Rapportage. Arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Rapportage. Arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie"

Transcriptie

1 Rapportage Arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie April 2013

2 Inhoudsopgave VOORWOORD 3 MANAGEMENTSAMENVATTING 4 1 ALGEMENE ONTWIKKELINGEN BOUWARBEIDSMARKT EN ONDERWIJS Productie Werkgelegenheid Ontwikkeling cao s bouw, natuursteen en bitumineus dakdekken Werkzoekenden en WW-gerechtigden Vacatures Ontwikkelingen in de bouwopleidingen Ontwikkelingen in het vmbo Ontwikkelingen in het mbo Ontwikkelingen in het hbo Ontwikkelingen beroepspraktijkvormingsplaatsen Ontwikkelingen aantal leerbedrijven Ontwikkelingen aantal beroepspraktijkvormingsplaatsen Kans op stage Kans op werk Instroombehoefte GESPECIALISEERDE AANNEMERIJ Productie en werkgelegenheid Trends & Ontwikkelingen Onderwijs Ontwikkeling aantal leerbedrijven Kans op stage Kans op werk Instroombehoefte INFRA Productie en werkgelegenheid Trends & Ontwikkelingen Onderwijs Ontwikkeling aantal leerbedrijven Kans op stage Kans op werk Instroombehoefte BURGERLIJKE EN UTILITEITSBOUW Productie en werkgelegenheid Trends & Ontwikkelingen Onderwijs Ontwikkeling aantal leerbedrijven Kans op stage Kans op werk Instroombehoefte Verantwoording Bronnen Afkortingen en begrippenlijst 53 2

3 Voorwoord Jaarlijks maakt Fundeon een arbeidsmarkt- en onderwijsrapportage waarin kansen en knelpunten zijn opgenomen voor deelnemers met een mbo bouwopleiding op de arbeids-, onderwijs- en stagemarkt. Als kenniscentrum op het snijvlak van onderwijs en arbeidsmarkt, is Fundeon goed op de hoogte van beide markten. Fundeon adviseert op basis van onderwijs- en arbeidsmarktinformatie over de instroombehoefte in de mbo bouwopleidingen die nodig is om de bedrijfstak te kunnen blijven voorzien van voldoende, gekwalificeerd personeel. Fundeon baseert de instroombehoefte op vervanging van de natuurlijke uitstroom van de bouwarbeidsmarkt door gekwalificeerde instroom in de mbo-bouwopleidingen. Onder natuurlijke uitstroom wordt verstaan die groep werknemers die voorgoed de bouwarbeidsmarkt verlaten. Dat kan zijn door pensionering, arbeidsongeschiktheid of vervroegd uittreden. Sinds 2009 stromen minder jongeren in de bouwopleidingen dan de berekende behoefte. Nu levert dat geen probleem op omdat de productie achterblijft. Maar als vanaf 2015 de vraag naar arbeidskrachten toeneemt, zal dit verlies aan instroom zichtbaar worden. Dit rapport is ingedeeld in de sectoren burgerlijke en utiliteitsbouw (b&u), gespecialiseerde aannemerij (ga) en de infra. Als verzamelterm voor deze drie sectoren hanteren we ook vaak het begrip bouwnijverheid. Met de term bouw bedoelen we de burgerlijke en utiliteitsbouw en de gespecialiseerde aannemerij. In hoofdstuk 1 komen de algemene ontwikkelingen in de bouwarbeidsmarkt en het onderwijs in de bouw aan de orde. In hoofdstuk 2 zoomen we in op de ontwikkelingen in de gespecialiseerde aannemerij, in hoofdstuk 3 op de ontwikkelingen in de infra en in hoofdstuk 4 op de ontwikkelingen in de burgerlijke en utiliteitsbouw. Deze sectorale hoofdstukken zijn op zichzelf staande onderdelen met een identieke indeling in paragrafen. Deze rapportage arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie 2013 in de bouw en infra is samengesteld door de afdeling Beleid & Onderzoek van Fundeon. Voor de cijfermatige onderbouwing van het rapport is gebruik gemaakt van het bedrijfsinformatiesysteem van Fundeon en van informatie van DUO, HBOraad, Cordares, het CBS, het Onderzoek vmbo Bouwen, Wonen en Interieur 2012 en het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Uitgebreide tabellen met regionale cijfers zijn opgenomen in de bijlage die het kenniscentrum via ter beschikking stelt. Voor meer arbeidsmarkt- of onderwijsinformatie kunt u mailen naar [email protected]. Fundeon Afdeling Beleid & Onderzoek april

4 Managementsamenvatting Voor de bouwnijverheid gaat 2012 de geschiedenisboeken in als een buitengewoon slecht jaar. Het aantal faillissementen nam met 35 procent toe, de bouwproductie daalde tot 52 miljard euro en het aantal werkloosheidsuitkeringen steeg met 70 procent. Daarnaast nam het aantal deelnemers in de mbo bouwopleidingen af met nog eens 12 procent. Hoewel het kabinet in februari heeft aangekondigd dat het voornemens is voor de infra 500 miljoen extra vrij te maken, heeft het kabinetsbeleid tot nu toe eerder een negatieve dan een positieve bijdrage geleverd aan de malaise in de bouw. De verhuurderheffing zal voor de corporaties weinig financiële ruimte over laten om te investeren in nieuwbouw. Ook burgers worden door tal van financiële maatregelen beperkt in hun bestedingen zoals verlaging van de hypotheekrenteaftrek gecombineerd met de verplichte annuïteitenhypotheek en de verhoging van de btw. Dit alles werkt niet mee om de woningbouw uit het slop te trekken, want daarvoor is financiële zekerheid omtrent de eigen situatie nodig en vertrouwen in de nabije toekomst. Wat wel tot investeringen in onderhoud aan woningen kan leiden is het verlaagde btw-tarief van 6 procent. De maatregel is echter maar voor een jaar van kracht, van maart 2013 tot maart De verwachting dat de prijzen van huizen zullen blijven dalen, weerhoudt ook in 2013 burgers ervan tot koop van een woning over te gaan. Herstel van de bouwproductie zal op zijn vroegst in 2014 komen, gevolgd door aantrekkende werkgelegenheid in Op dat moment ontstaat er weer ruimte voor leerbedrijven om leerlingen aan te nemen. Leerlingen die komend schooljaar een tweejarige opleiding starten, hebben naar verwachting een betere kans op een baan dan nu. Voorwaarde is wel dat er voldoende leerwerkplekken zijn om het diploma te kunnen halen en daar schort het momenteel aan. Een exact beeld hebben we niet omdat potentiële deelnemers vaak aan de poort worden geweerd, maar duidelijk is dat het steeds moeilijker is een leerwerkplek te vinden. De uitstroom van werknemers is hoog in Bepaalde beroepsgroepen zoals metselaars hebben sinds de crisis al de helft aan cao-personeel verloren. Hoewel wij er wel rekening mee hebben gehouden dat ontslagen werknemers na de crisis kunnen terugkeren, hetzij in loondienst hetzij als zzp er, baart het aandeel werkloze ouderen in de leeftijdscategorie 55+ van 17 1 procent zorgen. Zij komen vrijwel zeker niet meer terug in het arbeidsproces waardoor arbeidspotentieel en vakkennis verdwijnt. Gecombineerd met de dalende instroom van leerlingen en verwachte daling van de beroepsbevolking, leidt dit tot een kwalitatief en kwantitatief tekort op de bouwarbeidsmarkt. Gebrek aan de juiste arbeidskrachten vormt dan een rem op de productie. Het op peil houden van de productie zal leiden tot verdere flexibilisering van de bouwarbeidsmarkt. Fundeon hanteert een model waarin natuurlijke uitstroom op de bouwarbeidsmarkt wordt vervangen door gekwalificeerde instroom in de bouwopleidingen. Voor beroepsgroepen die door hun leeftijdsopbouw nu al een grotere natuurlijke uitstroom kennen, vindt dit jaar een correctie plaats. De huidige uitstroom wordt als het ware in mindering gebracht op de toekomstige uitstroom. De natuurlijke uitstroom beweegt zich in het model tussen de 1,5 en 3 procent. 1 Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2013, EIB, Amsterdam 4

5 Onderstaande tabel toont het verloop van de instroombehoefte zoals Fundeon die jaarlijks berekent en de gerealiseerde instroom vanaf Instroombehoefte versus gerealiseerde instroom, bol en bbl Gerealiseerd Behoefte Tekort/overschot Bron: Fundeon voor behoefte, DUO voor gerealiseerd De gerealiseerde instroom blijft sinds 2009 achter bij de minimale instroombehoefte. Zo lang de productie daalt, levert dit geen problemen op. Als de uitgestelde vraag, met name in de woningbouw, moet worden ingehaald ontstaat een kwantitatief en een kwalitatief tekort aan bouwarbeidskrachten. 5

6 1. Algemene ontwikkelingen bouwarbeidsmarkt en onderwijs Of er voldoende deelnemers in de bouwopleidingen instromen, hangt samen met de vraag of er voldoende leerwerkplekken zijn. Het aantal leerwerkplekken is afhankelijk van voldoende werk bij de bouw- en infrabedrijven. 6

7 1.1 Productie De bouwnijverheid maakt voor het vijfde jaar op rij een crisis door. Na een zeer moeilijk 2010 trok in het eerste halfjaar van 2011 de bouwproductie aan. Totdat in de zomer van dat jaar de eurocrisis uitbrak en de bouwnijverheid opnieuw met forse omzetverliezen werd geconfronteerd. In 2012 verdiepte de crisis zich wat resulteerde in een ongekend groot aantal faillissementen. Volgens het CBS gingen dat jaar bedrijven failliet in de bouw en infra, dat is 35 procent meer dan in Daarmee was de toename van het aantal failliete bedrijven veel groter dan in 2010, toen 14 procent meer bedrijven failliet gingen dan het jaar daarvoor. Voor 2013 verwacht het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) dat de bouwproductie met nog eens 5 procent daalt. In de Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2013 gaat het instituut uit van herstel van de bouwproductie in Maar met een groei van 0,5 procent is dat zeer broos te noemen. De werkgelegenheid zal dat jaar nog afnemen omdat die met vertraging reageert op de productie. Vanaf 2015 trekt de arbeidsmarkt aan. Volgens het EIB is de crisis in Nederland dieper dan in de ons omringende landen. Dit zou mede het gevolg zijn van het overheidsbeleid, bestaande uit een mix van bezuinigingen, hervormingen en risicominimalisatie. De gevolgen van dit beleid resulteren in een vraagcrisis doordat de hypotheekrenteaftrek wordt beperkt, toetreding van starters op de huizenmarkt wordt bemoeilijkt door strengere kredieteisen, investeringen door woningcorporaties wordt bemoeilijkt door invoering van de verhuurderheffing en de invoering van de wet HOF (Houdbare OverheidsFinanciën) wat resulteert in beperking van de investeringscapaciteit van gemeenten en waterschappen. Dit tezamen met de relatief hoge hypotheekrente die banken in Nederland hanteren om het eigen vermogen aan te vullen (funding gap), maakt dat de crisis Nederland zwaarder raakt en langer aanhoudt dan in rest van noordwest Europa. Dit raakt met name de bouwsector. Onderstaande figuur toont de ontwikkeling van de bouwproductie, afgezet tegen de conjunctuurontwikkeling in Nederland. Het laatcyclische karakter van de bouw heeft te maken met de lange doorlooptijd van projecten als gevolg van vergunningenverstrekking en inspraakprocedures. Figuur 1 Ontwikkeling bruto binnenlands product en de bouwproductie, in procenten, jaarlijkse mutatie 7,0 5,0 3,0 1,0-1,0-3,0-5,0-7,0-9,0-11, ¹ Bouwproductie Bruto binnenlands product Bron: EIB bewerkt door Fundeon ¹ Raming 7

8 Verder valt op dat de bouw grotere fluctuaties kent dan de rest van de economie. In de bouwnijverheid gaat het vaak om grote investeringen waar eerst financiële ruimte voor moet worden gezocht door of te sparen of te lenen. In een hoogconjunctuur zijn consumenten eerder geneigd duurzame investeringen aan te gaan. Dat herstel dit jaar nog zal uitblijven, baseert het EIB op het gegeven dat de orderportefeuille van zowel bouw- als infrabedrijven nog steeds terugloopt. Daarnaast heeft zich in de eerste tien maanden van 2012 de grootste daling van het aantal verleende woningbouwvergunningen voorgedaan sinds het uitbreken van de crisis. Gemiddeld is de doorlooptijd van aanvraag naar gereedgemeld twee jaar. Dat leidt er automatisch toe dat pas eind 2014 de productie kan aantrekken. Vorig jaar ging het EIB weliswaar nog uit van een productieverlies in 2012, maar van een stijging in De werkgelegenheid zou dan ook een jaar eerder aantrekken dan nu wordt verwacht. Op korte termijn zal de situatie in de bouwnijverheid niet wezenlijk verbeteren. Tabel 1 toont opnieuw een negatieve groei voor De woningbouwproductie zakt dan zelfs onder de woningen. Pas vanaf 2015 verwacht het EIB een gemiddelde jaarlijkse groei in de bouwproductie van 4 procent tot Opvallend is dat de onderlinge verschillen tussen de segmenten groot is. De infra en het onderhoud laten een gematigde groei zien, deze segmenten zijn minder conjunctuurgevoelig. Terwijl met name de woningbouw een inhaalslag maakt na een periode van zware verliezen. Tabel 1 Bouwproductie¹ per sector, Miljoen Jaarlijkse veranderingen³ (%) 2011² 2012³ Woningbouw - nieuwbouw , herstel en verbouw ,5 6 Utiliteitsbouw - nieuwbouw ,5 - herstel en verbouw ,5 4 Onderhoud gebouwen ,5-1 1,5 Infra - nieuwbouw en herstel ,5-3, onderhoud ,5-2,5 0 1,5 Externe onderaanneming ,5 4 Totaal bouw ,5 4 Bron: CBS, EIB 1 Exclusief projectontwikkelaars, interne leveringen, machines, overige investeringen, saldo uitvoer diensten en handelsmarges; basis Nationale rekeningen; bedragen in prijzen 2011, exclusief btw 2 EIB-bewerking van voorlopige CBS-cijfers 3 Raming 4 Gemiddelde jaarlijkse mutatie in de periode

9 Factoren die ook van invloed zijn op het moment van herstel, maar die minder goed zijn in te schatten, zijn de ontwikkeling van de bestedingsruimte van burgers en bedrijfsleven en het gedrag van de calculerende burger. De bestedingsruimte wordt onder meer bepaald door maatregelen die de overheid neemt zoals verhoging van het btw-tarief, belastingen en introductie van de verhuurderheffing, kortom lastenverzwaringen. Het gedrag van de calculerende burger speelt een rol bij de verwachting wanneer de bodem is bereikt van de alsmaar dalende huizenprijzen. En verwachtingen hebben weer alles met vertrouwen te maken. Dat vertrouwen is volgens het CBS in februari 2013 naar een historisch dieptepunt gedaald. Consumenten zijn vooral somberder over hun eigen financiële situatie met als gevolg dat de koopbereidheid bij consumenten onverminderd laag blijft. Diezelfde consumenten hebben nog onvoldoende vertrouwen in de economie. Het EIB heeft berekend dat de daling van de woningbouwproductie ertoe heeft geleid dat mensen anderhalf jaar later de woningmarkt betreden dan voor de crisis. Dat wordt structureel volgens het instituut, wat als gevolg heeft dat de woningmarkt in de toekomst minder dynamisch zal zijn. Lichtpuntjes zijn er ook. Zo is het verlaagde btw-tarief van 6 procent op onderhoud en renovatie vanaf maart 2013 weer van kracht voor de duur van een jaar. Deze maatregel is eerder in 2010/2011 ingevoerd en had destijds een positief effect op de productie. De maatregel draagt niet zo zeer bij aan verbetering van de doorstroming van de woningmarkt omdat particuliere opdrachtgevers die hun huis verbouwen dat doen omdat zij de keuze hebben gemaakt om niet te verhuizen. Positief is ook de in februari 2013 voorgestelde investering in de infrastructuur van 500 miljoen. Desalniettemin moet worden vastgesteld dat het overheidsbeleid op dit moment geen positieve gevolgen heeft voor het grootste bouwsegment, de woningnieuwbouw. 1.2 Werkgelegenheid De bouwnijverheid heeft een laatcyclisch karakter en de ontwikkeling van de werkgelegenheid volgt daar weer met vertraging op. Dit laatste geldt voor alle onderdelen van de economie omdat bedrijven bij het aandienen van een recessie eerst de arbeidsproductiviteit laten dalen, vervolgens zich ontdoen van de flexibele schil en pas als het echt niet anders kan, ontslagen doorvoeren in de vaste kern. Bij het aantrekken van de economie volgen bedrijven dezelfde route: eerst laten zij de werkdruk oplopen, vervolgens nemen zij uitzendkrachten aan en huren zzp ers in, om pas als gebleken is dat de groei bestendig is, personeel in vaste dienst te nemen. Tabel 2 Bouwwerkgelegenheid, (duizend arbeidsjaren) Productie ¹ Volume (mld, prijzen 2011) 64,1 60,3 54,2 56,4 52,4 49,9 50,2 59,5 Arbeidsrelatie Duizend arbeidsjaren Werknemers Zelfstandigen Subtotaal bouwnijverheid Uitzendkrachten/ gedetacheerden Totaal bouwnijverheid Bron: CBS/EIB ( bouwnijverheid = bouw en bouwinstallatie) 9

10 Sinds 2000 is het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp) fors toegenomen. Het EIB verwacht dat zij in procent van de bouwwerkgelegenheid voor haar rekening zal nemen. De arbeidsmarkt is flexibeler geworden. Zo is het al lang niet meer gebruikelijk een nieuwe medewerker een contract voor onbepaalde tijd aan te bieden. Een werknemer begint bij een bedrijf als uitzendkracht of krijgt een contract voor bepaalde tijd. bedrijven zijn voorzichtiger geworden met het aannemen van vast personeel. De bouw cao laat al jaren een daling zien van het aantal werknemers, een ontwikkeling die door de crisis is versterkt. Het is mogelijk dat deze trend zich voortzet en het aandeel flexkrachten bij het aantrekken van de productie harder zal stijgen dan het aantal werknemers in loondienst. In de tabel is te zien dat de productie in 2013 zelfs onder de 50 miljard duikt, wat ongekend laag is. Van alle aanbieders van arbeid hebben de werknemers het meeste ingeleverd. De uitzendkrachten zijn gehalveerd. In de totale bouwnijverheid zijn sinds het begin van de crisis al 50 duizend arbeidsjaren verloren gegaan en het EIB verwacht nog 25 à 30 duizend arbeidsjaren te verliezen. Dit is dan inclusief uitzendkrachten en gedetacheerden werkzaam in de bouwnijverheid. De zzp ers lijken onaangedaan door de crisis, maar uit onderzoek van het EIB blijkt dat deze groep wel degelijk arbeidsuren heeft ingeleverd 3. Bovendien komt het vaker voor dat zzp ers onder de prijs werken om toch maar aan opdrachten te komen. Berichten over dat zzp ers de nieuwe armen zijn en relatief vaak bij schuldhulpverlening aankloppen, nemen toe. Blijkbaar handhaven zzp ers hun inschrijving bij de Kamers van Koophandel zodat in de registraties het verlies aan arbeid niet zichtbaar is. Een lichtpuntje voor deze groep is de verlaging van het btw-tarief op arbeidskosten van 21 naar 6 procent voor onderhoud aan woningen. Het ligt voor de hand dat met name zzp ers hiervan zullen profiteren omdat zij een groot deel van hun opdrachten krijgen van particulieren. 2 Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2012, EIB 2012, Amsterdam 3 Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2012, EIB 2012, Amsterdam 10

11 1.2.1 Ontwikkeling werknemers in de bouwnijverheid In deze paragraaf besteden wij aandacht aan de ontwikkeling van cao-werknemers geregistreerd bij Cordares. Bedrijven en werknemers aangesloten bij de bouw cao kunnen gebruik maken van producten en diensten van Fundeon, waaronder de uitvoering van evc- en loopbaantrajecten en de tegemoetkomingregeling. Andere taken die hieronder vallen zijn het maken van leermiddelen en examens. Elk kwartaal verstrekt Fundeon de arbeidsmarktmonitor met daarin cijfers over de ontwikkeling van werknemers, deelnemers in opleiding en ontwikkelingen van WW ers, werkzoekenden en vacatures met een bouwberoep. Deze laatste data betrekt Fundeon van het UWV, de informatie over werknemers betrekt het kenniscentrum van het EIB. Figuur 2 Ontwikkeling aantal werknemers bouwnijverheid, kwartaal t/m kwartaal 2012 werknemers Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q4 kwartalen Bron: EIB bewerkt door Fundeon In figuur 2 toont de ontwikkeling van de cao-werknemers bij Cordares van kwartaal tot en met kwartaal In die periode is het aantal werknemers met ruim 43 duizend afgenomen. Het aantal bouwplaats medewerkers daalde met 36 duizend naar nog geen 80 duizend werknemers. In de uitvoerende, technische en administratieve (uta) beroepen is een daling te zien van naar ruim 45 duizend werknemers. Het bouwplaatspersoneel neemt met 31 procent af en uta met 14 procent. Het aandeel bouwplaatspersoneel bedraagt nu 64 procent, in 2008 was dit nog 69 procent en het aandeel uta 36 procent, en dit was in procent. Het is een ontwikkeling die we al langere tijd waarnemen; een afname van het bouwplaatspersoneel en toename van uta. Hoewel de crisis deze ontwikkeling versterkt, is door de toename van het aantal zzp ers deze beweging al langer zichtbaar. 11

12 In de figuren 3 en 4 tonen de ontwikkelingen van het aantal toe- en uittreders over drie jaren. Het vierde kwartaal toe- en uittreders was bij het ter perse gaan van deze rapportage nog niet beschikbaar. Deze bestanden komen altijd een kwartaal later beschikbaar dan het werknemersbestand om vast te kunnen stellen of een werknemer daadwerkelijk is toe- of uitgetreden. Figuur 3 Ontwikkeling aantal toetreders bij Cordares naar leeftijdscategorie, derde kwartaal Bron: EIB/Fundeon Het aantal cao-toetreders daalt vooral in Dat de daling in 2011 minder sterk was heeft te maken met het herstel van de economie in het eerste halfjaar. Het zal geen verrassing zijn dat het aantal toetreders afneemt en uittreders toeneemt. Figuur 4 Ontwikkeling aantal uittreders bij Cordares naar leeftijdscategorie, derde kwartaal Bron: EIB/Fundeon 12

13 De leeftijdsgroepen en tonen een sterke stijging bij de uittreders. Of deze arbeidskrachten terugkeren in de cao valt ernstig te betwijfelen. De ouderen zullen niet gemakkelijk weer in loondienst komen omdat zij duurder zijn en de fysiek zwaardere bouwplaats beroepen dat ook niet gemakkelijk maken. In de categorie daaronder kiezen werknemers ervoor, ook tijdens de crisis, al of niet gestimuleerd door de vroegere werkgever om zzp er te worden. Dat ook de groep hard wordt getroffen door ontslagen, terwijl deze groep normaliter een goede ontslagbescherming geniet wordt veroorzaakt door de golf van faillissementen in datzelfde jaar. Of deze groep zich succesvol als zzp er op de arbeidsmarkt kan aanbieden hangt af van de persoonlijke omstandigheden. Als dat niet lukt, ziet het er somber voor deze groep uit Werkzoekenden en WW-gerechtigden In de wetenschap dat 2012 veel faillissementen kende en bedrijven die overbleven vaak met teruglopende productie werden geconfronteerd, ligt het voor de hand dat het aantal werkzoekenden en uitkeringsgerechtigden dat jaar eveneens stijgt. Uit figuur 5 blijkt dat de snelle stijging van het aantal WW-gerechtigden in het vierde kwartaal van 2011 inzet. Figuur 5 Werkzoekenden en WW-gerechtigden met een bouw- of infraberoep, alle sectoren, kwartaal Q Q Q4 Werkzoekenden (incl. WW) WW-gerechtigden Niet WW-gerechtigden Bron: UWV bewerkt door Fundeon Figuur 5 toont de werkzoekenden uitgesplitst naar WW-gerechtigd en niet WW-gerechtigd met een bouw- of infraberoep geregistreerd bij het UWV. De beroepen zijn niet ingeperkt naar sector bouwbedrijf omdat Fundeon verantwoordelijk is voor de bouwberoepen in de kwalificatiestructuur. Zo hoeft een timmerman niet in de bouwsector te werken, maar hij kan ook werkzaam zijn voor een woningcorporatie of een uitzendbureau. Die laatste sector is een grote aanbieder van arbeidskrachten ook in de bouw. WW-gerechtigden moeten zich registreren bij het UWV, voor werkzoekenden geldt dat niet. Het aantal werkzoekenden stijgt scherp waarbij de verhouding uitkeringsgerechtigd en nietuitkeringsgerechtigd verschuift en steeds meer werkzoekenden ook daadwerkelijk een uitkering hebben. 13

14 Figuur 6 Aantal WW-gerechtigden met een bouw- of infraberoep, alle sectoren naar leeftijdscategorie kwartaal % 7% 29% 25% 9% 20% 10% Bron: UWV bewerkt door Fundeon Uit figuur 6 blijkt een zorgelijke ontwikkeling van het aantal WW-gerechtigden naar leeftijd. De drie oudste leeftijdsgroepen vanaf 35 jaar, kennen een hoog aantal uitkeringsgerechtigden. De groep 55+ is daarbij veruit het grootst, meer dan een derde van de werklozen met een bouwberoep zit in deze groep. Het EIB heeft berekend dat van alle 55-plussers in de bouw 17 procent werkloos is. Gezien het huidige aannamebeleid bij bedrijven kan deze groep nu al als natuurlijke uitstroom, werknemers waarvan wij zeker weten dat zij niet meer terugkeren op de arbeidsmarkt doordat zij bijvoorbeeld met pensioen gaan, worden beschouwd omdat zij weinig kans meer maken op een baan als de crisis voorbij is. Maar ook voor de groepen en zelfs jaar zal dan de kans op een baan in de bouwnijverheid afnemen. Zeker in de uitvoerende beroepen worden potentiële werknemers al snel als te oud bestempeld. Dit kan op termijn tot gevolg hebben dat vakkennis weglekt en een substantieel deel van de potentiële beroepsbevolking voorgoed verdwijnt van de arbeidsmarkt. Vanaf 2020 krimpt de beroepsbevolking als gevolg van demografische ontwikkelingen. Door de grote uitstroom nu van oudere werknemers in de bouw, krimpt het potentieel aan arbeidskrachten al eerder. Niet alleen stromen oudere werknemers uit, jongeren stromen door gebrek aan werk en leerwerkplekken niet in zoals blijkt uit het teruglopende aantal deelnemers in opleiding. Dit leidt tot zowel een kwantitatief als een kwalitatief tekort. In het worstcase scenario vormt dit tekort aan vakgeschoold personeel een rem op het verwachte herstel van de bouwproductie. De vraag naar woningbouw is er dan wel, maar de arbeidskrachten niet. Aangezien er nu nauwelijks sprake is van leegstand, leidt dit tot verkrapping van het aanbod en achterblijvende productie. Acties gericht op behoud dan wel terugkeer van oudere werknemers en het aantrekken van zijinstroom zullen nodig zijn om voldoende arbeidspotentieel te houden. Wel moet opgemerkt worden dat er een substantieel potentieel aan arbeidskrachten onder de zzp ers zit. Deze groep de komende jaren voor een belangrijk deel dit kwantitatieve tekort opvullen. Dit heeft gevolgen voor de verhouding vaste kern en flexibele schil. Het kwalitatieve tekort op termijn is daarmee niet opgelost, omdat zzp ers geen personeel en dus ook geen leerlingen in dienst hebben. Om voldoende leerlingen in de bouw op te kunnen leiden, zijn leerwerkplekken en dus (leer)bedrijven nodig. 14

15 Vacatures De CBS Vacature-indicator geeft een richting aan waarin de vacatures zich volgens de ondernemers zullen ontwikkelen. Hoe meer de waarde van de indicator positief of negatief van de nullijn afwijkt, hoe groter de verwachting is dat de vacatures zullen toe- of afnemen. Figuur 7 Vacature-indicatoren totaal en bouwnijverheid in procenten, maart september 2012 Bron: UWV, brancheschets bouw 2012 Uit de grafiek blijkt dat ondernemers in de bouwnijverheid van juli 2010 tot juli 2011 positief gestemd waren over vacatures in hun sector. Daarna worden zij pessimistischer, vanaf januari 2012 veel pessimistischer dan gemiddeld. 1.3 Ontwikkelingen in de bouwopleidingen In de sectorale hoofdstukken worden bouwopleidingen op mbo-niveau behandeld naar sector. Deze paragraaf behandelt kort de hele kolom van bouwopleidingen, van vmbo tot en met hbo. Tabel 3 Actuele deelnemers bouwopleidingen, stand per 1 oktober Onderwijs ² % mutatie vmbo (BWI¹ en Bouwbreed) mbo hbo Eindtotaal Bron: DUO, bewerkt door Fundeon ¹ Bouwen, Wonen en Interieur ² Voorlopig 15

16 In de hele kolom daalt het aantal deelnemers voor het tweede achtereenvolgende jaar. In het hbo is de daling nog relatief licht, maar vmbo en mbo dalen onverminderd door. Fundeon heeft een grote betrokkenheid bij het mbo vanuit haar rol als onder andere kenniscentrum waardoor zij verantwoordelijk is voor de kwalificatiestructuur van de bouwopleidingen en de beroepspraktijkvorming. Het vmbo is belangrijk omdat dit de kweekvijver is voor het mbo Ontwikkelingen in het vmbo Elk jaar telt het DUO (voorheen Cfi) het aantal leerlingen dat bekostigd onderwijs volgt. De teldatum is altijd 1 oktober. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de laatste drie jaren in het derde en vierde leerjaar van het vmbo te zien. Leerlingen kiezen aan het eind van het tweede leerjaar voor een sector. De afdelingen Bouwbreed en Bouwen, Wonen en Interieur zijn een belangrijke kweekvijver voor de bouwopleidingen in het mbo omdat de ervaring leert dat veel van deze leerlingen voor een vervolgopleiding in de bouw kiezen. Tabel 4 Aantal derde en vierdejaars vmbo leerlingen per sector, per 1 oktober Sector ¹ % mutatie Techniek waarvan bouwafdelingen Economie Intersectoraal programma Landbouw Zorg & Welzijn Theoretische leerweg Eindtotaal Bron: DUO, bewerkt door Fundeon ¹ Voorlopig In de afgelopen twee jaar kozen ruim vier van de tien jongens voor de sector techniek en bijna de helft van de meisjes zorg en welzijn. Beide seksen kiezen steeds vaker voor het relatief nieuwe intersectorale programma. Dit gaat ten koste van de bestaande sectoren. Binnen de intersectorale programma s combineren leerlingen bijvoorbeeld techniek met economie. De bouwafdelingen Bouwbreed en Bouwen, Wonen en Interieur dalen drie jaar op rij. Ten opzichte van 2011 is de daling 12 procent, sinds 2010 is het aantal leerlingen al met een kwart gedaald. Enerzijds draagt de crisis eraan bij dat vmbo ers kiezen voor een andere richting dan de bouw, anderzijds kiezen leerlingen minder voor techniek als geheel. Dit duidt op een verminderde interesse voor alle technische beroepen, terwijl na de crisis de vraag naar technisch geschoold personeel zal toenemen. Zelfs nu het aantal vacatures daalt, blijft er vraag naar technische vakmensen. Zij zijn en blijven van groot belang voor de ambachtelijke, industriële en innovatieve beroepen. De vooruitzichten in veel technische beroepen zijn dan ook goed. Met het verkrappen van de arbeidsmarkt zal tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten toenemen. De belangstelling voor techniek kan worden gestimuleerd door leerlingen al op jonge leeftijd, op de basisschool, in aanraking te laten komen met technische en specifiek de bouw- en infraberoepen. In het vmbo kan effectief meer aan voorlichting worden gedaan door leerlingen stages en excursies bij bedrijven te laten doen of door bedrijven gastlessen aan leerlingen verzorgen. 16

17 Uit het Onderzoek Bouwen, Wonen en Interieur 4 onder vmbo s met een afdeling Bouwen, Wonen en Interieur, blijkt dat de derde- en vierdejaars leerlingen stage, excursies en gastlessen als een goed middel zien om in contact te komen met de dagelijkse praktijk. Deze vormen van voorlichting worden steevast hoog gewaardeerd Ontwikkelingen in het mbo Deze paragraaf behandelt de ontwikkeling van het aantal deelnemers in de bouwopleidingen in het mbo. Opmerkelijk is dat het verschil in aantallen bol-bbl in 2012 nagenoeg verdwenen is. Fundeon was in voorgaande jaren overwegend een bbl-kenniscentrum met een derde bol, voornamelijk bestaande uit Middenkaderfunctionarissen, en twee derde bbl, met als grootste aandeel niveau 2. Inmiddels zijn de leerwegen elkaar genaderd door fors verlies in de bbl. Tabel 5 Actuele bol- en bbl-deelnemers van de Fundeon kwalificaties, stand per 1 oktober bbl bol Niveau ¹ %mutatie ¹ %mutatie Totaal Bron: DUO, bewerkt door Fundeon ¹ Voorlopig Het aantal deelnemers in bbl-opleidingen neemt in 2012 nog sterker af dan in De bol- en bblleerroute worden vaak als communicerende vaten bestempeld. Uit tabel 5 blijkt dat dit niet op gaat voor de bouwopleidingen. De stijging van 1 procent in de bol-leerweg weegt lang niet op tegen het verlies van 22 procent in de bbl-leerweg. Zowel niveau 1 als 4 verliezen in beide leerwegen. Procentueel is de winst in niveau 2 bol met 50 procent aanzienlijk hoger dan het verlies van 27 procent in de bbl, maar in absolute aantallen weegt de winst in de bol niet op tegen het verlies in de bbl. Dit leidt onvermijdelijk tot de conclusie dat het deelnemersaantal in de bouwopleidingen terugloopt. Dat jongeren voor andere richtingen dan de bouw kiezen, heeft te maken met de malaise in de bouw, maar ook met de verminderde belangstelling van jongeren voor techniek. Dat in verhouding de bol-leerweg toeneemt, komt omdat een bol-deelnemer gemakkelijker te plaatsen is dan een bbl er, zeker nu bedrijven het moeilijk hebben. Om goede vakmensen op te kunnen leiden, is het voor de bedrijfstak van belang dat de opleiding van de deelnemer voldoende ruimte biedt voor beroepspraktijkvorming. 4 Platform Vmbo Bouwen, Wonen en Interieur, september

18 In tabel 6 is de ontwikkeling te zien voor de kwalificaties op niveau 1 en 4 omdat dit gedeelde kwalificaties zijn en niet altijd kunnen worden opgesplitst naar de verschillende sectoren zoals dat voor niveau 2 en 3 wel het geval is. De opleidingen die naar sectoren kunnen worden toebedeeld zijn in de sectorale hoofdstukken te vinden. Tabel 6 Actuele deelnemers Fundeon kwalificatiedossiers op niveau 1 en 4, per 1 oktober Niveau Kwalificatiedossier ¹ % mut Assistent Bouw en Infra Kaderfunctionaris Middenkaderfunctionaris Bron: DUO, bewerkt door Fundeon ¹ Voorlopig In de tabel is de daling in 2012 goed te zien, die is sterker dan de jaren ervoor. Niveau 1 daalt ongekend snel, mee zal spelen dat deze opleiding maar een jaar duurt en leerlingen er bij de keuze van de opleiding rekening mee houden dat de crisis nog niet ten einde is als de opleiding is afgerond Ontwikkelingen in het hbo Volgens het CBS neemt het aantal studenten in de meeste studies in 2012 toe, uitgezonderd techniek, industrie en bouwkunde. Ook hier blijkt weer uit dat de belangstelling voor technische studies afneemt. Uit de onderliggende data blijkt dat bouwstudies als bouw- en stedenkunde afnemen maar dat infrastudies zoals civiele techniek nog wel licht toenemen. Figuur 8 Aantal studenten in hbo-bouwopleidingen, stand per 1 oktober Totaal Bouw Infra Bron: HBO-raad De afname in de gehele bouwopleidingen kolom zet het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van beroepsbeoefenaars in de toekomst onder druk. Vooral vanaf het moment dat de beroepsbevolking krimpt rond 2020, maar door de versnelde natuurlijke uitstroom nu, kan dat moment zich eerder voordoen. 18

19 1.4 Ontwikkelingen beroepspraktijkvormingsplaatsen Het werkelijke aanbod van beroepspraktijkvormingsplaatsen (bpv-plaatsen) aan deelnemers wordt door twee factoren bepaald. Allereerst moeten er voldoende erkende leerbedrijven zijn in de omgeving van de deelnemer. Ten tweede de situatie op de bouwarbeidsmarkt, omdat deelnemers in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) een arbeidscontract aangaan met hun leerbedrijf. Bedrijven moeten dus in staat en bereid zijn deze deelnemers tegen een vergoeding in te lenen via een opleidingsbedrijf, dan wel in dienst te nemen. De meerderheid van de deelnemers in de burgerlijke en utiliteitsbouw, infra en gespecialiseerde aannemerij wordt uitgeplaatst via één van de zeventig opleidingsbedrijven. Waardoor het loonrisico voor bouw- en infrabedrijven beperkt wordt en wordt verschoven naar de opleidingsbedrijven, die bij hun aannamebeleid rekening houden met de uitplaatsingsmogelijkheden. Daarom is er voldoende bouwproductie bij de erkende leerbedrijven nodig om deelnemers hun beroepspraktijkvorming bij bedrijven te kunnen laten volgen Ontwikkelingen aantal leerbedrijven Traditioneel beweegt het aantal erkende leerbedrijven van Fundeon zich rond de Dit getal staat de laatste jaren onder druk, onder meer door faillissementen in de sector. Figuur 9 Ontwikkeling aantal erkende leerbedrijven naar sector, stand per 31 december Erkende leerbedrijven naar sector B&U GA Infra Totaal Bron: Fundeon Sinds 2010 is het aantal erkende leerbedrijven met 7,7 procent gedaald. De grootste daling kwam voor rekening van de gespecialiseerde aannemingsbedrijven met 14 procent, gevolgd door infrabedrijven met ruim 10 procent. De burgerlijke en utiliteitsbouw blijft de grootste leverancier van erkende leerbedrijven en dus de grootste aanbieder van beroepspraktijkvormingsplaatsen. 19

20 Voor de bedrijfstak is het van belang dat er voldoende erkende leerbedrijven zijn om deelnemers in de beroepspraktijk op te leiden, dit geldt met name voor de bbl-deelnemers. Door de huidige economische ontwikkelingen kiezen scholen en opleidingsbedrijven er vaker voor deelnemers te laten starten in de bol en later over te zetten naar de bbl. Doordat de crisis in de bouw al het vijfde jaar ingaat en de bedrijfstak inmiddels zwaar is getroffen door faillissementen, biedt deze oplossing nu onvoldoende soelaas Ontwikkelingen aantal beroepspraktijkvormingsplaatsen In theorie zijn er nog steeds voldoende leerwerkplekken beschikbaar voor het aantal deelnemers in opleiding. De ruim 10 duizend erkende leerbedrijven hebben vaak meerdere erkenningen zodat er meerdere deelnemers op verschillende kwalificaties kunnen worden geplaatst. Bovendien kunnen grote bedrijven op dezelfde kwalificatie meerdere deelnemers plaatsen. Bol-deelnemers zijn gemakkelijker te plaatsen omdat die gemiddeld maar een dag in de week stage volgen in de beroepspraktijk. Dat is de theorie. De praktijk in de huidige conjunctuur is anders omdat bedrijven minder werk voor handen hebben en vaak al vast personeel moeten ontslaan. Zij zijn dan veel minder bereid deelnemers in opleiding aan te nemen die zij ook een loon moeten betalen, te weten bbl ers. Deelnemers zijn daardoor moeilijker te plaatsen. In tabel 7 toont het aantal erkenningen voor niveau 1 en 4. Tabel 7 Aantal erkende leerbedrijven per kwalificatie Aantal erkenningen per kwalificatie % mut Assistent Bouw en Infra Kaderfunctionaris Uitvoerder Bouw Middenkaderfunctionaris Bouw Middenkaderfunctionaris Infra Middenkaderfunctionaris Restauratie Middenkaderfunctionaris Verkeer- en Stedenbouwkundige Bron: Fundeon We zien over de hele linie een daling van het aantal erkende leerbedrijven per kwalificatie. Een leerbedrijf kan voor meerdere kwalificaties erkend zijn. 20

21 1.4.3 Kans op stage Opleidingsbedrijven in de burgerlijke en utiliteitsbouw vangen deelnemers die tijdelijk niet uitgeplaatst kunnen worden, in de werkplaats op. Binnen de infra is het gebruikelijk dat een deelnemer alleen wordt aangenomen als er een leerwerkplek voor handen is. Selectie vindt aan de poort plaats en niet pas als de deelnemer al in opleiding zit. Hoewel het in de huidige situatie helaas ook vaker voorkomt dat een deelnemer in de opleiding strandt omdat hij geen leerwerkplek kan vinden. Roc s kunnen een beroep doen op de adviseur beroepsonderwijs van Fundeon om naar een geschikte plek te zoeken, dit in overleg met de adviseur beroepspraktijk. Onder de omstandigheden is het steeds moeilijker iedereen van een goede leerwerkplek te voorzien. Fundeon levert de tabellen voor kans op stage ook aan voor de barometer. Voorafgaand worden de tabellen voorgelegd aan de opleidingsbedrijven en adviseurs beroepsonderwijs en die kunnen wijzigingen doorgeven voor hun regio. Tabel 8 Kans op stage Bouw&Infra opleidingen, maart 2013 Kwalificatie Niveau Nederland Noord Oost Midden west Noord west Zuid west Zuidoost Assistent Bouw en Infra 1 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Kaderfunctionaris 4 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Middenkaderfunctionaris 4 = = = = = = = Bron: Fundeon Legenda + Goede kansen +/= Ruim voldoende kansen = Evenwicht in kansen =/- Matige kansen - Geringe kansen In de tabel kans op stage is de kans voor bouw- en infraopleidingen voor de niveaus 1 en 4 weergegeven. Deze niveaus laten zich moeilijk toebedelen aan de verschillende sectoren. Niveau 2 en 3 komen in de sectorale hoofdstukken aan bod. Hoewel de beroepspraktijkvormingsmarkt momenteel voor de bouw- en infraopleidingen matig tot gering is, kunnen deelnemers voor de opleiding Middenkaderfunctionaris (bol 4) nog redelijk uitgeplaatst worden. 21

22 1.4.4 Kans op werk Hoewel de kans op een leerwerkplek momenteel in de bouw en infra sterk verminderd is, zal de behoefte aan gekwalificeerd personeel toenemen als de productie weer aantrekt. Het moment waarop dat het geval zal zijn, is niet precies te voorspellen, vooralsnog lijkt de productie aan te trekken vanaf 2014, waardoor vanaf 2015 ruimte ontstaat bij de bedrijven om weer personeel en dus ook schoolverlaters aan te nemen. In de sectorale hoofdstukken wordt per kwalificatie aangegeven wat dan de kansen zijn. Fundeon levert de tabellen voor kans op werk ook aan voor de barometer. Voorafgaand worden de tabellen voorgelegd aan de opleidingsbedrijven en adviseurs beroepsonderwijs en die kunnen wijzigingen doorgeven voor hun regio. Tabel 9 Kans op werk Bouw & Infra opleidingen, maart 2013 Midden Noord Zuid Zuidoost Kwalificatie Niveau Nederland Noord oost west west west Assistent Bouw en Infra 1 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Kaderfunctionaris 4 = = = = = = = Middenkaderfunctionaris 4 +/= +/= +/= +/= +/= +/= +/= Bron: Fundeon Dat de opleiding Assistent Bouw en Infra geen positief beeld laat zien heeft te maken met het feit dat dit een eenjarige opleiding is. Potentiële deelnemers verwachten niet dat de situatie in de bouw op zo n korte termijn zal verbeteren. Voor Middenkaderfunctionaris zijn de vooruitzichten goed en die zullen waarschijnlijk alleen nog maar beter worden omdat we nu al een verschuiving van bouwplaatsnaar uitvoerend technisch personeel zien. 1.5 Instroombehoefte Voor de berekening van de instroombehoefte in de bouw- en infraopleidingen in 2013 hanteert Fundeon een instroommodel dat gebaseerd is op de verwachte natuurlijke uitstroom, gemiddeld 3 procent voor de komende jaren, gerelateerd aan het aantal baanopeningen in het jaar dat de deelnemer de arbeidsmarkt betreedt (lees: gediplomeerd is). Het aantal baanopeningen is gebaseerd op de geprognosticeerde bouwproductie en daaraan gekoppelde werkgelegenheidsontwikkeling, uitgaande van de cao s bouw, natuursteen, betonmortel en bitumineuze dakdekkers. Het uitgangspunt is de natuurlijke uitstroom, bouwpersoneel waarvan zeker is dat zij niet meer in het arbeidsproces terugkeren, te vervangen met gekwalificeerde instroom. Er vindt dit jaar een correctie plaats met steeds een half procent tot minimaal anderhalf procent indien de natuurlijke uitstroom in 2012 al bijzonder hoog was en dus mag worden aangenomen dat de toekomstige natuurlijke uitstroom minder zal zijn dan de verwachte 3 procent. Die is als het ware naar voren gehaald. Het feit dat er nu veel werknemers aan de kant staan, betekent niet dat er geen deelnemers hoeven te worden opgeleid om het toekomstig potentieel aan vakkrachten op peil te houden. Een deel van de uitstroom betreft werknemers die gezien hun leeftijd na de crisis niet meer in het arbeidsproces zullen terugkeren. De bouwnijverheid kent een groot aantal zzp ers die weliswaar productie leveren, maar geen bbl er in dienst kunnen nemen omdat die ook als werknemer wordt beschouwd. 22

23 Tabel 10 Instroombehoefte Bouw & Infra opleidingen, maart 2013 Kwalificatiedossier Niveau Totaal Assistent bouw en infra Kaderfunctionaris bouw, infra en gespecialiseerde aannemerij Middenkaderfunctionaris bouw en infra Totaal b&i Bron: Fundeon Hierboven is de instroombehoefte voor niveau 1 en 4 weergegeven omdat deze opleidingen vaak sectoroverstijgend zijn. Niveau 2 en 3 komen in de sectorale hoofdstukken aan de orde. Onderstaande tabel toont de instroombehoefte en realisatie sinds Tabel 11 Instroombehoefte versus gerealiseerde instroom, bol en bbl Gerealiseerd Behoefte Tekort/overschot Bron: DUO/Fundeon Voor gerealiseerd, peildatum 20 maart 2013 Duidelijk is dat de instroom fors achterblijft bij de geraamde behoefte. De ervaring leert dat deze gemiste instroom in de jaren erna niet wordt ingehaald. Dit betekent dat de bouwnijverheid niet aan de beleidsdoelstelling heeft kunnen voldoen om 3 procent van de natuurlijke uitstroom aan te vullen met gekwalificeerde instroom. In het rapport wordt gewezen op de consequenties hiervan. Tenzij er in de toekomst veel minder bouwproductie wordt gerealiseerd dan verwacht, dreigt er een tekort aan arbeidskrachten. En ook al blijft de productie achter dan nog ontstaat er een kwalitatief tekort in de vorm van vakgeschoold personeel. 23

24 2. Gespecialiseerde aannemerij De gespecialiseerde aannemingsbedrijven die een groot deel van hun omzet uit de nieuwbouw halen, hebben het moeilijk. Dit raakt vooral de beroepsgroepen metselaars, voegers en de betonberoepen. Hoewel de instroom in de ga-opleidingen in 2011 weer iets aan trok, neemt die nu weer met 13 procent af. 24

25 2.1 Productie en werkgelegenheid Gespecialiseerde bedrijven die hun productie voornamelijk halen uit de nieuwbouw zullen het dit jaar en volgend jaar nog moeilijk hebben. Voor bedrijven die in het onderhoud en in het herstelwerk actief zijn kunnen de uitkomsten positiever uitvallen dan de tabel laat zien omdat voor hen het verlaagde btw-tarief waar de overheid begin februari toe besloot een extra stimulans vormen. Tabel 12 Aantal bedrijven naar grootteklasse, 1 januari 2012¹ Aantal werkzame personen Bedrijfstakken/branches SBI > Totaal 2370 Natuursteenbewerkende industrie Timmerbedrijven (bouw) Vloer- en wandafwerkingsbedrijven Dakbouwbedrijven Betonvlechtersbedrijven Metsel- en voegbedrijven * Overige gespecialiseerde bouw Totaal ga Bron: CBS ¹ De uitkomsten van bovengenoemde tabel zijn niet vergelijkbaar met die van vorig jaar omdat het CBS een andere definitie van bedrijf hanteert. Bedrijven waarin minder dan 15 uur per week wordt gewerkt, tellen nu ook mee. ² Code omvat ga- en infrabedrijven. Voor de helft aan de twee sectoren toebedeeld. Het is moeilijk te zeggen of het aantal bedrijven per 1 januari 2012 werkelijk is toegenomen aangezien de definitie is veranderd. In 2012 heeft het aantal faillissementen de bouw zwaar getroffen en de gespecialiseerde aannemingsbedrijven zullen hierop geen uitzondering vormen. Wel is het zo dat de sector relatief veel zzp ers kent en die zijn door de crisis, in aantal althans, nauwelijks ingekrompen. Tabel 13 Bouwproductie sectoren b&u en ga, Miljoen Jaarlijkse veranderingen³ (%) 2011² 2012³ Woningbouw - nieuwbouw , herstel en verbouw ,5 6 Utiliteitsbouw - nieuwbouw ,5 - herstel en verbouw ,5 4 Onderhoud gebouwen ,5-1 1,5 Bron: EIB bewerkt door Fundeon De gespecialiseerde aannemerij (ga) werd evenzeer getroffen door de crisis als de andere sectoren. Branches als metsel-, steiger- en betonvlechtersbedrijven profiteerden nauwelijks van de korte opleving in

26 De metselbedrijven hadden last van achterblijvende productie in de utiliteitsnieuwbouw en verloren opdrachten aan hoofdaannemers die door de crisis meer werk in eigen beheer hielden in plaats van het uit te besteden. Hetzelfde gold voor de betonvlechtersbedrijven. Zij verloren werk naar buigcentrales in het buitenland. Steigerbedrijven richten zich meer op de onderhoudsmarkt waardoor die niet konden profiteren van de opleving in de nieuwbouw. Bedrijven die sterker gericht zijn op de woningnieuwbouw, zoals de dakdekkers, hadden meer voordeel bij de opleving. De verwachting is dat gespecialiseerde bedrijven zoals asbestverwijderaars die relatief veel omzet halen uit het onderhoud en renovatie in 2013/2014 zullen profiteren van de tijdelijke 6 procent btw-regeling van maart 2013 tot maart De beroepsgroep metselaars daalt dramatisch van vierde kwartaal 2011 naar 2012 met 26 procent. Sinds 2008 is de helft van de metselaars verdwenen uit de bouw cao. De metselaars worden hard geraakt door de ineenstorting van de nieuwbouw. Maar ook voegers, tegelzetters en ijzervlechters dalen fors met rond de 20 procent. De kitters/isoleerders en natuursteenbewerkers doen het relatief goed. De laatste beroepsgroep is minder conjunctuurgevoelig en isoleerder is een relatief nieuw beroep waar juist nu in het kader van duurzaamheid vraag naar is. Activiteiten als het na-isoleren van bestaande woningen vind nog steeds aftrek en zal het komende jaar door het verlaagde btw-tarief vermoedelijk alleen maar toenemen. Tabel 14 Ontwikkeling beroepsgroepen ga Cordares, kwartaal 4 Beroepsgroep 2010-Q Q Q4 mut betonwerker % dakdekker % ijzervlechter % metselaar % natuursteenbewerker % kitter/isoleerder % steigerbouwer % tegelzetter % voeger % Totaal % Bron: EIB bewerkt door Fundeon In de Marktstudie voor de AFNL van het EIB blijkt dat de gespecialiseerde aannemerij veel gebruik maakt van flexibele arbeid. Het verschilt per branche of dat gebeurt via de inzet van zzp ers dan wel via de inleen van uitzendkrachten of collega-bedrijven. De steigerbouw werkt maar voor een kwart met flexibel personeel dit komt vooral door de veiligheidsvoorschriften wat het lastig maakt om steeds weer aan nieuw personeel uit te leggen. Bij de voeg- en metselbedrijven wordt ongeveer voor de helft gewerkt met flexibel personeel. Dakdekbedrijven besteden weinig werk uit aan onderaannemers. Rietdekkers lenen veel minder personeel in dan dakdekkers van bitumen of pannen en leien. Dit komt omdat rietdekken een ambachtelijk en seizoensgebonden werk is. Wel werken er veel zzp ers in die branche. De tegelzetbranche huurt veel personeel in, maar liefst 45 procent vooral zzp ers. Bij betonboorbedrijven bestaat een kwart uit flexibele inhuur. 5 Marktstudie AFNL , EIB december

27 Bijna alle metsel- en steigerbedrijven vallen onder de bouw cao, bij voegbedrijven is dit driekwart. Van de dakdekbedrijven valt 78 procent onder de bouw cao, bij de rietdekkers is dit slechts 29 procent. Dit heeft te maken met het grote aantal zzp ers. Betonboorbedrijven zijn voor honderd procent lid van de bouw cao, tegelzetbedrijven voor ongeveer 95 procent en bij betonvlechtersbedrijven 75 procent Trends & ontwikkelingen Door koopkrachtdaling bij particulieren en bezuinigingen bij de overheid staan de komende tijd de aanbestedingen onder druk. Als de productie zich herstelt, is de verwachting dat aannemers op meer dan alleen de prijs gaan concurreren. Ontzorgen van de opdrachtgever of hoofdaannemer is zo n aspect. Verder valt te denken aan investeren in een duurzame relatie met de klant, een goede prijs/kwaliteit verhouding en het bieden van totaaloplossingen. De verwachting is dat het verlaagde btw-tarief positief en de verhuurderheffing voor corporaties negatief uitwerkt. Het na-isoleren van bestaande woningbouw is al een veel gevraagde activiteit. Dit zal zeker met het goedkope btw-tarief nog toenemen. Fundeon heeft vanuit werkgevers in het kader van een project de vraag gekregen om te onderzoeken of het mogelijk is een aparte kwalificatie isoleerder te starten dan wel onderdeel uit te laten maken van een bestaande kwalificatie, te denken valt aan een gevelberoep zoals metselen. De eerste verkennende vragen zijn uitgezet via het voorjaarsonderzoek van het EIB. Afhankelijk van de uitkomsten, volgt vervolgonderzoek door het kenniscentrum zelf. Het aantal zzp ers is hoog in de gespecialiseerde aannemerij, hieronder bevinden zich ook, net als in de andere sectoren, zogenaamde schijnzelfstandigen. Dit betreft werknemers die ontslagen worden en vervolgens door hetzelfde bedrijf als zelfstandigen worden ingehuurd. Dit werkt kostenbesparend voor het bedrijf, maar leidt tot oneerlijke concurrentie en vergroot de uitstroom uit de bouw cao waardoor de betaalbaarheid van collectieve voorziening verder onder druk komt te staan. Anderzijds is de flexibilisering van de arbeidsmarkt met de komst van de zzp er een gegeven. Ook tijdens de crisis hebben de zzp ers wel uren en inkomen ingeleverd, maar het totale aantal is niet teruggelopen. De voordelen zijn grotere slagvaardigheid voor bedrijven en betere ontplooiingskansen voor werkenden. Zoals gezegd ontstaat er wel een probleem in de betaalbaarheid van voorzieningen waarin de cao voorziet doordat steeds minder werkgevers en werknemers hieraan afdragen. 27

28 2.2 Onderwijs In tabel 15 is de ontwikkeling van de deelnemers in de gespecialiseerde opleidingen te zien. De bedrijfstak geeft de voorkeur aan het opleiden in de praktijk via de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Een leerling meldt zich bij een opleidingsbedrijf die de leerling voor vier dagen in de week uitplaatst bij een leerbedrijf. De leerling volgt één dag in de week theorie aan een roc. Het grote verschil met de beroepsopleidende leerweg (bol) is dat de deelnemer in de bbl direct loon ontvangt en daarom meteen ook werknemer is. In de bol volgt een deelnemer meer onderwijs op school en minder praktijk. Voor de stage ontvangt hij een vergoeding. In tabel zijn bol en bbl samengevoegd. Tabel 15 Actuele deelnemers Fundeon kwalificaties sector ga¹, per 1 oktober Niveau Kwalificatiedossier ² % mutatie Betonreparateur Betonstaalverwerker Dakdekker Natuursteenbewerker Steigerbouwer Tegelzetter Voeger/ Gevelbehandelaar Betonboorder Betonreparateur Allround Betonstaalverwerker Allround Dakdekker Allround Natuursteenbewerker Allround Steigerbouwer Allround Tegelzetter Allround Kaderfunctionaris Totaal Bron: DUO ¹ Fundeon rekent de bedrijven in de metselbranche tot de ga, maar leidt de deelnemers op binnen de b&u ² Voorlopig De gespecialiseerde opleidingen kennen nauwelijks de bol-variant. De forse terugloop in de meeste beton-, dakdek- en natuursteenopleidingen komt dus geheel voor de bbl. Alleen Tegelzetten kent nog een beperkt aantal bol-deelnemers. De verliezen in de betonopleidingen hebben sterk te maken met de stilgevallen nieuwbouwproductie. 28

29 2.3 Ontwikkeling aantal leerbedrijven Tabel 16 toont de ontwikkeling van het aantal leerbedrijven per kwalificatie. Een bedrijf kan meerdere erkenningen hebben. Voor bol-stagiaires is in principe meer ruimte omdat deze minder uren beroepspraktijk volgen. Theoretisch heeft de gespecialiseerde aannemerij voldoende leerplekken beschikbaar, maar in de huidige marktomstandigheden nemen leerbedrijven maar mondjesmaat bbldeelnemers aan omdat deze bedrijven de deelnemers loon moeten betalen, terwijl zij vaak steeds vaker hun vaste personeel moeten ontslaan. Tabel 16 Aantal erkende leerbedrijven per kwalificatie Aantal erkenningen per kwalificatie % mut Betonboorder Betonreparateur Betonreparateur Allround Betonstaalverwerker Knipper/Buiger/Machine Operator Betonstaalverwerker Lasser Betonstaalverwerker Vlechter Betonstaalverwerker Allround Bouwplaats Betonstaalverwerker Allround Buigcentrale Betonstaalverwerker Allround Prefabricage Dakdekker Bitumen en Kunststof Dakdekker Leien Dakdekker Pannen Dakdekker Pannen/Leien Dakdekker Riet Dakdekker Allround Bitumen en kunststof Dakdekker Allround Leien Dakdekker Allround Pannen Dakdekker Allround Pannen/Leien Natuursteenbewerker Grafwerk Natuursteenbewerker Machinaal Natuursteenbewerker Restauratie Natuursteenbewerker Stellen Natuursteenbewerker Allround Productie Natuursteenbewerker Allround Stellen Steigerbouwer Steigerbouwer Allround Tegelzetter Tegelzetter Allround Gevelbehandelaar Voegbedrijf Voeger Bron: Fundeon De tabel toont een forse daling van het aantal erkende leerbedrijven. Enerzijds kan de aangescherpte erkenningsregeling van Fundeon een rol spelen, anderzijds is ook de conjunctuur van invloed. Het aantal faillissementen was ongekend hoog in 2012 en bedrijven moeten steeds vaker werknemers ontslaan. 29

30 2.4 Kans op stage Onder invloed van de zware productieverliezen in de bouw is het voor bedrijven vaak niet meer mogelijk een leerling als extra werkkracht aan te nemen. In principe biedt het opleidingsbedrijf achtervang door leerlingen in de werkplaats op te nemen als het leerbedrijf geen (geschikt) werk meer heeft. Maar ook voor het opleidingsbedrijf is de opnamecapaciteit voor grote groepen leerlingen eindig. Het gevolg hiervan is dat potentiële deelnemers in de bbl-opleidingen in tijden van recessie aan de poort worden geweerd. Omdat selectie plaatsvindt voordat de opleiding start, zijn geen exacte aantallen te geven van het verlies aan bbl ers. Deelnemers starten in de bol of gaan een opleiding doen buiten de bouw. Fundeon levert de tabellen voor kans op stage ook aan voor de barometer. Voorafgaand worden de tabellen voorgelegd aan de opleidingsbedrijven en adviseurs beroepsonderwijs en die kunnen wijzigingen doorgeven voor hun regio. Tabel 17 Kans op stage kwalificaties gespecialiseerde aannemerij¹ Kwalificatie Niveau Nederland Noord Oost Midden west Noord west Zuidwest Natuursteenbewerker 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Natuursteenbewerker Allround 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Steigerbouwer 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Steigerbouwer Allround 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Dakdekker bitumen en kunststof 2 =/- - - =/- =/- =/- - Dakdekker riet Dakdekker pannen/leien 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Allround dakdekker bitumen en kunststof 3 =/- - - =/- =/- =/- - Allround dakdekker pannen/leien 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Betonstaalverwerker 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Allround betonstaalverwerker 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Betonreparateur 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Allround betonreparateur 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Betonboorder 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Tegelzetter 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Allround tegelzetter 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Voeger 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Bron: Fundeon ¹ De kwalificaties voor Metselen worden vanuit de kwalificatiestructuur toebedeeld aan de burgerlijke en utiliteitsbouw. Zuid oost De meeste kwalificaties laten een matige kans op een beroepspraktijkvormingsplaats zien. Het opleidingsbedrijf Tectum voor dakdekken bitumen en kunststof heeft voor de regio s noord, oost en zuidoost aangegeven weinig ruimte te hebben voor deelnemers. Het bestuur van de RON (Rietdekkers Opleiding Nederland) heeft besloten dat zij de tweejarige bbl-opleiding dakdekker Riet met ingang van komend schooljaar stopt doordat er onvoldoende deelnemers zijn. De opleiding is in de huidige opzet niet meer rendabel. Het bestuur wil wel een doorstart maken als er weer voldoende aanbod is. De deelnemers die in de opleiding zitten, kunnen deze gewoon afmaken, maar er worden dit jaar geen nieuwe leerlingen aangenomen. 30

31 2.5 Kans op werk Uitgangspunt van kans op werk is de verwachte arbeidsmarktsituatie voor een bepaalde kwalificatie na afronding van de opleiding, ervan uitgaande dat de deelnemer komend schooljaar de opleiding start. Fundeon levert de tabellen voor kans op werk ook aan voor de barometer. Voorafgaand worden de tabellen voorgelegd aan de opleidingsbedrijven en adviseurs beroepsonderwijs en die kunnen wijzigingen doorgeven voor hun regio. Tabel 18 Kans op werk kwalificaties gespecialiseerde aannemerij¹ Kwalificatie Niveau Nederland Noord oost Midden west Noord west Zuid west Natuursteenbewerker 2 = = = = = = = Natuursteenbewerker Allround 2 = = = = = = = Steigerbouwer 2 = = = = = = = Steigerbouwer Allround 3 = = = = = = = Dakdekker bitumen en kunststof 2 =/- - - =/- =/- =/- - Zuidoost Dakdekker riet 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Dakdekker pannen/leien 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Allround dakdekker bitumen en kunststof 3 =/- - - =/- =/- =/- - Allround dakdekker pannen/leien 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Betonstaalverwerker 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Allround betonstaalverwerker 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Betonreparateur 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Allround betonreparateur 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Betonboorder 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Tegelzetter 2 = = = = = = = Allround tegelzetter 3 = = = = = = = Voeger 2 = = = = = = = Bron: Fundeon ¹ De kwalificaties voor Metselen worden vanuit de kwalificatiestructuur toebedeeld aan de burgerlijke en utiliteitsbouw. Bij de bepaling van kans op werk is het goed te weten dat hier om de arbeidsmarktkansen in 2015 gaat voor de meeste (tweejarige) opleidingen. De verwachting is dat de nieuwbouwproductie, als het mee zit in 2014 aantrekt en als het tegen zit pas in 2015 aantrekt. Omdat de werkgelegenheid met vertraging op de productie reageert en ook het aannemen van deelnemers door de leerbedrijven, is de prognose met de nodige voorzichtigheid omgeven. De nieuwbouw is vooral van belang voor de betonberoepen en de dakdekberoepen. Tegelzetters, steigerbouwers en wellicht voegers kunnen komend jaar profiteren van het verlaagde tarief op onderhoud en renovatie. Maar dat geldt vooralsnog voor een jaar. De natuursteenbranche is minder conjunctuurgevoelig. 31

32 2.6 Instroombehoefte Voor de berekening van de instroombehoefte in de bouw- en infraopleidingen in 2013 hanteert Fundeon een instroommodel dat gebaseerd is op de verwachte natuurlijke uitstroom, gemiddeld 3 procent voor de komende jaren, gerelateerd aan het aantal baanopeningen in het jaar dat de deelnemer de arbeidsmarkt betreedt (lees: gediplomeerd is). Het aantal baanopeningen is gebaseerd op de geprognosticeerde bouwproductie en daaraan gekoppelde werkgelegenheidsontwikkeling, uitgaande van de cao s bouw, natuursteen, betonmortel en bitumineuze dakdekkers. Het uitgangspunt is de natuurlijke uitstroom, bouwpersoneel waarvan zeker is dat zij niet meer in het arbeidsproces terugkeren, te vervangen met gekwalificeerde instroom. Er vindt dit jaar een correctie plaats met steeds een half procent tot minimaal anderhalf procent indien de natuurlijke uitstroom in 2012 al bijzonder hoog was en dus mag worden aangenomen dat de toekomstige natuurlijke uitstroom minder zal zijn dan de verwachte 3 procent. Die is als het ware naar voren gehaald. Tabel 19 Instroombehoefte schooljaar 2013/2014 gespecialiseerde aannemerij Kwalificatiedossier Niveau Totaal Betonboorder 3 15 Betonreparateur Betonstaalverwerker Dakdekker Natuursteenbewerker Steigerbouwer Tegelzetter Voeger/Gevelbehandelaar 2 18 Totaal ga 371 Bron: Fundeon De instroombehoefte geeft een minimum aan. Vorig jaar was de instroombehoefte nog 593. Er stroomden toen 477 deelnemers in. Fundeon kiest als uitgangspunt de door het EIB berekende, verwachte baanopeningen (werkgelegenheid werknemers) op het moment van diplomering. Door de crisis is het werknemersbestand fors terug gelopen. Het feit dat er nu veel werknemers aan de kant staan, betekent niet dat er geen deelnemers hoeven te worden opgeleid om het toekomstig potentieel aan vakkrachten op peil te houden. Een deel van de uitstroom betreft werknemers die gezien hun leeftijd na de crisis niet meer in het arbeidsproces zullen terugkeren. De gespecialiseerde aannemerij kent een groot aantal zzp ers die weliswaar productie leveren, maar geen bbl er in dienst kunnen nemen omdat die ook als werknemer wordt beschouwd. 32

33 3. Infra De infra profiteerde aan het begin van de crisis van stimuleringsmaatregelingen van de overheid. Vanaf 2011 werd ook deze sector met productieverlies geconfronteerd. In de laatste kabinetsvoorstellen krijgt de infra er 500 miljoen euro bij. 33

34 3.1 Productie en werkgelegenheid In 2012 heeft de infra 13 procent van de productie verloren. Ook in 2013 zal de productie verder teruglopen. Daarna komt herstel, maar dat zal gematigder zijn dan in de bouw omdat met name de woningnieuwbouw veel conjunctuurgevoeliger is. De infra kent altijd een gematigder ontwikkeling, zowel positief als negatief. Tabel 20 Bedrijven naar grootteklasse, 1 januari 2012 Aantal werkzame personen Bedrijfstakken/branches SBI tot tot tot > Totaal Wegenbouw Straatmakerbedrijven Aanleg van spoorwegen Bouw van viaducten en tunnels Buizenleggers Kabelleggers Natte waterbouw Sloopbedrijven Grondverzetbedrijven Proefboorbedrijven Hei- en funderingsbedrijven Overige gespecialiseerde bouw¹ Totaal infra Bron: CBS ¹ De uitkomsten van bovengenoemde tabel zijn niet vergelijkbaar met die van vorig jaar omdat het CBS een andere definitie van bedrijf hanteert. Bedrijven waarin minder dan 15 uur per week wordt gewerkt, tellen nu ook mee. ² Code omvat ga- en infrabedrijven. Voor de helft aan de twee sectoren toebedeeld. Het CBS hanteert een andere definitie van wat een bedrijf is (zie noot¹ bij tabel). Over het algemeen komen zzp ers minder voor in de infra dan in de bouw. Toch valt op dat straatmakers, grondverzetmachinisten en wegenbouwers relatief veel zzp ers kennen. Loonbedrijven uit de landbouwsector worden steeds vaker ingezet in het grondwerk in de infra, zowel bedrijven als zzp ers. De infra profiteerde van de opleving van de economie in de eerste helft van 2011 met grote projecten zoals de Tweede Maasvlakte en enkele grote stations. Daarna namen de openbare aanbestedingen af en daalde de orderportefeuille. Het EIB verwacht voor 2013 dat de investeringen door lagere overheden opnieuw zullen afnemen en die door het rijk zullen stabiliseren. In de waterbouw neemt het aantal projecten af, maar bij de wegenbouw nemen die toe. Branches die afhankelijk zijn van de nieuwbouw in de burgerlijke en utiliteitsbouw zoals de bestratingsbranche, zullen wederom met productiedaling te maken krijgen. Wat opvalt is dat de bedrijven in de ondergrondse netwerken en grondwaterbeheer voldoende werk hebben ondanks het uitblijven van woningnieuwbouw. Navraag leert dat de nutsbedrijven ervoor kiezen anticyclisch te werk te gaan door nu onderhoud aan ondergrondse netwerken te laten uitvoeren omdat nieuwbouw uitblijft. Dit betekent werk voor monteurs gas/water/warmte en data/elektra. Deelnemers in opleiding profiteren hier eveneens van. 34

35 Tabel 21 Bouwproductie¹ Infrasector, (basis nationale rekeningen) Miljoen Jaarlijkse veranderingen³ (%) 2011² 2012³ Rijk ,5 0-3,5 0,5 Lagere overheden ,5-3,5-0,5 2,5 Bedrijven Nieuwbouw en herstel ,5-3,5-1 2 Onderhoud ,5-2,5 0 1,5 Totaal bouw ,0-3,0-0,5 2,0 Bron: CBS, EIB 1 Exclusief projectontwikkelaars, interne leveringen, machines, overige investeringen, saldo uitvoer diensten en handelsmarges; basis Nationale rekeningen; bedragen in prijzen 2011, exclusief btw 2 EIB-bewerking van voorlopige CBS-cijfers 3 Raming 4 Gemiddelde jaarlijkse mutatie in de periode Het EIB verwacht groei voor de infra als ook de nieuwbouw in de bouw aantrekt vanwege de effecten voor de diverse infrabranches. De groei voor de middellange termijn zal ongeveer 2 procent bedragen, dat is minder dan in de bouw. Een gevolg van de grotere afhankelijkheid van de infrasector van overheidsinvesteringen. Voor de waterbouw zijn de vooruitzichten positief vanwege projecten voor beheer en versterking van waterkeringen en watersystemen, het zogenaamde Deltafonds. Daarnaast zijn nog drie grote projecten van belang: Ruimte voor de Rivier, de Maaswerken en het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma. Voor het fonds en de programma zijn bij elkaar honderden miljoenen beschikbaar die voor het overgrote deel voor 2017 moeten zijn uitgevoerd. Figuur 11 Verdeling infraproductie naar deelmarkten, 2012 Kust-en oeverwerk; 3% Baggerwerk; 5% Straatwerk; 11% Wegenbouw; 25% Kabels en leidingen; 15% Bron: EIB Railbouw; 8% Civiele beton; 16% Grondwerk/ riolering; 17% 35

36 Volgens het EIB hebben lagere overheden een groot aandeel in de infraproductie, dit betreft het bouw- en woonrijp maken van bouwlocaties en onderhoud aan wegen en waterwegen. Verwacht wordt dat die uitgaven de komende jaren nog onder druk zullen staan onder meer door de invoering van de wet HOF (Houdbare Overheidsfinanciën) die te maken heeft met het terugdringen van tekorten en bezuinigingen. Dit raakt tal van infrabranches. Vanaf 2015 kunnen deze investeringen weer toenemen waaronder ook de civiele betonbouw. De wegenbouw trekt naar verwachting in 2014 al aan. Fundeon rekent ook de sloop tot de infra, dit in tegenstelling tot het EIB. De sloopbranche haalt relatief veel opdrachten uit de industrie, woningcorporaties en gemeenten. De branche kent een grote flexibele schil en houdt zich bezig met activiteiten variërend van bodemsanering tot asbestverwijdering. Mede door de laatste activiteit is de sloop een groeibranche die naar verwachting 2013 al positief zal afsluiten. Daarnaast is de trend slopen van bestaande bouw en herbouw op inbreilocaties in de bestaande stad onder andere door herstructurering en eindigen van de levensduur van gebouwen. Tabel 22 Ontwikkeling beroepsgroepen infra Cordares, kwartaal 4 Beroep 2010-Q Q Q4 mut Baggeraars % Steenzetter/rijswerker % Grondwerker % Heier % Kabel/buizenlegger % Machinist % Boormeester/bronbemaler % Monteur mobiele werktuigen % Sloper % Straatmaker % Wegenbouwer % Totaal % Bron: EIB bewerkt door Fundeon De heiers, kabel- en buizenleggers en de wegenbouwers (balkman, asfaltwerker en vakman gww) verliezen fors in Dezelfde beroepsgroepen hebben in 2011 ook al flink aan arbeidskrachten verloren, dat jaar liep ook het aantal straatmakers met bijna 20 procent terug. 36

37 3.1.1 Trends & ontwikkelingen De prefab beton is in opkomst in verschillende segmenten van de infrastructuur. Voorbeelden zijn prefab brugdelen en rotondes, prefab liggers en spoorbielzen, maar ook een prefab wegdekplaat met een laag van Zeer Open Beton. Voordelen van het gebruik van prefab beton zijn de tijdsbesparing, veiligheid en een betere doorstroming van het verkeer tijdens het werk. Prefab beton is als wegdek geluidsarmer doordat onderdelen kant-en-klaar worden aangeleverd zonder oneffenheden waardoor de bandenruis ontstaat. De betonwegenbouw is bij de productie onderhevig aan weersomstandigheden waardoor die oneffenheden juist het gevolg zijn 6. In de bestratingsbranche maakt de vereniging voor Verbetering van Machinaal Straatwerk (VMS) zich sterk voor het machinaal (her) straten. Inmiddels is met het opleidingsbedrijf BGA een intentieovereenkomst getekend om bedrijfsbrede opleidingen te ontwikkelingen in de VMS Academy. Het gaat om certificering van bedrijven die straatwerk leveren, niet alleen machinaal maar ook het ambachtelijke werk 7. Voor de dossiers monteur gas/water/warmte en monteur data/elektra wordt een nieuw kwalificatiedossier ontwikkeld. Een werkgroep bestaande uit opdrachtgevers en nemers op het gebied van gas, water, warmte, data en elektra en de kenniscentra Fundeon en Kenteq en uitvoerende roc s buigt zich over de materie. Ten eerste wordt één of meerdere structuurschetsen ontwikkeld als basis voor het nieuwe dossier. Vervolgens wordt gekeken naar de uitvoering van het onderwijs zoals inhoud, uniformiteit, een bijbehorend portfolio en leermiddelen

38 3.2 Onderwijs In tabel 19 is de ontwikkeling van het aantal deelnemers in de infraopleidingen te zien. In deze tabel zijn alleen die middenkaderopleidingen opgenomen van welke duidelijk is dat deelnemers doorstromen naar de infra. Alle middenkaderopleidingen zijn opgenomen in hoofdstuk 1. Tabel 23 Actuele deelnemers Fundeon kwalificaties sector infra, per 1 oktober bbl Niveau Kwalificatiedossier ¹ % mutatie Assistent bouw en infra Asfaltafwerker Betontimmerman Monteur gas, water en warmte Monteur mobiele werktuigen Straatmaker Vakman GWW Waterbouwer Balkman Betontimmerkracht Allround Machinist Monteur gas, water en warmte Allround Monteur mobiele werktuigen Allround Straatmaker Allround Vakman GWW Allround Waterbouwer Allround Middenkaderfunctionaris Infra Totaal Bron: DUO ¹ Voorlopig De tabel toont een forse daling in het aantal deelnemers in de opleidingen. De daling bij de machinisten valt relatief mee en voor straatmaker op niveau 3 is er zelfs een kleine stijging. De opleidingen betontimmerkracht en monteur gas/water/warmte, beide niveau 3, groeien nog evenals de middenkaderfunctionaris. De betontimmerman is opmerkelijk omdat de meeste betonberoepen door het gebrek aan nieuwbouw onder druk staan. Niveau 2 verliest ook fors. Datzelfde doet zich voor bij de monteur niveau 2. Uit het veld kreeg Fundeon meerdere signalen dat nutsbedrijven hun verantwoordelijkheid pakken en onderhoudswerk naar voren halen om monteurs aan het werk te houden. Leerwerkplekken zouden dan voor deze kwalificatie geen probleem zijn. Dat dit (nog) niet in het actueel aantal deelnemers terug te zien is, kan te maken hebben met het peilmoment van DUO, dat altijd 1 oktober is. In de cao bouw neemt het aantal kabel- en buizenleggers af, maar dat kan ook een gevolg zijn van dat bedrijven overstappen naar een andere cao. Energiebedrijven hebben vaak een eigen cao. Net als het verlies in de productie, is het verlies in de opleidingen in de infra ook minder dan in de andere sectoren. Wel moet opgemerkt worden dat het verlies aan deelnemers vorig jaar groter was. 38

39 3.3 Ontwikkeling aantal leerbedrijven Tabel 24 laat de ontwikkeling van het aantal leerbedrijven per kwalificatie zien. Een bedrijf kan meerdere erkenningen hebben. Voor bol-stagiaires is in principe meer ruimte omdat deze minder uren beroepspraktijk volgen. Theoretisch heeft de infra voldoende leerplekken beschikbaar, maar onder de huidige omstandigheden nemen leerbedrijven maar mondjesmaat bbl-deelnemers aan omdat deze bedrijven de deelnemers loon moeten betalen, terwijl zij vaak steeds vaker hun vaste personeel moeten ontslaan. Tabel 24 Aantal erkende leerbedrijven per kwalificatie Aantal erkenningen per kwalificatie % mut Asfaltafwerker Balkman Betontimmerkracht Allround CB Betontimmerman Primair B Betontimmerman Primair CB Machinist Freeswerk Machinist Funderingswerk Machinist Grondverzet Machinist GWW alleen voor Soma Machinist Hijswerk Machinist Sloopwerk Machinist Wegenbouw Monteur Data/Elektra Monteur Gas/Water/Warmte Monteur Allround Data/Elektra Monteur Allround Gas/Water/Warmte Monteur Allround Verbruiksaansluitingen Mobiele Werktuigen (monteurs) alleen voor soma Monteur Allround Mobiele Werktuigen Monteur Mobiele Werktuigen Straatmaker Straatmaker Allround Technicus Data/Elektra Technicus Gas/Warmte Vakman GWW Vakman GWW Allround Waterbouwer Steenzetter/Rijswerker Waterbouwer Allround Bron: Fundeon 39

40 3.4 Kans op stage Onder invloed van de zware productieverliezen in de bouw is het voor bedrijven vaak niet meer mogelijk een leerling als extra werkkracht aan te nemen. In de infra wordt een leerling doorgaans alleen aangenomen als er daadwerkelijk een opleidingsplek voor handen is. Het gevolg hiervan is dat potentiële deelnemers in de bbl-opleidingen in tijden van recessie aan de poort worden geweerd. Omdat selectie plaatsvindt voordat de opleiding start, zijn geen exacte aantallen te geven van het verlies aan bbl ers. Deelnemers starten in de bol of worden helemaal niet meer aangenomen. Fundeon levert de tabellen voor kans op stage ook aan voor de barometer. Voorafgaand worden de tabellen voorgelegd aan de opleidingsbedrijven en adviseurs beroepsonderwijs en die kunnen wijzigingen doorgeven voor hun regio. Tabel 25 Kans op stage kwalificaties infra Midden west Noord west Zuid west Zuidoost Kwalificatie Niveau Nederland Noord Oost Straatmaker Opperman 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Straatmaker 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Monteur gas/water/warmte 2 Eerste monteur gas/water/warmte /= /= Monteur data/elektra /= Monteur mobiele werktuigen 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Allround monteur mobiele werktuigen 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Machinist 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Betontimmerman primair 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Betontimmerman voortgezet 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Asfaltafwerker 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Balkman 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Vakman gww 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Allround vakman gww 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Waterbouwer 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Allround waterbouwer 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Bron: Fundeon Net als de andere sectoren hebben de infradeelnemers moeite een stageplek te vinden. Positieve uitzondering geldt voor de monteurs infratechniek (data/elektra, gas/water/warmte) die dankzij inspanningen van de nutsbedrijven aan de slag kunnen in het onderhoud aan bestaande kabels en leidingen. 40

41 3.5 Kans op werk Uitgangspunt van kans op werk is de verwachte arbeidsmarktsituatie voor een bepaalde kwalificatie na afronding van de opleiding, ervan uitgaande dat de deelnemer komend schooljaar de opleiding start. Fundeon levert de tabellen voor kans op werk ook aan voor de barometer. Voorafgaand worden de tabellen voorgelegd aan de opleidingsbedrijven en adviseurs beroepsonderwijs en die kunnen wijzigingen doorgeven voor hun regio. Tabel 26 Kans op werk kwalificaties infra Midden west Noord west Zuid west Zuidoost Kwalificatie Niveau Nederland Noord oost Straatmaker Opperman 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Straatmaker 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Monteur gas/water/warmte /= Monteur data/elektra /= Eerste monteur gas/water/warmte /= Monteur mobiele werktuigen 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Allround monteur mobiele werktuigen 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Machinist 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Betontimmerman primair 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Betontimmerman voortgezet 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Asfaltafwerker 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Balkman 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Vakman gww 2 = = = = = = = Allround vakman gww 3 = = = = = = = Waterbouwer 2 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Allround waterbouwer 3 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Bron: Fundeon Kans op werk is positief voor de monteurs in de ondergrondse netwerken vanwege het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden bij gebrek aan nieuwbouw. Bij de infra hangt veel af van welke maatregelen de overheid neemt die een bezuiniging dan wel een stimulering van de productie tot gevolg hebben omdat deze sector meer dan de andere sectoren opdrachten van een overheid betrekt. Het beeld van de infraproductie wijkt af van die in woningbouw doordat zij zich stabieler ontwikkelt. De verwachting is dat dit ook de komende jaren het geval zal zijn wat betekent dat als de productie aantrekt, deze minder robuust zal zijn dan in de woningbouw. 41

42 3.6 Instroombehoefte Voor de berekening van de instroombehoefte in de bouw- en infraopleidingen in 2013 hanteert Fundeon een instroommodel dat gebaseerd is op de verwachte natuurlijke uitstroom, gemiddeld 3 procent voor de komende jaren, gerelateerd aan het aantal baanopeningen in het jaar dat de deelnemer de arbeidsmarkt betreedt (lees: gediplomeerd is). Het aantal baanopeningen is gebaseerd op de geprognosticeerde bouwproductie en daaraan gekoppelde werkgelegenheidsontwikkeling, uitgaande van de cao s bouw, natuursteen, betonmortel en bitumineuze dakdekkers. Het uitgangspunt is de natuurlijke uitstroom, bouwpersoneel waarvan zeker is dat zij niet meer in het arbeidsproces terugkeren, te vervangen met gekwalificeerde instroom. Er vindt dit jaar een correctie plaats met steeds een half procent tot minimaal anderhalf procent indien de natuurlijke uitstroom in 2012 al bijzonder hoog was en dus mag worden aangenomen dat de toekomstige natuurlijke uitstroom minder zal zijn dan de verwachte 3 procent. Die is als het ware naar voren gehaald. Tabel 27 Instroombehoefte schooljaar 2013/2014 infra Kwalificatiedossier Niveau Totaal Betontimmerman Infratechniek¹ Machinist Mobiele werktuigen Straatmaker Vakman asfalt Vakman gww Waterbouwer Totaal infra 808 Bron: Fundeon ¹ Monteurs data/elektra en gas/water/warmte Onderstaande tabel toont de kwalificaties die niet in het niet-bekostigde onderwijs worden uitgevoerd, maar waarvan de bedrijfstak het wel van wezenlijk belang acht dat de kennis en vaardigheden zijn geborgd in een opleiding. Fundeon brengt deze onder in de bedrijfstakkwalificatiestructuur. Tabel 28 Instroombehoefte schooljaar 2013/2014 infra bedrijfstakkwalificatiestructuur Bedrijfstakkwalificatiestructuur Niveau Totaal Boormeester 3 7 Bronbemaler 3 9 Funderingswerker 2 2 Asfaltwegenbouwlaborant 4 13 Totaal 31 Bron: Fundeon 42

43 Vorig jaar was een instroombehoefte berekend van deelnemers. Dat is een derde meer dan de berekende behoefte nu. Er zijn deelnemers afgelopen jaar ingestroomd. Dat de behoefte nu flink lager ligt, heeft met de verwachte baanopeningen in 2015 te maken. De infra kent gematigder groei dan de bouw waardoor de werkgelegenheid zich ook minder spectaculair ontwikkelt. De infra werkt traditioneel al veel met zijinstroom. Dat zal de komende jaren niet anders zijn, zeker nu de initiële instroom (van leerlingen) verder afneemt. De behoefte aan volwassenscholing zal nog verder toenemen. Het feit dat er nu veel werknemers aan de kant staan, betekent niet dat er geen deelnemers hoeven te worden opgeleid om het toekomstig potentieel aan vakkrachten op peil te houden. Een deel van de uitstroom betreft werknemers die gezien hun leeftijd na de crisis niet meer in het arbeidsproces zullen terugkeren. Zzp ers leveren weliswaar productie, maar kunnen geen bbl er in dienst nemen omdat die ook als werknemer wordt beschouwd. 43

44 4. Burgerlijke en utiliteitsbouw De burgerlijke en utiliteitsbouw is nog niet uit de crisis en hoop gloort pas weer in 2014 als naar verwachting de woningnieuwbouw aantrekt. Traditioneel grote beroepsgroepen als timmermannen en metselaars hebben veel arbeidskrachten verloren. Steeds vaker raken oudere werknemers werkloos die met het huidige aannamebeleid niet terugkeren in het arbeidsproces. 44

45 4.1 Productie en werkgelegenheid De burgerlijke en utiliteitsbouw (b&u) is de grootste sector binnen de bouw. Hieronder rekenen we de (hoofd)aannemers en de algemene bouwbedrijven. Fundeon rekent hieronder ook branches als architecten, projectontwikkelaars en bestekschrijvers woningbouwverenigingen, met als argument dat die potentiële opleidingsplaatsen aanbieden waarvoor het kenniscentrum de erkenning verstrekt. Deze bedrijven bieden beroepspraktijkvormingsplaatsen (leerwerkplekken) voor bol 4-deelnemers. Binnen de b&u is de timmerman, en dit geldt voor de gehele bouw, de grootste beroepsgroep. De timmerman werkt vooral, maar niet uitsluitend in de b&u. De metselaar heeft een wat aparte positie. Die wordt enerzijds traditioneel tot de b&u gerekend, maar de afgelopen jaren zijn zelfstandige metselbedrijven ontstaan die zich als onderaannemer in de gespecialiseerde aannemerij hebben begeven. Omdat deze laatste groep bedrijven gerekend wordt onder de gespecialiseerde aannemerij (ga) en het CBS metsel- en voegbedrijven samenvoegt, worden deze bij de bedrijven onder de ga meegenomen. Vanuit het onderwijs wordt de kwalificatie Metselaar wel onder de b&u gerekend. Tabel 29 Bedrijven naar grootteklasse, 1 januari 2012 Aantal werkzame personen Bedrijfstakken/branches SBI tot tot tot > Totaal 4110 Projectontwikkeling Algemene bouw Woningbouwverenigingen Gemeentelijke woningbedrijven Architectenbureaus Totaal b&u Bron: CBS De burgerlijke en utiliteitsbouw kent veel zelfstandigen zonder personeel (zzp ers). Vooral de timmerman begint vaak op enig moment voor zichzelf, dat kan ook zijn als klussenman. 45

46 Tabel 30 kent overlap met de ga-productie, omdat het EIB geen onderscheid maakt tussen de twee sectoren. Wel rekenen we bij de b&u ook de externe onderaanneming, namelijk die productie waarbij niet een bouwbedrijf opdrachtnemer is, maar een projectontwikkelaar of een architect. Tabel 30 Bouwproductie¹ sector b&u, (basis nationale rekeningen) Miljoen Jaarlijkse veranderingen³ (%) 2011² 2012³ Woningbouw - nieuwbouw , herstel en verbouw ,5 6 Utiliteitsbouw - nieuwbouw ,5 - herstel en verbouw ,5 4 Onderhoud gebouwen ,5-1 1,5 Externe onderaanneming ,5 4 Totaal bouw ,0 5,0 Bron: EIB bewerkt door Fundeon 1 Exclusief projectontwikkelaars, interne leveringen, machines, overige investeringen, saldo uitvoer diensten en handelsmarges; basis Nationale rekeningen; bedragen in prijzen 2011, exclusief btw 2 EIB-bewerking van voorlopige CBS-cijfers 3 Raming 4 Gemiddelde jaarlijkse mutatie in de periode Tabel 31 Ontwikkeling beroepsgroepen b&u werknemers Cordares, kwartaal 4 Beroep 2010-Q Q Q4 mut Metselaar¹ % Timmerman % Leidinggevend en overig uta % Totaal b&u % Bron: EIB bewerkt door Fundeon ¹ Metselaars voor twee derde naar b&u en een derde naar ga, volgens verdeling in de cao De daling bij timmermannen en metselaars is met name het afgelopen jaar zeer fors geweest. In totaal hebben de metselaars sinds het begin van de crisis in 2008 de helft van hun collega s verloren. Een aantal van hen zal zzp er zijn geworden of is uitgestroomd vanwege het behalen van de pensioengerechtigde leeftijd, de rest heeft zijn baan verloren door de crisis. Die heeft de metselaars hard geraakt omdat deze beroepsgroep, en zeker die in dienst bij een metselbedrijf in de gespecialiseerde aannemerij, sterk afhankelijk is van de nieuwbouw die de afgelopen jaren piepend en krakend tot stilstand kwam. 46

47 Het is maar de vraag of metselaars en timmermannen boven de 45 jaar nog terug komen in het arbeidsproces als de bouwproductie aantrekt. Als dat niet het geval is en de instroom van leerlingen herstelt zich onvoldoende, verliest de bedrijfstak gekwalificeerd personeel dat nodig is om de komende jaren de bouwproductie uit te voeren. Er dreigt zowel een kwantitatief als een kwalitatief tekort aan arbeidskrachten. Kwantitatief vanwege het verlies aan arbeidskrachten dat nodig is om straks aan de vraag te kunnen voldoen en kwalitatief omdat oudere vakkrachten verdwijnen en er onvoldoende aanbod komt vanuit de vakopleiding. Bovendien verdwijnen met de oudere werknemers ook leermeesters die onmisbaar zijn voor de begeleiding van de beroepspraktijk van de leerlingen. De bedrijfstak hecht aan opleiden in de praktijk. Om dit voor de toekomst veilig te stellen is het nodig om oudere werknemers te behouden voor en terug te leiden naar de arbeidsmarkt om de begeleiding van jongeren op zich te nemen. Daarnaast moet de bedrijfstak inzetten op zijinstroom zoals dat in de infra al jaren gebruikelijk is. Dit zal nog niet eenvoudig zijn, want er zijn nu al technische sectoren die te kampen hebben met tekorten en die vissen in dezelfde vijver. Bovendien krimpt de beroepsbevolking vanaf 2020 vanwege demografische ontwikkelingen waardoor alle sectoren met hetzelfde probleem te maken krijgen en allemaal hun best zullen doen de schaarse arbeidskrachten voor zich te winnen. Daar komt nog bij dat als de ouderenuitstroom niet terugkeert, het moment van een krimpende beroepsbevolking eerder zal komen dan Trends & ontwikkelingen Architecten en projectontwikkelaars zijn hard getroffen door de crisis. Als de bouwproductie aantrekt moet dat als eerste bij deze beroepsgroepen te merken zijn evenals in het aantal te verlenen vergunningen. Geen van deze indicatoren geven al een dergelijk signaal af. De verwachting dat de productie dit jaar al zal aantrekken is dan ook onwaarschijnlijk. Als deze in 2014 wel aantrekt, zal de arbeidsmarkt daar pas een jaar later profijt van hebben. Bedrijven zullen eerst een beroep doen op de flexibele schil voordat zij zelf weer personeel in dienst gaan nemen. De zzp-markt, sterk vertegenwoordigd onder b&u-beroepen, lijkt op papier weinig arbeidspotentieel te hebben verloren. Maar zzp ers hebben arbeidsuren ingeleverd en de prijzen verlaagd. Dit leidt onvermijdelijk tot omzetverlies. Een trend met name binnen de burgerlijke en utiliteitsbouw is BIM (Bouwwerk Informatie Model). Volgens de Bouw Informatie Raad is dit een digitale beschrijving van een (bestaand of in de toekomst mogelijk bestaand) concreet aanwijsbaar bouwwerk in de bestaande omgeving, relevant voor de hele levenscyclus en toeleverketen van dat bouwwerk. Een bouwwerk kan ook 'infrastructuur' zijn. Een BIM is een digitale voorstelling van het bouwwerk in al zijn fasen, op een manier die de fysieke werkelijkheid zeer dicht benadert. Door opnemen van functies en eisen in het model is verificatie en validatie is mogelijk. Deze gegevens van het bouwwerk zijn (min of meer) gelijktijdig door tal van disciplines te gebruiken voor bijvoorbeeld berekeningen, simulaties, aanpassingen en presentaties met behulp van specialistische programmatuur. Deze programmatuur moet gegevens kunnen uitwisselen met het BIM, maar is verder onafhankelijk van het BIM. Het is het best te vergelijken met een communicatie- en simulatiemodel bedoeld voor de hele bouwketen betrokken bij het project. Dit biedt de mogelijkheid tussentijdse aanpassingen door te voeren en alle partijen gelijktijdig te informeren wat ook weer gunstig werkt op het terug dringen van faalkosten

48 4.2 Onderwijs In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het aantal deelnemers in opleiding over de laatste drie jaren te zien. Tabel 32 Actuele deelnemers Fundeon kwalificaties sector b&u, per 1 oktober Niveau Kwalificatiedossier ¹ % mutatie Assistent bouw en infra Metselaar Timmerman Metselaar Allround Timmerman Allround Kaderfunctionaris bouw, infra en ga Middenkaderfunctionaris bouw en infra Totaal Bron: DUO ¹ Voorlopig Ook hier is een forse daling van het aantal deelnemers te zien. Niet alleen de metselaar en de timmerman verliezen sterk, maar ook de assistent bouw en infra, niveau 1 en de kaderfunctionaris, niveau 4. De daling is dus breed over de hele kolom. Eerder in dit hoofdstuk is al aangegeven dat het verlies aan deelnemers gecombineerd met het verlies aan oudere, ervaren vakkrachten onherroepelijk leidt tot een kwalitatief en kwantitatief tekort aan arbeidskrachten in de bouw. 48

49 4.3 Ontwikkeling aantal leerbedrijven Tabel 33 laat de ontwikkeling van het aantal leerbedrijven per kwalificatie zien. Een bedrijf kan meerdere erkenningen hebben. Voor bol-stagiaires is in principe meer ruimte omdat deze minder uren beroepspraktijk volgen. Theoretisch heeft de b&u voldoende leerplekken beschikbaar, maar onder de huidige omstandigheden nemen leerbedrijven maar mondjesmaat bbl-deelnemers aan omdat bedrijven de deelnemers loon moeten betalen, terwijl zij vaak steeds vaker hun vaste personeel moeten ontslaan. Tabel 33 Aantal erkende leerbedrijven per kwalificatie Aantal erkenningen per kwalificatie % mut Metselaar Casco Lijmwerk Metselaar Lichte Scheidingswanden Metselaar Allround Aan- en Verbouw Metselaar Allround Herstel en Restauratie Metselaar Allround Nieuwe Metseltechnieken Timmerkracht Timmerkracht Allround Bouw- en Werkplaats Timmerkracht Allround Nieuwbouw Timmerkracht Allround Restauratie Bron: Fundeon Het aantal erkende leerbedrijven neemt af. In theorie is er nog voldoende ruimte voor deelnemers, maar door het uitblijven van werk bij de bedrijven, nemen deze maar mondjesmaat leerling aan. 4.4 Kans op stage Onder invloed van de zware productieverliezen in de bouw is het voor bedrijven vaak niet meer mogelijk een leerling als extra werkkracht aan te nemen. Het gevolg hiervan is dat potentiële deelnemers in de bbl-opleidingen in tijden van recessie aan de poort worden geweerd. Omdat selectie plaatsvindt voordat de opleiding start, zijn geen exacte aantallen te geven van het verlies aan bbl ers. Deelnemers starten in de bol of worden helemaal niet meer aangenomen. Fundeon levert de tabellen voor kans op stage ook aan voor de barometer. Voorafgaand worden de tabellen voorgelegd aan de opleidingsbedrijven en adviseurs beroepsonderwijs. 49

50 Tabel 34 Kans op stage kwalificaties b&u Kwalificatie Niveau Nederland Noord Oost Midden west Noord west Zuid west Zuidoost Kaderfunctionaris 4 =/- =/- =/- =/- =/- =/- =/- Middenkaderfunctionaris 4 = = = = = = = Metselaar Metselaar Allround Timmerman Allround timmerman Bron: Fundeon Voor de Middenkaderfunctionaris is er nog een redelijke kans op een stageplaats. Dit betreft boldeelnemers die vaak wat gemakkelijker te plaatsen zijn. Bij bedrijven is de laatste jaren meer vraag naar middenkader opgeleiden. Voor de timmerman is op het moment de kans op een leerplek klein omdat dit de grootste beroepsgroep is en het aanbod dus ook relatief groot is. De metselaar heeft het moeilijk. Ook dit was een grote beroepsgroep en sterk afhankelijk van de nieuwbouw, die uitblijft. Sinds het begin van de crisis in 2008, is de beroepsgroep gehalveerd. 4.5 Kans op werk Uitgangspunt van kans op werk is de verwachte arbeidsmarktsituatie voor een bepaalde kwalificatie na afronding van de opleiding, ervan uitgaande dat de deelnemer komend schooljaar de opleiding start. Fundeon levert de tabellen voor kans op werk ook aan voor de barometer. Voorafgaand worden de tabellen voorgelegd aan de opleidingsbedrijven en adviseurs beroepsonderwijs en die kunnen wijzigingen doorgeven voor hun regio. Tabel 35 Kans op werk kwalificaties b&u Kwalificatie Niveau Nederland Noord oost Midden west Noord west Zuid west Zuidoost Kaderfunctionaris 4 = = = = = = = Middenkaderfunctionaris 4 =/+ =/+ =/+ =/+ =/+ =/+ =/+ Metselaar 2 =/- =/- - - =/- =/- =/- Metselaar Allround 3 =/- =/- - - =/- =/- =/- Timmerman 2 = = = = = = = Allround timmerman 3 = = = = = = = Bron: Fundeon De kansen op werk zijn beter dan die op stage omdat na de economische recessie de vraag weer zal aantrekken. De metselaar blijft nog kwetsbaar en is meer afhankelijk van de nieuwbouw. De timmerman kan gemakkelijker onderhoudswerk doen als nieuwbouw nog uitblijft. Na 2015 is er echter voor beide groepen voldoende perspectief alleen al omdat er nu veel arbeidspotentieel verloren is gegaan. 50

51 4.6 Instroombehoefte Voor de berekening van de instroombehoefte in de bouw- en infraopleidingen in 2013 hanteert Fundeon een instroommodel dat gebaseerd is op de verwachte natuurlijke uitstroom, gemiddeld 3 procent voor de komende jaren, gerelateerd aan het aantal baanopeningen in het jaar dat de deelnemer de arbeidsmarkt betreedt (lees: gediplomeerd is). Het aantal baanopeningen is gebaseerd op de geprognosticeerde bouwproductie en daaraan gekoppelde werkgelegenheidsontwikkeling, uitgaande van de cao s bouw, natuursteen, betonmortel en bitumineuze dakdekkers. Het uitgangspunt is de natuurlijke uitstroom, bouwpersoneel waarvan zeker is dat zij niet meer in het arbeidsproces terugkeren, te vervangen met gekwalificeerde instroom. Er vindt dit jaar een correctie plaats met steeds een half procent tot minimaal anderhalf procent indien de natuurlijke uitstroom in 2012 al bijzonder hoog was en dus mag worden aangenomen dat de toekomstige natuurlijke uitstroom minder zal zijn dan de verwachte 3 procent. Die is als het ware naar voren gehaald. Tabel 36 Instroombehoefte schooljaar 2013/2014 b&u Kwalificatiedossier Niveau Totaal Metselaar Timmerman Totaal b&u Bron: Fundeon De instroombehoefte voor 2012 bedroeg deelnemers. Bijna meer dan berekend voor Het verlies zit voor een groot deel bij Metselen niveau 2. Ook veel oudere metselaars stromen uit en in 2015 zal de vraag naar personeel nog niet voldoende zijn hersteld. Daarna zal de vraag aantrekken en dan rijst de vraag of het aanbod van deze beroepsgroep dan nog voldoende zal zijn om te productie te kunnen leveren. Het feit dat er nu veel werknemers aan de kant staan, betekent niet dat er geen deelnemers hoeven te worden opgeleid om het toekomstig potentieel aan vakkrachten op peil te houden. Een deel van de uitstroom betreft werknemers die gezien hun leeftijd na de crisis niet meer in het arbeidsproces zullen terugkeren. Zzp ers leveren weliswaar productie, maar kunnen geen bbl er in dienst nemen omdat die ook als werknemer wordt beschouwd. 51

52 5. Verantwoording Hierna volgt een overzicht van de gebruikte bronnen in het rapport en een lijst met afkortingen en begrippen. 52

53 5.1 Bronnen > EIB, Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2013, Amsterdam januari 2013 > en persberichten, CBS > UWV, werkzoekenden en uitkeringsgerechtigden, > Cordares/EIB, werknemers, > HBO-raad, hbo-deelnemers, > DUO, mbo-deelnemers, > Onderzoek Bouwen, Wonen en Interieur 2012, Platform vmbo Bouwen, Wonen en Interieur, september 2012 > Fundeon interne registratiesysteem en sectorinformatie > EIB, Marktstudie AFNL , Amsterdam december 2012 > > > Afkortingen en begrippenlijst Bbl Bol b&u ga infra Kwalificatie Leerwerkplek EIB CBS UWV Beroepsbegeleidende leerweg Beroepsopleidende leerweg burgerlijke en utiliteitsbouw gespecialiseerde aannemerij voorheen grond-, water- en wegenbouw Wettelijk verplichte beschrijving van kennis en vaardigheden waaraan een deelnemer moet voldoen die voor een bepaald beroep wordt opgeleid. Een kwalificatie kan meerdere uitstromen en niveaus omvatten Hetzelfde als beroepspraktijkvormingsplaats voor de bbl. Bij de bol spreken we van stage Economisch Instituut voor de Bouw Centraal bureau voor de Statistiek Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen 53

54 Bijlage Rapportage arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie 2013 Fundeon 1 Bouwproductie en arbeidsmarkt Tabel 1 Regionale verdeling totale bouwproductie naar provincie 2 Tabel 2 Regionale verdeling totale woningbouwproductie naar provincie 3 Tabel 3 Regionale verdeling totale utiliteitsbouwproductie naar provincie 4 Tabel 4 Regionale verdeling totale onderhoudsproductie van gebouwen per provincie 5 Tabel 5 Regionale verdeling totale infraproductie 6 Tabel 6 Ontwikkeling werkgelegenheid werknemers uitvoerende bouw naar beroepsgroep 7 Tabel 7 Ontwikkeling van de werkgelegenheid van werknemers uitvoerende bouw naar regio 8 2 Onderwijs Tabel 8 Aantal bouw- en infra studenten per hogeschool en opleiding 9 Tabel 9 Actuele deelnemers bbl per cwi-district van de leerling, per 1 oktober 11 3 Instroombehoefte 2013 Tabel 10 Instroombehoefte 2012 Middenkaderfunctionaris bouw en infra 17 Tabel 11 Instroombehoefte 2012 b&u 17 Tabel 12 Instroombehoefte 2012 ga 18 Tabel 13 Instroombehoefte 2012 infra 19 54

55 1 Bouwproductie en arbeidsmarkt Tabel 1 Regionale verdeling van de totale bouwproductie, (prijzen 2011) Niveau in mln euro Mutaties (%) Groningen ,5-3,5 Friesland ,5 Drenthe ,5-5 Noord Overijssel ,5-8 Flevoland ,5-3 Gelderland ,5-5,5 Oost Utrecht ,5-8 Noord-Holland ,5 Zuid-Holland ,5-5 West Zeeland Noord-Brabant ,5 Limburg ,5 0 Zuid Nederland Bron: EIB ¹ Voorlopige cijfers ² Raming 55

56 Tabel 2 Regionale verdeling van de totale woningbouwproductie, (prijzen 2011) Niveau in mln euro Mutaties (%) Groningen ,5-4 Friesland ,5 0 Drenthe ,5 Noord Overijssel Flevoland ,5 Gelderland Oost Utrecht ,5 Noord-Holland ,5 Zuid-Holland ,5-10 West Zeeland ,5 Noord-Brabant ,5-5,5 Limburg ,5 0 Zuid Nederland Bron: EIB ¹ Voorlopige cijfers ² Raming 56

57 Tabel 3 Regionale verdeling van de totale utiliteitsbouwproductie, (prijzen 2011) Niveau in mln euro Mutaties (%) Groningen ,5 Friesland Drenthe Noord Overijssel ,5-9,5 Flevoland Gelderland Oost Utrecht ,5 Noord-Holland ,5 Zuid-Holland ,5-1,5 West Zeeland ,5-8 Noord-Brabant ,5 Limburg Zuid Nederland Bron: EIB ¹ Voorlopige cijfers ² Raming 57

58 Tabel 4 Regionale verdeling van de totale onderhoudsproductie, (prijzen 2011) Niveau in mln euro Mutaties (%) Groningen ,5-1,5 Friesland ,5 Drenthe Noord Overijssel ,5-1,5 Flevoland ,5 0 Gelderland Oost Utrecht Noord-Holland ,5 Zuid-Holland West Zeeland ,5-2 Noord-Brabant ,5 Limburg ,5-1,5 Zuid Nederland Bron: EIB ¹ Voorlopige cijfers ² Raming 58

59 Tabel 5 Regionale verdeling van de infraproductie, in mln. euro, prijzen 2011 Niveau in mln euro Mutaties (%) Groningen ,5-4,5 Friesland ,5-3 Drenthe Noord Overijssel Flevoland Gelderland ,5-3,5 Oost Utrecht ,5-1 Noord-Holland ,5-1,5 Zuid-Holland ,5-4 West Zeeland ,5 Noord-Brabant ,5-3 Limburg ,5-4 Zuid Nederland Bron: EIB ¹ Voorlopige cijfers ² Raming 59

60 Tabel 6 Ontwikkeling werkgelegenheid werknemers uitvoerende bouw naar beroepsgroep, (1.000 arbeidsjaren) Timmerlieden Metselaars Voegers/tegelzetters Dakdekkers Wegenbouwers Straatmakers Machinisten/monteurs Overig bouwplaatspersoneel Totaal bouwplaats Leidinggevenden Kader Administratief personeel Totaal UTA Totaal Mutaties % Timmerlieden -10½ -11½ -8-1 ½ Metselaars -16½ ½ Voegers/tegelzetters -10½ -13½ -12½ -5½ Dakdekkers -6½ -7½ -5 1½ Wegenbouwers -15½ -10½ -7-5 Straatmakers -11½ -10½ -8½ -6 Machinisten/monteurs -5-4½ -3½ -1½ Overig bouwplaatspersoneel -10-9½ -7-2½ Totaal Bouwplaats -10½ -10½ -7½ -2½ Leidinggevenden -5½ -7-3½ 1½ Kader -3-4½ -2 3 Administratief personeel ½ 1½ Totaal UTA -4½ -6½ -3 2 Totaal uitvoerende bouw -8½ ½ Bron: EIB ¹ Mutaties betreffen het gemiddelde per jaar over

61 Tabel 7 Ontwikkeling van de werkgelegenheid van werknemers uitvoerende bouw naar regio, Arbeidsvolume Jaarlijkse mutaties (%)¹ Noord ½ -4½ Oost ½ -11 Randstad Noord ½ Randstad Zuid ½ -9 Zuid ½ -9 Totaal ½ -9 Bron: EIB ¹ Gemiddelde jaarlijkse mutatie in de periode

62 2 Onderwijs Tabel 8 Aantal bouw- en infra studenten per hogeschool en opleiding Hogeschool Opleiding ¹ Amsterdamse Hs. Voor De Kunsten m stedenbouw Avans Hs. ad bouwtechnische bedrijfskunde b bouwkunde b bouwmanagement en vastgoed b bouwtechnische bedrijfskunde b civiele techniek Chr. Hs. Windesheim b bouwkunde b civiele techniek b mobiliteit Fontys Hs. m stedenbouw Haagse Hs. b bouwkunde b civiele techniek Hanzehogeschool Groningen b bouwkunde b civiele techniek Hs. Inholland ad bouwkunde b bouwkunde b bouwmanagement en vastgoed b civiele techniek b ruimtelijke ordening en planologie Hs. Rotterdam b bouwkunde b civiele techniek b ruimtelijke ordening en planologie m stedenbouw Hs. Utrecht b bouwkunde b bouwtechnische bedrijfskunde b civiele techniek b geodesie b ruimtelijke ordening en planologie Hs. Van Amsterdam b bouwkunde b bouwtechnische bedrijfskunde b civiele techniek

63 Hs. Van Arnhem En Nijmegen ad civiele techniek directievoering ad civiele techniek projectvoorbereiding en - realisatie b bouwkunde b civiele techniek Hs. Zeeland b bouwkunde b civiele techniek Hs. Zuyd b built environment Hz University Of Applied Sciences b bouwkunde b civiele techniek Nhtv Internationale Hs. Breda b ruimtelijke ordening en planologie b mobiliteit Noordelijke Hs. Leeuwarden b bouwkunde b civiele techniek b mobiliteit Saxion Hs. b bouwkunde b bouwtechnische bedrijfskunde b civiele techniek b ruimtelijke ordening en planologie b stedenbouwkundig ontwerpen Totaal Bron: HBO-raad ¹ Voorlopig 63

64 Tabel 9 Actuele deelnemers per cwi district van de leerling, per 1 oktober Noord-West mutatie Niveau Kwalificatie ¹ Assistent Bouw en Infra Asfaltafwerker Betonreparateur Betonstaalverwerker Betontimmerman Primair Dakdekker Metselaar Monteur Infratechniek Monteur Mobiele Werktuigen Natuursteenbewerker Steigerbouwer Straatmaker Tegelzetter Timmerman Vakman GWW Voeger/ Gevelbehandelaar Waterbouwer Balkman Betonboorder Betonreparateur Allround Betonstaalverwerker Allround Betontimmerman Allround Dakdekker Allround Machinist Metselaar Allround Monteur Infratechniek Allround Monteur Mobiele Werktuigen Allround Natuursteenbewerker Allround Steigerbouwer Allround Straatmaker Allround Tegelzetter Allround Timmerman Allround Vakman GWW Allround Waterbouwer Allround Kaderfunctionaris Middenkaderfunctionaris Totaal

65 Midden-West mutatie Niveau Kwalificatie ¹ Assistent Bouw en Infra Asfaltafwerker Betonreparateur Betonstaalverwerker Betontimmerman Primair Dakdekker Metselaar Metselaar Allround Monteur Infratechniek Monteur Mobiele Werktuigen Natuursteenbewerker Steigerbouwer Straatmaker Tegelzetter Timmerman Vakman GWW Voeger/ Gevelbehandelaar Waterbouwer Balkman Betonboorder Betonreparateur Allround Betonstaalverwerker Allround Betontimmerman Allround Dakdekker Allround Machinist Metselaar Allround Monteur Infratechniek Allround Monteur Mobiele Werktuigen Allround Natuursteenbewerker Allround Straatmaker Allround Tegelzetter Allround Timmerman Allround Vakman GWW Allround Kaderfunctionaris Middenkaderfunctionaris Totaal

66 Zuid-West mutatie Niveau Kwalificatie ¹ Assistent Bouw en Infra Asfaltafwerker Betonreparateur Betonstaalverwerker Betontimmerman Primair Dakdekker Metselaar Monteur Infratechniek Monteur Mobiele Werktuigen Natuursteenbewerker Steigerbouwer Straatmaker Tegelzetter Timmerman Vakman GWW Voeger/ Gevelbehandelaar Waterbouwer Balkman Betonboorder Betonreparateur Allround Betonstaalverwerker Allround Betontimmerman Allround Dakdekker Allround Machinist Metselaar Allround Monteur Infratechniek Allround Monteur Mobiele Werktuigen Allround Natuursteenbewerker Allround Steigerbouwer Allround Straatmaker Allround Tegelzetter Allround Timmerman Allround Vakman GWW Allround Waterbouwer Allround Kaderfunctionaris Middenkaderfunctionaris Totaal

67 Oost mutatie Niveau Kwalificatie ¹ Assistent Bouw en Infra Asfaltafwerker Betonreparateur Betonstaalverwerker Betontimmerman Primair Dakdekker Metselaar Metselaar Allround Monteur Infratechniek Monteur Mobiele Werktuigen Natuursteenbewerker Steigerbouwer Straatmaker Tegelzetter Timmerman Vakman GWW Voeger/ Gevelbehandelaar Waterbouwer Balkman Betonboorder Betonreparateur Allround Betonstaalverwerker Allround Betontimmerman Allround Dakdekker Allround Machinist Metselaar Allround Monteur Infratechniek Allround Monteur Mobiele Werktuigen Allround Natuursteenbewerker Allround Straatmaker Allround Tegelzetter Allround Timmerman Allround Vakman GWW Allround Waterbouwer Allround Kaderfunctionaris Middenkaderfunctionaris Totaal

68 Noord mutatie Niveau Kwalificatie ¹ Assistent Bouw en Infra Asfaltafwerker Betonreparateur Betonstaalverwerker Betontimmerman Primair Dakdekker Metselaar Metselaar Allround Monteur Infratechniek Monteur Mobiele Werktuigen Natuursteenbewerker Steigerbouwer Straatmaker Tegelzetter Timmerman Vakman GWW Voeger/ Gevelbehandelaar Waterbouwer Balkman Betonboorder Betonreparateur Allround Betonstaalverwerker Allround Betontimmerman Allround Dakdekker Allround Machinist Metselaar Allround Monteur Infratechniek Allround Monteur Mobiele Werktuigen Allround Steigerbouwer Allround Straatmaker Allround Timmerman Allround Vakman GWW Allround Waterbouwer Allround Kaderfunctionaris Middenkaderfunctionaris Totaal

69 Zuid-Oost mutatie Niveau Kwalificatie ¹ Assistent Bouw en Infra Asfaltafwerker Betonreparateur Betonstaalverwerker Betontimmerman Primair Dakdekker Metselaar Monteur Infratechniek Monteur Mobiele Werktuigen Natuursteenbewerker Steigerbouwer Straatmaker Tegelzetter Timmerman Vakman GWW Voeger/ Gevelbehandelaar Balkman Betonboorder Betonreparateur Allround Betonstaalverwerker Allround Betontimmerman Allround Dakdekker Allround Machinist Metselaar Allround Monteur Infratechniek Allround Monteur Mobiele Werktuigen Allround Natuursteenbewerker Allround Straatmaker Allround Tegelzetter Allround Timmerman Allround Vakman GWW Allround Kaderfunctionaris Middenkaderfunctionaris Totaal Bron: DUO ¹ Voorlopig 69

70 3 Instroombehoefte 2012 Tabel 10 Instroombehoefte 2012 b&i Opleiding CWI district Totaal Noord 22 Oost 28 Assistent bouw en infra Midden-West 62 Noord -West 64 Zuid- West 32 Zuid- Oost 12 Totaal assistent bouw en infra 220 Noord 26 Oost 115 Kaderfunctionaris bouw en infra Midden-West 89 Noord -West 134 Zuid- West 56 Zuid- Oost 89 Totaal kaderfunctionaris bouw en infra 402 Noord 226 Oost 450 Middenkaderfunctionaris bouw en infra Midden-West 325 Noord -West 232 Zuid- West 267 Zuid- Oost 328 Totaal middenkaderfunctionaris bouw en infra Bron: Fundeon Tabel 11 Instroombehoefte 2013 b&u Opleiding CWI district Totaal Noord 7 Oost 32 Midden-West 6 Metselaar (niveau 2) Noord -West 7 Zuid- West 16 Zuid- Oost 30 Totaal metselaar 98 Noord 151 Oost 283 Timmerman (niveau Midden-West 224 2) Noord -West 142 Zuid- West 181 Zuid- Oost 156 Totaal timmerman Totaal b&u Bron: Fundeon 70

71 Tabel 12 Instroombehoefte 2013 ga Opleiding Provincie Totaal Noord 13 Oost 26 Dakdekker (niveau 2) Midden-West 13 Noord -West 26 Zuid- West 10 Zuid- Oost 24 Totaal dakdekker 105 Noord 1 Oost 8 Tegelzetter (niveau 2) Midden-West 6 Noord -West 2 Zuid- West 4 Zuid- Oost 16 Totaal tegelzetter 37 Noord 7 Oost 2 Voeger/gevelbehandelaar Midden-West - (niveau 2) Noord -West 5 Zuid- West - Zuid- Oost 4 Totaal voeger/gevelbehandelaar 18 Noord 5 Oost 10 Steigerbouwer (niveau 2) Midden-West 1 Noord -West 7 Zuid- West 27 Zuid- Oost 13 Totaal steigerbouwer 64 Opleidingen landelijk Natuursteenbewerker 31 Betonreperateur 9 Betonstaalverwerker 24 Betonboorder 25 Bron: Fundeon 71

72 Tabel 13 Instroombehoefte 2013 infra Opleiding Provincie Totaal Noord 13 Oost 45 Vakman gww (niveau 2) Midden-West 26 Noord -West 40 Zuid- West 26 Zuid- Oost 40 Totaal vakman gww 190 Noord 1 Oost 1 Monteur infratechniek (niveau 2) Midden-West 3 Noord -West 20 Zuid- West 3 Zuid- Oost 3 Totaal monteur infratechniek 190 Noord 2 Oost 38 Machinist (niveau 3) Midden-West 20 Noord -West 36 Zuid- West 25 Zuid- Oost 56 Totaal machinist 177 Noord 28 Oost 36 Straatmaker (niveau 2) Midden-West 12 Noord -West 35 Zuid- West 15 Zuid- Oost 26 Totaal straatmaker 152 Opleidingen landelijk Betontimmerman (niveau 2) 7 Monteur Werktuigen (niveau 2) 6 Vakman Asfalt (niveau 2) 6 Waterbouwer (niveau 2) 7 Bron: Fundeon 72

Rapportage. Arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie

Rapportage. Arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie Rapportage Arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie April 2014 Inhoudsopgave VOORWOORD 3 MANAGEMENTSAMENVATTING 4 1 ALGEMENE ONTWIKKELINGEN BOUWARBEIDSMARKT EN ONDERWIJS 6 1.1 Productie 7 1.2 Werkgelegenheid

Nadere informatie

Bouwproductie 15 procent lager in komende twee jaar

Bouwproductie 15 procent lager in komende twee jaar Bouwproductie 15 procent lager in komende twee jaar Het CPB heeft haar vooruitzichten voor de Nederlandse economie sterk neerwaarts aangepast. Het bbp daalt volgens het CPB dit jaar met 3,5 procent en

Nadere informatie

Samenvatting Rapportage arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie Fundeon 2010

Samenvatting Rapportage arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie Fundeon 2010 Samenvatting Rapportage arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie Fundeon 2010 Inleiding In deze samenvatting schetsen we de voornaamste ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, de onderwijsmarkt en de beroepspraktijkvormingsmarkt

Nadere informatie

Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009

Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Economische krimp in 2009 Aantal vacatures sterk gedaald Werkloosheid in Breda stijgt me 14% Bredase bijstand daalt minimaal Bijstand onder jongeren sterk gestegen

Nadere informatie

Rapportage arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie 2015

Rapportage arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie 2015 De kansen en knelpunten op de arbeids-, onderwijsen stagemarkt in de bouw en infra Rapportage arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie 2015 ouw op kennis Rapportage Arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie April

Nadere informatie

Arbeidsmarktmonitor 2015-Q1

Arbeidsmarktmonitor 2015-Q1 REGIONALE MONITOR ARBEIDSMARKT Toelichting In deze rapportage wordt een overzicht gegeven van een aantal regionale ontwikkelingen op de bouwarbeidsmarkt. In de rapportage is de volgende data opgenomen;

Nadere informatie

Verschuiving van grootschalige nieuwbouw in buitengebied naar kleinschalige (her-) bouw in bestaande situatie;

Verschuiving van grootschalige nieuwbouw in buitengebied naar kleinschalige (her-) bouw in bestaande situatie; Bouw De sector bouwnijverheid bestaat uit een diversiteit aan bedrijven. Belangrijke bedrijfsgroepen zijn: Aannemersbedrijven Burgerlijke en Utiliteitsbouw (algemeen en gespecialiseerd)* Aannemersbedrijven

Nadere informatie

Werken in de bouw. Bouw aan je toekomst!

Werken in de bouw. Bouw aan je toekomst! Werken in de bouw Bouw aan je toekomst! De bouw biedt veel mogelijkheden voor iedereen die van techniek houdt en graag samenwerkt. Mogelijkheden waar je misschien niet zo snel aan denkt. Want in de bouw

Nadere informatie

Kortetermijnontwikkeling

Kortetermijnontwikkeling Artikel, donderdag 22 september 2011 9:30 Arbeidsmarkt in vogelvlucht Het aantal banen van werknemers en het aantal openstaande vacatures stijgt licht. De loonontwikkeling is gematigd. De stijging van

Nadere informatie

AFNL/NOA. De gespecialiseerde (af)bouwer in beeld. Taco van Hoek Directeur Economisch Instituut voor de Bouw. AFNL/NOA Den Haag, 30 maart

AFNL/NOA. De gespecialiseerde (af)bouwer in beeld. Taco van Hoek Directeur Economisch Instituut voor de Bouw. AFNL/NOA Den Haag, 30 maart AFNL/NOA De gespecialiseerde (af)bouwer in beeld Taco van Hoek Directeur Economisch Instituut voor de Bouw AFNL/NOA Den Haag, 30 maart 2016 1 Inhoud Drie vragen Wat is het profiel van de gespecialiseerde

Nadere informatie

UITSLAGEN WONEN ENQUÊTE

UITSLAGEN WONEN ENQUÊTE UITSLAGEN WONEN ENQUÊTE 3 E KWARTAAL 211 Gemaakt voor NVM Wonen Gemaakt door NVM Data & Research Inhoudsopgave 1 Introductie enquête... 3 1.1 Periode... 3 1.2 Respons... 3 2 Staat van de woningmarkt...

Nadere informatie

Onderzoeksrapport: zorgelijke terugloop leerwerkplekken mbo

Onderzoeksrapport: zorgelijke terugloop leerwerkplekken mbo Onderzoeksrapport: zorgelijke terugloop leerwerkplekken mbo - Algemene daling in aantal mbo-studenten. Deze daling wordt grotendeels veroorzaakt door de afname van het aantal leerwerkplekken. - Vooral

Nadere informatie

CBS: Voorzichtig herstel arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

CBS: Voorzichtig herstel arbeidsmarkt in het tweede kwartaal Persbericht PB14 56 11 9 214 15.3 uur CBS: Voorzichtig herstel arbeidsmarkt in het tweede kwartaal Meer werklozen aan de slag Geen verdere daling aantal banen, lichte groei aantal vacatures Aantal banen

Nadere informatie

Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg update juni 2013

Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg update juni 2013 Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg update juni 2013 1. Inleiding In 2012 hebben Etil en Research voor Beleid in opdracht van de Provincie Limburg de ontwikkeling van de Limburgse arbeidsmarkt onderzocht

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I In deze economische monitor vindt u cijfers over de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt van de gemeente Ede. Van de arbeidsmarkt zijn gegevens opgenomen van de tweede helft

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Amersfoort

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Amersfoort Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Amersfoort Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Amersfoort groeit het aantal banen van werknemers (voltijd en

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Breda Bergen op Zoom

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Breda Bergen op Zoom Regiorapportage Mobiliteitsbranche Breda Bergen op Zoom Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Breda Bergen op Zoom ROC West-Brabant

Nadere informatie

Tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verklaard Door Has Bakker (beleidsadviseur ICT~Office)

Tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verklaard Door Has Bakker (beleidsadviseur ICT~Office) Tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verklaard Door Has Bakker (beleidsadviseur ICT~Office) ICT~Office voorspelt een groeiend tekort aan hoger opgeleide ICT-professionals voor de komende jaren. Ondanks de economische

Nadere informatie

Totaalbeeld arbeidsmarkt: werkloosheid in februari 6 procent

Totaalbeeld arbeidsmarkt: werkloosheid in februari 6 procent Arbeidsmarkt in vogelvlucht Gemiddeld over de afgelopen vier maanden is er een licht stijgende trend in de werkloosheid. Het aantal banen van werknemers stijgt licht en het aantal openstaande vacatures

Nadere informatie

Flexibele Arbeidsrelaties: Vast versus Tijdelijk Contract

Flexibele Arbeidsrelaties: Vast versus Tijdelijk Contract Flexibele Arbeidsrelaties: Vast versus Tijdelijk Contract Rapport van ILC Zorg voor later, Stichting Loonwijzer/WageIndicator, en Universiteit van Amsterdam/Amsterdams Instituut voor Arbeids Studies (AIAS)

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Zuid-Limburg

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Zuid-Limburg Regiorapportage Mobiliteitsbranche Zuid-Limburg Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Zuid- Limburg ROC Arcus College 2012 2013 1

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Een uitdagende arbeidsmarkt. Erik Oosterveld 24 juni 2014

Een uitdagende arbeidsmarkt. Erik Oosterveld 24 juni 2014 Een uitdagende arbeidsmarkt Erik Oosterveld 24 juni 2014 Wat waren de gevolgen van de recessie? Hoeveel banen zijn er verloren gegaan? In welke sectoren heeft de recessie het hardst toegeslagen? Werkgelegenheid

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Den Haag

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Den Haag Regiorapportage Mobiliteitsbranche Den Haag Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Den Haag ROC Mondriaan 2012 2013 1 1. Kans op werk

Nadere informatie

De Grote Uittocht Herzien. Een nieuwe verkenning van de arbeidsmarkt voor het openbaar bestuur

De Grote Uittocht Herzien. Een nieuwe verkenning van de arbeidsmarkt voor het openbaar bestuur De Grote Uittocht Herzien Een nieuwe verkenning van de arbeidsmarkt voor het openbaar bestuur Aanleidingen van deze update van De Grote Uittocht - een rapport van het ministerie van BZK en de sociale partners

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Groot Amsterdam - Gooi en Vechtstreek

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Groot Amsterdam - Gooi en Vechtstreek Regiorapportage Mobiliteitsbranche Groot Amsterdam - Gooi en Vechtstreek Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Groot Amsterdam -

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar In de vorige nieuwsbrief in september is geprobeerd een antwoord te geven op de vraag: wat is de invloed van de economische situatie op de arbeidsmarkt? Het antwoord op deze vraag was niet geheel eenduidig.

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht Regiorapportage Mobiliteitsbranche Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Gorinchem

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Gorinchem Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Gorinchem Samenvatting Aantal banen neemt in beperkte mate toe, echter niet in collectieve sector In de krimpregio Gorinchem neemt het aantal banen van

Nadere informatie

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen Het aantal mensen met werk is in de periode februari-april met gemiddeld 2 duizend per maand toegenomen. Vooral jongeren en 45-plussers gingen aan de slag.

Nadere informatie

Cris van Osch 30 november Opleiden van leerlingen Scholingsconferentie AFNL

Cris van Osch 30 november Opleiden van leerlingen Scholingsconferentie AFNL Cris van Osch 30 november 2011 Opleiden van leerlingen Scholingsconferentie AFNL Introductie CINOP Advisering rondom opleiden en ontwikkeling van mensen Voor sociale partners, bedrijven, overheid, scholen

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Rotterdam

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Rotterdam Regiorapportage Mobiliteitsbranche Rotterdam Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Rotterdam Albeda College / Zadkine 2012 2013 1

Nadere informatie

index Technocentrum Kwantitatieve regioanalyse technisch beroepsonderwijs Provincie Noord-Brabant

index Technocentrum Kwantitatieve regioanalyse technisch beroepsonderwijs Provincie Noord-Brabant index Technocentrum Kwantitatieve regioanalyse technisch beroepsonderwijs Provincie Noord-Brabant Inhoudsopgave 1. Mbo Techniek... 3 1.1 Deelnemers mbo techniek... 3 1.1.1 Onderwijsinstellingen... 3 1.1.2

Nadere informatie

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Noord-Holland Noord

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Noord-Holland Noord Regiorapportage Mobiliteitsbranche Noord-Holland Noord Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Noord-Holland Noord ROC kop van Noord-Holland

Nadere informatie

Maart 2010. Brancheschets Bouw

Maart 2010. Brancheschets Bouw Maart 2010 Brancheschets Bouw Brancheschets Bouw Afdeling Arbeidsmarktinformatie Redactie: Rob de Munnik, Marijke Oosterhuis en Niek Veeken Landelijk Bedrijfsadviseur voor de Bouw Erik van As, tel. 020-7515077

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Zuid-Kennemerland en IJmond groeit het aantal

Nadere informatie

Joost Meijer, Amsterdam, 2015

Joost Meijer, Amsterdam, 2015 Deelrapport Kohnstamm Instituut over doorstroom vmbo-mbo t.b.v. NRO-project 405-14-580-002 Joost Meijer, Amsterdam, 2015 Inleiding De doorstroom van vmbo naar mbo in de groene sector is lager dan de doorstroom

Nadere informatie

2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd

2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd 2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd Mensen moeten steeds de keuze maken tussen werken en vrije tijd: 1. Werken * Je ontvangt loon in ruil voor je arbeid; * Langer werken geeft meer loon (en dus kun

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 729 Evaluatie Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Visie op Architecten- en Ingenieursbureaus Update 2014

Visie op Architecten- en Ingenieursbureaus Update 2014 Visie op Architecten- en Ingenieursbureaus Update 2014 Daling bouwproductie raakt architecten harder dan ingenieurs, eerste herstel zichtbaar In 2013 krimpt omzet van architectenbureaus met 12,2% en van

Nadere informatie

CBS: Meer mensen aan het werk, vooral jongeren

CBS: Meer mensen aan het werk, vooral jongeren CBS: Meer mensen aan het werk, vooral jongeren Het aantal mensen met een baan is de afgelopen drie maanden met gemiddeld 6 duizend per maand toegenomen. Vooral jongeren hadden vaker werk. De beroepsbevolking

Nadere informatie

UIT groei en conjunctuur

UIT groei en conjunctuur Economische groei. Economische groei drukken we uit in de procentuele groei van het BBP op jaarbasis. De groei van het BBP heeft twee oorzaken. Het BBP kan groeien omdat de prijzen van producten stijgen

Nadere informatie

Zzp ers in de provincie Utrecht 2013. Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep

Zzp ers in de provincie Utrecht 2013. Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep Zzp ers in de provincie Utrecht 2013 Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep Ester Hilhorst Economic Board Utrecht Februari 2014 Inhoud Samenvatting Samenvatting Crisis kost meer banen in 2013 Banenverlies

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld Arbeidsmarktregio Achterhoek

Highlights Regio in Beeld Arbeidsmarktregio Achterhoek Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Achterhoek Samenvatting Meer banen in marktsector, maar minder in collectieve sector De economie in de Achterhoek herstelt, maar de werkgelegenheidsontwikkeling

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zeeland

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zeeland Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Zeeland Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Zeeland groeit het aantal banen van werknemers (voltijd en deeltijd)

Nadere informatie