innova VTO een kijkje in de zwarte doos Bart Clarysse Roland Van Dierdonck Wouter Gabriëls Jeffrey Lambrechts Muriel Uytterhaegen TECHNOLOGIE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "innova VTO een kijkje in de zwarte doos Bart Clarysse Roland Van Dierdonck Wouter Gabriëls Jeffrey Lambrechts Muriel Uytterhaegen TECHNOLOGIE"

Transcriptie

1 VTO V L A A M S TECHNOLOGIE OBSERVATORIUM innova Strategische verschillen tussen innovatieve KMO s: een kijkje in de zwarte doos 5 Bart Clarysse Roland Van Dierdonck Wouter Gabriëls Jeffrey Lambrechts Muriel Uytterhaegen

2 VTO V L A A M S TECHNOLOGIE OBSERVATORIUM COLOFON VTO-Studies wordt uitgegeven door het IWT in het kader van het werkprogramma van het VTO. De auteurs zijn echter persoonlijk verantwoordelijk voor de standpunten die worden ingenomen bij de uitwerking van deze Studies. Redactie } Ann Van den Bremt (secretariaat) Jan Larosse (coördinatie) Productie } Lemahieu & Vandendriessche Copyright } reproductie en gebruik is toegestaan mits bronvermelding. VTO-Team Jan Larosse, Coördinator VTO Sabine Devinck, VTO-Analyses Piet Olivier, VTO-Informatiesysteem Ann Van den Bremt, VTO-Secretariaat Bischoffsheimlaan Brussel Tel.: 02/ Fax: 02/ Web-site: Depotnummer: D/1997/7037/6 Verschenen in januari 1998

3 VTO V L A A M S TECHNOLOGIE OBSERVATORIUM Strategische verschillen tussen innovatieve KMO s: een kijkje in de zwarte doos Prof. Dr. Bart Clarysse Prof. Dr. Ir. Roland Van Dierdonck Wouter Gabriëls Jeffrey Lambrechts Muriel Uytterhaegen De Vlerick School voor Management Rijksuniversiteit Gent

4 English abstract The downsizing waves in large enterprises have turned the attention towards the SME as an engine of economic growth and employment. Based on the early Schumpeterian ideas of creative destruction, it is often thought that innovative SMEs may be the solution. But who are these innovative SMEs? Do they really create employment? Are they performing better financially? This paper explores these questions in a population of Flemish SMEs active in the chemical and textile sector. First, a novel methodology is constructed to identify innovative companies. Second, it is shown that innovative companies do not necessarily create more employment. In contrast, among them, we find also the ones that downsize most. Third, we argue that innovation is reflected in the long term, but not the short term financial performance of the company. Again, we find that the set of innovative SMEs is very heterogeneous. To further explore the strategic differences between innovative SMEs, we open the black box of innovation and come up with a set of 18 strategic competence factors. Based on these factors, a typology of innovative SMEs is suggested along the lines of current strategic thinking: the Porterian innovators, the resource based innovators and the Schumpeterian pioneers. 2

5 Inhoudstafel English abstract 2 Voorwoord 4 1. Inleiding 6 2. Beoordeling van de literatuur en formulering van de 8 belangrijkste vragen van het onderzoek 3. Gegevensverzameling, definitie van de populatie 12 en voorbeed 4. Naar een definitie van innovatieve KMO Creëren innovatieve KMO s tewerksteling? Presteren innovatieve KMO s beter? Verdere gegevensverzameing in een steekproef van 20 innovatieve KMO s 8. Strategische succesfactoren van innovatieve KMO s Naar een typologie van innovatieve KMO s 28 Conclusies 32 Bijlagen 36 Referenties 40 Samenvatting 43 3

6

7 Voorwoord De Vlaamse economische structuur wordt gekenmerkt door het overwicht van de kleine en middelgrote ondernemingen. Wat betekent dit overwicht voor het innovatiepotentieel van het Vlaams Innovatiesysteem? Sinds Schumpeter innovatie correleerde met monopolievorming is er een voortdurend debat over de relatie bedrijfsgrootte en innovatie. Hebben KMO s te maken met bijzondere belemmeringen voor technologische innovatie, als gevolg van het ontbreken van kritische schaalgrootte, van moeilijkere toegang tot financiering en tot externe kennisbronnen? Of zijn KMO s integendeel innovatiever dan grotere bedrijven wegens hun groter aanpassingsvermogen? Vanuit het beleidsoogpunt is het in de eerste plaats van belang om de actoren te identificeren. Er moet begonnen worden met een onderscheid te maken tussen verschillende soorten KMO s. Hoe zijn dan innovatieve KMO s te herkennen? En kan men dan conclusies trekken uit de economische prestaties van deze categorie vergeleken met andere? Kan men de profielen van deze innovatieve KMO s verder verfijnen? Aan deze opdracht hebben Bart Clarysse en zijn medewerkers zich gewijd. Het werd een confrontatie van de bedrijfsrealiteit in enkele Vlaamse bedrijfssectoren met innovatieve survey-methodes en toepassingen van nieuwe concepten uit de managementsliteratuur. Met deze studie zetten ze een verdere stap in het vertalen van de theoretische beleidsdiscussie naar empirische modellen die uiteindelijk nieuwe indicatoren en nieuwe inzichten voor het technologie- en innovatiebeleid moeten opleveren. Het VTO-team. 5

8 1. Inleiding Er ontstond een alom verspreid geloof onder de practici, zowel politici als managers, dat innovatieve KMO s de stuwende kracht zijn geworden voor onze economie. Zowel academici als practici hebben de laatste tien jaar een groeiende belangstelling getoond in KMO s als de motoren voor innovatieve activiteit en economische groei. Daar zijn meerdere redenen voor: Ten eerste hebben nieuwe manieren om innovatie te meten aangetoond dat KMO s een veel belangrijkere rol spelen in het innovatieproces dan werd aangenomen (Kleinknecht et al., 1993). Ten tweede is het algemeen vertrouwen in grote bedrijven waar banen werden gecreëerd en die de drijvende kracht waren voor economische groei afgebrokkeld door de recente golven van outsourcing en downsizing (Besanko et al., 1995). Ten derde wordt innnovatie meer en meer voorgesteld als een noodzakelijke voorwaarde voor eender welk bedrijf om een competitief voordeel te creëren. In dit geval wordt innovatie ruimer gedefinieerd dan enkel de introductie van technologisch nieuwe producten. Het omvat elke nieuwigheid in de waardeketen, zowel gebaseerd op organisatorisch vlak als gebaseerd op de markt of de technologie (Kim en Mauborgne, 1997). De combinatie van deze factoren resulteerde in een alom verspreid geloof onder de practici, zowel politici als managers, dat innovatieve KMO s de stuwende kracht zijn geworden voor onze economie. Ondanks deze groeiende belangstelling om innovatie te koppelen aan KMO s hebben we relatief weinig inzicht in het gedrag dat zo n KMO s typeert (Tidd et al., 1997). Economisten die de relatie tussen de omvang van een bedrijf en de innovatieve output analyseren, hebben meerdere bijdragen geleverd tot dit onderwerp. Deze stroom van onderzoek die teruggaat tot het latere werk van Schumpeter heeft het belang aangeduid van KMO s voor het innovatieproces van een economie. Deze research heeft echter niet tot een dieper inzicht geleid. Vele vragen blijven onbeantwoord: creëren innovatieve KMO s inderdaad meer tewerkstelling, presteren ze beter, welke strategieën volgen ze? Eén van de redenen hiervoor is dat de economisten de omvang van de innovatie analyseren als een resultaat van verscheidenheid in grootte en bijgevolg deze specifieke innovatie aannemen als analyseniveau, terwijl de practicus zich concentreert op de onderneming als een geheel van belanghebbenden. Daarom is hij meer bezig met de vraag wat er precies gebeurt binnen deze innovatieve KMO. 6 Nieuwe methode om innovatieve KMO s te identificeren via een panel experten. Deze studie vertrekt van het standpunt van de practicus. Eerst wordt een nieuwe methode voorgesteld om innovatieve KMO s te identificeren via een panel experten. Vorig onderzoek ging uit van databanken voor patenten (Griliches, 1984), product bekendmakingen (Audretsch, 1995; Kleinknecht and Bain, 1993) of vragenlijsten (CIS, 1993) als een manier om innovatieve KMO s te identificeren. Een gekend bezwaar van deze verschillende benaderingen is dat ze, elk op een verschillend vlak, niet op alle KMO s betrekking hebben of slechts op een bepaald onderdeel van de groep KMO s, namelijk die die begaan zijn met spitstechnologie. Daarom maken we gebruik van de positieve elementen van elke benadering en combineren dit met een nieuwe methode die ons moet helpen om innovatieve KMO s te identificeren: experten uit federaties, bonden en verschillende onderzoekscentra werd gevraagd op een lijst met KMO s na te gaan welke innovatief waren en welke niet aan de hand van een

9 aantal criteria. De verzamelde antwoorden laten ons toe die KMO s te identificeren waarover de experten het eens waren. Volgens deze methode analyseren we twee Vlaamse sectoren: de chemische en de textielsector die elk worden onderverdeeld in 7 subsectoren. Ten tweede stellen we, in lijn met de economische onderzoeksstroom de vraag of de innovatieve bedrijven in onze twee sectoren beter presteren op financieel gebied en op het vlak van tewerkstelling dan hun niet innovatieve tegenhangers. Om deze hypotheses te formuleren baseren we ons op de economische literatuur die innovatie tracht te verbinden met financiële prestatie enerzijds en de creatie van tewerkstelling anderzijds. Deze hypotheses worden dan getest bij 413 KMO s in beide sectoren. Ten derde nemen we een kijkje in de zwarte doos van innovatie. Het tweede deel van dit werk beschouwt innovatieve KMO s als een homogene groep bedrijven. In het derde deel daarentegen wordt hun heterogeniteit geanalyseerd. Daarom gebeurt een kwalitatieve studie van de ondernemingsstrategieën die worden uitgewerkt door KMO s die als innovatief worden beschouwd. Dit kwalitatieve gedeelte bestaat uit diepgaande interviews met de eigenaar of bedrijfsleider van 31 innovatieve KMO s evenwaardig gespreid over de chemische- en textielsector. De belangrijkste bedoeling van deze kwalitatieve studie is de zogenaamde zwarte doos van de innovatie te openen en de strategische verschillen tussen innovatieve KMO s te analyseren. Vermits er slechts weinig onderzoek is gebeurd die expliciet innovatiestrategieën analyseert, heeft dit derde gedeelte een informatief karakter. De belangrijkste bedoeling van deze kwalitatieve studie is de zogenaamde zwarte doos van de innovatie te openen en de strategische verschillen tussen innovatieve KMO s te analyseren. 7

10 2. Beoordeling van de literatuur en formulering van de belangrijkste vragen van het onderzoek KMO s leveren een disproportioneel hoog aandeel voor innovaties ten opzichte van hun economische belangrijkheid. Groei lijkt in kleine bedrijven bijzonder veranderlijk en heterogeen te zijn omdat ze zowel zeer hoge als zeer kleine groeipercentages vertonen. Het lijkt dus logisch te suggereren dat we van innovatieve KMO s een sterkere groei verwachten dan van niet-innovatieve. In hun oorspronkelijk werk over KMO s en innovatie, hebben Acs and Audretsch (1990) de visie van Schumpeter over creative destructors nieuw leven ingeblazen met de redenering dat kleine bedrijven evenveel innoveren als hun grote tegenhangers in de productie. Ze vonden zelfs dat in termen van innovatie per bediende, kleine bedrijven efficiënter zijn dan grote. Conform met deze bevindingen stellen Hansen (1992) en Kleinknecht et al. (1993), en ook anderen dat de bijdrage van KMO s tot innovatie ruimschoots werd onderschat door de innovatie te meten via de klassieke technologische input of output indicatoren zoals de uitgaven voor O&O en patenten. Zich baserend op tellingen van innovatie toonden ze aan dat KMO s een disproportioneel hoog aandeel leveren voor innovaties ten opzichte van hun economische belangrijkheid. Hoewel de notie van disproportionaliteit in vraag werd gesteld door Harrison (1994) en onlangs zelfs werd tegengesproken door Tether et al. (1997) die zich baseerden op hun bevindingen, blijft de conclusie dat KMO s een belangrijke bijdrage leveren tot innovatie behouden. Dit empirisch feit moet worden gevoegd bij de consistente bevindingen van economische wetenschappers dat kleine bedrijven méér jobs creëren dan grote (Hall, 1987 ; Evans, 1987; Dunne and Hughes, 1994 en Hart and Oulton, 1996). De vermelde studies passen gewoonlijk een empirische test toe van Gibrat s Law (1931) die als nulhypothese stelt dat het procentuele groeitempo van een bedrijf onafhankelijk is van de omvang. Hun vermogen om Gibrat s Law te verwerpen ten gunste van kleine bedrijven is een uitdaging in het licht van de stijgende werkloosheidscijfers op het einde van de tachtiger en de negentiger jaren. Deze stijgende cijfers hebben tewerkstelling hét onderwerp van het beleidsdebat gemaakt. Nochtans moeten we waarschuwen voor teveel optimisme. Ondanks deze statistische verwerping van Gibrat s Law, blijft de hypothese zwak dat kleine bedrijven sneller groeien dan grote, vermits de regressie modellen minder dan 5-10% verklaren van het verschil in groeitempo. Bovendien voegde Schreyer (1996) onlangs een nieuwe dimensie toe aan het debat door aan te tonen dat kleine bedrijven zowel de kleinste als de grootste groeicijfers vertonen. Met andere woorden, groei lijkt in kleine bedrijven bijzonder veranderlijk en heterogeen te zijn omdat ze zowel zeer hoge als zeer kleine groeipercentages vertonen. Dit brengt ons tot het verband tussen innovatie en groei. Greenan and Guellec (1995) stelden dat over een periode van vijf jaar innovatieve bedrijven en sectoren méér jobs creëren dan de niet-innovatieve. Innovatieve bedrijven werden in verband gebracht met patentaanvragen voor product- en procesinnovatie. Zich baserend op een ruimere definitie voor innovatie staafden Kim en Mauborgne een aantal casestudies met bewijzen waarin ze de omvang van de innovatie koppelden aan de groei. Dit alles lijkt dus te suggereren dat we van innovatieve KMO s een sterkere groei mogen verwachten dan van niet-innovatieve. hypothese 1: innovatieve KMO s creëren gemiddeld méér tewerkstelling dan niet-innovatieve. 8

11 2. Beoordeling van literatuur en formulering van belangrijkste vragen Hoewel de groei in tewerkstelling een belangrijke doelstelling voor de politiek en het bedrijfsleven is, is dit niet noodzakelijk de hoofdbekommernis van elke ondernemer. Het verband tussen innovatieve en financiële prestatie is complex en onduidelijk (Tidd et al., 1996; Montgomery en Wernerfelt, 1989). Traditionele boekhoudkundige maatregelen sluiten normaal gesproken winst in als een deel van de waarderingsindex van de onderneming, terwijl financiële maatstaven gebaseerd op cashflow gehanteerd worden als hét element bij uitstek om een firma te taxeren. De belangrijkste conclusie die we kunnen trekken uit deze literatuur die het verband bespreekt tussen innovatie en financiële performantie is dat zowel de traditionele boekhoudkundige als financiële indicatoren teveel de nadruk leggen op korte termijn maatstaven voor rentabiliteit die historische prestaties van het bedrijf weerspiegelen en innovatie onderwaarderen. Als gevolg wordt gesuggereerd maatstaven te gebruiken die gebaseerd zijn op de markt zoals Tobin s Q (Montgomery en Wernerfelt, 1989) of de markt zelf om de innovatieve capaciteit van een firma na te gaan. Terwijl de klassieke boekhoudkundige maatstaven de historische prestatie van een bedrijf weerspiegelen, belichamen de marktgerichte maatstaven, in de veronderstelling dat financiële markten efficiënt zijn, het potentieel op middellange en lange termijn van een bedrijf. Daarom dat ze onrechtstreeks innovatie waarderen. Het verband tussen innovatieve en financiële prestatie is complex en onduidelijk. Jammer genoeg zijn de meeste KMO s geen publieke vennootschappen zodat de maatstaven gebaseerd op de markt, hoe nuttig ze ook mogen zijn om de intensiteit van de innovatie of de technologie te meten, eenvoudigweg onmogelijk te berekenen zijn voor privebedrijven. Kay (1993) suggereerde dat maatstaven gebaseerd op de toegevoegde waarde kunnen gebruikt worden als alternatief. Het hoofdargument, hoewel toegegeven een zwak argument, dat hier wordt gebruikt is dat een bedrijf toegevoegde waarde moet creëren om op lange termijn te overleven. Hoewel er geen duidelijke definitie is omtrent toegevoegde waarde, is het vooral de marktwaarde van de output min de kost van de input. Bedrijfswinst is verschillend omdat het de output in verband brengt met de kost van de input zonder rekening te houden met de markt-appreciatie. Hoe innovatiever een bedrijf, hoe beter het in staat is waarde te creëren, ten minste in een evenwicht. Tidd et al. (1996) werden onlangs in deze hypothese empirisch gesteund door een voorbeeld waarbij zowel grote als kleine Britse bedrijven betrokken waren. Samengevat kunnen we besluiten dat het waarschijnlijk erg moeilijk zal zijn om prestatieverschillen te vinden tussen innovatieve en niet-innovatieve bedrijven. Nochtans mogen we in overeenstemming met Tidd et al. (1996) en Kay (1993) verwachten dat de innovatieve KMO s meer waarde zullen creëren dan de niet-innovatieve. Hypothese 2 vindt hiervoor de nieuwe formulering: hypothese 2a: innovatieve KMO s presteren financieel niet beter dan de niet-innovatieve. hypothese 2b: innovatieve KMO s creëren een hogere toegevoegde waarde. 9

12 2. Beoordeling van literatuur en formulering van belangrijkste vragen Wernerfelt (1984) lanceerde in zijn oorspronkelijk artikel een hernieuwde belangstelling in de kennis van een bedrijf als determinerende factor voor zijn prestatie. Dit artikel geeft aanleiding tot een hele reeks onderzoeken die de literatuur over strategisch management in de negentiger jaren heeft gedomineerd: de resource based theory of the firm, of in een meer populaire versie het idee van de core competence. Als innovatie de prestatie bepaalt moet, volgens deze wetenschappers de innovatieve component nauw verbonden zijn met de ervaringen of bekwaamheden in het verleden van een bedrijf. Tot zover hebben we innovatieve KMO s bekeken als een homogene groep ondernemingen om onze hypothetische structuur op te bouwen. Zoals reeds vermeld is de tweede bedoeling van dit onderzoek de zwarte doos van de innovatie open te doen en de heterogeniteit ervan te onderzoeken. De strategische management literatuur biedt een aantal structuren die kunnen worden gebruikt om het competitief voordeel van een bedrijf te analyseren. In de jaren tachtig was het Bain-type van het Porter framework de meest populaire (Porter, 1980). Porter veronderstelt dat structurele industriële voorwaarden bepalend zijn voor de meeste prestatieverschillen tussen firma s. Binnen de lijnen van deze structuur zouden we verwachten dat innovatieve KMO s het sterkst verschillen qua product/markt keuzes. Volgens Porter zouden ze een strategie kunnen volgen van kostenleiderschap, productdifferentiatie of zich concentreren op een specifiek eigen terrein op de markt (niche). De meest innovatieve KMO s worden dan verwacht actief één van deze strategieën na te streven. Wernerfelt (1984) lanceerde in zijn oorspronkelijk artikel een hernieuwde belangstelling in de kennis van een bedrijf als determinerende factor voor zijn prestatie ( resource based innovations ). Dit artikel geeft aanleiding tot een hele reeks onderzoeken die de literatuur over strategisch management in de negentiger jaren heeft gedomineerd: de resource based theory of the firm, of in een meer populaire versie het idee van de core competence (Hamel en Prahalad, 1989). Terwijl ze het paradigma van de structuur-gedrag prestatie van Bain en Porter laten voor wat het is, leggen deze onderzoekers de nadruk op de kennis die een bedrijf in het verleden heeft opgebouwd als een kritische beslissende factor voor zijn prestaties. Als innovatie de prestatie bepaalt moet, volgens deze wetenschappers, de innovatieve component nauw verbonden zijn met de ervaringen of bekwaamheden die een bedrijf in het verleden opbouwde. Besanko et al. (1996) geven het voorbeeld van servitization om dit thema toe te lichten. Laat ons het welgekende voorbeeld nemen van American Airlines: 30 jaar geleden haalde deze onderneming de meeste inkomsten uit luchtvervoer van passagiers en vracht. Bij het organiseren van deze activiteiten werkten ze een sterk geavanceerd reservatiesysteem uit dat de firma toeliet op een bijzonder effectieve manier de vluchten te organiseren. De laatste tien jaar heeft American Airlines méér winst gemaakt met de commercialisering van het reservatiesysteem dan met zijn oorspronkelijke hoofdactiviteit nl. het organiseren van vluchten. Daarom is het innovatieve gedrag van het bedrijf nauw verbonden met de hoofdbekwaamheid die het in het verleden heeft ontwikkeld. Als we dit vertalen naar de KMO s betekent dit dat die KMO s die een zekere ervaring of kernvaardigheid hebben verworven wellicht zullen innoveren op basis van deze ervaring. 10 In de negentiger jaren maakten Teece et al. (1991) een groter onderscheid tussen kennis en vermogen. Eenvoudig gezegd is de kennis de strategische inbreng (middelen) die bedrijven hebben geaccumuleerd in het verleden terwijl het vermogen hun huidige geschiktheid is deze kennis in te zetten

13 2. Beoordeling van literatuur en formulering van belangrijkste vragen en ze verder uit te bouwen. Amit and Schoemaker (1993: 34) reduceren de definitie van kennis tot fondsen van beschikbare factoren in eigendom van of gecontroleerd door het bedrijf, terwijl vermogen betrekking heeft op de flows. Als we dit theoretisch concept vertalen naar het innovatieve gedrag van KMO s, kunnen we verwachten dat sommige KMO s zich op zulkdanige manier organiseren dat ze het vermogen hebben innovatief te zijn. Een typisch voorbeeld zou kunnen de pionier-ondernemer zijn die er in slaagt te concurreren met de grote ondernemingen in zijn sector omdat hij sneller kan inspelen op veranderingen in de markt en omdat hij een betere controle heeft over zijn werknemers en het productieproces. De laatste twee decennia is de strategische pendelbeweging verschoven van een externe focus kijken wat de concurrentie doet en het juiste niche kiezen naar een interne oriëntatie gebaseerd op onze eigen vaardigheid. We zouden verwachten dat de strategieën van innovatieve KMO s een combinatie zijn van deze externe en interne focussen. Samengevat zien we drie verschillende visies op strategisch management. De laatste twee decennia is de strategische pendelbeweging verschoven van een externe focus kijken wat de concurrentie doet en de juiste niche kiezen naar een interne oriëntatie gebaseerd op onze eigen vaardigheid. We zouden verwachten dat de strategieën van innovatieve KMO s een combinatie zijn van deze externe (product/markt keuze) en interne focussen (kennis en capaciteiten), vermits verwacht wordt dat ze complementair zijn (Clarysse, 1996). Nochtans kunnen sommige innovatieve KMO s specifiek extern georiënteerd zijn en andere intern. Vermits de literatuur niet tot een definitief resultaat leidt, wensen we hier geen formele hypothese te formuleren. We geven er de voorkeur aan de discussie open te laten vertrekkende van een algemene onderzoeksvraag. Onderzoeksvraag 1: onderzoeksvraag 1: innovatieve KMO s hebben elementen van elke strategie, maar sommige baseren hun competitief voordeel op de keuze van product en markt, andere op de gecumuleerde kennis en nog andere op dynamische capaciteiten. Nu we de theoretische achtergrond hebben gedefinieerd van deze paper alsook de belangrijkste onderzoeksvragen/-hypothesen waarmee rekening wordt gehouden, beschrijven we in het volgende gedeelte de gegevensverzameling, de definitie van de populatie en een voorbeeld. 11

14 Gegevensverzameling, definitie van de 3. populatie en voorbeeld We kozen twee sectoren voor deze studie op basis van twee criteria: ten eerste moesten ze allebei belangrijk zijn voor de Vlaamse economie en ten tweede moest één van hen kunnen worden ondergebracht bij de categorie laagtechnologisch en één moest hoogtechnologisch zijn. Na verschillende discussies met industriële experten, werden we het eens over de textielindustrie en de chemische industrie. We kozen twee sectoren voor deze studie op basis van twee criteria: ten eerste moesten ze allebei belangrijk zijn voor de Vlaamse economie en ten tweede moest één van hen kunnen worden ondergebracht bij de categorie laagtechnologisch (volgens het OECD classificatie systeem (1997) en één moest hoogtechnologisch zijn. Na verschillende discussies met industriële experten, werden we het eens over de textielindustrie (NACE 34) en de chemische industrie (NACE 25). Elk van deze industrieën kan worden onderverdeeld in 7 subsectoren op het 4-digit niveau. Voor de textielindustrie is dit wol; katoen; linnen, hennep en ramee; textielveredeling; ander textiel; tapijtproductie, vilt en zeildoek industrie. Voor de chemische industrie is dit chemie: basis-industrie; productie van verven en drukinkt; plastiekverwerking; productie van zeep, wasproducten en andere reinigingsmiddelen en cosmetica; farmaceutica en andere scheikundige stoffen. Om in ons voorbeeld te kunnen opgenomen worden als een KMO, gingen we uit van de Europese definitie. Om in ons voorbeeld te kunnen opgenomen worden als een KMO, gingen we uit van de Europese definitie en omschreven we ze als volgt: De ondernemingen moeten minimum 11 en maximum 250 werknemers tewerkstellen, hun maximale omzet bedraagt 1.6 miljard BEF en de maximale totale balans is 1 miljard BEF. We hielden uitdrukkelijk geen rekening met de voorwaarde tot onafhankelijkheid, vermits voorbereidende interviews aantoonden dat de meeste bedrijven die deel uitmaakten van een groter concern er een zeer onafhankelijke strategie op nahielden en zich veeleer als KMO s gedroegen dan als grote ondernemingen. De balansen samengebracht door de Nationale Bank van België waren de eerste bron om die ondernemingen te selecteren die aan onze criteria beantwoordden. Daarna hebben we de oorspronkelijke reeks KMO s aangevuld met lijsten van bedrijven die we kregen van de federaties. In totaal werden 273 KMO s geïdentificeerd in de textielindustrie en 252 in de chemische sector. Tabel 1 toont de verdeling van onze bedrijven in elk van de subsectoren. Voor elke subsector hebben we drie experten aangeduid; deze experten waren afkomstig van drie verschillende institutionele milieus. Voor elke subsector hebben we drie experten aangeduid, dus in totaal 42. Deze experten waren afkomstig van drie verschillende institutionele milieus: Eerst hebben we de sectorale verenigingen gecontacteerd zoals federaties en werkgevers/werknemers organisaties om één expert per terrein aan te duiden. Ten tweede hebben we gouvernementele instanties gecontacteerd zoals het ministerie van economische zaken en de verschillende regionale economische hulpinstellingen (GIMV, GOM, VEV) om ook één expert aan te stellen en ten slotte hebben we de RTD centra (= centra voor Research & Technologische Ontwikkeling) gecontacteerd (collectieve centra, IWT) om er ook een te selecteren. Elke expert werd telefonisch gecontacteerd. 12

15 3. Gegevensverzameling, definitie van de populatie en voorbeeld tabel 1 de verdeling van de bedrijven NACE BESCHRIJVING INDUSTRIËLE SECTOR AANTAL BEDRIJVEN AANTAL GEKENDE AANTAL INNOVATIEVE IN VLAANDEREN BEDRIJVEN* BEDRIJVEN 431 wol katoen linnen, hennep en ramee textielveredeling ander textiel productie van tapijt, vilt en zeildoek ,252,253 scheikunde: basis industrie scheikunde: productie van verven en drukinkt 483 plastiek verwerking scheikunde: productie van zeep, wasmiddelen en andere reinigingsmiddelen en cosmetica 257 farmaceutica scheikunde: andere totaal *aangeduid als gekend of innovatief door het team experten 13

16 4. Naar een definitie van innovatieve KMO De experten werd gevraagd de KMO s in te delen volgens vijf verschillende soorten innovatie: technologische productinnovatie, technologische procesinnovatie, organisatorische innovatie en marktinnovatie. figuur 1 innovatieprofiel van KMO s enkel marktinnovatie enkel productinnovatie product- en procesinnovatie product-, proces-, en marktinnovatie 1% 5% 41% Welke criteria bestaan er dan om innovatieve KMO s te selecteren? Volgens de OSLO handleiding is een innovatief bedrijf een bedrijf dat technologisch nieuwe of duidelijk verbeterde producten of processen of combinaties van producten en processen heeft geïmplementeerd gedurende de periode die wordt bestudeerd. We hebben deze definitie verruimd om ook de niet-technologische innovaties in te sluiten. Daarom werd de experten gevraagd de KMO s in te delen volgens vijf verschillende soorten innovatie: technologische productinnovatie (vervetering van een bestaand product of een nieuw product), technologische procesinnovatie, organisatorische innovatie en markt- innovatie (zie appendix 1 voor een voorbeeld). De expert moest aanduiden of naar zijn mening de KMO s gedurende de laatste vijf jaar één van de hierboven aangeduide innovaties had verwezenlijkt. Indien de expert een bepaalde KMO niet kende of enkel bij naam kende, werd hem gevraagd deze te catalogeren als niet gekend. In een volgend telefonisch interview werd indien nodig extra informatie verstrekt over de innovatieve categorieën. Indien tenminste twee van de drie experten de KMO als innovatief bestempelden in één van de vijf categorieën, dan werd dit bedrijf als een innovatieve KMO beschouwd. Bijgevolg klasseerden we een KMO als onbekend indien hij niet was gekend door twee van de drie experten. Tabel 1 geeft een overzicht van een aantal KMO s die werden geklasseerd als innovatieve KMO s en onbekende KMO s per subsector. In totaal waren 73.4% van de KMO s in de chemische en 83.5% van deze in de textielsector gekend. Van deze gekende KMO s werd 27% geklassificeerd als innovatief in de chemische sector en 22.3% in de textielsector. De c2- waarden duiden aan dat de aanwezigheid in aantal van de innovatieve KMO s binnen de 14 subsectoren niet wezenlijk verschilt van het verwachte percentage zodat we kunnen besluiten dat op het 4-digit niveau geen sectorale verschillen kunnen gevonden worden met betrekking tot de graad van innovatie. Een gelijkaardige test werd uitgevoerd om te analyseren of de verdeling van de niet-gekende KMO s verschilde van het verwachte aantal en eveneens konden we de nul hypothese van gelijksoortigheid verwerpen. Geen van de 14 subsectoren is dus ondervertegenwoordigd % In totaal waren 73.4% van de KMO s in de chemische en 83.5% van deze in de textielsector gekend. Van deze gekende KMO s werd 27% geklassificeerd als innovatief in de chemische sector en 22.3% in de textielsector. Het initiële onderscheid dat werd gemaakt tussen product, proces en marktinnovatie is vrij gewoon in de innovatieliteratuur. Een gedeelte, met name het verschil tussen product en proces gaat aanvankelijk terug tot Schumpeter (1911) en is dikwijls gebruikt en misbruikt in een aantal modellen en studies (zie Archibugi et al., 1997, voor een overzicht). Wij stelden vast dat dit onderscheid nogal vaag is. Ondanks de verschillende pogingen die in deze richting zijn ondernomen kunnen we besluiten dat het niet kan worden aangewend om innovatieve ondernemingen of ten minste innovatieve KMO s te classificeren. In feite werden, zoals aangetoond in figuur 1, méér dan 90% van de innovatieve KMO s in ons voorbeeld beschouwd als actief zowel in product- als in procesinnovatie. Dit sluit aan bij de bevindingen van Archibugi (1997) nl. dat 96.9% van de innovaties in de grijze zone vallen of dat bijna alle innovaties kunnen worden ondergebracht bij hetzij product- hetzij procesinnovatie afhankelijk van de invalshoek waarmee innovatie wordt geanalyseerd. Voortbouwend op deze argumenten zullen we niet verder ingaan op het onderscheid tussen innovatiecategorieën maar enkel naar de KMO s refereren als innovatief of niet.

17 4. Naar een definitie van innovatieve KMO tabel 2 innovatieve KMO s EEN AANTAL O&O- EEN AANTAL HEBBEN EEN ONZE DEFINITIE ACTIVITEITEN OCTROOIEN NIEUW PRODUCT IN 1988* IN 1988* GEÏNTRODUCEERD IN ** percentage KMO s 43.5% 8% 60.6% 25% * gebaseerd op Kleinknecht and Bain(1993), KMO gedefinieerd als onderneming met werknemers, Nederlands voorbeeld van alle productiebedrijven ** Community Innovation Survey, KMO gedefinieerd als een onderneming met werknemers, Belgisch voorbeeld van textiel en chemische producten. In zoverre we ons kunnen baseren op de gegevens, toont tabel 2 dat volgens het CIS (Community Innovation Survey), ongeveer 60% van de KMO s in de Belgische textiel en chemische industrie meldde dat ze een nieuw product geïntroduceerd hadden in de laatste drie jaar. Dit hoog percentage vond men ook in de UK Small Business survey (Tidd et al., 1997). De reden hiervoor is dat het criterium om geklasseerd te worden als innovatief niet afdoend is. Elke KMO die beweert een nieuw product of een nieuw proces te hebben geïntroduceerd de laatste drie jaar wordt geklasseerd als innovatief. Derhalve wordt een industriële bakkerij die een nieuwe croissant op de markt brengt beschouwd als innovatief. Indien het nochtans vrij gewoon is in de sector zulke nieuwe producten op de markt te brengen, leidt de innovatie in ruime zin niet tot een competitief voordeel. Kleinknecht et al. (1993) komen voor de dag met iets lagere percentages. In een voorbeeld van Nederlandse bedrijven vinden ze dat ongeveer 42% van de KMO s betrokken is bij bepaalde O&O activiteiten. Hoewel O&O vooral in de economische literatuur gebruikt wordt als een aanduiding van innovatie, menen we dat het niet echt hetzelfde is. Nemen we nu het geval van vele chemische KMO s die één of twee bedienden hebben die actief zijn in de kwaliteitscontrole, experimenten, proeven enz... Indien de bedrijfsleider wordt gevraagd of zijn bedrijf aan O&O doet zal hij positief antwoorden. Nochtans is het bedrijf niet noodzakelijk innovatief. In hetzelfde boek vermeld de auteur dat slechts 8% van de KMO s patenten aanvroegen. Als we nu deze bevindingen vergelijken is de 25% ergens te situeren tussen de KMO s die met patenten werken en de innovatieve/o&o KMO s. Dit lag in de lijn der verwachtingen vermits we enerzijds de spitstechnologie willen uitsluiten en anderzijds geen té ruime definitie van innovatie of O&O willen toepassen. Onze definitie is als volgt: indien er een consensus bestaat tussen 2 van de 3 experten over het feit dat de onderneming betrokken is bij hetzij product-, proces-, organisatorische of marktinnovatie, ze dan beschouwd wordt als innovatief. Dit impliceert dat enkel met die KMO s die zich merkbaar onderscheiden van de andere in de groep, zodat een derde die vrij vertrouwd is met de markt, ze ook kan identificeren, zal worden rekening gehouden. Tot besluit kunnen we stellen dat onze definitie als volgt is: indien er een consensus bestaat tussen 2 van de 3 experten over het feit dat de onderneming betrokken is bij hetzij product-, proces-, organisatorische of marktinnovatie, ze dan beschouwd wordt als innovatief. Dit impliceert dat enkel met die KMO s die zich merkbaar onderscheiden van de andere in de groep, zodat een derde die vrij vertrouwd is met de markt, ze ook kan identificeren, zal worden rekening gehouden. Met andere woorden, indien elke KMO binnen dat bepaalde marktsegment een ISO 9000 certificaat heeft, zal het hebben van dit certificaat niet worden beschouwd als innovatief voor deze bedrijven (terwijl het wel het geval kan zijn voor een KMO in een sector waar dit ongewoon is). 15

18 5. Creëren innovatieve KMO s tewerkstelling? Onze eerste hypothese was dat innovatieve KMO s inderdaad tewerkstelling creëren. Logisch gezien betekent dit dat de gemiddelde tewerkstellingsgroei van deze KMO s hoger zou liggen dan bij niet-innovatieve ondernemingen. Onze eerste hypothese was dat innovatieve KMO s inderdaad tewerkstelling creëren. Logisch gezien betekent dit dat de gemiddelde tewerkstellingsgroei van deze KMO s hoger zou liggen dan bij niet-innovatieve ondernemingen. Figuur 2 toont een box-whisker plot van medianen en kwartielen. Wij corrigeerden outlier bias door (enkel in de plot, niet de analyse) alle observaties die verder lagen van het bovenkwartiel (75%) dan de afstand tussen lager en hoger kwartiel, uit te sluiten. figuur 2 tewerkstellingsgroei in innovatieve en niet-innovatieve KMO s -0,30-0,35-0,40-0,45-0,50-0,55 jaarlijkse gemiddelde tewerkstellingsgroei ,60-0,65-0,70 niet-innovatieve KMO's innovatieve KMO's non-outlier max non-outlier min 75% 25% mediaan De afbeelding geeft ons het interessante resultaat dat eigenlijk de mediaan (niet de gemiddelden zoals in tabel 3) verschilt, maar er is een aanzienlijk verschil in de standaard afwijkingen (varianties) tabel 3 basisstatistieken m.b.t. tewerkstellingsgroei (jaarlijks gemiddelde voor ) GELDIGE N GEMIDDELDE MEDIAAN STD.AFW. innovatieve KMO s 66-0, , , niet-innovatieve KMO s 167-0, , , t-waarde van gemiddelden: 0,589 (n.s.) F-ratio van varianties: 2.27 (p<0.01) 16 Het is gebleken dat innovatieve KMO s zowel tewerkstelling creëren als afbreken, afhankelijk tot hun niet-innovatieve tegenhangers; beide uiteenlopende tendensen hebben de neiging elkaar te compenseren zodat het netto resultaat 0 is. De t-test van de gemiddelden toonde geen statistische verschillen aan. In beide voorbeelden verloren de KMO s aan tewerkstelling. Nochtans toont de F- test van de varianties een merkbaar verschil aan in variantie. Zoals reeds aangegeven in figuur 2 blijkt dat innovatieve KMO s zowel tewerkstelling creëren als afbreken. Beide uiteenlopende tendensen hebben de neiging elkaar te compenseren zodat het netto resultaat 0 is. Een plausibele verklaring hiervoor kan zijn dat bepaalde types innovatieve bedrijven (bijvoorbeeld deze gericht op het invoeren van nieuwe producten) tewerkstelling creëren, terwijl andere (bijvoorbeeld die bedrijven die hoofdzakelijk streven naar een efficiëntere organisatie)

19 5. Creëren innovatieve KMO s tewerkstelling? mensen ontslaan. Een gelijkaardig resultaat werd gevonden bij Greenan en Guellec (1995) in hun studie over de Franse productie-industrie. Ze ontdekten nl. dat innovatieve ondernemingen die hoofzakelijk patenten namen om hun procesinnovaties te dekken, werknemers verloren, terwijl de bedrijven met hoofdzakelijk productinnovaties jobs creëerden. We keren terug op deze bevinding in het kwalitatieve gedeelte van dit onderzoek waar innovatie meer in detail aan bod komt. Verder onderzochten we de verschillen in tewerkstellingscreatie tussen innovatieve en niet-innovatieve KMO s bij constante subsectoren en sectoren (ANCOVA), maar we kwamen niet tot extra inzichten. 17

20 6. Presteren innovatieve KMO s beter? Vermits innovatie niet noodzakelijk onmiddellijk resulteert in positieve financiële prestaties wordt dit niet gereflecteerd in de korte termijn financiële prestatie van een bedrijf. De tweede hypothese heeft betrekking op de financiële indicatoren van innovatieve KMO s. Practici wensen over eenvoudige instrumenten te beschikken om innovatie in te schatten. We stelden dat de literatuur suggereert dat korte termijn financiële indicatoren (met betrekking tot cashflow) en boekhoudkundige indicatoren (met betrekking tot winst) de waarde van innovaties onderschatten omdat ze geen rekening houden met de effecten op lange termijn van deze innovaties. Met andere woorden, vermits innovatie niet noodzakelijk onmiddellijk resulteert in positieve financiële prestaties wordt dit niet gereflecteerd in de korte termijn financiële indicatoren van een bedrijf. Nochtans werden indicatoren met betrekking tot de markt of de toegevoegde waarde verondersteld met innovatieve activiteiten rekening te houden. Tussen de vele varianten van elke indicator, hebben we drie basistypes weerhouden: toegevoegde waarde per werknemer, cashflow op bruto winst en winst vóór belasting per werknemer*. figuur 3 financiële prestaties van innovatieve en niet-innovatieve KMO s 2,5 1,5 0,5-0,5-1,5-2,5 niet-innovatieve KMO's innovatieve KMO's non-outlier max non-outlier min toegevoegde waarde/werknemer cashflow/winst winst/werknemer Zoals in het vorige onderdeel, beginnen we met een beschrijvende box plot van mediaan en interkwartiele reeks van de variabelen. Om de onderlinge vergelijking eenvoudiger te maken worden de waarden van elk afzonderlijk getoond in het aantal standaardafwijkingen van het gemiddelde. Het is duidelijk dat de medianen van de ratio toegevoegde waarde per werknemer nogal verschillen bij de twee subvoorbeelden. Voor elke andere ratio kunnen we op het eerste zicht ook besluiten dat de variatie hoger is in de niet-innovatieve dan in de innovatieve subgroep. 18 Tabel 4 bekijkt deze initiële ideeën nauwkeuriger. We komen tot de vaststelling dat inderdaad de gemiddelde verschillen in toegevoegde waarde van de innovatieve versus de niet-innovatieve KMO s statistisch beduidend verschillend zijn. Dit staaft hypothese 2b. Als we ook de verdeling in acht nemen zoals aangeduid in figuur 4 kunnen we besluiten dat de betere prestatie van de innovatieve KMO s gemiddeld voortkomt uit het feit dat ze minder bedrijven omvatten die weinig of zelfs helemaal geen waarde creëren.

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Klantgerichtheid Selecteren van een klant Wanneer u hoog scoort op 'selecteren

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Relatiemarketing is gericht op het ontwikkelen van winstgevende, lange termijn relaties met klanten in plaats van het realiseren van korte termijn transacties.

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

innovatie technologie wetenschap Benchmarken & meten van innovatie in KMO s Bart Clarysse Muriel Uytterhaegen D I E S

innovatie technologie wetenschap Benchmarken & meten van innovatie in KMO s Bart Clarysse Muriel Uytterhaegen D I E S D U T S I E S 22 Bart Clarysse Muriel Uytterhaegen Benchmarken & meten van innovatie in KMO s innovatie wetenschap technologie VLAAMS INSTITUUT VOOR DE BEVORDERING VAN HET WETENSCHAPPELIJK-TECHNOLOGISCH

Nadere informatie

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB M200616 De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB dr. J.M.P. de Kok drs. J.M.J. Telussa Zoetermeer, december 2006 Prestatieverhogend HRM-systeem MKB-bedrijven met een zogeheten 'prestatieverhogend

Nadere informatie

Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis

Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2009 Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis Rotterdam, 6 oktober 2009 INSCOPE: Research for Innovation heeft in opdracht

Nadere informatie

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Dat economie in essentie geen experimentele wetenschap is maakt de econometrie tot een onmisbaar

Nadere informatie

Welkom. 2014: Innovatiekracht

Welkom. 2014: Innovatiekracht Welkom 2014: Innovatiekracht 2014: innovatiekracht Doel: Ambitieuze / resultaatgerichte ondernemers Ambitieuze / resultaatgerichte ondernemers Onderwerpen verschillende invalshoeken Interactie / begeleiding

Nadere informatie

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Balanced Scorecard Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 9 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3 2 DE

Nadere informatie

Entrepreneurial Growth Monitor (EGMO)

Entrepreneurial Growth Monitor (EGMO) Entrepreneurial Growth Monitor (EGMO) Prof. Hans Crijns Impulscentrum Groeimanagement 1. Inleiding Dit is de eerste editie van de Entrepreneurial Growth Monitor (EGMO) een overzicht van de trends in ondernemingsgroei

Nadere informatie

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek SBO maatschappelijke finaliteit Prof. Dr. Ann Jorissen (UA) IWT, 11 januari 2010 1 Effective Governance of Private Enterprises: the influence

Nadere informatie

Tewerkstelling. pharma.be vzw asbl

Tewerkstelling. pharma.be vzw asbl Tewerkstelling In 2012e werkten in de sector meer dan 32.500 personen. Dat is 6,7 % van de totale tewerkstelling in de verwerkende industrie en 1,2 % van de totale tewerkstelling in de private sector.

Nadere informatie

Innovatiebenchmark Noord-Nederland. Overzichtsrapport. Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl

Innovatiebenchmark Noord-Nederland. Overzichtsrapport. Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl Innovatiebenchmark Noord-Nederland Overzichtsrapport Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl 1. Inleiding 1.1 Project Innovatie Benchmark Noord-Nederland Dit rapport is opgesteld in kader van het project

Nadere informatie

Juli 2012. Update cijfers extreme groeiers in Vlaanderen

Juli 2012. Update cijfers extreme groeiers in Vlaanderen Juli 2012 Update cijfers extreme groeiers in Vlaanderen Evolutie extreme groeiers periode 2004 2007 1 Vanuit een beleidsstandpunt is het verkrijgen en verankeren van meer en meer succesvolle groeiondernemingen

Nadere informatie

Uittocht uit de industrie onstuitbaar? Prof. Dr. J. Konings VIVES - KULeuven

Uittocht uit de industrie onstuitbaar? Prof. Dr. J. Konings VIVES - KULeuven Uittocht uit de industrie onstuitbaar? Prof. Dr. J. Konings VIVES - KULeuven Overzicht Stylized Facts Theoretisch kader Sterke en zwakke sectoren in Vlaanderen? De supersterren van de Vlaamse economie

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

Changes in employment in the pharmaceutical industry 31.745 30.729. 1995 2000 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011e

Changes in employment in the pharmaceutical industry 31.745 30.729. 1995 2000 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011e Tewerkstelling In 2011e werkten in de sector bijna 32.200 personen. Dat is 6,4 % van de totale tewerkstelling in de verwerkende industrie en 1,3 % van de totale tewerkstelling in de private sector. In

Nadere informatie

Gender: de ideale mix

Gender: de ideale mix Inleiding 'Zou de financiële crisis even hard hebben toegeslaan als de Lehman Brothers de Lehman Sisters waren geweest?' The Economist wijdde er vorige maand een artikel aan: de toename van vrouwen in

Nadere informatie

Danielle Raspoet. VRWB Clusters en hun Speerpunten gelinkt aan Vlaanderen in Actie Pact 2020. Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid

Danielle Raspoet. VRWB Clusters en hun Speerpunten gelinkt aan Vlaanderen in Actie Pact 2020. Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid VRWB Clusters en hun Speerpunten gelinkt aan Vlaanderen in Actie Pact 2020 Danielle Raspoet Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid Vlaams Innovatienetwerk, Gent 1 Technologie & Innovatie in Vlaanderen: Prioriteiten

Nadere informatie

INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW

INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW FOCUS 2014 INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW RESULTATEN 2014 VAN HET LANDBOUWMONITORINGSNETWERK Vlaamse overheid Departement Landbouw en Visserij 1. Blik op innovatie 2. Innovatie bij Vlaamse land-

Nadere informatie

De kracht van een sociale organisatie

De kracht van een sociale organisatie De kracht van een sociale organisatie De toegevoegde waarde van zakelijke sociale oplossingen Maarten Verstraeten. www.netvlies.nl Prinsenkade 7 T 076 530 25 25 E mverstraeten@netvlies.nl 4811 VB Breda

Nadere informatie

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk M201210 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk Arjan Ruis Zoetermeer, september 2012 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk De leeftijd van de ondernemer blijkt

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

Industriële innovatie, deel II: loont innoveren? 1

Industriële innovatie, deel II: loont innoveren? 1 Industriële innovatie, deel II: loont innoveren? 1 Gerhard Meinen 2 Hoe vaak leiden inspanningen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling tot innovaties? We weten dat bedrijven veel geld uitgeven aan

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak

Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak 1 Achtergrond van het onderzoek Bedrijven vertrouwen meer en meer op social media om klanten te betrekken

Nadere informatie

Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie

Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie 6 December 2002 Advies van het BIPT inzake het marktonderzoek in de context van de SMP bepaling op de markt van de huurlijnen. BIPT - Astrotoren

Nadere informatie

WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT

WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT Posities als antecedenten van management-denken over concernstrategie ACHTERGROND (H. 1-3) Concernstrategie heeft betrekking op de manier waarop een concern zijn portfolio

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Onderzoek Mercuri Urval achtergrondinformatie voor de media Klantgerichtheid is de belangrijkste aanjager voor economische groei in Europa

Onderzoek Mercuri Urval achtergrondinformatie voor de media Klantgerichtheid is de belangrijkste aanjager voor economische groei in Europa Voor nadere informatie, neem contact op met: Wilma Buis Algemeen Directeur van Mercuri Urval b.v. Tel: 033 450 1400 of 06 5025 3038 wilma.buis@mercuriurval.com Onderzoek Mercuri Urval achtergrondinformatie

Nadere informatie

Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. In samenwerking met

Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. In samenwerking met Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. 2012 In samenwerking met 1 547.259 uitzendkrachten 547.259 motieven 2 Inhoudstafel 1. Uitzendarbeid vandaag 2. Doel van het onderzoek 3. De enquête 4. De verschillende

Nadere informatie

Met een bijdrage van meer dan 1.000 miljard euro aan de Europese economie, zijn mid-market bedrijven de stuwende kracht achter de Europese groei

Met een bijdrage van meer dan 1.000 miljard euro aan de Europese economie, zijn mid-market bedrijven de stuwende kracht achter de Europese groei Persbericht Met een bijdrage van meer dan 1.000 miljard euro aan de Europese economie, zijn mid-market bedrijven de stuwende kracht achter de Europese groei Hoewel de Europese mid-market in 2014 slechts

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

De Octrooicellen. Bescherm en valoriseer uw uitvindingen. Gratis sectorale ondersteuning rond intellectuele eigendom op maat van uw onderneming

De Octrooicellen. Bescherm en valoriseer uw uitvindingen. Gratis sectorale ondersteuning rond intellectuele eigendom op maat van uw onderneming De Octrooicellen Bescherm en valoriseer uw uitvindingen Gratis sectorale ondersteuning rond intellectuele eigendom op maat van uw onderneming De octrooicellen Bescherm en valoriseer uw uitvindingen Gratis

Nadere informatie

Schoolbeleid en ontwikkeling

Schoolbeleid en ontwikkeling Schoolbeleid en ontwikkeling V. Maakt gedeeld leiderschap een verschil voor de betrokkenheid van leerkrachten? Een studie in het secundair onderwijs 1 Krachtlijnen Een schooldirecteur wordt genoodzaakt

Nadere informatie

Managementvoorkeuren

Managementvoorkeuren Toelichting bij de test Business Fit-ality Lange Dreef 11G 4131 NJ Vianen Tel: +31 (0)347 355 718 E-mail: info@businessfitality.nl www.businessfitality.nl Business Fit-ality Met welk type vraagstuk bent

Nadere informatie

Figuur 1 Model Operational Excellence

Figuur 1 Model Operational Excellence 1. Management samenvatting Ondanks de groeiende populariteit process redesign, is er maar weinig bekend over de strategieën die organisaties kunnen volgen om te bereiken. Een redesign strategie specificeert

Nadere informatie

Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase

Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase Inleiding Door de toenemende globalisering en bijbehorende concurrentiegroei tussen bedrijven over de hele wereld, de economische recessie in veel landen, en de groeiende behoefte aan duurzame inzetbaarheid,

Nadere informatie

Research Note Prestatie-analyse met behulp van box plots

Research Note Prestatie-analyse met behulp van box plots Research Note Prestatie-analyse met behulp van box plots Inleiding Voortdurend worden er wereldwijd enorme hoeveelheden beursdata gegenereerd en verzameld. Dit is mede te danken aan de opkomst van internet

Nadere informatie

Productie en toegevoegde waarde

Productie en toegevoegde waarde Productie en toegevoegde waarde De totale productiewaarde van de farmaceutische sector bedraagt 7,71 Mia EUR in 2011 (e), wat neerkomt op 5 % van de totale industriële productie, en groeit op lange termijn

Nadere informatie

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

Het effect van doelstellingen

Het effect van doelstellingen Het effect van doelstellingen Inleiding Goalsetting of het stellen van doelen is een van de meest populaire motivatietechnieken om de prestatie te bevorderen. In eerste instantie werd er vooral onderzoek

Nadere informatie

Leiderschap in Turbulente Tijden

Leiderschap in Turbulente Tijden De Mindset van de Business Leader Leiderschap in Turbulente Tijden Onderzoek onder 175 strategische leiders Maart 2012 Inleiding.. 3 Respondenten 4 De toekomst 5 De managementagenda 7 Leiderschap en Ondernemerschap

Nadere informatie

Hoe innoveren Belgische bedrijven? Een interregionale en internationale vergelijking

Hoe innoveren Belgische bedrijven? Een interregionale en internationale vergelijking Commissie federale samenwerking van de Interministeriële Conferentie voor Wetenschapsbeleid Hoe innoveren Belgische bedrijven? Een interregionale en internationale vergelijking December 2009 Samenwerkingsverband:

Nadere informatie

Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen bij bedrijven onderling

Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen bij bedrijven onderling Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen bij bedrijven onderling Analyse voor: Ministerie van Economische Zaken 24 augustus 2015 Dun & Bradstreet Inhoud Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen

Nadere informatie

Fundamental Analyser (Bron: Reuters)

Fundamental Analyser (Bron: Reuters) (Bron: Reuters) Deze informatie is afkomstig van derden in de zin van artikel 24.8 en 24.9 van de Algemene Voorwaarden van BinckBank en is dus niet afkomstig van BinckBank. Deze informatie is indicatief

Nadere informatie

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 De grafische sector in West-Vlaanderen Foto: : Febelgra Jens Vannieuwenhuyse sociaaleconomisch beleid, WES De grafische sector is zeer divers. Grafische bedrijven

Nadere informatie

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together Gids voor werknemers Rexel, Building the future together Editorial Beste collega s, De wereld om ons heen verandert snel en biedt ons nieuwe uitdagingen en kansen. Aan ons de taak om effectievere oplossingen

Nadere informatie

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI)

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het zelfbeoordelingsformulier Het doel van deze evaluatie is om u te helpen bij het bepalen van de belangrijkste aandachtsvelden van uw leidinggevende

Nadere informatie

Methodologie. Innovatiestrategie begeleiding

Methodologie. Innovatiestrategie begeleiding Methodologie Innovatiestrategie begeleiding Inhoudsopgave 1. INLEIDING 2 2. METHODOLOGIE 2 2.1. DOELSTELLING 2 2.2. DEFINITIE STRATEGIE 2 2.3. METHODE 3 2.4. STRATIBOX 4 2.5. ROLES EN RESPONSIBILITIES

Nadere informatie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) is een jaarlijks onderzoek dat een beeld geeft van de ondernemingsgraad van een land. GEM

Nadere informatie

Arnold Monshouwer. Business Club Bernisse

Arnold Monshouwer. Business Club Bernisse Arnold Monshouwer Business Club Bernisse Wie zijn wij? Waarom innoveren? Wat is innovatie? Hoe kom ik op ideeën? Hoe pak ik het aan? Agenda Even voorstellen 1. Beter, eerder en sneller innoveren 2. Onafhankelijk

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde havo

Examenprogramma scheikunde havo Examenprogramma scheikunde havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Kennis

Nadere informatie

Transformatie Structureel leegstaande kantoorgebouwen. Presentatie ilab Rogier Laterveer

Transformatie Structureel leegstaande kantoorgebouwen. Presentatie ilab Rogier Laterveer Transformatie Structureel leegstaande kantoorgebouwen Presentatie ilab Rogier Laterveer Voorstellen Rogier Laterveer Docent, onderzoeker en architect Kenniscentrum voor Technologie & Innovatie Initiatiefnemer

Nadere informatie

Instrument: de Actorenanalyse. 1. Wat is een Actorenanalyse. 2. Doel van een Actorenanalyse. Instrumenten Actorenanalyse

Instrument: de Actorenanalyse. 1. Wat is een Actorenanalyse. 2. Doel van een Actorenanalyse. Instrumenten Actorenanalyse Instrument: de Actorenanalyse Instrument: de Actorenanalyse 1 1. Wat is een Actorenanalyse 1 2. Doel van een Actorenanalyse 1 3. Het opstellen van een Actorenanalyse 2 4. Eisen aan een goede Actorenanalyse

Nadere informatie

Dutch Summary. Dutch Summary

Dutch Summary. Dutch Summary Dutch Summary Dutch Summary In dit proefschrift worden de effecten van financiële liberalisatie op economische groei, inkomensongelijkheid en financiële instabiliteit onderzocht. Specifiek worden hierbij

Nadere informatie

Equitisation and Stock-Market Development

Equitisation and Stock-Market Development Samenvatting In deze dissertatie worden twee belangrijke vraagstukken met betrekking tot het proces van economische hervorming in Vietnam behandeld, te weten de Vietnamese variant van privatisering (equitisation)

Nadere informatie

Samenvatting. Zorgt het openstellen van de detailhandelssector voor buitenlandse concurrentie in een verbetering van de productiviteit?

Samenvatting. Zorgt het openstellen van de detailhandelssector voor buitenlandse concurrentie in een verbetering van de productiviteit? Samenvatting Dit proefschrift bestudeert de relatie tussen beleidshervormingen en productiviteitsgroei. Het beargumenteert dat het onderkennen van de diversiteit van bedrijven aan de basis ligt voor het

Nadere informatie

ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000 Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 11 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER...

Nadere informatie

Een eeuw innovatie in de bouw De specifieke rol van de handel en toelevering. Frens Pries, directeur Balance&Result Peter van Heijgen, directeur HIBIN

Een eeuw innovatie in de bouw De specifieke rol van de handel en toelevering. Frens Pries, directeur Balance&Result Peter van Heijgen, directeur HIBIN Een eeuw innovatie in de bouw De specifieke rol van de handel en toelevering Frens Pries, directeur Balance&Result Peter van Heijgen, directeur HIBIN De bouw staat te boek als een weinig innovatieve, conservatieve

Nadere informatie

HRM = HUMAN RESOURCE MANAGEMENT

HRM = HUMAN RESOURCE MANAGEMENT HRM = HUMAN RESOURCE MANAGEMENT Human Resource human = resource Human de mens uit de humanistische psychologie cf. piramide Maslow typisch menselijke: Self mens=self Self = verlangen om te groeien, om

Nadere informatie

Productie en toegevoegde waarde

Productie en toegevoegde waarde Productie en toegevoegde waarde De totale productiewaarde van de farmaceutische sector bedraagt 6,70 Mia EUR in 2012 (e), wat neerkomt op 4,5 % van de totale industriële productie, en groeit op lange termijn

Nadere informatie

Monoloog. Dialoog. Reactief. Co-actief. Gesloten. Open. Competitief. Collaboratief. Business. Klant. Massa productie.

Monoloog. Dialoog. Reactief. Co-actief. Gesloten. Open. Competitief. Collaboratief. Business. Klant. Massa productie. 20 januari 2011 Arnout de Vries User Empowerment en Participatie Strategieën (UEPS) Digitaal Bestuur Congres Monoloog Reactief Gesloten Competitief Business Massa productie Dialoog Co-actief Open Collaboratief

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde vwo

Examenprogramma scheikunde vwo Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen

Nadere informatie

managing people meeting aspirations Natuurlijke groei

managing people meeting aspirations Natuurlijke groei managing people meeting aspirations Natuurlijke groei geloof Wij hebben een gemeenschappelijke visie pagina - managing people, meeting aspirations Vandaag verhoogt CPM de prestaties op elk niveau van uw

Nadere informatie

Groei en Productiviteit van de Vlaamse Ondernemingen

Groei en Productiviteit van de Vlaamse Ondernemingen Groei en Productiviteit van de Vlaamse Ondernemingen SWOT Analyse Vlaamse industrie Stijn De Ruytter Tim Goesaert Joep Konings Jo Reynaerts 1 Overzicht Wat zijn onze sterke sectoren? Wie zijn de Economische

Nadere informatie

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming werkt wel André de Waal Prestatiebeloning wordt steeds populairder bij organisaties. Echter, deze soort van beloning werkt in veel gevallen

Nadere informatie

1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2

1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2 ANNEX 4 MACRO-ECONOMISCHE ONDERBOUWING VAN HET BAU-SCENARIO Auteur: J. Duerinck INHOUD 1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2 1.1 Analyse trendmatige evoluties toegevoegde waarde 2 1.2 Methode voor

Nadere informatie

Tabel competentiereferentiesysteem

Tabel competentiereferentiesysteem Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling

Nadere informatie

http://techniline.sirris.be/s/p.exe/wservice=wo/webextra/prg/olarticleprint?vwebse...

http://techniline.sirris.be/s/p.exe/wservice=wo/webextra/prg/olarticleprint?vwebse... Page 1 of 5 Techniline v3 27-08-2010 Mechatronics Machines verbruiken minder energie door slimme keuze elektrische aandrijving (27-08-2010) Nr. 0 Ecologische en economische motieven, zoals nieuwe machinenormen

Nadere informatie

STRATEGIE VOOR KMO S PROF. DR. KURT VERWEIRE

STRATEGIE VOOR KMO S PROF. DR. KURT VERWEIRE STRATEGIE VOOR KMO S PROF. DR. KURT VERWEIRE TOOLS VOOR MANAGERS 2 Vlerick Business School 1WAT IS STRATEGIE? WHAT IS STRATEGY? 4 Vlerick Business School Formulating Winning Business Strategies MISSIE,

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren

Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE ACADEMIEJAAR 2010 2011 Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren Frederik Verplancke onder leiding van Prof. dr. Gerrit

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Gezocht: architecten om de BV Nederland te redden!?

Gezocht: architecten om de BV Nederland te redden!? 1 Gezocht: architecten om de BV Nederland te redden!? Art Ligthart Associate Partner @artligthart art.ligthart@ordina.nl linkedin.com/artligthart We leven in uitermate fascinerende tijden. De maatschappij

Nadere informatie

Workshop 3. Digitale inclusie. E-inclusion. Rondetafel De Digitale Agenda voor Europa. Brussel, 11.10.2011

Workshop 3. Digitale inclusie. E-inclusion. Rondetafel De Digitale Agenda voor Europa. Brussel, 11.10.2011 Workshop 3 Digitale inclusie Rondetafel De Digitale Agenda voor Europa Brussel, 11.10.2011 2 E-inclusion e-inclusie (of digitale inclusie) verwijst naar alle beleidslijneninitiatieven die een inclusieve

Nadere informatie

Polsslag Ondernemend Limburg juli 2015: +4,8 Ondernemersvertrouwen op hoogste peil in 4 jaar Nog geen hitterecords voor Limburgse economie

Polsslag Ondernemend Limburg juli 2015: +4,8 Ondernemersvertrouwen op hoogste peil in 4 jaar Nog geen hitterecords voor Limburgse economie Ieder kwartaal peilen VKW Limburg en UNIZO-Limburg naar het aanvoelen van de Limburgse ondernemers en bedrijfsleiders over de economische gang van zaken in de bedrijven. De resultaten van deze bevraging

Nadere informatie

EFFECTIEF MANAGEN HET BEGRIJPEN VAN DE ORGANISATIE MOVE HARDER, BETTER, FASTER, STRONGER 31 OKTOBER 2013 DR. WOUTER TEN HAVE

EFFECTIEF MANAGEN HET BEGRIJPEN VAN DE ORGANISATIE MOVE HARDER, BETTER, FASTER, STRONGER 31 OKTOBER 2013 DR. WOUTER TEN HAVE EFFECTIEF MANAGEN HET BEGRIJPEN VAN DE ORGANISATIE MOVE HARDER, BETTER, FASTER, STRONGER 31 OKTOBER 2013 DR. WOUTER TEN HAVE 30 oktober 2013 2 19 april 2013 3 Veranderen is noodzakelijk om te overleven

Nadere informatie

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013 Tilburg University 2020 Toekomstbeeld College van Bestuur, april 2013 Strategie in dialoog met stakeholders Open voor iedere inbreng die de strategie sterker maakt Proces met respect en waardering voor

Nadere informatie

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Nederlandse bedrijven laten kansen liggen om te innoveren en concurrentiekracht te versterken

Nederlandse bedrijven laten kansen liggen om te innoveren en concurrentiekracht te versterken Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2010-2011 Nederlandse bedrijven laten kansen liggen om te innoveren en concurrentiekracht te versterken Rotterdam, 9 maart 2011 - INSCOPE: Research for Innovation

Nadere informatie

Creativiteit is prioriteit

Creativiteit is prioriteit PERSBERICHT Hasselt, 9 november 2011 Creativiteit is prioriteit Creativiteit noodzakelijk voor toekomst Limburgse bedrijven Onderzoek VKW Limburg en UNIZO-Limburg: 4 op 5 bedrijven acht creativiteit noodzakelijk

Nadere informatie

Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt onze economie?

Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt onze economie? Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt onze economie? Clarysse, B. (2004). Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt de economie? Antwerpen: Garant Uitgevers. Het geloof in getalenteerde ondernemers

Nadere informatie

Studie naar Innovatiegerichtheid en arbeidsmarktpositie van IWT doctorandi

Studie naar Innovatiegerichtheid en arbeidsmarktpositie van IWT doctorandi agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie 83 November 2014 Studie naar Innovatiegerichtheid en arbeidsmarktpositie van IWT doctorandi Sarah Botterman (GFK Belgium) Colofon Wilt u meer weten

Nadere informatie

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel Evaluatie van beleid en beleidsinstrumenten Protocol tussen de entiteit 1 verantwoordelijk voor de (aansturing van de) evaluatie en (de instelling verantwoordelijk voor) het beleidsinstrument Vlaamse overheid

Nadere informatie

Amsterdamse haven en innovatie

Amsterdamse haven en innovatie Amsterdamse haven en innovatie 26 september 2011, Hoge School van Amsterdam Haven Amsterdam is een bedrijf van de gemeente Amsterdam Oostelijke handelskade (huidige situatie) Oostelijke handelskade (oude

Nadere informatie

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst M200803 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Bedrijfsstrategieën in het MKB drs. M. Mooibroek Zoetermeer, juli 2008 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Ongeveer de helft van de MKB-ondernemers

Nadere informatie

Lerende generaties op de werkvloer

Lerende generaties op de werkvloer Inspiratiesessie D Lerende generaties op de werkvloer Prof. dr Mien Segers Dr. Simon Beausaert Maike Gerken en Dominik Froehlich School of Business and Economics, Maastricht University Programma Introductie

Nadere informatie

Algemene inleiding Reclame is vandaag de dag niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Bekende producenten brengen hun producten en diensten onder de aandacht van het grote publiek via verschillende

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Januari 2012 Jan van Nispen Inleiding Sinds 2008 zijn woorden zoals crisis, financieringsproblemen, waarborgen en bailouts niet meer uit de

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Mei 212 Jan van Nispen Inleiding De start van de financiële crisis ligt nu al enkele jaren achter ons, maar in 211 voelden we nog steeds de

Nadere informatie

Uitbesteding van boekhoudkundige activiteiten bij Vlaamse kmo s

Uitbesteding van boekhoudkundige activiteiten bij Vlaamse kmo s Uitbesteding van boekhoudkundige activiteiten bij Vlaamse kmo s PROF.DR. PATRICIA EVERAERT, Docent Lessius Hogeschool en KULeuven GERRIT SARENS, Doctoraatsonderzoeker UGent (Vakgroep Accountancy en Bedrijfsfinanciering)

Nadere informatie

Financieel management

Financieel management Financieel management Tweede herziene druk Kees van Alphen Inhoud 1 inleiding 1 2 het verhaal achter de cijfers 3 2.1 Het besturen van een organisatie: ondernemingsmodel 3 Checklist 6 3 sturen op winst,

Nadere informatie

Strategic Decisions Monitor Februari 2014 Ketenmanagement in klantinteractie

Strategic Decisions Monitor Februari 2014 Ketenmanagement in klantinteractie Strategic Decisions Monitor Februari 2014 Ketenmanagement in klantinteractie In samenwerking met KIRC 2014 Niets uit deze publicatie mag geheel of gedeeltelijk op enigerlei schriftelijke, elektronische

Nadere informatie

Enquête rond het familiebedrijf in België

Enquête rond het familiebedrijf in België www.pwc.be Enquête rond het familiebedrijf in België December 2010 Kernbevindingen 1. 1 op 2 respondenten ziet overheidsbeleid en regulering als één van de voornaamste externe uitdagingen voor hun onderneming.

Nadere informatie

TEXTIEL EN KUNSTSTOFFEN IN WEST VLAANDEREN

TEXTIEL EN KUNSTSTOFFEN IN WEST VLAANDEREN Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij West-Vlaanderen Koning Leopold III-laan 66, 8200 Brugge T 050 40 31 66 F 050 71 94 06 E info@pomwvl.be KBO nummer: 0881.702.779 _ www.pomwvl.be TEXTIEL EN KUNSTSTOFFEN

Nadere informatie

TH-SCI Sales Capability Indicator. Best Peter Sales Representative

TH-SCI Sales Capability Indicator. Best Peter Sales Representative Best Peter Sales Representative TH-SCI Sales Capability Indicator Dit rapport werd gegenereerd op 03-09-2013 door White Alan van Brainwave Ltd.. De onderliggende data dateren van 24-07-2013. OVER DE SALES

Nadere informatie