beantwoord de vragen bij Verkennen. (Als je er
Wanneer cilinders elkaar ontmoeten
Wannee cilindes elkaa ontmoeten Wannee cilindes elkaa ontmoeten. Kistof. De Methode van onze collega Achimedes Michel Roelens UC Leuven-Limbug Leaenopleiding Maia-Boodschaplyceum Bussel Redactie UITWISKELING
workshop Zwaartepunten wiskundeddag 1 juni 2011 Dolf van den Hombergh, Leon van den Broek
Alexander Calder : Calder Unions (Rainbow), Kenitic Mobile, 2001) workshop Zwaartepunten wiskundeddag 1 juni 2011 Dolf van den Hombergh, Leon van den Broek 1 Evenwicht Fietsen over een koord Technopolis
Newton vwo deel 3. Uitwerkingen Hoofdstuk 16-20. Cracked by THE MASTER
Newton vwo deel Uitwekingen Hoofdstuk - 0 Cacked by THE MASTER Hoofdstukken: - Hoofdstuk : Enegiestoen - Hoofdstuk 7: Ruitevaat - Hoofdstuk : Beeldbuizen - Hoofdstuk 9: Mateie en staling - Hoofdstuk 0:
De Regenboog. Gert Heckman IMAPP, Radboud Universiteit, Nijmegen
De Regenboog Get Heckman IMAPP, Radboud Univesiteit, Nijmegen [email protected] Voo Jozef Steenbink, te gelegenheid van zijn afscheid van de Radboud Univesiteit op 17 Febuai 2012 1 Wet van Snellius In
SAMENSTELLEN EN ONTBINDEN VAN SNIJDENDE KRACHTEN
II - 1 HOODSTUK SAMENSTELLEN EN ONTBINDEN VAN SNIJDENDE KRACHTEN Snijdende (of samenlopende) krachten zijn krachten waarvan de werklijnen door één punt gaan..1. Resultante van twee snijdende krachten Het
Handleiding leginstructies
www.alityfloos.nl Handleiding leginstcties Gaat binnenkot een hoten vloe leggen? Met de leginstcties van Qalityfloos E.W.F. heeft de jiste kennis binnen handbeeik. Is deze kls toch niet aan besteedt, of
Stevin vwo Antwoorden hoofdstuk 13 Newton en Coulomb ( ) Pagina 1 van 12
Stevin vwo Antwooden hoofdstuk 1 Newton en Coulom (01-08-9) Pagina 1 van 1 Als je een ande antwood vindt, zijn e minstens twee mogelijkheden: óf dit antwood is fout, óf jouw antwood is fout. Als je e (vijwel)
wizprof 2013 21 maart 2013 Veel succes en vooral veel plezier.!! je hebt 75 minuten de tijd rekenmachine is niet toegestaan
www.zwijsen.nl www.e-nemo.nl 21 maart 2013 www.education.ti.com Veel succes en vooral veel plezier.!! Stichting Wiskunde Kangoeroe www.smart.be www.rekenzeker.nl www.sanderspuzzelboeken.nl www.schoolsupport.nl
H24 GONIOMETRIE VWO. Dus PQ = 24.0 INTRO. 1 a 6 km : = 12 cm b. 5 a 24.1 HOOGTE EN AFSTAND BEPALEN. 2 a factor = 3
H GONIOMETRIE VWO.0 INTRO a 6 km : 0.000 = cm a Dus PQ = 680 = 0, dus zeilt 7 ze 0 meter in minuten. Dat is 0 0 = 800 meter in een uur. Dat is,8 km/u.. HOOGTE EN AFSTAND BEPALEN a factor = 0,6 Diepte put
Centraal Bureau voor de Statistiek
Centaal Bueau voo de Statitiek Economie, Bedijven en NR Oveheidfinanciën en Conumentenpijzen Potbu 24500 2490 HA Den Haag PRJSNDEXCJFER COMMERCËLE DENSTVERLENNG 1. nleiding Dit document bechijft de methoden
Tentamen: Gravitatie en kosmologie
1 Tentamen: Gavitatie en kosmologie Docent: Jo van den Band Datum uiteiken: 3 decembe 2012 Datum inleveen: 14 decembe 2012 bij Maja of voo 17:00 in mijn postvak) Datum mondeling: 17-21 decembe 2012 afspaak
Mechanica van Materialen
UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT INGENIEURSWETENSCHAPPEN VAKGROEP TOEGEPASTE MATERIAALWETENSCHAPPEN Mechanica van Mateialen Academiejaa 3-4 Veantwoodelijk lesgeve en auteu: Pof. d. i. Wim VAN PAEPEGEM Medelesgeve:
Beredeneerd aanbod groep 1 en 2
Beedeneed aanbod goep 1 en 2 Mei 2013 Inhoudsopgave Inleiding en veantwooding blz. 3 Themaplanning blz. 5 Taal / lezen / schijven blz. 9 Rekenen / wiskunde blz. 11 Weekplanning blz. 13 Zelfstandig weken
voorgesteld ). Loopt er een magnetisatiestroom binnen de materie, dan stellen we de ruimtestroomdichtheid voor door J r m
Opgaven Mateie in een magnetostatisch veld. A. Magnetisatie en magnetisatiestoom Als in mateie de kingstoompjes elkaa niet oveal compenseen blijft e een esulteende stoom ove. Deze heet de magnetisatiestoom
Het Informatieportaal voor Financiële Veiligheid. De 4 bedreigingen voor je spaargeld vandaag
Het Infomatiepotaal voo Financiële Veiligheid De 4 bedeigingen voo je spaageld vandaag Veval van de systeembanken Veval van de systeembanken De Vie gote Bedeigingen 1. Veval van de systeembanken 2. 3.
Begripsvragen: kracht en krachtmoment
Handboek natuurkundedidactiek Hoofdstuk 4: Leerstofdomeinen 4.2 Domeinspecifieke leerstofopbouw 4.2.1 Mechanica Begripsvragen: kracht en krachtmoment 1 Meerkeuzevragen Kracht 1 [H/V] Een boek ligt stil
Relativiteitstheorie van Einstein: Banen van Planeten en Satellieten
Relativiteitstheoie van Einstein: Banen van Planeten en Satellieten Banen van Planeten en Satellieten...1 1. Klassieke Mechanica: Planeetbanen... 1.1 Into: het centale massa pobleem... 1. Snelheid en vesnelling
Een bekende eigenschap van de middens van de zijden van een driehoek is de volgende.
Cabri-werkblad Rond het zwaartepunt van een driehoek Een bekende eigenschap van de middens van de zijden van een driehoek is de volgende. Stelling De verbindingslijn van de middens van twee zijden van
Hoofdstuk 7 : Gelijkvormige figuren
Hoofdstuk 7 : Gelijkvormige figuren 141 Eventjes herhalen : Wat is een homothetie? h (o,k) : Een homothetie met centrum o en factor k Het beeld van een punt Z door de homothetie met centrum O en factor
plannen HUISWERKTOOLS 5 TOOLS direct aan de slag! Your future is created by what you do today not tomorrow! SKUR Angelique Gerretsen & Petra Daemen
impel amen plannen ovelee de bugkla HUISWERKTOOLS You utue i 5 TOOLS diect aan de lag! ceated by what you do today not tomoow! Angelique Geeten & Peta Daemen SKUR SET HUISWERKTOOLS Deze et bevat 5 handige
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1995-1996 : Tweede Ronde.
Vlaamse Wiskunde Olympiade 995-996 : Tweede Ronde De tweede ronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen, opgemaakt door de jury van VWO Het quoteringssysteem werkt als volgt : een deelnemer start met 0 punten
Dossier 4 VECTOREN. Dr. Luc Gheysens. bouwstenen van de lineaire algebra
Dossier 4 VECTOREN bouwstenen van de lineaire algebra Dr. Luc Gheysens 1 Coördinaat van een vector In het vlak π 0 is het punt O de oorsprong en de punten E 1 en E 2 zijn zodanig gekozen dat OE 1 OE 2
6.1 Rechthoekige driehoeken [1]
6.1 Rechthoekige driehoeken [1] In het plaatje hiernaast is een rechthoekige driehoek getekend. Aan elke zijde van deze driehoek ligt een vierkant. Het gele vierkant heeft een oppervlakte van 9 hokjes;
Newton vwo deel 3 Uitwerkingen Hoofdstuk 17 Ruimtevaart 16
Newton wo deel Uitwekingen Hoofdstuk 7 Ruiteaat 7 Ruiteaat 7. Inleiding Vookennis Ruiteaat a De baan an een satelliet heeft de o an een ellips (een cikel is een bijzondee ellips). b De wijing is ewaaloosbaa,
de Wageningse Methode Antwoorden H17 PYTHAGORAS VWO 1
Hoofdstuk 17 PYTHAGORAS VWO 17.0 INTRO 1 b C: 3, cm D: 4,1 cm b Voor elke zijde geldt dat het de schuine zijde van een rechthoekige driehoek met rechthoekszijden van 3 en 4 cm is. Dus alle vier de zijden
6 A: 6 2 2 1 5 1 4 = 26 m 2 B: 6 2 2 1 4 2 4 = 20 m 2 C: 6 2 1 2
Hoofdstuk 17 PYTHAGORAS HAVO 17.1 INTRO 1 b c 6 A: 6 1 5 1 4 = 6 m B: 6 1 4 4 = 0 m C: 6 1 3 3 4 = 18 m D: 0 m E: 6 m 7 a A:, cm B: 5,0 cm C: 3, cm D: 4,1 cm b Voor elke zijde geldt dat het de schuine
d = 8 cm 2 6 A: = 26 m 2 B: = 20 m 2 C: = 18 m 2 D: 20 m 2 E: 26 m 2
H17 PYTHAGORAS 17.1 INTRO 1 b c d 1 4 4 = 8 cm 6 A: 6 1 5 1 4 = 6 m B: 6 1 4 4 = 0 m C: 6 1 3 3 4 = 18 m D: 0 m E: 6 m 7 a A:, cm B: 5,0 cm C: 3, cm D: 4,1 cm b Voor elke zijde geldt dat het de schuine
Een nieuw model voor de CBS huishoudensprognose
Een nieuw model voo de CBS huishoudenspognose Coen van Duin en Cael Hamsen Het model waamee het CBS zijn huishoudenspognose maakt, is aangepast. De nieuwe pognose wodt beekend met een macosimulatiemodel
Stevin vwo deel 3 Uitwerkingen hoofdstuk 1 Newton en Coulomb ( ) Pagina 1 van 14
Stevin vwo deel Uitwekingen hoofdstuk 1 Newton en Coulom (16-09-014) Pagina 1 van 14 1 Opgaven 1.1 De gavitatiewet van Newton F = mv m( πf) F = = 4π mf = π v f a m = 0, 10 kg ; v = 9 km/h =,5 m/s ; 90
1 Proef van Oersted. Elektriciteit deel 2
Elekticiteit deel oofdstuk 7. 1 Poef van Oested Elektomagnetisme. Bij deze poef wed voo het eest het veband gelegd tussen elektische stoom en magnetisme. Pofesso Oested wilde de wamteweking van de elektische
7 Totaalbeeld. Samenvatten. Achtergronden. Testen
7 Totaalbeeld Samenvatten Je hebt nu het onderwerp "Vectormeetkunde" doorgewerkt. Er moet een totaalbeeld van deze leerstof ontstaan... Ga na, of je al de bij dit onderwerp horende begrippen kent en weet
De Creatieve Computer
De Ceatieve Compute J.I. van Hemet [email protected] 1 Intoductie Als we de evolutie van computes vluchtig bekijken dan zien we dat de taken die doo computes woden uitgevoed steeds ingewikkelde
Estafette. ABCD is een vierkant met zijden van lengte 1. Γ is de cirkel met straal 1 en middelpunt C. P is het snijpunt van lijnstuk AC met Γ. ?
27 e Wiskundetoernooi Estafette 208 Opgave Een rechthoek van 2 bij 25 wordt in twee stukken geknipt. Het resultaat is twee kleinere rechthoeken, die niet even groot maar wel gelijkvormig zijn. Wat is de
R. Van Nieuwenhuyze. Hoofdlector wiskunde, lerarenopleiding HUB, Brussel. Auteur Van Basis tot Limiet.
R. Van Nieuwenhuyze Hoofdlector wiskunde, lerarenopleiding HUB, Brussel. Auteur Van Basis tot Limiet. [email protected] Van Nieuwenhuyze Roger Probleemoplossend werken in de tweede graad
Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 4
Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 4 4.4.1 Basis Lijnen en hoeken 1 Het assenstelsel met genoemde lijnen ziet er als volgt uit: 4 3 2 1 l k -4-3 -2-1 0 1 2 3 4-1 -2-3 n m -4 - Hieruit volgt: a Lijn k en
12 Grafen en matrices. bladzijde 209 31 a. Gemengde opgaven 99
afen en matices bladzijde a M M M M 4 emengde opgaven b M M M S M M M 4 4 P P P 5 4 4 c e R geeft P P P S 7 8 7 4 c geeft aan dat e voo één eenheid P eenheden nodig zijn c geeft aan dat voo één eenheid
2 Inproduct. Verkennen. Uitleg
2 Inproduct Verkennen Inproduct Inleiding Verkennen Het begrip arbeid komt uit de natuurkunde. Bekijk de applet zorgvuldig. Als je de rode stippellijn laat samenvallen met de beweging van A naar B dan
uuur , DF en DB met kentallen. b) Laat zien door twee keer de stelling van Pythagoras in een rechthoekige uuur
4 Van D naar 3D Verkennen Van D naar 3D Inleiding Verkennen Bekijk de applet. Met de rechter muisknop kun je het assenstelsel om de oorsprong draaien en de fig van alle kanten bekijken. Beantwoord nu de
TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Faculteit der Civiele Techniek en Geowetenschappen
TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Faculteit der Civiele Techniek en Geowetenschappen TENTAMEN CTB1210 DYNAMICA en MODELVORMING d.d. 28 januari 2015 van 9:00-12:00 uur Let op: Voor de antwoorden op de conceptuele
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.
Vlaamse Wiskunde Olympiade 99 99 : Eerste Ronde De eerste ronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen, opgemaakt door de jury van VWO Het quoteringssysteem werkt als volgt : een deelnemer start met 0 punten Per
15 a De rechthoeken zijn 1 bij 6 lucifers, of 2 bij 5 lucifers, of 3 bij 4 lucifers. Zie figuur: Hoofdstuk 21 OPPERVLAKTE HAVO 21.
Hoofdstuk 1 OPPERVLAKTE HAVO 1.1 INTRO 15 a De rechthoeken zijn 1 bij 6 lucifers, of bij 5 lucifers, of 3 bij 4 lucifers. Zie figuur: 1 Oppervlakte snelweg = 0 km 18 m = 0.000 m 18 m = 360.000 m. Zijde
6.1 Kijkhoeken[1] Willem-Jan van der Zanden
6.1 Kijkhoeken[1] Het plaatje is een bovenaanzicht; De persoon kan het gedeelte binnen de kijkhoek zien; De twee rode lijnen zijn kijklijnen; De kijklijnen geven de grenzen aan van het gebied dat de persoon
Drie wetten die sterstructuur bepalen. Sterren: structuur en evolutie. Ideale gaswet. Hydrostatisch evenwicht. Stralingstransport
Steen: stuctuu en evolutie in stabiele toestand op de hoofdeeks: evenwicht tussen intene duk en gavitatie constant enegievelies doo staling met lichtkacht L enegiepoductie: kenfusieeacties in coe Die wetten
Antwoorden De juiste ondersteuning
ntwoorden De juiste ondersteuning a. De straal van de cirkel waarover het beweegt is 5. De maximale hoogte van het is dus 5. Het moet dus dm omhoog. b. Het van het tweede blok beweegt over een cirkel met
Bal in de sloot. Hierbij zijn x en f ( x ) in centimeters. Zie figuur 2.
Bal in de sloot Een bal met een straal van cm komt in een figuur sloot terecht en blijft drijven. Het laagste punt van de bal bevindt zich h cm onder het wateroppervlak. In figuur zie je een doorsnede
We gebruiken de volgende standaardvorm van een cirkel met middelpunt M en straal r : ( ) ( ) 2
Wiskunde D Online uitweking VWO lok les jnui Pgf Opgve We geuiken de volgende stnddvom vn een cikel met middelpunt M en stl : De cikel met middelpunt (-,) en stl voldoet n de vegelijking De cikel met middelpunt
HOEKCONTACT KOGELLAGERS
HOEKCONTACT KOGELLAGERS Hoekcontact kogellages Eén-ijige hoekcontact kogellages Hoekcontact kogellages zijn geschikt voo toepassingen waa een hoge nauwkeuigheid en een hoog toeental is veeist. Dit type
