innovatie technologie wetenschap Benchmarken & meten van innovatie in KMO s Bart Clarysse Muriel Uytterhaegen D I E S

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "innovatie technologie wetenschap Benchmarken & meten van innovatie in KMO s Bart Clarysse Muriel Uytterhaegen D I E S"

Transcriptie

1 D U T S I E S 22 Bart Clarysse Muriel Uytterhaegen Benchmarken & meten van innovatie in KMO s innovatie wetenschap technologie VLAAMS INSTITUUT VOOR DE BEVORDERING VAN HET WETENSCHAPPELIJK-TECHNOLOGISCH ONDERZOEK IN DE INDUSTRIE

2 C o l o f o n Colofon IWT-Studies worden uitgegeven door het IWT in het kader van het werkprogramma van het IWT-Observatorium. De auteurs zijn echter persoonlijk verantwoordelijk voor de standpunten die worden ingenomen bij de uitwerking van deze Studies. Redactie } Ann Van den Bremt (secretariaat) Jan Larosse (coördinatie) Productie } Lemahieu & Partners Copyright } reproductie en gebruik is toegestaan mits bronvermelding. IWT-Observatorium Jan Larosse, Coördinator Donald Carchon, Informatiesysteem Ann Van den Bremt, Secretariaat Vincent Duchêne, Beleidsanalyse Bischoffsheimlaan Brussel Tel.: 02/ Fax: 02/ Web-site: Depotnummer: D/1999/7037/6 Verschenen in april 1999

3 22 Benchmarken & meten van innovatie in KMO s Prof. Dr. Bart Clarysse (Vlerick Leuven Gent Managment School) Muriel Uytterhaegen (Vlerick Leuven Gent Managment School)

4 2 E n g l i s h English abstract a b s t r a c t In this paper we examine innovation in a population of Flemish SMEs in the graphic-, software-, electrotechnicaland building industry. First we identify innovative companies based on a team of experts. For these innovative companies we explore if they create more employment and perform better financially than their non-innovative counterparts. It is shown that innovative companies do not necessarily create more employment and that innovation is not reflected in the short term financial performance of the company. Since it is very hard to distinguish innovative SMEs based on financial and quantitative-objective data we develop, secondly, an innovation audit-tool based on quantitativesubjective data in order to measure the innovative capability of a company. In a third and last part we start from the specificity of innovative SMEs and pay attention to the need for specificity in innovation policy.

5 3 I n h o u d s t a f e l Inhoudstafel English abstract Voorwoord Samenvatting Inleiding 1.Detectie en performantie van innovatieve KMO s 2. Innovatie-audit 3. Innovatieve KMO s en steunmaatregelen Conclusie Referenties Bijlage 1.1: Geïnterviewde KMO s Bijlage 1.2: Hierarchische klassenanalyse Bijlage 2.1: Innovatie-audit: leidraad bij de evaluatie van het innovatief vermogen van een onderneming Bijlage 3.1: Vragenlijst naambekendheid en klantentevredenheid IWT

6 4

7 5 V o o r w o o r d Voorwoord Kleine en middelgrote ondernemingen vormen een belangrijke component van onze economie. Innoveren wordt anderzijds zowel door bedrijfsleiders als beleidsmakers steeds meer ervaren als een conditio sine qua non om competitief te blijven in een economische omgeving waar toenemende mondialisering en technologische veranderingen de concurrentiedruk opdrijven. Vanuit beleidstandpunt is het om deze redenen van cruciaal belang enig inzicht te verkrijgen in het innovatief vermogen van KMO s. Hierbij moeten in eerste instantie de actoren geïdentificeerd worden. Valt er een onderscheid te maken tussen de verschillende soorten KMO s en hoe kunnen daarin de innovatieve agenten herkend worden? Kunnen profielen afgebakend worden van de Vlaamse innovatieve KMO s? Op grond van de studie van innovatieve KMO s, van hun structuurkenmerken en specifieke behoeften ten opzichte van minder innovatieve agenten, zullen relevante lessen kunnen getrokken worden voor het technologie- en innovatiebeleid. Voorts blijkt de niet-technologische ondersteuning naar KMO s toe van een even essentieel belang te zijn. De meer integrale benadering van de innovatienood staat ook centraal bij de verdere uitbouw van de taken in verband met de Advies, Valorisatie en Ondersteuning van de technologisch-wetenschappelijke kennis in het IWT. Dit past in het kader van de verruiming van het aandachtsveld buiten de klassieke technologiesteun. Paul Zeeuwts Voorzitter Christine Claus Directeur-generaal De detectie en analyse van innovatieve KMO s vormt het onderwerp van deze studie. Zij is het vervolg en een flinke aanvulling van een eerste analyse toegepast op innovatieve KMO s uit de textiel- en chemische nijverheid in Vlaanderen. Deze keer hebben de auteurs hun analyse uitgebreid naar ondernemingen uit de bouwnijverheid, de elektrotechni-sche industrie, de grafische industrie en de software-industrie. Een aantal specifieke en strategische kenmerken van innoverende KMO s worden er onderzocht. Dankzij een gepersonaliseerde contact met de ondernemingen (via een audit) zijn de auteurs bovendien diep binnen de concrete bedrijfsrealiteit doorgedrongen. Op die manier probeerden ze de brug te slaan tussen bedrijfswereld en het innovatie- of technologiebeleid. Enkele belangrijke beleidsrelevante bevindingen kunnen in dat opzicht naar voren geschoven worden. KMO s (al dan niet innovatief) vormen een zeer heterogene groep en moeten als dusdanig benaderd worden. Een uitdaging voor het beleid ligt met andere woorden in het erkennen en onderscheiden van de diverse groepen (innovatieve) KMO s om op basis van zeer doelgerichte maatregelen in te spelen op hun specifieke noden bij het innovatieproces. Deze noden optimaal detecteren kan bijna enkel en alleen door een gepersonaliseerd contact met het bedrijf.

8 6 S a m e n v a t t i n g Samenvatting Deze studie handelt over de detectie en analyse van innovatieve KMO s uit de Vlaamse bouwnijverheid, elektrotechnische industrie, grafische industrie en softwareindustrie. De studie is onderverdeeld in drie delen. In het eerste gedeelte wordt vooreerst de totale populatie Vlaamse KMO s in de bouwsector, de elektrotechnische sector, de softwaresector en de grafische industrie gedefinieerd. Vervolgens worden op grond van de ondervraging van een expertenteam de innovatieve ondernemingen binnen deze sectoren geïdentificeerd. Er bestaan aanzienlijke verschillen in het aandeel innovatieve KMO s tussen de sectoren. Hierbij valt vooral de grote relatieve innovativiteitsgraad in de softwaresector op, tegenover de klein percentage innovatieve KMO s in de bouwnijverheid. Ten slotte gaan de auteurs, op grond van (financiële) prestatie-indicatoren, na in welke mate de innovatieve KMO s een hogere werkgelegenheidsgroei of toegevoegde waarde genereren dan hun niet-innovatieve tegenhangers. Bij deze analyse blijkt er echter geen statistisch significant verschil te zijn, noch in werkgelegenheidsgroei, noch in toename van toegevoegde waarde tussen innovatieve en niet-innovatieve KMO s. Innovatieve bedrijven opsporen is één zaak, hun innovatiecapaciteit meten en typeren is een andere. In het tweede gedeelte wordt een instrument ontwikkeld dat toelaat aan de hand van een uitgebreide vragenlijst een innovatie-audit van een onderneming door te voeren. Uitgangspunt hierbij zijn 4 dimensies waarin het innovatief vermogen van een onderneming weerspiegeld wordt: (1) de strategie ; (2) het implementatie-mechanisme van innovaties ; (3) de organisatorische structuur en (4) de (internationale) netwerkstructuur. evaluatie van financieringsaanvragen of door consultants bij adviesopdrachten. Op basis hiervan werden een aantal innovatieprofielen opgesteld. Hieruit bleek hoe heterogeen de groep innovatieve KMO s is. Na de innovatieve KMO s te hebben opgespoord en inzicht te hebben gekregen in hun innovatiecapaciteit, onderzoekt het derde en laatste gedeelte het succes en de bekendheid van de innovatiebegeleidende maatregelen die het beleid ter beschikking van KMO-bedrijven stelt. Hoe worden deze steunmaatregelen ervaren door de -hier onderzochte- bedrijven? Waar het IWT als instituut nog vrij bekend is bij de bezochte KMO s, zijn de specifieke steunmaatregelen die ter beschikking staan veel minder gekend. Er is wat dat betreft een grotere rol mogelijk voor intermediairen. Opvallend is ook de nauwe samenwerking van een aantal KMO-ondernemingen met universiteiten. Verder stellen de auteurs, omwille van de grote diversiteit binnen de groep innovatieve KMO s, de noodzaak aan specifieke en doelgerichte beleidsinitiatieven ter ondersteuning van deze ondernemingen. Om tegemoet te komen aan de noden van die heterogene groep innovatieve KMO s wijzen ze op het belang van zeer doelgerichte initiatieven die voldoen aan de noden van één welomlijnde doelgroep KMO s of specifieke producten hebben voor bepaalde doelgroepen. Een uitdaging voor het beleid ligt zeker in het erkennen en onderscheiden van de diverse groepen innovatieve KMO s en op basis van zeer doelgerichte maatregelen in te spelen op hun specifieke noden bij het innovatieproces. Ondernemingen die innovatief wensen te zijn, moeten in alle onderdelen een innovatiecapaciteit ontwikkelen dat zowel radicale innovaties als op een continue manier incrementele innovaties kan doorvoeren. Een doorlichting aan de hand van dit auditinstrument levert bijkomende inzichten omtrent de innovatiecapaciteit van een onderneming en kan eventuele zwakheden van een meer cijfermatige benadering (de financiële prestatie-indicatoren) rechttrekken. Deze methode kan bijvoorbeeld ook gehanteerd worden door risico-kapitaalverschaffers bij de

9 7 I n l e i d i n g Inleiding Innovatie wordt zowel door bedrijfsleiders als beleidsmakers steeds meer als een voorwaarde naar voor geschoven om competitief te blijven in de hedendaagse economische omgeving waarin toenemende internationalisatie, technologische veranderingen en kennisintensieve diensten de concurrentiedruk verhogen. Binnen het innovatiegebeuren gaat de aandacht ook meer en meer naar KMO s als drijvende motor van onze Belgische economie. Teneinde meer inzicht te verwerven in deze innovatieve KMO s, wie ze zijn, wat hun gedrag typeert, werd vorig jaar een eerste studie uitgevoerd in opdracht van het IWT (Clarysse ea, 1998). Bij het uitvoeren van deze studie werd een nieuwe methode ontwikkeld waarbij innovatieve KMO s geïdentificeerd werden via een panel experten. Aan experten uit federaties, bonden en verschillende onderzoekscentra werd gevraagd aan de hand van een aantal criteria na te gaan welke door hen gekende KMO s innovatief waren en welke niet. De verzamelde antwoorden lieten ons toe die KMO s te identificeren waarover de experten het eens waren. Volgens deze methode analyseerden we twee Vlaamse sectoren: de chemische en de textielsector die elk werden onderverdeeld in 7 subsectoren. In deel 1 van dit verslag worden de innovatieve KMO s in de verschillende sectoren en subsectoren geselecteerd door het expertenteam. Vervolgens gaan we na of innovatieve KMO s in de bouw-, elektrotechnische, grafische en softwaresector meer tewerkstelling creëren en/of financieel beter presteren dan de niet-innovatieve KMO s. Gezien het zeer moeilijk blijkt innovatieve KMO s op basis van financiële en kwantitatief-objectieve data te onderscheiden van niet-innovatieve KMO s hebben wij een instrument uitgewerkt waarbij op basis van kwalitatiefsubjectieve indicatoren het innovatievermogen van KMO s gemeten wordt. Deel 2 bevat het ontwerp en de toepassing van dit innovatie-audit instrument. In een derde deel tenslotte vertrekken we vanuit de specificiteit van innovatie en KMO s en wordt aandacht besteed aan de hieruit voortvloeiende noodzaak aan specificiteit in het innovatie- en KMO beleid. Gedurende de voorbije maanden werd deze eerste studie verder uitgebreid en aangevuld met een analyse van de innovatieve KMO s in de bouwnijverheid, de elektrotechnische industrie, de grafische industrie en de softwaresector. Waar onze vorige studie zich beperkte tot de detectie van innovatieve KMO s en de analyse van hun strategische kenmerken, gaan we in onderhavig onderzoek een stap verder en wordt een instrument uitgewerkt om de innovatieve capaciteit van een onderneming te meten.

10 8 H o o f d s t u k 1 Detectie en performantie van innovatieve KMO s INLEIDING Zoals reeds in de inleiding aangegeven, is deze studie een uitbreiding van een eerder onderzoek naar innovatieve KMO s in de chemische en textielsector in Vlaanderen. De sectoren die in het kader van deze studie onderzocht werden zijn de volgende: de bouwsector, de elektrotechnische sector, de grafische sector en tenslotte de softwaresector. In eerste instantie werden de innovatieve KMO s in deze sectoren geïdentificeerd op basis van een expertenteam. Vervolgens werd nagegaan of deze innovatieve ondernemingen beter presteren op financieel gebied en op vlak van tewerkstelling dan hun niet-innovatieve tegenhangers. Tenslotte werd op basis van een diepgaand interview met de bedrijfsleiders van de innovatieve KMO s nagegaan door welke strategische succesfactoren zij gekenmerkt worden. GEGEVENSVERZAMELING EN DEFINITIE VAN POPULATIE Tabel 1.1. geeft een overzicht van de vier sectoren die bestudeerd werden, telkens onderverdeeld in verschillende subsectoren. Teneinde na te gaan hoeveel en welke Vlaamse KMO s zich precies bevinden in elk van deze subsectoren werd gebruik gemaakt van de Graydon databank 1. Deze dataset werd aangevuld met lijsten van bedrijven die we kregen van federaties en het IWT. Om de KMO s te onderscheiden van de andere ondernemingen in deze dataset baseerden we ons op de Europese definitie die volgende grenzen stelt voor KMO s: 1) minimum 11 en maximum 250 werknemers tewerkstellen, 2) een maximale omzet van 1.6 miljard BEF en 3) een maximaal balanstotaal van 1 miljard BEF hebben 2. Met de voorwaarde tot onafhankelijkheid werd geen rekening gehouden gezien de meeste bedrijven die deel uitmaken van een grotere groep er een onafhankelijk bestuur op nahouden en zich als het ware als een echte Vlaamse KMO gedragen. Op basis van deze criteria werden in totaal 622 KMO s geïdentificeerd waarvan 261 in de bouwsector, 163 in de elektrotechnische industrie, 121 in de grafische sector en 77 in de softwaresector. De verdeling van deze bedrijven over de verschillende sectoren en subsectoren is weergegeven in de laatste kolom van tabel 1.1. EXPERTENTEAM EN INNOVATIEVE KMO S Om de innovatieve KMO s in de verschillende sectoren en subsectoren te detecteren werd gewerkt via een panel van experten. Voor elke subsector werd gezocht naar 3 experten met verschillende achtergronden: sectorale verenigingen zoals federaties en werkgevers- en werknemersorganisaties; gouvernementele instellingen zoals het ministerie van economische zaken; regionale economische instellingen zoals het VEV, GOM, GIMV, ; RTD centra zoals het IWT en de respectievelijke collectieve centra, Alle experten werden telefonisch gecontacteerd en gevraagd op de lijst van ondernemingen, die hen nadien toegestuurd werd, aan te duiden welke ondernemingen zij kennen en welke zij als innovatief beschouwen. De criteria die de experten konden hanteren om de gekende bedrijven als innovatief aan te duiden werden onderverdeeld in 5 categorieën, wat overeenstemt met 5 verschillende soorten innovatie: - Technologische productinnovatie: verbetering van een bestaand product introductie van een nieuw product - Technologische procesinnovatie - Organisatorische innovatie - Marktinnovatie Aan de expert werd gevraagd de onderneming aan te kruisen indien deze naar zijn mening de voorbije vijf jaar één van de 5 hierboven vermelde types van innovatie had verwezenlijkt. Indien een expert een bepaalde onderneming niet of enkel van naam kende, werd hem gevraagd deze aan te duiden als niet gekend. Indien ten minste twee van de drie experten de KMO als innovatief aanduidden in één van de 5 categorieën, dan werd dit bedrijf als een innovatieve KMO beschouwd. Indien niet gekend door twee van de drie experten werd de KMO als onbekend geklasseerd.

11 9 tabel 1.1 De bestudeerde sectoren en subsectoren SECTOREN EN SUBSECTOREN NACE-BEL CODE AANTAL KMO S Bouw Vervaardiging en bewerking van glas 26110; 26120; 26130; 26140; Vervaardiging van keramische producten 26220; 26230; Vervaardiging van dakpannen, bakstenen en overige producten voor de bouw van gebakken klei 26401; 26402; Vervaardiging van cement Vervaardiging van artikelen van beton voor de bouw, stortklare beton en overige artikelen van beton of gips 26610; 26630; Bewerken van natuursteen Vervaardigen van schuur-, slijpen polijstmiddelen en niet-metaalhoudende minerale producten 26810; Elektrotechnische industrie Vervaardiging van elektrische huishoudapparaten Vervaardiging van elektromotoren en van elektrische generatoren en transformatoren Vervaardiging van schakel- en verdeelinrichting Vervaardiging van geïsoleerde kabels en draad Vervaardiging van accumulatoren en elektrische batterijen Vervaardiging van lampen en verlichtingsapparaten 31501; Vervaardiging van elektrisch materieel voor motoren en rijtuigen Vervaardiging van andere elektrische goederen 31621; 31622; Vervaardiging van zend-, transmissieen telefonie-apparatuur 32201; Vervaardiging van audio- en video-apparatuur Grafische nijverheid Dagbladdrukkerijen Overige drukkerijen Zetwerk en fotogravure Overige activiteiten horend bij drukkerijen Software Computeradviesbureaus Realisatie van programma s en gebruiksklare systemen Gegevensverwerking TOTAAL AANTAL KMO S 622

12 10 Detectie en performantie van innovatieve KMO s tabel 1.2 Innovatieve KMO s SECTOREN EN SUBSECTOREN NACE- AANTAL KMO S AANTAL AANTAL BEL IN VLAANDEREN GEKENDE INNOVATIEVE KMO S KMO S Bouwsector Vervaardiging van cement Vervaardiging van betonartikelen voor de bouw Vervaardiging van stortklare beton Vervaardiging van overige artikelen van beton of gips Elektrotechnische industrie Vervaardiging van elektrische huishoudapparaten Vervaardiging van elektromotoren elektrische generatoren en transformatoren Vervaardiging van verlichtingsapparaten Vervaardiging van andere elektrische goederen Vervaardiging van audio- en videoapparatuur Grafische nijverheid Dagbladdrukkerijen Overige drukkerijen Zetwerk en fotogravure Software Realisatie van programma s en gebruiksklare systemen Gegevensverwerking TOTAAL Tabel 1.2. geeft weer welke subsectoren uiteindelijk behouden werden en hoeveel van de 459 weerhouden KMO s in deze verschillende sectoren geklasseerd werden als innovatief of als onbekend 3. In totaal waren 65% van de ondernemingen uit de bouwsector gekend bij de experten, 74% in de elektrotechnische sector, 56% in de grafische sector en 33% in de softwaresector. Van deze gekende KMO s werd 15% geselecteerd als innovatief in de bouwsector, 16% in de elektrotechnische sector, 22% in de grafische sector en zowat 48% in de softwaresector. Over de 4 sectoren samen werd gemiddeld 20% van de gekende ondernemingen als innovatief bestempeld. Wanneer we deze resultaten vergelijken met de percentages uit ons vorig onderzoek (27% innovatieve KMO s in de chemische sector en 22.3% in de textielsector) dan zijn de verschillen per sector vrij groot. Voornamelijk in de softwaresector vinden de experten heel wat innovatieve KMO s. In de bouwsector en de elektrotechnische sector daarentegen ligt het percentage innovatieve KMO s veel lager. Vergelijken we de bekomen resultaten met de bevindingen uit de technologiediffusie-enquête over de referteperiode (Debruyne en Frambach, 1998) dan zien we dat daar 62,4% van de ondernemingen meldden dat ze een nieuw product geïntroduceerd hadden in de voorbije 2 jaar. Dat dit percentage hoger ligt dan ons gemiddelde van 20% innovatieve KMO s in de vier bestudeerde sectoren is zeker te verklaren door het feit dat onze definitie strikter is en een KMO die nieuwe producten op de markt brengt niet zomaar als innovatief wordt bestempeld. Grote sectoriële verschillen kwamen ook uit de technologiediffusie-enquête naar voor: van de ondernemingen die de enquête invulden, verklaarde 81% in de IT-sector de voorbije 2 jaar nieuwe producten op de markt gebracht te

13 Detectie en performantie van innovatieve KMO s 11 hebben. In de bouwsector was dit slechts 38%. Ook hier valt dus een grotere relatieve innovatie waar te nemen van de softwaresector ten opzichte van de bouwnijverheid. Vergelijken we onze data met gegevens uit Nederland (EIM, 1997) dan zien we dat na een grootschalige telefonische enquête (een 3000-tal KMO s) ongeveer 20% KMO s als echte innovatoren naar voor kwamen. CREËREN INNOVATIEVE KMO S MEER TEWERKSTELLING? De relatie tussen innovatie en tewerkstelling is voor de beleidsmakers een belangrijk onderwerp. Terwijl Greenan en Guellec (1995) in hun onderzoek vonden dat over een periode van vijf jaar innovatieve bedrijven en sectoren meer jobs creëren dan niet-innovatieve, argumenteerden Abraham, Konings en Veugelers (1998) in een studie voor Vlaanderen dat het innovatieproces de tewerkstelling beïnvloedt, doch dat deze invloed niet éénduidig is. Er is geen verschil wat betreft de tewerkstellingscreatie, enkel wat betreft de destructie van werkgelegenheid. Doch wanneer gecorrigeerd wordt voor grootte verdwijnt dit laatste. Creatie van werkgelegenheid door innovatie reikt bovendien verder dan het sectorieel of ondernemingsniveau. Teneinde na te gaan of de innovatieve KMO s in onze sample meer tewerkstelling creëren dan de niet-innovatieve bekijken we de gemiddelde tewerkstellingsgroei over de periode Figuur 1.1. is een box-whisker plot van medianen en kwartielen. De outlier bias werd gecorrigeerd (enkel in de tekening, niet in de analyse) door alle observaties die verder lagen van het bovenkwartiel (75%) dan de afstand tussen lager en hoger kwartiel uit te sluiten. In de figuur valt meteen op dat de mediaan van de innovatieve KMO s iets hoger ligt dan deze van de niet-innovatieve. Waar de mediaan bij de niet-innovatieve ondernemingen quasi nul is, is hij bij de groep van innovatieve KMO s licht positief. Verder is de range bij de niet-innovatieve KMO s veel groter dan bij de innovatieve. We kunnen hieruit een mogelijk grotere stabiliteit afleiden qua tewerkstelling bij de innovatieve ondernemingen in vergelijking met de niet-innovatieve ondernemingen. Toch kunnen we voor beide groepen van KMO s besluiten dat er zowel werkgelegenheid gecreëerd wordt als afgebroken. Deze uiteenlopende tendensen hebben de neiging elkaar te compenseren zodat het netto-resultaat bij de niet-innovatieve KMO s quasi 0 is, bij de innovatieve net boven de nulgrens komt. Teneinde na te gaan of het geringe verschil tussen de innovatieve en niet-innovatieve KMO s dat we op basis Figuur 1.1 De tewerkstellingsgroei in de innovatieve en niet-innovatieve KMO s GEMIDDELDE TEWERKSTELLINSGROEI ,7 0,6 0,5 0,4 0,3 0,2 0,1 0,0-0,1-0,2-0,3-0,4-0,5 niet-innovatieve KMO innovatieve KMO s Non-Outlier Max Non-Outlier Min 75% 25% Median

14 12 Detectie en performantie van innovatieve KMO s tabel 1.3 T-toets tewerkstellingsgroei LEVENE S TEST FOR t-test FOR EQUALITY OF VARIANCES EQUALITY OF MEANS 95%CONFIDENCE WERKGEVER F Sig. t df Sig. MEAN STD. ERROR INTERVAL OF THE MEAN (2 tailed) DIFFERENCE DIFFERENCE LOWER UPPER Equal variances 2,828 0,097-1, ,305-0,1727 0,1637-0,5059 0,1605 assumed Equal variances -0,754 10,173 0,486-0,1727 0,2289-0,6815 0,3361 not assumed van de box-plot kunnen vaststellen statistisch significant is, wordt een t-toets op het verschil tussen de gemiddelden uitgevoerd. Het resultaat van deze toets is weergegeven in tabel 1.3. De t-toets geeft aan dat de gemiddelde tewerkstellingsgroei van innovatieve en niet-innovatieve KMO s niet significant van elkaar verschillen (P= 0.305>0.05). We vinden dus geen statistisch significante aanwijzingen dat innovatieve KMO s een hogere werkgelegenheidsgroei hebben in de periode dan de niet-innovatieve. PRESTEREN INNOVATIEVE KMO S BETER? Er werd reeds verschillende malen in de literatuur aangetoond dat traditionele accounting maatstaven negatief of in het beste geval helemaal niet gelinkt zijn aan het innovatief gedrag van een organisatie dat vooral op lange termijn resultaten afwerpt (Clarysse & Van Dierdonck, 1998; Tidd et al., 1997) 5. Alleen concepten zoals toegevoegde waarde en marktwaarde ten opzichte van boekwaarde hebben een positief verband met de innovativiteit van een onderneming. Deze tweede indicator is voor het merendeel van de (Vlaamse) ondernemingen echter niet voorhanden. Wel kunnen we nagaan of er inderdaad een verband bestaat tussen innovatie en een aantal te berekenen boekhoudkundige en financiële indicatoren van een onderneming. Meer specifiek gaan we hier na of er een verband bestaat tussen innovatie en volgende indicatoren: Courante winst / Courant verlies vóór belastingen, Toegevoegde waarde per personeelslid (in duizenden BEF) en Cash-flow / eigen vermogen (%). De gegevens werden gehaald uit de databank van de NBB en betreffen Figuur 1.2. geeft een beschrijvende box-whisker weer van de mediaan en interkwartiele reeks van de variabelen. De variabelen geven de gemiddelde groei weer van de betreffende financiële parameters over de periode Wanneer we de groei van de ratio toegevoegde waarde per personeelslid bekijken, dan valt op dat de mediaan hoger ligt bij de innovatieve dan bij de niet-innovatieve groep van KMO s. De stelling dat innovatieve KMO s meer toegevoegde waarde creëren dan niet-innovatieve lijkt hier dus bevestigd te worden. Voor alle ratio s lijkt de variatie hoger te zijn bij de niet-innovatieve KMO s dan bij de innovatieve. Teneinde na te gaan of de hogere groei in toegevoegde waarde bij de innovatieve KMO s significant hoger is dan deze bij de niet-innovatieve KMO s voeren we opnieuw een t-toets uit voor deze variabele. Het resultaat hiervan is weergegeven in tabel 1.4. Uit de Levene-toets kan worden afgeleid dat de variantie van de toegevoegde waarde per personeelslid gelijk is voor de innovatieve en niet-innovatieve KMO s (P=0.386). We kunnen dus de t-toets voor gelijke varianties toepassen. Deze toets leert ons dat het groeiverschil in toegevoegde waarde dat we opmerkten uit de box-whisker plot niet statistisch significant is (P=0.211). Als besluit kunnen we stellen dat het op basis van de beperkte dataset niet mogelijk is enige statistisch significante verschillen aan te treffen tussen innovatieve en nietinnovatieve KMO s met betrekking tot de onderzochte financiële parameters over de periode Wel valt op dat de mediaan van de groeiratio toegevoegde waarde per personeelslid hoger ligt bij de innovatieve dan de nietinnovatieve ondernemingen en de range ook kleiner is.

15 Detectie en performantie van innovatieve KMO s 13 Figuur 1.2 Financiele prestaties van innovatieve en niet-innovatieve kmo s winst / verlies TW / personeel -4 niet-innovatieve KMO's innovatieve KMO s cash-flow / EV tabel 1.4 T-toets voor de groei in toegevoegde waarde per personeelslid LEVENE S TEST FOR t-test FOR EQUALITY OF VARIANCES EQUALITY OF MEANS 95%CONFIDENCE WERKGEVER F Sig. t df Sig. MEAN STD. ERROR INTERVAL OF THE MEAN (2 tailed) DIFFERENCE DIFFERENCE LOWER UPPER Equal variances 0,754 0,386-1, ,211-5,93E-02 4,730E-02-0,1524 3,3730E-02 assumed Equal variances -1,422 73,663 0,159-5,93E-02 4,172E-02-1,425 2,379E-02 not assumed VERDERE GEGEVENSVERZAMELING IN EEN STEEK- PROEF VAN INNOVATIEVE ONDERNEMINGEN De volgende stap in ons onderzoek was een verdere analyse van de 60 KMO s die als innovatief werden beschouwd door de experten. De eigenaar of directeur van deze bedrijven werd gecontacteerd voor een interview. Uiteindelijk werden 43 bedrijven ook effectief bezocht en werd met de bedrijfsleider een gesprek gevoerd van ongeveer 2 uur. Bijlage 1.1. geeft een overzicht van de verschillende bedrijven en de geïnterviewde personen. Alle interviews werden afgenomen door 2 personen. In het eerste deel van het gesprek werd opnieuw de repertory grid techniek toegepast 6 en werd de bedrijfsleider gevraagd zijn bedrijf op strategisch vlak te vergelijken met zijn belangrijkste concurrenten en de gelijkenissen en verschillen op een rijtje te zetten. De verschillende strategische succesfactoren die in onze vorige studie achterhaald werden en hier verder getoetst werden, worden in de volgende paragraaf besproken. Verder werd tijdens dit gesprek eveneens de innovatieaudit afgenomen en werd gepeild naar de kennis van het IWT. Deze 2 aspecten worden verder uitgewerkt in deel 2 en 3 van dit verslag.

16 14 Detectie en performantie van innovatieve KMO s STRATEGISCHE SUCCESFACTOREN VAN INNOVATIEVE KMO S Tijdens de interviews met de betreffende personen werden de 18 strategische succesfactoren die uit onze vorige studie naar voor kwamen (zie tabel 1.5.) getoetst bij de innovatieve bedrijven uit de bouwsector, de elektrotechnische sector, de software en de grafische industrie. Voor elk van de bedrijven werd op basis van het interview aangeduid welke succesfactoren bij hen van belang waren. Indien een onderneming een bepaalde karakteristiek vertoonde (bijvoorbeeld klantgerichtheid) dan werd een 1 toegekend, anders een 0-score. Teneinde een inzicht te verwerven in deze data en de verschillende profielen van innovatieve KMO s te beschrijven, werd een hiërarchische klassenanalyse uitgevoerd. Waar in onze vorige studie reeds 31 geïnterviewde KMO s op basis van hun strategische kenmerken gegroepeerd werden aan de hand van deze hiërarchische klassenanalyse, gaan wij deze indeling toetsten aan en verder uitbreiden met de door ons geïnterviewde ondernemingen. De hiërarchische klassenanalyse wordt hier dus uitgevoerd op de gegevens van de geïnterviewde innovatieve ondernemingen uit de chemische sector, de textielnijverheid, de bouwsector, de software industrie, de grafische en de elektrotechnische sector. Het hiërarchische klassenmodel werd opgesteld door een matrix in te voeren in het computerprogramma "Hiclas" 7. Deze matrix bevat de 0 of 1 scores van de verschillende ondernemingen voor de strategische kenmerken. Indien een onderneming een bepaalde karakteristiek vertoont (bijvoorbeeld klantgerichtheid) dan wordt een 1 toegekend, anders een 0-score. Bij de analyse van de gegevens komt men tot twee soorten verzamelingen: de objectklassen (of klassen van "equivalente objecten" of ondernemingen) en de eigenschapsklassen (of klassen van "equivalente eigenschappen"). In de onderstaande grafische voorstelling (tabel 1.6.) van deze analyse worden de eigenschapsklassen van de ondernemingen weergegeven met daarin de belangrijkste strategische kenmerken. tabel Strategische succesfactoren van innovatieve KMO s CONTROLEWAARDEKETEN INNOVATIEVE CULTUUR PIONIERSWERK Op zoek naar sterke Capaciteit om ideeën Organisatie van formele groei-opportuniteiten van klanten te verwerken kwaliteitssystemen Formele O&O Focus op kleine volumes Niche-strategie Dienstverlening Impliciete technische Machinepark kennis Samenwerking met leverancier Opleiding van personeel Flexibiliteit Klantgerichtheid Kwaliteit Onafhankelijkheid tabel 1.6. Hiërarchische klassenanalyse van de innovatiekarakteristieken. SCHUMPETERIAN RESOURCE BASED PORTERIAN PIONEERS INNOVATORS INNOVATORS Innovatieve cultuur Dienstverlening Niche strategie Innovatieve typeringen Op zoek naar sterke groei Formele kwaliteits- Impliciete Formele O&O systemen technische kennis KMO karakteristieken Flexibiliteit Kwaliteit Onafhankelijkheid

17 Detectie en performantie van innovatieve KMO s 15 De groep KMO karakteristieken omvat de minder specifiek discriminerende eigenschappen. Bijvoorbeeld flexibiliteit kan worden ondergebracht in elk van de drie meer specifieke groepen van innovatieve typeringen. De innovatieve typeringen omvatten de typische innovatie-eigenschappen en laten ons toe verschillende types van innovatieve KMO s te onderscheiden. Waar de kenmerken wel wat verschoven zijn tegenover de analyse van de textiel en chemiesector kunnen we toch ook hier onze drie types innovatieve KMO's onderscheiden: 1. De eerste groep van KMO's, de zogenaamde Schumpeterian Pioneers worden gekenmerkt door hun innovatieve cultuur en hebben een duidelijke groeistrategie. De innovatieve cultuur uit zich in de ganse onderneming, waar creativiteit hoog in het vaandel wordt gedragen. Vaak hebben deze ondernemingen een sterke leider die de onderneming zelf opstartte en uitbouwde. Doordat zij een duidelijke groeistrategie volgen hebben schumpeterian pioneers een vrij continue tewerkstellingsgroei. 2. Bij de tweede groep KMO's, de Resource Based Innovators is dienstverlening een belangrijk strategisch kenmerk. Men verkoopt niet louter een product maar biedt een totaaloplossing aan met de nodige service. Dankzij deze steeds groeiende service-component hopen ook deze bedrijven naar de toekomst toe te groeien en bijkomende werkgelegenheid te creëren. Verder hecht men ook zeer veel belang aan kwaliteit en organiseert men formele kwaliteitssystemen. 3. De derde groep betreft de Porterian Innovators. Hun kerncompetentie is hun impliciete technische kennis. We kunnen ze omschrijven als de technologische leiders in hun specifieke nichemarkt. Ze zijn actief in een zeer specifiek marktsegment en streven ernaar om binnen dat segment tot de wereldtop te behoren. Hiertoe concentreren zij zich voornamelijk op de uitbouw van hun technologische kennis. Vanuit het belang dat deze porterian innovators hechten aan onderzoek werken ze ook vaak samen met universiteiten en andere onderzoeksinstellingen. Zoals nogmaals blijkt, zijn innovatieve KMO s geen homogene groep, maar kunnen we duidelijk verschillende innovatieprofielen onderscheiden. Verder grootschalig onderzoek is nodig om onze exploratieve studie en de daaruit naar voor gekomen typologie verder te verfijnen. Vanuit beleidsstandpunt is het dan ook noodzakelijk dat deze ondernemingen op een gedifferentieerde manier benaderd worden. Uit een studie van buitenlandse innovatienetwerken (ANVAR in Frankrijk, Syntens in Nederland en TEKES in Finland) blijkt dat zeer doelgerichte initiatieven voldoen aan de noden van één welomlijnde doelgroep KMO s of specifieke producten hebben voor bepaalde doelgroepen. Programma's die KMO's als een homogene groep benaderen blijken weinig succesvol (Autio, 1997; Keeble and Lawson, 1997). De instrumenten die gericht zijn op specifieke subgroepen van KMO's worden over het algemeen wel als een succes gezien. Voorbeeld hiervan is het Finse 'Kera Start Fund, gericht op de financieringsbehoefte bij startende groeiondernemingen. Ook "techno starters", een lokaal initiatief van Syntens waarbij startende technologiebedrijven organisatorisch begeleid worden, kent veel succes. In dit eerste deel hebben we op basis van verschillende databanken de innovatieve KMO s geselecteerd 1 in de bouwsector, de elektrotechnische sector, de softwaresector en de grafische industrie. Binnen de verschillende sectoren en subsectoren werden, op basis van een expertenteam, de innovatieve KMO s geïdentificeerd. We konden vaststellen dat het aandeel innovatieve KMO s sterk verschilt van sector tot sector. Vooral de grote relatieve innovativiteitsgraad in de softwaresector viel op, tegenover een vrij klein percentage innovatieve KMO s in de bouwnijverheid. Op basis van de uitgevoerde analyses konden we geen verschil in tewerkstellingsgroei vaststellen tussen de innovatieve en de niet-innovatieve ondernemingen. Hoewel de mediaan van de toegevoegde waarde per werknemer hoger was bij de innovatieve KMO s dan de niet-innovatieve, was het verschil ook hier niet statistisch relevant. Tenslotte werd hier bevestigd dat innovatieve KMO s zeker niet over één kam te scheren zijn maar een heterogene groep vormen met sterk uiteenlopende innovatieprofielen, die elk hun noden hebben. SAMENVATTING HOOFDSTUK 1

18 16 Detectie en performantie van innovatieve KMO s 1 Graydon is een privé-onderneming die gespecialiseerd is in het verstrekken van handelsinformatie. De door ons gebruikte datadank is opgesteld op basis van de gegevens van de Nationale Bank van België en de RSZ databank. Ze moet ons dus een beter beeld geven van de KMO s in de verschillende sectoren en subsectoren dan de CD-rom van de Nationale Bank van België waarop in vorig onderzoek een beroep werd gedaan. 2 Op basis van de RSZ data worden ondernemingen in de Graydon databank in volgende categorieën onderverdeeld: 3: personeelsleden; 4: personeelsleden; 5: personeelsleden; 6: personeelsleden; 7: personeelsleden, enz. In kader van deze studie hebben wij deze ondernemingen geselekteerd die zich in klasse 3 tot en met 6 bevinden. 3 Gezien het groot aantal verschillende subsectoren was het niet steeds mogelijk voldoende experten te vinden die hun oordeel konden geven of voldoende ondernemingen te detecteren per subsector waar de experten het "eens" waren over de innovativiteit (m.a.w. waar minimum twee van de drie experten de onderneming aanduidde als innovatief). Wij hebben enkel die sectoren en subsectoren weerhouden waarvoor minimum 3 experten gevonden werden en waar minimum 30% van de ondernemingen gekend waren en behouden alzo 459 van de 622 ondernemingen. 4 De gegevens die hier gebruikt werden zijn deze van de CD-ROM van de Nationale Bank van België. In totaal hebben we voor 361 van de 459 ondernemingen uit onze steekproef gegevens teruggevonden bij de NBB. De gemiddelde tewerkstellingsgroei over de periode werd als volgt berekend: (gemiddeld personeelsbestand gemiddeld personeelsbestand 1994)/gemiddeld personeelsbestand Om dit te verhelpen werd in het tweede en derde deel van deze studie dan ook een innovatieaudit uitgewerkt om de innovatieve capaciteit van een onderneming in te schatten, los van financiële parameters. 6 Cfr. onze studie in de textiel- en chemiesector 7 Meer uitleg over de toegepaste techniek vindt u in bijlage 1.2.

19 17 H o o f d s t u k 2 Innovatie-audit INLEIDING Alhoewel velen ervan overtuigd zijn dat innovativiteit één van de belangrijkste garanties voor de toekomst is, wordt slechts zelden het innovatief vermogen van de organisatie expliciet als performantiemaatstaf gemeten. Integendeel, bedrijfseenheden worden unidimensioneel beoordeeld op basis van korte termijn prestatiemaatstaven zoals rentabiliteit, cash flow, etc... Het meten van het innovatief vermogen van een organisatie is zeker geen eenvoudige opdracht. Zoals reeds duidelijk werd in deel I is innovatie slechts marginaal gelinkt met de bestaande financiële en accounting indicatoren zodat geen beroep op deze laatste kan gedaan worden. Enkel toegevoegde waarde en marktwaarde-indicatoren zijn min of meer gerelateerd aan het innovatieproces. Toegevoegde waarde is echter een zeer algemene indicator en de marktwaarde van een onderneming (relatief tov haar boekwaarde) is slechts interessant indien de onderneming ook op de beurs genoteerd is. Dit is echter niet het geval voor de meeste Vlaamse ondernemingen. Daarom is het nodig het innovatief vermogen van de organisatie op een directe manier te meten. Het concept van de balanced scorecard wil een geïntegreerd performantie-meetsysteem bieden en legt de nadruk op de multidimensionaliteit daarvan. De performantiemaatstaven worden ingebouwd in functie van de strategie en kunnen onderverdeeld worden in vier dimensies: financieel, klanten, interne focus en innovatie en leren. Eén van de vier belangrijke onderdelen van de balanced scorecard is dus juist het innovatief vermogen van een organisatie. De grote vraag is dan: hoe kunnen we dit innovatief vermogen op het niveau van de organisatie (of bedrijfseenheid) meten? KWANTITATIEF-SUBJECTIEVE MAATSTAVEN Meetinstrumenten kunnen over het algemeen worden opgesplitst in twee categorieën (Werner & Souder, 1997): kwantitatief-subjectieve en kwantitatief-objectieve maatstaven. Kwantitatief-objectieve maatstaven zijn numerische indicatoren van het innovatief vermogen van een organisatie die focussen op tastbare, gemakkelijk te meten dimensies van het innovatieproces. Kwantitatiefsubjectieve meetinstrumenten bevinden zich eerder in de innovatie audit sfeer. Men gaat na bij de personen die rechtstreeks in het innovatieproces van een onderneming betrokken zijn in hoeverre zij het bedrijf als innovatief inschatten. In kader van deze studie hebben we een exploratieve analyse van de kwantitatief subjectieve maatstaven door- Figuur 2.1 De 4 componenten van het innovatieproces innovatie strategie effectieve implementatie mechanismen Fasen in het innovatieproces ondersteunende organisatie omgeving effectieve externe netwerken Bron: Tidd, Bessant & Pavitt (1997)

20 18 Innovatie-audit gevoerd en een eerste aanzet gegeven tot het ontwikkelen van een innovatie-audit om het innovatief vermogen van een onderneming te meten. We vertrokken hiertoe van het idee dat het innovatief vermogen in een onderneming tenminste vier dimensies heeft: (1) de innovatiestrategie ; (2) het implementatiemechanisme van innovaties ; (3) de organisatorische structuur en (4) de externe netwerkstructuur (zie figuur 2.1.). Ondernemingen die innovatief wensen te zijn, moeten in alle onderdelen een innovatief vermogen ontwikkelen dat zowel radicale innovaties als op een continue manier incrementele innovaties kan doorvoeren. Een treffende illustratie hiervan vonden we in de grafische sector. Een drukkerij scoorde heel sterk op het vlak van innovatiestrategie. Als één van de eersten investeerde de onderneming in digitaal drukken. Maar de implementatie van de nieuwe technologie ging volledig de mist in. Er werd geopteerd voor de technologie van Xerox (Docutec). Door gedurende een periode van 8 maanden intens samen te werken met de leverancier, slaagde de onderneming erin het product kwalitatief op punt te stellen. Ondanks de goede samenwerking met de leverancier, bleek intern onvoldoende de werkelijke marktvraag nagegaan te zijn. De markt vroeg immers papier van minstens 150g, terwijl de drukpers papier van maximaal 125g aankon. Na 8 maanden moest het hele innovatieproject dan ook roemloos afgeblazen worden. Op basis van literatuurstudie werden voor elk van deze 4 dimensies een aantal vragen opgesteld (zie tabel 2.1.). De positie van de onderneming kan voor elke van de in totaal 25 vragen aangeduid worden op een meetschaal met scores 1-4 (Tidd et al., 1997), met volgende indicaties voor de scores: 1 = nooit aan gedacht, komt zelden voor in de organisatie 2 = hebben hier al aan gedacht, maar meestal ad hoc of informeel 3 = we hebben hier reeds formele mechanismen voor, maar deze kunnen nog verbeterd worden 4 = we hebben hier reeds zeer goed uitgewerkte en perfect functionerende instrumenten voor Op basis van deze schaal kan de onderneming zichzelf dan een innovatie-index toekennen die varieert van Deze index kan dan eventueel in een geïntegreerde maatstaf worden gegoten of vergeleken worden met de score van andere bedrijven uit dezelfde sector indien beschikbaar. Om de subjectiviteit bij deze audit te minimaliseren, kunnen we natuurlijk zoveel mogelijk mensen in de organisatie de vragenlijst laten invullen en dan gemiddelden hiervan berekenen. Met andere woorden, de graad van subjectiviteit zal hier direct gerelateerd zijn met het aantal personen dat zijn opinie heeft gegeven. Verder kan het resultaat van deze audit aangevuld en vergeleken worden met een aantal kwantitatief-objectieve maatstaven van het innovatief vermogen en kan men op basis daarvan gaan bepalen in welke groep van innovatieve ondernemingen (schumpeterian pioneers, resource based innovators of porterian innovators) de KMO kan gesitueerd worden. Meer uitleg bij de vragen uit tabel 2.1 vindt u in bijlage 2.1. DE INNOVATIE-AUDIT TOEGEPAST OP ONZE POPULATIE Bij de interviews die in het kader van deze studie werden uitgevoerd, werd deze innovatie-audit voorgesteld en de scores van de ondernemingen op de verschillende vragen verzameld (zie bijlage 1.1. voor een lijst van de geïnterviewde bedrijven in de betreffende sectoren). Uit de verwerking van de gegevens bleek dat de verschillende onderzochte sectoren divers scoorden op de innovatie-audit. Zo kan uit onderstaande tabel afgeleid worden dat de graad van innovatief vermogen het hoogst lag in de softwaresector. Producenten van bouwmaterialen en bedrijven uit de elektrotechnische industrie scoorden gemiddeld, terwijl de grafische sector het laagste resultaat behaalde (zie figuur 2.2). De verschillen tussen de diverse sectoren kunnen nog verder gespecificeerd worden indien we de scores voor de vier innovatiedimensies vergelijken tussen de sectoren onderling. Figuur 2.3. geeft een overzicht van de gemiddelde scores van de vier sectoren op de vier innovatiedimensies.

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

Innovatiebenchmark Noord-Nederland. Overzichtsrapport. Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl

Innovatiebenchmark Noord-Nederland. Overzichtsrapport. Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl Innovatiebenchmark Noord-Nederland Overzichtsrapport Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl 1. Inleiding 1.1 Project Innovatie Benchmark Noord-Nederland Dit rapport is opgesteld in kader van het project

Nadere informatie

INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 5

INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 5 INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 5 1. De onderzoekers van een preventiedienst vermoeden dat werknemers in een bedrijf zonder liften fitter zijn dan werknemers

Nadere informatie

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Balanced Scorecard Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 9 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3 2 DE

Nadere informatie

Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming

Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 13 september 2007 Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming Vormingsinspanningen van Belgische ondernemingen in 2005 62,5%

Nadere informatie

Enkelvoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden

Enkelvoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden Er is onderzoek gedaan naar rouw na het overlijden van een huisdier (contactpersoon: Karolijne van der Houwen (Klinische Psychologie)). Mensen konden op internet een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd

Nadere informatie

MAAK WERK VAN EEN INNOVATIEVE ORGANISATIECULTUUR IN UW KMO

MAAK WERK VAN EEN INNOVATIEVE ORGANISATIECULTUUR IN UW KMO DETAILED CURRICULUM MAAK WERK VAN EEN INNOVATIEVE ORGANISATIECULTUUR IN UW KMO Innovatie is noodzakelijk om in de huidige hyper-competitieve, internationale en volatiele markt continuïteit te kunnen verzekeren.

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren

Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE ACADEMIEJAAR 2010 2011 Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren Frederik Verplancke onder leiding van Prof. dr. Gerrit

Nadere informatie

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB M200616 De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB dr. J.M.P. de Kok drs. J.M.J. Telussa Zoetermeer, december 2006 Prestatieverhogend HRM-systeem MKB-bedrijven met een zogeheten 'prestatieverhogend

Nadere informatie

Meervoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden

Meervoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden Er is onderzoek gedaan naar rouw na het overlijden van een huisdier (contactpersoon: Karolijne van der Houwen (Klinische Psychologie)). Mensen konden op internet een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd

Nadere informatie

S0A17D: Examen Sociale Statistiek (deel 2)

S0A17D: Examen Sociale Statistiek (deel 2) S0A17D: Examen Sociale Statistiek (deel 2) 21 juni 2011 Naam : Jaar en studierichting : Lees volgende aanwijzingen eerst voor het examen te beginnen : Wie de vragen aanneemt en bekijkt, moet minstens 1

Nadere informatie

Performance Management: hoe mensen motiveren met cijfers?

Performance Management: hoe mensen motiveren met cijfers? Performance Management: hoe mensen motiveren met cijfers? Prof. Dr. Werner Bruggeman www.bmcons.com De High Performance Organisatie Kenmerken van hoogperformante organisaties (Manzoni): 1. High level of

Nadere informatie

Juli 2012. Update cijfers extreme groeiers in Vlaanderen

Juli 2012. Update cijfers extreme groeiers in Vlaanderen Juli 2012 Update cijfers extreme groeiers in Vlaanderen Evolutie extreme groeiers periode 2004 2007 1 Vanuit een beleidsstandpunt is het verkrijgen en verankeren van meer en meer succesvolle groeiondernemingen

Nadere informatie

M200704. Markt- en klantgerichtheid in het MKB. drs. S.C. Oudmaijer

M200704. Markt- en klantgerichtheid in het MKB. drs. S.C. Oudmaijer M200704 Markt- en klantgerichtheid in het MKB drs. S.C. Oudmaijer Zoetermeer, februari 2007 Markt- en klantgerichtheid in het MKB In de rapportage beschrijft EIM drie indicatoren om de klant- en marktgerichtheid

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

West-Vlaamse bedrijven: fit, gezond en crisisbestendig?

West-Vlaamse bedrijven: fit, gezond en crisisbestendig? Bekaert West-Vlaamse bedrijven: fit, gezond en crisisbestendig? Lieselot Denorme sociaaleconomisch beleid, WES Ondanks de recente economische crisis zijn de West-Vlaamse bedrijven er globaal in geslaagd

Nadere informatie

We berekenen nog de effectgrootte aan de hand van formule 4.2 en rapporteren:

We berekenen nog de effectgrootte aan de hand van formule 4.2 en rapporteren: INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 4 1. Toets met behulp van SPSS de hypothese van Evelien in verband met de baardlengte van metalfans. Ga na of je dezelfde conclusies

Nadere informatie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) is een jaarlijks onderzoek dat een beeld geeft van de ondernemingsgraad van een land. GEM

Nadere informatie

Twee en een half jaar Kwaliteitsmeting in de Fysiotherapie

Twee en een half jaar Kwaliteitsmeting in de Fysiotherapie Twee en een half jaar Kwaliteitsmeting in de Fysiotherapie Feiten en cijfers tot nu toe Managementsamenvatting Na twee en een half jaar kwaliteitsmetingen in de fysiotherapie is het een geschikt moment

Nadere informatie

MKB investeert in kennis, juist nu!

MKB investeert in kennis, juist nu! M201016 MKB investeert in kennis, juist nu! drs. B. van der Linden drs. P. Gibcus Zoetermeer, september 2010 MKB investeert in kennis, juist nu! MKB-ondernemers blijven investeren in bedrijfsopleidingen,

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming werkt wel André de Waal Prestatiebeloning wordt steeds populairder bij organisaties. Echter, deze soort van beloning werkt in veel gevallen

Nadere informatie

SLOW & QUICK SCAN COPE 7

SLOW & QUICK SCAN COPE 7 Onderstaand treft u zowel een SLOW als een QUICK SCAN aan voor uw organisatie volgens de COPE 7 organisatie principes. De SLOW SCAN: Als uw antwoord op een hoofdvraag NEE betreft, dan scoort u 0 punten

Nadere informatie

Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT

Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT 10 september 2014 INHOUDSOPGAVE 1. TECHNISCH RAPPORT...3 1.1. Universum en steekproef...

Nadere informatie

Benchmark uw. productielogistiek. Productiebedrijven in Vlaanderen. met uitsterven bedreigd. springlevend

Benchmark uw. productielogistiek. Productiebedrijven in Vlaanderen. met uitsterven bedreigd. springlevend Iedere ochtend in Afrika ontwaakt een leeuw met de wetenschap dat hij sneller moet lopen dan de traagste gazelle Productiebedrijven in Vlaanderen met uitsterven bedreigd springlevend of? Benchmark uw productielogistiek

Nadere informatie

Studie naar Innovatiegerichtheid en arbeidsmarktpositie van IWT doctorandi

Studie naar Innovatiegerichtheid en arbeidsmarktpositie van IWT doctorandi agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie 83 November 2014 Studie naar Innovatiegerichtheid en arbeidsmarktpositie van IWT doctorandi Sarah Botterman (GFK Belgium) Colofon Wilt u meer weten

Nadere informatie

innova VTO een kijkje in de zwarte doos Bart Clarysse Roland Van Dierdonck Wouter Gabriëls Jeffrey Lambrechts Muriel Uytterhaegen TECHNOLOGIE

innova VTO een kijkje in de zwarte doos Bart Clarysse Roland Van Dierdonck Wouter Gabriëls Jeffrey Lambrechts Muriel Uytterhaegen TECHNOLOGIE VTO V L A A M S TECHNOLOGIE OBSERVATORIUM innova Strategische verschillen tussen innovatieve KMO s: een kijkje in de zwarte doos 5 Bart Clarysse Roland Van Dierdonck Wouter Gabriëls Jeffrey Lambrechts

Nadere informatie

I. BEREKENING VAN HET GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND A. Alle personeelsleden. Gemiddeld personeelsbestand in 2001 ... A1 =... B1 251 ... A2 =... B2...

I. BEREKENING VAN HET GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND A. Alle personeelsleden. Gemiddeld personeelsbestand in 2001 ... A1 =... B1 251 ... A2 =... B2... Identiteit :.. Repertoriumnummer :.. Nationaal nummer : TABEL voor de berekening van de vrijstelling voor bijkomend personeel (art. van de Programmawet van 0.. tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap,

Nadere informatie

Kruis per vraag slechts één vakje aan op het antwoordformulier.

Kruis per vraag slechts één vakje aan op het antwoordformulier. Toets Stroom 1.2 Methoden en Statistiek tul, MLW 7 april 2006 Deze toets bestaat uit 25 vierkeuzevragen. Kruis per vraag slechts één vakje aan op het antwoordformulier. Vraag goed beantwoord dan punt voor

Nadere informatie

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst M200803 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Bedrijfsstrategieën in het MKB drs. M. Mooibroek Zoetermeer, juli 2008 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Ongeveer de helft van de MKB-ondernemers

Nadere informatie

Situering algemene en universitaire ziekenhuizen

Situering algemene en universitaire ziekenhuizen Situering Sinds 1 januari 2005 moet ieder Vlaams ziekenhuis een periodieke evaluatie maken van de kwaliteit van de zorgen in het eigen ziekenhuis. Dit staat beschreven in het kwaliteitsdecreet van 17 oktober

Nadere informatie

Nameting Scan Mijn Bedrijf 2.0 2011-2012

Nameting Scan Mijn Bedrijf 2.0 2011-2012 Sociale innovatie De volgende vragen gaan over sociale innovatie en innovatief ondernemingsbeleid. Sociale Innovatie is een vernieuwing of een verbetering in de arbeidsorganisatie en in de arbeidsrelaties

Nadere informatie

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk M201210 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk Arjan Ruis Zoetermeer, september 2012 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk De leeftijd van de ondernemer blijkt

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Corporate Venturing in het MKB

Corporate Venturing in het MKB M200920 Corporate Venturing in het MKB Ruimte voor vernieuwing, durf en kansen C. van Essen MSc Zoetermeer, 10 december 2009 Corporate venturing in het MKB Corporate venturing is onder grote, multinationale

Nadere informatie

Schoolbeleid en ontwikkeling

Schoolbeleid en ontwikkeling Schoolbeleid en ontwikkeling V. Maakt gedeeld leiderschap een verschil voor de betrokkenheid van leerkrachten? Een studie in het secundair onderwijs 1 Krachtlijnen Een schooldirecteur wordt genoodzaakt

Nadere informatie

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 De grafische sector in West-Vlaanderen Foto: : Febelgra Jens Vannieuwenhuyse sociaaleconomisch beleid, WES De grafische sector is zeer divers. Grafische bedrijven

Nadere informatie

De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies

De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij

Nadere informatie

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen)

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Tabel 1, schematisch overzicht van abstracte begrippen, variabelen, dimensies, indicatoren en items. (Voorbeeld is ontleend aan de masterscriptie

Nadere informatie

Regionale antenne van het agentschap voor innovatie door wetenschap en technologie - IWT

Regionale antenne van het agentschap voor innovatie door wetenschap en technologie - IWT Innovatieve starters Een onderneming opstarten rond een innovatief product of een innovatieve dienst brengt heel wat (extra) risico s met zich mee. Een gedegen voorbereiding is dan ook noodzakelijk. Door

Nadere informatie

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Klantgerichtheid Selecteren van een klant Wanneer u hoog scoort op 'selecteren

Nadere informatie

I. BEREKENING VAN HET GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND A. Alle personeelsleden. Gemiddeld personeelsbestand in 2010 ... A1 =... B1 251 ... A2 =... B2...

I. BEREKENING VAN HET GEMIDDELD PERSONEELSBESTAND A. Alle personeelsleden. Gemiddeld personeelsbestand in 2010 ... A1 =... B1 251 ... A2 =... B2... Identiteit:.. Repertoriumnummer:.. Ondernemingsnr. of nationaal nr.:. TABEL voor de berekening van de vrijstelling voor bijkomend personeel (artikel 67ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992)

Nadere informatie

Industriële innovatie, deel II: loont innoveren? 1

Industriële innovatie, deel II: loont innoveren? 1 Industriële innovatie, deel II: loont innoveren? 1 Gerhard Meinen 2 Hoe vaak leiden inspanningen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling tot innovaties? We weten dat bedrijven veel geld uitgeven aan

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek bij klanten van interim management (providers)

Tevredenheidsonderzoek bij klanten van interim management (providers) FEDERGON OPDRACHTGEVERS BEOORDELEN INTERIM MANAGEMENT PROVIDERS POSITIEF Tevredenheidsonderzoek bij klanten van interim management (providers) Tevredenheidsonderzoek bij de klanten van interim management

Nadere informatie

Hoe ondernemend zijn onze Vlaamse studenten? Prof Hans Crijns en Sabine Vermeulen

Hoe ondernemend zijn onze Vlaamse studenten? Prof Hans Crijns en Sabine Vermeulen Hoe ondernemend zijn onze Vlaamse studenten? Prof Hans Crijns en Sabine Vermeulen Inleiding Vlaanderen kent de laatste jaren een lage ondernemerschapsgraad. De resultaten voor Vlaanderen in de Global Entrepreneurship

Nadere informatie

Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan

Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan Hoe tevreden zijn de medewerkers met en hoe betrokken zijn zij bij de organisatie en welke verbeterpunten ziet men voor de toekomst? Wat is medewerkerstevredenheid

Nadere informatie

adviesnota de 20-20-doelstelling m.b.t. de hogeronderwijsmobiliteit

adviesnota de 20-20-doelstelling m.b.t. de hogeronderwijsmobiliteit adviesnota de 20-20-doelstelling m.b.t. de hogeronderwijsmobiliteit definities en criteria die gebruikt worden om de studentenmobiliteit te meten en te registreren 1/6 Situering Het Leuven / Louvain-la-Neuve

Nadere informatie

knkpublishing Microsoft Dynamics De flexibele, innovatieve uitgeverijsoftware Nieuwe kansen in een veranderende media wereld

knkpublishing Microsoft Dynamics De flexibele, innovatieve uitgeverijsoftware Nieuwe kansen in een veranderende media wereld De flexibele, innovatieve uitgeverijsoftware INTEGRATIE CONTINUE INNOVATIE WORKFLOW ONDERSTEUNING ABECON-CONSULTANCY OVER ABECON Microsoft Dynamics Nieuwe kansen in een veranderende media wereld Standaard

Nadere informatie

Gedragsanalyse Experiment Verzekeren per Kilometer

Gedragsanalyse Experiment Verzekeren per Kilometer Gedragsanalyse Experiment Verzekeren per Kilometer Jasper Knockaert mailto:jknockaert@feweb.vu.nl 11 oktober 29 1 Inleiding Het Transumo project Verzekeren per Kilometer onderzoekt de mogelijkheden van

Nadere informatie

In de beleidsnota staat dat de Vlaamse kennisinstellingen opvallend veel samenwerken met de bedrijfswereld.

In de beleidsnota staat dat de Vlaamse kennisinstellingen opvallend veel samenwerken met de bedrijfswereld. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 127 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 17 november 2014 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Spin-offbedrijven - Stand van zaken Met betrekking

Nadere informatie

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek SBO maatschappelijke finaliteit Prof. Dr. Ann Jorissen (UA) IWT, 11 januari 2010 1 Effective Governance of Private Enterprises: the influence

Nadere informatie

Analyse van het Wereldkampioenschap Jeugd Jongens Volleybal 2007

Analyse van het Wereldkampioenschap Jeugd Jongens Volleybal 2007 Arenberggebouw Arenbergstraat 5 1000 Brussel Tel: 02 209 47 21 Fax: 02 209 47 15 Analyse van het Wereldkampioenschap Jeugd Jongens Volleybal 2007 Evaluatie van de spelonderdelen AUTEUR(S) VANMEDEGAEL STEVEN,

Nadere informatie

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Resultaten onderzoek bij bedrijven (MKB) Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie? Woord vooraf Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie?

Nadere informatie

Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen

Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen Auteur: Joost Bollens 1 Abstract In de loop van mei 2009 werd in Vlaanderen de zogenaamde systematische aanpak van de VDAB (de Vlaamse Dienst voor

Nadere informatie

Ketenbesturing. Ketenbesturing. 1. SCOR SCOR-model

Ketenbesturing. Ketenbesturing. 1. SCOR SCOR-model Ketenbesturing Meten is weten The concept of SCM requires measuring the overall supply chain performance rather then only the performance of the individual chain members. Handfield 1991 K. Melaerts - KHLeuven,

Nadere informatie

ICO 2020: meer dan 1 op 3 bedrijven voert een strategisch competentiebeleid

ICO 2020: meer dan 1 op 3 bedrijven voert een strategisch competentiebeleid ICO 2020: meer dan 1 op 3 bedrijven voert een strategisch competentiebeleid Delagrange, H. 2011. IOA 2011: Indicatoren voor het Pact 2020: ICO 2020 en product- of dienstinnovatiecijfer. Sociaal-Economische

Nadere informatie

Fiche 3: tewerkstelling

Fiche 3: tewerkstelling ECONOMISCHE POSITIONERING VAN DE FARMACEUTISCHE INDUSTRIE Fiche 3: tewerkstelling In de sector werken meer dan 29.400 personen; het volume van de tewerkstelling stijgt met een constant ritme van 3,7 %,

Nadere informatie

Welkom. 2014: Innovatiekracht

Welkom. 2014: Innovatiekracht Welkom 2014: Innovatiekracht 2014: innovatiekracht Doel: Ambitieuze / resultaatgerichte ondernemers Ambitieuze / resultaatgerichte ondernemers Onderwerpen verschillende invalshoeken Interactie / begeleiding

Nadere informatie

Het ondernemersvertrouwen stabiliseert in november

Het ondernemersvertrouwen stabiliseert in november 25--24 Links: NBB.Stat Algemene informatie Maandelijkse conjunctuurenquête bij de bedrijven - november 25 Het ondernemersvertrouwen stabiliseert in november Na de aanmerkelijke stijging in oktober, is

Nadere informatie

Welkom. 1. Innovatie Wat? Waarom? Voorbeelden

Welkom. 1. Innovatie Wat? Waarom? Voorbeelden Welkom 1. Innovatie Wat? Waarom? Voorbeelden 2. Innovatiecentra Wie? Wat hebben we te bieden? Kennis Kennissen: Vlaams Innovatienetwerk Zelfkennis: de innovatieaudit Geld: subsidie begeleiding Creativiteit:

Nadere informatie

toetsende statistiek deze week: wat hebben we al geleerd? Frank Busing, Universiteit Leiden

toetsende statistiek deze week: wat hebben we al geleerd? Frank Busing, Universiteit Leiden toetsende statistiek week 1: kansen en random variabelen week 2: de steekproevenverdeling week 3: schatten en toetsen: de z-toets week 4: het toetsen van gemiddelden: de t-toets Moore, McCabe, and Craig.

Nadere informatie

Danielle Raspoet. VRWB Clusters en hun Speerpunten gelinkt aan Vlaanderen in Actie Pact 2020. Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid

Danielle Raspoet. VRWB Clusters en hun Speerpunten gelinkt aan Vlaanderen in Actie Pact 2020. Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid VRWB Clusters en hun Speerpunten gelinkt aan Vlaanderen in Actie Pact 2020 Danielle Raspoet Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid Vlaams Innovatienetwerk, Gent 1 Technologie & Innovatie in Vlaanderen: Prioriteiten

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

Duurzame innovaties in het MKB

Duurzame innovaties in het MKB M201117 Duurzame innovaties in het MKB Coen Bertens Johan Snoei Zoetermeer, november 2011 Duurzame innovaties in het MKB Eerder onderzoek van EIM liet al zien dat MKB'ers duur ondernemen als een blijver

Nadere informatie

ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000 Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 11 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER...

Nadere informatie

INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW

INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW FOCUS 2014 INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW RESULTATEN 2014 VAN HET LANDBOUWMONITORINGSNETWERK Vlaamse overheid Departement Landbouw en Visserij 1. Blik op innovatie 2. Innovatie bij Vlaamse land-

Nadere informatie

Expert groep PME / KMO Hoe een goede strategie ontwikkelen? Op een eenvoudige, andere en efficiënte manier

Expert groep PME / KMO Hoe een goede strategie ontwikkelen? Op een eenvoudige, andere en efficiënte manier Expert groep PME / KMO Hoe een goede strategie ontwikkelen? Op een eenvoudige, andere en efficiënte manier Georges Dockx Lid Expert groep PME/KMO Onafhankelijk consultant voor KMO Georges.dockx@resulto.be,

Nadere informatie

Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak

Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak 1 Achtergrond van het onderzoek Bedrijven vertrouwen meer en meer op social media om klanten te betrekken

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Relatiemarketing is gericht op het ontwikkelen van winstgevende, lange termijn relaties met klanten in plaats van het realiseren van korte termijn transacties.

Nadere informatie

De Octrooicellen. Bescherm en valoriseer uw uitvindingen. Gratis sectorale ondersteuning rond intellectuele eigendom op maat van uw onderneming

De Octrooicellen. Bescherm en valoriseer uw uitvindingen. Gratis sectorale ondersteuning rond intellectuele eigendom op maat van uw onderneming De Octrooicellen Bescherm en valoriseer uw uitvindingen Gratis sectorale ondersteuning rond intellectuele eigendom op maat van uw onderneming De octrooicellen Bescherm en valoriseer uw uitvindingen Gratis

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2009

Digitale (r)evolutie in België anno 2009 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in

Nadere informatie

De data worden ingevoerd in twee variabelen, omdat we te maken hebben met herhaalde metingen:

De data worden ingevoerd in twee variabelen, omdat we te maken hebben met herhaalde metingen: INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 6 1. De 15 leden van een kleine mountainbikeclub vragen zich af in welk mate de omgevingstemperatuur een invloed heeft op hun

Nadere informatie

Polsslag Ondernemend Limburg juli 2015: +4,8 Ondernemersvertrouwen op hoogste peil in 4 jaar Nog geen hitterecords voor Limburgse economie

Polsslag Ondernemend Limburg juli 2015: +4,8 Ondernemersvertrouwen op hoogste peil in 4 jaar Nog geen hitterecords voor Limburgse economie Ieder kwartaal peilen VKW Limburg en UNIZO-Limburg naar het aanvoelen van de Limburgse ondernemers en bedrijfsleiders over de economische gang van zaken in de bedrijven. De resultaten van deze bevraging

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

Projectplan MKB Roadmaps 2.0

Projectplan MKB Roadmaps 2.0 Projectplan MKB Roadmaps 2.0 In 2013 is MKB Roadmaps voor het eerst opgestart, met als doelstelling om (aspirant) ondernemers te helpen om de zakelijke kant van hun innovatie te ontwikkelen. De eerste

Nadere informatie

Prestatiemeting op maat:

Prestatiemeting op maat: PRESTATIEMETING Drs. K.B.M. Bessems is recent als bedrijfseconoom afgestudeerd aan de Universiteit van Tilburg. Drs. J.M.C. Niederer (niederer@telenet.be) is werkzaam in de controllerspraktijk en heeft

Nadere informatie

Tendensen in bedrijfsopleidingen. Februari 2010 update

Tendensen in bedrijfsopleidingen. Februari 2010 update Tendensen in bedrijfsopleidingen Februari 2010 update Inhoud Inleiding: wie zijn wij? Onderzoeksmethodologie & Definities Top 4 Vaststellingen in bedrijfsopleidingen Top 3 Tendensen in bedrijfsopleidingen

Nadere informatie

De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies

De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij

Nadere informatie

Innovatieaudit. Je organisatie doorgelicht

Innovatieaudit. Je organisatie doorgelicht Innovatieaudit Je organisatie doorgelicht Is jouw bedrijf klaar om te innoveren? Wat zijn de beste praktijken voor innovatie? Op welke punten kan jouw bedrijf verbeteren? Met de Innovatieaudit meten we

Nadere informatie

M201218. Meer snelgroeiende bedrijven en meer krimpende bedrijven in Nederland

M201218. Meer snelgroeiende bedrijven en meer krimpende bedrijven in Nederland M201218 Meer snelgroeiende bedrijven en meer krimpende bedrijven in Nederland drs. D. Snel drs. N. Timmermans Zoetermeer, november 2012 Relatief veel snelgroeiende bedrijven in Nederland In deze rapportage

Nadere informatie

Recepten uit het kookboek. van het gebruik van sociale media voor innovatie

Recepten uit het kookboek. van het gebruik van sociale media voor innovatie Recepten uit het kookboek van het gebruik van sociale media voor innovatie 1 Sociale media en NPD Set Inzet sociale media: - vermogen definiëren probleem - vermogen identificeren juiste crowd - vermogen

Nadere informatie

Amsterdamse haven en innovatie

Amsterdamse haven en innovatie Amsterdamse haven en innovatie 26 september 2011, Hoge School van Amsterdam Haven Amsterdam is een bedrijf van de gemeente Amsterdam Oostelijke handelskade (huidige situatie) Oostelijke handelskade (oude

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen

Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen -opleiding -advies over

Nadere informatie

Geeft uw informatiestrategie u een voorsprong op de concurrentie?

Geeft uw informatiestrategie u een voorsprong op de concurrentie? Geeft uw informatiestrategie u een voorsprong op de concurrentie? Onderzoek naar het informatiemanagement bij de top van de Nederlandse bedrijven Whitepaper 1 Inhoud 1. Inleiding Informatiemanagement:

Nadere informatie

1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2

1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2 ANNEX 4 MACRO-ECONOMISCHE ONDERBOUWING VAN HET BAU-SCENARIO Auteur: J. Duerinck INHOUD 1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2 1.1 Analyse trendmatige evoluties toegevoegde waarde 2 1.2 Methode voor

Nadere informatie

VACATURE. Innoviris is op zoek naar. een Adviseur Innovatief Ecosysteem (Strategisch) Referentie: AFN201603

VACATURE. Innoviris is op zoek naar. een Adviseur Innovatief Ecosysteem (Strategisch) Referentie: AFN201603 VACATURE Innoviris is op zoek naar een Adviseur Innovatief Ecosysteem (Strategisch) Referentie: AFN201603 Wetenschappelijke Directie Cel Innovatief Ecosysteem Innoviris Instelling van openbaar nut Charleroisteenweg

Nadere informatie

Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt onze economie?

Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt onze economie? Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt onze economie? Clarysse, B. (2004). Eendagsvlieg of pionier: welke ondernemer redt de economie? Antwerpen: Garant Uitgevers. Het geloof in getalenteerde ondernemers

Nadere informatie

Een eeuw innovatie in de bouw De specifieke rol van de handel en toelevering. Frens Pries, directeur Balance&Result Peter van Heijgen, directeur HIBIN

Een eeuw innovatie in de bouw De specifieke rol van de handel en toelevering. Frens Pries, directeur Balance&Result Peter van Heijgen, directeur HIBIN Een eeuw innovatie in de bouw De specifieke rol van de handel en toelevering Frens Pries, directeur Balance&Result Peter van Heijgen, directeur HIBIN De bouw staat te boek als een weinig innovatieve, conservatieve

Nadere informatie

2. Kan de minister, voor de verschillende bedrijfsgerichte instrumenten en programma s

2. Kan de minister, voor de verschillende bedrijfsgerichte instrumenten en programma s SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 571 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 9 juni 2016 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT IWT en VLAIO - Bedrijfssteun voor innovatie Op 30 april

Nadere informatie

Maak kennis met de verschillende financieringsinstrumenten van de overheid

Maak kennis met de verschillende financieringsinstrumenten van de overheid Maak kennis met de verschillende financieringsinstrumenten van de overheid Iris Detavernier, Agentschap Ondernemen Kris Honraet, Innovatiecentrum Oost-Vlaanderen Programma Voorstelling Agentschap Ondernemen

Nadere informatie

M200705. Werkgelegenheid bij startende bedrijven. drs. A. Bruins

M200705. Werkgelegenheid bij startende bedrijven. drs. A. Bruins M200705 Werkgelegenheid bij startende bedrijven drs. A. Bruins Zoetermeer, mei 2007 2 Werkgelegenheid bij startende bedrijven Van startende bedrijven wordt verwacht dat zij bijdragen aan nieuwe werkgelegenheid.

Nadere informatie

Technisch rapport kiesintentiemetingen

Technisch rapport kiesintentiemetingen Technisch rapport kiesintentiemetingen (In te vullen door het betrokken instituut en terug te sturen naar het secretariaat Febelmar, ter publicatie op de Febelmar website.) Dit rapport omvat een geheel

Nadere informatie

Creativiteit is prioriteit

Creativiteit is prioriteit PERSBERICHT Hasselt, 9 november 2011 Creativiteit is prioriteit Creativiteit noodzakelijk voor toekomst Limburgse bedrijven Onderzoek VKW Limburg en UNIZO-Limburg: 4 op 5 bedrijven acht creativiteit noodzakelijk

Nadere informatie

Familiebedrijven en de crisis

Familiebedrijven en de crisis Onderzoeksrapport Oktober 2009 Familiebedrijven en de crisis Prof. Dr. Johan Lambrecht Prof. Dr. Vincent Molly Familiebedrijven en de crisis 1. Inleiding Naar aanleiding van de huidige financiële-economische

Nadere informatie

uitgroeien tot een Vlaamse, Europese en internationale topregio met economische creativiteit als concept voor meer welvaart en welzijn in de regio.

uitgroeien tot een Vlaamse, Europese en internationale topregio met economische creativiteit als concept voor meer welvaart en welzijn in de regio. Flanders Smart Hub 1. Waarom dit project? 2. Wie maakt deel uit van dit project? 3. Vanwaar komt de naam? 4. Het vertrekpunt van het project 5. Actiedomeinen 6. Wat zijn onze doelstellingen? 7. Logistiek

Nadere informatie

Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid bvba. Regionaal (de Nederlandstalige gemeenschap, voornamelijk in Gent), Nederland

Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid bvba. Regionaal (de Nederlandstalige gemeenschap, voornamelijk in Gent), Nederland www.socialbiz.eu Sociale Onderneming Informatiefiche KLEIN SPOOK (BELGIË) Opgericht in 2011 Rechtsvorm Sector Werkgebied Website Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid bvba Private ondernemingen/ecologisch

Nadere informatie

Quick-scan flexibiliteit

Quick-scan flexibiliteit Quick-scan flexibiliteit Hieronder leggen we u enkele stellingen voor die betrekking hebben op de omstandigheden en de markt waarin uw onderneming, divisie of business unit (dit kunt u zien als uw organisatie

Nadere informatie

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together Gids voor werknemers Rexel, Building the future together Editorial Beste collega s, De wereld om ons heen verandert snel en biedt ons nieuwe uitdagingen en kansen. Aan ons de taak om effectievere oplossingen

Nadere informatie