27 juni E-nose J.B. Milan en Ray Desmidt. Managementsamenvatting e-neus Safety Pilot 2010

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "27 juni 2011 21204847 E-nose J.B. Milan en Ray Desmidt. Managementsamenvatting e-neus Safety Pilot 2010"

Transcriptie

1 Notitie Aan e-nose board Kopie aan Datum Documentnummer Project Auteur 27 juni E-nose J.B. Milan en Ray Desmidt Onderwerp Activiteit A, E-nose safety deel A (vast netwerk Pernis) Managementsamenvatting e-neus Safety Pilot 2010 Een recente ontwikkeling is het monitoren van veranderingen van de buitenluchtsamenstelling ten behoeve van geuroverlast, procesbewaking en veiligheid met behulp van het meetinstrument de elektronische neus (e-neus). De DCMR heeft in de periode van augustus tot december 2008 een project voor online geurmonitoring met e-neuzen uitgevoerd. Tijdens dit project was een duidelijke relatie te zien tussen de meetwaarden van de e-neuzen en geurklachten, waarbij de e-neuzen geuremissie waarnamen ruim voordat de eerste klacht bij de meldkamer werd ingediend. Om de mogelijkheden van een online e-neus netwerk voor veiligheidsdoeleinden te onderzoeken, heeft de DCMR samen met Comon-Invent de e-neus safetypilot 2010 uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het E-nose programma van de DCMR met als hoofdopdrachtgevers de Provincie Zuid-Holland en de Veiligheidsregio Rotterdam- Rijnmond. Onderzocht is of e-neus technologie een kansrijk hulpmiddel biedt om sneller en gerichter veiligheidsinformatie te presenteren op basis waarvan beslissingen kunnen worden genomen zoals alarmering, opschaling, aansturen van meetploegen en ontalarmeren. Met toestemming van het Havenbedrijf Rotterdam, Stedin, Eneco en de gemeenten Rotterdam, Vlaardingen, Schiedam en Spijkenisse heeft gedurende een periode van drie maanden een netwerk van 30 e-neuzen continu veranderingen van de buitenluchtsamenstelling gemonitord. De betrokken bedrijven in het Pernisgebied zijn via een voorlichtingsbijeenkomst geïnformeerd. 15 E-neuzen waren opgesteld in het industriegebied op de Vondelingenplaat en 15 in de omliggende woonkernen. De meetresultaten waren zichtbaar op een dashboard met alarmeringssysteem op de meldkamer van de DCMR. Verder hadden de uitrukdienst van de meldkamer en de Chemisch Adviseurs de beschikking over mobiele e-neuzen, die zijn ingezet bij het onderzoeken van diverse voorvallen en incidenten. Afgezien van het ontbreken van incidenten met grote veiligheidsrisico s, zijn er diverse representatieve gebeurtenissen geweest die de potentie van een e-neus netwerk laten zien als hulpmiddel bij crisismanagement. De Safety Pilot 2010 laat zien dat de e-neuzen reageren op veranderingen in de lucht, die worden veroorzaakt door stoffen van industriële gasemissies en incidenten. Dit is een voortschrijdend inzicht en is aanvullend op de ervaringen die bij eerdere e-neus projecten zijn opgedaan. Het netwerk van 30 e-neuzen heeft gereageerd op stoffen die zijn geëmitteerd uit bronnen binnen en buiten het vaste e-neus netwerk. Blad 1 van 1

2 Doordat het stationaire netwerk na de pilotperiode van 3 maanden kosteloos is gehandhaafd, is gedurende langere tijd ervaring opgedaan. De drie meest opvallende voorvallen die door het stationaire meetnet waargenomen zijn: - Een klachtengolf van 350 stankmeldingen veroorzaakt door het affakkelen van procesgas na een stroomstoring bij de BP-Raffinaderij op 10 mei 2010; - Een klachtengolf van 54 stankmeldingen veroorzaakt door het affakkelen van procesgas na het uitvallen van fornuizen bij de Esso Raffinaderij op 10 september 2010; - Een transformatorbrand op het Shell-terrein van 7 december De mobiele e-neuzen hebben met name potentie laten zien in het op afstand monitoren van situaties met verhoogde gasconcentraties. Door een e-neus te plaatsen in een object of benedenwinds van een incident kan het concentratieverloop gemonitord worden. Hierdoor kan de situatie in het object of benedenwinds van het incident op afstand bewaakt worden. De drie meest opvallende voorvallen die door mobiele e-neuzen gemonitord zijn: - Het monitoren van het concentratieverloop tijdens geforceerd ventileren na een inpandige CO2-lekkage bij een groothandel in groenten en fruit te Ridderkerk. - Het meten van rookgasmengsels na een brand in een loods op de Heijplaat. - Het detecteren van lekkages van niet geodoriseerd aardgas en van aardgas in concentraties die onder de detectiegrens liggen van de huidige meetapparatuur van Chemisch Advies. Tevens is in de Safety Pilot 2010, mede in samenwerking met TNO (OOKN-project van de Gezamenlijke Brandweer), een eerste goede stap gezet voor het opzetten van een fingerprintdatabase voor veiligheidsrelevante stoffen. Het meest opvallende hierbij is dat met behulp van deze (nog beperkte) database en aan de hand van een klachtengolf op 1 februari 2011, het werkingsprincipe voor een kwalitatieve inschatting van de stofklasse is aangetoond. Een nieuw toegevoegde fingerprint in de database kwam nl. overeen met een fingerprint zoals deze ten tijde van de klachtengolf in het klachtengebied werd bepaald. Tenslotte is door een beperkte nadere data-analyse een goede indicatie verkregen dat het principe van automatische patroonherkenning functioneert. Met automatische patroonherkenning kunnen nl. gelabelde fingerprints worden gedetecteerd door het stationair e-neus netwerk. Het voorval van 10 juli en 10 september 2010 geeft een representatief voorbeeld. De Safety Pilot 2010 heeft overall aangetoond dat de e-neus potentie heeft voor het monitoren van veiligheidsgerelateerde situaties. De subdoelstelling om het gedrag van de e-neuzen tijdens een groot incident te onderzoeken is echter niet bereikt vanwege het uitblijven van grote incidenten in of nabij het gebied waar de stationaire e-neuzen staan opgesteld. De Safety Pilot 2010 zal dan ook voortgezet worden in Blad 2 van 2

3 Safety Pilot 2010 Onderzoek naar de potentie van e-neus voor veiligheidtoepassingen Onderwerp: Eindrapportage van Safety Pilot 2011 Datum: 26 juni 2011 Opdrachtgever: DCMR Bureau Lucht Auteur: S.K. Bootsma Comon Invent BV Postbus AA DELFT 1

4 2

5 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 3 Voorwoord 4 Samenvatting 5 Leeswijzer 7 1. Introductie safety pilot Inleiding De Safety Pilot Projectomschrijving Safety Pilot Onderzoeksdoelstelling en deelonderzoeken De e-neuzen van deze pilot Het dashboard in de Meldkamer van de DCMR Werkwijze uitrukdienst DCMR De uitvoering van het project Het trainen van de e-neus in de Safety Pilot Labonderzoek waarbij e-neuzen zijn blootgesteld aan bekende gasconcentraties 17 4 Capita selecta van representatieve voorvallen 18 Voorval 1: Trippen van 2 grote fornuizen op de Esso olieraffinaderij in Botlek. 18 Voorval 2: Brand bij RDM loods op de Heijplaat 23 Voorval 3: Storing bij gasmotor E.ON Centrale Barendrecht 24 Voorval 4: Transformatorbrand op de Shell Raffinaderij Pernis. 27 Voorval 5: Stroomstoring Europoort; stank in Rijnmondgebied 30 Voorval 6: CO 2 lek bij een groothandel in groeten en fruit te Ridderkerk Conclusies en aanbevelingen 37 Stationair e-neus netwerk 37 Mobiele e-neuzen 37 Kwalitatieve en kwantitatieve data-analyse 37 Bijlage A: Introductie van de E-neus 38 Wat is een e-neus 38 Het trainen van e-neuzen 38 Praktijkvoorbeeld 1: Geurhinder voorval door (stook)olie 39 Praktijkvoorbeeld 2: Geurhinder voorval door ruwe olie 42 Praktijkvoorbeeld 3: E-neuzen en stofspecifieke analysers 52 Bijlage B: Meetresultaten labonderzoek TNO 54 Bijlage C: E-neus onderzoeken van de DCMR-meldkamer 71 3

6 Voorwoord Een recente ontwikkeling is het monitoren van veranderingen van de buitenluchtsamenstelling met betrekking tot geuroverlast, procesbewaking en veiligheid met het meetinstrument: de elektronische neus of kortweg e-neus. Op verzoek van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en de Provincie Zuid-Holland heeft de DCMR Milieudienst Rijnmond in samenwerking met Comon Invent een project uitgevoerd om de mogelijkheden van een online e-neus netwerk voor veiligheidsdoeleinden te demonstreren. Het project heeft plaatsgevonden in Gedurende een periode van drie maanden heeft een netwerk van dertig e-neuzen continu veranderingen van de buitenluchtsamenstelling gemonitoord. vijftien e-neuzen waren opgesteld in het industriegebied op de Vondelingenplaat te Rotterdam en vijftien in omliggende woonkernen. Verder had de uitrukdienst van de DCMR-meldkamer beschikking over drie mobiele e-neuzen en had de Chemisch Adviesdienst twee mobiele e-neuzen. De mobiele e-neuzen zijn ingezet bij het onderzoeken van diverse voorvallen en bij incidenten. Hoewel tijdens het project geen grote incidenten in het gebied hebben plaatsgevonden, zijn er wel een aantal interessante gebeurtenissen geweest die de potentie van e-neus netwerken laten zien als instrument voor hulpverleners bij het verzamelen van informatie over verstoringen van de luchtsamenstelling die indicatief zijn voor de actuele luchtkwaliteit in de directe omgeving van de e-neuzen. Dit rapport is een weerslag van het project. In het rapport is een aantal voorvallen uitgewerkt die de mogelijkheden van de e-neuzen tonen. 4

7 Samenvatting De DCMR Milieudienst Rijnmond heeft sinds 2005 enkele projecten uitgevoerd met de e-neuzen. Bij al deze projecten lag het accent op het monitoren van geurgerelateerde parameters in de buitenlucht. In dit project is een eerste ervaring opgedaan met e-neuzen in het veiligheidsdomein. De doelstelling van deze pilot studie was om de e-neus potentie voor veiligheid te demonstreren. Onderzocht is of e-neus technologie een kansrijk hulpmiddel biedt om sneller en gerichter veiligheidsinformatie te presenteren op basis waarvan beslissingen kunnen worden genomen zoals alarmering, opschaling, opheffing van alarmen en inzetten en aansturen van de meetploeg. Om bovenstaande doelstelling te halen bereiken zijn drie deelonderzoeken gesteld: 1. Het monitoren van een complex bedrijvengebied met stationaire e-neuzen: onderzoek naar het online in kaart brengen van het effectgebied en de veranderingen in het effectgebied met stationaire neuzen. 2. Monitoring van een complex bedrijvengebied met mobiele e-neuzen: onderzoek naar de toepasbaarheid van het mobiel inzetten van e-neuzen en de vergelijking met conventionele apparatuur. 3. Kwalitatieve en kwantitatieve analyse: onderzoek naar de mogelijkheid van classificatie van emissies en een snelle indicatie van de heersende concentraties in het effectgebied. 1. Stationair e-neus netwerk Tijdens het project was een vast netwerk van dertig e-neuzen operationeel. Het merendeel hiervan was gemonteerd aan lantaarnpalen op een hoogte van vier meter langs wegen op de Vondelingenplaat en in Pernis-Dorp, Spijkenisse, Hoogvliet, Schiedam, Vlaardingen en de Heijplaat.. Alle e-neuzen stonden via een dashboard systeem online in contact met de meldkamer van de DCMR. Elke binnenkomende e-neus waarde werd getoetst op overschrijding van de ingestelde grenswaarden. Het dashboard werd elke minuut ververst met de meest actuele stand van zaken en alarmstatus. Afgezien van het ontbreken van incidenten met grote veiligheidsrisico s, zijn er diverse representatieve gebeurtenissen geweest die de potentie van een vast e-neusnetwerk laat zien als hulpmiddel bij crisismanagement. De drie meest opvallende voorvallen die door het stationaire meetnet waargenomen zijn: - Een klachtengolf van 350 stankmeldingen veroorzaakt door het affakkelen van procesgas na een stroomstoring bij de BP-Raffinaderij op 10 mei 2010; - Een klachtengolf van 54 stankmeldingen veroorzaakt door het affakkelen van procesgas na het uitvallen van fornuizen bij de Esso Raffinaderij op 10 september 2010; - Een transformatorbrand op het Shell-terrein van 7 december Mobiele e-neuzen Een vijftal e-neuzen was beschikbaar voor de dienst Chemisch Advies en de uitrukdienst van de meldkamer. Deze mobiele e-neuzen met GPS stonden via het dashboard online in contact met de DCMR-meldkamer. De mobiele e-neuzen zijn ingezet bij diverse voorvallen in het gehele werkgebied van de DCMR. Door grafische weergave van de ruwe data van de ingezette mobiele e-neuzen kon een goed inzicht in het bron- en verspreidingsgebied van een emissie worden gegeven. In dit rapport zijn voorbeelden opgenomen waarbij dit goed wordt gedemonstreerd. Het betreft onder andere een geurrit met een mobiele e-neus waarbij verschillende gaswolken van olie en eetbare olie zijn doorkruist die tevens corresponderen met de verschillende geurwaarnemingen. 5

8 De mobiele e-neuzen zijn ook ingezet bij incidenten waarbij sprake was van de aanwezigheid van gassen in veiligheidsrelevante concentraties. De drie meest opvallende voorvallen die met de mobiele e-neuzen gemonitoord zijn: - Het monitoren van het concentratieverloop tijdens geforceerd ventileren na een inpandige CO 2 -lekkage bij een groothandel in groenten en fruit te Ridderkerk. - Het meten van rookgasmengsels na een brand in een loods op de Heijplaat. - Het detecteren van lekkages van ongeodoriseerd aardgas en van aardgas in concentraties die onder de detectiegrens ligt van de huidige meetapparatuur van Chemisch Advies. 3. Kwalitatieve- en kwantitatieve analyse Onderdeel van de Safety Pilot 2010 was het maken van een eerste verkennende stap voor het opzetten van een database met e-neus profielen. Deze profielen worden de vingerprints van bepaalde stoffen genoemd. E-neuzen zijn onderdeel van lerende systemen. Ze moeten worden getraind om bepaalde stoffen of mengsels te kunnen herkennen. Eén van de facetten van het trainen van e-neuzen is het blootstellen van de e-neuzen aan bekende concentraties van bepaalde gassen of mengsels. De respons van de e-neus op deze blootstelling is een uniek patroon; de vingerprint van het gas. In dit project is een begin gemaakt met het aanleggen van een database met vingerprints van een aantal relevante stoffen het veiligheidsdomein. Hiertoe is een testomgeving gebouwd die in het meetlab van de DCMR is opgesteld. In deze testomgeving zijn vervolgens enkele vingerprints gemeten. Ook heeft TNO hierin een bijdrage geleverd. Binnen een OOKN-project van de Gezamenlijke Brandweer zijn de vingerprints van 10 incidentgevoelige stoffen bepaald in het concentratiebereik van 1 tot 100ppm. Een opmerkelijk resultaat is dat met deze database het werkingsprincipe van een inschatting van de stofklasse door de e-neus is aangetoond. Dit is gebeurd naar aanleiding van een klachtengolf op 1 februari 2011 met 110 stankklachten. Met de DCMR-testopstelling zijn vijf vingerprints gemaakt van mogelijke verdachte stoffen. Deze zijn vergelijken met een vingerprint die tijdens de klachtengolf door een e-neus in het klachtengebied is geregistreerd. Op basis hiervan heeft de e- neus waarneming een bijdrage geleverd aan het opsporen van de bron. In dit projectonderdeel een aanzet gemaakt om de omvangrijke dataset nader te analyseren. Het is mogelijk om de e-neuzen te trainen om bepaalde vingerprints te herkennen. We noemen dit proces het labelen van vingerprints. Met automatische patroonherkenning kunnen gelabelde vingerprints worden gedetecteerd door de e-neuzen. Een voorval op 10 juli 2010 en 10 september 2010 toont dat het principe automatische patroonherkenning in de praktijk functioneert: - Het patroon dat de e-neuzen waarnemen in het verspreidingsgebied van de pluim van de fakkel op 10 september 2010 komt in de tijd en plaats overeen met de gerapporteerde hinder. Dit patroon was eerder door de e-neuzen geroken op 10 juli Waarschijnlijk is toen ook sprake geweest van het fakkelen van procesgas door Esso. Het patroon van de emissie van 10 september 2010 is als vingerprint ingesteld voor de e-neuzen. De neuzen hebben deze vingerprint tijdens beide voorvallen herkend. Dit is een goede indicatie dat het principe automatische patroonherkenning functioneert. - Bij de e-neus waarnemingen rond het verdeelstation van de Gasunie op 10 september is aangetoond dat de e-neus de vingerprint van het aardgas kan onderscheiden uit meerdere emissies. 6

9 Leeswijzer Hoofdstuk 1 is een introductie van de achtergronden en inzichten die zijn verwerkt in het projectplan. In hoofdstuk 2 en 3 zijn de opzet en de uitvoering van het project uiteengezet. Hoofdstuk 4 is een weerslag van resultaten in de vorm van de uitwerking van een aantal voorvallen die een representatief beeld geven van de potentie van e-neuzen voor toepassing in het veiligheidsdomein. In hoofdstuk 5 zijn de belangrijkste conclusies en aanbevelingen opgesomd. in het rapport opgenomen zijn drie bijlagen opgenomen: Bijlage A is een introductie van de e-neus technologie. Aan de hand van enkele interessante praktijkvoorbeelden is een uitleg gegeven hoe de ruwe e-neus data wordt vertaald naar menselijk interpreteerbare informatie. Bijlage B is een weerslag van een laboratorium onderzoek waarbij een eerste aanzet is gemaakt voor het aanleggen van een database met verschillende vingerprints. Bijlage C is een weergave van de e-neus onderzoeken van de DCMR-meldkamer. 7

10 1. Introductie safety pilot Inleiding Informatievoorziening is een belangrijk onderdeel van de risicobeoordeling tijdens crises waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen. Bij een incident met emissies van chemische stoffen naar de atmosfeer, is het van belang om continu inzichtelijk te houden hoe de emissie zich ontwikkelt en verspreidt in de richting van de leefomgeving. In de huidige praktijk wordt deze informatievoorziening hoofdzakelijk gebaseerd op door menselijk bediende instrumenten in het incidentgebied. Gasmeetploegen van de brandweer, de DCMR-uitrukdienst en chemisch advies worden bij incidenten en rampen gestuurd naar het gebied om ter plaatste metingen ter verrichten met draagbare detectieapparatuur, zoals PID meters en gasdetectiebuisjes. De meetdeskundigen ter plaatse staan in contact met de meldkamer om hun waarnemingen door te geven. De informatie die op deze manier wordt vergaard is semikwalitatief van aard. Daarnaast zijn in Nederland een aantal mobiele meetwagens met geavanceerde apparatuur beschikbaar. Hiermee kan gedurende het incident de concentratie van een aantal stoffen in de lucht op nauwkeurige wijze worden gemeten. Een netwerk van e-neuzen dat permanent veranderingen in de buitenlucht monitoort, kan meerwaarde hebben op de informatievoorziening. E-neuzen kunnen snel en gericht informatie leveren voor de risicobeoordeling bij incidenten waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen. Het gaat hierbij om actuele gegevens op basis waarvan beslissingen kunnen worden genomen zoals alarmering, opschalen naar een hogere alarmfase en afschalen naar een lagere alarmfase en het inzetten en de aansturing van meetploegen. E-neuzen zijn instrumenten voor het registreren van informatie over kwalitatieve veranderingen in de lokale luchtsamenstelling. In dit project stonden de e-neuzen online in verbinding met de meldkamer van de DCMR. Het dashboard systeem in de meldkamer van de DCMR werd elke minuut geactualiseerd met de meest recente waarneming van alle 30 e-neuzen inclusief de windgegevens. Per e-neus konden de grenswaarden worden ingesteld. Wanneer de signalen van de e-neus een grenswaarde overschreden, dan was dit een indicatie voor een anomalie in de buurt van de betrokken e-neus. Het dashboard systeem maakte hiervan melding aan de meldkamermedewerkers die een vervolgactie konden uitvoeren. 1.2 De Safety Pilot De DCMR heeft in 2008/2009 de eerste projectmatige ervaring opgedaan met e-neuzen. Tijdens dit project was een tiental e-neuzen opgesteld op luchtkwaliteitmeetstations in het gebied. De waarnemingen van de tien e-neuzen zijn vergeleken met de meldingen van geurhinder die bewoners hebben gemeld aan de meldkamer van de DCMR. Uit een analyse waarbij de hinder meldingen zijn vergeleken met de ruwe e-neus data volgde dat bij 76% van de hindermeldingen de e-neuzen een positieve respons gaven. De 10 e-neuzen stonden tijdens het eerste project opgesteld over een groot gebied. Het bereikte resultaat was veelbelovend. Uit het eerste project is de interesse gewekt om de mogelijkheden van e-neuzen verder te exploreren in een fijnmaziger netwerk. Ook werden de mogelijkheden gezien om de e-neus naast geurdetectie ook in te zetten voor het monitoren van veiligheidsrelevante parameters. Deze twee inzichten zijn in de safety pilot 2010 uitgewerkt. 8

11 2. Projectomschrijving Safety Pilot Onderzoeksdoelstelling en deelonderzoeken De doelstelling van deze pilot studie was om de e-neus potentie voor veiligheid te demonstreren. Onderzocht is of e-neus technologie een kansrijk hulpmiddel biedt om sneller en gerichter veiligheidsinformatie te presenteren op basis waarvan beslissingen kunnen worden genomen zoals alarmering, opschaling, opheffing van alarmen en inzetten en aansturen van de meetploeg. Om bovenstaande doelstelling te halen bereiken zijn drie deelonderzoeken gesteld: 1. Het monitoren van een complex bedrijvengebied met stationaire e-neuzen: onderzoek naar het online in kaart brengen van het effectgebied en de veranderingen in het effectgebied met stationaire neuzen. 2. Monitoring van een complex bedrijvengebied met mobiele e-neuzen: onderzoek naar de toepasbaarheid van het mobiel inzetten van e-neuzen en de vergelijking met conventionele apparatuur. 3. Kwalitatieve en kwantitatieve analyse: onderzoek naar de mogelijkheid van classificatie van emissies en een snelle indicatie van de heersende concentraties in het effectgebied. Tijdens het project was een netwerk van dertig e-neuzen actief. Het merendeel hiervan was gemonteerd aan lantaarnpalen op een hoogte van vier meter langs wegen op de Vondelingenplaat en in Pernis-Dorp, Spijkenisse, Hoogvliet, Schiedam, Vlaardingen en de Heijplaat. De plaatsing en het gebruik van de lantaarnpalen is in overleg en met toestemming van het Havenbedrijf Rotterdam, Stedin, Eneco en de onderhavige (deel)gemeenten uitgevoerd. Bij aanvang van het project heeft de DCMR een voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd om de bedrijven op de Vondelingenplaat te informeren over de aard en doelstelling van het project. Daarnaast heeft overleg plaatsgevonden in de Shell-burenraad Figuur 1. Montage van een e-neus aan een lantaarnpaal langs de Vondelingenweg 9

12 2.2 De e-neuzen van deze pilot Het netwerk van stationaire e-neuzen bestond uit 30 e-neuzen die op een hoogte van vier meter aan een lantaarnpaal zijn bevestigd. Op 5 locaties is naast een e-neus ook een windvaan aan de lantaarnpaal gemonteerd. In de lantaarnpaal is een doorvoer gemaakt voor de voedingskabel van de e-neus. De e-neus is voorzien van een batterijpack zodat de e-neus continu operationeel is. Figuur 2. E-neus en windvaan op lantaarnpaal Naast het netwerk van 30 stationaire e-neuzen zijn er tijdens deze proef vijf mobiele e-neuzen ingezet. Dit zijn e-neuzen met een GPS-module waarmee de positie van de e-neus wordt vastgelegd. De mobiele e-neus kan met een magneet op het dak van een auto worden geplaatst. Door langzaam door een probleemgebied te rijden kan het brongebied en de verspreiding van de gaswolk worden vastgelegd. Figuur 4 toont een presentatie van een ronde met een mobiele e- neus. Figuur 3. Mobiele e-neus op een autodak 10

13 air flow Figuur 4. presentatie van de ruwe e-neus data die tijdens een rit over de Vondelingenweg zijn geregistreerd Figuur 4 toont de ruwe e-neus data van een rit over de Vondelingenweg. De rit voerde langs drie stationaire e-neuzen: VO-1, VO-2 en VO-3. De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek was een alarmmelding door VO-2 op het dashboard in de DCMR-meldkamer. De presentatievorm is een 3D weergave van de ruwe e-neus data waarbij elke een taartpunt vormt. Het resultaat is dat in een oogopslag de verschillende vingerprints worden getoond. Daar waar de groene dominant was, was er sprake van een duidelijke oliegeur. Daar waar de oranje dominant was, was sprake van een duidelijke geur van eetbare olie. Met inachtneming van de heersende windrichting kwam de oliegeur waarschijnlijk van een schip dat werd ontgast aan de overzijde van de Nieuwe Maas. De geur van de eetbare olie was vrijwel zeker afkomstig van het bedrijf Wilmar Edible Oils. In beide gevallen was er geen sprake van een verhoogd veiligheidsrisico. Gedurende het project bleek dat de e-neus VO-2 veel vaker reageerde op de huisgeur van dit bedrijf. In paragraaf 1.1 (aanpassen aan nieuwe indeling) is vermeld dat de grenswaarden voor alarmering per e-neus dynamisch kan worden ingesteld. Na enkele weken zijn de grenswaarden voor e-neus VO-2 bijgesteld zodat deze minder vaak alarmeerde op de Wilmar huisgeur. Figuur 4 is een goede demonstratie van de potentie van e-neuzen. De afbeelding laat zien dat een e-neus in staat is om op eenvoudige wijze de verschillen in de luchtsamenstelling in een gebied grafisch weer te geven. Het verspreidingsprofiel van de oranje en de groene gaswolk is getoond. 11

14 2.3 Het dashboard in de Meldkamer van de DCMR De e-neuzen staan via een GPRS-verbinding online in contact met een centrale server. Van de stationaire e-neuzen is elke minuut de actuele signaalwaarde van alle en per e-neus opgeslagen. Van de mobiele e-neuzen was de logfrequentie tijdens gebruik 10 seconden. Elke binnenkomende waarde werd getoetst op overschrijding van de ingestelde grenswaarden. Het dashboard toonde de meest actuele stand van zaken en werd per minuut geactualiseerd. Op het beeldscherm werd in de informatiebalk de alarmstatus getoond. De stationaire e-neuzen zijn weergegeven als rondjes op het scherm. Wanneer de e-neus normaal opereert dan is de kleur van het rondje overeenkomstig het alarmniveau van de e-neus. In het onderstaande geval geeft geen van de operationele e-neuzen een alarm. De rondjes zijn nu wit gekleurd. Een e-neus die door een technische storing niet operationeel is wordt weergegeven door een zwart rondje. Op het scherm zijn ook rode pijlen zichtbaar. Dit is de windrichting die door de windvanen is geregistreerd. In deze pilot wees de pijl in de richting waar de wind vandaan kwam. Figuur 5 toont een opname van het dashboard. De opname laat zien dat de windrichting toen zuidoostelijk tot noordoostelijk was. Figuur 5: Dashboard op computer in Meldkamer van de DCMR 12

15 2.4 Werkwijze uitrukdienst DCMR In gevallen waarbij het dashboard in de Meldkamer een alarmering van een of meerdere e- neuzen aangaf, heeft de uitrukdienst deze melding onderzocht, indien er geen situaties waren met een hogere prioriteit. De uitrukdienst onderzocht de situatie ter plaatse door het verrichten van zintuiglijke waarnemingen nabij de betreffende e-neuzen en benedenwinds. Figuur 6 meerdere e-neuzen in alarm. De uitrukdienst beschikte tijdens de proef over een smartphone waarmee geurwaarnemingen kunnen worden ingevoerd in het systeem. De geur en de intensiteit die de medewerkers ter plaatse waarnamen is met deze module ingevoerd. Figuur 7: Smartphone waarmee zintuiglijke geurbeleving zijn ingevoerd 13

16 Naast het invoeren van de zintuiglijke waarneming is met de PID-meter (of meetbuisje) bepaald of er een meetbare uitslag mogelijk was. De gemeten concentratie is in ppm genoteerd en in het verslag gezet. Indien er stank werd waargenomen, was het de taak van de uitrukdienst om de bron op te sporen, zoals bij regulieren uitrukken. De uitrukdienst heeft korte rapportages van de veldonderzoeken gemaakt. Over het algemeen is een aardige overeenkomst is geweest met de waarnemingen van de DCMR-meldkamer. In de meeste gevallen was de concentratie te laag om op een PID-meter een uitslag te geven. In Bijlage C is een overzicht van de onderzoeken weergegeven. 14

17 3. De uitvoering van het project Tijdens de monitoring fase van het project was het dashboard zichtbaar op een computerscherm in de meldkamer van de DCMR zoals hieronder afgebeeld. De informatie op het dashboard werd elke minuut geactualiseerd. Een Figuur 8. Dashboard van het e-neuzen netwerk tijdens de Safety Pilot 2010 Wanneer de luchtsamenstelling verandert kan bij een bepaalde concentratie de ingestelde grenswaarde worden overschreden. Omdat in het begin van de Safety Pilot 2010 niet bekend was welke grenswaarden moesten worden ingesteld, is gestart met een aantal grenswaarden die zijn gebaseerd op de ervaring die is opgedaan in eerdere projecten met de e-neuzen. Er zijn vier kleurniveaus gedefinieerd: Niveau wit geel oranje rood melding geen verhoging verhoging verhoging De laatste waarde van elke e-neus wordt vergeleken met de alarmniveaus. Dit bepaalt de kleur van het rondje op het dashboard. Elke kleurverandering naar één of meerdere hogere niveaus gaat gepaard met een akoestisch signaal (pieptoon) en een tekstmelding in de informatiebalk. De kleur van de informatiebalk wordt bepaald door het hoogst waargenomen alarmniveau. Dit is in figuur 9 getoond. De e-neuzen BU-02, BU-03 en BU-04 zijn in alarm. BU-02 is in alarmniveau rood. De andere twee in niveau geel. De informatiebalk is nu rood vanwege BU

18 Figuur 9. De e-neuzen BU-02, BU-03 en BU-04 zijn in alarm Om meer informatie over het alarm te verkrijgen kan met een muis op een van de e-neuzen worden geklikt. Er verschijnt dan een pop-up scherm met daarin de grafiek van de afgelopen 4 uur. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de data van de laatste 8 en 12 uur te bekijken. Getrainde e-neuzen kunnen een indicatie geven over de gassoort die ze herkennen. Voor deze herkenning wordt een aantal een rekenkundige bewerkingen verricht op de ruwe e-neus data. Dit leidt tot patronen die worden vergeleken met andere informatiebronnen. In de pop-up scherm van figuur 9 staat vermeld: Stofomschrijving: Onbekend. Dit betekent dat de e-neus geen vingerprint herkent. Het is mogelijk dat het voorval informatie oplevert voor het leerproces. Bij een volgende waarneming zal de e-neus dit patroon dan wel herkennen. 3.1 Het trainen van de e-neus in de Safety Pilot De ruwe e-neus data moeten worden vertaald in menselijk interpreteerbare informatie. Dit betekent dat de ruwe e-neus data nog moeten worden bewerkt. Hiervoor zijn verschillende methodieken beschikbaar, dan wel in ontwikkeling. De belangrijkste methodiek betreft het vergelijken van de ruwe e-neus data met informatiebronnen die aan een menselijk interpreteerbare maat zijn te herleiden. Onder menselijk interpreteerbare maat worden onder andere gerekend: Meldingen van (geur)hinder door mensen aan de meldkamer van de DCMR; Observaties en metingen door DCMR-medewerkers van de uitrukdienst en chemisch advies; CIN-meldingen; Resultaten van luchtmetingen met (stofspecifieke) veldinstrumenten voor gasanalyse; Resultaten van laboratiumonderzoek waarbij een e-neus is blootgesteld aan bekende concentraties van gassen of gasmengsels. 16

19 3.2 Labonderzoek waarbij e-neuzen zijn blootgesteld aan bekende gasconcentraties Onderdeel van de safety pilot 2010 was ook het maken van een eerste verkennende stap voor het opzetten van een database met vingerprints. Door de e-neus in een gecontroleerde omgeving bloot te stellen aan bekende stoffen en mengsels kan de e-neus respons worden onderzocht. Door het uitvoeren van dit deelonderzoek is meer duidelijkheid verkregen of het vingerprint principe voldoende onderscheidend vermogen heeft om de stofklasse van een geëmitteerde stof te herkennen in niet zuivere gaswolken. Ook is meer inzicht verkregen of het gebruik van een kalibratiecurve voor een eerste indicatie van de emissieconcentratie een reële mogelijkheid is. Ten behoeve van dit project onderdeel is voor deze pilot is een testomgeving gebouwd die in het meetlab van de DCMR is opgesteld. Daarnaast heeft TNO, binnen een OOKN-project van de Gezamenlijke Brandweer, op verzoek van de DCMR lab metingen verricht t.b.v. het bepalen van vingerprints van 10 incidentgevoelige stoffen. In dit project zijn door TNO de vingerprints voor onderstaande stoffen bepaald in eeb concentratiereeks van ppm. Furfural (C 5 H 4 O 2 ) Benzeen (C 6 H 6 ) Waterstofsulfide (H 2 S) Zoutzuur(HCl) Benzine 95 Propaan (C 3 H 8 ) Blauwzuur (HCN) Zwaveldioxide (SO 2 ) Allylchloride (C 3 H 5 Cl) Chloor (Cl 2 ) Bijlage B. is een weergave van de resultaten van dit onderzoek. 17

20 4 Capita selecta van representatieve voorvallen In deze paragraaf is een aantal gebeurtenissen nader uitgewerkt die tijdens het project zijn voorgevallen. Het betreft hier een selectie van verschillende opmerkelijke voorvallen. De uitwerkingen zijn een weerslag van de werkwijze waarbij is onderzocht hoe de ruwe e-neus data zijn te vergelijken met menselijk interpreteerbare informatiebronnen. Voorval 1: Trippen van 2 grote fornuizen op de Esso olieraffinaderij in Botlek. Op 10 september 2010 ontvangt de meldkamer van de DCMR tussen 7:00 en 8:00 uur diverse klachten uit Vlaardingen en Schiedam met omschrijving rotte eieren/h 2 S/rottingslucht. De uitrukdienst heeft de overlast niet meer vastgesteld. Op basis van de meteorologische gegevens en de meldingenplot kon worden bepaald dat de veroorzaker in het industriecomplex Botlek-Zuid lag. Vanaf 21:41 tot 02:00 ontvangt de meldkamer opnieuw stankmeldingen uit Vlaardingen en Schiedam met omschrijving rotte eieren/h 2 S en zwaveldioxide (SO 2 ). De uitrukdienst heeft de meldingen onderzocht en na onderzoek toegewezen aan de Esso olieraffinaderij in Botlek. Om 20:00 uur heeft dit bedrijf een CIN melding gedaan van het trippen (uitvallen) van twee grote fornuizen behorend bij het bedrijfsonderdeel crude-destillatie. De oorzaak van de geuremissie was het wegvallen van de pilot lucht naar de branders van de fornuizen. Het gevolg hiervan was een verhoogd fakkelaanbod van koolwaterstoffen met sporen van zwavelwaterstof (H 2 S). Het affakkelen heeft geleid tot 54 stankmeldingen. De redenen waarom dit voorval zo interessant is. 1. De emissiebron ligt zuidwestelijk van het vaste e-neus netwerk; 2. Er is een CIN-melding door het bedrijf gemaakt waardoor in ieder geval de oorzaak en bron van de tweede hindergolf bekend; 3. De wind is dusdanig dat een groot deel van het vaste e-neus netwerk gedurende de hindergolf in de ochtend in de pluim lag; 4. Een deel van de e-neuzen lag duidelijk buiten de pluim. Hierdoor is vergelijking tussen de onderlinge e-neus patronen mogelijk. Immers, e-neuzen buiten de plot mogen het patroon niet waarnemen; 5. Er waren 14 geurklachten in de ochtend en 54 klachten in de avond; 6. In de klachtenplot stond een aantal e-neuzen opgesteld. Hierdoor is een vergelijking tussen e-neuzen en de klachten mogelijk; 7. De voorvallen zijn door de uitrukdienst van de DCMR onderzocht. 18

22 mei 2012 21378304 E-nose programma Bianca Milan

22 mei 2012 21378304 E-nose programma Bianca Milan Notitie Aan e-nose board Kopie aan Datum Documentnummer Project Auteur 22 mei 2012 21378304 E-nose programma Bianca Milan Onderwerp Activiteit A, E-nose Safety deel B ( Vast Netwerk Moerdijk): Deel 2;

Nadere informatie

E-nose programma Rijnmond

E-nose programma Rijnmond E-nose programma Rijnmond eindrapportage Inhoud Managementsamenvatting 7 Geur 7 Veiligheid 8 Luchtmeetnet 9 Conclusies 10 Inleiding en dankwoord 11 Projectorganisatie 11 Financiering en expertisenetwerk

Nadere informatie

14 mei 2013 21570493 e-nose programma Dr. J.B Milan

14 mei 2013 21570493 e-nose programma Dr. J.B Milan Notitie Aan e-nose board Kopie aan Datum Documentnummer Project Auteur 14 mei 2013 21570493 e-nose programma Dr. J.B Milan Onderwerp Activiteit F, deel B gebruik mobiele e-nose door Chemisch Advies en

Nadere informatie

E-nose Programma Rijnmond

E-nose Programma Rijnmond DMS 21576114 E-nose Programma Rijnmond A technology roadmap SPPS consultants - Roel van de Loo Rotterdam, Rapportage E-nose programma Rijnmond 2 Inhoudsopgave MANAGEMENTSAMENVATTING 5 GEUR 5 VEILIGHEID

Nadere informatie

Meetnet luchtkwaliteit Rijnmond: Wat heb je er aan en wat kost het?

Meetnet luchtkwaliteit Rijnmond: Wat heb je er aan en wat kost het? Meetnet luchtkwaliteit Rijnmond: Wat heb je er aan en wat kost het? 4 maart 2009 Peter van Breugel 2 Inhoud Waarom een meetnet in R'dam Hoe is het opgezet Wat wordt er gemeten en wat zijn de ervaringen

Nadere informatie

10 juni 2013 21582810 E-nose programma Dr. J.B. Milan. Onderwerp Activiteit C, Database Geur en Veiligheid: Eindrapport DCMR fingerprintbepaling

10 juni 2013 21582810 E-nose programma Dr. J.B. Milan. Onderwerp Activiteit C, Database Geur en Veiligheid: Eindrapport DCMR fingerprintbepaling Notitie Aan e-nose board Kopie aan Datum Documentnummer Project Auteur 10 juni 2013 21582810 E-nose programma Dr. J.B. Milan Onderwerp Activiteit C, Database Geur en Veiligheid: Eindrapport DCMR fingerprintbepaling

Nadere informatie

Monitoren van de geurhinder te Sliedrecht

Monitoren van de geurhinder te Sliedrecht Monitoren van de geurhinder te Sliedrecht Toepassing hindersystematiek Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NeR) De Afvalberging Derde Merwedehaven te Dordrecht veroorzaakt met name in Sliedrecht klachten

Nadere informatie

29 april 2013 21565297 e-nose programma Dr. J.B. Milan. Onderwerp Activiteit F, deel A gebruik mobiele e-nose door meldkamer t.b.v.

29 april 2013 21565297 e-nose programma Dr. J.B. Milan. Onderwerp Activiteit F, deel A gebruik mobiele e-nose door meldkamer t.b.v. Notitie Aan e-nose board Kopie aan Datum Documentnummer Project Auteur 29 april 2013 21565297 e-nose programma Dr. J.B. Milan Onderwerp Activiteit F, deel A gebruik mobiele e-nose door meldkamer t.b.v.

Nadere informatie

L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit

L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit 73 Bijlage L Indicatieve bepaling effect alternatieven N 377 op luchtkwaliteit Inleiding De provincie Overijssel is voornemens de N 377 Lichtmis Slagharen (verder

Nadere informatie

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2012

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2012 TNO-rapport TNO 2013 R11473 Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2012 Gebouwde Omgeving Princetonlaan 6 3584 CB Utrecht Postbus 80015 3508 TA Utrecht www.tno.nl

Nadere informatie

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2011

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2011 TNO-rapport TNO-060-UT-12-01634 Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 11 Gebouwde Omgeving Princetonlaan 6 3584 CB Utrecht Postbus 80015 3508 TA Utrecht www.tno.nl

Nadere informatie

Antwoord: Ja, onder bepaalde weersomstandigheden zal de pluim zichtbaar zijn als gevolg van waterdamp in de rook.

Antwoord: Ja, onder bepaalde weersomstandigheden zal de pluim zichtbaar zijn als gevolg van waterdamp in de rook. Veelgestelde vragen en antwoorden: Op de site van Omrin worden de daggemiddelde emissiegegevens van de gemeten componenten in de schoorsteen van de Reststoffen Energie Centrale (REC) weergegeven. Naar

Nadere informatie

Hoe ontstaan gevaarlijke gassen in containers? 1. De lading zelf 2. Gassingen met bestrijdingsmiddel 3. De container

Hoe ontstaan gevaarlijke gassen in containers? 1. De lading zelf 2. Gassingen met bestrijdingsmiddel 3. De container Hoe ontstaan gevaarlijke gassen in containers? 1. De lading zelf 2. Gassingen met bestrijdingsmiddel 3. De container 1) De lading zelf kan gevaarlijke of verstikkende gassen produceren. Zelfs voedingsmiddelen

Nadere informatie

Rook bij brand. Brand hektrawler Scheveningen 302, Velsen, 30 januari - 2 februari 2007. Schelte Egbers Veiligheidsbureau Kennemerland

Rook bij brand. Brand hektrawler Scheveningen 302, Velsen, 30 januari - 2 februari 2007. Schelte Egbers Veiligheidsbureau Kennemerland Rook bij brand Brand hektrawler Scheveningen 302, Velsen, 30 januari - 2 februari 2007 Schelte Egbers Veiligheidsbureau Kennemerland Presentatie De brand Meten en maatregelen Communicatie Feiten en beeld;

Nadere informatie

Meetapparatuur en interpretatie meetgegevens

Meetapparatuur en interpretatie meetgegevens Meetapparatuur en interpretatie meetgegevens 1 Waarom meten? Explosie- en brandgevaar Risico -> bevolking (< Evacuatie?) Milieu Gezondheid brandweerpersoneel Gevaar voor verstikking 2 BASISBEGRIPPEN: EXPLOSIE

Nadere informatie

14 mei 2013 21570666 e-nose programma Dr. J.B. Milan

14 mei 2013 21570666 e-nose programma Dr. J.B. Milan Notitie Aan e-nose board Kopie aan Datum Documentnummer Project Auteur 14 mei 2013 21570666 e-nose programma Dr. J.B. Milan Onderwerp activiteit A: Operationeel gebruik van het e-nose dashboard door de

Nadere informatie

de heer Pieter Roos (ministerie van I&M), de heer A Deelen (DCMR) 21877449 Dr. J.B. Milan Oplegnotitie enose pilot Horeca 2014

de heer Pieter Roos (ministerie van I&M), de heer A Deelen (DCMR) 21877449 Dr. J.B. Milan Oplegnotitie enose pilot Horeca 2014 Notitie Aan de heer Pieter Roos (ministerie van I&M), de heer A Deelen (DCMR) Kopie aan Datum Documentnummer Project Auteur 8 december 2014 Onderwerp enose pilot Horeca 2014 21877449 Dr. J.B. Milan Oplegnotitie

Nadere informatie

Toelichting meetrapporten spanningskwaliteit

Toelichting meetrapporten spanningskwaliteit Toelichting meetrapporten spanningskwaliteit Laagspanning en middenspanning (LS en MS) pag. Hoogspanning en extra hoogspanning (HS en EHS) pag. 6 Meetresultaten spanningskwaliteit LS 1 Gegevens meting

Nadere informatie

Lekkages ontdekken - geld besparen SERVICE

Lekkages ontdekken - geld besparen SERVICE Lekkages ontdekken - geld besparen SERVICE GAS VERLIEZEN Slecht voor het milieu Slecht voor uw bankrekening Gasuitstromingen uit buisleiding Gasuitstromingen uit foliedak Op grond van de voortdurende aanpassing

Nadere informatie

maart 2008 BENZEEN VGWM Gezondheid Veiligheid Welzijn A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert!

maart 2008 BENZEEN VGWM Gezondheid Veiligheid Welzijn A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert! maart 2008 VGWM A WAY OF LIVING Veiligheid Gezondheid Welzijn Milieu VGWM Standaards voor professionals, wees alert! Werk veilig of werk niet Voor werkzaamheden aan gesloten installaties en systemen zijn,

Nadere informatie

Organische koolstoffen C x. (continue FID) H y. Periodieke metingen. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste

Organische koolstoffen C x. (continue FID) H y. Periodieke metingen. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste Code van goede meetpraktijk van de VKL (Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen) Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet-

Nadere informatie

Visie op het meten van stoffen tijdens en na chemische incidenten

Visie op het meten van stoffen tijdens en na chemische incidenten Visie op het meten van stoffen tijdens en na chemische incidenten Johan Kloppenburg, Veiligheidsregio Ijsselland Presentatie gegeven door Vincent Peters, Veiligheidsregio Noord-Limburg Even voorstellen

Nadere informatie

Rijnmond, de slechtste lucht van Nederland?

Rijnmond, de slechtste lucht van Nederland? Rijnmond, de slechtste lucht van Nederland? Ontwikkelingen bij DCMR luchtkwaliteit meetnet; nu en in de toekomst. Peter van Breugel DCMR mei 30, 2013 2 Inhoud Introductie DCMR luchtkwaliteit meetnet De

Nadere informatie

Kwartaalbericht luchtkwaliteit. 4e kwartaal 2012

Kwartaalbericht luchtkwaliteit. 4e kwartaal 2012 Kwartaalbericht luchtkwaliteit 4e kwartaal 2012 Raad van Accreditatie De DCMR Milieudienst Rijnmond is door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd voor de NEN-EN-ISO/IEC 17025 norm voor een aantal verrichtingen

Nadere informatie

MD751 CO-detectiecentrale Gebruikershandleiding

MD751 CO-detectiecentrale Gebruikershandleiding HG0750N01B Pag. 1/6 MD751 CO-detectiecentrale Gebruikershandleiding LIMOTEC nv Bosstraat 21 B- 8570 VICHTE Tel +32 (0) 56 650 660 www.limotec.be HG0750N01B Pag. 2/6 Inhoud 1. TOXICITEIT VAN KOOLMONOXIDEGAS

Nadere informatie

BIJLAGE V. Technische bepalingen inzake stookinstallaties. Deel 1. Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties

BIJLAGE V. Technische bepalingen inzake stookinstallaties. Deel 1. Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties BIJLAGE V Technische bepalingen inzake stookinstallaties Deel 1 Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties 1. Alle emissiegrenswaarden worden berekend bij een temperatuur

Nadere informatie

Notitie. : Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam : P.R. Beaujean Datum : 12 oktober 2007 : M. Zieltjens Onze referentie : 9S6248.01/N0003/902610/Nijm

Notitie. : Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam : P.R. Beaujean Datum : 12 oktober 2007 : M. Zieltjens Onze referentie : 9S6248.01/N0003/902610/Nijm Notitie Aan : Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam Van : P.R. Beaujean Datum : 12 oktober 2007 Kopie : M. Zieltjens Onze referentie : 9S6248.01/N0003/902610/Nijm Betreft : Luchtkwaliteitsonderzoek Tiendhove

Nadere informatie

Validatie onderzoek. 22 december 2009. ir. R.T.H. van de Laar arbeidshygiënist S.A.H.

Validatie onderzoek. 22 december 2009. ir. R.T.H. van de Laar arbeidshygiënist S.A.H. Validatie onderzoek Blootstellingsmetingen bij het vullen van IBC s Ter validering van het model Veilig verladen van vloeistoffen in het tanktransport 22 december 2009 ir. R.T.H. van de Laar arbeidshygiënist

Nadere informatie

Data en trendanalyse Brandveilig Leven. Woningbranden en woningcheck s brandveiligheid 2010 t/m 2012

Data en trendanalyse Brandveilig Leven. Woningbranden en woningcheck s brandveiligheid 2010 t/m 2012 Data en trendanalyse Brandveilig Leven Woningbranden en woningcheck s brandveiligheid 2010 t/m 2012 Afdeling: Onderzoek & Analyse Team Brandveilig Leven Auteur: Lucie Berning Opdrachtgever: A.P. de Graaf,

Nadere informatie

Gegevens over milieumeldingen per (deel)gemeenteb1

Gegevens over milieumeldingen per (deel)gemeenteb1 Gegevens over milieumeldingen per (deel)gemeenteb1 (Deel)gemeenten en aantal inwoners Lansingerland 47.927 Hoek van Holland 9.197 Overschie 15.916 Hillegersberg- Schiebroek 40.872 Prins Alexander 86.901

Nadere informatie

Gericht op de toekomst. Stikstofoxiden. Praktische toepassing van meten van NO x

Gericht op de toekomst. Stikstofoxiden. Praktische toepassing van meten van NO x Stikstofoxiden Praktische toepassing van meten van NO x Maarten van Dam Mvdam@testo.nl 06-53782193 Michel de Ruiter Michel.deruiter@multi-instruments.nl 06-20360160 Dia 2 van 132 Waarom meten? Wetgeving:

Nadere informatie

MD741 GASDETECTIECENTRALE MET 1 ZONE

MD741 GASDETECTIECENTRALE MET 1 ZONE HG0741N01D Pag. 1/8 MD741 GASDETECTIECENTRALE MET 1 ZONE GEBRUIKERSHANDLEIDING Bosstraat 21 8570 Vichte Tel: +32 (0)56 650 660 Fax: +32 (0)56 70 44 96 E-mail : sales@limotec.be www.limotec.be HG0741N01D

Nadere informatie

HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS S HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen zijn strikte procedures

Nadere informatie

Bureau Gezondheid, Milieu & Veiligheid

Bureau Gezondheid, Milieu & Veiligheid Provincie Noord-Brabant Aan mw. P. de Paauw Postbus 90151 5200 MC 's-hertogenbosch Kenmerk: UIT-12013758 Datum: 28 oktober 2012 Behandeld door: I.H.M. Links E-mail: i.links@ggd-bureaugmv.nl Onderwerp:

Nadere informatie

NPS-16 Burenalarmeringssysteem

NPS-16 Burenalarmeringssysteem Handleiding voor Alphatronics B.V. de gebruiker NPS-16 Burenalarmeringssysteem Burenalarmeringssysteem Revisie A Uitgave 10-1998 Alphatronics B.V. (MDK) INHOUD INHOUD... Pagina 1 Introductie... Pagina

Nadere informatie

Online ServiceDesk. www.heutink-ict.nl

Online ServiceDesk. www.heutink-ict.nl Online ServiceDesk De Online ServiceDesk, kortweg OSD, gebruikt u voor het registreren en bijhouden van service aangelegenheden. Zo kunt u de tool gebruiken voor het aanvragen van een serviceverzoek, maar

Nadere informatie

NO, NO2 en NOx in de buitenlucht. Michiel Roemer

NO, NO2 en NOx in de buitenlucht. Michiel Roemer NO, NO2 en NOx in de buitenlucht Michiel Roemer Inhoudsopgave Wat zijn NO, NO2 en NOx? Waar komt het vandaan? Welke bronnen dragen bij? Wat zijn de concentraties in de buitenlucht? Maatregelen Wat is NO2?

Nadere informatie

AFO 142 Titel Aanwinsten Geschiedenis

AFO 142 Titel Aanwinsten Geschiedenis AFO 142 Titel Aanwinsten Geschiedenis 142.1 Inleiding Titel Aanwinsten Geschiedenis wordt gebruikt om toevoegingen en verwijderingen van bepaalde locaties door te geven aan een centrale catalogus instantie.

Nadere informatie

Schuilen, ontruimen en/of evacueren, een kwestie van snelheid

Schuilen, ontruimen en/of evacueren, een kwestie van snelheid Schuilen, ontruimen en/of evacueren, een kwestie van snelheid Bureau Gezondheid, Milieu & Veiligheid GGD en Brabant / Zeeland Henk Jans Arts/chemicus MMK/GAGS Grote bedrijfsbrand te Best op 6 mei 2005

Nadere informatie

Kwartaalbericht luchtkwaliteit. 2 e kwartaal 2013

Kwartaalbericht luchtkwaliteit. 2 e kwartaal 2013 Kwartaalbericht luchtkwaliteit 2 e kwartaal 2013 Raad van Accreditatie De DCMR Milieudienst Rijnmond is door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd voor de NEN-EN-ISO/IEC 17025 norm voor een aantal verrichtingen

Nadere informatie

Kooldioxide CO 2. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de vaststelling van kooldioxide in de emissies

Kooldioxide CO 2. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de vaststelling van kooldioxide in de emissies Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet- en regelgeving, een concrete bijdrage te leveren aan het waarborgen, ontwikkelen,

Nadere informatie

enose project Moerdijk 2013 2014

enose project Moerdijk 2013 2014 enose project Moerdijk 2013 2014 Auteur: Simon Bootsma 5-12-2014 Projectgroep Sjef van Loon - Provincie Noord-Brabant Johan de Pee - Gemeente Strijen Henk de Bruijn - Gemeente Moerdijk Jacco Rentrop -

Nadere informatie

Aardgaskwaliteit en het meten van NOx-emissies

Aardgaskwaliteit en het meten van NOx-emissies Aan PKL-leden Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving NL Milieu en Leefomgeving Prinses Beatrixlaan 2 2595 AL Den Haag Postbus 93144 2509 AC Den Haag www.rijkswaterstaat.nl Contactpersoon Wim Burgers

Nadere informatie

Registreren, analyseren en verantwoorden

Registreren, analyseren en verantwoorden Registreren, analyseren en verantwoorden Inhoud DAS in het kort DAS in het kort 3 De voordelen voor u 4 Effecten meten 4 Uw opdracht verantwoorden 5 Werkwijze methodiseren 6 Samenwerking bevorderen 7 Kosten

Nadere informatie

Resultaat Initieel onderzoek Luchtkwaliteit KunstKring Ruurlo

Resultaat Initieel onderzoek Luchtkwaliteit KunstKring Ruurlo Resultaat Initieel onderzoek Luchtkwaliteit KunstKring Ruurlo Steenwijk, 8 maart 2016 Inleiding Aanleiding van het onderzoek Naar aanleiding van vragen en zorgen van een aantal deelnemers en vrijwilligers

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesvragen

Samenvatting. Adviesvragen Samenvatting Adviesvragen Gevaarlijke stoffen die tijdens een calamiteit vrijkomen in de lucht kunnen de gezondheid van mensen in het omringende gebied bedreigen. Zulke gassen of dampen kunnen ontsnappen

Nadere informatie

Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit 1

Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit 1 Provinciale weg N231 Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit Afdeling Openbare Werken/VROM drs. M.P. Woerden ir. H.M. van de Wiel Januari 2006 Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en

Nadere informatie

Referentiecase. Teijin Aramid QHSE in SharePoint

Referentiecase. Teijin Aramid QHSE in SharePoint Referentiecase Teijin Aramid QHSE in SharePoint Met de QHSE database in SharePoint beschikken wij over één digitale omgeving waarin wij incidenten en meldingen kunnen verwerken. Het terugvinden van incidenten

Nadere informatie

Bloedplaatjes of trombocyten die belangrijk zijn voor de bloedstolling.

Bloedplaatjes of trombocyten die belangrijk zijn voor de bloedstolling. Flowcytometrie bij PNH PNH is het gevolg van een genetische verandering in een bloedstamcel. Als gevolg hiervan ontbreken bij afstammelingen van deze cel bepaalde eiwitten. Deze eiwitten hebben gemeenschappelijk,

Nadere informatie

Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten. Joost Wesseling

Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten. Joost Wesseling Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten Joost Wesseling Inhoud: Doorsneden door de luchtkwaliteit Concentraties: de laatste decennia; EU normen; Nederland in de EU. Luchtkwaliteit en gezondheid.

Nadere informatie

INFO-AVOND 2 SEPT 2015

INFO-AVOND 2 SEPT 2015 INFO-AVOND 2 SEPT 2015 Samenstelling van de BG Opdracht en werkwijze van de BG Vervolgpresentaties De heer Vollenbroek (continu meting dioxines) De heer Swart (luchtkwaliteitsonderzoek) De adviezen van

Nadere informatie

i-view 2.0: The Next Level in Telemetrie

i-view 2.0: The Next Level in Telemetrie i-view 2.0: The Next Level in Telemetrie i-view 2.0: The Next Level in Telemetrie Watermanagement is onontbeerlijk in een waterrijk land als Nederland. In het belang van veiligheid en milieubescherming

Nadere informatie

In de volgende figuur is het aandeel in de stikstofdepositie van verkeer en industrie rood omcirkeld.

In de volgende figuur is het aandeel in de stikstofdepositie van verkeer en industrie rood omcirkeld. Achtergrondinformatie voor achterbanberaad milieubeleid regio Eemsdelta Het milieubeleid omvat veel onderwerpen. Teveel om in één keer allemaal te behandelen. Op basis van onze ervaringen in de regio en

Nadere informatie

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Supplement a. Functie adviseur gevaarlijke stoffen Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub a Besluit personeel veiligheidsregio

Nadere informatie

Bijlage 9: Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 9: Onderzoek luchtkwaliteit Bijlage 9: Onderzoek luchtkwaliteit Wettelijk kader In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te

Nadere informatie

Industrie koppelen aan het warmtenet Rotterdam. Verkenning van kansen voor aansluiting van acht bedrijven in Botlek/Pernis op het warmtenet

Industrie koppelen aan het warmtenet Rotterdam. Verkenning van kansen voor aansluiting van acht bedrijven in Botlek/Pernis op het warmtenet Industrie koppelen aan het warmtenet Rotterdam Verkenning van kansen voor aansluiting van acht bedrijven in Botlek/Pernis op het warmtenet Openbare samenvatting Delft, oktober 2012 Opgesteld door: A. (Ab)

Nadere informatie

HELPT DE LOKALE LUCHTKWALITEIT TE VERBETEREN

HELPT DE LOKALE LUCHTKWALITEIT TE VERBETEREN HELPT DE LOKALE LUCHTKWALITEIT TE VERBETEREN GAS IS EEN SCHONERE ENERGIE OPTIE IN VERGELIJKING TOT CONVENTIONELE VLOEIBARE BRANDSTOFFEN...MAAR MOEILIJKER TOE TE PASSEN IN DIESELMOTOREN BESTAAT ER EEN OPLOSSING

Nadere informatie

Werkblad We-nose: De neus van de haven INLEIDING. 1 - De haven en omgeving RT R A NG

Werkblad We-nose: De neus van de haven INLEIDING. 1 - De haven en omgeving RT R A NG INLEIDING De haven van Rotterdam is de grootste haven van Europa. Veel van de spullen die je in de winkel koopt, komen per schip in Rotterdam binnen. Ze worden vervolgens vervoerd naar winkels en bedrijven

Nadere informatie

Windroosanalyse naar de invloed van industriegebied Antwerpen op de luchtkwaliteit in de gemeente Woensdrecht in 2010

Windroosanalyse naar de invloed van industriegebied Antwerpen op de luchtkwaliteit in de gemeente Woensdrecht in 2010 TNO-rapport TNO-0-UT-12-00175 Windroosanalyse naar de invloed van industriegebied Antwerpen op de luchtkwaliteit in de gemeente Woensdrecht in 10 Gebouwde Omgeving Princetonlaan 6 3584 CB Utrecht Postbus

Nadere informatie

HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS S HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen zijn strikte procedures

Nadere informatie

VGWM A WAY OF LIVING BENZEEN. Standaards voor professionals, wees alert!

VGWM A WAY OF LIVING BENZEEN. Standaards voor professionals, wees alert! VGWM A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert! Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan gesloten installaties en systemen zijn strikte procedures van kracht. Er bestaat immers een

Nadere informatie

Deelrapport Luchtkwaliteit Aanvulling

Deelrapport Luchtkwaliteit Aanvulling Deelrapport Luchtkwaliteit Aanvulling Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie Postbus 299-4600 AG Bergen op Zoom + 31 (0)164 212 800 nieuwesluisterneuzen@vnsc.eu www.nieuwesluisterneuzen.eu Rapport Vlaams

Nadere informatie

Het milieu in de regio Rotterdam

Het milieu in de regio Rotterdam Het milieu in de regio Rotterdam 2013 Colofon In het project Milieumonitoring Stadsregio Rotterdam werken samen: DCMR Milieudienst Rijnmond Gemeente Rotterdam GGD Rotterdam-Rijnmond Havenbedrijf Rotterdam

Nadere informatie

Protocol Decontaminatie. Irene van der Woude

Protocol Decontaminatie. Irene van der Woude Protocol Decontaminatie Irene van der Woude Inhoud Geschiedenis Protocol: Wat is (de)contaminatie (ont/besmetting)? Hoe kun je worden besmet? Waarom moet er (ter plekke) worden ontsmet? Hoe kan een besmetting

Nadere informatie

HANDLEIDING: BUITEN BEWEGINGSMELDER

HANDLEIDING: BUITEN BEWEGINGSMELDER HANDLEIDING: BUITEN BEWEGINGSMELDER Inhoud INTRODUCTIE... 2 INSTALLATIE... 3 INSTELLINGEN... 4 SCHAKELAAR SW1... 5 SCHAKELAAR SW2... 5 JUMPER SCHAKELAAR JP1... 5 TESTEN... 6 LOOPTEST... 6 RADIO LINK TEST...

Nadere informatie

RMD West-Brabant, 15 juni 2005 INVENTARISATIE LUCHTKWALITEIT 2004 GEMEENTE MOERDIJK

RMD West-Brabant, 15 juni 2005 INVENTARISATIE LUCHTKWALITEIT 2004 GEMEENTE MOERDIJK RMD West-Brabant, 15 juni 2005 INVENTARISATIE LUCHTKWALITEIT 2004 GEMEENTE MOERDIJK INVENTARISATIE LUCHTKWALITEIT 2004 GEMEENTE MOERDIJK Opdrachtgever: Gemeente Moerdijk Datum rapport: juni 2005 Projectnummer:

Nadere informatie

Deelrapportage Zware metalen en chroom-6 in stof. Gezondheidskundige risicobeoordeling POMS-site Brunssum

Deelrapportage Zware metalen en chroom-6 in stof. Gezondheidskundige risicobeoordeling POMS-site Brunssum Deelrapportage Zware metalen en chroom-6 in stof Gezondheidskundige risicobeoordeling POMS-site Brunssum Unit Medische Milieukunde, GGD Zuid Limburg, Geleen, september 2015 Seksuele Gezondheid, Infectieziekten

Nadere informatie

Opleiding Gasmeetdeskundige gevaarlijke gassen in zeecontainers

Opleiding Gasmeetdeskundige gevaarlijke gassen in zeecontainers Opleiding Gasmeetdeskundige gevaarlijke gassen in zeecontainers De opleiding Gasmeetdeskundige gevaarlijke gassen in zeecontainers heeft tot doel de cursist op te leiden tot het zelfstandig kunnen uitvoeren

Nadere informatie

Onderzoek naar gevaarlijke stoffen in elektronica. goedkoop speelgoed en grote huishoudelijke apparaten. Datum 1 september 2011 Status Definitief

Onderzoek naar gevaarlijke stoffen in elektronica. goedkoop speelgoed en grote huishoudelijke apparaten. Datum 1 september 2011 Status Definitief Onderzoek naar gevaarlijke stoffen in elektronica goedkoop speelgoed en grote huishoudelijke apparaten Datum 1 september 2011 Status Definitief Colofon VROM-Inspectie Directie Uitvoering Bodem en Afval

Nadere informatie

Trillingsonderzoek conform SBR A ter plaatse van een woning gelegen aan de Postbaan 7 te Putte

Trillingsonderzoek conform SBR A ter plaatse van een woning gelegen aan de Postbaan 7 te Putte Trillingsonderzoek conform SBR A ter plaatse van een woning gelegen aan de Postbaan 7 te Putte Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Woensdrecht Postbus 24 4630 AA HOOGERHEIDE mevrouw V. Termolle Greten

Nadere informatie

zien wat er gebeurt beschermen wat kostbaar is p r o f e s s i o nele videobewaking

zien wat er gebeurt beschermen wat kostbaar is p r o f e s s i o nele videobewaking Echt zien wat er gebeurt beschermen wat kostbaar is p r o f e s s i o nele videobewaking Professionele videobewaking Opnamen die ook achteraf perfect bruikbaar zijn OfficeEye is een compleet en hoogwaardig

Nadere informatie

Welkom. DE VRAAG VAN VANDAAG: Wat zien we met een warmtebeeldcamera?

Welkom. DE VRAAG VAN VANDAAG: Wat zien we met een warmtebeeldcamera? Welkom DE VRAAG VAN VANDAAG: Wat zien we met een warmtebeeldcamera? inhoud van de les Verhouding licht / IR IR in beeld brengen Beeld Camera Informatie Temperatuur Warmte en warmtetransport Camera techniek

Nadere informatie

Fijn stof in IJmond. TNO-rapport 2007-A-R0955/B. Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn. www.tno.nl T 055 549 34 93 F 055 549 98 37

Fijn stof in IJmond. TNO-rapport 2007-A-R0955/B. Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn. www.tno.nl T 055 549 34 93 F 055 549 98 37 Laan van Westenenk 1 Postbus 342 73 AH Apeldoorn TNO-rapport 27-A-R/B Fijn stof in IJmond www.tno.nl T 49 34 93 F 49 98 37 Datum september 27 Auteur(s) Menno Keuken Sander Jonkers Projectnummer 34.7434

Nadere informatie

Onderzoek elektratechnische installaties bij ondernemers

Onderzoek elektratechnische installaties bij ondernemers Onderzoek elektratechnische installaties bij ondernemers Inleiding Deze rapportage beschrijft de resultaten en conclusies van de uitgevoerde inspecties van de elektrotechnische installatie bij een groep

Nadere informatie

Aanvullende informatie over luchtkwaliteit en metingen

Aanvullende informatie over luchtkwaliteit en metingen Aanvullende informatie over luchtkwaliteit en metingen Wat doen gemeenten en GGD Amsterdam op het gebied van luchtkwaliteit? De GGD Amsterdam informeert en adviseert de inwoners en het bestuur van Amsterdam

Nadere informatie

Afbakening Het onderzoek richt zich op de fatale woningbranden in 2011. De niet-fatale woningbranden zijn in het onderzoek niet meegenomen.

Afbakening Het onderzoek richt zich op de fatale woningbranden in 2011. De niet-fatale woningbranden zijn in het onderzoek niet meegenomen. Fatale woningbranden 2011 Managementsamenvatting Het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) heeft onderzoek verricht naar de oorzaken, omstandigheden en het verloop van woningbranden met dodelijke

Nadere informatie

Goirle, Vennerode. Onderzoek externe veiligheid. Auteur(s) drs. M. de Jonge. Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus 70 5120 AB Rijen

Goirle, Vennerode. Onderzoek externe veiligheid. Auteur(s) drs. M. de Jonge. Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus 70 5120 AB Rijen Goirle, Vennerode Onderzoek externe veiligheid projectnr. 183803 revisie 02 31 maart 2009 Auteur(s) drs. M. de Jonge Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus 70 5120 AB Rijen datum vrijgave beschrijving

Nadere informatie

# Overwegingen Aantekeningen 1 Alarm

# Overwegingen Aantekeningen 1 Alarm # Overwegingen Aantekeningen 1 Alarm Rust, ruimte & overzicht 2 Uitrukken 1 Controle MS 2 Bericht 3 Bovenwinds aanrijden 4 Veilig aanrijden 5 Berichtgeving 6 Commando s 3 OGS melding 1 GEVI-nummer 2 Stofnaam

Nadere informatie

Asbestincidenten Zijn brandweermensen asbestwerkers?

Asbestincidenten Zijn brandweermensen asbestwerkers? Asbestincidenten Zijn brandweermensen asbestwerkers? Jetty Middelkoop AGS BAA Waarom heeft I-SZW aandacht voor de brandweer? Melding uit Rotterdam Rijnmond over onverantwoord omgaan met asbest door de

Nadere informatie

Energie management Actieplan

Energie management Actieplan Energie management Actieplan Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Auteur: Mariëlle de Gans - Hekman Datum: 30 september 2015 Versie: 1.0 Status: Concept Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Doelstellingen...

Nadere informatie

Gaslekdetector. We measure it. Voor een snel overzicht. testo 317-2 testo 316-1 testo 316-2 testo gaslekdetector testo 316-Ex

Gaslekdetector. We measure it. Voor een snel overzicht. testo 317-2 testo 316-1 testo 316-2 testo gaslekdetector testo 316-Ex Gaslekdetector Voor een snel overzicht CH 4 testo 317-2 testo 316-1 testo 316-2 testo gaslekdetector testo 316-Ex C 3 H 2 Gaslekdetectie Gasleidingen kunnen lekken vertonen waardoor er een explosiegevaar

Nadere informatie

R.L.Q. Maas / N. Kreft / A.Grooff

R.L.Q. Maas / N. Kreft / A.Grooff R.L.Q. Maas / N. Kreft / A.Grooff BEWANDELDE WEG Voorstellen Sensornet Realisatie metingen Communicatie Herkenning helikopters Demonstratie Rapportage VAN GELUIDSNET NAAR SENSORNET Opgericht om geluidmetingen

Nadere informatie

Erratum Verkenner Gevaarlijke Stoffen. Versie: 2 februari 2015

Erratum Verkenner Gevaarlijke Stoffen. Versie: 2 februari 2015 Erratum Verkenner Gevaarlijke Stoffen Versie: 2 februari 2015 Tekstboek In de 1 e druk, 1 e oplage van de leergang Verkenner gevaarlijke stoffen (juli 2012) zijn een aantal onjuistheden geconstateerd.

Nadere informatie

Stappenplan Veilig omgaan met gassen in zeecontainers

Stappenplan Veilig omgaan met gassen in zeecontainers BIJLAGE 1 Stappenplan Veilig omgaan met gassen in zeecontainers Inleiding Het risico Gevaarlijke gassen in zeecontainers is relevant voor alle bedrijven, die zeecontainers behandelen, zoals distributiebedrijven,

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING (JULI 2015) V4.1-020-PUB

GEBRUIKERSHANDLEIDING (JULI 2015) V4.1-020-PUB GEBRUIKERSHANDLEIDING (JULI 2015) V4.1-020-PUB 1 INLEIDING Emma ondersteunt mensen met medicatie bij het tijdig innemen van de medicatie door hierover een herinnering te sturen op de smartwatch en/of smartphone.

Nadere informatie

Bijlage 1 Advies brandweer Veiligheidsregio Haaglanden

Bijlage 1 Advies brandweer Veiligheidsregio Haaglanden 33 Bijlage 1 Advies brandweer Veiligheidsregio Haaglanden Wijzigingsplan "Emmastraat Pijnacker" (vastgesteld) Wijzigingsplan "Emmastraat Pijnacker" (vastgesteld) 34 Veiligheidsregio Haaglanden HlMlIIlil

Nadere informatie

Toolkit voor de stoker

Toolkit voor de stoker Toolkit voor de stoker . Helaas kiest of heeft u er voor gekozen om hout te stoken. We vinden het belangrijk u goed te informeren over de wijze waarop u zoveel mogelijk hinder kunt voorkomen bij uw buren

Nadere informatie

Indicator 10 Lucht. ) en fijnstof (PM 10

Indicator 10 Lucht. ) en fijnstof (PM 10 Indicator 1 Lucht Gezonde lucht is uiteraard van levensbelang voor mens en dier en plant. Dus is ook luchtkwaliteit van belang voor een duurzame samenleving. De Europese Unie heeft normen vastgesteld voor

Nadere informatie

Stappenplan voor het explosieveiligheidsdocument. In een onderzoek kunnen de volgende stappen genomen worden:

Stappenplan voor het explosieveiligheidsdocument. In een onderzoek kunnen de volgende stappen genomen worden: ATEX introductie De Atex richtlijn is van toepassing op alle plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen. De richtlijn heeft een breed werkingsgebied en omvat naast gasexplosiegevaar ook stofexplosiegevaar.

Nadere informatie

CO2 prestatieladder Energie management plan

CO2 prestatieladder Energie management plan CO2 prestatieladder Versie: Definitief Datum: februari 2015 Eis: 2.C.3 Westgaag 42b - 3155 DG Maasland Postbus 285-3140 AG Maassluis Telefoon: 010-5922888 Fax: 010-5918621 E-mail: info@kroes.org Versie:

Nadere informatie

Netwerkdag NVBR 20-9-2012 Workshop stroomuitval. Peter Uithol, Sr. Beleidsmedewerker Risico- en Crisisbeheersing

Netwerkdag NVBR 20-9-2012 Workshop stroomuitval. Peter Uithol, Sr. Beleidsmedewerker Risico- en Crisisbeheersing Netwerkdag NVBR 20-9-2012 Workshop stroomuitval Peter Uithol, Sr. Beleidsmedewerker Risico- en Crisisbeheersing 1 Waarom een plan? Operationele behoefte uit de praktijk Gelegenheid om de in het convenant

Nadere informatie

WWW.TECHGROW.NL. TechGrow CO 2 -generator (Aardgas) HANDLEIDING. Uitgifte datum: 01-11-2014

WWW.TECHGROW.NL. TechGrow CO 2 -generator (Aardgas) HANDLEIDING. Uitgifte datum: 01-11-2014 WWW.TECHGROW.NL TechGrow CO 2 -generator (Aardgas) Uitgifte datum: 01-11-2014 HANDLEIDING De CO 2 -generator wordt gebruikt om de CO 2 -waarde op niveau te houden. WAARSCHUWING De CO 2 -generator werkt

Nadere informatie

Efficiency in dienst van veiligheid. Met het Kamstrup inspectiesysteem voor gasstations

Efficiency in dienst van veiligheid. Met het Kamstrup inspectiesysteem voor gasstations Efficiency in dienst van veiligheid Met het Kamstrup inspectiesysteem voor gasstations Gasdrukregel- en meetstation De Nederlandse gasindustrie kenmerkt zich door strenge eisen op het gebied van veiligheid.

Nadere informatie

testo 316-Ex CH 4 C 3 H 8 H 2

testo 316-Ex CH 4 C 3 H 8 H 2 Gaslekdetector Voor een snel overzicht testo 317-2 testo 316-1 testo 316-2 testo gas detector testo 316-Ex CH 4 C 3 H 2 Gaslekdetectie Gasleidingen kunnen lekken vertonen waardoor er een explosiegevaar

Nadere informatie

imangine Stichting SchoolLan

imangine Stichting SchoolLan imangine Stichting SchoolLan 25 augustus 2004 Inhoudsopgave 1 Introductie 3 2 Werking 4 2.1 Opstarten werkstation....................... 4 2.2 imangine activeren........................ 4 3 Maken van spiegel

Nadere informatie

Notitie. Centrale Gelderland laagfrequent geluid. GvL/ EB/ / FF 4845-1-NO. d a t u m : 20 december 2013

Notitie. Centrale Gelderland laagfrequent geluid. GvL/ EB/ / FF 4845-1-NO. d a t u m : 20 december 2013 Notitie b e t r e f t : Centrale Gelderland laagfrequent geluid d a t u m : 20 december 2013 r e f e r e n t i e : GvL/ EB/ / FF 4845-1-NO 1 I n l e i d i n g In opdracht van GDF SUEZ Energie Nederland

Nadere informatie

Bestemmingsplanwijziging spoor HOV Velsen

Bestemmingsplanwijziging spoor HOV Velsen Bestemmingsplanwijziging spoor HOV Velsen Luchtkwaliteitonderzoek luchtkwaliteit/hov Provincie Noord-Holland oktober 2013 Bestemmingsplanwijziging spoor HOV Velsen Luchtkwaliteitonderzoek luchtkwaliteit/hov

Nadere informatie

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1)

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Directie: K.J. de Jong Handtekening: KAM-Coördinator: D.T. de Jong Handtekening: Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het CO 2 -reductiebeleid van

Nadere informatie